Skip to main content

PanEssay Juni 2020

Page 1

JAARGANG 34 | NR 2 | JUNI 2020

PANESSAY

FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA


“Corparis heeft oog voor de juiste match, mijn ambities en mijn persoonlijke ontwikkeling” - een Corparis basisarts Wij zijn de specialistische werkgever die graag met jou in gesprek gaat om je te helpen aan je eerste baan als basisarts. Corparis heeft onder andere mogelijkheden in de ouderenzorg, verslavingszorg, psychiatrie en jeugdgezondheidszorg.

WAT KUNNEN WIJ JE BIEDEN? ✓ Zekerheid met een contract voor langere of onbepaalde tijd ✓ Persoonlijke ontwikkeling via onze Corparis Academie met trainingen zoals medisch leiderschap, time management, intervisie en communicatie ✓ Verbreding kennis & kunde door te werken via verschillende organisaties en/of afdelingen ✓ Loopbaanbegeleiding om erachter te komen welke specialisatie bij jou past ✓ Opbouw van een netwerk door netwerkbijeenkomsten, kenniscafé’s en andere evenementen

Ontdek Corparis 088 116 9730

kennismaken@corparis.nl www.corparis.nl


10

17

30

COVID vrijwilliger

Cocolumn

Trolls and witches

Interview

‘Wat moet je?’

The better alternative to disease

t

nl

24

32 Six years a slave

Puzzelplezier

Geïllustreerde gids van de levensloop van de geneeskundestudent

Medische cryptorebus

5

Uit de hokken

Fotopagina

18

6

Commissiepagina

Leading cause of death

20

8

Actualiteitencolumn

Summer spots in Groningen

22

9

Onderwijscolumn

Six years a slave

24

10

COVID vrijwilliger

Het laatste stukje

26

12

Verboden toegang

Dwang in de zorg

28

13

Thuiszorgcolumn

Trolls and witches

30

14

Dr. House in de praktijk XIV

Puzzelplezier

32

16

Liefde voor het vak

Memes

34

17

Cocolumn

Activiteitenkalender

35


Uit de hokken

Redactioneel Ze zeggen dat je moet stoppen op je hoogtepunt. Maar hoe weet je het als je dat bereikt hebt? Soms is het duidelijk, als je de eerste prijs hebt behaald bij de Quarantine 88 bijvoorbeeld. Toch is het vaak lastig: zijn er niet altijd mensen die zitten te wachten op een nieuw album van de inmiddels vast artrotische The Rolling Stones? Of op de nieuwe PanEssay! Deze editie markeert mijn achtste nummer als hoofdredacteur en is, na twee jaar, ook mijn laatste. Ik weet niet zeker of er een duidelijk hoogtepunt is geweest, maar ik ben er trots op om met een enthousiaste commissie keer op keer een mooi product gemaakt te hebben. We ontkomen er niet aan om het over corona te hebben. De PanEssay wordt altijd een paar weken van tevoren gemaakt, dus hoe de situatie eruitziet als u dit leest, weet ik niet. In deze uitgave wordt dan ook aandacht besteed aan de initiatieven die zijn opgezet door

geneeskundestudenten, hoe een thuiszorgmedewerker de situatie ervoer en hoe de onderwijsvertegenwoordiging zorgt voor waarborging van het onderwijs. Dan rest mij nog afscheid te nemen. Ik geef de voorzittershamer door aan mijn opvolger, die u hier vanaf oktober zal toespreken. Ik wil Hendrik-Willem dan ook alle succes toewensen, de redactie bedanken en tegen de lezer zeggen: we’ll meet again…

(Niet) vanuit de bestuurskamer Het is inmiddels juni en sinds de vorige editie van de PanEssay is er veel gebeurd. Voor de coronamaatregelen van kracht waren, hebben we nog mogen genieten van een heerlijke wintersportweek in Val Thorens. Kort na terugkomst heeft iedereen kennis gemaakt met het ‘nieuwe normaal’. Veel zomerplannen zijn hierdoor geschrapt en we blijven daardoor massaal thuis. Onderwijs vindt plaats in studentenkamertjes. We houden gepaste afstand van vrienden, familie en vreemdelingen. Zelfs voor het borrelen hebben we onze geliefde zweetkroegen verruild voor onze beeldschermen. Dit nieuwe normaal heeft er ook voor gezorgd dat het bestuur thuis moet werken. Gelukkig heeft Panacea in deze gekke crisistijden niet stilgestaan. Tijdens de ‘Quarantine-88’ hebben onze leden massaal de gekste opdrachten uitgevoerd vanuit huis. De Masterraad heeft met ‘Raad de diagnose’ onze medische kennis geprikkeld en uitgedaagd. En de CuCo heeft ons kostelijk vermaakt met een online pubquiz. Iedereen die heeft deelgenomen aan deze activiteiten is rijkelijk beloond met fantastische prijzen. Daarnaast is er ook een e-learningpagina op de website gezet om je medische kennis bij te spijkeren. Zo heeft Panacea de dagen van zelfisolatie hopelijk wat draaglijker gemaakt.

5


Commissiepagina

MASH Wij zijn Medical Aid by Student Help — of gewoon MASH — en met onze lieve Mashies zijn we hier om de erfenis voort te zetten die in 1977 is begonnen. We verzamelen materiaal vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Martini Ziekenhuis. We sorteren, we verpakken en we sturen alle medische en ziekenhuisbenodigdheden die niet de gelegenheid hebben gehad om hier van nut te zijn, naar een plaats waar ze nodig zijn en hun doel kunnen dienen: het Turiani Ziekenhuis in Tanzania.

Door stroopwafels te bakken om geld in te zamelen op markten en open dagen van de universiteit, lezingen te organiseren over de verschillende aspecten van zorg bij Turiani en onze aanwezigheid kenbaar te maken op sociale media, vergroten we het bewustzijn. Dit is het wat ons heeft samengebracht, deze dynamische, bruisende groep van negen buitenbeentjes die je ziet. Elk met een verlangen om deel uit te maken van iets meer, om iets te doen dat een betekenisvolle impact heeft, en natuurlijk wat gezelligheid hebben onderweg. De herinneringen die we samen creëren, het plezier dat we hebben en de band die we vormen dragen uiteindelijk bij aan iets speciaals. In sommige opzichten is dit een herinnering aan iets anders dat we in de dozen stoppen: de hoop, de wens en de mogelijkheid voor anderen om gezond en gelukkig te zijn en door te gaan met het schrijven van hun eigen verhalen, net als wij met de pen en inkt van het geheugen.

SpoCo Elk jaar wordt dé leukste activiteit van Panacea georganiseerd door de SpoCo: de skireis! Dit jaar zouden we naar Val di Sole in Italië gaan, maar helaas stak het coronavirus hier een stokje voor. De locatie werd last minute gewijzigd naar Val Thorens, Frankrijk. Erg zonde van alle Wispomerchandise, waar mooi Val di Sole op stond, maar gelukkig kon het nog wel doorgaan. Aan het eind van een lange, gezellige busreis kwamen we aan in Valtho. Na in de rij te hebben gestaan bij de skiverhuur konden we met de lift omhoog om een heerlijk middagje te skiën. Aan het einde van die middag begaven velen van ons zich naar de welbekende après-skibar, La Folie Douce, om de dag goed af te sluiten. De tweede dag was het weer helaas een stuk minder. Dikke mist en sneeuwval zorgden ervoor dat de pistes hobbelig en niet te onderscheiden waren van off-piste. Dit zorgde voor aardig wat onhandige, maar vooral grappige situaties. Deze avond was het tijd voor het eerste themafeest en de kroegentocht! Het thema was Val di Gooi, dus iedereen trok zijn of haar mooiste polo

6

uit de kast en vertrok in outfit richting de eerste kroeg. Tot in de late uurtjes werd er gefeest en daarna vertrokken ook de laatsten naar huis om nog even goed te slapen, zodat we de volgende dag weer fris op de piste konden verschijnen. Het weer klaarde gelukkig op en we konden weer normaal van de pistes af scheuren. De vierde avond was het tijd voor ons tweede themafeest, met als thema Costa del Sole. Tevens de avond waarop we te horen kregen dat de onderwijsactiviteiten van geneeskunde voorlopig niet door zouden gaan, dus er werd die avond extra hard gefeest. Na een avond stampen en hakken keerden we terug naar het hotel. De laatste dag was het gelukkig prachtig weer en konden we nog even skiën voordatwe de bus in moesten. De mensen die het zwaar hadden na de laatste avond feesten konden lekker bijkomen in het zonnetje. Na een mooie groepsfoto kwam er een einde aan de epische skireis.


JV1 Wij zijn de Jaarvertegenwoordiging, ook wel JV1! Maar wat doen wij nou eigenlijk? Wij evalueren het basisprogramma, het LC-onderwijs en de tentamens van het eerste jaar van de leukste studie die er is! Naast deze studiegerelateerde taken ontwerpen wij ook de jaartrui en organiseren wij de After Tentamen Borrel (ATB).

De SemCie evalueert het hele semester. Van colleges tot practica, alles wordt verwerkt in het semesterverslag. De TenCie is misschien wel de belangrijkste subcommissie van de JV. Iedereen wil natuurlijk zijn/haar tentamen halen! De TenCie maakt zich sterk voor een beter cijfer op jouw tentamen.

Wij zijn een supergezellige en hechte commissie en hebben iedere week een commissieavond. Hier eten we samen onder het genot van een alcoholische versnapering. We zijn niet vies van een feestje en na een commissieavond zijn we dan ook vaak in de stad te vinden.

De ComCie evalueert samen met de SemCie het semester. De ComCie evalueert de taken van de Learning Communities en verwerkt dit ook in het semesterverslag.

We zijn onderverdeeld in verschillende subcommissies en zullen deze kort aan jullie voorstellen:

De PR-Cie ontwerpt de jaartrui voor het hele eerste jaar en organiseert samen met de YR1 de After Tentamen Borrel. Ook regelt de PR-Cie de sociale-mediaaccounts en is daarom trotse eigenaar van onze Instagram: @jv1_panacea. Volgen dus!

PanIC Wij zijn PanIC’20 en zoals jullie allemaal vast wel weten, organiseren wij de introductieperiode voor nieuwe studenten. Kun je het je nog herinneren? De introductietijd met als hoogtepunt het INSPIRERENDE introductiekamp. Omdat dit kamp een onvergetelijke ervaring is voor alle studenten, maar ook omdat het zo leuk is om te organiseren hebben wij voor jullie hét recept voor een INSPIREREND kamp opgesteld. Wat heb je daarvoor nodig?

1 geduldige Offcie 1 enthousiaste Kampcie 1 smakelijke KookCie 1 incapabele Feestcie 46 brakke ochtenden 500 gram tijd 600 gram tijdtekort 3 stukjes stokbrood (met knoflooksaus) 300 ml zon 5 theelepels honing (voor als je je stem kwijt bent) Heeeeeel veel bier 250 gram slaaptekort 18 eetlepels van puntje 3! 200 ml stress 40 gram wensen waar je rekening mee moet houden Nog een beetje meer bier Voeg daar nog een snufje corona aan toe en je hebt pure chaos!!!!! Het is een hele lijst, maar het zal het waard zijn. Dit jaar weten wij vanwege corona niet zeker in welke vorm/ wanneer we het introductiekamp kunnen organiseren, maar de ingrediënten voor een geweldig kamp wilden we jullie niet ontnemen! Wij kijken ontzettend uit naar de introductieperiode, wij hopen jullie ook.

7


Bart Hofsté

Actualiteitencolumn Coronaproof In zijn boek “Antifragile: Things That Gain From Disorder”, definieert Nassim Taleb antifragiliteit als een staat, tegenovergesteld aan die waarin zaken zwakker worden door een schok of blootstelling aan stress. Antifragiliteit is niet de mantra van iemand als Rocky Balboa, wiens talent bestond uit een uitmuntend incasseringsvermogen. Antifragiliteit is daarentegen de staat waarin dingen erop vooruitgaan, sterker worden en tot bloei komen, telkens wanneer blootstelling aan stressoren plaatsvindt. In de fysiologie is hypertrofie van skeletspierweefsel hiervan een mooi voorbeeld: consistente blootstelling aan toenemende belasting leidt tot toename in de synthese van myofibrillen, zodat onze spieren die zwaardere belasting in vervolg gemakkelijker kunnen dragen.

voornamelijk vanuit een centrum van principes, niet op basis van externe prikkels. Tot slot prioriteren ze taken op basis van hoe belangrijk ze zijn met betrekking tot hun doelen, en niet louter op basis van hoe dringend ze zijn.

In het licht van de coronacrisis kun je je afvragen: is de manier waarop ik mijn leven leid, of de manier waarop ik op externe schokken reageer antifragiel? Sommigen lijken helaas te bezwijken onder de gevolgen van de quarantaine. Eenzaamheid, doelloosheid, bezorgdheid, demotivatie, depressie, werkloosheid, financiële zorgen... allen liggen op de loer. Velen van ons lijken veerkrachtig, mits de crisis maar niet te diep in ons leven snijdt. Enkelen van ons blijken echter antifragiel. Onder het motto ‘never waste a good crisis’ transformeren zij deze crisis tot een uitgelezen kans om zichzelf sterker, slimmer en socialer uit de crisis te doen komen. De coronacrisis als een soort extreme makeover voor lijf en geest.

Om vervolgens de staat van antifragiliteit te bereiken is daarnaast strategie vereist. Taleb gaat daarbij onder andere in op focussen wat je niet moet doen en het Lindy effect. Dingen die je niet moet doen gedurende de quarantaine zijn zaken als doelloos surfen, eindeloos netflixen, of ongezond eten. Eigenlijk zijn dat alle zaken die je louter dopamine spikes zonder blijvende voldoening geven. Doe meer van het tegenovergestelde: ga voor short-term-pain en long-term-gain.

In “The Seven Habits of Highly Effective People”, definieert Stephen Covey een drietal gewoonten die noodzakelijke voorwaarden vormen om jezelf in een staat van antifragiliteit te brengen: proactiviteit, beginnen met het einde voor ogen, en op de juiste wijze prioriteiten stellen. Concreet komen deze gewoonten er op neer dat je erkent dat je leven goeddeels het product is van je eigen keuzes en eigen handelen.

“De coronacrisis als een soort extreme makeover voor lijf en geest” Proactieve mensen reageren niet op externe gebeurtenissen die buiten hun cirkel van invloed liggen, maar dragen zorg voor datgene ze kunnen veranderen. Ze stellen hun eigen doelen op, en vragen zichzelf niet alleen af of ze de dingen wel juist doen, maar vooral ook of ze wel de juiste dingen doen. Ze handelen

8

Het Lindy effect bepaalt dat levensprincipes die de tand des tijds doorstaan hebben, niet verouderen of ouderwets zijn, maar omgekeerd verouderen: hoe langer ze al bij ons zijn, hoe langer ze verwacht worden mee te gaan. Daaruit blijkt soms hun waarde: ga niet alleen maar mee met de laatste fads, maar leef bijvoorbeeld volgens de principes der Stoïcijnen, zoals de wijsheid van een zekere bronzen keizer die al millennia trots boven de gronden van Rome uitstijgt, Marcus Aurelius: “So remember this principle when something threatens to cause you pain: the thing itself was no misfortune at all; to endure it and prevail is great good fortune.”


YR2

Onderwijscolumn Greetings from your Year Representation 2 Well, actually more like ‘Quarantine Representation’ right now. We would like to take this opportunity to tell you what is going on with us in the current situation and how we are working as a committee. Whilst we are social distancing like everyone else, we are keeping ourselves busy with virtual meetings and discussions all around the corona crisis. All of us really miss meeting in person and chatting with you on campus. We are of course still forwarding all of your concerns and remarks and giving feedback on all educational operations. We’ve also been very busy thinking about future activities, brainstorming on how to improve educational activities and how to make the best out of these uncertain times.

We’ve all had to make a lot of adjustments lately webinars instead of seminars, finding ways to keep our motivation to study at home - and as your YR we want to make this transition as easy as possible for everyone. The newly formed CovidCie is managing everything (apart from toilet paper). Do you have questions about anything related to the programme? Send them to any of us and CovidCie will pass it on in their regular meetings with the coordinators. As capable as the CovidCie is, the hardest part of their job might be trying to look presentable in those meetings in this time of sweatpants and pajamas! We’re also keeping up to date with the WhatsApp groups, so we stay aware of the questions you all have. Aside from the basic programme we are also looking into co-curricular issues such as Dutch for the Masters programme. We want to make sure everyone can still have access to language education and exams in time! Our chair Asal has been busy distributing gifts to doctors, our skating secretary Anniek got new roller blades, and the treasurer Femke is turning into a marathon-running barber. The head of the SemCie, Koen, is sanding and painting anything from windows to sheds, Anouk has started her career as Chef, Till as Gardener, and Dominique is enjoying the great outdoors. ExamCie is currently only worrying about the question of when we will return to Uni. We can’t wait to taste Madeline’s sourdough bread, and to hear Lotte’s choir concert after we reunite. CommCie remains creative with Jules knitting away at record pace and Ulf doing new projects every day.

With our regular video meetings, we’re keeping spirits up and making sure everyone in the committee and our plants are doing okay. Although we can’t hang out with each other and all of you at the moment, we’re still around and active in making sure the programme runs as smoothly as possible. Besides, some of our committee - just like a few other committees - are keeping busy with the Panacea quarantine 88 challenge. We perform as many challenges as possible and make the most out of it. We meet online to do the crazy stuff they tell us to do and sometimes we meet to work on the challenges together - of course only 3 people at a time, 1,5m apart! In the online sessions it is just as if we are in the same room and it is a whole lot of fun: dance battles, rietadtjes, doing some horrible push-ups and so on. Even the awkward assignments are done with pride and enthusiasm: Ulf laughing out of a window and apologizing to the window for the most awkward 2 minutes of his life, Anniek pretending to be high and placing a sticker on her head, Femke flirting with her stuffed animal, and lonely Koen hiding Easter eggs for himself. So, thanks to Panacea for this fun event and for watching our submissions, which certainly could be disturbing to say the least. Overall, we are trying to cope as well as we can both with academic matters and co-curricular activities, and are looking forward to not only seeing each other, but also seeing and talking to all of you again as soon as possible. Until then please stay happy and healthy! Feel free to shoot any of us a message with any questions, concerns, or if you just want to chat.

9


Chris Lenselink

COVID vrijwilliger Interview Het ene moment zit je voor hoorcolleges in 3219.0061, het andere moment kom je de faculteit niet meer in. Ten minste, als student. Sascha van den Bosch, derdejaars student, werkt op de UMCG Corona testlocatie voor medewerkers, gehuisd op de faculteit. De PanEssay ging met haar in gesprek over haar werkzaamheden, drijfveren en ervaringen. Wat voor werk doe je precies?

Hoe gaat zo’n test in zijn werk?

Ik had me aangemeld bij Covidvrijwilliger, een initiatief opgezet door geneeskundestudenten. Ik werd toen gematcht bij de UMCG Corona testlocatie voor medewerkers aan de Antonius Deusinglaan 1, waar we normaal altijd les hebben. Niet lang daarna ben ik aangenomen bij de studentenpool als medewerker. Wat ik daar doe is mensen testen op COVID-19 door middel van een neus- en keelswab.

Wanneer de patiënt door de omloop wordt gebracht, worden eerst de gegevens van de patiënt gecheckt. Dan wordt gevraagd of ze hun neus willen snuiten voor de test. Ik vraag dan altijd of ze de test al een keer hebben gehad en zo niet dan leg ik het nog even uit. Het komt namelijk met enige regelmaat voor dat mensen voor een tweede keer komen. Dit kan zijn omdat klachten zijn verergerd of omdat er te weinig materiaal op de swab zat voor een betrouwbare uitslag. Sommigen komen met de verwachting geprikt te worden en beginnen zich dan al uit te kleden, dus ik probeer altijd zo snel mogelijk duidelijk te maken dat de test inhoudt dat ik met de swab in beide neusgaten ga en daarna langs de keel, en dat het maar een minuutje of twee duurt. We krijgen vooral op de volgorde ‘eerst neus, dan keel’ veel commentaar, maar het is nou eenmaal de meest betrouwbare methode.

Er zijn verschillende rollen die je kan hebben. Je kan, naast tester, ook omloper zijn. Dan breng je de mensen van kamer naar kamer en verzamel je de afgenomen swabs. De vorige keer dat ik dat moest doen, had ik 11 km gelopen volgens mijn stappenteller! Dat ligt natuurlijk wel aan hoe druk het is. In de testkamers zelf zitten twee mensen. Er is een persoon die verantwoordelijk is voor het daadwerkelijke testen van de mensen die binnen komen. De ander is verantwoordelijk voor het verpakken van de monsters, die persoon komt verder nergens aan. Dit klinkt een beetje als een overbodige taak, maar die verdeling is gemaakt zodat de kans minimaal is dat er virusdeeltjes op de buisjes en verpakkingszakjes zitten. De monsters moeten namelijk veilig kunnen worden aangeraakt door de omloop en later de laboranten. Er is eigenlijk over alles nagedacht: we hebben een gedetailleerd draaiboek met de precieze stappen die je moet doorlopen zodat het gevaar op besmetting eigenlijk nihil is. Als mensen vragen of ik niet bang ben om corona te krijgen denk ik soms dat het veel waarschijnlijker is dat ik besmet word in de supermarkt dan op de testfaciliteit, dan heb ik ook immers geen beschermende kleding aan. Mijn handen zijn ook regelmatig kurkdroog omdat ik zo vaak mijn handen met alcohol moet ontsmetten.

10

Hoewel de test heel snel is, is het voor de meeste mensen onprettig. Meestal weet ik dat ik goed zit als mensen proberen weg te trekken of tranen. Dat is trouwens een reflex, het zou geen pijn moeten doen. Daarna kan de patiënt weer weg en maak je het buisje, de stoel en de tafel schoon, je verwisselt je handschoenen en dan leg je alles klaar voor de volgende patiënt. Per patiënt ben je maar zo’n vijf minuutjes bezig, tenzij iemand heel gespannen is of er een heel sterke kokhalsreflex is, zij schieten gelijk naar achter wanneer je de swab richting de neus of mond beweegt. Het is gelukkig nog nooit gebeurd dat iemand echt moest overgeven. Het is eigenlijk heel simpel werk, maar het breekt wel een monotone week als je weer iets kan doen. Je bent er een paar uur, en het is gewoon leuk om weer met mensen te praten in real life in plaats van via Skype. Het helpt ook heel erg dat het team heel leuk is.


Hoe is het om op de faculteit rond te lopen, waar je normaal les hebt? Anders, vooral in het begin. Het is helemaal omgebouwd om als testlocatie te functioneren. De ingang waar eerst alle tafels stonden is helemaal ontruimd en bij de draaideur is nu een geïmproviseerde balie en een bewaker. De wachtkamer is heel erg groot, omdat de mensen natuurlijk anderhalf meter van elkaar moeten zitten. De testkamers zelf zitten ook op een plek waar ik eerst niet kwam, puur omdat je daar nooit les hebt. Ze zitten rechts van 3219.0061. Het heeft echter wel heel snel gewend, ik zie het nu meer als werkplek dan ergens waar ik heen moet voor lessen.

Zijn dat al mensen met luchtwegklachten? In het begin was het vooral heel druk aan de UMCG kant. Heel veel medewerkers moesten worden getest. Je zag ook veel mensen die helemaal geen klachten hadden, maar bijvoorbeeld in een risicogebied waren geweest. Dat waren vooral veel artsen, je wilt geen corona hebben als je patiëntencontact hebt. Nu is het een stuk rustiger aan die kant, maar dat kan in een dag enorm omslaan. Aan de GGD/Martini kant wisselt de drukte ook erg en daar zijn de mensen soms ook duidelijk zieker. Zij zijn vaak eerst naar de huisarts of hun werkgever gegaan met de vraag: kan ik zo wel werken, want ik heb klachten? Dan worden ze naar ons doorgestuurd.

Heb je een bepaalde training gevolgd om de swabs of te nemen? Half maart heb ik een training gevolgd. Dit was in het Skills Lab. In zo’n twee uur leerden we het protocol, deze is in de eerste paar weken nog wel een paar keer veranderd om nog effectiever te zijn. Het virus is natuurlijk niet zichtbaar, en daarom is het belangrijk om alles in een bepaalde volgorde te doen zodat je geen dingen besmet. Ik ben hierdoor ook bewuster geworden van hoe vaak je je gezicht aanraakt en hoe snel je dingen kan besmetten. Je kan niet even aan je neus krabben of je handen op je beschermende jas laten rusten omdat er virusdeeltjes aan kunnen zitten die je vervolgens weer ongemerkt verspreid.

Wat voor mensen komen er op de poli? Gelijk bij de ingang worden mensen verdeeld in twee groepen. De ene groep bestaat uit mensen die zijn ingestuurd door de GGD (zorgwerknemers buiten het ziekenhuis) en het Martini Ziekenhuis, en de andere stroming is van het UMCG. De monsters moeten ook naar andere testlocaties. De test is verder precies hetzelfde.

Zijn er patiënten die ook hun hart uitstorten, bijvoorbeeld met de angst dat ze het hebben? In het begin meer dan nu. Heel af en toe krijg ik iemand die zich echt benauwd voelt en angstig overkomt of mensen die juist bang zijn om het aan iemand anders te geven. Er was een mevrouw die we al een paar keer hebben terug gezien omdat zij een pasgeboren kindje op de NICU had liggen en opnieuw getest moest worden iedere keer dat ze op bezoek wilde. Ook een man waarvan de moeder aan corona was overleden en waarvan hij niet naar de begrafenis mocht omdat zijn vader en hijzelf misschien besmet waren. Zulke verhalen komen er meestal in een keer allemaal uit. Je kan soms wel merken dat het voor hen makkelijker is om je hart te luchten bij iemand die je niet echt kan zien en je verder ook niet kent. Er waren ook mensen die juist hoopten het te hebben omdat ze er dan relatief makkelijk vanaf zijn gekomen met alleen een hoestje. Voor genoeg mensen is de test meer een soort klusje dat moet gebeuren voor ze weer aan het werk mogen, dat was vooral bij de ambulancemedewerkers zo. Het is een keer gebeurd dat iemand werd opgeroepen tijdens een test. We hebben een keer een kind moeten testen en iemand wiens bezoek gecombineerd werd met een oogheelkundig onderzoek. Het leek ze beter om dat dan bij ons te doen, omdat een mogelijke coronapatiënt anders naar de poli moet. Het is werk dat heel erg herhaalt, maar de verschillende patiënten zorgen ervoor dat het werk iets meer varieert, en dat maakt het ook leuker.

Voel jij een bepaalde ‘drive’ om te helpen in deze crisis? Toen ik hoorde van het Covidvrijwilliger initiatief heb ik me vrij snel daarna ingeschreven. Ik denk dat het ook wel meespeelde dat ik opeens veel meer vrije tijd had. Zeker ook omdat ik nog in de bachelor zit snap ik heel goed dat ik niet direct patiënten in het ziekenhuis kan helpen, maar het voelt goed om op deze manier toch een beetje nuttig te zijn.

11


Julia van Koeveringe

Verboden toegang Column “En je bent coronavrij?” “Jazeker, ik ben helemaal fit” “Honderd procent?” “Ja meneer, honderd procent.” Maar getest ben ik niet en het zou zomaar kunnen dat ik, ook in alle voorzichtigheid en met alle panische reacties op ook maar enig contact, het virus met me mee draag. Bezoekers komen niet meer binnen en gezichtscrème wordt op een afstand met plastic handschoentjes aangebracht, waarbij je dan ook nog eens de crème per ongeluk half in het haar smeert. Als studente Gezondheidswetenschappen aan de universiteit heb ik de afgelopen drie jaar veel theoretische kennis over de gezondheidszorg opgedaan. Beleidsmatige beslissingen over zorginstellingen en de praktische indeling van de ouderenzorg maken deel uit van het curriculum. Het echte verzorgen van ouderen maakt geen deel uit van deze studie. De oproep om hulp in een woonzorgcentrum in eigen stad, met het idee dat het huidige personeel in een later stadium in de crisis de lasten niet meer zou kunnen dragen, leek voor mij een uitkomst. Zo zou ik de zorg letterlijk een handje kunnen helpen en word ik zelf een bewust van wat er zich in de praktijk afspeelt. Naast eenpersoonskamers zijn er ook koppelkamers in het woonzorgcentrum. Mevrouw is nog erg helder, ondanks het digitale vergrootglas dat ze gebruikt om de lettertjes van haar boek met 400% te vergroten. Meneer is ook bewust van de hele situatie die zich nu afspeelt. Iets té bewust. “Waarom staan jullie stoelen zo ver uit elkaar? Hebben jullie dat altijd zo staan?” “Maar dat moet toch? We moeten toch op anderhalve meter afstand blijven van elkaar?” Een echtpaar, wat al minstens vijftig jaar zij aan zij heeft geleefd. Slapen doen ze nog wel naast elkaar, maar de stoelen in hun kamer staan zo’n twee meter uit elkaar. “Maar voor júllie is dat niet nodig. Als je met elkaar samen woont geldt die afstandsregel niet.” Zevenennegentig jaar werd mevrouw afgelopen vrijdag. En aan alle ballonnen en vrolijke cadeaus te zien heeft ze haar verjaardag vrolijk kunnen vieren. Ze praat er nog steeds stralend over, net als de andere verzorgers die liefdevol over haar familie praten. ‘’Weliswaar een bijzondere verjaardag’’, benadrukt mevrouw. Ondanks dat er geen familie of vrienden in het woonzorgcentrum mochten komen, heeft mevrouw haar verjaardag tóch met haar kinderen en kleinkinderen kunnen vieren. Buiten staat een tent, een aantal stoelen en een telefoon.

12

Mevrouw heeft ook een telefoon in haar hand. Stralend praat de familie met mevrouw, die vandaag 97 is geworden. En dat wordt uitbundig gevierd. Meneer heeft een bordje met ‘verboden toegang’ op zijn kamerdeur hangen. Schoonmakers mogen hier niet meer naar binnen komen. Verzorgers heeft meneer hoe dan ook nodig, zij nemen ook een deel van de schoonmaak voor hun rekening. Meneer wordt verdacht corona te hebben. Dat betekent nogal wat voor oudere mensen. Niet alleen omdat ouderen tot een risicogroep behoren, maar ook omdat deze ouderen de dagelijkse zorg niet kunnen missen. Uit bed gehaald worden door iemand waarvan je geen idee hebt wie je aanraakt. Gewassen worden door iemand die totaal verpakt is en bang is om besmet te raken. Ontbijt wordt buiten de kamer neergezet met wegwerpplasticbestek, dat binnen wordt gehaald door de verzorger in pak. Deur sluiten, even ademhalen. Het telefoontje komt een paar uur later. “De uitslag is binnen.” De verzorgers van het team, die Meneer allemaal kennen en allemaal verzorgd hebben, staan bij elkaar. “Meneer is negatief getest!” Even stil, ‘’Negatief betekent goed hè, ja toch?’’ ‘’Ja.’’ Je leert veel in zo’n zorgcentrum. Naast de verzorgende taken en het echte werk dat je moet uitvoeren, leer je nog veel meer. Niet alleen het dialect wordt mij aangeleerd door menig bewoner, ook een groot stuk nuchterheid en wijsheid krijg ik mee. Voor de hand liggende vragen over bijvoorbeeld het weer, het seizoen en je dagelijkse routines, dekken voor negentig procent van de mensen hun gespreksstof. Van die vragen die door vrijwel iedereen puur uit beleefdheid worden gesteld, waarbij het antwoord er bij voorbaat al niet meer toe doet. Ik waag me er ook aan, ik ben ten slotte nieuw en voel me niet gevraagd om direct iemands levensverhaal uit te diepen. “Heeft u lekker geslapen Mevrouw?” “Ja. Nou ja, geen idee. Ik lag te slapen.” Glimlachend bedenk ik me dat deze nuchtere wijsheid me nog nooit zo’n passend antwoord heeft gegeven.


Hendrik-Willem Pasterkamp

Thuiszorgcolumn Gezond of eenzaam? Dit is vast niet het eerste artikel in deze editie dat over corona gaat en tegen de tijd dat je dit leest weet ik bijna zeker dat je er inmiddels ook wel genoeg van hebt. Maar toch schrijf ik deze column. Op het moment van schrijven zitten we nog midden in de zogeheten coronacrisis en dat heeft een grote betekenis gehad voor alle vormen van zorg. Zo ook de thuiszorg. Wat voor een impact heeft deze crisis gehad en wat voor problemen komen er naar voren in een onberekende situatie zoals deze? We kwamen net uit college toen ik het te horen kreeg: de gehele faculteit ging dicht met als doel het UMCG coronavrij te houden. Vanaf toen ging het allemaal heel snel: beperkt openbaar vervoer, anderhalve meter afstand en geen evenementen tot september. Al gauw werd een oud begrip weer nieuw leven in geblazen: essentiële beroepen. Je kunt wel raden welke beroepen dit zijn en dat de (thuis)zorg hier een van is. De zorg houdt niet op, veel mensen zijn afhankelijk van ons en die zorg kan gewoon niet beperkt worden. Maar dat betekent niet dat we roekeloos aan het werk kunnen gaan. Er moeten maatregelen genomen worden. En de logische vraag die daarop volgt is: wat verandert er in de zorg in een exceptionele situatie zoals deze? Voor ons? Verrassend weinig. Iedere dag kreeg ik dezelfde slordig getypte mails met veranderingen in het beleid omtrent corona en infectiepreventie. Handen wassen, afstand houden en zo min mogelijk tijd met cliënten besteden. Handen wassen? Dat deden we al, met een flesje Sterillium© bij de hand gaan we altijd op route en is het de bedoeling dat we na elke cliënt onze handen desinfecteren. Afstand houden? Het is moeilijk afstand houden als je iemand met een heupfractuur van top tot teen schoon moet schrobben, en deze regel ging dan ook niet op voor de thuiszorg. Zo min mogelijk tijd met cliënten besteden? Dat is eigenlijk het allerlastigste. Ik besef dat dat voor de gezondheid van de cliënt, ook voor onze eigen, het beste is, maar het is gebleken dat in deze bijzondere tijd dit toch dilemma’s creëert.

“De verzorgingstehuizen zijn daardoor net kraakpanden geworden” Het advies van de overheid is om ouderen niet te bezoeken omdat de kans dat ze het loodje leggen na infectie nou eenmaal vrij groot is. De verzorgingstehuizen zijn daardoor net kraakpanden geworden en het aantal ouderen dat kampt met eenzaamheid is immens groot. De overheid legt hier een belangrijke verantwoordelijkheid

op de schouders van familie van deze ouderen: riskeer je de gezondheid van je geliefden door ze te bezoeken? Het is ook lastig uit te leggen aan deze ouderen waarom ze hun dagen spenderen met zo min mogelijk menselijk contact. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat er twee kampen zijn: ouderen die absoluut niet met ook maar iemand in contact willen komen vanwege angst voor een lijdensweg na infectie met het virus en een kamp met ouderen die echt niet (willen) begrijpen dat COVID-19 toch best wel serieus is. En helaas is die tweede groep het grootst.

“Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat er twee kampen zijn” Gezellig koffiedrinken met een cliënt is er in deze tijd dus niet bij. Ook voor ons geldt dat we een afweging moeten maken tussen gezondheid en eenzaamheid. Onze eigen gezondheid is ook belangrijk en er moet een duidelijke grens zijn tussen onze gezondheid en onze verantwoordelijkheid voor het behartigen van de belangen van onze cliënten. Ik kwam afgelopen week bij een vrouw die vertelde hoe ze haar zoon al vier weken niet meer gezien had en hoe contact met haar zoon het enige was wat haar nog op de been hield. Ze begreep niet hoe zo’n ‘klein griepje’ de hele samenleving om kon gooien en de reden was dat haar bloedeigen zoon haar niet meer wil bezoeken. Ik vroeg haar of ze al geprobeerd had om samen video te bellen via skype of whatsapp, want ja, zelfs ouderen hebben gewoon smartphones. ‘Ach hou toch op, daar ben ik veel te oud voor…’

13


Thomas van der Korst

Dr. House in de praktijk XIV Het beste beentje voor “Heb je ook even naar de benen gekeken?” vraagt de arts-assistent die je superviseert. “Uh, nee, maar ik wil het nog wel even doen,” antwoord je met lichte paniek in je stem. “Laat maar, ik doe dat zo nog wel even.” Jij zit nu waarschijnlijk met de vraag: “Waarom had ik naar de benen moeten kijken?”

Eigenlijk maakt het in dit voorbeeld niet heel erg veel uit wat de voorgeschiedenis is en wat de huidige klachten zijn. Ik zou zelfs zeggen dat even naar de benen kijken, en mogelijk voelen, iets is wat hoort bij elk standaard lichamelijk onderzoek. Een simpele actie kan je vertellen of er vocht, een vervelende infectie of misschien zelfs wel een verstopte necrose in de benen zit. De meest voorkomende afwijkende bevinding die je zult zien is het tweezijdige enkeloedeem. Dit kan ontzettend veel oorzaken hebben, maar meestal is het niet iets waar je direct iets aan moet of kunt doen. Waar men zich een stuk meer zorgen over maakt is de enkelzijdige zwelling van een been. Klinisch redeneren 101 Voor de casuspresentatie wil ik kort samenvatten hoe je correct het medisch proces doorloopt. Je begint met een klacht van een patiënt. Daarna ga je duidelijk maken wat precies de klacht inhoudt en wat het beloop was. Hierop baseer je een differentiaaldiagnose (een lijst diagnoses die passen bij de klacht). Belangrijk is om bovenaan je lijst de levensbedreigende en makkelijk behandelbare ziektes te zetten. Nu mag je nog wat extra vragen stellen en lichamelijk onderzoek doen om diagnoses waarschijnlijker en minder waarschijnlijk te maken. Daarna kijk je nogmaals naar de differentiaaldiagnose: kan ik een ziekte met goed geweten wegstrepen? Vervolgens gebruik je aanvullend onderzoek om levensbedreigende en makkelijk geneesbare ziektes uit te sluiten. Als het niet een van deze twee dingen is kun je het verdere beleid op waarschijnlijkheid (en andere testen) baseren. Belangrijk om te onthouden is dus: je doet het aanvullend onderzoek om geen serieuze, maar behandelbare, ziektes te missen, zelfs als je onwaarschijnlijk acht dat het daadwerkelijk die ziekte is.

14

Casus 1: Strakke Stapper op de Spoed Een 62-jarige man is naar de huisarts gekomen omdat hij plots een stekende pijn kreeg in zijn kuit tijdens een lange wandeling en het maar aan blijft houden. Hij komt strompelend binnenlopen en gaat op de onderzoeksbank liggen. Hij vertelt dat hij veel wandelt en dat zoiets hem nog nooit is overkomen. Hij denkt zelf aan zweepslag (scheur(tje) van de kuitspier). Gebaseerd op dit verhaal denk je dat eigenlijk ook wel. Natuurlijk denk je ook wel aan andere dingen maar dit past eigenlijk iets te goed. Een oudere man die het misschien toch iets te hard heeft geprobeerd. Hij leeft gezond, heeft geen relevante voorgeschiedenis en komt eigenlijk alleen bij de huisarts voor zijn vrouw. Dan gaan we over naar het lichamelijk onderzoek: het lopen doet pijn, maar hij kan alles nog wel bewegen. Daarna laat je hem zijn broek zakken en je meent een verschil te zien in de benen. Het aangedane been is dikker en roder dan het andere been. Je meet het op en er blijkt meer dan 3 cm verschil te zijn in omtrek.


Je vraagt gauw naar moeite of pijn met ademhalen, naar ziekte met koorts en je doet de controles. Gauw maar even met de huisarts overleggen. Het D-dimeer was over de 5000… Als je niet begrijpt wat dit allemaal inhoudt dan moet je vooral doorlezen, dit zal allemaal uitgelegd worden. Casus 2: Gemist Gezwollen Gewricht Een 70-jarige vrouw ligt al drie weken in het ziekenhuis. Ze heeft zichzelf verwaarloosd na het wegvallen van haar zorgnetwerk. Haar elektrolyten waren volledig uit balans door uitdroging en ze was uitgemergeld. Ze is drie weken bezig met op sterkte komen en is in de tussentijd niet veel uit bed geweest. Ze is wel net weer begonnen met fysiotherapie. Ze begint opeens een temperatuur te krijgen van 37,8 C. Dit is een beetje raar aangezien ze niet ziek overkomt. Dan herinner je dat artikel die je ooit in de PanEssay hebt gelezen. Verrek! Je moet naar de benen kijken! En daar zie je een oedemateus been, met daarnaast nog een oedemateus been. Maar dat wist je al… Een van de benen is alleen nu duidelijk dikker dan de andere. Je meet het op, maar zelfs als je creatief bent is het maar 2,5 cm verschil. Het is niet rood, de kuit is niet hard. Je kunt het niet echt hard maken, maar het voelt niet echt goed. De arts denkt niet dat het mogelijk is maar vraagt toch een D-dimeer aan. Je had gelijk, aangezien de D-dimeer boven de 7000 lag. De bevestiging volgde gauw via echografie.

Diagnose Met de Well’s criteria beslis je of je iemand eerst een D-dimeer moet laten prikken of niet. Bij een lage Well’s score is er klinisch een lage verdenking op een trombosebeen, maar voor de zekerheid laat je een D-dimeer prikken. Als deze sterk verhoogd is kan er zeker sprake zijn van een trombosebeen, maar dit kan ook verhoogd zijn bij ontstekingen of kanker. Daarom moet er ook een echo gemaakt worden van de diepe vaten van het been. Complicaties Het gevaar van het missen van deze diagnose is de mogelijkheid van het losschieten van de trombus. Als dit gebeurt dan gaat dit rechtstreeks naar het hart en vervolgens de longen. Dit is een longembolie en levensgevaarlijk, hier gaan mensen aan dood. Behandeling De behandeling bestaat uit antistolling, dit zorgt voor het stoppen van vormen van nieuw trombus. Dit maakt het mogelijk voor het lichaam om de bestaande trombus op te lossen. Mensen zitten gauw vast aan een leven lang met antistollingsgebruik, dit kan zeer vervelend zijn. Tegenwoordig worden voornamelijk directe orale anticoagulantia (DOAC’s) voorgeschreven zoals apixaban.

Trombosebeen Waar je ALTIJD aan moet denken bij enkelzijdige beenklachten is een trombosebeen. Een trombosebeen (ofwel deep vein thrombosis (DVT)) is, zoals vrij makkelijk af te leiden is van de Engelse naam voor de aandoening, een trombose van de diep veneuze vaten van het been. Een trombus is een opstapeling van bloedplaatjes die de vaten afklemmen (vooral bij de veneuze kleppen). Dit staat dus los van atherosclerose sinds dit juist in arteriën zit. De diepe vaten van het onderbeen voeren het beste af bij het lopen waarbij de spieren als het ware fungeren als een pomp. Als dit te weinig gebeurt kunnen de bloedplaatjes zich opstapelen. Immobilisatie is dus een risicofactor. Andere risicofactoren hebben te maken met het stollen zelf: zo zijn hemofilie, kanker, orale anticonceptie en zwangerschap ook risicofactoren. Presentatie Hoe een trombosebeen presenteert is zeer afwisselend. Soms is het een rood gezwollen been tot aan de lies met een harde kuit en een pijn zonder duidelijke oorzaak. Dat is de klassieke presentatie. Het kan ook presenteren met een van deze klachten, zoals alleen pijn of alleen zwelling. Het grote onderscheid tussen dit en andere klachten is dat het VEELAL in een enkel been voorkomt. Dus: als het enkelzijdig is, houd altijd een trombosebeen in je differentiaaldiagnose.

15

15


Jop van den Berg

Liefde voor het vak In geval van nood... Wie buiten het ziekenhuis in een levensbedreigende situatie zit, belt 112 en een ambulance komt je helpen. Wie in het ziekenhuis hulp nodig heeft, belt doorgaans de anesthesioloog. Met naalden, beademingsbuisjes en noodmedicatie komen wij ten strijde. Helden? Nee, dat niet (wij hebben geen cape). Maar acute probleemoplossers wel. En dat is wat mij biologeerde: een mysterieus specialisme dat gebeld moet worden als er nood aan de man is. En dat probleemoplossend vermogen leren we op de operatiekamer, ‘ons’ domein in het ziekenhuis. Een gebied in het ziekenhuis, in de coulissen van de gezondheidszorg, wat veel patiënten (iatrogeen) als schimmig ervaren. De anesthesioloog is expert in het begeleiden van patiënten door levensbedreigende momenten tijdens een operatie. Want ook al zijn de intenties van een snijdend specialist anders, het trauma dat zij veroorzaken is moordend als de anesthesioloog er niet zou zijn. Gewapend met uitgebreide basiskennis van fysiologie, pathologie, anatomie en farmacologie gaan we de strijd aan met dit chirurgisch geweld. We geven patiënten narcose en nemen ademhaling, circulatie en bewustzijn over; een totale disruptie van de normale fysiologie. In ongetrainde handen is narcose dodelijk als je niet weet welke fysiologische veranderingen optreden en hoe je deze in een seconde moet behandelen. We zijn een generalistisch specialist: we weten van alles een beetje en passen dat toe; niet één, maar alle organen zijn belangrijk om rekening mee te houden. Wij bewaken het leven van de patiënt terwijl hij slaapt als zij het ons eigen leven. We werken in een hoogtechnologische omgeving. We meten zoveel we kunnen, interpreteren deze veelvoud aan informatie en integreren die observaties met onze kennis en handelen ernaar. Direct resultaat, dat typeert ons vak. We doen iets, we meten resultaat en handelen daar weer naar. Of het nou een hoge of een lage bloeddruk is, wij sturen het bij. Heel anders dan bijvoorbeeld bij de interne geneeskunde waar effecten vaak pas veel later merkbaar zijn. Bovendien denk ik dat wij een van de weinige dokters zijn die zelf de medicatie toedient. En dat is leuk; het blijft bijvoorbeeld fascinerend om te zien hoe iemand in slaap valt een paar seconden nadat je slaapmiddel toedient. En naast al deze statische kennis beschikken we over gezonde (aangeleerde) achterdocht: niet blind geloven wat een ander zegt, geen aannames doen en voorbereid zijn op het onverwachte. Niet zelden wordt geanticipeerd op ‘minimaal bloedverlies’ en moet je toch uitgebreid bloed transfunderen, omdat er een onverwachte grote bloeding ontstaat. En daarom moet je je

16

iedere dag afvragen wat de operateur gaat doen, wat hij tegenkomt en welke risico’s dat brengt. Bovendien moeten we op de hoogte zijn van alle therapieën van levensbedreigende situaties, of het nu gaat om een levensbedreigende elektrolytstoornis (zijn we toch nog een beetje een internist) of een patiënt die geen adem meer kan halen door een luchtwegobstructie. Want als nood aan de man is treedt de anesthesioloog naar voren. En om op het onverwachte voorbereid te zijn, moeten we vaardig zijn. We brengen ‘lijnen’ in een varié aan bloedvaten; infusen, arterielijnen, centraal veneuze lijnen, blaascatheters en nog veel meer. En dat doen we met chirurgische precisie; bij een baby van 3,5kg tot een 99-jarige fragiele oudere. En dan als laatste moeten we sociaal zijn, zowel naar de patiënt als naar de collega’s. De patiëntencontacten zijn kort, maar intens. Volledige overgave verwachten we van onze patiënten, terwijl wij voor hen wildvreemd zijn. We hebben poliklinieken waar we de patiënten meermaals zien en hun vertrouwen kunnen winnen, terwijl ze toch letterlijk hun leven in onze handen leggen. We hebben vijf minuten om dat vertrouwen te winnen, wat een ontzettend dankbare uitdaging is. Zeker wanneer dat harde werken wordt beloond met een welgemeend ‘dankjewel’ op de uitslaapkamer. En naar collega’s stellen we ons op als facilitator van het proces; we houden alles nauwlettend in de gaten en geven de operateur de ruimte om zijn werk te doen. De hoofdrol vinden wij niet belangrijk, we staan liever wat op de achtergrond. En dit alles maakt ons de ideale crisisbezweerder. Denkende doeners; zo zou ik mijn vak willen beschrijven. We hebben de kennis en de vaardigheden om levensbedreigende situaties zo snel mogelijk op te kunnen lossen. Niet verbazingwekkend dus dat je anesthesiologen vindt op de operatiekamer, intensive care, traumahelikopter en spoedeisende hulp. Niet op de voorgrond, maar klaar om te helpen in geval van nood.


Suzanne Schuurman

Cocolumn ‘Wat moet je?’

De hulpvraag: een zelfstandig naamwoord dat in de bachelor niet voorkomt, maar waar in het KTC zo op gehamerd wordt dat je tijdens M1 geregeld ’s nachts zwetend wakker wordt en je bedpartner ijlend vastgrijpt: “Hoe kan ik je helpen?!” Tuurlijk, het is ook belangrijk om helder op tafel te krijgen waarom déze patiënt met déze klacht júíst nu… Et cetera, et cetera. Hoewel ik het belang van de hulpvraag nooit heb onderschat, kwam ik er laatst pas achter dat het behoorlijk lastig kan zijn om uit te vinden wat de patiënt precies van je wil. Ik acht mezelf redelijk taalvaardig, anders zou ik deze columns niet schrijven. Toch betrapte ik mezelf er tijdens mijn huisartsencoschap op dat ik me geregeld schuldig maak aan het foutief interpreteren van de hulpvraag. De patiënt geeft je stukjes informatie, iets over een teen en een splinter, en jij staat al op om je pincet te pakken. Maar wat als blijkt dat deze meneer eigenlijk een tetanusinjectie wil, of dat hij psychotisch is en splinters hallucineert, of dat zijn vrouw met Münchausen by proxy overal splinters voor hem neerlegt? Dit zijn wellicht wat vergezochte voorbeelden (soms moet ik wat fantasie kwijt, anders zou ik deze columns niet schrijven), maar je moet als arts altijd alert blijven op deze en minder spectaculaire plottwists tijdens anamnese of lichamelijk onderzoek. Zo kwam er op mijn eerste dag een meisje naar de praktijk met vaginaal bloedverlies; uiteindelijk bleek ze het weekend ervoor verkracht te zijn geweest.

Dit consult bewijst dat het beter kan zijn om je van de domme te houden totdat de patiënt zelf letterlijk zegt waar hij aan denkt, en dat dus niet voor hem in te vullen.

De week erna, iemand met luchtwegklachten en een forse tunnelvisie van mijn kant.

Welke formulering je ook kiest, wees direct en draai er niet omheen omdat dat voor jou of de patiënt comfortabeler zou zijn. Zelf liep ik een keer met een dermatoloog mee die er een hele show omheen creëerde: ‘En vertel eens… U zat hier naartoe in de auto, of op de fiets… Of in de bus? Toen heeft u vast nagedacht over deze afspraak, over wat ik zou gaan zeggen. Of u heeft het er met elkaar over gehad, met uw echtgenoot. Wat hoopte u toen dat ik nu ga zeggen? Wat was toen uw verwachting van dit consult?’ Deze patiënt had een half uur moeten wachten op zijn afspraak door uitloop van het spreekuur – en ik snap nu waarom.

Ik: ‘Maakt u zich zorgen?’ Patiënt: ‘Ja, nou ja, wel een beetje.’ Ik: ‘Waarover maakt u zich dan zorgen?’ Hij: ‘Nou ja, je weet wel, in deze tijd, dan ga je toch nadenken, heb ik dan nu niet ineens ook…’ (sterft weg) Ik: ‘O ja, ik snap het al.’ Hij: ‘… chronische bronchitis?’ Daar zat ik dan, klaar om mijn corona-anamnese op hem af te vuren. In zo’n situatie ben ik geneigd om vrij snel te denken dat ik weet waarvoor iemand komt en op dat punt te stoppen met het uitvragen van de hulpvraag.

Invullen gebeurt ook wanneer je de patiënt een gelimiteerd aantal opties geeft om uit te kiezen. Aan het einde van mijn afsluitende samenvatting van de anamnese zeg ik vaker dan zou moeten: ‘En maakt u zich nou zorgen? Of wil u vooral gewoon van de klachten af zijn?’ Hoewel zo’n multiple choice voor de patiënt makkelijk lijkt, zal je patiënt nu een drempel ervaren om toe te geven dat eigenlijk geen van deze twee opties, maar een veel gênanter derde alternatief, op hem van toepassing is.

“Daar zat ik dan, klaar om mijn corona-anamnese op hem af te vuren.” Hoe moet het dan wel, welke open vraag zet je in? De keuze is reuze. ‘Hoe kan ik u hiermee helpen?’ ‘Wat verwacht u nu van mij?’ Of: ‘Wat is uw vraag over deze klacht(en)?’ - als co is deze heel makkelijk in te zetten in deze vorm: ‘Ik haal zo de dokter erbij, wat voor vraag heeft u aan hem/haar?’

17


Michail Kokkorakis

Leading cause of death Is there a treatment for the world’s leading cause of death?

Chronic Heart Failure (CHF) is a major public health issue in modern society, with over 23 million people suffering from this condition worldwide. There is not only one exact cause, but CHF mainly develops after other conditions have weakened or damaged the heart. There are several types and stages but let’s focus on something unexplored in the medical world…

A novel way of treating Chronic Heart Failure

Are the current drugs effective enough to combat heart diseases or would a novel therapy be a more suitable candidate to maintain cardiac function and maybe even reverse the damage to the tissue? The clinical study from Gao et al. centers around a relatively new combination therapy of sacubitril with valsartan, which seems to have promising outcomes.

Methods From the heart center at People’s Hospital of Liaoning Province, 120 patients were separated (according to inclusion and exclusion criteria) into two groups, 60 were assigned to the combination group and 60 to the mono-therapy (valsartan) group. After eight weeks time, the clinical outcomes and the adverse effects were observed.

Significance The combination therapy appeared to have better outcomes than the mono-therapy and also the rate of adverse-effects was only more than half of that of the valsartan group. You may have never heard of them, but high-sensitivity cardiac troponin T (hs-cTnT) and N-terminal pro-brain natriuretic peptide (NT-ProBNP) serum levels are the gold standards for clinical diagnosis of Chronic Heart Failure (CHF). More specifically NT-ProBNP production is up-regulated in the presence of cardiac failure. It is important to mention that these two values decreased considerably after the combination treatment, having better outcomes than the valsartan group alone. Moreover, the sacubitril/ valsartan group performed better in lowering left atrial diameter (LAD), left ventricular end diastolic dimension (LVEDD), and improving the left ventricular ejection

20

fraction (LVEF), which are remarkable outcomes! These data can lead to the conclusion that the combination therapy may have regenerative effects.

Limitations Some factors that may limit this experiment are among others the small sample size and the short duration of the trial. The age group was chosen to be > 60 years of age and the classification was NYHA Class II-IV, which means from slight limitations of physical activity to symptoms at rest. On top of that, the use of sacubitril/valsartan is expensive and therefore it might be a burden for a broader clinical use. More specifically this scheme can be 100 times more costly than the standard ACE inhibitor drugs available to date. Last but not least, this combination is contraindicated in pregnancy because valsartan is known for causing birth defects.

Mechanism of action of Sacubitril This drug inhibits the enzyme neprilysin which is responsible for degrading the atrial and brain natriuretic peptide. While these peptides remain (active) in the circulation, antihypertensive properties are potentiated. As you can see in the figure its usage promotes anti-proliferative effects on the tissues.

Mechanism of action of Valsartan This agent blocks the action of Angiotensin II (Angiotensin I receptor blocker) and activates Aldosterone. It is an agent that is approved for heart failure patients that are intolerant to ACE inhibitors. Its use also results in a decreased blood pressure, by inhibiting RAAS and also by decreasing the sympathetic tone as shown in the figure below.


Conclusion CHF is a daunting condition not only for the patient but also for the whole healthcare system. Even though current drugs are helpful to manage most cardiovascular conditions, by 2030 it is estimated that CHF cases will be increased by 50%. Therefore, it is of utmost importance to explore new therapeutic agents and new intervention strategies to treat this condition. Therefore, CHF will comprise a major financial burden on healthcare. As you can see in the figure below, the (re)hospitalization of patients is responsible for 70% of the total cost of the treatment of CHF. The combination of the aforementioned drugs is seemingly promising in reducing hs-cTnT and NT-ProBNP but also in lowering the amount of patients that need to go to the hospital. There is also a possibility that this treatment has regenerative effects on the cardiac tissue. However, the trial’s limitations have to be taken into consideration before introducing this option to the general population as the mainstay for CHF. Is this novel scheme the cure-all we were all waiting for or is it just a slightly improved version of the currently available pharmaceuticals?

21


Ivanka van Wijk

Summer spots in Groningen Groningen is well known throughout the Netherlands and even internationally as a vibrant, young student city. In particular, the city has a special glow and atmosphere during the summer season. Whether you have lived in Groningen for years now, or are just arriving for your first year of medicine, there are many spots in this city to discover where you can spend these warm few weeks. Even though KEI week 2020 has been cancelled due to the current regulations regarding the spread of the Coronavirus, there are plenty of ways to explore Groningen and its charm on your own. This list is intended as a guide to the best spots this city has to offer, for newcomers and life-long Groningers alike. Noorderplantsoen

Hoornseplas

The number one hangout and barbeque spot in Groningen deserves an early place on this list. The Noorderplantsoen is a winding, scenic park in the North of the city. On every beautiful day of the year, hundreds of students can be found laying on the grass, having a picnic and enjoying the ‘gezelligheid’. So much is happening there that you are almost guaranteed a good time when you stop by. This park is even the subject of a song called “Het gras van het Noorderplantsoen’. This is an important song to learn the lyrics to, as it often comes up at parties and clubs throughout the city. My suggestion is to get a group of friends, buy a portable barbecue, and spend the day on the grass with some music and drinks.

While the city beach is great for its central location, the best place for swimming in Groningen, by far, is the Hoornseplas. It is a big lake with beach sand surrounding the water. It is located about a fifteen minute bike ride south from the city center, at the border of the province of Groningen and Drenthe. They have lots of fun activities available, like beach volleyball and soccer. They even have live music events some days of the year, so keep your eye out!

DOT & the City Beach Groningen is unfortunately a few kilometers too far away from the coast to enjoy the ocean. Luckily, a nice beach day is still possible at the City Beach. This is a man-made beach situated on a canal, just up the street from the medical faculty. Complete with sand and a place to swim, it’s possible to grab some friends and have a chill time. Right next to the beach is the restaurant DOT, with nice snacks and a creative outdoor seating area. They also host many events throughout the summer months to enjoy, with a unique dome theater. Whether its live music events or a screening about space and the stars, the DOT is always an exciting place to be. You can find their scheduled events on their facebook page or website and buy tickets beforehand.

22

Excalibur Groningen is home to the world-record holding free-standing climbing wall called Excalibur, named after the sword of King Arthur. It is 37 meters high and hangs 11 meters over! For the adventure seekers, this is a must-do in Groningen during nice weather. It’s a bit outside the center of the city, at a place called Sportcentrum Kardinge. There is much more to do here besides just rock climbing; for example, you can go ice-skating (nice to cool off from the hot days!), swimming, and playing almost any sport you can think of. It’s worth the somewhat longer bike ride for anyone into athletic endeavors.

The Vismarkt Market One of the busiest places in Groningen is Vismarkt on days when the market is open. This market is home to many stands selling fresh produce and goodies from local farmers and businesses. On a nice day, you can explore what they have to offer, while getting a portion of fries or churros to snack on as you go! Prices are usually cheaper than the supermarket, the food is fresher and you can support the local farmers. It’s even possible to shop waste-free if you bring your own reusable bags, jars and boxes. Therefore, you can get


fresh food while enjoying the atmosphere and helping the environment as well! The market is open four days a week (Tuesday, Thursday, Friday, and Saturday) from 9:00 am until 5:00 pm.

The Rooftop of the Forum After many months of construction, Forum Groningen has recently opened its doors to the public. Meant to be a community space, this building has year round exhibitions, events, and movie screenings (Pro-tip: look out for their expat movie nights, where they screen movies in different languages with English subtitles instead of Dutch, so internationals can enjoy foreign films!) An especially awesome feature of the forum is their rooftop terrace, with a bird’s eye view of our beautiful city. You can enjoy the sun while getting a drink or snack at their rooftop restaurant.

23


Thomas van der Korst Suzanne Schuurman

Six years a slave Geïllustreerde gids van de levensloop van de geneeskundestudent De vaste filosoof van het UMCG, Menno de Bree, zegt het graag en vaak: tijdens je opleiding geneeskunde zul je een niet te evenaren verandering doormaken. Naarmate je studie vordert maakt je onzekerheid plaats voor kennis en nog meer onzekerheid, en ontpop je je tot wat de opleiding zo treffend een semi-arts noemt. Zie hier ons verslag van deze reis/ rollercoaster/‘kan-ik-niet-beter-de-kappersopleiding-gaan-doen’. Jaar 1 Je bent binnen! Nog steeds niet helemaal hersteld van de traumatische vleeskeuring die men ook wel decentrale selectie noemt. De eerste dagen zijn gevuld met nieuwe indrukken: het gebouw is eigenlijk best lelijk, de docenten best aardig (totdat ze een microfoon in je gezicht duwen), de geur van de snijzaal en WOW wat ligt daar opeens voor prachtig faculteitsblad op je mat? Daarnaast kun je nu dan echt hét antwoord geven op je ‘wat studeer jij?’-vraag waar je al die tijd van had gedroomd: een quasinonchalante ‘ik doe geneeskunde’ terwijl je vanbinnen jubelt van trots. Totdat je gesprekspartner vervolgens reageert: ‘Oh, leuk, mijn broer is aios en promoveert op erfelijke hartritmestoornissen, welk jaar ben jij?’

Jaar 2 Nadat je even op panacea.nl hebt aangegeven dat je de PanEssay gratis wil blijven ontvangen (dit gaat helaas niet meer automatisch na het eerste jaar), begin je aan deel 2 van je strijd, vol goede moed. En blut, want er zijn zowaar NOG meer studieboeken bij gekomen die je dient aan te schaffen. En jij maar denken dat

24

je met die 1100 euro die je er vorig jaar aan uitgaf je hele studie vooruit kon. Dit is dus waarvoor bijlenen is uitgevonden. Verder kom je er dit jaar waarschijnlijk achter dat je het studentenleven best wat meer mag gaan benutten (studeren kan ook in de trein naar thuisthuis), dat je nu toch echt enkele vragen moet kunnen invullen op de voortgangstoets en dat Bakels god is.

Jaar 3 Je kunt niet wachten tot je eindelijk klaar bent met die suffe colleges en tentamens. Je bent hier om patiënten te genezen, niet om rijtjes te stampen - dan had je net zo goed Frans kunnen gaan studeren. Het is gelukkig maar een half jaartje, want daarna is het tijd voor het bachelorproject. Dit kan op twee manieren verlopen. Situatie 1: AAAAAAAAH!!!!!! Waarom hebben we zoiets moeilijks


uitgekozen?! 50-urige werkweken. Geen tijd om af te spreken. Geen tijd voor sport. Geen tijd voor commissies. Geen tijd om te slapen. Ik eet morgen wel. Eindcijfer: 7,4 (afgerond: 7).

op Expeditie Vindicat. ZGT Hengelo: je kans om op RTL 5 te komen. MST Enschede: exclusief centrum gespecialiseerd in second opinions van ZGT (met veelal overlappende maatschappen). Emmen: tja,

Situatie 2: O ja, we moeten de vragenlijst nog even opsturen. Oké, dat doe ik volgende week wel gezien het feit dat ik deze maand nog niks heb gedaan voor het bachelorproject. Eindcijfer: 6,8 (afgerond: 7). Aan het eind van het jaar is het tijd om afscheid te nemen van je learning community, van relaxte collegezalen als de Blauwe Zaal en van lange zomervakanties. Emmen.

Jaar 4

Heb je ooit geprobeerd te schrijven met je nietdominante hand? Dat is hoe het voelt om met mensen om te gaan tijdens je eerste coschap. Overwerkte arts-assistenten; patiënten die blijkbaar niet begrijpen hoe een goede anamnese gestructureerd hoort te zijn; specialisten die gespecialiseerd zijn in het ontwijken van coassistenten, vooral wanneer je een feedbackformulier van ze nodig hebt. Ook zul je elke keer weer denken: “Ik weet dat ik dit ooit gelezen/geleerd heb maar ik heb echt geen idee meer.” Stoer hoor, die witte jas, totdat je met je stethoscoop achter een deurklink blijft haken.

Jaar 5 Was je eindelijk gewend geraakt aan eierballen en onverstaanbare accenten, moet je al weer ergens anders heen. Het jaar dat alle co’s zich verspreiden over verschillende affiliaties in Noord-Nederland, en dan bedoelen we ook echt verschillend. Zwolle: welkom

Heb je trouwens ooit last gehad van keuzestress? Nee? Nou, dan is dit het jaar dat je er eindelijk kennis mee gaat maken. Dit is het jaar dat het uitstellen van beslissen over je toekomst niet echt meer kan sinds je nu bezig moet gaan met het regelen van je stage wetenschap en semi-artsstage. Mooie stressaanvallen bij de vraag: “Waar ga jij je semi-arts doen?”

Jaar 6 Na een tijd van elke maand een nieuwe stage met opnieuw de ‘perfecte co’ zijn, ben je goed uitgeput. Dan komt eindelijk de zomervakantie van de studie: de stage wetenschap. Natuurlijk stress je wel een beetje over je scriptie afschrijven en op tijd klaar zijn, maar dit type stress is een stuk relaxter. Dit is die knagende waarom-stel-ik-altijd-alles-uit-stress en niet die actieve zal-ik-toch-maar-basisschoolleraar-worden-stress. Vakantie dus. Dan komt het moment van de waarheid: de semi-artsstage. Hier word je klaargestoomd om te dokteren, je bent over een half jaar al arts (toch?!). Eindelijk ervaar je meer zelfstandigheid en leer je op een veilige manier zelf zorg te nemen voor de patiënten (toch?!). Een goed platform om te leren doordat je niet in het diepe wordt gegooid (toch?!).

25

Afbeeldingen gemaakt door Sophie Reese (Instagram: @cissmophy)

Wacht even… Er zijn weer colleges? En tentamens? Ik dacht dat ik ging beginnen met mijn klinische stages, eindelijk het ziekenhuis in! Na een teleurstellende herbeleving van de bachelorjaren (wel aangevuld door ongemakkelijke sessies waarin je het lichamelijk onderzoek oefent op je medestudenten), begint een spannend nieuw gedeelte van je leven: de coschappen.


Chris Lenselink

Het laatste stukje Column Op feesten en partijen kom je er niet onderuit: die paar vragen die gesteld worden als je echt geen gespreksonderwerp weet. Na nietszeggende lettergrepen uitwisselen over het mooie weer, komt dan de vraag “Wat studeer je?” en het daaropvolgende “Waarom doe je dat?” Redenen als ‘met mensen praten’ en ‘mensen beter maken’ zijn natuurlijk wel van toepassing, maar ik heb dat nooit als ladingdekkend gezien en ik hoopte dat er toch een diepere beweegreden was om zo’n hoge studieschuld op te bouwen. Toen ik in groep 8 zat, had ik alle seizoenen van House op dvd. Misschien een beetje raar voor een elfjarige, maar dat maakte me destijds niet uit. Alle 177 afleveringen had ik in ieder geval wel twee keer gezien en hoewel het medische jargon me totaal ontsteeg, vond ik het fantastisch om te zien hoe een team van intelligente artsen een complexe casus door het benutten van kennis en het toepassen van vaardigheden meestal tot een goed einde bracht. Het puzzelen leek me fantastisch en het zou mooi zijn geweest om House als reden aan te voeren voor het kiezen voor geneeskunde. Dat was echter niet zo, want mijn oog viel pas op geneeskunde tegen het einde van de vijfde klas. Jarenlang heb ik aangehouden om een hotel te beginnen op Ameland. Als kind kwam ik daar al en mijn moeder glunderde van trots toen ik dat als vijfjarige tegen die leuke buurvrouw zei. Met een redelijke talenknobbel en aardig wat logische denkkracht zou dat misschien ook wel ideaal zijn geweest. Rond de derde klas kwam ik er echter achter dat ik met mijn prima cijfergemiddelde en tweetalige opleiding misschien wel een iets complexer, relevanter beroep kon kiezen. Een beroep dat niet enkel zou voorzien in de drang van vette, puffende Duitsers die van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen en dan maar het consumentisme voeren, zodat ze thuis bij de bridgeclub kunnen opscheppen over dat leuke eiland. Met een vrij breed vakkenpakket lagen alle wegen nog open en viel mijn oog op een economische studie. Het probleem daarmee werd al wel gauw duidelijk: het is niet iets wat ik mijn leven lang wil doen, het is niet belangrijk genoeg. Daarmee wil ik zeggen dat mensen niet creperen als er geen economen zijn. Hoe je het ook went of keert, de economie is verzonnen. Geld bestaat alleen omdat het merendeel van de mensen gelooft in het bestaan ervan, en ik had geen zin om de rest van

26

mijn leven te besteden aan sprookjes van oneindige economische groei en het filosoferen over de zin van een anticyclisch begrotingsbeleid. In de zesde begon het toch te knagen. Dat wat House deed, was wel leuk toch? Echter, door anderen soms omschreven als onhandig, preuts of besluiteloos wist ik niet of dát nou de kwaliteiten waren om arts te worden. Toch besloot ik mee te doen aan de selectie in Groningen, die naar mijn gevoel rampzalig verliep. Ik had een hoge plaats in de ranking behaald en besloot ik, na wat survivor’s guilt, om het toch maar te proberen. Dat hechten en injecteren leren ze je vast geduldig.

“Geneeskunde is non-fictief” Geneeskunde is bij uitstek hét beroep waar iedereen wat aan heeft. Hoewel de mens cultureel geneigd is om tweedelingen te maken (rijk-arm, man-vrouw, blankzwart, aanvoerder-uitvoerder) komt haast iedereen vroeg of laat bij een dokter. Als arts heb je het voorrecht om levens te redden, kwaliteit van leven te vergroten én je te buigen over ethische vraagstukken. Geneeskunde is, anders dan bijvoorbeeld sociologie, non-fictief. Ziektebeelden zijn niet verzonnen door een paar ‘grote denkers’ als Adam Smith of Jean-Jacques Rousseau, ze bestaan echt. En door dat tastbare kan je daar ook op handelen. Een verstopte coronair kan gestent worden, een ontstoken blindedarm kan geopereerd worden en voor een depressie kan therapie goed helpen. Soms zijn problemen niet objectief op te lossen, althans niet in de zin dat het ziektebeeld te genezen is. Het bijstaan van een patiënt, alles eraan doen om diens kwaliteit van leven te verhogen en het aandurven om de moeilijke gesprekken aan te gaan, daar doe ik het voor. Je hoeft niet altijd als House het laatste puzzelstukje te leggen.


Bart Hofsté

Dwang in de zorg De nieuwe wetgeving omtrent verplichte zorg in een notendop Kom je op de voortgangstoets ook vaak zo’n mysterieuze vraag tegen over iets met Bopz? Of ben je simpelweg nieuwsgierig hoe de vork nu eigenlijk juridisch in de steel zit met betrekking tot dwang in de zorg? In dit artikel gaan we de nieuwe wetgeving omtrent gedwongen zorg kort en bondig bij langs. Hierna ben je weer geheel geüpdatet en voorzien van de nodige dosis gezondheidsrecht, zodat je met vol vertrouwen de volgende toets tegemoet treedt.

Op 1 januari 2020 is de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen door de Wet verplichte GGZ (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). Met de splitsing van de Wet Bopz in deze twee nieuwe wetten is een einde gemaakt aan één van de kritiekpunten op de Wet Bopz, namelijk dat deze wet geen onderscheid maakte tussen wezenlijk verschillende zorggroepen met uiteenlopende zorgbehoeften. De Wvggz is namelijk van toepassing op mensen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico hebben om zichzelf of anderen ernstig nadeel toe te brengen. De Wzd is daarentegen van toepassing op mensen met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening. De eerste vraag die zich opdringt is wat we nu eigenlijk moeten verstaan onder gedwongen zorg. De wetgever heeft daarvan in beide wetten een limitatieve opsomming (red: een wettelijke opsomming waar niks aan toegevoegd kan worden.) gegeven. Verplichte (Wvggz) of onvrijwillige (Wzd) zorg zijn toediening van vocht, voeding en medicatie, medische controles, het behandelen van psychische of somatische aandoeningen, het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek aan de woon- of verblijfsruimte, gedragsbeperkende maatregelen zoals het verbieden te bellen of appen, het beperken van het recht op bezoek (art. 3:2 lid 2 Wvggz, art. 2 lid 1 Wzd). Opname in een accommodatie waar zorg wordt verleend, wordt uitsluitend in de Wvggz gerekend tot de gedwongen zorg. Het moge duidelijk zijn dat dit verstrekkende maatregelen zijn die zeer beperkend kunnen ingrijpen in de vrijheid van personen. In het licht van diverse

28

mensenrechtelijke verdragen (art. 5 EVRM, art. 9 BUPO) dienen dergelijke maatregelen dan ook met de nodige waarborgen omkleed te zijn. Die waarborgen zijn onder andere terug te vinden in de wettelijke criteria en de juridische binding van de wettelijk gegeven bevoegdheden aan nauw omschreven doelen. Zowel de Wvggz als de Wzd gaan uit van gedwongen zorg als laatste redmiddel; gedwongen zorg wordt in beginsel niet verleend, tenzij... Vereist voor opname of dwang is het bestaan van een ernstig nadeel dat wordt veroorzaakt door het gedrag van de patiënt, waarbij dat gedrag voortvloeit uit diens psychische stoornis (Wvggz) dan wel diens psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking (Wzd). Er is hier dus sprake van een dubbele causaliteitseis: het ernstig nadeel dient voort te vloeien uit het gedrag van de patiënt, en het gedrag van de patiënt dat het ernstige nadeel veroorzaakt dient voort te vloeien uit diens psychische achtergrond. Een patiënt die zorgpersoneel bedreigt mag dus geen onvrijwillige zorg worden opgelegd indien dit gedrag voortvloeit uit zijn onvrede met zijn levensomstandigheden, en niet diens verstandelijke beperking. Daarnaast mogen er geen mogelijkheden zijn om die zorg op een vrijwillige basis te verlenen, mogen er geen minder bezwarende alternatieven voorhanden zijn (subsidiariteit), moet de verleende zorg met oog op haar doel evenredig zijn (proportionaliteit), en moet redelijkerwijs te verwachten zijn dat het verlenen van de gedwongen zorg effectief is (art. 3:3 Wvggz, art. 10 lid 2 Wzd). De Wvggz en de Wzd verlenen aan diverse bestuursorganen de bevoegdheid om verplichte of onvrijwillige zorg op te leggen. Voorbeelden van zulke bestuursorganen zijn de officier van justitie, de burgemeester, de


Vereist voor opname of dwang is het bestaan van een ernstig nadeel dat wordt veroorzaakt door het gedrag van de patiënt, waarbij dat gedrag voortvloeit uit diens psychische stoornis (Wvggz) dan wel diens psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking (Wzd). Er is hier dus sprake van een dubbele causaliteitseis: het ernstig nadeel dient voort te vloeien uit het gedrag van de patiënt, en het gedrag van de patiënt dat het ernstige nadeel veroorzaakt dient voort te vloeien uit diens psychische achtergrond. Een patiënt die zorgpersoneel bedreigt mag dus geen onvrijwillige zorg worden opgelegd indien dit gedrag voortvloeit uit zijn onvrede met zijn levensomstandigheden, en niet diens verstandelijke beperking. Daarnaast mogen er geen mogelijkheden zijn om die zorg op een vrijwillige basis te verlenen, mogen er geen minder bezwarende alternatieven voorhanden zijn (subsidiariteit), moet de verleende zorg met oog op haar doel evenredig zijn (proportionaliteit), en moet redelijkerwijs te verwachten zijn dat het verlenen van de gedwongen zorg effectief is (art. 3:3 Wvggz, art. 10 lid 2 Wzd).

‘‘Het ernstig nadeel dient voort te vloeien uit het gedrag van de patiënt, en het gedrag dient voort te vloeien uit diens psychische achtergrond’’ De Wvggz en de Wzd verlenen aan diverse bestuursorganen de bevoegdheid om verplichte of onvrijwillige zorg op te leggen. Voorbeelden van zulke bestuursorganen zijn de officier van justitie, de burgemeester, de geneesheer-directeur, de zorgverantwoordelijke en de Wzd-functionaris. Daarmee dienen ingrijpende besluiten tot verplichte of onvrijwillige zorg te voldoen aan criteria van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zo bepaalt het zogeheten verbod op machtsverdraaiing (art. 3:3 Awb) dat het bestuursorgaan zijn bevoegdheid niet voor een ander doel mag gebruiken dan waarvoor het gegeven is. Onder de Wvggz zijn de doelen waartoe gedwongen zorg mag worden ingezet limitatief opgesomd in art. 3:4 Wvggz. Verplichte zorg kan worden verleend om een crisissituatie af te

wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van de patiënt te stabiliseren, de autonomie van de patiënt te laten herstellen en het laten herstellen en stabiliseren van de fysieke gezondheid van de patiënt. Onder de Wvggz zal de geneesheer-directeur dus niet een patiënt zijn bewegingsvrijheid mogen beperken omdat zij van mening is dat de patiënt recalcitrant gedrag vertoont. Tot slot belicht ik enkele wezenlijke verschillen tussen de Wvggz en de Wzd. Ten eerste is de procedure die gevolgd moet worden om gedwongen zorg te kunnen toepassen verschillend. Uitgangspunt in de Wvggz is de zorgmachtiging, die door de officier van justitie kan worden verzocht (artt. 5:16-18 Wvggz) en door de rechter kan worden verleend (artt. 6:1-5 Wvggz). In een uitzonderlijke crisissituatie kan echter ook de burgemeester een crisismaatregel bevelen, waardoor tevens tijdelijk gedwongen zorg kan worden toegepast (artt. 7:1 -5 Wvggz). Onder de Wzd kan de zorgverantwoordelijke (lees: arts, verpleegkundige of ten minste verzorgende IG) uitsluitend onvrijwillige zorg opnemen in het zorgplan, indien hij overleg heeft gehad met ten minste één deskundige uit een andere discipline. Indien de zorgverantwoordelijke zelf geen arts is, kan onvrijwillige zorg pas worden toegepast na instemming van een bij de zorg betrokken arts (art. 10 lid 3 Wzd). Onvrijwillige opname is in de Wzd apart geregeld in art. 24, en valt daarmee niet onder de noemer onvrijwillige zorg die in het zorgplan kan worden opgenomen. Daarnaast kan onder de Wzd onvrijwillige zorg uitsluitend worden verleend om een ernstig nadeel af te wenden. De doelen waartoe gedwongen zorg kan worden toegepast onder de Wvggz zijn zoals gezegd ruimer (art. 3:4 Wvggz).

29


Anne van Casteren

Trolls and witches The better alternative to disease In these times of pandemic and boredom (for most), who doesn’t love a good story? In this edition we bring you the perfect creepy little tale, which also doubles as an insight into the ancient grieving process. While we now have many rational ways to look at and understand death and disease, it is an arguably far more interesting topic seen from the eyes of those who do not have our modern knowledge. A 16th century German book on grieving (Jacob Rueff, Hembammebuch) includes a unique story about a changeling child. The child is given to a man in Sassen, who is advised to bring it to an old lady after the child’s evil nature is discovered. The child soils itself, cries, and has exhausted five women who came to feed it. Afraid of this home invader, the man carries it in a basket to the old lady. When he crosses a bridge, however, the Devil calls out from the water and the child replies. Even more terrified now, the man casts the child and basket into the river. There, the changeling dances on the water with the devil. A changeling is a child that is exchanged for a human one by faeries, trolls, demons, witches, white ladies or any other malicious old-timey creature. The changeling itself could be any sort of unpleasant being, from straight-up devil to trickster troll. It is an ugly being, screaming and crying at its new parents, and dislikes typical baby food. Various reasons are given as to why the child is exchanged. My personal favourite is the following; because trolls are ugly creatures, bound to the damp holes in which they live, they become jealous of the baby human. It is so beautiful to them that they steal it and abandon one of their own in its place. In the image above, a late 15th century detail of a miniature, a devil is exchanging a holy human baby for its evil counterpart. The creepy flying thing goes completely unnoticed by the bystanders. Although the changeling story is much older than this piece, it shows how the legend endured well into Christian medieval times, even adapting to include, instead of trolls and faeries, more religiously appropriate evils.

30

Even today the story endures in language, influencing words to describe crying babies, such as (in Dutch) bullebak, or the more modern huilebalk. The human child is kept until the changeling either dies or leaves the home. It is then replaced, or in case of death of the changeling, kept to live with the witches. Although not understanding most natural phenomenons or diseases, people from the past were not idiots. They noticed when a child wasn’t how they were supposed to be, and needed just as many answers as we do now when their child unexpectedly passes away. While we nowadays would examine a child that cries or soils itself for infections and the like, a 15th century mother had no way to come to such conclusions. It’s easy to imagine the confusion of parents when a sick child starts behaving strangely. A young child cannot express their pain or discomfort in words, so understanding that illness is at the root of the problem and not supernatural causes, might have been more difficult. Changelings may have been a convenient explanation for infant disease, deformity and death. In a world where every hill could hide a witch, who wouldn’t believe their child was living with trolls rather than accept that it died from influenza or malnourishment? Another theory for the existence of the changeling story is dependent on its own medical misunderstanding. Having no knowledge of genes or congenital deformities, the birth of a deformed child was often blamed on the mother. To avoid blame, the child could be labelled as a changeling. Later interpretations involving devils and Christianity take the changeling as an explanation of miscarriage, changing the child to a much more easily accepted evil dead version even before birth. Many such stories exist to explain disease, ease grief or help the dying to accept death.

Gro

Oo

Lee

ww

VA

acco


wij bieden nachtrust

Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl

VAN DER MEER

accountants & adviseurs


Puzzelplezier In deze editie hebben we weer een uitdagende puzzel. In de stijl van de jaarlijkse dr. Denker kerstpuzzel, is dit een medische cryptorebus. Soms moet je letterlijk denken, soms out-of the box, maar alles is medisch gerelateerd. Veel puzzelplezier!

32


33


Nocebo

Memes

34


Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Chris Lenselink Redactie Bart Hofsté Redactie Thomas van der Korst Redactie Chris Lenselink Redactie | Lay-out Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Marit Schulte Redactie | Lay-out Angelique Wortelboer Redactie | Lay-out Suzanne Schuurman Redactie Michail Kokkorakis Redactie | Lay-out Ivanka van Wijk Redactie | Lay-out Anne van Casteren Redactie | Lay-out Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail Online Facebook Instagram Oplage Drukker Coverfoto

panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay PanEssay @panessay 2200 stuks OCC Crossmedia, te Breda Chris Lenselink

Sluitingsdatum eerstvolgende editie 31 augustus 2020

PanEss anEssa ay

Activiteitenkalender Juni 2 5 15 17 24 25

Into the Coschappenavond (online) Tentamen jaar 1 (thema 8 + 9) Docent van het jaarverkiezing (online) Bestuursinformatieuurtje (online) Tentamen jaar 1 (thema 6 + 7) Tentamen jaar 2 (thema 9 + 10)

Juli 9

Tentamen jaar 2 (thema 7 + 8)

September Alternatieve PanIC introductie 9 Algemene Ledenvergadering 10 How to Dutch 12-13 Actieve Leden Weekend 14-26 Commissiesollicitaties 14 Bestuursinformatieuurtje 18 33ste Galabal der M.F.V. Panacea 23 Voortgangstoets 23 Thema Inloopuur Oktober Hele maand Benefietmaand 6-13 Diësweek 6 BeCO Benefietdiner 7 Diësreceptie 12 BeCO Oktober Revolutiefeest 14 Diësbarbecue 16 Masterraad Symposium 26 Bachelorbuluitreiking 27 Bachelordiner


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay Juni 2020 by PanEssay - Issuu