REPORTAGE
Woonzorg zonder vast schema
TALENT
95-jarige Inès breekt door als schilderes

AFGEWOGEN
Voor- en nadelen van wearables

![]()
REPORTAGE
Woonzorg zonder vast schema
TALENT
95-jarige Inès breekt door als schilderes

AFGEWOGEN
Voor- en nadelen van wearables

Uw huis is de plek waar u zich thuis voelt en waar uw herinneringen samenkomen. Het is begrijpelijk dat u daar zo lang mogelijk wilt blijven wonen. Toch kan traplopen na verloop van tijd lastig of zelfs gevaarlijk worden. Veel mensen denken dan aan verhuizen, terwijl er ook een andere oplossing is. Met een traplift van Otolift blijft uw woning toegankelijk en kunt u met een gerust hart blijven genieten van uw vertrouwde omgeving.
Veilig en comfortabel de trap op
Een traplift is eenvoudig te bedienen en geeft direct een gevoel van zekerheid. De zitting en armleuningen zijn opklapbaar, zodat de trap goed begaanbaar blijft voor anderen. Elke Otolift is standaard uitgerust met een gordel, klemsensoren die obstakels detecteren en een noodknop. Dankzij de batterij blijft de traplift ook bij stroomuitval altijd werken.







Een oplossing voor elke trap
Geen enkele trap is hetzelfde, daarom maken wij elke Otolift traplift op maat. Of het nu gaat om een rechte trap of een trap met meerdere bochten, wij zoeken altijd een passende oplossing. De Otolift Modul-Air Smart heeft de dunste enkele rail ter wereld. Daardoor kan hij zelfs op smalle en steile trappen worden geplaatst. Dankzij het verfijnde en slanke ontwerp neemt de traplift zo min mogelijk ruimte in beslag en blijft de trap goed begaanbaar voor anderen.
Ervaring en service waarop u kunt vertrouwen
Met meer dan vijftig jaar ervaring in trapliften staat Otolift bekend om kwaliteit, betrouwbaarheid en persoonlijke service. Onze adviseurs komen graag vrijblijvend bij u langs om te bekijken welke traplift het beste bij uw situatie past. Met een Otolift traplift kiest u voor zelfstandigheid, comfort en veiligheid. U hoeft niet te verbouwen of te verhuizen en kunt gewoon blijven wonen op de plek die u het meest dierbaar is, uw eigen huis.

Alle trapliften in een overzicht
Op uw gemak alles doorlezen
Verhalen van tevreden klanten



Ontvang gratis onze brochure
Wilt u meer weten over de mogelijkheden voor een traplift in uw woning? Scan de QR-code, ga naar Otolift.be/pakket of bel direct gratis naar 0800 - 59 003

De brochure wordt binnen 2 werkdagen verzonden
140.000+ klanten kozen al voor Otolift. Zo blijft u langer thuis wonen, zonder de hoge kosten van verhuizen of verbouwen.
9,3 ( 916 beoordelingen )

JUNI 2026
4 ACTUA
8 OVER WAT TELT
Acteur Peter Van den Begin
12 OKRA HELPT Zorgvolmacht
14 DOORGELICHT
De globale zorgketen
16 GENERATIEMAKERS

Moet prijs van zorg afhankelijk zijn van inkomen of vermogen?
18 REPORTAGE
Persoonsgerichte zorg in de praktijk
23 SPRINGLEVENDE TRADITIES
30 juni, Congolese Onafhankelijkheidsdag
26 FOCUS
Brieven van Zuster Marie-Godelieve Ryckebusch
30 MVX
Gerda Melckenbeeck uit Wetteren
32 DE WERELD MOOIER MAKEN Music Fund
34 ALLES WAT JE MOET
WETEN OVER Wearables, soennieten en sjiieten
38 DOORLEEFD Schilderes
Inès Van den Kieboom
42 AAN TAFEL
46 UIT
Kortrijk op een kruispunt tussen oud en nieuw
50 NIET TE MISSEN IN JUNI
53 ERFSTUK Het bed van Rik
54 PUZZEL & WIN
56 70 JAAR OKRA Kom mee vieren 38
Benieuwd naar nog meer activiteiten en nieuws van OKRA? Volg OKRAvzw op

@OKRAvzw @OKRAvzw
@OKRAvzw OKRA
MINDER LUCHTVERVUILING IN BRUSSEL EN ANDERE GROOTSTEDEN
Grootsteden over de hele wereld maken grote vorderingen op het vlak van luchtkwaliteit. Dat blijkt uit cijfers van het internationale netwerk Breathe Cities. Londen, Peking en Brussel zagen hun vervuiling met fijnstof en stikstof met 20 tot 45 procent dalen in amper vijftien jaar tijd. Dat doen ze onder andere door oude bussen te vervangen, ruimte te geven aan voetgangers en minder te verwarmen op fossiele brandstoffen.
Ook Brussel is bij de negentien ‘toonaangevende steden’ in het rapport, dankzij de lage emissiezone in combinatie met fietspaden en voetgangerszones. Warschau krijgt een pluim omdat het een verbod op steenkoolverwarming combineerde met financiële steun voor schonere alternatieven. Londen introduceerde een ultra-lage emissiezone en elektrificeerde een kwart van het openbaar vervoer.

OKRA-magazine is het ledenblad van OKRA vzw
• OKRA-leden ontvangen OKRA-magazine tien keer per jaar (niet in januari en augustus).
• Een lidmaatschap kost in 2026 33 euro per persoon per kalenderjaar, of 56 euro per gezin.
Lid worden kan
• via www.okra.be
• door je naam, adres en geboortedatum te sturen naar OKRA vzw, team lidmaatschap, postbus 40, 1031 Brussel
Slaap kan een voorspeller zijn van de ziekte van Parkinson, vooral de fase van de REM-slaap. Dat blijkt uit nieuw onderzoek aan de Universiteit van Antwerpen (UA). De onderzoekers ontdekten dat meer dan 90 procent van de mensen met een specifieke stoornis in de REM-slaap later parkinson of een verwante aandoening ontwikkelt. De universiteit wil die link tussen een verstoorde REM-slaap en parkinson nu verder onderzoeken. Slaap is dus niet alleen een symptoom, maar ook een krachtige voorspeller van de ziekte.
Parkinson is wereldwijd de tweede meest voorkomende neurodegeneratieve aandoening. Hersencellen raken beschadigd of sterven af. In België leven naar schatting 50.000 mensen met de ziekte.
• Contacteer magazine@okra.be over OKRA-magazine of secretariaat@okra.be voor een andere vraag.
• Via post: OKRA vzw, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel.
• door je naam, adres en geboortedatum te sturen naar lidworden@okra.be juni 2026 jaargang 58 nummer 5

In het gebouwencomplex Rana Plaza in Bangladesh waren vijf kledingfabrieken gevestigd, tot het op 24 april 2013 instortte. Het was de meest dodelijke ramp in de geschiedenis van de kledingindustrie. 1.138 kledingarbeiders kwamen om het leven, en meer dan 2.500 raakten gewond. De ramp was vermijdbaar. Dertien jaar later organiseert Schone Kleren een protestactie in de Nieuwstraat, de belangrijkste winkelstraat van Brussel. De organisatie kaart samen met WSM, ACV, ABVV en achACT aan dat veel kledingmerken blijven wegkijken van de moeilijke werkomstandigheden. Zo leidt bijvoorbeeld het gebrek aan ventilatie en afkoeling in de aftandse fabrieken tot hittestress, flauwvallen, hartaanvallen en zelfs de dood.
42.000 meldingen van phishingberichten per dag kreeg het Centrum voor Cybersecurity (CCS) in maart binnen, een recordaantal. Een phishingbericht is een vals bericht dat probeert je wachtwoorden, bankgegevens of persoonlijke informatie te stelen door zich voor te doen als iemand die je vertrouwt om zo geld te ontfutselen.
TEGEN KALKAANSLAG
Cola
Je verwacht het misschien niet direct, maar cola is een perfecte kalkverwijderaar door de zuren die erin zitten. Giet een blikje cola in je toilet of over de meest hardnekkige kalkplekken in je douche. Een halfuurtje laten intrekken, wegspoelen en de kalkaanslag is verdwenen.
Baking soda
Breng wat baking soda aan op een vochtige doek en je kunt er meteen mee poetsen. Of meng de soda met groene zeep. Breng het goedje aan op het oppervlak. Laat een kwartiertje intrekken en spoel na met heet water.
WERELDWIJD OP VOORUIT
Het leven van meisjes is de voorbije twee decennia op meerdere vlakken verbeterd, blijkt uit een uniek onderzoek van Plan International dat achttien jaar lang een groep meisjes volgde in landen als Benin, Brazilië, Oeganda en Vietnam. Het is de eerste keer dat onderzoekers zo lang dezelfde groep meisjes konden volgen in hun ontwikkeling.
De resultaten tonen duidelijke vooruitgang, vooral op het vlak van kindhuwelijken en onderwijs. Waar 46 procent van de moeders van de onderzochte meisjes vóór hun achttiende trouwde, is dat bij de huidige generatie gedaald tot 13 procent. Ook op school doen meisjes het beter: 65 procent rondde de middelbare school af, of was goed op weg dat te doen. Toch is er ook een keerzijde. Geweld tegen meisjes is nog altijd wijdverspreid, en ook online misbruik of intimidatie treft wereldwijd meer dan de helft van hen. Daarnaast wegen traditionele genderrollen nog steeds zwaar door, terwijl verworven rechten onder druk staan door anti-rechtenbewegingen en de klimaatcrisis.
Op 23 juni is het Dag van de Mantelzorg. Die dag wordt in heel Vlaanderen stilgestaan bij de inzet van mensen die zorgen voor een partner, familielid, vriend of buur met een zorgnood. In heel het land staan activiteiten op het programma zoals ontmoetingsmomenten, infosessies en kleine attenties om mantelzorgers te bedanken.
“Ik weet niet of ik angstig moet zijn. Ik weet niet hoé angstig ik moet zijn. Ik voel het niet. Snap je?”
Muzikant Mauro Pawlowski (54) in Humo over zijn alzheimer-diagnose
De Dag van de Mantelzorg wil niet alleen waardering tonen, maar ook aandacht vragen voor de noden van mantelzorgers. Mantelzorgers verdienen elke dag ondersteuning. Daarom brengt OKRA-Zorgrecht, de erkende mantelzorgvereniging van OKRA, jaarlijks bijna 10.000 deelnemers samen op vormingen en ontmoetingen. In 2026 staat ‘Goed wonen als je ouder wordt’ in de kijker. Er zijn sessies in Dendermonde (8/6), Sint-Joris-Winge (12/6), Overijse (9/9), Nijlen (1/10), Kuurne (22/10), Wetteren (30/11) en Houthalen (3/12). De sessies worden georganiseerd in samenwerking met CM. Meer info via zorgrecht@okra.be of 02 246 67 00. Op www.mantelzorgers.be vind je ook extra informatie.

























Wij vieren feest met onze nieuwste innovatie; Flowsit®.
De zetel die zich vormt naar uw lichaam. Kom proefzitten en ontdek Flowsit®:
✓ Echt heerlijk zitten
✓ Op maat gemaakt




































































Vraag onze brochure aan
✓ Bekijk alle collecties zetels
✓ Relaxzetels v.a. €795,-
✓ Drukverlaging en pijnverlichting Ga naar meubelzorg.be of bel ons: 011-49 71 60
✓ Lees meer over Flowsit®.












ACTEUR
PETER VAN
DEN BEGIN

“Ik ben geen tafelspringer, maar op een podium vind ik een taal.”
In
de tragikomische film ZondagdeNegenstevan Kat Steppe heeft Franz (Peter Van den Begin) geld nodig en dat denkt hij te kunnen halen bij zijn broer Horst (Josse De Pauw). Een alzheimerpatiënt is een gemakkelijke prooi, maar Horst slaat Franz al bij zijn eerste bezoek snoeihard op zijn kop.
Tekst Dominique Coopman — Foto's Katrijn Van Giel
Twee keer al ging ik kijken naar Zondag de negenste En ik wil die film nog eens zien. Wat een warme ode aan de mens en aan de mens met dementie. “Zondag de negenste,” gniffelt Martje tussen haar oude tanden. Niemand begrijpt wat ze bedoelt, maar ze herhaalt het voortdurend. Martje woont in het Antwerpse woonzorgcentrum OLV en vertolkt, samen met medebewoners Hubert, Marie-Louise en anderen, haar eigen leven in de debuutlangspeelfilm van Kat Steppe. Mensen zo zien, in al in hun kwetsbaarheid, dat raakt. In het begin denk je zelfs: ik begrijp dat mensen met alzheimer euthanasie willen. Maar gaandeweg verschuift dat idee. Twijfel sluipt binnen. Want hoe donker en eenzaam de dagen soms ook zijn, hier wordt gelachen, geweend, geleefd en geliefd. In Zondag de negenste schemert de mens door de ziekte heen. En die mens is een mens om van te houden.
Dat je als kijker geraakt wordt en tot nieuwe inzichten rond ziek zijn en dementie komt, is de verdienste van Kat Steppe en van ‘haar’ acteurs: Josse De Pauw als de dementerende Horst, Peter Van den Begin als zijn rancuneuze broer Franz, en Kristien Provoost als Andrea, de vroegere
geliefde van Horst om wie de broers ooit vochten. Hoedje af ook voor Frank Temmerman, Kats man en grote liefde, die bleef meewerken aan de film terwijl hij zelf zwaar ziek was en stervende. Wat een weerbaarheid! Wat een teken van hoop! Wat een bewijs, dat liefde sterker is dan de dood! Midden in de film verschijnt dan ook in koeien van letters: Alles komt goed. Maar terwijl de kijker meeleest en knikt, draait de camera richting Franz. “Onzin”, zegt hij. Niet alles komt goed.
Ik zit aan een tafel in een bar, hartje Antwerpen. Voor mij: Peter Van den Begin. De kracht van een rasacteur als Peter Van den Begin is dat hij altijd een mens van vlees en bloed speelt: iemand die soms struikelt, soms lacht, soms verliest, en toch weer rechtstaat. Of het leven zoals het is. Ik vertel hem hoe mooi ik de film vind, hoe menselijk hij die lastige broer neerzet. “Dank je wel”, zegt hij. “Dat we tussen de bewoners konden spelen, maakt het des te waardevoller. Kat heeft veel research gedaan, verschillende plaatsen bezocht. Wij zijn met Josse en Kristien ook proefopnames gaan maken tussen de bewoners met dementie.”
“Franz spelen was wel een uitdaging. Hij is uitgesproken, niet sympathiek,
zelfs luguber en crimineel. Maar hij heeft ook iets menselijks. Zoals elke mens dat heeft. Niemand wordt slecht geboren. De meeste mensen deugen. Toch kan één gebeurtenis voldoende zijn om alles te doen kantelen. Doordat Franz na een faillissement zonder geld zit, meent hij dat bij zijn zieke broer te mogen halen. Toen ik voor het eerst tussen de bewoners kwam, had ik het wel moeilijk binnen mijn rol. Ik ben iemand die mensen nabij wil zijn, empathie wil tonen, mensen wil aanraken. Dat zit in mijn natuur. Maar Franz kan dat niet, hij moet het kwaad spelen. Dat was zoeken, maar het is gelukt. En uiteindelijk blijft Zondag de negenste, mee door dat contrast tussen goed en kwaad, een film vol liefde en mededogen. Een film die de mens achter de ziekte toont, de mens met een rijk verleden. Ik ben blij dat ik daaraan kon meewerken.”
Heb je ervaring met mensen met dementie?
Peter: “Niet echt. In mijn directe omgeving heb ik alzheimer gelukkig nog niet van dichtbij meegemaakt. Mijn moeder woonde wel de laatste twee jaar van haar leven in een woonzorgcentrum. Ze had een hersenbloeding gehad, bleef mentaal helder maar zat in een rolstoel en had veel hulp nodig. Thuiszorg was voor ons niet haalbaar.
“Niemand wordt slecht geboren. De meeste mensen deugen. Toch kan één gebeurtenis voldoende zijn om alles te doen kantelen.”
Ik ging elke week op bezoek. Dan zat ik met haar samen in haar kleine kamertje. We speelden Rummikub, een hele namiddag lang. Het personeel doet er grote inspanningen om er iets menselijks van te maken, hoedje af! Er is aandacht, zorg, empathie. Er is een kapsalon, pedicure, animatie. Toch ging ik er altijd met een triest gevoel buiten. Hoe goed het ook is, het woonzorgcentrum blijft een plek waar je liever niet terechtkomt.”
Je vader is vroeg gestorven, je moeder enkele jaren geleden. Vertel eens over je jeugd. Wanneer wist je dat je acteur wilde worden?
“Ik ben enig kind, opgegroeid in een warm nest in Berchem. Acteren was er gewoon. Mijn grootvader en vader zaten in het vak, en ik ging elke week naar mijn vader kijken. Thuis speelden we alles na. In het middelbaar hadden we een fijne lerares, die ons de eerste knepen van het vak leerde. Er ging een wereld vol fantasie en creativiteit voor mij open. Theater, revue, dans, het was onze wereld en het werd mijn wereld. Wat me vooral aantrok? Ik wil mensen een mooie avond geven. Terwijl ik eigenlijk geen tafelspringer ben. Maar op een podium vind ik een taal. Een manier om me uit te drukken. Als kind stond ik al in een verkleedkoffer, zonder remmen. Ik fantaseer graag, kruip graag in iemand anders. Ik ben gefascineerd door mensen. Acteren is mijn manier om te onderzoeken wie die mens is.”
Maar Studio Herman Teirlinck heb je niet uitgedaan …
“Tijdens mijn studies aan Studio Herman Teirlinck kreeg ik de kans om bij Malpertuis Tielt De Getemde Feeks van Shakespeare te spelen, onder regie van Dirk Tanghe. Ik had zijn Romeo en Julia gezien en was diep onder de indruk. Maar De Getemde Feeks spelen, terwijl ik nog studeerde, lag moeilijk. Eerst kreeg ik toelating, daarna plots niet meer. Spelen betekende het einde van mijn studies. Het was geen gemakkelijke beslissing. Maar ik heb het gedaan. We speelden de voorstelling tweehonderd keer. Mijn ouders waren bezorgd, maar ze hebben me vooral heel veel gesteund. Vanaf toen wist ik: ik bén acteur, en dat blijf ik.”
Je speelde in het theater, kreeg bekendheid in tv-reeksen zoals Matroesjka’s, speelde koningsdrama’s, ook Debby en Nancy, nu Zondag de Negenste. Waar ben je het meest trots op?
“Dat is een moeilijke vraag. Eén van mijn sterkste rollen was in King of the Belgians. Die film heeft ons internationaal veel gebracht en werd ook bekroond. Ik speelde een wat stunte-
lende koning, in een combinatie van ernst en licht. Een man die, tijdens een staatsbezoek in Turkije, plots mens tussen de mensen wordt. Ik hou van dat spanningsveld.”
Wat is jouw grootste geluk? En wat je grootste verdriet?
“Mijn grootste geluk? Dat ik kan doen wat ik het liefste doe: acteren. Mijn grootste verdriet? Ik ben mijn ouders verloren. Mijn vader stierf veel te vroeg. Plots. Hij werd 62. Mijn moeder werd 84. Ik heb ook enkele vrienden verloren, maar echt grote drama’s zijn me gelukkig en tot nu toe bespaard gebleven.”
Je vader stierf in Bulgarije, een plek die later een bijzondere betekenis kreeg.
“Mijn ouders gingen al enkele jaren op vakantie in Bulgarije toen ik het telefoontje kreeg. Een paar uur later was mijn vader er niet meer. Geen afscheid kunnen nemen blijft zwaar. En het was zo vroeg. Ik was pas 21 toen. Ik ben wel blij en dankbaar dat mijn vader me nog in De Getemde Feeks heeft gezien. Hij was mijn grootste supporter, daarna was dat mijn moeder. Zij zag in mij haar man spelen. In Bulgarije, daar waar mijn vader zo graag kwam en gestorven is, hebben we King of the Belgians gedraaid. Terwijl ik daar stond en speelde, kwam mijn vader terug. Ik hoorde hem opnieuw vertellen over het land, de mensen, de cultuur, de stranden, het communisme dat jaren als een juk was blijven hangen. Het voelde alsof hij erbij was. Het gaf me zelfs een spiritueel gevoel. Sindsdien reist hij en reizen mijn ouders altijd
“Ik ben gefascineerd door mensen. Acteren is mijn manier om te onderzoeken wie die mens is.”

een beetje met me mee. Ik vind dat troostend. Ik geloof ook dat er meer is dan wat we zien. Er is een podcast van de Nederlandse cardioloog Pim Van Lommel over bijna-doodervaringen, en ik herken me daarin. Voor de dood ben ik niet echt bang. Ik geloof dat er iets is, een groter bewustzijn. En dat we elkaar ooit terugzien.”
Hoe kijk je naar de toekomst?
“Ik werk aan De draaischijf van Tom Lanoye. Toen ik dat boek van mijn
vrouw Tine (Reymer, dc) kreeg en las, wist ik meteen dat ik er iets mee wilde doen. Het wordt een monoloog, samen met Jan Decleir en het Bourla-orkest. Wat me vooral aanspreekt, is dat het zich afspeelt in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dat het tegelijk zo akelig actueel aanvoelt. De wereld staat in brand. We hebben het hier goed, maar er heerst onrust en onzekerheid. We staan op een kantelpunt. Dat baart me zorgen, zeker voor mijn twee dochters Charlie en Thelma,
van 21 en 18. Echt zorgeloos is hun toekomst niet. Tine en ik hebben wel geprobeerd hen veel liefde en weerbaarheid mee te geven, en het gaat goed met hen. Het zijn sterke jonge vrouwen die weten wat ze willen.”
Je staat soms samen met Tine op scène. Hoe gaat het met haar?
Met jullie?
“Samen met Koen De Graeve en Ariane Van Vliet spelen Tine en ik Midzomernachtsdroom. En met onze dochters Charlie en Thelma spelen en zingen we Family Affair. Ik vind het belangrijk om tijd te maken als gezin. Tine heeft na haar burn-out haar evenwicht teruggevonden. Dat was een zware periode. We hadden geen ruzie, maar de ratrace heeft haar en ons genekt. Toen we op vakantie waren, zei haar lichaam stop, en belandde ze op spoed met lever- en nierproblemen. Het is raar hoe het leven soms loopt, maar corona heeft ons toen geholpen. We werden verplicht om stil te staan, tijd te maken voor elkaar. Rust in te bouwen. Het bracht ons dichter bij elkaar en dat proberen we zo te houden. Het geheim van een goede relatie? Luisteren. Er zijn voor elkaar. Blijven zien wat waardevol is in de ander.”
Doet zo’n periode jou ook nadenken over jezelf? Over ouder worden? (lacht) “Ik voel me nog een jonge god. Volgende week ga ik skiën met enkele vrienden. Ik kan nog altijd goed teksten van buiten leren en mijn visueel geheugen is scherp. Ik zie zelfs mijn kleutertijd nog zo voor me. En ik heb stilaan wat ervaring. Er is veel om naar uit te kijken. Ik zit vol plannen. Er komt een nieuwe reeks op tv. Tien broeders brouwen bier en ik speel daarin een broeder van een andere abdij. De Draaischijf is voor april 2027. Er komt een tweede seizoen van Dancing with the Stars aan. Plannen genoeg.”
Tekst Marijn Loozen — Illustratie Vecteezy

Hallo,
Meer en meer hoor ik dat mensen nadenken over een bezoek aan de notaris om een zorgvolmacht op te stellen. Moet dat bij de notaris en vanaf welke leeftijd is het raadzaam? Ik ben nu zelf net 58 geworden. Zou ik het nu al doen?
Bart
Dag Bart
Jouw twijfel is begrijpelijk. Het voelt als controle loslaten, of minstens nadenken daarover. Een zorgvolmacht is in essentie een vooruitziende beslissing: je bepaalt vandaag wie later jouw belangen mag behartigen als je dat zelf niet meer kan, bijvoorbeeld door ziekte, ongeval of ouderdom. Zonder zo’n regeling kan je juridisch “stilvallen”: je mag dan geen contracten meer afsluiten en belangrijke beslissingen blijven liggen, wat zowel je zorg als je financiën kan schaden.
Als je het wel doet, dan hou je zelf de regie want jij kiest wie beslissingen neemt, wanneer de volmacht ingaat en wat er precies mag gebeuren. Je vermijdt bovendien een gerechtelijke procedure via de vrederechter. Dat maakt alles sneller, discreter en vaak minder belastend voor je familie.
Ook praktisch: je kan niet alleen financiële zaken regelen, maar ook persoonlijke keuzes zoals hoe je wil wonen, wie in je woning binnen mag en medische zaken, zodat ook jouw eigen visie op zorg blijft primeren. Weet ook dat je de zorgvolmacht kunt aanpassen zolang je wilsbekwaam bent.
De federatie van notarissen geeft enkele aandachtspunten op haar website notaris.be.
Het is belangrijk om vooraf goed na te denken en het gesprek aan te gaan met de personen (de lasthebbers) die je zorgvolmacht zullen uitvoeren. Zij moeten immers je wensen correct kunnen vertolken én zich goed voelen in die rol.
Een zorgvolmacht kan je enkel opstellen wanneer je nog gezond van geest bent. Ziek zijn houdt niet automatisch in dat je niet meer gezond van geest bent. De notaris zal dat per situatie be-
oordelen. Bij dementie is het raadzaam om niet te lang te wachten. Een zorgvolmacht die gevolgen heeft nadat je wilsonbekwaam wordt, moet geregistreerd worden in het Centraal Register voor Lastgevingen (CRL).
Een zorgvolmacht is een mooi instrument, maar in sommige gevallen zal het onvoldoende zijn om een persoon te beschermen. Zelfs met een zorgvolmacht kan een vrederechter beslissen om, ter bescherming van de persoon, een bewindvoerder aan te stellen. Een wilsonbekwame persoon kan ook geld blijven uitgeven.
Moet je naar de notaris? Niet per se. Het is vaak wel sterk aangewezen.
De notaris kan adviseren over de omvang van de zorgvolmacht, door onafhankelijk en onpartijdig alle gevolgen van de zorgvolmacht in kaart te brengen en te duiden.
De zorgvolmacht gaat over méér dan enkel en alleen de bevoegdheden over het beheer van het vermogen van een persoon. Zo zal de notaris de zorgvolmacht aftoetsen en bekijken in het licht van het erfrecht en familiaal recht. Heb je een onderneming? Ben je van plan om een schenking te doen? Hoe is de verstandhouding met de kinderen? Alles wordt bekeken in een ruimer plaatje.
Hoe duidelijker en hoe doordachter de zorgvolmacht is, hoe kleiner de kans
De momenten die écht tellen maakt u thuis mee. Laat ze daarom zo lang mogelijk duren door uw zelfstandigheid in huis te claimen met een traplift van TK Home Solutions. Geen vervelende trappen meer die een obstakel lijken, wel een veilige oplossing die u maximale onafhankelijkheid biedt in uw dagelijkse routine. Zo blijft uw huis nog lang uw thuis.
op conflicten achteraf. Tot slot is een notariële akte wel verplicht wanneer de zorgvolmacht gebruikt wordt in het kader van een toekomstige schenking of de verkoop van een onroerend goed.
Wil je verder aan de slag, consulteer dan je notaris en raadpleeg de informatie via www.notaris.be. Ook bij CM vind je meer informatie via cm.be/zorgvolmacht. Je kan bij CM ook een video bekijken of je inschrijven voor een lezing in je buurt.
Vriendelijke groet Marijn
Heb je vragen over de zorgvolmacht of over de lezingen? Contacteer OKRA-Zorgrecht via zorgrecht@okra.be of 02 246 67 00.

*Aanbieding onder voorwaarden, enkel in juni
Contacteer TK Home Solutions via:
De kans is groot dat je er al mee te maken kreeg: een vriendelijke verpleegkundige met een buitenlands accent, een huishoudhulp die van ver komt, of een zorgkundige die haar eigen familie maandenlang niet ziet. Achter die vertrouwde gezichten schuilt een groter verhaal, dat zich uitstrekt over landen en continenten: de globale zorgketen.
Tekst Jurgen D’Ours — Illustratie Shutterstock
De term werd begin jaren 2000 geïntroduceerd door sociologe Arlie Hochschild. Zij beschreef hoe vooral vrouwen hun thuisland verlaten om zorgwerk te verrichten in welvarendere landen. Want overal ter wereld groeit de vraag naar zorg. Mensen worden ouder, zorg wordt complexer en tegelijk zijn er steeds minder handen om het werk te doen. Cijfers van Eurostat wezen al in 2017 op een toenemend tekort aan zorgpersoneel in Europa, een trend die zich sindsdien alleen maar heeft doorgezet en nog verder zal doorzetten.
De vergrijzing speelt daarin een belangrijke rol, weet Marte Billen van ACV. “Het aandeel ouderen in de bevolking stijgt, waardoor de vraag naar zorg niet alleen toeneemt, maar ook complexer wordt. Tegelijk verlaat een aanzienlijke groep werknemers de sector aan het einde van hun loopbaan, wat de druk verder verhoogt.”
Marte: “De zorgsector wordt gekenmerkt door relatief lage lonen, hoge werkdruk en onderwaardering. Dat zorgt voor tekorten. In vergelijking met andere beroepen ligt het uurloon van zorgverleners vaak aanzienlijk lager. Die zogenaamde ‘care pay penalty’ kan oplopen tot ongeveer 40 procent verschil met vergelijkbare functies buiten de sector. Daarnaast is deeltijds werk sterk ingeburgerd. In verschillende zorgdomeinen werkt een groot aandeel van het personeel niet voltijds, vaak
“De zorg die zij elders verlenen, gaat ten koste van de zorg die zij thuis niet meer kunnen opnemen.”
omdat voltijdse contracten schaars zijn of omdat de job fysiek en mentaal moeilijk voltijds vol te houden is.”
De combinatie van onregelmatige uren, flexibiliteit en toenemende zorgnoden maakt het beroep zwaar. Dat blijkt uit gesprekken van ACV en ngo WSM met zorgverleners hier en elders in de wereld. “Om het structurele tekort op te vangen, wordt steeds vaker gekeken naar arbeidsmigratie”, vult Tim Jansen van WSM aan. “Zorgverleners uit andere landen vullen vacatures in in onze ziekenhuizen, woonzorgcentra en thuiszorgdiensten. Intussen is in de hoge-inkomenslanden meer dan 1 op de 5 gezondheidsfuncties ingevuld door iemand met een migratieachtergrond, blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties. We zien ook dat in andere landen actief mensen gerekruteerd worden, specifiek om hier gaten in de zorg op te vullen. De migratiestromen gelinkt aan zorgfuncties zijn bovendien sterk vervrouwelijkt: wereldwijd wordt
het merendeel van het zorgwerk uitgevoerd door vrouwen, zowel in formele als informele contexten.”
Bij ons instroom van zorgverleners, betekent ook uitstroom van zorgverleners in de landen van herkomst. Beide brengen uitdagingen met zich mee, waar we ons bewust van moeten zijn en oplossingen voor moeten zoeken. Marte van ACV: “Migranten in de zorgsector werken vaker met tijdelijke contracten, hebben minder onderhandelingsruimte en worden geregeld geconfronteerd met lagere lonen en langere werktijden. Toegang tot sociale zekerheid is niet altijd vanzelfsprekend, wat gevolgen heeft voor onder meer de opbouw van pensioenrechten.”
“Ook op professioneel vlak botsen ze op obstakels. Buitenlandse diploma’s worden niet altijd erkend, waardoor sommigen onder hun kwalificatieniveau werken. Dat leidt tot zogenaamde ‘overkwalificatie’ en het beperkt
hun doorgroeimogelijkheden. Daarnaast wordt discriminatie op de werkvloer en in de bredere samenleving regelmatig gerapporteerd.”
“De impact van de zorgmigratie is ook voelbaar in de landen van herkomst”, zegt Tim van WSM. “Wanneer opgeleid zorgpersoneel vertrekt, ontstaat er een tekort dat de kwaliteit van de zorg onder druk zet. Dat fenomeen, vaak omschreven als care drain, betekent dat landen investeren in opleiding, maar vervolgens arbeidskrachten verliezen aan rijkere regio’s. Tegelijk sturen veel migranten een deel van hun inkomen naar hun familie. Deze zogenaamde remittances vormen een belangrijke financiële stroom, zowel voor gezinnen als voor nationale economieën, maar maken werknemers zelf soms financieel kwetsbaar doordat ze een groot deel van hun inkomen afstaan.”
“Tot slot is er nog het niet te onderschatten fenomeen van transnationale families, waarbij zorgverleners langdurig gescheiden leven van hun eigen gezin. De zorg die zij elders verlenen, gaat ten koste van de zorg die zij thuis niet meer kunnen opnemen. Zo verschuift niet alleen arbeid, maar ook zorg zelf over grenzen heen.”
Misschien denk je: wat heeft dat met mij te maken? Het antwoord ligt voor de hand, zeggen Tim en Marte. “Onze zorg raakt ons allemaal. Ons gezin, onze familie, onze vrienden. De globale zorgketen is een begrip dat benoemt hoe sterk we met elkaar verbonden zijn, over de landsgrenzen heen”, zegt Tim. “Maar het legt ook kwetsbaarheden bloot, hier en elders in de wereld.” Marte: “Als we willen dat zorg toegankelijk en menselijk blijft, moeten we niet alleen naar oplossingen zoeken in het buitenland, maar ook de sector in ons eigen land sterker maken.”
De prijs van zorg moet meer afgestemd worden op het inkomen en het
Eén stelling, drie generaties. Lopen de meningen uiteen, of kunnen de generaties elkaar net vinden?
Tekst Michiel Bronckaerts

Dertiger
Jelle Lisson
35 jaar
uit Leuven
“Het kapitalisme gaan we niet snel omverwerpen”
“In een ideale wereld is deze vraag niet aan de orde, want zorg is een basisrecht en basisrechten zouden gratis moeten zijn. Tegelijk voelt het op het eerste gezicht wat vreemd om mensen meer of minder te laten betalen voor dezelfde dienst. Voor mij gaat de discussie vooral over hoe we onze sociale zekerheid organiseren. Moet de overheid elke burger gelijkwaardig ondersteunen? Of mag die ervoor kiezen haar beperkte budgetten in de eerste plaats te voorzien voor de meest hulpbehoevenden?
De stelling doet wat denken aan de discussie over studiebeurzen in Vlaanderen. Die waren nogal populair bij gegoede burgers, die in aanmerking kwamen omdat ze zichzelf kunstmatig een laag loon
uitbetaalden via vennootschappen. De faire oplossing – een vermogenskadaster – botst echter op weerstand, omdat dat dat een ongeoorloofde inbreuk op de privacy zou zijn. Het werd dan maar opgevangen door hen een ‘verklaring op eer’ te laten ondertekenen. De overheid controleert dus niet altijd actief hoe rijk iemand is. Die losse aanpak staat in schril contrast met de hardheid waarmee sociale woningen in Vlaanderen worden toegekend. Het argument van de regering om de controles te verstrengen was ironisch genoeg: we moeten ervoor zorgen dat sociale woningen terechtkomen bij de mensen die ze het meest nodig hebben. Ook voor de zorg stel ik voor: een iets grotere bijdrage van wie het zich kan veroorloven.”

Vijftiger
Hilde Moons
59 jaar
uit Hechtel
Zeventiger
“Kinderen mogen nooit de dupe worden van wat hun ouders niet kunnen betalen”
“Bepaalde vormen van zorg beschouw ik als een basisrecht. Op tijd en stond naar de tandarts gaan, hoort vanzelfsprekend te zijn. Toch weten we allemaal dat dat in de realiteit niet altijd het geval is. Zo beland je in een vicieuze cirkel: als ouders niet genoeg geld hebben om noodzakelijke zorg te betalen, weegt dat ook op de kinderen. En dat vind ik extra pijnlijk.
Als je zo’n maatregel invoert, zou ik het verschil enkel baseren op het nettoloon en niet op wat je doorheen de jaren spaart of opbouwt. Anders wordt het volgens mij een erg moeilijke puzzel en benadeel je sommigen dubbel. Want dat

Pierre Boeyens
75 jaar
uit Sint-Katelijne-Waver
is het wrange aan deze kwestie: de korting geldt niet voor iedereen en daar heb ik het ook moeilijk mee. Wie hard werkt voor zijn inkomen, voelt zich al gauw afgestraft, en dat begrijp ik. Hoewel er vandaag al tegemoetkomingen bestaan, heb ik de indruk dat die systemen niet altijd even eerlijk uitpakken. Waar je de lat ook legt, er zullen altijd mensen uit de boot vallen.
Toch ben ik eerder voor de maatregel, vooral omdat kinderen nooit de dupe mogen worden van de financiële situatie waarin ze opgroeien. Als ze door een tegemoetkoming sneller bij de dokter of specialist geraken, weegt dat argument voor mij het zwaarst door.”
“ Meer betalen is soms een vorm van solidariteit”
“Als ik een nieuwe bril nodig heb, krijg ik een tegemoetkoming van het ziekenfonds. Maar grootverdieners als Marc Coucke krijgen die waarschijnlijk ook. En ergens klopt dat niet. Want zo gaat er ook geld naar mensen die eigenlijk zonder kunnen, terwijl er tal van mensen zijn die omwille van financiële problemen niet naar de oogarts of specialist kunnen gaan. Daarom vind ik het maar normaal dat je rekening houdt met iemands inkomen als het gaat om gezondheidszorg. Dat efficiënt organiseren is natuurlijk een andere zaak. Ga je enkel kijken naar iemands loon of ook naar zaken zoals aandelen en andere bezittingen? En wat met erfenissen? Stel dat iemand een riante woning erft, dan zit die persoon opeens in een heel andere situatie. Dat moet dus nauwgezet worden opgevolgd. Een moeilijke taak, maar dat laat ik over aan de ministers.
Voor mij draait het vooral om een mentaliteitswijziging. Als je er enkel naar kijkt met de bril van een boekhouder, vind je altijd redenen om te klagen. Dan vind ik de maatschappelijke impact belangrijker. Als je zelf genoeg hebt, is het toch niet zo vreemd dat je iets minder terugkrijgt? Zeker als dat nog eens ten voordele is van armere mensen. Gelukkig zijn er ziekenfondsen, maar je moet het bedrag vaak eerst zelf kunnen voorschieten. Niet iedereen heeft dat zomaar klaarstaan. Daarom vind ik: wie het allemaal zelf kan betalen, moet misschien leren aanvaarden dat hij niet voor alles dezelfde tussenkomst krijgt. Niet als straf, maar als vorm van solidariteit.”

Zelf een stelling suggereren of je mening geven? Contacteer magazine@okra.be
“Wij willen de bewoners het gevoel geven dat dit hun huis is”




Voor veel ouderen is de stap naar een woonzorgcentrum een van de moeilijkste beslissingen in hun leven. Niet omdat ze geen zorg willen, maar omdat ze hun zelfstandigheid niet willen opgeven. Ze willen zelf kunnen bepalen hoe hun dag eruitziet, en ze zijn ervan overtuigd dat dat in een woonzorgcentrum nooit zal lukken. Toch bestaan er huizen waar het anders loopt. Waar bewoners niet moeten passen in een systeem, maar waar het systeem zich aanpast aan hen. Kloosterhof in Berlaar is zo’n plek: een woonzorgcentrum dat opnieuw het gevoel geeft van thuis.
Ann Van Mullem — Foto’s Katrijn Van Giel
De directrice als kompas van het huis
In het kantoor van Ilse Prims hangen geen drukke schema’s, geen organigrammen, geen planningsroosters. De directrice van drie woonzorgcentra in Berlaar en Heist-op-den-Berg werkt liever met eenvoudige, duidelijke principes.
“We staan achter het Tubbemodel, maar we zien het vooral als een inspiratiebron”, zegt ze. “We hebben er onze eigen visie op gemaakt, heel eenvoudig, in drie zinnen. En die klinken als volgt. Ssmen ondersteunen we onze bewoners in het leven dat ze zelf willen leiden. We gaan in dialoog en geven hun de touwtjes in handen. En om dat te kunnen doen, investeren we in een team van gepassioneerde medewerkers met vele talenten.”
Het zijn geen slogans, maar richtingaanwijzers. Prims bewaakt ze elke dag opnieuw, in elk gesprek, elke beslissing, elke kleine keuze die het dagelijkse leven in haar huizen vormgeeft.
Een huis dat ademt zoals zijn bewoners
En dat merken we meteen wanneer we met Ilse Prims meegaan naar Kloosterhof, een woonzorgcentrum
in Berlaar met 67 woonunits en 24 flatjes. Zo’n honderd bewoners leven hier samen met ongeveer evenveel medewerkers. Kloosterhof maakt deel uit van de Zorggroep Zusters van Berlaar.
In het kapsalon is het woensdagnamiddagdruk. In één van de ruimtes speelt een klassiek concert op groot scherm. Mensen lopen binnen en buiten zoals in een groot familiehuis.
Wanneer de directrice door de gangen stapt, spreekt ze iedereen aan. Met één belangrijke eerste zin: “En wat kan ik voor je doen vandaag? Alles goed? Mooi weer hé!” (lacht) “Het is zo belangrijk om altijd te vragen wat iemand nodig heeft”, zegt ze. “Zo voelen bewoners dat ze hier een eigen stem hebben. Zorg gaat over 24 uur in een dag. Zoals het ook in je eigen huis zou lopen.”
In Kloosterhof zijn er geen vaste ochtendpieken, geen rigide waslijstjes, geen stramien dat iedereen in dezelfde richting dwingt. Voor Prims is het essentieel dat bewoners de regie over hun leven houden. “Je moet afstappen van die piekmomenten. Iedereen ’s morgens wassen? Dat is niet oké. Hier kan iemand ook
’s avonds in bad, of na de middag douchen. We passen ons aan. Dat lukt niet elke dag voor iedereen, maar het is wel onze doelstelling.”
Het enige vaste punt is het middageten. “Maar over het menu mag iedereen meebeslissen”, zegt ze lachend. En dat gebeurt in de huiskamergesprekken: kleine, vaste groepjes bewoners die in alle openheid praten over wat hen bezighoudt. Ze krijgen een persoonlijke uitnodiging, een duidelijk signaal dat hun aanwezigheid belangrijk is.
Vandaag zijn er geen grote thema’s. De zon schijnt, begeleidster Ilse deelt taart uit, Vlaamse schlagers spelen op de achtergrond. Bewoners vertellen hoe graag ze hier wonen. Sommigen kwamen na een tijdelijk verblijf in een ander woonzorgcentrum naar hier en voelen zich hier eindelijk weer gehoord. Het lijkt een eenvoudige situatie, maar ze vertelt alles: in dit huis wordt niet voor bewoners beslist, maar met hen.
“Ik durf hier alles te zeggen”
Tijdens het huiskamergesprek ontmoeten we Florentine Wuyts en we mogen mee naar haar woonunit.


“In Kloosterhof zijn er geen vaste ochtendpieken, geen rigide waslijstjes, geen stramien dat iedereen in dezelfde richting dwingt.”
Ze benadrukt dat medewerkers hier meer doen dan taken afvinken. “We verwachten dat ze meegaan in een andere manier van samenwonen. Dat vraagt flexibiliteit, maar het geeft ook veel voldoening. Daarom ben ik hier elke dag aanwezig als psychologe — dat is ook redelijk uitzonderlijk in een woonzorgcentrum. Maar wie het moeilijk heeft met een bepaald gesprek kan altijd terugkoppelen bij mij. En dat is ook nodig. ”
Dit is een bewuste investering in duurzame zorg
In Kloosterhof wordt er gewerkt met welzijnsteams: zo’n team bestaat uit een verpleegkundige en enkele zorgkundigen die samen verantwoordelijk zijn voor een aantal bewoners. Zo kennen zij de wensen en behoeften van die bewoners door en door en ontstaat er een vertrouwensband. Dat vraagt betrokkenheid, maar dat zorgt ook voor continuïteit. Families stellen dat enorm op prijs. Wanneer er belangrijke medische beslissingen moeten worden genomen, is alles bespreekbaar.
“Wij werken met dialooggestuurde zorg in 10 stappen”, legt Ilse Prims uit. “We hebben vaste momenten van overleg met de bewoners en deze overlegmomenten vormen de kern van hoe wij onze zorg willen realiseren. Wij merken dat dit op lange termijn zorgt voor minder frustraties. De beslissingen worden gedragen door een grote groep en de bewoners en medewerkers voelen zich meer betrokken.”
“Ik durf echt alles aan de medewerkers te vertellen”, zegt ze. “Als ik een brief krijg die ik niet begrijp, ga ik gewoon langs. Ze leggen alles uit. Ik ben niet bang om iets te vragen. Ik voel me thuis, en dat is belangrijk.”
“Dat vertrouwen komt niet vanzelf”, zegt klinisch psychologe Jolien De Roover. “Sommige medewerkers vinden het in het begin moeilijk om gesprekken te voeren over gevoelens, rouw of eenzaamheid. Daarom begeleiden wij hen. Wel naar hun luisteren, ook naar wat niet gezegd wordt.”
Of deze manier van werken extra financiële middelen vraagt? Prims schudt het hoofd. “Voor mij is het geen kostenverhaal, maar een bewuste investering in duurzame zorg.” Winston, de hond van het dagverblijf, wandelt vrolijk mee binnen - tot groot plezier van de bewoonster.
Sterke, veelzijdige medewerkers: de directie gelooft er zeer sterk in en beseft dat hun aanpak alleen kan slagen als ook medewerkers goed worden omkaderd. Vanmiddag zitten zo’n twintig medewerkers samen voor Expeditie Kameleon, een spel bedacht door HR-medewerker Lorenz Wyns. “Zorg is nooit af,” zegt Ilse Prims. “We blijven leren, bijsturen, en verbeteren in dialoog met medewerkers en bewoners. Aan de kameleon koppelen we 10 kernzinnen die richting geven aan hoe we verwachten dat medewerkers handelen. Bijvoorbeeld: wij zijn positief, de bewoner heeft de touwtjes in handen, wij werken in het huis van de bewoner. Maar ook: we vragen niet alleen ‘Wat kan ik voor je doen?’ maar ook ‘Hoe wil je dat ik het doe?’”
Lorenz knikt, hij noemt zijn team “een groep kameleons”. “Een kameleon past zich snel aan, onze medewerkers passen zich aan de bewoners aan, niet aan een schema. Wij bewaken hun wensen. We zorgen dat collega’s daar rekening mee houden. Flexibiliteit is hier geen last, het geeft ons net voldoening. Je voelt dat je echt iets betekent.”
Volgens hem is samenwerking cruciaal. “Het is geen fabriek. Als iemand wegvalt, moet iemand anders inspringen. Dat vraagt veel van de medewerkers, maar het is nodig om de visie van het huis waar te maken.”
Aan het kapsalon ontmoeten we Ria Jacobs. Haar moeder, Josée, zit bij de kapster. Ria komt meteen naar ons toe. “Wat mij geruststelt, is dat alles bespreekbaar is”, zegt ze. “Ze luisteren echt naar wat mijn moeder wil — en naar wat ze niet meer kan zeggen.” Gisteren voelde haar moeder zich niet

Kameleon-sessie met HR-medewerker Lorenz



Wanneer de directrice door de gangen stapt, spreekt ze iedereen aan. Met één belangrijke
eerste zin: “En wat kan ik voor je doen vandaag? Alles goed? Mooi weer hé!”
goed. “Ze hebben testjes gedaan, en nu gaat het beter. Maar ik was ongerust. Ze zeiden meteen dat ik altijd mag bellen. En ik mag hier altijd binnen. Vanmorgen was ik hier ook al. Het is een huis waar menselijkheid vooropstaat. Dat voel je in de kleine dingen. Iedereen is begaan met iedereen. Het voelt als familie.”
Uitdagingen en toekomst
Toch is directrice Ilse Prims niet blind voor de uitdagingen. “Als we samenwerken met iemand die structuur nodig heeft en niet openstaat voor onze visie, dan moeten we de samenwerking stoppen,” zegt ze. “Je moet de juiste opleiding hebben om mensen
te verzorgen, maar ook empathisch genoeg zijn om met oudere mensen om te gaan.”
Ze maakt zich zorgen over de dalende instroom in zorgopleidingen. “Raak niet aan het aantal verpleegkundigen. We hebben ze broodnodig. Professionaliteit mag niet verloren gaan. Een warm hart is niet genoeg — je moet kunnen inschatten welke zorg een bewoner nodig heeft.”
Maar toch blijft Ilse Prims hoopvol voor de toekomst. Als ze nadenkt over haar eigen toekomst zegt ze dat ze zelf best wel in Kloosterhof zou willen wonen. “Ik hoop dat er later mensen naar mij komen die vragen:
wat kan ik vandaag voor u doen? Dat ik dan kan zeggen: ik heb liever uw luisterend oor dan dat u mij van kop tot teen wast.”
De bewoner aan het stuur
Kloosterhof bewijst dat warme, persoonsgerichte zorg geen ideaal op papier is, maar iets wat elke dag opnieuw wordt waargemaakt. Bewoners krijgen hier ruimte, medewerkers krijgen vertrouwen, en samen bouwen ze aan een huis waar ouder worden gelijkstaat aan gezien worden. Het is precies die eenvoud en menselijkheid die dit woonzorgcentrum zo bijzonder maakt.
Patrice Lumumba op 30 juni 1960: “De onafhankelijkheidsdag is de dag dat Congo niet meer onder het bewind viel van België. Patrice Lumumba maakte duidelijk dat Congo niet meer aanvaardde dat het door België werd geregeerd. Dat was een hele sterke boodschap.”

Gebruiken en gewoonten zijn van alle tijden. Sommige verdwijnen, andere blijven lange tijd deel uitmaken van ons leven. En bepaalde tradities kennen zelfs een tweede leven. In deze rubriek houden we elke maand een springlevende traditie tegen het licht.
Deze keer: de nationale feestdag van Congo.
“We vieren de vrijheid van 1960, maar Congo is nog steeds niet helemaal vrij”
Op 30 juni 1960 werd Congo onafhankelijk van België. Vandaag is die dag nog steeds de nationale feestdag van het Centraal-Afrikaanse land. Die wordt gevierd in Congo zelf én door de Congolese diaspora, de Congolezen die buiten Congo wonen. Naast een reden om te feesten, is de feestdag voor Congolezen een aanleiding om kritische vragen te stellen. Ook voor communicatiespecialist Primrose Ntumba uit Brussel heeft de onafhankelijkheidsdag een dubbele betekenis.
Welk belang hechten Congolezen in Congo en in België aan hun nationale feestdag?
Primrose Ntumba: “Het is een belangrijke dag voor Congo en voor andere Afrikaanse landen die in de jaren 60 onafhankelijk zijn geworden. Het is een dag van eenheid, zowel voor de Congolezen in Congo als voor de Congolese diaspora. Het internet en sociale media geven ons het gevoel dat we één kunnen zijn, hoewel we op verschillende plaatsen zijn. De verschillende diasporagemeenschappen organiseren heel wat bijeenkomsten en evenementen.”
“De onafhankelijkheidsdag is de dag dat Congo niet meer onder het bewind viel van België, van de kolonisator. Het betekent nog altijd heel veel dat we die onafhankelijkheid hebben gekregen dankzij Patrice Lumumba (eerste premier van het onafhankelijke Congo, red.). In 1960 nam hij het woord en durfde hij als eerste Congolees tegen het Belgische bewind in spreken. Hij maakte duidelijk dat Congo niet meer aanvaardde dat het door België werd geregeerd. Dat was een hele sterke boodschap.”
“Er zijn factoren die maken dat niet alle Congolezen het verhaal van de onafhankelijkheid in dezelfde mate kennen. Ik denk aan leeftijd, persoonlijke ervaringen of familiebanden. Zelf ben ik begin de dertig. Ik ben in Europa geboren en heb nooit in Congo geleefd. Ik geef de onafhankelijkheidsdag een andere invulling dan iemand die in Congo geboren is en de dag daar jaarlijks zelf meemaakt. Die ervaring heb ik helaas niet.”
“Mijn ouders zijn geboren na de onafhankelijkheid, maar ze hebben wel levendige herinneringen aan de viering van de onafhankelijkheidsdag op school of met de vriendjes in de wijk. Toch denk ik dat hun interpretatie niet zo ver ligt van de mijne als immigrant van de tweede generatie. De betekenis van vrij zijn is voor velen gelijklopend.”
In een interview met Bruzz in 2020 wees je op de dubbele lading van 30 juni. Enerzijds is het een feest, anderzijds zijn er ook verschillende redenen om niet te vieren: de problemen in Congo, de discriminatie van mensen van Afrikaanse origine in Europa, het koloniale verleden waarmee België niet in het reine is. Hoe ervaar jij die dubbele lading?
“Aan de ene kant staat 30 juni voor de vrijheid die Congo en Lumumba in 1960 hebben opgeëist. Maar aan de andere kant zijn Congo en andere Afrikaanse landen vandaag, 66 jaar later, nog niet helemaal vrij. De aanwezigheid van het Westen in Congo en Afrika eist nog steeds slachtoffers. Afrika is het continent met de meeste grondstoffen ter wereld en Congo ligt in het centrum van dat continent. Het is een heel groot land met heel veel grondstoffen, wat het economisch en politiek heel interessant maakt voor de rest van de wereld. Helaas is er op dat vlak niet zoveel veranderd vergeleken met
Primrose Ntumba: “Aan de ene kant staat 30 juni voor de vrijheid die Congo en Lumumba in 1960 hebben opgeëist. Maar aan de andere kant zijn Congo en andere Afrikaanse landen vandaag, 66 jaar later, nog niet helemaal vrij. De aanwezigheid van het Westen in Congo en Afrika eist nog steeds slachtoffers.”

Eerste Ministers Lumumba en Eyskens tekenen de officiële erkenningsakte van de onafhankelijkheid van Congo.

Nieuwe panelen van het Commissariaat Generaal voor Voorlichting, die de onafhankelijkheid van Congo aankondingen.

wat de kolonisator destijds deed: de grondstoffen worden nog steeds verkocht aan het Westen en aan andere continenten. Maar gebeurt dat op een eerlijke manier? Worden de mensen die de grondstoffen ontginnen wel goed behandeld en correct vergoed? Ik denk het niet. Dat ligt heel moeilijk voor het Congolese volk, en zeker ook voor de Congolese diaspora. Want die diaspora woont meestal op plaatsen waar ze het financieel, economisch, politiek en sociaal gemakkelijker heeft dan in Congo. Toch worden ook Congolezen in de diaspora soms geconfronteerd met moeilijke realiteiten die het gevolg zijn van het leven als immigrant buiten het land van oorsprong. Denk maar aan racisme, discriminatie op de arbeidsmarkt en de woonmarkt, en andere vormen van maatschappelijke uitsluiting. Ondanks het feit dat ze buiten het Afrikaanse continent leven, raakt het Congolezen in de diaspora dat het thuis in Congo nog altijd niet helemaal in orde is. En het raakt hen ook dat vele Congolezen er het slachtoffer zijn van het neokoloniale systeem.”
“Koning Filip betuigde wel al zijn spijt voor het koloniale verleden, maar officiële excuses heeft België nog steeds niet aangeboden. Toch weet ik niet of we daar echt op zitten te wachten. Ik denk dat de Congolezen gewoon willen vooruitgaan met de middelen die ze zelf hebben. De excuses zijn welkom, maar we gaan niet bij de pakken blijven zitten omdat ze er nog niet zijn gekomen.”
De Congolese nationale feestdag wordt in België gevierd van Matonge, de Afrikaanse wijk in Elsene, tot in kleinere gemeenten. Zie je een rode draad door die festiviteiten? “Zeker in de grote steden zoals Brussel, Antwerpen en Luik organiseren vzw's uit de Congolese gemeenschap samen met artiesten meestal wel een feest op 30 juni. Maar er is niet echt één groot evenement. Ik vind het vooral belangrijk dat de onafhankelijkheid op een mooie, zichtbare en participatieve manier in Congo zelf gevierd kan worden. Buiten de onafhankelijkheidsdag beweegt er binnen de Congolese gemeenschap in België trouwens nog heel veel. Zo had je in april de tweede editie van Together for Congo in Schaarbeek, een liefdadigheidsevenement ten voordele van Oost-Congo met muziek, literatuur en films. En in dezelfde maand opende het nieuwe Patrice Lumumbapark in Gent.”
In het interview met Bruzz in 2020 werd je gevraagd wat je hoopte voor de viering van 30 juni een jaar later. Dit was je antwoord: “Ik hoop dat het een echte feestdag kan zijn in België, zonder dat we allemaal verlof krijgen, maar wel dat het een erkend feest is, ook voor de Belgische samenleving en specifiek ook voor de Congolese diaspora.” Hoe bekijk je die wens vandaag?
“Mijn ideeën zijn sindsdien wel wat gerijpt. Mensen waren toen hoopvoller dan vandaag, als we spreken over de koloniale geschiedenis. Dekolonisatie was toen een hot topic. Instellin-
”Zolang er Congolezen in België zijn en ook Belgen in Congo, hebben we niet alleen een gedeeld verleden, maar ook een gedeeld heden. En waarschijnlijk ook een gedeelde toekomst.”
gen en overheden, maar ook vzw’s en artiesten, waren daar echt mee bezig. Jammer genoeg is er sindsdien niet heel veel gebeurd of veranderd. Dat maakt dat we vandaag niet meer zitten te wachten op erkenning of de toelating om een groot feest van de Congolese diaspora te organiseren. Ik denk dat het realistischer is dat dat in Congo zelf plaatsvindt. Het blijft wel mooi dat er in België lokale initiatieven zijn rond de onafhankelijkheidsdag. Daar moeten we zeker niet mee stoppen. Maar mijn verwachtingen rond een gebeurtenis met impact zijn wel verplaatst van België naar Congo.”
Congo kwalificeerde zich voor het WK voetbal. De impact daarvan was enorm. De dag van de kwalificatie, 1 april 2026, werd in Congo uitgeroepen tot een nationale feestdag. Denk je dat zaken zoals voetbal naast of zelfs in de plaats van de onafhankelijkheid kunnen komen als nationale verbindende factor?
“Ja, voetbal is een internationaal fenomeen dat mensen bijeenbrengt. De laatste (en tot nu toe enige, red.) Congolese deelname aan het WK voetbal is al 52 jaar geleden. Dat we na zoveel jaar toch weer meedoen, geeft hoop op eenheid en is echt iets om te vieren. De kwalificatie is best wel betekenisvol. De kwalificatiematch vond plaats tijdens de nacht van 31 maart op 1 april. Mijn moeder was jarig op 1 april, maar ze is ’s nachts opgebleven en stond te roepen en te vieren voor de tv. Het was de eerste kwalificatie voor een WK die ze zelf meemaakte. De Congolese diaspora wereldwijd zal het WK deze zomer actief volgen. Hopelijk ontstaan er daaruit weer nieuwe initiatieven die ook buiten de sportwereld breken.”
Heel wat spelers van de Congolese nationale ploeg zijn in België geboren of wonen er al een hele tijd. Kan je zeggen dat het gedeelde verleden van Congo en België ook in het voetbal terugkeert?
“Ja, en dat gedeelde verleden zal nooit weggaan. Daarom is het ook belangrijk dat we als Belgen en Congolezen met elkaar gesprekken blijven voeren. Want die geschiedenis gaat niet weg, he. Die is er voor altijd. En zolang er Congolezen in België zijn en ook Belgen in Congo - want dat wordt wel eens vergeten – hebben we niet alleen een gedeeld verleden, maar ook een gedeeld heden. En waarschijnlijk ook een gedeelde toekomst.”



Tijdens zijn gewroet in het archief van het Instituut voor Tropische Geneeskunde stootte dokter Ludwig Apers af en toe op totaal onverwachte documenten. Uit een allegaartje van artefacten die nergens toe behoren, dook plots een verschoten oranje schoolkaft op, met daarin een honderdtal getypte bladzijden, op dun papier, die de geur uitwasemen van oude inkt en honderdjarig stof.

Transcriptie van de brieven van zuster Marie-Godelieve.
Hoe ze in het archief van het ITG terecht zijn gekomen, is onduidelijk.
OLudwig Apers studeerde af als arts aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in tropische geneeskunde aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen (ITG). Hij werkte meerdere jaren als arts in Zimbabwe en behaalde een master in de volksgezondheid. Sinds 2002 is hij verbonden aan het ITG. Naast zijn wetenschappelijk werk schrijft hij ook fictie en non-fictie. In zijn nieuwste boek beschrijft hij de 120-jarige geschiedenis van het ITG: van een tropenschool tot een internationaal gerenommeerde wereldinstelling.
p de eerste bladzijde staat enkel ‘Brieven van Zuster Marie-Godelieve Ryckebusch aan haar familie’, onder een vierkante stempelafdruk in paarse inkt: Tijdschrift Caritas, Zusters van Liefde, Molenaarsstraat, 38, Gent. Hoe deze brieven in de archieven zijn terechtgekomen, is niet meer te achterhalen, maar ze zijn geen unicum: het gebeurt nog wel dat een familie geen raad weet met brieven of foto’s die worden teruggevonden in een nalatenschap, en als er dan een link is met de kolonie of tropische geneeskunde wordt de vondst weleens aangeboden aan de bibliothecaris van het ITG. Die stouwt dit dan weg in een kast, tot er ooit eens iemand de schuifdeuren opentrekt en het daglicht laat schijnen op al die vergeten documenten. In dit geval kwam een verhaal aan het licht dat we na al die jaren wilden delen. Een verhaal dat mee verklaart waarom er een instituut voor tropische geneeskunde kwam.
Zuster Marie-Godelieve Ryckebusch was een kloosterlinge die in 1892 naar Congo vertrok om daar, in haar eigen woorden, Gods roeping te volgen: “Verlaat, zegt Hij, op zesden juni aanstaande, al wat U nog zoo naar aan ’t harte ligt en gaat de goede tijding brengen aan ’t wilde menschenras dat nooit noch kruis, noch priester zag.” Dit schreef zij in de eerste bewaarde brief, op 21 mei 1892, aan haar teerbeminde ouders. “Uw steeds toegenegen kind in Christus + Zuster
Marie Godelieve Z.v.L.” De afkorting staat allicht voor Zuster van Liefde en het citaat komt van haar Opdrachtgever, de genoemde Christus. Honderddertig jaar later is het nog nauwelijks voor te stellen hoe een jonge vrouw van eenvoudige komaf, op basis van dit ene, hoogst dubieuze motief, have en goed kan achterlaten voor een totaal onbekende bestemming. Maar dat is wat zij deed, samen met tientallen andere jonge vrouwen. 1892, de Kongo-Vrijstaat bestaat al zeven jaar, maar van een instituut voor tropische geneeskunde is nog lang geen sprake, laat staan van een opleiding zoals die later
ook voor religieuzen zal worden georganiseerd. Zuster Ryckebusch ging dus in de eerste plaats om ‘zieltjes te winnen’.
Gedurende vier jaar zal zij om de paar maanden brieven naar haar ‘Teerbeminde Ouders’ sturen, die later door iemand (een neefje, een nichtje?) zijn uitgetikt, waarschijnlijk op een Remington-typemachine. En die nog later in de bibliotheek terechtkwamen.
Wat ons vooral boeit in haar kleurrijke brieven is hoe zij de gezondheidsaspecten van haar verblijf in de tropen beschrijft, dikwijls op een erg luchtige manier. Het begint al tijdens de bootreis, wanneer zij kortstondig aanmeren in Bakana, een factorij op de Niger. Het is regenseizoen en “de arme negers druppen van het nat zonder er eens aan te denken of erdoor witter te worden gelijk ik het zou gedacht hebben. Wij brengen hier de nacht door, maar hemel, welke nacht. ’t Was festival en concours bij de mosquiten en zij kwamen af bij gehele regimenten al zingende in alle tonen en al bijtende alwie zij tegenkwamen. Ik ben bijna de enige die de slaap genoten heb, maar ik wist aan welke prijs: ’s Anderendaags had ik slechts 50 bubbels aan een arm (…) Dat is een Afrikaans onthaal.’ In Bakana hoort zij ook Vlaams spreken, “door een geometer uit Turnhout welken 3 jaar in Congo verbleven heeft (…). Tijdens geheel zijn verblijf is hij maar eens ziek geweest, hij was in de Opper-Congo, gezonder nog volgens zijn zeggen dan in de omstreken van Boma. Ten andere wij zien het van hier dat het zo schrikkelijk niet is als men wel denkt, indien men geen vrijwillige onvoorzichtigheden begaat.”
Zuster Marie-Godelieve is van geen kleintje vervaard, zoveel is duidelijk. “Het is allemaal nog zo verschrikkelijk niet.” Van de 65 Zusters van Liefde die vanaf 1892 naar Congo vertrekken is er in 1908 een derde overleden, gemiddelde leeftijd vijfendertig jaar, na gemiddeld vijf jaar missiewerk. Aanvankelijk wordt
Marie-Godelieve Ryckebusch gestationeerd in de missiepost van Nemlao. Waar Nemlao precies ligt, is onduidelijk. Vermoedelijk weet ook zij dat niet precies, er waren nauwelijks landkaarten voorhanden, laat staan dat zij een idee had van de geografie van het land waar ze was terechtgekomen. Ze schrijft wel dat “de missiepost met de schuit was te bereiken, op de uitgestrekte Congostroom gelegen”. De Zusters van Liefde hadden nog missieposten in Monda en Kinkanda, bij de monding van de Congostroom, en in Kananga, toen nog Luluaburg, de latere hoofdstad van Centraal-Kasaï. Vanaf 1894 wordt zij hier tewerkgesteld. In haar eerste brief uit Nemlao, op 23 augustus 1892, verontschuldigt zij zich voor het feit dat haar ouders “lang geen tijdingen hebben ontvangen”, want “hier schrijft men niet wanneer men wilt: gij maakt u gereed om morgen de pen op het papier te zetten; en morgen gekomen, jufvr (sic) de koorts zegt: ‘Kind ga naar bed’” en verder: “de derde dag van mijn verblijf te Nemlao ontvang ik zeer minzaam jufvrouw de koorts; ’t is Woensdag, ik kan mij zelven niet meer dragen en trek naar bed, voor een uurtje dacht ik, maar de Zondag mocht ik voor de eerste maal opstaan. Drij dagen lang weet ik schier van de wereld niet meer; het duurde in alles zo een veertien dagen en Zuster Godelieve was gelijk te voren. Ik heb de tol aan de Afrikaanse luchtstreek betaald, nu laat zij mij in vrede gaan.” De pater van de missiepost, “De goede eerw.
H. Ferdinand Garmijn”, was minder fortuinlijk. Op 21 oktober 1892 schrijft
Marie-Godelieve: “(hij) heeft den Oktober laatsleden het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Hij was slechts 30 jaar oud en verbleef sinds 3 jaar in Congo en reeds was de deugdzame ziel rijp voor de hemel, zijn verdienstvolle apostelbaan werd bekroond door een dood allerverlangenstweerdig. Na een ziekte van omtrent drij weken
stierf hij omringd van al wat hij begeren kon in dit groot en beslissend ogenblik.” ‘Al wat hij begeren kon’ was met name een priester, een dokter (die zelf herstellend was van koortsen) en de biddende Zusters. Nochtans was Garmijn van geen kleintje vervaard: ooit “had hij ’s morgens een groot serpent van twee meters lengte gedood het had een geheel kieken ingeslikt en een eend doodgebeten.” In dezelfde brief vermeldt zij: “ik ben nogal goede kennis met de koorts, wekelijks komt zij mij voor een of twee dagen, somwijlen slechts een halve dag bezoeken. Dat is niet geheel erg: wat slapen en wat quinine nemen en jufvrouw de koorts trekt op. Verleden week heeft ze mij drijdagen in bed gestoken (…) ik lag heel de recreatie te zingen in mijn bed, zo erg was ik aangedaan, de doktor moest erom lachen (…).” In een brief van 18 oktober 1893: “Maar dat is niets waren er wat minder beestjes: mosquiten, mieren, vlooien, enz. enz. Die allen met scherpe tanden voorzien, de slaap nogal dikwijls van de bedstede jagen. En de koorts durft ook soms de oren uitsteken maar toch niet heel erg; een enkele maal is zij afgekomen bij mij, terwijl een neger ons over de Kilou zette in een piroog viel ik in bezwijming en moest op een bed gedragen worden. Ik kwam algauw tot bewustzijn (…)” Luluaburg, 8 augustus 1894: “Ik zeg koortskens want zie hoe dat gaat: tot half voormiddag goed en


flink, dan wat hoofdpijn en koude of ongewone hitte in het lijf, ’s middags in bed met 40 graden koorts … slapen … slapen … slapen dom en dwaas tot ’s anderendaags morgens en dan geheel hersteld en herbakken. Is het niet om te lachen zo een marionettespel? (…) ik ben de enigste van onze communiteit die nog aan geen (hématurie) bloedkoorts geloof ik, geleden heb; Zuster Albanie is er over een twintigtal dagen van berecht maar nu toch, God zij geloofd! Geheel hersteld.”
16 januari 1895 moet ze dan toch schrijven: “zo een koortsken die mij des anderendaags in bedde stak en de 13de de grote juffrouw (hématurie) bloedkoorts geloof ik, riep. Weldra kon ik geen ‘pap’ meer zeggen en bereidde al stillekens mijn laatste biecht. Maar St.Pieter wilde mij nog niet (…)” In haar laatste bewaarde en uitgetikte brief, geschreven in Luluaburg op 16 augustus 1896, schrijft zij in een van de laatste alinea’s: “houdt u al kloek, ik tracht van mijn kant hetzelfde te doen; ’t is wonder als er ‘nen koorts komt; ik geloof dat ik aan de luchtgesteltenis nu geheel gewoon ben (…).”
Verder weten we niets van zuster Marie-Godelieve. Wikipedia vermeldt slechts haar geboortejaar: 1871, en het jaar waarin ze overleden is: 1896. 1896 is ook het jaar waarin ze haar laatste brief schreef. Ze werd vijfentwintig jaar.
Het verhaal van de brieven van zuster
Marie-Godelieve Ryckebusch en andere verhalen over 120 jaar Instituut voor Tropische Geneeskunde vind je in het gelijknamige boek van Ludwig Apers.
Kijk op pagina 55 van dit OKRA-magazine en win een exemplaar van het boek.










‘Hoe kan ik zelf bepalen wie wat van mij erft?’

U leest het in onze gratis gids!







Een testament zorgt ervoor dat uw nalatenschap volgens uw wensen wordt verdeeld. Het geeft u controle over wie wat krijgt en voorkomt problemen bij nabestaanden. Stel het opmaken van een testament dus niet uit. Vraag nu onze gratis gids aan met 21 veelgestelde vragen (en antwoorden) over nalaten en het maken van een testament.








Ja, ik ontvang graag de gratis gids over nalatenschap en testament
Nummer Bus Bestel de gids via komoptegenkanker.be/nalaten of vul deze antwoordstrook in.
De heer Mevrouw
Voornaam
Straat
Postcode
Naam
Gemeente
Stuur de ingevulde antwoordstrook in een gefrankeerde envelop naar: Kom op tegen Kanker vzw, Koningsstraat 217, 1210 Brussel. Vragen? Contacteer ons via testament@komoptegenkanker.be of op 02 227 69 69. Wij gaan zorgvuldig met uw gegevens om en verstrekken ze nooit aan derden. Kijk op komoptegenkanker.be/privacybeleid voor meer informatie.




WIE IS DE M/V/X ACHTER DE OKRAVRIJWILLIGER?
DEZE KEER: GERDA MELCKENBEECK UIT WICHELEN
“Geregeld stap ik even binnen voor een praatje.”
Tekst Nona Heremans — Foto Seb Leemans
Naam: Gerda Melckenbeeck
Geboorteplaats & -datum: Wetteren, 26 december 1957
Burgerlijke staat: Gehuwd, 2 dochters
Woont al 48 jaar in Wichelen, voordien in Serskamp
Professioneel
leven: Winkelbediende en daarna poetsvrouw in ziekenhuis
Huidige rol bij
OKRA: teamleider
OKRA Bruinbeke
Hobby’s naast
OKRA: vrijwilliger in woonzorgcentrum, lezen en uitstapjes met de vriendinnen
“Van sommige van mijn tieneridolen ben ik vandaag nog altijd fan.”
Wat hing er aan de muur in je tienerkamer?
Tussen het Kindje Jezus van Praag en een klein kruisbeeld hingen posters van tieneridolen uit het toen populaire blad Joepie. David Cassidy uit The Partridge Family, Donny Osmond, The Cats, … Maar ook Nederlandstalige sterren zoals Rob De Nijs, John Terra en mijn topfavoriet Paul Severs. Ik heb zelfs ooit een vriendje gehad dat sprekend op Paul Severs leek. En eerlijk? Van sommige van die idolen ben ik vandaag nog altijd fan.
Welk boek, welke film of welk liedje heeft een bijzondere betekenis voor jou?
Het lied Alleen gaan van Will Tura werd op vraag van mijn moeder gespeeld werd tijdens haar uitvaart. Dat nummer raakt me nog altijd diep. Ik heb door de jaren heen veel boeken gelezen, vooral waargebeurde oorlogsverhalen. Die periode blijft me fascineren. Toen ik ooit met vriendinnen door het museum in Ieper wandelde en zei: “Ik denk dat ik in een vorig leven in de oorlogstijd heb geleefd”, antwoordde één van hen: “Dan hing jij hier tussen de heldinnen die de gewonden verzorgden.” Dat vond ik zo’n mooie gedachte.
Wat zijn je drie grootste levenslessen en waarom?
Zet wat vaker die roze bril op. Doe bij een ander nooit iets wat je zelf ook niet zou willen meemaken. Geniet van het leven en gun jezelf af en toe een klein pleziertje. Ik vind van mezelf dat ik positief in het leven sta, en ik kan het iedereen aanraden. Ik probeer altijd het beste in mensen en situaties te zien. Aan doemdenken doe ik niet graag mee. We leven nu, en morgen zien we wel weer verder.
Het hele jaar door breng je magazines rond bij OKRA-leden als contactpersoon. Geeft dat voldoening?
Als teamleider van OKRA Bruinbeke, een klein trefpunt met een klein bestuur, heb je heel wat taken te vervullen. Eén daarvan is het rondbrengen van de magazines. Dat doe ik
samen met de twee andere bestuursleden. Geregeld stap ik ook even binnen voor een praatje. De leden vinden het fijn om eens iets te kunnen vertellen — van vrouw tot vrouw, of van man tot vrouw. Wanneer de leden op het einde van de namiddag zeggen: “Het was gezellig, we hebben een mooie namiddag gehad”, dan ben ik tevreden. Want daar doen we het uiteindelijk voor.
Wat doe je het liefst in je vrije tijd? Heb je een passie?
Ik heb een kleindochter van drieënhalf, en op sommige dagen vang ik haar na school op. Zij is zonder twijfel mijn grootste passie. Eén keer per jaar maak ik een vliegreis met mijn vriendinnenclubje ‘The Golden Girls’. Ondertussen doen we dat al bijna tien jaar en onze volgende bestemming wordt Griekenland. Tussendoor genieten we graag van uitstapjes, optredens of een interessante voordracht. En ook een goed boek kan me nog altijd helemaal meeslepen.
.. er net als Gerda meer dan 10.000 contactpersonen zich inzetten voor OKRA? In een tijd waarin de melkboer allang niet meer langskomt en postbodes steeds minder tijd hebben, zijn onze contactpersonen van onschatbare waarde. Dankzij hun inzet raakt het magazine tot bij de mensen én blijft het persoonlijk contact levend. Dat maakt OKRA uniek in Vlaanderen en daar zijn we trots op. Het is mede dankzij de contactpersonen dat OKRA die warme organisatie is waar ontmoeting en menselijk contact centraal staan. OKRA organiseert daarom dit voorjaar verschillende waarderingsmomenten om de contactpersonen extra in de bloemetjes te zetten.
Wie een instrument heeft dat niet meer gebruikt wordt, kan daar via een inzamelpunt van Music Fund een nieuwe bestemming aan geven. Joris
Buysse uit Drongen is een van de experts die de instrumenten nakijkt en repareert voor ze naar een partner in het Zuiden gaan die ze ter beschikking stelt van kwetsbare jongeren.
Tekst & foto Jurgen D’Ours

Twintig jaar geleden ontmoette Joris de oprichter van Music Fund Lukas Pairron. Lukas vertelde over de inzameling en schenking van instrumenten aan landen in het Zuiden en zei dat ze iemand zochten om in Mozambique muziekleerkrachten op te leiden om instrumenten te herstellen. “Dat sprak mij aan”, vertelt Joris, “Ik heb jarenlang een muziekwinkel gehad en doe nu nog herstellingen van blaasinstrumenten. Zo vertrok ik een tijdje later naar Mozambique, naar een muziekschool in een achtergestelde buurt van Maputo. De weinige instrumenten die ze er hadden waren in slechte staat. Voor kwaliteitsvolle instrumenten was er geen geld. Ik heb er instrumenten hersteld en ook kennis en vaardigheden doorgegeven.”
Knepen van het vak
“Je maakt van iemand geen expert op tien dagen, maar ik kon wel enkele basiszaken bijbrengen”, legt Joris uit. “Ik ben na die eerste reis nog vier keer naar Mozambique geweest en ook in Marokko ging ik herstellers opleiden. Er verbleven ook enkele Mozambikanen enkel maanden bij ons thuis om in mijn atelier de knepen van het vak te leren. Instrumenten schenken is één iets, maar als je de mensen nadien niet verder ondersteunt, zitten ze na een paar jaar weer met onbruikbare instrumenten. Omdat de omstandigheden er vaak niet ideaal zijn om instrumenten in goede conditie te houden en ze herstellingen niet kunnen betalen.”
Samen musiceren
“Er worden veel instrumenten binnengebracht”, zegt Joris. “Heel af en toe zit er een pareltje tussen dat zo doorgestuurd kan worden, maar meestal is er veel werk aan om ze in orde te brengen. Dat doe ik dan voor ze richting bestemmeling vertrekken. Nu ik

twee tieners in huis heb die nogal wat energie en aanwezigheid vragen, staan er voorlopig minder buitenlandse missies op het programma. Ik hoop dat in de toekomst opnieuw te kunnen doen. Het blijft immers een heel mooi project. Intussen herstel ik in mijn atelier verder instrumenten die mensen schenken. Een klarinet op punt stellen kost al gauw 5 uur, een gitaar lukt op een uur en voor een saxofoon mag je 10 uur rekenen voor een volledige revisie. Dan zijn ze klaar om door kinderen op een minder fortuinlijke plek in de wereld bespeeld te worden. Veel partners in het Zuiden leren jongeren niet alleen een instrument bespelen, maar vormen ook bands om zo via samen musiceren het sociale weefsel te versterken.”
Music Fund ondersteunt ook projecten in gevangenissen en partners die werken met minder gegoede kinderen in eigen land, al ligt het zwaartepunt in samenwerkingen met het Zuiden.
Meer info: musicfund.eu
“Een
klarinet op punt stellen kost al gauw 5 uur, een gitaar lukt op een uur en voor een saxofoon mag je 10 uur rekenen voor een volledige revisie.”

VAB-Pechverhelping auto/motor en fiets
*Op basis van een jaarcontract VAB-Pechverhelping auto/motor (v.a. € 158,99/jaar) en VAB-Pechverhelping fiets (v.a. € 59/jaar). VAB-Pechverhelping is gewaarborgd door VAB nv en verzekeringswaarborgen door KBC Verzekeringen nv. Lees vooraf de waarborgen en beperkingen, het IPID en de voorwaarden op vab.be 15% korting*
Elke dag passeren in het nieuws of in gesprekken begrippen die heel vertrouwd klinken. Maar wat betekenen ze exact? In deze rubriek nemen we elke maand een aantal van die begrippen onder de loep. Wil je zelf een begrip voorstellen, uit het nieuws of uit gesprekken met familie, vrienden en (klein)kinderen? Dat kan via magazine@okra.be.
Deze keer hebben we het over alles wat je moet weten over wearables en soennieten en sjiieten .
Tekst Matthias Van Milders Illustraties Shutterstock

Vandaag kan je soms ook zonder een geneeskundig onderzoek te weten komen hoe het gesteld is met je hartslag, slaapkwaliteit of zelfs zuurstofsaturatie. Draagbare toestellen (wearables) zoals een smartwatch registeren de nodige gegevens terwijl je ze draagt. Sommige gaan zelfs de resultaten voor jou analyseren en interpreteren.
Wearables kom je tegen in verschillende vormen, zoals smartwatches (‘slimme horloges’), activity trackers, biosensoren die lijken op een pleister,
maar ook ringen, oortjes of een band. Tal van lichamelijke parameters laten zich meten met wearables:
• Het aantal stappen dat je zet en andere bewegingen
• Het aantal calorieën dat je verbrandt
• Je ademhaling
• Je temperatuur
• Je zuurstofsaturatie
• Je hartslag
• Je bloeddruk
• Je suikerspiegel
• Je slaap
• Je stressniveau
•
In de eerste plaats kunnen wearables deze lichamelijke gegevens verzamelen. Maar steeds meer toestellen kunnen ze ook analyseren en interpreteren. Sommige kunnen ook beslissingen nemen, zoals het oproepen van een alarmdienst. Ze kunnen de gegevens ook doorsturen naar de gebruiker of een arts. Met de gegevens van bepaalde goedgekeurde wearables kan een arts beslissen of de medicatie moet worden aangepast. Ook kunnen ze ingeschakeld worden bij valpreventie. Diabetici kunnen via een biosensor hun suikerspiegel monitoren zodat er niet altijd een prik nodig is.
Blind vertrouwen op wearables, dat lijkt nu ook weer geen goed idee. De technologie gaat er weliswaar op vooruit, maar niet alle gegevens zijn even betrouwbaar. Storingen zijn niet uit te sluiten. Het is ook niet altijd duidelijk welke algoritmen worden gebruikt om bepaalde parameters te meten. Vaak is monitoring op langere termijn nodig om een correct beeld te schetsen, en het is niet iedereen gegeven om een wearable voor een langere tijd correct te gebruiken. Heel wat ziektebeelden en gezondheidsrisico’s zijn te complex om met een wearable te analyseren. Ook ben je als gebruiker zonder medische scholing niet altijd goed geplaatst om de resultaten te interpreteren. En het gevaar bestaat ook dat gebruikers de resultaten van hun wearable als dé waarheid gaan beschouwen.
De technologie van wearables evolueert voortdurend. De gegevens worden daardoor steeds betrouwbaarder. Door hun gezondheid zelf op te volgen via wearables, worden gebruikers op hun eigen verantwoordelijkheid gewezen. Dat kan ook motiverend werken, denk maar aan mensen die gaan wandelen omdat hun stappenteller aangeeft dat ze nog niet aan 10.000 stappen zitten. Zeker als je wearables langere tijd draagt, kan je gezondere levenspatronen ontwikkelen.
Bepaalde gezondheidsrisico’s kunnen door wearables vroegtijdig worden opgespoord. De wearables maken informatie over je eigen gezondheid ook veel toegankelijker: in plaats van weken te moeten wachten op een afspraak in het ziekenhuis, kan je voor sommige gegevens gewoon op je smartwatch kijken. En uiteraard komt een wearable niet in plaats van een arts. Maar een arts kan wel gebruikmaken van de gegevens van een wearable om een bepaalde diagnose te stellen of op z’n minst in een bepaalde richting te zoeken.
De wearables maken informatie over je eigen gezondheid ook veel toegankelijker.
Wearables zijn zeker nuttig, maar ze zijn geen wonderoplossing: “Wearables zijn geen voorbijgaande hype. De vraag is niet of we ze gebruiken, maar hoe en met welke verwachtingen. Ze kunnen waardevolle informatie opleveren, zowel voor individuen als voor onderzoekers en zorgverleners. Maar dan moeten we ze inzetten met een kritisch bewustzijn van hun mogelijkheden. We moeten pleiten voor transparantie van fabrikanten, wetenschappelijke standaarden ontwikkelen voor validatie, en tegelijk blijven investeren in de menselijke kant van gezondheid: het gesprek, het gevoel, het zelfinzicht. Draagbare technologie mag dan wel veel kunnen meten, ze mag nooit het enige kompas worden.”
Jasper Gielen en Jean-Marie Aerts (KU Leuven) in Karakter. Tijdschrift van wetenschap. Nummer 91, 2025
In de islamitische wereld is er een breuklijn tussen de soennieten en de sjiieten. Vandaag is SaoediArabië de grote voortrekker van de eerste stroming, van de tweede is dat Iran. En hoewel de soennieten veruit de grootste groep vormen, kom je over de hele wereld ook sjiieten tegen.
Zowat 8 à 9 op 10 moslims wereldwijd is soennitisch. In landen als Marokko, Algerije en het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, zijn vrijwel alle moslims soennieten. Ook in Turkije, Egypte, Bangladesh, India, Pakistan en Saoedi-Arabië vormen ze de grote meerderheid. Iran, Irak, Azerbeidzjan en Bahrein zijn landen met een sjiitische meerderheid. In België zijn de meeste moslims soennitisch.
Verdeeldheid over opvolger Mohammed
Voor het ontstaan van beide stromingen moeten we terug naar de eeuwen na de dood van de profeet Mohammed in 632. In de beginnende islam ontstond er verdeeldheid over de vraag wie de rechtmatige opvolgers waren van Mohammed. De ene groep erkende de kalief Aboe Bakr, een vertrouweling en de schoonvader van Mohammed, en diens opvolgers. Uit deze groep vloeide het soennisme voort. De andere groep beweerde dat Mohammed bij leven zijn opvolger al
zelf had aangeduid, met name zijn neef en schoonzoon Ali. Die groep vormde het sjiisme.
Aboe Bakr werd de eerste opvolger van Mohammed. Maar ook Ali zou nog kalief worden, de politieke en religieuze leider. In 656 werd hij de nieuwe leider na de moord op Oethman, de derde soennitische kalief. Soennieten en sjiieten groeiden verder uit elkaar. Zo stonden ze tegenover elkaar in de Slag bij Karbala waarin Ali’s zoon Hoessein sneuvelde. Ashura, zoals de herdenking van Hoesseins dood wordt genoemd, is voor sjiieten wereldwijd nog steeds een belangrijk moment.
Zelfde god, andere geloofsbeleving Hoewel soennieten en sjiieten in
één god geloven, Allah, en de Koran volgen, zijn er ook verschillen in interpretaties. Waar soennitische geloofsgeleerden de sharia (de islamitische wetten) kunnen interpreteren, volgen de sjiieten enkel de interpretatie van één hoogste religieuze leider. Soennieten hebben naast de Koran trouwens ook de Soenna, de verzameling van uitspraken en handelingen van de profeet Mohammed. Een ander verschil toont zich in sjiitische heiligdommen voor historische imams, iets wat voor soennieten verboden (‘haram’) is. Verder zijn soennitische moskeeën doorgaans soberder dan sjiitische.
Ondanks hun conflictueuze ontstaansgeschiedenis en de duidelijke verschillen, bestonden soennisme
en sjiisme lange tijd vreedzaam naast elkaar. Een kentering kwam er vanaf de Iraanse islamitische revolutie in 1979. De Iraanse ayatollah Khomeini probeerde in andere islamitische landen het revolutionaire gevoel aan te wakkeren. Dat zette Saoedi-Arabië en Iran lijnrecht tegenover elkaar. Beide landen streefden naar de macht in het Midden-Oosten. Het leidde ruimer tot spanningen en geweld, zowel tussen landen als binnen landen zoals tijdens de Syrische burgeroorlog. In 2023 spraken Saoedi-Arabië en Iran af om weer diplomatieke betrekkingen aan te knopen. Maar sinds de start van de oorlog van de VS en Israël tegen Iran staat de relatie weer zwaar onder druk. Iran voerde al aanvallen uit op Saoedische doelwitten.
Strijd om politieke macht
Enkel teruggrijpen naar de 7de eeuw om de conflictenci tussen soennieten en sjiieten te verklaren, is volgens sommige waarnemers te gemakkelijk. Nader Hashemi, directeur van het Center for Middle East Studies (Universiteit van Denver), spreekt in MO* over “een strategie van bewuste manipulatie en mobilisatie van religieuze identiteiten om politieke
macht te verwerven of te bestendigen. Historisch gezien zijn sektarische conflicten een relatief recente ontwikkeling in het Midden-Oosten. Tot voor kort waren de heersende elites niet geïnteresseerd in het mobiliseren van mensen rondom religieuze identiteiten.” Feit is dat de conflicten in het Midden-Oosten niet alleen om religie draaien, maar zeker ook om macht, invloed en grondstoffen.
Ondanks hun conflictueuze ontstaansgeschiedenis en de duidelijke verschillen, bestonden soennisme en sjiisme lange tijd vreedzaam naast elkaar.

Gerust in je vertrouwde omgeving.
Met een traplift van Comfortlift geniet je nog jaren van je volledige woning en je vertrouwde omgeving. Op een veilige en comfortabele manier kan je elk moment samen koesteren. Comfortlift biedt je opnieuw toekomstperspectief en de zekerheid dat je nog een hele tijd in je huis kan blijven wonen.
“Je moet verder, niet mee doodgaan met de geliefden die je verloor.”

SCHILDERES
INÈS VAN DEN KIEBOOM (95)
In 1930 werd ten Huyze van den Kieboom in Oostende een tweede dochtertje geboren. Veel te vroeg en piepklein. Premature Inès werd in de ovenlade gelegd voor de warmte. Tegen de verwachtingen van de dokter in, haalde ze de volgende ochtend. 95 jaar later is Inès van den Kieboom er nog. Sinds Galeriehouder Tim Van Laere de schilderijen zag die ze in de loop van zestig jaar maakte, is ze een Bekende Vlaming. “Ik heb dit nooit nagestreefd, het overkwam me, zoals alles in mijn leven”, zegt ze.
Tekst An Candaele —
Ik ontmoet Inès van den Kieboom in haar assistentiewoning in Antwerpen. De laatste étappe in een rij van 27 keer verhuizen tijdens haar leven. De seniorie waar ze enkele jaren geleden haar intrek nam, had haar laatste thuis moeten zijn. Een faillissement van de seniorie besliste daar anders over. Het voelde als een ‘afgeven’ te veel, de moedeloosheid sloeg toe. Maar de wil om te leven die haar door haar eerste levensdagen en ziekelijke kindertijd loodste, liet het ook nu niet afweten. Aan de schilderijen te zien die in haar flat gestapeld staan – allemaal hier gemaakt – is het vuur om te creëren niet gedoofd. Nu ze geen atelier meer heeft, schildert ze zittend op de leuning van de zetel. Tot haar rug te veel pijn doet en ze moet stoppen. “Oud worden is lastig.”
We keren 95 jaar terug in de tijd. Inès hield aan de vroeggeboorte zwakke longen en hartproblemen over. Ze was als kind heel vaak ziek en afwezig op school. En omdat buiten spelen met andere kinderen vaak niet kon
of mocht, stortte ze zich op boeken. “In de bib zagen ze nooit eerder een kind dat zoveel las”, vertelt ze. Regelmatig werd de opgroeiende Inès voor een paar maanden naar het platteland of bosrijk gebied gestuurd. “De zeelucht is te zwaar voor het kind, luidde het oordeel van de dokter”, herinnert ze zich. “Veel later heeft onderzoek aan het licht gebracht dat mijn lichaam te veel jodium opneemt. Mijn schildklier werkt daardoor niet naar behoren. Nu neem ik er medicatie voor, maar toen moest ik weg van huis, naar Staden, Lasne, Overijse, … Het betekende telkens weer aanpassen aan andere mensen en een nieuwe school. Vervreemd van mijn twee zussen en broer moes ik bij elke terugkeer mijn plaats hervinden in het gezin. We zijn dan ook nog veel verhuisd, wel altijd in Oostende. Na twee appartementen vond de dokter dat het ziekelijke kind een huis met tuin nodig had. En ook de oorlog dwong tot verhuizen. Als ik erop terugkijk, heb ik een stabiele plek gemist. Toen we later met mijn eerste man een boerderijtje kochten was dat de gelukkigste periode van mijn leven. Het was een krot, maar we hadden een thuis.
Een gezin en huishouden waren mijn ideaal. Zes kinderen wilde ik. Ik had toen ik nog thuis in Oostende woonde, vaak voor Arno (zanger Arno, red.) gezorgd, dat ging me goed af. Hij is de zoon van mijn oudste zus Lulu. Hij noemde mij Tati ik hem Arnotekotje. We hebben altijd een heel fijn contact behouden, tot aan zijn te vroege dood. Mijn eerste zwangerschap verliep heel moeilijk. Die bracht ons een dochter Petra. De dokter raadde een tweede kind af. Tien jaar later kwam er toch nog eentje, Fiona.”
Welk soort moeder Inès was, wil ik weten. “Ik was niet streng, ze mochten alles doen wat ze wilden”, zegt Inès. “Iedereen maakt fouten, ik zal ook niet perfect geweest zijn, maar ik heb gedaan wat ik dacht dat goed was en gaf veel vrijheid. Zelf mocht ik van mijn moeder niet naar de muziekschool, maar leerde het alsnog op mijn vijfenveertigste. Ik verwijt mijn ouders niets, wat je gemist hebt, kan je inhalen of anders aanpakken als volwassene.”
De eerste man van Inès was beeldhouwer. Een handige man die onder andere twee gamba’s, een strijkinstrument, voor haar maakte. Met het schildergerief uit zijn atelier maakte ze haar eerste schilderijen. “Het allereerste was een ballerina”, zegt ze. Daarna schilderde ze het bootje Mary Morgane uit de Franse televisieserie Belle & Sebastién, waar Inès altijd samen met de kinderen naar keek. Even later vereeuwigde ze haar vriendin Lieve met groene jas op doek. Het houdt daarna niet meer op. “Ik was niet tevreden over hoe ik Lieve had geschilderd, omdat ze er niet op leek”, vertelt Inès. Mijn man zei: ‘Wil je een beeld dat lijkt op Lieve? Maak dan een foto. Jij schildert.’ Ik heb nooit schilderles gevolgd, maar dat was mijn eerste en heel belangrijke les.”
Inès had haar passie gevonden. “Als ik schilderde, vergat ik alles. Ook mijn huishouden. En als het af was, voelde ik een soort koorts”, vertelt ze. Sommige schilderijen kwamen aan de muur in hun huis, de dochters namen er enkele mee, en hier en daar hangt er een bij een kennis. De meeste werken belandden in de kelder. “Ik schilderde niet met de bedoeling om de schilderijen te tonen. Twee keer nam ik deel aan een expo. De tweede keer was er veel verkocht, maar na aftrek van de kosten voor de galeriehouders bleef er amper 2500 Belgische frank over. Daarmee trakteerde ik de jonge galerie-uitbaters op een etentje. Ik was mijn schilderijen kwijt, terwijl ik die het liefst allemaal bijhield. Het waren een beetje mijn kinderen. En ik had er niet eens geld voor in de plaats. Niet voor herhaling vatbaar.”
Intussen ging het leven verder. Inès en haar man gingen uit elkaar. Inès verhuisde met haar tweede man en kinderen. De kinderen gingen het huis uit en er kwamen kleinkinderen. Haar
tweede man en grote liefde stierf in 2007, na vele jaren ziekte. Dochter Fiona verloor een jaar later de strijd tegen kanker die vastgesteld was toen ze amper 27 jaar was. “Dat waren vreselijke klappen”, vertelt Inès, “ik heb toen meer dan tien jaar niet geschilderd. Geen zin en energie meer. Maar je moet verder, niet mee doodgaan met de geliefden die je verloor want dan is je leven voorbij, lang voor je fysiek sterft. Ik wil niet blijven hangen in verdriet. Ik maakte een schilderij met twee citroenen en het opschrift ‘If live gives you lemons, make lemonade.’
Dat is mijn levensmotto. Ik voel geen opstandigheid of verbittering over de tegenslagen. Het leven, met vooren tegenspoed, overkomt je. En zo overkomt me nu ook die publieke belangstelling en waardering voor mijn schilderijen. Ongepland.”
Het was dochter Petra die twee jonge mensen uitnodigde om naar de schilderijen van haar moeder in de kelder
“Het leven overkomt je. Zo overkomt mij nu ook de waardering voor mijn schilderijen.”

te komen kijken. De mannen waren gecharmeerd door de werken en organiseerden in 2022 een kleine expo in antiekshop Aboli Bibelot in Antwerpen. Daar kwam ook Tim Van Laere, een grote naam in de wereld van galeriehouders, kijken en kopen. Hij vroeg Inès om bij hem te exposeren. En zo werd ze, de negentig al voorbij, vanuit de luwte bekend én gewaardeerd. Er kwamen interviews in kranten en magazines, een gesprek op de radio en een podcast. Ze is er zelf verbaasd over. De schilderijen kan ze nu wel loslaten. “Het grote huis is verkocht en hier was er geen plaats voor. Petra kan ook niet alles bijhouden. Mensen worden blij van mijn kleurrijke schilderijen,

zeggen ze. Dat doet me plezier. Anders waren ze na mijn dood wellicht op het containerpark beland.”
“Als je ouder wordt, moet je loslaten op vele vlakken”, zegt Inès. “De lichamelijke beperkingen en het falende geheugen zijn moeilijk. Mensen kijken ook letterlijk en figuurlijk over je heen als je in een rolstoel zit. Ze praten tegen degene die je voortduwt. Alsof je als de kracht uit je benen verdwijnt, geen gesprek meer kan voeren. Het allerlastigste is afhankelijk worden van anderen. Ik rijd niet meer met de auto en heb om ergens naartoe te gaan iemand nodig. Als de zon schijnt, heb ik ook zin om op een terras te zitten, maar jonge mensen hebben het druk of denken er niet aan om overgrootmoeder of grootmoeder mee uit te nemen. Ik neem dat niet kwalijk, maar ’t is niet gemakkelijk. Mijn stiefzoon doet af en toe sightseeing in Antwerpen met mij. Dat vind ik heerlijk. In de tuin van het woonzorgcentrum kan ik nog rijden waar het vlak is, een helling lukt niet alleen. Terwijl ik altijd heel graag buiten was en zo hield van mijn tuin en van daarin bezig zijn. De omgeving heeft ook geen begrip voor

de traagheid van oude mensen. Ze ergeren er zich aan en proberen ons op te jagen, maar we kunnen niet sneller. Jonge mensen zouden zich aan ons tempo moeten aanpassen. Met mijn verminderde gehoor wordt evenmin rekening gehouden. Mensen praten snel en stil, en articuleren niet goed, zo mis ik de helft van wat gezegd wordt en moet voortdurend vragen om te herhalen. Frustrerend voor iedereen.”
“Er is me beloofd dat ik hier kan blijven tot mijn laatste snik”, zegt Inès. “Ik wil niet naar het woonzorgcentrum waar mijn appartement mee verbonden is. Ik ga daar ook niet eten. Er wordt alleen over kwalen en pijnen gesproken, daar heb ik geen zin in. Ik lees nog veel, al kan ik dat minder lang na elkaar dan vroeger. Ook schilderen of handwerk en bezoek van vriendinnen doen me deugd.” Wat ze nog graag zou willen doen of meemaken, vraag ik. “Op mijn leeftijd heb je geen dromen meer, je mag al blij zijn als je ’s morgens wakker wordt”, zegt ze. De plannen voor een nieuwe expo – iets waar Petra mee bezig is – ziet ze wel zitten. Intussen neemt ze voort af en toe het penseel ter hand. “Ik moet bezig zijn”, zegt ze. Op naar de honderd.

Over het leven van Inès van den Kieboom schreef haar stiefschoondochter Ingrid Vander Veken het boek ‘Alles overkomt mij’.
Kijk op pagina 55 van dit OKRA-magazine en win een exemplaar van het boek.

Mediapersoonlijkheid Rani De Coninck verbindt stralen en geluk met lekker, gezond en seizoensgebonden eten. In haar intussen derde boek ‘Tijd om te stralen’ geeft ze recepten en tips om met goesting en vertrouwen in het leven en in de keuken te staan. OKRA-magazine mag exclusief vier recepten publiceren.
Tekst Rani De Coninck, Elise Van de Poele Foodstyling Debby De Mangelaere (Les Filles Rouges) — Foto’s Wout Hendrickx
Bereiding: 25 minuten — voor 4 personen
WAT HEB JE NODIG?
• 1 zoete ui
• 2 teentjes knoflook
• 5 cm gember
• 1 bloemkool (met groen)
• 2 kl currypoeder
• 1 kl garam masala
• 2 el tomatenpuree
• 400 ml kokosmelk
• ½ kip-, groente- of visbouillonblokje
• 100 ml water
• 2-3 el sojasaus
• snuf chilivlokken
• 400 g stevige visfilet
• enkele druppels limoensap
• enkele blaadjes verse koriander of
• munt • olijfolie
HOE GA JE TE WERK?
1 Pel en snijd de ui in reepjes. Pel en pers de knoflook. Rasp de gember tot je 2 koffielepels rasp hebt. Snijd de bloemkool in roosjes en de steel in plakjes en de mooiste bladeren in reepjes. Verhit een scheutje olijfolie en stoof op een laag vuur


Bereiding: 25 minuten + 2,5 uur garen — voor 4 personen
de ui en knoflook zacht.
2 Voeg de gember, curry, garam masala en tomatenpuree toe en laat nog
1 minuut verder stoven. Voeg de kokosmelk, het bouillonblokje, water en de sojasaus toe en mix alles fijn. Breng aan de kook, voeg alles van de bloemkool toe en laat 8-10 minuten zacht garen of tot de bloemkool beetgaar is. Kruid bij met de chilivlokken, het limoensap en eventueel nog extra sojasaus voor een zoutere toets. Snijd de vis in stukken van 4-5 centimeter. (Tot dit deel kun je dit gerecht perfect een dag op voorhand bereiden. Bewaar dan de curry en de vis apart en afgesloten in de koelkast.)
3 Voeg als de curry kookt de vis toe. Zet het vuur laag en laat 1-2 minuten garen.
4 Garneer met verse kruiden. Lekker met naanbrood, rijst of noedels.
WAT HEB JE NODIG?
• 1 grote zoete ui • 2 teentjes knoflook • 4 wortelen • ½ rode chilipeper • 600 g rundsstoofvlees • 400 g tomatenblokjes (vers of uit blik)
• 1 kl garam masala of baharat
• ½ kl oregano • snuf kaneel
• ½ kl korianderpoeder • snuf gerookt paprikapoeder • 1 kl paprikapoeder • 3 el appelazijn
• 1 blokje rundsbouillon
• 350 ml water • olijfolie
• peper en zout
Extra • 4 grote of 8 kleine maiswraps • scheutje olijfolie
• 1 kl kipkruiden • 1 jalapeño of rode peper in plakjes • enkele blaadjes verse koriander • 60 g oude kaas • scheutje limoensap
HOE GA JE TE WERK?
1 Pel en snijd de ui in reepjes. Pel en pers de knoflook.
2 Schil de wortelen en snijd in blokjes. Ontpit de chilipeper en snipper fijn.
3 Verhit in een ovenbestendige kookpot een scheutje olijfolie en bak de stukken
vlees kort goudbruin. Kruid met peper en zout. Haal uit de pan, verlaag het vuur en stoof de ui, knoflook, chilipeper en wortelen 2 minuten. Voeg de stukken vlees, tomatenblokjes, kruiden, appelazijn, het bouillonblokje en water toe. Dek af en zet in de oven op 175 °C gedurende 2,5 uur of tot het vlees helemaal zacht is. Of zet het op een laag vuur en laat 2,5 uur garen. Roer dan wel af en toe zodat het niet aanbakt.
4 Laat de saus, als het vlees zacht is, eventueel nog even inkoken op een middelhoog vuur. De saus mag mooi ingedikt zijn, zodat het geheel niet te vochtig is. Kruid bij met peper en zout. Wrijf de wraps in met olijfolie en kruid ze met de kipkruiden. Bak ze kort in een hete pan en houd ze warm in de oven.
5 Vul de wraps met het vlees, de plakjes jalapeño, verse koriander en een beetje geraspte kaas. 6 Besprenkel met limoensap en serveer meteen.

‘Tijd om te stralen’ van Rani De Coninck en Elise Van de Poele is uitgegeven door Pelckmans.

Plaattaart met asperge en een lichtere courgette-ricottapesto
Bereiding: 25 minuten
+ 25 minuten in de oven
— Voor 4 personen
WAT HEB JE NODIG?
• ½ courgette • 2 teentjes knoflook
• 50 g oud belegen kaas
• 50 g basilicumblaadjes
• 40 g amandelen (of cashewnoten of zonnebloempitten of…)
• 100 g ricotta• 2 el olijfolie
• ½ citroen • peper en zout
Voor de plaattaart
• 2 vellen bladerdeeg (of pizzadeeg)
• 300 g mini groene asperges*
• 30 g oud belegen kaas
• olijfolie • peper en zout
Extra: jonge bladsla
HOE GA JE TE WERK?
1 Rasp de courgette en weeg 250 gram af. Doe in een neteldoek of handdoek en pers al het vocht er goed uit. Pel de knoflook. Hak de oud belegen kaas fijn. Doe de geraspte courgette, knoflook, basilicum, amandelen, ricotta, oude kaas en olijfolie in een blender en hak fijn. Breng op smaak met voldoende citroensap, peper en zout.
2 Rol het bladerdeeg of pizzadeeg uit. Bekleed een bakplaat met de twee stukken deeg. Snijd eventueel randjes eraf om lege hoekjes op te vullen. Prik hier en daar met een vork een klein gaatje in het deeg. Besmeer met de pesto.
3 Besprenkel de asperges met olijfolie en kruid met peper en zout. Verdeel ze over de pesto. Rasp nog een beetje extra oude kaas over de asperges en zet in een voorverwarmde oven op 185 °C gedurende 20-25 minutenof tot alles gaar en licht goudbruin is.
Lekker met een slaatje.

Broodje pulled chicken en salade van chinese kool
Bereiding: 25 minuten + 2 uur garen — Voor 4 personen
WAT HEB JE NODIG?
Voor de pulled chicken
• 1 grote zoete ui • 2 teentjes knoflook • 1 kl kipkruiden • 250 ml appelsap (vers) • 3 el barbecuesaus of ketchup • 1 tl worcestersaus • 1 el appelazijn
• 1 blokje kippenbouillon
• 250 ml water • 600 g kipfilet of kippenboutfilet
• 4 briochebroodjes, hamburgerbroodjes of pistolets
• olijfolie • peper en zout
Voor de salade
• ¼ Chinese kool • ½ bos radijsjes • 2 takjes verse munt • 2 el yoghurt • 1 el mayonaise • 1 el limoensap
• snuf chilivlokken of peper (optioneel) • zout
HOE GA JE TE WERK?
1 Pel en snipper de ui fijn. Pel en plet de teentjes knoflook. Verhit een scheutje olijfolie in een kookpot en stoof de ui en knoflook zacht. Voeg de kipkruiden, het appelsap, de barbecuesaus, worcestersaus, appelazijn, het bouillonblokje en water toe en laat 3 minuten inkoken.
2 Doe de kipfilets in grove stukken in de kookpot, roer om en dek af. Zet in een voorverwarmde oven op 185 °C gedurende 1,5-2 uur of laat 2 uur op een zacht vuur garen. Roer af en toe en voeg een scheutje water toe als het geheel te droog wordt.
3 Trek het vlees van de kipfilets uit elkaar met een vork. Laat alles nog even doorkoken tot de saus goed ingedikt is en kruid bij met peper en zout.
4 Snijd de Chinese kool in flinterdunne reepjes. Snijd de radijsjes in plakjes en hak het groen van de radijsjes fijn. Hak de munt fijn. Meng de Chinese kool, radijsjes, het groen van de radijsjes, de yoghurt, mayonaise, het limoensap en de munt. Kruid met chilivlokken (of peper) en zout.
5 Snijd de broodjes door en warm de binnenkant kort op in een pan of in de oven.
6 Vul de broodjes met de pulled chicken en de salade. Serveer meteen.


BOTA RELAX 280 is een compressiekous die de bloedsomloop stimuleert en u maximaal comfort geeft. De kous is medisch getest: de druk is het hoogst rond de enkel en vermindert naar boven toe.
BOTA RELAX 280 & BOTA RELAX 280 KATOEN
• Verlicht zware of vermoeide benen bij langdurig zitten of rechtstaan
• Bevordert de recuperatie bij wandelen, lopen en fietsen
• Vermindert het risico op trombose bij reizen
Tips & tricks
• Voldoende bewegen
• Draag platte schoenen en losse kledij
• Benen niet kruisen
• Wisseldouches met koud en warm water
• Benen omhoog leggen
Verkrijgbaar via apotheek, bandagist en thuiszorgwinkel




Kortrijk, stad aan de Leie met verlaagde oevers om op te zitten.

Deze keer trekken we naar het West-Vlaamse Kortrijk, stad aan de Leie. Op de heraangelegde oevers van de rivier die een cruciale rol speelde in de vlasindustrie, zitten mensen nu op zonnige dagen te genieten. Aan musea en historische bezienswaardigheden geen gebrek in deze stad. In de winkelwandelstraat nodigen gezellige hoekjes uit tot vertragen.

Kortrijk is een relatief kleine centrumstad, waar in de week de bevolking aangevuld wordt met heel wat studenten aan een van de hogescholen of universiteiten. Muziek- en kunstfestivals brengen het jaar rond leven in de brouwerij en er is een traditie van foren en kermissen. In de autovrije winkel- en wandelzone wisselen winkels en galerieën elkaar af. Begijnhofpark, Sint-Michielsplein, Casinotuin, Conservatoriumpark en Groeningepark zijn enkele voorbeelden van hoe de stad de voorbije jaren werk maakte van vergroening. Stadstuin Messeyne is een verrassende ontdekking met de vijver en gietijzeren brugje. Je bereikt de tuin via de onderdoorgang van het negentiende eeuwse herenhuis of via het Guido Gezellepad.
De Belforttoren op de markt waar Manten en Kalle elk uur de klokken luiden, kan je niet achteloos voorbijlopen. Ook de gevel van het stadhuis trekt de aandacht met de beelden van de graven en gravinnen van Vlaanderen. In de zomervakantie kan je gratis binnenlopen om het interieur te bewonderen. Op het Schouwburgplein staat het best bewaarde Stadstheater van Europa. Bij de grondige renovatie die nu bezig is, is toegankelijkheid geen loos begrip. Daar is een directeur die rolstoelgebruiker is, niet vreemd aan. Boekenliefhebbers halen hun hart op bij Theoria in een prachtig pand aan het Conservatoriumplein, waar ook koffie en taart geserveerd worden.
Begin negentiende eeuw ontwikkelde zich de vlas- en linnenindustrie aan de
oevers van de Leie, de Gouden rivier. In het voormalige vlasverzendhuis wordt het verhaal van de vlasnijverheid verteld. En dat gaat niet alleen over het verleden, vlas kent nog altijd veel toepassingen en er is ongetwijfeld toekomst weggelegd voor deze plant waar niets van verloren gaat. Het museum Texture vertelt over vakmanschap, de bloei en moeilijke periodes, over innovatie, ondernemerschap en wendbaarheid om zichzelf telkens opnieuw her uit te vinden. Textiel uit vezels, olie uit zaad, veevoeder uit de uitgeperste zaden, houtachtige deeltjes voor in veestallen, de bouwen meubelindustrie en korte vezels voor isolatiemateriaal. Alle delen van de plant worden gebruikt. Wist je dat koeien die voer krijgen met lijnolie minder methaan uitstoten? En dat vlas gebruikt wordt bij de bouw van cello’s, fietsen en auto interieurs?
Langs de Leie is het rustig fietsten en op de verlaagde Leieboorden kan je uitrusten met zicht op de Broeltorens die herinneren aan de tijd dat de stad nog vestingen had en vanuit de torens de rivier controleerde.
In de abdij waar ooit Cisterciënzerzusters en later Arme Klaren woonden, is sinds vorig jaar een eigentijds museum voor beeldende kunst gevestigd. In de expozalen en kapel komt er elk voor- èn najaar een andere tentoonstelling. Momenteel zijn er onder het motto Abby&Friends drie expo’s te zien in samenwerking met bevriende kunstorganisaties. De Living wordt om de twee jaar door een andere kunstenaar ingericht. Rinus Van de Velde
bijt de spits af en plaatste er gekke, kleurrijke meubels. Kunst waar je op kan zitten, die je mag verplaatsen en die tot ontmoeting uitnodigt. Langs de wand kunstwerken en objecten uit de stadscollectie.
Elke laatste zondag van de maand zijn er instaprondleidingen in het museum. Je kan ook op eigen houtje op verkenning binnen en buiten met de audiotour.
In de OLV-kerk kan je gratis naar het belevingscentrum 1302. Maquettes, voorwerpen, virtual reality-brillen en audiofragmenten vertellen over de slag en wat eraan voorafging. De complexe situatie in het graafschap Vlaanderen, de moeilijke verhouding met Frankrijk met in de hoofdrollen Gwijde van Dampierre en de Franse Koning Filips de Schone konden wat mij betreft wel wat opfrissing gebruiken. En dat gebeurt hier op een aantrekkelijke manier. Er werden veel onwaarheden en gekleurde informatie de wereld ingestuurd zo leren we. De heldenstatus die Jan Breydel kreeg naast Pieter de Coninck strookt alvast niet met de werkelijkheid. In tegenstelling tot Pieter is Jan nooit op het slagveld geweest. Ik onthoud ook dat een Goedendag geen bol met pinnen is, maar een steekwapen. De gulden sporen aan het plafond, waar er volgens de overlevering 500 van achterbleven op het slagveld, zijn replica’s. De kist van Oxford met houtsnijwerk dateert van rond 1305 en is de oudste bekende weergave van de slag. Kers op de taart is het klank- en lichtspel in de gravenkapel. Boek vooraf een tijdsslot. »
Boudewijn IX (1172 – 1205) - graaf van Vlaanderen en Henegouwen en later ook Keizer van Constantinopel – besliste de OLV-kerk op te richten kort voor hij op Kruistocht vertrok. Zijn vrouw Maria van Champagne hield toezicht op de bouwwerken. De kruisoprichting van Antoon van Dyck die je in deze kerk kan bewonderen werd in 1907 uit zijn lijst gesneden en gestolen. Het werd zeven weken later teruggevonden. Brugge heeft zijn bekende Heilig Bloed. Dat Filips van de Elzas een haarlok van Christus schonk aan Kortrijk is minder geweten. Tot 1964 trok er op Hemelvaartsdag een processie van het Heilig Haar door Kortrijk.
Het was in de buurt van deze kerk dat Mijnkin woonde halfweg de vijftiende eeuw. Zij had zogenaamde heilige anorexia. Religieuze vrouwen of meisjes hongerden zichzelf uit als toewijding tot God. Dat ze overleefden op alleen maar een dagelijkse hostie, werd als een mirakel beschouwd en bracht devotie op gang.
Gods en slechtvalken
In de Sint-Maartenskerk bewonderen we het pronkstuk de ‘Triptiek van de Heilige Geest’ van Bernard de Rijckere uit 1587. Hier bevindt zich ook het ‘Kelderke Gods’. Vanaf 1413 kwamen bedevaarders hier dienen tegen onheil en ziekten. Ook nu nog laten mensen er briefjes achter met een smeekbede of branden er een kaars. Vanuit het begijnhof stapte de Grootjuf elke ochtend over het plein naar de kerk om kaarsen aan te steken. Nu is ze vervangen door een kaarsenautomaat.
De kerk herbergt tal van kerkschatten zoals beeldhouwwerk, pilaren, edelsmeedwerk en wapenschilden.De
toren van de Sint-Maartenskerk kan je gratis beklimmen om vanop 83 meter hoogte de stad te overschouwen. Als in het voorjaar een koppel slechtvalken de toren uitkiest om jongen groot te brengen, zoals ze nu al enkele jaren doen, blijft de toren gesloten voor bezoekers. Je kan het leven in het nest dan wel volgen via de webcan op de website van Visit Kortrijk.
Het begijnhof is samen met 12 andere Vlaamse begijnhoven UNESCO erfgoed. De begijnenbeweging ontstond vanuit religieus voelende vrouwen die elkaar vonden. Ze hadden geen regel en legden enkel de geloften van kuisheid en gehoorzaamheid af. Die geloften waren tijdelijk, begijnen konden uittreden en trouwen als ze dat wilden. Ze behielden hun inkomen en voorzagen in eigen onderhoud. De niet-georganiseerde begijnen werden door de kerk vervolgd als ketters, soms tot op de brandstapel. Om de argwaan van de kerk te milderen, organiseerden de begijnen zich als een ogenschijnlijk gecontroleerde gemeenschap achter muren onder leiding van een Grootjuf. De eerste officiële begijnhoven ontstonden in Vlaanderen rond 1233. Dat van Kortrijk in 1242. Gravin Johanna en andere vrouwen van landheren beschermden de begijnen en steunden hen financieel.
Het beeld van begijnen als kwezels dat in de twintigste eeuw ontstond, strookt niet met de sterke vrouwen die ze eeuwenlang waren. Met hun eigenzinnige invulling van spirituele beleving schopten ze tegen de schenen van kerk en samenleving. In de negentiende eeuw organiseerden zij als eersten onderwijs voor meisjes. Het belevingscentrum in het begijnhof vertelt er alles over. Marcella Pattyn uit Kortrijk was de laat-
ste begijn ter wereld. Toen ze in 2013 stierf op 92-jarige leeftijd, eindigde de eeuwenlange traditie. Recent ontstonden wel weer begijnengemeenschappen in Duitsland, geïnspireerd door de middeleeuwse voorgangers.
In het Kortrijkse begijnhof wonen nu particulieren, je kan de kapel binnenlopen en het huis van de grootjuffrouw ‘Huyze Begga’ is een restaurant/tea-room.
Het Baggaertshof in de Sint-Jansstraat heeft niets met begaerden (mannelijke begijnen) te maken zoals ik dacht. De zussen Baggaert kochten het domein in 1638 om er weduwen en ongehuwde vrouwen in armoede te laten wonen. Het beluik is een beschermd monument met twaalf huisjes, een portierswoning en een kapel met miraculeus OLVbeeld waar gediend werd tegen zenuwziekten, stuipen, koorts en andere kwalen. In de kruidentuin staan 200 verschillende kruiden. WIN
Kijk op pagina 55 van dit magazine en win een overnachting voor twee personen in viersterrenhotel Damier op de Grote Markt in Kortrijk. Het hotel combineert geschiedenis met hedendaagse charme en comfort en is een stijlvolle uitvalsbasis om de stad te verkennen.
Meer info: hoteldamier.be

In de winkelwandelstraat zijn gezellige hoekjes gecreëerd.

Belforttoren op de Grote Markt.
Dit is geen Goedendag, maar een Morgenster.

Aan musea en historische bezienswaardigheden geen gebrek in Kortrijk.

De ontbijtzaal in Hotel Damier.

In het infopunt van Visit Kortrijk vind je alle informatie en inspiratie voor (thema)wandelingen en -fietstochten of bezoeken. Zo is er een ‘Meestertocht’ langs werken van Vlaamse Meesters en de brochure ‘Kortrijk in het vizier, WOII-stad in puin’ leidt je langs plekken die platgebombardeerd werden. Met foto’s van hoe die plek er toen uitzag. Let bij het dwalen door de stad op de kleine beeldjes van kunstenares Mie Bogaerts. De Ziemietour, West-Vlaams voor “zie mij”, is 7 kilometer lang. Bij elk beeldje hoort een tekst van Joris Denoo. Tip: doe zeker de Hugo Claus luisterwandeling waarin de auteur, die zijn jeugd in Kortrijk doorbracht, samen met Cees Nooteboom langs plaatsen trekt die voorkomen in de roman ‘Het verdriet van België’.
www.visitkortrijk.be

EXPO
Nog tot en met 30 augustus 2026 voert Zingend rood in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) de bezoeker naar het hart van het Belgische modernisme, onder het motto ‘waar kleur trilt, beweegt en een zintuiglijke kracht wordt’. Op basis van de rijke collectie van het museum en aangevuld met enkele bijzondere bruiklenen laat de tentoonstelling zien hoe kunstenaars rond 1900 nieuwe manieren zochten om emotie en beweging zichtbaar te maken via krachtige, vibrerende pigmenten. Meer info: www.kmska.be

Eén museum sluit, een ander opent zijn deuren om een selectie van de collectie te tonen. Mu.ZEE in Oostende sloot voor verbouwing, het FeliX Art & Eco Museum in Drogenbos biedt een nieuwe museale setting voor de collectiestukken. ‘In Between Spaces’ verwijst naar het nomadische karakter van de tentoonstelling, buiten de vertrouwde muren van het Oostendse museum.
Meer info: www.felixart.org
Laat je betoveren door de koningin van de bloemen!
Op zaterdag 13 en zondag 14 juni 2026 organiseert Plantentuin Meise voor de allereerste keer een Rozenfestival. Twee dagen lang staat de roos in het middelpunt van activiteiten, omkaderd met livemuziek en decoratie. Er zijn die dagen rondleidingen in de Rozentuin, workshops en animatie voor jong en oud en een rozenmarkt met verkoop van rozen en andere planten. Meer info: www.plantentuinmeise.be


4

Soldaten in uniform, militaire bivakken, oude ambachten en meeslepende animaties brengen de geschiedenis tot leven op de plekken waar de Slag van Waterloo plaatsvond. Tijdens het historische weekend van 27 en 28 juni kunnen bezoekers de twee kampen, burgerdorpen, demonstraties en de musea ontdekken.
Meer info: www.waterloo1815.be


Op 1 april 1978 worden drie schilderijen van James Ensor gestolen in Oostende. Na een eis om losgeld houdt de politie een kat-en-muisspel met de daders: van geheime boodschappen, over een halsbrekende tocht met een vliegtuig, tot een val met een benzinebom. Audiomaker Ronald Verhaegen en Oostends journalist Stefan Kerger vertellen het verhaal van de Grote Ensorroof. Een cold case. De dief is nooit gevat. Kunnen zij hem na 47 jaar nog vinden?
21 juni is het Dag van de Muziek en dat wordt in Wallonië een heel weekend gevierd. Van 18 tot 21 juni kan je in heel wat steden en gemeenten in Wallonië van gratis muziek genieten en ook in het Jubelpark in Brussel treden er dan verschillende artiesten op. Tijdens de vorige, 41e editie, vonden er maar liefst 700 optredens plaats. Meer info: www.fetedelamusique.be

BOEK
Moestuinexpert Floor
Korte laat in Haal meer uit je moestuin zien dat iedereen kan moestuinieren – of je nu een tuin, balkon of dakterras hebt. Met 50 creatieve en duurzame projecten, van slimme moestuinbakken tot insectenhotels van gerecycled materiaal, maakt ze moestuinieren praktisch en vooral leuk. Floors projecten zijn duurzaam en eenvoudig uit te voeren. Inclusief recepten voor na de oogst!

In zijn nieuwe historische thriller Het mysterie van Albert I vertelt bestsellerauteur Johan Op de Beeck over een van de grootste mysteries uit de geschiedenis van België: kwam Albert I in 1934 echt om het leven door de val van een berg in de Ardennen? Of werd hij van het leven beroofd? Meer dan negentig jaar na de dood van de legendarische Belgische koning werd de waarheid nog steeds niet achterhaald, alsof ze niet mag ontdekt worden.

Op 19 en 20 juni kan je in Hal5 in Leuven terecht voor het jaarlijkse Leuven Craft Beer Fest. Tijdens dit gezellige bierfestival kan je meer dan 150 verschillende bieren proeven uit zowel binnen- als buitenland, met een speciale North America Corner. Hal5 is ook een leuke foodmarkt met lekkere restaurantjes, blijf dus gerust wat langer hangen.

Meer info: www.hops-n-more.webshopapp.com

Op 27 juni wordt de aftrap van de zomer gegeven tijdens Feest in ’t Park in Brugge. Dan wordt het Minnewaterpark voor één dag een feestelijke plek met concerten, workshops, expo's, een wereldmarkt, en de WereldAvonturenWeide met animatie voor kinderen. Tijdens dit gratis mondiaal festival maak je kennis met culturen van over de hele wereld en word je al feestend een echte wereldburger!
Meer info: www.feestintpark.be
Het aanlokkelijke voorstel ‘100 dagen proefslapen’ zoals sommige meubelzaken het luid verkondigen, heeft Rik Haegebaert nooit kunnen verleiden. Het bed waarin hij bij zijn huwelijk in 1975 indook, had al veel eerder zijn degelijkheid bewezen. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid beweert Rik dat zowel zijn vader als hijzelf in dat bed verwekt zijn. Nóg meer zeker is Rik dat het zaadje van zijn eigen kinderen in hetzelfde bed is ontsprongen.
Tekst Fons Jacobs
Misschien zal in het volgende decennium één van de kleinkinderen deze ‘mooie familietraditie’ wel willen voortzetten”, mijmert Rik die zelf halverwege de zeventig is.
Aan emotioneel waardevolle erfstukken hebben ze daar in Diegem-Lo bij de familie Haegebaert overigens geen tekort. Rik is onder meer trots op twee ‘kleedkoffers’ die hij uit de ouderlijke boerderij in Sint-Pieters-Brugge meenam. En aan een 18-karaats gouden Zwitsers uurwerk dat hij via de destijds befaamde wielrenner Rik Van Steenbergen bemachtigde, kleeft eveneens een verhaal. Maar we blijven even in Riks bed liggen. Bij hun trouw van meer dan vijftig jaar geleden waren Rik en zijn ega meer dan tevreden met de meubels die ze van hun ouders meekregen. Voor nieuwe was er toen geen geld. Dus nam Rik de meubels die lange tijd in zijn jongensslaapkamer belandden, op zijn beurt mee.
De meubels zijn vervaardigd in ‘pitchpine’, een harde Amerikaanse roodbruine dennenhoutsoort die vroeger veel werd gebruikt. Je kan die nog kennen van deuren, oude banken en chambrettes (de kleine kamertjes gescheiden met houten wanden) in veel schoolgebouwen en kloosters.
Een zus van Riks grootmoeder was gehuwd met een schrijnwerker. Die maakte als huwelijksgeschenk de slaapkamermeubelen voor de grootouders die in 1900 huwden. In 1944 trouwden Riks ouders. De slaapkamer en met het meubilair behoorden tot hun huisraad.


Rik kreeg van zijn ouders het bed mee waarin hij allicht is verwekt.
Wie is Rik? Binnen OKRA Diegem is Rik vandaag een vaste waarde, maar Vlaams-Brabanders kennen hem misschien nog als de KBG-secretaris van Brussel, van 1985 tot 2001. Nadien nam hij deel aan het OKRA-jaarprogramma ‘Ik vind de aarde leuk’ en leefde hij een jaar lang met ‘low impact’. Tien jaar geleden nam hij deel aan de inleefreis naar Bangladesh en getuigde hij op bijeenkomsten van OKRA en WSM.
Heb je zelf een erfstuk met een leuk verhaal? Laat het ons weten via magazine@okra.be.
HORIZONTAAL 1 lijdzaam toeziend
6 geluid doorlatend 12 ondiepe plas 13 korte nota 14 schouderbelegsel 17 hengelvergunning 19 compagnon 20 geeuwen 22 Hoge Raad 23 onderwereld 24 edelvrouw 25 sluiskolk 26 tot en met 28 noordwest
29 United Nations 31 Nieuwe Testament 32 sportvrouw 35 spanning 38 domkop 39 eikenbast 40 invoegen (verkeer) 43 staat in Amerika 46 basisonderwijs 47 civiel ingenieur
48 rekening-courant 49 peuter 51 alstublieft 52 vruchtenmoes
54 over 55 gouden tientje 57 strijdmacht 59 tasto solo 60 bijbelboek 63 rookgerei 66 bezieling
67 Caribisch eiland 68 besturen 69 betrekking.
VERTICAAL 1 deel v.e. schip
2 kuuroord 3 muzieksoort 4 dun 5 sierlijk 7 zeer goed 8 kort jasje 9 Aziatisch oliestaatje 10 vrouwenkleding 11 graansoort 15 katachtig roofdier 16 graansoort 17 zeer heldere ster 18 nu 21 per omgaande 27 modieus 30 voetmodel 33 ankertouw 34 priem 36 snelle loop 37 muziekvorm 40 traject
41 waterverf 42 pl. in Frankrijk 43 drinkbeker 44 toneelspeelster 45 aaneengesloten kamers
46 modder 50 balspel 53 procureurgeneraal 56 ver (in samenst.)
58 Antilliaans eiland 61 zelfkant 62 kwelgeest 64 goedgeefs 65 knaagdier.
Oplossing mei REPTIEL
Oplossing kruiswoordraadsel juni 2026
Schiftingsvraag: Op welke datum werd Congo onafhankelijk?

Bezorg ons de oplossing van het kruiswoordraadsel via wedstrijd@okra.be voor 25 juni 2026. Vermeld je naam, adres, voorkeurprijs en het antwoord op de schiftingsvraag. De winnaars worden persoonlijk verwittigd.
Insturen via post kan ook: OKRA vzw, wedstrijd juni 2026, PB 40, 1030 Brussel.
Tip: Je vindt het antwoord op de schiftingsvraag elders in dit OKRAmagazine.
Frankeer je brief zelf, maar een ongebruikte postzegel toevoegen om deel te nemen is niet langer nodig.
• 5 exemplaren van ‘Alles overkomt mij’ van Ingrid Vander Veken.
• 5 exemplaren van ‘Instituut voor Tropische Geneeskunde’ van Ludwig Apers.
• een overnachting voor twee personen in Hotel Damier in Kortrijk




Medewerkers OKRA-magazine juni 2026
Ankie Beerten, Michiel Bronckaerts, An Candaele, Dominique Coopman, Karlijn De Haes, Peter Dhaese, Jurgen D’Ours, Nona Heremans, Els Hoebrechts, Eric Hulsmans, Fons Jacobs, Seb Leemans, Marijn Loozen, Ellen Ophalvens, Steven Reynders, Ingrid Samson, Kaat Soetermans, Mira Sissau, Eric Sohl, Kristof Vadino, Arno Vande Velde (Arnoleon), Katrijn Van Giel, Ann Van Mullem, Ellen Van Reybrouck, Lucie Van Hemelrijk, Karin Vanhoven, Hilde Van Malderen, Matthias Van Milders en Tom Van Welkenhuyzen.
Coördinatie en eindredactie Jurgen D’Ours
Vormgeving Ankie Beerten en Tom Van Welkenhuyzen
Reclameregie Trevi plus bvba, Katrien Lannoo, Meerlaan 9, 9620 Zottegem, 09 360 48 54, Katrien@treviplus.be
Druk Dessain Printing, Mechelen
Coverfoto Katrijn Van Giel
Oplage 163 620 exemplaren
sudoku in door in elk blokje een cijfer van 1 tot en met 9 te schrijven.
Verantwoordelijke uitgever Sonja Vertriest, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel
Zonder schriftelijke toestemming van de uitgever mag geen enkele tekst of illustratie geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd. Advertenties vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de uitgever.
Het julinummer verschijnt uiterlijk op 27 juni 2026. Je kunt OKRA-magazine ook lezen via www.okra.be.
Contacteer magazine@okra.be over OKRA-magazine of secretariaat@okra.be voor een andere vraag. Via post: OKRA vzw, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel.




Ga mee naar
Night of the Proms in de AFAS Dome op donderdag 19 november 2026!

INSCHRIJVEN!
Trefpunten schrijven in via hun provinciaal of streekpuntsecretariaat.
Ben je lid van een trefpunt dat geen collectieve inschrijving voorziet?
Dan kun je rechtstreeks inschrijven via het provinciaal of streekpuntsecretariaat.
(Let op: in dit geval kun je niet mee met de bus. Enkel via een trefpuntinschrijving kun je gebruik maken van het georganiseerde busvervoer.)
Ben je lid van OKRA maar niet aangesloten bij een trefpunt? Dan kun je inschrijven via een mail naar 70jaar@okra.be.