NYENRODE ALUMNI VCV MAGAZINE NUMMER 292 MEI 2022
ALEXANDER J. ROEPERS MBA: SUCCES MET ATLANTIC INVESTMENT MANAGEMENT
“New York is een prima stad voor mensen zoals ik.”
American Stories
THEMA: “If you can make it there, you can make it anywhere.” * BILL HUBER MBA over American Friends of Nyenrode University * DRS. LISETTE DITTERS/Signify: lampen en liefde * ROBERT BOERRIGTER MBA: rijden met honingraat papier * MATTHY WELLING MBA vishandelaar * GERRY VOS solo in The Big Apple * ANDY BENDER MBA voorzitter Netherland America Foudation * BOB ZIEGELAAR runde vliegveld Bangor * BOB TRAA PHD. econoom IMF * topvrouw DR. MANON COX ontwikkelde griepvaccin!
INHOUD VAN VERRE nr.292 RUBRIEKEN ALUMNI VAN VERRE
THEMA AMERICAN STORIES 16 Inleiding
“If you can make it there, you can make it anywhere.”
18 Voorzitter a.i. van de American Friends of Nyenrode University (AFNU) Bill Huber MBA (19780615) is positief over de ontwikkeling van de Amerikaanse alumni relations: “Het bezoek van Koen Becking heeft voor nieuwe energie gezorgd!”.
20 Drs. Lisette Ditters (19930922) van Signify USA deed mee aan een expatprogramma van destijds de Philips Lichtdivisie. “Ik kwam een Amerikaanse man tegen en toen ben ik gebleven.” Ze is succesvol in de mannenwereld van professionele verlichting in de Verenigde Staten.
23
Alexander J. Roepers MBA (19770094) wist een MBA te halen op Harvard, wat de voorbereiding werd op een geweldige carrière met zijn equity hedge fund Atlantic Investment Management. “New York is een prima stad voor mensen zoals ik.”
28
Robert Boerrigter MBA (19800015) is op 49-jarige leeftijd gestart met Axxor USA. Het is een bedrijf dat industriële oplossingen biedt met bijzonder sterk papier. “Als ik voor een stoplicht sta, zie ik auto’s met honingraat papier.”
32 Matthy Welling MBA (19720069) zette vanuit Seattle een florerende groothandel in vis op uit Alaska, Siberië, China en Thailand. Welmar Pacific levert o.a. aan AH, Jumbo, Lidl en Johma salades. “De vis werd prima betaald.”
34
Tripreport van NBU-bezoek aan East Coast America. Deelnemers dr. Koen Becking MPA, rector magnificus NBU; dr. Bo van der Rhee, onderzoeksdirecteur NBU, Louise Out van Staveren, directeur a.i. NBU Alumni Relations & Fundraising en Anouk Reitsma NBU Alumni Relations & Fundraising.
36
08 BERICHT UIT PRAAG: Drs.ing. Johannes van Wijk (20050348) meldt “Tsjechen trots op levering van tanks.”
10 BERICHT UIT KIEV/NEDERLAND:
Zakenman Drs. Guido van Engelen (199200912) organiseert hulp aan Oekraïne, waarmee hij zelfs achter de linies weet te komen.
12 BERICHT UIT LONDEN:
Ivo Knottnerus MBA(200010413) stelt de vraag “Moskou aan de Thames of Londongrad?’ Inside info over de Russische oligarchen.
15 PITCH
Alumnus Justin Leemkuil MBA (20117432) over zijn digitale marketingbureau Growing Lemon: “Groeien met de citroenboom.”
54 TUMTUM
“Ik ben een echte New Yorker geworden,” zegt Gerry Vos (19750072). Met een klassieke BBAopleiding sprong hij in het diepe als zelfstandig consultant in The Big Apple. 20 Vragen over slagen in de stad die nooit slaapt.
55 PRIVÉ NIEUWS
39 Vrijwilligersfunctie met groot prestige!” Voorzitter van de Netherland America Foundation
REPORTAGE
Andy Bender MBA (19830104) gaat in op de stichting achter het jaarlijkse NAF-gala in het New York Plaza Hotel. Meer dan een eeuw van studiebeurzen, stages en uitwisselingsprogramma’s!
42 “De Nyenrodiaan die Bangor op de vliegkaart zette.” Alumnus Bob W. Ziegelaar (19660118) belandde in de staat Maine en werd directeur van een plaatselijk vliegveld. Met als gevolg dat Bangor een begrip werd op trans-Atlantische vluchten!
44
“IMF-econoom geïnspireerd door Spinoza.” Dat is Bob Traa (1977011) die een Phd MA Economics & Statistics haalde aan de Universiteit van Oregon. Hij werd een scherpe consultant die voor het IMF in Washington DC, Suriname, Brazilië, voormalig Joegoslavië en Griekenland doorlichtte.
2 | VAN VERRE 292
50 Fred Gehring (19730020) liep
binnen als CEO van Tommy Hilfiger. Daarna werd hij investeerder, maar het paste niet helemaal. Als drummer en bandleider vond hij zijn draai. Idolaat is hij van The Beatles. “Ik zou stiekem de US wel willen veroveren met The Analogues.” Het is een tribute band ‘at large.’
HOOFDREDACTIONEEL OELE STEENKS (19720057)
SERIE 47 TOPVROUWEN
Dr. Manon Cox (19960702) werkte in de Verenigde Staten twee decennia lang voor Protein Sciences Corporation in Boston. Als CEO stond zij aan het roer van de ontwikkeling van het griepvaccin Flubok. Ze werd daarmee een wetenschappelijke celebrity!
COLUMNS 03 HOOFDREDACTIONEEL OELE STEENKS: De Amerikaanse droom en Poetin 06 DR. BO VAN DER RHEE Amerikaanse ondersteuning van NBU-research 15 JOEP STASSEN Afscheidscolumn 53 KAPE BREUKELAAR Belasting op Vermogen
VCV NIEUWS 04 VOORWOORD CORINA BLOKLAND: Amerikaanse alumni in ’the spotlight.’ 05 NYENRODE ALUMNI VCV NIEUWS 07 BESTUREN NIEUWS 52 EXTRA LUSTRUM NIEUWS 55 COLOFON
S
De Amerikaanse droom en Poetin
inds president Poetin de Russische invasie van Oekraïne in gang zette, ziet de wereld er anders uit, alsof we driekwart eeuw in de tijd zijn teruggeworpen. Uit humanitair oogpunt is het verschrikkelijk wat de democratische staat Oekraïne over zich uitgestort krijgt, maar het is een enorme wake-up call voor de vrije wereld. Met name de EU-lidstaten zullen zich realiseren dat een sterke defensie van de NAVO-grens met Rusland nodig is en met spoed moet worden gerealiseerd. Staat dit alles ver af van de alledaagse realiteit van Nyenrode alumni? Allerminst! Drs. Guido van Engelen (19920912) is een zakenman die in Kiev woont en werkt. Hij vertelt over zijn overhaaste vertrek uit de historische stad en over de hulpacties die hij onderneemt. Daarmee bereikt hij zelfs de Oekraïense troepen in de vuurlinie. Ook drs. ing. Johannes van Dijk (20050348) bericht vanuit Praag, zijn tweede thuishaven, over de druk die de Tsjechen ervaren als buurland van Oekraïne. Ivo Knottnerus (20010413) licht de aanwezigheid van Russische oligarchen in Londen door. Politiek gezien zijn de Verenigde Staten terug als leider op het wereldtoneel. Dat sluit aan op de keuze die Van Verre maakte om een editie met American Stories uit te brengen. We spraken met vooraanstaande alumni in de VS die zakelijk succes hebben geboekt en hun Amerikaanse droom hebben verwezenlijkt. Ook zij hebben te maken met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Zo is Bill Huber (19780615), de voorzitter a.i. van American Friends of Nyenrode University (AFNU), de finance business partner van het Deense VELUX concern (internationaal marktleider in dakramen en lichtkoepels) en verantwoordelijk voor de VELUX -business buiten de EU. Hij moest de vestigingen in Rusland en Belarus sluiten. Wel heeft hij de vestiging in Oekraïne opengehouden en is dus direct betrokken bij het verloop van de oorlog. Matthy Welling (19720069) MBA heeft een internationale handel in vis, Welmar Pacific, in Seattle. Tot voor kort kon hij zalm inkopen in Siberië, maar die belangrijke leverancier werd ook ‘overnight’ afgesneden. Alexander J. Roepers (19770094) MBA daarentegen profiteert met zijn Amerikaanse equity hedge fund firma Atlantic Investment Management in New York, van de sterk gestegen vraag naar defensiematerieel, door zijn deelneming in het Duitse Rheinmetall. Dat bedrijf fabriceert onder andere ammunitie, tanks en troopcarriers. Tegelijkertijd waarschuwt Roepers voor de gevolgen van het jarenlang laag houden van de rente door de Amerikaanse Federal Reserve en het gigantische federale begrotingstekort, dat onder president Obama zelfs verdubbeld is. Hij vindt daarbij de macro-econoom Bob Traa (19770111) PhdMA Economics & Statistics, aan zijn zijde. Traa heeft in Washington DC een indrukwekkende staat van dienst als IMF-consultant. Hij was verantwoordelijk voor het doorlichten van het financiële systeem van Suriname, voormalig Joegoslavië, Brazilië en Griekenland, waar hij drie jaar als ‘waakhond’ werd gestationeerd. Als zelfstandig consultant heeft hij een toonaangevend boek gepubliceerd over de ‘Insolvency of the US Federal Government.’ Gelukkig is er een ruim aanbod van interviews met Nyenrodianen die zijn geslaagd in de VS en daar een gelukkig leven hebben opgebouwd. Zo vertelt Drs. Lisette Ditters (19930922) van Signify USA hoe het is om als vrouw verlichting te verkopen in de professionele Amerikaanse markt, die te boek staat als een echte mannenwereld. Bob W. Ziegelaar (19660118) is een NOIB’er die het vliegveld van Bangor in de staat Maine op de internationale vliegkaart zette. Andy Bender (19830104) MBA liep binnen met software voor de farmaceutische industrie. Nu is hij de voorzitter van de Netherland America Foundation, die een eeuw geleden werd opgericht met inspiratie door de latere president Franklin D. Roosevelt, en die stages en scholarships ondersteunt voor talentvolle studenten in zowel Nederland als de VS. Robert Boerrigter (19800015) MBA startte op zijn 49 ste met Axxor USA, dat honingraat papier voor industriële toepassingen maakt. De beste automerken hebben een afdekplaat van de kofferbak waarin zijn product is verwerkt. Gerry Vos (19750072) heeft zich jarenlang als zelfstandig consultant staande gehouden in The Big Apple. Hij geeft nuttige tips ‘to make it there.’ En dan is er de topvrouw, Dr. Manon Cox (19960702) MBA, die CEO van Protein Sciences Corporation was en twee decennia heeft gewerkt aan het recombinante griepvaccin Flublok, dat is goedgekeurd door de Federal Drugs Administration. Helaas moet ik afsluiten met de mededeling dat Joep Stassen (19850083) na 28 jaar stopt met zijn column. Hij vindt dat het mooi is geweest. Namens alle lezers van Van Verre dank ik hem voor zijn inspirerende bijdrage! ♦ Van Verre, Oele Steenks, hoofdredacteur
REAGEREN?
josteenks@planet.nl
VAN VERRE 292| 3
VAN HET BESTUUR CORINA BLOKLAND (20070305) Corina Blokland (20070305) is voorzitter van Nyenrode Alumni VCV. Zij deed PTMSc en EMBA op Nyenrode en is ondernemer.
AMERIKAANSE ALUMNI IN ‘THE SPOTLIGHT’ Dit is een bijzondere editie met verhalen over onze alumni in de Verenigde Staten. Een land met ongekende mogelijkheden en tegelijkertijd een natie van grote tegenstellingen. Ik heb het voorrecht gehad om een aantal keren in Amerika te verblijven. Een keer daarvan was voor mijn EMBA van Nyenrode. We verbleven in Chicago en wat een ervaring was dat! Naast het studeren en maken van groepsopdrachten, verkenden we uiteraard ook het stadsleven. Met ons vaste clubje studenten gingen we ergens een steak eten. Ik zie de ober nog voor me. Hij wist van iedere stukje rund wel iets te vertellen en dat leidde uiteindelijk tot de duurste steak die ik ooit gegeten heb. Maar ja, daar kwamen we pas achter toen de rekening kwam.
V
orig jaar ben ik nog namens de VCV in New York geweest. Ik heb daar veel alumni mogen ontmoeten. Hun verhalen waren indrukwekkend en de dankbaarheid voor wat Nyenrode Business University hen gebracht heeft, was groot. Een aantal gaf aan dat ze zonder Nyenrode nooit hun ‘American Dream’ hadden kunnen leven. In maart is er wederom een reis geweest naar Amerika. Rector magnificus dr. Koen Becking MPA , dr. Bo van der Rhee en Louise Out-van Staveren bezochten New York, Washington DC, Atlanta en Boston om met een groot aantal alumni te praten over de toekomstplannen van de NBU en over de versterking van de alumnirelaties. Het is een zeer succesvolle reis geweest! Kijk vooral naar het filmverslag op ons digitale platform om een indruk te krijgen. Afscheid nemen Tijdens onze RVA-vergadering op 7 april jl. hebben we als hoofdbestuur afscheid genomen van twee zeer geliefde bestuursleden: Nancy Emmens en Joep Stassen. Nancy Emmens is jarenlang onze secretaris geweest en we danken haar voor haar tomeloze inzet de afgelopen jaren. Af en toe moest ze ons achter de broek aanzitten en dat kon ze als geen ander. Haar gastvrijheid is ongekend. We gaan haar missen!
Joep Stassen heeft gedurende twee jaar handen en voeten weten te geven aan de Nyenrode -pijler Stewardship. Met Voorwaarts Voor Goed heeft hij
REAGEREN?
4 | VAN VERRE 292
➜
bloklandc@gmail.com
– samen met een aantal anderen – een beweging onder onze alumni gestart en tijdens dit lustrumjaar deelt het Voorwaarts Voor Goed- team allerlei mooie en inspirerende filmpjes. Een extra dankwoord, mede namens het redactieteam, voor Joep is op zijn plek, omdat hij in deze Van Verre zijn laatste column schrijft. Ruim 28 jaar heeft hij met liefde geschreven voor het magazine. Dat laat zijn enorme betrokkenheid bij de VCV zien. Dank Joep, voor alles! Hoog tijd voor een echt Nyenrode-feest Uit het oog is niet uit het hart. Ik ben blij dat zowel Nancy Emmens als Joep Stassen hebben aangegeven nauw verbonden te blijven met ons als vereniging. En dat geldt natuurlijk voor zoveel Nyenrodianen die lid zijn van de VCV. Gelukkig kunnen we elkaar na de Coronacrisis weer live zien. Het aantal Homecomings explodeert en ook de aanmeldingen voor de komende events verlopen voorspoedig. Er is de afgelopen maanden ook hard gewerkt aan het lustrum. 75 Jaar Nyenrode is een mijlpaal die het verdient om groots gevierd te worden. Ik hoop jullie daar in grote getalen te zien. Het is tijd voor een oergezellig en Nyenrodiaans feestje. Vijf jaar geleden was ik er ook bij en dat was een spektakel. Met wat ik gehoord heb, komt het dit jaar ook meer dan goed!
Van Verre, Corina Blokland Voorzitter
NYENRODE ALUMNI VCV OFFICE, INFO@NYENRODEALUMNI.NL, TELEFOON: 0346 – 291 513
VAN VERRE, NANCY EMMENS Na vier jaar vond Nancy Emmens (19810031) het een mooie tijd om het stokje weer over te dragen als Secretaris van het Hoofdbestuur: “In die 4 jaar heb ik weer meer Nyenrodianen leren kennen. Ik blijf het enorm bijzonder vinden dat, wat het studiejaar ook is, er een grote verwantschap is tussen die Nyenrodianen. Vaak mensen uit een stuk, waar je goed mee kunt samenwerken. Mensen die bereid zijn hun nek uit te steken en veel ideeën hebben. Kritisch ook, gelukkig.” Zij nam officieel afscheid tijdens de RVA van 7 april. De vacature voor Secretaris NAVCV staat nog open. Ben of ken je iemand die interesse zou hebben? Neem contact op met Corina Blokland.
Inspirerende Interkringen 11 april jl waren alle kringbestuurders eindelijk weer live bij elkaar tijdens de Interkringen. Mede dankzij de interactieve workshop, verzorgd door Cathalijne Meijer (19990112) van de Kring Marketing & Digital, zijn er veel nieuwe ideeën naar boven gekomen. Hiermee kunnen we aan de slag om alle VCV Kringen verder te activeren en de komende periode als Kringen leuke bijeenkomsten te organiseren. Één van de goede suggesties van die avond was een READ ONLY Whatsapp groep voor alle kringbestuurders te starten, hiermee kunnen we informatie laagdrempelig delen en sneller up-to-date zijn. Wil je ook in de groep, stuur dan een mailtje naar info@nyenrodealumni.nl.
NYENRODE ALUMNI VCV NIEUWS
FOUNDING FATHERS DINER
Om de banden tussen Nyenrode Business Universiteit en de Founding Fathers te versterken, zijn op 25 april verschillende alumni van de Founding Fathers teruggekeerd. Tijdens het 75-jarig bestaan dit jaar wil Nyenrode de band met haar Founding Fathers versterken.
75 jaar geleden legden de Founding Fathers de basis voor een voor Nederland uniek opleidingsinstituut. De bestaande universiteiten en instellingen gaven volgens de pioniers studenten niet die bagage die nodig was om de internationale positie van het Nederlands bedrijfsleven weer op te bouwen. Onder de bezielende leiding van luchtvaartpionier Albert Plesman bouwden (de voorlopers) van KLM, Shell, Philips, Unilever, Akzo, ABN-AMRO, TPG, de Nederlandse Spoorwegen en vele andere bedrijven en organisaties aan het Nederlands Opleidingsinstituut voor het Buitenland, vandaag de dag bekend als de Nyenrode Business Universiteit. Dit initiatief leidde bijna 75 jaar geleden tot een onderwijsvernieuwing die op een andere manier waarschijnlijk niet mogelijk was geweest. Scan de QR code voor het uitgebreide artikel en de aftermovie, inclusief de hologram van Albert Plesman.
Afscheid Leo van Os - Art Fund Nyenrode Na 7 jaar voorzitter te zijn geweest van Art Fund Nyenrode, gaat Leo van Os (19580077) nu echt van zijn pensioen genieten. Het afscheid van een van de oprichters vond plaats op het historische landgoed Flora Batava onder aanwezigheid van vele bestuursleden. Leo heeft als groot kunstkenner onder andere 16 kunsttentoonstellingen op Nyenrode georganiseerd. Ook heeft hij Art Fund Nyenrode sterk weten te profileren als een professionele stichting met als doel kunst terug te brengen binnen de community van Nyenrode. Het huidige bestuur is hem veel dank verschuldigd voor zijn tomeloze inzet gedurende de belangrijke groei jaren van Art Fund Nyenrode. Het voorzitterschap is overgenomen door Ton Broeckx (19680010).
Presentatie gereviseerde druk van ‘Nijenrode, Inspiratiebron voor kunst’ Op maandag 9 mei is ’s middags in het De Rooij-gebouw op Nyenrode de tweede druk van de Nederlandse editie van het koffietafelboek ‘Nijenrode, Inspiratiebron voor kunst’ gepresenteerd. Het boek van Art Fund Nyenrode heeft als subtitel ‘De geschiedenis van ruim zeven eeuwen’. Ten opzichte van de eerste uitgave uit 2018 is de inhoud volledig gereviseerd en is het aantal pagina’s met een derde uitgebreid. Het volledige reviseerde koffietafelboek is voor € 29,50 verkrijgbaar bij het Servicepoint op Nyenrode Business Universiteit of online te bestellen via de website van Art Fund Nyenrode voor € 29,50 (excl. BTW en verzendkosten binnen Nederland). www.artfundnyenrode.nl
JAARAGENDA 04-06-2022
INSPIRATIEFESTIVAL & LUSTRUMFEEST
04-07-2022
GOLFTOERNOOI 2022
20-11-2022
REFRESHMENTDAY
15-12-2022
KERSTBORREL
QR CODE NAAR HET PLATFORM
➜
Voor aanmeldingen en meer informatie: nyenrodealumni.nl en Nyenrode Alumni VCV Office, info@nyenrodealumni.nl, telefoon 0346 - 291 513
VAN VERRE 292| 5
COLUMN Amerikaanse ondersteuning van NBU-research DR. BO VAN DER RHEE,
Professor of Operations Management sinds 2014 (Assistant 20072010, Associate 2010-2014) Research Director - Center for Marketing & Supply Chain Management, Nyenrode Business Universiteit
Hoewel geboren en getogen in Nederland, heb ik veel banden met Amerika: in 2002 ben ik voor eerst naar Utah gegaan als ‘exchange student’ tijdens mijn Master Econometrie aan de VU. In 2003 ging ik terug naar de David Eccles School of Business aan de University of Utah om met mijn PhD in Operations Management te starten. Nadat ik die in 2007 afrondde, ben ik naar Nyenrode gekomen, inmiddels getrouwd met mijn Amerikaanse vriendin uit Maine. Ik ontmoette haar in Utah, waar ze studeerde en langlaufte in het skiteam van de universiteit. Mijn vrouw plaagt mij altijd dat ik meer Amerikaans ben dan zij, omdat ik overal barbecue saus op doe… ACADEMISCH KLIMAAT Sinds 1 augustus 2007 werk ik met veel plezier en enthousiasme bij Nyenrode, en heb ik naast mijn rol als docent en onderzoeker verschillende functies vervuld. De meest in het oog springende zijn die van trekker van de Taskforce Educational Innovation in 2012, voorzitter van de Examencommissie van 2013 tot 2017, en sinds oktober 2017 die van Research Director. Als Research Director is het mijn taak om er voor te zorgen dat het academische klimaat zodanig is dat we goed onderzoek kunnen doen. Dat lukt aardig, want het aantal wetenschappelijke publicaties is sinds die tijd behoorlijk omhoog geklommen. Ook neemt de kwaliteit van de publicaties toe, en verzamelen we sinds 2020 impact cases waarin we de behaalde impact van academisch onderzoek vastleggen in vier categorieën: Leadership, Entrepreneurship, Stewardship en Educational Innovation. Een impact case omvat een portfolio van onderzoek rondom een centraal thema, met een focus op het bereik en de impact van dat onderzoek. De teller staat inmiddels op 30 cases en hier komt iedere maand een nieuwe case bij. (zie www.nyenrode.nl/impact). SAMENWERKEN IN ONDERZOEK Voor onderzoek is samenwerking van groot belang. Niet alleen met internationale coauteurs, maar ook met alumni die met vraagstukken zitten waar wij antwoorden op hebben of kunnen vinden. Daarom was ik ook zeer verheugd dat ik onlangs deel uit maakte van de Nyenrode delegatie die een bezoek bracht aan de oostkust van Amerika (New York, Atlanta, Washington DC, en Boston) om daar Amerikaanse alumni te bezoeken. Koen Becking deelde het Nyenrode-verhaal en toekomstvisie, ik deelde mijn visie op onderzoek aan Nyenrode en Louise Out van Staveren vertelde over mogelijkheden voor alumni om te helpen met scholarships en research funding. Want ondanks dat ons onderzoek in de lift zit, blijft het een spanningsveld , omdat onderwijs de boventoon voert. Dat is logisch aangezien ons voortbestaan op de korte termijn afhangt van of we genoeg studenten kunnen aantrekken met
6 | VAN VERRE 292
interessante opleidingen en bevlogen docenten. Echter, op de langere termijn is onderzoek ook van groot belang: het versterkt niet alleen ons onderwijs, het zorgt er ook letterlijk voor dat we een universiteit blijven, waar naast kennisoverdracht ook kennis gegenereerd moet worden. Het zit ook verweven in onze ‘purpose’: “shaping responsible leaders”. Om verantwoordelijk leiders te vormen, is academisch denkvermogen, zeker vandaag de dag met alle ‘fake news’, van groot belang. VERSTERKEN FUNDAMENT Hoe versterken we het academisch fundament verder op Nyenrode? Dat gaan we doen door meer interne, fulltime PhD studenten aan te nemen die kunnen focussen op onderzoek met minder onderwijsbelasting. De ambitie is om de komende jaren elk jaar 5 nieuwe PhD studenten te laten starten. De gemiddelde doorlooptijd van een PhD-traject is 4 jaar en daardoor zijn er altijd zo’n 20 studenten bezig met hun proefschrift. De ervaring leert dat een proefschrift gemiddeld 2 tot 3 goede publicaties oplevert waardoor we ook meer gefocust onderzoek kunnen doen op specifieke vakgebieden die we dan kunnen claimen als expertisegebieden. Tot slot maakt het Nyenrode een aantrekkelijkere plek om te werken voor internationale onderzoekers. Om deze ambitie te realiseren is een investering nodig. Van Nyenrode, en van fondsen die we extern werven bij bedrijven en alumni. De toegezegde hulp vanuit de American Friends of Nyenrode University (AFNU) waarderen we zeer. Daarnaast spreken we tijdens dit lustrum jaar ook het bredere alumni netwerk aan. Een financiële bijdrage is welkom, en we kunnen daarnaast op meerdere vlakken hulp gebruiken. Denk hierbij aan dataverzameling, meedenken over onderzoeksonderwerpen, het geven van gastcolleges en deelname aan symposia. Hier zal (het onderzoek op) Nyenrode nog beter van worden, en het versterkt de banden met al onze alumni, in het bijzonder met die van Amerika! ♦
STUDENTEN BESTUURS NIEUWS ONDERNEMEND NYENRODE IN EEN NIEUW JASJE "Wij kijken ernaar uit om ambitieuze studenten, nieuwsgierige professionals en onze luisteraars te inspireren." Het nieuwe bestuur van Ondernemend Nyenrode is aangetreden. Renske Haafkes, Joep Toebes, Coen van den Berg, Kim Janssen, Quinten Haast, Max Kasmani en Bart-Jan Bootsman verheugen zich erop om vanaf volgende maand de luisteraar mee te nemen in een nieuwe reeks enthousiaste en inspirerende verhalen over ondernemerschap.
HEEREN V
De Ondernemend Nyenrode Podcast is vanaf nu te beluisteren op bekende podcast kanalen zoals Apple Podcast, Spotify, Google Podcast, Stitcher, Deezer en Pocket Casts. Abonneer je via jouw favoriete kanaal, dan weet je zeker dat je geen aflevering mist. Volg Ondernemend Nyenrode ook op Instagram om op de hoogte te blijven van activiteiten en het laatste nieuws.
JCV
Het JCV bestuur en de commissies waren gastheer op de algemene ledenvergadering en presenteerden hun begrotingen en plannen voor het jaar. Deze werden goedgekeurd en de JCV kijkt uit naar een nieuwe start nadat de beperkingen eindelijk zijn opgeheven. Veel evenementen zullen binnenkort van start gaan en het JCV bestuur kijkt er enorm naar uit.
NCV LUSTRUM - ‘MET VOLLE VAART’ Beste Nijenrodianen, Dit jaar viert de Nieuwe Compagnie van Verre haar 15e Lustrum, reden voor een feest dus! Het lustrum vindt plaats van 7 tot 11 juli komende zomer. Het thema van dit lustrum is ‘Met Volle Vaart’. De tijden van de pandemie laten we achter ons, en we gaan weer met volle vaart de toekomst tegemoet. Het is tijd om weer van het leven te genieten, met elkaar te zijn, en met elkaar te feesten! Daarom willen wij jullie uitnodigen voor de alumni dag op 10 juli. Deze dag zal plaats vinden op het landgoed, op het handbalveld bij het kasteel. Het entertainment op deze dag wordt volledig verzorgd door alumni en huidige studenten. Er zullen petanque banen aanwezig zijn, meerdere foodtrucks, en daarnaast
hebben alle disputen en genootschappen ook nog wat voor jullie in petto! De planning qua entertainment ziet er als volgt uit: 14:00-15:00 Daan Hautvast (BScBA2021) 15:00-16:30 Tijs Nooteboom (BscBA2019, Ouwe Jongens) 16:30-18:00 Michael van der Knoop (BBA1986) 18:00-19:30 Suzy Wonder & the Sunshine Miracles met Pieter Schulting (MSc11, Luctor) 19:30-21:00 Not too Serious met bandleiders en jaarclubgenoten Rob Geraerts (BBA1986, Ampik) en Gijs Donders (BBA1986, TLL). 21:00-22:00 The Booze van Weleer! Al met al belooft het een enorm mooie dag te worden, waar veel
huidige studenten aanwezig zullen zijn. We hopen alle alumni dan ook graag te kunnen verwelkomen om de verjaardag van onze prachtige vereniging met elkaar te vieren! Informatie over de ticketsale wordt zo spoedig mogelijk gecommuniceerd. Volg ons op de onderstaande social media om op de hoogte te blijven! Instagram: ncvlustrumxv Facebook: LustrumNCV MET VOLLE VAART XVe Lustrum Commissie
Het mooie van een netwerk als de onze, is het delen van verhalen. Voordat nieuwe studenten naar Nyenrode komen, worden er hoogstwaarschijnlijk verhalen gedeeld. Het is de anticipatie die het overneemt en aspirantstudenten maken een voorstelling van hoe hun nieuwe leven eruit zal zien. Het is goed om te zien dat er door middel van elke Nyenrode-ervaring met het netwerk verbonden kan worden. De essentie van de verhalen blijven hetzelfde en er ontstaat spontaan een band. We vinden het leuk om alumni te zien en te horen welke lessen er zijn geleerd, maar ook in de grappige verhalen zijn we geïnteresseerd. We hebben allemaal ervaren hoe het voelt om voor het eerst de campus te betreden. Deze plek is een plek waar iedereen zich thuis voelt, terwijl het in eerste instantie zeker uit de comfortzone is. Het is belangrijk om de ontwikkeling die elke Nyenrodiaan op deze gronden heeft doorgemaakt, te blijven vieren. Het vinden van vrienden die een leven lang meegaan, misschien een jaarclub of een dispuut, is een verrijking op lange termijn. Campus is één grote familie en dat ervaren we elke dag. Voor studenten, door studenten. Dit jaar biedt ons een geweldige kans om alle hierboven beschreven dingen te vervullen. Wij hebben de eer dat dit jaar een lustrumjaar is! Dit jaar bestaat onze geliefde vereniging 75 jaar. De voorbereidingen zijn al in gang gezet. Wij als studenten zien het belang in van geschiedenis en zijn nieuwsgierig naar alles wat we nog niet weten. De gloriedagen van de Nieuwe Compagnie van Verre zijn nog niet voorbij. Laten we deze zomer gebruiken om elkaar te ontmoeten, te leren en te genieten van en met elkaar. Van Verre! Het LXXVIIe Collegie der Heeren Vijf
VAN VERRE 292| 7
VAN VERRE BERICHT UIT PRAAG DOOR Drs. Ing. Johannes van Wijk
Vanuit het telecombedrijf waar ik voor werkte in Nederland kwam er een mooie functie vrij in Tsjechië om het Customer Support Center te leiden en daarom vertrok ik in mei 2008, twee dagen na het afronden van mijn Part Time MSc studie op Nyenrode naar Praag. Het idee was om er een paar jaar te blijven en wat ervaring op te doen, maar inmiddels is het bijna 14 jaar later en zit ik nog steeds in Praag. Het is een goed leven hier. DOOR DRS. ING. JOHANNES VAN WIJK (20050348)
D
e weinige Tsjechische mensen waar ik mee om ga zijn collega’s op het werk en mijn schoonfamilie. De meeste daarvan spreken vloeiend Engels. Mijn andere vrienden spreken Engels of Nederlands. Op het moment dat ik dit schrijf, begon zes weken geleden de invasie van Rusland in Oekraïne. Een bizarre en onverwachtse gebeurtenis voor ons allemaal. Voor de oudere generatie die de Russen in Tsjechië hebben meegemaakt, merk je dat dit hele slechte herinneringen oprakelt. Een van de voorbeelden die mijn schoonmoeder gaf was dat ze toentertijd opeens veel geld kwijt waren. Ik zei nog dat dit tegenwoordig niet echt meer kan, maar een paar dagen later werd een van de banken in dit land, die een Russische eigenaar heeft, hard geraakt, omdat veel Tsjechen hun geld wilden opnemen met lange rijen wachtenden tot gevolg. Daarnaast hoor ik verhalen over de algemene onderdrukking door het communistische regime; over het niet mogen hebben van “Westerse” artikelen - en daarmee het smokkelen van bepaalde gebruiksartikelen de grens over – en over de bezittingen die tijdens het communisme werden afgenomen en
8 | VAN VERRE 291
Tsjechen trots op levering van TANKS na de bezetting niet zijn teruggegeven. Je merkt nog steeds dat het zeker geen fijne tijd is geweest. Ook de Tsjechische mensen van mijn leeftijd worden heel fel als het over Poetin gaat. Ze komen met uitspraken die ik niet eerder van ze heb gehoord. De woorden Evil en Satan vallen veelvuldig. Op kantoor heb ik vlak voor de oorlog gesprekken gehad over wat er gaande was in Oekraïne. Er waren collega’s die me wisten te vertellen dat er veel westerse propaganda in het spel was en dat de onderdrukking van de Russisch sprekenden in Donetsk en Loehansk dermate ernstig was, dat het misschien beter zou zijn als die gedeeltes onderdeel van Rusland zouden worden. Om de vrede te bewaren en omdat ik toen niet echt wist, wat er zich afspeelde, ging ik er niet echt op in. Maar die proRussische houding is nu toch wel 180 graden gedraaid, nadat ze hebben gezien wat het daadwerkelijke plan van Poetin is geweest. De vraag dringt zich op of Tsjechië voldoende in staat is om zich eventueel te verweren tegen de Russische dreiging. In 2004 is de dienstplicht in Tsjechië afgeschaft en vergeleken met Nederland is het leger kleiner. Wel is het zo dat er meer mensen zijn die legaal een wapen bezitten. Er worden ook wapens geproduceerd, voornamelijk de kleinere handwapens, maar in vergelijking met de tijd voor de Praagse Lente in 1989 is de nationale bewapening een heel stuk minder. Anderzijds stuurt Tsjechië tanks naar Oekraïne. Toen dit land als een van de eerste Westerse landen openlijk wapens leverde, zag je dat de bevolking trots was op deze actie. En een van mijn vrienden zei: "I am finally proud to be Czech. I felt like that only once before in 1998 when we won the Olympics in ice hockey in Nagano, but this is something at a totally different level." Net als in andere landen voelen we ons vrij machteloos tegenover het geweld van het Russische leger. We sturen geld, voedsel, kleren en kogelvrije vesten. En dit land vangt met open armen Oekraïense vluchtelingen op. Heel concreet zijn er binnen mijn vriendengroep mensen full time bezig - of bezig geweest - om hulpacties te
organiseren. Van huisvesting, het maken en distribueren van voedsel pakketten, tot aan het helpen van vluchtelingen aan een (tijdelijke) baan. Ook gingen collega’s en vrienden naar de Oekraïense grens om te proberen zo veel mogelijk vluchtelingen op te halen. Op dit moment zijn er ongeveer 300.000 vluchtelingen en er kunnen mogelijk nog 200.000 bij komen. Het aantal neemt per dag met duizenden toe. Mijn zoontjes hebben nu ook meer Oekraïense klasgenootjes. De scholen hebben vrij weinig keuze in het accepteren van die kinderen en misschien is dat maar goed ook. Zolang kinderen begrijpen dat het niet uitmaakt wat je nationaliteit is, komt het uiteindelijk wel goed. Natuurlijk is het niet makkelijk met de taal, maar kinderen passen zich snel aan. Het zal makkelijker zijn om Tsjechisch te leren als je uit Oekraïne komt dan uit Nederland. Daarnaast zijn er al kinderen die naast Tsjechisch ook Oekraïens of Russisch spreken vanwege de afkomst van hun ouders.Dan iets anders. Ik fiets graag. En dan zie je veel dingen. Bij mij in de buurt is een dorp genaamd Lidice. Ik fiets daar vaak langs. In 1942 heeft daar een slachting plaats gevonden, nadat er een aanslag was gepleegd op Reinhard Heydrich, de gouverneur van het Protectoraat Bohemen en Moravië destijds. In totaal werden 340 mensen uit Lidice uit wraak vermoord door de nazi's (192 mannen, 60 vrouwen en 88 kinderen). De geschiedenis herhaalt zich in Oekraïne op een veel grotere schaal. In het recente verleden is hier al een incident geweest met de Russische ambassade, waarbij er 18 diplomaten in april 2021 het land uit zijn gezet, die waren geïdentificeerd als GRU- en SVR-spionnen. Dit vond plaats nadat de Tsjechische inlichtingendiensten hadden geconcludeerd dat Russische militaire inlichtingenofficieren, namelijk leden van de Russische militaire inlichtingendienst GRUeenheid 29155, waren betrokken bij twee enorme explosies van munitiedepots in Vrbětice (deel van Vlachovice), nabij de Tsjechisch-Slowaakse grens, in oktober 2014. Daarnaast waren er geruchten dat de Russische ambassade zelf, werd gebruikt voor spionage doeleinden. Daarmee waren de verhoudingen tussen Rusland en Tsjechië al op scherp gezet. Voor dezelfde ambassade zijn de hekken nu in de kleuren van Oekraïne geverfd, is er pas “per ongeluk” een paar liter rode verf voor de ingang gemorst en rondom de ambassade valt veel anti Poetin graffiti te zien. Maar de protesten zijn tegen Poetin en niet tegen de Russische bevolking hier in Praag. Natuurlijk is er een impact op locale Russische business en enclave, die bestaat uit zo’n 50.000 mensen in Tsjechië. Dit is niet gewenst, maar helaas een gevolg van de oorlog. Een aantal Russische oliemaatschappijen en banken is inmiddels vertrokken. Dit heeft consequenties voor de mensen die een bankrekening hadden bij bijvoorbeeld de Sberbank, of een baan bij een Russisch bedrijf. Het is hier officieel verboden om Rusland te
steunen in hun invasie. De Tsjechische regering volgt verder het “Westerse” beleid met de sancties, maar staat wel voor in de rij als deze uitgevoerd moeten worden. De Tsjechische politici worden niet afgeschrikt door dreigementen uit Rusland. Toch leeft er angst onder de bevolking. Vooral in de eerste weken hebben vrienden aangegeven dat ze van plan waren om naar het westen te trekken. Anderen gaven aan dat ze denken dat als er een atoombom valt, Praag als een van de eerste steden aan de beurt zal zijn. Ik moet bekennen dat de eerste reactie van grote verontwaardiging en boosheid langzaam verandert in de “normale” dagelijkse rompslomp, ondanks dat de Tsjechen blijven doen wat ze kunnen op een afstand. Tot vandaag hangen overal Oekraïense vlaggen en op sociale media zie je veel de geelblauwe kleuren, maar het is niet meer het gesprek van de dag. Ook hoor je zo hier en daar mensen klagen over de impact van de vluchtelingenstroom op de lokale bevolking. De schoonmaakster klaagt dat een aantal van haar klanten nu Oekraïense schoonmaaksters hebben. De eerste klachten over overlast van rondhangende vluchtelingen steken de kop op. Hun auto’s staan overal geparkeerd wat voor verkeersoverlast zorgt in stadscentra. Persoonlijk merk ik dit niet, maar mensen geven wel aan dat ze dit vervelend vinden. Ik ben eigenaar van een automatiseringsbedrijf genaamd Robot ICT. We bouwen software robots voor alle soorten bedrijfsprocessen en gebruiken onze eigen software om specifieke netwerk, security, datacentrum en cloud processen te automatiseren. We hebben rond de 40 mensen in dienst, voornamelijk uit Tsjechië (80%). We hebben geen Oekraïense mensen, maar wel een persoon uit Wit-Rusland. Met het mogelijk sluiten van het betalingsverkeer naar Wit-Rusland, hebben we besloten deze medewerker een aantal maanden vooruit te betalen, zodat er geen financiële problemen ontstaan. Ondanks dat ik nog niet veel verandering in de markt zie, kijk ik met belangstelling naar mogelijke verschuivingen in de nabije toekomst. Gaat voor ons de marktvraag omhoog omdat er minder software business naar Oekraïne gaat? Komt er meer personeel deze kant op en hoe ga je daar mee om? En blijft Praag dan nog aantrekkelijk voor programmeurs uit bijvoorbeeld Spanje? Na zes weken oorlog hebben we nog niet concreet een grote toename gezien van Oekraïense ontwikkelaars, die in Tsjechië zelf een baan zoeken. Tot op heden is er nog steeds een gelijkblijvend aantal Oekraïense bedrijven actief, maar die benaderen mij wel, omdat ze IT-personeel hebben dat ze daar ter plekke binnen mijn bedrijf willen laten werken. Maar de kansen en problemen voor de Praagse software business zijn van ondergeschikt belang. Iedereen hier hoopt dat de oorlog van Poetin en de grote ellende in Oekraïne zo snel mogelijk stopt. Ik ben bang dat het nog maanden gaat duren. ♦
VAN VERRE 291| 9
VAN VERRE BERICHT UIT KYIV & NEDERLAND - DRS. GUIDO VAN ENGELEN
Onze hulp komt achter de linies! Sinds 1995 ben ik als ondernemer woonachtig in Oekraïne, tot de ochtend van 24 februari toen mijn vriendin en ik Kyiv in allerijl moesten verlaten, mijn dochter was al in Nederland. Op het moment dat we beseften dat de luide knallen raketinslagen waren, hebben we snel wat spullen bij elkaar gegraaid en in tassen gestopt, zijn in de auto gestapt en weggereden. We hadden geen tijd te verliezen, dit om de stroom van mensen die allemaal de stad uitvluchten voor te zijn. We moesten of door de stad of om de stad heen rijden. We waren de stroom voor en hadden een eenvoudige autoreis naar Nederland. DOOR GUIDO VAN ENGELEN (19920912) 0624450519
E
en van onze medewerksters was om negen uur ‘s ochtends vertrokken en twaalf uur later had ze nog maar 6 kilometer afgelegd. De eerste week was het moeilijk om Kyiv te ontvluchten, maar vanuit andere gebieden was het veel moeilijker of zelfs onmogelijk om te vertrekken. Ook zijn er zeker tientallen en waarschijnlijk honderden mensen overleden tijdens de autoreis naar het westen.Mijn buurman is naar Chernigiv gereden om hulpgoederen te brengen en mensen te evacueren. Op de terugreis is zijn bus met vijftien inzittenden bestookt met artillerievuur. Zijn bus had alleen schade maar een ander busje is verloren gegaan. Veel auto’s met vluchtende burgers zijn beschoten door Russische militairen waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Naar de televisie kijk ik waarschijnlijk ongeveer met dezelfde emotie als elke andere Nederlander, de oorlog is ver weg. Maar wanneer ik de verhalen hoor van vrienden, medewerkers en bekenden dan komt de realiteit extra hard binnen, het komt dan zo dichtbij. Ik heb veel verhalen gehoord. De slachtingen in Bucha en Irpin waren dan ook geen verassing meer en ik kon er alleen maar aan toevoegen, niet alleen daar… Ook dat is
10 | VAN VERRE 292
ondertussen gebleken. Natuurlijk weet ik hoe de Russen gehandeld hebben in Groznyy, Aleppo en andere plaatsen. Maar ook ik, net als vele anderen, had de hoop dat de Russen in Oekraïne anders te werk zouden gaan. Het bleek ijdele hoop. Hoe naïef ook, ik dacht tot op een dag voordat de oorlog uitbrak dat het niet op een gewapend conflict zou uitlopen. Rationeel gezien zou een oorlog zoals deze totaal geen zin hebben en zouden er alleen maar verliezers zijn. Ik ging ervan uit dat er dan ook geen oorlog zou komen. Helaas is het anders gelopen doordat, naar mijn overtuiging, Poetin verkeerd is voorgelicht. Wellicht is hem niet verteld dat het Oekraïense leger het laatste anderhalf jaar flink gereorganiseerd is. Zeker is hem niet verteld dat er in Oekraïne bijna geen pro-Russische mensen zijn. In 2014, toen de oorlog in onze ogen gestart is, was er wel een 10-15% proRussische groep. Rusland was in staat om deze groep te gebruiken om de oorlog in de Donbas te starten. Ik erger me elke keer weer als ik de term separatisten hoor. De eerste leiders waren allemaal Russen en daarna kwamen er wat pseudo-leiders die zogenaamd baas mochten spelen onder Russisch commando. Ook werden de beslissende veldslagen in 2014 uitgevoerd door het reguliere Russisch leger. De Russische propaganda werkt in Rusland maar ook in de wereld. Alles wordt 180 graden gedraaid. Ik hoor deze ook dagelijks terug op bijvoorbeeld de Nederlandse tv waar bijvoorbeeld wordt gesteld dat de Russischtalige Oekraïners achtergesteld zijn. Wel de meeste Oekraïners waar ik mee om ga zijn Russischtalig en ik heb nog nooit iemand horen klagen hierover. Sterker, die vinden het complete onzin. Ook heeft Poetin de vastberadenheid van de Oekraïners onderschat. Mijn buurman liep met mij naar beneden toen ik in de ochtend van 24 februari Kyiv verliet. Hij vertelde mij dat hij nu op zijn wapen wacht. Overigens zijn dit niet de mensen die vechten. Deze mensen helpen vooral bij de logistiek en het bemannen van controleposten. Daarnaast zijn er duizenden mensen die allerlei dingen doen om de militairen te ondersteunen. Heel belangrijk is het verzamelen van uitrusting voor de militairen, want deze heeft men niet
genoeg, maar ook het verkrijgen van drones, nachtkijkers en auto’s wordt door veel particulieren gedaan. Veel militairen zijn ook voor hun voedsel afhankelijk van vrijwilligers. Deze richten ook gaarkeukens op en zorgen voor de aanvoer van voedsel. Kort na het uitbreken van de oorlog mochten de mannen niet meer het land uit. Dit betekent niet dat men in het leger moet, dit is nog altijd vrijwillig. Dit alles maakt dat deze oorlog door de hele bevolking gestreden wordt, wat een ongekende saamhorigheid teweegbrengt. Tijdens mijn autoreis naar Nederland heeft mijn telefoon niet stilgestaan. Beantwoorden van vragen van andere Nederlanders en Oekraïners, veel Nederlandse media maar ook al de eerste gesprekken over hoe we de Oekraïense bevolking die we achterlieten, kunnen helpen. De groepsapp van Nederlanders in Oekraïne die ik ooit voor het plezier heb opgezet, werd nu de belangrijkste informatiebron gedurende de eerste weken. Met dank aan een aantal spontane acties in Nederland hebben we al na een paar dagen de eerste vrachtwagens met hulpgoederen geladen. We, is een groep Nederlanders die al meer dan 20 jaar in Oekraïne woont en waarvan een aantal mensen nog steeds in Oekraïne is. Doordat we “lokaal” zijn, hebben we veel directe contacten die ons helpen om de logistiek te beheersen. Hierdoor hebben we de eerste ladingen binnen 10 dagen na het uitbreken van de oorlog afgeleverd tot aan de frontlijn. Ondertussen hebben we zo’n 70 vrachtwagens afgeleverd. Alles gedoneerd door particulieren en bedrijven met hulp van veel betrokken Nederlanders. Doordat het normale leven verstoord is, zijn op veel plaatsen tekorten ontstaan. De grootste tekorten zijn rond de frontgebieden en daar waar de bezetter was of is. Rusland gebruikt honger als wapen. Dit doen ze door voedseldistributiecentra te bombarderen, maar ook door in dorpjes voedsel bij de mensen thuis weg te halen, zoals bij familie van vrienden in Zaparozne regio. In de bezette gebieden is het één van de methoden om de mensen te controleren c.q. te terroriseren. Dit bij mensen die vaak niet het geld en mogelijkheden hebben om te vluchten. Overigens willen veel oudere mensen ook niet vluchten. Het zijn juist deze gebieden die we proberen te bereiken en soms lukt het zelfs om achter de linies mensen van voedsel te voorzien. In de gebieden verlaten door de Russen is de schade groot, in mensenlevens en in materieel opzicht. Veel is er gestolen of bewust verwoest waardoor ook daar veel hulp nodig is. Ook hier toont Oekraïne zijn solidariteit. Afgelopen weekend waren er al tienduizend geregistreerde vrijwilligers om te helpen de gebieden ten noorden van Kyiv op te ruimen. Van ons uit zijn daar onder andere generators naar toe gegaan
omdat ook de elektriciteitsvoorziening op veel plaatsen kapot is. Om in Nederland te zijn is dubbel. Het voelt niet goed om hier te zijn omdat je ook je deel wilt doen, maar je familie bezorgd achterlaten wil je ook niet. Het feit dat ik vanuit Nederland meer kan doen om Oekraïne en het Oekraïense leger te ondersteunen dan vanuit Kyiv verzacht dit gevoel. Deze oorlog verwoest, naast duizenden mensenlevens, zoveel meer. Voor miljoenen mensen is de toekomst onzeker geworden. Net als veel van deze mensen vraag ik me af wat er over is als dit alles voorbij is. Mijn persoonlijk motto is: “prepare for the worse and hope for the best”. Veel mensen hebben hun huisje of flatje wat ze gedurende vele jaren opgebouwd hebben, reeds verloren. Maar ook het feit dat veel mensen hun bron van inkomsten kwijt zijn, levert natuurlijk veel problemen op. In Kyiv is ruim voldoende voedsel in de winkels, maar je moet het wel kunnen betalen. Hierdoor zijn veel mensen toch afhankelijk geworden van hulp van anderen. Veel gebieden zullen jaren nodig hebben om te herstellen, laten we hopen dat dit herstel snel kan beginnen.Onderschat ook de impact op de rest van de wereld niet. Ook wij hebben via Kees Huizinga veel media-aandacht gezocht voor de gevolgen voor de voedselvoorziening in de wereld. Dit ontstaat niet alleen door een direct gebrek aan graan maar ook door een tekort aan kunstmest, hoge energieprijzen en andere grondstofprijzen. Stichting De Leeuw Kyiv, oorspronkelijk opgezet als Nederlandse school in Kyiv, gebruiken we momenteel voor fundraising en om administratief alles correct te laten verlopen. Voor deze stichting hebben we snel de statuten veranderd en de ANBIstatus bemachtigd. Natuurlijk hebben we geld nodig om hulp te blijven bieden, maar de focus is ook gericht op het verzamelen van goederen via het bedrijfsleven. Zonder deze donaties zijn wij niet in staat om goederen naar Oekraïne te blijven rijden. De oorlog is nog niet over en de nood nog lang niet. Denkt u ons hierbij te kunnen helpen of heeft u vragen? Bezoek onze website www.deleeuwkyiv.nl of volg ons op sociale media via Instagram, Linkedin en Facebook. Samen willen we de Oekraïense bevolking humanitair ondersteunen en helpen om democratie, vrijheid en menselijkheid te laten overwinnen. Een strijd waarvan men nu in Nederland ook steeds meer het eigen belang inziet.♦
Guido van Engelen
VAN VERRE 289 | 11
VAN VERRE: BERICHT UIT LONDEN - IVO KNOTTNERUS MBA Nou ja, aan de Thames? Dat niet zo zeer, want aan de Thames wonen de Russen niet. Daar liggen niet zulke grote huizen. Maar daarover later meer. Laat ik vooropstellen dat ik zowel Russische als Oekraïense vrienden heb hier in Londen, en ik met dit stuk alleen een neutraal beeld wil schetsen hoe (super) rijke Russen, maar dit geldt uiteraard voor zeer rijke Arabieren en Chinezen, onderdeel zijn gaan uitmaken van de economie en het sociale leven in een wereldstad als Londen. DOOR IVO KNOTTNERUS (200010413)
Z
oals al eerder in de geschiedenis van Rusland heeft een deel van de elite (financieel, intellectueel) aldaar gekozen voor een vertrek naar wereldsteden als Parijs, New York en Londen en tegenwoordig is er een kosmopolitische generatie (soms jonge) Russen (en Oekraïners) bijgekomen die uitstekend gedijt in Europese wereldsteden. Ik zal hier dus proberen uit te weiden over de verrijking in de breedste zin van het woord die Russen meenemen naar Londen en wat voor impact dat heeft op het dagelijkse leven. Met meer dan 870.000 miljonairs heeft geen enkele stad wereldwijd meer vermogende particulieren dan Londen, volgens een rapport uit 2021 van Knight Frank, een wereldwijde makelaar. De stad is ook de thuisbasis van 61 miljardairs, die volgens Forbes een gecombineerd vermogen van 316 miljard dollar hebben. RESIDENTIEEL Londen heeft zich ontwikkeld tot een ‘serviceprovider’ die geen vragen stelt aan de elite. Ze biedt toegang tot kapitaalmarkten, eersteklas onroerend goed, winkelen bij Harrods, eten in topetablissementen, illustere privéscholen, advocaten voor juridische ruzies, samen met accountants voor belastingtrucs en "reputatiemanagers" voor ongelegen achtergrondverhalen. Het begint met een visa: het zogenaamde ‘Gouden Visa’. Elke buitenlander met voldoende geld kan (kon) er een kopen door twee miljoen pond in het Verenigd Koninkrijk te investeren (met tien miljoen kun je bijna meteen een permanente verblijfsvergunning kopen). Dat lijkt een hoop geld, en dat is het natuurlijk ook, maar voor de rijke elite is dat een schijntje, en een prachtige weg naar een ander paspoort – helaas nu niet meer onderdeel van de EU, maar toch… volgens Transparency International is er ten minste 8 miljard pond aan Russisch onroerend goed in het Verenigd Koninkrijk, waarvan 1,5 miljard pond in Londen. Het werkelijke bedrag is ongetwijfeld hoger, maar het is vrijwel onmogelijk vast te stellen, omdat zoveel van deze transacties worden verdoezeld door lagen van holdings, bedrijfsstructuren en trusts. Deze visa route is overigens afgelopen maart per direct gesloten. De huizen waar de Russische biljonairs om concurreren liggen vrijwel allemaal in Belgravia, Kensington en Knightsbridge. Eaton Square, een exclusief plein met een privé tuin in het midden voor de bewoners, in Belgravia, heeft de bijnaam "Rode Plein" omdat veel van de inwoners Russische miljardairs zijn. Het plein telt Margaret Thatcher, Sean Connery, Kate Winslet en Elton John als enkele van de vroegere huiseigenaren, meldde de Guardian. Het was ook de thuisbasis van drie Britse premiers. Het zijn echter niet de ‘gewone’ huizen of appartementen van 1-2 miljoen pond waar de welgestelde mensen om concurreren. We praten hier over volledige huizen met vier of vijf verdiepingen, of ‘super’ appartementen met zes à zeven slaapkamers, die beginnen bij 10-15 miljoen pond tot mansions van vele tientallen miljoenen ponden tot wel 150 miljoen (Abramovic). CULTUREEL Veel Russen, maar ook de andere rijke elite uiteraard, willen zich vervolgens mengen in het culturele en artistieke leven van Londen. Er zijn opvallend veel Russische liefdadigheids-stichtingen. Die stichting lanceert zichzelf vervolgens in een modieuze Londense evenementenruimte op een chic adres. Een galerie
12 | VAN VERRE 291
Moskou aan de Thames of Londongrad? vol met kunst is ideaal. Er zijn veel galerieën vol kunst die Russische banden of eigenaren hebben en met regelmaat exposities houden. De Britse hoofdstad organiseert jaarlijks twee Russische bals, en hoewel kaartjes een paar honderd pond per stuk kosten, is het geen probleem om ze te verkopen. Er zijn regelmatig tentoonstellingen met werken van bijvoorbeeld de Russische kunstenaar Erik Bulatov. Ook heeft het Victoria en Albert Museum vaak tentoonstellingen gewijd aan de geschiedenis van het Russische avant-garde theater. De Sots-Art en Pop-Art tentoonstelling in de Saatchi Gallery, de rondleidingen door het Vakhtangov-theater en het Dmitry Krymov-laboratorium in Barbican zijn eveneens evenementen op internationaal niveau, waar de Russische cultuur en Russische prestaties worden gezien in de context van de wereldcultuur. Meer recentelijk was in het legendarische Savoy Hotel het vijfde liefdadigheidsbal voor Gift of Life, een stichting die Russische kinderen met oncologische en hematologische ziekten helpt, volledig gefinancierd door Abramovic en de Russische vliegtuigmaatschappij Aeroflot. Binnen een generatie is een aantal Russische families een vaste waarde geworden in de Britse sociale scene. Ze worden ondubbelzinnig geaccepteerd als steunpilaren van de high society - ze versieren de pagina's van roddelbladen, en ze zijn stamgasten bij Henley, Ascot en Annabel's – een zeer chique club in het Londense Mayfair, met een extreem streng toelatingsbeleid. Veel leden van de Russische elite willen uiteindelijk hun naam op een instelling krijgen, of zo nauw verbonden worden met een instelling dat het gezien wordt als zijnde hun instelling. En voetbalclubs natuurlijk. SPORT Sport, en zeker voetbal, wordt in het VK gedomineerd door rijke Russen en Arabieren. De bekendste Russische club is vast en zeker Chelsea, in bezit van Abramovic. De fans van Chelsea zijn ook groot fan van Abramovic. Zijn vrijgevigheid heeft geresulteerd in het transformeren van Chelsea van een zieltogende club naar een Premier League kampioenschap- en Champions League winnende topper. Deze aanhangers leken onaangedaan door de beschuldigingen tegen hem de afgelopen maanden. Ze waren gewoon dankbaar voor zijn vrijgevigheid en vonden het jammer hem te zien gaan, want Abramovic heeft Chelsea te koop gezet. Er zal vast en zeker geen tekort zijn aan potentiële kopers, maar op dit moment mag de club niet verkocht worden van de Britse overheid, en zijn aan de club behoorlijke restricties opgelegd. Een ander voorbeeld is de Russische miljardair Usmanov, die tot 2018 de grootste aandeelhouder was van nog een andere grote voetbalclub in Londen, Arsenal, en hij is ook aandeelhouder in Everton. Hij behield zijn diepe banden met de Premier League tot vorige maand, toen de in Liverpool gevestigde voetbalclub Everton sponsorovereenkomsten van miljoenen dollars met Russische bedrijven die banden hebben met de oligarch verbrak. Maar het zijn zeker niet alleen rijke Russen. Vorig jaar werd Newcastle United gekocht door een consortium van investeerders die het Saoedische staatsinvesteringsfonds vertegenwoordigen, dat wordt voorgezeten door Mohammed bin Salman. Maar ook Burnley en Manchester City zijn in Arabische handen. De andere rijke elite die echt afwezig is in de sport zijn de Chinezen. Die zie je niet in de sport, althans niet in de volkssporten. UNIVERSITEITEN Grote schenkingen aan universiteiten lijken niet heel erg populair. Ondanks veel media-aandacht de laatste tijd voor de Russische elite in Londen lijkt de rol van universiteiten en individuele academici relatief weinig aandacht te hebben gekregen. Het is zeker zo dat sommige Britse universiteiten financiering hebben geaccepteerd van bronnen die dicht bij de Russische regering staan. Een voor de hand liggend voorbeeld is de rol van de
stichting Russkiy Mir (“Russische Wereld”), opgericht in 2005 en formeel aangenomen bij decreet door Vladimir Poetin in 2007 als een door de overheid gesteunde instantie om de Russische cultuur wereldwijd te promoten. De stichting verstrekt financiering voor Russische centra, evenals voor subsidies om onderzoek en andere projecten uit te voeren. Op universiteiten waar je Russische studies kan doen zal dit wellicht invloed hebben gehad. In dit stadium had een voorzichtige universiteitsmanager of een vooraanstaande academicus misschien wel besloten dat het tijd was om de banden met de stichting te verbreken. Het Princess Dashkova Centre van de Universiteit van Edinburgh, gelanceerd met steun van Russkiy Mir, accepteert de beurzen van de stichting niet langer. Er is verder weinig bewijs dat Russisch geld de universiteitskas is binnengestroomd.
Ivo Knottnerus
POLITIEK De rijke Russische elite is ook diep verweven met het politieke landschap. Beweringen over Russische banden met de conservatieven doken deze week weer op, met beschuldigingen in The Times dat 14 ministers geld hadden aangenomen van de Russische elite. Het ging zelfs zo ver dat het een donatie omvatte van £160,000 van een lid van de Russische elite, om te tennissen met Johnson en zijn voorganger David Cameron. Ik ga niet uitrekenen wat dat per (op)slag moet zijn geweest. Het is zeker zeer waarschijnlijk als je de kranten hier mag geloven dat Russische oligarchen miljoenen ponden hebben gedoneerd aan de Conservatieve Partij en Britse heren hebben ingelijfd in de raden van bestuur van hun bedrijven. De Conservatieve partij ontkent dat echter in alle toonaarden, zij zeggen alleen giften te kunnen aannemen van Britse staatsburgers (wat de meeste biljonairs zullen zijn) en niet van buitenlanders. Wat merk je er nu eigenlijk van? Van de aanwezigheid van de superrijke Russen merk je in het dagelijkse leven in Londen weinig. Deze elite, net als alle andere zeer rijke elite, Chinees of Arabier, kom je eigenlijk niet echt tegen, behalve als je zelf regelmatig naar Harrods gaat of naar een (Russische) galerie met kunst om iets te kopen. Of veel te vinden bent in de buurten waar ze wonen en je wellicht weer een geblindeerde Range Rover, Lamborghini, of Ferrari voorbij ziet schieten. Het liefst met lokaal kenteken, dus Russisch, Arabisch of Chinees, want dat is de trend. Een dure auto met Engels kenteken is te makkelijk. Als je jouw auto vanuit je thuisland kan importeren ben je de ‘man’. Ook als je wellicht zelf het nachtleven induikt en een kans hebt om naar de clubs te gaan waar deze mensen heengaan, heb je natuurlijk kans om ze tegen te komen. Maar het is behoorlijk lastig om bij die clubs binnen te komen. Het makkelijkst is om op een gastenlijst te komen (dan moet je wel iemand kennen die je op zo’n lijst kan zetten), en als je dan eenmaal binnen bent, dan is er ook een minimum dat je moet spenderen, en dat is al gauw £500 per persoon voor een avond. En dat is dan alleen voor de drankjes. Ten tweede zijn veel van deze clubs geheim, je weet en ziet gewoon niet dat ze bestaan, en dus is het sowieso moeilijk om daar heen te gaan. Samenleven, wonen en werken doen de ‘gewone’ Russen en Oekraïners hier zeker. In mijn vriendenkring heb ik zowel Russen als Oekraïners die met elkaar werken in dezelfde bedrijven, samen vrijwilligerswerk doen in bepaalde besturen of alumniverenigingen, en naar elkaars feestjes gaan of samen Oud en Nieuw vieren. Dus in dat opzicht is er niet veel veranderd. ♦
VAN VERRE 291| 13
ª
PITCH MET JUSTIN LEEMKUIL (MBA):
Groeien met de citroenboom! Wat goed is komt snel; dat geldt zeker voor Justin Leemkuil. Hij haalde een MBA aan de Technische Universiteit Twente en deed de commissarissen-opleiding (LDP) op Nyenrode. Hij was 25 jaar jong. Nu drie jaar later leidt hij een bloeiende startup, Growing Lemon. Daarmee doet hij aan Growth Marketing. Dat is zoiets als doelgerichte rijles voor ondernemers die niet zo bekwaam zijn in het digitale landschap!
H
et bedrijf biedt drie basispakketten met namen die wijzen op het uitvoeren van een groeistrategie: Sprout, Seedling en Tree. Hoe werkt deze drietrapsraket? JL: “Wij denken mee met de opdrachtgever over de stappen in de digitale wereld, vanaf het opbouwen van naamsbekendheid tot en met het ontwerpen en uitvoeren van complete marketingprogramma’s. We zijn steeds gefocust op de vraag: waar zit de groei van onze klant? Daarom zeg ik altijd dat we Growth Marketeers zijn. De opdrachtgever werkt aan zijn product of dienst en wij zorgen dat die op de juiste plekken bij de doelgroep, naar boven komt in het internet. De drie pakketten volgen de groei van de klant.” Met de opleiding die je hebt gedaan, kon je op jonge leeftijd een heel goed betaalde baan krijgen, maar toch koos je voor het ondernemerschap. Hoe zit dat precies? JL: “Als jongen wilde ik al uitvinder worden. Ik vind het leuk om dingen te creëren die er nog niet zijn. Met Growing Lemon zijn we nu een uniek ondernemingsmodel aan het ontwikkelen. Als het maar met innovatie te maken heeft. Tijdens mijn studie had ik al kleine bedrijfjes voor websitedesign en internet SEO.” Maar je had toch wel een baan, al was het maar kort? JL: “Ik heb eerst bij Zolemba gewerkt, dat is een snelgroeiende online etikettendrukkerij. Vanaf het begin alles meegemaakt, alles helpen opzetten. Er was geen salesafdeling, dus
alle groei werd via marketing gecreëerd. Ik werd de manager van het marketing & development team. Het bedrijf bood me ook de kans om mijn kennis te verdiepen. Zo heb ik me aangemeld voor het NBU Leadershipprogramma. Daar werd ik getriggerd om opnieuw een onderneming op te starten.” Je bent niet echt een persoon die dan maar blijft dromen, is het wel? JL:” Vier maanden na mijn Leadership program op Nyenrode, was ik met mijn vriendin op vakantie op Curaçao en ineens zeg ik tegen haar: ik ben eruit, ik ga weer voor mezelf beginnen! Ik heb eigenlijk meteen op het strandbedje op Curaçao het hele bedrijfsplan geschreven en zodra ik was geland mijn bedrijf ingeschreven bij de KVK. Binnen een maand had ik een eigen kantoor mét mijn eerste stagiaire. Gelukkig is het in goed overleg gegaan met Zolemba.” Kun je een tussenstand geven voor Growing Lemon? JL: “Op dit moment hebben we 7 medewerkers. We hebben al aardig wat verschillende klanten, bijvoorbeeld een Zuid-Afrikaanse bank, een schoonmaakbedrijf, een incassobureau, een transportbedrijf, het een na grootste game development bureau van Nederland. Wij proberen met het hogere segment aan klanten, dus met de Tree Pakketten, de lange termijn samenwerking aan te gaan. We mikken op accounts met minimaal een miljoen euro omzet. We zijn in deze 2,5 jaar nog geen grote klanten kwijtgeraakt. Ergens laat dat ook wel zien dat onze lange termijn samenwerking goed aanslaat. De duurzaamheid van de relatie met klanten en de medewerkers is voor Growing Lemon heel belangrijk.” Heb je geen tegenslagen gekend tot nu toe? JL: “De hele Corona periode is een grote tegenslag geweest. Nieuwe klanten aantrekken was daardoor een stuk lastiger. Online het gesprek aangaan is anders dan face-to-face. Dat praat veel makkelijker en dan merk je dat het concept van Growing Lemon beter aanslaat bij potentiële klanten. Online kost het meer tijd voordat ze de samenwerking aandurven. Terwijl we op zoek waren naar de nieuwe aanwas, merkten we dat we konden doorpakken met onze bestaande klanten. Die vroegen zelfs of we meer uren konden maken. Maar je stelt jezelf een omzetdoel aan het begin van het jaar en dat cijfer wil je halen. Dus de Corona periode was een domper en we moesten echt even omschakelen, maar dat hebben we met het team goed gedaan. Een andere tegenslag was dat mijn eerste echte stagiair na een jaar besloot dat marketing niet zijn ding was. Erg jammer, aangezien je hem helemaal opgeleid hebt met de gedachte dat hij mijn eerste medewerker was en we het bedrijf samen zouden opbouwen.” Wat zijn de USP’s van Growing Lemon? JL: “Onze grootste kracht ligt in de communicatie, louter transparant zijn naar de opdrachtgever. We hebben een kort lijntje met de klant en houden van snel schakelen. En de tweede USP is dat we heel strikt zijn in ‘doen wat wij beloven’. Als wij zelf niet geloven dat we kunnen waarmaken wat de klant wil bereiken, dan beloven we het ook niet. Verwachtingsmanagement is ontzettend belangrijk.”
Justin Leemkuil plant marketing zaadjes voor zijn opdrachtgevers
14 | VAN VERRE 292
DOOR LISELOTTE VAN DEDEM-STAAL & OELE STEENKS
Waar word je blij van? JL: Ik krijg van mijn medewerkers ’s avonds nog appjes van ik ben hier mee bezig, wanneer kunnen we daarmee verder. Iedereen heeft een ontzettende drang om te knallen en dat is erg fijn om mee te maken. Het komt allemaal uit henzelf en ik zou ze ook niet verplichten om dat te doen. Dat zelfs de stagiaires hierin meegaan, had ik niet durven dromen. Tijdens Corona is er meer flexibiliteit gekomen ten aanzien van werkuren. Geven en nemen, daar geloof ik heel erg in. Ik denk dat wanneer je als manager durft los te laten, dat je daar heel veel voor terugkrijgt van de meeste mensen.” Wat is je ambitie? JL: “Bij de opleiding op Nyenrode moest ik een BHAG schrijven en daar had ik opgeschreven dat ik over 10 jaar een grote internationale organisatie zou hebben opgezet. Dit vooral omdat ik dan écht iets kan betekenen voor de wereld. Dat vind ik een mooi doel. Het is ook zeker mijn intentie met de ontwikkeling van Growing Lemon. Wij groeien gestaag en iedere dag probeer ik het maximale eruit te halen. Ik streef naar het hebben van een internationaal marketingbureau. Ik denk dat de grootste uitdaging komt, als het team groter wordt. Met groei kom je natuurlijk in andere fases en culturen terecht. Hoe houd je dan een goede werkomgeving? Duurzame relaties met medewerkers vind ik belangrijk.” Hoe heeft het leadership programma van de NBU bijgedragen aan je succesvolle start? JL: “Het mooiste wat je van Nyenrode leert is dat het niet zozeer alleen gaat om de theoretische kennis. Een goed voorbeeld vind ik dat ze gebruik maken van acteurs. Je wordt meteen aan het werk gezet als bijvoorbeeld hoteldirecteur, dan moet je je inlezen en heb je daarna meerdere gesprekken en succes ermee! Een acteur begon te huilen en dan weet je meteen, dat het een moeilijk gesprek wordt. Maar de kunst is dan om de juiste dingen te zeggen. Dat gevoelige element is iets wat je met ervaring op doet, daar heeft Nyenrode zeker aan bijgedragen. Emotie toestaan en samen een gesprek aangaan. Ik snapte al snel dat het een heel belangrijk stuk is van het leiding geven. Bij Growing Lemon kijken we niet naar uren, maar we werken samen naar een doel. In mijn vorige manager rol wilde ik dat niet weten. Ik wist op het uur nauwkeurig per medewerker wat ze moesten doen, waar ze mee bezig waren, ze moesten alles rapporteren. Ik was een beetje vastgeroest in die manier van leiderschap, al kan je dat niet echt meer zo noemen. Op Nyenrode zijn mijn ogen geopend, dat het op een hele andere manier kan.” Wat voor voordeel heb je met het Nyenrode-netwerk? JL: “Het heeft zeker een streepje voor bij nieuwe samenwerkingen als je beiden op Nyenrode hebt gezeten. Het is wel een goede ijsbreker. Je hebt toch iets gemeen met elkaar als je voor het eerst tegenover elkaar zit, wat het gesprek meteen makkelijker maakt. Ik heb twee klanten die hebben zelf ook op Nyenrode gezeten. Het is bijzonder om te zien wat een alumni netwerk dan voor elkaar kan betekenen.” ♦
COLUMN JOEP STASSEN
(19850083), BBA op Nyenrode, is Corporate Comedian: hij houdt organisaties een spiegel voor als moderator, facilitator en comedian.
Afscheidscolumn Dit is mijn laatste column in Van Verre. Na 28 jaar houd ik het voor gezien, het is mooi geweest. Directe aanleiding is overigens dat de vorige column, de voorlaatste dus, die gaat over de vraag of de verwijzing van onze verenigingen VCV en NCV naar de VOC (slavernij, geweld) nog wel kan, geweigerd werd. Ik was verbaasd, teleurgesteld en boos. Verbaasd omdat ik niet had verwacht dat de column zo’n ophef zou kunnen veroorzaken. Ik beledig niemand, evenmin zet ik aan tot haat of geweld en het onderwerp is actueel maar niet opzienbarend. Teleurgesteld omdat ik hem schreef met de bedoeling de VCVgemeenschap aan te sporen om met elkaar in gesprek te gaan over dit onderwerp. En boos, omdat ik vind dat een columnist een vrije ruimte heeft om zijn mening te verkondigen en dat weigeren domweg censuur is. Ik wilde de klok luiden, maar nu heeft de klok geluid voor de klokkenluider zelf. Jammer, maar het is slechts een ongewenst einde aan een lange, fantastische tijd waarin ik uw columnist mocht zijn. Ik ben zeer dankbaar dat ik al die jaren een podium heb gekregen om te schrijven over hoe het is om Nyenrodiaan te zijn. Een identiteit die mij sinds ik door de poort kwam in het najaar van 1985 is opgeplakt en nooit meer heeft losgelaten. Sommige jaren heb ik gewenst dat ik nooit Nyenrode had gekozen, andere jaren was ik trots als een pauw. Altijd heb ik mij gedragen gevoeld door het netwerk en was er ruimte voor initiatieven, zoals de cabaretvoorstelling waarmee Jasper Steutel (19850137) en ik, net klaar met Nyenrode, langs de kringen toerden en recent nog de beweging ‘Forward for Good’ met o.a. Vanessa Buisman (19910203) waarin we een appèl op stewardship doen. En belangrijk: er zijn veel kleine en grote vriendschappen uit voortgekomen. De column heeft me leren schrijven. Daarin hebben de hoofdredacteuren die mij enerzijds aanmoedigden en anderzijds onverbiddelijk op de dodenlijn wezen, mij enorm gesteund. Eerst was daar Nicoline Smoor (19840132) die op de Kostverlorenkade in Amsterdam ongeduldig wachtte tot ik met de floppydisk kwam aan fietsen. Daarna kwam Cynthia Schalkwijk (19880160) die mijn wanhopige pogingen om de dodenlijn te rekken feilloos doorzag en mij keihard uitlachte wanneer ik, om een dag en een nacht te winnen, zogenaamd de bijlage was vergeten. Het was me een grote eer. Ik dank u allen voor uw aandacht en voor de complimenten die ik zo af en toe mocht ontvangen. Ik wens de vereniging en het blad en mijn eventuele opvolger succes en alle goeds. Er komt een tweede boekje met geselecteerde columns van de afgelopen jaren. De opvolger van ‘Op een dag word je Nyenrodiaan en dat blijf je dan de rest van je leven’ verschijnt in de zomer van dit lustrumjaar. Je kunt nu al intekenen bij de uitgever voor een exemplaar. Laat een bericht achter op vanbrugboeken.nl of mail mij: joep@joepstassen.nl ♦
VAN VERRE 292| 15
THEMA: “If you can make it there, you can make it anywhere.” De Verenigde Staten hebben een grote aantrekkingskracht op NBU-alumni. Op de website van AFNU staan ruim 700 Nyenrodianen geregistreerd. Om te overleven in de Amerikaanse zakenwereld is een winnaarsmentaliteit vereist. Het betekent keihard werken, lef hebben en woorden zorgvuldig kiezen. Dit geldt zeker voor New York. “If you can make it there, you can make it anywhere,’ zong Frank Sinatra. Een carrière in de Verenigde Staten is een avontuur, dat mooi kan aflopen, maar is bepaald niet zonder risico! 16 | VAN VERRE 292
American Stories
* Bill Huber MBA over American Friends of Nyenrode University. * Drs. Lisette Ditters/Signify: lampen en liefde. * Alexander J. Roepers MBA: winner met Atlantic Investment Management! * Robert Boerrigter MBA: auto’s met honingraat papier. * Matthy Welling MBA internationaal vishandelaar. * East Coast Tripreport NBU delegatie. * Gerry Vos solo in The Big Apple. * Andy Bender MBA prestige met Netherland America Foundation. * Bob Ziegelaar runde vliegveld Bangor. * Bob Traa Phd econoom IMF. * Topvrouw Dr. Manon Cox ontwikkelde griepvaccin! VAN VERRE 292| 17
AFNU-VOORZITTER A.I. BILL HUBER:
Het bezoek van Koen Becking heeft voor nieuwe energie gezorgd! In de Verenigde Staten zijn bijna 700 Nyenrode alumni geregistreerd op de website www.ANFU.net . Het is het vliegwiel van de American Friends of Nyenrode University. Deze organisatie heeft een IRS licentie als ‘non profit all volunteer public charity corporation.” Kort en bondig draait het om het bijeenbrengen van alumni in de Verenigde Staten en het ondersteunen van talentvolle Amerikaanse, of van andere nationaliteit, studenten die een exchange program op Nyenrode komen doen. Revolving Scholarships zijn ook voor Nederlandse studenten die op Nyenrode willen studeren.
A
Alumnus Johan de Voogd (19650152) in New York was de founding father van de AFNU. Hij startte met het realiseren van de website vanaf het jaar 2010. Dat gebeurde nadat was gebleken dat het bestand van in Amerika woonachtige en/ of werkzame alumni, zoals dat was opgegeven aan de VCV, een groot percentage mailadressen bevatte dat niet meer valide was. Blijkbaar was de kloof tussen de Amerikaanse realiteit van alumni en de connectie met de alma mater toen behoorlijk groot. In elk geval groter dan deze op dit moment is. De huidige voorzitter van AFNU a.i. Bill Huber (19780615) speelt een belangrijke rol bij het proces van toenadering tussen de NBU, de VCV en AFNU. Zijn inmiddels alle Amerikaanse NBU alumni in kaart gebracht op de website? BH: “Vermoedelijk zijn er nog zo’n 200 alumni in de VS die we nog niet hebben geregistreerd. We doen daar nog steeds een actieve search op. De AFNU-board vergadert regelmatig via zoom of teams en dan bespreken we nieuwe leads. Door het uitsturen van een jaarlijkse nieuwsbrief aan alle Nyenrode alumni in onze database kunnen we niet alleen donaties binnenhalen, maar ook alumni aanmoedigen om eventueel alumni en hun emailadressen te melden, die nog niet bij ons bekend zijn. Verder zal het ongetwijfeld zo zijn dat vrouwelijke alumni getrouwd zijn en nu de naam van hun Amerikaanse echtgenoot dragen. In die categorie zit zeker nog groeipotentieel. Verder zetten we uiteraard search engines in om de database completer te maken. Tenslotte kunnen we ook naar Canada kijken om de datebase aan te vullen.” Wat is de ‘corebusiness’ van AFNU? BH: “Het belangrijkste instrument voor de fundraising activiteiten is de jaarlijkse nieuwsbrief waarin we vragen om donaties. Het motief is om als succesvolle alumni in de Verenigde Staten
18 | VAN VERRE 291
iets terug te doen voor de Nyenrode Business University. We doen dat in de vorm van “Revolving Scholarships” voor studenten uit Amerika en van andere nationaliteit, die een jaar op Nyenrode kunnen studeren. We willen aankomende business leaders hier de kans geven om te profiteren van de ideale benadering die Nyenrode biedt om een brede internationale oriëntatie te kweken. Om de scholarships te promoten bezoeken we regelmatig universiteiten en business schools in de Verenigde Staten. Daarmee geven we ook aan dat Nyenrode de nummer 1 business school van Nederland is. Het is daarbij een opleiding die veel Amerikaanse elementen in zich heeft, zoals een campus systeem, veel aandacht voor casestudies en de aandacht voor sport die er altijd is geweest.” Hoeveel aandacht geef je zelf aan AFNU? BH: “Als interim-voorzitter werk ik samen met de andere acht bestuursleden, en normaal gesproken besteden we elke maand zo'n twee uur op een zondag aan het onderhouden van de database en het bespreken van zaken als beurzen en social media-bijeenkomsten. Het is duidelijk dat wanneer we een groot evenement plannen, zoals het recente bezoek van de Nyenrodedelegatie aan de oostkust, we aanzienlijk meer tijd besteden aan het plannen van de evenementen voor een succesvol resultaat. Aangezien ik voor de Deense multinational VELUX werk, ben ik ook regelmatig in Europa en in Nederland in het bijzonder. Ik onderhield altijd al graag het contact met Nyenrode, maar nu ben ik extra betrokken. Ik heb een Nederlandse vrouw en we hebben een appartement in Rotterdam, vanwaar ik dit interview doe. We hebben zojuist een dinertje gehad met rector magnificus Koen Becking en zijn vrouw. Dat was heel plezierig.” Hoe kan de relatie tussen de NBU en haar Amerikaanse alumni worden versterkt? BH: “Het bezoek van Koen Becking, Bo van der Rhee en Louise Out van Staveren heeft echt gezorgd voor een nieuwe energieinjectie. Het was geweldig om op vier locaties - New York, Boston, Washington DC en Atlanta- zo’n significante opkomst van alumni te hebben, opgezet vanuit onze website en de daaropvolgende uitnodiging vanuit de universiteit. In de eerste plaats stellen de Amerikaanse alumni het zeer op prijs om tijdens een cocktail meeting of een lunch een briefing te krijgen van de topmensen van de NBU. Daarnaast was het een prima aanleiding voor de alumni die acte de préséance gaven, om te netwerken. Ik verwacht dat we hierna meer gaan doen aan regionale bijeenkomsten.” Wat is je visie voor het bouwen van een sterker AFNU? BH: “Veel actieve alumni wonen en werken aan de East Coast. De métropoles New York, Washington DC en Boston zijn de frontrunners. Als het gaat om ‘social gatherings’ zijn de regio’s Atlanta en San Francisco actief. We kunnen echter nog actiever worden aan de West Coast en eventueel in staten als Florida en Texas. De toekenning van toekomstige scholarships kan daarbij
helpen. Verder zou het ondersteunend zijn wanneer Nyenrode professoren ook een leerstoel krijgen aan Amerikaanse business schools. Zo geeft Bo van der Rhee college aan de David Eccles Business School in Salt Lake City, zoiets maakt hier de juiste indruk van Nyenrode als een ‘leading international business school.” Wat is je motivatie geweest om plaats te nemen in de AFNU board? BH: “Ik heb in 1978 meegedaan aan het International Business & Economics Exchange Program van Nyenrode. Dat heeft mij internationale ervaring en optiek bijgebracht tijdens mijn accountancy studie aan de University of Georgia. Het jaar op Nyenrode heeft me een voorsprong gegeven in latere posities met een internationale verantwoordelijkheid. Ik ben zeer gemotiveerd om daarvoor het nodige terug te doen richting NBU.” Hoe zie je de mogelijkheden om de alumniverenigingen van Nyenrode samen sterker te maken? BH: “In deze tijd van internet gestuurde communicatie zou het een stap voorwaarts zijn wanneer de alumni-organisaties van de NBU, zoals de VCV, AFNU en SNUF gaan samenwerken onder een overkoepelend programma, met betere ‘outreach-efforts’ voor onze wereldwijde alumni. Daarmee kan Nyenrode meer internationale impact krijgen en zullen de alumni nog meer betrokken raken bij de alma mater.” Hoe verliep je carrière? BH: “Ik ben begonnen als accountant bij KPMG Peat Marwick, daarna heb ik voor The Coca-Cola Company gewerkt in financiële en internationale managementposities in Atlanta, Nederland, Duitsland en Maleisië. Daarna heb ik gewerkt in de direct marketing fundraising business en voor een farmaceutisch bedrijf in de USA. Sinds 2010 ben ik de CFO van de VELUX Group USA. Daarmee ben ik verantwoordelijk als finance business partner voor alle activiteiten van VELUX buiten Europa. Mijn werkterrein omvat Canada, Chili, Argentinië, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en China. Dat gold ook voor Rusland en Belarus, maar vanwege de oorlog in Oekraïne hebben we ons zojuist teruggetrokken uit die twee landen. Ik ben ook finance business partner voor ons bedrijf in Oekraïne, dat nog steeds actief is en natuurlijk hoop ik op een snel vredesakkoord.” Hoe ziet de businesss van VELUX eruit? BH : “VELUX is de wereldwijde leider in dakramen, lichtkoepels, decoratieve lamellen, zonneschermen, rolschermen en intelligente interieur oplossingen. De Deense entrepreneur Villum Kann Rasmussen was in 1941 de oprichter. Hij geloofde erg in de kracht van daglicht en frisse lucht en ontwierp een dakraam dat het leven in huizen met schuine daken verbeterde. ‘The rest is history’ zoals ze hier zeggen in de USA. De verschillende werkmaatschappijen zijn opgehangen aan een charitatieve stichting, VKR Holding A/S. VELUX Group USA is zeer belangrijk in termen van omzet en winst, maar VELUX publiceert geen specifieke omzetcijfers. Ik kan wel zeggen dat VELUX voor de consumentenmarkt het premium brand is in de Verenigde Staten. De afzet loopt uitsluitend via eersteklas bouwmarkten en groothandels. We hebben minder intentie om via internet rechtstreeks te gaan verkopen aan particulieren, maar we hebben natuurlijk wel een online aanwezigheid in de VS. Wel is onze missie om het woonklimaat van mensen, waar ze
American Stories
ook wonen, te verbeteren door een optimale beheersing van de kwaliteit van daglicht en lucht in huis. VELUX is erg gefocust op well being en daar baseren we onze innovaties op. In de commerciële markt is onze missie om het werkklimaat van mensen in kantoren, ziekenhuizen en van fabriekshallen te verbeteren. Daarvoor hebben we een design-afdeling die taylormade lichtkoepels ontwerpt. Daar doen we dus rechtstreeks zaken met de klant en zien we ons als partner om wellbeing in organisaties te bevorderen. Verder hebben we productielocaties aan de Eastcoast; en ik kan melden dat we het groene licht hebben gekregen voor het bouwen van een nieuwe productielocatie aan de West Coast, locatie nog te bepalen. Dat zal onze carbon footprint enorm verminderen in de VS.”
DOOR OELE STEENKS
Heb je speciale bijkomende taken? BH: “Mijn verantwoordelijkheid is om finance en controlling op dezelfde internationale lijn te houden. Verder gaat het erom dat lokale finance directors meer vooruit leren denken en anticiperen op toekomstige kansen en ontwikkelingen. Dat betekent aandacht voor de financiële "Predictive en Prescriptive modeling" van wereldwijde economieën die van invloed zijn op ons bedrijf, waarbij we de beste zakenpartners voor onze organisatie willen zijn evenals voor het welzijn van gebruikers van onze producten, dat voorop moet staan. Ik organiseer ongeveer een keer in de twee jaar een internationale meeting waarbij alle stakeholders een week bij elkaar komen om de toekomst in grotere lijn te bespreken. Ondanks de onderlinge afstanden hebben we een belangrijk Kann Rasmussen familiegevoel. Ook ben ik de driver van USA-overnames, waarvoor we doorgaans een acquisitieteam samenstellen, in samenwerking met het VKR-acquisitieteam.” Hoe werken de waarden en normen die Villum Kann Rasmussen heeft meegegeven aan VELUX in de Verenigde Staten? BH: “Een aanzienlijk deel van de winst gaat naar onze 'liefdadigheidsstichting' in Denemarken. Hier in de VS richten we ons op het ondersteunen van lokale gemeenschappen rond onze faciliteiten. Zo hebben we een fabriek in de staat Maine, waar langs de hele kust traditioneel wordt gevist op schelpdieren. We raakten geïntrigeerd door dat vak en vroegen ons af waar je dat vak eigenlijk zou kunnen leren. Toen bleek dat de belangstelling van de Jeugd om op dit gebied te trainen afnam, hebben we in samenwerking met de Lokale Gemeenschap een opleidingscentrum opgericht. We denken dus innovatief, net als bij onze producten. We geven ook aan andere goede doelen, zoals United Way, Habitat for Humanity en Youth Supportprogramma's in de VS. Om even terug te komen op het voorzitterschap van AFNU; je bent nu ad interim. Wat betekent dit voor de nabije toekomst? BH: “De AFNU heeft een reglementaire procedure vastgelegd om de voorzitter van de board te kiezen. Het is denkbaar dat er nog een of twee kandidaten zich aanmelden voor de job. Maar ik ben zeer gemotiveerd om de nieuwe voorzitter te worden. Ik denk wel dat het gaat lukken.” ♦
foto boven: Bill Huber & Koen Becking tweede foto: Bill Huber met vrouw & dochter
VAN VERRE 291| 19
LISETTE DITTERS VAN SIGNIFY
“Ik kwam een Amerikaanse man tegen en toen ben ik gebleven.” DOOR OELE STEENKS
Zij is de charme zelve, maar de mannen in de Amerikaanse wereld van projectontwikkelaars, kantoorexploitanten en commerciële huurders, hebben een taaie onderhandelaar aan Drs. Lisette Ditters (19930922) van Signify USA, de vroegere lichtdivisie van Philips. Ze gaat er niet in als vrouw vrouw, zegt ze zelf, maar ze voelt zich heel comfortabel in haar rol. Ze heeft traditionele verlichtingsproducten aan de man gebracht, die nog volop worden toegepast in het Amerikaans vastgoed. Ze is net benoemd tot Head of Product Marketing LED & Conventional Lamps in Noord-Amerika. Daarmee moet ze het beste van twee verlichtings-technieken zien te bereiken.
American Stories 20 | VAN VERRE 292
I
k heb zelf in de jaren tachtig voor Philips gewerkt op de afdeling Persvoorlichting, zoals een communicatie-afdeling toen heette. Daar heb ik nog Leen Schoffelmeer als interne opdrachtgever gehad; hij was de legendarische president van de Lichtdivisie. Kende je hem? LD: “Je bedoelt de oude meneer Schoffelmeer; nee dat was voor mijn tijd, maar de jonge heer Schoffelmeer is salesmanager geweest in de Amerikaanse Philips-organisatie.”
Er waren destijds niet veel vrouwen werkzaam in de verlichtingsindustrie. Hoe ben je daarin gerold? LD: “Ik heb de HEAO gedaan, waarbij je een stage van zes maanden moest lopen. Daarvoor ben ik een half jaar naar Frankrijk gegaan om voor de Franse Philips-organisatie te werken. Ik raakte direct geïnspireerd door de verlichtingstechniek. Dat hele spel van licht, lumens en watts vond ik razend interessant. Je kunt wel zeggen dat ik in Parijs het licht heb gezien.” Toch maar eerst een IDP-opleiding gedaan in 1993 op Nyenrode? LD: “Ik had direct bij Philips in Eindhoven kunnen beginnen, maar heb ik besloten om eerst een doctoraalopleiding te doen. Maar toen ik klaar was, kon ik terug naar Philips en daar ben ik dus niet meer weggegaan.” Hoe kwam je vanuit Eindhoven terecht in Bridgewater, New Jersey? LD: “Philips had een expatprogramma waarbij je drie jaar in een buitenlandse organisatie kon werken om je carrière een internationale onderbouwing te geven. Zo ben ik dus in 2003 in de VS gekomen. Daar ben ik iemand tegen gekomen waarmee het klikte. Het was een Amerikaanse man; zodoende ben ik hier gebleven.” De lichtdivisie van Philips is verzelfstandigd en sinds 2018 onder de naam Signify een AEX genoteerd bedrijf. Wat betekent dit voor jouw werk bij Signify USA? LD: “Signify is wereldwijd marktleider in verlichting en helpt consumenten, bedrijven en steden met het reduceren van hun elektriciteitsverbruik en CO2 uitstoot met energiezuinige verlichtingsproducten, - systemen en services. In de EU-markt mogen traditionele gloeilampen al lang niet meer worden verkocht. Hier in de Verenigde Staten mogen tot op heden gloeilampen nog wel worden toegepast; hoewel dat volgend jaar wellicht iets verandert. Maar op dit moment hebben we een groot deel van de Amerikaanse commerciële vervangingsmarkt in handen. Daarin kunnen we gloeilampen en TL-buizen inzetten, en wat nog belangrijker is, we maken de passende armaturen om ze op het Amerikaanse stroomnet aan te sluiten. Ik ben lange tijd regional salesmanager geweest in de professionele markt in de VS. Daarin heb ik talloze projecten binnengehaald om in bestaande kantoren en fabrieken betere en energie-efficiëntere verlichting te plaatsen.” Je doet dus zaken in een markt, die wellicht over het hoogtepunt heen is. LD: “Conventionele verlichting is over z’n hoogtepunt heen omdat er veel duurzamere alternatieve LED-verlichtingsoplossingen voor handen zijn, én in het huidige digitale tijdperk slimme, connected verlichting niet meer weg te denken is. Duurzaamheid staat bij Signify centraal, bij alles wat we doen. Je moet dat wel vanuit de Amerikaanse realiteit zien. De gevoeligheid van de gemiddelde Amerikaan voor het probleem van klimaatverandering is hier minder dan in de EU. Je ziet hier bijvoorbeeld nauwelijks elektrische auto’s op de weg. Verder is er sprake van milieuwetgeving per staat. En daarmee volgt die wetgeving bijna naadloos de politieke landkaart van de VS. Aan de East Coast en West Coast liggen de staten die van oudsher democratisch stemmen. Deze lopen voorop in het aanpakken van de ‘climatechange’. De zuidelijke staten en de Mid West stemmen republikeins. Daar komt nieuwe klimaatwetgeving niet echt van de grond. Zo is er een levensgroot verschil tussen bijvoorbeeld Californië waar strenge voorschriften gelden voor de standaard van lichtkwaliteit, die wordt uitgedrukt in wattages per vierkante meter, en de situatie in Texas, waar nauwelijks iets verandert.” Betekent dit dat bijvoorbeeld de staat Californië probeert om de vervangingsmarkt in de richting van LED-verlichting te sturen? LD: “Inderdaad. Je moet je voorstellen dat in de VS ‘energy saving contractors’ actief zijn die een ‘technical audit’ laten uitvoeren. Dat is een ouderwetse, fysieke exercitie. Iemand loopt door een kantoor en telt per verdieping alle lichtpunten en de soort armaturen, die wordt weergegeven in de layout van het kantoor. Vervolgens worden we uitgenodigd om een vervangingsplan te schrijven met toepassing van de nieuwste generatie LED-lampen, en armaturen. Dat levert een behoorlijke energiebesparing en besparing op onderhoud op. Nu is het zo dat in staten zoals Californië het energiebedrijf de investering teruggeeft aan de opdrachtgever, om de modernisering van het kantoorklimaat aan te jagen. In die situatie kun je echt concurreren op kwaliteit. Een staat als Texas kent bijna geen ‘energy rebates’, dus daar is het concurreren op het kostenplaatje.” Hoe verloopt het commerciële spel in die vervangingsmarkt? LD: “Het maakt verschil welke partij uiteindelijk de financiële beslisser is. Je hebt te maken met de eigenaar van een kantoorpand, met de onderhouds-contractor en uiteindelijk met de huurder of huurders van het pand. Het is maar wie de touwtjes in handen heeft. Zo heb ik als salesmanager veel zakengedaan in Pennsylvania, hoofdzakelijk Philadelphia, waar de contractors doorgaans de macht hebben. Dat levert echt ouderwetse prijsgevechten op. Aan de andere kant heb ik zakengedaan in San Francisco waar de invloed van de gebruikers van een kantoorpand veel groter is. Daar werken speciale ‘light designers’ op kantoorrenovaties die zijn gefocust op lichtkwaliteit en werkcomfort. Dus daar kunnen we kwalitatief de beste producten inzetten.”
VAN VERRE 292| 21
Helpt het dat je een vrouw bent in de onderhandelingen? LD” De professionele lichtmarkt in Amerika, en dan vooral de commerciële vervangingsmarkt, is een mannenwereld. Het helpt dat ik een vrouw ben in sales, want elke klant herinnert zich mij. Zeker als je bedenkt dat 80% van de business wordt gedaan met bestaande opdrachtgevers. Nu na twee jaar coronapandemie, was het belangrijk om weer veel te reizen, want dit is een relatie business. ‘Being in front of them’, zoals dat hier heet, is essentieel. Ik ga er echter niet in als ‘vrouw vrouw.’ Dat is niet mijn stijl. Maar ik voel me dus comfortabel in die salesrol, hoewel ik net een nieuwe functie heb gekregen.” Wat houdt je nieuwe functie in? LD: “Ik ben nu de Amerikaanse productmanager voor de lampen business -LED en conventionele lampen- voor de professionele markt. We kunnen in de VS nog steeds uit voeten met de traditionele lichtproducten, in de vervangingsmarkt. Ik ben nu de schakel tussen de fabriek en de salesteams. Er werken hier trouwens 200 mensen op het hoofdkantoor. In deze job moet ik ons productfolio bewaken, dus van welke producten gaan we afscheid nemen en wat kunnen we doen aan verdere innovatie. In het overleg met de salesteams moet ik bepalen waar de groei ligt en met welke klanten we op langere termijn zaken kunnen doen met onze verlichtingsproducten. Dan hebben we het ook over de verlichting systemen die worden toegepast in de eigen winkelketens. Zo zijn er grootwinkelbedrijven die rechtstreeks bij ons kopen voor al hun vestigingen in de Verenigde Staten. Signify is een totaal aanbieder van verlichting oplossingen. Of het nu gaat om producten, systemen of services. Hierdoor profiteren klanten en eindgebruikers van unieke lichtkwaliteit, leven mensen veiliger en comfortabeler en worden bedrijven, steden en winkels productievere en energiezuiniger.”
Signify verlicht iconische wolkenkrabbers en bruggen
Maar Product Marketing van Ledverlichting staat nu op je visitekaartje. Wat is je ervaring met de hippe LED-markt? LD: “Ik heb als salesmanager ook mooie projecten kunnen binnenhalen ten aanzien van nieuwbouw, want daarin wordt ook in de VS hoofdzakelijk slimme Ledverlichting gebruikt. Je moet overigens wel bedenken dat Ledverlichting is gebaseerd op chiptechnologie die de verlichting aanstuurt in een compleet armatuur. In wezen hoef je geen lampen meer te verwisselen na installatie. Signify biedt met trots wereldwijd de beste verlichtingsmerken waaronder het Philips productenmerk voor professionele en consumentenproducten en vele innovatieve submerken zoals Philips Hue voor slimme verlichting in en om huis. Je kunt onze product- merken aanpak vergelijken met die van Procter & Gamble. Maar om in te gaan op je vraag, we hebben een paar jaar geleden een groot project binnen weten te halen in Los Angeles. Daar gaat de gemeente alle verlichting van straten en wegen en andere verlichting van openbare ruimtes, uitrusten met Interact connected verlichtingssystemen van Signify. Alle lantaarnpalen en verlichtingsborden worden voorzien van slimme sensoren die aangesloten zijn op het internet, waarmee zaken als de verkeersdichtheid in de nacht, de weersomstandigheden, de werking van de verlichting en zelfs het geluid van geweerschoten kunnen worden opgevangen. Het systeem verzamelt data via de sensoren in de verlichting in één dashboard. De gegevens die het systeem verzamelt kunnen verbonden worden met andere slimme stadsoplossingen waarmee de verlichting op afstand kan worden aangestuurd en reageert op real-time waarschuwingen. Dat is een grote stap voorwaarts, zeker ook in de kosten. Tot voor kort moest een particulier bellen naar de gemeente, dat de straatlantaarn voor zijn woning kapot was en dan kwam er een monteur apart langs om de zaak te controleren, waarna de zaak hersteld kon worden. Dat is nu verleden tijd. Zo kunnen we Interact verlichtingssystemen ook een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren aan de veiligheid op scholen en universiteiten, door LED-verlichting te koppelen aan smartphones. Onze sensoren in de verlichting hebben ‘gunshot protection’ waardoor we kunnen reageren op schutters en via de apps op de smartphones kunnen detecteren waar de apps van leerlingen, studenten en leraren zich bevinden.” Denkend aan Amerika, zie ik wolkenkrabbers die feeëriek worden verlicht. Is dat ook de markt waarin Signify goed is? LD: “Absoluut! Met het Interact Landmark systeem kunnen we hele lichtshows voor wolkenkrabbers en markante gebouwen als musea en concert halls op afstand maken en gestart worden. Voor de lichteffecten werkt het Interact systeem samen met ons architectonisch productenmerk Color Kinetics. In New York City, dat is hier drie kwartier vandaan, wordt het Empire State Building aangelicht met de Signify verlichtingsoplossingen. Ik ben er trots op dat ik onlangs het verlichtingsproject van de brug tussen New Jersey en Philadelphia heb weten binnen te halen. Veel theaters en concert halls werken met ons productenmerk Strand, wat specifiek afgestemd is op podiumverlichting en waarmee alle verlichting kan worden gekoppeld aan wat op het podium gebeurt en aan hoe de bezoekers zich bewegen van buiten tot binnen. One dashboard fits all.” Tot slot, hoe is het binnenklimaat bij Signify America? LD: “We zijn een innovatief en eigentijds bedrijf. We hebben flexibele werkplekken en als ik mijn desk voor de dag heb gevonden, wordt die automatisch op de juiste manier aangelicht. Als ik naar een meeting ga, dan dempt het licht vanzelf en als ik weer terugkom heeft de lichtsensor daarop geanticipeerd. Het zorgt voor een prettige werkatmosfeer. Wat zeker zo belangrijk is, we hebben naast duurzame doelstellingen ook ambitieuze doelstellingen met betrekking tot inclusie en diversificatie. We walk the talk. Vrouwen en collega’s van minderheidsgroeperingen kunnen extra mentor-opties krijgen. Onze recruitment policy is hierop afgestemd. Ik heb onlangs potentiële stagiaires geïnterviewd voor mijn team; die jongeren waren allemaal onder de indruk van onze human resources doelen en activiteiten. In de huidige krappe personeelsmarkt is dat een onderscheidende factor voor Signify, die duidelijk wordt opgepikt door recruitment agencies. Hetzelfde geldt trouwens ook voor onze bijdrage aan een schoner klimaat.’ ♦
22 | VAN VERRE 291
American
ALEXANDER J. ROEPERS:
Stories
“New York is een prima stad voor mensen zoals ik.” Na het halen van een BBA op Nyenrode stond voor Alexander Roepers (19770094) een ding vast. Hij ging naar The Big Apple om zijn krachten te meten met miljoenen ambitieuze mensen die hem voor waren gegaan. “If you can make there, you can make it anywhere,” zong Frank Sinatra. Het hielp enorm dat Alex een MBA aan de Harvard Business School wist te halen. Daarna stond hij nog vier jaar op de payroll, maar toen was hij er klaar voor. Hij begon met equity hedge fund firma Atlantic Investment Management. Het is een van de grootste successen, geboekt door een alumnus in de Verenigde Staten. DOOR OELE STEENKS
H
oe ben je in New York gekomen? AJR: “Ik ben op Nyenrode geweest van 1977 tot 1980. Ik had al een stage gedaan bij Universal Instruments, een onderdeel van Dover Corporation. Dat was in Upstate New York in de plaats Binghamton gedurende de zomer van 1979. Dover Corporation is een conglomeraat dat hoofdzakelijk actief is in Amerikaanse bedrijven. Daar ben ik direct na Nyenrode weer naartoe gegaan voor een periode van twee jaar. Ik had naar de exchangeprograms gekeken die Nyenrode had lopen, maar ik wilde hoger mikken. Dus had ik me aangemeld voor Harvard Business School en een paar andere topuniversiteiten in de USA. Ik had het geluk dat ik werd toegelaten op Harvard via een Deferred Admission Decision in juni 1980 voor entree in september 1982. Ik heb dus een paar jaar in Binghamton gewerkt ter overbrugging.” Alexander J. Roepers, ‘champion sailor’ met zoon en dochters
Was het uitzonderlijk om als Nyenrodiaan door te dringen tot Harvard? AJR: “Ik wist dat op Nyenrode zich zeven studenten hadden aangemeld voor een toelatingsexamen en ik begreep later dat er in Nederland in totaal 50 aanvragen waren gedaan in mijn jaar. Er zijn er uiteindelijk maar twee studenten binnen gelaten. Waar ligt dat aan? Er kwam wel een beetje geluk bij kijken, maar ik denk dat Harvard vooral kijkt naar het niet kwantitatieve deel van je applicatie. Verder zal er gekeken zijn naar je referenties en activiteiten die je had gedaan naast je studie. Verder had ik al enige werkervaring opgedaan in de USA. Daarvoor geldt dan wel een subjectieve beoordeling.” Wat was je next step met een Harvard MBA op zak? AJR: “Toen ik klaar was op Harvard heb ik me weer aangemeld bij Dover voor een positie in corporate development. Mijn baas destijds heeft me echter geïntroduceerd bij de Thyssen- Bornemisza Group (TBG), omdat hij daar zelf had gewerkt en omdat de fit van mijn persoon voor dat Europese conglomeraat zo goed was in New York. Het topmanagement van TBG was in handen van Baron Hans Heinrich Thyssen Bornemisza met kantoren in Monaco, Amsterdam en New York.
VAN VERRE 291| 23
Het was een conglomeraat van de Thyssen Bornemisza familie en had een omzet van ongeveer drie miljard $, wat aanzienlijk was voor die tijd. Het bedrijf was geheel privébezit van de familie. Ik kwam in New York binnen als de eerste junior executive die was aangenomen via het hoofdkantoor in Monaco. De missie in New York voor corporate development, wat mijn werkterrein was, betrof het bijdragen aan de herpositionering van TBG en tegelijkertijd het verminderen van de aanzienlijke schuld. Dat deden we voornamelijk door dochterondernemingen te verkopen die minder toegevoegde waarde hadden en die niet meer pasten in de nieuwe strategie van TBG. Tegelijkertijd analyseerden we nieuwe bedrijven om aan te kopen die beter bij elkaar pasten voor de juiste zakelijke focus. 1984-1988 was een drukke periode, waarin de leveraged buy-outs begonnen op te komen. De Amerikaanse bankier Michael Milken maakte furore met junkbonds die voor allerlei private equity fondsen en corporate raiders het mogelijk maakten om overnames te doen, inclusief vijandelijke deals. Ook de New York Stock Exchange was zeer positief tot de krach van 1987 op zwarte maandag 19 oktober. We hebben vanuit TBG veel bedrijven met succes op de beurs weten te zetten of onder weten te brengen bij andere bedrijven of private equity firma’s. Voor mij was dat een fantastische periode om dergelijke zaken van dichtbij waar te nemen.” Kon je makkelijk meekomen op het kantoor van Thyssen Bornemisza? AJR: “Ik heb niet veel moeite gehad om me aan te passen aan de zakencultuur van New York; het is een stad die op zich zeer Europees is; men heeft een wereldse instelling en het leven is er dynamisch. Dat heeft me altijd al aangetrokken. Voor mij was er maar één stad in de VS om te wonen en te werken. Qua zakendoen is het zoals Frank Sinatra zei, “if you can make it here, you can make it anywhere”. Ik ben een enorme competeer of het nu zakelijk is of wat mijn wedstrijdzeilen betreft. Voor mij is alles een soort competitie. New York is een goede stad voor mensen zoals ik.” Heb je als Nederlander een voorsprong in een stad van voortdurende competitie? AJR: “Nederlanders hebben aan het begin van de Verenigde Staten gestaan met Nieuw Amsterdam. Die invloed is nog altijd voelbaar in New York. De influx uit zich in een vrij liberale en vrij gezinde instelling. Die beginselen zijn ook doorgedrongen
24 | VAN VERRE 292
tot de Constitution of the United States. Het is een stad met sociale regels die het mogelijk maken om dynamisch zaken te doen. Qua jaarlijkse GDP, gaat er zo’n anderhalf triljoen $ GDP in de stad New York om en er is 1.9 triljoen $GDP in New York State aanwezig, terwijl landen als Rusland en Zuid-Korea ieder aan 1,5 triljoen $GDP komen. Denk er even over na: de economie van New York is dus net zo groot als die van heel Rusland. Het is een uitstekende stad om zaken te doen. Alles zit zo dicht op elkaar. Het is niet voor niets dat zoveel Nederlandse en Europese multinationals tot New York zijn aangetrokken, omdat je binnen loopafstand al veel van je collega’s, concurrenten, klanten, serviceproviders, advocaten en accountants hebt zitten. Midtown Manhattan is wat dat betreft een groot dorp.” Het leverde ook de uitdaging op om op eigen benen te staan. Kun je dit toelichten? AJR: “Ik ben mijn eigen firma Atlantic Investments begonnen in 1988. Het is een hedgefonds met een zeer specifieke public equity investmentstijl. Aan de ene kant heb ik klanten en aan de andere kant ondernemingen waarin we beleggen. Het is op dit moment 50% in de VS, 30% in Europa en 20% in Azië wat de beleggingen betreft. Aan de klantzijde heb ik in dertig jaar een klantportfolio opgebouwd met vermogende particulieren, family offices en institutionele beleggingsmaatschappijen. Het is een portfolio dat voor de helft Europees en voor de helft Amerikaans is. De family-offices in Europa zijn voor mij altijd een belangrijke groep geweest. Ik ben regelmatig in Amsterdam, Londen, Geneve en Zurich om de contacten met klanten te onderhouden en de resultaten te presenteren. Ik ben overigens in de loop van dertig jaar nauwelijks andere Nyenrodianen tegengekomen in deze line of business. Toen ik begon was het beleggen alleen maar gebaseerd op het kopen van aandelen via de New York Stock Exchange. In 2003, als gevolg van aanzienlijk succes in de VS, zijn we gestopt met het aannemen van nieuwe investeerders, dus we gingen vrijwillig “closed for new investment money” voor onze twee Amerikaanse fondsen. We hadden de
mijlpaal van anderhalf miljard $ inleg bereikt wat wij toen inschatten als onze capaciteit. We hebben in 2003/2004 een beleggingsfonds voor Japan en Europa opgezet. Vandaar groeiden we vrij snel naar de $5 miljard onder beheer. Ook al hadden we pas vanaf 2004 een mandaat om in Europa te gaan beleggen, we hadden al jarenlang research gedaan naar Europese bedrijven die bij onze beleggingspolicy passen. We zitten niet in de allergrootste internationale bedrijven, maar meer in de klasse daaronder. We speuren naar ondernemingen die op een gegeven moment ondergewaardeerd zijn, maar een gezond groeipotentieel hebben. In het algemeen blijven we af van HiTech en BioTech bedrijven, aangezien we “technological obsolesence” on-analyseerbaar vinden. Verder blijven we af van de financial services bedrijven, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen, die onzes inziens een “lack of transparency” hebben. We opereren in de 2 tot 20 miljard $ marketcap. Verder zijn we gefocust op voorspelbare en betrouwbare cash generators die altijd winstgevend zijn. Als “engaged shareholders” zijn we actief in onze belangrijkste posities om onze agenda van ‘improved long term shareholder value enhancement’ door te drukken, voornamelijk door conversaties met de CEO gevolgd door brieven naar de CEO en Raad van Bestuur. Een belangrijke succesfactor van Atlantic is dat we een team van uitstekende analisten hebben. Echter het is een schip met één stuurman, en als de Chief Investment Officer – ‘the buck stops with me.’ Op dit moment heeft Atlantic 15 team members en anderhalf miljard $ onder beheer. We zijn een stuk groter geweest met 30 man op de payroll, maar sinds de krach van 2008, en de laatste tien jaar van hetze over HiTech, bitcoin en groeiaandelen, waar wij als value investors per definitie niet inzitten, is het – tot nu toe - moeilijk geweest om terug te groeien naar onze piek qua vermogen onder beheer van voor de 2008 krach. Echter, we doen het goed qua performance de laatste paar jaren en zijn happy met de grote van ons huidige team van 15. Er zitten acht senior equity analisten in het team en de rest is betrokken met financial, administratief, marketing en compliance. Atlantic lijkt op een mini United Nations: ook al zijn alle medewerkers
New Yorkers, we hebben een Duitser, een Rus, een Nederlander (mijzelf dus), twee Japanners, een Oekraïner en uiteraard meerdere Amerikanen.” Wat zijn je beste Europese Alexander J. Roepers deelnemingen? AJR: “Het grootste bedrijf dat we momenteel in Europa hebben is Rheinmetall uit Düsseldorf, dat hoofdzakelijk levert aan de defensie-industrie. Dat ligt op dit moment nogal goed in de markt. Rheinmetall maakt ammunitie, tanks, troopcarriers enz. De beslissing van de Bondsrepubliek om 100 miljard euro extra uit te trekken voor defensie, werkt natuurlijk zeer positief voor Rheinmetall. Het bedrijf zit binnen de defensie-industrie precies in de sweetspot; ze kunnen hun productie op korte termijn enorm vergroten. Uiteraard hoop ik ook dat het conflict in Oekraïne snel ten einde komt, maar het is in elk geval een enorme wake up call voor Europa om meer aan defensie te gaan doen. Verder zitten we in Frankrijk in het automotive parts bedrijf Faurecia dat een leider in autostoelen en de levering van andere componenten aan de auto-industrie is. Het bedrijf heeft net het Duitse Hella gekocht, dat marktleider is in autoverlichting. In Frankrijk zitten we ook in Rexel, een internationale groothandel in elektrische onderdelen. In Oostenrijk hebben we aandelen in het bedrijf Wienenberger dat in stenen en bouwmaterialen zit. Verder hebben we aandelen in SmurfIt Kappa, de Ierse multinational in verpakkingsmaterialen. In België hebben we Bekaert in de portfolio dat in hoogwaardig staaldraad doet voor onder meer de bandenindustrie. In die sector hebben we ook de bandenfabrikant Continental in Duitsland die aan het herstructureren is.” Je hebt twee Japanners in dienst, doe je daarmee ook China deals? AJR: “We zijn sinds 2003 bezig in China qua research en sinds 2008 met daadwerkelijk beleggen. Het is een soort niche activiteit, omdat we vinden dat we onze China investeringen apart moeten zetten van de rest van onze beleggingen, gezien de
VAN VERRE 292| 25
risico’s gerelateerd met de meer uitdagende due diligence, en communistische status van China. Overigens weten ze zelf nog steeds niet wat ze zijn - een kapitalistisch land of nog steeds een communistisch regime. Een beetje van beide onzes inziens. Echter dat houdt ons er niet van om actief te beleggen in middelgrote Chinese beursgenoteerde ondernemingen in bepaalde groeimarkten die passen in de Atlantic investment universe. Zo hebben we momenteel aandelen in het Chinese Dongfeng Motor dat drieënhalf miljoen auto’s per jaar maakt. Het heeft joint-ventures met Honda, Nissan en Peugeot. Ze hebben ook een 6% belang in Stellantis. Dat is het oude Peugeot-Fiat concern dat nu is gevestigd in Amsterdam. Sinds 2021 vallen daar merken als Peugeot, Chrysler, Jeep, Opel, Citroën en Dodge onder. Een ander bedrijf waar we in geïnvesteerd hebben, heet China Communication Services, waar de vier grootste telecombedrijven van China zowel aandeelhouder als klant zijn. Dit bedrijf is betrokken bij de uitrol van het Chinese 5G netwerk en de invulling van telecom infrastructuur van het land. Verder zitten we in een bedrijf dat CIMC Enric Holdings heet dat onder andere zakendoet in gas equipment en groene waterstof. Dit zijn geweldige groeigebieden in China. We zitten ook in Sinotruk en Shenzhen International Holdings, een Chinees conglomeraat. De bedrijven waar we zaken mee doen in China staan uiteraard niet op de verboden lijst van de VS. We houden de Chinese ontwikkelingen in de gaten, maar het is geen probleem voor ons tot nu toe. Verder is het te hopen dat China ten opzichte van Rusland’s oorlog tegen de Oekraïne het duidelijk maakt de ze zich bij de wereldopinie scharen. President Xi Jinping lijkt me een pragmatische man, die graag ziet dat de Chinese economie het goed doet en dat de effectenmarkten in China weer in de plus komen. Dat zou natuurlijk lastiger worden als er secundaire sancties tegen China worden ingesteld door de VS en de EU.” Hoe zijn de kansen voor Atlantic om in India te beleggen? AJR: “Klein – ook al ben ik er geweest voor onderzoek, mijn analisten regelmatig, en blijven we de kansen om in India te investeren bekijken, in het algemeen is er nier veel voor ons om te doen. Zoals ik al zei, we blijven af van de financiële sector, inclusief banken, en we zijn ook niet geïnteresseerd in commodity bedrijven. Dan kijk je verder naar de waarderingen van beursgenoteerde ondernemingen en die zijn over het algemeen bijzonder hoog in India. Dus voor die redenen is er voor ons bijna niets te koop. In die waarderingen zit waarschijnlijk het idee ingecalculeerd dat India het land van de toekomst is.” Hoe kijk je naar de hype van de SPACs? AJR: “We blijven ook ver weg van Special Purpose Aqcuisition Companies (SPACs). Er is op dit moment iets heel fout aan de gang in de Amerikaanse markt, waarbij zoveel speculatief geld rondvliegt, en waar SPACs deel vanuit maken. In de meeste gevallen, is er nauwelijks enige waarde-onderbouwing aan de onderneming of een deel van een conglomeraat, die de SPACs van de laatste paar jaar hebben overgenomen. Het is een grote bubbel, die in het afgelopen jaar al behoorlijk in elkaar is geklapt. Tot de andere bubbles in de VS die al flink in elkaar geklapt zijn behoren de “disruptive technologies” sector met als boegbeeld de investeerder Cathy Wood die met haar beleggingsfirma Ark binnen een jaar tijd met meer dan 50% gevallen is, de “memestock” hetze (bv Gamestop en AMC) en de VS genoteerde (ADRs) aandelen van Chinese Tech bedrijven die ook meer dan 50% onderuit zijn gegaan.”
26 | VAN VERRE 292
Ben je blij met de rentestijging die er nu aankomt? AJR: “Oh, absoluut. Was ‘long overdue’ en hard nodig om de inflatie te bestrijden, maar ook vanuit het perspectief van een moreel kompas is het gewoon fout om een rentestand van nul te hebben. Daarmee wakker je speculatie aan en ontmoedig je de bevolking om te sparen. Je moet iets kunnen verdienen op je spaargeld. Twee procent is wel het minimale dat je zou moeten ontvangen. We hebben maar liefst acht tot negen jaar die extreem lage rentestand gehad van de Amerikaanse Federal Reserve. Wat voormalig ECB-voorzitter Draghi heeft gedaan met de Europese rentestand bij de ECB, vind ik net zo idioot. Het heeft ertoe geleid dat beleggers aandelenkoersen hebben opdreven, waardoor de markt waardering van vooral groeiaandelen nergens meer op sloeg.” Hoe ligt de stad New York er momenteel bij? AJR: “Als long time New Yorker ben ik nogal bezorgd geworden over de stad gedurende de laatste acht tot negen jaar, voornamelijk vanwege het slechte management van voormalig burgemeester Bill DiBlasio. We hebben een nieuwe burgemeester sinds januari 2022, Eric Adams, het is te hopen dat hij het beter doet, maar eigenlijk kan het niet slechter dan met DiBlasio. Voor hem hadden we voor 12 jaar Michael Bloomberg, als burgemeester van New York, die het echt fantastisch deed. Je moet bedenken dat het voor een zakenman bijna onmogelijk is om burgemeester van New York te worden. De meeste buurten van New York zijn zo democratisch ingesteld, dat een zakelijk ingesteld kandidaat, vaak een republikein, nauwelijks kans maakt. De workerscouncils zijn hier zeer invloedrijk en die zijn vrijwel allemaal anti business. Verder is de democratische instelling zo pro nivellering en pro inclusie, dat het vaak moeilijk is voor vele bedrijven om goed gemotiveerd personeel te krijgen. Verder is New York niet bepaald een schone stad. Het staat op nr. 29 van de 50 grootste Amerikaanse steden. Philadelphia is nummer 50. Wij wonen in de Upper East side dus daar is het niet zo slecht. Hetzelfde geldt voor Midtown Manhattan.” Wat is je mening over het Build Back Better America programma van Joe Biden? AJR: “De president heeft nauwelijks een meerderheid in de Senaat en er zijn veel die tegen dit plan zijn. Trump heeft tijdens de Covid pandemie al veel stimulus gegeven en daarna volgde nog Biden’s infrastructuurplan. Nu hebben we dus te maken met Biden’s Build Back Better America plan, dat eigenlijk al grotendeels is geblokkeerd. De meerderheid van de Amerikanen vindt dat er te veel overheidsgeld wordt weg gegooid. Biden heeft nog tot november dit jaar om onderdelen van het plan erdoor heen te krijgen in Washington, maar dan volgen de congresverkiezingen. Ik denk dat Biden en de democraten dan hun meerderheid in het Congres kwijtraken.” Heeft de slechte staat van de Amerikaanse infrastructuur invloed op jouw business? AJR: “In dit land zijn goede voorbeelden van infrastructuur, maar er zijn veel steden en regio’s aan te wijzen met een slechte infrastructuur. Het is natuurlijk altijd goed om daaraan te werken. Infrastructuur is enorm belangrijk voor de Amerikaanse economie.” Hoe zie je de energietransitie plaats gaan krijgen in de USA? AJR: “Ik ben voorstander van een geleidelijke overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie maar je kan de nieuwe energiebronnen niet zo zwaar blijven subsidiëren als nu gebeurt. We hebben inmiddels gezien wat de politiek van een laag
defensiebudget, de afhankelijkheid van Russisch aardgas en het forceren van een green policy teweegbrengt. Net als de Europeanen hebben de Amerikanen grote last van de snel gestegen energieprijzen en dat gaat in november vrij zeker winst voor de republikeinen opleveren. Ik weet dat Trump niet populair is in Europa maar veel van zijn uitspraken en actiepunten waren ‘spot on.’ Hij heeft ondermeer keer op keer gewaarschuwd voor de macht die Poetin heeft over West-Europa met zijn aardgaspolitiek.” Wat vind je van het internationale optreden van president Joe Biden in de Oekraïne-crisis? AJR: “Je begrijpt inmiddels dat ik meer aan de republikeinse kant sta. Een president die zo duidelijk maakt in een dergelijk conflict wat hij niet zal doen, is een uitnodiging voor de dictators in deze wereld om daar gebruik van te maken. Dat gebeurde in het verleden al met Kennedy, Carter en Clinton. En zeker nu met Joe Biden. De inval van de Russen in Oekraïne gebeurde, mijns inziens, deels omdat hij in het Witte Huis zit. Vorig jaar was het terugtrekken van de US troepen uit Afghanistan al een blamage voor de Amerikaanse geloofwaardigheid. Hier zijn velen van mening dat Poetin tot nu toe over Biden heen loopt, bv de No Fly zone die Biden niet wil toestaan en waar de Oekrainers om smeken, is er niet om Rusland aan te vallen, maar om een autonome staat niet te laten verwoesten en een democratisch land niet uit de westerse invloedsfeer te laten wegtrekken.” Tijdens de twee ambtsperiodes van Obama is het Amerikaanse begrotingstekort verdubbeld. Wat zijn hier de gevolgen van? AJR: “Dit land leeft echt op een te grote voet. Ik begrijp dat we na de krach van 2008 en de daaropvolgende recessie en tijdens de covidpandemie geld in de economie hebben moeten pompen, maar dat Build Back Better America plan is gewoon te veel verspillen van overheidsuitgaven en belastinggeld. Die lange periode van lage rentestanden, waardoor het idee is ontstaan dat geld gratis is, heeft dit land in de moeilijkheden gebracht met de begrotingstekorten en de astronomische staatsschuld.’ Wat vind je van de ontwikkeling van Nyenrode Business University? AJR: ”Wat mij betreft heeft Nyenrode in de jaren negentig het flink verknald door de BBA-studie af te blazen. We willen als alumni natuurlijk allemaal trots zijn op onze alma mater, maar daar is de connectie met een echte businessschool verloren gegaan. Een internationaal handelsland als Nederland zou toch moeten beschikken over een van de beste businessscholen in de wereld? Nu probeert de Nyenrode - ‘leading from behind’ - weer op pad te komen. Mijns inziens is een kwalitatief sterk undergraduate programma noodzakelijk als basis voor een vooraanstaande business school. Ik begrijp dat de MBA-studies het redelijk doen en dat de executive education opleidingen aanslaan. Maar om weer een top business school te worden zal Nijenrode een gedegen tien jaren plan nodig hebben dat gebaseerd is op een sterke visie. De rector magnificus zal zelf meer top down moeten opereren en heel duidelijk moeten communiceren wat de koers is en welke vooruitgang hij van plan is te boeken. In de Verenigde Staten willen alumni de topman aan het werk zien en zijn geloofwaardigheid kunnen testen. Dan zijn ze wel bereid om te investeren in hun alma mater. Daar moet Alexander J. Roepers Nyenrode Business School ook naar streven.” ♦
VAN VERRE 292| 27
Krista & Robert Boerrigter
AMERIKAANS ONDERNEMER ROBERT BOERRIGTER:
Als ik voor een stoplicht sta, zie ik auto’s met honingraat papier Alumnus Robert Boerrigter MBA (19800015) zit niet in een alledaagse business, dat wil zeggen voor de gemiddelde Nyenrodiaan. Hij is de Amerikaanse champion in papieren honingraat. Het klinkt voor een leek als iets met hobbyisme, maar dat is voor de onwetenden onder ons. Er is een goede kans dat de vloer van uw auto’s kofferbak is opgebouwd met zijn product: superlicht en razend sterk! Robert is daarmee hard bezig om zijn Amerikaanse droom waar te maken. DOOR OELE STEENKS
V
anuit zijn woonplaats Ringgold in Virginia ligt Robert de sluier van een en ander op. Wat doet hij met zijn bedrijf AXXOR USA nu precies? RB: “Honingraat papier is op zich geen duur materiaal. De kracht van het product zit in de combinatie met andere materialen. Ik stel altijd twee vragen. De eerste is, waarom honingraat toepassen? Veel producenten moeten hun producten lichter maken, daarbij kan honigraat papier een essentiële rol spelen. Soms is de reden om het product van duurzaam materiaal te maken. Als je besluit om honingraat materiaal te gebruiken, dan is de volgende vraag, waarom zou je Axxor honingraat papier willen gebruiken? Het antwoord is dat we aan de hoge kwaliteitskant zitten en goed zijn in procescontrole. Wij doen aan engineered solutions. Dat betekent dat we samen met klanten werken aan het integreren van honigraat papier in het ontwerp- en productieproces. Axxor honingraat papier is dus niet iets dat je zomaar op internet bestelt.” Goed, honingraat papier is licht, maar wat maakt het bijzonder? RB: “Door de verticale structuur van ons materiaal heeft het een enorme draagkracht. Zo is AXXOR-honingraat papier, van ons Nederlands moederbedrijf, de belangrijkste component van de leggers in IKEA boekenkasten en kledingkasten. IKEA werkt met wat we ‘high density fiberboard’ noemen. Ons product wordt samengevoegd met laminaat, waarbij al die kleine gelijmde verbindingen met onze honingraatstructuur zorgen voor een hele goede buigsterkte. Onze grootste klant van AXXOR in de USA is de automobielindustrie. De meeste
28 | VAN VERRE 292
kofferbakvloeren bevatten Axxor honingraat papier. Dat is tot op heden de grootste toepassing, maar we kunnen ook het materiaal leveren voor ‘sunroofs’. Schuifdaken worden veel met behulp van ons materiaal gefabriceerd. De nieuwste ontwikkeling is dat we in de toepassing op auto’s opschuiven naar de buitenmaterialen. De nieuwe Ford Bronco die hier in de VS net in de markt is gezet, bevat afneembare buitendelen die met ons materiaal zijn gemaakt. Ook beginnen motorkappen te worden voorzien van AXXOR-honingraat papier.” AXXOR is met 50 werknemers een klein bedrijf, maar doet zaken met de grote jongens in de auto-industrie. Hoe krijg je dat voor elkaar? RB: “In de marktketen werken we uitsluitend voor de toeleveringsbedrijven die de meeste en grootste automerken als klant hebben. Die voegen kunststoffen, honingraat papier en meestal glasvezel samen tot een eenheid, die dan in een vorm geperst wordt. Soms worden hier verdere coatings of een textiel aan toegepast. Het mooie van ons materiaal is dat men het kan ontwerpen in een bepaalde structuur, waarmee door de juiste lijmtechniek een grote draagsterkte kan worden bereikt, maar tegelijkertijd kan een soort flexibiliteit worden gecreëerd waardoor het onder extreme druk op de juiste punten in het ontwerp breekt. Denk aan de motorkap van een auto. Bij een frontale botsing wil je niet dat de motorkap als compleet onderdeel door de voorruit slaat en het leven van de passagiers bedreigt. Daarom creëren ingenieurs bepaalde breekpunten, waardoor de motorkap op het juiste moment en op de juiste plekken breekt. Juist die eigenschap maakt ons AXXOR-honingraat papier uniek. Als ik voor een stoplicht sta
American Stories en om me heen kijk zie ik verschillende auto’s met ons honingraat papier erin verwerkt. We zitten nu in Volkswagen, BMW, alle merken van General Motors en in Ford. Daar kan ik intens van genieten.” De Nederlander Wieger Wiegersma heeft vanuit Zwolle AXXOR opgericht. Hij is de CEO van de Axxor Groep en jouw business partner in de VS. Al meer dan 20 jaar heeft hij IKEA als voornaamste klant. Hij heeft daarnaast een productielocatie opgezet in Polen, vlak naast de fabriek waarin IKEA de meeste kasten en boekenkasten fabriceert en de zaak uitgebreid met leveren aan verpakkingen, deuren en de automobielindustrie. Hoe zit dat met IKEA in de Verenigde Staten? RB: “In 2007 heeft IKEA een fabriek opgezet in de Danville, Virginia. Wij werden gevraagd om een productiefaciliteit op te zetten naast die fabriek. IKEA kon hier na een jaar of tien de businesscase voor de fabriek niet sluitend krijgen. Er waren problemen met materiaal, met procesbeheersing en met mensen. Daarom konden ze niet stabiel genoeg produceren. Helaas heeft IKEA in 2019 besloten om hier de fabrieksdeuren te sluiten. De winkels van IKEA draaien overigens prima in de VS, maar geloof het wel of niet, IKEA importeert alle lichtgewicht producten uit Europa. Ik heb het eerlijk gezegd nooit echt goed begrepen. Zo’n groot en succesvol bedrijf zou toch een betere oplossing moeten kunnen bedenken. Ik heb nog steeds de hoop dat IKEA beslist dat hun carbon foorprint beter zou kunnen in de VS en dat ze besluiten om de productie weer op te starten. Die fabriek stond in Danville, dat is hier twee kilometer vandaan. We zouden zo weer kunnen beginnen.” Het verlies van IKEA als opdrachtgever moet hard zijn aangekomen. Hoe staat AXXOR ervoor? RB: “We maken zo’n 15 miljoen $ omzet in de VS en hebben ongeveer 50 werknemers hier. De business is ‘expanding.’ We hebben vorig jaar de omzet weten te verdubbelen. Op dit moment zijn we bezig om de financiering rond te krijgen, zodat we tegen het einde van dit jaar de productiecapaciteit kunnen verdubbelen. Voor ons is dit een gigantische stap voorwaarts. Ik had het eerlijk gezegd eerder verwacht, maar het heeft wel enige tijd gekost om de zaak hier op poten te zetten. Aan de andere kant ben ik een beetje conservatief ingesteld. We zijn een relatief klein bedrijf en ik wilde eerst bereiken dat AXXOR in de VS een stabiel en financieel gezond bedrijf is. Vergeet niet dat de meeste start ups falen in hun opzet. Ik was 49 jaar oud toen ik AXXOR begon op te zetten in de VS. Ik was te oud om te falen; ik had een enkele kans en het moest in een keer goed zijn. We zitten nu goed in de automobielsector, in meubilair, in binnendeuren en in transport/packaging. Dat zijn onze vier avenues. Ondertussen gaan we kijken naar productengineering, want er zijn potentieel veel toepassingen van AXXOR-honingraat mogelijk.
Denk aan plafondpanelen, muren, autostoelen en panelen voor keuken aanrechten” Hoe heeft je Nyenrode opleiding geholpen om door moeilijke omstandigheden te komen? RB: “Als ik nu terugkijk op de lessons learned als ondernemer, dan blijkt dat Nyenrode een goede basis is voor het omgaan met allerlei zakelijke issues die je moet zien op te lossen. Na mijn BBA ben ik doorgegaan met een MBA in strategisch management aan Terry College of Business van de University of Georgia. Dat zijn opleidingen die nu heel erg hun nut bewijzen. Verder was mijn carrière tot mijn 49ste een voorbereiding op deze baan. Van CFO, naar general management en nu naar het ondernemerschap.” Kun je dat nader toelichten? RB: “Ik heb Nederlandse ouders, maar zij hebben zeven jaar in Brazilië gewoond, waar ik geboren ben. Mijn vader Henk Boerrigter zat in de tabaksindustrie en was ook een Nyenrodiaan van het jaar 1955. Dan is er nog Jan Boerrigter, een oom, die in 1967 op Nyenrode kwam. Ik heb maar 15 jaar in Nederland gewoond en inmiddels ben ik al 35 jaar in Amerika. Ik heb mijn vrouw ontmoet op het Terry College van de University of Georgia. Zij heeft ook een MBA en eigen carrière gehad bij BellSouth in Atlanta. Ikzelf ben begonnen bij Arthur Young, een voorloper van Ernst & Young. Daar zat ik in de small business consulting. Ik kreeg echter gevoel dat ik mensen moest vertellen wat ze moesten doen, op basis van management-theorie, terwijl ikzelf nog niets had bereikt. In 1988 ben ik daarom overgestapt naar Kentucky Fried Chicken -KFC, waar ik eerst in finance was en daarna in operations terecht kwam. Mijn vrouw is met me meeverhuisd naar Louisville, waar onze zoon Steven werd geboren in 1989. Daarna zijn we verhuisd voor KFC naar Californië, waar we nog twee dochters hebben gekregen. Mijn vrouw is zich toen aan de familie gaan wijden en heeft hier en daar nog consulting jobs gedaan. KFC (deel van YUM Brands) was een fantastisch bedrijf, maar het bleef het aan me knagen dat ik binnen een service-model werkte. In 2004 ben ik CFO geworden van Lantech -, dat wereldleider is in “stretchwrappers”, dat zijn folie-wikkelaars waarmee je producten of gestapelde producten op pallets inpakt. Voor deze multinational ben ik in 2007 general manager geworden in Europa. Daarmee kwam ik al meer in de richting van de maakindustrie, omdat ik allerlei verpakkingsmachines in de markt moest zetten. Ik hield daarvan: werken met klanten om problemen op het gebied van verpakking en logistiek op te lossen; een productielijn inrichten; nieuwe machines helpen ontwikkelen en een duidelijk product verkopen. Hoe mooi dat ook was, het liet een uitdaging over: ondernemer zijn. In 2009 ben ik als president en
VAN VERRE 292| 29
heeft die industrie overgenomen. Nog een voorbeeld, in deze regio zat veel textielindustrie, die is ook helemaal opgekocht door het buitenland. Het is dan ook niet gek dat de federale overheid probeert om met stimuleringsmaatregelen de Amerikaanse industrie weer te laten innoveren.”
co-entrepreneur van start gegaan voor AXXOR. Als ik nu auto’s op de weg zie rijden met onderdelen waarin ons honingraatpapier is verwerkt, gaat mijn hart sneller kloppen. Ik houd van productievloeren, zo af en toe moet ik even ‘grease under the vingernails’ opdoen. De laatste jaren springt mijn vrouw bij in het bedrijf, waar dat nodig is. Zij werkt aan de HRM kant, dus het aannemen van de mensen.” Hebben de programma’s van presidenten Trump en Biden om de Amerikaanse economie te versterken, invloed op het besef van urgentie tot innoveren in de Amerikaanse industrie? RB: “Ik denk het wel. Terwijl Nederland de weg van de kenniseconomie is ingeslagen, is de maakindustrie in de VS belangrijk gebleven. Ook veel van de werkgelegenheid is verbonden aan de maakindustrie. Maar het is duidelijk dat de concurrentie internationaal is geworden en dat veel producten die in de VS zouden kunnen worden geproduceerd, nu worden geïmporteerd. Zo is er een handelstekort ontstaan, mensen kopen nu eenmaal wat goedkoper is. Innovatie is belangrijk en Amerikaanse bedrijven moeten gewoon alert blijven en scherper worden. Het is hier een tijd zo geweest dat de politiek, consumenten en handelsbedrijven dachten, het maakt niet uit waar het vandaan komt, zolang de open wereldeconomie werkt, is het allemaal prima. Daardoor zijn hier in de VS hele industrieën verdwenen en ontzettend veel banen verloren gegaan. Zo zat er hier in de buurt veel meubelindustrie. Die bedrijven zijn allemaal naar het buitenland verhuisd. China
30 | VAN VERRE 292
Blijft Amerika het land van de onbeperkte mogelijkheden? HB: “Toen ik op Nyenrode zat was de invloed van de Verenigde Staten groot. Zo waren de Amerikaanse business schools en hun professoren leidend in de wereld; werkten we met Amerikaanse lesboeken; deden we veel aan casestudie en kwamen Amerikaanse hoogleraren over om gastdocent te zijn. Ik zag Amerika zeker als het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ik moet zeggen dat dit in de loop der jaren is veranderd. Het idee van Amerikanen dat ze alles kunnen, dat ze de schouders eronder moeten zetten, dat ze hard moeten werken en dat ze moeten winnen, dat idee is veranderd. Nu is er onder president Trump het besef gekomen dat Amerika niet nog meer afhankelijk kan zijn van het buitenland, van China in het bijzonder. Er moet een betere handelsbalans komen en de Amerikaanse industrie moet haar leidende rol weer gaan oppakken. Meer innovatie is essentieel; dat gaat aan het maken vooraf. Zo merken we dat alle chips in het buitenland worden gemaakt, terwijl chips aan het begin staan van elke modernisering. Als de import van chips hier blokkeert, dan staan hele industrieën stil. Dat mag niet gebeuren. Een bepaalde vorm van overheidssteun is wenselijk. Zo hebben we subsidie gekregen om nieuwe banen te creëren, om te investeren in een nieuwe productielocatie en machines. Ook zijn we geholpen om de Covid-pandemie te doorstaan. Dit heeft ons overeind gehouden en iedereen behield hun baan, in plaats van dat ze de werkeloosheid ingingen. Dit was een echte win-win.Verder zien we meer aandacht voor beter onderwijs op ‘community colleges’, waardoor we de vruchten gaan plukken met beter geschoold fabriekspersoneel. Hoewel ik moet zeggen, dat het niveau op middelbare scholen best nog met een paar stappen omhoog mag gaan. De meeste steunprogramma’s komen van de staat Virginia, maar er is ook een federaal programma Small Business Administration. Als het gaat om de Amerikaanse industrie in het geheel, komt er vanuit Washington meer steun op sectorniveau, maar worden Amerikaanse ondernemingen ook actiever gesteund om te exporteren. In deze context hebben we een verkoper in Mexico kunnen aanstellen, die zorgt voor een optimale aansluiting op toeleveranciers voor zes Mexicaanse autofabrieken, die we als klant hadden vanuit Amerika.” Je bent optimistisch over de innovatiemogelijkheden van AXXORhoningraat papier. Kun je daarvan nog een voorbeeld geven? RB: “Hier in de VS zitten we in een aantal staaldeurontwerpen voor de commerciële onroerend goed markt. Dat klinkt als een bijzondere combinatie, maar het werkt uitstekend. Het gewicht van een staaldeur is belangrijk, in verband met het vervoer en het plaatsen daarvan. De kwaliteit van die staaldeuren is groot omdat Axxor-honingraat zorgt voor weinig verdraaiing, omdat honingraat papier overal wordt gelijmd op kleine cellen.”
Kun je gebruik maken van het Nyenrode alumninetwerk in de VS? RB: “Ik maak daar niet echt veel gebruik van, omdat ik ben getrouwd met een Amerikaanse en via mijn schoonfamilie ben ik helemaal in het Amerikaanse leven gaan zitten. Mijn kinderen zijn hier geboren en als gezin zijn we nooit meer buiten Amerika geweest om te wonen. Al onze vrienden komen van de Amerikaanse business school. Daarmee had ik vanaf het begin hier een fijn netwerk. Nu heb ik via de vestiging van AXXOR in Overijssel meer contact met Nederland. Ik kom daar enkele keren per jaar. Het is dus niet zo dat ik aan de menselijke kant het contact met Nederlanders verliest, want ik praat nog dagelijks met ze via internet. Ik heb geprobeerd om mijn zoon Steven Nederlands te leren spreken, maar dat bleek onbegonnen werk.” Hoe is de verstandhouding met de founding father van AXXOR, Wieger Wiegersma? RB: “Mijn familie komt oorspronkelijk uit Hengelo Overijssel. Wieger is ook inwoner van het oosten. Dus die achtergrond delen we. Hij heeft het bedrijf opgezet vanuit de kartonindustrie. Hij was echt gedreven door het product, ikzelf ben meer afgegaan op de mogelijkheden van honingraat papier als businessmodel. Wij delen niet alleen de achtergrond, maar ook de ondernemingswaarden. We willen allebei een mooi bedrijf neerzetten met een onderscheidend product dat overal past. En ook familie erin meenemen als dat lukken wil. Mijn zoon Steven zit nu in het bedrijf en ik hoop dat hij de zaak van me kan overnemen.” Welk bedrijf ga je doorgeven aan de volgende generatie? RB: “Als we investeringen zouden aannemen van buitenaf, dan kunnen we waarschijnlijk veel sneller groeien. Het is niet mijn droom om een mega bedrijf neer te zetten. Het gaat me om een bedrijfsvoering waarin iedereen graag werkt en waarin we plezier hebben in de resultaten. De omvang van AXXOR is niet de droom. Tegelijkertijd is het zo dat al mijn geld in AXXOR zit, dus dat geeft permanent druk. Toen IKEA wegviel als opdrachtgever, deed dat wel even zeer! Dan is niet verhaal van hoe groeien we, maar hoe kunnen we overleven? Zeker als de Covid-pandemie daarover heen komt. Voor de aankomende investering moet ik de middelen bijeen schrapen, maar daar geniet ik van. De honingraat toekomst is groots en we hopen daarin een grote rol te spelen. ♦ Robert Boerrigter met zoon Steven in de nieuwste Ford Bronco
VAN VERRE 292| 31
MATTHY WELLING IN SEATTLE:
DE VIS WERD PRIMA BETAALD! Praten met Matthy Welling (19720069) MBA over zijn bedrijf Welmar Pacific is alsof we samen in een oude eend naar Leuven rijden. Nyenrode schept immers een band voor het leven. DOOR OELE STEENKS
H
et kan bijzonder lopen in het leven van een Nyenrodiaan. Samen met Matthy Welling besloot ik om na het afronden van een BBAstudie in de Verenigde Staten om een MBA te halen aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Die opleiding had internationaal een uitstekende reputatie. Ik herinner me dat Matthy me kwam ophalen in zijn eend, waarna we richting Leuven kachelden om ons elk in een kaal ‘kot’ te installeren. Het kostte de nodige aanpassing om uit te vinden waar de colleges werden gegeven, als ze al doorgingen op de datum die op een prikbord was terug te vinden. De meeste colleges waren een regelrechte schok. Een Einstein-achtige professor kalkte wiskundige formules op het bord, waar alleen een student met een wiskunde-opleiding chocola van kon maken. Het was meer econometrie dan business education. Ik heb het er een trimester volgehouden en heb toen een auto met aanhangwagen gecharterd om mijn kot in het centrum van Leuven te ontruimen. Nu spreek ik Matthy Welling weer via Teams in zijn Amerikaanse woonplaats Seattle. Sinds 1975 is er wel een paar jaar over zijn gezicht gegleden, maar hij oogt niet veel ouder. Binnen enkele minuten is de droge humor van de alumnus weer terug. “Ik heb een Duitse vrouw, Eli en die heeft tot voor kort aerobics lesgegeven hier in Seattle. Ik moest natuurlijk wel zorgen dat ik in haar spoor mee kon. Daarom zit ik zelf regelmatig in de gym. Verder houden we allebei van outdoor living, dus we
32 | VAN VERRE 292
wandelen regelmatig en als de sneeuw valt zijn we in de heuvels rond de stad te vinden op de skies,” aldus Matthy. Ik vraag hem hoe het met hem was afgelopen daar in Leuven. “Ik heb het nog een trimester volgehouden, maar toen had ik het ook wel gezien. Ook ik snapte er werkelijk niets van. Ook was het verdomd eenzaam in dat kot, zeker als je het vergeleek met het leven op de campus. Ik ben daarna teruggegaan naar de University of Georgia en heb daar een MBA gehaald. Daar heb ik trouwens mijn Eli ontmoet, die daar Duits studeerde. Dat vond ze wel zo makkelijk.” Matthy en zijn Duitse liefde waren het er snel over eens dat ze allebei voor de Verenigde Staten wilden gaan. Mijn mede België-ganger van destijds wist na een aantal sollicitaties een baan te bemachtigen bij een Amerikaanse groothandel in food. “Ik moest gaan handelen in vis. Ik heb wel keurig gemeld dat ik geen ervaring had in die richting, maar dat was voor de directie geen belemmering om me aan te nemen. Wat dat betreft kunnen Amerikanen behoorlijk opportunistisch zijn. Ik zou het vak snel genoeg onder de knie hebben. Ik denk dat ik in de smaak viel, omdat we als Nyenrodiaan hebben geleerd om gemakkelijk contacten te leggen. Ik had altijd het idee dat alle Amerikaanse zakenmensen keihard waren, maar daar bleek niet veel van. Aangezien ik zelf ook nogal optimistisch van aard ben, was de deal snel beklonken. Ondertussen begonnen mijn vrouw en ik elkaar langzamerhand echt te leren kennen. Ik moet wel zeggen dat dit proces een paar jaar heeft geduurd. Na twee jaar in Atlanta te hebben gewerkt, kreeg ik een aanbieding om voor een Frans bedrijf in San Diego te gaan werken. Die club had onder andere de Amerikaanse licentie voor Boursin in de wacht gesleept en dat keurig gecopieerd met als merk Rondelé. We kochten direct een huis in San Diego. En er kwamen kinderen; vier zelfs, twee jongens en twee meisjes. Na bijna zes jaar bleek het Franse bedrijf niet zo betrouwbaar en ging failliet. Toen hebben we elkaar aangekeken met de
American Stories
vraag, waar we nu echt wilden settlen in de Verenigde Staten. Het was een keuze tussen Boston aan de oostkust of Seattle aan de Pacific. Helaas ging dit gepaard met de beurskrach van 1987, waarbij de huizenprijzen in de Verenigde Staten zwaar onderuitgingen. We hebben San Diego met een forse schuld moeten verlaten.” Het echtpaar Welling koos uiteindelijk voor de stad Seattle die destijds nog niet zo bekend was in Europa, maar wel een sterke economische onderbouwing kent met ondernemingen als Boeing, Microsoft en tegenwoordig Amazon. Er is duidelijk sprake van een tech bubble in de regio. Ook was er toch al een behoorlijk contigent Nederlanders aanwezig. “Ik heb er een eerste food groothandel opgezet, maar dat was iets te opportunistisch ingevlogen. Ik ben dan ook failliet gegaan. Gelukkig kijken Amerikaanse banken daar iets anders naar dan Nederlandse banken en financiers. Hier zien ze dat toch als een lesson learned. Het is me dan ook gelukt om in 1993 opnieuw te beginnen met Welmar Pacific. Dat is gelukkig prima gaan lopen.” Matthy wist een internationale groothandel in vis op te zetten, die hij kocht aan de Amerikaanse westkust, maar vooral aan de andere kant van de Pacific in Siberië, China en Thailand. Uit Alaska koolvis voor kibbeling, zalm en schol. Uit Siberië komt hoofdzakelijk zalm, uit China verwerkte kabeljauw en platvis en uit Thailand hoofdzakelijk platvis en zalm. “Ik ben natuurlijk niet opgegroeid in de visserij. Voor ik naar Nyenrode ging had ik het idee om veearts te worden. Nou ja, de vis business komt enigszins in de buurt. Ik heb wel het nodige leergeld moeten betalen, want je moet de tricks in deze handel wel kennen. Zo gaat het vaak om watergehalte in de vis, waardoor die zwaarder weegt dan zou moeten. Ook moet je scherp letten op chemicaliën die eventueel worden gebruikt bij het conserveren van vis. Ik heb jarenlang de helft van mijn tijd in vliegtuigen gezeten om vis te kopen. Zo ben ik nu net terug uit Thailand. In de eerste jaren van Welmar Pacific leverde ik aan verschillende visverwerkende partijen in Europa. Daarvoor had ik een zakenpartner in Nederland. Nu doe ik eigenlijk alleen nog rechtstreeks zaken met Welmar Seafood uit Hendrik ido Ambacht, dat een visverwerkingsbedrijf en rederij Vrolijk heeft in IJmuiden. We opereren zelf onder de naam Welmar Pacific. Die samenwerking heeft me de nodige stabiliteit verschaft. Zo wordt o.a. Johma zalmsalade met onze zalm bereid. Verder eindigen onze producten in de
schappen van AH, Jumbo en Lidl. Ook veel viskramen verkopen onze kibbeling. Het blijft zaak om steeds persoonlijk naar partijen vis te gaan kijken en te laten zien hoe je vis gefileerd of verpakt wil hebben. Inmiddels heeft Welmar Pacific zo’n 12 miljoen $ aan omzet per jaar, waarvoor ik min of meer alleen verantwoordelijk ben. We hebben wat geld opzij kunnen zetten. Hoewel ik nog maar een kwart van mijn tijd hoef te reizen, hebben mijn vrouw en ik afgesproken dat we tegenwoordig businessclass vliegen. Dat is een luxe die we elkaar gunnen. Talloze vergaarde mijlen en punten komen mooi van pas. Ze is op het moment van dit interview op weg van Berlijn naar Seattle, want ze heeft ook een appartement in de Duitse hoofdstad. Thuis spreken we trouwens Duits met elkaar. En een van mijn dochters woont ook in Duitsland, waar ze elektricien is, dat is wel leuk om te melden.” Matthy Welling heeft een huis dat uitkijkt op de haven van Seattle; hij zit dus dicht op de corebusiness. Een van zijn zoons woont nog thuis en de ander heeft een plaatselijk aannemersbedrijf. “Met die zoon thuis gaat het helaas niet zo gemakkelijk; daar maken we ons zorgen over. Dat is op zich al een reden om hier te blijven, hoewel ik ook een appartement heb in Heemstede. Daar ben ik op zich trots op.” Hij heeft nauwelijks contact met andere alumni in dat deel van de wereld, maar is wel actief in de kring van Nederlandse ondernemers en managers met een Nederlandse achtergrond. “Wat dat betreft hoef ik hier bepaald geen heimwee te hebben. Ik werk samen met de (oud)Nederlandse honorair consul hier in de stad; die deed net of hij op Nyenrode had gezeten, maar hij is gewoon een drs van de Erasmus Universiteit.” Aan het einde van het gesprek vraagt hij of ik nog altijd in de uitgeverij zit. Daarop roep ik maar dat ik inmiddels semi-gepensioneerd ben en aan afkicken doe bij het Nyenrode Alumni VCV magazine Van Verre. ♦
VAN VERRE 292| 33
Bruggen slaan voor uitwisselingen, onderzoek en internationale opleidingen Eind maart bracht een kleine Nyenrode-afvaardiging een bezoek aan de oostkust van Amerika. De delegatie bestond uit Rector Magnificus Koen Becking, onderzoeksdirecteur Bo van der Rhee en Louise Out van Staveren en Anouk Reitsma van Alumni Relations & Fundraising. Het doel was om de relatie met alumni daar te versterken en bruggen te slaan op het gebied van uitwisselingen, onderzoek en internationale opleidingen. American Friends of Nyenrode University (AFNU) hadden hun netwerk ingeschakeld om het bezoek mogelijk te maken. TEKST NBU
American Stories 34 | VAN VERRE 292
I
n een week tijd werden de steden New York, Atlanta, Washington en Boston bezocht. Per stad was een aantal alumni host en ambassadeur. In New York stond een receptie op het programma bij alumnus Alex Roepers, waar alumni uit de omgeving elkaar konden ontmoeten. Ook ging het viertal in gesprek met het AFNU-bestuur tijdens een lunch gehost door Andy en Priscilla Bender. BANDEN AANHALEN In Atlanta was de delegatie door Consul-Generaal Ard van der Vorst uitgenodigd. Ook hadden zij een afspraak met de Dean van het Terry College of Business aan de University of Georgia in Athens en werd daar een stop gemaakt bij de afdeling Development & Alumni Relations. “In het verleden werkten we al samen op het gebied van student- en faculty-uitwisselingen. We gaan onderzoeken of we deze banden weer opnieuw kunnen aanhalen”, vertelt Out van Staveren, directeur Alumni Relations & Fundraising ad interim en zelf ook alumna van Nyenrode. Bill Huber, voorzitter van het AFNU-bestuur, maakte dit bezoek mogelijk. ONDERZOEK MET IMPACT André Haspels, de Nederlandse ambassadeur in de Verenigde Staten, benadrukte in Washington het belang van samenwerking tussen Amerikaanse en Nederlandse universiteiten op het gebied van uitwisselingen. Ook stond er een lunch met voormalig Congreslid Jim Slattery (alumnus 1969) op het programma. Prof. dr. Bo van der Rhee gaf tijdens de receptie bij alumnus Jack Roepers en zijn vrouw Nadereh, lid van de International Advisory Board, een inkijkje in de impact die we met het onderzoek bereiken. “Met onze impact cases laten we zien hoe ons onderzoek op een positieve manier bijdraagt aan het oplossen van de problemen van de 21e eeuw.”
LIFE CHANGING EXPERIENCE Aan het einde van de trip bezocht het gezelschap in Boston het Massachusetts Institute of Technology (MIT), een particuliere onderzoeksuniversiteit die is opgericht in 1861. De week werd afgesloten met een bijeenkomst bij host Ellen Teunissen – Kooloos waar Becking in gesprek ging met de aanwezige alumni. Hij kijkt terug op een geslaagd bezoek: “De verhalen waarin alumni vertellen dat Nyenrode voor hen een life changing experience was, zijn prachtig om te horen. Het is mooi om te zien dat zij ook studenten die niet beschikken over de financiële middelen een kans willen geven om diezelfde ervaring op te doen.” AMERICAN FRIENDS OF NYENRODE (AFNU) Noord-Amerika telt ongeveer 700 Nyenrode-alumni. AFNU speelt daar een onmisbare rol bij het onderhouden en uitbreiden van de Nyenrode-gemeenschap. De voornaamste taak van de organisatie ligt in het ondersteunen van de onderwijsactiviteiten van de universiteit, het werven van fondsen voor studiebeurzen en het organiseren van evenementen waarbij Nyenrode-alumni de kans krijgen om met de huidige studenten en de faculteit te netwerken. ♦
1
2
3
4 FOTO 1 New York City met host Alex Roepers FOTO 2 Bronxville NY met hosts Andy en Priscilla Bender, AFNU Board Lunch
5
FOTO 3 Atlanta met host Bill Huber, chairman AFNU FOTO 4 Boston met hosts Ernst en Ellen Teunissen - Kooloos FOTO 5 Terry Business School Atlanta met host Bill Huber FOTO 6 Boston met hosts Ernst en Ellen Teunissen - Kooloos
6
7
FOTO 7 Washington DC met hosts Jack Roepers en Nadereh Chamlou
VAN VERRE 292| 35
“Ik ben een echte New Yorker geworden.”
20
VRAGEN VOOR GERRY VOS VRAAG 2
American Stories
Gerry Vos (19750072) arriveerde in New York met een baan bij INGBarings. Het kostte hem anderhalf jaar om de cultuur van de stad in zijn vingers te krijgen. Maar nadat hij plotseling werd ontslagen op een vroege maandagmorgen in 2008, sprong hij in het diepe met een eenmansbedrijf Gerry Vos LLC, internationaal business consultant. Dat is prima uitgepakt. In 20 vragen komt hij met verscheidene tips en tricks om het te maken op Manhattan.
VRAAG 1 Hoe ben je in New York terecht gekomen? GV: “Ik had er al een carrière van twintig jaar opzitten in Nederland, hoofdzakelijk in verzekeringen en effectenhandel. In 1994 was ik senior vicepresident bij Fortis Mees Pierson geworden. Dat was de bank voor grotere beursintroducties in Nederland. Buitenlandse banken en brokers stonden in de rij om zaken met ons te doen. Zo kwam ik in aanraking met de grote Amerikaanse handelsbanken. Ik raakte onder de indruk van hun scope of business en hun dynamiek. New York begon me aan te trekken. Een relatie bij Goldman Sachs heeft me toen geïntroduceerd bij een headhunter in New York. Die heeft me aan een baan bij ING-Barings LLC in New York geholpen.”
36 | VAN VERRE 292
Hoe zag je carrière pad eruit in NY city? GV: “Ik ben doorgegaan in de internationale effectenhandel bij Brown Brothers Harriman van 2001 tot 2003. Ik heb tot 2006 bij Fulcrum Global Partners gewerkt als internationale business analist en daarna heb ik een overstap gemaakt naar de CRT Capital Group in Stamford Connecticut. Daar werd ik op een maandagochtend vroeg bij de directie geroepen. Een kwartier later was ik mijn baan kwijt. Het was niet persoonlijks, maar aan het begin van de financiële crisis wilde men gewoon de kosten verlagen. Dat is vrij normaal in de Verenigde Staten. Daarna besloot ik voor mezelf te beginnen onder de naam Gerry Vos LLC. Ik ben global business consultant en adviseer middelgrote ondernemingen bij het opzetten van strategische partnerships tussen enerzijds ondernemingen in de Verenigde Staten en anderzijds partijen in Europa of op andere continenten. Zo heb ik het nodige gedaan in de internationale agrarische sector. Daarmee ben ik aan een tweede hoofdactiviteit gekomen, dat is een Iers-Servisch bedrijf dat is gespecialiseerd in IT, AI/ML voor digitalisering van landbouwprocessen, watermanagement en smart cities. Dat doe ik nu ruim vier jaar. Voor deze business heb ik heel wat bij moeten leren. Het helpt dan wel dat je een Nyenrode achtergrond hebt en weet dat je elk jaar nieuwe stappen moet kunnen maken.”
VRAAG 3
Welke lessons learned heb je opgedaan? GV: “Toen ik in New York begon, sprak ik goed Engels. Het heeft zeker anderhalf jaar geduurd voordat ik me volledig het New York/American Engels had eigen gemaakt. New Yorkers zijn in principe heel aardig in de omgang, maar ook in zekere zin oppervlakkig. Daarbij kunnen ze ook heel direct zijn in hun antwoorden. Dat moet je vooral niets persoonlijks achter zoeken. Iedereen is hier altijd erg druk en iedereen heeft haast.”
VRAAG 4 Hoe verschilt de bedrijfscultuur in New York van de Nederlandse bedrijfscultuur? GV: “Er wordt hier nog keihard gewerkt. Als je hier succes wilt hebben op een kantoor, moet je al gauw zestig uur per week draaien. Ik heb het zelf niet zo extreem meegemaakt, maar er is voor veel New Yorkers en Amerikanen in het algemeen, een ongeschreven wet dat ze aanwezig zijn voor de baas verschijnt en pas naar huis gaan als hij of zij het kantoor verlaat. Verder is er een sterke hiërarchie in de meeste ondernemingen. Je moet je hier echt door de ranks zien te knokken, van assistent-manager, naar manager, van supervisor naar vice president, van vice president naar president. Daarna komt pas member of the board. Het verschil in rank is ook heel zichtbaar, je begint hier echt iets voor te stellen als je een corner office hebt. Die hiërarchie betekent ook dat veel collega’s geen risico nemen in wat ze zeggen, in elk geval zijn ze op hun hoede, veel meer dan je zou denken van zogenaamd “brutale” New Yorkers. Als Nederlander moet je dus oppassen voor een grote mond, want dat kan je opbreken. Verder is het goed om veel van Amerikaanse sport te weten en allerlei sport statistieken bij te houden. Dat is op kantoor een soort veilig gebied om met elkaar overweg te kunnen. Verder zijn Amerikanen echt dol op kinderen. Overal zie je familiefoto’s op de bureaus. Dus kinderen zijn ook een veilig onderwerp voor de conversatie.”
VRAAG 5
Is er een echte New Yorker? GV: ”Er blijven altijd mensen naar New York komen die het hier willen maken. Die mensen zijn bereid om echt dag en nacht te werken om succes te hebben. Zo haal ik elke ochtend mijn morning coffee bij een Afghaanse man om de hoek, eigen ondernemer, die er absoluut geen punt van maakt om rond twee uur s’ nachts op zijn stek te staan om vanaf 03:00 uur tot 12:30 uur zijn klanten te helpen. Zoals hij zijn er zoveel mensen die keihard willen werken om hun Amerikaanse droom waar te maken. Er zijn in New York meer dan 150 nationaliteiten en die hebben bijna allemaal dezelfde instelling.”
DOOR OELE STEENKS
VRAAG 6
Maakt het nog uit of een zakenrelatie/collega van Ierse, Italiaanse, Joodse of Mexicaanse achtergrond is? GV: “Dat maakt soms verschil. Er zijn nog altijd hele stadsdelen overwegend Joods of Italiaans. Die mensen kennen elkaar van jongs af aan en blijven elkaar opzoeken binnen kantoren en in het zakendoen. Aan de andere kant zijn hier zoveel nationaliteiten, zoveel verschillen in etnische afkomst en zoveel geloofsrichtingen vertegenwoordigd, dat New Yorkers gewend zijn om hier goed mee om te gaan op de werkvloer. Per slot van rekening is mijn vrouw Joods en Amerikaans, terwijl ik een katholieke Nederlander was, want ik heb inmiddels een Amerikaanse nationaliteit. We hebben al 24 jaar een geweldig tijd en een fantastisch huwelijk.”
VRAAG 7 In films/series zien we dikwijls dat bedrijven en agencies proposals & pitches doen om business binnen te halen. Is dat beeld correct? GV: “Het is inderdaad waar dat New Yorkers het normaal vinden dat een potentiele leverancier of een agency een pitch doet. De instelling hier is dat iedereen probeert om uit allerlei contacten een business deal te halen.”
VRAAG 8 Ook een bekend beeld: de topman of topvrouw wordt vervangen, waarna een deel van de hofhouding wordt ontslagen. Heb je zoiets meegemaakt? GV: “Ikzelf heb niet meegemaakt dat een CEO werd vervangen, hoewel dat gebruikelijk is wanneer een bedrijf wordt verkocht of dat er het nodige verandert op financiersgebied. Wat ik in de banking business wel heb gezien, is dat wanneer een president verhuist naar de competitie, binnen enkele maanden enkele goed presterende vice presidents zijn meeverhuisd. Wanneer een topman wordt binnengehaald door een kleinere partij, dan gaat het vooral om het binnenbrengen van nieuwe business door die persoon. Maar meestal krijgt zo’n man of vrouw wat ‘courtesy business’ mee van goede zakenrelaties, maar die blijven verder wel trouw aan de grote merchantbanks als Goldman Sachs of Morgan Stanley.”
VRAAG 9
Wat zijn de bestbetaalde posities in het NY-zakenleven? GV: “Die zijn nog altijd te vinden bij de grote merchant banks, Wall Street stockbrokers en financiële ondernemingen. De salarissen zijn daar al sky high en de bonussen zijn meestal ongekend. De financiële sector is de motor van New York. Daar wordt het geld verdient, waardoor onroerend goed in Manhattan, Brooklyn en Queens zo duur kan zijn. Daarmee kan er zoveel buiten de deur worden gegeten, draaien er zoveel shows op Broadway en zijn er de duurste winkels aan Fifth Avenue.”
VRAAG 10
Tot welke leeftijd kan een NY-manager gemiddeld mee in The Big Apple? GV: “Als een manager veel aan sport doet en bereid is om permanent bij te leren, bijvoorbeeld door certificaten of licenties te halen in het bankwezen, in de effectenhandel of het verzekeringswezen, dan kun je hier best lang mee als senior manager. Het is bepaald niet zo dat je geen kansen hebt na je veertigste of zelfs na je vijftigste. En het mooie van New York is dat er altijd nieuwe kansen zijn, maar je moet er wel steeds hard voor werken.”
VRAAG 11
Lunches & diners lijken een belangrijk middel om zaken te doen in NY. Is dat juist? GV: “New York heeft zoveel advocatenkantoren, accountantskantoren en management consultancy firma’s die voortdurend ontbijtsessies, lunches en briefings organiseren, dat je bijna op elk moment van een werkdag zakelijke contacten kunt opdoen. Daar wordt dan ook druk gebruik van gemaakt, want New Yorkers zijn altijd op zoek naar kansen. Door dat netwerken kun je vrij efficiënt nieuwe zakelijke partners opdoen, als je serieus iets hebt te bieden. Verder is het volstrekt normaal om een prospect op te bellen en een afspraak te maken voor een kop koffie. Dat duurt dan een kwartier of een half uur. De andere partij zal dan zeggen we moeten verder praten, of interessant, ik noteer je voor mogelijk verder contact in de nabije toekomst of de gesprekspartner zal zeggen dat er niet direct een match is. Je moet natuurlijk wel tegen die directheid kunnen.”
VRAAG 12 Welke ervaringen heb je zelf met klantcontacten? GV: “Ik heb zelf nauwelijks meegemaakt dat iemand niet bereid was om snel een afspraak te maken. Dat geldt trouwens niet alleen voor de stad New York. Als ik in andere staten of grote steden van de USA bepaalde business contacten wil leggen, is het vrij makkelijk om zo’n coffee meeting te organiseren. Het is wel zaak om per staat een aparte business licentie te hebben, maar die zijn per mail en internet te krijgen. Je moet er wel op rekenen dat de sfeer buiten New York heel anders kan zijn, die focus op snelheid geldt niet voor de hele USA. Zo is het al een wereld van verschil, qua ‘State Rules’ als je de Hudson oversteekt en zaken wil doen In New Jersey.”
VRAAG 13 Business contracten en legal advisors spelen een belangrijke rol. Kun je daarvan voorbeelden geven uit eigen ervaring? GV: “Toen ik in investment banking zat, heb ik met grotere deals te maken gehad. De inbreng van business lawyers is qua personen en workload, essentieel en het belang van nauwsluitende contracten is natuurlijk evident. Bij grote deals zoals mergers & aquistions en bij beursintroducties bestaat zo’n 15% tot 20% uit ‘legal costs’.
VRAAG 14 Hoe worden de meeste NY-bedrijven gefinancierd? Bank loans, private equity, family loans? GV: “All of the above, zou ik zeggen. Er is hier in New York een enorm aanbod van financieringsmogelijkheden. Een goede business propositie kan hier altijd een winner opleveren.”
VAN VERRE 292| 37
VRAAG 15 Als je een schatting moet maken van het percentage beursgenoteerd bedrijven in Manhattan, waar kom je dan op uit? GV: “Moeilijk te zeggen. Mijn persoonlijke inschatting is dat ongeveer een kwart van de business in Manhattan beurs gerelateerd is.”
VRAAG 16
Maakt het verschil of zakenrelaties al dan niet beursgenoteerd zijn? “In principe maakt het niet zoveel verschil vind ik. Het punt is dat je hier zowel mensen van beursfondsen, ondernemers, family-offices, consultants, brokers, top-analisten, accountants en advocaten op loopafstand van elkaar hebt zitten. Het is een ontzettend drukke wereld waarin zoveel mensen toch direct contact met elkaar kunnen hebben. Personal trust en reputatie zijn zeker zo belangrijk als de bedrijfsnaam.”
VRAAG 17 Hoe zwaar zijn de boekhoudkundige/accountants regels in NY? Zijn deze nationwide of zijn er ook stateregels (bijvoorbeeld op milieugebied en arbeidsrelaties)? GV: “De accountancyregels zijn gebaseerd op een federale wetgeving. Verder is het inderdaad zo dat elke staat van de US zijn eigen wetgeving heeft. Dat geldt dus voor ondernemingen, ondernemers en vrije beroepen. Je hebt zoals gezegd steeds andere licenties nodig. Verder verschilt de wetgeving op het gebied van werknemersbeleid, aansprakelijkheid, milieu en controleplicht behoorlijk. Dat geldt trouwens ook voor de stad New York. De vorige burgemeester van New York Di Blasio heeft allerlei sociale wetgeving ingevoerd, waardoor bedrijven heel secuur moeten omgaan met ontslagprocedures en omgangsregels op de werkvloer. De algemene mening in New York is dat dit echt te veel is doorgeslagen in de verkeerde richting. Deze stad kan heel veeleisend zijn, maar je kunt altijd opnieuw beginnen.”
VRAAG 18 Wat kost het gemiddeld om een flat in Manhattan te hebben? GV: “Voor een appartement met een enkele slaapkamer in Manhattan moet je denken aan 3000 $ per maand; voor een tweeslaapkamer appartement praten we vanaf 5000 $. Daar komen nog veel bijkomende kosten voor onderhoud, een conciërge en schoonmaak bij. Dus ga er maar vanuit dat je tussen de 60.000 $ en 80.000$ per jaar kwijt bent om hier alleen maar te wonen. Voor de betere buurten in bijvoorbeeld Brooklyn gelden al vergelijkbare prijzen. Daarboven op komen allerlei city en state taxes. Voor de meeste nieuwkomers zijn die kosten wel op te brengen als ze als tweeverdieners komen werken. Op het moment dat ze aan kinderen willen beginnen in Manhattan, wordt het financieel wel heel uitdagend. De betere lage scholen zijn vaak privéscholen; reken op zo’n 30.000$ per jaar aan schoolkosten per kind. Dan hebben we het nog niet over voortgezet onderwijs, laat staan een goede universiteit.”
VRAAG 19 Wat zijn de trekpleisters voor het leven in Manhattan? GV: “Het leven is hier zo dynamisch en ook gemakkelijk. Als ik de deur uitstap hebben mijn vrouw Jennifer en ik alles binnen loopafstand. We hebben geen auto, die levert hier alleen maar parkeerkosten op. We lopen naar de beste winkels, restaurants en theaters in de wereld. Ik ga regelmatig naar de gym, dat is enkele minuten hier vandaan. Binnen enkele minuten lopen we door het park in het weekend. Waar ik echter het meest van geniet, zijn al die mensen die hun eigen nationaliteit en cultuur meenemen. Als ik ’s ochtends bij mijn Afghaanse koffieman in de rij sta, dan zie je die mensen om je heen die erop gefocust zijn om te slagen. Daar krijg je elke dag veel energie van.”
VRAAG 20 Gerry Vos met Amerikaanse echtgenote Jennifer.
38 | VAN VERRE 292
Als je eenmaal gewend bent aan The Big Apple, dan kan het leven ergens anders saai zijn. Mee eens? GV: “Ik heb in 2006 de Amerikaanse nationaliteit gekregen en in de afgelopen 23 jaar heb ik me hier geen dag verveeld. Wij houden van Manhattan, NYC en de USA. We zijn in staat geweest om het nodige opzij te leggen voor ons pensioen. Ik ben dan ook niet van plan om terug te keren naar Nederland, hoewel ik nog steeds een Nederlands paspoort heb. Ik ben een echte New Yorker geworden. Ik kan me ook niet voorstellen hoe het is om hier niet oud te worden.”
ALUMNUS ANDY BENDER - NAF VOORZITTER:
VRIJWILLIGERSFUNCTIE MET PRESTIGE! Wat ooit begon in 1921 als een initiatief van Franklin D. Roosevelt en Hamilton Holt is uitgegroeid tot een florerende foundation. De latere president van de Verenigde Staten zou tevreden zijn geweest over de status van zijn geesteskind. We hebben het over de Netherland-America Foundation, ofwel de NAF. Voor de meeste Nederlanders zegt dit misschien niet direct iets, maar het Stuyvesant Ball was wel een ‘household name’ in de vaderlandse societyrubrieken. Zeker omdat prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven beschermvrouw en beschermheer van de NAF zijn. Het voorzitterschap van de Foundation is in handen van alumnus Andy Bender MBA (19830104), en dat is een vrijwilligersfunctie met groot prestige!
K
DOOR OELE STEENKS - FOTOGRAFIE NAF WEBSITE
un je de ontstaansgeschiedenis van de NAF kort toelichten? AB: “Na de Eerste Wereldoorlog stond Nederland niet zo goed aangeschreven in de Verenigde Staten vanwege de neutraliteit van ons land in die oorlog. Als politicus met Nederlandse roots wilde Roosevelt iets doen aan het verbeteren van de bilaterale betrekkingen. Hij vond weerklank bij een groep Nederlandse entrepreneurs en zakenlieden met Nederlandse voorouders in het noordoosten van de Verenigde Staten. Vanuit Nederland opereerde een groep zakenlieden die de betrekkingen met Amerika eveneens wilden verbeteren. De twee groepen hebben elkaar gevonden en dat vormde de basis voor de Foundation, die bestaat sinds 1921. We hebben dus net het honderdjarig jubileum gevierd.” Wat doet de NAF? AB: “De hoofdoelstelling is om de relaties tussen de Verenigde Staten en Nederland te verbeteren door een uitwisseling van veelbelovende jonge academici, het helpen vinden van stageplekken, het bevorderen van wederzijdse culturele manifestaties en het ondersteunen van wederzijdse optredens van jonge artiesten. Dat was en is de kernactiviteit. In 1980 is de NAF een stuk actiever geworden met het organiseren van het Stuyvesant Ball, dat overigens sinds 2020 het NAF Gala heet. Daarmee heeft de Foundation een grote stap voorwaarts gemaakt bij de aantrekking van ‘funding’ voor studentenuitwisseling en bilaterale culturele programma’s. De NAF werkt nauw samen met de Fulbright Organisation die aan veelbelovende jonge academici uit Amerika en 144 landen de mogelijkheid biedt om een studiebeurs te ontvangen voor een Amerikaanse of Nederlandse universiteit. Op basis van achtergrond en prestaties maakt Fulbright een voorselectie voor Nederland. De NAF selecteert hier kandidaten uit die de NAF financiert. Zo financieren we 15 tot 20 Fulbright studenten per jaar voor een studie in de VS of in Nederland. Nederlanders kunnen hiermee naar Amerikaanse topuniversiteiten die anders onbetaalbaar zouden zijn. Vice versa doet de NAF ook in Nederland aan fundraising via Nederlandse ondernemingen en een eigen bal dat dit jaar op 11 juni plaats vindt op Paleis Het Loo.
Met dat geld kunnen we onder andere Amerikaanse stagiaires naar Nederland laten komen. Daar gaan 30 Amerikaanse studenten aan mee doen; we zijn nu bezig met de selectie. Richting de Verenigde Staten kunnen we al langere tijd 30 tot 50 jonge academici helpen aan een stageplek. Per persoon geven we 10.000 $ voor de reis, het aanvragen van een visum en voor het vinden van een stageplek. Die moeten die jonge mensen wel zelf regelen net als het vinden van een woonplek. Dat zijn belangrijke stappen voor studenten die niet zo gewend zijn aan een internationale invulling van hun leven. Een van onze doelstellingen is namelijk om het zelfvertrouwen van de stagiaires te vergroten. De meeste stagiaires komen terecht in New York, Boston en Washington DC. ” Het gaat inmiddels toch niet alleen om uitwisselingsprogramma’s? AB: “De andere zijde van onze activiteiten vindt plaats via onze chapters in de Verenigde Staten. Dat zijn afdelingen bemand door vrijwilligers, die hoofdzakelijk opereren vanuit metropolen waar relatief veel Nederlanders werkzaam zijn of veel zakenmensen wonen met een Nederlandse achtergrond. Die houden zich dus bezig met het verbeteren van de Holland-Amerika betrekkingen in hun regio. We bieden een standaardprogramma aan vanuit New York, maar ze vullen dat tot op heden naar eigen inzicht in. Er zijn inmiddels verder chapters opgericht in Atlanta, Houston, Los Angeles, San Francisco, Chicago, West-Michigan, Washington DC, New York en Boston. Er is ook een chapter actief in Nederland. En er zijn twee chapters in oprichting. Daarbij kijkt de overkoepelende board naar de kwaliteit van leiderschap, de
NAF-voorzitter Andy Bender met gezin
VAN VERRE 292| 39
interesse in zo’n cluster van mensen met een Nederlandse achtergrond en naar de motivatie om serieus actief te worden. Is er voldoende draagvlak, dan wordt een samenwerkingsverband opgesteld. Na het ondertekenen van deze chapter-overeenkomst krijgen die chapters toegang tot onze dienstverlening, die onder andere bestaat uit de database, online programma’s, NAF-content en administratieve ondersteuning. Verder worden ze gevraagd een lokale NAF-board op te starten.” Jij bent voorzitter van de federale NAF Board; hoe kom je aan zo’n mooie functie? AB: “Ik heb van 1983 tot 1987 op de Nyenrode Business School gezeten, waarna ik heb gestudeerd aan Georgetown University, waar ik in twee jaar een masters degree heb gehaald in Foreign Service. Terug in Nederland heb ik twee jaar voor McKinsey gewerkt in Amsterdam. In die periode heb ik een aanvraag gedaan voor een Fulbright scholarship aan Harvard Business School. Die heb ik ook toegewezen gekregen. Toen ik in 1991 op Harvard kwam, waren er nog twee Nederlanders, maar ik was de enige met een Fulbright scholarship van de NAF. Zo heb ik dus al vroeg persoonlijk kennisgemaakt met het werk van de NAF. Na een succesvolle carrière werd ik benaderd om het voorzitterschap op me te nemen.” Streef je naar federale eenheid met de chapters die actief zijn in de Verenigde Staten? AB: “Tot op heden verschillen de activiteiten per chapter nog wel van elkaar. In sommige steden is Koningsdag een grote gebeurtenis. Neem bijvoorbeeld Atlanta, daar worden een drukbezochte lunch en een borrel georganiseerd. In San Francisco worden Koningsdag nog grootser gevierd met een dagprogramma waarbij de nodige foodtrucks worden ingereden. Het evenement wordt gesponsord door Heineken en KLM. In Houston houdt de chapter er een echte Texas stijl op na, met het organiseren van een Texas Chic Gala waar manlijke bezoekers met cowboyhoeden op verschijnen. De dames komen in galajurken. En zoals het hoort in Texas bestaat het diner uit een BBQ. Chapter Boston daarentegen doet meer culturele evenementen. Daar ligt het accent op een vriendschappelijke, sociale basis en worden relevante bedrijven ondersteund. Ik probeer om de federale chapters allemaal meer in de richting van fundraising te sturen, want nu zijn vooral de chapters in Washington DC, New York en Nederland actief bij het binnenbrengen van grote fundraising sommen. Zo zijn bedrijven als Heineken, KLM, Aegon, AON, Vermeer, Mars en GATT- Tech belangrijke sponsors. Tegelijkertijd werken we aan de vergroting van de impact van de NAF. Het belangrijkste startpunt daarvoor is de chapter Washington DC, die events organiseert in samenwerking met de Nederlandse ambassade, met Amerikaanse beleidsmakers en met Amerikaanse en Nederlandse ondernemingen. Het gaat om socializen, contacten leggen en ervaringen uitwisselen. In San Francisco werkt de chapter samen met het Nederlandse consulaat aan het opzetten van een programma dat ‘Holland in the Valley’ heet. We hebben onlangs het programma ondertekend. Het gaat hierbij om het verschaffen van stageplekken voor Nederlandse academici in Silicon Valey en uiteraard om het ondersteunen van de handelsrelatie tussen Nederlandse bedrijven en de High Tech bedrijven in het wereldcentrum van High Tech Development. We verwachten hiermee Nederlandse technologiebedrijven aan ons te binden als Partner.”
Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollehoven openen het NAF Gala
40 | VAN VERRE 292
Maar het NAF Ball blijft het hoogtepunt van het jaar? AB: “Daarvoor hebben we een aparte voorzitter in de persoon van Jurjan Wouda Kuijpers die voor YE heeft gewerkt aan de Luxemburg Desk hier in New York. We hebben een eigen kantoor met een bezetting van vijf mensen in New York. Voor het NAF Ball alleen al werken we met een team van 20 vrijwilligers ondersteund door het kantoor in New York. Het NAF Ball en voorheen het Stuyvesant Ball vinden plaats op de
vrijdag voor Thanksgiving Day. Dit jaar wordt de datum 18 november. De locatie is ook steeds hetzelfde, het gaat om het Plaza Hotel op Manhattan. Heineken en KLM zijn onze vaste sponsors. Nu de Covid-perikelen achter de rug zijn, verwachten we een opkomst van 650 gasten. Doorgaans komt er een gezelschap van 130 tot 150 deelnemers direct over gevlogen uit Amsterdam. Uiteraard komen die niet alleen voor het NAF Ball, maar de gelegenheid is het vertrekpunt voor het bijhouden of leggen van business contacts. We verkopen tafels van tien tot twaalf personen aan deelnemende sponsors, maar zakenmensen, academici en studenten kunnen ook een enkele stoel kopen. Er is een gespecialiseerde groep vrijwilligers die sponsordeals sluit en zorgt voor een goed gevulde ‘goody bag.’ Wat ik altijd indrukwekkend vind, is de zogenaamde ‘colour guard.’ Dat betreft een groep militairen met vlaggen die zowel het Wilhelmus als de Star Striped Banner komen zingen.” Je kunt al dit werk voor de NAF nu doen, maar je bent niet vanzelf in die positie gekomen. Kun je je carrière in hoofdlijnen schetsen? AB: “Op Harvard heb ik mijn Amerikaanse vrouw leren kennen. Zij is met me meegaan terug naar Nederland, want dat moest op basis van de J1 visum die ik in Amerika had gekregen. Daarbij is de regel dat je tenminste twee jaar teruggaat naar Nederland, alvorens je werk zou kunnen zoeken in de VS. In Holland vond ik met mijn Harvard MBA op zak, een baan als business consultant bij de Boston Consulting Group (BCG), dat destijds een kantoor in Baarn had. Ik heb daar bijna zes jaar gewerkt, toen het ondernemersinstinct begon op te spelen. Mijn vrouw heeft dit aangemoedigd, maar ze vond dat ik betere kansen had als ondernemer in de VS. Om qua huisvesting en budget opgang te komen heb ik een periode van zes maanden voor Merck-Medco gewerkt. Het was de tijd van de internetboom en ik raakte vervolgens betrokken bij een startend bedrijf in de ‘creative design space.’ Het maakte onder andere video’s voor Nickelodeon en MTV. Ik zag hoe snel zo’n business kon exploderen en besloot daarom om in 2001 mijn eigen Tech bedrijf te beginnen onder de naam Polaris. Polaris automatiseerde Compliance processen voor farmaceutische bedrijven. Er speelde destijds het nodige rond farmaceutische bedrijven die artsen betaalden om medicijnen voor te schrijven voor ziektes en kwalen, waarvoor die medicijnen niet waren getest en goed gekeurd. Het ging dus om ‘false claims’ waarvoor behoorlijk werd betaald door farmaceuten. Daarvoor is in de VS snel controlerende wetgeving opgetuigd. De eerste boete die werd uitgedeeld vanuit Washington DC was een bedrag van 875 miljoen$. Daarop volgde een hele administratieve business op het gebied Health Care Law Compliance. Voor mij was snel duidelijk dat alle farmaceutische producenten met dezelfde problemen worstelden bij het verwerken van de nodige administratieve processen. Ik heb die processen gestandaardiseerd en geautomatiseerd en ben die in de vorm softwarepakketten (Software as a Service - SaaS) gaan verkopen aan de farmaceutische industrie. Verder leverde ik audits, training en reviews als bijkomende service. Ik ben op een ‘shoestring’ begonnen bij een goede kennis van me op zijn kantoor in Union, New Jersey. Ook startte ik zonder enige vorm van financiering van buitenaf. In India had ik twee softwareontwikkelaars die me ondersteunden. Polaris zat echter spot on in een enorm snelgroeiende niche market en binnen enkele jaren had ik een kantoor op Manhattan. Daar zat ik dichter op zowel de farmaceutische ‘giants’ als de incrowd van softwareontwikkelaars.
Prof. Dr. Leen Paape en Corina Blokland voorzitter HB/VCV
Ik heb in New York City een kantoor met 150 mensen in dienst opgebouwd die zich onder andere bezighielden met opzetten van centra voor softwareontwikkeling, hosting en service desks; eerst in de VS met vestigingen van Polaris in San Francisco en Boston, daarna zijn we internationaal gegaan met vestigingen in Nederland, Parijs en Hong Kong. Op het hoogtepunt van Polaris had ik de verantwoordelijkheid voor 1200 mensen wereldwijd die op onze payroll stonden. In het Verre Oosten waren we bezig om grote klanten te bezoeken in Japan, Zuid-Korea, China en Singapore. Hoewel ik in New York een uitstekend team om me heen had, leefde ik wel onder constante druk. Al die salarissen moesten natuurlijk wel betaald worden. Ik heb er nog even over nagedacht om het bedrijf naar de beurs te brengen, maar na 17 jaar, en meerdere aanbiedingen van kopers, vond ik het wel mooi geweest en heb Polaris verkocht aan een corporate development groep hier in de VS. Daar heb ik nog twee jaar op payroll gestaan om bedrijven te kopen en te integreren. Sinds 2019 werk ik samen met mijn broer in Nederland aan GATT-Tech, een medical device company. We brengen een uitvinding van mijn broer op de markt die farmacie heeft gestudeerd in Utrecht. Het gaat om hoogwaardige tape die kan worden gebruikt bij operaties die zware bloedingen met zich meebrengen, zoals incisies in de lever en de alvleesklier, daarbij ontstaat beschadigd weefsel dat moeilijk valt te naaien of te schroeien. Onze tape plakt aan het weefsel en stelpt de bloedingen, na vier weken is de tape vervolgens opgelost in het lichaam. Ik heb gezorgd voor de financiering, het uitrollen van een strategie en het opbouwen van een team. Zo heb ik een CEO weten aan te trekken die voorheen Polaris in Europa heeft aangestuurd. Op dit moment zijn we in onderhandeling met een potentiële koper.” Kom je ooit nog terug naar Nederland? AB: “Ik kom nog steeds drie tot vier keer per jaar in Nederland, maar New York is onze thuisbasis. Ik heb drie zonen en die hebben Amerikaanse vriendinnen. De jongens hebben nog wel een Nederlands paspoort en spreken nog ook wel Nederlands, maar of ze zich Nederlander voelen? Af en toe, zal ik maar zeggen, zeker als we contact hebben met familie in Holland. Hun toekomst ligt echter hier in de VS. Mijn oudste zoon is bezig met een masters in Artificial Intelligence & Robotics, dus die is druk in de weer met drones en het herkennen van images. De tweede studeert in St. Andrews, Schotland. Hij doet daar Ancient History & Archeology en de jongste gaat nu naar boardingschool aan het Phillips Exeter College. Mede dankzij de NAF houd ik zelf wel constant contact met het thuisland.’♦
VAN VERRE 292| 41
BOB W. ZIEGELAAR:
American Stories
DE NYENRODIAAN DIE DOOR JAN VINCENT MEERTENS
Bob W. Ziegelaar (19660118) kwam in zijn jeugd al vanuit Curaçao, Venezuela en Nederland in de Verenigde Staten. Een echt expatkind dat als vanzelfsprekend regelmatig van woonplaats, school en vrienden wisselde. Na zijn middelbare school in Zeist had hij maar één doel: naar Amerika. Nyenrode was de ideale springplank en na zijn studie in Breukelen koos hij voor het Bates College in Maine. Hij is daar nooit meer weggegaan en zette het stadje Bangor op de wereldkaart.
V
oordat je naar Maine kwam had je een echt expat leven. Hoe zag dat eruit? BZ: “Ja, dat klopt. Ik ben geboren in Leiden en mijn ouders waren alle twee onderwijzers. Shell had onderwijzers nodig in Curaçao en in Zuid-Amerika. Toen ik een jaar of zes was zijn we daarnaartoe gegaan. Mijn lagere school doorliep ik in Curaçao en later in Maracaibo, de op een na grootste stad van Venezuela. We reisden ook in het gebied. De eerste keer dat ik in New York kwam was ik nog maar 10 jaar oud en ik ben later vaker met mijn ouders teruggegaan. Ik vond Amerika geweldig, alles leek mogelijk.”
Maar je ouders vonden een middelbare schoolopleiding in Nederland beter. BZ: “Ze wilden dat ik mijn HBS in Nederland deed. Het werd Zeist. Maar ik had toen al veel gezien en besloot al op de middelbare school dat ik weer naar Amerika wilde. Ik zocht een vervolgopleiding die me weer naar het buitenland kon brengen. Zo ben ik ook op Nyenrode terechtkomen. Ik was heel tevreden over de opleiding, nog steeds. Die heeft me veel gebracht. Mijn eerste stage liep ik meteen al in Amerika. Daarna kreeg ik een beurs bij een klein, maar fijn, college in Lewiston, Maine, het Bates College, waar ik mijn baccalaureaat Engels en Economie kon doen. Oregon, dat al banden met Nyenrode had, was een alternatief maar ik wist altijd al dat ik liever in New England wilde zijn.” En toen werd het een soort jongensboek. Jonge Europeaan zet Bangor op de wereldkaart. Veel Nyenrodianen zullen er geweest zijn? BZ: “Dat denk ik wel, hoewel de naam Bangor misschien wat is vervaagd. Tijdens die studie werd me gevraagd bij het plaatselijke vliegveld te komen werken, een voormalige strategische luchtmachtbasis die als zodanig werd gesloten en overhandigd aan het plaatselijke stadje, inderdaad, dat Bangor heet. Ze zochten iemand die meerdere talen sprak en ook Europa kende. Het plan was om het vliegveld te ontwikkelen voor de vele trans-Atlantische vluchten. In die tijd was het nodig om na de oversteek een tussenlanding te maken voordat je verder kon vliegen. We hebben die basis ontwikkeld tot een vrij bekende tussenlandingshaven. Je moet dan denken aan het bijvullen van brandstof en catering. Als extra dienstverlening voor de passagiers creëerden we een douane. Als je een vlucht had van Frankfurt naar Los Angeles bijvoorbeeld gingen de reizigers al in Bangor door de douane en werd de vlucht als een binnenlandse vervolgd. Men kon dan na aankomst op de binnenlandse terminal in LA meteen met de taxi of het lokale vervoer naar de eindbestemming. Dat verkeer hebben we enorm ontwikkeld en in het piekjaar, 1994, handelden we 4.000 internationale vluchten per jaar af.” 42 | VAN VERRE 292
Toch ben je ondanks je succes in de publieke sector naar de private sector overgestapt. BZ: “Klopt. In die laatste jaren kregen lijntoestellen steeds meer vliegbereik en daarmee werden de tussenlandingen steeds minder noodzakelijk, ook in Bangor. Ik ben toen overgestapt naar een familiebedrijf, Telford Aviation Services, waar ik president werd. Wij vlogen kleine vliegtuigen en deden veel onderhoud voor het Amerikaanse leger, zowel in Amerika als in het buitenland, vooral Afghanistan en Irak. In 2010 verkochten we het bedrijf voor een mooi bedrag aan ACC Holding. Sindsdien werk ik als consultant voor lokale bedrijven, met name om hen te helpen zich verder te internationaliseren. Ik ben nu wel aan mijn laatste betaalde klus bezig en ben ook nog actief als Angel Investor. In maatschappelijke zin ben ik lid van de Raad van Toezicht van het plaatselijke ziekenhuis.” Uiteindelijk is Maine in economische zin maar klein. En Nederlanders zien altijd kansen? BZ: “In de tijd dat ik het vliegveld runde zocht ik ook naar exportmogelijkheden voor de lokale bedrijven. Mijn motivatie was om luchtvracht binnen te halen, maar ook omdat ik uiteindelijk meer ondernemer dan ambtenaar ben. Ik heb indertijd bijvoorbeeld bij een plaatselijk kanobedrijf, Old Town Canoe, geadviseerd kano’s vanuit Bangor met Swissair naar Zwitserland te vliegen. Ik moest ze wel overtuigen. Ze wisten het niet zo zeker. Maar uiteindelijk hebben ze het wel gedaan, een half dozijn kano’s naar Zwitserland. Een groothandelaar wilde er vervolgens veel meer importeren. Het is een succes geworden, maar er moest wel de Nederlandse handelsgeest aan te pas komen.” Het succes van Bangor Airport ligt alweer in het verleden omdat de marktomstandigheden veranderden. Waar liggen nieuwe kansen in Maine? BZ: “In Maine lopen we achter met de ontwikkeling van de toeristische sector. We hebben hier prachtige meren die te weinig benut worden voor het toerisme, zoals het Moosehead Lake. Ik vraag me al jaren af waarom er daar geen zeilschool bestaat. Er zijn in Maine veel outdoor kampen voor kinderen van families die in de grote steden in het noordoosten van de VS wonen. Die komen dan in de zomer drie weken naar Maine. Maar die kampen zijn kleinschalig van opzet. De VS lopen achter op Nederland als het gaat om ondernemerschap buiten de stadsgrenzen. Voor Nederlandse ondernemers zijn er goede mogelijkheden hier. Zo hebben we in Camden Natalie’s, een veelvuldig onderscheiden restaurant dat inspeelt op het high-end toerisme van de mega jachten die daar aanleggen. Het is opgezet door Nederlanders. We hebben daar ons huwelijksjubileum gevierd. Het was echt goed, tot in de puntjes geregeld. Dan zie je de Nederlandse invloed wel.” Wat zou je Nederlanders aanraden om succesvol te opereren in de VS? BZ: “Nederlanders kunnen natuurlijk erg openhartig zijn, en dat begrijpen Amerikanen niet meteen. Je moet je boodschap wat genuanceerder brengen dan we in Nederland gewend zijn. Amerikanen in Nederland vinden het eigenlijk best, dat directe. Ze weten wat je aan ons hebt. Maar hier is dat anders. Je moet je in die zin aanpassen. Dat heb ik ook moeten doen. In Maine is er geen Nederlandse gemeenschap. Maine is veel groter dan Nederland en er wonen maar 1.3 miljoen mensen. Het is dun bevolkt. Maar Nederlanders voelen zich hier snel thuis in de plaatselijke samenleving. We hebben niet zo’n behoefte aan een club. Maar kom vooral een keer kijken. Niet alleen als toerist, maar ook als ondernemer. Nederlanders hebben in bepaalde branches, zoals het toerisme, voordelen. Wij zien net wat meer handelsmogelijkheden dan de Amerikanen.”
BANGOR OP DE VLIEGKAART ZETTE Je kennis en ervaring zet je nu in voor start-ups in Maine. BZ: “Ik ben met een advocaat en een chirurg een lokaal investeringsfonds gestart. We hebben nu inmiddels vijf fondsen. Het doel is om te investeren in plaatselijke start-ups. Het gaat daardoor niet om heel grote bedragen, maar het eerste fonds, dat ik nog steeds manage, draait nu break-even en ik verwacht dat die uiteindelijk een mooi rendement gaat draaien. De groep bestaat momenteel uit ongeveer 25 leden en heeft tot dusver in ongeveer 25 bedrijven geïnvesteerd. Heel divers, van een bedrijf dat filtratiesystemen vervaardigt tot een zeeviskwekerij. De prioriteit van de groep is te investeren in bedrijven in de omgeving van Bangor, maar er zijn niet genoeg lokale bedrijven die waarschijnlijk winst zouden opleveren voor de fondsen. Daarom hebben we geïnvesteerd in bedrijven elders, zoals Cognition Therapeutics in Pittsburgh, dat een potentieel medicijn tegen Alzheimer ontwikkelt, en het in Boston gevestigde Siamab Therapeutics, dat behandelingen tegen kanker ontwikkelt.” Je hebt in zowel de publieke als private sector gewerkt. Hoe kijk je daarop terug? BZ: “Ik kijk met plezier terug op mijn werk in zowel de publieke als private sector. Ik kan het nut van beide kanten zien. Uiteraard heb je in de private sector de meeste bewegingsvrijheid en daar heb ik ook het meeste succes gehad voor mezelf, in financiële zin zeker. Maar ik moet zeggen dat ik het leukste het ontwikkelen van het vliegveld vond. Ik deed dat voor de stad en daar heeft de hele staat van geprofiteerd, er zijn veel banen gecreëerd. We hebben zakengedaan met de meeste grote luchtvaarmaatschappijen. Ik ben er trots op dat het lukte hun ervan te overtuigen Bangor als hub te gebruiken. Ik kreeg ook alle ruimte van de stad om te ondernemen, op pad te gaan en klanten te werven. Het is belangrijk dat mensen met een ondernemingsgeest ook de publieke zaak dienen. Dat stimuleert een meer resultaatgerichte aanpak en verbetert de samenwerking met de privésector.” Is het beeld dat je als jonge jongen had van de Verenigde Staten veranderd door dat wisselende perspectief? BZ: “Als jonge jongen zie je natuurlijk alleen maar wat je wil zien. Als je je handen uit de mouwen wil steken is alles mogelijk. Maar als je ouder wordt zie je ook wel andere kanten. Dat zie je natuurlijk duidelijk in de afgelopen zes jaar, er zitten zeker minder positieve kanten aan het land. Door mijn achtergrond zie ik meer nuances dan de gemiddelde Amerikaan, zeker bij internationale zaken natuurlijk. Weet je, maar 37% van de Amerikanen heeft een geldig paspoort. En dat wordt meestal gebruikt om naar Canada of Mexico te reizen. Veel mensen kennen Europa helemaal niet en hebben een heel beperkte kijk op wat daar zich nu afspeelt. Het is een uitdaging om de mensen uit te leggen dat Europa heel divers is, en niet een makkelijk te managen eenheid. Maar andersom geldt dat ook wel. Het is onwetendheid over en weer.” Je bent dus nooit meer uit Maine vertrokken ondanks je vroege expatleven. Ook je vrouw ruilde London in voor Maine. Wat is het geheim van Maine? BZ: “Mijn vrouw Susan en ik ontmoetten elkaar, hoe anders, tijdens een vlucht van British Airways waar ze cabinechef was. Ik kende haar al een heel aantal jaren sinds de eerste ontmoeting en uiteindelijk zijn we getrouwd en is zij verhuisd van Londen naar Maine. Oorspronkelijk komt zij uit Zimbabwe. Maine heeft een fantastisch kustgebied om te kunnen zeilen en verder ook een prachtige en redelijk wilde natuur. Wij hebben een Nederlandse boot, een Rogger 35 uit de zeventiger jaren, een aan de Rijn gebouwde motorzeiler, die we hebben opgeknapt. Maine is, zeker in de zomer en herfst, een prachtig gebied om te verblijven en om te zeilen. Bangor is een stadje dat 30 minuten vliegen ten noorden van Boston ligt en bijna even ver van Quebec en Montreal. Het is een prachtig gebied en dat heeft ons dan ook daar gehouden.” ♦
Legendarische Concorde is geland
Robert Ziegelaar ‘in control’
Zakendoen met Air France
NOIB lichting 1966
VAN VERRE 292| 43
BOB TRAA:
IMF ECONOOM GEÏNSPIREERD DOOR SPINOZA 44 | VAN VERRE 292
BOB TRAA DOOR MADELEINE KEMNA
Bob Traa Phd (19770111) koos er voor om na zijn eerste jaar BBA mee te doen aan het uitwisselingsprogramma met de University of Oregon. Hij zou een jaar in Amerika blijven, maar ging nooit meer weg. Door zijn wereldwijde werk voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF) groeide Bob uit tot een vermaard econoom. Centrale bankpresidenten, ministers van financiën en premiers spitsten de oren bij het horen van zijn analyses. Hij werd zelfs door een minister van financiën gevraagd of hij kon komen om uit te leggen hoe het met de economie van zijn land zat.
H
oe kwam je op Nyenrode terecht? BT: “Ik heb altijd een brede interesse gehad. Daarbij wil ik vooral ook de achtergrond en de totstandkoming van bepaalde fenomenen begrijpen. Als tiener gebruikte ik het geld van mijn krantenwijk om een abonnement op het Amerikaanse TIME te nemen. Mijn schoolengels was vaak niet toereikend, maar met een beetje doorzetten ging er met dat tijdschrift een wereld voor me open. Als jongen in het naoorlogse Venlo was ik gefascineerd door het Duitse wirtschaftswunder, ook de veerkracht van de Amerikaanse economie intrigeerde me. De uitstekende (internationale) reputatie van Nyenrode gaf me het idee dat ik daar mijn nieuwsgierigheid tot zijn recht kon laten komen en dus koos ik voor Breukelen.”
Waar ging je proefschrift over? BT: “Het richtte zich op het vakgebeid International Monetary Economics. Samen met Professor Ronald McKinnon van Stanford deed ik onderzoek naar het fenomeen Indirect currency substitution. Sinds de oliecrisis uit de jaren zeventig kenden we een systeem van flexibele wisselkoersen waarbij ieder land een monetair beleid voerde dat toegesneden was op de eigen situatie. Ik liet econometrisch zien dat het Amerikaanse monetaire beleid de situatie in andere landen sterk beïnvloedde (waarbij ik onder andere Nederland als voorbeeld nam). Dat klinkt nu misschien heel logisch, maar begin jaren tachtig was dat nog onbekend terrein. Men ging er vanuit dat flexibele wisselkoersen buffers zouden creëren om dit soort effecten tegen te gaan, maar in de praktijk bleek dat niet zo te zijn.”
Wat bracht je vervolgens naar Oregon? BT: “Economie van Prins was mijn favoriete college, maar verder ging de studie op Nyenrode niet diep genoeg naar mijn smaak. Er was wel een fantastisch uitwisselingsprogramma waar ook de universiteit van Oregon aan deelnam. Een van mijn vrienden op Nyenrode kwam daar vandaan en maakte me enthousiast om die kant op te komen. In Oregon kon ik mijn nieuwsgierigheid kwijt, het ging zelfs zo goed dat ik gevraagd werd te blijven en een PhD te doen. Het was in de tijd dat de Amerikaanse economie nog wereldwijd dominant was. Voor mij was dit een mooie kans om daar meer over te leren. Ik kreeg ook de mogelijkheid om er filosofie te studeren en dat is altijd een passie van me gebleven. Vooral Spinoza fascineert me. Hij werd geboren in een JoodsPortugese familie die in de zeventiende eeuw gevlucht is naar het tolerante Amsterdam. Helaas had die tolerantie ook zijn grenzen; toen Spinoza schreef over inconsistenties die hij in de bijbel ontdekt had, werd hem de toegang tot de synagoge ontzegd. Spinoza stelde dat God ons niet naar zijn evenbeeld heeft geschapen, maar dat God in de natuur te vinden is in een systeem dat evenwicht creëert. Ik vind dat prachtig, moeder natuur als God. Helaas heeft onze maatschappij het evenwicht van moeder natuur wreed verstoord met grote gevolgen voor het milieu en het klimaat. Daarover maak ik mij veel zorgen. In mijn werk heb ik overigens ook steeds ervaren dat evenwicht heel belangrijk is. Als een land een verkeerd beleid voert, raakt het evenwicht zoek en krijg je problemen zoals hoge inflatie, werkeloosheid of een instabiele valuta.”
Kun je iets meer vertellen over het IMF? BT: “Na de Tweede Wereldoorlog werd tijdens de conferentie in het Amerikaanse Bretton Woods een systeem van vaste wisselkoersen (t.o.v. de voor goud inwisselbare dollar) geïntroduceerd. Daarbij werden ook het IMF en de Wereldbank opgericht. Geestelijke vaders waren de economen John Maynard Keynes (namens het VK) en Harry Dexter White (namens de VS). Het IMF (een coöperatieve organisatie met 189 leden) kreeg als rol om potentiële financiële crises tijdig te signaleren en doeltreffend in te grijpen. De Wereldbank richt zich op financiering van investeringen in ontwikkelingslanden. Zo hoopte men herhaling van de Grote Depressie van de jaren dertig te voorkomen. Het onderwerp van mijn proefschrift is bij uitstek iets waar het IMF in geïnteresseerd is. Ik mocht dus komen praten en kwam in het zogenoemde Economists Program (EP). Daarin zitten allemaal PhDs die een contract krijgen voor twee jaar. Voor mijn eerste klus werd ik toegevoegd aan de delegatie die voor de artikel 4 consultatie naar Suriname ging. Artikel 4 verwijst naar een jaarlijks bezoek waarbij het IMF een rapport maakt van de stand van de economie in een land. Ik keek mijn ogen uit. Op de universiteit brengen ze je de techniek bij, maar uiteindelijk leer je pas in de praktijk hoe het echt werkt. Nadat ik bij de delegatieleider mijn verbazing had uitgesproken over de rommelige gang van zaken in Suriname, zei hij dat ik daar maar beter aan kon wennen want zo is het in veel landen. Meestal ben je twee jaar betrokken bij een land en dan word je weer overgeplaatst naar een ander team om een nieuw land te bestuderen. Het voordeel hiervan is dat je na een poosje zo veel
VAN VERRE 292| 45
hebt gezien dat je snel onderkent of het plaatje klopt of niet. Sommige landen zien de gaten in hun eigen verhaal echt niet, anderen proberen je bewust op het verkeerde been te zetten. Misreporting noemen we dat bij het IMF.” Hoe ontwikkelde jouw rol binnen het IMF zich? BT: “Aan het begin van mijn loopbaan ben ik drie keer betrokken geweest bij een missie naar Suriname. Een Amerikaans geschoolde econoom die documenten in het Nederlands kon lezen hadden ze er graag bij. Bouterse was net aan de macht, er was oplopende inflatie en het was een chaos. De uitdaging is om zoiets netjes op te schrijven. Als Nederlander ben je gewend de dingen gewoon te benoemen, maar in de internationale monetaire wereld bereik je daar niet altijd het gewenste effect mee. In die context leer je om respectvol, maar duidelijk aan te geven wat er aan de hand is. Je hebt te maken met beroemde economen, ministers van financiën en staatshoofden, maar uiteindelijk blijken het allemaal normale mensen te zijn met macht, maar ook gevoelens en hun eigen twijfels. De rapporten die bij een artikel 4 consultatie worden gemaakt, staan op de agenda van de directie van het IMF. Zo is ook het werk van beginnende economen zichtbaar. Als blijkt dat je correcte diagnoses maakt, krijg je steeds grotere en belangrijkere landen om te analyseren.” Zijn er saillante details die je met ons kunt delen? BT: “Na Suriname werd ik gevraagd voor Joegoslavië. Het was vlak voordat de federatie uit elkaar viel. Wij zaten als IMF delegatie aan de ene kant van de tafel en aan de andere zaten allemaal vertegenwoordigers van de deelrepublieken. Ik sprak geen Servokroatisch, maar op basis van de cijfers kon ik zien dat ze tegen elkaar logen. Mijn doorbraak bij het IMF kwam toen ik betrokken raakte bij Brazilië aan het begin van de jaren negentig. Het land kende op dat moment een inflatie van 4000% en alle prijzen waren geïndexeerd. Daardoor hield niets de inflatie tegen. Het gevaar is dat je dan in een vicieuze cirkel terecht komt: als het chaos in de economie is, wordt het politiek vaak een bende en omgekeerd. Destijds was de omloopsnelheid van ministers van financiën in Brazilië 9 maanden. Ik was er vijf jaar bij en werd expert in accounting bij hyperinflatie. Het ging zelfs zo ver dat een nieuwe minister van financiën mijn baas belde met de vraag ‘Kun je Bob Traa sturen om me uit te leggen hoe dit werkt?’ De Brazilianen waren bezorgd dat de economie de maatschappij zou ontwrichten en probeerden de prijzen te bevriezen, maar dat leidt altijd tot verstorende effecten. Als je als jongen uit een klein stadje uit het calvinistische Nederland, bijles geeft aan de minister van financiën van de grootste economie in Zuid-Amerika geeft dat wel een bijzonder gevoel. Uiteindelijk ontwikkelden de Brazilianen zelf de oplossing voor het inflatieprobleem: ze koppelden alle prijzen aan een index en bevroren die. Als IMF twijfelden wij in eerste instantie, maar het kreeg de hyperinflatie er onder. Op basis van onze ervaring waarschuwden we dat ze een probleem in de bankensector
46 | VAN VERRE 292
zouden krijgen want financiële instellingen profiteren van hyperinflatie waardoor ze een heel eigenaardig businessmodel krijgen met allemaal kleine filialen die deposito’s accepteren. Als er geen inflatie meer is, kan dat niet meer, en dat bleek ook in Brazilië; staatsbank Banco do Brasil moest miljarden afschrijven. Voor iemand zoals ik, die graag alles in de wereld wil begrijpen, is zo’n land net een petrischaaltje. Je ziet wat werkt en wat niet. Helaas is Brazilië nog steeds niet uit de problemen, Bolsonaro is geen econoom om het maar vriendelijk te zeggen. Door de enorme ongelijkheid en corruptie zit de politiek, zoals zo vaak, het potentieel van het land in de weg.” In de kranten hebben we kunnen lezen dat je een bijzondere rol hebt gespeeld in Griekenland. Kun je daar iets over vertellen? BT: “Griekenland profiteerde in eerste instantie, net als Spanje, Portugal en Italië, van het feit dat het na de komst van de euro tegen veel aantrekkelijkere rentes kon lenen dan men gewend was. Dat kwam omdat het devaluatierisico opeens veel lager was doordat de zuidelijke landen een valuta deelden met stabiele noordelijke landen als Duitsland en Nederland. Zoals meestal gebeurt, raakte deze economische euforie in de overdrijvingfase en de lonen stegen zelfs meer dan in Duitsland en Nederland waardoor de Griekse economie een stuk minder concurrerend werd. Er was een chronisch tekort op de lopende rekening waardoor het land bijzonder afhankelijk was van buitenlands kapitaal. Ten tijde van de financiële crisis in 2008 kon niemand er meer omheen dat Griekenland nog steeds de zwakke broeder in de eurozone was en de rente schoot er omhoog. Het IMF vroeg mij in 2009 om te gaan kijken en ik zag gelijk dat de cijfers niet klopten, een duidelijk geval van misreporting. Het ging om een rapport dat op de agenda van de Europese Raad stond en ik waarschuwde dat de informatie waarover ze zouden gaan vergaderen niet klopte. Hierna stopten de Grieken een paar maanden helemaal met het publiceren van fiscale cijfers. De EU had de juiste benadering, maar de mensen die erbij betrokken waren hadden nog nooit met dit soort crises te maken gehad. Hoewel de Europeanen aanvankelijk aarzelden, maakten ze uiteindelijk toch graag gebruik van de expertise van het IMF. Zo kwam de zogenoemde trojka tot stand; de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank werkten samen met het IMF aan een oplossing en we leerden over en weer van elkaar. Later vroeg het IMF mij om permanent vertegenwoordiger in Griekenland te worden. De centrale bank was mijn gastheer en ik kreeg een groep jonge, goed opgeleide Grieken om mee te werken. Zo kwam het dat ik drie jaar in Griekenland woonde. Het was niet makkelijk. Sommige Grieken zagen mij als steile calvinist die teveel aan regeltjes vasthield. Ze kwamen verhaal halen bij mijn huis en ik moest permanent een aantal bodyguards om me heen hebben, waar ik ook ging. Toch waardeer ik het Griekse volk, ze hebben gewoon een andere manier van denken over problemen dan wij in het noorden. Ik volg de Griekse economie nog op de voet, in 2020 schreef ik er een boek over en ik schrijf af en toe artikelen voor de site www.macropolis.gr.”
Hoe kijk je nu naar Amerika? BT: “In mijn boek ‘The Macroeconomy of the United States’ beschrijf ik hoe Amerika sinds de jaren tachtig geleidelijk haar invloed en standing in de wereld aan het verliezen is. De economie is gehypothekeerd tot aan het punt van insolvabiliteit. Krediet en schuld is de cocaïne van de economie die gecreëerd is door Reagonomics. Ieder jaar publiceren Amerikaanse ambtenaren gedetailleerde rapporten over de stand van de Amerikaanse financiële huishouding. Jaar in jaar uit zegt de minister van financiën dat hij ‘pleased’ is deze rapporten aan te bieden aan de President en de voorzitters van de Senaat en het Lagerhuis, maar niemand die erkent dat die ambtenaren de noodklok luiden. Ze schrijven heel duidelijk dat het huidige beleid onhoudbaar is. Politici negeren het gewoon en burgers zitten te slapen. De rapporten zijn voor iedereen toegankelijk en maken duidelijk dat Amerika slaapwandelend enorme risico’s aanvaardt.” Is het in Amerika slechter dan elders? BT: “Nee, dit speelt ook in andere landen, maar die zijn vaak niet zo transparant met de cijfers. Een voordeel dat Amerika ook nog heeft, is dat het nog een relatief behoorlijke bevolkingsgroei heeft waardoor de vergrijzing enigszins kan worden opgevangen. Als het tij zich tegen immigratie keert, dan zal het plaatje ook voor Amerika slechter worden.” Hoe kijk je nu naar het IMF? BT: “De organisatie is sterk gepolitiseerd. Amerika en Europa hebben daar een grote invloed op gehad. Ondanks al onze adviezen lukte het de Latijns-Amerikaanse landen in de “lost decade” van de jaren 80 niet echt om uit de problemen te komen. De Amerikanen zagen de regio als hun achtertuin en vonden het onprettig dat er zo veel financiële onrust was. Ze stelden de oplossingen van het IMF niet ter discussie, maar vonden dat de economen die er werken niet genoeg “politieke finesse” hadden om te zorgen dat de betreffende landen de IMF-programma’s goed uitvoerden. De Europeanen haakten daarop in door de manier waarop het IMF ook in Europa opereerde te bekritiseren. Zo kwamen Amerika and Europa tot de conclusie dat de baas van het IMF maar beter een politicus kon zijn in plaats van een centrale bankier. Alle 189 leden van het IMF hebben een financieel belang in de organisatie in de vorm van quota’s. We hebben het over een grote hoeveelheid geld. Dat trekt altijd politieke bemoeienis aan dus de politici waren erg tevreden met deze ontwikkeling. Zij vinden het onprettig als ze te horen krijgen dat er belastingverhogingen en bezuinigingen moeten komen, maar stellen de oplossing liever uit door meer te lenen. De ‘laat-de-bom-maar-barsten-als-ik-weg-ben’ mentaliteit. Politici zijn hier doorgaans toleranter voor dan centrale bankiers. Op een gegeven moment was ik verantwoordelijk voor het goedkeuren van landenrapporten voordat ze naar de directievergadering van het IMF gingen. Toen er een stuk op mijn bureau kwam waar duidelijk verkeerde informatie in stond, weigerde ik te tekenen. Er werd druk om mij uitgeoefend om
akkoord te gaan voor de lieve vrede (“pappen en nathouden”). Hoe ik ook aantoonde dat de problemen alleen maar groter zouden worden als we dit lieten passeren, men verwachtte van mij “politieke flexibiliteit”. Ik heb veel respect voor het ambt van politici en vind dat zij, als gekozen ambtsdragers, moeten beslissen wat er in hun land gebeurt, maar ik wilde dit gebrekkige rapport niet tekenen; dat gebeurde uiteindelijk door iemand anders. Ik ben toen vertrokken bij het IMF en ben nu zelfstandig consultant.” Wat wil je onze lezers nog meegeven? BT: “Wat mij enorm zorgen baart is dat overal ter wereld politici, inclusief Macron en Draghi onlangs in The Financial Times, stellen dat we moeten lenen (meer schuld!) om investeringen ten behoeve van het klimaat en het milieu te doen. Jarenlang hebben we de effecten van milieuvervuiling niet als schuld erkend en nu we er niet meer om heen kunnen, willen politici de financiering ook nog als schuld naar onze kinderen en kleinkinderen doorschuiven. We zouden er beter aan doen te accepteren dat we in de toekomst te maken zullen hebben met economieën die niet meer groeien omdat de beroepsbevolking door de vergrijzing bijna overal krimpt. Deze kleinere economieën kunnen zo veel schuld niet aan. Ik ben helemaal voor investeringen in het milieu, maar het geld moet uit de huidige belastingen komen. Ik stel een intertemporele benadering voor waarbij de overheid een schets maakt van waar we over enkele decennia willen zijn en dan terug werkt naar de dag van vandaag om te kijken welke financiële maatregelen we moeten nemen om daar te komen. Politici vinden lange termijn denken doorgaans niet leuk…” ♦
BOEKEN VAN BOB TRAA: The Macroeconomy of the United States: Why the US Economy is slowing and the US Federal Government is insolvent. Notes for Discussion The Macroeconomy of the Netherlands: What Future for the Polder Model? Notes for Discussion. The Macroeconomy of Ecuador: Toward a Sustainable Future and Overcoming the Oil Curse. The Macroeconomy of Greece: Odysseus’ Plan for the Long Journey Back to Debt Sustainability.
VAN VERRE 292| 47
TOPVROUW: MANON COX 48 | VAN VERRE 292
TOPVROUW: MANON COX
DOOR JAN VINCENT MEERTENS
De succesvrouw achter het griepvaccin Flublok Dr. Manon M.J. Cox (19960702), MBA is een bekende naam in de vaccin wereld. Ze was President en CEO van Protein Sciences Corporation tot dat het bedrijf werd overgenomen door het Franse Sanofi. Twintig jaar lang werkte ze met haar team aan de ontwikkeling en goedkeuring van Flublok, het enige door de FDA goedgekeurde recombinante griepvaccin. Een enorme prestatie die de Fransen nu omzetten in een klinkend marketing succes. Manon nam een stap terug en is lid van diverse wetenschappelijke raden en neemt actief deel aan de discussie over het nut van het COVID-19 vaccin. Ze praat met Van Verre over haar carrière, vaccins, Nyenrode en het beste van twee werelden, Nederland en de Verenigde Staten.
E
en goede basis Manon studeerde Moleculaire Biologie, Genetica en Biochemie in Nijmegen en promoveerde later in Wageningen. Ze was direct na Nijmegen al aan een promotieonderzoek gestart, maar hield dat niet lang vol. “Wetenschappelijk onderzoek vond ik eigenlijk maar saai,” zegt ze. “Het bedrijfsleven leek me veel interessanter en na een jaar wetenschappelijk onderzoek ben ik bij de R&D van Gist Brocades gaan werken, hoewel ik later alsnog promoveerde in Wageningen.” De ruim 10 jaar bij Gist Brocades gaven haar de juiste basis om succesvol in Amerika te worden. “Het was voor mijn carrière ontzettend goed om eerst in een groot bedrijf te werken. Bij Gist Brocades was er veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Er zijn tegenwoordig zoveel jonge mensen die meteen een grote job willen hebben. Maar ik denk dat het belangrijk is om de juiste ervaring te hebben om later door te groeien. Dat je voldoende kennis en zelfvertrouwen ontwikkelt om succesvol te zijn. Het is heel leuk om in een klein bedrijf te werken en heel veel dingen te doen maar het is ook goed om in een groot bedrijf een brede ontwikkeling door te maken. Het maakt je uiteindelijk een betere leider.” Samen met tien andere young potentials stapte Manon in een management development pool. “Gist Brocades wilde mensen meer ondernemend maken. Daar hoorde een MBA degree bij en zo kwam ik op Nyenrode terecht. Daarnaast werkte ik in die periode steeds negen maanden op verschillende plekken in het bedrijf. Eerst als assistent van directeur Auke Rottier de me veel leerde over organisatiecultuur en coachend leiderschap. In België was ik hoofd van de afdeling procesontwikkeling en werd ik betrokken bij de bouw van een productiefaciliteit voor het product waaraan ik eerder al in R&D gewerkt had. En tenslotte kreeg ik een business development functie.” Gouden standaard Na 10 jaar bij Gist Brocades werd haar aandacht getrokken door de biotech-industrie in de Verenigde Staten. Ze was uitgeleerd bij een grote onderneming en bovendien ongebonden. Ze pakte haar koffers en ging in 1998 bij Protein Sciences aan de slag. Het zouden 20 fantastische jaren worden waarin ze ondernemerschap combineerde met diepgaand onderzoek naar nieuwe vaccintechnologie. “Ik trof een bedrijf aan dat met 30 mensen aan 25 projecten werkte, en als ik iets geleerd had bij Gist Brocades was het dat je als team moest werken aan één project en je volledig focussen op het resultaat.” Ze verlegde de focus van het hele bedrijf op de ontwikkeling van Flublok, een vaccin dat ontwikkeld werd aan de hand van DNA-recombinatietechnologie. Een specifiek gen van het griepvirus wordt in een gastcel ingebouwd,
die vervolgens aangezet wordt om het betreffende eiwit te maken. Het gaat dan om die genen die de code dragen voor eiwitten die het afweersysteem stimuleren om antilichamen aan te maken die een pathogeen organisme, bijv. een virus, kunnen uitschakelen. Dit proces levert een aanzienlijke versnelling van het productieproces op, omdat het niet wordt beperkt door de selectie van vaccinvirussen die zijn aangepast voor groei in eieren of voor de ontwikkeling op basis van cellencultuur. Flublok is goedgekeurd door de Food and Drug Administration (FDA) en daar is Manon ‘super trots’ op. “We hebben met een klein team van ongeveer 40 mensen een product door de FDA gesleept. Dat was een prachtige ervaring. Flublok is het eerste recombinant vaccin dat door de FDA is goed gekeurd. We hadden 150 miljoen dollar van de overheid gekregen om het goedgekeurd te krijgen. De reden daarvoor was dat ook de overheid inzag dat een recombinant vaccin heel snel ontwikkeld kon worden, waardoor het de ideale aanpak is voor bestrijding van een pandemie. Het product verkoop nu heel goed en voor Sanofi is het een belangrijk vaccin. In publicaties wordt gesteld dat Flublok significant had bijgedragen aan minder opnames in het ziekenhuis van ouderen en kwetsbaren.” Later, na de overname door Sanofi, kreeg het bedrijf 1.4 miljard dollar toegewezen om een corona vaccin te ontwikkelen. Met de overname was iedereen in eerste instantie heel tevreden. Niet alleen vanwege de bonussen, maar ook omdat Sanofi een groot verkoopnetwerk heeft. “5.000 sales reps die meer dan alleen een enkel product in de tas hebben.” Een match made in heaven. Kind met het badwater Het pakte voor Manon en veel van haar teamleden anders uit. Flublok zelf is een groot succes en de ‘gouden standaard’ voor Sanofi. Maar in productontwikkeling, wat de kracht was van Protein Sciences, kwam de klad, ook ten aanzien van het COVID vaccin. “You sell your car, but you cannot tell the buyer how to drive it,” zei het toenmalige hoofd van de vaccin divisie tegen Manon daarover, Sanofi had het kind met het badwater weggegooid. “Een van hun fouten was dat ik, en onze chairman, er na de overname snel zijn uitgegooid. Ze hadden niet door dat ik de driver was binnen het team van zowel product development als business development. We hadden heel veel vechters in ons team zitten die alleen maar samenwerkten als ze goed werden aangestuurd: resultaatgericht en gefocust. Dat gebeurde niet meer, de cultuur was aangetast. De mensen werden in hokjes gestopt. Eerst deed 1 persoon bij wijze van spreken 5 jobs terwijl bij Sanofi 10 mensen gewoon dezelfde job doen. Dat was zo’n enorm contrast, ongelofelijk. Daardoor heeft Sanofi de boot gemist met een Corona vaccin.” Culture eats strategy for breakfast, zoals Peter Drucker het omschreef.
Geen vaccinatiedwang Manon heeft in diverse adviesorganen rond COVID-19 gezeten. Ze sprak zich uit in de media, onder meer in discussies met Ab Osterhaus. “Ik ben van mening dat de wereld totaal verkeerd heeft gereageerd op COVID-19. Niemand wist hoe gevaarlijk het was en toch werd het meteen vergeleken met SARS. Bij SARS gaat 30% van de mensen die geïnfecteerd raakt dood. Mensen worden heel ziek en die kun je dan isoleren. Maar bij COVID worden heel veel meer mensen ziek, maar het merendeel niet heel erg. Die grote groep kan je niet onder controle krijgen.” Manon vindt het goed dat er snel vaccins beschikbaar waren. “Ik denk alleen dat het mRNA geen erg goed vaccin is, de werking neemt zeker bij oudere mensen heel snel af. Bijna iedereen krijgt ook na vaccinatie toch COVID, zeker bij de huidige Omikron variant.” Ze twijfelt of het mRNA vaccin ons beschermd heeft voor ernstige ziekte. Maar dat zullen we ook nooit zeker weten, omdat de klinische studies die voor die kennis nodig zijn onvoldoende goed zijn uitgevoerd. Daar was de tijd niet voor. “Natuurlijke immuniteit is beter met een veel breder effect dan de vaccin geïnduceerde immuniteit, omdat slechts een klein deeltje van het virus in het vaccin zit. Virussen worden normaal gesproken met de tijd "zwakker" enerzijds omdat een virus er geen belang bij heeft als zijn gastheer sterft, het is tenslotte een parasiet, en anderzijds omdat er meer immuniteit in de populatie ontstaat. Daarom ben ik het oneens met de vaccinatiedwang. Mensen moeten op basis van informatie hun eigen beslissing kunnen maken.” De gezelligheid mis ik wel eens Na haar vertrek bij Sanofi wilde Manon zich heroriënteren en herpakken. Ze had geen haast om weer hard te gaan werken. Bovendien waren er nog financiële belangen bij Sanofi. Nu, samen met haar levenspartner en voormalig Chairman van Protein Sciences Dan Adams, levert ze via NextWaveBio wetenschappelijke en strategische kennis aan verschillende biofarmaceutische bedrijven. “Onze missie is om de kloof tussen preklinische en klinische ontwikkeling te helpen overbruggen met kennis van infrastructuur en kwaliteitssystemen die uiteindelijk nodig zijn voor productie.” Ze is ook lid van de Board van de International Society for Vaccins. Manon dacht even aan een terugkeer naar Nederland, waar ze nog regelmatig is en ook een huis heeft. “Maar ik denk dat ik me uiteindelijk meer thuis voel, hier in East Haven, in Amerika.” Ze kan daar goed uit de voeten met haar drive om succes te boeken en vooral ook te vieren. “Ik hoor wel eens dat ze in Amerika een postzegel mentality zouden hebben, dat ze alleen maar doen wat ze moeten doen. Maar dat heb ik niet zo ervaren. Daar kwam bij dat we bij Protein Sciences werkten met 120 mensen uit 35 verschillende landen. Ik denk dat veel first generation immigrants een enorme motivatie hebben om succes te behalen. Weet je, alles is hier mogelijk. Ik heb Nobelprijswinnaars ontmoet. Ik heb president Clinton ontmoet. Als je er hard voor werkt kun je veel bereiken.” Ze geeft eerlijk toe dat haar bevoorrechte positie als expat ook deuren opent. “Je bent onderdeel van een kleine gemeenschap die toegang heeft tot mensen en instanties die er voor de lokale bevolking niet altijd makkelijk is. Mijn lidmaatschap in de Board van de Netherland- America Foundation helpt daar zeker bij.” Manon zou best willen dat haar sociale leven zich in Nederland zou afspelen. Het merendeel van haar vrienden woont in Nederland. In Nederland waardeert men vrije tijd ook veel meer dan in Amerika. In Amerika vindt ze het sociale leven oppervlakkig. “Je kent het wel: hi, you should visit me! En dan blijft het daarbij. Het meest bizarre van mijn kennismaking met Amerika was dat, als er een feestje of borrel werd georganiseerd en in de uitnodiging stond van 5 tot 7, iedereen ook om vijf minuten voor zeven vertrokken was. In Nederland gaan we dan door tot acht of negen uur of soms later. De diepgang, en ja, gezelligheid mis ik dan wel.” Eredoctoraat Maar in Nederland werken? Nee. “Het optimisme, dat staat voor mij centraal. Succes wordt hier heel erg gevierd, we zetten mensen echt in het zonnetje. En we zijn er dan ook trots op zijn. Amerikanen durfen zich veel beter te presenteren, ook met hun succes. Als je ziet hoeveel awards ik heb ontvangen,
dat zou in Nederland nooit gebeuren.” Zo werd Manon Woman of Innovation bij de Connecticut Council of Technology en heeft een eredoctoraat ontvangen van Saint Joseph University. “Ja, daar ben ik erg trots op. Ook al ze omdat ik die onderscheiding samen met twee andere personen kreeg, waaronder Sakena Yacoobi uit Afghanistan die voor onderwijs voor meisjes en vrouwen strijdt. Haar toespraak zal ik nooit meer vergeten. Heel inspirerend.” Uiteraard moesten Manon en Amerika ook wel aan elkaar wennen. Haar directe en resultaatgerichte leiderschapsstijl was haar kracht, maar in culturele zin ook haar zwakte. “Ze vinden hier vaak dat ik te direct ben. Sommige mensen vinden dat fijn, maar heel veel mensen vinden dat moeilijk. Gelukkig had ik een HR-manager die mij daar op wees. Maar uiteindelijk ben ik wie ik ben. Ik ben niet in staat om dat te veranderen. Bepaalde woorden heb ik wel aangepast. Ik gebruikte vaker het woord ‘stupid’ waarbij ik bedoelde ‘dom’, een domme beslissing. Maar ‘stupid’ kwam veel harder binnen bij de Amerikanen dan dat ‘dom’ binnenkomt bij Nederlanders. Het was een ontzettende belediging voor ze. Iedereen wist gelukkig wel dat ik het niet slecht bedoelde als ik het zei. Daar was ons team sterk genoeg voor. Maar uiteindelijk willen Amerikanen liever dat je het allemaal een beetje bedekt.” Maar dat bedekken is contraproductief als er resultaten bereikt moeten worden, zeker bij complexe procedures zoals die bij de FDA. Dan was Manon’s directe aanpak juist noodzakelijk, misschien ‘not so smart’ in plaats van ‘stupid’, maar zonder omwegen de pijnpunten blootleggen. “Als er in Amerika een performance review gegeven wordt dan eindigt het alleen maar positief. Ik ben ook een positief persoon en wil het liefst positieve dingen zeggen, maar ik weet ook dat je alleen maar verder komt als je ook de verbeterpunten durft te benoemen.” Manon trekt zich weinig aan van het seksisme waar ze soms tegenaan liep. “Natuurlijk heb ik persoonlijk meegemaakt dat het niet altijd op prijs gesteld wordt dat er een vrouwelijke CEO is. Ik herinner me een ‘fundraising’ meeting met een venture fund waar de sfeer ‘ijzig’ werd toen duidelijk werd dat ik de CEO en niet een assistant was. Anyway, ik persoonlijk trek me daar weinig van aan. Bij Protein Sciences werkte ik met mensen met al die verschillende culturele en religieuze achtergronden. Af en toe leidde dat wel tot ‘conflicten’. Maar ‘respect’, ook naar vrouwen, gold als een van onze fundamentele waarden van het team. Kijk, uiteindelijk vind ik dat je gewoon de beste kandidaat voor een functie moet aanstellen. Bovendien heeft het ook voordelen om vrouw te zijn, want je valt wel op!” Donateurs te vriend houden En dan komen we even terug op Nyenrode, op de kracht van awards en recognition. “ 15 jaar geleden belandde ik min of meer per toeval op een Nyenrode reünie met Neelie Smit-Kroes als gast. Zij stelde mij voor aan Lodewijk de Vink, die na een mooie exit bij farmaceut Warner-Lambert na de overname door Pfizer een hele forse donatie aan Nyenrode had gedaan. Wat ik niet begrijp is dat de zaal die naar Lodewijk was vernoemd inmiddels is omgedoopt tot de Pfizer zaal, Lodewijks’ sporen lijken uitgewist. In Amerika houd je donateurs te vriend!” ♦
Manon Cox met Bill Clinton en partner Dan Adams VAN VERRE 292| 49
BANDLEIDER FRED GEHRING:
veroveren met
F DOOR OELE STEENKS
G: “Ik heb ervaren dat het CEO-schap heel leuk is, want je bent direct bezig. Je hebt natuurlijk wel verantwoording af te leggen aan de stakeholders, maar als je vandaag besluit om linksaf te gaan, dan kun je morgen naar kantoor gaan en ook daadwerkelijk links afslaan. Ik had continue de vinger aan de pols bij cultuurontwikkeling en bewaking; het uitvoeren van strategieën en het corrigeren van initiatieven die afwijken van de strategie. Bij Tommy Hilfiger hield ik me met name bezig met het bewaken van de strategische discipline. Na de verkoop van mijn belang in Hilfiger, ben ik onder andere investeerder geworden. Dan heb je te maken met managementteams of directies die je gemiddeld genomen een keer in de maand ziet. Vaak zat ik in zo’n meeting en dacht: wat is er nou veranderd sinds de laatste keer. Het puur van de buitenkant beoordelen van ondernemingen, bijsturen en corrigeren is voor mij niet zo weggelegd.”
Je was CEO van 30.000 medewerkers en dan nu een band leiden; wat is het verschil? Fred: “Het management van de band heeft in zijn kleinschaligheid toch alle kenmerken van het aansturen van een grotere business. The Analogues is hoe je het wendt of keert uiteindelijk een merk, dat heel duidelijk ergens voor moet staan, met een eigen tone of voice en een bepaalde balans. Het gaat ook hier om een creatieve lading en een team van mensen die dat met elkaar tot stand brengen. Ik heb alle dingen die ik bij mijn zakelijke rol voor Tommy Hilfiger moest aanwenden, ook aangesproken in de organisatie van de band, ondanks dat het slechts over een team van dertig mensen gaat.”
Hij is zondermeer een van de bekendste alumni, maar het is denkbaar dat Fred Gehring (19730020) de geschiedenisboeken in gaat als bandleider in plaats van succesvol CEO van Tommy Hilfiger. Hij was als puber bezeten van The Beatles en speelde op Nyenrode in een band die veel nummers van de Fab Four deed. Die passie kreeg hem weer in de greep toen hij zakelijk was binnengelopen. Fred richtte The Analogues op. Het is de enige band die de beroemde studio-albums van de beste popgroep aller tijden, live kan spelen. En dan wel exact zoals de nummers ruim een halve eeuw geleden zijn opgenomen, gebruik makend van dezelfde instrumenten. Nog belangrijker, ze zingen ook als The Beatles klonken!
The Analogues konden optreden in tv programma De Wereld Draait Door. Je bleef als drummer op de achtergrond. Waarom? FG: “Ik wil in het algemeen liever uit de pers blijven, want ik houd niet van die Quote-achtige sensatiepraat. Maar voor de alumni ligt de zaak anders. Ik denk dat ik een aardige brug heb weten te slaan naar het algemene vraagstuk voor veel Nyenrodianen: hoe ga je in een later stadium van je leven om met je energie, die al dan niet zakelijk is.” Hoe lang kunnen The Anologues teren op de jubilea van de studioalbums van The Beatles? FG: “Terecht dat je het punt van continuïteit aansnijdt. Dat was al een actueel punt voordat de coronacrisis uitbrak. Voor de juiste uitleg ga ik even terug naar het begin. Het is goed om te beseffen dat het project The Analogues is opgestart, puur op basis van de passie voor de muziek van The Beatles. Ik heb nooit echt gekeken naar de vraag, wat
“Ik zou stiekem de US wel willen The Analogues, dat lijkt me te gek!” gaat me dit kosten? Ik heb alleen maar gekeken naar het kwaliteitsniveau. Het concept impliceert dat we allerlei authentieke instrumenten nodig hadden, die ook uit de periode van de studioalbums van The Beatles komen. Die instrumenten moesten allemaal gevonden worden en aangeschaft. Dat kostte op zich best veel geld. Het concept verlangt ook dat er geen digitale shortcuts plaatsvinden. Als er een orkest moet zijn, dan komt er ook een orkest op het podium. Als er een harpist mee doet op de originele tracks, dan komt er ook een harpist. Dat geldt ook voor een Indiase Tabla-speler. We hebben gezegd echt is echt, dus geen synthesizer oplossingen ofschoon die misschien voor het publiek geen extreem duidelijk verschil hadden uitgemaakt. Vervolgens heb je dan ineens een groep van dertig man en twee vrachtwagens, want het vervoer van en naar de theaters is op zich een behoorlijke operatie. Bij de eerste concerten stonden er bijna meer mensen op het podium, dan er in de zaal zaten. Dat zijn hoofdpijn momenten, want dan dreigt het gevaar dat zo’n project een over de top hobbyachtig experiment wordt. Het had zo maar door kunnen slaan in de verkeerde richting, maar gelukkig kwamen we al snel in het tv-programma DWDD met onze eerste show The Magical Mystery Tour. Toen sloeg de vlam in de pan en begonnen de theaters vol te lopen. Vanaf Magical Mystery Tour tot en met Abbey Road heb ik wel steeds gedacht, nog even doorgaan. Op een gegeven moment hebben we alles, de juiste instrumenten, partituren, staging, lichtshows en animaties. In die onderdelen van het project hoeven we dan niet meer in te investeren.” Blijft echter de vraag of het concept van The Analogues stand zal houden. FG: “Nu merken we gelukkig dat het enthousiasme voor The Beatles-muziek niet alleen samenhing met het vijftigjarig jubileum van hun legendarische albums. Voor die jubilea was er al een stabiele interesse en nu valt er geen daling in populariteit van The Beatles te bespeuren. Dat zal ook de komende vijftig jaar denk ik niet gebeuren. Het is ook geen typisch Nederlands fenomeen, want The Beatles worden wereldwijd gewaardeerd, in Europa, in NoordAmerika, in Zuid-Amerika, in Azië en Japan. Op papier hebben we dus een concept dat niet uit de mode zal raken, om maar even terug te gaan naar mijn corebusiness. Het is in principe oneindig en het is universeel. Met dit project hebben we de mogelijkheid om een nieuwe fase in te gaan, intern noem ik dat The Analogues 2.0. We hebben de creatieve en reproducerende fase achter de rug; nu kunnen we beginnen aan de operationele fase. En dat is gewoon veel grote shows doen. Dat doen we inmiddels in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Dat gaat heel goed en het bevestigt dat The Analogues niet is gestoeld op puur Nederlands chauvinisme. We zien internationaal dat ons publiek uit die hard Beatles-fans bestaat. We zijn geen visueel georiënteerde tributeband, maar we zijn puur gericht op audio. Nadat we drie jaar terug in het Palladium in Londen hadden opgetreden, schreef een journalist van The Daily Telegraph: “Few of us can say that they
saw The Beatles live, but after tonight I can say that at least I heard them.” Dat is in een enkele zin samengevat waarvoor we het doen.” Hoe ziet het businessplan voor The Anolgues er nu uit? FG: “In 2019, het laatste jaar dat we voluit konden spelen, hebben we in totaal 65.000 mensen in de zaal gehad. Daarmee zijn we een van de grotere bands geworden in Nederland. De kaartjes kosten gemiddeld zo’n 55 euro. Dat betekent een consumentenomzet van 3 miljoen euro bij een aantal van 65 shows per jaar. We werken met een groep van dertig zzp’ers. Voor al die mensen is The Analogues een groot deel van hun inkomen geworden. Hoewel ze ook allerlei andere dingen doen. Zo werkt de crew ook wel voor andere bands. De orkestleden hebben soms een baan bij grote orkesten of spelen ook elders. De leden van de band geven les, spelen in studiosessies en/of componeren muziek. In Duitsland kunnen we gaan beginnen aan onze derde tournee. Dat zijn 10 shows in Berlijn, Hamburg, München, Frankfurt en andere grote Duitse steden. Die zijn op voorhand allemaal uitverkocht. Het concept van The Analogues werkt goed in Duitsland, want we spelen in venues van 1500 man tot en met zalen van 3000 man. We zijn benaderd door het grootste Amerikaanse talent managementbureau William Morris Endeaver (WME) in Los Angeles met een kantoor in Londen. Die hebben ons benaderd om de rest van Europa te gaan aanpakken. Het lijkt te gaan lukken en daar gaan we waarschijnlijk serieus mee aan de slag. Dan gaan we wel beginnen met regelmatig een invaller voor mij, want ik wil het project niet blokkeren omdat ik zelf niet kan. Hetzelfde geldt voor Amerika. Er is belangstelling om 10 tot 15 shows te doen, die je de eerste keer waarschijnlijk niet gaat uitverkopen. Je moet erheen, geld toeleggen op de shows en het verlies laten oplopen omdat je ook weer terug moet naar Nederland. Het wordt nog kostbaarder om daar een tweede serie concerten te doen. Maar er zit voor mij wel een speciaal aspect aan. Ik heb jarenlang in Amerika gewoond, mijn vrouw is Amerikaans en ik heb nog steeds een woning in New York. Het is een droom die in mijn systeem zit. Ik zou Amerika graag willen winnen. Alle andere landen worden rationeel benaderd, maar voor Amerika handel ik gedeeltelijk impulsief. Ik wil dat gewoon doen; het lijkt me gewoon te gek!” ♦
75 JAAR NYENRODE, VIER HET MEE OP 4 JUNI! 75 jaar Nyenrode, een historisch moment. 75 jaar Leadership, Entrepreneurship en Stewardship; waarden die, net als in 1946, in 2022 meer dan ooit relevant zijn. Dat vieren we met een inspiratiefestival en lustrumfeest op zaterdag 4 juni aanstaande, met studenten, medewerkers, deelnemers en alumni van alle opleidingen die Nyenrode rijk is.
Agenda Lustrum ACTIVITEITEN 1 JUNI Nyenrode Inspiration Talks 2022 Pieter van den Hoogenband 4 JUNI Inspiratiefestival en Lustrumfeest 6 JUNI Luctorkoers 7 JUNI Nyenrode Inspiration Talks 2022 Merel Pontier
INSPIRATIEFESTIVAL 'A REWARD FOR LIFE' Wat betekent een 'Reward for life' voor jou? Tijdens het inspiratiefestival staan vier thema’s centraal en zullen deze in een combinatie van academisch theorie, praktische relevantie en persoonlijke ontwikkeling worden behandeld: Societal impact - Digital transformation - Modern governance - Future finance Het gesprek over een ‘Reward for life’ wordt gefaciliteerd en er wordt een podium gegeven aan Nyenrodianen die verbonden zijn door middel van hun ondernemersgeest. Inspireer elkaar op verschillende manieren. Hiermee creëer je meerwaarde voor jezelf, je bedrijf en je omgeving.
MIDDAGPROGRAMMA: 13.00 - 13.30 uur: ontvangst bij het Kasteel 13.30 - 14.30 uur: Opening met de drie L.E.S. waarden, met o.a. Boudewijn Poelmann (19670100); eigenaar van Novamedia (Nationale Postcode Loterij) 15.00 - 17.45 uur: tijdens 3 tijdsblokken kun je kiezen uit meer dan 12 sessies* 17.45 - 18.30 uur: borrel en finale voorplein Kasteel * Er zijn meer dan 12 sessies waarin een groot aantal professoren van Nyenrode, zoals Prof. dr. mr. Désirée van Gorp LL.M.; (hoogleraar international business) , Prof. dr. ir. André Nijhof; (hoogleraar duurzaam ondernemen & stewardship), Prof. dr. ir. Henk Kievit; (hoogleraar entepreneurship and ecosystems), Prof. dr. Roberto Flören; (hoogleraar familiebedrijven), en Prof. dr. Leen Paape RA RO CIA; (hoogleraar coporate governance), in gesprek gaan met talloze topsprekers, -ondernemers en -CEO’s.
DE BEKER EN DE TRUI ZIJN TE KOOP OP:
www.nyenrode.nl/75jaar
KAARTVERKOOP KOOP JE LUSTRUM KAARTJE: SCAN QR
52 | VAN VERRE 291
Denk daarbij aan: • Hanneke Smits (19840086); CEO van het Amerikaanse BNY Mellon Investment Management. • Michiel de Haan (19840027); Managing Director van planten servicepartner en familiebedrijf Royal Lemkes en mede-eigenaar van familiebedrijf en internationaal verhuisbedrijf De Haan. • Tanja Dik (19920911); CEO van de Johan Cruijff ArenA. • Conny Wenting (19880200); onder leiding van Conny werden onlangs de Invictus Games georganiseerd in Den Haag. • Michiel de Wilde (19800132); voorheen directeur van Goldschmeding Foundation en tegenwoordig strategie en impact management vanuit zijn eigen adviesbedrijf. • Petri Hofsté (19790047); voorzitter van ‘onze’ Foundation Board, nummer 1 in de Top Honderd Commissarissen en meest invloedrijke vrouw in het Nederlandse bedrijfsleven volgens Management Scope. • Prof. Dr. Paul Hilbers; part-time hoogleraar aan Nyenrode Business Universiteit, tot 2020 directeur Financiële Stabiliteit bij De Nederlandsche Bank (DNB) en daarna verkozen als nieuwe bewindvoerder bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). • Marjolein Baghuis (19860005); ‘Catalist for Positive Change’ bij The Terrace, strategiebureau voor communicatie en duurzaamheid. • Carola Wijdoogen (19850143); voorheen Chief Sustainability Officer bij de Nederlandse Spoorwegen en tegenwoordig directeur van Sustainability University, wereldwijd platform voor duurzaamheid professionals en CSR-managers. • Meer sprekers volgen!
COLUMN KAPÉ BREUKELAAR (19860015) BBA Nyenrode, is partner van investeringsmaatschappij Amlon Capital. Hij schreef eerder achttien jaar voor De Telegraaf en was vaste medewerker van het televisieprogramma Kassa.
Belasting op vermogen Onze alumni weten: de vaardigheden die je opdoet en het netwerk dat je opbouwt, blij-
Van 20 november 2021 tot en met juli
ven je voor altijd bij. Dat heeft positieve in-
2022 vieren we ons 75-jarig bestaan.
vloed op jezelf, de mensen om je heen en de
Houd www.nyenrode.nl/75jaar in de
maatschappij.
gaten voor het meest actuele programma.
LUSTRUMFEEST 'CELEBRATE LIFE'
Nyenrode. A reward for life.
Na het inspiratiefestival ontmoeten de middaggasten de feestgasten en barst het lustrumfeest los rondom het Kasteel. Na de hernieuwde kennismaking met vrienden en jaargenoten, en de indrukwekkende opening op het voorplein, gaan alle gasten naar de festivaltent waar we 75 jaar Nyenrode op memorabele wijze zullen vieren. Met het Kasteel als decor zal één van Nederlands beste orkesten, The New Amsterdam Orchestra, 75 jaar geschiedenis én muziek op bijzondere en feestelijke wijze vertolken. Ondersteund met videobeelden van 75 jaar Nyenrode én met bekende artiesten! Zo zijn Candy Dulfer en topzanger Ricardo (zie ook Can't Stop The Feeling - Candy Dulfer, Ricardo & New Amsterdam Orchestra - YouTube) gecontracteerd en ontbreekt dé André Hazes imitator uiteraard niet. De bekende vrouwelijke DJ’s van Dames Draaien Door maken het feest compleet.
AFTERPARTY Celebrate Life sluiten we af in het Koetshuis met één van Nederlands beste feestbands The Recipe, met achter de drums Nyenrodiaan Raimond van Maanen (19980095).
AVONDPROGRAMMA: 17.30 uur: start borrel avondgasten op het voorplein Kasteel 18.30 uur: officiële opening feest door spoken word artiest Dichtwater 19.00 uur: festivaltent open voor walking dinner en feest 21.30 - 22.15 uur: spektakelshow 75 jaar Nyenrode met New Amsterdam Orchestra & Friends (waaronder Candy Dulfer) 22.15 - 23.00 uur: Dames Draaien Door laatste set 23.00 - 01.00 uur: Afterparty in het Koetshuis met The Recipe
In politiek Den Haag loopt al enige tijd een discussie over de belasting op vermogen. Aanleiding is een arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat spaarders te veel belasting betaalden in box 3 van de inkomstenbelasting. De belastingheffing mag niet hoger zijn dan het daadwerkelijk behaalde rendement. Toen de spaarrente richting de nul procent ging, en zelfs negatief werd, was er sprake van een bovenmatige belastingheffing. Daar maakte de Hoge Raad korte metten mee. Op het Ministerie van financiën moeten ze nu met een oplossing komen voor die gevallen. Daarnaast denkt men hard na over een nieuw stelsel voor belasting over vermogen. Vermogen wordt in het huidige belastingstelsel belast in box 3 van de inkomstenbelasting. Uitgezonderd zijn het woonhuis, persoonlijke bezittingen en de onderneming. Wie bezittingen heeft die boven de vrijstelling van € 50.650 per persoon uitkomen, wordt over het meerdere belast. Daarbij wordt eerst een forfaitair rendement berekend en vervolgens bedraagt de belasting 30 procent. Dat forfaitaire rendement loopt in drie stappen op naar 5,53%. Dat hoogte percentage geldt voor het deel van het vermogen boven de € 962.350 per persoon. Bij een belastingtarief van 30% betaal je dan 1,659% belasting per jaar over de top van het vermogen. Ongeacht het werkelijk behaalde rendement. Politici slaan in de verhitte discussie soms compleet de plank mis. Zo beweerde PvdAkamerlid Henk Nijboer bij een talkshow dat vermogenden ‘belastingtrucs’ uithalen door hun vermogen in een besloten vennootschap (BV) in te brengen. Wie privévermogen inbrengt in een BV ruilt de belastingheffing van box 3 in voor een combinatie van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting in box 2. Hoeveel belasting betaal je dan als je vijf procent rendement maakt op een miljoen vermogen ingebracht in een BV? Van die € 50.000 aan rendement gaat eerst 15% vennootschapsbelasting af. Zodra je de resterende nettowinst van € 42.500 uitkeert als dividend betaal je daarover 26,9% belasting in box 2. Het nettorendement is dan € 31.067 en de belastingdienst incasseert in totaal € 18.933. Dat is bijna 38% aan effectieve heffing en 1,89% van het vermogen. Alleen voor laag renderend vermogen, zoals spaargeld en obligaties, kan een BV een voordeel opleveren. Veel politici pleiten voor een belasting over het daadwerkelijk behaalde rendement. Daarbij worden niet alleen de rente-, dividend- en huurinkomsten belast, maar ook de gerealiseerde vermogenswinsten. Op zich is het een eerlijk systeem maar de uitvoering wordt heel complex. Met name de belasting op vermogenswinst maakt het administratief bijna onuitvoerbaar. Vastgoedbeleggers moeten dan alle gemaakte kosten en investeringen bij gaan houden, beleggers in effecten moeten kijken naar de historische aankoopprijs om de winst te bepalen. En hanteren we bij de verkoop van effecten een FIFO-stelsel, een LIFOstelsel of de gemiddelde aankoopprijs? Het leidt ook tot ongewenst gedrag, zoals uitstel van het realiseren van winst en het versneld nemen van aftrekbare verliezen. De administratieve lasten zullen enorm worden en de belastingbaten zullen enorm fluctueren. Ik zou daarom willen pleiten voor een simpele oplossing, een kleine aanpassing van het huidige systeem. Wie kan aantonen dat de betaalde belasting in box 3 in de laatste drie jaar meer dan 80% is van het daadwerkelijk behaalde rendement kan het meerdere terugkrijgen. Door een termijn van drie jaar te nemen middel je fluctuaties in rendement enigszins uit. ♦ Kapé Breukelaar (19860015)
VAN VERRE 291| 53
TumTum
Redactie: Alumni Office - info@nyenrodealumni.nl Prive nieuws insturen: mail naar info@nyenrodealumni.nl - tav privé nieuws.
Boek dat staat als een event!
ARGENTIJSE WIJN IN DE PRIJZEN De Pyros Limestone Hill Malbec 2018 is uitgeroepen tot de beste wijn van Argentinië. Het label is eigendom van het wijnbedrijf Salentein Bodegas, dat door ondernemer Mijndert Pon in Argentinië is opgezet. De Nederlandse ceo is Sven Piederiet (19910337): “Het is een enorme eer. Fantastisch! Hier hebben we jaren hard voor gewerkt".
Onder de bezielende leiding van Leon Kruitwagen (19850124) is het er: Het Handboek Strategische Eventmarketing! Het is gemaakt in samenwerking met 10 experts uit het werkveld, waaronder Pieter Bas Boertje (19820013) en Norbert Pollemans (19960106). Het boek is een absolute must have voor de eventprofessional en -student van de toekomst.
Kwart eeuw Amstel LIVE!
Volgend jaar bestaat De Vrienden van Amstel LIVE 25 jaar. In januari zal de grootste concertreeks óóit
in Nederland plaatsvinden. Om zoveel mogelijk vrienden te ontvangen, zal de grootste Amstel kroeg van Nl. 20 keer haar deuren openen, samen met de grootste artiesten van het land in een fantastische sfeer. Voor Ahoy is het
de langste concertreeks ooit. Directeur Jolanda Jansen (20115705) is superblij de deuren te openen voor de Vrienden van Amstel. ‘Het zal ongetwijfeld een hele bijzondere editie worden. Het is ook al zo goed als uitverkocht!”
INVICTUS GAMES ONGEWILD ACTUEEL! CEO Invictus Games The Hague Conny Wenting (19880200) kan terugkijken op een geslaagd evenement. Met Prins Harry, het Koninklijk echtpaar en minister-president Marc Rutte waren de Invictus Games verzekerd van internationale mediabelangstelling. De Games werden twee keer uitgesteld wegens de Coronapandemie. En dit jaar vonden de Games plaats tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïne. "We zijn dankbaar en geraakt door wat een sportevenement kan bijdragen aan de heling van fysiek en mentaal gewonde soldaten," aldus Conny Wenting.
54 | VAN VERRE 292
Galopperen voor Make A Wish Frans Nijnens (19700064) zet zich in voor Make-a-Wish en doet dit samen met zijn Rotary Club International Hilversum. Een aantal maanden geleden hebben zij een Paardenevenement Riders for Good georganiseerd, waarbij meer dan 13.000 euro in één middag voor MAW is opgehaald. Er waren twee van Nederlands beste ruiters aanwezig, die o.a. een clinic gaven. Frans blijft galopperen met nieuwe events!
COLOFON
PRIVÉ GEBOREN Zeger Benjamin van Rijn 22-02-2022 Zoon van Mark van Rijn (20040096) en Jorinde Bauw en broertje van Sterre en Vesper.
OVERLEDEN Reinier van Zuylen (19520096) Kees de Kluyver (19670068) Gaston Sporre (19670126) Giel Coenjaarts (19610014) Kelvin Vrede (20180093) Mark Giesbers (19890047) Joan Jannink (19540032) Peter van Vugt (19700097) Roef Hoeffelman (19520038) Jan Jonkers (19460044) Jan Wolff (19470087) Hans Hilarius (19510027)
WIE GR AAFT DAAR IN HET BOS? ICT’er Maurice Siteur (19790114) graaft in zijn vrije tijd watergeulen en kuilen in het bos: ‘Niet iedereen snapt waarom dit nut heeft’. Met zijn schop zorgt hij dat de wandelpaden van bos Klein Zwitserland, ten zuiden van Amersfoort, niet wegspoelen. Dit doet hij al zo'n 5 jaar. Een bijzondere bezigheid!
VAN VERRE
VAN VERRE Is het officiële periodiek van de Nyenrode Alumni Voortgezette Compagnie van Verre (VCV), Vereniging van oud-studenten aan Nyenrode en verschijnt elke drie maanden in een oplage van 5.900. 64e jaargang, mei 2022, nummer 292 HOOFDREDACTIE Oele Steenks (19720057 BBA) - josteenks@planet.nl ART DIRECTOR: Roos Jonker - ter Kuile COÖRDINATIE: Simone Daniëls (19960021) MEDEWERKERS Liselotte van Dedem-Staal, Guido van Engelen (199200912), Madeleine Kemna (19850036 BBA), Ivo Knottnerus (200010413), Jan Meertens (19770073 BBA), Johannes van Wijk (20050348), Annemiek Wortel (19820136 BBA), LXXVIe Collegie der Heeren V, JCV Bestuur, VAS Bestuur COLUMNISTEN Dr. Bo van der Rhee/NBU, Joep Stassen (19850083 BBA), Kape Breukelaar (19860015) REDACTIEADRES EN SECRETARIAAT Nyenrode Alumni VCV Office Nyenrode Business Universiteit Straatweg 25 3621 BG Breukelen t: (+31) 346 29 15 13 e: info@nyenrodealumni.nl w: nyenrodealumni.nl bank: ING Bank Breukelen IBAN: NL54 INGB 0657 3453 50, BIC: INGBNL2A De contributie is 75,- euro per jaar, partnerlidmaatschap is 20,- euro per jaar ADVERTENTIES Nyenrode Alumni VCV Office t: (+31) 346 29 15 13 e: info@nyenrodealumni.nl ABONNEMENT Als lid van Nyenrode Alumni VCV krijg je Van Verre gratis toegezonden. ISSN 2405-626X NUMMER 293 – DEADLINE 25 juli 2022 – THEMA Rente & Inflatie VERSCHIJNINGSDATUM 9 september 2022 De digitale edities van Van Verre in Nederlands en Engels kan je vinden op nyenrodealumni.nl. Het is mogelijk dat de inhoud van het magazine door zoekmachines, zoals Google, wordt geïndexeerd. Op het platform vind je ook de meest actuele informatie. Naast Van Verre ontvang je als lid ook acht keer per jaar de digitale nieuwsbrief, die complementair is aan deze uitgave. De redactie behoudt zich te allen tijde het recht kopij te weigeren, in te korten of anderszins te redigeren. Het plaatsen van kopij houdt niet in dat de redactie de strekking van het geschrevene altijd onderschrijft. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nyenrode Alumni VCV.
VAN VERRE 292| 55
Afspraak maken? Scan de QR