OdR 2014-5 blz. 209 cover v0 Q8_Op de Rails Basis 22-04-14 11:20 Pagina 1
OP DE RAILS 2014-5
IN DIT NUMMER: Het materieel ’64 Varende treinen 150 jaar tram in Den Haag Ontdekking Belgische stadstrams Britse verlofgangerstreinen 8 2 E J A A R G A N G , M E I 2 0 1 4 B L Z . 2 0 9 - 2 6 4 NEDERLANDSE VERENIGING VAN BELANGSTELLENDEN IN HET SPOOR- EN TRAMWEGWEZEN
OdR 2014-05 blz. 229-234 mat'64 v1.qxp_Op de Rails Basis 28-04-14 18:50 Pagina 3
Vijf plan V’s passeren op 22 mei 1992 Vleuten. Vanwege hoog stroomverbruik van mat ’64 was de combinatie van vijf gekoppelde stellen de maximale samenstelling. Foto: Jan Philipsen.
De techniek
Het materieel ’64 ALBERT KOCH EN HUUB VAN SOEST
De ontwikkeling van mat ’64 stond in het teken van de wens een treinstel te ontwikkelen dat kortere rijtijden mogelijk maakte. NS wilde dit doel bereiken door de nieuwe treinstellen sneller te laten optrekken en remmen, maar tevens door gebruik te maken van centrale deursluiting ter verkorting van de stationnementen. De constructie van Treinstel Toekomst 501 werd gedeeltelijk overgenomen van de dieseltreinstellen plan U, in die dagen het modernste materieel van NS en waarin een groot aantal innovaties was verwerkt zoals de centrale deursluiting.
Rijtuig De hogere aanzet en kortere remwegen moesten primair voortkomen uit een lichtere constructie van de rijtuig en een andere opzet van de tractie-installatie. Het was níet de bedoeling een hoger vermogen te installeren. Een vierwagenstel plan T weegt met 167 ton 45 ton minder dan een viertje mat ’54 en is daarbij ook nog eens 2,74 meter langer. De rijtuigbak is vervaardigd uit twee millimeter dik staal, een halve millimeter dunner dan bij mat ’54. Door in het dak gebruik te maken van verstevigingsrillen, in plaats van een zwaarder uitgevoerd bakgeraamte zoals bij mat ’54, is de stijfheid van de constructie vergelijkbaar met die van het voorgangertype. Een in het oog springende verandering was het weglaten van schortbeplating onder de rijtuigen, waarmee gewicht werd bespaard en het onderhoudspersoneel in de werkplaatsen verlost werd van grote hoeveelheden opgezogen bladeren onder de rijtuigbak.
(vervolg)
De kop van Treinstel Toekomst was direct afgeleid van plan U, en was dus korter dan de neus van de Hondekoppen. Boven de frontruiten was de neus wel iets hoger opgetrokken, hetgeen ruimte verschafte voor inlaatopeningen voor ventilatie en tevens de rijwind over de stroomafnemers leidde. Mat ’64 is als geheel zichtbaar hoger dan plan U. Nog nadat de 501 op de baan verschenen was, maakten zowel Werkspoor als NS ontwerpen voor de kop van de serietreinstellen plan T, waarvan één zelfs met een doorloopkop. Uiteindelijk kreeg plan T een licht gemodificeerde kop van het Treinstel Toekomst. Was de 501 in navolging van plan U en de voorgaande generaties treinstellen nog voorzien van een automatische koppeling (AK) op een hoogte van 61 centimeter boven bovenkant spoorstaaf, alle overige treinstellen werden geleverd met de koppeling op 1,07 meter boven bovenkant spoorstaaf. De hogere positie van de AK maakt het gemakkelijker treinstellen te koppelen met materieel dat buffers en schroefkoppelingen heeft. Met behulp van een zogeheten koppelplaat kan mat ’64 gekoppeld worden aan buffermaterieel. Elk treinstel was voorzien van koppelplaat en hulpkoppelboom. Zo zijn, met name in de zware winters van eind jaren zeventig, meerdere combinaties weggesleept door diesellocomotieven. Overigens werd later de sleepkoppeling geïntroduceerd, wat de koppelplaten overbodig maakte. De automatische koppeling is van het Scharfenberg-type, met zoals gebruikelijk een bovenliggende stuurstroomkoppeldoos, waarin 110 verende pencontacten (beduidend meer dan bij mat ’54 (58) en oudere types) zorgen voor de overdracht van signalen tussen gekoppelde treinstellen. Een automatisch wegklapbare kap beschermt de stuurstroompennen als
OP DE RAILS 5-2014
229
OdR 2014-05 blz. 235-240 Spoorveren v1Q8_Op de Rails Basis 22-04-14 15:05 Pagina 1
In september 1947 gaat LNER loc 6000 in Harwich aan boord van de boot naar Zeebrugge, om tijdelijk in Nederland te gaan rijden. In 1952 keerde de locomotief terug naar Groot-Brittannië. Foto: collectie Brian Stephenson.
Varende treinen (vervolg) JOHN KRIJGSMAN
In deel drie van deze artikelenreeks gaat het over de vele vormen van ‘gemengd bedrijf’ bij het overzetten van reizigerstreinen en goederenwagens, al dan niet in combinatie met wegvoertuigen. We beginnen daarna een reis langs de Europese treinveerdiensten met als eerste aanlegplaatsen de verdwenen railveerverbindingen in Nederland en die tussen Engeland en België/Frankrijk. Het overvaren van goederenwagens vereist aan boord andere (veiligheids)voorzieningen dan het vervoeren van reizigersmaterieel. Er waren en zijn treinveerdiensten waarmee zowel personenrijtuigen als goederenwagens worden overgezet. Daarbij is er onderscheid tussen diensten waarbij per afvaart óf rijtuigen óf goederenwagens aan boord zijn en diensten waarbij in gemengd bedrijf beide tegelijkertijd worden overgezet. Dit laatste is natuurlijk het meest efficiënt, omdat de volgens een dienstregeling en materieelomloop geplande reizigerstreinen lang niet altijd precies overeenkomen met de op een schip aanwezige spoorcapaciteit. Dan is het handig om de resterende ruimte te gebruiken voor goederenwagens. Anno 2014 is Trelleborg – Sassnitz de enige nog in gemengd bedrijf opererende veerdienst. Dit speelt alleen in de zomermaanden, bij zes nachtelijke afvaarten per week, wanneer de uit drie of vier rijtuigen bestaande nachttrein Malmö – Berlin wordt overgezet. Op de zessporige veerboot is dan nog honderden meters ruimte over voor het vervoer van goederenwagens. Het tegelijkertijd vervoeren van reizigerstreinen en met ge-
vaarlijke stoffen beladen goederenwagens is een lastige combinatie. Dat geldt overigens ook voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen in goederenwagens of vrachtauto’s op veerschepen waarop tevens passagiers aanwezig zijn in auto’s of touringcars. Bij treinveerdiensten werd die combinatie vaak vermeden door het inzetten van aparte veerponten – met een open dek – voor goederenwagens met gevaarlijke stoffen. Dergelijke schepen voeren onder andere in Denemarken over de Grote Belt en tussen Villa San Giovanni en Messina.
Multifunctionele veerboten Aanvankelijk werden treinveerboten alleen maar gebouwd voor het overzetten van spoorwegmaterieel. Soms mochten er dekpassagiers mee, die lopend aan en van boord gingen. Als het meezat was er enige beschutting tegen slechte weersomstandigheden. Verschillend per verbinding kregen treinveerboten in latere jaren passagiersaccommodaties: salons, restauratieve voorzieningen en toiletten. Want niet iedereen reisde met de vaak duurdere treinen die werden overgezet. Wie per stoptrein aankwam in de veerhaven of gewoon aan de ene kant van het water was en aan de andere kant wilde zijn, wilde graag ook gebruik maken van de mogelijkheid om over te varen. En als er geen andere veerdienst was die zich speciaal op voetgangers of fietsers richtte, dan was dit extra klandizie voor de treinveerboot. Op internationale veerdiensten werd het overvaren vaak omgezet in een extra behoefte (en omzet) door het aanbieden van accijnsvrije
OP DE RAILS 5-2014
235
OdR 2014 05 blz 241-245 150 jaar Den Haag_Op de Rails Basis 22-04-14 14:57 Pagina 1
Kern van het Haagse tramnet is sinds tien jaar de tramtunnel onder de Grote Marktstraat, waar de tramlijnen 2 en 6 en de RandstadRail-lijnen RR3 en RR4 doorheen rijden. Station Spui, 13 oktober 2013. Foto: Maurits van den Toorn.
150 jaar tram in Den Haag Vanaf 25 juni 1864 konden de inwoners van Den Haag zich acht keer per dag per paardentram naar Scheveningen laten vervoeren. De residentie was daarmee een van de eerste steden in Europa met een tram. Dat heuglijke feit, nu honderdvijftig jaar geleden, wordt de komende maanden met een aantal festiviteiten gevierd. MAURITS VAN DEN TOORN
N
a een korte en weinig geslaagde periode van exploitatie met accutrams werd vanaf 1904 het stadsnet door de HTM geëlektrificeerd. De interlokale lijnen – de paardentram op de Delftse lijn had toen al lang plaatsgemaakt voor de stoomtram – volgden in de jaren twintig, zij het dat de lijn naar Scheveningen tot ergernis van de HTM in handen bleef van de concurrentie. Dat was de Blauwe tram van de NZH. Wél lukte het de stoomtramlijn van station Hollands Spoor naar Scheveningen in handen te krijgen. Dat werd lijn 11, die ten tijde van de opening als elektrische lijn in 1927 werd beschouwd als de snelste tramlijn van Europa. Het Haagse trambedrijf had in zijn bestaan te maken met de gebruikelijke ontwikkelingen: groei en bloei in de eerste jaren, bezuinigingen tijdens de economische crisis van de jaren dertig, en een steeds moeizamere exploitatie gedurende de bezettingstijd, die eindigde met een grootscheepse roof van materieel en andere spullen. Bij de broodnodige modernisering na de oorlog koos de HTM voor de Amerikaanse PCC-car. Oerdegelijke voertuigen, waarvan er tussen 1949 en 1974 in verschillende vari-
anten in totaal 234 zijn aangeschaft. Zelfs de daaropvolgende generatie trams, het huidige GTL-materieel, maakt nog gebruik van PCC-componenten (al begint de leeftijd daarvan inmiddels wel een rol te spelen). Na een periode van krimp in de jaren vijftig en zestig volgde vanaf de jaren zeventig opnieuw een forse groei van het tramnet toen de grote naoorlogse nieuwbouwwijken tramlijnen kregen. Rond de eeuwwisseling was er een volgende uitbreidingsgolf met tramlijnen naar de nieuwe Vinexwijken, en natuurlijk met RandstadRail naar Zoetermeer. Het HTM-net is zich daarmee verder dan ooit buiten de Haagse gemeentegrenzen gaan uitstrekken. Het 150-jarige bestaan wordt met verschillende festiviteiten gevierd. Er zijn nu al twee fototentoonstellingen, in het Haags Openbaar Vervoer Museum (getiteld ‘Door de ogen van de reiziger’) en in de Affichegalerij in tramstation Spui. Op zaterdag 5 juli is er een tramoptocht vanaf de Eisenhowerlaan via Scheveningen naar het Kerkplein. In september zijn er open dagen in de remises. Als vooruitblik op dat alles hier nu alvast een kleine caleidoscoop van honderdvijftig jaar tram in Den Haag en omgeving.
OP DE RAILS 5-2014
241
OdR 2014 05 blz 246-252 Belgische stadstrambedrijven_Op de Rails Basis 22-04-14 14:59 Pagina 2
Wisselplaats op de enkelsporige lijn 2 van Verviers in Petit Rechain met de oude motorwagens 89 en 92; 19 april 1955. Foto’s bij dit artikel tenzij anders vermeld: Maurits van Witsen.
De ontdekking van de Belgische stadstrambedrijven In het afgelopen jaar zijn in drie afleveringen van Op de Rails mijn ontdekkingsreizen van het Belgische buurtspoorwegnet beschreven, terwijl in mei 2003 het omvangrijke trambedrijf van Brussel al werd behandeld. Hoewel de NMVB in niet minder dan vijftien steden ook afzonderlijke lokale tramdiensten heeft onderhouden, beschikten zes steden over een eigen trambedrijf. Ter afsluiting van deze artikelenreeks komen die in deze aflevering aan de orde. MAURITS VAN WITSEN
M
ijn eerste kennismaking met BelgiĂŤ op Hemelvaartsdag 1944 voerde ons gezin langs Antwerpen, waar ik minuscule trams zag rijden. Toen ik enkele maanden voldoende tijd had gehad om het Brusselse trambedrijf en de omliggende buurtlijnen te berijden, was Antwerpen aan de beurt. Het was toen de enige stad die vanuit Brussel vlot en frequent per trein bereikbaar was. Ik kwam uiteraard op het Centraal Station aan en meteen hieromheen ontwaarde ik veel tramlijnen. Na bestudering van een schematische netkaart in een wachtkamer constateerde ik dat een tweede tramknooppunt in de oude binnenstad was gelegen rondom de Groenplaats 246
OP DE RAILS 5-2014
en de Meir. Maar bij het Centraal Station was al veel te zien, al reden de trams hier wat verspreid langs via de indrukwekkende Keizerlei, de Astridplaats en de Gemeentestraat, waar ik eerder al eens met buurtlijn 41 uit Turnhout was aangekomen. Ondanks de kleine capaciteit van de motorwagens, waaruit wel de eenpersoonsbanken waren verwijderd, reden liefst vijf lijnen (11, 15, 16, 17 en 18) zonder bijwagen. Op de lijnen 2, 10 en 12 reden motorwagens met bijna vierkante lage bijwagens, terwijl de lijnen 3 en 24 wat sterker gemotoriseerde motorwagens hadden die liefst twee langere bijwagens trokken, die kennelijk oorspronkelijk open waren
OdR 2014-05 blz. 253-257 Verlofgangerstreinen v2 Q8_Op de Rails Basis 30-04-14 08:04 Pagina 3
De uit meer dan twaalf rijtuigen bestaande verlofgangerstrein Dm 80866 rijdt achter locomotief 1104 door Utrecht CS. Omdat veel rijtuigen alleen met stoom konden worden verwarmd, loopt achter de locomotief een DBverwarmingsrijtuig mee. Verderop in de trein bevinden zich ook Britse rijtuigen; 2 november 1951. Foto: B. Boomsma, collectie SNR.
Britse verlofgangerstreinen Tot 1961 reden treinen met Britse verlofgangers uit Duitsland naar Hoek van Holland. Om de in Duitsland gelegerde manschappen de gelegenheid te geven naar hun thuisfront te kunnen reizen had de Britse legerleiding een onderdeel aangewezen om dit vervoer in goede banen te leiden, het Royal Corps of Transport. HANS ZWETSLOOT*)
D
e op 8 mei 1945 ondertekende onvoorwaardelijke overgave van Duitsland betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Eerder, tijdens de conferentie van 4 februari 1945 in Jalta op de Krim, hadden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjetunie in de personen van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, de Britse ministerpresident Sir Winston Churchill en de Russische partijleider maarschalk Josef Stalin besloten dat Duitsland na beÍindiging van de Tweede Wereldoorlog in een aantal sectoren moest worden verdeeld. Het bestuur zou onder toezicht van een Geallieerde Controleraad komen. Toen de wapenstilstand een feit was, werden de sectorgrenzen van Duitsland, inclusief de grens met Polen, vastgelegd. Een soortgelijke verdeling van Berlijn kwam tegelijkertijd tot stand. Grenzen van de Länder en van de Bezirke in Berlijn waren voor de afbakening van de sectoren leidend. Het werd Duitsland verboden een leger of anderszins vormen van bewapening in te richten. Het westelijke deel van Duitsland kwam onder controle van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Naderhand wezen beide in het zuidwesten van het land delen aan, waaronder het Saargebied, die onder controle van Frankrijk
kwamen. Uiteindelijk was Duitsland verdeeld in een Amerikaanse (zuiden), een Russische (oosten), een Britse (noorden) en een Franse zone (zuidwesten). Na enkele jaren ging het bestuur van de Amerikaanse en de Britse zone samen; men noemde het gecombineerde gebied Bi-Zone. Tijdens de conferentie van Potsdam van 17 juli tot 2 augustus 1945 legden de deelnemers van de eerder gehouden conferentie van Jalta de uitgangspunten vast voor het bestuur over Duitsland voor de komende jaren. De intussen overleden president Roosevelt was opgevolgd door Harry Truman. Voornaamste punten waren de Entnazifizierung, herstel van oorlogsschade en het geleiden naar een democratische bestuursvorm.
Organisatie verlofgangersvervoer Op 6 juni 1944 stelden de Geallieerden (Verenigde Staten van Amerika en het Verenigd Koninkrijk) de operatie Overlord in werking. Dit was de invasie via de Franse Noordzeekust van Engelse en Amerikaanse strijdkrachten. Bij velen staat deze operatie als D-day in de herinnering; echter deze naam kwam alleen de eerste dag van de operatie toe. *) Bewerking en aanvulling: Sjoerd Bekhof.
OP DE RAILS 5-2014
253
laatste pagina blader pdf_Op de Rails Basis 10-1-2014 20:56 Pagina 1
NVBS, PASSIE VOOR SPOOR ! Nieuwsgierig geworden naar de rest van de inhoud van dit nummer van Op de Rails? Denk er dan eens aan om lid te worden van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). De NVBS-leden ontvangen maandelijks het blad in de bus, maar de NVBS biedt veel meer! In alle delen van het land worden bijeenkomsten belegd waarop presentaties gehouden worden over trein en tram in binnen- en buitenland. De Stichting NVBS Excursies organiseert reizen. Er is ook een afdeling Jongeren. In de NVBS Winkel kun je boeken en dvd’s over railverkeer kopen. En voor wie zich wil documenteren zijn er de NVBS-Bibliotheek en de Stichting NVBS Railverzamelingen. De winkel, de bibliotheek en de documentatiecentra zijn gevestigd in NVBS Centraal in het stationsgebouw van Amersfoort. Afdelingen Op diverse plaatsen zijn er afdelingen die maandelijks een bijeenkomst houden, waar leden door middel van presentaties informatie met elkaar uitwisselen. Deze avonden bieden een uitgelezen kans om andere spoorhobbyisten te ontmoeten. De agenda voor de komende periode is in Op de Rails of op de NVBSwebsite te vinden.
ook abonnementen op vele binnen- en buitenlandse tijdschriften op spoor- en tramweggebied. Bureau Railatlas en Bureau Materieeltekeningen bezitten topografische kaarten en schematische tekeningen van sporen en materieel. Winkel In de NVBS Winkel worden boeken, tijdschriften en dvd’s verkocht. Er is een uitgebreide tweedehandsafdeling. Bestellingen via internet of per post zijn mogelijk.
Excursies De aangeboden excursies variëren van een eendaagse binnenlandse trip tot een reis van vier weken in het buitenland. Voorbeelden: bezoeken aan werkplaatsen en remises, meerdaagse treinreizen door landen in en buiten Europa, maar ook dagbezoeken aan Nederlandse spoor- en trambedrijven. En elk jaar een Oliebollenrit!
Beeldmateriaal Het filmarchief, de diatheek en het fotoarchief bezitten een enorme collectie historische en actuele films, dia’s, prentbriefkaarten en foto’s. Leden kunnen zich abonneren op een fotorondzending. Tienmaal per jaar wordt een pakket foto’s, door leden gemaakt, rondgestuurd.
Documentatie De Stichting NVBS-Railverzamelingen beheert een grote verzameling krantenknipsels, dienstregelingen, vervoersbewijzen en andere documenten. In de bibliotheek staan meer dan elfduizend boeken en vele ingebonden jaargangen tijdschriften. De bibliotheek heeft
Afdeling Jongeren Ook jongeren voelen zich thuis bij de NVBS. De NVBS-afdeling Jongeren organiseert speciaal voor leeftijdgenoten bijzondere activiteiten: een wedstrijd treintrekken bijvoorbeeld, een rondje per trein in het nabije buitenland of een bezoek aan een bouwproject.
Op de Rails Het magazine Op de Rails verschijnt maandelijks. Elk nummer bevat berichten over spooractualiteiten en over de vereniging, over nieuw verschenen boeken en dvd’s (die in de winkel te koop zijn) en aankondigingen van excursies. Daarnaast zijn er langere artikelen over spoor- en tramwegen in binnen- en buitenland. Het maandblad dat door vrijwilligers wordt gemaakt, is full colour en vrij van advertenties.
www.facebook.com/OpdeRails
Lid worden? Nieuwsgierig geworden en meer willen weten, een proefnummer van Op de Rails ontvangen of lid worden? Een lidmaatschap kost 55 euro per jaar, ben je jonger dan 25? Dan betaal je slechts 28 euro voor een heel jaar! Meer weten? Bezoek ons op http://www.nvbs.com
OdR 2014-05 blz. 264 achterpagina Q8_Op de Rails Basis 22-04-14 15:34 Pagina 1
Niet elke afgevoerde tram of trein vindt per definitie zijn einde op de sloop. Enkele weten behendig te ontsnappen aan de snijbrander. De Amsterdamse 8G-wagen 744 vond een nieuwe bestemming in Voorthuizen op de Veluwe en houdt daar de herinnering aan de in december 2013 opgeheven lijn 25 levend; 28 maart 2014. Dankzij de aanwezigheid van ICM-prototreinstel 4004 kunnen brandweer en politie in Ossendrecht zich voorbereiden op diverse soorten rampen; 11 april 2012. Foto’s: Roel Rutten en Kevin Evers.