NIEUWSBRIEF
financiële planning juli 2020
INKOMENSPLANNING
Het pensioenakkoord nader uitgewerkt, wat betekent het?
VERMOGENSPLANNING
Aflevering
04
jaargang
07/20
22
Life Cycle Beleggen... het ei van Columbus?
INHOUD
Colofon Nieuwsbrief financiële planning
is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën
REDACTIONEEL
De toekomst is altijd onzeker pag 3
MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA. VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2020 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis.
INKOMENSPLANNING
ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl
Het pensioenakkoord nader uitgewerkt, wat betekent het? pag 4
BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
VERMOGENSPLANNING
Life Cycle Beleggen... het ei van Columbus? pag 7
ISSN 1389 86 20 © 2020 Stichting Persoonlijke Financiën
2
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
SPF
REDACTIONEEL Aflevering
04
jaargang
07/20
22
De toekomst is altijd onzeker Vroeger was de toekomst zeker, tenminste dat dachten we. Als we jaarlijks ons pensioenoverzicht in de bus kregen, wisten we het: dit is onze toekomst. Ik ga precies zoveel pensioen krijgen over tig jaar. Dat was een heerlijk gevoel. Wie kan nou zeggen dat de toekomst zeker is? Een pensioenfonds wel. Dachten we. En toen kwam de lagere rente. Die kon lager en nog steeds lager totdat die, wonderwel, negatief kon worden. Dat was een bijzondere situatie. En toen hadden we opeens nieuwe woorden in de pers, zoals ‘rekenrente’ en ‘dekkingsgraad’. Want als je zekere bedragen toezegt als pensioenfonds, moet je uit kunnen rekenen hoeveel geld je in kas moet houden om die bedragen daadwerkelijk uit te betalen. Zolang de rekenrente 4% was, kon nagenoeg ieder pensioenfonds daarmee uit de voeten, maar hoe bereken je een reserve als de rente nihil is? Als je dan over tien jaar 1 miljoen moet uitkeren, moet je die bij wijze van spreken nu al in kas hebben. En als je inflatie meerekent, moet je nu zelfs méér in kas hebben. Als je precies in kas hebt wat je nodig hebt, is je dekkingsgraad 100%. Logisch. Als dat minder is, zak je naar 90% of nog minder. Ook al zou je door je beleggingsrendement genoeg verdienen als pensioenfonds, toch nog zou je moeten rekenen met die kunstmatige rekenrente en zou je op papier een tekort hebben. En zou je reëel in de toegezegde pensioenen moeten snijden. En toen was die zekere belofte om een zeker bedrag uit te keren in de toekomst minder hard. En wat betekent dit? De toekomst leek zeker, maar was dat niet. Want beloftes houden onder zulke omstandigheden is economisch niet haalbaar. En dus koersen we nu af op een nieuw pensioenstelsel dat uitgaat van werkelijke rendementen. We begrijpen allemaal dat het dan beter of minder kan gaan. Als het beter gaat profiteren we ervan mee (is nu niet zo) en als het slechter gaat, merken we dat ook. We zijn daarmee af van de ‘zekere’ toekomst. Maar die bestond toch al niet. De toekomst is altijd onzeker. Roelof Meijer
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
3
A
Het pensioenakkoord nader uitgewerkt, wat betekent het?
D
In dit artikel behandel ik op hoofdlijnen een aantal belangrijke punten uit het pensioen akkoord voor de deelnemer in loondienst. De gevolgen voor de ZZP-er zijn nog niet helder. Het kabinet verwacht begin 2021 voor hen een uitgewerkt voorstel gereed te hebben. Deelnemers bij pensioenfondsen krijgen een premieregeling De pensioenfondsen houden hun opdracht om pensioenregelingen collectief uit te voeren en te beleggen. Het doel blijft om goede rendementen te halen tegen acceptabele risico’s. Maar de aansprakenregeling vervalt. Hierdoor vervallen ook de verplichtingen van de pensioenfondsen. Daardoor is het niet meer nodig om tegen een risicoloze rente de verplichtingen vast te stellen en zijn dekkings
4
graden verleden tijd. De deelnemer ontvangt een indicatie van de hoogte van de pensioenuitkering aan de hand van een projectiemethode. De overheid en sociale partners beogen geen versobering van de pensioenregeling. Het is de bedoeling dat de oude aanspraken worden overgebracht naar het nieuwe stelsel. Betekenis voor de praktijk: Waar op dit moment de pensioen fondsen door de negatieve rente
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
meer geld in kas moeten hebben dan ze hoeven uit te betalen, ontvangt de deelnemer vanaf invoering van deze methode een pensioenuitkering gebaseerd op het werkelijke rendement. Jaarlijks krijgen deelnemers een persoonlijk overzicht hoe hoog het opgebouwde pensioenvermogen is en hoeveel pensioen zij kunnen verwachten. Uit berekeningen zou blijken dat de pensioenambitie van 80% van het gemiddelde loon haalbaar zouden blijven.
SPF
INKOMENSPLANNING B
Variabele pensioenuitkering wordt de norm Nu geldt dat een vaste pensioenuitkering de norm is. Na invoering van het pensioenakkoord wordt de variabele pensioenuitkering de norm. Sociale partners kunnen op fondsniveau bepalen dat ze binnen dat fonds kiezen voor een vaste uitkering.
De collectieve solidariteitsreserve is een extra reserve die moet leiden tot een betere risicodeling over generaties De collectieve solidariteitsreserve bouwt het pensioenfonds op vanuit premie en/of overrendement. Door deze reserve, die begrensd wordt op een bepaald maximum, worden risico’s binnen en met toekomstige generaties gedeeld. Partijen stellen hiervoor regels op. Deze reserve zou moeten leiden tot een groter draagvlak voor de risicodeling tussen generaties. Bovendien zouden de collectieve beleggingen volgens de berekeningen tot een beter pensioenresultaat moeten leiden. Ook in het nieuwe stelsel geldt dat de beleggingen
SPF
gekoppeld zijn aan life cycles. Voor deelnemers die ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. In slechte jaren kan de solidariteitsreserve de tegenvallers dempen. Betekenis voor de praktijk: Dit is een maatregel om solidariteit en collectiviteit te behouden. De premie maakt met de omvang van de totale beleggingen een steeds kleiner onderdeel uit van het totale vermogen. Dat betekent dat het uitvlakken van grote schommelingen in rendementen beperkt mogelijk is door hogere of lagere premies te vragen. De collectieve solidariteitsreserve is dan een alternatief.
Betekenis voor de praktijk: Een variabel pensioen geeft een grotere kans op verhoging van het pensioen dan nu het geval is. Dat komt doordat toekomstige meevallers ook effect hebben voor de pensioenuitkering. Uiteraard loopt de deelnemer ook een grotere kans op korten dan bij een vaste uitkering. Sociale partners hebben een adequate compensatie afgesproken Eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen zouden adequaat en kostenneutraal moeten worden gecompenseerd. Het CPB heeft berekend dat bij 13 verschillende pensioenfondsen onder de huidige omstandigheden een voordeel te verwachten is. Dit komt omdat de positieve effecten van andere verdeelregels in veel gevallen tot een beter pensioenresultaat leidt bij de doorsneesystematiek. Maar dat ligt anders bij verzekerde premieregelingen. Verzekerde premieregelingen krijgen een langere overgangsperiode De meeste verzekerde premieregelingen kennen een stijgende
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
5
INKOMENSPLANNING
De oudere werknemer moet even goed nadenken of hij wil overstappen naar een nieuwe werkgever, want dat kan leiden tot een wettelijk verplicht verlies van toekomstige pensioenopbouw.
staffel. Zo bouwt iedere deelnemer onafhankelijk van zijn leeftijd een vergelijkbaar pensioenbedrag op. In het nieuwe stelsel geldt vermoedelijk een fiscaal maximale gelijkblijvende premie van 33% over de pensioengrondslag. De werkgevers met beschikbare premieregeling mogen voor de oude werknemers de bestaande stijgende premiestaffel in standhouden. Nieuwe deelnemers moeten vanaf 2026 onder het nieuwe stelsel worden gebracht. Betekenis voor de praktijk: Bij een verzekerde regeling is een adequate en kostenneutrale compensatie in de meeste gevallen niet haalbaar. De werkgever moet namelijk een compensatie betalen aan de 40-plussers die erop achteruit gaan door de overgang van de stijgende staffel naar de vlakke premie. Op welke leeftijd de achteruitgang start, hangt af van de hoogte van de vlakke premie. De werkgever is tegelijkertijd meer premie verschuldigd voor jongere deelnemers, dus dat maakt een kostenneutrale compensatie erg lastig.
6
Door nieuwe medewerkers een pensioenregeling aan te bieden volgens het nieuwe stelsel en de oude regeling in stand te houden voor de oude medewerkers verloopt de overgang naar het nieuwe stelsel geleidelijker. Dat betekent wél dat de werkgever 2 pensioenregelingen naast elkaar heeft. En de oudere werknemer moet even goed nadenken of hij wil overstappen naar een nieuwe werkgever, want dat kan leiden tot een wettelijk verplicht verlies van toekomstige pensioenopbouw. Is dit dan de moderne vorm van gouden ketenen? Het partner- en wezenpensioen verandert. Er zal minder behoefte zijn aan een risicoverzekering. Ten opzichte van de eerste berichten is er weinig gewijzigd in de plannen. Het partner- en wezenpensioen is op risicobasis. Alle dienstjaren tellen mee. Het fiscale maximale verzekerde bedrag voor het partnerpensioen bedraagt 50% van het salaris. Dus niet meer van de pensioengrondslag. Het wezenpensioen wordt standaard tot 25 jaar en 20% voor halfwezen en 40% voor wezen.
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
De dekkingen lopen door bij einde dienstverband: ◗ Zolang iemand een WW-uitkering ontvangt ◗ Als iemand tussen 2 banen is Daarnaast is het mogelijk om een deel van het ouderdomspensioen om te zetten naar een risicodekking bij langdurige werkloosheid of als de deelnemer ZZP-er wordt. Betekenis voor de praktijk: Deze wijzigingen geven jou een directe aanleiding om rondom de invoering van het nieuwe stelsel de overlijdensrisicodekkingen bij je klanten te bekijken. Voor vrijwel iedereen zal de dekking vanuit deze regeling verbeteren en mogelijk is er minder privé-voorziening nodig.
Judith Scherrenberg MPLA
SPF
VERMOGENSPLANNING
B
Life Cycle Beleggen... het ei van Columbus? Betekenis & definitie Life cycle beleggen is een vorm van beleggen waarbij het doel van de beleggingen bij aanvang reeds duidelijk is: Pensioen (-aanvulling). Het risico van de beleggingen wordt aangepast aan de leeftijd van de deelnemer. Hoe ouder de deelnemer is, hoe lager het risico op de beleggingen is. Het idee achter life cycle beleggen is dat het risicoprofiel van de deelnemer aangepast wordt op zijn of haar leeftijd. Het werkt als volgt: wanneer de belegger begint met zijn of haar pensioenopbouw ligt de pensioendatum nog ver weg. Er kan dan relatief veel risico genomen
SPF
worden met de beleggingen. Immers, wanneer het mis gaat is er nog genoeg tijd om de schade te herstellen. Gaat het goed, dan neemt het rendement van de beleggingen toe. In de praktijk zien we een invulling van de beleggingsportefeuille die voor het grootste gedeelte uit aandelen bestaat, immers aandelen leveren op termijn het hoogste gemiddelde rendement op. Het offer dat de belegger hiervoor moet brengen is het accepteren van een grote beweeglijkheid van de portefeuillewaarde. De beweeglijkheid is in het begin van de lyfecycle geen enkel probleem. De beleggingshorizon is dan namelijk nog lang.
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning juli 2020 nr. 4
7
VERMOGENSPLANNING
Hoe korter de beleggingshorizon namelijk is, des te lastiger is het om een plotselinge beursdaling en een evenzo plotselinge waardedaling van de portefeuille weer goed te maken.
Wanneer de belegger ouder wordt, wordt het risicoprofiel aangepast en wordt er minder risico genomen met de beleggingen. Hoe korter de beleggingshorizon namelijk is, des te lastiger is het om een plotselinge beursdaling en een evenzo plotselinge waardedaling van de portefeuille weer goed te maken. De belegger nadert namelijk de pensioenleeftijd en wil dan van het pensioen gebruik gaan maken. Door in het begin een groter deel in aandelen (en minder in spaargeld of obligaties) te beleggen kan met life cycle beleggen een hoog rendement behaald worden, terwijl hetzelfde rendement beschermd wordt
Figuur 1 Ee n Inf og ra ph ictij dlij n sta at in dit we
Leeftijd belegger: 25 jaar 100% aandelen 0% obligaties
46
Leeftijd belegger: 46 jaar 100% aandelen 0% obligaties
Leeftijd belegger: 56 jaar 50% aandelen 50% obligaties
1969
62
67
leeftijd belegger: 67 jaar 0% aandelen 100% obligaties
Leeftijd belegger: 62 jaar 20% aandelen 80% obligaties
8
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning juli 2020 nr. 4
SPF
aan het einde van de pensioenopbouw, waarbij in de regel bijna alles in obligaties en spaargeld is belegd. Hiaat in de aanpak Het idee achter Life Cycle beleggen is heel mooi. Onze pensioenpot beschermen naarmate de pot groter wordt en wijzelf ouder worden. Ik zie echter maar één criterium dat ten grondslag ligt aan de beslissing om minder in aandelen en meer in obligaties/spaargeld te beleggen en dat criterium is: De leeftijd van de belegger. Iemand die komend jaar met pensioen gaat, is blij met dit systeem, omdat we nu net een Corona dip op de beurs achter de rug hebben (en nog doormaken). De bewuste pensionado-in-spé heeft zijn geld niet blootgesteld aan de grote marktcorrectie. Maar stel je voor dat iemand net na een enorme beursdip een leeftijd bereikt waarbij volgens de lyfecycle theorie het gewicht in aandelen moet worden teruggeschroefd. In figuur 1 bijvoorbeeld zie je iemand die 56 wordt en waarbij het gewicht aandelen gehalveerd wordt in zijn portefeuille. Als je in maart 2020 56 werd, dan heb je mooi pech. Je aandelen worden dan verkocht terwijl de beurs net in een maand 30% is gecorrigeerd. Je zit volledig op de blaren en van het beursherstel profiteer je maar ten dele. Oplossing: voeg een marktcriterium toe Life Cycle beleggen is mooi. Je bouwt pensioen op en je risico’s nemen af in de loop van de looptijd. Laat echter ook andere factoren meewegen die mede bepalen wanneer het gewicht in aandelen moet worden afgebouwd om meer risicomijdend te worden. Mocht je na een forse dip toevallig aan de beurt zijn qua leeftijd, stel dan toch de asset allocatie aanpassing in
SPF
portefeuille uit tot een later moment. Zorg voor meer veiligheid in de portefeuille op een moment dat je met gezond verstand kunt zeggen, nu kunnen we actie ondernemen, waarbij je zelfs rekening kunt houden met het feit dat een groot deel van je pensioenpot bestemd is voor uitkeringen in een later stadium van je levensloop. Je kunt dus terwijl je wilt gaan onttrekken aan je pensioenpot, gewoon nog voor een deel belegd zijn in risicovollere beleggingen, zodat je dat hogere gemiddelde rendement kunt blijven genieten. Vermogensbeheer Het is voor vermogensbeheerders een uitdaging om de juiste posities in portefeuille op te nemen van hun klanten. Wij zitten aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.
Sebastian Pluijmert, directeur Asset Management International www.ami.partners
Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2020 nr. 4
9