Skip to main content

PanEssay Oktober 2018

Page 1

JAARGANG 31 | NR 3 | Oktober 2018

PANESSAY

FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA


20

23

28

An explosive history

Onderwijscolumn

Serie op recept

Nobel dissected

De kunst van het afkijken

Netflix & advil

8

19 De vraag bevragen

Cocolumn

Gesprek met een filosofisch practicus

Chirurgie onder de loep

5

Uit de hokken

Onderwijscolumn

19

6

Commissiepagina

An explosive history

20

8

De vraag bevragen

Invulverhaal

22

10

Survivalgids G2020

Cocolumn

23

11

Liefde voor het vak

An emergent crisis

24

12

VGT hulp

Youth delegate at WHO

26

14

Casuspagina

Serie op recept

28

16

Fotopagina

Thuiszorgcolumn

29

18

PatiĂŤntcolumn

G2020 memes

30


Uit de hokken

Redactioneel Waarschijnlijk ben je weer overvallen door dat melancholische gevoel, al dan niet veroorzaakt door het gebruikelijke herfstweer, je dagelijkse afspraak met Kumar & Clark of de hele dag heen en weer hobbelen in het ziekenhuis. Gelukkig is daar, precies op tijd, de PanEssay om je te verlossen van de alsmaar doorgaande sleur. Nu heeft de PanEssay, net als jijzelf, niet stilgezeten. Ik neem het stokje over van veteraan Suzanne en voortaan zal ik degene zijn die koers geeft aan deze creatieve, doch immer gezellige commissie. Slik. Verandering van spijs doet eten. Met die gedachte stellen we vier keer per jaar dit hoogwaardige stukje literatuur samen. Zo hebben we ook dit keer de steeds terugkerende rubrieken. Bachelorstudenten bladeren misschien gelijk naar de cocolumn, de verder gevorderde student wil misschien zijn hersenen kraken op de casuspagina en de gunners pluizen direct de VGT-hulp uit. Voor ieder wat wils.

Voorts kan je elke editie de hersenspinsels van een arts lezen in Liefde voor het vak. Deze keer schrijft oncologisch chirurg Liesbeth Jansen over spanningen in besluitvorming. Als je meer over jezelf en je eigen leven wilt nadenken, moet je zeker het stuk De vraag bevragen lezen. Liever iets luchtigers? Bekijk dan de PanEssay Original memes of bevrijd je innerlijke auteur met het invulverhaal op pagina 22. Veel leesplezier!

Van het bestuur Hierbij de eerste PanEssay van het nieuwe studiejaar. We gaan er weer met goede moed tegenaan en dat moet wel lukken na deze heerlijke vakantie en met dit heerlijke leesvoer. Helaas was de vakantie niet voor iedereen even rustig. Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies, betrokken ministeries en drinkwaterbedrijven wisten niet waar ze het zoeken moesten. Het water bedoelen we dan natuurlijk. Sluizen werden gesloten, water sproeien werd beboet en andijvie werd een luxeproduct. Gelukkig was er tijdens de introductie verder geen last van droogte en heeft iedereen een Vaccinerende tijd gehad. De keeltjes zijn gesmeerd en alle nieuwe studenten hebben de faculteit, elkaar en natuurlijk de Vrouwe goed leren kennen. Ook de masterstudenten

hebben niet alleen maar op een kruk hoeven zitten. De Barbeco was een groot succes en er is hen veel kennis bijgebracht over verschillende wijnen. Een enorme lichting nieuwe actieve leden is aangenomen en inmiddels is de BeCO hard bezig om geld in te zamelen voor een prachtig speelscherm in de wachtruimte van het Beatrix Kinderziekenhuis. De komende tijd staat de activiteitenplanning weer goed vol! Leer het kandidaatsbestuur kennen bij de herfstborrel, lift er een weekendje tussenuit en/of denk na over jouw carrièrepad tijdens de Medische Carrière Dag. Maar goed, dat is allemaal straks, nu eerst even lekker wegdwalen bij het lezen van deze gloednieuwe PanEssay.

5


Commissiepagina

AlmanakCie Wij zijn de Almanakcommissie en wij zijn het hele jaar hard bezig geweest om voor jullie het afgelopen jaar weer te geven in een geweldige, epische almanak. Aan de leiding van ons hoopje ongeregeld staat Aurora. Zij is het hele jaar bezig geweest alles in goede banen te leiden ĂŠn ondertussen al haar commissiegenootjes dicht te tikken. Joliene is onze te gekke SecPen (secretaris/penningmeester). Zij houdt onze centjes in de gaten en heeft contact met iedereen die in de almanak komt. De acquisitie bestaat uit de lieve Debora (ook

wel: Tetje) en de soms onhandige Florine; zij zorgen ervoor dat er geld in het laatje komt om de almanak nog epischer te maken. De vier toppers die hun creativiteit hebben losgelaten om de almanak er prachtig uit te laten zien zijn Srishti, Maarit, Jessica en Nicole. Deze vier lay-out chicks hebben vele nodige uurtjes op het hok doorgebracht om de hele almanak vorm te geven. Veel leesplezier!

BOCCie Wij zullen ons even voorstellen. Wij zijn de BOCCie en dit staat voor de Bachelorbul, Ouderdag en College Carrousel dagen (CC-dagen) Commissie. Zoals onze naam al zegt organiseren wij veel verschillende activiteiten. Op de ouderdag geven wij de ouders een kijkje in het leven van een geneeskundestudent in Groningen. Tijdens de CC-dagen komen er honderden 4-VWO leerlingen langs op de medische faculteit. Zij krijgen hun eerste echte college en indruk van deze mooie faculteit. De bachelorbuluitreiking spreekt voor zich en gaan wij in oktober organiseren. Maar wie en wat zijn wij nou echt? B: Betrouwbare Borrelaars O: Organisatietalenten C: Commissieliefde C: Culinair eten I: Inside jokes (3/4, vestjes, servies) E: Enthousiast

6

Deze gezellige commissie wordt vertegenwoordigd door onze lieve voorzitter Naomi, onze secretaris Manon, onze penningmeester Rianne en onze promo-ster Gerbrech.


MCD Wil je aan het begin van het leven staan op de afdeling obstetrie of een rol hebben aan het einde van het leven bij de forensische geneeskunde? Of kies je toch voor

de middenweg als huisarts of chirurg? Weet jij al hoe je carrière eruit ziet van begin tot eind? Voor de studenten die dit niet weten en met de handen in het haar zitten organiseren wij de Medische Carrière Dag ‘’From OR till consultation, what will be your occupation?’’. Op zaterdag 17 november zal deze dag boordevol leerzame plenaire sessies en interactieve workshops voor jullie plaatsvinden. Luister bijvoorbeeld naar prof. van der Zee, vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van het UMCG. Daarnaast zal er zoals altijd een heerlijke lunch ‘s middags voor jullie klaar staan en sluiten we de dag samen af met een gezellige borrel bij het Feithhuis. Liefs, MCD ‘18

AkCie De activiteitencommissie van M.F.V Panacea; de meest hechte en epische commissie bestaande uit acht mensen; vier eerstejaars en vier tweedejaars. De AkCie is verantwoordelijk voor het organiseren van de leukste feestjes van het jaar zoals het Carnavalentijn feest, en de Netflix and Chill-final party. Binnenkort organiseren wij ook het welbekende AkCie Liftweekend! Rickie, onze knuffelbeer is de meest enthousiaste 2 meter lange P die je je kan voorstellen. Geef hem een paipie, een goed feestje en Rick is blij. Geen vrouw is veilig met onze Rick in de buurt. Afgelopen jaar hebben Nils, Chiel, Sytske en Isa zich aan bij de commissie gevoegd. Chiel (promo) is onze cutie en heeft altijd wel wat te melden. Zijn promopartner, Isa, is altijd gezellig en heeft er niet zo veel nodig om een wilde avond te hebben. Een wijn-ad vindt ze leuk, maar kan de nodige gevolgen met zich meebrengen. Nils en Sytske, onze acquisitietijgers zijn er twee die weten hoe ze sfeer kunnen brengen op een donderdagavond. Geef Nils een avondje Neuf en een stukje kip hij vind het allemaal priem. ‘Ies waar is het vlees dan? 1 kilo is niet genoeg hoor.’. Syts, a.k.a. happertje laat niets langs zich heen gaan: altijd op de hoogte van de laatste nieuwtjes en ontwikkelingen.

Syts houdt wel van een wijntje maar blijft altijd een zorgzame parel en zo is donderdagavond geen AkCie-avond zonder Sytske. Tessa, de moeder van de groep, kan zich doorgaans niet zoveel meer van de AkCie-avonden herinneren. Vaak is zij de opstarter van het zogenaamde ‘roddelrondje’, en heeft daar zelf ook zeer regelmatig wat interessants aan toe te voegen. Hanne is het creatieve brein achter de AkCie en had altijd de meest originele ideeën voor de themafeesten. Tevens is ze ontzettend lief, en met deze eigenschap bracht ze zo liefde naar de AkCie-avonden. Tot slot, Tijmen. Tijmens functie dit jaar weet niemand en hij zelf waarschijnlijk ook niet. Hij, de kroegtijger, is een gezellige drinker en altijd in voor een feestje.

7


Suzanne Schuurman

De vraag bevragen Op gesprek bij een filosofisch practicus ‘Wat voor arts wil ik worden?’ Die vraag heb je jezelf vast al wel eens gesteld. Margit vroeg het zich ook af, jaren lang, totdat ze ontdekte dat de vraag waar het werkelijk om ging een andere was: ‘Wil ik arts worden?’ – en het antwoord was nee. Blijkt dit nou net een mooie illustratie van het werk dat ze in plaats daarvan is gaan doen… ‘Je komt met een vraag mijn praktijk binnen en loopt met een nieuwe vraag weer naar buiten.’ Zo omschrijft Margit de gang van zaken in de filosofische praktijk die ze eerder dit jaar opende. Dat klinkt natuurlijk hartstikke cryptisch voor de nuchtere PanEssaylezer, toch sprak het idee me meteen aan. Je kunt bij Margit terecht met een vraag, een dilemma of ander probleem, en tijdens een filosofisch (klinkt minder eng dan het is) gesprek kom je erachter dat je oorspronkelijke vraag de lading waarschijnlijk niet helemaal dekt. Vaak zitten er namelijk aannames in verborgen, zoals de aanname ‘ik wil arts worden’ in bovengenoemde vraag. Margit wijst je op zulke aannames en daagt je uit die in twijfel te trekken – en voilà: je gaat met een nieuwe, relevantere (‘schonere’) vraag de deur uit. Nu denk je misschien dat ze je hiermee van de regen in de drup helpt. Nog verwarder dan je binnenkwam loop je naar buiten, waarom geeft ze niet gewoon antwoorden? Helaas, dit is niet hoe het werkt. Mijn gesprek met Margit (want ik moest dit natuurlijk wel zelf ondervinden) was in die zin heel vreemd, het is best even wennen als je je hart uitstort maar je gesprekspartner geen enkel moment zegt ‘ja, vind ik ook!’ of ‘nee hoor, dat is niet raar!’ Ze luistert alleen, zonder te oordelen, blijft doorvragen totdat je denkt MENS JE SNAPT TOCH WEL WAT IK BEDOEL en wijst je er genadeloos op als je jezelf tegenspreekt. Ik werd er best onzeker van (‘Wat moet ze wel niet van me denken?’) dat ze me geen enkele feedback gaf, maar ze vertelde me achteraf dat dit schone luisteren, zoals ze het noemt, nou eenmaal een voorwaarde is voor een filosofisch zuiver gesprek zonder aannames. Om misverstanden te voorkomen: je hoeft echt niet filosofisch onderlegd te zijn om zo’n gesprek te voeren. Door de open houding en kritische vragen van Margit komt de filosoof in je vanzelf wel naar boven, ook al

8

leek je vraag in eerste instantie misschien helemaal niet zo diepgaand. Je kunt dan ook met uiteenlopende vragen bij Margit aankloppen. En omdat jij als geneeskundestudent vast wel met minstens één van de vragen op de volgende pagina zit… Lees verder om te zien hoe Margit reageert op onze dilemma’s!

Vraag & antwoord meer vragen ‘Een vraag is niet een opdracht tot het najagen van een antwoord. Een vraag is een uitnodiging om stil te staan, stil te staan bij de vraag.’ – Bedrijf de Wijsheid

Wanneer je een vraag stelt, kun je twee dingen doen. Je kunt op zoek gaan naar het antwoord, of kijken naar de vraag zélf. Waarom stel ik deze vraag? Welke verborgen vooronderstellingen zitten er in de vraag? Oftewel: je kunt de vraag bevragen. Hieronder vind je drie vragen die veel geneeskundestudenten bezighouden. Een pasklaar antwoord op deze vragen zal je hier niet vinden, maar juist meer vragen. Voor een ieder kunnen er andere vooronderstellingen in de weg zitten of andere vragen schoner zijn. Zit er een vraag tussen die jou ook bezighoudt? Schrijf hem voor jezelf op en ga leven met de vraag, wie weet leef je zo maar het antwoord in…


Vraag 1: Hoe weet ik zeker dat ik arts wil worden? In deze vraag zitten een aantal vooronderstellingen. Wanneer je een ‘hoe’-vraag stelt, ga je ervan uit dat iets kan maar dat je alleen nog niet weet hoe. Maar is dat wel zo? Kán je zeker weten dat je arts wilt worden? En zo ja, wat is dat dan, zeker weten? Is dat iets anders dan gewoon weten? Zijn er bepaalde criteria voor het zeker weten? En waarom zou je dat eigenlijk zeker willen weten? In het tweede deel van de vraag staat ‘dat ik arts wil worden’, wat ook een vooronderstelling is. Wil je inderdaad arts worden maar is het slechts iets dat je nog niet zeker weet? Of is een ander werkwoord hier meer op zijn plaats? Bijvoorbeeld moeten, moet ik arts worden? Of kunnen, kan ik arts worden? Een schonere vraag zou zijn: Wil ik arts worden? En wat is dat eigenlijk, willen?

Vraag 2: Hoe ga ik om met stress? Deze vraag en degene die de vraag stelt gaan ervan uit dat er zoiets bestaat als ‘omgaan met stress’. Maar kan je omgaan met stress? En wat is dat dan, ‘omgaan met’? Wat bedoel je dan precies? En waarom stel je deze vraag eigenlijk? Een interessant woord in deze vraag is natuurlijk het woord ‘stress’. Een woord dat veel wordt gebruikt in het dagelijkse leven. Net als bij veel andere woorden gaan we er met zijn allen vanuit dat we weten wat we ermee bedoelen, maar wat ís stress eigenlijk? Dat is nog niet eens zo makkelijk om onder woorden te brengen. Daarnaast betekent het voor de een waarschijnlijk iets anders (bijvoorbeeld: piekeren, kringetjes lopen in je hoofd, bang zijn dat ‘het’ allemaal niet goed komt) dan voor de ander (bijvoorbeeld: iets doen wat je eigenlijk helemaal niet wilt doen, zoals een coschap lopen op een afdeling waar je je helemaal niet thuis voelt). Een schonere vraag zou zijn: Wat is stress?

Wil je ook een gesprek met Margit (het eerste gesprek is gratis en vrijblijvend), of meer informatie over haar of haar praktijk, Bedrijf de Wijsheid? Kijk op www.bedrijfdewijsheid.nl of haar Facebookpagina. De praktijk is gevestigd aan het Martinikerkhof, Groningen.

controle houden’. Want wat zijn dat eigenlijk, emoties? Wat doen ze met je en wat doe je ermee? Wat wordt er bedoeld met ‘onder controle houden’? ‘Emotie, ik hou je onder controle!?’ Ook hier kun je je afvragen of het juiste werkwoord gebruikt wordt. Wat nou als je ‘kan’ vervangt door ‘moet’: ‘Moet ik mijn emoties onder controle houden?’ Of: ‘Wil ik mijn emoties onder controle houden?’ Een schonere vraag zou zijn: Wat zijn emoties (en wat kan, moet, wil ik ermee)?

Vraag 3: Hoe kan ik (tijdens mijn werk of coschap) mijn emoties onder controle houden? Wanneer je een vraag uitspreekt, zeg je dat je iets niet weet wat je wel zou willen weten. In dit geval dat je niet weet hoe je je emoties onder controle kunt houden, maar dat wel zou willen weten. Is dat zo? En waarom zou je dit willen weten? Ook in deze vraag gelden een aantal vooronderstellingen. Wanneer je het woordje ‘hoe’ weglaat, krijg je al een heel andere vraag: ‘Kan je je emoties onder controle houden?’ Daarmee wordt niet bedoeld of jíj dat kan, maar of dat überhaupt kan, ‘emoties onder

9


Chris Lenselink

G2020 voor dummies Survivalgids voor Geneeskunde Kijkend naar de verse sjaarzen die door de faculteit dwarrelen, wordt menig verder gevorderde G2020-student onbewust aangespoord tot een soms pijnlijk stukje zelfreflectie: “Ik weet nog toen ik de hele faculteit afzocht naar 3111.0014A!” Omdat we bij de PanEssay natuurlijk ook graag de competentie ‘Samenwerken’ ontwikkelen, volgen hier enkele gouden tips om het meeste van jouw G2020-carrière te maken.

Tip #1: Weet waar je moet zitten De doodsangst van, nou, iedereen die niet vooraan zit in de collegezaal, is de Catchbox. Als een hedendaagse, blauwe Zeus zoeft de allemansvriend over de collegebanken, ieders blik gefixeerd op zijn ronde curves, hopend dat het epicentrum ver uit de buurt blijft. Als je graag jouw kennis prijs wilt geven aan je medestudenten (om zo dus een bepaalde reputatie op te bouwen), ga dan zeker vooraan zitten. Ben je iets terughoudender? Hou het dan op de uiterste zijkanten of precies in het midden. En achteraan zitten is sowieso geen goed idee.

Tip #2: Wees het spoor niet bijster Je kunt je ongetwijfeld voorstellen dat het op zijn minst tamelijk ongemakkelijk is dat jij een half uur later bij je coachgroep binnenloopt omdat je het lokaal niet kon vinden. Om die not-on-tracks voor professionaliteit te voorkomen, kun je maar beter de blauwdruk uit je hoofd leren, want zo logisch is de faculteit niet. Als voorbeeld nemen we 3215.1203. De eerste vier getallen zijn het gebouwnummer; hier zit verder geen structuur in. Gelukkig staan er overal bordjes (met kleuren!) die je enigszins de goede kant op wijzen. Ben je in het juiste gebouw, kijk dan naar de volgende twee getallen voor de verdieping. In dit geval dus de twaalfde verdieping – 3215 heeft inderdaad liefst dertien verdiepingen. De laatste twee getallen geven het lokaal aan, die moet je vinden op goed geluk.

Tip #3: Volg een EHBO-cursus Voor menigeen is geneeskunde studeren equivalent aan arts zijn. Het is echter iets anders: terwijl jij zit te zwoegen op de Krebs cyclus, vraagt je oude tante je om even

10

de wond van Daantje te hechten. Ben je op een feestje en er valt iemand flauw, dan ben jij de aangewezen persoon om actie te ondernemen. Het is dus wel praktisch dat je dan enigszins weet wat je moet doen en niet zomaar begint te intuberen. Gelukkig biedt de UrgenCie dergelijke cursussen aan. Sla je slag.

Tip #4: Zet alles op haren en snaren Een veelgehoorde klacht is dat je teveel aan je eigen lot wordt overgelaten. Of dat zo is moet je zelf ervaren, maar er zijn toch een hoop momenten waar je kennis overgedragen kan krijgen. Hieronder vallen natuurlijk de intro- en patiëntcolleges, maar vergeet ook niet klinisch redeneren, het vragenuurtje en de practica. Hoewel het doornemen van een Versatest ook best iets wat je thuis kan doen, doe je dat waarschijnlijk toch niet en het is toch fijn om iets van een daadwerkelijk kundig persoon te horen. Snap je iets toch nog niet? Bespreek het dan met je tutorgroep of mail de betreffende docent.

Tip #5: Ga voorbereid naar tentamens Het is vanzelfsprekend aan te raden dat je je stof kent voor een tentamen en niet een dag van tevoren begint met lezen van de samenvatting van dat ene merk. Begin in plaats daarvan ruim op tijd met het maken van een eigen samenvatting door de hoofdpunten op te schrijven – dat is dus niet hetzelfde als alles parafraseren. Daarnaast is het wijs om nog even de Versatest en practica door te nemen. Geregeld? Zorg er dan voor dat je op tijd kijkt welke bus je moet hebben, en neem dan een eerder. Niet dat dat veel uitmaakt, je zit toch als een ingeblikt sardientje in bus 15. Als je in de alom geliefde Aletta Jacobshal bent, ga dan niet stressen en alles nog een keer doornemen: het kwaad is al geschied.


Liesbeth Jansen

Liefde voor het vak Liefde voor het probleem van de patiënt Als chirurg-oncoloog heb ik de mogelijkheid heel ingrijpende, meestal onomkeerbare interventies te verrichten. Maar heeft mijn patiënt daar wat aan? Wat mij fascineert is het spanningsveld dat ontstaat in een gesprek als er een keuze gemaakt moet worden. Shared decision making wordt het vaak genoemd, maar eigenlijk is het een psychologische dans. Want onze patiënt staat met 1-0 achter. Die is afhankelijk van mij om een operatie te krijgen en heeft meestal minder kennis dan ik over aandoening en behandeling. Ik kan kiezen hoe ik informatie doseer en hoe sturend ik ben in de keuze. Vaak beslis ik feitelijk voor de patiënt, ook al is dat zo veel mogelijk op basis van diens voorkeuren. Het keuzeproces geeft vaak stress bij mijn patiënt, maar een goed gesprek helpt. En een “richtinggevend advies” kan het kiezen makkelijker maken zonder dat je je als dokter paternalistisch hoeft op te stellen.

als een vrouw rookt, levert het meestal meer gezondheidswinst op door te stoppen met roken dan door de preventieve operatie te doen. Bovendien verhoogt roken de kans op complicaties van de meestal ook gewenste mammareconstructie sterk. Reden temeer om dit onderwerp te bespreken. Maar mag je een patiënt om die reden ook een operatie onthouden die eigenlijk de geaccepteerde behandeling is? Mijn boodschap aan de patiënt is dan eigenlijk: prima dat ik voor u uw borstkankerrisico ga wegnemen, dan moet u zorgen dat u die andere gezondheidsrisico’s wegneemt door te stoppen met roken.

Maar wat doe je als jouw patient je voorkeur niet op wil volgen?

Jaren later had ze alle ellende van de mislukte reconstructie nog niet geaccepteerd.

Soms moet ik als dokter alle communicatiezeilen bijzetten als ik iets anders in gedachten heb dan de patiënt of diens familie. Een conflict in de spreekkamer vind ik heel vervelend. Maar wat doe je als je patiënt jouw voorkeur niet wil volgen? Jaren geleden had ik meerdere gesprekken met een moeder van jonge kinderen met een geneeskrachtige steen in haar bh die een operatie voor haar borstkanker niet nodig achtte. Ze deed me denken aan Sylvia Millecam. Een borstsparende operatie was uiteindelijk het maximaal haalbare in de onderhandeling terwijl ik haar een amputatie had geadviseerd. Uiteindelijk onderging ze (naar eigen zeggen “braaf”) ook de bestraling zoals geadviseerd. Een jaar later kreeg ik een spontane knuffel toen de controle MRI “schoon” bleek en bedankte ze me dat ik zo geduldig met haar was geweest. Het had dus goed uitgepakt dat ik me niet had neergelegd bij haar aanvankelijke weigering geopereerd te worden.

Ik denk terug aan een vrouw die net wist dat ze een erfelijke aanleg voor borstkanker had en direct bij de eerste screening een vroeg stadium borstkanker bleek te hebben. Zij wilde de eerder voorgenomen dubbelzijdige borstamputatie met directe reconstructie doorzetten. Ze rookte en kon in deze vreselijke periode niet stoppen. Het alternatief was geweest om eenzijdig borstsparend te opereren. Jaren later had ze alle ellende van de mislukte reconstructie nog niet geaccepteerd. Haar man herinnerde haar eraan dat ik echt mijn best had gedaan om haar op andere gedachten te brengen en deze mogelijke complicaties had geschetst en dat het dus ook haar eigen keus was geweest. “Maar jij kon het toen nog niet horen, zo veel stress had je.” Angst om dood te gaan of verminkt te worden geeft soms heftige effecten. Had ik haar moeten beschermen tegen dit beloop door de operatie te weigeren te doen? ‘Primum non nocere’ heeft in de loop der jaren steeds meer betekenis voor me gekregen.

Maar ook gebeurt het dat een patiënt een operatie van mij vraagt die niet mijn voorkeur heeft of die ik onverstandig vind. Ik zie veel vrouwen die door een erfelijke aanleg een grote kans hebben in hun leven borstkanker te krijgen. Preventieve dubbelzijdige mastectomie is een optie om de borstkanker te voorkomen, en voelt als rigoureuze maar veilige keus voor veel vrouwen. Maar

Ik vind het fascinerend dat er zo verschillende levens schuil gaan achter technisch dezelfde operaties. Aan ons als dokter om wat liefde in ons vak te laten zien en voelen, en ondanks de soms moeilijke communicatie, te proberen dat te doen wat in het belang van de patiënt is.

11


Chris Lenselink

VGT-hulp embryologie De ontknoping Of je nu bruut bent wakker geschud of achteroverleunend wat vakjes hebt aangekruist, de eerste voortgangstoets van dit jaar zit erop. En om de dit-zou-ik-moeten-wetenmomenten te voorkomen, zetten we steeds een onderwerp uiteen dat zomaar eens op de volgende toets bevraagd kan worden. Deze keer is dat het tweede en laatste deel van de embryologie. Week 4 Een belangrijke gebeurtenis in de vierde week is het vouwen van het embryo. Hierbij ontwikkelt de platte embryonale schijf zich tot een soort cilinder. Dit vouwen gebeurt simultaan in twee vlakken: het middenvlak en het horizontale vlak. In het middenvlak vouwen de uiteinden zich dusdanig dat de craniale en caudale gebieden zich in ventrale richting bewegen. Eerst vindt de vouw bij het hoofd plaats. Neurale vouwen in het craniale deel beginnen zich te ontwikkelen tot de hersenen en ze gaan dorsaler in de amnionholte liggen. De voorhersenen gaan als het ware over de voorloper van het hart liggen, voorbij het orofaryngeaal membraan (zie figuur). Tegelijkertijd gaat een aantal structuren ook ventraler liggen. Hiertoe behoren het septum transversum (mesoderm boven het hart), het hart zelf en het orofaryngeale membraan. Tijdens deze fase behoort een deel van de dooierzak tot de voordarm. Het orofaryngeale membraan zorgt ervoor dat de dooierzak niet daadwerkelijk doorloopt tot de mondholte. Na het vouwen ligt het septum transversum caudaal ten opzichte van het hart, waar het een groot deel van het middenrif zal gaan vormen. Tevens liggen na het vouwen de coelomen anders. Het platte intraembryonale coeloom splitst zich in een pericardiaal coeloom, ventraal gelegen en is via het pericardioperitoneale kanaal verbonden met het peritoneale coeloom. Dit kanaal loopt dorsaal over het septum transversum. Het peritoneale coeloom communiceert aan weerskanten met het extraembryonale coeloom. De vouw aan het caudale eind vindt later plaats dan de vouw aan het craniale eind en is het gevolg van groei van de neurale buis. Naarmate het embryo groeit, gaat de staart over het cloacamembraan hangen en komt de staart ventraal te liggen. Ook wordt een deel van de dooierzak ingesloten in de achterste darmen.

12

Het laatste deel van deze darmen dijt gauw uit en vormt de cloaca. De cloaca is gescheiden van de amnionholte door het cloacamembraan.


De primitiefstreek ligt nu caudaal ten opzichte van het cloacamembraan. Het embryo is nu verbonden met de moeder via de ventrale zijde. Het horizontaal vouwen zorgt voor laterale plooien, zowel links als rechts. De somatopleura (structuren dichtbij het ectoderm) vouwen naar het midden. Hierdoor rollen de randen van de embryonale schijf ventraal en vormen op deze manier een cilinder. Terwijl dit gebeurt, wordt een deel van de dooierzak ingesloten in de middendarm. Het oppervlak waar het amnion en het embryo elkaar raken is na het horizontaal vouwen drastisch afgenomen tot de navel. De dooierzak laat weer los van de middendarm die zich aan de dorsale buikwand vastmaakt middels een dun mesenterium, een dubbele laag peritoneum (buikvlies). De navelstreng begint zich ook te vormen, alsmede vordert de ventrale fusie van de laterale plooien. Dit heeft als gevolg dat het raakoppervlak van de intraembryonisch en extraembryonisch coelomen kleiner wordt. Laatstgenoemde wordt echter wel weggevaagd door de amnionholte en het amnion bedekt de navelstreng. Vrees niet als je dit wat weinig vond; er gebeurt meer in de vierde week. De neurale buis bevindt zich tussen de somieten, maar is open bij de uiteinden: de rostrale en caudale neuroporus. Na 24 dagen worden de eerste faryngeale bogen zichtbaar. De eerste, genaamd de mandibulaire boog, is belangrijk voor de onderkaak terwijl de rostrale verlening hiervan de bovenkaak vormt. Rond dag 26 gaat de rostrale neuroporus dicht en gaan de voorhersenen omhoog wat het embryo een C-vormige uitstraling geeft. Ook worden ledematen enigszins herkenbaar als uitsteeksels bij de ventrolaterale randen. De oren en ogen beginnen zich ook steeds meer te ontwikkelen. Tegen het einde van de vierde week sluit de caudale neuroporus.

onderste ledematen meer ontwikkelen. Er ontstaat een groeve tussen de eerste twee faryngeale bogen die later het externe oorkanaal vormt. De netvliezen zijn ook beter te onderscheiden nu; de ogen zijn goed zichtbaar. Het hoofd is nu vrij groot en hangt over het hart. De darmen komen in het extraembryonale coeloom te liggen via het proximale deel van de navelstreng. Deze hernia is nodig omdat het abdomen simpelweg te klein is voor de snelgroeiende darmen.

Week 7 De afzonderlijke vingers worden nu steeds beter zichtbaar. Er is gaandeweg minder communicatie tussen het darmstelsel en de dooierzak. Tegen het einde van de zevende week begint ossificatie van de bovenste ledematen.

Week 8

Week 6

Dit is de laatste week van de embryonale periode. De vingers zijn nu los maar ogen gevind. De tenen zijn nu ook beter zichtbaar. De staart is er ook nog steeds maar oogt wel stomp. De schedel vasculaire plexus (vitaal voor de bloedvoorziening rond de hersenen) is nu verschenen als een soort band rond het hoofd. Betekenisvolle bewegingen van de ledematen starten in de achtste week. Je zou kunnen zeggen dat het embryo nu ‘menselijk’ oogt, hoewel het hoofd nog relatief vrij groot is. Het is nu nog niet mogelijk om tussen geslachten te differentiëren.

In de zesde week lijkt de motoriek zich een stuk ontwikkeld te hebben. Het embryo begint namelijk spontaan te bewegen, zoals het trillen van de romp of ledematen. Embryo’s laten in dit stadium ook reflexen na aanraking zien. De bovenste ledematen differentiëren verder: de ellebogen en handplaten zijn nu zichtbaar. Op die handplaten kunnen vingers worden onderscheiden. Een paar dagen later gaan ook de

Het moge duidelijk zijn dat embryologie niet een vakgebied is dat je in een ochtendje onder de knie hebt; naast de twee VGT-hulpen kan je nog wel honderden pagina’s schrijven over de afzonderlijke orgaansystemen. Hopelijk bieden deze samenvattingen enige houvast in dit zich ontwikkelende specialisme.

Week 5 De weken die volgen zijn iets minder spannend dan de vierde week. Het hoofd groeit in deze week een stuk sneller dan de andere regionen. Dit komt door de snelle groei van de hersenen en het gezicht. De ook snelgroeiende tweede faryngeale boog gaat sneller dan de derde en vierde en vormt zodoende een deukje aan weerskanten, de nekholte. Ribbels duiden de plek van de ontwikkelende nieren aan.

13


Arno Bourgonje

Dr. House in de praktijk VIII Een ongenode gast Tijdens je klinische stages komen al die dozijnen kuchende kantoormedewerkers, snotterende schoonmakers en rochelende receptionisten je allang de conchae uit, waardoor een bijzondere casus een welkome uitdaging kan zijn. Een casus met een ronduit interessante diagnose. In deze editie presenteren wij zo’n casus, met een diagnose die toch vaker voorkomt dan men zou verwachten… Een 52-jarige vrouw komt op de polikliniek interne geneeskunde vanwege sinds vier weken ontstane dunne ontlasting.

Hoofdklacht? Diarree

Anamnese Op het spreekuur van de internist verschijnt een 52jarige vrouw, vergezeld door haar man. Ze vertelt sinds vier weken last te hebben van (soms water)dunne ontlasting met een frequentie van drie tot vier keer per dag. Er is geen sprake van bloed- of slijmbijmenging. Bij doorvragen blijkt de diarree groot van volume te zijn, bleek van kleur en sterk ruikend. Voorts klaagt ze over braken, met name ’s ochtends kort na het opstaan. Tijdens het braken ervaart ze ook duizeligheid. Dit is nu ongeveer vier keer voorgekomen sinds het ontstaan van de diarree. Daarbij heeft ze in de loop van de dag geregeld last van misselijkheid, een opgeblazen gevoel in de buik en winderigheid. De eetlust is door de combinatie van deze klachten de laatste tijd ook een stuk minder geworden. Bij navraag blijkt haar lichaamsgewicht in de afgelopen weken gedaald te zijn van 71 naar 64 kg. Er is geen sprake van gejaagdheid, hartkloppingen of warmte-intolerantie. Ze heeft nog nooit een bezoek gebracht aan de (sub)tropen, wel verbleef ze twee jaar geleden een aantal weken op een camping in Oostenrijk. In de voorgeschiedenis staan onder andere essentiële hypertensie en hyperthyreoïdie in het kader van de ziekte van Graves,waarvoor ze twee jaar geleden succesvol is behandeld met block-and-replacetherapie. Ze gebruikt de volgende medicatie: hydrochloorthiazide 1 dd 12,5 mg (thiazidediureticum), metoprolol 1 dd 50 mg (bètablokker) en simvastatine 1 dd 40 mg (cholesterolsyntheseremmer). Ze rookt 15 tot 20 sigaretten per dag, al ongeveer 30 jaar. Alcohol drinkt ze alleen in de weekend, hooguit twee tot drie glazen. De familieanamnese levert geen bijzonderheden op.

14

Lichamelijk onderzoek Bij algemene inspectie wordt een matig zieke, wat vermoeid ogende vrouw gezien met helder en adequaat bewustzijn. Lengte is 178 cm, gewicht 64 kg. De vitale functies zijn als volgt: pols 67/min regulair aequaal, RR 110/75 mmHg (eerder altijd rond de 145/90 mmHg), SaO2 96%, T 36.5 ºC. Bij beoordeling van het abdomen worden geen bijzonderheden geconstateerd bij inspectie, auscultatie, percussie of palpatie. Het rectaal toucher levert ook geen bijzonderheden op.

Wat is uw DD? Differentiaaldiagnostisch kan in deze casus worden gedacht aan chronische diarree op basis van een gastro-intestinale infectie (bacterieel, viraal, dan wel parasitair), een inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa), malabsorptiesyndromen (pancreasinsufficiëntie, coeliakie, een tekort aan galzouten, koolhydraatmalabsorptie), medicatie (bijvoorbeeld overmatig gebruik van laxantia of als bijwerking van bètablokkers) en endocriene aandoeningen zoals hyperthyreoïdie, diabetes mellitus of de ziekte van Addison (gezien klachten passend bij orthostatische hypotensie, de bloeddrukdaling en de ziekte van Graves in de voorgeschiedenis, die gepaard kan gaan met primaire bijnierschorsinsufficiëntie).

Aanvullend onderzoek Aanvankelijk werd uitgebreid laboratoriumonderzoek ingezet met de volgende resultaten: Hb 9.5 mmol/l (normaal), CRP 43 mg/l (verhoogd), BSE 3 mm/h (normaal), leukocytengetal 14,3x109/l (verhoogd), Na 141 mmol/l (normaal), K 3.9 mmol/l (normaal), albumine 28 g/l (verlaagd), TSH 2,0 mU/l (normaal), totaal cholesterol 3.4. mmol/l (verlaagd), met verder normale lever- en nierfunctiewaarden. Vervolgens werden feceskweken ingezet op suspecte bacteriële (zoals Salmonella, Shigella, Campylobacter) en virale (standaard virusreeks, met o.a. rota- en norovirus) verwekkers, evenals op eieren en parasieten (waaronder Giardia lamblia, Entamoeba histolytica en Strongyloides).


Wat is uw (werk)diagnose? De uiteindelijke diagnose luidt giardiasis, een (dunne) darminfectie veroorzaakt door de eencellige protozo Giardia lamblia (ook wel: Giardia intestinalis of Giardia duodenalis, zie afbeelding). Giardia is wereldwijd de vaakst voorkomende (facultatief) pathogene darmparasiet en kan worden gezien op bijna iedere leeftijd, maar toch met name bij kinderen in de leeftijdscategorie van 5-14 jaar. Giardiasis kan beschouwd worden als een zoönose: behalve bij de mens wordt de parasiet ook vaak aangetroffen bij katten, honden, bevers, kalveren, varkens en schapen. Het micro-organisme kent verschillende gedaanten, het komt voor in de vorm van een trofozoïet (in de darm) of als cyste (buiten de darm). Besmetting vindt plaats via de fecaal-orale route door de uitscheiding van Giardia-cysten, bijvoorbeeld als gevolg van het drinken van verontreinigd water of het eten van besmet voedsel. De ziekte kent een incubatietijd van ongeveer twee weken. Hoewel een Giardia-infectie bij een groot aantal besmette personen asymptomatisch verloopt, kunnen anderen getroffen worden door een milde, kortdurende periode van diarree en algehele malaise tot aan een maandenlang durende ziekteperiode met zeer heftige symptomatologie. Wat betreft de symptomen staat de diarree het meest op de voorgrond, met in de vroege fase van de infectie vaak waterige diarree, bij een al langer bestaande ziekte meestal vettige, bleke en stinkende ontlasting (steatorroe). De diarree gaat klassiek gepaard met symptomen als misselijkheid, braken, verlies van eetlust, opgeblazen gevoel en flatulentie. Langdurige infecties kunnen door de veroorzaakte malabsorptie van vetten in de dunne darm leiden tot fors gewichtsverlies. De exacte pathogenese van giardiasis is nog niet volledig bekend. Desalniettemin wordt in de literatuur veel genoemd dat aantasting van de darmmorfologie, dat wil zeggen een partiële villusatrofie van de dunne darm, met name een rol speelt, mogelijk als resultaat van een lokale immunologische reactie of als gevolg

van bijkomende bacteriële overgroei. Uiteindelijk dragen deze factoren bij aan het ontstaan van een relatief tekort aan verteringsenzymen, waarbij malabsorptie en steatorroe naar voren kunnen treden. Diagnostiek vindt doorgaans plaats door middel van fecesonderzoek op parasieten, waarbij met behulp van microscopisch onderzoek of een PCR-reactie trofozoïeten of cysten van Giardia in de feces kunnen worden vastgesteld.

Hoe ziet de behandeling eruit? Hoe is de prognose? Giardiasis hoeft niet altijd te worden behandeld; bij patiënten met relatief milde symptomen maakt het zelflimiterende karakter van de infectie een verdere behandeling overbodig. Echter bij patiënten met veel klachten of immuungecompromitteerde patiënten bestaat de behandeling meestal uit antibiotische therapie gedurende minstens zeven dagen met metronidazol (Flagyl®) 3 dd 250 mg of een eenmalige dosis tinidazol van 2 gram. Behandeling met metronidazol kent een gemiddeld succespercentage (dat wil zeggen het verdwijnen van symptomen en de cyste-uitscheiding) van 70-80%. De behandeling met een eenmalige dosis tinidazol verdient soms ook de voorkeur vanwege de hogere therapietrouw. De prognose van giardiasis is in principe gunstig. Preventie van herinfectie kan plaatsvinden door goede hygiënemaatregelen toe te passen en het gebruiken van schoon, niet-verontreinigd water. In zeldzame gevallen wordt progressie gezien naar een chronische giardiasis, waarbij het dan meestal immuungecompromitteerde patiënten betreft.

Afloop van de casus De patiënte uit de casus werd gedurende een week behandeld met metronidazol en vlot daarop verdwenen haar klachten. Ook het gewicht, de bloeddruk en de serumcholesterolconcentratie herstelden naar normale waarden.

Een Giardia lamblia trofozoïet (lengte: 10-20 μm) is peervormig en heeft enkele flagellen (staartjes) waarmee het zich kan voortbewegen. De bolle voorkant van het beestje bevat twee ‘zuignapjes’ die zich vasthechten aan het darmepitheel.

15


Karlijn Saris

Patiëntcolumn “Trekt u maar even een nummertje mevrouw” “Soms...”, begint ze vertwijfeld haar zin, “…merk ik dat de patiënten op het spreekuur veranderen in een nummer. Dan hebben we de ene saaie controleafspraak na de andere en hoop ik dat mijn supervisor het rijtje gewoon zo snel mogelijk afwerkt”. Beschaamd kijkt ze me aan. Ik glimlach. Haar verhaal doet me denken aan die ene keer dat ik zelf ineens patiënt werd en ik me precies zó voelde: een nummer op de lange lijst van de arts. De hele ochtend al slenter ik in de wachtkamer heen en weer. Zo nu en dan word ik opgehaald voor een buisje bloed, een X-thorax en nog een buisje bloed. “Mooie vaten heb ik hè? Ik heb laatst zelf leren prikken”, kwebbel ik opgewekt tegen de verpleegkundige. Ondertussen app ik met mijn vrienden. Wat er aan de hand is, is de voornaamste vraag. “Een overbezorgde huisarts,” antwoord ik. Ze verwees me door met pijn in mijn linkerzij, maar ik verscheen vervolgens lachend op mijn fietsje bij het Martini, dus erg serieus namen ze me niet op de SEH. Mijn bezorgde ouders vertel ik dat ik echt zo weer thuis ben. Tot de ANIOS me binnen roept voor de bloeduitslag. “Je D-dimeer is verhoogd, we moeten een CT-scan laten maken,” zegt hij met een uitermate serieuze blik. Ik barst uit in een ongemakkelijke lachbui. Deels door de zenuwen en de ongemakkelijkheid van de ernstige stilte die de ruimte vult, maar vooral uit ongeloof. Pas wanneer de CT-scan beoordeeld is, kan ik er niet meer onderuit: toch een longembolie. Van bijdehante geneeskundestudent die door een vergissing van de huisarts tussen de patiënten is beland, verander ik plotseling zelf in een patiënt. Ik denk terug aan mijn consultatietraininingen. Blijkbaar is dat dus echt hoe het gaat met onverwacht slecht nieuws: fysiek ben ik aanwezig bij het gesprek met de ANIOS, maar de inhoud gaat compleet langs me heen. Ik krijg een stapel pillen mee, stap op de fiets en zit twintig minuten later weer in de collegebanken. Een maand later zie ik voor het eerst een echte arts. Mijn flauwe grappen en zelfspot hebben inmiddels plaatsgemaakt voor serieuze vragen. Hoe kon dit zomaar gebeuren? Mag ik nog anticonceptie gebruiken? En hoe zit het met mijn zusjes? Moeten die nu ook stoppen met de pil? Hoe weet ik zeker dat het een eenmalig incident was? Kan dit nog een keer gebeuren? Ik loop de spreekkamer in met alle vragen op een kladblok paraat, maar tot mijn verbazing sta ik binnen twee minuten weer op straat. Ik voel me beduusd, overrompeld en vooral niet gehoord. Pas nu ik voor het eerst aan de andere kant van de tafel zit, realiseer ik me niet

18

alleen hoe belangrijk het is om je te verplaatsen in je patiënten, maar vooral ook hoe makkelijk het is om dat af en toe te vergeten.

Al snel spookt door je hoofd hoe de warme kroketjes onderhand vast door je collega’s voor je neus zijn weggevist Eigenlijk is het artsenbestaan net als bungeejumpen. De eerste keer sta je met knikkende knieën de diepte in te turen, maar na de vijfde sprong is de spanning er wel vanaf. Hoezeer we ook ons best doen een empathische arts te zijn, toch sluipt ook af en toe de sleur in de lange dagen. Tijdens het consult van de laatste patiënt van de ochtend baal je vooral dat het spreekuur weer een half uur uitloopt. Al snel spookt door je hoofd hoe de warme kroketjes onderhand vast door je collega’s voor je neus zijn weggevist. Een zeer menselijke gedachte, zeker wanneer honger de overhand krijgt en mevrouw S. al de dertiende is vandaag met een follow-up afspraak over haar longembolie. Maar zodra jij je plek in de kantine inneemt, is het hoofdstuk voor de patiënt niet afgesloten. Plots realiseer ik me dat zelfs een kleine longembolie je ’s nachts uit je slaap kan houden. Vragen wisselen zich af met angst en zorgen. Mijn werk als sportinstructrice stond plotseling stil, omdat mijn conditie in een klap verdwenen was. Mijn lichaam veranderde in een bont en blauw slagveld door de bloedverdunners en de anticonceptiepil kan ik de rest van mijn leven niet meer gebruiken. Nog steeds wiebel ik tijdens een lange collegedag geregeld panisch met mijn voeten heen en weer, vanuit de waarschijnlijk totaal ongegronde angst op een tweede trombus in mijn been. En terwijl ik er met bizar weinig kleerscheuren vanaf gekomen ben, is voor vele andere patiënten de impact van hun ziekte levensgroot. Dus de volgende keer dat je gedachten afdwalen naar die heerlijke lunch, bedenk dan dat ziek zijn helaas niet duurt van negen tot vijf.


Patrick Nieboer

Onderwijscolumn De kunst van het afkijken Als coassistent doe je vrijwel niet anders: kijken wat anderen doen, dit imiteren en onthouden. Ook later in je vervolgopleiding blijft afkijken de meest effectieve strategie om dokter te worden. Zelfs operatieve procedures leren begint altijd met afkijken. De kunst van het afkijken beperkt zich niet tot je ontwikkeling als dokter. Als coassistent doe je vrijwel niet anders: kijken wat anderen doen, dit imiteren en onthouden. Ook later in je vervolgopleiding blijft afkijken de meest effectieve strategie om dokter te worden. Zelfs operatieve procedures leren begint altijd met afkijken. De kunst van het afkijken beperkt zich niet tot je ontwikkeling als dokter. Terugkijkend heb ik de kunst van doceren ook afgekeken. Een paar colleges van een aantal artsen, fysiologen en anatomen staan me nog helder voor de geest. Van al die momenten zijn er twee ervaringen die mij de weg hebben gewezen hoe je als docent de aandacht van de zaal kunt krijgen en behouden, en kennis en kunde kunt uitwisselen. Een van de sleutelcolleges was tijdens een werkcollege van de rechtenstudie aan de Universiteit van Amsterdam. Een vriend nodigde me tijdens mijn studententijd uit om met hem mee te gaan. We gingen samen de faculteit binnen en kwamen in een zaaltje met zo’n dertig studenten. De docent was nog niet aanwezig. Wat me opviel was dat iedereen stil en geconcentreerd in zijn of haar aantekeningen leek te lezen. Ik vroeg me af waarom iedereen dat deed. Het antwoord kwam aanlopen. Een juriste van een jaar of 50 ,die vanaf het moment dat ze haar spullen op de lessenaar legde, de studenten in haar greep kreeg en hield. Ze begon met vragen welke studenten op het vorige werkcollege aanwezig waren geweest. Aarzelend gingen een paar vingers omhoog. De docente fronste haar wenkbrauwen en merkte op: “Niet meer? Maar de meeste van jullie herken ik van vorige week. Zeg jij, was je er vorige week?” Studente: “Ja, mevrouw.” Docente: “Leg dan even in een paar zinnen waar het de vorige keer over ging.” De studente probeerde een samenvatting te geven maar dat bleek onvoldoende. Ze vroeg net zolang door aan verschillende studenten totdat de kern van het vorige college helder en duidelijk verwoord was. En dit ging het hele college zo door, de een na de ander werd aangesproken en ondervraagd op een nogal directe manier. Ik deed net alsof ik aantekeningen zat te lezen en het behang aan het imiteren was zodat de docente me hopelijk niet zou opmerken. Kortom, ik was, net als de rechtenstudenten, niet helemaal ontspannen.

Na het college sprak ik een paar studenten en was ik benieuwd waarom ze naar zo’n docent gingen die hen telkens zo het vuur aan de schenen legde. Vrijwel unaniem stelden ze dat het weliswaar confronterend en onprettig was, maar dat ze allen het college als zeer effectief en nuttig ervoeren. Een ander sleutelcollege werd gegeven door een chirurg tijdens mijn coschappen. Ook hij hield van alle veertig studenten de aandacht vast door ieder telkens te ondervragen. Zijn toon was veel milder, maar zoals de juriste veeleisend. Tijdens dit college dacht ik telkens zo goed mogelijk na over de casus die de chirurg presenteerde. Immers, ik kon de beurt krijgen en het was niet bepaald of een goed of fout antwoord een vrijwaring was voor meer vragen. Beide docenten onderzochten de huidige kennis bij de studenten op een directe manier. Door vragen te stellen werd ik gedwongen na te denken, mijn eigen kennis te testen en toe te passen, ook al werd die vraag niet aan mij persoonlijk gesteld. De docenten speelden telkens in op de antwoorden die zij kregen. Die antwoorden van studenten geven immers inzicht in hun werkelijke kennis en vaardigheden. Vervolgens verdiepten of vereenvoudigden de docenten hun vragen op basis van de antwoorden op dat moment. Op zo’n manier geeft interactie beide docenten de mogelijkheid om informatie te delen, gericht op de behoeftes van de studenten. En dat is toch iets anders dan plat informatie overbrengen zoals een tekstboek of een filmpje doet. Deze docenten probeerden beiden de lat daar te leggen zodat je er op je tenen staand nog net bij kon komen. Hun stijlen verschilden maar beiden demonstreerden een sterke gedrevenheid om jou iets te leren. Dit waren werkelijk docenten. Was het een prettige ervaring als student? Nee, niet bepaald de hele tijd. Ik ervoer een continu gevoel van spanning. Maar ik was twee uur lang geen moment afgeleid. Dus mocht je je afvragen waarom tijdens mijn colleges de kleppen van de laptops dicht gaan, de mobieltjes opgeborgen moeten worden, je zintuigen aangezet worden en je brein aan het werk gezet wordt, dan weet je dat ik dat heb afgekeken - en ook zelf, als student, ondergaan.

19


Thomas van der Korst

An explosive history The Dealer of Death and his Heart Medicine “Le marchand de la mort est mort,” or “the dealer of death is dead.” This is what a 55-year old Alfred Nobel read in his own obituary in 1888.

His brother, Ludvig, had died recently in Cannes and a sloppy reporter thought that the famous Swedish inventor of dynamite had died instead. A case of mistaken identity not-withstanding, Nobel found out what the world really thought of him. A crisis of conscience and a visit to his lawyer later and he had created the world-famous Nobel Prizes. A great tale of redemption, right? Well, the story gets even more interesting. Huddle up and prepare for the tale of the world’s most explosive medicine.

The substance was extremely volatile, so volatile that he didn’t want to work with it Nitroglycerin is a chemical compound invented by the Torinese Ascanio Sobrero in 1847. He found the compound sweet to the taste and the cause of “violent headaches.” (You should remember this last part.) And yes, the only way he could have found this out was by tasting a mysterious substance he had just invented. My advice for those of you who are interested in going into research: don’t, it’s pretty dangerous. The market for sweet tasting drinks that cause severe headaches is quite small, but luckily for Sobrero this substance had another fun property. The substance was extremely volatile, so volatile that he didn’t want to work with it. Maybe he should have accepted his own judgment since continued testing caused him some extensive facial scarring.

But being a profit oriented man Nobel threw caution in the wind A young Alfred Nobel, during a tour of Europe, was of course fascinated by this dangerous chemical. Extremely explosive? Check. Pretty easy to make? Check. Incredibly easy to accidentally detonate? Check. Sobrero’s boss cautioned against the use of this chemical, but being a profit-oriented man Nobel threw

20

caution in the wind and acquired a 100,000 franc loan to develop nitroglycerin into a commercial product in 1850. Right around this time a Constantin Hering also took an interest in this compound. And he found this headache-inducing aspect very interesting. Maybe this was even the most interesting part of the invention and it could be the cure of a disease! This could be the definitive cure for… headaches! Wait, what? He was so close, yet so, so far away. You see, this accidental visionary did focus on the most interesting characteristic of this compound, namely the headache caused by its ingestion. However, this man was a homeopath and believed that like cures like. So if nitroglycerin causes headaches then a diluted solution would cure headaches. While this application had (and still has) basis in scientific literature, the compound became part of the standard kit of every homeopath.

His brother, Emil Nobel, and several employees died in the explosion Nobel was not involved with any of that and most likely did not even know that any of this was happening. He was too busy making nitroglycerin a commercial-grade explosive. His first major discovery was the detonator, a device to safely detonate nitroglycerin with a fuse. In 1864, he patented the detonator and his production method of nitroglycerin. This would have been a great year for him if it had not been for a family disaster. His brother, Emil Nobel, and several employees died in the explosion of a nitroglycerin factory.

The story goes that he dropped an Erlenmeyer with nitroglycerin on the floor of his workshed Whilst the detonator had made the intentional explosion safe enough, the volatile nature of nitroglycerin made it impossible to work with. This of course was illustrated by the death of his brother. Now the search


came for a substance that could make the compound safe for transport and handling. The story goes that he dropped an Erlenmeyer with nitroglycerin on the floor of his workshed. Instead of dying or seriously getting hurt, nothing happened. This was to the great surprise of Nobel. There was dirt and straw on the ground which he hypothesized were the stabilizing agent. After figuring out where the dirt came from he found that diatomaceous earth from the river nearby was what he was looking for. This is probably not what really happened since the impact of the nitroglycerin with the ground would have caused an explosion either way…

It did not see much use in any war except to blow up bridges So in 1867 he had invented the first relatively safe and easy-to-use explosive material since black powder which was invented in ninth century China. From the massive amounts of misinformation surrounding the myth of the foundation of the Nobel Prize it would be easy to assume that it was used primarily as a tool of war. However, it did not see much use in any war except to blow up bridges and other strategic structures. Its actual primary application was and still is in mining.

Only four years later medical journals lauded its use as the best way to treat angina pectoris That’s all fine and dandy but why is this article in a medical faculty’s quarterly publication? Well, that is because nitroglycerin is a medicine with an important role in the treatment of angina pectoris (chest pains). This use was first described in 1858 by Alfred Field and afterwards some physicians experimented with the medicine. However, it was not until 1878 that William Murrel popularized its usage. Only four years later medical journals lauded its use as the best way to treat angina pectoris and even calling the withholding of this treatment “inhumane.” While the medical scientists of the 19th century understand that it worked for angina pectoris patients they did not know why or how it worked. To be fair, the exact molecular pathway is not completely known to this day. To put it simply, the massive headaches that Sobrero and many of Nobel’s employees noticed was due to the potent vasodilation caused by nitroglycerin. This reduces the preload and reduces the arterial resistance, this literally takes the load of somebody’s heart. Thus widespread medical application of nitroglycerin began well within the lifetime of Alfred Nobel. Maybe his development process and mass production helped the availability and affordability of the drug. But, in contrast to popular perception, he had no direct hand in the invention of nitroglycerin or its uses in

the medical world. As if to illustrate this point there is the fact that in his later years he suffered from angina pectoris. In 1890 he was offered Trinitrin, which was the brand name of nitroglycerin as a drug at the time. He personally found this very ironic. Was he not simply an evil man, intent on profiteering from the atrocities of war? Well, he probably wasn’t when he invented dynamite. This did change during the last ten years of his life. He developed rockets, cannons and other weapons technologies. He also successfully invented a type gunpowder which was to be used in machine guns. So yes, he did become “the Dealer of Death.” The obituary mentioned might have caused him to seek redemption or more likely his friendship with peace activist Bertha von Suttner. Also, he never really helped in the development of nitroglycerin as a medicine, he even rejected taking it for his chest pains. But, he sure as hell was a very interesting guy.

21


Gwen Miedema & Suzanne Schuurman

Invulverhaal Een geslaagde operatie

Je wekker gaat en je springt uit bed. Je propt een _____________ (antikaterontbijt) naar binnen en springt op je _____________ (vervoermiddel) naar de faculteit. Net wanneer je het college van _____________ (meest gepassioneerde docent) over _____________ (nare ziekte) binnen wilt gaan klinkt _____________ (theme song cartoon): je telefoon gaat! Je neemt op en het is dokter _____________ (kaassoort), specialist _____________ (je favoriete specialisme). “__________ (je naam), je moet NU komen, we hebben je nodig! Er ligt hier een patiënt op de tafel met een _____________ (gereedschap) in de _____________ (lichaamsholte) en we weten écht niet wat we moeten doen!” Jij begrijpt het wel, je bent immers de enige die dit kan oplossen doordat je zo _____________ (je beste eigenschap) bent en zo goed kan _____________ (vreemd talent). Dus, gaan met die _____________ (fruitsoort). Je trekt je _____________ (kleur) OK-pakje aan - dit is je favoriete pak vanwege het geweldige _____________ (patroon)-patroon. Je rent naar binnen met zoveel haast dat je bijna struikelt over een _____________ (chirurgisch instrument) en vervolgens vrijwel uitglijdt door de/het _____________ (lichaamsvloeistof) die/dat over de vloer verspreid ligt. Je kijkt rond, ziet de patiënt liggen en denkt: _____________ (scheldwoord), dat is _____________ (vriend(in))! Ik herken hem/haar meteen aan zijn/ haar _____________ (bijvoeglijk naamwoord) _____________ (uiterlijk

22

kenmerk vriend(in)). Nu moet je al helemaal helpen, in het belang van _____________ (een norm/waarde). Nadat je je favoriete muziek, _____________ (je basisschool-jam), hebt opgezet, ga je steriel staan. De OK-assistent geeft je een _____________ (keukenvoorwerp) aan om het corpus alienum uit de _____________ (dezelfde lichaamsholte als eerder) te verwijderen zonder extra schade aan te richten. Je roept uit “_____________ (kindvriendelijke exclamatie)!!!!”, want zo professioneel ben je wel. Helaas, door de iconische muziek deed je je _____________ (dansmove) zo fanatiek dat je per ongeluk de/het/een _____________ (lichaamsdeel of orgaan) eraf snijdt! De/het _____________ (andere lichaamsvloeistof) spuit eruit en je roept “KLEM!!” De assistent reikt je de nodige materialen aan en hiermee stop je de fontein. Je dient _____________ (naam dezelfde vriend(in)) nog even snel wat _____________ (partydrug) toe en hoopt op het beste. Ook trek je het vastzittende voorwerp eruit en wonder boven wonder roept de anesthesioloog “de patiënt is stabiel!” en kijkt daarbij erg _____________ (gezichtsuitdrukking) naar jou. Zodra _____________ (naam dezelfde vriend(in)) is bijgekomen op de uitslaapkamer neem je hem/haar natuurlijk mee naar _____________ (favoriete kroeg in Groningen) om een vlekkeloze operatie te vieren met een shotje _____________ (sterke drank). Het was een goede dag.


Suzanne Schuurman

Cocolumn Wie is hier nu de botterik? Beste chirurgie, ik heb het idee dat wij elkaar niet zo zullen liggen. Ik bewonder wat je bereikt, het verschil dat je kan maken. Toch denk ik dat we tegenpolen zijn: ik een denker, jij een doener. Je mes te scherp, je woorden te bot. Ik ben er niet trots op, maar aan vooroordelen ontbreekt het mij niet. Zo ook mijn beeld van de afdeling waarop ik mijn eerste coschap liep: de chirurgie. Enerzijds ligt het snijdende vakgebied mij niet, anderzijds had ik zo’n vermoeden dat het niet zo zou boteren tussen chirurgen en mij. De weinige tijd dat ze niet opereren, dacht ik, snauwen ze verpleegkundigen af, maken ze patiënten belachelijk of kleineren ze coassistenten. In de hoop dat er tijdens die vijf weken nog enigszins ruimte zou zijn voor communicatie, ethiek en emoties, gaf ik als voorkeur de oncologische chirurgie op, waar ik uiteindelijk ook geplaatst werd.

Later die dag begin ik me al snel te schamen voor mijn vooroordelen Bang voor een wereld waarin ik niet welkom zal zijn, loop ik de Eerlanderzaal in voor de eerste ochtendoverdracht. Later die dag begin ik me al snel te schamen voor mijn vooroordelen, al helemaal wanneer ik ze (iets milder verwoord; ik ben niet suïcidaal) met mijn supervisor deel. Zijn polikliniekafspraken met patiënten bewijzen namelijk het tegendeel: hij neemt uitgebreid de tijd om alle angsten en zorgen van de patiënt te bespreken en zo mogelijk weg te nemen. Hij blijkt het tegenbeeld van de chirurg in mijn verwachtingen; hij is vriendelijk, empathisch en vol trots over de afscheidsmusical van zijn dochter in groep 8.

Ook op de afdeling is er tijd en ruimte genoeg voor gesprekken En tijdens de overdracht vond zowaar een ethische discussie plaats tussen de aanwezige chirurgen: moeten we rokers met borstkanker een reconstructie weigeren? Toegegeven: niet iedereen in de ruimte zat hierop te wachten, maar het merendeel (zie Liefde voor het vak op pagina 11) leek de urgentie van dit morele dilemma in te zien. Ook op de afdeling is er tijd en ruimte voor goede gesprekken; over de opnames mogen we gerust een uur doen. Ik spreek met patiënten over de moeilijke

afweging om neoadjuvante chemotherapie te ondergaan, over vervelende eerdere ervaringen in ziekenhuizen en over het leven na borstkanker. Vooral dat laatste viel me zwaar. Op de polikliniek radiologie komen patiënten die al een heel behandeltraject doorlopen hebben, en waarbij naast het fysieke letsel ook mentaal het een en ander kapot is. De tumor is dan verwijderd en bestraald, misschien zelfs wel helemaal weg, maar de reikwijdte van het litteken dat overblijft is niet te onderschatten. Waar het vlak na diagnose alleen gaat om overleven, is er na ‘genezing’ pas echt ruimte voor emoties en gedachten die voorheen simpelweg niet de prioriteit hadden. In media, films en literatuur gebruikte termen als ‘vechten’ en ‘overwinnaar’ vond ik totaal niet passen bij de patiënt die daar zat: een zielig hoopje ellende, vol trauma’s omtrent het ziekenhuis en angsten voor recidieven.

Daar heb ik nog weinig chirurgen op kunnen betrappen Natuurlijk, dat kordate van de chirurgie kom ik ook wel tegen. Die tumor moet eraf, zo simpel is het soms. En dan kunnen we het ondertussen best over Rundfunk of de cabrio van de OK-assistente hebben. Maar de grootste fout die ik maakte in mijn vooroordelen was dat ik een gebrek aan respect voor de patiënt verwachtte, en daar heb ik nog weinig chirurgen op kunnen betrappen. Na dit coschap kan ik het echt met zekerheid zeggen: ik word geen chirurg. Toch moet ik bekennen dat het allemaal wel meeviel, sterker nog, dat ik ervan heb genoten. De afwisseling tussen snel handelen naar logisch verstand en de tijd nemen voor een inhoudelijke discussie beviel me, en al helemaal om te zien dat dat onderscheid de chirurgen zelf zo goed af gaat. Beste chirurgie, je hebt me verrast. Je liet me eigenschappen zien waarvan ik niet had gedacht dat je ze in je had: compassie, communicatie, nadenkendheid. Maar ik zal nooit van je houden zoals anderen dat doen. Gewoon vrienden?

23


Alexander Koper

An emergent crisis The obstacles confronting a potentially prosperous continent The challenges facing the upcoming generation of the African youth come as a mixture of an unstable governance, growing environmental pressures and a failure to economically proliferate through to foreign markets in any significant way. In the current tumultuous geopolitical climate rife with uncertainty, addressing these issues has become of critical importance... The underlying foundation needed to cultivate and propagate the potential of these countries, lies in the democratic heart of a nation. The majority of African governments are in the process of what could be called a tertiary liberation through a series of reforms. The primary and secondary reforms came in the form of liberation from colonial rule and then the abolishment of the stringent dictatorships that had emerged in the postcolonial power vacuum. The current emergent

struggle is the formation of functional democratic governments. The political climate in many African nations is still one of an undermined political process in which opposition parties are chronically suppressed through a variety of tactics. In the future, democratic institutions functioning within reformed political climates can create policies and laws that meet the true needs of their people. Poor and unstable governance still remains the core issue holding back African nations from a future of development and economic prosperity. If there were to be a priority list of issues to be addressed, this would be the essential keypoint.

The 00.00 timestamp will be a global humanitarian crisis Exacerbating this key issue is the ongoing struggle against corruption, best exemplified by Kenya. Here, the current president Uhuru Kenyatta has announced a nationwide crackdown on illegal land use. He has also demanded mandatory lifestyle audits of all members of government who are under suspicion of corrupt dealings.

Who do you call when your own government is stealing from you? The misallocation of valuable tax money and public funds in these nations discourages investment and compromises the quality of services that the general public receives - and is entitled to. Who do you call when your own government is stealing from you? The hardest hit sectors tend to be those most important to the public, such as healthcare, education and infrastructure sectors. The end result is a climate of

24


distrust in the government, and an increasing gap between the classes of the economy. This further worsens the effects of already alarming levels of unemployment. The ticking bomb hidden beneath this shoddy framework of unstable governance is the exponential population growth and record high fertility rates. This will put immense strain on these developing nations in Africa. The global average birth rate for a woman is 2.5. In Africa it’s 4.7 children per woman, with UN predictions suggesting that by 2050 the population will hit two billion in the African continent.This demands urgent population planning measures since it will put an immense strain on the already crippled healthcare and education sectors. The key issues here will be the limited amount of available resources - which could mean an impending wave of mass emigration from Africa, if the situation does not change. In many ways, these figures indicate a time bomb where the 00:00 timestamp will be a global humanitarian crisis.

Generations to come will have to fight even harder The cherry on top of this proverbial shit sandwich is the reality of shifting weather patterns and the effects of global warming, the first results of which are being seen in the form of drought and famine this very moment, which are already greatly affecting these

agricultural societies. In the Horn of Africa, the economic strain is already being felt. Generations to come will have to fight even harder if their background is one of malnourished childhoods and a lack of development - a trend which could easily become cyclical. In the end, the means and resources within Africa could theoretically overcome these hurdles. The largest roadblock remains the lack of good governance and policy that permeates down to all social classes in a beneficial way. This is where the uphill battle must start, and the rest of the obstacles will follow suit.

25


Anne de Boer

Youth delegate at WHO A report Last May I headed for Geneva to take part in the World Health Assembly as youth delegate in the delegation of the Kingdom of the Netherlands. During this annual meeting of the World Health Organization (WHO), agreements regarding worldwide health are reached and WHO’s work is closely followed. About 3000 diplomats, experts, lobbyists of NGOs and the private sector from all around the world come together in the Palais des Nations. For me, the meeting was preceded by months of preparations with IFMSA-NL and the Ministry of Health and Ministry of Foreign Affairs. The Youth Delegate Program has two main goals. We want to create awareness among (future) health professionals of the international health agenda and the importance of health policy for future patients in our own consulting rooms. Furthermore we want to promote youth participation in policy making in this area. The past year as youth delegate I have committed myself to these goals, and that brought me to the World Health Assembly! My first contribution to the Assembly was immediately on the first day: a statement on the agenda item ‘Health, environment and climate change’. I drew attention to the interests of the young generation, who have great concerns about how we pollute and strain the environment, and affect our health tremendously in the process. I also spoke out the frustration I have as a future doctor about the lack of real awareness of- and action on the major impact environmental pollution and climate change have on our health. This should be prevented at the roots and for that massive action by many people and many sectors apart from the health sector is needed on global and local level. Later that week we managed - after some proper detective work - to bring together five youth delegates that were present this year and a team of the WHO. The coming years WHO will make an effort to increasingly involve youth in their work and this meeting was part of it. The energy and commitment of these WHO staff members to make the voices of young people heard at this level and engage youth all around the world in local health issues, was striking. In addition the youth delegates exchanged experiences. A topic that is raised in multiple countries is the search for so-called meaningful youth participation. Taking part is fun, but this participation has to be esteemed for its true value instead

26

of being regarded as tokenism. To achieve this many barriers need to be overcome and discussing the issue was a step in the right direction. Apart from my contributions to the Assembly, it has been a week full of impressions. he gained experiences have given me new insights in global health and political decision making. It struck me to what extent decisions and actions are influenced by conflicting interests and political factors. An example: the United Kingdom and Germany - both holding a significant pharmaceutical industry - look very differently upon the question of access to medicines than countries where this economical aspect is less pronounced. Also, in comparison to The Netherlands many countries hold more conservative views when it comes to sexual and reproductive health and rights. The most important takeaway for me is that, in addition to our care for individual patients, international health policy is vital in safeguarding the health of our patients, now and in the future. Read more (in Dutch) at ifmsa.nl/youthdelegate


27


Suzanne Schuurman

Serie op recept Voorheen recenseerden wij boeken en films, maar laten we realistisch blijven: het meeste studieontwijkende gedrag bestaat tegenwoordig uit het bingewatchen van series. Wij gaan natuurlijk graag met onze tijd mee, daarom hier drie medische series voor in de trein, op de bank of in 3219.0061. Patrick Melrose – één seizoen met vijf afleveringen Vakgebied: psychiatrie Tot op de dag van vandaag heb ik nog niemand gevonden die Benedict Cumberbatch niet kan waarderen; het was voorbestemd dat deze serie een succes zou worden. Cumberbatch speelt drugsverslaafde Patrick Melrose en dat doet hij met verve. De eerste aflevering - waarin kennisgemaakt wordt met dit bijzondere personage - is al gelijk aangrijpend en meeslepend. De tweede - een beklemmende uiteenzetting van de familieperikelen die hem psychisch verwoestten - is dat nog veel meer. Ontwenningsverschijnselen, misbruik, pathologische familiedynamiek: genoeg om de psychiater in je tevreden te stellen. In andere series en films worden dergelijke perikelen allemaal toch nog vrij sexy neergezet – er is echter niets glamoureus aan Patrick Melrose en wat hij meemaakt. De serie is rauw, echt, soms een tikkeltje gestoord en verontrustend. Net als jij, beste lezer. The Good Karma Hospital – twee seizoenen met elk twaalf afleveringen Vakgebied: tropengeneeskunde Onwetende Westerling gaat naar buitenlands ziekenhuis en wint daar na initieel ‘waar ben ik aan begonnen?!’-momentje geleidelijk het vertrouwen van patiënten en ziekenhuispersoneel. Hoewel deze serie een niet erg origineel format volgt, is het op een sympathieke manier uitgewerkt. Oké, de voorspelbaarheid op liefdesgebied was net iets te groot, al dacht mijn mannelijke medekijker er anders over, wat mij weer een gewonnen weddenschap opleverde. Enfin, de serie volgt Ruby, een Britse net afgestudeerde arts die – verrassing! – tegen haar zin in haar carrière in India voortzet. De drukke, kleurrijke gezelligheid van India wordt mooi verbeeld, evenals het leed van de arme bevolking die in het Good Karma Hospital terechtkomt. De casussen zijn interessant en Ruby is een aandoenlijke, hoewel soms een beetje vervelende, hoofdpersoon. Als je je snel stoort aan series en/of je jezelf te intelligent vindt voor medische soaps, sla deze over. Voor de rest: veel plezier!

28

The Good Doctor – één seizoen met achttien afleveringen Vakgebied: chirurgie Leuk feitje (waarvoor dank, Wikipedia): The Good Doctor is gebaseerd op een gelijknamige Zuid-Koreaanse serie en uitgewerkt door de scenarioschrijver die ook het succes van House op zijn geweten heeft. De hoofdrol wordt vervuld door Freddy Highmore (de inmiddels volwassen geworden Charlie/Sjakie, die van de chocoladefabriek), een prima acteur die zijn autistische personage overtuigend neerzet. Als dr. Murphy begint hij aan de chirurgieopleiding en worstelt hij in het ziekenhuis met lastige casussen én zijn autisme. De eerste paar afleveringen zijn origineel en vermakelijk, maar het verwachte keerpunt (opeens krijgen collegae en patiënten door dat Murphy ondanks, of nee, juist dóór zijn autisme een fantastische dokter is) blijft uit, waarna de serie voortkabbelt. Wel ontwikkelt de band tussen Murphy en zijn supervisor in het ziekenhuis zich op een interessante manier: een mooie maar ingewikkelde relatie waarin spanningen ontstaan als de supervisor moeite blijkt te hebben met het loslaten van zijn autistische leerling. Autisme wordt overigens leuker verbeeld in de Netflixserie Atypical (seizoen 2 is net uit), waarin sociaal incapabele hoofdpersoon Sam Gardner zijn weg probeert te vinden op de Amerikaanse middelbare school. Maar ja, die is dan weer geen dokter.


Lisa Havinga

Thuiszorgcolumn Verwarde geesten en heldere breinen In de Groene Amsterdammer nummer 26 stond een stuk van Henk Blanken over zijn lichamelijke en mentale achteruitgang, veroorzaakt door zijn ziekte van Parkinson. Hij beschrijft het leven met zijn ziekte, de ziekenhuisopnames en reflecteert op de dilemma’s die met verslechtering in het algemeen gepaard gaan. Zo vraagt hij zich af: “Kon je beter opgesloten raken in je verwarde geest dan met een helder brein ge-vangen zitten in een weerspannig lichaam?” Nu schrijft hij hier specifiek over het weerspannige lichaam van een Parkinsonpatiënt, maar ik moest denken aan een soortgelijke tegenstelling in mijn werk. Twee cliënten, beiden hebben ze te maken met dementie, op totaal verschillende manieren. De één gaat gebukt onder grote somberheid vanwege het bewust meemaken van de achteruitgang, de ander komt vrolijk fantaserend haar laatste jaren door. Ik vertel jullie graag wat over hen, en zal proberen je het verschil te laten zien. Elke dinsdagochtend maak ik schoon bij een chique mevrouw van negentig. Toen ik er twee jaar geleden begon met werken, liep mevrouw nog vlot door haar aanleunwoning, at met minder chique dames in het restaurant, bakte zelf nog wel eens een ei en onderhield bijna dagelijks contact met haar honderdkoppige familie. Mevrouw had toen al woordvindproblemen, onthield namen en data minder goed en vergat nog wel eens een pil. Dat laatste was een combinatie van slechte ogen en een afbrokkelend geheugen. De afgelopen maanden is de tijd tussen het aanhoren van een verhaal en het vergeten ervan flink verkort, is haar huis bezaaid met post-its met afspraken en herinneringen erop en is mevrouw bovenal bewust van haar achteruitgang.Voor mij is het moeilijk te zeggen wanneer de échte verandering plaatsvond. Ik meen dan ook, dat dat niet aan te wijzen valt. Zes maanden geleden wist ze of mijn naam, Lisa, met een ‘s’ of ‘z’ geschreven wordt. Nu vraagt ze me dat wekelijks, en nog geen zes seconden na mijn antwoord, is ze dit vergeten. Nog voor ze het opgeschreven heeft dus, waardoor ze opnieuw naar mijn naam vraagt. Na drie keer is vooral zijzelf het zat, en legt dan zuchtend haar agenda weg. We praten veel over wat het is om

het grootste gedeelte van wat je te horen krijgt weer te vergeten. Ze zegt me dan dat ze zich waardeloos voelt. ‘Wat heb je aan zo’n mens?’ Als ik haar verzachtende woorden geef, opbreng dat het zo’n vaart niet loopt, wordt ze boos: “Hou maar op, ik weet het heus wel, ik word wél dement!” Haar last is het vergeten op zichzelf niet, het is het bewustzijn daarvan. Mijn zaterdagmiddagcliënt van zesennegentig woont nog alleen, met viermaal daags thuiszorg en zeer betrokken mantelzorgers. Zij vindt dat ze niet alleen woont, maar met vier jonge kinderen waar zij voor zorgt. Naast het washok liggen ze, volgens haar, in twee identieke stapelbedden. Mevrouw spendeert haar dagen thuis, maakt soms een begeleid wandelingetje, speelt spelletjes met ons, de thuiszorgdames, en dut veel. Als je het haar vraagt, of laat vertellen, zou ze zeggen dat ze reddingszwemster en naaister is, minstens drie schilderijen per week maakt en ongelofelijk druk is met het huishouden. Het is namelijk niet niks, voor vier kleintjes zorgen! Mevrouw is al ‘ver’ in haar dementie, is zich onbewust van haar verwardheid. Hoewel, er zijn vlagen van helderheid. Zo stond ik laatst op het punt om naar huis te gaan. Ik stond op en meteen daarna kwam ook mevrouw overeind. “Wanneer mag ik naar huis? Mag ik met jou mee?” vroeg ze me. Ik leg haar uit dat ze al thuis is, nergens meer heen hoeft. “Ik ben in de war, hè? Ik geloof dat ik nu niet alles meer begrijp.” Ik loop een rondje met haar door haar huis, wijs haar de spullen aan die ze in haar lange leven verzameld en bewaard heeft. Al snel is er herkenning en mevrouw gaat weer zitten op haar vaste plaats. “Nu moet je weg jij, ik moet nodig de kinderen uit bed halen.” Ik laat een tevreden en kalme vrouw achter.

29


Placebo

MEMES

30


Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Voorzitter Chris Lenselink Redactie Alexander Koper Klaas te Nijenhuis Chris Lenselink Sophie Reese Marit Schulte Suzanne Schuurman Boukje van der Slik Gwen Miedema Thomas van der Korst

Redactie Redactie | Lay-Out Hoofdredacteur Redactie | Lay-out Redactie | Online Redactie Scribent Redactie | Lay-out Redactie

Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen

Activiteitenkalender Oktober 22 23 24 29 30

panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay 1400 stuks OCC Crossmedia, te Breda Klaas te Nijenhuis Chris Lenselink

Sluitingsdatum eerstvolgende editie 29 oktober 2018

PanEssay

Masterraad Pubquiz Masterraad Co- en Carrièreworkshop Tentamen 1.1.2 Bachelorbuluitreiking Tentamen 3.1.2

November 1 1 7 9-11 13 17 26-29 27 29 30

Tentamen 1.2.2 Herfstborrel Thema-inloopuur AkCie Liftwedstrijd Algemene Leden Vergadering Medische Carrière Dag Tentamens Master Tentamen 1.1.3 Tentamen 3.1.3 Tentamen 2.1.3 Masterfeest

December 3-12 5 5 10 12 20 22

E-mail Online Oplage Drukker Lithografie Coverfoto

ECG cursus Masterraad Voortgangstoets Thema-inloopuur AkCie Almanakfeest Onderwijsactiviteit Tentamen 1.1.4 Tentamen 2.1.4 Kerstvakantie!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook