Skip to main content

OKRA zorgmagazine 2016

Page 1

Zorgmagazine 2016

Word nu gratis lid van OKRA-ZORGRECHT. Lees alles op blz. 32.

Voor bewoners van woonzorgcentra en hun mantelzorgers


Geef meer mensen kans op een ontspannende en zorgzame oude dag en vergroot tegelijk de erfenis van wie je dierbaar is.

Neem OKRA op in je testament Bespreek het met je notaris of neem in alle vertrouwen contact op met Frank Massoels, 02 246 44 48.

Of doe een gift ten voordele van OKRA. Vanaf 40 euro is je gift fiscaal aftrekbaar. Storten kan op rekening BE15 7995 5002 1930 Wat doet OKRA met dit geld? Als sociaal-culturele organisatie heeft OKRA bijzondere aandacht voor de oudste leden. Zij zijn vaak minder mobiel en zien hun sociale contacten afnemen. Deze oudste groep kampt met problemen van eenzaamheid. OKRAvrijwilligers bezoeken regelmatig deze oudste leden en proberen hen een sociaal netwerk aan te bieden. OKRA behartigt eveneens de belangen van mensen die zorg behoeven en hun mantelzorgers. Zij komt op voor wie zelf niet meer zo mondig is in kwetsbare situaties en bemiddelt bij problemen.


J

e leest op dit moment de tweede jaargang van het OKRAzorgmagazine. Ouderenorganisatie OKRA geeft dit magazine eenmaal per jaar uit voor de vele duizenden die, zoals jij, verhuisden naar of wonen in een woonzorgcentrum en hun mantelzorgers.

Personeel en vrijwilligers in de woonzorgsector leveren dagelijks schitterend en levensnoodzakelijk werk. Maar soms blijf je als gebruiker of mantelzorger toch nog op je honger zitten. In dit magazine brengen we het relaas van gewone mensen met hun fijne, ontroerende, vernieuwende en hoopgevende verhalen, met zichtbare resultaten. Zo kan je lezen hoe door het nemen van je verantwoordelijkheid in bewoners- en gebruikersraden in woonzorgcentra je jouw leven maar ook dat van medebewoners, kan verrijken en aangenamer maken. Hoe een buddywerking het leven van een persoon met dementie een meer dan aangename tint kan geven. In een andere rubriek lees je hoe je als zorgbehoevende nog kan dansen, wandelen en zelfs voetballen. Zijn er nog aangename gesprekken en herkenbare plekken als mijn geheugen zich beperkt tot het verleden?

Zijn er nog aangename gesprekken en herkenbare plekken als mijn geheugen zich beperkt tot het verleden?

Koken kost geld! OKRA-zorgmagazine gaat in op je rechten en tegemoetkomingen als zorgbehoevende met onder andere een bijdrage over de Tegemoetkoming Hulp Aan Bejaarden (THAB). Na onze oproep in het OKRA-zorgmagazine van vorig jaar mocht OKRA-ZORGRECHT heel wat nieuwe leden registreren. Belangrijker is echter dat wij veel leden konden helpen bij het oplossen van diverse problemen. Ook jouw problemen willen we met plezier behandelen. Tot slot neem ik nog de vrijheid van een mijmering: “Is onze wijzigende samenleving zorgwekkend omdat zij niet meer zorg wekkend is?� Veel leesgenot en ik hoop ook jou binnenkort welkom te heten als lid van OKRA-ZORGRECHT.

Mathieu

Mathieu Martens Voorzitter OKRA-ZORGRECHT


15


17 20

6

24

Getuigenis WONEN IN EEN WOONZORGCENTRUM

11 INFO JE RECHTEN EN TEGEMOETKOMINGEN 15 Getuigenis DE MELODIE VAN DEMENTIE 17 SPORT ACTIEF IN HET WOONZORGCENTRUM 20 Getuigenis DE BAND MET DE SAMENLEVING 23

Zingeving ALS IK JOUW ZORGEN NODIG HEB...

24 Getuigenis EEN TWINKEL IN DE OGEN 28 Hersengymnastiek 31 OKRA-ZORGRECHT JOUW ZORG, ONZE ZORG 32

OKRA-ZORGRECHT IS ER VOOR JOU!

Algemeen secretariaat | www.okra.be | secretariaat@okra.be | www.okrasport.be | www.okrazorgrecht.be | 02 246 44 41 OKRA-ZORGRECHT | Postbus 40 | 1031 Brussel | zorgrecht@okra.be | 02 246 57 72 (van 8 tot 12 en van 13 tot 16 uur, vrijdag van 8 tot 12 uur) | www.okrazorgrecht.be. Ook op Facebook.

Redactie Nele Joostens • Chris Van Riet • Katrien Vandeveegaete Verantw. uitgever Jan Vandecasteele • Vier Uitersten 19, 8200 Brugge Vormgeving Gevaert graphics nv Druk Corelio Printing, Erpe-Mere Oplage: 20 000 exemplaren Zonder schriftelijke toestemming van de uitgever mag geen enkele tekst of illustratie geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd. Advertenties vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de uitgever. Coverfoto: Violet Corbett Brock


8 6


getuigenis

Wonen in een woonzorgcentrum Frans (84) Frans zit aan het raam, waar het daglicht ruim binnenvalt. Met gestrekte armen houdt hij een schilderijtje met een sneeuwlandschap op afstand en schudt het hoofd. “Er zit geen diepte in”, zegt hij, meer tegen zichzelf dan tegen mij. En dan: “Ik speel graag met kleuren, ik hou niet van dood-effen. ’t Zal nog van vroeger zijn, toen ik de kost verdiende als huisschilder. Bloemenfriezen, landschappen, hout- of marmerimitaties... Honderden woonkamers hebben we gedecoreerd. ’t Was een schoon bedrijfje. Mijn vrouw deed de winkel, ik ging op pad met verf en borstels.” Frans strijkt over de sneeuw en pinkt een traan uit zijn ooghoek. “Wieza is er niet meer. Vier jaar geleden is ze gestorven. Gevallen tijdens een wandeling en ’t is nooit meer goed gekomen. Ik ben toen hier komen wonen maar ik mis haar Soms komt er iemand nog elke dag. De verpleegsters vragen of ik hun sporen mij aan om verder te boerderij of zo wil schilderen, omdat het me rustig schilderen. Dat doe maakt. De rommel in mijn kamer ik met plezier. nemen ze er graag bij.” Of hij zoals andere bewoners ook naar het creaatelier gaat? “Neen, toch niet. Ik schilder liever in m’n eentje. Soms komt er iemand vragen of ik hun boerderij of zo wil schilderen. Dat doe ik met plezier.” De Bovenpoort van Herentals, Damse Vaart … Op de tafel ligt een portret, half af. “Het is ons Wieza, ik kan er maar af en toe aan werken, als ik me sterk genoeg voel. En het is nog niet helemaal naar mijn goesting want in ’t echt was ze mooier. Soms hoor ik haar weer zeggen: allée zotteke, waarom zou dat niet goed zijn! Dan is ze weer efkens dicht bij mij.”

Jerome (97)

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Zoals de maatschappij een samenspel is van individuen, zo leven ook in woonzorgcentra mensen met verschillende interesses en achtergronden onder een dak. OKRA ging op bezoek in de woonzorgcentra Vogelzang in Herentals en Damiaan in Tremelo, op zoek naar wat hun bewoners zo verschillend maakt en wat hen bindt. Acht ontmoetingen, acht verhalen.

Vogelzang Herentals

Niemand liebt dich so wie ich…. Jerome zingt zachtjes een aria uit de Paganini operette van Franz Lehár. Glashelder maar broos, met een stem die alleen de jaren tegen heeft. “Ik zing bij Zonnelied, al dertig jaar. Dat is het zangkoor van de parochiekerk”, begint hij, terwijl hij enkele partituren herschikt om een plaatsje voor mij vrij te maken. Deze kamer ademt muziek,

7


Ik ben nog veel te jong om een hele dag stil te zitten. Dus werk ik als vrijwilliger in de tuin. ook als Jerome zwijgt. Hava Nagila, Hava…. “Bij het zangkoor ben ik de tenorstem. We zingen in de kerk bij huwelijksmissen of uitvaarten. Dan komt iemand van het koor me in het woonzorgcentrum ophalen en na de viering brengen ze me weer terug. Geweldig is dat, zo nog eens onder de mensen zijn die je anders nooit meer zou zien. En we drinken samen een borrel of een pintje, voordat de mis begint.” Is dat wel verstandig? “Oh ja, alcohol is goed voor de stem, dan gaat ze veel beter uit elkaar. Maar je moet natuurlijk niet overdrijven hé. Eén pintje, dat volstaat. Ik woon nu een jaar in Vogelzang en ik heb nog geen enkele bijeenkomst overgeslagen. Als je iets graag doet, heb je altijd goesting.” Op feestdagen verzorgt het zangkoor de misviering in het woonzorgcentrum. “Weet je, dan voel ik me zo fier. Ik sta vooraan, tussen de andere koorleden in een net pak en met een das. Dan voel ik me weer jong want niemand is er ouder dan tachtig. Behalve ik natuurlijk.” Hava Nagila, ve-nisma-cha, Hava nananana… Hebreeuws voor ‘laat ons gelukkig zijn’. Voor Jerome kan ik geen mooier lied bedenken.

Willy (55)

overal scheen de zon”, lacht hij. “Wat mis ik die mooie plekken en de mensen van ginder. Hier heb ik alleen mijn moeder maar ze herkent me niet meer. En mijn zussen kunnen toch niet de hele dag op bezoek komen.” Willy sloft terug naar binnen, legt de snoeischaar weer op z’n plaats en wacht in de eetzaal op zijn middagmaal. De dag is toch al voor de helft voorbij. Morgen schijnt misschien de zon.

“Brrr, zo koud? Moeten we echt naar buiten voor de foto?” Willy sputtert nog wat tegen maar sloft dan toch mee met de fotograaf. Onderweg neemt hij in het materiaalhok een snoeischaar. “’t Is nog wat vroeg op ’t jaar maar in de tuin werken is het liefste wat ik doe. Dan ben ik tenminste buiten.” Twee jaar geleden werd de moeder van Willy bij wie hij tot dan woonde, opgenomen in het woonzorgcentrum. Willy moest mee Remi (100) want alleen in huis achterblijven was “Het Volkshuis in de Sintgeen optie. “Mijn zus vond dat de Magdalenastraat, bestaat dat nog?” beste oplossing maar geloof me, ik zit Remi is een eeuw oud maar het café hier niet graag. Ik heb niks meer: van zijn jeugd is hij nog niet vergeten. geen auto, geen fiets… Alleen een “Daar gingen we altijd dansen, allée, kaart voor de bus waarmee ik af en in onze jonge tijd hé.” Voor een toe toch eens naar Herentals kan. Ik honderdjarige zit er in die jonge tijd ben nog veel te jong om een hele dag ook een oorlog. In 1940 was Remi 25 stil te zitten. Dus werk ik als jaar oud en dus klaar voor de strijd. vrijwilliger in de tuin bij Marc, de “Ineens zagen de straten zwart van vaste tuinier. Dat is een vriendelijke het gerij. Maar ik ben thuisgebleven. jongen, die mijn zorgen verstaat. Ik Mijn vader had een kruidenierswinkel help ook mee met het weg- en en we waren door de bezetter terugbrengen van containers en het aangesteld om voedsel te verdelen. sjouwen van de zware bakken Met zegeltjes konden de mensen bij frisdrank. Dat ken ik nog van in het ons vlees en suiker kopen. Alles ziekenhuis waar ik altijd heb gerantsoeneerd natuurlijk. We gewerkt.” Voor hij in het hadden een woonzorgcentrum vrachtwagen terechtkwam, ging Ik at elke dag drie maar mochten Willy graag op reis. lappen spek, van acht er niet mee Egypte, Filipijnen, centimeter breed rijden. Hoe Sri Lanka… hij en met een dikke onnozel was dat heeft de halve vetrand. En daarna toch allemaal!” wereld gezien. “En

een borrel jenever.

8


getuigenis

Damiaan Tremelo Alda (95)

Jeanne (85) Jeanne zit stil in haar zetel. Op haar gezicht een pijnlijke grimas want een uur geleden is ze flink gevallen. “De verpleegster heeft de dokter gebeld”, zegt ze. Daarna: “En ik woon nog maar een paar maanden hier.” Het klinkt als een verontschuldiging. “Dat heb je als je zelf in de zorgsector hebt gewerkt. Je weet dat onverwachte verwikkelingen je hele planning in de war kunnen sturen. Ik heb veertien jaar nachtdienst gedaan in de kraamafdeling van het ziekenhuis. Ik stond op de gang van de jonge moeders. Zuster Fernanda nam de zieken voor haar rekening. Vrouwen bij wie de zwangerschap problematisch was. Of erger, die hun kindje bij de geboorte hadden verloren.” Jeanne probeert voorzichtig haar been te verleggen. De pijn is niet te harden. Toch verschijnt er een glimlach als ik haar vraag of ze mooie herinneringen heeft aan de kraamkliniek. “Natuurlijk”, zegt ze blij. “Een keer heb ik een kindje zelf op de wereld geholpen, samen met de papa. Ik duffelde het warm in en liep er mee naar de prematuur-afdeling Twee vriendinnen zijn voor controle. Dat doet een hier gestorven. Toen verpleegster nog het meest: heb ik me even laten lopen. Ik zie dat hier ook, als gaan, niets hoefde bewoners om de haverklap op het nog en ik kwam mijn belletje drukken. Maar de

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Maar het tweetal wist die wetten handig te omzeilen. Bij een boer in de buurt konden ze soms clandestien aan extra vlees geraken. “De boer vertelde aan de Duitsers dan dat er een koe of een varken was gaan lopen. En dan konden we eens een keer spek eten. Pas na de oorlog ben ik een sterke man geworden. Ik at elke dag drie lappen spek, van acht centimeter breed en met een dikke vetrand. En daarna een borrel jenever. Je kan op een simpele manier oud worden hé.” Of hij nog een andere stiel had? “Ja, meubelmaker. Ik heb altijd slaapkamergarnituren gemaakt. In massief hout, toen bestond er niets anders. Weet je, mijn ouders wilden eerst dat ik pastoor of pater werd. Ik had er het verstand voor. Maar daar had ik echt geen goesting in. Ik werkte liever met mijn handen.” Remi verzet zich nog een keer in zijn rolstoel, de handen in zijn schoot. Ze mogen nu rusten. ’t Is goed geweest.

“Wacht even, ik zal een stoel bijschuiven.” Alda verwelkomt me hartelijk, zoals ze vroeger zelf ook ontvangen werd bij de leden van KVLV-Pijpelheide als ze haar ronde deed. “Voor de naailessen, kookavonden, de koffietafels… We hadden een bestuur dat goed samenwerkte. 48 jaar ben ik wijkmeesteres geweest. Toen was het op, de carrosserie wilde niet meer mee. Maar in ’t kopke voel ik me nog zoals toen hoor!” Ook in het woonzorgcentrum zit Alda niet stil. “Ik ga graag een klapke doen met de andere bewoners en ik spoor ze aan om mee te doen met de activiteiten. We spelen bingo en in het naaiatelier verstellen we de kleren van de bewoners die dat zelf niet meer kunnen.” Maar Alda’s lange leven blijft toch breien. Vorig jaar kwam de pastoor zelfs vragen of ze niet eens zo’n paar paasklokjes kon breien als versiering voor het altaar in de kerk. “Het zijn er honderdtwintig geworden”, lacht Alda. “Maar ik heb er zo’n deugd aan beleefd. Je nog eens echt nuttig voelen, zoals vroeger bij KVLV. Wil je geen praline? Neem ze maar uit de koelkast.” Gastvrijheid, het zit Alda in haar hele wezen. “Weet je, ik ben maar van een ding bang: dat ik lang plat moet liggen als het met mij gaat aflopen. Twee vriendinnen zijn hier gestorven. Toen heb ik me even laten gaan, niets hoefde nog en ik kwam mijn kamer niet meer uit. Gelukkig hebben de verpleegsters me tot de orde geroepen. ‘Waar is die Alda van vroeger?’ zeiden ze dan. En zie, ik ben nu 95 en ’t is precies alsof ik alles weer kan.” Dadelijk voegt ze de daad bij het woord. Tik-tik, tik-tik… onder haar handen groeit opnieuw het plezier van weleer. En een nieuwe muts.

kamer niet meer uit.

9


Soms versta ik de dialecten niet omdat ik zelf met het algemeen Nederlands ben opgegroeid.

verpleegsters blijven vriendelijk. Net zoals ik vroeger want ’s nachts heb je meer tijd. Dan ging ik al eens bij een jonge moeder op het bed zitten en vroeg of het allemaal wel meeviel, zo’n eerste kleintje. En dan kwamen de vragen en de onzekerheid over die nieuwe verantwoordelijkheid.” Een verpleegster steekt haar hoofd om de hoek: “De dokter komt dadelijk”, zegt ze. Jeanne haalt opgelucht adem. Nu wordt er voor haar gezorgd.

Magda (74) “Wat heb jij een mooie tas!” Het is het eerste wat Magda opvalt als ik haar kamer binnenstap. Niet moeilijk want jaren geleden liep ze zelf naar haar werk met een boekentas in de hand. Als regentes onderwees ze moderne talen aan jongeren van twaalf tot vijftien jaar. “Ik gaf Frans en actualiteit. Vooral dat laatste vond ik boeiend want zo bleef ik zelf ook op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde. Ik probeerde de interesse van de leerlingen op te wekken en legde hen uit dat ze verder moesten kijken dan het dorp waar ze woonden. Als ze me dan kwamen vertellen wat ze in de nieuwsuitzending hadden gehoord, dan was ik in mijn opdracht geslaagd.” Helaas heeft Magda het lesgeven niet kunnen volhouden. Familieproblemen en een dramatisch ongeluk met een van haar kinderen, dreven haar tot wanhoop. Ze is nu acht jaar in het woonzorgcentrum. “Ik

10

ben hier graag en intussen heb ik vijf kleinkinderen. Als ze op bezoek komen, is het een vol huis.” Of ze dan weer de schooljuffrouw wordt? “Mmm, toch een beetje hoor”, lacht ze. “Ik vraag naar hun rapporten en geef soms extra oefeningen mee als ze voor een vak dat ik zelf onderwezen heb een onvoldoende hebben. Maar over het algemeen vind ik dat ze positief in het leven staan. Ze zijn bij de scouts, doen aan sport en hebben veel vrienden.” Ook Magda vindt haar levenslust stilaan terug. Ze zit in een kaartclubje van vier. “Maar daar ben ik ben geen lerares. Integendeel, ik ben nu de stille van de groep. En soms versta ik de dialecten niet omdat ik zelf met het algemeen Nederlands ben opgegroeid. Dan laat ik ze maar babbelen en denk er het mijne van.”

Willy (78) “Ik mag toch Suzanneke zeggen hé!” Willy vraagt het met klem na onze kennismaking. “Ik zie dat jij een goeie bent.” Het tekent meteen het ziektebeeld waarvoor Willy werd opgenomen in de zorgafdeling voor bewoners met psychische problemen. Het is een van de specialisaties van het woonzorgcentrum Damiaan. Psychologe Karen beaamt: dat hij jou Suzanneke wil noemen, is sprekend. Willy deelt de mensen in twee categorieën: de goede en de slechte. En dat veroorzaakt veel

moeilijkheden in de omgang met andere bewoners. Als hij denkt dat hem onrecht wordt aangedaan, is hij onhandelbaar. Voordat hij hier kwam, is hij in alle centra in de regio geweest en zijn familie heeft het opgegeven. Hier zal hij blijven, al is dat niet altijd met zijn goesting.” Vroeger werkte Willy bij de spoorwegen. Eerst als seingever, daarna werd hij eerste rangeerder. “Ik moest bevelen uitdelen”, zegt hij ferm. En dan, wat stiller: “Maar hier moet ik gehoorzamen. Dat is niet makkelijk. Maar als ik verkeerd ben geweest, zal ik me nadien altijd verontschuldigen hoor.” De psychologe knikt: “zo ver hebben we hem toch al gekregen.” Dan stokt het gebabbel, koortsachtig zoekt Willy naar nieuwe gesprekstof. “Ah ja! Weet je wel hoe oud mijn familie is?” Ik schud van neen. “Onze naam gaat terug tot de Guldensporenslag,” vertelt Willy trots. “Pieter De Coninck, Jan Breydel…” Willy noemt ze met naam en toenaam, met de juiste datums erbij. En hij zinkt langzaam weg, in zijn eigen grote geschiedenis, hoe klein zijn wereld in werkelijkheid ook is.

■

Tekst Suzanne Antonis Foto’s Jürgen Doom


info

Je rechten en tegemoetkomingen ✤ Attest verminderde zelfredzaamheid Chronisch ziek zijn, volstaat niet om recht te hebben op sociaal-financiële voordelen. Het is de ernst en de gevolgen van de aandoening die bepalen of je in aanmerking komt. Die ernst kan je bewijzen met een attest verminderde zelfredzaamheid.

Hoe aanvragen? Je kan het attest aanvragen via je ziekenfonds, het OCMW of de administratie van de gemeente- of stadsdiensten. Zij bezorgen je documenten voor de aanvraag aan de Directie-generaal Personen met een handicap van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. De FOD zal je medische situatie en de gevolgen daarvan voor dagelijkse activiteiten beoordelen en een beslissing nemen. Ongeveer zes weken later ontvang je het attest. Opgelet: In sommige situaties kan je al een geldig attest hebben van je ziekenfonds, de diensten voor oorlogsslachtoffers, beroepsziekten of arbeidsongevallen.

✤ Tegemoetkoming voor Hulp aan Bejaarden De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) wordt toegekend door de FOD Sociale Zekerheid aan ouderen vanaf 65 jaar die moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van dagelijkse taken. Ze is bedoeld om de kosten ten gevolge van de handicap te vergoeden. Naargelang de ernst van de beperkingen, krijg je maandelijks een tegemoetkoming tussen 82 en 549 euro.

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Als je ouder wordt, verandert er heel wat. Je gezondheid vraagt meer aandacht, je geneest of herstelt minder snel, je kan minder dingen zelf en je zorgkosten lopen op. Gelukkig kan je dan bij je ziekenfonds terecht. Dat beantwoordt je vragen en helpt je bij het uitzoeken van je rechten en het krijgen van tegemoetkomingen. Een overzicht.

Voorwaarden De tegemoetkoming wordt toegekend op basis van het attest van verminderde zelfredzaamheid, je gezinssituatie en een inkomensonderzoek. Bij het inkomensonderzoek telt ook je financieel vermogen, inclusief onroerende goederen. De verkoop van een woning kan zwaar wegen op je THAB-rechten. Als je eigen inkomen te hoog is, heb je geen of slechts gedeeltelijk recht op een THAB. Je moet ook voldoen aan voorwaarden op vlak van nationaliteit en het verblijfsadres.

11


Verminderde zelfredzaamheid De zelfredzaamheid wordt bepaald aan de hand van zes rubrieken: • verplaatsingsmogelijkheden • mogelijkheden om te eten en eten klaar te maken • mogelijkheid om voor persoonlijke hygiëne in te staan en zich aan te kleden • mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijke taken te doen • mogelijkheden om te leven zonder toezicht, bewust te zijn van het gevaar en het gevaar te kunnen vermijden • mogelijkheden tot communicatie en sociaal contact. De mate van zelfredzaamheid wordt doorgaans vastgesteld in een medisch onderzoek.

12

mheid a a z d e r f l en de z e Verminder tsingsmogel ijkhed n e t en a e ✔ v er p l a k h ed en o m t e e t en ij ✔ m o gel e m a k en ke ij l n o o t s r r kl a a kheid om voor pe a an t e kl eden ij ✔ mogel in t e sta an en zich t e onderhouden woning h ygiëne e d m o id he d o en k e t ij l n e e g k o a ich t, m t z e e k o ✔ t ij l r e e d d n u en huisho den om t e l e ven zo en he t va ar ijkhe e l g e g t e o h m n a ✔ zijn v e t t s u ijden w m r e be cia al v o s n e n n e n ie u t k a ge va ar t e den tot communic ijkhe ✔ mogel t. con tac


info

Informatie

Zo kan het voor een koppel, de daaropvolgende verstrekkingen volledig De maatschappelijk werker van van wie een persoon in terugbetaald. Dit gebeurt je ziekenfonds, het OCMW of de een woonzorgcentrum automatisch. Het plafondbedrag maatschappelijk werker van de verblijft, een verschil voor je MAF wordt met 100 euro FOD Sociale zekerheid kan je maken waar die persoon verminderd als je het statuut adviseren over je recht op een gedomicilieerd is. chronische aandoening hebt of bijkomende tegemoetkoming als je twee opeenvolgende jaren voor Hulp aan Bejaarden meer dan 450 euro remgeld betaald hebt. (THAB). De FOD Sociale Zekerheid heeft in de meeste steden en ✤ Het Globaal Medisch Dossier (GMD) gemeenten een zitdag. Als je een GMD aanvraagt bij je vaste huisarts betaal je Je kan zelf je dossier opvolgen en vanaf de zomer 2016 zelf minder remgeld bij je huisarts én worden al je gegevens een aanvraag indienen met je elektronische bijgehouden in een dossier, ook de gegevens die je huisarts identiteitskaart op www.handiweb.be. Maar let op voor van je andere zorgverleners ontvangt. Je ziekenfonds herzieningen, want die leiden niet altijd tot een hoger betaalt de kosten voor het GMD volledig terug. recht.

Wie in een woonzorgcentrum verblijft, heeft er belang bij om de meest voordelige berekening voor zijn situatie te kennen. Zo kan het voor een koppel, van wie een persoon in een woonzorgcentrum verblijft, een verschil maken waar die persoon gedomicilieerd is. In sommige situaties ontstaan er ook bijkomende pensioenrechten (inkomensgarantie voor ouderen). Laat je dus goed adviseren.

✤ Tegemoetkoming van de Vlaamse zorgverzekering De Vlaamse zorgverzekering biedt een maandelijkse tegemoetkoming van 130 euro aan bewoners van woonzorgcentra en erkende thuispatiënten.

Hoe aanvragen? Voor zover ze niet automatisch is toegekend, kan je ze aanvragen via de Zorgkas waarbij je aangesloten bent, meestal je ziekenfonds.

✤ Bescherming tegen hoge medische kosten De maximumfactuur (MAF) De MAF beperkt de jaarlijkse medische kosten voor alle gezinnen tot een plafondbedrag. Bereiken je remgelden voor geneeskundige verstrekkingen in de loop van het kalenderjaar dit plafondbedrag, dan wordt het remgeld van

✤ Het statuut chronische aandoening Met het statuut chronische aandoening heb je recht op verschillende voordelen: • vermindering van het plafond voor de maximumfactuur • verbod op ereloonsupplementen bij hospitalisaties en sommige daghospitalisaties in een gemeenschappelijke of tweepersoonskamer • regeling betalende derde als je arts of tandarts akkoord gaat. Je moet dan niet meer het volledige ereloon betalen maar enkel het remgeld dat je zelf verschuldigd bent.

Voorwaarden

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Bijkomend recht op IGO (inkomensgarantie voor ouderen)?

• Je had gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren elke drie maand meer dan 300 euro medische kosten (wettelijk remgeld en de bijdrage van de ziekteverzekering samen). Het ziekenfonds kent die gegevens. Het statuut wordt automatisch toegekend en geldt voor twee jaar. • Personen met een attest van een zeldzame ziekte krijgen het statuut voor vijf jaar. Een zeldzame ziekte moet je aan het ziekenfonds melden. Ze is vermeld op de website www.orpha.net.

✤ De verhoogde tegemoetkoming (VT) Personen met een laag inkomen hebben recht op de verhoogde tegemoetkoming. Je betaalt minder voor gezondheiszorg en medische kosten (bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname). Met de verhoogde

13


tegemoetkoming heb je recht op de sociale maximumfactuur voor gezondheidszorgen (maximum 450 euro remgeld) en recht op de toepassing van de regeling betalende derde bij de huisarts. Je betaalt ook minder voor de zorgverzekering, het openbaar vervoer en de telefoon.

Voorwaarden •

Je hebt een inkomen lager dan 17 649,88 euro, te verhogen met 3 267,47 euro per persoon ten laste. Je inkomen wordt via een inkomensonderzoek berekend. In vele situaties kent het ziekenfonds je inkomenssituatie niet en dan moet je zelf het onderzoek naar de verhoogde tegemoetkoming aanvragen. • Bij bepaalde statuten (bijvoorbeeld gerechtigden met inkomensgarantie voor ouderen) heb je automatisch recht op de verhoogde tegemoetkoming.

✤ Het zorgforfait Het zorgforfait is een jaarlijkse tegemoetkoming voor chronisch zieken van 300, 450 of 600 euro, naargelang de doelgroep. Het zorgforfait wordt automatisch toegekend.

Voorwaarden • Je behoort tot een bepaalde zorg-situatie (langdurige hospitalisaties, ernstige zelfredzaamheidsproblemen). • Je betaalde twee opeenvolgende jaren een minimumbedrag aan remgeld (450 euro, 365 euro voor personen met verhoogde tegemoetkoming).

✤ Het palliatief statuut Personen met het palliatief statuut betalen geen remgeld meer als de huisarts op bezoek komt. Je vraagt het statuut aan met een document dat de huisarts invult.

✤ Andere sociale voorzieningen Fiscale voordelen Wie voor zijn 65 jaar al een attest had van tweederde arbeidsongeschiktheid, krijgt automatisch verminderingen in de personenbelasting en van de onroerende voorheffing. Voor de vermindering successierechten moet je het attest voorleggen bij de notaris.

14

Mobiliteit Personen met een handicap hebben recht op een parkeerkaart, ook als ze niet zelf met de wagen rijden. Je kan de kaart aanvragen via de dienst maatschappelijk werk van je ziekenfonds, het OCMW of de gemeente- of stadsdiensten. Wie niet mobiel genoeg is om het openbaar vervoer te gebruiken, kan onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van de mindermobielencentrale of de diensten aangepast vervoer. Bekijk het aanbod in je regio.

Communicatie Ben je minstens 65 jaar en heb je recht op de verhoogde tegemoetkoming? Dan betaal je minder voor een abonnement voor telefoon, gsm of internet. Het sociale tarief wordt slechts een keer toegestaan (telefoon of gsm of internet). Je vraagt het aan bij de aanbieder waarbij je aangesloten bent.

■

Tekst Karine Rochtus

Meer informatie Het CM-Infopunt Chronisch Zieken informeert je over je rechten en helpt je een antwoord te vinden op je vragen. Het Infopunt staat open voor iedereen. Je kan het Infopunt telefonisch bereiken via 078 05 08 05 van maandag tot vrijdag tussen 9.00 en 12.00 uur en van maandag tot donderdag tussen 13.00 en 17.00 uur). Of mail naar infochronischzieken@cm.be. We behandelen je vraag zo snel mogelijk. Op www.cm.be vind je ook heel wat informatie over ziektebeelden, voorzieningen in de thuiszorg, sociale rechten en gezondheidszorg.


getuigenis

De melodie van

dementie

Als ik mijn hoofd binnensteek, zit Martha neuriënd in de zetel. Haar dochter Marleen brengt nog wat blush aan op haar zachte kaken. “Ge moet schoon zijn hé ma, om in de gazet te gaan staan.” “Ik? In de gazet? Da zal wel niet waar mogen zijn”, en ze kijkt ons met grote ogen aan. Twee seconden later is ze opnieuw verzonken in haar eigen melodie. Wat een muzikaliteit stroomt er door deze vrouw. Het geeft haar levenslust, kracht en een onbezorgdheid die je in gesloten afdelingen niet verwacht.

Ne kriek per dag Op de vraag wat ze leuk vindt, antwoordt ze zonder nadenken “Dat weet ik niet zè”. Zelf wat zingend en neuriënd breng ik haar toch in verbinding met vroeger. Franse liedjes. En dan begint ze... Zonder schroom, schaamte of twijfel zingt ze Dalida: “J’attendrai le jour et la nuit. J’attendrai toujours”. En de woorden blijven komen. Ze straalt! In de cafetaria bestelt ze ne kriek. Drink je dat graag, Martha? “Nee. Niet veel. Elke dag ene.” En ze drinkt gulzig van haar frisse glas.

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Begin 2016 stap ik flat 16 in Woonzorgcentrum Ter Meere in Overmere binnen. Hier woont Martha Noël, een opgewekte 89-jarige dame die kampt met dementie en die ik graag zelf het woord wil geven. Aan de hand van technieken en vragen uit de narratieve zorg bouwen we samen een stukje van haar levensverhaal op. Vloeiende passages wisselen haperende blikken af. Dit is een beeld van dementie. Dat van Martha Noël. Als je terugdenkt aan vroeger, wat zie je dan? “Aan vroeger heb ik geen goeie herinneringen. Nee....” Was je toen verdrietig? “Nee. Maar plezierig was ‘t ook niet...” Wat maakte dat het niet plezierig was? “Te veel kinderen. We waren met te veel in huis. We waren met zessen.” En met zes kinderen vond je het een beetje te druk? “Oe... veel te druk! En mijn pit zat ook bij ons. En mijn moeder en vader.” Weet je nog hoe iedereen heet? “Mijn ma en mijn pa Hortense en Jef. En mijn pitje Kamiel. Deine zag ik geiren.”

15


Was hij lief? “Voor mij toch. Maar voor ons Anna niet, voor mijn oudste zuster. Nee, maar da was nen deugniet. Ze was drie jaar ouder en ze sloeg me altijd.” Wat deden jullie samen met pitje Kamiel? “Niets, die mens kon niets hé, dat schaap. Ik zong. Ja, ik zong altijd hé. Mijn vader zei altijd ‘Ons Martha zal ne keer zingen’. En ik deed dat. Ik kon goed zingen hoor!” Ja, dat heb ik al gehoord. Je zingt nog altijd mooi hé. Kan je je het huis nog voorstellen waarin jullie woonden? “Ja. Dat was nieuw gebouwd. Een schoon huis.” En had je daar je eigen kamer? “Nee jong! Ik moest samen slapen met ons Anna. En mij maar stampen. Ja, ze was drie jaar ouder hé.” ...

Tijd en stilte zijn alles Zolang ik knoopjes leg in de laatste stukjes herinnering van Martha, blijven we praten. Ik haak in op een gevoel, vraag Martha wanneer ze zich nog eens zo voelde. Stukje bij beetje schetst ze haar leven. Woord voor woord maakt ze me duidelijk wie belangrijk was en waarom. Soms kijkt ze me met haar grote, zachte ogen vragend aan. Ze weet plots niet meer wie ik ben en wat ik naast haar zit te doen. Maar ze voelt zich veilig en lacht. Is vriendschap belangrijk voor jou? “Ja. Ik had vroeger een goeie vriendin, Paula heette ze. Ze woonde dicht bij ons. Ik ging daar slapen omdat ik dan niet bij ons Anna moest liggen. Die sloeg mij altijd, mijn oudste zuster Anna. Dat was een kwaaie...” Wat deed je zoal samen met je vriendin Paula? “Ah, niets ahja, we hadden niets. Veel

16

gelachen, dat hebben we gedaan. En ik mocht daar ook blijven eten. Thuis moesten we altijd de afwas doen.” Afwassen na het koken. En wie kookte er thuis bij jullie? “Mijn moeder. Maar ik kon nog veel beter koken. Ik maakte altijd de savooien. Dat kon ik het beste maken van allemaal. Goe zè... Maar daar moest ge wel goe naar kijken want daar zaten beestjes op van in den hof hé.” Waar was je nog goed in, Martha? “Da weet ik niet zè... Ik ben altijd coiffeuse geweest. Kapster hé. Ja, permanentjes leggen in de vrouwen hun haar. Ik heb daarvoor een jaar in Brussel gestudeerd. Ik ging met de trein. Ja, geleerd bij monsieur Roland.”

Op verhaal komen De klok tikt even traag als anders maar deze namiddag vliegt de tijd. Ik ga op in Martha’s leven, zij komt op verhaal. De laatste minuten babbelen we over haar huwelijk. En over haar tijd in het rusthuis. Martha, ben je getrouwd geweest? “Ja, ik ben getrouwd geweest met mijnen André hé. André Eeman heette mijn man.” Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? “Maar da weet ik niet meer zè.”

“In 1944 was het. Want hij is dan nog met zijne velo naar Frankrijk gevlucht omdat hij anders moest werken voor de Duitsers.” En wat deed André voor werk? “Hij werkte in een weverij hé. Ja... Hij was euhm... ne monteur hé, ja. Ne monteur.” En leeft André nog, Martha? “Nee, hij leeft niet meer. Van wat zou hij dood zijn? Weet gij dat? .... Iets in zijn darmen.... Kanker! Kanker was ‘t! Lalala, Lalala...” En Martha begint te zingen. En wat vind je hier in het rusthuis het leukste, Martha? “Leuk. Leuk. Niets!” Je was liever thuis, in je eigen huis? “Ja, zeker. Hier is er niets leuk aan. Lalala, lalala... Maar ‘t is hier goed. Ja, ik ben hier geiren.” Even later neem ik afscheid van deze warme vrouw. Ik bedenk me dat mensen altijd inspireren. Los van wie ze op welk moment zijn. En nog losser van wat wij van ze gewoon zijn.

■ Dochter Marleen helpt haar op weg in het kluwen aan gedachten en gebeurtenissen. En dan opeens weet Martha het toch.

Tekst Griet Van Beveren Foto’s Frank Bahnmüller


SPORT

in het woonzorgcentrum De Pit in Hallaar is een groot complex, waar het woonzorghuis, dagverzorgings-centrum en lokaal dienstencentrum nauw met elkaar verbonden zijn. Als je binnen-wandelt, voel je meteen de gezonde bedrijvigheid.

Langer mobiel Ilse Van Dessel is al zeven jaar centrum-leidster van het lokale dienstencentrum. “In al wat we organiseren en aanbieden trachten we om beweging in te bouwen. Onze ervaring leert dat wie in beweging blijft, ook langer mobiel is. En hoe bescheiden ook die mobiliteit, het maakt een wereld van verschil als mensen nog een aantal dingen zelf kunnen. Voor het gevoel, de eer, de eigenwaarde. En uiteraard de gezondheid.” In het fitnesscentrum zijn zowel bewoners als buitenstaanders welkom om te steppen, fietsen of

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Actief

Wie beweegt, voelt zich beter én blijft langer gezond. Redenen genoeg voor vele woonzorgcentra om hun bewoners ertoe aan te zetten om te blijven bewegen. Dat gebeurt op diverse plaatsen. Enkele voorbeelden.

roeien. Vier ouderen zijn naast elkaar aan de slag. De rollator voor de roeimachine verraadt dat de roeier beperkt mobiel is.

Werpen met de slurf Om 14.00 uur start in het woonzorgcentrum de tweewekelijkse boccia. Dat is een bal- en werpsport vergelijkbaar met petanque geschikt voor sporters met een hersenverlamming of met zware motorische beperkingen. Tien senioren, vijf tegen vijf, mogen om de beurt proberen de witte bal te raken met hun rode respectievelijk blauwe bal. Vrijwilligers helpen hen, ook bij het hanteren van de lange houten ‘slurf’ die moet helpen mikken. “Deze mensen zijn allemaal personen met dementie en vertoeven in hun eigen wereld. Maar je ziet dat ze blij worden van het spelletje, van de zorg en het

17


samenzijn met medebewoners. Voor een buitenstaander is het misschien niet zo duidelijk maar wij zien hen soms glunderen bij een goede worp. Dat is zo mooi.”

Markt naar het woonzorgcentrum Ook de moestuin houdt de bewoners actief. Buiten staan een aantal bakken prei en ander groen. De groenten hebben nu hun beste tijd gehad maar hier is afgelopen zomer duidelijk geplant, onderhouden en geoogst. De bijzondere vogelverschrikker die de bewoners zelf maakten, geeft deze groentebak iets sprookjesachtigs. We lopen langs de ruimte waar personen met een vergevorderde vorm van dementie in een prikkelarme ruimte verblijven. Aan het prikbord hangen aankondigingen van petanque- en biljarttornooien, van activiteiten allerhande. Ilse: “Binnenkort komt ook de markt weer naar het woonzorgcentrum. Dan parkeren de kramen hier op ons marktplein en kunnen onze bewoners er wat winkelen en rondlopen.”

Wandelvoetbal Vorig jaar werd er allicht geschiedenis geschreven in het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Deinze: hier vond het allereerste wandelvoetbaltornooi in een woonzorgcentrum in Vlaanderen plaats. De initiatiefnemers van dienst? Een bende enthousiastelingen van het woonzorgcentrum; een mooie samenwerking tussen de teams van kine, ergo en animatie. Met dank aan de directie voor hun fiat. Aan de medewerkers, de lokale voetbalclub Sparta Petegem, de stadsdiensten en het VTI Deinze

18

voor hun bijdrages ook: goals, truitjes, materiaal. De mosterd haalden ze in Nederland, waar seniorenvoetbal, of ‘voetbal voor zestig plus ’, al langer ingeburgerd blijkt. De regels werden speciaal voor dit tornooi aangepast aan het doelpubliek: er werd bijvoorbeeld gewandeld in plaats van gelopen en de spelers werden bijgestaan door begeleiders indien nodig.

Topscorer In Deinze vormden de bewoners van de verschillende woonzorgcentra vier ploegen, de ene bewoner al wat mobieler dan de andere. De begeleiders gaven tijdens het spel richtlijnen en moesten de spelers - soms letterlijk met de voeten op de grond houden. Voor Pol - voluit: Napoleon - riep het tornooi herinneringen op aan zijn eigen voetbalgeschiedenis. “Ik was topscorer van Deinze, met 44 goals”, zei hij aan wie het horen wilde. Een van de organisatoren vertelt vol vuur. Mooie verhalen over de bewoners en deelnemers, schattige anekdotes. En ook het verhaal van Pol dus, de gewezen voetballer van Deinze. Hij trainde vol overgave mee voor het tornooi maar viel helaas, blesseerde twee ribben en moest daardoor forfait geven. “Als de kwetsuur door het voetbal komt, is het minder erg”, liet Pol nog optekenen.

Gevarieerd aanbod

De bijzondere vogelverschrikker die de bewoners zelf maakten, geeft de groentebak iets sprookjesachtigs.

Naast dit voetbaltornooi biedt het woonzorgcentrum in Deinze tal van activiteiten aan die zoveel mogelijk inspelen op de noden en behoeften van de bewoners. “Onze bewoners zullen zelden op eigen initiatief bewegingsactiviteiten


Donderdag wandeldag In woonzorgcentrum Mater Dei in Heikruis wordt al meer dan tien jaar gewandeld. Donderdag is wandeldag en daar kijkt iedereen naar uit, bewoners en vrijwilligers. Van april tot september trekt wekelijks een lange stoet van rolstoelen door het landelijke Pajottenland, onder begeleiding van familieleden, vrijwilligers en enkele teamleden van animatie.

Zorgenbrekers In een van de shows in woonzorgcentrum Sint-Jozef traden de Zorgenbrekers op. Een groep van wel vijftig OKRA-dansers die naast hun vele repetities al heel wat optredens op hun naam hebben staan. Trekker van dienst, Viviane Van Overbeke, heeft er haar levenswerk van gemaakt. Voor elk optreden voorziet ze outfits aangepast aan het thema: Tirol, hip hop, noem maar op. De stoffen krijgt ze gratis van de plaatselijke stoffenfabriek. “Het zijn stoffen met foutjes maar ik gebruik de goede stukken.” Toveren kan Viviane, gouden handen heeft ze. En dat geeft de dansgroep toch een extra professioneel tintje. De groep wordt dan ook geboekt tot ver buiten de grenzen van hun thuisstad Deinze.

Liedjes uit hun tijd Hun naam is hun motto: Zorgenbrekers willen de zorgen van mensen - klein en groot - even doorbreken. Iedereen heeft wel eens een probleem of komt iets moeilijks tegen. “Met onze dansgroep willen we de focus even verleggen en een namiddag vol amusement en nostalgie bieden. De ouderen, ook de mensen met dementie, fleuren op bij het horen van de liedjes uit hun tijd. Sommigen reageren bedroefd omdat de herinneringen pijnlijk zijn, anderen net erg blij. Laatst nog huilde een stevige man bij het nummer Waar en wanneer. Dan krijg ik kippenvel. We proberen ook de minder mobiele toeschouwers zoals rolstoelgebruikers mee te nemen in de actie. Die aanrakingen doen zichtbaar deugd.”

Sneukelen of sprookjes De bewoners genieten met volle teugen, zeker zij die in een rolstoel zitten en afhankelijk zijn van anderen om zich te verplaatsen. “Elke week doen we een andere wandeling. Twee uur van huis, dat is zo om en bij de drie kilometer. Dat lijkt niet veel maar is heel wat als je het glooiende landschap meetelt”, zegt Anja Vandermotten. Anja is al tien jaar diensthoofd animatie in woonzorgcentrum Heikruis. Het enthousiasme en de trots over de wandeldagen klinken door in haar stem. “Niet alleen de route varieert maar ook het soort wandeling. Soms maken we er een sneukeltocht van, met wat lekkernijtjes onderweg. We deden ook al de fit-o-meter, zelfs een sprookjeswandeling in samenwerking met de lokale kleuterschool. Soms rijden we met onze busjes naar het dorp of naar een ander vertrekpunt. Wat ook succes heeft, is een reminiscentiewandeling, waarbij we langs plekken gaan die herinneringen oproepen. Terug in de tijd, langs herkenbare plekjes en huizen. Het woonzorgcentrum zelf roept voor een aantal bewoners sowieso herinneringen op want het is gehuisvest in wat vroeger het pensionaat was.” Als er gewandeld wordt, beginnen alle deelnemers te glunderen. De buitenlucht doet hen zichtbaar deugd. Maar ook het contact met de begeleiders én de wereld buiten het woonzorgcentrum zijn opstekers. En de kop koffie achteraf, of het ijsje. “Leve de vrijwilligers, want zonder hen was van deze wandeldagen geen sprake. Onbetaalbaar, wat zij kunnen bieden.”

■

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

doen maar als je een gevarieerd aanbod voorziet, een goed team hebt én je brengt het op de juiste manier aan, heeft elke activiteit hier succes. En doorheen het jaar organiseren we ook shows waarin wie wil actief kan meedoen.”

Tekst Katrien Van Aken

19


De band met de

samenleving Leven in een woonzorgcentrum betekent niet dat het leven buiten stopt. Hoe blijf je als oudere toch een rol spelen in de samenleving, hoe krijg je inspraak en hoe blijf je als persoon bestaan? Drie inspirerende verhalen.

Palma ziet er piekfijn uit in haar rolstoel. Ze ontvangt me op haar kamer, de tafel is feestelijk gedekt. “Er komt nog bezoek. De directeur heeft gezegd dat hij langskwam. En de pastoraal verantwoordelijke wou er ook graag bij zijn. En mijn vriendin Jacqueline en Brigitte van OKRA verwacht ik ook.” Palma is 93 jaar en verblijft sinds een jaar in het woonzorgcentrum Rustenhove in Ledegem. “Ik ben thuis gevallen, mijn pols gebroken. En toen kon ik niet meer alleen blijven wonen. Mijn man is al een tijdje dood. Weet je trouwens hoe ik hem ontmoet heb? Mijn vriendin en ik gingen graag naar de koers kijken. En ik zei tegen haar ‘die man daar, hij is zo schoon met zijn witte sokken’. Al de andere renners hadden zwarte sokken. We hebben zes jaar gevrijt maar ’t voelde als maar een jaar. Want hij was altijd weg, altijd gaan koersen. Hij werd ooit derde in de Ronde van Frankrijk. Maar toen brak de oorlog uit en was het gedaan met koersen. We zijn dan een beenhouwerij begonnen. En ook toen was er op de schort van mijn man nooit een spatje bloed of een vlek te zien. Ik was vroeger als vrijwilliger verbonden aan dit woonzorgcentrum. Daarom wou ik ook zo graag naar hier komen. Brigitte is van OKRA en ze springt heel dikwijls binnen. Ik krijg wel veel bezoek van mijn familie maar dat bezoekje van Brigitte is altijd extra. En er is hier een zuster die elke avond bij iedereen goedenavond gaat wensen. Daar heb ik ook zo veel plezier van. Gisteren was het bezinning in het trefpunt van OKRA. Goed ingeduffeld tegen de regen zijn we daar naartoe geweest. Brigitte kwam ons halen en haar man bracht ons terug. Dat doet zo’n deugd hé, nog eens naar buiten en onder de mensen komen.”

Naar mijn huis “Ik kijk ook al uit naar de zomer. Dan komt OKRA ons een keer om de veertien dagen halen om een

20


De verenigingen houden het contact tussen de bewoners en de samenleving levendig. Dat verhoogt hun betrokkenheid én hun mentale gezondheid.

Met iedereen praten Brigitte hoort het graag. “Maar dit is ook mijn lang leven. Ik heb al veel meegemaakt en dit doe ik zo graag. Het verzet mijn gedachten ook. En op zondag doe ik met alle vijfentwintig leden een praatje in de cafetaria. En de andere dagen vind je me hier ook.”

Directeur Johan bevestigt. “De verenigingen houden het contact tussen de bewoners en de samenleving levendig. Dat verhoogt hun betrokkenheid én hun mentale gezondheid. Tegelijk is OKRA ook voor ons een klankbord. Zij vertellen ons wat er leeft in de samenleving, wat de zorgen en verwachtingen van hun leden zijn. Van zij die hier verblijven maar ook van de toekomstige bewoners. Zo is toegankelijkheid van onze gebouwen een grote zorg. Net als de betaalbaarheid van de woonzorgcentra. We gaan daar dan ook graag over in dialoog met OKRA.”

Dagvers eten Ook in Home Sint-Franciscus in Kluisbergen luisteren ze naar de bewoners via de bewonersraden. “Die zijn natuurlijk wel wettelijk verplicht maar we maken er toch een punt van rekening te houden met de wensen en noden van de bewoners. We moeten wel toegeven dat de laatste jaren de participatie wat achteruit gaat. Dat ligt ongetwijfeld aan de toegenomen zorgbehoefte”, zegt Pascal Paret, verantwoordelijk voor de animatie.

“De opmerkingen gaan over de dagelijkse beslommeringen. ‘Wanneer eten we nog eens mosselen, kunnen we eens naar zee of kan die zanger nog eens komen optreden?’ En als het kan houden we rekening met de vraag. Soms gaat het ook fundamenteler. Vroeger konden mensen hier kiezen tussen twee middagmalen. Maar dat was vaak uit pakjes. De vraag kwam of er niet meer verse voeding kon zijn. Daar zijn we op ingegaan. Er is nu nog maar één maaltijd maar die is wel dagvers bereid. En sindsdien zijn de klachten afgenomen. We willen in het woonzorgcentrum aandacht besteden aan natuurbeleving en aan intergenerationele contacten. Dat leggen we ook voor aan de bewoners. En dat kan op veel bijval rekenen. Al merk je soms toch aarzeling bij bewoners om hun mening te zeggen. Uiteindelijk zijn ze hier nog voor de rest van hun leven. Maar die aarzeling is onterecht hoor.”

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

wandeling te maken”, vult Jacqueline aan. “De laatste keer zijn we voorbij mijn huis geweest. Amai, ze hebben daar nogal aan gewerkt. Ik had vroeger al een grote keuken maar die is nu nog vergroot precies.” Jacqueline reed vroeger met de camion met vijftig varkens naar Brussel. “Drie keer per week. Ik heb hard moeten werken. En eens gestopt met werken op de boerderij moest ik mijn rijbewijs inleveren. Toen trouwde ik met een bierhandelaar. We liepen samen in de processie en ik moest voor hem zingen. Het was voor hem niet nodig naar de repetities te komen maar hij kwam toch. ‘Ik hoor haar zo graag zingen’, zei hij. En toen is het begonnen. We hebben samen vijf kinderen en elke dag komt er wel iemand op bezoek. ’t Is plezant als Brigitte komt, dan zingen we een beetje en ze brengt nieuws over Ledegem.”

De vorige directeur Marc Messiaen voegt er aan toe: “De mondigheid van de bewoners zal in de toekomst alleen maar toenemen. Dan evolueren we veel meer richting

21


woonzorgcentrum, ziet een andere tendens. “Op onze raden van bestuur zijn we vooral bezig met cijfers en protocollen en statuten. De zorg voor mensen dreigt tussen de plooien te vallen.”

Oudere vrouwen hebben dunne haren, daar houden kapselboeken geen rekening mee. Ook kleuren of een permanent zetten is moeilijk omdat dit vaak pijnlijk is.

vraaggestuurde zorg. De bewoner zegt zelf waar hij behoefte aan heeft en hoe hij verzorgd wil worden. Dat zal heel onze zorgsector op zijn kop zetten. We zijn daar vandaag niet op georganiseerd. Iemand die als hij thuis woonde, zijn medicatie perfect kon opvolgen, moet dit nu in een woonzorgcentrum overlaten aan het verpleegkundig personeel. Gaan we dat in de toekomst aan de bewoners overlaten? En wat met verantwoordelijkheid? Het zijn vragen die ik me stel maar waar ik het antwoord niet op weet.” André Van Houtte, secretaris van het

Geknipte inspiratie Kapster Heidi werkt al zeven jaar in een woonzorgcentrum: “De bestaande kapselboeken voor oudere dames werken met modellen van zestig jaar. Dat is allemaal te modern voor een negentigjarige.” Daarom maakte woonzorgnet Dijleland zelf een kapselboek met bewoners uit de woonzorgcentra aangesloten bij Dijleland. “Oudere vrouwen hebben dunne haren, daar houden kapselboeken geen rekening mee. Ook kleuren of een permanent zetten is moeilijk omdat dit vaak pijnlijk is. Je moet met je hoofd een hele tijd achteruit zitten en je ziet de pijnlijke grimassen. Bovendien, niet iedereen kan nog zo goed praten dat ze kunnen zeggen wat ze willen.” Daarom groeide het idee om zelf een kapselboek te maken. Karin Vandoorne, beleidsmedewerker: “Zes maanden lang hebben we bewoners gefotografeerd met hun nieuwe kapsel. Dat resulteerde in 45 kapsels voor mannen en vrouwen met de bewoners als model. Het resultaat mag gezien worden maar wat minstens even belangrijk is, was de weg er naar toe. De fotograaf nam zijn tijd om elke deelnemende bewoner mooi op de foto te krijgen. Die extra aandacht deed ze deugd. De mensen spraken er onderling ook over. De voorbereiding en de betrokkenheid, ook van de familie, maakte het af. Ook de waardering voor de kapsters spat van het boek.”

■ 22

Tekst Katrien Vandeveegaete


Als ik

jouw zorgen

Als je me optilt, doe het dan niet alleen met handen en instrumenten. Doe het met liefde. Ik zal het voelen, zelfs als ik het niet meer verwoorden kan.

Zeg niets en neem mijn hand. Als ik dan niet weet hoe het verder gaat, dan zal ik niet alleen gaan. En dat doet deugd.

Als ik je aanspreek, traag, misschien nauwelijks verstaanbaar, hoor dan niet eenmaal. Maar hoor tweemaal, tot je me verstaat. En als dat niet kan, luister tot je me aanvoelt. Ik zal het voelen, zelfs als ik het niet meer verwoorden kan.

Als ik weer een dag wacht, nauwelijks wetend waarop of op wie, weet dan dat je gemeende ‘goeiedag’ veel betekent. Mijn dag wordt eventjes beter. Want ik wacht wellicht op alles wat God te bieden heeft, en het leven heeft mij geleerd dat dit vaak kleine, heel kleine en fijne dingen zijn. Als ik dan zoek mijn handen te vouwen, dan doen wij het hoe dan ook samen, zelfs als jij geen tijd hebt om je handen te vouwen. Je werk, je gezin. Ik begrijp het wel. Maar als ik dat kan doen voor een ander, dan vouw ik mijn handen voor twee. Vooral Hij zal het begrijpen en doen voelen, en dat doet deugd.

Als je me terug ziet, kijk me dan niet alleen aan met je ogen. Zeg niet te vlug dat ik er goed uit zie. Maar zie naar mij met je glimlach, en ik zal voelen dat ik welkom ben in je leven, zoals ik ben, zelfs als ik je nauwelijks nog iets meer kan bieden dan de diepe vraag naar liefde. Als ik mezelf aanvoel, en van daaruit de vrees verwoord, de nauwelijks te verwoorden levensonzekerheid, zeg dan niet dat er niets aan de hand is.

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

nodig heb…

Luc Vandenabeele

23


24


getuigenis

Een twinkel in de ogen

“Op de Ventoux kreeg Patrick vleugels. Ik zag weer de twinkel in zijn ogen, hoorde zijn lach schallen.” (Gudrun)

Te Gek!?

“Ik heb problemen met de kleinste dingen. Maar ik heb geleerd dan iets anders te doen. En te genieten.” (Patrick)

Rick: “Ik ga elk jaar met Te Gek!? fietsen in Frankrijk. Daarmee proberen we de geestelijke gezondheidszorg onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Drie jaar geleden was jongdementie het thema en eerlijk gezegd had ik daarvan nog nooit gehoord. Over de impact van de ziekte had ik helemaal geen idee. Patrick ontmoette ik in de aanloop naar Frankrijk maar de verbroedering vond plaats op de Mont Ventoux. Dan was het… liefde (lacht). Die week in Frankrijk heb ik ervaren hoe kwetsbaar het brein is maar ook hoe sterk de mens is en hoe krachtig het overlevingsinstinct en de levenslust die onder zo’n ziekte leven en wonen.”

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

Even voor hij vijftig werd, kreeg Patrick De Jaegere (56) de diagnose jongdementie. Omdat hij steeds minder kon, had hij het emotioneel heel zwaar. Tot Te Gek!? hem vroeg om de Mont Ventoux en Alpe D’Huez op te fietsen. “Ongelooflijk wat daar gebeurde”, zegt echtgenote Gudrun Callewaert, “plots zag ik weer een twinkel in ogen van Patrick.”

“Het is goed als ik iets kan doen, anders pieker ik te veel”, zegt Patrick. Traag en voortdurend op zoek naar woorden vertelt hij over zichzelf en over Het Ventiel, de buddywerking voor mensen met jongdementie. “We doen groepsactiviteiten. Maar je kan ook apart op stap, elk met zijn buddy en elk naar eigen wil. Hoofdzaak is dat we iets doen en dat we samen zijn. En veel plezier maken.” Bij Het Ventiel kan je fietsen, paardrijden, biljarten, wandelen. Er is ook een kunstatelier, begeleid door twee kunstenaars. Patricks’ enthousiasme doet de woorden nu rollen. “Ik ben vroeger nooit met kunst bezig geweest. Maar met speksteen, een zachte steen, kan je veel maken. Er zijn ook mensen die tekenen of schilderen of die met klei werken. We hebben een aantal buddy’s die ons helpen. Rick de Leeuw is een van hen. Die ben ik toevallig eens tegengekomen in Frankrijk (lacht). Journalist Chris Van den Abeele en Koen Buyse van Zornik waren er ook.”

Hij kreeg vleugels Gudrun: “In 2010 kreeg Patrick de diagnose jongdementie. Wat daarvoor vanzelfsprekend was, lukte niet meer. Dat is confronterend. Je weet ook dat het niet beter wordt, heel frustrerend. Op de duur probeer je het ook niet meer en dat zagen we gebeuren met Patrick. De levenslustige, actieve man bleef in de zetel zitten. Eind april 2013 kregen we de vraag om mee te werken aan Te Gek!?. Samen met onze twee kinderen heb ik Patrick gepusht om deel te nemen. Dat betekende een totale ommekeer. Patrick, die nog nooit op een koersfiets had gezeten, begon te trainen. Hij werd weer actief want hij had een doel. Toen hij

25


Les in nederigheid “De Ventoux veranderde mijn leven helemaal”, reageert Patrick. Dan valt weer een stilte. “Het heeft geen zin verder te tobben over wat niet meer kan. Nu probeer ik elke dag te genieten. Al is het niet altijd makkelijk. Ik heb altijd veel gedaan en veel verwezenlijkt, op mijn werk en thuis. Met mijn handen kon en deed ik alles. Nu heb ik drie linkerhanden. Ik heb zelfs problemen met de kleinste dingen. Maar wat kan je doen? Eens vloeken of ermee lachen, lijkt mij het beste.” Rick: “Wie kwam als eerste boven op de Ventoux? Patrick. Wie troeft mij af in het biljart? Patrick. Er was een studiedag rond jongdementie en wie schittert op dat podium met een beklijvende getuigenis? Patrick. Ik verlies op alle fronten. Buddy zijn van Het Ventiel is een enorme les in nederigheid.”

Vijftien dingen tegelijk

terugkwam van een eerste trainingstocht met de groep, zag ik voor het eerst weer die twinkel in zijn ogen. En eens in Frankrijk hoorde ik zijn lach weer schallen. Hij, die niets meer wilde doen zonder mij, kreeg vleugels bij die andere mannen met jongdementie en hun buddy’s. En bovenop de Ventoux straalde hij.”

Focussen op wat wel kan Rick: “Het verschil tussen doffe ogen en die twinkel, is het verschil tussen het leven weggooien of het opnieuw opnemen en proberen er iets van te maken.”

26

Gudrun: “Eens terug van Frankrijk, had Patrick weer zin om iets te doen, om bezig te zijn. Ongelooflijk. Ik herkende weer de Patrick van vroeger.” Rick: “Toen dachten we: als dat fietsen - het samen iets doen - zo belangrijk is, dan moeten we dat organiseren. Focussen op wat wel kan. Zo begon Het Ventiel. Door samen te doen wat iemand alleen niet meer kan. Het Ventiel wil de levenslust die in iedereen sluimert weer naar omhoog halen en mensen helpen hun leven opnieuw zinvol in handen te nemen.”

Patrick (traag): “Te lang aandachtig zijn, lukt me niet. Vroeger kon ik me daaraan ergeren en werd ik boos op mezelf en op mijn omgeving. Maar dat maakte het alleen maar erger. Dus ja, je leert daarmee leven en je zegt: nu doe ik nog wat ik nu kan. Wat later brengt, zien we dan wel.” Hoe een dag verloopt? Patrick denkt na. “Als ik thuis ben, doe ik van alles. Van de hak op de tak. Heb ik ergens iets gelegd, dan vergeet ik dat. Zo ben ik dikwijls met tien of vijftien dingen tegelijk bezig. Maar ik ben bezig, dat is beter dan stilzitten en piekeren. Het probleem is dat ik mezelf niet meer ben. Ik zou naar de gemeente moeten gaan en een andere naam aanvragen. Ik ben een andere persoon die op de koop toe niet meer content is over


getuigenis

Een nieuw doel Rick: “‘Verstand op nul’, riepen die vier mannen met jongdementie in Frankrijk. En dan zag je de pret er van afdruipen.” Patrick: “Jongdementie maakt het zwaar omdat je er niet tegen kan vechten en omdat je jezelf verliest. Maar in Frankrijk voelde ik me weer sterk en gelukkig. Ik stond op de top van de Ventoux dankzij mijn buddy’s. Ik had vrienden en dat voelt goed. Gudrun: “Dat gevoel mocht niet verloren gaan vond ik. Daar lag de kiem van mijn droom: voor elke persoon met

jongdementie een buddy, een kameraad. Ik had echter niet gedacht dat mijn droom zou uitgroeien tot Het Ventiel. Patrick: “We zijn met Het Ventiel gestart om mensen die hetzelfde hebben als ik, weer een doel te geven. Mensen raken zo weg uit die gesloten, bekrompen wereld. Ze voelen zich weer waardig. Ze horen er weer bij.” Gudrun: “Op activiteiten kan je vaak niet zien wie deelnemer of buddy is. Iedereen helpt iedereen. Het is zo mooi om te zien hoe onze deelnemers ook buddy zijn voor elkaar. Die verbondenheid voelt zo goed. De stap zetten naar Het Ventiel is niet zo vanzelfsprekend want er rust een groot taboe op jongdementie. Maar eens de mensen er zijn, voelen ze zich op hun gemak. Ze dragen ons logo met trots. Ze zijn blij erbij te horen. Met Het Ventiel willen we verse lucht in de banden blazen, nieuwe energie geven. Maar met een ventiel kan je ook ventileren, stoom aflaten.” Rick: “Het is om jaloers op te zijn, reden waarom er nu gelijkaardige initiatieven starten in Oostende, Aalst en Leuven.”

Vrijwilligerswerk Rick: “Met Te Gek!? in Frankrijk hebben we banden gesmeed die bijna niet meer te doorbreken zijn. Maar jongdementie, het zal je maar overkomen. Het maakt je kwaad, gefrustreerd en bang. Een cocktail aan emoties die je terugdringen in een donkere, kille wereld, zonder vrienden. Met Het Ventiel halen we mensen met jongdementie uit dat isolement door samen zinvolle, leuke dingen te doen die wel lukken. Ik

vertel dit met kippenvel, ja. Mensen willen soms weten of je een opleiding moet volgen om buddy te worden. Nee, zeggen we, ga daar blanco in, en zie wat er gebeurt. Dit levert veel meer energie op dan dat je erin steekt.”

Feest! Rick: “We vieren veel bij Het Ventiel. We koesteren de kleine overwinningen in het leven. Blij dat je erbij bent! Iedereen gaat er vrolijk heen en komt vrolijk thuis. Het Ventiel gaat diametraal in tegen de angst en verzuring van onze maatschappij. Het taboe dat je om in je kracht te staan best kwetsbaar mag zijn, wordt doorbroken. Ik ben blij dat ik dit ontdekt heb. Je geeft en je krijgt. Geluk, vriendschap en levenslust hebben een heel positieve invloed op dat ziektebeeld. Artsen, medici en professoren verbazen zich daar enorm over. Het is prachtig dat ik mijn steentje mag bijdragen tot die ommekeer. Dat voelt heel dienstbaar, prettig en dankbaar.”

■

OKRA-zorgMAGAZINE 2016

zichzelf. Maar ik trek het me niet meer aan. Wat telt is dat ik bezig blijf. Daarom ga ik graag naar Het Ventiel. Het mooiste van Het Ventiel is, ook, dat we allemaal verschillend zijn en toch gelijk. En we voelen ons goed, voelen elkaar aan, begrijpen elkaar zonder veel te zeggen. Een grap maakt soms veel goed.”

“Met Het Ventiel halen we mensen met jongdementie op een speelse manier uit hun isolement door samen leuke dingen te doen die wel lukken.” (Rick de Leeuw)

Tekst Dominique Coopman Foto’s Violet Corbett Brock

27


hersengymnastiek

Zweedse puzzel

Zweedse puzzel

Breng de letters uit de genummerde vakjes over naar de gelijkgenummerde vakjes van de oplossingsbalk.

Breng de letters uit de genummerde vakjes over naar de gelijkgenummerde vakjes van de oplossingsbalk.

GEBREK AAN INZICHT

GROOT BANKROET

HONEN

MET HET BEDOELDE

EDITIE

GENADEKLAP

WIGWAM

DUIDELIJK WORDEN

VORM VAN HET LICHAAM

OLM TALRIJK

ZICH LIEF VOORDOENDE

5

RONDHOUT

WINKELDAGEN

OPA

RIV. IN DUITSLAND

PLAN ZANDKLEUR

CLAIM

IN ORDE

UNIEK

SPRINGEND GEDANS

GERAVOT

ARABISCHE STAAT

ROEM

9

GENETISCH KOPIËREN

BEVEL

SEIN

RUZIE

PLOEG

VRUCHT

AZIAAT

VLIEGENSVLUG

IJZEREN PEN

LANG AANHOUDEND

7

NOBEL

RIJSMIDDEL

INDIVIDUALITEIT

MOMENT

SPORTARTIKEL AFLEVERING

4

BRANDSTOF

1

BAAT

FULLTIMEEQUIVALENT

HOND

MATERIE ITAL. BASILICUMSAUS

FUNEST ZIJN VOOR

MIJ

3 PUINHOOP VRAGEND VNW.

MUGGENLARVE

PLUS

NA ELKAAR

BEDIENDE

OMLAAG

BRANDSTOF

TROPISCHE VETPLANT

RUND

8

LIJFEIGENE

CANAPÉ

SLUIER

GEZICHTSORGAAN

LOFDICHT

BEROEP

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

HARD WERKEN

PERSOONLIJK VNW. VOLKSGEBRUIK

GROTE UIL

BRANDEN ZONDER VLAM

2 1

28

2

3

4

5

6

7

8

9

6


Woordzoeker

• GRAVENSTEEN

• MUSEUM

• GROTE MARKT

• POLDERS

• GROTTEN VAN HAN

• ROZENTUIN

De overgebleven letters vormen een wetenswaardigheid.

• AMBIORIX • BASILIEK • BELFORT • CASINO • CITADEL • GAANDERIJEN • GRAVENSTEEN • GROTE MARKT • GROTTEN VAN HAN • HERENHUIS • KERKHOF • KLOKKENMUSEUM • KLOOSTER • KOEKELBERG • LAND VAN HERVE • MUSEUM • POLDERS • ROZENTUIN • STEEN • STEENBAKKERIJ • VLINDERTUIN • WERELDERFGOED

D

U

R

B

M

U

E

S

U

M

N

E

K

K

O

L

K

T

N

A

H

N

A

V

N

E

T

T

O

R

G

L

N

U

K

R

E

K

I

Y

N

M

U

E

S

U

M

A

E

H

H

R

O

L

E

U

IJ

R

E

K

K

A

B

N

E

E

T

S

A

Z

E

R

T

E

R

E

IJ

F

T

D

T

R

D

R

E

M

E

D

K

R

S

K

E

K

R

V

S

E

L

E

O

A

E

N

A

H

E

E

N

E

T

A

E

N

I

D

O

F

M

T

T

T

O

D

L

I

E

N

S

H

D

L

N

N

L

B

O

U

I

F

N

L

B

H

V

U

O

O

N

S

I

E

I

R

I

C

T

I

E

E

E

I

A

P

O

S

A

S

B

O

G

N

T

S

L

R

A

S

R

D

R

S

L

K

A

E

R

R

N

A

V

V

A

N

B

E

G

L

G

G

K

C

G

I

I

B

W

E

R

E

L

D

E

R

F

G

O

E

D

E

X

© DENKSPORT PUZZELBLADEN

De overgebleven letters vormen nog een woord.

Binaire puzzel Vul alleen nullen of enen in. Niet meer dan twee nullen of enen naast Binaire puzzel of onder elkaar. Elke rij en elke kolom is uniek en bevat evenveel nullen als enen.

Vul alleen nullen of enen in. Maximaal twee nullen of enen naast of onder elkaar. Elke rij of kolom bevat evenveel nullen als enen.

Sudoku Sudoku Vul het diagram zo in dat in elke rij, elke kolom en elk vierkant van 3 bij 3 vakjes alle cijfers van 1 tot en met 9 precies één keer Vul het diagram zo in datvoorkomen. in elke rij, elke kolom en elk vierkant van 3 bij 3 vakjes alle cijfers van 1 tot en met 9 precies één keer voorkomen.

Oplossing:

1

0

0

Durbuy heeft de kleinste 0 stadskern van België.

0

0 1

1

25

1 1

1

1

1

7

0

0

1 0

1

1

6

7 4 5

8 1

1

1 1

6

3

1 1

7 5

3

1

0

0 1

0 1

0 0

9

0

0

2

1

1

0

1

0

0 © DENKSPORT PUZZELBLADEN

3

6

4 5

9 5

8 6

4 © DENKSPORT PUZZELBLADEN

29


Speel en win een van deze prijzen Maak kans op een van onderstaande prijzen en stuur je oplossing van de zweedse puzzel en de woordzoeker naar OKRA-magazine.

Tien boeken ✽ ✽

Vijf exemplaren van Een jaar wijsheid uit de abdijen (waarde 9,99 euro). Vijf exemplaren van Als God zoveel jaar kan duren (waarde 14,95 euro).

✁ Oplossing ZWEEDSE PUZZEL

Stuur je oplossing naar: OKRA-magazine, Kruiswoord OKRA-ZORGMAGAZINE 2016, PB 40, 1031 Brussel, voor 31 mei 2016. De winnaars worden persoonlijk verwittigd. Voeg één postzegel van 0,77 euro toe (niet vastkleven).

Oplossing WOORDZOEKER

Naam: Straat + nr: Postnr.:

Woonplaats:

Tel.:

E-mail:

OKRA-lidnummer of trefpuntnummer: Schiftingsvraag: Hoe heet de buddywerking voor mensen met jongdementie waarbij ook Rick de Leeuw actief is? Vergeet niet een postzegel van 0,77 euro toe te voegen!

30


OKRA-Zorgrecht

Jouw zorg, onze zorg Vroeg jij je ook al eens af of de dagprijsverhoging van het woonzorgcentrum wel correct is? Stel je je vragen over de aangerekende extra’s zoals voor de persoonlijke was of de kapper? Weet jij of je je medicatie zelf mag beheren? En hoe zit het met de rolstoel of rollator? Mag iedereen zomaar je kamer betreden? En welke zorg mag je al dan niet verwachten in het woonzorgcentrum? Je bent niet alleen als je niet overal het antwoord op kent of nog wel wat extra vragen kan bedenken. Heel wat rusthuisbewoners, familieleden, mantelzorgers en andere zorggebruikers contacteerden ons de voorbije jaren bij onzekerheden of moeilijkheden. OKRA-ZORGRECHT luistert, informeert op maat, begeleidt of onderhandelt waar nodig. Een gratis dienstverlening die we je bieden als erkende gebruikers- en mantelzorgvereniging. Ook jij kan kosteloos lid worden en jouw vraag beantwoord zien. Hier alvast een greep uit de vragen van 2015:

“Ik verblijf al enkele jaren in een leuk woonzorgcentrum maar voel me er erg eenzaam. Ik mis vrienden en familie die in een naburig rusthuis wonen. Ik sta al zes jaar op de wachtlijst van het andere woonzorgcentrum. Waarom krijg ik geen telefoontje als er een kamer vrij komt?” Het naburig woonzorgcentrum bleek niet op de hoogte te zijn van de dringende vraag en intussen hogere zorgbehoevendheidsgraad van mevrouw B.. Die was nodig om sneller een kamer toegewezen te krijgen. De huisarts en de sociale diensten van beide woonzorgcentra werden gecontacteerd om alles in het werk te stellen om mevrouw B. te helpen. Een gepaste oplossing werd gevonden! INFO Door de invoering van het “tarief per eenheid” in woonzorg-centra betaal je sinds 1 september 2015 enkel nog de prijs per verbruikte tablet. Het woonzorgcentrum mag je dus geen volledige verpakking meer aanrekenen. Op je maandelijkse factuur kan je nu alles beter controleren. Nam je slechts vijf dagen lang één pilletje? Dan zal je slechts vijf tabletten op je factuur zien staan en niet de volledige doos. Uiteraard wordt bij een zalf of siroop de hele verpakking aangerekend.

“Mijn man verblijft al twee jaar in een woonzorgcentrum maar komt op zondag gezellig naar huis voor het middageten, koffie met gebak en een boterhammetje ’s avonds. Het woonzorgcentrum heeft in al die tijd nog nooit een korting op de dagprijs gegeven voor zijn afwezigheid. In de afsprakennota staat dat ze dat enkel toekennen als iemand drie opeenvolgende dagen afwezig is. Klopt dit?” Als een bewoner van een woonzorgcentrum afwezig is, moet het rusthuis de niet gebruikte diensten en leveringen tegen marktconforme prijzen terugbetalen. Ze moet minstens de niet gebruikte maaltijden vergoeden. De verplichting tot terugbetaling gaat echter pas in vanaf de eerste volledige dag afwezigheid. Aangezien meneer V. slechts ’s middags en ’s avonds afwezig was, moet er geen korting gegeven worden. OKRA-ZORGRECHT vond het toch opportuun om de vraag aan te kaarten bij het woonzorgcentrum en signaleert dit euvel ook bij het beleid. De afsprakennota van het woonzorgcentrum werd alvast aangepast aan de regelgeving. Naast persoonlijke vragen, ontvangt OKRA-ZORGRECHT ook sterk onderbouwde dossiers over woonzorgcentra die onderschreven worden door meerdere personen of familiegroepen. Ook die vragen en moeilijkheden krijgen een bijzondere en gepaste opvolging. Dit steeds in afstemming met de betrokken bewoners, familieleden en mantelzorgers.

Vragen? Wil je graag reageren op een verhaal, heb je een vraag of wil je zelf een probleem aankaarten? Alle info en de contactgegevens van OKRAZORGRECHT vind je op de achterflap van dit magazine.

31


OKRA-ZORGRECHT is er voor jou! Sinds 2010 biedt ouderenvereniging OKRA een bijzondere dienstverlening aan voor al wie zorg nodig heeft of zorgt voor een familielid of vriend. Onze erkende vereniging voor zorggebruikers en mantelzorgers draagt de naam OKRA-ZORGRECHT. Wij zetten ons ten volle in voor de belangen en vragen van bewoners in woonzorgcentra, hun familieleden en mantelzorgers. Ook jij bent van harte welkom!

Kosteloos & voor iedereen!

Ben je net opgenomen in een woonzorgcentrum of woon je nog thuis? Jong of al iets ouder? Al wie zorg nodig heeft of zorgt voor een familielid of vriend, kan als lid gratis beroep doen op OKRAZORGRECHT. Je hoeft geen OKRAlid te zijn om aan te sluiten bij ZORGRECHT.

We staan klaar voor al je zorgvragen, bekommernissen of moeilijkheden.

Wij zorgen voor jou!

zetten in het maandelijkse ledenblad OKRA-magazine, gevuld met leuke zorgartikels. ✽ Zin in fijne ontmoetingen op een van onze vele ontmoetings- en vormingsactiviteiten? Neem dan een kijkje op onze website!

✽ Bij OKRA-ZORGRECHT bieden we je een luisterend oor en krijg je advies op maat. We staan klaar voor al je zorgvragen, bekommernissen of moeilijkheden. Bij klachten zoeken we samen naar een gepaste oplossing. ✽ Wanneer je je net in een nieuwe zorgsituatie bevindt, is er nog veel onduidelijk. Via goede informatie willen we je op weg helpen. Als lid ontvang je jaarlijks het OKRAZorgmagazine, tweemaandelijks de digitale nieuwsbrief en lees je info op onze website. Ben je ook OKRA-lid? Dan kan je je tanden

✽ OKRA-ZORGRECHT behartigt niet alleen je persoonlijke belangen maar ook die van andere zorggebruikers en mantelzorgers. Speciale aandacht gaat uit naar bewoners van woonzorgcentra. We zitten regelmatig samen met de overheid en andere zorgorganisaties om jullie wensen en noden aan te kaarten.

Meer info ✽ 02 246 57 72 ✽ zorgrecht@okra.be ✽ OKRA-ZORGRECHT, PB 40, B-1031 Brussel ✽ www.okrazorgrecht.be Bereikbaar van maandag tot vrijdag van 8.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.00 uur (vrijdag enkel voormiddag).

✁

Lid worden Meld je gratis aan op www.okrazorgrecht.be of via onderstaand strookje:

Naam Voornaam

Ik ben

Adres

❍ zorggebruiker ❍ mantelzorger ❍ geïnteresseerde

Emailadres Geboortejaar … wenst lid te worden van OKRA-ZORGRECHT.

OKRA-ZORGRECHT is door Vlaanderen erkend als vereniging voor zorggebruikers en mantelzorgers, en werd opgericht door OKRA trefpunt 55+, de grootste ouderenvereniging van Vlaanderen en Brussel.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
OKRA zorgmagazine 2016 by OKRA - Issuu