

Jaarverslag 2025
Voorwoord
Het jaar 2025 heeft opnieuw bewezen hoe sterk we als woningcorporatie worden beïnvloed door de dynamiek van onze omgeving. We voelen dat we onze verantwoordelijkheden in het bieden van goede, betaalbare en geschikte woningen moeten nakomen. Dat verwacht de samenleving van ons en er zitten - met regelmaat kwetsbare- mensen te wachten op deze woningen. We zijn dan ook gebaat bij voorspelbaarheid van de politiek om onze opgaven waar te maken. Veel van onze ambities, van het realiseren van nieuwe woningen tot het betaalbaar houden van de huur, zijn afhankelijk van landelijke sturing en continuïteit. Het is dan ook cruciaal dat de Nationale Prestatieafspraken worden nagekomen, zodat we weten waar we op kunnen bouwen.
De uitdagingen die we landelijk zien zijn ook te vertalen naar Goeree-Overflakkee. Het tekort aan geschikte woningen wordt steeds meer gevoeld. Starters vinden het moeilijk een plek te vinden, doorstroom van zittende huurders naar een andere woning stokt en de vraag naar een betaalbare sociale woning blijft groeien. Samen met de gemeente hebben we hard gewerkt om het proces van nieuwbouw te versnellen. Met de vele mogelijkheden om nieuwbouw toe te voegen is het noodzakelijk om met elkaar afspraken te maken over proces en randvoorwaarden waaronder we nieuwbouw realiseren. In de lokale prestatieafspraken hebben we daarom ook afspraken gemaakt over de normen en grondprijs die hieraan ten grondslag liggen. In 2026 onderzoeken we de mogelijkheden van een vereveningsfonds, zodat we toevoeging van voldoende betaalbare woningen in de gemeente waarborgen, ook als dit niet op elke individuele projectlocatie mogelijk is. Tegelijkertijd hebben we ook stappen gezet in de verdere samenwerking binnen de woningmarktregio Zuidholland Zuid. Het afstemmen van de opgaven en gezamenlijk optrekken naar lokale, provinciale en landelijke overheid geeft meer sterkte aan de regio.
In 2025 hebben we een aantal belangrijke keuzes moeten maken. Met de nadrukkelijke kansen in het toevoegen van nieuwbouw (wat zowel bijdraagt aan de transitie van onze bestaande voorraad als duurzame woningen toevoegt) hebben we de verduurzaming van onze bestaande woningen moeten versmallen naar ingrepen die wel bijdragen aan het reduceren van de warmtevraag, maar niet de hele schil van de woning in één keer isoleren. Door deze koerswijziging kunnen we onze financiële middelen en onze capaciteit gerichter inzetten en de betaalbaarheid voor onze huurders blijven waarborgen.
Het jaar 2025 is gestart met onze migratie naar Tobias 365. Zo’n migratie heeft altijd veel impact op de organisatie.
Met trots kan ik zeggen dat de medewerkers de migratie succesvol hebben doorlopen. Hiermee hebben we onze data ook veiliggesteld door in de cloud te gaan werken. Met Tobias 365 is ons ERP-systeem weer toekomstbestendig. Intern zijn we tot de conclusie gekomen, dat we een volgende stap moeten zetten in de inrichting van onze informatisering en automatisering en de werkprocessen. Data en de kwaliteit van deze data zijn uitermate belangrijk om te kunnen sturen en voorspellingen te kunnen doen. De hierbij horende processen, systemen en applicaties vragen een duidelijke focus op de toekomst. We kunnen niet alles tegelijkertijd naar een volgend niveau brengen, dus hebben we de focus als eerste gelegd op het verbeteren van vastgoeddata. Digitalisering gaat onze manier van werken overigens steeds meer beïnvloeden. De ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie gaan razendsnel en bieden kansen in het efficiënter maken van onze processen en het verbeteren van de dienstverlening aan onze huurders. We hebben beleid ontwikkeld om hierin het zorgvuldig omgaan met gegevens, de digitale veiligheid en de positie van gebruikers te borgen.
Met de visitatie hebben we een reflectie op ons maatschappelijk handelen en resultaten gehad. Het bleek dat er waardering was voor onze maatschappelijke prestaties, maar er werden ook heldere verbeterpunten aangereikt. Meer nieuwbouw, versnellen op de verduurzamingsopgave, een sterkere huurdersparticipatie en een goede verbinding tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau zijn thema’s waarop we kunnen versnellen. We hebben deze aanbevelingen meegenomen in ons nieuwe ondernemingsplan dat ons vanaf 2026 verdere focus geeft. Samen met de medewerkers en stakeholders zijn we gekomen tot nieuwe strategische opgaven die we de aankomende jaren voor ons zien en waarop we aanspreekbaar zijn.
Leefbaarheid en samenleven blijft voor ons een belangrijk uitgangspunt. Alle collega’s van Oost West Wonen zetten zich dagelijks in voor de huurders en de dorpen waarin ze wonen. Hun betrokkenheid en vakmanschap dragen direct bij aan een omgeving waar mensen zich thuis voelen, elkaar ontmoeten en blijvend bouwen aan het samenleven in de buurt. Die inzet is essentieel voor ons werk en vormt een stevige basis onder alles wat we doen. Met trots kijk ik dan ook terug op alles wat we in 2025 hebben gedaan. Op collega’s die met professionaliteit en betrokkenheid werken aan goed wonen op ons eiland. Op de samenwerking met partners op het eiland en in de regio’s, die steeds steviger wordt en cruciaal is voor de opgaven waar we voor staan. En op de keuzes die we met elkaar hebben gemaakt om onze maatschappelijke taak zorgvuldig en toekomstgericht te blijven uitvoeren.

Marleen van de Kamp
Bestuurder Oost West Wonen
Oost West







Huurderstevredenheid
Wonen in 2025 8,2
Gemiddelde score op onderstaande klantreizen











Betaalbare, beschikbare en geschikte woningen







Onderhoud 8 Groot onderhoud 8,4


50 nieuwbouw woningen gerealiseerd











Zoekduur woningzoekenden & nieuwbouw/







36 woningen verkocht




Aantal woningen verkocht transformatie 449 17,1 maanden






netto huur per balansdatum Nieuwe verhuringen Tijdelijke huisvesting



Woningen die wij verhuren (geen garages): 6.169
Eenheden die wij verhuren via zorgpartijen: 327
Totaal 6.496 objecten
Huurprijsklasse woningen Huur Aantal









We werken mee aan een leefbare woonomgeving

Adressen betrokken bij buurtbemiddeling 87
Aantal meldingen van woonoverlast 626 (last (366) en overlast (165) klacht (77), signalering (61), leefbaarheid (22), geschil (6), Opiumwet (4) en schade (3)
Aantal leefbaarheidsacties 22








Professionele organisatie

Aantal medewerkers 68 medewerkers (57,6 FTE)
Verzuimpercentage 3,2%
Werkgeluk 7,2
We zorgen voor een duurzame en kwalitatief goede woningvoorraad
70 woningen voorzien van HR++ glas
9 woningen voorzien van dakisolatie
39 woningen voorzien van vloerisolatie
519
Bij totaal 646 woningen is het schilderwerk uitgevoerd.
366 cv-ketels vervangen
5056
Woningen met een label C of beter
Vraaggestuurd onderhoud bij 141 woningen, 7541 reparatieverzoeken , 164 woningen mutatieonderhoud





Besteding huurinkomsten
Huurontvangsten en overige vergoedingen = 100%


€ 49.214.529
Verkopen en overige ontvangsten
€ 11.213.449
Betalingen aan werknemers
€ 5.334.068
Onderhoud
€ 17.305.879
Overige bedrijfslasten
€ 7.450.679
Rente
€ 5.637.808



Investeringen in nieuwbouw, aankopen en verbetering
€ 16.141.506

Afl ossingen, nieuwe leningen en mutatie liquide middelen
-€ 1.720.854
Belastingen en heffi ngen
€ 6.278.589
Overige investeringen
€ 415.613
Leefbaarheid
€ 142.982



1. Dienstverlening
1.1 Dienstverlening aan onze huurders
Als sociale verhuurder is Oost West Wonen er voor huurders en woningzoekenden op Goeree-Overflakkee. Elke dag zetten we ons in om deze doelgroepen een goede dienstverlening te bieden. Dat betekent niet dat er geen fouten worden gemaakt of dat zaken altijd goed verlopen, maar we zijn wel aanspreekbaar op die fouten of wanneer de dienstverlening niet verloopt zoals huurders en woningzoekenden van ons mogen verwachten. Deze feedback gebruiken we om scherp te blijven en ons werk de volgende keer weer beter te doen. In 2025 onderzocht een trainee vanuit de frontoffice hoe we intern beter kunnen samenwerken en interne informatievoorziening kunnen verbeteren om zo vragen van huurders en woningzoekenden beter te kunnen beantwoorden.
Tevreden huurders en woningzoekenden blijven het uitgangspunt voor ons werk. Persoonlijk contact vinden we bij Oost West Wonen belangrijk. We doen wat we zeggen, we luisteren en zijn betrokken, we zijn zichtbaar in de wijk en aanspreekbaar. Naast persoonlijk contact zijn we ook bereikbaar via ons huurdersportaal en onze apps voor huurders en woningzoekenden. Om deze contactmomenten goed vast te leggen en opvolging te verbeteren, maken wij gebruik van een ‘klantvolgsysteem’. Door alle contactmomenten vast te leggen in dit systeem, zorgen we ervoor dat we weten waar vragen van huurders vandaan komen, dat we niets vergeten en andere collega’s ook weten wat er speelt. Zo zetten wij ons elke dag in om onze dienstverlening aan te laten sluiten bij behoeften van onze huurders en woningzoekenden.
KWH

In samenwerking met Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector (KWH) doen wij maandelijks onderzoek naar de kwaliteit van onze dienstverlening. De resultaten van 2025 tonen we per meetonderdeel in onderstaande tabel.
Het onderdeel ‘algemene waardering’ is gelijk gebleven ten opzichte van 2024 en is op hetzelfde niveau als landelijk. Dit onderdeel wordt twee keer in het jaar gemeten en geeft een totaalbeeld van alle contacten die wij als corporatie hebben met onze huurders. Over het geheel bekeken zijn onze huurders gemiddeld iets tevredener dan in 2024.
Aedes Benchmark Huurdersoordeel (totaal oordeel A) Al een aantal jaren doet Oost West Wonen mee aan de Aedes Benchmark. Deze benchmark biedt corporaties inzicht in hun prestaties en maakt de prestaties onderling vergelijkbaar. Eén van de prestatievelden is het Huurdersoordeel. Het gaat hierbij om de volgende drie deelscores: Nieuwe huurders, Reparatieverzoeken en Vertrokken huurders. Op basis van de drie deelscores wordt een letter (A, B of C) toegekend voor het hele prestatieveld. Voor Oost West Wonen geldt voor 2025 een A als score voor het Huurdersoordeel, in 2024 was dit ook een A.
De tabel hieronder toont de scores uit de Aedes Benchmark van 2025 per deelscore voor zowel Oost West Wonen als landelijk.
Tabel: Resultaten KWH per meetonderdeel 2025
Bron: KWH Klantvizier, d.d. 20 januari 2026
De individuele resultaten van de verschillende meetonderdelen zijn positief. Onze huurders waarderen Oost West Wonen gemiddeld met een 8,2 op de hierboven genoemde klantreizen, tegenover een streven in het jaarplan 2025 van een 8,0. Op alle onderdelen scoren we een 8,0 of hoger. Ten opzichte van 2024 ontvangen we op de meeste onderdelen een hogere waardering. Enkel op reparaties en onderhoud is de waardering iets gezakt.
Tabel: Score Aedes Benchmark 2025
Bron: KWH, d.d. 15 december 2025
1.2 Klantvisie
Vanaf 2023 zijn we aan de slag met onze klantvisie. De gedachte achter de klantvisie is dat we klantbewust ons werk doen, waarbij we ons verplaatsen in onze huurder of woningzoekende. Dat we regelmatig de klantvisie weer op tafel leggen is van belang om elkaar er bewust van te houden dat we een klantvisie hebben, dat deze een doel dient en richting geeft. In de klantvisie is verwoord waar wij voor staan, hoe wij met onze huurders en woningzoekenden omgaan en wat huurders en woningzoekenden van ons mogen verwachten. We zien dat de intentie die uit de klantvisie spreekt steeds meer zijn invloed krijgt naar hoe we met huurders omgaan.
De 5 kernbeloften uit de klantvisie zijn:
1. We zijn er voor de huurder
2. We doen wat we zeggen
3. We luisteren en zijn betrokken
4. We zijn zichtbaar in de wijk
5. We zijn laagdrempelig en aanspreekbaar.
In 2025 zijn we verder aan de slag gegaan met de kernbeloften en ook in 2026 gaan we dat weer doen. We brengen ze tijdens afdelingsoverleggen en een aantal personeelsbijeenkomsten onder de aandacht.
Deelscore Oost West Wonen 2024 Oost West Wonen 2025

1.3 Huurdersverenigingen
De huurdersverenigingen zijn voor Oost West Wonen een belangrijke gesprekspartner. Binnen ons werkgebied zijn twee verenigingen actief: Huurdersvereniging Goedereede en Huurdersvereniging Goeree-Overflakkee.
Met beide verenigingen onderhouden we een constructieve samenwerking. Zij zijn nauw betrokken bij het opstellen en ondertekenen van onder andere de prestatieafspraken en andere beleidsdocumenten.
Tijdens de maandelijkse informele overleggen brengen zowel de huurdersverenigingen als Oost West Wonen
onderwerpen ter sprake die relevant zijn voor onze huurders. Zo wordt aandacht besteed aan kwesties en signalen van huurders, evenals aan de uitwisseling van informatie over actuele ontwikkelingen en activiteiten die Oost West Wonen onderneemt.
Naast de maandelijkse informele overleggen vinden er ook vier formele overleggen plaats met beide huurdersverenigingen. In 2025 kwamen onder meer beleidsafstemming, de voortgang van projecten, ontwikkelingen binnen het personeel, de begroting, de jaarrekening en natuurlijk de jaarlijkse huurverhoging aan bod.
Betaalbaar, beschikbaar, geschikt



Oost West Wonen is de enige woningcorporatie op Goeree-Overflakkee en bezit ongeveer 28% van het totale woningaanbod op het eiland. Daarmee leveren we een belangrijke bijdrage aan het beschikbaar houden van betaalbare huurwoningen voor de inwoners van GoereeOverflakkee. Eind 2025 verhuurden we 6.169 woningen. Daarnaast woonden ongeveer 327 huishoudens via een zorgorganisatie in woningen of appartementen van Oost West Wonen. Dit jaar hebben we 41 eenheden (zorgappartementen) van CuraMare weer in eigen beheer teruggenomen. Ook verhuren we 111 flexwoningen aan de gemeente Goeree-Overflakkee voor de opvang van langdurig ontheemden uit Oekraïne.
2.1 Nieuwe verhuringen
In 2025 verhuurden we in totaal 449 woningen aan woningzoekenden. Het grootste deel hiervan betrof reguliere verhuur met een huurprijs tot € 900,07. Van deze 449 woningen verhuurden we 10 woningen voor een hogere huurprijs, boven de liberalisatiegrens. Daarnaast brachten we 55 woningen tijdelijk onder bij leegstandbeheerder Gapph omdat deze woningen op termijn worden gesloopt.

Om statushouders te kunnen huisvesten, zijn 15 woningen voor een korte periode beschikbaar gesteld aan de gemeente
Goeree-Overflakkee. Deze 15 woningen vallen buiten het totaal van 449 verhuurde woningen.
Oost West Wonen hanteert een tweehurenbeleid om het grootste gedeelte van onze woningen beschikbaar en betaalbaar te houden. Wanneer een woning vrijkomt, wordt de huurprijs opnieuw bepaald, oftewel geharmoniseerd.
Hierbij is de streefhuur het uitgangspunt voor de huurprijs van de volgende huurder. De streefhuur is gebaseerd op de woningwaardering en zegt onder andere iets over de kwaliteit van de woning. In 2025 werd 81,8% (87,5% in 2024) van de verhuurde woningen aangeboden met een huurprijs onder de € 731,93. Dit bedrag vormt de hoge grens van het passend toewijzen.
In 2025 hebben we in totaal 187 woningen afgetopt (146 in 2024). Van deze woningen verhuurden we 164 woningen tegen een lagere huur aan huishoudens met een lager inkomen. Daarnaast verhuurden zijn 23 woningen (17 in 2024) afgetopt op de liberalisatiehuurgrens.
De woningmarkt blijft krap, waardoor huurders minder snel doorstromen. De hogere prijzen van koopwoningen maken bovendien de overstap van een huur- naar een koopwoning minder aantrekkelijk. In 2025 hebben 451 huurders hun woning verlaten (419 in 2024), wat leidt tot een mutatiegraad van 7,4% (7,0% in 2024). Dit percentage ligt boven de verwachte norm van 6,4%.
In 2025 was sprake van meer mutaties dan vooraf verwacht. Een deel van deze extra wisselingen komt doordat sloopwoningen langer tijdelijk zijn verhuurd via onze leegstandbeheerder Gapph. Dit leidt automatisch tot meer mutaties. Daarnaast zijn er in 2025 meer woningen verkocht dan voorzien, ook dit draagt bij aan de hogere mutatieaantallen.
2.2 Passend toewijzen
Woningcorporaties zijn wettelijk verplicht om hun woningen passend toe te wijzen volgens de richtlijnen van de overheid. Dit betekent dat de huurprijs moet aansluiten bij zowel het inkomen als de huishoudsamenstelling van de woningzoekende. Op deze manier wordt voorkomen dat huishoudens met een lager inkomen een huur krijgen die niet bij hun financiële situatie past. De normen voor passend toewijzen worden jaarlijks door de overheid vastgesteld.
In 2025 bedroeg de passende huur € 682,96 voor een of tweepersoonshuishoudens en € 731,93 voor huishoudens van meer dan twee personen. De bijbehorende inkomensgrenzen vanuit de huurtoeslagwet zijn € 27.775 voor eenpersoonshuishoudens en € 37.350 voor huishoudens met meer personen. Daarnaast geldt dat alleenstaanden met een inkomen tussen € 27.775 en € 37.350 recht hebben op een huur van maximaal € 682,96. Corporaties moeten ervoor zorgen dat minimaal 95% van de woningen die worden toegewezen aan huishoudens onder de inkomensgrens, worden verhuurd onder de aftoppingsgrens.
In het afgelopen jaar heeft Oost West Wonen 233 woningzoekenden een passende woning toegewezen. Daarmee is 100% van de toegewezen woningen passend toegewezen (net als in 2024). Daarnaast ontvingen 206 huishoudens met een inkomen buiten de passend toewijzen grens een woning, waarvan 116 alsnog een huurprijs kregen binnen de passend toewijzen grens. rens.
2.3 Toewijzingsnorm DAEB
De overheid heeft naast het passend toewijzen ook regels opgesteld over de inkomensgroepen die corporaties mogen huisvesten, de zogenaamde DAEB-regels. Voor Oost West Wonen betekent dit dat 85% van de woningen moet worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen lager dan € 49.669 (voor eenpersoonshuishoudens) of € 54.847 (voor meerpersoonshuishoudens). Volgens de prestatieafspraken beschikt Oost West Wonen naast de 7,5% vrije toewijzingsruimte over een extra 7,5% vrije toewijzingsruimte. Hierdoor kan met een totale vrije toewijzingsruimte van 15% ook aan huishoudens met een hoger inkomen een woning worden toegewezen.
In 2025 heeft Oost West Wonen 388 woningen toegewezen binnen de 85%-norm. Voor 51 woningtoewijzingen is gebruikgemaakt van de vrije toewijzingsruimte. Dit betekent dat over het hele jaar 11,6% van de vrije toewijzingsruimte is benut en 88,4% (90,8% in 2024) van de toewijzingen is gedaan aan huishoudens met een inkomen lager dan de gestelde grenzen (€ 49.669 of € 54.847).
In 2025 heeft Oost West Wonen de toewijzingen binnen de gestelde wet- en regelgeving uitgevoerd.
DAEB-verhuringen binnen 85% norm inkomensgrens
DAEB-verhuringen binnen 15% norm inkomensgrens 51 11,6% 15%
Passend toegewezen binnen huurtoeslag
Niet-passend toegewezen binnen huurtoeslag 0 0% 5%
Toegewezen boven huurtoeslag 206
In bijlage 3 van het jaarverslag is een verdere detaillering van de woningtoewijzingen opgenomen.
2.4 Ontruimingen
woning. Oost West Wonen heeft hiervoor een interne urgentiecommissie, bestaande uit twee medewerkers, waarvan één een vast lid is.
In 2025 hebben 59 huishoudens (48 huishoudens in 2024) met urgentie een woning toegewezen gekregen. Hierin rekenen we de 23 huishoudens die een woning kregen in verband met herstructurering niet mee. Daarnaast zijn er 9 woningen toegekend via directe bemiddeling, dit betreft voornamelijk mensen die vanuit de intramurale zorg komen. We constateren dat de druk op de woningmarkt om een geschikte woning te vinden hoog blijft. Van alle nieuwe verhuringen is 11,3% toegewezen aan mensen met een sociale of medische urgentie. Verder zijn er 17 woningen toegewezen aan statushouders. rens.
2.6 Verkopen
De woningen die Oost West Wonen verkoopt, passen strategisch gezien niet binnen onze portefeuille of bevinden zich in woonblokken waar al meerdere woningen van zijn verkocht. De woningverkopen vinden plaats op basis van vastgestelde verkoopuitgangspunten. De meeste woningen zijn het afgelopen jaar verkocht op basis van bieding door de koper. Voor alle woningen werken we met actuele NWWItaxatierapporten van onafhankelijke taxateurs. De koopakten worden aan de hand van een standaard koopakte opgemaakt door de notaris.
In 2025 zijn er 36 woningen verkocht. Verder zijn we met 5 woningen aan de slag voor verkoop in januari en februari 2026. In de begroting voor 2025 stonden 23 woningen op voor verkoop.
De gemiddelde verkoopopbrengst in 2025 bedraagt ruim € 300.000. Daarnaast is ongeveer € 28.000 ontvangen in verband met kortingen die gegeven zijn bij eerdere verkopen. Het bruto verkoopresultaat is bijna € 5.050.000 en betreft de verkoopopbrengsten onder aftrek van de boekwaarde van de betreffende verkopen en ook alle gemaakte verkoopkosten in het boekjaar. Aantal Realisatie Norm
In 2025 is er één woning ontruimd. Wij willen ontruimingen zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer echter ondanks onze inspanningen de huur niet wordt betaald, overlast blijft aanhouden of drugsgebruik aan het licht komt, zijn we genoodzaakt om stappen te ondernemen richting ontruiming.
2.5 Urgentie en taakstelling
In 2025 heeft Oost West Wonen weer veel verzoeken ontvangen voor een urgentieverklaring. Met een urgentieverklaring krijgen woningzoekenden voorrang bij het toewijzen van een sociale huurwoning. Urgente woningzoekenden ontvangen daarbij extra inschrijfduur, waardoor zij sneller in aanmerking komen voor een


2.7 Huurverhoging 2025
Afgelopen jaar is de gemiddelde huurverhoging op sociale huurcontracten ongeveer 4,5% geweest. Voor huurders met een hoger inkomen golden andere verhogingen: huurders met een hoger middeninkomen kregen de reguliere huurverhoging, terwijl huurders met een hoog inkomen een verhoging van € 75,- ontvingen. Ook bij de MOG-contracten en de Zorgcontracten is de huur met 4,5% verhoogd. De huurwoningen in de vrije huursector zijn verhoogd met 4,1%. Voor BOG-contracten en huurcontracten voor parkeerplaatsen, bergingen en garages gold een verhoging van 4,5%. De gevraagde huurverhogingen zijn noodzakelijk om te kunnen voldoen aan onze ambities: het bouwen van meer woningen plus het in stand houden, verbeteren én verduurzamen van ons huidige woningbezit.
2.8 Beschikbaarheid
Er ligt een grote opgave om onze doelstellingen op het gebied van beschikbaarheid te behalen. Om invulling te geven aan de opgave is een goede samenwerking met de gemeente Goeree-Overflakkee essentieel. Zowel op bestuurlijk als op operationeel niveau vindt daarom periodiek overleg plaats. Uitgangspunt van de besprekingen is de opgave die er lokaal ligt in gezamenlijkheid af te stemmen en te versnellen waar dat kan. In 2025 zijn de interne processen van projectontwikkeling binnen gemeente en Oost West Wonen inzichtelijk gemaakt en op elkaar afgestemd. Hierdoor hebben we meer inzicht in elkaars werkprocessen en de mijlpalen die nodig zijn om tot een omgevingsvergunning te komen. Dit versnelt het proces.
De opgave voor het eiland vertaalt zich bij de gemeente in een woonvisie en bij Oost West Wonen in een portefeuillestrategie. De gemeente stelde in november 2024 de woonvisie met zorg en welzijn 2024-2029 vast. Onze portefeuillestrategie ligt in lijn met de woonvisie, maar er is een toenemende druk om meer woningen toe te voegen dan in de woonvisie is benoemd. Deze druk wordt met name gevoed vanuit de Provincie en houdt verband met het relatief grote aantal beschikbare bouwlocaties op Goeree-Overflakkee. Oost West Wonen heeft in 2025 gezocht naar een koers om maximaal in te zetten op nieuw te realiseren woningen. Dit resulteert in een aangepaste portefeuillestrategie die naar verwachting begin 2026 zal worden vastgesteld.

Portefeuillestrategie
De portefeuillestrategie van 2024 was grotendeels geënt op het woningmarktonderzoek dat daaraan voorafging en de Nationale Prestatie Afspraken (NPA). Inmiddels hebben we gezien dat de middelen onvoldoende zijn om alle doelen uit de NPA te realiseren. Ook is er grote prioriteit, zowel maatschappelijk als bestuurlijk, komen te liggen bij het bestrijden van het woningtekort. Deze gevoelde urgentie leidt ertoe dat ook daadwerkelijk meer woningbouwlocaties beschikbaar komen en investeringen verschuiven van bestaand bezit naar meer nieuwbouw.
Afgelopen jaar heeft Oost West Wonen in haar meerjarenbegroting rekening gehouden met deze ontwikkelingen en werkten we aan een nieuwe portefeuillestrategie. Uitgangspunt daarbij is dat we het bestaande bezit, wat onderhoud en energieprestatie betreft, op niveau houden, dat we de samenstelling van ons woningbezit vernieuwen en meer geschikt maken voor de huidige en toekomstige doelgroepen én dat er sprake is van groei in het aanbod.
Vastgoedcloud
De Vastgoedcloud is een ondersteuningsprogramma voor de Vastgoedsturing. De Vastgoedcloud hadden we al eerder aangeschaft maar nu hebben we het programma zo ingericht dat we deze voor verschillende aspecten zoals projectdoorrekeningen, complexbeheerplannen en scenario’s op corporatieniveau kunnen gaan toepassen. Nu we een groot aantal projecten op de planning hebben staan, is dit van belang om de regie te houden en te kunnen bijsturen als omstandigheden veranderen.
Actualisatie Investeringsstatuut
In 2025 hebben we ons Investeringsstatuut geactualiseerd. In de actualisatie werkten we het proces van ontwikkeling en de rollen van verschillende medewerkers verder uit.
Ook zijn de financiële beoordelingskaders voor investeringen vernieuwd. Dit was nodig omdat we nu meer sturen op de kasstromen. Implementatie van het nieuwe Investeringsstatuut gebeurt in 2026.
Verhogen productietempo en samenwerking ontwikkelende partijen
Veel nieuwbouwprojecten zitten in de haalbaarheidsfase waarbij we de steun van de gemeente nodig hebben voor de realisatie van betaalbare woningen tegen een sociale grondprijs. Veel grondposities zijn in handen van ontwikkelaars. In 2025 is veel tijd geïnvesteerd om bewustwording en acceptatie bij ontwikkelaars te laten ontstaan om de toevoeging van een derde sociale voorraad te borgen in de projecten. De druk op ontwikkelaars om sociale huur te realiseren vraagt van Oost West Wonen en gemeente doorzettingsvermogen en soms een flexibele houding om projecten mogelijk te maken. We merken dat Oost West Wonen eerder bij planvorming wordt betrokken om mee te denken over het sociale aanbod in een project. Dat maakt ook dat Oost West Wonen mee moet kunnen in het tempo van het project. Zowel gemeente als ontwikkelaars hebben veelal de ambitie om nog voor 2030 tot realisatie te komen. Dat is voor Oost West Wonen niet altijd vanzelfsprekend.
Projecten
In 2025 is onverminderd ingezet op de realisatie van nieuw te bouwen woningen en het verduurzamen van bestaand bezit. Wel leverden 50 nieuwbouwwoningen op, zoals ook was voorzien. De voortgang op projecten in ontwikkeling verloopt moeizaam.
Om de nieuwbouw vlot te trekken investeerden we in het herzien van interne processen en de afstemming hiervan met gemeente en marktpartijen. Het aantal projectinitiatieven is, mede door de verplichting om in ieder project een derde van het aanbod in sociale huur te realiseren, toegenomen. Eind 2025 zitten er meer dan 1.100 nieuw te bouwen sociale huurwoningen in de pijplijn.
De ambities op het gebied van verduurzamen zijn te hoog gebleken. Hier is een pas op de plaats gemaakt om middelen vrij te maken voor nieuwbouw. Eind 2025 is besloten om de integrale projectmatige aanpak om te gaan buigen naar een bouwdelen-aanpak. Dit betekent dat we op natuurlijke momenten bouwdelen verduurzamen. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats in 2026.
Realisatie ten opzichte portefeuillestrategie 2024 - 2035 De woningvoorraad is in 2025 nagenoeg gelijk gebleven. Tegenover 50 nieuw opgeleverde woningen staan 44 verkochte woningen en 5 gesloopte woningen. Hoewel de groei van het aantal woningen dit jaar door verkoop wordt beperkt, voldoen we met de projecten die nu in ontwikkeling zijn op termijn wel aan de portefeuilledoelstellingen. Verwachting is dat we pas in 2027 meer groei van de woningvoorraad realiseren, omdat ook in 2026 verkoop en sloop voor afname van de bestaande voorraad zorgen.

3. Leefbaarheid



Een goede en fijne woonomgeving is voor Oost West Wonen van groot belang. Dagelijks zetten wij ons in voor het bevorderen van de leefbaarheid in de dorpen en wijken waar onze woningen zich bevinden. Dit doen we in samenwerking met diverse organisaties, zoals de gemeente, zorg- en welzijnspartijen en de politie. Belangrijker nog, de bewoners zelf spelen een cruciale rol in het leefbaar houden van hun eigen buurt. In 2025 heeft Oost West Wonen ongeveer € 75.506 besteed aan fysieke leefbaarheid en € 71.550 aan sociale leefbaarheid. In paragraaf 3.2 is een overzicht opgenomen van de leefbaarheidsacties die in 2025 plaatsvonden.
3.1 Overlast
In 2025 ontvingen we in totaal 626 meldingen over leefbaarheid en overlast. Het merendeel van deze meldingen ging over last (366) en overlast (165). Daarnaast kunnen we de meldingen opdelen in de categorieën: klacht (77), signalering (61), leefbaarheid (22), geschil (6), Opiumwet (4) en schade (3).
Wanneer huurders een overlastmelding doen, pakt een medewerker van Oost West Wonen deze op. Afhankelijk van de aard van de melding en het achterliggende verhaal bepalen we welke stappen nodig zijn en of deze door de woonconsulent of door de gebiedsbeheerder wordt opgepakt. Zowel de melder als de betrokken huurder speelt een belangrijke rol bij het oplossen van de situatie.
Ook in 2025 hebben we, in samenwerking met onze ketenpartners, actief ingezet op het verbeteren van de woon- en leefomgeving rondom onze huurwoningen. Dit heeft ertoe geleid dat veel huurders zijn aangesproken op het onderhoud van hun voor- en/of achtertuin, evenals het schoon en toegankelijk houden van zij- of achterpaden. Wanneer huurders na herhaalde verzoeken geen actie ondernemen, schakelen we op hun kosten een hovenier in om het tuinonderhoud uit te voeren. Uiteraard proberen we dit zoveel mogelijk te voorkomen.
Sinds 2025 was er extra aandacht voor ondermijningsactiviteiten in onze huurwoningen, ook hierin trekken we samen met de ketenpartners op. Wanneer sprake is van drugs, wapens, vuurwerk of andere illegale praktijken, spreken we huurders hier direct op aan met een huuropzeggingsbrief. Daarnaast betrekken we de gemeente en politie zo vroeg mogelijk bij deze situaties. Door deze samenwerking wordt cruciale informatie tijdig gedeeld, zodat we snel en doeltreffend kunnen handelen.
3.2 Leefbaarheidsacties
Naast het aanpakken van overlast zetten we ons al enkele jaren actief in voor het bevorderen van leefbaarheid. Dit doen we door middel van diverse leefbaarheidsacties, die we zoveel mogelijk samen met onze huurders, de gemeente, basisscholen, welzijnsorganisaties en andere betrokken partijen uitvoeren. Het doel van deze acties is het creëren van een prettige woonomgeving, het versterken van de onderlinge verbinding, het stimuleren van positieve gedragsverandering en het vergroenen van de buurt. Binnen deze vergroening speelt biodiversiteit een belangrijke rol, omdat een groene en gevarieerde woonomgeving bijdraagt aan het milieu én het welzijn en woongenot van bewoners.
De afgelopen jaren zijn er diverse bewonersavonden georganiseerd in verschillende gebieden. In de loop van de tijd hebben we kunnen concluderen dat er weinig animo is voor zulk soort bewonersavonden.
De bewonersavonden hadden als thema ‘Leefbaarheid’. Binnen dit thema werden sprekers uitgenodigd, zoals Buurtbemiddeling, GO Voor elkaar, Stichting Zijn, de dorpsraad, Politie en wethouders. Gemiddeld genomen was er op deze avonden een opkomst van zo’n 8%-10%.
Op het moment dat wij aansluiten bij bewonersmiddagen/ avonden met een thema, zoals bijvoorbeeld nieuwbouw, merken we dat er een aanzienlijk hogere opkomst plaatsvindt.
Om deze reden willen we ons het komende jaar vooral focussen op de vraag vanuit de bewoners.
In het kader van leefbaarheid is er in 2025 ook een start gemaakt met een doorstroombeleid voor ouderen.
Voorbeelden van leefbaarheidsacties van het afgelopen jaar zijn:
• Aansluiten bij huurdersbijeenkomsten en informatieavonden om uitleg te geven over de rol van een woonconsulent.
• Het organiseren van een feest met als doel elkaar te ontmoeten, zichtbaarheid te creëren en de leefbaarheid te inventariseren.
• Plakacties om informatie te geven over energie besparen met tips te delen en energiebesparende middelen aan te bieden.
• Plaatsen van diverse tuinhekken en herindeling van groen
• Aansluiten bij inloopspreekuren van Sitchting Zijn
• Aanschaf picknicktafel
• Inloop koffieochtend
• Bijeenkomsten met voorlichting brandpreventie
• Aanwezigheid op scholen
• Samenwerking tuinonderhoud vluchtelingenwerk en mensen zonder sociaal netwerk.



4. Maatschappelijke verbinding
Als woningcorporatie hebben we een cruciale rol in de samenleving: zorgen voor huisvesting van mensen die hier om wat voor reden dan ook niet zelf in kunnen voorzien. In veel gevallen mensen met een lager inkomen en regelmatig in combinatie met psychisch sociaal maatschappelijke problematiek. Om deze taak optimaal uit te voeren, werken we samen met andere partijen op het eiland. Deze integrale benadering vraagt veel inzet, maar biedt ook de nodige meerwaarde. Steeds meer samenwerkingspartners erkennen het belang van samenwerking om daadwerkelijk resultaat te behalen. Door goed samen te werken, creëren we duurzamere oplossingen die onze inwoners beter ondersteunen. Een essentieel aspect van deze samenwerking is het tijdig delen van informatie, waarvoor verschillende convenanten zijn ondertekend. Hoewel er zeker sprake is van vooruitgang, zien we nog kansen om hierin verder te verbeteren.
De samenwerking wordt versterkt doordat we elkaar vaker treffen en intensiever in gesprek zijn, zowel met de gemeente als met zorg- en welzijnspartners en andere ketenpartners. Daarnaast merken we dat de omgeving waarin we als organisaties opereren steeds complexer wordt, waardoor de behoefte om gezamenlijk op te trekken steeds urgenter wordt. Het is positief om te zien dat Oost West Wonen steeds vaker betrokken wordt bij uiteenlopende zaken. Ook investeren we zelf in deze samenwerking door actief deel te nemen aan diverse projecten. Deze investeringen zijn geen vrijblijvende inspanning en vereisen de nodige inzet van onze collega’s. We hopen dat dit leidt tot verdere versterking van de samenwerking.
4.1 Raadplegen stakeholders Oost
West Wonen
We zijn gewend om jaarlijks een stakeholdersbijeenkomst te organiseren. Dat hebben we het afgelopen jaar niet gedaan, maar dat wil niet zeggen dat we onze stakeholders niet hebben gesproken. Vanwege de visitatie en het nieuwe ondernemingsplan dat in de maak is, hebben we een brede groep stakeholders gesproken over ons presteren van de afgelopen jaren en het met hen gehad over de toekomst. In de eerste helft van 2026 organiseren we een stakeholdersbijeenkomst om onze nieuwe visie te delen en onze stakeholders te bevragen op hun bijdrage.

4.2 Regionale Woondeal
De corporaties van Molenlanden, Hoekse Waard, Drechtsteden en Goeree-Overflakkee zijn verenigd in de regio Zuid Holland Zuid. Nadat zij bij de eerste woondeal niet hebben meegetekend omdat het aanbod te realiseren sociale huurwoningen van de corporaties veel hoger lag dan het bod van de gezamenlijke gemeenten zijn we steeds dichter naar elkaar aan het toegroeien. De opgaven per gemeente zijn divers, maar de provinciale en landelijke overheid zien de individuele gemeenten steeds minder als een entiteit, zij kijken naar de regio en hoe daar de opgaven worden verdeeld. Als corporaties hebben we in 2025 met elkaar gesproken over de grootste gezamenlijke knelpunten die de bouw van nieuwe woningen vertragen. Met een duidelijke prioritering komen we tot een set aan maatregelen om de bouw te versnellen. Deze mate van initiatief wordt ook door de Provincie en het Rijk gewaardeerd.
4.3 Gemeente Goeree-Overflakkee
Samen met de gemeente zijn we verantwoordelijk voor het wonen op Goeree-Overflakkee. We willen zo optimaal mogelijk samenwerken. Door samen te werken, hebben we de verwachting en ervaring dat dit de leefbaarheid op het terrein van samenleven, voorzieningen en infrastructuur bevordert. Door samen te werken ontstaat er ook wederzijds begrip voor elkaar en meer werkplezier in datgene dat we weten te bereiken.
De versnellingstafel met de gemeentelijke partijen (wethouder, ambtenaren en projectleiders) heeft in 2025 zo’n 10 keer plaatsgevonden. Op de agenda stonden concrete projecten die vanuit het belang van Oost West Wonen of vanuit de gemeente extra aandacht nodig hadden om de voortgang te bespoedigen. Ook is het gezamenlijke proces van het werken aan projecten en de aansluiting tussen de twee organisaties uitgewerkt. Dit heeft in december 2025 geresulteerd in een gezamenlijke presentatie aan projectleiders van de gemeente en Oost West Wonen. Doel is om vanuit een gezamenlijke bril te kunnen versnellen binnen de procedures die beide organisaties moeten doorlopen. In 2026 richten we ons ook tot de externe marktontwikkelaars die op Goeree-Overflakkee actief zijn.
Een bijzondere samenwerking was de evaluatie die beide organisaties hebben gedaan op de unieke samenwerking rondom de realisatie van 111 flexwoningen voor de huisvesting van Oekraïense Ontheemden. Dit project kent vele successen, maar ook leerpunten. Dit hebben we, met ondersteuning van een externe, vertaald naar een evaluatie in april 2025, waarin we specifiek het succes, de aandachtspunten en de onderlinge samenwerking hebben bevraagd. We zijn tot de conclusie gekomen, dat we veel steun bij elkaar hebben gevonden om dit project naar succes te brengen. Tegelijkertijd hebben we geleerd nog duidelijkere verwachtingen naar elkaar toe uit te spreken en deze te begrijpen.
4.4 Prestatieafspraken
Ook in 2025 werkten we samen met de gemeente en huurdersverenigingen aan de lokale prestatieafspraken. Veel van onze afspraken maakten we waar, maar we spraken ook de wens naar elkaar uit om nog concretere afspraken te maken en strakker te monitoren. Bij het maken van de afspraken voor 2026 hebben we voor het eerst een adviesbureau ingehuurd om ons te begeleiden bij proces en inhoud. We wilden meerjarige prestatieafspraken maken, maar vanwege de gemeentelijke verkiezingen en het in de maak zijnde ondernemingsplan hebben we gezamenlijk besloten voor 2026 jaarlijkse afspraken te maken en aan te sturen op meerjarige afspraken voor 2027 en verder.
4.5 Samenwerking met zorg- en welzijnspartijen
De relatie met zorgorganisaties die actief zijn binnen de gemeente Goeree-Overflakkee is goed. In het afgelopen jaar zijn er de nodige periodieke overleggen gevoerd met de verschillende zorg -en welzijnsinstellingen. De overleggen zijn bedoeld om elkaar mee te nemen in ontwikkelingen, af te stemmen op zaken die spelen, het versterken van initiatieven en het komen tot een intensievere samenwerking. Het is onze overtuiging dat we door middel van samenwerken meer voor elkaar kunnen krijgen en huurders beter kunnen helpen. Daarnaast levert goed samenwerken met elkaar werkplezier en energie op.
Om georganiseerd met zorg- en welzijnspartijen te kunnen samenwerken hebben we periodieke overleggen. Deze overleggen hebben we met Sjaloom Zorg, CuraMare, Pameijer, Stichting Kairos en welzijnsorganisatie Stichting ZIJN.
Tussenwoonvorm met Sjaloom Zorg
In 2025 hebben we de samenwerking met Sjaloom Zorg rondom de ‘tussenwoonvorm’ geëvalueerd. De eerste bewoners zijn in mei 2024 daar gaan wonen. Binnen enkele maanden was de locatie geheel bewoond. De evaluatie was positief. Zowel Sjaloom Zorg, als de gemeente, de bewoners en wij zijn positief. Deze woonvorm vult echt een gat tussen intramuraal wonen en volledig zelfstandig wonen. Het doel van deze ‘tussenwoonvorm’ is dat huurders met zorgaandachtspunten gecontroleerd stappen gaan zetten in het (meer) zelfstandig wonen en daarna doorstromen naar een geheel zelfstandige woning. Binnen de gemaakte afspraken doen wij de verhuur en Sjaloom Zorg de ambulante zorg. De samenwerking verloopt heel constructief.
Gemeente Goeree-Overflakkee, woningcorporatie Oost West Wonen en huurdersverenigingen werken samen aan het realiseren van de woonambities op Goeree-Overflakkee. In de prestatieafspraken zijn afspraken gemaakt over hoe deze partijen hier gezamenlijk aan werken en bijdragen.
Duurzaamheid

“De de huurder essentieel. blij met stappen gezetVertegenwoordigers huurdersverenigingen


4.6 Huisvesten van specifieke doelgroepen
Vanuit Oost West Wonen verhuren we woongelegenheden voor specifieke zorgdoelgroepen. Zo huurt Sjaloom Zorg 135 appartementen/kamers voor mensen met een verstandelijke, lichamelijke of psychische problematiek. Gemiva huisvest in 20 appartementen mensen met een verstandelijke en/ of lichamelijke beperking. Pameijer helpt mensen met psychische problemen. Zij huren een woonvoorziening met 12 appartementen en huisvesten 25 mensen in reguliere woningen. In totaal verhuren wij 158 appartementen/kamers aan CuraMare. In de woongebouwen die wij aan CuraMare verhuren huisvesten zij ouderen die te maken hebben met (door ouderdom) lichamelijke beperkingen, of in mindere mate met dementie. Ook verhuren wij een woongebouw aan Stichting Kairos, een maatschappelijke opvang voor kwetsbare (jong)volwassenen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar. Zij worden geholpen om van hun verslaving en/of andere problematieken
af te komen, om daarna weer zelfstandiger te kunnen gaan wonen. Het woongebouw is geschikt voor 11 personen.
Een andere organisatie waar we mee samenwerken is Zeeuwse Gronden. In het woongebouw dat we aan hen verhuren, huisvesten we mensen met een psychiatrische problematiek. Deze mensen zijn bij Zeeuwse Gronden onder behandeling, terwijl ze op basis van een woonzorgovereenkomst een appartement huren van Oost West Wonen. Dit betreft 14 appartementen.
Verder huurt de gemeente een gebouw van Oost West Wonen waarin zij onderdak bieden aan 9 minderjarige statushouders. Op hun beurt verhuurt de gemeente deze weer aan Alleen Samen Zorg. Daarnaast hebben wij een gebouw met 12 appartementen welke wij met een tijdelijk tweejarig contract verhuren aan (voornamelijk) alleenstaande statushouders. Na de twee jaar of bij gezinshereniging verhuizen deze mensen door naar een andere woning binnen ons bezit.
4.7 Toekomstbestendig
leven
Het programma Toekomstbestendig Leven (TBL) kende in 2025 wat personele wisselingen. Zowel de programmamanager als één van de bestuurders uit de stuurgroep is gewisseld of vertrokken. We constateerden dat dit niet persé nadelig hoeft te zijn, omdat de activiteiten uit het jaarplan gewoon doorgang konden vinden. Tijdens de visitatie die door Raeflex is uitgevoerd in 2025 op het maatschappelijk presteren van Oost West Wonen kwam de samenwerking in dit bijzondere programma en de deelname van Oost West Wonen ruimhartig aan de orde. Er werd geconstateerd dat de deelname van de woningcorporatie een mooie toevoeging is aan de brede scope van wonen zorg en welzijn. Hierbij werd ook aangegeven dat het initiatief van Oost West Wonen als positief wordt gewaardeerd, waarbij we aanwezig, benaderbaar, ambitieus en zakelijk zijn. We mogen nog meer de regierol pakken.
In het algemeen kijken we terug op een succesvolle bijdrage aan het programma TBL, waarin we ook scherpere keuzes hebben gemaakt. Deze ligt, zoals te verwachten valt, namelijk veel minder op het terrein van de slimme oplossingen in zorgland, maar veel meer op de scheidslijn tussen wonen en welzijn en een juist uitrustingsniveau van onze huurwoningen.
4.8 Buurtbemiddeling
We werken samen met de gemeente aan het inzetten van buurtbemiddeling. We zijn in 2025, samen met de gemeente, een vierjarige overeenkomst met Judidit aangegaan voor de inzet van een effectieve buurtbemiddeling, de bijdrage die wij daarvoor betalen is € 7.500. Buurtbemiddeling wordt ingezet om daar waar onenigheid is tussen buren te bemiddelen en te komen tot een aanvaardbare oplossing voor beide partijen.
In 2025 zijn verschillende bemiddelingszaken door Oost West Wonen aangedragen.
4.9 SchuldHulpMaatje
Stichting SchuldHulpMaatje helpt mensen met beginnende of al gevorderde schulden om hun schuldsituatie weer inzichtelijk te maken en onder controle te krijgen. Vanuit
Oost West Wonen krijgen ze daar een bijdrage voor van 2.000 euro. SchuldHulpMaatje is in meerdere gemeenten actief om mensen te helpen met hun schulden. Voor de samenwerking is in 2021 een samenwerkingsovereenkomst voor 5 jaar getekend. Jaarlijks sluiten wij aan bij plaatselijk georganiseerde netwerkavonden.
4.10 ZuidWestSamen
Oost West Wonen participeert in een samenwerking met de Zeeuwse en een tweetal Brabantse corporaties in een samenwerking die ZuidWestSamen heet. Doelstelling van deze samenwerking is om te kijken waar de kracht van de samenwerking tot meerwaarde leidt. Dat kan zijn op het gebied van woonruimteverdeling, HR-vraagstukken, ICT, inkoop, verduurzaming of bijvoorbeeld verzekeringen. Met de succesvolle migratie naar Tobias 365 hebben we laten zien dat samenwerking ook samen leren en samen optrekken betekent. De migraties van de vijf corporaties in Tobias 365 hebben laten zien dat de samenwerking ook tot versnelling kan leiden, zonder dat we klakkeloos alles moeten overnemen. Ook hierin hebben we geleerd van elkaar. Dit heeft ertoe geleid dat we nog verdere stappen moeten zetten in de reikwijdte van de beheerorganisatie die hierbij hoort.
Het platform ZuidwestSamenWerkt heeft een heel andere ontwikkeling doorgemaakt. De HR-professionals van de verschillende corporaties concludeerden dan de externe ondersteuning niet meer nodig is. Kennisdeling, gezamenlijk optrekken als HR en het organiseren van verbindende evenementen voor de medewerkers van de deelnemende corporaties zijn voldoende geland binnen de groep om hier zelf regie op te pakken. Een mooie ontwikkeling.


5. Duurzaamheid en kwaliteit


Duurzaamheid en kwaliteit staan centraal in alles wat wij doen. Wij willen onze huurders niet alleen een betaalbare woning bieden, maar ook een prettige en gezonde plek om te wonen, nu en in de toekomst. Door duurzame keuzes te maken op bouwdeelniveau (de nieuw ingeslagen route) verlagen we het energiegebruik, beperken we de impact op het milieu, dragen we bij aan lagere woonlasten en spelen we beter in op toekomstige ontwikkelingen. Tegelijkertijd investeren we in kwaliteit: goed onderhouden woningen, een comfortabel binnenklimaat en aandacht voor de leefbaarheid van onze wijken. Hierbij hanteren we als kader dat de kwaliteit eenvoudig én doelmatig is. Zo zetten we onze middelen zo effectief mogelijk in en werken we stap voor stap aan een woningvoorraad die klaar is voor de toekomst en bijdraagt aan een fijne leefomgeving.
5.1 Duurzaamheid
Om de balans te vinden tussen enerzijds de verduurzaming en anderzijds de benodigde groei in beschikbaarheid is er besloten om de verduurzaming af te bouwen naar een aanpak op bouwdelen. Hierdoor komt de verduurzaming niet stil te liggen, maar voeren we alle werkzaamheden uit op ‘no regret’ basis. Daardoor voorkomen we dat investeringen in duurzaamheid worden ingehaald door de tijd. De gemeente is goed onderweg met het vormen van een energievisie op het eiland door de samenwerking met alle aangesloten partners in RES verband. Inmiddels lijkt de haalbaarheid van warmtenetten op Goeree-Overflakkee ook aanstaande. De aanpak op bouwdelen sluit goed aan op de gemeentelijke visie en het onderzoek naar de haalbaarheid van warmtenetten. Ook op het gebied van circulariteit is Oost West Wonen in beweging, zo is het eerste project op de manier van ‘Het nieuwe Normaal’ uitgerold, en zijn we eind 2025 uitgenodigd door de gemeente om te participeren in de circulaire ketensamenwerking hoogwaardig hergebruik.
Regionale Energie Strategie (RES)
De gemeente en andere RES-partners zoals de provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta, Deltawind, Stedin en Oost West Wonen ondertekenden in 2024 een gezamenlijke startnotitie. Hierin wordt kortgezegd beschreven dat de regio op een kruispunt staat. Er ligt een opdracht om de energievoorziening van Goeree-Overflakkee te verduurzamen. Dit kunnen de partijen niet alleen. De starnotitie markeert het begin van een langdurige samenwerking om tot een visie te komen over hoe de energievoorziening op ons eiland moet en kan worden verduurzaamd. In 2025 zijn de RES-partners aan de slag gegaan met de zogenoemde werkgroepen. De werkgroepen kijken vanuit verschillende invalshoeken naar het energiesysteem op het eiland. Van eindgebruikers en
gebouwde omgeving tot aan betaalbaarheid, businesscase en ruimtelijke Inpassing. Alles passeert de revue om zo alle belangrijke aspecten van het energiesysteem in kaart te brengen. In 2026 gaan de RES-partners verder met de werkgroepen, na de inventarisatie volgt de tweede fase waarin wordt gekeken naar alle dilemma’s en probleemstellingen. Met al deze puzzelstukken werken we uiteindelijk toe naar de visie over hoe we van de wereld van A (het huidige energiesysteem) naar de wereld van B (het toekomstige energiesysteem) komen.
Power to
Heat (P2H)
Los van de RES-samenwerking, maar met een gezamenlijk doel, is het pilotproject Power to Heat (P2H) door de gemeente opgezet. In dit pilotproject wordt specifiek gekeken naar de haalbaarheid van (schaalbare) warmtenetten op GoereeOverflakkee. Oost West Wonen is een belangrijke stakeholder, enerzijds omdat zonder de bereidheid van Oost West Wonen om aan te sluiten, de businesscase niet realistisch lijkt en anderzijds omdat Oost West Wonen nog een grote slag te slaan heeft op het gebied van energetische verduurzaming van haar woningvoorraad. In 2026 wordt gewerkt aan de totstandkoming van een intentieverklaring waarmee de gemeente met een aantal partijen waaronder Oost West Wonen wil onderzoeken hoe ze tot een uitvoerbaar plan voor Power to Heat warmtenetten op het eiland kunnen komen (haalbaarheidsfase). Het is de wens om na deze periode tot een samenwerkingsovereenkomst te komen waarin wordt vastgelegd hoe en op welke manier deze Power to Heat warmtenetten gerealiseerd kunnen worden (realisatiefase). Belangrijk om hierbij te vermelden is het feit dat het gaat om bijzondere warmtenetten die worden ontworpen in de geest van de nieuwe Wet Collectieve Warmte (WCW), het gaat nadrukkelijk niet om warmtenetten die in handen komen van grote (commerciële) energieleveranciers.
Project Stad Aardgasvrij
Het Rijk stelt 6 miljoen euro beschikbaar voor het waterstofproject Stad Aardgasvrij in Stad aan ’t Haringvliet. Met deze bijdrage is ongeveer de helft van het nodige subsidiebedrag binnen. De volledige financiering is dus nog niet rond, maar deze stap vergroot de kans op aanvullende investeringen door andere partijen. De ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Klimaat en Groene Groei (KGG) steunen het project vanwege de kennis die wordt opgedaan.
De komende periode voert het projectteam gesprekken met mogelijke partners en financiers. Ook onderzoekt het team aanvullende subsidieregelingen voor bijvoorbeeld de elektrolyser. Oost West Wonen heeft hier vooral een ondersteunende rol, maar is geen trekker van het project van 2024.
Energiebesparende maatregelen
De uitgangspunten van de Energie Besparende Maatregelen (EBM) zijn in 2025 herzien. Vanwege de hernieuwde focus op nieuwbouw hebben we onze plannen aangepast. Het maatregelenpakket is gewijzigd van De Standaard naar een bouwdelen-aanpak. De voorbereiding en uitvoering hebben geleid tot een grotere doorlooptijd. Als gevolg hiervan zijn er in 2025 geen nieuwe projecten gestart. Het EBM- project aan de Ds. Montijnstraat en omgeving is afgerond waardoor 58 woningen zijn opgeleverd. Ook is in 2025 de raamovereenkomst met de ketenpartners verlengd tot 31 december 2030. Dit alles is vastgelegd in het Addendum Versie 1.1 d.d. 16 juni 2025. In 2025 zijn op individuele basis, vanwege mutatie, naar aanleiding van klachten of concreet verzoek de volgende energiebesparende maatregelen uitgevoerd:
• 70 woningen voorzien van HR++ glas;
• 9 woningen voorzien van dakisolatie;
• 47 woningen voorzien van vloerisolatie;
• 5 woningen voorzien van cv-installatie.
Circulariteit en klimaatadaptatie
Op het gebied van circulariteit doen we ervaring op met de milieuprestatie gebouwen (MPG). De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Ook voor onze verbeterprojecten willen we de MPG gaan bepalen. Daarnaast hanteren we ‘Het Nieuwe Normaal’ bij het houtbouwproject in Stellendam, hiermee breiden we onze kennis over circulariteit in de praktijk uit en krijgen we meer inzicht over hoe we dit kunnen toepassen in volgende projecten. Daarnaast werken we op dit gebied ook met de gemeente samen, onder ander door lokale prestatieafspraken te maken over het beter op de kaart krijgen van klimaatadaptatie.
EFG-labels
In 2025 hebben we verdere stappen gezet in het wegwerken van woningen met een energielabel E, F en G. De eerste twee kwartalen zijn besteed aan het verder op orde krijgen van de data in onze primaire systemen. Atriensis heeft de resterende woningen voorzien van actuele energielabels. Op basis hiervan zijn er woningen geselecteerd welke voor de EFG-aanpak in aanmerking kwamen. Er zijn 19 woningen verduurzaamd naar een beter label (dit betreffen de laatste opleveringen van het EBM-project in de Montijnbuurt). Dit is de helft minder dan in eerste instantie verwacht. We hebben ons beraden op de aangepaste koers ten aanzien van onze duurzaamheidsambities, waardoor de opdrachtverstrekking naar de ketenpartners ook langer op zich liet wachten. Deze woningen worden in 2026 meegenomen met de batch woningen die in dat jaar gepland staan. Ondanks deze vertraging blijven we op koers om uiterlijk in 2028 alle woningen met een EFG-label te verbeteren.
Realisatie ten opzichte van de portefeuillestrategie 2024 – 2035
De verduurzaming van de woningvoorraad is ten opzichte van 2024 weinig gevorderd op de doelstellingen van de portefeuillestrategie 2024-2035. Het toekomstbestendig isoleren (EBM) van woningen is deels gerealiseerd, met 151 opgeleverde woningen. Dit is in lijn met de prognose, maar blijft 200 woningen achter op de strategische opgave. Dit resulteert in een realisatiegraad van 47%. Een verdere versnelling is noodzakelijk om de doelstellingen voor 2035 te halen.
5.2 Algemeen onderhoud
Ons vastgoed is ons werkkapitaal. Hiermee voorzien we onze huurders van huisvesting. Vastgoed moet onderhouden worden en daar zijn we continu mee bezig. Dit neemt de nodige kosten met zich mee. Bij de uitvoering van dit onderhoud betrekken we graag onze huurders in een vroeg stadium, ook zijn we benieuwd hoe onze huurders de uitvoering en kwaliteit van de werkzaamheden ervaren hebben. Dit meten we vanuit KWH. Op deze manier streven we ernaar woningen te verhuren waarin het voor onze huurder fijn wonen is. Processen moeten zo goed mogelijk ingericht zijn waardoor we menskracht en geld zo efficiënt mogelijk inzetten.
Planmatig onderhoud
Onder planmatig onderhoud vallen de onderstaande soorten onderhoud:
• Regulier planmatig onderhoud
• Contract onderhoud
• Geriefsverbetering (< € 1.000)
• Vraaggestuurd onderhoud
• Planmatig onderhoud bij mutatie
• Asbest (bij reparatie en mutatie)
• Planmatig onderhoud bij EBM
Er vonden diverse geformaliseerde budgetverschuivingen plaats, waarbij we in de totaalbegroting gelijk zijn gebleven. Hieronder geven we per type onderhoud aan welke verschuiving heeft plaatsgevonden.
Regulier planmatig onderhoud
In 2025 hebben we € 8,3 miljoen uitgegeven aan planmatig onderhoud (begroot: € 9,3 miljoen), inclusief vraaggestuurd onderhoud. Vervanging van interieur (badkamer, keuken en toilet) vindt in 2025 nog vraaggestuurd plaats. In 2025 hebben we vraaggestuurd onderhoud uitgevoerd bij 141 woningen voor € 1,8 miljoen. Bij 66 woningen hebben we voor € 250.000 aan planmatig onderhoud uitgevoerd in combinatie met energiebesparende maatregelen. Dit waren projecten vanuit 2024. De geplande projecten voor 2025 zijn doorgeschoven naar 2026 en de jaren daarna. Om die reden is er een onderschrijding tussen de begroting en de realisatie. Daarnaast hebben we bij 366 woningen de Cv-ketel vervangen. Een groot deel van de uitgaven (€ 2,5 miljoen) is besteed aan het schilderen van 519 woningen.
Begroot Realisatie
2024 € 7.200.000 € 6.800.000 2025 € 9.349.000 € 8.304.000

Contractonderhoud
Dit is onderhoud wat jaarlijks terugkeert en waarvoor een contract is afgesloten (zoals bijvoorbeeld, liftonderhoud, cv-onderhoud, onderhoud aan deurdrangers, automatische deuren, brandmeldinstallaties, valbeveiliging e.d.). De uitgaven voor het contractonderhoud zijn in de lijn der verwachting. Er is echter wel een onderschrijding van de begroting omdat er in 2025 minder contracten afgesloten zijn dan verwacht. Dit komt door nog lopende garantieperiodes van nieuwbouwprojecten. Daarnaast zijn een aantal contracten voor de openbare verlichting verwerkt onder leefbaarheid.
Begroot Realisatie
2024 € 1.400.000 € 1.300.000
2025 € 1.561.000 € 1.377.000
Geriefsverbetering < € 1.000
De kosten voor geriefsverbeteringen onder de € 1.000, - per opdracht zijn lager dan verwacht, dit vanwege verbeteringen die we in woningen hebben doorgevoerd waarvoor we een subsidie hebben ontvangen in verband met Stad aardgasvrij. Er zijn 84 verzoeken geweest voor het aanbrengen van geïsoleerde betonvloeren, HR++ glas (individueel en bij schilderprojecten) en overige energiebesparende maatregelen.
Begroot Realisatie
2024 € 100.000 € 190.000 2025 € 100.000 € 5.600
Planmatig onderhoud bij mutatie
Planmatig onderhoud dat is uitgevoerd tijdens mutatie heeft te maken met het vervangen van de badkamer, keuken en toilet. Dit is uitgevoerd bij 164 woningen. Dit is ongeveer gelijk aan het aantal woningen in 2024. In 2025 zijn deze kosten net iets boven het begrote budget uitgekomen. Vanaf 1 januari 2025 wordt echter de asbestinventarisatie en -sanering ook onder PO bij mutatie opgenomen en niet meer separaat onder PO Asbest. Om een goede vergelijking met 2024 te maken staat deze hieronder daarom separaat opgenomen. De gerealiseerde kosten voor asbest liggen echter ruim binnen de begroting, waardoor het totaal gerealiseerde bedrag voor PO bij mutatie in 2025 (€ 2.119.156) ook binnen het begrote bedrag is gebleven (€ 2.181.000).
Begroot Realisatie
Aantal woningen
2024 € 1.380.000 € 1.615.383 163
2025 € 1.729.402 € 1.837.963 164
Asbest bij reparatie en mutatie
Dit zijn asbestwerkzaamheden die zijn uitgevoerd tijdens een reparatie of tijdens een mutatie. Voor de asbestinventarisatie en –sanering was € 451.598 begroot. Uiteindelijk is er slechts € 279.615 gerealiseerd en zitten we op slechts 62% van de begroting.
Begroot Realisatie
2024 € 420.000 € 455.193
2025 € 451.598 € 281.553
Reparatieonderhoud
Ondanks het preventieve onderhoudsprogramma kan het zijn dat zaken onverwachts stuk gaan en gerepareerd moeten worden. Op verzoek van onze huurders voeren wij deze reparaties uit. Voor een deel van deze reparaties en kleine herstellingen zijn huurders zelf verantwoordelijk. De reparaties verricht Oost West Wonen alleen wanneer de huurder daarvoor een serviceabonnement heeft afgesloten.
In 2025 zijn 7.541 reparatieverzoeken uitgevoerd met een totale waarde van € 2.394.508. De gemiddelde kosten per reparatie bedragen € 320, wat € 35 lager is dan de norm van € 355. Er staan daarnaast 110 openstaande reparatieverzoeken met een geraamde waarde van € 56.465. Hiermee komt de totale last inclusief verplichtingen uit op € 2.450.973. De realisatie komt daarmee uit op 88% van de begrote € 2.769.000.
In onderstaand overzicht is een overzicht weergegeven voor de jaren 2023 t/m 2025. Het is van groot belang om bij zowel reparatie als mutatieonderhoud ervaringscijfers vanuit het verleden zichtbaar te houden waardoor een bepaalde trend zichtbaar wordt.
Begroot Realisatie Aantal Bedrag per reparaties reparatie
2024 € 2.180.000 € 3.028.937 8.295 € 365 2025 € 2.769.000 € 2.450.973 7.541 € 320
Mutatieonderhoud
Als een huurder de woning verlaat, inspecteren we de leeggekomen woning en maken we de woning verhuurklaar voor de nieuwe huurder. Verder controleren we het energielabel en de woningwaarderingspunten.
In 2025 zijn 364 mutaties uitgevoerd met een totale waarde van € 2.724.964 (excl. reserveringen). Er zijn daarnaast 14 openstaande mutaties met een waarde van € 188.347. Inclusief verplichtingen bedraagt de totale realisatie € 2.913.311.
De gemiddelde kosten per mutatie komen uit op € 7.610, wat € 70 lager is dan de norm van € 7.680. De realisatie bedraagt 91% van de begrote € 3.206.000.
Begroot Realisatie Aantal Kosten per woningen mutatie
2024 € 2.860.000 € 3.230.944 402 € 8.032 2025 € 3.206.000 € 2.913.311 378 € 7.680
Voor alle mutatiewoningen worden, voordat de uitvoering plaatsvindt, prognoses opgesteld waarmee we de kosten maandelijks nauwlettend monitoren. 68 % (257) Van de woningen waar mutatieonderhoud heeft plaatsgevonden vallen binnen het begrote bedrag van € 7.680 en 32 % (121) van de woningen zitten boven de begrote norm van € 7.680. Bij 13% (49) van de woningen liggen de kosten boven de € 15.000. Het aantal mutatiewoningen waar veel werkzaamheden moeten worden uitgevoerd stijgt vanwege het beleid rondom vraaggestuurd onderhoud.
Meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB)
Alle bovenstaande onderhoudsuitgaven komen bijeen in een Meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB). In 2025 heeft Oost West Wonen een extern bureau gevraagd een onafhankelijke audit uit te voeren op de bestaande MJOB (2025-2034). Doel was enerzijds een kwaliteitstoets, en anderzijds het controleren van de onderhoudsuitgaven in relatie tot de MJOB (backtesting).
Algehele conclusie was dat de MJOB redelijk compleet is, al waren er kostendragers die structureel te laag begroot waren of te laat in de tijd geplot waren. Dit bleek uit de onderhoudsstaat van objecten in de steekproeven. De steekproeven bevestigen het beeld van de stijgende kosten op dagelijks onderhoud en het achterblijven van planmatig onderhoud. De betreffende onderdelen moeten beter uitgewerkt en begroot worden.
De MJOB ligt ten grondslag aan de Meerjarenbegroting voor 2026-2025. Van de aandachts- en verbeterpunten die de audit heeft opgeleverd, zijn de makkelijk over te nemen punten direct verwerkt. De overige aandachts- en verbeterpunten worden opgepakt in de verdiepingsslag van de MJOB in 2026.
5.4 Aedes Benchmark
Duurzaamheid & Onderhoud
Duurzaamheid (Score C)
Oost West Wonen liep en loopt nog steeds achterop met het verduurzamen van haar vastgoed in vergelijking met de meeste andere corporaties. Dit blijkt uit de isolatieprestatie van woningen, het aandeel slechte energielabels en het aandeel woningen dat voldoet aan de standaard isolatie-eisen. Het aandeel woningen dat aardgasvrij wordt verwarmd en het aandeel woningen dat voldoet aan de standaard isolatie-eisen is nauwelijks veranderd. Dit is een aandachtspunt, omdat het halen van prestatieafspraken hierdoor in gevaar komt. Hetzelfde geldt voor het versneld wegwerken van de slechte energielabels (E, F en G).
Waar Oost West Wonen in het verleden nog koploper was in het aandeel woningen dat is voorzien van zonnepanelen, zien we dat de weinig stedelijke corporaties ons nu ingehaald hebben. Het aandeel zonnecollectoren blijft over de hele sector stabiel laag (2,2-2,4%).
In de tabel hieronder zijn de scores weergegeven voor zowel Oost West Wonen als landelijk. Daarbij zijn ook de scores van het voorgaande verslagjaar weergegeven. Duurzaamheid wordt beoordeeld op het fossiel energieverbruik, de CO2-uitstoot en de isolatieprestatie van de woningen.
Onderhoud & Verbetering (totaal oordeel letter B)
Op het gebied van onderhoud en verbetering onderscheiden we drie prestatievelden; de instandhoudingskosten, de technische woningkwaliteit en de ervaren woningkwaliteit.
Op het gebied van instandhoudingskosten scoort Oost West Wonen letter A met een totale instandhouding (onderhoud, verbetering en verduurzaming) van € 2.872 per vhe (vorig jaar letter A met € 2.733 uitgaven). De ervaren woningkwaliteit scoort net als voorgaand jaar letter A met een cijfer van 7,3.
Benchmarkresultaat Onderhoud & verbetering
Kosten totaal onderhoud, verbetering en verduurzaming vijfjaarsgemiddelde* [€/vhe]
Kosten totaal onderhoud, verbetering en verduurzaming referentiewaarde* [€/vhe]
Index kosten totaal onderhoud, verbetering en verduurzaming vijfjaarsgemiddelde*
Technische woonkwaliteit (EP) [kWh/m2]
Technische woonkwaliteit referentiewaarde [kWh/m2]
Technische woonkwaliteit index
Ervaren woningkwaliteit [score]
Ervaren woningkwaliteit referentiewaarde [score]
Ervaren woningkwaliteit index
Vijfjaarsgemiddelde kosten onderhoud, verbetering en verduurzaming,
Referentiebedragen, €/vhe landelijke gemiddelde
Totaal voor de sector naar soort vhe


Duurzame en professionele organisatie



6.1 Organisatie
Het afgelopen jaar stond in het teken van het leggen van een stevig fundament voor onze medewerkers en de organisatie richting de nieuwe koers die Oost West Wonen zal varen in 2026. Door te investeren in zowel digitale systemen als de menselijke factor, hebben we stappen gezet richting een toekomstbestendige werkomgeving.
Organisatieontwikkeling en leiderschap
Organisatieontwikkeling heeft opnieuw een prominente plaats ingenomen binnen onze aandacht voor individuele groei, teamontwikkeling en leiderschap. Waar in 2024 de nadruk lag op verdiepende individuele trajecten en het versterken van teams, hebben we in 2025 voortgebouwd op deze fundamenten. Er zijn keuzes gemaakt in het leiderschapsteam wat o.a. heeft geleid tot een nieuwe structuur van aansturen van de afdeling Wonen. Met deze verandering en het invullen van de vacatures op leiderschapsniveau zijn we klaar om in 2026 verdere stappen te maken in professionalisering en samenwerking.
arbodienst halverwege het jaar, hebben zichtbaar invloed
Strategische Personeelsontwikkeling (SPO)
uitvoering gegeven aan het plan van aanpak dat op het terugdringen van geïdentificeerde veilige en gezonde werkomgeving. De medewerkers en aan de continuïteit van de verantwoordelijken voor de uitvoering van het plan van aanpak, uitgevoerde acties. De resterende punten uit het plan zowel uit de RI&E is gekomen als uit de efficiënt gebruik van ons bedrijfspand. Dit wordt door niet passend voor de capaciteit. Dit is eind 2025 uit voortgekomen zijn, kunnen we in 2026 verder
De doorontwikkeling van onze strategische personeelsontwikkeling heeft in 2025 niet de volle aandacht gekregen die we ons hadden voorgenomen. Op basis van de kwalitatieve en kwantitatieve analyse van 2024 is in 2025 een plan van aanpak uitgewerkt op organisatie- en subgroep-niveau. De trends in het huidige personeelsbestand, de karakteristieken van onze organisatie en de verwachte ontwikkelingen zijn hierin met elkaar verbonden. In 2025 is gestart met de uitvoering van dit plan, waarbij we specifiek sturen op de trends en subgroepen die uit de analyse naar voren kwamen om de juiste mensen op de juiste plek te houden. Gezien de ontwikkelingen binnen het leiderschapsteam is de uitvoering van het plan van aanpak gedurende het jaar gestagneerd en zal dit in 2026 met het nieuwe leiderschapsteam weer opgepakt worden.
in 2024 geïmplementeerde Afas systeem. Na het nieuwe functionaliteiten toegevoegd en processen medewerkers en leidinggevenden. Deze uitbreidingen en en een meer gestroomlijnde HR-keten. Daarnaast agenparkbeheer en de onboarding. Hiermee is geïntegreerde, efficiënte en toekomstbestendige HR-
Werkgeluk en vitaliteit
optimaliseren van organisatieprocessen. In onderstaande zijn vastgesteld
Werkgeluk heeft inmiddels een centrale plek ingenomen binnen ons HR-beleid. De nulmeting uit Q4 2024, waar we een werkgeluk cijfer hadden van 6,9, is vertaald naar concrete initiatieven per afdeling welke bijdragen aan het verhogen van het werkgeluk. In Q4 2025 is opnieuw een meting uitgevoerd, uit deze meting is een cijfer van 7,2 gekomen voor ons algehele werkgeluk. Hier mogen we zeker trots op zijn. De resultaten van de laatste meting zijn richtinggevend voor het beleid en de werkgelukinitiatieven in 2026. Met betrekking tot ons verzuim hebben we ook een positieve trend laten zien in 2025. Waar we aan het begin van het jaar gestart zijn met een verzuimpercentage van 6,9%, zijn we 2025 geëindigd met een verzuimpercentage van 3,2%. De focus op verzuim door leidinggevenden en HR, in combinatie met de overstap naar een persoonlijkere begeleiding door een nieuwe arbodienst halverwege het jaar, hebben zichtbaar invloed gehad op het verzuim.
primaire en ondersteunende processen op het verwachting in 2026 vastgesteld. Verder wordt in 2026 prolongatie en betalingen
volgens de PDCA-cyclus geëvalueerd Er zijn geoptimaliseerd. De processen die nog niet
opzichte van 2024 De oorzaak is tweeledig: klachten opgepakt wordt en er zijn significant meer
Veiligheid en Gezondheid (RI&E)
Onder begeleiding van de nieuwe preventiemedewerker is uitvoering gegeven aan het plan van aanpak dat voortkwam uit de RI&E van 2024. De aandacht lag met name op het terugdringen van geïdentificeerde veiligheids- en gezondheidsrisico’s en het versterken van een veilige en gezonde werkomgeving. De maatregelen die zijn genomen dragen bij aan het welzijn van medewerkers en aan de continuïteit van de organisatie. Door periodieke evaluaties met de verantwoordelijken voor de uitvoering van het plan van aanpak, is inzicht verkregen in de voortgang en effectiviteit van de uitgevoerde acties. De resterende punten uit het plan pakken we in 2026 verder op. Eén van de onderwerpen die zowel uit de RI&E is gekomen als uit de werkgelukmeting is het onderzoeken van het effectief en efficiënt gebruik van ons bedrijfspand. Dit wordt door onze medewerkers op bepaalde dagen ervaren als te krap of niet passend voor de capaciteit. Dit is eind 2025 door een externe partij onderzocht. Met de adviezen die hieruit voortgekomen zijn, kunnen we in 2026 verder.
Digitalisering: HR-informatiesysteem Afas 2025 stond in het teken van verdere doorontwikkeling van het in 2024 geïmplementeerde Afas systeem. Na het in gebruik nemen van de basismodules in 2024, zijn dit jaar nieuwe functionaliteiten toegevoegd en processen geoptimaliseerd, voortbouwend op de ervaringen van medewerkers en leidinggevenden. Deze uitbreidingen en aanpassingen zorgen voor een gebruiksvriendelijker systeem en een meer gestroomlijnde HR-keten. Daarnaast zijn nieuwe modules ontwikkeld, zoals onder meer het wagenparkbeheer en de onboarding. Hiermee is opnieuw een belangrijke stap gezet richting een volledig geïntegreerde, efficiënte en toekomstbestendige HR-dienstverlening.
Optimalisatie organisatieprocessen
In 2025 zijn we verdergegaan met het beschrijven en optimaliseren van organisatieprocessen. In onderstaande tabel is weergegeven welke (ondersteunde) processen in 2025 zijn vastgesteld.
Functiebeschrijving en waardering
Werving en selectie
Inhuren flex personeel
Inhuren ZZP
Verwerken stageverzoeken
Indiensttreding
Introductie
Uitdiensttreding
Gesprekkencyclus
Ziek- en herstelmelding
Ontwikkelverzoek indienen
Bedrijfsvoering: Afrekenen stook- en servicekosten
Overzicht vastgestelde processen 2025
Daarnaast is een start gemaakt met de uitwerking van andere primaire en ondersteunende processen op het gebied van ICT en leefbaarheid. Deze worden naar verwachting in 2026 vastgesteld. Verder wordt in 2026 gestart met het beschrijven van de ondersteunende processen prolongatie en betalingen.
Proces
HR:
De meeste van de eerder vastgestelde processen zijn in 2025 volgens de PDCA-cyclus geëvalueerd. Er zijn vervolgens een aantal aanpassingen gedaan en daarmee geoptimaliseerd. De processen die nog niet geëvalueerd zijn, worden in 2026 onder de loep genomen.
Afhandeling klachten op de dienstverlening
In 2025 zijn 76 klachten gemeld. Een stijging van 41% ten opzichte van 2024. De oorzaak is tweeledig: klachten worden steeds meer herkend waardoor het eerder als klacht opgepakt wordt en er zijn significant meer meldingen gedaan over de afhandeling van reparaties en de verdere dienstverlening van samenwerkende onderhoudspartijen, maar ook over de dienstverlening van Oost West Wonen.
De ondersteuning vanuit het secretariaat op het gebied van communicatie is het afgelopen jaar verder opgepakt en ingezet. Elke afdeling heeft een direct aanspreekpunt voor communicatievragen. Dit helpt om de grote stroom aan informatie en communicatievragen beter te signaleren, op te pakken en te borgen. Een blijvend aandachtspunt is de balans tussen de dagelijkse operationele ad-hoc taken en het behouden van voldoende ruimte voor het bepalen en uitzetten van de strategische koers en meer corporatie communicatie.
meldingen gedaan over de afhandeling van reparaties en de verdere dienstverlening van samenwerkende onderhoudspartijen, maar ook over de dienstverlening van Oost West Wonen
Interne communicatie speelde een sleutelrol bij de totstandkoming van het nieuwe ondernemingsplan. Door medewerkers actief bij dit proces te betrekken, hebben we gezorgd voor draagvlak en hopelijk ook een gedeelde visie op de toekomst van onze organisatie.
Qua externe communicatie hebben we in 2025 belangrijke stappen gezet om onze zichtbaarheid en toegankelijkheid te vergroten:
• Social Media: We hebben een nieuw social media beleid vastgesteld en geïmplementeerd, wat zorgt voor een doelmatige inzet van verschillende kanalen, richtlijnen per kanaal en een eenduidige en professionele uitstraling.
De actiepunten vanuit de 2e-lijns procescontrole zijn verder opgepakt, vooralsnog heeft dit niet geleid tot daadwerkelijke aanpassing van het klachtenproces. De actiepunten betreffen met name bewustwording rond klachtenaanpak en daarbij de inzet van verschillende rollen. Begin 2026 wordt weer een klachtcasus besproken en wordt ook het klachtenproces geëvalueerd.
De actiepunten vanuit de 2e-lijns procescontrole zijn verder opgepakt, vooralsnog heeft dit niet geleid tot daadwerkelijke aanpassing van het klachtenproces. De actiepunten betreffen met name bewustwording rond klachtenaanpak en daarbij de inzet van verschillende rollen Begin 2026 wordt weer een klachtcasus besproken en wordt ook het klachtenproces geëvalueerd.
Huurcommissie en Klachtencommissie
Er zijn in 2025 13 geschillen ingediend én afgerond bij de Huurcommissie
Hiervan waren 3 verzetszaken tegen een eerdere uitspraak van de voorzitter.
• Huurdersmagazine: Er is een nieuwe editie van het huurdersmagazine uitgebracht. Huurders waarderen deze editie van het huurdersmagazine gemiddeld met een 8.1.
• Digitale Toegankelijkheid: We hebben de website technisch en inhoudelijk verder verbeterd om te voldoen aan de normen voor digitale toegankelijkheid.
Visitatie
Verder gingen 2 zaken over de energieprestatievergoeding (1 ingetrokken, 1 ongegrond verklaard)
Ook waren er 2 klachten over gedragingen van de verhuurder (beiden niet-ontvankelijk).
Huurcommissie en Klachtencommissie
Tot slot kwamen 6 bezwaren binnen tegen de jaarlijkse huurverhoging, die door de Huurcommissie zijn beoordeeld (2 gegrond, 4 ongegrond)
Er zijn in 2025 13 geschillen ingediend én afgerond bij de Huurcommissie. Hiervan waren 3 verzetszaken tegen een eerdere uitspraak van de voorzitter. Verder gingen 2 zaken over de energieprestatievergoeding (1 ingetrokken, 1 ongegrond verklaard). Ook waren er 2 klachten over gedragingen van de verhuurder (beiden niet-ontvankelijk). Tot slot kwamen 6 bezwaren binnen tegen de jaarlijkse huurverhoging, die door de Huurcommissie zijn beoordeeld (2 gegrond, 4 ongegrond).
Bij de Regionale Klachtencommissie zijn dit jaar geen klachten gemeld.
Communicatie
2025 stond in het teken van het professionaliseren van de interne communicatie en het versterken van de verbondenheid tussen medewerkers en afdelingen. Een mijlpaal was de implementatie van ons nieuwe sociaal intranet. Dit platform vormt inmiddels de start van iedere werkdag. Het sociale intranet heeft als doel de interne communicatie verbeteren, het mailverkeer beperken en de onderlinge verbinding te stimuleren Uit een eerste inventarisatie blijkt dat medewerkers zich beter op de hoogte voelen van ontwikkelingen in de organisatie en dat de druk op de mailbox daadwerkelijk is afgenomen.
Bij de Regionale Klachtencommissie zijn dit jaar geen klachten gemeld.
Communicatie
De ondersteuning vanuit het secretariaat op het gebied van communicatie is het afgelopen jaar verder opgepakt en ingezet. Elke afdeling heeft een direct aanspreekpunt voor communicatievragen. Dit helpt om de grote stroom aan informatie en communicatievragen beter te signaleren, op te pakken en te borgen. Een blijvend aandachtspunt is de balans tussen de dagelijkse operationele ad-hoc taken en het behouden van voldoende ruimte voor het bepalen en uitzetten van de strategische koers en meer corporatie communicatie
2025 stond in het teken van het professionaliseren van de interne communicatie en het versterken van de verbondenheid tussen medewerkers en afdelingen. Een mijlpaal was de implementatie van ons nieuwe sociaal intranet. Dit platform vormt inmiddels de start van iedere werkdag. Het sociale intranet heeft als doel de interne communicatie verbeteren, het mailverkeer beperken en de onderlinge verbinding te stimuleren. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat medewerkers zich beter op de hoogte voelen van ontwikkelingen in de organisatie en dat de druk op de mailbox daadwerkelijk is afgenomen.
Interne communicatie speelde een sleutelrol bij de totstandkoming van het nieuwe ondernemingsplan. Door medewerkers actief bij dit proces te betrekken, hebben we gezorgd voor draagvlak en hopelijk ook een gedeelde visie op de toekomst van onze organisatie.
Qua externe communicatie hebben we in 2025 belangrijke stappen gezet om onze zichtbaarheid en toegankelijkheid te vergroten:
• Social Media: We hebben een nieuw social media beleid vastgesteld en geïmplementeerd, wat zorgt voor een doelmatige inzet van verschillende kanalen, richtlijnen per kanaal en een eenduidige en professionele uitstraling
In 2025 heeft de vierjaarlijkse visitatie plaatsgevonden. Visitatie bureau Raeflex nam ons maatschappelijk presteren onder de loep volgens Methodiek 7. Voor ons een bijzonder moment omdat voor het eerst het presteren van Oost West Wonen werd beoordeeld. We zijn trots op het beeld dat geschetst wordt van onze organisatie, namelijk een betrouwbare en actieve maatschappelijke organisatie met een stevige verankering op Goeree-Overflakkee. We hebben onze focus vol op de opgave die er ligt. Het participeren in nieuwbouw om te komen tot een groei van voldoende betaalbare woningen, het onderhouden en verduurzamen van ons bestaande woningbezit en het bijdragen aan leefbare en zorgzame wijken en buurten wordt door stakeholders en visitatiecommissie gewaardeerd. De visitatie wijst uit dat we op bijna alle terreinen mooie resultaten hebben geboekt. Dat we een organisatie in ontwikkeling zijn wordt ook herkend. En in een tijd waarin vele externe factoren, zoals wijzigend overheidsbeleid, inflatie, stikstofcrisis, woningnood ed. invloed uit oefenen, is het beslist geen gemakkelijke transitie om vanuit een meer beheer georiënteerde naar een ontwikkelorganisatie te komen. Onze rol in het speelveld van wonen-zorg en welzijn wordt door velen gewaardeerd. Hierin een actieve rol vervullen om te komen tot vitale wijken en buurten kan als voorbeeld dienen in de sector.
• Huurdersmagazine: Er is een nieuwe editie van het huurdersmagazine uitgebracht. Huurders waarderen deze editie van het huurdersmagazine gemiddeld met een 8.1.
Ondanks deze mooie resultaten hebben we nog de nodige stappen te zetten. De belangrijkste aanbevelingen zijn:
• Inhaalslag maken op het verduurzamen van de woningvoorraad
• Omslag van beheer naar ontwikkeling moet nog resulteren in meer nieuwbouw
• Huurdersparticipatie verbreden zodat ook belangen van woningzoekenden en doorstromers meegenomen worden
• Verwachtingen en processen verder afstemmen met professionele partijen
• Ga door op de weg van het leren en zoeken naar verbinding en meerwaarde met andere corporaties voor het realiseren van de opgave/Samenwerking met regionale corporaties verder verkennen/versterken
• Bijstuurmogelijkheden bij het scherper aan de wind varen
• Afstemming tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau versterken
De aanbevelingen van de visitatiecommissie worden meegenomen in de toekomstige plannen van de organisatie.
Ondernemingsplan ‘Met elkaar voor goed Wonen 2026-2030’
Na een periode van 5 jaar was het tijd om onze koers weer aan te scherpen en opnieuw aan de laten sluiten bij de ontwikkelingen van nu én de opgaven van de toekomst. Daarom zijn we in maart 2025 begonnen met het maakproces van het nieuwe ondernemingsplan. We hebben adviesbureau Fraey ingehuurd om ons te begeleiden. We wilden het plan meer Oost West Wonen eigen maken en vonden het belangrijk om de interne organisatie erbij te betrekken en om onze stakeholders bij het plan te betrekken. Dat heeft wat tijd gekost maar is zeker gelukt. We hebben diverse bijeenkomsten met de organisatie gehad, we zijn op expeditie geweest om over actuele thema’s meer te leren van andere organisaties. We hebben gesproken met onze stakeholders en hebben diverse strategische sessies georganiseerd. De aanbevelingen van de visitatie konden we meenemen in het nieuwe plan. Begin 2026 verwachten we dat de definitieve tekst gereed is en gaan we het plan implementeren en verder uitdragen.
6.2 Informatisering en automatisering
In het verslagjaar heeft ICT volop onze aandacht gehad. De speerpunten van de digitale ICT-strategie zijn via verschillende projecten opgepakt. De volgende projecten zijn in 2025 opgepakt, in gang gezet en/of afgerond.
ERP
In februari zijn wij volgens planning succesvol live gegaan met ons nieuwe ERP-systeem Tobias 365. Het beheer van het systeem is ondergebracht bij ZWS-beheer. Deze organisatie verzorgt de beheeractiviteiten voor alle aangesloten corporaties.
Intranet
In juni is ons sociale intranet in gebruik genomen. Met de komst van dit intranet kunnen wij de interne communicatie beter, via één kanaal, stroomlijnen. Het intranet is ook de startpagina van de werkplek van waaruit alle benodigde
applicaties gevonden en opgestart kunnen worden.
Business Intelligence
Na de livegang van ons ERP-systeem hebben wij met BI een aantal noodzakelijke rapportages geïmplementeerd om in onze informatiebehoefte te kunnen voorzien. In het verlengde hiervan heeft een inventarisatie plaatsgevonden naar een BI-partner die ons in de toekomst kan ondersteunen.
Informatiebeveiliging
In 2025 is er wederom veel aandacht geschonken aan cybersecurity. Onze monitoringsystemen zijn verder geoptimaliseerd waarbij wij streven naar één SOC (Security Operations Center) van waaruit alle systemen worden gemonitord en indien nodig kan worden ingegrepen. Bewustwording van de medewerkers stimuleren we continu door middel van trainingen en campagnes. Regelmatig zijn phishing simulaties uitgevoerd en kunnen medewerkers op eenvoudige wijze verdachte e-mails melden.
Vestwal Prijzenboek
In 2025 zijn we gestart met de voorbereiding van de implementatie van een prijzenboek. Het doel hiervan is het vastleggen van uniforme prijzen van de verschillende onderhoudscomponenten om de financiële afwikkeling met onze aannemers eenvoudiger te maken.
AI
In het laatste kwartaal van 2025 is het AI-beleid opgesteld en zijn we een pilot gestart om de toegevoegde waarde van een aantal AI-toepassingen te onderzoeken. Bij gebleken geschiktheid worden deze toepassingen uitgerold. Aansluitend werken we aan de AI-geletterdheid binnen de organisatie.
6.3 Financieel beleid
Het financieel beleid van Oost West Wonen is gericht op een duurzame bedrijfsvoering, zodat de doelen en ambities van de organisatie kunnen worden bereikt.
Uitgangspunt is dat de financiële continuïteit van de organisatie is gewaarborgd. Dat betekent dat alle financiële kengetallen voldoen aan de daaraan gestelde interne en externe (WSW en Aw) normen. In het verslagjaar is dit gerealiseerd. Ook is er een begroting voor 2026 en volgende jaren opgeleverd die eveneens aan dit uitgangspunt voldoet.
In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde:
• Realisatie en analyse van het jaarresultaat over 2025;
• Waardeontwikkeling;
• Kasstromen en treasury;
• Planning- en controlcyclus;
• Toekomst;
• Recente ontwikkelingen met invloed op de meerjarenprognose/continuïteit.
Realisatie en analyse van het jaarresultaat over 2025
Het verslagjaar 2025 is afgesloten met een positief resultaat van € 74,4 miljoen na belastingen.
Het jaarresultaat is als volgt samengesteld:
In het resultaat is een aantal ‘bijzondere’ posten opgenomen die jaarlijkse aanzienlijk kunnen verschillen. In verband met de vergelijkbaarheid van de resultaten is in het volgende overzicht het resultaat weergegeven zonder deze ‘bijzondere’ posten (bedragen x € 1.000):
voorgaand verslagjaar.
• De onderhoudslasten vallen € 0,4 miljoen hoger uit dan vorig jaar
Dit wordt met name veroorzaakt door:
- Een toename van het totale planmatige onderhoud van € 1,5 miljoen.
- Een afname van het dagelijks onderhoud van € 1,1 miljoen wordt veroorzaakt door een afname van € 0,8 miljoen voor reparatieonderhoud en € 0,3 miljoen voor het mutatieonderhoud.
Zie voor een verdere verdiepende toelichting hoofdstuk 5.2
• De lasten uit overige activiteiten vallen bijna
€ 0,07 miljoen lager uit dan vorig jaar
Het saldo van opbrengsten en lasten servicekosten zijn € 0,1 miljoen lager ten opzichte van voorgaand jaar.
De onroerende zaakbelasting en lokale heffingen zijn daarentegen € 0,1 miljoen gestegen.
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
Het totale netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille is fors hoger dan dat van vorig jaar. Er zijn namelijk meer woningen verkocht in 2025; 36 ten opzichte van 18 woningen vorig jaar. De gemiddelde bruto verkoopopbrengst per woning viel aanzienlijk hoger uit: € 300.253 in 2025, ten opzichte van € 252.257 in 2024. De gemiddelde marktwaarde (lees boekwaarde) van de verkochte woningen is nagenoeg gelijk gebleven: € 156.147 in 2025 ten opzichte van € 156.421 in 2024.
Waardeverandering vastgoedportefeuille
Resultaat na
Analyse resultaat op hoofdlijnen
In de verslagjaren worden de resultaten opgenomen op basis van de zogenaamde functionele kostenindeling. Lasten worden hierbij geclassificeerd op basis van hun functie als onderdeel van de kostprijs van een bepaalde functie. Voor zover niet rechtstreeks toe te rekenen, worden organisatorische kosten verdeeld door middel van een kostenverdeelstaat.
Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille Het nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille valt € 2,4 miljoen hoger uit dan in 2024. Over 2025 bedraagt deze ruim € 18 miljoen. Samengevat is dit resultaat als volgt te analyseren:
• De huuropbrengsten vallen € 3,3 miljoen hoger uit dan vorig jaar
Dit wordt met name veroorzaakt door:
- Hogere huuropbrengsten vanwege huurverhogingen (jaarlijks en bij mutatie) en opleveringen gedurende het boekjaar en een heel jaar i.v.m. vorig jaar € 3,1 miljoen
- Gemiste huuropbrengsten vanwege verkochte woningen in 2025 -/- € 0,2 miljoen
• De verhuur- en beheeractiviteiten vallen € 0,6 miljoen hoger uit dan vorig jaar
Alle aan deze activiteiten toegerekende kosten (bedrijfslasten, afschrijvingen en personeel) zijn hoger dan
De waardeverandering van de vastgoedportefeuille bedraagt in 2025 € 61,3 miljoen. positief ten opzichte van een waardeverandering van € 69,5 miljoen (positief) in de jaarrekening 2024. Dit is een negatief verschil van ruim € 8 miljoen. Oorzaken: er is ruim € 18 miljoen meer lasten aan waardeverandering door onrendabele toppen op investeringen (€ 28,3 mln. ten opzichte van € 9,9 mln. in 2024). De overige € 10 miljoen extra baten komt voort uit de toename van de marktwaarde in 2025 ten opzichte van de toename van de marktwaarde in 2024. In 2025 geeft dit een opwaardering van € 89,7 miljoen ten opzichte van een opwaardering in 2024 van € 79,5 miljoen.
Saldo financiële baten en lasten
Er zijn in 2025 nieuwe leningen aangetrokken van totaal € 34 miljoen (2024; € 21 miljoen). De financiële baten en lasten zijn hierdoor in 2025 € 0,2 miljoen hoger dan in 2024. Daarnaast is er gedurende het jaar € 17 miljoen afgelost op bestaande leningen.
Belastingen
In 2025 wordt een nadelig resultaat (lasten) op vennootschapsbelasting behaald van € 2,1 miljoen ten opzichte van een nadelig resultaat (lasten) van € 2,5 miljoen in 2024. De fiscale winst is in 2025 lager dan in 2024 (€ 7,2 miljoen versus € 10,2 miljoen in 2024). De acute last van het betreffende boekjaar 2025 is dan ook lager dan de acute last van het vorige verslagjaar.
Daarnaast verlopen de mutatie(s) in de actieve belastinglatentie ook via deze belastingen, welke in de toelichting op de winst- en verliesrekening apart worden benoemd.
Van marktwaarde in verhuurde staat naar beleidswaarde
Waardeontwikkeling
Waardering bezit
Het bezit waarderen we in dit verslagjaar voor de laatste keer tegen de marktwaarde in verhuurde staat (full-versie volgens het handboek marktwaardering). In het financiële deel van dit jaarverslag vertellen we meer over deze wijze van waarderen. Daarnaast is er de beleidswaarde. De beleidswaarde wordt bepaald door op vijf aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de DCF-berekening van de marktwaarde. De (lagere) waarde die ontstaat is dan de beleidswaarde. Het verschil tussen markt- en beleidswaarde is de maatschappelijk bestemming.
Op basis van artikel 31 van het Btiv wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:
• Woongelegenheden;
• Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
• Parkeergelegenheden;
• Intramuraal zorgvastgoed.
Voor het bepalen van de marktwaarde is een taxateur ingeschakeld. In 2025 voerde Capital Value een markttechnische update uit op het bestaande bezit en een volledige taxatie uit op het toegevoegde bezit. De externe taxateur is ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. De berekeningen voor ons vastgoed in verhuurde staat wijzen uit dat de marktwaarde per 31 december 2025 € 1.009,2 miljoen is. De marktwaarde per 31 december 2024 was € 908,5 miljoen.
Realiseerbaarheid waarde onroerende zaken in exploitatie Onder het eigen vermogen is per 31 december 2025 een herwaarderingsreserve vastgesteld van € 537,7 miljoen. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald. Dit volgens de in de woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten, geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Oost West Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt. Dit komt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en een stijgende behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen.
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde
Het transactievolume op de woningbeleggingsmarkt is t.o.v. 2024 weer gestegen en op het hoogste niveau sinds 2020. De institutionele beleggers zijn, na jaren van afname, in 2025 weer de grootste kopers op de markt en kopen hoofdzakelijk nieuwbouw. De particulier beleggers hebben ook een groot aandeel in het transactievolume en kopen hoofdzakelijk bestaande huurwoningen die op termijn worden uitgepond. Het uitponden gaat nu sneller dan nieuwbouw aan kan vullen, hierdoor daalt het aanbod huurwoningen.
De stijging van de leegwaarde en de markthuur op GoereeOverflakkee zorgen voor een stijging van de marktwaarde van de vastgoedportefeuille van Oost West Wonen.
Beleidsmatige beschouwing op de beleidswaarde

In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving heeft richtlijn 645 betrekking op de jaarverslaggeving van toegelaten instellingen (hierna ‘woningcorporaties’). De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt deels beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat welke hiervoor is toegelicht, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt. Met ingang van boekjaar 2024 heeft de externe toezichthouder een aanpassing doorgevoerd in de waardebepaling van de beleidswaarde. De beleidswaarde is dan de waarde op basis van een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van de corporatie. In de beleidswaarde kan het financiële effect van verplichtingen voor woningcorporaties worden opgenomen. Zo is ook in het handboek 2025 een verplichting voor de uitfasering van EFG-labels opgenomen, als gevolg van de aankomende wettelijke beperkingen op de verhuur van deze woningen.
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse oordelen en schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden.
In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed, terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde, is geen exacte wetenschap en ook betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening. De beleidswaarde kent als vertrekpunt de
marktwaarde in verhuurde staat. Waarbij er in het kader van de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en beheer aansluiting wordt gezocht bij het beleid van de corporatie in plaats van de uitgangspunten in de markt. Voor de beleidswaardeberekening wordt de marktdisconteringsvoet vervangen de sociale disconteringsvoet. Met deze toelichting wordt verduidelijking gegeven aan de waarde van het vastgoed, het corresponderende deel van het vermogen, dat als gevolg van het beleid van de woningcorporatie niet of pas op zeer lange termijn kan worden gerealiseerd.
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Kasstromen en Treasury
Kasstromen en Treasury
De kasstromen worden onderscheiden naar drie belangrijke hoofdstromen:
De kasstromen worden onderscheiden naar drie belangrijke hoofdstromen:
Het bestuur van Oost West Wonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit en het niet-DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt € 508,9 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:
• Kasstroom uit operationele activiteiten/bedrijfsoperaties;
• Kasstroom uit operationele activiteiten/bedrijfsoperaties;
• (Des-) investeringskasstromen;
• (Des-) investeringskasstromen;
• Financieringskasstromen
• Financieringskasstromen.
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
Het bestuur van Oost West Wonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit en het niet-DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt € 495,1 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:
Kasstroomoverzicht (directe methode)
Beschikbaarheid (doorexploiteren)
Marktwaarde verhuurde staat 1 009,2
Beschikbaarheid (doorexploiteren)
36,9
Betaalbaarheid (huren) -259,0
Al de treasury activiteiten zijn randvoorwaardelijk en hebben als doel om de volkshuisvestelijke opgave te realiseren.
Kwaliteit (onderhoud) -294,1
Beheer (beheerkosten) -92,6
Al de treasury activiteiten zijn randvoorwaardelijk en hebben als doel om de volkshuisvestelijke realiseren. De treasuryfunctie is verantwoordelijk voor het beheer van de liquide middelen voor dat er te allen tijde voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Zij signaleert belangrijke liquiditeitsrisico’s en draagt zorg voor de beheersing hiervan. Een belangrijk financieel risico
Disconteringsvoet (sociale disconteringsvoet) 99,9
Beheersing van de renterisico’s
Subtotaal -508,9
Alle bedragen x € 1.000.000
Vanaf boekjaar 2026 zal de marktwaarde vervangen worden door de beleidswaarde als waarderingsgrondslag van het vastgoed in exploitatie van woningcorporaties op de balans (stelselwijziging) en zal de marktwaarde geen onderdeel meer uitmaken in het jaarverslag.
Beleidswaarde 500,3
De treasuryfunctie is verantwoordelijk voor het beheer van de liquide middelen en zij draagt er zorg voor dat er te allen tijde voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Zij signaleert belangrijke financiële liquiditeitsrisico’s en draagt zorg voor de beheersing hiervan. Een belangrijk financieel risico is het renterisico.
Vanaf boekjaar 2026 zal de marktwaarde vervangen worden door de beleidswaarde als waarderingsgrondslag van het vastgoed in exploitatie van woningcorporaties op de balans (stelselwijziging) en zal de marktwaarde geen onderdeel meer uitmaken in het jaarverslag.
Loan to value
Loan to value
De norm voor dit kengetal werd door het WSW in 2024 al aangepast naar 70%. In 2025 is ook binnen deze norm gewerkt. De meerjarenbegroting 2026 blijft eveneens binnen de actuele norm(en) en laat het volgende beeld zien:

Beheersing van de renterisico’s
De norm voor dit kengetal werd door het WSW in 2024 al aangepast naar 70% In 2025 is ook binnen deze norm gewerkt. De meerjarenbegroting 2026 blijft eveneens binnen de actuele norm(en) en laat het volgende beeld zien:
De cijfers vanaf 2026 en volgende zijn ontleend aan de meerjarenbegroting. Marktwaarde verhuurde
Voor de beheersing van de renterisico’s is het essentieel dat op tijd kan worden ingespeeld ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. De beheersing hiervan vindt plaats door middel instrumenten, zoals het maandelijks monitoren van de kasstromen, het indien nodig en mogelijk aflossen, tijdelijk kort financieren en looptijdmanagement van de leningportefeuille. Er is besloten gebruik te maken van bijzondere financiële instrumenten.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) schrijft een maximaal bedrijfseconomisch 15%, exclusief investeringen. Oost West Wonen heeft hiervan haar beleid gemaakt. Het WSW naar de renteconversies en aflossingen uitgedrukt in een percentage van de omvang van de leningenportefeuille aan het einde van het jaar. In de komende vijf jaar voldoet Oost West aan deze norm.
Voor de beheersing van de renterisico’s is het essentieel dat op tijd kan worden ingespeeld op de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. De beheersing hiervan vindt plaats door middel van klassieke instrumenten, zoals het maandelijks monitoren van de kasstromen, het indien nodig en mogelijk vervroegd aflossen, tijdelijk kort financieren en looptijdmanagement van de leningportefeuille. Er is besloten om geen gebruik te maken van bijzondere financiële instrumenten.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) schrijft een maximaal bedrijfseconomisch renterisico voor van 15%, exclusief investeringen. Oost West Wonen heeft hiervan haar beleid gemaakt. Het WSW kijkt hiervoor naar de renteconversies en aflossingen uitgedrukt in een percentage van de omvang van de leningenportefeuille aan het einde van het jaar. In de komende vijf jaar voldoet Oost West Wonen ruimschoots aan deze norm.



Daarnaast zijn er geen beleggingen.
Daarnaast zijn er geen beleggingen.
Treasurycommissie
Treasurycommissie
In de treasurycommissie hebben de bestuurder, manager bedrijfsvoering, medewerkers van de afdeling bedrijfsvoering en een onafhankelijk extern deskundige zitting. De vergaderingen van deze commissie worden bijgewoond door de controller.
In 2025 werd door de treasurycommissie 5 keer vergaderd. De volgende onderwerpen zijn behandeld:
In de treasurycommissie hebben de bestuurder, manager bedrijfsvoering, medewerkers van de afdeling bedrijfsvoering en een onafhankelijk extern deskundige zitting. De vergaderingen van deze commissie worden bijgewoond door de controller.
• Treasuryjaarplan 2025 en 2026;
• Liquiditeitsplanning over het gehele jaar 2025 en volgende jaren;
• Markt- en renteontwikkelingen en actualiteiten in de sector;
• Rentevisie door externe treasurydeskundige;
In 2025 werd door de treasurycommissie 5 keer vergaderd. De volgende onderwerpen zijn behandeld:
• Renterisico’s volgens de normen van het WSW en bedrijfseconomisch;
• Oordeelsbrief en borgingsplafond van het WSW;
• Treasuryjaarplan 2025 en 2026;
• Transactievoorstellen en terugkoppeling afgesloten leningen;
• Herfinanciering in 2025;
• Liquiditeitsplanning over het gehele jaar 2025 en volgende jaren;
• Financieringsstrategie;
• Ontwikkeling leningportefeuille in relatie tot het beschikbare borgingsplafond;
• Markt- en renteontwikkelingen en actualiteiten in de sector;
• Creditsaldo Rabobank
• Rentevisie door externe treasurydeskundige;
Planning- en controlcyclus

De volgende zaken zijn in 2025 tijdig opgeleverd, vastgesteld en goedgekeurd:
• Renterisico’s volgens de normen van het WSW en bedrijfseconomisch;
• Begroting 2026 met een doorkijk naar 2035;
• Oordeelsbrief en borgingsplafond van het WSW;
• Jaarrekening 2024;
• SBR-wonen dVi 2024 en dPi 2025;
• Transactievoorstellen en terugkoppeling afgesloten leningen;
• Kwartaalrapportages over het eerste, tweede en derde kwartaal;
• Maandelijkse liquiditeitsoverzichten.
• Herfinanciering in 2025;
Toekomst
• Financieringsstrategie;
De financiële toekomst van Oost West Wonen blijkt uit de meerjarenprognose. Deze geven een degelijk en financieel gezond beeld. De grafieken geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het jaarresultaat en de
• Ontwikkeling leningportefeuille in relatie tot het beschikbare borgingsplafond;
• Creditsaldo Rabobank
Planning- en controlcyclus
De volgende zaken zijn in 2025 tijdig opgeleverd, vastgesteld en goedgekeurd:
• Begroting 2026 met een doorkijk naar 2035;
• Jaarrekening 2024;
• SBR-wonen dVi 2024 en dPi 2025;
• Kwartaalrapportages over het eerste, tweede en derde kwartaal;
• Maandelijkse liquiditeitsoverzichten.
Toekomst
De financiële toekomst van Oost West Wonen blijkt uit de meerjarenprognose. Deze geven een degelijk en financieel gezond beeld. De grafieken geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het jaarresultaat en de solvabiliteit volgens de meest recente begroting 2026 en meerjarenprognose.

De ontwikkeling van de solvabiliteit ligt ver boven de minimale norm gesteld door de Aw, te weten 30% (Oost West Wonen hanteerde voor de interne bedrijfsvoering voor DAEB een norm van minimaal 20% en voor niet-DAEB de minimale norm van de Aw, zijnde 40%).
31
Naast bovenstaande ontwikkelingen is het relevant een doorkijk te geven in de kasstromen. Volgens de laatst vastgestelde begroting zijn die als volgt:
Ontwikkeling
Uit bovenstaande gegevens, die opgegeven zijn in de dPi 2026, volgt dat de financieringsbehoefte bij volledige uitvoering van het investeringsprogramma de komende drie jaar volgens de prognoses € 100 miljoen bedraagt, bestaande uit herfinanciering van nieuwe leningen en financieringen van de geplande investeringen. Dit bedrag is nog niet volledig geborgd door het WSW.
Het samenvattende dashboard financiële sturing geeft het volgende beeld:
Geconsolideerd
Kasstromen
1. Interest Coverage
2. Kasstroom operationele activiteiten per (gewogen) vhe in €
Vermogen
3. Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde (Aw)
4. Loan to value 42%
5. Schuldrestant in * € 1.000 per (gewogen) vhe 32 34 40 43 50 51
Bedrijfsvoering
6. Direct rendement in % 1,79
Dashboard financiële sturing
Dit overzicht geeft inzicht in de volgende drie aspecten voor de realisatie verslagjaar en de komende vijf jaren:
• Liquiditeitsontwikkeling;
• Vermogensontwikkeling;
• Bedrijfsvoering.
Het schuldrestant per gewogen vhe naar DAEB en niet-DAEB eenheden is als volgt grafisch weer te geven:


Definities
Definities
Interest Coverage Ratio
Interest Coverage Ratio
Dit kengetal komt tot stand door het exploitatiesaldo (operationele kasstroom zonder rentelasten) te delen door de totale rentelasten. Dit kengetal geeft het aantal keer aan dat Oost West Wonen haar rentelasten kan betalen.
Kasstroom operationele activiteiten per vhe
Dit kengetal komt tot stand door het exploitatiesaldo (operationele kasstroom zonder rentelasten) te delen door de totale rentelasten. Dit kengetal geeft het aantal keer aan dat Oost West Wonen haar rentelasten kan betalen.
Dit kengetal geeft de feitelijke kasstroom aan, voortvloeiend uit de bedrijfsvoering van Oost West Wonen per gewogen vhe.
Solvabiliteit
Kasstroom operationele activiteiten per vhe
Dit kengetal geeft de feitelijke kasstroom aan, voortvloeiend uit de bedrijfsvoering van Oost West Wonen per gewogen vhe.
De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen aan. Hierbij is het eigen vermogen berekend als zijnde eigen vermogen volgens de balans vermeerderd met de beleidswaarde en verminderd met de marktwaarde. Hieruit is af te leiden in hoeverre Oost West Wonen aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
Loan to value
Solvabiliteit
De loan to value geeft de verhouding tussen de waarde en de leningen aan. Welke waarde van het bezit is extern gefinancierd. Hierbij is de beleidswaarde gebruikt, omdat deze bepalend is voor de financieringsgoedkeuring (borging) door het WSW.
Schuldrestant per vhe
Met de ratio ‘schuldrestant per vhe’ wordt op eenvoudige wijze inzicht verkregen in de mate waarin een enkele gewogen verhuureenheid (vhe) bij Oost West Wonen met vreemd vermogen is gefinancierd. Naarmate de component ‘vreemd vermogen’ toeneemt, nemen ook de kosten voor de inzet van dit vreemde vermogen (rente) toe.
De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen aan. Hierbij is het eigen vermogen berekend als zijnde eigen vermogen volgens de balans vermeerderd met de beleidswaarde en verminderd met de marktwaarde. Hieruit is af te leiden in hoeverre Oost West Wonen aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
Direct rendement
Direct rendement is het exploitatiesaldo gemeten in kasstromen en uitgedrukt in een percentage van de waarde van het onderliggend bezit. Bij de bepaling van deze waarde is gekozen voor de marktwaarde.
Loan to value
Context
Financiële ontwikkelingen
De wereldwijde economie kende de afgelopen jaren hoge inflatie en forse schommelingen in de rente. Recente Amerikaanse importheffingen zetten de internationale handelsrelaties verder op scherp. Als gevolg van deze
De loan to value geeft de verhouding tussen de waarde en de leningen aan. Welke waarde van het bezit is extern gefinancierd. Hierbij is de beleidswaarde gebruikt, omdat deze bepalend is voor de financieringsgoedkeuring (borging) door het WSW.
Schuldrestant per vhe
Hierbij dient te worden vermeld dat Oost West Wonen financieel stuurt op de maximale schuld per (DAEB)verhuureenheid. Vooralsnog is hiervoor geen signaleringswaarde bepaald, maar worden de uitkomsten gerelateerd aan de ontwikkelingen in de sector. Hierbij dient te worden vermeld dat Oost West Wonen financieel stuurt op de maximale schuld per (DAEB)-verhuureenheid. Vooralsnog is hiervoor geen signaleringswaarde bepaald, maar worden de uitkomsten gerelateerd aan de ontwikkelingen in de sector. Hierbij dient te worden vermeld dat Oost West Wonen financieel stuurt op de maximale schuld per (DAEB)verhuureenheid. Vooralsnog is hiervoor geen signaleringswaarde bepaald, maar worden de uitkomsten gerelateerd aan de ontwikkelingen in de sector.

Met de ratio ‘schuldrestant per vhe’ wordt op eenvoudige wijze inzicht verkregen in de mate waarin een enkele gewogen verhuureenheid (vhe) bij Oost West Wonen met vreemd vermogen is gefinancierd. Naarmate de component ‘vreemd vermogen’ toeneemt, nemen ook de kosten voor de inzet van dit vreemde vermogen (rente) toe.
Direct rendement
Direct rendement is het exploitatiesaldo gemeten in kasstromen en uitgedrukt in een percentage van de waarde van het onderliggend bezit. Bij de bepaling van deze waarde is gekozen voor de marktwaarde.
Context
Financiële ontwikkelingen
De wereldwijde economie kende de afgelopen jaren hoge inflatie en forse schommelingen in de rente. Recente Amerikaanse importheffingen zetten de internationale handelsrelaties verder op scherp. Als gevolg van deze handelsconflicten neemt de onzekerheid over het toekomstige
inflatieverloop en het rentebeleid van centrale banken toe. Dit zorgt voor een rem op de economische groei in Nederland.
De verwachte prijsinflatie voor de periode 2026-2028 is gelijk aan 3,04% | 2,83% | 2,95%. Voor de jaren hierna is de verwachting dat de prijsinflatie langzaam daalt richting de lange termijn verwachting van 2%. In de Nationale Prestatieafspraken is afgesproken dat de huren meestijgen met de drie-jaar gemiddelde prijsinflatie, zodat we stijgende kosten kunnen blijven dekken. In de Voorjaarsnota is deze afspraak echter onder druk gezet met de dreiging van de huurbevriezing voor de jaren 2025 en 2026. Hoewel de huurbevriezing voor de genoemde jaren van tafel is, lijkt een dergelijk scenario in de toekomst realistischer te worden. Verschillende (grote) politieke partijen spreken zich in aanloop naar de verkiezingen uit voor een tijdelijke huurstop. Als deze wordt ingevoerd, nemen de negatieve financiële gevolgen voor woningcorporaties toe bij hogere inflatie, aangezien de uitgaven stijgen terwijl de huuropbrengsten gelijk blijven. Door dergelijk overheidsoptreden is er weinig stabiliteit in huurbeleid, terwijl de sector dit wel nodig heeft.
We verwachten een 10-jaars rente (incl. opslag) voor de periode 2026-2028 gelijk aan 3,64% | 3,7% | 3,76%. Vanaf 2028 verwachten we een geleidelijke stijging tot een piek van 3,91% in 2032. De renteverwachting voor de komende jaren speelt een cruciale rol in de financiële prognoses van woningcorporaties. Aangezien er veel nieuwe financiering zal worden aangetrokken, is de recent neerwaarts bijgestelde renteverwachting een gunstige ontwikkeling. Lagere rentepercentages maken nieuwe financiering betaalbaarder, wat direct invloed heeft op de ICR.
Tot slot zien we ook voor 2026 nog een loonstijging van 3,53% wat de operationele lasten verhoogt. En moeten we rekening houden met hogere bouwkosten en onderhoudskosten door een combinatie van hogere materiaalprijzen, stijgende loonkosten en duurzaamheidseisen.
Second opinion Finance Ideas
In het licht van bovenstaande hebben we in 2025 onze meerjarenbegroting 2026-2035 onafhankelijk laten toetsen door Finance Ideas. Doel was om door middel van een analyse van de kasstromen, waarderingen en kengetallen (ICR, LTV, solvabiliteit) een compleet en samenhangend beeld van de financiële houdbaarheid van het beleid op korte én lange termijn te krijgen en om in kaart te brengen in hoeverre de doelstellingen ook in de toekomst structureel kunnen worden gerealiseerd aan de hand van het Duurzaam Prestatie Model.
De conclusie van de second opinion is dat de MJB 2026-2035 acceptabel is met aandachtspunten. De aandachtspunten en de adviezen van Finance Ideas zijn zoveel mogelijk alsnog in het jaarplan (het beleidsmatige deel) verwerkt. Ook zijn er nog extra scenario’s aan de MJB 2026-2035 toegevoegd.
Ook in het rapport van Finance Ideas is de rode draad de onderhoudsbegroting. Overigens zijn in de gehele sector de stijgende onderhoudskosten en de instandhoudingsopgave voor het bestaande bezit een belangrijk aandachtspunt. Op dat punt is Oost West Wonen dus niet uniek. De adviezen
om een en ander nader toe te lichten in het jaarplan zijn grotendeels overgenomen.
De volgende scenario’s zijn hier opgenomen waarbij de definitieve begroting met de daar gehanteerde parameters en aannames de basis is:
Analyse van de uitkomsten
Voor alle scenario’s geldt dat het effect op de LTV geen redenen geeft tot maatregelen. De LTV blijft ruim binnen de externe norm van 70%. Het effect op de ICR geeft bij alle scenario’s wel redenen om vinger aan de pols te houden of maatregelen te moeten nemen. Onderstaand geven we per scenario het effect op de ICR weer t.o.v. de begroting voor een periode van 5 jaar.
Scenario A Huurstijging -/- 0,5%
De jaarlijkse huurverhoging per 1 juli 2026 daalt tot 3,13%. We blijven binnen de (externe) norm.
Geprognosticeerde ICR
Geprognosticeerde Loon to Value o.b.v. beleidswaarde in%
Scenario B Rente verhoogd +/+ 0,5%
We blijven binnen de (externe) norm, echter in de jaren nadien (2032 en 2033) zakken we daar wel doorheen.
Geprognosticeerde ICR
Geprognosticeerde Loon to Value o.b.v. beleidswaarde in%
Scenario C Prijsinflatie, Bouwkostenstijging en loonkostenstijging +0,5%
We blijven binnen de (externe) norm.
Geprognosticeerde ICR
Jaar
Geprognosticeerde Loon
Goed weer scenario, rente -/- 0,5%, Prijsinflatie, Bouwkostenstijging en loonkostenstijging -/- 0,5%
De ICR stijgt fors in de loop der tijd tot 2,0 in 2035.
Geprognosticeerde ICR
Geprognosticeerde
Huurbevriezing -scenario
Vanaf 2029 komen we in de buurt van de externe norm en nadien (in 2032) zakken we even door de externe norm heen.
Geprognosticeerde ICR
Jaar
Geprognosticeerde Loon to Value
Achterblijven van de verkopen naar 23 verkopen per jaar en spreiding verder in tijd -scenario
Ten opzichte van voorgaande jaren zijn er meer woningverkopen per jaar opgenomen in de meerjarenbegroting waarmee we een deel van de nieuwbouwinvesteringen financieren. De begroting 2026 bevat 42 ingerekende verkochte woningen. We blijven binnen de (externe) norm.
Geprognosticeerde ICR
Slecht weer -scenario (A+B+C)
We blijven binnen de (externe) tot en met 2028. Daarna zakt de ICR structureel door de ondergrens van 1,4. Bij slecht weer zullen er echt maatregelen getroffen moeten worden.
Geprognosticeerde ICR
Geprognosticeerde Loon to Value o.b.v. beleidswaarde in%
Hogere onderhoudslasten vraaggestuurd (B/K/T) -scenario
We blijven binnen de (externe) norm.
Geprognosticeerde ICR
Geprognosticeerde Loon to Value
Financiële bijsturing
Geprognotiseerde Loan to Value o.b.v. beleidswaarde in %
Jaar 2026 2027 2028 2029 2030
Uit bovenstaande blijkt dat indien genoemde negatieve scenario’s zich voordoen bijsturing noodzakelijk is. We hebben de volgende financiële mogelijkheden om financieel gezond te blijven en (financieel) koers te houden.
Goed weer scenario
Financiële bijsturing
Uit bovenstaande blijkt dat indien genoemde negatieve scenario's zich voordoen bijsturing noodzakelijk is. We hebben de volgende financiële mogelijkheden om financieel gezond te blijven en (financieel) koers te houden.
Goed weer scenario
Als er goed weer op komst is zal de beschikbaarheid verder worden vergroot. Dit kan nog omdat er qua geplande nieuwbouwprojecten tot 1.103 woningen beschikbaar zijn om in te participeren.
Het prestatieveld Bedrijfslasten vergelijkt de kosten die woningcorporaties maken voor de bedrijfsvoering, exclusief onderhoudskosten voor het verslagjaar 2024. Het prestatieveld bestaat uit een deelscore met één indicator: geharmoniseerde beïnvloedbare netto bedrijfslasten (GBNB). De indicator is gebaseerd op de verantwoordingsinformatie (dVi) van het voorgaande verslagjaar en geeft de beïnvloedbare bedrijfslasten per verhuureenheid aan. In de tabel hieronder zijn de scores weergegeven voor zowel Oost West Wonen als landelijk. Daarbij zijn ook de scores van het voorgaande verslagjaar weergegeven.
Als er goed weer op komst is zal de beschikbaarheid verder worden vergroot. Dit kan nog omdat er qua geplande nieuwbouwprojecten tot 1 103 woningen beschikbaar zijn om in te participeren.
Slecht weer scenario
Slecht weer scenario
Bij slecht weer zijn er meerdere maatregelen die genomen kunnen worden. De opbrengsten omhoog, de kosten omlaag en de investeringsuitgave omlaag. Als maatregel heeft het verminderen van de nieuwbouwinvesteringen het grootste effect.
Bij slecht weer zijn er meerdere maatregelen die genomen kunnen worden. De opbrengsten omhoog, de kosten omlaag en de investeringsuitgave omlaag. Als maatregel heeft het verminderen van de nieuwbouwinvesteringen het grootste effect.

Bovenstaande score over het verslagjaar 2024 plaatst ons in categorie C (van A, B of C). Deze categorie geeft aan dat we het iets minder dan gemiddeld doen t.o.v. andere corporaties. De stijging van de beïnvloedbare bedrijfslasten t.o.v. het voorgaande verantwoordingsjaar ligt volgens Aedes voornamelijk aan de stijging van de inhuurkosten voor extern personeel en door de toename van de overige bedrijfslasten, zoals advieskosten en overige directe exploitatiekosten. Waar mogelijk blijven we proberen om de stijging van de kosten te beheersen en te verlagen.
6.5 Jaarverslag ondernemingsraad
De ICR herstelt dan tot minimaal de externe norm van 1,4 in 2029 en stijgt daarna weer. Dit betekent een afname in de beschikbaarheid van ongeveer 290 woningen.
De ICR herstelt dan tot minimaal de externe norm van 1,4 in 2029 en stijgt daarna weer. Dit betekent een afname in de beschikbaarheid van ongeveer 290 woningen.
6.4 Aedes Benchmark bedrijfslasten
6.4 Aedes Benchmark bedrijfslasten
In het afgelopen jaar heeft de OR diverse vergaderingen gehouden met de directeur-bestuurder. Deze vergaderingen vinden plaats in een goede sfeer met elkaar. We staan open voor elkaars feedback en er is alle ruimte en gelegenheid om vragen of opmerkingen met elkaar te bespreken. De OR houdt de bestuurder scherp en andersom is dat ook het geval. Kortom, de onderlinge samenwerking is positief te noemen.
Een onderdeel van de Aedes Benchmark is het bedrijfslastenonderdeel. De opgevraagde gegevens worden opgevraagd in 2025, maar hebben betrekking op het verslagjaar 2024
Een onderdeel van de Aedes Benchmark is het bedrijfslastenonderdeel. De opgevraagde gegevens worden opgevraagd in 2025, maar hebben betrekking op het verslagjaar 2024.
Daarnaast hebben er nog twee gesprekken plaatsgevonden met:
• Raad van Commissarissen, op 19 juni 2025 tezamen met Marleen van de Kamp
Het prestatieveld Bedrijfslasten vergelijkt de kosten die woningcorporaties maken voor de bedrijfsvoering, exclusief onderhoudskosten voor het verslagjaar 2024. Het prestatieveld bestaat uit een deelscore met één indicator: geharmoniseerde beïnvloedbare netto bedrijfslasten (GBNB). De indicator is gebaseerd op de verantwoordingsinformatie (dVi) van het voorgaande verslagjaar en geeft de beïnvloedbare bedrijfslasten per verhuureenheid aan.
• Raad van Commissarissen, Remuneratie commissie, op 13 oktober 2025

Score Oost West Wonen (verslagjaar 2024) Landelijk (verslagjaar 2024) Oost West Wonen (verslagjaar 2023) Landelijk (verslagjaar 2023)
Bedrijfslasten € 1.246
Een achterbanberaad heeft in 2025 plaatsgevonden door middel van het op de hoogte houden van diverse zaken via de e-mail, berichten op IVO en in de persoonlijke contacten. Ook zijn alle notulen van het overleg met onze directeur bestuurder, Marleen van de Kamp, gemaild naar de achterban c.q. geplaatst op IVO. Hierdoor houden we iedereen op de hoogte van de onderwerpen die worden besproken en van de ontwikkelingen die binnen de organisatie spelen.
Ook is medewerkers de mogelijkheid geboden om op woensdagochtend aan te schuiven bij het wekelijkse OR-overleg en de diverse geplande open spreekuren na het versturen van de notulen. Tot slot kon er ook in 2025 gebruik gemaakt worden van de eigen OR-brievenbus.
Informatie voor de OR
Tijdens de overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder en/ of in OR-vergaderingen kwamen in 2025 onder meer de volgende onderwerpen en/ of thema’s aan de orde:
• Bezetting op kantoor
• Jaarverslag 2025
• Begroting 2026
• Rapportage werkgeluk
• Invulling van het MT
• Invulling van diverse openstaande vacatures
• Overzicht inhuur
Gesprekken OR met derden
In 2025 zijn er door de OR diverse kennismakingsgesprekken gevoerd met nieuwe medewerkers die in 2025 gestart zijn bij Oost West Wonen. Ook heeft de OR in 2025 met diverse partijen en personen gesprekken gehad, namelijk op:
• 4 februari kennismaking met de Arbodienst
• 19 februari met het externe begeleidingsbureau in het kader van het Ondernemingsplan
• 7 mei vanwege de visitatie
• 22 mei in het kader van de vastgoedsturing/ aanscherping verduurzaming
• 2 juli met het externe begeleidingsbureau vanwege de 2 vacatures bij het MT
• 15 september deelgenomen aan de sollicitatiegesprekken manager Bedrijfsvoering
• 18 september deelgenomen aan de sollicitatiegesprekken manager Vastgoed.
Advies- en instemmingsaanvragen
In het kader van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) werden in 2025 uiteenlopende onderwerpen ter advies of instemming voorgelegd aan de OR. De OR bedankt de collega’s die in 2025 gevraagd of ongevraagd met reacties kwamen of die informatie of adviezen hebben aangeleverd. Waar mogelijk, werd daar dankbaar gebruik van gemaakt. Voor de werkzaamheden van de OR zijn goede contacten met collega’s onmisbaar.
Instemmingsaanvragen
In 2025 heeft de OR zijn instemming gegeven aan:
• Nieuwe Arbodienstverlening
• Nieuwe RI&E
• Verzuimprocedure
Adviesaanvragen
In 2025 heeft de OR zijn advies uitgesproken over:
• Intranet
• Functie projectondersteuner/bewonersbegeleider afdeling Wonen
• Herstructurering afdeling Wonen
Samenstelling OR
In 2025 was de samenstelling van de OR als volgt: voorzitter Rudolf Verkerke, vicevoorzitter Jeroen Nette, secretaris Matthé van Zielst, lid Martin van Eijkeren en lid José Vroegindeweij. In 2025 waren aftredend en herkiesbaar Rudolf Verkerke en Matthé van Zielst. Na een oproep in de organisatie en via de vakbonden om je eventueel kandidaat te stellen zijn er geen nieuwe kandidaten aangemeld. Hierdoor zijn Rudolf en Matthé automatisch herkozen verklaard.
Adviseur en scholing
Op 4 december 2025 heeft er een scholing plaats gevonden die in het teken stond van opfrissing en verdieping t.a.v. de Wet op de ondernemingsraden en diverse andere actuele (OR-)onderwerpen zijn besproken. De gehele OR heeft deelgenomen aan deze training die gegeven is door de externe adviseur van de OR.
Voor diverse instemmingen/adviezen heeft de OR bepaalde informatie ingewonnen vanuit dezelfde adviseur.
Samenwerking ZuidWestSamen
Vanuit de ondernemingsraden van de woningcorporaties die aangesloten zijn bij ZuidWestSamen wordt er jaarlijks een bijeenkomst georganiseerd op locatie van een betreffende woningcorporatie. Op 21 mei organiseerden we een bijeenkomst bij ons op het kantoor. Als spreker hebben we uitgenodigd onze externe adviseur en hebben we met elkaar het thema Strategische Personeelsplanning (SPP) besproken. Daarnaast was er ook ruimte om diverse actuele onderwerpen met elkaar te bespreken. We kijken terug op een mooie en nuttige bijeenkomst die goed bezocht is. Alle Ondernemingsraden van ZuidWestSamen waren vertegenwoordigd.
De OR richting 2026
De OR kijkt met vertrouwen naar 2026 en hoopt hun huidige functioneren ook in 2026 weer voort te zetten.




Governance regelt de bestuurlijke verhoudingen. Het begrip Governance duidt op een goede bestuurlijke inrichting van een onderneming en de uitvoering van goed ondernemerschap. Daarbij horen integer en transparant handelen, maar ook goed toezicht en het afleggen van verantwoording over het uitgeoefende toezicht. In dit hoofdstuk wordt hierover gerapporteerd.
Oost West Wonen onderschrijft als lid van Aedes de Governancecode voor woningcorporaties uit 2020. Op diverse plaatsen in dit verslag geven we aan op welke manier Oost West Wonen de principes van de Governancecode toepast.
7.1 Een jaar van transitie en strategische herijking
Het jaar 2025 stond voor Oost West Wonen in het teken van veranderingen in zowel de aansturing als de strategische koers van de organisatie. Binnen de Raad van Commissarissen (RvC) vonden er diverse wisselingen plaats en ook binnen het MT vonden mutaties plaats. Deze personele verschuivingen vonden plaats tegen de achtergrond van de ontwikkeling van een nieuw ondernemingsplan, waarin we een verschuiving zien van verduurzamingsambities naar realisatie van nieuwbouw. Op het gebied van toezicht was de visitatie een bijzonder ijkpunt. Deze leverde een waardevol rapport op dat diende als input voor de nieuwe koers. Intern werd de focus op integriteit versterkt door workshops voor het voltallige personeel en het actieve gebruik en bijhouden van het integriteitsregister. Hoewel de reguliere stakeholderbijeenkomst werd opgeschort vanwege de intensieve participatie bij de visitatie en het ondernemingsplan, bleef de dialoog met huurdersverenigingen en andere stakeholders een speerpunt van het toezicht.
7.2 Bestuurlijke organisatie
Oost West Wonen werd in het verslagjaar bestuurd door een éénhoofdig bestuur in de persoon Marleen van de Kamp. Het bestuur is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen van de stichting, de strategie, het beleid en de daaruit voortvloeiende resultaatontwikkeling. Verder is het bestuur verantwoordelijk voor:
• De naleving van alle relevante wet- en regelgeving;
• Het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de vereniging;
• De financiering van de vereniging;
• De naleving van de Governancecode voor woningcorporaties 2020;
• De borging van de missie, ambitie en identiteit van de vereniging.
Het bestuur richt zich primair op de volkshuisvestelijke en maatschappelijke doelstellingen van Oost West Wonen. Welke besluiten de bestuurder mag nemen met of zonder voorafgaande goedkeuring van de Raad van Commissarissen
is vastgesteld in de statuten en het door de Raad van Commissarissen vastgestelde bestuursreglement. Het bestuur wordt ondersteund door een controller. Deze beoordeelt de voorstellen die ter besluitvorming aan het bestuur (en de Raad van Commissarissen) worden aangeboden en adviseert het bestuur en andere organen over beoordeelde voorstellen. Hierbij kunnen met name de relaties naar geldend beleid, geldende bevoegdheden, de aandacht voor risicobeheersing en informatievoorziening en de consistentie van voorstellen aan de orde komen.
7.3 Externe accountant
Sinds 1 januari 2021 heeft Oost West Wonen de status van Organisatie van Openbaar Belang. Met ingang van het boekjaar 2021 is Forvis Mazars aangesteld als de controlerend accountant.
7.4 Risicomanagement
Managen van risico’s
Oost West Wonen heeft te maken met een veelheid aan onzekere gebeurtenissen (zowel intern als extern) die van invloed zijn op het al dan niet realiseren van haar doelstellingen. Het lopen van risico is onlosmakelijk verbonden met het ondernemen van activiteiten. Zonder het nemen van risico’s zal Oost West Wonen haar doelstellingen niet kunnen realiseren.
Met risicomanagement willen we deze risico’s zodanig beheersen dat deze binnen onze risicobereidheid vallen. Daarmee hebben we meer zekerheid dat we onze doelen behalen en waarborgen we de financiële stabiliteit en de bescherming van onze reputatie. Risicomanagement is een belangrijk instrument voor sturing en beheersing. Risicomanagement maakt dan ook deel uit van onze besluitvorming en is geïntegreerd in onze bedrijfsprocessen.
Risicocultuur
Oost West Wonen ziet risicomanagement als een continu proces, waarbij de dialoog over doelen in combinatie met risico’s zorgt voor het houden van een actueel beeld van de risico’s.
Om de dialoog niet beperkt te houden tot het managementteam werken we met risico-eigenaren. De risico-eigenaren zijn verantwoordelijk voor het risico en rapporteren hierover. Eigenlijk vinden we dat iedereen die werkt bij Oost West Wonen een risico-eigenaar is. Bij iedere activiteit die we doen, komen we namelijk risico’s tegen en maken we afwegingen. We vinden het hierbij belangrijk dat medewerkers zich bewust zijn van de risico’s en dat zij zonder angst kunnen praten over opgetreden risico’s. Kortom een positieve risicocultuur.
Soorten risico’s
Oost West Wonen ziet zich geconfronteerd met verschillende typen risico’s. Per type hanteren we een specifieke beheersing.
• Te accepteren risico’s; kennen externe bronnen en ontstaan daarmee buiten de invloedsfeer van Oost West Wonen. De impact is nog laag en de mate van beïnvloedbaarheid vanuit Oost West Wonen is beperkt. Beheersing van de risico’s richt zich op het volgen van de ontwikkelingen in het risico, zodat we tijdig weten of dit risico een grotere impact gaat krijgen.
• Externe risico’s; kennen externe bronnen en ontstaan daarmee buiten de invloedssfeer van Oost West Wonen. De impact is hoog en de mate van beïnvloedbaarheid vanuit Oost West Wonen is beperkt. Beheersing op de oorzaken is niet mogelijk. Oost West Wonen richt zich vooral op de beheersing van de gevolgen. We volgen de ontwikkelingen binnen deze risico’s, houden waar nodig buffers aan en bespreken alvast waar we onze aanpassingen in de strategie of organisatie kunnen maken als een verandering een feit is.
• Strategische risico’s; hebben te maken met onzekerheid bij het maken van keuzes door Oost West Wonen om haar doelstellingen te behalen. De beïnvloedbaarheid is groot en de impact van deze risico’s is hoog. Beheersing van deze risico’s doen we door de kans te verkleinen dat het mis gaat en de impact te beperken. Deze risico’s wegen we mee bij besluitvorming. We maken hierbij gebruik van scenario’s.
• Te voorkomen risico’s; deze risico’s komen vaak voor in de operationele processen en zijn goed beheersbaar. We kunnen hier geen strategisch voordeel behalen. Deze risico’s moeten gewoon beheerst worden, maar wel tegen acceptabele kosten. Dit doen we door het opstellen, onderhouden en optimaliseren van de werkprocessen.
Risicobereidheid
Oost West Wonen heeft maatschappelijke doelstellingen en is niet bereid een hoog risico te lopen om een hoog rendement te halen. Het rendement dient de continuïteit van Oost West Wonen en hoeft slechts geoptimaliseerd te worden om de maatschappelijke taak zo goed mogelijk uit te voeren. We bekijken risico’s in relatie tot onze doelstellingen. De risicobereidheid is geformuleerd door bestuurder en de raad van commissarissen.
Onze belangrijkste strategische kwantitatieve signaalwaarde is onze visie op een duurzaam verdienmodel en de minimale eisen die we daaraan stellen. Met behulp van scenario analyses bepalen we of we met ons gevoerde beleid voldoende financiële buffer hebben om de externe risico’s (inflatie, stijgende rente etc.) te kunnen opvangen. We zijn avers van risico’s op het gebied van de financiële continuïteit, we dekken dus de risico’s die die doelstelling bedreigen zoveel als mogelijk af. Dit wordt ook sterk ingegeven door wetgeving en de (strikte) interpretatie van de wetgeving door de toezichthouder(s). Omdat Oost West Wonen ook in de verre toekomst een corporatie wil zijn die kwalitatief goede huurwoningen kan realiseren tegen een betaalbare huurprijs, streven we naar een duurzaam bedrijfsmodel.

commissarissen.
Modelmatige scan
Onze belangrijkste strategische kwantitatieve signaalwaarde is onze visie op een duurzaam verdienmodel en de minimale eisen die we daaraan stellen. Met behulp van scenario analyses bepalen we of we met ons gevoerde beleid voldoende financiële buffer hebben om de externe risico’s (inflatie, stijgende rente etc.) te kunnen opvangen. We zijn avers van risico’s op het gebied van de financiële continuïteit, we dekken dus de risico’s die die doelstelling bedreigen zoveel als mogelijk af. Dit wordt ook sterk ingegeven door wetgeving en de (strikte) interpretatie van de wetgeving door de toezichthouder(s). Omdat Oost West Wonen ook in de verre toekomst een corporatie wil zijn die kwalitatief goede huurwoningen kan realiseren tegen een betaalbare huurprijs, streven we naar een duurzaam bedrijfsmodel.
In de vorm van een risicospider wordt elk onderdeel per risicogebied behandeld en geanalyseerd. De risicospider lichten we toe in de kwartaalrapportages.
Modelmatige scan In de vorm van een risicospider wordt elk onderdeel per risicogebied behandeld en geanalyseerd. De risicospider lichten we toe in de kwartaalrapportages.

Jaarbeeld
Jaarbeeld
Over het algemeen gezien is Oost West Wonen steeds meer ‘in control’ op de gedefinieerde risicogebieden. Tegelijkertijd merken we dat de snel veranderende omstandigheden ons dwingen reeds nu de portefeuillestrategie die eind 2023 het licht zag al te herzien. Al met al geeft de strategische risicogebieden beter inzichtelijk gemaakt. Wel merken we dat ten aanzien van de huidige portefeuille onze datakwaliteit nog niet altijd op orde is (Energielabeling en conditiemetingen). Dit heeft vooral een vertragend effect op de verbetering van de beheersing op onderhoud (die zich financieel laat gelden). Begin 2026 nemen we concrete maatregelen ten aanzien van de implementatie van het onderhoudsbeleid. Deze maatregelen dragen bij aan een diepere beheersing op dit risicogebied.
De transitieopgave (met name op het gebied van EBM en overige verduurzaming) staat nog steeds onder druk. Dit uit zich bijvoorbeeld in het achterblijven van de doelstellingen op het gebied van het uitfaseren van EFG en blijkt vooral uit de berekende realisatie-indices. Veel projecten zijn of worden opgestart en we verwachten dat de resultaten in 2026 zichtbaar worden. Hierdoor is de verwachting dat de scores op de transitieopgave zullen verbeteren.
Over het algemeen gezien is Oost West Wonen steeds meer ‘in control’ op de gedefinieerde risicogebieden. Tegelijkertijd merken we dat de snel veranderende omstandigheden ons dwingen reeds nu de portefeuillestrategie die eind 2023 het licht zag al te herzien. Al met al geeft de strategische risicogebieden beter inzichtelijk gemaakt. Wel merken we dat ten aanzien van de huidige portefeuille onze datakwaliteit nog niet altijd op orde is (Energielabeling en conditiemetingen).
Risico’s en onzekerheden in het verslagjaar die een belangrijke impact hebben gehad In 2025 zijn een tweetal risico’s in beweging geweest als gevolg van de Nationale Prestatieafspraken en de Regionale woondeal. Dit gaat om het risico ‘het lukt niet om prestatieafspraken te maken die aansluiten bij
44
Dit heeft vooral een vertragend effect op de verbetering van de beheersing op onderhoud (die zich financieel laat gelden). Begin 2026 nemen we concrete maatregelen ten aanzien van de implementatie van het onderhoudsbeleid. Deze maatregelen dragen bij aan een diepere beheersing op dit risicogebied.
De transitieopgave (met name op het gebied van EBM en overige verduurzaming) staat nog steeds onder druk. Dit uit zich bijvoorbeeld in het achterblijven van de doelstellingen op het gebied van het uitfaseren van EFG en blijkt vooral uit de berekende realisatie-indices. Veel projecten zijn of worden opgestart en we verwachten dat de resultaten in 2026 zichtbaar worden. Hierdoor is de verwachting dat de scores op de transitieopgave zullen verbeteren.
Risico’s en onzekerheden in het verslagjaar die een belangrijke impact hebben gehad
In 2025 zijn een tweetal risico’s in beweging geweest als gevolg van de Nationale Prestatieafspraken en de Regionale woondeal. Dit gaat om het risico ‘het lukt niet om prestatieafspraken te maken die aansluiten bij onze strategie’ en het risico ‘we hebben de verkeerde woningen in de toekomst’. Door frequent overleg kunnen we samen met de gemeente kijken naar wat nodig is en welke bijdrage Oost West Wonen daaraan kan leveren. We hebben altijd een duurzaam verdienmodel gehad. Dit stelt ons nu in staat om eenmalig een extra investeringsopgave aan te kunnen.
Als gevolg van de verkiezingen en de kabinetsformatie hebben we het risico ‘politieke onvoorspelbaarheid’ wederom toegevoegd. De betaalbaarheid van wonen staat onder druk en de politiek heeft te kampen met begrotingstekorten. Er wordt al snel naar de corporatiesector gekeken voor huurverlagingen. Als dit scenario zich weer voordoet, neemt dit een grote hap uit onze investeringscapaciteit en raakt dit de haalbaarheid van de nieuwbouw- en verduurzamingsplannen.
Risico’s en onzekerheden in het verslagjaar die een belangrijke impact hebben gehad In 2024 zijn een tweetal risico’s in beweging geweest als gevolg van de Nationale Prestatieafspraken en de Regionale woondeal. Dit gaat om het risico ‘het lukt niet om prestatieafspraken te maken die aansluiten bij onze strategie’ en het risico ‘we hebben de verkeerde woningen in de toekomst’. Door frequent overleg kunnen we samen met de gemeente kijken naar wat nodig is en welke bijdrage Oost West Wonen daaraan kan leveren. We hebben altijd een duurzaam verdienmodel gehad Dit stelt ons nu in staat om eenmalig een extra investeringsopgave aan te kunnen.
Voornaamste risico’s en onzekerheden
Compliance
Als gevolg van de verkiezingen en de kabinetsformatie hebben we het risico ‘politieke onvoorspelbaarheid’ toegevoegd. De betaalbaarheid van wonen staat onder druk en de politiek heeft te kampen met begrotingstekorten. Er wordt al snel naar de corporatiesector gekeken voor huurverlagingen. Als dit scenario zich weer voordoet, neemt dit een grote hap uit onze investeringscapaciteit en raakt dit de haalbaarheid van de nieuwbouw- en verduurzamingsplannen.
Voornaamste risico’s en onzekerheden
In 2025 is iedere drie maanden gerapporteerd over de voortgang van de toprisico’s. Geïdentificeerde risico’s worden gewogen op kans, financiële impact of op de impact op het imago van Oost West Wonen. We gaan uit van onderstaande kans- en impactschalen:
In 2024 is iedere drie maanden gerapporteerd over de voortgang van de toprisico’s. Geïdentificeerde risico’s worden gewogen op kans, financiële impact of op de impact op het imago van Oost West Wonen. We gaan uit van onderstaande kans- en impactschalen:

Scenario analyse
Jaarlijks bij het opstellen van de financiële meerjarenprognose voeren we een scenario analyse uit. Bij de begroting 2024-2033 zijn de volgende scenario’s (individueel) doorgerekend:
Scenario analyse
• Een hogere rente (+1%);
Jaarlijks bij het opstellen van de financiële meerjarenprognose voeren we een scenario analyse uit. Bij de begroting 20262035 zijn de volgende scenario’s (individueel) doorgerekend:
• Een hogere rente (+1%);
• Onderhoud +10%
• Halvering verkopen;
• Marktindex naar 0
De scenario analyse wijst uit dat het scenario van 1% hogere rente ervoor zorgt dat een ICR van 1,4 niet meer gehaald wordt vanaf 2032. De loan-to-value blijft in alle scenario’s voldoen aan maximaal 85%. Oost West Wonen gebruikt het compartimentenmodel om te beoordelen of we binnen de financiële kaders van ons duurzaam verdienmodel blijven. Dit model laat bij de scenario’s zien dat het tekort fors toeneemt bij een stijgende rente, een stijging van het onderhoud met 10% en als de verkopen maar voor 50% gerealiseerd worden. Met het tekort bedoelen we hier dat de leningenportefeuille meer toeneemt dan mogelijk is binnen een duurzaam verdienmodel. Dit wordt veroorzaakt door een hogere nieuwbouwopgave vanuit de woondeal. Zelfs in het scenario dat de Belastingplicht en aangifte vennootschapsbelasting (Vpb-plicht) voor corporaties zou worden afgeschaft laat het model nog een tekort zien.
De scenario’s stijgende rente en onderhoudsstijging zouden ertoe leiden dat vanaf 2028 onrendabele investeringen, zoals de duurzaamheidsinvesteringen, betaald moeten worden met externe financiering. Er zijn mogelijkheden om de komende jaren bij te sturen. Die mogelijkheden hebben wel direct impact op de realisatie van de nieuwbouwopgave of duurzaamheidsdoelstellingen.
Operationele risicobeheersing Risico’s in de operationele processen kunnen we goed voorkomen door processen hierop in te richten. We hebben voor ieder proces een proceseigenaar, die is verantwoordelijk voor de juiste inrichting, bewaking van de juiste uitvoering en verbetering. Ook hebben veel processen een verbeterteam waarin met de procesverbeteraar actief gewerkt wordt aan verbeteringen op basis van gerealiseerde resultaten. Het verbeterteam zetten we bijvoorbeeld in bij de digitalisering van een proces of analyse en de verbetering van de klanttevredenheid.
Woningcorporaties kennen een sterke afhankelijkheid van wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving is divers van aard, complex en aan verandering onderhevig. Vanuit de compliance functie ligt de focus op naleving van deze wet- en regelgeving. Het compliance risico maakt expliciet onderdeel uit van het risicomanagement-beleid. Elke manager is verantwoordelijk voor het reageren op de compliance risico’s in zijn resultaatgebieden, dit is onderdeel van het afdelingsoverleg.
Relevante wijzigingen in wet- en regelgeving brengen we actief, minimaal drie keer per jaar, onder de aandacht bij de verantwoordelijke medewerkers en managers. Hiervoor gebruiken we een overzicht dat periodiek beschikbaar wordt gesteld binnen de ZWS-samenwerking.
De risico-eigenaren zijn ook een belangrijk onderdeel van de tijdige signalering van wijzigingen in de wet- en regelgeving. Zij overleggen drie keer per jaar met elkaar en signaleren en borgen samen wijzigingen met een hoog risico.
Frauderisicoanalyse
We hebben een frauderisicoanalyse die we jaarlijks actualiseren met het management en bespreken met de auditcommissie. De risico’s zijn voorzien van beheersmaatregelen.
De controller heeft de frauderisicobeheersing binnen
Oost West Wonen beoordeeld aan de hand van de NBA-handreiking frauderisicobeheersing. De aanbevelingen zijn gepresenteerd aan het bestuur en de auditcommissie.
7.5 Overige onderwerpen
Softcontrols
Zachte beheersingsmaatregelen (softcontrols) zijn voor Oost West Wonen belangrijk als het gaat om risicobeheersing. Oost West Wonen staat voor een open, klantgerichte cultuur. We mogen fouten maken als we ook leren van onze fouten. Elkaar aanspreken maakt daar deel van uit.
Verbindingen en nevenactiviteiten
Oost West Wonen heeft geen verbindingen. Vanwege de transparantie is ervoor gekozen om alle activiteiten binnen de Stichting uit te voeren. In 2025 ontplooide Oost West Wonen geen risicovolle nevenactiviteiten. Oost West Wonen neemt niet deel in bv’s, nv’s of welke deelnemingsvorm of dochtermaatschappij dan ook. Wel participeert Oost West Wonen in acht Verenigingen van Eigenaren.
Aanbestedingen maatschappelijk vastgoed
In het verslagjaar zijn er geen aanbestedingen voor maatschappelijk vastgoed aan de orde geweest.
Grondaankopen
In 2025 vonden een tweetal grondaankopen plaats ten behoeve van nieuwbouwprojecten; het betreft de aankoop van een positie Menheerse Erf in Middelharnis en een positie aan de Broekweg in Ouddorp. Beide grondaankopen nemen we in 2026 verder in ontwikkeling. Er zijn geen woningen aangekocht.
Belangenverstrengeling en integriteit
Oost West Wonen wil situaties van belangenverstrengeling voorkomen. Dat betekent voor de bestuurder dat privéhandelingen van de bestuurder, waarbij sprake zou kunnen zijn van een schijn van belangenverstrengeling, vooraf worden gemeld en besproken met de Raad van Commissarissen. Dat geldt ook voor transacties waarbij mogelijke tegenstrijdige belangen spelen. Overigens geldt een dergelijke afspraak ook voor de leden van de Raad van Commissarissen. Op zijn beurt dient de bestuurder ervoor te zorgen dat belangentegenstelling of -verstrengeling tussen Oost West Wonen en medewerkers wordt vermeden en wanneer daar wel sprake van is, dat dit dan op een integere wijze wordt opgelost.
Oost West Wonen wil een zodanig intern klimaat proberen te bewerkstelligen dat er open en eerlijk over integriteits kwesties, dilemma’s en belangenverstrengeling kan worden gesproken. In het tweede kwartaal 2025 zijn workshops Integriteitsdilemma’s gehouden voor de gehele organisatie. Ook In 2025 is er, naar aanleiding van de Handreiking Vastgoedbezit, een update gedaan en een nieuwe inven tarisatie gemaakt van het particuliere vastgoedbezit van leden van de Raad van Commissarissen, de bestuurder, de managers en de concerncontroller. Deze inventarisatie is gedeeld met de externe accountant. Onze medewerkers zijn hierbij gevraagd inzicht te geven in eventueel particulier vastgoedbezit. Uit de inventarisatie blijkt dat niemand binnen Oost West Wonen belangen heeft in strijd met de belangen van Oost West Wonen. Jaarlijks zal deze inventarisatie worden herhaald.
Aan medewerkers van Oost West Wonen zijn in het afgelopen jaar geen leningen verstrekt noch (financiële) garanties afgegeven.
7.6 Verklaring van de bestuurder
Als bestuurder verklaar ik dat alle middelen van de vereniging Oost West Wonen in het verslagjaar uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting zijn besteed. Oost West Wonen onderschrijft en voldoet aan de Governancecode, bevattende de gemeenschappelijke waarden en normen in de sector.
Middelharnis, juni 2026
W.g.
M.G. van de Kamp, Bestuurder



8. Verslag van de Raad van Commissarissen



Voorwoord
In 2025 hebben er veel veranderingen plaatsgevonden. Het MT is vernieuwd, er werd een huurbevriezing aangekondigd en weer ingetrokken. Er is veel energie gestopt in de totstandkoming van het nieuwe ondernemingsplan.
Dit jaar stond ook in het teken van een wisselingen in de samenstelling van de RvC. Met het aftreden van Wim Nattekaas en vervolgens Tertius Abbo namen we afscheid van twee betrokken en deskundige commissarissen die elk op hun eigen wijze een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan het toezicht op Oost West Wonen. Hun inzet, expertise en kritische blik hebben de organisatie de afgelopen jaren versterkt. Wij zijn hen daarvoor zeer erkentelijk. Als gevolg van hun vertrek hebben we ook twee nieuwe commissarissen mogen verwelkomen: Ingeborg de Jong en Sander Sparenberg. Met het aanstaande vertrek van ondergetekende halverwege 2026 heeft de RvC zorgvuldig nagedacht over een nieuwe voorzitter per dat moment. Unaniem is ervoor gekozen om Joke van Vugt per 1 juli te benoemen als nieuwe voorzitter. Met haar is gekozen voor een betrokken, deskundige voorzitter die voor continuïteit zorgt en woonachtig is in het werkgebied.
Als RvC kijken we met veel waardering terug op wat de organisatie in 2025 heeft bereikt. We zagen dat ook terug in het positieve visitatierapport. De grote betrokkenheid van bestuur en medewerkers, die we zelf ook ervaren in de contacten en de wendbaarheid die is getoond tijdens de onzekere periode rondom de huurbevriezing, getuigen van een organisatie die stevig in haar schoenen staat. Als RvC kijken wij dan ook met vertrouwen naar de toekomst. Oost West Wonen staat voor haar maatschappelijke opdracht en is volop bezig te bouwen aan betaalbare, duurzame en prettige woningen voor de mensen op Goeree Overflakkee. Wij zijn trots daar als toezichthouder aan te mogen bijdragen.

Harold Willems, Voorzitter Raad van Commissarissen
8.1 Over besturen en toezicht houden
Visie op toezicht
De Raad van Commissarissen van Oost West Wonen houdt toezicht op het functioneren van de bestuurder en de algemene gang van zaken binnen Oost West Wonen. De RvC adviseert de bestuurder daarnaast gevraagd en ongevraagd
en vervult de werkgeversrol richting de bestuurder.
De RvC houdt onder andere toezicht op:
• realisatie van de doelstellingen van Oost West Wonen;
• realisatie van de volkshuisvestelijke opgaven;
• strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van Oost West Wonen;
• opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, waaronder een goede invulling van de zogenaamde softcontrols;
• kwaliteitsbeleid;
• kwaliteit van de maatschappelijke verantwoording;
• financieel verslaggevingsproces;
• naleving van toepasselijke wet- en regelgeving.
De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de RvC zijn beschreven in de statuten van Oost West Wonen en verder uitgewerkt in het reglement voor de RvC. De RvC heeft twee commissies ingesteld die advies geven en de besluitvorming voorbereiden, namelijk een auditcommissie en een selectie- en remuneratiecommissie. Deze commissies hebben ook hun eigen reglementen. In het verslagjaar is besloten de vastgoedcommissie een formeel karakter te geven, gelijk aan de andere commissies.
In paragraaf 8.5 wordt het aantal vergaderingen en de onderwerpen van de RvC-vergaderingen en de commissies verder toegelicht. De RvC houdt toezicht vanuit de visie op toezicht en bestuur, bestaande uit vier verschillende onderdelen: het externe kader, het interne kader, het beoordelingskader en het toezichtkader. Het toezichtkader beschrijft op hoofdlijnen het speelveld en de spelregels die de RvC bij het uitoefenen van zijn taken volgt. Als toezichtkader voor het uitoefenen van zijn taken, hanteerde de RvC in 2025:
Extern toezichtskader
• Woningwet
• Besluit Toegelaten Instelling Volkshuisvesting (Btiv)
• Governancecode Woningcorporaties
• Beleidsregels Aw
• Beleidsregels WSW
• Gezamenlijk beoordelingskader Aw/WSW
Intern toezichtskader
• Statuten
• Reglement RvC
• Reglementen commissies
• Reglement financieel beleid en beheer
• Treasurystatuut
• Investeringsstatuut
• Profielschets RvC
• Gedrags- en integriteitscode en klokkenluiderregeling
Besturingskaders
• Ondernemingsplan
• Portefeuillestrategie
• Begroting 2026
• Financiële meerjarenprognose 2026-2035
• Treasuryjaarplan 2025
• Prestatieafspraken gemeente Goeree-Overflakkee

Governancecode Woningcorporaties 2020
De Governancecode kent vijf principes. De principes vullen elkaar aan en moeten in samenhang worden gezien. De RvC van Oost West Wonen onderschrijft de code en neemt deze als uitgangspunt voor zijn werkzaamheden. We voldoen aan alle bepalingen. Voor de meest recente documenten op het gebied van Governance verwijzen we naar de website van Oost West Wonen.
Governance in het verslagjaar
Op 4 december 2025 heeft de Autoriteit Wonen kennis gemaakt met de voorzitter van de RvC, controller en bestuurder van Oost West Wonen. Dat waren nuttige en plezierige gesprekken. Ook hebben we toen een aantal projecten bezocht. Besloten is om geen toezichtbrief op te stellen. De laatste toezichtsbrief is in 2024 geweest. Volgend verslagjaar is het in ieder geval wel de bedoeling deze weer op te stellen vanuit de Aw. Daarnaast is op 29 november 2025 de rechtmatigheidsbrief verslagjaar 2024 van de Aw ontvangen. De conclusies waren dat er geen onrechtmatigheden ten aanzien van dit onderzoek zijn geconstateerd.
8.2 Verslag vanuit
toezichthoudende rol
Toezicht op strategie
De RvC is zich goed bewust van de verschillende rollen die worden vervuld. Raad en bestuurder delen de opvatting dat strategische verkenningen in een vroeg stadium bijdragen tot het ontstaan van een gedeelde visie op de lange termijn en de basis vormen voor een goed en effectief toezicht later. De werkwijze is erop gericht om periodiek strategische themabesprekingen te organiseren.
De RvC heeft daarom in 2025 diverse malen met de bestuurder gesproken over de koers van Oost West Wonen. Het blijft belangrijk om in te spelen op de mondiale en politieke context waarin corporaties zich bevinden. Het delen van strategische verkenningen in een vroegtijdig stadium
dragen bij aan begrip en betrokkenheid bij wijzigende koers en dragen bij aan een gedeelde visie. Dit vormt de basis voor een goed en efficiënt toezicht.
2025 Was een bijzonder jaar omdat er diverse onderwerpen de revue zijn gepasseerd waarin de RvC zijn rol had. Zo is samen met de bestuurder opdracht verstrekt voor de visitatie van Oost West Wonen, is de RvC meegenomen in het traject naar een nieuw ondernemingsplan en de bijbehorende organisatieontwikkeling, is de RvC gekend in de voorgenomen MT-wisseling, zijn gesprekken gevoerd over de koerswijzigingen in de verduurzamings- en nieuwbouwopgave en hebben de nieuwe stijl Lokale Prestatie afspraken, vastgoedsturing en realisatiegraad aandacht gekregen.
Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in het speelveld van Oost West Wonen heeft de RvC in het afgelopen boekjaar overleg gevoerd met de externe onafhankelijke accountant, de huurdersverenigingen, het managementteam, de controller en de ondernemingsraad.
Er is bijzondere aandacht besteed aan de relatie met de huurdersverenigingen van Oost West Wonen. Door de wisseling van een huurderscommissaris en constatering dat de huurdersverenigingen vanuit hun natuurlijke bril vooral inzetten op het belang van de zittende huurder is extra ingezet op het dichtbij halen van de onderlinge samenwerking en begrip. De Raad heeft zich aan het einde van het jaar gepresenteerd aan de besturen van de huurdersverenigingen.
Hierdoor blijven de lijnen kort.
Toezicht op financiële en operationele prestaties
De RvC heeft zich gedurende 2025 op verschillende momenten en naar aanleiding van diverse onderwerpen beziggehouden met de inzet van het vermogen en de financiële continuïteit.
De Raad heeft zich via de kwartaalrapportages laten informeren over de voortgang van alle relevante facetten in de bedrijfsvoering van Oost West Wonen.
De auditcommissie, die door de RvC is ingesteld, heeft de RvC geadviseerd over het toezicht op de financiële informatieverschaffing door Oost West Wonen, de opvolging van de aanbevelingen en opmerkingen van de controller en de externe accountant en de beoordeling van het functioneren van de externe accountant.
De voltallige auditcommissie heeft op 27 mei 2025 overleg gevoerd met de accountant en de controller, zonder aanwezigheid van de bestuurder. Per jaar dient minimaal één keer een dergelijk overleg met de controller plaats te vinden, volgens de richtlijnen in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv). De inhoud van dit gesprek had vooral betrekking op de risico’s en de voortgang van de activiteiten van de werkorganisatie.
Voor de uitvoering van haar taken heeft de auditcommissie in 2025 tweemaal vergaderd. In paragraaf 8.5 komen de belangrijkste onderwerpen van die overleggen aan de orde. De bevindingen en aanbevelingen over deze onderwerpen zijn gerapporteerd aan de RvC in de vorm van een advies.
Zo is er ingegaan op:
Managementletter
De RvC heeft de managementletter 2024 van de externe accountant op 14 februari 2025 besproken met de bestuurder en de accountant.
Intern auditplan 2025
Op 29 januari 2025 heeft de auditcommissie het intern auditplan 2025 met de controller besproken. De controller heeft een onafhankelijke positie binnen Oost West Wonen. De RvC heeft het auditplan in de vergadering van 14 februari 2025 goedgekeurd. De inhoud van dit plan betreft de voorgenomen interne audits van de controller en de verdere werkzaamheden van de controller in 2025.
Bestuursverslag (volkshuisvestingsverslag) jaarrekening en accountantsverslag
Op 6 juni 2025 heeft de RvC het bestuursverslag en de jaarrekening 2024 van Oost West Wonen besproken met de bestuurder. Tijdens de vergadering is ook het accountantsverslag besproken. Vervolgens heeft de RvC het bestuursverslag en de jaarrekening goedgekeurd. De auditcommissie heeft eerst zonder en daarna in aanwezigheid van de bestuurder op 27 mei 2025 gesproken met de externe accountant over het bestuursverslag en de jaarrekening 2024, de belangrijkste risico’s en het auditplan.
Begroting 2026, financiële meerjarenprognose 2026-2035
Op 21 november 2025 zijn de begroting en de financiële meerjarenprognose 2026-2035 besproken. Ook daarvoor al is meerdere malen gesproken over de keuze die gemaakt moet worden: (grote) financiële buffers aanhouden of primair doen waarvoor Oost West Wonen er is, namelijk het vervullen van haar volkshuisvestelijke opgave. We hebben gekozen voor dat laatste, waarmee we ook ruimte bieden aan de werkorganisatie om de financiële middelen naar vermogen in te zetten. Natuurlijk zorgen we er daarbij voor dat we voldoende solide blijven om ook in de toekomst onze opgave te kunnen blijven realiseren. De auditcommissie heeft de begrotingsstukken intensief besproken en de RvC positief geadviseerd over de goedkeuring ervan. De begroting is doorgerekend met meerdere (slechtweer)scenario’s. De RvC heeft geconstateerd dat de financiële continuïteit van Oost West Wonen is aangetoond en heeft de begroting goedgekeurd. De RvC is van mening dat het in de financiële meerjarenraming opgenomen investeringsprogramma recht doet aan de mogelijkheden van de organisatie en dat Oost West Wonen zich onder deze condities maximaal inzet om haar volkshuisvestelijke opgave te realiseren. Dit is ook nodig want de realisatie verdient nog een verdere versnelling. Hoewel onze tot nu toe goede ratio’s op den duur de grenzen naderen, heeft de RvC een goed en comfortabel gevoel bij de keuzes die de organisatie maakt. Er zijn voldoende mogelijkheden zijn tot bijsturing als onverwachte tegenvallers zich voordoen.
Dit is bevestigd door de uitkomsten van de second opinion van Finance Ideas op de meerjarenbegroting van Oost West Wonen. De RvC is op de hoogte gesteld van de uitkomsten en concludeert dat Oost West Wonen in de loop der jaren voldoende bijsturingsmogelijkheden heeft om de financiële gezondheid van de organisatie te waarborgen. De conclusies van de externe toezichthouders Aw en WSW bevestigen dit beeld.
Toezicht op volkshuisvestelijke en maatschappelijke prestaties
De RvC heeft zich regelmatig door de bestuurder laten informeren over de (financiële) resultaten in relatie tot de doelen, de ontwikkelingen met betrekking tot de projecten, de voortgang van de actualisering, de totstandkoming en uitvoering van de prestatieafspraken en de relevante externe ontwikkelingen waar Oost West Wonen mee geconfronteerd werd. Ook is de rol van de auditcommissie besproken en is de jaarplanning aan bod gekomen. De stand van zaken van de prestatieafspraken is op 21 november 2025 met de RvC besproken. Er wordt tevredenheid uitgesproken over de nieuwe stijl van de prestatieafspraken, waarbij de bondigheid en de concreetheid tot dit positieve beeld leiden. De prestatieafspraken zijn te beschouwen als werkafspraken voor het jaar 2026, dus er wordt met belangstelling naar de uitkomsten hiervan gekeken. In het voorjaar van 2026 worden meerjarige afspraken gemaakt omdat de afspraken dan afgestemd kunnen worden op de gemeenteverkiezingen, het nieuwe ondernemingsplan en de herijkte portefeuillestrategie van Oost West Wonen. Hiermee kan de werkorganisatie zich blijven focussen op onderwerpen die meer tijd nodig hebben dan de jaarlijkse cyclus.
Visitatie
Op 11 februari 2025 heeft een afvaardiging van de RvC samen met de bestuurder gesprekken gevoerd met twee visitatiebureaus, om te komen tot een keuze van het bureau. In de wetenschap dat er in 2025 ook gewerkt zou worden aan de nieuwe koers van Oost West Wonen, zou de uitkomst van het visitatierapport kunnen dienen als input voor het nieuwe ondernemingsplan van Oost West Wonen. Het bureau Raeflex sloot het meest aan bij de wensen van bestuurder en RvC om in een beschikbare tijd tot een goede visitatie te komen. Op 7 april 2025 is de visitatie gestart waarbij ook RvC-leden waren uitgenodigd om een indruk te krijgen van projecten waar binnen Oost West Wonen op dat moment aan werd gewerkt. Bijzondere waardering was er ook voor medewerkers van Oost West Wonen die dit moment gebruikten om de leden van de RvC en visitatiecommissie op de hoogte te stellen van onderwerpen als Wonen en Zorg combinaties en bijzondere samenwerkingen met ontwikkelaars. Op 6 mei 2025 heeft de visitatiecommissie de mening van de RvC gevraagd over de maatschappelijke prestaties van Oost West Wonen in de afgelopen vier jaar. De resultaten van alle gesprekken met stakeholders van Oost West Wonen zijn door de visitatiecommissie aan de bestuurder, RvC en MT-leden van Oost West Wonen gepresenteerd op 19 juni 2025. Er was algehele herkenbaarheid en waardering voor de resultaten die werden gepresenteerd. Zoals gehoopt konden deze resultaten als input dienen voor het verdere traject van het nieuwe ondernemingsplan van Oost West Wonen.
Strategische sessie vastgoedsturing/koerswijziging Op 22 mei hebben de bestuurder en portefeuillemanager van Oost West Wonen de leden van de RvC meegenomen in de wijzigende koers ten aanzien van de nieuwbouw- en verduurzamingsopgave. Met de grote druk die gevoeld wordt om te participeren in de nieuwbouwopgave werd de keuze gemaakt om met de verduurzamingsopgave naar een lager ambitieniveau te gaan. De consequenties van deze wijzigende inzichten hebben een doorvertaling naar de MJB 2026-2035.
De RvC herkende de argumentatie die werd aangereikt om de koers te wijzigen en heeft nogmaals benadrukt om hierin de (financiële) ruimte te pakken die passend is voor Oost West Wonen, met inachtneming van de toekomstige financiële gezondheid van de corporatie.
Ondernemingsplan
Oost West Wonen is toe aan een hernieuwde focus van haar koers en heeft besloten in 2025 te werken aan een nieuw ondernemingsplan. De RvC is hiervan in kennis gesteld en heeft op 14 februari kennisgemaakt met het bureau Fraey dat de organisatie hierin gaat begeleiden. De RvC herkent de uitdrukkelijke wens van de bestuurder om de medewerkers een rol te geven in de totstandkoming en inhoud van de nieuwe koers van de organisatie. Fraey heeft hierin een traject gepresenteerd dat de rol van de medewerkers borgt en weet te vertalen naar een aantal focusgebieden. De RvC is op een aantal momenten in het jaar bijgepraat en aanwezig geweest bij terugkoppelingen op de verdere vorming van het ondernemingsplan. Zo heeft hij de presentatie van de expeditieleiders aan de werkorganisatie bijgewoond en heeft in een strategische sessie op 28 november de strategische kaders van het plan doorgesproken met de bestuurder. Het complete plan zal in de eerste helft van 2026 gepresenteerd worden.
Toezicht op stakeholderdialoog De RvC heeft tijdens de vergaderingen met de bestuurder kennisgenomen van de inhoud van alle reguliere, bestuurlijke overleggen met de gemeente, huurdersverenigingen, zorgaanbieders en andere stakeholders. De opvattingen van stakeholders zijn in de overwegingen en besluiten van de RvC meegewogen. Daarnaast onderhouden de commissarissen hun individuele contacten met diverse stakeholders. De hierbij opgevangen signalen of informatie nemen zij mee in de reguliere vergaderingen van de RvC. In de visie op toezicht en bestuur hebben RvC en bestuurder afgesproken jaarlijks een stakeholderbijeenkomst te organiseren. Dit evenement heeft in 2025 niet in een georganiseerde vorm plaatsgevonden vanwege de gevraagde bijdrage van de stakeholders aan de totstandkoming van het visitatierapport én de input die aan stakeholders (vaak dezelfde) werd gevraagd voor het nieuwe ondernemingsplan. Er is afgesproken om in het tweede kwartaal van 2026 via een bijeenkomst stakeholders terug te geven welke focus Oost West Wonen kiest de aankomende jaren. Hierin zal de RvC zijn rol nadrukkelijk vervullen.
Toezicht op risicobeheersing
De auditcommissie is op 27 mei en 18 november 2025 bijgepraat over het interne auditplan en de activiteiten van de controller. Daarnaast heeft de controller op 21 november 2025 een update gegeven van het risicomanagement.
Buiten aanwezigheid van de bestuurder heeft de auditcommissie met de controller en met de externe accountant gesproken over de mate van risicobeheersing. De ingezette lijn werd ook hier herkend.
Opdrachtgeverschap externe accountant
De controle voor het boekjaar 2025 wordt evenals in 2022, 2023 en 2024 uitgevoerd door Forvis Mazars Accountants te Rotterdam.
Conclusie
Alles in ogenschouw nemend is de RvC van mening dat hij adequaat en onafhankelijk toezicht houdt op het bestuur van Oost West Wonen en de wijze waarop het bestuur de organisatie aanstuurt.
8.3 Verslag vanuit werkgeversrol
Invulling werkgeversrol voor bestuur
De RvC is verantwoordelijk voor een goed bestuur, onder meer door benoeming, schorsing, ontslag en de jaarlijkse evaluatie van de bestuurder. De RvC heeft daartoe een selectie- en remuneratiecommissie ingesteld. Deze commissie is onder meer belast met de voorbereiding van de selectie en benoeming van de leden van de RvC en bestuurder en met het bezoldigingsbeleid en de beoordeling van de bestuurder.
In 2025 is de selectie- en remuneratiecommissie vier keer bij elkaar gekomen voor overleg. Evenals voorgaande jaren heeft de commissie weer structureel overleg gehad met diverse organen binnen de organisatie (OR en controller). Deze laatste is uiteraard nauw betrokken bij de vergaderingen van de RvC, maar ook het aparte gesprek met de remuneratiecommissie wordt als waardevol ervaren.
Met de bestuurder is goed contact geweest over haar voornemen een wisseling in de bestaande MT- samenstelling door te voeren en de effecten hiervan op de werkorganisatie. De RvC heeft met gepaste tevredenheid geconstateerd dat deze wisseling en de keuze voor tijdelijke invulling in de aanloop naar een vaste invulling geen grote reuring heeft veroorzaakt in de organisatie. Met de inzet van de controller in het traject van de begroting is vastgesteld dat hiermee stappen in de 2e lijn zijn gezet. Dit heeft welbewust plaatsgevonden en zal met de permanente invulling van de manager bedrijfsvoering weer terugbuigen. Met de succesvolle invulling van de managementrollen op vastgoed en bedrijfsvoering die aan het einde van 2025 was gerealiseerd kijkt de RvC met vertrouwen uit naar 2026.
Op 21 november 2025 heeft de interne zelfevaluatie van de RvC plaatsgevonden. De RvC is over het algemeen tevreden over zijn eigen functioneren. Gezien de context waarin de RvC relatief veel nieuwe leden kent, is de zelfevaluatie laagdrempelig ingezet met meer focus op het leren kennen van elkaar. Verder is de algemene indruk dat de continuïteit van de RvC aandacht vraagt, vanwege de wisselingen in het team. Daaruit voortkomend zal de verdere kennismaking met het bedrijf en de samenwerking onderling aandacht vragen voor de komende periode. Ook de verdere continuïteit van het team vraagt aandacht in verband met het vertrek van de voorzitter per juli 2026.
Beoordelingskader en beoordeling
In 2025 heeft de remuneratiecommissie weer prestatieafspraken gemaakt met de bestuurder van Oost West Wonen.
Op 29 januari 2025 heeft er tussen de voorzitter van de remuneratiecommissie en de bestuurder een gesprek plaatsgevonden om een doorkijk te maken naar de resultaten van 2025. Op 24 november is de balans opgemaakt, waarin de conclusie is getrokken dat men positief is ten aanzien van
het functioneren van de bestuurder. Met rust en het geven van duidelijke richting van de bestuurder, in een periode van verandering, waarbij aandacht blijft voor een constructieve samenwerking met interne en externe stakeholders kan de RvC met comfort naar de toekomst kijken.
Beloningskader en beloning
De RvC heeft een besluit genomen over de bezoldigingsklasse van Oost West Wonen voor de Wet normering topinkomens na een voorstel hierover van de selectie- en remuneratiecommissie. De bezoldigingsklasse F, met een bezoldigingsmaximum van € 206.000 voor 2025, is van toepassing voor Oost West Wonen op basis van het aantal verhuureenheden en de omvang van de gemeente. De beloning van de directeur-bestuurder voldoet aan de actuele wetgeving. De jaarrekening bevat hierover meer informatie.
Permanente educatie
In de Governancecode Woningcorporaties 2020 is opgenomen dat bestuurders van woningcorporaties in drie jaar tijd 108 PE-punten dienen te behalen. Dit is gebaseerd op 108 studiebelastingsuren, zoals vastgesteld door de geaccrediteerde opleidingsaanbieder. De bestuurder heeft in 2025 67 PE-punten behaald, ten opzichte van 91 in 2024 en 65 in het jaar 2023. Het voorgeschreven aantal is dus ruim gehaald.
Nevenfuncties
De bestuurder vervulde in 2025 geen nevenfuncties.
Organisatie, cultuur en integriteit
De RvC hecht aan een integere en open cultuur binnen Oost West Wonen, waarbinnen ruimte is voor reflectie en tegenspraak. De gedrags- en integriteitscode en de klokkenluidersregeling zijn hiervoor de basis. De bestuurder en de RvC hebben daarbij een voorbeeldfunctie in hun gedrag en de cultuur die wordt uitgedragen. Wij zijn ons daarvan bewust en spreken elkaar daarop aan. De RvC vindt het belangrijk om de cultuur binnen de organisatie te begrijpen en zal hier actief bij betrokken blijven. Het meelopen met medewerkers om zicht te krijgen op het werk, de sfeer en cultuur van Oost West Wonen is hier helpend aan geweest. De zelfevaluatie heeft duidelijk gemaakt dat stages een waardevolle invulling geven aan het zicht krijgen op de sfeer en cultuur van Oost West Wonen. De open cultuur binnen de RvC is daarnaast helpend om elkaar te bevragen op zaken die schurend kunnen zijn op de belangen van Oost West Wonen.
Van alle medewerkers van de organisatie wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan de gewenste organisatiecultuur. De RvC ziet erop toe dat de bestuurder zich hiervoor voldoende inspant en laat de bestuurder periodiek verantwoording afleggen over gerichte activiteiten op dit vlak en eventuele geconstateerde afwijkingen van het gewenste gedrag. Dit doet de bestuurder in de managementrapportage die de RvC per kwartaal ontvangt. De RvC ziet erop toe dat integriteitsvraagstukken nadrukkelijk op de agenda van de organisatie blijven staan. Hiertoe is in 2022 een integriteitsregister in het leven geroepen om zo het onderwerp, maar ook transparantie naar elkaar, te kunnen blijven bevorderen.
Om een beeld te kunnen vormen van de organisatiecultuur heeft de RvC niet alleen contact met de bestuurder maar ook twee keer per jaar met de ondernemingsraad. Daarnaast ontmoet de RvC de managers, controller en medewerkers tijdens vergaderingen en bijeenkomsten. We kunnen concluderen dat alle partijen tevreden zijn met de behaalde resultaten en de rolinvulling van de bestuurder.
De controller heeft de RvC in 2025 bijgepraat over de aandacht die integriteit krijgt binnen Oost West Wonen. Alle medewerkers van Oost West Wonen zijn uitgenodigd deel te nemen aan een workshop betreffende integriteit. Naast het bespreken van actuele casuïstiek zijn ook gedrag en cultuur aan de orde gekomen. Geconstateerd is dat er voldoende veiligheid en vertrouwen in de organisatie heerst om dit onderwerp met elkaar te bespreken. Met het werken aan het nieuwe Ondernemingsplan verwacht de RvC dat dit onderwerp ook daarin zal worden gepositioneerd.
8.4 Verslag vanuit klankbordfunctie
Zoals in de visie op toezicht en bestuur is vastgelegd, hebben er regelmatig formele en informele ontmoetingen plaatsgevonden tussen RvC en bestuurder. Beiden zien daar zeker het belang van in, omdat zij de bestuurder de mogelijkheid bieden om de door de RvC-leden ingebrachte kennis en deskundigheid in haar organisatie te benutten. Zo waren er op 22 mei (strategische sessie/vastgoedsturing) en 3 oktober (projecten en meerjarendoorkijk) ontmoetingen over de ambities van de organisatie in relatie tot de financiële mogelijkheden. In iedere vergadering wordt verder aan de hand van de actualiteiten gesproken over gesignaleerde tendensen in de omgeving waarin Oost West Wonen opereert. Met de bestuurder wordt van gedachten gewisseld over haar opvattingen daarover. Dit heeft bijvoorbeeld plaatsgevonden tijdens de informele strategische sessie op 28 november 2025 waarin de bestuurder de RvC bevraagd heeft op zijn kijk op de strategische kaders van het nieuwe ondernemingsplan en de organisatie die daarbij hoort. Op deze manier kan de RvC nog meer betrokken worden bij de ‘voorkant’ van de besluitvorming en bestuurlijke dilemma’s. Deze rol als informeel klankbord wordt ook vanuit de zelfevaluatie als zeer waardevol herkend. Er bestaat een gezamenlijke behoefte deze rol verder diepte te geven.
8.5 Over de Raad van Commissarissen
Samenstelling
In 2025 waren er vijf commissarissen die het toezicht op Oost West Wonen hebben uitgevoerd. Dhr. Willems trad in 2025 op als voorzitter. Na het aftreden van dhr. Nattekaas vervult mevr. Braal de rol van vicevoorzitter.
Profiel
Per 15 januari 2025 is dhr. Nattekaas afgetreden. Het profiel voor de open positie betrof een algemeen lid van de RvC, waardoor de OR van Oost West Wonen in juli 2024 was geconsulteerd over de profielschets. De profielschets en de hierin opgenomen competenties, deskundigheden en ervaringen zijn goed uitgebalanceerd en mede gebaseerd op de door de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) opgestelde criteria voor goed intern toezicht. Na het positieve advies van de OR is de RvC vanaf oktober 2024 aan de slag gegaan met de werving en selectie van het nieuwe lid onder leiding van een extern bureau. De zoektocht was voornamelijk naar een profiel met kennis van vastgoed, projectontwikkeling en verduurzaming. Begin 2025 is het gelukt een gekwalificeerde kandidaat aan te bieden aan de Aw. Dit heeft geleid tot de benoeming van mevr. De Jong per 11 april 2025.
Per 1 september 2025 is dhr. Abbo afgetreden. Het profiel van het nieuw te werven RvC-lid betrof een zetel op voordracht van de huurdersorganisaties. Huurdersvereniging GoereeOverflakkee en Huurdersvereniging Goedereede hebben zich in samenwerking met de Raad van Commissarissen voor de werving en selectie bij laten staan door een extern bureau. De profielschets en de daarin opgenomen competenties, deskundigheden en ervaring zijn in overleg vastgesteld en zijn mede gebaseerd op de door de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) opgestelde criteria voor goed intern toezicht. Er is op zoek gegaan naar een laagdrempelige toezichthouder met kennis van volkshuisvesting en een hart voor huurders. De huurdersverenigingen hebben dhr. Sparenberg voorgedragen als kandidaat. Vervolgens is dhr. Sparenberg met ingang van 3 oktober 2025 benoemd als lid van de Raad van Commissarissen.
Uitgangspunt voor de bezetting is dat de RvC uit generalisten bestaat die gezamenlijk een multidisciplinair team vormen. Voor een integrale besluitvorming moeten verschillende deskundigheden aanwezig zijn, te weten deskundigheid op volkshuisvestelijk gebied, financieel-economisch gebied, governance, risk en compliance, deskundigheid op het gebied van investeringsprojecten en gebiedsontwikkeling, deskundigheid op maatschappelijk gebied en actuele kennis en ervaring op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Hierin is ook aandacht voor de aanwezige competenties en persoonlijkheden van de afzonderlijke RvC leden om zo ruimte te bieden aan het complementaire karakter van het team.
De RvC functioneert onafhankelijk en richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de organisatie, naar het te behartigen maatschappelijke belang en naar het belang van de betrokken belanghebbenden.
Samenstelling Raad van Commissarissen
De RvC bestaat per 31 december 2025 uit vijf leden, waarvan twee commissarissen zijn benoemd op voordracht van de huurdersorganisaties. In 2025 waren onderstaande personen lid van de RvC.
De heer mr. J.H. (Harold) Willems (1964) Voorzitter van de RvC en lid van de selectie- en remuneratiecommissie
Kwaliteitszetel huurders
Dagelijkse functie: Interim-manager, -bestuurder en toezichthouder
Nevenfuncties:
• Voorzitter van de raad van commissarissen van woningcorporatie Poort6
• Lid van de raad van commissarissen van woningcorporatie BrabantWonen
• Lid Geschillencommissie
• Lid Commissie Vaarbelangen Nederlandse Vereniging van Toerzeilers
• Lid Huurcommissie
• Vrijwilliger geld en recht, Surplus
De heer mr. T. (Tertius) Abbo (1963) afgetreden per 19 september 2025
Lid van de RvC en voorzitter van de selectie- en remuneratiecommissie
Kwaliteitszetel huurders
Dagelijkse functie: Vennoot Abbo Van Trigt Advocaten
Nevenfuncties:
• Secretaris van de Stichting Huisman Foundation
• Voorzitter van de raad van toezicht van Sjaloom Zorg
• Lid van de raad van commissarissen Psychiatrie N3 BV
Mevrouw P. (Petra) Braal (1984)
Vicevoorzitter van de RvC (vanaf 15 januari), voorzitter van de auditcommissie en lid van de klankbordgroep vastgoed
Dagelijkse functie: manager financiën en bedrijfsvoering woningcorporatie Woonforte
Nevenfunctie: eigenaar Rotsvast Dienstverlening
Mevrouw drs. I.K.L. (Ingeborg) de Jong MRE (1964) benoemd per 11 april 2025
Lid van de RvC en lid van de auditcommissie en klankbordgroep vastgoed
Dagelijkse functie: algemeen directeur Timpaan, uitvoerend bestuurder Stichting Timpaan, directeur Timpaan Woonfonds
Nevenfuncties verbonden aan de hoofdfunctie als directeur
Timpaan Woonfonds:
• Lid raad van toezicht Stichting Nieuwbouw NL
• Lid raad van toezicht Woning Bouwers NL
• Lid Belangenvereniging De Heemtuiden
• Lid bestuur Stichting Circulair West
Nevenfuncties:
• Voorzitter raad van commissarissen van woningcorporatie Alwel
• Lid raad van toezicht Stichting Anton Constandse
De heer W.L.C. (Wim) Nattekaas (1956)
afgetreden per 15 januari 2025
Tot 15 januari vicevoorzitter van de RvC en lid van de vastgoedcommissie
Dagelijkse functie: gepensioneerd
Nevenfuncties:
• Lid/plv. Voorzitter Klachtencommissie gemeente Goeree-Overflakkee
• Voorzitter Stichting Vrienden van Ebbe en Vloed
De heer S. (Sander) Sparenberg (1975) benoemd per 3 oktober 2025 Lid van de RvC
Dagelijkse functie: Senior Adviseur Wonen, Provincie Zuid-Holland
Nevenfuncties:
• Bestuurder van Stichting MediaMundial
Mevrouw drs. J.M. (Joke) van Vugt (1980)
Lid van de RvC, tot 3 oktober lid van de auditcommissie en vanaf 3 oktober voorzitter van de selectie- en remuneratiecommissie
Dagelijkse functie: Group Director QHSE & CSR voor de bedrijvengroep Hanab B.V.
Nevenfuncties:
• Vrijwilliger Streekmuseum tot 1 mei
• Penningmeester parochie De Heilige Familie GoereeOverflakkee vanaf 1 mei
• Voorzitter Raad van Bestuur Stichting NVO-GO
• Lid Adviescommissie en auditor Home of Impact
De RvC kent een selectie- en remuneratiecommissie, een auditcommissie en een klankbordgroep vastgoed.
Deze commissies doen voorbereidend werk voor de RvC.
Besluitvorming vindt niet plaats in de commissies maar in de voltallige RvC. In de betreffende commissie wordt veelal een advies voor de RvC geformuleerd.
Rooster van aftreden
Per 31 december geldt het rooster van aftreden van de Raad van Commissarissen als volgt:
Naam Benoemd per Termijn eindigt per
P. Braal 3 oktober 2022 3 oktober 2026 (herbenoembaar)
I.K.L. de Jong 11 april 2025 11 april 2029 (herbenoembaar)
S. Sparenberg 3 oktober 2025 3 oktober 2029 (herbenoembaar)
J.M. van Vugt 1 april 2024 1 april 2028 (herbenoembaar)
J.H. Willems 1 juli 2018 1 juli 2026
Functioneren Integriteit en onafhankelijkheid Commissarissen melden een (mogelijk) tegenstrijdig belang direct aan de voorzitter en de overige leden van de RvC. De RvC is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurder en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen functioneren en hun taak naar behoren kunnen vervullen. De leden van de RvC hebben geen nevenfuncties die tegenstrijdig zijn met het belang van Oost West Wonen.
Vanuit de aard van haar werkzaamheden onderhoudt Oost West Wonen zakelijke relaties met een groot aantal partijen in de omgeving. Onder deze partijen is een stichting waarin dhr. T. Abbo als lid van de RvC ook een toezichthoudende rol vervult bij Sjaloom Zorg. De relatie tussen Oost West Wonen en deze stichting is op dit moment niet zodanig dat dit leidt tot tegenstrijdige belangen. Hierover is een verklaring tussen Oost West Wonen en dhr. Abbo opgesteld en dit is verder afgestemd met de Aw. Oost West Wonen heeft in dit kader ook een verklaring opgesteld voor mevr. Van Vugt in verband met haar dagelijkse functie als Group Director QHSE & CSR voor de bedrijvengroep Hanab B.V. en voor dhr. Sparenberg in verband met zijn functie als Senior Wonen bij de Provincie Zuid-Holland. In het kader van de aanvraag van een zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid zijn deze functies met de Aw afgestemd. Voor mevr. De Jong is geen verklaring opgesteld omdat zij werkzaamheden verricht in een werkgebied dat buiten het werkgebied van Oost West Wonen ligt.
De RvC is zich bewust van potentieel tegenstrijdige belangen die zich als gevolg van nevenfuncties kunnen voordoen en heeft hierover afspraken gemaakt. Dit is geborgd in de definitieve visie op toezicht en bestuur (april 2022). Op het moment dat een tegenstrijdig belang zich voordoet, neemt het betreffende lid niet deel aan de beraadslaging en stemming.
Aanspreekbaarheid
De RvC hecht grote waarde aan zijn aanspreekbaarheid. Eenieder is uitgenodigd zich tot de RvC te wenden als daartoe aanleiding is. Ook hebben sommige RvC-leden dagdelen meegelopen met medewerkers van de organisatie. RvC-leden worden daardoor zichtbaarder en aanspreekbaarder en tegelijk krijgen zij meer zicht op wat er leeft en speelt in de organisatie. Daarnaast zijn ze uitgenodigd en aanwezig geweest bij diverse, meer informele, bijeenkomsten van medewerkers van Oost West Wonen.
Meldingsplicht
Er hebben zich in 2025 geen zaken voorgedaan die vallen onder de meldingsplicht voor de Raden van Commissarissen aan de Autoriteit woningcorporaties, zoals vastgelegd in de Woningwet. Met de governancecode en de handreiking vastgoed in het achterhoofd wordt jaarlijks gecheckt of en welke wijzigingen zich hebben voorgedaan die besproken dien te worden aan de RvC tafel. Ook bij de aanstelling van nieuwe leden is hier nadrukkelijk aandacht voor. Op deze manier blijven we met elkaar scherp op mogelijke verstrengelingen die schadelijk kunnen zijn voor Oost West Wonen.
Informatievoorziening
De RvC heeft met de bestuurder afspraken gemaakt over de informatievoorziening. De RvC ziet erop toe dat de ontvangen informatie de relevante aspecten laat zien op financieel, volkshuisvestelijk, maatschappelijk en organisatorisch gebied en op het gebied van de dienstverlening aan de klanten van Oost West Wonen.
De RvC laat zich ook informeren door relevante stakeholders binnen en buiten de organisatie. De RvC zorgt ervoor dat zelfstandig informatie wordt ingewonnen over de gang van zaken bij Oost West Wonen. Zo zijn er gesprekken met de ondernemingsraad, de huurdersbelangenverenigingen en de externe accountant. De RvC ervaart de contacten met de huurdersbelangenverenigingen en de OR, controller en managementteam als zeer belangrijk, omdat daarmee vanuit verschillende perspectieven informatie wordt verkregen over het functioneren van Oost West Wonen. Wanneer agendapunten daar aanleiding toe geven, schuiven management en medewerkers van Oost West Wonen aan bij een deel van de vergadering van de RvC.
Lidmaatschappen
De leden van de RvC zijn lid van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). Dit resulteert onder meer in de uitwisseling van kennis en ervaringen.
Permanente educatie
De RvC stelt zich tot doel zich voortdurend te blijven ontwikkelen. Dit betekent dat zowel de RvC in zijn geheel, als de individuele commissarissen ruimte voor training en opleiding wordt geboden om het toezichthouden op een adequaat niveau te houden.
De interne toezichthouders van Oost West Wonen dienen elk jaar tenminste vijf PE-punten te behalen. Dit is gebaseerd op vijf studiebelastingsuren zoals vastgesteld door de geaccrediteerde opleidingsaanbieder.
Voor 2024 en 2025 hebben de commissarissen het volgende aantal PE-punten behaald:
Daarnaast zijn reiskosten en cursussen vergoed. Ook dit valt binnen de WNT en richtlijnen van de VTW. Over 2025 hebben de commissarissen de volgende bezoldiging (opgesteld volgens de Wet Normering Topinkomens) ontvangen:
Bezoldiging (toezichthoudende topfunctionarissen)
De vergoeding van de leden van de Raad van Commissarissen bedroeg in 2025 in totaal € 85.830. Deze vergoeding is volgens de richtlijnen van de VTW en de WNT. Oost West Wonen valt volgens de WNT in categorie F voor de bezoldiging van de bestuurder en commissarissen. Voor 2025 geldt daarom een maximum van € 206.000 (2024 € 195.000) voor de bestuurder. Maximaal 15% (€ 30.900) daarvan is voor de voorzitter en 10% (€ 20.600) voor de leden van de RvC. De Vereniging van Toezichthouders bij Woningcorporaties (VTW) hanteert striktere normen, te weten een maximum van € 24.720 voor de voorzitter en € 16.480 voor leden van de RvC. De bezoldiging voor de commissarissen van Oost West Wonen sluit hierop aan.
Vergaderingen, overig Vergader- en besluitenschema De RvC is in het afgelopen jaar vijfmaal bijeengeweest voor een reguliere of ingelaste vergadering. Daarnaast kwam de auditcommissie tweemaal bijeen en de vastgoedcommissie eenmaal. De belangrijkste besluiten die in 2025 werden genomen en de belangrijkste onderwerpen die zijn besproken tijdens de diverse vergaderingen zijn in de volgende tabel opgenomen:
2024
Treasuryjaarplan 2025 Ter vaststelling/goedkeuring Auditplan 2025 Ter vaststelling/goedkeuring Kennismaking met Fraey inz. ondernemingsplan Kennismaking Concept verslag RvC voor jaarverslag 2024 Ter vaststelling/goedkeuring Governance-agenda 2025 Ter informatie Prestatieafspraken RvC/bestuurder Ter vaststelling/goedkeuring Terugkoppeling huurdersevent Ter informatie Verslag zelfevaluatie RvC 2024 Ter vaststelling/goedkeuring 11 april 2025 Nieuwe toezichthouder AW
Mededeling(en) Presentatie integriteit personeel Mededeling(en) 4e kwartaalrapportage 2024 Ter informatie Presentatie hygiëne projecten Ter informatie Huurverhoging 2025 Ter informatie Investeringsvoorstellen grondaankoop Menheerse Erf, Broekweg Ouddorp, Hof van Lucard Nieuwe-Tonge en Westerloostraat/Hongaarseplein Goedereeede Ter vaststelling/goedkeuring 27 mei 2025 Auditcommissie Bespreking jaarverslag 2024 met Forvis Mazars Accountants en controller Bespreking, ter advisering aan RvC Stand van zaken huurbevriezing (notitie impact en werkwijze WSW) Bespreking, ter advisering aan RvC Verslag activiteiten auditplan Ter informatie 6 juni 2025 Terugkoppeling workshops integriteit Ter informatie Accountantsverslag en jaarverslag 2024 Ter vaststelling/goedkeuring Vervangingsregeling Ter vaststelling/goedkeuring Update ICT-security Ter informatie 1e kwartaalrapportage 2025 Ter informatie Kaderbrief 2026 Ter informatie Stand van zaken huurbevriezing (notitie impact en werkwijze WSW) Ter informatie Evaluatie strategische sessie vastgoedsturing Ter informatie
Bedragen (x €1) J.H. Willems
Abbo
3 oktober 2025
Benoeming RvC Sander Sparenberg Ter vaststelling/goedkeuring
Presentatie projecten en financiële ontwikkelingen Ter informatie Brieven Aw (toezichtsbrief en leidraad mjb) en brieven WSW (beoordeling risicoprofiel en borgingsplafond) Ter informatie 2e kwartaalrapportage 2025 Ter informatie
Verslag workshops integriteit Ter informatie Register aanbevelingen controller Ter informatie Klachten Ter informatie
Conclusies en samenvatting externe audit onderhoud Ter informatie
Bespreking functies- en nevenfuncties en vastgoedbezit RvC Ter informatie
Evaluatie project LOO Ter informatie 18 november 2025 Auditcommissie
Begroting 2026 en meerjarenprognose t/m 2035 Bespreking, ter advisering aan RvC
Opdrachtverstrekking accountant en controleplan 2025 Bespreking, ter advisering aan RvC
Financieringsstrategie Bespreking, ter advisering aan RvC Stand van zaken activiteiten auditplan Ter informatie 18 november 2025 Vastgoedcommissie
Investeringsstatuut, fasedocumenten EFG-labels, EBM en Stellendam
Bespreking, ter advisering aan RvC
Vastgoedsturing Ter informatie
Project Broekweg Ouddorp en fase 0 LOO Ter informatie
Samenwerking ketenpartners onderhoud Ter informatie 21 november 2025
Voorbereiding bezoek Aw en WSW Bespreking
Evaluatie gesprekken Remuneratiecommissie met OR, controller en bestuurder Mededeling(en)
3e kwartaalrapportage 2025 Ter informatie Update risicomanagement Ter informatie Register Integriteitsmeldingen Mededeling(en)
Begroting 2026 en meerjarenprognose t/m 2035 Ter vaststelling/goedkeuring
Financieringsstrategie Ter vaststelling/goedkeuring
Opdrachtverstrekking accountant en controleplan jaarrekening 2025 Ter vaststelling/goedkeuring
Investeringsstatuut, fasedocumenten EFG-labels, EBM en Stellendam Ter vaststelling/goedkeuring
Prestatieafspraken Ter vaststelling/goedkeuring
Vergoedingen RvC en directeur-bestuurder per 1 jan. 2026 Ter vaststelling/goedkeuring
Reflectie RvC op het jaar 2025 Bespreking Governance-agenda 2025 Ter informatie
Overleg met huurdersverenigingen en overige stakeholders
De RvC overlegt jaarlijks met de huurdersverenigingen. Met name de huurderscommissarissen hebben op een aantal momenten contact gehad met de huurdersverenigingen.
De RvC is op 4 december op bezoek geweest bij de huurdersverenigingen. De gesprekken verlopen in een constructieve sfeer waarbij ruimte is om diverse onderwerpen te bespreken. De RvC vindt een rechtstreeks contact van belang voor het vervullen van de toezichthoudende taak.
Overleg OR
Een afvaardiging vanuit de RvC heeft op 13 oktober 2025 overleg gehad met de ondernemingsraad zonder aanwezigheid van de bestuurder. Op 19 juni heeft een afvaardiging van de RvC in bijzijn van de bestuurder overleg gevoerd met de ondernemingsraad. Zowel de RvC als de ondernemingsraad ervaren de contacten als zeer positief.
8.6 Afsluiting
Vooruitblik
Met de nieuwe focus voor de aankomende jaren, een zo goed als nieuw team aan leidinggevenden en een aangepaste koers op de grote opgave op Goeree Overflakkee kijkt de RvC met belangstelling en vertrouwen naar de organisatie. Wij zien grote behoefte aan nieuw te bouwen woningen wat een grote opgave is voor een organisatie van de grootte van oost West Wonen. De noodzaak die wordt gevoeld op het verduurzamen en onderhouden van de bestaande woningen, het meewerken aan een leefbare en vitale dorpen en het doorontwikkelen van de werkorganisatie vraagt veel. De RvC verwacht van Oost West Wonen dat de aangekondigde realisatie op de nieuwbouw kan worden waargemaakt. Dit is nodig voor zowel de behoefte op Goeree Overflakkee als voor nieuwkomers op het eiland. Dit vraagt een goede verstandhouding met de bestaande huurdersverenigingen die een nadrukkelijke focus op de zittende huurders van Oost West Wonen hebben.
De RvC herkent dan ook de aanbeveling uit de visitatie om aandacht te besteden aan een breed spectrum van participatievormen om zo alle belanghouders van de enige corporatie op Goeree Overflakkee voldoende te horen.
Al met al weer een interessante vooruitblik op een nieuw jaar. Een jaar waarin we, vanuit een politieke context waarin een nieuw kabinet, maar ook een nieuw college als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen, hun invloed gaan uitoefenen op de activiteiten en de werking van de woningcorporatie.
Maar we staan sterk, met een goed inzicht in de opgave en de bijbehorende middelen kunnen we antwoord geven op wat er van ons wordt verwacht.
Dankwoord
Graag danken wij de bestuurder, het managementteam, de controller, de ondernemingsraad en alle medewerkers voor hun inzet voor onze huurders en het succesvol verder vormgeven van Oost West Wonen in 2025.
Slotverklaring en ondertekening
De RvC geeft goedkeuring aan de jaarrekening, het bestuursverslag en het volkshuisvestingsverslag van 2025. De RvC heeft kennisgenomen van de bevindingen van de externe accountant.
Middelharnis, 19 juni 2026
W.g. W.g. W.g.
J.H. Willems, P. Braal, I.K.L. de Jong voorzitter vicevoorzitter
W.g. W.g.
S. Sparenberg
J.M. van Vugt


9. Jaarrekening Oost West Wonen 2025


Jaarrekening Oost West Wonen 2025
9.1 Balans per 31 december 2025
(Voor resultaatbestemming)
(bedragen in €)
activa

in €)
9.2 Winst- en verliesrekening 2025
9.3 Kasstroomoverzicht 2025
9.4 Toelichting op de jaarrekening
Activiteiten
Oost West Wonen is een stichting met de status van “toelating instelling volkshuisvesting” in de regio van gemeente Goeree-Overflakkee en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting.
De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is: Langeweg 10, Postbus 9, 3241 KA te Middelharnis. Het nummer van de Kamer van Koophandel is: 23031811. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector, zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet.
Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Stelselwijzigingen
In 2025 hebben zich geen stelselwijzigingen voorgedaan.
Schattingswijzigingen
In het boekjaar 2025 hebben zich geen schattingswijzigingen voorgedaan met uitzondering van de geactualiseerde schattingen in de parameters van het vastgoed in exploitatie.
Schattingen
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur van Oost West Wonen verschillende beoordelingen en schattingen die van belang kunnen zijn voor de bedragen die in de jaarrekening worden vermeld. Als het nodig is om het vereiste inzicht te geven, worden de aard van deze beoordelingen en schattingen, inclusief de bijbehorende veronderstellingen, vermeld in de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Volgens het management zijn de volgende waarderingsgrondslagen het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie. Deze grondslagen vereisen schattingen en veronderstellingen:
• DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie voor wat betreft de uitgangspunten en veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen, zoals de te hanteren disconteringsvoet, exit yield, mutatiegraad, markthuren en leegwaarde. Deze veronderstellingen zijn mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. Als gevolg van de huidige marktontwikkelingen en het afgenomen aantal referentietransacties in de markt is de inherente schattingsonzekerheid in het vastgoed in exploitatie toegenomen ten opzichte van voorgaand jaar.
• De toelichting van de beleidswaarde en de uitgangspunten voor het bepalen van de toekomstige kasstromen zoals ingerekend in de beleidswaarde, met name ten aanzien van de toekomstige onderhoudsuitgaven.
• Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie voor de bepaling van het moment van het aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en het treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen.
• Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie).
Algemene grondslagen
De jaarrekening van Oost West Wonen is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, de Wet normering topinkomens (WNT), Titel 9 Boek 2 BW, RJ 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving.
Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Als geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst-en-verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.
Deze jaarrekening gaat over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en alle bedragen zijn in euro’s, tenzij anders vermeld.
Toegepaste standaarden en modellen
In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is bepaald dat de jaarrekening moet worden opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW waarbij uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 overeenkomstig van toepassing zijn. In artikel 30 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) zijn de niet van toepassing zijnde artikelen van Titel 9 Boek 2 BW opgenomen.
Volgens artikel 35 lid 2 van de Woningwet moeten de onroerende eigendommen en hun infrastructurele aanhorigheden worden gewaardeerd tegen de actuele waarde, met voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur worden gegeven. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (RTIV) is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’) bij deze regeling.
In artikel 35 lid 6 van de Woningwet is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven over de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winsten-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.
In de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving is RJ 645
Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 BW opgenomen voorschriften met inachtneming van de in artikel 30 van het BTIV aangeduide uitzonderingen. RJ 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden.
Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing eveneens met inachtneming van de in artikel 30 aangeduide uitzonderingen. De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is van toepassing.
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.
In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het desbetreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Als het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting op de ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
Primaire financiële instrumenten
Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.
Afscheiden embedded derivaten
Embedded derivaten worden afgescheiden van het basiscontract en afzonderlijk in de jaarrekening verwerkt volgens de hiervoor beschreven grondslagen voor derivaten, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
• er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
• een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat;
• het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van waardeveranderingen in het resultaat.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.
Met de directe methode wordt de kasstroom uit operationele activiteiten opgedeeld in ontvangsten en uitgaven per categorie, zoals die werkelijk voorkomen in de bedrijfsactiviteiten. Financiële kasstromen worden opgesplitst in kasstromen voor de hoofdsom en betaalde rente, en worden opgenomen onder financieringsactiviteiten en operationele activiteiten. Transacties waarbij geen geld wordt uitgewisseld, worden niet opgenomen in het kasstroomoverzicht.
De in het kasstroomoverzicht verantwoorde kasstromen benaderen over het algemeen de bedragen, zoals opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Een aantal posten in de winst-en-verliesrekening bevatten ook niet-kasstromen die niet terugkomen in het kasstroomoverzicht, zoals mutatie voorziening dubieuze debiteuren, de kostprijs/boekwaarde van het verkochte vastgoed, de waardeveranderingen van het vastgoed, de afschrijvingen op de materiële vaste activa, de mutatie op de latente belastingen, het resultaat deelnemingen en het resultaat aandeel derden. Tussen kosten en kasstromen kan daarbij een verschil optreden tussen moment betaling en vastlegging, wat ook het geval is bij voorzieningen en vooruitbetaalde bedragen.

9.5 Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op historische kostprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing van bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden lineair berekend als een percentage van de aanschafwaarde, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.
Vastgoedbeleggingen
Algemene uitgangspunten
Vastgoedbeleggingen zijn onroerende zaken die worden aangehouden om huuropbrengsten of waardestijgingen, of beide, te realiseren. Vastgoedbeleggingen worden bij eerste verwerking tegen verkrijgingsprijs, inclusief de transactiekosten, gewaardeerd en daarna tegen actuele (reële) waarde. De invulling hiervan wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en samengesteld door externe taxateurs. Waardeveranderingen van vastgoedbeleggingen worden verwerkt in de winst-enverliesrekening. Daarnaast wordt ten laste van de overige reserves een herwaarderingsreserve gevormd.
Herwaardering
Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van de onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Ongerealiseerde winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de actuele waarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (kostprijs) overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd die wordt toegelicht bij het eigen vermogen. De boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs betreft de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (daarom niet verminderd met cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen). Op vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven inclusief renovaties en ingrijpende verbouwingen. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Verwerking van groot onderhoud
Op basis van RJ 645.202 wordt de verwerking van uitgaven in vastgoed in exploitatie na eerste verwerking op basis van artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voorgeschreven. Daardoor worden onderhoudsuitgaven in het resultaat verwerkt. Oost West Wonen verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar vastgoedbeleggingen als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. Dit betekent dat uitgaven die als verbetering gekwalificeerd worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed worden verwerkt. De geactiveerde kosten worden als
afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Als de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activa registratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.
Classificatie
DAEB-vastgoed in exploitatie betreffen woningen met een gereguleerd huurcontract, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners volgens vermelding in de bijlage 3 en 4 bij artikel 49 van het BTIV en artikel 45 van de Woningwet. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie betreft het overige vastgoed in exploitatie dat niet onder de definitie van DAEB-vastgoed in exploitatie valt.
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde.
Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt volgens de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.)
Oost West Wonen hanteert de fullversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor het hele bezit. De onroerende zaken in exploitatie worden getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Het taxatiedossier is op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit Woningcorporaties.
Waardering bij eerste verwerking
Bij de eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de direct hieraan toerekenbare kosten.
Waardering na eerste verwerking
Na eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet.
Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat.
Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald volgens het Handboek modelmatig waarderen
marktwaarde per einde boekjaar, daarom de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is benaderd door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te bepalen (discounted cashflow methode). Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt
Voor een verdere toelichting op de bepaling van de marktwaarde wordt verwezen naar de toelichting op de balans.
Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex voor en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Nietgerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.
Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Oost West Wonen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Oost West Wonen. De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed, en ook van flexwoningen en parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.
De grondslagen voor de beleidswaarde van woongelegenheden komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, waarop een aantal aanpassingen zijn doorgevoerd:
• Voor het gehele bezit is uitgegaan van het scenario ‘doorexploiteren’ (in plaats van de hoogste van ‘doorexploiteren’ en ‘uitponden’). Er wordt geen rekening gehouden met verkopen of sloop.
• Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Oost West Wonen bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten.
• Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor de komende 60 jaar, gebaseerd op de kasstromen uit de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB).
• Inrekening van de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E, F of G label zoals toegelicht in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.
• Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder
worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de woningcorporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.
• De disconteringsvoet is, in afwijking van de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit zoals toegelicht in paragraaf 9.2.6, vastgesteld op 4,22% voor het DAEB vastgoed en op 4,76% voor het niet-DAEB vastgoed.
In tegenstelling tot marktwaarderingen is een negatieve beleidswaarde mogelijk voor woongelegenheden
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden die kwalificeren als een financieringstransactie worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de korting.
Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden verantwoord in de winst- en verliesrekening over de periode waarin de wijziging zich voordoet. Deze winsten of verliezen worden opgenomen onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden’.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft complexen in aanbouw ten behoeve van toekomstige verhuurexploitatie. De complexen in aanbouw worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde.
Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de aanschafwaarde onder aftrek van lineaire afschrijvingen en indien van toepassing bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur, welke varieert van 3 jaar tot 50 jaar afhankelijk van het soort activum. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten via de kostenverdeelstaat toegerekend.
Financiële vaste activa
Latente belastingvorderingen Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften
enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden, of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit herwaardering van activa wordt volgens artikel 2:390 lid 5 BW géén latentie gevormd.
Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut.
De latente belastingverplichtingen en -vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. De latenties krijgen hierdoor, gezien het langlopend karakter, een meer realistische waarde. Als disconteringsvoet is de netto rente 2,11% (bruto 2,85% tegen een belastingtarief van 25,8%) gebruikt. Dit is de voor Oost West Wonen geldende gemiddelde rente van langlopende leningen onder aftrek van het toepasselijk belastingtarief.
Overige vorderingen
De overige financiële vaste activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.
Voorraden
Vastgoed bestemd voor de verkoop
Dit betreft vastgoed in aanbouw voor verkoop dat nog niet verkocht is (onderhanden werk). De waardering is tegen vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten dan wel lagere opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde is gebaseerd op de verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop. Tevens is hier opgenomen vastgoed dat niet langer in exploitatie is en waarvoor activiteiten zijn aangevangen ten behoeve van de verkoop. De verkrijgingsprijs wordt bepaald op basis van de marktwaarde op het moment dat het vastgoed uit exploitatie wordt genomen.
Overige voorraden
De overige voorraden, zijnde grondposities, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere nettoopbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van deze posities.
Vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courant schulden bij banken zijn opgenomen onder de post schulden aan banken onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van de stichting.
Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve wordt bepaald voor het vastgoed dat wordt gewaardeerd op marktwaarde; voor het positieve verschil tussen de marktwaarde en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt per (marktwaarde)complex een herwaarderingsreserve gevormd.
Bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kostprijs wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Bij de vorming van de herwaarderingsreserve wordt geen rekening gehouden met belastingen. Als op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings-of vervaardigingsprijs.
Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve wordt ten gunste van de overige reserves gebracht.
Voorzieningen
Voorziening onrendabele investeringen en herstructurering Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen nieuwbouw worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de aanschafwaarden. Als en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende project overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten. Hierbij wordt rekening gehouden met intern geformaliseerde en extern gecommuniceerde (feitelijke) verplichtingen. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen over toekomstige nieuwbouwprojecten.
Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling. Van een feitelijke verplichting is sprake als de formalisering van de verplichting en de externe communicatie heeft plaatsgevonden.
Overige voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. Voorzieningen worden tegen contante waarde opgenomen.

Langlopende schulden
Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.
Terugkoopverplichting
Oost West Wonen heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden een terugkoopverplichting die afhankelijk is van de waardeontwikkeling van de woningen. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
Kortlopende schulden
Kortlopende schulden, betreffen schulden die binnen 12 maanden na balansdatum kunnen worden opgeëist en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
9.6 Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd en verliezen zodra zij voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt ook bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten. In de functionele winst-en-verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Oost West Wonen. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.
Huuropbrengsten
Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEBvastgoed als het niet-DAEB-vastgoed. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van verlening van de diensten. De mutatie van de voorziening voor dubieuze debiteuren en de afboeking van dubieuze huurdebiteuren zijn onder deze post opgenomen.
Opbrengsten en lasten servicecontracten
Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten. De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten
Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Dit betreft onder andere lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed. De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie
Lasten onderhoudsactiviteiten
Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten van vastgoed in exploitatie. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten die feitelijk betrekking hebben op onderhoudsactiviteiten.
Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief, dan wel vanwege wettelijke vereisten. De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie.
Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden toegelicht onder de ‘niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit Aan deze posten worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten.
De overige directe operationele lasten exploitatie bezit zijn echter wel kosten die worden veroorzaakt door het feit dat Oost West Wonen vastgoed heeft.
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten.
Opbrengsten worden verantwoord op het moment van overdracht van economische rechten en verplichtingen (passeren akte van levering).
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille en Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door:
• de waardevermindering die is ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw en herstructurering en voor zover de verwachte marktwaarde lager is dan de kostprijs,
• de terugname van eerder genomen waardeverminderingen door gewijzigde inschattingen van stichtingskosten/ marktwaarde,
• afwaarderingen (en eventuele terugnames van eerder genomen afwaarderingen) van grondposities,
• afboeking van eerder geactiveerde bedragen voor investeringsprojecten.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of verliezen, die ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar (exclusief het effect van onrendabele investeringen en herstructureringen).
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden in het verslagjaar.
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop
In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen verantwoord van de vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop in het verslagjaar.
Nettoresultaat overige activiteiten
Hieronder worden de opbrengsten en kosten die te relateren zijn aan overige activiteiten verantwoord. Met overige activiteiten worden de niet-primaire activiteiten bedoeld. Met andere woorden, niet gerelateerd aan het exploiteren, het ontwikkelen, of verkopen van vastgoed.
Overige organisatiekosten
Dit betreffen de kosten die niet aan de primaire of niet-primaire activiteiten via de kostenverdeelstaat kunnen worden toegerekend. De overige organisatiekosten betreffen niet-object-gebonden kosten en algemene organisatiekosten
Kosten omtrent leefbaarheid
Onder deze post zijn de bijdragen aan de leefbaarheid in de directe nabijheid van woongelegenheden of andere onroerende zaken van de toegelaten instelling of van woongelegenheden als bedoeld in het zevende lid, en artikel 45a Woningwet of ten behoeve van de huurders van die woongelegenheden, voor zover dat bijdragen als zodanig
onderdeel uitmaakt van (prestatie) afspraken als bedoeld in artikel 44 lid 2 Woningwet.
Toegerekende organisatiekosten
De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.
Afhankelijk van de aard van de afdeling dienen de lasten te worden toegerekend aan een bepaalde activiteit.
De verdeelsleutels voor toerekening van de indirecte organisatiekosten zijn gebaseerd op de opbouw van het aantal Fte’s naar de hoofdactiviteiten verhuur en beheer, onderhoud, verkoop, servicecontracten, leefbaarheid, overige activiteiten en overige organisatiekosten.
Lonen, salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening, voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.
Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De lonen, salarissen en sociale lasten worden aan de verschillende activiteiten via de kostenverdeelstaat toegerekend.
Pensioenlasten
De pensioenregeling van alle woningcorporaties is ondergebracht bij een zelfstandig pensioenfonds het Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Het is een verplicht gesteld pensioenfonds voor alle medewerkers die binnen de CAO Woondiensten vallen.
De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten. Oost West Wonen heeft voor de pensioenregeling geen andere wettelijke of feitelijke verplichting als er zich een tekort voordoet bij de verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
De post “waardeverandering financiële vaste activa en effecten” vertegenwoordigde de gerealiseerde waarde mutatie van de in de drie extendible leningen opgenomen embedded derivaten.
Belastingen
De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
Toelichting scheiding DAEB/Niet-DAEB
Volgens het beoordelingskader scheiding DAEB/niet-DAEB dienen de opbrengsten en kosten te worden verdeeld naar de afzonderlijke takken met een kostenverdeelstaat.
Daarbij moeten de kosten en opbrengsten op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen over kostprijsadministratie worden toegerekend.
Dit betekent dat directe kosten direct moeten worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB activiteiten.
Voor de indirecte kosten en opbrengsten dienen verdeelsleutels te worden toegepast.
Deze kosten worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB activiteiten naar de mate waarin zij op DAEB-activiteiten respectievelijk niet-DAEB-activiteiten betrekking hebben.
Als deze koppeling niet gemaakt kan worden, kan de toedeling plaats vinden op basis van een naar ratobenadering, in de verhouding tussen de gewogen aantallen verhuureenheden.
Vastgoedbeleggingen
De vastgoedbeleggingen zijn gesplitst naar hun aard in DAEB-vastgoed en niet-DAEB-vastgoed.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit kantoor, inventaris en aanverwante zaken. Deze activa zijn toegerekend aan de DAEB tak. Wel worden de lasten die uit het gebruik voortvloeien verdeeld over de DAEB- en de niet-DAEB-tak.
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa bestaan uit deelnemingen en latente belastingvorderingen. Op de balans van de DAEB-tak is een deelneming in de niet-DAEB-tak opgenomen. De fiscale latenties worden toegerekend op basis van de onderliggende posten. De interne lening aan de niet-DAEB wordt opgenomen onder de financiële vaste activa van de DAEB-tak.
Voorraden
De vastgoedbeleggingen zijn gesplitst naar hun aard in DAEBvastgoed en niet-DAEB-vastgoed.
Vorderingen
De vorderingen zijn verdeeld over de beide takken op basis van de aard van de vordering.

Liquide middelen
De liquide middelen van de beide takken zijn de resultante van de beginsaldi en de kasstromen over het boekjaar en is daarbij volgens de in deze rubriek genoemde uitgangspunten verdeeld over de beide takken.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen van de beide takken is de resultante van het beginsaldi en het resultaat na belastingen over het boekjaar en is daarbij volgens de in deze rubriek genoemde uitgangspunten aan de beide takken toegerekend naar de herwaarderingsreserve en de overige reserves.
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verdeeld naar de aard van de onderliggende vastgoedprojecten.
Langlopende schulden
Alle WSW-geborgde leningen zijn opgenomen in de DAEB-tak. De interne lening aan de DAEB-tak is opgenomen onder de langlopende schulden van de niet-DAEB tak.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden, voor zover het de aflossingsverplichting binnen één jaar van de langlopende schulden betreft, zijn toegerekend aan de beide takken op de wijze zoals opgenomen onder de langlopende schulden. Bij de overige kortlopende schulden is dit gebeurd op basis van de aard van de onderliggende schulden.
Huuropbrengsten
De huuropbrengsten zijn op basis van toewijzing van verhuureenheden opgenomen in de DAEB- respectievelijk niet-DAEB-tak.
Opbrengsten en lasten servicecontracten
De opbrengsten en lasten servicecontracten zijn verdeeld over de beide takken op basis van gewogen aantallen verhuureenheden.
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten
De lasten verhuur- en beheeractiviteiten inclusief de indirecte
lasten zijn op basis van de gewogen aantallen eenheden verdeeld over de beide takken.
Lasten onderhoudsactiviteiten
De directe lasten zijn per object verdeeld, bij complexgewijs onderhoud vindt verdeling op basis van de eenheden plaats. De indirecte lasten worden in dezelfde verhouding als de directe lasten verdeeld over de beide takken.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
De overige directe operationele lasten exploitatie bezit zijn zoveel als mogelijk direct toegerekend aan de beide takken. De overige lasten worden verdeeld op basis van de gewogen aantallen eenheden.
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn toegerekend aan de beide takken op basis de kwalificatie van verhuureenheden als DAEB of niet-DAEB.
Kosten omtrent leefbaarheid
De kosten omtrent leefbaarheid zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak.
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten
De rentebaten in de DAEB-tak betreffen de rentevergoeding van de lening die is verstrekt aan de niet-DAEB-tak.
Rentelasten en soortgelijke kosten
De rentelasten in de DAEB-tak hebben betrekking op de rente van de door het WSW geborgde leningen. De rentelasten in de niet-DAEB-tak hebben betrekking op de overige leningen.
Belastingen
De acute belastingen zijn toegerekend op basis van de verhouding tussen het resultaat uit DAEB en niet-DAEB activiteiten. De mutaties in de fiscale latenties worden toegerekend op basis van de onderliggende posten.
Resultaat uit deelnemingen
Het resultaat van de niet-DAEB-tak is opgenomen onder ‘Resultaat uit deelnemingen’ van de DAEB-tak.

9.7 Toelichting op de balans
9.7.1
Vastgoedbeleggingen
Vastgoed in exploitatie
Een overzicht van het vastgoed in exploitatie is hierna opgenomen:
Herclassificatie
De herclassificatie naar voorraad betreft 4 leegstaande woningen met een voorlopige verkoopakte die opgenomen zijn onder de voorraden; vastgoed bestemd voor verkoop.
Marktwaarde
Zowel het DAEB- als het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting. Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde met de Discounted Cash Flow (DCF)-methode bepaald.
Doorexploiteer- en uitpondscenario
De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cashflow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het doorexploiteerscenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV). De marktwaarde in verhuurde staat is op waarderingscomplex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het doorexploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen.
Het doorexploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist.
Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leegkomen en worden verkocht.
Inschakeling taxateur
Bij het bepalen van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. Hiervoor is Capital Value Taxaties B.V. als onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur ingeschakeld.
Zij zijn ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs.
Eens in de drie jaar verzorgen zij de volledige taxatie en in het jaar dat niet getaxeerd wordt, wordt een markttechnische update verricht, tenzij door omstandigheden een hertaxatie noodzakelijk wordt geacht. In 2025 heeft er een markttechnische update plaatsgevonden. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisversie zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Oost West Wonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
In de full-versie is het mogelijk om op basis van een toetsing door de externe taxateur tot een aanpassing van de op basis van dit handboek modelmatig vastgestelde waarde van het waarderingscomplex te komen.
Een aanpassing van de waarde dient het resultaat te zijn van een aanpassing van de daaraan ten grondslag liggende normen en parameters. Daarbij dient de externe taxateur ook de aannemelijkheid van de marktwaarde te beoordelen, die daarvan het resultaat is. De volgende vrijheidsgraden zijn in de waarderingen van Oost West Wonen door de taxateur toegepast.
9.7.0 Immateriële vaste
Onderstaand wordt de invulling van de gehanteerde vrijheidsgraden nader toegelicht.
Markthuur
In de full-versie heeft de externe taxateur de mogelijkheid om de modelmatig bepaalde markthuur te vervangen door zijn inschatting van de markthuur. Voor alle complexen is de markthuur door de externe taxateur heroverwogen en indien nodig aangepast.
Exit-yield
Als alternatief voor de berekende eindwaarde uit de basisversie mag een exit-yield gebruikt worden voor het bepalen van de eindwaarde ultimo jaar 15. Voor alle complexen is de exit-yield door de externe taxateur heroverwogen en indien nodig aangepast.
Disconteringsvoet
De hoogte van de disconteringsvoet is modelmatig bepaald.
Daarmee wordt niet altijd recht gedaan aan de risico’s die voor specifieke objecten en/of specifieke locaties van toepassing zijn. Deze specifieke omstandigheden kunnen een andere disconteringsvoet rechtvaardigen. De toegelaten instelling heeft de mogelijkheid om dan een externe taxateur in te schakelen om een marktconforme disconteringsvoet vast te stellen. Voor alle complexen is de disconteringsvoet door de externe taxateur heroverwogen en indien nodig aangepast.
Leegwaarde
De leegwaarde per eind 2025 is bepaald door de WOZwaarde per 1 januari 2024 (peildatum belastingjaar 2025) te verhogen met de gemiddelde leegwaardestijging overeenkomstig de inschatting van de taxateur. De leegwaarde is door de taxateur aangepast middels de comparatieve methodiek. De verwachte ontwikkeling van de leegwaarde voor de komende jaren is door de taxateur aangepast op basis van de inschatting van de markt.
Mutatiekans
De hoogte van de mutatiekans is gebaseerd op het gemiddelde aantal mutaties in de afgelopen vijf jaar. Deze mutatiekans hoeft niet te gelden voor de toekomst. Als daar reden voor is, onder meer omdat de feitelijke mutaties in de betrokken periode een afwijkend beeld laten zien, heeft de toegelaten instelling de mogelijkheid om een externe taxateur in te schakelen om de mutatiekans aan te passen.
Voor 8 complexen is de mutatiekans door de externe taxateur heroverwogen en aangepast.
Additionele kasstromen
Voor 2025 is bij betreffende woongelegenheden een negatieve additionele kasstroom opgevoerd voor jaarlijkse erfpachtcanon en een positieve additionele kasstroom voor jaarlijks te ontvangen EPV-vergoedingen.
Instandhoudingsonderhoud
Voor 2025 is de norm voor instandhoudingsonderhoud bij doorexploiteren en uitponden voor woongelegenheden aangepast op basis van een inschatting door de taxateur.
Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden.
Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet-DAEB-vastgoed.
De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:
Dirksland Bedrijfsonroerendgoed
Herkingen Maatschappelijk onroerend goed >2005
Sommelsdijk Locatie (woonkern)
Middelharnis Garagebox
Nieuwe-Tonge Zorgvastgoed (intramuraal)
Oude-Tonge
Den Bommel
Achthuizen
Ooltgensplaat
Stad aan ‘t Haringvliet
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende parameters:
Verzekeringen
De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- dan wel voortbrengingskosten met een uitgebreide brandverzekering op eenheden basis. Hierin is geen totaalbedrag aan verzekerde waarde vastgelegd, maar alle eenheden zijn volledig verzekerd.
Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 500,3 mln. (2024 € 520,5 mln.)
In onderstaande tabel wordt de splitsing van de beleidswaarde in DAEB en Niet DAEB vastgoed weergegeven.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde meerjarenbegroting 2026-2035. De beheernorm 2025 bedraagt € 1.457,21. (2024 € 1.262,63)
Overig bezit
De beleidswaarde van niet-woningen, ZOG en Flex woningen is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Sensitiviteitsanalyse
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd voor woningen:
Streefhuur
Als gevolg van naleving van de passend toewijzen regels is het niet in alle gevallen mogelijk om de streefhuur te realiseren. Op basis van ervaringscijfers is voor een deel van het bezit bij 60% de streefhuur verlaagd naar de eerste aftoppingsgrens en bij 20% naar de tweede aftoppingsgrens.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatieonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten over reparatieonderhoud en mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenstijging.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB). De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanige technische en bouwkundige staat te houden dat is en blijft van minimaal een conditiescore van 4. Voor de beleidswaarde berekening zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
- De levensduur is verlengd naar 60 jaar
- Toekomstige nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten
- Sloopcomplexen zijn opgevoerd volgens doorexploiteren
De ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten inclusief toegerekende organisatiekosten bedragen € 3.914,90 (2024 € 3.735,96) per woning.
EFG labels
Oost West Wonen heeft op 31-12-2025 nog 586 woningen waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze woningen wordt een normbedrag gecorrigeerd op de netto contante waarde.
De bepaling van de beleidswaarde is aan schatting onderhevig. Om inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben we de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025. Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volg
t:
Om inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben we de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025.
Ultimo 2025 is één woning onder koopgarant verkocht. Koopgarant houdt in dat degene die de woning heeft gekocht, bij voorgenomen verkoop, verplicht is de woning te koop aan te bieden aan Oost West Wonen. Het risico van stijging of daling van de onderhandse verkoopwaarde van de woning wordt volgens een voorafbepaalde verdeelsleutel gedeeld tussen koper en Oost West Wonen. Oost West Wonen garandeert dat de woning wordt teruggekocht.
Onder de post Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is voor een bedrag van € 2.006.594 (2024: € 48.910) aan grondposities opgenomen, met het oog op de ontwikkeling van vastgoedprojecten waarbij nog geen inzicht bestaat in de feitelijke projectontwikkeling. Oost West Wonen is niet voornemens om deze grondposities te verkopen en daarom zijn deze hieronder opgenomen. Deze grondposities zijn ontstaan door de sloop van een pand dat oorspronkelijk werd verhuurd.
9.7.2 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Deze nettorente bestaat uit de voor Oost West Wonen geldende rente op langlopende leningen (2,85%) onder aftrek van vennootschapsbelasting op basis van het toepasselijke belastingtarief van 25,8%.Verwacht wordt dat van de latente belastingvorderingen op balansdatum een bedrag van € 206.019 binnen een jaar wordt gerealiseerd. De nominale waarde van de belastinglatentie bedraagt € 1.964.879. De gemiddelde looptijd van de latente belastingvorderingen bedraagt 18 jaar.
Het totaalbedrag van de tijdelijke verschillen tussen de fiscale waardering en de waardering in deze jaarrekening bedraagt € 7.615.811.
Leningen
Het tijdelijke verschil tussen de waardering van de leningen is bij de fiscale openingsbalans per 1 januari 2008 geactiveerd en loopt gedurende de resterende looptijd van de leningen af. Per ultimo 2025 bedraagt de (geactiveerde) latente belastingvordering € 243.920 (2024: € 294.439).
Agio
Ten aanzien van het waarderingsverschil in de leningen (bedrijfseconomisch hogere waardering ultimo 2025) is een latente belastingvordering opgenomen. De latente belastingvordering bedraagt nominaal € 1.347.214, de in de balans opgenomen contante waarde van deze latente belastingvordering bedraagt € 1.139.298 (2024: € 1.178.180).
De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.
Vastgoed in exploitatie
Investeringen
Investeringen in onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie hebben betrekking op de bedrijfsvoering.
Afschrijvingen
De afschrijvingen op materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verkrijgingsprijs. De afschrijvingen zijn lineair, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. De afschrijvingstermijnen zijn 3 tot 50 jaar rekening houdend met een restwaarde.
9.7.3 Financiële vaste activa
De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen zijn als volgt samengesteld:
Zie de verdere toelichting bij ‘afschrijvingen
Deze latenties zijn tegen contante waarde berekend met een disconteringsvoet van 2,11% (2024: 2,17%).
Eind 2025 is de commerciële waardering van het vastgoed in exploitatie € 142 miljoen hoger dan fiscaal. De nominale waarde van de belastinglatentie bedraagt, tegen 25,8%, € 36,6 miljoen. Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie en het vastgoed dat is bestemd voor verkoop is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert. We gaan er vanuit dat toekomstige verkoopresultaten jaarlijks aan de fiscale herinvesteringsreserve worden toegevoegd. Binnen de overzienbare termijn wordt hierover fiscaal niet afgerekend, waardoor de contante waarde van de verplichting tendeert naar nul.
Afschrijvingen activa in exploitatie
Voor tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering is een latente belastingvordering van € 334.474 (2024: € 657.466) in de balans opgenomen. Het woningbezit van Oost West Wonen bestaat voor een deel uit eenheden waarvan de fiscale boekwaarde hoger is dan 100% van de WOZ-waarde (de fiscale bodemwaarde). Over deze woningen kan mogelijk fiscaal worden afgeschreven. Bij het berekenen van de
latentie is rekening gehouden met de marktwaarde, fiscale boekwaarde en fiscale bodemwaarde op eenheidsniveau.
Daarbij wordt de latentie beperkt tot maximaal het verschil tussen de fiscale boekwaarde en de (lagere) marktwaarde. Daarnaast wordt geen latentie gevormd voor woningen waar fiscaal gezien over kan worden afgeschreven, maar waarvan de marktwaarde hoger ligt dan de fiscale boekwaarde. Voor deze woningen geldt immers dat het verschil in waardering groter wordt door de afschrijvingen, zodat geen sprake kan zijn van realisatie van het commercieel-fiscale verschil.
Verkopen
Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie en het vastgoed dat is bestemd voor verkoop is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert.
9.7.6 Liquide middelen
Het totaalbedrag van de liquide middelen staat ter vrije beschikking van de corporatie.
9.7.7 Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:
De vordering op de gemeente betreft de resterende investeringsbijdrage voor het project van 111 tijdelijke woningen. De laatste termijnen worden in 2026 ontvangen. Deze is opgenomen onder de kortlopende vorderingen.
9.7.4 Voorraden
9.7.5 Vorderingen
De vordering op de gemeente betreft de resterende investeringsbijdrage voor het project van 111 tijdelijke woningen, die gedurende de periode augustus 2024 tot en met juli 2026 in maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Onder de post overige vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.
Per 31 december 2025 is in totaal € 537,7 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 466,1 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaald en is daarmee volgens de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 500,3 miljoen (2024: 520,5 mln)
Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde bedraagt € 508.9 miljoen (2024: € 388,1) en kan niet of nauwelijks worden gerealiseerd.
Een realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Oost West Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het jaar zijn opgenomen onder de post kortlopende schulden.
De marktwaarde van de leningen per ultimo 2025 is € 194.908.051 (2024: € 200.032.450). Het saldo van de door het WSW geborgde leningen ultimo 2025 is € 216.331.377 (2024: € 199.177.096).
Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025
Het resultaat na belastingen van € 74.352.312 over het boekjaar 2025, zal na vaststelling van het jaarverslag door de Raad van Commissarissen geheel ten gunste van de overige reserves gebracht worden. Dit is nog niet verwerkt in de jaarrekening.
9.7.8
Voorzieningen
De voorziening jubilea en gratificaties is gebaseerd op de te maken aanspraken op gratificaties uit hoofde van de CAO Woondiensten. Concreet betreft dit de verwachte gratificaties in het kader van het 12,5-jarig, 25-jarig en 40-jarig dienstverband.
9.7.10 Kortlopende schulden
In de CAO Woondiensten zijn vanaf 2010 afspraken gemaakt over een loopbaanontwikkelingsbudget.
De hoogte van de voorziening is afhankelijk van het moment van indiensttreding, het aantal dienstjaren en het aantal uren van het dienstverband. Ten laste van de voorziening komen de kosten die voortvloeien uit het honoreren van aanspraken.
9.7.9 Langlopende schulden
9.7.11 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Obligo WSW
Het WSW heeft in juli 2021 de obligolening geïntroduceerd om er zeker van te zijn dat er direct geld beschikbaar is als er grote aanspraken zijn en de obligoheffing niet voldoende is. De obligolening is een variabele hoofdsomlening waarop initieel geen storting plaatsvindt en als gevolg daarvan ook geen rente betaald hoeft te worden. Overigens is over het niet opgenomen deel van de lening wel een bereidstellingsprovisie verschuldigd van 23 basispunten op jaarbasis.
Over het uitstaande deel van het maximumbedrag is rente verschuldigd gebaseerd op 6-maands Euribor verhoogd met een opslag van 50 basispunten. De rentevervaldata zijn 30 november en 31 mei van ieder jaar.
Ultimo 2025 bedraagt het obligo voor Oost West Wonen (het ‘maximumbedrag’) € 5.179.000.
Verstrekte zekerheden kredietfaciliteiten
Er zijn geen zekerheden verstrekt.
Verstrekte zekerheden kredietfaciliteiten
Er zijn geen zekerheden verstrekt.
Investeringsverplichtingen
Oost West Wonen is per 31 december 2025 voor verschillende projecten verplichtingen aangegaan, waarvan voor een bedrag van € 16.994.679 nog aan verplichtingen openstaat. Dit betreft met name de volgende projecten: - Hongaarseplein/Westerloostraat in Goedereede - Hof van Lucard in Nieuwe-Tonge - Broekweg in Ouddorp
Verbeterverplichtingen
Oost West Wonen is in 2025 verplichtingen aangegaan voor een bedrag van € 1.237.583 Dit betreft met name het project: - EBM-project in Herkingen.
Voor projecten geldt dat naast uitgegeven bedragen welk in het jaar op het project zijn verantwoord ook restant budgetten aanwezig zijn, naast deze niet uit de balans blijkende verplichtingen. Hiervoor zijn dan nog geen verplichtingen aangegaan, waardoor ze hier niet worden vermeld.
Erfpachtverplichtingen
In Sommelsdijk zijn erfpachtverplichtingen aangegaan, die In Sommelsdijk zijn erfpachtverplichtingen aangegaan, die nu jaarlijks € 462 bedragen. De erfpachtverplichtingen zijn eeuwigdurend.
In Ooltgensplaat zijn erfpachtverplichtingen aangegaan, die nu jaarlijks € 1.925 bedragen. De erfpachtverplichtingen zijn gedeeltelijk eeuwigdurend en gedeeltelijk aflopend tot het jaar 2029. Daarna zal de erfpacht worden herzien.
Treasury
Binnen Oost West Wonen dient het gebruik van financiële instrumenten ter beperking van inherente (rente-, looptijden- en markt-) risico’s. Speculatief handelen in rente-instrumenten is niet toegestaan. Oost West Wonen heeft per ultimo 2025 twee basisrente leningen in portefeuille. Het totale schuldrestant van de basisrente leningen bedraagt € 8,0 miljoen. De gemiddelde rentevoet van de leningen bedraagt 3,6%. Het financiële risico voor Oost West Wonen is gering, de contracten bevatten geen break-clausules.
Automatiseringsverplichting
De aangegane licentieverplichtingen ten opzichte van Aareon bedragen jaarlijks € 427.563. De overeenkomst is voor onbepaalde tijd afgesloten en kan na 3 jaar worden opgezegd, met een opzegtermijn van 2 jaar.
Voorziening voor pensioenen
Ultimo 2025 zijn er evenals ultimo 2024, geen verplichtingen voor pensioenen opgenomen. De ten laste van de winst- en verliesrekening gebrachte pensioenpremie bedraagt over 2025 € 490.050 (2024: € 445.728).
De gehanteerde pensioenregeling van Oost West Wonen is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).
De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
• Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
• Er is sprake van een middelloonregeling.
• De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze was in 2025, eveneens als in 2024 gelijk aan 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bij een lager verwacht rendement moet een hogere premie ingelegd worden om hetzelfde pensioen te financieren. Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.
De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn: - Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de Oost West Wonen,
- Oost West Wonen is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting, - Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.
De verplichtingen (en daarmee de dekkingsgraden) worden berekend op basis van een door de toezichthouder voorgeschreven methodiek. Het fonds heeft ruim voldoende vermogen en geen reservetekort.
Met de beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste van 104%, die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB) geldend nog voor 2025.
Vanaf 1 januari 2026 gelden de nieuwe regels voor pensioen bij SPW. Alle pensioenen bij SPW zijn succesvol overgezet naar het vernieuwde pensioen, ook het hele fondsvermogen is verdeeld. Deze verdeling is afhankelijk van de gestelde dekkingsgraad op 31 december 2025. Deze bedraagt ultimo 2025 144,2% (ultimo 2024 130,3%). De dekkingsgraad was ultimo 2025 143,1%, daarnaast was er nog een extra bedrag om te verdelen. In termen van de dekkingsgraad was dat 1,1%.
Door de hoge dekkingsgraad zij alle pensioenen op 1 januari aangevuld. Vanaf 1 januari 2026 wordt de dekkingsgraad niet meer gebruikt.
De pensioenregeling van Oost West Wonen wordt uitgevoerd door SPW. In 2025 is de bestaande middelloonregeling ongewijzigd gebleven. In het kader van de Wet toekomst pensioenen bereiden cao partijen en SPW de overstap naar een solidaire premieregeling voor, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2026. Deze wijziging heeft in 2025 geen effect op de waardering of verwerking van de pensioenlasten, maar kan in toekomstige verslagjaren invloed hebben op de presentatie en toelichting.
Bezwaar aanslag vennootschapsbelasting
Met ingang van 2019 kan Oost West Wonen fiscaal een groot deel van de door haar betaalde rente fiscaal niet in aftrek brengen. Deze zogenoemde ATAD-rente raakt de hele corporatie-sector. Oost West Wonen heeft op dit punt bezwaar gemaakt tegen de jaren vanaf 2020 tot en met 2023 waarvoor al definitieve aanslagen waren opgelegd. Oost West Wonen heeft zich aangesloten bij de sectorbrede gerechtelijke procedure. Vanwege de onzekere uitkomst heeft Oost West Wonen geen waardering van de mogelijke vordering op de balans opgenomen. De vordering bedraagt maximaal € 2,15 miljoen (€ 8,35 miljoen niet aftrekbare rente tegen een tarief van 25,8%).
Saldo bankrekening personeelsvereniging
Het saldo van de bankrekening (NL12 RABO 0342 0243 61) ten name van de Personeelsvereniging Oost West Wonen bedraagt per ultimo 2025 € 33.336.
Saldo bankrekening Netwerk Wonen
Het saldo van de bankrekening (NL60 RABO 0360 1861 65) ten name van Netwerk Wonen managers en bedraagt per ultimo 2025 € 5.941.
9.7.12 Gebeurtenissen na balansdatum
Op het moment van opmaak van de jaarrekening zijn er verder geen verdere gebeurtenissen na balansdatum te vermelden, welke een significante invloed zouden hebben op de gepresenteerde cijfers over 2025.
9.8 Toelichting op de winst- en verliesrekening
Deze honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij Oost West Wonen zijn uitgevoerd door het netwerk van accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties). Opgegeven worden de lasten ten aanzien van het boekjaar waarop de (controle-) werkzaamheden betrekking hebben (‘toegerekend aan het boekjaar’). Deze methode houdt in dat de lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
9.8.4
Aansluiting commercieel en fiscaal resultaat
Het verschil tussen het commerciële en fiscale resultaat wordt in de onderstaande tabellen gespecificeerd.
Fiscale verschillen bij / af: Geen
In de onderstaande tabel is het verloop
Het verschil tussen het gemiddelde wettelijke belastingtarief en de effectieve belastingdruk wordt met name veroorzaakt door een verschil in waardering van het vastgoed in exploitatie. Ook zijn er verschillen in resultaten op de verkopen en onderhoudslasten en is er de generieke fiscale renteaftrekbeperking op grond van ATAD1.
9.8.20
Werknemers
Op 31 december 2025 had Oost West Wonen 57,6 fte in dienst (2024: 56,5 fte)
9.9 Gescheiden balans DAEB en niet-DAEB
9.10 Gescheiden winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB

9.11 Gescheiden kasstroomoverzicht
en niet-DAEB
Aanvullende informatie WNT
Raad van commissarissen (toezichthoudende topfunctionarissen)
De bezoldiging van de raad van commissarissen omvat periodiek betaalde beloningen. Er zijn geen kostenvergoeding en er zijn geen beloningen op termijn. Alle verantwoorde bedragen zijn exclusief BTW.
De Raad van Commissarissen heeft volgens de Regeling bezoldigingsmaxima toegelaten instelling volkshuisvesting Oost West Wonen ingedeeld in klasse F, met een bijbehorend bezoldigingsmaximum voor de directeur bestuurder van € 206.000. Dit maximum wordt niet overschreden door de directeur bestuurder. Het bij behorende bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de Raad van Commissarissen bedraagt € 30.900 en voor de overige leden van de Raad van Commissarissen € 20.600. Deze maxima worden niet overschreden.
Bestuur
Het bestuur werd in 2025 door één persoon gevormd, mevrouw M. van de Kamp. Zij valt onder de Wet Normering Topinkomens, op grond van artikel 4.1 van de WNT. Er zijn geen betalingen gedaan op grond van artikel 4.2 WNT, zijnde niettopfunctionarissen of gewezen topfunctionarissen, waarvan de bezoldiging de maximale WNT-bezoldiging te boven gaat. Over 2025 heeft de huidige bestuurder de volgende beloning (opgesteld volgens de Wet Normering Topinkomens) ontvangen:
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking:
De gegevens van de commissarissen over 2024 bedroegen:
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde
De vergelijkende gegevens over 2024:
Aanvang
Individueel
Dienstbetrekking
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn €
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag € 0
Subtotaal
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
In 2025 hebben T. Abbo en W.L.C. Nattekaas hun werkzaamheden voor de RvC van Oost West Wonen beëindigd. Er zijn 2 nieuwe commissarissen aangesteld te weten de heer Sparenberg en mevrouw de Jong. Zij voldoen allen aan de WNT-norm.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bezoldiging is de wet normering topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) gehanteerd. Geen enkel lid van de raad van commissarissen ontving een bezoldiging die gekoppeld is aan of verband houdt met de financiële prestaties van Oost West Wonen. Ook voldoen zijn aan de VTW-norm.
Statutaire reling over de bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025: In artikel 43 van de statuten wordt de vaststelling van de jaarstukken geregeld. In dit artikel is geen specifieke bepaling opgenomen over de winstbestemming. Wel is in artikel 3 van de statuten opgenomen dat de stichting zich ten doel stelt uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in de Woningwet.
Nevenvestigingen
Vanaf het fusiemoment opereert de organisatie vanuit één vestiging.

9.12 Controleverklaring van de accountant
De controleverklaring van de onafhankelijk accountant bij de jaarrekening is op de volgende pagina’s opgenomen.
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: de raad van commissarissen van Stichting Oost West Wonen
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025
Ons oordeel
Christiaan Geurtsweg 8 Postbus 1180 7301 BK Apeldoorn T: 088 277 22 56 forvismazars.com/nl
Wij hebben de jaarrekening 2025 van Stichting Oost West Wonen te Middelharnis gecontroleerd.
Naar ons oordeel geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Oost West Wonen op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025, in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).
De jaarrekening bestaat uit:
1. de balans per 31 december 2025;
2. de winst-en-verliesrekening over 2025; en
3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Oost West Wonen zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountant s bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags - en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle -informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel moet in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 21 miljoen. De materialiteit is gebaseerd op 2% van het balanstotaal. Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij voor de (operationele) transactiestromen een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel. Dit lagere materialiteitsniveau is vastgesteld op € 1,2 miljoen en is gebaseerd op 2% van de som van de opbrengsten.
Voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT -informatie zijn de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2025
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij de tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 630.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen of vanuit het controleprotocol WNT relevant zijn om aan de raad van commissarissen te rapporteren.
Controle-aanpak frauderisico’s
Onze frauderisico-analyse
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneig enlijke toe-eigening van activa en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
In dat kader hebben wij tijdens onze controle inzicht verkregen in Stichting Oost West Wonen en de omgeving waarin zij opereert, de onderdelen van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico -inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur van Stichting Oost West Wonen inspeelt op frauderisico’s. Daarnaast hebben wij inzicht verkregen in de wijze waarop het interne beheersingssysteem wordt gemonitord, de wijze waarop de raad van commissarissen hierop toezicht uitoefent en in de resultaten hiervan.
Daarnaast omvatten onze risico-inschattingswerkzaamheden onder meer de volgende elementen:
● Het doornemen van het integriteitsbeleid, de klokkenluidersregeling en de interne meldprocedure en vaststellen dat deze beschikbaar zijn voor medewerkers en beschikbaar zijn via de website van Stichting Oost West Wonen
● Het verkrijgen van inzicht in de gerapporteerde incidenten en de procedures voor het onderzoeken van aanwijzingen voor fraude en het niet naleven van wet - en regelgeving.
● Het verkrijgen van inzicht in de cultuur van de organisatie en het gedrag van mensen binnen de organisatie in relatie tot de interne beheersing bij het opmaken van de jaarrekening.
● Het verkrijgen van inzicht in de nevenfuncties van het bestuur en leden van de raad van commissarissen waarbij we speciale aandacht hebben besteed aan de procedures die mogelijke conflicterende belangen voorkomen.
● Het verzoeken om inlichtingen aan het bestuur, de auditcommissie, en andere relevante functionarissen, zoals onder meer de manager financiën en de controller.
We hebben het volgende frauderisico geïdentificeerd:
● Het risico dat het bestuur de interne beheersing doorbreekt. Wij hebben bijzondere aandacht gehad voor dit risico op het gebied van journaalboekingen en andere aanpassingen gedurende het jaar en in het kader van het opstellen van de jaarrekening (zie het eerste frauderisico in de volgende paragraaf).
Ten aanzien van de verantwoording van opbrengsten uit de verhuur en verkoop van verhuureenheden hebben wij geen frauderisico’s geïdentificeerd. Dit vanwege de aard van deze transactiestromen en de strikte specifieke regulering die op het aangaan en registreren van deze transactiestromen van toepassing is.
Onze specifieke controle-aanpak voor het frauderisico’s
Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s, zoals het proces met betrekking tot het verwerken en vastleggen van journaalboekingen, het opstellen van de jaarrekening en de proced ures met betrekking tot het aangaan van verplichtingen.
Daarnaast hebben wij ten aanzien van het hiervoor vermelde en door ons geïdentificeerde frauderisico onderstaande specifieke werkzaamheden verricht.
Risico Werkzaamheden
Doorbreking van de interne beheersing door het bestuur.
Wij hebben de bij het proces van financiële verslaggeving betrokken personen van verschillende functieniveaus om inlichtingen verzocht over eventuele ongebruikelijke boekingen met betrekking tot de verwerking van journaalposten.
Wij hebben met behulp van data-analyse hoog-risicojournaalposten geselecteerd voor nadere inspectie.
Wij hebben onze selectie hoog-risico-journaalposten gericht op boekingen in de financiële administratie die de kengetallen, waarop de woningcorporatie wordt beoordeeld, zouden kunnen beïnvloeden.
Wij hebben getoetst of deze hoog-risico-journaalposten aanvaardbaar zijn op basis van de onderliggende documentatie.
Aanvullend daarop hebben wij de volgende algemene controlewerkzaamheden uitgevoerd:
● Wij hebben geëvalueerd of de keuze en toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving door Stichting Oost West Wonen mogelijk wijzen op frauduleuze financiële verslaggeving;
● Wij hebben een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd bij het kiezen van de aard, timing en omvang van de controlewerkzaamheden;
● Wij hebben de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die een aanwijzing geven voor fraude.
Onze controlewerkzaamheden om in te spelen op de ingeschatte frauderisico’s resulteerden niet in een kernpunt van onze controle.
Onze bevindingen
De hiervoor vermelde werkzaamheden zijn uitgevoerd in het kader van de controle van de jaarrekening. Ze zijn daarom niet gepland en uitgevoerd als een specifiek onderzoek gericht op fraude. Deze werkzaamheden hebben niet geleid tot bevindingen.
Controleaanpak continuïteit
Wij hebben werkzaamheden verricht om de risico’s met betrekking tot continuïteit te identificeren en in te schatten en om vast te kunnen stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is.
Het bestuur heeft de mogelijkheid van Stichting Oost West Wonen om haar continuïteit te handhaven en de activiteiten voort te zetten voor ten minste de komende twaalf maanden beoordeeld. Wij hebben deze beoordeling met het bestuur besproken en geëvalueerd.
Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur met betrekking tot de continuïteitsveronderstelling. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van deze controleverklaring
De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten m oeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.
Waardering van het vastgoed in exploitatie
De waarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 1.009 miljoen hetgeen neerkomt op 96% van het balanstotaal van Stichting Oost West Wonen
Het vastgoed in exploitatie moet op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet in overeenstemming met bijlage 2 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 worden gewaardeerd op marktwaarde in verhuurde staat. Stichting Oost West Wonen waardeert het vastgoed volgens de full-versie volgens het Handboek modelmatig waarderen zoals toegelicht op pagina 64 en 65 van de jaarrekening.
Bij toepassing van de full-versie worden vrijheidsgraden (vrije parameters) gebruikt om te komen tot de marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau. De vrijheidsgraden worden bepaald op basis van de oordeelsvorming van het bestuur. Deze veronderstellingen en uitgangspunten zijn van significante invloed op de in de jaarrekening opgenomen posities. Door de significantie van deze post voor de jaarrekening en de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde veronderstellingen in de bepaling van de mar ktwaarde in verhuurde staat hebben wij de waardering van vastgoed in exploitatie aangemerkt als kernpunt in onze controle.
Conform de vereisten uit het Handboek heeft Stichting Oost West Wonen externe taxateurs ingeschakeld voor het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van de individuele vastgoedbeleggingen. De externe taxateurs zijn aangesteld door het bestuur en voeren hun werkzaamheden uit in overeenstemming met de standaarden
zoals opgelegd door de NRVT (Nederlands Register van Vastgoed Taxateurs).
Voor de waardering van het vastgoed in exploitatie volgens de full -versie van het Handboek zijn de vrijheidsgraden mutatiegraad, disconteringsvoet, exit yield, leegwaarde en de markthuur belangrijke veronderstellingen die door het bestuur moeten worden ing eschat en die een belangrijke impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering. De door het bestuur ingeschatte vrijheidsgraden zijn gevalideerd door de externe taxateurs op basis van beschikbare marktinformatie en transacties.
In onze controle hebben wij de door het bestuur gehanteerde veronderstellingen, waarderingsmethodiek en uitgangspunten ten aanzien van de bepaling van de marktwaarde getoetst op aanvaardbaarheid. Hierbij hebben wij de objectgegevens (inputdata) getoetst, h ebben wij de betrouwbaarheid van het gehanteerde rekenmodel vastgesteld en hebben wij de marktconformiteit van de waarderingsuitkomsten geëvalueerd.
Uit onze controle blijkt dat de bij de bepaling va n de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten, de waarderingsmethodiek en de waarderingsuitkomsten aanvaardbaar zijn.
Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoed in exploitatie
De beleidswaarde van het vastgoed is een belangrijke parameter voor de bepaling van financiële ratio’s van Stichting Oost West Wonen gebaseerd op de normen van de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De beleidswaarde vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteitsveronderstelling) in de jaarrekening.
De beleidswaarde wordt overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen bepaald middels een DCFberekening waarin verschillende parameters worden ingevoerd die deels afhankelijk zijn van het interne beleid, zoals weergegeven in de interne begroting en deels worden overgenomen van de berekenin g van de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit.
Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur een aantal belangrijke schattingen moeten maken ten aanzien van de toekomstige onderhoudskosten en algemene beheeruitgaven. Het Handboek modelmatig waarderen schrijft voor de beleidswaarde voor dat all een lasten die toezien op het in stand houden van het bezit onderdeel mogen zijn van de beleidswaarde -berekening in de jaarrekening. Het bestuur heeft op basis van de begroting een inschatting gemaakt welk deel van de lasten alleen toezie t op het in stand houden van het bezit. De inschattingen ten aanzien van de toekomstige onderhoudsuitgaven, algemene beheeruitgaven en de aanpassingen die zijn gedaan om te komen tot een begroting op basis van de veronderstelling ‘instandhouding’ kunnen significante effecte n hebben op de hoogte van de beleidswaarde en de daaruit voortvloeiende financiële ratio’s.
In onze controle hebben wij de door het bestuur gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten ten aanzien van de aanpassingen op de marktwaardebepaling getoetst op aanvaardbaarheid. Hierbij hebben wij vastgesteld dat de gehanteerde ingeschatte toekomstige onderhoudskosten en algemene beheeruitgaven zijn gebaseerd op de door de raad van commissarissen goedgekeurde meerjarenbegroting, waarbij de uitgangspunten uit de
meerjarenbegroting zijn aangepast zodat deze alleen de uitgaven voor het in stand houden van het bezit bevat in overeenstemming met hetgeen vereist door het Handboek, alsmede dat de bepaling van de beleidswaarde op juiste wijze heeft plaatsgevonden.
De door Stichting Oost West Wonen gehanteerde uitgangspunten en veronderstellingen zijn toegelicht in de jaarrekening, inclusief het effect op de financiële ratio’s en de interpretatie van de ratio’s in relatie tot het toezichtskader van de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Uit onze controle blijkt dat de bij de bepaling van de beleidswaarde gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten aanvaardbaar zijn.
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een le idinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledi g is.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
● met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; en
● alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol, zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamhed en hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag, het volkshuisvestelijkverslag en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36 en 36a van de Woningwet.
Verklaring betreffende overige, door wet- en regelgeving gestelde, vereisten
Benoeming
Wij zijn door de raad van commissarissen op 21 juni 2021 benoemd als accountant van Stichting Oost West Wonen vanaf de controle van het boekjaar 2021 en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant
Geen verboden diensten
Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 , van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang geleverd.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT. In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis v an de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.
Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigh eden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang va n onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, de Regeling Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit:
● het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude , het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle -informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk na laten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
● het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectivi teit van de interne beheersing van Stichting Oost West Wonen;
● het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
● het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelic htingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn , moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelli ng haar continuïteit niet langer kan handhaven;
● het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
● het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan de auditcommissie op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.
Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad van commissarissen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omst andigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.
Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRLmarkering, niet gecontroleerd
De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bij de digitaal te deponeren jaarrapportage. Dat betekent dat de naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR -domein Handelsregister (waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen) geen ond erdeel van de accountantscontrole is geweest.”
Rotterdam, 23 juni 2026
Forvis Mazars Accountants N.V. w.g.
V.J. Fackeldey MSc RA

Bijlage 1. BIJLAGEN
Kengetallen
Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen aan. Hierbij is het eigen vermogen berekend als zijnde eigen vermogen volgens de balans vermeerderd met de beleidswaarde en verminderd met de marktwaarde. Hieruit is af te leiden in hoeverre Oost West Wonen aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
Liquiditeit / ICR
Dit kengetal komt tot stand door het exploitatiesaldo (operationele kasstroom zonder rentelasten) te delen door de totale rentelasten. Dit kengetal geeft het aantal keer aan dat Oost West Wonen haar rentelasten kan betalen.
Rente vreemd vermogen
Rente vreemd vermogen geeft het gemiddelde rentepercentage aan van de uitstaande leningen ultimo boekjaar. Deze wordt berekend door de schuldrest per lening ultimo boekjaar te vermenigvuldigen met het rentepercentage en deze te totaliseren en dan te delen door de restant schuld.
Bijlage 2.
Stakeholders 2025
• Huurdersverenigingen (2)
• Gemeente Goeree-Overflakkee
• Diverse zorgorganisaties actief in de gemeente Goeree-Overflakkee
• Diverse welzijnsorganisaties en hulpverleningsinstanties
• Georganiseerde bewonersinitiatieven zoals dorpsraden
• De Autoriteit Woningcorporaties
• Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw
• Aedes
• Collega corporaties, zeker die in de nabijheid van ons werkgebied
• (Huis)bank
• Adviseurs
• Accountant
• Aannemers
• Lokale scholen
• Overige leveranciers
Woningtoewijzingen 2025 Gemeente Goeree-Overflakkee Bijlage 3.
Aantal toewijzingen in het verslagjaar 2025
Huurgrenzen
4. Vertaling NPA
Doorvertaling Nationale Prestatie Afspraken in Lokale Prestatie afspraken en jaarplannen
Thema Nationale Prestatie Afspraken (NPA) Lokale Prestatie Afspraken (LPA)
Beschikbaarheid
Uitgangspunt: Zorgen voor realisatie en versnelling van de realisatie van nieuwe woningen in het sociale segment als de middenhuur.
- Vanaf 2029 worden er 30.000 woningen per haar bij gebouwd
- Sturen op 30% sociale huurwoningen in de nieuwbouw en in de Regio en in de gemeente. Focus is groei van de sociale huurvoorraad. In de lokale prestatieafspraken worden afspraken gemaakt over de groei van de corporatievoorraad. In de financiële haalbaarheid van de afspraken is rekening gehouden met verkoop en sloop van woningen en de benodigde groei van de (sociale) voorraad
Voldoende aanbod van betaalbare huisvesting voor doelgroepen van beleid
Gemeente en corporatie hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorg voor voldoende aanbod van betaalbare huisvesting voor de doelgroep van beleid. Partijen werken toe naar:
- Realiseren van 763 nieuwbouwwoningen sociale huur op Goeree - Overflakkee in de periode 2024 tot en met 2031.
- Realiseren van 0 middenhuurwoningen op Goeree – Overflakkee in de periode 2024 tot en met 2031.
Liberalisatie en verkoop van sociale huurwoningen door de corporatie vindt plaats binnen deze doelstelling. De woningen die verkocht worden komen ten goede aan de sociale koopvoorraad.
Het realiseren van woningen in het middenhuursegment ziet de corporatie niet als hoofdtaak. Ze doet dit in combinatie met het Daeb-vastgoed en afhankelijk van de omvang van het project.
Jaarplan/Begroting 2025
50 (Gemeentehuis Oude tonge 39 en Nollenweg 11)
(Geraamde Sloop 50) (Geraamde verkoop 23)
Stand van zaken 1 juli 2025 (kwartaal)
0 Woningen opgeleverd 15 Woningen verkocht 0 Woning gesloopt
Jaarplan (Stand van zaken 31 december 2025)
50 woningen opgeleverd 36 woningen verkocht (getransporteerd bij de notaris) 5 woningen gesloopt
Duurzaamheid In 2028 zijn er geen sociale huurwoningen meer met een energielabel EFG
In 2028 heeft OWW geen woningen meer in haar bezit met een EFG label. Oost West Wonen pakt de slechtst geisoleerde woningen versneld aan. Jaarlijks verbeteren we met een individuele aanpak zo’n 130 tot 180 met E, F of G gelabelde woningen met het doel in 2028 geen woningen met een E, F of G label meer te verhuren. Overige E, F en G labels pakken we projectmatig aan.
200 19 19
In 2034: 450.000 corporatiewoningen aardgasvrij
In 2030: 675.000 corporatiewoningen toekomstklaar geisoleerd.
Corporaties staan voor de opgave om uiterlijk in 2034 450.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken. Voor Oost West Wonen gaat het om zo’n 1200 woningen. Dit zijn zo’n 150 woningen per jaar.
In 2030 675.000 corporatiewoningen toekomstklaar geïsoleerd (1600 voor OWW) Om voor te sorteren op aardgasloze warmteoplossingen en woonlasten beheersbaar te houden verbeteren we projectmatig jaarlijks zo’n 150 tot 200 woningen.
Duurzaamheid Realisatie index t.o.v. jaarbegroting
158 vhe’s - 151
Thema Nationale Prestatie Afspraken (NPA) Lokale Prestatie Afspraken (LPA)
Extra investeringen in woningverbetering € 200 mln/jaar, met een focus op een versnelde aanpak van vocht en schimmel, loden leidingen, asbest en brandveiligheid.
Uitfaseren woningen met onderhoudscategorie 5 en 6 (Vanaf2026 geen woningen meer)
Bij het verbeteren van de woningkwaliteit heeft de aanwezigheid van loden leidingen, het voorkomen van funderings-, vocht- en schimmelproblematiek extra aandacht van de gemeente en de corporatie. De corporatie lost schimmel- en vochtproblemen ten gevolge van technische oorzaken op, onder voorbehoud van instemming van huurders en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). De huurdersorganisaties beantwoordt vragen van huurders.
De corporatie verbetert continu de kwaliteit van hun woningvoorraad. Zij hanteren de NEN 2767 methodiek om de conditiescore van hun bezit te waarderen met een conditiescore 3 als ondergrens. Uiterlijk in 2026 zijn er geen woningen meer met een slechte conditiescore (5 of 6).
Jaarplan/Begroting 2025
Geen specifiek budget voor opgenomen. Op basis van reparaties.
Stand van zaken 1 juli 2025 (kwartaal)
Geen specifiek budget voor opgenomen. Op basis van reparaties.
Jaarplan (Stand van zaken 31 december 2025)
Geen specifiek budget voor opgenomen. Op basis van reparaties.
Nadenken over vraagbundeling door corporaties (bundeling verbouwstromen)
Geen woningen in bezit met conditiescore 5 of 6 Geen woningen in bezit met conditiescore 5 of 6
Geen woningen in bezit met conditiescore 5 of 6
Betaalbaarheid
Inkomensafhankelijke huurverhoging
Verbouwstroom verduurzaming De corporatie zoekt samenwerking met andere corporaties om te komen tot een efficiënte aanpak voor het opzetten van een verbouwstroom bij de verduurzaming van vergelijkbare woningcomplexen.
Oost West Wonen kan een inkomensafhankelijke huurverhoging toepassen. De opbrengsten komen ten goede aan de verduurzamingsopgave en nieuwbouwopgave
Zuid-West-Samen Analyse door Atriensis Atriensis heeft een analyse gemaakt, maar heeft niet tot overeenkomsten geleid waardoor er niet verder mee zijn gegaan.
V V De gemiddelde huurverhoging op sociale huurcontracten is ongeveer 4,5%. Voor huurders met een hoger inkomen golden andere verhogingen: huurders met eenhoger middeninkomen kregen de reguliere huurverhoging, terwijl huurders met een hoog inkomen een verhoging van € 75,- ontvingen. MOG-contracten en de Zorgcontracten 4,5% verhoogd. De huurwoningen vrije huursector 4,1% verhoogd. BOG-contracten en huurcontracten voor parkeerplaatsen, bergingen en garages 4,5%. Verhoogd.
Thema Nationale Prestatie Afspraken (NPA) Lokale Prestatie Afspraken (LPA)
Leefbaarheid 75 mln/jaar extra investeren in leefbaarheid
Jaarplan/Begroting 2025
Diversen: onderhoud woonomgeving, investeren in groen, Leefbaarheidsacties, Leefbaarheidsfonds, huiskamers
Intensiveren signalering en schuldhulp Gemeente en Oost West Wonen intensiveren hun schuldhulpverlenings- en signaleringsbeleid. Er wordt intensiever en eerder in proces samengewerkt om het oplopen van betalingsachterstanden en huisuitzettingen te voorkomen
€ 40 mln/jaar levensloopbestendig maken van bestaande voorraad
Stand van zaken 1 juli 2025 (kwartaal)
Jaarplan (Stand van zaken 31 december 2025)
V V In 2025 heeft Oost West Wonen ongeveer € 75.506 besteed aan fysieke leefbaarheid en € 71.550 aan sociale leefbaarheid. Er zijn diverse acties uitgevoerd.
V V Contact is goed en er is 1 ontruiming geweest.
Bevorderen doorstroom senioren (inzet doorstroom- en seniorenmakelaars
Investeren levensloopbestendige woningen. De corporatie investeert in levensloopbestendige aanpassing van woningen.
Partijen komen overeen om de doorstroming van ouderen te stimuleren. Denk aan bewustwordingscampagnes, voorrangsregelingen, het inzetten van doorstroom- en seniorenmakelaars en bijvoorbeeld financiële prikkels.
V V In 2025 is een plan gemaakt om drempelhulpen toe te passen. Eind 2025 is daar een start mee gemaakt en we hebben een traplift geplaatst in een van onze complexen.
V V Specifieke functie + plan van aanpak gemaakt
50.000 geclusterde woningen
Opstellen huisvestingsverordening
Oost West Wonen zet zich in om tot en met 2030 versneld geclusterde woonvormen in de bestaande bouw dan wel in de nieuwbouw te realiseren. Speciaal voor ouderen uit de doelgroep van de woningcorporaties. De gemeente faciliteert door aanbod locaties. De geclusterde woonvormen zijn (wanneer de omgeving daar nog niet in voorziet)voorzien van in ieder geval een ontmoetingsruimte, waarbij de gemeente bijdraagt aan het faciliteren van ontmoeten en de organisatie van Welzijn. De Pilot zorgzame wijken en buurten in Oude tonge is daar een voorbeeld van
Volgens de nieuwe huisvestingswet is de gemeente verplicht een urgentieregeling op te stellen in de vorm van een huisvestingsverordening. Hierin staan een aantal verplichte urgentiecategorieën, ongeacht de mate van schaarste. De huidige verordening moet herzien worden. Partijen maken in 2025 afspraken over de inhoud van de verordening en zodoende de urgentieregeling.
V V Begin gemaakt met een project in Oude Tonge (Bernhardstraat)
V V Een groot gedeelte van de huisvestingsverordening ligt in concept klaar. Op basis van nieuwe wetgeving werken we de urgentieregeling uit.
Fair-share verdeling
Het huisvesten van specifieke doelgroepen kan op gespannen voet staan met het borgen van woongenot en leefbaarheid voor buurtbewoners. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede spreiding van locaties voor bijzondere doelgroepen en passende begeleiding daarom heen te organiseren. De corporatie wijst zorgvuldig toe, daarbij maatwerk leverend, vanuit de gedachte van mix, menging en draagkracht.
V V V

Kom langs: Langeweg 10, Middelharnis
Maandag t/m donderdag:
8.30 - 17.00 uur
Vrijdag: 8.30 - 12.00 uur
Bel ons: 0187 - 22 11 00
Maandag t/m donderdag: 8.30 - 17.00 uur
Vrijdag: 8.30 - 12.00 uur
Stuur een bericht: info@oostwestwonen.nl
Postadres: Postbus 9 3240 AA, Middelharnis