Skip to main content

Argonautika 21

Page 1

argonautika

Periodiek der W.S.R. Argo en Oud Argo

MEERJARENPLAN Trainen in tijden van corona Profcoaches

SEPTEMBER 2020 - VOL 21


REDACTIONEEL Het was lang stil op Argo. Vanaf maart moest Argo op slot. Boten lagen eenzaam in de loods en er werd geen bier gedronken aan de bar. Gelukkig zijn er sinds een paar weken weer vele skiffjes te vinden op de mooie Rijn.

In tijden van corona, waarin het leven veelal online

Inhoud 3

VOORWOORDEN

4

NIEUWE REDACTIELEDEN

5

UIT DEN OUDEN DOOSCH

6.

DE OEFENSKIFF

7

ANDERE RIJNGEBRUIKERS

10

BOTEN MET EEN NIEUWE FUNCTIE

12

HET ARGOLIED

17

HET MEERJARENPLAN ONDER DE LOEP

23

ARGO ONDER NIEUWE PROFCOACHES

27

KOKEN MET...

28

STROOMT DE RIJN VOOR ONS?

30

TRAINEN IN TIJDEN VAN CORONA

31

OUD ARGO - VAN DE PENNINGMEESTER

plaatsvindt, past de online versie van de Argonautika mooi in dit straatje. Dat de Argonautika alleen nog voor leden van Oud-Argo gedrukt wordt, is inmiddels bekend, maar dat de Argonautika een grote verandering heeft ondergaan misschien niet. Het 21ste volume is dan ook anders dan u gewend bent.

Waar

voorheen

de

pagina’s

gevuld

werden

met

wedstrijdverslagen van het afgelopen jaar, de rubriek ‘kort nieuws’ of de ‘pret-pagina’, is hier nu plaats gemaakt voor tijdloze artikelen die te lezen zijn in de jaarlijkse uitgave. Geen artikelen meer over recente gebeurtenissen, maar artikelen die altijd interessant zijn en zullen blijven. In deze editie kunt u onder andere lezen over het Meerjarenbeleid, Argo onder de ‘nieuwe’ profcoaches, en over de stroming van de Rijn en de invloed hiervan op wedstrijdprestaties. Veel leesplezier!

Namens de redactie, Ruth Andreae

2


voorwoord Beste lezer, Zoals Jason in zijn zoektocht naar het gulden vlies vele beproevingen moest doorstaan, zo ook staat Argo voor een reeks uitdagingen. De verwachte Varsity overwinning is helaas een jaar uitgesteld door de coronamaatregelen, maar er bleef genoeg te doen. Dankzij de steun en advies van Oud-Argo schaft Argo zeven nieuwe skiffs aan. Ook zal, na 25 jaar trouwe dienst, het coachboot huisje vervangen worden en ruimte bieden aan drie coachboten. Argo is er klaar voor om ook tijdens de corona crisis, roeien op hoogwaardig niveau te faciliteren. Ik verwacht dat mijn opvolger u allen uit zal nodigen voor een prachtige botendoop, mocht het eindelijk zo ver zijn. In een tijd waarin veel onzeker is, biedt een meerjarige planning houvast. Hoewel een crisissituatie misschien de route verandert, blijft de bestemming hetzelfde. Het is mooi om te zien hoe ver Argo is gekomen in de afgelopen vijf jaar en het is enerverend om te dromen over het Argo van 2025. Geniet in deze bijzondere tijd van in ieder geval ĂŠĂŠn zekerheid: een prachtig geschreven Argonautika editie en de verwachting dat wij dan volgend jaar, eindelijk, de Varsity weer mogen winnen.

Argo wint de Varsity! Joris Bergman, voorzitter der W.S.R. Argo

Beste Argonauten en Oud Argonauten, We beleven rare tijden. De uitbraak van het Corona-virus heeft Nederland, de roeiwereld en Argo stilgelegd. Wedstrijden zijn afgelast, bijeenkomsten gaan niet door, de meeste mensen werken thuis en het is nog onzeker wanneer het gewone leven weer opgestart kan worden. In onze planning staat dat we zaterdag 16 mei onze oudledendag en ALV hebben. U hoort tijdig van ons of dit inderdaad door kan gaan. Bij deze ALV zal ik terugtreden als voorzitter van Oud Argo, en ik hoop dat u met mij het vertrouwen uitspreekt in de beoogde nieuwe voorzitter van Oud Argo, Joukje Siebenga. Tot slot, ik hoop dat iedereen gezond blijft en dat we elkaar weer gezond en wel mogen zien op de oudledendag, waar we samen kunnen roeien, bijpraten en borrelen aan de bar.

Met sportieve groet, Namens het Oud Argo bestuur, Elte-Jan Visser

3


nieuwe redactieleden Femke Schootstra Ik ben Femke Schootstra, inmiddels alweer 5e jaars Argonaut. In mijn eerste jaar kon ik het meteen niet laten om selectie te doen voor EJD ‘17: ik ontdekte dat er aardig wat competitiedrift in mij zit. Na dat jaar ben ik aan het coachen geslagen. Toen heb ik twee jaar lang (EJD ‘18, EJL ‘19) al mijn hersencellen gebruikt om te bedenken hoe die boot nou harder kan, en wil daar ook nog wel mee verder gaan in de toekomst. Sinds ik me kan herinneren heb ik schrijven erg leuk gevonden. En afgelopen jaren is mijn interesse voor journalistiek meer gegroeid, dus dat komt nu mooi samen in de Argonautika Magazine Commissie. Ik kijk er naar uit om wat dieper in allerlei onderwerpen die Argo aangaan te duiken, en mijn nieuwsgierige eigenschappen eens nuttig te gebruiken.

Ruth Andreae Hoi! Mijn naam is Ruth en ik ben 2e jaars lid bij Argo. Na twee jaar wedstrijdroeien en een poging tot studeren in Leiden, ben ik naar Wageningen verhuisd en hier begonnen met de studie Gezondheid en Maatschappij. Ik vind het ontzettend leuk om te zeilen en zeilles te geven in mijn vrije tijd, maar roeien blijft toch wel mijn grootste hobby. Naast wedstrijdroeien in de middengroep, wilde ik ook graag iets anders doen bij Argo. De Argonautika is voor mij de perfecte commissie om mee te beginnen. Ik vind het leuk om stukjes te schrijven, dus dit is een goede manier om meer over Argo te leren en een steentje bij de dragen aan onze mooie vereniging!

Sanne Put Hey, ik ben Sanne en studeer Plant Biotechnologie. Inmiddels ben ik 6e jaars lid bij Argo en heb al een aantal wedstrijdroei jaren achter de rug (EJD ‘16, MGD ‘17, MGD ‘18 en MGD ‘20). Als wedstrijdroeier ben ik veel op het water te vinden en daarnaast heb ik op Argo verschillende commissies gedaan, zoals de Sprint, Lustrumcommissie en de WPG. In het jaar dat ik niet wedstrijdroeide heb samen met Koen en Marten voor de Sprint een start gebeund en om toch nog de nodige kilometers op het water te maken de Ringvaart gestart, wat ik iedereen kan aanraden! Dit jaar ga ik het layout team van de Argonautika versterken door mijn InDesign skills en creativiteit op de proef stellen!

Loes Vonk Ik ben Loes en dit is mijn 3e jaar in Wageningen en ik studeer levensmiddelentechnologie. In mijn eerste jaar op Argo heb ik veel geroeid met mijn compoploegje. Afgelopen jaar heb ik vooral tijd gestopt in het coachen van eerstejaars en het herstellen van een blessure. Ik mag nu helaas tijdelijk niet meer roeien, maar ik zal nog zeker veel op Argo te vinden zijn bij de NasCies en als coach. Met een beetje geluk mag ik het eind van het jaar weer het water op, maar voor nu kijk ik er erg naar uit om de Argonautika elke keer weer van een mooie layout te voorzien.

4


Uit den Ouden Doosch

DIE RIJN

Tekst: Bas Philipse, 1 JZ 1988/89 Een avond ergens in september 1988. Een lange tafel met 30 onbekende gezichten en een stuk of 5 door de wol (groen) geverfde coaches. Aan het ene eind van de tafel een stapel opgerolde papieren met groene strik, aan de andere kant een paar pannen met kleffe macaroni. Neen, geen Molentoet: het enige terechte Zware Ballen voer op het Noordelijk halfrond, maar een fantasieloze drab die

leren kennen, snap ik weinig meer van andere sporten, waar naast de winnaar ook nummers 2 en 3 meetellen. Nummer 2 is de eerste verliezer. Een goeie reden waarom er maar 1 blik getrokken kan worden. Dat besef helpt me tot vandaag nog steeds, juist ook in mijn zakelijk leven, dat voor een groot deel commercieel van aard is. Een deal sluiten lijkt veel op blik trekken: de aanbieder die het nét niet wordt blijft met lege handen achter.

nog vele ploegetens later vrij standaard op het menu zou

Na dat illustere 1e jaar volgden nog 2 mooie zware roei-

staan. We bevinden ons op de introductieavond van de 1e

jaren. Door omstandigheden heb ik samen met Ploegmaten

jaars wedstrijdroeiers van de WSR Argo, seizoen 1988/89.

van Ruiten, Koolenbrander en Sluys namens de WSR in 1991

De papieren met groene strik bleken smaakvol verpakte

den Ouden Vier over het Amsterdam-Rijnkanaal mogen

afdrukken van ons Argolied te zijn, dat diezelfde avond met

jagen. De aanloop daar naartoe was gedenkwaardig. De

gezwinde spoed in het hoofd gestampt diende te worden.

opdracht van de vorige Ouden Vier was om een Argo-sticker

En zo hoort het. Het Lied der Liederen ligt nog altijd op het

op de “H” van Hema in de winkelstraat te plakken, welke

puntje van mijn tong. En die 29 anderen? Daarvan vielen

destijds aan de rand van het dak gemonteerd was. Flinke

er nog een hele hoop af. Of geen tijd (slechte smoes), of

klimpartij dus. Aangezien van Ruiten de lichtste van ons stel

geen zin (in elk geval eerlijk) of blessureleed. Uiteindelijk

was, werd hij als vrijwilliger voor die klus aangewezen. En de

bleven 2 achten over: een lichte en een zware. Mijn acht,

Truien hebben we gekregen. De race zelf verliep onstuimig.

de zware gelukkig, zou gecoacht worden door Konijnenberg

In de officiële einduitslag staan we als 4e genoteerd, meer wil

en Schriemer. Aangezien Konijnenberg na enkele maanden

ik daar niet over kwijt. De borrel ‘s avonds in Amsterdam op

op stage ging naar Amerika, werd zijn rol door Nico Roos

de Sociëteit (inderdaad, die eikels van “hoeioeioei” hadden

overgenomen. Deze heren hebben de kiem gelegd van mijn

gewonnen) was gedenkwaardig. Helaas geen kroegjool in

Argo-hart. Technisch en sportief hebben we dat seizoen

Wageningen maar die dag zal ooit weer aanbreken.

geen deuk in een pak boter geroeid, maar het vuurtje was aan. De rest van mijn tijd in Wageningen heb ik doorgebracht bij Argo. Oh ja, naast mijn studie Veevoeding natuurlijk. De eerste 3 jaar als wedstrijdroeier en de 3,5 jaar daarna als coach. Geweldige tijd, kan het iedereen aanraden. Sinds ik roeien, blikken en alles wat daarmee samenhangt echt heb

6,5 jaar Argo heeft mij gevormd en is een onmisbaar element van mijn tijd in Wageningen gebleken. Vele ploegmaten zijn gekomen en gegaan. Als ik eens in de zoveel jaar weer eens een oude roeimaat tegenkom is het contact en het gevoel dat daarmee samengaat vanzelfsprekend. Die Rijn, onze Rijn, neemt en heeft nooit meer losgelaten.

5


de oefenskiff Tekst: Tjalling Tjalsma

De man van het materieel liep met luide draf

En daar was de lente sneller dan verwacht

Door het loodspad recht op mij af

Ohoh daar ging mijn pracht

‘Mopsus, het spijt me zeer’

Loods in, loods uit

‘Maar Polyphemus heeft het begeven, de oude peer’

Dag in, dag uit

‘Het was zojuist bij dageraad’

Mijn mooie groene huid werd steeds blauwer

‘Dat de boot zijn laatste adem uitblies in het commissariaat’

Al snel zou ik weer liggen bij de botenbouwer

‘Ik heb daarom moeten bepalen’

En de boten maar schateren om mij heen

‘Dat de roeiers met jou de skiffproef moeten behalen’

Ik voelde mij verdrietig en heel alleen

Ik weet het, het was lang gelee

Maar wat bleek

Dat ik nog eens aan een wedstrijd meedeed

Ik was de enige die de Rijn nog eens bekeek

Maar ik ben pas 24 jaar op deze aardkloot

De tweetjes, viertjes en zelfs de lange achten

En toch willen zij mij uit de vloot?

Jaloers zaten zij te wachten

Want ik weet wel hoe dat gaat

‘Neem ons mee’ schreeuwde iedereen de roeiers toe

Dit kost gewoon mijn kop

Maar die keken op noch om

Omslaan, vlot aantikken, gooien en zooien

Als zij mij haalden om te peddelen in de kom

Die roeiers letten ook nooit op

‘Wij zijn nog heel, en nog lang niet moe’

‘Haha’ lachte Minos hoog in de stelling

Maar zo gaat het nu al weken

‘Jij bent de oefenskiff, wat een teleurstelling’

Waarom is voor ons een vraagteken

Gyrton gniffelde en riep ‘Wat heb ik toch een geluk’

De rest ligt nu te verstoffen, hoog in de loods

‘Met alleen de beste roeiers en stuurtjes krijgen ze mij niet stuk’

Ze zijn ook steeds stiller en gedragen zich niet meer groots

Ook de lieve Atalanta zei ‘ohoh das niet fijn’

Desondanks hoeft het mij niet meer te bedroeven

‘Wij weten allemaal hoe snel het voor zo’n boot over kan zijn’

Want ik floreer met alle skiffproeven

Zelfs de Kytissoris was niet amicaal

Ik word dan steeds sneller ouder elke dag

Terwijl hij ook ooit zo zou eindigen, das normaal

Maar ben blij dat ik (nog) wél het water op mag

6


Andere Rijngebruikers Tekst: Jerre Koelmans Het manoeuvreren over de Rijn gaat niet altijd over rozen. Sommige roeiers hebben al moeite met de stilstaande objecten op de Rijn. Kribben zijn een doorn in het oog voor elke roeier. Zonder deze stenen obstakels zou een veel groter deel van de Rijn gebruikt kunnen worden om te roeien. Sommigen hebben het al knap lastig met de kribben, maar zij vormen meestal niet de grootse bedreiging voor een nietsvermoedende roeier. Ook rijnaken, zeilschepen, jetski’s, en kano’s maken het roeiers moeilijk. Voor roeiers en stuurtjes is het soms een hele klus om met alles en iedereen rekening te houden. Blijf aan stuurboord, ontwijk de krib, luister naar de coaches, kijk achterom. Het perspectief van de roeier en stuur mag duidelijk zijn, maar hoe kijken anderen naar het gebruik van de Rijn en het kanaal?

De havenmeester

“Als havenmeester ben ik verantwoordelijk voor de algemene veiligheid in het kanaal. Ik weet wat voor vrachtschepen er in het kanaal liggen en als er gevaarlijke stoffen aan boord zijn, moet dat bij mij geïnformeerd zijn. Daarnaast is veiligheid van de andere gebruikers van het kanaal voor mij ook belangrijk. Roeiers, kanoërs en anderen moeten veilig gebruik kunnen maken van het kanaal. De beroepsvaart heeft echter voorrang. De recreatie moet tussen de beroepsvaart manoeuvreren, zo moet je het zien. De beroepsvaart probeert wel altijd rekening met anderen te houden. Je hebt altijd kans dat er wat gebeurt, dat wel. Een roeiboot kan bijvoorbeeld meegezogen worden in het schroefwater van een groot vrachtschip, zelfs honderd meter verder kan je daar nog last van hebben. Als een vrachtschip te hard vaart of iets anders doet wat niet mag, spreek ik de schipper daar wel op aan. Er zijn andere gebruikers van het havenkanaal die op veilige manier van de haven gebruik willen maken. Veel schippers weten van tevoren niet dat er pleziervaart en sporters op het kanaal zijn. Het is bijna niet te doen om

Havenmeester Ton Kok beheert de bedrijfsvaart in het

elk schip te informeren dat er naast beroepsvaart anderen

Wageningse havenkanaal. Uiteraard maken ook roeiers

van het havenkanaal gebruik maken. De vaste schepen, die

gebruik van dit kanaal.

weten dat wel, maar de schepen die hier niet vaak komen niet. De afgelopen jaren is het gelukkig niet zo vaak tot een aanvaring gekomen. Roeiers weten dan meestal niet met welke rijnaker dat was. Wanneer dat wel het geval is, kan ik met de schipper bellen om te weten te komen wat er gebeurde en er voor te zorgen dat het geen tweede keer gebeurt. Ik ben wel eens uitgenodigd om het bij Argo te hebben over de veiligheid van het kanaal. Toen hebben we het idee geopperd om roeiers en stuurtjes achter het roer van een vrachtschip te laten en te kijken hoe veel er vanuit die positie te zien is. Een schipper voelt zich ook niet op zijn gemak als hij zo’n klein bootje ziet. Als er iets te dicht bij het schip komt, zie je het niet meer. In een keer is de boot uit het zicht verdwenen. Als je elkaar kan zien, dan kan er niet zo veel

“

gebeuren.”

We hebben het idee geopperd om roeiers en stuurtjes achter het roer van een vrachtschip te laten en te kijken hoe veel er vanuit die positie te zien is.”

De havenmeester

7


De zeilers

Het vrachtschip

Mark (41) is in Wageningen opgegroeid en is zeilt bijna

We gingen ook langs bij een vrachtschip dat in de haven lag.

zijn hele leven bij Vada. In het weekend zeilt hij geregeld

De geïnterviewde vrouw wil liever anoniem blijven.

wedstrijden met andere fanatieke zeilers die een boot in de haven hebben liggen.

“Het valt relatief mee hoe vaak wij uit moeten kijken voor andere mensen op het water. Hier in het kanaal kan het wel

“Zeilen op de Rijn is een unieke ervaring. Je moet rekening

heel druk zijn. Als wij de auto van het schip afhalen kijken we

houden met de stroming en er is veel verkeer op het water.

altijd wel goed om ons heen dat we niets raken.

Zeker als je begint met zeilen vereist dit wat oefening. Een ervaren zeiler komt minder snel in de problemen. Als zeiler is je koers natuurlijk afhankelijk van de wind. Zelf zorg ik dat ik bij te gevaarlijke situaties tussen de kribben ga liggen of dat ik mijn zeil uit de wind draai en stil kom te liggen.

Op de Rijn hebben we bijna nooit last van de pleziervaart. Op de IJssel heb ik wel een keer gehad dat jongelui aan het klieren waren. Ze slingerden rond onze boeg heen met speedboten, dat was gewoon etteren. Je hebt wel van dat soort jongelui die denken dat ze dan leuk zijn of zoiets. Als

De doeleinden van de Rijngebruikers lopen uiteen. Er is

mensen normaal doen hebben we eigenlijk nooit last van

recreatievaart zoals roeiers, kanoërs, zeilers. Ik heb niet het

anderen en is het is gewoon rekening houden met elkaar. Je

idee dat wij zeilers, anderen in de weg zitten. Je kunt redelijk

weet op sommige plekken dat het drukker gaat zijn dan op

goed inschatten hoe je je moet gedragen ten opzichte

andere plekken, dan kijk ik wel extra goed uit

van andere mensen op het water. Roeiers varen meestal stuurboordwal. Ik heb zelf nog nooit meegemaakt dat zeilers en roeiers elkaar in de weg zaten. Met inhalen kun je goed afstand houden van elkaar.

We hebben vorig jaar in de zomer op een klein kanaaltje gevaren. Er voer toen op een dag een klein bootje voor ons uit. We waren onbeladen, dus lagen we een stuk minder diep in het water. Hierdoor hadden we ook minder zicht op

Als ik kijk naar andere gebruikers, zoals vrachtschepen en

wat er voor ons gebeurde. Toen ben ik op het voordek gaan

speedboten, die hogere snelheden hebben, kunnen die wel

staan om alles goed in de gaten te houden.”

voor overlast zorgen. Bij het passeren heb je soms last van de golfslag en het gebeurt wel eens dat een speedboot te dicht passeert. Vooral de jeugdige jetski bestuurders lijken hier vooral geen moeite mee te hebben.”

De wakeboarders Bart Visser heeft een rigid inflatable boat (rib) in de haven bij Vada liggen. Hij gebruikt de boot voornamelijk om achter te wakeboarden, maar ook voor andere gelegenheden zoals het begeleiden van zeilraces en vissen.

8


“Ik heb nooit last van roeiers, kanoërs en vrachtschepen.

ik eerst precies achter de roeier. Zo heeft de roeier geen last

De boot die ik heb is zo snel en wendbaar dat je eigenlijk

van mijn golven. Als ik de roeier daarna inhaal zorg ik dat ik

heel snel uit de buurt kan komen. Incidenteel veroorzaakt

zo snel mogelijk ga. Rond de 60 kilometer per uur gaat de

een vrachtschip zo veel golven dat ik daar tijdens het

boot in planee en vaart minder diep door het water en zijn

wakeboarden last van heb. Maar van de roeiers heb ik

de golven 20 à 30 centimeter. Als ik 20 kilometer per uur ga

bijvoorbeeld nooit last. Ik probeer eigenlijk overal omheen

trekt de boot een golf van een meter. Ik hoop altijd maar

te varen. Ik ben wendbaarder dan iedereen op het water.

dat ze weten dat ik zo snel ga om zo min mogelijk golven te

Ik zeil ook zelf, daardoor weet ik dat de opties om uit te

veroorzaken. Ik zie roeiers nog wel eens boos worden als ik

wijken voor een zeilboot beperkt zijn. Het is maar een keer

ze met grote snelheid passeer, omdat ze niet begrijpen wat

bijna fout gegaan. Ik bracht toen iemand op de kade bij de

ik dan doe. Ik snap het, want het gebeurt vaak dat mensen

waterscouting. Toen ik terug de Rijn op ging voer ik vlak

zich asociaal gedragen op de Rijn. Een goed voorbeeld is het

langs een paar zwemmers. Maar goed, dat waren een paar

gedrag van de jetski’s bij de strandjes aan de Rijn. Als je heel

onbenullen die het nodig vonden om ‘s avonds de Rijn over

hard vlak langs de kribben gaat varen met je jetski vind ik dat

te steken.

gewoon asociaal.

De jetski’s vinden het leuk om over de golven van mijn boot

Er zijn veel tegenstellingen tussen verschillende mensen op

heen te springen. Ik ben dan aan het wakeboarden en zie

de Rijn. Als ik met mijn snelle boot vaar, zwaai ik wel eens

ik dat ze een meter of 10 achter me over de golven aan het

naar een zeiler en die zeiler zwaait dan niet terug. Hij vind

springen zijn. Op het moment dat ik val, ben ik de klos. Met

die speedboten maar niets. Daar moet ik daar heel hard

een jetski kun je namelijk niet sturen, tenzij je gas geeft,

om lachen. Ik ben toch echt aardig, maar omdat ik op de

maar dan is het dus al te laat. Dat vind ik gewoon eng. Ik

verkeerde boot zit mogen ze mij niet. Als ik tijdens het zeilen

snap dat ze er lol aan beleven, dus ik zeg dan ook: “Ga aan

naar een andere zeiler zwaai, zwaaien ze vrolijk terug.”

de zijkant varen. Dan ben ik ook niet de vervelendste en zorg dat ik een mooie grote golf voor je maak.”

Gelukkig kan er geconcludeerd worden dat er over het algemeen weinig problemen zijn tussen de verschillende

Aan de andere kant, zijn het voornamelijk roeiers die last van

mensen die gebruik maken van de Rijn en het kanaal. De

mij kunnen hebben. Vooral tijdens het wakeboarden, want

roeiers van Argo lijken een goed imago te hebben bij andere

dan probeer je altijd een grote hekgolf te creëren waarop

Rijngebruikers en daar mogen we best trots op zijn. Wel

je kan springen. Voor de roeiers is dat natuurlijk hartstikke

bestaan er tegenstellingen tussen verschillende mensen

vervelend. Soms is het lastig om er rekening mee te houden

op de Rijn en in het kanaal die soms tot irritatie leiden. Het

als er overal roeiboten op het water zijn. Als ik een roeier

lijkt erop dat sommige Rijngebruikers wel een slecht imago

tegemoet kom dan ga ik meestal even van het gas af, want

hebben, hoewel anderen juist balen van het stereotype dat

na 2 à 3 minuten ben ik hem voorbij. Dan kan ik weer door en

door boottypes is opgebouwd door de jaren heen.

heeft hij geen last van mij. Als ik een roeier wil inhalen, vaar

9


Boten op het droge Tekst: Jerre Koelmans De Meleager heeft een unieke functie in Iolkos. Sinds 2007 heeft het stokoude Argohuis aan de Hoogstraat de punt van deze 8 in de woonkamer hangen. In dat jaar zorgde een storm op de Bosbaan voor onherstelbare schade aan de boot, waarna de punt aan EJL 2007 is meegegeven. Doordat er een Iolkaan in die ploeg zat, is de Meleager in daar beland. De traditie dat bij elk geopend bierflesje de dop in de boot gegooid dient te worden is toen ontstaan. De boot wordt nooit geleegd, wat af en toe voor een dopjeslawine kan zorgen. Koning Amykus als nachtkastje bij Daan Jordaan De boeg van deze houten vier afkomstig van de Zwolsche, werd voor onderhoud naar de oude bootsman Dorus gebracht. Deze concludeerde dat een nieuwe vier kopen goedkoper was dan de oude restaureren. De boot is toen in stukken gezaagd en verdeeld onder Argonauten. Sinds 2008 hangt deze in een van de kamers van Iolkos en heeft daar voor verlichting in de kamer en in het gewicht van menig Iolkaan gezorgd.

In het nog jonge Argohuis Khรกos hangt de van der Meulen, inclusief versieringen. De acht was de eerste kunststof boot van Argo. Toen hij in 2018 afgeschreven was, werd ook deze boot in stukken gezaagd en verdeeld onder Argonauten. Bewoners van huize Khรกos hebben hem daarna omgetoverd tot prominent onderdeel van hun woonkamer.

Deze plantenbak is ook te bewonderen in Khรกos. Op het dakterras van het huis om specifiek te zijn. Dit is een ander deel van de kunststof acht die in de woonkamer van het huis hangt. Van der Meulen als plantenbak in Khรกos

10

In de Hoogstraat op de kamer van Daan Jordaan staat een nachtkastje van een deel van Koning Amykus. Nog voordat de boot in de veiling kwam hadden zijn assertieve huisgenoten de boot al in bezit. Tijdens de AI-week van 2019 hebben ze een stuk van 2,5 meter van de boot uit het verwilderde gras gehaald en meegenomen naar huis. Daar heeft de boot meer in de weg gestaan dan dat het nuttig was, totdat Daan de zaag in de boot zette en hem tot een nachtkastje omtoverde. Op de Thorbeckestraat bij Kees Schaart staat een deel van dezelfde houten 4 die bij Iolkos aan het plafond hangt. Zijn neef heeft de boot in de originele staat meegenomen in de verhuizing naar Jakarta en de Filipijnen waar hij altijd bij hem in huis heeft gestaan. Uiteindelijk heeft Kees een deel gekregen waarna hij er een drankkast van gemaakt heeft.

In het nieuwe Argohuis Kolchis aan de Vijzelstraat hangt een ander deel van de Koning Amykus. Een groot stuk van de boot is geveild en vervolgens verdeeld onder de winnende ploeg. Een deel uit het middenschip is zo op Kolchis terechtgekomen en door de bewoners van het huis tot lamp gemaakt.


De Meleager in de woonkamer van Iolkos Houten vier op de Thorbeckestraat

Houten vier in Iolkos Het middenschip van de Koning Amykus in Kolchis

Van der Meulen in Khรกos

11


hoe dient het argolied gezongen te worden? NIET ZOALS WE HET NU DOEN tekst: Femke Schootstra Ik herinner me nog goed dat ik samen met mijn jaargenoten op een donkere langtong stond. De hele matrix kreeg een papiertje in de handen geduwd. Daarop stond het notenbeeld en de tekst van het Argolied, nauwelijks te lezen met het beetje kaarslicht. Het lied werd voorgezongen en je probeerde het zo goed mogelijk na te doen. Later kwam ik er wel achter dat het helemaal niet zo belangrijk was om het lied zo netjes op de melodie te zingen. Zolang je de woorden goed en vooral hard zong, deed je het prima. Jammer, vond ik. En dat vind ik nog steeds: behalve volume, zou er iets

“

meer muzikaliteit in kunnen zitten!

Niet zelden heb ik twee verschillende Argoliederen door elkaar heen gehoord, omdat we het blijkbaar niet met elkaar eens zijn over het tempo.”

Bij de NasCies ging het mij opvallen dat het tempo nogal een dingetje is. Niet zelden heb ik twee verschillende Argoliederen door elkaar heen gehoord, omdat we het blijkbaar niet met elkaar eens zijn over hoe snel het lied gezongen moet worden. Als ik mijn twee centen mag delen: we zingen het veel te traag en maken het zo een slepend en suf lied. Ik sprak onze trouwe ex-bootsman Dorus Jansen en vroeg hem wat hij over het Argolied dacht. Hij verklaarde dat het lied geleidelijk aan is vertraagd in de laatste decennia van zijn 38 jaar durende dienst. ‘Ik vond het altijd al een redelijk saai lied, maar wanneer het ook nog zo langzaam gaat, is helemaal alle energie eruit.’ Volgens mij bestaat er een idee dat traag gelijk staat aan statig, en statig aan eervol. En het schijnt soms een ding te zijn dat iedere vereniging

karakter tegenaan. Behalve tempo, blijft het volume ook achterwege. We verraden namelijk dat we eigenlijk veel luider kunnen zingen dan we doen, wanneer we ons geslacht dapper verdedigen. Plots klinken twee keer zo hard dan de frases daarvoor, de mannen- en vrouwenstemmen die kom kerels en kom dames roepen. Het doet mij altijd erg kinderachtig aan, een beetje zoals de jongens tegen de meisjes taferelen op de basisschool. En over die tweestrijd gaat het lied toch echt niet? Het lijkt me helemaal niet zo gek idee om voortaan kom lieden, wij roeien te zingen. Niet omwille van de veelbesproken discussie rondom gender-gelijkheid, maar gewoon zodat de aandacht bij de goede dingen komt te liggen. Maar ik kan me voorstellen dat de tekst er zo hard ingebakken zit bij iedereen, dat dit niet zomaar aangepast wordt. Doe dan in ieder geval gewoon normaal met je

“

volume, als je het mij vraagt.

Plots klinken twee keer zo hard de mannen- en vrouwenstemmen die kom kerels en kom dames roepen.”

Ik was wel eens benieuwd naar de liederen van andere roeiverenigingen. Hoe zit het daar met de inhoud en uitvoering van hun liederen? Een groot deel heb je ooit eens gehoord bij het erevlot, maar je kent ze niet echt goed. Wie daarentegen wél alle verenigingsliederen kent, is Oud Argonaut Jan Klok. Op de Argo Sprint in 2013, het honderdjarige jubileumjaar van Argo, studeerde hij ze stuk voor stuk in op de piano. Voor deze speciale editie zou hij bij alle overwinningen het zingen op het erevlot te begeleiden. Alhoewel, zingen..?

zo lang mogelijk te horen wil zijn, wanneer het gebeurt dat

Ik was blij een medestander te vinden in de mening dat het

de liederen door elkaar heen gezongen worden? Ik vind

uitvoeren van de verenigingsliederen vaak meer op brullen

dat maar een stom verhaal, en heb het ook nog nooit op

lijkt dan op zingen. Klok betreurde dit vooral voor de oude

die manier meegemaakt. Als het aan mij ligt gaan we dan

corporale liederen, waar een groot deel van de muzikaliteit

ook flink wat tempo’s omhoog en gooien we er wat meer

verloren is gegaan. Vol enthousiasme vertelde hij over de

14


15


prachtige arrangementen van de liederen van Triton, Njord,

Terug naar het Argolied: in de context geplaatst van de

en ook Argo. Over de bijzondere toonsoortwisselingen en

andere verenigingsliederen vind ik dat de historie en goede

dissonanten: tonen die met elkaar wringen en dan weer

compositie van ons lied iets toevoegt aan onze identiteit.

mooi oplossen. Hij vertelde over de pianobegeleiding, waar

Maar dat valt allemaal in het niet wanneer het vervolgens

lang geleden een lid zijn muzikaliteit in heeft gestopt, maar

slecht gezongen wordt. Wat mij betreft steken we wat meer

die helaas niet zo vaak meer gehoord worden.

energie in ons lied zodat we het tenminste degelijk kunnen

‘Zo gaat het Njordlied toch niet’, was de reactie van zijn

zingen.

vrouw toen hij het lied van de oude roeivereniging thuis aan

Zo zie ik bijvoorbeeld voor me hoe in kleinere groepjes,

het instuderen was. Hij speelde het wel echt precies zoals

nauwgezet het Argolied ingestudeerd wordt. Een aantal

het in de bladmuziek opgeschreven stond! Blijkbaar wordt

leden krijgt de eretaak om deze groepjes te onderwijzen.

ook dit lied tegenwoordig niet meer zo gezongen als het

Omdat ieder individu gehoord wordt, moeten de aspiranten

ooit bedacht was. De ouderwetse melodieën klinken ons

wel hun best doen. De onderwijzer kan zich lekker uitleven

ongewoon in de oren en zijn daardoor moeilijk aan te leren.

op hen die het niet goed genoeg doen. Vervolgens wordt

Resultaat is dat de bijzondere motieven zijn gedegenereerd

uiteindelijk het lied met de hele groep ingezet en klinkt er

tot eentonige klanken. Maar wellicht past het ook niet echt

een machtig Argolied (dat daarna, hoe dan ook, eens lekker

meer in de tijd om deze oude composities helemaal correct

wordt afgezeken door de kamprechter). Zo’n opzet heeft veel

uit te willen voeren?

“

meer kans van slagen dan met 250 man op een grasveld gaan

dat de meeste jongere verenigingen, of zo niet alle, de

Dus ik vat voor u samen, als het aan mij ligt zingen we het

melodie van een bestaand lied geleend hebben en daar hun

lied voortaan als volgt: ons volume is het hele lied net zo

eigen bedachte tekst opgezet. De woorden ‘op het niveau

hard als dat we nu alleen trots kom kerels of kom dames

van Zanger Rinus’ en ‘volledig tekstueel verkracht’ vallen.

brullen. En nog belangrijker: het tempo is een stuk hoger!

Gekscherend noemt hij een zin uit het lied van Gyas: Wie

En als het dan nog even kan zingen we dezelfde melodie en

ons naakt die slaan we dood. Wie verzint dat nou weer?

op dezelfde toonhoogte. Misschien moet ik wat dat laatste

Toegegeven is dat ze het door de simpliciteit wel voor elkaar

betreft mijn verwachtingen even bijstellen, want ik weet ook:

krijgen om de liedjes goed uit te voeren. Maar, een echt

we blijven toch een studentenvereniging. Maar daar hoort

prestatie is dat dan ook niet.

ook trots bij. Trots op onze vereniging, trots op ons lied.

Het Gyas-lied: ‘Wie ons naakt die slaan we dood.’ Wie verzint dat nou weer?”

Aan de andere kant van het spectrum heb je de nieuwere knorrenliedjes. Een veelgehoord commentaar op de muziek van tegenwoordig: het zit allemaal wel erg simpel in elkaar, de basis ligt bijna altijd in een viertal akkoordjes. Veel enthousiasme kan ik ook niet bespeuren voor de liedjes van bijvoorbeeld Orca en Thêta bij Jan Klok. Hij verklaart

16

staan met een zangcommissie op vijftig meter afstand. Onze dubbelleden zullen het misschien doorzien hebben, maar eigenlijk is dit niet echt mijn eigen fantasie. Het is namelijk gewoon precies hoe ze het op onze moedervereniging Ceres aanpakken. Misschien kunnen we daar wat inspiratie van opdoen voor ons eigen eerstejaarsweekend. Ook lijkt het me erg leuk als de pianobegeleiding weer eens uit de oude doos tevoorschijn wordt getoverd, bijvoorbeeld tijdens het zingen bij NasCies. Voorwaarde is dan wel dat er een klinkende piano in de kantine aanwezig is, die niet onmiddellijk door brallende leden op de brandstapel gegooid wordt.


het meerjarenplan onder de loep tekst: Luwe Groot Dit

jaar

presenteert

het leven geroepen? Zijn er verschillen met het vorige plan bestuur

Bergman

het

tweede

en wat is de toekomstvisie van Argo?

meerjarenplan van Argo. Door middel van dit meerjarenplan

De Argonautika Magazine Commissie sprak met Bas

verwacht Argo weer een mooie langetermijnvisie aan de

Boterman (voorzitter 2008 en College van Advies), Gwenaël

horizon te plaatsen. Met onze 650 leden met ambities van

Hanon (voorzitter 2015) en Joris Bergman (huidig voorzitter)

topsport tot nevenactiviteiten heeft ieder bestuur vandaag

om antwoord te krijgen op deze vragen. In chronologische

de dag houvast om Argo elk jaar weer een stap vooruit te

volgorde nemen we jullie mee met het proces van het eerste

brengen. Dit was vijf jaar geleden echter nog niet aan de

meerjarenplan, het vaststellen van de tweede en een blik op

orde. Hoe is deze basis gelegd? Hoe is het meerjarenplan in

de toekomst.

Bas Boterman – Voorzitter 2008 & College van Advies: pre-meerjarenplan In 2013 kreeg Bas Boterman een belletje van Jan Karel Mak,

de vereniging kijken en Argo zo effectiever vormgeven.

voormalig voorzitter van Argo en Oud-Argo en tevens erelid. Hij vroeg aan Bas of hij zich bij het College van Advies (CvA),

Werd het College van Advies puur voor de opzet van

het adviserende orgaan van Argo, zou willen aansluiten.

het meerjarenplan in het leven geroepen of voeren

Er was destijds vraag van bestuur De Rink naar een groep

jullie ook nog andere taken uit?

Argonauten om hen advies te vragen, ook voor de lange

“Het CvA is er om het bestuur door middel van (gevraagd)

termijn. Deze groep Argonauten moest ver van Argo af staan en ervaring op bestuurlijke vlakken hebben. Samen met heren uit verschillende generaties: Jannes Oosterveld, Gerrit Meester (onlangs overleden) en Jan Karel Mak ging Bas deze uitdaging aan. Vanaf dat moment kan ieder bestuur sparren en bij hen aankloppen voor advies. Doordat de leden

advies te helpen om beter te besturen. Het meerjarenplan was een belangrijk item en mooi beginpunt. Wij zijn in opdracht van en samen met bestuur De Rink begonnen met de opzet van het plan. Daarnaast zijn we er ook om strategische vragen te beantwoorden waar het bestuur op

van het College van Advies niet dagelijks bij de vereniging betrokken zijn, kunnen zij objectiever naar het besturen van

Bas Boterman

17


dat moment mee zit. Dit kan bijvoorbeeld de relatie met de

weinig tijd om te besturen, omdat het zich teveel met allerlei

universiteit zijn. Het CvA helpt het bestuur dan een strategie

praktische zaken bezighield. Natuurlijk is dit een onmisbaar

te formuleren en kan daarover op verzoek adviseren tijdens

element, maar het besturen op strategisch niveau ontbrak

zo’n benadering naar de universiteit toe.”

op dat moment nog.”

Waarom stond er in 2013 een meerjarenplan op de

De missie en visie van Argo nu is: Argo is een

agenda?

studentenverenging waar men lid wordt om fanatiek

“Ieder jaar zijn besturen bezig met zaken die ze op dat

te roeien en men elkaar stimuleert om te presteren

moment moeten voltooien, maar het was lastig om op

en ontwikkelen. Hoe verschilt dit met de visie van het

de lange termijn te focussen. Speerpunten werden vaak

eerste meerjarenplan?

opgepakt, maar soms ook niet of minder goed. Of er op

“Naast een andere nuance, verschilt het weinig. Het zou

de lange termijn werd gedacht, hing heel erg van het

ook gek zijn als dat opeens zou wegvallen: een missie is de

desbetreffende bestuur af. Deze onzekerheid is met de

kern van de vereniging. Het is waar het om gaat en wat je

invoering van het meerjarenplan deels weggenomen. Voor

onderscheidt. Zo’n eerste missie en visie kun je zien als een

de verschillende missies is het fijn om als bestuur houvast

“

fundament van het gebouw. Vanuit deze basis kun je dan

te hebben aan een duidelijke visie, die al vast staat voordat

natuurlijk verder relativeren en andere zaken toetsen. Als

“Samenvattend was het doel om de algehele professionaliteit

veranderd. Vroeger werd altijd eerst een capabel lid als

van Argo te verbeteren. We stelden een visie en daarbij

voorzitter gevraagd en hij of zij koos dan vervolgens het

horende missies op. Vragen als wat wil Argo bereiken, wat

bestuur uit. Vaak was er dan voor het nieuwe collegejaar

hebben we daarvoor nodig en wat ontbreekt er nu aan,

nog geen voltallig bestuur. Nu zijn er sollicitaties en

passeerden de revue. Roeien was en is daarin natuurlijk

peilingen, waardoor er altijd aan het begin van het nieuwe

een belangrijk component, maar ook op economisch en

collegejaar een gemotiveerd bestuur aan het roer staat. Dit

sociaal gebied was er een ontwikkeling nodig. Er werd hier

heeft bijvoorbeeld geleid tot projecten als de hoogbouw en

dus vooral naar de grote lijnen gekeken. Het kopen van

het aannemen van profcoaches. Besturen hebben hier echt

die ene Empacher of boottype zijn zaken die buiten deze

een leidende rol in gespeeld en zijn door de jaren heen veel

doelstellingen stonden. De focus lag daarnaast op het écht

professioneler gaan opereren.”

Je kunt het meerjarenplan als een soort kompas van de vereniging zien”

bijvoorbeeld iemand het plan oppert om een bierfiets te kopen dan kan je aan de hand van je hoofddoelstellingen terug redeneren of dit ergens op slaat. Draagt het bij? Dan is het wellicht een goed idee. Draagt het niet bij? Dan kan je het beter niet doen. Je kunt het meerjarenplan dus eigenlijk

je aan een bestuursjaar begint. Het meerjarenplan kan elk

als een soort kompas van de vereniging zien.”

bestuur helpen met een goede start en zorgt daardoor voor een betere overdracht van bestuur op bestuur. Door

Terugkijkend: denk je dat het meerjarenplan van

het meerjarenplan heeft Argo een constant beleid in de

waarde is geweest voor de ontwikkeling van Argo?

vereniging gekregen.”

“Of dat alleen door het meerjarenplan komt, weet ik niet.

Wat waren de hoofdzakelijke doelstellingen van het eerste meerjarenplan?

Wat ik wel leuk vind om te zien is dat Argo vandaag de dag veel professioneler bestuurd wordt. De manier waarop het bestuur wordt samengesteld is bijvoorbeeld drastisch

besturen van de vereniging. Toentertijd had het bestuur

Gwenaël Hanon – Voorzitter 2015: 1e meerjarenplan Na het idee van een meerjarenplan tijdens bestuur De

destijds aan het einde van het jaar het finale meerjarenplan

Rink, heeft bestuur Van Doorn een basis voor het plan

op de ALV gepresenteerd en goedkeuring gekregen. Er

neergelegd.

zijn dus drie besturen overheen gegaan voor het eerste

Zij

hebben

openbare

verenigingssessies

gehouden ter input van de leden en verenigingsdoelen

meerjarenplan van W.S.R. Argo gebruiksklaar was.

voor het meerjarenplan opgesteld. In het bestuursjaar van Gwenaël is het meerjarenplan afgemaakt met input

Waarom was het nodig dat Argo een meerjarenplan

van vrijwel alle adviesorganen van Argo. Er is gezorgd voor

ging ontwikkelen?

een concrete opbouw van projecten voor de komende vijf

“Argo heeft in het verleden goed gepresteerd, maar

jaar. Ter waarborging van de continuïteit, is er daarnaast structurering aangebracht voor een goede overdracht van bestuursfuncties, -kennis en projecten. Bestuur Hanon heeft

18

sporadisch en gebaseerd op enkele individuele Argonauten


Bestuur Hanon, Gwenaël midden onder die elkaar vonden en samen ambities en prestaties konden

Wat wilden jullie met het plan bereiken?

neerzetten. Het constant leveren van prestaties leek na

“De stip op de horizon was dat Argo weer in de top van

een decennium al niet te lukken op Argo, terwijl onze roeivereniging in ledenaantallen en op financieel gebied er alleen maar op vooruitging. Argo had ambities, maar kreeg ze niet waargemaakt en op het talent en ambitieniveau van individuen kun en mag je als vereniging niet wachten. Een meerjarenplan was nodig om het roeien op Argo naar een hoger (inter)nationaal niveau te tillen, het verenigingsleven en enthousiasme voor (hard) roeien op Argo te versterken en gebruik te maken van financiële mogelijkheden van een grotere vereniging met meer leden. Daarbij was het meerjarenplan ook een richting voor de vereniging en de Argo-besturen, een stip aan de horizon waar je samen naar toe kan werken met alle (advies)commissies en leden, zonder

“

elk jaar een nieuw bestuur het wiel uit te laten vinden.”

Bij Argo moet iedereen zichzelf op eigen kracht kunnen ontwikkelen en zo ook bij kunnen dragen aan de vereniging; of je nu hard wilt gaan in de roeiboot, met een graspol in je klauwen langs het Amsterdam-Rijnkanaal of met een lullepot op de AID in een groen shirt”

roeiend Nederland ging presteren, maar daarvoor moet je naar meer kijken dan alleen het roeiaspect van de vereniging. Wedstrijdroeien bestaat in de glorie van de vereniging en al haar leden, maar de vereniging, ofwel de ALV, bepaalt de koers. We wilden dat Argonauten hard ging roeien en trots waren op Argo. Uiteindelijk betekent het dat een studentenroeivereniging als Argo haar leden de optimale mogelijkheden moet geven om zich te ontwikkelen als roeier, stuurtje, coach, commissielid, bestuurder en lid in het algemeen. Bij Argo moet iedereen zichzelf op eigen kracht kunnen ontwikkelen en zo ook bij kunnen dragen aan de vereniging; of je nu hard wilt gaan in de roeiboot, met een graspol in je klauwen langs het Amsterdam-Rijnkanaal of met een lullepot op de AID in een groen shirt. Logischerwijs geldt voor een studentenroeivereniging dat roeien de kapstok is waar alles aan opgehangen wordt, maar als je zoveel mogelijk leden een haakje kan bieden aan die kapstok ben je pas echt geslaagd.” Is het meerjarenplan een taak voor het hele bestuur of is dit vooral een taak voor de voorzitters? “Het meerjarenplan is door en voor de vereniging. Daarbij is het bestuur verantwoordelijk voor de coördinatie en aansturing, de voorzitter is voor mij degene die de rode draad moet zien tussen alle activiteiten van de vereniging en

19


daarop aanstuurt met zijn bestuur wanneer nodig voor het

werkt dit ook door in de vereniging, waar leden deze

behalen van doelstellingen.”

professionaliseringsslag voelen en verantwoordelijkheid

Ieder jaar is er natuurlijk een nieuw bestuur en dus ook een nieuwe voorzitter. Hoe wordt er voor gezorgd dat ieder bestuur, naast hun eigen taken en ideeën, ook streven om het meerjarenplan te behalen? “Het zittende bestuur (h.t.) introduceert het toekomstige

nemen om hieraan bij te dragen. Zie de transformatie van de hoogbouw door ‘Space to Breathe’! Ik durf wel te zeggen dat we de stip aan de horizon nog niet hebben bereikt en er nog wel wat te behalen valt op roeigebied.” Waar moet Argo volgens jou de komende jaren naar kijken?

bestuur (f.t.) in het meerjarenplan, gestelde doelen,

“Dat kan ik moeilijk bepalen, ik ben al een tijdje uit de

deelprojecten en status quo van deze projecten. Hierdoor

roeiwereld gestapt. Wel ben ik benieuwd in hoeverre

worden als het goed is ook de ambities van bestuur f.t.

het wegfaseren van lichtgewicht roeien op Olympisch

geprikkeld. Vervolgens formuleert bestuur h.t. voor de

niveau door zal werken naar nationaal niveau en dus de

zomer een kort geformuleerde jaaropdracht voor het

Nederlandse roeiverenigingen. Als er geen gewichtsklasse

toekomstige bestuur. Daarin staat 1) de status quo van

meer bestaat moet je als vereniging toch een manier

deelprojecten en te nemen stappen om deze goed af te

verzinnen om wedstrijdroeien voor alle roeiers met ambitie

ronden, 2) nieuw op te tuigen deelprojecten volgens planning

en enig talent bereikbaar te maken en goed samen te laten

van het meerjarenplan en een kleine doorkijk vanuit h.t.

roeien, dik én dun. Goede gepersonaliseerde voeding en

hoe je dit aan zou kunnen vliegen en 3) open invulling van

krachttrainingen gaan dan een belangrijke rol spelen.

projectideeën die een aanvulling zijn op de doelstellingen van het meerjarenplan. Daarna krijgt f.t. de gehele zomer de tijd om dit samen uit te werken tot een jaarplan, met de verantwoordelijke bestuurder per project. Daarin zit als het goed is zowel de ambitie van de vereniging verweven als ook die van de bestuurder zelf!” Terugkijkend: denk je dat het meerjarenplan van waarde is geweest voor de ontwikkeling van Argo? “Zeker! Ik heb van meerdere bestuurders gehoord dat de manier van werken met een meerjarenplan heel prettig is, omdat er een duidelijk plan en tijdspad voor bestuurders is, met één overkoepelend doel voor leden, (advies)commissies en coachkaders. Hedendaags begint een Argo bestuur niet onbezonnen aan het jaar, maar zijn ze op tijd voltallig, ingewerkt en geïnspireerd om in hun jaar Argo naar een

Daarnaast denk ik ook dat je veel kan winnen met meer data-gestuurd trainen. Ik train nu voor langeafstand triatlons en kan me niet bedenken hoe ik vroeger als roeier zonder hartslagzones trainde. Zeker, op ‘gevoel’ kun je veel bereiken, maar niet iedereen heeft dat lichaamsinzicht en dat is ook iets wat je door jaren aan sportervaring opbouwt. Beter worden is je grenzen opzoeken, dus hartslagzones, wattagezones en gezondheid bij houden via gewicht en rusthartslag(variatie) is cruciaal om de grenzen van ieder individu op te zoeken zonder eroverheen te gaan. Zeker ook voor de onervaren en blessuregevoelige eerstejaars. Daarbij hebben de laatste jaren aan ontwikkeling in sportelektronica en data-analyse software zoveel te bieden voor roeiers en coaches! Oh, en een laatste ding: wanneer gaat Argo eens over op een écht lekker bier?”

hoger plan te tillen. Voor zover ik van een afstand meekrijg

Joris Bergman – Voorzitter 2020: 2e meerjarenplan Het bestuursjaar van Joris zit er inmiddels bijna op. Hij is

gaan, die weer tot dit soort grootse projecten kan leiden!”

dit jaar onder andere druk bezig met inmiddels alweer het

“

tweede meerjarenplan van Argo. Hoe belangrijk vind jij het meerjarenplan? “Het is een cruciaal onderdeel van onze vereniging. Het meerjarenplan is de basis voor het beleid dat wij momenteel aan het uitvoeren zijn. Actuele zaken zijn belangrijk, maar ontwikkeling kan je pas echt realiseren door een paar jaar

Ook tijdens een crisis zie je dat de doelen uit een meerjarenplan nog steeds belangrijk blijven”

op rij in dezelfde richting te bewegen. De uitbreiding van de

Is het meerjarenplan jouw grootste taak als voorzitter?

hoogbouw was een aantal jaar geleden bijvoorbeeld niet

“In het begin van het jaar was ik hier veel mee bezig, maar

voorspeld, maar de totstandkoming kun je mooi terugleiden in de doelstellingen van het eerste meerjarenplan. Na deze vijf jaar is het belangrijk om weer een nieuwe cyclus in te

20

de afgelopen twee maanden heeft er veel tijd gezeten in de zaken omtrent corona. We zien echter dat tijdens de corona crisis het meerjarenplan nog steeds relevant is. De


afgelopen maanden hebben we steeds naar deze doelen

Vanuit deze basis kunnen we nu op alle fronten een

gekeken en hoe we die kunnen bereiken. De ledenwerving

volgende stap maken. Je kunt het tweede meerjarenplan

is bijvoorbeeld onderdeel van het meerjarenplan: we willen

zien als een verlengde van het eerste. We willen in de

jaarlijks een stabiele inschrijving creëren. De aanpassingen

breedte nog beter faciliteren: er moet harder worden

die nu aan de AID worden gedaan vanwege de corona crisis

geroeid en de kwaliteit van het lidmaatschap en de kantine

maakt dit doel extra relevant. We zijn nu gedwongen om te

moet omhoog: de waarde die leden hechten aan zijn of haar

innoveren. Zo zie je dat ook tijdens een crisis de doelen uit

lidmaatschap moet worden verhoogd. Het zou mooi zijn

een meerjarenplan nog steeds belangrijk blijven.”

als de doelstellingen uit dit nieuwe meerjarenplan worden gerealiseerd en dat leden de kwaliteit zien verbeteren en

Hoe verschilt het eerste meerjarenplan in vergelijking

over vijf jaar de basis van het tweede meerjarenplan weer

met het tweede plan volgens jou?

meenemen naar de volgende.”

“De focus van het eerste meerjarenplan lag echt op het vormen van een basis waar we nu de vruchten van plukken.

Waarom kan Argo niet zonder meerjarenplan?

Bij het eerste meerjarenplan was werving erg belangrijk.

“Wij zijn een vereniging met een hoge doorloop. Andere

Argo moest zichzelf meer profileren als een plek waar je

organisaties zijn dat ook, maar daar is het bijvoorbeeld

kan sporten. In de jaren voor 2015 werden leden namelijk

belangrijk dat een CEO voor een aantal jaar aan zo’n organisatie

nog om allerlei andere redenen binnengehaald. Daarnaast

verbonden blijft. Zo kan hij of zij verandering realiseren:

werd de huisstijl die we nu allemaal kunnen dromen scherp

wanneer er geen visie is, is er geen houvast en dus ook

gezet: zo werd de identiteit van Argo meer vormgegeven.

geen verandering mogelijk. Bij studentenroeiverenigingen

Vervolgens is er geïnvesteerd in botentransport en

zit dit natuurlijk anders in elkaar, maar kunnen we wel zoiets

uiteindelijk de hoogbouw. Deze dingen zien wij nu als

creëren door het meerjarenplan. Zo kunnen we toch grote

vanzelfsprekendheid, maar was toen nog niet het geval.

doelstellingen opstellen. Het realiseren van een eigen

Joris Bergman

21


roeidependance is bijvoorbeeld niet iets wat in één jaar

weggezakt. Aan het begin van de crisis waren we bijna in

gaat staan, maar waar je in meerdere jaren naartoe moet

de afrondende fase en nu zijn we op datzelfde punt. Het

werken. In jaar 1 zet je stappen, die leiden naar succes in

nieuwe bestuur wordt in ieder geval met de meest recente

jaar 5. Wanneer Argo geen meerjarenplan had gehad, zou

versie van het MJP ingewerkt. Als de puntjes op de ‘i’ zijn

er veel meer van dag tot dag worden geleefd. Voor een

gezet, wil ik het meerjarenplan natuurlijk nog graag aan

organisatie is dat niet wenselijk. We willen nog beter worden

de leden presenteren. Misschien is dat in de vorm van

en meer kwaliteit leveren.”

een laagdrempelig overzicht dat we onder de leden gaan verspreiden of door middel van een presentatie aan het

Hoe wordt in tijden van corona het nieuwe

begin van het nieuwe collegejaar, tijdens de jaarlijkse ALV.

meerjarenplan gepresenteerd?

Ik nodig jullie dan in ieder geval graag uit om het nieuwe

“Daar wordt (op moment van het schrijven van dit interview)

meerjarenplan te aanschouwen!”

over nagedacht. Door de corona crisis is de focus een beetje

De speerpunten van MJP 1 en MJP 2 naast elkaar MJP 1 (2015-2020)

MJP 2 (2020-2025

Roeien »

Het realiseren van eigen botentransport

»

Er moet een snelle uitwijklocatie komen

»

Argo heeft in 2025 een vaste uitwijkbasis met stalling voor boten, een rustplek voor roeiers, 4km roeiwater (minstens 1 km recht en 20m breed)

»

Argo heeft in 2025 400 aanmeldingen per jaar. Het doorstroompercentage van wedstrijdroeiers is 50%

Ledenopbouw »

Werving is belangrijk

»

Focus op werving van roeiers

»

Aantrekkelijk maken van wedstrijdroeien

Organisatie

Netwerk

»

Het werven en inwerken van het bestuur moet professioneler

»

»

Er moet meer grip komen op commissies en hun inwerkverslagen

Argo levert in 2025 een stabiele jaarlijkse instroom aan Oud-Argo en levert minstens één sollicitant voor vacatures binnen de roeibonden

»

Er moet een plan groot onderhoud (PGO) worden opgesteld

»

Argo heeft in 2025 haar structurele jaaromzet met 50k verhoogd

Financieel »

22

Het boekhoud- en contributiesysteem moet onder de loep worden genomen


Argo onder nieuwe profcoaches De afgelopen jaren is er veel te doen geweest op Argo rondom het aanstellen van de nieuwe profcoaches. In 2018 besloten we als vereniging dat het niveau van het roeien omhoog moest, en kwam er een plan op tafel te liggen waarbij meer profcoach-uren centraal stonden. Om dit mogelijk te maken moest er een hoop geld beschikbaar komen, wat natuurlijk nooit zonder slag of stoot gaat. Uiteindelijk zijn er vanuit zowel de vereniging als Oud-Argo grote bijdragen geleverd. Inmiddels zijn we twee jaar verder na de komst van de nieuwe profs. Bij dergelijke investeringen kun je er natuurlijk niet vanuit gaan dat het zich direct terug betaalt: het kost tijd om verenigingsbreed harder te gaan roeien. Maar anderzijds kan er wel al veel gebeuren in twee jaar tijd. Kunnen we nu al gaan kijken naar wat het oplevert?

23


Het seizoen 2019-2020 Helaas zullen we door het afgelasten van dit seizoen minder conclusies uit de prestaties kunnen gaan trekken. Wel was duidelijk dat Argo er dit jaar al best aardig voor stond. Om te beginnen schreef Argo voor het eerst sinds jaren zowel een mannen- als een vrouwenacht van de middengroep in voor de Amstelbeker: een teken van grote, gemotiveerde middengroepen. Ook op de Tromp Boat Races was Argo goed vertegenwoordigd, met 14 deelnemende ploegen en niet onverdienstelijke resultaten. Door de eerstejaarsploegen werden op de NKIR twee blikken van de viertjes binnengesleept, en eindigden de twee eerstejaarsachten in de top 6 van deze sterk bezette velden. De WinterWedstrijden leverde weer een blik voor de lichte dubbelvier op, en een 4e en 7e plaats voor

club, en een voor de wedstrijdsectie. Dit zorgt ervoor dat de onderwerpen relevant en boeiend zijn voor iedereen.” Behalve dat hierdoor het algemene kennisniveau omhoog gaat, merkt hij ook dat het regelmatige contact ervoor zorgt dat de coaches hem kennen en daardoor sneller zelf met vragen naar hem toe komen. In de winterperiode wanneer er veel op de ergometer getraind wordt, is Arne ook geregeld aanwezig op de hoogbouw. Op deze momenten is hij beschikbaar voor verschillende ploegen, en kan hij helpen om de kennis die coaches in de cursus hebben opgedaan

“

ook echt toe te passen tijdens een training.

De meeste tijd gaat naar de opleiding van coaches”

respectievelijk EJZ en EJD. En dan niet te vergeten dat er

Daarnaast hoort het bij zijn functie als technisch directeur

dit jaar voor de Oude Vier een selectie plaats kon vinden

om het bestuur te ondersteunen en te adviseren bij het

tussen meerdere ervaren roeiers, wat een vooruitzicht gaf

maken van het roei-gerelateerde beleid. Zeker één keer per

voor goede prestaties op de Varsity. Daarnaast zijn er bij de

maand wordt hierover vergaderd samen met de andere

clubsectie dit jaar al meerdere overwinningen behaald door

profcoaches. Een rol die Arne zo nu en dan ook vervult, is

de dames dubbeltwee, dames acht, en heren dubbelvier.

het opvangen van tijdelijke coachtekorten. Zo kwam het

Helaas hebben we niet verder kunnen bewijzen waar de

dit seizoen voor dat er bij de middengroep lichte en zware

ploegen toe in staat zijn, maar potentie was er zeker! De uiteindelijke prestatie is, zoals elke sporter wel weet, het topje van de ijsberg. Aan de prestatie gaan vele uren van inspanning en concentratie door de roeiers vooraf, maar ook van planning, denkwerk en overleg door de coaches. In dit hele proces moet met de investering van meer profcoachuren de stappen gezet worden. Hier lees je een schets van hoe het nu gaat met de profcoaching op Argo, en hoe die onze vereniging vooruit helpt.

Nieuwe functie: technisch directeur

dames niet altijd coaching aangeboden kon worden. Hier heeft hij toen bijgesprongen, zodat de kwaliteit van de trainingen gewaarborgd kon blijven. Tenslotte zijn er dan de wedstrijden, waar Arne zijn tijd verdeelt over Argo en Euros, de andere vereniging waar hij momenteel profcoach is. Hij fietst stukken mee met de races en analyseert het roeien. Wat hij ervan vindt, wordt vooral teruggekoppeld naar Ian en Arne van Eupen. Omdat Arne Hendriks minder dicht op de ploegen zit dan zij, brengt hij weer een frisse blik mee. Hieruit kunnen waardevolle discussies ontstaan, bijvoorbeeld over waar de algehele focus zou moeten liggen voor de volgende periode.

Sinds het aanstellen van de - inmiddels niet meer zo nieuwe profcoaches heeft Argo er een technisch directeur bij, ingevuld door Arne Hendriks. Klinkt allemaal heel leuk en professioneel, zo’n technisch directeur, maar wat doet zo iemand nou eigenlijk de hele dag? Ik kwam erachter dat wel meer leden zich deze vraag stelden, dus ik besloot om het gewoon eens aan hem te vragen! Arne legde uit dat de meeste tijd gaat naar de opleiding van coaches. Voor zowel de competitie-, club-, als wedstrijdcoaches houdt hij twee tot drie keer per maand een coachcursus avond. “Toen we er vorig collegejaar mee begonnen kwam het niet gelijk op gang zoals ik voor ogen had, een goede opkomst bleek helaas niet zo vanzelfsprekend.” Over de opzet en deelname van afgelopen jaar is hij al meer tevreden: “Het verloop van de onderwerpen die aanbod zouden komen was vanaf het begin duidelijk, zodat coaches goed wisten waar ze aan toe waren. Ook is er nu een aparte avond voor competitie en

24

Eerstejaars wedstrijdroeien Bij de eerstejaarsploegen staat Ian de Wolf aan het roer. Hoe wordt daar het coachen nu ervaren? Ik sprak een drietal coaches: Wout Gerdes (Eerstejaars Zwaar), Paulien Brandsen, (Eerstejaars Dames), en Tom de Reu (Eerstejaars Lichte Dames). Volgens Wout is er veel contact tussen de verschillende kaders en helpen ze elkaar. Op de coachboot staat de training natuurlijk centraal maar daarnaast is er ook ruimte voor gekkigheid en slap geouwehoer: terwijl er hard gewerkt wordt, blijft de sfeer lekker luchtig en ontspannen. Het blijkt duidelijk uit Ians coachstijl dat hij het belangrijk vindt dat er met roeien vooral plezier gemaakt wordt. Wat de prof ook overbrengt, is de kunst van tijdsefficiënt coachen, aldus Wout. Voor zowel coaches als roeiers is het belangrijk dat het hele gebeuren niet meer tijd kost dan nodig. Het leven naast roeien is een essentiële voorwaarde voor plezier en


Arne Hendriks prestaties. Paulien legt uit dat ze van Ian heeft geleerd wat je positie als coach ten opzichte van je ploeg is. Het moet heel duidelijk zijn dat roeiers altijd naar je luisteren en niet te makkelijk in discussie willen gaan. Dit zorgt voor meer rust en vertrouwen in de ploeg. Ook is ze door Ian gaan inzien hoe belangrijk het is dat de roeiers met niet teveel dingen tegelijk bezig zijn. Dat bereiken ze door het roeien echt simpel te houden: er wordt alleen gesproken over punten die zullen bijdragen aan de snelheid van de boot. Tom vertelt dat hij eerst nog niet wist dat Ian Bewegingswetenschappen heeft gestudeerd, maar al snel ging inzien dat hij deze achtergrond op een nuttige manier kan inzetten tijdens het coachen. “Ik leerde tijdens een training dat je de coaching als het ware uit de boot moet houden, en meer moet richten op het blad zelf. Daarna kwam hij nog met een video waar

“

het nut van deze manier van coachen werd uitgelegd.”

De training staat centraal, maar daarnaast is er ruimte voor gekkigheid. Met roeien moet vooral plezier gemaakt worden”

Opvallend is ook de invoering van de trial op zaterdagochtend. Wekelijks oefenen de eerstejaarsploegen met het varen onder druk: hun prestatie zal namelijk leiden tot een plaats in de rangorde, die wordt bepaald met percentages van een referentietijd. Sinds dit seizoen is de rangorde ook voor de hele vereniging zichtbaar op een bord in de kantine. Tijdens de trial krijgen de stuurtjes te horen dat ze tactisch moeten zijn in het kiezen van hun lijn, alles is winst! De mentaliteit van winnen wordt zo als het goed is steeds sterker.

Verschillen in coachstijl Naast veel kennis en ervaring, bracht de komst van Ian een roeistijl naar Argo die verschilt van wat we hier gewend zijn. Met een achtergrond bij Nereus heeft hij dingen op een andere manier aangeleerd, of heeft de focus op andere dingen gelegen. Dat Ian’s coaching dan ook verschilt op sommige vlakken kwam afgelopen najaar naar voren, toen er wat onrust was onder de verse middengroeproeiers. Die groep is opgeleid in hun eerste jaar onder de vleugels van Ian en viel daarna onder de verantwoordelijkheid van Arne van Eupen. Sommige roeiers hadden het gevoel dat hen nu ineens een heel andere haal aangeleerd werd. Dan is het niet gek om te gaan denken, welke is nu de juiste? Dit is een vraag die natuurlijk veel discussie kan doen opwaaien. Maar evengoed kan het zo zijn dat de beoogde halen helemaal niet zo van elkaar verschillen, maar dat er in de verwoording van de(zelfde) concepten miscommunicatie is. Ook de overstap van een grote naar een kleinere boot kan uitmaken. Ian legt uit: “Met veel foutjes kom je in een acht of vier nog weg, maar in een klein nummer niet meer. In een skiff wordt een roeier bijvoorbeeld ineens gedwongen om wel goed af te maken, anders loopt je boot gewoon niet door.” Daardoor komt er logischerwijs meer focus op andere aspecten van de haal te liggen. Naast deze mogelijkheden vertelt hij: “Bij de wisseling van de ene naar de andere coach zit ook altijd een aanpassingfase. We kunnen namelijk niet van elkaar gaan verwachten dat we precies op dezelfde manier coachen.” Ook stelt Ian: “Wanneer we haalbeeld en coachstijl bespreken tussen mij en de Arnies, komen we gewoon tot de conclusie dat onze opvattingen dichtbij elkaar liggen, en dat de verschillen slechts in details zitten.” De vraag is dan dus hoe groot die verschillen mogen zijn, voordat het de ontwikkeling van de roeier in de weg kan gaan staan. Want naast alle redenen waarom het verschil wel mee zou

25


“

Een sporter gaat minder goed bewegen wanneer die teveel in de interne focus zit, dan wanneer je de externe focus meeneemt”

Een betere wedstrijdmentaliteit Iemand die Argo al heel wat jaren meemaakt, is Jochem Jansen. Hij heeft hier geroeid vanaf 2011 tot 2015, en sindsdien wedstrijdploegen gecoacht. In die periode heeft Argo een grote ontwikkeling doorgemaakt. Ik vroeg hem hoe hij de wedstrijdmentaliteit door de jaren heen heeft zien veranderen en welke invloed de toename van de profcoaching volgens hem heeft. Jochem antwoordde

vallen, hoeven we toch niet weg te wuiven dat er punten ter

daarop dat meer profcoaching zeker een positieve invloed

discussie bestaan. Een verschil van Ian’s haal ten opzichte

heeft op het zelfvertrouwen, maar dat de belangrijkste

van de traditionele Argohaal, is bijvoorbeeld hoever er

impuls voor een betere wedstrijdmentaliteit al jaren geleden

wordt ingebogen voorin. Op Argo wordt er doorgaans veel

begon. Hij zag dit bijvoorbeeld aan het stijgende aantal

gecoacht op sterk zitten voorin, waar Ian’s focus meer op

leden dat deelnam aan de selectie en dat er meer aandacht

de haallengte ligt. Het betekent dat er bij Ian verder wordt

kwam voor het roeien tijdens de introductiedagen. In de

ingebogen, en de roeier niet perse rechtop hoeft te zitten.

afgelopen twee jaar zag hij ook een gestegen enthousiasme

Dit wordt door sommigen dan weer als bijpakken, of plat

voor de Oude Vier en de hoop op een startplaats in de

liggen gezien. Ian vertelt dat hij op dat gebied al wat heeft

roemruchte A-finale. Deze hoop heeft zich helaas nog niet in

veranderd: terwijl de eerstejaarsroeiers nog steeds van

kunnen wisselen voor een écht spannende zondagmiddag

hem leren dat vooral haallengte snelheid geeft, worden

in Houten, maar het zet het wel een goede toon in voor de

ze geacht daarbij niet al te ver in te buigen. Dit sluit dan

toekomst.

beter aan bij wat er in de middengroep van de roeiers verwacht zal worden. Maar andersom is het natuurlijk ook interessant als de Argo-coachstijl principes overneemt van de Amsterdamse stijl door wat aandacht van het lichaam naar het blad te verschuiven. Ian onderbouwt de coachstijl aan de hand van zijn studie: “Uit onderzoek blijkt gewoon dat een sporter minder goed gaat bewegen wanneer die teveel in de interne focus zit, dan wanneer je de externe focus meeneemt.” Daarom praat hij bij het roeien vrijwel altijd over het blad. De roeier moet dan vervolgens zelf de schakel maken naar hoe hij die beweging van het blad met zijn lichaam gaat bereiken. Ian de Wolf

26

“

De belangrijkste impuls voor een betere wedstrijdmentaliteit begon al jaren geleden”

Er staan spannende jaren voor Argo voor de deur, waarin we zullen gaan ontdekken wat deze investering ons brengt en hoe groot de echte potentie van de W.S.R. is. Er worden natuurlijk altijd wel plannetjes gesmeed voor hoe we de Varsityoverwinning weer gaan behalen, maar dit is in ieder geval een van de concretere. Nu moeten we gewoon de tijd nog even zijn werk laten doen.


Koken met... De Stoomboot Couscoussalade met feta en geroosterde paprika Dit simpele, toch lekkere gerecht spreekt redelijk voor zich: een frisse couscous salade die last minute gemaakt kan worden. Wij, de Stoomboot, hebben namelijk een veelzijdig en chaotisch bestaan wat redelijk geblust kan worden door het gemak van dit gerecht. Door de jaren heen heeft dit recept zich verder ontwikkeld en zijn de technieken verfijnd, zo ook het roeien bij menig lid van de Stoomboot. Vaak zijn wij aan de bar te vinden, spreek ons hier aan om eens gezellig een hapje mee te eten.

Ingrediënten: Voorgerecht: Stokbrood met kruidenboter • Stokbrood •

125g roomboter

•

Kruiden naar keuze

Toetje:

•

2 tenen knoflook

•

AH Appeltaartje (Alleen als deze in de bonus is)

Hoofdgerecht: Couscous salade (5-6 personen) •

3 paprika’s

•

1 grote rode ui

•

1 komkommer

•

3 tomaten

•

Blikje maïs

•

420g couscous

•

200g feta

•

Potje sambal

•

Zakje cashewnoten

Bereiding: Voor de kruidenboter is het nodig dat deze op kamertemperatuur gebracht wordt. Pers de twee tenen knoflook en zet deze in een bakje, voeg hier vervolgens je eigen kruiden naar keuze toe en de roomboter. Meng het allemaal bij elkaar en het is gereed. Snijd alle groenten en de feta in kleine stukjes en voeg deze samen in een bak, stoom de couscous voor enkele minuten naar eigen voorkeur gaar. Voeg de couscous toe en het gerecht is klaar. Tip: een handje cashewnoten (als die nog niet op zijn) is ook erg lekker erbij.

27


Stroomt de Rijn voor ons? Tekst: Luuk Achterberg

Stroming op de Rijn

“De Rijn stroomt voor ons, voor ons en voor Argo”, zingen wij

We hebben in Wageningen het mooiste en slechtste

elke dinsdag vol trots. Tegelijkertijd gaat er geen roeiseizoen voorbij zonder dat er een wedstrijdroeier klaagt over het feit dat ‘in alle jaren dat hij roeit, er nog nooit zo vaak een vaarverbod is geweest door de stroming’. Zo’n uitspraak gaat dan weer gepaard met een opmerking van een coach die begint over zijn jaren als roeier en dat het nu allemaal wel mee valt met die stroming. Daarnaast lijkt een vaarverbod door stroming toch ieder jaar weer als een verrassing te komen. In dit artikel proberen we tot een antwoord te

roeiwater van Nederland. Waar je de ene dag eindeloos ver door kunt roeien op een iets van een fata morgana weghebbende spiegel, kan het zo zijn dat een week later de Rijn harder stroomt dan een wildwaterbaan in de Efteling. Tot 500 kubieke meter afvoer van water per seconde mag er nog geroeid worden op de Rijn. Daarboven geldt een vaarverbod voor kleine boten, maar aangezien dit vaak gepaard gaat met een hoge waterstand en hoge golven is de kans klein dat grote boten wel het water op mogen. Ook

komen op de volgende drie vragen:

onder de 500 m3/s is het effect van stroming goed te voelen.

- Hoe liggen de dagen met een vaarverbod door stroming verspreid over het jaar?

de druk zo van je blad afloopt. Wat dan zeker niet helpt is

- Op welke manier beïnvloedt de stroming in een jaar de prestaties? - Wie heeft er nou eigenlijk het recht om te klagen dat er in zijn roeiseizoenen de sterkste stroming was?

Met stroming tegen voel je vanaf ongeveer 300 m3/s al dat voorbijgelopen worden door wandelaars in de uiterwaarden die minder problemen van de stroming ondervinden. Op de terugweg is het plezier natuurlijk groot als je 8 kilometer kan roeien met een snellere split dan de beste roeiers van de wereld. Ook krijg je de druk die je met stroming tegen miste, nu dubbel terug. Je weet dat het een snelle terugweg wordt als je in de eerste haal vast komt te zitten in je inpik met veel te veel druk op het blad.

Figuur 1, gemiddelde afvoer van 1990-2020 per dag van het jaar in m3/s

28


Figuur 2, aantal dagen per jaar met een afvoer boven 500 m3/s in het groen weergegeven op de linker verticale as. De gemiddelde afvoer per jaar is weergegeven met een blauwe lijn met bijbehorend de waarden op de rechter verticale as. 1991 verwijst naar het roeiseizoen 1990-1991, met als startdatum 1 september.

Stroming door het jaar heen Aan het begin van elk seizoen, het begin van september, lijken we het bestaan van stroming meestal te vergeten. Eerstejaars gaan het water op in C4+’en of in de acht. Middengroep en ouderejaarsroeiers trainen in kleine nummers. Nu lijkt het vaak alsof op het moment dat de wedstrijdroeiers in training gaan de Rijn zich van zijn slechtste kant gaat zien en pas vanaf het moment dat de Varsity geroeid is tot rust komt. Eerstejaars ploegen blijven in deze periode vaak in de acht op het kanaal trainen en het is voor ouderejaars roeiers de standaard om in het weekend te trainen in Almelo. De afvoergegevens van de afgelopen 30 jaar zijn gemiddeld per dag en in figuur 1 weergegeven. Het is duidelijk te zien dat de afvoer in de eerste maanden van het seizoen erg laag is en gemiddeld rond december toeneemt tot gemiddeld 350 m3/s. De afwijking van het

per jaar. Dit ondersteund door naar de gemiddelde afvoer over het hele jaar kijken. In Figuur 2 zijn het aantal dagen met een vaarverbod wegens stroming per jaar weergegeven in het groen en de gemiddelde afvoer per seconde over het hele jaar met een blauwe lijn. Uit deze gegevens blijkt toch echt dat de roeiers in de periode 1999 tot 2003 de meeste dagen en gemiddeld de sterkste stroming hebben ondervonden in de afgelopen 30 jaar. In 1999 waren dit maar liefst 180 dagen met stroming boven de 500 m3/s en een gemiddelde van 525 mv/s over het hele jaar. Betekent dit dan ook dat de Varsity van 1999 en 2000 gewonnen zou zijn door Argo als de stroming niet zo sterk was geweest? Of hebben deze omstandigheden de oude vieren van toen juist optimaal voorbereid op de klotsbak die het Amsterdam Rijnkanaal wordt genoemd?

gemiddelde is door de jaren heen significant. Maar het

Het effect op prestaties

is duidelijk dat de kans op een vaarverbod door te harde

Al met al blijkt het dus dat de generatie roeiers van de

stroming het grootst is in de periode januari tot april.

seizoenen 1999 tot 2003 volledig in hun recht staan als ze de roeiers van nu corrigeren op het geklaag over stroming.

“Vroeger was de stroming pas sterk” Gemiddeld gezien zouden we dus eigenlijk het hele jaar geen vaarverbod moeten hebben door stroming. De afwijking van het gemiddelde is zowel positief als negatief erg groot. Het aantal dagen dat de stroming daadwerkelijk boven de 500 m3/s uit komt verschilt per jaar. We kunnen zien wie er in

De stroming is inderdaad op zijn sterkst wanneer de wedstrijdroeiers in training gaan in januari en zwakt na de Varsity begin april weer af. Maar of de resultaten er nou echt onder lijden? Stroomt de Rijn nou voor ons, of hebben we er juist last van? Een ding is zeker, ook al stroomt het 1000 kuub per seconde, je kunt altijd ergometeren.

zijn recht staat als hij klaagt dat het veel vaker en harder stroomde toen hij roeide dan nu, wanneer we kijken naar het aantal dagen dat de afvoer boven de 500 m3/s uit komt

29


Trainen in quarantaine Tekst: Luwe Groot Op donderdag 12 maart was het bijna zover. Na het weekend daarvoor voor de zoveelste keer naar Almelo te zijn uitgeweken, konden wij, Middengroep Licht, ons opmaken voor een trainingsweekend op de Bosbaan. Terwijl wij onze AT training op de ergometer aan het draaien waren, draaiden de coaches aan de boutjes en moertjes van onze nieuwe boot. We hadden onze hele winter opgegeven om in een ouder modelletje te roeien, maar dit weekend zouden we deze beloning eindelijk innen. Het mocht niet baten: na onze eerste serie van intervalletjes werden wij, met vele anderen leden, van de Hoogbouw afgestuurd. De Nederlandse sportorganisatie, het NOC*NSF, had gesproken. Terwijl wij balend, maar ook onwetend de trap van de Hoogbouw afliepen, raakten we nog één keer ons nieuwe bootje aan. Zouden we dit seizoen nog halen maken in deze boot? We kunnen er nu natuurlijk niet omheen, maar die ene donderdag was de bakermat van de Nederlandse coronacrisis. Het heeft ieders leven drastisch veranderd. Naast dat het studeren en het sociale leven werd ingeperkt, moest er ook anders worden getraind. De hoop op wedstrijden in juni of een eventueel seizoen in de zomervakantie was toen nog groot.

Zo bleef ook ik optimistisch. Ik bleef in ongeveer dezelfde frequentie als voor de lockdown trainen, mede door de aan huis geleverde ergometers door het bestuur. Lange ED sessies, bitse AT trainingen en intensieve krachttrainingen bleven op het menu staan, maar nu was je nog meer op jezelf aangewezen: het teamverband viel weg. De persconferentie op 25 maart kwam dan ook hard aan: tot 1 ‘juno’ geen evenementen, betekende namelijk ook geen wedstrijden. Vanaf die persconferentie is mijn optimisme verminderd en ben ik realistisch naar de situatie gaan kijken. Ik bleef daarentegen wel trouw mijn trainingen draaien, maar de monotone, toch bevredigende ronk van de ergometer begon zich in mijn hoofd om te zetten naar gemijmer de rest van de maand. Vooral de dagen dat je met heerlijk zonnig weer naar een spiegelgladde Rijn keek, deden pijn. We wilden niets liever dan met onze gladde boot die gladde Rijn over scheren. Op 21 april hield deze rollercoaster van emoties op. Het hoge woord van de verlenging van de maatregelen op die dag en dus een definitief afgelast seizoen was enorm balen, maar zorgde gek genoeg voor rust in mijn hoofd. Er was eindelijk duidelijkheid. Vanaf dat moment heb ik de ergometer in de trapkast gezet en mijn oude passie hardlopen weer opgepakt. Gecombineerd met fietsen en krachttrainingen probeer ik toch nog bijna dagelijks in beweging te blijven, omdat het nou eenmaal in mijn systeem zit. Nu we vanaf juni weer kunnen skiffen en aan gezamenlijke bootcamps kunnen deelnemen, is de lol (bijna) weer helemaal terug en kunnen we met een frisse blik kijken naar wat volgend jaar te bieden heeft.

Luwe Groot op een aan huis geleverde ergometer

30


Oud Argo - Van de Penningmeester Geachte leden Oud Argo, oud Argonauten en

Het is gebruikelijk om in deze bijdrage een korte

Argonauten,

blik te werpen op het financiële reilen en zeilen van

Het eerste dat u opvalt als u de Argonautika oppakt, is dat er geen acceptgirokaart meer bij zit, maar dat er een vierkant met vierkante vlakjes op het adreslabel staat. Is Oud Argo gestopt met fondsenwerving? Nee dat niet, maar de acceptgirokaart staat op het punt van verdwijnen. Er zijn andere betalingsmogelijkheden voor in de plaats gekomen en Oud Argo gaat daar in mee. Velen van u die niet via een automatische incasso betalen, hebben afgelopen december een mailtje

uw oudleden vereniging in het afgelopen jaar. De inkomsten aan contributie waren het afgelopen jaar hoger dan voorgaande jaren, daarentegen zijn de vrije giften afgenomen. De belastingaftrekbare periodieke giften zijn op peil gebleven, maar zullen komend jaar afnemen omdat het aantal afneemt en de animo tot verlenging of het nieuw afsluiten niet erg groot is. Kijk eens even op onze website of het misschien toch iets voor u is.

gehad met een betalingslink voor de contributie. Die

Waar hebben we het geld aan besteed in 2019?

kunt u ook dit jaar weer verwachten, mits Oud Argo

We hebben de gebruikelijke kosten gehad aan de

een geldig mail adres van u heeft. Naast de jaarlijkse

ledenadministratie en Argonautika, daarnaast hebben

acceptgiro voor de contributie was er een halfjaarlijkse

we ontmoetingen met de profcoaches verzorgd. Oud

acceptgiro voor een vrije gift. Ook hiervan werd door

Argo heeft ook een bijdrage gedaan aan de roeiers en

velen van u gebruik gemaakt. Deze acceptgiro hebben

roeister die uitgezonden zijn geweest naar de EUC.

we nu vervangen door een QR code, het vierkant met vierkante vlakjes. Deze code kunt u scannen met een smartphone en na het openen van de aangeboden link komt u op een pagina van de ING bank met een betaalverzoek. (Voor ING rekeninghouders, u kunt de QR code ook vanuit uw ING Bankieren app scannen). Omdat een betaalverzoek een bedrag eist, heb ik hier een bedrag ingevuld, maar dat kunt u naar eigen believen aanpassen. Mocht u het adreslabel reeds weggegooid hebben, hier staat hij nog een keer.

De profcoach fonds valt buiten de winst- en verliesrekening van Oud Argo, velen van u dragen hier aan bij in de vorm van een periodieke bijdrage of losse bijdrage. Deze bijdragen zijn ruim minder dan in het eerste jaar. Daarnaast zijn ons enkele donateurs ontvallen, waardoor ook de periodieke bijdrage afneemt. Vanuit het fonds worden de maandelijkse facturen voor de profcoaches voldaan. We teren op dit moment in op het fonds, waardoor in het vijfde jaar bij lange na niet het streefbedrag gehaald wordt. In het laatste jaar zal het resterende bedrag aan Argo worden overgemaakt. Een “tekort” zal Argo vanuit zijn eigen begroting moeten aanvullen. Jan Vennegoor op Nijhuis Penningmeester Oud Argo

Voor informatie over contributie betalen per machtiging of een belastingaftrekbare periodieke gift zie de website van Oud Argo (www.oud-argo.nl)

31


colofon

Argonautika is het verenigingsorgaan der W.S.R. Argo en Oud Argo. Het is de opvolger van respectievelijk de Sitback en het Gulden Vlies. Argonautika verschijnt 2 maal per jaar in een oplage van 2000 exemplaren. Argonautika komt tot stand door samenwerking tussen leden van Argo en Oud Argo, die samen de Argo Magazine Commissie (AMC) vormen.

W.S.R. Argo Grebbedijk 59 6702 PB Wageningen

Tel: 0317 420700 Argo: Amarens Laskewitz, Luuk Achterberg, Luwe Groot, Jerre Koelmans, Ruth Andreae, Femke Schootstra, Sam van den Oetelaar, Sanne Put, Nienke Eikelenboom, Loes Vonk Oud Argo: Elly de Regt, Michel Steenbergen, Maarten Minkman Foto’s: Promocie, Steven ten Hoff, Annelotte van Dieren Contact AMC: argonautika@wsr-argo.nl Druk: flyeralarm De AMC stelt zich niet aansprakelijk voor onjuiste en/of onvolledige gegevens.

E-mail: bestuur@wsr-argo.nl E-mail: secretaris@oud-argo.nl Internet: www.wsr-argo.nl Internet: www.wsr-argo.nl/oudargo IBAN Argo: NL29 INGB 0681 0756 86


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Argonautika 21 by Oud Argo - Issuu