Page 1


1


2

Regen bestaat niet bij ons


Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten

Waarom innoveren?

5

OriĂŤntatie 9 Laboratorium 15 Gereedschap 23 Experimenten 31 SIA-RAAK-lab presents 47 Verder 59 Colofon 63 3


Waarom innoveren? Kunstenaars zijn vernieuwers bij uitstek.Wie wil weten hoe het nieuwe in de wereld komt, kan terecht bij de kunsten. In het theater, tijdens concerten, in het museum zoekt het publiek de ervaring van het nog nooit eerder gehoorde, het ongeziene, het ongekende. Maar een kunstpraktijk die zich artistiek wil kunnen blijven vernieuwen heeft ook impulsen nodig.Twee kunstvakopleidingen en zes podiumkunstinstellingen in Maastricht brachten de uitdagingen en ambities van morgen in kaart. Onder de noemer ‘Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten’ startten zij in 2007 een SIA-RAAK-project. Het doel? Een innovatieplatform dat leidt tot duurzame uitwisseling van creatieve kennis en ideeën.

5


Waarom innoveren? Als kunst- en cultuurstad is Maastricht uniek. Weinig steden hebben zo’n rijk gekleurd palet aan kunstinstellingen op zo’n klein oppervlak: musea, centra voor beeldende kunst, podiumkunstinstellingen, theater- en klankwerkplaatsen en kunstvakopleidingen. Toch groeide in de afgelopen jaren het besef dat innovatie binnen de cultuursector hard nodig is. Dat heeft alles te maken met ontwikkelingen in de kunstenwereld en daarbuiten.

ten in dienst, maar huren zij hen op freelance basis in. De ondernemende houding die van kunstenaars wordt verwacht, biedt uitdagingen aan zowel kunstvakopleidingen als aan cultuurplaninstellingen. Deze ontwikkeling noopt tot reflectie en vernieuwing. De gemeente Maastricht onderkent dat een bloeiende culturele sector van levensbelang is voor de stedelijke cultuur. Inzet van het cultuurbeleid van de stad is het tegelijkertijd versterken van de lange culturele traditie als ook het creëren van nieuwe kansen. Dat laatste zal zeker gebeuren als de stad zich in december 2009 kandideert als Europese culturele hoofdstad 2018. Om de kansen van die kandidatuur te vergroten, zal de stad een groter beroep doen op professionele kunstenaars en (podium)kunstinstellingen. De verhuizing van een aantal podiumkunstinstellingen naar de Timmerfabriek loopt hierop vooruit. Kort gezegd, de kunstsector zal zich moeten gaan profileren op Europees niveau.

Uitdagingen

Limburg is landelijk koploper in vergrijzing en demografische krimp. De samenstelling van de bevolking verandert en daardoor ook de samenstelling van publieksgroepen. Enerzijds is dat publiek internationaler en groeit het aandeel jongeren daarin, vooral dankzij de toename van het aantal studenten van de Universiteit Maastricht. Maar de sterke vergrijzing onder de lokale bevolking compenseert deze ontwikkeling, wat leidt tot een toenemend aantal ouderen in het publiek. Daarnaast beïnvloeden nieuwe media zoals het internet de voorkeuren en gewoontes van het publiek. Niet alleen het publiek verandert, ook de manier waarop de overheid kunstinstellingen financiert is ingrijpend gewijzigd. In 2005 gaf staatssecretaris Medy van de Laan van Cultuur de aanzet voor een nieuwe landelijke fondsenstructuur. Een aantal kunstinstellingen valt onder de zogenaamde Basisinfrastructuur – zij krijgen structurele subsidie. Andere instellingen moeten een beroep doen op fondsen om zo meerjarige subsidie veilig te stellen. Deze nieuwe structuur heeft gevolgen voor de relaties tussen instellingen onderling en die met de lagere overheden.Voor de professionele podiumsector biedt deze nieuwe structuur kansen op nieuwe vormen van samenwerking. Ruimhartige subsidiëring van kunst en cultuur door de overheid is steeds minder vanzelfsprekend. Ook voor gesubsidieerde instellingen geldt dat zij een groeiend deel van hun inkomsten zelf moeten verdienen. Daarmee neemt het belang van cultureel ondernemerschap in de kunstwereld toe. Steeds meer afgestudeerde kunstenaars beginnen een bestaan als zelfstandig ondernemer. Steeds vaker ook, hebben gezelschappen geen uitvoerende arties-

Ambities

Al deze ontwikkelingen roepen vragen op. Hoe bereiken we nieuwe publieksgroepen zonder de oude te verliezen? Hoe bevorderen we een ondernemende houding bij kunstvakstudenten en kunstenaars? Welke nieuwe kansen biedt technologie in de podiumkunsten? Hoe kunnen we in een veranderend subsidiestelsel trouw blijven aan onze artistieke ambities en identiteit? Podiumkunstinstellingen worstelen doorgaans in hun eentje met deze vragen, als zij hun programmering ontwikkelen of als ze hun subisidieaanvraag moeten schrijven. Natuurlijk werken de instellingen en het kunstvakonderwijs in Maastricht op allerlei manieren samen. Maar van het gezamenlijk formuleren van een gedeelde ambitie was het nog niet gekomen. Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten werd de titel van het SIA-RAAK-project waarin een consortium van podium- en kunstvakopleidingen gestalte gaf aan die gedeelde ambitie. Het Expertisecentrum Creative City van Hogeschool Zuyd nam in 2007 het initiatief tot de aanvraag en betrok daarbij het lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten, de Toneelacademie en het Conservatorium.

6


Uitwisseling van kennis tussen kunstvakonderwijs, lectoraat en kunstpraktijk is een belang van de Hogeschool.Voor de professionals in de kunstwereld lag het belang in vernieuwende vormen van samenwerking en kenniscirculatie. Bij het consortium sloten daarom zich aan toneelwerkplaats Het Huis van BourgondiĂŤ, theatergezelschap Het Vervolg (vanaf 1.8.2009 Toneelgroep Maastricht), jeugd- en jongerentheatergezelschap Het Laagland, werkplaats voor klankkunst Intro in situ, het Limburgs Symphonie Orkest en Opera Zuid.

Maastricht is rijk aan kunstinstellingen. De stad beschikt over een symfonieorkest, een museum, een operahuis, een theatergezelschap, een productiehuis voor theater en performance, een klankwerkplaats en een reeks kleinere podia. In het nabij gelegen Sittard zit ook nog een jeugdtheatergezelschap, ook betrokken bij dit project. Daarnaast zijn er in Maastricht vier kunstvakopleidingen: een conservatorium, een toneelacademie, een academie voor beeldende kunsten en een academie voor bouwkunst. Er is de internationaal gerenommeerde Jan van Eyck Academie, een postdoctoraal instituut voor artistiek onderzoek. En er is de Universiteit Maastricht met een faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen.

In deze publicatie kijken we terug op het project Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten. Het zou van overmoed getuigen om te denken dat we in dit boekje verslag zouden kunnen doen van alle vergaderingen, kennisbijeenkomsten, onderwijsprojecten, experimenten en discussies. Wel is het onze bedoeling u een samenhangende indruk te geven van het werk dat is verzet. Het boekje volgt het project min of meer chronologisch: de fase van oriĂŤntatie, het opzetten van een laboratorium, het maken van een conceptueel instrumentarium, de uitwerking van de experimenten en de presentatie van voorlopige resultaten.Voor alles wil dit boekje een uitnodiging zijn om verder te gaan met het proces dat door SIA-RAAK is ingezet: het samen leren innoveren in de podiumkunsten.

Karel Janssen projectleider Expertisecentrum Creative City

Peter Peters lector Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten

Ruth Benschop onderzoeker

Wat is SIA RAAK? De Stichting Innovatie Alliantie (SIA) is opgericht om de kenniscirculatie tussen regionale partijen te bevorderen, in het bijzonder tussen kennisinstellingen als hogescholen, het mkb en publieke instellingen. Daarbij gaat het vooral om het versterken van de kennisbrugfunctie die deze instellingen kunnen hebben in de relatie tussen mkb-bedrijven en het totaal van de kennisinfrastructuur. De stichting concretiseert deze doelstellingen in zogenaamde RAAK-projecten. Het SIA-RAAK-project Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten is een initiatief van het Expertisecentrum Creative City van Hogeschool Zuyd, dat ook verantwoordelijk was voor het projectmanagement. De inhoudelijke supervisie lag bij het lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten van HS Zuyd.

Waarom innoveren?

7


Oriëntatie Alle kennis begint met oriëntatie. Letterlijk als je wilt weten hoe je op je bestemming komt – door te kijken op kaart en kompas. Figuurlijk aan het begin van een groot project als SIA-RAAK.Waar staan we? Wat zijn onze vragen? Wat willen we onderzoeken? Hoe bouwen we een netwerk van betrokkenen en experts? Een kerndoel van het SIA-RAAK-project is uitwisseling en verspreiding van kennis. Met dat doel ging het project in december 2007 van start met een hoofdwerkgroep en een aantal werkgroepen. Hoe vragen ideeën werden – en ideeën plannen.

9


Nadat de projectaanvraag was goedgekeurd, kon projectleider Karel Janssen van het Expertisecentrum Creative City beginnen met het optuigen van de projectorganisatie. Er kwam een hoofdwerkgroep waarvan naast de directeuren van het Conservatorium en de Toneelacademie ook de zakelijk en artistiek leiders van de zes betrokken podiumkunstinstellingen deel uitmaakten. De hoofdwerkgroep stond onder voorzitterschap van de lector Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten van Hogeschool Zuyd, tot 1 mei 2008 prof. dr Maarten Doorman, daarna dr Peter Peters. De hoofdwerkgroep had als eerste taak om kennisvragen te inventariseren. In de loop van het project waren er meer personele wisselingen op sleutelposities, maar nieuwe personen brachten ook weer nieuwe inzichten en inspiratie mee. Naast de hoofdwerkgroep werden werkgroepen gevormd rond de thema’s Cultureel ondernemerschap, Nieuwe media, Kennisdisseminatie en, wat later in het project, Kleine podiuminitiatieven. In deze werkgroepen zaten experts uit de betrokken instellingen, mensen die er vanuit hun instelling of dagelijkse praktijk belang bij hadden kennis uit te wisselen met andere partners in het consortium. Externe deskundigen genereerden nieuwe kennis in het project. Zij gaven presentaties, beantwoordden vragen of droegen op andere manieren ideeën aan. De werkgroepen Cultureel ondernemerschap en Nieuwe media gingen in januari 2008 van start, de werkgroepen Kleine podiumkunstinitiatieven en Kennisdisseminatie volgden later in het jaar. Een terugblik op het functioneren van de werkgroepen maakt duidelijk dat er lang gezocht werd naar de goede vragen en naar de juiste manier om die vragen te beantwoorden. Vragen werden ideeën. Ideeën werden plannen. Maar het lukte niet altijd die plannen ook te realiseren. Is dat erg? Wie de uitgebreide notulen van de vergaderingen terugleest, herkent het tasten en zoeken dat nu eenmaal eigen is aan de fase van de oriëntatie.

10

Rembrandt en Rubens hadden ateliers waar kunst op bestelling werd gemaakt

De inbreng van externe deskundigen was van grote waarde

Tasten en zoeken is nu eenmaal eigen aan de fase van de oriëntatie

Oriëntatie


Oriëntatie Cultureel ondernemerschap

Uit de projectaanvraag kwamen kwesties rond cultureel ondernemerschap en het creëren van nieuwe publiek als een belangrijk onderzoeksthema naar voren. Onder voorzitterschap van Karel Janssen zochten de experts van de betrokken consortiumpartners, samen met studenten en vertegenwoordigers van de kleine podia, naar manieren om tot kennisoverdracht te komen. De inbreng van drie externe deskundigen was daarbij van grote waarde. Prof. dr Giep Hagoort maakte een aantal malen de reis naar Maastricht vanuit Utrecht, waar hij lector Kunst en Economie is aan de Faculteit Kunst en Economie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) en hoogleraar aan de Faculteit der Kunsten van de Universiteit Utrecht (UU), een samenwerkingsverband van UU en HKU. Hagoort maakte duidelijk dat cultureel ondernemerschap al heel oud is en teruggaat tot de renaissance. Kunstenaars als Rembrandt en Rubens hadden ateliers waar kunst op bestelling werd gemaakt. Die situatie bleef zo tot de opkomst van de welvaartstaat. De overheid werd toen de belangrijkste subsidiënt van kunst. De laatste tien jaar is er veel veranderd. Niet alleen stelt de overheid strengere eisen aan kunstsubsidies, niet-gesubsidieerde kunstenaars doen het goed, denk aan iconen als André Rieu, Marlies Dekkers en Anouk.Volgens sommigen betekent die commercialisering van de kunst meteen het einde ervan. Giep Hagoort betoogde juist dat kunst en economie goed samengaan. Bij cultureel ondernemerschap gaat het uiteindelijk om het combineren van een artistieke visie met een heldere strategie om die visie te verhandelen. Om na te gaan wat cultureel ondernemerschap voor hen betekent, gebruikten de leden van de werkgroep het AIDA (AandachtIntentie-Doelen-Actie)-model en het Cultural Business Model om een casus binnen hun instelling uit te werken. De bespreking van die casussen leverde nieuwe kennis op. Dat gold ook voor de presentaties van drs Arjan Rensma van TNO (Policy Group) en drs Ronald Koster, eigenaar van Link-You en trainer/coach van organisaties die ‘fit for use’ willen zijn. Beiden zijn ook betrokken bij het IPCICO, een organisatie gericht op het uitwisselen van

kennis en informatie over het stimuleren van de creatieve industrie en het optimaliseren van cultureel ondernemerschap. Rensma werkte in zijn presentatie het zogenaamde doelgroepenbeleid vanuit een commerciële benadering uit. Koster richtte zich vooral op kwesties rond marketing. Hij vroeg aandacht voor het belang van duurzame relaties met klanten van kunst en voor de ‘verpakking’ van de boodschap. Uit de bijeenkomsten trok de werkgroep drie conclusies. De eerste was dat het succes van cultureel ondernemerschap staat of valt met een heldere culturele missie. Daarnaast is het van belang een evenwicht te vinden tussen artistieke en economische aspecten. Ten slotte blijkt in de praktijk, dat goede culturele ondernemers ook zorg hebben voor culturele infrastructuur, wat vooral neerkomt op een goede relatie met de omgeving. Nieuwe media

In de werkgroep Nieuwe media zochten theatermakers en musici onder voorzitterschap van theatermaker drs Sybrand van der Werf naar nieuwe mogelijkheden om in de podiumkunsten creatief gebruik te maken van nieuwe technologieën. Ook in deze werkgroep was een belangrijke rol weggelegd voor externe deskundigen, met name van TNO. Namens dit onderzoeksinstituut probeerden ir Gertjan Oldeman en ir Niek Oudshoorn bruggen te slaan tussen deze publieke kennisorganisatie voor technologieontwikkeling en technologieoverdracht enerzijds en de kunstensector anderzijds. Daarnaast nam ook dr ir Jos Uiterwijk (Universiteit Maastricht), deskundige op het terrein van artificiële intelligentie deel aan een aantal bijeenkomsten. Het denken over theater en technologie had in Maastricht al eerder vorm gekregen binnen het lectoraat Nieuwe Theatraliteit, de voorloper van het huidige kunstenlectoraat van Hogeschool Zuyd. Een van de concrete opbrengsten van dat eerste lectoraat is de onderwijsmodule Technolab aan de Toneelacademie, waar studenten leren werken met de theatrale mogelijkheden van video, projectie en computerprogramma’s. Bij een aantal deelnemers in de werkgroep leefde de wens om binnen het SIA-RAAK-project dit denken verder te ontwikkelen en te concretiseren in

11


projecten. Een exemplarisch voorbeeld van het vernieuwend gebruik van techniek in het theater is de vierdelige voorstellingencyclus waarin theatermaker Guy Cassiers de monumentale roman À la recherche du temps perdu van Marcel Proust naar het theater vertaalde. Om de stroom van herinneringen en gebeurtenissen die Proust zo meesterlijk beschrijft geloofwaardig op toneel te kunnen brengen, zette Cassiers de moderne theatertechniek maximaal in – hij gebruikt video- en tekstprojecties, zogenaamde klankdecors, geluidscollages en filmbeelden. Binnen deze context bood de samenwerking met TNO nieuwe kansen, maar bleek zij ook vragen op te roepen. De verwachtingen waren hoog gespannen. Wat zou er nu spannender zijn dan een samenwerking tussen TNO en theatermakers waarbij beiden voordeel zouden hebben? Tijdens een van de sessies, aan een inmiddels mythische keukentafel, kwam het tot een levendige gedachtewisseling tussen theatermakers en de heer Oldeman, waarin de behoefte aan nieuwe technologie voor het theater centraal stond. Op het raakvlak van twee werelden – de techniek en de kunst – ontstond een veelheid aan lonkende vergezichten. Na veel onderlinge discussies, waarin gedurfde plannen en ambities sneuvelden, materialiseerde deze interactie uiteindelijk in het voorstel van TNO om iets te doen met het zogenaamde ‘trilvest’ (zie het hoofdstuk Experimenten). Het was de inzet van de werkgroep Nieuwe media om niet alleen deskundigen uit het theater en de techniek bij elkaar te brengen, maar om ook de muziek daarin te betrekken. In Maastricht heeft vooral Intro in situ een lange traditie van concerten en experimenten waarin klankkunst centraal staat. Maar ook Opera Zuid en het Limburgs Symphonie Orkest zijn actief op zoek naar de mogelijkheden die innovatieve theatertechnieken voor hen bieden. Tijdens de bijeenkomsten werd gezocht naar manieren om ook de wereld van de klassieke en eigentijdse muziek te laten profiteren van de kansen die het SIA-RAAK-project bood.

12

Kennis ligt niet ergens te wachten, klaar om gevonden te worden Kennis en handelen, denken en doen, zijn onlosmakelijk verbonden

Op het raakvlak van theater en techniek ontstonden lonkende vergezichten

Oriëntatie


Oriëntatie Kleine podiuminitiatieven

De zes podiumkunstinstellingen die meededen in het SIA-RAAK-project zijn allemaal zogenaamde ‘cultuurplaninstellingen.’ Zij zijn óf ondergebracht in de Basisinfrastructuur van het ministerie van OCW óf hebben subsidies aangevraagd bij het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten, het nieuwe cultuurfonds voor muziek, dans en theater. Naast deze zes instellingen telt Maastricht nog een hele reeks zogenaamde ‘kleine en jonge podiuminitiatieven.’ Juist deze kleinere groepen zullen in de toekomst een belangrijke rol gaan spelen in de culturele infrastructuur van de stad. Om deze groepen te kunnen laten profiteren van de mogelijkheden die het project bood, besloot Karel Janssen in het voorjaar van 2008 om een nieuwe werkgroep Kleine podiuminitiatieven toe te voegen. De instellingen waren strikt genomen geen lid van het consortium en konden dus geen ‘uren schrijven’, maar zij hadden er baat bij hun specifieke problemen te bespreken in relatie tot de onderzoeksthema’s van het project als geheel. Bovendien vond in deze werkgroep terugkoppeling plaats van hetgeen in de andere werkgroepen werd gedaan. Om na te gaan in hoeverre de kleine initiatieven tot een gezamenlijke visie konden komen, vulden zij een vragenlijst in. Uit de werkgroep ontwikkelde zich uiteindelijk een nieuw (informeel) platform voor kleine podiuminitiatieven dat door alle betrokkenen zeer wordt gewaardeerd.

zette nieuwe vormen van kennisuitwisseling op zoals een website en een project-blog. En ze mobiliseerde inzichten uit het academisch onderzoek naar de dynamiek van innovatie. Kennis is een lastig begrip. We vinden het belangrijk en we willen het allemaal. Maar het ligt niet ergens te wachten, klaar om gevonden en vervolgens netjes verspreid te worden. Kennis ontstaat door vragen te stellen, door na te denken, door ideeën uit te proberen, door te doen en heel vaak ook door gewoon te mislukken. Kortom, kennis en handelen, denken en doen, zijn onlosmakelijk verbonden. Om die twee bij elkaar te brengen, bleek het nodig de plannen die in de werkgroepen ontstonden verder uit te werken in een beschermde, maar creatieve omgeving. Het vormgeven aan die omgeving werd vanaf de zomer van 2008 een belangrijke taak van de werkgroep Kennisdisseminatie.

Kennisdisseminatie

Het hoofddoel van SIA-RAAK-projecten is het genereren en verspreiden van kennis die tot innovatie kan leiden. Om dat doel te bereiken is het nodig om mensen uit heel verschillende achtergronden met elkaar in gesprek te brengen, zoals in de werkgroepen van het project gebeurde. Maar het is ook nodig manieren te bedenken om die gesprekken zodanig te kanaliseren en te begeleiden dat ze duurzame inzichten opleveren, de stap van droom naar daad zetten. Met die taak was vanaf 1 mei 2008 onderzoeker dr Ruth Benschop van het lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten belast. Zij woonde bijeenkomsten van de werkgroepen bij, entameerde en evalueerde experimenten door de consortiumpartners en

13


Laboratorium Het laboratorium is van oudsher een plaats van onderzoek. Het lab is afgeschermd van de wereld. Er staan raadselachtige instrumenten om mee te experimenteren. In het laboratorium zijn theorie en praktijk naadloos verweven – het is een wereld van formules en handvaardigheid. Een laboratorium vraagt openheid, inzet en precisie in een veilige omgeving en een bereidheid kritisch naar eigen werk te kijken. Men bedenkt er technieken, doet er proeven, oefent nieuwe manieren van werken en ontwikkelt criteria voor beoordeling. Het SIA-RAAK-project had zo’n laboratorium nodig.

15


‘Een mooie voorstelling bij de AINSI; multidisciplinair, jongeren in het publiek en in de voorstelling. Terwijl ik heel sceptisch ben over AINSI: is een ‘gemaakt’ ‘geforceerd’ iets vanuit beleid, varend op de ‘hype’ van the Creative City, daar kan niets goeds uit voortkomen. Maar toch blijkt er iets goeds uit voort te kunnen komen. Hoe kan dat?’

worden partijen aan tafel gezet. Pas dan ga je zoeken naar artistiekinhoudelijke betekenis. Is een taai proces.’

In het voorjaar van 2008 waren de werkgroepen Nieuwe Media en Cultureel Ondernemerschap goed op stoom. Onder leiding van externe deskundigen deden de vertegenwoordigers van de podiumkunstinstellingen en kunstvakopleidingen nieuwe kennis op en ontstonden de eerste voorzichtige ideeën om die kennis in de praktijk te brengen. Gevoed door deze opbrengsten, voeren de artistiek en zakelijk leiders in de Hoofdwerkgroep de discussie over een algemenere vraag: Wat zou innoveren in de podiumkunsten in de Maastrichtse context kunnen en moeten betekenen? Om het doel van het project scherper af te bakenen en om de verwachtingen en de inbreng van de verschillende deelnemers verder uit te werken, bleek enig zelfonderzoek nodig. Met dat doel interviewden de onderzoekers in het project de zes instellingen in het consortium. Die interviews leverden veel materiaal op. Ze maakten zichtbaar welke vragen, dilemma’s en belangen de deelnemers met elkaar deelden, maar ook waar de verschillen lagen. Spiegels

Uit de interviews kwam naar voren dat alle instellingen worstelen met de manier waarop hun artistieke visie zich verhoudt tot de context van economie, commercie en beleid. Waar sommige instellingen hun artistieke visie vooral beschermen tegen al te nadrukkelijke beïnvloeding, zoeken andere instellingen deze beïnvloeding juist op ten behoeve van reflectie op hun eigen artistieke visie. Initiatieven die niet ontstaan vanuit een artistieke, maar vanuit een economische noodzaak worden zowel als bedreigend of problematisch ervaren, maar ook zo: ‘Andre Rieu is een gigantische kans!’ De instellingen geven aan dat projecten waarbij de vraag wordt gesteld naar de identiteit van de eigen kunstvorm risicovol zijn. ‘Dit druist zo in tegen alle conventies dat het juist daardoor heel bijzonder werd.’ Alle instellingen geven daarnaast aan dat zulke risico’s het waard zijn genomen te worden. Zo zijn ze veelal bezig met het beslechten van grenzen tussen disciplines zoals tussen muziek en theater, of tussen theater en film. Daarnaast hecht men aan goede voorstellingen, binnen de eigen discipline.Voorstellingen

16

‘Bijvoorbeeld De Timmerfabriek. Zoeken naar wat het betekent om samen te werken. Veel partijen zitten om de tafel. Gemeente, bedrijfsleven, vijf direct betrokkenen, vastgoed, horecabedrijven, sponsortrajecten. Regiefunctie is er niet. Wat ik stuitend vind: kern van het verhaal zou de artistieke noodzaak vanuit de instellingen moeten zijn. Moet goed zijn voor de instellingen en voor de stad en de regio. Is andersom gegaan. Huisvestingsprobleem. Timmerfabriek kwam vrij en moest ingevuld worden. Wij waren te klein om dat in te vullen. Van bovenaf

Als wij een gratis huisconcert doen, op de Parade, zijn de mensen lyrisch Opa met zijn koelbox en klapstoel en kleinzoon op de knie

Laboratorium


Publiek

Alle instellingen geven aan zich bewust tot hun publiek te verhouden. Alhoewel meer publiek altijd beter lijkt, wijst een aantal instellingen op de grenzen van deze gedachte. Zij willen niet zozeer meer publiek als wel: het bestaande publiek handhaven, publiek te willen dat zich anders opstelt, publiek te willen dat past (qua hoeveelheid en stijl van reageren) bij de instelling.Veel instellingen willen wel nieuw publiek creëren of experimenten aangaan, maar proberen dat te doen zonder dat het ten koste gaat van het bestaande publiek. Nieuw lijkt zo tegenover oud te moeten staan. Voor veel instellingen draait het denken rond cultureel ondernemerschap en publiek om de vraag hoe je het publiek niet als einddoel, maar als uitgangspunt kunt nemen. Publiek niet als afnemer van een product, maar als reden om überhaupt ergens aan te beginnen.

17

Niet: ‘Voorstellingen die voortkomen uit gesloten processen en in zichzelf gekeerd zijn. Mensen die vanuit een artistiek credo een voorstelling maken waar je als publiek niet bijkomt. Vrijblijvend, gemakshalve.’

Alle instellingen zijn actief bezig met cultureel ondernemerschap. Sommige instellingen nemen hun artistieke visie als uitgangspunt voor cultureel ondernemerschap. Andere zien hun artistieke visie als resultaat van cultureel ondernemerschap. Niet iedereen verstaat onder cultureel ondernemerschap hetzelfde. Soms is het als een zoektocht naar andere manieren om aan geld/publiek/legitimiteit te komen. Bijvoorbeeld ‘input op het gebied van merchandising, legaten en giften, erfenissen.’ Geregeld ook stond de opvatting dat cultureel ondernemerschap draait om het genereren van meer inkomsten juist onder druk. ‘Dat is verschraling. Gaat te veel over de centen.’ Cultureel ondernemerschap zou een manier zijn om plekken te veroveren waar de instelling niet vanzelfsprekend thuishoort. Een manier om als instelling bruggenbouwer of voorziening voor anderen te fungeren. Een manier om middelen (zoals geld) effectiever en efficiënter in te zetten.

‘Makers moeten meer verantwoordelijk gemaakt worden voor het verkopen van voorstellingen. Daardoor bewust worden van communicatie, verkoop.’

Cultureel Ondernemerschap

‘Een confrontatie aangaan met andere makers, met de regio. Bijvoorbeeld Intro in situ – samen een Michael Jackson project.’

die ‘puur’ zijn, met een ‘enorme intensiteit.’ ‘Ook gewoon goede muziek is goed en dat is genoeg.’ ‘Een integrale opera op het Vrijthof organiseren, maar wel een integrale opera, niet de highlights. Want dan speld je mensen iets op de mouw wat ze niet krijgen.’

‘Van deze tijd: je zoekt thema’s die belangrijk zijn, en zorgt dat mensen mee doen. Sluit aan bij creatief ondernemen. Een andere manier van omgaan met publiek. Materiaal voor de voorstelling ontleen je aan de wereld buiten het theater.’

Laboratorium


Laboratorium

We willen de grenzen opzoeken Maar er zijn ook grenzen: geen Jan Smit of Frans Bauer

Culturele hoofdstad

Alle instellingen hadden moeite om aan het criterium ‘Europees niveau’ concrete invulling te geven. Wel gaven ze ook allemaal aan samen te (willen) werken met buren in de Euregio. ‘Je steekt je arm uit het raam en je kan het vastpakken.’ Door sommigen wordt gerefereerd aan een Euregionale identiteit. Maar de taal kan vooral bij theatervoorstellingen een probleem zijn. Het voornemen om in 2018 culturele hoofdstad van Europa te zijn, krijgt de steun van alle instellingen, waarbij de weg erheen belangrijker lijkt dan de vraag of Maastricht ook daadwerkelijk culturele hoofdstad wordt. Men roemt de specifieke kwaliteit van de stad, maar stelt ook aan de orde waarom sommige dingen elders lukken en hier niet. Waarom gaan studenten in Amsterdam wel naar het theater? Nieuwe media & locatieprojecten

Alle instellingen proberen te innoveren, naast met cultureel ondernemerschap ook middels nieuwe media. Daarbij zien de instellingen innovatie soms als iets dat bestaand beleid kan voeden. Daartegenover bestaat het beeld dat innovaties juist kunnen dienen om bestaand beleid ter discussie te stellen. Eén instelling gaf aan dat om te innoveren, een instelling vooral lef moet hebben en compromisloos moet durven zijn. ‘Regen bestaat niet bij ons.’ Door eerst vertrouwde routes aan te bieden aan het publiek, – ‘een mix tussen vernieuwing en traditie’ – kan men het publiek meenemen naar een onbekende ervaring. Zo kan een instelling exclusiviteit, glans bieden. Veel instellingen zijn bezig met het creëren van in de regio gewortelde projecten. Projecten die aansluiten bij waar mensen mee bezig zijn, vandaan komen. ‘Samen met de regio Limburg: mensen sturen verhalen in die ze in theater willen omzetten. Dan ontstaat er een verband.’ ‘Mensen hebben behoefte houvast te krijgen in de regio waar ze wonen en de geschiedenis van die regio.’ Locatieprojecten bijvoorbeeld. Ook projecten die beginnen met aansluiten bij het kennis/ervaringsniveau van mensen om ze vervolgens mee te nemen naar iets nieuws, iets anders. Daarnaast zijn veel instellingen bezig met de vraag: hoe creëer je momentum?

18


Veel instellingen geven aan al veel met andere instellingen samen te werken. ‘De deuren en ramen openzetten.’ Ook samenwerking met andere partijen worden genoemd, ‘DSM en Fortis.’Voor sommige instellingen betekent samenwerking vooral het pragmatisch en efficiënt delen van faciliteiten en feedback.Voor anderen zou het een meer inhoudelijk proces moeten zijn van het verkennen van grenzen en het aangaan van cross-overs. Maar ook: ‘helpen een veilige setting te creëren.’ De instellingen geven aan dat het SIARAAK-project goed aansluit bij de bestaande contacten en ontwikkelingen. Sommigen zien daardoor weinig mogelijkheden voor het project om meer te betekenen dan bestaande lijnen bevestigen. Anderen hopen dat het project processen kan intensiveren, vlottrekken. Sommige instellingen zien het project als iets dat hen zou moeten voeden, hen kennis kan opleveren. Weer anderen zien het project als een platform gedragen en gemaakt in en door de instellingen zelf. Alle instellingen willen zich inzetten voor een aantoonbaar resultaat van het SIA-RAAKproject. Sommigen zien vooral voorstellingen voor zich waarbij gebruik gemaakt kan worden van de processen die in het project teweeg zijn gebracht. Anderen denken meer aan het ontstaan van duurzame verbanden. De instellingen suggereerden op verschillende manieren dat de processen waar het SIA-RAAK-project over gaat zouden moeten resulteren in een

19

‘Er is een behoefte van het publiek om verrast te worden.’

Samenwerking & SIA-RAAK

‘Publiek niet alleen zien als mensen die de voorstelling bekijken. Je moet het publiek iets te bieden hebben, met name een dialoog. Opzetten van workshops, debatten, zaken die verder gaan dan de voorstelling. Je vraagt betrokkenheid van het publiek.’

Hoe creëer je situaties waar iedereen bij wil zijn, mee wil doen, geïnspireerd is, een extra stap wil doen, ermee geassocieerd wil worden? Een aantal instellingen gaf aan belangstelling te hebben voor nieuwe media die verschillende disciplines samenbrengt (muziek/theater; film/theater) waarbij de belangstelling vooral uitgaat naar combinaties van live en opgenomen beelden/geluiden. ‘Mensen gaan met zichzelf zingen.Voorbeeld: One van Michel van der Aa.’ Maar ook de ‘inzet van de computer om een concert thuis te volgen en er meteen een cd-opname van te hebben.’ Sommige instellingen willen graag uitproberen wat het bedrijfsleven bedenkt. Anderen stellen liever vragen aan het bedrijfsleven.

Te vaak wil ‘men wil eerst de eigen positie veiligstellen voor het artistieke debat wordt gevoerd. Regie = verdeel en heers. Dat is de strategie. Instellingen lenen zich daarvoor, zoeken eerst een goede eigen positie. Zou vijf vingers moeten zijn die een vuist kunnen maken. Dan overtuig je anderen makkelijker. Laat je niet bang maken. Men laat zich snel bepalen door de omgeving.’

Laboratorium


Faust doen, met film. Is voor ons vernieuwend

Laboratorium instrument voor productieve gezamenlijke reflectie. ‘Iets waardoor je niet je stellingen betrekt, maar…. Dat is een soort bewustzijn bij iedereen. Dat je makkelijker kunt switchen, delen.’ Veel instellingen gaven aan dat ze behoefte hebben aan een platform waar dingen ondernomen kunnen worden. Met elkaar overleggen doen zij al, wat ze willen is: aan dat overleg concreet resultaat koppelen, dat overleg inhoudelijk voeden, dingen uitproberen. Wat opvalt is dat de instellingen rechtop gaan zitten op het moment dat de artistieke identiteit in het geding is. Alhoewel alle instellingen gretig op zoek zijn naar innovaties op het gebied van publiek, nieuwe media, cultureel ondernemerschap, ontstaan er pas spanningen, aandacht, risico’s op het moment dat deze onderwerpen verbonden worden met het artistieke beleid. Dit betekent niet dat alle instellingen de grenzen tussen zakelijk en artistiek beleid willen beslechten. Het betekent wel dat de risico’s, maar ook de mogelijkheden voor vernieuwing gelokaliseerd zijn in het grensgebied tussen de twee. Concreet:Veel initiatieven die instellingen nemen, lijken onherroepelijk te moeten resulteren in een verhouding tot het publiek als consument. De bezoeker als consument biedt mogelijkheden voor instellingen zich op een nieuwe manier tot het publiek te verhouden. Maar juist podiuminstellingen hebben een reservoir aan kennis en vaardigheden die deze verhouding ook kan veranderen, verrijken of bekritiseren. Dat reservoir hoopt het SIA-RAAK-project te helpen aanboren. Het SIA-RAAK-Laboratorium

Wat zou het opleveren om het SIA-RAAKproject te laten werken als een laboratorium? In een lab worden experimenten bedacht, uitgevoerd en geëvalueerd. Cultureel ondernemerschap, vragen over nieuwe media en publiek zijn soms bedreigend voor instellingen die proberen hun bestaande lijn te continueren, maar kunnen ook nieuwe kansen creëren die lijn te vernieuwen, te versterken. Of ze kunnen nieuwe kansen creëren om op een productieve manier te reflecteren op de bestaande lijn. Zou dat allemaal in een SIA-RAAK-lab plaats kunnen vinden?

20


Laboratorium Over een ding zijn we eens: het SIA-RAAKproject is geen kennisfabriek. Er worden geen pasklare oplossingen aangereikt voor de dilemma’s waarmee de podiuminstellingen worstelen. Dat kan ook niet. Ten eerste geven de interviews duidelijk aan dat de instellingen weliswaar gedeelde problemen en kansen zien, maar dat zij hierover verschillende posities innemen. Met andere woorden: er is niet één vraag en dus niet één antwoord. Productief zijn die momenten waarop instellingen hun vragen weten te verhelderen en verdiepen in onderlinge dialoog. Het SIA-RAAK-project is een plek waar onderzoek naar en door de deelnemende podiumkunstinstellingen verricht kan worden met als doel nieuwe strategieën te genereren waarmee de veranderende wereld – gezamenlijk – tegemoet getreden kan worden. Deze plek willen we karakteriseren als een laboratorium. Een laboratorium is een plek die afgeschermd is van de wereld en waar met specialistische instrumenten geëxperimenteerd kan worden. Het is een plek waarin zowel praktisch als inhoudelijk samengewerkt moet worden. Een laboratorium vraagt openheid, inzet en precisie in een veilige omgeving en een bereidheid steeds kritisch naar eigen werkzaamheden te kijken. In een wetenschappelijk laboratorium zoekt men naar antwoorden, naar oplossingen, naar de waarheid. Wat gemaakt wordt in een laboratorium is echter veel meer dan de waarheid. Achter de gesloten deuren bedenken onderzoekers technieken, zetten experimenten op, oefenen met manieren van werken, ontwikkelen criteria voor beoordeling – en later komen deze manieren en beoordelingscriteria samen met de waarheid naar buiten. Dit proces van samen zoeken en maken en reflecteren dat zich in het laboratorium afspeelt, dat moet zich in het SIA-RAAK-project ook gaan afspelen. Daarbij staat de vertaling van problemen en dilemma’s naar kansen en uitdagingen centraal.

stormen ze over mogelijke experimenten. Natuurlijk zijn er kanttekeningen: niet teveel ideeën tegelijk willen uitwerken, houd het concreet, streef niet naar onmiddellijke resultaten. Maar aan het eind van de middag valt er in staccato-taal op de flap-overvellen te lezen: – Iets concreets laten zien tijdens het Parcours 2009. Al is het maar iets kleins; al is het maar om te laten zien waar naar toegewerkt wordt en dit dan dus publiekelijk bekend maken. Dit is een mooi tussenmoment de stand van zaken te laten zien. – Studenten een rol hierin geven. – Gemeenschappelijkheden eruit halen en zo reduceren tot vijf voorstellingen. – Een festival waarin je verschillende dingen kunt laten zien; bekijken welke ideeën bilateraal of multilateraal zijn. – Experiment met 3-d decor, al dan niet gekoppeld aan een muziekproductie. – Euregionale kennisuitwisseling is interessant. Er moet een soort wederkerigheid ontstaan. In kader van culturele hoofdstad is dit zeker ook interessant: wij zitten in een Euregio en andere steden niet. – Een stuk van Elmer Schönberger uitvoeren. Vier studenten van de Toneelacademie en vier studenten van het Conservatorium iets met elkaar laten doen. – Publiek van Opera Zuid en Het Vervolg gaan bij elkaar op bezoek. Het oogde nog pril, maar het SIA-RAAK-lab was geopend.

En zo kreeg ergens achter in juni 2008, op een zeer warme bovenzaal in de Toneelacademie, het SIA-RAAK-laboratorium vorm. Aanwezig waren de leden van de Hoofdwerkgroep, zakelijk en artistiek leiders. Men is enthousiast over het idee. In koppels van twee brain-

21


Gereedschap En dan is er ineens het vliegtuig, een stoommachine, het wiel, Becketts Wachten op Godot, 4'33"van John Cage, een nucleaire ontploffing. Er ontstaat iets nieuws en de wereld verandert. Maar hoe is dat nieuws ontstaan? Zou vernieuwing een logica hebben, een stramien dat herhaalbaar is? En zou dat stramien voor al het nieuwe hetzelfde zijn, of het nu gaat om de eerste fiets of het omgekeerde fietswiel van Duchamp? Zou er een recept zijn voor vernieuwing, zodat we kunnen leren hoe dat moet, innoveren?

23


Gereedschap

Meer een IKEA-sleutel dan een handleiding bij een dvd-recorder

Reflexief Gereedschap: fuik of landkaart?

Een recept voor vernieuwing

De paradox van vernieuwing is, dat er geen recept voor bestaat. Hoe het nieuwe in de wereld is gekomen, kunnen we achteraf vaststellen. Maar wie vernieuwing wil plannen, heeft het moeilijk. In het SIA-RAAKlaboratorium is een instrument gemaakt dat wil helpen de paradox van de innovatie op te heffen. Een soort IKEA-sleuteltje. U weet wel, zo’n dingetje waarmee over de hele wereld precies dezelfde Billy boekenkasten in elkaar gezet kunnen worden. Het is een machtig idee dat er zo’n sleuteltje zou kunnen bestaan om iets waarlijk innovatiefs in elkaar te zetten. Een sleuteltje dat je in je zak kunt stoppen voor een volgende keer. Tijdens het SIA-RAAK-project hebben we geprobeerd een IKEA-sleuteltje voor artistieke innovatie te maken. Hoe ziet het er uit? Waarom is het nodig en hoe werkt het in de praktijk? First things first. Het sleuteltje dat we hebben gemaakt heet: Reflexief Gereedschap. We hebben het gemaakt om antwoorden te vinden op vragen van instellingen die deelnamen aan het SIA-RAAK-lab. Een paar citaten. Hoe zorg je ervoor dat iets ‘ondanks dat het tegen alle conventies indruist’ toch ‘juist daardoor heel bijzonder wordt?’ Hoe zet je ‘de deuren en ramen open?’ Hoe zorg je dat mensen niet ‘eerst de eigen positie veilig proberen te stellen voor het artistieke debat wordt gevoerd?’ Hoe voorkom je dat ‘je stellingen betrekt?’ Hoe zorg je ‘dat je makkelijker kunt switchen, delen?’ Hoe voorkom je dat mensen blijven hangen in ‘gesloten processen en in zichzelf gekeerd zijn, dat mensen vanuit een artistiek credo een voorstelling maken waar je als publiek niet bijkomt? Dat het vrijblijvend is, gemakshalve?’ Hoe zoek je ‘grenzen op, zonder over de rand te gaan, geen Jan Smit of Frans Bauer?’

24


Gereedschap Vragen als deze kwamen naar voren in gesprekken met SIA-RAAK-partners in mei en juni 2008. Hoe week je mensen los uit ooit ingenomen posities? Hoe kun je vernieuwen? En hoe kun je zorgen dat deze innovaties betrokken zijn op de wereld waar zij deel van uitmaken? Het SIA-RAAK-lab gaat over deze vragen. Het Reflexief Gereedschap is ontwikkeld om de SIA-RAAK-partners te helpen antwoorden te formuleren op deze vragen. Het gaat er vanuit dat innoveren niet vanzelf spreekt. Iets nieuws doen is moeilijk en niemand weet van te voren hoe dat moet. Cruciaal is dat je al doende leert. Leren kun je doen door te experimenteren. Het Reflexief Gereedschap kan die leerprocessen in experimenten zichtbaar maken en evalueren. In de grond is dit het idee. Een experiment kan lijken op een fuik of op een landkaart. Gesprekken tussen binnen- en buitenstaanders maken zichtbaar welke van de twee het is: Een project waarbij je vastloopt in je eigen vooronderstellingen of eentje waarin je wegen creëert naar het onverwachte. Als een innovatie maar goed is, dan wordt het vanzelf een succes! Dat is een klassiek idee over vernieuwing: in een gesloten lab hard werken aan het versterken van je idee. Als het sterk genoeg, rolt de innovatie vanzelf van de lopende band. Dit is het beeld van vernieuwing als een fuik. Het Reflexief Gereedschap dat hier wordt gepresenteerd, steunt op een andere opvatting. Het belangrijkste uitgangspunt is dat niemand het weet! En dus moet je leren terwijl je bezig bent. Het is gebaseerd op onderzoek dat betoogt dat innovatieve processen baat hebben bij confrontaties tussen verschillende betrokkenen. Makers moeten zich niet afzonderen. Nee, laat de buitenwereld mee bepalen wat er in je experiment gebeurt. Zo kan de hele wereld het ontwerp ‘besmetten’ en ontstaan er vele wegen naar Rome: het beeld van de landkaart. Hoe kom je er nu achter of je een fuik aan het maken bent of een landkaart? Concreet werkt dat zo. Het Reflexief Gereedschap is een soort rollenspel met een Verslaglegger die betrokken is bij het experiment en een buitenstaander, een zogenaamde Evaluator. De

25

‘Het reflexief gereedschap maakte dingen zichtbaar die je misschien toch al deed. Of dan toch in ieder geval dingen waarvan je weet dat je ze zou willen doen. Wat nuttig zou zijn, is als er iemand bij zou zitten. Een observator die meekijkt en je helpt om scherp te krijgen: Doe je wel wat je denkt dat je doet?’ Ans Muijres & Ad van der Koog, zakelijk en artistiek leider van Intro in situ

Een tabel voor het onverwachte


Zou het nieuwe een logica hebben, of het nu gaat om de eerste fiets of het omgekeerde fietswiel van Duchamp?

Gereedschap Verslaglegger doet gedurende het experiment regelmatig verslag van het experimentatieproces. H/zij bespreekt deze verslagen met de Evaluator, iemand die geen deel uitmaakt van het experiment en uit een andere wereld komt dan de Verslaglegger. In het gesprek lopen Verslaglegger en Evaluator een tabel na waarin de linkerkolom aangeeft wat nodig is om te leren, namelijk je te laten infecteren door de wereld. De rechter beschrijft wat dat leren in de weg staat. Links is de landkaart, rechts de fuik. Door de tabel te gebruiken, kunnen de Verslaglegger en de Evaluator gezamenlijk het leervermogen van het experiment beschrijven. Het doel van het Reflexief Gereedschap is om na te gaan of andere werelden een impact hebben gehad op het proces van experimentatie: Kun je zien dat het experiment steeds smaller en nauwkeuriger wordt, of zie je veranderingen die het proces verleggen? Wordt er steeds meer toegespitst op wat altijd al de bedoeling was, of maakt het uit wat er tijdens het experimenteren gebeurd? Zijn er steeds minder alternatieve routes, of komen er steeds meer bij? Vinden de Verslaglegger en de Evaluator het experiment steeds spannender of juist niet? Kennismaking met het IKEA-sleuteltje

Tijdens een werkconferentie op 30 januari 2009 maakten de SIA-RAAK-leden kennis met het Reflexief Gereedschap. De aanwezigen verdeelden zich in tweetallen met een ongelijke achtergrond: verschillende disciplinaire achtergronden (theater/muziek) of een andere professionele achtergrond of functie (zakelijk/ artistiek). Deze duo’s bespraken om en om een lopend project waarbij ze zelf betrokken waren. Als de een vertelde, stelde de ander vragen, daarbij gebruik makend van de tabel, en vice versa. De ervaringen met het werken met het Reflexief Gereedschap waren gevarieerd. Het evaluatieve plenaire gesprek dat zich ontspon nadat de duo’s klaar waren, begon steevast met de zin: ‘Ja, we hebben het instrument niet echt gebruikt, maar….’ Opvallend was niet alleen dat niemand het instrument daadwerkelijk gebruikt had tijdens het gesprek, maar ook het ‘maar…’. Mensen hadden het instrument vooral als richtinggevende gedachte of

26


Gereedschap rolbepaling vooraf gebruikt. Wat waren de reacties? Veel mensen formuleerden eerst vragen. Sommige mensen vonden dat ze geen IKEA-sleuteltje nodig hadden: Kom je niet vanzelf de punten tegen die in het gereedschap staan? Daarnaast vond men dat het te ver van de praktijk af staat en te academisch overkomt. Men vroeg zich af hoe effectief het instrument is. Moeten we niet veel meer uitgaan van de eigen beleving van wat innovatie is? Het gereedschap werkt met verslagen. Het alternatieve voorstel was om niet op basis van zo’n protocolachtig formulier te werken, maar om een derde persoon, een observator, uit te nodigen tijdens het innovatieproces en die feedback te laten geven. Een aantal mensen gaf aan wat ze nuttig hadden gevonden aan de gesprekken. Het Reflexief Gereedschap dwingt gesprekken af die zichtbaar maken wat altijd impliciet blijft. Hoe je eigen wereld er uit ziet bijvoorbeeld, of je normaal gesproken werkt en evalueert. Het resulteert in kritisch kijken naar je eigen manier van denken. Daardoor moet je reflecteren en daarvan leer je. Het maakt je kritischer. Je wordt gedwongen je doelstellingen zo zuiver mogelijk te verwoorden. Daarnaast dient het om terug te kijken naar de processen die je doormaakt. Om te kijken naar wat spannende momenten waren, en verder terug naar niet ingeslagen wegen. Hoe veranderde de oorspronkelijke doelstelling en was dat goed of niet? Een aantal mensen ging specifiek in op de rollen van Verslaglegger en Evaluator. Beiden zijn totaal verschillend en dat levert ook totaal verschillende vragen op. Dat is positief. Zo vond iemand dat het tijdens het gesprek niet altijd duidelijk was wie nou de Verslaglegger was. Ook vond men het soms moeilijk om de rol van Evaluator aan te nemen. Die rol voelt als die van advocaat van de duivel. Men vroeg zich af of dat de enige mogelijke rol is voor de Evaluator. Moet een Evaluator aanvallen of stimuleren? Moet een Evaluator zich verplaatsen in de ander of niet? Is de Evaluator noodzakelijkerwijs een andere persoon, of kan het ook een deel van jezelf zijn? Men vond het positief dat de Evaluator, die immers uit een andere wereld komt, soms ‘naïeve,’ verrassende en dus goede vragen stelt. Daardoor openen

Is het experiment in het voorliggende tussentijdse verslag van de Verslaglegger meer of minder:

27

De Landkaart

De Fuik

1. Rijk

Arm

2. Heterogeen

Homogeen

3. Experiment als wegennet

Experiment als snelweg

4. Wegennet onderzoeken

Snelweg verdedigen

5. Obstakels behandelen

Obstakels negeren

6. Nadenken over oplossingen

Terzijde werpen problemen

7. Verwerken oplossingen

Terzijde werpen oplossingen

8. Heterogene betrokkenen

Betrokkenen delen een wereld

9. Nieuwe evaluatiecriteria

Oude evaluatiecriteria


Het instrument creĂŤert ongemak en dat is een voorwaarde voor inzicht

Iets nieuws doen is moeilijk. Niemand weet vooraf hoe dat moet

Gereedschap er onverwachte deuren en dat verruimt het denken. Maar het kan ook van belang zijn met iemand te spreken die juist wel veel kennis van zaken heeft. Ongemakkelijk gereedschap

Om recht te doen aan de verschillende opmerkingen van de SIA-RAAK-deelnemers, hebben we het Reflexief Gereedschap getest in drie van de experimenten die binnen het lab zijn geĂŻnitieerd: Het 20/20-experiment, het trilvestexperiment en het technolab-experiment. Meer daarover leest u in het volgende hoofdstuk. Maar hier willen we u de ervaringen daarmee niet onthouden. De oefeningen met het Reflexief Gereedschap toonden dat het goed werkt als het een enigszins ongemakkelijke situatie oplevert voor Verslaglegger en Evaluator.Vanuit hun verschillende werelden begrijpen ze elkaar niet onmiddellijk. Het proberen op te lossen van dat onbegrip blijkt informatief. Daardoor wordt zichtbaar of het experiment meer landkaart of fuik is. Bovendien geeft het Gereedschap aanleiding tot het voeren van metagesprekken. Gesprekken over hoe effectief te reflecteren, over de voorwaarden daarvoor, over wat innovatie bevordert en waardoor je leert. Uit de tests met het Reflexief Gereedschap blijkt dat het vaak anders werkt dan we oorspronkelijk hadden bedacht. In plaats van een IKEA-sleutel, lijkt het eerder op een bril of een wekker. Het lijkt op een bril omdat het de mensen die er mee aan het werk gaan een nieuwe blik biedt op hun alledaagse praktijk. Het lijkt op een wekker omdat het impliciete, slapende aspecten van die dagelijkse praktijk wakker zoemt. Het lijkt om nog een reden op een wekker. De meeste mensen zijn niet dol op hun wekker. Het ding verstoort hun rust. Maar net als van een wekker, zagen veel deelnemers aan het SIA-RAAK-laboratorium het nut van het Reflexief Gereedschap wel in. Juist die verstoring kan heel belangrijk zijn, al kun je zeker praten over de vorm en de toon van die wekker. Op basis van de oefeningen, evaluaties en observaties opgedaan tijdens het SIA-RAAKlab, kunnen we het Reflexief Gereedschap aanpassen. We kunnen concluderen dat het minder

28


Gereedschap academisch en meer uitdagend en intrigerend moet zijn. Ook moet het hanteerbaarder zijn: toch iets meer een IKEA-sleutel dan een handleiding bij een dvd recorder. Twee aspecten van het instrument verdienen nader onderzoek. Zou het ook te gebruiken zijn zonder dat de gesprekken meteen teruggekoppeld worden? Zou het zo gemaakt kunnen worden dat het real time meeloopt met het innovatieve proces in plaats van alleen op basis van verslagen achteraf? De vraag of het Reflexief Gereedschap toepasbaar is binnen de podiumkunsten is belangrijk. In de kunsten is de beoordeling van wat innovatief is complex en veranderlijk. De werking van het instrument in dit laboratorium als bril/wekker eerder dan als IKEA-sleutel werpt echter een ander licht op deze vraag. De waarde van het Reflexief Gereedschap ligt dan niet in de kans dat het instrument echte innovatie weet te bewerkstelligen of op te sporen. De waarde ligt veel meer in expliciteren van het onverwachte leervermogen dat ontstaat tijdens maakprocessen. De belangrijkste winst van het gereedschap is de dynamiek van de Verslaglegger en de Evaluator, de gesprekken van de vreemdeling met de deelnemers aan het innovatieve proces. Het gereedschap is feitelijk een enscenering van hun gesprek. Daarom zou het gereedschap de vorm aan kunnen nemen van een script of een theatertekst. In zo’n script zou het ongemak dat het Gereedschap met zich meebrengt gehandhaafd moeten worden. Dat ongemak is de voorwaarde voor het inzicht in innovatieve processen dat het Reflexief Gereedschap kan veroorzaken.

29


Experimenten Een lab gaat pas leven als er wordt gewerkt. Dus wilden we zo snel mogelijk lege koffiekopjes zien, rondslingerende papieren en een vergeten sjaal. Dit hoofdstuk neemt u mee naar het SIA-RAAK-lab. Het toont de experimenten, klein of visionair, inhoudelijk of praktisch, uitgewerkt of pril. Allemaal bedacht vanuit vragen die in de verschillende werkgroepen leefden. Allemaal uitgevoerd door samenwerkende SIA-RAAK-partners. Bedoeld om te innoveren en leren.

31


Experimenten

Het instrument creëert ongemak en dat is een voorwaarde voor inzicht

We stappen nu sneller op elkaar af – Pure winst

6211-experiment

Een avond vol muziek, theater en beeldende kunst. Laagdrempelig en spannend. Dat was het oude idee van 6211. Een paar jaar lang hebben een aantal culturele instellingen in Maastricht samen een avond georganiseerd onder deze noemer. Maar wat zou er nog meer tussen hen kunnen ontstaan? Deze vraag lag ten grondslag aan het 6211-experiment. Met deze vraag onder de arm wandelden de deelnemende instellingen naar de 6211-vergaderingen. Dat ging gemakkelijk, want 6211 staat voor de postcode die ze delen. Al snel ontstond het idee om wat een publieksgerichte activiteit was, te veranderen in een gelegenheid om jonge makers vanuit muziek, theater en beeldende kunst met elkaar in aanraking te brengen. Alle deelnemers waren enthousiast, maar daarmee was de zaak niet meteen beklonken. Steeds opnieuw werd de discussie geopend: Waarom zouden de verschillende disciplines met elkaar in aanraking moeten komen? Welke functie zou dat hebben voor de betreffende instellingen? Zou je ervaren makers moeten uitnodigen of juist mensen die baat bij interdisciplinaire ervaring zouden hebben? Hoe lang moet zo’n bijeenkomst duren? Stel je eisen aan wat er bij zo’n gelegenheid moet gebeuren of juist niet? Wanneer is het een succes? Voor alle vragen, ook de meest praktische, gold dat ze zichtbaar maakten wat voor de verschillende kunstdisciplines aan tafel meestal vanzelf spreekt. En dat is voor film, theater, muziek, beeldende kunst niet altijd hetzelfde. Opvallend aan de gesprekken was dat het gedeelde enthousiasme niet onmiddellijk resulteerde in spijkers met koppen. Maar wacht, dat is niet te betreuren! Het enthousiasme zwengelde een inhoudelijk en cirkelend gesprek aan waarin alle betrokkenen steeds weer nadachten over de eigen motivatie voor en opvattingen over interdisciplinariteit in de kunsten. Daarmee waren deze bijeenkomsten niet alleen noodzakelijk om tot een interessant eindresultaat te komen, maar leefden ze als het ware voor wat er in dat eindresultaat staat te gebeuren. Dat is mooi: De vergaderingen over de nieuwe vorm die 6211 moet gaan aannemen, belichamen die nieuwe 6211 al.

32


Is theaterpubliek ook operapubliek? En andersom? En hoe kun je elkaars publiek binnenlokken? Om meer te weten te komen over deze vragen hebben Opera Zuid en Toneelgroep Maastricht een klein maar fijn publieksuitwisselingsexperiment uitgevoerd. De twee wilden al eerder verbindingen onderzoeken, maar omdat hun programma’s al lang van te voren vastliggen, is dat iets voor de langere termijn.

Voor dit experiment zijn beide partijen het onmiddellijk eens. Niet zomaar wat kaartjes in de uitverkoop gooien. Ze willen graag kaartjes weggeven aan elkaars publiek maar dat moet zorgen voor een bijzondere ervaring voor de bezoekers. Het plan is als volgt: jaarlijks houdt Toneelgroep Maastricht een internetenquête om inzicht te krijgen in haar Vrienden. De eerste 25 vrienden die de enquête invullen, krijgen kaarten voor een voorstelling van Opera Zuid. Opera Zuid geeft altijd een inleiding voorafgaand aan de voorstelling waar de 25 vrienden gratis bij kunnen zijn. Om de avond nog feestelijker te maken, kregen ze een vriendelijk onthaal in het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof. Omdat Opera Zuid voor haar jubileumseizoen 2010 een actiever vriendenbeleid voert, wordt in het najaar van 2009 de vice versa vorm besproken met Toneelgroep Maastricht. Deze kleine interventie rond publieksuitwisseling zal geen Andre Rieu-achtige aantallen bezoekers opleveren. Dat was ook nooit de intentie. Maar inmiddels broedt er wel iets anders. Beide instellingen zijn geprikkeld om bij elkaar te gaan kijken. Dat was ook niet de bedoeling, maar wel een prettig effect.

33

Sommige experimenten in het SIA-RAAK-project zijn niet in dit hoofdstuk beschreven. Meestal waren deze experimenten te rudimentair of te lastig realiseerbaar om er al verslag van te kunnen doen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het plan van de voorzitter van de werkgroep Nieuwe media Sybrand van der Werf om een computer als medeacteur op de scene te zetten. Of voor het idee van jeugdtheatergezelschap Het Laagland om te onderzoeken of ze de publieksgerichte houding van theatermakers zouden kunnen vertalen naar studenten beeldende kunst.

Publieksuitwisselingsexperiment

En voor het plan om voor het jaarlijkse operaproject een virtueel decor te ontwerpen. Daarnaast waren er experimenten die vooral intern van aard waren. Zo ontwikkelde Opera Zuid binnenshuis een goed functionerend SIA-RAAK-laboratorium. Zowel het Limburgs Symfonie Orkest als Het Laagland richtten zich op eigen innovatieprojecten met als inzet het herformuleren en implementeren van de missie, visie en doelstellingen van de organisatie.

Experimenten


Experimenten

Een voorstelling is geen vrachtwagen

Technolab-experiment

Toneel is nu. De bloed, het zweet en de tranen die op dit moment vallen zijn karakteristiek voor het theater. Tegenwoordig zie je echter op de scene steeds vaker geluid en beeld dat al eerder is opgenomen. EĂŠn van de vragen die in het SIA-RAAK-laboratorium centraal staan, is hoe dergelijke technologische innovaties ontstaan. Bovendien is het publiek dat naar de zaal komt tegenwoordig vaak vertrouwder met iPhone en iPod, dan met de theatrale of muzikale taal op het podium. Ga daar als podiumkunsten maar eens aanstaan.

Kwesties als deze waren de inzet van een onderzoek bij de Toneelacademie in Maastricht. Op de Toneelacademie maken studenten kennis met de theatrale mogelijkheden van digitale technologie in het technolab. In dit vak leren studenten wat ze kunnen doen met een

34


aan een voorstelling. Elke week bespraken ze hun maakproces in een groepsinterview, losjes gebaseerd op het Reflexief Gereedschap (zie hoofdstuk Gereedschap). Doel van deze gesprekken was om inzicht te verkrijgen in de innovatieve kracht van verschillende maak-

35

Het Reflexief Gereedschap is uitgeprobeerd bij de workshop met het trilvest. Zoals het Gereedschap voorschrijft, hadden de Verslaglegger en de Evaluator een aantal keer overleg. Tijdens deze gesprekken discussieerden de gesprekspartners niet alleen over het trilvestexperiment, maar ook over het Reflexief Gereedschap zelf. De discussie ging bijvoorbeeld over de vraag of de vooronderstellingen van de Verslaglegger de werking van het gereedschap kunnen beïnvloeden. En of het Gereedschap niet erg manipuleerbaar is. Als je nou zoiets als een

computerprogramma (Isadora), maar meer nog gaat het om de impact van dat programma op hun artistiek-inhoudelijke verbeeldingskracht. Terwijl haar medestudenten heftig meeknikken, vertelt een student dat ze ‘in het begin dacht dat het alleen om dat stomme programma ging, maar nu is het alsof er een nieuw soort denken is ontstaan.’Van nature heeft ze niet veel affiniteit met technologie. Ze lacht: ‘Als je tegen mij zegt dat ik een programma moet leren gebruiken, dan denk ik, ja, zal wel… Maar als je zegt, ik ga je een nieuwe manier van theater maken leren!’ De studenten werkten in twee groepen elk

‘De communicatie met andere culturele instellingen, onze partners in crime is veel transparanter geworden. We stappen nu sneller op elkaar af. Pure winst.’ Richard Loomans, zakelijk leider Opera Zuid

‘Het was beslist heel nuttig om te onderzoeken in hoeverre ons wederzijds publiek op elkaar lijkt.’ Brigitte van Eck, zakelijk leider Toneelgroep Maastricht

Experimenten


Spelen, repeteren, vechten om het beste strijkkwartet te worden

Experimenten processen. Wat blijkt? De ene groep voelde al snel de noodzaak om tot een concept te komen. De andere groep bleef langer zoeken en stelde beslissingen langer uit.Volgens het Reflexief Gereedschap zou de tweede groep beter in staat moeten zijn geweest tot een innovatief resultaat te komen. De eerste groep zat als het ware op een snelweg of in een fuik en kon daar lastiger van afwijken. Maar hoe deze processen zich verhouden tot de kwaliteit van de twee voorstellingen is moeilijk te zeggen. Het Reflexief Gereedschap is ontwikkeld voor de transportsector. Anders dan bij een vrachtwagen, is van een theatervoorstelling minder eenduidig te bepalen wat spannender is en waarom. Bovendien vraagt het Gereedschap makers terug te kijken, in plaats van vooruit naar de volgende voorstelling. Dat voelt als tegen de stroom in zwemmen. Het nut van dergelijke ongemak is het onderwerp van het hoofdstuk Gereedschap.

36


lakmoesproef zou hebben, dan zou de betrouwbaarheid van de uitkomsten veel groter zijn, dacht de Verslaglegger. De Evaluator meende dat de betrouwbaarheid dan wel groot zou zijn, maar dat de inhoudelijkheid van de gegevens daardoor erg zou worden beperkt. Bovendien ligt de werkzaamheid van het gereedschap niet zozeer in betrouwbare uitkomsten, maar in gedachtevorming en -formulering tijdens het gebruik van het gereedschap. Tenslotte kwam een uitgangspunt aan de orde dat impliciet is in het gereedschap, zo meende de Verslaglegger. Het idee is

Vier mensen delen een passie: muziek. Zij spelen, repeteren, vechten om het beste strijkkwartet te worden dat ze kunnen zijn. Maar in dit proces raken het professionele vlak en het persoonlijke vlak in elkaar verstrengeld. Een muzikale voorstelling over de gedragingen van musici. Maar ook een experiment in het samengaan van theater en muziek. Muziekschrijver en componist Elmer Schรถnberger is van de muziek, maar houdt evenveel van toneel, zei hij ooit in de Volkskrant. Zijn stuk Kwartetten gaat over de muzikale en persoonlijke verhoudingen in een strijkkwartet. De altiste heeft een relatie gehad met achtereenvolgens de eerste violist, de cellist en de tweede violist. Maar dat is eigenlijk niet de belangrijkste vierhoeksverhouding in het stuk. Die gaat toch over de muziek. Het toneelbeeld in de theaterzaal van AINSI, centrum voor kunst, innovatie en debat langs de Maas, toont vier tafels met daarop en omheen oranje kuipstoelen. Op de tafels zitten

namelijk dat er een drive is om te innoveren. Als die afwezig is, of het innovatieve doel opgelegd, wat gebeurt er dan?

Kwartettenexperiment

Het Reflexief Gereedschap werd in het 20/20-experiment toegepast als onderdeel van het voorbereidende proces. De gesprekken resulteerden in een aantal opmerkingen die gebruikt kunnen worden bij het aanpassen en ijken van het Gereedschap: Het idee dat de uitkomsten van het gebruik van het gereedschap meteen terug zouden moeten vloeien in

Experimenten

de musici. Zij voeren delen van composities uit van onder meer Sjostakovitsj, Beethoven en Stravinsky. Terwijl ze hun staalkaart van de kwartetliteratuur spelen, verwoorden de vier acteurs de eindeloze discussies tussen de leden

37


Leo Swinkels, directeur van de Toneelacademie in Maastricht

Een technologielaboratorium waar we samen een aantal jaren lang kunnen experimenten met innovatieve technieken en wat die voor de podiumkunsten kunnen betekenen, dat zou mooi zijn

Experimenten van het kwartet, over de componisten die ze spelen, over hoe moeilijk het is om samen echt goed te spelen, over hun onderlinge verhoudingen, over wie zijn dag niet had. Na afloop krijgen ze opbouwende feedback van Elmer Schönberger zelf. Kwartetten is de gedroomde voorstelling voor een experiment in samenwerking tussen toneelacademie en conservatorium. In deze Creative Art Team (CAT)-produktie oefenen de studenten in samenwerken met kunstenaars uit andere disciplines. Trilvestexperiment

Helikopterpiloten in Uruzgan kunnen soms maar moeilijk landen door de stofwolken die ze doen opwaaien. Nu ontwikkelt TNO een zogenaamd trilvest. Een vest vol met rijen trillertjes (denk: mobiele telefoon op trilstand) zou de piloten misschien ooit kunnen helpen zich te oriënteren. De piloot hoeft niet meer te kijken, maar kan voelen. Maar voordat het zo ver is, mochten studenten van de Maastrichtse Toneelacademie met deze vesten spelen. Kernvraag van het experiment was hoe cutting edge technieken een inhoudelijke rol te geven op het podium. Tegelijkertijd wilde de Toneelacademie onderzoeken hoe de samenwerking vorm te geven tussen marktpartijen als TNO en het onderwijs in de podiumkunsten. In de workshop maakten de studenten eerst fysiek kennis met de trilvesten. Hoewel ze de demovesten ‘niet echt sexy’ vonden, begonnen ze gretig te onderzoeken. Bijna onmiddellijk trokken studenten de vesten aan en stonden ze aangestuurd te dansen: Expressieve marionetten die met introspectieve aandacht stonden te voelen waar de trillers hen heen stuurden. De studenten dachten na over verschillende opties en risico’s van de techniek: Hoe lang duurt het tot het echt pijn gaat doen? Martelen met een trilvest – Dat wilden ze wel eens meemaken! Later in de workshop luisterden de studenten naar lezingen van drie heel verschillende experts. Joost Conijn liet films zien van zijn projecten. Een zelfgebouwd vliegtuig, een hek in de lege woestijn. Karel Vanhaesebrouck schetste het grensoverschrijdende en immersieve theater van de Franse Barok. Ruud Hendriks

38


Zowel TNO als de Toneelacademie zoeken naar mogelijkheden om experimenten als deze voort te zetten. Tijdens de workshop formuleerden studenten en begeleiders in samenspraak een aantal vragen die bij vervolgplannen zeker gethematiseerd zouden moeten worden. En er was ook advies. Biedt een volgende keer nog meer informatie aan over de techniek, bijvoorbeeld over eerder pogingen om creatieve input te genereren. En de studenten vonden vooral: Maak zo’n workshop structureel onderdeel van het curriculum van de toneelacademie!

het innovatieve project heeft consequenties heeft voor dat project. Een innovatief samenwerkingsproject is vaak ook een strategisch onderhandelingsproces en in zo’n proces kan het heel onhandig zijn om reflectie over het proces te delen. Daarvoor is het nodig dat alle partijen het gebruik van het gereedschap ondersteunen en de bereidheid hebben tot reflectie. Dan zouden er bijvoorbeeld metabijeenkomsten georganiseerd kunnen worden die terugkijken op het proces. Anders is het misschien een optie om het gereedschap wel toe te passen, maar de

vertelde over autisten die zich liever laten knuffelen door een machine dan door een mens. Wat waren de uiteindelijke plannen die de studenten formuleerden? Het ging van een soort stierenvechten voor dansers tot het voelen van zingende sterren. Studenten bedachten medische toepassingen tegen bedplassen en prikkelende sciencefiction over het bewaren van tactiele herinneringen. resultaten niet meteen te delen met alle deelnemers. Ook kwam aan de orde dat het nuttig zou kunnen zijn om de vreemdeling (in de terminologie van het Gereedschap: de Evaluator) niet te laten reageren op verslagen van het proces, maar tijdens het proces aanwezig te laten zijn. Net als bij andere oefeningen met het Reflexief Gereedschap, blijkt het hier anders te functioneren dan bedoeld. Het werkt niet als instrument dat volgens de handleiding wordt gebruikt, maar initieert metagesprekken over reflectie op het innovatieproces.

Experimenten

39


Experimenten

Een videoclip met operamuziek… is dat hip?

Trailerexperiment

De klassieke bezoeker van podiumkunstvoorstellingen is al jaren dezelfde: een hoogopgeleide vrouw. Misschien een moeder, maar haar kinderen al lang de deur uit. Hoe zorg je nu dat behalve die vrouw, ook de kinderen naar de concertzaal of het theater komen? Met deze vraag benaderde Opera Zuid de Maastrichtse Academie Beeldende Kunsten. Met een sterk veranderende bevolking en steeds meer studenten is dat in Maastricht geen luxe probleem maar bittere noodzaak.

Opera Zuid vroeg studenten van de Academie Beeldende Kunsten of ze een videoclip wilden maken om jongeren te laten zien dat opera ‘hip, leuk en toegankelijk’ is. Wat opera interessant maakt voor jongeren, zo dachten de studenten, is misschien niet meteen de muziek. Daarom stelden ze voor te werken vanuit de verhalen die centraal staan in opera. Verhalen vol hartstocht, ontroering en grote gebaren. Hoewel de artistiek leider van Opera Zuid Miranda van Kralingen de centrale rol van verhalen in opera zeker beaamde, stelde ze toch de eis – niet onredelijk voor een opera gezelschap – dat er in de clip operamuziek moest zitten. Dramatische stilte. De studenten moesten even slikken. Past operamuziek wel bij een videoclip? Om hen daarvan te overtuigen, mochten de studenten aanwezig zijn bij

40


20/20-experiment

2009 is een feestelijk jaar voor cultureel Maastricht. Het Bonnefantenmuseum bestaat 125 jaar, Intro in situ 25, Het Huis van Bourgondië 20, Opera Zuid ook 20. Die laatste twee dachten… 20 jaar, is daar niets mee te doen? Iets met 20 minuten fietsen, heen en weer tussen voorstellingen? Of voor 20 mensen? Wat begon als iets ludieks, neemt langzaam artistieke vormen aan.

41

‘De werkvorm die toen was gekozen – een soort speeddaten waarbij je een aantal keer met steeds andere gesprekspartners innovatieve

effect zullen bereiken. De studenten zijn uitgegaan van wat ze zelf aantrekkelijk vonden, maar hoe representatief dat is? En moet je wel jongeren willen bereiken? Je vangt dan misschien dat kind dat de deur uit is, maar loopt ook het risico zijn/haar moeder te verliezen. Pregnantste vraag bij dit project blijft: Kopen die studenten van de Academie Beeldende Kunsten straks twee kaartjes? Eén voor hun moeder naast één voor zichzelf?

‘Het was goed om aan de tafel te zitten met anderen, dat levert altijd iets op. Dat brengt je in een andere context. Je kijkt even met een andere bril.’ Gert Geluk, hoofd communicatie & marketing van het Limburgs Symfonie Orkest

de generale repetitie van de opera Tsaar Saltan. Daar raakten ze begeesterd, vooral van de vertellersstem. De man die aan die stem vastzat, wisten ze meteen te scoren als voice-over voor wat inmiddels drie trailers zouden gaan worden. De drie trailers zijn nu te zien op de site van Opera Zuid en via YouTube. Opera Zuid is enthousiast over het resultaat, al was het een intensief proces dat van Opera Zuid veel begeleiding vroeg. Ook twijfelt Maud Douwes, verantwoordelijk voor coördinatie & sponsoring bij Opera Zuid, of de trailers het gewenste

samenwerkingsprojecten probeerde te bedenken – zorgde ervoor dat je als persoon in gesprek raakte. Terwijl je op instellingsniveau misschien makkelijk afstand kunt houden, is dat persoonlijk lastiger. Door het speelse van die werkvorm, doordat we als “directeurtjes” onder elkaar aan het brainstormen waren, ontstond er een spannende klik, een switch.’ Piet Menu, artistiek leider van Het Huis van Bourgondië

Experimenten


Tijdens het wachten tikt de tijd door

Experimenten Artistiek leider van Opera Zuid Miranda van Kralingen probeert al langer de manier van samenwerken zoals die typisch is voor theater binnen te brengen bij Opera Zuid. Bij theater hebben acteurs vaak veel meer inbreng en dat is precies wat Van Kralingen graag zou zien. Dat komt goed uit want het fleurige fietsproject is inmiddels veranderd in een experiment om jonge theatermakers te laten werken met operazangers. Opera, vertelt artistiek leider van Het Huis van Bourgondië Piet Menu, is heel dankbaar voor theatermakers. ‘Opera werkt met betekenissen en figuren die vaak stereotiep zijn. Daarmee kunnen regisseurs heel snel iets neerzetten. Opera heeft bovendien zowel een heel verhalende, inhoudelijke als een heel zintuiglijke en esthetische kant, die beiden heel rijk en bruikbaar zijn.’ Bovendien hebben operazangers iets dat acteurs niet hebben: ‘Ze kunnen opera zingen!’ Het experiment staat voor juni 2010 op de agenda. Menu benadert twee theatermakers, een die zich meer op de inhoudelijk en verhalende kant van opera zal richten en een die zich met de zintuigelijke en esthetische kant zal bezighouden. Of ze met een klassieke operapartituur zullen werken of dat er iets heel anders gaat gebeuren, staat te bezien. Toch iets met 20 fietsen misschien?

42


Hanna van Mourik Broekman is gefascineerd door de razende haast die ons hedendaags leven kenmerkt. En wat in die vaart verdwijnt. Ze wilde voor haar onderzoek bij Het Huis van Bourgondië graag samenwerken met een

Het 6211-experiment was een initiatief van productiehuis Het Huis van Bourgondië, muziek- en klankwerkplaats Intro in situ, het Centre for Contemporary Culture Marres, en filmhuis Lumiere. Het technolab werd begeleid door Woody Richardson Laurens, Hans Lasschuit en Jo van Laar en de voorstellingen die er werden gemaakt (Isadora, not Duncan) waren te zien in juni 2009 tijdens de COUP Maastricht, Toneelacademie Maastricht. Dit jaar waren de makers/spelers: Theresa Blommerde, Kyra Bououargane, Daria Bukvic´, Robin Coops, Marieke Dijkwel, Davy Pieters,

Wachtenexperiment

‘In ons leven wachten wij veel. Op je beurt bij de kopieermachine, in de file of op een nieuw hart. En tijdens het wachten tikt de tijd door. Wachten is ledigheid, wachten bestaat niet.’ (www.huisvanbourgondie.nl) Theatermaker Hanna van Mourik Broekman en klankkunstenaar Wouter Snoei experimenteerden samen met wachten. Hun onderzoeksvraag ging ook over de enscenering van wachten in theater met klank.

Ilmer Rozendaal en Wouter Vermeiren. Kwartetten werd gespeeld door Krisjan Schellingerhout, Mathijs van de Sande Bakhuyzen, Jamie Grant en Vincent van der Valk, derde- en tweedejaars acteurs van de Toneelacademie. De musici waren Till Mengler, Anna Mavrommatis, Nadine Hilkens en Tomic Lecyk, allen student aan het Conservatorium Maastricht. De regie was in handen van Jos van Kan, de muzikale leiding had Robert Platz en Doris Bartelt, Jutta Bornemann en Laura Wallrafen, studenten Theatervormgeving ontwierpen het decor.

Experimenten

43


Door als ‘directeurtjes’ onder elkaar te brainstormen, ontstond een spannende klik

Experimenten klankkunstenaar. Intro in situ introduceerde Wouter Snoei. De theatermaakster ‘had een bepaald gevoel voor ogen dat ze in de voorstelling wilde opwekken bij het publiek. Of het doelbewust opwekken van de ervaring van onvrijwillig wachten via theater mogelijk is, was en bleef de vraag. Iedere werkdag probeerden we een andere vorm uit op aanlopend publiek, maar het beoogde gevoel leek zich toch eerder voor te doen bij de makers, in afwachting van bevredigend resultaat, dan bij het publiek.’ (Wouter Snoei) De samenwerking resulteerde in een theatervoorstelling waarin muziek van Snoei is verwerkt. De avond bestond naast deze voorstelling uit een zomerse omlijsting om de laatste voorstelling van het seizoen van Het Huis te vieren en een apart concert van Wouter Snoei. Snoei vertelt vooral te hebben geprobeerd ‘uit te drukken wat Hanna in haar hoofd had: Een associatie met wachten die ik met haar deel.’ Zijn ontdekking in dit experiment was dat ‘het bijna onontkoombaar is om muziek illustratief te gebruiken in theater. Het ‘wacht-muziekje, dat uiteindelijk ook in de voorstelling te horen was,’ was voor hem ‘een grote concessie aan de muzikale abstractie.’ Voor de theatermaakster was de uitdaging van het onderzoek ook vooral een uitdaging om het onderzoek te laten zijn en de dwang van de voorstelling los te laten. Ondertussen leerden de instellingen die deze theatermaakster en klankkunstenaar samenbrachten iets heel anders. Om dergelijke projecten als samenwerking zichtbaar te maken, is het ook van belang om in de publiciteit een gedeelde vorm te vinden. Daarnaast bevestigde dit project voor Het Huis van Bourgondië het belang van verdiepingsonderzoek dat vanuit een gevoelde onderzoeksvraag ontstaat. Communicatie-experiment

Het SIA-RAAK-project leek soms meer op een plein van een lagere school in de pauze, dan op een lab. Zoveel groepen, disciplines, plannen en tijdspaden. Als je met zo veel partijen innovatief wilt samenwerking, wordt communicatie echt een ding. Zoals vaak, werd er in dit project veel geemailed. Een nadeel daarvan is dat ze op een

44


gegeven moment allemaal precies even belangrijk lijken, en dus allemaal minder belangrijk. Toen dit probleem zich voordeed, zijn we ons in het lab gaan verdiepen in communicatie. Daarvoor zijn we te rade gegaan bij onderzoek over de popularisering van kennis. De verspreiding van kennis lijkt op het eerste gezicht een kwestie van twee stappen. Eerst maken we informatie en dan maken we een hele aantrekkelijke glijbaan om die kennis aan de man te brengen. Recent onderzoek betwijfelt deze tweetrapsraket. Het laat zien dat de contacten die gelegd worden tijdens het maken van kennis van cruciaal belang zijn voor het verspreiden ervan. Deze inzichten zijn toegepast in het SIA-RAAK-project. We beschouwden de verbintenissen tussen deelnemers van het project niet als voorwaarde voor de ontwikkeling van nieuwe kennis, maar als die ontwikkeling zelf. Er kwam een echte werkwebsite die alleen toegankelijk was voor leden van het lab. En er startte ook een brievenproject. Het nadeel van internet is dat het gemak ervan afgeeft op de informatie die we er mee overdragen. We bereiken elkaar gemakkelijk, maar waarmee ook al weer? Als we nu in plaats daarvan teruggrijpen op een bijna vergeten communicatiemiddel. Brieven schrijven kost tijd, maar misschien dat het archaïsche medium de aandacht vangt. Het meest effectief bleek iets heel gewoons. Langs gaan. Kop koffie, thee mag ook. Praten vanuit een gedeelde bedoeling. Wat er zo is ontstaan? Het trilvestexperiment ontstond eerst aan keuken- en cafétafel. Het simulatiespel (zie hoofdstuk SIA-RAAK-lab presents) kwam samen met broodjes ter tafel bij Opera Zuid. We oefenden met het Reflexief Gereedschap, een paar keer zelfs hardwerkend, maar heerlijk op een bank in de zon. Naast deze klassieke vorm van praten, zochten we naar nieuwe werkvormen, bijvoorbeeld brainstormen als speeddaten in duo’s. Uit zulke gesprekken vloeiden nieuwe gesprekken voort. Aan de tafel maakten we plannen, verzonnen we listen, ontdekten we problemen. We ontmoeten mensen die we nog niet kenden en die bleken dan soms iets relevants te kunnen en te willen. Dat lijkt langzaam en inefficiënt, maar hoe vergelijkt het eigenlijk met een send to all email die per ongeluk ongelezen in de inbox blijft staan?

45

Aan de trilvest workshop deden de volgende eerstejaar theatraal performers van de Toneelacademie mee: Iris van der Ende, Stefan Jakiela, Marijn de Jong, Karel van Laere, Akwasi Owusu Ansah, Serin Utlu, Rosalie Wammes, en Jimi Zoet. De trailer romantiek is gemaakt door Carola Jansen en Andrea Schlösser; humor door Philipp Edelhoff en Jonas Maintz; action door Marlon de Bruin en Zosia Mikotajczak. Het wachtenexperiment resulteerde in de voorstelling Een ogenblik geduld alstublieft, 5 en 6 juni 2009, Het Huis van Bourgondië, Maastricht.

Experimenten


SIA-RAAK-Lab presents Op 1 juli 2009 presenteerde het SIA-RAAK-lab zich met de volgende woorden:Weet u hoe iets nieuws ontstaat? Hoe er iets kan gaan broeien ergens tussen theater en muziek? Hoe podiumkunstinstellingen een nieuw ‘publiek’ kunnen bereiken? Hoe technische middelen een verrassende inhoudelijke kleur kunnen krijgen op of rond het podium? In Maastricht zijn een aantal experimenten gedaan vanuit deze vraag: Hoe ontstaat innovatie? Verschillende podiumkunstinstellingen hebben samen binnen het zogenaamde SIA-RAAK-laboratorium geëxperimenteerd om tot innovatie te komen. Om dat te doen, hebben ze moeten leren. Leren innoveren.

47


SIA-RAAK-Lab presents

Op 1 juli 2009 presenteerde het SIA-RAAKlaboratorium zich op een toepasselijke plek in Maastricht. De AINSI is een voormalig fabrieksgebouw op het terrein van cementfabriek ENCI dat zich nu ontwikkelt tot een verzamelplaats voor de Creatieve Industrie. Daar konden bezoekers het werk van het SIA-RAAK-laboratorium zien: een aantal van de uitgevoerde experimenten, en hoe de deelnemers al doende leerden. Er waren installaties, voorstellingen en presentaties van work-in-progress. In dit hoofdstuk concentreren we ons op twee van de onderdelen van het programma. EĂŠn voorstelling die te zien was, is als het ware een metafoor voor wat in het SIARAAK-laboratorium als geheel aan de orde was. In Making em Tick manipuleerde theatermaker Albert van Andel deelnemers vanuit het publiek met zijn zelf ontwikkelde trilbanden. Hij maakte deze trilbanden parallel aan het trilvestexperiment dat op de Toneelacademie werd uitgevoerd (zie hoofdstuk Experimenten).

48


SIA-RAAK-Lab presents

De deelnemers uit het publiek kregen trilbanden om en demonische poppenspeler Van Andel stuurde ze vervolgens aan. Hoewel de triltechniek bedoeld is (door TNO) om mensen direct fysiek aan te kunnen sturen, zonder tussenkomst van interpretatie of betekenis, vraagt de techniek in deze setting iets anders van het publiek. Zij moeten hun gebruikelijke gedrag opschorten en zich overgeven aan de controle van de poppenspeler. Ze weten niet wat hij van ze zal vragen en nemen toch het besluit het te wagen. En wat doen ze dan? Hoe zullen ze zich bewegen? Zullen ze doen wat mensen altijd doen, of ontstaat er iets anders? Net als de deelnemers aan het SIA-RAAKlaboratorium, neemt het publiek een risico. Ze laten zich meenemen in een proces waarvan ze hopen dat het ze nieuwe bewegingen zal geven. Een kernonderdeel van de dag was het simulatiespel. Door te spelen, ondervonden bezoekers wat het is te experimenteren en om daarvan te proberen te leren. Ze deden als het

ware een simulatie van het SIA-RAAK-lab. Dit hoofdstuk geeft in beeld en woord een indruk van de voorstelling en van de simulatie: foto’s van de voorstelling en tijdens het spel, citaten uit de brainstorm sessies die aan het spel vooraf-gingen, opmerkingen genoteerd door dagnotulisten die rondliepen in de AINSI.

49


SIA-RAAK-Lab presents

50


SIA-RAAK-Lab presents

Making em Tick: ‘Welkom in het proletarisch poppentheater!’ Albert van Andel vertelt. Tijdens het maken van deze voorstelling had ik maar weinig tijd om met de TNO trilvesten te werken. Ze hadden ook maar een kort snoer waardoor ik niet ver van de laptop af kon werken. Dus heb ik zelf maar vier vesten gemaakt. Gelach in het publiek.

Na Making em Tick speculeert het publiek. Wisten de personen uit het publiek die aan de trilbanden werden gekoppeld nou echt van niets? Waren hun bewegingen echt door het vest ingegeven, of was er gerepeteerd en was het een choreografie?

51


SIA-RAAK-Lab presents

Het spel moet geen representatie zijn van het SIA-RAAK-laboratorium, maar een simulatie ervan. Het moet er niet over vertellen, maar het aan den lijve doen voelen. Dit doet veel meer recht aan het hoofddoel van het SIARAAK-project: het stimuleren en faciliteren van samenwerkings- en innovatieprocessen en

het analyseren van de daarin ontstane leerprocessen. Het is deze ervaring – van het al experimenterend proberen te innoveren en samen te werken en wat daarvan te leren is – die bezoekers moeten krijgen.

52


SIA-RAAK-Lab presents

De AINSI wordt een speeltuin, een doolhof, een laboratorium. Bezoekers vormen kleine groepjes en doen mee aan een spel. Ze lopen langs een rommelmarkt. Op deze rommelmarkt is te halen wat podiumkunst in Maastricht te bieden heeft. De groepjes verzamelen in een mandje bij de rommelmarkt ingrediĂŤnten voor een interdisciplinaire voorstelling. Studenten van de Academie Beeldende Kunsten Maastricht hadden de hele middag de tijd om deze voorstellingen te verbeelden. Bezoekers moeten de ervaring hebben van grensoverschrijding. Hoe is het om tot innovatieve samenwerking te komen met werelden waar zij normaal gesproken niet mee samenwerken?

53


SIA-RAAK-Lab presents

Als mensen tijdens het spel eens zouden komen tot beginnetjes, tot sprankjes zin in het opbouwen van nieuwe samenwerkingen. De simulatie moet de kring groter maken. Andere mensen maken hetzelfde mee als de deelnemers aan het SIA-RAAK-project hebben gedaan. Ook zij moeten zoeken.Het spel simuleert de situatie dat er soms gewoon iets moet, omdat er geld is, een project is.

Het is een hete dag in juli. Er worden waterijsjes uitgedeeld. Het spel wordt uitgelegd. Rumoer. Mensen kijken elkaar aan en giechelen wat. Een vrouw zegt luid: Ge-wel-dig! Een groepje staat voor een kleedje als iemand voorstelt de prei mee te nemen. Maar zijn idee wordt direct afgewezen. Geen prei.

54


SIA-RAAK-Lab presents

Een groepje praat. We hebben een trein. Kent iemand een componist die ooit iets heeft gedaan met een trein? En er is ook een kaartje met ‘orkest?’ Moet dat dan een klassiek orkest zijn? Inmiddels besluit het groepje dat de trein een metaforische tijdmachine is. Een groepje praat. Hoe pakken we dit aan? Hebben we te veel elementen gekozen en passen ze bij elkaar? Of moeten we eerst de briefjes ordenen?

55


SIA-RAAK-Lab presents

56


SIA-RAAK-Lab presents

De visualisaties van het simulatiespel zijn gemaakt door studenten van de Academie Beeldende Kunsten Maastricht: Frederik Bioly, Vincent LancĂŠ en Fabio SchĂśneweihs.

57


Leo Swinkels, directeur van de Toneelacademie

Zo’n project werkt als een heel nuttige stok achter de deur Er staan uren voor.We moeten leveren!


Verder Het SIA-RAAK-lab stimuleerde innovatieve samenwerkingsprojecten. Ze kregen de vorm van experimenten die tegen het licht werden gehouden met het Reflexief Gereedschap. Nu is het lab leeg, de experimenten gedaan, het gereedschap ligt op tafel. De instellingen kijken terug op een project dat hen bevestigde in wat ze al deden – of dat wat ze altijd al hadden willen doen. Hoe gaan ze verder? Hoe gebruiken ze het duwtje in de rug dat SIA-RAAK bood? De leden van het lab kijken terug en vooruit.

59


Het SIA-RAAK-lab heeft contacten geïntensiveerd (Harrie van den Elsen, Conservatorium). Dat heeft een nuchtere kant. Je moet niet ‘alleen het wiel gaan zitten uitvinden. We moeten samenwerken.’ (Gert Geluk, Limburgs Symphonie Orkest) Dat ‘latente bewustzijn was al wel aanwezig,’ maar SIA-RAAK heeft ‘geholpen om de boel open te breken. Door dit project is de communicatie met andere culturele instellingen veel transparanter geworden.’ (Richard Loomans, Opera Zuyd) Maar het heeft ook een artistiek/conceptuele kant: Het interessantste was ‘de dialoog die dan ontstaat.’ (Piet Menu, Huis van Bourgondië) Die dialoog ‘levert altijd iets op. Het brengt je in een andere context. Je kijkt even met een andere bril. Het scherpt je denkvermogen en verruimt je horizon.’ (Gert Geluk) Bovendien stimuleert het je te reflecteren ‘op je eigen werk en op je eigen toko.’ (Netty Beckers, Toneelgroep Maastricht) Veel van de deelnemers erkennen ruiterlijk en glimlachend dat ‘zo’n project werkt als een heel nuttige stok achter de deur. Je kunt niet meer blijven hangen in de intentie om wat samen te doen, maar je moet echt wat gaan doen. Er staan uren voor. We moeten leveren!’ (Leo Swinkels,Toneelacademie) Anderzijds creëerde die stok ook ‘een opgelegde noodzaak’ (Mare de Groot, Het Laagland). ‘Dat had ook te maken met de verwachting dat SIA-RAAK een grote pot met geld was om al je dromen te verwezenlijken… En dan ga je projecten formuleren waarmee je aan dat geld kunt komen. Terwijl als er geen geld is, dan kun je vanuit gedeeld enthousiasme aan het werk. Dan kan een project, mits gedeeld door alle betrokkenen, eigenlijk elke vorm aannemen.’ (Piet Menu) Sommige van de opgelegde werkvormen binnen het project lokten wel interessante reacties uit, zoals het speeddaten waarbij je een aantal keer met steeds andere gesprekspartners innovatieve samenwerkingsprojecten probeerde te bedenken. Het ‘speelse van die werkvorm’ zorgde voor ‘een spannende klik, een switch.’ (Piet Menu) Zoiets dwingt je ‘out of the box te denken. Dat werkte denk ik doordat je onontkoombaar in een situatie werd geplaatst die je dwong met iets innovatiefs bezig te zijn.’ (Harrie van den Elsen)

60

Voor dit hoofdstuk zijn gesprekken gevoerd met: Netty Beckers, zakelijk coördinator Toneelgroep Maastricht; Brigitte van Eck, zakelijk leider Toneelgroep Maastricht; Harrie van den Elsen, directeur Conservatorium Maastricht; Gert Geluk, hoofd communicatie & marketing LSO; Mare de Groot, zakelijk leider Het Laagland; Ad van der Koog, artistiek leider Intro in situ; Richard Loomans, zakelijk leider Opera Zuid; Piet Menu, artistiek leider Het Huis van Bourgondië; Ans Muijres, zakelijk leider Intro in situ; Leo Swinkels, directeur Maastrichtse Toneelacademie.

Richard Loomans, zakelijk leider Opera Zuid

Een gedeeld kassasysteem, een actiever educatiebeleid, en waarom niet nog eens proberen die moeilijke groep van ouders met jonge kinderen de zaal binnen te lokken?

Verder


Verder Een andere werkvorm die spannende reacties uitlokte, was het Reflexief Gereedschap. De tests van dit Gereedschap lieten zien dat het niet zozeer moest leiden tot protocolachtige gesprekken, maar deelnemers moest uitdagen te reflecteren op productieve reflectie. Dergelijke metareflectie tussen insiders en outsiders van een innovatief experiment bleek tegelijk ongemakkelijk en vruchtbaar. Uitkomst van de tests was dat een volgende versie van het Gereedschap dat vruchtbare ongemak zou moeten handhaven. Tegelijk zou het Gereedschap meer real-time moeten werken en mogelijk de vorm aan kunnen nemen van een script of scenario. Hoe verder? Deelnemers hebben hele concrete plannen om werk dat begonnen is in het SIA-RAAK-lab in de toekomst uit te bouwen. Het continueren van de onderlinge dialoog is een bijna vanzelfsprekend vergezicht. Meer specifiek, zou in de toekomst ‘het uitwisselen van kennis tussen bestaande culturele instellingen en nieuwkomers’ (Brigitte van Eck, Toneelgroep Maastricht) moeten worden vastgehouden. Die ‘cohesie is heel belangrijk voor jonge makers en ook voor potentiële samenwerking in de toekomst.’ (Piet Menu) Daarnaast blijven de SIA-RAAK-leden behoefte hebben aan kennis van buitenstaanders. Deskundigen die ‘bij ons “thuis” zouden komen meelopen, om dingen te kunnen gaan toepassen.’ (Ans Muijres, Intro in situ) Dat ondergraaft ook een probleem dat soms in de werkgroepen speelde: de vertaling van theorie naar praktijk (Mare de Groot & Ans Muijres). Maar zulke externe ‘toeschouwers’ zijn niet alleen praktisch, ze stimuleren je ook ‘te reflecteren op de plek die jij inneemt. Ze dwingen je als podiumkunstinstelling meer dan Maastricht als relevante context te zien. Organiseer dingen die niet alleen voor het lokale kunstenveld interessant zijn, maar voor overal!’ (Piet Menu) Leo Swinkels ziet twee nieuwe laboratoria voor zich als een vervolg op het SIA-RAAKproject. ‘Een technologie laboratorium waar we samen een aantal jaren lang kunnen experimenten met innovatieve technieken en wat die voor de podiumkunsten kunnen betekenen. Dat hoeft geen fysiek lab te zijn, dat kan ook virtueel.’ En om dat te bereiken, zijn in dit project belangrijke stappen gezet. Het andere lab? ‘Een Maastrichts laboratorium voor

experimenten in publieksbereik, om spannende dingen uit te proberen en die ook te documenteren.’ (Leo Swinkels) Andere leden dromen ook van allerlei experimenten meer algemeen op het gebied van cultureel ondernemerschap: Focus op ‘internetmarketing, sociale netwerken, sites als facebook en hyves, klantprofielen, maar ook naar hoe je ‘reuring’ moet veroorzaken rond voorstellingen. Aandacht voor regiobranding en klantprofielen.’ (Gert Geluk) Ontwikkel een gedeeld cultureel loket voor Maastricht, ‘een gedeeld kassasysteem, een actiever educatiebeleid, en waarom niet nog eens proberen die moeilijke groep van ouders met jonge kinderen de zaal binnen te lokken?’ (Richard Loomans) Voor zulke toekomstplannen heb je echt ‘trekkers en duwers’ nodig. Daarnaast moeten de instellingen doordrongen zijn van ‘het belang van innovatie’ zodat je ondanks de ‘waan van alledag’ tijd vrij moet maken, ook voor innovatie (Mare de Groot). Dat dat kan, zie je bijvoorbeeld bij Opera Zuid. Daar is in de afgelopen periode een ‘eigen interne SIA-RAAK’ opgezet. ‘Zeker een paar keer per jaar komen mensen van alle verschillende afdelingen binnen Opera Zuid bij elkaar om nieuwe ideeën te spuien. Zo kwam iemand met het idee om met een simpele doos met operaattributen naar scholen te gaan, om kinderen kennis te laten maken met de opera. Een mooi idee, van iemand die een dochter had die graag met poppen speelt. Zo simpel kan het zijn.’ (Richard Loomans) Voorwaarde voor dergelijke innovatieve samenwerkingsverbanden in de toekomst zijn artistiek-inhoudelijke gesprekken. Dergelijke gesprekken zouden moeten gaan over de kern van het werk van podiumkunstinstellingen: over voorstellingen. Gesprekken ‘om te kijken hoe je eigenlijk naar werk kijkt en hoe je dat analyseert.’ Dat doen we allemaal wel, ‘maar informeel en snel. Terwijl dat soort gesprekken de voorwaarden schept voor samenwerking.’ (Piet Menu) Daar zou ’em nou net wel eens de winst van het SIA-RAAK-lab in kunnen zitten: Een opgelegde noodzaak tot vertragen. Daar gaan we morgen mee verder.

61


Piet Menu, artistiek leider Het Huis van Bourgondië

Cohesie is heel belangrijk voor jonge makers en ook voor potentiële samenwerking in de toekomst

Angeline Arts Miep Hinskens Krisjan Schellingerhout Fifamè Awunou Roy Hoet Elmer Schönberger Ferry Bakker-Leemstra Joost Horward Fabio Schöneweihs Netty Beckers Carola Jansen Merel Schreurs Lieke Benders Karel Janssen Jessica Sessinou Ruth Benschop Gustafa Jeek Hans Silvius Ellen Bijlsma Ronald Koster John Slangen Tim Bioly Martijn Kuijpers Wouter Snoei Claire Bisscheroux Vincent Lancée Joost Steltenpool Theresa Blommerde Hans Lasschuit Nick Steur Kristel Boekhorst Woody Laurens Leo Swinkels Jorit Boonstra Karin Lauwers Tomek Szlecyk Linda Bouchoms Irene Levy Debby ten Berge Kyra Bououargane Kaatje Lomme Jack Theunisz Rosa Braber Richard Loomans Manon Thiemann Henri Broeren Johan Luijmes Mark Timmer Daria Bukvic Teun Luiks Hans Trentelman Paul Caron Joost Maaskant Irmgard Tummers Guy Cassiers Bas Maassen Jos Uiterwijk Marcel Claus Jonas Maintz Serin Utlu Joost Conijn Anna Mavrommatis Mariëlle Vaartjes Robin Coops Silke Meelens Karel Vanhaesebrouck Hans Cuypers Till Mengler Albert van Andel Paul Davids Piet Menu Rosa van Bronswijk Janne de Bruin Peter Missotten Matthijs van de Sande Bakhuijzen Marlon de Bruin Benjamin Moen Nynke van den Bergh Mare de Groot Lennart Monaster Rob van den Bergh Marijn de Jong Ans Muijres Harrie van den Elsen Esther de Koning Dennis Mullers Iris van den Enden Annechien de Vocht Sally Musley Jaber Vincent van der Valk Wolfgang Delnui Gertjan Oldeman Sybrand van der Werf Freek den Hartogh Anneke op 't Hoog Brigitte van Eck Inez Derksen Akwasi Owusu Ansah José van Eummelen Theo Derksen Peter Peters Jos van Kan Niek Dijkshoorn Michel Peters Miranda van Kralingen Marieke Dijkwel Davy Pieters Jo van Laar Maarten Doorman Robert Platz Karel van Laren Maud Douwes Alicia Post Karin van Leeuwen Thomas Dudkiewitz Nastaran Razawi Khorasani Hanna van Mourik Broekman Philipp Edelhof Raïssa Reintjens Lieneke van Waalwijk van Doorn Pieternel Fleskens Rutger Remkes Lisa Verbelen John Floore Natasja Reneman Willem Verhaeg Jo Frenken Arjan Rensma Eveline Verhellen Linda Frints Ron Reuleaux Wouter Vermeiren Theo Geene Roos Ritzerfeld Mathieu Vermeulen Gert Geluk Romy Roelofsen Rosalie Wammes Jamie Grant Gable Roelofsen Nina Willems Jos Groenier Els Roobroeck Alexander Wolff Giep Hagoort Ilmer Rozendaal Ineke Wolkers Henk Havens Esther Saris Emile Zeldenrust Ruud Hendriks Linda Savelkouls Jimmy Zoet Marcel Hermans Dominik Schaffner Bas Zuijderland Pim Heymans Marjolein Zwakman Nadine Hilkens Marc Zwietink

62


Colofon Projectleiding: Karel Janssen, Expertisecentrum Creative City Projectmanagement: Manon Thiemann, Expertisecentrum Creative City Supervisie en teksten: dr Peter Peters, lector Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten Onderzoek en teksten: dr Ruth Benschop, lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten Ontwerp: Jo Frenken Fotografie: Willem Verhaeg Druk: Holbox, Echt Bindwerk: Boekbinderij Tindemans van den Burg, Weert Voor meer informatie over het SIA-RAAK-project Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten kunt u terecht op www.hszuyd.nl/creativecity (proces, best practices) en aok.hszuyd.nl (onderzoek).

Fotoverantwoording

p. 14, 15: een Engels chemisch-technologisch laboratorium naar de titelprent van het boek van de Engelse arts William Lewis (1708-1781) Commercium Philosophico-Technicum, or the Philosophical Commerce of the Arts, designed as an Attempt to Improve the Arts,Trade and Manufacture uit 1765. Bron: www.len.dds.nl/alchemisten p. 33: La Fille du Régiment door Opera Zuid, foto Deen van Meer. p. 34, 35 foto:Theresa Blommerde, Kyra Bououargane, Daria Bukvic´, Robin Coops. p. 39 foto: Henk Havens. p. 40, 41 foto’s: Carola Jansen & Andrea Schlösser, en Philipp Edelhoff & Jonas Maintz. p. 42, 43 foto’s: Breg Horemans. Overige foto’s: Willem Verhaeg. Wij hebben geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te achterhalen. Mocht u echter menen rechthebbende te zijn van foto’s in deze publicatie, neem dan contact op met het secretariaat van het SIA-RAAK-project via creative.city@hszuyd.nl

63


64


Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten  

Evaluatie project

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you