Skip to main content

NFP nr 06-2019 NL

Page 1

NIEUWSBRIEF

financiële planning december 2019

INKOMENSPLANNING

Komt het PEPP er ook voor Nederland?

VERMOGENSPLANNING

Hoe slim wordt kunstmatige intelligentie?

VERMOGENSPLANNING

Aflevering

06

jaargang

12/19

21

Casus Bedrijfsovername en factoring


INHOUD

Colofon

REDACTIONEEL

Brexit niet nodig geweest pag 3

Nieuwsbrief financiële planning

is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA.

INKOMENSPLANNING

Komt het Pan Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) er ook voor Nederland? pag 4

VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2019 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis. ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

VERMOGENSPLANNING

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 1389 86 20 © 2019 Stichting Persoonlijke Financiën

2

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

Hoe slim wordt kunstmatige intelligentie? pag 6 Casus Bedrijfsovername en factoring pag 8 Kosten: Laat je je leiden of zul je lijden? pag 11

SPF


REDACTIONEEL Aflevering

06

jaargang

12/19

21

Brexit niet nodig geweest

Inmiddels zijn we misschien een beetje brexitmoe. Hoe kan een land zichzelf serieus nemen die het hele gedoe rondom en met de brexit heeft laten plaatsvinden? Het bijzondere is misschien wel de rekenkunst die er bij het referendum over de brexit is toegepast. Wat leren we op school? Als je 100% als ‘alles’ beschouwt en je gaat stemmen en 51% stemt ‘voor’ en 49% stemt ‘tegen’, dan heeft de ‘ja-groep’ gewonnen, want ze hebben de meerderheid van de stemmen te pakken. Wat betekent dit in de praktijk? Als we over 100 mensen praten, dan zeggen 51 ja en 49 nee. Hierbij zou je je nog kunnen afvragen of iedereen wel een weloverwogen antwoord heeft gegeven of iemand misschien per ongeluk ‘ja’ of ‘nee’ heeft gestemd, maar laten we aannemen dat iedereen superbewust zijn stem heeft uitgebracht. Wat betekent dit dan? Betekent dit dan dat een besluit gedragen wordt door de bevolking? Nee, lijkt me niet. Het betekent dat grofweg de ene helft van de bevolking ‘ja’ zegt en de andere helft ‘nee’. Je hebt dus een uitslag die altijd verdeeldheid met zich mee zal brengen. In grote lijnen zijn er twee even sterke kampen die beide iets anders willen. Even een doordenker: hoe zit het ook al weer als we een belangrijke wetswijziging willen, eentje die iedereen raakt, dus bijvoorbeeld een grondwetswijziging? Dan wordt een gekwalificeerde meerderheid verlangd! Minimaal twee derde moet dan vóór zijn. In zo’n geval heb je dus eerder een échte meerderheid dan wanneer je ‘normale’ rekenkundige meerderheid als instrument gebruikt. Als wij een financiële planning maken voor een klant, laten we dan alsjeblieft door de cijfers heen kijken en niet alleen maar rekenkundig met de cijfers omgaan, dus letten op een echte consensus. Wat betekenen de cijfers werkelijk en hoe kun je het beste de wensen en belangen dienen van degenen voor wie je werkt. Hadden ze dat in Engeland ook maar gedaan. Roelof Meijer

SPF

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

3


A

Komt het Pan Europees Persoonlijk Pensioenproduct er ook voor Nederland? Binnen Europa streeft de politiek voorzichtig naar meer uniformiteit in vrijwillige pensioenproducten. Het Pan Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) is een derde pijler product. Het is een vrijwillige pensioenvoorziening bedoeld als aanvulling op tweede pijler pensioenen. Het lijkt een logische stap in de steeds verder internationaliserende wereld.

D Er zijn veel marktpartijen die een PEPP zouden kunnen aanbieden Verzekeringsmaatschappijen, banken, pensioenfondsen, beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders mogen de PEPP gaan aanbieden. Voor ze dat kunnen doen moeten ze beschikken over een vergunning van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA). Nederland heeft tegen het voorstel gestemd. Vóór de stemming had Nederland ervoor gezorgd dat pensioeninstellingen alleen een PEPP mogen aanbieden als dat is toegestaan binnen de nationale

4

wetgeving. De Nederlandse wet biedt de pensioenfondsen hiertoe geen ruimte, dus mogen pensioenfondsen geen PEPP aanbieden. De vormgeving van de PEPP lijkt op banksparen, maar binnen de EU Verordening voor 99% geharmoniseerd. De PEPP biedt consumenten, dus ook werknemers, zelfstandigen en DGA’s, de mogelijkheid om fiscaal gefacilieerd via beleggingen te sparen voor de oude dag. Het is een internationale manier van lijfrente sparen. Omdat de PEPP een regime heeft dat losstaat van de

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

rechtstelsels van de lidstaten, zouden conflicten over rechtstelsels tussen de lidstaten bij dit product zich niet mogen voordoen. De PEPP-aanbieders kunnen beschikken over verschillende nationale compartimenten. Dat betekent dat ze in elke lidstaat waar ze een compartiment hebben, het product aan de EU-bewoner kunnen aanbieden. De PEPP-aanbieder geeft de consument een pensioenrekeningnummer bij afsluiten van een PEPP. Deze staat op naam van die consument. De consument kan emigreren naar een andere lidstaat zonder dat

SPF


INKOMENSPLANNING B

deze verplicht is te kiezen voor een andere PEPP-aanbieder, als deze dan wel een compartiment in die nieuwe lidstaat heeft. Mocht de PEPP-aanbieder geen compartiment hebben in de nieuwe woonstaat, dan mag de PEPP-spaarder kosteloos overstappen naar een andere PEPP-aanbieder. Op pensioendatum heeft iedere PEPP-spaarder het recht te wisselen van aanbieder voor ingang van de uitkering. In de Verordening zijn geen fiscale bepalingen opgenomen, dus de consument verkrijgt alleen fiscale voordelen op de PEPP als hiervoor iets is geregeld binnen de nationale wetgeving van het woonland. De huidige regels bij emigratie, ook binnen Europa, zijn voor lijfrente en banksparen ingewikkeld en zorgen voor veel bureaucratie. In een concrete casus is een stel geëmigreerd naar Spanje. Ze waren allebei tijdens hun werk-

SPF

zame leven in dienst van de overheid. Ze hebben pensioen van het ABP, allebei een lijfrente en een van hen ontvangt inmiddels AOW. Pensioen en lijfrente worden in dit geval belast in Nederland en de AOW in Spanje. Ondanks dat Nederland de belasting inhoudt op de lijfrente, wordt er toch een conserverende aanslag opgelegd. Om de hoogte van de conserverende aanslag vast te stellen, wil de belastingdienst van de lijfrentes de waarde in het economische verkeer van de lijfrenteaanspraak ontvangen. Daarnaast een opgave van de in de periode van 01-01-1992 (ingang Brede Herwaardering) tot 01-01-2001 en vanaf 16 juli 2009 tot het moment van emigratie ingelegde premies. Deze gegevens kunnen alleen de verzekeraars uit hun systemen halen. Van het pensioen wil de Belastingdienst de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak weten en de vanaf 16 juli 2009 tot het moment van emigratie ingelegde werknemersen werkgeverspremie. De datum van 16 juli 2009 vloeit voort uit een wetswijziging die de conserverende aanslag weer mogelijk maakte na een periode dat dit niet kon als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad. Dit betekent dat deze mensen de aanbieders van hun producten moeten benaderen, dat deze aanbieders de opstelling moeten maken en dat de Belastingdienst deze gegevens moet verwerken, terwijl Nederland inhoudingsplichtig is op deze lijfrente- en pensioenvoorzieningen. Na 10 jaar

regulier te zijn uitgevoerd, vervallen de conserverende aanslagen en omdat de klanten binnen de EU zijn verhuisd, hoeven ze geen zekerheid te stellen. Het lijkt niet voor de hand te liggen dat de lijfrente- en pensioenvoorzieningen ineens onder de Spaanse belastingheffing gaan vallen, daarmee zijn deze handelingen tijdrovend, dus kostbaar én overbodig. Nederland heeft al fiscaal gefacilieerde vrijwillige pensioenproducten dus lijkt een PEPP niet nodig te hebben Vanuit het productenoogpunt met fiscale facilitering lijkt een PEPP voor Nederland niet nodig. De concurrentie tussen aanbieders in Nederland is groot. Er is veel keuze in vrijwillige aanvullende pensioenproducten. Dat is derhalve geen reden om de PEPP in Nederland toe te laten. De onnodige bureaucratie bij emigratie zou door een fiscale harmonisatie bij gebruik van de PEPP wel degelijk kunnen verminderen. Het zou goed zijn als de Nederlandse overheid in het kader van het vrij verkeer van personen binnen de EU hieraan meer aandacht zou geven en het gebruik van de PEPP ook in Nederland mogelijk gaat maken.

Judith Scherrenberg MPLA

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

5


VERMOGENSPLANNING

6

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

SPF


Hoe slim wordt kunstmatige intelligentie?

K

Dankzij kunstmatige intelligentie stellen artsen betere diagnoses en voelt je smartphone je wensen en voorkeuren precies aan. De technologie gaat de komende jaren een nog veel grotere rol spelen in ons dagelijks leven. Kunstmatige intelligentie dringt door in het alledaags gebruik. Vaak hebben we dat niet eens door, vertelt Pamela Hagerty, manager van de Disruptive Technology strategie van BNP Paribas Asset Management. ‘Een gespecialiseerde arts ziet in zijn carrière honderden MRI-scans voorbijkomen. Maar een systeem op basis van kunstmatige intelligentie kan razendsnel duizenden scans analyseren. Hierdoor is het mogelijk om veel sneller en meer kleine afwijkingen op te sporen dan met alleen een dokter van vlees en bloed.’ ‘Een ander voorbeeld is het systeem achter Google Translate. Sinds het internetbedrijf het vertaalsysteem op basis van vaste regels heeft vervangen door een model op basis van kunstmatige intelligentie, lezen de vertaalde teksten een stuk vloeiender. De nauwkeurigheid van de vertalingen is omhoog geschoten van 70 à 80 procent naar ruim 90 procent. Omdat het programma steeds meer informatie krijgt en voortdurend bijleert, loopt dat percentage steeds verder op.’ 100.000 bibliotheken per dag Dagelijks genereren we 2,5 triljoen bytes aan nieuwe data, onder meer door alle berichten op social media en transacties in e-commerce. Dat is evenveel als alle informatie van 100.000 bibliotheken. Met die groeiende hoeveelheid gegevens kan kunstmatige intelligentie nieuwe dingen leren. Toch is dat volgens Hagerty maar een van de oorzaken voor de stroomversnelling van de technologie. ‘De doorbraak was niet mogelijk geweest zonder de enorme vooruitgang in de rekenkracht van computers. Een andere katalysator is de ontwikkeling van betere algoritmen – de regelstructuur voor programma’s op

SPF

Pamela Hagerty, Manager Disruptive Technologie strategie

basis van kunstmatige intelligentie. Op al deze gebieden ligt er volop ruimte voor verdere ontwikkeling.’ Kunstmatige intelligentie is overal Hagerty: ‘Grote technologiefirma’s zoals Microsoft, Google en Alibaba geven klanten via hun clouddiensten toegang tot kunstmatige intelligentiemodellen. Andere bedrijven zetten de technologie slim in om hun bedrijfsprocessen te optimaliseren. Een fintech-bedrijf in de Verenigde Staten beoordeelt kredietaanvragen van mkb’ers via een programma dat alle betaaltransacties van deze klanten analyseert. Een gevolg is dat het concern veel minder hoeft af te schrijven op de kredietportefeuille dan traditionele banken. Daarnaast zijn er de ondernemingen die de infrastructuur maken waarop kunstmatige intelligentie draait, zoals gespecialiseerde chipfabrikanten.’ De komende jaren gaat kunstmatige intelligentie een prominente rol spelen in steeds meer delen van ons leven. Waarom zou dat ook niet gelden voor de beleggingsportefeuille? Meer weten over Technologie en mogelijke beleggingskansen? Ga naar: www.investigator.bnpparibas-am.com Geschreven door Michiel Pekelharing en gepubliceerd op en in Elsevier Weekblad en BeleggersBelangen

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

7


VERMOGENSPLANNING

Casus Bedrijfsovername en factoring

C

Welke alternatieve financieringsvorm kan uitkomst bieden? Een bedrijfsovername kan op vele manieren worden gefinancierd, maar wie heeft wel eens het instrument ‘factoring’ ingezet? Cash is king, dat is duidelijk. Boter bij de vis, het liefst ontvangt een verkoper baar geld voor zijn onderneming. Vaak is het een combinatie van geld ineens, een earn-out of eventueel een lening verstrekken aan de koper, dus ‘met geld in de zaak blijven zitten’. Of er is sprake van een bijkomende adviseursbeloning. Voor

8

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

dit laatste moet overigens wel echt arbeid worden geleverd, dus zuiver gezien heeft dit geen directe link met de overname. Zo ook de positie van het bedrijfspand. Als dit mee overgaat, wil er nog wel eens een afwijkende huur in het spel zijn, die later voor problemen kan zorgen.

SPF


Balans Duurzaam BV Bedrijfspand

€ 500.000

Aandelenkapitaal

Debiteuren

€ 400.000

Winstreserve

€ 332.000

Onderhanden werk

€ 200.000

Hypotheek pand

€ 350.000

Voorzieningen

€ 300.000

Crediteuren

€ 250.000

Liquide Totaal

€ 150.000 € 1.250.000

Totaal

€ 18.000

€ 1.250.000

onderneming. Laten we aannemen dat de winst voor belasting op jaarbasis € 350.000 is en dat men is overeengekomen dat de koopsom bestaat uit € 1.050.0000 goodwill plus € 350.000 intrinsiek (aandelenkapitaal plus winstreserve) en dat de koper bereid is € 500.000 cash te betalen en de rest in vijf jaar uitgesmeerd als earn-out? Casus Jan van Dalen is overeengekomen om Duurzaam BV over te nemen van Jeroen Dijkhuizen. De balans van Duurzaam BV zie je in bovenstaande tabel. Wat is de intrinsieke waarde van Duurzaam BV? Fiscaal kom je uit op € 350.000; na meteen afrekenen met de fiscus, als deze BV in privé zou worden aangehouden: € 83.000 aan inkomstenbelasting box 2 en dus netto in handen: € 249.000 plus € 18.000 aandelenkapitaal.. Maar, het bedrijfspand is werkelijk € 750.000 waard en laten we voor de rekensom alle andere balansposten als fiscaal = economisch beschouwen. Er is dan nog een stille reserve van € 250.000. Laten we nu eens aannemen dat de koper niet geïnteresseerd is in het pand, maar alleen in de

SPF

Hoe pakt dit fiscaal uit? We gaan ervan uit dat Jan van Dalen een personal holding heeft. Hij koopt de aandelen van Duurzaam BV met zijn personal holding. Hij betaalt € 500.000 ineens en heeft vervolgens over de komende drie jaar, indien de targets die gekoppeld zijn aan de arn-out gehaald worden, in totaal € 900.000 te betalen, dus € 300.000 per jaar. Als de winst in de komende jaren op € 350.000 uitkomt, voor belasting, dan komt hij in de komende jaren geld te kort om de earn-out te betalen. Hij houdt circa € 272.000 over na Vpb en moet netto € 300.000 ‘aflossen’. Dat geeft druk op zijn bedrijfsvoering.. Ergens moet nog minimaal € 28.000 per jaar, maal drie, gevonden worden. Dit kan komen uit een grotere winstgevendheid. Zou logisch zijn, want iemand koopt een bedrijf niet om er een lagere winst mee na te streven, maar het zou heel goed kun-

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

9


nen. of een cultuurverandering, die zorgt voor een tijdelijk lagere omzet en/of winst of extra investeringen die nodig zijn voor de groei. Te weinig cash, hoe los je dat op? We kennen allemaal de rekening-courant faciliteit en de overnamefinanciering, maar wie denkt er wel eens aan factoring? Bij factoring wordt de debiteurenpositie te gelde gemaakt. Een factoringmaatschappij neemt de facturen over en betaalt deze, onder een bepaalde korting, uit aan de ondernemer. Sommige hanteren betalingstermijnen van 30 dagen, waarbinnen gegarandeerd wordt uitbetaald, andere betalen binnen 48 uur uit. Daarmee verdwijnt het debiteurenrisico van de balans en is er ook cash geld in handen. Uiteraard krijgt de ondernemer niet 100% in handen, maar komt dit uit op bijvoorbeeld 95 of 96%. De kosten bedragen tussen de 3% en 5%. Casus vervolg Voordat de overname een feit is, gaat Duurzaam zijn hele debiteurenpositie onder factoring brengen. In de praktijk zal dit een geleidelijk proces zijn, omwille van deze casus beperken we dit tot één moment. Stel, de kosten zijn 5%, dan betekent dit € 20.000 betalen en € 380.000 cash in handen. Dit bedrag behoeft niet in de overnamesom opgenomen te worden en kan als dividend meteen naar de holding worden uitgekeerd.

De intrinsieke waarde van Duurzaam was € 350.000 en is nu € 400.000 lager. Er is € 380.000 dividend uitgekeerd en er is € 20.000 aan kosten gemaakt. Het eigen vermogen is nu negatief € 50.000. De goodwill was € 1.050.000 en de overname som wordt € 1.000.000, waarvan € 500.000 ineens. Wat betekent dit voor de verkoper? In de eerste situatie had de verkoper in zijn holding€ 500.000 cash en moest hij wachten € 900.000, opbrengst in totaal: € 1.400.000. Met factoring als extra financieringsmiddel heeft hij nu € 380.000 cash in de holding uit dividend plus € 500.000 koopsom, dus € 880.000. hij krijgt nog € 500.000 over drie jaar gespreid. Hij heeft dus veel meer cash in handen en is veel minder afhankelijk van de koper. En voor de koper? De koper moest in de oude situatie € 500.000 op tafel leggen en daarna nog drie jaar lang € 300.000, waarvan een deel gefinancierd zou moeten worden, naar alle waarschijnlijkheid. In de nieuwe situatie betaalt hij nog steeds € 500.000 ineens, maar zijn de termijnbetalingen veel lager geworden: € 500.000/3 = € 166.667 per jaar. Bij een gelijkblijvende winst van € 350.000 en een netto winst van € 272.000, heeft hij dus in plaats van een tekort een ruimte van ruim € 105.000.

Autoriteit in MKB-zaken Het Instituut Midden- en Kleinbedrijf bestaat sinds de jaren de vijftig van de vorige eeuw. Destijds was het de taak van het IMK om bedrijven en ondernemers te helpen bij de wederopbouw van Nederland. Inmiddels helpt het IMK ondernemers in nood, wordt als autoriteit gezien als het gaat om MKB-zaken en begeleidt ondernemers bij bedrijfsoverdracht. In dat aspect werken de adviseurs van het IMK samen met gecertificeerd financieel planners. Meer weten? E-mail: a.m.vander.lee@imk.nl

10

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

Drs Roelof J. Meijer FFP CFP® en Anne-Marie van der Lee MFP, founding partners IMK Overnames

SPF

O


VERMOGENSPLANNING

Kosten: laat je je leiden of zul je lijden?

O

De wetgeving die verantwoordelijk is voor het tot in detail communiceren met de cliënt over kosten die betrekking hebben op het bezit van een beleggingsportefeuille heet Mifid II en is op Europees niveau in werking sinds 3 januari 2018. Om te illustreren hoe gedetailleerd kosten gecommuniceerd moeten worden: Je koopt een brood bij de bakker en er staat een prijs op van EUR 2,10. Je koopt een brood bij de supermarkt en er staat een prijs op van EUR 1,05. Als Mifid II ook van toepassing zou zijn op broden, dan zou de verkoper de volgende zaken moeten vermelden: Kosten Ingrediënten, uitgesplitst in: • Kosten van de energie en water in verband met groei gewassen (tarwe). • Inkoopkosten grondstoffen, op hun beurt weer uitgesplitst in bloem, volkoren meel, gist en overige ingrediënten. Op hun beurt weer uitgesplitst in energie, arbeid- en waterkosten. • Marge die de grondstoffenleverancier heeft.

SPF

Kosten Arbeid, uitgesplitst in: • Arbeidskosten van de boer, de molenaar, de bakker en de verkoper. Productiekosten, uitgesplitst in: • Kosten van de energie in verband met het produceren van meel. • Afschrijvingskosten broodbakmachine. • Kosten van de energie van de broodbakmachine. Verkoopkosten, uitgesplitst in: • Kosten van het verkoopkanaal, zoals de winkel of de supermarkt, op hun beurt weer uitgesplitst in de kosten van de prijskaartjes en de arbeidskosten van het winkelpersoneel. BTW Winst

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

11


VERMOGENSPLANNING Het doel van de wetgeving is om het voor de consument gemakkelijk te maken om de kosten van een product of dienst te vergelijken. Een dergelijk vergelijk is mijns inziens alleen maar nuttig als het product of de dienst exact hetzelfde is. Daar zit hem de crux. In broden zitten verschillen zo ook in beleggingsdienstverlening. Maar laten we eerst eens zien welke kosten een vermogensbeheerder aan (potentiële) klanten moet communiceren: Kosten dienstverlening, uitgesplitst in: • Volledige Service kosten plus toezichts kosten AFM, DNB en Accountant. • Transactiekosten, zowel van te voren ingeschat, als achteraf gerealiseerd (ex-ante en ex-post). • Depotbankkosten. • Belastingen. Kosten financiële instrumenten, uitgesplitst in: • Managementvergoeding beleggingsfondsen • Transacties binnen beleggingsfondsen Extra kosten in verband met het inrichten van een portefeuille (voor nieuwe klanten). Nu wil de consument eens vergelijken wat het verschil is tussen de kosten van diverse aanbieders van vermogensbeheeractiviteiten. Dat kan inderdaad. De conclusie zal zijn dat partij A goedkoper is dan partij B of andersom. Ik hoorde laatst van een presentatie van een partij in het land, die alleen maar over kosten ging. Het te realiseren of gerealiseerde rendement en de gevolgde beleggingsfilosofie is kennelijk niet relevant in de vergelijking. Wat volgens mij goed is om te vergelijken is het volgende: » Is er sprake van voldoende spreiding in de portefeuilles (meer of minder dan 100 individuele bedrijven of instellingen)? » Is de aanpak gedateerd (aandelen versus obligaties) of actueel (sturen op basis van standaard-

12

Nieuwsbrief Financiële Planning december 2019 nr. 6

deviatie en het rekening houden met de correlatiefactor tussen de diverse onderdelen in de portefeuille)? » Hoe staat het met de tevredenheidsfactor van bestaande klanten van de te kiezen partij (hoe lang zijn de klanten al klant en kun je een referentie vragen, hoe staat het met doorloop van het personeel van de te kiezen partij)? » Hoe staat het met de relatie risico/rendement binnen de beleggingsfilosofie van de te kiezen partij, in plaats van alleen maar naar rendement te kijken. Wordt er actief gewerkt aan portefeuillebescherming door de te kiezen partij of wordt er gewoon belegd conform een benchmark en word je bij een crisis en bijbehorende dalende beurzen slechts aan het handje genomen met verhalen die je gerust moeten stellen? » Zijn er USP’s (Unique Selling Points) te noemen door de te kiezen partij, waarbij opmerkingen als spreiden, transparantie en betrouwbaarheid geen USP’s zijn, maar vanzelfsprekendheden. Kijk dus verder dan alleen een kostenvergelijking. We kopen immers toch ook niet het allergoedkoopste brood dat we kunnen vinden? We kiezen datgene waar we ons het prettigst bij voelen en wat het beste voor ons is. Wij zitten aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.

Sebastian Pluijmert, directeur Asset Management International www.ami.partners

SPF


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook