14 fd.selections
Het Financieele Dagblad Maandag 7 oktober 2013
Sustainisme vraagt om ontwerpen ‘van onderop’
Achter de huidige maatschappelijke en economische transities verschuilt zich een ware cultuuromslag. In deze eeuw van het ‘sustainisme’ staan kwaliteiten als delen, lokaliteit, verbondenheid, duurzaamheid en menselijke maat centraal. Dit vraagt om een nieuwe benadering van het ontwerp van stad en land. Door Michiel Schwarz f we het nu hebben over woningbouw, vastgoed, erfgoed, stadsontwikkeling, economische groei of onze omgang met energie en milieu, de vertrouwde modellen lijken uiteen te vallen. We zitten al jaren in een crisis. In de oorspronkelijke betekenis staat ‘crisis’ voor ‘omslagpunt’. Dit heeft iets positiefs, een transitie naar een nieu-
© Het Financieele Dagblad
essay 15
Het Financieele Dagblad Maandag 7 oktober 2013
we tijd. En dit is ook precies wat er op het moment gaande is. We zijn een nieuw tijdperk binnen getreden. Het totale speelveld is aan het veranderen. Deels als antwoord op de economische krimp, maar meer nog door de mogelijkheden van internet, opkomst van sociale initiatieven en aandacht voor lokale oplossingen. Op veel ter-
reinen zien we een verschuiving van economisch en financieel naar sociaal en duurzaam. Een maatschappelijke beweging in de richting van ‘meer samen’, ‘dichter bij huis’, socialer, kleinschaliger en milieubewuster. Door onze fixatie op economische en sociale problemen ontsnapt echter de ingrijpendste transitie van van-
© Het Financieele Dagblad
illustratie: max kisman
daag aan onze aandacht. Die betreft namelijk niet onze economie of maatschappelijke instituties, maar onze cultuur: hoe we naar de wereld kijken en wat we betekenisvol vinden. We zien het begin van een cultuuromslag die onze relatie met onze leefomgeving fundamenteel zal veranderen.
essay 17
Onze kijk op economische en maatschappelijke vooruitgang staat steeds meer ter discussie, bijvoorbeeld ons groeimodel of de schaaleconomie. ‘Klein is het nieuwe groot’, luidde de boodschap van een recente campagne van de Triodos Bank. Het is niet meer alleen een kleine voorhoede van progressievelingen die zich inspant voor alternatieve economische systemen, duurzame verdienmodellen en de lokale economie. Wereldwijd zien we een groeiende aandacht voor duurzaam produceren en consumeren. Lokale boerenmarkten zijn in opkomst, sociale initiatieven in de steden bloeien op, de buurt komt weer centraal te staan en het lokaal gebruik van internet geeft een impuls aan allerlei nieuwe community’s. Dit alles weerspiegelt een nieuwe kijk op duurzaamheid die zowel sociaal als ecologisch van aard is, een nieuwe mentaliteit. Het vormt de basis voor een nieuwe cultuur, gericht op lokale kwaliteiten, menselijke maat, sociale connecties en duurzaamheid. Bewustwording van het feit dat modellen uit het oude tijdperk niet meer functioneren, is vaak het begin van een nieuwe tijd. Maar een nieuw tijdperk ontstaat pas echt wanneer mensen ‘met andere ogen’ naar de wereld gaan kijken. We zien dan hoe onze collectieve percepties verschuiven, wat de aard van de problemen is en wat als oplossing kan gelden, of juist niet. Bijvoorbeeld in relatie tot materiële welvaart, de rol van technologie, rechtvaardigheid of het milieu.
Zonder paard
Een essentieel element bij de overgang naar een nieuw tijdperk dat vaak vergeten wordt, is dat we het nieuwe moeten benoemen. Het nieuwe wordt namelijk pas herkend als we het een naam geven. Denk aan de auto van een eeuw geleden, die eerst ‘een rijtuig zonder paard’ werd genoemd. Pas toen het woord ‘auto-mobiel’ in zwang raakte, realiseerden mensen zich dat het om een fundamentele verandering ging.
In 2010 gaven vormgever Joost Elffers en ik het nieuwe tijdperk de naam ‘sustainisme’, een woord dat is afgeleid van het Engelse ‘sustainability’, duurzaamheid. Op het modernisme en het postmodernisme volgt het sustainisme, zo schreven we in ons in New York gepubliceerde cultureel manifest* van de nieuwe tijd. Zoals het modernisme in de vorige eeuw bepalend was voor wat we van waarde vonden en hoe we onze leefwereld inrichtten, zo zien we in het sustainisme het handelingsperspectief van de 21ste eeuw. Sustainisme is meer dan duurzaamheid. De transitie in de samenleving gaat verder dan het milieu of het energievraagstuk. Sustainisme gaat ook over sociale media, samen delen, lokale valuta, stadslandbouw en de golf aan bottom-upinitiatieven die we in de steden zien. De nieuwe tijd uit zich ook in een andere levensstijl: meer verbonden, meer gericht op menselijke maat, meer lokaal en, inderdaad, ook duurzamer. De nieuwe cultuur omvat een andere visie op ons idee van gemeenschap en maatschappelijke organisatie. In deze transitie gaan we van het ik-tijdperk naar het wij-denken en van centralisatie naar netwerken. Het lineaire, individualistische denken van de modernistische samenleving wordt langzaam maar zeker vervangen door meer circulaire en collectieve benaderingen. Meer en meer is sprake van een systeemverandering, waar geen enkel maatschappelijk domein zich aan kan onttrekken. Dit is precies waarom we het een verandering van tijdperk noemen. Een paradigmaverschuiving, zo u wilt. Door het sustainisme te benoemen, beschikken we over een ‘lens’ waarmee we de grote transities van vandaag zichtbaar kunnen maken. Het geeft ons een nieuw perspectief op ontwerpen. ‘Sustainisme: een nieuw designethos’ schreef de International Herald Tribune bij het artikel over ons manifest. Inderdaad, het sustainisme heeft zijn eigen ontwerpperspectief en stijl. Cyclisch in
Foto: SteFan Wieland / etSy
Het Financieele Dagblad Maandag 7 oktober 2013
Dr. Michiel Schwarz is toekomst denker, cul tuuronder zoeker en consultant. Momenteel is hij als ‘artist in residence’ verbonden aan de Aca demie van Bouwkunst en de Reinwardt Academie in Amsterdam.
plaats van lineair, divers in plaats van uniform. Van hiërarchisch naar genetwerkt. Het is het perspectief van de lange termijn en gepaste snelheid, in plaats van kortetermijn-‘return on investment’ en ‘sneller is beter’. Van de functionele invulling van ruimte naar de betekenis van de plek: ‘from space to place’, zeggen de Engelsen. Sustainisme leidt tot andere ontwerpprincipes. We zien meer op de natuur gemodelleerde ontwerpen — ‘biomimicry’ in designjargon — maar ook nieuwe combinaties tussen ‘eco’ en hightech. Denken we aan (her)inrichting van onze leefomgeving, dan gaan we van het modernistische ‘maak het nieuw’ en het postmodernistische ‘(her)gebruik het’ naar het sustainistische credo ‘geef het een nieuw leven’.
Duurzaam ontwerp
In de Sustainist Design Guide die ik schreef met Diana Krabbendam en netwerkorganisatie The Beach, geven we een aanzet voor sociaal en duurzaam ontwerpen (zie kader). Sustainist design betekent: oog hebben voor sociaal en duurzaam én voor een meer open ontwerpproces. Ontwerpen vóór en ín de samenleving. Dat is ook wat om ons heen gebeurt. Vooral op lokale schaal zien we steeds vaker co-design. De huidige tijdgeest kenmerkt zich door een golf van initiatieven, lokaal en mondiaal, waarbij ontwerpers en niet-ontwerpers gezamenlijk nieuwe leefomgevingen creeren. We zien de opkomst van nieuwe praktijken in het ontwerpen en vormgeven van stad, buurt, community’s en leefomgevingen die zijn gericht op nieuwe
Geen enkel maatschappelijk domein kan zich onttrekken aan de transitie
leidra ad voor een ‘sustainistisch’ ontwerpproces Een stad is een complex systeem of organisme. Pakhuis de Zwijger, een ontmoetingsplaats voor creatieven en professionals, heeft met ‘Nieuw Amsterdam’ een (digitaal) platform gelanceerd waar Amsterdammers gezamenlijk ideeën kunnen spuien voor het (her)ontwerp van hun stad. Initiatieven als
stadsboerderijen (‘urban farming’) en door burgers zelf gefinancierde en ontworpen architectuur (‘crowdsourced public architecture’) zijn ook te vinden in Sustainist Design Guide van cultureel denker Michiel Schwarz en social designer Diana Krabbendam. De in de gids besproken kernkwaliteiten — delen,
© Het Financieele Dagblad
lokaliteit, verbondenheid en proportionaliteit — zijn een leidraad voor steden in transitie. ‘Sustainisme’ blijft geen abstract concept, maar is verluchtigd aan de hand van twaalf praktijkvoorbeelden, prachtig vormgegeven door Robin Uleman. Zo brengt het boek ook de eigen theorie in praktijk.
Sustainist Design Guide: How Sharing, Localism, Connectedness and Proportionality are Creating a New Agenda for Social Design, Michiel Schwarz & Diana Krabbendam, with the Beach Network, BIS Publishers, Amsterdam, 2013
Heiko Jessayan
essay 19
Het Financieele Dagblad Maandag 7 oktober 2013
column judi seeBus
Aasgieren cirkelen boven Nederland waarden en principes, bijvoorbeeld hergebruik of collectief eigendom. Ontwerpen in en voor de nieuwe tijd betekent meegaan met de golf van de cultuur. Sustainisme is de cultuur van connectiviteit, sociale media en internet. Het is tevens de cultuur van het delen, de opkomende ‘sharing economy’. Delen is het nieuwe hebben, is de slogan van wat internationaal ‘collaborative consumption’ is gaan heten. Tegelijkertijd houdt sustainisme een herwaardering in van het lokale. Niet als tegenovergestelde van het mondiale, maar als sociale kwaliteit in een mondiaal verbonden wereld. Dit alles kenmerkt het nieuwe duurzaamheidsdenken dat zowel sociaal als ecologisch is.
Traagheid
Kijken we naar ontwerpen door de bril van het sustainisme, dan zien we een nieuwe maatschappelijke ontwerpagenda rond vier sociaal-duurzame kwaliteiten: delen, lokaliteit, verbondenheid en proportionaliteit. Dit zijn de ontwerpcriteria van het sustainistische tijdperk. Wat zou er gebeuren als we deze principes zouden toepassen bij de inrichting van onze leefomgeving? Hoe zou de wereld eruitzien als we onze ontwerpen zouden richten op ‘delen’? Wat betekent het als we het criterium ‘deelbaarheid’ vanaf stap 1 opnemen in ons ‘programma van eisen’ bij het ontwerpen van plekken, diensten, producten en media? Evenzo kunnen we ons afvragen wat er gebeurt als we onze ontwerpen afstemmen op de menselijke proporties. Hoe te ontwerpen voor kleinschaligheid en traagheid, in plaats van voor altijd groter en sneller? Dit zijn de ontwerpvragen van de nieuwe tijd. Wat betekenen de nieuwe ontwerpvragen voor de discussie over vast-
Symbool voor verbondheid
In het sustainisme is alles onderling verbonden en van elkaar afhankelijk. Dit komt tot uiting in het ‘klaverblad’ dat Joost Elffers in 2010 ontwierp. (Uit: Sustainism is the New Modernism.)
Bewoners ‘maken’ steeds vaker hun eigen Buurt, de ‘spontane stad’ ontstaat © Het Financieele Dagblad
goed, erfgoed en herbestemming: hoe geven we ‘lokale betekenis’ aan bestaande gebouwen, monumenten en landschappen? We hebben er nog geen antwoorden op. Maar we zien wel dat stedenbouw en architectuur steeds meer inhaken op ontwikkelingen ‘van onderop’. Bewoners gaan steeds meer zelf hun buurten ‘maken’. Er wordt gesproken over de ‘spontane stad’, ‘de energieke stad’ en ‘organische gebiedsontwikkeling’. Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, spreekt van de ‘energieke samenleving’. Hij duidt hiermee op de sociale energie en innovatiekracht van burgers en maatschappelijke netwerken bij het bouwen van een duurzame samenleving en economie. In het platform Nederland Wordt Anders werken jonge architecten en kennisinstellingen samen aan nieuwe benaderingen in ruimtelijke ordening. Rijksbouwmeester Frits van Dongen pleit voor een radicale vernieuwing in ons denken over wonen en voor een ‘nieuwe bouwcultuur’. Dit zijn indicaties dat we actief zoeken naar nieuwe benaderingen van ruimtelijke ordening, stadsplanning, bouwen, landschappen maken, plekken en buurten. Nieuwe benaderingen die passen binnen het sustainisme. Of we nu vastgoedontwikkelaar, stedenbouwer, ingenieur, architect of bewoner zijn, we moeten nadenken hoe we ons verhouden tot de nieuwe sociaal-duurzame ontwerpopgaven. Nieuwe coalities en allianties zijn nodig, omdat de vragen niet langer zijn op te splitsen langs oude scheidslijnen en domeinen. De nieuwe tijd vraagt ook om nieuwe vormen van maatschappelijk engagement. Al weten we nog nauwelijks hoe die eruitzien in de context van het ontwerp van onze leefomgeving. Feit is dat we in het nieuwe speelveld allemaal opnieuw onze positie moeten bepalen. * Michiel Schwarz & Joost Elffers, Sustainism is the New Modernism: A Cultural Manifesto for the Sustainist Era, Distributed Art Publishers, New York, 2011
A
ls de grootste vastgoedbelegger in Europa de Nederlandse markt afschildert als een ‘kerkhof vol kantoren’, dan weet je dat er aasgieren op komst zijn. Amper een jaar na deze uitspraak van Pierre Vaquier, topman van Axa Real Estate, hebben de aasgieren al behoorlijk huisgehouden. Met aanvangsrendementen van 12%-15% behoort Nederland momenteel tot het rijtje landen met Spanje en Ierland, dat interessante kansen biedt voor opkopers van ‘distressed’ vastgoed. Oftewel kantoren en winkels die ‘onder water’ staan omdat de hypotheken erop hoger zijn dan de waarde van het onderliggende pand. Ter vergelijking: in gewilde locaties als Londen en Parijs zijn de aanvangsrendementen voor topvastgoed inmiddels ver onder de 4% gezakt, in enkele gevallen zelfs onder de 3%. Angelsaksische partijen spelen een hoofdrol bij het opkopen van Nederlandse rommelleningen met kortingen die volgens waarnemers nog hoger kunnen liggen dan 50%. Spelers als Patron Capital en TPG hebben al toegeslagen. De naam Fortress dook afgelopen zomer op bij de aankoop van een leningenportefeuille van zakenbank Morgan ‘door de Stanley, met ruim zesbeste delen tig kantoren in Nedereruit te halen land en het buitenland wordt de als onderpand. markt nieuw De kansen reiken verder. Voor het uitleven ingeblabreken van de crisis zen’ waren vastgoedontwikkelaars van eigen bodem de gangmakers op buitenlandse beurzen, zoals de Mipim in Cannes en Expo Real in München. Hun aantal en grootte zijn sindsdien echter dramatisch geslonken. Het Nederlandse kroonjuweel Multi Vastgoed is ten prooi gevallen aan private-equityreus Blackstone. Private Nederlandse aasgieren zijn echter ook al bezig om de beste delen uit de markt te halen. Dat is een gezond proces. Op deze manier wordt de markt nieuw leven ingeblazen. Judi Seebus is hoofdredacteur van PropertyEU, vaktijdschrift voor Europees vastgoed.