Skip to main content

Argonautika 22

Page 1

argonautika Periodiek der W.S.R. Argo en Oud Argo

JULI 2021 - VOL 22

COASTAL ROEIEN Besturen in coronatijd Een nog groener Argo

AMC_22_book2.indb 1

7-6-2021 12:58:00


REDACTIONEEL Het is bijna zomer, een zomer waarin wellicht weer wedstrijden geroeid kunnen worden. In ieder geval wordt er volop getraind door wedstrijd- en competitieploegen en is het Argoterras weer open. Het afgelopen jaar heeft het Argobestuur niet stilgezeten, waarover u kunt lezen in een interview met het bestuur en een artikel over duurzaamheid op Argo. Ook leest u meer over coastal roeien, een project waar bestuur Bergman vorig jaar de Bestuurs Bokaal mee won. Vanwege de coronamaatregelen is er veel minder contact geweest tussen de leden. Velen zullen daardoor nog niet goed weten wie er in de nieuwe lichting eerstejaars zitten. Daarom geven we dit nummer een aantal ploegen de kans om zich voor te stellen, zodat u ze beter leert kennen. Ook het Oud Argo bestuur heeft een aantal mooie artikelen geschreven voor dit 22ste nummer. U kunt lezen over Pim Raaben, die in mei Technisch directeur is geworden bij onze zuiderburen, en over de legendarische overwinning door de Oude Vier van Argo, op de Varsity van 1961.

Inhoud 3

VOORWOORDEN

4

NIEUWE REDACTIE LEDEN

4 GEDICHT 5

UIT DEN OUDEN DOOSCH

7

COASTAL ROEIEN

9

KOKEN MET...

10

ARGO WINT DE VARSITY

12

ARGONAUTEN MET ANDERE HOBBY’S

16

INTERVIEW: TIPHYS

20

SKIFFEN TIJDENS CORONA

24

MIES BERNELOT MOENS

25

INTERVIEW: PIM RAABEN

29

BESTUREN IN CORONATIJD

33

EEN NOG GROENER ARGO

35

PENNINGMEESTER OUD ARGO

Tot slot heb ik nog een oproep: de redactie van de Argonautika is op zoek naar nieuwe leden, zowel van Argo als Oud Argo. Dus bent u geïnteresseerd, neem vooral contact met ons op! Dit kan via: argonautika@wsr-argo.nl. Veel leesplezier toegewenst! Namens de redactie, Amarens Laskewitz

2

AMC_22_book2.indb 2

7-6-2021 12:58:03


voorwoord Beste lezer, Argo heeft sinds lange tijd niet zo lang op gereduceerde kracht gevaren. Het nieuwe collegejaar begon met een ontzettend mooie afroeiperiode, hoewel alles op 1,5 meter afstand moest plaatsvinden. Al gauw werd de hele situatie omgegooid tot een harde lockdown en volgde een avondklok. We kwamen ook in de unieke situatie terecht dat de huidige eerstejaars, of eigenlijk moet ik zeggen: nuldejaars nog niet zijn geïnaugureerd. Dit jaar eist ontzettend veel flexibiliteit en veerkracht, wat veel van onze leden en wij als bestuur getoond hebben. De focus leggen op zaken en activiteiten die wél konden werd ons doel! Zo konden de, door bestuur Bergman, aangeschafte skiffs en 2’ tjes geriggerd op 1,5 meter afstand ongeveer alle wedstrijdroeiers voorzien in de winter. En mede doordat we alle ergometers en indoor trainingsmateriaal langs huizen hebben gebracht, zijn onze roeiers fitter dan ooit. Om toch de kas nog een beetje te spekken en onze barleden te bedienen is er menig proeverij georganiseerd. Bier, wijn en gin tonic: alle smaken kwamen aan bod. In het voorjaar zijn alle pijlen gericht op het roeiseizoen wat samen met de NSRF in elkaar is gezet. Al met al heeft Argo met haar leden laten zien dat wij niet terugdeinzen voor een pandemie en juist de kansen en positiviteit op blijven zoeken. Veel leesplezier! Jaap van der Kolk Voorzitter der W.S.R. Argo Beste Argonauten en Oud-Argonauten, Het is een open deur om te stellen dat ook Argo te maken heeft met een bijzonder jaar. Niet anders dan anderen, worden ook Argonauten gevraagd flexibel te zijn. In dit blad, maar ook al eerder in de Oud Argo nieuwsbrief en via bijvoorbeeld de Argo Facebook en Instagram pagina’s, leest u hoe Argo invulling geeft aan een jaar zonder veel mogelijkheden om de krachten te meten met andere verenigingen. Daarnaast zijn er grote beperkingen in de manieren waarop nieuwe, bestaande én oud-leden bij de vereniging betrokken kunnen blijven, omdat de mogelijkheid om invulling te geven aan het verenigingsleven sterk beperkt is. Argo blijkt veerkrachtig als altijd, en er wordt creatief invulling gegeven aan de roeisport, binnen de grenzen van wat er kan en mag. Zo was er een vierkamp op de Rijn, zodra er weer in meerpersoonsboten geroeid mocht worden. En ook Oud-Argonauten blijven sportief strijdvaardig: zo werd Mies Bernelot Moens eind februari wereldkampioen indoor roeien. Alweer ruim een half jaar geleden werd ik op een klein uitgevoerde Oud Leden Dag voorzitter van Oud Argo. Ik ben me zeer bewust van de grote dank die we mijn voorganger Elte-Jan Visser verschuldigd zijn. Na een periode van afwezigheid, omdat ik in Australië en Nieuw Zeeland woonde, werkte en (surf-) roeide, ben ik trots om weer actief bij te dragen op Argo. Oud Argo blijft klaarstaan om Argo te steunen. We zetten ons momenteel – samen met Argo – extra in om jongere oud leden te boeien en binden, zodat we ook in de toekomst met veel én betrokken oud leden Argo bij kunnen blijven staan. Graag tref ik jullie allen, zodra het allemaal weer kan, op Argo. Met sportieve groet, Joukje Siebenga, voorzitter Oud Argo

3

AMC_22_book2.indb 3

7-6-2021 12:58:04


nieuwe redactieleden Aniek Kroezen Hoi! Mijn naam is Aniek Kroezen en ik ben 3e-jaars Argonaute. In mijn eerste jaar heb ik DTopC4+ gedaan, en omdat het roeien me zo beviel, ben ik daarna gaan wedstrijdroeien. Verder zing ik bij de Argo band en ben ik al een tijdje onderdeel van de Argo DuurzaamheidsCommissie. Ik was wel weer toe aan een nieuwe uitdaging en omdat ik schrijven al best een tijd leuk vind, dacht ik waarom niet de Argonautika Magazine Commissie? Ik heb zin om te gaan schrijven over en voor leden en nieuwe dingen te leren over roeien en onze mooie vereniging!

Nienke Eikelenboom Ik ben Nienke, derdejaars Argonaut en Bos- en Natuurbeheer student. Na in mijn eerste jaar het competitie roeien te hebben geprobeerd, besloot ik dat het zitten in een boot toch niet zo voor mij is en ben ik toerroeier geworden. Gelukkig ben ik nog wel vaak te vinden op Argo, als Kancionaris achter de bar en zelfs als wedstrijdcoach. Het maken van posters en stickers vond ik altijd al heel erg leuk, dus ik ben erg blij dat ik nu kan helpen bij de lay-out van de Argonautika. Door mijn tijd bij de Afroeicie heb ik niet mee kunnen helpen met het vorige nummer, maar ik ben er helemaal klaar voor om deze editie mooi neer te zetten!

Gedicht

Tekst: Jorden Uiterwijk (competitiecommissaris v.t.) Als bestuurder van Argo bezocht ik menig ALV Mijn functie was competitiecommissaris, daarom nam ik ook altijd mijn dichtkunsten mee Traditie dicteerde dat ik deze belangrijke avonden afsloot Met een mooi gedicht als eindnoot Een limerick, wel te verstaan Met die traditie waren enkele leden heel erg begaan Uitvoerig werd er mee gebrald na elke regel Het geluid trilde door tot in elke tegel Het schrijven van deze limerick was een hele klus Want hij moest ter plekke bedacht worden dus AABBA was het rijmschema waarin men moest dichten En het moest zijn vizier op actuele onderwerpen richten

De inhoud moest gaan over de punten die die avond werden besproken Van bootaankopen, meerjarenplannen en het wel of niet mogen roken Mijn voorzitter was met deze traditie echter niet zo bekend En vergat soms nog wel eens mij het woord te geven, niet zo attent Na hem de volle wind van voren te hebben gegeven Is deze traditie goed bij hem blijven kleven Het ALV draaiboek werd er op aangepast Zodat er rond deze traditie nooit meer in het duister wordt getast Ik koester de verwachting dat vele jaren later Elke competitiecommissaris zich thuis voelt in rijmen, als een boot op het water

4

AMC_22_book2.indb 4

7-6-2021 12:58:04


Uit den Ouden Doosch

‘A fine spurt is the way to the gratification of success. It is also a thrilling and very graceful thing in itself.’ Roy Meldrum, 1934. In ‘Coach & Eight‘, p 160

Tekst: Paul van Ruiten Het zweet brak me uit. Dit was zo’n moment. De zon begon al te zakken boven de Thames en het rumoer uit het afgezette terrein rond de finish werd al luider. Zondag 3 juli 1996. We zouden de laatste race van de dag varen, de afsluitende finale van een toernooi dat op woensdag was begonnen. De vlothonden maande ons aan om de boot in het water te leggen. Iedereen keek naar mij. Wat geef je de roeiers mee op de belangrijkste finale van hun leven? Hoe motiveer je ze nog één keer om alles te geven? Hoe kom ik ook maar in de buurt van de coach van de Oude Vier uit 1961 die de historische woorden sprak ‘jullie moeten roeien als lepe ouwe wijven’. John Lake had eerder in de week General Rose al gememoreerd. De generaal die zijn speech voor de troepen gewoon voortzette tijdens een bombardement in de Balkanoorlog. Over taakvastheid gesproken. Wat moest ik nog zeggen? Siebe keek op z’n horloge. ‘Argo, to the boats.´ Toen nam Christiaan Bolck het woord. De tweede slag. ‘Het is simpel. Tot Fawley moeten we contact houden. We liggen op de Buckinghamshire-zijde. Bucks. Direct na de start, voor het eiland, is de stroming in

ons nadeel. Na Fawley in ons voordeel. Als we bij de laatste500 nog puntje-roertje liggen, dan kunnen we het! Alleen maar gaan.’ Een simpel plan. En de roeiers hadden het zelf bedacht. Coachen is weten wanneer je je mond moet houden. Siebe, John en ik zaten naast Daniel Topolski in de volgboot. Dé Daniel Topolski. De legendarische coach die met de ‘Dark Blues’ van Oxford The Boat Race won, door vlak voor de start te beslissen om weer met hout te roeien, in het carbon-tijdperk. Siebe en ik hadden zijn boek True Blue verslonden. Hij was de coach van onze mede-finalisten. ISIS1 racete met het slagenpaar van de Oxford acht en de slagen van de tweede acht. Tegen de voorplecht van de volgboot stond, met z’n lichtblauwe Cambridge petje, de bijna mythische president van de Henley Royal Regatta, Mike Sweeney. Hij was de umpire2 van onze race. De race was alsof Bolck de film al gezien had. Bij Fawley lagen we puntje-roertje. Titus voerde het tempo op. 35, 36, 37, 38. Het publiek juichte voor ISIS. Toen we voorbij Remenham Club voeren verstomde het publiek. Titus kwam gelijk te liggen met de boeg van ISIS. Bij het ‘1-mile signal’ was het verschil nog een halve lengte. 39. 40! Topolski leek onbewogen, maar begon groen te kleuren. Bij de Stewards’ enclosure kwamen we langszij. Nog 20 halen.

Henley Royal Regatta 1996

5

AMC_22_book2.indb 5

7-6-2021 12:58:06


Over de finish was het verdict van Sweeney feitelijk en droog: ‘Argo wins with half a length’. ‘Yesss!’, liet ik mij ontglippen, wat me op een doordringende blik van Sweeney kwam te staan. We waren zojuist getuige geweest van een top drie event in de Argogeschiedenis. Wij waren omgeven door legendes. Maar we keken naar goden.

Wilt u deze race terugkijken? https://youtu.be/u8RPI3N_Kvg 1. ISIS is de benaming voor een bepaald team van Oxford University Boat Club. 2. ‘Umpire’ is de Engelse term voor de kamprechter die op de volgboot staat.

AMC_22_book2.indb 6

7-6-2021 12:58:07


Coastal roeien Tekst: Jerre Koelmans Roeien door ruige golven en hevige windstoten, waarmee roeiers zeiknat worden door al het water dat in de boot komt. Het klinkt als een uit de hand gelopen training op de Rijn, maar we hebben het hier over Coastal roeien. Het voornaamste van coastal roeien is dat het gedaan wordt op open water, waar harde wind en golven voor omstandigheden zorgen die je niet kan trotseren in een reguliere roeiboot. Er wordt daarom geroeid in boten die bestand zijn tegen dit ruige water. De boten zijn breder, hebben een plattere onderkant, een groot roer, kortere riggers en het ingeslagen water vindt zich een weg terug via de zelflozer. Naast de strijd tussen de boten wordt er ook nog een strijd gevoerd tegen het woeste water. Als coastal roeier moet je met de verstoringen om leren te gaan, een groot deel van de halen zijn nou eenmaal verre van optimaal. Coastal roeien kent twee verschillende disciplines: de wedstrijd over een lange koers van zo’n zes kilometer rond meerdere keerboeien of een zogeheten ‘beach sprint’. Bij de lange wedstrijden spelen tactiek en goed zeemanschap een belangrijke rol. De keerboeien een hoofdrol spelen: met het nodige duw en trekwerk wordt de ideale lijn om de keerboei gezocht, waarmee lengtes gewonnen worden. Bij een beach sprint wordt er één tegen één op het strand gestart waarbij het doel is om zo snel mogelijk rond een persoonlijke keerboei te roeien die zo’n 250 meter van de kust in het water ligt. Het eindpunt is wederom op het droge, waarbij een van de roeiers zich uit de boot werpt en naar een zoemer op het strand rent. Bij het indrukken van de zoemer wordt de tijd vastgesteld. De golven in de branding maken het bij deze discipline lastig om in de boot te springen en soepel weg te roeien, maar op de terugweg kunnen de golven gebruikt worden om ‘surfend’ snelheid te maken.

Opkomst van het Coastal roeien Coastal roeien is in Nederland vooral populair bij verenigingen met een gunstige ligging voor de sport. Verenigingen die rond het IJsselmeer en aan de Noordzeekust liggen, beginnen zich steeds meer op het Coastal roeien te focussen. Sommigen maken

Foto: KNRB Commissie Coastal Rowing

zelfs al de volledige omslag. Voor verenigingen met veel open water in de buurt is het aanlokkelijk om daar gebruik van te kunnen maken. Een coastalboot kan in theorie door golven van drie meter hoog varen, dus in bijna alle gevallen kan er gewoon geroeid worden. Het is zelfs van belang om met verschillende omstandigheden het water op te gaan, omdat op wedstrijden de omstandigheden ook erg kunnen variëren. Momenteel maken vooral de burgerverenigingen deze omslag, maar het aandeel studenten wordt steeds groter. Het KNRB klassement voor coastal roeien, waarin burgers en studenten het in dubbelvieren tegen elkaar opnemen, bestaat uit een steeds groter aandeel studenten. Waar het een paar jaar geleden nog ging om een paar studentenploegen, is nu al ruim een kwart van de inschrijvingen student. Het is nog wel te zien dat het klassement is vormgegeven met burgers op het oog. Het seizoen loopt namelijk over twee collegejaren: het klassement begint in april en eindigt pas eind september. Als de sport groeit kun je op den duur gaan naar een klassement waar burgers en studenten hun eigen klassement hebben, maar dat is nu nog niet aan de orde.

Coastal roeien op Argo De ontwikkeling van het coastal roeien onder studenten is erg gestimuleerd door Argo. In het plan van Bestuur Bergman (2019-2020) voor de Aegon Bestuursbokaal stond het vergroten van coastal roeien in studentenroeiend Nederland centraal. Tot dan toe had geen van de studentenroeiverenigingen zich uitgesproken over coastal roeien. Het was een uitgelezen kans om eens het voortouw te nemen.

“

De Rijn biedt Argo de kans om zich te ontwikkelen in de sport. Op dagen waarop er anders niet geroeid worden, kan een coastal roeiboot wel de Rijn trotseren.

”

7

AMC_22_book2.indb 7

7-6-2021 12:58:07


Argo coastal dubbelvier op de Rotterdam Harbour Races Foto: René Visser

Een ander deel van het plan was de deelname van een serieuze ploeg van zes oud-wedstrijdroeiers om in een jaar over te schakelen naar coastal roeien en het klassement te winnen. Daarnaast werd er een plan opgezet om een coastalboot onder verenigingen te delen, om de introductie van de sport te vergemakkelijken.Ook binnen de KNSRB moest er meer aandacht voor komen, wat uiteindelijk geleid heeft tot het ontstaan van een KNSRB coastalroeicommissie. De plannen werden erg positief ontvangen en Bestuur Bergman won dat jaar de Bestuurs Bokaal. Hoewel corona voor veel plannen roet in het eten heeft gegooid, kan er aan deze projecten gelukkig wel verder gebouwd worden. Twee oud-bestuursleden zijn nog bezig om het coastal roeien verder op weg te helpen: Hein Hottentot in de KNRB Coastalroei commissie en Joris Bergman in de KNSRB Coastalroei commissie. Die laatste commissie is bezig om een beach sprint met aansluitend strandfeest op te zetten, om zo studenten enthousiast te maken voor het coastal roeien. De wedstrijd zal net na het einde van het reguliere roeiseizoen plaatsvinden zodat iedereen in de zon en onder het genot van een drankje zijn vereniging genoten kan aanmoedigen.

Een nieuwe uitdaging Voor veel roeiers is coastal roeien een nieuwe uitdaging. De studentenploegen die zich afgelopen jaren hebben ingeschreven voor het klassement bestonden vrijwel allemaal uit ervaren roeiers die eens iets nieuws wilden proberen. Die ervaring is ook nodig. Coastal roeien is nou eenmaal niet een gemakkelijke sport om in te stappen. Je moet de technische basis van de roeihaal goed onder de knie hebben, voordat je door golven van een halve meter kunt roeien. Het

zijn vaak flinke afstanden die er worden afgelegd, dus naast techniek moet er ook een goede fysieke basis zijn gelegd. Als deze basis is gelegd, biedt coastal roeien een kans om eens iets nieuws te proberen binnen de roeisport. Zo ook voor oud-bondsroeier Mitchell Steenman. Hij maakte vier jaar geleden de overstap. Hoe meer we richting de Olympische spelen van 2028 gaan, hoe meer dit soort elite roeiers de kans zullen pakken om zich te ontwikkelen in de sport. Het is immers zeer waarschijnlijk dat het een olympisch onderdeel wordt in 2028. Dit zal uiteindelijk ook leiden tot het vormen van bondsploegen, wat weer zorgt voor meer interesse binnen studentenroeiverenigingen. Van bovenaf kan zo het doorontwikkelen en aan populariteit winnen. De keuze van het olympisch comité over de twee eerder genoemde disciplines zal bepalend zijn voor de kant waarop het coastal roeien gaat. De lange wedstrijden zijn vanuit het oogpunt van de roeisport wel interessanter. De beach sprint is spectaculairder, maar misschien ook wat controversieel. Een renelement in een roeiwedstrijd zullen puristen niet erg op prijs stellen. Voor beide disciplines is er ruimte voor de skiff, de dubbeltwee en de dubbelvier. Dit geldt zowel voor de mannen, vrouwen en mix-nummers. De keuze voor welke discipline en welke nummers er opgenomen worden, zal grote invloed hebben op de verdere professionele ontwikkeling van de sport. Ondanks deze onzekerheden heeft het coastal roeien een mooie toekomst voor de boeg. Of het nou aan de start is van de Olympische spelen in 2028, of op een beach-sprint evenement met een drankje in de hand, je gaat zeker kunnen genieten van de sport!

8

AMC_22_book2.indb 8

7-6-2021 12:58:08


Koken met... EJD ‘21 KROKANTE GNOCCHI IN CITROENSAUS Nu er weer wedstrijden op de loer liggen heeft EJD ’21 één doel: blikken trekken. Daarvoor is één ding heel belangrijk, (g)roeien. Afgetraind en al willen wij aan de start van die wedstrijden liggen en daarvoor eten we ’s avonds na onze training een goede maaltijd met koolhydraten, ijzer en vitamines. Wij als zware damesch staan namelijk bekend om goed eten. We moeten genoeg binnenkrijgen om steeds harder te gaan. Maar dit goede eten is bij ons niet alleen voedzaam, het is ook nog eens heel lekker. Daarom willen wij graag een heerlijk recept met jullie delen, een krokante gnocchi in citroensaus.

Foto: Promocie

Ingrediënten: op basis van twee zware damesch •

500 gram gnocchi

•

250 gram witte champignons

•

400 gram spinazie

•

250 gram cherry tomaatjes

• Parmazaan

Bereiding:

•

250 mL kookzuivel

•

1 citroen

•

1 ui

•

2 teentjes knoflook

•

1 groentebouillon blokje

Kook de gnocchi 2 à 3 minuten en laat deze daarna uitlekken. Snipper de ui en fruit deze op laag vuur en voeg de knoflook toe. Voeg de gekookte gnocchi toe en bak deze mee. Snij de champignons in plakjes en voeg deze toe als de gnocchi een beetje bruin en krokant is. Rasp de citroen en voeg de rasp, het citroensap, de kookzuivel en het bouillonblokje toe. Laat dit even zacht koken. Voeg de spinazie toe en laten deze inslinken. Snijd de tomaatjes door de helft en voeg deze toe. Voeg daarna de parmazaan toe naar smaak. Extra: je kan nog wat cashewnoten toevoegen Extra voor zware ballen: mocht je nu wel vlees willen? Bak er wat spekreepjes bij!

9

AMC_22_book2.indb 9

7-6-2021 12:58:08


60 en 61 jaar geleden in 1960 en 1961: Argo wint de Varsity Tekst: Pim Brascamp, met dank aan Karel en Paulien Westerling, Ab en Zus Wit, Han Edens, Rob Tazelaar, Lex Muntjewerf, Ab Langereis en Jesse de Vries. Op 1 mei 1960 stond een jongerejaars Argonaut een paar honderd meter voor de finish te wachten op de Oude Vieren. Argo lag voor, een halve lengte, maar haal na haal haalde Njord langzaam in. Hij rende mee en de schrik sloeg hem om het hart. Dat ging niet goed! Njord kwam steeds dichterbij. Toen Argo de haal juist afmaakte passeerde de ploeg de finishlijn. Njord leek weg te lopen maar dat deed er al niet meer toe. In 1960 was er geen fotofinish en de bezetting van de finishtoren had al een levendige stemming bereikt. Lang gediscussieer en gesoebat, maar uiteindelijk: een dead heat. De eerste en enige voor het hoofdnummer in de Varsitygeschiedenis. Tien blikken met randinscriptie dead heat.

“

Foto Karel Westerling: afkomstig uit het filmpje op

De Wageningse studenten zijn zeer optimistisch en dat optimisme is zeker gerechtvaardigd.

”

Het voortreffelijke roeien van Argo kwam niet uit de lucht vallen. De ploeg was in 1959 tweede geworden en nog in de boot werd al besloten, in tegenstelling tot eerder plannen, er nog een jaar aan vast te knopen. Met als consequentie uitstellen van praktijktijden, nog langer studeren, et cetera. De verslaggever van het Parool van 30 april 1960 zag het wel aankomen: “Argo treedt met dezelfde roeiers aan, die vorig jaar Nereus slechts enkele decimeters moesten laten voorgaan. De tweede plaats van vorig jaar is voor de Wageningers een geweldige stimulans voor een eerste Varsity-zege. Het slechts 800 meter lange verbindingskanaal tussen de Wageningse haven en de Rijn is jarenlang een nadeel voor Argo geweest omdat de ploeg nooit een 3000 meter aan een stuk kon roeien. Nu de intervaltraining ook meer en meer door de roeiers wordt overgenomen is dat nadeel van een klein oefenkanaal grotendeels verdwenen. Argo heeft een geroutineerde en technisch gaaf roeiende ploeg. De Wageningse studenten zijn zeer optimistisch en dat optimisme is zeer gerechtvaardigd.”

https://www.vooralleshethoofdnummer.nl/

De ploeg van 1959 werd gecoacht door Guus de Zoete, die voor de voorbereiding van de Varsity van 1960 werd opgevolgd door Ab Wit, Tritonees met internationale ervaring, een jonge, vrijgevestigde huisarts in Wageningen, die ook de ploeg van 1961 coachte. De 1961-ploeg was op drie plaatsen gewijzigd. Alleen stuurman Nanne van der Zijpp en Arnold Wientjes bleven. De voorbereidingen van 1961 verliepen avontuurlijk. De ploeg werd pas na de Head samengesteld. De vier liep goed maar Ab Wit vond dat het niet hard genoeg ging om te winnen. Hij liep daarmee rond tot hij opeens, in het holst van de nacht, z’n vrouw wakker riep: “Italiaans!!”. Kort voor zondag 7 mei, ging de ploeg naar Phocas om te experimenteren in een nieuwe Stämpfli-vier waarbij Italiaans aanriggeren mogelijk was. Eén opstelling sprong eruit. De ploeg ging hard en Nanne kreeg geen klappen in de rug. “Dit is de opstelling, zo moet het zijn”. Ab keek altijd naar het doorlopen van de boot. Daar kon hij de kwaliteit van het roeien aan zien. Gevolg was dat Pieter Olieman en Karel Westerling van boord moesten veranderen want de boeg moest heel sterk zijn, dat stond vast. Karel Westerling was daarvoor de aangewezen man. De roeiers waren er niet blij mee, maar de boot mocht mee naar Argo

10

AMC_22_book2.indb 10

7-6-2021 12:58:08


en het ging inderdaad hard. En verslaggever Carel van Leeuwen van de Telegraaf zag dat, en berichtte daarover op 2 mei 1961 voorafgaand aan de Varsity. Hoe hard gaat het? Ab Wit mompelde maar wat.

Krantenkop Telegraaf 2 mei 1961

Op 8 mei schreef Carel van Leeuwen: “De Varsity, hoogtepunt in het Nederlandse roeiseizoen, is een triomf geworden voor het kleine Argo uit Wageningen, dat het hoofdnummer Oude Vier op weergaloze wijze wist te winnen. In een nieuw recordtijd en met een magistraal vertoon van kracht en vaardigheid wonnen de landbouwstudenten verrassenderwijs volkomen onbedreigd de afmattende roeirace over 3000 meter.” Een mooi verslag, maar verrassenderwijs? Carel was vermoedelijk een Nereusfan, want de Telegraaf is een Amsterdamse krant, en in zijn verslag is het verder alleen Nereus wat de klok slaat. Misschien wilde hij met de krantenkop van 2 mei Argo overmoedig maken en daardoor kwetsbaar. Bovendien waren er drie zenuwslopende starts, want twee vals, en was de nieuwe opstelling wel voldoende ingesleten? Maar de roeiers deden gewoon wat ze moesten doen en wonnen met een voorsprong van vier lengtes. Boeg Karel Westerling weet niets meer van de wedstrijd. Hij deed maar één ding, hard roeien, geconcentreerd op de rug van de twee voor hem. De jongerejaars Argonaut van 1960 was ook op deze Varsity, maar vond het niet nodig een paar honderd meter voor de finish Argo aan te moedigen. Argo lag een straatlengte voor, dus waarom zou hij? Nee, hij wilde het water in, maar verkeek zich er aardig op hoe ver de boot nog doorgleed na de finish. Een end zwemmen dus. Een dag om nooit te vergeten.

Poster Varsity 1961

De Oude Vier van 1961 bestond uit Karel Westerling (boeg), Pieter Olieman, Arnold Wientjes en Hans van Binsbergen (slag). Opnieuw met Nanne van der Zijpp als stuurman en Ab Wit als coach. De Oude-Vierroeiers waren heel ervaren. De ploeg van 1959 en 1960 was van het jaar 1955, behalve dan Arnold Wientjes (“jongere jaars” met jeugdroei-ervaring), Karel Westerling was van 1953 (Hij mocht van zijn vader niet meer roeien want moest afstuderen. Zijn ouders hadden net tv en keken toen de Oude Vier er op was. Zijn broer zei: “hé daar is Karel!”), Pieter Olieman was van 1958, Arnold Wientjes van 1957 en Hans van Binsbergen van 1954. De huidige generatie kan daaraan zien hoe lang je moet roeien om de Varsity te winnen en dus: doorroeien tijdens je promotie-onderzoek.

Krantenkop Parool 2 mei 1960

De Oude Vier van 1959 en 1960 bestond uit Marten ‘Gak’ Joustra (boeg), Maarten van Dis, Arnold Wientjes en Rob Tazelaar (slag). De 1959-vier werd gestuurd door Jan Just Bos en gecoacht door Guus de Zoete. De 1960-Vier werd gestuurd door Nanne van der Zijpp en gecoacht door Ab Wit. Detail: in de 1960vier waren Wientjes en Van Dis van plaats gewisseld.

Oude Vier 1961: Vlnr Arnold Wientjes, Karel Westerling, Pieter Olieman en Hans van Binsbergen, met daarvoor Nanne van der Zijpp en Ab Wit jr, ten huize van dokter Wit. AMC_22_book2.indb 11

7-6-2021 12:58:10


argonauten met een andere hobby Tekst: Ruth Andreae en Aniek Kroezen Als Argonauten hebben we natuurlijk allemaal één gemeenschappelijke hobby: het roeien. Wat men soms echter vergeet, is dat achter elke Argonaut nog meer schuilt dan alleen de liefde voor deze sport. Wij interviewden drie Argonauten met een bijzondere of leuke hobby die ze in hun leven buiten Argo boefenen.

Bodil Boelens – Stichting Groeikracht Tutoring Bodil is vijfdejaars Argonaut, 23 jaar en doet nu de master Biobased Sciences. In 2019-2020 had ze een tussenjaar en werkte ze als docent voor de klas op de Internationale Schakelklas (ISK) in Wageningen. De ISK is voor leerlingen die in Nederland zijn komen wonen omdat ze gevlucht zijn of omdat hun ouders bijvoorbeeld op de WUR werken. Ze hebben allen een niet-Nederlandse achtergrond en spreken de taal niet. De leerlingen zijn tussen de 12 en 18 jaar leren hier in twee jaar tijd de Nederlandse taal om daarna door te stromen naar het reguliere onderwijs. Vol enthousiasme vertelt ze over hoe ze van docent op het ISK gekomen is tot het oprichten van haar eigen Stichting GroeiKracht Tutoring. De stichting koppelt studenten uit Wageningen aan leerlingen van de ISK, zodat de leerlingen op vrijdagmiddag en zaterdag vaste persoonlijke begeleiding krijgen bij het leren van de Nederlandse taal.

“

Als ik op het schoolplein loop hoor ik altijd ‘Hoi juf Bodil!’

”

Bodil is op de ISK begonnen in de nieuwkomers-klas en is later doorgeschoven naar de gevorderde klas. Ook heeft ze een tijdje aan analfabeten lesgegeven. “In de nieuwkomers-klas hebben sommige leerlingen nul kennis van de Nederlandse taal, dus dat is wel intens. Je hebt leerlingen in de klas die

uit oorlogsgebieden komen en leerlingen die een welvarende achtergrond hebben. Ik vond het wel moeilijk hoe je met die combinatie om moest gaan”. Ondanks dat het lesgeven soms moeilijk is, wordt ze er ontzettend enthousiast van. Ze krijgt veel energie van het contact met de leerlingen en van het zien hoeveel de school voor hen betekent. “Als ik op het schoolplein loop hoor ik altijd ‘Hoi juf Bodil!’”. Door corona kwamen alle leerlingen en docenten thuis te zitten. Veel leerlingen werden thuis niet gemotiveerd voor school of hadden geen plek waar ze zich konden concentreren. Toen de leerlingen weer terug op school waren zag Bodil dat ze ver achteruit waren gegaan met hun Nederlands. Hierdoor werd het haar juist extra duidelijk hoe belangrijk de school en het persoonlijke contact met de docenten voor de leerlingen is. “Mijn tijd als docent op het ISK heeft mij verrijkt in zoveel opzichten. Ik ben onder de indruk van de prachtige leerlingen en hun bijzondere verhalen, de energie en liefde die ze elkaar en de docenten geven. Toen dacht ik: er zijn vast meer studenten die dit zo gaaf vinden.” Om die reden ontstond haar plan om studenten te koppelen aan de ISK. Het opzetten van de stichting is in samenwerking gegaan met de teamleider Hans van de ISK. Haar teamleider was ervan overtuigd dat Bodil kon slagen in haar plan om studenten te koppelen aan leerlingen van de ISK en dus mocht ze dit gaan proberen. Het ISK had de noodzaak om corona achterstanden van leerlingen weg te werken. Dit kon mooi opgelost worden door persoonlijke begeleiding. Gedurende de zomervakantie is ze bezig geweest met het uitwerken van het bedrijfsplan. Dit was met name het financiële plaatje, maar ook hoe de structuur van het tutorprogramma er uit moest gaan zien. Van financiën had ze niet veel kennis, maar hier heeft ze veel hulp gehad. Zo is ze in contact geweest met een zonnepanelen bedrijfje uit Wageningen en heeft ze veel gehad aan haar oom die financieel directeur is. Daarnaast is Olaf Heckert, ook lid bij Argo, als ervaren penningmeester nu verantwoordelijk voor de boekhouding van de stichting. “Er komt zoveel meer bij kijken dan alleen het aansturen van de tutoren.” Aan het einde van de zomer heeft ze weer samen met de teamleider van de ISK gezeten, met als conclusie: dit gaan we gewoon doen!

Fotograaf: Niek Stam AMC_22_book2.indb 12

7-6-2021 12:58:10


“Ik vind het interessant om te zien hoe mijn rol veranderd is. Eerst was dit bij de opzet van de stichting met het zakelijke deel zoals het papierwerk en de communicatie met de school. Nu ben ik veel meer bezig met de inbreng en overzicht van docenten van het ISK in het tutorprogramma en het functioneren van de tutorlessen in relatie met de leerlingen, de docenten en de tutoren.” Nu leert ze vooral veel op het gebied van communicatie en het coördineren van het tutoren-team. Wanneer tutoren ergens tegenaan lopen, bedenkt Bodil samen met hen wat er het beste gedaan kan worden. “Het is fijn dat ik veel ervaring heb opgedaan toen ik zelf een half jaar voor de klas stond” zegt ze. Haar werk op het ISK, het opzetten van de stichting, het coördineren van de tutoren en alles dat bij de stichting komt kijken, laat haar zien hoe waardevol het is dat studenten op de school actief zijn. “Je merkt dat de studenten energie en enthousiasme meenemen naar de school.” Ze vertelt bijvoorbeeld dat het voor de leerlingen heel leuk is om te horen van de tutoren wat ze doen op hun studie en in hun vrije tijd. Op de vraag ‘Wat is een bijzondere en noemenswaardige gebeurtenis?’ antwoord ze met een verhaal over de koude winterweek in februari. Op een zaterdag was ze aan het vertellen aan een leerling over schaatsen in de uiterwaarden en sneeuwballengevechten met huisgenoten. “Toen ik vroeg of zij al zoiets gedaan had, reageerde ze dat ze dit te eng en te koud vond. En dat terwijl het al een paar dagen sneeuwde. Toen realiseerde ik me dat wij dit natuurlijk van jongs af aan meekrijgen, maar dit voor hen heel anders is. De tutor had al een slee meegenomen en is toen met de leerling naar buiten de sneeuw in gegaan. Na de tutorles zag ik haar op het schoolplein rondrennen terwijl ze sneeuwballen aan het gooien was en kwam ze me vol enthousiasme vertellen dat ze op het ijs had gestaan!” Door de enthousiaste verhalen van Bodil en mijn huisgenoot Roos, die ook bijles geeft op het ISK, ben ik (Ruth) per april ook begonnen met bijles geven. Hierdoor kan ik nu met mijn ogen zien wat Bodil zelf heeft opgezet. Een ontzettend bijzonder initiatief dat heeft geleid tot een succesvol functionerend tutorprogramma, waarin een mooie wisselwerking tussende student en de ISK leerling tot stand is gekomen!

Fotograaf: Ruben Louwerse

Michaël Duijsens – Vogelaar Michaël is vogelaar, roeit bij Argo TopC4 en woont momenteel in het Argo-huis Pillion. Als hij niet aan het roeien of aan het lezen is, dan is hij op pad met zijn camera op zoek naar bijzondere vogels. Toen hij nog in Delft studeerde is hij door studiegenoten en vrienden aangestoken met deze hobby. Door zijn studie Bosen Natuurbeheer fotografeerde hij eerst vooral bijzondere planten. Na verloop van tijd is hij overgestapt naar Vogelen. “Vogels bewegen en dat maakt het toch wat spannender, planten zijn in dat opzicht wat saai”.

“

Ik heb eigenlijk standaard mijn camera in mijn tas zitten als ik buiten ben

”

“Ik heb veel geleerd door zelf op zoek te gaan, veel te lezen en op websites te kijken” vertelt Michaël. Een zeldzame soort vervolgens zelf zien noemt hij het ‘Unicorn Effect’. Dit effect houdt in dat wanneer je veel leest en leert over een zeldzame soort, je hem vervolgens ook zelf in het wild ziet omdat je er meer op gaat letten. Alle gespotte zeldzame dieren en planten worden geregistreerd op Waarneming. nl. Michael houdt hier zelf een ‘Levenslijst’ bij met alle soorten die hij gespot heeft. Hierdoor ontstaat er een database met foto’s en data en zo kunnen andere vogelaars dan ook op zoek naar een bepaalde soort. Bijvoorbeeld naar een hele bijzondere soort vogel. “Soms zijn het wel honderd tot tweehonderd mensen die dan op de been zijn”.

13 Kerkuil Fotograaf: Michaël Duijsens AMC_22_book2.indb 13

7-6-2021 12:58:12


“Ik heb eigenlijk standaard mijn camera in mijn tas zitten als ik buiten ben”. Ook een verrekijker en de ANWB Vogelgids kunnen niet ontbreken. “Het is altijd leuk als ik weer iets nieuws zie”. Michael heeft een aantal mooie foto’s gemaakt van bijzondere vogels die hij gespot heeft, waarbij te zien is dat hij ook goed is in fotografie. Hij vindt fotografie leuk, maar houdt het bij het fotograferen van vogels.

Anouk Gierveld – Fotografie

Roodhalsgans Fotograaf: Michaël Duijsens

Michael zit ook in een groepsapp genaamd Bird Alert, met zo’n tweehonderd mensen van het Koninklijk Nederlandse Natuurvereniging (KNNV) uit omgeving Wageningen. Hierin worden berichten gedeeld als er een zeldzame soort gezien is, zodat anderen ook direct op de hoogte zijn. Meteen na het gesprek krijg ik nog een appje van Michael dat hij een alert binnenkrijgt: er is een Roodhalsgans gespot. Uiteraard is hij ook meteen op pad gegaan, mét een huisgenoot. Ook hen steekt hij inmiddels aan met zijn hobby.

Fotograaf: Noa Schouten

Anouk Gierveld is vierdejaars Argonaute en maakt voor haar plezier graag foto’s. Al van jongs af aan toveren camera’s een lach op haar gezicht, onder andere doordat haar vader het leuk vindt dingen en herinneringen vast te leggen. Op haar twaalfde kreeg ze voor het eerst een pocket camera en niet veel later besloot ze te gaan sparen voor een spiegelreflex, die ze op haar 17e eindelijk kon kopen.

14 Baardmannetje Fotograaf: Michaël Duijsens AMC_22_book2.indb 14

7-6-2021 12:58:13


Gasserternijveen Fotograaf: Anouk Gierveld

Nu gaat Anouk er regelmatig op uit met die camera. Soms alleen, maar ook regelmatig met wat vrienden van wie ze dan portretten maakt. “Ik vind het heel erg mooi om gezichten vast te leggen, omdat die zo expressief zijn en een verhaal kunnen vertellen.”

“

Ik vind het heel erg mooi om gezichten vast te leggen, omdat die zo expressief zijn en een verhaal kunnen vertellen.

”

Hetzelfde zegt ze over landschappen, het andere onderwerp dat ze graag vastlegt. Tijdens excursies voor haar studie, landschapsarchitectuur, neemt ze dan ook vrijwel altijd haar camera mee. Ze probeert dan met fotografie vast te leggen wat een landschap communiceert. Dit doet ze ook door te tekenen, maar met fotografie kan ze soms net iets beter het element naar voren brengen dat de boodschap het best vertelt, zegt ze. Sinds Anouk lid is bij Argo, maakt ze ook foto’s bij trainingen, wedstrijden en evenementen. Ook zit ze bij de PromoCie. “Ik vind de extreme hoofden die mensen trekken als ze sporten echt fantastisch om vast te leggen”, vertelt ze. Verder heeft Anouk zelf niet de lens die nodig is om goede roeifoto’s te maken en maakt op evenementen en wedstrijden dan vooral sfeerfoto’s. Wat Anouk ook leuk vindt aan het fotograferen van roeiers, is dat ze er zelf ook nog een beetje van leert over de roeitechniek. Over de vraag of Anouk een foto heeft waar ze het meest trots op is, moest ze even nadenken. “Met excursies heb ik hele leuke foto’s gemaakt van klasgenoten,

waar ze gewoon heel erg als zichzelf opstaan en zichzelf uiten”. Als ze dan toch één foto moest kiezen, kiest Anouk voor het “sublieme” landschap dat ze ooit in Gasselternijveen heeft vastgelegd. “De afgekapte bomen die uit het water steken en het bewolkte weer zorgden voor een grillige sfeer, dat zag er zo cool uit! En de plaatsing klopte gewoon”. Fotografie is voor Anouk meer dan alleen foto’s maken. Doordat ze er vaak uitjes van maakt is het voor haar ook een manier om tijd met vrienden door te brengen, zeker nu in corona tijden. Als ze in haar eentje op pad gaat, vindt Anouk rust in de fotografie en de natuur, en bevindt ze zich in haar eigen bubbel, zoals ze zelf omschrijft. Ook is fotografie voor Anouk een uitlaatklep, omdat je met foto’s heel goed je eigen emoties kan laten doorschemeren, bijvoorbeeld door te spelen met licht. Verder ziet Anouk haar fotografie hobby ook als een uitdaging: leren werken met verschillende weeromstandigheden, compositie van de foto, contrasten en nabewerking. Allemaal om uiteindelijk de perfecte foto te krijgen. Anouk kijkt er naar uit om na corona weer meer tijd te besteden aan de PromoCie, zich daar verder te ontwikkelen en ook anderen te helpen die net beginnen met fotografen. Eén project waar ze specifiek naar uitkijkt is de Argo kalender, die door corona helaas moest worden uitgesteld. Anouk verwacht dat ze na corona weer meer van zulke creatieve en uitdagende projectjes kan gaan doen, alleen, of weer met haar vrienden.

15

AMC_22_book2.indb 15

7-6-2021 12:58:16


interview met tiphys Tekst: Amarens Laskewitz Het oudste gezelschap van de WSR is A.S.G. (Argo Stuur Gezelschap) Tiphys. In 2021 vieren zij hun zevende lustrum. Wij interviewden twee leden om erachter te komen wat hun lustrumplannen zijn en waar ze verder mee bezig zijn! Wat is jullie stuurverleden? Roos: “In 2016 begon ik met het sturen van de lichte dames (lichting 2017). In eerste instantie wilde ik gaan roeien en heb ik zelfs meegedaan met de selectie voor lichte dames, maar kreeg ik heel vaak te horen dat ik klein was en dus geschikter was voor wedstrijdsturen. Toen besloot ik het toch maar te proberen en werd ik stuur van de lichte dames. Het jaar erna wilde ik weer niet gaan sturen, maar toen stonden de lichte pikken voor mijn deur met een taart, dus dat jaar stuurde ik eerstejaars licht. Daarna heb ik een paar kleine projecten gedaan en uiteindelijk toch redelijk veel gestuurd. Nu ben ik de voorzitter van Tiphys.” Isabel: “Ik begon met sturen in de lente van 2018. Veel van mijn vrienden zaten bij Argo, en zij zeiden allemaal dat ik moest gaan sturen. Lisanne en Roos waren mijn afroeicoaches (allebei wedstrijdstuurtjes). Daardoor ben ik verder in het sturen gerold. In mijn eerste jaar heb ik geen wedstrijdploeg gestuurd, maar wel de lichte dames op de Lingebokaal. Het jaar daarna heb ik de lichte pikken gestuurd, en nu stuur ik middengroep zwaar.” Wat doet Tiphys precies? Roos: “Toen ik lid werd van Tiphys was het vooral bedoeld als ondersteuning van het sturen zelf. Er waren mensen waar je mee kon praten en af en toe kregen we een stuurinstructie, maar Tiphys had minder een gezelschapsfunctie. In mijn eerste jaar zat ik in het compoploegje ‘Lekker Kort Ook’ met Lisanne

en Amarens, die ook allebei gingen wedstrijdsturen. In dat jaar werden meer dingen ondernomen en zo werd het steeds meer een gezelschap. Er kwamen meer borrels en diners met Tiphys en we verfden het Tiphys logo op de stuurtjesbar. Nu zijn we ook meer bezig met nieuwe stuurtjes werven en organiseren we het jaarlijkse stuurtjesdiner in de afroeiperiode. Voor competitiestuurtjes hebben we Topstuur opgezet. Hier krijgen competitiestuurtjes de kans om te leren van wedstrijdstuurtjes en ze kunnen bijvoorbeeld vragen stellen of filmpjes bespreken. Isabel: “We hebben nu ook de blauwe borrels elke eerste dinsdag van een nieuwe periode. We komen samen en we drinken smurf, ons drankje. We hebben ook onze eigen bar op Argo, met ons logo erop. De bar is laag waardoor we erbij kunnen. In de kantine hangt een bordje met ons logo erop, dus daar zijn we nu ook zichtbaar. Nu houden we de blauwe borrels online en hebben we af en toe een stuurtjeslunch.” Hoe word je lid van het gezelschap? Isabel: “Alle leden van Tiphys zijn wedstrijdstuurtjes. Met het Head-diner worden de stuurtjes geïnaugureerd, dit jaar werd dat het zomerdiner. Alle nieuwe stuurtjes krijgen een blauwe brief met opdrachten die ze moeten doen om lid te worden van het gezelschap. Eén van de leukste opdrachten is een lullepot houden op het Head-diner over je roeiers en hoe jij met je roeiers de Head gaat winnen. Ook maken de nieuwe stuurtjes zelf het logo dat ze op hun rug dragen. Behalve dat het gezellig is om dit met elkaar te doen, heeft iedereen hierdoor ook een uniek logo.”

“

Alle leden van Tiphys zijn wedstrijdstuurtjes.

”

- Isabel

16 A.S.G. Tiphys AMC_22_book2.indb 16

7-6-2021 12:58:16


Roos van Haeff Fotograaf: Steven ten Hoff

Wat is er de afgelopen jaren het meeste veranderd? Roos: “De band tussen de stuurtjes onderling is hechter geworden. Doordat de stuurtjes elk jaar samen opdrachten moeten doen krijgen ze een hechtere band. Hierdoor komen ze ook nog naar activiteiten als ze niet meer, of minder, actief bezig zijn met sturen. Dat is de grootste verandering.” Wat zijn jullie plannen voor het lustrum? Isabel: “Milan heeft al een lustrumlogo ontworpen en we hebben allemaal een lustrum trui met het logo er op. Door corona zijn de plannen uitgesteld, maar zodra het kan, willen we een onvergetelijke lustrumweek organiseren. We hebben veel ideeën, zoals een stuurtjesdiner met alle KNSRB verenigingen, een blauwe biercantus, een Oud-Tiphys diner, een spelletjesavond en een smurfenfeest met heel Argo.” Hoe zien jullie de toekomst van Tiphys voor je? Roos: “Wat in stand is gezet dankzij de vorige voorzitters Lisanne en Sanne moet worden voortgezet. De blauwe borrels, de band tussen alle stuurtjes en

binnen de jaarlaag maakt wedstrijdsturen nog veel leuker. Ook gaan we door met Topstuur en hebben we een database opgezet met alle leden van Tiphys. Dus bent u lid geweest van Tiphys, laat het vooral aan ons weten door te mailen naar tiphys.argo@gmail.com!” Wat vinden jullie het leukst aan sturen? Isabel: “Jij bent de schakel tussen de boot en de roeier. Je denkt na over de beste manier om de roeiers te motiveren en je analyseert hun bewegingen en hoe ze reageren op wat je zegt. Ik weet niet meer wie ik stuurde, maar ik noemde een call die ik nog niet eerder had genoemd die training en de boot ging meteen een stuk harder. Dat is een geweldig gevoel.”

“

het leukste aan sturen vind ik de adrenaline die je voelt als je wegstart. - Roos

”

Roos: “De adrenaline die je voelt als je wegstart. Ik vind het ook heel leuk om op de Amstel te sturen omdat het een uitdaging is, maar het mooiste blijft natuurlijk de Rijn!”

17 Isabel Rigutto AMC_22_book2.indb 17

7-6-2021 12:58:16


Door: Luuk Achterberg Fotograaf: Anouk Gierveld

18

AMC_22_book2.indb 18

7-6-2021 12:58:17


19

AMC_22_book2.indb 19

7-6-2021 12:58:18


Roeien in coronatijd: Vier Argonauten over de skiff Tekst: Femke Schootstra Als er één ding centraal stond binnen het roeien in de coronatijd, is het wel skiffen. Ineens moesten roeiers van elke soort in het smalle eenmansbootje stappen, als die nog roeihalen op de Rijn wilde blijven maken. En skiffen is toch wel een bijzondere tak binnen de roeisport, zo helemaal op jezelf aangewezen zijn. De een vindt het heerlijk, de ander verschrikkelijk, en veel zullen er een haat-liefde verhouding op nahouden. In elk geval hebben er nooit eerder zoveel Argonauten de Rijn getrotseerd in een skiff, als in het afgelopen jaar. U leest hier de verhalen van vier van hen: de tweedejaars lichte dame Alisha Teerink, eerstejaars zware bal Iede Adrichem, clubroeister Imke Keesmaat en doorgewinterde skiffeur Luuk Achterberg.

Alisha Teerink

Fotograaf: Marita Kipperman

In haar eerste jaar in 2020 begon Alisha bij de eerstejaars lichte dames, en dit jaar roeit ze bij de middengroep in een dubbeltwee samen met Julia Suijs. Zij begon, net als zoveel anderen, vorig jaar in het begin van corona met het skiffen. Gelukkig had ze haar skiffproef al gehaald in het najaar, direct na de afroeiperiode. “Ik zag al snel dat het handig zou zijn om een skiffproef te halen, zodat de coaches niet beperkt waren wie ze in de twee of de vier zetten. Dus toen heb ik aan de andere meiden in de selectie gevraagd of ze me skiffles wilde geven.” Die assertiviteit kwam goed van pas toen corona begon, want ze kon daardoor samen met haar

ploeggenootjes gelijk doortrainen in de skiff. “Het was april, mooi weer, en ik vond het heel leuk. Ik wilde altijd zo lang mogelijk roeien, helemaal tot de brug of nog verder. En dan kijken of je de eerste kan zijn.” Ze roeide heel veel mee in de gemixte skiffgroepen die profcoach Ian de Wolf organiseerde. “Ik merkte wel dat ik veel progressie maakte. Je begint echt te snappen hoe de boot werkt, en hoe je je kracht uit kan oefenen!”

“

Door het skiffen begin je echt te snappen hoe de boot werkt en hoe je je kracht uit kan oefenen!

”

Dit najaar kwamen er wat meer mogelijkheden voor middengroepen beschikbaar: een aantal tweepersoonsboten konden zo gesteld worden dat de afstand tussen de roeiers precies anderhalve meter was. Er werd dankbaar gebruik van gemaakt. Alisha wilde echter niet weer overgaan naar alleen maar dubbelen. “Ik vind zelf de afwisseling het allerleukst. Ik denk dat ik nooit alleen maar één ding zou kunnen doen. Toen ik de plannen voor het seizoen met de profcoach besprak, heb ik ook aangegeven dat behalve de twee, ik ook heel graag in het beginnelingen skiffveld wil starten. Om mezelf in mijn eentje uit te dagen en te kijken wat ik zelf kan presteren.” Voor Alisha was het skiffen dus zeker niet een moetje, toen het de enige mogelijkheid was tijdens de lockdown. Ze heeft juist ontdekt dat ze het heel graag doet, en veel voldoening haalt uit de uitdaging van compleet op jezelf aangewezen zijn. De enige wedstrijd die vorig jaar verroeid werd was de Winter Wedstrijden. In september kreeg ze gelukkig de kans om haar tweede wedstrijd te starten: de welbekende Cottwich Regatta in Almelo, in de skiff. Een ervaring die gekoesterd wordt in de coronatijd. Ze doet verslag van het verloop van die 5 kilometer. “Ik startte achter een ploeggenootje van wie ik wist dat ik eigenlijk wel harder zou moeten gaan. Ik wilde haar natuurlijk zo snel mogelijk voorbij, dus ik ging heel hard van start. Maar nadat dat was gelukt, moest ik nog wel een aantal kilometer volhouden, want anders was alles voor niet geweest. Ik heb maar de hele tijd tegen mezelf gezegd: gewoon door blijven gaan, niet opgeven. Misschien

20

AMC_22_book2.indb 20

7-6-2021 12:58:19


dat je iets minder kracht kan leveren dan voorheen, maar gewoon door blijven gaan, en dan komt het wel goed.” Behalve de ervaring van het roeien, genoot ze ook heel erg van de sfeer op de wedstrijd. “Ik ging met mijn ploeggenote een lekker appeltaartje halen, de zon scheen. Je voelde dat iedereen super vrolijk was.”

“

Ik vind de afwisseling tussen het skiffen en dubbelen het allerleukst, ik zou nooit maar één ding kunnen doen.

”

Op de vraag of ze een favoriete oefening heeft om in de skiff te doen, heeft ze een duidelijk antwoord, namelijk ‘hoogspoelen’. Dat betekent dat je heel snel oprijdt en vooral snel inpikt, en dan je haal maakt zonder kracht. “Het was mooi water”, vertelt Alisha, “en toen de coach het voor het eerst uitlegde had ik echt geen idee wat hij wilde dat ik deed. Hij gaf de opdracht aan mijn ploeggenootje Irene om het voor te doen, en toen kon ik het ook wel makkelijk nadoen. Ik dacht eerst ‘Wow, wat is dit?!?’ Maar ik merkte dat ik er beter van werd! Ik leerde toen pas hoe je eigenlijk moet inpikken: héél snel en scherp.” Voordat Alisha ging roeien, vulde ze haar leven met dansen. Ze begon met Ierse dans, ging daarna over naar hip-hop, en ontdekte uiteindelijk de afro-dance. Samen met een paar andere studenten zette ze een dansvereniging op, The Student Dance Factory. “Door het wedstrijdroeien kan ik natuurlijk minder dansen, en ik mis het wel heel erg. Maar ik ga nog steeds wel regelmatig met een vriendin dansen, en af en toe geef ik zelf les bij de vereniging.” Maar ook het roeien begint ze steeds leuker te vinden. “Zeker nu ik het echt een beetje onder de knie begin te krijgen! Ik denk er dus wel aan om hierna nog een jaar door te gaan, misschien wel in de skiff. Ik wil heel graag nog verder ontdekken wat ik kan, en zeker nog meer wedstrijden roeien!”

Iede Adrichem

Voor Iede was de verandering in het roeien door corona groot. Als eerstejaars Argonaut was hij enthousiast aan de selectie voor de zware acht begonnen, maar dat werden later dus acht skiffeurs. Op het moment van het interview in november, had hij zijn skiffproef net drie weken. Tijdens de selectie had hij al zin in dat skiffen: “Met dank aan mijn coaches en Heeren 5 bleek de roeisport veel leuker dan ik had gedacht! Met volle moed dook ik in de skiff, maar dit bleek lastiger dan verwacht, want ik ging gelijk om bij het uitzetten aan het vlot, haha.” Nadat hij de proef had gehaald, inclusief een goede poging om in de boot te staan, kon hij mee de Rijn op. Dat viel ook nog wel vies tegen. “De eerste twee trainingen waren echt verschrikkelijk. De hele tijd snoeken om de 10 halen, super krampachtig in de boot zitten, en ik vond het helemaal niet leuk. Gelukkig kende ik het van het roeien in de acht: soms gaat het slecht, dan moet je daar gewoon even doorheen zetten. Dat was toch lastiger nu in de skiff.” Maar dat is voor Iede uiteindelijk geen punt, hij bikkelt lekker door. De dag voor het interview had hij zijn 8e training in de skiff erop zitten, en begint het al aardig te lopen. “Ik heb nu voor het eerst gemerkt dat je helemaal ontspannen in die boot kan zitten.” Hij vertelt hoe hij een helemaal lege en gladde Rijn voor zich zag, even alle puntjes waar hij mee bezig was vergat, en dat het gewoon lekker liep. “Heerlijk!” Natuurlijk zijn de coronamaatregelen even slikken. “Dat we niet in de acht of de vier samen kunnen roeien, vind ik enorm stom natuurlijk. Het boordroeien vind ik ook echt fantastisch. En dan de competitie tegen de andere ploegen, daar ging ik gewoon heel goed op. De trainingen werden steeds leuker. Dus dat mis ik.” Maar Iede blijft de goede kanten zien: “Op het water zitten vind ik op zichzelf al chill, dus ik vind het mooi dat er wel een optie is waarbij je in je eentje kan roeien. Ik was van plan om een domme boordroeier te worden, dus het skiffen is een compromis, maar ik ben heel blij dat het er is.”

“

Ik heb nu voor het eerst gemerkt dat je helemaal ontspannen in die boot kan zitten.

Fotograaf: Ruben Louwerse

”

Op onze vereniging hebben we een aardig goede skiffvloot, zeker met de dit jaar aangeschafte Swifts. Maar met de enorme behoefte aan dit type boot momenteel, kan natuurlijk toch niet iedereen in de meest geschikte boot roeien. Voor Iede komt dit erop neer dat hij tot nu toe in een redelijk lichte boot roeit, eentje waar sommige lichte dames

21

AMC_22_book2.indb 21

7-6-2021 12:58:21


ook in roeien. “Daar word ik altijd mee gepest,” zegt hij grappend. “Ik pas niet echt in die boot. En de schoenmaat is 39, dus dat is wel een flink aantal maten te klein. Maar ja, ik doe het ermee!” Het allerergste wat er tijdens een skifftraining kan gebeuren? Iede denkt even na. “Als ik in een skiff zit, en ik word ingehaald… door een Vada skiffeur. Daar zou ik niet goed tegen kunnen. Maar gister had ik er twee gepakt gelukkig, haha!”

“

”

En dan natuurlijk hard pompen!

Iede’s beste skifftip: “Je boekt de meeste progressie als je durft om het oncomfortabele aan te gaan. Je weet wel hoe de haal moet, maar durft het niet helemaal. Maar als je je daar overheen zet, en juist het randje opzoekt van wat comfortabel voelt, dan leer je ook het meest.” Als laatst voegt hij eraan toe, zoals we dat gewend zijn van zware ballen: “En dan natuurlijk hard pompen!”

Imke Keesmaat

Fotograaf: Rodin Dukker

“Letterlijk één dag nadat we de beslissing hadden gemaakt om club dubbeltwee te gaan doen, kon dat niet meer doorgaan vanwege corona en moesten we gaan skiffen.” In haar vierde jaar ontstond het idee bij Imke en haar oud-ploeggenootje Kim Medema om samen te roeien. Toen die tweede lockdown in ging, besloten ze om het plan niet op te geven. Inmiddels mag er gelukkig weer in grotere boten geroeid worden, maar de hele winterperiode hebben ze in de skiff gezeten. Of ze dat heel erg vond? “Niet zo erg eigenlijk. Ik dacht vooral, daar kan ik super veel van leren.”

wat om voor een klein clubnummer te gaan. Haar skiffproef haalde ze gelijk in haar eerste lente op Argo, maar verbaasd realiseert ze zich dat ze vervolgens eigenlijk helemaal nooit is gaan skiffen of dubbelen. Na het tweede jaar kwam het er wel af en toe van. “‘Het is mooi weer! Heeft er iemand zin om te skiffen?’ Dan ging ik wel mee. Tot het pontje en terug, gewoon voor de lol en vooral van het weer en de Rijn genieten.” De overgang naar serieuzer trainen in de skiff ging haar eigenlijk ook wel goed af. “Het was nog steeds leuk, ik denk ook vooral omdat het best lekker liep! En hier kwam de wedstrijdroei-mentaliteit zeker van pas. Als het wat minder goed weer is ga je ook gewoon.” In het weekend wordt er standaard samen getraind met een groepje van clubroeiers, Casper, Stef, Mick, Lois, Mara, Kim en Imke. Doordeweeks doen ze vaak nog een tweede training op het water. Voor de lockdown hadden ze wel ideeën om soms een samen een activiteit te doen, als soort van ploeg. Maar dat kan natuurlijk niet meer, en nu roeien ze alleen samen.

“

Letterlijk één dag nadat we de beslissing hadden gemaakt om club dubbeltwee te gaan doen, kon dat niet meer doorgaan vanwege corona en moesten we gaan skiffen.

”

Hoe ze zichzelf gefocust houdt in de skiff? “Ik praat heel veel tegen mezelf, in gedachten. Anders raak ik gewoon afgeleid. Ik ben soort van mijn eigen stuur dus, dat werkt wel heel goed. Als ik dat niet doe, merk ik dat ik soms heel ergens anders over aan het nadenken ben. Dan realiseer ik me ineens, ‘ohja, ik was aan het roeien’, haha.” De skiff werkt wel motiverend voor Imke. “Het ligt echt aan jezelf als je het fout doet. Dan wil je ook toch extra hard je best doen om weer te zorgen dat het lekker loopt.” Het lijkt haar dan wel heel moeilijk om een wedstrijd in een skiff te starten, helemaal in je eentje kapot gaan op een 2k. “Ik zou het misschien ooit voor de grap doen, gewoon kijken hoe het is, maar ik denk niet dat het iets voor mij is.” Haar tip voor mensen die misschien willen skiffen: “Vooral niet bang zijn om om te gaan, dat werkt juist averechts. En gewoon gaan!”

Imke begon in haar eerste jaar met TopC4 en roeide het jaar daarop in de Eerstejaars Dames ’19. De beslissing om vorig jaar niet te gaan roeien, kwam achteraf gezien wel goed uit aangezien er toch niks meer door kon gaan. Maar dit jaar leek het haar wel

22

AMC_22_book2.indb 22

7-6-2021 12:58:22


Luuk Achterberg

Fotograaf: Promocie

Het was najaar 2017 en het begin van het derde wedstrijdroei-jaar voor Luuk, toen hij alleen achter bleef in de middengroep. “In het begin had ik al mijn zinnen op skiffen gezet. “Maar na de Tromp in oktober kwam ik erachter dat ik niet per se barstte van het talent voor het skiffen en alleen roeien ook niet zo leuk vond.” Er kwam weer hoop op een alternatief, toen er misschien een vierzonder gevormd zou kunnen worden. Maar vlak voor de kerstvakantie werd duidelijk dat dat toch niet meer doorging. De toenmalige ouderejaars roeier zag ook niet zoveel in een combinatie. “Toen belandde ik dus noodgedwongen weer in de skiff, terwijl ik net twee maanden daarvoor had bedacht dat ik dat echt niet wilde. Maar ja, ik wilde wel hard roeien. Ik heb een piefsleutel opgehaald en ben tijdens de kerstvakantie elke ochtend en elke middag in de skiff gestapt. Als het dan moet, ging ik ook maar gewoon heel veel meters maken en bewijzen dat ik hard kon roeien.”

“

In de kerstvakantie ben ik elke ochtend en middag gaan skiffen. Heel veel meters maken en bewijzen dat ik hard kon roeien.

”

In februari besloot Luuk zijn boot in Amsterdam te leggen. Elk weekend reisde hij samen met zijn coach heen en weer om te trainen op het goede roeiwater van de Amstel. Hij kon bij de skiffgroepen van Skøll en Willem III aansluiten. “En dan moest je ineens hard doorroeien, anders werd je er meteen uitgeroeid door jongens van 16 jaar.” Zo maakte hij ontzettend veel constante meters op de Amstel. Het roeien in de skiff ging beter en beter, en dit zorgde ervoor dat het wél leuk werd. “Zo leuk, dat ik er daarna nog een jaar, met nieuwe doelen, mee door ben gegaan.”

Hoeveel uren heeft hij dan tot nu toe in de skiff doorgebracht? Bij deze vraag begint Luuk een precieze rekensom. Na iets meer dan vijf minuten is hij eruit: zo’n duizend uur. Die trainingsuren hebben ook wat opgeleverd: 1 lange afstand blik, 1 sprint blik, en 3 klasserende. “Maar ik vond het vooral ook heel vet dat hoewel je het alleen doet, er heel veel anderen in Nederland hetzelfde aan het doen zijn. Met de jongens tegen wie ik startte, werden we echt een super leuke en hechte groep. De mensen die binnen hun eigen vereniging eigenlijk een beetje de outcasts waren. Ik heb nog gecombineerd in tweetjes, en je sliep bij elkaar voor wedstrijden. Die gasten spreek ik tot op de dag van vandaag nog wel elke week zo’n beetje. Ja, dat vind ik echt heel vet.”

“

En dan moest je ineens hard doorroeien, anders werd je er meteen uitgeroeid door jongens van 16 jaar.

”

Het hele proces van leren skiffen omschrijft Luuk als volgt: ‘Skiffen kent een bepaalde curve. Het begint zo: je stapt voor het eerst in een skiff en het is eng, maar ook leuk, want het is nieuw. Vervolgens je skiffproef, en je eerste meters op de Rijn. Het is zomer, skiffen is leuk. En dan moet je voor het eerst een beetje door gaan roeien, want er komt een selectie aan. En dan wordt skiffen toch wel iets minder leuk. Je kan het nog niet zo goed, raakt gefrustreerd en begint te twijfelen. De enige manier om daar doorheen te komen is elke week veel meters maken en daarbij vertrouwen hebben in jezelf en je coaches. Uiteindelijk merk je dat je beter wordt en dan wordt het heel langzaam weer steeds leuker. Daarna kent het allemaal pieken en dalen.” In Luuks beleving zijn die pieken en dalen nog een stuk groter dan wanneer je in een ploeg roeit. Omdat het mentale aspect nog zoveel groter is. Als je er even niet bij zit met je hoofd, ben je gewoon af. Maar dan moet je ook kunnen accepteren dat dat erbij hoort. Gewoon doorroeien, en dan gaat het daarna wel weer beter.” Luuk’s tip om goede skifftrainingen te draaien: “Niet zo’n super laag tempo gaan varen, maar doortikken op minimaal tempo 20. Daar leer je veel sneller fatsoenlijk mee roeien. En dan gewoon meters maken, op je puntjes letten, en zo min mogelijk laten lopen in een training.” En zijn allermooiste moment in de skiff? “Dat is zeker het beginnersblik. Het ultieme moment van jezelf hebben bewezen, dat je het kan. En vervolgens wel jezelf voor lul zetten door na de finish allebei je palen los te laten en om te gaan. Maar ja, dat boeide allemaal niet meer want ik was gewoon de snelste.”

23

AMC_22_book2.indb 23

7-6-2021 12:58:22


Mies Bernelot Moens kampioen World Rowing Indoor Championship Tekst: Elly de Regt Oud Argonaute Mies Bernelot Moens heeft eind februari de wereldtitel indoorroeien in haar leeftijdsklasse (7580 jaar) gewonnen. En dit in een wereldrecord 8:15,5 over 2000 meter. Mies roeit ruim twintig jaar op de roeiergometer en bezit inmiddels drie wereldrecords. De ‘oudere’ oud-Argonauten weten natuurlijk dat zij ook in de zilveren Argo EK-acht van 1965 zat. Altijd op jacht naar records en zo probeerde Mies tijdens deze WK de winnaar van de klasse 70-74 jaar te verslaan. De Deense Merete Boldt. Dit lukt niet, maar zij verbeterde niet het eerder gevestigde wereldrecord van Mies in de klasse 70-74 jaar (8:00,8). Dit tot genoegen van Mies. In deze coronatijd was het nog een hele organisatie om deelname aan de WK technisch mogelijk te maken. Op de roeivereniging Rijnland, waar Mies roeit, was dit met veel inzet prima geregeld. Er was zelfs een Teams-meeting van haar race gemaakt met ongeveer twaalf deelnemers. Zij konden zo de race van Mies volgen en haar aanmoedigen. Vijf roeisters van de zilveren EK-acht waren ook van de partij. Na afloop werd Mies uiteraard in de bloemen gezet. Eerder, december vorig jaar, deed Mies online mee aan de NKIR. Ook dat was op Rijnland uitstekend geregeld. Aardig is dat de roeitechniek van de deelneemsters nogal verschilt. Sommigen roeien volledig tegen alle regels van de roeitechniek in, anderen keurig zoals het hoort. Ook de omstandigheden waarin geroeid wordt verschilt nogal eens. In de jeugd van deze roeisters

Mies Bernelot Moens

bestond de roeiergometer nog niet en bestond trainen uitsluitend uit echt roeien op het water of oefenen in de bak. Ook werd er veel minder geskifft dan tegenwoordig. Mies traint ongeveer drie keer per week. Afhankelijk van het weer in de boot of op de ergometer. Voorafgaand aan de WK trainde ze vooral op de ergometer. En dat levert wat op. Ze vindt zelf dat ze tegenwoordig veel beter is op de ergometer dan in de skiff. Voor Mies is roeien een belangrijk onderdeel van haar sociale leven. En, heel belangrijk, ze blijft er gezond bij. Een mooie boodschap voor iedereen die wel eens genoeg heeft van het ergometeren. Voor Mies geldt: op naar het record in het 80+veld.

24

AMC_22_book2.indb 24

7-6-2021 12:58:22


Interview: Pim raaben PIM RAABEN MET VEEL AMBITIE GESTART BIJ ONZE ZUIDERBUREN ALS TECHNISCH DIRECTEUR TOPSPORT Tekst: Marieke de Lange Foto’s : archief Pim Raaben Pim Raaben is op 3 mei gestart als Technisch directeur topsport van de Vlaamse Roeiliga. Voor velen zal dit een grote verrassing zijn geweest. Een goede reden om deze oud-voorzitter van Argo en Iolkaan te spreken. Als deze Argonautika bij de lezers in de bus ligt, is Pim al ruim een maand in functie. Ten tijde van dit interview was hij zich nog aan het voorbereiden. Je hebt wedstrijd geroeid en was voorzitter van Argo in 1995-1996. Kan je kort vertellen wat je na je afstuderen bent gaan doen? “Ik ben in 1997 afgestudeerd. Ik heb eerst een tijdje in Oost-Duitsland gewerkt op een boerderij, veel trekker rijden, hands-on werk. Al tijdens mijn afstuderen was ik in contact gekomen met New Holland, een bedrijf dat landbouwmachines ontwikkelt en produceert. Na eerst een tijdje bij de Stichting Agroketenkennis gewerkt te hebben, ben ik bij New Holland gaan werken. Het bedrijf heet inmiddels Case New Holland Industrial. Ik had me voorgenomen om dat vijf jaar te doen, om te kijken of het leuk is. Het is waar ik als landbouwtechneut voor ben opgeleid: machines en systemen ontwikkelen. Dat bleek dus heel leuk te zijn, ik werk er al meer dan 20 jaar. Ik ben er gestart met een intern opleidingstraject, met in de eerste twee jaar allerlei internationale stages. Dat was een leuke manier om mijn loopbaan te starten, het was bijna een verlenging van mijn studententijd. Ik werk zelf in België, maar het bedrijf is internationaal. Het is machineontwikkeling, maar wat ik er zo leuk aan vind is niet zozeer de machine, maar vooral het hele traject ernaartoe. Om samen met mijn team een prestatie neer te zetten.” Dit ga je dus achterlaten met je stap naar de Vlaamse roeiliga? “Ik ken het bedrijf inmiddels door en door en ik had wel behoefte aan een nieuwe uitdaging. Ik ken het trucje inmiddels te goed en haal er te weinig voldoening uit. Het was tijd voor een stap.

“

Het was een eyeopener: dit kan ik, hier kan ik iets van maken

AMC_22_book2.indb 25

”

Pim in de KRB roeiloods, 2021

In die tijd speelde ook de vacature van technisch directeur bij de Roeiliga. Ik wist wat er speelde bij de Roeiliga en wat voor persoon ze zochten. Op een gegeven moment dacht ik, ik moet er zelf maar voor gaan. Dit was niet zozeer een opwelling, maar meer een eyeopener: dit kan ik, hier kan ik iets van maken.” Pim is al jaren actief als roeier in Vlaanderen. Hij is lid bij KRB (Koninklijke Roeivereniging Brugge). De eerste jaren daar trainde hij een aantal keer in de week, hij kwam daar terecht in een goed team. “Ik roeide met Tim Maeyens en een goede lichte dubbeltwee (Wouter Vanderfraenen & Justin Gevaert), en in andere combi’s. Ik trainde per week wel minder dan zij, maar dankzij mijn wedstrijdroeiersverleden bij Argo paste ik er goed bij. Ik heb tot 2004 veel geroeid. Daarna heb ik andere sporten gedaan, voor mezelf en als aikido in clubverband. Op een gegeven moment raakte ik geblesseerd met aikido. Bij de revalidatie kwam ik Tim tegen, die meteen vroeg of ik weer wilde meeroeien in de 8, het was inmiddels 2011. Dat was een leuk project om aan mee te doen. Ik heb daarna nog een aantal jaren bij de Masters geroeid en ook nog twee keer de Skiffhead gestart. Maar op een gegeven moment moest ik toch erkennen dat ik wat ouder was geworden. Dat was het moment om me meer op coaching toe te leggen. Ik ben de trainingscommissie

25

7-6-2021 12:58:22


gaan leiden bij KRB. Voor mijn nieuwe functie moet ik trouwens nog de cursussen gaan doen, om de diploma’s zelf nog te halen.” Waar ben je het meest trots op wat je bij KRB hebt gedaan? “Het leukste project was in 2003, toen hebben we de zware 8 gewonnen op het Belgisch Kampioenschap. Het jaar ervoor waren we afgemaakt, terwijl we dachten dat we makkelijk zouden kunnen winnen. We hebben toen met dezelfde ploeg alles op alles gezet, en we werden Belgisch kampioen. We zijn daarmee ook sportploeg van het jaar in Brugge geworden, voor de voetballers van Club Brugge.” Wat is je mooiste roeiprestatie? “Dat zijn er eigenlijk heel veel. Ik ben met Tim Belgisch kampioen geworden in de zware dubbeltwee, daarnaast kampioen in de 4x met Tim en de lichte dubbeltwee en ik denk dat we toen ook de 4- gewonnen hebben. Bij Argo was ik eigenlijk geen blikkenmachine. Mijn laatste roeijaar in de skiff heb ik achteraf gezien te hoog ingezet, dat jaar heb ik niet zoveel gewonnen. Harkstede in de skiff was wel een mooie overwinning. Mijn hele eerste jaar in de zware 8 van 1991 was top. We hadden een echt goede ploeg waar vooraf niemand zijn geld voor zou hebben ingezet. De tweedejaars zwaar vonden dat niet zo leuk, en haalden wel streken met ons uit. Onze coaches Jan Warnaars, Hans Naaktgeboren en Henk-Jan Meijer zeiden steeds daarover: ‘niet op reageren, laat maar op het water zien dat je beter bent’. Op de NSRF hebben

we de tweedejaars zwaar verslagen en in de 4+ het nieuwelingen veld gewonnen. Dat was met Twan Tiebosch, Pieter Kortleve en Hans van der Meulen. Terugkijkend heb ik meer bij KRB gewonnen dan bij Argo, ik heb waarschijnlijk evenveel Belgische titels als blikken bij Argo.”

“

In vlaanderen is het allemaal wat braver

”

Pim heeft de Nederlandse roeicultuur als jeugdroeier, wedstrijdroeier en voorzitter van Argo meegemaakt. Daarna heeft hij in België veel geroeid en gecoacht. Er zijn best grote verschillen in roeicultuur tussen Nederland en Vlaanderen. “In Vlaanderen zijn er vooral burgerverenigingen, er zijn nauwelijks studentenverenigingen. Dat merk je vooral op de wedstrijden, dat is hier in Vlaanderen allemaal wat braver. Ook de mentaliteit is hier braver. In Nederland is het ook veel meer georganiseerd, binnen de verenigingen en op nationaal niveau. In Vlaanderen is het meer op individuen gericht. Er zijn ook veel minder roeiers, ongeveer 1900 in totaal in Vlaanderen.” Je wordt technisch directeur topsport bij de Vlaamse roeiliga. Hoe ga je deze functie invullen? “Ik ga het sporttechnisch beleid uitstippelen en uitvoeren voor de komende olympiades, naar Parijs en verder. Dit zijn zowel de toproeiers en de U23 beloftes. Ik moet dus bepalen wat er aan coaching nodig is, welke faciliteiten nodig zijn en welke sportwetenschappelijke

26 Belgisch kampioen M8+ in 2003 AMC_22_book2.indb 26

7-6-2021 12:58:23


Pim op slag in de Iolkos 8 op de Argo Sprint 2012

ondersteuning nodig is. En vervolgens dit uitvoeren. Hierbij kan ik gebruik maken van de ondersteuning van Sport Vlaanderen (het Vlaamse NOC-NSF, red.), met name voor de sportwetenschappelijk aspecten. De vorige directeur gebruikte die kennis wat minder. Vlaanderen was hier altijd heel sterk in. Vroeger kwam Nederland hier naartoe, bijvoorbeeld naar de Universiteit van Gent voor VO2max testen. De huidige interim technisch directeur is professor bij U Gent. De bedoeling is om nauw te blijven samenwerken op sportwetenschappelijk gebied.”

“

Het ultieme doel is om met een studentenploeg aan de varsity mee te doen

”

“Sport Vlaanderen heeft als doelstelling top 8, of top 3 bij Europese kampioenschappen. Roeien is maar een kleine sport, met 1900 leden in Vlaanderen. Dus om die top 8 te halen moeten we heel gericht gaan trainen en ook voeding en sportwetenschap benutten.” “Ik ben aangenomen om veranderingen tot stand te brengen, zoals op het sportwetenschappelijk gebied. Iets anders dat moet veranderen is bijvoorbeeld het studentenroeien. Er is nu een dropout na de juniorentijd, waarschijnlijk omdat er geen studentenverenigingen zijn. Daar moeten we werk van maken. Het ultieme doel is dat we met een studentenploeg aan de Varsity mee gaan doen. Verder is de vrouwenparticipatie veel te laag, daar moeten we iets aan doen. Ik wil ook nadenken over talentdetectie, samen met andere sporten. Bijvoorbeeld hoe vroeger in Oost-Duitsland de selectie werd gedaan, zonder de doping dan. We kunnen als Vlaanderen van

Nederland leren, Nederland is er verder in, maar we hoeven er ook geen 20 jaar over te doen om dat op punt te zetten. Dit alles maakt het leuk om deze job te doen. Het is het roeien, maar vooral ook de ambitie eromheen.” In Nederland kwam je benoeming als een verrassing. Was dat in Vlaanderen ook zo? Ja, het was ook in Vlaanderen een verrassing. Heel weinig mensen wisten het van tevoren. In Vlaanderen werd het wel meteen geaccepteerd. Ik had zelf een klein stukje geschreven met wat informatie. Dat is breed opgepikt, in verschillende kranten en websites.”

“

Nederland moet in de gaten houden om niet zelfgenoegzaam te worden

Ga je contact leggen met de KNRB?

”

“Dit heb ik nog niet gepland, maar ben ik wel van plan. Titus is natuurlijk een oude bekende. Voor Nederland is Vlaanderen geen grote concurrent, we vormen geen bedreiging. En op persoonsniveau zijn er al veel contacten. Nederland is wel gidsland voor Vlaanderen in verschillende opzichten.” Aandachtspunt voor Nederland volgens Pim is dat je in de gaten moet houden om niet zelfgenoegzaam te worden. Dat is wel de Nederlandse valkuil, een Vlaming wordt niet snel zelfgenoegzaam. Hier komen de cultuurverschillen tussen Nederland en Vlaanderen duidelijk naar boven. Hoe kijk je naar jezelf als Nederlander in Vlaanderen, in hoeverre ben je een zelfbewuste, directe Nederlander? “Ik ben me er bewust van en maak er soms gebruik van. Ik benoem het ook, dat ik ga zeggen wat ik ervan vind. Ik speel het nooit op de persoon. Ik probeer wel

27

AMC_22_book2.indb 27

7-6-2021 12:58:23


aan collega’s aan te geven wat ik waarneem en daarbij mee te geven wat er beter kan. Dan wordt het meestal wel geaccepteerd.” Denk je dat dit mee heeft gespeeld in de keuze voor jou? “Misschien wel? Ik heb in ieder geval geen vijanden gemaakt in het Belgische roeien. Dat kan wel een beetje hebben meegespeeld.” Tot slot bespreken we nog Argo, zowel vroeger als nu. “Ik heb heel veel mooie herinneringen aan Argo. Het bestuursjaar was leuk, het klikte goed als bestuur. Er waren natuurlijk ook wel zaken op Argo die minder leuk waren of frustrerend. Maar de leuke dingen overheersen. Ik heb ook geleerd om op de leuke dingen te focussen en van de dingen die niet goed gingen te leren. En ik heb een hele goede tijd gehad op Iolkos. Dat is nog steeds hetzelfde gebleven. We zien elkaar ongeveer één keer per jaar. Dat blijven hele warme contacten. Leuk is dat de fameuze Iolkos uitspraak ‘Vroeger was alles beter, Vroeger roeiden we harder, Tegenwoordig zijn het allemaal mietjes’ steeds meer waarheid begint te bevatten .”

😊

“

De varsity moet geen frustrerende droom worden, het moet niet het ultieme doel zijn.

Wat wil je Argo nog meegeven?

”

“Ik hoor en lees goede verhalen over het huidige Argo. De professionalisering met de profcoaches is een goede ontwikkeling. De ontwikkeling om in te zetten op Coastal Rowing is een hele goede zet, zo maak je van je zwakke punt, slecht trainingswater, je kracht. En Coastal Rowing wordt waarschijnlijk in 2028 een Olympische discipline. Pas op dat de Varsity geen frustrerende droom is. Dat moet niet het ultieme doel zijn. Zorg juist voor doelen die haalbaar zijn en haal die dan. Daarvoor moet je als

vereniging een goede basis hebben, waarmee je per jaar een doel kan kiezen. Bijvoorbeeld een goede U23 ploeg, of de Head, of de Varsity. Alleen richten op de Varsity is te smal. Ik ben van de agile benadering, je werkt eraan dat de basis continu beter wordt. Dat doe je vanuit individuen in een pool en vanuit de pool kan je flexibel ploegen samenstellen waarmee je kunt inzetten op wedstrijden. Het is wel belangrijk dat de roeiers matchen en dat ze ervoor zichzelf iets in kunnen vinden. Op zo’n manier kunnen ze samen voor een roeiproject gaan.” Een goed voorbeeld hiervan is toch weer de Varsity. “In januari 1996 was er het besef dat we een goede set roeiers hadden waarmee we een goede Oude Vier konden maken. Iedereen was enthousiast om daarin mee te doen, met John Lake als coach. Die hebben dat jaar op de Varsity een 3e plaats behaald. Daar zat geen vooropgezet plan achter, maar was het resultaat van een aantal ouderejaars roeiers die goed bezig waren. Ook de andere Argoploegen zaten trouwens dat jaar vooraan in de uitslagen van de Varsity.”

28

AMC_22_book2.indb 28

7-6-2021 12:58:23


Een bestuursjaar in coronatijd: “Je vergeet het nooit meer” Tekst: Luwe Groot Het huidige bestuur werkt inmiddels het hele collegejaar onder strenge coronamaatregelen: iets waar ze voor hun bestuursjaar niet voor tekenden. Sterker nog, bij het vormen van het nieuwe bestuur had het coronavirus Nederland nog maar nét bereikt.

Een ander jaar Voor de aanvang van hun bestuursjaar in september 2020 werd er een jaar zonder beperkingen verwacht, maar inmiddels hebben ze zich van de huidige omstandigheden meester gemaakt. De pandemie schreeuwde voor het huidige bestuur om creativiteit, omgaan met teleurstellingen en elkaar blijven motiveren. Het zegt veel dat er, op moment van schrijven, nog steeds geen besmettingen zijn die naar Argo zelf te herleiden zijn. Dat laat zien waar de leden en de vereniging tot in staat zijn. Wij liepen een dag met drie bestuursleden, Albart Knopert (competitiecommissaris), Igor de Koning (wedstrijdcommissaris) en Jesse de Vries (secretaris) mee en vroegen hen hoe ze dit jaar tot nu toe hebben ervaren. Hoe blijven ze elkaar motiveren, wat hebben ze dit jaar opgepakt en welke kansen hebben zich voorgedaan?

Ochtend Om 9:00 zet Igor zijn fiets in het rek. Het is vrijdag 2 april: bijna weekend. De W.S.R. heeft de gure wintermaanden overleefd. Maanden waarin veel wedstrijdroeiers meters hebben gemaakt in de skiff en op een ergometer in hun kamer. Nu staan de narcissen in bloei, beginnen de eerste knopjes zich aan de knotwilg vorm te geven en hebben de leden de skiffs voor meerpersoonsboten mogen inwisselen. Dat betekent ook dat competitieen toerroeiers zich weer op de Rijn kunnen begeven. Voor deze groep roeiers staat de Slag om Lexkesveer op de planning. Wedstijdroeiers kunnen zich voorbereiden op de Argo Vierkamp, een onderlinge 260, 750, 2500 en 5000 meter op

de Rijn. Ook wordt de Willem-Alexanderbaan, de WAB, het toevluchtsoord voor wedstrijdroeiers tijdens wedstrijdweekenden.

“

Het voordeel van een bestuursjaar als dit, is dat we vanaf het begin van het jaar begrip voor elkaar hadden

Tijd voor koffie

”

Igor loopt fluitend het botenhuis binnen. Albart en Jesse zitten al in de bestuurskamer. Jesse kijkt op van zijn scherm. Hij is net klaar met het scannen van zijn elektronische postberichten en heeft al een takenlijstje voor de dag gemaakt. Samen bespreken ze onder het genot van een warme, dampende koffie de dag door. Het is niet altijd even leuk, al helemaal als iedereen verwacht had een bestuursjaar onder de omstandigheden van het oude normaal te doen. Jesse: “Het voordeel was dat we hierdoor wel vanaf het begin van het jaar begrip voor elkaar hadden, waardoor we snel naar elkaar toegroeiden. Humor was en is ook een wondermiddel. We houden van spel en jolijt: elkaar in de maling nemen en een beetje klieren zorgt voor een speels jaar”. “Een bestuur is er ook om samen te werken en samen te sparren”, voegt Albart daaraan toe. “De norm is thuiswerken, maar bij het werken thuis lag de productiviteit lager en waren we minder van elkaar op de hoogte. Iets wat voor een bestuur niet onbelangrijk is”. Gelukkig kan er op Argo corona-proof worden gewerkt. De bestuurskamer en vergaderzaal zijn groot genoeg om met een aantal mensen op anderhalve meter te zitten. Dat geldt natuurlijk ook voor de kantine. Hierdoor kan, traditiegetrouw, het dagelijkse koffietje met Adrie om 10:00 ’s ochtends gewoon aanblijven. Naast een gezellig babbeltje met Adrie vertelt iedereen wat ze deze dag te wachten staat. Er wordt even naar Jesse gekeken. “Zijn er nog belangrijke mails gestuurd waar we rekening mee moeten houden?” vraagt Igor zich af. Aangezien de secretaris het aanspreekpunt is, weet Jesse vaak goed wat er speelt. Hierdoor kan hij bepalen wie

29

AMC_22_book2.indb 29

7-6-2021 12:58:23


v.l.n.r: Albart, Jesse, Igor

er op een bepaalde taak kan worden gezet. “Ik vind dat een mooie rol als secretaris. Doordat ik de rest van het bestuur op de hoogte hebt gebracht van een bepaalde ontwikkeling, blijf je op de hoogte. Iedereen komt namelijk vaak naar je terug met de vraag: wat vind jij hiervan? En hoe zou jij het doen?”

Igor’s dag Na de koffie gaat iedereen aan de slag met zijn of haar dagelijkse taken. Igor begint altijd eerst met een aantal lopende zaken. Hij beantwoordt de appjes en mailtjes die hij de vorige avond en in de ochtend heeft ontvangen en stuurt wat vragen naar roeiers en coaches uit. “In de loop van de dag krijg ik dan antwoord, we hebben immers met studenten te maken die gewoon colleges volgen”. Tussendoor steekt Igor dus ook aandacht in grotere trajecten. In de winter wordt er ieder jaar bijvoorbeeld gekeken naar een andere roeilocatie dan de Rijn, gezien het hoge water. Normaliter kan Argo bij Amycus in Almelo watervrije halen maken, maar door corona werden de uitstapjes naar onze oosterburen geannuleerd. De Linge, een kunstmatige rivier tussen Zetten en Elst, werd de nieuwe uitvalsbasis voor de winter. De tactische aankoop van zeven nieuwe skiffs die in mei 2020 onderdak bij de W.S.R. kregen, maakte

het roeien tijdens de lockdown allemaal mogelijk. Naast dat het bestuur dit jaar nog meer de vraag: “kan je mij helpen met het tillen van mijn skiff?” kreeg, kon er vooral goed doorgetraind worden. Waar er bij andere verenigingen bijzondere combinaties met bijvoorbeeld vier mensen in een 8+ werden gemaakt, konden wedstrijdroeiers op Argo efficiëntere trainingen draaien. Een uitstapje naar de Linge met een skiff kon daardoor goed georganiseerd worden. Igor: “Dit vereiste natuurlijk wel de nodige logistiek. Daar kwam bij het voedingsplatform dat ik heb opgezet ook veel bij kijken.

“

Dit was een jaarplan dat ik voor ogen had

”

Ieder jaar is er wel een praatje met een expert die iets over voeding in combinatie met sport verteld, maar dit blijft na één presentatie meestal niet hangen. Om deze reden wilde ik, naast zo’n presentatie, informatie op de Argo website aanbieden. Er waren veel positieve geluiden door een voedingspresentatie van sportdiëtiste Marleen Boerboom op 27 maart en de lancering van het voedingsplatform, vergelijkbaar met het al bestaande coachplatform. Hier kan ik dus met een trots gevoel op terugkijken. Dit was namelijk een jaarplan dat ik voor ogen had”

30

AMC_22_book2.indb 30

7-6-2021 12:58:25


Hoe zit het precies met jaarplannen? Ieder jaar stellen alle bestuursleden een functie-specifiek jaarplan op waar hij of zij aan wil werken om Argo vooruit te helpen. Dit gebeurt allemaal naast de vaste, dagelijkse taken. Vanaf de sollicitatie van het bestuur zijn de nieuwe bestuursleden hier al actief over aan het nadenken. Dit om zo bij één van de eerste ALV’s, aan het begin van het nieuwe academische jaar, het plan te kunnen presenteren. Daar kunnen mensen dan tips geven: veel mensen op de W.S.R. zijn bereid om daarbij een handje te helpen.

Jesse’s dag Ook Albart en Jesse hebben aan hun jaarplannen kunnen werken. In Jesse’s ogen lagen daar meerdere kansen. Zo vond hij de informatievoorziening voor leden niet optimaal. Hier was in voorgaande jaren ook aan gewerkt, maar door corona kwam er dit jaar ruimte vrij om dit goed aan te pakken. “De afstand tot leden was, vooral ook aan het begin van de coronacrisis, groot”, vertelt Jesse. Er moest een nog beter overzicht van alle berichten komen, met daarin duidelijk de keuzes die de vereniging maakt. “Dit is essentieel voor een eerstejaarsstudent die in een kamer zijn of haar vrienden en ploeg weinig ziet”.

“

Inmiddels gebruikt zelfs 80% van de leden de app minimaal een keer per week

”

Jesse heeft niet stilgezeten en lanceerde daarom op 8 maart 2021 een applicatie (app) waar leden snel op de hoogte kunnen worden gebracht voor bijvoorbeeld de eerstvolgende ALV of zich makkelijk in kunnen schrijven voor een activiteit. Dat is ook wel gebleken, want de aanmeldingen voor activiteiten schieten omhoog sinds de introductie van de app. De kloof tussen een leeg botenhuis en de leden thuis kan dus door de app worden beperkt. Jesse: “Inmiddels gebruikt zelfs 80% van de leden de app minimaal één keer per week”. Natuurlijk blijft de traditie van de weekmail in stand. Alhoewel dit een eenzijdige vorm van communicatie is, blijft ook dit platform belangrijk. “Elke week in een kort tijdbestek een actuele weergave van wat er is gebeurd opschrijven, is een opgave, maar ik vind het zelf heel leuk om te doen” vertelt Jesse. Ter vergelijking: andere KNSRB

verenigingen hebben een tweewekelijks of zelfs maandelijks postbericht. Waar het vroeger het mos was om de introductie van de weekmail in rijmvorm te schrijven, probeert Jesse alsnog een bepaald patroon aan te houden. Lees maar eens terug hoe hij iedere week eerst het verleden, dan het heden en vervolgens de toekomst aankaart. “Natuurlijk ben ik voor de rest bij het schrijven van de weekmail wel afhankelijk van leden. Sommige leden weten mij daarvoor makkelijker te vinden dan andere, maar het doel is wel om ervoor te zorgen dat meer leden en commissies meer stukken gaan insturen”. Waar stukken ook op tijd moeten worden ingestuurd, is bij een ALV (Algemene Leden Vergadering). Maar hoe werkt zo’n ALV nou eigenlijk precies? Het verschilt per ALV wat er wordt besproken. Er zijn een aantal gestandaardiseerde ALV’s, zoals de Financieel Halfjaarlijkse en de Vloot ALV. Daar worden respectievelijk de realisatie van de KanCie en Vereeniging en de vlootaanschaf voor de komende drie jaar besproken. Daarnaast zijn er ook Algemene ALV’s om vooral de stand van zaken te bespreken. Los van dit jaar worden ALV’s altijd aan het begin vastgelegd. Op deze manier kunnen leden weten waar ze aan toe zijn. Door de coronamaatregelen werden ALV’s dit jaar losser georganiseerd en verplaatst naar een digitale omgeving. Hierdoor konden thema’s besproken worden die op actuele onderwerpen inhaakten. ALV’s draaien altijd in een cyclus van meestal acht weken. Het bestuur bepaalt in de eerste weken wat de thema’s worden, schrijft de stukken en stellen een agenda op. Twee weken voor een ALV komen de stukken online en kunnen leden inzage in deze stukken krijgen. Eventuele vragen en W.V.T.T.K.’s kunnen dan ook nog worden ingediend. Deze fase is belangrijk. Stel dat deze stap pas op een ALV zou worden besproken, duurt een ALV lang en wordt er te veel over de inhoud gepraat. De vragen vooraf dienen voor een kritische herziende bvlik op de plannen. Naast transparantie, kunnen plannen zo eerder worden bijgesteld en kan er sneller verandering teweeg worden gebracht.

Albart’s dag Er klinkt ineens een stem tussen het werken door in de bestuurskamer: “Wie haalt er lunch zo?”

31

AMC_22_book2.indb 31

7-6-2021 12:58:25


Albart stuurt net een elektronisch postbericht het wereld wijde web in en staat op: “Ik ga wel even langs de supermarkt”. Ook hij is de afgelopen tijd druk geweest. In februari organiseerde hij, naast alle ploeginauguraties en een digitale bokaal voor de eerstejaars, een Taipan toernooi. Een Chinees kaartspel, dat inmiddels heel populair is onder Argonauten.

“

Andere verenigingen lopen letterlijk leeg, terwijl Argo een gering ledenverval heeft

”

De online en fysiek georganiseerde spellen door het bestuur doen het sowieso goed. Ook werd bijvoorbeeld ook een Cluedo en een heus Wie is de Mol?-spel opgezet. De combinatie van deze gezelligheid en onderlinge wedstrijden zoals de Slag om Lexkesveer laten het Argo DNA in coronatijd voortvaren: roeien in combinatie met gezelligheid. “Het is heel belangrijk dat we in een jaar zoals nu aan de leden, maar vooral de eerstejaars, kunnen laten zien wat Argo normaal inhoudt en daarmee de binding kunnen blijven behouden. Op deze manier is de kans groter dat we geen ledenverval krijgen” vertelt Albart. Alle drie de heren zijn trots dat er het afgelopen jaar veel nieuwe aanmeldingen zijn geweest en leden de vereniging trouw zijn gebleven: andere verenigingen lopen letterlijk leeg. “Dat Argo zo’n gering ledenverval heeft, hebben we echt te danken aan de Digitaalbokaal, de onderlinge wedstrijden, de georganiseerde evenementen en de nieuwe app”, volgens Jesse. “Wij zijn heel trots dat zoveel mensen Argo nog een mooi warm, groen hart toedragen”.

“

Gaaf om te zien dat de eerstejaars zich niet laten kisten door de pandemie

”

Albart: “Ik ben vooral ook heel trots op alle eerstejaars. De W.S.R. heeft veel leuke nieuwe leden. Natuurlijk heb je elk jaar ploegen die meer gemotiveerd zijn dan andere, maar ondanks de coronacrisis zijn alle eerstejaarsploegen goed bezig. Ze organiseren wekelijks online borrels, buikspierkwartieren en wandelen onderling met elkaar. Het lijkt mij heel lastig om je in coronatijd als eerstejaars student in een studentenstad te vestigen. Wat gaaf is om te zien, is dat ze zich niet laten kisten door de pandemie en ze alsnog via Argo nieuwe vriendschappen weten te creëren”.

Renovaties Naast de jaarplannen van de mannen heeft Argo ook andere dingen aangepakt, die in een normaal jaar minder goed voor elkaar te boksen waren. Er hebben al een aantal grote renovaties plaatsgevonden en er staan andere grote onderhoudsprojecten op de agenda. Zo hebben alle drie de coachboten sinds dit jaar een dak boven hun hoofd, staat de aanschaf van een nieuw ventilatiesysteem op de planning en wordt de rest van de kantine ook gerenoveerd. Het is inmiddels 17:00. Er druppelen al een aantal roeiers binnen om de boten uit de loods te halen en door de Rijn te laten scheren. Dit is natuurlijk voor het hele bestuur een leuk moment, maar vooral Igor probeert dan even te peilen hoe het met de roeiers gaat. “Ik probeer altijd even een babbeltje met een aantal roeiers en coaches te maken. Vaak krijg ik dan een goede indruk van wat er speelt, waardoor ik weet waar ik eventueel kan bijspringen”, vertelt Igor.

Om nooit te vergeten Aan het einde van de dag stappen de jongens met een goed gevoel op hun fiets naar huis: even lekker uit de bubbel. Ze blikken samen terug op hoe hun jaar tot nu toe is verlopen. Het continu aanpassen aan de veranderende omstandigheden is natuurlijk de boodschap van het jaar, maar was voor het huidige bestuur ook de leidraad. “We hebben echt geleerd om de knop om te zetten met zijn allen”, vertelt Albart. “Hoe eerder je beseft: ik moet een plan B, C of D maken, hoe meer profijt je uit de huidige situatie haalt. Daarvoor moet je echt niet wachten op de persconferenties van Rutte en co”. Net als het roeien op de Rijn, bestond hun jaar uit doorzetten. Met projecten waar energie vandaan kon worden gehaald en de nodige kennis zat, werd deze klus beter te overzien. “Motiverende woorden van leden hielpen daarin mee. Een bestuursjaar in coronatijd blijft alsnog mooi: je vergeet het nooit meer”, sluit Jesse af.

32

AMC_22_book2.indb 32

7-6-2021 12:58:25


Een nog groener argo Tekst: Femke Schootstra Voor dit nummer wilde ik graag schrijven over wat er momenteel allemaal gebeurt op Argo op het gebied van duurzaamheid. Ik verheugde me toen ik hoorde dat onze Tweede Materiaalcommissaris, Merel van der Kruijssen, druk bezig is met dit thema! Gebaseerd op de doelen van de Nederlandse overheid en de Gemeente Wageningen, heeft zij het doel gesteld om de energierekening van Argo op standaard basis met 5% te verlagen. Ik ging eens bij haar langs om te zien en horen waar ze allemaal mee bezig is. Allereerst is Merel bezig met het volledige energie- en waterverbruik van Argo in kaart te brengen. Sinds het begin van haar bestuursjaar houdt ze iedere dag de meterstanden van de elektriciteit, het gas en het water bij. De data die ze hiermee verzamelt is behalve van praktische aard, ook een bron van leuke statistieken over het reilen en zeilen van Argo. Zo zien we dat de weersomstandigheden en de coronaversoepelingen bijvoorbeeld heel duidelijk terug te zien zijn in het waterverbruik:

Een van de dingen die Merel zich voor nam, was de isolatie van het gebouw verbeteren door alle kleine gaten en kieren te dichten, en isolatie-strips langs de ramen en deuren te plakken. Dit deed ze niet zomaar op de gok: ze bracht de plekken waar warmte weglekte

Een

van

de

plaatjes

die

is

gemaakt

met

de

warmtebeeldcamera. Hoe lichter de kleur, hoe warmer, en hoe donkerder en paarser, hoe kouder de temperatuur gemeten wordt. Te zien is de bestuurskamer, vanuit de kom gezien de rechterkant van het gebouw. De warme luchtstroom is te herkennen als een lichte strook naar beneden.

vakkundig in kaart met een heuse warmtebeeldcamera. Ze koos een dag uit met temperaturen onder nul, want dan zijn de isolatielekken het beste te zien. Op de foto ziet u Merel samen met Maxence Paillart, die de warmtebeeldcamera geregeld had, in actie. Daarnaast staat een voorbeeld afgebeeld van wat voor beelden daar uit kwamen. Dit is de bestuurskamer vanaf buiten gezien. Merel zag hier een duidelijk effect van haar eerdere werk: ze was al eens langs deze ramen gegaan met isolatie-kit, maar had een stukje overgeslagen omdat daar ongelofelijk veel troep op de vensterbank lag. Het gevolg: een warme luchtstroom vanuit het stukje dat niet geïsoleerd werd, te zien als een strook die lichter is. Daarna toch maar even de verzamelde troep aan de kant geschoven dus! Er kwam ook een grappig beeld van de hoogbouw naar voren. Op het plaatje ziet u dat de helft van de lucht is opgewarmd en bovenin hangt, en de lucht onderaan nog een stuk kouder is: een kraakheldere verbeelding van de natuurkunde, namelijk dat warme lucht opstijgt. Op het moment dat dit beeld gemaakt werd stond de verwarming al 4 uur aan, en toen was de lucht zelfs nog niet op temperatuur. Dit laat wel zien hoeveel energie het kost om zo’n groot ruimte als de hoogbouw te verwarmen. Natuurlijk is deze verdeling van de warmte in niet erg zinvol: onder het

33

AMC_22_book2.indb 33

7-6-2021 12:58:26


De hoogbouw. Het is goed te zien hoe de warmte zich door de ruimte verspreid wanneer er verder geen activiteit is en de lucht dus relatief stil staat.

plafond zit tenslotte niemand te sporten. Merel wijst me erop dat dit scherpe contrast een stuk minder sterk zal zijn wanneer er sportende mensen aanwezig zijn. De ventilatoren van de ergometers zorgen ook voor veel luchtverplaatsing. Maar om de lucht nog beter te laten circuleren staat er ook op de planning om een aantal ventilatoren aan het plafond te hangen. De hoogbouw wordt zo een steeds comfortabele en ook energie-efficiënte plek om te sporten. In 2015 deed Argo een grote investering in een duurzamere toekomst door zonnepanelen aan te schaffen, en deze werden in 2020 nog in hoeveelheid verdubbeld. Wat veel mensen niet weten is dat we daarnaast al sinds 2005 over een zonneboiler beschikken. Dit is een tank van 200 liter water die verbonden is met buizen die over het dak lopen, en waarin het water vanzelf opwarmt door de zon. De grote hoeveelheid warm water die nodig is voor de douches, komt voor een deel uit deze tank. Toen de boiler negen jaar geleden werd aangeschaft, was de capaciteit van 200 liter gewoon genoeg voor piekmomenten rond trainingstijden. Inmiddels is Argo zo gegroeid dat we momenteel over 16 douches beschikken, waardoor bij maximaal gebruik het verwarmde water al na zo’n zes minuten op is. Gelukkig is er in de botenwerkplaats van Adrie, waar de tank staat, nog genoeg ruimte over. Op de planning staat dan ook een tank van wel 1000 liter! Overigens is het ook zeker niet zo dat de zonneboiler alleen in de warme maanden werkt. Op het moment dat ik kwam kijken was de buitentemperatuur slechts 11°C, maar het water in de buizen wel 31°C! Op een echt warme dag met veel zonuren gaat het pas echt hard: dan kan de temperatuur zelfs oplopen tot wel 70°C. Na bijmenging van koud water kunnen dan dus nog veel meer leden van een duurzame douche genieten, wanneer die op een lekker warme dag van het water af komen.

Daar blijft het echter nog niet bij! Al langere tijd is het ventilatiesysteem van de kantine ontoereikend, wat zorgde voor een ontzettend warme en benauwde kantine bij drukke borrels en feesten. Op de Algemene Ledenvergadering van 14 april 2021 is goedkeuring gegeven voor een vernieuwd systeem, met behalve een verbeterde afzuiging van bijna drie keer de huidige capaciteit, ook een groene investering: een luchtlucht warmtepomp. Met zo’n pomp kan de warmte of koelte die in het gebouw zit worden hergebruikt. De instromende lucht wordt dan namelijk verwarmd (of gekoeld) aan de uitstromende lucht, in plaats van dat die instromende lucht met een nieuwe toevoer van energie op temperatuur gebracht moet worden. Zowel de zonneboiler en de lucht-lucht warmtepomp zijn essentiële investeringen in het kader van de Nederlandse doelstelling ‘van het gas af in 2050’. We mogen trots zijn als vereniging dat we niet achter de feiten aanlopen, maar laten zien hoe je met relatief kleine ingrepen een groot verschil kan maken. Afgelopen jaar is er door de coronamaatregelen natuurlijk heel anders van het gebouw gebruikt gemaakt dan normaal. Er waren slechts enkele NasCie’s en borrels, de hoogbouw werd niet tot nauwelijks gebruikt, en roeiers moesten thuis gaan douchen na een training. Dit heeft geleid tot een energierekening die maar half zo hoog is ten opzichte van wat die normaal is. Hierdoor is het erg lastig om een conclusie te trekken over of het doel om de energierekening met 5% te laten dalen gehaald is. Wat sowieso niet kan missen is dat er een aantal goede stappen zijn gezet, en Argo zo steeds meer recht doet aan haar groene kleur! Merel samen met Maxence Paillart Fotograaf: Jaap van der Kolk

34

AMC_22_book2.indb 34

7-6-2021 12:58:27


oud argo - van de Penningmeester Geachte (oud) Argonauten, Dit is mijn laatste stukje in de Argonautika als penningmeester van Oud Argo. Ik ben nu bezig met het opstellen van mijn laatste financieel jaarverslag. Je loopt alle contributie inkomsten langs en dan mis je een aantal mensen, die voordien altijd hun contributie voldeden. Zou hier de nieuwe manier van contributie inning debet aan zijn? Het sturen van een email met een betalingslink wordt door velen van u gewaardeerd. Maar helaas, ik heb niet van alle mensen een email adres. Voorheen bereikten wij wel iedereen via de acceptgiro bij de Argonautika. De acceptgiro was toch een herinnering, die je boven op de stapel op je bureau kon leggen. De Argonautika met QR code zal daar minder snel belanden. Daarom ga ik aan velen van u alsnog een brief sturen met een betalingsherinnering. Afgelopen jaar heeft Oud Argo geen grote uitgaven gedaan. De gebruikelijke verzoeken om een bijdrage bij uitzending waren er niet. Een garantstelling voor de aanschaf van een aantal skiffs is bij garantstelling gebleven. Argo kon uit zijn eigen middelen de aanschaf bekostigen. De grootste uitgave posten zijn de ledenadministratie en de Argonautika. We zullen dit jaar dan ook afsluiten met een batig saldo, waarvan ik hoop, dat het de komende jaren weer veel roeiactiviteiten mag ondersteunen. Ondanks de coronacrisis heeft Argo, onder begeleiding van de profcoaches, zoveel mogelijk door getraind. De profcoaches gaan hun derde seizoen in, maar door het ontbreken van wedstrijden , is een verbetering van de roeiprestaties, gemeten in het aantal blikken, niet hard te maken. We kijken natuurlijk uit naar een volledig wedstrijdseizoen, waarbij Argo zich van zijn beste kant kan laten zien. De financiële bijdrage vanuit de oud Argonauten aan het profcoachproject ligt rond de € 27.000/jaar. Alleen in het laatste jaar zal de bijdrage lager zijn, omdat nooit het streefbedrag van € 30.000/jaar is gehaald. Naast de jaarlijkse toegezegde bijdragen komen er ook nog losse giften voor het profcoachproject binnen.

Jan Vennegoor op Nijhuis Penningmeester Oud Argo

Voor informatie over contributie betalen per machtiging of een belastingaftrekbare periodieke gift zie de website van Oud Argo (www.oud-argo.nl)

35

AMC_22_book2.indb 35

7-6-2021 12:58:28


colofon

Argonautika is het verenigingsorgaan der W.S.R. Argo en Oud Argo. Het is de opvolger van respectievelijk de Sitback en het Gulden Vlies. Argonautika komt tot stand door samenwerking tussen leden van Argo en Oud Argo, die samen de Argo Magazine Commissie (AMC) vormen. Mocht u nou interesse hebben om mee te werken aan het volgende nummer, neem dan vooral contact met ons op.

W.S.R. Argo Grebbedijk 59 6702 PB Wageningen

Tel: 0317 420700

Argo: Amarens Laskewitz, Luuk Achterberg, Luwe Groot, Jerre Koelmans, Ruth Andreae, Femke Schootstra, Sanne Put, Nienke Eikelenboom, Loes Vonk, Aniek Kroezen Oud Argo: Elly de Regt, bestuur Oud Argo Contact AMC: argonautika@wsr-argo.nl Druk: flyeralarm

E-mail: bestuur@wsr-argo.nl E-mail: secretaris@oud-argo.nl Internet: www.wsr-argo.nl Internet: www.wsr-argo.nl/oudargo

De AMC stelt zich niet aansprakelijk voor onjuiste en/of onvolledige gegevens.

IBAN Argo: NL29 INGB 0681 0756 86

AMC_22_book2.indb 36

7-6-2021 12:58:28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Argonautika 22 by Oud Argo - Issuu