Skip to main content

A7322712 gids voor gemengd voeren

Page 1

Edi

2004

tion

/ 200 5


Of u nu veehouder, technicus of adviseur bent, het verheugt ons zeer u de nieuwe uitgave 2004/2005 van onze "Gids voor gemengd voeren" te kunnen presenteren. We hebben deze vernieuwde versie nog praktischer gemaakt door een nieuwe rubriek "Nuttige tips" in te lassen. U vindt er ook de nieuwste ontwikkelingen, met name ons programma van voermengwagens met twee verticale vijzels, nieuwe zelfrijdende voermengwagens van 18 m3, enz… Sinds de vorige uitgave van onze Gids voor gemengd voeren is het aantal gebruikers van voermengwagens sterk toegenomen. Velen onder u geven blijk van vertrouwen in ons door de aanschaf van een KUHN-voermengwagen. Wij nemen dan ook graag deze gelegenheid te baat om u daarvoor te bedanken. Voor degenen onder u die reeds het gemengd voeren toepassen en voor zij die op het punt staan deze stap te zetten, hopen wij dat deze gids zal helpen alle voordelen ervan te benutten. Wij hopen een interessant boekwerkje voor u te hebben samengesteld en hopen u ook op onze website www.kuhnsa.com te mogen verwelkomen. Het KUHN-team

INHOUD • Mening van een voerspecialist ...................................................... 1 • Gemengd rantsoen: onmiskenbare voordelen ............................... 2 • Een kwalitatief gemengd rantsoen voor melkkoeien in 10 punten . 4 • Vereisten voor een goed gemengd rantsoen ................................. 9 • Vaarskalveren van 2 tot 6 maanden .............................................. 10 • Jongvee van 6 maanden tot de eerste keer afkalven ................... 12 • Vleesrunderen: uw inkomensbron garanderen! ............................ 14 • Gemengd rantsoen: nuttige tips .................................................... 16 • Welke voermengwagen kiezen? .................................................... 18 • Euromix: het programma KUHN-voermengwagens ...................... 20 • Euromix: de gebruikers vertellen ................................................... 24


De mening van een voerspecialist Henri van der Kolk, AGRI-V.A.K. Wanneer je boert moet je weten hoeveel je voert De voerbenutting van een rantsoen is cruciaal, daarom is meten weten. Door het gebruik van een voermengwagen kun je de kilo’s voer goed controleren en corrigeren. Niet alleen om voerkosten te besparen, maar ook om minder mest te produceren. Is een rantsoen te nat (totaal rantsoen < 40% ds) dan is de kans op verliezen groter. Een totaal rantsoen met meer dan 50% ds geeft meer kans op een lagere voeropname en passagesnelheid in de koe, wat niet wenselijk is. Voorop staat je eigen ruwvoer en daar bouw je een basisrantsoen omheen. Dit basisrantsoen bestaat uit een juiste energie/eiwit verhouding voor de oudmelkte koe, zodat deze dieren zichzelf niet droogzetten maar voldoende melkeiwit leveren en minder snel vervetten. Door toevoegen van energierijk krachtvoer (met name zetmeel) is het basisrantsoen goed te corrigeren voor de hoogproductieve koe. Bij de groeigroep (droogstand en jongvee) komt de energie/eiwit verhouding ook nauwkeurig. Deze groep wordt in de praktijk vaak vergeten, maar is zeer belangrijk voor de toekomst! Wanneer deze niet uitgebalanceerd is, is de kans groter op problemen met zwakke kalveren, nageboorte, baarmoederontsteking en uiergezondheid. Door de toenemende hoeveelheid enkelvoudige voeders komen ook de mineralen en de sporenelementen vaker in het geding. Dit is in een gemengd rantsoen goed te corrigeren. Wel moet opgemerkt worden dat een voermengwagen de kwaliteit van de voeders niet verbeterd (bijv. 800 VEM wordt geen 1000 VEM). Zie het als een nieuwe keuken, dit is ook geen garantie voor beter of smakelijker eten. Zijn de juiste ingrediënten niet aanwezig of kan de kok niet koken dan heeft de nieuwe keuken ook geen meerwaarde. Wanneer de koeien, afwijkende mest hebben, voergooien of selectief zijn, heeft de kok nog werk, want de koe heeft altijd gelijk. Lemelerveld, september 2004

Filip De Clercq – Productmanager rundvee, QUARTES Homogene en evenwichtige rantsoenen zijn primordiaal voor melkvee. Het op mekaar afstemmen van verschillende pensfracties eiwit en energie is bepalend voor de melkproductie en melkgehalten. De mengvoerwagen is een uitstekend instrument om verschillende ruwvoeders en natte bijproducten (oa perspulp en draf) onderling op een homogene manier te mengen. Structuurarme of te natte rantsoenen kunnen eveneens bijgestuurd worden met stro of graszaadhooi. Een goede mengvoerwagen mengt, maar mag echter geen uitgesproken snij-effect hebben, anders wordt de ’ mechanische structuur’ van het ruwvoer teniet gedaan en is de kans op pens-acidose (verzuring) reëel. Bij TMR-rantsoenen, waarbij ruwvoeders, krachtvoeders en enkelvoudige in één mengsel voorgereden worden, moet vervetting einde lactatie vermeden worden. Dit systeem is geschikt voor hoogproductieve bedrijven en bedrijven met een gegroepeerd afkalfpatroon. Anders moet er in productiegroepen gewerkt worden, met verschillend mengsels voor hoogproductief en laagproductief melkvee om leververvetting te voorkomen.

1


Gemengd rantsoen : on Sedert zijn ontstaan heeft de voermengwagen zijn nut onomstotelijk bewezen en dit zowel inzake technisch-economische resultaten van de veestapel als inzake werkcomfort en de kwaliteit van het leven voor de veehouder. Het gemengd rantsoen, compleet of niet, biedt onbetwistbare voordelen ten opzichte van de meer traditionele voedersystemen.

EEN HERKAUWER VOEREN, IS VOORAL ZIJN BACTERIËLE FLORA VOEREN! Het voordeel van "mengen" is dat het dier alle componenten van het rantsoen tegelijkertijd toegediend krijgt (energierijke stoffen, stikstofhoudende elementen, vitaminen, mineralen, enz.…) met daar bovenop eventueel extra voedingsvezels: het gemengd rantsoen is synoniem met een veilig rantsoen. ✔ Het dier blijft in conditie tijdens de hele duur van de lactatie ✔ Stofwisselingsaandoeningen zoals acidose, acetonemie… blijven onder controle ✔ De herkauwer is resistenter voor infectieziektes (mastitis, baarmoederontstekingen…) ✔ De levensduur van het dier wordt verlengd: het aantal lactaties van de veestapel wordt hoger. HET GEMENGD RANTSOEN: EEN DUIDELIJKE MEERWAARDE!

1 Vooral door de lagere voerkosten zijn de voordelen van het toepassen van een gemengd rantsoen reeds vanaf de eerste dagen merkbaar. Het verwerken van eigen ruwvoer in de voeding van uw veestapel (hetgeen zich vertaalt in een vermindering van de kosten voor krachtvoer), samen met de verhoogde opname van ruwvoer (geschat op 1 à 2 kg droge stof), zorgen voor een gemiddelde besparing van € 7,9 per dag op een veestapel van 70 melkkoeien. 2

De voedingsefficiëntie van de rantsoenen is beter. De voeropname van de veestapel wordt hoger, terwijl de verschillende componenten uit het rantsoen opgewaardeerd worden: de pens werkt optimaal! De melkproductie alsook de marktwaarde van de melk (eiwitgehalte) stijgen op een natuurlijke wijze.

2


nmiskenbare voordelen! 3 Lagere veeartskosten. Eventuele tussenkomsten van dierenartsen voor stofwisselings aandoeningen (verdraaing van de lebmaag, acidosen, etc…) verminderen, alsook het gebruik van meer geneesmiddelen. 4 Weegmogelijkheid! Bij voermengwagens uitgerust met een weeg-inrichting, kent u zowel de geladen hoeveelheid als de voederopname per dier. Zo bent u zeker van een evenwichtig rantsoen en is een goed voermanagement gegarandeerd.

WERKCOMFORT EN PLEZIER AAN UW VEESTAPEL! Tijd winnen is tegenwoordig één van de belangrijkste wensen van veehouders. De voermengwagen is een eenvoudige en gemakkelijke oplossing voor werkduurvermindering: één enkele voerverstrekking per dag in het geval van melkkoeien en vleesrunderen. Als ondernemer weet u hoeveel tijdwinst dit geeft!

Het gemengd rantsoen biedt u vele voordelen! U kunt elk rantsoen steeds weer aanpassen aan de kwaliteit van de voeders, de gemiddelde lactatiemaand, het vetmeststadium, het voorraadniveau van de verschillende rantsoencomponenten en de prijs van de bijproducten… Het toedienen van ureum, het aandeel vezels verhogen dan wel verminderen,… ? Kortom, het gemengd rantsoen is de eenvoud zelve en risicoloos !

Hoe denkt een kenner erover? Wel of geen voermengwagen? Dankzij de veelzijdigheid van voermengwagens ligt de keuze voor de hand. Immers, de rentabiliteit van uw investering is rechtsreeks afhankelijk van de mate waarin u inspeelt op de evolutie van de rantsoen-componenten (zoals: de keuze van de voeders, de hoeveelheid van de te vermengen voeders…) ! Martin BOUVIER - Productmanager voor voedermachines van KUHN

3


Een kwalitatief goed gemengd rants Een kwalitatief goed gemengd rantsoen is een veilig rantsoen, dat ervoor zorgt dat elk dier van uw veestapel zijn genetisch potentieel volledig kan benutten. In dit hoofdstuk geven we u 10 criteria waarmee u de voeding van uw veestapel in alle eenvoud kunt sturen. 1 – Hoe de vezelfracties van het rantsoen vaststellen? Onderzoek in eerste instantie de structuur van het rantsoen: neem een handvol van het mengsel. ✔ Het mengsel dient luchtig en niet compact te zijn: wees voorzichtig met kuilvoer dat te vochtig is ingekuild. Het totale gehalte ds(1) van het rantsoen moet hoger zijn dan 35%, waarbij de ideale waarde 40 % bedraagt. Rantsoenen met een dergelijk ds-gehalte zijn “natuurlijk” herkauwbaar. ✔ De structuur van de maïs mag niet te fijn zijn. Let op de mengtijd en op de laadvolgorde van de producten. Naargelang het type voermengwagen, kunnen enkele minuten reeds volstaan om een homogeen, mengsel met voldoende structuur te verkrijgen. ✔ Voegt u stro toe, dan dienen de halmen recht afgesneden te zijn voor een optimale herkauwbaarheid (geef de voorkeur aan halmen die a.h.w. met een schaar zijn afgesneden eerder dan aan uitgerafelde vezels). Observeer in tweede instantie het gedrag van uw veestapel. De kwaliteit van de structuurwaarde kunt u ook nog controleren door het aantal keer kauwen te tellen: Ideale waarde: 60 keer kauwen voor het doorslikken

Controleer vervolgens de ontwikkeling van het melkvetgehalte. De curve van het melkvetgehalte is een zeer goede indicator voor het verloop van de pH (zuurtegraad) in de pens. Daar deze pH rechtstreeks afhankelijk is van de efficiëntie van het herkauwen, kunnen we concluderen dat…

Wanneer het melkvetgehalte spectaculair daalt, daalt de pH van de pens overeenkomstig en is de speekselvloed ontoereikend. Om in voorkomend geval het evenwicht terug te krijgen, volstaat het om voldoende vezels toe te voegen (zoals stro, hooi…).

4

(1)

Droge stof


soen voor melkkoeien in 10 punten 2 – Hoe de voederopname van een koppel bepalen? Om het volledige genetisch potentieel van uw veestapel te benutten, moet elke herkauwer zich voeden op het maximum van zijn opnamevermogen. Maar hoeveel dient nu het gemengde rantsoen voor uw veestapel te bedragen? Voor een koppel bestaande uit 30 à 40% eerste kalfsdieren wordt de minimale opname gedefinieerd op basis van het gemiddelde levend gewicht en de standaard melkproductie: Opname uitgedrukt in kg ds = 2% van het gemiddelde volwassen gewicht + 25% van de standaard melkproductie

Voorbeeld: bij een koppel met een gemiddelde productie van 28 liter en een gemiddeld volwassen gewicht van 700 kg, bedraagt de voederopname: (2% x 700) + (25% x 28) = 21 kg ds

3 – In welke mate dienen de bedrijfsgewonnen voedermiddelen opgewaardeerd te worden? Een kwalitatief goed gemengd rantsoen is ook een economisch rantsoen. De herkauwer dient een maximum aan ruwvoeders op te nemen en te verwerken met een minimale toevoer aan krachtvoer. Voor een ideaal rantsoen – zowel voedingstechnisch als financieel – hoeft u enkel het volgende evenwicht in acht te nemen: 80% ruwvoer en 20% krachtvoer

Voorbeeld: indien uw gemengd rantsoen bestaat uit 18 kg ds-ruwvoer en 7 kg ds-krachtvoer, zit u op een verhouding van 72% ruwvoer en 28% krachtvoer. Daar de ideale verhouding 80/20 bedraagt (met een tolerantie tot 75/25), ligt bovenstaand rantsoen onder de ideale verhouding: een dure verhouding! De hoeveelheid krachtvoer is hier de oorzaak: uw rantsoen is duur en minder effectief…

5


4 – Ruwe celstof voor een veilig rantsoen De celstof van een rantsoen noemen we RC (Ruwe Celstof) en omvat de celstof die in alle componenten van het rantsoen zitten: hooi, stro, maar ook de celstof uit kuilvoer. Het ideale ruwe-celstofgehalte bedraagt: Ideale waarde: 17 à 19,5 % van de totale ds van het rantsoen

Voorbeeld: wanneer het RC-gehalte lager dan 17% komt te liggen, stijgt het risico op stofwisselingsaandoeningen van de veestapel. Deze risico’s nemen toe bij een ontoereikend volume aan vezelfracties of een hoeveelheid graan van meer dan 2,5 kg waarbij hier dan de fermenteerbare en zure fracties toenemen. Komt het gehalte echter hoger te liggen dan 19,5%, dan neemt de kans toe op een dalende melkproductie en eiwitgehalte, maar op een verhoogd melkvetgehalte. De kwaliteit van de celstof speelt ook een belangrijke rol voor een vlotte voeropname. Hoe beter de celstof, hoe vlotter de verteerbaarheid. Verteerbaarheid van de totale RC moet 65% bedragen

De mening van een kenner: "Rantsoenen bestaande uit alleen maïskuilvoer, zijn gevaarlijk. De verteerbaarheid van de celstof in maïs schommelt tussen 55 en 60%, wat het rantsoen moeilijk verteerbaar maakt: de opname wordt negatief. Het is dus aan te raden om maïs te combineren met een beter verteerbaar voer zoals graskuilvoer of luzerne met lange stengels…."

5 – De energiebalans afstemmen op het productieniveau van de veestapel De energiebalans wordt bepaald door de hoeveelheid VEM(1) die gemiddeld in 24 uur wordt opgenomen. Ze wordt als volgt berekend: Energiebalans= energetische densiteit (in VEM(1)) x hoeveelheid opgenomen ds (in kg) De minimumwaarde varieert dus volgens het productieniveau: ✔ 7.500 kg melk / koe / jaar: rantsoen à 910 VEM(1) x 20 kg ds = 18.500 VEM(1) ✔ 9.000 kg melk / koe/ jaar: rantsoen à 930 VEM(1) x 23 kg ds = 21.500 VEM(1)

6

(1)

Voedereenheid melk


6 – Evenwichtige verhouding tussen energie en stikstof van het rantsoen Dat evenwicht, dat gemeten wordt door het totale aantal DVE(1) van het rantsoen te delen door het totale aantal VEM, varieert al naargelang van het type gemengd rantsoen. Ideale waarde: 0,112 DVE gedeeld door VEM bij een compleet rantsoen maar 0,104 DVE bij een semi-compleet rantsoen

7 – Oplosbare stikstof om het bacteriële leven in de pens te activeren De oplosbare stikstof, noodzakelijk voor een intensief bacterieel leven in de pens, wordt vaak vergeleken met die van jong lentegras. Ze moet in evenwicht zijn met de totale hoeveelheid door het rantsoen aangebrachte energie. Ideale waarde: OEB / VEM = ca 0,005 Een tekort aan oplosbare stikstof veroorzaakt een daling van de voederopname terwijl een overmaat de voorbode is van mastitis, embryonale vloed, etc… In bepaalde gevallen kan het gewenst zijn ureum toe te voegen.

8 – Melkproductie ja… maar niet ten koste van de gehaltes! Een stijging van de melkproductie valt niet altijd te rijmen met betere gehaltes (eiwit en vet). Meer melk impliceert vaak dalende gehaltes. Een goede regeling van de twee criteria (hoeveelheid en gehaltes), die bepalend zijn voor uw melkinkomsten, krijgen wij als volgt: (DVBE / DVE) x 100 = 47 tot 52 % Concreet betekent zulks dat bij de samenstelling van het gemengd rantsoen, het volstaat twee correctiefactoren van verteerbaarheid te laten spelen: ✔ Verteerbaarheidscorrectiefactor: OEB ± 100 per bruto kg ✔ Beschermende correctiefactor: OEB ± 20 per bruto kg (1) DVE (darmverteerbaar eiwit) = DVBE (darmverteerbaar bestendig eiwit) + DVME (darmverteerbaar microbieel eiwit) OEB = onbestendige eiwitbalans = MREN (microbieel eiwit op basis stikstof) – MREE (microbieel eiwit op basis energie

7


9 – De vrije suikers niet verwaarlozen! Net zoals oplosbare stikstof, zijn vrije suikers onmisbaar voor de bacteriële flora in de pens. Bovendien zijn het de smaakmakers van het rantsoen. De hoeveelheid vrije suikers moet die van weidegras in een goed seizoen evenaren.

Hoe denkt een kenner hierover? "De suikers in het kuilvoer zijn voor een groot deel verdwenen ten voordele van het melkzuur, dat noodzakelijk is voor een goede conservering van de voeders. Het is dus zaak het rantsoen met producten aan te vullen die rijk zijn aan suikers, zoals melasse, bieten…"

10 – Vergeet de mineralen niet Om mineraaltekorten in het voer goed op te vangen, dienen er mineraalcomplementen (in poedervorm, griesvorm of korrelvorm) toegevoegd te worden in de hier onder aangegeven verhoudingen: Fosfor: 0,36 tot 0,40 % van de opgenomen ds Calcium: 0,70 tot 0,75 % van de opgenomen ds

COMPLEET GEMENGD RANTSOEN OF SEMI-COMPLEET GEMENGD RANTSOEN ?

Bij een compleet rantsoen worden alle rantsoencomponenten in één keer toegediend en evenveel voor alle dieren: ruwvoeders, krachtvoer, mineralen etc.… In het semi-compleet rantsoen daarentegen, worden het ruwvoer en het krachtvoer weliswaar tegelijkertijd toegediend, maar wordt een hoeveelheid extra krachtvoer toegediend afhankelijk van het melkproductieniveau van elk dier afzonderlijk. Voedingstechnisch en financieel is het verschil tussen beide systemen moeilijk vast te stellen. Het compleet rantsoen is eenvoudiger in gebruik, want mogelijke fouten met toevoegingen worden voorkomen. Mede door de zelfcontrole van het dier (een koe eet volgens haar behoefte), wint het compleet rantsoen meer en meer terrein in de voeding van herkauwers.

8


Vereisten voor een goed gemengd rantsoen Afhankelijk van de melkproductie, kunt u het rantsoen geheel afstemmen op de vereisten voor een goed en veilig gemengd rantsoen. De vergelijking wordt des te gemakkelijker als u beschikt over de voederanalyses van uw producten.

Productieniveau (Kg / melkkoe / jaar) Uw veestapel 8 500 tot 9 500 Hoger dan 9 500

7 500 tot 8 500

% DS van het rantsoen

> 35 %

> 35 %

> 35 %

VEM per Kg ds

0,92 tot 0,93

0,93 tot 0,95

0,94 tot 0,96

RE (1)

16 tot 16,5 %

16,5 tot 17 %

17 tot 18 %

100 tot 103

103 tot 105

105 tot 108

110 tot 111

111 tot 112

112 tot 114

DVE per Kg ds DVE per VEM

0,003 tot 0,006 0,004 tot 0,008 0,005 tot 0,009

OEB / VEM RC

17,5 tot 19 %

Verteerbaarheid van de cellulose

17 tot 18,5 % 16,5 tot 18 %

63 tot 67 %

64 tot 68 %

21

21

21

NDF(3

33 tot 36

33 tot 36

33 tot 36

Suikers

4 tot 8 %

5 tot 9 %

5 tot 9 %

ADF(2) )

Traag zetmeel

65 tot 69 %

15 tot 25 %

15 tot 25 %

15 tot 25 %

Vetstoffen

3 tot 5 %

3 tot 5 %

3 tot 5 %

Fosfor

0,36 %

0,38 %

0,39 %

Calcium

0,70 %

0,75 %

0,78 %

% ds in de ruwvoeders

80 %

75 tot 80 %

72 tot 77 %

% ds in het krachtvoer

20 %

20 tot 25 %

23 tot 28 %

21

22

23

Minimumopname (Kg ds/dag)

Persoonlijke notities:

(1)

RE = ruw eiwit

(2)

ADF = Lignine + cellulose

(3)

NDF = Lignine + cellulose + hemicellulose

9


Jongvee: de toekomst van Het aanhouden van de eigen vaarskalveren blijkt vaak de zwakke schakel van menig melkveebedrijf. Ze worden te vaak uitgesloten van de technische mogelijkheden om ze goed te voeren, hoewel ze de toekomst van de veestapel uitmaken. Vanaf de geboorte bereidt de toekomstige melkkoe zich voor op haar toekomst. Met het gemengde rantsoen beschikt de veehouder over een instrument om alle genetische mogelijkheden van de veestapel maximaal te benutten.

Vaarskalveren van 2 tot 6 maanden Eén rantsoenverstrekking per week! De pens van het jonge kalf ontwikkelt zich door de opname van vezelrijk ruwvoer zodra het dier begint te herkauwen. Daarom is het ideale rantsoen een zogenoemde "droog” gemengd rantsoen. Het wordt één keer per week verstrekt, voor een perfecte harmonie tussen werkgemak enerzijds en de belangen van de toekomstige melkkoeien anderzijds. 1 – De doelstellingen voor vaarskalveren van "2 tot 6 maanden": GDT(1) = 1.000 g per dag Levend gewicht op 6 maanden = 200 à 220 kg

700

950 900

600 500

800 750

400

700

300

650 200 600 100

550 500

10

0 0-4 maanden

5-10 maanden

11-13 maanden 14-17 maanden 18-22 maanden (1)

23 - kalving

GDT = Gemiddelde Dagelijkse Toename

gewicht (kg)

GDT (g/dag)

850

GDT Gewicht


uw bedrijf in de spotlights 2 – Enkele rantsoenvoorbeelden voor vaarskalveren van 2 tot 6 maanden: We stellen twee rantsoenen voor: het ene op basis van een goede kwaliteit hooi; het tweede op basis van stro. Gezien de lage vochtigheidsgraad van de twee rantsoenen, blijft het mengsel goed en bederft het niet. Attentie: daar het hier twee zeer vezelige rantsoenen betreft, is een voermengwagen vereist die in staat is grote hoeveelheden hooi en stro te snijden en te mengen.

Op basis van goede kwaliteit hooi: Hooi (700 VEM – 11% RE (1))

Vo 0,47 erkost en €/k alf / dag

46 %

VEM

Granen (tarwe)

28 %

(1)

RE

920 16 %

Melasse / vloeibare voeding

17 %

RC

17 %

Stikstofhoudende toevoeging

6%

Fosfor

4,5 %

Mineraal 8-16

3%

Calcium

8%

Vo 0,47 erkost en €/k alf / dag

Op basis van goed stro: Stro

29 %

VEM

Granen (tarwe)

37 %

(1)

Melasse / ACL

20 %

RC

17 %

11 %

Fosfor

4,5 %

Stikstofhoudende toevoeging

2%

Mineraal 8-16 Carbonaat

RE

Calcium

920 16 %

8%

0,36 % (1)

RE = Ruw Eiwit

11


Jongvee van 6 maanden tot de eerste afkalving Tussen 6 en 24-26 maanden blijft de opname quasi gelijke trend houden met de toename van het levend gewicht van het dier. Voor een correcte controle van de hoeveelheden die in de voermengwagen dienen te worden geladen, hoeft u zich enkel op het opnameniveau van de dieren te concentreren. De opname bij vaarskalveren in deze opfokperiode wordt met onderstaande formule weergegeven: Opname = 2,2 % van het levend gewicht

1 – Samenvatting rantsoendoelstellingen voor vaarskalveren van 6 maanden tot de eerste afkalving: Ä

Techniek: de gemiddelde dagelijkse groei moet om en nabij de 800 à 900 gram bedragen.

Ontwikkeling van de pens: de rantsoenen dienen voldoende vezelig te zijn, om de penswerking te bevorderen i.p.v. de vetaanzet te stimuleren.

Ä

Ä Homogeniteit

van de koppel: door het wegnemen van de keuze tussen wat lekker is en niet, zorgt een gemengd rantsoen voor een homogene groei van uw veestapel.

Ä Economisch: het gebruik van bedrijfsgewonnen ruwvoer en vezelrijke producten, zorgen voor verbetering van de voeding, zonder financieel nadeel te berokkenen aan uw bedrijf. Ä Minder werk: het voeren op basis van vezelrijke rantsoenen met een hoog DS-gehalte is minder gevoelig voor broei: de rantsoenen kunnen dus om de 48 uur gemaakt en verstrekt worden.

12


2 – Drie rantsoenvoorbeelden voor kalveren van 6 maanden tot de eerste afkalving: Vo 0,92 erkos te €/ dier n / da g

Op basis van graskuilvoer:

Graskuilvoer (850 VEM – 13% RE) Stro Melasse / ACL Mineraal 10-10 Carbonaat

Kg bruto

Kg ds

24,80 1,31 1,08 0,150 0,010

6,70

VEM

1,12 0,67 0,140 0,007

RE RC Fosfor Calcium

Op basis van maïskuilvoer: Kg bruto

Kg ds

810 13 % 27 % 3,5 % 4,5 %

Vo 0,97 erkos te €/ dier n / da g

Maïskuilvoer (920 VEM – 7,8% RE)

13,71

4,39

VEM

Stro Melasse / ACL Stikstofhoudende verbeteraar Mineraal 10-10 Carbonaat

2,92 1,42 0,86 0,160 0,012

2,49 0,88 0,73 0,143 0,010

RE RC Fosfor Calcium

810 13 % 23 % 3,5 % 4,5 %

Vo 1,14 erkos te €/ dier n / da g

Op basis van hooi: Kg bruto

Kg ds

Hooi (700 VEM – 11% RE)

7,51

6,24

VEM

Melasse / ACL Granen (tarwe) Mineraal 10-10 Carbonaat

1,61 1,47 0,190 0,030

1,00 1,25 0,175 0,026

RE RC Fosfor Calcium

810 13 % 22 % 3,5 % 4,5 %

13


Vleesrunderen: uw in Net

als voor de voeding van melkkoeien, zorgt een gemengd rantsoen voor het vetmesten van slachtrunderen voor een niet onbelangrijke verbetering. Het hoofddoel blijft de snelle groei met het oog op een korte afmestperiode.

1 – De doelstellingen even opfrissen: De doelstellingen, gemeten via de Gemiddelde Dagelijkse Toename, variëren met het ras van de veestapel: Stierkalveren van een melkveeras: 1.300 gram per dag Stierkalveren type Charolaise: van 1.400 tot 1.800 gram per dag Ä Stierkalveren type Limousine, Blonde d’Aquitaine of Belgisch witblauw: van 1.600 tot 1.800 gram per dag Ä Ä

Deze resultaten moeten met zo weinig mogelijk verstoring worden bereikt, waarbij de voerkosten onder controle worden gehouden en de groei vlot en zonder vetaanzet tussen de spieren en/of onder de huid verloopt.

2 – Hoe de voerderopname van de groep evalueren? De groeidoelstellingen houden rechtstreeks verband met de voeropname van de dieren: stierkalveren die meer voer opnemen en daarbij het basisrantsoen beter benutten, presteren vanzelfsprekend beter! Terwijl de groei sterk bepaald wordt door de door het dier opgenomen hoeveelheid voer, is de opname sterk afhankelijk van o.a. het ras, het soort voer, de hoeveelheid verstrekt krachtvoer en de leeftijd van het dier… Voor een voeding op basis van maïskuilvoer, kan de opname als volgt samengevat worden: Stierkalveren van melkrassen: 2,2 % v.h. levend gewicht

14

Stierkalveren van vleesrassen: 2 % v.h. levend gewicht


nkomen veiligstellen! 3 – Twee rantsoenvoorbeelden voor stierkalveren: 0,13

Rantsoen op basis van maïskuilvoer voor een GDT van 1.300 g

€/k

Voe r

g DS

kos t

opg

eno

en

me n

voe d

Kg bruto

Kg ds

0,49 14,97

0,42 4,79

Ds VEVl (1)

40 % 860

0,92 1,11 0,04 0,01 0,03

0,78 0,94 0,03 0,01 0,03

DVE RE RC

93 13 % 18 %

Stro Maïskuilvoer Granen(tarwe) Stikstofhoudende toevoeging Mineraal 5-25 Carbonaat Ureum

Gemiddelde opname

0,13

Rantsoen op basis van maïskuilvoer voor een GDT> 1.500 g Kg bruto

Kg ds

0,51

0,43

Stro Maïskuilvoer

€/k

7 Kg DS

Voe r

g DS

Ds

er

kos t

opg

eno

en

men voe d

er

47 % (1)

10,94

3,50

VEVl

Granen(tarwe)

2,53

2,15

DVE

99

Stikstofhoudende toevoeging

1,00

0,86

RE

13 %

Mineraal 5-25

0,04

0,03

RC

15,8 %

Carbonaat

0,01 0,03

0,01 Gemiddelde opname

7 Kg DS

Ureum

0,03

0,093

Mening van de expert: "Om de eerder vermelde groeidoelstellingen te halen, hierbij drie adviezen opvolgen: 1. Let op de vezeligheid: het toevoegen van stro is essentieel voor een vezelig rantsoen. 2. Let op een eventueel tekort aan oplosbare stikstof: voor een goede werking van de pens verdient het bijvoegen van ureum aanbeveling. 3. Let op het totale cellulosegehalte in het rantsoen: het toevoegen van maïs- of graskuilvoer of gedroogde luzerne kan gewenst zijn."

(1)

Voedereenheid vlees

15


Gemengd rantso Om tijd te winnen en het werkcomfort te verbeteren is de voermengwagen een zeer efficiënte machine. De voermengwagens kunnen alle op de markt te verkrijgen producten en bijproducten snijden en mengen. Hier volgen enkele tips van gebruikers van KUHN-voermengwagens.

Minder dan 2 minuten voor het voeren! Voor de pensontwikkeling van vaarskalveren van 2 à 6 maanden, zijn droge en vezelige rantsoenen aanbevolen. Dankzij hun hoog ds-gehalte, kunnen deze rantsoenen vooraf aangemaakt worden en gedurende twee weken opgeslagen worden zonder enig risico op bederf (ongeacht het in de handel te verkrijgen voedingsmiddelen voor jongvee). Techniek : Neem in eerste instantie een eenvoudige "standaard" hoeveelheid: bijvoorbeeld één baal stro.

Werp de baal in de mengwagen, start het mengen tot het product een lengte heeft van 7 tot 10 mm. Voeg vervolgens de melasse toe (melasse bindt de macro- met de micro-elementen in het rantsoen). Voeg dan de vereiste hoeveelheid krachtvoer toe : soja voor stikstof, granen voor energie, luzernekorrels en geplet lijnzaad bijvoorbeeld. Het mengen pas stoppen wanneer het mengsel volledig homogeen is.

Het aldus verkregen rantsoen – bestaande uit 70% krachtvoer en 30% ruwvoer – blijft enkele weken goed als het in niet te grote hopen en afgedekt wordt opgeslagen. U hoeft enkel om de 2 à 3 dagen het product naar het voerhek van de kalveren te brengen.

Voorbereidingstijd van het voer: 1/2 uur oftewel minder dan 2 minuten per dag!

16


oen: Nuttige tips Maak zelf uw pre-mix voor melkkoeien en stierkalveren! De basis van de voeding van de veestapel (melkkoeien of vleesrunderen) blijft de hele winterperiode vaak hetzelfde. Concreet betekent dit dat de veehouder elke dag hetzelfde ruwvoer en hetzelfde krachtvoer in de voermengwagen laadt. Enkel de hoeveelheden kunnen verschillen: kleiner aantal stierkalveren, droogstand van melkkoeien… Met de eenvoudige methode die hieronder beschreven wordt, kunt u helemaal zelf een pre-mix voor melkkoeien en stierkalveren voor uw veebedrijf maken. Gaat u hierbij als volgt tewerk. Neem een referentiehoeveelheid : bijvoorbeeld één baal stro (d.i. de vereiste hoeveelheid voor het aanmaken van een pre-mix voor 60 melkkoeien voor één week !). Laad de baal in de wagen en start deze tot de strohalmen versneden zijn tot op een gemakkelijk herkauwbare lengte (5 à 8 cm). Voeg al het krachtvoer toe : melasse, soja, granen, luzernekorrels, mineralen, bicarbonaat, etc… en stop de wagen pas wanneer het mengsel perfect homogeen is. Als het mengsel klaar is, deze pre-mix op een plaats opslaan die gemakkelijk toegankelijk is voor uw lader. Het enige wat u nog moet doen is dagelijks de voor het aantal dieren gewenste hoeveelheid pre-mix in de voermengwagen laden en aan te vullen met het kuilvoer. Dat werk neemt slechts enkele minuten in beslag: u hoeft niet langer elke dag van silo naar silo te gaan!

Met het restant van het gemengde rantsoen van de melkkoeien kunt u het rantsoen voor de vaarzen en de droogstaande koeien aanmaken!

Om ook hier de verplaatsingen van de ene naar de andere silo te beperken, volgt hier een nuttige tip om het rantsoen voor droogstaande koeien en vaarzen (vanaf 6 maanden tot eerste afkalving) voor te bereiden, vanuit het basisrantsoen voor melkkoeien. De voerbehoeftes van droogstaande koeien en vaarzen tussen 6 maanden en de eerste afkalving, liggen 5 keer lager dan die van een melkkoe. Die eerste groep heeft echter wel een grotere behoefte aan vezels. Tijdens de bereiding van het mengsel voor melkkoeien hoeft u enkel een vijfde deel van het aantal vaarzen mee te tellen als melkkoe (voor 5 extra koeien laden bij een koppel van 25 vaarzen). Na de verstrekking van de rantsoenen aan de melkkoeien blijft er nog een rantsoen over voor 5 koeien (hetzij 250 à 300 kg indien we de voeropname van een productieve melkkoe op 55 kg bruto houden). U hoeft dan enkel dat overschot aan te vullen met 25% stro (hier: 3 kg) en klaar is Kees: het mengsel voor de droogstaande koeien en de vaarzen is klaar.

17


Welke voermeng KIES EEN VOERMENGWAGEN MET EEN LANGE LEVENSDUUR! Het voerpatroon van uw veestapel wijzigt continu (o.i.v. de kwaliteit van de voeders, wijzigingen in de verbouwde oppervlakte en soort ruwvoer). Voor de rendabiliteit op langere termijn van uw investering, dient u te kiezen voor een zo breed mogelijk inzetbare voermengwagen. 1 – Een voermengwagen die grote hoeveelheden kan verwerken. De goede werking van een voermengwagen mag niet lijden onder het gebruik van vezelrijke producten als hooi en stro… Het is derhalve belangrijk vóór de aanschaf, de te mengen producten te kennen voor het rantsoen van de producerende veestapel, maar vooral ook van de voeding van het jongvee (want zij zijn de grootste verbruikers van vezelrijke producten).

2 – Het snijden van de vezels moet efficiënt gebeuren! Het is niet enkel zaak vezels aan het rantsoen toe te voegen (zie hierboven) ; uw toekomstige voermengwagen dient de vezels ook te snijden tot op het meest optimale lengte, d.w.z. halmen van een gewenste lengte, homogeen, zonder uitgerafelde uiteindes (om de penswerking zo goed mogelijk te stimuleren).

3 – De structuurwaarde van het mengsel moet gerespecteerd worden. De vezels dienen weliswaar efficiënt versneden te worden, maar de andere componenten van het rantsoen (zoals maïskuilvoer, luzerne…) mogen hierbij hun structuur niet verliezen. Belangrijk is verder het gebruik van de voermengwagen: laadvolgorde, mengduur, enz…).

4 – Het mengsel moet homogeen zijn.

18

Het hoofddoel van de voermengwagen is en blijft het verkrijgen van een goed mengsel van de ruwe fractie met de micro-elementen van het rantsoen. Het mengsel dient bovenal homogeen te zijn, zelfs in het geval van een droog rantsoen. Daarom mag een voermengwagen geen enkele "dode ruimte" bevatten en dienen er minimaal twee verschillende voerstroom-richtingen te zijn (horizontaal en verticaal, verticaal en roterend, enz…).


gwagen kiezen? 5 – Het mengsel moet smakelijk zijn voor een optimale voeropname. Om zo smakelijk mogelijk te zijn, dient het rantsoen luchtig te zijn. Ongeacht het concept van een voermengwagen, gaat het overdadig mengen van het voer ten nadele van de gewenste smakelijkheid. Uw voermengwagen dient het product snel te snijden, om vermaling te voorkomen. 6 – De onontbeerlijke uiterst precieze weging! De hoge nauwkeurigheid van de weeg-inrichting garandeert een goed management van uw voedervoorraden en een verantwoorde voeding. Ga voor een eenvoudige en gebruiksvriendelijke weeginrichting, met een groot scherm en grote cijfers voor een goede leesbaarheid. 7 – De verstrekking moet regelmatig gebeuren over de volle lengte van de voergang. Opdat elk dier zoveel mogelijk voer opneemt, is het noodzakelijk dat het voer over de volle lengte van de voergang gelijkmatig wordt verdeeld. En om te vermijden dat dieren enkel opnemen wat lekker is, dient het voer zeer homogeen gemengd te zijn. 8 - Kies een stevige maar eenvoudig te bedienen machine. De voermengwagen wordt dagelijks gebruikt. Daarnaast verwerkt de voermengwagen agressieve producten als kuilvoersappen. Het concept, en de kwaliteit van de gebruikte materialen, het onderhoudsgemak… het zijn allemaal belangrijke criteria, die niet enkel de levensduur van uw voermengwagen bepalen, maar ook het gebruiksgemak.

De visie van de expert: hoe de inhoud bepalen voor uw toekomstige voermengwagen? "Hier volgen de gewichts- en inhoudsequivalenten van de meest gebruikte voeders. De vermelde volumes zijn de volumes die nodig zijn om de producten in de machine te mengen (in bruto kg)." Stro (88% DS)

30 Kg / m3

Maïskuilvoeder (30% DS)

350 Kg / m3

Hooi (85% DS)

40 Kg / m

Graskuilvoeder (25% DS)

400 Kg / m3

Verpakt gras (55% DS)

80 Kg / m3

Krachtvoer (95% DS)

700 Kg / m3

3

Om u te helpen bij het kiezen van een KUHN-voermengwagen, raadpleeg de AANKOOPGIDS op www.kuhnsa.com

19


EUROMIX: het programma Voermengwagen met 1 verticale mengvijzel: EUROMIX I Hoe werkt het? Het voer wordt in de bak geladen in de vorm van pakken of balen. Het snijden gebeurt door snijmessen, die op de verticale mengvijzel gemonteerd zijn. Door de twee hydraulisch regelbare contramessen wordt het product op de gewenste lengte gesneden. Het kuilvoer en de overige voercomponenten worden vervolgens in de machine geladen. In de EUROMIX I wordt er een "komvormig" mengsel aangemaakt door de inwerking van twee gelijktijdige voerstromen: verticaal en roterend. Het EUROMIX I programma met 1 verticale mengvijzel is er met volumes van 8 tot 14 m3. Technische kenmerken van het EUROMIX I programma met 1 verticale mengvijzel: Type Menginhoud (m3) Aantal melkkoeien dat hiermee in ĂŠĂŠn werkgang gevoerd kan worden Aantal vijzels Totale lengte (m) Totale hoogte (m) Totale breedte (m) Gewicht (kg) Vermogen trekker (kW / PK)

870

1070

1160

1270

1360

1560

8

10

10

12

12

14

40 tot 60

50 tot 75

50 tot 75

60 tot 90

60 tot 90

70 tot 105

1 4,11 2,45 2,35 2970 44 / 60

1 4,20 2,77 2,35 3040 51 / 70

1 5,35 2,50 2,46 4280 51 / 70

1 4,27 3,03 2,35 3160 59 / 80

1 5,44 2,78 2,49 4420 59 / 80

1 5,54 3,12 2,52 4520 66 / 90

Eigenschappen van het EUROMIX I programma met 1 verticale mengvijzel:

Onafhankelijk frame: behoort tot de standaarduitrusting, zorgt voor een betere weegstabiliteit en een langere levensduur van de machine.

20

Mengvijzels: exclusief ontwerp. Laatste kwart winding met dubbele stijging van de spoed, voor een zeer snelle menging van het product.

Een voermengwagen, die meegroeit met uw bedrijf. Dankzij de volledig modulaire opbouw (bakinhoud), groeit de wagen moeiteloos mee met uw veestapel.


a KUHN-voermengwagens Voermengwagens met 2 verticale mengvijzels: EUROMIX I Hoe werkt het? Net zoals bij de voermengwagen met 1 verticale mengvijzel wordt het product eerst in de bak geladen in de vorm van pakken of balen. Het snijden gebeurt door snijmessen die gemonteerd zijn op de 2 verticale mengvijzels. Door de twee hydraulisch regelbare contramessen wordt het product op de gewenste lengte gesneden. Het kuilvoer en de overige voercomponenten worden vervolgens in de machine geladen. In de EUROMIX I wordt er een mengsel gemaakt door de inwerking van twee simultane voerstromen: verticaal en in de vorm van een « 8 ». Dankzij de positie en de vorm van de twee tegenover elkaar staande zijwanden worden de verschillende bestanddelen van het rantsoen optimaal gemengd. Technische kenmerken van het EUROMIX I programma met 2 verticale mengvijzels: Type Menginhoud (m3) Aantal melkkoeien dat in één werkgang gevoerd kan worden Aantal vijzels Totale lengte (m) Totale hoogte (m) Totale breedte (m) Gewicht (kg) Vermogen trekker (kW / PK)

1670

2070

2270

16

20

22

80 tot 120

100 tot 150

110 tot 165

2 6,60 2,65 2,35 6400 66 / 90

2 6,69 2,97 2,35 6660 74 / 100

2 6,76 3,11 2,35 7150 81 / 110

Eigenschappen van het EUROMIX 1 programma met 2 verticale mengvijzels:

Onafhankelijk frame: behoort tot de standaarduitrusting en zorgt voor een betere weeg- stabiliteit en een langere levensduur van de machine. Een enkele wielas voor de types 1670 en 2070 en een tandemwielas voor het model 2270.

Mengvijzels: exclusief ontwerp. Laatste kwart winding met dubbele stijging van de spoed, voor een zeer snelle menging van het product.

Een voermengwagen die meegroeit met uw bedrijf. Dankzij de volledig modulaire opbouw (wat het volume betreft) groeit de wagen moeiteloos mee met uw veestapel.

21


EUROMIX: het programma Voermengwagen met 2 horizontale mengvijzels: EUROMIX II Hoe werkt het? Om het snijden van het product te versnellen, verdient het aanbeveling eerst alle producten met een hoog ds-gehalte te laden (ook krachtvoer, mineralen). Vervolgens wordt het product in de bak geladen. De lengte van het product wordt bepaald door de veehouder door in te spelen op de mengduur. Het kuilvoer wordt als laatste beladen om een homogeen mengsel met het product te verkrijgen. Door de volledig symmetrische bouw, creëert de EUROMIX II een "paddestoelvormig" mengsel, waarbij de invloed op kwetsbare producten zoals maïskuilvoer beperkt blijft. Technische kenmerken van de EUROMIX II-programma: Type Menginhoud (m3) Aantal melkkoeien dat in één werkgang gevoerd kan worden Type aandrijving van de mengvijzels Totale lengte (m) Totale hoogte (m) Totale breedte (m) Gewicht (kg) Vermogen trekker (kW / PK)

1060

1460

10

14

55 tot 80 ketting 5,69 2,55 2,32 4720 59 / 80

1460 Flexidrive® 1860 Flexidrive® 14

18

75 tot 110

75 tot 110

100 tot 145

ketting 6,54 2,75 2,32 5400 66 / 90

Flexidrive® 6,54 2,75 2,32 5560 66 / 90

Flexidrive® 7,25 2,97 2,36 6340 74 / 100

Eigenschappen van de EUROMIX II-programma:

22

Standaard een onafhankelijk frame. Dé garantie voor nauwkeurige weging. De vrijstaande opstelling van de bak t.o.v. het frame maakt het laden en wegen onafhankelijk van de machine mogelijk.

Flexidrive® aandrijving. Dit nieuwe type aandrijving zorgt voor een elastische koppeling tussen de mengvijzels en de aandrijving. Het laden van lange producten en complete balen geeft zo geen problemen!

Standaard tweezijdig lossend. Het symmetrische ontwerp en de twee tegenover elkaar staande losopeningen maken het lossen in één werkgang aan weerszijden van de machine mogelijk.


a KUHN-voermengwagens Zelfrijdende voermengwagen: SP Hoe werkt het? Het laden van alle producten gebeurt via de laadfrees (kuilvoer, krachtvoer, balen hooi, gras, stro, enz.). De mengwagen werkt geheel zelfstandig. Het mengen gebeurt door twee horizontaal geplaatste mengvijzels, die zorgen voor een perfecte menging van de verschillende voerbestanddelen. Dankzij de volledige symmetrische opbouw van de bak gebeurt het lossen tweezijdig (rechts en/of links). Het onafhankelijk chassis met integrale ophanging biedt de machine een optimaal comfort.

Technische kenmerken van de SP-programma: Type

SP 14

Bakinhoud (m3) Aantal melkkoeien dat in één werkgang gevoerd kan worden Uitkuilhoogte (m) Aandrijving Totale lengte (m) Totale hoogte (m) Totale breedte (m) Gewicht (kg) Vermogen trekker (kW / PK)

SP 18

14 18 75 tot 110 100 tot 145 5,50 5,50 Hydrostatisch met 2 standen op achterste wielen 8,49 9,16 2,78 2,98 2,48 2,48 10660 11480 127 / 173 127 / 173

Eigenschappen van de zelfrijdende voermengwagens van KUHN:

Frees en transportband met hoge capaciteit. Met een vermogen van 55 kW, kan de frees tot 3000 kg/min maïskuilvoer laden. Dat vermogen komt ook het snijden van lange producten ten goede.

Comfortabele cabine. De panorama cabine geeft een perfect uitzicht. De multifunctionele hendel maakt de bediening van de mengwagen bijzonder gemakkelijk en veilig.

Integrale ophanging. De wielassen met bladveren zorgen voor een optimaal comfort voor de bestuurder. Het stabiele frame vangt de schokken t.g.v. het laden en het rijden uitstekend op.

23


EUROMIX : de G Gebroeders Van Den Eynde – Stekene (Oost-Vlaanderen) 90 melkkoeien en 50 stuks jongvee Euromix Twin 1670 sinds 2003

Waarom een mengvoerwagen? “We kozen voor de Euromix verticale mengvoerwagen omwille van de arbeidsbesparing: we sparen nu minstens 1 uur werk in vergelijking met onze vorige voerwagen, en kunnen nu in 1 uur het jong- en melkvee voederen.“

Voordelen van het gemengd voeren: “Eens de wagen een aantal dagen in gebruik, viel ook op dat het eiwitgehalte in de melk sterk toegenomen was. Dit wijzen André en Lucien Van Den Eynde toe aan een homogene menging van het voeder. Interessant is ook de mogelijkheid om eventueel kwalitatief minder graskuil te verwerken, zonder verlies qua opname voor de dieren.“

Gebroeders Michel en Patrick Dalemans – Opitter (Limburg) 2 melkveebedrijven met telkens 60 koeien en 60 stuks jongvee Euromix I 1160 (10 m3) sinds augustus 2001, uitgebreid naar 12 m3 in oktober 2003

Waarom een mengvoerwagen? “Met 120 dieren elk is er heel wat te voederen. Vooral in de winter kan dit oplopen tot 10 ton ruwvoeder per dag. We wilden met een mengvoerwagen vooral tijd winnen bij het voederen.“

Voordelen van de mengvoerwagen? “We hebben inderdaad veel tijd gewonnen, vooral tijdens de winter. Ook hebben we met de Euromix I nauwkeuriger kunnen voeren, met minder afval. De hoge betrouwbaarheid en het gering onderhoud zijn ook een pluspunt, alsook de mogelijkheid om de machine uit te breiden naar een grote capaciteit.“

24


Gebruikers getuigen Maatschap Bosscha-Alves, Bant (Noordoostpolder) 50 melkkoeien en 50 stuks jongvee, 29,5 ha grond Euromix II 1460 sinds 2003

Waarom een voermengwagen? “We kunnen nu allerlei soorten producten inclusief vierkante pakken kuilvoer snel en goed gemengd voeren. Door het weegsysteem kun je zeer precies volgens de berekeningen voeren, maar afhankelijk van de voeropname en de conditie van de koeien wordt het rantsoen dan eventueel nog bijgestuurd. Dit is ook gelijk het grootste voordeel ten opzichte van mengkuilen. Met deze voermengwagen kunnen we met relatief weinig vermogen een heel luchtig mengsel maken.“ Voordelen van het gemengd voeren: “Door het gemengd voeren hebben we nu een veel constantere samenstelling van het rantsoen, ook bij wisselend kuilvoer. Hierdoor blijft de pH-waarde van de pens veel constanter. Ook hebben we nu veel minder restvoer. Maar het belangrijkst vinden wij misschien nog wel het gemengd voeren van het jongvee en droogstaande koeien, je kunt ze veel beter volgens de norm voeren. Het begin van een goede lactatie begint al bij de droogstand. De diergezondheid is veel beter, de koeien hebben geen problemen meer met de lebmaag en de penswerking is veel beter. Door al deze zaken bespaar je op veeartskosten.“

Familie Albers / Teuge (Gelderland) 120 melkkoeien en 80 stuks jongvee, 65 ha grond Euromix II 1860 sinds 2000

Waarom een voermengwagen? “We kunnen met deze voermengwagen snel, met relatief weinig vermogen een luchtig mengsel samenstellen. Met name de arbeidsbesparing en arbeidsverlichting zijn belangrijke aspecten voor ons. In ruim een half uur kunnen we nu de melkkoeien voeren en doordat we hiermee tijd besparen kunnen we extra aandacht aan de koeien besteden. We laden de voermengwagen met een kuilhapper en dit bevalt ons zeer goed. De onderhoudskosten voor de kuilhapper liggen zeer laag en we kunnen snel laden.“ Voordelen van het gemengd voeren: “Doordat we gemengd voeren hebben we een constanter rantsoen, betere voeropname en een hogere productie. Het mengsel wat wij samenstellen bestaat uit 50% voordroogkuil, 50% maïs, stro, soja, rapen, maïsmeel, tarwe, melasse, krijt en mineralen, waardoor we op krachtvoerkosten kunnen besparen. We voeren een basisrantsoen voor 28 kg. melk. De koeien die meer geven krijgen een aanvulling met krachtvoer. Het stro mengen we bij om meer structuur in het mengsel te verkrijgen omdat we vaak jong gras inkuilen, het stro vreten ze niet, als je het niet door de andere producten mengt. We voeren de melkkoeien 1 keer per dag, maar als het warm weer is 2 keer, het kleine beetje restvoer wat er dan nog ligt halen we elke dag weg en gaat naar het jongvee.“

25


Gratis verzending op eenvoudig telefonisch verzoek op het nummer of per post of per e-mail naar onderstaand adres.

“In de landen van de Europese Unie zijn onze machines conform aan de Europese richtlijnen voor Machines. Voor de andere landen volgen zij de veiligheidsvoorschriften die gelden in die landen. In onze folders zijn soms veiligheidsinrichtingen verwijderd om een betere zichtbaarheid te bekomen. Maar bij het gebruiken van onze machines moeten deze veiligheidsinrichtingen op hun plaats blijven, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing. Wij behouden ons het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving onze modellen, hun uitrustingen en hun toebehoren te wijzigens.”

Reesink Technische Handel B.V. PACKO 8210 ZEDELGEM 5590 CINEY 2310 RIJKEVORSEL 9400 NINOVE

- Tel (050) 25 00 10 - Tel (083) 61 14 74 - Tel (03) 314 65 91 - Tel (054) 32 67 61

Loskade 6 Postbus 20 - NL 7200 AA Zutphen Telefoon: (0575) 59 94 69 Telefax: (0575) 59 94 51 Email: info@rth.reesink.nl Internet: www.kuhn.rth.nl

DIT DOKUMENT IS OP MILIEUVRIENDELIJK CHLOORVRIJ PAPIER GEDRUKT / printed in France A7322706 - 092004 - Copyright KUHN-ANDUREAU 2004

Wanneer u één van uw vrienden wilt laten kennis maken met deze GIDS voor gemengd voeren:


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
A7322712 gids voor gemengd voeren by PACKO - Issuu