JAARGANG 33 | NR 3 | OKTOBER 2020
PANESSAY
FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA
ONDERTUSSEN AL HARD OP WEG MET JE MEDISCHE STUDIE? Je bankzaken regel je liever in één keer goed, zodat je er tijdens je studie geen omkijken naar hebt. Voor jou is er daarom het ABN AMRO Medisch Studenten Pakket: je eigen rekening mét pinpas en internetbankieren. Je krijgt ook nog eens een Littmann Classic 3 stethoscoop of Bol.com bon ter waarde van €50 euro cadeau! Vraag één van onze medewerkers voor meer informatie of kijk op abnamro.nl/medici.
21
22
32
Boek op recept
Medicine in history
Puzzel fun
Fictie
Clean as a whistly, smelling like a rose
A medical Dutch puzzle
8
30 Prof. progress test
B(i)eregezellig
basics of immunology
Student en geheelonthouder
5
Uit de hokken
Boek op recept
21
6
Commissiepagina
Medicine in history
22
8
Prof. progress test
Marktwerking
24
10
Liefde voor het vak
An illness you can’t hide
26
11
Onderwijscolumn
Actualiteitencolumn
28
12
Wanneer geneeskunde tegenvalt
B(i)eregezellig
30
14
Dr. House in practice XV
Thuiszorgcolumn
31
16
Interventional radiology
Puzzel
32
18
Fotopagina
Memes
34
20
Cocolumn
Activiteitenkalender
35
“Corparis heeft oog voor de juiste match, mijn ambities en mijn persoonlijke ontwikkeling” - een Corparis basisarts Wij zijn de specialistische werkgever die graag met jou in gesprek gaat om je te helpen aan je eerste baan als basisarts. Corparis heeft onder andere mogelijkheden in de ouderenzorg, verslavingszorg, psychiatrie en jeugdgezondheidszorg.
WAT KUNNEN WIJ JE BIEDEN? ✓ Zekerheid met een contract voor langere of onbepaalde tijd ✓ Persoonlijke ontwikkeling via onze Corparis Academie met trainingen zoals medisch leiderschap, time management, intervisie en communicatie ✓ Verbreding kennis & kunde door te werken via verschillende organisaties en/of afdelingen ✓ Loopbaanbegeleiding om erachter te komen welke specialisatie bij jou past ✓ Opbouw van een netwerk door netwerkbijeenkomsten, kenniscafé’s en andere evenementen
Ontdek Corparis 088 116 9730
kennismaken@corparis.nl www.corparis.nl
Uit de hokken
Uit het redactiehok Het eerste stukje in de rol van nieuwe voorzitter. Wat schrijf je dan eigenlijk? ‘Een persoonlijke uitlaatklep’ wordt er dan gezegd. Veel breder kan het niet zijn. Dit is wat ik ervan gemaakt heb: lees en oordeelt u zelf. De afgelopen tijd is een unieke en vooral onzekere tijd geweest. Niet alleen voor het bestuur of deze commissie, maar ook voor jullie. Niet bepaald hoe ik het derde jaar van de bachelor in mijn gedachten had, zeg maar gerust. Maar we moeten er het beste van maken. Het voordeel van schrijven is: je kan het doen waar je maar wil en je hebt er geen wifi voor nodig! Want als ik heel eerlijk ben, word ik langzamerhand gek van steeds datzelfde laptopscherm, en Blackboard Collaborate… Hou daar maar over op.
pagina’s vol eigenzinnige, interessante en bovendien vlijmscherpe artikelen! Blader maar snel door naar bijvoorbeeld de VGT-hulp, die deze editie over immunologie gaat, of vind het antwoord op de vraag waarom mensen stoppen met de geweldige studie die wij doen. Wil je je medisch Nederlands testen als international? Blader dan door naar het einde van dit blad voor een prikkelende puzzel. Terwijl jij dit allemaal doet, zijn wij alweer bezig met de volgende editie, en mag ik weer iets nieuws bedenken om hier neer te zetten.
Ondanks deze tegenslagen heeft de PanEssay de coronastorm getrotseerd en kun jij nu genieten, al is het op het toilet, in de trein of zelfs op je laptop, van 36
(Niet) vanuit het bestuurshok welkom op de oude en vertrouwde werkplek. Dit betekent echt niet dat de rest niets uitvoert, want zoals altijd zal iedereen klaarstaan voor jullie!
De vakantie zit er inmiddels op en we hopen dat jullie weer volledig opgeladen zijn begonnen aan een nieuw collegejaar. Het bestuur heeft binnen onze eigen landsgrenzen de meest pittoreske plekken opgezocht, van de Veluwe tot de Waddeneilanden. Ook wij zitten dus weer boordevol frisse energie om mee aan het werk te gaan. En gelukkig (voor ons) mag dat weer op onze bestuurskamer! Drie van de zeven bestuurders zijn dagelijks
We kijken met trots terug op een geslaagde introductie voor de eerstejaars geneeskundestudenten. De PanIC heeft de eerstejaars in een digitale dag, kennis laten maken met Panacea en wegwijs gemaakt in Groningen. Ook is de halfjaarlijkse ALV geweest waarin het voorstel tot het verschuiven van het bestuursjaar aan bod is gekomen. Het is nu een feit dat er vanaf februari volgend jaar een interim-bestuur onze plek over neemt. Verder kijken we terug op een aangepaste en vertraagde, maar zeker geslaagde diesweek waarin we de 33e verjaardag van de M.F.V. Panacea hebben gevierd. Het bachelordiner, dat ook verplaatst is, zal aan het eind van deze maand zijn. Hier kan iedereen onder het genot van een hapje en een drankje (en uiteraard ook coronaproof) vieren dat ze hun papiertje behaald hebben. We vinden het jammer dat we jullie nog niet mogen ontvangen op onze bestuurskamer. Maar reken erop dat we jullie een heads-up geven wanneer dit weer mag! We hopen dat jullie gezond en wel blijven in deze gekke tijden en proosten op dat we elkaar snel weer mogen zien!
5
Commissiepagina
AlmanakCie Een pandemie, bijna een derde wereldoorlog, Area 51; afgelopen studiejaar is er enorm veel gebeurd. 2020 is dan ook het jaar waarover wij onze kleinkinderen lastig zullen vallen met hoe moeilijk wij het hebben gehad. Hoe kun je dit nu beter doen dan later hun de enige echte almanak te laten zien die dit jaar samenvat?
Bestel nu alvast je almanak die in december uit zal komen!
De almanak is een boek dat terugkijkt op alle gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Ook onze almanak zal weer vol staan met evenementen van vorig studiejaar, alle nieuwtjes, leuke testjes, spellen, memes en nog veel meer! Verder is het natuurlijk ook goed leesvoer voor de tijd van veel thuisblijven. Wij zijn op dit moment druk bezig om een geweldig boek voor jullie neer te zetten. Het thema is voor jullie nu nog onbekend, maar het belooft weer een musthave te worden!
Co-out Vrijdag 26 juni 2020, 28 graden, geen wolkje aan de lucht. Het was een prachtige dag voor de Co-Out, maar helaas gooide corona roet in het eten. Maar wees niet getreurd, als de wind een beetje meezit komt de CoOut in het najaar terug! Tot het zover is hebben wij hier wat inspiratie voor wat je kan doen als je toch even met je hoofd tussen de coschappen out moet. - 3 bananen, 3 eieren, 150 g meel en 1,5 tl bakpoeder 50 minuten in de oven (175 °C) en voilà , je hebt het beste bananenbrood ooit (Co-Out made and approved). Gooi er naar wens kaneel, bessen, chocolade, noten et cetera doorheen en wees die ideale bakkende schoonzoon/-dochter. - Beetje artistiek? Wij ook niet! Maar pak eens je verfkwasten en een wijntje erbij en schilder er een avond op los. Vingerverven, Bob Ross-videos, de mogelijkheden zijn eindeloos. En als het nergens op lijkt, dan noem je het toch gewoon abstracte kunst? - Of het nou wielrennen is met half Nederland, je een salsa dansje waagt of je een bezoekje doet aan de sportschool met je gymbuddy; bewegen is leuk + endorfine = dubbel winnen. Oh, en vergeet daarna niet om goed te eten voor de gains.
6
- Als we het toch weer over eten hebben: probeer eens een nieuw recept uit. Hoe je een AVG in elkaar draait snappen we ondertussen wel, maar wat dacht je van een tajine, dumplings, thaise curry, pho, homemade ravioli? De (culinaire) wereld ligt voor je open! Hopelijk houden deze tips je even bezig tot de Co-Out weer kan doorgaan. Mocht er hier nou niks voor je tussen zitten, dan is er altijd nog Netflix. Heel veel succes met de coschappen en wie weet tot snel!
BeCo Deze oktober is het weer tijd voor hét evenement van het jaar: de BeCO Benefietmaand! Het goede doel van dit jaar is het UMCG Protonentherapiecentrum. We willen een mooi bedrag ophalen om prachtige muurschilderingen in de voorbereidings- en recoveryruimte te maken en een upgrade te geven aan de wachtkamer. Dit alles zodat deze ruimtes een fijne, rustgevende sfeer uitstralen voor iedereen die hier een behandeling moet ondergaan, zowel kinderen als volwassenen. Door de roerige tijden waar we nu in leven zal de Benefietmaand er anders uitzien dan andere jaren. Desondanks hebben we hard ons best gedaan om er weer een geweldige Benefietmaand van te maken!
Allereerst zal er op 6 oktober het Benefietdiner plaatsvinden. Bij Weeva zullen wij onze buikjes vullen met heerlijk Gronings eten en zal het buikje van het BeCO-spaarvarken zijn eerste centjes ontvangen! Daarnaast zal op 12 oktober de BeCO Charity Fair plaatsvinden! In samenwerking met verschillende commissies van Panacea zullen er allerlei leuke activiteiten bij de Hoornseplas worden georganiseerd om het BeCO-spaarvarkentje verder te vullen. Zet deze data vooral in je agenda en we hopen je te zien!
MCD Wij zijn de MCD’20 en wij organiseren dit jaar de Medische Carrière Dag! Met acht man sterk zijn we het hele jaar druk bezig geweest om een fantastische, inspirerende en leerzame dag neer te zetten.De MCD is een dag waarop geneeskunde studenten van alle jaren een kijkje in de keuken kunnen nemen in verschillende medische specialismen. Tijdens deze dag zullen een aantal artsen komen vertellen over hoe zij terecht zijn gekomen bij het specialisme wat ze nu beoefenen. Daarnaast kun je tijdens de interactieve workshops alvast zelf de kneepjes van het vak beoefenen! Dit jaar organiseren we bijvoorbeeld een cursus hechten, een workshop crisismanagement, gynaecologie, plastische chirurgie en nog veel meer!
Om de dag ook voor internationale studenten aantrekkelijk te maken, organiseren we ook een workshopronde in het Engels. De plenaire colleges zullen nog wel in het Nederlands gegeven worden, maar we hopen de internationale studenten tegemoet te komen met Engelse dia’s en samenvattingen. Hopelijk hebben we hiermee een duidelijk beeld gegeven van onze commissie! Schrijf dus 14 november 2020 alvast in je agenda! Dit jaar vanwege het coronavirus niet in het UMCG, maar in Hanzeplaza. Ook is de afsluitende borrel natuurlijk niet te missen! Wij hebben ons uiterste best gedaan om dit event helemaal coronaproof te organiseren.
De dag sluiten we af met een inspirerende spreker die jou hopelijk volledig kan overtuigen om ook de medische wereld in te gaan. We bieden verschillende pakketten aan met ieder drie workshops. Zo is er voor ieder wat wils!Naast al deze informatieve uurtjes mag natuurlijk een heerlijke afsluitende borrel niet ontbreken. Hier krijg je de kans om al je dringende vragen te stellen aan de aanwezige artsen. Dit jaar is het thema van de MCD “When the studying has made you tired, it is time to get inspired!”. Hiermee willen we onder andere ook benadrukken dat de MCD een dag is om het studeren even aan de kant te zetten, terwijl je alsnog een leerzame en nuttige dag beleeft!
7
Bart HofstĂŠ
Professor Progress Test A walk along some of the basics of immunology
As Prof. Kroese never hesitates to remind us, immunology is a fascinating subject, and one that is crucial to understand if you are interested in lupus, AIDS, COVID-19, kidney transplantations, anaphylactic shock and the latest breakthroughs in cancer immunotherapy. Or, perhaps you just need some refreshing for the next progress test. Either way, in the next few paragraphs I will guide you along some of the most important basics of immunology.
The immune response consists of innate and adaptive immunity. Innate immunity is characterized by rapid responses against microbes in the first few hours or days after infection. It has no memory and limited diversity, as the molecules it uses for recognition are directly encoded by our inherited genes. It recognizes certain molecules shared by related groups of microbes, as well as molecules produced by damaged host cells. Components of innate immunity include the physical-chemical barriers to infection, such as epithelia and the antimicrobial substances produced at their surface, phagocytic cells such as neutrophils and macrophages, dendritic cells, mast cells, natural killer (NK) cells, and blood proteins that mediate inflammation, including the complement system. “Innate
immunity is characterized by rapid responses against microbes in the first few hours or days after infection.� Acute inflammation is the most important process whereby the innate immune system deals with infections and tissue injury. Its five cardinal signs include tumor (swelling), rubor (redness), calor (warmth), dolor (pain) and loss of function. Acute inflammation begins within minutes to hours (typically lasting a few days) and is characterized by accumulation of leukocytes, plasma proteins and blood plasma. All these accumulate in the extravascular space where tissue has been infected and/or damaged. Its function is to clear the invading pathogen, remove necrotic and damaged cells, and initiate tissue repair. The outcomes of acute inflammation may include resolution, abscess formation or chronic inflammation. A typical acute inflammatory response begins with the recruitment of neutrophils, which release chemotactic signals that
8
attract monocytes from the blood. The monocytes then mature to become macrophages at the site of inflammation. In addition, the complement system, antibodies and acute-phase reactants (e.g. c-reactive protein) are also elevated and may enter the inflammatory site. Extravasation of all the components involved in acute inflammation occurs from blood vessels into tissue sites. It is accomplished via increased blood flow to the region (responsible for rubor and calor), increased adhesiveness of circulating leukocytes to the endothelial lining of venules, as well as increased permeability of capillaries and venules (causing edema and thus being responsible for tumor). Bradykinin and histamine are thought to be responsible for dolor. Adaptive immunity consists of T and B lymphocytes, which mediate cellular and humoral immunity, respectively. In contrast to innate immunity, adaptive immunity has enormous diversity, as the receptors it uses for recognition of non-self are formed by a process called somatic recombination. Somatic recombination consists of a recombination of gene segments in B and T lymphocytes during the assembly of each of their receptors, as well as a change in the type of antibodies produced by B lymphocytes (a phenomenon known as class switching). Adaptive immune responses are highly specific to distinct antigens or parts of complex antigens called epitopes. Given its high specificity and huge diversity, the adaptive immune system is capable of responding to a vast repertoire of pathogens and foreign substances. In addition, adaptive immunity has immunological memory. Immunological memory enables the
adaptive immune system to quickly and specifically recognize antigens that it has previously encountered, thus triggering faster and more potent secondary and subsequent responses. Immunological memory is mediated by memory B and T cells, and forms the basis of vaccination. Cellular immunity is mediated by T-lymphocytes. Its function is to eliminate reservoirs of infection by clearing pathogens that remain living inside phagocytes and other infected host cells. Many viruses infect and replicate in host cells, whereas certain bacteria can remain alive after having been phagocytosed. For example, a bacterium that causes tuberculosis (Mycobacterium tuberculosis), invades and replicates in the endosomes of alveolar macrophages. These alveolar macrophages attempt to phagocytose and eliminate the invading bacterium, trying to destroy it by using reactive oxygen species (ROS) and acid in their phagolysosomes. However, Mycobacterium tuberculosis inhibits the fusion of phagosomes and lysosomes and also has a capsule that is resistant to ROS and acids, and so remains in the macrophages, where it will reproduce and eventually destroy it. The infected macrophages then release tumor necrosis factor (TNF), express and cause the release of Mycobacterial antigens, all of which attract CD4+ T-helper cells. These T-helper cells then help activate the infected macrophages, enabling them to clear themselves from their parasitic invaders, while the CTLs directly search and destroy the infected macrophages. In addition, the T-helper cells cause granulomatous inflammation and a type of necrosis called caseous necrosis, both pathological hallmarks of tuberculosis.
In addition to T-helper cells, CD8+ cytotoxic t-lymphocytes (CTLs) are part of cellular immunity. As their name suggests, CTLs are responsible for killing infected host cells that harbor pathogens in their cytoplasms. Such pathogens may include viruses, but also bacteria that have escaped from phagosomes into the cytoplasm. In addition, CTLs kill cancerous cells that express foreign antigens on their surface via a molecular structure called the major histocompatibility complex (MHC). “Adaptive
immune responses are highly specific to distinct antigens or parts of complex antigens called epitopes.� The MHC comes in two variants, MHC-I and MHC-II. Both are responsible for antigen presentation on cell surfaces for recognition by T-cells. Such antigens may include parts of proteins (peptides) derived from pathogens, but also peptides derived from host cells, so as to avoid the immune system from attacking one’s own cells (auto-immunity). MHC-I is expressed on all cells but red blood cells, and is responsible for presenting antigens for CTLs. MHC-II is normally expressed only on professional antigen presenting cells, including macrophages, B-cells and dendritic cells. After having processed the antigen, these cells present a fraction of the antigen (epitope) on their surface via MHC-II, where they can be recognized by naive T-helper cells. Depending on their cytokine milieu, these naive T-helper cells subsequently mature into memory T-helper cells or effector T-helper cells of the type Th1, Th2, Th17 or T-regulatory cells (Treg). Thus, MHC-II assists in either immunization or immune tolerance (Treg) to the presented antigens.
9
Wybe Nieuwland
Liefde voor het vak Liefde voor zorg van en met het hart Afgelopen week waren ze er weer: onze coassistenten! Na een afwezigheid van enige maanden was iedereen opgelucht en blij, maar vooral ook voorzichtig. Vooraf hadden wij een plan gemaakt om de coassistenten voldoende fysieke ruimte te geven, maar ook voldoende ruimte om te leren. Deze ruimte bleek er te zijn en alleen al de eerste week konden de coassistenten kennis maken het de volle breedte van de acute cardiologie. Zelf ging ik met mijn gedachten terug in de tijd. De zomer van 1986 begon ik met mijn coschappen in het toen nog AZG geheten UMCG, in de oude Interne Kliniek die inmiddels ten prooi aan het vallen is aan de slopershamer van de firma Steenhuis. Na een start bij de algemene interne ging ik na vier weken naar de Cardiologie. Ik voelde me daar gelijk thuis. Er was een hele fijne supervisor en in verband met de vakantie waren er enkele weken geen zaalartsen, dus als coassistent mocht of moest je aan de bak. Het hoofd van de afdeling, professor Henk Lie, gaf ons persoonlijk bedside teaching en stimuleerde het om ons verder te verdiepen in de Cardiologie. Hij vertrouwde mijn collega-coassistent en mij de “klaspatiënten” toe; de klasse-afdeling was het terrein van de hoofden van de (onder)afdelingen, de arts-assistenten. Coassistenten waren hier normaliter niet gewenst. Cardiologie maakte tijdens dit coschap een grote indruk op mij, maar één ervaring zal ik nooit vergeten. In de tweede week ging één van onze patiënten met hartfalen snel achteruit. Tijdens de grote visite was hij al veel benauwder, maar aan het begin van de middag werd hij snel terminaal. Omdat er geen andere behandelopties waren, restte alleen nog Tender Love and Care. Nog voor het bezoekuur overleed hij alleen in aanwezigheid van twee coassistenten die hij nog maar een paar dagen kende. Anderhalf jaar later tijdens mijn semi-artsstage bij dezelfde afdeling, was de behandeling van hartfalen al veranderd. Patiënten werden opgenomen om ingesteld te worden op ACE-remmers. Voorzichtig werd gestart met een lage dosis captopril twee dagen na het (tijdelijk) staken van diuretica en met een waaknaald en frequente controle van de bloeddruk. Een respons met diepe hypotensie was geen uitzondering. In diezelfde periode begonnen we voorzichtig met een placebogecontroleerde studie met metoprolol. Een controversiële studie omdat tot dan bètablokkers gecontraïndiceerd waren bij de behandeling van hartfalen. Door onder andere de studie die we toen deden, weten we inmiddels beter. Beide medicijnen betekenden niet alleen een sterke verbetering in de mortaliteitscijfers en de Kaplan-Meiercurves
10
van hartfalenpatiënten, gegevens waar we als dokters mee platgebombardeerd worden, maar vooral ook in de kwaliteit van leven van de patiënten. Persoonlijk merkte ik dat het leven van mijn in Canada wonende grootvader sterk verbeterde. Van een nagenoeg stoel- en thuisgebonden leven, kon hij weer door zijn tuin lopen en zelfs weer lichte werkzaamheden in zijn moestuin doen. Hij kon weer de “familiepicknick” bezoeken. En dat allemaal na de start van ACE-inhibitie en bètablokkers. Er volgde een periode waarin de nadruk kwam te liggen op technische behandelingen met bijvoorbeeld implanteerbare defibrillatoren, speciale pacemakers (biventriculaire pacing), en de laatste jaren ook de behandeling met een steunhart (LVAD = left ventricular assist device), waarmee we momenteel patiënten met ernstig hartfalen vrij succesvol kunnen behandelen. Harttransplantaties kunnen uitgesteld worden en de functionaliteit van deze patiënten is sterk verbeterd. Zeker nu we de laatste paar jaar ook de beschikking hebben gekregen over nieuwe groepen medicijnen. Gelet op de studieresultaten die tijdens het ESC-congres werden gepubliceerd, lijken wij aan de vooravond te staan van een nieuwe medicamenteuze revolutie bij de behandeling van hartfalen. Als je dit allemaal overweegt, krijgt je het gevoel dat “the sky the limit” is. Maar dat is het niet en dat zal het ook niet worden. Er zullen patiënten met hartfalen blijven, waarbij net als in de zomer van 1986 de behandelopties uitgeput zijn. En de zorg die dan nodig is, is misschien niet heel spectaculair, maar deze zorg is voor ons dokters niet minder belangrijk. Gelukkig zie ik om me heen op onze afdeling steeds meer aandacht voor zorgvuldige en menselijke zorg in de terminale fase van het hartfalen. Op onze afdeling trekt mijn collega Jenifer Coster onvermoeibaar de kar en zij is gelukkig niet alleen. Niet op onze afdeling maar ook niet internationaal. Op het ESC-congres was er niet alleen aandacht voor technologische hoogstandjes en medicamenteuze doorbraken, maar kwam ook de menselijke maat aan bod. Bij de diverse behandelmogelijkheden bij hartfalen mogen we tender love and care nooit vergeten.
Translation available on our website
Marco Versluis
Onderwijscolumn Met elkaar beleefden we het afgelopen jaar een bijzonder tweede semester. Een virusuitbraak zette ons onderwijs acuut stop. Opeens was er geen college meer, geen rumoer in gebouw 3219, geen rij meer bij de koffietent. Binnen no time schakelde het onderwijs over van collegezaal naar laptop en werd anderhalve meter het nieuwe normaal. Ongelooflijk hoe zeer iedereen zich heeft ingezet om er het beste van te maken. Ondertussen is het onderwijs nog steeds zoveel mogelijk online, maar werken we aan de mogelijkheden om toch ook weer fysiek onderwijs te hebben, in tutorgroepen, practica en hopelijk op termijn in de collegezaal. Het blijft dus nog wel wennen, dat nieuwe normaal. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens die onderling afhankelijk zijn en verbonden willen zijn. Als we uitzoomen, voorbij onze universiteit, onze stad en ons land, zien we een wereld die dan ook in hoge mate verbonden en onderling afhankelijk is. Dit fenomeen, globalisering, is al zo oud als de mensheid die zich van andere soorten onderscheidt door samenwerking en communicatie. Met de kennis van achteraf is het dan helemaal niet gek dat deze pandemie zo uit de hand is gelopen. Al decennia lang wordt er, onder andere vanuit de medische hoek, gewaarschuwd voor een infectieziekte. Voor de meesten was het niet de vraag of, maar wanneer en in welke vorm een infectieziekte uit zou breken. Globalisering is niet goed of slecht, maar indifferent als een vette zalf. Het brengt ons zowel handel en technologie, maar helaas ook klimaatproblemen en een coronapandemie. Daarmee is het onlosmakelijk verbonden met het vak waar jullie voor worden opgeleid. Wat je ook gaat doen na je opleiding, je zal in toenemende mate transnationale zorgvraagstukken tegen komen. Niet alleen met betrekking tot een nieuwe pandemie, maar ook met betrekking tot vraagstukken rond de toenemende diversiteit binnen onze samenleving, rond het effect van klimaatverandering op gezondheid, rond migratie van vluchtelingen, en ga zo maar door. Global Health richt zich op het verbeteren van de gezondheid en streeft daarbij naar een gelijkwaardige verdeling van gezondheidszorg voor alle mensen. Het legt daarbij de nadruk op transnationale problematiek en kent een interdisciplinaire benadering. Daarmee is het niet alleen iets voor de gelijknamige Learning Community, maar voor alle artsen. Veel van de Global Health-aspecten zitten al verwerkt in zowel de bachelor als de master van de geneeskundeopleiding in Groningen. Zo onderscheidt Groningen zich van andere faculteiten door een groot aantal internationale studenten. Dat biedt een unieke mogelijkheid in diversiteit van elkaar te leren. Daarnaast is er in de master de mogelijkheid om een coschap in het buitenland te doen. Zo kan je daar kennis opdoen over aandoeningen die je nog nooit zag,
om te zien hoe een ander zorgsysteem in elkaar zit en hoe mensen anders tegen ziekte, gezondheid en het leven aan kunnen kijken. Ook ik heb destijds een coschap in het buitenland gedaan en het heeft een bepalende invloed gehad op hoe ik ben als arts. Ik deed een coschap van vijf maanden in Maun, Botswana. Ik leerde er écht eens te luisteren naar longen/hart en zag aandoeningen in stadia die in Nederland zeldzaam zijn. Maar ik leerde ook hoe mensen die ik als ziek bestempelde, toch gezond konden zijn. Hoe een zorgsysteem anders kan functioneren en welke factoren daarbij een rol speelden. Als je in je carrière een moment aan kan wijzen waarop je de transitie van student naar dokter maakt, dan was mijn moment in Maun. Het heeft me laten zien dat ziekte onlosmakelijk verbonden is met de maatschappelijke en culturele context. Corona heeft een ongelooflijke impact gehad op jullie studie en onze maatschappij, maar het is slechts een voorbeeld van de effecten van globalisering. De zorgvragen zullen in de toekomst in toenemende mate samenhangen met onze verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid. Goed dus om je daar nu alvast op voor te bereiden. Hartelijke groet, Marco Versluis, MD, PhD Gynaecoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen Coördinator Tropengeneeskunde Master geneeskunde Course director semester 2.2, G2020 bachelor geneeskunde Staflid learning community Global Health m.a.c.versluis@umcg.nl
11
Suzanne Schuurman
Is dit het? Wanneer geneeskunde tegenvalt - deel I Weet je het nog? De uitslag van de decentrale selectie is binnen. Jij kiest voor geneeskunde en geneeskunde kiest voor jou. De verwachtingen zijn wederzijds hoog: jij maakt je op voor de beste zes jaar van je leven gevolgd door een carrière waar je al jaren van droomt, en de studie zal met haar stapels boeken en pittige stages veel van je vragen. Wat als het tegenvalt? Ik sprak vijf studenten die door de studie aan het twijfelen gebracht werden. In deze editie lees je de verhalen van de eerste drie.
Jasper van der Aa Studeert M1 geneeskunde, daarvoor sociologie (Universiteit van Tilburg), fysiotherapie (Avans Hogeschool, Breda) en de pre-master geneeskunde
“Ik tel de dagen, uren en minuten van mijn coschappen af.” Na ongeveer 1,5 jaar mijn eigen fysiotherapiepraktijk te hebben gehad, heb ik de zaak opgedoekt. Voor mijn gevoel kon ik klanten zelden écht helpen. Met geneeskunde hoop ik een zinvollere bijdrage aan de gezondheid van mensen te kunnen leveren. Maar de coschappen, daar heb ik grote moeite mee. Ik vind de stages, zoals ze nu zijn ingericht, een zeer inefficiënte manier van leren. Het iedere keer maar weer op een nieuwe afdeling beginnen is erg vermoeiend, het altijd en over alles enthousiast moeten zijn behoorlijk slopend en het feit dat veel artsen je liever kwijt dan rijk zijn erg demotiverend. Regelmatig loop ik daarom met lood in de schoenen naar het UMCG, ik word er doodongelukkig van en voel me totaal niet op mijn gemak in die vermaledijde witte jas. Het lijkt er soms wel eens op alsof ik de enige ben die moeite heeft met stagelopen. Van
12
medestudenten hoor ik zelden iets negatiefs. Sterker nog: alles aan de coschappen is niet gewoon leuk, maar SUPERLEUK. Dat maakt dat ik mij vaak een vreemde eend in de bijt heb gevoeld. Naarmate ik meer studenten hierover spreek en hen beter leer kennen, blijkt overigens dat ook anderen wel degelijk zo nu en dan worstelen met de coschappen, ieder op zijn of haar eigen manier. Verder krijg ik vaak van mensen te horen: “Maar je stage wordt later wel je werk, hè!” Hier ben ik het echter totaal niet mee eens. Coschappen lopen is naar mijn mening in vrijwel niets te vergelijken met het werken als dokter. Stagelopen vind ik verschrikkelijk, maar het uiteindelijke werk lijkt me nog altijd mooi om te doen. En de enige manier om dat werkgeluk te bereiken is door nu door te zetten en door de zure (cosch)appel heen te bijten.
Mijn advies: als je inmiddels hebt ontdekt dat je passie toch echt elders ligt, volg dan vooral je hart. Zo niet: geef er niet te snel de brui aan! Pas als je ervan overtuigd bent dat het beroep je geen werkplezier zal gaan brengen en de weg ernaartoe je ongelukkig maakt, zou ik op zoek gaan naar iets anders.
Pien van Heijst
Mark Folkertsma
Gestopt in M1 (KTC blok 4) Studeert nu Management, Policy Analysis and Entrepreneurship in Health & Life Sciences (VU, Amsterdam), jaar 2
Gestopt na de bachelor Studeert nu scheikunde (RuG), jaar 3
“Ik werd er gewoon niet gelukkig van.”
“Ik miste de medische wereld stiekem toch wel een beetje.”
Ik begon met twijfelen vanaf week 1 van mijn coschappen. Ik heb heel veel getwijfeld. Uiteindelijk wist ik niet eens meer waar ik aan twijfelde. Ik dacht eerst dat het aan het specialisme lag, dus heb ik meerdere coschappen gelopen. Het was soms wel oké, maar de basis van patiënten helpen, was gewoon niet wat ik mezelf later zag doen. Natuurlijk had ik af en toe ook een leuk gesprek, maar toch gaf het niet zoveel voldoening als bij anderen. Wat ook niet meehielp waren de werktijden en werkdruk van artsen in het ziekenhuis.
Toen ik van de middelbare school kwam, twijfelde ik tussen scheikunde en geneeskunde. Dat ik de decentrale selectie haalde, zag ik dat als een teken om voor geneeskunde te kiezen. In de eerste paar maanden heb ik nog veel getwijfeld, maar na ongeveer een half jaar had ik mijn draai wel gevonden.
Ik heb heel veel gepraat met vriendinnen en familie, in mijn coachgroepje en uiteindelijk ook met de studiekeuzecoach. Toen besloot ik eigenlijk al voor het eerste gesprek om te stoppen. Het voelde toen wel raar, maar ook alsof er een last van mijn schouders afviel. De coach hielp me andere masters te bekijken, ik vond het wel fijn om daar wat begeleiding in te hebben. Bij mijn huidige studie heb je de keuze uit verschillende richtingen. Ik heb bijvoorbeeld vakken over strategieën voor het behandelen van infectieziekten, of waarbij je een probleem in een ziekenhuis moet uitzoeken en advies moet geven. Het is heel breed en gaat nog steeds over de zorg, alleen dan meer de organisatie ervan. Toch mis ik soms de ziektes en het nadenken over mogelijke diagnoses. Eigenlijk vooral dat de master geneeskunde heel praktisch is. Ook mis ik soms de verhalen over patiënten. Gelukkig hoor ik die nog altijd van vriendinnen! Maar spijt heb ik echt nog nooit gehad.
Mijn advies: praat erover met mensen, heel veel. Wees ook niet bang voor reacties van mensen, want iedereen reageerde bij mij heel aardig. En als je stopt krijg je er meer slaap en vrije tijd voor terug...
Translation available on our website
Maar ik merkte dat de studie steeds praktischer werd terwijl ik meer geïnteresseerd was in diepgang. Ik miste de bètavakken zoals wiskunde en scheikunde en wilde de formules in de boeken daadwerkelijk kunnen begrijpen. Vooral de structuurformules van medicijnen vond ik erg intrigerend. Toen het einde van de bachelor naderde, hield ik me steeds meer bezig met welk specialisme ik interessant zou vinden en of ik mezelf überhaupt wel als arts zag. Ik besloot boeken te lezen over carrièrekeuzes en kwam uiteindelijk tot de conclusie dat ik scheikunde een kans wilde geven. Ondertussen ben ik klaar met mijn scheikundebachelor. In de toekomst lijkt het me interessant om nieuwe medicijnen te ontwikkelen; vorig jaar heb ik een minor farmacie gevolgd omdat ik de medische wereld stiekem toch een beetje miste. Vooral de groepsopdrachten en het vele samenwerken vond ik erg leuk aan geneeskunde. Geneeskundestudenten zijn over het algemeen extrovert en ontzettend sociaal. Dat is overigens ook nodig om geneeskunde goed door te kunnen komen; bij scheikunde heb je deze selectiedruk minder.
Mijn advies: als je het gevoel hebt dat je te veel je tekortkomingen aan het verbeteren bent - in plaats van je sterke kanten aan het ontwikkelen - dan is dat een belangrijk signaal om te overwegen om te stoppen. Maar ik zou adviseren om die beslissing niet te impulsief te nemen.
13
Thomas van der Korst
Dr. House in practice XV Movement on the ground You are on holiday in a nice sunny spot on the Mediterranean. You are minding your own business watching people walking by while waiting for your friends. Suddenly you hear a sharp gasp. When you look in the direction of where the sound came from, you see a young man stiffen and fall backwards to the ground. On the ground he starts shaking his arms and legs violently. Everybody around looks astonished and they freeze in their tracks. It is your time to shine. Because you are cool you yell: “I’m basically a doctor so I’ll take care of this”. (Editor’s note: Actually, this would be really cringy.) In my usual case presentations I try to present a case (or cases) based on something I have seen in a clinical setting. However, this case is based on something which I happened to observe outside the hospital (in another country). This kind of possible emergency setting luckily happens rarely outside our days in the clinic. When it does happen, it is good if you are able to distinguish between a true emergency situation, which requires fast thinking and acting, and something which can be solved by a cold glass of water and taking it easy. Let us get back to the case. You heard a sharp gasp. You saw the man tense up and fall backwards to the ground. When on the ground he starts shaking. Based on this information it is possible to formulate a differential diagnosis. I would invite you to think about what the possible causes might be. Once you have written down about four causes you can compare it to my differential diagnosis.
Convulsions - differential diagnosis Epileptic seizure
Psychogenic (nonepileptic) seizure
Syncope with convulsions I did actually only write down three causes, mainly because these are the most common causes of convulsions. Also because these are the disease entities I wanted to discuss. Based on the above information it is impossible to discern which of these causes was the cause of the convulsions. I will now briefly discuss all three entities so we have an idea of what we are talking about before doing some clinical reasoning.
14
Epileptic seizures Epileptic seizures are sudden disturbances in brain activity typically lasting less than two minutes. The disturbance can be caused by drug withdrawal, CNS infections, trauma, malignancy, etc., but most of the time, the cause is unknown. They can have all kinds of different presentations, ranging from a sudden sense of extreme fear to motor disturbances. The presentation is dependent on the localisation of the disturbance in the brain. In a focal seizure one specific part of the brain is affected, causing symptoms associated with the function of that part of the brain. In a generalised seizure neurons are activated throughout the brain and always cause a loss of consciousness. There are several types of generalised seizures. Tonic type seizures cause a state of constant contraction of the muscles. Clonic seizures involve the shaking of limbs. Tonic-clonic seizures are a combination of this type of seizure with a contraction of all muscles with shaking limbs. In myoclonic seizures muscles start spasming, so rapid contractions and relaxations of muscles. When consciousness is restored, the patient is usually in a confused state. If an epileptic seizure continues for more than five minutes it is called a status epilepticus which could result in death without prompt treatment.
Syncope A syncope (also known as fainting) is a brief loss of consciousness caused by a decreased blood flow to the brain. Commonly this can be paired with convulsions which can easily be mistaken for muscle activity related to epileptic seizures. Based on the mechanism behind these syncope’s it is easy to imagine some of the causes of syncope. The most common is the vasovagal syncope where the parasympathetic stimulation and sympathetic stimulation caused a passing shortage of blood flow through the brain. This can be
caused by, for example, prolonged standing in heat (those videos of soldier suddenly collapsing) or emotional distress (a damsel hearing shocking news in any 19th century novel). However, more seriously it could be the first expression of serious cardiac disease like arrhythmias or valvular disease. When they regain consciousness they are usually completely lucid.
Psychogenic seizures Psychogenic seizures are a very interesting entity in that they seem similar to epileptic seizures in presentation but there is no abnormal electrical activity in the brain (as detected with an EEG). As the name suggests the seizures are psychological in nature and not currently explained through neurobiological methods. It seems that in the majority of the patients the convulsions are not voluntary (otherwise it would be diagnosed as factitious disorder). Usually consciousness is completely normal after the episode, the patient is oftentimes very emotional though.
Presentation It is easy to mistake these three for each other purely on clinical presentation. A definitive diagnosis for either of these three options is actually quite challenging. For epilepsy at least two separate episodes are needed for the diagnosis, therefore it is impossible to diagnose it during the first presentation as would be the situation for the presented case. A syncope is also quite hard to diagnose if it is a one-off situation with the perfect storm of causes coming together (hot weather, stressful event, blood pressure medication). And psychogenic seizures are a diagnosis of elimination. So, based on the aforementioned it is impossible to diagnose this patient. You could ask a family member if they are known with seizures but that is about it.
Ramifications Even though it is difficult, it is very important to distinguish between the three. In the case of an epileptic seizure which could result in a status epilepticus, this requires prompt treatment. In the case of a syncope there could be a serious heart condition going on, which would also require prompt treatment. On the longer term there could be serious underlying disease which has the initial presentation of convulsions. So, how can you, on the street, recognise which of the three is going on?
Distinguishing With psychogenic seizures, patients close their eyes while epileptic patients usually open their eyes during a seizure. The seizure pattern in psychogenic seizures is also different with pelvic thrusting and side to side shaking instead of symmetric movements. Psychogenic seizures can also last the longest of the three, sometimes it can be counted in hours instead of minutes as is the case with epileptic seizures. Another interesting finding is that psychogenic seizures almost never result in serious injuries from the fall (they will almost never fall into a cactus, for example). Syncope often causes the briefest convulsive activity, usually under 15 seconds. It should also be noted if there were stressing factors which could have influenced the onset of a syncope. The presentation of the convulsion vary greatly with syncopes, some presentations mimicking tonic-clonic seizures or even psychogenic seizures. To summarise please refer to the table.
Onset
Duration
Movements
Gets injured
Posture before convulsions
Post-convulsive state
Psychogenic seizure
Acute or general
Up to hours
Variable (pelvic thrusting, not symmetrical)
Almost never
No impact
Rapid recovery (but emotional)
Epileptic seizure
Acute
1-2 minutes
Variable
Likely
No impact
Confusion
Syncope
Acute
<15 seconds
Variable
Likely
Usually upright
rapid recover
15
Michail Kokkorakis
A lucent specialty Interventional radiology December 28th, 2017 - the day I decided to pursue a medical career. Attending a triple bypass surgery was something so mind-boggling to me that I fell in love with this field immediately. Entering med school to become a surgeon is quite a cliché, I am not gonna lie, but it was what fascinated me at that time. Having finished the first year of my studies, I have acquired a better understanding of some specialities. Until recently, I still believed that surgery was the specialty I could imagine myself doing in the future. So what changed? On a not so busy day in May, I was scrolling through some TEDx talks, and I came across one called “Saving mothers through a pinhole” by Dr. Gregory Makris. As the title was very strange (but definitely eye-catching), I clicked on it without a second thought. On that day the secret world of interventional specialties unraveled in front of me. So let me enlighten you on what it is about. Charles Theodore Dotter is considered to be the “Father of Interventional Radiology” as he utilized the body’s vascular network to reach every possible target (organ or tissue) with a wire. This notion has developed to minimally invasive image-guided (with X-Rays, ultrasound, CT, and MRI scans) surgeries that are highly accurate. It is needless to say that interventional radiologists are involved in all kinds of specialties and this is a particularly important asset for those who easily get bored with a daily routine.
16
What can be treated using these techniques? Sites of internal bleeding can be accessed and stopped, blocked arteries can be unblocked, venous problems can be resolved and even a stroke or cancer can be treated! It is also noteworthy that oftentimes no general anesthesia is required and the operation can proceed with only local anesthesia. As the operation is minimally invasive, complications are fewer and the duration of the patient’s stay in the hospital is very short, many patients are discharged on the same day.
“Interventional radiology is involved in all kinds of specialties” To those of you who think that this sounds interesting, a question may arise: how do I become an Interventional Radiologist (IR)? Well, it depends on the country. For those of you who are interested in pursuing a medical career in the U.S. you need to sit some exams called “USMLE” to grant you entry to local medical
residency programs. One option in the States is to start with a 5-year residency in diagnostic radiology followed by a 1 to 2-year fellowship in interventional radiology.
“On that day the secret world of interventional specialties unraveled in front of me.” Another (more recent) option is to start immediately with the interventional radiology residency program. In the U.K. the pathway looks a bit different. After medical school you have to complete a 2-year foundation program, which is an introduction to “real-life clinical medicine”, you continue with a 3-year diagnostic radiology training and eventually you proceed with an extra 3-year interventional radiology program (recognized as sub-specialty). In the Netherlands the specialisation to radiologist takes 5 years, this is followed by a 2-year sub-specialisation to Interventional Radiologist. In Europe, most of the IR specialists are employed by public hospitals, but these services can also be offered in the private sector (in a small percentage, affiliated with a public hospital). An exception to this rule can be found just over the Atlantic, as quite some private practices offer IR services in the U.S. On the right, the treated varicose veins with the use of IR can be visualized.
How can I get involved during my studies in this field?
Interventional Radiological Society of Europe (https:// www.cirse.org/). There you can find various activities, conferences, webinars, and other programs to familiarize yourself with IR and find out whether it is something for you. Another initiative would be to create an activity yourself. Profile Education is a very attractive opportunity for second-year medical students to try out Interventional Radiology just by reaching out to IR specialists in other hospitals or within the UMCG and organizing internships or clinical shadowing opportunities during a 56-hours course.
All in all Interventional Radiology is still in its infancy, but it seems very promising for complex medical problems like cancer or cardiovascular disease. Lately, it has become increasingly popular and many IR-residency positions are occupied as the need for IR specialists is hitting the roof in many countries like the U.K. and the U.S.
IR society is rather welcoming and many associations from different entities have been created. One of the most well known is the Cardiovascular and
17
PanEssay door de jaren heen: 2015-2020
Suzanne Schuurman
Cocolumn FAQ over de coschappen (deel I) Maandenlang zijn de ziekenhuizen coloos geweest, maar gelukkig was het dit collegejaar voor de nieuwe lichtingen dan eindelijk tijd om te starten. Nu ik - intussen benoemd tot commissie-oma - de coschappen achter de rug heb, leek het me wel eens tijd om terug te blikken. Bij deze deel I van mijn tips voor de beginnende coassistent! Zie voor meer tips deel II in de decembereditie. Vraag 1. HELP! TIPS? Mijn belangrijkste inzicht van de afgelopen jaren coschappen lopen is: het hoeft niet altijd leuk te zijn. Het is prima als je sommige (of zelfs veel) dingen niet zo boeiend vindt, je bent heel normaal als je niet staat te springen om bij een bepaalde operatie te zijn en de gedachte ‘Wat zou ik nu graag naar huis gaan om te slapen/Netflixen/huilen’ is er een die bij velen dagelijks voorkomt. Laat je niet uit het veld slaan door anderen in je coachgroep die alles SUPERLEUK, echt HEEL interessant vinden. Wees eerlijk als een medestudent vraagt hoe je je coschap vindt, zo doorbreken we hopelijk eindelijk eens die schadelijke sfeer waarin alles geweldig moet zijn omdat je #blessed bent om alleen maar in het ziekenhuis te mogen rondlopen. Ook als een staflid deze vraag stelt kun je best (tactvol) aangeven dat het je wat tegenvalt, of dat je bepaalde dingen moeilijk vindt.
Vraag 2. Ik bedoelde eigenlijk praktische tips, geen meta-gezever. Sorry, ik liet me wat meeslepen. Een belangrijke praktische tip is natuurlijk om goed voorbereid te zijn, en dit vooral ook te laten merken. Lees je dus daarom de dag voor een operatie niet alleen in, maar bedenk ook een vraag om aan de chirurg te stellen wanneer je daar staat. Liefst iets wat je ook daadwerkelijk zou willen weten, natuurlijk.
Een andere belangrijke tip berust op het gedachtegoed van zeer eloquent PanEssayredacteur Thomas van der Korst: ‘NO EATY MEANS NO THINKY.’ Wees niet zoals die aiossen, die al statussen bijwerkend in de droppot graaien omdat ze pas tijdens zonsondergang zullen gaan lunchen. Prop een banaan, appel of een plattere fruitsoort (ik ken er eigenlijk geen) in de zak van je witte jas, evenals crackers, rijstewafels, repen, een AH-verspakket, et cetera. Probeer op tijd te eten, en als je weet dat dit in het ziekenhuis niet gaat lukken, ontbijt dan in ieder geval vezelrijk.
Vraag 3. Zijn er boeken die je aanraadt? Het Oxford Handbook of Clinical Medicine is erg handig tijdens verschillende coschappen en over het Zakboek spoedeisende geneeskunde heb ik ook goede dingen gehoord. Verder ga ik aan het begin van een coschap naar de ziekenhuisbibliotheek en leen daar zo’n beetje de volledige plank van het betreffende specialisme. Doe dit trouwens maar niet, want deze tip werkt niet echt meer als iedereen het gaat doen.
Vraag 4. Hoe zit het met cultuurverschillen tussen afdelingen? Ik vroeg dit aan mijn vrienden, wat onder andere het volgende opleverde.
Een goede voorbereiding komt ook tot uiting bij het inrichten van je jaszakken. De benodigde materialen zullen per specialisme verschillen, maar denk aan pocketsize boeken (zie ook vraag 3), pennen, een notitieblokje of -boekje, een reflexhamer, een rolmaat, een lampje en natuurlijk je stethoscoop. Het gevoel van die co zijn die een meetlint bij zich heeft als de specialist er verwoed naar op zoek is, is nauwelijks te omschrijven. Zoek van tevoren goed uit waar je moet zijn, loop er eventueel zelfs al even langs. Er is niets zo slecht voor je bloeddruk als de ruimte van de ochtendoverdracht niet kunnen vinden op je eerste dag.
20
Translation available on our website
Chris Lenselink
Boek op recept Fictie Vol trots toon ik altijd aan bezoek mijn boekenkast, waarbij ik Clinical Medicine – met pagina’s die er haast uitvallen - toch wel aanwijs als mijn bijbel. Echter, na het zwoegen voor zo’n tentamen en je de beleidsopties wel kunt dromen, is het toch wel eens fijn om iets anders te lezen. Zodoende hier drie fictieboeken, met oplopende moeilijkheidsgraad, zodat je ook een beetje empathie kunt ontwikkelen voor zaken buiten je eigen wereldje. Allendes repertoire is er één waar je u tegen zegt. Opgegroeid met een vader die alles las, ben ik echter nooit echt fan van haar geweest: ik vond het iets te populaire literatuur. Bloemblad van zee is misschien anders. Het is een historische roman die ook vandaag zeer relevant is. Allende juxtapositioneert de Spaanse en Chileense burgeroorlogen en stelt zich hardop de vraag wat een thuis definieert. De Chileense dichter Pablo Neruda stuurt in 1939 een schip naar Frankrijk om 2.000 Spaanse republikeinen naar Chili te halen, ten gevolge van Franco’s overwinning. Hierbij zitten de legerarts Victor Dalmau en zijn zwangere, geweduwde schoonzus Roser Bruguera, die zich proberen te wortelen in Chili, wat aardig lukt. Met het lot blijkt echter niet te tarten: in 1973 wordt de linkse regering aldaar omvergeworpen en er ontstaat een dictatuur. De beschreven mensonterende omstandigheden laten je nadenken over politieke vluchtelingen en wat zij moeten doorstaan. Het liefdesverhaal is daarentegen behoorlijk afgezaagd.
Eerst maar een disclaimer: Een klein leven is niet zo klein, namelijk zo’n zevenhonderd pagina’s. Dat geeft eigenlijk niet, want de stijl is vrij eenvoudig. De setting is vergelijkbaar met matige vooravondseries zoals Friends: vier vrienden in New York worden zo’n dertig jaar gevolgd en hun lief en leed worden uitgebreid verslagen. Toch komt er wel een tandje bij. Gedurende het boek komt Jude steeds meer op de voorgrond. Je vraagt je af waar zijn wonden vandaan komen, waarom loopt hij mank, waarom zit hij soms in een rolstoel? De drie vrienden durven het niet te vragen, dus komt Yanagihara met flashbacks, minutieus gedoseerd door de hele roman heen. Het verhaal is heftig, met getouwtrek tussen geluk en verdriet – Jude krijgt een hoge positie bij een advocatenkantoor, zijn vriend duwt hem uit het raam. Hoewel gedoopt tot ‘Great gay novel’, houdt Yanagihara zich ver van labels en houdt zich liever bezig met onnodig lange, haast realistische beschrijving. Het verhaal van Een klein leven is goed en raakt je echt, maar de taal, de woordkeuze en de stijl doen voor mij niet onder voor een tweedeklasopstel. Er wordt wel beweerd dat Ulysses (Latijns voor Odysseus), na de Bijbel en de Odyssee het meest bestudeerde boek is. Wie dit boek gelezen heeft, zal ongetwijfeld begrijpen waarom. Het is niet voor niets dat Ulysses volgens The Guardian tot de minst uitgelezen boeken behoort. Er lijkt geen enkele structuur te zitten in de verhaallijn en dat maakt het wellicht lastig. Ook is de stijl soms pittig; Joyce maakt veel gebruik van de stream-of-consciousnesstechniek, oftewel de letterlijke gedachten van personages in vaak onvolledige zinnen noteren (er worden veertig pagina’s gevuld met welgeteld acht zinnen). Dit klopt wel met Joyce’s intenties, hij heeft gezegd dat hij het boek zo moeilijk mogelijk wilt maken zodat er nog eeuwen over gesproken zou worden. De achthonderd pagina’s beschrijven gebeurtenissen gedurende zestien uur in Dublin, op 16 juni 1904. Het heeft weinig zin om hier een uitgebreide plotsamenvatting te geven. Ulysses is een moderne parallel aan de Odyssee waarin Joyce commentaar geeft op (Ierse) thema’s in de twintigste eeuw. Het is een boek dat iedereen moet proberen, maar als je de Saskia Noortjes gewend bent zal het hem niet worden.
Anne van Casteren
Medicine and art Clean as a whistle, smelling like a rose Ah, the luxury of a good bath. Those who have ever lived in a classically mold-ridden student house, complete with a temperamental broken shower, will know this seemingly unattainable daydream of a clean, bubbly, warm tub of water. And while you may hopelessly look forward to visiting that one friend’s or parent’s bathroom, to an ancient egyptian your collection of soaps and options of hot or cold water would be luxury enough. With the help of two mosaics, we will explore some of history’s highlights when it comes to keeping clean.
The basic recipe for a non-modern soap is as follows; animal fat or oil is combined with alkaline salts (such as sodium carbonate out of ashes), and sometimes a form of exfoliant. In its most basic form, this results in a harsh soap that is suitable for washing cloth or hair. Cleaning ones body and surroundings is a necessary habit almost all animals have, which has medical relevance because of its goal of removing disease causing factors (such as bacteria). While keeping clothing clean probably decreases the chance of contracting some diseases, it is not a direct medical intervention and therefore not of any interest to us. The real mystery is the use of body soap. Personal hygiene habits using soap have a direct influence on occurrence of skin disease and infection. It removes bacteria and grime from the skin, and prevents or soothes skin conditions such as eczema. A softer soap is needed for this purpose, which ideally also has disinfecting properties. Without knowledge of bacteria or other causes of disease, how could a progressing society come to the conclusion to use soap for medical reasons? Baffling as it might be, soap has been used almost since the start of recorded history. A fascinating document thought to be written around the 1550 century BC, called the Ebers papyrus, describes various treatments for common diseases. It also features some surprisingly accurate interpretations of anatomy, but we’ll ignore those for now. A chapter on skin disease features multiple options of ointments and, as one of the earliest sources, a recipe for soap. The Ebers papyrus was written in possibly the most wealthy period of egyptian ancient civilization, which explains the complex medical knowledge featured.
22
Many recipes in the skin disease chapter use honey, onion, sea salt, milk or urine. These ingredients have been shown to have anti-inflammatory or disinfecting purposes. Their use of mild and moisturizing fats and oils along with the “active’’ ingredients is now also known to soothe eczema. Combined with a strong belief in the gods that blessed and recommended these treatments, it is not difficult to imagine that an ancient egyptian would experience a soothing or even curing effect on mild skin conditions. Even wounds on the skin would benefit from a more conscious and possibly anti-inflammatory wash. A fragment of the Ebers papyrus can be seen behind the article headline. In contrast to their southern counterparts, the Romans didn’t seem so keen on body soap. Early accounts only show the existence of harsh fabric soaps that are too drying for use on the skin. The idea of soap being used for medical reasons seems at this point to not have survived the Egyptian era. Most are familiar with the roman bathhouse, where warm and cold baths were available. For sports, oil was used on the skin that was removed not with soap, but with a scraping stick. While bathing, public or private, was common, the use of soaps was not. At least not until a milder variant was discovered that could be used frequently on the skin. In the mosaic shown at the bottom of the next page, which is made in the classic style found in Roman bath houses, a goddess can be seen preparing herself to get dressed. The way she holds her hair suggests she has been washing up.
After the Roman period of mild soap use, the Christian middle ages saw a decline in the use of these hygiene products. Washing frequently or with soap was considered a pagan practice. Regions toward India continued to produce and use the roman style soft soap, but for Europeans useful medical intervention or prevention on skin conditions was uncommon. A practice that did survive the Roman period, however, is that of foot washing. In both Roman and Greek mythology, scenes exist where a person’s feet are washed by another as a form of respect. For example, Odysseus’s feet are washed by his childhood caretaker when he returns home after all his adventures. Presenting himself as a stranger in need of help, he is offered the hospitable gesture of a foot bath. He is then recognised by his caretaker because of a specific scar on his ankle, signifying the importance of the foot washing ritual.
In the mosaic above, Jesus can be seen washing his apostles feet as a similar gesture of respect. The reason why this was seen as such a respectful ritual is due to the necessity of having healthy feet and the high probability of them getting wounded. Helping another avoid infection and the possible disability that would follow infection is, logically, a very kind gesture. Today, keeping your feet clean is still very relevant and useful medical advice.
‘’Real’’ soap did come back eventually though, as did daily washing. Full-on bathing as the Romans and perhaps Egyptians did is a relatively new habit. The 19th century saw once again an interesting turn in washing, as soaps were increasingly marketed for help with the complexion. This is a drastic difference with the Egyptian body soap which had the purpose not to improve looks but to cure itching or painful conditions of the skin. Victorian soap was supposed to clean the skin and brighten skin, and to achieve that sometimes contained poisonous arsenic. While the medical community learned relatively quickly the dangers of arsenic, marketing overpowered them at this time. Soaps with names such as ‘’Dr. Macenzies medicated arsenic soap’’ made it seem like a professional solution for temperamental skin to the general public. And while the name may sound like a medical soap, and it certainly was supposed to cure some sort of skin problem, one could argue that the goal of keeping clean here has changed towards a less purely medical direction. Soaps still consisted of the classic fats and salts, as well as these more controversial active ingredients. Modern soap is much more varied, although it usually contains sulfates as its cleaning ingredient. One major difference with the ancient variations is that we now, of course, know the reason why we wash with soap. This has become only more true since the introduction of the shall-not-be-named worldwide virus (which inspired this hygiene focussed article). Most modern antibacterial soap contains multiple antibacterial ingredients besides sulfates. It is however globally recognized that only products containing harsher ingredients like alcohol truly disinfect the skin. Most skin conditions developing in spite of use of modern soaps can now be specifically diagnosed and treated with lab researched (relatively) specific medicine.
23
Chris Lenselink
Marktwerking in de zorg Concurrentie voor je cholecystectomie In de jaren negentig van de vorige eeuw ontstonden er lange wachtlijsten voor de zorg. Het duurde soms maanden eer je terecht kon bij een dokter. Patiënten waren logischerwijs ontevreden en er ging steeds meer geld naar de zorg. Het kabinet kwam met een mooie rechtse oplossing: het Ziekenfonds werd afgeschaft en er kwam ruimte voor marktwerking in de zorg. Verzekeraars moesten hierbij met elkaar concurreren en de gedachte was, dat dit zou leiden tot lagere premies. Anno 2020 is er vanuit linkse hoek veel kritiek op het systeem, de coronacrisis heeft dit debat weer doen aanwakkeren. Is dit terecht en moeten we naar een Nationaal Zorgfonds of moet de regering lekker achterover zitten en de onzichtbare hand van de markt zijn werk laten doen?
Ik zal maar met de deur in huis vallen: het is enorm lastig om hier tot een eenduidige conclusie te komen. Hierbij spelen onder andere een rol dat zorg een heterogeen goed is (niet alle zorg is hetzelfde) en dat de kwaliteit lastig te meten is. Ook wat betreft financiën is het lastig om te vergelijken, de zorg(vraag) is nu inmiddels anders dan voor 2006, toen het huidige systeem geïntroduceerd werd. Desalniettemin zal ik proberen wat concrete conclusies te trekken. Op vier gebieden zullen de voors en tegens van marktwerking besproken worden: kwaliteit van zorg, keuzevrijheid, financiën en het zorgstelsel. Daarna zullen we bekijken wat wijsheid is: zo doorgaan met dit systeem, doorgaan maar met aanpassingen of lekker linksaf afslaan naar een staatsmonopolie?
Kwaliteit van zorg Beide kampen voeren aan dat de kwaliteit van de zorg het beste gewaarborgd is onder hun voorkeurssysteem. Kamp liberaal zegt vooral dat concurrentie het beste middel is om een lage prijs te krijgen. In een (bij benadering) vrije markt zullen de zorgaanbieders klanten willen lokken met de beste kwaliteit voor de laagste prijs. Dientengevolge zullen klanten overstappen als de kwaliteit hen niet naar de zin is, wat dan zou leiden tot de beste kwaliteit. Ook is het mogelijk dat sommige aanbieders zich dan specialiseren in een bepaalde doelgroep, wat de kwaliteit voor die groep zou verhogen. Omdat zorg hier echt als product gezien wordt, staan de wensen van patiënten in theorie centraler (denk aan specifieke behoeften, kwaliteit van leven). Ten slotte is het mogelijk dat marktwerking leidt tot nieuwe, innovatieve aanbieders met nieuwe behandelingen en dat de markt zichzelf zo verbetert.
24
Het probleem met markten is dat de meeste aanbieders vooral gericht zijn op maximale winst. De kwaliteit van het product is dan wat minder relevant als je toch die paar ruggen op je rekening krijgt. Daarnaast vermindert concurrentie de samenwerking tussen ziekenhuizen. Immers, er moet toch winst gemaakt worden. Vergelijk het met een Albert Heijn en Jumbo die vlak bij elkaar gevestigd zijn: de prijzen zijn misschien lager, maar ze gaan echt niet samenwerken om de kwaliteit van hun huismerk Liga’s te verhogen. Voorts kunnen aanbieders zorg die voor slechts een kleine groep relevant is (bijvoorbeeld specifieke biologicals) niet of tegen een hele hoge prijs aanbieden, omdat het voor de aanbieders anders niet rendeert. Hierbij komt zowel een economisch als ethisch dilemma om de hoek kijken: hoeveel mag een behandeling kosten, en wie bepaalt dat? Ook moet nog genoemd worden dat kwaliteit een moeilijk te objectiveren maat is. De indicatoren die nu gebruikt worden zijn zeker niet perfect en geven verzekeraars, aanbieders, patiënten en de overheid een onvolledig beeld van hoe het nou echt zit. Het is immers ook lastig om de kwaliteit van zorg tussen een academisch en perifeer ziekenhuis te vergelijken. Je zou hieruit kunnen concluderen dat het beter is dat de overheid de regie houdt over het aanbod en dus kwaliteit van de zorg.
Keuzevrijheid Tegen het einde van het jaar is er altijd een oeverloze hoeveelheid aan reclames oproepend om over te stappen van zorgverzekering, want er is altijd één beter en goedkoper. Dit illustreert goed dat patiënten
veel keuzemogelijkheid hebben om een verzekeraar te zoeken die bij hun (prijs)wensen past. Daarnaast kan marktwerking verschillen tussen ziekenhuizen beter blootleggen waardoor mensen zich beter bewust zijn van de verschillen. Die vrijheid is echter beperkt. Doordat verzekeraars zorg moeten inkopen, kan het zo zijn dat je met een bepaalde verzekering niet bij een ziekenhuis terecht kan. Zo kan je niet met alle polissen van het Zilveren Kruis bij het UMCG zorg ontvangen zonder dat je moet bijbetalen. Ook in het geval van acute zorg valt er weinig te kiezen. Het is ook te beargumenteren dat burgers helemaal niet zitten te wachten op een keuze, ze willen gewoon die verstandskies laten trekken bij het ziekenhuis om de hoek en verder geen gedonder hebben. Dan zou alles beter centraal geregeld kunnen worden.
Eenzelfde lijn van gedachten geldt voor burgers en politici: we vragen ons collectief af welke zorg vergoed zou moeten worden en waar de grens ligt. Zoals eerder genoemd is er weinig samenwerking tussen partijen. Iedereen is van elkaar afhankelijk, maar niemand is gelijk. Burgers staan altijd met 1-0 achter, omdat de enige manier dat ze invloed kunnen uitoefenen maar één keer in de vier jaar voorkomt, en ook nog eens heel indirect is. Het doel van verzekeraars en aanbieders is in het huidige systeem winst maken, terwijl patiënten gewoon gezond willen zijn. Dat botst. Ook is marktwerking niet egalitair: de rijken kunnen zich het duurste pluspakket veroorloven terwijl de armen het moeten doen het met basispakket. Het vereconomiseren van zorg leidt er ook nog eens toe dat alles een prijskaartje moet hebben: alles moet snel en gedocumenteerd worden en er is minder oog voor de patiënt.
Financiën Doordat burgers zich wel moeten verdiepen in het zorgsysteem, zijn ze zich mogelijk meer bewust van de kosten die het met zich meebrengt. Wellicht probeer je gezonder te eten, zodat je later niet aan de metformine moet of gedotterd moet worden. En die niet per se noodzakelijke facelift, moet je gewoon zelf betalen. Ook hoeft de overheid niet alle kosten te dragen, investeerders van buiten kunnen ook financieren. Het staat buiten kijf dat de zorgkosten gigantisch zijn, kijk maar eens naar de miljoenennota. Het is in het belang van zorgaanbieders om zoveel mogelijk aan te bieden, ze krijgen toch betaald per behandeling. Preventie van ziekten is eigenlijk niet winstgevend voor hen: als mensen niet ziek worden, hoeven ze ook niet genezen te worden. En die concurrentie leidt juist ook tot de noodzaak van marketing en de daarbij gepaarde kosten en bureaucratie. Al die reclames in december geven ze ook niet weg, en daar kan je vast een paar thoracotomieën van bekostigen. Een veel gehoord kritiekpunt is ook dat veel geld gaat naar de tussenen bestuurslagen, en niet naar de mensen aan het bed. Dat is tijdens de coronacrisis bevestigd.
Tot slot: als je nou écht fan bent van marktwerking, dan zit je nu ook niet echt op je plek. Deze markt is zo sterk gereguleerd dat er eigenlijk geen sprake is van volkomen concurrentie en er dus weinig ruimte is voor innovatie.
Hoe nu verder? De maatschappelijke tendens keert zich steeds meer tegen marktwerking. Denk aan het verzet tegen de sluiting van het Slotervaart Ziekenhuis en het MC Zuiderzee, of het beknibbelen op het Refaja. Ook nu lopen de wachttijden weer op, en er is steeds meer roep op zorgmedewerkers beter te belonen. Wat je er zelf van vindt, kan je baseren op bovengenoemde. Hoe je er ook in staat, doe er iets mee in maart 2021.
Zorgstelsel Eigenlijk is het best wel helder welke verantwoordelijkheid waar ligt. Zo is de overheid verantwoordelijk voor het basispakket en het eigen risico, en bepalen de verzekeraars de premies. Dit is wellicht overzichtelijker dan het Ziekenfonds. Daarbij komt kijken dat bestuurders vaak een bedrijfskundige achtergrond hebben en dus voor meer efficiëntie kunnen zorgen.
25
Ivanka van Wijk
An illness you can’t hide My experience as a medical student with a skin condition Chronic. Never-ending. No cure. These are painful words that unfortunately many patients have to hear in the doctor’s office. Having a disease is never fun. It’s painful, it’s embarrassing, and it can impact your life in unexpected ways. However, chronic conditions carry with them an additional burden. This burden is knowing that your pain and discomfort isn’t temporary. It’s a persistent problem that you have to continuously try to readjust your life to. It’s knowing at the end of the day, things might not get better. Even if you’re able to manage your symptoms with medication and adjustments, it’s a lifelong subscription to pills, pharmacy visits, and endless doctors appointments.
At a young age, I was diagnosed with atopic dermatitis, otherwise known as eczema. My parents were told it was a common condition, and were given a tube of steroid cream to use when I had a flare-up. They were told I would most likely grow out of it. As a little kid, I didn’t give this much thought. It sometimes kept me up at night itching, but other than the discomfort I was a happy kid. However, as I got older, I became more aware of what other people think of my skin. Other kids would point at it and ask what was wrong with me. ‘Ew, is that contagious?’ ‘What’s wrong with your skin?!’ ‘Try moisturizer!’ are some phrases I’ve heard. Nobody could see the hours I put into taking care of my skin, with prescription medication and endless tubes of moisturizer. People would stare when I wore short sleeve shirts. I became self-conscious and
“Ew, is that contagious?” “What’s wrong with your skin?” “Just use moisturizer!” started wearing sweaters in the summer, only leading to sweating and worse flare ups. For many conditions, it is a hidden struggle. But for chronic skin conditions, it’s a battle that’s written all over your body. It’s an additional factor to consider as a body-conscious teenager in a world so focused on appearances. It’s missing pool parties because the chlorine burns your skin, and the thought of everyone seeing you in a bathing suit making you feel sick. It’s throwing away bath bombs, perfumed lotions, and makeup. It’s constantly thinking about and avoiding anything that might trigger your skin.
26
Today, I’m twenty years old, and I never outgrew eczema as my doctors had hoped. While my actual skin became thinner from steroid creams and damage, my skin grew thicker against people’s comments. I’m studying Medicine, my dream field, and I have so much to be thankful for despite my eczema. I’m excited to help people in the future who feel just as frustrated and hopeless with their health as I have felt with mine. However, being a medical student with such a visible illness carries its own challenges. I overhear friends discuss the pictures of skin conditions we see in lectures and textbooks, calling them gross and nauseating. Pictures of skin that looks a lot like mine. ‘I’ll never specialize in dermatology, yuck!’. Eager, interested students look at my skin and comment what they think it is, and how I should treat it. I can’t blame them, as they mean no harm; however it’s not nice to be seen and treated as a medical case by my peers. During a particularly bad flare up in my second year, my eczema appeared on my face and neck. I had red, blotchy patches right where everyone could see. Eczema on my eyelids causes my eyes to sometimes swell shut. I stopped going to lectures and hid in my room, only leaving to get groceries. My roommates tried to get me out into the world again. As you might expect, my grades suffered a lot during this block of the semester. Despite this, being a medical student with a skin condition is not always a bad thing. I really understand my illness now, and how my body works. I appreciate being healthy in all other aspects, as I now have an awareness of other conditions besides my own, and how they negatively impact people’s life. I’m thankful to have a working heart, lungs, and be healthy enough
to run around, travel, and use my body as I need. I think I bring a unique perspective to future consultations with patients, as I have firsthand experience with illness that gives me the ability to empathize with the struggles of others. I read publications about developments in eczema treatment, and I can now understand it. It gives me hope for a future where eczema will be less of a burden for so many people, including myself. More and more promising biological drugs for eczema are being developed and brought to the market in the upcoming years, and maybe one might arrive that finally brings the diease under control, for me and many others. Because eczema is a common illness, we as future doctors will surely encounter it in our daily practice, no matter the speciality. However, patient satisfaction with the treatment of eczema is shockingly low; 91% of patients feel that their doctors don’t know how to treat their eczema (see image). So, how can we, as future practitioners, change this narrative? Through my experience with eczema and the treatment I have recieved, I suggest these points to keep in mind when seeing future patients.
It’s not as simple as ‘stop scratching’
Often, investigating possible triggers and allergies (laundry detergent, pets, foods, cosemetics, etc.) and removing them from the enviroment can prevent eczema from occuring in the first place. This is a valuable approach that many doctor’s skip over because its ‘like finding a needle in a hay stack’. However, if the triggers are uncovered it can have a major impact on the patients quality of life. There are also other, non-pharmaceutical treatment options available that should not be overlooked. Light therapy can offer significant relieve for some. A strict moisturizing regimen can also provide control. Its important to look outside the box when treating a patient, as corticosteroids are not the only element of treatment.
Listen to your patient This may come as a suprise, but eczema is one of the dieases with the highest reduction in quality of life (QOL). It can affect a patient’s relationships, self confidence, and even their career. I was told by my dermatologist that I should not consider a surgical speciality, because scrubbing in to surgery would be too rough on my hand eczema. Listening to the patient and how it affects their life is key, because then you can tailor a treatment that offers the best support for their situation.
This is often the first step doctors try when treating eczema. It’s definitely true that the less scratching the patient does, the better the eczema heals. However, due to the chronic and relapsing nature of the disease, scratching the itch can sometimes offer the only temporary relief a patient has after hours of irritation and inflammation. Of course the patient recognizes that scratching is not in their best interest, but it’s an unachievable goal to tell them not to. The patient likely already feels guilt, so try to skip stating the obvious and making them feel ashamed if they can’t adhere to that advice.
Stronger corticosteriods is not the answer for everyone The first-line treatment for eczema is topical corticosteroids, which reduce the inflammation and the itch. This works for a lot of patients, but often doctors see the only route of treatment as continuously upping the dosage and potency of the steroids. However, this is not without consequence. Too high dose steroids for a long period of time can cause what is now known as topical steroid withdrawal (TSW). This is when the body adjusts to the constant medication, and leads to much worse symptoms when the medication is stopped than the intial symptoms of eczema. This can take months to recover from, yet many doctors still do not practice caution when prescribing corticosteroids for long-term use. Steroids also cause local skin thinning over time, leading to the skin being more vulnerable to damage.
Source: National Eczema Association (nationaleczema.org)
27
Bart Hofsté
Actualiteitencolumn Safe for me and safe for you Het concept van de safe space heeft de afgelopen jaren nogal een vlucht genomen. Met name de vanuit de V.S. overwaaiende identiteitspolitiek predikt van publieke ruimtes (universiteiten, werkomgevingen) als safe space, waarmee het belang van gemarginaliseerde groepen op een veilige omgeving gewaarborgd zou worden. Desondanks klinken er ook veel kritische tegengeluiden, bijvoorbeeld van oud-president Obama, Brits cabaretier Stephen Fry, filosoof Christina Hoff Sommers, en recent, Harvard-hoogleraar Steven Pinker. Wat al deze kritieken gemeen hebben, is de opvatting dat de publieke ruimte als safe space de vrijheid van meningsuiting mogelijk in gevaar brengt, het leerproces onderdrukt en volwassen studenten infantiliseert.
Even terug in de tijd. Zegt de naam Noam Chomsky u wellicht nog iets? Eind jaren 60 tekende deze denker van Nieuw Links een aantal ‘elementaire commentaren’ op betreffende het belang van het vrije woord. Aanleiding was een affaire betreffende de pennenvruchten van een Fransman genaamd Robert Faurisson, fervent holocaustontkenner. Holocaustontkenning. Ik hoor u denken: die haperende hersenmassa van Faurisson is niet zuiver op de graat. En gelijk heeft u. Chomsky plaatste daar echter één van de volgende commentaren tegenover: indien wij niet vóór de vrije meningsuiting zijn voor precies die meningen die wij verachtelijk vinden, zijn wij in het geheel niet voor vrije meningsuiting. Elementair als een koe, toch? Sinds Chomsky echter lijkt liberaal links plaats te hebben gemaakt voor nieuwe autoritaire vormen, een nieuwe intolerantie die vanuit de V.S. meer en meer lijkt over te waaien naar Europa.
“Mensen bevinden zich niet in een permanente staat van kinderlijkheid” Nog wat verder terug in de tijd schreef John Milton in zijn onsterfelijke klassieker tegen censuur Areopagitica (1644) het volgende: “For those actions which enter into a man, rather then issue out of him, and therefore defile not, God uses not to captivat under a perpetuall childhood of prescription, but trusts him with the gift of reason to be his own chooser.” Volgens Milton zijn volwassen individuen dus zelf in staat om door middel van hun rede te kiezen wat zij wel of niet acceptabel achten. Zij bevinden zich niet in een permanente staat van kinderlijkheid, één waarin vóór hen gekozen wordt wat wel of niet acceptabel is. Contrasteer hiermee de
28
uitwassen van de safe space-cultuur: het individu als eeuwig hypersensitief kind dat bescherming en een thuis vereist tegen de gemene boze wolven uit de buitenwereld. Even verderop schrijft Milton: “I cannot praise a fugitive and cloister’d vertue, unexercis’d & unbreath’d, that never sallies out and sees her adversary, but slinks out of the race, where that immortall garland is to be run for, not without dust and heat. Assuredly we bring not innocence into the world, we bring impurity much rather: that which purifies us is triall, and triall is by what is contrary.” Milton raakt hier aan een aantal belangrijke punten. We bevinden ons in een wereld met wezenlijke verschillen tussen mensen: verschillen van inzicht, meningen, waarden, normen en identiteit. Dergelijke verschillen leiden in de publieke ruimte nu eenmaal tot een zekere mate van geschillen. Geschillen in het publieke discours zijn op zichzelf niet onwenselijk; sterker, het is juist door onze geschillen met anderen dat wij in aanraking komen met de perspectieven en de levenservaring van een ander. Een mogelijkheid tot wat Milton in religieuze termen duidt als zuivering doet zich voor, iets dat ik liever zou kenschetsen als groei. Het is een voorwaarde voor geestelijke volwassenwording: de confrontatie met het vreemde doet ons uit onze eigen cocon treden, test de fundamenten onder onze eigen meningen, onthult onze vooroordelen, en wie weet, geeft het ons nieuwe inzichten in een transformerende heldenreis die onze wereld vergroot, niet schaadt.
Een onderdeel van volwassenheid is dat je leert moedig en evenwichtig te zijn, sterk in je schoenen te staan, in je wezen onaangeroerd te blijven door de beproevingen van het leven. Om met Gautama Boeddha te spreken: dat je voor jezelf een eiland in het leven roept dat door geen vloedgolf kan worden overstroomd. Een cultivering van een dergelijke zekerheid brengt een levenslange veiligheid voor jou als individu, één die je zelf hebt weten vorm te geven en die niemand je meer kan ontnemen. Zoals psychiater en holocaustoverlevende Viktor Frankl zelf ondervond, schept een dergelijk groeiproces behalve veiligheid ook betekenis en identiteit - het vormt jouw persoonlijk verhaal: “The way in which a man accepts his fate and all the suffering it entails, the way in which he takes up his cross, gives him ample opportunity — even under the most difficult circumstances — to add a deeper meaning to his life.” Met Milton zouden we kunnen zeggen dat een dergelijke cultivering van veiligheid en betekenis juist afhankelijk is van een zekere mate van confrontatie met het onveilige, met het vreemde. Zoals alles in deze wereld komt met voor- en nadelen, met zowel baten als kosten, zo kan ook een safe space voordelen opleveren. De vraag is echter of deze voordelen wel opwegen tegen de mogelijke nadelen, wanneer niet een private maar de publieke ruimte tot een safe space verwordt. Een tweede vraag is voor wie de publieke ruimte (bijvoorbeeld een universiteit) eigenlijk een safe space zou moeten zijn. De safe space wordt vaak gepropageerd als een ruimte van inclusiviteit, maar een safe space voor mij is niet
Translation available on our website
hetzelfde als een safe space voor jou, en omgekeerd. Zo degenereert een safe space voor eenieder onmiddellijk tot een safe space voor niemand. Daarmee is de safe space bij voorbaat al iets dat gesloten en exclusief is, een ruimte waarin het recht op vrije meningsuiting van de outsider onderdoet aan het veronderstelde recht op vrijwaring van aanstootgevendheid van de insider.
“Tolerantie vormt geen onverschilligheid” Hoe dan wel? Ik zou pleiten voor een publieke ruimte als een open en tolerante publieke sfeer, waarin alle mensen, ongeacht hun afkomst, status of identiteit, met andere perspectieven en waarden, in een redelijk discours treden, in een gezamenlijke zoektocht naar waarheid, schoonheid en goedheid, en waarin ongedwongen wederzijdse hoffelijkheid en respect de goede vorm zijn. In een dergelijke ruimte worden de grenzen van tolerantie normaliter pas bereikt bij confrontatie met het intolerante, en vormt tolerantie geen onverschilligheid, maar juist een sceptische en onderzoekende vorm van wederzijdse betrokkenheid. Juist die betrokkenheid is in dit tijdperk van verdeeldheid harder nodig dan ooit, en één waaraan zowel de samenleving als de universiteit mijns inziens goed zouden doen.
29
Floor van Heuvel
Student en geheelonthouder B(i)eregezellig! Ik heb eigenlijk nooit van alcohol gehouden. Toen ik een jaar of zestien was, probeerde ik mijn eerste slokje, ergens op een feestje van een vriendinnetje. Hoewel de blauwe Hugo ontzettend zoet was, proefde ik de alcohol meteen: een soort bittere en tintelende gloed bleef achter in mijn keel. De keuze was snel gemaakt: dat glas ging ik niet opdrinken. En dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Toen de studententijd aanbrak, werd ik echter wel met mijn neus op de feiten gedrukt. Alcohol vloeit rijkelijk op elk feestje, zondagochtend wordt het bier van het terras afgeschrobd en “ik hou wel van een drankje doen” said every student ever. Als je dan duidelijk maakt dat je niet drinkt (“Ook niet een glaasje?” “Nee.”) kijken mensen echt wel even raar op. Er zijn tientallen opmerkingen die ik wekelijks naar mijn oren geslingerd krijg, maar om dit artikel kort en krachtig te houden ga ik er vandaag vijf bij langs. Gewoon, omdat het grappig is (en omdat je er misschien wat van kan leren).
OMG WAAROM? Korte antwoord: ik lust het niet. Het lange antwoord is misschien wat genuanceerder. Voorop staat nog steeds dat ik het niet lust, maar natuurlijk zou ik het wel kunnen proberen te lusten (zoals veel mensen zeggen: “Je moet het leren drinken”). Dat is echter iets wat ik vaak gewoon niet accepteer: ik ga niet iets leren drinken wat ik niet lekker vind. Mijn keuze staat vast en hoewel ik ook wel merk dat uitgaan zonder een druppel alcohol op echt niet zo boeiend is (het bestaat voornamelijk uit stapjes zetten in een overvolle bar), is dat ook zeker niet waar mijn passie ligt. Liever zit in de zon met een kopje thee, of kijk ik met vriendinnen een Netflixklassieker.
Ben je dan wel gezellig? Haha. Dat mag ik zeker hopen. Nee, deze opmerking is altijd een beetje moeilijk om over jezelf te beantwoorden. Een ding dat ik wel met bijna zekerheid kan zeggen is dat ik misschien niet gezellig ben op de manier waarop veel studenten verwachten dat je dat bent. Ik bezoek wel eens een concertje of doe een frisje in de stad, maar je zult mij nooit om vier uur ’s nachts in een bar vinden. Toch denk ik niet dat ik ongezellig ben: ik vind het altijd leuk om met vrienden af te spreken, samen te eten en te genieten van elkaars gezelschap. De relatie tussen alcohol en gezellig zijn vind ik dan ook een beetje een rare: het kan gewoon hoor, zonder alcohol!
30
Wat saai! Eerlijk is eerlijk. Er zijn weinig mensen die recht in je gezicht zeggen dat je saai bent. En nog eerlijker: vaak zeg ik het al over mijzelf om mijzelf in te dekken (een soort “nee, ik ben saai, ik drink niet”). Dat is eigenlijk, vooral nu ik het zo op virtueel papier zie staan, best wel stom. Als niet-drinkend persoon zou je jezelf niet moeten indekken door jezelf saai te noemen. Integendeel!
Oh, maar vind je het dan vervelend als ik wel drink? Nee, zeker niet. Ik ga ook echt niet aan mensen vertellen dat ze geen alcohol moeten drinken. Ik heb sowieso geen intrinsieke of diepgewortelde haat tegenover alcohol nuttigende mensen. De lijn tussen alcohol nuttigende en alcohol verdedigende mensen blijkt in praktijk echter maar dun, dus dat is het voornaamste wat ik vervelend vind. Drink zoveel als je wil (echt!), maar probeer niet te “HOLY SHIT”-en als iemand je vertelt dat hij/zij liever een sapje nuttigt. Waarschijnlijk staan ze volledig achter hun keuze en mag jij gewoon nog zo’n glaasje vloeibaar goud tappen!
Wat gezond! Bedankt! Voor de rest moet ik je zeggen dat ik daar niet echt bij stil sta. Ik ben zeker blij dat ik nog nooit boven de wc-bril heb gehangen of wakker ben geworden met een kater. Het is echter niet zo dat ik bewust niet drink voor mijn gezondheid (al zijn er natuurlijk mensen die dat wel doen), maar het is natuurlijk mooi meegenomen dat mijn good old lichaampje niet hoeft te dealen met al die vervelende stoffen. We zijn er doorheen hoor! Ik wil ten slotte nog wel even benoemen dat veel mensen het echt wel begrijpen wanneer je geen alcohol drinkt. Echter, vooral in de studentencultuur is alcohol drinken zo’n diepgewortelde traditie dat de meerderheid van de mensen er helaas toch nog wel wat over te zeggen heeft. En dat is denk ik ook hoe ik het maar afsluit: drink met mate en probeer mensen geen alcohol aan te prate(n). Cheers!
Hendrik-Willem Pasterkamp
Thuiszorgcolumn De laatste werkdag Ik schrijf deze laatste thuiszorgcolumn nu ik naar een ander team word overgeplaatst. Ik verlaat gemeente Midden-Groningen om het werk naderbij te zoeken in de stad. Maar dat brengt dilemma’s met zich mee. Je laat mensen achter en je ontmoet nieuwe, je cliënten zeggen je te zullen missen en hebben de ene verandering nog niet verwerkt of de volgende ligt al weer op de loer. Ouderen kunnen over het algemeen niet zo goed overweg met veranderingen en dat is vaak ook waardoor ze als korzelig en zuur over kunnen komen. Maar dat gaat vaak net iets te kort door de bocht, achter deze gevoelens schuilt soms een hele goede reden. Ik werk alweer een jaar in de thuiszorg en pas geleden dacht ik na over hoeveel ik meegemaakt en geleerd heb. Het doet me denken aan een fragment van een bekende televisieserie. In de serie How I Met Your Mother wordt gesproken over de ‘mermaid theory’. Dit houdt kortgezegd in dat iemand die je niet aantrekkelijk vindt, in een zeemeermin verandert als je maar lang genoeg met deze persoon omgaat. In eerste instantie was ik niet zo heel onder de indruk van mijn nieuwe werkplek, maar na een jaar in Hoogezand gewerkt te hebben moet ik zeggen dat Hoogezand voor mij in een zeemeermin veranderd is. De rustige sfeer, de vele flats die ik inmiddels als mijn broekzak ken, de oudjes die plat Gronings blijven praten ondanks dat ik ze nog steeds niet versta. Ik ben bang dat ik dit alles toch zal missen.
“Ik voelde me ook wel een beetje schuldig” Op mijn laatste werkdag besteedde ik mijn tijd veelal met het afscheid nemen van alle cliënten. Dan besef je pas dat er toch een bepaalde band is tussen jou als zorgverlener en de cliënt, die relatie is niet puur zakelijk zoals bijvoorbeeld een autoverkoper en zijn klant. De relatie tussen zorgverlener en cliënt ligt dieper, je kent de zorgen die in men omgaat en je weet soms meer dan over je eigen familie. Dit maakt het voor een oudere lastig om het vertrouwen te stellen in ‘weer een nieuwe’ verpleegkundige. Ik kwam diezelfde dag nog bij een van onze cliënten, onder het genot van een kopje koffie hadden we het nog even over het feit dat dit mijn laatste dag bij haar zou zijn. ‘Ik neem het je niet kwalijk hoor, maar je bent al de zoveelste die vertrekt de laatste tijd’ vertelde ze. ‘Straks komt er weer de zoveelste griet die niet weet wat ze moet doen, en ik ben het een beetje zat dat ik dat steeds weer uit moet leggen’.
Verder zei ze nog dat ze onze namen al jaren niet meer onthoudt: ‘dat wordt me allemaal teveel’. Wat moet je hiermee? Ik had geen flauw idee hoe ik hierop moest reageren, en ik moet eerlijk zijn, ik voelde me ook wel een beetje schuldig. Maar een gezonde patiënt- werkrelatie is echter heel belangrijk. Laten we niet vergeten dat het je werk is en dat je daarin soms ook een beetje aan jezelf moet denken. En dat lijkt me ook een wijze les voor niet alleen toekomstige, maar ook hedendaagse artsen. Vooral in deze ‘coronatijd’ is het belangrijk dat je als arts/co-assistent/ verpleegkundige en vul maar in, een goede balans moet vinden tussen je werk en je eigen gezondheid. Alhoewel het doel in de zorg is om de gezondheid van de patiënt/ cliënt te bevorderen, mag dit nooit ten koste gaan van je eigen welzijn.
“Vooral in deze coronatijd is het belangrijk dat je een goede balans moet vinden tussen je werk en je eigen gezondheid” Tenslotte heb ik in Hoogezand veel geleerd en raad ik zeker aan om als geneeskundestudent eens een kijkje te nemen in de zorg. De zorgstage is gewoon niet genoeg en ons curriculum besteedt, voor zover ik weet als derdejaars, te weinig aandacht aan ouderengeneeskunde en verpleging. In een tijd waarin de ouderen een steeds groter deel van onze bevolking vormen, is het belangrijk te weten hoe je hiermee om moet gaan. Ik hoop dat deze boodschap na deze reeks columns een beetje overgekomen is. Bovendien is een baantje in de thuiszorg ook de ideale manier om de spaarpot te spekken ter voorbereiding van de volgende bestelling studieboeken die geplaatst moet worden.
31
Medical Dutch Puzzle A trip to the GP’s office!
Across
Down
3. The doctor you visit for standard health problems. 6. This is what you get in order to help your disease. 9. When the doctor wants to send you to a specialist, he gives you a... 10. When the doctor perscribes a new medicine, you pick it up at the...
1. To pick up the medicine, you need a... 2. When the doctor whans to find out more, he orders more... 4. Most doctors wear this around their neck. 5. When the doctor recognizes the disease, he gives you the... 7. Taking a pill is called... (verb) 8. This is an agreement that you make to see the doctor at a specific time.
Answers: 1: recept 2: onderzoeken 3: huisarts 4: stethoscoop 5: diagnose 6: behandeling 7: inslikken 8: afspraak 9: verwijzing 10: apotheek
wij bieden nachtrust
Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl
VAN DER MEER
accountants & adviseurs
Nocebo
Memes
34
Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Bart Hofsté Redactie Thomas van der Korst Redactie Chris Lenselink Redactie | Lay-out Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Marit Schulte Redactie | Lay-out Angelique Wortelboer Redactie | Lay-out Suzanne Schuurman Redactie Michail Kokkorakis Redactie Ivanka van Wijk Redactie | Lay-out Anne van Casteren Redactie | Lay-out Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail Online Facebook Instagram Oplage Drukker Coverfoto
panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay PanEssay @panessay 1800 stuks OCC Crossmedia, te Breda Anne van Casteren
Sluitingsdatum eerstvolgende editie 9 november 2020
PanEss anEssa ay
Activiteitenkalender Oktober 21 Tentamen 1.1.2 27 Bachelordiner 27 Tentamen 3.1.2 29 Tentamen 2.1.2 29 Herfstborrel November 6 Open dag RUG 7 Antonius Deusing Dag 10 Algemene Ledenvergadering 14 Medische Carrière Dag 18 CSO Wijnproeverij 19 Tentamen 2.1.3 23 Herhalingscursus EHBO 24 Tentamen 1.1.3 24 Tentamen 3.1.3 December 2 Voortgangstoets 3 CuCo vrije activiteit 7 AkCie-Almanak 9 Carrière-avond 12 Co-out dag M1 15 Koek en Zopiefestijn (CMB) 17 Tentamen 1.1.4 17 Tentamen 2.1.4 18 Tentamen 3.1.4