PANESSAY jaargang 28 // nummer 2 // juni 2014
Faculteitsblad der M.F.V. Panacea
INHOUD het bestuur vertelt met geuren en kleuren wat zij het afgelopen half jaar hebben Uit ‘t bestuurshok
37
Commissies & onderwijs de Co-out en de Orgie stellen zich voor en de docent van
38
Onderwijscolumn Kevin Haines overbrugt de onderwijspagina met een stuk over de internatio-
41
Zelfmoord
42
uitgespookt. En iets met een vis
het jaar verkiezing vraagt om uw stem
nalisering van onze geliefde studie
altijd al eens willen weten wat de fysiologie achter een zelfmoord is? Van Putten vertelt het u
S and the tropics het laatste epistel van collega Schokker. Over anticonceptie, Nicaraguaanse
44
Fotopagina
48
gynaecologie en zijn avonturen op een onbewoond eiland zit
een greep uit de schatkist van de Pan-F. Wat zijn ze weer mooi
Henrietta Lacks (HeLa) broeder Pol brengt u het indrukwekkende verhaal van Henrietta Lacks en
50
VGT hulp
52
wat uit haar voortkwam
Hidde zorgt ervoor dat u een voldoende haalt op de VGT door de hogere wiskunde van de relatieve risico’s te verhelderen
Tumorhumor
55
Casuspagina
56
In hogere sferen IV
58
Co-column
61
Medische memes het is weer niks
62
wederom hebben wij de hand kunnen leggen op een aantal smakeloze vragen die de VGT niet haalden is there a doctor on board? Jawel, maar kosmonaut Stalin zet u op een vlucht naar het hiernamaals
ze zijn er weer! De kosmonauten leggen hun mentale welzijn in de waagschaal voor de ervaringen van een oud Russisch recept
onze commissieoma Boukje vertelt over haar leven als slaperige coassistent in het slaapverwekkende Deventer
COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3200 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres A. Deusinglaan 1 t.a.v. PanEssay 9713 AV Groningen // telefoon 06 31260800 // e-mail panessay@panacea.nl // praeses Tom van Putten // hoofdredactrice Tessa Elling // redactie Hidde Kleijer, Isabel Meusel, Marko Pol, Tom van Putten, Christiaan Serbanescu-Kele, Sandor Schokker, Boukje van der Slik, Davith de Vries // lay-out Tessa Elling, Siawosh Eskandari, Joël Mellema, Dinant Oemrawsingh, Isabel Meusel, Marko Pol, Boukje van der Slik, Davith de Vries // Omslagfoto Hidde Kleijer en Tom van Putten (model)// Sluitingsdatum volgende editie: vrijdag 19 september 2014
36
Panacea
Uit het bestuurshok De eerste paar maanden vliegen als een razende voorbij. De vuurdoop van de eerste algemene ledenvergadering hebben we overleefd en als bestuur zijn we nu al een halfjaar bezig. De zomervakantie is al weer in zicht, de laatste tentamens worden gemaakt en verre vakanties worden geboekt. In de tussentijd zitten wij echter niet stil op ons kleine hokje in de kelder. Een scala aan mooie activiteiten is achter de rug en vele nieuwe liggen alweer in het verschiet. Zo hebben wij de lente gevierd in Volonté tijdens de Lenteborrel met het thema ‘Lam in de Wei’. We hebben een nagebootste psychose kunnen meemaken tijdens het Symposium, waar een recordaantal aan bezoekers was en we kwamen er achter wat er nu eigenlijk in het grijsgroene gebouw naast de faculteit gebeurt tijdens de rondleiding in het proefdierlab van de JV2. Daarnaast kunnen enkelen van ons zich nu een echte bierkenner noemen door de High Beer van de CuCo. Informatie en kennis welke goed gebruikt konden worden op het MEgala in de Westergasfabriek in Amsterdam en tijdens ons eigen spetterende gala met het thema ‘Atlantis’. Ook hebben enkelen de hoogste, langste en snelste achtbaan van Nederland overleefd in Walibi, chapeau! We zijn de maand mei goed begonnen met onze actieve leden op het Actieve Ledenweekend op Ameland en sportief als we zijn, zijn er vele kilometers afgelegd tijdens de SpoCo Batavierenrace.
Bergen worden verzet in Onderwijsland op het gebied van het nieuwe curriculum. Zo proberen wij hier dicht bij betrokken te zijn en ligt er al een opzet klaar voor een nieuwe indeling voor de Jaarvertegenwoordiging en Year Representation. De site schittert in een nieuw en hip jasje en onze vissen zwemmen een stuk vrolijker rond in Villa Loch Ness na de plaatsing van een nieuwe deksel met lamp, een waterpomp en frisse plantjes. Wanneer we een blik vooruitwerpen is er nog een paar mooie activiteiten waar we naar uit kunnen kijken voordat iedereen het mooie hoge Noorden verlaat voor de zomer. Zo zullen we cultuur snuiven in Barcelona tijdens de BRC en zullen we in juni de 27e dies van onze vereniging vieren. Nog veel succes de laatste paar maanden van dit studiejaar en we hopen jullie te zien op een van onze mooie activiteiten. Liefs bestuur 2014
Naast alle feesten, lezingen en borrels zijn wij ook hard bezig geweest met alle andere aspecten van onze mooie vereniging. Zo is er een nieuw contract afgesloten met de instrumentenleverancier, waardoor jullie de aankomende drie jaar weer instrumenten bij ons kunnen bestellen! Daarnaast zijn we bezig met het uitbreiden van de instrumentenwinkel met hecht-, verband- en snijsetjes. Echter ons nieuwste, hipste gadget zijn de klompen. Deze kunnen bij ons op het hok uitgeprobeerd worden.
Panessay • 2014:2 • 37
Commissies & onderwijs
Co-out Co-out
Lieve coassistenten, ieder jaar wordt er een dag georganiseerd voor en door alle coassistenten. Dit jaar zal deze dag georganiseerd worden door de Co-Out 2014. Een al langer bestaande commissie, maar nieuw binnen Panacea. Vandaar dat wij ons hier even voorstellen! Moniek staat aan het roer, Laurien is de tiepmiep, Floor past op de centjes, Charlotte heeft enthousiaste ideeën voor de dag en Lieske en Martine zijn druk bezig sponsoring te vinden! De Co-Out dag staat in het teken van ontspanning buiten het ziekenhuis, plezier maken en feesten met alle medeco’s. Ook dit jaar gaan wij als Co-Outcommissie weer ons best doen een mooie dag te organiseren! De dag zal bestaan uit een dagactiviteit, diner en als afsluiting een groot feest met alle UMCG en Martini co’s. Begin juni zullen de inschrijvingen voor de Co-Out 2014 online komen, maar reserveer alvast de datum in je agenda! Graag zien we jullie op de Co-Out dag op vrijdag 27 juni 2014! Liefs, Co-Out 2014
DVHJ DVHJ
Wie wordt Docent van het Jaar 2014?! Op 19 juni wordt de jaarlijkse Docent van het Jaar verkiezing gehouden! Op die dag zullen we zien hoe de beste leerkrachten tegen elkaar strijden en zullen we te weten komen wie de beste van de besten is! Deze mooie dag zal plaatsvinden in het onderwijscentrum in het UMCG. De inloop is vanaf 18:00u onder het genot van een hapje en een drankje. De activiteiten zullen beginnen om 18:30u en eindigen rond 20:30u. Er is een geheel nieuw programma opgesteld voor onze lieve docenten, dat heel leuk belooft te worden! Er zullen bovendien zes docenten in de prijzen vallen, waaronder de Docent van het Jaar en de One-day wonder. Deze categorie is speciaal bedacht voor docenten die maar weinig college geven maar wel een goede indruk hebben gemaakt. Wij willen ze toch graag belonen voor hun geweldige teaching skills! Verder zullen er ook prijzen worden uitgereikt aan de docent die de leukste colleges geeft, de docent die het beste Engels spreekt en helemaal nieuw in het programma is de beste docent van het KTC! Hierna zullen we de dag eindigen met een gezellige borrel bij De Buurvrouw aan de Oostersingel. Uiteraard hebben we rekening gehouden met de WK wedstrijd Uruguay – Engeland om 21.00u! Deze missen hoeft niet! Bij de borrel in de buurvrouw kan de WK wedstrijd gewoon gekeken worden. Beter kan toch niet?! Tot dan!
38
Orgie Orgie
Hoi! Orgie 2014 hier! Wij zijn de Oktober Revolutie Commissie en organiseren voor jullie het grootste, mooiste, geweldigste en meest spectaculaire feest van het jaar! Sinds dit jaar is de Orgie nog maar een eenjarige commissie die bestaat uit zes superleuke fanatiekelingen. Hieronder stellen we ons even voor: De prachtige blonde Maaike, onze trotse leidster, stuurt hier en daar wat aan. Heb je iets van haar nodig, dan zit je met tiramisu altijd goed! De sportieve droogkloot Tessa is zo enthousiast dat ze zelfs in de kroeg nog notulen maakt, waardoor wij de volgende dag nog precies weten wat er is gebeurd! Pepijn, onze bad dealer, had zijn begroting binnen een week af, maar de arme schat wist een dag later al niet meer wat erin stond. De man met de grote praatjes is Gert-Jan en daardoor perfect voor de aqcuisitie. Door zijn big smile krijgt hij alles voor elkaar! Anchee, onze knappe brunette weet door haar grote liefde voor vele feestjes precies de perfecte locatie en artiesten te vinden. Iris, onze lieve mama, heeft al tonnen met ideeën voor de promotie klaarliggen die echt nèt niet in de begroting passen, maar dat komt vast helemaal goed! Kortom, met zijn zessen gaan we ervoor zorgen dat jullie het feest van het jaar gaan beleven waar nog lang over gesproken zal worden. Dus zet 27 oktober 2014 met koeienletters in je agenda en zorg ervoor dat je de dag erna vrij bent zodat je optimaal kan genieten!!
Panessay • 2014:2 • 39
40
Column
Kevin Haines
Onderwijscolumn The international university: crossing the bridge(s) If you stand on De Brug, you will often see a medical specialist or researcher hurrying towards a lecture theatre, memory stick in hand. What you can’t tell is whether the ideas in their head are being formulated in Dutch or English. Teachers in the Medical Faculty switch not only between their medical or research roles and their teaching roles, but also between their first language (usually Dutch) and second language (English). When providing didactic or linguistic support to these teachers, I am aware that De Brug is not the only bridge they cross. In September, we will have four learning communities, two in Dutch and two in English, meaning that at least half the teaching in our Bachelor’s programmes will be in English. True, English is the language used in top academic journals and the language of communication at most international conferences - but does teaching through English mean that a programme is ‘international’? The International Classroom project at RUG and the European IntlUni project (www.intluni.eu) are currently defining principles of good practice in the international university, and IBMG is one of the many examples. Fundamental principles include using diversity as a resource in the classroom, extending the context of learning goals across borders and across cultures, and enabling the exchange of perspectives in both formal and informal settings. As one IBMG student told us, “Whenever I learn anything about myself or about my friends, it is never when we are agreeing on subjects or when we share the same experience. You always learn about other cultures and other perspectives when you discuss it from different angles”.
Although language is not the only factor defining the international university, it does facilitate this exchange of perspectives, and it can affect students’ chances of inclusion in both learning and social situations. For this reason, RUG has now adopted a ‘dual plus’ language policy, aiming to support students and staff in using both English and Dutch. Hopefully this policy will mean that the use of more than one language becomes a positive feature in the international university, and we can enjoy the benefits of a richer learning environment in which students and staff from a variety of backgrounds share similar professional interests. The international university is an opportunity to celebrate diversity rather than seeing it as a threat, and I believe that Panacea can play a constructive role in this process.
You always learn about other cultures and other perspectives when you discuss it from different angles
Ik geef de pen voor deze column door aan mijn collega Hanke Dekker, die in juni promoveert met haar proefschrift ‘Teaching and learning professionalism in medical education’.
Panessay • 2014:2 • 41
Reportage
Tom van Putten
Zelfmoord: helemaal het einde Waarschuwing: als u hier een filosofisch stuk verwacht over de motieven van suïcidalen of de ethische vraagstukken die aan suïcide verbonden zijn dan kan u beter stoppen met lezen. Nee, dit is een biologisch verantwoord stuk over wat er met uw homp vlees, de tempel van uw ziel, gebeurt als u ervoor kiest om deze wereld op eigen initiatief te verlaten. Wij werpen een blik op het zelf toegebrachte letsel en proberen zo duidelijk te maken waarom u beter aan ouderdom kunt overlijden. De statistische kerkers van het CBS zijn betreden en aan de hand daarvan zal in willekeurige volgorde een aantal van de meest frequente zelfmoordwijzen belicht worden. Blub, blub, blub: Verdrinking
Ongeveer tien procent van de Nederlandse zelfmoorden vindt plaats via verdrinking. Dit terminale zwemfeestje wordt in films en series neergezet als een zeer pijnlijke strijd om te overleven, maar klopt dit wel? Iedereen die weleens te lang onder water heeft gezwommen zal dat beamen, want een zuurstoftekort is geen prettige ervaring. De werkelijkheid is een stuk minder erg. Het zuurstoftekort in het begin voelt inderdaad vreselijk, maar als het er op aan komt is verdrinking zelf eigenlijk vrij pijnloos. Althans, dat is wat
overlevenden zeggen over hun verdrinkingservaring. Het enige wat hen bijblijft is de kou en het oorsuizen vlak voor ze het bewustzijn verliezen. Maar hoe werkt het verdrinkingsproces nu eigenlijk? Onder water houdt men de adem in tot de concentratie CO2 in het bloed zo hoog is geworden dat het ademcentrum het lichaam stimuleert om adem te halen. Dit wordt in het Engels het ‘breath-hold breakpoint’ genoemd: het punt waarop je het ademhalen niet meer kan tegenhouden. Zodra het lichaam water in de larynx detecteert zal het reageren met een laryngospasme: de stembanden knijpen samen zodat er kan geen water in de longen kan komen. Als de zuurstofvoorraad van de longen opraakt zullen de stembanden weer relaxeren. De persoon zal onvrijwillig ademhalen en water aspireren, wat de opname van het nog overgebleven zuurstof zal bemoeilijken. Bij 20% van de verdrinkingsslachtoffers ontspannen de stembanden niet en zal er dus geen water in de longen komen. Dit werd tot voor kort droge verdrinking genoemd, maar is tegenwoordig geen gangbare term meer. Er ontstaat dus hypoxie, wat na ongeveer twee minuten na onderdompeling zal leiden tot bewustzijnsverlies. Afhankelijk van de ernst van de hypoxie en de daaropvolgende veranderingen in de zuur-basebalans kan het slachtoffer myocardiale dysfunctie, elektrische instabiliteit, hartstilstand en ischemie in de hersenen ontwikkelen. Na vier tot zes minuten treedt er irreversibele hersenschade op en na tien minuten is de kans op overleving praktisch nihil. Het enige wat de outcome nog positief kan beïnvloeden is de temperatuur van het water. Koud water zal de overlevingskans doen toenemen doordat het de metabole processen in het lichaam vertraagt. Zo zijn er casussen bekend van mensen die pas na een uur gevonden werden en succesvol gereanimeerd konden worden. Natuurlijk moet in het achterhoofd worden gehouden dat een te lange blootstelling aan een te lage temperatuur de kans op mortaliteit weer verhoogt.
Kans op succes: êê Pijn: ê Gore: êê Maatschappelijke impact: ê Creativiteit: êê
42
Adembenemend: Verstikking/wurging/ophanging
’s Lands meest gebruikte manier waarop men zich van het leven berooft is door middel van verstikking/wurging/ophanging. Maar liefst 47% van de mannen en 35% van de vrouwen kiest ervoor om via bovenstaande manieren uit het leven te stappen. De fysiologische mechanismen van deze drie manieren zijn eigenlijk vrij rechttoe rechtaan. Verstikking kan op heel veel verschillende manieren tot stand gebracht worden: denk aan verdrinking, vergassing of spelen met een plastic zak. Bij verstikking ontstaat er een zuurstoftekort waar de cellen in het lichaam niet heel erg blij mee zijn, zoals u ongetwijfeld weet. In een notendop: hypoxie, acidose en celdood, wat zonder interventie kan leiden tot de dood. Wurging werkt net even anders. Zo worden bij wurging de trachea, carotiden en jugulairen afgeknepen met de handen. Hierdoor kan respectievelijk geen koolstofdioxide uitgewisseld worden voor verse zuurstof, kan er geen zuurstofrijk bloed met nutriënten in de hersenen terechtkomen en ontstaat er stuwing door het afknijpen van de bloedafvoer uit de hersenen. Het verschil tussen verstikking en wurging is dat je bij wurging sneller het bewustzijn verliest. Dit omdat de halsslagaderen worden afgeknepen en een enorme hoeveelheid zuurstofrijk bloed wordt ontzegd aan het brein. Het resultaat is uiteindelijk hetzelfde als bij verstikking: je gaat hartstikke dood! Ophanging doet precies hetzelfde als wurging, met als mogelijke toevoeging het breken van de cervicale wervels, waardoor beschadiging van het myelum en dus paralyse van het lichaam onder het aangedane niveau.
Kans op succes: êêêêê Pijn: êê Gore: êê Maatschappelijke impact: êê Creativiteit: ê Chef’s special: Neem het woord Gods tot u.
De PanEssay zou de PanEssay niet zijn als we niet voor de punten zouden gaan. Daarom zoeken we in elke editie van deze rubriek de meest creatieve manieren om uit het leven te stappen. Omdat we toch bezig zijn met het onderwerp ophanging/wurging/verstikking lijkt het volgende verhaal mij erg passend. 9 juni 1987, Toronto, Canada. Met spoed wordt de 22-jarige Franco Brun overgebracht van het Metro East Detention Centre naar het Scarborough General Hospital. Hij ademt niet en sterft kort na binnenkomst. Als de lijkschouwer de doodsoorzaak moet achterhalen treft hij een klein object aan in de keelholte van de overledene. Het
object zit zo vast dat het hem in eerste instantie niet lukt om het te verwijderen. Als hij er na een aantal verwoede pogingen in slaagt om het voorwerp uit de keel te halen is hij met stomheid geslagen. Het blijkt een zakbijbel van tien bij zes bij een centimeter te zijn, die achter het palatum molle, vanaf de nasofarynx tot aan de larynx van de overledene geklemd zit. Voor de vorm, als je een A4’tje drie maal door de helft dan heb je ongeveer het formaat van een zakbijbel. Omdat de bijbel zo vastgeklemd zat denkt de lijkschouwer dat Brun vermoord is en hij licht de politie in. Maar nu komt het. Het slachtoffer kon niet zijn vermoord, aangezien hij in de isoleercel zat (voor straf, omdat hij met zichzelf zat te spelen voor het raam). Geloof het of niet, maar het is deze jongen dus gelukt om een bijbel in zijn eigen keel te steken. Nu hoor ik u denken, waarom zou je in godsnaam een bijbel in je strot duwen? De oorzaak is waarschijnlijk te vinden in het feit dat Brun eerder die dag in een psychose geraakte. Daar komt ook nog eens bij dat Brun van een bezoeker te horen kreeg dat de duivel in hem huisde en dat dat de reden was waarom hij zonden beging. Waarschijnlijk dacht Brun in zijn psychose dat hij de duivel uit kon drijven door de bijbel op te eten. Ik denk niet dat het effectief was.
Kans op succes: êê Pijn: êêêê Gore: ê Maatschappelijke impact: êê Creativiteit: êêêêê De zelfmoorden zijn niet getest. Heeft u interesse in het testen van een suïcide, neem dan vooral contact op met de PanEssay. Nieuwe (tijdelijke) leden zijn altijd welkom. Disclaimer: natuurlijk realiseren wij ons dat zelfmoord een serieuze zaak is. De PanEssay moedigt dit dan ook zeker niet aan. Heb je suïcidale gedachten of overweeg je zelfmoord (al dan niet na het lezen van de PanEssay) bel dan met de zelfmoordpreventielijn: 0900-0113.
Panessay • 2014:2 • 43
Serie
Sandor Schokker
S and the Tropics ultimo parto (en meerdere partussen) Alweer de laatste S and the Tropics. Time flies when you’re living in the jungle. Ik schrijf deze column in een housebroek op een bank in Amsterdam, maar wil de geëerde lezer het laatste stukje tropen en de aftershock van terugkomen niet onthouden. De plattelandsdokter
Na mijn ervaringen in het rurale ziekenhuisje was het nu tijd voor het Centro de Salud, oftewel gezondheidscentrum, waar ik het leeuwendeel van mijn stage sociale geneeskunde deed. In Nicaragua bestaan geen huisartsen en de structuur van de gezondheidszorg is die van een boom, met secundaire, tertiaire en supergespecialiseerde ziekenhuizen in de hoofdstad, een paar (of een) plattelandsziekenhuizen per departement, dan een paar gezondheidscentra per verzorgingsgebied van een ziekenhuis en als laatste takje de puestos de salud, kleine gezondheidsposten met alleen een verpleegkundige. De centros en puestos de salud nemen de rol van de huisartsgeneeskunde op zich en daarnaast infectiepreventie, bevolkingsonderzoeken,
De snelweg A1 en de spoorlijn blijven voorlopig droog.
consultatiebureaugeneeskunde, huisartsenpost, anticonceptie en family planning. Met name dit laatste is een grote uitdaging aangezien, zoals ik in een eerder deel al noemde, de meeste meisjes kinderen krijgen in hun tienerjaren. Gebruik van condooms is uit den boze omdat dit minder lekker is voor de man en daarnaast moet er natuurlijk nageslacht worden geproduceerd om mee te helpen in het huishouden of op het platteland.
Gebruik van condooms is uit den boze Als een meisje dan toch besluit dat ze iets wil doen aan anticonceptie, dan is dat in Nicaragua eigenlijk altijd de prikpil die per maand of per drie maanden gezet wordt, aangezien de therapietrouw voor de normale pil niet om over naar huis te schrijven is. Daarnaast is er veel aandacht voor het overhalen van meisjes om eerst naar school/de universiteit te gaan voordat ze zwanger worden, maar dit heeft nog niet bijster veel effect. Als de vrouw eenmaal genoeg nageslacht heeft geproduceerd bestaat de family planning uit sterilisatie van de vrouw, aangezien de man wellicht bij andere vrouwen nog wat meer kinderen wil creëren en het idee van ‘ontmannelijkt’ worden hen überhaupt niet heel erg aanstaat. Gezien de one-issue politiek om de moeder-kindzorg te verbeteren mag er wel een petje af worden gedaan voor het consultatiebureau. Ze bereiken dan wel niet alle kinderen (over bereikbaarheidsissues later meer), maar er is een volledig vaccinatieprogramma en op het kindcontrolespreekuur wordt gebruikgemaakt van een kleurig persoonlijk formulier waarop lengte, gewicht, groei (kan je goed bijhouden hoe vroeg de kinderen obees worden), de vaccinaties en het van Wiechen schema (HET VAN WIECHEN SCHEMA IN EEN BANANENREPUBLIEK!!!) worden bijgehouden. In de categorie ‘leuk idee, werkt niet’: het baarmoederhalskankerscreeningsprogramma. Sporadisch laat een vrouw een pap smear afnemen (in Nicaragua standaard aangeduid met Papanicolauoioou of hoe je het ook maar schrijft), maar deze raken vaak kwijt in de post, worden onder de verkeerde naam gelabeld of de vrouw komt niet terug voor de uitslag. Omdat mensen in Nicaragua geen adres hebben en
44
de gezondheidszorgmedewerkers niets buiten hun normale taken doen worden deze patiënten ook niet opgespoord of aangespoord. De grootste plattelandsdokterervaring had ik in een kleiner gezondheidscentrum in de binnenlanden waar ik intern in het ‘artsenhuis’ woonde (op een bed zonder matras of deken, zonder stromend water en met twee andere artsen die ook liever ergens anders zouden willen zijn). De patiënten kwamen te paard (ritten van soms zes uur) met cowboyhoeden op en in de archiefkast werden de hoeveelheden statussen in de vakjes van geboortejaren voor 1970 wel erg laag. Waar het ‘grote’ gezondheidscentrum al inconvenient gelokaliseerd was op zeven km van de stadskern (iets met vriendjespolitiek) en patiënten niet mee mochten met het shuttlebusje voor artsen en verpleegkundigen, merkte ik hier al helemaal dat het concept van gratis basiszorg in theorie erg leuk is, maar als je de toegankelijkheid niet waarborgt ietwat suboptimaal werkt. Inwoners van echt afgelegen gebieden moeten op eigen gelegenheid tot wel twaalf uur paardrijden om bij de dichtstbijzijnde arts te komen en er rukken maar eens in de paar maanden brigades uit om de zorg wat dichter bij de patiënten te brengen.
Dokter, ik wil teruglopen naar huis met een Hb van 3
De gezondheidsbeleving van de Nicaraguaan. Door gebrekkige opleiding, met name op het platteland, en een afwezige opvoeding op het gebied van het eigen lichaam, is de gezondheidsbeleving van de patiënten in het gezondheidscentrum voor een Nederlander erg bijzonder. Op de spoedeisende hulp van het centro de salud zag ik een slecht verzorgde vrouw die een heel eind was komen lopen omdat ze moe was, wat vage buikklachten had en minder goed zag, waardoor ze haar huishoudelijke/agrarische bezigheden minder goed kon doen. Bij lichamelijk onderzoek was zij opvallend bleek, viel op dat haar huid erg onverzorgd was en dat ze zowel puntbloedingen als tandvleesbloedingen had. De mogelijkheden voor labonderzoek zijn primitief te noemen aangezien er naast een normaal bloedbeeld en als je heel hard zeurt een kreat en leverfunctie niet veel mogelijk is. Desalniettemin was het met een hematocriet van 0,10 misschien wel aan te bevelen geweest om deze vrouw op te nemen voor verdere analyse en een RBC’tje of 2. Dit voldeed niet aan het verwachtingspatroon van de vrouw dat zij een wondermiddel zou krijgen en naar huis kon gaan en we konden haar niet overtuigen om te blijven voor een bloedtransfusie en verdere diagnostiek. Zodoende zagen we haar twintig minuten later naar buiten strompelen, een wisse dood tegemoet.
Heel anders is het als er pijn in het spel is. Dan is er sprake van wat we in Nederland ‘een mediterrane klachtenpresentatie noemen’. De pijn is altijd de ergste pijn die iemand ooit heeft meegemaakt en er moet per se een medicijn worden voorgeschreven, en het liefst zo zwaar mogelijk. Sowieso moet een Nicaraguaan altijd met een medicijn naar huis om tevreden te zijn, dus heeft vrijwel elke dokter een lijstje met pillen die niet veel kwaad kunnen. Paracetamol (in Latijns Amerika heel verwarrend acetaminofen geheten) en desloratidine zijn daarbij favoriet. Zo had ik eens een vrouw op mijn spreekuur die binnenkwam met twee kinderen (een van 5 jaar en een van 9 maanden) en klachten van maagpijn, zuurbranden en nekpijn. De paracetamol die zij voor de pijn kreeg kon op verontwaardiging rekenen, want ze wilde erg graag ibuprofen... Het is lastig duidelijk te maken dat dit onverstandig is, maar uiteindelijk leek het te lukken. Tot ik de volgende status op mijn stapel pakte en dit haar zoontje van 5 bleek te zijn. Deze kon desgevraagd niet zeggen waar hij last van had, maar moeder gaf aan dat hij pijn had en ibuprofen nodig had. Ook deze ‘pijn’ kon het beste behandeld worden met paracetamol en de moeder begon steeds bozer te kijken. Toen bleek ook de baby oorpijn/buikpijn/liefdesverdriet te hebben (het kind keek mij blakend van gezondheid en overvoeding aan) en had wel echt ibuprofen nodig volgens moeder. Babies en onnodige NSAID’s leken mij ook geen goed plan en de vrouw verliet met drie recepten voor paracetamol, een recept voor omeprazol (zowaar aanwezig) en een recept voor metronidazol (de vaginale afscheiding tiert welig in Nicaragua, alsmede urineweginfecties, aangezien van achter naar voren afvegen niet onverstandig lijkt) niet geheel tevreden de spreekkamer.
De patiënten kwamen te paard met cowboyhoeden op
To do or not to do: bevallen in de tropen en 36-uurs diensten
Terug in het ziekenhuis was het tijd voor gynaecologie. Gynaecologie in de tropen is hoofdzakelijk obstetrie, met zalen vol zwangere en net bevallen vrouwen en hier en daar een stadium III of IV cervixcarcinoom (vanwege voornoemd falen van een screeningsprogramma). Het OK-programma bestaat vrijwel alleen uit sectio’s, curretages en sterilisaties en elke dag zijn er natuurlijk meerdere bevallingen. Deze vrouwen liggen eerst in een pre-labor ruimte, waar ze door middel van een provisorische CTG gemonitord worden (of naja, omstebeurten, want er is er maar een) en onder het genot van grappen over seks en passant
Panessay • 2014:2 • 45
getoucheerd worden door de assistenten (again, geen gordijntjes aanwezig). Als het tijd is om te bevallen waggelt de vrouw, al dan niet vruchtwater lekkend, over de gang naar de labor room, waar zij plaats neemt op een van de twee bevalstoelen. Omdat een vrouw zich altijd aanstelt en een bevalling altijd te lang duurt wordt bijna elke vrouw ingeknipt, wat natuurlijk een fijn gezicht is voor de vrouw op de andere stoel die nog moet bevallen. Deze gang van zaken lijkt voor de vrouwen in kwestie de normaalste zaak van de wereld, maar voor een Nederlandse toeschouwer doet het toch wat middeleeuws aan. Tip: als het even kan niet bevallen in de tropen. Een andere eigenaardigheid is het bestaan van 36-uurs diensten. De assistenten en coassistenten moeten dan aanwezig zijn bij de ochtendoverdracht, een normale dag draaien, dan avond- en nachtdienst doen, vervolgens de overdracht verzorgen de volgende dag en nog een volledige werkdag draaien. Nou ben ik niet werkschuw en wilde ik dit natuurlijk meemaken, maar 36 uur is gewoon too much, zeker als er ’s avonds en ’s nachts veel bevallingen en spoedsectio’s zijn en je misschien een à twee uur op een ziekenhuisbed hebt kunnen slapen. Het functioneren van je brein gaat toch zwaar achteruit en ik heb assistenten gezien die bij het voorschrijven van een medicijn met hun hand van tafel gleden, hun hoofd op de tafel laten vallen van de moeheid en dan weer wakker worden. Ergens denk ik dat deze 36 uurs diensten de gezondheidszorg niet ten goede komen en ben erg blij dat we die in Nederland niet meer (frequent) hebben.
Nou ben ik niet werkschuw, maar 36-uurs diensten is gewoon too much
De rijke kust en het genot van beton
Gelukkig was er naast 36-uurs diensten ook tijd voor ontspanning en kon ik mij tijdens de kerstvakantie laven aan de geneugten van de tropen. Oud en nieuw vierde ik in het lokale surfersparadijs met andere coassistenten en vanuit een loods-turned dancefeest konden we uitkijken over de baai, de dure boten en het vuurwerk afgestoken in de fancy resorts. Naast goedkope drank had dit badplaatsje ook goedkope kreeft in de aanbieding en kon zo de naargeestigheid van drie keer per dag rijst met bonen en gefrituurde zaken vergeten worden. Op de terugweg naar mijn plattelandsdorpje deed ik Ometepe aan, een mystiek eiland bijna compleet bestaande uit twee vulkanen waar de ecofarms en ecohostels elkaar afwisselen. Door een constant aflandige
46
wind en ondiep zoet water was dit de ideale plek om van een Franse met een ‘‘Allo ‘allo!’-accent (‘Zaaandoooors, wie aaw gowinggg zu zwain wiz ze zwinner kite today’) te leren kitesurfen, wat ondanks twee linkerhanden (fuck fuck fuck, waar zit de safety release op dit ding als je met 100 kilometer per uur half door de lucht op een bebost strand afvliegt met je kitelijnen in een gordiaanse knoop) toch wel leuk is. Na een intermezzo in het kleine gezondheidscentrum besloot ik ter vernieuwing van mijn visum met een andere co mee te gaan naar Costa Rica, een land wat zijn naam eer aandoet. Door een overmaat aan rijke Amerikaanse toeristen ligt het prijspeil in de toeristische gebieden op dat van Union Square in New York en betaal je voor je ontbijt omgerekend veertien euro. Voor de bierdrinkers onder ons was er de gelegenheid om Heineken te drinken voor zes dollar per flesje en ook het lokale bier was niet heel veel goedkoper, een behoorlijke afknapper voor de co die Nicaraguaanse prijzen gewend is. Ook op het programma stond San Jose, op de hoofdstad van Nicaragua na absoluut de lelijkste hoofdstad van Latijns Amerika, bijna volledig opgebouwd uit beton en asfalt. Maar na het voor een stadskind toch behoorlijk afzien in plattelands Nicaragua was het een waar feest om weer over drukke straten te lopen, met actual stoplichten en clubs waar mensen hun best doen om er goed uit te zien. Overigens was het frappant om te merken dat Costa Ricanen enorm neerkijken op Nicaraguanen, die door de hele stad als gastarbeiders de klusjes doen waar zij zichzelf te goed voor voelen. Where have I seen that before...
Op een onbewoond eiheiheiland
Het weekend voordat ik terug zou vliegen naar Nederland besloot ik om op een absoluut paradijselijke archipelago in het meer te overnachten. Omdat ik dit eerder met een vriendinnetje had gedaan en toen met een kano leuke snuisterijen op een belendend eiland had gehaald, besloot ik dit weer te doen. Door een aanwakkerende wind en verraderlijk wordende stroming kwam ik er helaas halverwege de terugweg achter dat ik niet meer terug kon komen naar mijn eigen eiland en ook het andere bewoonde eiland waar ik vandaan kwam was niet meer te bereiken door de snelle stroming en het feit dat ik in mijn eentje in een nogal logge driepersoons boot zat. Er zat niks anders op dan aan te leggen op het eiland precies tussen de twee bewoonde eilanden in. Na mezelf vervloekt te hebben dat ik de fles water die ik had gekocht in mijn kamer had laten staan, naast drie koekjes niets te eten mee had genomen, mijn Nicaraguaphone leeg had
laten gaan en geconstateerd had dat mijn iPhone geen bereik had, toog ik door de jungle op weg naar waarvan ik dacht dat het een huis was waar ik wel om hulp zou kunnen vragen. Dit enige huis op het eiland bleek dichtgetimmerd te zijn, besmeurde schoenen voor de deur te hebben staan, een mysterieuze stapel maiskolven van twee meter hoog in de woonkamer te herbergen en her en der verspreid machetes te bevatten. Er bleek niemand thuis, maar met de wetenschap dat de wind gewoonlijk pas de volgende ochtend gaat liggen en ik dus wellicht de nacht op het eiland zou moeten doorbrengen had ik misschien liever gehad dat dit spookhuis er niet had gestaan. Enfin, zonder eten en drinken overleeft een mens niet, dus besloot ik de hunter gatherer uit te hangen en keerde ik terug met kokosnoten (want ook vocht bevattend) en mango’s. Deze was ik net tegen het vallen van de avond deemoedig met een pinpas en creditcard (who needs mes en vork) aan het opeten toen ik stemmen hoorde op het water. Het bleken verdwaalde Franse toeristen te zijn die met net wat meer mankracht net in staat waren de stroming meester te blijven en na wat wanhopig geroep kon ik me door hen naar mijn eiland laten brengen. Tip: ga niet alleen op ontdekkingsreis zonder proviand en een werkende telefoon en vermijd eilanden met spookhuizen erop.
Partir, c’est vivir un peu
Na een laatste week in San Carlos, waarbij het ziekenhuis en gezondheidscentrum nog een bezoek/inspectie kregen van dr. Huizenga en ik als ervaringsdeskundige mee mocht helpen met de rondleiding in ruil voor eten en jungletripjes, was het tijd om richting
huis te gaan. In de idyllische cabana aan het strand waar ik mijn laatste avond doorbracht maakte ik de balans op van mijn verblijf in Nicaragua. Ondanks dat ik qua medische kennis in engere zin, op wat extra’s betreft infectieziekten na, niet heel veel wijzer was geworden, keek ik toch terug op een erg waardevolle ervaring. De comparative medicine, waarbij je ziet hoe de gezondheidszorg in een ander land georganiseerd is, gecombineerd met de verplichte omgang met culturele verschillen maken niet alleen dat je meer waardering krijgt voor je eigen gezondheidszorg (of juist voor het relatief hoge niveau wat ze met zo weinig geld, diagnostiek, behandeling en mogelijkheden toch weten te bereiken) maar je misschien ook een completere en wereldwijze dokter maken bij terugkomst. Dit gevoel beklijfde toen ik terugkwam in Nederland en weer warm kon douchen, gezond kon eten, kraanwater kon drinken, gordijntjes dicht kon doen bij lichamelijk onderzoek en de keus had uit tientallen vakjes op mijn labformulier. Denkend aan Nicaragua, waar ze het moeten doen met klinisch redeneren, lichamelijk onderzoek en twee labbepalingen, vul ik de volgende keer misschien toch wat minder vakjes in...
Er zat niks anders op dan aan te leggen op het eiland precies tussen de twee bewoonde eilanden in
Al met al kan ik iedereen een coschap in een derdewereldland van harte aanbevelen, en wie weet tot ’S and de werkvloer’.
Panessay • 2014:2 • 47
Foto’s
48
Panessay • 2014:2 • 49
Patiëntportret
Marko Pol
Henrietta Lacks (HeLa) Henrietta Lacks was een vrouw die een anoniem en eenvoudig leven leidde. Tot ze baarmoederhalskanker kreeg en de medische wetenschap een ongekende boost kon geven. Over hoe kankercellen haar leven namen, maar haar naam eeuwig zullen laten voortleven.
plantage-eigenaar waren. De witte familie Lacks hield tot de afschaffing van de slavernij slaven. Na de afschaffing bleven zij in dienst als werknemer en op de plantage wonen. Henrietta’s grootvader (zoon van de witte plantage-eigenaar en een zwarte slavin) woonde zelfs in het voormalige slavenkwartier. Hier droeg hij ook zorg voor een ander kleinkind, David ‘Day’ Lacks. Het 9-jarige jongetje en Henrietta sliepen samen op een kamer.
Henrietta werd op 1 augustus 1920 geboren als negende kind in het gezin van Johnny en Eliza Peasant. Vier jaar later liet haar moeder het leven bij het baren van haar tiende kind. Johnny bleef alleen met zijn tien kinderen achter. De zorg voor dit grote gezin kon hij niet aan, waardoor de kinderen bij familieleden werden ondergebracht.
Vlak na Henrietta’s veertiende verjaardag bevalt ze van haar eerste kind, mede mogelijk gemaakt door haar neef David. Met hem zal ze later trouwen en meer kinderen krijgen. Hun tweede kind Elsie is mentaal geretardeerd, waarschijnlijk een gevolg van neurosyfilis, en komt uiteindelijk terecht in een ‘hospital for Negro Insane’. In die tijd waren er nog gesplitste instellingen. Veel ziekenhuizen accepteerden geen zwarten, iets waar Henrietta later ook nog tegenaan zou lopen.
Zo gebeurde het dat Henrietta bij haar grootvader van moeders kant terechtkwam. Hij woonde en werkte op de plantage waar haar voorouders zowel slaaf als
Op haar 21e verhuist Henrietta naar een grote zwarte gemeenschap in Maryland, waar haar man werk heeft gevonden op een scheepswerf. Hier, weg van de tabaksplantage, gaat het leven verder. Ze krijgen nog een aantal kinderen. Na de geboorte van Henrietta’s vijfde kind blijft ze maar bloeden. Ze ontdekt bij haarzelf een laesie op haar cervix. Haar lokale arts denkt aan een syfiliszweer, maar ze test negatief op syfilis. Hierop wordt ze doorverwezen naar het John Hopkins Hospital, het enige grote ziekenhuis in de wijde omgeving dat ook zwarten behandelt.
Cervixcarcinoom
In dit ziekenhuis was Henrietta enkele maanden geleden bevallen. Toen was er nog geen sprake van enige afwijking van de cervix. Nu is er sprake van een flinke makkelijk bloedende zwelling. Hij was paars en glom ‘als een druivenpudding’ zoals haar arts later zou noteren. Het bleek een invasief stage 1-epidermoïde cervixcarcinoom te zijn. Ze zou behandeld worden met radiotherapie. Dat ging toentertijd iets anders dan tegenwoordig. Uit ‘The Immortal Life of Henrietta Lacks’: Wharton slipped a tube filled with radium inside Henrietta’s cervix, and sewed it in place. He then sewed a pouch filled with radium to the outher surface of her cervix and packed another against it. He slid several rolls of gauze
50
inside her vagina to help keep the radium in place, then threaded a catheter into her bladder so she could urinate without disturbing the treatment.
HeLa-cellijn
Tijdens deze behandeling werden ook twee biopten afgenomen, buiten Henrietta’s weten om, van zowel haar cervix als het carcinoom. De cellen worden in twee buizen gestopt, welke gelabeld worden als ‘HeLa’. De buizen belanden in het Tissue Culture Laboratory van John Hopkins University, gerund door George Otto en Margaret Gey. Wanneer zij de cellen onder ogen krijgen weten ze niet wat ze zien. Cellen hielden het nooit lang vol in het lab, aangezien er weinig bekend was over de nutriënten die ze nodig hadden en ze snel waren geinfecteerd met ziekteverwekkers. Deze cellen hielden het echter dagen vol. Sterker nog, ze groeiden volop. Elke ochtend, wanneer ze de cellen weer bekeken, was de hoeveelheid cellen verdubbeld. Wetenschappers van over de hele wereld toonden interesse in de cellen en al gauw gaan buizen met Henrietta’s cellen de hele wereld over. Zo snel als de cellen in het lab groeien, zo snel groeien de cellen ook in Henrietta’s lichaam. De ziekte grijpt om zich heen, de kanker verspreidt zich in al haar organen. Er wordt ook neurosyfilis en acute gonorroe vastgesteld, waar ze voor wordt behandeld. Als laatste redmiddel krijgt ze bestralingen om de kanker te bestrijden. Het mag echter niet baten. Tien maanden na haar diagnose, op 4 oktober 1951, overlijdt Henrietta aan een ureumvergiftiging, een gevolg van haar ziekte. En o ironie, op diezelfde dag verschijnt George Otto Gey in een televisieprogramma getiteld ‘Cancer
HeLa-cellijn De HeLa-cellijn is de oudste en meest gebruikte
lijn van humane cellen. Eindelijk konden onderzoe-
kers tests verrichten met humaan weefsel, zonder daadwerkelijk mensen bloot te stellen aan gif en ziekten. De cellen werden al snel gebruikt bij de
ontwikkeling van het poliovaccin. Hiervoor werd in 1953 een groot laboratorium aangelegd om in de
vraag aan HeLa-cellen te kunnen voorzien. Een jaar later was het vaccin klaar om op mensen getest te worden. In 1955 zouden HeLa cellen de eerste
gekloonde cellen zijn. HeLa-cellen zijn betrokken
geweest bij menig in-vitro onderzoek naar welke
aandoening dan ook. Geschat wordt dat inmiddels zo’n 75.000 artikelen over onderzoek met HeLacellen zijn gepubliceerd en er inmiddels 20.000 kilogram aan cellen zijn ontstaan uit die ene cervixtumor.
Can Be Conquered’. Hier houdt hij de HeLa-cellen voor de camera en toont hij de wereld zijn wetenschappelijke doorbraak: de eerste humane cellijn ooit die het petrischaaltje overleeft. Henrietta Lacks wordt begraven in het familiegraf, zonder grafsteen, terwijl er een bloeiende industrie ontstaat rondom haar cellen. Een industrie waar zij niet van wist, met onderzoekers die niet van haar wisten. Het zou twintig jaar duren voordat de wereld haar bestaan ontdekt.
Panessay • 2014:2 • 51
Medisch
Hidde Kleijer
VGT-hulp Relatief rare risico’s Velen worden vier keer per jaar met xerostomie, tremoren en urge-incontinentie wakker: de voortgangstoets moet weer worden gehaald. Om die arme zielen te helpen en de Groningse gemiddelden wat op te krikken, verschijnen elke editie enkele tips & tricks voor de VGT. Dit keer helpen we u navigeren in het woud der risico’s, ratio’s en fracties. Verdwalen in de hoeveelheid termen is gemakkelijk. Daarom bespreken we hier kort de steeds weer terugkerende begrippen aan de hand van enkele voorbeeldvragen uit voorgaande toetsen. In een klinische trial wordt nagegaan of maternaal gebruik van een bepaald voedingssupplement het risico op het krijgen van een kind met een neuralebuisdefect (NBD) beïnvloedt. Onder supplementgebruikers blijkt het risico op een kind met een NBD 0,1 procent te zijn. In de controlegroep is het risico 0,5 procent. Het relatieve risico op een kind met een NBD voor supplementgebruiksters ten opzichte van de controle groep is: A. 0,2 B. 0,4 C. 0,6 D. 5 Wat is nou een relatief risico (RR)? In plaats van definities stampen helpt het om zelf eerst na te denken door eens te kijken wat er nu daadwerkelijk staat. Een risico kent iedereen, bijvoorbeeld seks zonder condoom: een SOA-risico (tienerzwangerschap is ook een SOA). Hoe groot dat risico is wordt meestal uitgedrukt als percentage (bijvoorbeeld 5%) of als fractie (0,05). Het woord relatief betekent hoe iets zich verhoudt tot iets anders, het is vaak te vervangen door ‘ten opzichte van’. Relatief aan een Zwarte Piet is mijn fallus wellicht wat klein geschapen, ik vergelijk mijn jongeheer dan ook liever met die van de gemiddelde Aziaat. Een relatief risico is dus een maat die aangeeft hoe groot het ene risico ten opzichte van het andere
52
is. Wiskundigen zijn er gek op die twee dan maar door elkaar te delen. Wil je dus weten hoe het risico op een kind met NBD onder supplementgebruikers (0,1) zich verhoudt tot de controlegroep (0,5): 0,1/0,5=1/5=0,2. Antwoord A dus, antwoord D zou juist zijn wanneer er werd gevraagd naar het RR voor de controlegroep ten opzichte van de supplement-groep (0,5/0,1=5/1=5; het risico is voor hen dus vijf keer zo groot). Daarnaast bestaat er het de relatieve risicoreductie (RRR): in hoeverre het risico relatief gezien verminderd is (formule: 1,0 - RR x 100%). Dit houdt in bovenstaand voorbeeld in dat het gebruik van supplementen het risico op een kind met NBD met (1,0-0,2=0,8=) 80% reduceert (vermindert). In een groep patiënten met oesofaguscarcinoom is de hazard ratio op overlijden voor vrouwen 0,83 (95% betrouwbaarheidsinterval (0,70-0,98)) ten opzichte van mannen. Wat concludeert u uit deze getallen? De grens van p=0,05 wordt aangehouden voor statistische significantie. A. De vrouwen hebben een statisch significant hogere kans om te overlijden. B. De vrouwen hebben een statisch significant lagere kans om te overlijden. C. De kans op overlijden is statistisch niet significant verschillend tussen beide seksen. De hazard ratio (HR) is in feite hetzelfde als het RR, maar dan binnen een bepaald tijdsbestek. Dit wordt toegepast in een survivalanalyse, waarbij je kijkt naar de overleving per bepaald tijdsbestek. Het klassieke voorbeeld is dat je de overlevenden van kanker binnen bijvoorbeeld een jaar turft in de ene groep met behandeling X en de andere groep met behandeling Y (by the way, zo’n grafiek heet een Kaplan-Meier curve). Hetzelfde kan met de bijwerkingen die in die tijd optreden. De HR is dan het risico op overleven in de ene groep ten opzichte van het risico op overleven in de andere groep, maar dan dus binnen een bepaald tijdsbestek, vaak een, vijf of tien jaar. Om een iets enerverender onderwerp te nemen: Je zou de HR kunnen onderzoeken op ontmaagding binnen tien donderdagavonden stappen (tijdsbestek!) bij een groep maagden die een kort rokje dragen (de ene groep) en een groep maagden die een lange rok dragen (de andere groep). Stel dat acht van de tien korte rokjes omhoog zijn gerold (0,8=80%) ten opzichte van vier van de tien lange rokken (0,4=40%). De HR
Verschil relatieve risico en odds ratio
op ontmaagding bij het dragen van een kort rokje ten opzichte van een lange rok is dan (0,8/0,4=8/4=2/1=) 2, twee keer zoveel risico op ontmaagding binnen tien avonden stappen dus! Wanneer je dit echt zou onderzoeken heb je natuurlijk wel altijd te maken met een betrouwbaarheidsinterval (BI) rondom de gemiddelde waarden. Een HR=1 betekent natuurlijk dat er geen verschil is tussen de twee risico’s binnen het gemeten tijdsbestek. Wanneer het getal 1 in het BI (bijvoorbeeld bij een HR van 0,9, BI van 0,7-1,1) zit van een HR, is er dus geen statistisch significant verschil. In de vraag is het BI 0,7-0,98, net niet 1, dus er is wel een statistisch significant verschil. Omdat het getal kleiner is dan 1 (0,83; een breuk/fractie), betekent dit dat de kans op overlijden ten opzichte van mannen wel kleiner moet zijn (antwoord B). Vier pillen XTC gelijk verdelen over vijf festivalgangers, zal elke festivalganger nu eenmaal altijd minder dan een hele pil opleveren. In een studie naar de relatie tussen gemiddelde tijdsduur van tv kijken tussen 5-15 jaar en roken op 26-jarige leeftijd, bleek dat 61% van deelnemers > 2 uur tv keek. De populatie attributieve fractie voor deze duur van tv kijken werd berekend op 17%. Dit betekent dat: A) 17% van het roken bij deze populatie te wijten is aan gemiddeld meer dan 2 uur per dag tv kijken in de leeftijd 5-15 jaar; B) kinderen die tussen 5-15 jaar die gemiddeld meer dan 2 uur per dag tv kijken 17% meer kans hebben om op 26-jarige leeftijd te roken; C) kinderen tussen 5-15 jaar gemiddeld minder dan 2 uur tv kijken een 17% lagere kans hebben om op 26-jarige leeftijd te roken. Een attributief risico/fractie is de mate waarin blootstelling aan een bepaalde risicofactor bijdraagt (bijdrage = attributie) aan het ontstaan van een ziekte. Of andersom: het deel van de ziekte dat te wijten is aan blootstelling aan die risicofactor. Bijvoorbeeld de mate waarin inname van XTC bijdraagt aan hypeziekte numero uno: het houden van techno. Persoonlijk schat ik dit attributieve risico vrij hoog. Minstens 99% van de mate waarin iemand van techno houdt wordt volgens mij verklaard door blootstelling aan XTC ten tijde van het luisteren. Je kunt het attributieve risico op individueel niveau bekijken (de hoeveelheid bier draagt sterk bij aan mijn risico op brokkelen over de nieuwe laarzen van het hopelijk mooie meisje waar ik nu mee dans), maar
Voor de diehards: het verschil tussen het relatieve
risico (RR) en de odds ratio (OR). Deze twee lijken op
elkaar en worden vaak door elkaar gebruikt. Waar je
bij de RR twee absolute risico’s met elkaar vergelijkt, vergelijk je bij de OR slechts de directe verhoudin-
gen tussen twee uitkomstvariabelen (de odds). Dit verschil is subtiel en laat zich het beste uitleggen
met een tabel die de relatie toont tussen het dragen van een PanEssay onderbroek en het aantal keren
dat je wel of geen seks hebt gehad met het meisje waar je mee flirtte.
wel seks
geen seks
Wel PanEssay onderbroek*
8
2
Geen PanEssay onderbroek*
4
6
* zie omslag
Bij het RR zou eerst de absolute risico’s (op pure extase!) uitrekenen op seks met wel of geen PanEssay onderbroek: 80%/40%=2 keer zoveel risico!
Bij het OR reken je alleen met de verhoudingen tus-
sen de uitkomstvariabelen (odds), in dit geval die bij het dragen van de onderbroek: 8/2=4 en die bij het niet dragen van een onderbroek 4/6 = (2/3). De OR is dan: 4/ (2/3) = 6. Onthoud: de OR overschat de RR altijd.
ook op populatieniveau (dit geldt voornamelijk voor de populatie 14-15 jarigen die nog nooit hebben gedronken). Wanneer je zegt dat de populatie attributieve fractie van >2 uur per dag tv kijken 17% is, zeg je dus in feite antwoord A. Het is eigenlijk heel erg, maar slechts deze termen moet je kennen om vrij simpel elke VGT weer 1-2 vragen extra goed te hebben. Het mooie is dat de termen eigenlijk steeds precies zichzelf beschrijven en daarom eigenlijk best goed te onthouden zijn. Oefen nog maar even door met onderstaande oude-VGT vragen: 1. In een clinical trial onder zwangere vrouwen met een verhoogd risico op pre-eclampsie is onderzocht of aspirine de incidentie van pre-eclampsie kan verminderen in vergelijking met een placebo. Er wordt een relatief
Panessay • 2014:2 • 53
risico gevonden van 0,9 met een 95%betrouwbaarheidsinterval van 0,8-1,1. De conclusie van deze trial is, dat aspirinegebruik de incidentie van pre-eclampsie: A) niet vermindert; B) wel vermindert. 2. In een onderzoek wordt de sterfte onder ex-gedetineerden in een bepaalde regio vergeleken met die van de algemene populatie in dezelfde periode. De sterfte onder exgedetineerden was 3,5 maal zo groot als onder de gewone be-volking. Het getal 3,5 is een: A) attributief risico; B) odds ratio; C) relatief risico; D) risicoverschil. 3. De overheid wil een preventiecampagne opzetten om de incidentie van HIV-besmetting te verlagen. Daarbij wilden zij zich richten op het bestrijden van één risicofactor. De overheid kiest daartoe de risicofactor die het sterkst geassocieerd is met de incidentie van HIV-besmetting. Bij de keuze voor de risicofactor met de sterkste associatie kan de overheid zich het beste baseren op:
54
A. Het attributieve risico B. De oddsratio C. De populatie attributieve fractie D. Het relatieve risico
Antwoorden:
1. A. Want 1 valt binnen het BI, dit werkt hetzelfde als bij de HR. 2. C. Twee risico’s worden met elkaar vergeleken door te stellen hoeveel keer groter de ene is dan de ander. Dat is een RR. Een risicoverschil is puur het verschil tussen twee risico’s (de ene minus de andere, bv 5%1%=4%. Voor uiteg over odds ratio’s zie kader. 3. C. Want een zo effectief mogelijke campagne richt zich natuurlijk op hetgeen op populatie niveau het sterkst bijdraagt aan wat je wilt voorkomen. Stel skydiven heeft een hoog RR op een hartinfarct, net als roken. Dan kan het aantal hartinfarcten het meest verminderen door het roken aanpakken omdat dat over de gehele populatie gezien het meeste bijdraagt aan het aantal hartinfarcten (er zijn veel meer rokers dan skydivers). P.S. Hele chille site voor goede info over statistiek: Wiki Statistiek, van het AMC. Even googelen en je vindt het.
Dr. Kutgrap
Tumorhumor Vragen die de VGT niet haalden Deze pagina is speciaal gemaakt om de ongemakkelijke stiltes te verbreken in de koffiekamer. Met deze grappen kan jij gemakkelijk het ijs breken om naamsbekendheid te verkrijgen onder de artsen en je cijfers op te krikken. 1. U bent huisarts in Oost-Groningen. U ziet een 80-jarige bedlegerige patiënte. Het gaat al een tijdje wat minder en haar echtgenoot begint zich toch wel een klein beetje zorgen te maken vanwege haaruitval. De heteroanamnese meldt verminderd libido, wel zijn haar klachten over dyspareunie de laatste weken plots sterk afgenomen. Verder is er sociaal dysfunctioneren (ze kookt niet meer voor haar man en schoonmaken is er ook al niet meer bij). Bij lichamelijk onderzoek valt een penetrante, moeilijk definieerbare geur op. De patiënte is catatonisch. Haar huid is lijkbleek behoudens enkele donkerpaarse vlekken aan de dorsolaterale zijde van het lichaam en temperatuur is kamertemperatuur. Ze weigert u te woord te staan. U herkent dit als een typisch klinisch beeld, wat is uw diagnose? A) antisociale persoonlijkheidsstoornis B) autismespectrumstoornis C) acute psychose door middelenmisbruik
4. Op de polikliniek dermatologie ziet u een patiënte met een maculopapulair exantheem op het gelaat. Wat is het meest voor de hand liggende beleid? A) Biopt nemen, corticoïdzalf aanbrengen B) Biopt nemen, corticoïdzalf aanbrengen C) Biopt nemen, corticoïdzalf aanbrengen D) Biopt nemen, corticoïdzalf aanbrengen 5. Meneer Rosenbaum wordt gevraagd om mee te doen aan een geneesmiddelonderzoek. Moet er nog aan speciale voorwaarden worden voldaan voor er aan het onderzoek begonnen kan worden? A) Ja, er is namelijk sprake van experimenteel onderzoek met menselijke proefpersonen B) Ja, experimenteel onderzoek op Joden is sinds 1945 weer METC-plichtig C) Ja, meneer Rosenbaum wil er dik voor betaald worden D) Irrelevante vraag. Meneer Rosenbaum verkoopt de medicijnen vast direct door om vervolgens zelf een goedkoper alternatief te gebruiken, dus je uitkomst is niet betrouwbaar.
2. Een 40-jarige patholoog met een autismespectrumstoornis komt op het spreekuur met depressieve klachten. Wat is uw advies? A) Prozac. Krijg ik weer tweehonderd piek handje contantje onder de tafel van Pfizer B) Het is vakantie. Laten we ‘m terugsturen naar zijn denkbeeldige vriendjes in de pathologiekelder, daar fleurt hij vast van op C) Doorsturen naar de psychiater, ik kan die depressieve pathologenkop niet meer aanzien 3. Een klinisch geneticus onderzoekt een populatie in Volendam. Wat is het meest frequente genoom wat hij zal aantreffen? A) 44 XYZ B) 50 XXXXXXY C) trisomie-21 D) 3 Y
Panessay • 2014:2 • 55
Casuspagina
Stalin (pseudoniem)
Hartaanval op 40.000 voet Dit keer niet een casus uit poli of afdeling, maar eentje die aan boord van een vliegtuig werd gezien ende opgelost door onze Kosmonaut Stalin. Dit is direct wat de casus boeiend maakt. Van patiënten met mogelijke hartklachten gaan op de SEH dertien in een dozijn - was deze casus daar gezien, had u hem hier niet gelezen. Het opduiken van een patiënt met spoedeisende, potentieel levensbedreigende klachten op een moment dat u noch zin, noch diagnostische middelen, laat staan behandelmethoden tot uw beschikking hebt is iets waar u als medicus op voorbereid dient te zijn. Vandaar dit verhaal. Presentatie
U ligt lekker weg te doezelen. Opeens tikt uw medereiziger u op uw schouder: “Zeg, ze zoeken al een kwartier een dokter. Wordt het niet eens tijd?” Teringjantje, mozeskriebel. U kijkt om u heen. “Please, we need doctor, is anyone?” klinkt het in gebrekkig Engels door de speaker. Sakkerloot! Niemand staat op - u begeeft zich chagrijnig naar achter, waar een groep dames met hoofddoekjes staat te gesticuleren tegen een steward die even levendig teruggesticuleert. Op drie vliegtuigstoeltjes ligt een dame te krioelen. Ze lijkt een jaar of veertig, misschien wat minder, is lijkbleek en heeft wat overgewicht. “Low blood pressure! Is low blood pressure!” schreeuwt de steward. U vraagt mevrouw of ze Nederlands spreekt. “Pleaaaaase!” duidt het antwoord. U vraagt in het Engels wat er aan de hand is. “Pleeeeease!” blijft het antwoord. U vraagt of mevrouw pijn heeft. “Pleeeease!” Wat is uw differentiaaldiagnose? Natuurlijk, helemaal niets. Dus u commandeert de steward de medische kit te halen en sowieso een bloeddrukmeter. Hij komt terug met niets anders dan het bloeddrukmanchet en een verpleegstersstethoscoop uit 1974. U vraagt de mensen in de buurt of iemand kan vertellen wat er aan de hand is. Gelukkig is een van de stewards in staat Arabisch te spreken en kan hij met de dame communiceren. U vraagt
56
voorgeschiedenis uit. Ziekten? Nee. Hartproblemen? Nee. Gebruikt mevrouw medicatie? Nee. Suikerziekte? Nee. Wat voelt ze? Weinig, de wereld draait, ze is licht in het hoofd. Waar denkt ze zelf aan? Verschikkelijk bang voor hartproblemen. Wat is nu uw differentiaaldiagnose? U neemt de bloeddruk op. Omdat mevrouw zo onrustig is, is deze bijna onmogelijk op te meten. U probeert een pols te voelen, dit lukt nauwelijks waarschijnlijk is mevrouw hypotensief. De benen van patiënte legt u hoog, om eventuele hypotensie toch enigszins tegen te gaan. U vraagt de steward om de diabeteskit. Hij antwoordt dat mevrouw geen diabetes heeft. U vraagt nogmaals om de diabeteskit. U krijgt nogmaals hetzelfde antwoord. U zegt dit te begrijpen, maar om andere redenen de diabeteskit nodig te hebben. De steward schreeuwt wat naar een stewardess, die gaat kijken en komt zonder diabeteskit terug, want die is er niet. De zus van mevrouw doet zich aan, maar heeft in de voorgeschiedenis niets bijzonders - en weet over mevrouw ook niets te vertellen. Haar Duits is abominabel. Patiënte begint te klagen over pijn op de borst. Wat is uw differentiaaldiagnose? Patiënte blijkt wat Nederlands te kunnen. U vraagt of patiënte al eerder pijn op de borst had. Van wat u van het verhaal begrijpt, had ze dit de hele vlucht al. Het is nu erger, maar ze is niet gewend deze pijn te hebben. U vraagt of het uitstraalt. Ze ontkent dit. Als u vraagt waar de pijn exact zit, verandert het nogal - ze wijst het met twee vingers aan, soms met een hele hand, maar vooral op het sternum op tepelhoogte, soms lager, soms rechts. U vraagt mevrouw de pijn te beschrijven. Dit snapt ze niet. U vraagt of het drukkend of stekend is. Dit snapt mevrouw niet. U knijpt mevrouw een beetje, vraagt of het zo is - ze knikt. U drukt op uw eigen borst en vraagt of het zo is - mevrouw snapt dit niet. U drukt op haar borst, vraagt ‘alsof een olifant erop staat?’. Mevrouw snapt het! “Nee, nee, doktoer, nee, niet alsof drukt! Niet drukt de pijn!” Uiteindelijk kalmeert mevrouw, vooral door uw tot nu toe ingestelde beleid: haar hand vastpakken, hier geruststellend in knijpen en blijven zeggen dat het goedkomt. Een steward komt met een zuurstofmasker. Baat het niet, dan schaadt het niet. Intussen dient een zesdejaars geneeskundestudent zich aan, die de
bloeddruk wil opmeten. “Zestig over dertig, hypotensief, groot probleem,” schreeuwt hij uit! U zag echter de wijzer al bij 120 bewegen. U meet nogmaals de bloeddruk op. 120/80. De medestudent geeft toe nooit met de hand een bloeddruk opgemeten te hebben. Een medepassagier dient zich aan: “Mijn excuus, u bent dokter, maar mag ik misschien een pilletje aan mevrouw geven? Ik weet hier niet zoveel van als u, hoor, maar ik ben medisch secretaresse en ik zie zulke dingen weleens. Ik dacht, misschien speelt hier ook wel een beetje stress bij!” Mevrouw wil een doosje met pillen aan de familie geven. Het blijkt een hoge dosis diazepam. Wat is uw beleid? Laat u de medische secretaresse het hele doosje aan de patiënte geven? Hoe hard probeert u dit te voorkomen? Wat is uw DD? Intussen wordt de familie nog onrustiger. Iedereen praat tegen u. Het enige stukje informatie is nuttelozer dan het andere. De steward vraagt u dringend: “Please sir, make decision - we land here, or continue to final destination?” - u spreekt af nog een keer de bloeddruk op te meten. Dit doet u extra langzaam, om bedenktijd te hebben. Intussen voert de stewardess water aan de patiente, omdat ze misselijk is. Dat u zegt dat dit niet slim is, doet er blijkbaar niet toe. U kijkt of u nog extra informatie kunt krijgen. Opeens tovert de zus een doos atenolol (een bèta-blokker) tevoorschijn: dit is van mevrouw! Toen u eerder om medicijnen vroeg, was er niets - soit. U vraagt waarvoor het is - de vraag wordt niet begrepen. Hartklachten? “Nee, menier, niet hartmedicijn.” Bloeddruk? “Nee, menier, zij niet bloeddruk, maar opa wel, hoog! Heel hoog! Honderdtachtig!” Wie heeft het voorgeschreven? “Doktoer, bij doktoer!” Huisarts? “Ja, arts, arts!” HUISarts? “Ja, arts, arts!” Ziekenhuis? “Nee, gewoon arts, niet ziekenhaus!”
mevrouw zelf betreft, laat staan voor welke indicatie ze het gebruikt. Een niet uitstralende, niet drukkende pijn die met de vingers wordt gelokaliseerd op de linkerborst (‘de plaats van het hart’ in de ogen van de patiënt) is zelden van cardiale origine. In het geraaskal heeft u tussen de wilde handgebaren tevens weinig cardiale risicofactoren, maar wel een cultuurpassende theatrale klachtenpresentatie weten te ontwaren. Het lichamelijk onderzoek beperkt zich door de abominabele uitrusting van het post-Sovjettoestel tot inspectie en vitale tekenen. Dat komt goed uit, want dat zijn altijd de belangrijkste bevindingen. Een bleke patiënt met aanvankelijk een trage, zwakke pols maar later normale bloeddruk. Dat klinkt als de dynamiek van een vagale reactie. Slaat u de fysiologieboeken er even op na? Uw differentiaaldiagnose is hyperventilatiesyndroom/paniekaanval, peptisch lijden (gastritis, ulcus, refluxziekte), tendomyogene thoracale klachten, en –vooruit– hypoglycemie. U dient patiënte voor de zekerheid een mierzoete beker ranja toe en geeft aan de gezagvoerder door dat er doorgevlogen kan worden.
De afloop
Aangekomen op uw eindbestemming in de OostEuropese beschaving werpt u bij het verlaten van het vliegtuig nog een blik op de dame en merkt u op dat de rigor mortis reeds is ingetreden. Gelukkig heeft u eigenlijk nog helemaal geen artsdiploma. Disclaimer: Medisch studenten hebben een ietwat labiele rechtelijke en ethische positie met betrekking tot het maken van medische belsissingen. Zeg dat u medisch student bent, en vermijd adviezen te geven die gevolgen kunnen hebben voor het gezondheidsgedrag van een patiënt. De vermelde persoonsgevens zijn aangepast om herleiding tot een individuele patiënt te voorkomen.
Wat is de indicatie van atenolol? Heeft dit implicaties voor uw DD? U heeft een normotensieve vrouw die mogelijk een hypotensieve periode heeft doorgemaakt, met enige obesitas en focale retrosternale pijn. Zet u het vliegtuig aan de grond? Wat is uw werkdiagnose? Wat is uw advies?
Oplossing
Mevrouw is iets tussen de dertig en de veertig, en aan de dikke kant. Hoewel atenolol geregistreerd is voor hypertensie, ritmestoornissen, hartfalen en als cardioprotectivum na een eerder myocardinfarct, is het onduidelijk of het daadwerkelijk de medicatie van
Panessay • 2014:2 • 57
Reportage
Kosmonauten van de geest
In hogere sferen IV 2C-B Na hun eerste ervaringen met hallucinogene psychedelica werd het tijd dat de Kosmonauten zich op het terrein van de laboratoriumdrugs begaven. Waarmee kun je dan beter beginnen dan met een stof die in 1974 door een ontspoorde Russische chemicus is ontdekt, in zijn zoektocht naar de ultieme trip? Onze helden doen alles, maar dan ook alles voor de wetenschap. Daarom beproefden zij speciaal voor u, waarschijnlijk rechtstreeks uit één of ander schimmig Pools drugslab, het smakelijke 2,5-dimethoxy-4-bromofenetylamine - ook onbekend als 2C-B. Chemie en farmacologie
De naam klinkt complex, maar is simpel te verklaren. 2C-B is lid van de fenetylaminefamilie (we accepteren uw nominatie voor de Nationale Alliteratieprijs 2014) – een club stofjes die bestaat uit een fenolgroep (benzeenring), een ethylgroep (twee koolstofjes met bijhorende waterstof) en tenslotte een amine aan de staart (NH2). De Russisch-Amerikaanse scheikundige Aleksandr Shulgin heeft ontdekt dat je, door een beetje te sleutelen aan het basisontwerp van dit molecuul, een gigantische variëteit aan psychedelische drugs kunt maken. Om 2C-B te maken, voeg je twee methoxygroepen (waarvandaan: 2C) en broom (B, van Br-) op strategische locaties toe, waardoor het molecuul sterk gaat lijken op het natuurlijk voorkomende psychedelicum mescaline – maar ook andere toevoegingen zijn mogelijk. Door te variëren in wat je toevoegt aan de fenetylamine, verander je de metabole eigenschappen en receptorbinding van het molecuul en krijg je dus een andere trip. De exacte werking van 2C-B wordt nog onderzocht, maar duidelijk is
58
dat het wat doet met de serotoninereceptoren, wat leidt tot lichte XTC-achtige verschijnselen (vooral bij lage doses – MDMA zelf is overigens een sterk aangepast fenetylamine). Waarschijnlijk is vooral de 5-HT2C-serotoninereceptor verantwoordelijk voor de tripverschijnselen. In ratten is geobserveerd dat 2C-B de dopamineafgifte versterkt, wat mogelijk ook bijdraagt aan de trip. Ook rommelt 2C-B wat met een heleboel andere receptoren, zoals 5-HT2A,die we nog kennen van de psilocybine (PanEssay oktober 2013). Snapt u het nog? Nee? De sterren der wetenschap ook niet. Het komt erop neer dat het stofje met de ontvangstplekken voor meerdere neurotransmitters rommelt, onder andere met uw serotonine- en dopaminehuishouding rotzooit en hierdoor een dikke vinger heeft in zo veel verschillende bordjes pap, dat het een zeer veelzijdige trip oplevert.
Praktisch
Ten eerste hebt u 2C-B nodig. We willen uiteraard niet dat u illegale dingen gaat doen, dus we raden u aan om spontaan 2C-B onder uw kussen te vinden. Hoe u er ook aan moge komen – zorg dat bron betrouwbaar en de dosis bekend is! Aangeraden wordt om 2C-B oraal te nemen. Snuiven is mogelijk, maar schijnt enorm pijnlijk te zijn – en gezien het spul tegenwoordig praktisch altijd in pilletjes geleverd wordt, is de mond de meest voor de hand liggende ingang. Afhankelijk van uw postuur, opnameprofiel en metabolisme zijn enige effecten van 2C-B merkbaar vanaf zo’n 2 tot 5 milligram. Een normale dosis ligt tussen de 15 en 25, een sterke ligt daarboven. De toxische dosis is niet bekend, maar ligt ongetwijfeld zeer hoog – onze favoriete Rus Shulgin is zelf tot honderd milligram gegaan (NIET doen, tenzij u zeer zeker bent van uw zaak). U zult na zo’n twintig minuten tot anderhalf uur de eerste effecten merken, welke met een beetje geluk drie tot zes uur zullen aanhouden. Zie de tabel op deze pagina voor de effecten die meer of minder vaak voorkomen bij het gebruik van 2C-B.
Ervaringen
Aristoteles: Na een tweede sessie magische truffels waarbij ik geen tripsitter hoefde te zijn, heb ook ik eindelijk mogen ervaren hoe een muur opeens paars werd, hoe een kleurendraaikolk zich in mijn centrale visus bevond en hoe Tarantino’s gitaar ‘wilde vallen’. Dat alles nadat ik vrij snel de truffels had uitgebrokkeld, maar dat was het waard, ik heb er geen enkele nare herinnering bij. Nu dus genoeg ervaring om 2C-B eens te proberen.
Waar ik bij truffels lange tijd totaal geen behoefte had in interactie met de anderen, had ik die nu juist wel. Een paar geniale lachkicks verder begon het plafond geleidelijk aan steeds groener te worden en begonnen de wolken op mijn foto aan de muur te bewegen! Ken je die plaatjes van vroeger die bewogen/veranderden wanneer je ze bewoog? Dat effect was het ongeveer. Het grappige was dat deze visuals zich in mijn hele gezichtsveld afspeelden en minder intens was dan tijdens de truffels. De effecten kwamen in golven van intensiteit en steeds stond er een ander effect op de voorgrond. Een greep hieruit: gezichten zien, keihard lachen, een intens zwaar/bewust gevoel van mijn lichaam, het geweldig fijne gevoel van mezelf in mijn deken wikkelen en tot slot: keihard dansen op superfoute jaren ‘90-muziek. Eindelijk snapte ik waarom die rukmuziek zo populair is geworden, 2C-B is niet voor niets een tijd lang het legale antwoord op XTC geweest. Alles wat er gebeurde was trouwens bijna volledig afhankelijk van de omgeving: wij staken elkaar aan, heftige muziek maakte je heftig dansen, et cetera. Erg fijn, want dit betekende dat de trip gemakkelijk was te sturen en de bad trip dus gemakkelijker was te voorkomen. Tarantino: Zoals gezegd begonnen de visuele effecten zichtbaar te worden na een flinke lachbui, waarbij wij als drie kleine meisjes giechelend op de bank lagen. De visuals waren niet zo sterk als bij de truffels, maar juist een stuk subtieler: als ik naar een foto aan de muur keek kwamen de wolken tot leven. Het was alsof ik naar een time-lapse van wolken keek. Verder ontstond er een bewegende mist die een paar centimeter boven het plafond hing en langzaam uit mijn beeld stroomde. Nadat ik in de spiegel geconstateerd had dat mijn pupillen zo groot waren als schoteltjes, gingen we los op moeilijk slechte muziek. En daar moest op gedanst worden! Toen we na dit muzikale intermezzo weer bij zinnen waren gekomen, gingen we geboeid naar de nostalgische noten van de intro van Pokemon luisteren in dertig talen (geloof me, ook zonder 2C-B is de Zweedse Pokemonintro bizar) Ondertussen lag Aristoteles onder een deken op de grond opmerkingen te maken die Stalin en mij deden twijfelen aan zijn mannelijkheid (‘ik ben zó intens gelukkig met mijn lichaam’). Toen ik even later zijn deken had gejat snapte ik Aristoteles volkomen: onder die deken voelde ik me heerlijk!
Mogelijke effecten van 2C-B • Tremoren en andere autonome verschijnselen • Gastro-intestinale sensaties Somatisch
• Flatulentie • Diarree • Hoofdpijn • Lichte haemodynamische veranderingen • Visuele hallucinaties: zaken vervormen, gaan gloeien
Perceptueel
• Scherper of minder scherp zicht • Sterk gevoel van lichaamsbewustzijn • Soms: synesthesie (bijvoorbeeld geluiden zien) • Lachkick • MDMA-achtige euforische effecten, gevoel van samenzijn en stemming, tijdsperceptie
Psychisch
• Denkprocessen worden anders • Diepe concentratie wordt moeilijk, maar bepaalde activiteiten kunnen zeer boeiend worden
• Hyperrealistische (niet van echt te onderscheiden) hallucinaties
Zeer hoge doses:
• ‘ego-dood’
• angstgevoelens
• klinische tachycardie • hypertensie
• hyperthermie
Stalin: Na met eerdere, zwaardere truffeltrips gevoeld te hebben hoe mijn neus smolt terwijl ik dacht een dag in de week te zijn – donderdag, welteverstaan – was ik wel in voor een wat makkelijker stuurbare trip, wat 2C-B scheen te zijn. Ik nam een halfje meer dan Tarantino en Aristoteles, wat aan de effecten initieel weinig heeft veranderd, behalve dat ze wat langer doorgingen. Ik heb gevoeld wat zij hebben gevoeld, de muur zien ademen zoals zij hem hebben zien ademen en dezelfde foute pasjes gemaakt die zij hebben gemaakt – voor dat deel van de trip verwijs ik u naar hun boeiende ervaringen. Waar ik het met u vooral over wil hebben zijn twee dingen – ten eerste, hoe intens hilarisch een tunnel kan zijn; ten tweede, hoe het voelt als uw dekbed u aankijkt. De Tunnel – Zoals gezegd gingen de effecten van een halfje extra langer door; terwijl Aristoteles en Tarantino het bizarre van de visuele trip verruilden voor het heerlijke loom-zijn wat erna komt, zag ik
Panessay • 2014:2 • 59
nog rare dingen gebeuren. Dit had een interessant effect toen we rockmuziek met psychedelische clipjes bekeken – de kaleidoscopen waren intens, de gekke mannetjes werden logisch - en de foetus die groeide in iemands schedel, waarna bleek dat er in de foetus’ schedel ook een foetus groeide, werd een onnoemelijk boeiend fenomeen. Toen in het clipje een tunnel van draden verscheen die naar rechts en naar links en van onder naar boven in allerlei richtingen draaide, gebeurde er iets. Ik kreeg een gevoel dat onmogelijk onder woorden te brengen is, maar op de één of andere manier leek het alsof de tunnel mij als geheel naar binnen wilde zuigen. Dit, gecombineerd met het gevoel van anticipatie zoals je dat voelt, wanneer je in een achtbaan omhoog getakeld wordt en langzaam de top nadert, had een uiterst disproportionele lachkick tot gevolg, die ongetwijfeld zeer verontrustend heeft geklonken. Elke keer dat de tunnel in het filmpje terugkwam – en dat waren nogal wat keren – gierde ik het uit, waar ik niets tegen kon doen.
Het Dekbed – een terugkerend fenomeen in de clipjes waren ogen, die overal verschenen en verdwenen. Op de één of andere manier raakte mijn brein hierdoor dusdanig gefixeerd op ogen, dat ik ze overal begon te zien. Tarantino en Aristoteles waren moe en ik besloot naar huis te gaan, wat leuker bleek dan het klinkt. Elke schaduw, elk raam, elke oneffenheid in mijn gezichtsveld werd een oog dat me aanstaarde. Als ik terugkeek, verdwenen de ogen – keek ik weg, waren ze er weer. Omdat ik me bewust was van het feit dat ik liep te trippen, vond ik dit echter niet storend of eng – ik vond het eerder fascinerend, en genoot met volle teugen. Op een gegeven moment waren de ogen opeens verdwenen. Was ik nuchter? Ik liep de Grote Markt op en keek omhoog om te zien hoe laat het was. Drie uur, straalden de wijzers van de Martinitoren intens in werkelijk alle kleuren van de regenboog. Blijkbaar niet. De ogen kwamen gauw weer terug en voorwerpen begonnen me weer aan te kijken. De druppels op de douchecabine, mijn dekbed, alles.
Word als master gratis lid van de Medische Alumnivereniging Antonius Deusing! Als lid van de vereniging kan je: 1.
Gebruik maken van een netwerk vol kennis en ervaring
2. Hulp kunnen vragen hoe het is om als specialist in een bepaald vakgebied te werken 3. Hulp kunnen vragen om toe te worden gelaten tot een bepaald specialisme. Een keuze maken om bijvoorbeeld eerst onderzoek te gaan doen 4. Na je studie oude bekenden weer te ontmoeten op georganiseerde dagen 5. Verbondenheid met je oude universiteit, omdat deze een belangrijke rol heeft gespeeld voor je toekomst
60
Co-column
Boukje van der Slik
Co-column Slaaptekort “Coassistent, wil jij ook nog wat vragen?”, hoor ik ergens in de verte op een vroege maandag. “Cohoo?!”, wordt er nogmaals gezegd door een stem die ik ergens vaag van herken. En poef, ineens ben ik er weer. “Nee het is me allemaal wel duidelijk,” mompel ik snel. Shit, hoe lang had ik mijn ogen dicht? Had ik mijn ogen eigenlijk wel dicht? Ik was in ieder geval even goed weg. Hoe lang was ik weg? Heb ik gedroomd? Iedereen kent het wel: het in ‘slaap’ vallen tijdens een coschap. Maar hoe gaan we daar mee om en nog belangrijker: hoe is zo’n awkward situatie te voorkomen? Er zijn verschillende vormen van in slaap vallen tijdens je coschap. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat je jezelf nog wel bij elkaar houdt, maar dat je ergens naar gaat staren en een consult niet volledig meer meekrijgt. Vaak moet je dan ook iedere seconde drie keer met je ogen knipperen om te voorkomen dat je ogen dicht gaan vallen. Persoonlijk vind ik dit een van de vervelendste stadia. Je raakt steeds bijna de controle over jezelf kwijt en moet heel erg je best doen om jezelf bij elkaar te houden. Vervolgens bereik je het stadium dat je je ogen daadwerkelijk niet meer open kan houden en het af en toe zwart voor je ogen wordt. Ik merk zelf dat ik er in zo’n geval vaak nog wel redelijk ‘bij blijf’. De volgende stap is zoals in de eerdergenoemde situatie: daadwerkelijk even een paar seconden wegvallen en geen idee hebben wat er gebeurd is. Al best wel beschamend op zich, vooral als iemand het merkt. Dan is er uiteraard ook nog het extreme: daadwerkelijk omvallen van slaap en wakker worden in een bed of op de grond met vijf mensen en een kilo schaamte om je heen. Dit heb ik gelukkig nog nooit meegemaakt. Ik val dan altijd gewoon flauw met mijn hoofd tegen een tafel. Ik ben wel benieuwd wat jullie doen op zulke momenten. Als ik nog in de ogenknipperfase zit, ga ik daar rustig mee door totdat iemand me aankijkt en mijn rare gedrag opmerkt. Meestal doe ik dan of er iets in
mijn oog zit of ga ik met extra grote ogen kijken om ze beter open te kunnen houden. Echter houd ik dat meestal niet zo lang vol en val ik weer terug in het geknipper. Soms helpt het om in het rond te gaan kijken, maar dat ziet er ook zo ongeïnteresseerd uit tijdens een consult. Als ik de mogelijkheid heb, ga ik altijd meteen naar de wc. Even een moment om wat water in het gezicht te plenzen en om uit die muffe kamer te zijn. Soms wil ik dan héél even mijn ogen dicht doen. Doe. Dat. Niet. Als je eenmaal voelt hoe chill het is om je ogen even helemaal dicht te hebben, wil je ze ook niet meer opendoen. Geen aanrader dus. Als je eenmaal terugbent van de wc en je gaat het muffe hol weer in, is de kans aanwezig dat de moeheid weer toeslaat. Ik ben er nog niet echt achter wat ik dan moet doen, behalve de rit uitzitten en me proberen te focussen op alles wat los en vast zit. Misschien waren dat wat aardige dingen om de momenten iets draaglijker te maken, maar hoe zijn deze verschrikkelijke momenten te voorkomen? Ik stel de moeheidsaanvallen vaak uit door wat frisse lucht via een open raam of iets dergelijks te krijgen, maar dat kan helaas niet altijd. Een raam op OK openzetten wordt erg lastig zonder ramen en ik heb zo’n vermoeden dat ze er ook niet blij van worden als ik de deur open laat staan. Er is ook nog een erg voor de hand liggende oplossing: een bakkie preventieve pleur (of meerdere uiteraard). Maar dat vind ik vooral in de ochtend echt heel smerig, doordat ik dan nog een heerlijk Sensodyne-smaakje in mijn mond heb. Hetzelfde heb ik dat met thee. Wat ik dan vaak doe is ijskoud water of ijskoude ranja drinken. Door die brainfreeze blijf ik wat helderder en is er direct weer een suikerboost. Ook helpt dit mij vaak als de moeheid al aan het overheersen is. Verder moet je nagaan waarom je eigenlijk zo moe bent. Te laat naar bed, te veel alcohol, te vroege overdracht, et cetera. Maar dat heeft iedereen, dus dat telt niet echt. Ook al houd ik overal rekening mee door soms keurig op tijd in bed te liggen, een vrij late ochtendoverdracht te hebben én zelfs koffie te drinken: toch slaat de moeheid vaak alsnog toe. Ik ben er tot op heden nog niet achter wat het precies is. Misschien de inhoud van de gesprekken? De monotone stem van de arts of patiënt? Ik weet het niet. Maar daar ga ik verder ook niet over nadenken. Daar word ik namelijk zo moe van. Welterusten!
Panessay • 2014:2 • 61
Medische beeldvorming
Memes van de redactie
Panessay • 2014:2 • 62
Activiteitenkalender Juni: 2 COP benefietfeest 3 ALV 6 ZIG-Cie intuberen en infuusprikken 5 - 11 Buitenlandse reis naar Barcelona 12 COP WK Poule 16 AkCie Eindfeest 17 PanIC Mentorenborrel 18 SpoCo Activiteit 19 Docent van het jaar verkiezing 27 Co-Out dag Juli: Augustus: 29 PanIC verleidingsfeest 30 - 1 PanIC Introkamp