PANESSAY jaargang 30 // nummer 1 // maart 2016
Faculteitsblad der M.F.V. Panacea
INHOUD Uit ‘t bestuurshok het nieuwe bestuur ziet geoliede bomen vliegen
3
Commissiepagina de galaCie snapt het zelf al niet helemaal meer. Dat moeilijke schrikkeljaar
4
Onderwijscolumn weer een verfrissend stukje over de innovativiteit van G2020!
7
VGT-hulp
hyperventilatie tijdens de VGT is verleden tijd
8
Treating kiwis II
een fotoshoot van Hidde met wat achtergrondinformatie
10
Dokterscolumn
haastige spoed is zelden goedkoop
13
Fotopagina
wij zijn onschuldig, het was de Pan-F
14
Vertel!
psychologie student op heterdaad betrapt in CMB
16
ook
How to undo 40 years of progress?
it can’t get more f*cked up than this!
18
Culture shock
deze keer met een wel heel gemotiveerde student
21
Magische diëten
over de meest obvious manier om gewicht te verliezen
22
Dengue fever
get a deep insight into dengue fever and into the mind of a streetwise scientist
24
Puzzelplezier
jij dokter in spé, win een zusterhorloge! Of een leuk boek
26
Co-column
Een ode aan een welbekende lunch
28
COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3500 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Aafke Engwerda // redactie Aafke Engwerda, Svenja Henning, Hidde Kleijer, Neepan Paramajothy, Margot Pijpstra, Marko Pol, Tom van Putten, Sophie Reese, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Davith de Vries, Annet Vulto // lay-out Aafke Engwerda, Dinant Oemrawsingh, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Sophie Reese, Annet Vulto // fotografie cover Sophie Reese, Suzanne Schuurman // Sluitingsdatum volgende editie: 20 mei 2016
2
Panacea
Uit ‘t bestuurshok Brace yourself, spring is coming. We hebben de winter bijna overleefd, het was dit jaar wederom een barre tijd. Sinds Al Gore in 2006 met zijn Inconvenient Truth sprak over de afkoeling van de aarde, zijn we er niet op achteruit gegaan. Voor de vierde keer op rij hebben we de Elfstedentocht kunnen houden en het Vierschansentoernooi op de Kardingerberg was wederom een succes. In alle lagen van de samenleving zijn mensen door het dolle heen. In de wandelgangen wordt zelfs gefluisterd over de winterspelen van 2020 op de Hondsrug. Camping de Berenkuil is nu al bezig met het werven van medewerkers: ‘We weten van gekheid niet waar we ze vandaan moeten spelen,’ aldus eigenaar Dirk Voortman. Maar wat betekende de winter voor de M.F.V. Panacea? Op dag één van ons bestuursjaar beginnen met code rood; Murphy’s Law sloeg weer toe. Als Bambi die voor het eerst probeerde te lopen waagden wij ons als nieuw bestuur op glad ijs. Anderhalve maand meelopen om ons voor te bereiden en nu was het eindelijk tijd dat wij het stokje over zouden nemen. Een week beleid bepalen in het prachtige Groningse dorpje Noordlaren waar de koeien nog in het centrum staan, zal als leidraad fungeren voor onze komende tijd.
Goed voorbereid en met al onze overdrachtsdocumenten onder de arm liepen wij gezamenlijk de kelder van de faculteit binnen. We draaiden onze zuurverdiende eigen sleutels in het slot en openden de deur van ons eigen hok, waarvan we nu beseffen dat het nog lang gaat duren voordat we eruit komen. Zelfverzekerd namen we plaats achter onze computers om te beginnen met alle plannen die we bedacht hadden. Echter niet wetende dat een beleidsplan iets langer duurt dan een gemiddeld coach- of mentorverslag en een vergadering intensiever en inhoudelijker is dan de gemiddelde tutorgroepbijeenkomst. Na veel ongestructureerd vragen stellen, zoeken en nog veel langere dagen dan de agenda’s aangaven of de wintertijd toeliet, ontkiemde het zaadje dat BP’15 geplant heeft en begon er met het einde van de winter in zicht een heuse geoliede bestuursboom te groeien. Nu, op het moment van schrijven, meer dan een maand verder, zijn de eerste knoppen uitgekomen, begint BP’16 zich te ontpoppen en is de tijd aangebroken om volledig onze vleugels uit te slaan. De Algemene Ledenvergadering is achter de rug. We hebben onze vuurdoop gehad. Na een aantal kritische vragen en felle discussies stonden toch alle neuzen dezelfde kant op en is het gehele beleidsplan voor 2016 en januari 2017 goedgekeurd. Nu is het tijd voor de volgende stap en kunnen we echt van start. Met de lente in het verschiet hopen we dat er nog meer gaat groeien. Wij gaan ons best doen om onze plannen te vertalen naar resultaten. We laten jullie graag in de volgende editie van de PanEssay zien welke vruchten er zijn geplukt.
Panessay • 2016:1 • 3
Commissies & onderwijs MASH MASH
Wat leuk dat je ons hebt opgezocht in deze editie van de PanEssay. Voor iedereen die ons nog niet kent: wij zijn de Medical Aid by Student Help (MASH)! Wij verzamelen medisch materiaal vanuit ziekenhuizen en andere zorginstellingen in en rondom Groningen. Dit materiaal sorteren we en dat wordt vervolgens opgestuurd naar het Turiani-ziekenhuis in Tanzania, waar ze het hard kunnen gebruiken. Verbandmateriaal, injectienaalden, chirurgisch materiaal en zelfs bloeddrukmeters worden ingepakt en naar Afrika gestuurd. Maar niet alleen de mensen in Afrika hebben wat aan ons. Voor de avontuurlijke geneeskundestudent organiseren wij een lezing die zich richt op coschappen, het invullen van je tussenjaar met vrijwilligerswerk en het werken als arts in ontwikkelingslanden. Lijkt het jou ook leuk om iets te betekenen voor mensen die niet de gezondheidszorg krijgen zoals wij die kennen? Heb je zelf plannen om binnenkort naar een ontwikkelingsland af te reizen én heb je ook nog wat ruimte over in je koffer? Klop dan even bij ons aan en wie weet kun je wat meenemen om de mensen daar te helpen. Wil je op de hoogte blijven van waar we nu mee bezig zijn? Like ons dan op Facebook!
Galacie Galacie
Zet maar een grote rode streep door vrijdagavond 29 april 2016 (en de volgende ochtend), want “Het 29ste galabal der M.F.V Panacea” komt eraan. Het gala zal plaatsvinden in het prachtige Kaap Hoorn. Denk aan mooie lange jurken, rode lopers, glitter en glamour, opgestoken haren, mannen in rokkostuums en, niet te vergeten, uitzicht over het water van de Hoornse Plas! Omdat wij natuurlijk niet willen dat jullie oogverblindende outfits worden geteisterd door het weer, zullen er bussen voor jullie klaarstaan bij de McDonald’s Westerhaven. Graag willen we dat jullie allemaal in thema naar ons gala komen en hoe kan dat anders dan met een gemaskerd bal? Ons thema is dan ook: ‘Masquerade ball, will you be my Casanova?’ Dus zet allemaal je meest verleidende masker op en kom chique gekleed naar ons mooie galabal. Misschien ontmoet je wel je Casanova! Wij hebben er zin in in! Tot dan!
4
BRC BRC
Hoi Panacea-lid! Zoals je weet is de BRC al een tijd bezig om te zorgen dat jij ook dit jaar weer op reis kan en eventjes helemaal niet aan je studie hoeft te denken. En nu is het lange wachten voorbij; eindelijk mag jij weten waar de Epische buitenlandse reis dit jaar naartoe gaat. Tromgeroffel… Dit jaar zullen we een superreis maken naar Warschau! Deze Europese hoofdstad staat bekend als een “Feniks-stad”, doordat ze tijdens meerdere oorlogen met de grond gelijk is gemaakt, maar elke keer weer uit haar as herrees. Warschau is een stad die zowel overdag als ‘s nachts leeft, genoeg te doen voor ons dus. Als je wil weten wat we precies gaan doen, zal je je toch echt op moeten geven, dit is nog een verrassing voor nu. Wel kunnen we jullie verzekeren dat het een ervaring gaat zijn die je niet wil missen. Je kunt je op 4 april aanmelden via de Panacea-website, maar let op! Er is maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, dus wees er op tijd bij om zeker te zijn van een plekje!
Panic Panic
Dear members, finally we are allowed to call ourselves PanIC 2016! So, we will be doing this in any possible way we can. For example, with this beautiful piece in the PanEssay! On every party of Panacea we will proudly present ourselves with the most smashing outfits and during the introduction days you will see us running around in our beautifully coloured suits. Filled with enthusiasm, we will organize the GEN(E)ius introduction camp this year. We will be doing this with a 16 headed committee, divided over 4 fantastic sub-committees. You can recognize the OffCie because of their navy blue shades, the KampCie you’ll see flashing by in yellow, the FeestCie will dance along in lilac and lastly, the KookCie will shine in apple-green. If you want to know more about us, you are more than welcome to look us up on the Panacea website.
PanEssay • 2016:1 • 5
6
Onderwijscolumn
Jaap Koot
Global Health vind je in je spreekkamer Sinds 1 december 2015 ben ik aangesteld als decaan van de Learning Community Global Health, na een aantal maanden waargenomen te hebben. Daarvoor heb ik tientallen jaren over de wereld gezworven als arts internationale gezondheid en tropische geneeskunde. Internationaal gezondheidswerk blijf ik parttime doen in een programma van de Europese Unie om onderzoeksinstituten in lage inkomenslanden te ondersteunen in het doen van onderzoek voor beleid. Ik ben dus een praktijkman, die bij toeval het onderwijs is ingerold en het bevalt me hier in het UMCG bijzonder goed.
Immers, je doet ook kennis op in de Learning Communities en leert ook vaardigheden in het basiscurriculum. De decanen gaan samen met semester-teams aan de slag om het programma waar nodig aan te passen. Alle teams zijn nu aan het inventariseren waar knelpunten en kansen liggen. Zelfs curriculumontwikkeling gaat uit van “al doende leert men” en dat verbaast me als praktijkman niets. Ik ga me intensief bezighouden met het eerste semester van het eerste jaar. Dat is een mooie klus: net van de schoolbanken (het merendeel van de studenten) al snuffelen aan de praktijk van de geneeskunde; dat is een uitdaging. Zeker als je hoofd vol zit met romantische ideeën over dokters en de geneeskundestudie.
Jaap Koot Decaan LC Global Health
De kracht van het onderwijs in Learning Communities hier in Groningen is dat de studenten in aanraking komen met de praktijk, die verder reikt dan het academisch ziekenhuis. Alle Learning Communities brengen als coaches en docenten experts in huis, die werken in de gezondheidszorg en studenten helpen praktijkvaardigheden onder de knie te krijgen. Het vak geneeskunde leunt sterk op het idee van “al doende leert men”. In het G2020-programma begint dat al vanaf dag één van de bacheloropleiding. Via heel verschillende Learning Communities leiden we toekomstige artsen op, die oog hebben voor kwaliteit en voor de belangen van de patiënt. Bij Global Health gaat het niet om exotische ziekten of werk in afgelegen oorden, maar om de dagelijkse praktijk van artsen die later te maken krijgen met reizigers die vreemde ziekten meebrengen, migranten die een ander ziektebesef hebben of patiënten met gezondheidsachterstanden op basis van geslacht, inkomen of sociale status. Leren van de praktijk betekent ook dat studenten inzien dat ze in hun spreekkamer niet altijd de patiënt kunnen helpen en zich actief moeten bezighouden met maatschappelijke problemen en organisatie van de gezondheidszorg. Vanaf het volgend studiejaar gaan we in het bachelorcurriculum meer integratie tussen het basiscurriculum en de Learning Communities tot stand brengen.
Panessay • 2016:1 • 7
Medisch
Annet Vulto
VGT-hulp Een luchtige onderhouding Velen worden vier keer per jaar met xerostomie, tremoren en urge-incontinentie wakker; de voortgangstoets moet weer worden gehaald. Deze keer een herhaling van compliantie, terugveerkracht en pleuradrukken met in de schijnwerpers: de longen Anatomie
De longen vormen het meest vullende orgaan in de thorax. De linkerlong bestaat uit twee kwabben en de rechter- uit drie. Denk daarbij aan het aloude ezelsbruggetje: de mitralisklep (links) bestaat ook uit twee delen en de tricuspidalis uit drie. De trachea splitst zich ter hoogte van de vijfde thoracale wervel. In de linkerlong loopt de bronchus meer horizontaal dan in de rechter. Tevens is de rechterbronchus wijder dan de linker. Een corpus alienum komt dus makkelijker in de rechterlong terecht, omdat het dan veel minder
Belangrijk en gewoon uit je hoofd leren: surfactant in de longen wordt gemaakt door pneumocyten type II een bocht hoeft te maken. De primaire bronchus splitst zich eerst op in secundaire en tertiaire bronchi, die omringd zijn door kraakbeenringen. Uit de tertiaire bronchus ontspringen de bronchioli, die geen kraakbeenringen meer hebben. Deze vertakken nog ongeveer vijftien keer tot ze uiteindelijk terminale bronchioli zijn: de clusters alveoli. Hier vindt gaswisseling plaats.
8
Ademhaling
Het doel van de longen is uitwisseling van CO2 uit het bloed met O2 uit de buitenlucht. Om dit te bewerkstelligen moet er allereerst lucht in de longen komen. Het diafragma beweegt in rustige ademhaling naar beneden waardoor er een onderdruk in de longen ontstaat. Dit zorgt ervoor dat buitenlucht wordt aangezogen. Tevens zet bij inspiratie de thorax uit middels uitzetting van de ribben. Bij expiratie gaat het diafragma passief weer omhoog waardoor er een overdruk ontstaat: de lucht gaat weer naar buiten. Deze tactiek werkt natuurlijk alleen als er een vacuĂźm heerst tussen de longen en de thoraxwand. Dat is er dan ook. De long drijft als het ware in de thorax, omgeven door pleuravloeistof die zich bevindt tussen de pleura van de long en van de borst. Om het systeem werkend te houden is de druk hier altijd negatief (behalve bij een pneumothorax). Een andere, praktische eigenschap van de longen is dat ze uit kunnen rekken. De uitrekbaarheid van de longen heet compliantie. Daar hoort een tabelletje bij dat we allemaal wel eens gezien hebben en dat we nu voor eens en voor altijd duidelijk krijgen. Eigenlijk is het heel simpel: bij inademing gaat de pleurale druk omlaag, en aan de inspiratiecurve te zien gaat het longvolume dan omhoog, wat ook heel logisch is. De stippellijn toont de compliantie: de uitrekking van de long per drukverandering. Een steilere lijn correspondeert dus met een hogere compliantie. Het roze oppervlak correspondeert met de energie die het kost om in te ademen. Bij een normale compliantie komt deze energie weer vrij bij uitademing: die kost in fysiologische situaties geen energie en is dus ‘gratis’.
Surfactant is in de longen aanwezig om de oppervlaktespanning in het waterlaagje in de longblaasjes te verminderen waardoor ze niet samenvallen. Belangrijk en gewoon uit je hoofd leren: surfactant in de longen wordt gemaakt door pneumocyten type II.
wordt (vooral als het percentage zuurstof minder dan 70% van normaal is) knijpen de vaatjes daar samen. Bedenk dat dit in de rest van het lichaam precies op de omgekeerde manier gebeurt!
Ventilatie en perfusie
Bij welke van onderstaande oorzaken van hypoxemie heeft het toedienen van zuurstof weinig nut? A. Lage FiO2 B. Hypoventilatie C. Diffusiestoornis D. Rechts-linksshunt
Hoe zat het ook alweer met de ventilatie/perfusieverhoudingen? Ventilatie (V) is de hoeveelheid buitenlucht de alveoli bereikt en perfusie (Q) is de bloedtoevoer naar de alveolus die uitwisseling van CO2 en O2 mede mogelijk maakt. Idealiter is deze verhouding 1:1, er is dan net zoveel ventilatie als perfusie (eerste plaatje). De ingeademde lucht en de bloedtoevoer worden beiden optimaal benut. Dat is natuurlijk niet altijd zo. Aan de apex van de long is er meer ventilatie dan perfusie; de bloeddoorstroom is door de zwaartekracht iets minder en er komt makkelijker lucht in. Hier is de V/Q-verhouding dus >1. Aan de basis van de long is er meer perfusie dan ventilatie, ook voornamelijk door de zwaartekracht. De V/Q-verhouding is dan <1. In het midden van de longen is de verhouding wel ongeveer 1:1. Naast deze fysiologische variatie zijn er ook pathologische V/Q-verhoudingen. De VQ-verhouding is bijvoorbeeld verlaagd bij astma, longfibrose en een pneumothorax, maar ook in de aanwezigheid van een corpus alienum. Het bloed stroomt dan terwijl er veel minder zuurstof wordt aangeboden. Dit noemen we een rechts-linksshunt (plaatje 2). De V/Q-verhouding is bij problemen in de doorbloeding verhoogd. Denk daarbij aan longembolieën, maar ook aan bijvoorbeeld een corpus alienum. Hierbij wordt er wel geventileerd, maar wordt de lucht niet optimaal gebruikt. Dit is dus doderuimteventilatie (plaatje 3). Overigens compenseren de longen wel een beetje voor pathologische V/Q-verhoudingen. Dit doen ze door ervoor te zorgen dat de best geoxygeneerde delen van de long ook het best geperfundeerd worden en vice versa. Als een deel van de long slecht geoxygeneerd
Oefenvragen
Hoe verandert de compliantie bij astma? A. De compliantie verhoogt B. De compliantie verlaagt C. De compliantie verandert niet Door welk van onderstaande celtypen wordt surfactant in de alveoli geproduceerd? A. Gladde spiercellen B. Alveolaire macrofagen C. T-helper 1 cellen D. Pneumocyten type II Een man van 68 jaar heeft longemfyseem. De hoofdklacht bij dit ziektebeeld is inspanningsgebonden A. Hoesten B. Kortademigheid C. Pijn op de borst Wat is kenmerkend voor COPD? A. Hoogstaande longgrenzen en toegenomen A-P diameter van de thorax B. Hoogstaande longgrenzen en verminderde A-P diameter van de thorax C. Laagstaande longgrenzen en toegenomen A-P diameter van de thorax D. Laagstaande longgrenzen en verminderde A-P diameter van de thorax
Antwoorden: www.panacea.nl/panessay
Panessay • 2016:1 • 9
Reportage
Hidde Kleijer
Treating Kiwis II Some other stuff I’ve learned Hidde is back from New Zealand (NZ) and can’t shut up about it. To make him do so, we forced him to finally write this last article full of insights he delusionally thinks he picked up over there. It’s still fun though! My last report was a while back (read it on www. panacea.nl/panessay to catch up!). Partly because there was no deadline to write for, partly because I was way too busy learning heaps and having fun. Who wants to write when you can go sailing, beer in hand, during a spectacular sunset? Yes, my life there was great. Still, after six years of mind numbing training “how to be a professional”, I’ve picked up a bloody habit: reflection. Here is some of that about both my medical and travel experiences in NZ.
Pathology goldmine
I have to get this out of the way, because I just can’t get over how unhealthy people can be! I had the most mind boggling talk with a guy my age (26!) whom I could easily use like Leonardo di Caprio uses his horse and have room to spare for a comfy bed. Yes, he was that fat (watch The Revenant or read online if you don’t get this). Obviously, he also had type 2 diabetes and hypertension, leading to kidney failure. I’m going to let that sink in for a while by starting a new paragraph. So I tell the bloke that at the rate he’s going, he’ll need dialysis within a few years. ‘Aw yeah, a friend of mine gets that too.’ ‘So does he like it?’ ‘No it’s bloody awful.’ ‘So, are you taking your meds?’ He, without a change of facial expression, says: ‘No’. Me: ‘How about losing some weight?’ ‘Aw yeah would be nice’... This baffling back and forth went on for a while.
10
Sure, there are some unwilling patients in the Netherlands. It’s just the combination his unwillingness ánd him being mortally ill because of his lifestyle. I’ve never encountered this so severe over here. Not to mention the amount of times I’ve seen similar instances over there. In short: the general shitholery of the place I worked (poor, drugs, gangs, teenage pregnancies etc.) provided me with a lot of experience. It’s a goldmine for people who want to see pathology. Also because people hardly ever go to the doctor for “nothing”.
Studying medicine in NZ
Part of the fun I had was working with Kiwi medical students, also in their final year. So of course I wanted to know: what’s it like to study medicine in NZ? I discovered that, like everything else, their system is similar but different. They too study for six years: three bachelor years filled with theory and three years of practice. After medical school though, it’s pretty much mandatory for them to work on multiple hospital wards, in different specialties, for two years. Personally, I’m all for a broad medical education but this seems to be a bit much. Additionally, we are less troubled by the phenomenon of black wednesday in the Netherlands. In short: the day a lot of junior doctors start working which magically correlates with a rise in mortality rates. (To be fair, I only know of this happening in Britain which has a similar system.) Another big difference is their first year, which functions as a selection program. It’s notoriously tough, thereby selecting both bright and hard working people. Weirdly they focus mostly on general biology and chemistry rather than specific skills a doctor needs. What if we had a similar selection process in our first
year, but focused it more on other features of a good doctor? It would seem like a fair way to select medical students, although the competition between people might get nasty.
Free healthcare is great, just don’t die in the meantime
The Dutch healthcare system is often seen as one of the best, if not the best, in Europe. Of course we complain about it, we’re Dutch. By the way, couldn’t it very well be that the reason why stuff is great here, is because the fact we do complain? Still, sometimes it’s important to realise how good it is here, even compared to other first world countries, like NZ. Before some get wrongly offended: on the whole I think NZ has good social security. Having a practically free public system is of course great. The thing is though, the private sector is so much better! Especially in terms of waiting lists and in hospital comfort and this of course heavily divides rich and poor. A striking example: calling the orthopedic surgeon about the exact same case through the public system results in a possible acceptance of the referral in 5 months time. Calling privately suddenly makes the earlier harsh voice tell you cheerfully how delighted he/she would be to see miss Osteoarthritis next week.
‘Yeah, nah. Should be alright.’
Kiwis are quite laid back people. If I had a dollar for every time someone met my question whether something would function properly with: ‘Yeah, nah. Should be alright’, I could have eaten another Ferg Burger. The same goes for questions whether something will be done on time or even if something will be safe. Another weirdly common NZ phrase I loved was: Sweet as bro! When something is amazingly awesome. And no, I did not forget an s (it’s not “ass”), they’re just too lazy to finish the comparison (it’s sweet as …). Another one you heard constantly: All good bro, in response to ‘thanks for…’. Notice how “bro” is used a lot, or is used “heaps” as they’d say. For me, the biggest problem was calling a sweater a jumper.
Some stuff on traveling
Finally, let me tell you about how great traveling New Zealand is. It’s fucking great! There you go, all done, just go for it bro. If you’ll let me continue, I might just go all typical backpacker on your ass, saying stuff like “travel is so important, it leaves you speechless and makes you a storyteller”. Or: “If you’ve been there, you’d know what I mean.”
Panessay • 2016:1 • 11
Furthermore, I might force my own traveling tips on you. For instance that in my “humble” opinion traveling New Zealand by car is the only way to go really. At the very least I’d start showing you only the nice pictures I took and tell you all the cool stuff I did, just to poke your eyes out.
Much the same, but different
My conclusion about New Zealand is that, as a first world and, in a cultural sense, Western country, it’s much the same, but different. Which for me made it a heck of a lot of fun to find and describe those little differences. Doing so makes you think about the way you yourself go about things in medicine, but also in general. Right and wrong might be less clearly separable than you think. Lastly, the question I get asked all the time: “could I live in NZ?” ‘Yes and no’ is the only answer I can honestly give people, albeit a most annoyingly and pedantically philosophical one. Yes, because, come on, it’s awesome there: heaps of freedom in the way you practice medicine while living in paradise-like nature all while doing the most spectacular activities
ever! No, because of family, friends and the realisation that despite (or because?) all of our complaining, the Netherlands is pretty great and beautiful too. But by God, it’s so freaking wet and COLD returning here in February!
Word als master gratis lid van de Medische Alumnivereniging Antonius Deusing! Als lid van de vereniging kan je: 1.
Gebruik maken van een netwerk vol kennis en ervaring
2. Hulp kunnen vragen hoe het is om als specialist in een bepaald vakgebied te werken 3. Hulp kunnen vragen om toe te worden gelaten tot een bepaald specialisme. Een keuze maken om bijvoorbeeld eerst onderzoek te gaan doen 4. Na je studie oude bekenden weer te ontmoeten op georganiseerde dagen 5. Verbondenheid met je oude universiteit, omdat deze een belangrijke rol heeft gespeeld voor je toekomst
12
Column
Davith de Vries A. Ouweteur
Dokterscolumn De urgentie-o-graaf Interpretatie maakt van taal een kunst, die niet iedereen lijkt te beheersen. Misschien gaat de kwaliteit van het taalonderwijs achteruit, maar ook groepen die tientallen jaren geleden voor het laatst op school hebben gezeten, lijken aangedaan te zijn door deze verloedering. Tenminste, dat vermoeden heb ik, kijkend naar de ‘spoedeisende’ klachten waarmee sommige mensen op de spoedeisende hulp en huisartsenpost verschijnen. Van Dale zegt over spoedeisend: ‘geen uitstel verdragend’ of ‘dringend’. Wat is uw mening daarover in de volgende casus? Mevrouw A., 32 jaar jong en gezond, heeft al twee weken malaiseklachten. Het begon met koorts, zweten, keelpijn en verstopte bijholtes. Hierbij was ze vermoeid en kortademig bij inspanning. De koorts en pijnklachten zijn grotendeels verdwenen, maar ze ‘kan nog niet helemaal meekomen’ met de fietsclub. Ze gaat naar de huisartsenpost (want tja, ze is wel fit genoeg om geen ziekteverlof te nemen om overdag naar haar huisarts te gaan) en vanwege de inspanningsintolerantie vraagt de huisarts een D-dimeerbepaling aan. Die waarde is marginaal verhoogd. Helaas is het D-dimeer niet alleen een marker voor stollingsactiviteit, maar ook voor een acute fase-eiwit, en naar verwachting verhoogd bij een (doorgemaakt) viraal infect. Desalniettemin leidt een dergelijke uitslag tot een urenlange analyse op de SEH, waarbij naast het doorlichten van griepklachten met anamnese en lichamelijk onderzoek, uitgebreid lab, X-thorax en uiteindelijk een CT-angio volgt. Behalve een iets verhoogd CRP (dat had u vast al verwacht) en enig expiratoir piepen over de longen, worden er geen afwijkingen gevonden. Hoewel milde bronchiale hyperreactiviteit en postvirale vermoeidheid normaliter moeiteloos door de huisarts worden afgehandeld, is nu een controle bij de longarts met longfunctieonderzoek noodzakelijk. Met een voorgeschreven pufje en poliafspraak verlaat zij het ziekenhuis. Totale kosten van dit traject inclusief controle worden beraamd op 1000 tot 1500 euro, tegenover 9 euro voor een consult bij de huisarts, plus eventueel een paar tientjes voor labonderzoek en een pufje, die de patiënte beide zelf mag betalen van het eigen risico.
Dit soort casuïstiek is dagelijkse kost op de spoedeisende hulp. Elk jaargetij heeft zijn eigen varianten, die door middel van een magische urgentie-o-graaf dringend gemaakt worden. Zo stonden februari en maart in het teken van mensen die maar niet van hun (post)virale griepklachten afkomen en wintersporters die, terug van vakantie en enkele dagen na hun valpartij, nog even een posttraumatische screening wensen. Als men al vijf dagen heeft kunnen doorskiën met een polsletsel, dan kunt u bedenken dat het trauma niet heel erg kan zijn geweest. Of in ieder geval minder belangrijk dan een gemiste dag op de skipas. Wie toch zekerheid wenst, kan bij thuiskomst met een bezoek aan de huisarts en een röntgenfoto voor circa 25 euro laten uitsluiten of er toch sprake is van een breuk. Wordt die op röntgenafdeling niet gezien, dan gaat u terug naar de huisarts. Maar ja, wat doet u als u vrijdagavond terug komt uit Saalbach-HinterglemmLeogang-Fieberbrunn, en maandag weer aan het werk moet? Dan gaat u even langs de huisartsenpost, die u doorstuurt voor een foto, die - omdat het buiten kantoortijden is - via een consult op de SEH moet worden beoordeeld. Zelfs zonder breuk, met een drukverbandje terug naar huis en zonder policontrole, kost dit grapje zo’n 250 euro. Het tienvoudige dus. U hoeft geen overbetaald consultancybureau te hebben om uit te vinden waarom de zorgkosten de pan uit rijzen. (Hoewel, mocht u eurotekens in de ogen hebben, dan is een dergelijke carrièreswitch wel aan te raden. Dezelfde Rijksoverheid die uw specialisteninkomen afknijpt vergoedt u dan ineens zonder blikken of blozen torenhoge tarieven). Maar nog belangrijker dan de kosten is de overbelasting van de SEH en huisartsenpost door al deze quasi-spoedeisende problemen. Hierdoor lopen de wachttijden op en is er minder tijd beschikbaar voor mensen met echt dringende klachten. De kwaliteit van de zorg kan hieronder lijden. De overheid en beroepsgroepen proberen ons hier links en rechts wel bewust van te maken, maar een echt doordringende campagne blijft uit. Een (hogere) eigen bijdrage voor spoedzorg is waarschijnlijk ook geen oplossing, want deze werpt weer ongewenste barrières op bij toch al kwetsbare groepen. Ook als deze afhankelijk zou zijn van de daadwerkelijke urgentie, want op welke gronden, door wie en wanneer bepaal je dat precies? Het blijft lastig. Misschien helpt een crowdcampagne. Ik roep jullie alvast op om aan vrienden, familie (en jezelf) duidelijk te maken: hou de spoedzorg vrij voor de mensen die het echt nodig hebben. Stop de urgentie-o-graaf!
Panessay • 2016:1 • 13
Foto’s
14
Panessay • 2016:1 • 15
Interview
Suzanne Schuurman en Sophie Reese
Vertel! Gewapend met een recorder, een fotocamera en een vriendelijke glimlach gingen wij de hal van het UMCG in om een kijkje te nemen in de mensenmassa. Patiënten en bezoekers vertellen in deze rubriek hun verhaal: wat is voor hen de reden om een bezoek te brengen aan het UMCG? Deze keer: de geschiedenis van hemofilie, lovende woorden over co’s en tv-krantjes. “Ik ben Piet. Ik werk deels voor de ondernemingsraad van het ziekenhuis, en deels werk ik als verpleegkundige op de psychiatrie. Ik vind het erg leuk werk, ik doe het ook al veertig jaar. Het zijn met name depressieve patiënten die ik begeleid, die hebben een bepaalde plek in mijn hart. En dat geldt ook voor de medezeggenschap, daarbij vertegenwoordig ik zowel het personeel als de organisatie. Samen met de Raad van Bestuur proberen wij er zorg voor te dragen dat dit mooie ziekenhuis goed blijft lopen voor iedereen. Voor studenten, verpleegkundigen, dokters, patiënten, noem maar op. Sinds kort kom ik ook meer in contact met studenten en ik maak ze mee als ze coschappen lopen op de afdeling. Ik vind dat wel leuk, want het zet mij weer af en toe op scherp. Ik vind dat de studenten er toch wel heel goed bovenop zitten, het is heel leuk om te zien dat de jonge generatie zo gedreven is. Daar heb ik echt heel veel respect voor.”
16
“Ik ben op bezoek bij een vriendin die hier op de afdeling oncologie ligt. Ik ben zelf toevallig ook patiënt in het UMCG, ik heb hemofilie A, een stollingsfactor VIII-tekort. Een gevolg van hemofilie is dat je gewrichten je in de steek laten door alle bloedingen. Mijn beide knieën staan vast, daarvoor ben ik bij de revalidatiearts en bij de orthopeed, en bij de interne geneeskunde voor de stolling. Ik ben heel tevreden over dit ziekenhuis, over de verzorging, de verpleging, en zonder meer ook over de artsen. Ik kan veel vergelijken, omdat ik als kind natuurlijk al in het ziekenhuis heb gelegen. De artsen hebben wel bijgeleerd, dat is iets wat waar is. Mijn broer heeft ook hemofilie en we hebben dezelfde klachten; ik heb veel aan hem. De generatie hemofiliepatiënten na ons heeft niet meer de gewrichtsbeperkingen die wij hebben. Als ik kijk waar ik begonnen ben met hemofilie... Ze wisten in eerste instantie niet waar het aan lag, en toen zijn ze erachter gekomen: het ligt aan het bloed. Toen kregen we volle zakken bloed, toen kregen we plasma, toen kregen we een concentraat en nu de zuivere stollingsfactor. Ik heb die hele ontwikkeling meegemaakt. Toen ik jong was, deden ze nog niet aan thuisbehandeling. Dan ben je ontzettend gebonden aan je huis, mijn ouders wilden natuurlijk niet hebben dat ik buiten de deur ging want ze waren doodsbang dat ik me ergens aan zou stoten. Dan liep ik bloedingen op, en moest ik elke keer naar het ziekenhuis toe. Dat was heel vervelend. Toen kwam de thuisbehandeling, dat zag ik als een bevrijding. Een hele andere wereld: ik mocht voor het eerst weer naar buiten! Toen ging ik voor de eerste keer naar de discotheek.”
“Wat we hier doen... Deze bloemenwinkel zit hier al 21 jaar, en ik ben er al vanaf het begin bij. We zitten in de centrale hal van het UMCG, vreugde en verdriet komen hier samen. De hele maatschappij komt hier samen, je hebt hier allerlei lagen van de bevolking. Het is erg divers werk: van grafwerk tot bruidswerk, en alles daar tussenin. Alles wat met bloemen te maken heeft. Ik denk dat maar vijf procent voor de patiënten is, met het bezoekuur komen hier wel mensen maar er zijn veel meer werkende mensen in dit ziekenhuis, die hier hun bloemen komen halen. De lopende patiënten komen hier ook, er zijn veel verhalen. Te veel eigenlijk, dat je soms denkt: oe, dit laat ik even los. Dan denk ik altijd symbolisch: dat is te heftig, dat doe ik even door het putje. Binnen het ziekenhuis zijn een paar afdelingen die geen verse bloemen mogen. Dat heeft te maken met het bloemenproces, dat er bacteriën bij komen, mensen laten het soms te lang staan. Daarom hebben we heel veel alternatieven, zoals deze houten tulpen en namaakbloemen. Zoals die rozen daar, negen van de tien mensen die zeggen vaak: doe mij maar zo’n rode roos. Die zijn nep!”
Man, 76 “Ik ben hier binnen geweest om een tv-krant te kopen. Ik zit hier even een beetje uit te rusten, voor ik verder ga. Ik koop hier meestal mijn tv-blad. Dat is wel een hele lastige vraag, wat ik van het ziekenhuis vind. Wat moet je eigenlijk van een ziekenhuis verwachten?”
“Ik weet niet of ik een heel goed verhaal heb, hoor. Ik ben hier gewoon aan het studeren namelijk, in de CMB. Ik studeer psychologie, ik zit in het derde jaar. Ik neem nu een pauze, even een rondje lopen en wat eten - ik voel me hier wel op mijn gemak. Ik ben hier ooit geopereerd toen ik vijftien was, dat is nu zeven jaar geleden. Het was een openhartoperatie, ik ben geopereerd aan mijn aortaklep want ik had een aangeboren aortaklepstenose. Dus in die zin heb ik wel een verleden hier. Het was wel stressvol, die operatie, maar aan de andere kant vind ik het een mooi gebouw en heb ik goede ervaringen met de mensen die hier werken. Veel positiefs, eigenlijk.”
Zwangere vrouw, 30 “Ik ben Duits, maar ben hier voor mijn studie gekomen, ik deed international business and management, en in Nederland gebleven. Ik was nu net bij de verloskundige kamers omdat ik in het ziekenhuis ga bevallen. Ja, want in Duitsland doe je dat gewoon, je gaat naar het ziekenhuis, voor ons is het heel raar om thuis te bevallen. Daarom wilde ik zien hoe het er hier uit ziet, in welke kamers je kan bevallen... Je kan hier bijvoorbeeld ook in een bad bevallen! We gaan ook nog naar het Martini om dat te bekijken. Persoonlijk heb ik een hele slechte ervaring met het UMCG gehad in de spoedeisende hulp, daarom dacht ik altijd: ik kom hier sowieso niet naartoe. Maar goed, nu gaat het toch om iets anders, het is toch een hele andere afdeling. Dus dacht ik: we gaan maar kijken. Een tweede kans!”
Panessay • 2016:1 • 17
Global Health
Neepan Paramajothy
How to undo 40 years of progress? A glimpse into the horrifying reality of reproductive women and abortion providers in the US
The United States of America, the greatest and the most powerful (third world) nation on the face of the earth. The country that stands for freedom, the country that’s prepared to wage war after war in order to restore peace in troubled nations, the country where its citizens have real rights (like the ability to keep and bear arms). That is, unless, you’re a pregnant female. Well then, your rights to decide on potentially lifesaving abortion becomes a decision left over to politicians. Women’s right to abortion has long been a controversial issue in the United States. Despite the controversy, for a long period of time, there was never a federal ban on abortion in the United States. Several attempts were made to implement a ban on abortion, which fortunately failed. That is, until April 2007. That was the day when the U.S. Supreme Court upheld the first-ever federal law banning certain abortion procedures. This major decision gave politicians the green light to interfere in the private health care decisions of women and families and opened doors for further abortion access restrictions by states.
Reduced number of abortion centres
One of the many changes that have happened over time is the increasing number of abortion clinics being shut down. The total number of abortion clinics in America continue to decline. In 2015, 53 abortions clinics were shut down or halted all abortion services. This number does not take into account the clinics that reduced services in 2015.
18
When those numbers are included, we arrive at an alarming 81 abortion clinics closed or reduced services in 2015. One state taking the lead in restricting abortion access and rights is Texas. In 2013, due to crippling laws all clinics in Texas were shut down except for 22 clinics. Then came the second wave of restrictions which left just eight clinics open. Fortunately, in 2015 this number rose to ten. Ten clinics for a state with 5.4 million women of reproductive age! However, Texas isn’t the only state which has implemented such strict laws causing abortion clinics to close. Mississippi’s only abortion clinic would have closed had a federal court not stepped in. On January 2016, a federal district court judge continued to block a Louisiana law that would have closed four out of five centres leaving just one abortion provider in the state. What’s worrying is that five states have just one clinic for the entire state. So, what are the consequences of severely reduced abortion centres in individual states? Women would have to wait, sometimes as much as 20 days for an appointment. In several states women would have to travel for hours in order to access a clinic. In some situations, they would have to travel to another state because the facility in their state is too far away or too restrictive. Some are left with no practical option for terminating their pregnancies but to do so on their own. These measures especially impose an enormous burden on individuals at the lower end of socioeconomic status.
States have increased the barriers to abortion
Individual States have taken it upon themselves to increase the barriers to abortion by implementing cruel tactics. One of these unprecedented regulations
Abortion clinic attacks and murder
There has been a large history of extreme violence against abortion clinics, including; a gentleman who crashed his car into a clinic and intentionally started a fire (2006), a package left at a clinic containing an explosive device (2007), a bomb explosion at a Planned Parenthood (PP) clinic (2012), a PP centre was extremely vandalized, resulting in a complete functional loss of all equipment present (2015). This is a mere fraction of what they have faced in their everyday lives for the past four decades. Unfortunately, attacks of similar nature continue to occur to this very day.
Why, in a nation that was built on freedom, are women progressively being stripped of their freedom of choice?
requires women to get mandatory ultrasounds before an abortion. This burdensome regulation is sometimes imposed even on victims of rape and incest. Some policies require physicians to describe the image to the woman, force women to view the ultrasound, and deliver politically motivated statements to the woman, even if she declines to view or listen to them. These statements go from politically motivated statements to medically inaccurate statements, like stating that an abortion would result in an increased risk for breast cancer. While some regulations are focused on convincing patients not to have an abortion, others are concentrated towards the closure of as many abortion clinics as possible. Plenty of onerous and medically unnecessary regulations have been laid upon abortion providers — for example, requiring that hallways in a health centre measure a certain width. This is done with the goal of shutting down abortion providers when they are unable to comply.
Domestic terrorism
Abortion providers are not just under attack from anti-abortion state legislatures, they are also under attack from anti-abortion activists, who go to enormous lengths to push their agenda. As a result, abortion providers face life-threatening situations in their day to day functioning. The attacks against abortion providers range from bombings to arsons to attempted bombings or arsons to several bomb threats to incidents of vandalism. However, there is another form of extreme violence used: murder.
As if the violence mentioned above is not harsh enough, some are determined to commit extreme acts of violence in order to bring their convictions to life. Throughout the past four decades, there have been several such acts in the US, including the one on November 27, 2015: a gunman stormed into a PP abortion clinic and opened fire with a rifle in an attack that left three people dead and nine others injured. So, what would motivate people to commit murder? What would motivate people to go to extreme lengths to disrupt normal functioning of abortion clinics? What would motivate politicians to restrict women’s right to abortion? What would motivate States to shut down clinic after clinic? But most importantly, why, in a nation that was built on freedom, are women progressively being stripped of their freedom of choice?
The who and the why
The abortion debate in the USA is unnecessarily alive while the discussion is quite settled in most of the western world. At the centre of this debate are two socio-political movements: pro-life and pro-choice. The pro-life movement in the US opposes abortion and usually support its legal prohibition or restriction. The pro-choice movement supports the view that a woman should have the legal right to an abortion. The pro-life activists generally advocate that human life begins at conception and that the human foetus is a person and therefore has a right to life. And then there are other pro-life activists who believe they are standing in agreement with God and fighting the spiritual forces of darkness. Mostly, it is a combination of both, as many pro-life activists base their positions
Panessay • 2016:1 • 19
on abortion on a variety of biblical texts that, apparently, deal with the issue indirectly. All throughout history in the US, religion and the pro-life movement have gone hand in hand, which makes them highly effective at their pursuit as religion has an important place in the US.
“Politicians should not be involved in a woman’s personal medical decision” Given that a large portion of the US population is highly conservative and anti-abortion, they are able to influence the policies made. In order to win these groups over, politicians must adopt their stance because the alternative is not being elected. In some elections, it is about being the most pro-life of the lot. In addition to using their large numbers and religious beliefs to reach out to people, there are other methods the pro-life movement uses to spread its message, including deliberate misinformation and inflammatory rhetoric.
Deliberate misinformation
One of the more deceitful tricks executed to almost perfection are the deliberate lies spread by the pro-life. Medical lies, such as abortion causes breast cancer and infertility, and abortion is a dangerous procedure, are frequently mentioned to scare women who are considering an abortion. Furthermore, religious arguments and reasons are put forward to prevent women from going through with abortion. It does not stop there though: in their attempt to further emotionalize the debate they have gone as far as to twist medical information in order to support their narrative. One of the most inflammatory arguments against abortion
is rooted in the claim that the foetus can feel pain. Despite the lack of scientific evidence, this myth remains influential.
Inflammatory rhetoric
Words matter. How people in the media, politicians, activists talk about abortion matters. Unfortunately, when referring to abortion providers most of the pro-life base in the US use language that dehumanizes them by calling them demons, monsters or even murderers. This type of language makes it easier for others to hurt them. What endangers abortion providers even more is making wanted-style posters or something equally horrific, revealing doctor’s addresses. This is done with the sole intent to intimidate and harass. An anti-abortion group released a couple of videos this summer which claimed to show that PP employees were selling off foetal tissue for profit. The videos, which had been extensively and misleadingly edited, have been discredited and labelled as fraud. Even more worrying is when politicians pick up the false rhetoric of anti-abortion groups and give it centre stage on national television, like former republican presidential candidate Carly Fiorina. During the second republican presidential debate, she claimed that she had seen a video depicting abortion providers talk about harvesting the brains of a delivered foetus, although the footage wasn’t real. As a result of such misinformation and dangerous language, there has been a recent increase in violence against such facilities, like the attack on a clinic on November 27, 2015, mentioned earlier. It’s not just the violence that’s increased, the intensity and the volume of hate speech directed towards clinics is unprecedented. This is the expected outcome of a culture that demonizes abortion and allows politicians and activists to get away with misrepresenting the truth. At the end of the day, the difference between both sides is that the pro-choice view does not infringe upon the choices and rights of the general public, while the pro-life view does restrict the choices and rights of the general public. Abortion is a personal decision and nobody can know a woman’s specific situation. Politicians should not be involved in a woman’s personal medical decision: this is a conversation best left between the patient and the doctor.
Vistit www.panacea.nl/panessay to read more.
20
Culture shock
Shatha Almahwzi
From Saudi Arabia to NL Adventures of an Saudi Arabian in Groningen When I was in primary school, my biggest dream was to study abroad, and the country that was on my mind was definitely very different from Saudi Arabia. I imagined myself driving a car to university in a snowing weather, wearing my normal clothes and not Abaya (a traditional black Hijab in Saudi Arabia that women should wear outside their homes). In a country, where I would be free to live my life as I want. The most exciting part was to study in an university with both genders: males and females. When I first arrived in the Netherlands, I was completely over the moon with everything! It was my first time in Europe and for the first time I was going to live far away from home and from my family. I arrived in a country that looks so different from mine. People look different: very tall, with very white skin and blue eyes. Women in the airport and on the street are not covered and they speak a different language. I am a short person but I did not realize that I am really short until I came to Holland.
However, the feeling of excitement does not last forever. After about two months, things started to feel strange. Differences became more apparent and I started missing my friends and family. Frustrating thoughts increasingly dominated my mind: “Nobody really understands me; my English is not good enough; I wish people would just be able to speak Arabic for one day!” These thoughts are unhelpful but part of the “second culture shock phase”. Homesickness dominated my evenings. Of course, it was not always like that. Feelings of excitement would take turns with feelings of disorientation and frustration. After a couple of months, I developed my own little routine, learned to adapt to stress and made new friends. I had slowly and unknowingly entered the “adjustment phase”. I had learned what to expect in most situations, had adapted my own behavior and learned to appreciate new ways of thinking and new attitudes. My English improved drastically and I started to dissolve within the Dutch society. I’m now one of them, but a shorter version.
For me, culture shock has three phases. The first phase I experienced during the first three months: I was very happy and excited to be in a different culture and I was amazed by everything. Dutch food tasted so good at that time and the weather was the best, compared to fifty degrees in Saudi Arabia. Because I lived in a men’s dependent society, life as an independent women seemed so easy during the first few weeks in the Netherlands. However, on the first day of university, I felt uncomfortable to introduce myself to guys because schools and universities are for either males or females in Saudi Arabia. Moreover, I used to introduce myself by only saying my name and not by mentioning my hobbies. In Saudi Arabia people would laugh at you because it is none of people’s business to know what you like. In our schools, it is the less you talk the better student you are. While in the Netherlands it is the other way around.
Panessay • 2016:1 • 21
Reportage
Karlijn Saris
Magische Diëten III Fletcherizing en het Breatharianisme Al eeuwenlang gebruikt men allerhande diëten, in de hoop het levensgeluk te verruimen. Of het nu gaat om het verliezen van die paar overtollige kilo’s, het vinden van innerlijke balans of het overwinnen van een chronische ziekte, inmiddels is er voor ieder wat wils. Van glutenvrije vrouwen tot Detox-Day: ik neem u mee langs wetenschappelijk onderbouwde crashdiëten en lachwekkende lariekoek. Deze keer: de kracht van het kauwen en leven van lucht.
Fletcherizing
Horace Fletcher (1849-1919) was geen arts of diëtist, maar een kunsthandelaar uit de VS. Toen Fletcher uiteindelijk zo dik was dat zijn ziektekostenverzekering werd geweigerd, vond hij dat het roer maar eens om moest en bedacht een eigen dieet: fletcherizing.
De theorie: even slikken en weer doorgaan
Het geheim achter de kilo’s die Fletcher verloor? Kauw al het voedsel 32 keer, één keer voor iedere tand. Alles wat tegen die tijd vloeibaar is slik je door, door je hoofd achterover te gooien. Alles wat overblijft, is nutteloze rotzooi en wordt uitgespuugd. Zo zou je de meeste essentiële voedingsstoffen binnenkrijgen, maar de “troep” niet, wat helpt bij het afvallen. Ook vloeistoffen moeten gekauwd worden, om het goed te laten mengen met het speeksel. Vaak kauwen versterkt volgens Fletcher alle spieren in het lichaam en zou je gezonder, sneller en intelligenter maken. Wacht nog even met lachen, want deze idioot had geen ereplek in de PanEssay verdiend als hij niet verbazingwekkend veel aanhangers had. Men geloofde in die tijd blijkbaar écht alles. Fletcher was zelf ook heilig overtuigd van zijn concept en verkondigde zijn dogma met de onheilspellende woorden “nature will castigate those who don’t masticate”.
De praktijk: Fletcher, The Great Masticator
In de hoogtijdagen van zijn dieethype deed Fletcher een bijzondere reeks experimenten aan Yale University, waarin hij zijn kracht en uithoudingsvermogen vergeleek met jonge atleten. Hij was in die tijd een sterke, fitte man van in de zestig. Volgens de testresultaten versloeg Fletcher iedere atleet zonder moeite.
22
Zonder twijfel had de man zijn kracht geheel te danken aan de vele uren die hij besteed had aan herkauwen. Dit experiment, waar of niet waar, heeft in die tijd behoorlijk bijgedragen aan de populariteit van het Fletcherizen. The great masticator, zoals hij werd genoemd, werd uitgenodigd om te spreken aan grote instituten in zijn tijd, zoals Harvard en John Hopkins, en verdiende miljoenen. Overal in Noord-Amerika kwamen groepen mensen bijeen om te fletcherizen: om te kauwen, te kauwen en nog eens te kauwen, tot hun kaken pijn deden. Nog een leuk feitje: een vriend van Fletcher, Dr. John Harvey Kellogg, bedacht de naam Fletcherizing. Alhoewel trouw aanhanger van dit dieet, besloot hij toch af te zien van het “vezelvrij” eten. Hij wilde een vezelrijk ontbijt en is de uitvinder van de beroemde cornflakes.
Werkt het?
Het zou voor velen inderdaad goed zijn langzamer te eten en beter te kauwen. Zo ben je eerder verzadigd, wat je kan helpen bij het afvallen, en heb je wellicht minder last van buikpijn. Dit waren eigenlijk wel de enige mogelijke voordelen van deze verbijsterende larie. Op naar de kritische noot. Allereerst is extreem herkauwen nergens voor nodig. Het lichaam is prima in staat voedsel af te breken, ongeacht hoe vaak het gekauwd wordt. Bovendien hoef je niet de hersencapaciteit van een gemiddeld PanEssay-lid te hebben om je te realiseren dat je eten nodig hebt om te overleven en dat je alles dat je weer uitspuugt niet binnenkrijgt. Ook zijn er voedingsstoffen waarop je kunt kauwen tot je een ons weegt, maar die nooit vloeibaar zullen worden, zoals vezels. Dan nog het mirakel van het krachthonk. Óf onze kunsthandelaar was de hedendaagse fysiologische kennis ver voorbij, óf het is complete nonsens dat door extra vaak te kauwen de spierkracht in je armen of benen toeneemt. Alvast excuses voor de valse hoop, fanatieke sportschoolbezoekers, want voor dit fenomeen is vandaag de dag geen zinnig argument te geven. Anno 2016 is er, behalve een groepje gefrustreerde celebrities, niemand die dit concept nog serieus neemt. Toch vind ik dat deze man een vereeuwiging in het mooiste tijdschrift van Nederland verdient, al is het om de creativiteit en het hoge gniffel-gehalte. En zeg nu zelf, hoeveel kunsthandelaren gaan met zo veel onzin de geschiedenisboeken in als The Great Masticator? Respect!
Het breatharianisme
Allemaal leuk en aardig die diëten, maar zo ingewikkeld! Lukt het maar niet om koolhydraat-arm, rauw of laag-calorisch te eten? Dit dieet is veel simpeler van aard, namelijk: eet gewoon niets! Het breatharianisme dieet is een eeuwenoud, mystiek dieet, ontstaan vanuit een principe genaamd “Inedia”, het zogenaamde menselijke vermogen om zonder voedsel te overleven. Het breatharisme is oorspronkelijk een spirituele beweging en aanhangers claimen dat het mogelijk is, mits met enorme spirituele toewijding, slechts te leven van zonlicht, water en “prana” (de levenskracht uit het Hindoeïsme).
De theorie: breathe, don’t eat, sleep, repeat
Je eet simpelweg niets. Wanneer je genoeg zonlicht ziet, water en kruidenthee drinkt en mediteert, zou je moeten kunnen blijven leven. Sterf je toch? Dan heb je volgens de aanhangers ergens in het proces iets fout gedaan.
De praktijk: breathe it or cheat it
Dat een mens voedsel nodig heeft om te kunnen overleven, daar wordt (zelfs zonder keihard wetenschappelijk bewijs) door de meeste mensen al eeuwenlang niet meer aan getwijfeld. Maar geloof het of niet, in de jaren ‘90 van de vorige eeuw beleefde dit dieet zijn wedergeboorte. De oprichter van de beweging, Wiley Brooks, en een beste dame genaamd Jasmuheen (geboren als Ellen Greve) zetten het dieet opnieuw in het zonnetje met hun claim zonder voedsel te kunnen overleven. (Inmiddels weten we hoe zij het presteerden oud te worden zonder ooit een hap te nuttigen. Benieuwd hoe en welke addertjes er onder het gras zaten? Lees dan het uitgebreide artikel op de site, www.panacea. nl/panessay).
Toch blijven de breatharianen volhardend beweren dat ook wij, als een soort plantensims, echt in staat zijn alle benodigde energie te halen uit zonlicht, frisse lucht, water en prana. Verder zouden periodes van vasten wellicht bevorderend werken voor de gezondheid,maar helemaal stoppen met eten heeft in ieder geval één onvermijdelijke, relatief ernstige bijwerking: de dood.
“Dit dieet is veel simpeler van aard, namelijk: eet gewoon niets!” Door gebrek aan medewerking is er nooit echt gefundeerd onderzoek gedaan naar de waarde/schade van dit dieet (“Is dat überhaupt nodig?” vraag je je wellicht af), maar de Amerikaanse James Randi, overtuigd bestrijder van pseudo-wetenschappelijke theorieën, zei over het breatharianisme: “Er zijn beweringen die veel te onaannemelijk zijn om serieus te worden onderzocht, zoals de breathariaanse beweringen waarbij de kandidaat stelt dat hij zonder voedsel en water kan leven. Ik acht mij niet geroepen kandidaten aan zulke waanideeën bloot te stellen.” Kortom: breatharianisme als wanhopige, tergend trage zelfmoordpoging? Ja, mogelijk. Als levensverrijkend dieet? Als je dat antwoord nu nóg niet kunt bedenken, dan is de PanEssay hier waarschijnlijk verkeerd bezorgd.
De populariteit kelderde echter behoorlijk nadat drie trouwe volgelingen van Jasmuheen overleden, niet lang nadat ze aan het dieet begonnen. Hierop had de beste vrouw maar één ding te zeggen: “zij beschikten blijkbaar niet over de juiste motivatie en leefden niet op basis van integriteit”. Van het handjevol breatharianen dat beweert al hun hele leven niets meer te eten, hebben slechts een paar toestemming gegeven zich te laten onderzoeken door een arts. De ene helft werd extreem ondervoed aangetroffen. De andere helft kerngezond en springlevend, maar overduidelijk betrapt op “valsspelen”.
Werkt het?
Al vanaf de Renaissance wordt onderzoek gedaan naar het begrijpen van het fotosynthese-proces en vooral naar hoe wij als mensen daar NIET aan meedoen.
Panessay • 2016:1 • 23
Medisch
Svenja Henning
Dengue fever Dengue fever is a flu-like illness that is transmitted by certain types of mosquitos and can be deadly. Every year, 390 million people are infected with the virus and of those 2.5% will eventually die of the disease. Currently, 40% of the world’s population is at risk of being infected. Due to climate and people’s lifestyle changes, the mosquito is expanding to new areas even to industrial countries (e.g. the US). The virus that causes the disease is a single stranded encapsulated RNA virus. There are four different serotypes of the virus that highly resemble each other but are characterized by distinctive antigens. More than one virus can infect a person at the same time and infections with different dengue viruses consecutively may cause very severe symptoms. Unlike the Malaria mosquitos or the majority of mosquitoes that live in Europe, the dengue mosquitos are active during daytime. They reproduce by first laying eggs in clean water. With increasing urbanization, more and more people live in areas with no real infrastructure or water supply. Water is therefore stored in water jerry cans – the perfect place for the mosquito to reproduce. Although dengue is a disease, we do not associate with Europe, the Aedes albopictus mosquito that can transmit dengue has been observed in Europe as well.
24
At one glance World-wide, 50 million people are infected with the dengue virus annually. The single stranded encapsulated RNA virus is mainly transmitted by two mosquitos: Aedes aegypti and Aedes albopictus. Dengue is considered an increasing danger due to the ameliorating environmental conditions for the mosquitos due to climate change, population growth, increasing urbanization and water storage in water jerry cans.
Common symptoms of the disease are fever, headache, nausea and vomiting, rash, muscle and joint pain and retro-orbital pain. However, the clinical presentation of the disease varies significantly, which makes an accurate diagnosis very challenging. Common treatment consists of the administration of fluids and paracetamol. Trials to develop an effective vaccine have not been successful until now. The biggest problem in finding a vaccine is the fact that people, who were once infected with the serotype of one virus, will develop lifelong immunity. If those people afterwards are infected by another type of the virus, the risk of responding with severe, life threatening symptoms is greatly increased. Dr. Adriana Tami follows another way to help fighting dengue. She is currently working on an algorithm that is anticipated to help in clinics to distinguish dengue fever from other diseases that show comparable symptoms. ”The early diagnosis of the disease is very important and can save lives”, says the researcher.
Column
A. Ouweteur Svenja Henning
Meet the Scientist: Adriana Tami Tropical doctor and researcher Dr. Adriana Tami, researcher at the department of Medical Microbiology of the UMCG, focuses on the global burden of dengue fever and concentrates her work on the development of algorithms that are intended to help in a tropical setting with the diagnosis of dengue. Dr. Tami was born in Caracas, Venezuela as the child of Italian parents. She studied medicine in Venezuela at the Universidad de Carabobo, Valencia, and spent 1.5 years after her training as a tropical doctor in the Venezuelan Amazon - an experience that she considers being one of the best of her life. Afterwards, she received two grants enabling her to go to London to pursue a Master and PhD at the London School of Hygiene & Tropical Medicine. From 2001 to 2003, she worked as a medical researcher in Tanzania, Africa. In 2004, she moved to the Netherlands, to the KIT (Royal Tropical Institute) in Amsterdam where she worked for 3 years. Since 2009, she works in Groningen at the UMCG but regularly returns to Venezuela for field studies related to her current research topic.
Why did you decide to study Medicine?
“I was always interested in Biology and Medicine. That is why I started to study both Biology and Medicine in my first year of University. Then I decided to proceed with Medicine because I thought biology was always incorporated in it.”
What was the motivation for you to go to the Amazon and work as a tropical doctor?
“In our curriculum, we could decide to work one year in a rural area or for two years in a hospital in the city. –To work with indigenous people and in the jungle fascinated me, I then decided to embark in this adventure and work in this enthralling environment as a tropical doctor.”
In what way did the experience of working as a tropical doctor influence yourself and your work?
“I worked within a small health center in the middle of the jungle. We did not have any access to infrastructure and were dependent on groceries and medicine which were to be brought to us by helicopters or by boat. Our patients were mainly people from
the indigenous groups Yanomami and Yekwana. In the mornings, we treated the patients that came to see us in our health centre and in the evening, we went with a boat to house visits. The patients there mainly suffered from parasitic and vector-borne diseases, primarily malaria and river blindness (onchocerciasis). Those experiences arose my interest in doing research on malaria and tropical diseases.”
Did you have to face any cultural difficulties?
“We had a small language training before our work started and we learned the most useful expressions and words in Yanomami to run a consultation. We had our Yanomami primary health workers to help us communicate properly with everyone. Besides us in the Amazon, Yanomami shamans treat and care for patients in a traditional manner. They believe that bad spirits are responsible for diseases and try to get rid of those by inhaling certain hallucinogens. Another commonly used remedy was the bark of the cinchona tree which extract is Quinine (substance proven effective against malaria). As the Shamans are important among the population, we worked closely together and thereby were accepted by the patients. However, that meant that we had to accept their methods as well and if a patient was very ill, we were not allowed to touch the patient anymore. Even though we might have cured them.”
What research project are you currently working on?
“At the moment, my Venezuelan research team and I work in collaboration with other research centers in Latin America, Asia and the European Union to develop a clinical algorithm that can help in the prompt diagnosis of dengue at health center level. We are still collecting a lot of data to predict what symptoms are most likely connected with dengue and not with other febrile diseases. The end product is supposed to be a flow chart that supports the medical workers with identifying dengue patients. Due to my experiences as a tropical doctor, it is important for me to do research that is closely related to patients and that can help in a practical way – like the algorithm we are currently developing.”
Based on your own experiences, what advice can you give medical students on their way?
“Follow your heart and love and enjoy what you do.”
More information: www.panacea.nl/panessay
Panessay • 2016:1 • 25
Puzzel
Marko Pol
Puzzelplezier Fameuze vakbroeders (en -zusters) U reageerde massaal op de puzzel in de vorige editie, met de oplossing danwel de constatering dat de stapes kleiner is dan de incus. Mea culpa. Deze editie wordt u intellectueel uitgedaagd met een quizwoordzoeker, gevuld met de namen van bekende artsen. Wanneer u alle collegae gevonden heeft treft u in de overgebleven letters een bekende landgenoot aan, die op de kleintjes lette.
26
Uitvinder van het pokkenvaccin (6)
Amerikaanse neurochirurg, was kandidaat in de Republikeinse voorverkiezingen (6)
Amerikaanse artsenfamilie die een beroemde kliniek stichtte (4)
Anesthesiologe die neonaten scoorde met haar eigen naam als ezelsbruggetje (5)
Laatste minister van Volksgezondheid die zelf arts was (3, 5)
Nederlandse arts, bekend als schrijver van kinderverhalen over dieren (4,8)
Syrisch oogarts en dictator (5)
De ontwikkelaar van de X-foto (7)
Cubaanse arts en rebellenleider (3,7)
Eerste vrouwelijke arts in Nederland (6,6)
Hongaarse arts die de voordelen van handen wassen ontdekte (10)
Nederlandse arts, ontwikkelde de eerste kunstnier (5)
Nederlandse scheepsarts, bekend als dichter en schrijver (1,1,10)
Nederlandse arts en neurobioloog, schreef ‘Wij zijn ons brein’ (5)
Franse neuroloog die we vooral kennen van de voetzoolreflex (8)
Huisarts en oudburgemeester van Amsterdam (7)
Britse arts, beschreef als eerste de bloedsomloop (6)
Nederlandse psychiater die veelvuldig op de beeldbuis is (4,6)
Nederlandse arts uit de 17e eeuw, een Leids museum draagt zijn naam (9)
Nederlandse arts en Nobelprijswinnaar, uitvinder van het ECG (9)
Ontving een Nobelprijs voor de ontwikkeling van penicilline (7)
Nederlandse arts, was onder andere president-directeur van Schiphol (11)
Schrijflustig Amerikaans neuroloog, vorig jaar overleden (6,5)
Amerikaans thoraxchirurg met zijn eigen talkshow over gezondheid (2,2)
Duitse arts en zendeling, ontving een Nobelprijs voor de Vrede (6,10)
Delftse anatoom uit de 17e eeuw, naamgever oudste ziekenhuis van Nederland (2,5)
Voorziter KNAW van 2012 tot 2015, zat veelvuldig bij De Wereld Draait Door (4,7)
Weense neuroloog, met name bekend door zijn psychoanalyse (5)
Amerikaanse arts, schuldig bevonden aan de dood van Michael Jackson (6,6)
Amerikaanse kinderarts, schreef een bestseller vol adviezen voor ouders (5)
D
R
O
Z
C
C
O
N
R
A
D
M
U
R
R
A
Y
T
B
S
K
C
A
S
R
E
V
I
L
O
O
A
C
C
O
R
A
N
K
S
R
E
V
E
L
C
S
N
A
H
E
O
A
L
B
E
R
T
S
C
H
W
E
I
T
Z
E
R
N
M
E
A
I
T
E
O
O
N
I
I
E
G
D
G
F
T
B
T
A
V
N
R
K
A
N
M
N
W
E
E
U
O
E
A
T
W
A
S
S
A
D
N
A
T
L
N
G
E
N
L
K
A
S
L
E
E
K
G
U
Y
H
E
S
R
V
T
L
K
J
E
N
N
E
R
I
P
O
O
M
P
A
A
A
E
E
A
F
L
E
M
I
N
G
A
V
M
O
A
R
I
G
R
C
U
T
S
R
O
B
S
L
E
E
C
F
A
N
E
B
O
E
R
H
A
A
V
E
W
N
S
K
E
N
E
N
E
B
H
A
R
V
E
Y
O
E
F
F
L
O
K
K
J
J
S
L
A
U
E
R
H
O
F
F
D
U
E
R
F
Winnen is belangrijker dan meedoen!
Laat u niets wijsmaken, er telt maar een ding in het leven. Ook komend jaar regent het weer prijzen in deze rubriek. Weet u het antwoord op de puzzel? Stuur ons de oplossing in een privébericht via www.facebook.nl/panessay. Zorg dat u onze facebookpagina liket en maak kans op werkelijk fantastische prijzen. Wij mogen drie lezers verblijden met een zusterhorloge in een kleur naar keuze. Ook maakt u twee keer kans op het boek “Het is wit en staat in de weg” van Anna Verhulst. Stuur de oplossing in voor 1 juni 2016 en geef aan op welke prijs u kans wilt maken.
Panessay • 2016:1 • 27
Column
TomA.van Ouweteur Putten
Co-column Het treurige maal van de coassistent Coschappen in M2 zijn leuk, maar druk. Doordat er geen KTC (lees: vakantie) meer is om op adem te komen van je laatste coschap moet je nu constant door. En dat merk je op meerdere fronten. Je kan wat minder vaak sporten dan je zou willen, het doordeweeks uitgaan zit er niet meer in en je eet niet meer zo goed en vaak als je tijdens je bachelor en M1 deed. En dat laatste zal niet beter worden als je straks arts bent. Let maar eens op tijdens je coschappen, veel artsen eten slecht: ze eten ongezond voedsel en er wordt steevast te weinig (of soms helemaal niet) gegeten. Als coassistent is het niet veel beter. Je komt zondagavond laat terug uit Groningen en natuurlijk is er geen supermarkt meer geopend. Geen ontbijt op maandag dus. Heerlijk. Heb je wel ontbijt, dan hak je dat ‘s ochtends snel naar binnen, want elke minuut die je langer in je bed kunt doorbrengen is er één. Verder laat de kwaliteit van het eten vaak te wensen over. Waar de artsen in Frankrijk twee uur de tijd nemen om te lunchen (en daar vrolijk een flesje wijn bij opentrekken op kosten van het ziekenhuis) doen wij Nederlanders het nog steeds met die treurige bammetjescultuur. Want makkelijk. Zo ook de coassistent.
28
Althans, veel van de coassistenten. Een snelle blik in de co-kamer toont tal van mogelijkheden: de een haalt wat uit het ziekenhuisrestaurant, hier en daar pakt iemand uit met een gezonde salade en dan zijn er nog de praktische types die de matige maaltijd van gisteravond meebrengen om de studieschuld zo laag mogelijk te houden. Maar het overgrote deel gaat nog altijd voor de klassieke bruine boterham met kaas. Gelukkig is er een manier om dit lijden te verlichten: het tosti-ijzer, de grootste uitvinding van de Westerse samenleving sinds de stoomlocomotief. Deze beruchte veroorzaker van kinderbrandwonden maakt een verschil van dag en nacht voor de coassistent in het ziekenhuis. Het transformeert die meelijwekkende bruine boterham met fabriekskaas in een monsterlijke traktatie, uiteraard voorzien van een knapperig carcinogeen laagje wat het van een heerlijke krokante ‘bite’ voorziet. Mits goed verwarmd, krijgen deze paar plakken kaas een perfecte spinnbarkeit. De echte fijnproever kan natuurlijk ook nog kiezen voor een plak ham waarin het dierenleed nog te proeven is of - wanneer men maximaal bijleent - een goede plak biologisch-dynamische scharrelham. Doe daar een snufje hypertensie bij en een saus naar keuze (ketchup, curry of een klodder acute hypercholesterolemie) en je hebt een geweldige lunch die jou de energie geeft om je patiënten te vertellen dat ze hoognodig gezonder moeten gaan eten…
Activiteitenkalender
April 02-04 06-04 5/7-04 08-04 09-04 15-04 12/13/14/21-04 22/24-04 29/04
Alumni Buitendag YR2 Onderwijsactiviteit CCC dagen MEGala Open dag RUG CSO M3-feest UrgenCie Workshop bevalling Batavierenrace Start UrgenCie EHBO cursus woensdag
Mei 09-05 12-05 17-05 18-05 19-05 21-05 21/22-05 25-05 23/27-05 26-05 26-05
Deadline opgeven mentoren sollicitaties YR1 activiteit JV3: Into De Coschappen-avond Gangfeest ACC Battle Rosalind Franklin Contest Actieve Leden Weekend Docent van het jaar-verkiezing PanIC mentor sollicitaties Bestuursinformatie-uurtje IBR3 Bachelor Diner
DIES Week 28-04 eindejaars-BBQ 29-04 CuCo activiteit + Gala 02-05 Voetballen + Onderwijsactiviteit 03-05 Dies receptie
Vrienden van Panacea Binnenkort geen lid meer, maar is de PanEssay het enige lichtpuntje in uw leven? Word dan Vriend van Panacea en steun de vereniging voor ten minste 15 euro. Dan ontvangt u vier keer de PanEssay en de jaarlijkse almanak. Voor meer informatie, mail bestuur@panacea.nl