Skip to main content

PanEssay | Juni 2011 | m.f.v. Panacea

Page 1

PANESSAY jaargang 25 // nummer 3 // juni 2011

Faculteitsblad der M.F.V. Panacea


INHOUD Uit ‘t bestuurshok

3

Commissies & onderwijs

4

de tijd vliegt voor het bestuur en ze vertellen jullie wat ze de afgelopen maanden allemaal mee hebben gemaakt. je carrière terug op de rails, de uitslag van de Docent van het jaar verkiezing en meer commissienieuws.

Istanbull geeft je vleugels

deze stad aan de Bosporus.

het reisverslag van de BRC van de trip naar

De boetevaart

onze foet heeft eindelijk ook een medische bijdrage aan het blad geleverd. Niet de moeite maar ja, wel ruimtevullend.

6 9

‘s Werelds beste arts

10

Condoomkoning

12

Neurochirurgie

14

De huisartsenpost

16

S and the city

20

TED

24

wie ooit gehoopt had de beste arts ter wereld te worden heeft pech en zal moeten wachten tot Oscar Londen, M.D. de pijp uit is.

het beste leer je je medische vaardigheden in de praktijk. Maar dat het meteen zo goed zou gaan, had onze thuiszorgmedewerker niet verwacht. de eerste bijdrage van ons nieuwste redactielid. Nee, niet de foet. Hij schrijft beter. pas als de zon onder de horizon glijdt op deze warme lentedag worden de problemen echt spoedeisend.

zo vlak voor de zomer het laatste stuk uit NY zelf. Niet alleen u zal heimwee hebben naar de terugkeer van S naar oranje bodem, hij heeft het zelf ook. Een beetje.

een interactief artikel waarin u wordt rondgeleid door een wereld van miljoenen mini-rapportages en andere boeiende filmpjes.

Co-column

27

Vrouwe Panacea

28

onze (bijna) ex-senior co evalueert zijn laatste coschap en geeft u allen nog wat handige tips voor de masterfase mee.

Vrouwe Panacea sleept zich door de laatste uurtjes in de kliniek voordat ze eindelijk op welverdiende vakantie kan gaan.

COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vijf keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium worden aangeleverd worden bij de redactie // oplage 2700 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres A. Deusinglaan 1 t.a.v. PanEssay 9713 AV Groningen // telefoon 06 13959484 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Hidde Kleijer // hoofdredacteur Davith de Vries // redactie Jop van den Berg, Maarten Jalink, Hidde Kleijer, Marko Pol, Sietske Poortinga, Eva Salters, Sandor Schokker, Christiaan Sebanescu, Davith de Vries // lay-out Janyte Holwerda, Sietske Poortinga, Davith de Vries // Sluitingsdatum volgende editie: vrijdag 30 september 2011


2


Panacea

Uit het bestuurshok Lieve leden, ‘Time flies when you’re having fun’, een mooie uitspraak die zeker toepasbaar is op dit jaar. Het einde van het collegejaar is alweer bijna in zicht en als iedereen nog even hard zijn best heeft gedaan op de laatste loodjes, kan de zomervakantie beginnen! De afgelopen maanden zaten vol met leuke activiteiten. Het begon allemaal met ons tripje naar Istanbul, een fantastische reis waarbij we erg veel van deze prachtige stad hebben mogen zien. Eenmaal weer terug in Groningen hadden we niet heel veel tijd om bij te komen. De verhuizing stond namelijk voor de deur! Want, zoals jullie waarschijnlijk al gezien hebben en misschien zelfs wel samen met ons én een stuk taart gevierd hebben, zijn wij verhuisd naar een groter én mooier hok! Ook is er weer gefeest voor het goede doel en is er een heleboel geld opgehaald om rolstoelen aan te kunnen schaffen voor gehandicapte kinderen in Indonesië. Met ‘Rock & Roll, turn me (ne)on’ als thema hebben wij, verkleed als neonschilders en uitgerust met potjes neonverf, op veel mensen onze sporen achtergelaten.

een wel heel verward slachtoffer op te lossen. Na deze inspanningen, kon iedereen lekker een hapje eten en drinken in Volonté. In samenwerking met de verschillende onderwijsvertegenwoordigingen is de docent van het jaarverkiezing van geneeskunde weer nieuw leven ingeblazen. De genomineerde docenten streden fanatiek tegen elkaar in een quiz met tentamenvragen. Op de FaMe-avond leerden geneeskunde- en farmaciestudenten wat ze in de toekomst aan elkaar hebben en op de jaaractiviteit van jaar 2 ‘stranger things have happened’ werden de lachspieren losgeweekt.

Goed uitgerust om op mensen onze sporen achter te laten

De laatste maand voor de zomervakantie hoeven we ons gelukkig ook niet te vervelen, want er staan nog erg veel leuke dingen op de agenda! Zo vieren we 22, 23 en 24 juni de 24ste verjaardag van vrouwe Panacea met als thema: Carpe DIES! Op dit moment zijn we nog druk bezig met ons halfjaarverslag voor de komende ALV. Daarnaast zijn veel besturen om ons heen aan het wisselen, wat betekent dat we de komende tijd weer veel constitutieborrels zullen hebben. Gelukkig zijn wij zelf nog niet zo ver en mogen we na de zomervakantie nog een halfjaar genieten van ons bestuursleventje!

Sportief zijn we ook zeker geweest de afgelopen maanden. Zo hebben we lekker gevoetbald in de zon met het SpoCo-voetbaltoernooi, waar we als bestuur helaas toch niet zo goed in bleken te zijn als gehoopt. Gelukkig was ons Batavierenteam beter in vorm. Erg trots zijn we op deze sportievelingen die dit jaar weer een nieuw record vestigden door de 46e plaats te behalen! Zelfs op de actieve ledendag heeft iedereen zich van zijn sportiefste kant laten zien. Al kanoënd door de Groningse grachten, probeerde iedereen het raadsel rondom

Panessay • 2011:3 • 3


Commissies & onderwijs

MCD MCD

Even voorstellen.. Het lijkt al weer een hele tijd geleden dat we voor het eerst als commissie bij elkaar kwamen om de Medische Carrieredag 2011 te organiseren. We zijn inmiddels al wat weken verder en druk bezig om op 19 november een mooie dag neer te zetten. De MCD’11 bestaat uit Leonie (voorzitter), Nynke (secretaris), Marrit (penningmeester), Max & Sterre (sprekers en workshops), Paul (promotie) en Jan Willem & Joost (acquisitie). Weet jij al van jongs af aan wat voor arts je wilt worden? Hoop jij tijdens je co-schappen wat meer duidelijkheid te krijgen? Of komt het moment waarop je moet kiezen angstvallig dichtbij? De MCD brengt voor ieder wat wils en geeft een uitgelezen kans meer te weten te komen over jouw favoriete specialismen. Met het groepsgevoel zit het in ieder geval al helemaal goed; als echte vedettes op het voetbalveld, verkleed als ninja turtles of als de beatles op een zebrapad, het moge duidelijk zijn dat wij ook nog niet uit onze identiteit zijn. Hieruit blijkt wel: de MCD is van alle markten thuis en daarom gaan wij graag de uitdaging aan voor jullie een zo gevarieerd mogelijke dag te organiseren!

LustrumCie LustrumCie Wij, de Lustrumcie, zijn heel hard bezig om voor jullie een superweek in 2012 te organiseren. Langzaamaan begint het lustrum meer vorm te krijgen. Houd ons tijdens de Dies goed in de gaten, wie weet lichten wij een tipje van de sluier op…

SpoCo SpoCo

Het was vrijdagmiddag 6 mei. Rond een uur of half twee trokken al onze Noordelijke rossen richting het mooie Twente! Het was voor velen een zware en ondoenlijke reis, aangezien het nodige genuttigd was op de vorige dag (Bevrijdingsdag). Eenmaal aangekomen in dé uithoek van Nederland moesten de tenten in de grond worden gedrukt en kon het weekendje Bata echt beginnen! Om zeven uur had iedereen een pizzaatje verorberd en was de avondploeg klaar voor vertrek richting Nijmegen! Voor de ochtend- en middagploeg was er de gelegenheid een klein biertje te drinken alvorens onder de wol te gaan. Al om half 4 moest de ochtendploeg opstaan en werden ze met hun brakke koppies de bus ingestuurd naar het eerste wisselpunt om de nachtploeg voor hun welverdiende, en zeker kostbare uurtjes slaap af te gunnen. Toen de nacht- en ochtendploeg zo’n beetje klaar waren mochten de luie deelnemers van de middagploeg om een uurtje of negen de slaap uit hun ogen wrijven. Jaloezie is hierbij niet op zijn plaats, aangezien deze kanjers op het heetst van de dag bij zo’n 30 graden op de schaal van Celsius hun etappe mochten rennen. Hierbij eindigden onze voorzitter Eva en oud-SpoCo Bart in het groteske stadion van de universiteit Twente. De hele middag is er gechilld voor het leven in de brandende zon door de ploegen die het er al op hadden zitten. Naarmate de avond vorderde zijn er een aantal biertjes achterover geslagen en er is uiteindelijk volop genoten van het prima georganiseerde, massale feest op de campus. De laatste dag, zondag, is kortgezegd een intens brakke dag geweest waar we weinig anders over kwijt willen dan dat we uiteindelijk weer gebroken terug zijn gekomen in Groningen.

4


Docent van hetvan Jaar Docent het Jaa Een doodnormale avond leek het, de avond van 9 mei. Het was nog stil in het onderwijscentrum, maar ondertussen liepen de organisatoren al druk rond, waren de docenten bezig met overwinningsspeeches schrijven en werden er weddenschappen gesloten wie er zou winnen. Het was de avond van de Docent van het Jaarverkiezing Geneeskunde. Dit alles aan elkaar gepraat door dagvoorzitter Willem Balder, bekend van JV 2.

Verschillende door onderwijsvertegenwoordigingen en door jullie genomineerde docenten streden middels minicolleges tegen elkaar om de publieksprijs: mevrouw Quinten charmeerde de vrouwen in de zaal met een wetenschappelijk onderbouwd pleidooi dat vrouwen prima kunnen voetballen; mijnheer Kroese ging los over het onderwerp ‘from bat to bed’, waardoor menig aanwezig student een stukje wijzer is geworden en mijnheer Nieboer won de harten van het publiek en daarmee de publieksprijs door middel van een gezonde portie bluf, spel en improviserend vermogen. Het tweede deel van de avond werd de winnaarsmentaliteit van de docenten getest. Dit met succes, de spanning was om te snijden! Menigmaal was er discussie over welk team gerechtigd was het antwoord te geven. Wat ook bleek, was dat niet alle docenten even goed in staat waren de lastige toetsvragen die JV3 had aangeleverd te beantwoorden. Daarnaast bleek Mijnheer Bos alles over drank te weten en scoorde daarom hoog, maar niet hoog genoeg om zijn team naar de overwinning te leiden. Uiteindelijk won Team Zijdewind met een goed staaltje teamwork de quiz en sleepte de eerste prijs in de wacht. De quiz werd gevolg door het moment van de avond: de uitreiking………

Genomineerd

S.M. Quinten, I. Zijdewind, P. Nieboer. H.A. Schuil,

H.O. ten Cate Hoedemaker, M.F. Jonkman, P. Room, A. Hoek, O.F. Brouwer, N.A. Bos, D.H. Bogchelman, F.G.M. Kroese, R. Bakels, J.G.M. Burgerhof, M. de Bree, R.H. Henning, M.J. van Lieburg, P. Wiegersma, J. Kuks, J. Muntinga, F. Dikkers, H. Grundmann, J. Muntinga.

Winnaars Grappigste docent

1. F.G.M. Kroese 2. M. de Bree 3. P. Nieboer

4. H.A. Schuil

Op 4 mei was de stembus gesloten; hierna stonden de winnaars vast. De winnaars werden per categorie bekendgemaakt: - Grappigste docent: Dhr. Kroese - Beste Engels sprekende docent: Dhr. Bakels - Beste docent: Dhr. Bakels.

5. M.J. van Lieburg

De winnaars leken erg in hun nopjes met de benoeming. Dit bleek wel op de borrel die naderhand werd gehouden in Restaurant Voilà (de ‘nieuwe Gouden Zweep’). Hier beklom dhr. Bakels, nadat de drankjes van Panacea op waren, de bar en bood in een overwinningsspeech een rondje aan. Al met al een geslaagde avond dus! We kijken nu al uit naar de strijd die er volgend jaar ongetwijfeld weer zal komen...

3. S.M. Quinten

Maar nu eerst op naar de facultaire Docent van het Jaarverkiezing, waar dhr. Bakels als Docent van het Jaar Geneeskunde zal strijden tegen een docent van Tandheelkunde en een van Bewegingswetenschappen. Als wij daar met eenzelfde hoeveelheid enthousiasme onze docent aanmoedigen, kan deze verkiezing enkel nog een succes worden.

2. P. Nieboer

Bedankt voor jullie stemmen en tot ziens op de facultaire verkiezing!

Best Engelssprekende docent 1. R. Bakels

2. F.G.M. Kroese 4/5. P. Nieboer

4/5. R.H. Henning Beste Docent 1. R. Bakels

3/4. S.M. Quinten

3/4. F.G.M. Kroese 5. H.A. Schuil

Publieksprijs 1. P. Nieboer

PanEssay • 2011:3 • 5


Commissies

BRC

Istanbull geeft je vleugels Reisverslag BRC Er was eens een bus die voor de Stadsschouwburg stond te wachten. Deze bus was er klaar voor om 50 Geneeskundestudenten naar Keulen te brengen, zodat ze vanuit daar naar Istanbul konden vliegen… Jaja, dit gaat over de BRC-reis van 2011! Een supermooie excursie naar één van de grootste metropolen van de wereld. Natuurlijk is het onmogelijk een beeld te schetsen van hoe het precies in Istanbul was, maar een poging kan altijd gewaagd worden. Toen we donderdagochtend vroeg in Istanbul aankwamen, bracht een Turkse buschauffeur ons naar het hostel. Via de smalste straatjes kwamen we bij het hostel en zoals het de Turkse gewoonten betaamd,

6

plantte de buschauffeur de bus midden op een klein kruispunt en moest de rest van de auto’s gewoon maar eventjes wachten. Zo kan het inderdaad ook! Na onze spullen in het hostel te hebben gestald, gingen we op weg naar het schitterende Topkapi paleis. Hier hadden we de gelegenheid om lekker in het zonnetje door de tuinen van de sultan te lopen en de verschillende vertrekken van het paleis te bekijken. Naast een bovengronds paleis hebben we ook een gebouw onder de grond bezocht: het Verzonken paleis. Dit reusachtige waterreservoir deed momenteel dienst als bezienswaardigheid. Met z’n vele pilaren deed het veel van de BRC-reizigers denken aan de sfeer van Harry Potter, maar we hebben helaas geen bezemstelen gezien ;). Nadat we met z’n allen heerlijk hadden gedineerd, kon iedereen z’n eigen gang gaan. Dit resulteerde in het feit dat het merendeel te vinden was in één van de twee Turkse thee/koffie/waterpijp-tentjes, die ook


de rest van de week zeer in trek waren. Een deel van reizigers sloeg steil achterover toen ze Turkse koffie proefden. Aanpassen aan de cultuur van het land vergde duidelijk nog wat oefening, maar gelukkig hadden we daar de rest van de reis nog voor! De wekdienst van de BRC was er vroeg bij op vrijdag; we werden namelijk op tijd bij de faculteit verwacht! Na een kort praatje van onze begeleider Dean werden we in groepjes van 10 door het ziekenhuis en de faculteit geleid. Wat een verschil vergeleken met het

De buschauffer plantte de bus midden op een klein kruispunt, de rest van auto’s moest maar even wachten UMCG! De studenten die ons rondleidden vertelden veel over het ziekenhuis en hoe het er daar aan toe gaat. Ooit geweten dat men in Istanbul zeer gespecialiseerd is in het behandelen van diabetes? In een stad, waar baklava en döner aan de lopende band gegeten worden, is dat ook niet heel vreemd. ’s Middags was men vrij om de ‘Grand Bazaar’ onveilig te maken. De afdingskills kwamen bij iedereen naar boven en de meest geweldige gadgets zijn aangeschaft: Turkse hoofddeksels, sjaals, waterpijpen, neptassen, shirts, noem maar op. Het rondlopen op de Bazaar bracht ook de nodige hilarische momenten met zich mee; wanneer je bijna chagrijnig wordt van het aangesproken worden met ‘Hey, you look like Jennifer Lopez!’ en dan opeens hoort ‘Hey, lelijk meisje!’, zorgt dat wel zeker voor een lachmoment. De vrijdagavond hebben we het uitgaansleven van de studenten in Istanbul leren kennen. Samen met de studenten die ons ’s ochtends hadden rondgeleid, hebben we in een kroeg in het moderne deel van Istanbul de verjaardag van Bart ingeluid en een mooie avond gehad! Zaterdag ging de wekker gelukkig wat later dan vrijdag en stond de stadswandeling op het programma. De BRC had deze zelf georganiseerd en leidde ons rond door het Noord-Europese gedeelte van Istanbul. Dit deel is zeer Westers en bevat onder andere de op één na oudste metrolijn van de wereld en de langste winkelstraat van Istanbul. Met een vrije middag in het verschiet was dit voor de shopaholics een fijn weetje!

Naar Istanbul gaan zonder de Blauwe Moskee te bezichtigen kan natuurlijk niet, daarom hebben we zondag een bezoek aan deze imposante moskee gebracht. De grootte en de mooie schilderingen van de moskee waren erg indrukwekkend! Helaas konden we in de Blauwe Moskee geen gebed bijwonen, maar gelukkig troffen we het beter in de Süleymaniye moskee. Nadat we onze schoenen hadden uitgedaan en de haren van de dames met een sjaal waren bedekt, konden we naar binnen om hier wel een gebed bij te wonen.

Het gezicht van de kroegeigenaar veranderde die avond van een donderwolk in een grote glimlach

Ook een bezoekje aan de Hamam hoort bij een reis naar Istanbul en voor diegene die dit wilde, was daar tijd voor op de zondagmiddag. Na de bezoeken aan de moskeeën was er tijd voor ontspanning! Liggend op een warme steen werd je grondig schoongescrubd en wel met ferme kracht. Vele mensen kwamen er dan ook in ieder geval een rode rug vandaan. Hierna werden de nodige voorbereidingen voor de thema-avond getroffen. Snorren werden getekend, hoofden werden geschminckt en de harembroeken kwamen te voorschijn om de avond zo leuk mogelijk te maken. En dat is gelukt! Na eerst in zitzakken te hebben gechilld en op Enrique Iglesias te hebben gedanst (dat was namelijk de enige Westerse muziek, die ze hadden), werd het feest voortgezet in de plaatselijke kroeg. Er werd flink gedanst en ook is menigeen op de foto geweest met wat locals. Het gezicht van de eigenaar veranderde gedurende de avond van een donderwolk in een grote glimlach. In Istanbul tref je niet iedere avond zo’n bont gekleed gezelschap aan! De laatste dag was alweer aangebroken en de bagage moest alweer worden gepakt. Na alle koffers met moeite dicht te hebben gekregen, zijn we met een boot de Bosporus opgegaan. Volgens de inwoners van Istanbul één van de dingen die je gedaan moet hebben! ’s Middags was nog enige tijd over om de laatste Turkse Lira’s op te maken alvorens we met z’n allen voor de laatste keer zouden dineren. Nog even onze buikjes vol eten en daarna met de bus weer richting het vliegveld. Gelukkig waren onze koffers niet té zwaar geworden! Zoals jullie kunnen lezen was het een erg geslaagde reis! BRC nogmaals ontzettend bedankt voor de toffe tijd!

Panessay • 2011:3 • 7


Ben jij onze medisch specialist van straks? Wij hebben bij verschillende specialismen opleidingsplaatsen beschikbaar voor 2011 en 2012. Heb je je studie Geneeskunde (bijna) afgerond en wil je je specialiseren? Dan ben je van harte welkom in het UMCG!

Het Universitair Medisch Centrum Groningen is de grootste opleidingsregio in Nederland en verzorgt alle erkende medisch specialistische opleidingen volgens de nieuwste curricula. In onze opleidingen wordt veel gebruik gemaakt van ons hypermoderne skillslab.

AIOS voor meerdere specialismen

Naast patiĂŤntenzorg en onderzoek zijn onderwijs en opleiding onze kerntaken. We vinden het belangrijk dat onze medewerkers alle ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Dat kan bijvoorbeeld bij een van onze speerpunten: Healthy Ageing. Daarin vervullen we regionaal, nationaal en internationaal een voortrekkersrol.

Kijk op www.werken.umcg.nl voor het actuele overzicht van de beschikbare opleidingsplaatsen, een kennismaking met de opleiders en nog veel meer informatie. Of volg ons op Twitter, LinkedIn en Hyves.

Naast een inspirerende werkomgeving biedt de universiteitsstad Groningen ook een goede woon- en leefomgeving. Het UMCG is altijd op zoek naar bewezen en onbewezen talent dat ruimte kan gebruiken om te groeien. Universitair Medisch Centrum Groningen Bouwen aan de toekomst van gezondheid

8


Foetencolumn

Christiaan Sebanescu

De boetevaart Coachgroepen. Een rare mix tussen ultieme verveling, lange −– volgens de boze stemmetjes van mijn diep gespleten geest nutteloze−− – schrijfopdrachten en mooie, zielige, grappige dan wel opruiende verhalen tijdens de bijeenkomsten, dit alles voorgezeten door een geweldige huisarts uit een ver warm land met veel zand maar weinig water. En dat vanaf nu ook nog eens beschreven met onleesbaar lange zinnen in het geweldige blad dat men de PanEssay noemt. Een patiëntgesprek. Of we even in koppels met iemand willen babbelen over de impact die een aandoening op hem of haar heeft. Klinkt leuk. Wat zullen we voor afschrikwekkende zaken zien? Neurosarcoïdose? Hartamyloïdose? Lymfangioleiomyomatose? Autohypnose? Osmose? Glucose? Neen, het is een ouwe vent met diabetes. Een typetje II nog wel, merken we direct als ik bij het binnentreden over de niet bescheiden onderkin van de heer Bé Stachtig struikel. Ik krabbel op en we schudden elkander het handje. Mevrouw B. Stachtig zit in de woonkamer, maar ze doet geen moeite om naar ons toe te komen. Ook haar hand wordt geschud. De tafel wordt gewezen, we gaan zitten. Mevrouw Stachtig bevindt zich nog immer op dezelfde plek. Daar zal ze vast en zeker een goede reden voor hebben. Diabetes. Heeft u er veel last van? “Neuh.” O. Dat schiet lekker op. Heeft meneer er écht geen last van? “Neuh, niet echt.” Navraag naar andere aandoeningen levert een wat magere oogst op: de oude baas heeft wat last van hielspoor. Verder écht niets? Geen granulomen op locaties waar je ze liever niet wilt, grote stinkende abcessen met groene, rottende pus op plekken waar de zon niet schijnt, of iets engs dat één op de honderd miljoen miljard mensen treft? Misschien is House, M.D. dan toch niet een accurate weergave van de barre geneeskundige realiteit. Meneer tapt nog wat ouwekerelmoppen - iets met een Turk en een café - en we vertrekken weer. Helaas niet veel wijzer. Maar de wereld was nog niet vergaan, we hadden namelijk nog een tweede

gespreksgelegenheid. Een gewaarschuwd mens telt voor twee en behoedzaam ontwijken we ditmaal succesvol de stortvloed aan univacuolaire adipocyten, als de deur van Huize Stachtig geopend wordt. We schudden een handje, groeten mevrouw B. Stachtig en gaan zitten op de ons inmiddels vertrouwde stoel. Opeens blijkt meneer flinke hartritmestoornissen te hebben, had hij ooit een fiks longoedeem en is zijn schildklier er in het recente verleden uitgesloopt. Maar dan raken we toch weer op een zijspoor. Zijn zoon heeft een levertransplantatie meegemaakt. Wat recente familie had op hele jonge leeftijd opeens een infarct. “Die internist is trouwens een kenau hoor. Maar ZÓ ‘n wijf!” deelt Bé ons mee, een worstje van een duim opstekende. Nu en dan verbetert zijn vrouw hem op wat details en raken de twee in discussie met elkaar. Uiteindelijk gaat meneer over het verleden te vertellen. Harde tijden, mooie tijden. De oorlogsjaren, de gebeurtenissen net ná de oorlogsjaren; de gehele jaren ‘40 werden ons uit de doeken gedaan.

Behoedzaam ontwijken we ditmaal succesvol de stortvloed aan univacuolaire adipocyten

Of we wisten wat de boetevaart was. De boetevaart. We denken aan oude, lekke schuiten die tot de nok volgestouwd zijn met NSB’ers, die zonder eten, stuurloos en met te weinig brandstof de grote zee opgestuurd worden, een zekere dood tegemoet. De boetevaart. Het is een woord dat tot de verbeelding spreekt. Maar dan blijkt het gewoon een boot geweest te zijn die pendelde tussen het Nederlandse Delfzijl en het Duitse Borkum, om precies in het midden belastingsvrij meuk te kunnen verkopen. Een soort voorloper van de taxfreewinkeltjes op Schiphol. Net als dingen interessant lijken te worden, komt dan toch weer die onvermijdelijke, diep deprimerende anticlimax. Zelfs bij interessant klinkende zaken. Zelfs de boetevaart. Alle genoemde personen in dit stuk zijn puur fictief. Alle overeenkomsten tussen mijn creaties en echt bestaande individuen berusten puur op toeval, of liever: op het geweldige vermogen van mijn geniale brein om geloofwaardige, waarheidsgetrouwe personages te bedenken .

Panessay • 2011:3 • 9


Recensie

Hidde Kleijer

‘s Werelds beste arts ‘Kill as few patients as possible’ Voor elke geneeskunde student en alle artsen die het volgende nog niet kennen, heb ik een goede tip: ‘Kill as few patients as possible’. Altijd een goed streven, tenzij je natuurlijk over euthanasie moet gaan nadenken. Hier gaat het echter om een goed boek. ‘Kill as few patients as possible’ is geschreven door de zeer grappige dr. Oscar London MD WBD. Het is in feite een verzameling columns waarin steeds een tip of regel voor een arts beschreven wordt, zodat je net zo’n goede arts als dr. London kan worden. Hij beschouwt zichzelf namelijk als ‘the world’s best doctor’. Zoals hij het zelf zeer bescheiden brengt: ‘If your physician aspires to be the world’s best doctor, he or she will have to wait till I die.’ En wat maakt hem dan zo goed? ‘My uncanny diagnostic skills? My charisma? My modesty? Yes, all of those, but more important: my strict adherence to the rules.’ Het zijn deze Amerikaans getinte regels die hij in zijn boek met de ons deelt. Als het goed is weet elke student geneeskunde van onze fantastische faculteit inmiddels wel dat niemand alles goed doet en dus open moet staan voor feedback. Naar aanleiding van zijn boek zal dr. London onderworpen worden aan onze favoriete bezigheid: beoordelingsformulieren invullen. Laten we eerst eens naar een aantal van zijn regels kijken.

Rule 3

‘If you can’t save your patients life, find someone who can’ Na de regels ‘Be jewish’ en ‘Have a lovely office’ is dit er eentje om te noemen. De beste dokter ter wereld zou toch nooit in de situatie terecht komen dat hij het leven van zijn patiënt niet kan redden? Precies, maar die dokter bestaat alleen in de vorm van dr. House. Daarom vindt dr. London het zijn grootste kracht dat hij weet hoeveel hij niet weet, een ware Socrates dus. ‘After practicing medicine intensely for a few decades, what you ultimately learn is the phone number of a cold fish, or a warm heart, who can save your patients life when you can’t.

10

Rule 8

‘If you don’t believe in prescribing your patients Xanax (alprazolam; een benzodiazepine), be sure to take one yourself’ Het leven van een arts kan vrij hectisch zijn en daar komt de nodige stress bij kijken. Na te hebben geëxperimenteerd met alcohol, nicotine en cafeïne (vaak tegelijkertijd) heeft hij zich gerealiseerd wat die troep met het menselijke lichaam doet. Een beetje chemische hulp uit het farmacotherapeutisch kompas kan een arts daarom volgens hem helemaal geen kwaad. Natuurlijk zijn ook niet-medicamenteuze stressverlagende behandelingen aangewezen: meditatie, massages en gehaktballen in een marinara saus.

Rule 13

‘When you make a mistake so horrible it’s to die over, don’t’ Het leven van een patiënt ligt vaak in jouw handen en is daarmee vaak afhankelijk van jouw diagnose. Wanneer (niet ‘als’) hierin iets fout gaat zul je ermee om moeten gaan. Dr. Londons advies: ga door waar je mee bezig was, nooit even stoppen en een klein drankje nemen. Zo worden alcoholisten geboren. ‘As a doctor I must keep myself intact while I wall off the horror of human imperfection. Until the next time.’

Rule 38

‘When she’s absolutely, positively sure she isn’t pregnant, get a pregnancy test’ Deze vrouwen komen meestal binnen met de klacht dat ze moe zijn. Gelukkig is de DD hiervoor slechts een aantal pagina’s lang. Natuurlijk kan het absoluut niet het geval zijn dat ze zwanger zijn, want natuurlijk is de anticonceptie altijd goed toegepast. De ochtendmisselijkheid en de pijnlijke borsten kunnen natuurlijk ook door andere factoren worden verklaard. Uhuh, tuurlijk: ‘The test, needless to say, is positive. Hail, Mary. I refer her to an obstetrician (verloskundige) and take a Xanax.’

Beoordeling

Voor meer van deze essentiële regels van het artsenberoep moet je het moet echt zelf aanschaffen. Het staat buiten kijf dat het boek zeer vermakelijk is en soms zelfs verlichting biedt. De vraag blijft echter hoe dr. London scoort op ons beoordelingsformulier.


Panessay • 2011:3 • 11


Column

Jop van den Berg

Condoomkoning Memoires van een thuiszorgmedewerker Een liefdevolle, goeduitziende geanimeerde vrouw knielt tussen de benen van de naakte, goeduitziende geanimeerde man. In een handige beweging omvat ze de fors geschapen penis van de man. De man geeft geen kick, terwijl de vrouw vanuit een hoek van het beeld een pakketje tevoorschijn pakt. In een handomdraai heeft ze het plastic geopend en trekt een condoom uit het plastic. Ze vertelt van alles, maar geïnteresseerd kijk ik naar het schouwspel tussen de benen. Alsof ze het dagelijks meerdere malen doet ontvouwt deze ware ‘condoomkoningin’ het rubberen geheel over het geslacht. Ze zit nog eenmaal aan de penis en laat dan los. De man glimlacht tevreden: de klus is geklaard. Nog eenmaal blader ik door de route die ik moet rijden. Het is een ingewikkelde route met veel adressen – en dus cliënten – waar ik nooit eerder ben geweest en boordevol handelingen die ik ook maar beperkt doe. Naast een gros steunkousen zitten er ook veel katheterhandelingen bij, die ik gaandeweg mijn thuiszorgcarrière slechts een paar keer gedaan heb. Net iets te enthousiast spring ik in de auto, zodat ik mijn hoofd stoot tegen de portier. Ik zet de radio aan en onder het genot van The Bloodhound Gang met hun hit ‘Discovery Channel’ stort ik mijn bijrijderstoel vol met formulieren, notitieblaadjes en een fles water. Het regent pijpenstelen en het is koud:

De snelweg A1 en de spoorlijn blijven voorlopig droog.

12

het typische weer om thuis bij de kachel te zitten (of een thuiszorgroute te rijden…). Als ik alles georganiseerd heb en mijn eerste adres in de TomTom heb ingevoerd, rijd ik weg. Zo herhaal ik dat een tiental adressen. De elfde weet ik uit mijn hoofd. Het kostte namelijk een uitvoerig gesprek met de dames van de verpleging waar dat was. Sommige mensen wonen nu eenmaal onhandig: ‘Het is een boerderij waar vier gezinnen in wonen. De meneer waar jij moet zijn woont onder de boom door naar achteren, dan bij het tuinhekje – die klemt, dus daar moet je wat harder tegen duwen – oversteken en dan de groene deur…’ En dan nog veel meer beschrijving waar niemand wat mee opschiet. Ik volg de instructies, maar kom niet ver. Het tuinhek vind ik net zo min als de groene deur. Toch klopt het nummer en de straat. Ik bel aan. ‘Goedenavond!’ Een vrouw opent de deur met een fiere zwaai. ‘Goedenavond, ik ben van de thuiszorg.’ Enthousiast wenkt ze me naar binnen te komen. Met moeite houd ik mij overeind wanneer ik over de kat struikel, die met een soort kattige arrogantie, stoïcijns blijft

Ik denk terug aan het instructiefilmpje, maar de praktijk is bikkelhard: geen bananen maar schrompelpiemels. liggen. Ik vind meneer Van Delden in de keuken. Het huis, niet anders dan ieder ander huis van een gezin, is netjes en groot. Het is een sympathiek echtpaar van begin zestig die duidelijk nog in staat zijn veel zelf te doen. ‘Koffie?’ vraagt mevrouw Van Delden. ‘Graag,’ antwoord ik en samen praten we wat. Ik ken hun niet, zij mij niet. Hij was ooit luchtmachtpiloot, zij huisvrouw. Ongemakkelijk praten we richting het onvermijdelijke moment: de thuiszorgdaad. We weten allemaal wat ons te wachten staat, maar we kennen elkaar niet. Ietwat onwennig wiebel ik op mijn stoel. ‘Loop maar mee,’ stelt mevrouw Van Delden, die overduidelijk zowel haar man als mijn ongemak opmerkt voor, terwijl ze haar man sommeert naar boven te gaan. Het is duidelijk wie de broek draagt in dit huishouden. Ook ik volg gedwee. Ze leidt mij de badkamer in, waar meneer Van Delden zit te plassen. Een grijns onderdrukkend doe ik net alsof het allemaal maar normaal is.


‘Je weet wat je moet doen?’ Ik knik en denk terug aan het instructiefilmpje: de vrouw, de man en de condoomcatheter. Maar de praktijk is bikkelhard: geen bananen, maar schrompelpiemels. Ik zie mijzelf al klunzen. En daar bedoel ik niets respectloos mee; het zijn immers piemels die al jarenlang meegaan en dus helemaal geen banaan meer hoeven te zijn. Maar laat de industrie dan ook de filmpjes aanpassen op de doelgroep! Wat heb ik er als zorgverlener aan dat een

Er volgt een worsteling met de penis van meneer, die zich steeds verder in het buikvet lijkt terug te trekken vriendelijke Belgische juffrouw mij op vriendelijke toon uitlegt hoe je een condoomcatheter om doet bij een pornoster, terwijl de doorsnee cliënt die status – voor zover ik dat weet – nooit gehad heeft. Vijf minuten later zit ik in de positie van de vrouw uit het filmpje: tussen de benen van de man. En ook ik omvat het geslacht. Net als in het filmpje grijp ik naar het pakketje met daarin de condoomcatheter. Er volgt een worsteling met de penis van meneer, die zich

steeds verder in het buikvet lijkt terug te trekken. Ik geef mij niet gewonnen en met wat gefriemel, gegrinnik van de man en veel samenwerken, lukt het uiteindelijk om het condoom, met daaraan een slangetje, om te doen. Ongemakkelijk hangt het condoom over de wat ongelukkig – waarschijnlijk door de kou – ingekrompen, slappe penis. Ik pak de catheterzak en sluit deze via een ingenieus systeem van slangetjes dat tussen onderbroek en pyjamabroek door loopt, aan op de condoomcatheter. ‘Ik hoop dat ‘ie blijft zitten vannacht.’ ‘Goed gedaan, knul! Hij zit een stuk beter dan wanneer je collega’s het doen. Jij bent hier goed in!’ Ik grijns. ‘Beter dan de rest van jouw collega’s!’, beaamt zijn vrouw. En dat terwijl dit mijn allereerste keer was. Blijkbaar werpt het kijken van ‘thuiszorgporno’ toch zijn vruchten af. Goede voorbereiding is het halve werk, bij wat voor klus dan ook. Ik onderdruk mijn lach, geef het echtpaar een hand en loop terug naar de auto. Er zijn bepaalde titels die je fier wilt dragen, maar of ‘condoomkoning’ daar een van is? En of ik nu trots moet zijn op het uitblinken in deze activiteit… Op mijn CV komt het in ieder geval niet, ook al allitereert het nog zo lekker.

Panessay • 2011:3 • 13


Non-Fictie

Marko Pol

Neurochirurgie Snijdt in en door de ziel Het is zover. Mijn eerste dag op deze afdeling. Hier ligt hij dan, achter deze deur. Mijn eerste patiënt neurochirurgie. Een patiënt die er echt flink aan toe is. Die het ziek-zijn al lang voorbij is. Zo eentje met een snoeppotje gevuld met medicijnen. Ik adem diep in en steek mijn hand uit naar de klink. Plotseling word ik door een patiënt besprongen. Meneer Veldhuis is dolgelukkig. Hij is genezen. Al anderhalf jaar pijn in zijn rug en sinds kort een been dat voelde alsof er sambal door de aderen stroomde. Nu loopt hij als een kievit. Een cokesnuivende kievit, dat wel. Springend staat hij voor me. Omdat ik in een wit uniform rondstap heb ik hem helpen genezen. Zegt hij. Ik vind het prima. Ergens ben ik ook altijd al wel een soort wandelende Lourdesverschijning geweest. Huppelend gaat meneer richting de uitgang, met in zijn koffer de kleren van de afgelopen drie dagen en een paar paracetamolletjes als enige pijnstilling. Wat voor afdeling is dit? Verrichten ze hier wonderen? Wie is die chirurg die de lammen doet lopen? Een kruising tussen Jezus, Rambo en Raymond van Barneveld? Maar oké, dan wordt dit dus mijn tweede neuropatiënt. Zachtjes doe ik de deur open, stap ik binnen in de schemerige ruimte. Geruisloos sluit ik de deur achter me. So far so good, denk ik twee seconden. Dan zie ik in het grijsblauwe licht dat over de patiënt ligt twee grote ogen me aanstaren. Erg welkom voel ik me niet. Opeens begint hij te tieren, te schreeuwen en te spartelen. Met een schorre stem hijgt hij dat hij sliep. Of liep. Ik kan het slecht verstaan, maar gezien de situatie ga ik voor het eerste. Ik voel me een Jehovah’s Getuige die bij een Vindicathuis aanbelt.

14

Uitgescholden door een glazig kijkend persoon met een gemankeerd kapsel endenkvermogen. En dit alles omdat ik hem wekte, midden op de dag. Moet ik nu boos worden, wegrennen, huilen? Toch doet het tieren me weinig, ik zie maar een ding. De vlekjes zonlicht die zich door de gaatjes in de gordijnen hebben gewurmd dansen over een hoofdhuid waar zich geen schedel meer onder bevindt. Als je hem recht aankijkt lijkt het hoofd boven zijn wenkbrauwen op te houden. Alsof iemand zijn voorhoofd onder de guillotine heeft gelegd. Een krater, als je het hoofd schuin van boven bekijkt. Alsof iemand een loden tennisbal boven op zijn hoofd gegooid heeft en zijn hersenen nog maarnet diep genoeg hebben kunnen wegduiken. Een krater waarin plukjes spriethaar de hechtingen afwisselen. Het is een landschap, als je goed kijkt. Een landschap groeiend uit zijn brein. Een beetje zoals onze eigen wereld, dat we laten groeien uit onze grijze massa. De ogen zien me vol verbazing peinzen en zijn mond valt stil. De ongemakkelijke stilte die valt, doorbreek ik met een semi-opgewekt ‘Hallo, ik ben Marko, stagiair. Sorry dat ik u wek!’. ‘Is àgoew’ hijgt het hoofd me toe. Mijn ogen dwalen over de muur die vergeven is van foto’s van kinderen en gezinnen, sommigen in het zwart-wit. Kinderen op het strand, met haar dat blond is geworden door de Franse zon. Gezinnen die compleet zijn, gelukkig en gezond lijken, breed glimlachend klaarstaan om zo een blijmoedige papieren herinnering te kunnen vormen. Zijn ogen volgen mijn blik over de foto’s, de kaarten, de uitgedroogde bloemen, het katheter, de infuuspomp,zijn ingevallen ogen. Dan stel ik hem wat algemene vragen en doe alsof ik hem versta. Ik grom iets of knik instemmend, precies zoals me in blok 1.1 ooit ingeprent is. Met een overtuigd ‘het gaat allemaal goedkomen’ en een communicatietechnisch zeer verantwoorde hand op zijn rechterschouder neem ik afscheid. Een schouder die niks meer kan, maar zich niet alleen hoeft te voelen daar aan de rechterkant. Ook zijn elleboog, hand, heup, knie en voet voelen zich werkloos. Zwijgend en met rode ogen loop ik naar buiten. Moedeloos laat ik me op een Ikea-stoel in de verpleegstersruimte vallen. Uit een kast trek ik zijn medisch dossier. Een dossier waar je u tegen zegt, zelfs mijn portfolio is er niks bij. Ik begin achterin.


1976. Meneer is 32 jaar oud. Drie meningeoompjes (angiobl.) op de linkerhemisfeer. +- 30 mm doorsnee. Een week later zat meneer weer met zijn vrouw in de voortuin. 1980. Tweede operatie, nadat twee van de drie tumoren zijn teruggegroeid. Opnieuw verwijderd, snel herstel. 1983. Beide tumoren blijven groeien. Verwijderd, herstel verloopt snel. En zo gaat het iedere drie of vier jaar. Tot 5 september 1996. Parese van de rechter extremiteiten. Komt adequaat over, maar spreekt met hangende mond en dubbele tong.In 1997 werd hij verlaten door vrouw en kinderen, omdat hij agressief werd tegen zijn drie jongens. Van iedere prikkel wordt hij woest. De revalidatie verloopt moeizaam. En de meningeomen blijven maar teruggroeien. Goedaardige kanker bestaat niet. Want het is 2011, en hier ligt hij dan. Een geïnfecteerde wond na het plaatsen van een lumbale drain. Een bacterie die zich door het liquorvocht verspreid heeft. De afgelopen weken

is hij volgepompt met antibiotica en hij heeft nog vele weken te gaan. Op de dag dat hij binnenkwam kende iedereen zijn naam al. Een slecht teken. In de afgelopen weken is zijn ex een keer langsgeweest. Zonder de kinderen, die wensen dat ze niet van zijn bestaan af wisten. Zijn moeder van 89 probeert iedere dag langs te komen. Dan zit ze naast hem en pakt zijn linkerhand vast. Ze leest hem voor uit de krant, met dezelfde toon als waarop ze hem vroeger van Roodkapje vertelde. Als hij hoofdpijn krijgt regelt ze het vloeien van zijn drain. Hij probeert te lachen als ze een grapje maakt. Het is angstaanjagender dan een grijnzende Kim Jongil, maar het is emotie, pure emotie. Ze voelen elkaar perfect aan, beiden leven ze alleen nog voor elkaar. Zonet zag ik de neurochirurg naar binnen gaan, geruisloos de schemerige kamer binnenkomen. Als hij weer naar buiten komt staat hij even stil op de gang. Hij is een inderdaad een kruising tussen Jezus, Rambo en Barney. Maar wel een zwijgende, met rode ogen. De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Word als master voor €5,00 per jaar lid van de Medische Alumnivereniging Antonius Deusing! Als lid van de vereniging kan je: 1.

Gebruik maken van een netwerk vol kennis en ervaring.

2. Hulp kunnen vragen hoe het is om als specialist in een bepaald vakgebied te werken. 3. Hulp kunnen vragen om toe te worden gelaten tot een bepaald specialisme. Een keuze maken om bijvoorbeeld eerst onderzoek te gaan doen 4. Na je studie oude bekenden weer te ontmoeten op georganiseerde dagen 5. Verbondenheid met je oude universiteit, omdat deze een belangrijke rol heeft gespeeld voor je toekomst

www.rug.nl/umcg/alumni

Panessay • 2011:3 • 15


Non-Fictie

Davith de Vries

De huisartsenpost Spoed en soepeisend Aan de stralende zon, vrij hoog boven de horizon, is het niet af te lezen, maar de avonddienst begint. Om kwart voor vijf sta ik bij de huisartsenpost voor een dichte deur. Mr. Bean-achtig begin ik van voornaar achterwaarts, en dan weer terug naar voren te bewegen langs de schuifdeur, maar na drie seconden realiseer ik me dat de deur waarschijnlijk niet op de hoogte is van Britse humor en blijf stil staan. Als ik me omdraai prikt de zon me in mijn zonnebrilloze ogen. Moeder Natuur heeft er voor gekozen een warme augustus dag in te lassen halverwege april. Dergelijke dagen dienen toch bij voorkeur binnen doorgebracht te worden, dus ik probeer het maar via de naastgelegen deur. ‘Nee de deur van de huisartsenpost is dicht tot vijf uur’. De receptioniste wijst mij een route via het trappenhuis en door het schoonmaakhok; vast een van de ingenieuze uitvindingen van de architect. Aan de andere kant van het hok wacht ik op de dokter, terwijl de assistente driftig moeders met snotterende kinderen langs de telefoon afwimpelt. Een minuut of dertig later, als de rest van het personeel al tijden bezig is, komt de eerste dokter aanzetten. Niet mijn dokter. Hij begint een verhaal over declaraties en onderhandelingen met zorgverzekeraars, wat in

16

combinatie met de warmte goed helpt om mijn oogleden steeds zwaarder te laten worden. Dan arriveert mijn dokter, de heer Parmant. Energiek alsof hij van plan is de marathon te lopen komt hij de kamer binnen, groet iedereen en mij in het bijzonder, en

Moeder natuur heeft er voor gekozen een warme augustusdag in te lassen halverwege april. Ideaal weer om lekker binnen te blijven dus. schenkt zichzelf een glas limonade en een glas thee in. Terwijl de doktoren en ik verder kwabbellen sijpelen de eerste patiënten binnen. Als ze om een uur of zes besluiten te beginnen (tussen 5 en 6 krijgen ze om mysterieuze redenen niet betaald), is de wachtkamer al redelijk gevuld. Wij hebben dienst op de auto, maar aangezien er nog geen oproepen zijn, ondersteunen we op de post. Het klachtenpatroon van het eerste uur is in mijn ogen ontspannend werk en in de ogen van dokter Parmant frustrerend. Mensen die denken spoedig te zullen overlijden aan geel gekleurde schaafwondjes


of blind te zullen worden door een plakkerig oog waaraan geen enkele roodheid te ontdekken is. Deze laatstgenoemde is overigens nota bene geneeskundestudent. Niet dat ze dat zelf vertelt, maar dat diagnosticeert dokter Parmant binnen vijftien seconden aan haar uiterlijk, houding en taalgebruik. Waaronder ‘conjunctivatis ofzoiets’. Eerstejaars zeker. Mejuffrouw Conjuntivatis kijkt dan ook alsof ze een magiër hoort spreken als dokter Parmant plots zegt ‘ik denk dat je als geneeskundestudent …’. Met het analytisch vermogen van deze huisarts zit het in ieder geval goed. Niet dat hij het vanavond al nuttig heeft kunnen gebruiken, maar toch. Na wat serieuze patiënten, zoals chronische urineweginfectie bij een man die bijna op nierbekkenontsteking aan het uitlopen is en een waarschijnlijke fibulafractuur bij een jong meisje, volgt er een kindje met obstipatie. Of eigenlijk, er volgt een moeder waar een kindje aan vast geklemd zit. Nadat ze haar verhaal gedaan heeft (dat weinig aanknopingspunten voor een oorzaak bevat) en het zoontje van een jaar of 7 begint met spreken, knuffelt ze hem na iedere zin die hij heeft uitgebracht. Knuffelen is een understatement, het lijkt meer op een houdgreep van Dennis van der Geest die zijn Japanse tegenstander probeert uit te schakelen. Dit combineert ze met het sturen van zijn verhaal door hem constant toe te fluisteren. Op basis van de algehele presentatie vereist het dit keer weinig analytisch vermogen om de diagnose te stellen; alleenstaande moeder van eind 30, met kind dat tussen twee ouders heen en weer wordt gesleept, komt waarschijnlijk net van z’n vader terug en zit nu door de hechtingsproblemen van zijn moeder emotioneel in de knel, dientengevolge al enige dagen functionele obstipatie. Als de deur dicht slaat zucht dokter Parmant en bevestigt mijn voorgestelde diagnose. We weten niet of Microlax hier tegenop gewassen is. We kijken naar de aangevraagde telefonische consulten en autoriseren de door de doktersassistente gegeven adviezen. Als de consultpraktijk zelf nog niet afdoende was, lees je hier de meest eigenaardige redenen voor het bellen van de doktersdienst. Problemen die blijkbaar echt niet tot morgenochtend hadden kunnen wachten. Je zou toch denken dat een 0900-nummer bij Nederlanders voldoende afwerend werkt. We bellen een borstvoedende vrouw terug die vanwege recidiverende HSV-1 volgens de verloskundige direct systemische aciclovir moet hebben. De dokter predikt iets over kletskoek tegen het computerscherm. Het risico op postnatale overdracht van een recidiverende herpes is erg klein en het betreft een labiale herpes (type I), er treden dus geen kloofjes op de borst. En waarom moest dat nou per se binnen 12

uur geregeld worden van de verloskundige? Hij geeft de vrouw wat hygiënemaatregelen door en ze kan haar zalfje tegen de koortslip blijven gebruiken. Als we de door de triagist afgenomen anamnese van de volgende patiënt lezen (iets met een rode teen na veel wandelen), besluit dokter Parmant dat de maat vol is. Aangezien deze casus net zo spoedeisend is als een huisslak met teveel slijmvorming bij de dierenarts, is het tijd voor een kopje soep. Als we ons naar de kantine van de eerste verdieping begeven zet Parmant meteen 4 koppen. We mogen niet naar beneden voor we die op hebben. Hij pakt de afstandbediening van lcd-tv en zapt door de digitale kanalen. Bij de film Out of sight, een actie-gevangenis film met George Clooney, blijven we even hangen. In de hoek van de ‘huiskamer’ staat een klein zwart-wit tv’tje, waarop de beelden van de wachtkamer worden doorgestuurd. We zien de mensen langzaam binnendruppelen, liefst met hele gezelschappen tegelijk, terwijl de ‘spoedeisende’ patiënten naar het lijkt nog wel op hun benen kunnen blijven staan. Er is nog een arts op de post, dus we zien geen noodzaak in te springen in de immer vollopende wachtkamer, die waarschijnlijk voor ongeveer ¼e gevuld is met patiënten en voor de overige driekwart met neefjes, collega’s, ooms, tantes, mamma’s, opa’s, pappa’s en meer begeleiders. Na een minuut of veertig krijgen we via een sms-bericht een oproep op de auto. De koppen soep zijn op, dus we mogen wel weer aan ’t werk.

Aangezien deze casus net zo spoedeisend is als een huisslak met teveel slijmvorming, is het tijd voor een kopje soep.

De rit gaat naar Haren. Het betreft een U2 (binnen het uur zien), maar dat is voor de chauffeur geen reden om zich aan de verkeersregels te houden. Over verdrijvingvlakken en busbanen wenden we ons met steevast 20 km/u meer dan is toegestaan naar een verzorgingstehuis in het specialistenparadijs Haren. Het is een terminale vrouw van ver in de 80 met, in weze, een zorgprobleem dat niet door de dokterwacht moet of kan worden opgelost. Terwijl wij met de verpleging praten tuurt de dochter van de patiënt naar buiten door het woonkamerraam op de vierde verdieping en probeert haar tranen te bedwingen. Wie stond hier nu op te wachten? Met uiteindelijk een kort lichamelijk onderzoek en een voorschrift voor de dubbele hoeveelheid morfinepleisters staan we na 20 minuten weer buiten. Via een kindje met hoge koorts in Zuid-Groningen (uiteindelijk verder onschuldig, maar gezien het tweede pasgeborenen kleintje van de ouders op de

Panessay • 2011:3 • 17


IC ligt, gingen we toch even langs) gaan we naar een echtpaar op leeftijd waarvan de man plots neer is gevallen in de tuin en sterk geheugenverlies heeft. Zijn vrouw was net de was aan het ophangen, dus niemand weet wat er precies gebeurd is. De man, tegen de 70, heeft last van retrograde amnesie. Bij een lichte comotio cerebri (door de val) is dat meestal maar enkele minuten, hooguit enkele uren voor het ongeval. Zijn geheugen is echter tot enkele weken terug uitgewist. Er wordt uitgebreid lichamelijk onderzoek gedaan, maar de inprenting en alle andere neurologische functies zijn, behoudens bestaande Parkinson, normaal. Dokter Parmant vertrouwt het niet en neemt contact op met de neuroloog van het Martini, dat letterlijk om de hoek ligt. Na lang overleg besluiten ze dat een CVA niet uit te sluiten is; het lijkt erop dat de man achterover is gevallen (hij heeft de hele suikerpot over zich heen gekieperd) en de duur van het geheugenverlies past er niet bij. Hij wordt naar de poli gebracht terwijl wij onze weg vervolgen, ditmaal naar het Oosterpark. We treffen een man van in de 50 aan die eerder op de avond door de ambulance is gezien vanwege heftig braken en stekende pijnen in het rechterbovenkwadrant. De sociale omstandigheden in de portiekflat zijn niet bepaald de hoogwaardigste van de stad. Derdejaars en coschappers weten welke diagnose in zo’n geval bovenaan staat. Er is geen icterus,

Na lang overleg besluiten ze dat een CVA niet uit te sluiten is, en de man wordt naar de neurologie poli van het Martini gebracht.

noemenswaardige koorts of peritoneale prikkeling, dus we houden het op cholelithiasis. We stellen hem gerust, lichten hem voor (bij icterus of tekenen van acute cholecystitis of cholangitis aan de bel trekken) en met een spuitje i.m. diclofenac en een metoclopramide zetpil moet de man de nacht doorkomen. We vertellen hem maar niet dat het wachten op een cholecystectomie nog wel een week of 3-4 kan duren. Terwijl we terugrijden naar de post vult de arts voor de laatste keer vanavond, zoals altijd, het dossier van de patiënt aan. Eerder op de avond praatte dokter Parmant met de chauffeur over waarom hij een Skoda Superb heeft gekozen als gezinsauto in plaats van een Audi. Maar vanavond blijkt de dokter met de Alfa te zijn gekomen, want; ‘helaas stond de Jaguar weer eens bij de garage’. Of het dan een oldtimer was? Nee, een XKR van nog geen 3 jaar oud. Als we om een paar minuten voor elf de post uit lopen, nemen we afscheid en haal ik mijn fiets van slot. Als ik het terrein afrijd scheurt de ronkende Italiaanse V8 al toeterend langs. Terwijl ik de achterlichten zie verdwijnen aan de horizon en de frisse avondlucht de warmte van vanmiddag uit mijn lijf verdrijft, bekruipt mij het gevoel dat dit moment in raar contrast staat met de rest van de avond. En op een of andere manier voelt dat prettig. Het ronkende geluid sterft weg. Ik hou van de geneeskunde. Needless to say, zijn de namen in dit artikel gefingeerd.

De Jaguar XKR van de dokter Parmant ‘stond weer eens bij de garage’.

18


Panessay • 2011:3 • 19


Serie

Sandor Schokker

S and the City: work more, party more, sleep less De laatste column vanuit NY Met het aanbreken van het goede weer (eindelijk) in NY, brak het slechte weer uit met het onderzoek. Veel meer patiënten die geïncludeerd moesten worden dan verwacht en het prehistorische archiveringssysteem helpt ook niet echt mee; ‘well, there are 122 boxes with old patients, you can’t expect the indexes to be correct’... dat idee (ik rol zo vaak met mijn ogen dat het bijna als een nystagmus kan worden gediagnosticeerd). Gevolg is dat ik bij het schrijven van dit artikel nog steeds niet klaar ben met het data-entry gedeelte van mijn onderzoek en dus zat er niks anders op dan mijn verblijf met een maand te verlengen, deadlines uit te stellen en 3 maanden later met mijn co-schappen te beginnen, iets waar ik na een ijstijd aan studievertraging allesbehalve behoefte aan had, maar de bright side is dat ik wat van Summer in the City kan meepakken, daarover in de volgende column meer. Daarnaast biedt een naderend vertrek natuurlijk ook gelegenheid voor reflectie (iedere geneeskundestudent zijn favoriete bezigheid).

De snelweg A1 en de spoorlijn blijven voorlopig droog.

20

Stad en Ommeland – City Life

Toen ik naar NY toog had ik grootse plannen van de plekken die ik allemaal kon bezoeken in Amerika: LA, SF, Miami, de Niagara Falls enz. Immers, ik zou 6 maanden weg blijven terwijl de stage formeel 5 maanden duurt. Helaaz kon ik door bovenstaande wanorde geen week missen en kwam van al mijn trip ideeën niks terecht. Het enige wat ik heb zijn de weekenden en bestemmingen dichtbij NY. Na Philadelphia vond ik Washington een goed target om mijn pijlen op te richten en zo besloot ik om tijdens het zogenoemde ‘cherry blossom festival’ naar de hoofdstad van Amerika te gaan. Volgens de regels had de stad omgetoverd moeten zijn in een wonderlijk landschap met cherry blossoms, zonneschijn, blije, dunne mensen en spontane champagnefestijnen op de Mall. Niks van dat al. Gigantische regenbuien toverden de bomen kaal en mij kletsnat (determined als ik was liep ik als enige toerist/persoon om de gehele Mall die dag). Gelukkig werd ik en passant wel uitgenodigd voor een feestje met senatoren en congresleden en de zonovergoten zondag in het erg Europees aandoende Georgetown maakte ook veel goed (Washington is een boring stad, maar als je 60 bent en van rust, regelmaat, goed eten en kunst houdt is het er vast prima uit te houden, de Upper East Side in stadsvorm heb ik het gedoopt).


Een paar weken later kwamen de visa card people op bezoek. Het begon al goed met een S die dacht lief te zijn door hen op te halen, maar die door miscalculaties en de algehele staat van malaise van het publiek transport anderhalf uur na landingstijd aan kwam kachelen op JFK. S boos omdat hij zijn Broadway show zou missen, visa card people boos omdat mijn moeder mijn vader anderhalf uur lang had moeten vermoeien met verhalen over hoe gaaf Amerika in de jaren 60 was.

Niks van dat al. Gigantische regenbuien toverden de bomen kaal en mij kletsnat Waar sommige ouders enorm beslag leggen op hun kinderen als ze die komen opzoeken, moest ik zelf regelen dat ik ze überhaupt te zien kreeg omdat ze het oh zo druk hadden. Niet met toeristische dingen, nee, daar doen de visa card people niet echt aan. Achterafstraatjes met ‘doorkijkjes’ en ‘authentieke barretjes met etnische mensen’ en ‘heerlijk rustige straten met leuke one-of-a-kind boetiekjes en delicatessenzaakjes’ is waar het voor hen om draait. Kortom, ik was mijn ouders kwijt aan de Village, Brooklyn en de Upper East/West Side, maar toch leuk om ze weer te zien.

An alien in NY

Het bezoek van mijn ouders ontlokte niet alleen shopping sprees voor witte kleren (na memorial day op 30 mei is het een ongeschreven regel dat je zoveel mogelijk wit draagt; workwise is dat natuurlijk geen probleem, leisurewise wel), maar kennelijk ook heimwee. Ik wist niet dat het mogelijk was, aangezien NY altijd mijn droomstad is geweest en ik er met veel plezier woon. Maar toen ik iets simpels wilde opzoeken en op de Wikipedia site van Nederland belandde (uptodate en pubmed hadden geen hits), begon ik alles te lezen en overviel me het gevoel dat Nederland helemaal zo slecht nog niet is. Waar het apparently een van de beste plekken is om je kinderen op te voeden, waar de ‘welvaart’ per bewoner een van de grootste in de wereld is, waar we eigenwijs de deltawerken bouwden, waar je voor 8,47 euro een heerlijke lunch bij Fatima in de Ap kan kopen, waar armoede bestaat uit een alleenstaande moeder met 2 ½ kind in een flat ter grootte van 4 NYse studio’s die niet op vakantie kan. Omdat ik emotioneel werd van een Wikipedia artikel had ik voor de zekerheid mijn oestrogeenlevels laten checken, maar er bleek niks aan de hand te zijn.

Dit kwam na een dag vol heimwee naar Amsterdam, daten in Nederland en een dag heimwee naar mijn Groningse vrienden. Kennelijk zat ik op het traditionele halfjaar-heimweemoment, ik heb er meer mensen over gehoord.

Toen Max Westerman op mijn balkon zat verbaasde me dat nog, maar nu kijk in niet meer raar op als ik ambassadeurs, consuls en Quote 500 leden thuis aantref

En dat terwijl ik op het oog toch best wat Nederland heb hier. Ik kom af en toe op The Netherlands Club (denk statig pand vol met oud corpsleden die uitstralen ‘kijk mij eens dik, kalend en Ernst & Young employee zijn’ en met genoeg prestige om Wibi Soerjadi op een zeer slechte piano te laten spelen in ruil voor een goedkoop bol.com boek), had een fiets (helaas gemolesteerd) en mijn huisbaas is Nederlands en heeft de neiging interessante feestjes te geven/figuren op bezoek te hebben. Toen Max Westerman opeens op mijn balkon zat verbaasde me dat nog (hij bleek in mijn kamer gewoond te hebben toen hij als 18 jarig broekie in NY begon), maar nu kijk ik niet meer raar op als ik ambassadeurs, consuls en Quote 500 leden thuis aantref. Wat ik zo waardeer in de Amerikaanse samenleving is hun eindeloze optimisme, hun geloof in de American Dream. Ongeacht dat de sociale mobiliteit er vele malen lager is dan in Nederland (en wij hebben geen ‘Dutch Dream’, of het moet een wietdroom zijn) willen mensen zichzelf ontplooien en verder komen. Ik heb mensen ontmoet die gestopt waren met lawschool omdat ze hun passie voor acteren wilden najagen met het heilige geloof dat dat hun toekomst is; ‘and sure, one year I make 200.000 and the next I have to move to Harlem and use foodstamps, but I would never switch back again: I’m living my dream’, een sentiment dat je in Nederland nooit zou zien. Mensen doen hier alles voor hun carrière en geld, ze veranderen van stad, van vriendengroep (vrienden zijn hier een transient thing) en van politieke voorkeur als dat hun carrière ten goede komt. Vooral de shallowness van de meeste vriendschapppen is me hier opgevallen. Je ontmoet leuke mensen, gaat met ze uit, maar daarna is het ook klaar. En zelfs bij mensen die je langer kent komt dat voor en dat kan erg wennen zijn voor Europeanen, die daarin wat minder shallow zijn. Een systeem wat upsides heeft maar dus ook downsides. En daarvan is misschien wel de grootste dat als je het gemaakt hebt je dit aan jezelf te danken hebt,

Panessay • 2011:3 • 21


maar ook als je het niet gemaakt hebt. De mensen die het gemaakt hebben strooien met geld, Bentleys en gigantische villa’s en dat is precies wat de American Dream voor anderen zo aantrekkelijk maakt, zij willen dat óók, terwijl ze misschien opgekropt in kleine kamertjes in ghetto’s wonen en 3 banen moeten hebben om rond te komen en naar de andere kant van het land verhuizen als hun kind maar het vaagste teken van talent voor bijvoorbeeld acteren heeft (als je zelf de American Dream niet hebt, dan tenminste je kind). Maar omdat dat nou eenmaal het systeem is, hebben zelfs veel armere mensen zich daarbij neergelegd lijkt het wel, een fundamenteel andere kijk op hoe het leven/de staat/de economie werkt. Een reden dat zelfs de meest hardcore democraten nooit zo ver gaan als de Nederlandse sociale zekerheid. Een erg rare ervaring als je zelf uit Nederland afkomstig bent.

De belangrijkste chirurg hier wordt aangeduid als dr. Q en wordt als een soort God op aarde beschouwd door artsen en vooral co-assistenten

Columbia

Mooi bruggetje naar mijn werk op Columbia, waar je dit verschil in ‘verzorging’ duidelijk tegenkomt. Meer dan 10% van mijn patiënten zijn lost to follow up omdat ze niet verzekerd waren op het moment van diagnose of hun verzekering verloren. Soms lees je letterlijk zinnen als ‘Since a catheterization is primarily to determine what kind of medication is needed and the patient has no insurance so she won’t be able to

22

pay for medication anyways, we will not perform a catheterization’. Voor mij lijkt me dat als arts erg schrijnend en vervelend maar de meeste artsen halen hun schouders op en zeggen: that’s the way it works here. 90% van de gezondheidszorgs- en aanverwante sectoren stort zich dus op de mensen die wel geld of een verzekering hebben. Er zijn altijd wel lawfirms die in subway advertenties vragen of je kind er raar uitziet, want het kan wel eens cerebral palsy zijn en dát kan dan weer de schuld zijn van doktoren en dan zullen zij er wel ‘$1,3 million on average’ voor je uit slepen en doctors worden hier ‘gerate’ als ware het restaurants. Alsof kinderthoraxchirurgen on average al niet een groot genoeg ego hebben, krijgen ze op reviewsites natuurlijk bijna alleen maar 10en en elk spatje arrogant gedrag wordt ze kwijtgescholden want ‘because of him my little baby will outlive me, he’s an angel, an ANGEL’. De belangrijkste chirurg hier wordt aangeduid als dr. Q en wordt als een soort van God op aarde beschouwt door artsen en vooral co-assistenten ‘OMG, dr. Q can do EVERYTHING, are you kidding me! And he totally said something to me last month, I was like fainting!!!’. Dan denk je als Nederlander toch; het is ook maar een mens...

The City that never sleeps

In een normaal ritme zou er naast 11 uur Columbia per dag (op veel dagen doe ik het licht uit op de afdeling, wat overigens niet erg lastig is aangezien de artsen al om 5/6 naar huis gaan en de nurses om 7) niet veel tijd zijn voor een uitgaansleven, maar zoals ik een


paar maanden geleden tweette: NY: work more, party more, sleep less. Zeker omdat ik maar voor 7 maanden in NY ben wil ik er het optimale uit halen, en instorten kan in Nederland wel. Hoe langer je in een stad woont hoe meer je erachter komt waar je echt op je plek bent. Manhattan heeft ruwweg 14 neighborhoods en elk hebben ze hun eigen publiek die vaak niets met elkaar te maken (willen) hebben. In het begin was ik veel in midtown te vinden (de hoge gebouwen, Empire State e.d.), later verschoof dat naar het meatpacking district (zwaar overpriced hippe clubs) en tegenwoordig ben ik erachter dat ik meer een Lower East Side (LES) persoon ben (lelijke, authentieke straatjes, geen toeristen en mensen die zo hip zijn dat je je gelijk saai en burgerlijk voelt). Zeker midtown en de LES hebben een hekel aan elkaar en ik ben een soort van Zwitserland in de

In de 7 maanden dat ik in NY ben wil ik er het optimale uithalen, instorten kan in Nederland wel Village die het leukste van beide meepakt zonder me in de oorlog te mengen (LES mensen hebben de regel dat ze nooit, maar dan ook voor echt helemaal niks, boven 14th street komen), dus de ene avond dans ik op een rooftop in midtown, een andere avond in een club met gouden kroonluchters en portretten van Rockefellers en weer een andere avond in een kelder met gigantische rode rijstlampen en feeëriek uitgedoste drugged-out oriëntaalse danseressen.

Dating and the City

Bij gebrek aan nieuws over R en zijn commitment issues is Dating and the City dit keer volledig gewijd aan de moeilijkheden van uptown daten. In NY valt uptown daten op 3 manieren uit te leggen en uw waarde verslaggever heeft het ongenoegen gehad het allemaal mee te maken.

halsoverkop de eerste gelegenheid aangreep om terug te verhuizen naar de Midwest (vgl Oost-Groningen). Exit. 2) M de Nightlife prince: meer de hedendaagse uitleg van uptown. Nightlife monster en topmodel M die zijn dagen sleet met 6 dagen per week uitgaan, alle promotors/clubeigenaars/celebrities kennen, om 3 uur ’s middags opstaan, brak fotoshoots doen en voor de vorm af en toe college volgen op een dure privéuniversiteit. Natuurlijk is het leuk om vodka soda (onder de lijn een diuretic, dus de favo van de modellenwereld) te drinken met de famous, maar S heeft meer ambitie en een Columbialarm elke ochtend, dus ook M was exit. 3) Oil prince R: de klassieke uitleg. Socialite en miljardairszoon van adel Prince R studeerde ook aan Columbia dus had qua uitgaan wat meer de balans erin. Hierin lag de extreme in het geld. In Nederland spendeert zelfs het meest doorgewinterde nieuw-geld niet zoveel als hier. Prince R had 2 eigen appartementen, 3 auto’s (in NY...) en reisde met een privéjet. Toen ik op een gegeven moment zei wat voor lelijk kermishorloge hij droeg was hij heavily offended en bleek hij 120.000 dollar betaald te hebben voor het met diamanten overladen kermisprul. Toen realiseerde ik me dat zelfs ik te nuchter was voor deze graad van ruthless spending. Misschien moet elke Nederlandse materialist maar naar Amerika verhuizen, ik heb het idee dat het de ideale kuur is. Volgende keer in S and the City: partir, c’est mourir un peu, ‘where will we be spending summer’; de opties, the return of R? en natuurlijk Groningen; the aftershock. − De redactie verexcuseert zich voor de verangliseering van het taalgebruik in de stukken van S, maar herinnert u er vriendelijk aan dat we geen beschermheilige van de Nederlandse taal zijn.

1) Uptown boy: het meest letterlijk opgevat als je naar de geografie van NY kijkt. Harlem is het meest uptown en duidelijk de minste wijk van Manhattan. In elke andere stad zou het als Village boy daten van een Uptown boy compleet het tegenovergestelde betekenen, maar onder de lijn is het dezelfde uitkomst: het werkt niet. Uptown boy was schattig, verlegen, gedreven, arm en een nog niet doorgebroken acteur uit de Midwest die eigenlijk te lief was voor city life en dan ook

Panessay • 2011:3 • 23


Sietske Poortinga

TED Ideas worth spreading Het was mijn bedoeling om hier iets te schrijven over de fascinerende filmpjes die je kunt vinden op Youtube en soms ook nog zijn voor de studie. Zo had ik al een mooi lijstje bijeen, waar onder andere Pinky and the Brain die je de hersenanatomie proberen bij te brengen, Bowser en Bleu die de rectaalchirurg vereren en Adam Kay en Suman Biswas die de kenmerken van trisomie 21 op een manier presenteren dat het lekker blijft hangen. Deze Amateur Transplants kunnen je een aardig middagje van je studieboeken afhouden. Na uren achter mijn computertje, intussen met vierkante oogjes en helemaal murfgeslagen door alle prut die je tussen de pareltjes door tegenkomt, ontdekte ik het volgende praatje (Youtube: http://goo.gl/lRDvw). Interessant dacht ik, dus maar even door klikken naar de officiële website. Het gevolg van die ene muisklik was dat mijn huisgenootje een paar dagen mijn deur open doet voor een kopje koffie en me verbaast aankijkt, ‘Ik wist niet dat jij thuis was’. Met mijn pyjama nog aan en de gordijntjes nog dicht had ik dagen lopen kijken naar de meest fascinerende mensen. Ik kwam filmpjes tegen die varieerden van een hersenspecialiste die vertelt over het verloop van haar eigen beroerte (http://goo.gl/QAqyu) , tot een vrouw die je vertelt hoe je de wachtlijsten van het canadeese zorgsysteem moet omzeilen (http://goo.gl/MCbcD). Er wordt verteld wat het grootste geschenk is dat je ooit kunt krijgen (http://goo.gl/9u4BF), hoe je de pas geopende kliniek in Somalie uitloopt tot een dorp van 90.000 mensen in je achtertuin (http://goo.gl/xnf6j), maar ook de meer technische ontwikkelingen met het oog op de toekomst in bijvoorbeeld de chirurgie zijn te zien (http://goo.gl/OEPjB). En als je wilt weten wat de magie van het placebo effect is, raad ik je het volgende filmpje aan: http://goo.gl/fzvpA. En ook voor nuttige tips voor de opzet van je powerpoint presentatie tijdens de tutorgroepen biedt TED een uitkomst. Sebastian Wernicke (nee, niet die van

24

het syndroom) legt je uit hoe je het beste je kleurcombinaties kunt kiezen en welke woorden je in ieder geval moet laten vallen voor een succesvolle presentatie (http://goo.gl/31RZe).


Met meer dan 50 miljoen filmpjes is over bijna elk onderwerp wel een interessant verhaal te vinden op de website. Mocht je een keer een avond over hebben dan raad ik je zeer aan eens te kijken, maar wees gewaarschuwd, het kan behoorlijk verslavend werken! Bij het overtypen van de shortlinks in dit artikel is het essentieel dat je onderscheid maakt tussen hoofdletters, klein capitaal en cijfers! Of bekijk de PanEssay digitaal om direct door te kunnen klikken: www.panacea.nl

Panessay • 2011:3 • 25


26


Column

Maarten Jalink

Co-column Even wat kleine puntjes... Het is weer tijd voor de co-column! Dit keer geen ellenlang verhaal over één onderwerp, maar even wat kleine puntjes om te bespreken. Een soort “tips en tricks” voor de aankomende coassistent zeg maar. Allereerst: helaas, het zit erop. Mijn senior co-schappen, de seco’s, zijn zo rond het verschijnen van deze uitgave van de PanEssay alweer afgelopen. Het laatste jaar was ik te vinden om en nabij het Scheper Ziekenhuis in Emmen, de affiliatie waar waarschijnlijk de minste mensen hun stages willen gaan lopen. Gek, want het Scheper is het gezelligste ziekenhuis tot nu toe. En dat is op zijn beurt ook weer logisch, want als co in een kleine affiliatie kom je overal, van obductiekelder tot directiekamer en je leert iedereen kennen, van specialisten tot schoonmaaksters. Ik koos bewust voor dit perifere ziekenhuis, puur omdat ik dan in de Stad kon blijven wonen, maar ook omdat je veel meer kan doen – en zodoende meer leert – in de kleinere centra. Mirena’s plaatsen, carpale tunnels openen, sporten met psychiatrisch patiënten, defibrilleren (“iedereen het bed los?!”), bevallingen begeleiden, spataders laseren… zie dat als co in het UMCG maar eens voor elkaar te krijgen! Ik mis in ieder geval Emmen nu al: de te gekke mede-co’s, de vriendelijke artsen, de grote variëteit aan patiënten en veel meer. Nog nooit heb ik in een jaar zoveel leuke studiedingen gedaan als in het Scheper. De aanbeveling hou ik dus gewoon kort: kies gerust voor Emmen! Tweede puntje. Op moment van schrijven ben ik op de helft van mijn coschap huisartsgeneeskunde: een leuk, breed vak met veel theorie én praktijk. Nadeel is dat je vrijwel nooit dieper op de stof in kan gaan. Als een casus interessant begint te worden (insturen SEH, mogelijke operatie, zeldzame aandoening) verdwijnt de patiënt namelijk uit het zicht. Kortom: minder interessant voor aankomende spoedartsen, chirurgen of internisten, maar retegoed voor je “algemene opvoeding”. Tijdens de eerste jaren van de studie leer je namelijk bizar weinig over onschuldige naevi, gewone verkoudheden, gestresste patiënten, eczemen en het uitspuiten van oren. Dat laatste is overigens best leuk om te doen: een simpele handeling met lauw (of koud, als je je patiënt een vertigo wil bezorgen) water laat iemand weer een stuk beter horen. Daarnaast neem je de boosdoener direct weg: je wordt namelijk

beloond met een flinke bak vol drijvende proppen. Klinkt niet echt bijzonder, maar wel een dagelijkse bezigheid in de huisartsenpraktijk. Huisartsen zijn er niet alleen om moeilijke casussen door te sturen, maar dus ook voor de kleine dingen waar wij nog weinig van weten. Een buitengewoon leerzaam (en gezellig) coschap.

Ik mis Emmen nu al: de te gekke mede-co’s, de vriendelijke artsen, de grote variëteit aan patiënten en nog veel meer

Laatste, praktische puntje: stage buitenland. Als je van plan bent om tijdens je co-schappen naar het buitenland te gaan, regel dat dan op tijd! Klinkt als een kinderachtige slogan op Nestor, maar achteraf gezien is het écht zo! De faculteit biedt iedere student tal van mogelijkheden om een onderdeel van de studie buiten Nederland te volgen. Een groot deel van de studenten, zo’n eenderde, grijpt deze kans dan ook met beide handen aan. Ook ik heb er voor gekozen om een coschap ergens anders te gaan lopen, namelijk op de afdelingen abdominale en orthopdische chirurgie in Osaka, Japan! Alleen met een heleboel geregel –ik heb nog nooit zoveel officiële formulieren voorbij zien vliegen– kan je je reis, stage en subsidies voor elkaar krijgen. Neem er de tijd voor, want je bent van een heleboel (trage) instanties afhankelijk. Voor al het geregel is gelukkig voldoende hulp beschikbaar. Tip: praat eerst eens met de grote baas op het gebied van buitenlandse coschappen en (wetenschappelijke) stages, de heer Huizenga (zie Nestor) en begin op tijd! Meer over mijn daadwerkelijke coschap in Japan lees je natuurlijk in de volgende co-column!

De otoscoop, het trouwe gereedschap in de huisartsgeneeskunde.

Panessay • 2011:3 • 27


Vrouwe Panacea

28


Activiteitenkalender Juni-Juli

Juni 22 Diesborrel 23 Panacea Diesbarbecue 23 AkCie Diesfeest 24 SpoCo Wakeboarden Juli 01 15

BaCo Masterraad Co-borrel

Namens de voltallige redactie een geweldige, zonnige zomervakantie toegewenst!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay | Juni 2011 | m.f.v. Panacea by PanEssay - Issuu