Skip to main content

PanEssay Oktober 2016

Page 1

PANESSAY

jaargang 30 // nummer 3 // oktober 2016

Faculteitsblad der M.F.V. Panacea


INHOUD Uit ‘t bestuurshok

Panaceababy’s redden de zorg

69

Commissiepagina zelfs in M3 is er nog ruimte voor een carrièreswitch

70

Casuspagina

72

win de wisseltrofee, Arno had aan één keer lezen wel genoeg

Onderwijscolumn je hebt wereldverbeteraars en onderwijsverbeteraars

75

Zomerperikelen

een gevalletje déjà vu

76

Misfonie

stop die appel maar terug in je tas

78

Fotopagina

laat weer eens zien dat dit nou ook weer niet zo’n zware studie is

80

Life Expenses

wat een leven kost? Hangt van de wisselkoers af

82

The Gates of Europe

een andere vorm van arbeidsmigratie

84

Puzzel

ontdek de ontdekkers en win een boek

87

VGT-hulp

verken je vagina, of die van je medestudente

88

Psychochirurgie

gekkies zijn van alle tijden. Mensen die erin willen snijden ook

90

Boek op recept

de geest, het lichaam en het ontstaan

92

Dokterscolumn

onze Davith wordt nu toch echt huisarts (conducteur bleek niet mogelijk)

93

Co-column

onze woestaantrekkelijke halfgod was op vakantie naar het andere halfrond

94

COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3500 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Suzanne Schuurman // redactie Aafke Engwerda, Svenja Henning, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Tom van Putten, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Davith de Vries, Annet Vulto // lay-out Aafke Engwerda, Dinant Oemrawsingh, Neepan Paramajothy, Margot Pijpstra, Marko Pol, Sophie Reese, Annet Vulto // cover Sophie Reese // Sluitingsdatum volgende editie: 4 november 2016


Panacea

Uit ‘t bestuurshok Het jaar is weer begonnen, de colleges zijn weer van start gegaan en de eerste bullen weer uitgereikt. Nu, een paar maanden na de opening van het academisch jaar, lopen er bijna geen ‘verdwaalde’ eerstejaars meer rond. Ruim tachtig mentoren hebben dit jaar weer geholpen om een GENiaal kamp neer te zetten, waar wederom de nodige integratie en vocale training heeft plaatsgevonden. Na drie dagen zo intensief met elkaar omgaan en na het verleidingsfeest, is het ook helemaal niet vreemd dat de fundering voor de eerste artsenstelletjes dit jaar dan ook al gelegd is. Naast de maand van nieuwe vriendschappen was september ook de maand van de nieuwe commissies. Vele oud-commissieleden kijken terug op een tijd van veel vergaderen en nog meer leuke commissieavonden. Nu is toch de tijd aangebroken om de nieuwe generatie de kans te geven om in jouw voetsporen te treden.

Na wekenlang sollicitaties houden en nachtenlang vergaderen hebben we de Vrouwe blij kunnen maken met een grote groep nieuwe actieve leden. Nu deze hun overdrachtjes allemaal gehad hebben, zijn wij als bestuur erg benieuwd welke activiteiten zij dit jaar bij ons op de kalender gaan zetten. En met dit jaar bedoel ik tot en met januari. Want ondanks dat de M.F.V. Panacea vanaf 1 februari niet meer onder ons bewind valt, zal het toch altijd een bijzonder plekje bij ons hebben. Het zoeken naar een nieuw bestuur en het bekendmaken van onze opvolgers maakt het voor ons steeds duidelijker dat we binnenkort het stokje moeten overdragen. Op 8 november hebben jullie allemaal een stem over het nieuwe bloed dat komend jaar de vereniging gaat leiden. Gelukkig is het voor ons nog niet meteen voorbij en hebben we nog drie maanden om af te kicken van het bestuurshok 3213.-S02. Na de komende Algemene Ledenvergadering zal je ons op elk moment van de dag vergezeld zien door onze jongere en impulsievere versie. Dus wil je kennismaken met het kandidaatsbestuur, hen nog even zonder ons spreken of ons natuurlijk zonder hen dan heb je tot 8 november de tijd, waarschijnlijk in het bestuurshok.

Panessay • 2016:3 • 69


Commissies & onderwijs CSO CSO

Lieve geneeskundestudenten, wij als commissie semi-arts en onderzoeksstage (oftewel de CSO) willen ons even voorstellen. We zijn namelijk nog niet zo bekend als bijvoorbeeld de Masterraad of de perifere coraden. Nou M3 studenten, wij zijn er zeker voor jullie hoor! Wij organiseren de leukste borrels, feesten en lezingen. Er is recentelijk een flinke frisse wind door de CSO gegaan (vijf nieuwe leden en een make-over) waarmee we M3 nieuw leven in willen blazen. Als M3’er zit je soms een beetje op een eilandje, doordat er geen gezamenlijke onderwijsmomenten meer zijn. Maar kom juist daarom gezellig naar al onze activiteiten en sluit je laatste studiejaar leuk af!

LustrumCie LustrumCie

Als je niet onder een steen hebt gelegen de afgelopen maanden dan staat er nu als het goed is met KOEIENLETTERS in je agenda dat van 04-02-2017 tot 11-02-2017 het 6e Lustrum van Panacea plaatsvindt. Dit houdt in dat Panacea dan dertig jaar bestaat. Wij als LustrumCie zijn nu een jaartje bezig en we weten zeker dat dit de mooiste week van je studentenleven gaat worden. Dit achtdaagse festijn zal volledig peach/paars kleuren en het thema Vertigo zal je niet ontgaan. Inmiddels is het programma al grotendeels bekend en natuurlijk hebben we een ontzettend mooi lustrumlied dat gemaakt is door Hart Geruis. Wil je op de hoogte blijven van alle informatie en ook nog kans maken op te gekke prijzen? Like dan onze Facebookpagina ‘Lustrum VI der MFV Panacea’.

70


Masterraad Masterraad De Masterraad is de vertegenwoordiging van studenten in de masterfase van Geneeskunde en bestaat uit tien tot dertien coassistenten uit M1. De Masterraad zet zich in voor alle coassistenten van M1 in het UMCG, Martini Ziekenhuis en het Wilhelmina Ziekenhuis Assen maar ook voor de coassistenten in de affiliatieziekenhuizen tijdens M2 en M3.

In samenwerking met het Klinisch Trainingscentrum (KTC) evalueert de Masterraad de kwaliteit van het onderwijs en ook de klinische stage. Daarnaast wordt er vergaderd tijdens het Landelijk Overleg Coassistenen en bij ProMed. Verder worden diverse cursussen georganiseerd voor het uitbreiden of up-to-date te houden van je kennis, zoals een ECG-cursus, een anatomiecursus en een sollicitatiecursus. Tenslotte worden er borrels, feesten en activiteiten georganiseerd om met alle coassistenten nog even terug te stappen in het studentenleven en met elkaar te proosten op behaalde resultaten.

MCD MCD

19 november is het zover: de Medische Carrière Dag! Een dag die je zeker moet reserveren in je agenda, want je mist wat als je er niet bij bent. Wij, de commissie MCD, hebben het afgelopen jaar super hard gewerkt om weer een leuke en interessante Medische Carrière Dag neer te zetten. Dit jaar gaat het ook weer geweldig worden. Bovendien is de MCD 2016 niet alleen voor de bachelorstudenten, maar zal er ook een masterpakket zijn! Het thema van dit jaar is ‘From Young to Old: a Career to Unfold’. Op deze dag heb je de mogelijkheid om allemaal toffe workshops te volgen van verschillende specialismen. Van chirurgie en kindergeneeskunde tot promoveren en onderzoek doen. Daarnaast zullen twee fantastische sprekers komen, zoals prof. dr. Eduard Verhagen die het zal gaan hebben over euthanasie bij kinderen. Afsluitend is er een netwerkborrel in ’t Feithhuis. Het enige wat nog ontbreekt om deze dag compleet te maken is jullie aanwezigheid! Geef je daarom snel op en dan zien wij jou 19 november!

PanEssay • 2016:3 • 71


Casus

Arno Bourgonje

Dr. House in de praktijk Een Zweeds koortsmysterie Tijdens je klinische stages kan je wel eens verveeld raken tussen al die dozijnen expiratoir piepende kinderen, artrotische agrariërs en reumatische Randstadmoeders, waardoor bij tijd en wijle een bijzondere en zeldzame casus een erg welkome uitdaging is. Een casus met een diagnose waar je U tegen zegt. In deze editie presenteren wij zo’n casus, met een diagnose die in de meeste tekstboeken nauwelijks terug te vinden is… Op een druilerige maandagmorgen ontvangt u als arts-assistent kindergeneeskunde een vierjarig Zweeds jongetje met zijn ouders, alledrie pas sinds enkele weken woonachtig in Nederland. U probeert zich met uw matige Gronings-Engels verstaanbaar te maken.

Hoofdklacht?

De ouders vertellen dat het jongetje al sinds enkele weken kampt met een onverklaarbare, piekende koorts. Wat wilt u weten in de anamnese en bij het lichamelijk onderzoek?

Anamnese

Terwijl u onwillekeurig moet denken aan malaria en hardnekkige intra-abdominale abcessen, realiseert u zich dat u simpel moet beginnen en moet blijven ademhalen. De (consanguïne) ouders vertellen dat hun zoontje tijdens de koortsperioden stevig hoest en veel klaagt over buikpijn. Daarnaast is hij sinds het ontstaan van de klachten buitengewoon inactief: hij speelde al voor de emigratie nauwelijks meer met vriendjes, toonde volgens de juf van de peuterspeelzaal niets meer van zijn zo karakteristieke enthousiasme en slaapt erg veel de laatste tijd. Tevens eet het jongetje bijzonder matig; ouders krijgen bij hem, vooral tijdens het avondeten, geen hap meer naar binnen. Moeder vertelt: ‘Gisteren weigerde hij zelfs zijn favoriete maaltijd, de gehåktbålletjes met patat en cørrysøøs, op te eten!’ (zoals u weet, verkrijgbaar bij de welbekende Zweedse meubelgigant). Tijdens de anamnese valt het u op dat het jongetje languit op de schoot van moeder ligt en vreemde, gorgelende geluiden maakt.

72

Lichamelijk onderzoek

U ziet een bleek, mager kind, met op de romp een zeer vluchtig, diffuus erytheem. Er zijn geen lymfeklieren palpabel. De vitale functies zijn als volgt: hartfrequentie 150/min (normaal: 60-100/min), RR 125/83 (niet afwijkend), saturatie 97% (normaal: 95-100%), temperatuur 38,3 ºC (koorts). Bij inspectie van de groeicurve ziet u dat zowel de lengte als het lichaamsgewicht zich op de P50 bevinden. Over het hart komen u geen afwijkingen ter ore. Bij auscultatie van de longen worden crepitaties ter hoogte van de linkeronderkwab gehoord met daarbij beiderzijds enig gedempte percussie. Bij inspectie van de buik ziet u een bolle, gespannen buik met lichte venentekening. U hoort normale peristaltiek. Lever en milt zijn respectievelijk 7 cm en 6 cm onder de ribbenboog palpabel. Voorts constateert u een ‘shifting dullness’ (houdingsafhankelijke demping bij percussie) en een sterke undulatie (een opwekbare vloeistofgolf in de flanken), wat wijst op ascites.

Wat zijn uw differentiaaldiagnostische overwegingen?

U bent alert en vermoedt een hematologische maligniteit. Daarnaast gaan uw gedachten uit naar het scala aan infectieziekten dat de kindergeneeskunde rijk is, maar uw differentiatie stagneert snel. Overigens kan u een solide abdominale tumor ook niet uitsluiten.

Welk aanvullend onderzoek laat u verrichten?

U grijpt naar uw trukendoos! U vraagt een uitgebreid lab aan, belt naar radiologie voor een CT-abdomen en laat een beenmergpunctie doen. De laboratoriumwaarden vindt u nogal verontrustend: er is sprake van anemie, trombocytopenie en leukopenie. Niet afwijkend zijn: de infectieparameters, de leverproeven (behoudens een laag fibrinogeengehalte), nierfunctie en elektrolyten. Wel vindt u nog een verhoogd ferritine, een lichte (ongeconjugeerde) hyperbilirubinemie, een verhoogd lactaat dehydrogenase (LDH) en een hypertriglyceridemie. De CT toont forse hepatosplenomegalie. Het beenmergaspiraat daarentegen toont onder de microscoop dit beeld (zie hiernaast). U krijgt door van de hematoloog dat er sprake is van een afwijkende erythropoiese, een hoog aantal megakaryocyten (de voorlopercellen van trombocyten) en vreemd uitziende macrofagen.


Wat is uw (werk)diagnose?

Denkt u nog steeds aan een hematologische maligniteit, of begint de twijfel toe te slaan? Ten behoeve van de dynamiek van deze rubriek, daag ik u als lezer graag uit. Net als in de altijd als zeer nuttig bevonden, mateloos populaire en derhalve ook drukbezochte colleges Probleem Oplossen (a.k.a. ‘werkcolleges’, hoewel van ‘werken’ weinig sprake is, louter van passiviteit en een koffiekater), houd ik het graag ‘interactief’ en doe ik een beroep op uw ‘klinisch redeneervermogen’ en ‘internistenmentaliteit’. Tip: blijf zoeken in de hematologie. Voor diegenen die niet op de diagnose denken te kunnen komen, is de afkorting van de diagnose ook in de vorm van een stilistisch middel in de tekst van dit artikel verwerkt. Dus, bij deze, taalliefhebbers opgelet!

Behandeling

Vanwege de ernstig zieke toestand van het jongetje werd gestart met een hoge dosis dexamethason, waaraan later nog intraveneus gammaglobuline werd toegevoegd. Als onderhoudsbehandeling kreeg het jongetje VP-16 (etoposide) en ciclosporine gedurende enkele weken, totdat remissie werd bereikt. Daarnaast werd nog een profylactische intrathecale therapie met corticosteroïden gegeven (om uitbreiding naar het centraal zenuwstelsel te voorkomen). Met bovenstaande werd echter nog geen genezing tot stand gebracht. Anderhalf jaar later gebeurde dit wel. Er werd een geschikte stamceldonor gevonden en onze patiënt kreeg een (allogene) hematopoëtische stamceltransplantatie. Hiervoor werd zware myelosuppressie gegeven en werden monoklonale antilichamen toegediend ter preventie van afstoting.

Afloop van de casus

Het Zweedse jongetje bereikte na de transplantatie al snel hematologisch herstel, verbazingwekkend genoeg zonder enige complicaties. Hij knapte aanzienlijk op, hoewel de resolutie van de symptomen wel enkele maanden op zich liet wachten. Bijna twee jaar na het stellen van de diagnose maakt hij het goed en functioneert hij uitstekend, zowel thuis als op school. En wekelijks wordt weer door moeders de Zweedse gehaktballetjes met … (u weet wel waar ik het over heb) geserveerd. Als dank voor uw klinische alertheid en deskundigheid hebben de ouders van het jongetje u een compleet nieuwe inrichting voor uw spreekkamer cadeau gedaan! Nadat ouders en kind zojuist voor een controle bij u zijn geweest, werkt u te midden van een exclusieve uitvoering van de BILLY boekenkast en een witte hoogglans LIATORP bureau met gouden randjes - rustig verder aan het opruimen

van de dossiers die zich al weken blijven opstapelen. Tegen de ouders heeft u gezegd: ‘‘Inga nyheter är goda nyheter’’, oftewel: ‘Geen nieuws is goed nieuws!’, en met nog een brede glimlach op uw gezicht verlaat u na afloop van uw dienst de polikliniek en stapt op de fiets naar huis.

In het kort

Een vierjarig Zweeds jongetje presenteert zich bij u met een piekende koorts, een stevige hoest en buikpijn. De ouders hebben daarnaast flinke vermoeidheid en een slechte eetlust opgemerkt. Bij lichamelijk onderzoek ziet u een ziek kind met koorts, tachycardie, een palpabele lever en milt en ascites. Tevens zijn er afwijkingen bij auscultatie van de onderkwab van de linkerlong. Het laboratoriumonderzoek is hematologisch verontrustend: anemie, trombocytopenie en leukopenie. Opvallend bevindingen zijn een hoog ferritine, hyperbilirubinemie, een verhoogd LDH en hypertriglyceridemie. De CT bevestigt de hepatosplenomegalie. Tot slot levert de beenmergpunctie een uniek microscopisch beeld op. Wat is er met dit jongetje aan de hand? Weet u de diagnose? Stuur deze dan in naar www.facebook.nl/panessay via een privébericht (en like vooral de pagina!) en win het fantastische boek ‘Het is wit en het staat in de weg’ over de avonturen van een co-assistent. Dit boek heb ik zelf eerder gewonnen met een puzzelactie van de PanEssay, maar ik geef het graag als een soort wisseltrofee aan degene die zijn bovenkamer het hardst op zijn grondvesten kan laten schudden!

Panessay • 2016:3 • 73


74


Column

Noor Jöbsis

Onderwijscolumn Het daverend spannende leven van de Commissaris Onderwijs Vind jij het soms ook zo koud in collegezaal 0061? Moet het antwoord bij open boek vraag 3 niet A in plaats van B zijn? Waar kan ik toch de studiestof van week 5 vinden? Allemaal vragen die menig van jullie vast bekend in de oren klinken. Niet gek ook, want ze hebben allemaal iets te maken met onderwijs. Sterker nog: jouw onderwijs! Dag in dag uit is het op de faculteit een druk bestaan voor iedereen die er rondloopt: studenten, docenten, medewerkers en andere bezoekers. Maar wat doet iedereen nu eigenlijk met dat onderwijs, dat is soms de vraag. Voor velen klinkt onderwijs als een vaag begrip en je associeert het met de serieuze kant van het studentenleven. Dat was in ieder geval voor mij vaak wel zo, en na bijna een jaar Commissaris Onderwijs te zijn geweest durf ik dat eindelijk toe te geven. Tijdens mijn eerste twee jaren vond ik het soms knap lastig om te zien wat zich nu waar afspeelde en waar je heen moest met al je vragen of opmerkingen over het onderwijs.

studentleden van alle onderwijsgremia op de faculteit zitting. Op die manier kunnen we samen werken aan jullie studies, zowel bachelor als master. In de afgelopen jaren is er veel veranderd. Zeker binnen het ‘nieuwe’ G2020-curriculum waar aan het begin nog aan te sleutelen viel. Zo bestaan er nu checklists, heeft het keuzeonderwijs een vaste plek in jaar twee en zijn de Vouchers nu een vast onderdeel van je studie. Voor de een lijkt dit misschien allemaal als vanzelfsprekend maar voor de ander voelt dit als een overwinning door zijn/haar harde werk. En dat is nu juist wat ‘onderwijs’ niet alleen serieus maar juist ook heel uitdagend maakt. Zoals je ziet zijn er veel vragen waar je als student mee kunt lopen. Soms weet je het antwoord zelf te vinden, of weet je bij wie je moet zijn. Maar vaak genoeg ook niet. Mocht je na het lezen van deze column nu nog een keertje een vraag hebben? Stel hem dan! Ik help je graag verder om zo voor iedereen het studeren (hopelijk) weer nét wat gemakkelijker te maken.

De jaarvertegenwoordiging (JV/YR) ken je vaak wel, die mail je als je vindt dat er iets anders zou kunnen bij je tentamenvragen. Ook weten zij vaak wel het antwoord op de meer praktische zaken binnen je, voor mij toen nog, blok. Maar neem nu de grote drukte in de CMB van voor de zomer. Al die studenten die zich verslapen hadden voor een plek in de UB en dan maar koffie komen drinken in de gangen van het UMCG. Kan de JV hier iets tegen doen? Of moeten we dit maar gewoon accepteren en thuis blijven met al onze boeken? De JV is altijd een goed eerste aanspreekpunt, maar er zijn nog veel meer organen binnen de faculteit aan wie je dit soort vragen kunt stellen. Als Commissaris Onderwijs heb ik veel contact met alle JV’s en YRs en hoor ik zo wat er allemaal speelt in jullie jaar. Ik probeer deze punten mee te nemen naar de medewerkers van het Onderwijs Instituut (OWI) om er zo voor te zorgen dat jouw studieleven weer wat gemakkelijker wordt. Daarnaast bespreek ik ze ook vaak in een van de ProMed-vergaderingen. In ProMed nemen alle

Panessay • 2016:3 • 75


Column

Karlijn Saris

Zomerperikelen Het leven is geen perenboom. Gevaar loert altijd en overal om de hoek. Juist wanneer je het niet verwacht, ben je je leven het minst zeker. Een goed voorbeeld hiervan is de ogenschijnlijk fijne, warme zomer. Niets is minder waar, mind your steps! Heel voorzichtig kunnen we weer bijna beginnen met ademhalen: de zomer zit er nagenoeg op. Erg veel kan ons nu niet meer gebeuren. Nederland kijkt het hele jaar massaal klappertandend en natgeregend uit naar deze “mooiste tijd van het jaar”. Ik kan echter ieder jaar opnieuw alleen maar hopen dat deze ellende zo snel mogelijk weer voorbij is, want de zomer zit vol met gevaren.En dan doel ik niet eens op de kans om ebola of parasieten op te lopen in een of ander tropisch oord. Nee echt, ook in Nederland ben je je leven niet zeker in de zomer…

Het regent zonnestralen

De ellende begint voor mij al bij de eerste magere zonnestraaltjes, als ik pech heb in april al. Zonnebanken en urenlange baksessies in de zon vermijd ik, maar zelfs de kleinste minuutjes blootstelling aan daglicht,

ondanks dat ik ben bewapend met zonnebrand factor 30, worden mij bijna fataal. Je kunt het een huidtype “prachtig blank huidje” noemen, ik merk vooral dat ik na 10 minuten in de zon de rest van de week niet meer normaal kan zitten of liggen, omdat ik getransformeerd ben tot kreeft. Wat ik ook doe: huidkanker is gratis, zeker voor mensen met zo’n lekker Hollands huidje als ik. En daar krijg je dan nog gratis de uit hun winterslaap ontwaakte herpes simplexvirusjes bij, die je schattige gezichtje compleet ruïneren door zo’n heerlijke koortslip op je gezicht te planten.

Wade in the water

En na de huidkanker en herpesvirussen worden we genadeloos blootgesteld aan de volgende risico’s, want zodra de temperaturen oplopen zoeken we verkoeling in het water. Openbare zwembaden zijn voor mij zonder twijfel nachtmerrie-opwekker nummer 1! Het gaat me heus niet alleen om het aanzicht van vette patat-met-zwembadmayonaise-etende morbide obesitaspatiënten in badpakken (al is dat ook geen feest). Maar wat dacht je van voetschimmel, tinea pedis, domweg zwemmerseczeem? It’s all in the name. Openbare zwembaden zijn dé broedplek voor jeukende en pijnlijke tenen. “Vermijd dan het zwembad en ga in openbaar water zwemmen!” zou een normaal-denkend mens dan zeggen. Fair enough, maar nee hoor! Daar moeten eind juli ineens halsoverkop de in het water spelende peutertjes door hun moeders de branding uit gesleurd worden: “een slijmerige, blauwbruine smurrie”, blauwalg dus! Of het moment dat je loopt te shinen in je nieuwe hardloopoutfit, met blote voetjes door het mulle zand, je voelt je de koningin van de fitheid! Totdat je een met oostenwind aangespoelde kwallendrab tussen je tenen door voelt sijpelen.

Inspuiten en uitpluizen maar!

Dan door naar de volgende bron van irritatie: insecten! Begrijp me niet verkeerd, met je bikinibroek middenin een nest met rode mieren gaan zitten heeft dan nog best ergens zijn charmes. Maar de romantiek is eraf, omdat ik in de zomer niet meer onbezorgd de deur uit kan. Als ik niet bewapend met EpiPen het huis verlaat, kan ik mezelf na een wespensteek wel afschrijven als rottende aardbei. De cytokines gieren door mijn lijf: overal jeuk en bulten, opgezwollen worstenvingertjes, spraakgebrek door een opgezwollen tong. De zomer, wat een feest!

76


En vergeet niet: in de brandende zon vertoeven is geen pretje, maar zoek VOORAL geen dekking onder bomen! Dit kan tot twee even ellendige situaties leiden: ’s avonds door een lieftallige huisgenoot als een aap moeten worden uitgepluisd, in de hoop dat dat ene teken-kreng gevonden wordt. Of je loopt de rest van de zomer rond met een eenzijdig verlamd gezicht en opgezwollen tepels en oorlellen door de ziekte van Lyme.

Sex, drugs and rock-and-roll

Nog niet overtuigd? Je zou ze de kost moeten geven, de oververhitte, gedehydrateerde, aan zonnesteek lijdende “zomer-patiënten”. Die arme zielen, allemaal ten prooi gevallen aan het lot der mooie, warme dagen. De eerste hulp draait overuren. Daar zitten ze dan, de vakantievierders met hun verbrande barbecuevingers, zonnebultjes, grasallergieën, muggenbulten, misselijkheid, hoofdpijn, kortademigheid, epileptische aanvallen, shock! Need to say more?....

Maar gelukkig, de échte zomer duurt in Nederland hoogstens een week. Het is begin september, de onstuimige herfstwolken zijn in aantocht. Ik kan weer beginnen met dromen en stoppen met mijn benen scheren! Leg mij maar bebeenhaard op de bank voor een knisperend haardvuurtje, bewapend met een grote kop thee en massa’s chocolade. Het enige risico wat ik loop is dat op morbide obesitas en trombosebenen; dat heb ik er maar al te graag voor over!

En om er dan nog maar het beste van te maken, proberen we afleiding te zoeken. We hebben echt geen zwoele Riviera of romantische Franse strand-taferelen nodig om lekker in het rond te scharrelen. Vakantieliefdes kunnen ook prima bloeien op de Veluwe of aan het IJsselmeer… Ja, óók in Nederland sluiten we deze onvergetelijke zomer gewoon weer af met de gebruikelijke post-summer SOA-test.

Panessay • 2016:3 • 77


Medisch

Suzanne Schuurman

Kun je alsjeblieft even stoppen met ademhalen? Misofonie: ja, het is echt iets. Een tijdje terug heb ik oordopjes op maat laten maken. Ik zit (helaas) niet in een band en ik heb ook geen last van wegwerkzaamheden; ze zijn bedoeld om het snuffen, niezen, hoesten en kauwen van mijn medemens buiten te sluiten. Sinds enkele jaren heb ik last van misofonie, een aandoening die – ondanks dat mijn Word er nu een rood lijntje onder zet en mij vraagt of ik er microfonie (wat dat dan ook mag zijn) van wil maken – tegenwoordig vrij veel aandacht krijgt in de media. Misofonie, ‘haat van geluid’, werd in 2013 voor het eerst beschreven door de van oorsprong Vlaamse psychiater Damiaan Denys (van wie ik overigens een vrij groot fan ben). Zijn artikel ‘Misophonia: diagnostic criteria for a new psychiatric disorder’ begon hij met: “In 2009, three patients were referred to our expertise centre in obsessive-compulsive disorders (OCD) at the Academic Medical Center in Amsterdam with obsessions focused on a typical sound such as smacking or breathing and the subsequent aggressive impulse to scream and yell or attack the source of the sound in order to make it stop.”

Het internet staat vol met verhalen van deze geluidshaters en hun families, over verpeste diners, stukgelopen relaties en agressieve woedeaanvallen. Als ik dergelijke dingen lees ben ik blij dat het in mijn geval meevalt. Toch is het soms niet makkelijk, zowel voor mij als voor mijn omgeving. In deze column beschrijf ik wat in mijn ogen het centrale probleem is dat misofonie met zich meebrengt, en hoe hiermee om te gaan. Of je nou iemand kent met misofonie, je zo nu en dan ergert aan gesmak of mensen om je heen fysiek iets wil aandoen als ze ademhalen, misschien helpt dit.

“Ik vind hen barbaren zonder manieren, zij vinden mij een aansteller” Over het algemeen kunnen mensen vrij slecht tegen kritiek, wellicht zijn geneeskundestudenten daar gemiddeld zelfs nog wat slechter in dan anderen. Dit wordt problematisch als ik je vraag om wat zachter te kauwen, of je vertel dat je nu toch echt je neus moet snuiten omdat je zo vaak en zo luidruchtig je neus ophaalt. Ik heb namelijk zelden meegemaakt dat het gesprek dan op precies dezelfde toon voortgezet kan worden, omdat de ander zich aangevallen voelt, waarschijnlijk iets denkt als ‘wat een zeikwijf’ en dat, bewust of onbewust, laat merken. Daar ligt het probleem: we maken het persoonlijk. Iemand aanspreken op geluiden die hij/zij maakt lijkt te veel op iemand vies of onbeleefd noemen om dit niet subjectief op te vangen. Zelf maak ik het er ook niet beter op, de frustratie door de voor mij vreselijk hard klinkende, vieze geluiden maakt dat ik mijn boodschap hierover moeilijk neutraal kan overbrengen. In de trein is misofonie vervelend, onder t entamens ook (om over de VGT niet eens te spreken), maar wanneer het echt een last wordt is als de bron van het geluid een vriend of familielid is. Wildvreemden durf ik niet aan te spreken op hun gedrag (maar goed ook) en in zulke gevallen houd ik het meestal bij passief-agressief mijn vingers in mijn oren stoppen, iets wat uiteraard onopgemerkt blijft. Bij vrienden of familie weet ik dat ik er iets van kan zeggen, en kan ik daardoor bijna niets anders dan dit ook te doen. Dit creëert vaak ergernis van beide kanten. Ik vind hen barbaren zonder manieren, zij vinden mij een aansteller.

78


Als het probleem is dat opmerkingen over geluiden en reacties daarop te persoonlijk opgevat worden, dan ligt de oplossing voor de hand: maak het minder persoonlijk. Van mijn kant probeer ik mijn opmerking over het geluid neutraal te houden; in gedachten scheld ik mensen nog geregeld uit maar ik doe hard mijn best om dit de ander niet te laten merken. Dit heeft bijvoorbeeld erg geholpen in de collegezaal, waar ik nogal eens naast een vriendin zit die tot mijn grote ergernis het hele jaar door verkouden lijkt te zijn.

aan de man te brengen. En als de ander dan toch terug snauwt dat hij er niets aan kan doen, is er maar één juist antwoord: ‘Ik ook niet.’

Zonder het uitgebreid te bespreken hebben we een voor ons perfect systeem ontwikkeld, wat bestaat uit dat ik haar op zulk soort momenten vraag of ze misschien een zakdoekje wil. Dat zakdoekje neemt ze tegenwoordig altijd aan, en die simpele daad verandert iets fundamenteels in mijn vreemde, geluidshatende brein. Ook al is het gesnotter na het snuiten even erg, ik heb er minder last van. Want wanneer mensen aantonen iets te willen doen aan het geluid dat zij produceren, is de basis van mijn ergernis weg: ik kan diegene niet meer brutaal of asociaal vinden. De kunst is dus wel om de kwestie op een neutrale manier

Panessay • 2016:3 • 79


Foto’s

80


Panessay • 2016:3 • 81


Medisch

Svenja Henning

Life Expenses How much are we willing to pay for a life? Inlyta (cancer medication), Sofusbovir (Hepatitis C medication) and Myozyme (enzyme treatment for Pompe’s disease) are all medications that gained a lot of media attention lately. Unlike expected, the reason for this media attention is not only scientific advancement but rather their financial impact, as all of these medications have one important thing in common: they are extremely expensive. To illustrate, the treatment for Pompe’s disease with the drug Myozyme costs around 267,300 euros per patient annually. The price for Sofosbuvir, against Hepatitis C, comprises around 267,308 euros. Furthermore, treatment with the cancer medication Inlyta costs around 4,000 euros per patient. As they are so expensive, one expects that these treatments have a significantly higher effectivity compared to previously used medications. That is indeed true for Myozyme, and for Sofusbuvir that have relatively few side-effects and work within a comparatively small period of time. Inlyta, on the contrary, may prolong life for two more months. However, it does not cure and is not side-effect free.

So, the advantage over other cancer treatments is not significantly high. And that is true for most expensive cancer medications that are being developed by pharmaceutical companies at the moment. Additionally, it needs to be highlighted that Pompe’s disease is very rare and Hepatitis C also affects a relatively small number of people in the Netherlands. Cancer, on the other hand, has a very high prevalence and if we would provide every cancer patient with one of these new and expensive drugs, there would be a very high burden on the health insurance system. Firstly, however, one might ask why there is such an increase of extensively expensive pharmaceuticals in the first place.

“One expects that these treatments have a higher effectivity” In fact, during the last years, pharmaceutical companies have changed their strategy by investing less in basic research and more in the development of medication to treat non-communicable diseases, mainly found in industrial countries. Those diseases comprise e.g. Alzheimer´s disease, rheumatoid arthritis or, the best known example, cancer. By changing their strategy, the companies aim to reach a predominantly wealthy target group in order to increase their profit. The question to be considered at the moment is how society should react to the rise of these extremely expensive drugs. What is the right thing to do – both from patients’ as well as from society’s’ perspective? On the one hand, every patient has the right to health and therefore, the right to the highest attainable standard of treatment. In a highly developed country, as the Netherlands, where medications as Inlyta are principally available, it would be reasonable to let the patient profit from new advancements in science. On the other hand, the effects of those medications on the health insurance system have to be taken into account. If highly expensive treatment is provided to a certain group of people, this money may lack in other domains. Some politicians believe that provision of extremely expensive medication to relatively large numbers of patients (e.g. cancer patients) would result in a collapse of the health insurance system.

82


Generally speaking, there is no discussion needed to conclude that a life is priceless. Nevertheless, we are limited by the insurance system to a certain amount of money to spend on care of the greatest number of people. Bearing that in mind, there should be an upper financial limit for medication that in turn puts pressure on the pharmaceutical industry to adapt prices.

“There should be an upper financial limit for medication” In the UK, the government solved the dilemma by introducing a certain formula that “calculates” whether a medication should be provided or not. Variables that are included into this formula comprise e.g. age, and the quality of life that treatment with the certain medication would probably lead to. This approach is very rational and ethically it is questionable whether we are entitled to value individual life differently. In America, the insurance coverage is lower than in Europe. Expensive medications therefore cause patients’ incredibly high debts. In the Netherlands

At a glance Pharmaceutical companies invest less in basic researcha and more in the development of treatment for high prevalence diseases found in industrial countries. The extremely high prices of those medications cause a great challenge to the health system and raise the ethical discussion of how much money we are able and willing to pay for a life as well as in other European countries, there is currently an ongoing debate on how to deal with those medications. At this very moment in time, there is no answer to how we should deal with this dilemma. The only thing we know is that a conclusion has to be drawn soon.

Panessay • 2016:3 • 83


Interview

Thomas van der Korst

The gates of Europe One month in a refugee camp At 2:42 AM I opened Facebook; I had just arrived back at the apartment from a birthday party of one of the older guys in the Port Crew. The latest message read: “35 is just arriving at pantali I drive with them now to Lakki if someone is awake, they may come down to Lakki for help thank u”. Somehow, I was still clothed, so I got out of bed and drove my trusty rental scooter down to Panteli Beach. To be honest, I was a little apprehensive since I was still pretty buzzed from the party and there were going to be a few police officers around. Luckily, when I met the police on the access road to the beach, they just motioned me to follow them to the camp. With the stress of newly arriving refugees, normal safety checks (alcohol) are sadly pushed back, away from the centre of attention. Fortunately, as I was manoeuvring my trusty scooter through the mountainous roads, the cold air blowing against my face did a good job of sobering me up. At around 3 AM, we arrived at the camp where the refugees were placed in the detention area so they could be processed in the morning. I took out my headlight since most of the camp runs without electricity, which was when I got my first glance of the group of refugees. They did not look too poor and spoke Arabic, so they were most likely Syrians.

Refugees entering the ferry to leave after being stuck for days because of bad weather.

84

This was good, since they probably had enough food and water before they set out on their boats and were not at immediate risk of dehydration. However, all of them were completely soaked, in the middle of winter, albeit the extremely mild Greek winter. The police had left one guard to make sure they did not leave the tent and there were two other volunteers who both spoke Arabic. Since I was part of the Port Crew, I had access to the emergency supplies. I went to get two blankets, three cookies and one bottle of water per person. They all thanked me, but they were obviously still very cold. None of them seemed to need any immediate medical attention, so that was good. Therefore, I figured that at that time there was not much more I could do for them; they would have to tough it out until the morning. At this point it was 5:30 AM and I had a morning shift starting at 7 AM. Wanting to sleep as much as possible I just slept in the van for about an hour, getting ready for another day of hard work. During the Christmas vacation in 2015, I went to Greece to volunteer in the refugee camps for about a month. The willingness to go help in the refugee camps did not grow out of any beautiful ideals like altruism, but was rather a coincidence. In order to bolster my resume in a unique way, I randomly asked everybody I knew if they knew about any volunteering spots. Although I got many positive replies, none fit into my schedule. Then when I asked my roommate, she said: “Wait, I think my aunt did something with refugees.” I sent a few e-mails and one phone call later, I had suddenly obligated myself to go Greece for about a month during the Christmas vacation. Then I pushed it out of my mind for the remaining two months. At this time, I knew very little about the refugee crisis, so I started researching it. Sure, we had all heard about ISIS at that point and about the millions of refugees in Germany, but that was about all I knew. The short version is that there are many different groups fighting for different things supported by different great powers. However, they have one thing in common: they are all fighting in Syria. If you are interested in a more detailed explanation of the Syrian Civil War, I would recommend watching the 6 minute video ‘Syria’s war: Who is fighting and why’ by Vox on YouTube. The biggest victim is the average Syrian citizen: their homes are being destroyed by fighting and airstrikes from the US, Russia and many others.


Their sons are forcefully conscripted by all sides of the conflict and if they do not join their family will be murdered. The economy is in shambles and there is no truly safe region left in the country. If your home is destroyed, nowhere in your country feels safe, where do you go? For most refugees, even now, this means Turkey, where as of late last August there are 2,726,980 refugees according to the Turkish government. Of these people, 90% does not live in traditional refugee camps, which means that they largely have to fend for themselves. There are NGOs helping this huge exiled population but they can only do so much. These people have no or very poorly paying jobs with children more often than not having to work to make sure their family stays fed and warm during the winters. Most refugees in Turkey have lost hope, but there is only one option if they want to change their situation, go back to Syria. However, before the gates of Europe closed, they could instead move on towards the European Union. After making the decision to go the European Union, the refugees first have to travel to western Turkey with the help of the human smugglers. The central hub of Turkish smugglers is in the city of Izmir, the thirdmost populous and western-most city of Turkey. After buying a smuggling package they are transported to places along the coast from where they are taken to one of the Aegean Islands. Most of the people doing the actual smuggling are refugees themselves; these are the people who could not afford the price to be smuggled to the EU and earn their crossing this way. The people actually receiving the money, paying for the boats and the non-functioning life vests are the Turkish organised crime. The price of the crossing depends mainly on the weather and ranges from 400 to 800 euros per person with half price for children.

Group of young refugee girls wearing our vests.

Group of refugees waiting to be led to the camp with Thomas at the head of the group.

Pictures of how cramped those boats are, have been widely circulated by mainstream news. Just remember that this was and still is common, as the smugglers want to maximise their profit. They do not care about the safety and the survival of their clients as they are paid up front. For the people coming to Leros, the island where I was volunteering, the journey began from the coast near the city of Didim. They were taken to coast where the boats were all prepared, everybody received a non-functioning life vest and they embarked on the boats. If the refugee felt unsafe going on the boat and did not get in they would lose all their money since they would not get a refund. Then the boats arrived at the tiny island of Farmakonisi, a military island with about ten soldiers permanently stationed there. The soldiers would round up all the refugees and put them in a small, rocky, fenced-in area with one building without windows, a door and just half of the roof. The refugees were usually held for one to two days but with bad weather they could be stuck there for five days. The soldiers never gave them food and water except during emergencies. Then the Vos Grace or the Illias would pick them up. The Vos Grace is a big search and rescue ship from the UK which has a capacity of 350 refugees, medical staff, a Frontex detachment and about eight Royal Marines in full combat gear. The Illias is a small ferry with a capacity of sixty refugees and none of the previous amenities. The Greek government has paid them handsomely for this transportation. After being picked up by these boats, the refugees would be taken to Leros, an island in the Aegean Sea with 7917 inhabitants during the 2011 census with barely thirty police officers between them, even including the reinforcements from the mainland. The camp was in the town of Lakki, close to the biggest port of the island. The camp itself consisted of two old warehouses (which gave a few volunteers a nasty fungal lung infection), about fifteen small tents, one larger tent, the big processing tent, basic hygiene faci lities and the Doctors Without Borders building.

Panessay • 2016:3 • 85


for unexpected arrivals. Our responsibilities were to take care of the refugees immediately when they arrived at the port. We were tasked with giving them water, food, dry clothes and screening for medical emergencies.

Group of refugees in the camp sitting around a campfire trying to stave boredom.

All of this was fitted in an area smaller than the Grote Markt. There was an official capacity of 1000 refugees which would be a tight fit in ideal circumstances. Sadly enough, sometimes we were above capacity by quite a lot of people, one night even getting close to 1600 refugees. When this happened, all the single men were forced to sleep outside on the gravel. Even in the tents, the only things that separated the refugees from the gravel were wood pallets, some tarp and a extremely thin personal mat and blanket, both provided by the UNCHR. A portion of the people had to sleep in the mould-infested warehouse which apparently could cause fungal lung infections. My duties consisted of manning the port where the Vos Grace and Illias dropped the refugees. Imaginatively, we were called the Port Crew. Since the crew mostly consisted of volunteers not associated with any of the NGOs our group had a distinct character. It was mostly people in their mid-to-late twenties with distinct lack of respect for authority and probably some undiagnosed drinking problems.. Maybe some were a little rough around the edges, but we were definitely the hardest-working volunteers, regularly making 16 hour days whilst being available 24/7

For us to do our work effectively, we had to depend on how much the police would allow us to do. Sometimes we would be allowed into the detention area of the port to do whatever we wanted, other times we would not even be allowed to give water to refugees. One police officer’s bad night’s sleep could mean the difference between getting water and food during a multiple hour wait after up to five days without food and clean drinking water. The work was tiring and sometimes we had to argue incessantly with police and camp coordinators to get the refugees the care and sleeping spots they needed, but we kept doing it just to lessen their suffering as much as we could. Before being released to the camp all refugees were processed, which meant registering their names, father’s name, family members, country of origin and date of birth. This would be combined with a picture and fingerprints. If they had passports, these would be taken away since they technically did not need one after getting their papers from Frontex. After this, they were released to the port crew and we would take them to the camp. In the best case scenario, after two days the police would come and distribute their papers with which they could purchase a ticket at the ferry ticket office. With this ticket, they would be taken from Leros to the port of Piraeus which is connected to Athens. Since the papers were released in batches, the ferries would sometimes be filled to the brim with refugees. Every time this happened, the volunteers would come to the port and say goodbye to all the people they had gotten to know personally. Sometimes it got very emotional, especially if a volunteer left together with the refugees. To be honest, I saw a lot of traumatic things there, but I have also made some of my best memories on Leros. Maybe it would have been more interesting to read those exciting stories, but they are also intensely personal in nature, not only for me, but also for the refugees and other volunteers involved. I think that for most people, the refugees are a political issue, something to be debated about, a problem to be solved. I hope that my limited experience with these people has at least made you think a little more about what they have been through. Currently, about 60’000 refugees are stuck in Greek refugee camps without a future, without hope.

Picture of the Vos Grace

86


Puzzel

Marko Pol

Puzzelplezier De weg naar onsterfelijkheid Aan alles komt een einde. Doodsaaie colleges, MDO’s, Daviths PanEssay-carrière, het leven... Als medicus hebben we echter de mogelijkheid door te leven in de naam van een door ons ontdekte aandoening, bacterie of anatomische structuur. We hoeven het niet eens als eerste te ontdekken, als we er maar met het meeste lawaai over publiceren. Een geruststellende gedachte.

1 3

4 7

8

9 10

11 14

12

13

15 16

17 18 20 21

22

Mail uw antwoord naar panessay@panacea.nl of bericht ons via Facebook. Geef aan welke van de volgende drie formida- 24 bele boeken u zou willen winnen. - Samuel Shem; The House of God - Atul Gawande; Being Mortal - Paul Kalanithi; When Breath Becomes Air

5

6

Daarom deze editie een puzzel gevuld met eponiemen. De oplossing is een ontdekking van Francis Bacon en Robert Merton. Ook deze editie is uw juiste antwoord weer goed voor schitterende prijzen.

2

23 25

26

27

28 29

Horizontaal

Verticaal

3 Afasie waarbij je niet uit je woorden komt 5 Zijn tumor van de nier wordt ook wel hypernefroom genoemd 7 Niet rood-wit-blauw, maar wit-blauw-rode vingers 8 Vader van de pathologie, naamgever van o.a. de linker supraclaviculaire lymfeklier 10 Adellijke ziekte waardoor je op kanonskogels kunt reizen 11 Beschreef syringomyelie, maar wij kennen hem van het multipel myeloom 14 Geen hartinfarct, maar chondritis 16 Uitpuilende ogen en een op hol geslagen schildklier 17 Heeft zijn eigen encefalopathie, hersencentrum en afasie 19 Autismespectrumstoornis vernoemd naar een Weense kin- derarts 20 Deze huisarts beschreef families met een progressief overer vende ‘dansende manie’ 22 Deze chirurg gooide schedels op de grond om de fractuur lijnen van het aangezicht vast te kunnen stellen 23 Deze bacterie is vernoemd naar de bedenker van catgut en chirurgische handschoenen 28 Als je bijnier ermee ophoudt is het pas echt crisis 29 Gilles is - takketakketak - niet zijn voornaam, potjandikkie!

1 Auto-immuunziekte voor motorrijders 2 Bekende Duitse naam voor schistosomiasis 4 Gangreen op een plek waar je het niet wilt 6 Wees verstandig, eet geen koeienhersenen 9 Hier pijn? Appendectomie! 12 Bij diabeten zijn zijn eilandjes op vakantie 13 Zandmugziekte of berglepra, ontdekt door een Schotse patholoog 15 Zijn neuroom veroorzaakt een pijnlijke voet 18 “Can’t pee, can’t see, can’t climb a tree” 21 Scheur in je ontstoken slokdarm 24 Een extra geleidingskabel in het hart 25 Postvirale hepatische steatose en encefalopathie, vooral optredend bij kinderen 26 Zijn sphincter doseert de toegang van gal en lever- en pan creassappen tot de darmen 27 Ontdekker van de modderkoorts, oftewel leptospirose

Panessay • 2016:3 • 87


Medisch

Annet Vulto

VGT-hulp Een gevoelig onderwerp Heeft u net als vele collega’s afgelopen zomer uw hersenen ook geweekt in ethanolen en lijkt het afgelopen collegejaar ver weg? De eerste VGT van het jaar is zoals altijd genadeloos vroeg dus deze hulp komt voor u alweer te laat. Treur echter niet, bij de volgende haalt u vast een betere score als u alle vragen over gynaecologie/ obstetrie correct kunt beantwoorden. De PanEssay reikt u een aantal handvaten. Anatomie

De relevante organen voor de gyn liggen in het kleine bekken, en het kleine bekken is ook echt klein. De bovengrens ligt ongeveer daar waar je de lijn zou trekken tussen de bovenkant van het schaambeen (os pubes) en het bovenste deel van het os sacrum (waar de lendenwervels stoppen). Daarin liggen de beide ovariae (eierstokken) met daaraan de tuba uterina (eileiders), die aan de kant van de ovariae een soort gekke handjes hebben die fimbrae heten. De tuba komen uit in de uterus (baarmoeder). De bovenkant van de uterus heet de fundus, het grootste deel heet het corpus en de uitgang heet de cervix. Die mondt uit in de vagina. Volgens Heineman is het opmerkelijk dat de vagina zowel paringsorgaan is als geboortekanaal, gezien “het verschil in omvang tussen de fallus en het hoofd van een voldragen foetus”. Waarvan akte. De toegang tot de vagina heet het vestibulum, kleine schaamlippen zijn labia minora (die niet zelden groter zijn dan de grote schaamlippen, maar laten we niet

88

moeilijk doen over details), proximaal in de vagina bevindt zich het hymen (maagdenvlies) of wat ervan over is en het diepste punt in de vagina is de fornix posterior, waar het ejaculaat vaak terechtkomt.

SOA’s

Bij seksueel overdraagbare aandoeningen gaat het vaak over infectie van de vagina en cervix. Als het onbehandeld blijft echter, kan de infectie opstijgen naar de tubae, dit is een salpingitis. Hierbij ontsteken vaak ook andere structuren in het kleine bekken, waarbij je spreekt van een pelvic inflammatory disease (PID). Deze termen worden in praktijk een beetje door elkaar gebruikt. De verwekker van PID’s zijn heel vaak SOA’s, en meestal betreft het chlamydia. Soms kan het ook veroorzaakt worden door gonorroe. De belangrijkste SOA’s zijn ook chlamydia (C. trachomatis en nog twee minder belangrijke) en gonorroe (Neisseria gonorrhoeae). Beiden zijn verticaal overdraagbaar en kunnen dus neonatale conjunctivitis veroorzaken. Denk bij contactbloedingen eerder aan chlamydia.

Waar is de fundus?

Een klassieke vraag die altijd weer terugkomt is hoe hoog de fundus is na hoeveel weken amenorroe. De oud-praeses van de PanEssay schatte het in door te kijken naar haar eigen buik, ik heb hier de iets meer gevalideerde standaarden. Deze tabel spreekt dan voor zich. Iedereen weet wat een navel is en het processus xiphoideus is het zwaardvormig aanhangsel aan het sternum (borstbeen). Ik onthoud altijd gewoon dat bij elke stap van 4 weken amenorroe de fundus ook 4 centimeter opschuift, te beginnen met 20 weken is ±16 cm. Rond deze tijd voelen vrouwen de foetus ook bewegingen maken. Een andere regel die wordt


gebruikt is fundushoogte + 4 cm is zwangerschapsduur, wat natuurlijk volstrekt op hetzelfde neerkomt. Een andere terugkerende vraag is die over de navelstreng. Het is ook verwarrend wanneer iets een arterie is en wanneer een vene, want is de navelstreng nou van moeder of kind? Van het kind natuurlijk, hij maakt het immers zelf. De arteriën in de navelstreng zijn dus van het hart van het kind af naar de placenta, en bevatten zuurstofarm bloed. Terug naar het hart gaat de vene, die zuurstofrijk bloed met zich meeneemt. Als dit allemaal te veel is om te onthouden, bedenk dan dat het geheel van bloedvaten eruit ziet als een smiley, met twee blauwe ogen en een rode mond.

APGAR score

APGAR is een afkorting en een maat voor de vitale functies van het kind, 1 minuut en 5 minuten na de geboorte. De maximale score is 10, en er worden punten afgetrokken als de pols lager dan 100 is (-1 of bij afwezigheid hf -2), de ademhaling onregelmatig is (-1, zonder ah -2) de spierspanning niet goed is (afwezig: -2) , de reactie op prikkels slechter is (geen: -2) of als het kind niet roze is, dus het aspect afwijkend is (geheel blauw of bleek -2). Als de score na 5 minuten <8 is worden de testen herhaald tot de score verbetert.

Oefenvragen

Wat is de belangrijkste verwekker van salpingitis? A. Neisseria gonorrhoeae B. Actinomyces israelii C. Streptococcus pyogenes D. Chlamydia trachomatis Op welk moment tijdens het vrouwelijke leven is de voorraad primordiale follikels in de ovaria het grootst? Op het moment van:

Zwangerschapsduur (weken)

Fundushoogte

A. Geboorte B. Puberteit C. Een foetus van 20 weken D. De leeftijd van ca. 18 jaar Bij welke zwangerschapsduur zijn bewegingen van het kind ongeveer merkbaar? A. 8 weken B. 12 weken C. 18 weken De navelstreng bevat: A. Twee venen en één arterie B. Één arterie en één vene C. Twee arteriën en één vene D. Één arterie, één vene en een gemengd bloedvat

Afstand symfyse- fundus in cm

36

3/4 n-x

32-36

32

1/2 n-x

28-24

28

1/4 n/x

24-20

24

Bovenrand navel

20-16

20

Onderrand navel

16

1/2 s-n

12

Juist boven symfyse

Naar: Prins, van Roosmalen en Treffers, 2004

Panessay • 2016:3 • 89


Medisch

Marko Pol A. Ouweteur

Kroniek van de psychochirurgie Deel I: Een primitieve geboorte De geestesziekten te lijf gaan met de scalpel. Een ogenschijnlijk tegenstrijdig schouwspel dat al millennia plaatsvindt. Het eerste van drie delen over de geschiedenis van een medische behandeling die omgeven is door mystiek, achterdocht en sterke verhalen. Welkom in de wereld van de psychiatrische chirurgie. Psychiatrische chirurgie vindt al sinds mensenheugenis plaats. Eind jaren ’90 ontdekten archeologein in een weiland in Frankrijk een grote hoeveelheid schedels, welke meer dan 8000 jaar oud blijken te zijn. Een groot deel van deze schedels zit vol met gaten. Geen barstwonden of traumatische scheuren, maar afgeslepen, redelijk symmetrische laesies. Duidelijk mensenwerk. De schedels toonden tekenen van botgenezing of waren soms al geheel genezen. Een teken dat mensen dit letsel wisten te overleven. Een van de schedels bevat zelfs twee boorgaten, beide meer dan zes centimeter, in verschillende stadia van botgenezing. Mogelijk is deze persoon twee keer geopereerd, door een chirurg die een fraai staaltje infectiepreventie aan de dag moet hebben gelegd. Dergelijke duizenden jaren oude geopereerde schedels zijn over de hele wereld gevonden.

In de oudste geschriften over psychiatrie (+/- 1500 jaar voor Christus) wordt al gesproken over deze vorm van chirurgie, trepanatie. Dit bestaat uit niets anders dan het boren van een gat in de schedel en eventueel de hersenvliezen, wat tegenwoordig nog wordt toegepast bij epi- en subdurale hematomen. Dit is een techniek die nog lange tijd populair blijft, er bestaat zelfs een schilderij van Jeroen Bosch over (zie onder, ‘The Cure of Folly’). In de jaren ’60 zijn er zelfs nog lieden die zichzelf een trepanatie aandoen, niet zozeer vanwege geestesziekte, maar in de overtuiging hier een verruimd bewustzijn aan over te houden. In de 19e eeuw wordt er meer bekend over de lokalisering van hersenfuncties in het brein. Dit begint met het meten van schedelomtrekken om uitspraken te kunnen doen over iemands capaciteiten (Franz Joseph Gall). Dankzij bizarre ongevallen (Phineas Gage) en kleurrijke chirurgen en neurologen (toen nog zenuwartsen) als Paul Broca en Carl Wernicke wordt de lokalisatie van hersenfuncties over de verschillende hersengebieden verder uitgewerkt. De psychiatrische chirurgie in haar huidige vorm ontstaat eigenlijk in 1888, in de handen van Johan Gottlieb Burckhardt, een Zwitserse psychiater. Hij voerde bilaterale topectomieën uit (het beiderzijds verwijderen van weefsel uit verschillende hersendelen) bij zes patiënten. Deze patiënten zijn gediagnosticeerd met


manie, vroegtijdige dementie of paranoïde psychose (wat men toen zo mooi als “Primäre Verrücktheit” betitelde). Twee patiënten worden weliswaar wat handelbaarder, maar een patiënt overlijdt aan de operatie en een pleegt suïcide. Al met al geen hoopgevend resultaat en hij wordt dan ook verguisd door zijn academische collegae. Deze methode gaat weer snel het laatje in. Toch wordt hij tegenwoordig gezien als de grondlegger van de moderne psychiatrische chirurgie. In 1935 voeren Fulton en Jacobsen hersenoperaties uit op primaten. Zij verwijderen de frontaalkwab en bemerken dat de apen een stuk rustiger worden. Ze hebben apathische apen gecreëerd. Op een congres wordt hun werk opgepikt door Egas Moniz, een Portugese neuroloog. Hoewel Fulton aangeeft dat het niet verantwoord zou zijn dit bij mensen uit te voeren, gaat hij aan de slag. Drie maanden later voert hij met een jonge neurochirurg, Pedro Lima, de eerste menselijke lobotomieën uit. Ze opereren een serie van 40 patiënten, waarna ze publiceren dat de prefrontale leukotomie (tegenwoordig bekender als de lobotomie) een veilige operatie is. Ze rapporteren dat hij eenvoudig uit te voeren is en een veelbelovende chirurgische behandelmethode zou kunnen zijn voor psychiatrische aandoeningen. Zijn onderzoek kende nauwelijks follow-up, maar wordt dankzij Moniz’ charme lyrisch ontvangen. Al snel worden lobotomieën psychiatrisch gemeengoed. In 1953 ontvangt Moniz een Nobelprijs voor de Geneeskunde. Hij zal hem moeten ontvangen in een rolstoel, aangezien hij in 1949 met drie kogels is neergeschoten door een van zijn schizofrene patiënten. Moniz raakt hierdoor verlamd. Deze patiënt was overigens niet geopereerd. De frontale leukotomie wordt opgepikt door neurochirurg James Watts en zenuwarts Walter Freeman, die de Verenigde Staten veroveren met deze methode. In eerste instantie voeren ze de operatie uit via een boorgat in het voorhoofdsbeen, schuin-achter de oogkas. Hiervoor moet er allerhande chirurgische instrumenten en in enige mate bekwaam OK-personeel aanwezig zijn. Freeman wil de operatie echter versimpelen. Hij streeft ernaar de behandeling in elke psychiatrische kliniek zonder al te veel gedoe uit te kunnen voeren. Op die manier komt het juist de mensen die zijn behandeling het hardst nodig hadden ten goede. Hij bedenkt een methode waarmee hij via de oogkas middels een ijspriem de lobotomie kan uitvoeren. Watts walgt van deze methode uit de handen van de niet chirurgisch getrainde Freeman en zij verbreken hun banden.

Walter Freeman demonstreert de ijspriemlobotomie in klinische setting

Met deze ijspriemmethode kan iedere ziel een lobotomie uitvoeren. Er is geen sprake van anesthesie; de operatie wordt uitgevoerd in de postictale fase van een insult door elektroshocktherapie. Het geeft de mogelijkheid in korte tijd grote aantallen lobotomieën uit te voeren. Zo verricht hij eens 228 lobotomieën in 12 dagen. Freeman toert door de States als ware hij een rondreizend circus. De auto waarin hij rondrijdt wordt de ‘Lobotomobile’ genoemd. Onder grote belangstelling voert hij waar men maar wil de procedure uit. Hij begint zich uit te dossen met een stok, ringbaardje en extravagante hoed. Het heeft er alle schijn van dat de roem hem naar het hoofd stijgt. Bekend is dat hij tijdens een operatie plots stopt om te poseren voor een foto, waardoor zijn priem te ver doorschiet in het brein van zijn twaalfjarige patiëntje. Hij is een van de circa honderd dodelijke slachtoffers van Freeman. In 1967 voert Freeman zijn 3439e en laatste operatie uit op Helen Mortensen, een patiënt bij wie hij voor de derde keer een lobotomie uitvoert. De lobotomie is in die tijd al vele jaren niet langer common practice. Ze overlijdt aan een hersenbloeding. Het wordt de Amerikaanse medische stand na jaren van toekijken te gortig. Walter Freeman wordt verbannen uit het laatste instituut dat hem nog toestond te opereren. In totaal zijn er in Amerika 40.000 lobotomieën uitgevoerd. In Europa zijn dat er niet veel minder geweest. De methode was mateloos populair bij psychiatrische instituten, omdat patiënten na hun lobotomie vele malen eenvoudiger te verplegen zijn. In de jaren ’50 ontstaat er echter veel maatschappelijke onrust rondom de psychiatrische chirurgie, waardoor de behandelingen in verschillende landen wordt verboden. Hierover meer in het volgende deel.

Op panacea.nl/panessay vind je meer beeldmateriaal, bronnen en verwijzingen. Deel II staat hier binnenkort ook!

Panessay • 2016:3 • 91


Recensies

Suzanne Schuurman

Boek op recept Robbins, Guyton, Kumar & Clark, De Jongh… Dat jij eigenlijk al veel te veel pagina’s hebt om doorheen te komen, snappen wij ook wel. Naast deze ietwat fantasieloze naslagwerken is een beetje medische fictie op zijn tijd een welkome afwisseling. Daarom heeft de PanEssay voor jou een selectie gemaakt van boeken waar je met wat interpretatievermogen zelfs nog enkele wijze lessen uit kunt halen voor je toekomstige carrière. PAAZ – Myrthe van der Meer

Vakgebied: psychiatrie Het is niet de meest voor de hand liggende gedachtegang als je vijf maanden op een psychiatrische afdeling hebt doorgebracht, maar Van der Meer dacht: laat ik hier een boek over schrijven. Het resultaat was PAAZ, een psychiatrische roman over Emma, die op pagina 12 een psychiatrische patiënt wordt. Dit tot haar grote verbazing, zelf heeft ze namelijk het idee dat er niets mis met haar is – en dit is dan gelijk ook wat ik het leukste vond aan dit boek. De manier waarop Emma zichzelf, haar medepatiënten en het ziekenhuis beschrijft doet vergeten dat ze psychisch ziek is, totdat ze terloops opmerkt dat ze regelmatig suïcidale gedachten heeft – maar dat is heel normaal want “diep vanbinnen wil iedereen toch eigenlijk liever dood?” Daarnaast biedt deze roman een kritische en daardoor verfrissende kijk op de psychiatrie, met de nodige humor om het leed in Emma en dat om haar heen enigszins te neutraliseren. Het vervolg, UP, is veel van hetzelfde maar voor de liefhebbers de moeite waard. De Engelenmaker – Stefan Brijs

Vakgebied: embryologie Dit boek las ik jaren geleden voor het eerst en heb ik sindsdien meerdere keren herlezen, onder andere vanwege de uitstekende schrijfwijze. De hoofdpersoon is dokter Victor Hoppe, die met zijn pasgeboren drieling terugkeert naar zijn geboortedorp, waar hij argwanend wordt verwelkomd. Terecht, blijkt later, want deze autistische embryoloog zoekt morele grenzen op met zijn duistere experimenten. Maar hoe controversieel het gedrag van Hoppe ook is, de lezer kiest zijn kant en begrijpt zijn vreemde karaktertrekken, doordat het verhaal afgewisseld wordt met een beschrijving van zijn bijzondere en veel verklarende verleden. Zowel de moleculaire biologie als het christendom zijn belangrijke thema’s in dit boek, een onverwachte combinatie die verrassend goed werkt. Het dramatische einde viel bij mij niet zo in de smaak, maar toch blijft De Engelenmaker een absolute aanrader. Leef! – Laura Maaskant

Vakgebied: oncologie Laura Maaskant (22) zag ik voor het eerst in Kijken in de ziel: Op de drempel, een korte serie waarin terminale patiënten geïnterviewd worden. Ik was onder de indruk van haar oprechtheid en wijsheid, thema’s die ook in haar boek overheersen. Daarin vertelt ze over de tumor die ze al jaren bij zich draagt en de sombere prognose die daarbij hoort, en waarom ze besloot af te zien van verdere behandelingen. Wat vooral duidelijk wordt, is dat in dit ziekteproces niet alleen de tumor groeide maar Laura zelf ook. Het heeft haar en haar omgeving mentaal sterker gemaakt, en heeft Laura meer dan alles aangespoord om in het moment te leven. Haar verhaal raakte me en ze is een uitstekende schrijfster, maar - ik durf het bijna niet te zeggen - haar onuitputtelijke wijsheid gaat vervelen. LEEF! mist momenten van zwakte, mist verdriet en woede over haar lijden. Het is duidelijk dat deze dingen bij Laura wel gespeeld hebben, maar in het boek blijft het bij verwijzingen naar zulk soort momenten en worden donkere gedachtekronkels snel gladgestreken met filosofische wijsheden. Desalniettemin geeft LEEF! een inspirerende, emotionele kijk in het leven van een chronisch ziek persoon.

92


Column

Davith de Vries

Dokterscolumn Consultfase VII: Afronden Als kind wilde ik graag treinmachinist worden. Enkele jaren later liever conducteur. Want, het voorop de trein zitten terwijl het landschap aan je voorbij schiet, dat leek me uiteindelijk toch vrij saai en eenzaam. Als conducteur maakte je tenminste nog eens een praatje met de mensen (dat kon toen nog zonder in elkaar geslagen te worden). De jaren gingen voorbij. Op het vwo maakte ik de keuze voor Natuur & Techniek, en wist zeker: ik wil geen dokter worden. De biologie erbij was meer voor de sjeu van het dubbele profiel, dan dat ik dat gezever over bonenplantjes leuk vond. Dat was overigens nog voordat het menselijk lichaam behandeld werd. Toen ik geheel zelfbewust (nee, geen doktersfamilie) begon met geneeskunde, en overigens ook met de PanEssay, wist ik het zeker: wat het ook wordt, in ieder geval geen huisarts! Neuroloog, cardioloog of internist, dát leek me interessant. En ik was niet de enige, want in het bomvolle 0061 gaven slechts enkelen aan wat in dat carrièreperspectief te zien. Laat staan de sociale geneeskunde. Tijdens de coschappen lagen de verhoudingen al anders. Met enige kennis van de dagelijkse praktijk van de specialist in het ziekenhuis, bleek ruim een kwart van de mensen wel wat in huisartsgeneeskunde te zien. Op het moment van afstuderen, toen men alle aspecten van de verschillende beroepsgroepen had afgewogen, wilde bijna de helft zich naar de eerstelijnspraktijk begeven. En zo veranderden ook mijn ideeën. De theorie van veel medische specialisaties was fascinerender dan de werkelijkheid. De min of meer verplicht gesuperspecialiseerde arts bleek zich bezig te houden met een stuk of drie tot vijf ziektebeelden (dan wel operaties), draait eindeloze poli’s met controleafspraken, loopt eens in de week visite met de zaalarts en heeft meestal meermalen per week nachtbrekende diensten, waarna hij om 7.30 weer verwacht wordt. Ondertussen geeft de Raad van Bestuur instructies hoe hij zijn werk moet uitvoeren. Let wel, mijn wat gechargeerde visie, dus vorm uw eigen oordelen. Hoe dan ook, was ook ik in mijn masterjaren gecharmeerd geraakt van het huisartsenvak.

Ter voorbereiding daarop ben ik met veel plezier gaan werken op de spoedeisende hulp. De afgelopen twee jaar waren gevuld met klein zeer en levensbedreigende ziekten, blij gerustgestelde en in en in verdrietige patiënten, baby’s en bejaarden, reanimaties en de dood, irritaties en overwinningen. Een selectie van die ervaringen heb ik hier gedeeld. Ik hoop inspirerend, want het is voor bijna elk carrièreperspectief een waardevolle ervaring. Voor mij was het tijd om verder te gaan. Afgelopen september ben ik – na een lange sollicitatieprocedure – begonnen met mijn passie, in opleiding tot huisarts. Mijn doktersbaard wordt grijzer. Daarmee is het niet alleen tijd om afscheid te nemen van de SEH, maar ook van de PanEssay. Met een prachtig stel volhardende commissieleden, waarvan de meesten inmiddels ook allang dokter zijn, heb ik het verdacht gezellig gehad. We hebben zelfs een (gratis!) eigen alumnivereniging, maar laat de adverteerder daar niet van horen. Hopelijk vond u als lezer mijn bijdragen de afgelopen acht jaar ook wel te pruimen. Het is tijd om alle ruimte te geven aan de onder G2020 lijdende generatie. Ik zie u graag op mijn spreekuur in geval van burn-out, depressie of andere labiliteitsklachten. Dan vertel ik: oordeel niet te snel, sta open voor alles, en ervaar vanzelf wat voor (dokters)vak het best bij je leven en persoonlijkheid past.

Eerstejaars commissiefoto PanEssay (2008). Wat was het een lief sjaarsje.

Panessay • 2016:3 • 93


Column

TomA.van Ouweteur Putten

Co-column Vakantie als co: even geen geneeskunde. Of toch wel? Ah. Vakantie. Als bachelorstudent kan je het je niet voorstellen, maar in de master worden vakanties schaarser dan een taart in een kamer vol verpleegkundigen tijdens de koffiepauze. Het is dan vanzelfsprekend dat je maximaal van de vakantietijd wil genieten, want straks als beginnend arts heb je misschien wel geld, maar geen tijd om het uit te geven. Vandaar dat het slim is om de weinige tijd die je nu nog hebt te gebruiken om geld uit te geven dat je niet hebt (waarvoor dank, DUO). Met tijd en geld in the pocket restte mij alleen nog het kiezen van een vakantiebestemming. Trefwoorden ‘goedkoop’, ‘surfen’ en ‘land-waar-nog-niet-elke-student-is-gaan-backpacken’ brachten mij op Sri Lanka. Maar mijn bestemming is niet zo relevant. Wat relevanter is, is het reizen in een ander land als geneeskundestudent. Het verandert je referentiekader: eindelijk sprak ik weer met leeftijdsgenoten die geen geneeskunde studeren en blijkbaar is het bijzonder om geneeskundestudent te zijn – iets wat voor mij de afgelopen vijf jaar de normaalste zaak van de wereld is

94

geworden. Verder denken Duitsers dat je ontzettend goed kan leren, omdat je daar de allerbeste moet zijn om toegelaten te worden. Ze moesten eens weten wat voor idioten in Nederland worden aangenomen voor geneeskunde. Dat heeft natuurlijk ook een kleine keerzijde. Als er iemand ziek wordt ben jij de eerste die van je overheerlijke spicy chicken kottu weggesleurd wordt om even te kijken naar een meisje met pijn bij ademhalen. Als het dan anamnestisch gezien geen pneumonie, longembolie of pneumothorax lijkt te zijn (longcarcinoom laat ik even achterwege) en het lichamelijk onderzoek geen bijzonderheden geeft kan je rustig terug naar je (nu koude) maaltijd, maar heb je er wel een ervaring bij en heb je instant respect van je reisgenoten verdiend. Maar dat is niet het enige. Toen ik op een feestje gezellig stond te praten met twee Nederlandse geneeskundestudentes en een opeens onwel werd omdat ze gedrogeerd bleek te zijn, schoot ik te hulp. Waar andere mensen onder de indruk zijn van je handelen, zijn geneeskundestudenten dat natuurlijk niet. Dit doen ze zelf de hele dag. Wat me opviel was dat ze zo dankbaar waren. Ontzettend dankbaar voor het feit dat ik rustig bleef en er gewoon voor ze was. En dat zonder reanimatie waarbij ik tussen de borstcompressies door schreeuwde dat ze niet naar het licht moest lopen. Soms is je aanwezigheid genoeg om mensen gerust te stellen. En dat is best tof om te ervaren.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay Oktober 2016 by PanEssay - Issuu