Argonautika
periodiek der W.S.R. Argo en Oud Argo
Juni-uitgave: Volume 12
Argo wint de Varsity
2015
Mores
en
tradities
EJLD+ aan kop in klassement
Argo’s oorlogsdoden
Omslag: Foto boven: EJLD+ op de Winterwedstrijden Foto onder: EJZ+ met blik
Inhoudsopgave
Redactioneel Vaak wordt de waarde van tradities binnen onze vereniging ter discussie gesteld. Nu er steeds minder langstudeerders onder ons zijn, zou het begrip traditie inhoudsloos worden: “Als je op Argo iets drie jaar op rij doet, noem je het traditie. Dan is er niemand die nog weet dat het nog niet bestond.” De Argo Magazine Commissie besloot een onderzoek in te stellen om dit vraagstuk te beantwoorden: Wat zijn echte tradities? Wat wordt pas sinds kort gedaan? Welke tradities zijn er verloren gegaan?
4 6 10 13 14 15
Meerjarenplan 2015-2020 Argo’s oorlogsdoden
wu dluvegn sella tad d thceret sejt
un keeB n tfeeh neitraM .netalre nedluG teh nav kreweitc akituanogrA ed nav eitcader ed ni ed roov raabkihcseb lew hciz tduoh Botendoop teh ni neieor teh mo reem redno ,akituan .negnerb et thcilteov teh roov dnalnetiub ni ej eid neru ella roov knad :neitraM scripto kaav gon nepKoken oh eW .op nekArgo otseg&tbArgonautika eh .negnavtno negom et swueinieor
Tradities op Argo
Uit ons onderzoek komt geen eenduidig antwoord: Sommige gebruiken die nog steeds in trek zijn, zoals het Argo-lied en de jaarlijkse Kanaal Kampioenschappen, zijn bijna zo oud als de vereniging zelf. In de laatste jaren zien we een herleving van de jasjesweek en alle gebruiken rond de Varsity. Sommige tradities blijken ouder te zijn dan gedacht, zoals het Mossel-Bockdiner, maar er zijn ook zeker verloren tradities aan te wijzen. Feit is wel dat er naast de genoemde thcireg thcadnaa Rowing ed – nekmemories eirbur etsav van Willem van Eck ed tsaan – tradities nog een waar scala aan jaarlijks terugkomende naa netuanogrA sraajedeewt latnaa nee ew netal lekitrad evenementen op Argo plaats vindt. Het zou jammer zijn et mo dgaadegti als deze de echt oude tradities verdringen. Mijn boodschap si kuel dnetteztno oz re taw nelletrev mo treeripsni 4102 nav sraajetsree elev ed tid tad nepoh aan de huidige Argonauten is dan ook: “Lees het artikel en nee re mo netiulseb reizelp leev tem skarts jiz tadoz nekam onthoud wat écht oud is. Waardeer de lange geschiedenis van uw vereniging en houd deze in ere. Geniet daarnaast van al het moois wat op en rond het water gebeurt!” Aan de 12e uitgave van uw verenigingsblad is hard gewerkt. Daarbij heeft de redactie veel gehad aan nieuwe redactieleden Bart, een waar verhalenmonster, en Lianne, die taken op haar schouders durft te nemen. De Oude Doosch is als column succesvol en wordt van de ene naar de andere generatie Argonauten doorgespeeld. Er zijn nieuwe elementen aan het tijdschrift toegevoegd in de vorm van een Argo-puzzel en een Argo-recept. Nog steeds is er ruimte in de commissie voor leden van zowel Argo als Oud-Argo. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij het bestuur of bij mij. Veel leesplezier! Teun Fiers Voorzitter Argo Magazine Commissie (AMC)
Bestuur Hanon vlnr: Mej. M.S. van der Zeijden, Dhr. M. Minkman, Mej. H. Lugt, Dhr. G.T.M. Hanon, Mej. M.J.J. de Rooij, Mej. B.F. Tan, Dhr. C.A. de Haan
1
De Argonautika
Waarde Argonauten en Oud-Argonauten, Verandering staat aan de basis van onze roeivereniging. Niet alleen het immer tartende water van onze Rijn, die door het jaar heen van een kolkend gevaarte overgaat naar een spiegelende stilzwijgendheid. Maar ook de omwenteling van de roeiers, dieed hier als jonge honden, op zoek naar een plek waar zij verwachten zich te kunnen ontwikkelen met rooaankomen v rhun einamedemens, m egireizelpwaar zij verwachten een verandering door te maken van onervaren scholier naar volleerde Argonaut. tezamen de wateren trotseren en met hun krachten mogen smijten. j neraj eWaar id la zij ej puiteindelijk oraaw tbeh rettizroov sla lor durven de uitdaging aan te gaan en je ontwikkeling te omhelzen. Want vooruitgang is waar we rozeg tbDurven eh roov te reveranderen, ne allemaal naar op zoek zijn en stilstand is in feite achteruitgang. Althans, dat lijkt de huidige tijdgeest te zijn. Maar deze op njiz po reew djitla tijdgeest .mlijkt awk op menig studentenroeivereniging, zo ook op Argo, minder van toepassing te zijn. Niet alleen zijn wij als itraM tferoeiers eh ettobezig lsneT onze achteruitgang in de boot te perfectioneren, ook zijn we als studenten bedreven met het verleden en eitcaderomarmen ed feitinfide ed historie die ons naar het hier en het nu heeft gebracht. Oude herinneringen worden uitgesproken, waarbij ouderejaars der neraj elev njiz anen oud-leden soms hunkeren naar hun goede oude tijd. Want vroeger ging het anders en was het beter. Echter eraj latn aa neeliep seiler V toen een hele andere compositie aan Argonauten rond, iets wat bepalend is voor de tijdgeest op Argo. eitraM .diaardeg eem De generatie van nu vormt de historie en tradities voor later en staat aan de basis van de grA heersende mentaliteit. Met het bekendmaken van het meerjarenplan voor de komende vijf jaar zal de huidige generatie Argonauten een doel voor ogen hebben, zullen ze tezamen hun zinnen kunnen akitu anogrA zitten op de stip aan de horizon. edMet de winst van de jonge acht op de Varsity en de heerschappij van de eerstejaars lichte dnalnetiub tem negardjib wuoj dames in het klassement zie ik nu al perspectief voor de toekomst. Na het voor elkaar krijgen van een grote zonne-energiew nebbeinstallatie h remmunop edhet 11 dak van onze botenloods zal Argo tid nnu I niet alleen op het water, maar ook ooh teh op nI .de nekant tuanogroen grA vermogen kunnen leveren. egnoj ed po
neh tfeeh eitcader eD eW .neieor raaj etsree groene et nav raMet ajieo r etsregroet, e .neponk et tsav naa GwenaĂŤl Hanon Voorzitter .reizelpseeder l W.S.R. Argo
.droow teh nuh ni tseeweg kuel nee koo re ogrA jib raaj edeewt
leev neeredei nesnew eW
Beste Argonauten en Oud Argonauten, Bij het schrijven van dit voorwoord is het roeiseizoen al weer in volle gang. Skadi is er op het Amsterdam-Rijnkanaal weliswaar met de winst vandoor gegaan, de jonge acht van Argo heeft hier gezegevierd. Ook de eerstejaars lichte dames dubbelvier heeft hier Argo laten gloren. Dit biedt een mooie belofte voor de toekomst. Wanneer u dit nummer van de Argonautika leest is het al weer bijna tijd voor de 56e Argo Sprint. Een mooie gelegenheid om op 3 juli in Amsterdam te komen kijken hoe de Argo ploegen ervoor staan en uw oude ploeg-, commissie-, bestuurs- en vooral verenigingsgenoten te ontmoeten. Het 100-jarig lustrum van Argo ligt al weer enige tijd achter ons. Het nieuwe gebouw is een mooie blijvende herinnering daaraan. En dat niet alleen, bij het opruimen van het gebouw voor de sloop en de voorbereidingen van het Lustrumboek zijn oude stukken uit de historie van Argo boven water gekomen. Twee stukken daarvan betreffen schilderijen die sommigen wel en vele anderen waarschijnlijk nog nooit hebben gezien. Dat ze al enige tijd op Argo zijn en het bruisende leven aldaar van nabij hebben meegemaakt was goed te zien aan de staat waarin deze twee kunstwerkjes verkeerden. In een nieuw gebouw hoort de historie een vaste plaats te hebben, reden te meer voor Oud-Argo om deze twee schilderijen te laten renoveren. Wie op de oud-Ledendag is geweest heeft ze wellicht al kunnen bewonderen. Zo niet, vraag er eens naar als u weer eens op de WSR aanwezig bent. Het is zeker de moeite waard. In april van dit jaar heeft Argo het project Artemis Helios succesvol afgerond. In korte tijd is de elektriciteitsvoorziening van Argo via zonnecellen gerealiseerd. Een mooi voorbeeld van visie, daadkracht en samenwerking. Hier kunnen we met elkaar trots op zijn. Met groene groet, Namens het Oud Argo bestuur, Elte-Jan Visser
2
Sleutelen aan gebouw Zonnepanelen Precies op tijd om de zonnige lente dagen mee te pakken, draait Argo sinds begin april van dit jaar op haar eigen opgewekte zonne-energie. Het dak van de botenloods is verrijkt met 150 fotovoltaïsche panelen die samen goed zijn voor 33.000 kWh op jaarbasis, wat gelijk staat aan het totale stroomverbruik van de vereniging. Argo is hiermee de eerste roeivereniging in Nederland die volledig op zonne-energie draait. Het groene karakter van Argo en Wageningen wordt op deze manier onderstreept, en wordt er een duurzamere financiële situatie en ruimte op de begroting gecreëerd. Als de lening voor de panelen over vijf jaar is afgelost, levert de installatie een jaarlijkse besparing van €4.500 euro op. Dus elke 6 jaar een nieuwe vier met! Via deze weg wil het zonnepanelenteam graag alle investeerders bedanken. Mede dankzij de steun van de investeerders is het gelukt om het project te
Zonnepanelen op de loods
realiseren. Oud Argo heeft namens ruim 50 oud-leden een kwart van de onderneming gefinancierd. Daardoor kon er een provinciale subsidie aangevraagd worden. Deze dekt ook een kwart van de totale investering. De resterende helft van de investering is gefinancierd met giften en investeringen van een aantal oud-leden. Daarvoor worden in het bijzonder adviesbureau Wing, Respectare en twee Oud Argonauten bedankt. Ook bedankt het team graag Besparenmetdezon. nl voor de prettige samenwerking en realisatie van onze plannen, en Greenspread voor hun advies in het begin van het project. Ten slotte biedt het lustrerende bestuur Boterman een display aan waarop de opbrengst van de panelen wordt getoond. Binnenkort worden de panelen op een feestelijke manier officieel in gebruik genomen. Hierover later meer!
Zonepanelen van een afstand
Nieuwe keuken Sinds de opening van het nieuwe gebouw zijn de dinsdagavonden steeds drukker bezocht. De Nascie, het eten op dinsdagavond, is dan ook bijna elke week vol. Om de groei en bloei van de vereniging te kunnen bijbenen is het hoog tijd om de keuken aan te passen. Er wordt nu gekeken naar een kantelbare braadslede, extra werkbladen en efficiëntere opbergruimtes. Met deze aanpassingen gaat de capaciteit van de keuken van 120 man naar ruim 150 man!
Nieuwe redactieleden In de vorige Argonautika heb ik mij voorgesteld als Bart van den Briel, nieuw Oud Argo bestuurslid. En nu stel ik mij voor als nieuw redactielid van dezelfde Argonautika, als opvolger van Betty Valk. Marieke de Lange heeft mij overgehaald een keer de AMCvergadering bij te wonen. Met enige reserves ben ik meegegaan, om na afloop razend enthousiast huiswaarts te keren. Ja, oud, heden en nieuw komen bij elkaar. Van de goede herinnering via het heden naar wat ons te wachten staat, en wat wij daarin kunnen betekenen. In deze heeft betekenen meerdere betekenissen, toch?
3
3
Lianne Wezeman als Stuurbordslag
Mijn naam is Lianne Wezeman, student aan de STOAS Vilentium Hogeschool en competitieroeier bij Argo. Via een groene brief ben ik gevraagd voor de redactie en ben ik sinds januari lid van de redactie. Ik vind het erg leuk om te mogen bijdragen aan het mooiste magazine van Wageningen. De dynamiek binnen de redactie, en de zoektocht naar en samenbrengen van oude en nieuwe verhalen bevallen goed!
Bart van den Briel op boeg tijdens de Tromp bootraces, 2014
meerjarenplan
2015-2020 W.S.R. Argo
Tekst: Maarten Minkman Gwenaël Hanon Argo heeft de laatste jaren een enorme ontwikkeling op het gebied van het verenigingsleven meegemaakt; Argo is een ‘fullservice club’ geworden. Roeien is het hoofddoel, maar nevenactiviteiten zijn tegenwoordig voor een groot deel van de leden een belangrijk onderdeel van het verenigingsleven geworden en tevens een bron van inkomsten voor Argo. Daarnaast zorgen deze nevenactiviteiten ervoor dat Argonauten zich op allerlei vlakken en in allerlei kwaliteiten, die vaak weinig met de roeisport te maken hebben, kunnen ontwikkelen. Zo is Argo een vereniging geworden waar een grote groep jonge hoogopgeleide mensen met een grote verscheidenheid aan interesses zichzelf en elkaar kan ontwikkelen. Argo is een vereniging voor en door studenten. Dat betekent dat studenten niet alleen lid kunnen worden, maar ook dat deze studenten uiteindelijk bepalen wat er op Argo gebeurt.
“Argo is een vereniging voor en door studenten” Een groot nadeel hiervan is dat studenten heel onervaren zijn als ze aankomen en ze relatief heel kort op Argo betrokken zijn. Dit geldt niet alleen voor de leden, maar ook voor het bestuur, dat elk jaar in zijn geheel wisselt. Op zich positief, want zo krijgen elk jaar acht mensen de kans zich op dit gebied te ontwikkelen. Ieder jaar een frisse blik. Bovendien is de huidige vorm van het bestuur niet geheel geschikt om meerdere jaren achtereenvolgens onderdeel van te zijn. Er zitten echter ook nadelen aan deze hoge omloopsnelheid. Er is weinig continuïteit en bij de bestuurswissel gaat veel kennis en ervaring verloren. De afgelopen jaren werd er door elk afzonderlijk bestuur aandacht besteed aan het beleid van de vereniging en ook niet zonder resultaat. Echter, het ‘beleid maken’ blijft teveel steken in het formuleren van speerpunten voor slechts één jaar in plaats van een meerjarige visie met bijbehorende strategie. Juist het gebrek aan die meerjarige visie en strategie heeft er toe geleid dat dit meerjarenplan tot stand is gekomen. Een meerjarenplan biedt
duidelijkheid en continuïteit en is essentieel voor het ontwikkelen van Argo op langere termijn. Argo legt de focus op de langere termijn, we zetten een stip op de horizon en werken daarnaartoe. Maar hoe komen we daar als vereniging? Wat besturen nodig hebben is een rode draad, een kapstok, om de langetermijndoelen van Argo niet uit het oog te verliezen en de continuïteit te waarborgen. Dit is nu gerealiseerd in de vorm van het meerjarenplan. Twee jaar geleden is bestuur De Rink begonnen met het opzetten van het CvA, het College van Advies. Deze groep van oud-Argonauten, met de nodige ervaring op zak, begeleidt het bestuur bij het vormen en uitvoeren van beleid. Vervolgens heeft bestuur Van Doorn via beleidsavonden op Argo een eerste versie van het meerjarenplan 2015-2020 opgezet. Een plan dat Argo de komende vijf jaar naar de stip op de horizon moet begeleiden. Dit jaar is door bestuur Hanon het plan afgerond met een bruikbare beleidscyclus en werkplan en gepresenteerd op de ALV. Waar willen we heen met Argo de komende vijf jaar? Hoe gaan we dat bereiken? Wat zijn onze successen en struikelpunten van nu? Het meerjarenplan beschrijft de huidige situatie, toekomstbeeld en de weg ernaar toe. Allereerst is de vereniging opgedeeld in zes pijlers:
• Roeien • Cultuur • Organisatie • Faciliteiten • Financiën • Externe oriëntatie Per pijler is de huidige situatie uiteengezet om de knelpunten, maar ook succespunten, vast te stellen. Succespunten moeten gewaarborgd worden en de knelpunten moeten worden aangepakt. Uit deze analyse komt de missie van Argo voort. Deze missie is het bestaansrecht van Argo, de essentie van onze vereniging en waarom Argo bestaat. MISSIE: Argo is een vereniging waar mensen in de eerste plaats lid worden om te roeien. Argo is een vereniging waar fanatieke sporters elkaar ontmoeten en motiveren om beter te presteren.
Vanuit deze missie, en de successen en knelpunten die uiteengezet zijn, is er een visie opgesteld voor Argo. VISIE: Argo presteert in de top-6 van roeiend Nederland. Er is synergie: Argonauten halen met elkaar het beste uit elkaar. Er is een duidelijke structuur binnen Argo, waardoor de continuïteit gewaarborgd wordt en iedere Argonaut weet wat er van hem of haar wordt verwacht en voldoet aan deze verwachtingen Deze visie is het ambitieuze toekomstbeeld, het is dat wat we in de komende vijf jaar willen bereiken. De visie is uit te splitsten in de volgende drie pijlers. Argo zal zich de komende jaren op deze pijlers focussen om zo uiteindelijk in de top van roeiend Nederland te komen. Roeien: Wil Argo bij de top van roeiend Nederland komen, dan zal er eerst een sterke basis gevormd moeten worden. De focus komt de komende tijd op het eerstejaars wedstrijdroeien te liggen. Argo wil constant in de top-6 van het eerstejaarsklassement van roeiend Nederland presteren. Het competitie roeien wordt daarbij versterkt als betere basis en opstap naar het wedstrijdroeien waarbij Top-C4+’en constant presteren in poule 1 van de NOOC. Onder begeleiding van de profcoach zullen coachkaders elkaar ondersteunen en vormen zij tezamen een orgaan waar kennis wordt doorgegeven en zo de continuïteit wordt gewaarborgd. Cultuur: Argo heeft de laatste tijd een ongelooflijke groei meegemaakt in het verenigingsleven. Nu het verenigingsleven op peil is en genoeg tot ontplooiing biedt zal er gefocust worden om een mentaliteit te creëren waarbij presteren en winnen centraal zullen staan. Daarbij zal er ook van leden verwacht worden dat zij als geheel deze mentaliteit op Argo zullen uitstralen. Argo bestaat namelijk voor en door haar leden. Argonauten zijn betrokken bij Argo en moeten het normaal vinden zich in te zetten voor hun vereniging, ook wanneer zij daar zelf niet direct voordeel aan hebben. Een Argonaut is trots op Argo en zal dit ook naar buiten uitdragen. Argo is één geheel, Argonauten zijn trots op elkaar waardoor inzet en prestaties in zowel wedstrijd- als competitie roeien worden gewaardeerd. Zo zal Argo een plek worden waar studenten elkaar zullen motiveren om het beste uit zichzelf te halen, zowel op het water als in de vereniging. Organisatie & financiering: In de laatste jaren is er veel gedaan om kennis op Argo vast te houden en door te geven om zo continuïteit
4
op Argo te behouden. Verscheidene adviesorganen adviseren nu het bestuur op zowel bestuurlijk, financieel en materiaal technisch vlak. De groei van leden en kennis zal in de juiste banen geleid moeten worden wilt Argo hier optimaal gebruik van kunnen maken. Aanwas van leden en een nieuw gebouw brengen nieuwe financiële consequenties met zich mee. Hier zal Argo in de toekomst de juiste keuzes in moeten maken. Argo zal een professioneel geleide organisatie worden met een duidelijk meerjarig beleid. Het bestuur moet klaar staan voor haar taak en vanaf het begin weten wat hen te doen staat. Zo zal een duidelijke beleidscyclus
“We staan nu aan de start van een traject, een koers die Argo over de komende 5 jaar zal volgen om onze visie te verwezenlijken” voor meer continuïteit en efficiëntie zorgen. Commissies en leden ondersteunen het bestuur en dragen zo bij aan continuïteit en draagkracht. Om deze visie te verwezenlijken heeft elke pijler een strategie in de vorm van strategische doelen. Onder ieder strategisch doel staan projecten beschreven die gedaan moeten worden om dit doel te bereiken. De projecten zijn uiteengezet in een werkplan dat met een duidelijke
prioritering een chronologisch verloop van de projecten zichtbaar maakt. Zo worden de projecten over enkele jaren verspreid waardoor ieder jaar een andere pakket aan projecten loopt. Het succes van dit plan zal afhankelijk zijn van de betrokkenheid van de besturen en de leden. Een duidelijke cyclus van beleid zal deze betrokkenheid waarborgen. Deze beleidscyclus is ook in het plan opgenomen en beschrijft de momenten waarop h.t. en f.t. besturen met adviesorganen en betrokken leden samenkomen om de plannen door te spreken. Daarnaast is er een werkplan waarin vermeld staat wanneer bepaalde projecten gehaald moeten zijn en wie daar eindverantwoordelijk voor is. Per project zal projectmatig te werk worden gegaan om deze te bereiken. Zo’n project dient in het begin van het jaar tijdig door het nieuwe bestuur uitgewerkt te worden samen met het vorige bestuur en de betrokken adviescommissies. Om te weten aan welke projecten gestart of gewerkt dient te worden levert het vorige bestuur een jaaropdracht aan het nieuwe bestuur. Deze jaaropdracht geeft het nieuwe bestuur handvatten om meteen aan de slag te kunnen. Het nieuwe bestuur werkt deze jaaropdracht uit tot een concreet jaarplan voor hun bestuursjaar. Op deze manier kunnen besturen alsnog hun projecten naar eigen invulling blijven uitvoeren, wat de betrokkenheid ten goede komt. We staan nu aan de start van een traject, een koers die Argo over de komende vijf jaar zal volgen om
onze visie te verwezenlijken. Enkele projecten zijn al van start gegaan, waarvan enkele ook bijna afgerond zijn. Met dit plan en de beleidscyclus zal de continuïteit op Argo vergroot worden, waardoor besturen zich meer kunnen concentreren op projecten voor de toekomst. Met een langetermijnvisie en het werken daaraan krijgt Argo niet alleen een
“De komende besturen en Argonauten kunnen samen aan deze visie werken, waardoor er een gevoel van verbinding, eenheid en trots zal ontstaan.” bewuste identiteit, maar krijgen Argonauten ook een doel voor ogen. De komende besturen en Argonauten kunnen samen aan deze visie werken, waardoor er een gevoel van verbinding, eenheid en trots zal ontstaan. Op deze wijze zal Argo de komende tijd de nodige stappen zetten om naar de top van roeiend Nederland te klimmen! Mocht u meer te weten willen komen over het meerjarenplan 2015-2020 en de uitgezette koers voor Argo, dan kunt u het altijd inzien op Argo. Daarnaast zal een elektronische versie beschikbaar gemaakt worden.
Tabel 1 Strategische doelen per pijler
5
Roeien
Cultuur
Organisatie & financiering
• Werving roeiers tijdens de introductietijd • Werving van wedstrijdroeiers vergroten • Competenties coaches vergroten • Begeleiding roeiers vergroten • Roeiwaterprobleem verminderen
• Focus op roeien benadrukken • Ambities opwekken • Winnaarsmentaliteit verhogen • Collectieve trots en identiteit van Argonauten versterken • Opvoeding versterken
• Continïteit waarborgen • Versterken en expliciteren organisatie • Materiaalbeheer en faciliteiten versterken • Financiën hervormen • Externe sensitiviteit en profilering versterken
Argo’s oorlogsdoden 1940-1945 bevrijders arriveren, door nerveuze en dronken bewakers vermoord.
Tekst: Bram Lokker Foto’s: Almanak WSC Dick de Wit Bart Janssen
Dit jaar – 75 jaar na het begin van de Duitse bezetting en 70 jaar na de Bevrijding – wordt in ons land veelvuldig stilgestaan bij de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de research voor het vorig jaar verschenen boek ‘De Rijn stroomt voor ons, 100 jaar W.S.R. Argo (1913-2013)’, kwam ook veel materiaal over de Tweede Wereldoorlog aan het licht. Omdat voor lang niet alles plaats was in het lustrumboek, heeft één van de schrijvers nu de gelegenheid te baat genomen om een artikel te wijden aan de Argonauten die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen als gevolg van oorlogsgeweld, verzet en strijd. De periode 40-45 liet ook Argo bepaald niet onberoerd. Wanneer de eerste Argonauten in mei 1945 terugkeren in het sinds oktober 1944 geëvacueerde Wageningen, treffen zij een in puin geschoten botenhuis en een vrijwel volledig vernietigde vloot aan. Ook zijn er binnen de vereniging en onder de recent afgestudeerde Argonauten een vijftiental oorlogsdoden te betreuren. De relatief kleine vereniging is bijna letterlijk gedecimeerd. In het boek ‘De Nederlandse Roeisport’, dat in 1967 verscheen ter gelegenheid
Willem Voorbeijtel Cannenburg (1908-1945)
Jhr. Binnert (1919-1945)
Jhr. Binnert de Beaufort (1919-1945)
van het 50-jarig bestaan van de roeibond, lezen we dat “minstens 150 van onze roeiers en roeisters in een concentratiekamp of bij fusillades het leven lieten, nog zonder de vernietiging van de leden van Poseidon [deze Amsterdamse roeivereniging kende hoofdzakelijk joodse leden, BL]. Het grootste contingent slachtoffers viel bij Laga, Argo en De Maas.” In dit artikel een korte biografische schets van ieder van hen:
Willem Voorbeijtel Cannenburg (1908-1945)
Als zware roeier is Willem Voorbeijtel Cannenburg succesvol. In de seizoenen 1935 en 1936 trekt hij maar liefst zes blikken. Een respectabel aantal in een tijd dat er per jaar maar drie of vier wedstrijden zijn. Vanaf 1935 zit hij ook in het bestuur en van oktober 1937 tot oktober 1938 is hij voorzitter van Argo. Bij zijn afstuderen in oktober 1941 wordt hij benoemd tot lid van verdienste. Hij vertrekt diezelfde maand uit Wageningen om zich in Rozendaal (bij Arnhem) te vestigen waar hij op 15 november 1941 trouwt met Argo-roeister Marie Alexine barones van Pallandt. Naast zijn werk als bosbouwer wordt hij actief in het verzet. Aan het einde van de oorlog wordt hij door de Duitsers gevangen gehouden op landgoed de Oxerhof bij Deventer. In dit kamp voor politieke gevangenen van de S.D. (Sicherheitsdienst) wordt hij op 5 april 1945, kort voor de Canadese
de
Beaufort
De in Arnhem geboren Binnert de Beaufort begint in september 1940 aan een studie Nederlandse Landbouw in Wageningen. Hij wordt lid van Argo, maar van roeien en studeren komt niet meer zo veel. Al vanaf het eerste oorlogsjaar begint hij met klein verzetswerk. In 1941 is hij opgeklommen tot adjudant van de Wageningse commandant van de O.D. (Ordedienst, een verzetsorganisatie). In 1942 komt hij in contact met een Brits geheim agent en reist hij maandenlang door Nederland om militair en economisch spionagewerk voor de Britten te doen. Wanneer zijn contactpersoon in oktober 1942 op mysterieuze wijze verdwijnt, besluit Binnert via Frankrijk en Spanje naar Engeland te reizen om het verbroken contact te herstellen. Hij wordt onderweg in Brussel opgepakt met belangrijke papieren in zijn bezit. Van november 1942 tot mei 1943 zit hij gevangen in de strafgevangenis van Scheveningen (het zogenaamde Oranjehotel). Verzwakt door uithongering en eindeloze verhoren wordt hij eind juni 1943 overgebracht naar een ziekenhuis, van waaruit hij met hulp van buiten af weet te ontsnappen. Hij duikt onder in Amsterdam en na een herstelperiode begint hij in september 1944 weer met zijn illegale werk. Ditmaal voor de sabotagegroep van de Binnenlandse Strijdkrachten in Amsterdam. Op 16 februari 1945 wordt hij in de Kalverstraat herkent door een agent van de S.D., hij wordt op de vlucht neergeschoten en overlijdt. De Beaufort geniet enige bekendheid als auteur van het religieus getinte boekje ‘Kerstmis in Scheveningen’ dat hij over zijn verblijf in de gevangenis schreef.
Flip Corts (1921-1944)
Flip Corts wordt geboren in Nederlands-Indië, vanaf september 1940 studeerde hij Koloniale Bosbouw aan de landbouwhogeschool. In 1943 weigert hij de loyaliteitsverklaring te tekenen. Om zijn ouders niet bloot te stellen aan represailles, meldt hij zich daarna bij de Arbeitseinsatz in Ommen. Hij wordt tewerkgesteld in Duitsland maar keert na een verlof niet terug. Bij een controle in Uddel
6
Flip Corts (1921-1944)
wordt hij gearresteerd omdat hij in het bezit is van illegale lectuur. De bezetter beschuldigt hem van hoogverraad en sluit hem op in de Willem III kazerne in Apeldoorn. In de vroege ochtend van 2 december 1944 wordt hij, samen met twaalf lotgenoten doodgeschoten op het voetbalveld van de Willem III kazerne.
Steven van Delden (1922-1945)
De in Deventer geboren Van Delden begint in september 1941 in Wageningen aan een studie Koloniale Landbouw. Hij raakt betrokken bij het verzet en loopt uiteindelijk tegen de lamp. Na een mislukte ontsnappingspoging wordt hij op 14 januari 1945 in Velp, met zes anderen, gefusilleerd.
Ton Dolk (1919-1944)
Ton Dolk (1919-1944)
De uit Rotterdam afkomstige Ton Dolk studeert sinds september 1940 Koloniale Bosbouw in Wageningen. Zijn ouders zijn vanuit het verwoeste Rotterdam met hem meeverhuist naar Wageningen. Als katholieke jongen is Ton naast corpslid ook nog lid van K.S.V. In oktober 1942 verhuist hij naar Renkum, waar hij een kamer huurt. Naar verluidt heeft Ton vanwege de bezetter onwelgevallige acties dan al een aantal maal kortstondig in de Arnhemse koepelgevangenis gezeten. Wanneer in september 1944 de Slag om Arnhem begint, en de Airborne luchtlandingen bij Renkum voor de nodige verwarring zorgen, heeft hij, naar men zegt, geprobeerd om in zijn Nederlandse legeruniform de Engelse linies te bereiken. Naar verluidt is hij daarbij door Duitse troepen gearresteerd. Wat er daarna met hem is gebeurd is onduidelijk. Sommige bronnen hebben het over een concentratiekamp waar hij in 1945 zou zijn overleden, andere bronnen noemen 20 september 1944 en Rhenen als overlijdensdatum en -plaats. Kort na de oorlog geldt hij in ieder geval nog als vermist. Wellicht is hij na zijn arrestatie als franc-tireur stand-rechterlijk geëxecuteerd en in Rhenen in een naamloos oorlogsgraf begraven.
Bert Fijnvandraat 1945)
7
Steven
van
Delden (19221945)
Bert Fijnvandraat (19181945)
een ondergrondse organisatie die zorgt voor de repatriëring van Nederlandse studenten uit Duitsland. Ook is hij betrokken bij de verzetsgroep rond het illegale blad ‘Je Maintiendrai’. Op 1 juni 1944 wordt hij op het station van Utrecht gearresteerd met een enveloppe vol met exemplaren van ‘Je Maintiendrai’ op zak. Hij wordt veroordeeld tot een tuchthuisstraf en sterft kort na de bevrijding op 19 mei 1945 in het dwangarbeidkamp Büdelsdorf aan een ernstige ziekte.
Dick van 1942)
der
Knaap (1917-
Dick van der Knaap wordt geboren in Nederlands-Indië. Hij begint in 1938
(1918-
De in Groningen geboren Gijsbert Fijnvandraat studeert sinds 1938 Nederlandse Landbouw en is in 1941 secretaris van Het Bootenfonds. Na de zomer van 1941 verhuist hij van Wageningen naar Utrecht. Hij is dan inmiddels actief in het verzet. Hij werkt voor het Aussen Ministerium,
Dick
van der
Knaap (19171942)
aan een studie Koloniale Bosbouw in Wageningen en woont vanaf januari 1939 aan de Riemsdijkstraat 7. Tijdens de mobilisatie dient hij bij de bereden artillerie. Op de Head van 1941 roeit hij op boeg in de Oude Acht. Dick is actief in het (studenten)verzet en wordt in juli 1942 gearresteerd. Hij overlijdt op tweede Kerstdag 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen.
Jan
de
Konink (1919-1945)
Jan de Konink wordt geboren in het Drentse De Wijk. In 1938 begint hij aan een studie Koloniale Landbouw aan de Landbouwhogeschool. Als student woont hij op Hoogstraat 102A en Heerenstraat 14. Vanaf oktober 1939 zit hij in het Argobestuur, eerst als commissaris en vanaf februari 1941 als secretaris. Als roeier begint hij in de Jonge Acht van 1940. In 1941 start hij ook de Head, Koninklijke, Hollandia en het Triton Lustrum in de acht. In de loop van de oorlog raakt hij betrokken bij verzetswerk. In april 1943 verhuist hij naar Hilvarenbeek. Later wordt hij gearresteerd in Esbeek. Jan de Konink komt op 31 januari 1945 om het leven in de strafgevangenis Sonnenburg (tachtig kilometer ten oosten van Berlijn), een ‘Nacht und Nebel’ gevangenis met politieke gevangenen uit het buitenland.
Eltien Krijthe (1909-1945)
Samen met haar tweelingzus Neeltje (Nel), studeert de uit Den Haag afkomstige Eltien Krijthe vanaf 1927 Tuinbouw. Samen vormen de zusjes de kern van de succesvolle stijl(snel)roeiploegen uit de jaren ’30 (ze behalen tussen 1930 en 1936 vier blikken). Na haar afstuderen in 1934 is Eltien werkzaam als
Eltien Krijthe (1909-1945)
assistent bij Landbouwplantenteelt. Samen met Neeltje bewoont ze de bovenwoning van boerderij ‘Wolfswaard’ in de uiterwaarden. Ook na hun afstuderen zijn de zusjes nog regelmatig op Argo te vinden. In 1938 roeien ze nog in de Dames Acht die meedoet aan de Argo Lustrumwedstrijden en in 1940 is Nel nog coach van de stijlroeivier. Vanaf het begin van de bezetting is de tweeling betrokken bij klein verzetswerk. In november 1942 verlenen ze onderdak aan twee Joodse onderduikers. Op 20 mei 1944 doet de S.D. een inval (de benedenwoning van de Wolfswaard fungeert als het hoofdkwartier van het Wageningse verzet). De zusjes en hun onderduikers worden gearresteerd. Via Kamp Vught komen ze samen in Kamp Ravensbrück terecht. Eltien bezwijkt in maart 1945 door uitputting en ziekte. Nel overleeft het kamp.
Han Steketee (1922-1944)
de redacteuren van het illegale Wageningse studentenblad Cereales. Op 10 september 1944 komt hij om het leven bij een geallieerde luchtaanval op een trein nabij Sassenheim.
Aafko Suringar (1921-1944)
Aafko Suringar studeert sinds september 1939 aan de Landbouwhogeschool. Hij woont aan de Heerenstraat 12 te Wageningen. Als eerstejaars zit hij in 1940 op boeg in de Lichte Vier. Op vrijdag 8 januari 1943 arresteren de Duitser willekeurig een aantal studenten, nadat het verzet het bevolkingsregister van Wageningen had ontvreemd uit het gemeentehuis. Aafko is één van de onschuldige gijzelaars. De groep wordt overgebracht naar kamp Amersfoort en vandaar naar kamp Vught. Na enkele maanden worden de meesten weer vrijgelaten. In 1944 woont Aafko weer bij zijn ouders in Amsterdam. Wanneer de RAF op 26 november 1944 het gebouw van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat in Amsterdam bombardeert worden ook dertig
Han Snell (1918-1944)
Han Snell wordt geboren in Nederlands-Indië. Vanaf 1939 studeert hij Koloniale Bosbouw in Wageningen. In 1943 komen zijn ouders ook in Wageningen wonen en trekt Han bij hen in. Vanaf 20 mei 1943 woont het gezin Snell aan de Hamelakkerlaan 9. Tijdens het bombardement op de wijk Hamelakkers van 17 september 1944 worden Han, zijn zus Henriëtte en hun beide ouders voor hun huis dodelijk getroffen.
Han Steketee (1922-1944)
Jan
de
Konink (1919-1945)
De uit Den Haag afkomstige Han Steketee studeert vanaf september 1940 Nederlandse Landbouw in Wageningen. Steketee is een van
Aafko Suringar (1921-1944)
8
woonhuizen getroffen. Daarbij vallen negenenzestig doden. Aafko Suringar, zijn vader en broer behoren tot de slachtoffers.
Geert Wiebols (1905-1940)
Ir. Gerhard Lubertus Wilhelm Wiebols wordt in Purmerend geboren als kind van Duitse ouders. In september 1925 begint hij in Wageningen aan een studie Koloniale Landbouw. In 1927 komt hij op de Koninklijke voor Argo uit in de Overnaadse Vier. Na zijn afstuderen in 1931 blijft hij in Wageningen wonen en werken. Vanaf 1937 is hij penningmeester van Oud-Argo. Als promovendus bij het Laboratorium voor Microbiologie blijft hij in meidagen 1940 achter in het geëvacueerde Wageningen om zijn experimenten met bacteriecultures aan de gang te houden. Wanneer de bevolking is teruggekeerd, blijken hij en amanuensis Jan Houtlosser onvindbaar. Een paar dagen later worden hun lichamen teruggevonden in een ondiep veldgraf. De precieze toedracht van hun dood blijft nog lange tijd onopgehelderd. Enkele jaren geleden is definitief vast komen te staan dat zij op 13 mei 1940 door Duitse militairen standrechtelijk zijn geëxecuteerd [1].
Werner Tölke (1916-1944)
Werner Wilhelm Tölke wordt in het Duitse Dessau geboren als zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Na de scheiding van zijn ouders, verhuizen Werner en zijn moeder naar Nederland, waar zij hertrouwt met Hendrik Bakhuis uit het Gelderse Veessen (bij Heerde). In 1936 verhuist Tölke naar Wageningen om Nederlandse Landbouw te studeren. Van maart
9
Geert Wiebols (1905-1940)
1940 tot februari 1941 is hij penningmeester in het Argo-bestuur. Tölke breekt zijn studie af in maart 1941 en verruilt Wageningen voor de Middelbare Landbouwschool in Groningen. Nadat hij zijn opleiding daar in 1943 heeft afgerond, vestigt hij zich in Veessen, waar hij zijn stiefvader helpt in het landbouwbedrijf. Onderwijl zorgt hij er in 1942 ook nog voor dat de vloot van Argo in veiligheid wordt gebracht. Een groot deel van de boten wordt in Arnhem bij Jason ondergebracht, de riemen gaan naar Vada en de coachboot, een 4+ en een 8+ worden in Veessen verborgen. Werner wordt ook actief in het plaatselijke verzet, helpt talloze onderduikers en is betrokken bij het verbergen en helpen ontsnappen van geallieerde militairen. Bij een inval in zijn ouderlijk huis in Veessen op 3 oktober 1944 wordt hij door de Duitsers afgevoerd naar het S.D.-hoofdkwartier in Zwolle. Daarna ontbreekt van hem ieder spoor. Hij sterft in 1945 in een Duits concentratiekamp. In veel opzichten lijkt het levensverhaal van Tölke op dat van een andere Argonaut; Wilhelm Lorey. Beiden zijn als Duitser geboren; hun moeders hertrouwen allebei met een Nederlander; ze doen (aanvankelijk) dezelfde studie; zijn lid van het WSC en roeien bij Argo. Maar waar Tölke zich in 1939 laat naturaliseren tot Nederlander, behoudt Lorey –op aandringen van zijn Duitse voogd– de Duitse nationaliteit. Het zal hem later fataal worden.
Wilhelm Lorey (1915-1941)
Wilhelm Alexander Lorey wordt op 18 februari 1915 geboren in Frankfurt. Zijn vader Otto Lorey komt tijdens de Eerste Wereldoorlog in Kosovo om het leven. Zijn moeder verhuist in 1921 met de kleine Wilhelm naar Nederland om te trouwen met de Nederlander ir. Thomas Rosskopf, de latere directeur van Transformatorenfabriek Willem Smit in Nijmegen, die na zijn studie in Delft in Duitsland Elektrotechniek heeft gestudeerd en er tot 1907 heeft werkt. In september 1934 verhuist Wilhelm Lorey van Nijmegen naar Wageningen om er Nederlandse Landbouw te gaan studeren. Na het eerste jaar stapt hij over naar Koloniale Landbouw. Hij woont aanvankelijk op Nude 10 en verhuist daarna naar Heerenstraat 12. Vanaf maart 1936 woont hij in corpshuis ‘De Halve Houtsnip’ in Bennekom. In het voorjaar van 1935 roeit hij voor Argo in de Overnaadse Vier op de Spaarne Jubileumwedstrijden, Hollandia en het Njord Lustrum. In
Wilhelm Lorey (1915-1941)
de jaren hierna is hij vooral actief op de sociëteit. In oktober 1936 treedt hij als commissaris van het consumabel I toe tot de Commissie tot Bestuur en van februari tot april 1937 is hij zelfs voorzitter van de CtB. Pas op 20 januari 1938 slaagt hij voor het propedeutisch examen. Hij woont dan alweer sinds augustus 1937 bij zijn ouders in Nijmegen. Waarschijnlijk is hij rond die tijd ook opgeroepen voor militaire dienstplicht bij de Wehrmacht, want de WSC Almanak voor 1938 vermeldt als zijn adres het 37ste Infanterie Regiment in Osnabrück. Gelet op de anti-Duitse houding van zijn moeder en het latere verzetswerk van zijn stiefvader (deze moet uiteindelijk onderduiken omdat hij uitzending van zijn fabrieksarbeiders naar Duitsland tegenwerkte en de levering van transformatoren saboteerde), zal hij waarschijnlijk met de nodige tegenzin naar Duitsland zijn vertrokken. In de WSC Almanak voor het jaar 1939 staat onder adresgegevens nog vermeld dat hij gefreiter (soldaat eerste klasse) is bij het 124ste Grenzinfantrie Regiment in Trier. Op 25 september 1941 sneuvelt hij – inmiddels opgeklommen tot de rang van luitenant– in de strijd tegen het Rode Leger bij het Oekraïense Melitopol (aan de Zee van Azov; een streek die heden ten dage helaas ook weer het toneel van krijgsgeweld is). Binnen zijn familie heeft men de indruk dat Wilhelm mede door de fel anti-Duitse opstelling van zijn moeder uiteindelijk naar het oostfront is gestuurd. Over zijn lot was onder jaargenoten na de oorlog nog verwarring. In 1959 wordt over hem nog geschreven dat hij al zou zijn overleden tijdens de Duitse inval in Polen in 1939 [2].
Natuurlijke
dood
Op het lijstje met in de oorlogsjaren overleden roeiers, dat Argosecretaris Henk Sijnja (zelf zeer actief geweest in het verzet) in het najaar van 1945, op verzoek van de Nederlandsche Roeibond opstelt, staan nog twee namen. Deze twee studenten staan echter niet vermeld op de gedenksteen in de Aula en in andere overzichten met Wageningse oorlogsslachtoffers ontbreken ze ook. Het betreft hier twee sterfgevallen als gevolg van ziekte. De in Paramaribo geboren Tuinbouwstudent Steven Boon begint in september 1940 aan een studie Nederlandse Landbouw. Hij woont in Villa ‘Sanoer’ in Wageningen-Hoog –vandaag de dag nog steeds een studentenhuis– en later in een woonboot in het havenkanaal. Op 23 februari 1943 komt hij in Utrecht te overlijden aan de gevolgen van een ziekte. Ook oud-corpspresident en roeier uit de eerstejaars lichte vier van 1936 Bernard Duintjer overlijdt op 21 oktober 1943 na een korte hevige ziekte in het Academisch Ziekenhuis van Groningen.
Nederlands-Indië
Buiten de scope van dit artikel valt een in omvang zelfs nog net iets grotere groep Oud-Argonauten die in Azië omkwam tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (1942-1945) en de daaropvolgende Bersiapperiode tussen de Japanse capitulatie en het herstel van het Nederlandse gezag (oktober 1945 tot begin 1946). Voor de oorlog was een aanzienlijk deel van de Wageningse afgestudeerden werkzaam in Nederlands-Indië. Onder hen ook vele Oud-Argonauten; 24 van hen overleven de oorlog niet. Onder hen drie leden van verdienste, het erelid Temminck, verschillende oud-bestuursleden en Henk van Schagen, de boeg uit de bronzen EK twee met van 1934.
Geraadpleegde bronnen • Almanak van het Wageningsch Studentencorps • Gelders Archief, Archief van de Landbouwhogeschool • Gemeentearchief Ede • Gemeentearchief Wageningen • Jaarboek van de Landbouwhoogeschool te Wageningen • S. Maso, Hier heerscht de Engelsche Ziekte. Studentenverzet in Wageningen, Wageningen 1993. • Vriendelijke mededelingen van de heer A.L.T.M. (Bart) Janssen uit Nijmegen (over W.A. Lorey). • www.wageningen1940-1945.nl Noten 1. Brief van oud-lid ir. H.M. Elema aan de voorzitter van Argo, 10 oktober 1959. 2. Dick de Wit, ‘Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats’, in: Oud Wageningen, contactblad van de historische vereniging Oud-Wageningen 39 (2011) nr. 2, 46-50.
Tradities op Argo Tekst: AMC Foto’s: Archief Tradities zijn als groeiend gras. Op het moment zelf lijkt er niets te gebeuren, maar als je achteraf terugkijkt is er toch wat veranderd. Tradities ontstaan en verdwijnen. Op het moment dat gebruiken van generatie tot generatie worden doorgegeven, heb je dit niet door. Om deze tradities toch aan het licht te brengen heeft de redactie samen met het Oud-Argo bestuur onderzoek gedaan naar wat écht oud is.
Mores
Aangezien veel mores een corporale inslag hebben, stammen ze vrijwel allemaal uit de tijd dat Argo een ondervereniging was van Ceres. Toch vertelt Han Edens (jaar 1956): “In onze tijd waren er nauwelijks tradities. Argo was een ondervereniging ( de grootste en actiefste) van het Wagenings Studenten Corps (WSC), later Ceres genaamd. Het WSC was één brok traditie. Op Argo hadden we als reactie daarop nauwelijks tradities, maar wel leefregels: Wie te laat kwam trakteerde op een chocoladereep of een sprits. Veel meer was er niet
op het botenhuis.” Nog steeds is er bij veel roeiploegen de regel dat wie te laat komt, de volgende keer trakteert. Enkele jaren na de oprichting werd het groene jasje met de groenwitte das officieel vastgesteld als verenigingskleding. Destijds namen eerstejaars roeiers al meestal een oud Argo jasje over van een ouderejaars die afstudeerde. Dit is nog steeds het geval, maar gezien het groeiende aantal leden is er vaak een tekort aan oude jasjes. Een andere traditie was dat Argonauten de week voorafgaande aan de Varsity overal in Argo jasje behoorden te lopen. Ook naar colleges en practica. Tegenwoordig is het groene jasje nog steeds de regel in de kantine van Argo, maar niet daarbuiten. Sinds enkele jaren bestaat er een pre-Varsity week, waarin elke dag met een andere activiteit naar de wedstrijd der wedstrijden toegeleefd wordt. Spraakmakend is de “groene Nascie”, waar leden alleen binnenkomen als zij terecht gekleed gaan. De mores zijn weer in opkomst, maar in een andere vorm dan oorspronkelijk. Het Argo lied werd al voor WOII gecomponeerd. Het lied maakte
deel uit van de liederenbundel (Het groene boekje) die alle aspirant corpsleden moesten leren in de groentijd. Er werd heel veel gezongen in de groentijd en ook niet-Argonauten kenden het lied uit het hoofd. De melodie en in mindere mate de tekst van het lied zijn door de jaren heen enigszins veranderd. Hele generaties Argonauten hebben het lied leren ‘zingen’ door het vrij
De sfeer tijdens de Kanaal Kampioenschappen in 1951
10
monotoon op te dreunen. Dit zorgt op de reünistendag nog steeds voor een ongelijk zooitje bij het zingen. Oorspronkelijk was het zingen voor het eten iets voor bijzondere gelegenheden: de diners waren namelijk zeldzaam. Toen men een wekelijkse maaltijd in het boothuis is gaan verzorgen is het gewoon gebleven om het Argo-lied te zingen, maar er is wel het een en ander veranderd. Bij diners was het vroeger gewoonte om gezamenlijk in te stappen: “Instappen gelijk!!” “één, twee, drie”. Er werd dan op de stoel gestaan, waarnaar het Argolied ten gehore werd gebracht. Vervolgens: “De heren eten smakelijk” (dames waren er nog niet bij) en dan kon de maaltijd beginnen. Voordat het Argolied gezongen werd moest er eerst gestemd worden, men zong dan: “Heb ik mijn piemeltje nog? - even naar beneden kijken - Goddank, goddank, ik heb hem nog”.
De strijd is gestreden op de KK van 1951
Wedstrijden
en
evenementen De Kanaal Kampioenschappen zijn een échte traditie, die bijna zo oud zijn als onze vereniging. De eerste werd in 1937 gehouden. De KK is sinds het ontstaan van de afroeiperiode omstreeks 70 jaar geleden altijd de afsluiter van de eerste kennismaking met Argo geweest. In de tijd dat Argo een ondervereniging van Ceres was, werden vrijwel alle nieuwe eerstejaars corpsleden afgeroeid gedurende 3 weken in september. Aan het einde van de afroeitijd werd de KK al verroeid. ‘s Ochtends vonden de eerstejaars-wedstrijden plaats en ‘s middags streden de jaarachten tegen elkaar. Dit gebeurde in aanwezigheid van senaat en commissie van het WSC, die met
11
rijtuigen naar Argo kwamen om dit feest te aanschouwen. De prijs voor de beste KKafroeiploeg was de “Gouden K n u p p e l ” , een honkbalknuppel waarop de namen van winnaars werden gegraveerd. De prijs voor de jaarachten was de Heringabokaal, indertijd aangeboden door Jouke Heringa, fameus stuurman en coach. Waar deze trofeeën zijn gebleven is een raadsel. Er worden tegenwoordig nog wel kleine paaltjes uitgereikt aan de winnaars van de KK, die de materiaalcommissaris al sinds lang moet maken als proeve van bekwaamheid. Na de prijsuitreiking togen alle Argonauten naar de kroeg (Ceres) en daar vloeide de adrenaline en het bier rijkelijk. De Ceres leden werden bij die gelegenheid door de Argonauten nog wel eens de kroegzaal uitgegooid. Tegenwoordig constateren we aanwezigheid van kasten zoals de Kogel en H6 bij de kanaalk a m p i o e n schappen, en is het vaak nodig om hen van het Argoterrein te verwijderen wegens ongepast gedrag. De KK is lange tijd op zaterdag georganiseerd. De zondag werd vervolgens benut om met de gehele vereniging het paviljoen der vereeniging te vernieuwen: de klusdag. Het gebouw werd geschilderd, het gras gemaaid, het vlot hersteld etc. Op een gegeven moment zijn de KK en de klusdag omgeruild, maar er kwamen daardoor veel minder leden klussen. Al vrij snel verviel de klusdag en in plaats daarvan bestaat er tegenwoordig de klusweek voorafgaand aan de AID (Algemene Introductie Dagen). De Argo Sprint past in een fanatieke tijdsgeest, waar Ab Wit (‘de dokter’) de trainingsmethoden had verfijnd. Deze revolutionaire intervaltrainingen uit de atletiek
Strijdend voor de overwinning op de KK van 1940
waren in de jaren ’60 al ingevoerd door de fanatieke groep rond Rob Tazelaar, ook wel “Ligne Taas” genoemd. De Sprint werd georganiseerd vanaf 1960 en vanaf 1962 was het een internationale wedstrijd om het sprintvermogen van de Nederlandse roeiers vergroten. Vele jaren werd de wedstrijd uitgezonden op TV op primetime met als doel het grote voetbalpubliek te interesseren voor de roeisport. De Slag bij Lexkesveer is al decennia lang de toegangspoort voor competitieroeiers die de Varsity willen starten. Naast deze wedstrijd werd lange tijd de Onderlinge georganiseerd voor de eerstejaars: hier konden ze meten wie er de winterperiode het beste door waren gekomen. Hoewel er nog steeds een 1 km wedstrijd wordt gehouden, lijkt de naam Onderlinge sinds twee jaar niet meer gebruikt te worden. Is dit de teloorgang van een traditie, of kan deze nog gered worden? Meer tradities zijn verloren gegaan. Zo werd de Argo vijfkamp in het weekend na de wissel-ALV gehouden, tot in begin jaren 2000 de organisatie van dit weekend verslonsde. Het was de proeve van bekwaamheid van de nieuwe wedstrijdcommissaris. In tweetallen werd er gefietst, geroeid (in de C2+), geklaverjast, gezwommen en hardgelopen. Het klaverjassen werd voorafgegaan door de traditionele Ossentong bereid door de roeiers van Iolkos. Door onnavolgbare puntentelling bleek het klaverjassen altijd het doorslaggevende onderdeel te zijn. Een andere verloren traditie is de pannenkoekentocht. Dit was tot ca. 1998 een jaarlijks terugkerend evenement, zeer populair bij regioroeiers (competitieroeiers) en toerroeiers. Men roeide naar Rhenen, om de boten aan te meren en een maaltijd te verwerken bij Pannenkoekenhuis ‘Tante Loes’.
Diners
Het Head diner, in de week voor de Head, is vanaf midden jaren ’70 ingesteld. In de jaren ‘80 en ‘90 werden de eerstejaars wedstrijdroeiers dan geïnaugureerd en dit wordt sinds twee jaar weer gedaan. Daarvoor was er een periode waarin wedstrijdroeiers werden geïnaugureerd op de intraining. We spreken hier van een herstelde traditie. Het Varsity ontbijt is ergens medio ’60 jaren ingesteld. Daarvoor was er een zogenaamde retraite. De zaterdag voor de Varsity begaven alle ploegen zich na de laatste training naar een plek op de hei. Daar werd gezamenlijk gegeten en werden de ploegen ’s avonds opgepept met verhalen van oudere Argonauten over “afzien” en over vroegere overwinningen. De volgende morgen na het ontbijt verzamelde men zich om per bus naar het Varsity terrein te gaan. Later is besloten om de retraite te vervangen door een gezamenlijk ontbijt inclusief peptalk. Vanaf de jaren ’80 zijn er in het najaar drie traditionele diners. Met de mosselen van het Mossel-bockdiner wordt al sinds die tijd gezooid. De Beaujolais primeur kaasfondue, bereid door de eerstejaars dames, gecombineerd met de centenpartij. En voor de kerstvakantie is er nog het Kerstdiner. Vanaf de intraining, eind januari, zijn de wedstrijdroeiers in training en houden zij zich gedeisd tot begin juli.
Materiaal
Sinds de jaren ’60 regeerde de “wet van Tazelaar”, meestal gebaseerd op eerbied voor het materiaal. De leden immers deden nog al het onderhoud
van de vloot zelf, er was nog geen botenbaas in die dagen. Een boot die gemold en daarna hersteld was diende altijd een nieuwe naam te krijgen en weer gedoopt te worden. Tegenwoordig zien we alleen nog maar een botendoop bij uitbreiding van de vloot. Bovendien lagen de boten in het botenhuis altijd met het puntje naar buiten. Dit is tegenwoordig zeker niet bij alle boten het geval, een aantal skiffs kan zelfs alleen maar met het puntje naar binnen in de loods gelegd worden. De palen werden elke hand één, blad naar voren, in het zicht gedragen, ter voorkoming van beschadigingen. Dit wordt de eerstejaars nog steeds bijgebracht. Boten en riemen werden na het gebruik altijd goed afgespoten, iets wat nu alleen nog maar met boten gebeurd. Boten werden consequent gedroogd met een schone dweil. Op het laten vallen van de dweil stond een boete. “Schuren doen we in het commissariaat” werd er dan gezegd. Het drogen wordt nu minder consequent gedaan, wellicht dat het minder noodzakelijk is bij kunststof boten. Vaak komt dit ook doordat er geen schone droge doek aanwezig is. Een tijd lang is het traditie geweest om kunststof boten een naam te geven die niet traditioneel in de Argo-sage te vinden is. Echter, als deze traditie door zou hebben gezet was er uiteraard een andere traditie verloren gegaan. Dan zouden alleen de spaarzame houten boten nog een traditionele naam dragen. Daarom krijgen sinds begin jaren ’90 alle boten een naam uit de Argosage.
Het onderdeel “Roeien” van de Vijfkamp (1995)
De Argo vlag wordt gehesen voor de Argo Sprint in 1996
De
balans:
een scala aan tradities Het mag duidelijk zijn: onze roeivereniging heeft in zijn bestaan veel tradities gekend en daarvan leven er nog veel. Zeker gezien het grote aantal jaarlijks terugkomende evenementen, die op de grens van de definitie vallen om traditie genoemd te worden. Denk hierbij aan de lenteperiode, het Argo-Ceresfeest, het sprintdiner. Een traditie die de grens duidelijk overschreden heeft is de wekelijkse Dorusborrel. Dorus mag er zelf dan nog maar zelden bij zijn, de borrel met het unieke belconcept gaat door.
Een andere conclusie die uit ons onderzoek naar voren kwam is dat iedere tijd zijn eigen tradities kent. Zo was in de jaren ’70 en ’80 ‘het bergrandje’ de vaste 10 km hardlooptraining van trainer Spetter van de Bongerd. Met zijn aftreden verdween dit begrip eveneens. Sommige gebruiken vergaan door de modernisering, zoals een kaartenbak waar voor ieder lid op stond welke bevoegdheden hij had. Daarnaast was de materiaalcommissaris lange tijd om te kopen met een lekkere taart om zo de skiffproef bij te schrijven op jouw kaart. Tradities zullen vergankelijk blijven, maar het doet de rijke geschiedenis van Argo teniet door er slordig mee om te gaan. Met name de écht oude tradities zouden niet verloren mogen gaan.
12
Botendoop
Bestuur Hanon leest Argo Sage
een stuk
Henry ten Klooster 'Helle'
doopt de
voor uit de
Tekst: Maarten Minkman Stijn de Haan Foto’s: Rick van den Bosch W.S.R. Argo heeft twee nieuwe boten mogen dopen op 4 januari 2015: een lichte skiff (Helle) en een lichte acht (Atalanta van Arcadië). Beide boten zijn gedoopt tijdens de nieuwjaarsreceptie, waardoor veel leden en ook oud-leden erbij aanwezig konden zijn. De skiff is afkomstig van de Groningse Studenten Roeivereniging Aegir, waar deze zwaar beschadigd is geraakt. Argo heeft deze boot overgenomen en onze bootsman, Adrie Brouwer, heeft deze boot tot een wedstrijdwaardig niveau weten te repareren. Henry ten Klooster heeft, als hoofd van Sportcentrum de Bongerd en werkgever van Adrie Brouwer, de skiff mogen dopen. In de Sage viel Helle van de vliegende ram en toen ze achterom keek verdronk ze in de Hellespont. Net als de skiffeur die achterom keek en besefte dat het te laat was. Als tweede boot werd de Atalanta van
Arcadië gedoopt door Jolmer van der Sluis, een van de succesvolste lichte roeiers van de W.S.R. Argo met maar liefst 48 blikken. Deze Filippi F42 is tweedehands overgenomen van een
lichte skiff
Duits bondsteam en heeft slechts enkele kilometers op de teller staan. De Atalanta van Arcadië is vernoemd naar de enige vrouwelijke argonaute van de Argosage en betekent letterlijk ‘gelijk van gewicht’ wat natuurlijk ook opgaat voor het lichte roeien. Ondertussen zijn beide boten in de vaart en zijn ze op diverse wedstrijden gebruikt. Zo heeft de Helle de Hollandia gevaren en is de Atalanta van Arcadië al sinds de Heineken in gebruik. Centen mogen voorlopig nog niet op deze boten geplakt worden, maar met een groot aantal wedstrijden voor de boeg zal dit slechts een kwestie van tijd zijn.
Jolmer van der Sluis ‘Atalanta van Arcadië’
13
doopt de
Koken met Argo Tekst: AMC/NasCie Eten is essentieel voor roeiers. De wedstrijdroeiers hebben de energie van een bord vol avondeten hard nodig na een intensieve training. Voor anderen is een gezellig ploegetentje een gelegenheid om bij te praten of een goede bodem te leggen voor een nachtje doorhalen. Hierbij horen in sommige gevallen traditionele Argo-recepten. Om deze te delen is een nieuwe rubriek het leven in geblazen. Mocht jij een Argo-gerelateerd recept, wij horen het graag. Het recept kan gemaild worden naar: amc@argo.nl Het allereerste recept in deze rubriek is afkomstig van de NasCie. Deze commissie verzorgt onder leiding van een wisselende dagchef elke dinsdag een originele maaltijd voor maximaal 120 Argonauten. Daarnaast koken ze bijvoorbeeld tijdens de Algemene Introductie Dagen en verzorgen ze uitgebreide afstudeerdiners. Dit recept is voor een heerlijke winterse stoofpot voor 101 man. De stoofpot is genuttigd tijdens het diesdiner voor de 101e dies van Argo. Wie weet moet jij ooit voor een grote groep koken… Eet smakelijk alvast!
Tweede ronde?!
Ingrediënten • • • • • • • • • • • •
10 kg riblappen 22,5 kg aardappelen 7 kg winterpeen 15 kg rode kool met appel (diepvries) 7 kg tomatenblokjes uit blik 2 kg plantaardige boter 2 liter melk Olijfolie Peper Zout Tuinkruiden Laurierblaadjes
De NasCie
Bereidingswijze 1. Snijd de riblappen en wortels in behapbare stukken. 2. Braad de riblappen aan op hoog vuur met olijfolie, blijf goed roeren. 3. Wanneer de riblappen aan de buitenkant goed aangebraden zijn, voeg je wortel, rode kool, tomatenblokjes en laurierblaadjes toe. Laat het geheel ± 4 uur doorsudderen. 4. Was de aardappelen goed schoon met een schuursponsje of borsteltje en snijd ze in kwarten. 5. Kook de aardappelen in ruim water met zout goed gaar. 6. Maak aardappelpuree door melk en boter toe te voegen en te stampen, breng het geheel op smaak met genoeg peper, zout en tuinkruiden. 7. Breng het stoofvlees met groente op smaak met peper en zout.
Eet
smakelijk!
Argonautika Scrypto Puzzel: Bart van den Briel
De letters op het streepje vormen samen de oplossing van deze allereerste Argonautika Scrypto. De oplossing kan worden opgestuurd naar amc@argo.nl, om zo mee te dingen naar de prijs, een practige Argonautika Mok! De prijs wordt verloot onder de eerste 10 juiste oplossingen.
1. . _ . . . 2. ._.. 3. ..._ 4. ._.. 5. ._... 6. ._.. 7. _..... 8. . _ . . . 9. ...._.. 10. .._..... 11.
_...
1. Bevestiging naar een Engelse zoon (5) 2. Weg met die slee (4) 3. Geen .... in de rondte, maar in een rijtje achter haar/hem (4 4. Punt van een schip, kan ook roeien (4) 5. Na het oprijden is er liefde in het spel (5) 6. Tja, daar sta je dan, voor .... (4) 7. Na de liefde kolkt het (6) 8. Heilig tijdstip aan de touwtjes (5) 9. Niet op ons kanaal, maar op het ARK (7) 10. De kant van de linkse mop (8) 11. Aandacht! Geef ....! Ook in de ....baan (4)
14
Rowing memories van Willem van Eck Beste Oud-Argonauten, Terwijl ik dit schrijf (medio april) worden de zonnepanelen op het dak van de Argo-loods geschroefd. Als Oud-Argobestuur zijn we blij dat we met een bijdrage van €10.000 de doorslag hebben kunnen geven in dit zonne-energieproject. Een investering die Argo op termijn jaar in jaar uit een structurele besparing zal opleveren. Geld dat weer aan roeien besteed kan worden! Lidmaatschapsactie Om uw bijdragen voor een zo groot mogelijk deel aan Argo ten goede te kunnen laten komen, kijken wij als Oud-Argo ook met enige regelmaat kritisch naar onze overheadkosten. Veruit de grootste post uit die categorie zijn de kosten om twee maal per jaar dit magazine te drukken en te verzenden naar zo’n 1.500 adressen. Dat kost op jaarbasis zo’n €4.000. Omdat lang niet alle lezers ook (trouw) betalende leden blijken te zijn, ontvangen zij die al langere tijd geen contributie hebben betaald of een donatie gedaan, een antwoordkaart bij deze editie van het blad. Willen zij de Argonautika blijven ontvangen, dan kan een contributiemachtiging worden ingevuld. Financieel verslag over 2014 Tijdens de oud-ledendag van 30 mei jl. is in de jaarvergadering het verslag over het boekjaar 2014 behandeld. Het complete financiële jaarverslag kunt u terugvinden op oud-argo.nl. Er kwam gedurende het jaar voor bijna €22.000 aan contributies, giften en donaties binnen. Naast de gebruikelijke uitgaven aan onder andere het halfjaarlijkse magazine, is er afgelopen boekjaar daarnaast geld uitgegeven aan de DVD met historische filmbeelden, die gratis meegeleverd wordt met lustrumboek; hebben we weer een nieuwe voorraad OudArgodassen – het welkomstcadeau voor afstuderende Argonauten – aangeschaft; en hebben we de uitzending van een Argo twee zonder naar het FISU WK ondersteund.
Tekst: Willem van Eck Foto: Willem van Eck Mijn jeugdvakanties waren altijd in mijn stamboomstad Dordrecht waar ik geïnspireerd werd door mijn oom Leo Uittenbogaard en zijn gezin, die zijn hele lange leven de “heart and soul” is geweest van de 164-jarige Koninklijke Dordrechtse Roei en Zeil Vereniging. Nadat ik in de oorlogsjaren verhuisde van mijn geliefde Alkmaar naar “het buitenland” Zwolle, ontdekte ik dat ze daar een roei- en zeilvereniging hadden. Helaas wilde mijn vader daar geen lidmaatschap voor mij subsidiëren. En toen ik in 1945 als eerstejaars aankwam in mijn geboorteplaats Wageningen was ik te licht en te jong (ik was de jongste in jaar 1945!) om een aandeel te vergen in het beperkte na-oorlogse boten materieel van Argo. Dus ik moest wachten tot een universiteitscarrière mij bracht naar de West Virginia University, waar ik kon roeien op de Monongahela Rivier. Hier stichtte ik in 1966 de Monongahela Rowing Association, evenals de WVU Rowing Club, waar inmiddels ook WVU women’s crew is. Volgens WVU universiteitsannalen waren er daar destijds roeiclubs voor zowel mannen als vrouwen tussen 1880 en 1890, maar die bestonden niet meer toen ik er kwam. Het was geen kleinigheid om opnieuw te beginnen, maar gelukkig vond ik enkele regionale middelbare scholen die mij hielpen met materiaal en enkele
ervaren leden. Inmiddels is roeien bij WVU gedeeltelijk gefinancierd door de universiteit (voor vrouwen), maar MRA is een stadsclub. Roeien op een rivier in het Appalachian bergland kan erg poëtisch zijn, maar ook nogal onvoorspelbaar door de concurrentie met de commerciële scheepvaart en inundaties. De grote stad Pittsburgh ligt waar de Monongahela en de Allegheny samen de Ohio vormen en waar voor 1900 roeien een populaire sport was geweest. Samen met Pittsburgher John Lubimir besloot ik een paar rijke lieden te bewegen de Three Rivers Rowing op te richten via een uitdaging van mij om alle 200 km van de Monongahela te skiffen in 5 dagen. Dat lukte en sinds 1984 heeft Pittsburgh een van de beste stedelijke roeiclubs in de VS. In 1990 verhuisde ik naar North Carolina waar mijn vrouw doceerde bij NC State University. Hier stichtte ik de Raleigh Rowing Center in het stadspark Lake Wheeler. Daar kon ik dagelijks skiffen of dubbeltweeën en heb later jaarlijks 60-80 middelbare scholieren kunnen aantrekken via hun eigen Triangle Rowing Club, waarvan ik nog steeds bestuurslid ben. Voor zulke clubs moeten ouders veel opofferen qua geld voor instructie en materieel, en qua tijd om kinderen te transporteren naar het botenhuis of naar regatta’s. Maar het is heel aantrekkelijk voor meisjes die hier, als ze goed zijn, studiebeurzen kunnen krijgen bij prominente universiteiten, dankzij de federale Title 9 equal opportunity subsidies sinds 1980. Ik zet een voorbeeld door dagelijks 2K te roeien op de Concept2. De kinderen zijn ook op de C2 als er soms een tekort is aan boten. Er zijn weinig aerobic sporten waar je zo veilig tot je ouwe dag actief kunt blijven. Ik ben namelijk 87. Mocht ik iemand kunnen helpen met informatie over roeien in de VS, schrijf of bel me.
Rest mij nog u een mooie (roei) zomer toe te wensen.
Dr Willem van Eck
Bram Lokker, Oud-Argo penningmeester
Adres: 470 Kildaire Woods Drive, Cary NC 27511, USA Tel: 00-1-919-380-1202
15
Willem van Eck
E-mail: wvaneck@mindspring.com
Uit den ouden Doosch Tekst: Wiebe Bakker (Voorzitter 1997-1998) Mythjes, In de tijd dat u zelf actief was bij Argo sprak u vast wel eens een oudroeier. Zo’n gesprek besloot vaak met de volgende conclusies: 1. vroeger was alles beter; 2. vroeger roeiden we harder; 3. nu zijn het allemaal mietjes. Bedoeld als een wijze les. Om jongerejaars van hun zelfoverschatting af te helpen. Maar vaak ook gemeend. Veel mensen romantiseren het verleden, dat komt met de jaren. Ook ik betrap mezelf tegenwoordig wel eens op dergelijke gedachten. Bij het zien van Sven Kramer bijvoorbeeld, onze nationale schaatsheld. Dan zie ik een over het paard getilde sporter in een arena zonder tegenstand triomfantelijk zijn rondjes draaien. Vroeger had je echte schaatshelden, zoals Van Benthem, Angenent en Koss. Topsporters met naast het schaatsen een agrarisch bedrijf of een opleiding tot arts. Weemoed over de helden van vroeger. Of is er een kern van waarheid? Was het vroeger beter? Onlangs
verscheen een studie van de atletiekunie over het marathonlopen in Nederland. Ondanks de enorme groei die loopevenementen hebben meegemaakt presteert de Nederlandse top aanzienlijk minder dan in de jaren tachtig. Een spectaculaire groei aan deelnemers, maar een steeds kleinere en minder snelle Nederlandse top. De oude garde, met onder andere mijn helden Marti Ten Kate en Gerard Nijboer, liep drie a vier minuten sneller dan de huidige Nederlandse top tien. Maar hoe zit dat met de roeisport, en specifieker, met het roeien op Argo? Was het vroeger beter? 100 jaar Argo laat een grillige golfbeweging zien met goede en wat mindere perioden. Met pieken zoals de Varsity-overwinningen en winst van de Henley Royal Regatta Visitors’ Cup in 1996 door de heren Weyschede, Bolck, Van Dijken en Van Eupen. In de jaren ‘60 en ‘70 had Argo damesploegen die de internationale velden domineerden. En enkele individuele toppers zoals Hanning begin jaren ‘90. En zelfs in de 21e eeuw is er soms goed en keihard geroeid weet ik. Dus een duidelijke neerwaartse lijn in prestaties is door de jaren heen niet zichtbaar.
Dan uiteindelijk de vraag of het nu allemaal mietjes zijn. Mietjes in de betekenis van watjes dan wel doetjes welteverstaan. Hier moeten we toch eerlijk bekennen dat dit enigszins klopt, alhoewel minder van toepassing op Argonauten. Nationaal maar ook internationaal is de echte zware bal bijna verdwenen. De ijzersterke buffel van 100kg + die zijn gebrek aan fijne motoriek en souplesse compenseert met verschrikkelijk harde halen. Die nooit het materiaal, de afstelling of waterplanten aan het vinnetje zal aanhalen als reden van tegenvallende prestaties. Er zijn er nog maar weinig. De kentering in de roeisport is de Olympische Spelen van ‘96 geweest, toen men besloot de 2 met stuurman niet meer te laten starten. Nederland won goud in de acht, maar de roeisport verloor een koningsnummer: de 2+. Argo stelt jaarlijks een daad door met haar voorzitter en materiaalcommissaris de Ringvaart Regatta te roeien in de Tante Dien (2+ Overnaedsch). Een protest tegen het verlies van mannelijkheid, bruutheid en volharding in de roeisport. Graag geef ik de pen door aan onze bondscoach Titus Weijschede. Hoe ziet hij deze ontwikkeling? Maar een mooi verhaal over hoe goed het vroeger was mag natuurlijk ook.
Abbagnale brothers passeren de Kaag, Ringvaart Regatta 1986
16
56e Argo Sprint Tekst: Sprintcie Fotos: Sprintcie Waerde (Oud)-Argonauten, Dit jaar zal de Argo Sprint alweer voor de 56e keer georganiseerd worden. 3 juli aanstaande zal er weer zwaar gestreden worden om de felbegeerde vierkante Sprint blikken. Roeiers komen van heinde en verre om te tonen dat ze niet alleen het uithoudingsvermogen voor een 2k hebben, maar ook de pure kracht die vereist is om over 500 meter te kunnen zegevieren. Waarbij na de overwinning een zoen van de kissmiss/mister uiteraard niet mag ontbreken. Tijdens deze zenuwslopende races waarin de vliegensvlugge en explosieve roeiers als eerste naar de finish willen koersen, is er op de kant ook volop te genieten. Graag zouden wij jullie dan ook uit willen nodigen om op vrijdag 3 juli dit groene spektakel samen met ons te beleven op de Bosbaan. Het goudgele vocht zal rijkelijk vloeien, en met liefde aan u overhandigd worden door onze barcommissie. Onder het genot van een drankje zult u het geweld op het
17
De Argo Sprint commissie ‘15
water optimaal kunnen gadeslaan, waarna u kunt aanschuiven voor een heerlijke barbecue. Deze barbecue zal traditiegetrouw bemand worden door heerengezelschap Dodona. Kosten voor de barbecue bedragen €7,50 (medewerkers €5,-), waarvoor u kunt genieten van een aantal stukken vlees en een selectie aan salades, stokbrood en sauzen.
Wilt u zich inschrijven voor de barbecue? Stuur dan vóór 24 juni een bericht naar: sprint.argo@gmail.com Tot dan! De 56e Argo Sprint commissie Voorzitter – Mej. Steenvoorden Secretaris – Mej. Gähler Penningmeester – Dhr. Van der Ketterij Wedstrijdcommissaris – Dhr. Yang PR-commissaris – Mej. Horrevorts
Boekrecensie: Helden op het water - Leo van de Ruit en Stephan Vanfleteren Tekst: AMC Foto: AMC In deze recensie nemen we het boek “Helden op het water” onder de loep. Het boek van schrijver Leo van de Ruit en fotograaf Stephan Vanfleteren is in 2014 uitgebracht. De combinatie van beeld en tekst schetst een mooi beeld van de Nederlandse roeigeschiedenis van de afgelopen 150 jaar. De mooie verhalen worden aangevuld door zowel archieffoto’s als de mooie portretten van de huidige roeiers. Er staan bijzondere verhalen in, zoals de bijzondere strijd tussen de jonge vieren in 1919 tijdens de Varsity. Daarnaast zijn er recentere verhalen in te vinden, zoals het verhaal van skiffeur Pieterse en zijn coach Blussé is er in te vinden. Samen hebben ze vele successen behaald, zowel nationaal als internationaal. Na jaren van hechte samenwerking bij de koninklijke Amsterdamse roei – en zeilvereniging veranderde er iets in de vriendschap, ze werden bittere vijanden. In 2014 is er eindelijk een stukje openheid hierover gekomen naar de buitenwereld, wat voor een goed verhaal zorgt. Daarnaast geven verschillende Olympische roeiers hun geheimen prijs, zoals skiffeur Jan Wienese die met een reden in Mexico 1968 twee keer per dag een liter melk dronk. Ook komen weetjes aan bod, zoals
“Ondanks de chronologische opbouw kan je overal beginnen met lezen, want het zijn veel losse verhalen. dat Frans Göbel als enige twee keer achter elkaar de wereldtitel lichte skiff won. Er staan vele andere verhalen in. Natuurlijk kan het eerste goud dat door een Hollandse Acht werd gewonnen in Atlanta in 1996 niet ontbreken. Het verhaal over Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk is ook erg interessant. Zij begonnen ooit bij de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus, waarnaar zij het heel ver geschopt hebben. Zij wonnen namelijk onder andere in 2010 in Berlijn een gouden plak. Bovendien doet de architect van de Holland Vier, Mark Emke, zijn verhaal als coach van verschillende unieke topploegen, waaronder de topploeg die in 2013 Europees en Wereldkampioen wordt. Wat naast alle sterke verhalen opvalt in het boek is de fotoserie. De vele portretbeelden geven een beeld
“Dit schitterende werk van kleurrijke atleten uit de roeiwereld is gemaakt door Stephan Vanfleteren.” van de emoties van de roeiers. Dit schitterende werk van kleurrijke atleten uit de roeiwereld is gemaakt door Stephan Vanfleteren. De foto’s vullen de verhalen van Leo van de Ruit mooi aan. Het boek geeft een zeer boeiende weergave van de roeigeschiedenis van 1846 tot 2014. Ondanks de chronologische opbouw kun je kan overal beginnen met lezen, want het zijn veel losse verhalen. Het zou het goed doen op de koffietafel. Er is grote afwisseling van verhalen en met ontzettend veel mooie platen, waarop de vreugde van roeiers te zien is. De belangrijkste boodschap die over wordt gebracht is dat wanneer de roeiers als team gaan werken, Nederland een flinke slag kan maken in de roeisport. En daar kunnen we het mee doen!
Verhaal: Leesgemak: Spanningsopbouw: Prikkeling van de Verbeelding: Totaal:
18
Personalia
Kalender
li u s J u t s u g r u e b A m e t p e S r e b o t Ok r e b m e v o r e N b m e c De Juli 3 4,5 25
Geboren 22-10-2014 27-10-2014 29-10-2014 11-12-2014 23-12-2014 25-03-2015 03-04-2015
Argo Sprint NSRF Slotwedstrijden Senioren-B WK
Overleden 11-11-2014
Augustus 13 Terugkomdag 14-19 AID 31 Start colleges
Benno Westenberg
Gegevenswijziging Bent u onlangs verhuisd of heeft u het idee dat uw gegevens bij ons incompleet of onjuist zijn? Stuur dan graag een e-mail met uw wijziging naar secretaris@oud-argo.nl. Naast de verspreiding van de Argonautika via de post wordt regelmatig een nieuwsbrief via e-mail verstuurd. We willen graag meer mensen met deze nieuwsbrief bereiken. Ontvangt u geen nieuwsbrief schroom dan niet om een e-mail te sturen zodat we het correcte adres in ons bestand kunnen opnemen.
September 2 Financieel Jaarlijks ALV 4 Wissel ALV 18-20 Eerstejaarsweekend 27 Kanaalkampioenschappen 27 Amstelbeker
Oktober 3 Moordregatta 3,4 Thêta Herfstregatta 10 Knorrensteijn 17 Tromp Boat Race 24 Asopos Najaarswedstrijden
Sylvain Izaak de Haan, zoon van Wouter & Céline de Haan Tirza Godelieve Gerrits, dochter van Roos en Alfred Gerrits-Köhler Esmee, dochter van Bart en Veerle Sperber Feline Westra, dochter van Eelke Westra en Tess van de Voorde Jelte Job Zwart, zoon van Marijn Zwart en Janneke van Heereveld Wessel Abe Bakker, zoon van Wiebe Bakker en Kimm Scholten Mees Berend Vos, zoon van Peter Vos en Annemiek de Haan
Sponsoren -
Bavaria N.V. KLV Wageningen Alumni Netwerk SFW Wageningen Universiteit Quality Tailors
November 1 Novembervieren 7 Farmer Chhallenge 8 Argo Najaars Slotwedstrijden 29 Hel van het Noorden December 12 NKIR
COLOFON Argonautika is het verenigingsorgaan der W.S.R. Argo en Oud Argo. Het is de opvolger van respectievelijk de Sitback en het Gulden Vlies. Argonautika verschijnt 2 maal per jaar in een oplage van 2500 exemplaren. Argonautika komt tot stand door samenwerking tussen leden van Argo en Oud Argo, die samen de AMC vormen. Argo: Teun Fiers, Irene van Grinsven, Lianne Wezemann, Mirka Scharf, Freek de Bruijn, Nicole van Riel Oud Argo: Marieke de Lange, Bart van den Briel, Robbert Wagemaker Contact AMC: amc@argo.nl Contact Oud Argo: oud-argo@wsr-argo.nl Druk: Flyeralarm De AMC stelt zich niet aansprakelijk voor onjuiste en/of onvolledige gegevens.
W.S.R. Argo Grebbedijk 59 6702 PB Wageningen Tel. 0317 420700 Fax 0317 419785 Email: bestuur@wsr-argo.nl Internet: www.wsr-argo.nl www.wsr-argo.nl/oudargo Bank Argo: NL29 INGB 0681 0756 86