Skip to main content

Hoogtelijn 3 / 2026

Page 1


SLOVEENSE BIVAKHUTTEN

Wandelen in de Kamnische Alpen

TRAVERSÉE DES DÔMES DE MIAGE

Zes toppen in één avontuur

HUTTENTOCHT MET UITSTAPJES Vader en zoon op de Stubaier Höhenweg

NIET KOPEN MAAR HUREN?

Bever laat je niet zitten!

NIET ALLES HOEFT VAN JOU TE ZIJN

Misschien heb je die tent maar één keer nodig. Of wil je eerst zelf ervaren of een slaapzak goed bevalt. Dan is huren de perfecte uitkomst.

Van lichtgewicht tenten tot technisch klimmateriaal en van robuuste backpacks tot stevige bergschoenen. Bij Bever huur je verschillende producten voor je volgende avontuur. Zo ga je goed uitgerust op pad.

• Schoon & gecontroleerd: professioneel gecontroleerd en schoongemaakt na elk avontuur.

• Advies van experts: persoonlijke hulp van onze Buitenexperts in de winkel voor de juiste keuze.

• Goedkoper & geen gedoe: geen hoge investering, onderhoud of opslag.

Bergschoenen alleen te huren bij Bever Houten.

HOE WERKT HET?

Bekijk het huurassortiment. Reserveer in de winkel. Haal je product en geniet van buiten.

GOED OM TE WETEN

Profiteer nu van 10% korting* op ons verhuurassortiment 1 2 3 4

*Deze korting is geldig tot 18 oktober 2026.

Ontdek het volledige assortiment en de verhuurwinkels.

Scan de QR-code of ga naar bever.nl/verhuur

Lever je gehuurde product weer in op de afgesproken datum.

inhoud

ACTUEEL

8 Op de hoogte

13 Sportklimnieuws

82 Oproep: Jouw avontuur?

98 Gespot

NKBV

7 Van het bestuur

14 Afscheid Robin Baks

79 NKBV voor jou

88 Nieuwe directeur: Sebastiaan Admiraal

THEMA BERGZON

18 Samen de bergen in

20 Vader-zoontrip: Stubaier Höhenweg

24 Handbiken op de TransAlp

26 De zes toppen van de Dômes de Miage

32 Huttentocht in Berner Oberland

36 Hoogtelijn Junior

40 Klettersteigen rond Briançon

46 Wisselend weer in de Kamnische Alpen

50 Bivakhutten op de Via Alta Crio

54 De oneindige graat: Aiguille du Moine

EN VERDER

16 Depot: Wonen in Innsbruck

60 Interview Nienke Oostra

66 Klimmende ecologen

69 Op de bok

70 Herfst op de Ri elhorn

72 Markt & Materiaal

74 Alpinisme in een veranderend klimaat

83 Anders dan gedacht

84 Hongkong als klimbestemming

90 Mijn verhaal

92 De Mawenzi in Tanzania

104 Klimmen bij de buren

105 Ten slotte

106 Vooruitblik

Kijk voor meer informatie op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.

18 BERGZON

Zinderende hitte op het wandelpad. Juist die welkome warmte in de rots. De zomerse zonnestralen stellen de Alpen en Pyreneeën in een ander licht.

20

VADER-ZOONTRIP

Stubaier Höhenweg

ZES TOPPEN

Traversée des Dômes de Miage 26

HANDBIKEN

Over de TransAlp 24

Hittestress en ijs

De bergen hebben al een tijd last van het veranderende klimaat. Steenlawines, overstromingen en instabiele ondergrond zijn de zichtbare gevolgen. Maar afgelopen winter lag er toch op veel plaatsen in de Alpen een behoorlijk pak sneeuw? Het valt dus wel mee met die alarmerende berichten was links en vooral rechts te horen.

Helaas is niets minder waar, zo is te lezen in het rapport ‘De Europese staat van het klimaat 2025’, opgesteld door het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF), een ona ankelijk onderzoeksinstituut dat door 35 landen ondersteund wordt, waaronder Nederland. In een uitvoerig overzicht citeert de Volkskrant eind april uit het rapport.

Er was zeker sneeuw, maar er was eind maart 31% minder Europees oppervlak bedekt met sneeuw dan gebruikelijk tussen 1991 en 2020. In de Balkan en Midden-Europa viel deze winter nauwelijks sneeuw.

Daarentegen rukt de hitte op, wat leidt tot hittestress en in de bergen tot het ontdooien van de permafrost, de ‘lijm’ van de rotsen. Zelfs Scandinavië noteerde een hitterecord. Er waren twaalf dagen met een gevoelstemperatuur van 32 graden of hoger. Koudestress, dat zijn dagen met een gevoelstemperatuur van min 13 of kouder, was er in Europa in 2025 nog maar tussen de 25 en 50 dagen.

Nienke Oostra

Dramatisch staat het er voor met de gletsjers. Europa is wereldkampioen opwarming, maar Groenland spant de kroon. Het land hee zoveel ijs dat de zeespiegel wereldwijd met zeven meter zou stijgen als alles zou afsmelten. Vorig jaar verloor het eiland anderhalf keer het ijs van alle Alpengletsjers, 139 miljard ton. Volgens het ECMWF betekent dat een zeespiegelstijging van 0,4 millimeter afgelopen jaar. Dat komt bovenop de jaarlijkse stijging van 3,6 millimeter, die vooral ontstaat door uitzetting van het opwarmende water.

Wie meer wil lezen vindt hier het rapport: l.ead.me/staat-van-het-klimaat.

Peter Daalder

Hoofdredacteur peter.daalder@hoogtelijn.nl

Op de cover: Oud-Hoogtelijnredacteur Mirte legde haar man Sébastien en dochter June vast tijdens een wandeling bij zonsopgang in de comarca Ribargoza. Het Frans-Nederlandse gezin woont in het Spaanse Aragon, met deze bergen als achtertuin. Foto: Mirte van Dijk

IEDEREEN IS WELKOM

Iedereen mag meedoen – ongeacht afkomst, gender, leeftijd, geaardheid of overtuiging.

WEES EERLIJK & SPORTIEF

Speel eerlijk, zonder geweld of intimidatie. Houd je aan de regels en afspraken.

RESPECTEER DE ANDER

Gebruik respectvolle taal, raak niemand ongewild aan en sluit niemand uit.

SPREEK

ELKAAR AAN

Zie of ervaar je ongewenst gedrag? Zeg er iets van of meld het.

RESPECTEER

JE OMGEVING

Behandel je omgeving met respect en houd rekening met elkaar.

WEES EEN VOORBEELD

Laat positief gedrag zien voor anderen – ook online. Jij maakt het verschil.

Thuisgevoel

Je thuis voelen, maar niet thuis zijn. Je kent vast wel zo’n plek, groep mensen of omgeving waarmee je je sterk verbonden voelt. De bergen zijn zo’n plek voor mij. Ieder jaar ben ik er weer met mijn gezin of met vrienden en hun gezinnen. Om te wandelen, klimmen en samen nieuwe herinneringen te maken. Bij het weerzien van het wollegras, schitterend in de alpenzon, kom ik echt thuis. De bergen stellen me nooit teleur. Als ik thuis ben, wil ik er zijn. Als ik er ben, wil ik niet terug naar huis.

Je sterk verbonden voelen met een plek of sociale omgeving is toch minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Er is regelmaat en herhaling nodig. Elkaar vaker zien is elkaar beter leren kennen. Dat geldt ook voor plekken. Een dal, een hal, een regio, misschien zelfs het verenigingsblad. De contacten moeten wederkerig en betrouwbaar zijn. Je gee iets van jezelf en je krijgt er iets voor terug. Vertrouwen, steun, vriendschap. Dat draagt bij aan je thuisgevoel.

Als ik thuis ben, wil ik er zijn; Als ik er ben, wil ik niet terug naar huis

Deels is het persoonlijk. Je moet het zelf willen en je moet het kunnen. En deels moet de omgeving meewerken. De vereniging biedt hopelijk iedereen een kans om zelf te kiezen. Sterk verbonden of alleen losjes. Vier keer per jaar Hoogtelijn lezen biedt je al de mogelijkheid om je blik te verruimen en nieuwe werelden te leren kennen. Een beginnerscursus alpinisme is een superervaring. Net zoals een cursus zekeren of de eerste keer naar een verenigingsavond gaan. Je leert nieuwe mensen kennen en je leert vaardigheden, waardoor je je steeds meer thuis begint te voelen in de bergen, op de wand en bij de mensen. Als je dan meer wilt en je bent

bij de NKBV op zoek naar een thuisgevoel, dan hoop ik dat de vereniging en de mensen je uitnodigen, je meenemen, je helpen, je jezelf laten zijn, je betrekken bij het organiseren van activiteiten. Ook als je bijvoorbeeld een beperking hebt, introvert bent, je anders voelt, heel jong of al wat ouder bent, talentvol of nog voorzichtig.

Mijn thuisgevoel begon ooit met een studentencursus in het onherbergzame Berner Oberland. Onwetend en nog niet zo vaardig, mocht ik mijn eerste stappen zetten in een wereld die nieuw en spannend was. Nu, jaren later, voel ik me niet alleen thuis in de bergen en tussen vrienden, maar na een super warm welkom als bestuurslid ook in de vereniging.

Ik wens iedereen deze zomer een thuisgevoel in de vereniging, de bergen of waar en met wie dan ook. Heel misschien zie je het wollegras je al tegemoet wuiven.

Caroline van Lindert

bestuur@nkbv.nl

op de hoogte

Eind mei sloten inwoners van Gries am Brenner de autowegen rond de Brennerpas in beide richtingen af. De locals vroegen hiermee aandacht voor de toenemende drukte, geluidsoverlast en vervuiling die zij ervaren door (vracht)verkeer op deze route.

Het is tien jaar geleden dat Christiaan Wilson vermist raakte op de Nepalese Dhaulagiri. Destijds was deze vermissing volop in het nieuws, doordat de broer en vrienden van Christiaan, ook met hulp van de NKBV, een grote zoektocht op touw zetten. Maar Christiaan is nimmer teruggevonden. Recent kwam zijn verhaal nog eens aan bod in het programma Dit is de kwestie (seizoen 5, aflevering 7).

Met Grensverleggers Bergsport heeft de NKBV al enige tijd een venster op aansprekende beklimmingen en expedities van Nederlandse bergsporters vanaf 1902 tot nu. Nu is er ook Grensverleggers Klimsport. Deze database toont de hoogtepunten uit de klim- en wedstrijdsport. Die traditie is een stuk jonger en begint in de jaren ’80 van de vorige eeuw. De bedoeling is dat in de loop van de tijd dit levende archief verder wordt ingevuld.

Mapping the Mountains van Andrew Davies is genomineerd voor de internationale Boardman Tasker Prize voor bergliteratuur. Davies is een Brit, maar woont sinds 1984 in Limburg. Zijn boek combineert uiteenzettingen over de techniek van het landmeten met portretten van de mensen die de bergen in kaart brachten.

Voor het beklimmen van veel bergen in Nepal is een permit vereist. Dit voorjaarsklimseizoen heeft de Nepalese staat 7,3 miljoen euro aan permitinkomsten opgeleverd, verdeeld over 31 bergen. De ‘grootverdiener’ was uiteraard de Mount Everest.

Bergsporters kennen een berghut als plek om uit te rusten van of op te laden voor een tocht. Voor Björn van der Doelen, oud-profvoetballer en nu muzikant, is het ook een muziekstudio. Hij nam zijn album Maandag als we rijk zijn op in de Oostenrijkse Alpen. ‘Het hutje was van hout. Dat klonk sowieso goed’, aldus Björn.

Nieuwe International Mountain Leaders

We zijn weer een aantal Nederlandse International Mountain Leaders rijker. In maart slaagden er zeven voor hun laatste examen in de Zwitserse Alpen. Hier poseren zij trots op de foto. Van links naar rechts op de staande foto: Adriaan Kleinhout, Tim van Helmond, Joost Rink en Fran Waes. En op de liggende foto Arnoud Mulder, Jaap van den Burg en Erik Deiman.

Het langste kustwandelpad ter wereld

Wandelliefhebbers van de lange afstand opgelet! Recent opende Koning Charles een naar hem vernoemde kustwandelroute in GrootBrittannië. Op dit pad, dat de hele kustlijn van Engeland omvat, heb je ongeveer 4300 kilometer te gaan. Het is een combinatie van bestaande wandelpaden, met elkaar verbonden door 1600 kilometer aan nieuw pad. Het maakt het King Charles III England Coast Path het langste kustwandelpad ter wereld.

Onder redactie van Berend Berlijn

Topdrukte en -succes in de Himalaya

Tijdens het voorjaarsklimseizoen hebben Nederlandse klimmers succes gehad in de Himalaya. Er stonden vier Nederlanders op de Mount Everest en er was een succesvolle beklimming van de Kangchenjunga, met 8586 meter de derde hoogste berg ter wereld.

De 35-jarige arts-onderzoeker Stijn Thoolen haalde de top van de Kangchenjunga in oostelijk Nepal op 23 mei met een internationale groep klimmers. Het was zijn tweede poging, nadat de groep vanwege he ige wind bij de eerste poging moest omdraaien. Thoolen gebruikte zuurstof vanaf 7000 meter en klom met sherpa-ondersteuning. Thoolen noemt zichzelf eerder een avonturier dan een klimmer. Hij was in het covidjaar al eens in kamp 3 op de Mount Everest, voltooide de Marathon des Sables en werkte een jaar als onderzoeker op Antarctica.

Vier Nederlanders die met Arnold Coster op de Mount Everest waren, bereikten op 20 mei de top van de 8848 meter hoge berg. Het zijn Klaas Wierenga (62), Mark Munsters (53), Jan Scheele (39) en John Pronk (52). Zij klommen allen met behulp van extra zuurstof en ondersteuning van sherpa’s.

Op de Everest werden dit klimseizoen diverse records gebroken. Er werd een recordaantal permits uitgegeven en zo’n

Kijk wat je clipt

Het is een mooie nazomerdag geweest in de rotsen van Sy. Deze laatste route van vandaag brengt me bijna bovenaan La Nandouire. Nog even een bandje aflopen, daarna nog een paar meter klimmen en dan terraswaarts. De Rocher de la Cathédrale naast me vangt de vroege avondzon. Met mijn aandacht half bij dat prachtig gouden strijklicht, wil ik het touw pakken en in een setje clippen. Totdat mijn automatische piloot blokkeert. Wat was dat?! Het touw dat ik blindelings wilde pakken is mijn touw niet. Mijn hand was op weg naar iets wat even dik was, met ook een mooi zigzagpatroon: een zonnende adder die pal naast mijn klimtouw ligt. [Frank Husslage]

Heb je ook een leuk bergverhaal? Mail je anekdote van 120 woorden naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. En Passant.

Stijn Thoolen (links) deed voor wetenschappelijk onderzoek ook metingen van het zuurstof- en koolstofdioxidegehalte bij klimmers

duizend klimmers bereikten de top. Op één dag kwamen maar liefst 274 klimmers boven. Er vielen vijf doden van wie twee tijdens de afdaling. De Rus Rustam Nabiev beklom de berg zonder benen, die hij verloor bij een ongeluk in het leger. De Nepalees Kami Rita Sherpa stond voor de 32e keer op de top.

De Pool Bartosz Kacper Ziemski skiede zowel van de Lhotse als de Everest nadat hij alleen naar boven was geklommen.

Lhakpa Sherpa, de ‘Mountain Queen’, bereikte voor de elfde maal de top.

Opmerkelijk is ook de prestatie van de Noorse Kristin Harila. Zij kreeg eerder veel kritiek op haar snelheidsrecord van alle veertien achtduizenders vanwege zuurstofgebruik, helikopterinzet en de hulp van veel sherpa’s. Nu haalde ze in tien dagen de Triple Crown: de Nuptse (17 mei, 7861 meter), de Lhotse (21 mei, 8516 meter, vanaf 8100 meter met zuurstof) en de Mount Everest, (27 mei, zonder zuurstof).

en Passant

VOOR ELK AVONTUUR

Dé reisverzekering met complete bergsportdekking, € 43,96 per kalenderjaar.

NKBV-VERZEKERINGEN.NL

NK Toerskiën in zware omstandigheden

De winter ligt alweer even achter ons, maar als er bijzondere winterse prestaties zijn geleverd, verdienen zij het om vermeld te worden. Dat geldt zeker voor het Nederlands kampioenschap Toerskiën. Dat vond dit jaar plaats tijdens de wedstrijd Les Pointes Blanches in de Franse Alpen. Het eerste onderdeel was het NK Vertical, dat bij de heren werd gewonnen door Jens van Vliet en bij de dames door Anneloes Goetze. Beide atleten kwamen ook als eerste over de streep bij het NK Individual, het kampioenschap over een parcours met een lengte van 13 kilometer en ruim 1600 hoogtemeters. Zowel Jens als Anneloes maakt deel uit van het Nederlandse skimoteam. Deze dertiende editie van het NK Toerskiën werd gekenmerkt door zware omstandigheden. De dag voor de het wedstrijdweekend was er nog een flinke lading verse sneeuw gevallen.

Dame Cookie getopt

Jesse Honkoop en Timon Vos klommen in april de multi-pitchroute Dame Cookie in de Verdon. Zij probeerden de 200 meter lange route, waarvan de moeilijkste touwlengte 8a+ is, te flashen. Dat lukte net niet doordat Jesse viel in de 7c-lengte en Timon in de laatste pas van de 8a+. Dezelfde dag klommen de mannen de route alsnog vrij. De touwlengtes hadden achtereenvolgens als moeilijkheidsgraad 7c, 6c, 6c, 8a, 7c+, 8a+ en 5c.

Heb jij een mooie ijs-, mixed-, trad- of multipitchbeklimming gemaakt waarmee je andere Nederlandse klimmers kunt inspireren? Mail naar ceat@nkbv.nl.

Het podium van het NK Vertical, van links naar rechts: Annick Teepe, Allard-Sym Sprenger, Anneloes Goetze,

Koude douche: ijsklimmen niet Olympisch in 2030

Nadat de beslissing een half jaar werd uitgesteld, heeft de organisatie de knoop doorgehakt: ijsklimmen zal niet worden toegevoegd aan de Olympische Winterspelen die in 2030 in de Franse Alpen plaatsvinden. Voor het Nederlandse team, waarvan World Tour-winnaar Marianne van der Steen deel uitmaakt, is dat een grote teleurstelling.

De Matterhorn in het werk

van Woody van Amen

Ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag eert Kunsthal Rotterdam de Rotterdamse kunstenaar Woody van Amen met een overzichtstentoonstelling van zijn imposante oeuvre. Deze vertegenwoordiger van de naoorlogse avant-garde liet zich vaak inspireren door zijn reizen. In zijn werk keert de top van de Matterhorn regelmatig terug, evenals Tibetaanse gebedsvlaggetjes. Hoe?

Neem een kijkje in de kunsthal.

Foto Cees van Vliet
Jens van Vliet, Nienke Oostra en Matthew Reed
Mata Hari (1978) van Woody van Amen

Wandelpaden naar hoge bergtoppen, door heerlijk geurende naaldbossen en natuurparken, langs bisses, over historische routes, of over hangbruggen en door wijngaarden. Wallis is een echt wandelparadijs en zowel voor ervaren hikers als voor recreatieve wandelaars is er heel wat natuurschoon te ontdekken. Er zijn een aantal obstakelvrije paden en heel originele wandelroutes met allerlei activiteiten om de fauna en flora van dichtbij te kunnen bewonderen. visitvalais.ch

Tom Bouwknegt tijdens de nale van het NK Lead 2026

NK Lead voor het eerst in National Climbing Center

Met het NK Lead op 30 mei 2026 is een nieuw tijdperk in de wedstrijdsport begonnen. Voor het eerst werd de wedstrijd georganiseerd in National Climbing Center in Nieuwegein en het was meteen duidelijk: alles valt hier op zijn plek. Een mooie hoofdwand, voldoende plek voor de toeschouwers, ruimte voor horeca tussen de rondes door en ruimte voor een goede isolatie met mogelijkheden om warm te klimmen voor de atleten. Jens de Louw, die met een bronzen medaille naar huis ging, zei na de wedstrijd: ‘Dit was het tofste NK dat ik tot nu toe heb geklommen. Het werd al vrij snel hard, dit was echt een leuke route.’ In de routes met 40 graden overhang kwamen Tom Bouwknegt en Lynn van der Meer als enigen tot de top, in de halve nale welteverstaan. Zij kwamen aan het einde van de avond als Nederlands kampioenen uit de bus. Bij de

heren was plaats twee voor Leto Cavé. Lynn werd gevolgd door Noor Witte en Yara Meye.

Negenvoudig Nederlands kampioen Lynn van der Meer zette een week later ook nog een mooie prestatie neer in Praag, tijdens de World Climbing Series Lead. Daar ging zij als vijfde door naar de halve nale, waar ze uiteindelijk als zestiende eindigde in het veld van de 75 internationale klimmers.

Ayla Janssen kwali ceert zich internationaal met speedrecord

Bij het speedklimmen verbrak Ayla Janssen op 11 april het Nederlands record door in 8.48 seconden op de knop te drukken. Die tijd is snel genoeg om mee te mogen doen aan de Europese Speed Series. Die vinden van juni tot oktober plaats en kun je via het YouTube-kanaal van World Climbing Europe live volgen. Ook Reitze Jonkman, die bij de heren al Nederlands recordhouder was, verbeterde zijn eigen tijd door er een halve seconde af te halen. Van 7.81 ging hij naar 7.31. Een flinke verbetering, maar nog niet onder de Europese kwali catietijd van 6.52 seconden bij de mannen.

Bij Speed Cup 4 2026 klimt Ayla Janssen onder de Europese kwali catietijd

Janja Garnbret klimt Bibliographie (9b+)

Ze wordt ook wel de GOAT genoemd, de Greatest Of All Time, en op 8 juni klom ze in Ceüse de route Bibliographie (9b+). Janja Garnbret is – na Brooke Raboutou –de tweede vrouw die een route van deze moeilijkheid klimt. Het was in totaal de vijfde beklimming van Bibliographie, een route van 35 meter, die met zestig bewegingen enorm veel duurvermogen vraagt.

Nieuwe aanwas bij Paraclimbing Open

In Ivy Climbing kwamen in april 25 klimmers bij elkaar voor de Paraclimbing Open 2026. De wedstrijd had een klein deelnemersveld, maar maakte desondanks duidelijk dat paraklimmen steeds populairder

De wedstrijdsport wordt ondersteund door

wordt. Het jaarlijkse programma Klaar voor de Start, waarin mensen kennismaken met de sport, werd voor het eerste op twee locaties georganiseerd (Amsterdam en Sittard) en leverde diverse deelnemers aan de Paraclimbing Open op. Ook wist de pers het evenement te vinden. Na de wedstrijd vertelt Eva Mol, die in 2028 hoopt mee te doen aan de Paralympische Spelen, aan de Limburgse media: ‘De routebouwer, Alexander Guster, weet precies hoe hij mij moet uitdagen. Heel fijn! Daardoor was deze dag een goede voorbereiding op de internationale wedstrijden!’ Een geslaagde wedstrijd dus. De uitslagen van alle categorieën vind je op was.nkbv.nl/competitions/4906

Recti catie

In het vorige sportklimnieuws schreven we over het NJK Boulder dat twee klimmers alle boulders hadden getopt, maar dat waren er drie: ook Pénélope Lor deed dat in de categorie U15.

Alle deelnemers aan de Paraclimbing Open 2026 samen
Met een top plaatst Lynn van der Meer zich voor de halve nale bij de World Climbing Series in Praag
Foto Julius Schwestka

Robin Baks opent de Bergsportdag 2026

‘Ik

Directeur Robin Baks zwaait af

ben heel erg van samen, ik kan niks alleen’

Robin Baks trad in 2011 aan als directeur van de NKBV. Na vij ien jaar staan zijn afscheid en (vervroegd) pensioen voor de deur. We spreken over die periode en over de veranderingen binnen de vereniging. Robin steekt meteen van wal.

Tekst Lineke Eerdmans Beeld Robin Brandt

‘In het begin voelde het alsof ik bij de brandweer werkte. Er gebeurde iets en iedereen rende erachteraan. Het was allemaal erg incidentgedreven en actiegericht. We hebben als eerste ingezet op professionalisering. We richtten een ledenpanel in dat we elke twee jaar bevragen over onze dienstverlening. Daarnaast was er ook wat onrust onder de vrijwilligers en werd het kaderbeleid niet gewaardeerd. Via

organisatieontwikkeling en beleidstrajecten zijn we gaan kijken hoe we beter konden aansluiten bij de wensen van leden en vrijwilligers.’

Die aanpak wierp zijn vruchten af. ‘We zijn in vij ien jaar gegroeid van 54.000 naar 80.000 leden en de ledentevredenheid is enorm hoog.’

Nepal, 2023: expeditie Yubra Himal

Competitie

‘We kunnen elkaar alleen maar versterken’

geleden in toen ik begon te mijmeren over de afgelopen vij ien jaar. Bergsport is de mooiste sport van de wereld, maar er zit wel een zwart randje aan.’

Achterban

Robin antwoordt snel, maar bedachtzaam. Het is duidelijk dat hij als een vis in het water functioneert als directeur van de NKBV. En dat hij trots is op de mensen met wie hij werkt. ‘Ik ben heel erg van samen, ik kan niks alleen. Ik ben gezegend geweest met een goede samenwerking met het bestuur. En ik ben trots op het bureau: we hebben een hele leuke ploeg. Het werkveld is breed en dat hebben we samen goed vormgegeven.’

Sportklimmen neemt een steeds grotere plaats binnen de NKBV in. Hoe heb je die ontwikkeling ervaren? ‘Toen ik begon, was sportklimmen als wedstrijdsport in de vereniging geen groot thema. Inmiddels zijn lead, boulder, speed, paraklimmen en skimountaineering olympisch. Een paar jaar geleden hebben we een technisch directeur aangesteld die de topsport onder zijn hoede hee . De ambitie is om in 2028 iemand naar de Spelen te brengen. De NKBV is niet ontstaan vanuit competitiesport, maar investeert ondertussen veel in wedstrijden en klimsport. Topsport krijgt een steeds grotere rol. Financieel staan we er gezond voor, dus we kunnen het ons veroorloven. En we inspireren er veel mensen mee. De vereniging is meegegroeid met die competitiekant.’

Ook de breedtesport groeit. ‘Er is structureel overleg met de klim- en boulderhallen over de samenwerking. Dat is een constructieve dialoog, maar er is nog meer uit te halen. Het is soms nog te veel wij-zij, met gevoeligheden uit het verleden. Het zijn ondernemers en in die dynamiek bewegen wij als vereniging, zonder partij te kiezen. Want we kunnen elkaar alleen maar versterken.’

De donkere kant van de sport

Hoe komt het dat de pers jou na ieder ongeval in de bergen weet te vinden? ‘De bergen zijn mediageniek. We proberen de communicatie zo te sturen dat de pers bij ons uitkomt. Dit om te voorkomen dat klim- en bergsport wordt weggezet als iets voor thrillseekers. In mijn periode waren er 41 dodelijke ongelukken met leden, gemiddeld maar 2,7 per jaar. Dat klinkt kil, maar zo bedoel ik het niet. Elke zomer hoop ik dat ik niet gebeld word. Het blij he ig en het went niet, zeker als het mensen zijn die je kent. Dat besef daalde een paar maanden

Hij benadrukt de waarde van vrijwilligers. ‘We hebben een enthousiaste achterban: daar zit veel denkkracht. We bestaan bij de gratie van de inzet van onze vrijwilligers.’

Trots is hij ook op de stappen die zijn gezet op het gebied van duurzaamheid, zoals de oprichting van het Duurzaamheidsfonds voor onderhoud en herstel van infrastructuur in de Alpen. En op de Expeditie Academie. ‘Twaalf jaar geleden zagen we dat de interesse van jongeren voor alpinisme terugliep. Nu hebben we vier edities gehad en groeit het aantal aanmeldingen elke keer. Het is echt een pareltje binnen onze vereniging.’

Verbinding

Robins mooiste bergsportherinneringen gaan niet over toppen of grote expedities, maar over de mensen met wie hij onderweg was. De trekking in Nepal met zijn vrouw Christa afgelopen december. De overschrijding van de Weissmies met dochter Jorinde, met ‘de mooiste zonsopgang die ik ooit in de Alpen heb gezien.’ De beklimming van de Mont Blanc met zoon Marijn: ‘Niet de spannendste berg, maar wel heel bijzonder om samen met je kind te doen.’ En de vele hoogalpiene beklimmingen en expedities met vrienden. ‘Een beklimming of route waar je niemand tegenkomt vind ik het mooist.’

In juli neemt Robin afscheid als directeur van de NKBV. Hij wil meer in de bergen zijn. In het voorjaar kocht hij een bus die hij ombouwt tot camper, om Christa haar grote wens te vervullen: drie maanden door Scandinavië trekken. ‘Ik neem geen afscheid van de vereniging,’ zegt hij, ‘ik blijf verbonden. Bij andere banen trek je de deur achter je dicht, maar hier is dat anders. Als ik in een andere rol nog iets kan betekenen voor onze vereniging, doe ik dat graag.’

Foto
Etienne Scheeper

Nederlanders in Innsbruck

Verhuisdrift

Stads, met genoeg musea en restaurants, maar ook midden in de natuur. Met de bus, kabelbaan of zelfs te voet of op de fiets ben je zo in de bergen. Voor mij is het een stiekeme droom: verhuizen naar Innsbruck. Deze Nederlanders zetten die stap al.

Onder redactie van Marjolein Wols

Achter mijn huis het bos in

Ik woonde bijna tien jaar in de Great Plains van Amerika, waar ik om de Rockies te bereiken slechts tweemaal rechts hoefde te gaan, maar wel acht uur moest rijden. Er moest dus iets veranderen. Als wetenschapper ben ik afhankelijk van zeldzame open posities aan universiteiten, dus keek ik naar heel Europa bij mijn zoektocht. Toen ik de kans kreeg om in Innsbruck te beginnen als hoogleraar fysische geografie, greep ik die natuurlijk met beide handen aan. De stad biedt alles: grote universiteit, cultuur, centrale positie in de Alpen, super verbindingen met de trein, een vliegveld en tien skigebieden binnen een uur rijden. Het mooiste vind ik nog wel dat ik gewoon achter mijn huis het bos in kan lopen. De foto is van de achterkant van het Zillertal (Hochfeiler), ook dichtbij. [Arnaud Temme]

Is Innsbruck het Groningen van Oostenrijk?

Misschien wel, al is het maar een beetje. De plaatsen delen iets wezenlijks: het zijn echte studentensteden. Vol barretjes, ontmoetingen en het onvermijdelijke moment waarop je, zonder het te plannen, iemand tegenkomt die je kent. Maar waar mijn voormalige woonplaats Groningen wordt omringd door open landschap, wordt Innsbruck omsloten door bergen. De mogelijkheden voor toerskiën en rotsklimmen zijn eindeloos. In oktober kun je nog klimmen in de zon, om de volgende dag op de gletsjer aan je skitechniek te werken. Weinig plekken bieden die afwisseling binnen zo’n klein gebied. Buitenspelen is hier geen ontsnapping aan het dagelijks leven, het ís het dagelijks leven. En dan zijn er nog de zonsopkomsten en -ondergangen. Ook na al die jaren vervelen ze nooit. Misschien juist omdat ze elke keer anders zijn, of omdat ze mij er telkens weer aan herinneren waarom ik hier ben. [Boris Textor]

Natuurverbondenheid

Ik kwam ooit naar Tirol om één winter skiles te geven. Dat is inmiddels tien jaar geleden. Na vier winterseizoenen in Kitzbühel bleek Innsbruck de plek waar voor mij alles samenkomt: grootse natuur, een levendige stad (of eigenlijk een groot dorp) en volop ruimte om een bestaan als outdoor- en bruidsfotograaf op te bouwen. Hier begint de dag niet met les of haast, maar met zicht op de bergen en de vraag welke richting je vandaag op wilt bewegen. Als fotograaf vind ik in Innsbruck alles wat mij inspireert: ruimte, seizoenen, contrast, licht en natuurverbondenheid. Via mijn outdoor- en bruilo sfotogra e probeer ik die verbinding tussen mens en natuur zichtbaar te maken. [Sophia Eerden, meer op: peaktopixel.com]

Eindeloos veel trainingshoogtemeters

We zijn net verhuisd van Nederland naar Innsbruck. Wonen en werken in de bergen is voor ons echt een droom die uitkomt. Sophie doet een driejarige postdoc aan de Universiteit Innsbruck in klimaatwetenschap en Bas blij werken als zzp’er in de klim- en bergsport. We hebben voor Innsbruck gekozen omdat het een Duitstalige universiteitsstad is midden in de bergen. Vanuit huis zijn we in paar minuten op de trails in het Wettersteingebergte. We kunnen hier eindeloos veel trainingshoogtemeters maken. Met Pasen zijn we voor het eerst hier in de buurt gaan rotsklimmen – echt heerlijk dat dit op twintig minuten rijden is. Ook kunnen we niet wachten om naar de lange rotswanden in de Wilder Kaiser of Dolomieten te gaan. Iedereen lijkt hier buitensportfanaat! [Bas & Sophie]

De beste keuze die ik kon maken

Toen ik achttien was, kwam ik voor het eerst in Innsbruck. Ik werd direct verliefd op de stad, de bergen, de prachtige natuur, en het werd mijn droom om er ooit te gaan wonen. In 2023 besloot ik om voor drie maanden naar Innsbruck te gaan, maar ik bese e al snel dat ik er niet meer weg wilde. Wekelijks buiten op de rotsen klimmen, mijn grote internationale vriendengroep, de geweldige klimhal en de zon die altijd lijkt te schijnen: ik voel dat ik in Innsbruck thuishoor. Mocht je ook graag naar het buitenland willen verhuizen, dan wil ik je meegeven: doe het. Ik heb mijn droom gevolgd en word elke dag met een glimlach wakker als ik mijn gordijnen opendoe en de bergen zie. [Eva van Wijck, meer op Instagram: @evaclimbing]

Nieuw thuis

Ik verhuisde vijf jaar geleden naar Innsbruck zonder te weten dat trailrunning en toerskiën bestonden. Hier ontdekte ik ze pas: eerst nieuwsgierig, daarna verslaafd. Inmiddels ben ik Nederlands kampioen Skyrunning én Skimo geweest en doe ik races op internationaal niveau (EK, WK en World Cups). Wat als persoonlijke verkenning begon, groeide uit tot een missie om anderen te motiveren en samen te brengen. Met DNA Trails bouwde ik een internationale community op waarin wekelijks baantrainingen, toerski-avonden en trailruns op het programma staan. Innsbruck maakt het makkelijk: vanuit de deur sta je direct of binnen twintig minuten op een trail of piste; de bergen en de stad vloeien in elkaar over. Innsbruck gaf me de sport, de mensen en een nieuw thuis. [Allard-Sym Sprenger, meer op: trailrunningsinnsbruck.com]

Ben jij ook verhuisd?

Heb jij jouw droom waargemaakt en woon je nu in een berggebied? maak een foto van jouw plek en tag de NKBV op je social media! @_NKBV en De.nkbv

Foto Wikimedia Commons/Wuppertaler
Foto
Chris König

Thema: bergzon

Samen de bergen in

Een hete ochtend in Chamonix. Het iconische rode treintje brengt ons vanaf station Montenvers naar Mer de Glace. We nemen mijn vader mee op een alpiene tocht, zijn eerste. De gletsjer is aper, de zon kent geen genade. De tocht voert ons in twee dagen 1900 meter omhoog. We scramblen over rotsen, klauteren op ladders en sjokken door de papsneeuw op de Vallée Blanche naar de Aguille du Midi. We oefenen alpiene touwtechnieken, slapen schouder aan schouder in een knusse berghut en bereiken met zijn drieën de top. Bovenaan branden de benen, gloeien de wangen en lijkt onze dorst oneindig. Terug beneden plo en we neer in een cafeetje met rode neuzen en blije gezichten. Wat een zomer!

Tekst en beeld Annelieke Joosten

ARTIKELEXTRAONLINE

Annelieke, de maker van deze thema- opening, kreeg van haar vader de liefde voor hardlopen mee en deelt nu haar passie voor de bergen met hem. Wil je meer zien van de tocht die ze samen maakten naar de Aiguille du Midi? Scan dan de QR-code voor haar fotoreportage.

20 Vader-zoontrip: Stubaier Höhenweg

24 Handbiken op de TransAlp

26 Zes toppen van de Dômes de Miage

32 Huttentocht in Berner Oberland

36 Hoogtelijn Junior

40 Klettersteigen rond Briançon

46 Wisselend weer in de Kamnische Alpen

50 Bivakhutten op de Via Alta Crio

54 De oneindige graat: Aiguille du Moine

Op het station van de Train du Montenvers kijken Peter Joosten en zijn schoonzoon Wouter Joosten naar de tong van de terugtrekkende Mer de Glace, die ze zullen volgen naar de Aiguille du Midi. Annelieke Joosten is met deze foto de winnaar van de fotowedstrijd op de Bergsportdag.

De Stubaier Höhenweg

Vader & zoon

De Innsbrucker Hütte vanaf het Pinnisjoch

Heb jij dat ook, dat de ooit zo grote bergsportplannen de koelkast in zijn gegaan met de komst van de kinderen? Voor je gevoel in ieder geval. Ik val bijna van mijn stoel als mijn oudste zoon, Olivier van zestien jaar, vraagt: ‘Zeg pap, zou jij met mij deze zomer een meerdaagse hike willen lopen?’ ‘Natuurlijk’, zeg ik nonchalant, maar binnen in mij bruist het, het doet wat met me. Zou dit het einde van de ‘avontuurarme’ gezinsjaren betekenen?

Hoe heerlijk het ook is om kinderen te krijgen, je moet er dingen voor laten. Voor mij betekende dit bijvoorbeeld het einde van de bergsport die ik jaren samen met mijn vrouw beleefde. We deden via de NKBV diverse bergsportcursussen en brachten de geleerde technieken in de praktijk in wekenlange vakanties in de Alpen. Maar met de komst van de kinderen hingen we niet meer met zijn tweeën aan een touw, maakten we geen huttentochten meer, kampeerden we niet meer samen in de sneeuw.

De bergwandelingen die we met de kinderen deden, hoe leuk ook, voelden toch als een rondje om de kerk. Met natuurlijk de bekende terugkerende vragen: ‘Is het nog ver?’, ‘Hoe lang is het nog?’ en ‘Mag ik wat drinken?’ Elk jaar hield mijn vrouw mij voor: als ze groter zijn, dan is alles anders, dan kan je weer!

Tot dat onverwachte moment. Gesterkt door zijn plannen om bij Defensie te gaan werken en de behoefte om zichzelf fysiek uit te dagen, kreeg mijn oudste zoon ineens zin om samen een meerdaagse tocht te gaan maken. We kiezen voor een huttentocht in de Stubaier Alpen, voorafgaand aan de kampeervakantie met het gezin in Italië.

Het plan is om de oostelijke helft van de Stubaier Höhenweg te doen: Innsbrucker Hütte (2369 meter), Bremer Hütte (2413 meter), Nürnberger Hütte (2297 meter), Sulzenauhütte (2191 meter) en Dresdner Hütte (2308 meter). Omdat de hutten al behoorlijk volgeboekt zijn, is dit alleen mogelijk met een dubbele overnachting in de Innsbrucker Hütte en de Nürnberger Hütte. Dus wordt het plan om de tussendagen te gebruiken om de Habicht (3277 meter) en de Wilder Freiger (3418 meter) te beklimmen.

Tekst en beeld Dick Moonen

Neustift → Innsbrucker Hütte

We besluiten de eerste hoogtemeters met Panoramabahn

Elfer te overbruggen, zo kunnen we de rest van de tocht rustiger aan doen en genieten van het mooie weer. De weersverwachting voor vandaag en morgen is goed. Voor de rest van de week wordt warmte-onweer voorspeld. Als dat maar goedkomt.

Boven is het gevoelsmatig nog even warm als beneden en we starten de toer in T-shirt en korte broek: heerlijk! We lopen in colonne met dagwandelaars omhoog naar de Elferhütte, daarna traverseren we richting het zuiden en dalen we af naar de Karalm om vervolgens via de flanken van de Kalkwand steil naar het Pinnisjoch te stijgen. Ik vraag of Olivier voorop wil, het zweet gutst over mijn gezicht. Ondanks dat zijn conditie beter is, past hij ervoor om voorop te lopen. Vindt hij het leuk om zijn pa te zien zweten? Of wil hij het tempo gewoon aan mij overlaten? Bij het joch aangekomen kunnen we de hut om de hoek zien. We gaan zitten, genieten en drinken onze laatste slokken water. Hiervandaan kunnen we de route die we gelopen hebben bijna in zijn geheel overzien.

Beklimming van de Habicht

We hebben goed geslapen in de Innsbrucker Hütte. Het weer is goed, buiten is het wolkeloos. Voor de namiddag worden

stapelwolken verwacht. Prima weer voor de top dus. De tocht naar de Habicht is een wandelpad (niveau T4), met veel steenvelden, een beetje klauterwerk en een paar kleine sneeuwvelden. De steile passages zijn goed voorzien van staalkabels. Gestaag wandelen en klimmen we naar boven. We wanen ons de enigen op de route. De meeste mensen lopen de rondtocht zonder toppen te beklimmen. Ook hier laat Olivier mij het kopwerk doen. De route is niet altijd duidelijk en hij vertrouwt mij blindelings. Na drie uur klimmen komen we op de top aan. Er staat bijna geen wind, wel zijn er in de tussentijd wolken ontstaan die ons zicht belemmeren. Maar het is fantastisch gegaan en na een half uur genieten van de top dalen we voorzichtig via dezelfde route af.

Innsbrucker Hütte → Bremer Hütte

Door de tocht van gisteren zijn we al aardig geacclimatiseerd. Vandaag staat een van de langste etappes van de Stubaier Höhenweg op het programma: een traverse richting het einde van het Gschnitztal. De toenemende wolkenopbouw rond het middaguur baart mij zorgen. Zonder veel pauze te houden lopen we door. Olivier houdt dit prima vol en hij neemt al snel de kop over. Bij het kleine meertje bij de Bockgrube liggen mensen af te koelen in het water. Heel verleidelijk met deze warmte, maar wij besluiten door te gaan. Niet veel later hoor ik het eerste gerommel en we versnellen onze pas. Bij de splitsing van de route besluiten we de lage route te nemen en niet het alternatief met klettersteig via de Lauterer See. Op ongeveer een uur van de hut neemt het gerommel toe en zien we af en toe een flits. Bij de hut aangekomen barst het onweer in alle hevigheid los. ‘We zijn net op tijd binnen’, lachen we naar elkaar. Maar mijn gedachten zijn ook bij de mensen die we onderweg hebben ingehaald. Die zitten er middenin.

Door mist en regen naar de Sulzenauhütte
Op de top van de Habicht
Vanaf de Habicht kijken we uit op de Innsbrucker Hütte en de Kalkwand
Dick en Olivier

Natte aankomst bij de Sulzenauhütte

Op weg naar de Bremer Hütte moeten we enkele stroompjes oversteken

Opkomend onweer bij de Bremer Hütte

Onze gesprekken worden serieuzer

In de Stube zien we natte en koude wandelaars binnenkomen. Een vrouw krijgt van de huttenwaard twee munten in haar handen gedrukt voor de douche. Een jongetje van een jaar of acht staat te rillen bij haar benen. Ook staat de huttentelefoon roodgloeiend. Uit de antwoorden van de waard begrijp ik dat mensen onderweg twijfelen over de rest van hun tocht en de huttenwaard om advies vragen. Het gaat er hectisch aan toe. Een uur later zit de Stube vol met dampende wandelaars en is het onweer voorbij.

Bremer Hütte → Nürnberger Hütte

’s Ochtends is de lucht weer opgeklaard, de ochtendzon zorgt ervoor dat er een lichte nevel boven het dal hangt. Vandaag lopen we een relatief korte tocht over het Simmingjochl naar de Nürnberger Hütte. Wel is het langebroekenweer. En op het joch gaat de regenjas aan om wat druppels op te vangen. Bij de hut aangekomen schijnt het zonnetje weer en kunnen we op het terras genieten. Een groepje Nederlanders sluit bij ons aan. Het is heerlijk om te zien hoe Olivier in staat is connectie te maken met de anderen. Hij is in zijn element. En ik ook.

De Wilder Freiger wordt de Gamsspitzl

Op onze extra dag in de Nürberger Hütte willen we naar de Wilder Freiger, maar het weer zit niet mee. Er wordt weer onweer verwacht in de namiddag en al vroeg ontstaat er

convectiebewolking, waardoor ik het niet vertrouw om door te gaan naar de top. Op twee derde van de toer buigen we iets af naar het westen en nemen we genoegen met de Gamsspitzl (3050 meter). Al vroeg zijn we weer terug bij de hut, daar klaart het weer op… Hadden we toch op de Wilder Freiger kunnen staan? Beter het zekere voor het onzekere!

Nürnberger Hütte → Sulzenauhütte

We willen niet via de kortste route (langs Niederl) lopen en besluiten via de Mairspitze (2780 meter) te gaan. Het uitzicht boven is fantastisch, al worden er wel weer veel wolken langs de berg omhoog gestuwd. Elke dag valt het mij op hoe onze verhoudingen ten opzichte van elkaar veranderen gedurende de tocht. Gesprekken worden serieuzer en maskers gaan af. We zijn steeds meer twee gelijkwaardige individuen die samen een tocht maken. De gespreksstof verandert en we kunnen veel samen lachen. Tijdens de afdaling naar de Sulzenauhütte worden we getrakteerd op regen. In regenpak komen we aan bij de hut, maar dat deert niet.

Sulzenauhütte → Dresdner Hütte

Ook vandaag is het weer zo’n dag: in de ochtend een beetje nevel en daarna blauw, in de middag wolkenopbouw en kans op onweer. We lopen via de Lübeckerweg richting de Aperer Freiger, maar eigenlijk weet ik in de ochtend al dat we daar

niet bovenop zullen staan. Het weer is te onrustig. Bij Hundsheim overleggen we. De topgraat zit al compleet in de wolken en het waait er hard. Daar hebben we niets te zoeken. Vanaf dit punt dalen we af naar de gletsjer, de Fernerstube. Het is hier zo desolaat dat we het gevoel hebben op de maan te lopen. We vervolgen de route via het Peiljoch naar de Dresdner Hütte.

Dresdner Hütte → Mutterberger-Alm

De laatste dag dalen we met Kaiserwetter af naar het dal. Van daaruit rijden we met de bus naar Neusti . Wat een mooie week hebben we gehad. Acht dagen boven de 2000 meter, heerlijk. En hoe ontspannen en gelijkwaardig waren de verhoudingen gedurende de tocht. Hoe anders dan normaal worden die als je met zijn tweeën op stap bent en je overgeleverd bent aan de elementen.

Terug in de gezinssituatie op de camping in Italië moeten we allebei weer even wennen aan onze nieuwe-oude rol: die van vader en zoon in het gezin. Dat de tocht positieve recensies krijgt van Olivier, blijkt een jaar later als ik van mijn jongste zoon de vraag krijg of hij dit jaar ook mee mag.

De Stubaier Höhenweg

Reis

Neufsti im Stubaital ligt op 930 kilometer van Utrecht. Met de nachttrein reis je direct naar Innsbruck, waarvandaan je binnen een uur met de bus in Neusti bent.

Route

De Stubaier Höhenweg is 77 kilometer lang. Wij liepen ongeveer de hel van de route, met de klok mee. De hele route vind je op huttentochten.nl/huttentochten/stubaier-hohenweg. Ondanks dat hij te boek staat als zwaar, kan het in het hoogseizoen erg druk zijn. Door de drukte waren wij genoodzaakt om twee

hutten voor twee nachten te boeken. Dit konden we gelukkig goed combineren met tochten naar de Habicht en de Gamsspitzl.

Van de Innsbrucker Hütte naar de Habicht is 7 kilometer, 912 meter stijgen, goed gemarkeerd en voorzien van staalkabels.

Van de Nürnberger Hütte naar de Gamsspitzl is het 6,5 kilometer, 780 meter stijgen. Die route is redelijk gemarkeerd, maar nergens voorzien van staalkabels. Voor beide toppen is goede tredzekerheid en geen hoogtevrees hebben noodzakelijk.

Uitzicht vanaf het Pinnisjoch op de Zwölferspitze, de Elfersptize en het Pinnistal

Offroad handbiken

Op armkracht de Alpen over

In het Oostenrijkse Telfs maakt een groep van zeven bergsporters zich op voor vertrek. Voor hen ligt een route van ruim 200 kilometer, dwars over de Alpen, met duizenden hoogtemeters en zoveel mogelijk onverharde paden. Wat de Matterhorn of de Mont Blanc is voor klimmers, is de TransAlp voor mountainbikers: een klassieker. Maar deze groep rijdt niet op gewone mountainbikes. Ze doen het met handbikes.

Het idee voor deze tocht ontstond bij mijn vrouw Marike. Zij werkte op een school voor kinderen met een fysieke beperking en ging jaarlijks mee als begeleider van een wintersportweek. Zij zag hoe waardevol het was om de kinderen nieuwe ervaringen te bieden en dingen met ze te doen die voor onmogelijk werden gehouden. Marike wilde haar leerlingen ook onder zomerse omstandigheden de bergen laten beleven. Vandaar dat we na het afronden van mijn opleiding tot International Mountain Leader het bedrijfje Beleef de bergen startten. Tot uitvoering van het plan is het echter nooit gekomen. Marike werd ziek en overleed in 2022.

Een jaar na het overlijden zit ik samen met sportmaat Erik aan de koffie om een ronde te gaan fietsen. En daar komt de TransAlp voor handbikers ter sprake. We besluiten om de plannen af te stoffen en nieuw leven in te blazen. We verdiepen ons in een bestaande route, eentje die de Oostenrijkse Alpenvereniging ooit heeft gebruikt voor iets soortgelijks,

en toetsen het plan bij de Offroad Handbike Club Nederland. De reactie is direct positief: dit moet kunnen en er zijn voldoende gegadigden. Al is het snel duidelijk dat dit geen standaard onderneming wordt.

Puzzelwerk

De voorbereiding neemt maanden in beslag. We organiseren fietsdagen in Nederland, we bestuderen kaarten en de route van de Oostenrijkers, we bekijken talloze foto’s. En we luisteren naar input van de groep. ‘We willen niet alleen maar brede paden hoor’, wordt ons vanaf de eerste ontmoeting duidelijk gemaakt. Niet alleen het terrein vraagt aandacht, ook de praktische haalbaarheid blijkt een uitdaging. Haarspeldbochten, smalle paden en steile afdalingen stellen andere eisen aan een handbike dan aan een mountainbike. We verkennen daarom de belangrijkste delen van de route in het voorjaar en komen op die manier tot de perfecte route. Toch is het vooral de logistiek die tijd kost. Geschikte accom-

Tekst en beeld Reinier Bos en Erik Maartens

modaties vinden voor een groep handbikers blijkt ingewikkeld. Wat online als ‘toegankelijk’ wordt gepresenteerd, blijkt in de praktijk vaak beperkt bruikbaar. Na misschien wel honderd telefoontjes en veel puzzelwerk ontstaat uiteindelijk een sluitende planning.

Meevallers

Erik en ik fietsen met de groep mee voor een duwtje in de rug. Dankzij de zorgvuldige voorbereiding lukt het om zonder noemenswaardige technische problemen de tocht af te leggen. We hebben zelfs geen enkele lekke band!

Waar de groep zich het drukst over maakt? Komt mijn gewone rolstoel wel op de plaats van bestemming? Gelukkig hebben we daarvoor Martijn, de broer van Erik, mee. Deze logistieke duizendpoot zorgt er elke dag weer voor dat de bus op tijd bij het nieuwe onderkomen staat. Uitgepakt en wel staan daar de rolstoelen alweer klaar!

De dagen krijgen al snel een vast ritme: klimmen, dalen, herstellen en weer verder. Onderweg passeren we bergpassen, grindpaden en steile afdalingen, soms technisch, soms fysiek zwaar. Af en toe is er een moment van spanning, maar meestal overheerst het vertrouwen – in de groep en in de voorbereiding. Er zijn ook meevallers: het lijkt de groep een leuke beleving om met de gondel omhoog te gaan. Hoe gaan we dat doen? Iedereen uit de handbike en in de normale

rolstoel naar boven? Om boven weer de transfer te maken naar de handbike? Als de zeer vriendelijke liftmedewerker de gondel wat langzamer laat lopen, blijkt dat de deelnemers hun handbike gewoon rechtstreeks in de gondel kunnen rijden. Boven is het een kwestie van achterwaarts uitrijden.

Een deel van het verhaal

Wat de tocht bijzonder maakt, zit niet alleen in de prestatie. Het is vooral de ervaring van meerdere dagen achtereen in de bergen zijn. Het telkens aankomen op en vertrekken vanaf een nieuwe plek, telkens een ander landschap en het besef dat we op plekken zijn geweest die vooraf nog buiten bereik leken. Dat maakt deze reis bijzonder en doet iets met ons allen.

Na vijf dagen komen we over de Brenner Grenzkammstraße aan in Noord-Italië. De afstand en hoogtemeters vertellen maar een deel van het verhaal. Belangrijker is wat de tocht zichtbaar maakt: dat met de juiste voorbereiding, samenwerking en veel doorzettingsvermogen ook uitdagende tochten toegankelijk kunnen worden voor een bredere groep bergliefhebbers. We zijn dankbaar dat we dit samen hebben volbracht.

Of de TransAlp met handbikes een vervolg krijgt, is onzeker. De organisatie vraagt om maatwerk en betrokkenheid van alle deelnemers. Maar dat het mogelijk is, staat vast.

Cees voor het Karwendelhaus
Bergop met Arnoud
Theo staat klaar om de gondel in te rijden
Over een smal pad met uitzicht op de Nafingsee

Traversée des Dômes de Miage

Zes toppen in één avontuur

Bijna elke zomer werken mijn beste vriendin Anne en ik in de Alpen. Dit jaar verblijven we in Les Contamines-Montjoie, een authentiek bergdorp met uitzicht op de Mont Blanc en de omliggende toppen. Boven onze keukentafel hangt al weken een foto van de Dômes de Miage met daarop drie klimmers die over een smalle, besneeuwde graat wandelen. Ik kan mijn ogen er niet van a ouden. Het moet een magische klim zijn, met uitzicht op onder andere de Aiguille de Bionnassay én de Mont Blanc. Aan het einde van ons werkseizoen besluiten we: we gaan ervoor.

We verdiepen ons in kaarten, blogs en de route op Outdoor Active. De arête, de graat, verbindt zes toppen en is 3 kilometer lang, met zeer gevarieerd terrein. Voor deze alpiene tocht willen we er een derde persoon bij. Dat is net iets handiger in de technische stukken die we zullen tegenkomen. Toevallig is een goede vriend van mij, Philip, uit Guatemala, net in Chamonix aangekomen. Eén telefoontje, een kop ko e op een terras, kort overleg met zijn vriendin en hij is aan boord. Omdat hij van ver komt, huren we snel nog wat klimspullen voor hem. We checken ons materiaal en nog één keer bestuderen we de route, want als ik één ding geleerd heb, is het dat een goede voorbereiding een tocht kan maken of breken. Die nacht droom ik over onze beklimming.

Dag 1: Naar Refuge des Conscrits Zondagmorgen zet Philips vriendin ons af bij het startpunt in La Gruvaz. Zo hoeven we het eerste stuk niet over saai asfalt te wandelen.

Dan begint de tocht. Het eerste deel is een klim van 800 meter door het bos. Hoewel we flink stijgen kan er nog gepraat worden en dus voeren Anne en Philip de eerste goede gesprekken en leren elkaar wat beter kennen. Vlak voordat de zon van achter de bergen tevoorschijn komt zien we de eerste hut, Refuge de Tré-la-Tête. We plo en bezweet neer in het gras. Hoewel het nog vroeg is, is het al aardig warm. Met fantastisch uitzicht over Les Contamines-Montjoie eten we veel te vroeg onze lunch – stokbrood met brie en salami –op in het gras. Het gaat erin als koek.

Daarna volgt het tweede deel van de klim: 4,5 kilometer en nog eens 600 meter omhoog naar Refuge des Conscrits (2614 meter). We nemen het panoramische pad langs de gletsjer, dat met blauwe stippen gemarkeerd is. Deze route is veel veiliger dan de oude gletsjerroute, die door spleten en steenslag riskant is geworden en om die reden wordt afgeraden. Onderweg steken we een lange hangbrug over, klimmen

Tekst Sara Eenhoorn Beeld Sara Eenhoorn en Anne Aardenburg
We binden ons in en starten met de beklimming, met uitzicht op de Mont Blanc

Vroeg vertrekken betekent de zonsopgang zien

Doet de beste berg ten onrechte onder voor de Mont Blanc?

we langs vaste touwen en kabels en genieten we van het uitzicht op de gletsjer. Het is een afwisselende route en erg mooi. We komen niet veel mensen tegen en ik vraag me af waarom. Zou het door de warmte komen of doet de beste berg ten onrechte onder voor de Mont Blanc? Ik gok het laatste.

Na zes uur en 1400 hoogtemeters bereiken we de eerste hut, waar we vandaag overnachten. Refuge des Conscrits is modern, comfortabel en hee een terras met uitzicht op de gletsjer. Na aankomst nemen we een uurtje pauze, springen Anne en ik tegelijk onder de koude douche en vallen we allebei als een blok in slaap. Ik word rond vier uur wakker door mijn wekker en maak Anne ook wakker voor onze middagactiviteit: touwtechnieken oefenen met Philip. We oefenen tot aan het avondeten, nemen het plan voor morgenvroeg nogmaals door en doen een laatste materiaalcheck.

Het diner is eenvoudig, maar voedzaam: soep, couscous en fruit. Ik eet meer dan ik wil, want morgen wordt een zware dag. In de eetzaal zijn slechts twee andere groepjes klimmers

een

en ik vraag aan de huttenwaard waarom er met zulk mooi weer zo weinig mensen in de hut zijn. Ze bevestigt mijn vermoeden en vertelt dat iedereen naar de Mont Blanc gaat en dat deze berg vaak wordt vergeten. We maken onze avond niet te lang en kruipen net na zonsondergang in bed. Morgen is de grote dag.

Dag 2: Zes toppen op één graat

Om drie uur ’s nachts rinkelt de wekker. Ik hoor andere klimmers ook rommelen en zachtjes opstaan. Persoonlijk vind ik dit het allerleukste moment van de dag: in het donker opstaan met buiten miljoenen sterren en een volle maan aan de hemel. Het voelt bijzonder om van start te gaan terwijl de rest van de wereld nog slaapt – alsof je stiekem voorloopt op de tijd. Het simpele ontbijt gaat er net in en na het tanden-

Na
flinke scramble gaan we over de gletsjer naar de top
Vroeg in de ochtend maken we ons klaar voor de klim

poetsen trekken we onze klimgordels alvast aan, zodat we al wat gewicht uit onze tas hebben.

We starten precies om vier uur, met hoofdlampen, maar nog zonder touw of stijgijzers. Het eerste uur is vergelijkbaar met het pad van gisteren. Toch vallen de eerste meters omhoogwandelen me zwaar. Na een uur realiseer ik me pas dat we al boven de 3000 meter zitten. De hoogte maakt mijn maag wat onrustig, maar het uitzicht verzacht alles. Verderop zien we in het maanlicht de eerste top van de zes: de Aiguille de la Bérangère (3425 meter). Daarachter ligt de sneeuwgraat van de Dômes de Miage op ons te wachten. Ik vergeet mijn misselijkheid en geniet van het volgende uur klimmen naar de Aiguille de la Bérangère. Als het lichter begint te worden voel ik me stukken beter.

Na de eerste top doen we onze stijgijzers aan en binden we onszelf in aan het touw: Philip gaat voorop bij het klimmen, ik bij het dalen en Anne blijft steeds in het midden. Op de graat passeren we nog vijf toppen genaamd Dôme 3670, Dôme 3666, Dôme 3633, Dôme 3673 en Dôme 3672. Niet hele originele namen voor zulke mooie toppen, maar het uitzicht is echt fenomenaal. De graat is soms maar één voet breed,

met steile afgronden aan beide kanten. Net zoals op de foto boven onze keukentafel. We klimmen verticale stukken, zekeren elkaar, eten onderweg repen en chocolade. Lunchen zit er niet in, de graat is te steil om lang stil te staan. We proberen bovendien efficiënt te zijn met onze tijd, omdat de zon de sneeuw met het uur zachter maakt. Niet ideaal voor het oversteken van de sneeuwgraat. Het klimmen over de graat gaat langzaam, maar dat maakt ons niet uit. De condities zijn goed en de lucht boven ons is strakblauw.

Alsof je stiekem voorloopt op de tijd

Op tweederde van de route abseilen we zo’n 20 meter. De abseil staat duidelijk aangegeven op Outdoor Active, maar de eerste keer lopen we er straal voorbij. Het anker zit dicht bij een steenmannetje en is wat lastiger te vinden. Omdat ik als eerste ga, ben ik degene die naar een veiliger stuk in de rotsen moet klimmen en mezelf moet loshalen van het touw zodat Anne en Philip ook naar beneden kunnen komen. Ik klik mijn zelfzekering aan een anker aan een rots in de schaduw. Doordat ik aan het opletten ben dat er geen losliggende stenen op mijn hoofd vallen, vergeet ik dat ik in de schaduw zit en het eigenlijk best koud is. Als Philip als laatste aankomt bibber ik van de kou en zegt hij: ‘Kom, we gaan weer terug naar de zon.’ Volgende keer zal ik gelijk mijn vest aandoen, voordat ik naar beneden abseil. Philip is een diehard, niet kapot te krijgen. Hij zegt dat het goed is als dingen wat zwaarder zijn en lacht om mijn gebibber. Ik ben het met hem eens. Levendiger dan dit kan ik me gewoon niet voelen.

In de kleine Refuge Durier slapen we met zo’n twintig mensen

De laatste afdaling: de hut is in zicht, maar we moeten nog een heel stuk scrambelen

Jouw onvergetelijke avontuur begint bij Zwerfkei!

Ontdek 3500 m2 aan topmerken en deskundig advies in het hart van Nederland. Kom langs en laat je inspireren!

Toch nog omhoog klimmen in de laatste afdaling

Na uren vol focus dalen we af naar Refuge Durier (3358 meter): een kleine, basic hut met 21 bedden, keuken en tafel in één ruimte. Ik vergelijk het een beetje met een container die knus is aangekleed. Omdat de hut zo klein is, slapen ook de eigenaren in dezelfde kamer. Manon, een van de twee eigenaren, oogt als een echte bergvrouw. Als ik buiten nog met mijn spullen bezig ben, roept ze me naar binnen en legt een aantal regels uit. Ik ben me ervan bewust dat een goede organisatie en veel structuur in zo’n kleine hut op zijn plaats is. Ik knik, bedank haar vriendelijk en koop twee flesjes Schweppes bij haar. Het diner gaat in twee shifts en samen met nog zes anderen genieten we van het avondmaal. ’s Avonds liggen we zij aan zij met de andere klimmers. Veel ruimte is er niet, maar de bedden zijn prima.

Dag 3: Terug naar Les Contamines-Montjoie Na een goede nacht slapen, staan we om vijf uur op. We dalen af via de steile morenes naar de eerste gletsjer. Dit kost ons zeker twee uur. De gletsjer ligt vol met zwart gruis en stenen. Hier is het oppassen geblazen en dus vertel ik het team dat ik er in een keer doorheen wil wandelen en we niet stilstaan op dit stuk. Het is een spannende oversteek, omdat de spleten amper te zien zijn door het zwarte gruis. Ik mag voorop omdat ik de lichtste ben en dus is het aan mij om de spleten op tijd te zien en eromheen te wandelen. Na de gletsjer wacht ons een steile rotswand, die helaas alleen te bereiken is door de smalle randkloof over te steken. Ik laat mijn bovenlichaam en handen naar de rotswand toe vallen. Ik probeer niet in de spleet te kijken, maar toch gebeurt het als ik met mijn voeten nog op de sneeuw sta en mijn handen al op de rots staan. Dit is echt wel diep. Gelukkig is het maar een stapje voordat ik helemaal op de rots sta. Nu Anne en Philip nog. Gelukkig gaat alles goed en we klimmen door de steile rotswand omhoog.

De Dômes de Miage

Traversée des Dômes de Miage

Reis

Van Utrecht naar Les ContaminesMontjoie is ongeveer 1000 kilometer. Met de trein en bus doe je daar vijftien uur over.

Route en niveau

Wij deden de Traverseée des Dômes de Miage, over de zes toppen tussen de 3425 en 3673 meter, in drie dagen. In totaal is het 2900 meter stijgen en

2200 meter dalen. Het niveau van de alpiene tocht is AD. Een groot deel loopt over de sneeuwgraat, maar er zijn ook passages door rotsterrein.

Overnachten

Onderweg sliepen we bij Refuge des Conscrits en Refuge Durier. Die laatste heeft maar 21 bedden, dus boek op tijd. Zit de hut vol, dan is bivakkeren langs de route ook een optie.

De tweede gletsjer is minder technisch en leidt naar Refuge de Plan de Glacier. Daar trekken we de stijgijzers uit, vieren we het losmaken van het touw tussen ons in en drinken we koffie. De huttenwaard en hond Nova herkennen Anne en mij nog van de trailrun die we eerder dit seizoen hebben gedaan vanaf het dal naar deze hut. Na de koffie is het nog tweeënhalf uur dalen. De zon brandt op onze kuiten en we besluiten onderweg een frisse duik te nemen in de ijskoude rivier die vanaf de gletsjer naar beneden stroomt. Daarna maken we ons klaar voor het allerlaatste stuk, via Refuge de Miage naar het dal. Ik kijk nog een keer over mijn schouder naar de berg. Wat een magische klim was dit!

Na bijna acht uur afdalen bereiken we het dal, waar de vriendin van Philip ons opwacht. Met soep, kip, brood, kaas en warme chocolademelk worden we verwelkomd. We proosten op een veilige aankomst. Thuis zie ik aan onze muur weer de foto van Dômes de Miage. Deze foto heeft nu een verhaal dat ik nooit meer zal vergeten. De beklimming was adembenemend, uitdagend en lang. De Traversée des Dômes de Miage is een pittige klim, maar wel een van de mooiste in de Alpen!

Levendiger

Huttentocht in de Berner Alpen

Als de bliksem

Sprintjes om het onweer voor te blijven, vroeg vertrek om de ergste hitte te ontlopen en zoeken naar de route op de laatste sneeuwvelden. Een huttentocht gaat niet altijd over alpenweiden. Maar de rustige middagen bij de gletsjers en de fenomenale zonsondergangen maken mijn zesdaagse huttentocht in de Berner Alpen dat meer dan waard.

Tekst en beeld Myrthe Felten

Gisteren liep ik nog samen met de halve bevolking van Bern druppend langs de Aare om telkens opnieuw in de stroming van de rivier te springen. Vandaag ziet er anders uit. Ik reis met de trein en bus naar Saxeten en sprint vanaf daar omhoog naar de Lobhornhütte (1955 meter). Er is onweer voorspeld en dat wil ik voorblijven. Het pad brengt me steeds hoger en ik ontstijg uiteindelijk de dichtbegroeide

donkergroene bossen en wandel over een hoge grasvlakte waar de wind steeds sneller langs mijn wangen strijkt.

’s Avonds deel ik de eetzaal met zes Zwitserse mannen en twee dames uit Twente. Terwijl de dames een levendig verslag doen van hun tocht in de stortbuien met onweer, maken de zes legervrienden samen zes flessen rode wijn soldaat.

Slingeren naar de Rotstockhütte

De meeste wolken van gisteren zijn weggetrokken en de omliggende bergen lichten op tussen de laatste mistflarden. Tijd voor mijn eerste volledige wandeldag. De eerste paar uur word ik vergezeld door het geluid van koeienbellen en de ritmische aansporingen van de jongen die rustig achter de kudde aanloopt met een houten stok. Af en toe klinkt zijn schelle ‘yihaa’ door het klankenspel heen.

Ik slinger de hele dag een beetje op en af tussen de 2000 en 1600 meter, op almhoogte. De Eiger, Mönch en Jungfrau zijn een lange tijd in mijn vizier, tot ik me een weg baan om de Schilthorn heen en alleen nog vooruitkijk, naar het eindpunt van de dag, de Rotstockhütte (2039 meter).

Ik was me met een blok zeep en het koude bergwater dat uit het fonteintje stroomt, slenter buiten wat rond en schuif dan aan bij de lange houten eettafel. Ik deel een grote pan pasta met tomatensaus met mijn tafelgenoten uit Engeland, Australië en Duitsland. Ondertussen begint het avondrood de bergen te kleuren. Na het eten ga ik op zoek naar een uitkijkpunt. Daar zit ik tot de kleuren uiteindelijk vervagen en overgaan in donkere grijstinten. Ik poets mijn tanden en kruip dan tussen 43 anderen mijn lakenzak in.

Onweer in de bergen

Houd altijd de weersvoorspellingen en de wolken in de gaten als je op pad bent. Je kunt huttenwaarden om advies vragen. Heb je contact met de waard van de hut waar je naartoe gaat, geef dan je verwachte aankomsttijd door. Kom je toch in onweer terecht? Scan de QR-code en lees wat je kunt doen.

Stijgen naar de Gspaltenhornhütte

De zon is er al vroeg bij en alle wandelaars zijn vroeg weg. Sommigen hebben een tocht van acht uur te gaan en het wordt zo’n 29 graden. Ik heb maar een wandeling van vier uur voor de boeg, maar vertrek ook snel. De klim van 900 meter wil ik zo fris mogelijk houden.

De alpenweiden maken na een uurtje stijgen plaats voor grijs gruis. De rest van de wandeling laten de Alpen zich van hun grillige kant zien. Een paar stugge alpenbloemen steken af en toe tussen de rotsen omhoog. Ik wandel over smalle, soms steile, paadjes van gruis en scherpe steentjes en steek een paar sneeuwvelden over. De route over de Se nafurgga (2611 meter) is pas sinds vorige week open.

Zonsondergang vanaf de Blüemlisalpgletscher

Het eindpunt van de dag is de Gspaltenhornhütte (2455 meter). De hut staat verscholen tegen de Gspaltenhorn en kijkt uit over de Gamchigletsjer. Watervallen vallen langs de gletsjer. In de verte glinsteren groene valleien. De rest van de dag zit ik op het zonovergoten terras met een boek en kijk ik vooral veel om me heen. Een paraglider zweeft af en toe rakelings langs de hut. Op de bergwand achter de hut leert een berggids vier jongens van ongeveer tien jaar hoe ze moeten klimmen. Er zijn maar zes mensen op het terras. Iedereen leest en dut wat, tot de vijftig andere gasten over het hete gruis naar boven komen voor het diner.

Zigzaggen naar de Blüemlisalphütte

Na een ontbijt met oploskoffie, Bircher muesli en sneetjes brood met jam, maakt iedereen zich op om te vertrekken. De lakenzakken worden weer opgerold, de thermosflessen worden gevuld met thee en een aantal mensen doet nog wat yoga-oefeningen op het terras. Een voor een vertrekken groepjes mensen. Een bonte verzameling van kleur beweegt zich voort tussen de sobere kleuren van de gletsjer en de bergflanken. De Duitse paraglider Daniel kijkt er een tijdje naar en zegt dan tegen me: ‘Ik vlieg nu naar Mürren, geniet van je wandeling.’

Voor mij wacht een afdaling naar de gletsjer en een oversteek ervan. Ik loop wat op en af rond de 2000 meter voordat ik een steile stijging van 800 meter aanga. Al snel zigzag ik door

De komende uren galmt het onweer in de bergen

Selfie met de Fründschnuerwand

haakse bochten in het grijze grind. De zon weerkaatst fel en zonnebrand smeren is mijn hoofdactiviteit vandaag. Bezweet klim ik een aantal houten trappen op, groet wat mensen met een hijgende lach en sta dan op de prachtige Hohtürli (2778 meter). De Blüemlisalphütte (2836 meter) ligt vlak boven me. De gelijknamige gletsjer strekt zich trots voor me uit.

De rest van de middag kijk ik vanaf een rots uit over de Blüemlisalpgletsjer. Een adelaar zweeft rondjes boven me, paragliders zwieren in de verte boven de sneeuwtoppen. Een aantal alpinisten verschijnt als kleine bewegende stipjes op de gletsjer. Langzaam komen ze dichterbij. Ze klauteren vlak voor mij de rotsen op, zien mij niet en strompelen de laatste 100 meter naar de hut, waar de staf de bloemkoolsoep en pasta bolognese klaarmaakt voor de bijna honderd mensen die vanavond de eetzaal vullen.

Na het eten kleurt de hemel rood en gaan de lampen ver beneden in de dalen aan. De Thunersee schittert in de diepte. Ik zit weer bij de gletsjer en zie hoe de wolken zich langzaamaan om de bergtoppen vouwen. In deze stilte voor de storm klinkt enkel de wind die zachtjes over de gletsjer waait.

Snel naar de Fründenhütte

’s Nachts lig ik veilig verpakt in mijn lakenzak tussen veertien anderen terwijl het onweer luid inslaat op de bergen om de hut. Als ik om half zeven even naar buiten ga om de wolken te bestuderen ruikt de lucht fris, naar natte aarde. Tijd om er lang van te genieten is er niet, want om twaalf uur wordt er weer onweer voorspeld en ik heb een wandeling voor de boeg die zonder pauzes vierenhalf uur duurt.

Ik laat de hut en de indrukwekkende gletsjer achter me en daal via zigzagpaden over het gruis, richting de Oeschinensee. Vanaf daar klim ik via het Fründschnuer weer omhoog, naar de voet van Fründegletsjer. Hier staat de Fründenhütte

Het Fründschnuer is uitgehouwen in de rotswand

Wolken naderen de Hohtürlipas Na onweer komt avondgoud

(2561 meter) er tussen de bergtoppen die boven haar uittorenen.

Bijna 1000 meter lager ligt de felblauwe Oeschinensee. De kristallen schittering ervan verdwijnt na aankomst bij de hut al snel. Donderende wolken rollen over de toppen. De komende uren galmt het onweer in de bergen. Bliksemschichten en donderslagen volgen elkaar snel op en hagel en regen storten naar beneden.

Niksen bij de Fründenhütte

Ik bestel erwtensoep bij huttenwaard Stefani. Ze legt me uit waar alles is en vertelt dat ze haar twee katten mee omhoog hee genomen dit seizoen. Ik moet alle deuren daarom goed achter me dichtdoen.

Nat tot op het bot komen de Zwitserse Lucas en zijn zoon Lars anderhalf uur later naar binnen. Ik had ze al achter me gezien en Stefani vast gewaarschuwd. Af en toe ging ze met haar stormparaplu op een rots op de uitkijk staan, maar ze kwamen maar niet in beeld. De mist hee hun tocht niet alleen erg vertraagd, maar leidde ook tot een verkeerde afslag. Ze liggen de rest van de middag in bed.

De dag gaat langzaam over in de avond en Stefani serveert groentesoep en lasagne. Waar het gisteren gonsde van het rumoer in de grote eetzaal van de Blüemlisalphütte, klinkt nu enkel het ruisen van de wind om de hut. Het onweer is voorbijgegaan en het uitzicht kleurt goud.

Na het eten spelen Lucas en Lars op fluistertoon Mastermind. Stefani kuiert wat rond en loopt dan weer naar haar uitkijkrots. Ze wijst naar een paar steenbokken in de verte en richt haar blik weer op het pad. Terwijl de zon haar laatste stralen boven de bergkammen in de verte laat schijnen klimt er nog iemand omhoog naar de hut.

A oelen in de Oeschinensee

Er staat geen onweer op de planning tijdens mijn laatste wandeldag, dus ik kan rustig aan doen. Eerst wandel ik gezekerd met een klettersteigset terug richting de Oeschinensee via het Fründschnuer. Een deel van deze route is uitgehouwen in een steile rotswand. Struikel je hier, dan val je 300 meter langs de klif het kristalheldere meer in.

Als ik aan het einde mijn klimgordel afdoe, klinken de koeienbellen weer in de verte en ben ik omringd door fleurige en felgroene alpenweides. Ik loop om de Oeschinensee heen en neem dan een duik in het bergmeer dat wordt omlijst door steile bergwanden en hoge toppen: een mooie afsluiter van mijn huttentocht voordat ik afdaal naar het treinstation in Kandersteg.

Huttentocht in de Berner Alpen

Reis

Beginpunt Saxeten en eindpunt Kandersteg zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer, vanaf Utrecht ben je er binnen tien uur. De autoreis naar deze Zwitserse plaatsen is ongeveer 900 kilometer.

Route

Dag 1: Saxeten > Lobhornhütte: 8,3 kilometer, hoogtemeters: +1023/-181

Dag 2: Lobhornhütte > Rotstockhütte: 16,4 kilometer, hoogtemeters: +901/-820

Dag 3: Rotstockhütte > Gspaltenhornhütte: 6,7 kilometer, hoogtemeters: +828/411

Dag 4: Gspaltenhornhütte > Blüemlisalphütte: 7,6 kilometer, hoogtemeters: +994/-540

Dag 5: Blüemlisalphütte > Fründenhütte: 9,8 kilometer, hoogtemeters: +821/-1152

Dag 6: Fründenhütte > Kandersteg: 15,7 kilometer, hoogtemeters: +391/-1758

De wandeling naar de Fründenhütte is op niveau T4 en een klettersteigset wordt aanbevolen. Geen klettersteigset? Dan is een deel van deze route levensgevaarlijk. Wandel in dat geval van de Blüemlisalphütte naar eindpunt Kandersteg.

De Fründenhütte

Z doe je dat

Hoe ver is het?

Kaartlezen

Verdwaald… Je hebt het koud, al je snacks zijn op en je bent de weg kwijt. Gelukkig heb je een landkaart in je tas. Maar dan moet je wel weten hoe je die afleest. Dat is trouwens ook handig om van tevoren een goede route te kiezen.

Over wat voor pad gaat de route?

Op de kaart zijn verschillende wegen getekend. Langs het dorp Seefeld in Tirol loopt bijvoorbeeld een grote autoweg. In de bergen zie je twee verschillende soorten paden. Over de onverharde autowegen (op de bovenste foto) kan vaak nog een terreinwagen rijden. De bergwandelpaden (de foto onder) zijn veel smaller en alleen voor wandelaars.

Op een kaart staan de dingen natuurlijk kleiner dan in het echt. Probeer maar eens een kaart zo groot als Oostenrijk op te vouwen! De schaal van de kaart gee aan hoeveel kleiner alles is. In de hoek van de kaart staat een schaalbalk met daaronder ‘1 cm = 100 m’. Dat betekent dat 1 centimeter op deze kaart in het echt 100 meter is.

Z doe je dat

Meet met een liniaal hoe lang de route is die je gaat lopen. Doe dat aantal centimeters keer 100 meter. Nu weet je hoeveel meter jouw wandelroute is.

De Reitherjoch Alm is een berghut waar je wat kan eten. Hoeveel meter is de kortste weg van jouw vakantieadres naar de hut? Weet je ook hoeveel kilometer dat is?

Hoeveel ga je omhoog of omlaag?

Op een bergwandelkaart staan niet alleen de wegen, maar ook de bergen getekend. Je kunt op twee manieren zien hoe hoog een berg is: vaak staat de hoogte bij de top geschreven, maar er zijn ook hoogtelijnen te zien. Dat zijn de dunne grijze lijntjes op de kaart. Tussen de lijntjes op deze kaart zit steeds 50 meter hoogteverschil. Bij elk honderdtal staat de hoogte erbij. Staan de hoogtelijnen heel dicht bij elkaar? Dan ga je in weinig afstand heel hard omhoog. Steil dus!

Z doe je dat

Bepaal eerst op welke hoogte jij staat. Volg de hoogtelijn bij jou in de buurt tot de eerstvolgende waar de hoogte bij staat. Tel dan hoeveel streepjes ertussen zitten en let goed op of de hoogte omhoog of omlaag gaat. Doe vervolgens datzelfde bij de plek waar je naartoe wil. Wat is het hoogteverschil tussen jouw plek en je bestemming?

Hoeveel meter moet je klimmen van je vakantieadres naar de berghut Reitherjoch Alm? Natuurlijk wil je vanaf daar nog verder, naar de top van de Härmelekopf. Hoeveel meter moet je dan nog omhoog klimmen?

Seefeld in Tirol

Z doe je dat

In de legenda staat uitgelegd wat de kleuren en lijnen op de kaart betekenen. Daar zie je het verschil tussen de soorten wegen.

Je kan op verschillende manieren naar de Reitherjoch Alm lopen. Teken een route die alleen maar over autowegen gaat. Teken ook een route waarbij je over een bergwandelpad gaat. Welke route lijkt jou het leukst om te lopen?

Waar ben ik?

Ben je even kwijt waar je bent? Dat is helemaal niet erg. Met de kaart kun je ook uitzoeken waar je ongeveer staat. Er staan namelijk veel verschillende dingen op.

Zdoe je dat

Kijk goed om je heen. Wat voor dingen zie je die misschien op de kaart staan? Zie je een dorp, een berghut of een opvallende bergtop? Bekijk dan op de kaart vanaf welke plek je die dingen kunt zien.

Nog meer oefenen?

• Wat is de snelste weg van jouw vakantieadres naar de top van de Härmelekopf?

• Is het bergtopje naast de Härmelekopf hoger of lager?

• Wat is de steilste route naar de berghut? Hoeveel verder is het lopen als je een minder steile route neemt?

Je staat op een onverharde weg. Op een splitsing, maar je weet niet precies op welke. Je staat met je rug naar een beek. Als je naar links kijkt zie je een hoge bergtop. Zet een kruisje op de kaart waar je staat.

Legenda rotsen bomen water huizen grote autoweg kleine autoweg onverharde weg bergwandelpad beek hoogtelijn kabelbaan vakantieadres berghut bergtop ©

Puzzelen

• Er zijn geen bergen die even hoog zijn.

• De hoogte van de Signalkuppe is een even getal.

Een alpinist hee vier bergen beklommen. Maar ze hee heel slordig opgeschreven welke dat precies waren. Nu weet ze niet meer welke hoogte bij welke berg hoort. Kun jij dat met haar aanwijzingen wel ontdekken?

Lees goed wat er staat en zet in het schema een kruisje als je weet dat een hoogte niet bij die berg hoort. Zet een vinkje in het vakje met de juiste hoogte.

• De Nordend is meer dan 50 meter hoger dan de Signalkuppe.

• De Dufourspitze is de hoogste berg.

Dufourspitze

Zumsteinspitze

Nordend

Boekentips

Fantasiewezens

in de bergen

Zomervakantie, leuk! Of toch niet? In De toch niet zo eenzame tocht van Torre wordt de hoofdpersoon Torre de hele vakantie naar een oom gestuurd die hij nauwelijks kent. Hij ziet er enorm tegenop. Gelukkig blijkt oom Fons lekker gek. Hij woont in een berghut en hee een heleboel geiten. Maar net als Torre een beetje gewend is, gaat het helemaal mis. Hij valt met het geitje Natneus in de rivier en wordt even later wakker in een vreemd bos. Natneus is bewusteloos, hij hee hulp nodig. Een aardman die Knarf heet helpt Torre en neemt hem en Natneus mee naar de betermaker. Die kan Natneus redden, maar daar willen de aardmensen wel iets voor terug. Torre moet de berglor verslaan. Een verschrikkelijke reus die aardmensen eet. Dur Torre dat wel?

Een grappig, spannend en fantasierijk (voor)leesboek. Ben je lid van de bibliotheek? (Dat is gratis voor kinderen.) Dan kun je het boek ook luisteren in de app van de Online Bibliotheek. Leuk voor onderweg!

De toch niet zo eenzame tocht van Torre Annekarijn Overduin (tekst) en Sophie Pluim (illustraties) Uitgeverij Gottmer (2024), gottmerkinderboeken.nl

€19,99, vanaf 8 jaar

Ben jij een overlever?

IJzige bergen is niet zomaar een boek. Het is niet alleen lekker groot, maar het is ook nog een spel!

Met een kompas dat in het boek zit dwaal je door het boek.

Het verhaal is dat je na een noodlanding verdwaald bent in de bergen. Je moet steeds beslissingen nemen om te overleven.

IJzige bergen

Hoogtelijn gee één exemplaar van IJzige Bergen weg. Wil jij dat winnen? Stuur dan voor 1 oktober een e-mail naar hoogtelijn@nkbv.nl met ‘IJzige bergen’ als onderwerp.

Ondertussen leer je van alles over de natuur, maar ook over de spullen die je moet meenemen, hoe je een sneeuwhol maakt of een rots beklimt. En je leest hoe echte overlevers dat voor elkaar kregen. In het boek staan tips hoe je een vuurtje maakt en wat je moet doen als je een beer tegenkomt. Niet hard weglopen! Als al je boterhammen op zijn, wat kan je dan in de natuur eten? En wat juist niet!? Al die informatie is in mooie tekeningen verwerkt en jij reist door het boek. Als je de juiste beslissingen neemt en begrijpt wat de gevaren in de ijzige bergen zijn, word je zelf een overlever!

Emily Hawkins (tekst) en R. Fresson (illustraties)

Uitgeverij Rubinstein (2025), rubinstein.nl €24,99, vanaf 8 jaar

Op huttentocht

Mijn eigen rugzak

Vorige zomer was ik voor het eerst met mama mee met een basiskamp. We waren met een hele grote groep met wel vijf gezinnen ofzo. Tijdens het kamp gingen we ook drie dagen op huttentocht. Het was mijn tweede huttentocht.

Tekst Robin Eerdmans (8)

We deden een paar dagen ervoor een inlooptocht. ’s Ochtends gingen we steil omhoog en het was heel heet. Ik wilde mijn shirt uitdoen maar dat mocht niet van mama, want anders verbrandde ik. Later ging het regenen en onweren. Het onweer vond ik niet eng, maar het ging wel heel hard en we waren nog een beetje boven en dan heb je meer kans dat het op je komt.

Mama’s vest

Ik en Lies gingen de hele tijd vooruitlopen, behalve als er twee paden waren en we niet wisten waar we naartoe moesten.

wel apart. Een dag hadden we veel mist en moesten we over hele grote brokstukken klauteren. Ik had het ijskoud in mijn zomerkleren. Toen heb ik over mijn hemd, shirt en trui ook mijn jas aangetrokken en daaroverheen nog mama’s vest met capuchon.

Toen we een brug overstaken was daar ineens de hut. En toen later de zon doorkwam zagen we hoe groot die hut was, echt heel groot! En daarachter lag de gletsjer met ijs. Daar waren we vlak langs gelopen, maar we hadden het niet gezien.

mee en een keer heb ik spaghetti gegeten in de hut. Ik had niet gedacht dat ik in de hut zou eten, dat dacht ik maar een beetje. Er was ook een heel warm hok waar alle kleren en schoenen te drogen waren en dat stonk, maar het was er wel heel lekker warm. We gingen daar Regenwormen spelen, alleen dan anders, met onze eigen spelregels.

Mijn allerleukste herinnering aan de huttentocht is klimmen over rotsen tijdens de pauzes. En op de grote keien bij de rivier toen we bij de hut waren. De tochten voelden niet per se lang, maar leuk.

Soms wachtten we tot we mama tegenkwamen en dan gingen we wat drinken, maar al snel had ik mijn eigen drinkfles gepakt.

Pannenkoeken en spaghetti

We hadden elke dag ander weer. Het weer veranderde ineens heel snel en dat vond ik

Dag 1

Er was een hut waar je naar buiten moest als je ging slapen, naar een ander gebouw. Toen was ik niet zo lekker, dat vond ik het allerstomst. Ik heb wel heel lekker geslapen. Mama had voor mij pannenkoeken

Alpengasthaus Breitlahner naar Alpenrose-Hütte: 8 kilometer, 630 meter omhoog

Dag 2

Alpenrose-Hütte naar Berliner Hütte: 3 kilometer, 260 meter omhoog, 100 meter omlaag

Dag 3

Berliner Hütte naar Alpengasthaus Breitlahner: 9,4 kilometer, 820 meter omlaag

Robin en Lies

Achter de geraniums? Echt niet!

rondomKlettersteigenBriançon

OSamen, actief en t zijn de kernbegrippen van de NKBV-Sectie Masters. Alhoewel de vereniging vroeger de Sectie 50+ heette, speelt lee ijd geen rol. Met elkaar blijven we actief in de bergen. We gaan kamperen, wandelen of maken een huttentocht. Of reizen naar de Hautes-Alpes voor een week lang klettersteigen.

Tekst Desiree Haan, met medewerking van Mart Schouten Beeld diverse deelnemers

m kennis te maken en het niveau van de groep te bepalen, zodat de leden die de reis organiseren het juiste gebied en de juiste via ferrata’s kunnen uitzoeken, wordt een weekend georganiseerd bij Klimtuin Fliegerhorst in Venlo. Doordat het weekend openstond voor inschrijving op de NKBV-website, komen er ook drie jonge honden op af, die hebben gemist dat de activiteit wordt georganiseerd

door de Sectie Masters. Ze staan wat meewarig te kijken. De gemiddelde lee ijd ligt toch rond de zeventig.

Allemaal zijn het mensen met bergervaring. De meeste deelnemers hebben ook via ferrata-ervaring, maar ook geïnteresseerden zonder zijn welkom. Bij de materiaalcontrole komt de lee ijd ook naar voren: klettersteigsets uit de

Janine en Mat op de C-variant

jaren ’70, meerdere mooie antieke zekeringsapparaten. Voor de reis zal wat materiaal geleend of vervangen moeten worden. Maar iedereen hee er zin in.

Het weer zit tijdens het weekend werkelijk niet mee. Regen, wind en kou, maar deze doorgewinterde groep hee er totaal geen last van. Regenjas en goede schoenen aan. Er wordt twee dagen flink geoefend met klettersteigen. Ook leren of herhalen we reddingstechnieken. Hoe krijg je jezelf weer omhoog en hoe kan je de ander helpen? De express flaschenzug (een takelsysteem) zit bij velen ergens in het geheugen en komt toch snel weer bovendrijven. ‘O ja, zo ging dat’, klinkt het volop. Ook wordt weer goed duidelijk wat de valfactor is bij een klettersteig en dat je eigenlijk niet in je setje wil vallen.

Basiskamp

In juli, nog voor de schoolvakanties, reizen we met vij ien personen af naar L’Argentière-la-Bessée in de Hautes-Alpes. Er gaan twee klettersteiginstructeurs mee: Pierre Smetsers van 68 en Kees Schippers van 78. Doorgewinterde oude rotten in het vak, die als ze eenmaal lopen niet meer stoppen.

De organisatie lijkt een beetje op een basiskamp. Niets hoe en alles mag. Wil je een dag iets anders of rustiger aan doen, dan is daar natuurlijk ruimte voor. Twee deelnemers zoeken de via ferrata’s uit en elke avond is er een korte brie ng. Alle informatie komt ook netjes in de appgroep. Partners die niet klettersteigen zoeken elkaar op, ook voor hen is er genoeg te doen.

In het gebied rondom L’Argentièrela-Bessée zijn heel veel klettersteigs van verschillende niveaus met korte aanlooptijden. Vooral die korte aan- en teruglooptijden zijn ’s zomers handig in verband met de weersomstandigheden. Het wil wat later op de dag weleens gaan regenen of onweren.

Kloven

Op de top van Pra Premier lunchen we en oefenen we diverse knopen

Op zondag beginnen we met een mooie via ferrata aan de Durance: Les Gorges de la Durance. Er liggen meerdere klettersteigs in de kloof aan de rivier, van makkelijk tot zeer moeilijk. De makkelijke en gemiddelde routes liggen heerlijk in de schaduw. Maar let op: ‘makkelijk’ is niet makkelijk. Er zitten uitdagende passen in, maar er zijn onderweg wel meerdere uitstapmogelijkheden. Het voordeel van deze kloof vol via ferrata’s is dat er voor ieder wat wils is. Er zitten leuke passen en mooie bruggen in de routes. Na de klettersteig laat ik mijn voeten a oelen in de rivier.

‘Makkelijk’ is niet makkelijk

Het smaakt naar meer en we kiezen voor de volgende dag weer een imposante kloof uit: Les Gorges d’Ailefroide, waar de klettersteigs boven een kolkende rivier liggen. Ook hier heb je twee varianten. Of eigenlijk twee delen: het begint makkelijk, daarna kun je uitstappen of doorgaan naar het moeilijke stuk. Bijna iedereen gaat door naar het tweede deel. We hebben ons goed ingelezen en de moeilijkheid zit hem in drie venijnige overhangen. En die voel ik ook zeker, maar ze zijn kort en iedereen komt erdoor.

Een traverse in de B-variant van de Gorges de la Durance

Sectie Masters

Ben je benieuwd wat de NKBV-Sectie Masters jou te bieden hee ? Kijk op sectiemasters.nkbv.nl voor informatie over de vereniging en aankomende activiteiten.

Ineke in een luchtige passage in de C-variant van de Gorges de la Durance

Alle

deelnemers kennen

hun eigen grenzen

We krijgen er nog meer zin in. Voor de via ferrata Pra Premier moeten we wat verder rijden. De weg ernaartoe is prachtig. Ook deze klettersteig kent twee varianten: makkelijk en gemiddeld. In onze topo-app zijn twee verschillende lijntjes op de rots getekend. Er staat twee tot drie uur voor deze route, maar wij doen hem in anderhalf uur. Het is niet heel spannend, maar omdat de via ferrata in de Queyras ligt met een mooi uitzicht, is het toch de moeite waard.

De oudste

Eigenlijk kennen alle deelnemers heel goed hun eigen grenzen. Het voordeel van wat ouder zijn: je weet wat je kan en wat je niet kan. Grenzen verleggen doen we allemaal, maar we weten ook wanneer het genoeg is. Niemand hoe zich beter voor te doen en de keuzes voor een makkelijke of moeilijke variant, of een dagje rust, worden snel gemaakt, zonder discussie.

De volgende dag gaan we voor een lange klettersteig, Le Tournoux. We kiezen deze vanwege de prachtige uitzichten

die de topo beloo . En er is niets te veel gezegd. We zien de Écrins op zijn mooist, terwijl wij lekker in de schaduw lopen. De aanloop is zoeken en plotseling is de hel van de groep de andere kant op. Het terrein is niet gevaarlijk en dus is het geen probleem. In alpiene terrein zouden we wellicht van tevoren beter moeten overleggen.

Omdat we toch Masters zijn, gaan we deze week ook voor de oudste via ferrata van Frankrijk: La Falaise. Je begint makkelijk (nou ja…) en dan is er een uitstap. Daarna kun je door met een moeilijker deel. Een aantal mensen stapt daar uit. Ik ga met een paar anderen door. Er komt geen einde aan dit ding! Het is een prachtige klettersteig, maar ik ben blij met het broodje dat ik heb meegenomen, mijn water en de grot op driekwart van de route, om in de schaduw op adem te komen. Vooral de uitklim hee een venijnige pas. Een pas waarbij je na twee uur aan de wand hangen even je hoofd erbij moet houden. Het is tot drie tellen, voet omhoog op wrijving, uitrekken en de rots pakken, doorstappen en een nietje pakken.

Spectaculair uitzicht vanaf de C-variant van de Rocher Blanc

Alle niveaus

We sluiten de week af met een klettersteig op hoogte. Twee li en achter elkaar brengen ons naar ongeveer 2400 meter en na twintig minuten lopen komen we bij de klettersteig Rocher Blanc, met twee verschillende instappen. Er is een makkelijke en moeilijke start. Leuke passen in beide, maar de mensen die de makkelijke variant doen klinken enthousiaster.

Kan je een intensieve klettersteigweek organiseren voor oudere berglie ebbers? Ja, dat kan. Geen probleem. Het gebied leent zich voor alle niveaus. Het is leuk om samen actief te zijn, terwijl je toch je eigen plek hebt op de camping.

Klettersteigen rond Briançon

Reis

Wij verbleven op camping Les Écrins in L’Argentière-la-Bessée. Vanaf Utrecht is de reis daarnaartoe ongeveer 1150 kilometer. Per trein en bus reis je er in vij ien uur heen.

Topo

Om routes uit te zoeken hebben we de app Écrins & Briançon Via Ferrata gebruikt. Daarin staat algemene (Engelstalige) informatie over klimmen en veiligheid, en per via ferrata een beschrijving, foto, moeilijkheidsgraad, duur en parkeer- en aanloopinformatie.

Routes uit dit artikel

• Gorges de la Durance. Moeilijkheid: C/D, duur: 1 tot 2 uur. Prachtig gelegen aan de Durance. Goede parkeergelegenheid en makkelijke aanloop, toegangsprijs €7 (in juli en augustus).

• Gorges d’Ailefroide. Moeilijkheid: eerste stuk B/C, tweede stuk C/D,

duur: 1 tot 1,5 uur. Een prachtige via ferrata met meerdere bruggen, door een kloof met steile wanden en een woeste rivier. Goede parkeergelegenheid, geen aanloop en terugloop van een klein half uur.

• Tournoux. Moeilijkheid: C, duur: 2 uur. Een mooie via ferrata met leuke passages met prachtige uitzichten.

• Falaise. Moeilijkheid: eerste stuk B/C, tweede stuk C/D, duur: 2 tot 3 uur. De oudste van Frankrijk. Doe je de hele via ferrata, neem dan genoeg water en een broodje mee, want hij is lang en erna is het zeker nog een uur teruglopen.

• Pra Premier. Moeilijkheid: B/C, duur: 2,5 uur. De (auto)weg ernaartoe is prachtig. De via ferrata zelf is er in twee varianten: makkelijk en gemiddeld.

• Rocher Blanc Facile. Moeilijkheid: B/C, duur 1 uur. Je kan met twee li en omhoog naar de via ferrata. Tussen de li en in zit een leuk restaurant.

Oversteek van de woeste, koude rivier in de Gorges d’Ailefroide
Nooit te oud voor de oudste via ferrata van Frankrijk

HET GEGENRECHT FONDS

Dankzij jou blijven hutten & paden bestaan

Met jouw lidmaatschap help je mee aan het onderhoud van paden en berghutten. Zo kunnen we samen blijven wandelen, klimmen en ontdekken. Vandaag én morgen.

Dank dat je lid bent van de NKBV!

nkbv.nl/gegenrecht

Wandelen in de Kamnische-Savinja Alpen

Avontuur in wisselend weer

De qua omvang kleine, maar ruige en technisch uitdagende Kamnische-Savinja Alpen zijn het decor voor ons bergavontuur. Dit fraaie karstgebergte ten noorden van het middeleeuwse Sloveense stadje Kamnik staat ook bekend om de snel veranderende weersomstandigheden. De wispelturigheid en grilligheid tillen het bergwandelen naar een nieuw niveau en vragen om aanpassen aan de omstandigheden.

Met de relaxte camping Camp Resnik als basiskamp zijn we twee weken in de Kamnische Alpen te vinden, waar we twee meerdaagse tochten maken. We plannen eerst een driedaagse huttentocht vanaf het centrale beginpunt Dom v Kamniški Bistrici (600 meter) via de hutten Kamniška koča na Kamniškem sedlu (1864 meter) en Kocbekov dom na Korošici (1808 meter) oostwaarts en weer terug naar de bron van de rivier Kamniška Bistrica.

Het is regenachtig, maar we genieten van het pad omgeven door naald- en loo omen, met afwisselende ondergronden, bemoste stenen en losse keien. Ongeveer twee derde van de 1200 hoogtemeters lopen we door het groen met riviertjes op

gehoorafstand. Eenmaal boven de boomgrens wordt het stenen pad uitdagender. We moeten goed opletten waar we onze voeten zetten, want heel veel Alpenlandsalamanders genieten kennelijk van het vochtige weer en luieren op de rotsen.

De eerste hut hebben we voor de zekerheid van tevoren geboekt, omdat het hoogseizoen is. Naast een groepje Roemenen met een gids blijken wij – mijn zoon, zijn vriendin, mijn partner en ik – echter de enige andere overnachtende gasten te zijn. Door het slechte weer hebben de meeste aangekondigde gasten afgezien van de klim. Dat er toch nog mensen omhoog gekomen zijn en net als wij hoopvol de

Maaike de Loor Beeld Daniel Kamp en Paul van Koppen
Bivakhut Pavla Kemperla

verschillende weerapps afstruinen op zoek naar gunstiger vooruitzichten, ziet de nogal stugge huttenwaard hoofdschuddend aan. Na wat aandringen laat hij zich toch verleiden om met ons de detailkaart kritisch te bekijken. We besluiten de tocht in te korten, maar proberen een route te vinden waardoor we een rondje kunnen maken in plaats van hetzelfde pad terug nemen.

Eggspedition

Een aantal dagen later trekken we weer dit gebied in. Nu voor een vijfdaagse bivak- en huttentocht, met een beklimming van de hoogste top van de Kamnische Alpen, de Grintovec (2558 meter). Het plan is om vanaf Dom v Kamniški Bistrici via de zuidwestroute en de hut Cojzova koča na Kokrskem sedlu (1793 meter) de berg over te steken en aan de noordkant in de hut Češka koča na Spodnjih Ravneh (1542 meter) te overnachten. Vervolgens zullen we de ronde afmaken via het oosten, langs twee bivaks en nog een grotere hut.

De weersvoorspelling ziet er beter uit, maar is wel heel wisselend. De vijf weerapps die we raadplegen geven zeer veranderlijk weer aan en spreken elkaar tegen. Deze onvoorspelbaarheid blijkt kenmerkend voor dit deel van de Alpen.

Bivakhut pod Skuto na Malih podih
Onder de Skuta lopen we verkeerd, een puinhelling op

Met de ervaring met mist en regen tijdens de eerste tocht in gedachten, pakken we met extra zorg onze rugzakken vol met een tarp, bivakzak, brander, slaapzak, reddingsdeken, klettersteigset en voldoende proviand, inclusief onze signature dish: een doos vol hardgekookte eieren. De reden dat we onze tochten grappend ‘eggspeditions’ noemen.

Weer omgooien

Vanaf de parkeerplaats stijgen we met zonnig weer westelijk, in een min of meer rechte lijn naar Cojzova koča na Kokrskem sedlu. De fraai gelegen hut op een pas, met een doorkijk naar de westelijke toppen, waaronder de Grintovec.

De avond in de hut is ontzettend rustig. Tot zonsondergang strijken wandelaars uit de richting van de Grintovec en de Skuta neer op het panoramaterras. Slechts enkelen blijven overnachten. Aan de tafel van de huttenwaarden eten twee locals mee. Ondanks dat we het Sloveens niet verstaan, begrijpen we uit hun lichaamstaal en gelach dat er sterke verhalen opgehangen worden. Op de zwart-witfoto’s aan de wand, van de bouw en inwijding van de hut, herkennen we de mannen van de stamtafel, toen wel iets jeugdiger.

We overleggen met de huttenwaard wat de beste route voor ons is en hoe hij de weersvoorspellingen inschat. Voor morgen wordt goed weer voorspeld tot laat in de middag, maar daarna zal het snel veranderen in een he ige onweersbui. Vanwege deze tijdslimiet besluiten we het plan weer om te gooien en eerder oostwaarts af te buigen. Via de spectaculair uitziende bivakhut pod Skuto na Malih podih, de technische klim over de Turska gora (2251 meter), weer langs de hut Kamniška koča na Kamniškem sedlu, om dan via de Korošicavlakte zuidwaarts af te dalen terug naar Dom v Kamniški Bistrici. Daarmee stappen we de nitief af van het plan om de bewierookte Grintovec te beklimmen.

Ze repareren de rand van het pad met houten latten

Voorteken

Een witte cirkel met een rode stip in het midden markeert de paden. De tweede dag leidt het pad ons meteen steil naar boven. Hier hebben de stippen een verse lik verf. Na zo’n twintig minuten wandelen richting de spectaculair gelegen bivakhut Pavla Kemperla (2102 meter), komen we de twee mannen tegen van de stamtafel. Gehuld in overalls repareren zij de rand van het pad met houten latten. Achteraf gezien is dit een voorteken: spoedig wordt het pad minder duidelijk zichtbaar. De stippen worden op sommige delen vager en we hebben steeds meer moeite om op de grote rotsen de volgende stip te ontwaren. Steenbokken kijken ons meewarig aan, alsof we hen de weg gevraagd hebben. Gewapend met een papieren en een digitale kaart weten we ons steeds in de goede richting te begeven. Af en toe passeren we op een kruispunt een paal met rode routebordjes. Als we zo’n paal passeren zonder rode bordjes, gaat in mijn hoofd een waarschuwingslampje branden. Maar ik negeer dit signaal. Ik loop achteraan en wil bijblijven. We volgen een vrij strak schema om voor het onweer in de volgende bivakhut te zijn.

Het negeren van deze lege paal is niet handig: we schuifelen over een steeds smaller wordend paadje en blijken een oud pad te zijn ingeslagen. Wat eerst nog iets van een pad hee met vage markeringen, wordt gaandeweg een richel op een puinhelling om vervolgens helemaal geen spoor meer te zijn. Dit is recht onder de top van de Skuta in een oneindig grijswit puinhellingenlandschap. Het juiste pad blijkt zo’n 60 meter recht omhoog. Ik wil niet ongezekerd verder, maar durf ook niet terug langs dezelfde hellende rotswand. Dit is het moment dat we het eens moeten zien te worden over de beste manier om weer op de juiste weg te komen, met zo min mogelijk risico. Spannend en inspannend, zowel fysiek als mentaal. Uiteindelijk zijn we het allemaal eens dat we toch terug moeten via het richeltje.

De passages die als ‘zeer moeilijk’ zijn aangeduid, zijn via ferrata’s
In de regen dalen we (weer) af naar Dom v Kamniški Bistrici

Een opgeluchte kreet

Een volgend hachelijk moment dient zich aan: door de omweg van zo’n twee uur worden we ingehaald door het slechte weer. Eerst miezer, al snel heftige regen, gevolgd door hagel en onweer. Natgeregend doen we onze klettersteigsets aan. De passages die worden aangeduid als ‘zeer moeilijk’, zijn via ferrata’s. Nadat we twee stukken via ferrata achter de rug hebben, horen we donderbuien aankomen. De bliksem volgt. Ieder van ons telt om de afstand van het onweer te bepalen, terwijl we flink doorstappen naar het punt waarvandaan we alleen nog hoeven af te dalen naar de bivakplek. Het klaart gelukkig weer op, wat het zicht bevordert. Mijn zoon slaakt opeens een opgeluchte kreet en wijst naar het dak van het ‘design bivak’ pod Skuto. Eenmaal binnen vallen we van de ene verbazing in de andere, omdat het ontwerp zowel binnen als buiten echt heel fraai is. Als we de natte kleding afgepeld en opgehangen hebben kunnen we volop genieten van het magnifieke uitzicht over het dal, de lichtjes van Kamnik en daarachter die van Ljubljana. De warme maaltijd smaakt extra lekker, terwijl we reflecteren op goed teamwork en de les in kordaat besluiten nemen in spannende omstandigheden.

Verticale passages

De volgende dag begint al voor de eerste zonnestralen. De weersvoorspelling is nog slechter, dus willen we koste wat het kost tijdens de relatief rustige ochtenduren voorbij de via ferrata-passages op de Turska gora komen. We doen vandaag meteen regenkleding en de klettersteigset aan, geleerd van gistermiddag. Dit deel is erg technisch. Ondanks de geringe hoogtemeters is het tempo laag.

Hoewel we deels in mist en regen lopen en het pad nog veeleisender is dan dat van gisteren, komen we meer in een flow en zijn we ingespeeld op elkaar. Een heerlijk en tevreden

gevoel. We genieten van de verticale via ferrata’s en juichen bij iedere rode-stip-met-witte-cirkel die we tegenkomen.

Te risicovol

Voor de tweede keer overnachten we bij Kamniška koča na Kamniškem sedlu, maar het uitzicht over het dal wordt de rest van dag door wolken gevuld. We blijven hoopvol kijken naar de weerapps, van plan om dit keer het rondje wel af te maken. De hut is weer uitgestorven, de huttenwaarden doen ’s middags zelfs de woonkamer op slot. De enige andere wandelaar die bovenkomt bied ik koekjes en ons restje water aan. We praten met handen en voeten, twee woorden Duits en een woord Engels. Ze blijkt een local en laat zich duidelijk niet afschrikken door het beestenweer.

We juichen bij iedere rode-stip-met-witte-cirkel die we tegenkomen

Aan het eind van de dag staat een stel gemzen heel dicht bij de hut. Een hoogtepunt! De volgende ochtend hangen de wolken nog immer laag. Dat maakt de geplande oversteek van een blootliggende puinhelling te risicovol. Voor de tweede keer moeten we onze route inkorten en de weg terug naar Dom v Kamniški Bistrici nemen. In no-time stappen we de inmiddels bekende route naar beneden, waar we bij het standbeeld van de lokale bergheld Bôsov Tine een laatste groet brengen aan dit grillige en weergeteisterde deel van de Alpen.

Cojzova koča na Kokrskem sedlu ligt fraai op een bergpas

De KamnischeSavinja Alpen

Reis

Ons beginpunt Dom v Kamniški Bistrici ligt op 1200 kilometer van Utrecht. Je bereikt het in veertien uur met de auto, in negentien uur met de trein en bus.

Gebied

De Kamnische-Savinja Alpen behoren tot de Zuidelijke Kalkalpen en liggen ten oosten van de Julische Alpen en nationaal park Triglav. De Kamnische Alpen zijn iets lager dan het buurmassief, maar minstens zo ruig en een stuk minder toeristisch. En dat terwijl je er toch dertig toppen boven de 2000 meter vindt.

Onderweg naar Capanna Quarnei

De Via Alta Crio

Buitengewone bivakhutten

Na prachtige tochten langs onbemenste hutten in het Valpelline, Valle Maggia en Val Verzasca willen we weer zo’n trektocht maken. Een a eelding van Bivacco Piano della Parete trekt onze aandacht. Een bivak op 2720 meter hoogte, gebouwd in 2023. Langs de hut is een nieuwe route aangelegd, een pareltje: de Via Alta Crio. Een tiendaagse tocht in Ticino, het zuiden van Zwitserland. Met overnachtingen in bivakhutten en etappes van T6-niveau is de Via Alta Crio een stevige tocht.

We kamperen voor de tocht op Camping Acquarossa, een fijne camping met schaduw. Dat is nodig, want het is dertig graden in het dal. De eigenaresse is zeer vriendelijk en we mogen onze bus op de parkeerplaats van de camping laten staan tijdens de toer. Met de postbus gaan we via Bellinzona naar Rossa, waar onze route begint. We kiezen ervoor niet de hele Via Alta Crio af te leggen, maar slechts vier dagen ervan.

Omdat we de onbemenste hutten het leukst vinden, starten we met omhoog lopen naar Rifugio Alpe di Giümela. De eerste twee bemenste hutten slaan we over. Dat hee ook met het weer te maken. Er komt een dag slecht weer aan en die ‘willen’ we op de gemakkelijkere etappe van Capanna Quarnei naar Capanna Adula UTOE. Slecht weer op de dagen daarvoor zou heel naar zijn. Dan is de oversteek niet verantwoord en moeten we afdalen.

De enige overnachters

We zijn superlichtgewicht op pad. Er gaat eten voor drie dagen mee, maar geen brander, pan, slaapzak of klimspullen. Dat is onderweg niet nodig. Wel nemen we stokken mee. Dat vinden we erg prettig in het wegloze terrein en op de sneeuwvelden. Vandaag zijn die echter nog niet nodig. Via een goed pad wandelen we in vier à vijf uur naar Rifugio Alpe di Giümela. Het is warm, maar als we hoger komen neemt de temperatuur gelukkig iets af. Onderweg komen we langs mooie huizen en hoger langs boerderijen. Boven ons zien we de bergpas en de graat waar we morgen over zullen lopen. Nu gaan we de Pass de Giümela over en dalen we af naar de hut, die net op de boomgrens ligt.

Tekst en beeld René en Margot van Dilgt
Een kijkje in de keuken van Bivacco Piano della Parete
Bivacco Piano della Parete

Het is een oude hut met kookmogelijkheid op gas; er is stroom en ook een lamp. Verder is er water, een toilet en staan er prima stapelbedden met dekens. In de hut zijn tegen betaling levensmiddelen te vinden. En er zijn percolators voor ko e, het is bijna Italië! Zo zijn alle drie de onbemenste hutten van deze tocht uitgerust. In alle drie zijn we overigens de enige overnachters.

Nadat we aan de picknicktafel voor de hut heerlijk thee hebben gedronken, kunnen we zelfs buiten onze spaghetti opeten en genieten van de avondzon. We maken foto’s van de zonsondergang, nemen een laatste kop thee en gaan slapen.

Doorlopen

De tweede dag staan we om zes uur op. Op de eettafel in de hut staat onze zak met havermout klaar voor het ontbijt. Dat was echter niet verstandig, een rat hee er een gat in geknaagd en zijn behoe e gedaan op de tafel. Gelukkig hee hij niet veel havermout gegeten en hebben we nog genoeg voor de ontbijtjes van de komende dagen.

We gaan over zeven drieduizenders

Vandaag maken we de overgang naar de Piano della Parete, de hoogvlakte waarop het mooie bivak ligt. De route begint makkelijk: omhoog naar de Pass de Giümela. Daarna klimmen we omhoog naar de Piz di Strega (2911 meter). Vanaf daar gaat de route een stukje over de graat en verder over blokkenterrein. Alhoewel er geen pad is, is de hele route gelukkig prima gemarkeerd. Er staat zeven en een half uur voor, maar we hebben negen uur nodig terwijl we flink doorlopen! Het klauteren in het blokkenterrein is best zwaar en dat kost tijd.

Als we Bivacco Piano della Parete onder ons zien liggen, krijgen we weer nieuwe energie en dalen we in hoog tempo af. Het oranje bivak is fantastisch. Het ligt in een kaal morenenlandschap met zicht op de graat waarover we zojuist gelopen hebben en morgen verder lopen. Buiten is een grote waterbak waarbij we ons lekker kunnen wassen. Ook binnen is de hut geweldig: er is een keukendeel en een slaapdeel. Aan de achterkant is het droogtoilet. Er is stroom, dus de lamp kan aan en er is gas om te koken.

We leggen onze schoenen, sokken en shirts buiten te drogen en zetten veel thee. Buiten is geen bankje, dus eten we onze couscous binnen op. Maar het raam bij de eettafel is zo groot dat we tijdens het eten blijven genieten van het uitzicht.

Zeven drieduizenders

Aan het eind van de middag wordt onweer verwacht, dus zitten we de derde dag om vier uur ’s morgens al aan het ontbijt: havermout en thee. Als we om vijf uur weglopen begint er een beetje ochtendlicht door te komen. Het wordt weer een lange dag. We gaan over zeven drieduizenders, veel over de graat, soms klimmen door tweedegraads rots met dikke touwen.

Door de goede wegmarkering kunnen we de route in het ochtendlicht goed vinden en voor we het weten zijn we op de

Over de graat naar de Piz Piotta
Capanna Quarnei
Sneeuwvelden onderweg naar Capanna Quarnei

De

graat. Hierdoor hebben we een schitterende zonsopkomst op de eerste top, de Cima Rossa (3161 meter). Na een reep en enkele slokken water gaan we door. Op de graat kunnen we lekker tempo maken, maar regelmatig verlaat de route de graat en lopen we door blokkenterrein. Dat kost wat meer tijd, maar het weer lijkt nog goed. Pas na de laatste top, de Vogelbärg (3217 meter), trekt het dicht en komen de wolken over de graat. Jammer van het uitzicht op de Paradiesgletsjer en de Adula. Dat missen we nu.

Als we de graat verlaten zijn we er nog lang niet, we moeten nog een flink stuk afdalen. Maar de planning klopt, want net voor het onweer komen we bij Capanna Quarnei. Bij de voordeur staat een grote kan huisgemaakte ijsthee als welkom. Heerlijk na negen uur lopen! We krijgen een eigen lager toegewezen en gaan voor het eten even lekker liggen. De voeten zijn moe! ’s Avonds laten we ons verwennen met eten gekookt door de huttenwaard.

Morgen klaart het op

De vierde etappe is een stuk korter en dat komt goed uit met het mindere weer en na twee lange dagen. In tegenstelling tot de vorige dagen loopt de route vandaag over een makkelijk bergpad. Op de pas houden we even pauze bij een meertje. Helaas hebben we geen superuitzicht. We zitten weer vlak onder de Adula, de hoogste berg van Ticino, maar die top krijgen we helaas niet meer te zien. Daarna dalen we af naar Capanna Adula UTOE. Hier brengen we een deel van de middag door met lezen, terwijl het buiten zwaar bewolkt is.

Maar morgen klaart het op, zegt de waard!

Klimmen en klauteren

De lucht is inderdaad weer blauw. Er komt een lange dag aan, over twee toppen van ruim 3000 meter. De route loopt in het begin een flink stuk langs de westkant van de graat. Het is veel klimmen en klauteren over blokken. Eenmaal boven op de graat hebben we wederom prachtig uitzicht.

Via Alta Crio

Reis

Biasca en Bellinzona zijn goede vertrekpunten voor wie de hele Via Alta Crio wil lopen. Vanuit Utrecht is het tien uur met de trein of ruim 900 kilometer met de auto.

Gebied en route

De Via Alta Crio loopt in tien dagen van Capanna Brogoldone naar de Passo del Lucomagno, 104 kilometer met ruim 9000 hoogtemeters. Er zijn veel etappes met waarderingen van T4 tot en met T6, de hoogste moeilijkheidsgraad voor alpiene wandelpaden. Op deze wit-blauw gemarkeerde routes zijn alpiene vaardigheden zoals goed kunnen omgaan met geëxponeerde of valgevaarlijke passages en een goede tredzekerheid vereist.

Wij liepen etappes drie tot en met zes en hebben onderweg vrijwel niemand gezien. We maakten lange dagen. Waar wij normaal de aangegeven tijd goed kunnen lopen, lukte ons dat nu niet.

Er zijn wat afdalingsmogelijkheden onderweg, maar die zijn niet altijd makkelijk. Op viacrio.ch is een handige folder te vinden waarmee je aan je plan kunt beginnen.

Hutten

De hutten en bivaks kun je reserveren en betalen via viacrio.ch. De onbemenste hutten zijn eenvoudig. Je regelt er zelf je eten. Onze ervaring is dat de hutten niet overlopen zijn. Tijdens deze toer waren we de enige overnachters in de bivakhutten.

Na de laatste top, de Pizzo Cassinello (3102 meter), is de afdaling niet moeilijk meer. Rond drie uur zijn we in Rifugio Scaradra. Het bivak is een oude hut, maar binnen is het fris en verzorgd. We hebben voor na de macaroni een reep chocolade bewaard. Daar genieten we van met een flinke hoeveelheid thee, voordat we bijtijds in onze lakenzak kruipen.

Naar het noorden

Dan breekt de laatste dag aan voor ons. De Via Alta Crio gaat nog via drie bemenste hutten verder naar het noorden en eindigt op de Passo del Lucomagno. Maar wij dalen af naar het Lago di Luzzone en lopen verder naar Olivone. Daar pakken we de postbus terug naar de camping, waar we genieten van een warme douche.

We hebben genoten van de tocht: van de prachtige uitzichten en het gevarieerde terrein. Vooral de drie bivakhutjes waren geweldig!

Rheinquellhorn, een van de zeven drieduizenders

De oneindige graat

We gaan maar door en door. Zijn we overmoedig? De top van de Aiguille du Moine is nog lang niet in zicht. Onze eerste kennismaking met de granieten wanden rondom Chamonix is intens. De uitzichten zijn nog mooier dan we dachten. En het klimmen is nog zwaarder dan we dachten. Ons uithoudingsvermogen wordt op de proef gesteld.

Tekst en beeld Lotte van der Velde en Lisa Kluis
Lotte klimt een stukje naar beneden op een van de vele pilaartjes op de graat

Deze zomer zijn Lisa en ik voor het eerst in Chamonix. Vijf jaar alpineren we al, maar er was altijd een reden om het ‘Europese klimwalhalla’ te vermijden. Te toeristisch. Te veel liftjes. Te duur. Of we hadden gewoon betere plannen. Maar dit jaar is het zo ver. We willen toch zelf ervaren waarom iedereen zo enthousiast is over het graniet en de uitzichten in het Mont Blancmassief.

Chamonix laat ons snel zijn ware aard zien: pittig klimmen, geweldige rots, zoals verwacht heel toeristisch en wow, wat een toppen. Overal lijnen. Overal mogelijkheden. Wat een speeltuin! Maar wel eentje die je gelijk laat voelen wie de baas is.

Na een paar weken inklimmen, acclimatiseren en het gebied leren kennen, kiezen we ons eerste serieuze project uit: de Aiguille du Moine, via de Arête S Intégrale. Niveau D+ volgens de topo. Zes tot zeven uur klimmen. Oké, dat is best te doen! Maar dat blijkt optimistisch.

Compenseren

We pakken de Train du Montenvers omhoog, maar besluiten om de lift daarna – naar beneden – over te slaan. We nemen de via ferrata om de aanloop nog iets meer alpiene flair te geven. Je moet toch een beetje compenseren als je in een trein de berg op wordt gereden… Daarna is het de gletsjer Mer de Glace oversteken en dan nog een stukje omhoog. Easy peasy. Nou, niet helemaal dus. De rugzakken voelen weer eens te

zwaar, zeker nu we na een aantal weken alpineren iets zijn afgevallen. En de weg omhoog is geëxponeerder dan wij verwachtten: ladders! Achteraf gezien was dat het eerste teken dat deze tocht niet voor iedereen is weggelegd. Als je dit al spannend vindt, moet je zeker niet doorgaan.

De Refuge du Couvercle is prachtig. We zien de Grandes Jorasses voor het eerst. Wat een wand! De huttenwaard vertelt ons over de tocht die wij hebben uitgekozen. We krijgen te horen dat de meeste mensen al rond vier uur ’s morgens opstaan en om vijf uur vertrekken. Twaalf uur onderweg zijn is best normaal. Dat is wel even wat anders dan onze topo zegt… We lezen online meer over de route en inderdaad: deze tocht moeten we echt niet onderschatten. Lisa en ik hebben beraad. Gaan we dit wel doen? We kijken elkaar aan en weten: ja, dit kunnen en willen we. Misschien juist omdat dit niet de tocht is die we dachten dat het was.

Valse start

Om vier uur ’s morgens regent het. We wachten, twijfelen. En vertrekken uiteindelijk om half zes, in het schemerlicht en zonder regen.

Een uur later staan we onderaan de route. De eerste touwlengte, een 4b, voelt gelijk veel moeilijker dan verwacht. Nog nat gesteente, koude vingers, mist die blijft hangen. We voelen enige haast. Als dit ons tempo is, hoe gaan we dan die 29 lengtes klimmen?

De graat vanaf de Mer de Glace; vanaf de andere kant stap je de route in

De tweede touwlengte gaat al iets beter. Maar lengte drie gaat weer stroef. Het is lastig de route te vinden en ik vind het best pittig klimmen. Ik merk dat ik ons ophoud. Ik voel me onzeker en twijfel of ik dit wel kan. Twee touwteams halen ons in. Even voelen wij ons enorme beginners. Hoe gaan zij toch zo veel sneller? We doen verreweg het meeste aan een lopende zekering. Zo langzaam zijn wij toch ook weer niet? We proberen ons tempo nog meer op te schroeven. Klimmen. Cam plaatsen. Doorklimmen tot de cams op zijn. Standplaats maken. Wisselen. En opnieuw! We klimmen als een geoliede machine, volledig ingespeeld op elkaars behoe es. We hebben geen woorden nodig, alleen beweging. Geen pauzes. Alleen af en toe een reepje tijdens het zekeren. We zijn dan misschien niet de sterksten, maar hebben wel uithoudingsvermogen.

we komen bijna vast te zitten in de smalste schoorsteen ooit

Er zijn een paar onderbrekingen. Soms slaan we een verkeerde route in. Eén keer zit een cam vast, een andere keer een slinge, en ik word ook nog midden op de graat ongesteld. Tja, daar heb je als vrouw ook mee te dealen in de bergen.

Moe en moed

Na wat als een eeuwigheid voelt, komen we aan bij het makkelijkere middenstuk van de graat. Het is inmiddels warm en het omhoog scramblen kost ons veel moeite. Daarna gaan we weer verder met klimmen. In een oneindige trance van route zoeken, kiezen tussen een lopende zekering of de hele lengte uitzekeren, klimmen, naklimmen.

We beginnen aan elkaar te merken dat we echt moe worden. We worden kortaf, er worden minder foto’s gemaakt van de schitterende uitzichten en er wordt toch net iets meer gediscussieerd over waar we omhoog zullen gaan. Als we nu namelijk verkeerd gaan… De een gee aan kapot te zijn, de ander houdt de moed erin. Nog geen half uur later zijn de rollen omgedraaid. Zo gaat dat bij ons. Als de één wat zwak is, probeert de ander de sterkere te zijn. Zo slepen we elkaar erdoorheen.

De welverdiende beloning

De drie moeilijkste touwlengtes zitten op het einde. We weten dat we nu onze kracht kunnen laten zien: doorgaan als je moe bent. Dus dat doen we. Wederom gaat het stroef: we zijn vaak aangewezen op arti cieel klimmen, verliezen meerdere slinges en komen bijna vast te zitten in de smalste schoorsteen ooit (hoe doen grote mensen dit?) Maar we komen boven.

Lisa zoekt haar weg omhoog aan het begin van de dag

Het wordt donker dus we worden nerveus bij het zoeken naar de laatste abseil

Eindelijk staan we op de top. Veel te laat in de middag. We zitten even stil. Onze enige echte pauze van de dag. Op de top is het genieten. Om ons heen zien we alleen maar bergen. Scherpe lijnen, diepe dalen. Het is prachtig!

Race tegen het donker

Maar het gevaarlijkste gedeelte moet nog komen. De afdaling. We weten dat die lastig kan zijn. De topo zei: ‘naar beneden is niet makkelijk, zelfs niet voor ervaren klimmers.’

Dat zegt genoeg. Daarbij hebben we nog maar een paar uurtjes daglicht om beneden te komen. In het donker de route terugvinden zien we niet als een optie. De enige andere optie is bivakkeren.

De machine begint weer te draaien. Steeds moeten we stukjes afklimmen. Ik ben moe en merk dat ik het mentaal moeilijk vind om spannende stukjes naar beneden te klimmen. We kiezen er daarom voor om vaker te abseilen en dat kost tijd. Maar we hebben een ritme: Lisa maakt de abseil, gaat als eerste naar beneden en gaat daar op zoek naar de volgende abseil. Ik ga als tweede, rol vliegensvlug het touw op en ren achter Lisa aan. De machine is weer op stoom. Op naar de volgende abseil.

De zon zakt steeds lager en dat geeft ons des te meer energie om nog sneller te gaan. Snel maar gecontroleerd. Alsjeblieft geen nachtje op de berg!

Een traverse met een prachtig uitzicht op de omringende bergen

Refuge du Couvercle

‘Naar beneden is niet makkelijk, zelfs niet voor ervaren klimmers’

Vlak voor het einde verdwijnt het licht. We zoeken nog naar de laatste abseil. Die is op een platform met een gedenkteken, hebben we gehoord. Maar waar? Zoeken met de koplampen op gaat een stuk lastiger. Na wat verwarring vinden we twee haken. Is dit de juiste plek om te gaan abseilen? We zijn nog zo hoog boven de gletsjer. Wat als we nu fout zitten? We gokken het erop en gelukkig zijn er halverwege de wand nog twee abseilhaken. Vanaf hier gaan we de gletsjer halen. Wow, we gaan het halen! De opluchting is groot. Met ons laatste beetje energie doen we die laatste abseil en lopen we terug naar de hut. Om elf uur ’s avonds komen we daar aan.

UNFOLD YOUR JOURNEY with LOWA E XPLORER GTX MID Ws.

ADVENTURE UNFOLDS WITH YOU.

GORE-TEX® membrane

Lightweight PU midsole

Beklimming van de Aiguille du Moine

Reis

Utrecht-Chamonix duurt ongeveer vijftien uur met het openbaar vervoer. Met de auto is het bijna 1000 kilometer.

Route

Vanaf het treinstation van Chamonix stap je zo over op de Train du Montenvers. Vanaf het topstation is het afdalen (per lift of via ferrata) naar de Mer de Glace. Over de gletsjer en langs enkele ladders klim je in vier tot vijf uur naar de Refuge du Couvercle. Vanuit die hut beklommen wij de

Aiguille du Moine via de Arête S Intégrale (D+/5c). Deze route overbrugt ruim 500 hoogtemeters en duurt volgens de topo zes tot zeven uur. Reken voor de aanloop vanaf de hut ook nog één uur. De afdaling deden we langs de normaalroute (PD+). Er zijn daar meerdere abseilpunten, maar de kwaliteit van de haken varieert. Het laatste deel loopt over steil sneeuwterrein. Neem op deze beklimming een complete set nuts en cams mee, voldoende slinges, pickel, stijgijzers en de rest van je standaard alpiene uitrusting.

Samen beneden

We voelen ons verslagen en uitgeput. Verslagen door de lastige klimroutes boven Chamonix (want hoe kan de topo hier zes tot zeven uur voor rekenen?) en uitgeput van de megalange dag. Zelfs voor eten maken hebben we geen energie meer. Een knappe jongen met blonde krullen die in de hut werkt ziet dat en zet een warme maaltijd voor ons neer. Is het een engel? Tot op de dag van vandaag weten we dat nog steeds niet.

De volgende ochtend voelt vreemd. We hebben het gehaald, maar het voelt niet als een triomf. We waren langzaam. Het was zwaar. En hoe waren anderen zo veel sneller?

We sjokken terug naar de bewoonde wereld. We praten tot in detail over gisteren, zoals we dat altijd doen. Elke touwlengte bespreken we, de keuzes die we hebben gemaakt. We analyseren waarom het ons zoveel tijd heeft gekost. Maar we complimenteren elkaar ook. We voelden allebei dat we als een team functioneerden. En sneller dan dit zijn we eigenlijk

nog nooit geweest. Misschien moeten we wel iets tevredener zijn.

In Chamonix gaan we naar de eerste de beste burgerbar. Een traditie die we hebben overgehouden aan samen klimmen in Peru. De man van de burgerbar vraagt wat we geklommen hebben en wij zeggen: ‘de Aiguille du Moine’. ‘Ah, de normaalroute?’ vraagt hij. ‘Nee, de Intégrale.’ Hij begint voor ons te applaudisseren. ‘Goed gedaan’, zegt hij met een grote glimlach. Daarna overkomt ons zoiets nog twee keer.

Misschien hebben we het verkeerd bekeken. We zijn niet de snelste en niet de sterkste klimmers, maar we zijn wel doorgegaan. Ondanks de twijfel. Ondanks de vermoeidheid. We hebben de juiste keuzes gemaakt. Het was een emotionele achtbaan, maar het was ook prachtig. En het beste: we hebben het samen mogen beleven. Chamonix, dankjewel voor deze warme introductie. Het had eigenlijk niet beter gekund.

Een abseil op de weg naar beneden via de normaalroute
Op de top van de Aiguille du Moine

Nienke Oostra vertelt het hele verhaal

‘Ik

wil die tegenslagen laten zien’

Topatleet Nienke Oostra is verslaafd aan vooruitgang en trainde zichzelf bijna ten onder, maar kwam er weer bovenop. ‘Ik probeer wat minder een klootzak tegen mezelf te zijn.’

Tekst Manon Stravens Beeld Zout Fotografie

Nienkes appartement in de buurt van skigebied Le Bettex bij Chamonix – met de skilift omhoog vanaf Saint-Gervais-les-Bains en dan nog een stukje lopen – mag dan klein zijn, er passen wel drie fietsen op het balkon. En tegen het grote raam met uitzicht op de Mont Blanc staan twee paar ski’s.

We ontmoeten elkaar in een druk restaurant in Le Bettex, vol pauzehoudende skiërs. Maar Nienke is niet echt van de drukte en de drank, dus zetten we het gesprek bij haar thuis voort. Via een besneeuwd bospad lopen en glibberen we naar haar appartement. Ze heeft me dan al uitgebreid verteld over klimmen met vrouwen, openheid over falen en toerskiën voor de Olympische Winterspelen. Ze loopt in haar ski-outfit, want ze heeft vanmorgen nog op de latten gestaan. Binnen staan de Olympische Winterspelen aan op haar laptop, net als het kacheltje in de badkamer. Hond en mascotte Mac springt haar tegemoet.

Olympische droom

Nienke, lichtblonde krullen, tenger figuur, heeft opgeruimd voor haar bezoek, ‘al heeft dat niet echt prioriteit’, zegt ze lachend, in met Engels doorspekt Nederlands. Altijd is ze buiten, weer of

geen weer. Dagelijks loopt ze zo’n twee uur hard, met Mac aan haar zij. Zichzelf daarvoor aansporen, hoeft niet. ‘Ik ben intrinsiek gemotiveerd.’

Terwijl Nienke thee zet voor haar bezoek, glijden kinderen op sleeën de besneeuwde helling naast haar appartement af. De Franse Alpen zijn haar thuis. Hier landde ze, vijf jaar geleden, na vele omzwervingen over de wereld. Als paardendierenarts werkte ze in Nieuw-Zeeland, Australië, de Verenigde Staten, Singapore en Schotland. In Nieuw-Zeeland ontdekte ze het mountainbiken en de bergen. Het vertrek uit Schotland kostte Nienke haar relatie, waar ze soms nog verdriet van heeft. ‘Maar dit leven in de bergen wilde ik zo graag.’ In Schotland, waar ze niet gelukkig was, snapte niemand dat.

Sindsdien is Nienkes leven gevuld met skiën, mountainbiken en klimmen. Ze leerde in de Alpen rotsklimmen, beklom er achttien vierduizenders en ontdekte het toerskiën. Dat laatste, de relatief onbekende sport waarbij het skiën wordt afgewisseld met op ski’s (met stijgvellen eronder) omhoog lopen, ook wel ski mountaineering of skimo genoemd, werd een grote passie die ze al heel snel op topniveau ging doen.

Wie is Nienke Oostra?

Nienke Oostra is mountainbiker, skimo-atleet en paardendierenarts. Ze werd geboren in Varese, Italië en woont nu in de omgeving van Chamonix, Frankrijk. Nienke houdt een persoonlijk blog bij over haar avonturen: nienkeventures.blogspot.com. Ze werkt als online consultant voor Joii Pet Care. Dit zijn enkele van haar mijlpalen.

2026 Eerste Nederlandse vrouw die de Pierra Menta Skimo finisht; 23e plaats in het wereldkampioenschap Skimo en zilver op het wereldkampioenschap Vertical Skimo Masters

2025 Winnaar eerste editie Nederlands kampioenschap Skimo Sprint en haar beste wereldbekerresultaat skimo: 18e in Val Martello Individueel

2025 Mont Blanc, Rimpfischhorn en Aiguille du Bionnassay, alledrie in één push

2024, 2025 Beide jaren Nederlands kampioen Skimo in Vertical en Individueel

2022 Atlas Mountain Race, met vriendin Katie, eerste vrouwen ooit die finishen

2021 Haar beste internationale resultaat mountainbike: 3e elite dame MB Megève 100 kilometer

2019 Great Himalaya Trail High Route op de mountainbike, als eerste persoon ter wereld

2015, 2014 Deelname wereldkampioenschap Mountainbike Marathon, 46e plaats

In 2024 kwalificeerde ze zich voor het Nederlandse Skimoteam en vanaf dat moment werd ze op verschillende skimoonderdelen Nederlands kampioen. De sport deed in 2026 voor het eerst mee aan de Olympische Winterspelen. Het Nederlandse team kwalificeerde zich niet – naar verwachting – maar voor Nienke was de droom al uitgekomen. ‘Vijf jaar geleden zag ik iemand op social media met zijn ski’s omhoog lopen, en vandaag sta hier, bij de kwalificatiewedstrijden voor de Spelen!’

‘Ik wilde altijd al een topatleet worden.’ Als kind reed ze paard op hoog niveau. In Nieuw-Zeeland woonde ze met een meisje dat vroeg of ze wilde meedoen aan een triatlon. Een uit de hand gelopen hobby werd een serieuze sport. Voordat ze naar Schotland verhuisde racete ze al zo’n zeven jaar op hoog niveau.

Chronische pijn

Dat deed ze allemaal naast een drukke functie als paardendierenarts, een statusbaan waarin ze werkte met ren- en sportpaarden. Ze hielp haar klanten hun paarden gezond te houden, stelde trainingsprogramma’s op, gaf ze fysiotherapie. ‘Een voltijdsbaan van ’s ochtends vijf uur tot ’s avonds laat.’ Ze kende elk paard, alle stallen. Tegelijkertijd, gedreven en vol energie, trainde ze snoeihard.

‘Ik zat liever drie uur met pijn op de fiets’

Die combinatie eiste zijn tol. Terwijl ze de ene na de andere mountainbikerace won, putte ze haar lichaam volledig uit. Het was het begin van een leven met chronische pijn, zo schrijft ze in haar blogs, ‘een pijn die voelt als een kiespijn, maar dan door het hele lijf, vooral in de benen’. Soms zo erg dat ze ‘niet eens twintig minuten’ op haar benen kon staan. Toch zette ze door, want ‘ik zat liever drie uur met pijn op de fiets dan drie uur met pijn in mijn bed’, aldus Nienke. ‘Ik heb gewoon een graf gegraven voor mijzelf.’ Tot overmaat van ramp brak ze haar rug bij een ongelukkige val van de fiets. Volgens haar arts destijds zou ze niet meer kunnen rennen of racen op de mountainbike. In 2016 leek een einde te komen aan haar atletische loopbaan.

Verslaafd aan vooruitgang

Dat was paniek. ‘Mijn leven ís sport! Ik moest er dus wat mee.’ En ze kwam er bovenop, dankzij jaren van heel veel fysiotherapie, pijnspecialisten en een goede coach (‘die me op de grond van de gym liet zitten als het niet ging’). Het einde van zo’n vijf jaar blessures vierde ze met een topprestatie: door als eerste ooit de Great Himalaya Trail op de fiets te doen, 1800 kilometer van West- naar Oost-Nepal.

Stress kan de pijn nog aanwakkeren, zoals de afgelopen maanden rond de Winterspelen, ‘maar ik weet nu hoe ik ermee moet omgaan en ik kan ermee presteren’. Ze liet er dan ook niets over los tijdens de selectiewedstrijden, bang om niet geselecteerd te worden. Nienke is een grote doorzetter. ‘Als ik iets in mijn hoofd krijg wat ik wil doen, dan zet ik alles op alles om dat voor mekaar te krijgen.’ Volgens haar coaches heeft ze de mentaliteit van een topatleet. ‘Ik ben een perfecti-

onist, vind hard werken leuk en ik gebruik geen excuses.’ Integendeel, ze doet meer dan haar trainer wil dat ze doet. En als ze door bijvoorbeeld ziekte minder goed presteert, kan ze dat moeilijk verkroppen.

Dat heeft dus een schaduwkant. ‘Ik heb Nederland vertegenwoordigd op drie sporten op wereldniveau (triatlon, mountainbike en skimo), ik ben (online) dierenarts, mijn resultaten staan. Maar het kan altijd beter.’ Ze mist, schrijft ze, een ‘natuurlijk zelfvertrouwen’ en ze is gevoelig voor kritiek. Ze is er bijzonder open over.

‘Ik ben verslaafd aan vooruitgang. Ik hou van grote doelen en uitdagingen en ik word geïnspireerd door grote dromen. Maar ik ben niet snel tevreden. Als iets minder goed gaat, denk ik dat ik niet goed genoeg ben. Dan ga ik alles in twijfel trekken, wil ik bijna niet meer. Dat komt denk ik doordat ik nooit steun heb gehad van mijn ouders.’

Tragische jeugd

Haar jeugd was op zijn zachtst gezegd tragisch, met aan alcohol verslaafde ouders en een manipulatieve vader, die zijn twee dochters zijn ‘grootste teleurstelling’ vond. Ze vergelijkt haar vader zelfs met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein. Hun moeder was er niet voor haar en haar zus. ‘Mijn ouders hebben ons onze jeugd ontnomen.’

Als kind deed ze dus ook alles alleen. ‘Ik reed paard, ging alleen naar de stallen, alleen naar de wedstrijden. Ik ben heel intrinsiek gemotiveerd, want ik heb dat nooit gedaan voor een schouderklopje van mijn ouders, dat kreeg ik toch niet.’ Dat gold ook voor haar zus. ‘Ondanks het tragische hebben mijn zus en ik altijd het mooie opgezocht. Mijn zus was en is altijd mijn grootste supporter.’

‘Ik ben verslaafd aan vooruitgang’

Tegelijkertijd hebben ze allebei op momenten het gevoel gehad dat ze elkaar in de steek hebben gelaten. Zo vertrok Nienke op haar twintigste naar Nieuw-Zeeland, (‘zo ver mogelijk van Europa’). ‘Ik liet mijn zus alleen achter en zij heeft het gevoel gehad dat ze me niet heeft kunnen beschermen toen we klein waren. Maar mijn vertrek deed haar juist goed, zei ze. Ik liet haar zien dat we hier uit kunnen komen. We vinden altijd de weg naar elkaar weer terug. Mijn zus is mijn grootste inspiratiebron. Ze heeft een liefdevol huwelijk, is een geweldige moeder en is aan het promoveren. Als ik het even niet meer weet, is zij de persoon die ik wil zien. Als zij zegt dat het goedkomt, geloof ik dat blindelings.’

Van slachtofferschap wil Nienke niets weten. ‘Als je steeds jouw verhaal gebruikt als excuus dat iets niet lukt, dan kom je er nooit overheen. Je hebt altijd een keuze, wat er ook gebeurt. Ik kies om te leven en niet alleen om te bestaan.’

Toch heeft die jeugd zijn sporen achtergelaten. Haar coach wordt wel eens gek van de zelftwijfel. ‘Hij zegt: “je hoort bij de wereldtop, je bent gewoon goed. Hou op jezelf steeds met anderen te vergelijken en bevestiging te zoeken. Ik zou je niet coachen als ik niet in je geloof.’” Ze weet het wel, maar toch. ‘Ik heb altijd het idee dat mensen denken dat ik beter ben dan in de werkelijkheid. En ik wil graag aan de verwachtingen voldoen. Dat is mijn grootste probleem.’

Killerinstinct

Al jaren rijdt ze wedstrijden, op de fiets of de ski’s. En toch vindt ze die vooral leuk als het een strijd is met haarzelf, ‘omdat ik dan alles uit mezelf haal. Als ik vooruit ga, geeft dat zo’n enorme motivatie.’ Competitie met anderen vindt ze niet leuk. ‘Ik meet mezelf wel met anderen, maar dat killerinstinct heb ik gewoon niet. Het interesseert me niet. Ga jij maar, denk ik dan al gauw.’

En dan wordt er in de sportwereld ook nog zo over leeftijd gepraat. Nienke heeft er een hekel aan. ‘Ik ben met mijn leeftijd natuurlijk (ze is vijftig, red.) een vreemde eend in de bijt. Ik ben relatief laat begonnen en heb altijd het gevoel een

deadline te hebben. Zelf denk ik niet eens na over hoe oud ik ben, maar ik word er wel steeds aan herinnerd.’

Dat leeftijdsding heeft in periodes grote impact. Grote twijfels die zich overal in kunnen manifesteren. Een periode was dat ‘in elke training, elk gesprek, elke interactie met het nationale team en mijn teamgenoten. Ik verscheen bij wedstrijden met een gevoel van schaamte over mijn leeftijd. Ik wilde die enorme droom najagen, omringd door mensen die half zo oud waren als ik.’ De twijfel leidde tot het gevoel een ‘schim van de persoon’ te zijn die ze wilde zijn. Ze begon zich voor alles te verstoppen en gaf zichzelf geen enkele kans van slagen.

Het feit dat ze een vrouw is, telt daar nog bij op. ‘Waarom moet je op je veertigste nog voor wereldbekers gaan racen? Die vraag krijg ik vaak. Ik hou niet zo van feministisch gedoe, maar aan een man wordt dat niet gevraagd.’ Dat speelde zelfs in haar laatste relatie, met de man die haar het toerskiën leerde. ‘Hij vroeg mij eens: wanneer is het genoeg? Maar bij hem was het zijn ego, denk ik’, grinnikt ze.

‘Ik denk niet eens na over hoe oud ik ben’

Minder ego

Ze heeft veel met mannen gesport. Maar ze trekt graag met vrouwen op. ‘Als ik met een man op stap ga, volg ik de man. Dat gaat automatisch zo, en ik weet niet waarom.’ Vooral nadat ze net in de Alpen was komen wonen en nog veel moest leren. ‘Ik had nog weinig ervaring en dacht dat zij het beter wisten. Als ik met mannen klom, dan werd er beslist wat ik moest doen.’

Met vrouwen gaat alles veel meer in samenspraak, vindt ze. ‘Er is minder ego. Deze zomer heb ik de Mont Blanc gedaan met vriendin Kiley Baird, in één push. Het is de eerste keer dat ik iets groots heb gedaan met het gevoel dat we volledig gelijk waren. Ze gaf mij de verantwoordelijkheid en het vertrouwen dat ik het kon.’

Nienke is bijzonder open over haar onzekerheden en tegenslagen. In het gesprek, in haar blogs. Dat is niet voor niets. ‘Ik wil die tegenslagen laten zien, want daar leer je heel veel van. Je wordt weerbaarder en leert omgaan met problemen en eruit komen. Bij topsport zien mensen alleen de gouden medailles. Op social media is altijd alles zo positief, maar dat is vaak het halve verhaal. Ik dacht bijvoorbeeld dat atleten altijd goed waren en niet hoefden te trainen. En dus raakte ik

diep teleurgesteld dat ik mijn werk als dierenarts niet kon combineren met topsport. Maar niemand kan dat. Falen is normaal in het leven. Niet iedereen kan wereldkampioen zijn, en juist de verhalen, niet hun prestaties, van atleten zijn interessant.’

Vierduizenders in één push

Er valt nog veel vooruitgang te boeken in het klimmen en het toerskiën, vindt Nienke zelf. ‘Ik wil heel goed worden in klimmen. Liefst doe ik alle vierduizenders in één push, zonder tussenstops. Het toerskiën is een technische sport. Ook daarin kan ik nog heel veel leren, in bijvoorbeeld het glijden, zigzaggen en afdalen.’ Samen met teamgenoot Jens van Vliet gaat ze voor een podiumplaats bij de Winterspelen in 2030. ‘Dit jaar was het heel moeilijk. We hadden weinig budget en hebben veel beginnersfouten gemaakt. Maar we wilden het proberen en kijken hoe het werkt.’ Nienke en Jens zijn opnieuw geselecteerd voor het Nederlandse team.

‘Ik probeer wat minder een klootzak tegen mezelf te zijn’, zegt ze. ‘Mezelf niet steeds te vergelijken met vroeger en mezelf niet steeds te excuseren.’ Op moeilijke momenten van twijfel keert ze terug naar zichzelf met de vraag ‘waarom doe ik dit ook al weer?’ De jaren van pijn hebben haar geleerd dat op gezette tijden een stap terug doen geen achteruitgang betekent.

‘Falen is normaal in het leven’

Een beetje geluk hebben mag ook. Ze draagt altijd dezelfde top. ‘Ik heb hem nu aan, denk ik.’ Lachend trekt ze haar shirt omhoog, waaronder een kleurige stukje stof met streepjes tevoorschijn komt. ‘Heel oud! Ik heb er ooit een goede race mee gedaan en nu zit in mijn hoofd dat ik die altijd aan moet. In ieder geval voor wereldbekerwedstrijden.’

Voor Nienke gaat er geen dag voorbij zonder sport. De meeste vrienden zijn sporters. Een concert of de kroeg is niet haar ding. ‘Ik ben nogal gevoelig voor geluid en aan alcohol heb ik geen behoefte. Door mijn ouders heb ik daar alleen maar negatieve kanten van gezien.’ Tussen het bewegen door leest ze graag, luistert ze boeken, schrijft ze blogs of kijkt ze films. Sociaal gebeuren vindt ze maar vermoeiend.

En als het sporten niet meer kan? ‘Ik zou wel als begeleider bij de NKBV aan de slag willen. Er mogen wel wat meer vrouwelijke begeleiders zijn. Ik heb bovendien veel levenservaring, kan goed relativeren en ben zelfbewust.’ Ze kan mensen helpen hun dromen waar te maken, denkt ze. ‘Ik heb zoveel “nee” gehoord in mijn leven, maar alles is gelukt. Ik kan laten zien dat het allemaal wel kan.’

Onderzoek naar unieke ecosystemen

Klimmers en planten in hun natuurlijke habitat

Als klimmer zoek je via de rotsstructuur de e ciëntste weg naar boven. Maar de grepen die je daarbij gebruikt, vormen ook leefruimte voor planten. Rotsen zijn immers veel meer dan klimroutes: het zijn levende ecosystemen. Op de wand kruisen niet alleen klimmers en planten elkaar, maar ook wetenschap en de klimcommunity. Samen proberen we de geheimen van deze verticale ecosystemen te ontrafelen en te begrijpen hoe we rotsklimmen duurzaam kunnen houden.

Op het eerste gezicht lijken rotsen misschien kale muren, maar in werkelijkheid zijn het ecosystemen met een rijke biodiversiteit. Tal van zeldzame planten hebben zich gespecialiseerd in het overleven op steile, verticale oppervlakken waar nauwelijks bodem of water aanwezig is. De variatie op korte afstand is enorm: verschillen in hellingsgraad, reliëf, oriëntatie ten opzichte van de zon en hoogte creëren een mozaïek van leefplekjes, allemaal met hun eigen omstandigheden. In die niches vinden veel verschillende soorten hun ideale habitat.

Wat twee jaar geleden begon als een studie voor een scriptie, is uitgegroeid tot een volwaardig doctoraatsonderzoek en een internationaal netwerk van klimmende ecologen. Samen werken we aan een wetenschappelijk onderbouwde balans tussen rotsklimmen en biodiversiteit, zodat duurzaam klimmen ook op lange termijn mogelijk blij . Tegelijk levert dit onderzoek waardevolle inzichten op in de ecologische rol van rotsen als unieke habitats in een wereld waarin biodiversiteit steeds sterker onder druk komt te staan.

Microklimaat

Als klimmer weet je dat een zonnige zuidwand in het vroege voorjaar heerlijk warm kan aanvoelen, terwijl een noordwand op een hete zomerdag juist verkoeling biedt. Planten maken slim gebruik van die verschillen. Sommige plekjes op rotsen, bijvoorbeeld een diepe barst of schaduwrijke noordwand, blijven veel koeler dan de omgeving, terwijl andere plekken, zoals een open zuidwand, veel warmer zijn. Planten die het te warm krijgen kunnen schuilen, terwijl planten uit zuidelijkere gebieden zich ook kunnen verspreiden. Dat maakt rotsen bijzonder relevant tijdens klimaatverandering.

Met kleine sensoren meten we de temperatuur vlak voor de rotswand. Aan de hand van de eerste metingen uit Freyr in België konden we al in kaart brengen op welke manieren noord- en zuidwanden in temperatuur van elkaar verschillen door de seizoenen. Verschillen zijn het sterkst tijdens de zomer, matig tijdens de lente en herfst en verwaarloosbaar tijdens de winter. Dit vormt een eerste inzicht in een uitgebreider onderzoeksplan dat de komende maanden wordt uitgerold om gedetailleerde temperatuurkaarten te maken.

Foto Lucas
De Ridder
Tekst en beeld Sarane Coen

Wat is de impact van klimmen?

Rotsen zijn uiteraard niet alleen uniek en belangrijk voor planten, maar vormen ook het speelterrein voor klimmers. Klimmen zorgt voor een potentiële verstoring. Vegetatie wordt verwijderd en mogelijk verandert zelfs de chemische samenstelling van de omgeving door het gebruik van magnesiumpoeder. Hoe groot die impact precies is op de biodiversiteit, is nog nauwelijks onderzocht.

In 2024 startten we in Freyr de wetenschappelijke studie naar het e ect van klimmen op de biodiversiteit van planten. Voor betrouwbare antwoorden waren moeilijk bereikbare data nodig. Dus abseilden we langs de wanden van Freyr. Op zoveel mogelijk plekken plaatsten we een vierkant kader van 1 m² tegen de muur om de vegetatie in kaart te brengen. 248 m² in totaal! Alle plantensoorten werden geïdenti ceerd en hun hoeveelheid ingeschat. Daarnaast keken we ook naar de rots zelf: hellingsgraad, reliëf, oriëntatie naar de zon. Dit deden we zowel op onbeklommen rotsen als langs klimroutes. Ook vergeleken we klimroutes waarin veel en weinig werd geklommen met elkaar, om zo het e ect van klimmen genuanceerd te kunnen bepalen. Ecologisch veldwerk is in ieder ecosysteem een onderneming met praktische uitdagingen, maar bengelend aan een touw al helemaal!

voor antwoorden waren moeilijk bereikbare data nodig

Wat vertellen de data?

Na de veldwerkavonturen volgden statistiekavonturen. Minder spectaculair uitzicht dan in Freyr, maar minstens even spannend.

De e ecten van klimmen op de biodiversiteit bleken veel genuanceerder en complexer dan gevreesd. De eigenschappen van de rots zelf bepalen het sterkst hoeveel plantensoorten er voorkomen. Hoe steiler of meer overhangend de rots, hoe minder planten er groeien, ongeacht hoeveel erop geklommen wordt. Ook het rotsreliëf speelt een belangrijke rol: gladde wanden bieden nauwelijks kansen voor planten, terwijl ruwe rots meer spleten en richels bevat waarin bodem en water zich kunnen ophopen.

Bovenop deze omgevingsfactoren komt het e ect van klimmen op de plantengemeenschappen. Een matige klimintensiteit bleek de hoeveelheid biodiversiteit niet te schaden, maar juist te bevorderen. Op weinig beklommen wanden vonden we de hoogste soortenrijkdom, meer nog dan op onbeklommen wanden, waarschijnlijk doordat dominante planten worden teruggedrongen en er ruimte ontstaat voor andere soorten.

Dus onder matige klimverstoring piekt de diversiteit, maar onbeklommen zones helpen om zeer zeldzame planten te beschermen. De uitkomst van dit onderzoek is een goed voorbeeld van hoe de impact van klimmen op ecologie niet simpelweg positief of negatief is, maar een genuanceerd verhaal.

Vervolgonderzoek

Om deze ecosystemen echt te begrijpen, is meer onderzoek nodig. De komende jaren gaan we verder in verschillende massieven in de Ardennen.

Gedetailleerde microklimaatkaarten worden aan observaties van planten gekoppeld. Daarnaast plannen we experimenten

Foto Kobe Burdack

waarbij verstoring door klimmen gecontroleerd wordt nagebootst, bijvoorbeeld door vegetatie gedeeltelijk te verwijderen of magnesiumpoeder toe te voegen.

Op termijn willen we ook dieren opnemen in het onderzoek: hagedissen, insecten, spinnen en slakken die deze verticale habitats gebruiken.

Van lokale studie naar internationaal netwerk

Rotsen zijn wereldwijd unieke habitats en de vragen rond hun ecologie overstijgen één enkel massief of land. Daarom startten we MIREN Rocks, het onderzoeksnetwerk van klimmende ecologen: op dertig onderzoekslocaties, in vij ien landen op vijf continenten. Wereldwijd verzamelt iedereen op dezelfde manier data in klimgebieden. We bouwen niet alleen een grote globale dataset rond rotsbiodiversiteit op, maar ook een community van klimmende wetenschappers. Want het leukste is om niet enkel een goedgevulde Excelsheet doorgestuurd te krijgen, maar ook veldwerkfoto’s in alle verschillende omgevingen. Door klimmers met een achtergrond in biologie/ecologie hun eigen lokale massief te laten onderzoeken kan het netwerk de globale reikwijdte en lokale nuances combineren.

De Ardennen blijven een voortrekkersrol innemen, waar gedetailleerdere patronen worden onderzocht.

Klimmers als partners met citizen science

Ook als klimmer kun je actief bijdragen aan ons onderzoek via citizen science! Via de app iNaturalist maak je foto’s van planten die je tegenkomt. De app identi ceert dan welke plantensoorten dit zijn. Die informatie helpt ons begrijpen hoe plantengemeenschappen zich tot elkaar verhouden en hoe oriëntatie en microklimaat hen beïnvloeden.

Jouw waarnemingen dragen niet alleen bij aan de wetenschap, maar worden ook gebruikt voor het beheer van de klimmassieven.

Doe mee in drie stappen:

1. Download de app iNaturalist

2. Fotografeer planten die je spot

3. Voeg context toe in de comments

• Oriëntatie

• Of je de plant aan de voet, op de wand of op de top van de rots vond

Wil je meebouwen aan dit onderzoek? Of je nu een klimmende ecoloog bent met interesse om deel te nemen aan veldwerk, als klimmer wil bijdragen via citizen science of gewoon onze avonturen wilt volgen, we horen graag van je.

Instagram: @mirenrocks

Mail: miren.rocks@gmail.com

Website: mountaininvasions.org/miren-rocks

Winnaar Groene Pikkel

Het onderzoek van MIREN Rocks werd in april bekroond met de allereerste Groene Pikkel.

Deze nieuwe prijs van de Belgische Klim- en Bergsportfederatie is een erkenning voor inspirerende en duurzame initiatieven in de klim- en bergsport.

Foto Lucas De Ridder

Met de trein de bergen in? Joanne Brouwer, voorheen maker van het tv-programma Rail Away, tipt bijzondere spoorlijnen.

op de bok

Bergspoor langs steile wanden

De echo van de mijnwerkers

Tekst Joanne Brouwer

Het plateau van Matheysine bij La Mure was rijk aan kolen van hoge kwaliteit. Om die e ciënt te vervoeren werd een treinspoor aangelegd. Vereiste voor de spoorarbeiders: geen hoogtevrees hebben. Er werd langs bergwanden op honderden meters hoogte gewerkt. Honderd jaar lang gingen er over die rails miljoenen tonnen kostbaar antraciet richting Grenoble.

Zwartkoppen

bij het sorteren van de kolen. De gezondheidsrisico’s waren groot: instortende schachten, explosiegevaar en grote kans op silicose (stoflongen). Een positieve kant was er ook: het ondergrondse werk bracht veel camaraderie met zich mee, die ook boven de grond doorging.

Dicht en open

In de jaren tachtig en negentig sloten alle mijnen hier hun deuren, de laatste in 1997. Het luidde het einde in van een tijdperk én van de treindienst. Tot 2021. In dat jaar kreeg de Petit Train de La Mure nieuw leven ingeblazen als toeristentrein. Sindsdien rijdt hij in de zomermaanden over een deel van het originele traject.

De trein stopt in het dorpje La Motted’Aveillans, pal naast een voormalige mijn. Een bezoek is inbegrepen bij het treinkaartje. In de mijn werkten mannen en jongens vanaf twaalf jaar. Gueules noires, zwartkoppen, werden ze genoemd, omdat ze immens zwart werden van het hakwerk in de lage mijnschachten. Bovengronds waren de vrouwen betrokken Het rode treintje komt met een subtiele schok in beweging. We zijn aan boord van de Petit Train de La Mure voor een rit over een spoor dat volgens het informatiebord op het station geldt als ‘het mooiste van de Alpen’. De trein baant zich een weg langs de steile, begroeide berghellingen van het Franse Alpen-departement Isère, in de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Aan boord legt een Franse audioguide op de achtergrond uit dat de spoorroute in 1888 in het leven werd geroepen voor het transport van kolen.

Na vij ig minuten rijdt de trein binnen op het eindstation aan het Lac de Monteynard-

Vrouwen aan het werk in de mijn

Avignonet. Door een tunneltje kunnen de passagiers naar het Grand Balcon lopen: met een panoramisch uitzicht op het turquoise water van het meer in de diepte en de Vercors, de Franse Vooralpen, in de verte.

Wandelen in de omgeving

Rond het langgerekte meer van Monteynard zijn diverse wandelroutes uitgezet, zoals die vanaf de baai bij Tre ort, met spannende hangbruggen (passerelles himalayennes) over de rivieren de Drac en de Ebron. De missionarissen van het bedevaartsoord

Notre-Dame de La Salette slaagden erin het treinspoor te laten doortrekken tot aan Corps, zodat pelgrims niet te ver hoefden te lopen naar dit hooggelegen bedevaartsoord.

Hiervandaan loop je zo de bergen in richting de Écrins.

Foto Petit
Train de La Mure

De Ri elhorn

Een beklimmingherfstige

Meerdere touwlengtes klimmen eind september, is dat wel zo verstandig? De kans is reëel dat typisch herfstweer zo’n avontuur in duigen laat vallen. Of je tre net een dag dat er wel mogelijkheden zijn. Dat laatste is het geval, als we onze zinnen zetten op de Zwitserse Ri elhorn. Wel moeten we ons bij de beklimming regelmatig stevig vasthouden aan de rots door de kiezelharde wind.

Tekst Berend Berlijn Beeld Berend Berlijn en Robin Baks

Op het moment dat Robin en ik ’s ochtends uit het raam van ons hotel in Zermatt kijken, aarzelen we nog. Het is grauw buiten. En gelet op de snelheid waarmee de wolken door de lucht schieten, waait het hard. Maar het is nog redelijk helder en het regent niet, dat wordt pas aan het eind van de middag verwacht. Dat gee de doorslag: we wagen het erop!

De duurste beklimming tot nu toe Eerlijk is eerlijk: we hebben deze periode niet expres gekozen om te gaan klimmen. Het is een mooie aanvulling op de reden van ons bezoek aan Zwitserland. We hebben de viering bijgewoond van het vij igjarig bestaan van de SAC-sectie Zermatt. Er is een speciale relatie tussen de NKBV en deze sectie. In 1977 schonken wij hen het Arbenbiwak, gebouwd op de flanken van de Ober Gabelhorn (zie Hoogtelijn 5, 2025).

We knopen er nog twee dagen aan vast om te genieten van de bergen in de omgeving. Vandaag willen we een route met meerdere touwlengtes klimmen op de Ri elhorn (2930 meter), een rotsmassief dat uitsteekt boven een verder vrij open en toegankelijk berglandschap, favoriet bij bezoekers die de Gornergratbahn nemen. Wij gaan vanuit Zermatt ook naar boven met dit historische treintje. Voor een enkeltje en tien minuten vervoer rekenen we per persoon vij ig euro af; het maakt de Ri elhorn voor ons alle twee de duurste eendaagse beklimming tot nu toe!

Lastige aanloop

We stappen uit bij de een-na-laatste halte, Rotenboden op 2815 meter. Het waait op deze hoogte nog harder en we twijfelen nog steeds. Gaan we dit doen? Eerst maar de aanloop naar de start van de klim. Die is nog best lastig.

De Riffelhorn

Reis

Als je met het openbaar vervoer naar Zermatt gaat, kun je tot Basel kiezen voor de trein of bus (met verschillende varianten). Daarna ga je met de trein via Visp naar je eindbestemming.

Met de auto leg je ruim 900 kilometer af vanaf Utrecht. Het laatste deel van de route – vanaf Täsch –gaat sowieso per trein: Zermatt zelf is autovrij.

Route

De Riffelhorn is de ‘huisklimberg’ van Zermatt. De aanloop vanaf de Gornergratbahn tot de instap in de routes is relatief kort. Wij hebben gekozen voor de route Egg, die bestaat uit vijf touwlengtes op de zuidwand met een maximale zwaarte van 4b (4a is verplicht). De afdaling bestaat uit twee abseils van 20 meter over de oostgraat. Alle route-informatie is te vinden in de topo Schweiz Plaisir West

We traverseren langs de geëxponeerde wand van de Riffelhorn en onze route ligt ook nog eens het verst weg. Als je hier uitglijdt, maak je een vrije val van honderden meters. We kunnen ons voorstellen dat klimmers dit gezekerd doen, maar wij voelen ons trittsicher genoeg.

Aangekomen bij het begin van de route zitten we beschut. We krijgen weer moed. Er wachten ons vijf touwlengtes op een niveau dat voor ons voldoende marge biedt om ontspannen te kunnen klimmen (maximaal 4b). We klimmen afwisselend voor. Meteen merken we dat de wind nooit weg is geweest. Gesproken touwcommando’s hebben totaal geen zin. We communiceren via rukjes aan het touw of met handgebaren. Gelukkig blijven we meestal in het zicht van elkaar. De touwlengtes zijn niet heel lang.

De Matterhorn is niet te zien

De omliggende bergen liggen in de wolken

Soms moeten we echt even stoppen met klimmen en ons vastklampen aan de rots als er weer een windvlaag tegen het massief beukt. Onder ons strekt de Gornergletscher zich uit, een dunne reep ijs in een grijs morenenlandschap. Zo uitgesleten is hij al. Om ons heen liggen de Breithorn, de Lyskamm en de Dufourspitze, maar zij zijn verstopt in de wolken. Dat geldt ook voor de Matterhorn. In gunstigere omstandigheden hadden we de hele route geklommen met deze iconische berg als toeschouwer.

Na een korte uitloop staan we op de top. We zijn blij dat we doorgezet hebben, maar blijven er niet te lang bij stilstaan. De lucht wordt steeds donkerder, de regen kondigt zich aan. Er volgen twee vrijhangende abseils, wat een leuk toetje is, en dan zijn we op wandelbare grond bij de Riffelsee.

Precies op dat moment vallen de eerste druppels. We lopen snel naar restaurant Riffelberg, nemen een drankje en besluiten verder naar het dal te lopen, omdat het lijkt alsof de regen niet doorzet. Als we bijna in het Zermatt-dal zijn, gaan de hemelsluizen toch open. En ze gaan niet meer dicht. Ook de volgende dag niet. Daardoor valt ons plan om nog een wandeling naar een hut te maken in het water en gaan we terug naar Nederland. Klimmen in de herfst kan best, maar je moet een beetje mazzel hebben.

Weer beneden

markt & materiaal Mobiele berg- en klimsport

De telefoon behoort voor veel berg- en klimsporters inmiddels tot de standaarduitrusting. Maar welke apps downloaden we nou echt voor onze sport? Een selectie na een rondgang langs de verschillende disciplines.

Boolder

Boolder is vooral in Fontainebleau goud waard, en nog gratis ook! De bouldergebieden zijn gekoppeld aan een kaart, via gps loop je zo naar het juiste blok en met de topo kies je een gave boulder uit.

Voor: boulderaars | gratis

TopLogger

Houd je indoor ticklist bij, volg je progressie en vergelijk jezelf met anderen in de hal. Veel boulder- en klimcentra zijn gekoppeld aan TopLogger, waardoor routes en resultaten automatisch worden bijgehouden. Stiekem ook gewoon leuk om te zien wie die ene 5C of 7B al hee afgetikt.

Voor: boulderaars en klimmers | gratis

Komoot & AllTrails

27 Crags

Eerder besproken in Hoogtelijn, en niet voor niets. Geen topo bij je? Geen probleem. In de gratis versie van 27 Crags krijg je al veel info over klimgebieden en routes. Met een abonnement heb je feitelijk een complete digitale gids (van de hele wereld) op zak, inclusief sectorinformatie, topo’s en ticklists. De app wordt ook steeds beter voor boulderaars.

Voor: sportklimmers | gratis basis met in-app aankopen

White Risk

White Risk specialiseert zich in lawineberichten, sneeuwdata en toerenplanning. De app van het Zwitserse Instituut voor Sneeuw- en Lawineonderzoek (SLF) gee gratis toegang tot de laatste lawineberichten en actuele sneeuwgegevens. In de betaalde versie krijg je daarnaast uitgebreide topogra sche kaarten met extra lagen, zoals hellingshoek en lawineterrein. De app werkt vooral goed voor Zwitserland, Frankrijk en Oostenrijk.

Voor: wintersporters | gratis basis met in-app aankopen

Komoot en AllTrails zijn voor veel trailrunners de onmisbare apps. Niet om achteraf je prestatie te delen (zoals op Strava), maar juist om routes te vinden, te plannen en te volgen. AllTrails is daarbij vooral een enorme database van routes en gebruikersinformatie, terwijl Komoot sterk is in navigatie.

Voor: wandelaars en trailrunners | gratis basis met in-app aankopen

FATMAP

Voor toerskiërs en alpinisten was FATMAP lange tijd een standaard hulpmiddel. Vooral de 3D-kaarten en terreinlagen zijn interessant voor wie vooraf een route goed wil analyseren. Inmiddels is FATMAP opgegaan in Strava (een app om je prestaties te monitoren) en grotendeels achter een betaalmuur verdwenen. Voor: bergsporters | gratis basis met in-app aankopen

Onder redactie van Florian van Olden

Bergfex

Bergfex is sterk in weerinformatie, informatie over hutten en navigatie voor tochten, vooral in de Alpen. Ook handig om je afgelegde tocht te tracken. Niet de meest gelikte app, maar wel een die veel bergsporters standaard op hun telefoon hebben staan. Voor de belangrijkste functies gratis te gebruiken.

Voor: bergsporters | gratis basis met in-app aankopen

PeakFinder

PeakFinder laat je direct door het scherm van je telefoon zien welke toppen je om je heen ziet, ideaal voor oriëntatie, maar vooral ook gewoon leuk. De app werkt o line en (her)kent wereldwijd meer dan een miljoen toppen.

Voor: bergsporters | €5,99

Tochtenwiki

De NKBV Tochtenwiki helpt klimmers en bergsporters bij het vinden en plannen van tochten. De app biedt routebeschrijvingen, interactieve kaarten, hoogtepro elen, gebruikersbeoordelingen en actuele informatie. Het platform draait op Outdooractive. Een basisaccount is gratis; NKBV-leden krijgen korting op uitgebreidere accounts, waarmee je onder andere lawinerapporten kan bekijken, je locatie kan delen en door je camera bergtoppen kan identi ceren. Voor: wie de route uitzet | gratis basis met in-app aankopen, korting voor NKBV-leden

Mapy

Minder gericht op routes, meer op terrein. Mapy is een beetje een verborgen parel: niet zo bekend, maar opvallend gedetailleerd en uitstekend o line te gebruiken. Voor de belangrijkste functies gratis te downloaden. Voor: wie de route uitzet | gratis basis met in-app aankopen

Details en precisie

Natuurlijk zijn er inmiddels talloze apps die kaarten op je telefoon tonen: Komoot, Tochtenwiki, Mapy en nog eindeloos veel varianten daarop. Maar Swisstopo was een van de eerste die de volledige bergkaart naar je telefoon bracht, eerst alleen als website (map.geo.admin.ch), sinds 2020 ook als app op je telefoon. Zoals de naam doet vermoeden, gaat het primair om kaartmateriaal van Zwitserland, maar ook voor berggebieden net buiten de landsgrenzen is Swisstopo goed bruikbaar.

Swisstopo is niet zomaar een handige app van een jong techbedrijf, hij is ontwikkeld door de o ciële topograsche dienst van Zwitserland, met wortels die teruggaan tot 1838, toen het Eidgenössisches Topographisches Bureau werd opgericht. Hun missie is niet om zoveel mogelijk schermtijd of abonnementen te verkopen, maar om hoogwaardige geogra sche informatie beschikbaar te maken voor het publiek.

Dat kun je zien aan de digitale kaarten. Opvallend is de precisie van de hoogtelijnen, rotsbanden en gletsjers, en ook de enorme hoeveelheid kaartlagen die je extra informatie geven. Je kunt winterroutes tonen in plaats van zomerroutes, luchtfoto’s over de kaart leggen of historische kaarten vergelijken. Je kunt ook alle hellingen steiler dan dertig graden rood laten oplichten voor lawineplanning.

En ergens in dat gedetailleerde digitale alpenlandschap verschijnt dan een klein blauw puntje dat jouw locatie aangee .

Ik weet het, no big deal: technisch gezien doen Google Maps en duizend andere apps dat ook. Maar dit voelt anders. De app voelt meer als een publieke dienst dan als een commercieel product. Het is de Zwitserse overheid die lijkt te zeggen: ‘Hier is ons zorgvuldig in kaart gebrachte land. Dit zijn onze bergen. En kijk maar goed: daar sta jij.’

Voor: wie de route uitzet | gratis

Twee alpinisten onderweg op de Midi-Plan-graat in het Mont Blancmassief in goede omstandigheden

Alpinisme in een veranderend klimaat

De toekomst van de sport

Alpinisme is al decennialang een van de pijlers van de NKBV. Toch is de toekomst van het alpinisme niet zo zeker en vanzelfsprekend als je misschien zou verwachten. Door klimaatverandering lopen we tegenwoordig tegen allerlei risico’s aan. Is het vooruitzicht dan enkel somber? Volgens Expeditie Academie-coach en Alpiene Instructeur Bas Visscher hoeft dat niet per se zo te zijn. Belangrijk is wel dat we onze benadering van de sport aanpassen.

Tekst en beeld Bas Visscher

In de zomer van 2003 maakte ik tijdens de afdaling van de Mont Blanc mijn eerste bijna-ongeluk mee in het alpinisme. Ik was op dat moment zestien jaar oud en nog relatief onervaren. Aanvankelijk verliep onze beklimming voorspoedig en we bereikten rond half negen ’s morgens de top van de Mont Blanc via de normaalroute. Dat was natuurlijk een geweldig moment in mijn nog jonge klimcarrière. Daarna begonnen we aan de afdaling naar Chamonix.

Een paar honderd meter onder de Refuge du Goûter volgde de passage waar ik al sinds de heenweg bang voor was: de

traverse van het beruchte en gevaarlijke Grand Couloir. De oversteek was misschien maar 50 meter breed, maar doordat er om de haverklap enorme rotsblokken naar beneden kwamen, bonkte mijn hart in mijn keel. Zodra de steenslag even ophield, begonnen we te rennen. Toen ik in het midden van het couloir was, hoorde ik een nieuwe rotslawine aankomen. Ik sprintte uit alle macht naar de overkant en vond beschutting achter een groot rotsblok. Een bombardement aan stenen vloog over me heen, maar wonder boven wonder werd ik niet geraakt.

Even later stonden we met zijn allen op veilig terrein. We waren gelukkig ongedeerd en daalden opgelucht af naar Chamonix. Twee dagen later gebeurde het onvermijdelijke en kwam het tot een tragisch dodelijk ongeluk in die passage. De normaalroute naar de Mont Blanc werd vervolgens gesloten op last van de burgemeester van Chamonix.

Reflectie

Als ik nu terugkijk, was ik destijds eigenlijk te jong en te onwetend om goed te begrijpen wat er aan de hand was. Ja, ik ervaarde de afdaling zeker als riskant, maar ik denk niet dat ik goed besefte wat het achterliggende probleem was.

Noor van der Veen geniet begin juli van een klassieke alpiene route op de Tour Ronde. De Mont Blanc op de achtergrond maakt het plaatje compleet.

Martin Platteschor op de Küffnergraat op de Mont Maudit in ideale condities

Inmiddels ben ik honderden klimtochten aan ervaring rijker en weet ik dat we eigenlijk nooit aan die beklimming hadden moeten beginnen. Het was al weken warm en de omstandigheden waren veel te gevaarlijk om überhaupt daar te zijn. Ik ben dankbaar dat er geen ongeluk is gebeurd, want ik besef nu heel goed dat het ook anders had kunnen aflopen.

Sindsdien heb ik meer geleerd over de achterliggende oorzaak van de hevige steenslag die we toen tegenkwamen. Die wordt namelijk mede veroorzaakt door het ontdooien van de permafrost. Dit is de continu bevroren laag binnen in de berg, die normaal gesproken ook in de zomers behouden blijft. Door de klimaatverandering van tegenwoordig ontdooit de permafrost echter. Dat leidt op veel plekken tot het loskomen van rotsblokken of zelfs hele bergwanden die honderden jaren stevig vastgevroren waren.

Bekende voorbeelden hiervan zijn de instorting van de noordwand van de Piz Cengalo en delen van de westwand van de Petit Dru. Door de steeds frequentere hittegolven in de Alpen neemt het risico op grote instortingen alleen maar toe. Toch heb ik het gevoel dat nog lang niet alle alpinisten zich volledig bewust zijn van deze ontwikkeling.

Het smelten van de permafrost is bovendien slechts één aspect van het probleem. Een andere oorzaak van steenslag is het wegsmelten van eeuwige sneeuw- en ijsvelden. Ook trekken gletsjers zich steeds verder terug, waardoor sommige routes onbegaanbaar worden. Daarnaast worden de weerpatronen extremer: denk aan winters waarin nauwelijks nieuwe sneeuw valt of zomers met extreme hoeveelheden neerslag. Het zijn uitdagingen waarmee we onvermijdelijk te maken krijgen.

Schakelen

Betekent dit dat de toekomst van het alpinisme alleen maar somber is? Wat mij betreft niet. Klimaatverandering vergroot vooral de objectieve gevaren in het hooggebergte. Tegelijk blijft veel risico afhankelijk van menselijke factoren: timing, routekeuze, flexibiliteit en besluitvorming. Als we oude vanzelfsprekendheden loslaten, kunnen we nu en in de toekomst ook veilig en met plezier aan alpinisme blijven doen.

Alpinisten zullen zich echter meer dan ooit actief moeten blijven informeren. Goede besluitvorming begint bij kennis. Dat betekent: weerberichten volgen, je verdiepen in de condities en routes tot in detail bestuderen. Gelukkig is er tegenwoordig veel informatie beschikbaar via internet, moderne topo’s en huttenwaarden. In Chamonix kan je voor actuele informatie bijvoorbeeld terecht in de Office du Haute Montagne.

Op basis van al die informatie moet je vervolgens beslissingen nemen. Daarbij is flexibiliteit essentieel. Soms is de beste beslissing om uit te wijken naar een ander gebied. En soms betekent het simpelweg dat je een trip beter kan annuleren of een totaal andere activiteit kan gaan doen.

Afwijken van je oorspronkelijke plan en uitwijken naar een andere discipline klinkt misschien als een open deur, maar in de praktijk zie ik om me heen vaak teleurgestelde alpinisten wanneer het niet gaat zoals gedacht. Ik ken het gevoel zelf ook maar al te goed. Toch is kunnen schakelen een cruciaal onderdeel van de sport.

Ook denk ik dat verschillende ongelukken uit het verleden helaas gerelateerd waren aan het vasthouden aan een bepaald plan, terwijl de omstandigheden eigenlijk niet goed waren. Een vorm van tunnelvisie speelt dan zeker een rol.

Daarnaast is het goed om te kijken naar de verschillende disciplines die er inmiddels binnen het alpinisme zijn: Goede besluitvorming begint bij kennis

Klassiek

klassiek en modern alpinisme. En natuurlijk allerlei hybride varianten. Als je aan beide disciplines doet heb je meer mogelijkheden om altijd het beste uit je vakantie te halen, vooral als de condities voor klassiek alpinisme slecht zijn.

Het klassieke alpinisme is gebaseerd op het idee dat je een berg beklimt via een bepaalde route waarmee je de top kan bereiken. Dit is de discipline die door de verandering van het klimaat steeds lastiger wordt om uit te oefenen. Klassiek alpinisme zal ook in de toekomst nog steeds goed mogelijk zijn, maar het vraagt wel om het zorgvuldig bestuderen van condities, een flexibele houding en een goede timing. We kunnen er niet meer zoals vroeger van uitgaan dat we de gehele zomer in hoogalpien terrein kunnen klimmen. Veel klassieke hoogalpiene routes kennen anno 2026 kortere periodes met veilige omstandigheden. In veel gevallen is het beter om relatief vroeg in de zomer te gaan, als er nog voldoende sneeuw ligt en er geen langdurige hittegolven zijn geweest.

Sommige routes zijn door de jaren heen structureel moeilijker of gevaarlijker geworden. Bovendien kan het voorkomen dat bepaalde klassiekers extreem druk zijn, wat ook extra risico’s met zich meebrengt, zoals steenslag of wachttijden voor sommige passages. Vermijd daarom het hoogseizoen en baseer je routekeuze op verschillende, actuele bronnen.

Modern

In de afgelopen decennia is er een tegenhanger van het klassieke alpinisme bijgekomen die je als modern alpinisme kan kwali ceren. Bij het moderne alpinisme staat de kwaliteit van het klimmen voorop en is het bereiken van de top wat minder belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan een multi-pitch op een granietwand of een lange drytoolroute die je in de winter klimt op een besneeuwde rotswand.

Karlijn de Wit in de Verdon met de Expeditie Academie in 2024

Meermaals zijn delen van de westwand van de Petit Dru ingestort als gevolg van de stijgende permafrostgrens

Het moderne alpinisme hee raakvlakken met het sportklimmen: het terrein waarin je klimt is meer solide, de afzekering is vaak goed en het gaat om de kwaliteit van het klimmen. Hoewel er natuurlijk altijd risico’s blijven bestaan, zijn de uiteindelijke gevaren kleiner dan in klassiek alpinisme. Het moderne alpinisme is ontstaan vanuit een nieuwe kijk op risico-acceptatie, waarbij bewust afstand wordt genomen van de gevaarlijke tochten die de vroegere generaties maakten.

Ik denk dat modern alpinisme veel mogelijkheden biedt voor de toekomst, omdat deze vorm minder last hee van de negatieve gevolgen van klimaatverandering en relatief veilig te beoefenen is. Bovendien sluit het moderne alpinisme goed

Multidisciplinair

aan bij de achtergrond van veel Nederlandse klimmers, die dankzij de klim- en boulderhallen vaak sterk zijn in technisch klimmen. Vanuit het klimmen in de hal ontwikkelen velen door naar multi-pitchen en alpiene rotsklimmen.

Zelf probeer ik een multidisciplinaire klimmer te zijn en het type klimmen aan te passen aan de omstandigheden die ik aantref. Wanneer de omstandigheden het toelaten, maak ik een lange alpiene tocht in het hooggebergte. Indien de condities niet optimaal zijn – of als ik er gewoon zin in heb –kies ik voor een dag single-pitchen, multi-pitchen of een wandeling.

Ook binnen de coaching van de Expeditie Academie werken we op die manier. Toen we in april 2024 twee weken alpien ijsklimmen in Chamonix gepland hadden staan, bleek het lawinegevaar te hoog. Daarom weken we uit naar de Verdon om daar multi-pitchroutes te klimmen. Zo konden we iedere dag mooie tochten maken, in plaats van gefrustreerd zitten wachten op betere omstandigheden. Het jaar erop probeerden we het opnieuw en konden we wel verschillende ijsroutes klimmen.

Alpinisme in zijn geheel verschuiven naar de winter, de herfst of het voorjaar is niet per se de oplossing voor het probleem. Deze seizoenen hebben elk hun specifieke uitdagingen en in de zomer kunnen we soms ook goede omstandigheden aantreffen. Belangrijker is dat we ons als alpinisten in ieder seizoen kunnen aanpassen aan de omstandigheden die we voorgeschoteld krijgen. Ook is het aan te raden om een multidisciplinaire bergsporter te worden. Als je niet alleen het klassieke alpinisme, maar ook het multi-pitchen, ijsklimmen en toerskiën omarmt, kan je het hele jaar door van de bergen genieten.

In de toekomst

Ook in de toekomst blijft er voor alpinisten veel mogelijk, maar waarschijnlijk niet meer op dezelfde manier als vroeger. We zullen bewuster moeten omgaan met risico’s, flexibeler moeten plannen en open moeten staan voor alternatieven wanneer de omstandigheden daar om vragen. Gelukkig ontwikkelt de sport zich mee. Moderne vormen van alpinisme bieden volop nieuwe mogelijkheden om veilig en met plezier van de bergen te blijven genieten. En uit eigen ervaring weet ik: wie zich goed voorbereidt en bereid is om op het juiste moment te wachten, zal ook in de toekomst nog prachtige klassieke alpiene routes kunnen klimmen.

Tips voor klassiek alpinisme

In dit kader geeft Bas een aantal tips die je kunnen helpen tijdens de voorbereiding voor een hoogalpiene tocht.

1. Kies je periode bewust. Denk goed na over wanneer je een bepaalde tocht wil plannen. Tegenwoordig kennen veel zomers hele warme periodes, waarbij de condities in alpiene routes gevaarlijk kunnen worden. Met name in augustus is er veel kans op gevaarlijke condities, doordat de sneeuw en het ijs dan verdwenen zijn. Als je hoogalpiene tochten wil maken, kan je die vaak beter eind juni of begin juli plannen.

2. Houd langere tijd het weer en de condities in de gaten. Dit doe je door vanuit Nederland weersites te bekijken en conditierapporten te lezen. Is het bijvoorbeeld een droog of juist een sneeuwrijk jaar?

3. Neem ruim de tijd voor je klimplannen. Met meer tijd heb je meer ruimte om het goede moment af te wachten. Zo zit er minder druk op dat ene moment tijdens je vakantie.

4. Zorg dat je klaar bent om toe te slaan zodra de omstandigheden goed zijn. Je bent fysiek getraind, je bent geacclimatiseerd en je hebt je spullen op orde.

5. Vermijd hittegolven. Wanneer de nulgradengrens langdurig boven de 4000 meter hoogte ligt, moet je oppassen voor verschillende gevaren, zoals steenslag, verijzing en grote gletsjerspleten.

6. Wees extreem voorzichtig in gebieden waar de stijgende grens van permafrost voor problemen zorgt. Smeltende permafrost is een tijdbom die je niet altijd kan aflezen aan het uiterlijk van de bergen. Gehele wanden kunnen instabiel

raken en instorten. Hoogalpiene gebieden zoals Chamonix, de Écrins, Berner Oberland, Wallis en de noordzijde van de Bergell hebben hiermee te maken. Instortende wanden kunnen noordzijdig ook al rond de 25003000 meter voorkomen. In lagergelegen gebieden zoals de Dolomieten, Wilder Kaiser en de Verdon is er veel minder risico op het instorten van volledige wanden.

7. Baseer je op meerdere goede bronnen. Klimgidsjes en topo’s zijn waardevol, maar verouderen in rap tempo. Het is een must om sites te checken zoals camptocamp.org, gipfelbuch.ch en bergsteigen.com. Informeer ook lastminute naar de condities. Dit doe je door navraag te doen bij de huttenwaard, Camptocamp te lezen en navraag te doen bij lokale gidsenbureau’s.

8. Denk na over de populariteit van een route. Kan je in de problemen komen doordat het te druk is? Kies een strategie om hiermee om te gaan of vermijd de route.

9. Heb een lijst met back­up routes paraat. Bereid van tevoren een wensenlijstje voor met verschillende gebiedsopties en verschillende routes, zo heb je altijd een plan B.

10. Schakel naar andere disciplines. Kies voor wandelen, sportklimmen, mountainbiken of een andere activiteit wanneer niet alle seinen op groen staan

11. Minimaliseer je eigen CO2­uitstoot. Carpool of reis met de trein en maak onderweg bewuste keuzes om jouw bijdrage aan de klimaatverandering te beperken.

De Expeditie Academie in de Eugster Direct in Chamonix in 2025

NKBV voor jou

Kijk voor het laatste verenigingsnieuws op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.

Verenigingen binnen de NKBV

Alles op een rij

Mensen met een passie voor de klim- en bergsport verbinden. Dat is waar de NKBV voor is. Binnen de NKBV zijn er verschillende manieren om samen met anderen de bergen, rotsen of hallen in te gaan. Maak op deze pagina kennis met de Regio’s, Secties en verenigingen waarbij je je kunt aansluiten. Wat hebben zij jou te bieden?

ten Alpen Club (NSAC), zijn studentenverenigingen waarin avontuur en vriendschap samenkomen: dé plek voor studenten die samen willen klimmen in de klimhal en indrukwekkende tochten in de Alpen willen maken. De NSAC organiseert bovendien veel cursussen, zowel ’s zomers als ’s winters. Zo kunnen leden kennismaken met nieuwe sporten of zich ontwikkelen tot ervaren klimmers en bergsporters.

Klimverenigingen

NKBV-Regio’s

Ieder lid hoort op basis van postcode automatisch bij een van de vij ien NKBV-Regio’s. Binnen de Regio’s ontmoet je klim- en bergsporters met wie je samen activiteiten onderneemt. Dankzij de enthousiaste vrijwilligers is er per Regio een uitgebreid programma met onder andere wandelingen, klimweekenden, cursussen en workshops. Veel activiteiten staan trouwens ook open voor leden uit andere Regio’s.

NKBV-Sectie Masters

De NKBV-Sectie Masters biedt activiteiten op elk niveau voor klim- en bergsporters vanaf ongeveer vij ig jaar. Denk aan dagtochten, klimweekenden, huttentochten en basiskampen in samenwerking met Bergsportreizen. De kernbegrippen van deze Sectie zijn samen, actief en t. (Meer over de sectie op p. 40.)

Studenten Alpen Clubs (SAC’s)

SAC’s, onderdeel van de Nederlandse Studen-

Klimmers kunnen zich aansluiten bij een van de vijf door de NKBV erkende klimverenigingen. Hier trainen zowel jeugdleden als volwassenen. Cursusactiviteiten worden, net als binnen de Regio’s, Secties en Studenten Alpen Clubs, door NKBV-gediplomeerde instructeurs begeleid. Volop mogelijkheden dus om in verenigingsverband je klimvaardigheden te ontwikkelen.

Benieuwd welke activiteiten bij jou passen?

Op nkbv.nl/regio-s zie je in welke Regio jij woont en vind je een kalender waarin je alle activiteiten kunt zien, maar ook kunt zoeken binnen een bepaalde sport of Regio.

Tekst Judith van Kerkhof en Lotte van Drunen

NKBV voor jou

Zo krijg je korting in berghutten

Wist je dat je als NKBV-lid tot vij ig procent korting krijgt bij meer dan twaal onderd berghutten van andere Alpenverenigingen? Zo wordt een meerdaagse tocht in de Alpen of Pyreneeën een stuk betaalbaarder.

Met je lidmaatschap draag je jaarlijks bij aan het onderhoud van paden, markeringen en hutten via het Gegenrecht Fonds. In ruil hiervoor ontvang je korting op overnachtingen in de aangesloten berghutten. Meer informatie over de huttenkorting, waar je deze krijgt en waar je op moet letten bij het reserveren, vind je op nkbv.nl/kenniscentrum/zo-ontvang-je-huttenkorting-in-berghutten.

Ga je deze zomer samen de bergen in?

Samen bergsporten is leuker en veiliger wanneer je rekening houdt met elkaar. Denk aan afspraken over hoe je onderweg beslissingen neemt of over het tempo waarop je klimt of loopt. Door vooraf te bespreken wat je fijn vindt en wat je van elkaar verwacht, voorkom je gedoe tijdens een beklimming of tocht. Onderweg moet je soms keuzes maken en dan helpt het als je weet waar je samen voor staat. De NKBV-gedragscodes bieden daarbij houvast. Bekijk de gedragscodes via nkbv.nl/kenniscentrum/gedragscodes-vooreen-veilige-sportomgeving

Bij de Oostenrijkse Winnebachseehütte overnacht je met zo’n 45% korting

Bergsportreizen: mis niets met de alerts

Misschien herken je het wel: je bladert door het programma van Bergsportreizen, ziet die ene huttentocht of alpiene cursus die perfect bij je past… en dan blijkt die al vol. Voor veel zomerreizen is dat inmiddels het geval. Dat laat vooral zien hoe geliefd dit soort weken zijn.

Voor wie daar volgend seizoen graag wat meer ruimte in wil ervaren, is een beetje vooruitdenken fijn. Om je daarbij te helpen hee Bergsportreizen iets simpels bedacht: de winter- en zomeralert. Daarmee krijg je een seintje zodra een nieuw programma online komt. Handig, want het winterprogramma verschijnt naar verwachting half september. De toerski- en freeride winterweken, begeleid door Nederlandse instructeurs, worden zelfs al in de zomer gelanceerd. Het zomerprogramma voor 2027 volgt half december. Met de alerts kun je rustig kiezen en dromen, terwijl de tochtleiders en instructeurs aan de slag gaan om jouw droomreis werkelijkheid te maken.

Aanmelden voor de winteralert: bergsportreizen.nl/winterreizen-alert Aanmelden voor de zomeralert: bergsportreizen.nl/zomerreizen-alert

De deelnemers van de opleiding Alpiene Instructeur Winter 2025-2026

Word jij Alpiene

Instructeur

Winter?

Ben jij een ervaren toerskiër of freerider, heb je de ambitie om jouw skills naar een nog hoger niveau te tillen en geef je graag instructie? Dan is de opleiding tot Alpiene Instructeur Winter wat voor jou. Voor Bergsportreizen en de Nederlandse Studenten Alpenclub zoekt de Alpiene Opleidingscommissie nieuwe instructeurs. Als instructeur volg je een opleiding binnen de NKBV en krijg je daarna toegang tot een uitdagend bijscholingsprogramma om bij te blijven en jouw inzetbereik te vergroten. Bovendien kun je je ontwikkelen tot hoofdin-

Nieuw:

structeur, praktijkbegeleider en beoordelaar. Komende winter start een nieuwe opleiding. Informatie over de opleiding, de toelatingseisen en hoe je je aanmeldt, vind je op nkbv.nl/ academie/opleidingen/alpien/instructeur/ ai3w. Aanmelden kan tot en met 15 september.

Jongvolwassen Community

Duurzaamheid

De NKBV stree naar een duurzame relatie met haar leden en alle partijen in het veld. Duurzaamheid is ook een kernwaarde als het gaat om natuur, milieu en sociale waarden. We brengen dit zo goed mogelijk tot uitdrukking in een duurzame inkoop en bedrijfsvoering. Hoogtelijn wordt gedrukt op FSC-papier: papier uit duurzaam beheerde bossen (een keurmerk met goedkeuring van het Wereld Natuur Fonds) en verzonden in een recyclebare papieren verpakking. Voor onze correspondentie gebruiken we 100% gerecycled papier en we hebben een CO2- neutrale dataopslag. We promoten het reizen per openbaar vervoer naar klim- of bergsportbestemmingen. Als je toch met de auto of het vliegtuig reist, kun je overwegen om je CO2-uitstoot te compenseren.

De bergen voelen soms ver weg zodra de vakantie voorbij is. Daarom is de NKBV Jongvolwassen Community opgericht voor bergsportlie ebbers van 18 tot en met 35 jaar. De community organiseert activiteiten zoals wandelingen, boulderen, pubquizzen, lmavonden en weekendjes, aangevuld met spontane initiatieven uit de groep. Blijf op de hoogte via Instagram (@nkbv_jongvolwassenen) of de Whats-App communtity (scan de QR-code).

Beter de bergen in met de NKBV NKBV-leden pro teren van voordelen en kortingen en ontvangen vier keer per jaar Hoogtelijn. Met je lidmaatschap draag je bij aan het onderhoud van hutten en paden in de Alpen en de Pyreneeën en het behoud van klimgebieden.

Onderzoek naar gendernormen in de klimindustrie

In haar wetenschappelijk onderzoek bekijkt Gaby Dijkstra hoe het sociale construct gender vorm krijgt in de klimindustrie. Ze bracht zeven maanden door in de Nepalese Himalaya voor kwalitatief werk: observeren, participeren, interviews afnemen, een dagboek bijhouden en het dagelijkse leven van bergwerkers van zo dichtbij mogelijk meemaken. Gaby onderzoekt hoe gendernormen vorm hebben gekregen in de bergsport, hoe dit eruitziet in de praktijk van de commerciële klimindustrie en wie die normen in stand houden. Zo laat ze onder meer zien dat hegemonische masculiene normen de beklimmingen dicteren, en dat die iedereen raken.

Ze ervaarde dat zelf tijdens de beklimming van de Ama Dablam, waarmee haar veldwerk begon. Vervolgens reisde ze naar de Annapurna 1, voor exclusieve toegang tot een winterbeklimming van deze gigant. Ze sloot af met zeventig dagen op de Mount Everest en klom mee tot en met kamp 2. Dit alles resulteerde in een berg aan data die Gaby nu analyseert. Je kunt de voortgang van haar onderzoek volgen op LinkedIn.

Gaby Dijkstra is PhD-kandidaat bij Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor haar veldwerk ontving ze een schenking uit het Line van den Berg Fonds van de NKBV.

Gaby Dijkstra interviewt een Sherpa in het basiskamp van de Annapurna

Oproep: Stuur je mooiste, spannendste, leukste gebeurtenis op

Wat is jouw avontuur?

De Hoogtelijnredactie bestaat uit elf leden van de NKBV en we doen in eigen land én in de bergen heel verschillende activiteiten. Er zijn enthousiaste klimmers, zowel in de hal als buiten op de rotsen. We hebben verstokte (berg)wandelaars, er zijn ijsklimmers en parapenters en we hebben lie ebbers van alpiene tochten in het hooggebergte. Mountainbikers en skyrunners zijn er ook nog binnen de redactie.

In Hoogtelijn 2 van komend jaar maken we een thema ‘Avontuur’. Maar wat is avontuur eigenlijk? En is dat niet heel verschillend voor iedereen? Is avontuur altijd spannend en/of gevaarlijk? Maak je een avontuur per de nitie mee op afgelegen plekken in gebergtes hier ver vandaan? Of kan je in eigen (platte) land ook avonturen meemaken?

In de redactie kwamen we er niet echt uit. Ofwel: we hadden talloze voorbeelden, maar iedereen kan een avontuur heel anders beleven dan een collega. Op nationaalwoordenboek.nl staat het volgende: ‘Een avontuur kan worden omschreven als iets ongewoons of onverwachts dat iemand overkomt, vaak met een element van risico of spanning. Het kan zowel een fysieke reis zijn, zoals het ontdekken van nieuwe plaatsen, als een persoonlijke ervaring waarin iemand

nieuwe dingen leert of ontmoetingen hee met onbekende mensen.’

Kortom: er valt nogal veel onder. Daarom besloten we u, jou, jullie te vragen wat je grote avontuur was in onze sport, dus bij het klimmen of in de bergsport. Kan je kort omschrijven wat jouw avontuur was en waarom je dat als avontuur ervaren hebt? Heb je ook foto’s van dat avontuurlijke moment of was het daarvoor te spannend?

Laat het ons weten op hoogtelijn@nkbv.nl en de mooiste, spannendste en gekste avonturen publiceren we volgend jaar in Hoogtelijn 2, die in april 2027 verschijnt. Onder de inzenders verloten we enkele bergboeken.

Oud & jong

Toen we eenmaal hadden besloten om voor de avonturen van onze leden een oproep te plaatsen, kwam er meteen nóg een idee.

Later in 2027 maken we een thema over ‘Oud & jong’ of ‘Jong & oud’. Daarvoor hebben we al veel ideeën, maar hebben we ook nog wel een paar vragen.

• Wie kent iemand die nú begint met klimmen of bergsport, en waarom wil diegene dat?

• En wie kent iemand die gestopt is met klimen bergsportactiviteiten? Iemand die de touwen en stijgijzers hee opgeborgen en ze niet meer tevoorschijn haalt? Waarom stopt iemand, is het mooi geweest?

Ook voor deze inzendingen hebben we enkele bergboeken beschikbaar.

En ook deze ideeën, verhalen en tips kunnen naar hoogtelijn@nkbv.nl

Tekst Peter Daalder Beeld Chris König

Hoewel veiligheid vooropstaat, loopt het soms toch anders dan gedacht. NKBV-veiligheidscoördinator Harald Swen en berggids Boris Textor analyseren hoe het mis kon gaan.

Anders dan gedacht

Stijgijzers

De combinatie moet kloppen

Als berggids maak ik tientallen tochten per jaar. Het gewicht van je uitrusting speelt dan een cruciale rol. Elke gram telt. Dat geldt voor de inhoud van de rugzak, maar nog meer voor je schoenen. Lichte en soepele schoenen met voldoende demping verminderen de impact op je knieën en andere gewrichten en maken op lange dagen merkbaar verschil. Ook stijgijzers, die sowieso relatief zwaar zijn, heb ik graag zo licht mogelijk.

Zo loop ik op een vroege ochtend ogenschijnlijk probleemloos over een vlakke gletsjer, op B/C-bergschoenen en lichtgewicht stalen stijgijzers met een flexibel verbindingsstuk. Voor dit terrein is deze combinatie prima, totdat het ineens steiler wordt dan verwacht met keiharde sneeuw. Op dat moment verandert plotsklaps hoe ik onderweg ben. Als bergbeklimmer moet je altijd honderd procent op je voeten kunnen vertrouwen. Maar precies dat vertrouwen verdwijnt nu als sneeuw voor de zon. Mijn gevoel van beheersing is weg en elke stap kost veel energie.

Hoe voorkom je dat het misgaat?

In de jacht op zo licht mogelijk materiaal moet je soms compromissen sluiten. Het is alleen zaak daarbij niet zo ver te gaan dat het gevaarlijk wordt. En dat kan in het bijzonder bij stijgijzers wel het geval zijn. De combinatie van schoen en stijgijzer is cruciaal.

Er zijn grofweg drie typen stijgijzers: volledig aluminium, volledig staal en hybride (aluminium achter, staal voor). Volledig aluminium stijgijzers met een flexibel verbindingsstuk zijn vooral populair bij toerskiërs, die voornamelijk harde sneeuw tegenkomen en geen ijs. Kunststof skischoenen zijn zo stijf dat een lichtgewicht stijgijzer met flexibel verbindingsstuk goed op zijn plek blijft zitten. Plaats je zo’n stijgijzer onder een lichte B/C- of C-bergschoen (zonder snelsluiting aan de voorkant), dan kan dat problematisch worden. Het stijgijzer kan op zo’n buigzame schoen onvoldoende op spanning worden gebracht en gehouden. Het stijgijzer komt dan als het ware aan het bandje rond de enkel te hangen. Op een vlakke gletsjer is dat nog acceptabel, maar in steil terrein is dit een serieus veiligheidsrisico.

Stalen stijgijzers met een (semi-)rigide verbindingsplaat op lichte bergschoenen hebben dat probleem aanzienlijk minder. Maar ook deze combinatie kent nadelen. Door het verschil in flexibiliteit tussen schoen en stijgijzer ontstaat er metaalmoeheid en kan het staal na een tijd scheuren of breken.

Wie op een veilige manier gewicht wil besparen tijdens alpiene tochten, kiest het best voor een hybride stijgijzer met een rigide verbindingsplaat van staal of aluminium. Deze combinatie geeft zekerheid in steil en hard terrein, terwijl het totale gewicht beperkt blijft. Hoe beter je stijgijzerlooptechniek is, hoe meer concessies je kunt doen zonder in te leveren op veiligheid. Schoen, stijgijzer en terrein moeten altijd bij elkaar passen. Doen ze dat niet, dan betaal je de prijs met energie, efficiëntie en bovenal veiligheid.

Klimmen in Hongkong

De parel van het Oosten

Samen met klimmaatjes Martin en Timothy ben ik op pad in Hongkong, de Chinese miljoenenstad gelegen op een bergachtig schiereiland. Het contrast tussen stad en natuur maakt deze plek voor ons zo leuk.

Tekst René Thijssen Beeld Martin Fickweiler

Hongkong is de enige stad op aarde die je uitspreekt zonder je tong of lippen te bewegen. Dit lees ik op mijn telefoon terwijl we onder de stad door glijden. De metro brengt ons naar de rand van de New Territories. Dit is het deel dat tegen het vasteland van China aan ligt. Als we uitstappen wacht ons een lange wandeling richting Castle Peak, met 583 meter de hoogste top van Hongkong. We zien vanuit het dal The White Cliff al liggen, een verticaal stukje rots hoog boven een haven. Via een betonnen trappensysteem komen we langs de Tsing Shan-tempel. Hier moeten we naar binnen. Een gelegenheid om de berggoden gunstig te stemmen met een offer van wat mandarijnen laten we uiteraard nooit liggen. In de gewijde ruimte branden mooie klokvormige wierookspiralen, die ook te koop zijn. Wanneer

ik er een bij een oude monnik afreken, vraagt hij mij of ik hem zelf ophang of dat hij dat voor mij moet doen. Ik probeer hem duidelijk te maken dat de wierook mee naar Nederland gaat. Dat snapt hij niet, het is kennelijk ongebruikelijk om dit mee te nemen. Door wat extra te betalen gaat hij overstag. We hopen dat het goede geluk desondanks met ons mee zal reizen en we traplopen weer door. Na een glad paadje door het bos komen we aan bij ons klimdoel van vandaag. Een wand van kalk, vol kleine watergaatjes. Moeilijk! Na een opwarmertje lukt het ons ook hier een balansact te voltooien.

Volksrepubliek China

Hongkong is een ‘speciale bestuurlijke regio’ in het zuidoosten van China. Het ‘speciale’ komt doordat bij uitzondering de

communistische Chinese wetten hier niet gelden. In 1997 is afgesproken dat in een periode van vij ig jaar de Britse invloed langzaam zal worden afgebouwd. De Britten handelden vroeger als enigen met het Keizerrijk China en kregen de beschikking over Hongkong na de winst van de Eerste Opiumoorlog. In 1898 werd een deel van Hongkong aan de kolonisten verpacht voor 99 jaar, waarna het in zijn geheel in 1997 weer overgedragen werd aan de Volksrepubliek China. Nog steeds is het Britse verleden zichtbaar in de stad. Het voelt vertrouwd West-Europees, met goede ko ezaakjes en winkels zoals je die ook bij ons ziet. We zien Engelse dubbeldekkers die naar de paardenraces rijden. Tegelijkertijd is het ook Chinees, wat je herinnert aan hoe het hier ooit was. Hele smalle straatjes met traditionele huizen, winkeltjes vol bijzondere koopwaar. Ook qua inwoners vlecht alles zich in deze stad door elkaar heen. In maatkostuum gestoken expats rijden in oude Engelse taxi’s langs parken vol oude mensen die vroeg in de ochtend synchroon hun Tai Chi-oefeningen doen. Deze prachtige wereld van tegenstellingen bevindt zich ten slotte te midden van de natuur.

De haven van Sai Wan Ho

Met zes uur tijdsverschil valt het opstaan in de ochtend ons zwaar. Maar op het moment dat we de deur uitgaan zijn we goed wakker. De drukte van de stad gee meteen adrenaline. We moeten ons best doen om in ons enthousiasme niet tegen mensen aan te lopen. De metro is hypermodern en hee aan weerszijden gladde metalen bankjes zonder leuningen. Daardoor schui het hele rijtje passagiers tegen elkaar aan als er geaccelereerd wordt. Zodoende past er weer een extra persoon op de vrijgekomen plaats. Na zes haltes stappen we uit en lopen we naar de haven. Sai Wan Ho, aan de zuidkant van de stad, is een thuis voor een paar honderd oude sampans, houten vissersbootjes die voor van alles gebruikt worden. Sommige daadwerkelijk om te vissen, andere om op te wonen of iemand mee te vervoeren. We roepen hard de

Timothy klimt de tien meter lange spleet Lightning Mast (6c+)
Met een oude sampan laten we ons naar het eiland Tung Lung Chau brengen

Terug in de drukke stad op zoek naar een plek om te eten

naam van onze bestemming Tung Lung, wanneer een bootje onze kant op koerst. Aan boord is het net een dumpstore. In een teiltje zwemt een schildpad, oud gereedschap hangt aan het afdak waaronder onze schipper in kleermakerszit op een kistje zit. Hij spreekt alleen Chinees, toch lukt het om een prijs af te spreken voor de retourtrip. We vertrouwen erop dat hij ons aan het einde van de dag weer ophaalt.

Tung Lung Chau

We varen naar de beste klimplek van Hongkong. Tung Lung Chau is een van de wel 263 eilanden die bij Hongkong horen. Het merendeel is onbewoond. Tung Lung Chau is doordeweeks een uur varen. In het weekeinde gaat de snelboot, dat scheelt de hel . In de verte doemt het eiland op, lijkend op een grote heuvel. We worden in het kleine haventje afgezet, onze schipper zegt wat onverstaanbaars en vertrekt. Een betonnen pad – bijna alles in Hongkong is uit beton gestort – voert ons langs vervallen winkeltjes. Driekwart is gesloten. Bij eentje dat open is kopen we een blikje fris. Deze winkelier moeten we te vriend houden, hij is onze enige optie voor een warme maaltijd later op de dag. Andersom lijken wij ook zijn enige klandizie te zijn, hij woont kennelijk alleen op het eiland in het laagseizoen. Na een korte wandeling komen we uit bij de Technical Wall. Een overhangende wand aan zee met een stuk of twintig moeilijke klimroutes. Het is er met vloed en wind erg spectaculair: de golven spuiten door de rotssple-

René in The Small Roof (6a+) op de Technical Wall

ten metershoog om je oren. Dit spoort aan tot de combinatie van speed- en voorklimmen in de eerste vijf meter, terwijl de zekeraar verwoed wat danspasjes doet om droog te blijven.

Chamonix in Kowloon

Verderop is een loodrechte wand in een kloof, waar we een Italiaanse man en een Chinese vrouw ontmoeten. Ze blijken ervaren klimmers die heel wat routes hier geopend hebben. Zij wijst ons op de foto’s in de topo. ‘Kijk, dat ben ik! En hier ook en daar ook!’ Het klimwereldje in Hongkong is klein, iedereen kent elkaar en we horen er na een paar dagen al helemaal bij. We krijgen telefoonnummers voor een volgende keer en een kortingspas van de eigenaar van Chamonix, een goede buitensportzaak in Kowloon, aan de overkant van

Het klimwereldje is klein, iedereen kent elkaar

Timothy klimt Echo of Dog (6c+) in de sector Sea Gully

Hong Kong Island. Hij vertelt ons enthousiast dat hij de Mount Everest ooit beklom. Best bijzonder, zo iemand hebben we nog nooit ontmoet. Dat doet hem goed, we zijn benieuwd hoeveel korting ons dat gaat opleveren de volgende dag. Het is fijn klimmen wanneer iedereen blij is met je.

Kritiek

De enige kritiek die we krijgen gaat over onze klimstijl. Wanneer het een beetje moeilijk wordt, zetten we snel voor de ander een tickmark, een streepje pof op de steen. Zo weet de volgende persoon waar dat verborgen greepje of lastig zichtbare treetje zich bevindt. Dat is aardig, zou je zeggen. In China denken ze daar anders over. Als je magnesium achterlaat op de rots ontneem je een ander een zuivere onsightpoging. Het is immers al duidelijk waar je moet zijn met je handen en voeten. Zo hadden wij het nog niet bekeken. Ook de setjes hoor je pas in te hangen op het moment dat je je eerste poging doet. Aan het eind van de dag zijn we om en poetsen we dri ig de route.

Van sampan naar speedboot

Daar staan we dan in het haventje van het eiland. Geen schipper te bekennen. Er vaart wel wat, maar geen oude sampan. Hebben we ons laten oplichten? Of zou hij het niet gesnapt hebben en ons pas morgenvroeg op de afgesproken tijd ophalen? Een overnachting hier is niet erg aanlokkelijk. De golfplaten toko is de enige plek waar je naar binnen kunt, maar is slechts een paar vierkante meter groot. En dan woont de kok er ook nog in. We zien een plastic speedbootje naderen. De schipper legt aan en zegt wat in het Chinees tegen ons. We vragen hem of hij een sampan hee gezien. De man draait rustig een sjekkie. Het begint al te schemeren. We besluiten ons verlies te nemen en deze nieuwe optie te proberen. Na tien minuten wordt het duidelijk dat deze boot gestuurd is door onze vorige schipper. Het waarom blij onduidelijk. Opgelucht springen we aan boord. Lekker een half uur door het donker stuiteren naar de verlichte stad in de verte.

Chinees

Weer aan wal stralen de neonreclames ons tegemoet. We worden in een stroom mensen opgenomen en langs de wolkenkrabbers geperst. Voor het stoplicht staat een men-

senzee te wachten. We lopen door de chique buurt. Dure sportwagens geven nog even extra gas met al dit publiek. De kosten om een auto te bezitten zijn hier zo hoog dat het slechts voor de ‘happy few’ is weggelegd. De Rolls-Roycedichtheid is hoog.

Wij drieën zijn net wat langer dan de gemiddelde inwoner van Hongkong. Zo hebben we goed zicht op de rollende lichtbakken en tientallen meters hoge advertenties. Je waant je op Times Square in New York. Te midden van al deze input zoeken we een restaurantje. Ergens is een klein naambordje tegen de gevel geschroefd. Verscholen tussen bekende merkzaken, in een steegje achter een deur nemen we een li en stappen we uit op de negende verdieping. Vanavond eten we Chinees.

Klimmen in Hongkong

Het klimaat van Hongkong is subtropisch: vochtige, hete zomers en droge, zachte winters. Van november tot maart is de temperatuur aangenaam: rond de twintig graden. Er zijn geen speciale vaccinaties nodig. De Chinese overheid stimuleert het toerisme; een visum is voor Nederlanders niet meer nodig wanneer je er minder dan

negentig dagen blij . Wel geldt een veiligheidswet waarmee de overheid kan optreden tegen personen die de nationale veiligheid in gevaar brengen. Je zult ermee moeten leven dat er cameratoezicht met gezichtsherkenning is. Als je je echter normaal gedraagt, is het prima toeven en klimmen in Hongkong.

Onbekende klimmers in The End of the World (6b+) op Tung Lung
Bezoek aan de Tsing Shan-tempel
René, Martin en Timothy onderaan The White Cli

Nieuwe directeur NKBV: Sebastiaan Admiraal

Passie voor de bergsport

Hét kenniscentrum over veilige en duurzame klim- en bergsport voor iedere liefhebber.

Dat is een belangrijk doel voor de toekomst van de NKBV, vindt Sebastiaan Admiraal. De nieuwe directeur maakt het liefst ook zelf elk vrij moment hoogtemeters.

Tekst Marusja Aangeenbrug en Peter Daalder Beeld Sebastiaan Admiraal en Esmee Leentjens
Sebastiaan Admiraal klettersteigt met zijn dochter Sofie

Kamperen in de Pyreneeën en actief zijn in de bergen. Dat zijn de zomerplannen van Sebastiaan Admiraal, partner Kim en dochter So e. De nieuwe directeur van de NKBV, a omstig uit Uitgeest, is een buitenmens: fanatiek sporter, fervent bergwandelaar en lie ebber van elke klettersteig die op zijn pad komt – sommige klimt hij tegenwoordig met zijn negenjarige dochter So e. ‘Actief zijn in de bergen of gewoon genieten van de mooie omgeving met de mensen om me heen, dat zijn geluksmomenten voor mij.’

Niet vreemd dus dat hij directeur bij de NKBV wilde worden. Sebastiaan komt uit de commerciële wereld: hij werkte lang voor Ahold (Albert Heijn, Etos en Gall&Gall) en was de laatste jaren marketingverantwoordelijke van de Nederlandse

Loterij. ‘Ik wilde een baan waarin ik mijn professionele capaciteiten kan koppelen aan mijn eigen passies. Deze functie bij de NKBV was een unieke kans.’

Dak van de wereld

Een favoriet berggebied hee Sebastiaan niet. Wel ontdekt hij graag nieuwe uitzichten. ‘Ik ben het liefst boven de boomgrens, hoog in de bergen besef je hoe nietig wij als mens zijn.’ Hij gee zichzelf graag uitdagingen: naar een top lopen of een route van twee dagen in één dag wandelen.

Een van zijn mooiste herinneringen in de bergen is de tocht met zijn vader in Nepal. ‘Mijn vader wilde altijd al een keer op het dak van de wereld staan, dus besloten we om samen de Mera Peak te beklimmen.’ De groep voor de negentiendaagse tocht bestond uit zeven expeditieleden, gidsen en sherpa’s, Sebastiaan was de jongste.

Een van de expeditieleden kreeg onderweg hoogteziekte, Sebastiaans vader kon door een paniekaanval ook niet verder. De volgende dag gingen die twee terug, de rest liep verder omhoog. Doordat het weer op de gletsjer verslechterde, leken ze de top echter niet te kunnen halen. ‘Ineens bese e ik: er schuilt ook een gevaar in wat we doen.’ De groep splitste opnieuw: een deel keerde om, Sebastiaan liep met een paar anderen naar een uitkijkpunt. ‘Dat ging zo voortvarend dat we uiteindelijk alsnog naar de top konden. Daar genoten we van een prachtig uitzicht. Toen we weer afdaalden, kwam mijn vader mij met een gids tegemoet zodat we, na een week gescheiden te zijn geweest, samen terug konden lopen. Dat was bijzonder. Ik heb veel geleerd van deze reis: hoe ga je zelf om met zo’n situatie? Hoe gaat de groep ermee om? Hoe is het om een poosje helemaal afgesloten te zijn van de rest van de wereld?’

‘Dat enthousiasme vormt het fundament’

Nog bewuster

Een goede voorbereiding en veiligheid zijn cruciaal in de bergen, onderstreept Sebastiaan. Regelmatig komt hij mensen tegen die slecht zijn voorbereid. ‘Veel mensen onderschatten actief zijn in de bergen. Je loopt of klimt niet alleen omhoog, je moet ook weer naar beneden. En dan ben je vermoeid door de tocht omhoog.’ Zelf lette hij altijd al goed op de veiligheid, ‘maar sinds ik directeur ben van de NKBV ben ik er nóg bewuster naar gaan kijken: doe ik het zoals ik het zou moeten doen?’

Ook vallen ontwikkelingen in de bergsport hem meer op, zoals de populariteit van trail- en skyrunnen. ‘Een mooie manier om de bergen te verkennen en tegelijkertijd een uitdagende sport.’ Ook de enorme groei van indoorklimmen en -boulderen – er zijn inmiddels zo’n honderd hallen in Nederland – vindt hij positief. ‘Zelf ben ik meer een buitenmens, maar ik vind het heel mooi dat zoveel mensen gaan klimmen.’

Wie indoor de hoogte in gaat, wordt vaak echter niet zomaar NKBV-lid. ‘Toch willen we hen wel bereiken, want we willen dat iedereen veilig kan klimmen en boulderen. Dus daar wil ik goed over nadenken. Ik hoop onder andere op nog meer samenwerking met de hallen om de klimsport samen verder te ontwikkelen.’

Voor iedereen

Hij vindt het cruciaal om niet alleen te focussen op de eigen leden. ‘De NKBV moet dé kennisbank zijn, zodat iedereen de juiste informatie kan vinden om op een duurzame en veilige manier te genieten van de bergen.’

Hij ziet wel kansen voor optimalisatie als het gaat om de informatievoorziening, de zichtbaarheid en de online vindbaarheid. ‘Zelf heb ik lang gedacht dat de NKBV alleen voor doorgewinterde klimmers was, en niet voor mij als wandelaar en klettersteiger. Maar de meeste leden zijn juíst wandelaars. Om nog meer berglie ebbers te bereiken, moeten we beter vindbaar zijn. Daar moeten we op een slimme manier mee omgaan, want mensen komen niet altijd meer op onze website door de opkomst van AI in zoekmachines.’

Werken in een vrijwilligersorganisatie is nieuw voor Sebastiaan. Dat betekent ook: regelmatig ’s avonds of in een weekend opdraven. ‘Dat voelt niet als een opgave’, benadrukt hij, ‘want het gaat om dingen die ik leuk vind. Ik vind het heel mooi dat mensen zo enorm betrokken zijn en allemaal een passie voor de klim- en bergsport hebben. Dat enthousiasme vormt het fundament van wie wij zijn.’

Mijn verhaal

NKBV-leden vertellen over hun bergsportervaringen. Heb jij ook een goed verhaal? Mail het naar hoogtelijn@nkbv.nl.

Klimmen met een bloedinfectie

Doorzetters naar de Matterhorn

Voor beide klimmers in deze dubbele aflevering van ‘Mijn verhaal’ was het een droom om de Matterhorn te beklimmen. Nikita en Valentijn maakten die droom beide waar én sloten daarmee een vervelend hoofdstuk af.

Iedere ochtend schoon verband

Na een beenbreuk liep Nikita Bazan een wondinfectie op. De angst om zijn been kwijt te raken zorgde ervoor dat hij haast kreeg om de bergen in te gaan. Maar de infectie ging verder zijn lijf door dan hij kon vermoeden. Hij ging door een diep dal voordat zijn gezondheid eindelijk verbeterde. Afgelopen jaar kon hij zijn blik weer richten op zijn kinderdroom: het beklimmen van de Matterhorn.

Tekst Lineke Eerdmans Beeld Nikita Bazan

Met kitesurfen brak Nikita in 2018 zijn been. Na de operatie kwamen de problemen, binnen een maand had hij een wondinfectie. Juist toen besloot hij zijn

droom te gaan najagen, want wat als hij zijn been zou kwijtraken? Samen met zijn vrouw ging hij klimmen, allereerst op de Pico Aneto, de hoogste berg van de Pyreneeën.

NAAM: Nikita Bazan (47)

BEROEP: netwerkengineer

FAVORIET BEZIGHEID: een ijsbad nemen

‘Mijn bot was goed genoeg om te lopen, maar ik moest de wond continu verzorgen. De tocht was zo mooi, we bleven foto’s maken en waren daardoor erg laat terug. Later realiseerden we ons dat dit anders had kunnen aflopen.’

Herseninfarct en hartoperatie

Er volgden nog vij ien beklimmingen, maar de wondinfectie bleef. ‘Iedere ochtend zorgde ik voor nieuw verband. Het hielp helemaal niets. Regelmatig was ik in het ziekenhuis, men was bezorgd en ik moest mij melden als er verslechteringen waren.’

Maar ook nadat in 2021 zijn bot tijdens een operatie was schoongemaakt, kwam het abces terug. ‘Toen ik in 2022 in de bergen was, begon ik mij zwak te voelen, maar aan mijn been was niets veranderd. Later werd duidelijk dat dit gevoel het eerste signaal was van een bloedinfectie. Terug in het dorp voelde ik me van dag tot dag slechter. Ik belandde op de intensive care met een herseninfarct. De infectie was de oorzaak en moest mijn lichaam uit; ik lag anderhalve maand aan een infuus. Al mijn wonden gingen dicht. Het herseninfarct was mijn geluk bij een ongeluk. Een jaar later hoorde ik dat mijn botinfectie niet meer actief was. In de zomer kon ik met mijn vrouw weer de bergen in om te klimmen. Eind 2024 volgde een openhartoperatie die goed verliep. Toen durfde ik weer aan die kinderdroom te denken.’

Matterhorn

In juli 2025 stonden Nikita en zijn vrouw op de top van de Matterhorn. ‘Je kunt geloven dat alles goedkomt, maar je moet daar wel zelf voor zorgen. De beklimming was een soort marathon. Daarmee is het verhaal rond.’

De onverwachte route omhoog

Leven op een nieuw kompas

Bij een val loopt Valentijn een hersenschudding op. De weg naar herstel brengt tegenslag, frustratie en uiteindelijk ontspanning. Zijn strategie en inzet, met een belangrijke factor van niét-doen, brengen hem terug naar de bergen. Een verhaal van een doorzetter die de wil vond om kleine stapjes te zetten.

Tekst Lineke Eerdmans Beeld Valentijn Lemkes

Op de eerste dag van een toerskireis met klimmaat Chris, ging Valentijn zijn nieuwe ski’s leren kennen op de piste. ‘In de verte zag ik een soort heuveltje. Ik minderde snelheid, draaide terug, maar bleef met mijn binnenste ski hangen en vloog achterstevoren twee meter door de lucht. Mijn rugzak en helm braken enigszins mijn val. Ik was geschrokken, maar maakte de volgende

dag een van de mooiste toertochten van mijn leven. Daarna was ik drie dagen erg slaperig en emotioneler. Toen ik weer ging skiën zag ik al snel een slang van kleuren op mijn netvlies schitteren. Binnen een uur heb ik een treinticket naar huis geboekt.’

Hersenschudding

Valentijn kon steeds minder prikkels aan en

NAAM: Valentijn Lemkes (32)

BEROEP: projectmanager IT bij een netbeheerder

FAVORIET GEDICHT: Wees niet bang van Freek de Jonge

droeg constant een slaapmasker en koptelefoon. Het absolute dieptepunt kwam vijf weken na de val. ‘Mijn nachtrust was heilig, ik keek er elke dag naar uit. Tot die nacht dat ik niet sliep. Als ik mijn ogen sloot, leek het of ik in de zwaailichten van een ambulance keek. Het was vooral heel eng. Toen ben ik op zoek gegaan naar professionele hulp.’

De beste tip kwam van iemand die ook een val had gemaakt: eerst lichte lichamelijke activiteit (5 minuten), dan cognitieve uitdaging (5 minuten) gevolgd door ontspanning (2 uur). ‘Obsessief probeerde ik beter te worden. Maar een tegenslag gaf me stress. Toen besloot ik: sporthorloge weg, schema’s weg. Alleen lichte beweging en mediteren. Vanaf dat moment ging het herstel snel.’

Matterhorn

Vijf maanden na de val reisden Valentijn en Chris naar Zwitserland voor hun droom: ze haalden de top van de Matterhorn. Maar de afdaling was zwaar. ‘Je kijkt constant dat ravijn in en raakt de logische route kwijt. Het maakt me wel gelukkig dat we het gedaan hebben. Daar heb ik de hersenschudding echt achter me gelaten.’

Reflectie

‘Ik weet nu dat je in het leven geen controle hebt over de route, maar wel heb ik een nieuw kompas. Het geheim zit in het accepteren en vanuit daar een volgende stap zetten. Het was een rustiger avontuur, maar misschien wel het grootste van allemaal.

Uiteindelijk is de Matterhorn maar een berg van rots en ijs. Voor mij was het een mooie test voor een levenshouding. Die van overgave, ontspanning en de wil om elk stapje te zetten.’

van de Mawenzi

In de schaduw van Afrika’s hoogste Beklimming

Hidden in plain sight. In de Nederlandse taal kan ik geen uitdrukking bedenken die de berg Mawenzi zo treffend plaatst. Als je de hoogste berg in het Kilimanjaromassief, de Kibo, zou uitgummen zou de Mawenzi plotsklaps de erkenning krijgen als de formidabele berg die het is. Maar de Kibo is de hoogste van Afrika en werpt letterlijk een schaduw over deze grillige vulkaan. En dat is nu juist waarom ik de Mawenzi wil beklimmen.

Ik woon al een poosje in Oost-Afrika, Oeganda om precies te zijn. In het westen van het land hebben we een fantastisch massief, het Rwenzorigebergte. Deze bergen zijn lastig begaanbaar, met dichte vegetatie en vooral veel blubber door de grote hoeveelheid neerslag die hier valt. Na een aantal toppen boven de 4000 meter te hebben beklommen ben ik nieuwsgierig geworden wat de regio nog meer te bieden heeft. Als er een foto van de Kilimanjaro voorbijkomt springt een zwart, spits topje in het oog, aan de oostkant van de Kibo. Na wat graven wordt me duidelijk dat dit ‘topje’ een op zichzelf staande berg van 5149 meter hoog is. Het valt in het niet bij de kolossale bulk van de Kibo, maar de verticale lijnen en het obscure karakter wekken mijn interesse onmiddellijk. Waar rond de vijftigduizend mensen per jaar de hoogste top van Afrika, de Uhuru Peak (5895 meter) op de Kibo, proberen te bereiken, hebben in de hele eenentwintigste eeuw minder dan vijftig mensen een poging gedaan om de Hans Meyer Peak op de Mawenzi te beklimmen.

Tekst en beeld Jan Bakker

Gebroken

Mawenzi betekent ‘gebroken’ of ‘gekarteld’ in de lokale Chagataal. Het is een passende naam voor deze uitgebluste vulkaan. Het uiterlijk van de berg heeft gelijkenissen met de Dom van Milaan. De topgraat is een woeste verzameling van fragiele pilaren die elk moment lijken te kunnen omvallen. De zwartgrijze flanken zijn een grote puinbak door de steenslag die dagelijks van de berg rolt. De eerste beklimming van de Mawenzi vond plaats in 1912 door twee Duitse klimpioniers, Fritz Klute en Eduard Oehler. Hun lijn via het Oehler-couloir is nog steeds de standaardroute naar de top van de Hans Meyer Peak.

Het is echter onduidelijk of de Mawenzi wel beklommen mag worden. De berg was lange tijd gesloten voor klimmers omdat het te gevaarlijk zou zijn. Een PDF’je van de Tanzania National Parks Authority geeft uitsluitsel. Als je aan een waslijst van voorwaarden voldoet, waaronder het aanleveren van een cv met technische beklimmingen, mag je de berg op.

In vuur en vlam

Ik vang mijn eerste glimp van de Mawenzi op terwijl ik via het noordelijke circuit op weg ben naar de Uhuru Peak. Mijn mond valt open van verwondering en ik voel een rilling over mijn rug gaan. De westwand, waar de normaalroute moet zijn, ziet er op zijn zachtst gezegd intimiderend uit. Er is geen overduidelijke lijn en de hele vulkaan lijkt uit elkaar te vallen. Een klimgidsje uit 2006 biedt uitkomst. Een zwart-witfoto met de route, genomen vanaf grofweg hetzelfde punt waar ik sta, toont een getekende lijn door het Oehler-couloir. De moeilijkheidsgraad wordt gewaardeerd op IV, niet al te moeilijk. Toch? De ondergaande zon zet de Mawenzi in vuur en vlam.

Aan mijn acclimatisatie zal het niet liggen. Het is al gelukt om het hoogste punt van het Afrikaanse continent te bereiken. Ik heb een paar dagen in Moshi kunnen rusten en sta nu met mijn twee teamgenoten Seth en Patrice bij het loket van het Kilimanjaro National Park. De dame achter het glas kijkt

Zicht op de route op de Mawenzi vanaf de oostelijk flank van de Kilimanjaro
Foto

Voorzichtig klimmen om steenslag te voorkomen

Het basiskamp naast de Mawenzi Hut op 4600 meter

verward. ‘Dus jullie gaan niet naar de Uhuru?’ Ze lijkt zoekende op haar computer en haalt haar manager erbij. Inmiddels is onze gids van Ahsante Tours met een bezorgd gezicht druk op zijn telefoon. De klimpermit is al maanden geleden aangevraagd, en toegekend. Het is al middag als na drie uur steggelen het nieuws komt dat we eindelijk door mogen. De trek naar de voet van de Mawenzi loopt via de Marangu-route, ook wel bekend als de Coca Cola-route. Makkelijk of niet, ik vind de route door de jungle prachtig en bovendien zijn we alleen op het pad, iets wat op de Kilimanjaro een zeldzaamheid is. We knallen in één keer door naar de Horombo-hutten op 3800 meter. Vanaf hier gaan we van het gebaande pad af en stijgen we naar de voet van Afrika’s obscuurste vijfduizender. In het basiskamp bij de Mawenzi Hut overnachten we in een klein blikken hutje, dat wordt gebruikt als kookruimte en slaapplaats voor een aantal teamleden.

Groot, te groot

Normaal gesproken maak je, net als in de Alpen, een alpiene start op de hoogste bergen in Afrika. Op de Mawenzi mogen we echter ‘uitslapen’. Sneeuw en ijs zijn al lang verdwenen van de berg en met het steenslaggevaar is het beter om in het daglicht te klimmen. De grillige contouren van de Mawenzi worden zichtbaar in het eerste licht en ik voel de spanning in mijn lichaam oplopen. Het Tanzaniaanse team waarmee we klimmen hee het Oehler-couloir al deels verkend, maar toch… dat maakt de berg niet veiliger. We lopen bij zonsopgang over de westflank. Het is bitterkoud en de immense wand houdt ons voorlopig in de schaduw. Onze groep is groot, te groot naar mijn mening. Patrice, Seth en ik worden vergezeld door twee Oegandese klimgidsen en vijf Tanzaniaanse klimmers. Niemand in de groep hee de Hans Meyer Peak eerder beklommen en uiteraard wil iedereen de kans pakken om op deze top te staan.

Na wat klauterwerk staan we onderaan de crux van de route. Eerst klimmen we door een schoorsteen van 40 meter. Er zijn nagenoeg geen spleten of uitstekende rotsen en het plaatsen van zekeringen is niet mogelijk. Dennis, een van de Oegandese klimgidsen, neemt het initiatief, soleert de touwlengte en bouwt een anker. Hoewel deze passage ‘slechts’ de UIAA-moeilijkheidsgraad IV hee , maakt het broze gesteente de beklimming mentaal een stuk lastiger. Voeten moeten voorzichtig geplaatst worden om steenslag te voorkomen en grepen moeten eerst worden getest voordat we er met ons volle gewicht aan trekken. Het duurt lang voordat iedereen bovenaan de touwlengte staat en ik maak me zorgen over de rest van de beklimming. Het is nog 450 hoogtemeters en we weten niet in hoeverre de route is veranderd door rotsval sinds de publicatie van onze twintig jaar oude topo. Gelukkig wordt het terrein wat minder steil en een deel van ons team besluit het couloir verder ongezekerd te beklimmen.

Voor het middaguur staan we op de messcherpe graat en kijken we de diepte in aan de oostkant van de berg. Onze Tanzaniaanse crew klimt naar links, maar ik ben redelijk zeker dat deze lijn naar een andere top gaat, de Nordecke (5135 meter). Als we boven zijn vieren onze klimkameraden al een feestje. Ik verwacht teleurgestelde blikken als ik vertel dat dit nog niet de hoogste top op de Mawenzi is. Ik wijs naar de Hans Meyer Peak, 200 meter naar het zuiden en nog zeker een uur dalen en stijgen om er te komen. Een grote glimlach verschijnt op de gezichten. ‘Dan beklimmen we die toch ook!’ Het maakt ze volgens mij geen snars uit welke top ze beklimmen, zo lang ze maar klimmen. Een uur later staan we op het hoogste puntje van de Mawenzi.

Hakuna matata

Op een berg als deze is de top echt halverwege. De hele afdaling is steenslaggevaarlijk en abseilen in het Oehlercouloir vergt ferme afspraken over wie wanneer afdaalt en

Rechtsaf richting de voet van de Mawenzi

Terug naar het basiskamp via de lagere puinhellingen

Jan op de top van de 5149 meter hoge Hans Meyer Peak

Op een berg als deze is de top echt halverwege

waar beschutting wordt gezocht als iemand onderaan de abseil is gekomen. Na een paar touwlengtes gaat Patrice van de beschutte lijn af en dat wordt direct afgestra . Er komt een flinke steen naar beneden en het projectiel schampt zijn linkerknie. Hij verbijt de pijn en traverseert naar de andere kant. Voor mij is het een hypernerveuze afdaling, continu anticiperend op vallende rotsen. Het lokale team oogt echter relaxed en ze roepen om de haverklap ‘hakuna matata’ (wat neerkomt op: ‘geen probleem’). Voor de laatste abseil hebben we de gehele lengte van het touw nodig en als het touw op is klauter ik verder naar beneden richting veilige haven. Pas na aankomst bij de Mawenzi Hut kan ik met zekerheid zeggen dat ik alle vijfduizenders op het Afrikaanse continent heb beklommen.

De topgraat van de Mawenzi met de Kibo op de achtergrond

AL 40 JAAR BOUWEN WE AAN DE KLIMSPORT BOUW

Sinds 1984 brengen we klimmers samen. Wat begon met klimcursussen op de rotsen van Freyr, groeide uit tot Climbing Network: een landelijk netwerk van klim- en bouldercentra. Nu zetten we de volgende stap.

Met het National Climbing Center in Nieuwegein brengen we boulderen, lead, speed en topsporttraining samen onder één dak. Een plek waar beginners, recreanten, talenten en topsporters samenkomen en waar de Nederlandse klimsport verder kan groeien.

Veertig jaar lang hebben we dit op eigen kracht gedaan. Maar de volgende stap willen we samen met de community zetten. Daarom starten we een crowdfundingcampagne waarmee we investeren in nieuwe klimlocaties, trainingsfaciliteiten en de verdere ontwikkeling van het National Climbing Center.

Je kunt deelnemen via een lening aan Climbing Network met:

• 4,5% rente per jaar

• een looptijd van 5 jaar

• exclusieve beloningen zoals events, clinics en outdoorcursussen

Meld je nu aan via crowdaboutnow.nl/climbing-network of scan de QR-code.

Investeer niet alleen in Climbing Network, maar in de toekomst van de klimsport in Nederland.

Arno Maan met op de achtergrond de Kilimanjaro

De Oostenrijker Stefan Hovorka (boven) met Gerard van der Horst

Scan de QR-code om de beklimming van 1986 op Grensverleggers te bekijken.

Drie Nederlanders

Toen Jan Bakker op de Mawenzi in Tanzania stond vroeg hij zich af of hij de eerste Nederlander zou zijn op deze top naast de beroemde Kibo. Er was weinig over bekend. Een zoektocht leidde naar Arno Maan, die in 1986 met twee landgenoten en twee Oostenrijkers de Mawenzi beklom.

Tekst Peter Daalder Beeld Arno Maan

‘Het is leuk om als oude man weer eens over vroeger te praten’, zegt Arno Maan, terwijl hij de foto’s en kaarten uit die tijd voor zich hee . Hij hee een zelfgetekende kaart van de tocht uit 1986, die begon in het Keniaanse Oloitokitok aan de voet van de Kilimanjaro. Twintiger Maan was lid van de Leidse Klimclub, waarmee hij klom op de brandweertoren en op de rotsen in onder andere Sy en de Eifel. Uit Leiden kende Arno de wat oudere Gerard van der Horst, die als ontwikkelingswerker in Afrika actief was en veel contacten had in Kenia. Met hem ontstond het plan om de Kibo, de hoogste berg van het Kilimanjaromassief te beklimmen.

Acclimatiseren

Vijf Nederlanders reisden met twee Oostenrijkse broers die ook in de regio ontwikkelingswerk deden van Kenia naar Tanzania, waar ze ’s nachts illegaal de grens overstaken en het nationale wildpark binnengingen. Het plan was om de Mawenzi als acclimatisatietocht te doen en daarna de Kibo te beklimmen. Onderweg zouden ze twee bivaks in grotten doen en de

Kibo vanuit de hogergelegen, onbemenste Outward Bound Hut beklimmen. ‘Er was één man die de weg wist. Gerard en ik waren bergbeklimmers, de anderen in ons groepje waren meer bergwandelaars. Er was nog wel wat klauterwerk, veelal tweedegraads met een stukje derdegraads misschien. Wij hadden een touw mee, maar we hebben niet veel meer dan anderhalf uur geklommen na de aanloop vanuit ons tweede bivak naar het topmassief.’

Topboek

Op 26 augustus stond het groepje om één uur ’s middags op de top van de Mawenzi (5149 meter). ‘Wat een mooie prestatie, 3 Nederlanders en 2 Oostenrijkers op de top!’, schreef Gerard van der Horst in het topboek. Willem van Duijn en Arno Maan tekenden ook, evenals de Oostenrijkse broers Walter en Stefan Hovorka. Lang bleven ze niet boven, want de hoogte speelde de klimmers parten. ‘Op de top kreeg ik last van hoogteziekte. Het werd ook kil, want zoals iedere middag kwam er nevel opzetten. We zijn toen snel afgedaald,’ herinnert Arno Maan zich.

In de twee dagen daarna ging Maan en zijn collega-klimmers op weg naar het hoogste punt in het Kilimanjaromassief, in alle vroegte over eindeloze puinhellingen. Na het bereiken van de top daalde het gezelschap dezelfde nacht af, terug naar de thuisbasis in Kenia. Tanzaniaanse parkwachten hadden hun illegale aanwezigheid opgemerkt en de klimmers waren bang aangehouden te worden. Een week later beklommen Arno en Gerard ook de Mount Kenya, de een-na-hoogste berg van Afrika. Jan Bakker stond dus niet als eerste Nederlander op de Mawenzi. De drie klimmers van 1986 gingen hem in ieder geval voor.

van Duijn en

Van Oloitokitok naar de Mawenzi
Willem
Gerard van der Horst (met witte muts)

Overzicht in kabelwerk vernieuwd

Als van een klimgids in vij ien jaar tien edities verschijnen, dan is er duidelijk vraag naar. En als het steeds bijgewerkte versies betre en, betekent dat ook dat klettersteigen, want daar gaat deze gids over, zich nog immer ontwikkelt. De nieuwe uitgave van de Klettersteigatlas Alpen door Iris Kürschner en Mark Zahel beschrij dertienhonderd via ferrata’s in de Alpen. Van routes voor beginners tot extreme via ferrata’s, inclusief korte beschrijvingen en moeilijkheidsgraden, waarmee je de routes gemakkelijk kunt vergelijken. Daarmee is het een fijn naslagwerk voor thuis bij de planning: waar in de Alpen is wat te beleven op het gebied van klettersteigs? De gids deelt de Alpen in per bergketen en biedt dan praktische informatie over toegangspunten, wandeltijden, dorpen in het dal, eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden. De atlas bevat bovendien ook essentiële uitrustings- en veiligheidstips.

[Frank Husslage]

Klettersteigatlas Alpen

Iris Kürschner en Mark Zahel

Rother Bergverlag (2026), rother.de

ISBN 9783763380800

€34,90

Deze letter is van mij

Van Alpen tot en met Zugspitze (bestaand) en van Blutschink en Tatzelwurm tot en met Wolpertinger ( ctief), de tekeningen worden begeleid door feiten en saga’s, waar je als kind en volwassene iets van leert. Manni – een alpenmarmot met een rode vacht – neemt je mee in de vrolijke tekeningen van het Alpen ABC. In zijn naam zitten alle letters van die van Nim: ‘Deze letter is van mij!’ Waarom wint dit (voorlees)boek? Nim (3) herkent waar zij is geweest en wat zij hee gezien. Dit levert mooie gesprekken op en je haalt samen goede herinneringen naar boven. Een mythisch wezen als Krampus of een personage als Heidi leidt tot het vertellen van sprookjes en oude TV-programma’s. Waarom verliest dit (voorlees-) boek? Het Alpen ABC is in het Duits. Dit verstaat mijn dochter nog niet. (Dat zal ook aan mijn uitspraak liggen.) Toch is Der Regenbogen sch wel een hit. Het ligt dus niet alleen aan het Duits. Het stickervel dat bij het boek zit was als eerste op. [Daan Uilkema]

Alpen ABC

Stefan Spiegel (tekst) en Lana Bragin (illustraties) Marmota Maps (2025), marmotamaps.com

ISBN 9783946719472

€18

Hoogtelijn mag één exemplaar van het Alpen ABC weggeven. Wil je kans maken? Stuur dan voor 1 oktober een mail naar hoogtelijn@nkbv.nl onder vermelding van ‘ABC’.

Klimmen in alle jaargetijden

De topo Aosta Valley Crags: Volume 1 brengt al dik 600 gram op mijn keukenweegschaal. En daarmee zijn alleen nog maar de sportklimroutes in Valchiusella, Canavese, Lower Aosta Valley, Lys Valley, Champorcher Valley, Ayas Valley en Valtournenche beschreven. De uitspraak van uitgever Versante Sud, dat de Aostavallei geogra sch gezien vrij klein is vanuit klimperspectief, maar ongelooflijk rijk en gevarieerd, lijkt dus wel hout te snijden. Als sportklimmer kun je jezelf er het hele jaar door uitleven in een uitgesproken alpien landschap, waarbij de gladde rotswanden vaak mede gevormd zijn door het slijpen van gletsjers die ooit tot aan het huidige Canavesegebied reikten. Door de lig-

ging van de valleien zijn er ’s zomers volop schaduwwanden om koel te kunnen klimmen, terwijl de karakteristieke temperatuurinversie in de winter juist vaak voor aangenaam hoge temperaturen zorgt. De geschiedenis van het sportklimmen in deze regio gaat al ver terug, maar nog steeds worden er nieuwe klimgebieden ontsloten, waardoor deze nieuwe gids van harte welkom is.

[Frank Husslage]

Aosta Valley Crags: Volume 1

Andrea Mettadelli, Paolo Tombini en Nicola Vota Versante Sud (2025), versantesud.it

ISBN 9788855472258

€41

Onder redactie van Frank Husslage, Florian van Olden en Dim van den Heuvel

Tips voor ‘Gespot’ zijn welkom op hoogtelijn@nkbv.nl.

Introductie in het Peak District

Auteur Andrew McCloy neemt je in deze nieuwe Cicerone-gids mee op vij ien wandelingen door het Peak District in Engeland. Daarmee kan deze gids dienen als een leuke kennismaking met een gebied dat in Nederland wellicht meer bekend is vanwege het rotsklimmen in een dramatisch kalksteenlandschap dan als wandelgebied. McCloy brengt je naar de rustigere hoekjes van Buxton, Dove Dale en de South West Peak. Het niveau van de wandelingen is dat van ontspannen dagjes uit. Denk aan korte wande-

lingen van een halve dag die het hele jaar rond toegankelijk zijn; een mooie introductie in het Peak District. Elke routebeschrijving gaat vergezeld van een Ordnance Surveykaart met genummerde waypoints die tekst en kaart met elkaar verbinden. Uiteraard is er ook praktische informatie over parkeergelegenheden, openbaar vervoer, rustpunten en andere voorzieningen. De gids is de derde in de serie van McCloy, over verschillende delen van het Peak District. [Frank Husslage]

15 Short Walks in the Peak District: Buxton, Dove Dale and the South West Peak

Andrew McCloy Cicerone (2026), cicerone.co.uk

ISBN 9781786312594

€14,95

Buitensportcatalogi gecatalogiseerd

Onder de naam The Outdoor Recreation Archive bracht de bibliotheek van Utah State University vanaf 2018 een enorme collectie buitensportcatalogi bijeen. Deze collectie bestaat uit meer dan 2700 fysieke catalogi en tijdschri en, waarvan de oudste dateren uit 1905. Deze verzameling is een inspiratiebron voor studenten van de opleiding Outdoor Product Design & Development. Een selectie van het materiaal is nu gebundeld in het boek The Outdoor Archive. Autoriteiten op hun vakgebied, zoals buitensportfotograaf Chris Burkard en klimmer Conrad Anker plaatsen de gerubriceerde beelden in hun context. Korrelige foto’s, letterlijk schetsmatige beelden of zwaar gestileerde uitsneden uit een soms nog maar net voorbije buitensportwerkelijkheid zijn een verademing in het gepersonaliseerde advertentiegeweld waaraan we heden ten dage blootgesteld worden. Beelden uit een tijd waarin de komst van de nieuwe jaarcatalogus van je favoriete buitensportmerk zorgde voor een hausse aan euforische plannen. Als tegengas tegen de uniformiteit van alle hedendaagse beeldscherminformatie zijn vier bijlagen van

ieder acht pagina’s op hun oorspronkelijke formaat in het boek opgenomen. The Outdoor Archive is vrijwel helemaal gebaseerd op Amerikaanse merken; een Europees equivalent als aanvulling erop zou zeer welkom zijn. [Frank Husslage]

The Outdoor Archive

Chase Anderson en Clint Pumphrey

Thames & Hudson (2025), thamesandhudson.com

ISBN 9780500025994

€54,49

De Doolaardzwijgzame

Martijn Doolaard is een begrip voor iedereen die wil onthaasten en ontspannen, zonder daarvoor zijn laptop dicht te klappen. Voor jou, de YouTubekijker, is hij neergestreken in Piëmont, waar hij zwijgzaam werkt aan zijn ogrid huisjes in een landschap dat even ruig en indrukwekkend is als zijn baard. Het levert prachtige, bijna meditatieve lmpjes op voor die momenten wanneer je eigenlijk vindt dat je te veel achter de laptop zit maar hem toch nog even open houdt. Volg Doolaard via youtube.com/@MartijnDoolaard. [Florian van Olden]

Heldenstatus?

De meerdelige HBO-documentaire The Dark Wizard leidde al vóór de release op 14 april tot discussies op klimmersfora. Wordt Dean Potter, de in 2015 in Yosemite verongelukte basejumper en klimmer, niet te veel als een mythisch guur neergezet? Leidt zo’n heldenstatus niet tot kopieergedrag van zijn risicovolle en soms controversiële avonturen? Potter was een vrijbuiter die de randen opzocht, zijn eigen demonen bevocht en daarbij niets of niemand uit de weg ging. De vier afleveringen van de serie zijn te zien op HBO Max. Scan de QR-code voor de trailer. [Florian van Olden]

...door MFS® Vakuum® technologie.

De nieuwe definitie van pasvorm. Door de temperatuur van het lichaam vormt het het MFS® Vakuum® schuim zich optimaal naar de vorm van de voet. Om een perfecte pasvorm te bereiken is het speciale PU-schuim tot in het tenengebied van de schoenen verwerkt. De Meindl Multigrip® rubber profielzool met PU tussenzool zorgt voor maximale demping en een perfecte grip.

Serieuze vragen over de toekomst

Tijd voor techniek

In de lm The Future of Climbing onderzoekt de Zwitserse top-klimmer Cédric Lachat de ontwikkeling van de klimsport binnen en buiten. De lm van 52 minuten is een aanrader met zijn hoge productiewaarde, prachtige beelden en Lachats humor. Een prettige verpakking voor serieuze vragen als: hoe ver kan de mens de grens opschuiven? En dan gaat het Lachat niet alleen om het klimniveau van de topklimmers. Tien procent van de klimgebieden, van Margalef tot Fontainebleau, hee serieus te leiden onder de populariteit van klimmen en boulderen en dreigt onder de voet gelopen te worden door het klimtoerisme. Het zijn juist deze gebieden die alle aandacht krijgen van influencers op social media, meestal met een boodschap in de trant van: ‘de wereld is jouw speeltuin’. Kunnen we als klimgemeenschap die boodschap niet veranderen in iets wat ook verantwoordelijkheid voor diezelfde omgeving benadrukt? Scan de QR-code om de lm te bekijken en de antwoorden te vinden. [Florian van Olden]

Iedere klimmer moet ook een beetje een gear- en techniekfreak zijn. Het YouTubekanaal Hard Is Easy laat niet alleen zien hoe je moet zekeren, maar vooral wat de gevolgen zijn van je keuzes. Vang je een voorklimval beter op door een stap naar voren te doen, door omhoog te springen, of allebei? Het wordt allemaal uitgebreid getest en uitgelegd. Zelfs de achtknoop krijgt een hele video, die ook de ervaren klimmer eindelijk eens leert om hem voortaan echt netjes te leggen, op een manier waarop je de knoop ook weer

makkelijk los krijgt. Haal het oefentouwtje maar tevoorschijn en fris je techniek op via youtube.com/@HardIsEasy. [Florian van Olden]

Verslag van de Barkley Marathons 2026

Traditionele klimstijl

De korte lm Heartbeats of the World’s Oldest Crag opent met Herbert Richter, een oude man die met gesloten ogen, armen geheven en voeten omhoog – tenen steken uit zijn kapotte wollen sokken – het gevoel oproept van het klimmen op de Saksische rotsen. Daar tussendoor zie je Adam Ondra geconcentreerd de route klimmen waarover Richter vertelt, gezekerd met knopentouwtjes als tussenzekeringen. Slechts af en toe komt die kenmerkende, verlossende ring in beeld. Hoewel de route ‘slechts’ een 7a waarde-

De Barkley Marathons zijn al vaker voorbijgekomen in Hoogtelijn, onder meer in het interview met de Belg Karel Sabbe, die erin slaagde deze onmenselijke race te nishen (Hoogtelijn 4, 2024). De ultrarun in Tennessee, omgeven door zonderlinge regels en bijna rituele eigenaardigheden, kent soms meerdere deelnemers die alle rondes weten te voltooien, zoals in 2024. Maar vaker gebeurt het tegenovergestelde en ‘wint’ de Barkley: niemand haalt de nish. Zo ook in 2026. Dit jaar deed Noor van der Veen uit Nederland mee.

In de podcast Trailrunning Café vertelt zij hoe ze de race hee beleefd. Scan de QR-code om de aflevering op Spotify te beluisteren.

[Florian van Olden]

ring hee , oogt Ondra zichtbaar opgelucht als hij bovenkomt, net als in andere nog zwaardere klassiekers in het gebied. De traditionele klimstijl in dit Oost-Duitse gebied, waar het rotsklimniveau in de jaren zeventig en tachtig ongekend hoog lag, is duidelijk andere koek dan de strakbehaakte routes die je in de meeste Franse en Spaanse sportklimgebieden tegenkomt. Kijk mee met Ondra’s verkenning van het oudste klimgebied ter wereld via de QR-code. [Florian van Olden]

Foto
Emily Cameron

gespot

Oude hutten en architectonische hoogstandjes

Na Alpenglow en The 4000m Peaks of the Alps presenteert de Britse fotograaf en berggids Ben Tibbetts samen met Valentine Fabre een nieuwe tweedelige boekenreeks: Cabin Wild: Volume 1 & 2. In deze twee hardcover fotoboeken van ieder tweehonderd pagina’s staan in totaal vij ig alpiene bivakhutten centraal, verspreid over de Alpen, van Zuid-Frankrijk tot de Dolomieten.

Beide boeken combineren indrukwekkende fotogra e met

heldere beschrijvingen van de hutten, hun geschiedenis en praktische informatie voor een bezoek. Volume 1 bestrijkt het gebied van de Mediterrane Alpen tot aan de Mont Blanc, Volume 2 loopt door tot aan de Dolomieten. Elk deel bevat overzichtskaarten, concrete voorbereidingstips en etiquette voor het verblijf in onbemenste hutten, waar de bezoeker zowel gast als waard is. Naast de beschrijvingen van de afzonderlijke bivakhutten bevatten de boeken ook verhalen van tochten en avonturen onderno-

men door de auteurs, verweefd met de lokale geschiedenis. Een van die inspirerende verhalen is dat over de eerstbeklimming van de Mont Blanc in 1786 en het ontstaan van de eerste bivakhutten daar. In dit intrigerende verhaal lezen we over de wetenschapper Horace-Bénédict de Saussure. Vastberaden de top te bereiken, om wetenschappelijke experimenten te kunnen uitvoeren, stuurt hij een team vooruit om een hut te bouwen. Uiteindelijk blijkt dat de sleutel tot een succesvolle beklimming, een

bivak zo hoog mogelijk op de berg. En een jaar na de eerstbeklimming staat deze bijzondere wetenschapper eveneens op de top zijn experimenten uit te voeren.

De twee delen zijn op hun beurt opgedeeld in de verschillende regio’s van de Alpen. Hoewel de eerste indruk is dat de hutten erg willekeurig zijn verzameld, hebben de auteurs wel degelijk een verfijnde selectie gemaakt. Want van de ruim zeshonderd kleine bivaks die de Alpen rijk zijn, wor-

Bivacco Robinet

den in deze boeken de meest bijzondere beschreven. Van architectonische hoogstandjes zoals Bivacco Berrone, dat lijkt op een gevouwen papieren hoedje, en Bivacco Robinet, gelegen in een kapelletje van de Madonna degli Angeli, tot aan de moderne Bivacco Gervasutti, gefabriceerd van fiberglas met een touchscreen en wifi, en Rifugio Quintino Sella, een van de oudste hutten die nog overeind staat en waarvan de vloer inmiddels 15 graden is gekanteld door de smeltende permafrost. Of Bivacco Bonelli, dat is vernoemd naar de eerstbeklimmer van de beroemde spleetroute Fessura della Disperazione in het klimgebied Valle dell’Orco.

Bij elk van de vijftig bivakhutten geven Tibbetts en Fabre een duidelijke beschrijving van de aanloop naar de hut en een overzicht van de aanwezige voorzieningen, zoals het aantal overnachtingsplaatsen, de aanwezigheid van eventuele faciliteiten als gas, elektriciteit of kookgerei. En natuurlijk de bijbehorende leefregels, want hoe gedragen we ons als we deze bijzondere locaties willen bezoeken en behouden?

Ook geven ze een korte beschrijving van wandelingen, toerskitochten en soms zelfs een alpiene klimroute. Een leuk detail hierbij is dat een van de routes van onze rubriek ‘Fijnproevers’, de zuidzuidoostgraat van de Mont de Greuvettaz (zie Hoogtelijn 1, 2025), ook in dit boek staat.

Wat ik bij het lezen van de boeken soms heb gemist, is een gedetailleerde kaart van de locatie van de hut, de aanlooproute en eventueel de andere routemogelijkheden.

Dit maakt de uitvoerige beschrijvingen met vele namen niet altijd even duidelijk. Wellicht een bewuste keuze van de auteurs, maar

hierdoor was ik helaas soms geneigd mijn telefoon erbij te pakken om een kaart te kunnen raadplegen.

Verwacht van Cabin Wild geen totaaloverzicht. Niet van de bivakhutten en niet van alle routes. De boeken zijn meer bedoeld als inspiratiebron en de eerste stap om deze afgelegen toevluchtsoorden te bezoeken.

De boeken zijn een viering van het bergleven en een ode aan de ingetogenheid van een simplistische bivakhut. Een plek waar het simpelweg ‘zijn’ overheerst boven het ‘doen’. De serie is een uitnodiging om op ontdekking te gaan naar de

verre en onbekendere uithoeken van onze geliefde Alpen. Of je nou een wandelaar, bergbeklimmer, alpien rotsklimmer of toerskiër bent, deze twee boeken vormen een prachtige inspiratiebron om je reis mee te beginnen. [Niek de Jonge]

Cabin Wild – Alpine Bivouac Huts Volume 1: West (Mediterranean to Mont Blanc), Volume 2: East (Mont Blanc to the Dolomites) Ben Tibbetts en Valentine Fabre Alpenglow Editions (2025), alpenglowexpeditions.com ISBN 9781916123137 (1-West), 9781916123144 (2-Oost) €42,50 per stuk

Bivacco Berrone
Bivacco Bonelli

klimmen bij de buren

Maak kennis met klimgebieden op maximaal 400 kilometer van Utrecht.

Göttinger Wald

Techniek en tactiek

Het Göttinger Wald is na het Elbsandstein en de Pfalz het grootste klimgebied in zandsteen van Duitsland. In het bosgebied ten oosten van de stad Göttingen liggen niet alleen tientallen klimrotsen, maar zijn er her en der ook mogelijkheden om te boulderen. Het zandsteen in dit gebied is vrij zacht en de beste condities vind je er na een langere periode van droogte.

Tekst en beeld Harald Swen

Het Göttinger Wald is een uitgestrekt bosgebied en middelgebergte. Tussen de heuvels zijn kleine natuurlijke rotsen te vinden. Op de meeste van deze rotsen mag echter niet geklommen worden. In NoordDuitsland is rots immers een schaars goed en het land beschermt de meeste natuurlijke rotsen als leefgebied voor zeldzame flora en fauna.

Gelukkig voor ons klimmers is in het verleden het zandsteen van deze regio veel gebruikt als bouwmateriaal. Daardoor zijn er in het GöWald, zoals het gebied door locals genoemd wordt, verlaten steengroeven te vinden, die niet zo streng beschermd zijn. In enkele van die groeven kun je uitstekend klimmen, wat niet zo gek is als je bedenkt dat de steenhouwers op zoek gingen naar de beste kwaliteit rots en die ook wisten te vinden. De vaak kaarsrechte wanden van de groeven met hun relatief moeilijke routes zijn de hoogtepunten van het klimmen hier, met name in het Reinhauserdal.

Ondanks de niet-natuurlijke oorsprong van deze rotswanden voelt het klimmen vaak wel natuurlijk aan. Dat is vooral te danken aan het

In de Hauwand zie je de kenmerkende kleuren en vormen van het zandsteen

Vooral niet té hard trekken aan de dunne flake in ...und sie bewegt sich doch! (6+) op de Hauwand

Göttinger Wald

• Aantal routes/maximale lengte: honderden/20 meter

feit dat veel routes kanten, versnijdingen of spleten volgen én dat de rots veel gaten bevat die ooit opgevuld waren door klei-lenzen. De klei is daar inmiddels uit verweerd en de overgebleven holtes worden als grepen gebruikt. Het klimmen in het Gö-Wald vergt daarom niet alleen een goede portie techniek

• Klimstijl/steilte: wand, spleet, kant, versnijding/75-90°

• Niveau routes: 4 tot 8a+ (zwaartepunt tussen 6a en 7b)

• Gesteente: zandsteen

• Expositie: alle windrichtingen

• Beste jaargetijde: voorjaar, zomer en herfst

• Vrij toegankelijk, maar check altijd vooraf op tijdelijke sluitingen

Meer informatie vind je in de NKBV-Tochtenwiki.

en tactiek, maar ook stalen vingers. De ogenschijnlijk greeploze wanden, hoeken en kanten, en de keiharde waardering drijven menig nieuweling of halklimmer tot wanhoop.

Het Göttinger Wald drukt je met de neus op de feiten: wil je hier iets moeilijks klimmen? Dan moet je een volleerd expert zijn. Kom je gewoon voor een leuke beleving en tref je de juiste condities met koel en droog weer, dan kun je genieten van heel bijzondere routes en boulders op een voor Europa uniek rood-wit gestreept zandsteen.

Schrijver, kunstenaar en bergsporter

Ten

De polder is ook mooi (als het moet)

Ik had het nooit eerder meegemaakt (goed, één keer): kijken naar bergen die achter een autoraam voorbij vliegen en dan opluchting voelen. Ik hoefde ze niet, ik kon er niets mee.

Ik lag in een zorgtaxi, linkerbeen in een brace. Nattige ogen achter een gletsjerzonnebril. Achter mij de Silvretta, die ik kort daarvoor vanuit een helikopter tegelijkertijd afstotelijk en adembenemend mooi vond. Voor me uit lieve familie die me zou opvangen voor en na de knieoperatie. Mijn andere kruisband scheurde ik twee jaar eerder. Wéér een jaar revalideren. Weer een jaar fanatiek boulderen, klimmen, hiken en bergbeklimmen doorstrepen. Weer een jaar split squats, deadlifts en verdomde ‘good mornings’ inclusief ochtendhumeur.

Ik zat er eigenlijk op te wachten, op zeeniveau, dat mijn stabiele gemoedstoestand met grof

Genieten van buiten zonder ver te raken

geschut naar beneden zou komen donderen. Ik had er reden voor. Eerst trok ik de stekker uit mijn relatie, daarna verloor ik mijn grootste maatje Oggi, mijn hond. Toen ik mezelf bemoedigend toesprak: ‘kom, ga toerskiën, eruit’, verloor ik mijn kruisband ergens in de sneeuw, en daarmee al mijn uitlaatkleppen. Precies op het moment dat ik er klaar voor was om mijn lijf weer goed te laten uitrazen.

Ik hield rekening met een crash. Maar ik hoorde mezelf in de helikopter grapjes maken met de ambulance-teddybeer die ik stiekem mee naar huis wilde nemen. Kocht met een grijns bij een tankstation een fles ‘Flutwein’ voor mijn chauffeurs. Coping, dacht ik. De coyote uit Looney Tunes die pas valt zodra hij de afgrond onder zijn voeten doorheeft. Het overkwam me eerder – die andere keer dat ik met verdrietige opluchting de bergen voorbij zag schieten vanuit een raampje.

Nu, een week na de operatie, begin ik te geloven dat ik aardig op mijn pootje(s) zal blijven staan. Er is verdriet, chagrijn en rouw. Maar er is ook humor en het vertrouwen dat ik

het kan dragen. Er is steun van dierbaren, en lucht en vrijheid na een break-up. Er is de nieuwe, natte snuit van Lana.

Van kruisband 1 heb ik veel geleerd. En hoewel ik het niet heel nodig vond het allemaal nog eens te doen, leer je van een lang revalidatieproces veel over geduld en dat je niet samenvalt met je grootste passies (ook al lijkt dat zo). Ik moest nieuwe hobby’s zoeken en leren genieten van buiten zijn zonder ver te raken. Voorlopig weinig Alpen, maar wel groeiende genegenheid voor de Maaslandse polder met fuutjes in de Vlietlanden en duikelende grutto’s in de lucht.

Het belangrijkste is misschien nog wel dat ik besef dat het tijdelijk is, en dat dat niet iedereen gegund is. Ik zal weer in de verte de besneeuwde toppen zien en mijn buik zal tintelen van ongeduld. Tot die tijd Bulgarian split squats tot ik erbij neerval. Bring it on

Illustratie Fleur Jongepier
Fleur Jongepier geeft je stof tot nadenken mee.

Vooruitblik

Hoogtelijn 4-2026 verschijnt 22 oktober 2026

THEMA

Gesteenten

Waar klim je op?

Colofon

Als het ijs smelt

Ecologie & geologie

Langs de Vesdre Belgische boulders

Hoogtelijn is het o ciële tijdschri van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). Het verschijnt vier keer per jaar. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht hee , zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn. Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schri elijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn

Redactie

Peter Daalder (hoofdredacteur)

Marjolein Wols (eindredacteur)

Marusja Aangeenbrug, Berend Berlijn, Rinske Brand, Lineke Eerdmans, Frank Husslage, Marieke van Kessel, Ico Kloppenburg, Akke van der Meer, Florian van Olden

Correctie

Suzan van der Burg, Jody Hagenbeek, Dim van den Heuvel, Christine Tamminga, Peter Uijt de Haag

Redactieadres

NKBV, t.a.v. Hoogtelijn

Postbus 225, 3440 AE Woerden 0348-409521, hoogtelijn@nkbv.nl

Advertentie-exploitatie

Sander Oostlander

0348-409521, sander.oostlander@nkbv.nl

Productie en vormgeving

Studio ManagementMedia, Hilversum Jantine van den Born, David van Eck

Druk

Senefelder Misset, Doetinchem

Oplage: 49.150

ISSN: 1387-862X

Los abonnement

Niet-leden kunnen zich abonneren op Hoogtelijn voor €38,50 per jaar. Kijk op nkbvwebshop.nl.

Opzeggen lidmaatschap

Wandeling

Het NKBV-lidmaatschap loopt per kalenderjaar. Wil je je lidmaatschap voor volgend jaar beëindigen? Doe dat dan vóór 1 november op mijnnkbv.nl. Je ontvangt dan per e-mail een bevestiging van je opzegging. Na 1 november wordt je lidmaatschap automatisch verlengd voor het volgende kalenderjaar.

PHOTOGRAPHY: LENA DRAPELLA

This is where we belong.

Where the rocky summit pierces the sky and the world below fragments between tufts of silent cloud.

Connected by rope, undaunted by altitude, compelled ever upwards.

KRANJSKA GORA, SLOVENIA 46.4352° N, 13.8285° E

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hoogtelijn 3 / 2026 by Koninklijke NKBV - Issuu