Skip to main content

NFP nr 3-2020

Page 1

NIEUWSBRIEF

financiële planning mei 2020

INKOMENSPLANNING

Meer flexibiliteit financiële planning voor lijfrente en ODV

VERMOGENSPLANNING

Spaargeld niet de veiligste belegging

VERMOGENSPLANNING

Aflevering

03

jaargang

05/20

22

Het belang van duurzaam beleggen juist in het post Corona tijdperk


INHOUD

Colofon

REDACTIONEEL

Reset

Nieuwsbrief financiële planning

pag 3

is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA.

INKOMENSPLANNING

Meer flexibiliteit financiële planning voor lijfrente en ODV pag 4

VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2020 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis. ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

VERMOGENSPLANNING

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Denk niet dat uw spaargeld de veiligste belegging is pag 7 ‘ Duurzaam beleggen zal in het post Corona tijdperk alleen maar belangrijker worden’

pag 10

ISSN 1389 86 20 © 2020 Stichting Persoonlijke Financiën

2

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

SPF


REDACTIONEEL Aflevering

03

jaargang

05/20

22

Reset

De wereld is min of meer tot stilstand gekomen, zo lijkt het wel. Met de ergste economische crisis in misschien wel honderd jaar voor de deur. Dat is niet zomaar wat. We zijn allemaal voor zo goed en zo kwaad als dat kan, thuis gaan werken. En dat betekent minder belasting op openbaar vervoer en het wegennet. En ook tijdwinst aan de ene kant en veel moeten regelen thuis aan de andere. De balans privé/werk verschuift in veel gevallen. Duizenden ondernemers worden getroffen doordat ze hun zaak niet mogen openen of door een stagnerende vraag. Een gigant als Airfrance-KLM moet gered worden door de overheid, want 90% van de vliegtuigen staat aan de grond. We zijn er nog lang niet, want de kortetermijndrama’s maken straks plaats voor langetermijndrama’s. Voor financieel planners betekent deze ‘reset’ van de maatschappij een enorme kans om zijn of haar steentje bij te dragen in de veranderende wereld. Deze situatie vraagt om scenario’s. Veel verschillende scenario’s. wat moet ik doen als…? Stel dat mijn omzet op 50% ten opzichte van vroeger blijft zitten, wat dan? Moet ik dan verhuizen? Kan ik mijn zaak nog wel overeind houden? Bouw ik eigenlijk nog wel pensioen op? Hoe pak ik dat zo slim mogelijk aan? Het zijn allemaal financiële planningsvraagstukken en iedereen worstelt er op een bepaalde manier mee. Dat vraagt om verantwoordelijkheid nemen als beroepsgroep. Zullen wij niet juist al deze mensen kunnen en moeten helpen? Deze ‘reset’ van de maatschappij vraagt ook een ‘reset’ van ons. Niets is vanzelfsprekend meer, alles is onzeker. En wij kunnen daarin gidsen. Wat een heerlijk vak hebben we toch. Roelof Meijer

SPF

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

3


A

Meer flexibiliteit financiële planning voor lijfrente en ODV

H

Het overgangsrecht van 1 januari 2001 blijft in stand voor saldolijfrente. Herinnert u zich het misschien nog, het uitermate complex opgeschreven overgangsrecht voor de saldolijfrente? Er is goed nieuws: dit overgangsrecht hield een afrekenverplichting in over de rentecomponent in de waarde van de lijfrente per 31-12-2020. Deze afrekenverplichting vervalt voor lijfrentes die deels onder de saldomethode en deels onder de heffing van box 1 vallen. De belastingdienst noemt deze lijfrentes hybride saldolijfrentes.

4

Als de wetgeving in stand was gebleven, dan zouden deze lijfrentes gesplitst moeten worden in een box 1 en een box 3 deel. Over het box-1-gedeelte hoeft niet te worden afgerekend. Over het box -3-gedeelte wel. Deze splitsing uitvoeren is door de politiek te bewerkelijk gevonden en daarom blijft het overgangsrecht voor hybride lijfrentes van kracht, ook na 01-01-2021.

moeten wel worden afgerekend. Op verzoek mag de afrekening plaatsvinden tegen een tarief van 45% over het verschil tussen de betaalde premie en de waarde in het economisch verkeer.

Het overgangsrecht vervalt dus wél voor volledige saldolijfrentes. Deze

Belasting 45% over rentecomponent

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

Voorbeeld: Waarde economisch verkeer per 31-12-2020 € 40.000 Betaalde premie: € 25.000 -/Rentecomponent € 15.000

€ 6.750

SPF


INKOMENSPLANNING B

uitkering wel herrekend te worden. De wijze van herrekening hangt af van wanneer de aanpassing plaatsvindt, namelijk tussentijds of op de uitkeringsverjaardag. Het belangrijkste verschil tussen de twee momenten is dat bij een herrekening op de uitkeringsverjaardag gelijk de rente moet worden verrekend over het afgelopen jaar. De oprenting is het gewogen gemiddelde van het voor 2019 en 2020 in artikel 12.3a URLB opgenomen marktrentepercentage.

Na afrekening gaat het uitgekeerde netto bedrag, in dit geval € 33.250 over naar box 3 en valt daar onder de vermogensrendementsheffing. Het is mogelijk de ODVuitkeringsperiode aan te passen naar aanleiding van de verlaging AOW-leeftijd De ODV-uitkering loopt vanaf AOW-leeftijd 20 jaar. De gerechtigde mag ervoor kiezen de uitkering 5 jaar vóór de AOWleeftijd te starten. De looptijd verlengt daardoor met de extra jaren voor de AOW-leeftijd. Door de verlaging van de AOW-leeftijd kan bij ingegane

SPF

uitkeringen de looptijd van de uitkering niet in de pas lopen met de regelgeving. Hiervoor heeft de belastingdienst een V&A 20-003 gepubliceerd. Deze door de overheid opgeworpen wijzigingen zoals verlaging van de AOWleeftijd kan de belastingdienst niet verwijten aan de ODVgerechtigde. Het is daarmee logisch dat in deze V&A de ODVgerechtigde de mogelijkheid krijgt om de uitkering van de ODV aan te passen, maar ook om deze ongewijzigd te laten doorlopen. Als de ODV-gerechtigde kiest voor aanpassing van de uitkeringstermijnen, dan dient de

Voorbeeld aanpassing uitkering ODV op uitkeringsverjaardag Het oprentingspercentage bij een uitkeringsverjaardag van 1 september 2020 is: 4/12 * 0,269% (2019) + 8/12 * -0,107% (2020). Bij een waarde van de ODV op de uitkeringsverjaardag van € 120.000 voor oprenting en een resterende uitkeringsduur van 23 jaar is de uitkering per maand dan (€ 120.000 + 22 (oprenting)) / 276 maanden = € 434,86. Stel dat de resterende uitkeringsduur door de verlaging van de AOW-leeftijd verkort wordt naar 268 maanden, dan wordt de uitkering € 447,84. Het zijn marginale verschillen, maar betekent wel een 8 maanden kortere uitkering op het einde. En dat moet maar passen in de planning van de klant. Het is mogelijk een oud regime lijfrente (kapitaalverzekering met lijfrenteclausule) om te zetten naar banksparen na de AOW-leeftijd +5

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

5


INKOMENSPLANNING

Met legatering in het testament kun je zelfs zorgen voor overdracht aan de kleinkinderen en zo inkomstenbelasting uitsparen. In het oud regime gold er geen wettelijke eindleeftijd van de AOW-datum + 5 voor de startdatum van een lijfrente zoals deze nu geldt. Verzekeringnemers hebben in het verleden vaak een eindleeftijd van 75 jaar gekozen, omdat de meeste aanbieders van producten destijds geen hogere eindleeftijd aanboden. Inmiddels heeft de fiscus toegestaan dat oud regime lijfrentes ook nà de AOW-leeftijd + 5 mogen worden omgezet in een bankspaarrekening. Dat geeft voor de uitkering over het algemeen meer rendement dan een verzekerde uitkering. De verzekerde uitkeringen hebben op het moment van schrijven van dit artikel een negatief rendement. De ontvanger krijgt dus minder aan uitkering dan hij heeft gestort. De voordeligste aanbieder bood een rente van

6

-0,2%. Bij een bankspaarrekening geldt er een rente van +0,45%. Dat betekent een verschil van 0,65% in uitkering als je verzekert of via een bankspaarrekening laat uitkeren. Bovendien vervalt bij de bankspaarvariant bij overlijden van de gerechtigde de uitkering aan de nabestaanden. Dat is bij deze leeftijd een absoluut voordeel. De maximale ingangsdatum die aanbieders nu geven is 90 jaar. Er gelden een paar voorwaarden: • De uitkeringsduur is minimaal 5 jaar en maximaal 20 jaar; • De hoogte van de uitkering blijft tijdens de hele looptijd gelijk; • De maximale uitkering bedraagt € 22.089 (2020); • Door overdracht van de waarde naar een bankspaarrekening vervalt het oude regime.

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

Ook deze faciliteit geeft ruimte voor financiële planning. De ingegane uitkering gaat altijd over aan de erfgenamen wat ervoor zorgt dat er geen kapitaalsverlies optreedt. Met legatering in het testament kun je zelfs zorgen voor overdracht aan de kleinkinderen en zo inkomstenbelasting uitsparen.

Judith Scherrenberg MPLA

SPF


VERMOGENSPLANNING

Denk niet dat uw spaargeld de veiligste belegging is ‘One more Question with Ruchir Sharma’ (bron YouTube).

D

Deze meneer is Morgan Stanley’s Chief Global Stategist en vertelde tijdens een interview dat Polen veelbelovend is als land waarin de economie fors groeit en dat de afgelopen 25 jaar ook heeft gedaan.

SPF

Op de vraag welk land het grootste risico is, zegt de econoom: China. De reden: Dit land heeft een enorme hoeveelheid schuld opgebouwd. Het interview stamt uit 2018 en in de grafiek op de volgende pagina zien we de ontwikkeling van de Chinese schuld tot 3 maal het Gross Domestic Product (GDP) bij ons beter bekend als het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ter vergelijking, bij ons in Nederland is onze schuld ongeveer de helft van het BBP. In China is de schuld dus naar verhouding 6 keer zo hoog als bij ons en zelfs ruim anderhalf maal zo hoog als Griekenland, het land dat wij met zijn allen moesten redden tijdens de kredietcrisis. In Amerika is met het Corona-verlichtingspakket

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

7


VERMOGENSPLANNING Het inflatiemonster is een vriend voor degenen met schulden. De koopkracht van je schuld neemt immers af. Dat is voor veel overheden een plezierig effect van inflatie.

van ‘two-trillion-dollar’, in onze taal 2 biljoen of 2000 miljard dollar, de Amerikaanse schuld met ca. 10% toegenomen en vertegenwoordigt 108% van het Amerikaanse BBP. Geld is een schuldbewijs dat centrale banken uitgeven. Het is echter schuld waarvoor geen aflossingsplicht geldt en de centrale bank hoeft er ook geen rente over te betalen. Centrale banken kunnen in principe onbeperkt dergelijke schuld uitgeven en daarmee de geldhoeveelheid vergroten. Al met al hebben wij op de wereld een enorme schuldenberg, waar tegenover een enorme hoeveelheid geld staat. Geld dat zijn waarde houdt, zolang we er met zijn allen op vertrouwen dat je er ook wat voor krijgt. Ons financiële stelsel valt of staat met het

Figuur 1

8

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

SPF


vertrouwen dat wij hebben in onze valuta. Zolang er economische groei is, kunnen de centrale banken geld bijdrukken, omdat het streven is een continu inflatiepercentage van gemiddeld 2% te hebben. Als geld namelijk minder waard wordt qua koopkracht heeft het geen zin je geplande uitgaven naar de verdere toekomst te verschuiven. Consumptie en de loon-prijs spiraal wordt gestimuleerd door inflatie en dat is goed voor de economie. Het inflatiemonster is een vriend voor degenen met schulden. De koopkracht van je schuld neemt immers af. Dat is voor veel overheden een plezierig effect van inflatie. Is hyperinflatie dan een goed idee? De ervaringen in Duitsland 100 jaar geleden bewijzen dat dat geen goed idee is. Als mensen hun koopkracht en zuurverdiende centjes in rook zien opgaan door hyperinflatie, worden de extreem rechtse politieke partijen gevoed. Ook daar hebben we helaas de gevolgen van gezien in de vorige eeuw. Hoe dan ook is het zo dat er door een grote hoeveelheid geld een aanwakkering plaats vindt van inflatie. Als we de titel van dit artikel op ons laten inwerken dan komen we waarschijnlijk tot dezelfde conclusies: • Het risico van spaargeld is het verlies van koopkracht van ons geld door inflatie. • Het risico van spaargeld is het verlies van vertrouwen in onze valuta, waardoor het hele financiële systeem kan omvallen. Kunnen we ons indekken tegen deze risico’s? Jazeker, zorg ervoor dat je bezittingen hebt, die een waarde blijven behouden, ook als het financiële stelsel zoals wij dat kennen ophoudt te bestaan. Denk aan je vaste goederen of een stukje land. Denk ook aan mede-eigenaarschap in solide bedrijven, d.m.v. het bezit van aandelen. Als de euro ophoudt te bestaan zullen we toch een ruilmiddel moeten hebben om ons voedsel te kunnen kopen. Stel dat we in de toekomst een andere valuta zouden hebben (suggestie: Credits),

SPF

dan wordt ons bezit omgerekend in diezelfde valuta. Of dat nu ons eigen huis is, ons vakantiehuisje of ons mede-bezit in een bedrijf als Unilever of Akzo is. Vermogensbeheer Het is voor vermogensbeheerders een uitdaging om de juiste posities in portefeuille op te nemen van hun klanten. De brandverzekeringen waar ik regelmatig over schrijf zijn in het afgelopen eerste kwartaal van 2020 erg nuttig geweest. Gelukkig hebben wij zelf put opties gekocht ter bescherming van onze portefeuilles op 18 februari van dit jaar. Af en toe een hedge is dus heel nuttig, alleen als hij is gebaseerd op ‘gezondverstand-criteria’. Wij zitten aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.

Sebastian Pluijmert, directeur Asset Management International www.ami.partners

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

9


‘ Duurzaam beleggen zal in het post Corona tijdperk alleen maar belangrijker worden’

D

Terwijl het Coronavirus ongekend huishoudt en de wereld tot stilstand heeft gebracht, wordt al druk gediscussieerd over de inrichting van onze economieën als het virus eenmaal is bedwongen. De kernvraag daarbij is of we teruggaan naar de oude situatie of juist gebruik maken van het moment om echt voor duurzaamheid te gaan. De enorme volatiliteit en onzekerheid op de financiële markten die gepaard gaat met de Coronacrisis, doet de vraag rijzen of duurzaam beleggen nog wel top of mind is bij beleggers. En of regeringen niet zo druk zijn met deze crisis dat hun duurzaamheidsbeleid naar de achtergrond verdwijnt. Mark Lewis, Global Head of Sustainability Research bij BNP Paribas Asset Management, denkt dat dat niet zo’n vaart zal lopen. “Bij duurzaam beleggen gaat het uiteindelijk om het opbouwen van veerkracht in portefeuilles op de lange termijn. Deze crisis laat zien hoe belangrijk veerkracht is voor beleggers. De zo efficiënt lijkende wereldeconomie bleek kwetsbaar voor grote ontwrichtende schokken met alle gevolgen van dien voor economieën, gezondheidszorgstelsels en financiële markten”. Een les in nederigheid dus. “We moeten meer na­denken over veerkracht. Dat geldt voor beleidsmakers, voor CEO’s van grote bedrijven en voor ons beleggers. Juist een focus op duurzaam kan bijdragen aan deze veerkracht bij langetermijnbeleggingen. Daarom denk ik dat duurzaam beleggen in het post Corona

10

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

tijdperk alleen maar belangrijker zal worden”. Ook ten aanzien van reacties van overheden op deze crisis is hij optimistischer over de plaats van duur­ zaamheid op de beleidsagenda dan na de financiële crisis van 2007-2008. “Nu zijn alle eco­nomieën geraakt en zullen er zaken moeten veranderen. Overheden kunnen duurzaamheid bevorderen door bijvoorbeeld de groene infra­structuur opnieuw op te starten”, aldus Lewis. De energietransitie, de overgang van een energie­ systeem dat draait op fossiele energiebronnen naar één dat draait op hernieuwbare energie zoals zon en wind, is daar een goed voorbeeld van. Lewis is goed ingewijd in de energiesector door zijn eerdere functie als analist voor de Duitse energiesector. Vorig jaar publiceerde hij het rapport ‘Wells, Wires and Wheels’, dat veel stof deed opwaaien. De voornaamste reden daarvoor was zijn voorspelling dat grote oliemaatschappijen niet langer om hernieuwbare energie heen kunnen vanwege de grotere efficiëntie van elektrische auto’s t.o.v. auto’s met een verbrandingsmotor. Om competitief te blijven met hernieuwbare energie op het gebied van brandstof

SPF


VERMOGENSPLANNING het milieu of volksgezondheid zijn gigantisch. Dat zijn geen directe kosten die verwerkt zijn in de prijzen maar indirecte kosten die door de overheden moeten worden opgehoest. Het IMF (International Monetary Fund) schat deze kosten over 2017 in een recent rapport op ruim 4 miljard dollar.

Mark Lewis, Global Head of Sustainability Research, BNPP AM

voor wegtransport schatte Lewis in dat de olieprijs tot onder de 20 dollar zou moeten dalen. Lewis erkent wel dat er nog een belangrijk probleem, dat van de energieopslag, moet worden opgelost. Immers wind- en zonne-energie zijn periodiek en dus niet altijd beschikbaar wanneer nodig. Maar hij is optimistisch en verwacht binnen tien jaar oplossingen voor energieopslag op elk niveau, van huishouden tot grootbedrijf. De voornaamste reden voor dat optimisme is de combinatie van stimulerend overheidsbeleid en bedrijven die daarop inspelen. Met lagere kosten en ambitieuzere overheidsdoelen als gevolg. En een vliegwiel als dat proces zich een aantal keren herhaalt. “Bovendien oefenen de proactieve rol van investeerders en de samenleving als geheel meer druk uit op regeringen om de uitfasering van fossiele brandstoffen te versnellen. Dus ik zie de krachten die het afgelopen decennium de prijs van hernieuwbare energie naar beneden hebben gebracht dat in het komende decennium doen met de prijs van energieopslag.” Dat wil niet zeggen dat de energietransitie een gelopen race is en dat stimulering van overheidswege helemaal niet meer nodig is. “Bij de lage prijzen van hernieuw­­ bare energie is het logisch om nu energie­opslag te subsidiëren en die van fossiele brandstoffen af te bouwen”. Waar subsidies over het algemeen worden geassocieerd met hernieuwbare energie stelt Lewis dat de subsidiëring van fossiele brandstoffen juist veel groter is dan menigeen denkt. “Met name de kosten van zogenaamde ‘externaliteiten’ zoals de impact op

SPF

Op het moment van schrijven van dit artikel (medio april 2020) heeft de OPEC een productiebeperking aangekondigd om de olieprijs te ondersteunen. Mark Lewis wordt regelmatig de vraag gesteld naar de impact van een lage olieprijs op de energietransitie. Hij vindt die vraag steeds eenvoudiger te beantwoorden. “De huidige olieprijsdaling maakt rechtvaardiging van investeringen in nieuwe olieprojecten steeds lastiger. Sterker nog: de daling zou juist een incentive moeten zijn om te investeren in hernieuwbare energie. Reken maar na. Al gedane investeringen in projecten gaan voor hun winstgevendheid uit van een olieprijs van minstens USD 60 per vat. Ik zeg niet dat we dat nooit meer gaan halen maar ik zie het aan de andere kant ook niet op korte termijn gebeuren, zeker niet met een inzakkende vraag als gevolg van de Coronacrisis. En voor toekomstige projecten is het nog maar de vraag of de olieprijs hoog genoeg wordt om de investeringen terug te verdienen. Het verschil met investeringen in hernieuwbare energie is dat deze opbrengsten voor langere tijd stabiel zijn omdat -in tegenstelling tot olieprijzen- verkoopprijzen van elektriciteit voor langere tijd vastgelegd kunnen worden, tot wel 25 jaar.” Lewis denkt dat de huidige crisis de case voor een duur­zamere samenleving kan ondersteunen. “Beleggers kunnen druk uitoefenen op bedrijven en overheden om dit als een kans te zien om bijvoorbeeld de energietransitie te versnellen. En daarmee het halen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs een stuk dichterbij te brengen” Dit artikel is gebaseerd op een interview met Mark Lewis op Duurzaam Bedrijfsleven.

Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2020 nr. 3

11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
NFP nr 3-2020 by nieuwsbrief financiele planning - Issuu