PANESSAY
jaargang 30 // nummer 4 // december 2016
Faculteitsblad der M.F.V. Panacea
INHOUD Uit ‘t bestuurshok
het einde van het huidige bestuur komt in zicht. We zwaaien ze uit met een liedje
90
Commissiepagina de GalaCie, SympCie en MASH hebben wederom fruitige praatjes
91
Casuspagina wederom een ogenschijnlijk ingewikkelde casus. Helaas zijn onze prijzen op
93
Onderwijscolumn meer onderwijs meer beter? De VoucerCie vindt van wel
96
Forensische geneeskunde de macabere ontdekkingen van Karlijn
97
Refugees
99
pleidooi om vluchtelingen met open, gedesinfecteerde armen te ontvangen
Fotopagina
echte schoonheid zit gelukkig nog van binnen, zei de internist
Bloeddonatie Puzzel
omdat je toch wel wil weten waar al dat bloed naartoe gaat
vermaak tijdens het wachten op je arts-assistent
101 103 106
The Legacy of Aletta Jacobs McDreamies zijn verleden tijd
107
f.t. Bestuur
109
Er is weer een nieuwe!
Culture Shock wij Nederlanders lachen te weinig, werken te hard maar zijn gelukkig wel eerlijk
110
VGT-hulp
111
gevuld met informatie om weer te vergeten (behalve die billen dan)
Boek op recept voor wie altijd al meer wilde weten over Bob Marley’s grote teen
113
Dokterscolumn ook Boukje is begonnen met geld verdienen in plaats van geld lenen
114
Co-column ik zei toch: houd die puzzel bij de hand
115
COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3500 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Suzanne Schuurman // redactie Svenja Henning, Margot Pijpstra, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Tom van Putten, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Boukje van der Slik, Karlijn Saris, Annet Vulto // lay-out Dinant Oemrawsingh, Neepan Paramajothy, Margot Pijpstra, Marko Pol, Sophie Reese, Laurens Takens, Annet Vulto // cover Sophie Reese // Sluitingsdatum volgende editie: 18 februari 2017
Panacea
Uit ‘t bestuurshok Het wordt kouder, natter en aan de doorsnee boom hangt minder blad dan onder de gemiddelde mannenneus. Terwijl ik dit schrijf, word ik onderbroken door een stel kinderen die aan mijn deur koetjesrepen komen vragen. Met kleine lampionnetjes en een slecht voorbereid liedje proberen ze mij over te halen hen er eentje te geven. Ik onderbreek ze, ze waren vergeten te stemmen en puntje twee is ook duidelijk niet aanwezig. Nog maar een keer, en terwijl ze hun beste zangbeen voor zetten denk ik aan de tijd dat ik ook nog liedjes mocht zingen voor snoep… Aan alles komt een einde. Zo zijn de ‘stufivangers’ aan het uitsterven, zal Klouk van RTV-Noord verdwijnen en hebben we over een jaar misschien geen Obamacare meer. Voor BP’16 is het ook bijna afgelopen en is dit mijn laatste ‘Uit het bestuurshok’. Het einde kan uiteraard ook heel mooi zijn. Het einde van het zikavirus, je bachelor halen of nooit meer op een blokje lego staan, dat zou allemaal zeer bekoorlijk zijn. Toch voelt het einde van het jaar voor ons meer als iets geks. Terwijl we met weemoed terugkijken naar een fantastisch jaar van hard werken, bikkelen en lachen weten we ook dat dit een jaar is geweest om nooit te vergeten. 2016 was het jaar waarin Koningsdag kouder was dan Kerst, Trump president werd, Pepijn leerde
skiën op de hellingen van la Joue de Loup, er voor het eerst een mentorenactiviteit plaatsvond en een groots masterfeest georganiseerd werd. Daarnaast kreeg Panacea weer vele nieuwe leden erbij en slonk de Europese Unie af. Gelukkig heeft BP’16 de boel wel goed bij elkaar weten te houden en daar maken we ons ook nu nog hard voor. Tot dusver hebben we het dus eigenlijk wel naar onze zin en kunnen wij nog geen definitief afscheid nemen van onze post. Daarom hebben we besloten om nog een maandje extra te blijven. Nog één maand zodat wij als bestuur aanwezig mogen zijn bij de nieuwjaarsborrel, de ouderdag, internationaliseringsavond, MASH-lezing en de UrgenCieworkshop. Zo kunnen we rustig afkicken voor wij het stokje permanent over moeten dragen en plaats moeten maken voor een nieuw bestuur. Maar gelukkig is het nog niet zo ver. De komende maanden hebben wij nog even tijd om onze Panacealiefde te uiten door al onze kennis en kunde over te dragen, de laatste projecten af te ronden en nog een paar Panacea-activiteiten mee te pakken als bestuur. Hoewel wij met ontzettend veel plezier altijd aanwezig waren op de activiteiten die de verschillende 34 commissies organiseerde, kijken wij stiekem ook wel een beetje uit om lekker incognito achter in de zaal te mogen zitten of zelfs een avondje thuis te hebben met Netflix op de bank. Terwijl wij onze bureaus achterlaten, weten we dat het komend jaar wederom een fantastisch jaar gaat worden. Want met een lustrum én een musical in één jaar, word je als Panacealid getrakteerd. En het zingen? Dat doen we wel weer tijdens de cantus!
Panessay • 2016:4 • 90
Commissies & onderwijs
GalaCie GalaCie
Geachte lezer, Bij deze presenteren wij u de Galabalcommissie. Zoals bekend staat 2017 geheel in het teken van het 6e Lustrum der M.F.V. Panacea. Wij, als Lustrum GalaCie, hebben de eer om dit Lustrum te mogen afsluiten met een onvergetelijk gala op 11 februari 2017, en dit op een prachtige locatie! Na een heerlijk diner in de Martinikerk zullen wij jullie meenemen naar een sprookjesachtige plek, waar jullie de hele avond kunnen dansen en genieten op lekkere hitjes. Dit alles zal gebeuren onder leiding van een stelletje ongeregeld, maar stuk voor stuk allemaal onmisbaar. Aan het hoofd staat onze geliefde voorzitter Marijke, daarnaast hebben we Jorick, onze secretaris, Elles, onze bijna altijd brakke penningmeester, Hanna en Menno, onze acquisitiespetters, Larissa, ons promoprinsesje and last but not least Jaap, ons sfeerlicht. Dankzij dit zooitje zal de avond op 11 februari 2017 er eentje worden voor in de geschiedenisboeken. Tot op het gala!
SympCie SympCie
Ja, het is zover! Het Symposium komt er weer aan! Op 9 februari 2017, midden in de Lustrumweek, zal het 30e Symposium der M.F.V. Panacea plaatsvinden! Het thema van het symposium is “Explore your Senses; Perception is Everything�. Zoals de naam al zegt zullen we ons de hele dag bezig houden met zintuigen en alles wat daarmee te maken heeft. De anatomiedocent Janniko Georgiadis zal zich als dagvoorzitter inzetten om van de dag vol sprekers en workshops een geheel te maken. De sprekers houden we nog even geheim, maar tijdens de workshops zal een behandeling met een Virtual Reality-bril worden ervaren, zullen blindengeleidehonden ons de weg wijzen en vertelt Rob Bakels alle ins en outs over pijn. Natuurlijk hebben we nog een interessante afsluitende act die ieders zintuigen zal prikkelen. Wij hebben er zin in en we hopen jullie ook! Inschrijven kan via de Panaceawebsite voor een los kaartje, maar het kan ook door een Lustrum passepartout te kopen! Tot 9 februari!
91
MASH MASH
Hallo allemaal! Voor iedereen die ons (nog) niet zo goed kent, wij zijn de MASH (Medical Aid by Student Help). Met z’n negenen verzamelen wij medisch materiaal uit verschillende zorginstellingen. Van verbandmateriaal tot nietmachines, alles komt voorbij. We sorteren het materiaal en vervolgens sturen we het naar het Turiani Ziekenhuis in Tanzania. Hier kunnen ze onze ‘afdankertjes’ heel goed gebruiken! Naast deze bezigheden zijn we ook druk met het organiseren van een lezing die zich richt op verschillende aspecten van de zorg in en rond het Turiani Ziekenhuis, voor de avonturiers onder ons. Dus wil jij ons helpen iets te betekenen voor mensen die de zorg hard nodig hebben? Ga jij binnenkort richting een ontwikkelingsland en heb je een plekje in je koffer? Neem dan even contact met ons op! Like natuurlijk onze Facebook-pagina om op de hoogte te blijven van onze activiteiten en updates over het Turiani Ziekenhuis! Liefs, Hendrea, Jesse, Joris, Emily, Steven, Christa, Femke, Michelle en Josanne
PanEssay • 2016:4 • 92
Casus
Arno Bourgonje
Dr. House in de praktijk Haken en ogen Tijdens je klinische stages komen al die dozijnen oligomenorroïsche oppasmoeders, schizotypische schoonheidsspecialisten en voedselallergische veganisten je allang de conchae uit, waardoor bij tijd en wijle een bijzondere en zeldzame casus een welkome uitdaging is. Een casus met een diagnose waar je U tegen zegt. In deze editie presenteren wij zo’n casus, met een diagnose die in de meeste tekstboeken nauwelijks is terug te vinden… Een 21-jarige student scheikunde uit Groningen meldt zich bij u op de polikliniek oogheelkunde met als hoofdklacht een sinds enkele dagen bestaande vermindering van het zicht aan beide ogen.
Hoofdklacht?
Plotseling visusverlies van beide ogen. Wat zijn uw differentiaaldiagnostische overwegingen? Wat wilt u weten in de anamnese en bij het lichamelijk onderzoek?
Differentiaaldiagnostische overwegingen
Er zijn menig denkbare oorzaken van plotseling visusverlies aan beide ogen. Bovenaan de DD staat neuritis optica, een auto-immune opticusneuropathie die gekenmerkt wordt door subacute (meestal eenzijdige) visusdaling bij jongvolwassenen en tevens vaak wordt gezien bij MS (multipele sclerose). Daarnaast kan gedacht worden aan compressie van de optische banen (bijvoorbeeld door een intracraniële tumor of aneurysma), ischemie (bijvoorbeeld door anterieure ischemische opticusneuropathie (AION) bij hypertensie of arteriitis), infectie, intoxicatie of deficiëntie (vitamine B1 of B12, ethanol, chlooramfenicol) of infiltratie (lymfoom, sarcoïdose) en tot slot erfelijke etiologieën (autosomaal dominante opticusatrofie, hereditaire opticusneuropathie van Leber).
Anamnese
Patiënt vertelt u dat hij twee dagen geleden plotseling fors slechter begon te zien met het linkeroog. Eerst dacht hij tijdens een practicum organische chemie een toxische stof in zijn oog te hebben gekregen, maar behoudens het slechte zicht waren er geen
93
nevenklachten. Hij bezocht diezelfde dag nog de opticien, omdat hij vermoedde een nieuwe bril nodig te hebben. Er was echter geen enkele sterkte die verbetering van het zicht kon geven. Bij navraag blijkt het slechter zien zich op die dag al binnen enkele uren te hebben voltrokken. Gisteren ging bovendien het zicht aan het andere (rechter)oog ook acuut achteruit. Hij heeft geen pijn in de ogen, alleen het rechteroog is nu wat pijnlijk bij het heen en weer kijken, waarbij de pijn ‘achter het oog’ wordt gevoeld. Studeren gaat niet meer; eerst hield hij zijn collegeblok nog voor zijn neus, nu kan hij helemaal niets meer lezen. Patiënt heeft een blanco voorgeschiedenis. De familieanamnese levert weinig relevante informatie op, behalve dat een 49-jarige oom ooit een korte episode van visusverlies had doorgemaakt en zijn moeder bekend is met (idiopathische) cardiomyopathie. Hij heeft nooit gerookt en soms drinkt hij ’s avonds eens een biertje. Hij gebruikt geen medicatie.
Lichamelijk onderzoek
Bij uitwendige inspectie van de ogen worden geen zichtbare afwijkingen geconstateerd. De visus blijkt aan het linkeroog 1/60 en aan het rechteroog 1/30 te zijn. De pupilreacties zijn volledig intact. De oogstand, oogbewegingen en oogdruk zijn geheel normaal. Bij fundoscopie wordt beiderzijds een wat bleke papil gezien met peripapillaire teleangiëctasieën (verwijde bloedvaatjes) en een slingerend verloop van vaatjes in het centrum van de retina (zie afbeelding). Perimetrisch onderzoek (gezichtsveldonderzoek) wijst vooral op een gestoord centraal zien (centraal scotoom) met intacte perifere gezichtsvelden.
Wat voor aanvullend onderzoek zou u willen aanvragen?
Ter uitsluiting van een neurologische oorzaak van het plotselinge visusverlies, zoals bijvoorbeeld multipele sclerose (MS) of een intracranieel ruimte-innemend proces, werd beeldvorming van de hersenen verkregen middels MRI. Deze toonde geen afwijkingen. De retinale vasculatuur werd gevisualiseerd met fluorescentieangiografie; hierbij werd geen retinale vaatlekkage gezien, ondanks de schijnbare aanwezigheid van papiloedeem. Het patroon van de geleiding van de nervus opticus werd getest met zogenaamde visual evoked potentials (VEP). Deze meting toonde ernstig vertraagde latentietijden, duidend op pathologie van de n. opticus.
Uiteindelijk werd door u als oplettende oogarts de sleutel tot de diagnose gevonden met behulp van gericht DNA-onderzoek. Hierbij werd een m. 3460G>A puntmutatie gevonden in het mitochondriaal DNA, waarbij op plaats m. 3460 een guanine is vervangen door een adenine. Deze mutatie bevindt zich in een gen dat codeert voor een eiwit uit het eerste complex van de mitochondriale ademhalingsketen (betrokken bij de oxidatieve fosforylering).
Wat is uw (werk)diagnose?
De diagnose is de hereditaire opticusneuropathie van Leber (LHON). Dit is een mitochondriaal overervende aandoening, wat betekent dat de verantwoordelijke mutatie alleen via de maternale lijn wordt doorgegeven. Mannen zijn in het algemeen vaker aangedaan dan vrouwen, maar kunnen de mutatie dus niet doorgeven aan het nageslacht. LHON komt wereldwijd ongeveer bij één op de 20.000-50.000 mensen voor en heeft een piekincidentie rond het dertigste levensjaar. De beschreven mutatie (m. 3460G>A) is een van de drie meest voorkomende mutaties die LHON kunnen veroorzaken. Genetische counseling bij deze aandoening is echter nogal complex, omdat bij veel dragers van een mutatie de ziekte niet fenotypisch tot uiting komt. Men vermoedt dat de mutatie predisponeert tot het ontwikkelen van een opticusneuropathie, maar dat er daarnaast nog andere (onbekende) factoren bestaan die bepalen of de ziekte bij een genetisch belast individu tot expressie zal komen. LHON presenteert zich bij 75% van de patiënten als een plotseling optredende slechtziendheid aan één oog, waarbij het andere oog binnen gemiddeld twee maanden volgt, met vooral een achteruitgang van het centrale zien (centraal scotoom). De klinische presentatie kan vaak erg lijken op die van neuritis optica, maar hierbij is het visusverlies van tijdelijke aard, is er sprake van pijn bij oogbewegingen, worden er doorgaans geen bijzonderheden gezien bij fundoscopie en is er vaak een relatief afferent pupildefect (RAPD) aanwezig. Bij LHON is meestal geen sprake van pijn bij oogbewegingen (echter in deze casus toevallig wel!), maar de contrast- en kleurwaarneming zijn veelal ernstig gestoord. Daarnaast worden bij LHON soms ook stoornissen in andere organen gevonden (zoals kenmerkend voor mitochondriaal overervende aandoeningen), bijvoorbeeld in het hart (cardiomyopathie, hartritmestoornissen), nieren (tubulaire acidose), skeletspieren (rabdomyolyse) en hersenen (mentale retardatie, dementie). Men zou LHON in dit opzicht als systeemaandoening kunnen aanduiden, waarbij het visusverlies op de voorgrond staat.
Hoe ziet de behandeling eruit? Hoe is de prognose?
Er bestaat helaas nog geen bewezen effectieve behandeling voor deze erfelijke opticusneuropathie. De patiënt zal dus om moeten leren gaan met de visuele beperking, die helaas vaak geleidelijk in maanden tot jaren toeneemt. Gelukkig is volledige blindheid een uitzondering. De kans op herstel van de visus is zeer afhankelijk van het type mutatie. De mutatie van de patiënt uit deze casus betrof de m. 3460G>A puntmutatie, waarbij de kans op verbetering gemiddeld 22-25% is en de gemiddelde duur tot herstel circa vijf tot zes jaar in beslag neemt. Daarnaast worden roken en alcoholgebruik in het algemeen ontraden, omdat dit mogelijk invloed kan hebben op de ernst van de ziekte, hoewel hiervoor nog geen onomstotelijk bewijs is geleverd.
Afloop van de casus
Bij onze patiënt daalde de visus uiteindelijk zodanig dat er alleen (in het geval van de mutatie uit deze casus) nog lichtperceptie overbleef. Met andere woorden: de patiënt kan in dit geval als functioneel blind worden aangemerkt. Hij werd voor advies en ondersteuning verwezen naar een instelling voor blinden en slechtzienden en een maatschappelijk werker begeleidde de patiënt en zijn familie bij de ‘oogrevalidatie’. Enkele jaren later herstelde de visus enigszins, maar helaas niet voldoende om zonder hulpmiddelen en ondersteuning in het dagelijks leven te kunnen functioneren. Zijn studie heeft hij helaas moeten stoppen, maar inmiddels is hij druk zoekende naar een andere studie die hij in deeltijd en met deze beperking zal kunnen doen.
Fundoscopisch beeld van het rechteroog (OD). Zichtbaar zijn een bleke papil en licht gezwollen, kronkelende vaatjes daaromheen (peripapillaire teleangiëctasieën).
Panessay • 2016:4 • 94
95
Column
Simone Kersten
Onderwijscolumn Voucher Education: onderwijs creëren kun je zelf Studeren in G2020 is niet zo vanzelfsprekend als het soms lijkt. Of je nou vers van de middelbare school aan de lange weg tot arts begint, of al eerder gestudeerd hebt (zoals ik zelf destijds): G2020 vraagt veel zelfdiscipline, interesse en motivatie van jou als student. Je zit maar weinig in de collegezaal, moet een fors aantal pagina’s van Guyton of Kumar doorspitten en je besteedt de nodige uurtjes aan je LC-taak. Tijdens het klinisch redeneren hoor ik mezelf vaak denken: kunnen ze in plaats van die microfoon onder m’n neus te drukken niet gewoon college gaan geven?! Meer onderwijs! Een kritische kreet die mijn commissiegenoten en ik sinds de lancering van G2020 (en nog steeds) veel hoorden op de wandelgangen van onze faculteit. We besloten om als splinternieuwe commissie van Panacea, in samenwerking met het onderwijsinstituut, Voucher Education op te zetten: een extra mogelijkheid voor jou als student om onderwijs te creëren over onderwerpen die jij persoonlijk interessant vindt! Sinds de start van Voucher Education in september 2015 is er veel gebeurd. Meer dan 45 activiteiten hebben plaats gevonden, variërend van het kijken bij een openhartoperatie tot een spoedcursus medische statistiek. Voor Voucher Education geldt: the sky is the limit (zolang we het in het UMCG kunnen
faciliteren). Als commissie zorgen we ervoor dat er een docent klaar staat om jouw activiteit te ondersteunen, de materialen aanwezig zijn en er een lokaal is gereserveerd. Ik zei het al, er is veel gebeurd. We hebben 10.000 euro gewonnen om een nieuw online platform te ontwikkelen en we zijn zeker een jaar bezig geweest om dit te realiseren. Voucher Education is zelfs internationaal (in de wetenschappelijke wereld van medisch onderwijs) een begrip. Afgelopen zomer heb ik samen met commissiegenoot Renske Wiersema het Voucher Onderwijs op een congres in Barcelona mogen presenteren en deze winter staan we in Berlijn. Als voorzitter van de VoucherCie zit ik wekelijks om de tafel met de mensen die ons onderwijs organiseren en ontwikkelen, ben ik eindverantwoordelijk voor het ontwikkelen van de nieuwe website en stuur ik een fantastische commissie aan. Ik verbaas me nog elke dag over het enthousiasme waarmee elk initiatief van docenten en studenten binnen het Voucher Onderwijs wordt ontvangen door deze groep hardwerkende mensen. De volgende keer dat je in college zit en je merkt dat je het (a) niet begrijpt of (b) meer wil weten omdat het onderwerp je aanspreekt: twijfel dan niet langer en organiseer zélf die Voucher Activiteit! Dan staan mijn commissie en ik klaar om jou te assisteren bij het ontwikkelen van dat ene onderwijsmoment wat jij nodig hebt! Je vindt ons door te browsen naar voucher.med. rug.nl (zonder www ervoor). Ben je ook enthousiast over Voucher Education en wil je meer weten? Neem dan contact met ons op door een mailtje te sturen naar voucher@panacea.nl.
Panessay • 2016:4 • 96
Interview
Karlijn Saris
“Ik heb een moordbaan” In gesprek met een forensisch arts Het is vroeg en koud wanneer ik het GGD-gebouw in Assen binnenloop. Ik ben enthousiast, maar ook lichtelijk gespannen, want vandaag krijg ik de unieke kans om mee te kijken in het leven van Peter Letmaath, forensisch arts. Ik zie, hoor en leer een hoop deze dag. Zo maak ik een lijkschouwing mee van een mevrouw die enkele minuten geleden euthanasie heeft ondergaan en gaan we de uitdaging aan om bloed te prikken bij een aangehouden wegpiraat die overduidelijk onder invloed van GHB door zijn cel stuitert. Tussen de bedrijven door vraag ik Peter de oren van het hoofd over zijn beroep. Mijn doel: een realistisch beeld van het vak. Is het echt CSI 2.0 of toch te mooi om waar te zijn? Wat is forensische geneeskunde in een notendop?
“Als forensisch arts houd ik me vooral bezig met de medische zorg voor arrestanten, letselonderzoek, zedenonderzoeken, bemonstering op sporen, onderzoek naar (genitale) letsels dat als bewijsmateriaal kan dienen en lijkschouw wanneer de behandelend arts niet overtuigd is van een natuurlijke doodsoorzaak. Ik werk voor GGD Drenthe, op het snijpunt van het strafrecht, de gezondheidszorg en de samenleving. Dit beroep heeft veel raakvlakken met de
huisartsgeneeskunde, maar ook weer niet, omdat je te maken hebt met een hele specifieke doelgroep. Psychiatrie, verslavingsproblematiek, gedragsproblemen; het is een vak apart.”
Hoe ziet het dagelijks leven er voor een forensisch arts uit?
“Totaal anders dan dat van de meeste artsen. Dagen kunnen behoorlijk onregelmatig zijn, omdat we totaal niet weten wat er op ons pad komt. Ik ben kind aan huis op politiebureaus in de regio, kom bij mensen thuis of doe veldwerk op een plaats delict. Wij doen geen spreekuren en zijn het grootste deel van onze dag de deur uit. Dit is nodig, want we werken met een bijzondere doelgroep die over het algemeen in een slechtere gezondheidstoestand verkeert, omdat ze zorgmijdend zijn of omdat ze niet verstandig met gezondheid omgaan. Daarnaast maakt gedragsproblematiek bij sommige patiënten het vaak lastig om de medische waarheid boven tafel te krijgen.” Nog geen twee minuten later gaat de telefoon. Een arrestant die gisteren is binnengekomen doet erg geheimzinnig over de medicatie die hij gebruikt. Er wordt vermoed dat hij de boel belazert en we zullen daarom de man zelf maar eens moeten ontmoeten. Mijn hart maakt een sprongetje wanneer we het zwaarbewaakte cellencomplex binnenkomen, maar Peter blijkt kind aan huis, al grappen makend met de politie. Plots sta ik de hand te schudden met een arrestant in zijn cel. Door mijn hoofd gaan de meest vreemde gedachten, zoals natuurlijk “wat zou deze persoon op zijn geweten hebben?”, maar Peter geeft de man vrolijk een hand en begint hem wat luchtige vragen te stellen. Na enkele minuten heeft hij genoeg gehoord en we lopen naar de artsenkamer op het politiebureau om de vage informatie die we van de man kregen na te trekken. Na wat speurwerk komt inderdaad de behandelend arts boven water, de medicatie kan geverifieerd worden.
Wat vind je zo leuk aan dit beroep?
“Ik ben duidelijk een teamspeler en in dit beroep ben je enorm multidisciplinair bezig. Er zijn raakvlakken met de sociale geneeskunde, verschillende disciplines bij de politie en het openbaar ministerie. Ik lijk soms haast met de politiewereld te vergroeien, dat vind ik erg leuk. Daarnaast komen we veel mensen tegen die tussen wal en schip zijn geraakt en waar geen panklare
97
oplossing voor is. Het is een uitdaging om te verzinnen hoe je deze mensen toch weer een perspectief kunt bieden en ze te motiveren om hun leven op de rails te krijgen. Dit is een andere, misschien meer holistische benadering dan die van de meeste dokters, maar dit is juist wat ik erg leuk vind aan mijn vak. Je komt daarnaast heel dicht bij wat mensen overkomt, zoals een ernstig misdrijf, waarbij je in woord en beeld terugleest wat mensen wordt aangedaan of wat mensen anderen kunnen aandoen. Het is dan ook de uitdaging om op zulke heftige momenten zakelijk te blijven redeneren en iets dat heel complex lijkt heel snel helder te kunnen krijgen.”
Welke dingen die je meemaakt vind je echt naar?
“Ik zou eerder de term ‘indrukwekkend’ gebruiken. Een mishandeld kind zien is natuurlijk vreselijk, maar het maakt deel uit van het vak en je kunt in dit beroep het verschil maken. Wanneer ik met een zaak bezig ben, word ik hier compleet door in beslag genomen. Er moet werk gebeuren en zo goed mogelijk, om hiermee de slachtoffers te kunnen helpen. Dat is voor mij het belangrijkste op zo’n moment. Met de walging of emotie ben ik dan niet erg bezig; dat komt later wel.
“Het is de kunst om te blijven redeneren op basis van feiten en niet op basis van aannames” Wanneer een zaak is afgerond, kan ik er in een multidisciplinair team over praten en ik merk dat het ook weer snel naar de achtergrond verdwijnt, ondanks dat ik het niet vergeet. Bepaalde zaken zal ik me altijd haarscherp blijven herinneren. Een erg spannend antwoord op deze vraag is het helaas niet, maar dit is wel hoe ik “nare” gebeurtenissen beleef; op een professionele en nuchtere manier, waardoor het op het moment dat er gewerkt moet worden voor mij niet te zwaar wordt.”
Bent u wel eens bang om af te vlakken als u zoveel ellende ziet iedere dag?
“Nee! Zodra ik dat zou merken is het hoog tijd om wat anders te gaan doen. Mijn referentiekader is door alle ellende die ik meemaak wellicht iets ‘zieker’ dan dat van de meeste mensen. Wij zien natuurlijk wel dingen waarvan ik hoop dat de gemiddelde Nederlander ze nooit te zien krijgt. Ondanks dat het onderdeel van je professionaliteit is om zaken op afstand te kunnen houden, blijf ik in alle zaken het menselijke zien en voelen. Het feit dat ik ellende zie in mijn beroep raakt me absoluut, maar dat is juist een drijfveer om dit beroep nog steeds met overtuiging uit te voeren.”
Welke eigenschappen zijn belangrijk om dit vak goed te kunnen uitvoeren?
Iedere arts krijgt te maken met vreemd gedrag van mensen waar je op moet kunnen anticiperen, maar zeker in deze doelgroep is het belangrijk om dat goed te kunnen aanvoelen om mensen zo goed mogelijk te kunnen helpen.
“Je moet altijd blijven twijfelen aan jezelf” Allerbelangrijkst is misschien wel dat je je steeds bewust moet zijn van wat je niet weet, de zogeheten blinde vlek. Je moet altijd blijven twijfelen aan jezelf. Je moet jezelf goed kennen en niet te snel conclusies trekken. Toch moet je ook met onzekerheden of een niet compleet beeld een beslissing kunnen nemen. Niets doen is geen optie.
Wat wil je onze lezers nog meegeven over je beroep?
“De belangrijkste, en misschien ook gelijk de meest teleurstellende boodschap over mijn vak: dit is geen CSI! Dit zeg ik niet omdat we geen spannende dingen meemaken, maar vooral omdat ernstige moordzaken met veel drama niet per se de zaken zijn waar ik voldoening uit haal. Als we een lijk zouden aantreffen waar het mes nog rechtop in steekt, is het al niet meer zo interessant. Ik zeg altijd: ik heb geen ‘sexy’ beroep. We zien bijvoorbeeld lichamen die in ernstige staat van ontbinding verkeren. In plaats van de sensatie haal ik veel meer voldoening uit het feit dat ik in het vage, grijze gebied het verschil kan maken, door te steunen, te adviseren, en lastige situaties te kunnen overnemen met mijn kennis en expertise als dokter. Ik geniet van mijn werk en denk vaak: ik heb een moordbaan!” Een hoop indrukken, autoritjes en politiebureaus later is mijn beeld over de forensische geneeskunde enigszins bijgesteld. De arts die ik heb ontmoet is een nuchtere doch empathische man met enorm veel aandacht voor zijn patiënten. Niet sensatiebelust, maar gedreven om iets te kunnen betekenen voor zorgbehoevenden aan de rand van onze samenleving. Peter heeft me laten inzien dat dit vak niet gaat over de moordenaar of zedendelinquent, maar over de patiënt. De patiënt die net als iedere burger in Nederland goede zorg verdient en daar op zijn beurt enorm dankbaar voor is. Nog niet uitgelezen? www.panacea.nl/PanEssay
Panessay • 2016:4 • 98
Reportage
Svenja Henning
“All the diseases of the world” Are we at risk of refugee-borne epidemics? “Refugees don’t only bring religious wars into our country but also all the diseases of the world!” This comment was made by Petra Federau, member of the German right wing party AfD with regard to the current refugee problem in Germany. In fact, Petra Federau is not the only person who is afraid of exotic diseases that refugees might bring to Europe. There are people who are afraid that refugees will take their jobs, others are afraid of terrorist attacks and still others fear that refugees transmit dangerous, exotic diseases and therefore avoid contact with them. This avoidance in turn hinders the integration of refugees into society. The first question that arises is whether refugees really present with diseases that doctors here have only studied in textbooks? And if yes, do those diseases have to be considered a danger for the general population? It is true that there is a different prevalence of diseases in countries of the Middle East compared to Europe. Hepatitis B for example has a higher prevalence in Middle Eastern countries (e.g. Syria) and tuberculosis is also more often encountered than in Europe.
Vector-borne diseases that luckily are not endemic in Europe also have to be taken into consideration when treating refugees. A small outbreak of malaria for example has been reported in Greece that, according to the WHO, was imported by Pakistani refugees. Among refugees, cases of louse-borne relapsing fever have been reported in the Netherlands, Switzerland and Germany. Louse-borne relapsing fever (endemic in parts of Africa) is a vector-borne disease caused by the bacterium Borrelia recurrentis which is transmitted by the human body louse. Patients can present with high fever, myalgia, arthralgia, chills, headache, hepatomegaly, splenomegaly, jaundice, vomiting and nausea. These symptoms are not very specific and hence, the chance of misdiagnosing is high; especially because louse-borne relapsing fever is not endemic in Europe and often not considered a possible diagnosis. Misdiagnosis can cause great harm to the patient, since the disease is fatal in 10% to 40% in cases if patients do not receive the right treatment. This is in contrast to a mortality rate of 2% - 5% among appropriately treated patients. Additionally, it has to be noted that the vector (the human body louse) is often found in areas with poor sanitary and hygienic conditions and therefore, prevention of disease transmission by changing bed sheets frequently, and by providing refugees with washed clothes is important. (For more information about louse-borne relapsing fever see links below.) In Germany, the number of tuberculosis cases increased by 30% in 2015, which is attributable to the relatively high prevalence of tuberculosis among refugees. 30% sounds like a high number but health professionals highlight that the risk for the general population has not increased. According to experts, the population does not have to fear tuberculosis epidemics. They rather point out that it is important to agree upon a European wide screening scheme covering many diseases in order to provide adequate protection. Currently, screening protocols differ per country but a universally applicable scheme is regarded as necessary to minimize the chance of transmitting diseasesand also to minimize the refugee’s risks to suffer from an infection. This is especially important as refugees often present with a compromised general health condition as a result of an exhausting journey under poor nutritional
99
conditions. As their immune system is already weakened, they are more prone to get infections. Those infection are usually not rare and exotic diseases but infections that are common among the European population as well. In addition, the living conditions in European refugee camps are not optimal everywhere. In general, many people live together in relatively small rooms, while a majority is weakened and often not properly immunized. Consequently, there is often a lack of herd immunity and diseases can spread more easily. For example various cases of measles have been reported that have been linked to refugees. Therefore, it is important to ensure a high hygienic standard and to immunize refugees but also to ensure that European people are immunized to contribute to herd immunity. By doing so, they do not only protect themselves but also society. Another aspect that needs to be take into account is that some authorities refused asylum and also to provide healthcare for refugees while other authorities are over-challenged and unable to provide appropriate basic health care to every refugee. Consequently, not only patients with NCDs have difficulties receiving the necessary treatment but also infectious diseases are often not treated on time. An example is a small measles outbreak that has been reported in a French refugee camp in 2016. All in all, doctors should be aware of diseases that are endemic in the Middle East and add those to their differential diagnosis list if applicable. Refugees might
import pathogens to Europe: an example is the small malaria outbreak in Greece mentioned above. However, we have to be aware that a tourist who is returning from Venezuela poses the same risk as a refugee! Finally, let us return to the initial comment by German AfD politician Petra Federau. Refugees might present with different diseases but in general they do not pose harm to other people in society. As long as doctors are educated about exotic diseases and refugees and Europeans protected by immunization, there is no reason to fear contact with refugees. Since most refugees experienced traumatic events, integration is important to make them feel home and part of our society!
At a glance Refugees can present with diseases European doctors are not adequately educated about. Refugees as well as Europeans should be vaccinated and health professionals aware of diseases prevalent in the Middle East. Generally, there is no risk for the general population regarding infectious diseases transmitted by refugees. For more information: http://www.rki.de http://ecdc.europa.eu
Panessay • 2016:4 • 100
Foto’s
101
Panessay • 2016:4 • 102
Medisch
Suzanne Schuurman
Bloedverwanten Waarom ik bloeddonor ben? Deels omdat ik in zoveel mogelijk dingen op mijn lieve, sterke moeder wil lijken, die al haar hele leven doneert. Deels ook wel een beetje vanwege de gratis roze koeken op de afnamelocatie. Maar vooral omdat ik, ook door deze studie, zie wat een verschil het kan maken voor patiënten. Wat voor verschil het dan precies maakt, is te lezen in de volgende verhalen! Manon
Toen ik 7 jaar was ben ik geopereerd aan mijn amandelen. Ik moest al wat langer blijven in het ziekenhuis omdat het nog wat bloedde. Maar ik was maar wat blij ik ‘s avonds weer in mijn eigen kamer in bed lag. Het zal een uur of elf ‘s avonds geweest zijn toen mijn vader, die beneden zat, een gevoel had dat hij naar boven moest, naar mijn kamer. Eenmaal boven zag hij dat ik bloed gespuugd had, er kwam op dat moment een grote golf bloed uit mijn mond. Eenmaal in het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam kreeg ik een zak bloed - mijn opa en vader waren ook bloeddonor en de grap werd gemaakt dat ik het bloed van mijn opa kreeg toegediend. Ik ben altijd panisch geweest van naalden maar in 2008 heb ik me aangemeld als bloeddonor. Ik had het veel eerder moeten doen!
Manon, 7 jaar
103
Suzanne
Het is maandag, infuusdag. Mijn verpleegkundige stapt binnen en maakt alles gereed voor mijn infuus met immunoglobulinen. Dankzij deze immuuncellen en dankzij donoren kan ik een ietwat aangepast, maar normaal leven lijden. We gaan terug naar 2012. Ik was op vakantie in China. Ik genoot van het leven daar en de mensen, de sfeer en het gevoel dat ik daar kreeg vergeet ik nooit meer. Ook niet hoe ik me fysiek voelde toen we terug kwamen bij ons hotel. Ik had iets opgepikt, een virus, een bacterie, we weten het tot op heden niet, maar eenmaal terug in Nederland werd ik zieker. Ik kreeg longontsteking en er volgden er 22 in drie jaar tijd! Mijn longarts liet uitgebreid bloedonderzoek doen en zei: ‘Je hebt hypogammaglobulinemie.’ Ik zei: ‘Wat is dat voor een scrabblewoord?’ Het bleek dat ik IgG-tekort heb, gecombineerd met een monoklonale B-cellymfocytose. Er werd direct gestart met het toedienen van immunoglobulinen. We hebben even moeten goochelen met de juiste dosering, maar nu krijg ik elke 10 dagen 20 gram/200 gram immuuncellen toegediend en er gaat een wereld voor me open. Minder infecties, meer energie en vooral... dankbaarheid! Ik gebruik naast mijn infusen nog een hoop medicijnen, zo neem ik elke dag antibiotica (co-trimoxazol) maar wat maakt dat uit? Voor mij niet zo heel veel. Ik geniet van elke dag en je ziet aan mij echt niet dat er een probleem is. Dat wil ik graag zo houden!
Desiree
Om eerlijk te zijn, had ik eerst nog nooit over het doneren van bloed nagedacht. Ik ben enorm bang voor naalden en het zien van bloed is ook zeker niet iets waar ik me goed bij voel. Als iemand het vorig jaar aan mij gevraagd zou hebben om te komen donoren, had ik ook gelijk nee gezegd, hoe hard dit misschien ook zou zijn. Begin dit jaar is mijn kijk op het doneren binnen anderhalf uur totaal veranderd. Op mijn vrije ochtend werd mijn moeder thuisgebracht door een collega, omdat ze zich niet lekker voelde. Dit gevoel verslechterde alleen maar en hierbij kwam ook nog een bloedverlies op het toilet. In het ziekenhuis stopte het bloedverlies niet en mijn moeder verloor in korte tijd enorm veel bloed, waardoor haar hartslag ineens terug viel tot 20 slagen per minuut, wat natuurlijk veel te laag is. Alle toeters en bellen gingen af van de apparatuur waar mijn moeder aan aangesloten lag en van alle kanten kwamen dokters aangerend. Er werden snel twee zakken bloed aangesloten op het infuus en haar hartslag werd gelukkig weer snel normaal. De dokters konden hierdoor de oorzaak onderzoeken en de bloedende maagzweer werd dichtgemaakt tijdens een operatie. Mijn moeder heeft zich nog weken heel slap gevoeld, maar haar leven was wel gered. Zodra mijn moeder weer terug was uit het ziekenhuis, heb ik mij direct aangemeld als donor. Ik ben ondertussen al twee keer wezen donoren met mijn moeder naast me om me te steunen. Ik hoop dat mijn bloed mensen kan redden, zoals het bloed van iemand anders mijn moeder gered heeft.
Jolanda
Op 8 oktober 2014 kregen we na vijf weken ziekenhuis vol onderzoeken en antibioticakuren te horen dat ons zoontje van toen ruim 2,5 jaar neuroblastoomkanker had. De grond onder je voeten wordt volkomen weggeslagen. Angst en verdriet overheersen, maar ook dat we samen ervoor gaan om de kanker weg te krijgen. Een kleine twee weken later volgt de operatie om de hersentumor weg te halen, maar ook om een PortA-Cath te plaatsen. Dat was ook de eerste keer dat Pepijn een zak bloed bij kreeg. Dan denk je gelijk aan opa die al zoveel jaren bloed/plasma geeft. Je voelt je dan ontzettend dankbaar richting hem, maar ook richting alle andere mensen die bloed geven. Uiteindelijk heeft Pepijn tijdens alle behandelingen zo’n 24 zakken met bloed of bloedplaatjes gehad, omdat zijn HB of zijn trombocyten te laag waren door de chemo’s waaronder één zware hoge dosis chemo waar Pepijn zijn eigen stamcellen heeft terug gehad. Zonder dat was hij er niet meer geweest... Mijn man is na aanleiding van het ziek zijn van zijn zoon bloed gaan geven. Dit kon dan terwijl we in het Prinses Maxima Centrum zaten (wat tijdelijk in het WKZ zit). Ik (de mama van Pepijn) wilde voordat Pepijn ziek werd al langer bloeddonor worden, maar op de één of andere manier kwam het er niet van, zoals het vaak gaat. Nu had ik een flinke stok achter de deur. En in augustus dit jaar was het dan zover. De eerste keer geven. Zo dankbaar dat ik kan en mag gaan bloed geven. Ik doe het voor Pepijn, voor alle kinderen met kanker (dit zijn er helaas echt veel te veel...), voor volwassenen met kanker, maar ook zeker voor alle mensen die het ook nodig hebben vanwege ziekte, operatie of bij een geboorte van een kind en dat de moeder teveel bloed heeft verloren. Pepijn zijn verhaal is terug te lezen op stoerepepijn.nl.
Panessay • 2016:4 • 104
Leendert
Elke drie weken krijg ik een infuus met Nanogam om missende delen van mijn bloed aan te vullen. Deze infusen zijn de oplossing voor het tekort aan immunoglobulinen in mijn bloed waardoor ik vrijwel continu ziek was. Vanaf ongeveer 2000 had ik te maken met regelmatig terugkerende longontstekingen, niet van die longontstekingen met een beetje koorts en hoesten maar ik was vaak doodziek (letterlijk), had zeer hoge koorts en complicaties zoals longbloedingen. Elke drie weken een infuus is geen pretje. Hoewel ik nu bijna nooit meer longontstekingen heb is de schade die aangericht is niet te genezen en ben ik vaak benauwd. Ook heb ik op de infuusdag en de dagen erna altijd forse hoofdpijn. Maar ik leef nog. En ik heb mijn lieve familie en vrienden om mij heen. Ik heb geleerd om er mee om te gaan, een driewekelijks ritme van infuus, hoofdpijn, opknappen, dan weer een aantal dagen met benauwd zijn en andere ongemakken en dan weer infuus.
Gisou
Ik ben een vrouw van 44 jaar en lijd aan een afweerstoornis, de IgG subklassen deficiĂŤntie. Bij mij zijn de IgG1- en IgG3-waarden te laag met als gevolg recidiverende luchtweg/longinfecties, holteonstekingen, kaakontstekingen en darmontstekingen. Ook heb ik geen respons op vaccinaties. Ik ben hierdoor aangewezen op antistoffen afkomstig van donoren, iedere drie weken krijg ik 400 ML antistoffen per infuus toegediend om zo de tekorten aan antistoffen aan te vullen. De antistoffen die ik krijg toegediend (twee flessen van 200 milliliter) zijn afkomstig van ruim 1000 donoren per fles - dat is natuurlijk ongelooflijk en ik ben alle donoren erg dankbaar dat zij bloed en bloedplasma afgeven. Ik heb geleerd hoe ik de infusen zelf moet toedienen, dus doe dit inmiddels thuis en zelfstandig. Dit is heel fijn, want zo heb je toch zelf nog een beetje regie over je ziek zijn. Werken lijkt er niet meer in te zitten, de energiebeperking eist haar tol. Ik wil iedereen die bloed of bloedplasma wil geven vragen dit te doen en iedereen die dit al geeft: duizendmaal dank!
BLOED IN CIJFERS 273.786 volbloeddonors zijn er in Nederland 144.000 roze koeken worden er jaarlijks door donoren gegeten op afnamelocaties 1,65 mm is de buitendiameter van de naald die wordt gebruikt voor bloedafname 1.200 testbuisjes worden er per uur door de robot in het Nationaal Screeningslaboratorium van Sanquin verwerkt 45.000 km reed de mobiele afnamelocatie vorig jaar Bron: www.sanquin.nl
105
Puzzel
Marko Pol
Puzzelplezier Zoek de ziekte AAMBEIEN ALOPECIA ANEMIE ANGELMAN ARITMIE ARTROSE BEHCET BERIBERI CANDIDA CATARACT CELLULITIS CHLAMYDIA CHOLECYSTITIS CHOLERA CONTACTDERMATITIS CORONAIRLIJDEN CROUZON CYSTE DIABETES MELLITUS DRESS DUPUYTREN EPILEPSIE GEELZUCHT GRIEP HERPES HUNTINGTON INFARCT ISCHIAS JICHT KAHLER LONGEMBOLIE
Het is weer tijd voor een ouderwetse woordzoeker. Nu dan eindelijk een puzzel zonder foutjes of verwarrende aanwijzingen? Deze editie mag u op zoek naar al het lichamelijk ongemak dat de natuur ons te bieden heeft. Van huis-tuin-enkeukenkwaaltjes tot dramatische syndromen. Geen kennis vereist, kunnen lezen is genoeg. U vindt de aandoeningen in alle richtingen! Ook deze editie valt er wat te winnen. Onder de juiste inzendingen verloten we boeken van Bert Keizer. Mail voor 1 februari het juiste antwoord naar panessay@ panacea.nl en geef aan welk boek u wilt winnen. Vergeet ook niet de Facebookpagina te liken! U heeft de keuze uit: - Het refrein is Hein - Onverklaarbaar bewoond - Tumult bij de uitgang
C
H
O
S
T
U
R
G
U
N
Y
B
N
I
T
R
S
B
T
I
B
L
O N
G
C
E
I
E
T
I
E I
E W E
B
E
E
H
T
S
R
I
T
I
A
P
M B
C
O
E
D
L
O
H
R W N
I
C
A
C
L
I
R
I
A
H
O
A
C
O
J
S
T
N
I
E
N
Y
S
T
I
R
G
Y W O
U
U
I
T
T
S
P
H
R M U
Z
C
D W N
I
A
I
N B
U E
L
Y M Y
A
L
E
T
P
T
D
T
E
S
I
E
T L
M
E
E
S
S I
I
E
R
A
S
U
L
L
O N I
I
A
T
O
G
P
Y
L
L
A
L
Y
U
C
S
M M O
H
P
D
C
N
U
R
R
O
S
P
S
I
I
N O O M D
R
N
I
I
E
C
P
I
E
Y E
N
K
S
I
I
A
P
L
E
L
I
U
Y
U
M N
O O
E
L
L
L
U
T
A A
L
T
I
R
T
E
H
U M O
H
A
I
G
T
H
I
R
D
E
A
E
E
T
A
C
G
L
I
G
L
A
B
T
R
E
P
I
O
I I
N
C
U
S
F
A
D
U
A
O
R
A
K W E
T M
S
E
P
F
I
G
O N
H R
L
R
U
A
E
A
N
E
S
U
I
S
M
H
R
R
M M
S
U
O
R
I
N
L
E
O
P
H
A
R M A
P
D
T
C P
A F
R
E
P
R
C
A
R M T
N
I
N M A
I
I
T
E
R
S
T
T
E
T
A
S
I
N
G
T
C
L
G
U S
O
C
H
D IJ
A
I
Y S
L
R
LUES LYME MALARIA MARFAN MYOOM NOONAN OTITIS PAGET PANARITIUM PICA POLYMYALGIA RHEUMATICA PYLORUSSTENOSE PYROSIS RETT RINGWORM RINITIS SCHIMMELNAGEL SICK SINUS SINUS PILONIDALIS SIRS SKIDUIM SPIT SPRUW STRENGILEUS STURGE WEBER THALASSEMIE TIBIAPLATEAUFRACTUUR TINNITUS TONGCARCINOOM URTICARIA WILSON
N
E
A
U
R
C
L
Z
C
L
A
I
A
E
S
S E
T
O M
S
C
A
T
I
C
A
R
I
L
S
I
E
C
E
U M A
S
N O O N
A
N
A
G
N
E
I
A
S
C
A
T
R I
C S
N H
E
E
R
T
S
A
O
L
E
R
S
S
E
R
A
D
T
R
C
Panessay • 2016:4 • 106
Essay
Margot Pypstra
The Legacy of Aletta Jacobs Are women destroying our healthcare systems? Picture your archetypal physician. Go over all the medical dramas, reality re-enactments and toothpaste advertisements you’ve seen on TV. Look back at your own experiences in healthcare. What’s your GP like? Do you remember who took out your appendix three years ago? Now mesh all those mental images together to create a prototype of a doctor. Chances are, he’s a white, middle-aged male cardiologist or trauma surgeon, with pepper-and-salt hair and a dashing smile. Perhaps I’m wrong, and the fact that over 60% of your fellow students are women has already influenced your views to such an extent that your prototypical doctor was a female paediatrician or a GP. But let’s do another test. If I ask you, what does a neurologist look like? What does a dermatologist or an endocrinologist look like? And what about a neonatologist? It’s quite
likely that again, you’ve associated some of these specialities with certain genders. Now take a look at our professors. Does anything stand out? Before we start, a disclaimer: I will be discussing general trends in society and the healthcare sector. I am aware that there are stay-at-home dads and stonecold lady surgeons. There are women who can juggle a busy career and a fulfilling family life, and there are families where both partners share the workload. However, these individual cases do not invalidate the general situation, nor is the opposite true. Above all, it is not my intention to suggest that women who work in traditionally female fields are in any way wrong or lesser for doing so. It is my firm belief that everyone has the right to autonomous choice, regardless of what society expects of them. Despite the fact that women are increasingly present in the workforce, there are a lot of places they don’t seem to show up. Whereas 30% of american doctors are female, in fields such as general surgery, neurological surgery or ophthalmology, women are largely underrepresented. In orthopedic surgery, it was found that only 4% of physicians were women. When we compare this to fields like paediatrics, gerontology, or obstetrics and gynaecology, we can see that the numbers are almost fifty-fifty, indicating that women are increasingly taking up roles in fields that are seen as more “caring”, catering to other women, the elderly and the very young. This is not a trend that is only seen in the USA. Worldwide, more and more women are entering the medical profession. However, their rates of continuing into the aforementioned “caregiving” specialities remain the same, sparking concern in some countries, such as South Africa and the UK. The concerns about the “feminisation” of medical practice have been raised in the opinion-pages of (higher and lower quality) papers and magazines across the world since the nineties. A main concern in the Netherlands was the stigma around part-time work. As more and more options were implemented to step away from the “One Doctor, One Practice, No Sleep and a Lot of Dedication” rule, it became easier for women to combine their familial responsibilities with general practice. Developments such as the “Huisartsenpost” and employable GPs lead to an increase in part-time work, around the same time as more women entered the workforce. It was believed that women working part-time would be less present
107
for the patient, and most importantly, that they would put their family over their patient. Where male GPs were able to leave the wife and kids behind to go rush to an emergency, a woman would be unable to do the same, as her husband would be at work or her “motherly instincts” would prevent her from leaving. However, though women are commonly associated with part-time work in the common opinion, young men and women were all found to be working fewer hours and working more in smaller group practices. If young men and women are working similar amounts in general practice, it would seem that the “part-time trend” is simply a step back from the burnout-inducing and home-wrecking work hours that many doctors find themselves forced to maintain, and clearly, that is for the better. In fact, the same survey suggested that women brought valuable aspects to GP practice, including more empathy and patient engagement. But what about in specialised professions? What could possibly induce a high-ranking male surgeon to say: “Although I am a feminist [spoiler alert: the article that followed did not indicate feminism], the shift of gender balance in medicine is a worrying trend”? Some seem to fear that the gender imbalance will lead to a shortage of specialists and a drain on economic resources, leading to a health care crisis. I would argue that a fear of these attitudes from higher up are one of the reasons women stay out of specialist positions. There certainly should be more women in specialist care. However, laying the blame on women for the choices they make is not going to solve the inherent difficulties in combining being a woman and a doctor. Let’s have a closer look at the work-life balance reported by medical professionals. Compared to other professions, physicians are more likely to have problems combining their private and work lives, leading to stress; job dissatisfaction; and mental health problems. While more women have entered medical practice, in general they still take on the the largest portion of household burdens. Female surgeons with no significant differences in hours or work burden than male surgeons report more conflicts in their work-life balance, including feeling that child-rearing has held their career back and that their career conflicts with their partners’. Is it any wonder that women consider domestic factors more seriously when planning out their future careers? However, that isn’t all that’s at play here. GPs report higher stress from work-family conflict, and clinical academicians tend to cite a better work-life balance
as a reason for entering academia. So why are there so many women GPs, and so few female academics? An undeniable part of women’s career choices is what leads so many women to become social workers and so many men to pursue engineering: childhood socialisation. Girls learn early on to become caregivers, to want to have a family, to “play house”. Boys learn from the same age to pursue adventure, to tinker, to be leaders. This certainly influences our career choices later on in life. From the youngest age, girls are already considering their role as carers. Why would these socially ingrained ideas suddenly vanish at twenty-four when they’re considering their future career?
“There are stay-at-home dads and stonecold lady surgeons” Clearly, workplace expectations and societal expectations collide, and this is where we see a problem. The medical world still runs according to an oldfashioned, male-dominated work schedule, built on the idea of a well-behaved wife having the children in bed and food on the stove by the time you came home from your gruelling work day. It’s a schedule that is well-known to cause burnout and low job satisfaction, yet is somehow still required to follow this lifestyle if you want to build your career, especially in surgical and super-specialised fields. Instead of blaming women for refusing to participate in this schedule, maybe it’s time to humanise the system. Perhaps it’s time to share the burdens at home and at work, so men can have a life outside of the hospital, and women don’t have to base their career choices on whether they’re going to get pregnant in the next ten years. Women - and for that matter, people from any minority - bring a lot with them to medicine. They bring the empathy and patience with which they were socialised to the clinic. They question myths about women’s bodies that for too long have been taken for granted: it’s no coincidence that the prognosis of myocardial infarction is worse for women than for men. Ultimately, I believe that women will help develop a healthcare system that is more compassionate, not only for patients, but for medical professionals as well. And if you fear that it costs too much to let a mother work part-time, don’t worry: you’re still paying her less than her male counterparts anyway!
References available on our website: http://www.panacea.nl/panessay
Panessay • 2016:4 • 108
Column
Lara Zonneveld
f.t. Bestuur Dit jaar is er veel geschiedenis geschreven, Trump gaat zitting nemen in het Witte Huis en Zwarte Piet heeft plaats gemaakt voor de stroopwafel-, regenboog- en roetveegpiet. Ook wordt er dit jaar geschiedenis geschreven met het 6e Lustrum van Panacea. In aanloop naar dit lustrum zullen wij met jullie helemaal Vertigo gaan, lekker draaien van top tot teen! Wij presenteren met trots het 30e f.t. Bestuur der M.F.V. Panacea. Joris staat aan het hoofd van deze enthousiaste groep, die hij vol energie klaarstoomt voor het komende jaar. Als grote knuffelbeer staat hij voor iedereen klaar, maar weet ook eerlijk de taken te verdelen en ervoor te zorgen dat alles op tijd is geregeld. Met zijn mooie speeches, inclusief het woord van de dag, weet hij Panacea keer op keer goed te vertegenwoordigen. Als Secretaris hebben we onze kattenliefhebber Esmee. Zoals zij haar vrijwilligerswerk bij het kattencafé vol liefde doet, stort zij haar hart ook in de vereniging en haar taken. Met haar positiviteit en haar grapjes tussendoor, weet zij altijd goed door te werken en zorgt ze voor een gemoedelijke sfeer. Dan hebben we onze Pennie, Joep. Soms vergeet hij even of hij een lange baard heeft of toch echt Joep heet, maar op het moment dat hij door heeft wie hij is, weet hij zijn zaakjes goed voor te bereiden en te regelen. Deze breedgeschouderde PanIC-haan zal dit jaar de kas bewaken door al zijn gladde praatjes, laat hij alle crediteuren betalen.
109
Volgende in de rij is ons Chineesje. Als lid van team geld zal Lara aankomend jaar voor de inkomsten gaan zorgen. Met haar sprankelende oogjes en vrolijke lach zal zij als Commissaris Externe menig sponsor veroveren, net zoals ze ons ook al veroverd heeft. Mochten deze charmes niet werken heeft Lara ook altijd haar babbel klaar en zal ze zich nooit uit haar schoenen laten blazen. Om aankomend jaar ook de leden tevreden te houden hebben wij onze Stian. Deze romanticus zal aankomend jaar de functie van Commissaris Interne op zich nemen. Met zijn Noorse looks en zijn grote hart zal hij alle leden voor zich winnen en er voor zorgen dat de commissies een geweldig jaar tegemoet gaan! Dan komt onze Gaston. Geboren voor het onderwijs zal Koen aankomend jaar als Commissaris Onderwijs de studenten vertegenwoordigen en G2020 naar een hoger niveau tillen. Als bestuursbaby en scherpschutter met smetvrees staat hem een intensief jaar te wachten, maar wij weten zeker dat hij het onderste uit de pan zal halen! Als laatste onze kleine maar fijne Ilse. Als prominente Gyaschick zet dit jaar haar studentencarrière als Commissaris Master en Carrière voort. Als oudste van het stel zal zij aankomend jaar ervoor zorgen dat de masterstudenten goed vertegenwoordigd worden door Panacea. Ilse is een ontzettende giechelkont en bij haar is de pan altijd halfvol. Vol verwachting en met kriebels in onze buik kijken wij uit naar februari en stomen wij ons klaar voor het lustrum. Maar voor nu alvast namens het 30e f.t. bestuur der M.F.V. Panacea een hele fijne kerst en tot in 2017!
Culture shock
Rosaria Ferreira Lok
From growing up in Costa Rica to living in the Netherlands
Costa Rica is a small modest country in Central America. Costa Ricans make sure to have time to relax, and usually do things slowly and without haste. However, Costa Ricans are ambitious and from a young age are taught to pride themselves on the hard work and achievements national heroes and celebrities have done with very humble resources. This, from a very young age, made me dream about what my road of hard work would be like. With a Dutch mother, once I was old enough to have reasonable dreams, I started to dream about coming to the Netherlands. I visualized the Netherlands as a country with so many opportunities to learn and grow. A few years and lots of studying later, I was here, in the Netherlands. I feel very privileged to be here and so do my Costa Rican teachers and friends. Upon arrival, I was stunned by the different but beautiful flat farm landscapes and the abundance of the material world and of knowledge. The abundance made me feel sad as well, especially to think about the difference in standards of life there are and made me question what happiness and meaning of life truly was. However, my mind distracted from this once university started. I realized what studying really meant. What a Dutch person is supposed to read in one day (or less), a Costa Rican would read in a week or two or three, (depending on if you are from the big city or the jungle/towns). This was very difficult for
me during the first months. Furthermore, I had to learn the direct and formal Dutch culture. To be formal in classes was very difficult for me, especially because I had few friends and was eager to talk to my classmates in class about my personal life. Perhaps one or two not on tracks on professionalism helped me with this. When talking to Dutch people, the first thing I noticed is how quietly they speak. This is not common in Costa Rica. Furthermore, they smiled and laughed less. This made me feel somewhat strange.
“The first thing I noticed is how quietly they speak” What also shocked me was their way of dressing: a fashion shock. I still, to this day, find it hard to find clothes that I like, since in Costa Rica the way of dressing is much more colorful. However, If there is one thing that I love about being in the Netherlands, it is ethics. Once in the Netherlands, I became passionate about how honest and trustworthy Dutch people tend to be. Maybe it is because in the Netherlands, everyone has reasonable resources. I once lost my wallet and got it back! I promise, that will not happen in Costa Rica. Now, three years later, I finally feel accommodated, feel happy and thankful to be in the Netherlands. I must admit, I miss the Costa Rican culture, food, jungle, beaches, wildlife and most importantly my family. However, I know that if I’d leave, I’d miss the beautiful Netherlands, the nice people in the country and the culture.
“My father, younger sister and I walking on a road in my hometown in Costa Rica”
Panessay • 2016:4 • 110
Medisch
Annet Vulto
VGT hulp Ouder worden, vergeet het maar Vooruit, ouderen hebben ons land opgebouwd en daar zijn we blij mee. Maar laten we wel wezen, ze brengen ingewikkelde geriatrische problemen met zich mee. Er zijn niet zo veel vragen over ouderengeneeskunde in de VGT, maar gezien de leeftijdsgrafiek van Nederland er uit lijkt te zien als het achterste van Kim Kardashian (volgens Arjen Lubach) is het wellicht toch zinvol om iets over de geneeskunde bij deze doelgroep te weten. Dementie volgens DSM
De eerste twee zaken waar je bij ouder zijn aan denkt zijn natuurlijk trillende handjes en cognitieve stoornissen. Het is normaal dat complexe cognitieve functies achteruit gaan bij het ouder worden. Je spreekt van mild cognitive impairment (MCI) als één of meerdere cognitieve functies sneller verslechteren dan je zou verwachten op basis van de leeftijd, maar het geheugen min of meer intact is. De DSM VI-criteria voor dementie zijn geheugenstoornissen met cognitieve achteruitgang op één of meer van deze gebieden: • •
•
•
afasie (taalstoornis) apraxie (verminderd vermogen om motorische activiteiten uit te voeren, ondanks een intacte motorische functie) agnosie (stoornissen in het herkennen of identificeren van voorwerpen, ondanks een intacte zintuiglijke waarneming) stoornis van de uitvoerende functies (plannen, organiseren, abstract denken)
Het zou de DSM natuurlijk niet zijn als het laatste criterium niet wordt geïncludeerd: deze stoornissen in geheugen en cognitie moeten een beperking vormen in het dagelijks leven.
Smaken dementie
Goed, volgens de DSM is er sprake van dementie, maar dan ben je er nog niet. Je hebt grofweg keuze uit vier soorten dementie. De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. Dit is een neurodegeneratieve ziekte die vaak voorkomt op oudere leeftijd. Er is ook een vorm die bij jongere patiënten
111
voorkomt (<60 jaar), maar die vorm is heel zeldzaam. Patiënten met een Downsyndroom krijgen vrijwel allemaal alzheimer, vaak tien tot twintig jaar eerder dan de gewone populatie. Geheugenproblemen zijn vaak het eerste symptoom bij de ziekte van Alzheimer. Vooral de herinneringen die gebonden zijn aan een tijd en plaats gaan snel verloren. Feitenkennis en taal gaan pas later verloren. Uitvoerende functies worden minder en patiënten worden chaotischer. Later in de ziekte gaan patiënten ook lichamelijk achteruit. De progressie van deze ziekte is geleidelijk. De levensverwachting vanaf het stellen van de diagnose is acht tot tien jaar. Vasculaire dementie is na alzheimer het meest frequent voorkomend. Het wordt gekarakteriseerd door vroeg verlies van cognitieve functies en later verlies van geheugen in vergelijking tot alzheimer. De symptomen zijn echter sterk afhankelijk van de regio van het brein dat aangedaan is. Je had vast al geraden dat ‘vasculair’ iets met bloedvaten te maken had. Het gaat hier namelijk om een beschadigd hersengebied door bijvoorbeeld infarcten of ischemie. De progressie van vasculaire dementie is vaak trapsgewijs; iemand blijft een tijdje op hetzelfde niveau functioneren en verslechtert dan weer. Over het algemeen is de levensverwachting korter dan bij de ziekte van Alzheimer. Frontotemporale dementie (FTD) is een vorm van dementie waarbij de frontaal- en temporaalkwabben degenereren. De oorzaak is in 20% van de gevallen erfelijk. Dit wordt dan veroorzaakt door een mutatie en de ziekte van Pick genoemd. Symptomen van FTD zijn verschillend, afhankelijk van de locatie van hersendegeneratie. Gedrag en karakter veranderen vaak geleidelijk bij deze patiënten. Deze veranderingen kunnen subtiel zijn en variëren van aandachtsverlies en apathie tot emotioneel en ontremd gedrag. Het is de dementie die vaker voorkomt bij jongere patiënten, de gemiddelde leeftijd bij diagnose is 58 jaar. Het geheugen en de uitvoerende functies blijven vaak langer intact. De levensverwachting bij deze patiëntgroep is divers en loopt uiteen van twee tot twintig jaar na diagnose. Lewy body dementie wordt steeds vaker gediagnosticeerd en komt ongeveer net zo vaak voor als vasculaire dementie (dus een stuk minder vaak dan alzheimer). Het is een bijzondere ziekte die wordt gekenmerkt
door de trias van visuele hallucinaties, parkinsonisme (parkinsonisme is een verzamelterm voor aandoeningen die lijken op de ziekte van Parkinson) en fluctuatie in cognitieve functies. De geheugenfunctie wordt pas later aangetast. De ziekte van Parkinson is een ziekte die vele vormen aan kan nemen. Patiënten hebben een dopaminetekort door degeneratie van de substantia nigra. De voornaamste manifestaties zijn rusttremor, bradykinesie (vertraagd bewegen) en rigiditeit (stijfheid). Rigiditeit komt vaak voor en wordt veroorzaakt door constant verhoogde spierspanning. Deze rigiditeit is zeer wisselend, er zijn patiënten die tot ver in de ziekte vloeiend piano kunnen spelen. Een andere vorm van rigiditeit is het tandradfenomeen, waarbij de hele beweging schokkerig en stroef is. Een symptoom van verder gevorderde parkinson is posturale instabiliteit veroorzaakt door verlies van houdingsreflexen. Patiënten gaan voorovergebogen lopen met schuifelende stapjes. Bij parkinson horen ook neuropsychiatrische symptomen. Voorbeelden zijn cognitieve dysfunctie, hallucinaties, stemmingswisselingen en slaapstoornissen. Veel patiënten met parkinson hebben dementie die zich het eerst uit in stoornissen van executieve functies. De dementie die bij parkinson voorkomt lijkt veel op Lewy body dementie.
Het helpt voor de behandeling als de omgeving veilig en rustig is. Als het nodig is, bijvoorbeeld bij heel onrustige patiënten of patiënten met griezelige hallucinaties, kun je starten met een lage dosering haloperidol. Dit geldt niet voor patiënten met de ziekte van Parkinson, want dat is een harde contra-indicatie voor het geven van haloperidol.
Oefenvragen
Geheugenstoornissen die bij ongestoord bewustzijn gepaard gaan met beperkingen in het sociale functioneren, worden als dementie aangemerkt indien er tevens stoornissen optreden van: A. de executieve functies B. sensibele of sensorische functies C. het autonome zenuwstelsel D. motorische functies Welk symptoom treft men het meest waarschijnlijk aan bij een 65-jarige man met de ziekte van Parkinson? A. gestoorde houdingsbalans B. intentietremor C. slingerend looppatroon D. spasticiteit
Het delier
Géén dementie maar wel heel gek: een delier. De DSM V geeft vijf punten van een delier: • Aandachtsstoornis • Over een korte periode ontstaan • Cognitiestoornis • Er is geen betere verklaring voor het gedrag van de patiënt • Er is bewijs dat de verstoring is veroorzaakt door een medische conditie of medicatiegebruik Dit kan samengaan met psychomotorische stoornissen zoals hypo- of hyperactiviteit en variërende emotionele stoornissen. Een delier bij ouderen die zijn opgenomen in een ziekenhuis komt erg veel voor: bijna 30% heeft tijdens de opname een delier. De grootste risicofactor voor het ontwikkelen van een delier is een kwetsbaar brein. Patiënten met dementie krijgen ook vaker een delier. Behandeling is logischerwijs het wegnemen van de oorzaak van het delier. Als je niet weet wat de oorzaak is, doe je wat je altijd doet als je het niet weet bij een oudere: je test de urine op een urineweginfectie.
Panessay • 2016:4 • 112
Recensies
Suzanne Schuurman
Boek op recept Robbins, Guyton, Kumar & Clark, De Jongh… Dat jij eigenlijk al veel te veel pagina’s hebt om doorheen te komen, snappen wij ook wel. Naast deze ietwat fantasieloze naslagwerken is een beetje medische fictie op zijn tijd een welkome afwisseling. Daarom heeft de PanEssay voor jou een selectie gemaakt van boeken waar je met wat interpretatievermogen zelfs nog enkele wijze lessen uit kunt halen voor je toekomstige carrière. De verdovers – Anna Enquist
Vakgebied: psychiatrie, anesthesiologie “Over de ongrijpbaarheid van onze driften en verlangens” is nou niet echt een flaptekst die de gemiddelde nuchtere geneeskundestudent zal aanspreken – en toch staat dit boek redelijk bovenaan op mijn favorietenlijst van medische fictie. Toegegeven, dit komt misschien een klein beetje doordat er een Suzan én een Schuurman in voorkomen. Het boek gaat over een psychotherapeut (Drik) en zijn zus, een anesthesioloog (Suzan) en de totaal verschillende manieren waarmee zij met trauma’s en relatieproblemen omgaan. Als een patiënt van Drik op de anesthesiologie-afdeling van Suzan komt werken, worden de sociale situaties en relaties al heel snel heel erg moeilijk. De schrijfstijl is vrij recht door zee, bevat veel korte zinnen en leest prettig. Dat het boek geschreven is door een psychoanalytica is duidelijk; de karakters, hun denkpatronen en hun reacties op elkaar zijn niet alleen heel interessant, maar ook erg geloofwaardig.
The House of God – Samuel Shem Vakgebied: interne
The House of God werd al een keer behandeld in de PanEssay (maart 2015), met de conclusie dat dit eigenlijk toch wel een boek is dat alle geneeskundestudenten gelezen moeten hebben. Zelf heb ik er een soort haat-liefdeverhouding mee. Het satirische verhaal gaat over een Amerikaanse arts in opleiding die terecht komt op een afdeling waar veel demente ouderen (de ‘gomers’; Get Out of My Emergency Room) langzaam wegkwijnen. De hoofdpersoon leert met deze patiënten en de andere dieptrieste facetten van het ziekenhuisleven om te gaan door niet zo veel aan behandeling en vooral veel aan seks te doen. The House of God is duister, cynisch, hard – allemaal dingen die ik niet ben en die ook niet bij mijn kijk op de geneeskunde passen. Maar mocht je nou al een keer over een vervelende medestudent gedacht hebben “I had a vision of (…) shaking her until her brain splattered against her shell of skull and she convulsed, kneeing her in the guts until I’d wrecked her ovaries from ever spitting out another egg”, dan is dit boek waarschijnlijk wel wat voor jou.
Onder het mes – Arnold van de Laar Vakgebied: divers
Dit boek, geschreven door een chirurg werkzaam in het Slotervaartziekenhuis te Amsterdam, combineert geneeskunde en geschiedenis en doet dat op een prachtige manier. Verschillende chirurgische casussen worden besproken, van de cellofaanbehandeling van Einsteins aneurysma tot een Amsterdamse smid die in 1651 zijn eigen blaassteen wegsneed. Ook worden de vreetbuien (en de daarop volgende medische problemen) van verscheidene pausen uitgebreid behandeld, en wordt beschreven hoe chirurgen met elektricienhandschoenen een sidderaal in Artis opereerden. Medische termen en procedures worden altijd toegelicht – wat het boek ook zeer geschikt maakt voor geïnteresseerde niet-medici – maar op een manier dat het voor geneeskundestudenten of artsen niet storend is. De schrijfstijl beviel me erg, evenals de afwisseling van humor met serieuze feiten. Een absolute aanrader voor iedereen met een interesse in geneeskunde, chirurgie, geschiedenis of de tumor in Bob Marley zijn grote teen.
113
Column
Boukje van der Slik
Dokterscolumn Afstuderen, organiseren, feliciteren: solliciteren Daar sta ik dan. Op de trap in het Academiegebouw voor de cliché foto. Masterbul in de hand en de eed echoënd in mijn hoofd. Ik ben dokter! Bijna iedereen ging direct aan de bak, echter ging ik nog even vijf maanden wereldreizigertje spelen. Maar nu is het tijd om een andere wereld te ontdekken: de wereld van het solliciteren! Hier een live verslag van een dokter ten tijde van solliciteren. Bij solliciteren is het uiteraard handig om te weten wat je wilt. De vraag “Wat wil je worden?” wordt geregeld naar je hoofd gegooid, maar nu is het écht tijd om er ook over na te denken. Eerst ANIOS-sen, meteen AIOS-sen of een PhD-plek? Dit hangt natuurlijk af van wat vereist wordt bij je voorkeursspecialismen. Verdiep je daarom goed in meerdere specialismen. Dan is het tijd om vacatures te zoeken, wat in dit übermoderne digitale tijdperk goed kan via websites zoals de artsenvacaturebank. Good guy Google kan zelfs wonderen doen, maar soms kom je vacatures tegen die je tensie doen stijgen, maar die vijf jaar oud blijken te zijn (been there, done that). Voor degenen die het Medisch Contact als onderzetter gebruiken (in tegenstelling tot de PanEssay, die of course ingelijst aan iedereens muur hangt): ook daar staan vacatures in. Echter worden altijd veel vacatures intern opgelost. Het is dus belangrijk om je contacten te hebben: ga bijvoorbeeld eens rondvragen bij je semi-artsstage. Verder heb ik zelf nog even de “stalk”-strategie toegepast: aan elk ziekenhuis vragen of er vacatures zijn of open solliciteren. Dat kan en mag op zich wel, maar houd duidelijk een overzicht bij met wie je benaderd hebt, om misverstanden te voorkomen.
is het afwachten geblazen. In de tussentijd ging ik alvast een perfecte outfit uitzoeken en SOG-en (Sollicitatie Ontwijkend Gedrag). De inhoud van het gesprek heb ik uiteraard ook voorbereid, en wel door middel van de sollicitatiecursus van de VvAA: aanrader! Er worden handige methoden aangeleerd om vragen te beantwoorden en om jezelf goed op de kaart te zetten. Ik zal niet te veel in detail treden om de credits bij VvAA te laten, maar een paar tips: maak een lijst met ervaringen die jouw kwaliteiten representeren en vorm je negatieve kwaliteiten om tot iets positiefs. En dan is het zover, je mag op gesprek komen. Tip 1: wees op tijd. Klinkt cliché, I know, maar het kan zomaar mis gaan. Mijn gesprek was om eenentwintighonderd uur in een verlaten gang, die enkel toegankelijk was met een pasje. En ik had geen pasje. Ik heb als een bezetene rondgerend in mijn net gestreken outfit, op zoek naar een pasje. Ik was uiteindelijk drie minuten te vroeg, maar ik stond wel te hijgen als een horrorclown die een allergische reactie kreeg op schmink en mijn haar pluisde alsof ik een zesdubbele cardioversie had gehad. Tip 2: verwacht lastige vragen, die gaan ze sowieso stellen om jou te testen. Zoek van te voren alvast voorbeeldvragen op. Je mag ook gerust even nadenken over een antwoord op een lastige vraag. Tip 3: stel zelf ook vragen. En dan niet hoeveel vakantiedagen je krijgt of hoeveel pegels het schuift, maar bijvoorbeeld wat er aan onderwijs wordt gedaan en wat de onderzoeksmogelijkheden zijn. Dit waren slechts enkele handvatten die jullie hopelijk eventueel zouden kunnen helpen bij het solliciteren, ze hebben mij in ieder geval geholpen aan een opleidingsplek! Ik heb vertrouwen in jullie, succes, may the force be with you. Terug naar de studio.
Dan is het time to shine: het schrijven van een brief en cv. Lees de vacaturebeschrijving goed door. Bij een open sollicitatie moet je zelf achterhalen wat zij zoeken, want dan heb je geen beschrijving. Tip: op de website van de KNMG staan veel filmpjes, daar kun je al veel uit halen over wat elk vakgebied zoekt en vereist. Ook op carrieretijger.nl staan nuttige tips voor het schrijven van een brief. Houd het verder geval persoonlijk! Na het opsturen van je sollicitatie
Panessay • 2016:4 • 114
Column
TomA.van Ouweteur Putten
Co-column De wachtende coassistent De laatste jaren worden de wachttijden tussen bachelor en master steeds langer. Toen ik twee jaar geleden aan de master begon had ik twee maanden moeten wachten. Dat valt reuze mee in vergelijking met wat het de laatste jaren is geworden: ik heb mij laten vertellen dat wachttijden nu zijn opgelopen tot een jaar of langer. Denk je nu: ‘gelukkig zit ik straks in de master, dan hoef ik niet meer te wachten?’ Think again. Je wacht nog steeds, maar op een andere manier. Tijdens je coschappen welteverstaan. De laatste jaren worden de wachttijden tussen bachelor en master steeds langer. Toen ik twee jaar geleden aan de master begon had ik twee maanden moeten wachten. Dat valt reuze mee in vergelijking met wat het de laatste jaren is geworden: ik heb mij laten vertellen dat wachttijden nu zijn opgelopen tot een jaar of langer. Denk je nu: ‘gelukkig zit ik straks in de master, dan hoef ik niet meer te wachten?’ Think again. Je wacht nog steeds, maar op een andere manier. Tijdens je coschappen welteverstaan. Tijdens je coschappen ben je aan het leren, dus maak je fouten. Vandaar dat je nooit zonder supervisie werkt: de arts-assistent superviseert jou en de specialist superviseert jullie beide. Hierbij kijkt de arts-assistent of specialist met je mee en controleert hij of zij of je goed hebt gehandeld. En precies daar ligt de oorzaak van het lange wachten tijdens je coschappen. Bijvoorbeeld: jij hebt een patiënt gezien op de SEH en je wilt deze
115
overleggen met de arts-assistent. Helaas is die zelf nog even bezig met een patiënt. Dan moet je wachten. Na een kwartier is de arts-assistent beschikbaar en komt even kijken bij de patiënt. De arts-assistent weet ook niet direct wat de diagnose is, dus moet de specialist gevraagd worden om mee te kijken. Die is natuurlijk net met een patiënt bezig. Dus wachten jullie. De specialist werpt een blik op de patiënt, herhaalt wat lichamelijk onderzoek, maar weet ook niet direct wat de oorzaak is. Toch maar wat labwaarden nabepalen. Vervolgens wachten jullie met z’n drieën. Natuurlijk zou het inefficiënt zijn als drie man uit hun neuzen zitten te eten, dus gaat iedereen snel door met de volgende patiënt. Als de labwaarden dan eindelijk bekend zijn, je een werkdiagnose hebt geplakt en het beleid hebt opgesteld, mag je dit nog niet uitvoeren. Je moet het eerst voorleggen aan de arts-assistent - natuurlijk is die net bezig met een patiënt - die het daarna moet laten accorderen door de specialist. Gelukkig mag dit telefonisch. En dan heb ik zaken als onvindbare supervisoren, uitgeschakelde telefoons en de wachttijden van de radiologie nog niet eens meegerekend. Natuurlijk is dit een beetje overdreven: als een patiënt zich presenteert met een hoog energetisch trauma, laat men hem of haar echt niet leegbloeden. Voor coassistenten is het helaas de keiharde realiteit: als coassistent moet je nu eenmaal wachten. Ja, dat is vervelend, maar vergeet niet dat er iemand is voor wie het wachten nóg langer duurt: de patiënt - en die is nog ziek ook - dat is pas vervelend! Moraal van dit verhaal: verwijs je iemand naar de SEH? Adviseer ze dan een goed boek, een spelletje of een laptop met een Netflixabonnement mee te nemen, dan hebben ze tenminste wat afleiding. Wellicht kan het wachtende medisch personeel dan ook meegenieten van de nieuwste aflevering van Stranger Things.
Activiteitenkalender December 01 12 14 19-23 20 22
Sinterklaas uitdeeldag AkCie Almanakfeest CSO Brandwondenlezing Koek en Zopiefestijn ACC Bierproeverij JV2 After Tentamen Borrel
Januari 10 UrgenCie Workshop Hechten 12 Start UrgenCie EHBO-cursus 13 App-lanceringsfeest 13 Deadline commissiesollicitaties 16 YR3 Internationaliseringsavond 16-20 Commissiesollicitaties 17 MASH lezing 20 CCC Ouderdag
Februari Lustrumweek: 04 Alumni-Codag 04 Openingsfeest 06 Live Operatie 06 Biercantus 07 Mannen/vrouwendag 08 Lustrumreceptie 09 Symposium 10 Buitendag 11Â Galadiner 11Â Galabal 22 FaMe avond Maart 07 ALV 09-15 SpoCo Wintersport