NIEUWSBRIEF
financiële planning februari 2020
INKOMENSPLANNING
Is automatische conversie slim?
VERMOGENSPLANNING
Box-3 voorstellen werken speculeren in de hand
VERMOGENSPLANNING
Aflevering
01
jaargang
02/20
22
Beleggen in een blijvend en groeiend thema: energietransitie
INHOUD
Colofon
REDACTIONEEL
Schrikkelvreugd pag 3
Nieuwsbrief financiële planning
is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA.
INKOMENSPLANNING
Is automatische conversie slim? pag 4
VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2020 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis. ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.
VERMOGENSPLANNING
Hoewel aan de totstandkoming van deze uit gave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomati seerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Box-3 voorstellen werken speculeren in de hand pag 7 Beleggen in een blijvend en groeiend thema: energietransitie
pag 11
ISSN 1389 86 20 © 2020 Stichting Persoonlijke Financiën
2
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
SPF
REDACTIONEEL Aflevering
01
jaargang
02/20
22
Schrikkelvreugd
Dit jaar is een schrikkeljaar, februari heeft weer eens een dag extra en zo corrigeren we onze gebrekkige jaartelling een beetje. Iedereen om me heen hoor ik het woordje ‘druk’ gebruiken. Als ik iemand vraag hoe het is, dan hoor ik vaak: Druk, druk, druk. Dat is bijna een equivalent van ‘goed’, het is even nietszeggend. Want ’goed’ wil zeggen dat je eigenlijk niets wilt zeggen. De dooddoener ‘goed’ kan zowel het einde als het begin van een gesprek zijn. Het aardige is dat je dat zelf bepaalt. Wie ‘druk, druk, druk’ zegt, gaat net iets verder. Hij of zij geeft aan, dat het aan de ene kant wel heel erg vervelend is dat het ‘zo druk’is, maar laat aan de andere kant merken dat onze westerse maatschappij ‘druk’ als positief ervaart. Je moet het wel druk hebben, anders ben je een loser. En toch denk ik dat ‘druk’ niet uit de lucht is komen vallen. Dat wij als maatschappij als geheel ‘druk’ vaak als positief zien, geeft ook een druk, een druk om het druk te hebben. Dat lijkt me niet de bedoeling. Als financieel planner heb je met mensen te maken, mensen die het druk hebben. Ik vind dat bij financiéle planning niet alleen gekeken moet worden naar geld, maar ook naar gedrag en tijd. Wie zijn tijd goed regelt en zijn gedrag bewust stuurt in de richting die het leven aangenaam maakt, zal ook beter met geld omgaan. Laten we geld, tijd en gedrag eens tot een punt van overweging maken. En laten we die extra dag dit jaar (die er anders niet is), gewoon eens gebruiken om stil te staan bij wat we hebben. Die dag kunnen we het met goed fatsoen namelijk niet druk hebben, want die dag is een cadeautje. Laten we onze klanten en onszelf een dagje schrikkelvreugd bieden. Roelof Meijer
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
3
A
Is automatische conversie slim?
D
De automatische conversie na wijziging van de Wet Verevening Pensioen bij Scheiding (WVPS) vanaf 2021 maakt het actief informeren van een scheidend echtpaar over de gevolgen belangrijker. Ik heb als pensioenconsultant vaak ervaren dat bij scheiding de verdeling van de pensioenen, ondanks de WVPS, niet goed en vooral niet conform de bedoeling van de partijen geregeld was. Dit heeft vaak te maken met onvoldoende deskundigheid van de adviserende partijen rondom de scheiding. De bedoeling van de aanpassing van de wetgeving per 01-01-2021 is, dat de onbedoelde gevolgen kleiner worden. Maar is het reĂŤel te verwachten dat dit resultaat behaald gaat worden? (Zie tabel 1; verschillenoverzicht.)
4
De automatische conversie kan goed uitpakken, maar is desalniettemin niet noodzakelijk. Het pensioen vertegenwoordigt vaak een grote waarde. Zeker als mensen op latere leeftijd scheiden. In een recente casus ging een stel scheiden waarbij beide partners vrijwel full-time hadden gewerkt. Hij is ruim 3 jaar ouder dan zij en bereikt in 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd. Ze zijn ruim 32 jaar gehuwd. Hoe de pensioenen eruitzien ziet u in tabel 2 (afgerond op hele duizend)
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning februari 2020 nr. 1
De partners wensen de waarde van het pensioen 50% - 50% te verdelen. Is verevening nodig? En in het nieuwe stelsel, is conversie nodig? Beiden zijn financieel onafhankelijk van de ander. Ze willen geen van beiden alimentatie betalen of ontvangen. Zijn pensioen gaat in augustus 2020 in. De netto contante waarde van de aanspraken van meneer op het pensioen van mevrouw ziet u in tabel 3. Hieruit blijkt, dat de contante waarde van de verschillende hoog-
SPF
INKOMENSPLANNING B Tabel 1 Ouderdomspensioen
Vóór 2021
Na 2021
Verdeling 50% - 50%
Ongewijzigd
Nabestaandenpensioen op Bij nabestaandenpensioen op opbouw basis (Bij NP op risico opbouwbasis komt de ex-partner basis is er niets te verdelen) het vóór en tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen toe.
Bij nabestaandenpensioen op opbouwbasis komt de partner uitsluitend het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen toe.
Conversie
Kunnen partijen overeenkomen, maar de pensioenuitvoerder moet ook akkoord gaan.
Conversie gaat automatisch. Als de ex-partners een andere verdeling wensen, dienen ze dit binnen 6 maanden na de scheiding door te geven aan de pensioenuitvoerders.
Keuzes rondom pensioen
De partner die recht heeft op het verevende pensioen volgt automatisch de keuzes van de pensioenopbouwende partner.
Na de automatische conversie heeft ieder zijn eigen pensioenrecht. Ieder kan keuzes maken die passen bij zijn of haar persoonlijke situatie.
Acties nodig om wettelijke regeling te volgen
Ja, altijd: binnen 2 jaar na inschrijving De conversie gaat automatisch en is in de Burgerlijke stand moet er een onherroepelijk. verzoek tot verevening zijn gedaan aan de pensioenuitvoerder. Anders moet de pensioenopbouwende expartner rechtstreeks aan zijn of haar ex uitbetalen.
Kunnen ex-partners andere afspraken maken?
Ja, en dan doorgeven aan de pensioenuitvoerder
Tabel 2
Mevrouw
Meneer
Ouderdomspensioen
€39.000
€26.000
Nabestaandenpensioen
€10.000
€10.000
Tabel 3
Ja, maar binnen 6 maanden doorgeven, anders vindt de automatische conversie plaats.
Ouderdomspensioen
Nabestaandenpensioen Totaal
Contante waarde te verevenen pensioen van mevrouw
€186.000
€54.000
€240.000
Contante waarde te verevenen pensioen van meneer
€206.000
€32.000
€238.000
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
5
INKOMENSPLANNING
Vóór pensioendatum kunnen ze het nabestaanden pensioen laten staan, zodat de middelen niet weg zijn als één van hen voor pensioendatum overlijdt. Dit is emotioneel ook nog een voordeel. tes van het pensioen vrijwel gelijk zijn. Hierbij speelt het een belangrijke rol, dat mevrouw ruim 3 jaar jonger is, waardoor de contante waarde van haar pensioen lager is, ondanks dat haar pensioenaanspraak hoger is. Bij de huidige verevening, zou zij vanaf augustus 2020 pensioen ontvangen, omdat hij pensioen nodig heeft. Hij zou pas vanaf april 2024 haar aandeel in het pensioen ontvangen en in de tussentijd met een lager pensioeninkomen genoegen moeten nemen. Een conversie zou dit probleem dus oplossen, omdat ze dan ieder het pensioen van de ander kunnen ontvangen op het moment dat ze het zelf nodig hebben. Bij conversie wordt ook de aanspraak op nabestaandenpensioen omgezet naar een eigen aanspraak op ouderdomspensioen. Door deze
Tabel 4
omzetting veranderen de contante waardes. Er vindt een compensatie plaats voor het risico dat het pensioen niet meer terugkomt als de ex-partner overlijdt voor de pensioendatum. Het logische gevolg is dat omdat mevrouw een langere levensverwachting heeft, dat voor de waarde méér toeneemt. (Zie tabel 4) Alleen, waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Afzien van verevening óf conversie voorkomt onnodige administratieve handelingen en ieder krijgt in deze situatie waar hij of zij recht op heeft. Vervolgens kunnen ze vastleggen dat ze bij ingang van het pensioen de aanspraak op het nabestaandenpensioen uitruilen naar ouderdomspensioen en hun eigen pensioenuitkering ermee
Een pensioenplan maakt goede keuzes voor de scheidende partijen mogelijk De Pensioenfederatie én het Verbond van Verzekeraars heeft bij de internetconsultatie van de wijziging van deze wetgeving gepleit voor een pensioenplan. Ze vinden het terecht belangrijk dat de keuze bewust wordt gemaakt en goed wordt vastgelegd. Zo’n pensioenplan zou een goede zaak zijn en de belangen van de scheidende partijen dienen en kunnen leiden tot geoptimaliseerde oplossingen, los van het wettelijke kader.
Geconverteerde waarde ouderdomsen nabestaandenpensioen
Contante waarde geconverteerde pensioen voor mevrouw
€252.000
Contante waarde pensioen voor meneer
€234.000
6
verhogen. Ze zijn immers financieel onafhankelijk van elkaar. Vóór pensioendatum kunnen ze het nabestaandenpensioen laten staan, zodat de middelen niet weg zijn als één van hen voor pensioendatum overlijdt. Dit is emotioneel ook nog een voordeel.
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
Judith Scherrenberg MPLA
SPF
S
VERMOGENSPLANNING
S
Nieuwe Box 3 werkt speculeren in de hand September 2019: Kamerbrief met voorstel aanpassingen box 3. Zoals jullie weten heeft het ministerie van financiĂŤn in september 2019 een voorstel gepresenteerd inzake aanpassingen van de belasting in box 3. Al jaren worden wij verplicht met een fictief rendement op ons vermogen te rekenen en daarover belasting af te dragen, ongeacht het werkelijk gerealiseerde rendement. Dat is zuur als we niets doen met ons geld, zoals het op een spaarrekening laten staan. Het belastingtarief (in de volksmond bekend als de 1,2% box3 belasting) is al jaren hoger dan de werkelijke opbrengst. De rente is immers zo ongeveer nul en erger nog, het betalen voor spaargeld durven de banken gewoon door te voeren. Vanaf het jaar 2020 zullen er meerdere banken zijn die een tarief gaan rekenen van wel 0,5% per jaar voor het administreren van onze spaarcentjes op een spaarrekening. Voor degenen die de afgelopen jaren verstandig belegd hebben was het oude systeem niet zuur, maar
SPF
juist zoet. In mijn eigen praktijk zie ik dat door ons beheerde aandelenportefeuilles de afgelopen 6 jaar gemiddeld ongeveer 12% per jaar hebben gerendeerd (na kosten). Als je dan met een door de fiscus bepaald fictief rendement moet rekenen, dat veel lager ligt dan het werkelijk gerealiseerde rendement, dan was je dus spekkoper. Hoezee voor onze klanten. De aanpassingen die door staatssecretaris Snel werden gepresenteerd behelzen het streven naar aansluiten bij de realiteit. Nu
Voorstel per 2022
Werkelijke verhouding Fictieve verhouding spaargeld, beleggingen en tussen spaargeld, schulden staat vast. beleggingen en schulden als uitgangspunt. Een forfaitair rendement op het gehele vermogen als uitgangspunt.
Een afzonderlijk forfaitair rendement voor elke categorie als uitgangspunt.
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning februari 2020 nr. 1
7
VERMOGENSPLANNING Het ministerie heeft op haar website een plaatje opgenomen om de voorstellen te verduidelijken. (zie figuur 1). Beleggingen en oproep aan de heren Hoekstra en Snel van FinanciĂŤn Het fictief rendement op spaargeld wordt gesteld op 0,09% per jaar en dat van de beleggingen op 5,33% per jaar. Hoe zit het dan met de superveilige obligaties van de Nederlandse staat of gerenommeerde bedrijven? Die leveren net als spaargeld niets op en leveren zelfs een negatief rendement op (de tienjaars Nederlandse staat levert een negatief rendement). De Nederlandse staat streeft er toch naar aan te sluiten op de realiteit? De huidige plannen doen dit overduidelijk niet.
Wat gaat er gebeuren als de voorstellen als wet worden aangenomen komende zomer? Dan ontstaat er: 1) Een perverse prikkel voor defensief ingestelde beleggers om meer risico in hun portefeuille te gaan opnemen, door obligaties te verkopen en aandelen te kopen. Aandelen leveren op termijn tenminste wel meer op dan het gestelde fictieve rendement van 5,33% per jaar. Solide obligaties bij lange na niet. Echter zal de aandelenportefeuille veel grotere uitslagen kennen in de beweeglijkheid en daar kunnen defensief ingestelde beleggers meestal niet tegen. 2) Beleggers gaan gekunsteld aan de slag met risicovolle hefboombeleggingen (tegen hoge box 3 belasting) met een klein deel van het vermogen, om het grootste gedeelte van hun vermogen op
Figuur 1
8
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning februari 2020 nr. 1
SPF
een spaarrekening te parkeren, tegen lage box 3 belasting. Dit idee zal leiden tot lijden en dat zal ik u uitleggen. De hebberigheid van de mens In het verleden zijn vele hebberige beleggers de bietenbrug opgegaan met het schrijven van opties. Als je namelijk de verplichting op je nek neemt om 100 aandelen af te nemen tegen een vooraf afgesproken prijs, dan krijg je gewoon geld gestort. Als de koers van het betreffende aandeel boven die afgesproken prijs noteert op het moment van aflopen van de optie, dan hoef je geen aandelen te kopen en mag je je ontvangen geld gewoon houden. Als je dan de smaak te pakken hebt ga je de verplichting aan om 200 aandelen af te nemen, dan krijg je namelijk twee maal zoveel geld. Dat proces gaat verder en verder en op het eind heb je een verplichting om eventueel 10.000 aandelen af te nemen, waar je niet op rekent, want het gaat altijd goed, dat puts schrijven. Toen kwam die aandelendip een keertje en moet je plotseling 10.000 aandelen kopen. Het geld heb je niet om dat te doen en vele overwaarden op huizen zijn op deze manier verspild. Je kunt met opties je dermate in de vingers snijden, dat de managers bij veel grootbanken hun personeel hebben verboden om met opties te werken in de portefeuilles van de klanten. Op zich jammer, want opties kunnen heel nuttig zijn, mits je ze juist gebruikt. Ik begrijp de beslissing van de betreffende managers echter wel.
Met de nieuwe belastingplannen staan we aan de vooravond van opnieuw een situatie waarbij veel mensen zich in de vingers gaan snijden als gevolg van hebberigheid. Ik kan dat het best uitleggen door twee beleggingssituaties te vergelijken en de fiscale belasting conform de bestaande voorstellen: 1) Een belegger heeft € 500.000, waarvan € 100.000 spaargeld en € 400.000 in een beleggingsportefeuille met aandelen en/of obligaties. Het spaargeld levert niks op en de beleggingsportefeuille heeft een streefrendement van 5,33% (na kosten). Het gemiddelde rendement is eenvoudig te berekenen: 1/5 deel 0% en 4/5 deel 5,33% maakt samen 4,26% over de € 500.000. De fiscale afrekening: € 100.000: niets i.v.m. vrijstelling en vervolgens € 400.000*5,33%*33%= € 7.035,60 2) Een belegger heeft € 500.000, waarvan € 400.000 spaargeld en € 100.000 in een beleggingsportefeuille met hefboomproducten zoals Turbo’s met een hefboom 5, het streefrendement op die € 100.000 is dan 5 maal 5,33%= 26,65%. Op het plaatje hieronder kun je zien dat het product gewoon blijft bestaan, zolang de AEX index boven de 500 punten blijft (nu ruim 600). Het gemiddelde rendement is wederom eenvoudig te berekenen: 4/5 deel 0% en 1/5 deel 26,65% maakt samen 5,33% over de € 500.000. De fiscale afrekening: € 400.000: niets i.v.m. de vrijstelling en vervolgens € 100.000*5,33%*33%= € 1.758,90
Figuur 2 Turbo Long BNP
11,098
500,20
5,32
11,167
11,187
0,02
1.050
495,260
Turbo Long BNP
4,370
568,90
13,90
4,368
4,388
0,02
1.000
563,250
Turbo Long BNP
0,772
595,00
31,89
0,000
0,000
0,00
1.000
587,650
Turbo Long Commerzbank
1,400
580,00
17,41
0,000
0,000
0,00
1.000
571,862
Turbo Long Commerzbank
2,636
553,00
9,88
0,000
0,000
0,00
1.000
545,255
Turbo Long BNP
5,189
564,90
12,75
4,762
4,782
0,02
1.000
559,310
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
9
VERMOGENSPLANNING
Ik reken even uit dat het gewoon meer dan een procent belasting scheelt op je vermogen, terwijl je risico-rendement verhaal heel erg op elkaar lijkt. Het addertje onder het gras zit hem onder andere in een daling van de beurs van meer dan 20%, waarbij het hefboomproduct met enorme verliezen wordt ‘uitgestopt’. De hefboom werkt namelijk twee kanten op. Verder kun je aanvoeren dat je beleggingsportefeuille niet precies de AEX kopieert qua beleggingsstrategie, maar het gaat om het principe dat je met hefboomproducten je belegde, fiscaal dure, vermogen kunt reduceren ten gunste van fiscaal goedkoop spaargeld. Maar nu komt de hebberigheid van de mens weer om de hoek kijken. Want waarom zou je € 100.000 beleggen in een turbo met een hefboom van 5,32 terwijl je ook € 300.000 kunt beleggen in een turbo met een hefboom van 9,88? Vooral na een mooie periode met goede rendementen denken velen vaak: MEER MEER MEER. Ik voorspel de heren Hoekstra en Snel dat er weer schrijnende situaties in de hand worden gewerkt met de nieuwe box3 belastingplannen.
De oplossing! Capital Gains Taks, de Amerikaans manier van belasten is wellicht het eerlijkst. Je betaalt over daadwerkelijke rendementen. Bij nul procent groei, zoals op je spaarrekening betaal je niets en bij 5,33% rendement betaal je 15% van die 5,33%, wat dus 0,8% van je vermogen is. Bij grotere winsten in absolute zin, dan betaal je 20% van het rendement, wat in het voorbeeld 1,07% van je vermogen is. Waarschijnlijk kun je deze tarieven in Nederland niet 1-op-1 kopiëren, maar het systeem op zich is gewoon het eerlijkst en je neemt de perverse prikkel weg om risicovoller te beleggen dan bij je past of erger nog, verliezen te lijden, die je niet mag lijden vanwege je vermogensafhankelijkheid. Wij zitten aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.
Sebastian Pluijmert, directeur Asset Management International www.ami.partners
10
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
SPF
ADVERTORIAL
Beleggen in een blijvend en duurzaam groeithema: energietransitie
F
Sinds september runnen Ulrik Fugmann en Edward Lees het fonds BNP Paribas Energy Transition. In de zomer van 2019 zijn zij bij BNP Paribas Asset Management (BNPP AM) gestart. Ze werken al zeventien jaar samen als themabeleggers, en bij BNPP AM doen ze dit vanuit een duurzame optiek. “De klimaatproblemen zijn echt, dringend en vormen een existentiële bedreiging. Bedrijven kunnen op deze problemen inspelen, oplossingen bedenken voor het terugdringen van de CO2-uitstoot, op een nieuwe manier of door bestaande marktstructuren te verstoren. En het is inmiddels bewezen dat ESG-beleggen alpha oplevert, dus daar gaan we naar op zoek.” Fugmann en Lees selecteren aandelen zowel bottomup als top-down en zowel aan de hand van een kwantitatief filter als op basis van een fundamentele analyse. “Energietransitie is het basisthema van de portefeuille; we hebben dat opgedeeld in drie kernthema's. Onze portefeuille bestaat uit 30 tot 50 aandelen1 van bedrijven die actief zijn op het gebied van duurzame energie (productie), energietechnologie en -efficiëntie en energie-infra en -opslag.” Vooral het eerste kernthema is belangrijk, aldus Fugmann. “Zo’n 70% van de wereldwijde CO2uitstoot komt van energiebedrijven. Die sector is dus
SPF
verantwoordelijk voor een heel groot deel van ons uitstootprobleem en bedrijven die zich richten op het terugdringen van de CO2-uitstoot hebben interessante businessmodellen en opereren in een enorme groeimarkt.” Officieel heeft het fonds een benchmark, de MSCI AC World, maar dat is een formaliteit en beide fondsmanagers opereren benchmark-agnostisch. Financials die in de index zitten, nemen ze bijvoorbeeld niet in portefeuille en bedrijven die fossiele brandstoffen winnen en aanbieden ook niet. Ook
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
11
ADVERTORIAL niet als ze – vooral om financiële redenen – naast fossiele energie ook duurzame energie aanbieden, aldus Lees. De portefeuille is wereldwijd gespreid, maar momenteel is er iets meer in Europa en de VS belegd dan in Azië. In principe is de verhouding tussen de drie werelddelen gelijk1. “Azië is een voor de hand liggende groeimarkt voor bedrijven die zich richten op de energietransitie. Ja, er is meer vervuiling, dus ook meer werk voor bedrijven, maar Azië heeft een voorsprong op het Westen. Er is namelijk geen volledig uitgebouwde energie-infrastructuur. Dat maakt de inzet van alternatieve energiebronnen meteen mogelijk. In de EU en de VS zal de energietransitie veel langzamer gaan vanwege de omschakeling van de uitgebreide bestaande infrastructuur.” De toenemende regulering van de energiemarkt noemt Fugmann positief. “Ja, politici kunnen soms zorgen voor vertraging, maar ze kunnen de vooruitgang niet tegenhouden. Toen president Trump drie jaar geleden werd gekozen, leek dat een tegenslag. Inmiddels weten we dat Amerikaanse staten en gemeenten zelf beleid maken en uitvoeren voor alternatieve energie en de energietransitie. Zij zijn Washington vaak vooruit.” Trumps besluit om uit het Akkoord van Parijs te stappen houdt de energie transitie in de VS niet tegen. In de EU is het een positieve trend dat steeds meer steden autoluw willen worden. Dat speelt aanbieders van elektrische vervoersmiddelen, die binnen het derde kernthema van het fonds vallen, in de kaart. Aandelen die geselecteerd worden, blijven doorgaans tussen de twee en vier jaar in portefeuille. Niet omdat duurzame trends maar zo kort duren – de energietransitie is in theorie oneindig – maar omdat, zoals Lees uitlegt, bedrijven in dit segment ook te maken hebben met cycli. “Bijvoorbeeld op de zonnepanelenmarkt. Toen een nieuwe Chinese producent de markt betrad, had dat gevolgen voor de prijzen en de marges in het Westen. Wij willen onze beleggers niet aan cycli blootstellen en op het juiste moment in de juiste bedrijven investeren en ook op het juiste moment weer uitstappen.”
12
Nieuwsbrief Financiële Planning februari 2020 nr. 1
De portefeuille bestaat momenteel voor de helft uit large-caps en voor de andere helft uit mid- en smallcaps1. “Bij kleinere bedrijven doen we meer eigen onderzoek. We hebben een eigen team met zowel kwantitatieve researchers als kwalitatieve analisten. We gebruiken kwantitatieve tools voor de aandelenselectie, maar ook bij het risicomanagement van de portefeuille.” Voor 2020 staat er een voor het fonds belangrijk politiek event op de agenda: de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november. “Bij Democratische winst verwacht ik een flinke boost voor duurzameenergiebedrijven. Democraten zijn toch iets groener dan Republikeinen.” Verder verwachten de fondsmanagers veel van het verbeteren van de opslag van duurzame energie. “Steeds betere batterijen zorgen ervoor dat duurzame energie efficiënter en langer opgeslagen kan worden. Ook een boost voor dit segment.” Een snelle stijging van de rente zou een tegenvaller zijn. “Veel alternatieve energiebedrijven zijn gefinancierd met schuld. Als de rente stijgt, verhoogt dat hun kosten en remt de groei. Maar we kunnen het renterisico in de portefeuille eenvoudig hedgen,” besluit Fugmann.
Lees meer over BNP Paribas Energy Transition Geschreven door Fleur van Dalsem en gepubliceerd op IEXProfs: www.iexprofs.nl
1. H et betreft interne richtlijnen die slechts ter informatie worden vermeld en aan wijziging onderhevig zijn. Prospectusrichtlijnen en de EBi zijn leidend.
SPF