Skip to main content

Odr2014 08

Page 1

361 OdR 2014-08 blz.361 cover v0 Q8_Op de Rails Basis 05-08-14 10:50 Pagina 1

OP DE RAILS 2014-8

IN DIT NUMMER: 175 jaar stations Varende treinen Drie Haagse trams gerestaureerd HTM 150 in beeld Spoorwegen in en om Amsterdam 8 2 E J A A R G A N G , A U G U S T U S 2 0 1 4 B L Z . 3 6 1 - 4 1 6 NEDERLANDSE VERENIGING VAN BELANGSTELLENDEN IN HET SPOOR- EN TRAMWEGWEZEN


382-388 OdR 2014-08 blz. 382-388 175 jaar stations v3_Op de Rails Basis 05-08-14 11:41 Pagina 1

Het oudste nog bestaande Nederlandse station stamt uit 1853 en staat in Valkenburg. Naast het door Jacobus Enschedé ontworpen kasteelachtige, uit mergelsteen opgetrokken stationsgebouw staat motorwagen 41 van het Spoorwegmuseum op 26 februari 2006. Foto: Martijn Jaminon.

175 jaar stations De introductie van de spoorwegen in Nederland in 1839 bracht een geheel nieuw type gebouw met zich mee: het station. De ontwikkeling van tempel tot overstapmachine en van echt gebouw tot aangeklede liftschacht in een notendop. VICTOR LANSINK

H

et moet de ontwerpers van het eerste uur heel wat hoofdbrekens hebben gekost hoe zo’n gebouw eruit moest zien. Aanvankelijk zocht men qua stijl aansluiting met de klassieke oudheid, omdat alle bouwkunst daaruit voortgekomen is. Zo leek station Amsterdam Willemspoort (1842) nog het meest op een Griekse tempel. Ook poortgebouwen waren een inspiratiebron voor de eerste stationsontwerpen, temeer omdat de eerste stations niet zelden tegenover de toen nog bestaande stadspoorten lagen, zoals Rotterdam Delftse Poort (1846). Het station was natuurlijk ook letterlijk en figuurlijk de poort naar andere streken. Ook met andere, bestaande gebouwen werd qua stijl aansluiting gezocht, zoals in Valkenburg, waar het oudste nog bestaande stationsgebouw van Nederland (1853) niet uit de toon lijkt te willen vallen met de plaatselijke kastelen. Toen de staat op grote schaal spoorlijnen ging aanleggen, zocht men naar een min of meer neutraal, uniform gebouwtype dat, geïnspireerd op voorbeelden uit het buitenland, in verschillende ‘klassen’ vrijwel klakkeloos door het hele land gebouwd werd in de toen gangbare rondbogenstijl; de alom bekende Waterstaatstations. Voor de klassen werden standaardtypes ontworpen die later het kenmerkende gezicht zouden gaan vormen van de stations in de negentiende eeuw. Toch ontstonden binnen deze aanvankelijk uniforme typen onderling afwijkende subtypes en de eerst nogal sobere, symmetrische verschijningsvorm werd in een tweede en derde aanlegronde in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw vervangen door fraai gedecoreerde, asymmetrische ontwerpen. 382

OP DE RAILS 8-2014

Het belang van de spoorwegen was inmiddels duidelijk en stations werden het visitekaartje van de stad; ook waren de uitvoering en luxe van het station een middel om concurrerende spoorwegmaatschappijen de loef af te steken. Aan het eind van de negentiende eeuw werden stations als paleizen gebouwd, zoals Amsterdam CS (1889), Den Haag HS (1891) en Groningen Hoofdstation (1896). Architecten kregen wel steeds meer moeite met deze in neostijlen opgetrokken bombasten en zochten rond 1900 naar een meer eigentijdse stijl. HSM-architect Margadant liet zich inspireren door de Jugendstil voor zijn stations in onder meer Haarlem (1906) en Zandvoort (1908). Min of meer tegelijkertijd bouwde SS-architect Van Heukelom monumentale stationsgebouwen in kloeke baksteenarchitectuur in bijvoorbeeld Roosendaal (1905) en Maastricht (1913) die duidelijk geïnspireerd zijn door het werk van de toonaangevende bouwmeester H.P. Berlage. Ook voor de kleinere stations werden nieuwe typen ontworpen in duidelijke, eigentijdse stijl, zoals de verzorgde stationsgebouwen voor de Noordooster Locaalspoorweg (Ommen, Dalfsen, enzovoorts) en de gebouwen van de Haarlemmermeerlijnen (Aalsmeer, Amstelveen, enzovoorts). Na de Eerste Wereldoorlog kon een bescheiden dorp als Ter Apel in 1924 nog op een zeer ruim stationsgebouw rekenen, maar al gauw werd duidelijk dat de bloeitijd van de spoorwegen voorbij was als gevolg van teruglopende inkomsten, de opkomst van de auto en de crisis. Een meer bedrijfsefficiënte instelling was noodzakelijk om het hoofd boven water te houden. Tegelijkertijd was men rond 1930


389-393 OdR 2014-08 blz. 389-393 Spoorveren v0 20140724 Q8_Op de Rails Basis 05-08-14 11:44 Pagina 3

Een van de twee veerponten van de bac de Barcarin steekt de Rhône over; 20 juni 1996. Foto: John Krijgsman.

Varende treinen (vervolg*)

JOHN KRIJGSMAN

Het vierde deel van deze reeks gaat over de treinveerdiensten over de grote rivieren in het westen van Europa: Elbe, Rijn en Rhône. Terwijl die over de Rijn en de Elbe al meer dan honderd jaar geleden overbodig werden door de bouw van spoorbruggen, is de enige treinveerdienst over de Rhône pas in 1958 in gebruik genomen.

Veerdiensten over de Rijn Op het Duitse deel van de Rijn zijn tussen 1852 en 1914 tien treinveerverbindingen in bedrijf geweest. Het was al in 1847 dat de Ruhrort – Crefeld – Kreis Gladbacher Eisenbahn-Gesellschaft met de Cöln – Mindener EisenbahnGesellschaft een overeenkomst sloot om tussen de lijnen van beide bedrijven een verbinding over de Rijn te realiseren. Aangezien de Pruisische legerleiding de bouw van een brug verbood, werd een veerdienst ingericht tussen Homberg en Ruhrort. Wegens gebrek aan ervaring in de directe omgeving begon men met eenvoudige aanlegpunten en ging ondertussen in het buitenland op zoek naar andere mogelijkheden. In november 1852, nog geen drie jaar na het begin van de veerdienst over de Firth of Forth in Schotland, werden in Homberg en Ruhrort onder primitieve omstandigheden goederenwagens op een van de twee hiervoor gebouwde sleepschepen gereden via schuine sporen die tot in het water reikten onder een helling van 1:12. Om de scherpe knik tussen schip en wal iets te verminderen werd een beweegbare overgangswagen aan het schip gekoppeld, maar door de steile hellingen vanaf de hoge Rijnoe-

vers was het een verre van ideale situatie. Regelmatig verdwenen losgeslagen goederenwagens in de rivier. Toch werden al in 1855 32.000 goederenwagens overgezet. Na een studiereis naar het Verenigd Koninkrijk besloten de beide spoorwegmaatschappijen niet de door Bouch ontwikkelde technieken te gebruiken, maar over te gaan tot de bouw van lifttorens wegens het grote hoogteverschil tussen oever en rivier en de grote verschillen in waterstanden. Vanaf 1 mei 1856 werd de veerdienst afgewikkeld via de aan beide oevers gebouwde lifttorens, waarin zich naast elkaar twee door een stoommachine aangedreven liften bevonden. Met deze liften konden de goederenwagens bij iedere waterstand op het niveau van het aansluitende scheepsdek gebracht worden. De oude voorzieningen met de steile hellingen bleven in gebruik om bij grote drukte en bij storingen of werkzaamheden aan de liften het verkeer op gang te houden. In 1856 werden ruim 47.000 goederenwagens overgezet. De liften konden slechts twee goederenwagens van zevenenhalve meter tegelijk aan en beperkten al gauw de verdere groei van het vervoer. Daarom werden vanaf 1866 hellingen van 1:24 aangelegd. Zo konden ook langere goederenwagens worden overgezet en konden de liften worden ontlast. In 1869 werd een recordaantal van 135.197 goederenwagens overgezet. Het betrof vooral kolenvervoer richting België en Nederland. Door de opening van verschillende Rijnbruggen en het opgaan van de * Vervolg op OdR 2014-5.

OP DE RAILS 8-2014

389


394-400 OdR 2014 08 blz 394-400 Restauratie Haagse trams 20140724 Q8_Op de Rails Basis 05-08-14 11:56 Pagina 2

De drie Haagse trams die in 2014 na een restauratie van twintig, zes en twee jaar weer in dienst zijn gekomen: Eenmanombouwer 77, buitenlijnmotorwagen 58 en aanhangwagen 779. Remise Scheveningen, 26 mei 2014. Foto: J. Blok.

Drie Haagse trams gerestaureerd Dit jaar bestaat de Haagse tram 150 jaar. Dit wordt gevierd met allerlei manifestaties, zoals de onlangs gehouden optocht van Haags trammaterieel en ritten met museummaterieel voor publiek. In 2014 zijn ook drie Haagse tramwagens in gerestaureerde vorm weer in dienst gesteld. Dit artikel bevat een overzicht van de levensloop en de gang van zaken rond de restauratie van deze drie wagens, de motorwagens 58 en 77 en aanhangwagen 779. JOHAN BLOK

ls eerste beschrijven we de geschiedenis van buitenlijnmotorwagen 58. De 58 is als onderdeel van de in 1923-’25 in dienst gestelde serie buitenlijnmotorwagens 51-80 van de HTM door Linke HofmannLauchhammer in Keulen gebouwd en op 5 januari 1924 vanuit de remise Maaldrift in Wassenaar in dienst gesteld op de buitenlijn Den Haag – Wassenaar – Leiden, die op 2 juni 1923 is geopend. Op de buitenlijnen van Den Haag naar Delft, Leiden en vanaf 1933 ook naar Voorburg, stond op de bovenleiding een spanning van 1200 volt; op het stadsnet was dat 600 volt. Het buitenlijnmaterieel was geschikt om op beide voltages te rijden. De 58 reed na het aanbrengen op 7 oktober 1933 van proefdraaistellen met een grotere radstand van 2100 millimeter in plaats van de oorspronkelijke van 1700 millimeter, vanaf eind dat jaar vanuit de remise ’s-Gravenmade op de lijnen naar Delft en Voorburg.

A

394

OP DE RAILS 8-2014

Na een revisie van de wagenbak, het aanbrengen van snelcontrollers van Oerlikon in plaats van de originele sleepringcontrollers van Siemens en een reminstallatie, inclusief een 1200-volt compressor van Westinghouse in plaats van die van Knorr, kwam de 58 op 14 januari 1953 weer op straat. Met de tweekamer-reminstallatie van Westinghouse kwamen er twee luchtslangen op de fronten van de wagen (‘dubbellucht’) in plaats van één. In dat jaar werd op iedere zijde ook de emaillen groene dakreclame voor Persil en de zijreclame voor Cinzano aangebracht. Die voor Willem II kwam in 1955 op de wagen. De Persil-reclame is in oktober 1959 verwijderd, de andere reclames zijn tot in 1975 gebleven. In april 1961 kreeg de 58 toch nog normale draaistellen met een radstand van 2100 millimeter zoals de andere wagens van de serie 51-80 die in 1935-’37 hadden gekre-


401-403 OdR 2014-08 blz. 401-403 HTM 150 v0.1 Q8 20140726_Op de Rails Basis 05-08-14 12:01 Pagina 1

Den Haag, Alexanderstraat. Tijdens de publieksritten op 12 juli 2014 lijkt de tijd stil te staan bij deze zomerse foto. Buitenlijner 57 en Salonrijtuig 118 werden negentig jaar geleden door de HTM in dienst gesteld. Foto: Cock Koelewijn.

HTM 150 in beeld Het zal bijna niemand zijn ontgaan dat de eerste grote evenementen rond het honderdvijftigjarige bestaan van de tram in Den Haag alweer achter ons liggen. Om stil te staan bij de activiteiten tot nu toe bieden wij een kleurrijke foto-impressie van de optocht op 5 juli en de publieksritten die een week later plaatsvonden. ARTHUR STAAL

e viering van dit bijzondere jubileum in de residentie begon op 4 april met een kick off-bijeenkomst in de museumremise Frans Halsstraat. Bij die gelegenheid werden zowel een boek als een DVD gepresenteerd. Tegelijkertijd gingen de deuren open van de jubileumexpositie ‘Door de ogen van de reiziger’, een reis door de tijd die door de mensen van het Haags Openbaar Vervoer Museum (HOVM) met passie deskundig is samengesteld. Deze tentoonstelling is elke zondagmiddag tot het einde van het rijseizoen gratis te bezoeken. Eind oktober worden de jubileumactiviteiten afgesloten, maar er staan nog wat interessante dingen op stapel.

D

De voorbereidingen Den Haag kan als Nederlands oudste tramstad beschikken over een omvangrijke vloot historische trams. Het is tegelijkertijd de eerste gemeente die enkele decennia geleden het lovenswaardige initiatief nam de historische OV-voertuigen

de officiële status toe te kennen van ‘roerende monumenten’. Het kan anno 2014 nog altijd als voorbeeld dienen voor menig andere tramstad met historisch materieel. We zagen de laatste jaren veelal PCC’s op straat gedurende het rijseizoen van het HOVM, tijdens bijzondere gelegenheden aangevuld met ouder materieel, afkomstig van het HOVM en de Tramweg Stichting (TS). De alleroudste wagens, vaak unicaten, worden doorgaans terecht gespaard. Ze komen daarom zelden op straat en hebben in de regel een meer statische functie. Bij een belangrijk jubileum als nu wordt gevierd, moet natuurlijk alles uit de kast worden getrokken. In de lange aanloop naar de festiviteiten is door de vrijwilligers van het HOVM en de TS, werkgroep Scheveningen (en ook bij de Museumtramlijn in Amsterdam, de 779), bijzonder hard gewerkt om zoveel mogelijk historische trams op straat te krijgen voor de jubileumoptocht op 5 juli en de publieksritten, een week later. Alle goede plannen en noeste arbeid ten spijt, ook histori-

OP DE RAILS 8-2014

401


404-411 OdR 2014-8 blz. 404-411 Amsterdam III v2_Op de Rails Basis 05-08-14 12:04 Pagina 2

Het zeer landelijke Purmerend op 13 november 1961. DE5 184 vertrekt naar Hoorn over de draaibrug over De Where langs post III. Foto: Roef Ankersmit.

Spoorwegen in en om Amsterdam

(vervolg*)

J.M. TEN BROEK

Om met echt klassieke beveiliging, met blokvensters, krukjes of trekkers en handels met trekdraden voor de bediening van wissels en seinen kennis te maken, moesten de nieuwelingen in het exploitatierayon Amsterdam begin jaren zeventig in Purmerend zijn. Niettemin kwam het landelijk nog op zeer ruime schaal voor. Vrijwel alle secundaire lijnen en enkele delen van het hoofdnet waren nog zo beveiligd. Er bestond nog steeds een instructierijtuig voor deze beveiliging, dat voor het geven van opleidingen steeds op andere plaatsen in het land werd geplaatst (zoals er voor allerlei opleidingen instructierijtuigen, meestal verbouwde blokkendoosrijtuigen, bestonden). Na een opleiding in dit rijtuig togen de cursisten waarover deze artikelenreeks handelt, dus naar Purmerend, het meest noordelijke station van de ‘Noordgroep’ en het enige aan de lijn Zaandam – Enkhuizen dat onder Amsterdam viel. De rest viel onder het rayon Alkmaar, maar de verkeersleiding op de lijn werd uitgevoerd door de VL Amsterdam, zodat er toch de nodige connecties waren. Alle stations en voormalige stations waren nog voorzien van klassieke beveiliging: Oosthuizen, Avenhorn, Hoorn, Blokker (blokpost), Hoogkarspel, Bovenkarspel=Grootebroek en Enkhuizen. Voor de fijnproevers: tussen Hoorn en Enkhuizen was de blokbeveiliging tussen de stations van het weinig voorkomende blokstelsel C, op de rest van het (nog volledig enkelsporige) baanvak en Heerhugowaard – Hoorn blokstelsel A (bron: Seinwezennummer Op de Rails – 1969).

Enkhuizerlijn De in 1885 geopende spoorlijn Zaandam – Enkhuizen is een van de vele van staatswege aangelegde lijnen en wel volgens de derde wet op de aanleg van spoorwegen van 404

OP DE RAILS 8-2014

10 november 1875. In Zaandam sluit de lijn aan op de lijn Den Helder – Amsterdam, Staatslijn K, die aangelegd was volgens de eerste wet uit 1860. Het was de enige van de tien lijnen uit die wet die in exploitatie aan de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij (HSM) gegeven was, de overige negen kwamen in exploitatie bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS). Mede daarom lag het mogelijk voor de hand dat ook Zaandam – Enkhuizen in exploitatie zou komen bij de HSM die alle spoorlijnen in Noord-Holland exploiteerde. Toch moet daar tijdens de bouw anders over zijn gedacht, want het stationsgebouw van Enkhuizen (en mogelijk ook andere) is voorzien van een gevelsteen met de letters S.S. Enkhuizen was uitsluitend het eindpunt omdat hiervandaan de kortste oversteek over het IJsselmeer naar Staveren gemaakt kon worden. Het mooie havenstation naast de voormalige Spoorweghaven getuigt daar nog van. Na de opheffing van de goederenponten in 1936 verviel de enkelsporige lijn, die als rechtstreekse hoofdlijn aangelegd was en op Hoorn na geen plaats echt aandeed, in een kwijnend bestaan als secundaire lijn.

Stijgend vervoer In de loop van de jaren zestig begon het vervoer op de Enkhuizerlijn met name tussen Hoorn, Purmerend en Amsterdam sterk te stijgen omdat de plaatsen aan de lijn groeiden. Purmerend was aangewezen als ‘overloopgemeente’ van Amsterdam, Hoorn begon aan verschillende kanten uit te breiden en bij Bovenkarspel begon het aan elkaar bouwen van Bovenkarspel, Grootebroek en Lutjebroek tot de gemeente Stedebroec. Het aantal treinforensen steeg bij* Vervolg op OdR 2014-1.


laatste pagina blader pdf_Op de Rails Basis 10-1-2014 20:56 Pagina 1

NVBS, PASSIE VOOR SPOOR ! Nieuwsgierig geworden naar de rest van de inhoud van dit nummer van Op de Rails? Denk er dan eens aan om lid te worden van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). De NVBS-leden ontvangen maandelijks het blad in de bus, maar de NVBS biedt veel meer! In alle delen van het land worden bijeenkomsten belegd waarop presentaties gehouden worden over trein en tram in binnen- en buitenland. De Stichting NVBS Excursies organiseert reizen. Er is ook een afdeling Jongeren. In de NVBS Winkel kun je boeken en dvd’s over railverkeer kopen. En voor wie zich wil documenteren zijn er de NVBS-Bibliotheek en de Stichting NVBS Railverzamelingen. De winkel, de bibliotheek en de documentatiecentra zijn gevestigd in NVBS Centraal in het stationsgebouw van Amersfoort. Afdelingen Op diverse plaatsen zijn er afdelingen die maandelijks een bijeenkomst houden, waar leden door middel van presentaties informatie met elkaar uitwisselen. Deze avonden bieden een uitgelezen kans om andere spoorhobbyisten te ontmoeten. De agenda voor de komende periode is in Op de Rails of op de NVBSwebsite te vinden.

ook abonnementen op vele binnen- en buitenlandse tijdschriften op spoor- en tramweggebied. Bureau Railatlas en Bureau Materieeltekeningen bezitten topografische kaarten en schematische tekeningen van sporen en materieel. Winkel In de NVBS Winkel worden boeken, tijdschriften en dvd’s verkocht. Er is een uitgebreide tweedehandsafdeling. Bestellingen via internet of per post zijn mogelijk.

Excursies De aangeboden excursies variëren van een eendaagse binnenlandse trip tot een reis van vier weken in het buitenland. Voorbeelden: bezoeken aan werkplaatsen en remises, meerdaagse treinreizen door landen in en buiten Europa, maar ook dagbezoeken aan Nederlandse spoor- en trambedrijven. En elk jaar een Oliebollenrit!

Beeldmateriaal Het filmarchief, de diatheek en het fotoarchief bezitten een enorme collectie historische en actuele films, dia’s, prentbriefkaarten en foto’s. Leden kunnen zich abonneren op een fotorondzending. Tienmaal per jaar wordt een pakket foto’s, door leden gemaakt, rondgestuurd.

Documentatie De Stichting NVBS-Railverzamelingen beheert een grote verzameling krantenknipsels, dienstregelingen, vervoersbewijzen en andere documenten. In de bibliotheek staan meer dan elfduizend boeken en vele ingebonden jaargangen tijdschriften. De bibliotheek heeft

Afdeling Jongeren Ook jongeren voelen zich thuis bij de NVBS. De NVBS-afdeling Jongeren organiseert speciaal voor leeftijdgenoten bijzondere activiteiten: een wedstrijd treintrekken bijvoorbeeld, een rondje per trein in het nabije buitenland of een bezoek aan een bouwproject.

Op de Rails Het magazine Op de Rails verschijnt maandelijks. Elk nummer bevat berichten over spooractualiteiten en over de vereniging, over nieuw verschenen boeken en dvd’s (die in de winkel te koop zijn) en aankondigingen van excursies. Daarnaast zijn er langere artikelen over spoor- en tramwegen in binnen- en buitenland. Het maandblad dat door vrijwilligers wordt gemaakt, is full colour en vrij van advertenties.

www.facebook.com/OpdeRails

Lid worden? Nieuwsgierig geworden en meer willen weten, een proefnummer van Op de Rails ontvangen of lid worden? Een lidmaatschap kost 55 euro per jaar, ben je jonger dan 25? Dan betaal je slechts 28 euro voor een heel jaar! Meer weten? Bezoek ons op http://www.nvbs.com


416 OdR 2014-8 blz. 416 Achterpagina v0_Op de Rails Basis 05-08-14 12:07 Pagina 1

De laatste 600’en leidden de laatste tijd een bestaan in de luwte. De 661 is alweer een tijdje weg bij Euro-Express Treincharter, de 9702 van Locon liet het Apeldoornse afvalvervoer de laatste tijd al over aan een grotere collega, broertje 9701 doet zijn werk op het afgescheiden terrein van Attero in Wijster en in Crailoo komt, ook op niet openbaar grondgebied, af en toe een 600 van Railpro in actie. Maar opeens staan de locomotieven weer volop in de belangstelling. Op het net van de RET zijn er maar liefst vier actief met werktreinen en op 2 augustus organiseerden Railexperts en C-Tracks een excursie waarin de 600’en centraal stonden. Op de bovenste foto staan de Railpro 603 en 602 samen met Locon 9702 op 19 juli 2014 op het RET-emplacement in de Rotterdamse Waalhaven in het gezelschap van RETlocomotief 6101; op de onderste foto zijn de 532, 650 en 636 te zien. Beekbergen, 2 augustus 2014. Foto’s: Marco Verzijl en Koen van der Lee.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Odr2014 08 by Op de Rails - Issuu