PANESSAY jaargang 30 // nummer 2 // juni 2016
Faculteitsblad der M.F.V. Panacea
INHOUD Uit ‘t bestuurshok
voor als je alles gemist hebt, hier een korte herhaling van al het wereldnieuws van de afgelopen weken
31
Commissiepagina hoeveel geld heb jij over voor een selfie in de almanak?
32
De geboorte van de PanEssay een zesde lustrum heb je na ongeveer 29 jaar
34
Onderwijscolumn een voorbeeld van een prachtig CV
37
Wat we allemaal wel weten een emotioneel, ontwapenend en eerlijk stuk over burn-outs bij
38
Dr. Google
40
geneeskundestudenten.
altijd al een verschrikkelijke ziekte willen hebben? Je bent er twee zoektermen van verwijderd
De wanhopige huisgenoot
een toepasbaar hulpmiddel voor hypochondrische huisgenoten
42
Fotopagina
spot de voetbal
44
Vertel!
lig je in het ziekenhuis, krijg je opeens een vijfgangendiner
46
Puzzel
zie omslag, pak de kleurtjes erbij
49
VGT-hulp
vind je fase
50
Abel ontleed
na maanden van lichamen ontleden is mythisch figuur Abel nu zelf aan de beurt
52
Boek op recept
voor als je nog tijd over hebt naast G2020
54
Dokterscolumn
dit vakjargon begrijp ik nog niet
55
Co-column
gebaseerd op een waargebeurd verhaal
56
COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon tĂŠ erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3500 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Aafke Engwerda // redactie Aafke Engwerda, Svenja Henning, Hidde Kleijer, Neepan Paramajothy, Margot Pijpstra, Marko Pol, Tom van Putten, Sophie Reese, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Davith de Vries, Annet Vulto // lay-out Aafke Engwerda, Dinant Oemrawsingh, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Sophie Reese, Annet Vulto // cover Sophie Reese // Sluitingsdatum volgende editie: 16 september 2016
2
Panacea
Uit ‘t bestuurshok Of je nou een doorgewinterde PanEssaylezer bent, of één van de bijna-eerstejaars die nog naar de hoek toe aan het lopen is om er omheen te kijken, voor je ligt een historische editie. Komend jaar vieren we het zesde lustrum van de Medische Faculteitsvereniging Panacea. Daarmee gepaard gaan de dertig lentes die de PanEssay al heeft gezien. Maar wat is er de afgelopen tijd allemaal gebeurd? De wereld stond zoals gewoonlijk op haar kop. Aan de overkant van de oceaan zijn de voorverkiezingen in volle gang. Iedereen kan inmiddels over de coupe van Donald Trump dromen en heeft de uitspraken van Hillary Clinton al te vaak over de eettafel horen gaan. Maar ook dichter bij huis hebben we het een en ander meegemaakt. Zo zijn de aanslagen in Brussel nog vers in het geheugen en hebben we inmiddels een referendum over een verdrag met Oekraïne gehad. De mening van Nederland blijkt verdeeld, maar niet echt vertegenwoordigd met een opkomst van 32%. Het lijkt wel alsof er nog meer mensen naar het Gangfeest gekomen zijn dan dat er stemmers waren. Aan de zonnige kant van dit allemaal heeft de WHO verklaard dat Ebola geen bedreiging meer vormt voor de internationale volksgezondheid, wat voor ons minder leerstof van immunologie betekent. Maar na zonneschijn komt altijd regen. De vorst zat in de grond, dat bleek dit jaar met een Koningsdag die
kouder was dan afgelopen Kerstmis. Gelukkig stopte de wereld niet met draaien, en heeft de vereniging ook wat van zich laten horen. Kort na de februari-ALV gingen we op wintersport met zestig enthousiaste sneeuwhappers. Onze penningmeester Pepijn bleek een natuurtalent in vallen en heel soms opstaan. Daarnaast werd de nodige Smirnoff Ice op de knietjes opgedronken om vervolgens naar de Yeti Bar te vertrekken. Rustige maanden volgden met een vooruitzicht op een oranjegouden gloed: de Dies. Er is gedanst op het gala, gesport op het voetbaltoernooi en er zijn tompoucen gegeten in de naam van de koning. We sloten af met de Diesreceptie om de verjaardag van onze schone Vrouwe te vieren onder het genot van een biertje, felicitaties en veel cadeaus; zelfs de vissen zijn niet achtergebleven. Ook zij hebben mogen genieten van de verjaardag van Panacea. We nodigen jullie van harte uit om onze nieuwe vis Sushi te bewonderen in het vissenhok. Wij als bestuur zitten gelukkig ook niet stil. We hebben ons eerste halfjaar er alweer op zitten en terwijl ik dit schrijf zijn we bezig met de voorbereidingen van de ALV waar we ons halfjaarverslag zullen presenteren. Voor ons gevoel zijn we pas begonnen maar het bestuursinformatie-uurtje is alweer geweest en de sollicitatiedeadline staat te trappelen voor de deur. Het jaar vliegt voorbij, evenals de afgelopen jaren van de vereniging. Wij zijn trots dat we deze Lustrumeditie van de PanEssay mogen introduceren en ook het begeleiden van de aanloop naar ons eigen Lustrum doen we met heel veel plezier! PanEssay, jullie mogen trots zijn op het resultaat, zodat iedereen kan blijven genieten van ons favoriete faculteitsblad.
Panessay • 2016:2 • 31
Commissies & onderwijs MusicalCie MusicalCie
Na bijna een jaar stilte is het weer zover. De musicalcommissie van de M.F.V. Panacea laat weer van zich horen. In juni 2017 zullen tientallen geneeskundestudenten schitteren op de planken op een prachtige locatie voor meer dan duizend mensen! Op het moment van schrijven is het nog onbekend welke musical wij gaan doen maar volg ons vooral op www.instagram.com/musicalcie_panacea voor de laatste ontwikkelingen. Wij zijn een groep van tien geneeskundestudenten die elke week bij elkaar komen om te zorgen dat jullie in juni 2017 een prachtige voorstelling kunnen zien. Dit kunnen wij niet alleen en daarom worden wij begeleid door een professionele dirigent, zangdocent en regisseur. Maar zelfs met deze dertien mensen missen wij nog iets heel belangrijks: DE CAST! Daarom nodigen we jullie allemaal uit om na de zomervakantie mee te doen aan de audities. Iedereen is welkom!
AlmanakCie Almanakcie
Ben jij op zoek naar je eigen moment of fame? Wil je opvallen bij die ene dokter Dreamy? Wil je je CV een boost geven? Zoek je al jaren een date voor die ene eenzame vriend in de groep? Wil je prominent adverteren met je huis of commissie? Of wil je af van die wandelende tak die al jaren in de hoek van je kamer staat? Dan hebben wij de ideale plek, namelijk de almanak! Voor maar 40 euro heb je al een advertentie die je vrij mag inrichten, dus pak die bekendheid! Neem contact op met almanak@panacea.nl. Mocht je je afvragen bij wie je nou adverteert, wij zijn een unieke groep fanatiekelingen die alweer een half jaar bezig is om de meest formidabele almanak ooit neer te zetten. Elke week wordt er vergaderd onder het genot van een heerlijke maaltijd om onze creatieve breinen zo goed mogelijk te stimuleren!
32
BeCO BeCO
Het werd tijd om de Orgie nieuw leven in te blazen. De Orgie, die de transitie heeft ondergaan naar de BeCO, Beneficiet Commissie Oktober, is nu eminenter dan ooit. Let wel, wat is nou een betere manier om de BeCO een formidabel succes te maken dan de commissie te voorzien van zes rigoureuze eerste- en tweedejaarsleden en een hardvochtige leider genaamd Barry? Barry, die als de tap op ons fust is, zorgt voor orde, discipline en bier. Leiderschap en charisma zijn inherent aan Barry en onder zijn toezicht worden al onze doelen gestaag gerealiseerd. Daarnaast houdt Barry orde over het BeCO-peloton bestaande uit Kim, Lotte, Martijn, Victor, Romee en Lisa die de eclatante Benefiet Orgie een nooit te vergeten feest zullen gaan maken!
PanEssay • 2016:2 • 33
Reportage
Karlijn Saris
De geboorte van de PanEssay Waar het allemaal begon FEEST, PANESSAY BESTAAT DERTIG JAAR! Tijd voor een duik in de archiefkast van het mooiste medische faculteitsblad van Nederland. Waar is het allemaal begonnen? Om deze vraag zo goed mogelijk te beantwoorden hebben wij een zeer exclusief interview afgenomen met niemand minder dan de founders van de PanEssay! Zij wezen ons helaas ook op een zeer pijnlijk punt: de PanEssay blijkt in 1988 te zijn opgericht. 1988-2016 is, juist, 29 jaar! Niks jubileum dus, maar slechts een slordige typfout in oktober 2010 die de jaargangen drastisch door elkaar gooide. Toch heeft ons blad een prachtige historie en we willen onze lezers deze parel van een interview daarom niet onthouden.
Allereerst natuurlijk even een voorstelrondje: wie zijn jullie en wat is jullie relatie met de PanEssay?
Wilma: Ik ben Wilma Hakman en was in 1988 samen met medestudente Marjolein van der Velde hoofdredactrice van de eerste twee jaargangen van wat nu PanEssay heet. In 1986 begon ik met de studie geneeskunde aan de RUG. In 1987 werd ik redactielid van het medische faculteitsblad SHOCK, een zwart-wit blad voor en door studenten dat met getypte stroken tekst in elkaar werd geplakt. Mijn relatie met de PanEssay? De relatie zit hem in mijn relatie. Het was te gezellig bij de redactie van de PanEssay. Momenteel ben ik huisarts in een HOED-praktijk in Emmen.
De eerste redactie van de PanEssay
34
Sybout: Ik ben Sybout Hogervorst en werkte samen met Wilma in de redactie van de PanEssay. Samen met Edwin Poorts deed ik de lay-out van het blad. Ook schreef ik met Alie Fokkens een aantal artikelen en een nieuwsrubriek. Ik volgde Wilma op als hoofdredacteur in 1990. In 1991 vertrokken Wilma en ik naar Curaçao voor onze coschappen en na ons artsexamen gingen we als wissel-assistent aan de slag in het Scheper Ziekenhuis te Emmen. In 1996 startten we met de huisartsenopleiding. We wonen en werken beiden nog steeds met veel plezier in Emmen.
Kunnen jullie iets vertellen over het wie, wat, waar en waarom van de oprichting?
Als tegenhanger van het glossy magazine Triakel van het AZG en als vlaggenschip van de nieuwe Stichting Panacea werd in 1988 de redactie voor een nieuw blad samengesteld in opdracht van het bestuur van Panacea. Het eerste nummer verscheen in april 1988 in een oplage van drieduizend stuks, zes keer per jaar. Alle studenten werden aangemoedigd om copij in te leveren. Ook was de PanEssay een blad waarin gediscussieerd mocht worden; de redactie probeerde dit ook uit te lokken door te kiezen voor controversiële onderwerpen, zoals paranormale geneeswijzen in het eerste nummer.
Lezen jullie het blad tegenwoordig nog?
“Nee, helaas. Wij krijgen het niet meer per post toegezonden, maar door deelname aan dit interview zijn we er achter gekomen dat het blad ook online te lezen is. Chapeau, wat een mooi tijdschrift is het geworden! “
Wat zijn de grootste verschillen tussen het blad nu en destijds?
“De nieuwe PanEssay is veel meer gekleurd dan de eerste jaargangen; alleen de voorkant van elk nummer had destijds een andere kleur. Alle foto’s werden in zwart-wit afgedrukt. Dan is het huidige blad met de vele kleurenfoto’s nog veel aantrekkelijker geworden. De inhoud vergeleken met de huidige PanEssay komt heel aardig overeen: interviews, medische onderwerpen, vaste rubrieken voor coassistenten, onderwijsperikelen, flauwe en soms absurde humor in columns en natuurlijk de puzzel! Wij hadden destijds een tekenaar, student astrologie, met een eigen Gronings “strupverroal” (niet te volgen) die ook prachtige cartoons op verzoek maakte. Qua ontwikkelingen ligt het grote verschil met nu vooral in de digitale mogelijkheden. Alle kopij werd overgetypt in Word Perfect en de
lay-out werd door twee redactieleden bewerkt in het programma Ventura. De foto’s werden toen analoog geknipt en geplakt. Een heel gepruts met de plaatjes. De resolutie van de plaatjes was van een krantenkwaliteit. Geen internet, geen mobiel, maar wat niet weet wat niet deert. Rond 1988 had je bovendien geen Google om informatie op te zoeken, maar zocht je in tijdschriften of hield interviews. Wij probeerden daarom zoveel mogelijk de ontwikkelingen bij te benen en medestudenten op de hoogte te houden. Een aantal belangrijke onderwerpen, zoals de aidsepidemie, euthanasie, ethiek, alternatieve geneeswijzen, embryo-research en curriculumvernieuwing passeerden de revue in de PanEssay.”
Was de toon van de artikelen serieus of, net als nu, humoristisch en met een beetje sarcastische ondertoon?
“Leuke vraag! In de eerste jaargangen PanEssay was zeker ruimte voor humor. We spraken net al over de cartoons en het Groningse stripverhaal. Columnist Dokkie, onze dienstplichtige luitenant-dokter die vanuit de het Noordoostgroningse plaatsje A. ons verslag deed vanuit de kleinste kazerne in Nederland, had een column in een aantal nummers. En redacteur Edwin Poorts schreef een aantal grappige korte verhalen en moest er zelf ook altijd verschrikkelijk hard om lachen. Maar natuurlijk schreven we ook veel serieuze artikelen, onder andere over IVF, serendipiteit, hulpverlening bij incest en verslagen van Panacea-activiteiten en de studentenfractie ProMed. Want Panacea had geen website; internet bestond nog
niet en studenten communiceerden onderling niet via sociale media. De PanEssay was een belangrijk communicatiemiddel om de geneeskundestudenten op de hoogte te houden van alle lokale activiteiten.”
Wat heeft de PanEssay betekend voor jullie toekomst?
Wilma: “Er zijn twee PanEssay baby’s gekomen! Ik ben getrouwd met Sybout Hogervorst en we hebben samen twee dochters van inmiddels 16 en 18 jaar. De oudste gaat in 2016 beginnen met geneeskunde aan de RUG. Ze is nogal van de talen en de verhalen. Hier in huis werd al geopperd dat ze “de cirkel rond kan maken ”door bij de redactie van PanEssay te gaan! Hoezo sociale druk? De jongste wil ook al jaren dokter worden.”
“Er zijn twee PanEssay-baby’s gekomen!” Sybout: “Heel veel! Zonder de PanEssay had ik Wilma nooit ontmoet en had mijn leven er totaal anders uitgezien.”
Binnenkort komt onze nieuwe website online! Houdt www.panacea.nl/panessay in de gaten.
Panessay • 2016:2 • 35
36
Onderwijscolumn
Teske van Hof
Adviserend student-lid van de Raad van Bestuur Als adviserend student-lid van de Raad van Bestuur van het UMCG denk je mee over onderwijs en onderzoek op het hoogste niveau. Je bent de schakel tussen de Raad van Bestuur en de studenten en behartigt daar de belangen van alle studenten van de medische faculteit. De afgelopen twee jaar is de functie van studentadviseur vervuld door Renske Wiersema. Sinds april 2016 heb ik het stokje overgedragen gekregen. Ik ben Teske van Hof, bijna klaar met mijn bachelor geneeskunde en zal deze functie tot september 2017 op me nemen. Renske zit momenteel in Londen en profiteert daar van de vele kennis en ervaring die ze door de functie heeft mogen opdoen. Ze is vanaf dit jaar ook voorzitter van bestuur van het Landelijk Medisch Studenten Overleg (LMSO) en op die manier is ze nog steeds erg betrokken. De komende tijd ga ik mij inzetten om net zoveel te leren, maar wil ik mij vooral ook inzetten voor jullie, de studenten. Ik heb gesolliciteerd voor de functie omdat het me een unieke kans leek om de schakel te mogen zijn tussen de studenten en de Raad van Bestuur. Deze positie biedt veel mogelijkheden en het is een mooie ervaring die je de rest van je leven nooit meer zal vergeten.
en Bewegingswetenschappen. Dit doe ik door actief te participeren in de overkoepelende medezeggenschapsorganen ProMed van Geneeskunde, ProDent van Tandheelkunde en ProMove van Bewegingswetenschappen. Deze medezeggenschapsorganen verkondigen de mening van de student en spelen zo een belangrijke rol in het handhaven en verbeteren van kwaliteit van het medisch onderwijs. Tenslotte vertegenwoordig ik de faculteit op nationaal niveau in het Landelijk Medisch Studenten Overleg (LMSO). Een voorbeeld van iets waar ik nu veel mee bezig ben is het zichtbaarder maken van de overkoepelende medezeggenschapsorganen. Voor veel studenten is het niet duidelijk wat deze organen doen, maar juist zij kunnen veel voor studenten betekenen. We willen dit meer op de kaart brengen door een betere promotie, bijvoorbeeld door het maken van posters, via de televisieschermen en door praatjes tijdens college. Daarnaast gaan we ook een filmpje maken waarin duidelijke uitleg gegeven wordt over wat elk orgaan doet. Zo wordt het voor studenten duidelijk waar ze terecht kunnen met hun problemen en zodat jullie inzicht krijgen in de mogelijkheden om zelf iets in de medezeggenschap te betekenen. Mocht je naar aanleiding van deze column nog vragen hebben, neem dan gerust contact met mij op via studentlidrvb.umcg@umcg.nl
Naast mijn studie geneeskunde was ik op zoek naar een mogelijkheid om me verder te kunnen ontwikkelen buiten het medische inhoudelijke vakgebied. Deze functie was hierdoor voor mij een ideale kans om dit te kunnen bereiken. Wat ik erg leuk aan deze functie vind is dat je met zoveel verschillende gremia en niveaus van de faculteit in overleg gaat. Hierdoor ben je bezig met hele grote dingen, maar ook met hele kleine dingen, waardoor de functie erg afwisselend blijft en je elke dag nieuwe dingen leert. Hieronder heb ik nog een korte uitleg van wat de functie nou eigenlijk inhoudt. Mijn belangrijkste taak is het adviseren van de leden van de Overleg Vergadering Onderwijs en Onderzoek (OVOO) van het UMCG. Daarnaast neem ik ook deel aan vergaderingen van de OVOO met andere besturen, zoals met het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen. Om ze goed te kunnen adviseren blijf ik op de hoogte van alle studentenzaken binnen de opleidingen Geneeskunde, Tandheelkunde
Panessay • 2016:2 • 37
Artikel
Hidde Kleijer
Wat we allemaal weten Maar waar we het nooit over hebben Althans, dat is mijn ervaring. Terugkijkend op een studententijd van 8,5 jaar (2 jaar filosofie plus 6,5 jaar geneeskunde) viel me iets op. Iets dat velen bezighoudt, waarvan echte lessen worden geleerd en waarover ontzettend veel wordt geschreven, zonder dat het écht wordt besproken. Taboe
Waar ik het over heb? Stress, drukte, overspannenheid, burn-out of overbelasting; het maakt me niet zoveel uit hoe je het noemt. Studeren - zelfs geneeskunde- blijkt meer te zijn dan alleen feiten stampen, omgaan met stress is er een belangrijk onderdeel van. Iets wat ik opvallend genoeg niet terugzie in de zeven competenties die men ons door de strot duwt. Bij deze wil ik mijn ervaringen delen op dit gebied om het taboe hierop te doorbreken en anderen uit te dagen hun eigen verhaal te delen. Want waarom lees je er vaak over, maar hoor je er in je directe omgeving weinig van? Omdat het simpelweg naar is om over te praten. Toegeven dat je het op een bepaald moment allemaal niet meer trekt klinkt zwak en niemand wil zwak overkomen. Sowieso moet je niet zo zeuren, toch? Je hebt er toch zelf controle over? Daarbij lijkt het net alsof er overal chronisch blije mensen zijn die ogenschijnlijk alles lachend tegelijk doen, blijkbaar moet je dat gewoon aankunnen.
Mijn ervaring
Zelf moest ik op een gegeven moment mijn bachelorscriptie voor filosofie schrijven en tegelijkertijd elke drie weken weer zo’n klotetoets voor geneeskunde maken (jaar 2-3). Wie ooit een coherent verhaal van
38
dik 10.000 woorden op papier heeft willen zetten, begrijpt dat dergelijke constante onderbrekingen de zaak niet bevorderen. Daarnaast was ik lid van twee tot drie commissies en werkte ik soms in Italië als surfinstructeur. Had ik al verteld dat een beetje onderzoek er natuurlijk ook gewoon bij hoorde? Dit zo opsommen klinkt bijna als opscheppen en dat is precies onderdeel van het probleem. Vaak zie je mensen al hun bezigheden en drukte etaleren, het lijkt iets om trots op te zijn of zelfs om normaal te vinden. Mijn punt is echter: op een gegeven moment hield dit op, ik brak. In mijn hoofd was ik met zoveel dingen bezig dat ik lichamelijk tot niets meer kwam. Hele dagen lag ik op bed. Mijn dag- en nachtritme draaide zich om. Doelloos series kijkend kwam ik niet eens meer tot sporten. Anderen hadden niet zoveel door, ik bleef bijvoorbeeld nog wel naar feestjes gaan, dat leidde lekker af, zeker de alcohol. Mijn huisgenoot dacht oprecht dat ik gewoon lui was en samen maakten we daar grappen over. Dit vergrootte dan weer mijn schuldgevoel over het werk dat bleef liggen. Lang verhaal kort: het is allemaal wel weer goed gekomen. Mijn “geluk” was dat ik brak voordat ik mezelf volledig te gronde had gericht en ermee kon gaan dealen. Ik heb genoeg voorbeelden van anderen gezien om te weten dat het veel erger kan. Een goede vriend vertelde me dat op zijn dieptepunt het moeten posten van een brief al te veel was op een dag.
Onder artsen
In de medische praktijk zie ik veel problemen rondom omgaan met stress. Er zijn zoveel artsen die op het randje van hun kunnen werken. Ik heb binnen verscheidene maatschappen artsen als dominostenen
om zien vallen. Want zodra er eentje begint, zwichten ook de anderen vanwege de toegenomen werkdruk. De vader van één van mijn beste vrienden, een medisch specialist, zit nu bijvoorbeeld volledig opgebrand thuis.
Persoonlijk denk ik dat iedereen een breekpunt heeft dat sterk afhankelijk is van omstandigheden, het beruchte “belasting versus belastbaarheid”. Winterdips en clusterhoofdpijn bevorderden mijn belastbaarheid bijvoorbeeld niet.
Weet je wat die vriend zei? ‘Best heftig om mijn pa zo mee te maken, maar heel eerlijk gezegd is ook fijn om te weten dat er ook bij hem een grens aan zijn kunnen zit.’ Dat gaf mijn vriend dan weer meer rust. Zo erg is het dus eigenlijk!
Moeten we dan stoppen met onszelf proberen te ontwikkelen? Natuurlijk niet. Het is helemaal niet erg om een keer op je bek te gaan en je grenzen te leren kennen. Misschien is het zelfs raadzaam. Mits je de ruimte ervoor neemt en krijgt, je ervan leert en je geen onherroepelijke schade oploopt. Daarom is juist openheid van zaken zo’n groot goed.
Inzichten
Nu wil ik niet met allerlei cijfers en duidingen komen, daar is al zat over geschreven. Wel wil ik een interessante gedachte van onze eigen topdocent Menno de Bree met jullie delen. In zijn Tedx Talk (Tedx Groningen) over de relatie tussen geluk en werk, stelt hij dat we steeds meer externe structuur kwijtraken en dat de focus ligt op het móeten ontwikkelen van onszelf. Dit leidt onherroepelijk tot wat hij prachtig ‘ethics of selfexploitation’ noemt; we zijn onze eigen slavendrijver geworden. Daarbij komt nog hét grote luxeprobleem van onze generatie: keuzestress. Wij zijn zo geweldig vrij om onze eigen keuzes te maken, dat we eigenlijk helemaal niet meer weten waar we moeten beginnen. Wat als je verkeerd kiest? Je hebt alleen jezelf nog iets te verwijten.
Help!
Wat te doen? Ik ga hier geen panklare oplossingen voorschotelen. Daar bestaan al genoeg crappy zelfhulpboeken voor. Wel pleit ik, en ik hoop met dit stuk het goede voorbeeld te geven, voor meer openheid. Het moet normaler worden om te zeggen dat je het even niet trekt. Mensen die dat doen -vooral onszelfmoeten we niet zien als zwak, maar misschien zelfs als sterk. Onderschat niet hoe hard dergelijke openheid onderdrukt wordt in de huidige (medische) cultuur.
”Laat me je vooral niet vertellen wat je moet doen, maar wees er wel open over!” Eén van de meer praktische lessen die ik zelf heb geleerd is dat het fout gaat wanneer ik geen energie meer heb om te sporten, een handige graadmeter die overigens voor iedereen weer anders is. Een bekende valkuil is overigens om allerlei trucjes toe te passen om te ontspannen (belastbaarheid te vergroten) zonder iets aan de werkdruk (belasting) zelf te doen. Ik twijfel hoe ik af moet sluiten, want graag zou ik eindigen met wijze raad. Wanneer ik begin met typen voel ik me echter direct zo’n arrogante net-afgestudeerde, die de jonkies wel even vertelt hoe het zit en hoe het moet. Daarom het volgende advies: laat me je vooral niet vertellen wat je moet doen, maar wees er wel open over! Doe je ding, ga op je bek (of niet) en leer naast alle feitjes ook te leven tijdens je studententijd. Omgaan met stress op jouw manier is wat mij betreft een van de belangrijkste competenties die er te leren valt. Het taboe op het openlijk delen van ervaringen hiermee moet eraf!
Kijk op www.panacea.nl/panessay voor gerelateerd materiaal
Panessay • 2016:2 • 39
Medisch
Svenja Henning
Dr. Google When I did my internship last month, a highly nervous and frightened patient visited the accident and emergency department of the small hospital in Buxtehude, Germany. He came to the department, convinced that he will die soon. He explained to the doctor that he lately noticed that the skin around his mouth had a pale color. Puzzled by this observation, he did what 31 % of people do as a first response to a medical symptom - he asked Google for help. And according to online forums, paleness around the mouth should be interpreted as a sign of oncoming death. Eventually however, it turned out that the patient was just fine‌ This story illustrates the negative effects that Google, as a search engine for medical information, can have on patients. But is Google per se bad when it comes to health related information? And what influence do online health services have on health practitioners?
Google should me regarded as important and powerful as a stethoscope One in every 20 Google searches concerns health related information. Considering the advantages that a Google search has compared to a visit to the GP, this number does not seem striking. Many people consult Dr. Google before visiting a physician because the provided information is immediately available free of
40
charge, 24 hours every day. Therefore, online healthcare is a growing market and big companies invest to attract more patients online. In the USA, for example, Google launched a new feature that provides health information in addition to its search results. The information is highly illustrative and covers the most important facts regarding symptoms and treatment of certain disorders. The service is not yet available in Europe but the company plans to extend globally. However, Google also stresses that online health information does not replace a visit to the GP. In fact, self-made diagnoses on the internet are often incorrect, as the story above shows. Facts on the internet are often biased and not generally applicable. Since patients often lack the expertise to do a proper physical examination first, their online diagnosis will be based on the symptoms that are most apparent to them. Physicians or medical students know, however, that diseases might present in very different ways and the experienced symptoms are not always indicative. Additionally, the results of internet searches for relatively harmless complaints are often worst case scenarios like paleness as a sign of death or headache as a symptom of cancer. On the other hand, Google as a source of medical information might also be beneficial. The most important advantage it brings is the engagement of people. The prevalence of chronic diseases is rising and the best treatment can only be achieved if patients and doctors work together in a partnership relation. This kind of partnership requires a compliant, well-informed patient who is able to recognize and understand the signs of his or her body, as well as a doctor who functions as a guide that navigates the
patient through the masses of medical data. Providing information about reliable websites written in plain language is therefore significantly important. Not only might the patient be better informed with the help of the right websites, but a patient might also lose fear and find support on the internet. Support that he or she cannot find among his friends or family. This is especially the case with regard to stigmatized diseases such as HIV or other sexually transmitted diseases.
their disease online will turn out to be beneficial. Until now, search engines are not able to make a physical examination or listen to patient’s emotions and concerns as a physician can. Google should therefore be regarded as a medical tool - as important and powerful as a stethoscope.
Besides, a well-informed patient might also be a good challenge for the doctor’s knowledge. Online information is not always wrong and if the online diagnosis does not turn out to fit the patient’s condition, the doctor is required to use his knowledge in order to explain the patient how to differentiate between those disorders. In summary, Dr. Google will change the doctor-patient relationship. This change might be good or bad – depending on the way doctors decide to deal with it. And embracing patient’s curiosity to find a cause for
Panessay • 2016:2 • 41
Keuzehulp
Help, mijn huisgenoot is een verschrikkelijke hypochonder Later als u arts bent gaat u vele patiĂŤnten naar volledige tevredenheid behandelen, maar zo ver is het nog niet. Ook al zit u nog in het begin van uw studie, iedereen in uw omgeving vraagt te pas en te onpas naar uw mening over zijn klacht. Aangezien u geen idee heeft, hier een handige keuzehulp voor een creatief antwoord op een stomme vraag. De voorbeeldhypochonder is uw huisgenoot. Ja
Start
Laat zijn broek zakken Kies een vakje
Vermoed je een SOA? Nee
Is je slachtoffer een vrouw?
Ja
Nee
Wil je internist worden maar ben je niet slim genoeg? Hoe weet je dat
Wel slim genoeg
Bah, interne
42
Vertel je huisgenoot dat hij helaas lijdt aan een vrij ernstige SOA en dat hij maar beter zijn partners kan gaan waarschuwen
Feliciteer je huisgenoot, zeg dat je haar soort klachten nog wel eens bij zwangerschap ziet
Vraag vergoeding voor dit consult
Vraag naar openbaar toiletbezoek
Vraag vergoeding voor dit consult
Ja
Nee Stel de diagnose systemische lupus erythematodes en kijk er moeilijk bij. Zeg dat hij de rest wel kan googelen
Vraag vergoeding voor dit consult Vraag naar gebruik van exotische huisdieren
Stanleymesje in de buurt?
Vraag vergoeding voor dit consult
Vertel de harde waarheid: terminaal zijn we allemaal
Vraag vergoeding voor dit consult
Vertel dat hij wel eens veel baat kan hebben bij ledemaatamputatie en bereid de ingreep voor
Panessay • 2016:2 • 43
Foto’s
44
Panessay • 2010:5 • 45
Interview
Suzanne Schuurman en Sophie Reese
Vertel! Het UMCG vraagt al veel van haar werknemers, en nu moeten ze ook nog kunnen koken… In april organiseerde het ziekenhuis een ‘UMCG Masterchef’-evenement, waar wij als ware verslaggevers natuurlijk een kijkje gingen nemen. De kookwedstrijd, daar was niet zo veel aan, maar de bijbehorende markt met standjes bleek een Vertel!-goudmijn. De meest interessant uitziende medewerkers die op deze markt rond liepen hebben wij een microfoon in het gezicht geduwd. Het resultaat: volleybalverpleegkundigen, koks en beveiligers.
“Wij komen hier bij de kookwedstrijd kijken naar onze collega’s; één is deelnemer en ons hoofd is hier jurylid. Wij zijn koks in het UMCG, er zijn er in totaal 18. We koken voor de patiënten en voor het personeel. Daar zit ook wel veel verschil tussen. Voor de patiënten koken we een dag van tevoren, en in het personeelsrestaurant op de Brug koken we à la minute of op de dag zelf. Voor de patiënten koken we ongeveer 900 maaltijden per dag, en in het personeelsrestaurant hier lopen zo’n kleine 2000 mensen per dag langs de balie. Dat gaat van een glaasje melk tot een uitgebreide maaltijd. Dus wat dat betreft is het koken hier heel veelzijdig. Ik kook zelf het liefst voor patiënten, want dat geeft mij meer voldoening. We krijgen veel reacties van patiënten, ook wel negatieve maar over het algemeen krijgen we veel complimenten.
46
Dames, 50 & 51 ‘‘Wij werken allebei als verpleegkundigen op de hartkatheterisatie, daar vangen we patiënten op met acute cardiologie. Het is heel uitgebreid, ook kleine kindertjes met aangeboren hartafwijkingen, elektrofysiologie, pacemaker ICD-implantaten. Wij zijn niet aanwezig bij de echt chirurgische ingrepen, maar wel bij interventies die via de bloedbaan kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld het sluiten van een ASD of VSD of kleppen dilateren. De moeilijkheidsgraad loopt van bijna niks tot heel ingewikkeld, soms is het heel rustig en dan heb je weer enorme hectiek. Zonet hebben we nog een jonge vrouw gereanimeerd en die was daardoor wel erg aangedaan. Ze kon alleen maar harde geluiden maken en bewegen, echt een neurologisch beeld. Dan denk je wel even: jammer, dat zoiets moet gebeuren. Ze is uiteindelijk naar de IC gegaan, en daar wordt gekeken hoe ze verder uit de reanimatie komt. Nu hebben we even pauze.’’
Als reacties negatief zijn, gaan we naar de patiënt toe. Daar leren wij ook van. Ik heb niet echt een specialiteit, maar ik vind het wel heel leuk om pasta’s te maken. Honderd kilo macaroni, dat vind ik heerlijk. Thuis kook ik bijna nooit, mijn vrouw kan heerlijk koken. Als mijn vrouw weg is, dan kook ik. Maar dan wordt de hele keuken ook gelijk een enorme bende. Ik houd niet van die kleine pannetjes, dan moet je ze zo onder dat aanrecht zoeken en moet je eerst drie pannetjes terug zetten voor je het goede pannetje hebt...” Tweede kok: “Ik vind de maaltijdsalades leuk, dat is altijd weer wat anders. En nasi en bami, dat is altijd leuk, want dan wordt het ook druk. Dat zijn echt de favoriete gerechten, en dan kun je lekker doorwerken.” Derde kok: “Stamppot, dat is ook leuk werk. Daar kun je met grote spatels in roeren!”
‘‘Ik ben een eerstejaars geneeskundestudent die zorgstage doet op de afdeling cardiologie. Dat zijn vooral oude mannen, dus heel gezellig. Dit is mijn tweede dag. Ik weet nog niet precies wat ik moet doen hier, maar ik ben vanochtend om half zeven opgestaan en ze zeggen dat het de moeite waard is. Vandaag mocht ik de weegstoel al verplaatsen, all that responsibility! Tot nu toe loop ik echt alleen nog maar mee bij de rondes langs de patiënten. Ik heb al iemand gewassen zien worden, een katheter zien plaatsen, dat zag er niet heel leuk uit. Ik heb ook al een patiënt ruzie zien maken met een arts, omdat zijn operatie verplaatst was. Hij had daar geen zin in en vond het oneerlijk, en ook dat de communicatie niet helder verliep. We hebben hem verzekerd dat we aan zijn kant staan en uitgelegd waarom de operatie verplaatst was. Dus wat dat betreft heb ik nu al wat geleerd. Ik hoop meer met patiënten te babbelen en meer zelf te mogen doen komende dagen. Ik kijk ook uit naar mijn avondshift, want dan kan ik uitslapen!’’
‘‘We hebben hier een stand en zijn van beveiliging-toegangsbeheer en we hebben ook BHV-taken. Dat betekent dat we ook ingezet worden bij calamiteiten zoals brandmeldingen, wateroverlast, een kapot flesje in een laboratorium, een prullenbakbrandje, dat kunnen diverse dingen zijn. Als er een brandje is, wordt er al snel vijfmaal twee gebeld, ons alarmnummer. Dan komen de BHV’ers, om het eventueel te blussen als dat nodig is. Als dat niet lukt, wordt de brandweer ingeschakeld. Onze hoofdtaak is beveiliging, we lopen sluitrondes door gebouwen en we proberen onveilige situaties te herkennen. Je krijgt te maken met mensen van allerlei pluimage. Dat kan iemand zijn die teveel drugs heeft genomen, waarbij we iemand in het gareel moeten houden - geen dag is gelijk. We moeten ook vrijwel dagelijks mensen uit het ziekenhuis zetten. We hebben hier zwervers rondlopen, of drugsverslaafden, en we hebben ook wel te maken met diefstal. We zijn brandweer, ambulance medewerker, EHBO, reanimatiedienst, en politie. Collega, heb jij nog een spectaculair verhaal?’’ Collega: ‘‘Ik weet niet of ik alles mag vertellen. De spectaculaire dingen halen het nieuws niet, dat mag niet naar buiten. Tijdens de stapavonden kan het leuk zijn, want dan komt hier heel veel jeugd langs en die zijn onder invloed van van alles: alcohol, drugs, enzovoorts. Dat zijn voor ons wel de grappige dingen, zolang het met hen ook goed gaat natuurlijk. Laatst heb ik met eentje gepraat en het was een heel serieus gesprek voor hem, niet voor mij. Toen stopte hij opeens en begon hij keihard te lachen, en ging hij naar links met z’n hoofd. Toen zei hij: ‘Je zal me niet begrijpen, maar ik zag net Super Mario voorbijrijden.’ Dat soort dingen. Of dan zat hij naar de muur te kijken, en daar zag hij allemaal olifanten overheen rennen. Zolang ze vriendelijk en vrolijk zijn, zijn dronken studenten zijn vaak heel grappig!’’
Man, 55 ‘‘Ik sta hier in de rij omdat ik graag wil bijhouden wat mijn cholesterolniveau en mijn bloeddruk zijn. Dat kun je hier elk jaar laten meten, wat ik elk jaar doe. Tot nu toe is alles goed! Ik ben projectleider in het UMCG, in de techniek. Dus om OK’s te bouwen, laboratoria, gebouwen... Op dit moment ben ik bezig met een project endoscopie, het verbouwen ervan. Er komt een nieuw PET-centrum, met een nieuwe PET-MRI, een nieuwe PET-CT, en een cyclotron bunker. Ik stuur alles aan: ik ga een bestek maken, aanbesteden, firma’s selecteren, en een planning opstellen. Het meest interessante project is toch wel de cyclotronbunker, die zit in de grond met meer dan twee meter beton eromheen. Er staat een cyclotron in, die maakt stoffen radioactief. Deze stoffen kun je bij mensen inspuiten voor ze door een scan heengaan, zodat de artsen kunnen zien wat eraan scheelt. Het bouwen daarvan was wel heel spannend, om al die miljoenen aan beton onder de grond te krijgen.’’
Panessay • 2016:2 • 47
“Ik ben verpleegkundige en sta hier namens de volleybalvereniging van het UMCG: APSAZ, dat staat voor Algemeen Provinciaal Stads en Academisch Ziekenhuis. Dat staat nog steeds bij de zijingang, zo werd het ziekenhuis vroeger ook genoemd. We bestaan ondertussen al vijftig jaar. De vereniging is voor medewerkers en de spelers gaan van jong tot oud, het verschilt eigenlijk heel erg. Ook qua functie, van administratie tot verpleegkundige en soms ook artsen, maar die hebben over het algemeen minder tijd. Het voordeel van de vereniging is dat er rekening mee wordt gehouden dat de spelers in het UMCG werken, en vaak ook onregelmatige shifts hebben. Dan is het minder erg als je een keer niet kunt, en dat wordt dan ook beter begrepen dan bij een andere vereniging. Het is ook goed voor de groepsspirit binnen het UMCG en je leert allerlei mensen kennen die je normaal niet tegenkomt. En het komt natuurlijk altijd van pas bij sportblessures!’’
De kookwedstrijd waar de koks op afkwamen
Winactie cover en puzzel Maak een foto van je ingekleurde cover en stuur deze naar de PanEssayfacebook (www.facebook.nl/panessay). Geen kunstenaar? Geen probleem! Maak de puzzel en stuur de oplossing eveneens naar onze pagina. Stuur ze allebei om dubbele kans te maken op een anatomisch kleurboek of ‘Voelt u zich verder nog ziek of gezond ofzo?’. Vergeet daarnaast niet om bij deelname aan deze winactie ook onze Facebookpagina te liken. Stuur je oplossing in voor 1 oktober 2016
48
Puzzel
Marko Pol
Puzzelplezier Een nieuw nummer, een nieuwe puzzel. Ditmaal aan u de opgave de anatomische structuren op de omslag in te vullen in deze kruiswoordpuzzel. We doen aan afkortingen, dus musculus wordt m., arteria wordt a., enzovoorts. In de lichtgekleurde vakjes vindt u vervolgens de oplossing: een lichaamsdeel dat altijd in een opperbeste stemming verkeert.
1
2
3
4
5 6
7 8
9
10 11 12 13 14 16
15 17 18 19
Panessay • 2016:2 • 49
Medisch
Annet Vulto
VGT-hulp Freud, uitvinder van het onderbewuste Ondanks dat het antwoord bij die enkele vraag in de VGT altijd ‘anale fase’ is, hier toch een overzicht van de ideeën en opvattingen van de Oostenrijkse Sigmund Freud. Over seksuele driften, verliefd worden op je moeder en het missen van een penis. Het topje van de ijsberg
Freud leefde van 1856 tot 1939 en is beroemd geworden door psychotherapie. Daarvoor was hij werkzaam in de neurologie en fysiologie, waarin hij somatische oorzaken zocht voor afwijkend of niet verklaard gedrag. Toen hij op studiereis naar Parijs ging ontdekte hij hypnotherapie. Hij bedacht toen dat de verklaringen die hij zocht wel eens niet somatisch maar psychisch konden zijn. Dit was de aanleiding voor het begin van de psychotherapie. De basis voor het begrijpen van de menselijke psyche berust volgens Freud op het feit dat je je voor het grootste deel niet bewust bent van de wensen en driften van je geest. Je kunt de menselijke geest het beste vergelijken met een ijsberg: je bent je alleen bewust van het topje. Het id is het eerste deel van de menselijke geest, een deel waar je je in het geheel niet bewust van bent. Het bestaat uit een mechanisme dat op seksuele energie werkt, ook wel levensdrift genoemd. Het id streeft eten, slaap, genegenheid en seks na. Het id heeft ook een deel dat op woede werkt, wat tot uiting komt in agressie en destructie. Het uiteindelijke doel van het id is om zo veel mogelijk behoeften te bevredigen.
Overdag staat het id bij normaal ontwikkelde mensen niet op de voorgrond, maar in dromen komt het onderbewustzijn boven. Freud denkt dan ook dat dromen informatie kunnen verschaffen over het onderbewustzijn en dus over de wensen van het id. Het ego is zich bewust van het id en probeert de behoeftes van het id uit te stellen of om te vormen naar een realistischer doel. Het ego is overdag zo sterk dat mensen zich niet of bijna niet bewust zijn van de banale driften die ze eigenlijk hebben, omdat die zo goed verdrongen worden door het ego. Alleen als je slaapt werkt het ego dus niet meer zo lekker en droom je de dingen die je id eigenlijk zou willen. Het superego is het beeld dat mensen van zichzelf hebben: het heeft normen en waarden die van buitenaf opgelegd zijn en probeert die na te leven. De wensen van het superego zijn vaak tegenovergesteld aan de wensen van het id, en het ego probeert te bemiddelen tussen deze twee. Bovenstaande theorie is een samenvatting van de normale, goed ontwikkelde menselijke geest. Echter, Freud zou natuurlijk geen werk hebben gehad als iedereen een normaal ontwikkeld id, ego en superego had. Je kwam bij Freud op de sofa te liggen als het ego of het superego niet goed was ontwikkeld. De ontwikkeling vindt namelijk plaats in je baby- en kindertijd, in de anale en fallische fase.
De ontwikkeling van kinderen
Alle kinderen ontwikkelen zich volgens Freud in verschillende leeftijdsfasen op dezelfde manier. De baby’s (0-18 maand) verkeren in de orale fase. Ze zijn geïnteresseerd in alles wat je in je mond kan stoppen. Dat is best handig, want ze stoppen ook graag een (nep)tepel in hun mond en daardoor krijgen ze voedsel binnen. Ook ontdekken ze de wereld met hun mond, door speelgoed en dergelijke te proeven. Bij baby’s is alleen het id aanwezig. Ze huilen als ze honger hebben, moe zijn, aandacht willen en om talloze andere redenen. Het ego zou zeggen dat huilen een ontzettend irritante bezigheid is voor je omgeving, maar baby’s hebben geen ego en zijn daarom zo verschrikkelijk vervelend. De volwassenen die in de orale fase zijn blijven hangen (gefixeerd zijn) zijn de mensen die graag praten, zoals docenten, maar ook mensen die uit verslaving dingen in hun mond stoppen zoals rokers en mensen met (morbide) obesitas.
50
De anale fase is de fase tussen 19 maanden en 3 jaar. Dit is de fase waarin kinderen hun sluitspier leren beheersen en daardoor staat de ontlasting in deze fase centraal. Het verloop van zindelijkheidstraining zorgt voor het al dan niet normaal verlopen van deze fase. De wensen van het id worden niet meer primair bevredigd maar er wordt ineens iets van de kinderen gevraagd, namelijk wenselijk gedrag. Daarom ontwikkelen kinderen in deze fase een ego. Het id van het kind rebelleert tegen het ego, want het id wil helemaal niet doen wat hem is opgedragen. Daarom zijn kinderen in deze fase vaak in een ‘peuterpuberteit’ die zich kenmerkt door agressief gedrag. Mensen die in de anale fase zijn blijven hangen zijn ordelijk en punctueel, maar ook halsstarrig en spaarzaam. Deze mensen zijn vaak onderzoeker, of advocaat. De fallische fase is de fase waarin het kind verkeert in de leeftijd van 3 tot 5 jaar. Freud omschrijft dit als het stadium van infantiele seksualiteit, waar hij nogal wat commentaar op kreeg. Het kind ontdekt of het een jongetje of een meisje is, en dat andere mensen ook een sekse hebben. Volgens Freud worden in deze fase meisjes verliefd op hun vader en jongens op hun moeder, ook wel het oedipuscomplex genoemd. Jongetjes nemen zo veel mogelijk gedrag over van hun vader, om zo in zijn positie terecht te komen. Het id wil de vader vermoorden, maar het ego snapt dat dat toch niet gaat gebeuren. Ook vindt het kind zijn vader eigenlijk ook wel lief, dus er is sprake van een conflict. De jongen denkt dat zijn vader bezwaar zal maken tegen zijn gevoelens voor zijn moeder en dit zal doen door hem te castreren. Hier introduceert Freud de castratieangst. Uiteraard is het kind zich niet bewust van deze conflicten en driften omdat ze worden verdrukt door het ego. Bij meisjes is deze fase nog een beetje ingewikkelder omdat ze geen piemel hebben. De details van de redenering zijn het lezen waard maar kern van het verhaal is dat meisjes penisnijd ontwikkelen: ze willen ook graag een piemel. Helaas hebben ze die niet en dat is een wond die nooit helemaal heelt. Daarom is het superego van vrouwen volgens Freud minder goed ontwikkeld: vrouwen zijn minder consequent, laten zich meer leiden door emotie en reageren banaler op situaties. Freud omschrijft dat meisjes graag een baby willen als substituut voor een piemel als ze in de puberteit zijn. Het superego wordt in deze tijd gevormd omdat kinderen de ouder van hetzelfde geslacht zo veel mogelijk proberen te imiteren, waardoor ze normen
en waarden zoals die van de ouders zich eigen maken. Als de conflicten in de fallische fase goed worden opgelost zal het kind op latere leeftijd een normaal seksueel ontwikkeld persoon zijn. Als een conflict niet wordt opgelost kunnen deze kinderen op latere leeftijd extreme seksuele remming ervaren, of juist zeer ongeremd met seksualiteit omgaan. Vrouwen die in dit stadium zijn blijven hangen zullen zichzelf superieur vinden aan mannen (Freud had het niet zo op feministen) of ze worden juist extreem flirterig of welwillend door een gebrek aan zelfvertrouwen. Mannen worden bij fixatie in de fallische fase overdreven ijdel en eerzuchtig. In de latente fase tussen 6 en 12 jaar spelen er geen noemenswaardige conflicten. Verder zijn kinderen dan op een leeftijd waar ze hobby’s en sport hebben, die prima dienen als sublimatie voor innerlijke conflicten. De genitale fase is de laatste fase en speelt zich af vanaf 12 jaar. In deze fase is het kind seksueel rijp en ontwikkelt het libido. Als de psychosociale ontwikkeling normaal is verlopen wordt het kind een evenwichtige volwassene die sociaal aangepast is terwijl hij nog zoveel mogelijk zijn primaire instincten kan bevredigen zonder dat daar al te veel negatieve consequenties aan vast zitten. Is dat niet hetgeen waar we allemaal naar streven?
Kritiek
Misschien kun je je wel voorstellen dat niet iedereen deze theorie voor zoete koek slikt. Seksualiteit staat zeer centraal in Freuds theorie, en vooral het deel over het oedipuscomplex wordt gezien als onwaarschijnlijk en vulgair. Veel wetenschappers denken dat Freud vooral zelf erg seksueel gefixeerd was (pun intended). Verder is deze theorie niet gebaseerd op grote steekproeven, maar op diepe analysering van een aantal casussen. Het grootste probleem met de theorie van Freud is dat de statements niet falsificeerbaar zijn. Als patiënten zeiden dat er niets van klopte noemde Freud dit weerstand of ontkenning, zodat het ook weer paste binnen zijn theorie. Er is geen manier om de theorie te weerleggen en dat maakt het een matige theorie. Tot besluit is de theorie van Freud wel het fundament van de huidige psychologie. Een groot deel kan afgedaan worden als Erg Bijzonder, maar de introductie van het onderbewuste en verdringing zorgt voor principes waar vandaag de dag nog gebruik van wordt gemaakt.
Panessay • 2016:2 • 51
Reportage
SuzanneA. Schuurman Ouweteur
Abel ontleed Over avonturen in de snijzaal Vertrokken uit de snijzaal, maar nimmer uit ons hart. Abel Busz, voormalig studentassistent tijdens de anatomiepractica, heeft sinds een paar maanden de bachelorstudenten verslagen achtergelaten. Niet alleen was Abel een warme bron van humor en gezelligheid in de o zo kille snijzaal, ook betekent zijn vertrek dat wij nu gedwongen zijn om onze domme ‘dat zou je nu toch wel moeten weten’-vragen aan de angstaanjagende anatomiedocenten te stellen. Een lichtpuntje: Abel prepareerde speciaal voor de PanEssay een column en beantwoordde daarnaast de vragen die je hem al die tijd al had willen stellen. De snijzaal belicht
Tja, daar zit ik dan. In de aanslag om mijn eerste column te schrijven. Ik heb geen flauw idee hoe je zo iets begint, dus waarom schrijf ik niet gewoon over de eerste keer op de snijzaal? Het moment dat alle studenten écht geneeskundestudenten worden. De transformatie van een normaal mens naar een sociale weirdo, die denkt dat het leuk is om te vertellen over de snijzaal tijdens het avondeten. Ja, want weirdo’s zijn we allemaal wel een beetje.
“De sociale weirdo, die denkt dat het leuk is om te vertellen over de snijzaal tijdens het avondeten” Wie wordt er nou enthousiast van het bezoeken van een plek waar de dood centraal staat? Ons laatste restje dierlijk instinct zou ons straal de andere kant op moeten sturen, zou je denken. Toen ik voor mijn eerste keer naar de kerkers van het UMCG ging en door de lange gang liep met in de verte het bordje Snijzaal dacht ik niet: ja, hier ga ik twee en een half jaar werken! Dat instinct, dat tijdens die eerste dag snijzaal vermorzeld wordt, zie je ook als je de eerste keer snijzaal meemaakt vanaf de andere kant van de tafel (niet als preparaat maar als student-assistent). De één gluurt
52
angstig tussen de vingers door terwijl de ander minder kleur krijgt dan de preparaten zelf. Verstijven als rigor mortis zonder mortem. En dat hoort er allemaal bij. Ik moest mijzelf ook even op een krukje zetten toen ik lichthoofdig werd de tweede keer op de snijzaal (Gossip! Abel valt flauw op de snijzaal!). Iedereen vindt het doodeng en maakt nog veel engere beelden in zijn hoofd dan de werkelijkheid uiteindelijk is. Na een paar minuten zitten er toch al gauw tien paar handen te voelen aan de huid. “Oe…. Het lijkt wel leer!” “Ja… Dat is het natuurlijk ook eigenlijk, soort van….” En daarmee heeft het onnatuurlijke eigenlijk al bezit genomen van de geest. De levende studenten ontdooien. Het ijs is gebroken, zonder fresh frozen maar met formaldehyde. En dan gaat het snel. Een paar maanden later komen sommigen zelfs ’s ochtends direct door uit de stad, zonder ontbijt met een ijzeren maag en riekend naar zweet en spa geel de snijzaal in, waardoor ik haast liever even flink boven de bak met nieren inhaleer. Jonge verruimde geesten, hunkerend naar de kennis over wat dat notenkrakerfenomeen nu precies inhoudt, zelfs na een lange nacht stappen. De zwakke plekken van het lichaam. Dat trok geneeskundestudenten. De onderkaak werd een stuk interessanter wanneer verteld werd dat je mensen knock-out kon slaan op het foramen mentale, waar de trigeminus tevoorschijn komt. De interesse kreeg je pas écht met de riskante coniotomie en alle mogelijke bloedingen die daar bij horen als het mis gaat. Wanneer een student met een farynx in zijn hand je vertelt over hoe een hyoidfractuur verklapt of iemand gewurgd is of niet, weet je weer waar je mee te maken hebt. De getransformeerde geneeskundestudent die het lichaam van apex tot hallux bestudeert. Lerend van de dood over het leven, vergetend hoe echt die farynx is. Dat ga ik missen. Het assisteren, prepareren, de contacten, want de laatste keer dat jullie mij hebben gezien op de snijzaal is geweest. Helaas, einde lijk.
Wat je altijd al van Abel hebt willen weten Wat is je favoriete orgaan? De hersenen. Als je op de snijzaal hersenen vasthoudt, dan hebben daar ooit de herinneringen van een heel leven in gezeten. Dat vind ik een heel gek, maar ook een mooi idee.
Hoeveel tijd heb je in de snijzaal doorgebracht? Het wisselde heel erg. Vooral het prepareren zelf, daar heb ik veel tijd aan besteed. Meestal was ik daar halve dagen, en dan vier dagen in de week of zo. Nee, ik werd het niet zat; het werken aan een eigen preparaat is erg leuk want je werkt echt ergens naartoe. Dan had ik een doel: vandaag wil ik deze spier vrij prepareren. Hoe ben je hier terecht gekomen? Dat begon toen ik me opgaf voor een anatomie-keuzeproject. Ik merkte toen dat ik het assisteren erg leuk vond, om dingen waar ik zelf tijdens het leren tegenaan liep op zo’n manier te brengen dat anderen daar niet over zouden struikelen. Het jaar na dat project had ik studievertraging, dus ik zocht iets om dat gat op te vullen en dit leek me een goede keuze. Daarnaast wist ik ook dat in de master – dat hoor je tenminste – de artsen altijd zitten te klagen dat studenten zo weinig weten van anatomie…
Domme vragen? Ja, die krijg ik zeker wel. Iemand die de locaties van de lever en de milt omdraait, dat soort dingen. Ik kan me nog een moment herinneren dat ik vanbinnen moest lachen om een bepaalde vraag, maar ik kan er nu niet opkomen. Mis je het werk hier? Ja, vooral om anderen dingen uit te leggen. Om kwartjes te zien vallen, dat vind ik het leukste.
Weet je je eigen eerste keer in de snijzaal nog? Ik vond het indrukwekkend, het eerste moment dat je binnenstapt en de groene zakken ziet op de tafel, die zo strak om het lichaam gespannen zijn dat je ziet dat er een mens onder ligt. Maar dat gaat snel over wanneer je een hart in je handen hebt. Wel eens klachten gehad van mensen dat je stinkt naar snijzaal? Dat valt wel mee! Want als ik een hele dag in de snijzaal was, dan is het eerste wat ik deed als ik thuis was: douchen. Tijdens het prepareren ligt het er natuurlijk ook aan waar je mee bezig bent: een lichaam valt wel mee, maar hersenen ruiken veel sterker. En het ene preparaat ruikt wat meer dan het andere. Hoe vaak waste je je labjas? Toen ik mijn eigen labjas gebruikte, heb ik die elke week wel in de was gedaan. Hij is nog steeds wit, er zitten geen gele vlekken op. Maar als je gaat prepareren dan gaat dat wel gebeuren. Na de eerste sneden merkte ik dat ook, en toen heb ik een UMCG-labjas aangevraagd. (De nieuwe look was ons inderdaad opgevallen, red.) Overweeg je zelf om je lichaam aan de wetenschap te doneren? Dat zou ik niet doen, omdat het allemaal zo snel moet gaan. Op het moment dat je overlijdt, wordt je lichaam snel opgehaald en dan kunnen je nabestaanden het moeilijk vinden om afscheid te nemen. Mij maakt het zelf niet zo veel uit, maar omwille van mijn nabestaanden zou ik dat niet doen.
Panessay • 2016:2 • 53
Recensies
Suzanne Schuurman
Boek op recept Robbins, Guyton, Kumar & Clark, De Jongh… Dat jij eigenlijk al veel te veel pagina’s hebt om doorheen te komen, snappen wij ook wel. Naast deze ietwat fantasieloze naslagwerken is een beetje medische fictie op zijn tijd een welkome afwisseling. Daarom heeft de PanEssay voor jou een selectie gemaakt van boeken waar je met wat interpretatievermogen zelfs nog enkele wijze lessen uit kunt halen voor je toekomstige carrière. De stad der blinden (Ensaio sobre a Cegueira) - José Saramago
Vakgebied: oogheelkunde, epidemiologie Nog nooit eerder heb ik een boek gelezen dat zo gruwelijk was als ‘De stad der blinden’, een boek dat zo ongeschikt was om mee te nemen op commissieweekend naar Ameland (ik spreek uit ervaring), waarin op een koelbloedige manier het horrorscenario omschreven wordt dat ontstaat als een plotselinge epidemie zich verspreid door Lissabon en al haar inwoners, waaronder een oogarts en zijn vrouw, die de hoofdrol spelen in dit boek, blind maakt: straten vol afval, uitwerpselen en lijken, machtsmisbruik, verkrachting, hongersnood, moord, brand – kortom, totale chaos. Het boek zit knap in elkaar en is vreselijk intrigerend, waardoor je blijft lezen, ook al voel je bij sommige passages je maaginhoud langzaam omhoogkomen, iets dat maakt dat ik het zelf niet gauw nog een keer zou lezen. Nog een laatste tip, als je deze schrijfstijl met de vele komma’s en bijzinnen niet zo kan waarderen, dan zou ik er niet aan beginnen, gezien dit de structuur is van het boek, waarin zinnen gemiddeld een halve pagina lang zijn. Zaterdag (Saturday) - Ian McEwan
Vakgebied: neurochirurgie Weinig schrijvers krijgen het voor elkaar om een boek op te bouwen uit extreem gedetailleerde beschrijvingen en gedachtekronkels zonder dat dit afdoet aan de leesbaarheid. Ian McEwan behoort tot deze selecte groep, iets wat goed te merken is in Zaterdag. Het boek beschrijft één dag uit het leven van een neurochirurg en dan met name zijn gedachtes, zorgen, filosofische ingevingen en emoties met betrekking tot zijn huwelijk, zijn vaderschap, zijn werk als arts en het meemaken van “een schijnbaar klein ongeluk, dat verstrekkende gevolgen zal hebben” (tekst omslag). Zijn klinische blik op dit alles is opvallend. Interessant en herkenbaar is het om te lezen hoe de blik en de manier van denken van deze hoofdpersoon zo gekleurd zijn door zijn beroep. Het verhaal zal misschien niet spannend of dramatisch genoeg zijn voor sommigen, maar mij zijn de contemplaties van deze dagdromende, doch immer analytisch denkende arts zeer goed bevallen. Kijken in de ziel: artsen – Coen Verbraak
Vakgebied: diverse Wat krijg je als een ervaren journalist een stel artsen interviewt over hun werk en de daar bij horende dilemma’s? Nou, ten eerste een NPO-programma, maar daarnaast is er nu ook de gedrukte versie van deze interviews. Coen Verbraak praat onder andere met een kinderchirurg, een oncoloog, een geriater en een traumachirurg, en stelt hun vragen als: Weet een arts altijd wat hij of zij moet doen? Wanneer is een patiënt uitbehandeld, en hoe voelt dat dan voor de arts? En wat nou als de arts zelf ziek wordt? Het ‘kijkje achter de schermen’ dat het voorafgaande programma waarschijnlijk tot zo’n succes heeft gemaakt is voor artsen (in opleiding) wellicht niet heel boeiend, maar de ervaringen en ethische overwegingen van de artsen zeker wel. De openheid en eerlijkheid waarmee de geïnterviewden over hun vak en over zichzelf praten zijn kenmerkend in dit boek. Daarnaast kan het een goede manier zijn om de verschillende specialismen te leren kennen, met het oog op de keuze die ons te wachten staat.
54
Column
Davith de Vries
Dokterscolumn Een einde De spoedeisende hulp is in de filmkunst een aantrekkelijk schouwspel. Mensen met schotwonden en open botbreuken die door gangen worden gereden, terwijl hordes witte (of OK-kleurige) jassen naarstig in de infuuszakken knijpen, medicijnen in spuiten optrekken en familie op veilige afstand proberen te houden. De geneeskundestudent weet (uiteindelijk) wel beter: je zit voornamelijk tussen de snottebellen, getordeerde enkels, dementerenden met een longontsteking en yuppen met buikpijn ‘die zo echt het weekend niet in willen’. Maar soms komt de filmografische werkelijkheid dichterbij, en doet de spoedeisende hulp recht aan zijn naam. De aankondiging: een intoxicatie. In de meeste gevallen betekent dat een tiener die het verdelingsvolume van alcohol over zijn lichaam enigszins verkeerd heeft ingeschat of een wat slaperige psychiatrische patiënt die maar liefst een heel stripje oxazepam en paroxetine naar binnen heeft gewerkt. Vervelend, maar meestal is kortdurende opname ter observatie, gevolgd door een aanbod voor psychosociale hulp, voldoende. Maar die middag liep het anders. Een man van in de 40 was door zijn buurman agressief en brakend aangetroffen nadat hij handenvol verapamil (rate-limiting calciumantagonist) en venlafaxine (SNRI) naar binnen had gewerkt. Nadat de politie (en de inwerking van de pillen) hem eindelijk voldoende gekalmeerd had, kon de ambulance hem meenemen. Waar hij een half uurtje geleden in zijn huis nog driftig rond had gelopen, arriveerde hij nu solomnent op de SEH, met af en toe convulsies en alleen matige reacties op pijn en aanspreken. De bradycardieën die hij in de ambulance soms had, breidden zich verder uit, en de ecg-complexen werden steeds breder. De ambulancebroeder zette twee broodtrommels pillen neer, die volgens de buurman tot de rand toe vol hadden gezeten. Er zat nu een schamel bodempje in beiden. Het was waarschijnlijk een tot twee uur geleden sinds hij zijn wanhoopsdaad was begonnen. Het beloop met deze combinatie aan hartritmebeïnvloedende medicatie, liet zich raden. Gelukkig was het overdag en hadden we genoeg dokters op de spoed. Terwijl twee artsen zich met de verpleegkundigen
bekommerden om de opvang, schakelde ik alvast het reanimatieteam in. Met een oproep worden op die manier de anesthesioloog, intensivist, cardioloog en IC verpleging opgetrommeld. Nog geen halve minuut na die oproep schoot de patiënt in ventrikelfibrilleren. Vanaf dat moment was de grote traumakamer vergeven van witte jassen; er werd maag gespoeld, gereanimeerd, geïntubeerd, geshocked en extern gepaced. Maar dat was slechts symptoombestrijding. Het oorzaakgerichte beleid van een gevaarlijke intoxicatie laat zich raden, het middel moet uit het lichaam en de werking moet geblokkeerd worden. Zowel verapamil als venlafaxine bleken niet te verwijderen met dialyse, noch een beschikbare antagonist te hebben. De cardioloog en ik keken naar de broodtrommels en naar elkaar. Deze patiënt had zich goed voorbereid. Hij wil echt dood. De intensivist overlegde met het UMCG over overplaatsing voor behandeling met ECMO (de hart-longmachine), de enige denkbare ondersteuningsmethode terwijl het lichaam zelf langzaam de toxische dosis medicijnen klaart. Dat zou natuurlijk alleen een optie zijn als we de patiënt eerst gestabiliseerd hadden, helaas waren we daarvan steeds verder verwijderd. Gedurende de reanimatie werd slechts kortdurend herstel van sinusritme bereikt, waarna polsloze elektrische activiteit en daarna asystolie resteerde. Een uur nadat we begonnen waren, werd de reanimatie beëindigd. Na dozijnen tentamen suïcidii de afgelopen twee jaar, lag daar nu de eerste geslaagde. Beslist geen vrolijke mijlpaal. Als dokters ‘redden’ we soms een leven dat niet verloren mocht gaan. Soms redden we iemand (op dat moment) tegen zijn wil. Vaker verliezen we er een, die nog niet wilde vertrekken. Nu verloren we iemand die, geoordeeld naar de pillen die hij in meerdere jaren bijeen heeft gespaard, een duurzame wens had niet meer verder te willen. Iemand die zich, ondanks dat hij geholpen werd door de GGZ, al die tijd diep verdrietig en eenzaam heeft gevoeld. Niet alleen, maar omringd door mensen die alles om hem gaven, is hij gestorven. Onze eerste gedachte en beste bedoeling, is niet altijd de beste uitkomst voor de mens tegenover je.
Panessay • 2016:2 • 55
Column
TomA.van Ouweteur Putten
Co-column Au. Prikaccident. Heb ik nu aids? OK 11. Keel- neus- en oorheelkunde. Ik houd het oor naar ventraal geklapt, zodat de operateur vlot zijn hechtingen in de retro-auriculaire wond kan plaatsen. Gelijk een film die in slow motion wordt afgespeeld zie ik hoe de operateur de naald uit de wond trekt en deze in mijn linkerduim steekt. De operateur werpt me een sorry-man-zo-was-het-niet-bedoeldblik toe en benadrukt dit door zijn excuses aan te bieden. Ik trek mijn handschoen uit en druk het bloed uit mijn vinger. Terwijl ik dat doe is de eerste gedachte die door mijn hoofd schiet: ‘Aids! Incurabele, allesvernietigende aids!’ De operateur vertelt op geruststellende wijze dat het risico op besmetting met ‘iets’ erg klein is omdat het een getrouwde man van achter in de zeventig betreft. Dit stelt me gerust tot ik in de wijd opensgesperde ogen van de operatieassistente kijk. ‘Heb je het bloed eruitgedrukt?’ Ik knik en de omloop komt aangelopen met een flinke fles alcohol waar ik het wondje mee kan ontsmetten. Dit is dus een prikaccident. De kans op besmetting met bijvoorbeeld HIV is klein gezien de achtergrond van de patiënt. Maar wat als? Wat als hij in het geheim een polygame, panseksuele, heroïnespuitende hippie was in de tijd dat Queen net zijn eerste hitjes produceerde
56
en aids een dodelijke ziekte was? Wat als hij vroeger een coassistent was die middels een prikaccident besmet is geraakt (prikaccident-ception)? Ik besluit mijn continue gedachtenstroom van doemscenario’s te beteugelen en onderzoek wat er zoal moet gebeuren om aan te tonen, dan wel uit te sluiten - dat laatste heeft mijn voorkeur - of ik besmet ben met een virus dat mij op mijn jonge leeftijd zal ontzielen. Ik bel de infectiepreventie en vertel het relaas aan de vriendelijke dame aan de andere kant van de lijn. Zij doet een inschatting of het een hoog risico of een laag risico op besmetting betreft. Het blijkt een hoog risico te zijn. Wat een feest. Ze raadt me aan om die prikdienst te bellen om bloed af te laten nemen bij de patiënt en dit te laten testen op infectieziekten. Ten slotte is het mijn taak om de patient een informed consent-formulier voor te leggen, waarin hij aangeeft of hij op de hoogte gesteld wil worden van de uitslag in het geval van positieve tests. De patient ondertekent het formulier, ik lever het in bij de infectiepreventie en ik ben klaar. Het blijkt al na vijven te zijn: ik ben meer dan anderhalf uur bezig geweest! Moraal van dit verhaal: prikaccidenten veroorzaken een hoop bureaucratische, tijdsrovende rompslomp en alleen daarom kan je ze beter vermijden! Die avond word ik tijdens het hardlopen gebeld. Al rennend neem ik de telefoon op. Het is de infectiepreventie die mij meedeelt dat de patiënt geen HIV of hepatitis C heeft. Ik haal opgelucht adem. Weer een week in het ziekenhuis overleefd.
Activiteitenkalender
September 01/09 Labjasverkoop 2-6/09 PanIC intro 5/09 Opening academisch jaar 12/09 Bestuursinfo avond 13/09 SpoCo beachvolleyball 13/09 PMG eerstejaarsborrel 15/09 PanIC zomerfeest 16/09 Commissie sollicitaties deadline 19-28/09 Commissie sollicitaties 23/09 Deadline bestuurssollicitatie Oktober 7-9/10 AkCie liftwedstrijd 11 of 13/10 BeCO activiteit 17/10 Orgie 19/10 Pan-F photoshopworkshop 20/10 Bestuursonderwijs activiteit 27/10 BeCO pubquiz 31/10 Bachelor buluitreiking