Vakblad Asset Management



![]()



In een dynamische branche groeit de vraag naar goed opgeleide vakmensen die innovatief durven te zijn. Hogeschool Utrecht biedt werkende professionals uitgebreide mogelijkheden om hun kennis en vaardigheden te verbreden met verschillende opleidingen in onder andere Materiaalkunde, Inspectie, Onderhoud en Projectmanagement.
Onze opleidingen, variërend van mbo-plus, hbo, post-hbo tot masterniveau, bieden actuele kennis die direct toepasbaar is in jouw werk. Bovendien kunnen al onze opleidingen op maat in-company verzorgd worden.
VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland.
Tijdens een bezoek aan de Rémy Martin-branderij in Cognac vertelde de keldermeester dat hij de cognac die hij vandaag maakt waarschijnlijk nooit zelf zal drinken. Die rijpt langer dan zijn carrière duurt. Tijd werkt nu eenmaal anders in industrie en ambacht. Sommige installaties zijn ouder dan de meeste mensen die eraan werken. Dat zegt iets over tijd, maar vooral over Onderhoud. Kijk maar naar Shell Pernis: meer dan een eeuw oud en nog steeds in bedrijf. Met het verschil dat een raffinaderij, in tegenstelling tot cognac, niet beter wordt van rustig laten liggen.
Concept en grafische vormgeving
Elma Media B.V.
Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00
www.elma.nl
Art Director
Kim Speleman
Martijn van der Wielen
Hoofdredacteur
Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO
VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud
Lange Schaft 7G 3991 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl
Auteurs
Pieter Pulleman (Rockwool Roermond en Sneller
Betononderzoek)
Ian van den Brink, NVDO (Ontmoet en Raad van de Toekomst)
Begin twintigste eeuw was een raffinaderij in essentie niet veel meer dan een grote kookpot voor ruwe olie. Destilleren, aftappen en klaar. Lampolie erin, benzine eruit en iedereen tevreden. Onderhoud was overzichtelijk, materialen simpel en stilstand werd opgelost met een hamer, gezond verstand en een paar sterke verhalen. Dat romantische beeld klopt natuurlijk al lang niet meer, maar het verklaart wel waar we vandaan komen.
Naarmate de vraag groeide en de producten complexer werden, veranderde de raffinaderij in een technisch ecosysteem. Extra processtappen, hogere drukken, hogere temperaturen en steeds exotischere materialen. Van eenvoudige staalsoorten naar roestvast staal, legeringen en speciale coatings. Elke uitbreiding bracht nieuwe onderhoudsvraagstukken met zich mee en elke efficiëntieslag maakte het geheel net wat meer complex. Tijd werd letterlijk een kritische factor, niet alleen in productie, maar ook in levensduur, inspectie en planning.

Ideo (Tijd benutten in plaats van besparen)
Laura van der Linde, Mainnovation (rubriek Asset Management)
Fanny Spikman (Metselen met bacteriën)
iTanks (Interview)
Evi Husson (grootste waterveiligheidsoperatie)
Haskoning (rubriek Inspire)
Ellen den Broeder-Ooijevaar (alle overige artikelen )
Druk
Elma Media B.V.
Advertentie-exploitatie
Elma Media B.V.
Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl
Wat ik fascinerend vind, is dat diezelfde raffinaderij zichzelf telkens opnieuw heeft uitgevonden. Niet door alles af te breken, maar door slim te blijven aanpassen. Een nieuwe unit hier, een upgrade daar, processen die worden gekoppeld, ontkoppeld en opnieuw geoptimaliseerd. Onderhoud veranderde van repareren naar voorspellen. Van reageren naar voorkomen. En ja, dat vraagt meer sensoren, meer data en meer overleg. Soms zelfs zoveel overleg dat je bijna zou vergeten dat er ook nog een installatie staat die onderhouden moet worden.
Tegelijkertijd zie je hoe tijd ook genadeloos is. Installaties die ooit state-of-the-art waren, voldoen ineens niet meer aan milieueisen of energienormen. Wat gisteren efficiënt was, is vandaag een probleem en morgen een kostenpost. Dat vraagt lef om te investeren en eerlijk te erkennen dat niet alles eeuwig mee kan, zelfs niet met het beste onderhoudsteam ter wereld.
De huidige beweging richting energie- en chemieparken laat zien dat tijd opnieuw zijn werk doet. Raffinaderijen zijn geen eilanden meer, maar knooppunten in een groter systeem. Waterstof, biobrandstoffen, CO2-opslag, alles schuift in elkaar. Voor onderhoud betekent dat minder solistisch sleutelen en meer systeemdenken. Minder mijn installatie en meer ons netwerk
Wat tijd kan doen? Het laat zien dat techniek nooit af is. En eerlijk gezegd vind ik dat geruststellend. Want zolang installaties blijven veranderen, blijven onderhoudsprofessionals onmisbaar. En laten we eerlijk zijn: een raffinaderij van honderd jaar oud die nog steeds meedraait, dat is misschien wel het mooiste onderhoudscompliment dat je kunt krijgen.
Ellen den Broeder-Ooijevaar, Hoofdredacteur VAM en Verenigings Manager NVDO


Naast mijn rol als NVDO Voorzitter ben ik in het dagelijks leven werkzaam bij Schiphol. Daar is tijd natuurlijk een ongelofelijk belangrijke factor; denk alleen al aan vertragingen waar niemand op zit te wachten. In de dynamiek van Royal Schiphol Group is tijd dus een abstract begrip, maar een kritische productiefactor. Elke seconde telt: voor passagiersstromen, vliegtuigbewegingen en de beschikbaarheid van assets. Asset Management is daarmee onlosmakelijk verbonden met het slim organiseren van tijd.
De ontwikkeling van Asset Management op Schiphol laat een duidelijke verschuiving zien: van reactief naar voorspellend en steeds meer naar proactief. Waar onderhoud vroeger vooral plaatsvond ná falen, sturen we nu op levensduur, prestaties en risico’s over de tijd. Data en digitalisering maken het mogelijk om het juiste moment te bepalen: niet te vroeg vervangen (kapitaalvernietiging), maar zeker niet te laat (verstoring van de operatie).
Onderhoud heeft hierin een cruciale functie. Goed onderhoud is in essentie tijdmanagement: het plannen van interventies op momenten dat impact minimaal is en waarde maximaal. Denk aan nachtelijke vensters, seizoensinvloeden en piekbelasting. Door onderhoud te koppelen aan gebruik, conditie en kriticiteit ontstaat een ritme dat aansluit op de operatie van de luchthaven. Maar, tijd raakt niet alleen assets….tijd raakt ook mensen! We zien een groeiende vergrijzing, uitstroom van vakmensen en een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Minder mensen betekent minder beschikbare tijd en dat maakt de klassieke manier van plannen steeds minder houdbaar. Het vraagt dat we tijd slimmer organiseren binnen de driehoek Mens, Proces en Techniek.
Ik noem de Mens: schaarse capaciteit gericht inzetten, vakmanschap behouden en medewerkers ondersteunen met goede informatie, hulpmiddelen en realistische planning. Ik noem het Proces: helder, gestroomlijnd en zoveel mogelijk gestandaardiseerd werken, zodat tijd niet weglekt in overleg, afstemming of verspilling. En ik noem Techniek: technologie benutten als vermenigvuldiger van menskracht: remote monitoring, sensoren, digital twins en voorspellende analyses die helpen om exacte timing te bepalen.
‘
‘Ik zie Tijd als rode draad van duurzame prestaties’
’
Juist in een omgeving waar assets 24/7 beschikbaar moeten zijn en menskracht schaars wordt, moeten deze drie elementen volledig op elkaar aansluiten. Alleen dan kunnen we de beschikbare tijd effectief en efficiënt benutten en de operatie robuust houden.
De uitdaging voor de komende jaren is om tijd nog explicieter als ontwerpprincipe te hanteren. Niet alleen in onderhoudsplannen, maar ook in investeringsbeslissingen, assetstrategieën en capaciteitsontwikkeling. Want wie tijd beheerst, beheerst prestaties, zowel technisch als operationeel, en zowel in assets als in mensen.
Tijd is daarmee geen randvoorwaarde, maar de rode draad in toekomstbestendig Asset Management.
Ronald Wever, Voorzitter
08 Tijd benutten in plaats van besparen: wat zegt dat over je onderhoudsproces?

12 De grootste waterveiligheidsoperatie sinds de Deltawerken is volop aan de gang
Rockwool Roermond zet smeltproces op stroom
‘De keuzes die je vandaag maakt, bepalen hoe je project er over jaren bij staat’ > Voor Rianne Hulsebosch-Swiersema vormde de studie Werktuigbouwkunde aan de Universiteit van Twente de basis voor een loopbaan waarin techniek en samenwerking hand in hand gaan.
Onder druk van tijd: waar vind je vakmensen? 10
NEN 3140, neem er de tijd voor! 15
De terminal die besluit op data, niet op gevoel 16


24 Duurzaam baggeren in de Binnenbedijkte Maas en Maasdam
29 Tijd tekort is eigenlijk gewoon mijn dagelijkse realiteit
37 Tijd winnen is onderhoud winnen
Tijd is geen probleem. Onze keuzes zijn dat wel 22
Sneller betononderzoek levert betere onderhoudsbeslissingen op 26

Aanpak 30 procent sneller dan traditionele bouwmethode 30
Rijksvastgoedbedrijf neemt vastgoedinformatie op de schop 34
Kort 39
Jonge medewerkers geven richting aan de toekomst 40
Van lozingsnorm naar resultaatverplichting
50 Metselen met bacteriën
Bouwen aan een gezonde toekomst: Straatwerkers fit tot aan pensioen 46
Kort 49
Cursuskalender 52
Casus

Rianne HulseboschSwiersema
Wat
Projectmanager Sweco
Rianne Hulsebosch-Swiersema
Voor Rianne Hulsebosch-Swiersema vormde de studie Werktuigbouwkunde aan de Universiteit van Twente de basis voor een loopbaan waarin techniek en samenwerking hand in hand gaan. De brede technische kennis die ze daar opdeed, gebruikt ze nu nog steeds in haar functie van Projectmanager bij Sweco.
Tijdens haar afstuderen werkte ze negen maanden aan een technisch onderzoek naar een onderdeel van een cv-ketel. “Inhoudelijk heel interessant, maar ik merkte al snel dat ik meer zocht dan alleen onderzoek. Ik miste het contact met mensen”. Die realisatie bracht haar naar een traineeship bij Equans, waar ze verschillende rollen vervulde en ontdekte waar haar kracht ligt. “De combinatie van techniek, samenwerken en het aansturen van projecten sprak me meteen aan. In de rol als projectmanager viel dat allemaal op zijn plek”.
Na enkele jaren als projectmanager in de uitvoering, vaak op locatie, maakte ze bewust de stap naar Sweco. “Ik wilde meer aan de voorkant van projecten werken. In de uitvoering ben je vaak bezig met het oplossen van problemen, terwijl je in de ontwerpfase juist de kans hebt om die te voorkomen”.
> Van idee naar realisatie. Inmiddels begeleidt HulseboschSwiersema projecten van conceptfase tot uitvoering. Denk aan de ontwikkeling van een nieuwe fabriek, waarbij al vroeg wordt samengewerkt met de opdrachtgever. Ook werkt ze aan het waterstofnetwerk in Limburg, waar Chemelot wordt aangesloten. “Dat zijn complexe trajecten met veel stakeholders en lange doorlooptijden. Juist dat maakt het interessant”.
Tijd speelt daarin een cruciale rol. “De keuzes die je vandaag maakt, hebben impact op de lange termijn. Kleine wijzigingen kunnen al grote gevolgen hebben voor de planning. Tegelijkertijd is de planning nooit statisch. Wet- en regelgeving, marktomstandigheden en
klantwensen zorgen ervoor dat projecten continu in beweging zijn. Daarom is het belangrijk om risico’s vroegtijdig in kaart te brengen en samen met het team te blijven bespreken”.
> Communicatie als sleutel. Volgens de projectmanager is communicatie bepalend voor het succes van een project. “Intern moet iedereen weten wat er wanneer verwacht wordt. Extern draait het om vertrouwen: je doet het samen met de opdrachtgever. Openheid en eerlijkheid zijn daarbij essentieel, zeker wanneer projecten onder tijdsdruk komen te staan”.
> Innoveren in een veranderende tijd. Naast projectmanagement is Hulsebosch-Swiersema betrokken bij het stimuleren van innovatie. “We kijken continu hoe we digitalisering en duurzaamheid kunnen integreren in projecten, bijvoorbeeld door AI toe te passen in engineeringsprocessen. Een concreet voorbeeld is de ontwikkeling van een tool die helpt om duurzaamheidskeuzes beter te onderbouwen. Zo kunnen we beter onderbouwen waar we de meeste impact maken”.
> Tijd voor jezelf, met impact. Naast haar werk is HulseboschSwiersema graag buiten actief. Ze werkt in haar moestuin, wandelt met de hond en sport regelmatig. “Die combinatie van buiten zijn en actief bezig zijn geeft me energie”. Daarnaast zet ze zich in voor de technieksector. Op scholen laat ze jongeren zien hoe veelzijdig techniek is. “Ik vind het belangrijk om een ander beeld van techniek mee te geven en meer diversiteit in de sector te stimuleren en daar krijg ik zelf ook voldoening van”. <
‘De keuzes die je vandaag maakt, bepalen hoe je project er over jaren bij staat’
‘ ’

Binnen Asset Management wordt veel gesproken over tijd. Veel organisaties sturen nog steeds op efficiënter werken en tijd besparen, terwijl dat maar zelden leidt tot structurele verbetering. De echte vraag is niet hoe je tijd wint, maar hoe je het onderhoudsproces zo inricht dat tijd vanzelf vrijkomt. In het veld gaat dat vaak over minder verstoringen en efficiënter werken en in de organisatie zelf komt er ruimte voor structurele verbetering.
Volgens Niels Baak, Enterprise Asset Management Consultant bij Ideo, is tijd geen startpunt, maar een uitkomst; “Organisaties die sturen op tijdswinst, optimaliseren vaak losse onderdelen. Terwijl tijd juist zichtbaar maakt hoe goed je proces als geheel functioneert en uiteindelijk bepaalt wat je met die tijd kunt doen”.
> Tijd laat zien waar je proces hapert. Onderhoudsorganisaties opereren in een context die snel verandert. Assets worden complexer, beschikbaarheidseisen nemen toe en ervaren technici zijn schaars, waardoor tijd in de hele keten onder druk komt te staan. Tijdsdruk is in de praktijk een reëel probleem, maar zelden de oorzaak op zich. Baak; “Het laat vooral zien waar processen niet goed op elkaar aansluiten. De reactie is vaak om efficiënter te willen werken, maar de echte vraag is: waar verliezen we tijd en waarom? Als je dat niet begrijpt, blijft tijd een symptoom”.
> Het grootste tijdverlies zit niet in het onderhoud zelf. Waar gaat het dan mis? In de praktijk ziet Baak steeds dezelfde patronen terugkomen. Niet als incidenten, maar als structurele procesproblemen. Baak haalt een organisatie in de energiesector aan die zag dat monteurs een aanzienlijk deel van hun tijd kwijt waren aan administratie en het zoeken naar informatie. Werkorders waren niet volledig, documentatie zat verspreid en er was geen eenduidige werkwijze. Het gevolg bleek voorspelbaar: vertraging in de uitvoering en veel herstelwerk. Dit leidde daarnaast tot frustratie bij monteurs die hun vak niet optimaal konden uitoefenen.
> Verborgen tijd terugbrengen. Doordat de organisatie werkorders ging standaardiseren, informatie beter beschikbaar maakte en processen opnieuw inrichtte, werd deze ‘verborgen tijd’ sterk teruggebracht. Dat leidde niet alleen tot minder administratietijd
en een hogere First Time Fix, maar ook tot meer rust in het veld. Monteurs hoefden minder te zoeken en konden zich richten op waar ze voor zijn opgeleid. Baak; “Deze situatie is geen uitzondering, maar een direct gevolg van hoe processen zijn ingericht. In veel organisaties gaat een groot deel van de tijd verloren aan zoeken en herstellen. Dat is dus niet zo omdat mensen hun werk niet goed doen, maar omdat het proces hen daarin niet ondersteunt”.
> Waarom verstoringen vaak geen toeval zijn. Een vergelijkbaar procespatroon ziet hij bij storingen. Een kritische asset valt uit, vaak op een ongunstig moment. Onderhoud wordt vervolgens ad hoc ingepland en de operatie raakt verstoord, waardoor de druk oploopt. Dit wordt vaak als onvermijdelijk gezien, maar is dat zelden. “Bij organisaties die data beter benutten, worden afwijkingen eerder zichtbaar. Wat voorheen een storing was, wordt een geplande interventie. Het effect gaat verder dan minder downtime: er ontstaat meer rust in de planning en minder druk op monteurs in het veld”. Het verschil zit daarmee niet alleen in het voorkomen van storingen, maar in de voorspelbaarheid die je creëert en de grip die dat geeft op je onderhoudsproces.
> Onderhoud verbetert pas als je tijd anders inzet. Als processen beter zijn ingericht, komt er op verschillende plekken tijd vrij. Toch wordt die ruimte in de praktijk vaak direct weer opgevuld met ander werk. De druk verdwijnt niet, maar verschuift, waardoor de manier van werken grotendeels hetzelfde blijft. De echte vraag is daarom niet hoeveel tijd je bespaart, maar wat je met die tijd doet. Juist in die vrijgekomen tijd liggen volgens Baak de ontwikkelingen waar Asset Management al langer naartoe beweegt. Denk aan proactief onderhoud, beter gebruik van data en het structureel verbeteren van processen. “Die thema’s zijn niet nieuw, maar blijven in de praktijk vaak liggen. Juist omdat er in de dagelijkse operatie geen ruimte voor wordt gemaakt. Tijd die vrijkomt, maakt het mogelijk om daar daadwerkelijk mee aan de slag te gaan, maar alleen als daar bewust voor gekozen wordt”.
> Wat betekent dat concreet in de praktijk? Data is daarmee een belangrijk middel, maar niet het enige. De echte verandering zit in hoe die ruimte in de praktijk wordt benut op verschillende plekken in de organisatie. In het veld gaat het dan om beter voorbereide werkzaamheden, minder verstoringen en minder herstelwerk. In de voorbereiding en aansturing ontstaat er juist ruimte

om terugkerende storingen te analyseren en eerder in te grijpen in plaats van te reageren. Dat zijn de momenten waarop onderhoud verschuift van uitvoeren naar verbeteren; een verschuiving die alleen ontstaat als processen bewust worden verbeterd. Baak; “Onderhoud wordt beter omdat tijd anders wordt gebruikt. Werk wordt beter voorbereid en minder vaak herhaald. Dat gebeurt niet vanzelf, maar is het resultaat van bewuste keuzes. Niet door harder te werken, maar door anders te werken en daarmee de focus te verleggen van losse tijdsbesparingen naar structurele procesverbetering”.
> Technologie versnelt alleen wat al werkt. Technologie speelt hierin een belangrijke rol, maar vooral als versneller van wat al goed is ingericht. Binnen het SAP-landschap maken oplossingen zoals SAP S/4HANA Asset Management, SAP Service and Asset Manager en SAP Asset Performance Management (APM) het mogelijk om informatie direct beschikbaar te maken, werk beter voor te bereiden en afwijkingen eerder te signaleren.
Toch lost alleen technologie zelden het onderliggende probleem op. Nieuwe technologie wordt in de praktijk als oplossing op zichzelf ingezet, maar zonder duidelijke plek in het proces leidt dat juist tot extra handelingen en meer afstemming. Dit leidt uiteindelijk opnieuw tot tijdverlies, zowel in de uitvoering als in de aansturing. “De kracht zit niet in de technologie zelf, maar in hoe deze wordt ingezet als vorm van procesverbetering. Het gaat uiteindelijk altijd om de samenhang tussen processen, mensen, data en technologie en hoe die elkaar in de praktijk versterken”, besluit Baak. <
In gesprek met Jeffrey ten Have, Head of Industries Benelux bij Everllence, over de combinatie van vakbekwaam personeel en het omgaan met tijdgebrek en personeelstekort. Everllence houdt zich bezig - naast het ontwikkelen, engineeren en leveren van Rotating equipment - met de ontwikkeling van onderhoudsconcepten, zoals retrofits, turnarounds, reparaties en predictive maintenance.
Ervaren jullie in de onderhoudswerkzaamheden problemen op het gebied van tijd? “Dat zit ‘m vooral in de bemensing van onze werkzaamheden. Wat wij merken is dat we slim om moeten gaan met het beperkte aantal mensen dat beschikbaar is. Personeelstekort wordt overal in de industrie ervaren, ook door ons. Goed personeel is essentieel. Wij nemen echter alleen mensen aan als het een goede match is. Er is bepaalde expertise nodig voor alle functies in een team. Soms is dat een hele uitdaging, zeker omdat wij een specifieke markt bedienen met core equipment in combinatie met aftersales”.
> Waar ligt dat aan? “Als je kijkt naar de jongere generaties, merk je dat er een bepaald imago kleeft aan ons vakgebied – gelinkt aan olie en gas. Deze generaties kiezen nu eerder voor iets anders. Ik denk dat dat zeker meespeelt”.
> In wezen zoeken jullie goed gekwalificeerd mensen, dus vakmanschap. “Ik ben er voor dat iemand het vak moet kunnen leren, het duurt 3-5 jaar voordat iemand daar is. Deze tijd hebben wij niet, daarvoor is het team te klein, dus vullen we de vacatures eerst op met ervaren vakmensen, bij verdere uitbereiding kunnen we dan minder ervaren mensen aannemen. Dat blijft zoeken naar de balans. Door de grootte van het bedrijf kunnen andere locaties inspringen waar wij te weinig capaciteit hebben. Voor onze Field services geldt: veel mensen kunnen helpen op een klus, echter is het belangrijk dat een voorman de juiste kennis en ervaring heeft om een klus te leiden”.
“Weten waar je de kennis vandaan haalt, is daarom essentieel”, aldus ten Have. “Zeker! De informatie is beschikbaar, daar moet je gebruik van maken. We nemen ook gerust een specialist van een fabriek mee naar een klant”.

Jeffrey ten Have Foto: Everllence

> Helpt automatisering in geval van gebrek aan tijd? De de Industrie is er sterke technologische ontwikkeling. Zo is er bijvoorbeeld de ontwikkeling van het stoomturbine design op basis van nieuwe ontwerptools en fabricagemethodes. Hierdoor kan de performance van een stoomturbine met z’n 5% tot 10% verbeterd worden. Ten Have; “Door de geringe paybacktime wordt z’n investering voor de klant interessant. Of zoals bij het CCOS (Porthos)project, waar wij bestaande technologie inzetten voor deze projecten. En op het gebied van data, hebben wij een soort van digital twin beschikbaar
voor klanten, waarbij wij van preventive naar predictive maintenance gaan. Met de juiste data analytics kun je kiezen een onderhoudstermijn te verlengen”.
> Hoe doe je dingen slimmer met dezelfde ploeg? “Samenwerken is key voor als we een klus uitvoeren: we zorgen er altijd voor dat de juiste monteurs de klus uitvoeren. Er is niks zo beroerd als een verkeerde kapitein aan het roer, want dit leidt tot langere downtime - klanten zien uiteraard liever korter en korter. Het is ook weer de expertise die hierbij essentieel is, of een combinatie van expert leiding met goede engineers. Zo kun je met minder mensen meer doen in relatief korte tijd”.
“Als je met vakmensen werkt is dat makkelijker te realiseren. Als je dat niet hebt, ga je ellende krijgen. Je moet weten waar je mee bezig bent in een klus. Het is specialistisch werk dat wij doen. Onze professionals zijn allemaal getraind en gecertificeerd”.
> Welke skills zie je het liefst bij nieuwe instroom? De juiste mindset en een bepaald niveau zijn essentieel, écht willen sleutelen met kennis en verstand. Wat daarnaast meer en meer belangrijk wordt, zijn de soft skills. Ten Have; “Technische vaklui hoef je niets te vertellen, maar kunnen mogelijk niet zo goed met een klant communiceren. Hetzelfde geldt voor het aansturen van een team. Goed kunnen communiceren, kunnen luisteren, feedback kunnen ontvangen en zuinig met je tijd omgaan: dit zijn allemaal kwaliteiten die van belang zijn”.
Zorgen dat je met andere partijen samenwerkt waarmee je complementair bent en elkaar kunt ondersteunen is Ten Have’s overtuiging. “Goed plannen, zaken parallel doen. Als we het hebben over tijd, zijn dit de skills die je tijd teruggeven. Effectief en efficient, daar zit de winst en dat is waar de klant naar kijkt en onthoudt”. <
‘ ’ ‘Goed plannen, zaken parallel doen. Als we het hebben over TIJD, zijn dit de skills die je tijd teruggeven’
<

HWBP-project IJsselmeerdijken Foto: HWBP
Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) staat voor een enorme opgave: de grootste waterveiligheidsoperatie sinds de Deltawerken. Om Nederland te beschermen tegen overstromingen, wordt de komende 25 jaar gewerkt aan het versterken van ongeveer 1.400 kilometer aan dijken en zo’n 400 sluizen en gemalen door het hele land. David van Raalten, programmadirecteur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma blikt terug op gerealiseerde projecten én vertelt waar het programma zich de komende tijd op zal richten.
‘
‘Het is een behoorlijke
die we moeten leggen’
’
In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) werken de 21 Nederlandse waterschappen en Rijkswaterstaat samen in een alliantie om vóór 2050 alle primaire keringen (dijken, dammen, duinen, sluizen en gemalen) te laten voldoen aan de dan geldende veiligheidsnorm. Het programma wordt 50-50% gefinancierd door de gezamenlijke waterschappen en het Rijk. “Het is een ambitieus doel dat we samen gaan waarmaken”, vertelt Van Raalten. Hij heeft een regisserende, faciliterende en toetsende rol in de uitvoering van het HWBP. Hij gaat dieper in op de werkwijze. “Jaarlijks stellen we een programma op voor een periode van twaalf jaar, inclusief begroting. We passen met andere woorden elk jaar de bestaande planning aan en voegen er een nieuw jaar aan toe”.
> Strakkere toets voor dijkversterkingen. Waterschappen kunnen gedurende het hele jaar nieuwe versterkingsprojecten aanmelden. “Om de stabiliteit en voorspelbaarheid van het programma te vergroten, maken we voor nieuwe projectenaanmeldingen gebruik van een ingangstoets die inzicht geeft in de projectopgave. We hebben concrete inzichten nodig wat betreft de scope, planning, raming en onzekerheden van een versterkingsproject. In het verleden werden soms projecten aangemeld waarbij de scope nog niet helemaal scherp was, vaak door een onvoldoende helder beeld van de toestand van de assets in het veld. Daarom hebben we de vraagstelling verfijnd zodat we de veiligheidsopgave scherper in beeld krijgen. Is het een grote opgave? Moeten alleen delen of het geheel worden versterkt? Hoe urgent is de opgave?” Het adviesteam dijkontwerp, bestaande uit onafhankelijke dijkexperts, ondersteunt het HWBP waar nodig om te komen tot een scherpe beoordeling.
“Om de planning te kunnen maken, kijken we ook nadrukkelijk naar onze langetermijnvisie tot 2050. Bij sommige waterschappen moeten er veel projecten worden uitgevoerd, bij andere waterschappen juist minder, ook daar houden we rekening mee. Alles moet passen in het langetermijn plan om op tijd klaar te zijn. Dat betekent ook dat we bekijken of in bepaalde gebieden sprake is van stedenbouwkundige uitbreiding, natuurontwikkeling, rivierverruiming enzovoort. Kortom, het is een behoorlijke puzzel die we moeten leggen”.

regels en methodieken om de veiligheid te bepalen. Tegelijkertijd hebben we gemerkt dat in het verleden regelmatig beslissingen werden genomen op basis van aannames waarbij wellicht meer dan nodig extra veiligheidsmarges werden ingebouwd. Daarom hebben we een jaarlijks innovatiebudget van tien miljoen euro beschikbaar gesteld. Enerzijds om de rekenregels en methodieken aan te scherpen, anderzijds om innovaties te onderzoeken en te implementeren”.
> Beter, sneller en goedkoper. Met Diverse innovaties zijn al geïmplementeerd. Er is bijvoorbeeld onderzocht hoe lokaal gewonnen klei kan worden toegepast bij dijkversterking waardoor transportbewegingen en kosten kunnen afnemen. Dit onderzoek werd meteen in de praktijk gebracht. Hetzelfde gebeurde met de tussenresultaten van het Onderzoek Erodeerbaarheid Klei. En proeven met gras- en kruidenmengsels op dijken werd aangetoond dat biodiversiteit en waterveiligheid goed samengaan. Van Raalten; “We zijn momenteel bezig met onderzoek naar de effecten van de trillingen op de omgeving bij het inbrengen van damwanden. Met sensoren meten we hoe ver trillingen doorwerken. Als de reikwijdte kleiner blijkt dan aangenomen, kunnen we projecten anders en wellicht efficiënter uitvoeren.
We zijn steeds op zoek naar oplossingen die bijdragen aan de doelstelling ‘beter, sneller en goedkoper’. Op sommige plekken kun je bijvoorbeeld waterveiligheid verhogen door met natuurvriendelijke oevers de golven te breken zodat de dijk niet verder moet worden verhoogd. Waterschappen kunnen innovatieve onderzoeksideeën bij ons inbrengen die we 100% kunnen financieren. Het onderzoek gebeurt in veel gevallen met marktpartijen zoals ingenieursbureaus of kennisinstituten. Door de krachten te bundelen kunnen we dijkversterking steeds slimmer aanpakken”. (zie ook kader Gras op zand -onderzoek).
> Complexiteit. Sinds de start van het programma in 2014 is inmiddels 245 kilometer dijk veilig verklaard. De complexiteit van de uitvoering van dijkversterkingen is de laatste jaren flink toegenomen, weet Van Raalten. “Neem de stikstofproblematiek. We zetten volop in op emissieloos bouwen. Er worden steeds meer projecten met elektrisch bouwmaterieel uitgevoerd om tegen 2030 volledig emissieloos te kunnen werken. Laadinfrastructuur en alle organi-
> Innovatiebudget. Zoveel mogelijk helderheid vóór de aanvang aan een project is een must. “We maken gebruik van reken- >

satorische uitdagingen daaromheen moet je al vroeg in je plannen opnemen. We hebben daarom ook een handreiking opgesteld over hoe je met emissieloos bouwen kunt omgaan”.
> de resterende 580 kilometer de komende tijd wordt opgenomen in het programma tot 2050. De opgave blijft groot en complex. Maar ik ben ervan overtuigd dat we, door goed met elkaar samen te werken, we onze ambities gaan waarmaken. Het vertrouwen is de afgelopen jaren flink toegenomen, we zijn als samenwerking gegroeid in volwassenheid en we boeken eveneens vooruitgang in de uitvoering. We zijn goed op weg om tegen 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland te laten voldoen aan een aangescherpte veiligheidsnorm”. <
Een eerste dijkversterkingsproject van Nederland dat met elektrisch materieel werd uitgevoerd is de Stenendijk in Hasselt. Dat was al in 2022. Deze dijk werd over een lengte van ruim 1 kilometer versterkt door 12 meter lange damwanden elektrisch aan te brengen. Bij de Meanderende Maas is het project eveneens gedeeltelijk emissieloos. “Hier was het in eerste instantie een uitdaging om een goede plek te vinden waar ze het bouwmaterieel moesten laden. Bij de rioolwaterzuivering van het Waterschap – met een grootverbruikaansluiting - is daarom een heel laadplein ingericht. Vroegtijdig nadenken met een kansenscan leidt tot een soepeler verloop van het project. Bovendien merken we dat de aannemersmarkt erg veel baat heeft bij een duidelijke langetermijnplanning. Als de markt weet wat voor volume aan werk er mogelijk aankomt, dan durven ze ook te investeren in duurzaam emissieloos bouwmaterieel”.
> Mooie projecten. Er zijn de afgelopen jaren al ontzettend mooie projecten toegevoegd aan de HWBP-portefeuille, stelt Van Raalten. “IJsselmeerdijk van waterschap Zuiderzeeland is een project waarbij we niet alleen de dijk versterkten, maar ook zorgden voor een unieke vooroever met mooie groenstrook. Het project lost tegelijkertijd de waterveiligheidsopgave op en versterkt de lokale natuurontwikkeling. Een ander bijzonder voorbeeld is het project KIJK (Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard) van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Bij deze smalle dijk ontbrak een stevige bodem waardoor damwanden met buispalen erachter nodig waren. Hiervoor is zelfs een speciale machine uit Japan gebruikt om het werk te kunnen uitvoeren. In Friesland, bij Wetterskip Fryslân, hebben we bij Zwarte Haan dan weer een heel rechtlijnig project snel en succesvol gerealiseerd. Bij de stadsdijk in Zwolle was dan weer enorm veel maatwerk nodig. Kortom, de projecten zijn ontzettend divers”.
> Samen sterker richting 2050. “Dat is ook het leuke aan ons programma. Er zijn momenteel tegelijkertijd ongeveer 25 projecten in uitvoering, er zit 868 kilometer in het huidige programma terwijl
Gras op zand – onderzoek
In het innovatieproject Gras op zand (deel van het HWBP) onderzocht het waterschap Drents Overijsselse Delta samen met partners wat de sterkte is van een grasmat op zanddijken. Zij voerden hiervoor praktijkproeven uit op de Vechtdijken. Met de verzamelde data ontwikkelden zij een rekenmodel om de sterkte van een grasmat op een zanddijk te bepalen. Uit overslagproeven bleek dat de grasbekleding op het binnentalud (landzijde) van gras op zanddijken sterker was dan eerder werd aangenomen. Golfklapproeven lieten zien dat de grasbekleding op het buitentalud (rivierzijde) alleen voldoende sterk was om kleine golven te weerstaan.
Daarnaast trokken de onderzoekers de volgende belangrijkste technische conclusies:
• De manier waarop schade ontstond en zich ontwikkelde bij gras op zand, kwam overeen met de schadeontwikkeling bij gras op klei
• Een goede doorworteling in combinatie met een door langzame natuurlijke processen gevormde bodemopbouw bepalen de sterkte van de grasmat
• De onderzoekers vonden geen direct verband tussen de gemeten sterkte van de grasmat en vegetatie-, bodemof wortelparameters
Bron: WUR
De norm NEN 3140 is bij bijna iedereen wel bekend: veilig werken, onderhoud en inspectie van elektrische installaties en elektrische apparatuur. Ik blijf graag uitleggen waarom die norm zo belangrijk is. Het gaat over eenvoudig vermijdbare ongevallen. En het gaat over het verkleinen van de kans op brand. En wie thuis of op het werk wel eens een brand heeft meegemaakt, begrijpt hoe heftig dat is.
Maar wat nu als er een tijd lang niets gebeurt? Het is heel menselijk om dan het risico steeds lager in te schatten en er steeds iets makkelijker mee om te gaan. De aandacht verslapt een beetje. En dan lijken de inspanningen wel eens ‘zonde van het geld’.
Wellicht dat de trigger in de nieuwe NEN 3140:2026 daar iets aan kan doen. In de norm staan en stonden allerlei praktische verplichtingen, zoals aanwijzingen, trainingen, toezicht, keuringen en inspecties. Maar nu wordt ook degene die verantwoordelijk is voor de elektrische veiligheid erop gewezen om periodiek het hele systeem te reviewen. Klopt de manier waarop gewerkt nog steeds? Sluiten de trainingen nog steeds aan bij de mensen en de werkzaamheden? Worden keuringen en inspecties uitgevoerd en worden gebreken hersteld? Kortom: heb ik het als verantwoordelijke goed geregeld? En misschien een stukje zelfreflectie: ben ik als verantwoordelijke zelf ook wel goed op de hoogte van de laatste versie van de norm en van de gewijzigde regels?

Richard Groenewegen
Lid normcommissie NEN 3140 – Opleider bij
Ambitech b.v. Moordrecht – Inspectiemanager bij Groenewegen b.v. Moordrecht
Als werkgever of als verantwoordelijke begrijp je heel goed dat je een euro voor veiligheid maar één keer kunt uitgeven. Die uitgave moet dan ook wel effectief zijn. En juist daar is dat nadenkmoment voor. Ik raad het af om alle apparatuur maar klakkeloos te keuren. En dan al zeker niet jaarlijks. Ga nu eens met het keuringsbedrijf om de tafel zitten en analyseer de resultaten. Waar zitten de afkeurpunten? Bij welke keuringen lekt er veel geld weg zonder dat het een verhoging van de veiligheid oplevert?
En hoe zit het met de periodieke instructie? Is dat een nietszeggende zonde-van-geld-en-tijd E-learning? Of breng je het veiligheidsniveau met een praktische training echt naar een hoger niveau? Vaak blijft de werkwijze hangen in een werkwijze die lang geleden is aangeleerd. Maar er is veel veranderd door de jaren heen. Zo zijn er bijvoorbeeld nieuwe inzichten over het veilig maken van een werksituatie, kijken we anders naar het gebruik van meetapparatuur, is er veel meer kennis van vlamboogberekeningen en zijn er nieuwe en heel andere eisen aan PBM’s. Er zijn ook nieuwe technologische ontwikkelingen die meer kennis vergen. Denk daarbij aan de batterijopslagsystemen en elektrische voertuigen.

Het beheren van assets binnen een ultramoderne containerterminal als Rotterdam World Gateway (RWG) vraagt om efficiëntie, inzicht en bovenal samenwerking tussen verschillende disciplines. RWG, gelegen in de Maasvlakte in Rotterdam, heeft zich gepositioneerd als een van de meest geavanceerde terminals ter wereld. 90% van de processen is volledig geautomatiseerd.
In deze dynamische omgeving wordt het management van assets op basis van data steeds belangrijker. “Door de data te vertalen naar concrete inzichten kunnen we asset management naar een hoger niveau tillen”. Johan Timmer is Head of Engineering bij RWG. Volgens hem is het succes van Asset Management vooral te danken aan de sterke samenwerking tussen IT, engineering en operatie. “De drie pijlers - IT, operatie en engineering - werken hier ontzettend goed samen. Dat zorgt ervoor dat we altijd beslissingen nemen die in het belang zijn van de terminal en de aandeelhouders, zonder in silo’s te denken”.
> De rol van data. In deze context speelt data een centrale rol. Timmer; “We zijn momenteel aan het uitbreiden en als dit klaar is hebben we circa 25.000 assets op ruim 100 hectare grond. Data
verzamelen en vertalen naar inzichten is essentieel in deze assetintensieve wereld”. RWG werkt al vele jaren volgens de VDMXL methodologie van Mainnovation. Het was dan ook een logische stap om te kiezen voor het VDMXL Control Panel (VCP). Dit KPI-Dashboard is een Power BI-oplossing, met ongeveer 80 KPI’s voor Maintenance en Asset Management. “Voorheen hadden we verschillende dashboards met verschillende waarheden. Nu, met de implementatie van het VCP, hebben we één set van KPI’s, één narratief en één waarheid. Dat helpt ons echt vooruit”. aldus Timmer.
Het VCP biedt real-time inzichten in de status van belangrijke KPI’s, zoals bijvoorbeeld overall equipment effectiveness (OEE) en operational uptime, waarmee het mogelijk is om onderhoud en operaties synchroon te laten verlopen.
> Continuïteit. Een belangrijke factor binnen Onderhoud en Asset Management is tijd. Het meten van downtime en de snelheid van herstel is essentieel om de continuïteit van de operatie te waarborgen. Pieter de Klerk, Director bij Mainnovation, benadrukt dat tijd een belangrijke filter is bij het vergelijken van prestaties en het identificeren van trends; “De data geeft ons niet alleen informatie over de assets, maar ook over hoelang werkorders in bepaalde statussen blijven staan, wat ons inzicht geeft in de voortgang van het werkorderproces”.
De implementatie van het VCP biedt de mogelijkheid om deze tijdsgebonden inzichten automatisch te genereren en visualiseren. “We maken wekelijkse snapshots, wat het mogelijk maakt om de weekplanningen met elkaar te vergelijken en trends in de backlog zichtbaar te maken. Dit versnelt niet alleen de besluitvorming, maar helpt ook om risico’s te verminderen en de uptime van de assets te verbeteren. Het gaat er niet alleen om dat je de onderhoudswerkzaamheden plant, maar dat je ook begrijpt hoe ze zich in de tijd ontwikkelen en welke invloed ze hebben op de operationele processen”, voegt De Klerk toe.
> Het belang van samenwerking. De samenwerking tussen de technische en IT-teams bij RWG speelt een sleutelrol bij het succes van de implementatie van het KPI Dashboard. Edwin Sparnaaij, Supervisor Asset Management bij RWG, herinnert zich de eerste fase van de ontwikkeling van het VCP en de samenwerking met Mainnovation. “In de beginjaren werkten we al met het VCP, maar toen dit niet meer compatibel was met onze systemen, hebben we samen met Mainnovation en hun IT-partner Axians de overstap gemaakt naar MS Fabric en Power BI. Het resultaat is indrukwekkend. Het systeem werkt nu veel sneller en is gebruiksvriendelijker voor het hele team”, zegt Sparnaaij.
> Data-gedreven besluitvorming. De toekomst van RWG en het onderhoudsbeheer zien er veelbelovend uit, met een toenemende focus op data-analyse en machine learning. Timmer ziet IT en engineering steeds meer verweven worden; “De werelden van IT en engineering sluiten steeds meer op elkaar aan. In de toekomst verwachten we dat machine learning en AI een grotere rol gaan spelen. Het draait allemaal om de juiste data, zodat je één waarheid hebt en de juiste acties kunt nemen”.
De integratie tussen Microsoft Fabric, Power BI, IBM Maximo én het VCP biedt RWG de mogelijkheid om data uit verschillende systemen te combineren en te analyseren. Dit maakt het niet alleen mogelijk
om de huidige prestaties van assets te monitoren, maar ook om toekomstige trends en onderhoudsbehoeften nauwkeurig te voorspellen. “In vijf jaar verwachten we een volledig datagestuurde omgeving, waarin we niet alleen kunnen reageren op storingen, maar ook proactief kunnen handelen”, aldus Timmer”.
> Data als enkele waarheid. De kracht van het VDMXL Control Panel ligt niet alleen in de technologie, maar in de manier waarop het verschillende afdelingen verbindt en hen dezelfde inzichten verschaft. Door het gebruik van gestandaardiseerde data en KPI’s kunnen beslissingen op basis van feiten worden genomen, wat het onderhoudsbeheer bij RWG aanzienlijk versterkt. Het resultaat is niet alleen een efficiënter onderhoudsproces, maar ook een organisatie die in staat is om sneller en effectiever in te spelen op veranderingen en toekomstige uitdagingen. Zoals Timmer concludeert; “Door samen te werken en doordat we op de data kunnen vertrouwen, kunnen we Asset Management naar een hoger niveau tillen”. <


Het kloppend hart van de ROCKWOOL-fabriek in Roermond is altijd het smeltproces geweest. Basalt en gerecyclede steenwol worden bij temperaturen rond de 1.500 graden Celsius gesmolten en vervolgens versponnen tot wol. Dat proces is energie-intensief en technisch complex, en daarmee ook de grootste hefboom in de verduurzamingsambitie. Precies daar grijpt ROCKWOOL nu in.
De oorsprong van ROCKWOOL Group gaat terug tot 1909 in Denemarken. In Nederland krijgt het bedrijf in 1949 vaste voet aan de grond, als Nederlandse Steenwolfabriek. In eerste instantie op het terrein van het toenmalige Hoogovens dat een partij zocht om van hoogovenslak isolatiewol te spinnen. Eind jaren zestig verhuisde de productie naar Roermond. De keuze voor Limburg is strategisch: centraal in het afzetgebied Benelux en dicht bij belangrijke grondstoffen zoals basalt uit Duitsland. Wat begint met zo’n 120 medewerkers, groeit in de loop der decennia uit tot een site van circa 1.200 mensen op ruim veertig hectare.
> Van cokes naar kilovolts. Sinds 2021 werkt ROCKWOOL in Roermond aan een ingrijpende transformatie: twee van de drie smeltlijnen worden geëlektrificeerd. Dat betekent een overstap van een fossiel gestookte smeltoven naar een elektrisch aangedreven systeem, gevoed met groene stroom. De technologie is binnen de Group ontwikkeld en al als pilot toegepast, maar nog niet op deze schaal. “Wij smelten stenen op 1.500 graden. Dat deden we tot nu toe op basis van fossiele brandstoffen, meer specifiek: met cokes. Dat gaan we elektrisch doen. Daarmee reduceren we op die productielijnen ongeveer tachtig procent van de CO2-uitstoot”, zegt Hans Spronken, Manager Technical Service & External Affairs.
> Modulair concept. De elektrificatie vindt plaats via een modulair concept, waarbij naast de bestaande lijn een aparte ‘toren’ wordt gebouwd waarin alle elektrische componenten zijn ondergebracht. Een soort klein flatgebouw vol transformatoren, vermogenselektronica en hoogspanningsinstallaties. Hoe het proces precies in elkaar zit, wil Spronken niet toelichten. “Dat is het geheim van de smid”, zegt hij met een verontschuldigde glimlach. Het concept is zo opgezet dat het ook op andere locaties binnen de Group kan worden toegepast.
> Fundamentele transitie. De eerste smeltlijn is eind 2025 stilgelegd voor de ombouw. De productie op basis van de nieuwe technologie is inmiddels opgestart en de verwachting is dat begin van het tweede kwartaal te kunnen aanvangen met de eerste commerciële leveringen van Next producten, de nieuwe genera-
tie steenwolisolatie van ROCKWOOL. In 2027 volgt de tweede lijn. Voor de derde lijn is al de elektra-infrastructuur voorbereid, maar ontbreekt nog voldoende netcapaciteit. “We laten de kabel binnenkort alvast aanleggen. Zonder kabel geen stroom. We hopen rond 2032 ook die derde lijn te kunnen elektrificeren”. De investeringen lopen in de vele tientallen miljoenen euro’s. Exacte bedragen wil Spronken niet noemen. Duidelijk is dat het hier niet om een incrementele optimalisatie gaat, maar om een fundamentele transitie.
> Waarom zelf ontwikkelen? Elektrificeren heeft alleen zin als de stroom ook duurzaam is. Daarom sloot ROCKWOOL een langdurige Power Purchase Agreement (PPA) voor de afname van groene zonnestroom uit de Noordoostpolder. Sinds 1 januari 2026 neemt de fabriek circa 50 GWh per jaar af uit dat park, voor een periode van tien jaar. Dat dekt niet de volledige elektriciteitsbehoefte van de site, maar is een substantiële stap. “Uiteindelijk hebben we nog meer stroom nodig, maar dit is een belangrijke bouwsteen in onze route naar netto nul in 2050”.
> Nieuwe, groene binder. De elektrificatie valt samen met een tweede ingrijpend project: de introductie van een nieuwe groene binder. In het productieproces van steenwol wordt een bindmiddel gebruikt om de vezels samen te houden. Voorheen was daarbij ammoniak nodig. ROCKWOOL geldt als een van de grotere ammoniakuitstoters in de industrie. Met de nieuwe groene binder, op basis van suikers, vervalt die ammoniakbehoefte voor een substantieel deel. Door de groene binder, optimalisatie van bestaande processen en de inzet van natte gaswassers wil het bedrijf de ammoniakemissies met 75 procent reduceren. “De groene binder op de eerste productielijn is één van de initiatieven. Daarnaast installeren we een natte gaswasser bij onze Rockpanel-activiteiten en gaan we ook een gaswasser toepassen op een smeltlijn”.
> Shutdown. Beide projecten – elektrificatie en bindertransitie – zijn bewust gecombineerd in één shutdown. De lijn ligt circa tien weken stil. “We willen de stilstand zo kort mogelijk houden. Daarom lopen deze projecten gelijktijdig”. Dat maakt de operatie complex. Tijdens de ombouw werken enkele honderden contrac- >

tors in de fabriek. Engineers vanuit de internationale ROCKWOOLorganisatie werken samen met lokale partners en gespecialiseerde installateurs uit binnen- en buitenland. Het projectteam is tijdelijk van aard en gaat na oplevering verder naar een andere ROCKWOOL fabriek, om daar een volgende ombouw uit te voeren.
> Onderhoud verandert. Voor de onderhoudsorganisatie betekent dit een verschuiving. In Roermond werken circa honderdtwintig mensen in het onderhoudsteam. Hun taak: het bewaken en vergroten van de technische betrouwbaarheid van de productiemiddelen. Met de introductie van hoogspanning en vermogenselektronica verandert hun speelveld fundamenteel. “Elektrificatie brengt nieuwe technologie met zich mee. Denk aan hoogspanning. Dat vraagt andere kennis en andere competenties. Onze mensen hebben intensief samengewerkt met het projectteam en worden uitgebreid getraind en gecertificeerd”. Tegelijkertijd blijft de derde lijn voorlopig conventioneel draaien. Dat betekent dat onderhoudsteams een hybride situatie moeten managen: oude en nieuwe technologie naast elkaar. Asset Management krijgt daarmee een duale opgave: reliability borgen op bestaande installaties én kennis opbouwen voor een nieuwe generatie assets.
Veiligheid staat daarbij voorop. Hoogspanningsinstallaties vereisen andere persoonlijke beschermingsmiddelen, toegangsprocedures
en lock-out/tag-out-regimes dan een conventionele smeltoven. “Je ziet direct dat dit een ander level is. De procedures, de afschermingen, de toegangscontrole; dat is echt een nieuwe situatie voor ons”, aldus Spronken.
> Spannend. Niet alleen onderhoud, ook operations maakt een forse leercurve door. Tijdens de shutdown worden 65 operators getraind, onder meer op een andere locatie binnen de groep waar de technologie al in een kleinschalige pilot draait. Het elektrische smeltproces gedraagt zich anders dan een fossiel gestookte oven. Ook de nieuwe binder vraagt andere procesparameters en een aangepaste uithardingsoven. “De hele productielijn is anders geworden. Ik herken hem bijna niet meer”, zegt Spronken. “Voor veel mensen is alles anders geworden”. Dat maakt de herstart spannend. Het grootste risico is dat de lijn bij het opstarten niet direct producten levert die volledig binnen specificatie vallen. “Daar hebben we veel aan gedaan in de voorbereiding. Ik verwacht dat het goed gaat, maar het blijft spannend”.
> Bovenwettelijk. Opvallend is dat een groot deel van de maatregelen bovenwettelijk is. Voor elektrificatie en de groene binder zijn geen directe wettelijke verplichtingen. “Het is een keuze. We hebben een duidelijk doel: nul uitstoot in 2050. Daar houden we aan vast”. De businesscase is complex. Klanten blijken nog be-
perkt bereid om meer te betalen voor een duurzamer product. “Je kunt de prijs niet zomaar verhogen. Het is geloven in wat je doet en koers houden”. Isolatieproducten dragen bij aan energiebesparing en CO2-reductie in de gebouwde omgeving, legt Spronken uit. “Dan moet je zelf ook laten zien dat je je productie verduurzaamt. Practice what you preach. En hoewel we meer doen dan er gevraagd wordt, gaat het uiteindelijk ook over je licence to operate”.
> Elektrisch transport. Naast het primaire productieproces kijkt ROCKWOOL ook naar interne en externe logistiek. Samen met logistiek partner Kuypers Neer rijdt inmiddels een elektrische LZVcombinatie voor distributie in de Benelux. Met een actieradius tot circa 500 kilometer vraagt dat om strakke planning en laadinfrastructuur, maar het levert een forse reductie in transportemissies op. Intern loopt een pilot met een elektrische Automated Guided Vehicle (AGV) dat pallets steenwol van de fabriek naar de opslag brengt. Op termijn moet een volledig geautomatiseerd warehouse met circa 20.000 palletplaatsen gerealiseerd worden, bedient door meerdere elektrische AGV’s. Dieselheftrucks verdwijnen daarmee deels uit beeld.
> Waterstof als volgende stap. Hoewel de elektrificatie van het smeltproces circa tachtig procent van de CO2-uitstoot op de betrokken lijnen reduceert, blijft er restemissie over, onder meer door naverbranders in het proces. ROCKWOOL onderzoekt aansluiting op het toekomstige waterstofnetwerk van Gasunie, de zogeheten Delta Rhine Corridor. Dat netwerk zal naar verwachting pas na 2030 operationeel zijn. De kosten en beschikbaarheid van (groene) waterstof zijn nog onzeker. “Het is verre toekomst, maar we willen klaarstaan als het zover is”.
> Fundamentele herijking. “Wat we hier nu doen, is meer dan een technische upgrade. Het is een fundamentele herijking van het assetlandschap. Nieuwe energie-infrastructuur, nieuwe procestechnologie, nieuwe competenties en nieuwe veiligheidsregimes. De onderhoudsstrategie verschuift daarmee deels van me-

chanisch naar elektrotechnisch en power-electronics-georiënteerd onderhoud. Voor Maintenance en Asset Management betekent dat: vroeg aan tafel, kennis opbouwen en zorgen voor een robuuste overdracht van project naar operatie. Daar werken we nu met zijn allen aan”. Spronken; “Het is een spannende tijd, omdat wat we hier doen niet eerder op deze schaal is toegepast. Maar het is ook een hele mooie tijd. We bouwen hier aan de fabriek van de toekomst”. <
‘‘Wat we hier nu doen, is meer dan een technische upgrade. Het is een fundamentele herijking van het assetlandschap’
’

Foto: Haskoning Nederland BV
Michelle Ham, Commercial Director Assetmanagement, en Michel van de Pol, Associate Director Assetmanagement, bij Haskoning gaan het gesprek aan over tijd.
We hebben geen tijd; Klopt dat eigenlijk wel? Dat zeggen we vaak, maar dat klopt niet. Het is zelden een gebrek aan tijd, aldus Ham en Van de Pol. Het is meestal een gebrek aan scherpe keuzes. “Toegegeven, er is gewoon veel werk, maar de vraag is: waar zijn we druk mee? In Asset Management proberen we vaak alles te meten, alles te beheersen en alles belangrijk te maken. Dan creëer je zelf die drukte”.
> Waar zien jullie dat concreet misgaan? “Bijvoorbeeld in hoe we met KPI’s omgaan. Neem respons- en hersteltijden, die passen we vaak generiek toe op het hele assetportfolio. Mensen denken dat ze met één manier van sturen houvast krijgen. Maar dat is schijnzekerheid. Want, voor hoeveel assets is snelheid echt bepalend? Natuurlijk, voor kritische assets sowieso, maar dat is niet het grootste deel van je portfolio”.
Het tweetal geeft graag een voorbeeld: Een defecte sensor zonder sturingsfunctie. De installatie draait gewoon door. Het heeft eigenlijk geen impact op de bedrijfsprestaties, maar is wel ongewenst. Er is dus sprake van een lagere urgentie. In de operatie wordt dat onderscheid vaak goed gemaakt. De respons- en hersteltijd zijn minder strak en dat is ook terecht. Het probleem zit in de sturing eromheen. In de rapportages en overleggen krijgt zo’n melding vaak dezelfde
plek als kritische storingen. “Dat is onnodig”, zeggen beiden. “Daarmee besteed je dezelfde managementaandacht aan iets met beperktere impact als kritische storingen”.
> Dus we overdrijven de urgentie niet altijd, maar wel de aandacht? Jullie zeggen eigenlijk: we meten te veel. Maar data is toch juist de basis van goed Asset Management? “Precies. En juist die aandacht kost tijd, terwijl het weinig toevoegt aan betere beslissingen. Het gaat ook niet om minder data, maar om gerichtere data. Nu verzamelen we vaak alles zonder dat duidelijk is wat we er daadwerkelijk mee doen. We zijn heel goed in zeggen wat belangrijk is, maar slecht in zeggen wat dan niet belangrijk is. Het probleem zit niet in de data, maar in de keuzes”.
> Waarom is dat zo lastig? “Omdat het betekent dat je iets los moet laten. En dat voelt ongemakkelijk. Dus houden we alles belangrijk en blijven we alles meten, monitoren en controleren. Technologie maakt het steeds makkelijker om alles te meten. Dat is vooruitgang, maar versterkt ook gedrag. Omdat het kan, doen we het! Realtime dashboards, continue monitoring: het voelt alsof je in control bent. En dat ben je dan niet per se. Als je besluitvorming maandelijks plaatsvindt, moet je je afvragen wat de waarde is van al die realtime informatie. Daarmee creëren we eigenlijk onze eigen complexiteit”.

> Organisaties willen juist meer regie. Hoe past dat in jullie verhaal? Ham en Van de Pol; “Regie begint niet bij meer data of meer controle. Het begint bij duidelijkheid. Duidelijkheid over wat wel en niet belangrijk is, duidelijkheid over wanneer iets goed genoeg is. Welke prestaties zijn echt kritisch? En waar accepteer je dat iets niet perfect hoeft te zijn? Of dat je niet alle details kent? Regie is dus veel meer meten wat ertoe doet en niet alles weten”.
Dat betekent dus ook dat je bewust risico accepteert? “Ja. En dat is precies waar het vaak spannend wordt. Organisaties willen maximale prestaties, minimale risico’s en lage kosten. En als dat niet lukt, gaan we compenseren met meer data en meer controle. Dat is de paradox. En dat lost het probleem niet op, dat maakt het juist alleen maar groter”!
> Wat betekent echte regie dan wel? “Dat je expliciet maakt waar je strak op stuurt en waar niet. En waar je bewust meer en minder aandacht aan besteedt. Dat is misschien wel het moeilijkste onderdeel van Asset Management. Organisaties die dit goed doen, koppelen KPI’s en data aan bijvoorbeeld assetcriticaliteit. Ze verzamelen alleen data met een duidelijk doel en stemmen informatie af

op hun besluitvorming. Dat levert echt iets op. Minder drukte, minder ruis en betere beslissingen. Omdat de aandacht gaat naar wat echt belangrijk is”.
> Als je het terugbrengt tot de kern: wat is dan het echte probleem? Niet tijd, maar het feit dat we geen concrete keuzes maken, en alles willen blijven besturen op ieder detailniveau. Als alles belangrijk is, is niets meer belangrijk. Kies waar je mee stopt, dan ontstaat er rust en ‘echte’ regie”. Ham en Van de Pol zijn het eens over de belangrijkste les; “Dat tijd geen probleem is dat je moet oplossen. Het is het gevolg van de keuzes die je maakt”. <
De uitwerking van dit gesprek is mede tot stand gekomen met ondersteuning van AI en in ongeveer één uur opgesteld. Niet omdat snelheid het doel is, maar omdat het laat zien dat technologie, mits bewust ingezet, daadwerkelijk ruimte kan creëren voor waar het echt om draait: nadenken over de juiste keuzes.

Waterbeheer omvat meer dan hoogwaardige technieken; het draait om consequent onderhoud van waterwegen om waterkwaliteit, ecologie én recreatief gebruik in balans te houden. In de Hoeksche Waard laat Waterschap Hollandse Delta zien hoe onderhoud in de praktijk vorm krijgt met een innovatief baggertraject in de Binnenbedijkte Maas oostzijde en de plezierhaven van Maasdam.
De oostzijde van de Binnenbedijkte Maas was lange tijd niet opgenomen in het reguliere baggerprogramma. Daardoor is slibophoping ontstaan en voldoet de waterkwaliteit niet langer aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit kan de zuurstofhuishouding verstoren en de waterkwaliteit negatief beïnvloeden, met gevolgen voor natuur, recreatie en waterbeheer. Het reguliere onderhoud via baggeren lost dit structureel op.
> Verantwoord onderhoud door baggering. Onderhoud in deze plas omvat het verwijderen van slib voor het verbeteren van de doorstroming en de ecologische staat van het water. In het oostelijke deel wordt een verdiepte kom (ook wel ‘sink’ genoemd) aangelegd. Deze extra diepe zone functioneert als koudwaterbuffer en bevordert stabiliteit in de waterkwaliteit doordat fijne deeltjes en slib hier gecontroleerd neer kunnen slaan. De werkzaamheden brengen de bodemstructuur terug naar een gewenste situatie en ondersteunen het leefmilieu van flora en fauna.
Voor de plezierhaven van Maasdam betekent baggeren dat de vaargeul en ligplaatsen weer op een veilige diepte komen, waardoor deze ruimte weer goed bruikbaar wordt voor watersporters en recreanten.
> Innovatie in onderhoud: emissieloos baggeren. Het waterschap geeft met dit project invulling aan duurzaam onderhoud door te kiezen voor emissieloze uitvoeringstechniek. De aannemer werkt met een baggerboot die volledig draait op waterstof, wat leidt tot vrijwel geen uitstoot en minimale geluids- en milieuoverlast. Dankzij deze aanpak worden de werkzaamheden uitgevoerd met respect voor de omgeving en zoveel mogelijk vóór de start van het broedseizoen. De bagger wordt bij deze methode via persleidingen over het water naar een tijdelijk depot aan de zuidzijde van de Binnenmaas gepompt. Dit beperkt transportbewegingen over de weg en draagt bij aan een onderhoudsproces dat milieuvriendelijk en sociaal verantwoord is.
> Professioneel onderhoud met oog voor omgeving en planning. De uitvoering liep van medio januari tot medio maart. De werkzaamheden zijn gefaseerd ingericht zodat zowel de plas als het havengebied systematisch worden aangepakt, waardoor effecten op recreatie en omwonenden beperkt blijven. Door tijdig af
te ronden voordat het broedseizoen begint, werden ook ecologische belangen meegenomen in de onderhoudsplanning. Heemraad watersysteem van waterschap Hollandse Delta Piet van der Eijk; “Met dit project verbeteren we de waterkwaliteit en laten we zien hoe innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan met goed waterbeheer – voor nu én voor de toekomst”.
Bij de start van de werkzaamheden is het gebied vooraf gecontroleerd op niet-ontplofte oorlogsresten, wat de veiligheid van de uitvoering garandeert. De combinatie van planning, techniek en omgevingsbewustzijn laat zien hoe professioneel beheer en onderhoud geïntegreerd worden ingezet.

Feitelijkheden uit het subsidietraject
• Het project ontving financiële steun van de Europese Unie en de provincie Zuid-Holland
• De werkzaamheden zijn afgestemd met omgevings- en veiligheidscontroles voorafgaand aan de uitvoering
• De uitvoering met waterstoftechnologie past binnen duurzaamheidscriteria en vermindert uitstoot aanzienlijk
• Het onderhoudsproject is afgerond vóór het broeseizoen
In Onderhoud en Asset Management gaat het vaak over jaren: levensduur, restlevensduur en meerjarenonderhoudsplannen. Maar soms zit de echte winst in dagen, of zelfs uren. Ingenieurs- en adviesbureau Nebest laat zien hoe snel het kan gaan. Met een nieuwe betonradar brengt het in korte tijd grote oppervlakten volledig in kaart, met directe gevolgen voor de kwaliteit en de snelheid van besluitvorming.
Nebest is een onafhankelijk ingenieurs- en adviesbureau gespecialiseerd in inspectie, onderzoek en advies van bestaande constructies, met een sterke focus op beton en infrastructuur. Remco van Osch houdt zich er bezig met niet-destructief onderzoek naar betonconstructies. “Dat betekent dat ik veel op locatie ben en met uiteenlopende specialistische apparatuur ‘in’ het beton kijk”, legt hij uit. “We beschikken over verschillende apparaten die allemaal goed zijn in één ding. De kunst is om die resultaten achteraf te combineren tot een
bruikbaar beeld van de constructie. Daar draait het uiteindelijk om: de opdrachtgever voorzien van informatie waar hij echt iets mee kan”.
> Van steekproef naar volledige scan. Traditioneel betononderzoek bestaat vaak uit een combinatie van visuele inspecties, puntmetingen en – waar nodig – destructieve methoden zoals kernboringen. Die aanpak levert waardevolle informatie op, maar kent ook beperkingen. Met name bij grotere oppervlakten is het met


> deze aanpak simpelweg niet haalbaar om alles in detail te onderzoeken. “In de praktijk werk je vaak met steekproeven”, zegt Van Osch. “Je onderzoekt bijvoorbeeld dertig procent van het oppervlak en extrapoleert dat naar de rest”.
> Veranderende vraag. Nebest zag de vraag vanuit de markt veranderen. Opdrachtgevers willen steeds vaker grotere oppervlakten in beeld brengen en dat ook nog eens sneller. “Met onze bestaande apparatuur is dat gewoon te tijdrovend”, aldus Van Osch. “Daarom hebben we eind vorig jaar geïnvesteerd in een nieuwe betonradar, de Proceq GS9000”. Die radar maakt gebruik van GPRtechnologie (Ground Penetrating Radar) en scant een strook van ongeveer een meter breed. Dankzij de radar is het nu mogelijk om een volledig oppervlak systematisch te scannen. “Je gaat van steekproeven naar full coverage”, vat Van Osch samen. “Daardoor krijg je meer data en hopelijk ook betere data”. Tijdens het scannen worden de meetgegevens direct gekoppeld aan locatiegegevens. “Het vastleggen van de meetlocaties was voorheen handwerk. Dat kostte niet alleen tijd, maar was ook foutgevoelig. Nu gebeurt dat automatisch”.
> Van weken naar dagen. De impact van die nieuwe werkwijze wordt duidelijk in de praktijk. Zo werd begin maart in een tunnel in één nacht tijd 5.000 vierkante meter beton gescand om ankers op te sporen. “Dat deden we in vier uur”, zegt Van Osch. “Met de traditionele aanpak waren we daar minimaal een week
mee bezig geweest”. Een ander project betrof het scannen van een vloer van een voormalige betoncentrale uit de jaren vijftig. In de loop der jaren was de locatie meerdere keren uitgebreid, zonder dat de wijzigingen goed op tekening waren vastgelegd. Voor de geplande herontwikkeling was het essentieel om exact te weten waar de fundatiepalen zich bevinden. “Met de betonradar scanden we bijna 11.000 vierkante meter in ongeveer anderhalve dag en vonden we zo’n 4.000 palen”. Die informatie werd vervolgens verwerkt in een digitale tekening. “We hebben de data omgezet naar een Autocad-bestand, zodat de constructeur die direct kan gebruiken in zijn ontwerpprogramma”. Ook hier is de tijdwinst aanzienlijk. “Met conventionele methoden waren we minimaal vier weken bezig geweest en dan moest de data nog verwerkt worden. Nu heb je in korte tijd een compleet en bruikbaar beeld”.
> Andere informatie. Nebest kan op basis van de radarbeelden een zogenoemde ‘vlekkenkaart’ maken van een constructie. “Op de radarbeelden zie je patronen, bijvoorbeeld parabolen die de wapening weergeven”, legt Van Osch uit. “Door de ‘kwaliteit’ van de parabolen te analyseren, kan de kans op wapeningscorrosie zelfs onder een asfaltverharding worden bepaald. Ideaal voor brugdekken”. Door die signalen te vertalen naar kleurbeelden ontstaat een overzicht waarin in één oogopslag zichtbaar is waar zich potentiële problemen bevinden. “Hoe roder het vlak, hoe groter de kans op schade. Daarmee kun je een compleet brugdek in kaart brengen en direct zien waar je aandacht moet zitten”.
‘
‘In plaats van overal onderzoek of vervanging uit te voeren, kun je veel gerichter ingrijpen. Dat scheelt kosten, maar vooral ook tijd’
>
> Steekproeven. Het grote voordeel van de radar is dat de inspectie grotendeels niet-destructief kan gebeuren. Waar traditionele methoden vaak vragen om het verwijderen van asfalt of coatings om metingen te kunnen uitvoeren, kan de radar daar eenvoudig doorheen meten. “Je hoeft het oppervlak niet eerst open te maken”, zegt Van Osch. “Dat betekent dat je in korte tijd duizenden vierkante meters kunt scannen”. De correlatie tussen wat wordt gemeten en wat fysiek wordt aangetroffen is volgens hem sterk. “Dat geeft vertrouwen dat je deze data kunt gebruiken om onderhoud te plannen”. Om de betrouwbaarheid van die beelden te borgen, voert Nebest steekproefsgewijs controles uit.
> Tijd en Kwaliteit. “Het gaat dus niet alleen om tijd besparen, maar ook om het makkelijker verkrijgen van meer data”, zegt hij. “Omdat je een volledig oppervlak kunt scannen, krijg je een veel completer beeld van de constructie. Daardoor kun je weer beter onderbouwde beslissingen nemen”. Daarmee raakt de technologie aan een bredere ontwikkeling binnen Asset Management: de verschuiving van reactief naar voorspellend onderhoud. Waar voorheen werd ingegrepen op basis van zichtbare schade of beperkte meetdata, ontstaat nu de mogelijkheid om op basis van volledige datasets keuzes te maken. Tijdwinst vertaalt zich daarmee direct in kwaliteitswinst.
> Gerichter ingrijpen. De vertaalslag naar onderhoud is volgens Van Osch derhalve de echte meerwaarde. “Het gaat er niet om dat je heel veel meetdata hebt, maar dat je daar bruikbare informatie van maakt”. In een recente case waarbij Nebest voor een aannemer meerdere bruggen moest inspecteren, kon op basis van de scans gericht worden bepaald waar wel en geen schade aanwezig was, waardoor de scope van het werk werd aangepast. “In plaats van overal onderzoek of vervanging uit te voeren, kun je veel gerichter ingrijpen. Dat scheelt kosten, maar vooral ook tijd”. Volgens Van Osch ligt daar de kern: “Je helpt asset owners om betere keuzes
te maken. Niet op basis van aannames of steekproeven, maar op basis van een compleet beeld van de constructie”.
> Begin bij de vraag. Tegelijkertijd plaatst Van Osch een belangrijke kanttekening. De nieuwe radar is geen wondermiddel dat in alle situaties de beste oplossing biedt. “Als er bijvoorbeeld meerdere lagen wapening aanwezig zijn, ziet de radar vooral de bovenste laag”, legt hij uit. “Dan heb je aanvullende technieken nodig”. Volgens Van Osch ligt daar een belangrijk aandachtspunt voor opdrachtgevers. “Wij zeggen altijd: denk niet in meettechnieken, maar begin bij de vraag. Wat wil je eigenlijk weten? Van daaruit bepaal je welke methode of combinatie van methoden het meest geschikt is”. Die benadering past bij de rol die Nebest wil vervullen. Niet als leverancier van losse metingen, maar als partner die helpt om data te vertalen naar inzicht.
> Duurzaam en efficiënt. De nieuwe werkwijze heeft ook een duurzaamheidscomponent. Doordat grotere oppervlakten sneller en niet-destructief kunnen worden onderzocht, is minder ingrijpend onderzoek nodig. Dat betekent minder herstelwerkzaamheden, minder materiaalgebruik en minder verstoring van de omgeving. Daarnaast zorgt de snelheid van werken ervoor dat bijvoorbeeld infrastructuur korter buiten gebruik hoeft te zijn. Zeker bij inspecties in tunnels of op drukke locaties kan dat een belangrijk voordeel zijn.
De introductie van de betonradar heeft inmiddels geleid tot veel interesse vanuit de markt. “We krijgen veel vragen over de mogelijke inzet”, zegt Van Osch. “Opdrachtgevers willen weten of het voor hun project geschikt is”. Die belangstelling past in een bredere trend waarin data een steeds centralere rol speelt in Asset Management. Sneller meten betekent immers ook sneller weten – en daarmee sneller kunnen handelen. Voor Van Osch is de conclusie helder: “De tijdwinst is enorm. Maar belangrijker nog is dat je met die tijdwinst ook betere beslissingen kunt nemen”.
Ik heb nooit het gevoel dat ik tijd over heb. Het is eerder te weinig. Te veel projecten tegelijk, planningen die schuiven en altijd dat gevoel dat je extra handjes zou kunnen gebruiken. Vraag naar capaciteit is structureel groter dan wat er beschikbaar is. Tijd tekort en te weinig handjes is geen incident meer, het is de standaard.
In de praktijk merk ik dat het neerkomt op keuzes. Of ik ga zelf harder lopen, of we schuiven dingen door in overleg met de opdrachtgever. En de laatste tijd heb ik geleerd om soms nee te zeggen. En dat blijft wennen.
> Versnellen gebeurt bijna automatisch. Net iets sneller schakelen, een inspectie combineren, een rapportage efficiënter afronden. Daar zit ook kracht in, maar ik merk dat daar een grens aan zit. Want hoe efficiënt je ook werkt, sommige dingen vragen gewoon aandacht en zorgvuldigheid. Ik werk alleen, dus extra capaciteit erbij halen is niet iets wat ik zomaar doe. Dat betekent dat ik nog bewuster moet omgaan met mijn tijd en mijn planning. Ik merk dat ik steeds vaker offerteaanvragen afwijs nog voordat ik er echt induik. Niet omdat het geen interessante projecten zijn, maar omdat ik gewoon weet dat de tijd er niet is. Mijn werkvoorraad zit vaak al twee tot drie maanden vol.
‘‘Nee zeggen blijft lastig’
’

> Harder lopen is vaak de eerste reflex. Even doorpakken, een avondje langer door, nog een rapport afronden. En soms betekent dat ook gewoon ’s avonds, in het weekend of zelfs een keer ’s nachts doorwerken om een deadline te halen. Dat hoort er eerlijk gezegd ook gewoon bij, zeker als ondernemer. Soms maak je een inschatting die achteraf niet helemaal klopt. Dan heb je te weinig uren gecalculeerd en moet je dat zelf opvangen. Dat betekent simpelweg: extra uren maken zonder dat daar iets tegenover staat. Niet leuk, maar het is onderdeel van het vak. Vaak zit je goed en verdien je eraan, soms zit je ernaast en kost het je tijd en geld.
> Maar één ding is voor mij prioriteit nummer één. Kwaliteit staat altijd bovenaan. In ons werk hebben keuzes impact en die verantwoordelijkheid kun je niet wegdrukken vanwege tijdsdruk. Wat ik de afgelopen tijd wel heb geleerd, is dat het echte probleem niet het tijdgebrek is. Dat hoort er blijkbaar gewoon bij. Het probleem ontstaat pas als je doet alsof het geen gevolgen heeft. Ik probeer daar steeds eerlijker in te worden. Richting opdrachtgevers, maar ook naar mezelf. Gewoon benoemen: dit is wat er ligt, dit is de tijd die we hebben en dit zijn de keuzes die daarbij horen.
Soms betekent dat dus ook nee verkopen. Of aangeven dat iets pas over een paar maanden kan. Niet leuk, maar wel eerlijk. Want uiteindelijk kun je niet alles tegelijk goed doen. Maar je kunt wel bewust kiezen hoe je je tijd wél goed besteedt. <
Faisel Salarbux FATZ Buildings
In opdracht van netbeheerder TenneT gaat Koninklijke Heijmans de komende vijf jaar hoogspanningsvelden produceren in de nieuwe fabriek Krachtveld in Ede. Nu al moeten de eerste modules uit de fabriek rollen. Het contract heeft een waarde van bijna 80 miljoen euro.

Deze aanpak is 30 procent sneller dan de traditionele bouwmethode op de bouwlocatie. Versnelling van de uitbreiding van het elektriciteitsnet is hard nodig, aangezien de vraag naar elektriciteit van huishoudens en bedrijven snel toeneemt en het net vrijwel overal in Nederland vol zit.
> Tijd is een belangrijke factor. Frank Wester, directeur Operaties TenneT Nederland; “Om in alle vraag naar stroom te kunnen voorzien moeten wij komende jaren de capaciteit van het hoogspanningsnet minimaal verdubbelen. Deze enorme opgave kunnen SAMENWERKING <
we alleen aan als we, naast het verkorten van procedures en vergunningstrajecten, standaardiseren en modulair bouwen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vervanging van verouderde hoogspanningsstations en de bouw van nieuwe stations en hoogspanningsmasten, maar dus ook voor de bouw van extra hoogspanningsvelden op bestaande 110.000 en 150.000 volt hoogspanningsstations. We zijn verheugd dat Heijmans deze hoogspanningsvelden voor ons in productie neemt. Door standaardisatie en productie in een gecontroleerde omgeving verkorten we samen de doorlooptijd van de bouw op de bestaande hoogspanningstations en kunnen we de schakelvelden

eerder in bedrijf nemen dan met de traditionele bouwmethode. Deze prefabricatie oplossing is een mooi voorbeeld van de versnelling die Nederland nu nodig heeft in de energietransitie”.
> Gecontroleerde fabrieksomgeving. In opdracht van TenneT levert Heijmans de komende vijf jaar 480 ‘prefab modules’ voor 120 hoogspanningsvelden met een contractwaarde van bijna 80 miljoen euro, onderdeel van een eerder gesloten raamcontract. De prefab onderdelen worden in een gecontroleerde fabrieksomgeving geassembleerd en getest voordat ze naar de bestaande hoogspanningsstations van TenneT worden vervoerd. Op locatie zijn minder handelingen nodig. Hiermee worden processen voorspelbaarder, veiliger en efficiënter, terwijl met dezelfde bezetting meer kan worden gerealiseerd. Dat is niet alleen essentieel in tijden van arbeidskrapte, maar draagt ook bij aan betere arbeidsomstandigheden voor medewerkers.
> Snelheid met kwaliteit én veiligheid. Bart Smolders, directievoorzitter Heijmans Infra; “De fabriek in Ede laat zien hoe wij in
oplossingen denken. Door prefab bouw, standaardisatie en digitale sturing combineren we snelheid met kwaliteit én veiligheid. Deze samenwerking met TenneT laat zien dat het echt samen sneller kan”.
> Wat is een hoogspanningsschakelveld? Een hoogspanningsschakelveld vormt een essentieel onderdeel van een hoogspanningsstation. Hier wordt elektriciteit geschakeld, beveiligd en verdeeld over verschillende aansluitingen in het hoogspanningsstation. Elk veld verbindt de hoogspanningsrail met een specifieke aansluiting, zoals een ondergrondse kabel, een transformator of een andere hoogspanningsverbinding. Binnen het veld bevinden zich verschillende primaire componenten – zoals schakelaars, aardingsinstallaties en beveiligingssystemen – die zorgen voor een veilige, betrouwbare en stabiele werking van het net.
Een hoogspanningsstation kan gezien worden als de meterkast voor een regio. De schakelvelden gelden als de groepen in de meterkast waar de allergrootse stroomverbruikers en de elektriciteitsstations van regionale netbeheerders op zijn aangesloten. <
‘ ’ ‘TenneT en Heijmans sluiten contract van 80
In onderhoud en asset management praten we veel over kosten, betrouwbaarheid en veiligheid. Toch zit achter al deze thema’s één factor die alles beïnvloedt: tijd. Tijd bepaalt wanneer onderhoud wordt uitgevoerd, wanneer investeringen worden gedaan en wanneer installaties worden stilgelegd. Wie tijd goed beheerst, beheerst uiteindelijk de prestaties en kosten van assets over de gehele levensduur.
Marten Schoemaker
In mijn werk als Senior Industrial Consultant bij Bilfinger ben ik direct betrokken bij complexe industriële projecten zoals turnarounds, levensduurverlengingen en decommissioning trajecten. Dit zijn omgevingen waarin assets onder hoge druk staan en waar beslissingen over onderhoud, modificaties en buitenbedrijfstelling grote gevolgen hebben voor veiligheid, kosten en continuïteit. Juist in deze projecten ervaar ik dat tijd zelden slechts een planningsparameter is. Tijd bepaalt de kwaliteit van besluitvorming en uiteindelijk het succes van een project.
Mijn overtuiging is dat tijdsdruk zelden het echte probleem is, maar een gebrek aan tijdsinvestering aan de voorkant wel. Het al dan niet slagen van een project is niet omdat er te weinig tijd is, maar omdat cruciale keuzes te laat, te snel of met onvoldoende informatie worden gemaakt.
Binnen asset management ligt de focus vaak op de uitvoeringsfase. Zeker bij stilstandgevoelige projecten telt elke minuut. Wat daarbij regelmatig wordt onderschat, is dat de grootste tijdsverliezen niet tijdens de uitvoering ontstaan, maar ver daarvoor: in onduidelijke scope, onvoldoende risico- en scenario denken en gebrekkige voorbereiding. Projecten die snel moeten starten vertragen daardoor juist later, door rework, scopewijzigingen en ad-hoc maatregelen.
Het bewust nemen van tijd aan de voorkant vraagt discipline. Toch is dit precies waar Lean principes hun waarde laten zien. Flow ontstaat niet door harder te werken, maar door verspilling en variatie vroeg in het proces te elimineren. Stabiliteit in voorbereiding creëert snelheid in uitvoering. Te vroeg versnellen leidt juist tot instabiliteit en escalaties.

Data en digitalisering versterken deze benadering. Realtime performancedata en voorspellende analyses maken inzichtelijk wanneer ingrijpen echt nodig is en waar tijd de meeste waarde toevoegt. Tijd wordt daarmee een strategisch stuurmiddel in plaats van een reactieve beperking.
Organisaties die tijd actief managen, creëren voorspelbaarheid, verhogen veiligheid en verlagen de total cost of ownership. Wie tijd strategisch inzet, beheerst uiteindelijk de volledige asset lifecycle.

Romeo Maul
In mijn werk als Senior Asset Management Consultant bij Bilfinger help ik industriële organisaties met het verbeteren van onderhoudsprocessen, asset performance en besluitvorming rondom onderhoud en assets. Waar tijd in projecten en lifecycle management vaak wordt bepaald door voorbereiding en besluitvorming, zie ik in de dagelijkse onderhouds- en assetmanagementpraktijk een andere kant van tijd. Niet hoeveel tijd werk kost, maar hoeveel tijd werk onderweg is. Het verschil tussen werktijd en doorlooptijd is in veel organisaties enorm.
Ik zie regelmatig dat een werkorder vier weken open staat, terwijl het daadwerkelijke werk misschien maar vier uur kost. De rest van de tijd bestaat uit wachten: wachten op informatie, wachten op goedkeuring, wachten op onderdelen, wachten op prioriteiten die weer veranderen. Vanuit Lean noemen we dat verspilling. En de grootste verspilling in onderhoud is vaak niet sleutelen, maar wachten.
Wat ook veel voorkomt, is dat organisaties denken dat ze een capaciteitsprobleem hebben, terwijl ze eigenlijk een prioriteitenprobleem hebben. Alles is belangrijk, dus verandert de prioriteit continu. Daardoor blijven werkzaamheden liggen, worden mensen steeds op andere dingen gezet en ontstaat er overal vertraging. Mensen zijn druk, maar de doorlooptijd van werk wordt niet korter. Druk zijn is namelijk niet hetzelfde als productief zijn.
In andere organisaties zie je weer een andere vorm van tijdverlies: overlegstructuren en besluitvorming. Meeting na meeting, maar geen besluit. Werk kan pas verder als iemand een beslissing neemt, maar die beslissing wordt steeds vooruitgeschoven. Ook dat is verspilling van tijd, maar dan op managementniveau in plaats van op de werkvloer.

Als je tijd echt wilt verbeteren in onderhoud en asset management, moet je daarom niet alleen naar planning kijken, maar naar het hele systeem eromheen: hoe worden prioriteiten bepaald, hoe snel worden beslissingen genomen, hoe is werkvoorbereiding ingericht, welke assets zijn kritisch en welke spare parts moeten op voorraad liggen.
Uiteindelijk gaat asset management dus niet alleen over techniek of onderhoud, maar over het nemen van de juiste beslissingen op het juiste moment. Wij zijn benieuwd hoe dat in jouw organisatie zit: zit de meeste tijd in het werk, of in het wachten ertussen?
VAN DE RVB TAFEL <
Hoe zorg je dat de overdracht van een pand van ‘project’ naar ‘beheer’ en vice versa soepel verloopt? Door alle informatie over het pand up to date te hebben op het moment van overdracht. Makkelijker gezegd dan gedaan, weten ze bij het Rijksvastgoedbedrijf. Een speciaal programma moet structuur en snelheid brengen in de uitwisseling van vastgoedinformatie.

Scannen van KMA Foto: RVB

Het portfolio van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) omvat zo’n 11 miljoen vierkante meter aan gebouwen en 85.000 hectare grond in Nederland en het Caribisch gebied. Met het beheer en onderhoud van al dit vastgoed is een gigantische hoeveelheid data gemoeid. En die data is niet vanzelf voor de juiste teams en op het juiste moment beschikbaar.
> Een ambitieus project. Het was tijd voor een nieuwe aanpak, een herijking van de manier van uitwisselen van al die informatie. Eind 2024 riep het RVB een ambitieus vastgoedinformatieproject in het leven. Marleen Sauerbreij leidt het project. Ze werkt samen met een stuurgroep en werkgroepen met vertegenwoordigers van allerlei disciplines binnen het RVB.
Marleen; “Directe aanleiding voor de start van het project was het interne besluit dat projecten niet meer afgesloten mogen worden zonder dat de vastgoedinformatie is overgedragen van projecten naar beheer. Die overdracht moet sneller en de informatie moet compleet en actueel zijn. Er spelen verschillende aspecten mee: de collega’s van projecten en beheer hebben er last van als informatie ontbreekt, net als onze contractanten. Het RVB krijgt steeds meer werk en de regeldruk neemt toe.
Onze afdeling Vastgoed Informatiemanagement had al vaker aangegeven dat er flink winst te behalen valt in het beheer en de uitwisseling van vastgoeddata. Zij hebben gezorgd dat er snel een stuurgroep kwam, met collega’s van projecten en beheer. En ik mocht het project gaan managen. Een mooie uitdaging”.
> Vastgoedinformatie is veelomvattend. Het gaat van bouwkundig en elektrotechnisch tekenwerk tot berekeningen, van certificaten van keuringen van installaties tot rapporten over bijvoorbeeld asbest. Marleen; “We richten ons allereerst op het optimaliseren van de vastgoedinformatie die nodig is om een pand in beheer te nemen en veilig te gebruiken, na oplevering of na een verbouwing. Objectmanagers, installatie-verantwoordelijken en onderhoudspartijen moeten kunnen vertrouwen op de informatie die ze krijgen. Hoe zijn instal-
laties opgebouwd, wat is de staat van onderhoud, welke wijzigingen zijn er uitgevoerd, welke inspecties zijn er geweest, voldoet alles aan de wet- en regelgeving? En ook: wie is waarvoor verantwoordelijk?”
> Asset Management. Doel is dat de fysieke en de digitale werkelijkheid met elkaar overeenkomen, zo snel mogelijk na oplevering van een pand. De informatie gaat van projectteam naar beheer en andersom, want ook voor de start van nieuwe projecten is deze input belangrijk. Marleen; “We besteden nadrukkelijk ook aandacht aan de bijdrage van de marktpartijen met wie we in de projecten samenwerken”. De vastgoedinformatie is ook cruciaal voor Asset Management, voegt Marleen toe. “Asset Management werkt steeds meer data gedreven. Om goed te sturen en de juiste beslissingen te nemen over prioritering van projecten of over het MOIP, moet Asset Management de juiste en tijdige informatie hebben”.
> Knelpunten en oplossingen. Inmiddels zijn belangrijke knelpunten in kaart gebracht en hebben de werkgroepen ook al een lijst met 10 prioritaire oplossingen gedefinieerd. Zo onderzoekt een werkgroep de aanpak van tekenwerk vóór een project start, samen met
Monumentale kazernes updaten Foto: RVB >

> Asset Management. “Kunnen we een goed beeld hebben van de volledigheid en actualiteit van het tekenwerk voor we met een project starten, en eventuele risico’s vooraf onderkennen?” Een andere werkgroep onderzoekt de mogelijkheid om het tekenwerk al gedurende een project te toetsen op de vormeisen die het RVB stelt, in plaats van aan het eind. Dat levert veel tijdwinst op. Marleen; “We kijken ook naar de inzet van Artificial Intelligence, bijvoorbeeld om metadata uit het tekenwerk te halen, of om in de toekomst nog sneller te kunnen toetsen”.
> Eerste mijlpaal. Een deelproject gaat over de eisen en verwachtingen van het RVB richting marktpartijen. “We willen een betere opdrachtgever zijn voor de markt. Met duidelijke eisen, zonder ruis. Recent hebben we een compact handboek voorschriften vastgoedinformatie opgesteld. Daarin zijn alle eisen die we stellen aan vastgoedinformatie samengevoegd. Voorheen stond dit overal verspreid in onze contracten. Het is de eerste mijlpaal in het project en een mooie stap in het versimpelen en standaardiseren van onze eisen. We merken al meteen dat de markt er blij mee is en er goed mee kan werken”.
“We betrekken onze marktpartners overigens bij alle voorgenomen verbeteringen die invloed op hen hebben. We kunnen het niet zonder elkaar. We toetsen onze voorstellen in marktconsultaties of tijdens de marktdag die we al enkele jaren organiseren”.
Binnen deze methodiek speelt de RVB Beslisboom soort gebrek een centrale rol. Het is een gestandaardiseerd stappenmodel dat inspecteurs gebruiken om waargenomen afwijkingen of waarnemingen consistent te classificeren en te koppelen aan een soort gebrek met bijbehorende prioriteit en onderhoudsstrategie.
> Geen verrassingen meer. Zo werkt het RVB stap voor stap naar het verbeteren van processen. Naar vooraf goede afspraken maken tussen beheer- en projectteams en naar heldere communicatie met aannemers en onderhoudscontractanten. De grote ambitie is dat de vastgoedinformatie straks op elk moment de fysieke werkelijkheid

Marleen Sauerbreij Foto: RVB
weergeeft. “We willen niet meer voor verrassingen komen staan bij de oplevering en overdracht en op dat moment allerlei ‘rework’ moeten doen. Dat we nog fysiek informatie moeten gaan halen bij panden. Of dat verantwoordelijkheden voor het onderhoud van bepaalde assets onduidelijk zijn. Nieuwe projecten richten we hier al op in. We voeren pilots uit en trainen betrokken teams.”
> Samen bouwen aan vastgoedinformatie. Eind 2027 is de eerste grote evaluatie. Marleen houdt als projectmanager het einddoel in zicht. “Waar doen we dit voor, wat is de scope? Het gros van mijn tijd zit in communicatie. Het is belangrijk om de organisatie mee te nemen in wat er verandert en wat dat voor verschillende rollen betekent. Om betrokkenheid te krijgen en om te zorgen dat dit geen theoretisch verhaal blijft, maar echt landt in de organisatie. Het is mooi om te zien dat zaken in beweging komen. In- en extern - in de hele vastgoedketen - beseft men steeds meer dat we niet alleen een consument zijn van vastgoedinformatie, maar ook een producent. Dat is een sterke aanwijzing dat het concreet gaat landen. Iedereen heeft er plezier van als alle vastgoedinformatie op orde is. Onze mensen, onze contractanten en op de eerste plaats natuurlijk de gebruikers van de panden. Want voor hen doen we het uiteindelijk”. <
‘‘Objectmanagers, installatieverantwoordelijken en onderhoudspartijen moeten kunnen vertrouwen op de informatie die ze krijgen over een pand’
’
Tijd is in onderhoud geen abstract begrip. Tijd is beschikbaarheid. Tijd is veiligheid. Tijd is productieverlies of juist winst. In die context is het interessant dat Sensata Technologies Holland de Nederlandse Innovatieprijs voor Engineering Excellence won. De bekroning ging naar drie technologische innovaties in vermogenselektronica en sensortechniek, maar voor maintenance professionals is vooral de onderliggende boodschap relevant: slimme technologie kan kostbare tijd teruggeven aan organisaties.

Sensata kreeg de erkenning voor onder meer een MegaWatt Charge Power Distribution Unit, een high efficiency contactor en een geavanceerde brake-by-wire krachtsensor. Dat klinkt als automotive hightech, maar de impact reikt verder dan mobiliteit alleen. Het gaat om betrouwbaarheid, responstijd en voorspelbaarheid: precies de domeinen waar onderhoud het verschil maakt.
> Innovatie nummer een. De MegaWatt Charge Power Distribution Unit is ontwikkeld om zware elektrische voertuigen in zeer
korte tijd te laden. Waar laadtijden traditioneel uren kunnen bedragen, worden die teruggebracht naar minuten. Voor onderhoudsorganisaties betekent dit dat stilstand rond laadinfrastructuur drastisch afneemt. Minder wachttijd bij testen, minder blokkades in logistieke processen en een hogere inzetbaarheid van assets. In een wereld waarin elektrische aandrijfsystemen steeds vaker ook in industriële toepassingen worden ingezet, wordt laadinfrastructuur een integraal onderdeel van het assetpark. De betrouwbaarheid daarvan bepaalt direct hoeveel tijd een installatie beschikbaar is.

> De tweede Innovatie. De high efficiency contactor speelt een andere, maar minstens zo relevante rol. Deze component maakt het mogelijk om voertuigen met een 800 volt batterijarchitectuur te laden via bestaande 400 volt infrastructuur, zonder zware en complexe aanvullende omzetapparatuur. Voor onderhoud betekent dit minder extra componenten, minder potentiële faalpunten en dus minder tijd kwijt aan inspectie en foutdiagnose. Elke extra module in een energiesysteem betekent immers extra onderhoudstijd over de levensduur. Door systeemcomplexiteit te reduceren, wordt niet alleen installatietijd verkort, maar ook de toekomstige onderhoudsbelasting.
> Derde innovatie, niet in volgorde van belangrijkheid. De derde innovatie, een brake-by-wire krachtsensor, laat zien hoe tijd ook in milliseconden telt. De sensor detecteert de intentie van een bestuurder voordat er mechanische beweging plaatsvindt en zet die informatie direct om in een elektrisch signaal. Dat principe van vroege detectie is voor maintenance professionals bijzonder herkenbaar. Hoe eerder afwijkingen in gedrag of belasting worden
waargenomen, hoe meer tijd er is om in te grijpen voordat een storing optreedt. In bredere industriële context betekent dit dat sensortechnologie steeds sneller en nauwkeuriger data levert, waardoor diagnostiek minder tijd kost en voorspellend onderhoud betrouwbaarder wordt.
> Gemene deler. Wat deze innovaties gemeen hebben, is dat ze niet alleen prestaties verbeteren, maar vooral tijd comprimeren. Oplaadtijd, responstijd, installatietijd, diagnosetijd: overal wordt de cyclus korter. Voor de onderhoudssector vertaalt zich dat in hogere asset availability en lagere Mean Time To Repair (MTTR). Wanneer systemen slimmer ontworpen zijn, met geïntegreerde sensortechniek en efficiëntere vermogensschakelingen, verschuift onderhoud van reactief naar anticiperend. Tijd wordt daarmee een strategische parameter in plaats van een kostenpost.
> Interessant en duidelijk. Interessant is ook de manier waarop Sensata innovatie organisatorisch benadert. Het bedrijf investeert in technische ontwikkeltrajecten en kennisprogramma’s om
organisaties die uitzonderlijke innovatie en impact tonen in de industrie en de maatschappij’
engineeringcapaciteit structureel te versterken. Voor onderhoudsorganisaties is dat een herkenbare uitdaging. Innovatie vraagt niet alleen om nieuwe componenten, maar om tijd investeren in kennisopbouw. Zonder voldoende technische diepgang binnen de organisatie wordt de implementatietijd van nieuwe technologie juist langer in plaats van korter. De prijs onderstreept dus ook dat innovatievermogen en onderhoudsprofessionaliteit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
De innovatieprijs voor Sensata Technologies is daarmee meer dan een erkenning voor technische excellentie. Het is een signaal dat in de moderne industrie tijd de ultieme prestatie-indicator is geworden. Tijd tot diagnose. Tijd tot interventie. Tijd tot herstart. In een omgeving waarin marges onder druk staan en duurzaamheid steeds belangrijker wordt, is het vermogen om tijd efficiënt te beheren misschien wel de belangrijkste onderhoudscompetentie van dit decennium.
In het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) staan 15 rioolwaterzuiveringen (rwzi’s) om het water schoon te maken voor 1,2 miljoen Noord-Hollanders boven het Noordzeekanaal. De rwzi’s zijn 24/7 in bedrijf. Om de rwzi’s in goede conditie te houden, is onderhoud, renovatie en vervanging van installaties nodig.
Beentjes GWW, GMB en Luttjeboer hebben de raamovereenkomst met HHNK getekend. De raamovereenkomst heeft een looptijd van vier jaar met de mogelijkheid om twee keer te verlengen met 24 maanden. De maximale looptijd is dan acht jaar.
Raamovereenkomst en looptijd
Er is bewust gekozen voor een raamovereenkomst met een looptijd langer dan 48 maanden. De aard, complexiteit van de projecten, nieuwe vormen van samenwerking binnen de projecten, bijvoorbeeld bouwteams, vraagt tijd om ervaring op te doen en ‘geleerde lessen’ uit te wisselen en toe te passen. Daarvoor is het nodig dat partijen met meerdere projecten ervaring kunnen opdoen. Het is belangrijk dat er kennis wordt opgebouwd en gedeeld zodat projecten steeds doeltreffender en doelmatiger worden uitgevoerd. Veel van de projecten kennen een lange doorlooptijd. Voor de aannemers in de raamovereenkomst is het wenselijk dat ze allemaal de gelegen-
heid hebben om meerdere projecten uit te voeren. Door te kiezen voor een langere looptijd wordt die gelegenheid geboden.
Werkwijze en werkzaamheden
Op de rwzi’s voert HHNK jaarlijks inspecties uit om goed in beeld te hebben wat voor werkzaamheden of onderhoud er per installatie plaats moet vinden. Op basis van deze inspecties wordt besloten op welke rwzi de komende jaren onderdelen gereviseerd of vervangen moeten worden. Hierbij wordt ook gekeken naar de aanwezige langetermijn Asset Managementplanning.
Werkzaamheden die vallen binnen het raamcontract zijn: advies, ontwerp, opstellen van een werkomschrijving, verzorgen van documentatie en tekeningpakketten. Het kan voorkomen dat er werkzaamheden worden uitgevraagd, die niet zijn opgenomen zijn in de opdrachtomschrijving maar wel binnen de aard van de opdracht vallen. Je kunt hierbij denken aan ondersteuning leveren bij aanvragen van vergunningen of andere werkzaamheden die nodig zijn voor uitvoering van de opdracht of specifieke expertise bij een opdracht. Daarnaast is het meegaan met maatschappelijke ontwikkelingen als HHNK hiervoor kiest, bijvoorbeeld digitalisering, implementatie BIM. En ook het ontwikkelen en uitproberen van innovaties met pilotprojecten. <

Steeds meer organisaties zoeken manieren om jonge medewerkers te betrekken bij strategische vraagstukken. Bij Hollander Techniek gebeurt dat via de Raad van de Toekomst: een groep young professionals die meedenkt over de koers van het bedrijf.
Een manier om dat gesprek op gang te brengen, is door jonge medewerkers actief te betrekken bij vraagstukken die spelen binnen de organisatie. De Raad van de Toekomst van Hollander Techniek is zo’n initiatief: een groep young professionals die meedenkt over interne ontwikkelingen, innovatie en maatschappelijke thema’s. Tegelijkertijd fungeert het initiatief als klankbord voor verschillende afdelingen en het directieteam. Werkvoorbereider Industrie Tessa Voortman, een van de leden van de Raad, merkt dat het initiatief snel aan belangstelling wint binnen de organisatie. “Steeds meer afdelingen weten ons te vinden met vragen. Dat laat zien dat er behoefte is aan een frisse blik”.
> Luisteren naar de nieuwe generatie. De aanleiding voor de oprichting van de Raad ligt in de wens om beter aan te sluiten bij de verwachtingen van nieuwe generaties medewerkers. De generatie die nu de arbeidsmarkt betreedt, kijkt vaak anders naar werk, ontwikkeling en organisatiecultuur dan eerdere generaties. Door hen vroegtijdig te betrekken bij gesprekken over beleid en richting, ontstaat er een beter beeld van wat er leeft binnen de organisatie. “De generatie die nu binnenkomt, mag meepraten over de toekomst van onze organisatie,” vertelt Voortman. “Mijn werkgever wil weten hoe wij naar bepaalde thema’s kijken en wat het werk voor jonge medewerkers aantrekkelijk houdt”. Het initiatief kreeg in de zomer
van 2025 vorm toen medewerkers door de clusterleiders werden benaderd met de vraag of zij wilden deelnemen. De reacties waren vrijwel direct positief. “Iedereen die werd uitgenodigd, was meteen enthousiast”.
> Van de werkvloer naar de directie. Een belangrijk kenmerk van de Raad van de Toekomst is de verbinding tussen verschillende lagen van de organisatie. Voortman; “Medewerkers op de werkvloer merken vaak als eerste waar kansen of knelpunten ontstaan. Signalen uit de praktijk kunnen daardoor waardevolle input vormen voor gesprekken op strategisch niveau”. Volgens Voortman helpt de Raad om die signalen zichtbaar te maken. Thema’s die meerdere keren terugkomen in gesprekken of ervaringen op de werkvloer, kunnen aanleiding zijn om verder te onderzoeken wat er speelt. Op die manier vormt de Raad een brug tussen dagelijkse praktijk en besluitvorming.
> Gestructureerd vergaderen. De Raad komt in principe vier keer per jaar bij elkaar en hoewel de sfeer informeel en collegiaal is, wordt er wel degelijk gestructureerd gewerkt. “We doen het gezellig, maar ook officieel,” vertelt Voortman. “We hebben een agenda, een notulist en duidelijke onderwerpen om te bespreken.

‘
‘De Raad van de Toekomst geeft jonge medewerkers een stem in de koers van de organisatie’
’
Die onderwerpen worden soms door de Raad zelf ingebracht, maar komen ook regelmatig vanuit andere afdelingen. Zo vroeg de afdeling Informatiemanagement ons om mee te denken over de inrichting van de digitale werkomgeving”.
> Werving en selectie als eerste vraagstuk. Een van de eerste onderwerpen waar de Raad zich over boog, was werving en selectie. “De arbeidsmarkt verandert snel en verwachtingen van medewerkers verschuiven. Waar sommige collega’s tientallen jaren bij dezelfde werkgever blijven, wisselen anderen juist vaker van organisatie om nieuwe ervaringen op te doen”, aldus Voortman. “Door te kijken naar hoe verschillende generaties naar werk en ontwikkeling kijken, ontstond een breder beeld van wat medewerkers belangrijk vinden. De inzichten uit dit traject zijn gedeeld met de directie en gebruikt als input voor verdere gesprekken over het aantrekken en behouden van talent”.
> Nieuwe blik op interne processen, technologie en maatschappelijke ontwikkelingen. Hoewel de Raad zich niet bezighoudt met het ontwikkelen van nieuwe technologieën, wordt er wel gekeken naar de toepasbaarheid ervan binnen de organisatie. Zo is bijvoorbeeld nagedacht over de mogelijke inzet van AI binnen verschillende processen. De Raad fungeert hierbij als klankbord voor ideeën die er leven. “Wij kijken vooral naar wat zulke ontwikkelingen voor de toekomst van het bedrijf kunnen betekenen. Daarvoor onderzoeken we de toepasbaarheid en geven we advies”.
Naast interne vraagstukken kijkt de Raad van de Toekomst ook naar bredere maatschappelijke ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de organisatie. Duurzaamheid is daarbij een belangrijk thema. “Binnen Hollander Techniek wordt duurzaamheid steeds belangrijker, ook omdat opdrachtgevers daarom vragen,” vertelt Voortman. “Het is dus een onderwerp waar we als bedrijf sowieso mee bezig zijn, maar waar wij als Raad ook graag over meedenken”.

> > Leren van elkaar. De Raad levert niet alleen input voor de organisatie, maar is ook voor de deelnemers zelf een leerervaring. Voortman; “De leden komen uit verschillende vestigingen en disciplines en ontmoeten elkaar in een context die ze in hun dagelijkse werk niet altijd tegenkomen. Door met collega’s uit andere vakgebieden te spreken, ontstaat een breder beeld van hoe ons familiebedrijf functioneert. Tegelijkertijd worden de onderlinge lijnen korter. Doordat collega’s uit verschillende disciplines elkaar via de Raad leren kennen, weten ze elkaar later in het werk vaak sneller te vinden. Je leert onbewust veel van elkaar. Mensen uit de buitendienst kijken namelijk heel anders naar vraagstukken dan collega’s met commerciële of projectmatige functies”. Die uitwisseling helpt volgens haar ook om de onderlinge lijnen binnen de organisatie korter te maken.
> Eerste stappen richting de toekomst. De Raad van de Toekomst staat nog aan het begin van zijn ontwikkeling, maar binnen de organisatie groeit de belangstelling. Steeds meer afdelingen weten het platform te vinden en leggen vragen voor aan de leden. “Je merkt dat er echt wordt geluisterd naar wat wij zeggen. Dat maakt het leuk en waardevol om hier onderdeel van te zijn”. Daarnaast zou het volgens Voortman interessant zijn om contact te leggen met andere organisaties die met een vergelijkbaar concept werken. “Het lijkt ons inspirerend om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren”. <
Oprichtingsjaar 2025
Zittingsduur Maximaal 4 jaar
Leeftijdsgrens Deelname mogelijk tot 35 jaar
Vergaderingen Vier keer per jaar
Extra activiteiten Eén dag per jaar voor een educatieve activiteit, zoals een bedrijfsbezoek, beurs of inspiratiesessie
Samenstelling in functies
Contractmanager
Projectleider Retail
Bedrijfsjurist
Salarisadministratie en P&O
Adviseur Utiliteit
Werkvoorbereider team Food
Buitendienst medewerker Utiliteit
Werkvoorbereider team Industrie
Begeleider / mentor van de raad
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is voor de Nederlandse industrie geen vrijblijvend dossier meer. Met de deadline van 2027 in zicht, verschuift de focus van beleidstafels naar de werkvloer. De kern van de KRW is vastgelegd in Artikel 4: een resultaatverplichting om de chemische en ecologische toestand van waterlichamen te waarborgen.

“Voor de asset manager betekent dit een fundamentele verandering in risicomanagement. Lozingsvergunningen worden minder statisch”, meent Remi Vreemann, Sales Engineer Water & Industrie bij Morselt Watertechniek BV. “Het ‘achteruitgangsverbod’ impliceert dat een installatie die vandaag voldoet, morgen de beperkende factor voor de continuïteit kan zijn. Wie nu niet anticipeert, loopt het risico straks achter de feiten aan te lopen”, benadrukt hij.
> Artikel 10: De verplichte bronaanpak en BBT. Een cruciaal element is Artikel 10, waarin de ‘gecombineerde aanpak’ wordt voorgeschreven. Vreemann legt uit: “Dit dwingt bedrijven om emissies primair bij de bron aan te pakken via de Best Beschikbare Technieken (BBT). Dit vraagt om een kritische evaluatie van huidige zuiveringsstraten. Traditionele chemisch-fysische systemen zijn vaak gevoelig voor variaties in de aanvoerstroom en leunen zwaar op de stabiele levering en prijsstelling van hulpstoffen. In een markt met onzekere grondstofketens vormt deze afhankelijkheid een operationeel risico”. De transitie naar technieken die de regie op de eigen locatie vergroten, is daarom niet alleen een milieutechnische, maar vooral een bedrijfseconomische afweging.
> Strategische keuzes in techniek en beheer. In de zoektocht naar die regie ziet Vreemann een beweging naar elektrificatie en verregaande automatisering. “Technieken zoals elektrocoagulatie maken het mogelijk om verontreinigingen te binden zonder massale toevoeging van hulpstoffen. Hoewel dergelijke oplossingen, zoals de in Nederland ontwikkelde RedBox-systemen, een krachtig middel zijn, is er geen universele ‘one-size-fits-all’. Soms is een klassieke chemische benadering, al dan niet in combinatie met een nageschakelde ‘polishing’ stap, de meest doelmatige route”. Waar voorheen de aanschaf (CAPEX) veelal een doorslaggevende factor was, zien we hier nu een kentering in komen, aldus Vreemann. Het bewustzijn groeit dat water een essentieel onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering van morgen, hierdoor spelen operationele kosten (OPEX) en beheersbare techniek een steeds grotere rol.
> Digitalisering en Voorspellend Onderhoud. De werkelijke winst voor de onderhoudssector zit in de digitalisering volgens Vreemann. “Door integratie van industriële besturingsstandaarden, zoals Siemens S7, transformeert de waterzuivering van een ‘black box’ naar een transparante asset. Dit opent de deur naar Predictive Maintenan-
ce. In de klassieke waterzuivering is een normoverschrijding vaak de eerste indicator van een defect, een reactieve houding die onder de KRW-resultaatverplichting te riskant is. Door sensordata over geleidbaarheid, pH en stroomverbruik realtime te koppelen, ontstaat een digital twin. Dit stelt de maintenance organisatie in staat om slijtage of defecten te zien aankomen voordat de waterkwaliteit in het geding komt. De waterzuivering wordt zo een integraal onderdeel van de Smart Industry-strategie”.

Compacte filterkoek (resultaat na mechanische slib ontwatering)

> Circulaire waterbalans en slibkarakteristiek. Artikel 11 van de KRW stimuleert efficiënt omgaan met zoetwaterbronnen, dat direct linkt naar de Total Cost of Ownership (TCO). Verantwoord watergebruik begint bij de realisatie dat gezuiverd proceswater vaak een volwaardig alternatief is voor kostbaar drinkwater. Een nuchtere balans vereist een techniek die de vuillast niet onnodig verhoogt, waardoor hergebruik technisch eenvoudiger wordt.
“Ook de slibafvoer bepaalt de effectiviteit van de asset”, voegt Vreemann toe. “Waar chemisch gevormde vlokken water vaak sterk vasthouden, resulteert elektrocoagulatie in beter ontwaterbaar slib. In combinatie met mechanische ontwatering leidt dit tot een compactere reststroom zonder chemische ballast. Dit minimaliseert niet alleen de afvoerkosten, maar verkleint ook de logistieke footprint van de site”.
> De praktijktoets: Meten is weten. Een Ondanks de technologische mogelijkheden, blijft één principe overeind: elke afvalwaterstroom is uniek. De haalbaarheid van de KRW 2027-eisen kan nooit
uitsluitend op papier worden vastgesteld. Het uitvoeren van representatieve pilots en laboratoriumonderzoek is essentieel om de interactie tussen techniek en verontreiniging te valideren. Voor de beheerder is dit pilot-traject de belangrijkste stap in risicobeheersing; het vormt de wetenschappelijke onderbouwing voor investerings-beslissingen en vergunningstrajecten.
> Richting een ‘License to Operate’. De weg naar 2027 dwingt de industrie om waterzuivering te herdefiniëren als strategisch procesonderdeel. Naast technische noodzaak speelt maatschappelijke druk een rol. Het ‘achteruitgangsverbod’ betekent dat uitbreiding van capaciteit vaak alleen vergund wordt als de integrale waterimpact per product daalt. Vreemann: “Bedrijven die via BBT en een gesloten waterbalans opereren, versterken hun license to operate. Watermanagement verschuift hiermee van de rand naar de kern van ESG-rapportages. Het is niet de vraag óf de normen strenger worden, maar hoe snel een organisatie transformeert van grootverbruiker naar een water-bewuste partner in de regio”. <
VEILIG WERKEN <
De Arbeidsinspectie houdt de fysieke belasting bij straatwerk steeds scherper in de gaten en grijpt door waar regels worden overtreden. Dit leidde het afgelopen jaar tot tientallen stilleggingen van het werk. Tegelijkertijd heeft een familiebedrijf in straatwerk een duidelijke missie: het werk zo organiseren dat medewerkers langer fit blijven en duurzaam inzetbaar zijn, zonder onnodige belasting.

‘‘Kijk samen met bouwpartners op locatie waar je bij het straatwerk tegenaan kan lopen en bespreek de werkwijze
aanpak

Bij het bedrijf in kwestie heeft de aanpak van gezondheid en veiligheid een ontwikkeling doorgemaakt. De woordvoerder zegt: “In het verleden leidde een incident tot een boete, maar dit zette het management aan het denken. In plaats van alleen straffen te hanteren, werd een intern beloningssysteem ingericht dat medewerkers stimuleert om volgens de veiligheidsregels te werken. Dit heeft een positief effect op de cultuur en onderlinge aanspreekbaarheid binnen het team”.
> Duurzame inzetbaarheid als strategisch doel. Gezond werken is voor dit bedrijf meer dan het volgen van regels. Ze hebben een programma ontwikkeld dat zich richt op de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Onderdeel hiervan is directe toegang tot fysiotherapie en training, waardoor fysieke klachten snel worden aangepakt. Deze aanpak heeft geleid tot een lager ziekteverzuim en draagt eraan bij dat medewerkers langer in goede gezondheid kunnen blijven werken.
Voor maintenanceprofessionals raakt dit onderwerp direct aan Asset Management en lifecycle-denken, aldus het bedrijf. “De keuzes die in ontwerp, werkvoorbereiding en contractvorming worden gemaakt, bepalen in grote mate hoe onderhoud en uitvoering in de praktijk plaatsvinden. Door al in de ontwerpfase rekening te houden met ergonomie, bereikbaarheid, mechanisatie en veilige werkmethoden, wordt niet alleen de fysieke belasting van uitvoerende vakmensen verminderd, maar ook de betrouwbaarheid en continuïteit van assets vergroot. Minder fysieke overbelasting betekent minder uitval, stabielere teams en behoud van vakmanschap”. Daarmee is gezond werken geen los HR-thema, maar een integraal onderdeel van professioneel onderhouds-management en toekomstbestendige infrastructuur.
> Ontwerp en planning verminderen fysieke belasting. De recente controles van de Arbeidsinspectie benadrukken het belang van het beperken van fysieke belasting al in de ontwerpfase

van projecten. Wettelijke voorschriften stimuleren het gebruik van machinale en mechanische hulpmiddelen in plaats van handmatig werk, tenzij dit aantoonbaar niet anders kan. “Ons initiatief is om in gesprek te gaan met opdrachtgevers en gezamenlijk te werken aan functionele ontwerpen die uitvoerbaar en veilig zijn, met behoud van kwaliteit”.
> Neem de tijd! Tijd vormt een rode draad in dit verhaal. De woordvoerder vertelt dat het gaat om de dagelijkse tijdsdruk op projecten, om de tijd die nodig is om werk goed voor te bereiden en om de lange termijn waarin vakmensen gezond hun pensioen moeten kunnen halen. “Wanneer planning en ontwerp onvoldoende rekening houden met uitvoerbaarheid, wordt tijd ingehaald door fysieke belasting en uitval. Investeren in mechanisatie, doordachte werkmethoden en duurzame inzetbaarheid vraagt aan de voorkant misschien extra tijd, maar levert op de lange termijn continuïteit, lagere verzuimkosten en behoud van vakmanschap op. Voor organisaties in onderhoud betekent dit dat tijd niet alleen een planningsparameter is, maar een strategische factor die bepaalt hoe toekomstbestendig zowel mensen als assets werkelijk zijn”.
> Kwaliteit in onderwijs en sectorbrede verbetering. Naast praktijken op de werkplek streven ook andere soortgelijke bedrijven ernaar om de opleiding en kwaliteit van vaklieden in de sector te verhogen. Zo wordt er gewerkt aan instrumenten en onderwijsmateriaal om toekomstige vakmensen beter voor te bereiden op de fysieke eisen in het vak en om kennis over ergonomie en hulpmiddelen te vergroten. Ook zijn er plannen voor audits en normen om een gelijk speelveld te creëren en kennisontwikkeling te stimuleren.
> Vooruitblik op technologische ondersteuning. Het bedrijf werkt samen met een partner aan een nieuwe generatie straatrobot met geavanceerde technologie om handmatige arbeid verder
te reduceren. “Deze ontwikkeling is gericht op het verder ontlasten van fysieke taken, wat bijdraagt aan een gezondere werkomgeving voor vakmensen. Door in te blijven zetten op samenwerking, innovatie en goede ontwerpprincipes, hopen we het vak gezond te houden nu én in de toekomst”.
Uitgangspunt altijd machinaal
Het uitgangspunt is dat straatwerk altijd machinaal/mechanisch wordt uitgevoerd. Alleen als dat echt niet kan (wat je moet kunnen aantonen), is handmatig straten onder strikte voorwaarden toegestaan.
Belangrijk om voor ogen te houden:
• Handwerk mag nooit strijdig zijn met wet- en regelgeving. Dat betekent bijvoorbeeld dat je stenen (één hand) zwaarder dan 4 kilogram en tegels (twee handen) zwaarder dan 9,5 kilogram nooit handmatig mag leggen. Dan volgt meteen stillegging met een boete
• Ook bij handmatig tillen en plaatsen van betonnen trottoirbanden, inritblokken, putten en kolken handmatig tillen en plaatsen, volgt stillegging en een boete (voetnoot 113 van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving)
• Voer handmatig straatwerk uit volgens de huidige CROW 324, hoofdstuk 3.2, en de Arbocatalogus. Let op: de matrix ‘aanbrengen elementenverharding’ uit de CROW 324 geldt niet meer, want deze is niet volgens de laatste stand der techniek
<
De voetbal begon als een leren bal met veters, die zwaar werd bij regen en onvoorspelbaar stuiterde. In de twintigste eeuw maakten leren panelen plaats voor synthetische materialen, waardoor de bal lichter, waterafstotend en consistenter werd. De klassieke 32-panelenbal werd lange tijd de norm, totdat fabrikanten gingen experimenteren met minder panelen en gelaste naden voor een stabielere vlucht. Recente generaties voetballen bevatten aerodynamische texturen en zelfs sensoren, die data leveren voor arbitrage en analyse. De voetbal is zo geëvolueerd van simpel sportattribuut tot hightech meetinstrument.
Bij grote toernooien hoort een nieuwe wedstrijdbal, maar de bal voor het WK 2026 is meer dan een cosmetische update, het is een evolutie in tijd. De Trionda is ontworpen als een hightech object waarin aerodynamica, materiaalkeuze en datatechnologie samenkomen. Het resultaat is een bal die niet alleen anders oogt en aanvoelt, maar ook informatie kan leveren aan de arbitrage.
Minder panelen, meer controle
Waar de klassieke voetbal is opgebouwd uit 32 vlakken, bestaat de Trionda uit slechts vier gelijkvormige panelen die het oppervlak overlappen. Tussen de panelen zitten relatief diepe naden en in
de panelen zijn voelbare structuren aangebracht. Volgens Adidas is dit ontwerp gebaseerd op lab- en windtunneltests en zorgt het voor een stabielere vlucht, doordat de luchtweerstand voldoende én gelijkmatig over het baloppervlak wordt verdeeld. De textuur moet bovendien het dribbelen en schieten onder vochtige omstandigheden verbeteren.
Sensor in de bal, direct naar de VAR
De grootste sprong zit aan de binnenkant. In een speciaal ontwikkelde binnenlaag is een meetsensor geplaatst die data rechtstreeks naar het VAR-systeem stuurt. Daarmee kan de videoscheidsrechter makkelijker vaststellen of er hands is gemaakt. In combinatie met spelersposities en kunstmatige intelligentie kan het systeem ook helpen om buitenspelsituaties sneller te beoordelen. Om te voorkomen dat de sensor het balanspunt verstoort, zijn contragewichten in de andere vlakken verwerkt.
Van pro-techniek naar winkelmodel
De Trionda is inmiddels te koop; een topmodel kost rond de 150 euro. De sensortechniek zit echter alleen in de officiële FIFA-versie, waardoor amateurvoetballers het zonder de datalaag moeten doen. <
Varity Realiseert Uptime van 99,999% met Soeverein Platform. Het Nederlandse IT-bedrijf Varity Hierbij de uitgebreidere versie met circa 80 woorden extra toegevoegd: Nederlandse Cloudinnovatie: Varity Realiseert Uptime van 99,999% met Soeverein Platform.
Het Nederlandse IT-bedrijf Varity heeft met zijn eigen soevereine cloudplatform een uitzonderlijk hoog beschikbaarheidsniveau behaald: een uptime van 99,999%, ook wel ‘five nines’ genoemd. Dat betekent in de praktijk een maximale uitval van slechts enkele minuten per jaar. Deze prestatie is gemeten via externe monitoring en onderstreept dat een volledig in Nederland beheerd en gehost cloudplatform kan concurreren met grote publieke cloudproviders en prestaties kan evenaren die hyperscalers niet altijd standaard bieden.
Ontwerp en technische opzet van het platform Het platform, in 2024 gelanceerd en gebouwd op Europese technologie van whitesky.cloud, draait volledig op lokaal beheerde infrastructuur in Nederlandse datacenters. Het is ontworpen met meerdere redundante clusters en reserve-nodes, waardoor workloads automatisch kunnen worden verplaatst bij onderhoud of hardware-uitval. Dankzij live migratie blijven applicaties beschikbaar terwijl servers patches of updates ontvangen.
Daarnaast zorgt centrale monitoring voor continue prestatie-analyse en capaciteitsbewaking. Door voorspellend onderhoud en realtime inzicht in belasting, latency en systeemprestaties kunnen verstoringen vaak worden voorkomen voordat eindgebruikers hier hinder van ondervinden. Deze combinatie van technische redundantie en strak
geregisseerde onderhoudsprocessen vormt de basis onder de hoge uptime.
Onderhoud als strategische succesfactor
Opvallend is dat de hoge beschikbaarheid niet alleen voortkomt uit technologie, maar ook uit organisatorische keuzes. Varity werkt met vaste onderhoudsvensters, gestandaardiseerde change-procedures en duidelijke escalatieprotocollen. Door onderhoud integraal onderdeel te maken van de dienstverlening — in plaats van een noodzakelijke onderbreking — wordt continuïteit structureel geborgd. Voor organisaties betekent dit minder verstoringen in bedrijfsprocessen, hogere productiviteit en meer voorspelbaarheid in IT-kosten.
Strategische relevantie voor digitale autonomie
De prestatie komt op een moment waarop veel organisaties expliciet vragen om cloudoplossingen met juridische, geografische en operationele controle binnen Europa. Voor sectoren als onderwijs, zorg en publieke dienstverlening is datasoevereiniteit cruciaal vanwege wet- en regelgeving en afhankelijkheidsrisico’s van niet-Europese aanbieders.
Erkenning en marktimpressie
Tijdens de Cloud Expo in Houten ontving Varity een Certificate of Uptime Excellence van whitesky.cloud. De casus illustreert dat Europese technologie, gecombineerd met professioneel onderhoud en lokaal beheer, een betrouwbare en toekomstbestendige cloudomgeving kan opleveren die voldoet aan zowel prestatie- als compliance-eisen. <
Stel je voor: een gescheurde muur die vanzelf heelt - met wat hulp van bacteriën. De ‘zelfhelende’ technologie heeft zich al bewezen in beton, maar lijkt ook te werken voor metselwerk. Onderzoeker Belen Gaggero, TU Delft zoekt dit tot in de puntjes uit, en haar resultaten zijn tot nu toe veelbelovend. Gaat het lukken om historische gebouwen zichzelf te laten restaureren?
In een vochtige bijna hamam-aanvoelende ruimte wijst promovendus Belen Gaggero enthousiast naar een gebroken stuk mortel. De pastaachtige substantie, gebruikt om bakstenen aan elkaar te plakken, is bewust kapotgemaakt. Gaggero wijst een ander stuk mortel aan, hier lijkt de scheur volledig opgevuld te zijn, maar niet met de hand. “Deze is uit zichzelf geheeld”, vertelt ze. In de mix zijn sluimerend bacteriën aanwezig die geactiveerd worden zodra ze in aanraking komen met vochtige lucht. De bacteriën produceren dan calciumcarbonaat waarmee de scheur weer wordt gedicht. Voor Gaggero is het geen rariteit, maar een blik op de toekomst met duurzame en onderhoudsarme gebouwen.
> Van beton naar metselwerk. Het idee achter ‘zelfhelend’ materiaal is niet helemaal nieuw. Jaren geleden, in 2016, ontwikkelde professor Henk Jonkers van de TU Delft het bacteriële goedje waarmee beton zichzelf kan herstellen. Het was een doorbraak. Maar waar beton een basis heeft van cement, werkt traditioneel metselwerk met mortel op basis van kalk. Dat riep de vraag op: Werkt het zelfhelende proces ook zo goed in kalkhoudende metselwerkmortels?
Toen de kans op haar pad kwam, stond Gaggero te popelen om het uit te zoeken, maar het verliep niet altijd zonder horten of stoten. “In het begin was het moeilijk, er waren flinke uitdagingen”, herinnert Gaggero. “De eerste zes maanden werkte de mortel totaal niet”. Een groot probleem was dat de bacteriën in de mortel zich maar niet lieten activeren. De omgeving bleek te nat, met te weinig zuurstof voor de aerobe bacteriën. Het frustreerde haar flink, maar haar doorzettingsvermogen wierp zijn vruchten af. Uiteindelijk vulden de bacteriën succesvol de ruimten in de scheuren op: het opende de deur naar nieuwe proeven.
> Bacteriën wakkerschudden. Gaggero legt uit hoe het bacteriele mengsel werkt: “Het is een soort poeder waarin nutriënten en slapende bacteriën zitten”. Verassend genoeg is het geheime ingrediënt water, terwijl water juist de boosdoener is bij scheuren in een muur, omdat het binnendringt, bevriest, uitzet en weer dooit. “Wanneer er water in de scheur komt, activeert het de slapende bacteriën. Die

eten de nutriënten en ‘poepen’ calciumcarbonaat uit, hetzelfde spul dat ontstaat bij het initiële uitharden van traditionele mortel op kalkbasis”. Als de scheur dicht is verdwijnt het water en gaan de bacteriën weer in sluimerstand. Het resultaat: een natuurlijk gedichte scheur.
> De scheuren van Groningen helen? Ook al zijn beton en metselwerk verschillend, allebei zijn ze gevoelig voor scheuren. En scheuren in metselwerk ontstaan vaak op het grensvlak tussen steen en voeg, niet middenin de mortelvoeg. Het kan veel schade toebrengen. “Visuele schade, maar ook schade dat leidt tot warmteverlies in huis en zelfs instortingsgevaar”, zegt Gaggero. In Nederland zijn er risico’s vanwege natuurlijke oorzaken zoals bodemdaling, en menselijke oorzaken zoals aardbevingen door gaswinning in Groningen.
Toen de techniek inderdaad bleek te werken in mortel, besloot Gaggero om het te testen in kleine bakstenen muurtjes. Kunnen ze zichzelf repareren? Verschillende labexperimenten volgden. Eerst

werden de muur-achtige constructies opgemetseld- variërend van twee aan elkaar gemetselde stenen tot een klein muurtje.
> Helend effect. “We volgden het proces visueel”, zegt Gaggero. Ze wijst naar een muur van een meter die volledig wit is geverfd, daarvoor staat een hoge resolutie-camera. De witte verf verhoogt het contrast in de scheuren. Deze speciale camera maakt regelmatig foto’s over een lange tijdsperiode. Dankzij de hoge resolutie kunnen zelfs de kleinste haarscheurtjes gevonden worden. Op deze manier kan Gaggero heel precies volgen hoe de scheur langzaam opgevuld wordt met calciumcarbonaat. Op een gedetailleerde foto van twee gemetselde bakstenen lijkt doodgewoon en is toch heel opmerkelijk: het hele oppervlak is wit. De scheuren lijken volledig opgevuld, het heelt! De kleine witgeverfde muurtjes worden momenteel nog getest, maar een vergelijkbaar resultaat is ook hier te verwachten.
> Metselwerk breken. Naast de visuele heling is ook de mechanische sterkte van de geheelde testmuurtjes een belangrijk aandachtspunt in haar experimenten. Naast het helingsproces volgen met een camera deed ze mechanische tests. Hiervoor gebruikte ze de ‘bond wrench’ om te bepalen hoe goed de mortel aan de bakstenen is gehecht. Dit deed ze zowel voordat de scheur ontstond als nadat de scheur geheeld was. Het zware apparaat, lijkend om een mechanische klem, trekt de stenen met nauwkeurige, gecontroleerde kracht uit elkaar. “We beschadigen het metselwerk, laten de binding weer helen, en doen de test dan nog eens”, legt Gaggero uit. Op de computer naast het apparaat monitort masterstudent De Vries de krachten: een cruciale stap om de verschillende metselwerken accuraat te kunnen vergelijken. De resultaten laten zien dat de muurtjes een groot deel van hun oorspronkelijke sterkte terugkrijgen, maar niet helemaal. “De bacteriële uitharding met carbonatatie is een langzaam proces”, merkt Gaggero op. “Het duurt minstens drie maanden in onze tests”.
> Geduld: er is tijd nodig. Op de computer naast het apparaat monitort masterstudent Niels de Vries de krachten, zodat de verschillende metselwerken goed vergeleken kunnen worden. De muurtjes winnen een groot deel van hun sterkte terug, maar de bacteriële uit-
‘‘Wanneer er water in de
activeert
harding via carbonatatie is een langzaam proces dat minstens drie maanden duurt. Als ze ook weer waterdicht blijken, volgen grootschalige proeven, omdat in een echte muur veel meer factoren meespelen.
> Monumentale gebouwen conserveren. Gaggero is enthousiast over de veelbelovende toepassingen. “De techniek kan flinke economische voordelen opleveren”. Zelfhelend metselwerk kan niet alleen de onderhoudskosten drukken, het is ook nog eens eenvoudig toe te passen door de vakmensen in de bouw: “Je voegt gewoon een extra ingrediënt toe bij het mengen van de mortel”. Bovendien kan de techniek waardevol zijn voor historische gebouwen. “Ingrijpen in historische monumenten is echt een uitdaging – hoe minder, hoe beter”, zegt Gaggero. Zelfhelende mortel kan het metselwerk van kwetsbare handgemaakt stenen conserveren na een minimale verstoring. Na slechts één keer ingrijpen nemen de bacteriën het werk over. Toch is het nog even wachten voordat het zal worden toegepast in echte gebouwen. “Het is lastig te voorspellen”. Meer onderzoek is nodig om de methode onder allerlei realistische omstandigheden te testen. <

De training “Verkenning Asset Management” is ideaal voor professionals die grip willen krijgen op het volledige speelveld van Asset Management. Je leert niet alleen de basisbegrippen, maar ook hoe je strategische doelen, risico’s en besluit-vorming met elkaar verbindt. Door de combinatie van theorie, praktijkvoorbeelden / oefeningen en ontwikkel je direct toepasbare inzichten. Na afloop kun je kansen binnen je eigen organisatie herkennen en benutten. Deze training biedt daarmee een sterke fundering om asset management professioneel en toekomstgericht toe te passen.
Hoe kom je tot goed Asset Management?
• Groei en ontwikkeling van de organisatie
• Kennis en competenties

De basiscursus Reliability Centered Maintenance 3 (RCM3) is ideaal voor professionals die Onderhoud slimmer en effectiever willen organiseren. Je leert hoe je risico’s van technische systemen systematisch analyseert en vertaalt naar de juiste onderhoudsstrategie. Daarbij krijg je inzicht in het kiezen van optimale onderhoudsvormen, het bepalen van intervallen en het onderbouwen van investeringen. NVDO biedt hiermee een praktische methode om betrouwbaarheid, veiligheid en kosten in balans te brengen. Na de training ben je beter in staat om gefundeerde beslissingen te nemen en asset management binnen je organisatie professioneel en toekomst-gericht in te richten.

Kennis is onze kracht!
Inschrijven kan eenvoudig via de maintenance academy op www.nvdo.nl

Tijdens de basiscursus RCM3 leer je proactief maatregelen te bepalen om met minimale kosten de risico’s te beheersen die samenhangen met het gebruik van technische systemen.
Risicogebaseerd RCM (RCM3) neemt, naast de technische aspecten van storingen, risicoreductie als uitgangspunt bij de strategieselectie. Op deze manier onderbouw je het onderhoudsbudget en toon je aan dat de risicomanagementstrategie verantwoordelijk is en voldoet aan de eisen die wetgevende instanties (of verzekeraars) stellen. Zo wordt de stap gezet van het in stand houden van systemen (Asset Care) naar technisch beheer in bedrijfsbelang; onderhoud is dan geen kostenpost meer maar een belangrijke investering.
RCM3 is de opvolger van het robuuste en grondige denkproces van de RCM2-methode. RCM3 brengt de onderhoudsstrategie volledig in lijn met de internationale standaard voor Asset Management (ISO 55000) en volgt daarbij de standaard voor Risicomanagement (ISO 31000).

Elk incident is er één te veel en je wilt terugkerende incidenten, onopgeloste oorzaken en onnodige acties voorkomen. Een heldere, eenvoudige en logische rapportage die begrijpelijk is voor collega’s is jouw taak. En daarmee geeft het je de mogelijkheid om dieper liggende oorzaken (root causes) te achterhalen.
Met deze training versterk je jouw vaardigheden als Maintenance Professional in het onderzoeken en rapporteren over (bijna) incidenten. Straks ben jij in dit vakgebied de uitblinker.
Doel
Na afronding van de training ontvang je het certificaat ‘Root Cause Analysis for Safety Professionals’ en ben je in staat om: Elk incident helder en logisch te rapporteren met Event Mapping, Impact te maken met jouw incidentanalyse, Van elke maatregel de effectiviteit aan te tonen, Met zelfvertrouwen door te vragen waar anderen stoppen, Een veilige setting te creëren voor gevoelige analyses.

Het is 02.17 uur wanneer de stoomfluit van de ethyleeninstallatie onverwacht zwijgt. In de controlekamer van de chemische plant in de Botlek ziet Annemarie, senior operator, hoe de druk in reactor R-204 in enkele seconden inzakt. Tegelijkertijd slaat de hoofdpomp van de koelwatercirculatie af. Op haar scherm lichten meerdere meldingen op, maar één alarm springt eruit: ‘Low flow cooling circuit – critical’.
Binnen drie minuten ligt de volledige productielijn stil. Elke minuut kost duizenden euro’s en een herstart betekent normaal gesproken uren stabiliseren. Bovendien dreigt oververhitting van restproduct in de reactor, met veiligheidsrisico’s tot gevolg. Annemarie belt direct Guido, maintenance engineer met specialisatie rotating equipment. Tien minuten later staan ze samen bij de installatie.
Geen paniek, wel feiten
Waar collega’s al snel wijzen naar “weer die oude pomp”, blijft Guido rustig. Hij vraagt Annemarie exact te beschrijven wat zij zag vóór de trip. Geen aannames, alleen waarnemingen. Samen reconstrueren ze de tijdlijn: een lichte trillingstoename, géén temperatuuralarm, wél een korte spanningsdip op veldniveau. Ze scheiden geruchten van feiten. Een operator noemt recent onderhoud aan een frequentieregelaar. Annemarie controleert het logboek: correct, maar niet op deze pomp. Dat spoor valt af. Bij inspectie blijkt er geen mechanische blokkade. De as draait vrij. De beveiliging is aangesproken op laag debiet, niet op motorstroom. Dat detail is doorslaggevend.
De juiste vraag op het juiste moment
In plaats van direct onderdelen te vervangen, stellen ze zichzelf een gerichte vraag: wat veroorzaakt laag debiet zonder overbelasting van de motor? Met het schema van het koelwatersysteem voor zich blijven twee opties over: een gesloten afsluiter of een fout in de terugkoppeling. In het besturingssysteem staat regelafsluiter CV-17 op 85% open. Guido gaat ter plaatse kijken. Daar blijkt de afsluiter vrijwel dicht te staan. De positiegever geeft een onjuist signaal door. De oorzaak is snel gevonden: een losgeraakte koppeling tussen klepsteel en positiegever na recente inspectie. Het systeem “dacht” dat de klep open stond, terwijl de doorstroming feitelijk was geknepen.
Herstel en herstart
Guido fixeert de koppeling en stelt de positiegever opnieuw af. Het debiet herstelt zichtbaar, de druk in reactor R-204 stabiliseert. Na controle van de veiligheidsparameters starten ze de productielijn gefaseerd op. Eén uur en 24 minuten na de eerste trip draait de installatie weer op volle capaciteit. Door de storing eerst scherp te definiëren, feiten te verzamelen en systematisch oorzaken te toetsen, kwamen ze snel tot de kern. In een omgeving waar elke seconde telt, maakte hun gestructureerde storingsanalyse het verschil.

Tijdens de cursus Storingsanalyse, maar dan Anders! worden eigen ervaringen uitgewisseld. De deelnemers krijgen een beeld van hun huidige werkwijze bij het analyseren van storingen. Vervolgens wordt stap voor stap een systematische aanpak voor storingsanalyse getraind. Daarbij worden korte stukken theorie steeds afgewisseld met vele praktische voorbeelden en oefeningen om vaardigheid te ontwikkelen in een kritische aanpak.


Op papier klopt veel. In de praktijk werkt het niet altijd zoals bedoeld. Commissioning zorgt dat installaties daadwerkelijk doen wat ze moeten doen.
De commissioning-aanpak:
Onafhankelijk van adviseur en aannemer
Inzicht in hoe installaties functioneren
Van ontwerp tot oplevering
Voor gebouwen en industriële installaties
Geen advies, maar toetsen of het werkt


Wat is uw CAPEX strategie tegen veroudering?
Doordat onze assets verouderen, groeit de behoefte om te vervangen. Door een onstabiele economie is er echter minder CAPEX budget beschikbaar. Dit dwingt ons om keuzes te maken. Welke projecten kunnen we uitvoeren en welke niet? Welke vervangingen leveren de meeste economische waarde voor het bedrijf? En wat zijn de risico’s achter projecten die niet worden opgepakt?
Binnen de bewezen VDMXL methodologie heeft Mainnovation de SAPA aanpak ontwikkeld als een antwoord op dit dilemma. De Strategic Asset Portfolio Analysis helpt de juiste CAPEX-beslissingen te nemen op basis van verschillende verouderingsvormen, kritikaliteit en business impact. Door op waarde en op risico te sturen, wordt het maximale uit het CAPEX-budget gehaald.