Skip to main content

NFP nr 3 2017

Page 1

NIEUWSBRIEF

financiële planning INKOMENSPLANNING

Nieuwste inzichten DGA-pensioen

INKOMENSPLANNING

AFM Leidraad Vergoeding voor vervroegde aflossing hypotheek

INTERNATIONAAL

Aflevering

3

jaargang

07/17

19

Ouderen en geldzaken: Regel zaken tijdig, als je nog mentaal fit bent


INHOUD REDACTIONEEL

pag 3 Ik ga op reis en ik neem mee

INKOMENSPLANNING

pag 4 Nieuwste inzichten DGA-pensioen pag 6 AFM Leidraad Vergoeding voor vervroegde aflossing hypotheek

INTERNATIONAAL

pag 8 Ouderen en geldzaken:

Regel zaken tijdig, als je nog mentaal fit bent

Colofon Nieuwsbrief financiële planning

is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar

HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Albert Jurg; Gemma Lelieveld, BDO; Harrie-Jan van Nunen MFP, Michel van Egmond, BDO; Judith Scherrenberg MPLA, Michiel Schoonhoven, de Financiële Marketeers; Ramón Wernsen - Bruin MFP .

2

VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2017 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW, verzend- en administratiekosten en bewaarband). De bewaarband is los verkrijgbaar à € 22,50. ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothosterlaan 11 322 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 1389 86 20 © 2017 Stichting Persoonlijke Financiën

SPF


REDACTIONEEL

Aflevering

03

jaargang

07/17

19

Ik ga op reis en ik neem mee

Wie kent niet het spelletje? Er schuilt een mooie waarheid in: wees goed voorbereid. Wie als financial planner zijn klanten begeleidt, zorgt ervoor dat zijn klanten goed voorbereid zijn. Voorbereid op plussen en minnen in het leven. We zeggen wel eens dat een financial planner er voor mensen is bij ‘life events’. Dat is een mooi woord voor: de momenten in het leven die ertoe doen. Bijvoorbeeld het kopen van een huis, in principe een ‘mooi’ life event. Of, bij het regelen van de echtscheiding, in principe een vervelend life event. Maar ook overlijden of trouwen, het zijn allemaal punten in het leven waar een persoonlijke én een financiële component aan zit. En is het niet juist de persoonlijk financieel planner die beide zaken verbindt? De persoonlijk financieel planner zorgt er zo veel mogelijk voor dat op de reis van het leven de relevante zaken in het koffertje zitten. Zodat ze van pas komen als het nodig is. Een zwembroek voor op het strand en een regenjas als het wat minder is. Ik ga op reis en ik neem mee. Roelof Meijer

SPF

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

3


P

Nieuwste inzichten in het nieuwe DGA-pensioen Pensioen in eigen beheer en partnerpensioen. De partner verliest aanspraken doordat de Wet Verevening Pensioen bij Scheiding na omzetting naar ODV of afkoop niet meer van toepassing is. Als de DGA zijn pensioen in eigen beheer omzet in een OudeDagsVerplichting of afkoopt, verdwijnt de pensioen­aanspraak als zodanig. De Wet Verevening Pensioen bij Scheiding (WVPS) ziet toe op de verdeling van die aanspraak. Als die aanspraak er niet meer is valt die dus ook niet te verdelen. De partner verliest daardoor een recht dat zij eerst wel had, tenzij op een andere manier geregeld is dat zij bij scheiding een deel van het omgezette pensioenrecht krijgt. Dit speelt vooral bij huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting. Leg vast op welke wijze het verlies van rechten van de partner gecompenseerd wordt. De WVPS is ingevoerd om de rechten van de

4

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

Naar de stand van 15-5-2017

partner rondom het pensioen te beschermen, maar voor partners van DGA’s valt die bescherming nu weg. Het is daarom belangrijk om bij de omzetting naar ODV of bij afkoop van het pensioen in de overeenkomsten goed vast te leggen hoe partners met het verlies van rechten omgaan. Een paar tips voor de overeenkomsten: ❱❱ L eg vast hoe hoog de pensioenen op wijzigingsdatum zijn; ❱❱ L eg vast, bijvoorbeeld door aanhechting van de berekening, hoe de berekeningen zijn gemaakt en waar rekening mee is gehouden, zoals bijvoorbeeld indexatie; ❱❱ L eg vast waarom je in overleg met de klant voor de ene of de andere vorm hebt gekozen; ❱❱ S tel naast de overeenkomst tussen de BV en de DGA een aparte compensatieovereenkomst op voor de afspraken met de partner.

SPF


INKOMENSPLANNING

Leg ook bij niet compenseren, de overwegingen daarbij en de gevolgen daarvan vast. Bij huwelijkse voorwaarden met finaal verrekenbeding bij overlijden en scheiding of bij gemeenschap van goederen is volgens de fiscus geen compensatie voor de partner nodig. Dat neemt niet weg dat het ook in dit geval goed is om de partners een overeenkomst van geen compensatie met elkaar te laten sluiten. Dit vooral vanuit het oogpunt van transparantie en de zorg die je als adviseur hebt voor belanghebbenden die de gevolgen van je advies ondervinden. Ook daarin leg je de uitgangspunten en gevolgen vast, zodat de partner weet welke contante waarde aan OP- en NP-rechten ze verliest. Vervolgens kun je als adviseur risico beperkende maatregelen, zoals een overlijdensrisicoverzekering, onder de aandacht brengen.

Erftrechtelijk is de ODV-uitkering vrijgesteld voor de successiewet. Het is nog niet duidelijk of de waarde imputeert op de vrijstelling. Omdat de ontvanger over de ODV-uitkering loonbelasting moet betalen, is de ODV vrijgesteld van erfbelasting. Dan lijkt het logisch dat de waarde ook

SPF

imputeert op de vrijstelling met als uitgangspunt 50% van de waarde met 30% belastinglatentie. Deze vraag heb ik voorgelegd aan de belastingdienst, maar op dit moment is de exacte manier waarop de waarde op de vrijstelling imputeert nog niet duidelijk. Hierover hoop ik later meer te kunnen berichten.

Het nieuwe DGA pensioen, vraagt eigenlijk een integrale financiële planning Ik vind het zelf belangrijk om vooral uit te gaan van hoe de klanten nu en straks willen leven. Wat hebben ze, wat hebben ze nodig, wat zijn de risico’s, hun belangen en wat voor type mensen zijn het? Het simpelweg herinrichten van het bestaande pensioen blijkt daar vaak niet optimaal bij te passen. De meeste klanten zien deze omzetting dan ook als een perfect moment voor een integraal financieel plan.

Judith Scherrenberg MPLA

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

5


INKOMENSPLANNING

AFM Leidraad Vergoeding voor vervroegde aflossing hypotheek Op 20 maart jl. publiceerde de AFM de leidraad: Vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek. Deze leidraad biedt aanbieders een richtlijn om adequaat invulling te geven aan de wettelijke verplichting van artikel 81c Bgfo, die bepaalt dat een aanbieder geen hogere vergoeding mag rekenen, dan het financiële nadeel dat de aanbieder heeft bij vervroegde aflossing. In de leidraad wordt uitgegaan van de netto contante waarde-methode. Overigens de meest voorkomende berekeningssystematiek voor het bepalen van het geleden verlies.

I

In de leidraad beschrijft onze toezichthouder een viertal uitgangspunten waaraan voldaan moet worden, wil sprake zijn van een adequate berekening.

Uitgangspunt 1: Boetevrij bedrag Bij de bepaling van het verlies moet rekening worden gehouden met het bedrag dat in het jaar van aflossen boetevrij mag worden afgelost. De hoogte is terug te vinden in de algemene voorwaarden van de desbetreffende aanbieder. Een aanbieder hoeft geen rekening te houden met eventuele toekomstige boetevrije aflossingen in andere jaren. Uitgangspunt 2: Vergelijkingsrente Voor het bepalen van het verlies wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde vergelijkingsrente. Bij de vaststelling van de vergelijkingsrente moet, wanneer een aanbieder geen exacte vergelijkingsrente heeft, de voor de consument meest voordelige, naast gelegen rente worden gekozen. Andere methodes die leiden tot een voor de consument lagere vergelijkingsrente zijn niet toegestaan. Uitgangspunt 3: Consistente vergelijking Daarnaast is bepaald dat de vergelijkingsrente op een consistente wijze moet zijn vastgesteld. Er moet vergeleken worden met een rente uit dezelfde risico-klasse en daarnaast moet eventuele kortingen of toeslagen ook worden meegenomen. Stel dat iemand zijn hypotheek heeft afgesloten in de risicoklasse boven 100% marktwaarde. Door (extra) aflossingen valt zijn lening inmiddels in een risicoklasse tot 85% marktwaarde. De AFM stelt dat de

6

Nieuwsbrief Financiële Planning oktober 2017 nr. 3

boete niet hoger mag uitvallen door inconsistente toepassing van normen. Dit houdt in dat vergeleken moet worden met de rente behorende bij de oorspronkelijke risicoklasse boven 100% marktwaarde. Het kan zijn dat een consument bij het afsluiten een korting heeft gekregen op zijn rente, bijvoorbeeld omdat hij een betaalpakket of een bijproduct (woonlastenverzekering) heeft afgesloten. Ook zijn situaties denkbaar dat de consument een rente-opslag heeft gekregen, omdat sprake was van een hoger risico voor de aanbieder (bijvoorbeeld startend ondernemer). Bij het bepalen van het renteverschil moeten dezelfde kortingen en opslagen in de vergelijking worden meegenomen. Eventuele productopslagen moeten bij de vergelijkingsrente ook op een consistente wijze worden toegepast. Er geldt een belangrijke uitzondering. Indien een consument een individuele korting heeft ontvangen, dan mag deze korting niet worden meegenomen in de vergelijkingsrente. Een individuele korting leidt in geval van vervroegde aflossing immers tot een lager financieel nadeel voor de aanbieder.

Uitgangspunt 4: Rekening houden met contractueel aflossingsschema Bij een aflossingsvrije hypotheek of een hypotheek met een uitgesteld aflossingsplan is het renteverlies gedurende alle jaren gelijk. In geval van een lineaire of een annuïtaire hypotheek neemt het renteverlies maandelijks af, omdat er iedere termijn een lager bedrag aan rente verschuldigd is. Bij de bepaling van het renteverlies zal rekening moeten worden gehou-


den met deze periodiek lagere rentevergoeding. In de leidraad schrijft de AFM dat niet alleen rekening moet worden gehouden met het aflossingsschema behorende bij annuïteiten of lineaire hypotheek, maar dat dit ook geldt indien sprake is van een (bank)spaarhypotheek. Op dat geval moet rekening worden gehouden met het fictieve aflossingsschema op grond van de contractueel nog in te leggen premies (spaarhypotheek) of inleg (bankspaarhypotheek) en de reeds opgebouwde spaarwaarde.

Samenloop uitgangspunten Voor hypotheken met een (fictief) aflossingscomponent, ontstaat een samenloop tussen uitgangspunt 1, die stelt dat rekening moet worden gehouden met het boetevrij aflossingspercentage en uitgangspunt 4, die bepaalt dat rekening moet worden gehouden met het contractuele aflossingsschema. Gebruikelijk is dat wanneer een consument een extra aflossing doet op zijn annuïteiten of lineaire hypotheek, of wanneer hij een extra inleg doet op zijn bankspaarrekening of spaarverzekering, de toekomstige aflossing of inleg wordt herberekend (lees: verlaagd). Zou rekening worden gehouden met deze herberekening, dan zal dit bij het bepalen van het renteverlies leiden tot een groter verlies en dus een hogere boete. In de leidraad stelt de AFM dat het renteverlies moet worden bepaald, rekening houdend met het boetevrijpercentage en rekening houdend met het oorspronkelijke aflossingsschema. Door deze benaderingswijze ontstaat een fictieve, kortere looptijd. Voor wie heeft de leidraad gevolgen? Voor de invoering van de MCD bestonden er geen wettelijke regels voor de bepaling van de boeterente. De wettelijke bepaling dat een bank niet meer dan het werkelijke verlies in rekening mag brengen, geldt dus alleen voor voortijdige aflossingen gedaan vanaf

SPF

14 juli 2016. Hierbij maakt het overigens niet uit of de hypotheek voor en na deze datum tot stand is gekomen. De AFM verwacht dat aanbieders vanaf genoemde datum de norm naleven. Dit houdt in dat aanbieders voor berekende boetes na deze datum een herberekening moeten maken van de boete. Leidt deze uitkomst tot een lagere uitkomst, dan dat de consument heeft betaald, dan dient de consument het teveel betaalde bedrag retour te ontvangen. De ontvanger dient deze boete te corrigeren in zijn aangifte over 2017. Consumenten die een boete hebben betaald voor 14 juli 2016 hebben geen (wettelijk) recht op een herberekening en een eventuele teruggave van een deel van de boete. De NVB heeft inmiddels te kennen gegeven dat ze niet vindt dat de leidraad van toepassing is voor eerdere aflossingen. Artikel 81c Bgfo ziet niet op rentemiddeling. De leidraad is dus niet van toepassing op rentemiddeling. Onze toezichthouder schrijft in de leidraad dat ze het vanzelfsprekend vindt dat aanbieders ook bij rentemiddeling rekening houden met het klantbelang. Ze geeft daarbij aan dat ze de komende periode zal gaan onderzoeken in hoeverre aanbieders bij middeling rekening houden met dit klantbelang. Wanneer blijkt dat dit onvoldoende gebeurt, zal ze bij het Ministerie van Financiën aandringen op aanpassing van de wetgeving hieromtrent. Door deze ‘waarschuwing’ ligt het voor de hand dat de normen van de leidraad ook van toepassing zullen gaan worden op rentemiddelingen gedaan vanaf 14 juli 2016.

Harrie-Jan van Nunen MFP Directeur De Financiële Makelaar en Het Bemiddelingsloket

Nieuwsbrief Financiële Planning oktober 2017 nr. 3

7


INTERNATIONAAL

Ouderen en geldzaken: Regel zaken tijdig, als je nog mentaal fit bent

Bewerking van een artikel van Renée Kwok, CFP® en Daniel Kern, CFA, CFP®

Voor een steeds ouder wordende bevolking is het verliezen van cognitieve functies een zenuwslopende uitdaging op verschillende niveaus. De levensverwachting is met meer dan tien procent toegenomen sinds 2000 volgens het (Amerikaanse) Genootschap van Actuarissen. Een 65-jarige man leeft gemiddeld tot ongeveer 85, een kwart wordt ouder dan 90 en tien procent haalt de leeftijd van 95. Een vrouw van 65 heeft een nog hogere levensverwachting.

I

Iemand die zijn zaakjes financieel goed op orde heeft leeft langer dan het algemeen gemiddelde van de bevolking. Deze ‘affluent’ zoals ze in Amerika heten, hebben dikwijls complexe financiële situaties. En daar moet je als persoon helder voor kunnen denken. Financieel adviseurs dienen zich er terdege bewust van te zijn dat ouderen en verminderde mentale functies serieuze aandacht vragen, hoewel een hogere levensverwachting ook veel voordelen met zich mee kan brengen.

Wat is ‘cognitieve achteruitgang’? Dementie wordt gedefinieerd als het verlies van cognitieve en geestelijke functies die ingrijpend genoeg zijn om het dagelijks functioneren van een persoon te belemmeren. Schattingen geven aan dat ongeveer 15 procent van alle Amerikanen ouder dan 70 lijden aan een of andere vorm van dementie.1 Binnen deze groep van

8

de boven de 70 zie je bijvoorbeeld dat het percentage aan demente mensen binnen de subgroep 71-79 op 5% ligt en boven de 90 op 39%. Volgens de Mayo Clinic is er een stadium tussen de normale achteruitgang van mentale processen bij ouderdom en dementie, dit wordt ‘milde cognitieve stoornissen’ genoemd, ‘mild cognitive impairment (MCI)’. MCI kan ondermeer inhouden dat er problemen ontstaan met het geheugen, taal, denken en beoordelingsvermogen, groter dan niet bij normale verouderingsprocessen behoren. Mensen met MCI zijn zich er doorgaans van bewust dat hun hersenen hen op bepaalde punten in de steek laten. Familie en vrienden hebben de veranderingen vaak in de gaten, maar deze zijn niet ernstig genoeg om in te grijpen. Alles meegenomen betekent dit dat meer dan de helft van de tachtigjarigen lijdt aan dementie of een cognitieve stoornis die nog

Nieuwsbrief Financiële Planning oktober 2017 nr. 3

niet geen dementie genoemd mag worden. Deze groep omvat dementiepatiënten maar ook mensen die worstelen met een cognitieve stoornis waardoor ze minder snel kunnen reageren, minder goed uit hun woorden kunnen komen, verminderd ruimtelijk inzicht hebben en minder goed spontaan problemen kunnen oplossen.

Implicaties Onderzoeken naar het nemen van beslissingen laten zien dat oudere consumenten neigen slechte financiële beslissingen te nemen, vergeleken met mensen op middelbare leeftijd. Daarin schuilt een potentieel gevaar voor ouderen.


Eén onderzoek ontdekte dat de mate waarin iemand financiële informatie begrijpt (‘financial literacy’) met een procent per jaar afneemt na het zestigste levensjaar. Andere onderzoeken kwamen uit bij verminderde capaciteit tot het nemen van beleggingsbeslissingen en omgaan met schuld2. Een voorbeeld: Er is een continu onderzoek gaande van het Rush University Memory and Aging Project, waarin de cognitieve

functies van een groep mensen in de regio Chicago worden gevolgd. Dit jaarlijkse onderzoek toont de impact van de achteruitgang van cognitieve functies op het begrijpe van geldzaken, het vertrouwen om goed met geld om te gaan en de bereidheid om hulp te zoeken in het omgaan met financiële zaken. Een onderzoek naar deze gegevens toonde aan dat bij de eerste meting de meeste mensen nog prima in staat waren om de vragen naar

financiële kennis correct te beantwoorden, hadden redelijk wat zelfvertrouwen, en waren doorgaans zelf verantwoordelijk voor het regelen van hun geldzaken. Ondanks het feit dat een redelijk grote groep wel wat hulp kreeg bij hun financiën. Verderop in het onderzoek werd duidelijk dat er een achteruitgang was in financiële kennis, maar dat ondanks een verminderd zelfvertrouwen in het algemeen, het

1 Z ie ‘Dementia Risk and Financial Decision Making by lder Househlds: The Impact of Information’, by Joanne W. Hsu en Robert Wills, gepubliceerd in 2013 in The Journal of Human Capital. 2 Z ie ‘What is the Age of reason?’, door Sumit Agarwal, John C. driscoll, Xavier Gabaix en david Laibson, gepubliceerd in 2010 door het Center for Retirement Research van het Boston College.

SPF

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

9


INTERNATIONAAL

zelfvertrouwen in het regelen van geldzaken groot bleef. Dat ouderen vast bleven zitten in hun gevoel van zelfvertrouwen in financiële zaken, leidt onwillekeurig tot de conclusie dat ze niet in de gaten hebben dat hun verminderde mentale conditie ook gevolgen heeft voor het nemen van financiële beslissingen. Oudere mensen waren erg terughoudend om de controle uit handen te geven, toch liet het onderzoek dat is gepubliceerd in The Journal of Human Capital ook zien dat er enige bereidheid leek te ontstaan onder ouderen wanneer hun mentale

10

capaciteiten afnamen. Gegevens uit een ander onderzoek, van de Health and Retirement Study, laat vergelijkbare resultaten zien. Dit onderzoek wordt uitgevoerd onder Amerikanen en hun levenspartners die de 50 zijn gepasseerd. Op een schaal met 27 punten wordt er gemeten en de resultaten liegen er niet om: van de mensen aan wie een lichte vorm van mentale achteruitgang kan worden toegeschreven, zien we dat ze ofwel zich niet bewust zijn van hun gesteldheid of er niet aan toe willen geven.3 Oudere cliënten hebben te maken

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

met een keur aan financiële omstandigheden - veranderende pensioentoezeggingen zorgen voor meer complexiteit omtrent pensionering, toenemende medische kosten en afnemende dekkingen en uitkeringen van verzekeringen, ze veroorzaken financiële en emotionele stress, om nog maar te zwijgen over de ingewikkeldheid van het belastingsysteem. Afnemende mentale functies maken het minder waarschijnlijk dat cliënten de juiste beslissingen nemen, tenzij ze van tevoren plannen. Het moment om te beginnen met plannen: voordat er tekenen

SPF


zijn dat mentale terugval gaat spelen.

Mogelijke oplossingen Mentale terugval kan zuur verdiende financiële zekerheid enorm in gevaar brengen in tijden waarin het van het grootste belang is om helder beslissingen te nemen. De keuzes die gemaakt moeten worden bij het beheren van geldzaken hebben alles te maken met een goed begrip van hoe rekeningen werken, belastingtarieven, de wereldwijde aandelen- en obligatiebeurzen, en de behoefte aan cashflow op de lange en korte termijn. Als het begrip afneemt, neemt het risico toe. Er is echter geen eensluidend systeem om mentale terugval te meten en dat maakt het moeilijk om vast te stellen of iemand toe is aan financiële hulp of niet. Familieleden en financieel adviseurs dienen opmerkzaam te zijn waar het gaat om gedrag en gedragsveranderingen. Typische signalen zijn dat mensen verward raken, minder goed georganiseerd zijn, of recente gesprekken of correspondentie zijn vergeten. Veranderingen in omgaan met informatie bevestigen vaak een patroon van gedragsverandering. Een beter begrip van ouder worden helpt huishoudens om beter voorbereid te zijn, met name wanneer financiële en persoonlijke zaken in het geding zijn. Niet overal wordt dit probleem tegemoet getreden en sommige familieleden zijn terughoudend

SPF

om cognitieve zaken te bespreken, maar de toekomst kan beter beheerst worden als die openheid en verantwoordelijkheid er wel is met vertrouwenspersonen in de familie. Bescherming kan liggen in het werken met volmachten en het overdragen van verantwoordelijkheden.

Communicatie met de familie Het idee om informatie te delen verschilt van familie tot familie. De band tussen kind en ouder kunnen voor lange tijd op financieel en emotioneel terrein ingewikkeld zijn. Sommige families beperken financiële openheid tot het betalen van rekeningen en geven inzicht in budgetten, andere families zijn volledig transparant over alle geldzaken. Daar komt bij het leventestament en medische aanwijzingen. Een algemene volmacht voor de gezondheid geeft een persoon de macht om beslissingen

te nemen die te maken hebben met de gezondheid. Zo’n volmacht treedt in werking als iemand niet meer handelingsbekwaam wordt geacht. Zo’n volmacht kan ook worden afgegeven voor zaken rondom vermogen en inkomen. De beste manier om om te gaan met mentale terugval is kennis van zaken. Families zullen er baat bij hebben om goed financieel onderlegd te zijn, opdat ze signalen onderkennen die duiden op terugval en voorts ook actie kunnen ondernemen. Als er in gezinnen, families en huishoudens over kan worden gesproken, als iedereen zijn eigen kunnen weet en bovendien weet wanneer er gedelegeerd moet worden, dan kunnen zij zich sterk maken voor de toekomst. Al deze zaken zullen ertoe leiden dat minder energie vloeit naar financiële stress en meer stroomt naar emotionele steun tussen de generaties.

3 Z ie “Growing Older in America: The Health and Retirement Study” geplaatst in juli 2015 door the National Institute on Aging and Hsu and Willis (2013) shown in endnote 1

Renee Kwok, CFP®, is president en CEO van TFC Financial Management. Daniel Kern CFA, CFP ® is chief investment officer van TFP Financial Management.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels verschenen op www.nasdaq.com. Voor de Nederlandse tekst is het artikel deels ingekort en samengevat.

Nieuwsbrief Financiële Planning juli 2017 nr. 3

11


Voor wie over de grens wil kijken!

Studiereis naar het FPA congres 2017 in Nashville

Wat in Nederland gebeurt is misschien al elders in de wereld ook gebeurd. Hoe kunt u leren van ervaringen van anderen? Welke trends spelen er wereldwijd? Hoe kunt u uw financiÍle planningsadviespraktijk optimaliseren? Ieder jaar organiseert de Stichting Persoonlijke Financien in samenwerking met Planning­Masters een studiereis naar Amerika, om daar het Amerikaanse congres van de Financial Planning Association bij te wonen, bedrijven te bezoeken en onderling ervaringen te delen. FPA oktober 2017, Nashville, USA Wilt u eens ervaren wat de mensen die al eens zo´n studiereis hebben gemaakt er van hebben opgestoken? Neem dan vrijblijvend contact op met Henk Vriesman, 072-5816015, henk@planningmasters.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
NFP nr 3 2017 by nieuwsbrief financiele planning - Issuu