4
#
nr. 04 / 2020
Vakblad Asset Management
VEILIG WERKEN
Niet omdat het moet, maar omdat we het willen
Externe inspecties Leren van Incidenten Nieuwe oplossingen
4
#
nr. 04 / 2020
Colofon VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland. Concept en realisatie Elma Media B.V. Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl Art Director Kim Speleman Martijn van der Wielen Hoofdredactie Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G Postbus 138, 3990 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl VAM is een samenwerking www.worldclassmaintenance.com https://itanks.eu Auteurs Pieter Pulleman (Security Fieldlab en NRG) Evi Husson (BRZO Inspecties) Mark Oosterveer, iTanks (Inspire; Vakmanschap maakt Veiligheid) Jacqueline Scheidsbach namens Veiligheid Voorop (PaaS) Eveline Janse (Corona-proof aan het werk) Jacco Vis, Crisislab (Leren van Incidenten) Sander Momberg, Pilcrow (Redden van personen, een vak apart!) WCM (Waternet) Ellen den Broeder-Ooijevaar Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM), Els van den Heuvel (NVDO) Druk Elma Media B.V. Advertentie-exploitatie Elma Media B.V. Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl
VOORWOORD <
Carcinogeen, Mutageen, Reproductietoxisch (CMR) Er bestaan stoffen die kanker kunnen veroorzaken (carcinogeen). Daarnaast zijn er stoffen die onze genen kunnen beschadigen (mutagene stoffen) en stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting of het nageslacht (reproductietoxisch). Deze stoffen worden ook wel afgekort als CMR-stoffen. Als werknemers worden blootgesteld aan kankerverwekkende, mutagene of reproductietoxische stoffen in de producten waarmee zij werken, kan dit ernstige gevolgen hebben voor hun gezondheid. Wat is belangrijk als het gaat om werken met deze stoffen? Hoe kunnen we werken met deze stoffen zo veilig mogelijk maken? En als dat niet lukt en we komen toch in aanraking met deze chemicaliën, wat moeten we dan doen? Ik kan die vraag niet beantwoorden, want met mijn bescheiden VCA kom ik natuurlijk niet ver. Maar, om een antwoord te krijgen op deze vragen, bel ik Jos de Lange van Focal Point Nederland. En meteen ontstaat er een idee om kennis te verspreiden. Dat is niet alleen van nut, het is zelfs dringend nodig. Want in Europa overlijden elk jaar meer dan 100.000 mensen als gevolg van beroepsmatige blootstelling aan kankerverwekkende stoffen. In Nederland ligt dat op ruim 3.000. Om blootstelling aan kankerverwekkende stoffen zoveel mogelijk te voorkomen, loopt er in Europa (op Nederlands initiatief ) een programma waarmee bedrijven worden geholpen de juiste maatregelen te treffen, de Roadmap on Carcinogens. De Lange deelt de feiten en tips op 30 september a.s. tijdens een fysiek NVDO-evenement bij RelyOn Nutec in Rotterdam. Maurice Quist geeft een algemene introductie in de ademluchtwerkplaats en begeleidt de rondleiding. Sommige kankerverwekkende stoffen zijn duidelijk omschreven, over andere stoffen bestaat discussie. Zo is de vraag of Kwik nu wel of niet kankerverwekkend is. Ik weet niet of het heel belangrijk is, het goedje vormt in elk geval een groot risico voor medewerkers en milieu en volgens Charles Odekerken, Specialist bij NOK-C, moeten we het voorkomen van en daarmee de risico’s door kwik onderdeel laten uitmaken van ons vakmanschap. En ook Odekerken is op 30 september van de partij om ons te leren over het voorkomen van morsen en lekken en verschillende vormen van kwik, de risico’s voor mens en milieu en de normen. Ook geeft hij aandachtspunten mee om de risico’s in je eigen omgeving te beheren. Bij het inrichten van een inhoudelijke bijeenkomst, of die nu fysiek of virtueel is, is de samenstelling van het programma uiterst belangrijk en streven we kennisoverdracht na. Samen met dagvoorzitter Mark Oosterveer van iTanks, nemen we een kijkje in de keuken van het Beleid Kankerverwekkende Stoffen bij TataSteel. Niemand minder dan Petra van Gorp, Manager Health en Christine ten Hove, Arbeidshygiënist bij TataSteel laten zien welk beleid zij voeren en welke maatregelen zij nemen om hun werknemers te beschermen. Heel graag nodig ik je uit om deel te nemen aan dit inhoudelijke programma. De roadmap, de ademluchtplaats, beleid en de risico’s van kwik zijn voor ons allen leerzame cases en zullen bijdragen aan de nog betere bescherming van onze medewerkers. Tot dan!
Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO
3
VAN DE VOORZITTER <
We werken veilig omdat wij dat willen! Interessant om te zien hoe de maatschappij reageert op de uitbraak van het Covid 19 virus en de regelgeving die hieruit is ontstaan. Het is boeiend om te kijken naar de paralellen met de regelgeving en de omgang hiermee bij bedrijven en op bouwlocaties. Regelgeving naar aanleiding van onverwachte situaties is moeilijk. Tot waar gaan wij de regels opleggen en waar begint de eigen verantwoordelijkheid. We hebben de afgelopen tijd ook gezien dat de balans hier tussen ook cultuurafhankelijk is. De zuidelijke landen binnen Europa hadden (hebben) bijvoorbeeld een veel restrictiever beleid dan de noordelijke landen. Tot nu toe is gebleken dat geen van beiden een aanwijsbaar positief of negatief effect hebben gehad op het aantal besmettingen en het aantal doden. We hebben gezien dat er verschillend wordt omgegaan met de eigen verantwoordelijkheid. De uitersten zijn bekend: een groep die zich nergens wat van aantrekt en een groep die zich isoleert uit angst om besmet te raken of anderen te besmetten. De meerderheid volgt de regels in meer of mindere mate, afhankelijk van een eigen risico inschatting. Kunnen wij wat leren van de gedragspatronen die wij de afgelopen tijd hebben gezien? Hoe zit het met de balans van regels en eigen verantwoordelijkheid bij bedrijven? Schieten we niet te ver door met regelgeving en onderschatten wij het inschattingsvermogen van onze medewerkers? Een aspect wil ik hier nadrukkelijk benoemen, omdat dit ook bij de veiligheidsregels bij bedrijven nog verbetering behoeft. Dit is het aspect van consequente en transparante regel-
geving. Bij de Corona regelgeving waren er veel conflicterende en inconsequente regels uitgevaardigd. Ook waren de regels per sector verschillend. Hoe meer gedetailleerde regels, hoe meer uitzonderingen (en excuses) te bedenken zijn. Als regels op de lachspieren gaan werken, of dat de logica ervan totaal zoek is, dan gaan mensen hun eigen weg en nemen hun eigen verantwoordelijkheid. In Nederland heeft dit gelukkig goed uitgepakt. Bij bedrijven is dit niet anders. Binnen de bedrijven zelf zijn de veiligheidsregels meestal wel consequent en transparant, maar gaat het vaak mis bij de balans tussen regels en eigen verantwoordelijkheid. Bedrijven met een overdaad aan regels en een restrictief beleid hebben nog nooit aan kunnen tonen dat zij veiliger zijn. Het gaat ook mis bij de verschillende regels voor dezelfde risico’s bij de verschillende bedrijven en tussen de verschillende sectoren. Ik noem er een paar: het werken op hoogte, maximum snelheid op terreinen, toepassen van PBM in standaard situaties; en, sinds kort, de afstand tussen medewerkers in kantines en kantoren. Een bedrijf berichtte laatst met veel poeha op LinkedIn dat zij met 2m afstand toch wel veel veiliger waren dan de rest met 1,5m tussenruimte. Dit zegt veel over hoe dit bedrijf tegen haar medewerkers aankijkt… Willen wij de trend van veiligheidsincidenten nog verder naar beneden krijgen, zal dit niet met nog meer regels gaan lukken. Het enige wat overblijft is nog nadrukkelijker sturen op het veiligheidsbewustzijn van de medewerker en de eigen verantwoordelijkheid die hier bij hoort. Niet alleen op de werkvloer, maar ook bij de leidinggevenden, zodat die zich niet achter de regels kunnen verschuilen en de verantwoordelijkheid ná een incident wél bij de medewerker te leggen. Tot slot hier ook een pleidooi om de veiligheidsregels tussen de bedrijven en zo mogelijk tussen de sectoren te synchroniseren, zodat dienstverleners niet elke keer weer door een leercurve heen hoeven gaan. We werken veilig omdat wij dat willen en niet omdat het moet.
‘Hoe meer gedetailleerde regels, hoe meer uitzonderingen’ 4 september 2020
Inhoud
03 Voorwoord
04 Van de voorzitter 08 Externe inspecties kunnen bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid > Sinds 2001 hebben in Nederland verschillende overheidsdiensten de krachten gebundeld in het Samenwerkingsprogramma BRZO+.
12 EuroMaintenance proudly presents the Workshop Program
22 Leren van incidenten
27 Kort
32 Straling zie je niet, dus moet je continu meten en beschermen
37 Kort
46
41 Kort 44 Schadevergoeding bij beroepsziekten
Corona-proof aan het werk
55 Redden van personen een vak apart!
01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60
06 De hoop dingen te verbeteren> Als Officier van Justitie (OvJ) is zij belast met opsporing en vervolging van strafbare feiten, dagvaart verdachten en fungeert in de rechtszaal als openbare aanklager.
Van bezit naar gebruik met PaaS circulair, duurzaam en veiliger 16
Nieuwe risico’s, Nieuwe technieken
20
Toekomstbestendig Asset Management met vakkundig gebruik van coatings 26 Vakmanschap maakt Veiligheid 28
Zero Risk Approach
36
Nieuwe oplossingen bedenken voor security en safety-vraagstukken 38
Schadevergoeding bij beroepsziekten 42
HORIZON; Focus op Systeemintegratie 48 Is deze stof ĂŠcht nodig voor de productie?
51
De laatste man staat centraal bij Waternet
52
Cursuskalender Casus
56
58 5
ww
Wie
Astrid Rijsdorp
Wat
Officier van Justitie
De hoop dingen te verbeteren Als Officier van Justitie (OvJ) is zij belast met opsporing en vervolging van strafbare feiten, dagvaart verdachten en fungeert in de rechtszaal als openbare aanklager. Astrid Rijsdorp werkt al vele jaren bij het Openbaar Ministerie, waaronder als persofficier en als advocaat-generaal bij het ressortparket in Den Haag. Sinds 2008 is zij als Officier van Justitie belast met kwaliteitszorg rond opsporing en vervolging. “Ik vind een het mooi vak door de combinatie van; iets voor mensen te kunnen betekenen, zaken zorgvuldig uitzoeken, maar ook de hoop dingen te verbeteren. Ik hoop bij te dragen dat werkzaamheden in de toekomst veiliger worden uitgevoerd en dat arbeidsongevallen worden voorkomen”.
Het nemen van veiligheidsmaatregelen kost tijd en geld. Door geldbesparing zien ze bij het OM vaak onveilige werksituaties ontstaan. Bijvoorbeeld het laten draaien van een machine tijdens een storing, met beknelling of afgerukte ledenmaten tot gevolg. Of werken zonder valbeveiliging omdat dit sneller zou zijn. Tijd en geld gaan dan boven de veiligheid van werknemers, soms met fatale gevolgen. Rijsdorp; “Twee jaar geleden zijn in korte tijd twee werknemers bij hetzelfde bedrijf om het leven gekomen. Beide hadden geen valbeveiliging en geen demontageplan. Dit mag niet gebeuren! Al kost het geld, een leven is echt belangrijker”. “Mensen maken nu eenmaal fouten. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het naleven van de veiligheidsmaatregelen. Deze verantwoordelijkheid mag je niet afschuiven op de werknemer zelf. Toch gebeurt dit vaak wel”, aldus Rijsdorp. De rol van het strafrecht is aanvullend op het bestuursrecht. Waar het gaat om dodelijke ongevallen, minderjarige slachtoffers of stelselmatige regelovertreding, is er een rol voor het strafrecht. Afgezien van repressie, gaat het ook om generale preventie. “Zowel werk-
6 september 2020
gevers als werknemers moeten bewust worden van de risico’s en hun verantwoordelijkheid nemen. Vaak zijn het ervaren werknemers die omkomen op de werkplaats, doordat ze effe snel iets doen”. De werkgever dient werknemers niet alleen te voorzien van een veilige werkomgeving, met daarbij de nodige veiligheidsmiddelen, maar moet zijn werknemers ook beschermen tegen effe snel. “Hiermee kunnen we voorkomen dat er nog meer (dodelijke) ongevallen gebeuren”, daar is Rijsdorp heel duidelijk in. “Het aantal dodelijke ongevallen en ongevallen met letsel is hoog. Dat aantal móet omlaag. Helaas zijn het vaak soortgelijke ongevallen. Ik denk wel eens: hoe vaak moet het nog gebeuren voordat werkgevers maatregelen nemen?” Rijsdorp ziet veel zaken m.b.t. arbeidsongevallen, ook binnen onderhoud. Deze zijn vaak heel heftig en verdrietig. “Als ik een heel heftig verhaal heb meegemaakt dan moet ik erover praten met de Inspecteurs die de zaak onderzoeken en met collega’s. Als het heel heftig is thuis ook nog. Ook even buiten uitwaaien met de honden of paardrijden helpt”. <
ONTMOET Astrid Rijsdorp <
Astrid Rijsdorp Foto: Openbaar Ministerie
‘Hoe vaak moet het nog gebeuren voordat werkgevers maatregelen nemen’ 7
INTERVIEW <
Externe inspecties kunnen bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid Sinds 2001 hebben in Nederland verschillende overheidsdiensten de krachten gebundeld in het Samenwerkingsprogramma BRZO+. Samen zien ze erop toe dat de meest risicovolle bedrijven van het land de veiligheidsregels eenduidig en juist uitvoeren en dat het toezicht op die regels overal hetzelfde verloopt.
In BRZO+ werken toezichthouders van de zes Brzo-omgevingsdiensten, de 25 veiligheidsregio’s en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen. Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleert op arbeidsveiligheid, de Veiligheidsregio op brandveiligheid en de Brzo-omgevingsdienst op omgevingsveiligheid. Inspecteurs van de waterkwaliteitsbeheerders nemen ook regelmatig deel aan de inspecties en adviseren de Brzo-omgevingsdienst.
De ongeveer 400 bedrijven die onder de BRZO-regelgeving (Besluit Risico’s Zware Ongevallen) vallen, zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid binnen hun bedrijf. Zij moeten voldoende maatregelen nemen waardoor zij zware ongevallen voorkomen en gevolgen van een eventueel ongeval beperken. Maar hoe zorg je voor een goed preventiebeleid? Fulco Jongsma, Brzo-inspecteur bij Brzo-omgevingsdienst DCMR Milieudienst Rijnmond geeft zijn visie. “Het startpunt van een goed preventiebeleid is de opleiding van de werknemers. Als je wilt dat de werknemers weten waar ze mee bezig zijn en vervolgens adequaat reageren, moeten ze weten welke gevaren er zijn en moeten ze hierin ook zijn getraind. Niet alleen theoretisch, maar ook praktijkgerichte training is belangrijk zodat veilig handelen een second nature wordt. Dat is de eerste stap”.
> Werkwoord. Veilig werken betekent vervolgens er continu in
Jan Meinster Foto: Jordy Lieverse
8 september 2020
blijven investeren. Jongsma; “Wanneer een risico wordt geïdentificeerd, is het van belang om de genomen maatregel, eventueel procedureel, vast te leggen en regelmatig te onderhouden. Je kunt iets vastleggen, maatregelen nemen, maar uiteindelijk moet je ook nagaan of de genomen maatregelen in de praktijk werken. Bovendien worden regelmatig wijzigingen aangebracht of wordt onderhoud uitgevoerd wat vervolgens mogelijk invloed heeft op het hele systeem. Wijzigingen of verbeteringen zorgen ervoor dat niets in steen is gebeiteld. Een goed preventiebeleid is dan ook een werkwoord, het is een continu proces waar je voortdurend in moet investeren”. Jan Meinster, Senior beleidsmedewerker LEC BrandweerBRZO vult aan. “Preventiebeleid en Asset Management vragen op alle niveaus continu aandacht voor Plan-Do-Check-Act zodat de veiligheidsloop gesloten is. Daar zou je als bedrijf elke dag mee bezig moeten zijn”
Brandweertest bij opslagterminal Foto: Jan Meinster
‘Een goed preventiebeleid is een werkwoord, het is een continu proces waar je voortdurend in moet investeren’
> Ageing assets. Blijven investeren in zowel mensen als in techniek is de boodschap. Jongsma; “Tegenwoordig komt de term ageing assets regelmatig voorbij en wordt de vraag wel eens gesteld of veilig werken nog wel mogelijk is met een verouderende asset base. Het antwoord hierop is niet eenvoudig te geven. Als je naar de levensduur van machines of apparaten kijkt, dan is deze vaak weer te geven met een badkuipcurve. Nadat in de beginperiode door modificaties en aanpassingen de kinderziektes eruit zijn gehaald, zal een machine of apparaat gedurende een lange periode zonder problemen dienst kunnen doen. In de eindfase zullen de onderhoudskosten toenemen. Er zal worden geprobeerd om de levensduur van de installatie met opnieuw aanpassingen of modificaties te verlengen. Tegelijkertijd zie je dat een aantal machines met een heel hoge leeftijd erg weinig degradatie vertoont en zonder problemen lang kan blijven functioneren. Je zou kunnen stellen dat ze zijn ‘overgedimensioneerd’ of nagenoeg niet degraderen. Daartegenover is er apparatuur of zijn er machines die veel sneller slijtage vertonen en moeten worden vervangen. Doe je dit niet, dan neemt het risico >
9
>
op slecht functioneren toe. Maar betekent dit dan ook dat het veiligheidsrisico toeneemt? Mogelijk, maar niet noodzakelijk. Elke situatie is anders en moet afzonderlijk worden bekeken. Belangrijk is in elk geval dat bedrijven blijven investeren in goed onderhoud. De rol van maintenance is cruciaal met betrekking tot het goed en veilig blijven functioneren van installaties”.
> Iteratief proces. Meinster vult aan; “Hoe ouder een installatie wordt, des te vaker zullen bedrijven gebruikmaken van data om na te gaan of de levensduur nog kan worden verlengd. Maar data zeggen niet altijd alles. Je zult kritisch naar de gehele installatie moeten blijven kijken. De techniek kan bijvoorbeeld nog steeds als een zonnetje draaien, maar het ontwerp kan zijn verouderd waardoor de situatie onveilig is of wordt”. Hij licht toe met een voorbeeld. “Als je een bestaande fabriek met de opgedane kennis in 2020 opnieuw zou ontwerpen, dan ziet het ontwerp er wellicht heel anders uit qua indeling en qua materiaalkeuze dan dertig jaar geleden. Zo is in het verleden een fabriek gebouwd waarbij de ammoniakemissie van de fabriek kon emitteren op een plek waar een werknemer een afsluiter aan het dichtdraaien was, met een verkeerde afloop tot gevolg. Met de kennis van nu zou de fabriek anders zijn ingericht zodat deze situatie nooit zou kunnen voorkomen”.
Foto: Jan Meinster
Foto: Jan Meinster
10 september 2020
Risicogestuurd toezicht Naast aangekondigde externe audits vinden er ook regelmatig onaangekondigde inspecties plaats. Jongsma; “Of we een onaangekondigd bezoek aan een bedrijf brengen, hangt af van meerdere factoren, zoals de grootte, de complexiteit en de risico’s van het bedrijf in combinatie met de mate waarin het veiligheidsbeheerssysteem functioneert. Door die combinatie kunnen we bepalen waar een bedrijf ongeveer staat en waar het heen gaat qua veiligheid en of een grondigere inspectie dan wel een onaangekondigd bezoek nodig is of niet”. Op onverwachte tijdstippen is de veiligheidscoördinator vaak al naar huis. “Diegene die je tijdens een aangekondigde inspectie spreekt is meestal goed van de tongriem gesneden. In de avonduren kun je een werknemer die ergens voor verantwoordelijk is ook vragen hoe hij zelf tegen bepaalde zaken aankijkt. Je ziet op die momenten hoe het er echt aan toegaat. En vaak is er dan ook tijd om daarover het gesprek aan te gaan. Nadeel is dat soms juist niemand aanwezig is die je wilt spreken, waardoor dergelijke bezoeken wat oppervlakkiger zijn. Dat hoort er nu eenmaal bij”.
Jongsma hierover; “Het technische aspect van een installatie is een sterk iteratief proces. De materialen en meetapparatuur in ageing assets zullen in de loop der jaren mee-evolueren zodat er veilig kan worden geproduceerd. De layout is echter veel lastiger aan te passen. Ook daar zullen bedrijven kritisch naar moeten blijven kijken”.
> Overdracht en eigenaarschap. De maintenance-afdeling speelt een cruciale rol om veilig te kunnen blijven produceren, zeker in de huidige economie. Jongsma; “In economisch uitdagende tijden is er meer dan ooit een krachtenveld gaande tussen productie en maintenance aangezien onderhoud uitvoeren kan leiden tot extra kosten. Echter, als je nu de verkeerde beslissingen neemt of kiest voor short cuts, dan zul je daar mogelijk pas over vier tot acht jaar het effect van zien. De maintenance afdeling zal ook in economisch moeilijke periodes het been stijf moeten houden”. Een ander effect dat vaak pas op een later tijdstip wordt opgemerkt is of er tussen afdelingen een goede overdracht heeft plaatsgevonden. Meinster; “Na oplevering van projecten moet tussen de afdelingen goed worden gecommuniceerd zodat duidelijk is wie wanneer welke verantwoordelijkheid heeft”. Hij licht toe met een voorbeeld dat tijdens een inspectie aan het licht kwam. “Op een bedrijventerrein stond een aantal drukvaten gevuld met gevaarlijke stoffen met daarboven een koelleiding met water. De drukvaten werden beheerd door een andere afdeling dan de koelleidingen. Echter, wie verantwoordelijk was voor het onderdeel dat moest zorgen voor de verspreiding van het water, was onduidelijk. Het gevolg? Een volledig weggeroest deel waar niemand naar omkeek waardoor de situatie niet langer veilig was. Een goede overdracht van taken en eigenaarschap zijn cruciaal voor de veiligheid. Tijdens een (externe) Brzoinspectie komt dit dan boven water”.
> Externe audits. Externe inspecties kunnen bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid. Jongsma;: “Externe inspecteurs (van de overheid) bezoeken meerdere bedrijven en letten op andere zaken dan werknemers tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. Hierdoor kunnen we wijzen op verbeteringen die bedrijven mogelijk zelf over het hoofd hebben gezien, wat uiteindelijk leidt tot een veiligere werk- en leefomgeving”. Meinster; “De meeste bedrijven zijn het daarmee eens. Regelmatig houden we vanuit BRZO+ een tevredenheidsonderzoek over de uitgevoerde Brzo-inspecties. Uit de
Fulco Jongsma Foto: Pikulic Mladen
resultaten van het meest recente onderzoek blijkt dat 89% van de deelnemende bedrijven een inhoudelijke meerwaarde ziet in de externe Brzo-inspectie”. Toch ziet niet iedereen externe inspecteurs graag komen. “Soms zitten ze midden in een onderhoudsstop of hebben op dat moment veel aan hun hoofd. Mogelijk is een aantal zaken niet goed op orde en zien ze ons evenmin graag komen”. Jongsma voegt hieraan toe; “De mentaliteit en cultuur kunnen veel verschillen van bedrijf tot bedrijf. Dat vind ik jammer. Je gaat ervanuit dat een bedrijf volwassen genoeg is om zijn gedrag te veranderen wanneer dat nodig is. Gaat er ergens iets fout, dan kan dit ook zijn voortgekomen uit onwetendheid of per ongeluk zijn gebeurd. Dat is niet altijd een overtreding. De bereidheid om te willen leren en verbeteren is belangrijk. Bij bedrijven die niet willen meewerken ga je als inspecteur juist meer op de kleinere zaken letten. Dit met het doel dat ze veiligheid in de toekomst serieuzer nemen. Anderzijds zie je gelukkig veel bedrijven die de inspectie veeleer zien als een gratis externe audit. Ze werken mee en zetten zaken die verbetering nodig hebben meteen om in een plan van aanpak. Vaak is, nog voor de inspectieperiode is afgerond, al een en ander in gang gezet om te verbeteren. Bij deze bedrijven let je meer op de grote zaken omdat je weet dat ze zelf veiligheid erg hoog hebben staan. Dat is mooi om te zien”. <
‘De rol van maintenance is cruciaal met betrekking tot het goed en veilig blijven functioneren van installaties’ 11
EUROMAINTENANCE <
EuroMaintenance proudly
presents the Workshop Program The biggest maintenance event Europe has ever seen is taking place from 29 to 31 March 2021 in the brand new, state-of-the-art, Rotterdam Ahoy Convention Centre (RACC). On the initiative of the NVDO (Dutch Maintenance Society) EuroMaintenance and Maintenance NEXT are welcoming thousands of maintenance professionals from around the world in the spring of 2021. Alongside the exhibition they will be treated to three full days of valuable presentations, workshops, demonstrations and company visits throughout the entire Botlek region. Showing, Seeing, Hearing, Doing! EuroMaintenance, the largest European congress on maintenance has existed since 1972 and is an initiative of the EFNMS (European Federation of National Maintenance Societies).
12 september 2020
Cosmas, Vamvalis, President EFNMS "I’m looking forward to the best ever EuroMaintenance in relation to quality of presentations, showing the new trends in the maintenance field and, of course, the audience. I am looking forward to EuroMaintenance 2021 because we will discover interesting progresses and innovation of the developing area Maintenance 4.0�
The Impact of an Efficient Workflow; See how an inefficient workflow can lead to hilarious but also costly incidents. Siebrand Weening, MaxGrip Asset Manager 2.0; the ticket to a successful Asset Management organization now and in the future. Michael van den Dungen Bille and Wilco Schot, Performico How Clustered Maintenance boosts Waternet's Employee Efficiency and Satisfaction among their Technical Workforce. Corine Hoogenbosch, Waternet Online knowledge; an unavoidable future; Online knowledge: an unavoidable future. Peter Goeijenbier, Supportpoints >
‘Check euromaintenance.net regularly!’
13
>
Safety and Energy savings on our compressed air system. Peter Boon, UE Systems Spillages as well as minor explosion live exhibition. George Scroubelos+RDM Training Plant, EFNMS EHSEC Asset Integrity Management: How to Manage the Safety Critical Element Risk though out Operation Phase. Eduardo Calixto, ECC A whale is not a goat, is it? Deepen the understanding of incorrect assumptions and how to prevent them. Sander Momberg & Mark Wijering, MME Group
Ellen den Broeder, Managing Director NVDO "Rotterdam will then be the centre of the maintenance world. The renovated Rotterdam Ahoy Convention Centre offers a fantastic stage for our top international speakers. These will be CEO’s, chairmen of boards of directors and top officials on behalf of the government. Together with toplevel workshops, the world of Asset Management will experience knowledge as they never did before."
Artificial Intelligence in Maintenance Avi Nowitz, SKF AI Trouble implementing your VR training innovation? Rudi Dullens, Blue Tea bv Practical issues in maintenance data collection, processing and analysisence in Maintenance Tiedo Tinga, Netherlands Defence Academy A practical application of Maintenance 4.0 in support of traditional maintenance management processes. Robert van Grunsven, Pragma/CMS Asset Management The Roadmap to Digitalization for Waternet: Steps, Learnings, Challenges and APM Solutions Eljakim Koopman, Waternet Improving asset reliability by leveraging OT & IT data to reduce unplanned outages. Ronald de Kok, MaxGrip The data landscape: where buildings have a serving role. Menno de Jonge, Royal BAM Group nv Energy savings with Ultrasound Peter Boon, UE Systems Inc.
14 september 2020
Flange Integrity Management as a contributor to our circular economy by reducing the level of greenhouse gas emissions. Peter Dijkgraaf, Dijkgraaf Support BV Maintainability of assets: a pillar of sustainability. Antoine Despujols, AFIM Sustainable Asset Management: maintaining our most valuable asset. Hilde Feenstra, Local Works Thermal Spraying and lasercladding: how, why and applications. Roelf Vedder, revamo bv
Pieter Bas Dujardin, Exhibition Manager Maintenance NEXT: "2021 will be a very special year for Rotterdam Ahoy. Not only will we be celebrating our 50th anniversary, but it is also the year in which we open our brand new convention centre. The fact that at the beginning of that year we can accommodate such a large event combined with our own exhibition, Maintenance NEXT, is fantastic. It’s perfect synergy!�
Maintenance within Asset Management. Janez Tomazin, EAMS EFNMS The next step in Risk Based CUI Management Geert Henk Wijnants, The next step in Risk Based CUI Management Tracing and eliminating the source of PQ (Power Quality) faults Jan Verploegen, VeriteQ Develop and execute a multi-site asset management deployment program Marc Broekhoven, MaxGrip Multisite benchmarking and Maintenance Excellence at RoyalFrieslandCampina Remco Jonker, Mainnovation Improve the Asset Availability; cost ratio focused spare parts inventory control. Jurgen Donders, Gordian Logistic Experts BV Maintenance Body of Knowledge. Antoine Despujols, EFNMS Asset Health Indicator; how the different data can be combined Alex Veersma, Hoogheemraadschap van Rijnland Optimizing your Rotating Equipment Performance. Egon Doyer Maintenance Strategy Review. Marcel van Nielage, SKF Reliability 4.0; Automatic Asset Management Performance Index Process Eduardo Calixto, ECC How to reap the fruits of your first APM improvements Martijn Hadders, Henkel Adhesives
< 15
PAAS <
Foto: NVDO
Van bezit naar gebruik circulair, duurzaam en veiliger Product as a Service (PaaS) is een business model gebaseerd op circulariteit. Het kan een bijdrage leveren aan veiligheid in de procesindustrie. 16 september 2020
‘Circulair gaat verder dan recycling’
Met circulaire businessmodellen wil men de design for failure, en daarbij onnodig gebruik van grondstoffen en materialen, tegengaan. Circulair gaat verder dan recycling. Het is de bedoeling de productieketen (van zand tot klant) zoveel mogelijk sluitend te maken tot een kring (terug naar zand) en zo min mogelijk virgin materials te gebruiken. PaaS, Product as a Service, biedt niet het product, maar de functionaliteit en het verantwoord verwerken van materialen. Dit maakt dat de producent van deze functionaliteit een direct belang heeft bij het blijvend functioneel zijn van de asset, zeker als het om kapitaalgoederen gaat! In plaats van machines te kopen om te gebruiken en te onderhouden, gaat het om de duurzame functionaliteit van het product of de machine.
> Zoals. Voorbeelden hiervan zijn het verkopen van verlichting
met PaaS
in lichturen in plaats van lampen, perslucht per kuub in plaats van de compressor, gedraaide uren van een generator, liftbewegingen in plaats van een lift. PaaS gaat verder dan leasen. Leasen is vooral bedoeld als financieringsconstructie terwijl PaaS een circulair businessmodel is waarbij het risico van de functionaliteit en product terugname bij de producent ligt. Daarnaast zijn er voorbeelden van complete units voor (grond-) waterzuivering en slib-indikkers die in bezit zijn van een derde partij en die ook de operatie verzorgen.
> Circulariteit, kosten en veiligheid. Doordat de producent eigenaar blijft van de asset en verantwoordelijk is voor de goede staat en het onderhoud, is het in zijn belang om assets af te leveren, bijvoorbeeld een machine, waarbij de draaitijd zo lang mogelijk is en het aantal storingen of stilstand zo laag mogelijk is. Immers, dan moet hij naar de machine komen voor het uitvoeren van onder- >
17
>
houd en onderhoudsuren zijn kostbare uren. Dit in tegenstelling tot wanneer de machine in bezit is van de klant, liggen de kosten van onderhoud bij de producent van de machine in plaats van bij de gebruiker. Dit geeft de producent van de machine een stimulans om een andere kwaliteit machine te maken. Hij heeft daarbij tenslotte een direct belang.
> Hergebruik. Een PaaS contract voorziet in levering, installatie, monitoring, onderhoud, overname risico’s, terugname èn demontage en/of herinzet van product(onderdelen). Vooral dit laatste maakt een PaaS circulair. De producent kan het product zo ontwerpen dat onderdelen geschikt zijn voor hergebruik, zodat eerder gebruikte grondstoffen opnieuw kunnen worden toegepast. Bij PaaS is er een constant kostenplaatje door pay per use en bij een conventioneel contract is er sprake van een investering waarbij de exploitatiekosten in de kosten worden begroot. Ook in de Procesindustrie is onderhoud en stilstand dan ook een belangrijk kostenaspect.
> Veiliger. Maar met de kwaliteit (waaronder ook energieverbruik) van de asset en het kostenaspect is niet alles gezegd. Storingen en stilstand in de Procesindustrie kennen andere specifieke risico’s. Het is niet alleen lastig of arbeidsintensief, veelal komen er stoffen of energie vrij (zoals temperatuur en druk) die gevaar kunnen opleveren voor mens en milieu met potentiële risico’s op incidenten, onomkeerbaarheid, schade, aansprakelijkheid of reputatie. De producent van de machine kent de machine het best, hij heeft hem zelf ontwikkeld en gebouwd. Hij heeft meerdere soortgelijke machines in bezit en voert daarop onderhoud uit. Dat levert waardevolle data op. Daarmee ontwikkelt hij kennis rondom het gebruik
Impact Centre Erasmus Impact Centre Erasmus (ICE) is een onderwijs- en onderzoeksinstituut verbonden aan de economische faculteit van de Erasmus
‘Maintenance krijgt een bredere rol’ van deze machines, zoals waar de zwakke plekken zitten, welke storingen vaak voorkomen en hoe die het beste kunnen worden opgelost of, nog beter, vanuit engineering kunnen worden voorkomen. De specifieke apparatuur in de procesindustrie leent zich daarom bijzonder goed voor PaaS. En zou door PaaS de procesveiligheid kunnen worden verbeterd? Want als het onderhoud kan worden geminimaliseerd, zijn er minder kansen op het optreden van risico’s.
> Stakeholders. Wat betekent PaaS voor de relatie met de leverancier? PaaS vraagt gelijk aan het begin van de relatie om vertrouwen in het leveren van een constante topprestatie. Bij een conventionele leveranciersverhouding wordt aan vertrouwen gedurende de levensduur gebouwd. Dit uit zich in keuzes bij uitbreiding of vervanging van de asset en bij de (tussentijdse) beëindiging van het onderhoudscontract. Bij PaaS moet de contractant de asset owner gelijk bij het aangaan van de leveringsrelatie overtuigen van de kwaliteit van de asset door garanties op continuïteit.
Universiteit Rotterdam. Impact Centre Erasmus wil met impact denken, meten en sturen, organisaties stimuleren de grootst haalbare maatschappelijke bijdrage te leveren. Dit zodat mensen en middelen bewust en effectiever worden ingezet om economische, maatschappelijke en ecologische ambities te realiseren. Impact Centre Erasmus werkt met en voor het bedrijfsleven, de overheid, NGO’s en goede doelen om hen te ondersteunen weloverwogen keuzes te maken. Impact Centre Erasmus wil inspireren met onderzoeksinitiatieven, projectonderzoek in opdracht en door opleidingen aan professionals en executives aan te bieden.
18 september 2020
> Onderhoud neemt verantwoordelijkheid. Ook maintenance krijgt een bredere rol. De discipline moet worden betrokken aan de voorkant bij het aangaan van het contract en in geval van storingen voor de bewaking van de processen en veiligheid ter plaatse. Maintenance houdt zich niet meer uitsluitend bezig met work arounds of short cuts om systemen draaiende te houden. Daarnaast kent PaaS diverse juridische kanten. PaaS biedt een organisatie een ander verhaal naar medezeggenschap (Arbo) en regio (veiligheid en milieu). De onbekendheid en beperkte ervaringen maken PaaS niet eenvoudig plug and play toe te passen. Daarentegen is het een eigentijdse manier om naar verantwoordelijkheid voor economie, maatschappij en milieu te kijken, daarnaar te handelen en bij te dragen aan lange termijn waardecreatie. <
Netwerken Beheer en Onderhoud Asset Management Techniek Branchevereniging
Conditiebewaking Prestatiemanagement Maintenance Academy Kennisontwikkeling
Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring
Maak onderdeel uit van Europa’s grootste netwerk
>> Word lid!
De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als ’s werelds beste helpt te presteren.
De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.
Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!
Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot
•
•
• • • •
Grootste netwerk van Europa (fysiek en digitaal) Regionale activiteiten Vakinhoudelijke kennis en netwerk Compleet portfolio Maintenance Academy Collectieve abonnementen op vakbladen
• • • •
Kengetallen, Trends, Visie (NVDO Onderhoudskompas) Platform Materiaalkunde (wetenschappelijke) Publicaties, waaronder Visiedocumenten Kortingen op ons cursusaanbod van de NVDO Maintenance Academy Jongerenboard
Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-efficiency zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!
Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan >> Lange Schaft 7G - 3991 AP Houten | Postbus 138 - 3990 DC Houten 030 - 634 60 40 | info @ nvdo.nl | www.nvdo.nl
19
IMPROVE <
Nieuwe risico’s, Nieuwe technieken Veilig werken binnen de onderhoudswereld is een standaard die een vanzelfsprekendheid is geworden, maar de Coronacrisis zorgde voor een kink in de kabel. Als je een half jaar geleden vroeg wat veilig werken voor jou betekent, dan somde de gemiddelde medewerker het verstrekken van werkvergunningen, beschermende kleding en hulpmiddelen, brandkranen, vluchtroutes, noodnummers, etc. op.
Dat veilig werken zo belangrijk is, wordt duidelijk doordat bedrijven wereldwijd hun aantal dagen zonder ongevallen nog steeds delen op matrixborden bij de ingang van het terrein. Het moet de aandacht vestigen op dit belangrijke en vanzelfsprekende aspect en alle betrokkenen hierop alert maken en houden.
ren van onderhoudswerkzaamheden die samen uitgevoerd moeten worden? En wat als de betreffende persoon met de specialistische kennis thuis moet blijven? Bijvoorbeeld omdat hij of zij ziekteverschijnselen vertoont of gewoonweg niet naar de betreffende locatie mag afreizen?
> Nieuwe risico’s. Alle zichzelf serieus nemende onderhoudsafdelingen en alle service verlenende bedrijven zorgen er dus altijd voor dat hun medewerkers veilig (kunnen) werken. Maar, het feit dat iemand ziek is en anderen kan besmetten en daardoor niet op een locatie met anderen mag werken, zal niet direct als een risicofactor opgekomen zijn. En dat is juist nu zeer actueel. Het COVID-19 (Corona)virus wordt als zeer besmettelijk beschouwd. De overheid schrijft daarom voor dat mensen afstand van elkaar moeten houden. Dat als je ziekteverschijnselen vertoont, je verzocht wordt thuis te werken. Maar hoe lossen we dat op bij het uitvoe-
> Innovatieve oplossingen voor veilig werken. In dit soort crisistijden gaan bedrijven op zoek naar alternatieven en/of creatieve oplossingen. SAP dienstverlener en IT specialist op het gebied van service en onderhoud Ideo denkt hierbij aan de inzet van Augmented Reality (AR) techniek. Fieldbit Hero is zo’n applicatie waarmee tweeweguitwisseling van live video, real-time augmented reality (AR) annotaties, berichten en stem tussen experts op veilige afstand en technici in het veld mogelijk is. Met een slimme bril, smartphone of tablet werken technici in het veld samen met deskundigen of andere
‘Onderhoudswerkzaamheden die samen uitgevoerd moeten worden; het kan best’ 20 september 2020
Foto: Ideo
technici, maar dan wel met de vereiste afstand. De technicus deelt live video met de expert, die op zijn beurt de video verrijkt met nauwkeurige visuele instructies die op het gezichtsveld van de technicus worden geplaatst met behulp van AR en andere technieken. Christian van Saarloos, Project Manager bij Ideo, geeft aan dat bedrijven relatief snel aan de slag kunnen met deze laagdrempelige oplossing. Zo kan er nu, gedurende de Coronacrisis, snel geschakeld worden en kunnen de essentiële (onderhouds)werkzaamheden aan bedrijfsmiddelen weer voortgezet worden.
> Hulp op afstand, maar verantwoord. Een ander voorbeeld van een bedrijf dat recentelijk met de inzet van AR in het nieuws kwam is ASML te Veldhoven. Voor ASML en al haar toeleveranciers is de continuïteit van de productie cruciaal. Echter mogen technici niet meer reizen door de Coronacrisis. Hierdoor ontbreekt de (toch al schaarse en essentiële) kennis op verschillende locaties. Na een aantal testen met de Hololens van Microsoft, heeft ASML besloten deze bril te gaan inzetten voor ‘hulp op afstand’. ASML heeft al aangegeven dat deze AR techniek zich inmiddels bewezen heeft.
‘Veilig werken met de inzet van Augmented Reality (AR) techniek’
Ook dit is een veilige manier van werken, waarbij personen, die onder normale omstandigheden fysiek samen moeten werken, ondanks de onderlinge afstand, alsnog hun werkzaamheden naar behoren kunnen uitvoeren met behulp van innovatieve technieken. <
21
ONDERZOEK <
Foto: Witthaya Prasongsin
Voor Brzo-bedrijven is aandacht voor de veiligheid voor zowel de eigen werknemers als de omgeving een noodzakelijke topprioriteit. Sinds de grote procesveiligheid ramp in Bhopal in 1984 is de chemische industrie als sector veel meer aandacht gaan besteden aan procesveiligheid en dit heeft geleid tot een enorme veiligheidswinst in de afgelopen decennia (red.) De Nederlandse chemiesector heeft samen met de overheid in 2018 de ambitie uitgesproken dat het in 2030 de veiligste ter wereld wil zijn.
22 september 2020
Leren van incidenten Ondanks de goede resultaten en de mooie ambitie, blijven incidenten zich voordoen. In sommige gevallen lijkt een dergelijk incident sterk op iets dat al eens eerder is voorgevallen. Het leren van deze incidenten wordt dan ook wel eens betiteld als ‘de heilige graal’ in het nog verder verbeteren van de veiligheidsprestaties van de Nederlandse chemie. Daarom hecht ook de Nederlandse overheid een groot belang aan het lerend vermogen van de sector. De VNCI nam samen met de regionale veiligheidsnetwerken en Veiligheid Voorop het initiatief om met een aantal BRZO-bedrijven via een Safety Deal een project ‘leren van incidenten’ op te starten. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Crisislab. In dit artikel wordt eerst de aanpak van het onderzoek beschreven, daarna volgt een beschrijving van het concrete stappenplan voor het leren van incidenten dat hier uit voortgekomen is en ten slotte worden de belangrijkste inzichten die uit het onderzoek voortkomen kernachtig beschreven.
> Aanpak van het onderzoek . Doel van dit onderzoek was om tot een concrete handreiking te komen die bedrijven en de sector helpen om effectiever lering te trekken uit incidenten. Het onderzoek startte met een uitgebreide literatuurstudie en interviews met experts op dit onderwerp in aanverwante sectoren zoals bijvoorbeeld de luchtvaartsector. Daarnaast is een ‘community of practice’ georganiseerd met supervisors van een aantal bedrijven actief op de Chemelot-site. Tijdens vijf masterclasses, georganiseerd in samenwerking met de regionale veiligheidsnetwerken, zijn deelnemers aan de slag gegaan met de handreiking. Op basis van hun feedback is het schema nog verder aangescherpt.
> Samenvatting van belangrijkste bevindingen. De bevindingen uit het onderzoek die zijn verwerkt in de handreiking laten zich samenvatten in vier kerninzichten. > Meer bereiken door minder, maar gerichter, te onderzoeken. Het goede nieuws is dat leren van incidenten weldegelijk mogelijk is. Het slechte nieuws is dat het erg lastig is en de feitelijke leercapaciteit van zowel mens als organisatie uiteindelijk beperkt is. Het idee dat van elk incident geleerd kan en, dus moet, worden is daarmee niet alleen onrealistisch, maar zelfs schadelijk te noemen. De beschikbare (schaarse) middelen die nodig zijn voor zowel
onderzoek van een incident, als voor implementatie van interventies voortkomend uit dit onderzoek, moeten volledig worden gereserveerd voor de incidenten met het meeste leerpotentieel.
> Het trekken van de juiste les staat of valt met goed incidentenonderzoek . Om effectief een les te kunnen leren is het uiteraard in eerste instantie van belang dat de juiste les uit het incident getrokken wordt. Om dat te kunnen doen is het belangrijk om goed incidentonderzoek uit te voeren. In incidentonderzoek zijn twee manieren van kijken te onderscheiden: de ‘old view’ en de ‘new view’. Het onderscheid tussen deze twee zit in de manier waarop naar menselijk falen wordt gekeken. Bij de old view is het uitgangspunt dat het systeem intrinsiek veilig is, maar dat het de mensen zijn die in het systeem werken die zorgen voor onveiligheid. Menselijk falen wordt gezien als de oorzaak van het incident. Veiligheid wordt dan gegarandeerd door de vrije beslissingsruimte van de mensen in het systeem te controleren en in te perken. In de new view wordt menselijk falen niet gezien als oorzaak van het incident, maar als symptoom van een dieperliggend probleem in het systeem. Veiligheid wordt dan vergroot door deze systeemfouten op te sporen en deze bij de bron aan te >
Ervaringen met de community of practice Het onderzoek werd afgetrapt met een community of practice. Eerstelijnsleidinggevende van verschillende bedrijven op Chemelot werden, zonder tussenkomst van leidinggevenden of de juridische afdeling, bij elkaar gezet om te praten over incidenten die zij hadden meegemaakt. Een eerste resultaat dat dit opleverde was dat een groot deel van de aanwezigen in het verleden een incident hadden meegemaakt met een bepaald type kettingafsluiter dat naar beneden was gevallen. Door het hier met elkaar over te hebben kwamen zij er achter dat iets dat zij in eerste instantie hielden voor een uniek incident, en dat bovendien goed afgelopen was waardoor zij er niet zoveel acht op hadden geslagen, eigenlijk duidde op een structureel veiligheidsrisico!
23
Foto: Industryview
> pakken. De ‘schuld’ van een incident wordt dan dus niet afgewenteld op een werknemer die in het moment moest handelen met beperkte inzicht en begrip van de situatie.
>Stel lessen passief breed beschikbaar, maar biedt ze actief slechts beperkt aan. Voor leren in sectorbreed verband geldt eveneens dat er slechts een beperkt leerpotentieel is. Dit betekent dat geleerde lessen breed beschikbaar moeten zijn voor bedrijven die daar zelf naar op zoek gaan, maar dat slechts een heel beperkt aantal lessen actief bij bedrijven onder de aandacht wordt gebracht. Op die manier houden de lessen die gedeeld worden een bepaalde ‘exclusiviteit’ zodat bedrijven eerder geneigd zijn er actief mee aan de slag te gaan. Dit is vergelijkbaar met de werking van het internet: het is fijn dat je alles waar je naar zoekt kunt vinden op het internet, maar hoe gek zou je worden wanneer je elke dag in je mailbox alle informatie zou krijgen die voor jou wel eens interessant zou kunnen zijn! De slotconclusie is daarmee paradoxaal genoeg dat om het potentieel van ‘leren van incidenten’ te benutten, we juist de beperkingen aan het lerend vermogen moeten erkennen en hier realistisch mee om moeten gaan. <
24 september 2020
‘Het trekken van de juiste les staat of valt met goed incidentenonderzoek’
Een stappenplan voor het leren van incidenten ! Melding
Zwaar
STAP ➊ Bepaal of het een licht of zwaar incident is Licht Gering
STAP ➋ Schat leerpotentieel in door vooronderzoek Database
Info opslaan in database en beslissing terugkoppelen aan melder
Groot
STAP ➌ Voer incidentenonderzoek uit (volgens new view)
Geen maatregelen nodig/mogelijk
STAP ➍ Bepaal of en welke verbetermaatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn
Wel maatregelen nodig/mogelijk
STAP ➎ Implementeer tijdelijke veiligheidsmaatregel(en)
Niet effectief
STAP ➏ Evalueer of genomen maatregelen effectief zijn
Maatregel(en) intrekken of aanpassen
Wel effectief
Maak maatregel(en) definitief
Handreiking Leren van incidenten ❯ Veiligheid Voorop | 18
25
GAST COLUMN <
Toekomstbestendig Asset Management met vakkundig gebruik van coatings beschermende en esthetische rol, maar steeds vaker ook bijzondere, extra eigenschappen, zoals zelfreiniging, energiebesparing en luchtzuivering.
Jaitske Feenstra Foto: VVVF
Infrastructuur is van onschatbare economische waarde voor de maatschappij. Zo representeerde alleen al de civiele infrastructuur in Nederland volgens het CBS in 2014 een vervangingswaarde van ongeveer 360 miljard euro. Denk hierbij aan bruggen, sluizen, viaducten en dergelijke. Ook de assets in andere sectoren, zoals de (petro)chemische industrie, zijn zeer kapitaalintensief. Neem bijvoorbeeld chemische fabrieken en raffinaderijen met complexe installaties, kilometerslange industriĂŤle pijpleidingen en op- en overslagtanks. Het veilig functioneren van al die assets wordt significant verlengd dankzij vakkundig gebruik van innovatieve coatings. De asset owners willen de waarde van hun kapitaalgoederen uiteraard zo lang mogelijk behouden en de levensduur verlengen. Dat is in het veranderende klimaat een steeds grotere uitdaging. Zo kan langdurige hitte voor problemen zorgen bij bruggen. Oude bruggen moeten regelmatig met de hand worden gekoeld om vastklemmen door uitzetting te voorkomen. Maar er zijn ook andere mogelijkheden, zoals de brug en het wegdek van een reflecterende coating voorzien. De keuze voor de juiste coating voor een specifieke asset is zeker geen eenvoudige zaak. Coatings zijn er in vele soorten en maten en hebben allemaal een eigen functionaliteit. Ze hebben niet alleen een
26 september 2020
Leden van de VVVF (Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten) werken samen met organisaties, zoals universiteiten en kennisinstituten, om de eigenschappen, werking en prestaties van coatings voortdurend te verbeteren. Ook besteden de bedrijven veel aandacht aan de uitfasering van belastende stoffen in de recepturen. Een ingewikkeld en kostbaar proces omdat niet voor iedere stof een alternatief voor handen is. Daarnaast zorgen de leden er op verschillende manieren voor dat applicateurs veilig met coatings kunnen werken. De VVVF lanceerde al in 2007 VeiligmetVerf, de webapplicatie is in 2019 vernieuwd. Het belangrijkste doel van dit distributieplatform is dat de veiligheidsinformatie over coatings de eindgebruiker daadwerkelijk bereikt. VeiligmetVerf.nl zorgt voor de verzending van veiligheidsinformatiebladen door de keten heen: de veiligheidsinformatie gaat van de fabrikant naar de groothandel die ervoor zorgt dat het bij de professionele eindgebruiker terechtkomt. Er gelden strenge wettelijke eisen voor veiligheidsinformatiebladen waardoor ze soms zeer uitgebreid zijn. Dat bevordert de communicatie niet, terwijl dat wel het doel was. Daarom wordt op Europees niveau aan een eenvoudiger communicatiemiddel gewerkt, de SUMI (Safe use of mixtures information). Hierin staat op twee A4’tjes hoe een schilder of applicateur de coating, eventueel onder specifieke omstandigheden, veilig kan gebruiken. Werkgevers hebben de plicht hun werknemers te instrueren hoe ze veilig en verantwoord met de producten kunnen werken. Een SUMI helpt de werkgever daarbij, bijvoorbeeld door er een werkplekinstructiekaart (WIK) mee te maken. Veiligheid staat ook voorop bij het onderhoud aan assets. De laatste jaren zijn er nieuwe inspectietechnieken, zoals augmented reality, drones en robots, bijgekomen om de staat van de assets te beoordelen. Hiermee kunnen asset owners een goede analyse maken van de integriteit van pijpleidingen, bruggen en installaties om tijdig onderhoud of vervanging in te plannen. Dat is niet alleen in het belang van de eigenaren, maar ook van de partijen die de assets gebruiken. Coatings spelen hierbij een essentiÍle rol en dragen zo bij aan toekomstbestendig Asset Management. < Jaitske Feenstra, directeur VVVF
Kort Goed incidentenonderzoek blijkt nog een hele opgave Wanneer we besluiten onderzoek te gaan doen naar een incident, leert de praktijk dat er vaak nog steeds niet effectief geleerd wordt omdat we niet de juiste les uit het onderzoek weten te halen. Dit komt doordat in veel incidentonderzoeken niet de juiste vragen gesteld worden. In de academische literatuur is grotendeels overeenstemming over wat de juiste benadering van incidentonderzoek is, maar in de praktijk blijkt dat incidentenonderzoek niet altijd op deze manier wordt uitgevoerd.
De manier waarop naar het ontstaan van een ongeluk wordt gekeken, bepaalt voor een belangrijk deel de uitkomsten. Een andere focus zal logischerwijs tot een andere uitkomst leiden. In de literatuur wordt een ontwikkeling van het tegen incidenten aankijken beschreven die loopt van de root cause banadering, naar de epidemiological benadering tot de systemische benadering. Dit betekent echter niet dat deze ook in de praktijk van incidentonderzoek de meest gebruikte benadering is.
Systemische benadering De systemische benadering ziet incidenten als het resultaat van een ongecontroleerde interactie tussen de verschillende onderdelen van een systeem. Ongelukken worden veroorzaakt doordat techniek, mensen en de omgeving interacteren op een manier die op het lokale niveau rationeel is, maar zonder dat men het doorheeft onveilige voorwaarden schept in het systeem. Deze onveilige voorwaarden worden vervolgens niet gecorrigeerd. Vanuit dit perspectief is slechts het verwijderen van een root cause niet voldoende om incidenten in de toekomst te voorkomen doordat door de complexiteit geen sprake van een enkele root cause kan zijn. Deze systemische benadering leidt tot een beter en dieper begrip van het ontstaan van incidenten, maar heeft als nadeel dat het meer middelen kost en meer expertise en (theoretische) kennis vereist om toe te kunnen passen. <
Root cause benadering De root cause benadering gaat ervan uit dat een negatieve gebeurtenis (de root cause) een reeks opeenvolgende gebeurtenissen in gang zet die uiteindelijk leidt tot het incident. De causale oorzaak gevolg relatie van deze gebeurtenissen is lineair en deterministisch. Dat betekent dat wanneer de root cause geĂŻdentificeerd en weggenomen kan worden, daarmee de potentie voor het incident ook weggenomen wordt. De root cause benadering is een veel gebruikte methode die zijn nut bewezen heeft. Een dergelijke benadering werkt goed in relatief simpele systemen waar de oorzaak van incidenten met name gezocht moet worden in technisch falen of menselijk handelen.
Epidemiologische benadering Volgens de epidemiologische benadering wordt een incident verklaard als een samenspel tussen latent en actief falen. De vergelijking wordt gemaakt met het ontstaan van een ziekte, vandaar de benaming. Latente factoren zijn zaken als tekortschietende managementpraktijken of een slechte veiligheidscultuur. Deze factoren kunnen heel lang in een organisatie aanwezig zijn zonder dat ze direct leiden tot ongelukken. Ze kunnen echter wel een negatieve invloed hebben op de omstandigheden waaronder op de werkvloer gewerkt wordt. Dit vergroot daarmee de kans op fout handelen (actief falen). Wanneer latent falen en actief falen ‘bij elkaar komen’ ontstaat een incident.
27
INSPIRE <
Vakmanschap maakt Veiligheid Veilig werken is werken met vakkennis. Ook voor een op het oog eenvoudige discipline van isoleren van installaties geldt dat kennis het verschil maakt voor veilige en efficiënte installaties. Want met de juiste kennis, tools en technieken wordt voorkomen dat installaties onnodig veel energie verkiezen en te snel verouderen. Stichting CINI werkt dagelijks aan verspreiding van de juiste informatie op dit vakgebied. “Iedereen die het moet weten, is inmiddels wel bekend met het begrip Corrosie Onder Isolatie (CUI), het gaat er om dat je ook verstandig met die kennis om gaat”. Gino de Landtsheer, piping expert bij Borealis en voorzitter van CINI vertaalt de aandacht voor corrosie onder isolatie naar de praktijk. “Je hebt het begrip CUI, corrosion under insulation, maar je hebt vooral te maken met de bestaande situatie in een bedrijf met al zijn eigenschappen. En daar moet je afvragen: hoe brengen we dat in beeld, hoe inspecteer je het en minstens zo belangrijk, hoe kan je de installatie binnen budget beheren”? Om daar een eenduidig antwoord op te hebben, biedt de stichting een objectieve leidraad om het aan te pakken. De Committee INdustrial Insulation, CINI, heeft in de afgelopen decennia een handboek samengesteld met bewezen richtlijnen, voorbeelden, calculaties en materialen. Zonder een specifieke techniek of leverancier te promoten, worden ‘best practices’ aangeboden die helder en toepasbaar zijn voor iedereen, binnen normale budgetten. De leidraad is ook waardevol om werkzaamheden te beschrijven en te calculeren, om ze goed in te kopen. Vervolgens helpt deze om het werk goed uit te voeren en te (laten) inspecteren.
> Dekentje. Veel corrosieproblematiek is te herleiden op een verkeerde selectie van de oplossing, verkeerd uitgevoerd werk of slecht onderhoud. De Landtsheer ”Als je dat onder controle houdt, zorg je voor de juiste oplossing die door goed getrainde mensen wordt uitgevoerd en vervolgens langs de goede meetlat wordt gelegd bij de inspectie. Dan heb je de goede leidraad om de installatie in de juiste conditie en veilig te houden”. Het lijkt een open deur, maar toch is aandacht nodig voor de juiste kennis voor veilige en betrouwbare installaties. De Landtsheer; “Die kennis is over de loop van de jaren weggesleten. Een belangrijke invloed daarop is dat het werk de laatste decennia door mensen uit lage lonen landen wordt uitgevoerd, zonder op een goede manier voor het ambacht getraind te zijn. Er ontstaat al snel het gevoel ‘we doen er een isolatiedekentje omheen, beetje afwerking en klaar’ . Maar dat is niet zo. Een isolateur is een vakmens”.
28 september 2020
> Dubbel. Datzelfde geldt voor het beheer en behoud van de isolatie. Je kunt bij bestaande installaties ook niet zomaar met de werkschoenen er overheen lopen of onder de verkeerde weersomstandigheden aan de isolatie werken. De Landtsheer; “Onze leden zien nog regelmatig misstanden, bijvoorbeeld dat door niet-vakbekwame
‘Het komt allemaal neer op vakmanschap, kennis en aandacht. Daarmee bouw je ook aan veiligheid’
Foto: NVDO
mensen ‘even’ isolatie wordt aangebracht. Hartje winter, niet in een tent en in de volle regen. Dan begin je met nat isolatiemateriaal al met een achterstand als je het niet opmerkt. En dat kost hoe dan ook geld. Als je het werk afkeurt, heeft je aannemer een kostenpost voor het werk dat hij dubbel moet uitvoeren. Maar als je het niet door hebt, levert het over enkele jaren een flinke schade en een veiligheidsrisico op, omdat het onverwacht snel is doorgeroest. Ook hier is kennis een bijdrage in veilig werken”.
> Appels met appels. Het gaat ook goed. “Bij een recent project bij Borealis hebben we een technical bid uitgestuurd voor isolatiewerkzaamheden die volgens de CINI richtlijnen moesten worden aangeboden. En we waren blij verrast dat alle partijen die aangeboden hebben, de richtlijnen goed snapten en hanteerden. Met als gevolg dat technische calculaties, procurement calculaties en alle aangeboden werkzaamheden goed objectief met elkaar te vergelijken zijn. Niet alleen in Nederland en België. Het Handboek wordt meer en meer op andere plaatsen op de wereld voorgeschreven en gebruikt”. Het werken volgens de richtlijn zorgt dat bij aanbiedingen appels met appels vergeleken kunnen worden, zonder dat het vernieuwing en eigen initiatieven in de kiem smoort. > Met de markt. Ondanks dat er een algemene ‘best practice’ wordt aangedragen in de CINI richtlijnen, is er ook ruimte voor interpretatie en innovatie. De Landtsheer; “De richtlijn dekt zo’n 85% van alle voorkomende situaties. En voor de specials heb je ook veel aan de informatie. Bovendien is het een levend systeem. We maken de richtlijn mét de markt. Als iets niet werkbaar is, of er zijn inmiddels betere methodes, dan komt dat snel bij onze technische commissies terug en verwerken we de aanpassingen opnieuw in het handboek. En als er heel waardevolle innovaties zijn, kijken we of we met de technische commissie mee kunnen bouwen aan een nieuwe onafhankelijke ‘best practice’, zonder een specifiek merk te promoten”.
> Woldeken. De kennis komt ook beschikbaar via trainingen. “Als we zo engineers opleiden om op maat te ontwerpen, dan kunnen we veel energie en dus veel geld besparen. Daar is vakkennis voor nodig. De vraag moet zijn: ‘Hoe kunnen we met zo min mogelijk isolatie zo veel mogelijk energie besparen’ Dat is nog niet zo eenvoudig. Ik kan bijvoorbeeld een buis met 200 millimeter woldeken uitvoeren of ik kan het met de helft zo dikke multilayer oplossing doen. Dat kost iets meer, maar levert tegelijk veel ruimte op het pipe-rack. En daar is ruimte kostbaar. Met de juiste inzichten is de goede keuze te maken omdat de business case beter is. Een isolatieconcept gaat verder dan de beplating en het isolatiemateriaal. Als de beplating om de isolatie is beschadigd en het isolatiemateriaal wordt toch nat, dan moet coating op de piping zorgen voor de ‘last layer of defense’. “En daar wordt enorm tegen gezondigd” zegt De Landtsheer. “Waar een leverancier een voorbehandeling en een specifieke laagdikte voorstelt in micrometers, zien we maar al te vaak even een vette lap over de pijp en vervolgens aanbrengen met het rollertje. Dan kan je een CUI filosofie hebben, maar die is op dat moment waardeloos. Dat geldt ook bij pre-fab systemen. Die komen deels gemonteerd aan, worden in de supportbeugels geplaatst en pas daarna gecoat. Dan heb je ook geen idee wat er onder plaatsvindt. Het komt allemaal neer op vakmanschap, kennis en aandacht. Daarmee bouw je ook aan veiligheid”. < CINI staat voor Committee Industrial Insulation. Deze stichting is sinds de oprichting in 1989 uitgegroeid tot het standaardisatie instituut op het gebied van thermische isolatie voor onder anderen de (petro)chemie, procesindustrie, elektriciteits-branche en bouw. Belangrijke stakeholders zijn onder meer Borealis, Dow, DSM, Nouryon, Shell en Tata Steel. De CINI standaard wordt door de stichting bewaakt en onderhouden en is vastgelegd in een (online) handboek dat over de hele wereld wordt gebruikt.
29
Niet-Destructief Inspectie en
Services & Oplossingen + Niet destructief Onderzoek + Inspectie + CertiďŹ catie + Engineering & Consultancy + Pijpleiding Inspectie (nieuwbouw/ In-service) + Opslagtank Inspectie + Remote Visual Inspection + Stralingsbescherming + Ontwikkeling Ultrasone Tasters
Neem contact op: +31 (0)10 716 60 00
|
Zie meer info: applus.nl
Onderzoek, CertiďŹ catie oplossingen.
INTERVIEW <
Straling zie je niet, dus moet je continu meten en beschermen 32 september 2020
‘Een goede werkvoorbereiding is altijd essentieel’ In 2018 ging het mis toen primair water weglekte naar een pompkelder. Toen de zaag in een leiding ging, bleek deze niet goed afgeblokt. “We hebben er een hoop van geleerd”, zegt operationeel directeur Jelmer Offerein. “Een goede werkvoorbereiding is altijd essentieel. Als er iets misgaat in de uitvoering, is dat vaak terug te voeren op een fout in de voorbereiding”.
Molybdeen Productie Facliliteit Foto: NRG
NRG in Petten werkt met verschillende nucleaire installaties en radioactieve materialen. Veiligheid is er een essentiële randvoorwaarde om te kunnen en mogen werken. De pijlers onder het veiligheidsbeleid zijn: continu verbeteren, een lerende organisatie en ook de NRG-kernwaarden. “Je moet met elkaar in gesprek blijven”.
> Isotopen. NRG is vooral bekend van de medische isotopen die het fabriceert, maar het maakt ook industriële isotopen voor de olie- en gasindustrie. Daarnaast verricht NRG nucleair technologisch onderzoek en biedt het consultancydiensten. Dat nucleaire aspect leidt tot een drietal bijzondere omstandigheden. Kriticiteit is de toestand van een kernreactor waarin een zichzelf onderhoudende kettingreactie plaatsvindt. Stralingsveiligheid gaat over het vrijkomen van straling bij of door werkzaamheden en over besmetting door deeltjes. “Bijvoorbeeld als je de reactorhal uit wilt en er wordt straling gemeten, dan mag je er niet uit totdat je schoon bent. Straling zie je niet, dus moet je continu meten zodat de medewerkers zoveel als mogelijk beschermd zijn”. Het derde punt is het bijzondere productieproces in de High Flux Reactor, met een kern waar verschillende target materialen ingaan. “Heel wetenschappelijk allemaal, maar ook veel handmatig werk, want de automatisering is door de aard van de werkzaamheden en het ontwerp van de reactor beperkt. De opleiding tot operator duurt ongeveer vijf jaar, dat zegt wel iets”. > Cultuurprogramma’s. Een goede veiligheidscultuur is van levensbelang, zegt Offerein. “Veiligheid laat zich lastig vangen in KPI’s. Hoe sta je er cultuurmatig voor? Daar hebben we cultuurprogramma’s voor. We stimuleren mensen om zogenoemde ‘zwakke signalen’ te melden. Dus meldingsbereidheid, risico’s bespreken en leren van gebeurtenissen. Zo werken we toe naar een lerende organisatie waarin continu verbeteren voorop staat. Als er bijvoorbeeld een leiding is gesprongen dan is de neiging om te wijzen op een technische fout, maar de echte fout zit vaak dieper: te weinig mensen bijvoorbeeld, of uitgesteld onderhoud. Je moet altijd de root cause opsporen en lessen leren om herhaling te voorkomen”. > SQEP-medewerkers. De basis is goed getraind personeel, legt Offerein uit; vakinhoudelijk én op het gebied van veiligheid. Elke werknemer, van schoonmaker tot directeur, moet de basiscursus Nucleair Professionalism volgen. De inhoud van de cursus wordt doorlopend aangepast aan de laatste ervaringen en inzichten. “Er >
33
>
is sowieso veel aandacht voor training. Onze medewerkers worden opgeleid tot SQEP-niveau: Suitably Qualified and Experienced Personnel. Dat houdt in: een professionele kwalificatie voor de job en meerdere jaren ervaring, met de erkenning dat men kan vertrouwen op iemands vaardigheden en begrip om een technisch probleem op te lossen volgens de vereiste normen. Vroeger hadden we relatief veel incidenten, vaak ook door niet goed getrainde mensen. Dat is niet meer”.
> Begrip kweken. Onderhoudsmedewerkers krijgen aanvullende training, maar het belangrijkste is dat je de verzuiling in de organisatie tegen gaat en dat je de communicatie op peil houdt, legt Offerein uit. “Als er aan de installatie gewerkt moet worden, heb je te maken met de operator, de onderhoudsman en de engineer die alle drie een ander belang hebben. Die belangen wil je met elkaar integreren waarbij de belangrijkste randvoorwaarden veiligheid en betrouwbaarheid zijn. Het is daarom belangrijk dat je de mensen veel met elkaar laat praten en onder meer een goed werkend werkvergun-
‘Pas bij een storing wordt het spannend en gaat veiligheid voor betrouwbaarheid’
Regelkamer Hoge Flux Reactor Foto: NRG
34 september 2020
ningensysteem faciliteert dat. We beginnen met een pre-job briefing: wat gaan we doen en wie doet wat en we sluiten af met een post-job briefing. Dat doen we met alle disciplines aan tafel. Je kweekt begrip voor elkaar en het vormt de basis voor continu verbeteren”.
> Onderhoudsplanning. In de praktijk is de onderhoudsplanning ruim een jaar van tevoren al bekend. De forecast voor productie is twee à drie jaar. Een jaar is grofweg opgedeeld in negen cycli van 31 productiedagen, onderbroken met korte en langere stops voor het wisselen van spijtstofelementen en preventief en correctief onderhoud. Daarbinnen zijn er maandelijkse cycli om supply en demand af te stemmen binnen de tweejarenplanning als onderdeel van het Sales and Operations Planning proces. “We kijken niet naar de volgende maand, maar drie, vier maanden vooruit. Dat is belangrijk vanuit veiligheidsperspectief om het preventief onderhoud in te plannen maar ook om zeker te stellen dat we aan de klantvraag kunnen voldoen”.
> Spannend. “Pas bij een storing wordt het spannend en gaat veiligheid voor betrouwbaarheid”. Het stilleggen van de reactor is een veiligheidsrisico op zichzelf. Er treedt dan een heel apparaat in werking met allerlei veiligheidsprotocollen. Als het probleem niet binnen drie kwartier kan worden opgelost, moet er 48 uur gewacht worden voordat de reactor weer kan worden opgestart. De reactor kan automatisch of handmatig afschakelen. De operators worden op allerlei in de praktijk voorkomende situaties getraind. Daarom wordt er nu een virtuele regelkamer nagebouwd om bijvoorbeeld ook de afschakelprocedures te kunnen simuleren. Hiermee is tevens zeker gesteld dat de invloed van training op het operationele proces wordt geminimaliseerd”.
> Audits. De installatie dateert van 1961 en dat betekent dat NRG een verouderingsbeheersingssysteem heeft ingericht met preventief onderhoud en andere plant programma’s zoals waterkwaliteitsbeheersing om de invloed van veroudering te minimaliseren. Dat gaat niet alleen over veiligheid, maar ook over betrouwbaarheid. “Er vinden regelmatige (internationale) audits op plaats om te zien of we voldoen aan de internationale standaard. De installatie is in al die jaren intensief gebruikt en was oorspronkelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. Het was niet de bedoeling dat hij zo lang zou doordraaien. Er zijn nu overigens vergevorderde plannen voor nieuwbouw”. > Best practices delen. “We leren veel van anderen. Elke anderhalf jaar zitten we een week met onze concullega’s van reactoren uit Zuid-Afrika en Australië om best practices te delen. Zij hebben andere installaties en een andere cultuur en daar leer je van en zij van ons. De basis is en blijft toch de bedrijfscultuur, dus zorg voor goede cultuurprogramma’s die aansluiten op je kernwaarden. Bij ons zijn dat: betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid, deskundigheid en plezier in je werk en dat afgestemd op het gezamenlijke doel van de organisatie. Daar moet je continu mee bezig zijn en dat verenigt de mensen. Dat is overigens niet uniek, maar het werkt”. > Wet- en regelgeving. NRG werkt met een geïntegreerd managementsysteem om alle interacties tussen de diverse bedrijfsdisciplines op één plek in kaart te hebben en te houden. “Iedereen kan via intranet bij de benodigde informatie. Er is een kwaliteitsafdeling
Jelmer Offerein Foto: NRG
Offerein werkt al bijna 17 jaar bij NRG, waarvan de laatste anderhalf jaar als operationeel directeur. Toch is het risico op verslapping in relatie tot veiligheid niet groot, zegt hij. “We moeten ons voortdurend aanpassen aan de markt en aan veranderende wet- en regelgeving. Er komen continu nieuwe mensen bij, terwijl anderen vertrekken. Of je komt in een andere rol terecht, zoals ikzelf. Daarbij staat het onderwerp veiligheid elke dag op de agenda”.
omheen gebouwd om het up-to-date te houden. Wet- en regelgeving is hierbij ook een belangrijke factor. Wij hebben een vergunning nodig op basis van de kernenergiewet die eisen stelt op het gebied van nucleair en milieu; een lijvig boekwerk waarbij we onder toezicht staan van de ANVS als toezichthouder. We moeten continu aantonen dat we aan de specificaties voldoen. Dit alles managen we ook in het geïntegreerde managementsysteem. Wet- en regelgeving wordt steeds strenger, het is niet altijd zwart-wit en soms is het zelfs met elkaar in tegenspraak. Dat maakt het uitdagend”. <
35
KIJK OP <
Willem-Henk Streekstra Directeur VOTOB
Zero Risk Approach aan een nul-risico-benadering. Decentralisatie van beleid naar gemeenten en provincies en de invoering van de Omgevingswet zullen deze trend nog complexer maken, omdat deze overheden zelfstandig nog een onsje meer kunnen vragen.
Willem-Henk Streekstra Foto: VOTOB
De overheid accepteert steeds minder risico’s. Onze bestuurders en politici willen niet te boek staan als mensen die de natuur te loor laren gaan of mensen blootstelt aan bepaalde risico’s. Zo is er een vergunningencrises ontstaan rondom stikstof omdat de provincies denken bij de Raad van State te falen, mochten zij toch een natuurvergunning verstrekken. Op het arbo-terrein stelt SZW, dat als er maar ergens een techniek is dat een arborisico vermindert, deze dan maar door alle bedrijven toegepast moet worden. Sommige provincies willen dat voor een informele lijst van potentiële zeer gevaarlijk stoffen. Hetzelfde beginsel geldt als voor de officiële lijst zeer gevaarlijk stoffen: de verplichting om emissies te minimaliseren. Timmermans spreekt in zijn Europese Green Deal over zero pollution van gevaarlijke stoffen. In de wereld van milieu- en veiligheidprofessionals wordt sinds jaar en dag een risico-gerichte benadering voor milieu en veiligheid gehanteerd. Maar deze lijkt te loor te gaan en plaats te moeten geven
36 september 2020
Hoe moeten bedrijven hierop reageren? Hun belangenbehartigers zullen richting politiek, Brussel en Nederland, vol moeten houden dat beleid gebaseerd moet zijn op redelijkheid en billijkheid, op een goede onderbouwing van effectiviteit van maatregelen afgezet tegen kosten. Maar bedrijven moeten ook rekening houden met het feit dat deze trend zich wel eens voort kan zetten. Wij leven in een rijk deel van de wereld, waar de mens er alles aan wil doen om het leven goed mogelijk te hebben. Daar past niet bij dat er gevaarlijke stoffen in het milieu terecht komen, ook al leveren die geen aantoonbare schade op. Daar past ook niet bij dat mensen gevaar lopen, ook al is die kans klein.
‘Een nul risico bestaat niet’ Of Corona deze trend beïnvloedt? Ik denk het niet. Bedrijven en hun branches doen er goed aan (wat ze er ook van vinden) om na te denken hoe geanticipeerd kan worden op deze ontwikkeling. Soms moet een bedrijf en haar branche er tegen in gaan, soms moet je meegaan omdat het kan. Van belang is dat het bedrijfsleven oog heeft voor het sentiment bij de overheid over risico’s en constructief blijft. En het blijft van belang te beseffen dat er altijd een zeker risico overblijft. Welk risico dat is, moet onderwerp van gesprek zijn. Want een nul risico bestaat niet. <
Kort Nieuwe tool visualiseert veiligheid en gezondheid op het werk
Het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk (EU-OSHA) lanceert de eerste Veiligheid en Gezondheid op het Werk (VGW) barometer. Deze interactieve tool visualiseert actuele informatie over de veiligheid en gezondheid op het werk in verschillende landen in de Europese Unie.
Voor het eerst wordt er gebruik gemaakt van een datavisualisatietool om alle actuele informatie op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk in Europa bij elkaar te brengen. De informatie is gebaseerd op statistieken, surveys en publieke data. De verzamelde gegevens dateren terug tot 2010 en worden regelmatig geactualiseerd.
Indicatoren in de tool De informatie die kan worden geraadpleegd in de barometer is onderverdeeld in vier groepen indicatoren: algemene informatie, regelen van VGW, VGW-resultaten en VWG-infrastructuur. De kwantitatieve informatie uit deze tool kan handig gevisualiseerd worden door de gegevens te vergelijken, grafieken te generen, of door specifieke onderwerpen te downloaden. Dit kan voor een afzonderlijk land, of voor Europa in het algemeen. Het Europese gemiddelde wordt aangegeven door EU28.
Zelf aan de slag? Probeer de tool uit: https://visualisation.osha.europa.eu/osh-barometer#
<
37
VISIE <
Nieuwe oplossingen bedenken voor
security en safety-vraagstukken Het Security Fieldlab in Den Haag helpt organisaties bij het oplossen van hun security en safety-vraagstukken. Het fieldlab is een gecontroleerde omgeving om te leren en te experimenteren, legt Fokko Mellema uit. “Een onderzoeksvraag over corrosie zou een mooie case voor ons zijn�.
Fokko Mellema (midden) Foto: SFL
38 september 2020
“Door de coronacrisis krijgen we momenteel veel vragen over veilig thuiswerken en verzoeken om mee te denken om luchtbehandelingssystemen coronaproof te maken”, vertelt Mellema eind juni over de actuele situatie van toen.
> Bedrijf. Het Security Field Lab is een idee van Mellema. Het lab bestaat nu bijna drie jaar, wordt gerund als een bedrijf en ontvangt geen financiële steun, wat bij andere fieldlabs vaak wel het geval is. “Ik zag best veel bedrijven met een security en safety-vraagstuk die moeite hadden om tot een duurzame oplossing daarvoor te komen. Er zijn weliswaar veel partijen die onderzoek kunnen doen en advies geven, maar die spelen geen rol bij het succesvol implementeren van een verandering. Dat wilde ik anders doen”. > Transparant. Dat ziet er in de praktijk zo uit: als een bedrijf een vraag bij het fieldlab neerlegt, dan zoekt Mellema een geschikte student. Die voert vervolgens het benodigde onderzoek uit. Dat gebeurt altijd onder begeleiding van een senior projectleider, vaak Mellema zelf. Vervolgens wordt één of worden meerdere kennispartners uit het netwerk betrokken. “Op deze manier heeft de onderzoekende student altijd toegang tot de meest actuele marktinformatie. Dat is de voorwaarde waarop partners mee mogen doen: ze verlenen toegang tot hun kennis”. Er is vervolgens geen sprake van verplichte winkelnering, zegt Mellema. Bedrijven mogen zelf kiezen welke oplossing ze implementeren en met wie. “Wij zijn transparant; we ontvangen geen provisies, er zijn geen subsidiestromen en er zijn ook geen geldschieters met bepaalde belangen”.
‘We richten ons met het fieldlab vooral op bedrijven in het mkb’
‘‘admin’ en ‘admin’ als gebruikersnaam en wachtwoord’ > Drietrapsraket. Het is eigenlijk een drietrapsraket die begint met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, dat leidt tot het onderzoekstraject. De tweede trap is het innovatietraject waarin studenten en fieldlabpartners werken aan vernieuwende oplossingen. Dat kan in het lab zijn, of ter plaatse bij de vragensteller. Daarna volgt het implementatietraject. “De combinatie van de enthousiaste, jonge student en de praktijkkennis van de partners maakt het succesvol”. Gemiddeld zet het fieldlab jaarlijks een tiental studenten aan het werk. Bij het zijproject Cyberwerf over cybersecurity gaat het om tientallen studenten die opdrachten uitvoeren en onderzoek doen. De studenten zijn afkomstig van verschillende studierichtingen van het hbo en de TU Delft. Het betreft onder meer studenten Integrale Veiligheid en Information Security Management. “Maar ook gedragswetenschap en marketingcommunicatie, omdat je het gedrag van mensen wilt begrijpen, beïnvloeden en veranderen”. Er zijn ruim twintig partnerbedrijven als kennispartner betrokken. De doorlooptijd van de projecten varieert van pakweg zes weken tot circa drie jaar. > Smart building. Als voorbeeld van een project noemt Mellema. Het smart maken van een gebouw en van de omgeving op een bedrijventerrein in Den Haag. “We hebben in het kader van de energietransitie meegedacht over hoe je bestaande bouw smart kunt maken en hoe je dat vervolgens aan elkaar kunt koppelen tot een smart bedrijventerrein. Dit resulteerde in twee concepten die de beschikbaarheid van laad/losplekken en van werkplekken aangeven. We ontwikkelden een tool die de bezetting van flexibele werkplekken monitort. Dankzij de tool is het mogelijk om beschikbare werkplekken in minder drukke tijdsvensters te groeperen, zodat kantoormedewerkers bij elkaar komen te zitten. Het idee daarachter is dat de BHV’er bijvoorbeeld niet naar vijf etages in drie panden hoeft als er iets gebeurt en Security beter zicht heeft op waar de mensen zich bevinden. Zo zijn we continu in de weer met datamodellen die niet alleen input geven voor security en safety, maar mogelijk ook voor > gebouwonderhoud”.
39
> > Continu experimenteren. Het fieldlab werd gevraagd een oplossing te verzinnen voor het zwerfvuil op het bedrijventerrein dat voornamelijk afkomstig is van een fastfoodrestaurant. “We hebben het probleem in kaart gebracht en een strategie bedacht door onder andere meer afvalbakken te plaatsen en de gemeente te vragen om meer lichtmasten. TU Delft ontwikkelt nu een slimme afvalbak om het probleem nog verder op te lossen. We onderzoeken een beloningsconcept, waarbij we verpakkingen willen uitrusten met een chipje dat door de afvalbak wordt gedetecteerd als de consument het inwerpt. Vervolgens kan die met zijn smartphone meespelen om allerlei prijzen. De doelgroep is daar erg gevoelig voor. We zitten hiermee nog in de ontwerpfase. Zo proberen we evidence based te werken: vanuit de praktijk toewerken naar een oplossing, we testen die vervolgens en daarna schalen we op. Het is net als in een echt lab: continu experimenteren en kijken wat werkt”.
> Award voor beste ICT-project voor het mkb. Met het aparte project Cyberwerf richt Mellema zich op het verbeteren van de cyber security bij bedrijven. “Veel bedrijven zijn wel functioneel aan het digitaliseren, maar staan onvoldoende stil bij compliance, privacyregels en data security. Cyberwerf leent studenten uit aan mkb-bedrijven om hen te helpen bij die drie aspecten”. Het initiatief ontving vorig jaar de award van vakblad Computable voor beste ICTproject voor het mkb. “We zien ontzettend veel IoT-toepassingen: alles wordt maar gekoppeld. Met studenten van TU Delft onderzoeken we de digitale veiligheid. We kijken bijvoorbeeld waar je allemaal bij kunt als je eenmaal in een systeem zit. Vaak is het niet goed beveiligd en kun je alles platleggen. Het komt nog steeds voor dat applicaties zijn beveiligd met ‘admin’ en ‘admin’ als gebruikersnaam en wachtwoord. Of dat in de procesindustrie ook voorkomt? Ons beeld is dat het daar niet veel anders is dan elders. We zien in productieomgevingen wel dat er bijvoorbeeld nog ergens een Windows 95-computer staat die eigenlijk niet op het internet mag. Vervolgens zie je dat een medewerker een kabeltje meeneemt van thuis om tijdens de nachtdienst toch op internet te kunnen. De mens blijft toch de zwakste schakel”.
> Overal. “Als ik kijk naar de trends die ook in het industrieel onderhoud spelen, dan zijn dat digitalisering en IoT. De digitale ontwikkelingen gaan zo hard. Sensoren in gevelverf of in rubber
Mellema start nog dit jaar op Amsterdam Westpoort een Security Fieldlab met de focus op digitale veiligheid. “Daar gaan we focussen op smart building en smart business parks. Smart is de toekomst: track and trace, slim data verzamelen en daar vervolgens de juiste dingen mee doen voor gebied, gebouw en activiteit”. “De award voor Cyberwerf is een mooie bevestiging en geeft aan dat we goed bezig zijn. In het algemeen word ik telkens weer blij van de verhalen waarmee de studenten binnenkomen als ze na verloop van tijd mkb’ers handelingsperspectief weten te bieden met een stappenplan en een whitepaper om veilig verder te digitaliseren, dat is gewoon mooi. Het toont ook aan dat het Security Fieldlab nut heeft”.
40 september 2020
Award voor Cyberwerf’ Foto: SFL
kozijnprofielen; wat twintig jaar geleden nog rocket science was, is nu eenvoudig toepasbaar en spotgoedkoop. Daarnaast gaat het over de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. Je moet dat integraal (dus ook vanuit onderhoud) bekijken, want er zitten veel security en safety-elementen in. Stel je wilt energieneutraal worden en je wekt zelf energie op. Het overschot aan energie aan het net leveren is niet rendabel en je wilt het opslaan in een accupakket. Dan heb je te maken met een brandveiligheidsissue. Zonnecellen op je dak installeren, heeft impact op het gebouw, dat moet je wel onderzoeken. Een defecte zonnecel inspecteren kan dan weer met de drone, dat ook weer elementen heeft die security en safety raken. Kortom; security en safety - het is overal”.
> Cable drone. “Qua onderhoud in de industrie doen we nog niet zo veel. We richten ons met het fieldlab vooral op bedrijven in het mkb. Uit de procesindustrie krijgen we weleens vragen om studenten te begeleiden tijdens hun onderzoek. We hebben wel geëxperimenteerd met drones voor inspecties op hoogte. Het feit dat je niet overal mag vliegen, maakt het lastig. Daarom hebben we testen gedaan met TU Delft met een cable drone; een drone aan een kabel. De strikte luchtvaartregels zijn dan niet van toepassing. Dit wordt nu door diverse partijen aangeboden als oplossing. Corrosie opsporen, dat zou een perfecte casus zijn. Hoe los je dat op? Wat is er in de markt beschikbaar, welke nieuwe combinaties kunnen we maken? Daar zoeken we dan studenten bij en de juiste partners”. <
Kort '
Omgangsvormen op het werk
In Nederland krijgt zo’n 16% van de werknemers te maken met ongewenst gedrag van leidinggevenden of collega’s. Daarnaast heeft ook nog bijna 6% van de werknemers te maken met discriminatie op de werkvloer. De stress die ongewenst gedrag kan veroorzaken kan leiden tot psychische en fysieke klachten. En die klachten kunnen zelfs zo erg worden dat werknemers niet meer goed kunnen werken. Het is belangrijk dat werkgevers én werknemers aandacht hebben voor een sociaal veilig werkklimaat en zich samen inzetten om ongewenste omgangsvormen op de werkvloer te voorkomen en te bestrijden. Een sociaal en veilig werkklimaat kan:
FACTSHEET INTERNE ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN Interne ongewenste we ens n te omgan omgangsvormen angs rmen zij zijn jjn n ongewenste omgangsvorme omg gan a gsvormen men en die ie plaat plaats ts vinden i op het werk door collega’s col o lega’s a’s o of leidingg leid id d nggeve ngg enden
15 6% ,
7,4%
Andere reden 2,1%
Deze percentages betreffen niet alleen discriminatie door collega’s en leidinggevenden, maar ook door klanten, patiënten, leerlingen en dergelijke
Leeftijd 1,7%
PESTEN
Micro
Klein
Middelgroot
Zo komen interne ongewenste omgangsvormen relatief vaker voor in de sectoren: En relatief minder vaak in de sectoren: %
19,8
Industrie
11,9%
Financiële instellingen
16,9
%
Openbaar bestuur
18,3%
11,7%
Vervoer
12,8%
Bouw
Huidskleur 1,1%
Geloofsovertuiging 0,8%
INTERNE ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN
0 ,6%
van de werknemers in Nederland heeft in 2018 wel eens te maken gehad met lichamelijk geweld door collega’s of leidinggevenden
AGRESSIE EN GEWELD
10 ,7%
SEKSUELE INTIMIDATIE
Groot
Pesten lijkt vaker voor te komen in grotere organisaties2
Geslacht 0,8%
Seksuele geaardheid 0,2%
DISCRIMINATIE
% 8,5% 8,9
5,9%
Er zijn verschillen tussen sectoren als het gaat om het voorkomen van ongewenste omgangsvormen door collega’s en leidinggevenden
Discriminatie naar leeftijd lijkt vaker voor te komen
van de werknemers in Nederland is in 2017 persoonlijk gediscrimineerd op het werk
van de werknemers in Nederland wordt wel eens gepest door collega’s of leidinggevenden in 2018
Werknemers die interne ongewenste omgangsvormen ervaren verzuimen gemiddeld 7 dagen extra per jaar
FACTSHEET SLUITEN
5 6% , 8 ,0%
van de werknemers in Nederland heeft wel eens te maken met ongewenste omgangsvormen door collega’s of leidinggevenden1
% werknemers gepest
Een cultuur waarin iedereen zich veilig en welkom voelt op de werkvloer maak je samen. Daarbij is het belangrijk om ongewenste omgangsvormen zoals (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten tegen te gaan. De door TNO ontwikkelde Handreiking gedragscode (on)gewenste omgangsvormen ondersteunt werkgevers in hun aanpak. Een gedragscode is een middel om ongewenst gedrag op de werkvloer tegen te gaan en gewenst gedrag te stimuleren.
van de Nederlandse werknemers is in 2018 wel eens geïntimideerd door collega’s of leidinggevenden Ongewenste seksuele aandacht door collega’s of leidinggevenden komt vaker voor bij 1) Discriminatie is niet vrouwen meegenomen in dit totaalcijfer dan bij 2) Micro = 1–9 werknemers Klein = 10–49 werknemers mannen Middelgroot = 50–249 werknemers
2 ,2%
3 ,5% 1,1%
van de Nederlandse werknemers heeft in 2018 wel eens te maken met ongewenste seksuele aandacht van collega’s of leidinggevenden
Groot = 250 of meer werknemers
Landbouw
Cijfers in deze factsheet zijn gebaseerd op de gegevens van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA 2017 en 2018; TNO | CBS).
HANDREIKING GEDRAGSCODE
(ON)GEWENSTE OMGANGSVORMEN ROLLEN VAN VERSCHILLENDE PARTIJEN OMTRENT DE GEDRAGSCODE
UITGANGSPUNTEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE GEDRAGSCODE
Terug naar keuzescherm
STAPPENPLAN OPSTELLEN EN IMPLEMENTEREN GEDRAGSCODE
De gedragscode moet duidelijk maken 6 : Welk gedrag getolereerd wordt en welk gedrag niet Wat een werknemer kan doen als hij/zij te maken krijgt met ongewenste omgangsvormen Wat er gebeurt bij overtreding van de gedragscode (on)gewenste omgangsvormen
• • • •
bijdragen aan een betere sfeer in de organisatie bijdragen aan betere kwaliteit van het werk een positief effect hebben op de productiviteit van werknemers leiden tot minder psychische en fysieke klachten bij werknemers
De waardevolle en actieve gedragscode is te gebruiken op arboportaal.nl
Vervolgens is voor de effectiviteit van de gedragscode de implementatie en het levend houden van de code van belang: Het in praktijk brengen van de gedragscode
STAP 1
STAP 5
STAP 3
Gewenste
Wat te doen bij
Klachten-
omgangs-
ongewenste om-
commissie
vormen
STAP 2 Ongewenste
gangsvormen
STAP 4 Klachten-
omgangs-
procedure
vormen
beschrijven
beschrijven
STAP 7 Implementeren gedragscode STAP 6
STAP 8
Maatregelen
Levend houden
beschrijven
van de code
< Stappenplan
41
WET- EN REGELGEVING <
Foto: NVDO
Schadevergoeding bij beroepsziekten 39 jaar en 100% arbeidsongeschikt als gevolg van kapotte longen door lasrook. Hoeveel toekomstzekerheid heb je dan? Het voorbeeld van de 39-jarige lasser wordt aangehaald in het rapport Stof tot nadenken van de commissie Vergemakkelijking Schadeafhandeling Beroepsziekten. De lasser vecht al jaren voor compensatie van de schade waarmee hij dagelijks wordt geconfronteerd. Ondertussen blijft ook erkenning achterwege. Erkenning dat zijn ziekte het gevolg is van het werk dat hij heeft gedaan. In de praktijk verhaalt een groot aantal van de slachtoffers van beroepsziekten de schade daarom niet. De belangen zijn groot, de
42 september 2020
juridische procedures lang en de kosten hoog. Nog steeds sterven per jaar ongeveer 4100 mensen aan een beroepsziekte. Ruim 3000 daarvan overlijden doordat ze zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen op het werk.
> Een procedure van jaren of schikken? De heer Wiersma is van december 1986 tot juni 2014 als operator werkzaam geweest in een bussenfabriek. Hij kwam daar dagelijks in contact met gevaar-
lijke stoffen, voornamelijk oplosmiddelen. Wiersma droeg tijdens zijn werkzaamheden geen adembescherming. Hij droeg wel handschoenen maar deze waren niet bestand tegen oplosmiddelen.
een lange en vermoeiende strijd. Die strijd gaat niet alleen om compensatie van de geleden schade. Hun strijd gaat ook om erkenning van het feit dat de ziekte verband houdt met het werk.
Eind 2012 meldde hij zich voor het eerst bij de huisarts met gezondheidsklachten, waaronder stemmingswisselingen, concentratiestoornissen, geheugenproblemen en duizeligheid. Na verwijzing naar het Solvent Team te Enschede volgde in februari 2013 de diagnose, namelijk Chronische Toxische Encefalopathie (cte). Deze diagnose is door het Solvent Team te Amsterdam in 2016 opnieuw bevestigd. De bedrijfsarts adviseerde de werkgever om Wiersma niet langer bloot te stellen aan oplosmiddelen.
In het aansprakelijkheidsrecht zijn schadevergoeding en erkenning onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld: schadevergoeding blijft uit zolang het verband tussen ziekte en werk niet wordt vastgesteld. Maar daarmee blijft ook de erkenning buiten beeld.
> Alsnog arbeidsongeschikt. Toch is hij gereïntegreerd in functies waarin hij opnieuw werd blootgesteld aan oplosmiddelen. Uiteindelijk moest Wiersma een deskundigenoordeel bij het uwv aanvragen om te voorkomen dat hij tijdens zijn re-integratie nog langer werd blootgesteld aan oplosmiddelen. In 2015 is Wiersma definitief uitgevallen, waarna hij halverwege 2016 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is verklaard in het kader van de wia. Hij ontvangt sindsdien een iva-uitkering. De werkgever werd aansprakelijk gesteld, maar wees aansprakelijkheid af: hij stelde zich op het standpunt dat Wiersma weliswaar is blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, maar dat die blootstelling zo laag was dat die blootstelling niet tot gezondheidsschade kan hebben geleid.
> Naar de rechter. Ook stelt de werkgever de diagnose ter discussie; deze zou onterecht door beide Solvent Teams zijn vastgesteld. Vorig jaar heeft Wiersma’s advocaat de werkgever gedagvaard. Op de zitting gaf de kantonrechter al aan dat hij het moeilijk vindt een besluit te nemen over de mate van blootstelling. Relevant voor de beoordeling van de aansprakelijkheid is immers of Wiersma in relevante mate is blootgesteld aan oplosmiddelen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden. Met relevant wordt een mate bedoeld die tot gezondheidsschade kan leiden. De kantonrechter gaf aan dat de mate van blootstelling beoordeeld moet worden door deskundigen waaraan voorafgaand mogelijk eerst getuigen moeten worden gehoord, waarna een medisch deskundige zich moet uitlaten over de vraag of de diagnose cte terecht is gesteld. De kantonrechter heeft partijen voorgehouden dat dit een lange weg kan worden waarbij rekening moet worden gehouden met een procedure van jaren. Toen volgde (in november 2019) de verrassende ontknoping. Beide partijen bereikten overeenstemming over een schadevergoeding waardoor er niet verder geprocedeerd hoefde te worden. Dit is besloten in samenspraak met fnv Advocaten, om af te zien van jarenlange procedures.
> Het belang van erkenning. Beroepsziekten kunnen een verwoestende impact hebben op de levenskwaliteit van mensen. Dat geldt zeker voor ziekten die het gevolg zijn van het werken met gevaarlijke stoffen. Slachtoffers die vergoeding wensen voor de schade die ze door hun ziekte hebben geleden, komen dikwijls terecht in
> Fonds Beroepsziekten. De commissie adviseert voor de uitvoering en financiering van de tegemoetkomingsregeling een fonds in het leven te roepen. Snelle, rechtvaardige en efficiënte behandeling van aanvragen is van belang. Met het oog daarop dient het fonds belast te worden met de volgende taken: • Het fonds neemt aanvragen in ontvangst en is verantwoordelijk voor de intake van aanvragen • Het fonds doet een eerste beoordeling en selectie van aanvragen • Het fonds verstrekt opdracht voor een arbeidsgeneeskundige beoordeling door een per geval samengesteld panel van deskundigen • Het fonds neemt een beslissing over toekenning van een tegemoetkoming na advies van het panel van deskundigen • Het fonds keert toegekende tegemoetkomingen uit <
De commissie doet in het rapport voorstellen voor verbetering van de procedures. Ook pleit de commissie voor betere preventie en meer erkenning van slachtoffers die ziek worden als gevolg van hun werk. Aanbevelingen uit het rapport Stof tot nadenken Investeer in betere preventie door bedrijven: • Verplicht (digitaal) gebruik van de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) • Registreer gevaarlijke stoffen en de blootstelling eraan • Verbeter de positie van de bedrijfsarts • Zorg voor een strenger arbobeleid en betere handhaving Investeer in kennis, diagnose en behandeling van stoffengerelateerde beroepsziekten met: • Een onafhankelijke arbeidsgeneeskundige organisatie • Betere en goedkopere diagnose- en behandelmogelijkheden Introduceer een financiële tegemoetkoming als teken van maatschappelijke erkenning, door: • Een snelle en eenvoudiger afhandeling van aanvragen • Financiering vanuit een nieuw op te richten fonds beroepsziekten • Toetsing en beoordeling door een team van arbeidskundigen dat per geval wordt samengesteld • Een vastgestelde lijst van stoffen-gerelateerde ziekten • Introduceer een boete voor werkgevers die niet aan de zorgplicht voldoen
43
OPGELEVERD <
‘Alle coronamaatregelen zijn goedgekeurd door de Overheid’ Michiel Schröder Foto: EasyFairs
44 september 2020
Work Safe! Op 1, 2 en 3 december a.s. gaat het over Onderhoud tijdens Maintenance in de Evenementenhal Gorinchem. De laatste trends en ontwikkelingen voor de optimalisatie van veiligheidsbeleid en het creëren van bewustwording rondom veilig en gezond werkgedrag staan tevens centraal bij Worksafe. VAM spreekt Michiel Schröder, Head of Events (Industrial) bij Easyfairs. Schröder is onder meer verantwoordelijk voor de gecombineerde vakbeurzen Maintenance en Worksafe en sinds enkele jaren werkt hij intensief samen met de NVDO als kennispartner.
> 1.5 meter!? “Als organisatoren van vakbeurzen en congressen zorgen wij gezamenlijk voor een directe omzet van € 4,4 miljard en 61.000 banen. We brengen bedrijven bij elkaar en zien ons als een van de aanjagers van de economie”, zegt Schröder. “Toch veegt het kabinet ons op één hoop met dancefeesten, concerten en festivals. Maar vakbeurzen zijn anders. In onze grote beurshallen kunnen bezoekers gemakkelijk afstand houden. Wij kunnen het aantal bezoekers eenvoudig maximaliseren en verspreiden over de dagen. Onze sector heeft een protocol opgesteld waardoor veilig bezoek gewaarborgd is”. Met het protocol in de hand, wordt de Evenementenhal Gorinchem momenteel volledig coronaproof (her)ingericht.
> Floorplan en meer. Momenteel wordt er een aangepast floorplan getekend voor Maintenance/Worksafe. De beurshal kent één vaste in- en uitgang. Daarnaast worden alle gangpaden verbreed. Bezoekers kunnen zich uitsluitend vooraf registreren en dienen aan te geven op welke dag zij komen. Op deze manier kan EasyFairs de bezoekersstroom reguleren, want er geldt een maximaal aantal mensen dat op één tijdstip in de beurshal aanwezig mag zijn. Er vindt continu intensieve schoonmaak plaats van alle publieke ruimtes. Uiteraard maken zowel exposanten als bezoekers gebruik van de Smart Badge technologie zodat men contactloos informatie kan uitwisselen. Onsite bestaat tevens de mogelijkheid lichaamstemperatuur te meten. Omdat overal op de beursvloer de afstandsregel van 1,5m wordt gehanteerd, zijn mondkapjes niet verplicht. Schröder; “Alle onze geplande maatregelen zijn reeds goedgekeurd door de overheid. Vergeleken met de doorsnee situatie in supermarkten, bouwmarkten, meubelboulevards en tuincentra, dan concludeer ik dat wij er zondermeer in zullen slagen om de meest veilige ontmoetingsplekken te creëren waar men zaken kan doen met elkaar. Bovendien denk ik dat uitgerekend de industriële branche, waar veiligheid dagelijks prioriteit heeft, dit kan bewijzen”. > Toepasbare technologie. “De toepasbaarheid van nieuwe technologieën hebben uiteraard betrekking op zowel Maintenance als Worksafe. Bezoekers kunnen zich bij diverse leveranciers laten informeren over diensten en producten” zegt Schröder en geeft het voorbeeld van de WatchGas QGM-IR. “Deze monitor is ontwikkeld medewerkers veiligheid te bieden bij het werken in gevaarlijke omgevingen. Het detecteert tot vier verschillende gassen. Vanwege de
infraroodsensor is sensorvergiftiging bijna onmogelijk”. Schröder noemt ook de ATEX explosieveilige video-endoscoop. “Hiermee is het voor het eerst mogelijk om met een video-endoscoop inspecties uit te voeren in een explosie gevaarlijke omgeving. De iRis XT is gecertificeerd tot II 3 G Ex ic nA IIC T4 Gc. Voor het inspecteren van holle ruimten heeft de videoscoop een naar alle richtingen bestuurbare tip met een krachtige FOLED-Hybrid verlichting. De beelden worden weergeven op een 5 inch beeldscherm en kunnen worden vastgelegd op een SD-kaart”.
> Productieproces veiliger maken. Schröder; “Een productieproces veilig maken kan op tal van manieren. In de gekozen thematiek komen de onderwerpen cultuur, gedrag en leiderschap sterk naar voren; Human Factor. Waar ligt de individuele bijdrage? Hoe kijkt men aan tegen PSA (Psychosociale arbeidsbelasting)? Onderschatten we de geestelijke gezondheid niet nog steeds te veel? Welke handelingen bestaan uit automatismen? En hoe reageren we op situaties die hiervan afwijken? Middels diverse operationele voorbeelden uit de industrie wordt duidelijk wat de toegevoegde waarde is van risicoanalyse”.
> Deelname. Iedereen die op zoek is naar toepasbare technologie en werkwijzen om productieprocessen efficiënter en veiliger te maken, is van harte welkom in Evenementenhal Gorinchem op 1, 2 en 3 december a.s. EasyFairs staat garant voor een vakinhoudelijke beurs, de NVDO verzorgt het inhoudelijke congresprogramma. <
Onderhoud op onze explosieveilige atex apparatuur wordt in vele situaties uitgevoerd onder tijdsdruk en in moeilijke omstandigheden. Veiligheid wordt hierdoor regelmatig uit het oog verloren: atex kasten worden zonder de juiste procedures geopend in atex omgevingen, en veiligheidsprocedures worden tijdelijk “vergeten”. Wat ons betreft een onacceptabele praktijk. Geen enkele concessie m.b.t. veiligheid! Het aspect veiligheid is ingebakken in onze cultuur. We zijn verheugd dat de beursorganisator een veilig platform inricht om in tijden van corona toch face-to-face gesprekken te kunnen voeren, om het belang van veilig werken met de nodige overtuiging te laten doordringen bij de markt. Dit voor de veiligheid van zowel de asset owners, als onze eigen medewerkers. We vertellen graag meer over onze visie tijdens de vakbeurzen Maintenance en Worksafe in Gorinchem. Ben Van Tichelen, ATHEX Industrial Suppliers
45
CORONA-PROOF <
Corona-proof aan het werk
Maatregelen rond het corona-virus eisen inmiddels al maanden onze aandacht op, zowel binnen de werksetting als privé. De aanpassingen die op de werkplek worden gedaan, leveren tegelijkertijd uitgelezen kansen op om ook andere veiligheids- en gezondheidsrisico’s op te pakken. Hoe doe je dat op een handige manier? Pak de RI&E en het plan van aanpak erbij om te kijken welke maatregelen nu mee kunnen worden genomen bij de ingezette veranderingen. Maak gebruik van de corona-protocollen om snel je RI&E up to date te krijgen. Leer van de manieren waarop de corona-maatregelen bekend worden gemaakt om in de toekomst ook aandacht voor andere onderwerpen te vragen.
> Never waste a good crisis. Corona-protocollen vliegen ons om de oren om ervoor te zorgen dat er op een veilige en gezonde manier kan worden gewerkt. Het is zeker nodig om na te denken over wie er wanneer en onder welke omstandigheden kunnen werken. Ondertussen is de aandacht voor andere veiligheids- en gezondheidsrisico’s daardoor wellicht wat op de achtergrond verdwenen, terwijl dit juist een goed moment is om de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het plan van aanpak erbij te pakken. Bepaalde risico’s en maatregelen zijn op dit moment misschien minder urgent geworden, bijvoorbeeld doordat er extra hygiënemaatregelen zijn genomen of doordat er niet of nauwelijks direct contact is met klanten. Andere aandachtspunten in het plan van aanpak
Napo heeft twee nieuwe videos gemaakt gerelateerd aan de corona-crisis: één over telewerken en één over het belang van handen wassen op het werk. Deze en andere Napo-filmpjes zijn te bekijken en te downloaden vanaf www.napofilm.net. Napo films zijn ideaal om de basisbeginselen van veiligheid en gezondheid op het werk op een aantrekkelijke en informele manier over te brengen. De films zijn niet bedoeld als diepgaande training over gezondheid en veiligheid op het werk, maar bieden een taal overstijgende en luchtige aanpak om de kennis over dit onderwerp te vergroten.
46 september 2020
kunnen wellicht gelijk worden meegenomen in de huidige aanpassingen die worden doorgevoerd. Als er schermen worden geplaatst als afscheiding met klanten, kan er bijvoorbeeld gelijk gekeken worden naar een permanente oplossing die ook bescherming biedt tegen agressie. En als er scheidingswanden in de kantoorruimtes worden geplaatst, kan er gekozen worden voor geluidsabsorberende opties, zodat die klachten over geluid ook meteen worden aangepakt. Laat dit soort mogelijkheden niet voorbij gaan. Kijk goed naar de aanpassingen die worden gedaan en maak gebruik van de mogelijkheden om verdergaande verbeteringen door te voeren.
> Wet- en regelgeving. De Inspectie SZW liet weten dat een corona-protocol geen juridische status heeft en dat de maatregelen om besmetting en verspreiding tegen te gaan moeten worden opgenomen in de RI&E. Gelukkig is er al veel informatie beschikbaar waarmee dit vrij eenvoudig kan worden geregeld. Een corona-protocol vormt een goede basis voor de RI&E. Kijk op www.rie.nl bij de branche-rie-instrumenten voor meer informatie. Tot slot heeft de SER een (uitgebreide) handreiking geschreven waarin adviezen worden gegeven voor maatregelen in specifieke situaties, variërend van ‘van thuis naar het werk’ en ‘tijdens het werk’ tot ‘rust- en lunchpauzes’ en ‘regels voor externen’.
> Thuiswerken. In de RI&E zullen dus de risico’s en maatregelen tegen besmetting en verspreiding van het corona-virus moeten worden opgenomen. Daarnaast is in veel bedrijven (deels) thuiswerken nieuw. Als er sprake is van thuiswerken (plaats onafhankelijk werken), moet dit ook worden opgenomen in de RI&E. Nu deze situatie zich langer voortzet en in sommige bedrijven zelfs een definitievere werkvorm wordt, is het tijd om de in allerijl opgetuigde thuiswerkplekken kritisch te bekijken en maatregelen te nemen om werknemers ook thuis een goede werkplek te bieden. De regels zijn minder strikt dan voor een werkplek op kantoor, maar een goede stoel en een los beeldscherm en toetsenbord zijn wel van belang als er meer dan twee uur achter elkaar thuis wordt gewerkt. De gratis checklist
Beter Achter je Schermen van TNO helpt je een heel eind op weg. De online tool begint met een goede inventarisatie en geeft direct tips voor verbeteringen.
> Voorlichting. Het op papier zetten en voorbereiden van maatregelen is één ding, maar als we iets hebben kunnen zien en persoonlijk hebben ondervonden met de corona-maatregelen, dan is het wel dat het nog niet zo gemakkelijk is om het gedrag te veranderen. Lukt het u altijd om netjes 1,5 meter afstand te houden? Een andere manier van werken, of het nu gaat om een corona-maatregel of om een andere manier van tillen, vraagt om een gedragsverandering. Terwijl de regels toch duidelijk zijn (iedereen weet wel dat er afstand moet worden gehouden), doen we niet altijd wat er gevraagd wordt. In de meeste gevallen is dat helemaal geen onwil; het kost gewoon ontzettend veel energie om bewust gedrag te veranderen en het uiteindelijk tot ‘het nieuwe normaal’ te maken. We moeten continu worden herinnerd aan het feit dat we afstand moeten houden. Zie ook www.monitorarbeid.nl/coronacrisis/bloggedrag. Voorlichting is ontzettend belangrijk voor een succesvol preventiebeleid. Alleen weten dat iets op een bepaalde manier wordt gedaan, is niet voldoende om het in de praktijk ook zo te laten zijn. We
kunnen veel leren van hoe dat is aangepakt voor de corona-maatregelen. Neem die voorbeelden mee voor de toekomst. Zorg ervoor dat medewerkers worden herinnerd aan de manier waarop er wordt gewerkt. Doe dat het liefst zo beeldend mogelijk, zodat het voor iedereen te begrijpen is en het niet nodig is om veel te gaan lezen. Maak posters met iconen, gebruik pijlen voor routemarkeringen en maak duidelijk welke plaatsen wel of niet mogen worden gebruikt. En blijf ‘persconferenties’ houden over de maatregelen om veilig en gezond te werken: oftewel breng de afspraken iedere keer via verschillende kanalen weer onder de aandacht. En om de medewerkers bij de les te laten blijven, zoek naar een ‘Irma’, in welke vorm dan ook, waardoor de aandacht niet verslapt en de beelden goed blijven hangen. <
‘Zoek naar een Irma’
Foto: NVDO
47
CONGRES <
HORIZON; Focus op Systeemintegratie Systeemintegratie is een proces van integratie tussen schakels en spelers in een waardeketen. Beheer en Onderhoud speelt daarin een cruciale rol. Systeemintegratie focust zich daarbij op het opstellen van gemeenschappelijke doelen, het identificeren van kritieke raakvlakken, organiseren van kennisdeling en synchroniseren van besluitvorming om zo het gemeenschappelijke doel te kunnen bereiken. Op deze manier wordt gezamenlijk optimalisatie nagestreefd binnen organisaties, afdelingen en tussen andere belanghebbenden.
48 september 2020
Vijf jaar geleden ging PUMA, het samenwerkingsverband van Boskalis en Van Oord met opdrachtgever Havenbedrijf Rotterdam, van start met de uitbreiding van de Rotterdamse haven. Vandaag is realisatie van 700 hectare nieuw bedrijventerrein, 11 kilometer zeewering, 3,5 kilometer kademuur, 24 kilometer wegen, 14 kilometer spoor en 560 hectare havenbassin een feit. Lessons Learned Maasvlakte II; diverse innovaties in de techniek (stenig duin, hergebruik blokkendam) en de contractering zijn succesvol toegepast. Het project is binnen tijd en budget gerealiseerd en diverse optimalisaties hebben geleid tot opbrengsten voor opdrachtgever, bouwers en de toekomstige beheerder. Ontwerp en uitvoering gingen hand in hand. Welke Horizon is gekozen en hoe kunnen we hiervan leren? Dat antwoord wordt gedeeld op 27 oktober a.s. tijdens het NVDO Suto Congres PrestatieManagement; HORIZON met focus op Systeemintegratie.
> Out of the box . Autocoureur Jan Lammers is sportief directeur van Dutch Grand Prix, de Formule 1-race die er tussen 1952 en 1985 dertig maal is verreden en nu terugkeert op het Circuit Zandvoort. Als analist voor de NOS-televisie, -radio en -podcast ziet hij het als zijn taak Formule 1-kijkers en luisteraars te helpen begrijpen wat ze zien en horen. Maar achter de Formule 1-race zit een enorm project met verschillende belangen en een batterij aan stakeholders. Lammers maakt het niet onnodig ingewikkeld; “Ambitie is de rode draad van het project, je begint met iets waarvan je niet zeker weet of het rendabel gaat zijn. Wat je wél zeker weet zijn de enorme kosten en workload die je op je neemt. Ook weet je dat er weerstand gaat zijn vanwege de perceptie dat Formule 1 autosport vervuilend is voor het milieu, terwijl het in feite een efficiency race is waarvan het leerproces enorme voordelen oplevert voor het dagelijkse wegverkeer”. Systeemintegratie is voor Lammers meer dan alleen systemen samen laten werken. “Samenwerken, kennis en krachten delen én verdelen(!) en je vooral op de kwaliteit van het proces focussen. Wanneer dat goed uitgevoerd wordt, zal het resultaat ook positief zijn. Te vaak ligt de focus op financieel gewin en dat gaat dan in veel gevallen ten koste van de kwaliteit van uitvoering”. Op 27 oktober a.s. is Lammers Keynote Speaker tijdens het Suto Congres. “Ik zou de zaal graag deelgenoot maken van ons enthou-
‘Bepaal je HORIZON, maar niet in beton gegoten’
Ton Klinkenberg, Operational Director bij Plukon Food Group, is ervan overtuigd dat hij op 27 oktober kan leren van de sprekers en mededeelnemers. “De Voedselindustrie is zich bewust hoe belangrijk voedselveiligheid is en welke rol de voedselindustrie daarin speelt. De Voedselindustrie voert een transparant beleid rondom voedselveiligheid vanuit drie pijlers: ketenbeheersing, structurele residucontrole en professionele bedrijfsvoering”. De Voedselindustrie hanteert de strengste normen om veilige, verse en gezonde producten te leveren. “Daarnaast ontwikkelt zij steeds nieuwe technieken voor o.a. teelt en verwerking om de normen steeds verder te kunnen onderschrijden”, zegt Klinkenberg. “De afdeling kwaliteit en milieu informeert, controleert en adviseert de teeltbedrijven en toeleveranciers dagelijks”. Structurele residucontroles Een actief residumonitoringsplan waarbij residuanalyses worden uitgevoerd door geaccrediteerde laboratoria, zowel bij diverse leveranciers als binnen het producerend bedrijf, waarborgt optimale veiligheid. Klinkenberg; “Aanvullend verplichten de bedrijven zich om hun vaste leveranciers/telers maandelijkse residuanalyses uit te voeren. Mochten uitkomsten van deze residuanalyses afwijken van die van de leverancier, verlangt men dat zij een Root Cause Analysis uitvoeren. Nieuwe leveranciers worden zeer frequent beoordeeld en bij gebleken geschiktheid wordt deze frequentie teruggebracht naar de standaardnorm uit het residumonitoringsplan (gebaseerd op richtlijn 2002/63/EG)”. “Asset Management op basis van life cycle management is hierin een essentieel onderdeel. Altijd aantoonbaar hebben dat het beheer en onderhoud jaarlijks plaatsvindt onder toezicht van de diverse certificaten en het NVWA overheidsorgaan”. Klinkenberg kijkt uit naar best practices als het gaat om Systeemintegratie en daarmee zijn dagelijkse praktijk te verrijken.
siasme en inspireren om ook uitdagende en boeiende projecten aan te gaan, het ouderwetse lef van het ondernemen op te pakken. Durf jezelf op de proef te stellen en uit te dagen. Wat vaak blinde passie lijkt, is een rotsvast geloof in jezelf. Durf te geloven dat je de antwoorden gaat vinden op de vragen die je nu nog hebt. Kortom; bepaal je HORIZON, maar niet in beton gegoten”. Lammers noemt dat Attitude above circumstances.
> LEAF. Leren is een Proces! LEAF is een onderzoeksmodel van Universiteit Twente en schept een kader voor het delen van ervaringen (lessons learned, aanbevelingen, incidentenonderzoek). Het model is bijvoorbeeld te gebruiken voor zowel expliciete en impliciete kennisdeling. Het framework bestaat uit vier hoofdthema’s. Vindbaarheid: Vindbaarheid van de source (bewustzijn van de juiste persoon over de gewenste kennis) en daarnaast Technologische vindbaarheid. Het tweede hoofdthema is Toepasbaarheid: Contextuele en complexe aspecten. Maar ook Aard van het systeem in kwestie (technisch, menselijk, organisatie en processen, e.d.). Het derde hoofdthema beschrijft de Leesbaarheid: Optimale manier van leren en Niveaus van abstractie. Omarmbaarheid is het vierde hoofdthema: Organisatorische aspecten en Psychologische/persoonlijke aspecten. >
49
SUTO PrestatieManagement Congres van de NVDO Suto en VAM (Vakblad Asset Management)
Veerensmederij
Amersfoort
27 oktober 2020
Bij projecten is het juist managen ervan een uitdaging. Een eindproduct is altijd samengesteld uit verschillende onderdelen en subsystemen die samen op een moment op de juiste manier foutloos moeten functioneren. Het managen daarvan is een uitdaging. Systeemintegratie kan hierbij helpen. Interactie, structuur en binnen budget zijn voor systeemintegratie geen geheim. Het levert transparantie in projecten om grip op het (ontwerp) proces te houden. Tijdens Suto PrestatieManagement krijg je praktische handvatten om met systeemintegratie aan de gang te gaan. Verrijk je kennis aan de hand van best practices, onderzoeken en praktijkervaringen uit andere branches. PROGRAMMA 10.30 uur
Opening door Ron Wever, Voorzitter NVDO Sectie Suto, gevolgd door Welkom door Laura van der Linde (Mainnovation) en Wilbert Wijns, Sutobestuur (NS)
Keynote Jan Lammers
Circuit Zandvoort; Empathy, inlevingsvermogen, kijk door de ogen van je partner, klant, collega. Wat zien zij, hoe denk je ze tevreden te kunnen stellen en waar doe je ze een onverwacht plezier mee. Mensen behandelen zoals je hoopt dat ze je jou behandelen, dit moet een way of life worden, zo worden 'dreamteams' samengesteld. Samenwerken, kennis en krachten delen én verdelen(!). Ook dat is integreren en zou je Horizon moeten zijn
Universiteit Twente Systeemintegratie met Merishna Ramtahalsing, "Vroegtijdig anticiperen op systeemintegratie, focus op kritische interfaces en contexten". En Lessons Learned door Jawar Abbas. Verbreed je Horizon door antwoorden te vinden op de vraag hoe we beter kunnen delen en leren van eerdere ervaringen Netwerklunch Praktijkcase
Lessons Learned Maasvlakte II. Diverse innovaties in de techniek (stenig duin, hergebruik blokkendam) en de contractering zijn succesvol
toegepast. Het project is binnen tijd en budget gerealiseerd en diverse optimalisaties hebben geleid tot opbrengsten voor opdrachtgever, bouwers en de toekomstige beheerder. Ontwerp en uitvoering gingen hand in hand. Welke Horizon is gekozen en hoe kunnen we hiervan leren? Universiteit Tilburg Stip op de Horizon; datacollectie rondom big data en de interactie met processen als sourcing met Wendy van der Valk, NEVI Professor Purchasing & Supply Chain Management
‘De output van het ene systeem is de input voor het volgende’
Netwerkpauze LEAF
Optimale kennisdeling in de nieuwbouw met LEAF; handvat om systeemintegratie te vergemakkelijken met Ron Wever (Schiphol) en Simon Jagers (Semiotic Labs)
Juduka Edith Bosch Is de succesvolste vrouwelijk judoka van Nederland. In haar imposante carrière behaalt Edith drie Olympische medailles. Zilver op de Spelen van Athene en Brons op de Spelen van Beijing en Londen. Daarnaast wint zij ook nog eens het televisieprogramma Expeditie Robinson. Ze had, heeft en houdt haar horizon; “Every challenge is a gift” 16.30 uur
Afsluitende netwerkborrel
www.nvdo.nl/kalender
> > Systeemintegratie vergemakkelijken. Simon Jagers (Semiotic Labs) en Ron Wever (Schiphol) geven aan de hand van LEAF een handvat om systeemintegratie te vergemakkelijken. Jagers zegt over systeemintegratie in een onderhoudsomgeving het volgende; “Systemen worden steeds slimmer in het omzetten van data in informatie. Die informatie, of output, vormt voor een volgend systeem weer de input. En uiteindelijk moet de data, via een omzetting in informatie, worden omgezet in de juiste actie. Een voorbeeld daarvan is het systeem voor het onderhoud van transportbanden: Een gespecialiseerde applicatie monitort de conditie en levert informatie over de toestand en de restlevensduur. Als er een lagerschade wordt gedetecteerd, wordt die informatie gedeeld met een planningssysteem, dat een onderhoudsmoment inplant en een werkvergunning aanvraagt. Een derde systeem bekijkt of de betreffende lagers op voorraad liggen en bestelt deze zo nodig. Bij al deze stappen is systeemintegratie essentieel: De output van het ene
50 september 2020
systeem is de input voor het volgende. Samen vormen deze geïntegreerde applicaties een overkoepelend onderhoudssysteem, dat de krachtigste computer, het menselijke brein, moet helpen om efficiënter te werken en betere beslissingen te nemen”.
> Doe mee. Bij projecten is het juist managen ervan een uitdaging. Een eindproduct is altijd samengesteld uit verschillende onderdelen en subsystemen die samen op een moment op de juiste manier foutloos moeten functioneren. Het managen daarvan is een uitdaging. Systeemintegratie kan hierbij helpen. Interactie, structuur en binnen budget zijn voor systeemintegratie geen geheim. Het levert transparantie in projecten om grip op het (ontwerp)proces te houden. Tijdens Suto PrestatieManagement krijg je praktische handvatten om met systeemintegratie aan de gang te gaan. Niet alleen maar luisteren en leren, maar actieve deelname en hoge mate van interactie zijn belangrijke onderdelen van het programma. <
ONDERHOUD <
Is deze stof écht nodig voor de productie? Naar schatting worden vijf- tot tienduizend mensen per jaar ziek door kankerverwekkende stoffen, omdat ze op hun werk aan kankerverwekkende stoffen zijn blootgesteld. Denk aan stoffen in lijm of verf, of producten zoals cytostatica (die in geneesmiddelen worden verwerkt). Jeroen Terwoert, specialist arbeidshygiëne bij de Inspectie SZW; “Volgens de wet is het verplicht om deze stoffen te vervangen, als dat tenminste technisch uitvoerbaar is. Op z’n minst zijn bedrijven verplicht om actief te zoeken naar vervanging”. Dat cijfer moet omlaag: de overheid wil dat bedrijven actief zoeken naar mogelijkheden om deze stoffen te vervangen. Als hulp hierbij bracht de Inspectie SZW de “Handreiking Vervangingsverplichting kankerverwekkende stoffen” uit.
prestaties van het product? Is er een andere (niet toxische) stof die dezelfde functie kan vervullen? Als vervanging nog niet mogelijk blijkt, kan de werkgever een Plan van Aanpak maken”.
> Het stappenplan. Maar wat betekent dit alles in de praktijk
> Inspanningen laten zien. En wat als blijkt dat vervanging écht niet mogelijk is? “Dan kan de werkgever, na het doorlopen van het stappenplan, een goed onderbouwd antwoord geven op de vraag waaróm dit zo is. Ook kan hij hiermee laten zien welke inspanningen hij al deed om te trachten tot vervanging te komen”. Tijdens een inspectie zal de inspecteur van de Inspectie SZW altijd nagaan of de werkgever actief heeft onderzocht of vervanging mogelijk is. Het resultaat van de inspanningen moet schriftelijk zijn vastgelegd in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). En ook de inspecteur zal hierbij de vragen uit de Handreiking gebruiken om tot een oordeel te komen. <
voor bedrijven? En hoe ver reikt de verplichting? De handreiking heeft de vorm van een stappenplan, met daarin een aantal vragen die een werkgever zich achtereenvolgens zou moeten stellen. Bij elke stap staat een aantal subvragen, met bijbehorende suggesties en links naar meer informatie.
> Hoe produceert het bedrijf? Afhankelijk van de soort stof die een bedrijf produceert, staan er drie verschillende stappenplannen in de handreiking. Terwoert; “Het kan gaan om een bedrijf dat de stof als eindproduct (of een onderdeel daarvan) produceert. Denk bijvoorbeeld aan vinylchloride, een grondstof voor PVC-kunststof. Of het gaat om een stof die het bedrijf als processtof of hulpstof gebruikt, zoals verf, lijm of reinigingsmiddelen. Tenslotte zijn er bedrijven die iets produceren waarbij in het proces onbedoeld kankerverwekkende stoffen vrijkomen (een ‘proces-emissie’), zoals dieselmotoremissie die vrijkomt bij het gebruik van bouwmachines”.
Foto: NVDO
> Out-of-the-box-denken. “De handreiking helpt de werkgever om op een gestructureerde manier na te denken over de mogelijkheden van vervanging en om hierbij ook out-of-the-box te denken”, vertelt Terwoert. “Je kunt namelijk verder kijken dan alleen het vervangen van ‘stofje A’ door ‘stofje B’. Misschien is er wel een heel ander proces mogelijk, of is een stap in het proces zelfs overbodig”. Voorbeelden hiervan zijn buizen die je met een kliksysteem aan elkaar zet, zodat werknemers niet hoeven te lassen of lijmen. Of het verpakken, het opslaan en vervoeren van metaalproducten in een folie, zodat het gebruik van schadelijke ontvettingsmiddelen niet langer nodig is.
> Plan van aanpak. Het stappenplan leidt de werkgever langs alle mogelijkheden. Terwoert; “Eerst kijkt de werkgever naar de functie van het product, bijvoorbeeld het beschermen van een staalconstructie tegen roest. Vervolgens kijkt hij naar de functie van de stof in het product en de chemische eigenschappen die de stof daarvoor moet hebben, bijvoorbeeld ‘vluchtigheid’ of ‘oplossend vermogen’. Hij stelt zichzelf de vraag: is deze eigenschap écht nodig voor de
‘Hoe ver reikt de verplichting voor bedrijven’ 51
TECHNIEK <
Marten Mosch en Corine Hoogenbosch Foto: Waternet
De laatste man staat centraal bij Waternet Ontploffingsgevaar, hoogspanning, graafwerkzaamheden, werken op hoogte en in besloten ruimtes; de (onderhouds)activiteiten van watercyclusbedrijf Waternet kennen de nodige risico’s. “Je wilt dat iedereen met plezier naar het werk gaat en ’s avonds weer heelhuids naar huis gaat. Veiligheid is daarom een randvoorwaarde en geen kostenpost”, zegt Corine Hoogenbosch. Het grootste risico bij Waternet zit ‘m in de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). In een RWZI wordt zuiveringsslib omgezet in methaan, een giftig en explosief gas. Marten Mosch, afdelingshoofd Zuiveringsbeheer: “Dat gaat zo ver dat je met bepaalde typen telefoons niet in de installatie mag komen. Ook H2S is heel gevaarlijk, juist als je het niet meer ruikt, is het dodelijk”.
> Digitale hulpmiddelen. “We sturen dan ook heel erg op veiligheidsbewustzijn”, zegt Hoogenbosch, afdelingshoofd Onderhouden Technische Installaties. “De centrale vraag is: hoe kan je de medewerkers optimaal ondersteunen met data en digitale hulpmiddelen om zo veilig mogelijk te kunnen werken. Dat doen we door het uniformeren
52 september 2020
van processen en door die optimaal digitaal en real-time te ondersteunen. Daar zit een grote uitdaging: hoe bied je de meest recente informatie, met zo min mogelijk administratieve last”.
> De hele waterkringloop. Waternet is het enige waterbedrijf in Nederland dat zorgt voor de hele watercyclus. Het doet dat namens Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Amsterdam. Van schoon en veilig drinkwater tot het zuiveren en afvoeren van afvalwater, het onderhouden van dijken, het schoonhouden van de grachten en het regelen van de grondwaterstanden. Logischerwijze levert dat ook een divers en veelomvattend takenpakket op voor de onderhoudsafdeling. Hoogenbosch; “We zijn in Nederland uniek
daarin en wij zoeken dan ook de synergie op in al die waterbeheersingsactiviteiten. We gebruiken bijvoorbeeld inspectierobots voor het inspecteren van rioolbuizen. Dezelfde technologie en kennis willen we ook inzetten in waterleidingen. Zo proberen we steeds meer de synergie te zoeken”. Circa zeshonderd medewerkers houden zich bezig met onderhoudswerk. Ruim de helft van de werkzaamheden wordt uitbesteed.
> Gastheer. Mosch is verantwoordelijk voor de bediening van alle afvalwaterzuiveringen en de rioolgemalen. “Vanuit het oogpunt van veiligheid zorgen wij voor het uit bedrijf nemen en het veilig stellen voordat we een asset overdragen aan de onderhoudsafdeling of de projectenafdeling, zodat zij veilig kunnen werken. Wij hebben immers de kennis van de systemen en de omgeving. Wij zijn als het ware de gastheer van de onderhouds- en de projectenmensen”. Er wordt veel over veiligheid gesproken binnen Waternet, vertelt Mosch. “Er zijn veel verschillen tussen mensen en locaties. Dat leidt weleens tot onenigheid, maar dat komt voort uit betrokkenheid. Het leeft echt wel”. Hoogenbosch; “Discussie is een teken van veiligheidsbewustzijn. We zien nu dat het over de verschillende disciplines meer naar elkaar toegroeit sinds we ruim 2,5 jaar geleden de transitie zijn begonnen naar integraal Asset Management”.
> Digitaliseren. Een van de strategische beleidsthema’s van Waternet is Gezond en veilig werken. Daarbinnen is Mosch ‘thematrekker’ Veiligheid. Het digitaliseren van informatie is een manier om het veiligheidsniveau te verhogen en is daarom een van de speerpunten, vertelt Mosch. “Een operator en monteur hebben heel veel kennis nodig; van de technische staat van de asset, van de voorwaarden uit de werkvergunning, van de veiligheidsregels en van andere belangrijke actuele informatie. Digitalisering kan hier helpen doordat je informatie over risico’s en procedures sneller en beter toegankelijk maakt, omdat de uitvoerende op zijn smartphone of tablet de meest actuele informatie ontvangt”. > Vakmanschap verdwijnt. Hoogenbosch; “Veel gebeurt nu nog op basis van vakmanschap en de kennis die in de hoofden van mensen zit. Dat betekent dat iedereen het op zijn eigen manier invult, maar ook dat je mogelijk over oude informatie beschikt. Daarbij komt de grote uitstroom van oudere medewerkers waardoor veel van dat vakmanschap en die kennis de komende tijd verloren gaat. Door de digitalisering van de informatie kunnen we nieuwe medewerkers sneller en veiliger aan de slag laten gaan, is het idee. Een onveilige situ-
atie melden kan straks ook direct ‘op’ de asset, zodat een monteur die erheen gaat die melding in real time op zijn tablet ziet. Zo brengen we samen de veiligheid naar een hoger niveau.” Mosch; “Het digitaliseren van informatie zal ook het werken in ATEX-zones en besloten ruimtes makkelijker maken, belangrijke informatie wordt namelijk gekoppeld aan de betreffende asset”.
> Blokonderhoud. De centrale onderhoudsorganisatie werkt over de verschillende Waternet-disciplines heen. Idealiter zijn (veiligheids) procedures overal in de organisatie hetzelfde. Hoogenbosch; “We werken steeds meer met zogenoemd blokonderhoud, waarbij we in een korte periode met een multidisciplinair team meerdere activiteiten uitvoeren. In die setting is het eenvoudiger om een toezichthouder Veiligheid aan te stellen die tijdens het werk alleen op dat aspect focust. Het zorgt voor een hoger veiligheidsbewustzijn op de werkplek”. Waternet stimuleert al jaren dat medewerkers onveilige situaties melden en het aantal meldingen van onveilige situaties is daardoor enorm gestegen. “Je ziet wel dat het fluctueert, afhankelijk van de systematiek die je gebruikt. We hebben een systeem waarbij de monteur een onveilige situatie fotografeert en de foto direct kan uploaden. Toen dat even niet werkte, zagen we direct een daling in het aantal meldingen. De melding later op kantoor alsnog doen, is blijkbaar te veel moeite. Je moet het dus faciliteren én je moet zorgen voor een terugkoppeling op de melding. Dat is heel belangrijk”. > Werkbaar. De KAM-afdeling (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) van Waternet adviseert gevraagd en ongevraagd over veiligheid en voert audits uit. Mosch; “We sparren veel, maar de operationele afdelingen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkvloer.” Hoogenbosch; “KAM nam in het begin van de coronacrisis het voortouw om het beleid van de overheid te vertalen naar een Waternet-strategie en -aanpak. Vervolgens werd dat in de lijnorganisaties getoetst op werkbaarheid. De feedback die dat opleverde werd verwerkt en daarna volgde pas implementatie. Die aanpak, van beleid naar strategie, het kalibreren en vervolgens uitvoeren heeft goed gewerkt en dat gaan we zeker vaker doen. Werkt de theorie in de praktijk? Waar zitten de afleiders zoals onvoldoende kennis, te weinig tijd, geen of slechte middelen en sociale druk? Het moet voor de medewerker werkbaar zijn”. Mosch; “We leggen het eigenaarschap meer bij de teamleaders neer en we zorgen voor goede gedragen normen en beheersmaatregelen. Tot pakweg tien jaar terug was het beleid en strategie meer een eenrichtingsverkeer vanuit KAM, nu is er veel meer > afstemming over de procedures met de werkvloer”.
‘Het digitaliseren van informatie zal ook het werken in ATEX-zones en besloten ruimtes makkelijker maken’ 53
> > Laatste persoon centraal. Hoogenbosch; “Waternet werkt vanuit uniforme Asset Management-procedures aan excellent beheer van de watercyclus. Je doet Asset Management om op het juiste moment het juiste ding te doen. Wanneer komt veiligheid daarin aan de orde? Want veiligheid kost alleen maar inzet en tijd, is de aanname. Wij zien dat anders: veiligheid is een randvoorwaarde voor goed Asset Management”. Mosch; “We zetten de laatste persoon in de keten centraal; weet hij de regels en de normen? Met welke afleiders, zoals tijdsdruk, heeft hij te maken? Dat betekent dat we zorgen voor een goede werkvoorbereiding, een goede tooling op lokaal niveau en duidelijkheid over de normen; wat is wel en niet acceptabel. Daar komt leren van incidenten nog bij”. Elke dag begint bij Waternet met een ‘dagstart’, waarbij alle werkzaamheden worden doorgenomen. Hoogenbosch; “Is alles voorbereid en met welke uitdagingen hebben we
‘Veiligheid is een randvoorwaarde voor goed Asset Management’
Foto: Eric Martin Photography
54 september 2020
te maken. Wat staat er op de rol, welke storingen zijn er bijgekomen, welke uitzonderingen zijn er ten opzichte van de planning, waarom is er een uitzondering. Het is een doorlopende Plan-Do-Check-Act-cyclus”.
> Leren. Digitalisering is niet alleen vanwege de veiligheid belangrijk. Hoogenbosch; “We staan voor een enorme opgave in het onderhoud. Een kwart van de ervaren technici stroomt zoals gezegd de komende jaren uit. Hoe ga je die vervangen? In dat licht hebben we een bredere digitaliserings- en efficiency-opgave. Digitale hulpmiddelen kunnen een monteur in het veld ondersteunen. Die opgave is één van de redenen waarom we lid zijn geworden van World Class Maintenance: om te leren van andere asset owners en onderhoudspartijen en om onze strategie, missie en visie te kunnen spiegelen. Ook is het een manier om onze eigen innovaties te kunnen laten groeien”. Samenwerken en van elkaar leren gebeurt sowieso al, vertelt Mosch. “Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de operator en monteur, dus bij het onderhoud en bij de bedrijfsvoerder; daar begint het. We hebben ook wel bij anderen gespiekt. De werkvergunningensystematiek komt bijvoorbeeld uit de petrochemie. En we zijn aangesloten bij het arbo-portaal van de waterschappen, waarin we kennis delen over risico’s en maatregelen”. Het gaat erom (herhaalt Hoogenbosch) dat je de ‘laatste man centraal stelt’ en die ondersteunt met goede tooling en digitale hulpmiddelen. “Tegelijkertijd is het voor de organisatie belangrijk dat de hoogst verantwoordelijke, de directeur dus, als eerste man en vlaggendrager op het gebied van veiligheid, het veiligheidsbewustzijn uitdraagt en stimuleert. Gelukkig hebben wij een directeur die heel erg betrokken is en dat ook doet”. <
VEILIG WERKEN <
Redden van
personen
een vak apart! Wanneer de omstandigheden vragen dat een besloten ruimte moet worden betreden, dan moeten er maatregelen worden getroffen, zoals omschreven in artikel 3.5g, tweede en vierde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Er wordt voorgeschreven dat de werknemer permanent geobserveerd dient te worden. Bij het werken in bedoelde ruimte moet dus een persoon buiten de ruimte aanwezig die meteen kan optreden wanneer de gevaren zich daadwerkelijk voordoen. Rado Cerovski, ITRA Instructor en Assesor van RESQ Industry & Outdoor uit Rotterdam zegt dat de competenties en vaardigheden voor iemand die op een adequate manier kan optreden, nergens in steen staan gebeiteld. “Binnen de Europese Unie is er een project geweest; European Union Special Rescue (EUSR), waarin een richtlijn is gegeven dat iemand die volgens zijn taakomschrijving belast is met het redden van personen, minimaal 80 uur relevante training heeft ontvangen. Feitelijk betekent dit dat alleen overheidsinstanties met een reddingsteam, zoals brandweer en politie, dergelijke werkzaamheden mogen uitvoeren”.
> Alternatief. Omdat het praktisch nauwelijks uitvoerbaar blijkt om bij alle werkzaamheden in een besloten ruimte, een reddingsteam van de brandweer of politie aanwezig te hebben, wordt nagenoeg altijd een zogenaamd standby rescue team ingezet. Cerovski; “Doordat de werkgever en de eigenaar van de besloten ruimte verantwoordelijk zijn voor noodmaatregelen, taken en verantwoordelijkheden, worden alle risico’s vooraf in kaart gebracht. Hierna wordt een RI&E opgesteld, waar vanuit een reddingsplan wordt bepaald. In dit reddingsplan zijn de teamsamenstelling, equipment en aanpak bij alle mogelijke calamiteiten opgenomen”. Het doel hierbij is dat het slachtoffer op een veilige manier uit de besloten ruimte wordt gehaald en, volgens de richtlijnen van de BHV-organisatie, bereikbaar is voor de hulpdiensten. > Complex, maar wel op te lossen. “Er zijn commerciële partijen die dergelijke diensten aanbieden, maar door het gebrek aan kennis bij de asset owner, kan het voorkomen dat de verkeerde maatregelen worden getroffen. Dit is overigens niet bewust, maar
‘Complexiteit van de interpretatie van het Arbeidsomstandighedenbesluit’ ligt in de complexiteit van de interpretatie van het Arbeidsomstandighedenbesluit”, aldus Cerovski. “Vaak wordt aangenomen dat een brandwacht, of een mangatwacht een adequate mitigerende maatregel is. Echter, wanneer we kijken naar de bevoegdheden en de mate van het gevolgde onderricht, dan zien we vaak dat het takenpakket voor deze medewerkers te breed is. Wanneer zich een incident voordoet, waarbij sprake is van persoonlijke of materiële schade, dan is het aannemelijk dat de werkgever en/of eigenaar van het object aansprakelijk wordt gesteld omdat de genomen maatregelen niet toereikend waren”. De oplossing lijkt hier dan ook te liggen in aantoonbare vaardigheden, bovenop de aantoonbare competentie. “Om communicatief vaardig te zijn (competentie), heeft iemand communicatieve vaardigheden nodig. Denk aan vaardigheden zoals luisteren, samenvatten en doorvragen. Als je in staat bent goed naar iemand te luisteren, ben je in staat om te begrijpen wat hij of zij echt bedoelt. Hetzelfde geldt voor deelname aan een (standby) rescueteam. Om die reden is dus altijd aan te raden om gebruik te maken van een team waarvan de leden hun competentie en vaardigheid hebben aangetoond met betrekking tot de benodigde technieken. Een aanvullende 80 uur durende onafhankelijke ITRA (International Technical Rescue Association) training geeft de eigenaar van het object dan voldoende zekerheid over de competentie en vaardigheden van het reddingsteam”. < 55
CursusKalender 1 oktober; Asset Data Management Doel
Resultaten voor deelnemers aan de training "Asset Data Management”: • Inzicht in en bewustzijn van ADM in projecten en technisch beheer • Herkennen van valkuilen op het gebied van informatiemanagement • Waarde van informatie voor optimaliseren van Beheer en Onderhoud • Inzicht in functie van informatiemanagement in de verschillende fasen van de Asset Life Cycle • Tips & tricks voor slim ADM
Onderwerpen
In deze training met uitgebreide praktijkvoorbeelden en actieve opdrachten, worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld:
• Functie van informatiemanagement in alle fasen van de Asset Life Cycle • Positie van ADM in Asset Management • ADM in projecten versus beheer • Informatie vastleggen, delen en beheren • Tools voor het verzamelen van informatie • Onderhoudsinformatiesystemen • Document control in projecten • Master dataverwerking voor reservedelen • Informatie voor FMECA en onderhoudsplannen • Analyseren van informatie om te komen tot predictive maintenance • ADM best practices
Start 7 oktober; Leergang Asset Management Na het volgen van de leergang is de cursist in staat om antwoord te geven op de volgende vragen: • wat is Asset Management: gedachtengoed, de methodiek en principes • welke plaats en positie neemt Asset Management in binnen de organisatie • hoe wordt risicomanagement toegepast binnen de methodiek van Asset Management • hoe kunnen ontwerpbeslissingen onderbouwd worden op basis van een Life Cycle Cost benadering • hoe wordt wet- en regelgeving in het bedrijfsbeleid geborgd • hoe kunnen bedrijfsprocessen worden gestroomlijnd, systeemeffectiviteit worden verhoogd en totale kosten over de levensduur worden geoptimaliseerd • hoe bereik ik de optimale kosteneffectiviteit van de assets over de levensduur • hoe ontwikkel ik de meest doelmatige uitbestedingsstrategie, hoe voer ik regie over de markt • hoe worden mijn directie en ik zich bewust van de meerwaarde van Asset Management
56 september 2020
• hoe kan ik de methodiek en principes van Asset Management effectief binnen de keten van mijn organisatie uitdragen en communiceren • hoe kan ik bijdragen in het realiseren van een optimale samenwerking tussen alle partijen in de keten • hoe kan ik de normstandaard ISO 55000 als hulpmiddel toepassen in het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen
Onderwerpen
Het 7-daagse programma bestaat uit drie modules van elk twee aaneengesloten dagen en een round up dag. Technisch bedrijfskundige onderwerpen worden afgewisseld met onderwerpen ter versterking van de sociale aspecten, die een belangrijke rol spelen bij de implementatie en borging van Asset Management binnen de organisatie. De leergang is vanuit het “action learning” principe opgezet, de onderwezen theorie wordt met oefeningen en praktijkcases ondersteund. Resultaat van deze opdracht vormt aan het eind van de leergang een leidraad die kan fungeren voor invoering en borging van Asset Management binnen uw eigen bedrijf.
8, 9 oktober; Uitbesteden van Onderhoud Na het volgen van de tweedaagse cursus Uitbesteden van Onderhoud, is de cursist in staat om het proces van contractmanagement in te richten en te beheersen. Concreet leert de cursist wat contractmanagement inhoudt, welke typen onderhoudscontracten mogelijk zijn en hoe deze strategisch toegepast kunnen worden. Daarnaast leert de cursist onderhoudscontracten opstellen, borgen, bewaken en evalueren. Tot slot worden de concepten Life Cycle Costing en Total Cost of Ownership behandeld als uitgangspunten voor investeringsbeslissingen.
Onderwerpen
Algemeen; contractmanagement, Proces van uitbesteden: Inventariseren, specificeren, selecteren, contracteren, borgen, uitvoeren/begeleiden, bewaken en evalueren Strategie; Type onderhoudscontracten: raamovereenkomst, prestatie, all-in, preventief en correctief. Kennismanagement,
Contracteigenaar, contractbeheerder, budgethouder en vaststellen OEM afhankelijkheid (risico analyse) Opstellen contracten; Standaard Service Overeenkomst, Aansprakelijkheid en overige inkoopvoorwaarden, Service afspraken specificeren, zoals: werkafspraken, responsetijden, onderdelen, beschikbaarheid, validatie, conditiemetingen, etc. Leverancierselectie; Aanbesteding, Kostenbenchmarking, Contractevaluatie Controle en Grip; Contractbeheersysteem, Borgen onderhoudscontracten; koppelen objecten, vastleggen serviceafspraken, Drie-weg matching onderhoudscontract, order, servicebon en factuur. Op welke wijze kan een organisatie grip en inzicht krijgen op de totale omvang van onderhoudscontracten en de samenhangende kosten?
27, 28, 29 oktober; Werkvoorbereiding en Planning Deelnemers krijgen inzicht in de toegevoegde waarde van de rol van werkvoorbereider/planner voor het onderhoudsproces. De complexiteit wordt in kleinere stukken omgezet naar een gestructureerde werkwijze. Hiermee wordt het mogelijk om een persoonlijk stappenplan op te stellen om het geleerde direct in de dagelijkse praktijk toe te passen! Dag 1 Proces en werkwijze (Introductie en verwachtingen. Introductie onderhoudsproces met de belangrijke begrippen De rol van werkvoorbereider/planner. Werkzaamheden van de werkvoorbereider/planner Case: Werkvoorraad Werkvoorbereiding; Het begint bij de werkaanvraag Dag 2 Voorbereiden van een werkorder; Beginnen met de werkvoorbereiding, De opbouw van een werkorder Case: Opstellen van een werkplan; Het detailleren van de werkorder en werkvoorbereiding en kosten Case: Detailleren werkplan in uw praktijk; Zelf doen of uitbesteden van werk en feedback, standaardisatie en terugkerend werk
Dag 3 Plannen van werk; Werkvoorbereiding afsluiten, Inplannen van werkzaamheden en coördinatie. Een weekplan / dagplan opstellen Case: Gezamenlijk: vullen van de week • Communicatie en overleggen • Omgaan met veranderingen • Ondersteunende systemen En nu in de Praktijk; Een stappenplan
NVDO MAINTENANCE ACADEMY HOUDT REKENING MET HET “NIEUWE NORMAAL” en houdt ten minste 1,5 meter afstand tussen cursisten en docent tijdens de lessen en in de pauzes! 57
Smeertechnisch Onderhoud, een professioneel specialisme Huidige situatie Op de productieafdeling van een grote bierbrouwerij werken diverse storing/onderhoudsmonteurs die tevens een groot deel van het smeertechnisch onderhoud uitvoeren. Dan doen deze professionals naar beste kunnen. Het blijkt echter, dat er met regelmaat lagers stuk lopen en dit veroorzaakt ongewenste stilstanden en dus hoge kosten en leverantieproblemen op.
De oplossing Daarom is een inventarisatie gemaakt van de pijnpunten. Daarbij is ook gekeken naar welke kennis, opleiding en ervaring de professionals al hebben. Daaruit kwam een verbeterplan. Wat ging er namelijk mis; men had geen ervaring met smering en welke signalen er door het smeermiddel worden afgegeven. Door het ontbreken van deze specifieke kennis en ervaring zijn ze diverse malen verrast door ongewenste stilstanden die meerdere dagen duurden. Ook over het monteren en demonteren en de diverse type lagers die toegepast worden, was de kennis niet voldoende aanwezig. Het plan was de mensen kennis bij te brengen over de lagers en hoe men daarmee om moet gaan. De diverse smeermiddelen te behandelen en hoe deze toegepast worden en faal gedrag in een vroeg stadium leren herkennen. De mensen zowel theoretisch als praktisch opleiden en begeleiden. Op basis van het verbeterplan zijn de professionals getraind. Inhoudelijk zijn de diverse lagers die zijn gebruikt behandeld en wanneer ze toegepast en gemonteerd moeten worden. Hoe je faalgedrag van lagers kunt herkennen en voorkomen. Ook de theorie van smering (o.a. waarom je dit doet en wat het oplevert en wanneer pas je welk smeermiddel toe en waarom, welke hulpmiddelen gebruik je en hoe smeer je efficiënt, e.d.) is duidelijk aan bod gekomen in een aantal sessies.
30 oktober; Smeertechnisch Onderhoud, een professioneel specialisme Het uitvoeren van professioneel smeertechnisch onderhoud is een specialisme en vereist specifieke kennis. Om productieprocessen te optimaliseren is goed smeertechnisch onderhoud en het delen van smeertechnische kennis uiterst belangrijk. De betrouwbaarheid, continuïteit en levensduur van assets neemt daarmee toe, wat resulteert in: • minder energieverbruik en minder smeermiddelenverbruik • minder storingen en stilstand • minder kosten en hoge(re) productiviteit • een hogere machinebeschikbaarheid Onderwerpen In deze training met uitgebreide praktijkvoorbeelden en interactieve opdrachten, worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld: • Voorkomen besmettingen van het eindproduct • Opslag, afvoer en productdocumenten (milieuvriendelijkere smeermiddelen) • Rol van smeertechnisch onderhoud binnen kwaliteitssystemen zoals 5S/TPM, BRC, IFS, VCA, ISO of HACCP • Onderhoud, smeerschema’s en smeersystemen • Risicovolle smeerpunten / Automatische smeersystemen / Advies en gebruik van de smeermiddelen en hulpmiddelen • Praktijkcases
Resultaat Nu in de praktijk zie je een grote daling van lagerfalen en dat men met kennis en kunde het smeren hebben opgepakt. De machinebetrouwbaarheid is bovendien sterk verbeterd waardoor onverwachte
interventies niet meer aan de orde zijn. Hierdoor is er boven op de kostenbesparing ook nog meer productie, dat zorgt natuurlijk ook nog voor extra winst. <
Foto: NVDO 58 september 2020
KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN. • Wat is Asset Management? • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie waarde creëren? • Wat is de rol van onderhoud binnen het Asset Management? • Wat is Predictive Maintenance en hoe geef ik dit vorm?
DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BRE GEN NG IN DE BACHEL EN WERKTUIGBOU OR WKUNDE DEELTIJD.
INFORMEER!
EXTRA START 020 SEPTEMBER 2 OLOGIE ECHN ONDERHOUDST EEN. IN HOOGEV
WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. Aan de hand van kaders gesteld door het Institute of Asset Management (IAM) en de European Federation of National Maintenance Societies (EFNMS) zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Maintenance Management bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) • Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) • Post-HBO Onderhoud en Asset Management • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management
INFORMEER!
Start 30 september 2020 Start 1 oktober 2020 Start 8 oktober 2020 Start september 2020
Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.
ER VALT NOG GENOEG TE LEREN
HET EAM TRENDRAPPORT 2020 Benieuwd hoe u als asset/maintenance manager succesvol blijft in een toekomst vol verandering en automatisering? Maak dan kennis met ons uitgebreide Enterprise Asset Management (EAM) Trendrapport 2020. Een veelomvattende publicatie gebaseerd op de belangrijkste EAM thema’s en trends. Kom meer te weten over uptime, kostenbeheersing, levensduur van assets, veiligheid en kennis & technologie. Nieuwsgierig naar de resultaten? Download het rapport dan nu geheel kosteloos. Bezoek www.ultimo.com/trendrapport of scan de QR-code.
Live-link your assets and facilities.