Skip to main content

PanEssay December 2012

Page 1

PANESSAY

jaargang 26 // nummer 5 // december 2012

Faculteitsblad der M.F.V. Panacea


INHOUD een zoet afscheidswoordje van het bestuur, dat Panacea het afgelopen jaar door de Uit ‘t bestuurshok crisis heeft gesleept. We zullen ze nooit vergeten!

119

Commissies & onderwijs JV2, COP en BRC. Ze pronken met hun kwaliteiten. De com-

120

Dames en Heren, het f.t. besssstuur! met trots presenteren ze zichzelf en proberen

122

Congres IFMSA een verslag van een interessant congres over de cultuurverschillen in de kliniek

124

Onderwijscolumn prof. dr. Henning oreert over hoe wij als toekomstig arts kennis horen te

125

Wil je even een orgaan voor me printen?

126

Doodslag

128

missiefoto’s zijn ook weer erg creatief

te bewijzen dat komend jaar een succes gaat worden. Marko, we gaan je missen

nemen van het begrip ‘academische vorming’. Hij sluit af met een pakkend gedicht

het debuutstuk van ons foetje Tessa: een interessant stuk over een moderne manier van printen ook foetje Tom maakt zijn entree met een bloedstollend verhaal. En dit is pas één deel van een hopelijk lange reeks verhalen waarvan je gaat nagelbijten

Fotopagina een diverse compilatie van de afgelopen Panacea-acitiviteiten. Ook foto’s van ons ge-

130

Leverpastei dit keer geen dictatorstuk van onze dictator, maar een daadwerkelijk verslag van een medische

132

Bedankt.

135

weldige commissieweekend naar Ameland mogen uiteraard niet ontbreken. Enjoy!

gebeurtenis. Zal het dan toch ooit goedkomen met onze Christiaan?

Hidde is gefrustreerd door de besluiten van het kabinet en dat is allemaal jullie schuld

Op avontuur naar Zuid-Afrika ons Boukje heeft weer drie pagina’s weten te claimen om haar

136

Neologismen Placebo heeft het weer geflikt: een (mooie) lijst met neologismen waar je U tegen zegt. Nie-

139

Psychiatrie en het immuunsysteem weer een foetenverhaal, ze nemen bijna alles over.

140

avontuur in Zuid-Afrika met jullie te delen. Succes met lezen

mand wordt gespaard

Hier een stuk van onze Annerieke over de pathologie achter psychiatrische aandoeningen

Curaçaocolumn een verhaal van het verre eiland Curaçao waar het nog wél lekker weer is. Ivo laat ons ken- 143 nismaken met het dramatische afscheid van dit prachtige stukje koninkrijk

COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vijf keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3200 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres A. Deusinglaan 1 t.a.v. PanEssay 9713 AV Groningen // telefoon 06 24952499 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Marko Pol // hoofdredactrice Boukje van der Slik// redactie Annerieke Doff, Tessa Elling, Hidde Kleijer, Marko Pol, Tom van Putten, Sandor Schokker, Christiaan Serbanescu-Kele, Boukje van der Slik, Davith de Vries// lay-out Tessa Elling, Joël Mellema, Marko Pol, Tom van Putten, Boukje van der Slik, Davith de Vries, José van der Waa // omslagfoto Boukje van der Slik // Sluitingsdatum volgende editie: vrijdag 1 februari 2013


118


Panacea

Uit het bestuurshok Lieve leden, Ons jaar zit er alweer bijna op. Het f.t. bestuur gaat in januari het stokje van ons overnemen en op onze allerlaatste Algemene Ledenvergadering na zijn we klaar. Wat hebben wij een fantastisch jaar achter de rug: van het lustrum aan het begin van jaar tot aan de sinterklaasactie in het UMCG. We hebben gedanst op het Orgie, films gekeken met de COP, geïmproviseerd met de CuCo, een pubquiz gespeeld met de Masterraad en gefeest op onze laatste Panaceaborrel. Op de Medische Carrière Dag hebben we onze carrière kunnen uitstippelen samen met maar liefst 300 andere studenten. Deze geweldige opkomst laat zien dat iedereen hard aan de weg timmert op weg naar een gouden toekomst. Zelfs door alle kabinetsplannen laten jullie je niet uit het veld slaan en blijven we hard ons best doen om te zorgen dat we die witte jas met recht kunnen dragen.

Inmiddels zijn jullie in het bezit van de nieuwe almanak. Hij ziet er fantastisch uit en dit gaan we vieren op het AkCie Almanakfeest. Ten tijde van schrijven kijken we nog vol verwachting uit naar dit feest en we hopen dat het zeer geslaagd zal zijn. We zullen ook de rest van de jaren de extreem geslaagde almanak nog geregeld openslaan. Indien je jouw exemplaar nog niet hebt, kom hem dan ophalen op het hok. Wij zijn druk bezig met het afronden van onze laatste bestuurstaken en stomen het nieuwe bestuur klaar voor een jaar vol avonturen. In januari is het weer mogelijk om actief te worden in een van onze vele commissies. Houd onze zeven kersverse bestuursleden in de gaten, want ook volgend jaar staan zij weer voor je klaar. De sinterklaascadeautjes zijn al goed gebruikt en Kerst staat voor de deur. Daarom rest mij niets anders dan het f.t. bestuur een fantastisch jaar te wensen en we hopen jullie te zien op een van de vele activiteiten die onze vereniging jullie biedt! Hele fijne feestdagen en het beste voor 2013. Liefs, Het bestuur der M.F.V. Panacea

Panessay • 2012:5 • 119


JV2 JV2

Commissies & onderwijs

JV2 is net een lantaarnpaal. Je kunt er naar hartenlust tegenaan pissen, zonder dat zij protesteert. Wanneer de massa zich tegen haar keert, knakt ze als een verkeersbord in Haren tijdens een willekeurig Facebookfeestje. En toch, op de momenten dat het ertoe doet, verlicht ze je pad. De Blokcie is de paal, waar het allemaal op steunt. De Tencie is de bocht, die een 5,4 ternauwernood weet om te buigen naar een 5,6. De PRcie is het licht, de kern van het bestaan. JV2: uw hoop in donkere dagen.

De MCD was dit jaar weer een groot succes!

120

COP COP

Het nieuwe collegejaar is alweer een tijdje onderweg, maar we zijn vorig jaar nog niet vergeten. Met trots kunnen we bekend maken dat er een recordbedrag is opgehaald voor Stichting Kondanani: 4093,94 euro! Hiermee dragen we bij aan de bouw van een revalidatiecentrum in het kinderdorp in Malawi. We willen jullie allemaal bedanken voor jullie bijdrage! Dit jaar wordt onze commissie aangevuld met nieuwe enthousiaste leden: Kristien, Imeen, Kim en Ilse. Wij zijn heel blij met deze aanvulling en zullen ons komend jaar weer inzetten om met onze activiteiten een nieuw recordbedrag op te halen voor een goed doel! We hopen dat we ook dit jaar weer op jullie steun kunnen rekenen.


BRC BRC

Het lijkt nog ver weg, maar voor je het weet is het weer tijd voor de Buitenlandse Reis! De BRC organiseert voor jullie jaarlijks deze verbluffende reis. Wij zijn dit jaar alweer van start te gaan met een nieuwe, frisse commissie en we hebben er erg veel zin in! Vorig jaar zijn we met de bus naar Berlijn en Boedapest geweest. Deze reis was zeer geslaagd. Wat zal dit jaar de bestemming zijn? Eén ding is zeker: in deze stad zal je met 50 andere geneeskunde studenten de leukste week van het jaar beleven! De week zal in het teken staan van culturele activiteiten, een bruisend nachtleven en een kort medisch programma. Wil je mee? Houd dan 17 t/m 22 mei vrij in je agenda en ga met ons veels te furr!

PanEssay • 2012:5 • 121


Welkomstwoord

f.t. bestuur

Dames en heren, het f.t. besssstuu De oude Chinezen wisten al dat 2013 een fantastisch Panaceajaar zal worden. Zij besloten 2013 het jaar van de slang te noemen. De slang, het symbool voor de geneeskunst en het eeuwige leven, vinden we natuurlijk terug in ons logo en is het huisdier van Vrouwe Panacea. Als dat geen toeval is. Aan zeven nieuwe bestuursleden de taak om de voorspelling van deze bejaarde rijstkauwers uit te doen laten komen. Deze slangenmensen zullen hun uiterste best moeten doen de vereniging te leiden langs alle slangenkuilen die op haar pad komen. Het was een warme zomeravond toen er boven het huis van de Gelpkes een lichtende ster verscheen. Een nieuwe voorzitter was geboren: zij noemden hem Koen Gelpke. Na indruk gemaakt te hebben in de PanIC, de MCD en op teletekst zal hij zich maximaal inspannen de vereniging tot grote hoogten te leiden. Als een ware fakir zal hij de zes andere bestuursleden laten dansen op de zachtjes wiegende bewegingen van zijn fluit. Wie niet gehoorzaamt kan een gebraden kip in zijn nek verwachten.

122

‘Wouter de Weger.’ ‘Is dat niet die van...?’ ‘Jep.’ ‘Maar dan is hij...’ ‘Juist.’ ‘Dus hij kent die van...’ ‘Inderdaad.’ ‘Fantastisch!’ ‘Lijkt ons een understatement.’ De JV1 voorzitten, JV2 rocken, secretarisje spelen bij ProMed, LMSO’tje organiseren: Wouter draait er zijn hand niet voor om. Koelbloedig zal hij de vergaderingen en ALV’s verslaan, waardoor onze documentatie altijd op orde is. Met zo’n prachtig allitererende naam als Wouter de Weger kan dit niet anders dan goed gaan. Marko Pol. Lastig verhaal. Schreef af en toe wat in de PanEssay, lag verder vooral op bed te herstellen van alweer een nederlaag met zijn voetbalteam. Stijf onderaan in de zesde klasse, dan kun je wat. Waarom wordt zo een jongen dan penningmeester? Simpel. Marko werkte ooit in een pizzeria. Daar maken ze pizza’s. Pizza’s zijn rond. Euro’s ook. Ergo, perfecte penningmeester. Tegen zijn verbale gif is nog altijd geen antidotum gevonden. Maak hem dus niet boos, lever al uw bonnetjes op tijd in. We like Like Schepel.* Ze is een charmante jeugdige versie van Vrouwe Panacea. In de fabriek waar ze in elkaar werd gesleuteld kreeg ze dan ook de codenaam VP2.0.13. Van een paar kalende mannen in witte jassen kregen we bericht dat ze na een jaar GalaCie en Gangfeestcommissie klaargestoomd was voor het echte werk. Als ze eenmaal uit het bubbeltjesplastic is gerold en de batterijtjes erin zitten zal ze met haar gladde praatjes vele sponsors binnenhengelen.


ur! Tromgeroffel. Trompetgeschal. Stroboscopisch dansend licht. Overal confetti, behalve in de champagnefontein. Het is feest, want we hebben een primeur. Het bestuur wordt verrijkt met een IBMG’er. ‘Gaat dat wel goedkomen?’ horen wij u denken. Een sluier van verontwaardiging trekt over ons gezicht. Tuurlijk gaat dat goedkomen, we hebben het hier wel over Sebastiaan Hoogeveen! Babbelen met onderwijsbobo’s, vergaderen met JV’s, een tafeltje schuren, de flexibele Sebastiaan kan het allemaal. En naar het schijnt zelfs tegelijk! Ligt het aan ons of wordt Susanne Soethoudt ieder jaar jonger? Het lijkt wel of ze telkens haar oude huid afwerpt wanneer ze ons weer met een stralende glimlach tegemoet treedt. Als een ware moederkloek zal Suus komend jaar al haar commissies onder haar vleug’len hoeden. Dankzij haar commissiewerk in de PanIC en de CCC kent ze iedereen bij Panacea, op het veld van The Knickerbockers en in het beestachtig bruisende Borne. Maar ja, in Borne, daar kent iedereen elkaar.

Margot Vlot is de vogelverschrikker waar iedere agrariër van droomt. Met haar tomeloze energie kan ze blijven dansen tot de laatste kraai van uw boerenkoolveldje is verdwenen. Margot danst zoals u dénkt te dansen wanneer u met een krat pils in uw mik in de Blauwe Engel staat. De MusicalCie en de MCD weten hoe ze zich kan vastbijten in haar taken. Van choreografieën bedenken tot aan de mooiste promotieposters photoshoppen, Margot zorgt ervoor dat het perfect wordt. Komend jaar wordt een feestje, daar zullen wij voor zorgen. Nu zitten we nog in de woest woelende draaikolk van de overdracht, maar vanaf januari zijn jullie iedere dag van harte welkom op ons bestuurshok. Wie weet staat er dan wel een terrarium in plaats van een aquarium op jullie te wachten! * voor deze opmerking accepteert de auteur van dit artikel alvast zijn eerste strafadt.

Panessay • 2012:5 • 123


Verslag

IFMSA

Congres IFMSA Cultuurverschillen in de kliniek Na een jaar voorbereiding vond op zaterdag 13 oktober het congres ‘Cultuurverschillen in de kliniek’ van IFMSA-Groningen plaats in het UMCG. Het centrale onderwerp van het congres was de invloed van cultuur en cultuurverschillen op de gezondheidszorg. De bedoeling van deze dag was om studenten handvatten te bieden voor de omgang met patiënten die een andere culturele achtergrond hebben. Cultuurverschillen kunnen namelijk zorgen voor knelpunten in de gezondheidszorg. Hierbij kan het gaan om taalbarrières, om verschillen in risicofactoren voor bepaalde ziektes of om verschil in overtuigingen en waarden. Een goede arts moet hier begrip voor hebben en ermee kunnen omgaan. Omdat er in het curriculum van Geneeskunde in Groningen geen ruimte is voor dit onderwerp, ontstond het idee om hierover een congres te organiseren. Het organiserend comité heeft zich een jaar lang ingezet voor de organisatie van het congres. En wat was het een succes! Met een gevarieerd en afwisselend programma met plenaire sessies en workshops, enthousiaste sprekers en deelnemers, een smakelijke lunch en een erg gezellige borrel met live muziek als afsluiting mocht het congres zeker geslaagd genoemd worden. Voor de ruim 80 deelnemers startte de dag met een korte introductie over cultuurverschillen door de dagvoorzitter prof. Kuks. Vervolgens sprak cultureel antropoloog Simon Groen over het verband tussen cultuur en gezondheid. Hierbij werd duidelijk dat men bij het bepalen van de invloed van cultuur bij patiënten rekening moet houden met drie aspecten: de cultuur van het land van herkomst, de cultuur van de ethnische afkomst

124

en het individuele levensverhaal van de patiënt. Aan de hand van veel voorbeelden werd het belang van deze drie aspecten verduidelijkt. De tweede plenaire sessie had verhalen uit de kliniek als onderwerp en werd verzorgd door Marian Kievitsbosch, psychologe in opleiding. Zij vertelde aan de hand van persoonlijke ervaringen met cliënten bij de vrouwenopvang hoe belangrijk de invloed van cultuur is bij het stellen van een diagnose en het bepalen van een behandelplan. Zo vertelde zij dat patiënten van bijvoorbeeld Afrikaanse afkomst niets voelen voor het praten over psychische problemen en dat psychische problematiek zich bij vrouwen van Arabische afkomst vaak uit als lichamelijke klachten. In de derde plenaire sessie werden de onderwerpen en het geleerde van de dag samen gebracht in een discussie over verschillende casussen. Deze sessie werd geleid door Esther Scheers, gynaecologe in het Wilhemina ziekenhuis te Assen. Tijdens deze discussies werd duidelijk hoe opvattingen over cultuur en het begrip voor andere culturen kunnen verschillen. De conclusie van deze plenaire discussie was dat het niet dwingend nodig is om zelf veel kennis te hebben over andere culturen, zolang je nieuwsgierig bent naar de cultuur en opvattingen van je patiënt. Door tijdens een consult duidelijk te benoemen dat je niet veel weet over de cultuur van je patiënt en deze te vragen om hier wat meer over te vertellen kun je misverstanden voorkomen. Daarbij speelt respect voor de cultuur en opvattingen van je patiënt natuurlijk ook een belangrijke rol. Tussen de verschillende plenaire sessies door werden twee workshoprondes gehouden. Hierbij werden in kleine groepen verschillende onderwerpen besproken. Deelnemers konden hierbij onder andere kennis maken met de organisatie van zorg voor illegalen op de Kruispost in Amsterdam, leren over hun eigen roots en over de moeilijkheden van de Nederlandse taal voor anderstaligen, maar ook over ethische kwesties in de interculturele praktijk en interculturele communicatie en hoe hierbij cultuurverschillen opgemerkt kunnen worden. De belangrijkste leerpunten van deze dag zijn onder andere: durven vragen naar iemands achtergrond en cultuur, voorzichtig zijn met het in hokjes plaatsen van mensen en het respecteren van de opvatting van de patiënt. Wij hopen dat artsen en andere zorgverleners in spe deze leerpunten meenemen in hun verdere professionele ontwikkeling en met veel voldoening terugdenken aan dit congres.


Column

Rob Henning

Onderwijscolumn Academische vorming Ik kan het niet helpen en het zal me niet populair maken, maar ik gruwel van studenten die ik hoor spreken over leraren, les, school en huiswerk. Niet omdat ik hen iets verwijt, maar omdat ‘we’ iets niet goed doen. En ‘we’ is in dit verband de opleiding, docenten én studenten. We zijn blijven hangen in de eerste strofe; dat is mijn gruwel. Geneeskunde is een academische studie: we moeten voorbij die eerste strofe (en het liefst tot en met de laatste). Zo ervaar ik de geneeskunde en ik vind dat artsen haar zo moeten ervaren. Studeren gaat niet (alleen) over overdracht van kennis, maar draait vooral om de vorming van de kenner: academische vorming. Er is al veel nagedacht over wat academische vorming nu precies is. Over de hoofdlijnen is men het wel eens. Het draait om kundigheid in een discipline (kennis hebben en vergaren), deze in de praktijk toe te kunnen passen (diagnosticeren, behandelen) op een analytische en systematische wijze (wetenschappelijk benaderen) en deze uit te breiden (door onderzoek te verrichten). Daartoe moet je intellectuele basisvaardigheden bezitten (analyseren, redeneren, argumenteren), jezelf en anderen kritisch kunnen bevragen en rekening houden met de persoonlijke context (van de patiënt of collegae) en de maatschappelijke omgeving. Studeren is het ontwikkelen van oordeelsvermogen en inhoud geven aan intellectuele passie. Onze opleiding heeft alle elementen van academische vorming in zich. Denk aan praktijkstages, wetenschappelijke vorming, samenwerken in vele vormen, probleemoplossen, kritische bevraging (jaja, reflectie), vaardigheidstraining, coschappen en semi-arts stage. En vele meer. En toch… onze academische vorming wordt door veel docenten en studenten onvoldoende herkend. Ultimo zien we dat terug in hun opvatting dat de geneeskundestudie eigenlijk een HBO opleiding is. Er ligt voor ons een belangrijke opdracht om het academisch karakter goed zichtbaar te maken. We zullen academische vaardigheden moeten expliciteren

en toetsen, vooral in hun onderlinge samenhang. En ook hier geldt: ‘we’ is de opleiding, docenten én studenten. Studenten kunnen daar een makkelijke start in maken door simpelweg te spreken van docenten, onderwijs, faculteit en studiestof. Of dat echt bijdraagt aan academische vorming betwijfel ik, maar wel ben ik van mijn gruwel verlost. Oordeelsvermogen en intellectuele passie. De goede arts heeft beide en past ze binnen de geneeskunde toe. Alsook daarbuiten: hoe heet die dichtvorm van ‘de schoolverlater’ ook al weer? Ik geef de pen door aan dr. Hans Burgerhof, statisticus en voormalig docent van het jaar.

De schoolverlater Een rijstebrijberg ben ik doorgegaan 
 Van schoolse weetjes en verplichte stof, 
 Waar drang naar vrijheid niet was toegestaan, 
 Waar alles op mij viel en niets mij trof - 
 Tot ik belandde in een open veld, Ver van de regels en de kouwe drukte, Waar mij een pauw van wijsheid heeft verteld 
 En ik de kennis van de bomen plukte. 
 Ik had voor nutteloosheid alle tijd 
 En trof daar goud aan als ik kiezels zocht. 
 Die wereld heette universiteit - 
 Een wereld die nu, hoor je wel beweren, 
 Aan wolf en snelheidsduivel wordt verkocht - 
 Alsof je bankpapier op brood kunt smeren. Gerrit Komrij, 2008, Muurgedicht Nieuwsteeg, Leiden

Panessay • 2012:5 • 125


Medisch

Tessa Elling

‘Wil je even een orgaan voor me Steeds meer technische hulpmiddelen infiltreren het dagelijks leven, ook in de zorg. Nieuwe ontwikkelingen zorgen voor een veranderd toekomstbeeld waarbij het zelfs mogelijk is om levende organen te printen. 1642. Het jaar waarin de eerste computers op de wereld werden gezet. Nog niet in het formaat dat wij nu kennen, dit apparaat was toentertijd niet veel meer dan een simpele rekenmachine die kon optellen en aftrekken. In de jaren die volgden werd de computer steeds moderner. Pas in 1981 kwamen echter de eerste huiscomputers op de markt, wat uitmondde in een groot succes. De komst van deze computers had een grote impact op de bevolking. Maar niet alleen computers bereikten dit effect, ook de komst van printers zorgde voor een ware revolutie. Voordat men ooit van een computer gehoord had, was er al een voorloper van de huidige printer op de markt. Al rond 1450 werd de eerste printer uitgevonden, waarbij de printtechniek bestond uit het drukken van inkt op een medium waardoor er een mooi zwart plaatje tevoorschijn kwam. Nu, vele jaren later, zijn de printers gekoppeld aan computers en kan men elk plaatje printen. Zelfs in kleur.

De snelweg A1 en de spoorlijn blijven voorlopig droog.

126

2012. Andere nieuwe ontwikkelingen hebben hun intree gedaan. Een 2D-printer is reeds helemaal ingeburgerd en wordt gezien als standaard en saai. Stoere verhalen over je nieuwe 2D-printer zijn er niet meer bij, daarvoor zul je op zijn minst iets moeten printen in 3D. En dat kan! Sinds enkele jaren is er een nieuw soort printer ontwikkeld. Deze printer is in staat driedimensionaal te printen door met een bepaald spraymateriaal laagje op laagje te sprayen, waarbij uiteindelijk een driedimensionaal object ontstaat. Elk complex model kan op deze manier geprint worden. Hierbij wordt plastic het vaakst gebruikt als spraymateriaal. Dit apparaat staat aan het begin van zijn opkomst en wordt al in verschillende vakgebieden toegepast. Historici gebruiken de printer bijvoorbeeld om fossielen te repliceren. Chemici reconstrueren complexe moleculen en medici maken gebruik van de printer door bloedvaten uit te draaien. Bloedvaten printen, kan dat echt? Een onderzoeksgroep aan de universiteit Missouri in Columbia liet zien dat het mogelijk is om bloedvaten te maken met behulp van de printer. Daarvoor maakten ze gebruik van een twee meter brede 3D–printer, bestaande uit drie printkoppen elk afzonderlijk gekoppeld aan een computer. Deze computers houden nauwkeurig bij waar, hoeveel en wanneer er geprint moet worden. In plaats van plastic worden levende cellen gebruikt als spraymateriaal. Deze cellen worden verkregen uit stamcellen van een donor, welke tevens de ontvanger is van het te bouwen bloedvat. De stamcellen worden vervolgens gestimuleerd tot celdeling waardoor er genoeg cellen ontstaan. Daarna worden de cellen nogmaals gestimuleerd, dit keer om te differentiÍren in de soorten cellen die nodig zijn voor het bouwen van een bloedvat. Tenslotte worden de cellen opgekweekt in slierten, zodat ze beter geprint kunnen worden. Het printen van de weefselcellen wordt verzorgd door twee printkoppen, waarbij ze laagjes endotheelcellen en hartcellen op elkaar sprayen. Deze geprinte cellen zijn echter heel teer, waardoor ze snel in elkaar kunnen zakken en het bloedvat verloren kan gaan. Om dit te voorkomen zorgt een derde printkop dat de ruimte tussen de geprinte cellen tijdelijk wordt opgevuld met opvulmateriaal. Hiervoor


printen?’ wordt vaak collageen gebruikt. Na 70 uur beginnen de weefselcellen met elkaar te fuseren door middel van een natuurlijk proces en na 90 uur is er daadwerkelijk een echt bloedvat ontstaan. Op dat moment is het bloedvat ook sterk genoeg en kan het opvulmateriaal verwijderd worden. Het hele idee berust hier op het initiëren van een proces waarbij de natuur zelf zijn werking vervolgt. Door de driedimensionale structuur zijn de celstructuren die met deze printer gemaakt kunnen worden levendiger dan de platte cellen die men kweekt op een petrischaaltje. Daarnaast worden er alleen menselijke cellen gebruikt. Hierdoor onderscheidt deze techniek zich van de traditionele weefselkweek waarbij kunstmatige cellen als een soort steiger wordt gebruikt waaraan levende cellen zich kunnen hechten. De gemaakte bloedvaten worden op moment alleen nog gebruikt voor research, maar het zal niet lang meer duren voordat deze bloedvaten gebruikt kunnen worden bij een bypassoperatie van het hart. Daarnaast hebben alle organen bloedvaten nodig zodat ze de nodige voedingsstoffen krijgen en hun afvalstoffen kunnen uitscheiden. Hierdoor is het printen van bloedvaten al een stap in de richting van het printen van grotere weefselstukken of zelfs gehele organen.

geven een meer betrouwbaar beeld dan alleen een stukje weefsel. Maar houdt het hier op? Naast onderzoek zou de printer ook in situ toegepast kunnen worden, waarbij levende cellen bijvoorbeeld direct op of in de mens worden geprint. Het direct printen van

Bloedvaten printen, kan dat echt? huidcellen op een wond zou dan de wondgenezing bevorderen en het printen van cellen binnenin het lichaam zou het herstel van het lichaam op celniveau stimuleren. De ontwikkelingen kunnen misschien zo ver gaan dat geprinte organen wellicht gebruikt kunnen worden bij orgaantransplantaties. De behoefte aan orgaandonoren zal dan flink dalen, het zou de oplossing kunnen zijn voor de lange wachttijden. Hoe tof zou het zijn als artsen onderling kunnen zeggen; ‘Ik heb zo een orgaantransplantatie, zou je wel even een orgaan voor mij willen printen?’.

Bloedvaten printen is al een fenomeen op zich, maar daar houdt het niet op. De ontwikkelingen zijn al zo ver dat er verschillende soorten weefsels gecreëerd kunnen worden met deze printer. Zo kan er een natuurlijke groeiomgeving voor cellen gemaakt worden, waarbij de ondergrond vooral bestaat uit collageen. Deze natuurlijk groeiomgeving zorgt voor een zo goed mogelijke nabootsing van de groeiomgeving binnenin het lichaam en kan gebruikt worden om te kijken hoe verschillende cellen groeien en differentiëren. Zo’n ondergrond zou zelfs in het menselijk lichaam geplaatst kunnen worden, wat kan bijdragen aan de stimulatie van celgroei in een bepaald stuk weefsel. Maar ook stukjes weefsel uit het hart, de nieren of de lever kunnen geproduceerd worden. Deze uitgedraaide weefselstukken kunnen voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Op het moment wordt het vooral toegepast bij geneesmiddelenonderzoek, waarbij gekeken wordt naar de verschillende werkingen van geneesmiddelen op een bepaald soort weefsel. Een stuk weefsel is echter maar een klein deel van een orgaan en is dus niet volledig representatief voor de werking van een orgaan. Laat staan voor de werking van het gehele menselijk lichaam. Een 3D–printer zou ook hiervoor een uitkomst kunnen bieden door modellen van levende organen te printen. Deze organen

Panessay • 2012:5 • 127


Verhaal

Tom van Putten

Doodslag Deel 1 ‘Er komt een jongeman van 11 jaar bij zijn huisarts, hij heeft last van spierzwakte en bij lichamelijk onderzoek valt op dat hij kuithypertrofie heeft. Wat kan het zijn?’ De tutor keek de groep met een brede glimlach aan na het stellen van zijn vraag. Kuithypertrofie? Flikker toch op, dacht hij, dat kind is gewoon dik. Door deze McDonald’s-maatschappij van tegenwoordig is dat bijna normaal. Al zal het gezien de omstandigheden wel een spierziekte zijn. Nemo keek uit het steeds donker wordende raam achter de tutor. Wat maakte het ook uit, hij wist dat hij het tentamen toch wel zou halen. Hij had nooit zoveel moeite met zijn studie, beetje leren, beetje feesten en altijd een happy end. Zo is het tot nu toe elk jaar gegaan. Altijd cum laude. ‘Dus wie heeft er een suggestie?’ zei de tutor met een hoopvolle blik in zijn ogen. Hij zag de hoop uit de ogen van de tutor wegvloeien toen het stil bleef. ‘Heeft helemaal niemand een suggestie?’ vroeg de tutor met een klein stemmetje. Uit de stilte kwam een luide stem met een zwaar Gooisch accent; ‘Jezus, zijn jullie dan echt zo dom? Het echt niet zo’n moeilijke vraag hoor’. Nemo voelde de ergernis in zich opkomen. Hij haatte die stem uit de grond van zijn hart. En niet alleen de stem. Eigenlijk alles wat er aan vast zat, allemaal even ergerlijk: Freek-Jan, de grootste corpsbal van het Noorden, met een ongefundeerd ego waar je u tegen zegt. Als die gozer nou gewoon de vraag beantwoordde en daarna zijn kop maar hield, dan was misschien zijn avond nog niet verpest. ‘Het is waarschijnlijk een spieraandoening.’ ‘Ikzelf zit te denken aan de ziekte van Duchenne of de ziekte van Becker, maar als iemand het beter weet hoor ik het graag’ zei Freek-Jan met een arrogante glimlach. Nemo hoopte dat de tutor misschien een keer niet zo uitbundig zou reageren als Freek-Jan een vraag goed beantwoordde. Hij had het fout. ‘Heel goed Freek-Jan, plusje voor jou, de rest

[...] de ‘r’ van die knul was zo Gooisch dat hij zonder auditie te doen leadzanger bij kinderen voor kinderen had kunnen worden.

128

kan nog wat van jou leren!’ ‘Ach’, zei hij neerbuigend, ‘kennis over dit soort zaken is heel belangrijk als je, zoals mijn vader, bij de top van de medische wereld wil horen.’ En met die zin wist Nemo dat zijn avond definitief was verpest. Hoe vaak had hij al niet dat gelul over Freek-Jans vader moeten horen? Nemo was sinds zijn eerste ontmoeting met Freek-Jan van mening geweest dat de ‘r’ van die knul zo Gooisch was dat hij zonder auditie te doen leadzanger bij kinderen voor kinderen had kunnen worden. Echter, hij wilde graag neurochirurg worden, zoals zijn vader. Helaas was zijn vader een van de beste neurochirurgen van Nederland, eentje die tevens internationaal aanzien had. Iets wat iedereen moest weten. En met de contacten die zijn ‘vadurrr’ had wist hij dat hij verzekerd was van een opleidingsplaats. Zo was hij immers ook in Groningen terecht gekomen. Hoe anders komt een jongen die de Nederlandse zesjescultuur personificeert aan een plek voor geneeskunde? Jammer, vond Nemo, die opleidingsplek had beter naar iemand kunnen gaan die ‘m verdiende. Een vervelend persoon als Freek-Jan had beter voor rechten kunnen kiezen, een incompetente advocaat is waarschijnlijk iets veiliger voor de volksgezondheid dan een incompetente arts. En incompetent dat was hij. Niets doen voor zijn toetsen, groepsopdrachten te laat bij medestudenten inleveren. En dan nog doen alsof hij alles wist. Dát en het kleineren van zijn omgeving. Die dingen maakten hem gewoon onuitstaanbaar. Nadat Freek-Jan zijn omgeving had overtuigd van hoe goed zijn vader wel niet was en dat hij alle goede genen van zijn vader had gekregen gingen ze verder met de casus tot het langzaam 10 uur werd. Toen de tutor iedereen op het hart had gedrukt om nog even alle stof door te lezen, liet hij hen met ‘prettige avond’ vertrekken. Nemo pakte langzaam zijn spullen en verbaasde zich over hoe snel zijn medestudenten dit deden. Tegen de tijd dat hij zijn jas aan had was iedereen al uit het lokaal verdwenen. Iedereen behalve Freek-Jan en de tutor. Freek-Jan probeerde zoals gewoonlijk nog even wat te slijmen bij te tutor om zijn cijfers wat op te krikken. Toen Nemo langs Freek-Jan naar buiten liep keek Freek-Jan hem minachtend aan. De tutor sloot haastig het lokaal af en probeerde aan de hagelstorm van Freek-Jans ongemeende complimenten te ontsnappen. ‘Het lijkt alsof de tutor je een beetje zat is, Freek-Jan’ zei Nemo kil. ‘Ach, ik denk dat mijn talent hem gewoon wat teveel wordt’ antwoordde Freek-jan, zonder Nemo aan te kijken. Een jaargenote passeerde Freek-Jan en


Nemo. ‘Hey, jij was toch die doos die bij het college van vanochtend met die domme vragen kwam?’ ‘Je vader zou zich voor je schamen!’ Tactlozer dan dit kon bijna niet dacht Nemo. Freek-Jan wist dondersgoed dat dit meisje geen vader meer had. Het meisje rende in tranen van de trap af en snelde zich naar de fietsenkelder. Nemo keek haar na en zag hoe een jongen met kenmerkende felgroene schoenen het meisje achterna liep. Hij voelde de woede in zich opkomen. Dit was de druppel. Hij was dat asociale, tactloze gedrag van Freek-Jan meer dan zat. Hij pakte Guyton uit zijn tas en smeet het met volle kracht naar Freek-Jan, die het boek vol tegen zijn achterhoofd kreeg. Freek-Jan gaf een schreeuw van woede en schrik, draaide zich om. ‘Vuile klootzak’, bracht hij briesend van woede uit. ‘Vuile klootzak?’, antwoordde Nemo koeltjes, ’ik?’ ‘Ik kan tenminste nog een beetje normaal doen tegen mijn medestudenten.’ Freek-Jan kwam dreigend voor hem staan. ‘Ik geef je drie seconden om je excuses aan te bieden’. ‘Drie seconden?’ zei Nemo, ‘of wat?’. Hij voelde plotseling een harde stoot in zijn costae. ‘Of dat’ zei Freek-Jan sadistisch. Nemo herpakte zich en ramde zijn vuist in Freek-Jans vetrijke abdomen. Alsof hij de klap niet gevoeld had begon Freek-Jan als een gek op Nemo in te slaan. Nemo hield zijn armen beschermend voor zijn hoofd en kon zo wat klappen pareren. Hij incasseerde een paar stoten en gaf snel een paar vuistslagen terug. Links, rechts, uppercut, dacht hij snel. Kwam die cursus kickboxen bij de ACLO toch nog van pas, dacht hij cynisch. Freek-Jan plantte zijn vuist vol op het os zygomaticum van Nemo. Oh ja, dekking hoog

houden. Die vergat ik altijd, schoot door zijn hoofd. Herstellende van de stoot in zijn gezicht liep Nemo met zijn armen voor zijn gezicht op zijn tegenstander af. Dicht bij hem blijven, dan kan hij zijn overgewicht niet achter zijn stoten zetten. Langzaam dreef hij Freek-Jan naar achteren. Freek-Jan gaf een duw terug en met het laatste beetje kracht dat Nemo in zich had maakte hij een laatste combo. Links. Elleboog. Trap tegen het sternum. Freek-jan vloog door de kracht van de trap naar achteren. Over de balustrade.

Hij pakte Guyton uit zijn tas en smeet het met volle kracht naar Freek-Jan

Een harde klap volgde. Een klap die alleen maar veroorzaakt kan worden door een 100 kilo wegende student, die een amoureus rendezvous heeft met de zwaartekracht en de vloer. Nemo keek aarzelend naar vanaf de reling naar beneden. Freek-Jan bewoog niet. Met twee treden tegelijk rende hij van de trappen tot hij de bewegingsloze corpsbal had bereikt. Shit, shit, shit. Hij moet nog leven, hij kan niet dood zijn… snel handelen nu. Hij voelde aan de pols, liet daarna zijn vingers op de carotis rusten en controleerde de ademhaling. Hij deed dit steeds sneller; pols, carotis, ademhaling, pols, carotis, adem haling,polscarotisademhalingpolscarotisademhaling. Na 5 keer de handelingen herhaald te hebben ging hij, met het hart kloppend in zijn keel op de grond zitten. Zijn angsten waren gegrond geweest, Freek-Jan was dood. Wordt vervolgd…

Panessay • 2012:5 • 129


Foto’s

130


Panessay • 2012:5 • 131


Verslag

Christiaan Serbanescu-Kèle

Leverpastei Dat die avond een transplantatie zou komen, wist ik. Normaal zou ik dat een half uurtje voordat ik er moest zijn telefonisch doorkrijgen, maar ik had geluk met een oplettende coassistent die het ergens had opgepikt. Nog even naar de chirurg, doorspreken wat ik mag doen, en wanneer ik er mag zijn. Me lekker volstoppen met vetrijk eten en rond een uurtje of elf in het ziekenhuis zijn, dat was het advies. Lange tijd om bij te keuvelen hadden we niet, er kwam weer een telefoontje binnen. Ik hoor de chirurg bij het weglopen zichzelf nog net hardop afvragen hoe de vent aan de andere kant van de lijn in godsnaam ooit anesthesioloog heeft kunnen geworden. Na een ongelooflijke hoeveelheid ongelooflijk ongezond eten, kom ik rond half elf aan op de verpleegafdeling van de hepatobiliaire chirurgie en levertransplantatie. Iemand van de verpleging gooit me een dossier toe, omdat ik de patiënt nog niet kende. Biliaire atresie, waarvoor twintig jaar geleden orthotrope levertransplantatie en nu een her-OLT. Een jongeman van nog niet eens vijfentwintig dus. Terwijl wij lekker rondhuppelen en gemiddeld elke derde dag onze lever bijna naar de tyfus zuipen, heeft meneer de bloei van zijn leven uitgezeten onder het genot van een cocktail bestaande uit ciclosporine, tacrolimus en heerlijke andere beenmergslopende snoepjes. Of ik er nog even langs wilde gaan. Natuurlijk, zolang mij maar geen inhoudelijke vragen worden gesteld die ik niet mag beantwoorden, vind ik lullen met patiënten zeer vermakelijk. Kamertje 52. In bed ligt een vent van meer dan twee meter, maar ik betwijfel of hij de tachtig kilo aantikt. En geel, natuurlijk. Kanariegeel. Terwijl hij aan zijn elleboog krabt, zie ik dat hij een flinke hyperextensie kan maken. Marfan? Volgens de chirurg niet. Maar normaal zag de jongen er niet uit. Ernaast ijsbeert een man heen en weer: de vader. Hij lijkt nog het meest op Bram Moszkowicz, maar dan met het gezicht en kapsel van iemand die halsoverkop tweehonderd kilometer naar Groningen heeft gereden omdat de falende lever van zijn zoon vervangen

132

wordt. Een nerveus grapje: ‘het wordt steeds later en later, dat betekent dat het gevaar dat het doorgaat groter en groter wordt!’ - maar het is overduidelijk dat de vreugde dat het transplantaat nog net op tijd beschikbaar kwam een bunkerhard duel aan het voeren is met de angst dat zijn kroost nog dezelfde nacht zijn laatste uren op de operatietafel zal spenderen. De moeder zit in de andere hoek, kijkt gespannen en zegt eigenlijk geen woord. Het lijdend voorwerp ligt er veel meer ontspannen bij. Bijna vrolijk, zelfs. Hij gaapt me aan alsof ikzelf de operateur ben. Als antwoord op mijn vraag of het spannend is voor hem, haalt hij zijn schouders op. Wat hij erbij zegt is onverstaanbaar, maar ik weet niet of dat aan zijn overbeet van hier tot Tokio ligt, aan een eventuele hepatische encefalopathie of dat er misschien nog iets anders in de voorgeschiedenis is, waar ik in de status overheen gelezen heb. Dan de routinevragen. Persoonsgegevens. Of hij weet waar de operatie voor is. Lengte, gewicht. Hoe lang hij nuchter is geweest. Kut. Allemachtig. Verdomme. Ze zijn vier uur geleden nog bij de McDonald’s gestopt. Meneer heeft het in zijn encefalopatische hoofd gehaald om nog eventjes voor een transplantatie twee Big Macs en een grote portie friet naar binnen te werken. Ik snap hem wel. De komende dagen zal er niet al te veel eten op het program staan. De operatie gaat door, maar als meneer aspireert, heeft hij een probleem. Een groot probleem. Normaal vinden longen het al niet leuk om in een bewusteloze toestand vol te lopen met maagzuur en allerhande bacteriën, maar met een immuunsysteem dat quasistalinistisch gezuiverd wordt met chemische troep is het al helemaal niet bevorderlijk voor de situatie. De patiënt en familie zijn geschrokken, maar begrijpen en accepteren het risico. Een paar uur later sta ik mij dan eindelijk in te wassen. Het is dinsdagavond, of beter: woensdagochtend. De chirurg, een beer van een vent van bijna twee meter lang, staat fluitend zijn handen te desinfecteren: ‘Dit is wel wat anders, hè, dan een nachtje doorhalen in de kroeg. Die is allang dicht als wij klaar zijn!’ De incisie is afgetekend, de chirurg vraagt om een scalpel. Een laatste keer lijkt hij te aarzelen, hangt het mes een paar seconden lang roerloos een duimbreedte boven de icterische huid van de patiënt en om zeventien over één ‘s nachts is het dan eindelijk begonnen:


de bilaterale subcostale laparotomie wordt van linkerzij tot rechterzij onder de ribbenboog gezet en wordt ontwikkeld tot een mooie, gapende wond. De rectus abdominis - normaal een fraaie lap spier met biefstukachtig aspect - is volledig onherkenbaar door uitgebreide verklevingen en fibrosering als gevolg van de eerdere operatie in hetzelfde gebied en is veranderd in een niet thuis te brengen brei met allerlei kleuren. Of de chirurg een muziekje wil. Natuurlijk, doe de radio maar op. Deep Purple! Ondertussen zijn met de diathermie huid, vet en spieren mooi van de onderliggende structuren afgeschoven en komt een uit de kluiten gewassen felpaarse milt à vue: door de portale hypertensie is de milt van meneer uitgegroeid tot een monsterachtige kwab pulp ter grootte van een lekke voetbal. Door alle adhesies is er nauwelijks een structuur te herkennen in het hele abdomen, alles is één grote aan elkaar vastgegroeide gele pudding. Eindelijk komt de lever in zicht: niet het gladde bruinrode orgaan dat we allemaal wel kennen, maar een zandkleurige, uitgedroogde, vormeloze homp bindweefsel - het resultaat van de slopende werking van het immuunsysteem, die langzaam maar zeker, stukje bij beetje de lever heeft afgebroken. De vena portae is erg klein en nauwelijks doorgankelijk, de arteria hepatica - als reactie - juist zeer groot. De lever vrijprepareren duurt een goed aantal uren en omdat ik op dit moment niets mag doen heb ik alle tijd om alle pijntjes die van zo lang stilstaan ontstaan te voelen. Uiteindelijk komt de lever mooi los. De chirurg zit tot zijn ellebogen in de buik van de patient en manipuleert met zijn handen niet bepaald zachtaardig heen en weer door het abdomen. ‘Bent u nu de lever zonder instrumentarium aan het vrijprepareren?’ - ‘Ja, tsja, nou... prepareren is een te mooi woord hiervoor,’ luidt het antwoord. “Ik ben de lever eigenlijk ordinair aan het afschuiven.” Na het ordinair afschuiven zijn de vaten aan de beurt. Gekozen wordt om geen piggyback-anastomose te doen - waarbij de veneuze afvoer van de donorlever in de lengterichting side to side wordt geanastomoseerd met de vena cava van de ontvanger. Omdat de operatie tot nu al zo lang heeft geduurd, is het namelijk het beste om de ischemietijd van het donormateriaal zo kort mogelijk te houden. Geen overdadig geprepareer aan de vaten dus, maar gewoon op de klassieke manier: de vena cava wordt supra- en infrahepatisch

doorgenomen, de donorlever wordt inclusief eigen stukje vena cava ingebracht en de vaten worden boven en onder de lever ingehecht. Tijdens het prepareren springt opeens een flinke veneuze tak en in no time staat de halve buik vol met bloed. Eindelijk krijg ik wat te doen: terwijl de chirurg haastig met allerlei eng uitziende klemmen de bloeding probeert te stelpen, roept hij mij en de fellow toe dat we moeten zorgen dat hij wat zicht krijgt. Met gaasjes en zuigertjes proberen we zo veel mogelijk bloed te verwijderen, maar het spuit alle kanten op en maakt sluiten erg moeilijk. Aan de kant van de anesthesiologie klinkt luid gebliep en de anesthesioloog loopt nerveus heen en weer: ook geen goed teken. Als ik achterom naar de zuigpot die de drijfveer achter mijn suctieapparaatje is, zie ik dat er al meer dan twee liter inzit. Eindelijk is de tak afgebonden en droog, maar het duurt niet lang of het bloed begint weer te stromen - dit keer nog veel harder. Gezogen wordt er, gedept wordt er, geklemd wordt er, maar het helpt allemaal geen zier. ‘We gaan de aanvoer afklemmen!’ roept de chirurg dolenthousiast, op een toon alsof hij tegen een klas schoolkinderen zegt dat ze ijsjes gaan halen. Als hij dit uiteindelijk ook heeft gedaan en het bloeden tot staan is gebracht lijken de operatiekamer, mijn steriele mantel en handschoenen afkomstig uit een slechte horrorfilm: overal plasjes bloed op de grond en mijn outfit heeft meer bruinrode vlekken dan schone groene stof, maar de klus is geklaard, de patiënt leeft nog. Zeven liter bloed heeft hij verloren, zes zakjes RBC’s zijn getransfundeerd.

Panessay • 2012:5 • 133


Als aan de parallelle tafel de donorlever klaar is en de pot ijswater waarin deze drijft wordt overgezet naar ons, is aan mij de simpele taak de bak vast te houden terwijl de lever eruit gevist wordt. Valt de lever of de pot per ongeluk op de grond, is alles onsteriel en de operatie zeer mogelijk voor niets. De cavocavale anastomosen worden gemaakt en op het moment dat de vena portae is aangesloten en de klem wordt verwijderd, verdwijnt de grijzige kleur van de donorlever als sneeuw voor de zon, om plaats te maken voor iets rossigers. Ook opvallend is dat de veel te grote milt zijn felpaarse kleur bijna direct verliest en begint te krimpen. De arteriele anastomose duurt tijden en tijden, omdat het een ongelooflijk gepriegel is waarvoor microchirurgisch instrumentarium wordt gebruikt: de gebruikte hechtdraad heeft ongeveer de dikte van een menselijke haar. Intussen is de splenomegalie bijna geheel verdwenen: de milt is miniaal vier keer kleiner dan aan het begin van de operatie. Dan de galweg. De oplettende lezer vraagt zich al het hele stuk af hoe je die bij biliaire atresie - de afwezigheid van een deel van de galwegen - aansluit. Dit gebeurt met een zogeheten hepaticojejunostomie met een Roux-en-Y-lis: de dunne darm wordt doorgesneden, het distale deel wordt aan de lever met galweg gehecht en het proximale deel waaraan de maag zit wordt nog verder distaal weer aangehecht om zo de

voedingsweg te herstellen. Zo ontstaat er een Yvormig spijtverteringskanaal: de ene boventak van de Y verzorgt de gal via de lever, via de andere komt de voedingsbolus binnen - en het vertrekt allebei gezellig richting rectum. Dit is bij deze patiënt uiteraard al gedaan bij de vorige transplantatie. De chirurg doet een cholecystectomie en anastomoseert de ductus choledochus van de donorlever met de Roux-Y-lis die al bestond. Dan zit alles mooi op zijn plek. De lever hoeft niet weer aan zijn ligamenten opgehangen te worden, de intra-abdominale druk verzorgt de ligging goed genoeg. Op de arteria hepatica wordt nog een dopplerprobe gezet, met een snoertje die uit te buik komt en aangesloten kan worden op een luidspreker: zo hoeft er geen uitgebreid onderzoek verricht te worden om te checken of de arterie het nog doet. ‘Zie je dit ding?’ legt de chirurg me de procedure nog even snel uit.’Dit is de Condor-probe, en hier ga je met je tengels van afblijven.’ Daar mag ik dus niet aankomen. De drains plaatsen mag ook niet. De spierlaag met haakjes vasthouden, zodat deze goed dichtgehecht kan worden, mag ik wel. Als ik ten slotte ook nog een groot deel van de wond mag sluiten, ben ik even het gelukkigste jongetje van het land. Een twintigjarig leven is gered. Chirurgie. Fuck yeah.

Word als master voor €5,00 per jaar lid van de Medische Alumnivereniging Antonius Deusing! Als lid van de vereniging kan je: 1.

Gebruik maken van een netwerk vol kennis en ervaring

2. Hulp kunnen vragen hoe het is om als specialist in een bepaald vakgebied te werken 3. Hulp kunnen vragen om toe te worden gelaten tot een bepaald specialisme. Een keuze maken om bijvoorbeeld eerst onderzoek te gaan doen 4. Na je studie oude bekenden weer te ontmoeten op georganiseerde dagen 5. Verbondenheid met je oude universiteit, omdat deze een belangrijke rol heeft gespeeld voor je toekomst

www.rug.nl/umcg/alumni 134


Column

Hidde Kleijer

Bedankt. Vorig jaar was er veel protest tegen de langstudeerboete. Opvallend was dat de menigte studenten niet eens het gehele Malieveld en omstreken in beslag nam. Iets wat de gemiddelde Nederlander wel zou verwachten aangezien alle studenten toch lui zijn? Dan protesteer je toch tegen zo’n maatregel? (Waarschijnlijk denkt de gemiddelde Nederlander nu dat we zelfs te lui zijn om te protesteren)

volhardende studenten die zich hard hebben gemaakt tegen de langstudeerboete! Bedankt voor jullie tomeloze altruïstische inzet om studeren betaalbaar te houden.

Toch waren er nog genoeg dappere protesterende studenten om het allemaal niet al te zielig te doen ogen. Panacea was natuurlijk ook met een respectabele hoeveelheid boze (bijna-)langstudeerders aanwezig en mensen: het is gelukt!

Want jullie wisten natuurlijk dat dit uiteindelijk de keuze was, de keuze tussen een langstudeerboete en sociaal leenstelsel. Bezuinigd worden gaat er toch. Bedankt dat nu iedereen mag opdraaien voor de kosten en niet slechts de luie donders die duizend jaar lang studeren, dat is natuurlijk niet eerlijk. Iedereen is toch gelijk?

Jawel, de langstudeerboete is al een tijdlang van de baan, eigenlijk al sinds het CDA (bedenker van de maatregel) in augustus haar steun aan de maatregel onttrok. Met dank aan alle boze, bange en

Bedankt dat mede door jullie protesten het sociale leenstelsel er eindelijk gaat komen. Bedankt dat de nieuwe generatie studenten keihard extra geld moet lenen om hun studie te bekostigen. Namens alle aristocraten: dank voor het wederom elitair maken van het studentenleven, het werd verdorie weer eens tijd dat het domme plebs door hard te werken onze goede baantjes in begon te pikken.

Echt, de volgende keer protesteer ik lekker mee. Schijnbaar werkt het…

Panessay • 2012:5 • 135


Verslag

Boukje van der Slik

Op avontuur naar Zuid-Afrika Hechten, gipsen, genieten Ik heb mijn lieftallige commissie anderhalve maand in de steek gelaten om af te reizen naar het zuidelijkste land van Afrika: Zuid-Afrika. Daardoor hebben ze de vorige PanEssay helemaal zelf in elkaar gezet en daar ben ik trots op. En nu hebben we weer een lekker drie pagina’s vullend zwetsverhaal erbij, waar ik het natuurlijk uiteindelijk allemaal voor deed. Als je denkt aan Zuid-Afrika, wat komt er bij jou het eerste in je op? De mannen denken waarschijnlijk aan de WK voetbal en vuvuzela’s. De intellectuelen onder ons denken vast meteen aan Nelson Mandela. De avonturiers denken misschien sneller aan de Tafelberg of aan safari’s. En de echte medische kenners zien de eerste harttransplantatie natuurlijk voor zich, die in Kaapstad is uitgevoerd door Christiaan Barnard. Voordat ik een beetje research over het land had gedaan, dacht ik vooral aan een grote vlakte met een boom in het midden. Ik zag dan een leeuw achter een

hertachtig dier aanrennen op die vlakte. Als de leeuw het beest dan te pakken heeft, gaat hij die rustig oppeuzelen onder de schaduw van die ene boom. Eigenlijk gewoon een scène uit de Lion King dus. Maar toen bleek dat ‘Hakuna Matata’-gevoel absoluut niet het standaard Zuid-Afrika te zijn. Ik kwam erachter dat ik erg weinig wist van dit bijzondere land. Als snel had ik een waslijst van dingen die ik wilde zien en doen. Natuurlijk wilde ik zien waar Nelson Mandela gevangen heeft gezeten, waar de eerste harttransplantatie heeft plaatsgevonden en hoe de mensen in townships leven. En verder wilde ik op een echte vuvuzela blazen bij een rugbywedstrijd, pinguins bezoeken, surfen, Tafelberg en Lion’s Head beklimmen, braaien (soort bbq, maar dan héél anders volgens de Afrikanen) en de Big 5 in het Krugerpark zien. Maar afgezien van deze fantastische dingen wilde ik met een extra goede reden naar dit land afreizen. Gelukkig gaf IFMSA mij deze kans en een paar sollicitatiebrieven later was het dan officieel: ik mocht stage gaan lopen in Kaapstad. En niet zomaar stage, maar een stage in een orthopedisch kinderziekenhuis. Een hele mond vol. En een perfecte combinatie: een maand stagelopen en lekker ervaring opdoen en een nieuw land gaan ontdekken. Want naast deze stage wilde ik natuurlijk ook een beetje mijn ‘Hakuna Matata’-gevoel krijgen, dus boekte ik samen met een vriendin een tour naar onder andere hét wild reservaat in Zuid-Afrika: Kruger National Park. Dus malariapillen aangeschaft, spuiten laten zetten, subsidie geregeld bij de faculteit (aanrader!) en al die andere regeldingetjes die je moet doen om op reis te kunnen. Na een half jaar sparen, flippen en wachten was het eind augustus eindelijk zo ver: het vliegtuig vertrok! En niet zomaar een vliegtuig, nee, een Airbus A380. Gaat er geen belletje rinkelen? Dat is het grootste passagiersvliegtuig van de wereld, met twee verdiepingen, jiehoe! Het coolste was eigenlijk nog die scan bij de gate, waarbij je in een soort douchecabine moet gaan staan en gescand wordt. Helaas controleerden ze alleen maar op wapens en andere verboden middelen, anders had ik nog een gratis total bodyscan gehad. Na 20 uur vliegen, met tussenstop in Dubai, landde ik in Kaapstad. Ik werd opgehaald door Karin Comer, een eindbaas die alles regelt voor buitenlandse studenten in Kaapstad. Na een knuffel waar mijn longen bijna van klapten werd ik naar mijn huis gebracht en onderweg spotte ik het WK-stadion. Ook de eerste daklozen met winkelkarretjes vol oude meuk stonden op mijn netvlies gebrand. Toch zag de stad er

136


erg netjes en modern uit, wat mij enorm verbaasde. Het had meer flatgebouwen dan heel Groningen, Friesland en Drenthe bij elkaar. Nou wil dat misschien niet heel veel zeggen, maar je snapt me vast. De eerste paar dagen als je in zo’n gigantische stad bent is het voornamelijk opletten dat je niet overreden wordt, omdat ze daar aan de andere kant van de weg rijden. Je schrikt je de eerste keer echt rot als je in de auto zit en die begint te rijden, terwijl er niemand links voorin zit. Gelukkig went alles. Maar dat was niet het enige verkeersprobleempje, want zo worden de ‘zebrastreepies’ massaal genegeerd (net zoiets als in de binnenstad van Groningen, maar dan rijden ze met 80 km/h). Dit is op zich best tegenstrijdig, aangezien het feit dat er zebra’s door de stad lopen en zij over het algemeen niet genegeerd worden. Een klein weekje heb ik lekker de toerist uitgehangen: Cape Point, Kaap de Goede Hoop, een rugbywedstrijd, met pinguïns spelen, Lion’s Head beklimmen, Kirstenbosch Botanische Tuinen, Hout Baai, Camps Baai en nog veel meer dingen die je waarschijnlijk niet veel zeggen. Maar het was fantastisch en de helft van mijn to-do list was al afgevinkt. Na die duizend ervaringen was het eindelijk zover en mocht er gewerkt worden! Beetje jammer dat er die week maar een arts aanwezig was, maar alsnog heb ik meteen heel veel interessante dingen gezien. De kinderen die in het ziekenhuis liggen hebben voornamelijk klompvoetjes, TBC in het ruggenmerg/de knie/de heup, O-benen (ziekte van Blount), scheve tenen of vingers (waar vooral de ouders last van hadden) of één of meerdere botbreuken. Als je aan een ziekenhuis in Zuid-Afrika denkt, denk je waarschijnlijk aan hele primitieve en vieze ziekenhuizen. Niets was minder waar. Het ziekenhuis was klein, maar heel netjes. Het is vast en zeker simpeler dan ieder ziekenhuis hier in Nederland, maar de OK was piekpijn in orde met alle beschikbare moderne apparatuur. Vanaf de tweede week mocht ik die apparatuur en ook de dokters in actie zien. Alle dokters wilden niets liever dan dat je meekeek, meehielp, vragen stelde, vragen beantwoordde en vooral veel leerde. Toen de zusters vertelden dat een van de arts-assistenten een onderbroekenmodel bleek te zijn hing ik natuurlijk urenlang aan zijn lippen en heb ik nog nooit zoveel geleerd, waaronder hechten! Iedere operatie was weer anders, de een interessanter dan de ander, maar je mocht altijd steriel staan als je wilde en er werd meestal wel veel verteld. De OK-assistenten (nurses of susters) zetten altijd een leuk muziekje op en gaven swingend de scalpels, hechtdraden en boormachines aan. En vooral door die Afrikaanse dikke billen in combinatie met de OK-jurken die ze daar dragen leek het net een scène uit Sister Act (maar dan op OK in plaats van in de kerk). Op OK kon het

soms behoorlijk druk zijn, omdat er allerlei studenten liepen. Er was een horde verpleegkundestudentes uit Connecticut, een troep geneeskundestudenten die aan de universiteit van Kaapstad studeerden en af en toe wat studenten uit het buitenland (zoals ik). Op OK stonden er vaak meer studenten te kijken dan dat er personeel was en dit ter frustratie van sommige artsen. Soms mocht ik dan mee om röntgenfoto’s te gaan maken op de gang of in de koffiekamer, wat uiteraard de normaalste zaak van de wereld is. Soms discussieerden we over het Afrikaans en Nederlands en wie welke taal nou verpest had. Op vrijdag was er het motto ‘hoe meer zielen hoe meer vreugd’ en werd iedereen opgeroepen om mee te komen helpen bij Clubfoot Clinic. Dan worden kinderen met klompvoetjes volgens de methode van Ponseti ingegipst. Dit gebeurt iedere week opnieuw, gemiddeld 6-8 weken lang en daarna hoor je een goede verbetering te zien. Soms is nog wel een kleine operatie nodig waarbij ze de achillespees verlengen of doorsnijden. De leeftijd van de patiëntjes varieerde van een week oud tot elf jaar (ernstige verwaarlozing). Zo heb ik een baby van een week oud mogen ingipsen. Moet je nagaan: het voetje is misschien vier centimeter lang en de kleinste gipsrol vijf centimeter. Een hele challenge, maar na prutsen en proetelen en vooral de teentjes niet proberen te breken zat het voetje mooi in het gips. Helaas plaste het kindje me vervolgens onder en hij schrok daar zo erg van dat het gips helemaal uit elkaar viel, maar dat terzijde. Het was in ieder geval een prachtervaring. Er was een heel schattig kindje van een jaar of vier die met een blik met zijn puppyogen je hart liet smelten (een mooiboy in spé). Maar zodra je ook maar naar zijn gips keek, begon hij in zijn lokale taal ‘Xhosa’ te schelden waar je bang van werd. De meest rare klanken kwamen uit dat kleine mondje. De zusters probeerden het eerst nog te vertalen, maar stopten daar

Panessay • 2012:5 • 137


maar goed ook, anders krijgen we een deel 2 van mijn vorige verhaal in de PanEssay. En daar wordt niemand blij van. Van horen zeggen heb je 3 klassen in de trein, waarvan de eerste klas (de ‘witte’) zelfs slechter is dan de tweede klas van een trein in Nederland. Ze komen soms een uur te laat of helemaal niet. Iedereen heeft kleingeld in een plastic zakje, want iedereen loert naar jou en je eigendommen. Ook op straat merkte je dat heel erg. Zodra mijn hand naar mijn zak reikte om mijn telefoon te pakken loerden diverse kinderen naar me om te kijken welk merk telefoon ik had. Met mijn oldskool Nokia was ik gelukkig vrij safe, maar er zijn genoeg mensen die zonder smartphone huiswaarts gekeerd zijn.

snel genoeg mee toen hij de moeder van de arts hele nare ziektes aan haar flamoes begon toe te wensen. Gelukkig hebben we hem een keer stil weten te krijgen door gipsrollen op te stapelen en om te laten vallen in zijn gezicht, wat blijkbaar grappig was. Zijn gips heeft nog nooit zo mooi gezeten. Ik vond het erg mooi dat na vier keer Clubfoot Clinic bij een aantal kinderen al een flinke verbetering van de stand van de voet te zien was en dat met zo’n ‘simpele’ methode. Dan is er niets mooiers dan tegen de ouders te kunnen vertellen dat hun kindje later normaal kan lopen. Het vervoer in Kaapstad is heel anders dan in Nederland. Als je daar iemand op een fiets ziet rijden bid je meteen dat hij of zij heel thuiskomt. Je kunt alles wel te voet doen, maar dan moet je wel iedere week nieuwe schoenen kopen; Kaapstad is groot, heel groot. Dan zijn er natuurlijk auto’s om jezelf van A naar B te kunnen verplaatsen. Voor het weekend heel leuk en handig in deze grote stad. De eerste paar keren sla je de verkeerde weg in en heb je meerdere bijnadoodervaringen, maar als je er eenmaal aan gewend bent is het heerlijk. Alleen doordeweeks doe je er bijna net zo lang over met de auto als wanneer je te voet gaat, mits je je aan de verkeersregels houdt. Want er zijn ook bepaalde voertuigen die zich standaard niet aan de verkeersregels houden en deze gevaartes worden minibusjes genoemd. Ze ‘rijden’ door de hele stad, de chauffeurs fluiten naar iedereen die in een straal van 100 meter bij hun busje loopt en ze hebben de gewoonte om door rood te rijden. Hierdoor kom je zeer snel waar je naar toe wilt, maar zit wel je ontbijt op de voorruit van de bus en is je hartslag verdrievoudigd. Toch voelde ik me verrassend veilig in de busjes en het was supergoedkoop, dus een perfect vervoermiddel. Dit is sowieso beter dan reizen met de trein. Ik heb geen trein genomen in Kaapstad en dat is

138

Na stage was het eindelijk tijd om de huidskleurige kleding uit de kast te trekken, bergschoenen aan te doen, backpack in te pakken en DEET op te spuiten: op naar de bush! Aan de ene kant heel jammer om het ziekenhuis te moeten verlaten, want je leert ontzettend veel in zo’n korte tijd. Het begon net aan te voelen als familie. Maar ik wilde ook wel een familiegevoel krijgen met alle zebra’s, giraffes en andere mooie dieren, dus ik was ook wel klaar voor een beetje adventure. De eerste dag begon in Johannesburg, een stad waar je niet dood gevonden wil worden. Gelukkig lag de lodge ver uit het centrum, tussen de impala’s en springbokken. Ook was er een struisvogel genaamd Ozzie the Ostrich. Maar het ging natuurlijk om het grote geschut: de Big Five. En dus vertrok de truck de volgende dag naar Kruger Park via een gigantisch mooie route. Dan krijg je pas écht het gevoel dat je in Afrika bent. Het maakt Zuid-Afrika wel erg bijzonder dat er heel veel verschillende klimaten en landschappen in een land zijn. Dit merkte ik echt toen we in een dag 700 kilometer reden. Eenmaal aangekomen in Kruger verschiet je van iedere mug die je hoort of ziet, maar dat maakt niet uit, want malaria of geen malaria, ik wilde die beesten zien! En ja hoor, met trots kan ik mededelen dat ik die dag vier van de Big Five op mijn netvlies heb kunnen branden: vier neushoorns, tientallen buffalo’s, tientallen olifanten en een gigantisch mooie leeuw die onder een boom aan het uitrusten was van een lekker maaltje. Yes, mijn beeld van Zuid-Afrika is toch niet helemaal overdreven! Met dit heerlijke gevoel de rest van de dag naar een luipaard gezocht. Ik heb nog nooit zoveel boomtoppen afgezocht, maar helaas liet hij zich niet zien. Gelukkig heb ik hem alsnog drie dagen later gespot en als bonus lagen verderop nog zeven leeuwen, weer na te genieten van een overheerlijke giraffe. Als dat geen perfect einde is van een waanzinnige ervaring in een prachtig land?! Dan rest mij nog een ding om te zeggen: Hakuna Matata!


Placebo

Neologismen Met het steeds onregelmatiger verschijnen van de neologismen wordt het Panessay publiek voorbereid op het onvermijdelijke afstuderen van de schrijver dezes. Placebo wordt oud en drinkt minder en heeft dus minder inspiratie voor nieuwe neologismen, alhoewel hij zich nog af en toe verliest in serieuze drinking sprees die nog wel eens fatsoenlijke neologismen opleveren. Het is geenszins de bedoeling mensen uit Katwijk of mensen met een laag IQ (pleonasme alarm) te beledigen. Gamma Globuline: doe-het-zelf antilichaam waar

je met bison kit zelf de lichte aan de zware keten mag lijmen. Epiplepsie: 1) stuiptrekkingen opgewekt bij het verkeren in het gezelschap van reality programma sterren, inwoners van Katwijk en passagiers op de veerboot naar Amsterdam-Noord. 2) dance moves van bezoekers van clubs in bijvoorbeeld Rotterdam waar het maximum toegelaten IQ 75 is. Salami krampen: reactie op het eten van gezouten varkensvlees van individuen die door hun kakkineuze moeder nooit varkensvlees kregen in hun jeugd. Hepatita tovenaar: 1) goochelaar die op kinderfeestjes in de monden van de kinderen spuugt en ze zo actief immuniseert tegen Hep. 2) gele clown Boluspunten: scorekaart voor je drol. Wie maakt het mooiste figuurtje in de pot. Rudimentary School: 1) onderwijsinstelling waar je overbodig geworden kennis leert. 2) overbodig geworden schoolsysteem. 3) VMBO Furby B-lijntjes: extreem schattige vorm van congestive heart failure waarbij wat pluisjes en grote ogen je toelachen vanaf de x-thorax. Extreem lethaal. Klittenband: 1) gevoel van verwantschap tussen vrouwmenschen. 2) girlband. 3) seksueel getinte vulvatapes (populair bij vieze oude mannelijke gynaecologen). Dode zeedrollen: 1) religieus interessante uitwerpselen. 2) verschijnsel dat je excrement een te laag soortelijk gewicht heeft en zo lekker blijft drijven. Pacekamertje: 1) afwerkplek niet geschikt voor mannen met een slecht hart. 2) hoeren met een ICD-bevoegdheid.

Gonorreus: Marfan patiënt met een druiper. Body Bildung: klassiek gymnasium. Perpetuum mobiel: zo’n nokia die in tegenstelling

tot je veel fancier iPhone nooit stukgaat. Plan de champagne: een door drank ingegeven plan wat later vaak niet zo briljant blijkt te zijn. Heroïeniemienie: na het succes van Pannekoekepammetje en Benzodiazepino door drugskartels ingehuurde mascotte om een nieuwe doelgroep aan te boren. Oxaze pam pam pam pam: dat heerlijke moment waar je je realiseert dat een benzo misschien toch niet de juiste keuze was en je weer zo’n glutenvrije deprihuisvrouw verslaafd hebt gemaakt. B-cel pro-actief: margarine die wel helpt voor je weerstand, voor een gebalanceerd anti-lichaam. Cluster B-lymfocyt: theatraal aangelegde B-cel die zichzelf helemaal de bom vindt en in zijn moodswings alles en nogwat aanvalt. Colon kit: tegekgave nieuwe handige set met je eigen klysma-apparaat en coloscopie. Maar wacht, als u nu bestelt krijgt u er geheel gratis een biopsie-uitbreiding bij. Colon mijn: strafkamp waar notoire bruinwerkers tewerkgesteld worden. AH-erlebnis: 1) als je in Tsjechië ineens euroshopper producten tegenkomt in een supermarkt. 2) het moment dat je je realiseert dat ze het weer geflikt hebben en je aan het sparen bent voor iets volstrekt nutteloos als voetbalplaatjes, muppets of miniproducten en je en passant veel meer uitgeeft om toch net over die 20 euro te komen. Partiële Cola Zwangerschap: zo’n zielig hoopje obese cellen met een beetje botten, haren en aangetaste tanden. Diabetes Gravida Rum: als je naast een dikke baby ook graag zo’n leuk FAS gezichtje wilt hebben. Memory T-Cel: lymfocyt die erg goed is in oudhollandsche kinderspelletjes.

P.S. Het bestuur der M.F.V. Panacea is niet aansprakelijk voor de inhoud van dit blad. Iedereen met commentaar en mensen die zelf een fatsoenlijk neologisme gefabriekt hebben zijn zeer welkom op lulleninderuimte@hotmail.com. Aangezien ik het wachtwoord vergeten ben kun je het beter sturen naar panessay@gmail.com.

Panessay • 2012:5 • 139


Medisch

Annerieke Doff

Psychiatrie en het immuunsyste Het ontstoken brein Hij kijkt schichtig om zich heen. ‘Kijk, daar’. Hij wijst in de verte. Ik kijk nog eens, maar ik zie nog altijd niets. Het is een mooie zomerdag. We waren gewoon aan het aan het kletsen in het park toen hij zich alweer heel vreemd ging gedragen. Terwijl ik nog eens rustig om me heen kijk, pakt hij snel de spullen bij elkaar, haast zich naar de auto en zegt: ‘we moeten echt gaan. Nu!’. Ik loop rustig achter hem aan. Ik begrijp nog altijd het probleem niet. Als we in de auto zitten zegt hij weer diezelfde zin: ‘ze kijken naar me, ze volgen me’. Hij fluistert het bijna, alsof hij tegen zichzelf praat. Ik kijk naar hem, hij lijkt helemaal vast in z’n eigen wereld. Ik vraag hem nog een keer wie ‘zij’ zijn. ‘Dezelfde, zij die dat altijd doen.’ Hij zegt het heel overtuigend, alsof het heel logisch is wat hij zegt. ‘Waarom achtervolgen ze je dan?’ Ik probeer zijn uitspraken te begrijpen. Hij reageert niet. Als we thuis komen vraag ik hem er nog eens naar. Hij zegt dat hij er niet over kan praten, want hij mag er niet aan denken, want dan kunnen ZIJ het horen. Zijn gedachtegangen beginnen steeds meer bizar te worden. Er is hier iets compleet mis… maar wat? Juist, hier is sprake van psychosen. Als de psychotische verschijnselen langer dan een half jaar aanhouden kan er sprake zijn van schizofrenie.

Veel mensen denken dat schizofrenie betekent dat iemand een gespleten persoonlijkheid heeft. Dit is niet een hele vreemde gedachte, aangezien schizofreen letterlijk ‘gespleten geest’ betekent. Maar het klopt niet, als iemand meerdere persoonlijkheden heeft, heeft iemand dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) en dit heeft niets te maken met schizofrenie. Behalve dan dat het beide psychiatrische aandoeningen zijn. Bij schizofrenie heb je last van psychosen, je ziet dingen die er niet zijn, je gelooft in de gekste denkpatronen en bedenkt zo vaak de meest onmogelijke complottheorieën. Maar hoe ontstaat deze ziekte nou? Al lange tijd is hier weinig over bekend. Natuurlijk heb je de theorieën van Freud, ‘heb je misschien een traumatische jeugd gehad?’. Maar sinds kort zijn er onderzoekers die denken een biologische basis gevonden te hebben. Door overactieve afweercellen lijken hersenen van psychiatrisch patiënten namelijk ontstoken te zijn. Het blijkt dat patiënten die leiden aan een psychiatrische aandoening veel vaker een auto-immuunziekte aan de schildklier (of een andere auto-immuunaandoening) hebben dan mensen zonder psychische aandoening. Het blijkt dat bij mensen met een psychische ziekte hun immuunsysteem vaak in de voorfase van een ontsteking staat (onderzocht met histopathologie en PET scans). Microgliacellen, de macrofagen van het centraal zenuwstelsel, kunnen hierdoor niet al hun functies uitoefenen. Microglia zijn namelijk niet alleen nodig voor de afweer, maar ook voor onderhoud van zenuwcellen. Dit laatste kunnen ze alleen doen als ze in rust zijn, maar dat zijn ze bij psychiatrische patiënten dus minder, waardoor de hersenen schade oplopen. De samenhang van het immuunsysteem en psychische aandoeningen wordt steeds meer onderzocht. Zo blijken kinderen van manisch depressieve ouders een verhoogde kans te hebben op zowel manische depressiviteit als op auto-immuunziekten. Ook uit onderzoek met eeneiige tweelingen bleek dat als de ene een auto-immuunziekte heeft, de andere vaker manisch depressief is. Dit geeft aanleiding om te denken dat beide aandoeningen door dezelfde groep genen worden veroorzaakt. Psychiater Hans Klein (UMCG) gaat nog verder, hij denkt dat het ontstaat door een virus. Hij verdenkt de herpesfamilie. Dit zou meer verklaren waarom mensen die uit een psychosevrije familie komen, zonder duidelijke aanleiding, last krijgen van psychische

140


eem aandoeningen. Het herpesvirus is een virus dat je in principe nooit meer kwijtraakt, het virale DNA blijft zitten in de nucleus van cellen. Vaak is dit in rust, maar soms kan het actief worden. Bij schizofrenie zou het herpesvirus volgens deze theorie geactiveerd raken en zorgen voor een ontsteking in de temporale hersenen, waarschijnlijk in de hippocampus (verantwoordelijk voor leren en geheugen). Een ontsteking zorgt voor een verkeerde of slechtere werking van dit deel van de hersenen, wat kan lijden tot gedragsveranderingen. Als het waar is dat een schizofrenie enkel wordt veroorzaakt door een ontsteking in het brein, zou dat betekenen dat de zoektocht naar betere medicatie gerichter kan plaatsvinden. Er wordt hier al onderzoek naar gedaan, maar er is nog te weinig informatie om conclusies uit te trekken. Het is zo dat sommige antipsychotica en antidepressiva tot op zekere hoogte al een ontstekingremmende werking hebben, maar ze hebben nog vele andere effecten die misschien, in

sommige gevallen, meer schade aanrichten dan dat ze goed doen. Nieuwe medicijnen die de oorzaak beter aanpakken zouden voor veel mensen hun leven kunnen veranderen. Maar zover zijn we nog lang niet. Er blijft nog heel veel onduidelijk, want er zal nog een hoop onderzoek gedaan moeten worden. Het kan zo zijn dat voor vele psychische problemen nooit een biologische oorzaak wordt gevonden. Maar het is belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar psychiatrische ziekten, zodat mechanismen rondom deze aandoeningen duidelijk worden, biologisch of niet, waardoor in de toekomst patiënten beter geholpen kunnen worden. En misschien blijkt dan wel dat schizofrenie en DIS toch meer op elkaar lijken dan we dachten. Of juist niet, natuurlijk…

Door overactieve afweercellen lijken hersenen van psychiatrisch patiënten ontstoken te zijn.

Panessay • 2012:5 • 141


142


Column

Ivo Jansen

Curaçaocolumn Angry Stairs Hoe het voelt: Aan elk avontuur komt een eind. Ook het Curaçao-avontuur. Zo sneuvelt eens in de zoveel tijd een dappere strijder op het tropisch slagveld daar, zonder genade weggerukt uit het zonovergoten, overzichtelijke leven dat hij het geluk had te mogelijk leiden. Hij heeft zich aan de cultuur aangepast, de mensen leren kennen, lokale gebruiken zich eigen gemaakt, zijn hart en ziel gegeven voor de zieke mensen in dit deel van het koninkrijk en zich kranig verweerd in een jaar vol met uitdagingen. Hij moest dit ook nog eens doorstaan zonder hulp van familie en de, in al die jaren opgezette, vriendenkring. Een hele prestatie vindt hij. En het feit dat deze strijder na al die maanden, geheid gezond gebruind en met blonde haren, het einde van zijn reis heeft bereikt kan alleen maar aantonen dat hij alle obstakels op zijn pad heeft overwonnen. Alle obstakels? Nee, er rest nog een. De ‘angry stairs’. Een omineuze, huiveringwekkende plek, die onze strijder al maanden vreest. Hij heeft er nachtmerries over gehad, badend in het zweet is hij wakker geworden. In zijn dromen zag hij een trap, gemaakt van vuur. Hij werd langzaam naar boven gezogen, hulpeloos. Hoe hard hij ook probeerde zich los te rukken, zich te onttrekken van de verdoemenis die op hem zou wachten als hij eenmaal boven was, de angry stairs wonnen. De angry stairs winnen altijd. Hij had al meerdere van zijn vrienden zich zien overgeven aan dit monster, deze verschrikking. En nu is het zijn beurt. Hij moet het doen, alleen. Het is een eenzame reis, waar niemand hem kan helpen, en het maar de vraag is of hij nog dezelfde is, als hij eenmaal zijn bestemming heeft bereikt. Hoe het echt is: Die arme roltrap, daar op Hato Airport. Die kan er ook niks aan doen. Toch krijgt hij zo’n lelijke naam van ons. Dat komt omdat hij de roltrap is waar al onze mede-co’s, huisgenoten en vrienden hun vaarwel zeggen als ze weer op het vliegtuig naar Nederland stappen.

Nadat we traditiegetrouw onze hamburger bij Wendy’s hebben gegeten, en daarna nog wat ongemakkelijk, sfeerloos en semi-emotioneel met elkaar hebben gekletst over banale dingen die helemaal niet meer belangrijk zijn, is de tijd van het echte afscheid aangebroken. Het is beladen. Echt een klote moment. Iedereen die mee is om afscheid te nemen staat op een rijtje, klaar voor de omhelzingen. Bij elke omhelzing worden een paar woorden gezegd, een zielige poging om het hele jaar samen te vatten in drie zinnen. Meestal komt er niet meer uit dan: ‘het was mooi gast’, of: ‘ik ga je missen’. Droog blijft het meestal ook niet. De drukke menigte op het vliegveld om ons heen kan, afhankelijk van het aantal meisjes dat mee is, de tranen rijkelijk zien vloeien. De jongens vinden het stiekem ook een erg raar gevoel. Ze huilen natuurlijk niet, maar hebben toch de opvallende neiging het allemaal het liefst zo kort mogelijk te laten duren. Ze kijken elkaar meestal aan met een blik die zegt: ‘verdomme dit zuigt, laten we zo snel mogelijk hier weggaan.’

Alle obstakels? Nee, er rest nog een. De ‘angry stairs’. Een omineuze, huiveringwekkende plek

Als alle omhelzingen zijn gedaan en de laatste lieve woorden zijn toegefluisterd aan eventuele geliefden, gaat de roltrap ineens bijzonder hard ratelen. Dan moet je er echt naartoe. Eerst langs de bewaker die heel kort naar je paspoort kijkt, daarna de roltrap op. Tergend lang blijven je vrienden nog in zicht, zwaaiend, handkussend. Tot bovenaan gaat dit door, nog een laatste blik en dan de hoek om. Met een licht hoofd leg je je rugzak op de scannerband en flitst het jaar in Curacao nog een keer door het hoofd. Het is kut. Na zo’n lange tijd voelde het als thuis. Maar dat is het niet meer. En dan besef je pas hoe mooi het jaar is geweest. Hoeveel plezier je hebt gehad, wat je allemaal hebt meegemaakt. Wat je hebt geleerd, wat je hebt gezien. En vooral, wat voor mensen je hebt leren kennen, vrienden je hebt gemaakt. En dan voel je de geruststelling: je zal ze allemaal weer terugzien. De angry stairs winnen namelijk altijd.

Panessay • 2012:5 • 143


Vrouwe Panacea

144


Activiteitenkalender December 11 UrgenCie Hechten 11 Rondleiding afdeling radiologie door dr. Kingma 12 CuCo Dansworkshop 13 Lezing Lucia de B. 18 VvAA Workshop solliciteren 21 ZIG-borrel Januari 8 + 15 Masterraad: Antibiotica cursus 17 Panacea & VolontĂŠ Nieuwjaarsborrel 14 SpoCo schaatsen 22 COP activiteit 25 Masterraad: Co-borrel deluxe Februari 7-11 SpoCo Wintersport 14 ALV


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay December 2012 by PanEssay - Issuu