50ste jaargang, nr. 2, april 2006. Verschijnt 4 x per jaar
Een uitgave van het Nederlands Auschwitz ComitĂŠ; postbus 74131,1070 BC Amsterdam
Auschwitz Bulletin t
Kranslegging tijdens de Auschwitzherdenking
op 29 januari
2006
Foto: Carla van Thijn
Inhoudsopgave: Burgemeester Job Cohen, Auschwitz, dat is niet meteen iets dat tot veel spreken noodt
2
Jacques Grishaver, voor die rechtvaardigheid moest voortdurend strijd worden geleverd
4
Zoni Weisz, studiereis naar het Muzeum Romske Kultury in Brno
8
Bertje Leuw, Het zesde jaar
10
Max Arian, interview Simone Veil
12
Ingmar Vriesema, staatshoofden zien belang Holocaustdag
16
Theo van Praag, hoe zeggen we iets en wat bedoelen we eigenlijk
17
Herbert Sarfatij, een nieuwe website
18
Pim Reijntjes, herinneringen van Josef Jacubowicz
20
Emilie Kuijt, antisemitisme in het hoger onderwijs
22
Colofon
23
Agenda
24
Toespraak van burgemeester Job Cohen bij de lunch van het AuschwitzComité op zondag 29 januari 2006 in Congrescentrum RAI te Amsterdam
Auschwitz, d a t is niet m e t e e n iets dat tot veel s p r e k e n noodt "Als ik hier spreek, dan doe ik graag, maar wel met enige s c h r o o m . Auschwitz, dat is niet meteen iets dat tot veel spreken noodt — zeker niet als je van na de oorlog bent, en de verschrikkingen van de oorlog alleen maar kent uit verhalen, uit boeken en uit films. Overigens, degenen die de oorlog wél hebben meegemaakt, de weinigen die de verschrikkingen van de concentratiekampen hebben overleefd, hebben na de oorlog, in aanvang vooral gezwegen — soms tot aan de dag van vandaag. Dat is genoegzaam bekend. O o k begrijpelijk.
Want wat moesten ze zeggen? Wie kon begrijpen wat er was gebeurd? Wie kon een moord van zulke omvang, een moedwillige, systematische moord op miljoenen Joden en andere "vijanden" van het nationaal-socialisme, begrijpen en verwerken? Laat staan dat men kon begrijpen waarom het was gebeurd. O n d a n k s de hoeveelheid Nederlandse en buitenlandse literatuur die er ondertussen over de oorlog bestaat, de vele getuigenissen van overlevenden van de kampen, de jaarlijkse herdenkingen, ondanks
dat alles blijft het tot op de dag van vandaag niet te bevatten, wat er in Auschwitz is gebeurd en waarom het is gebeurd. En toch is dit precies wat nodig is om de leus "Nooit meer Auschwitz" nu en in de komende jaren inhoud te geven: 1. Weten wat er in Auschwitz is gebeurd; 2. Een antwoord proberen te vinden op dc vraag "waarom" het is gebeurd. Ik wil kort op deze twee punten ingaan.
I. Allereerst: Weten wat er in Auschwitz is gebeurd. D o o r de jaarlijkse Auschwitzherdenking, worden we allemaal met onze neus op de feiten gedrukt - dat is pijnlijk, maar nodig. Daarom moeten we blijven doorgaan met herdenken. Wij weten wat er in Auschwitz is
gebeurd, voornamelijk door de getuigenissen van overlevenden. Mensen zoals de schrijvers Gerhard Durlacher, Primo I.evie, Elie Wiesel - om me tot d e b e k e n d s t e te beperken. Mensen die zich als levensopgave stelden te getuigen over wat er in de kampen is gebeurd, opdat de mensheid niet zou vergeten. Dit soort boeken moet steeds weer o p n i e u w worden gelezen: ook door de nieuwe generaties. O o k door groepen in onze samenleving die de oorlog niet hebben meegemaakt of die vanuit hun achtergrond antagonistisch tegenover de Joden staan. Onderwijs en educatie staan hierin centraal. H e t verhaal moet steeds opnieuw worden verteld. 2. En dan: een antwoord proberen te vinden op de vraag "waarom" Auschwitz kon gebeuren. D e "verklaringen" van de moordenaars voldoen nier. Toen niet en nu zeker niet. Er zijn geen Supermensen cn Untermenschen. Geen heersende rassen of volkeren enerzijds en minderwaardige of achterlijke rassen en volkeren anderzijds. Geen recht van de één om te heersen over de andere, alleen vanwege het behoren tot een bepaald ras of volk. We zijn allemaal lid van één soort: het mensenras. Dat verbindt ons, boven alle verschillen heen. De "schuld" van de moord ligt niet bij de Joden, noch bij de andere slachtoffers van Auschwitz. Zoals de schuld van een misdaad nimmer bij het slachtoffer ligt. Dat is een verwarring van veranrwoordelijk-
Job Cohen tijdens zijn toespraak heden die vaak voorkomt, omdat het de misdadiger in eigen ogen ontslaat van verantwoordelijkheid. Ten onrechte: iedere dader is en blijft verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Voor de oorlog golden de Nederlandse Joden als geheel geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Zelfs als men niet geïntegreerd zou zijn geweest, dan nog is dat absoluut geen reden om uirgesloten, vervolgd en tenslotte de dood ingejaagd te worden. Men kan er lange debatten over voeten, het heeft in de Tweede Wereldoorlog nier mogen baten - er was niets dat de Joden konden doen toen eenmaal vast stond, dat ze als doodsvijanden van het nationaalsocialisme t e boek stonden. Een vijand die volgens de nazi's rücksichtslos moest worden uitgeroeid. Verklaringen voor Auschwitz m o e t e n worden gezocht in de geestesgesteldheid en gezindte van de moordenaars; in hun behoeften, psychologisch of anderszins, die uiteindelijk alleen door enorme moordpartijen k o n d e n worden bevredigd. De behoefte om superieur te zijn. De behoefte om "iemand" te zijn. D e behoefte om eigen
Foto: Carla van Thijn minderwaardigheidsgevoelens te c o m p e n s e r e n . D e behoefte o m zonder G o d o f gebod te mogen leven. De behoefte o m geen verantwoordelijkheid te dragen en niet tot veranrwoording te worden geroepen. De behoefte om de eigen agressie te kunnen botvieren. In mijn toespraak bij de Auschwitzherdenking zojuist in het Wertheimpark, haalde ik Abel Herzberg aan: "Al onze agressie jegens anderen vindt tenslotte haar oorzaak in de onvrede van ons eigen hart". De onvrede van o n s eigen hart: daar m o e t e n we dus beducht voor zijn en blijven. Nier alleen bij "hen", maar ook bij "ons".
°PlKübEK Degene die tijdens de reünie van 28 januari een broche is kwijtgeraakt, kan zich meteen beschrijving hiervan, in verbinding stellen met de redactie van het Auschwitz Bulletin.
Speech van Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, tijdens de lunchbijeenkomst na de Auschwitzherdenking op 29 januari 2006, in de RAI te Amsterdam
Voor die rechtvaardigheid moest voortdurend strijd w o r d e n geleverd O p 23 januari 1952 vcrrrokken tien overlevenden van de hel van Auschwirz vanaf Schiphol naar Polen. Zij namen in Warschau deel aan een internationale bijeenkomst van Auschwitz-overlevenden. Het resultaat van die bijeenkomst was een oproep om Auschwitz niet te vergeten en te voorkomen dat er ooit nog zo iets zou plaatsvinden. Deze oproep werd in een resolutie aan de Assemblee van de Verenigde Naties op 4 februari 1952 in Parijs aangeboden. Na de conferentie gingen de congresgangers op 26 januari terug naar het vernietigingskamp AuschwitzBirkenau. Daar vulden zij urnen met as uit de kalkpoelen, de enige stoffelijke herinnering aan de miljoenen die hier werden vermoord. Ook de Nederlandse delegatie vulde een urn en kwam op 30 januari met deze um terug in Nederland. O p 16 juni 1952 werd de urn op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam begraven en enkele maanden later werd er een kleine Steen met het opschritt 'Nooit meer Auschwitz' geplaatst. Enkele jaren bleef het stil totdat er in 1956 een proces werd voorbereid tegen de vrouwenarts Clauberg die in Auschwitz. verschrikkelijke medische experimenten op vrouwen had uitgevoerd. In heel Europa werden getuigen gezocht. Ook in Nederland gebeurde dit, door Annetje Fels en Eva Furth. Begin september 1956 kwamen 10 joodse overlevenden in Amsterdam bijeen om een club op te richten van oorlogsslachtoffers, met het doel om potentiële getuigen te informeren hoe belangrijk
het was een getuigenis tegen Clauberg af te leggen. Vijftig jaar geleden Annetje Fels, Eva en Jacques Furth, Ro en Lou Corper, Elly en David van Geens, Saar en Manus Neter en |. Alvares Vega richtten op die bewuste avond in september 1956, dit jaar dus 50 jaar geleden, het 'Nederlands Auschwitz Comité' op. In 1959 trad Jos Slagter toe tot het Comité gevolgd door Sal de Zwarte, Ina Wolf en Eva Tas in 1961. Snel werd duidelijk dat er veel meer moest worden gedaan dan getuigen voor het proces Clauberg zoeken. Nederland had in die tijd niet of nauwelijks oog voor de verschrikkingen waarmee de gedeporteerden waren geconfronteerd. Er waren geen voorzieningen, er was geen opvang, geen denken aan pensioen. Er was niets voor hen die aan de Shoah ontsnapt waren. Maar bovenal ontbrak een luisterend oor, een vorm van erkenning van het lijden. Het werk dat de pioniers van het Nederlands Auschwitz Comité toen verrichtten is in een paar woorden samen te vatten: het was een schreeuw om rechtvaardigheid. En voor die rechtvaardigheid moest voortdurend strijd worden geleverd. Denk aan de vrijlating van Willy Lages in 1966, dc 3 van Breda in 1972 en later opnieuw in 1989, de zaak Menten in 1976, maar ook de Wiedergutmachung in 1960, de Rijksgroepregeling Oorlogsslachtoffers in 1968 en de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, de WLJV, in 1972. Maar bovenal wilden ze strijden voor
een wereld waar geen plaats meer zou zijn voor een nieuw Auschwitz. Want Auschwitz is het symbool van de sjoa, dc holocausr. Auschwitz staat als symbool voor het kwaad en het lijden van de vernietiging tijdens het nazi-bewind. Auschwitz kan ook als symbool gelden voor BergenBelsen, Birkenau, Dachau, Mauthausen, Ravensbrück, Sachsenhausen, Sobibor, Teresiensradt, Treblinka, k o r t o m de totaliteit van al die verschrikkelijke oorden in Europa. Strijden, dat waren zij aan de slachtoffers en overlevenden verplicht. O m te vertellen waar discriminatie, waar racisme, waar antisemitisme in hun ultieme vorm toe kunnen leiden. Dat men niet zou vergeten, dat men zou blijven herdenken. Daaruit is dc kreet 'Nooit meer Auschwitz' voortgekomen. Die woorden, eind oktober 1952 geplaatst op de eenvoudige steen op de Oosterbegraafplaats, werd hun hartenkreet. Verjonging Halverwege de jaren tachtig werd de kern van het Auschwitz Comité nog altijd gevormd door de mensen uit de begintijd. De 'oude gardewas zich er terdege van bewust dat het punt was bereikt dat, wilde men de zinspreuk 'Nooit meer Auschwitz' van kracht laten blijven, men moest zorgen dat jonge mensen de fakkel zouden overnemen. Voorzitter Annetje Fels kwam met het idee een steungroep Op te richten. Een groep van medewerkers uit jongere generaties, /.ij zouden taken kunnen overnemen, mee gaan denken en op
termijn de continuïteit van het Auschwitz Comité" waarborgen. Eind november 1987 was de Steungroep een feit en een kweekvijver van toekomstige bestuursleden ontstond. Vanaf de beginjaren '90 begon de wisseling en sinds 2004 bestaat het C o m i t é geheel uit een - tussen aanhalingstekens - 'jongere' generatie, waaronder een vertegenwoordiger uit de Sinti- en Roma gemeenschap. Wij, die 'jongere' generatie, zijn ons bewust dat wij dc kostbare erfenis goed moeten bewaken, want hun oproep, hun hartenkreet ' N o o i t meer Auschwitz' geldt nog steeds. Het was dan ook een bijzonder moment toen de Assemblee van de Verenigde Naties in New York op 1 november 2005, bijna 54 jaar na het aanbieden van de eerste resolutie
door overlevenden in Parijs, een resolutie aannam waarbij 27 januari, de dag van de bevrijding van Auschwitz in 1945, uitgeroepen werd tot internationale Holocaust Herdenkingsdag. Wij zijn gelukkig met deze erkenning. D a t deze nu eindelijk wereldwijd is. Het is een erkenning die in Nederland gelukkig al vele jaren bestaat. Zij komt tot uiting bij onze jaarlijkse herdenking van de 27 ' januari. Het is dit jaar voor dc 49 .keer dat het Nederlands Auschwitz Comité deze herdenking organiseerde. M
s,c
Spiegelmonument Vanaf 1957 werd er op de zondag die her dichtst bij 27 januari lag een herdenking van de bevrijding van Auschwitz gehouden. Eerst bij de steen op de Oosterbegraafplaats,
vanaf 1977 bij het Spiegelm o n u m e n t ontworpen door Jan Wolkers en vanaf 1993 bij het prachtige nieuwe en vergrote monument in het Wertheimpark in Amsterdam. Ook de urn, die in 1993 mee werd opgegraven, bevindt zich daar weer in een zware betonnen bak onder het monument. Wat begon met enkele tientallen deelnemers, is nu uitgegroeid tot bijna een nationale herdenking. Alleen al de overweldigende belangstelling voor dc herdenking \an vandaag laat zien, dat de inspanningen van de pioniers niet te vergeefs zijn geweest. Nabestaanden en belangstellenden - waarbij steeds minder uit de almaar kleiner wordende kring van overlevenden - de burgemeester van Amsterdam, die tevens een toe-
spraak hield waarvoor wij hem hartelijk dankzeggen, namens de Ministerraad, de staatssecretaris van VWS mevrouw Ross en namens het Parlement de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, fractievoorzitters en Kamerleden, de Stadsdeel Centrum-voorzitter, burgemeesters van verschillende gemeentes, ambassadeurs cn hoge vertegenwoordigers van Duitsland, Frankrijk, Israël, Oostenrijk, Polen, Rusland en de Verenigde Staten, vele organisaties van overlevenden en veel vertegenwoordigers van kerkgenootschappen en maatschappelijke organisaties. En wat zeer verheugend is, ook een grote groep schoolkinderen. Zij allen vormen die brede erkenning die ik net noemde. Maar het Auschwitz Comité deed en doet meer dan belangenbehartiging cn herdenken. Ik geef u een kleine opsomming. Vanaf de oprichting van het Comité heeft men een eigen blad uitgegeven. De eerste jaren was het niet meer dan een mededelingenblad, na enkele jaren ging dit over in het bekende Auschwitz Bulletin. Thans vinden duizenden nummers daarvan iedere drie maanden hun weg naar de lezers, met als hoogtepunt van iedere jaargang het Herdenkingsnummer in januari. Van dit nummer gaan bovendien duizenden extra exemplaren naar scholen voor voortgezet en hoger onderwijs. Vernieuwing Nederlands Paviljoen In 1978 vroeg d e N e d e r l a n d s e regering of het Comité een bijdrage wou leveren aan het tot stand komen van een Nederlands paviljoen in het S t a a t m u s e u m Auschwitz. D i t paviljoen met een expositie, getiteld ' D r i e h o n d e r d jaar joden in Nederland', werd in juni 1980 door
minister Gardeniers geopend. In 1995 zocht het ministerie van VWS opnieuw contact mer her Comité. Men wilde een nieuwe permanente tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen realiseren en verzocht het Comité deze vernieuwing te willen doen uitvoeren. Na jaren van research en innige samenwerking met de afdeling Eenheid Oorlogsgerroffenen en Herinnering W O II van het ministerie van VWS en in de laatste fase met grote medewerking van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie werd er niet alleen een nieuwe tentoonstelling ontworpen, maar werd ook het paviljoen bouwkundig geheel gerenoveerd. O p 26 april 2005 openden Prins Willem Alexander en Prinses Maxima het vernieuwde paviljoen waarbinnen een prachtige tentoonstelling, over de vervolging van de joden en de Sinti en Roma in Nederland, te zien is. Indrukwekkend is de Herinneringsruimte met aan de wanden de 59.000 namen van de in Auschwitz vermoorde Nederlanders, alsook de ruimte die hieraan grenst waar de biografieën liggen van acht nog levende oud-gevangenen van Auschwitz. Veertien dagen geleden was ik in Auschwitz, samen met de directeur van de departementale Eenheid, mevrouw Huitsing, om dc expositie officieel aan het Staatmuseum Auschwitz-Birkenau over te dragen. Reizen naar polen In 1986 organiseerde het Comité de eerste Auschwitz reis naar Polen. Men bezocht Auschwirz en Birkenau, Sobibor en Treblinka. Deze reis werd een tweejaarlijkse traditie. Wegens e n o r m e belangstelling wordt deze reis sinds 1998 jaarlijks gehouden. Men bezoekt nu Auschwitz, Birkenau, Majdanek en Sobibor. Ik kan u nu melden, dat de reis dit
jaar plaatsvindt van 6 t/m 1 1 november. Meer informatie staat in her Herdenkingsnummer van het Auschwitz Bulletin dat deze maand is uitgekomen. Afgelopen jaar begeleidden wij ook 2 jeugdreizen van Amsterdamse middelbare scholieren naar Auschwirz. Het waren reizen die gesubsidieerd werden door de Gemeente Amsterdam. De Amsterdamse wethouder Aboutaleb was ook bij een van deze reizen aanwezig. De jeugd Het is belangrijk dat de jeugd goed over dc Tweede Wereldoorlog en de Sjoa onderwezen wordt. We moeten een brug slaan tussen toen en nu. Het bezoeken van de gedenkplaatsen in Nederland gebeurt niet alleen d o o r mensen die zeil de oorlog hebben meegemaakt, maar ook door vele jongeren. H e t is opvallend dat het vaak de jonge mensen zijn die h u n ouders en grootouders meenemen naar die plekken, omdat ze willen horen over toen. Zij kunnen zich nauwelijks voorstellen wat zich in dc Tweede Wereldoorlog in Europa en Azië heeft afgespeeld. O o k het Nederlands Auschwitz Comité denkt, spreekt en doet mee in de voorlichting aan de jeugd. Er is een groep van overlevenden die hun verhaal op school vertellen om te laten zien hoe een oorlog doorwerkt in een mensenleven. Zij laten zien dat 'Nooit meer Auschwitz' niet zomaar een kreet is, maar een m o t t o , een opdracht die doorgegeven moet worden. De meeste overlevenden hebben zich aangesloten bij her Landelijk Steunpunt Gastsprekers W O II-Hedcn, dat is ondergebracht bij het Herinneringsc e n t r u m Kamp Westerbork en financieel mogelijk wordt gemaakt door het Ministerie van VWS. Het Auschwitz Comité ondersteunt dit
initiatief van harte en verwijst belangstellenden door naar de medewerkers van het Herinneringscentrum die vanmiddag hier bij de informatiestand aanwezig zijn om zonodig een nadere toelichting te geven. Bij de informatiestand wordt ook informatie gegeven over het project 'Een naam en een gezicht' waarbij het Herinneringscentrum probeert zoveel mogelijk gegevens te verzamelen van slachtoffers en overlevenden. Momenteel is er een samenwerkingsverband tussen Joods Maatschappelijk Werk, het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers - het VBV - en het Auschwitz Comité, in de onderhandelingen mer de Duitse regering cn de Jewish Claims Conference over een nieuwe Duitse uitkering, de zogenaamde Art.2' uitkering. Deze is bestemd voor vervolgingsslachtoffers met een minimum inkomen. Diverse publicaties zijn hierover verschenen. Voor nadere informatie kunt u terecht bij Joods Maarschappelijk Werk. Nooit meer Auschwitz-lezing Het Auschwitz Comité organiseert sinds 2004 in samenwerking met de Pensioen en Uitkeringsraad en het Centrum voor Holocaust en Genocide studies de 'Nooit meer Auschwitz" lezing. Aan de lezing is, zoals U waarschijnlijk wel weet, de onderscheiding verbonden die de naam draagt van de in 2001 overleden erevoorzitter van het Auschwitz Comité, Annetje Fels-Kupferschmidt. De onderscheiding, voorstellende een zandloper waarvan het zand niet doorloopt omdat de tijd toen stil stond, is ontworpen door Jan Wolkers en wordt gegeven aan een persoon of organisatie die zich op buitengewone wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen van het Nederlands
Auschwitz C o m i t é . De onderscheiding werd dit jaar toegekend aan Simone Veil, overlevende van Auschwitz cn Bergen-Belsen, eerste vrouwelijke minister in Frankrijk, eerste voorzitter van het Europese Parlement, Minister van Staat en voorzitter van de 'Fondation pour la Mémoire de la Shoah'. En net als de pioniers van het Auschwitz Comité heeft zij gestreden en strijd zij nog steeds voor diezelfde doelstellingen: een wereld zonder plaatsen als Auschwitz, een wereld zonder discriminatie, een wereld waarin een ieder zich frank en vrij kan ontwikkelen en bewegen. Een
heeft het Comité het voornemen om in samenwerking met het H e r inneringscenrrum Kamp Westerbork in het najaar een reünie voor oudgevangenen te organiseren. Alle overlevenden van de verschrikkelijke oorden uit de Nazi-tijd, die wij kunnen bereiken, zullen uitgenodigd worden. Wij zullen de voortgang van de organisatie publiceren in onze bladen, alsook bekend maken op de websites van beide instellingen. Wanneer u ons hierbij zou kunnen helpen mer namen en adressen, zullen wij dat zeer op prijs srellen. Ik heb geprobeerd u een kleine
grande dame, een bijzondere vrouw, terugblik te geven van een halve die al vroeg inzag dat blinde haat niet kan bijdragen tot een betere wereld en daar in haar leven en werken steeds invulling aan gegeven heeft. Afgelopen donderdag onrving ze de onderscheiding en hield ze de derde "Nooit meer Auschwitz' lezing. De zaal in de Beurs van Berlage in Amsterdam was opnieuw tot de laatste plaats bezet: 520 personen volgden de lezing. Voor Nederlandse begrippen toch heel bijzonder. Bergen-Belsen en Westerbork Er worden door het Comité plannen ontwikkeld om binnen niet te lange tijd een meerdaagse reis naar BergenBelsen te organiseren. Nadere mededelingen zullen in het Auschwitz Bulletin verschijnen. De samenwerking van het Auschwitz C o m i t é m e t het H e r i n n e r i n g s centrum Kamp Westerbork is de laatste jaren geïntensiveerd. Met name na het lezen van 'De 102.000 N a m e n ' die vorig jaar januari plaatsvond. Een nieuw project van samenwerking staat op stapel nu het Nederlands Auschwitz. Comité dit jaar vijftig jaar bestaat. Om hier op gepaste wijze aan te herinneren,
eeuw activiteiten. Ik ben er van overtuigd, dat dit maar een heel kleine terugblik is en dat ik heel, heel veel niet heb genoemd. Maar als de 50-jarige geschiedenis van het Nederlands Auschwitz Comité één ding toont, is dat hoe een klein groepje van gedrevenen, strijdend voor een hoogstaand doel - en ik noem nog een keer hun namen: Annetje Fels, Eva en Jacques Furth, Ro en Lou Corper, Elly en David van Geens, Saar en Manus Ncter, J. Alvares Vega, Jos Slagter, Sal de Zwarte, Ina Wolf en Eva Tas - hoe een dergelijk clubje uit kon groeien tot het alom gerespecteerde instituut, dat het Comité nu is. Dit wordt nog eens bevestigd in het in 2 0 0 5 uitgeven en veel geprezen boek 'Na het kamp' van Jolande Withuis. Deze onderzoeker, die als sociologe verbonden is aan het N e d e r l a n d s I n s t i t u u t voor Oorlogsdocumentatie, merkt in het hoofdstuk over het Auschwitz Comité op, 'dat dit comité van een o m streden gezelschapje midden jaren vijftig uitgroeide tot een gerespecteerd instituut dat anno 2005 welhaast eenzelfde moreel gezag heeft als het Nationaal Comité 4 en 5 mei'.
Studiereis naar het Muzeum Romske Kultury in Brno
Tsjechisch Centrum voor Roma e n Sinti De Nederlandse Sinti en Roma hebben in het kader van het Rechtsherstel (een financiële regeling die vergelijkbaar is met de MARORgelden) een aanzienlijk bedrag bestemd voor projecten. Deze worden gecoördineerd en begeleid door de stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR). In het bestuur van deze stichting zijn zowel Sinti als Roma vertegenwoordigd. De voorzitter (Joop Worrel) is benoemd door het ministerie van VWS en VWS kijkt op deze manier over onze schouder mee naar het gevoerde beleid. Er zijn projectgroepen geformeerd die zich met verschillende onderwerpen bezig houden: onderwijs; werkgelegenheid; muziek en cultuur; maatschappelijke participatie, en ook de o p r i c h t i n g van een cultuur en herinneringcentrum. De realisatie van een eigen herinnering en cultuurcentrum is een al jaren lang gekoesterde wens van Nederlandse Sinti en Roma. Een centrum gedragen door de gemeenschap, waarvoor onze "ouderen " het groene licht hebben gegeven. Z o n d e r de t o e s t e m m i n g van de ouderen kan zo'n centrum niet worden gebouwd. Veel van de genoemde projecten kunnen een plaats krijgen in dit centrum en het zou een cruciale plaats kunnen hebben in het in stand houden en het uitdragen van onze cultuur. Ook als informatie en voorlichtingcentrum moet het een belangrijke functie gaan vervullen. Inmiddels heeft deze projectgroep veel onderzoek en voorwerk gedaan. Er zijn bezoeken gebracht aan diverse musea en h e r i n n e r i n g s centra, zoals, het Verzetsmuseum, het Indisch Huis en het Moluks
Historisch Museum. Van deze musea krijgen we volledige medewerking en hebben wij al belangrijke informatie gekregen voor de opzer en exploitatie van ons centrum.
In november 2005 heeft de projectgroep en het bestuur SRSR een studiereis gemaakt naar het onlangs geopende Muzeum Romske Kultury in Brno. In Tsjechië leven ongeveer
250.000 Roma en Sinti, van wie heel veel onder zeer slechte orasrandightrden. De intolerantie en discriminatie in Tsjechië zijn groot. De werkloosheid in Tsjechië is ongeveer 10 % , onder Sinti en Roma is dat 80 rot 90 %. Over discriminatie gesproken, een bijstandsuitkering voor Roma en Sinti is lager dan voor de "gewone" Tsjech. Velen zoeken een bijverdienste in dc bouw of als muzikant om op z o n manier nog een minimaal inkomen te hebben. In Brno is er is enige vooruitgang dankzij de inzet van de stad en de gemeenschap. We bezochten een woonproject waar Sinti en Roma in gerenoveerde huizen wonen (rondreizen is er in Tsjechië niet meer bij). Hier zagen we de resultaten van het in 1989 opgerichte "DROM" project waar kleuters en basisschoolleerlingen allerlei lessen kunnen volgen. De oudere jeugd en volwassenen krijgen les in muziek, dans, computers en traditionele beroepen. Er is sociale begeleiding door Roma en Sinti. Voor goede leerlingen is er een londs dat het mogelijk maakt een middelbare schoolopleiding te volgen. Voor onze groep was toch her meest interessante deel van deze reis het bezoek aan het Muzeum Romske Kultury waar we o n t v a n g e n en rondgeleid w e r d e n door Karei Holomek, een Rom, die achtentwintig jaar heeft gewerkt aan het realiseren van zijn droom. Het museum is gevestigd in een mooi, totaal gerenoveerd oud gebouw dat door de srad beschikbaar is gesteld. Het museum is een staatsmuseum, met alle voordelen van dien. Vooreen flink deel van de inrichting is er subsidie gekomen van de Task Force for Cooperation on Holocaust
Education, Rememberance and Research (1TF). Daarnaast heeft het Nederlandse Ministerie van VWS via de Anne Frank Stichting een subsidie verleend. Levien Rouw van de Anne Frank Stichting heeft geadviseerd en was nauw betrokken bij de inrichting van een groot deel van de tentoonstelling. Het museum heeft drie thema's; geschiedenis, cultuur en herdenking. Daarnaast is er een bibliotheek en documentatiecentrum. Objecten, foto's en getuigenissen zijn in de loop van vele jaren verzameld. Ze vinden er nu een plaats en geven een goed beeld van het leven van de Roma en Sinti in Tsjechië, vroeger en nu. Het meest indrukwekkende is de expositie over de massamoord op de Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog. O p een eenvoudige, bijna sinistere wijze
wordt de bezoeker d a a r m e e geconfronteerd. Schokkend. Donderdag 1 december 2005.werd het museum officieel geopend met onder meer een speech van Hans Wesrra. directeur van de Anne Frank Stichting. Natuurlijk was er muziek, veel muziek, want zonder muziek is het leven van Sinti en Roma ondenkbaar. Er is nog een lange weg te gaan voordat Roma en Sinti geaccepteerd worden en volwaardig deel uit maken van de Tsjechische maatschappij. Dit museum kan hier een belangrijke rol in vervullen, speciaal in de communicatie tussen Roma en Sinti en andere Tsjechen. Het was een leerzame reis die ons gesterkt heeft in de gedachte dat er een centrum zoals in Brno moet komen voor Sinti en Roma in Nederland. Zoni Weisz
O p n i e u w verschenen: "Slotakkoord der kinderjaren", het boek waarin de geschiedenis beschreven staat van het Joodsch Lyceum in Den Haag dat van september 1941 tot april 1943 heeft bestaan. Dit boek was snel uitverkocht en eind 2005 heeft het bestuur besloten een tweede oplage te doen verschijnen. Wally de Lang, Slotakkoord der kinderjaren - Herinneringen aan het Joodsch Lyceum Fisherstraat, Den Haag, ISBN: 90-234-1072-6, € 19,50. Verkrijgbaar bij de boekhandel of via het contactadres msr.nihorn@wanadoo.nl tel. 070-3554295.
Ida Vos Tot ons groot verdriet is op 3 april Ida Vos op 74-jarige leeftijd overleden. Meer dan 25 jaar lang schreef zij voor elk herdenkingsnummer van dit Bulletin een prachtig verhaal. In het volgende nummer zullen wij Ida Vos uirgebreider herdenken.
Nel komt zo terug
Het Zesde Jaar Toen op 4 Mei 2005 Premier Balkenende op de Dam zei: Vertel ons over uw angst, over uw ervaringen na die jaren van bezetting, en laten we luisteren...', besloot Peter R. Hein (1939), gynaecoloog in ruste, beeldhouwer en schrijver, het boek te maken dat hij al jaren in zijn hoofd had. Hein had van 1943 tot 1945 los van zijn ouders op een tiental adressen ondergedoken gezeten. Zijn laatste 'onderduikadres' was van na 1945, bij zijn ouders, die net als hijzelf uit de oorlog terugkeerden. Hij voelde zich daar opnieuw ondergedoken, omdat de oude vertrouwdheid met hen maar niet leek terug te komen. Onder het pseudoniem Shlomo P. Levi schrijft Peter Hein in de grotendeels autobiografische novelle over zijn alter ego, het jongetje Ruben Heller, dat in het eerste jaar na de oorlog in zijn hut op het landgoed Zydebaelen zijn onderduik in flarden herinneringen aan zich voorbij ziet trekken. "Bij ons woonde verdriet" De oorlog is afgelopen. De hoofdpersoon Ruben Heller is weer bij zijn ouders en moet dankbaar zijn, maar voor hem lijkt her de volgende nieuwe onderduik, het volgende pleeggezin waar hij achtergelaten wordt. Hij had zijn ouders niet herkend toen ze hem in Mei '45 terugvonden. Zijn moeder huilt veel, zijn vader zwijgt. Er wordt gezocht naar de grootouders, tot de mededeling komt dat ze niet meer terugkomen. Er w o r d t gewacht op het zusje Mirjam, dat op geen enkele lijst voorkomt. Ruben zit in een invalidenkarrctje. Toen hij op een van zijn laatste onderduikadressen, op een voor de
buitenwereld onzichtbaar binnenplaatsje naar een luchtgevecht keek, werd hij getroffen door een granaat. Hij raakte ernstig gewond maar zijn pleegmoeder durfde niet met hem naar een ziekenhuis te gaan, uit angst voor verraad. Hij bloedde nog net niet dood. Najaar '45 is hij zover hersteld dat hij zich hinkend kan verplaatsen en in zijn eentje in de buurt op stap mag. O p het landgoed Zydebaelen, een vervallen Buiten vlak bij zijn ouderlijk huis, likt hij zijn wonden. Daar trekt hij zich terug uit de vijandige buitenwereld, waarin de geleden narigheid van oorlog en onderduik wordt vermengd met actuele narigheid van de gebrekkige naoorlogse opvang en pestende kinderen. Op zijn landgoed, in een zelfgebouwde hut van takken, riet en klimop, voelt hij zich veilig. "Nel komt zo terug, dacht ik nog even" Het onderduikverhaal wordt verteld vanaf het eetste adres waar hij tot zijn schrik door Nel, een kennis van zijn ouders, wordt achtergelaten. Als noch Nel, noch zijn ouders hem de volgende dag komen halen, dringt her onheil tor de vierjarige door. Er volgt een lange reeks adressen waar hij voor kortere of langere tijd woont. "Met het verstrijken van de tijd begon ik te beseffen dat ik alleen mezelf nog had." De vele 'Ooms en tantes' zijn soms aardig en soms slaan ze of weten zij zich geen raad met hem. Er wordt over hem gepraat waar hij bij is, zoals grote mensen dat vaak doen. Dat ze weer van hem af willen, bijvoorbeeld. Een weerkerende tekst van de 'ooms en tantes', soms met afkeer uitgesproken, is: "wat een zwartkop!"
Hoe valt voor een jong kind te begrijpen dat zijn prachtige zwarte krullen die altijd bewondering oogstten, nu mei weerzin en angst worden bekeken? Ze moeten er at. de krullen, en het restje haar dat overblijft wordt gebleekt. "Als ik in de spiegel keek, kon ik mijn ogen niet afhouden van die bleke, stille, bijna kale jongen met grote zwarte ogen die me angstig aanstaarden. Ik herkende hem niet." Ruben Heller was in een klap een kind geworden dat niet meer geliefd en gekend werd en dat ook zichzelf vreemd was geworden, doodsbang van zijn eigen haar en zijn eigen ogen, want daar ging het dc Duitsers blijkbaar om: dat ze iedereen wilden doden die donkere ogen en zwart haar had. Na de oorlog In zijn na-oorlogse schuilplaats bedenkt Ruben trucjes om zich te herinneren hoe zijn zusje er ook weer uit zag. Foto's zijn er niet en er mag thuis niet over haar gepraat worden. Dat maakt het zoeken in zijn geheugen nog moeilijker. Met stijfgesloten ogen haalt hij zich situaties voor de geest waarin ze samen speelden, holden, aan tafel zaten. Hij 'ziet' een vrolijk, donker meisje, maar haar gezicht is vaag. Dan doet hij plotseling zijn ogen open om haar gezicht te vangen. Het lukt niet. Hij herinnert zich wel Mirjams vraag: "zijn wij ook joden?', als in hun gezin de gele sterren op de jassen worden genaaid. Ruben vraagt zich af wat joden eigenlijk zijn. Na de oorlog weet hij het nog steeds niet. De verwarring wordt alleen maar groter als zijn moeder hem ziet bidden en zegt dat hij dat nu wel kan laten. Hij is immers een
joods kind, "Ik liegroep niet wal /e bedoelde. Wat was een joods kind en waarom hoefde ik niet te bidden? Ik bad immers Jezus in mijn hartje?" De na-oorlogse wereld in het gezin is somber. Alleen de teruggekeerde Oom Walter, broer van dc moeder, brengt vrolijkheid en hij doet iets heel erg belangrijks: hij vraagt Ruben naar zijn onderduikverhalen. En hij vraagt dóór, ook als de verhalen bijna te verdrietig zijn om re vertellen. Dat helpt. De aanwezigheid van Oom Walter helpt ook tegen de angsten waar het kind mee kampt, angsten die geprojecteerd worden op de berg kolen op zolder, waarin hij een eng, zwart monster ziet met verslindende muil en ogen als schoteltjes. Het monster loeit en kan hem naar boven zuigen. Als Oom Wdter in buis is zwijgt het. Het zesde jaar is het jaar waarin Ruben Heller zich realiseert dat zijn leven definitief door de oorlog getekend is. Het is het jaar dat Oom
Walter uiteindelijk naar Palestina zal vertrekken en het jaar waarin blijkt dat hij het enige kind is dat zijn ouders nog over hebben. Het Zesde Jaar is een prachtig verhaal, van binnenuit geschreven, over wat een jong kind meemaakt en hoe hij zijn werkelijkheid bij gebrek aan voorlichting inrerpreteert. Zoals in deze novelle beschreven wordt is het vaker gegaan met joodse kinderen die gingen onderduiken: géén informatie vooraf en géén afscheid. Dat kón vaak ook niet, omdat ze te jong waren om het te begrijpen, en ook niet omdat een kind dat in paniek zou raken de onderduik kon laten mislukken. Het Zesde Jaar is ook een boek over naoorlogse joodse gezinnen, waar voor de verhalen van de kinderen die los van hun ouders waren ondergedoken vaak geen plaats was. In deze novelle laat de schrijver de moeder van Ruben Heller zeggen dat zij er niet tegen kan om de verhalen van haar kind te horen. Dus wordt het oorlogsverhaal van dit gezin haar
Het Zesde Jaar I Shlomo P. Levi Sneek: Trivium Uitgeverij 2005 (www. trivium, nu) ISBN: 90-809177-2-9. 113. blz. € 11.90.
gegaan en dat was het einde van deze dienstbetrekking. D e Joodse Raad bood mij geen cipiersbaan aan. Een commissie, bestaande uit de functionarissen Heilbuth, Halverstadr en Süsskind vroegen mij als medewerker in de Hollandse Schouwburg te komen werken. Eerst nadat ik zekerheid over de aard van het werk gekregen had, ben ik daar op ingegaan. Het woord cipier klinkt mij - ook t.o.v. een aantal andere mensen die daar werkten iers te hard. Ik ben in december 1943 twee maal gearresteerd. Bij de eerste keer is het mij gelukt uit een arrestantenwagen te ontvluchten en in het donker te verdwijnen. Een week later helaas
weer opgepakr en eerst op 2 februari 1944 naar Westerbork vervoerd. O p 9 februari 1944 zorgden de mensen van de verzetsgroep Westerweel er voor dar ik uit Westerbork kon ontsnappen. Zij brachten mij naar Zuid-Limburg, waar ik in september van dat jaar door het Amerikaanse leger werd bevrijd. In januari 1946 kocht ik een kleine drukkerij, maar ik moest dit bedrijf in 1972 ten gevolge van de opgelopen spanningen in de oorlog liquideren. Vanaf dat moment behoor ik tot de groep verzetsgepensioneerden. Ook de vermelding over een dubbel weduwnaarschap is volslagen onjuist." Aldus het schrijven van de heer J. Spier.
verhaal. Levi maakr voelbaar waarom het herstel van het contact tussen de teruggekeerde ouders en hun jonge ondergedoken kinderen vaak zo moeizaam op gang kwam en - in veel gevallen - verstoord bleef. Het is jammer dat dit mooie verhaal wat slordig is uitgegeven. De bladspiegel is niet mooi, er zijn fouten gemaakt in de lay-out en er zijn fouten in de tekst blijven zitten die er uit gezeefd hadden kunnen worden. Her zou fijn zijn als er ooit een mooiere heruitgave zou k o m e n , alleen al omdat dit boek zo prachtig de psychologie van een jong ondergedoken kind beschrijft; een belangrijke bijdrage aan de oorlogsliteratuu r. Bertje Leuw
Rectificatie In het decembernummer van het Bulletin is op enige punten verkeerde informatie verstrekt over de heer Spier. Hieronder volgt zijn schrijven waarin hij de onjuistheden recht zet. "Ik ben niet in "de Jodenbuurt" dat is de o m g e v i n g van het Waterlooplein en Jodenbreestraat. maar in de Amsterdamse Transvaalbuurt opgegroeid. In die buurt waren Joden bijzonder sterk vertegenwoordigd en tijdens de oorlog hebben de Duitse bezetters deze buurt, diedoor spoorwegen en water ingesloten waren, tot getto verklaard. Vervolgens is mijn eerste werkgever, die in 1932 lid geworden was van de NSB in december 1933 failliet
Simone Veil n a Nooit m e e r Auschwitz-lezing
"Over de wereld ben ik ongerust, maar ik ben optimistisch over de nieuwe generatie" Op 26 januari hield de Franse politica en Auschwitz-overlevende Simone Veil de derde Nooit meer Auschwitz-lezing in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Ook kreeg zij de Annetje Fels-Kupferschmidtonderscheiding. In zijn laudatio noemde Sonny Herman haar "een strijdster voor de menselijkheid van de hele wereldbevolking". Hierna kon journalist en oud-Groeneredacteur Max Arian Simone Veil enige vragen stellen. Met dank aan Hans Fels die op het laatste moment bereid werd gevonden op het podium uit het Frans in het Nederlands te tolken. "Er zijn redenen genoeg om pessimistisch te zijn over de wereld en de schade die we haar met z'n allen toebrengen", zegt Simone Veil bij wijze van slotconclusie, "maar waar ik heel optimistisch over ben, dat zijn de mensen die vandaag jong zijn. Er wordt vaak heel schamper over ze gedaan, dat ze zich niet willen aanpassen, dat ze de kluts kwijt zijn en in opstand komen. Ik ben dit jaar heel veel, werkelijk heel veel op scholen geweest, ook op scholen diein Frankrijk als heel moeilijk bekend staan. Maar de vragen die ik kreeg, of die nu over de sjoa gingen of over de huidige maatschappij, waren heel intelligent, ze zijn zeer nieuwsgierig en geïnteresseerd. Hoewel ze het vaak niet gemakkelijk hebben, waren ze altijd vriendelijk en goedwillend. Ik ben vaak ongerust over deze wereld, waarin veranderingen zo snel gaan, dat we ze nauwelijks bij kunnen benen. Maar over de vele jonge mensen die ik heb ontmoet, ben ik zeer optimistisch."
Een strijdster voor de menselijkheid van de hele wereldbevolking, had Sonny Herman haar kort daarvoor genoemd. Een vrouw die, geboren in 1927, na een onbezorgde jeugd in het zuiden van Frankrijk, naar de hel van Auschwitz werd gedeporteerd. Maar na de bevrijding maakte zij de keuze een voorvechtster te worden voor de Europese Gemeenschap als een plek waar alle soorten mensen veilig zouden kunnen wonen. Een Europa zonder discriminatie naar geslacht, afkomst of religie. Voor Europa zijn de inspanningen van Simone Veil ongetwijfeld een geweldige verrijking geweest, aldus Sonny Herman. Verzoening nodig In haar toespraak, die in het Engels werd gehouden, maar die in het Nederlands vertaald geraadpleegd kan worden via de website van het Nederlands Auschwitz C o m i t é , legde Simone Veil er de nadruk op hoe belangrijk het is, dat de geschiedenis niet wordt vergeten. Zij vertelde hoe haar eigen bevrijding in Bergen-Belsen, waar zij na de dodenmars uit Auschwitz terecht was gekomen, nauwelijks een reden tot vreugde was: "Wij waren natuurlijk blij. Maar wat betekent dat woordje 'blij' werkelijk? Het d u u r d e zo lang tot de bevrijding waarop we zo wanhopig hoopten kwam — en er was zoveel lijden, zoveel dood om ons heen. Ik had mijn moeder, mijn vader en mijn broer verloren. We hadden zo hard gestreden om te overleven, en desondanks schenen we toen het verlangen te leven te hebben verloren."
Ook de thuiskomst in Frankrijk na de oorlog was moeilijk. Niemand wilde de vreselijke dingen horen die de oud-gevangenen hadden meegemaakt. Zelfs tijdens de processen van Neurenberg waarbij het ging om "misdaden tegen de menselijkheid" stond de volkerenmoord op de joden niet centraal. Die erk e n n i n g begon pas tijdens het proces regen Eichmann, in 1961. Maar nog steeds zijn veel mensen onwetend als het gaat om het lot van de Europese Sinti en Roma tijdens de oorlog, van wie 40 % is omgekomen. Ook Simone Veil zelf worstelde na de oorlog met haar gevoelens van haat en verlangen naar wraak. Maar zij zag in dat geen daad van wraak ooit de monsterachtige barbaarsheid van wat er was gebeurd kon evenaren: "Niets kon mijn vermoorde ouders en broer terugbrengen. Ik heb altijd geloofd dat alleen verzoening een einde kon maken aan m o o r d d a d i g e oorlogen, maar verzoening vanuit democratische instellingen, gecombineerd met de weigering het verleden te vergeten of te negeren." Die overtuiging heeft haar geleid als jonge ambtenaar, als minister, als voorzitter van het Europese parlement, als lid van de Franse Constitutionele Raad en als voorzitter van de Fondation pour la Mémoire de la Shoah. In de visie van Simone Veil moet Europa de lessen leren uit de totalitaire ervaring van het verleden en daarom al zijn burgers nu de grootst mogelijke vrijheid bieden binnen een context van solidariteit en vreedzame coëxistentie. "De rechten
Jacques Grishaver, Simone Veil en Sonny Herman van etnische minderheden moeten worden gerespecteerd, vrijheid van godsdienst cn gedachte moeten worden gegarandeerd, willen we niet het risico lopen van een toekomstige burgeroorlog in Europa. Europese gedachte In het gesprek na haar lezing vroeg Max Arian aan Simone Veil hoe zij na de oorlog de moed had gevonden niet in het slachtofferschap re blijven steken, maarhaar bijdrage te leveren aan het opbouwen van een nieuw Europa. Simone Veil: "Mijn moeder heeft me opgevoed in de gedachte dat na de Eerste Wereldoorlog de enige oplossing was dat de Europese landen met elkaar verzoend zouden worden. Ik maak deel uit van een generatie die tussen de twee wereldoorlogen opgroeide. In elke familie waren er o o m s , neven, vaders die tijdens de Eetste Wereldoorlog waren omgekomen. Na de oorlog, als voorzitter van het Europese parlement, heb ik me ook wel eens afgevraagd als ik met
Duitsers te maken had wat ze tijdens de oorlog hadden gedaan. Maar ik weet zeker dat het, als we ons niet met elkaar hadden verzoend, was uitgelopen op een Derde Wereldoorlog die onze hele planeet had vernietigd. Vaak waren het trouwens verzetsmensen en exgevangenen die de Europese gedachte als eersten hebben uitgedragen. Maar twee voorwaarden moesten worden vervuld. Er mocsr een democratische regering in Duitsland komen, en de herinnering aan de fouten die in het verleden waren gemaakt moest levend worden gehouden. Daar is in Duitsland nu zeker sprake van, gezien het werk van veel Duitse historici en het onlangs in Berlijn g e o p e n d e , magnifieke monument." Banalisering U hebt een open oog voor de wreedheden die in Joegoslavië, Rwanda en Cambodja zijn begaan en voor de misdaden van slavernij en kolonialisme. Toch waarschuwt u
Foto: Michael Jacobs vaak tegen "banalisering" van de Sjoa. Is de Sjoa in uw ogen uniek in de wereldgeschiedenis? Simone Veil: "Het is noodzakelijk een zorgvuldig onderscheid te maken tussen verschillende soorten gebeurtenissen. In Cambodja en Rwanda was er wel degelijk sprake van misdaden tegen de menselijkheid, zowel wat betreft de ideologische inspiratie van deze misdaden als de gevolgen die ze hebben gehad. In ex-Joegoslavië gaat het om historische conflicten en de snelle ineenstorting van het land, dat is een veel complexer geschiedenis. Van banalisering van dc Sjoa spreek ik als mensen er bij elk conflict, bij elke moord Auschwitz bijhalen. Ook in Argentinië en Chili hebben vreselijke gebeurtenissen plaats gevonden. Maar die zijn niet vergelijkbaar met het uitroeien van hele bevolkingsgroepen, inclusiel kinderen, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde met de joden en de Roma en Sinti.
Sonny Herman reikt de Annetje Fels-Kupferschmidt-onderscbeiding uit aan Simone Veil Mag ik u iets meer persoonlijks vragen? In december 2004 ging u met een aantal van uw kinderen en kleinkinderen naar Auschwitz. Wat hebt u uw kleinkinderen daar verteld? Simone Veil: "Mijn kinderen weten veel van de geschiedenis van de uitroeiing van de joden, /.e hebben me ook vaak vragen gesteld, maar nu kon ik ze Auschwitz laten zien en het blok waar ik met mijn moeder en mijn zuster gevangen heb gezeten. Niet al mijn kinderen en kleinkinderen wilden mee komen en de allerjongste zijn evenmin meegegaan. Ik praat soms over wat ik daar heb meegemaakt, maai vaak ook niet, ik vind niet dat wij onze kinderen al die vreselijke details moeten opdringen. Kr zijn ook boeken die zo vreselijk zijn. dat je ze hen nauwelijks kunt laten lezen. Neem de ondergedoken kinderen. Hun ouders werden vaak
gedeporteerd en zijn niet teruggekomen. Ze hebben niet eens afscheid kunnen nemen. Die kinderen bleven altijd hopen dat ze hun ouders terug zouden zien en daar blijven ze door getekend. Dat is een dubbel lijden. Je moet ze ook sparen. Het is belangrijker dan anderen de geschiedenis kennen." Was u niet teleurgesteld over het resultaat van het referendum over Europa waarbij zowel in Frankrijk als in Nederland de meerderheid van de bevolking nee heeft gezegd tegen de nieuwe Europese grondwet? Simone Veil: "Zeker was ik teleurgesteld, maar Europa heelt wel meer moeilijke crisissen overleefd. Een referendum is vaak een gevaarlijke gok. Mensen antwoorden niet altijd op de vraag die er wordt gesteld, maar vanuit ontevredenheid over de regering of
Foto: Michael Jacobs
uit protest omdat ze de vtaag te ingewikkeld vinden of omdat ze op dat m o m e n t een slecht humeur hebben." Wereld ziek Maar verontrust de polarisatie, zowel in Frankrijk als in Nederland, tussen de verschillende bevolkingsgroepen, zoals moslims en niet-moslims of joden en moslims, u niet? Bent u niet droevig als u de toename van racisme en nationalisme ziet? Simone Veil: "Het gaat niet alleen om Frankrijk en Nederland, ik denk dat de hele wereld ziek is. Dat is geen toeval, we leven in een geglobaliseerde wereld, waar je, als je de televisie aanzet of op Internet kijkt, onmiddellijk alle rampen ziet die er op de hele wereld plaats vinden. Men wordt bang van al die berichten over natuurrampen en dc opwarming van onze planeetje ziet de opkomst
van hei religieuze fundamentalisme, waardoor mensen minder tolerant worden. O m zich te beschermen tegen de globalisering trekken ze zich terug in hun eigen land, in hun eigen streek, in hun eigen dorp. Ze hebben angst voor de economische gevolgen van de opkomst van China en India. Maar ook daarvoor moet je juist een sterk Europa hebben. De ontwikkeling van de technologie gaat zo snel, ook als het gaat om de voortplanting en gezondheid en de ethische problemen die worden gesteld door het klonen. Vroeger kon je een eeuw lang leven zonder dat er veel veranderde, nu vinden er elk jaar veranderingen plaats."
U hebt wel eens gezegd dit uw grote droom is op een groot bed te zitten met uw kleinkinderen en naar hun verhabsn te luisteren. Hebt u daar met al uw activiteiten ooit tijd voor? Simone Veil: "Het blijft een droom. Maar ik realiseer hem op een andere manier. Niet op een groot bed, maar wel aan een tafel, tijdens her middageten. Ik heb het geluk dat mijn hele familie, ook mijn kleinkinderen en vier achterkleinkinderen, in Parijs of vlakbij Parijs wonen. We zien elkaar vaak, al klagen mijn kleinkinderen wel soms dat ze me nooit eens alleen zien. Ze zouden liever willen dat ik ophield m e t
werken en meer tijd voor mijn kleinkinderen zou hebben en daar denk ik zelf ook wel eens over. Maar ik wil nog iets zeggen. Ik heb over de toekomst een paar pessimistische dingen gezegd. Maar dat geldt niet voor de jonge mensen die spreek. De jongeren die ik op scholen tegenkom zijn heel intelligent, heel erg geïnteresseerd. Ik ben eerder ongerust over de schade die we de wereld toebrengen, dan over de nieuwe generatie. Als ik die jonge mensen zie, is dat voor mij een reden om optimistisch te zijn en de hoop niet te verliezen. Max Arian
S I I (' II I I N C
DEMOCRATIE
EN
MEDIA
GD Dankzij de sponsering van Stichting Democratie & Media hebben wij de "Nooit meer Auschwitz" lezing tot een gtoot succes kunnen maken. Een ieder van u kan terugkijken op een geslaagde middag op 26 januari jk, met onder meer een lezing van Simone Veil in dc Beurs van Berlage. Het bestuur is van het Nederlands Auschwitz Comité is dan ook de het bestuur van de stichting zeer erkentelijk voor hun grote financiële bijdrage.
Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz Comité is: * het realiseren van de zinspreuk "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de ruimsrc zin
Mevrouw C. de Oude is op zoek naar boeken van Clarissa Jacobi. Adres bekend bij de redactie.
Staatshoofden zien b e l a n g Holocaustdag O p 1 november 2005 hebben de Verenigde Naties een resolutie over de herdenking van de Holocaust aangenomen. Resolutie 60/7 stelt dat 27 januari met ingang van 2006 een i n t e r n a t i o n a l e dag is ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Holocaust. Wat gebeurde er in E u r o p a o p deze eerste internationale herdenkingsdag, 27 januari 2006? Een rondje langs belangrijke Europese landen leert dat de herdenkingsactiviteiten weinig verschilden van andere jaren. Wel lag er meer nadruk op onderwijs en de toekomst van het herdenken. Ironisch genoeg viel de eerste internationale Holocaustdag op een vrijdag, de dag dat de sabbat begint. Reden voor Groot-Brittannië om de herdenkingsplechtigheden niet op de 27""' te houden. Die werden met een dag vervroegd. De Britse premier Tony Blair woonde de nationale herdenkingsplechtigheid bij die dit jaar plaatsvond in Cardiff, Wales. Duitsland hield zich wel aan het richtsnoer ' 2 7 januari'. Bij onze oosterburen was de geest van de VNresofutie dan ook tastbaarder. Bondspresident Horst Kohier zei dat de Duitse scholen hun onderwijs over de Holocaust moeten verbeteren. Over de resolutie zei Kohier dat het instellen van de internationale herd e n k i n g s d a t u m kan leiden tot routinematige herdenkingen, die hij afkeurt. Als om die waarschuwing kracht bij te zetten had het Duitse parlement tachtig jongeren uit Polen, Frankrijk en eigen land uitgenodigd om samen de slachtoffers van de Holocaust te herdenken. O o k België r i c h t t e zich op de
toekomst van het herdenken. Als tijdelijke voorzitter van dc OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) maakte het land de richtlijnen bekend van een internationaal onderwijsproject over de Holocaust. De richtlijnen moeten houvast bieden aan docenten bij het voorbereiden van toekomstige herdenkingsactiviteiten op scholen en colleges. De OVSE stelde de richtlijnen op met hulp van Yad Vashem, de Istaëlische herdenkingsautoriteit. In Nederland verwees voorzitter van het Nederlandse Auschwitz Comité Jacques Grishaver in zijn toespraak naar de VN-resolutie. Hij toonde zich gelukkig met de vaststelling van de internationale Holocaustdag, als wereldwijde erkenning van de spreuk 'Nooit meer Auschwitz.' Zoals gezegd, in het algemeen verschilden de herdenkingsactiviteiten weinig met voorgaande jaren. Dat is is goed verklaarbaar. Voor vele landen is 27 januari al jaren dé jaarlijkse herdenkingsdag van de Holocaust. In 2006 hebben zij de gedurende decennia gesmede herdenkingstraditie voortgezet. In Nederland vindt de herdenking plaats op de zondag die het dichtst bij 27 januari ligt. Daardoor zijn er geen problemen met de sabbat. Historie De datum - 27 januari - correspondeert met de dag in 1945 waarop het Sovjetleger het reeds grotendeels van nazi's verstoken concentratiekamp Auschwitz-Birkenau bereikte. In hun vlucht hadden de nazi's de minst zwakke overlevenden meegenomen op zogenaamde dodenmarsen. D e soldaten van het Rode Leger troffen in het concentratiekamp
behalve dode lichamen dus alleen de meest verzwakte overlevenden aan. Toch geldt de 27 januari in veel landen als de 'bevrijdingsdag' van Auschwitz, dat op zijn beurt als symbool van de Holocaust - de bevrijding van het volledige kampensysteem representeert. ,,c
Waarom dan die VN-resolutie? Secretaris-generaal Kofi Annan noemt drie redenen. 1. Omdat op afzienbare termijn geen enkele overlevende van de Holocaust meer in leven is. "Het is onze taak - van de huidige generatie - de fakkel over te nemen", aldus Annan. 2. Omdat het herinneren van de Holocaust ons alerter maakt voor tekenen van haat en vooroordelen, die t e n grondslag lagen aan de Holocaust. 3. Omdat er nog steeds mensen bestaan die de nazi-misdaden ontkennen. De president van Iran kan dat bevestigen. Het herinneren is daarom noodzakelijk, zegt Annan. Publiek De vraag is in hoeverre de bedoelingen van dc VN het officiële circuit kunnen ontstijgen. In kringen van Europese staatshoofden en comitévoorzitters mag de instelling van de internationale Holocaustdag gelden als een belangrijk feit, pas als de betekenis van de resolutie doordringt tot het grote publick, is er sprake van een wezenlijke bijdrage aan het streven naar 'Nooit meer Auschwirz'. H o e dan ook, zolang er stemmen opgaan die de Holocaust ontkennen, zoals onlangs die van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, is elke vorm van tegenwicht welkom.
Ingmar Vriesema
Multicultureel w o o r d e n b o e k v a n Judith d e Beer
Hoe z e g g e n w e iets e n w a t bedoelen w e eigenlijk? De titel van het (Woorden)boek 'Wat bedoelen we eigenlijk?' dekt aardig de lading. In 7 5 hoofdlemma's met daaronder vele sublemma's (paragrafen) krijgt de lezer een inkijkje in de multiculti-wereld die Nederland heet. Dat die wereld niet meer zo makkelijk te begrijpen is, weet iedere krantenlezer en televisiekijker. Dat geldt voor jongeren die op school zitten maar ook voor docenten en anderen die met jongeren werken. Bij het samenstellen van de woordenlijst is auteur Judith de Beer uitgegaan van de praktijksituatie in het onderwijs. Bij elk woord, bijvoorbeeld 'inburgeren', wordt na dc betekenis uit Van Dale (inburgeren: wennen in een nieuwe woonplaats) uitleg gegeven: "inburgeren, de taal en de samenleving kennen, moet leiden tot meer mogelijkheden tot participatie (deelnemen aan onderwijs, arbeid, enzovoort) in de samenleving." Daarna volgt soms een hieruit afgeleid begrip, in dit geval: 'inburgering', en een verwijzing naar andere woorden of soms websites. Dat gaat vaak goed, maar op sommige plaatsen is de uitleg aan de lange kant of zijn de citaten ingewikkelder dan waarschijnlijk de bedoeling was. Bijvoorbeeld: "interculturele c o m m u n i c a t i e is op te vatten als een proces van betekenisonderhandeling waarbij processen van i d e n t i t e i t s o n t w i k k e l i n g en wederzijdse b e e l d v o r m i n g een belangrijke rol spelen." Dc woorden in het boekje zijn overbekend maar ook vaak slecht begrepen, waardoor uitleg zinvol wordt. Woorden als kleur, zwart, blank; migratie, migrant, migratie-
beleid, immigrant, emigrant, nieuwkomer! oudkomers; uitsluiting, separatie, segregatie; rassendiscriminatie, ras, racisme, rassen bestaan niet, racisten wel, internetracisme. Die uitleg is soms objectief maar kan bewust ook subjectieve vragen bevatten. Bijvoorbeeld: "Eerste, rweede, derde generatie: Nederland besraat uiteindelijk uit louter nieuwkomers. De ene groep is er langer dan dc ander, maar de ECHTE Nederlanders? Wie zijn dat eigenlijk?"
W O O R D E N B O E K
wat bedoelen we eigenlijk? O V E R t>E M U L T I C U L T U R E L E
SAMENLEVING
D e Beer stelt zelf (subjectieve) vragen of gebruikt (kranten-)citaten die onbedoeldf?) vragen oproepen. "In de westerse samenleving laten vrouwen zich uit schoonheidsoverwegingen verminken" is toch moeilijk vergelijkbaar met de onvrijwillige besnijdenis van (zeer) jonge meisjes in 25 Afrikaanse landen. Bij de beschrijving van Christenen, Hindoes, Joden en Moslims worden bij Christenen helemaal geen aantallen genoemd, bij Hindoes het
aantal dat in Nederland woonr, bij Moslims alleen het a a n t a l in IndonesiĂŤ, Pakistan en Bangladesh, en bij Joden zowel het aantal in de hele wereld als in Nederland. Het zou handiger zijn als bij elke groep die wordt genoemd ook de aantallen in Nederland staan. Dat voorkomt stereotyperingen en vooroordelen (vanzelfsprekend ook begrippen die in het boek worden uitgelegd). "Een vooroordeel is een oordeel dat vooraf gaat aan de feitelijke waarneming. Het gaat vaak om negatieve waardeoordelen " Zelf hanteer ik altijd de korte omschrijving "Vooroordelen betekent meestal Veroordelen." Hoewel achterin vele bronnen worden genoemd waaruit de auteur heefr geput, staan de citaten in de tekst daar niet bij. Dat is jammer, wanr wie dit boekje gebruikt, wil vast soms verder zoeken. Hier en daar staan slordige taalfouten die een eindredacteur er uit had moeten halen. Bij het begrip verzuiling (bij C h r i s t e n d o m ) worden alleen de godsdienstige zuilen genoemd, terwijl er zeker een socialistische zuil ĂŠn een liberale of algemene zuil te onderscheiden zijn. Soms is de uitleg heel sterk door z'n eenvoud: "WIJ horen bij een groep die we kennen, cn ZIJ zijn anders. Waarschijnlijk is de groep die WIJ genoemd wordt net zo divets van samenstelling als de groep die ZIJ genoemd wordt ( ) een indeling in wij en zij 'versimpelt' het leven. Het deelt in, het sluit in en sluit uit."
D e keuze van de woorden is goed,
iedereen er trek in krijgt, en voorzien
taal over de multiculturele samenstelling.
ook
van leuke cartoons.
Samenstelling en redactie:Judith de Beer.
Theo van Praag
2006 (84 pag.) Het woordenboek 'Wat
al kan d e lezer
woorden
b e d e n k e n d i e h e t boekje in een volgende
druk
nog
completer
Uitgave ZadkinellBR,
maken. Hel boekje is overzichtelijk, prachtig vormgegeven
met een
bundel asperges voorop waardoor
Rotterdam:
bedoelen we eigenlijk' is te koop in de Woordenboek, wat bedoelen we eigerdijk?l.BR-shop voor € 10,00per stuk exclusief Termen en begrippen in de Nederlandse verzendkosten.
Bizarre voettocht Mijn complimenten voor de interessante inhoud van de laatste uitgave, van uw blad her Auschwitz Bulletin. Mijn speciale aandacht had het lijvige artikel van Bill Minco over de bizarre voettocht van Blechhamer gedurende veertien dagen naar Gross-Rozen, die ik als 19-jarige eveneens heb meegemaakt. Wellicht zult u begrijpen dat het voor mij bijzonder moeilijk was dit aangrijpende artikel te lezen, aangezien ik nog steeds lijd aan kampsyndroom. Slechts ccn bijzonderheid heb ik gemist, welke ik u
niet wil onthouden,
namelijk dat wij uit Blechhammer vertrokken zijn met 4 5 0 0 man en dat wij in Gross-Rozen meer dood dan levend aankwamen met 2 1 0 0 man. Wassenaar, Herman Boekdrukker
BON Wilt u zich abonneren op dit blad of heeft u familie,
Auschwitz Bulletin. Voor de verzend- en portokosten zijn
vrienden of kennissen die op de hoogte willen blijven van
wij echter genoodzaakt u o m een minimale bijdrage te
de activiteiten van het Nederlands Auschwitz Comité?
vragen. Deze bijdrage is voor binnenlandse abonnees
Als u o n d e r s t a a n d e b o n invult e n opstuurt n a a r : Het N e d e r l a n d s e Auschwitz C o m i t é , Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n , ontvangen u of uw bekenden vier maal per jaar het
€ 8,-, buitenlandse abonnees in Europa € 1 1 , - en buiten Europa € 16,-. Tevens ontvangen alle abonnees één maal per jaar een acceptgirokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van d e voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité.
Naam:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Email: O p s t u r e n n a a r : Het N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é , Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n Een a b o n n e m e n t kunt u ook o p g e v e n via onze website:
www.auschwitz.nl/bulletin.html
Een nieuwe website:
www.kamparchieven.nl Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en het Nederlandse Rode Kruis (afdeling Oorlogsnazorg) hebben de handen ineen geslagen om informatie over de kampen die er in de Tweede Wereldoorlog in Nederland waren beter toegankelijk te maken. Het resultaat van deze samenwerking is een nieuwe website op het Internet die op 20 december 2005 van start is gegaan. Op deze website Kamparchieven.nl zijn gegevens samengebracht van de kampen Amersfoort, Vught en Westerbork. Het ligt in de bedoeling dit uit te breiden met meer kampen, maar ook met steeds meer instellingen waar gegevens te vinden zijn. Want de plaatsen waar gegevens bewaard worden, zijn zeer divers. Het gaat niet alleen om de kampadministraties zelf, maar bijvoorbeeld ook om de burgerlijke stand van nabije gemeenten, of om dossiers van politie en gevangenissen. Dan is er naast de 'papieren van de overheid' het materiaal dat de gevangenen privé hebben nagelaten in de vorm van brieven, aantekeningen en dagboeken. En na de oorlog ontstaan tal van overzichten en lijsten met de namen van de vele vermisten. Er is dus een buitengewoon grote verscheidenheid aan gegevens. Die bevinden zich op veel verschillende plaatsen in veel verschillende archieven. Wie tot nu toe voor onderzoek zijn weg hierin probeerde te vinden, liep al gauw vast in het onbekende. De nieuwe website helpt om deze archieven niet alleen te vinden, maar vervolgens ook om er met de juiste 'sleutel' - in de vorm van dossiernaam en inventarisnummer - toegang toe te kunnen krijgen. Ik had bijna geschreven: om ze te openen.
maar dat is niet juist. Want het doel van deze website is om de weg te wijzen. Nu biedt deze website verschillende wegen die als aparte thema's gepresenteerd worden. Per thema, bijvoorbeeld de organisatie van een kamp, de levensomstandigheden of de transporten kan men zoeken naar archiefdelen die daarop betrekking hebben. Ook foto's en tekeningen zijn in het materiaal opgenomen. Men kan per kamp 'in de diepte' zoeken, maar ook 'in de breedte' is het mogelijk met een vraag die dan kampenbreed gaat. Men krijgt informatie over de geschiedenis van de kampen, er is literatuur beschikbaar voor verdere studie en bij de archiefbestanden wordt precies aangegeven in hoeverre zij toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Op 15 februari 2006 werd op het N I O D een klein symposium gehouden om het ontstaan van de nieuwe website toe te lichten. Sprekers van de twee instellingen die het initiatief genomen hadden vertelden over de achtergrond van het project. Zij lieten het verschil in karakter van de soorten gegevens zien met voorbeelden uit cartotheken, uit verbalen, uir lijsten en opsommingen, uit privé papieren, uit naoorlogse contacten. Speciale nadruk werd gelegd op de verschuiving van aandacht voor het lot van de slachtoffers in de loop van de jaren na de oorlog, die ook in deze stukken terug te vinden is. Of, om het misschien wel heel simpel samen te vatten: van strikt, al te strikt administratief in het begin naar steeds meer mededogend sedert de jaren zeventig en tachtig. Ook werd de soms chaotische geschiedenis geschetst, hoe tal van verspreid ontstane bronbestanden
pas langzamerhand bijeengebracht konden worden. Tot zij tenslotte op centrale bewaarplaatsen belandden, waarvan het Rode Kmis en het NIOD nu de voornaamste zijn. Speciale aandacht werd gegeven aan de archieven van de kampen zelf. Ook deze besraan namelijk uit onderdelen van verschillende opzet die op den duur zijn samengevoegd. En ook deze worden nu centraal bewaard. Met de nieuwe website zal op den duur een compleet overzicht ontstaan, waar alle uiteenlopende bestanden te vinden zijn en hoe zij te raadplegen zijn. Eén aspect wil ik apart benadrukken. De website is niet bedoeld om personen rechtstreeks individueel op te sporen. Dat is niet mogelijk, omdat de inhoud van de archiefbestanden niet digitaal ontsloten is. Maar ook - en misschien moet ik zeggen vooral - is dat niet mogelijk vanwege redenen van privacy. Zoekt men dus gegevens over personen, dan zal men zich tot de bewaarder van het archief waarin die gegevens voorkomen moeten wenden om, zoals gebruikelijk is bij dit soort archiefonderzoek, eerst toestemming tot raadpleging te krijgen. Dar valt voor een geïnteresseerde die altijd al onderzoek naar een bepaalde persoon had willen doen, maar niet wist hoe dit aan te pakken, misschien wat tegen. Maar het is goed om te weten dat deze website nu een belangrijk hulpmiddel kan zijn om snel en zeker wel de weg te vinden naar de bron of de bronnen die onderzocht moeten worden. Dat is een winst, waarvoor we de initiatiefnemers N I O D en Rode Kruis, èn her Ministerie van VWS dat de gelden voor dit project beschikbaar stelde, dankbaar kunnen zijn. Herbert Sarfatij
H e r i n n e r i n g e n v a n Josef Jacubowicz
De Stad Auschwitz In het kader van haar studie over de Oost-Europese concentratiekampen heeft de Duitse de historica Sybille Steinbacher een aantal gesprekken gehad met Josef Jacubowicz, voormalig inwoner van de stad Auschwitz. Deze gesprekken geven zeer interessante informatie over het joodse leven in Auschwitz tot het moment dat het concentraüe- en vernietigingskamp daar werd geopend. Pim Reijntjes heeft deze interviews voor ons vertaald en als volgt samengevat. Josef Jacubowicz: "Ik ben in Auschwitz geboren, op 10 oktober 1925. Ieder hoekje, iedere steen heb ik daar gekend. Ik kan mij nog heel veel herinneren uit die tijd. Wij woonden in Auschwitz 2, Birkenau, huisnummer 434. Aan deze kant van de Sola heette de stad Auschwitz 1; over dc brug lag Auschwitz 2, met even verderop Birkenau/Brzezinka. Birkenau viel onder de gemeente Auschwitz. Het was ongeveer twee en een halve kilometer van de stad naar het station; rijtuigen en koetsjes pendelden op en neer. Ons huis lag niet ver van de plek waar later het concentratiekamp zou komen. Ik was de jongste van vijf kinderen; ik had drie zusters en een broer. Mijn ouders en grootouders waren afkomstig uit Friedenshütte in Silezië; in 1921 of 1922 zijn zij in Auschwitz komen wonen. Door het plebisciet van 1921 werd Silezië aan Polen toegewezen. De joodse bevolking werd verdreven uit de steden in de buurt van de Duitse grens en naar het oosten gestuurd. Dit was het Poolse antisemitisme; de Polen vertrouwden de joden niet. Het antisemitisme was de Polen niet door de overheid opgelegd maar
stamde vooral uit de kringen van de rooms-katholicke kerk. Na de dood van Maarschalk Pilsoedski in 1935 is het antisemitisme sterk toegenomen. Joods onderwijs Zo kwamen mijn ouders in Auschwitz. Zij begonnen in Katowice een handel in darmen. Die verkochten zij aan slagers voor de worstfabricage. Meestal vertrokken /.ij op maandagmorgen in alle vroegte en kwamen pas op vrijdagavond weer thuis. Mijn school lag in Birkenau, een dorp met ongeveer 1500 inwoners. Weinig meer dan een paar boerderijen en een school. Alle kinderen uit de stad en de wijde omtrek gingen naar deze school, lot 1932 of 1933 waren er in Auschwirz nog Duitse scholen; daarna zijn die in Polen verboden. Mijn hele familie is nog naar de Duitse school geweest, maar zelf heb ik dat niet meer meegemaakt. Het was in onze stad gebruikelijk dat de joodse kinderen joods onderwijs kregen, 's Morgens gingen wij naar de openbare school; 's middags van drie tot zeven naar de joodse school, waar we les kregen in godsdienst en Hebreeuws. Er was in Auschwitz ook een joods gymnasium, met alleen de eerste \ iei klassen. Als je je opleiding wilde afmaken moest je naar Katowice of Krakau, waar je dan ook het diploma kon halen. Maar naar de universiteit kon je niet; daar regeerde het antisemitisme. Rijke joodse ouders stuurden hun kinderen naar een universiteit in het buitenland. Die gingen dan naar Wenen of naar Zwitserland om te studeren. Grote geleerden Toen in 1939 de oorlog uitbrak woonden in Auschwitz dertien-
duizend mensen, onder wie zesduizend joden. De meesten van hen waren afkomstig uit Galicië en Silezië. Auschwitz was een bruisende stad waar het leven goed was. Er woonden tal van wetenschappers en intellectuelen; grote geleerden woonden daar. Het joodse culturele leven bloeide in Auschwitz. De stad telde verscheidene synagogen cn gebedshuizen. Tweederde van de joden van Auschwitz was orthodox. In andere plaatsen van dezelfde groone woonden ook veel joden, maar Auschwitz was ook voor hen het culturele centrum. Veel inwoners van de stad dreven handel met Silezië. met zijn mijnen en fabrieken veruit de rijkste provincievan het land. Iedere dag vertrokken zij met de trein naar de stad om hun koopwaar aan de man te brengen. Sommige boeren in de omgeving hadden grote visvijvers waar zij karpers kweekten. Het was een winstgevend bedrijf, de vis werd in heel Silezië verkocht. Van de bedrijven die in Auschwitz en omgeving werkten waren drie fabrieken die asfaltpapier maakten; die voorzagen half Polen van dakbedekking. Dan had je de limonadcfabriek van Silven, de visconservenfabriek van Schan/.er, de jamfabrick van Wasserberg; joodse ondernemingen allemaal. Heel groot was ook de likeurstokerij van Haberfekl, die later een goudmijn zou worden voor de Duitse bezetters. Er waren ook ondernemers die hun bedrijf in Katowice hadden maar in Auschwitz woonden. Een van de rijkste inwoners was Josef Schenker, eigenaar van de kunstmestfabriek. Die had voor dc eerste wereldoorlog nog keizer Franz Josel op bezoek gehad.
Ik héb gehooid dat de Oostenrijkse vorsten in die tijd nog de titel "Keizer van Auschwitz" mochten voeren. Kanovaren ()fschoon Auschwitz een welvarende gemeente was waren er natuurlijk ook arme mensen. Die kregen geen bijstand van de Poolse overheid. Voor die mensen werd gezorgd door de joodse gemeenschap. Als dat nodig was verschafte die de mensen ook renteloze leningen. Zowel mijn grootvader als mijn vader zijn voorzitter geweest van dit joodse hulpfonds. Een geliefde tak van sport in Auschwitz was kanovaren. Dat gebeurde op de Sola; een rivier die de stad in tweeën deelt. Mijn broer is nog kampioen geworden op de kajak, len centraal punt in de stad was de zaal van Herz, waar bijeenkomsten en voorstellingen plaatsvonden. I lier was ook een gymnastieklokaal. I )e Hcrz-zaal was in een bakstenen gebouw, in de eerste wereldoorlog een kazerne van de Oostenrijkers, later van de Polen. In 1940 zou dit het hoofdgebouw van het concentratiekamp worden. Het uitgaansleven speelde zich vooral af in Katowice. Daar waren schouwburgen en een operagebouw. Katowice was ons Klein-Parijs, zoals wij dat noemden, een bloeiende en levendige stad. Daar was het leven goed! Je kon daar belangrijke zakenlieden tegenkomen; diplomaten, schrijvers, toneelspelers. De zanger |an Kiepura kwam uit Katowice. Hij is een heel bekende filmster geworden, maar later is hij overgelopen naar dc nazi's. Her mannenkoor van de hoofdsynagoge was wereldberoemd. Als het koor een uitvoering gaf in de stadsschouwburg was avondkleding verplicht. De joden van Auschwitz spraken onder elkaar alleen maar Duits en
een beetje Jiddisch, maar nooit Pools. De stad heeft voor hen ook nooit anders dan Auschwitz geheten, de naam die al stamde uit de tijd van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. De officiële Poolse naam Oswiescim werd door de joodse bevolking nauwelijks gebruikt. Bij bepaalde gelegenheden werd dc stad wel bij zijn joodse naam Oshpitzin genoemd. Poolse kranten waren er niet, alleen bladen in het Hebreeuws werden gelezen. Duitstalige kranten verschenen niet in Auschwitz. De mensen interesseerden zich nauwelijks voor de buitenlandse politiek; alleen voor de zionistische beweging bestond veel belangstelling. Terwijl in Polen het antisemitisme hoogtij vierde verliep de relatie tussen joden en christenen in Auschwitz zonder al te veel problemen. De Poolse inwoners van de stad waren de joden welgezind. In hun hart waren het misschien wel antisemieten, maar ze lieten het in ieder geval niet blijken. Tenminste als ze niet dronken waren want dan stak de jodenhaat toch weer de kop op. Later, na de Duitse bezetting van de stad, lieten de Polen hun masker vallen en keerden zij zich massaal tegen hun joodse medeburgers. Het zou voor de hand liggen dat met een overwegend joodse bevolking de burgemeester joods zou zijn. Maar om tactische redenen was dat niet het geval; de burgemeester was een Pool en de loco-burgemeester een jood. Duitse inval Al op de eerste dag van de Duitse inval, op 1 september 1939 om vijf uur in dc morgen verwoestten Duitse vliegtuigen het spoorwegemplacement van Auschwitz. Het was een van de eerste acties van het Duitse offensief in Polen. Het station was een belangrijk k n o o p p u n t in de driehoek
Cent raai-Polen, Tsjecho-Slowakije en Duitsland. Kort daarop rukten de Duitsers Auschwitz binnen. Ze sloten alle synagogen en gebedshuizen, en staken de hoofdsynagoge in brand. Veel joden, ook uit de omliggende plaatsen, werden op transport gesteld naar het oosten. Maar de transporten waren toen nog niet ZO goed georganiseerd als later het geval zou zijn. Een duidelijk reisdoel was er niet. Het was de bedoeling dat de joden over de grens zouden worden gezet; maar de Russen wilden ze niet en de Polen evenmin. Het waren chaotische toestanden. En al heel snel meldden zich Duitse bewindvoerders die de joodse bedrijven in beslag kwamen nemen. In de stad werd al gauw een tweedeling ingevoerd; een joods stadsdeel bij het station, en aan de overkant van de rivier een Poolse wijk. Het grote marktplein werd omgedoopt in "Adolf Hitier Platz". De Duitstalige inwoners van dc gemeente kregen de gelegenheid zich laten inschrijven in de zogenoemde Deutsche Volksliste. O p die manier konden zij zich aanmelden voor de Duitse nationaliteit. Joden waren daarvan uitgesloten. Direct na de Duitse inval heeft een verzetsgroep van ongeveer dertig mensen geprobeerd jonge mensen in veiligheid te brengen door ze over de Roemeense grens te brengen. Veel ouders vonden dit te gevaarlijk en verboden hun kinderen mee te gaan. Ik weet niet of het iemand gelukt is om weg te komen. De voorzitter van de joodse gemeenschap kreeg de opdracht mannen te rekruteren voor de ArbeitseinsatzAlle mannen van de stad moesten aan het werk. Ik was nog maar veertien jaar oud, maar ik zei dat ik achttien was en mocht toen ook meewerken. Het was zwaar werk
iedere dag en wij hadden er geen idee van dar we bezig Waren een concentratiekamp te bouwen. H e t e e r s t e dat we deden w a s het afbreken van het dorp Birkenau; de bewoners werden ondergebracht bij boeren in de omtrek. Op 15 juni 1940 arriveerden de eersre gevangenen, allemaal Polen. Ze kwamen aan op het spoorwegstation en liepen van daar naar het nieuwe concentratiekamp. Wij keken vreemd
op van die mannen in hun gestreepte pakken, n i e t hun kaalgeschoren hoofden en een nummer op hun jas. Wij dachten dat ze pyjama's aanhadden. De joden bleven werken totdat ook Auschwitz 11, Birkenau klaar was; niet veel later, Pasen 1941 werd de stad Judenfrei gemaakt. En hier begon voor mij een lange weg langs concentratiekampen en tuchthuizen. Een jarenlange strijd die ik na jaren van grote ellende hebben kunnen winnen.
Of er na de oorlog nog sprake is van een joodse gemeenschap in <fcswiescimvalt te betwijfelen. Van de oorspronkelijke Auschwiizers w o o n t er nu vrijwel niemand meer. De bewoners van nu zijn pas er pas na de oorlog komen wonen. Mijn ouderlijk buis staat er niet meer. Dc nazi's hebben het afgebroken; her belemmerde hen her uitzicht vanuit het concentratiekamp. Het was een prachtig huis. O p die plaats is nu een akker waar bloemkool wordt verbouwd.
Bestrijding v a n d i s c r i m i n a t i e d o o r stichting M a g e n t a
Antisemitisme in het hoger onderwijs Is er antisemitisme te vinden op universiteiten en hogescholen? De eerste internationale conferentie over dat onderwerp, 'Anrisemitism in Academia: Sourees und Solutions', heeft op 23 en 2 4 februari in Amsterdam plaatsgevonden. Deze conferentie werd georganiseerd door de Stichting Magenta, die zich tot doel stelt racisme, fascisme en andere vormen van discriminatie te bestrijden. Er waren experts uit binnenen buitenland waren aanwezig, wat de resultaten van de conferentie extra waardevol maakt. Ronald Eissens, voorzitter van de Stichting Magenta, maakte tijdens de opening van de conferentie duidelijk dat in Nederland in het hoger onderwijs momenteel nauwelijks sprake is van (openlijke) vormen van antisemitisme, althans in vergelijking met Noord Amerika, maar dat het in andere Europese landen toch sterk de kop op begint te steken. Het is daarom van belang om ook hier aandacht aan dit probleem te geven. I ijdens de bijeenkomst waren de aanwezigen verdeeld in drie werkgroepen, met elk een eigen thema. Zo was er een groep die voornamelijk
de problemen besprak met betrekking tot de 'klassieke'. Holocaust-gerelateerde, vorm van antisemitisme in het hoger onderwijs in Europa en Noord Amerika. Daarnaast was er een groep die zich bezighield met de bestudering van antizionisme en anri-IsraĂŠl gerelareerd antisemitisme door docenten en lesprogramma's. De laatste groep bestudeerde antizionisme en anti-IsraĂŠl gerelateerd antisemitisme m e t betrekking tot studenten zelf, en 'civil society'. Aan het einde van de eerste dag heeft een bezoek plaatsgevonden aan de Hollandse Schouwburg en het Auschwitz monument in het Wertheimpark. Annelize van der Stoel, stadsdeelvoorzitster van Amsterdam Centrum, hield 's avonds tijdens de receptie een hartverwarmende toespraak. O p de tweede en laatste dag van de conferentie werden aanbevelingen geformuleerd, opdat de resultaten van de conferentie aangeboden konden worden aan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De deelnemers aan de conferentie zijn tor een aantal belangrijke
adviezen gekomen over onder meer de noodzaak tot het ontwikkelen van richtlijnen voor de bescherming van studenten tegen discriminatie in de academische omgeving, in welke vorm dan ook. en in het bijzonder ook de ontwikkeling van adequare klachtprocedures tegen antisemitisme voor studenten. Bovendien werd van belang geacht de taak die dc OVSE kan hebben in het controleren van antisemitisme op de aan universiteiten gelieerde internetsites, en deze bevindingen te publiceren. Een bijkomende taak voor de OVSE en haar deelnemende staten kan de ontwikkeling van programma's zijn die het kritisch denken bij de studenten bevorderen, evenals de ontwikkeling van programma's waardoor de verschillende groeperingen met elkaar de kans krijgen om over mogelijke conflicten te praten en oplossingen te zoeken. Tenslotte werd de aanbeveling gemaakt lesprogramma's tc maken die tolerantie en diversiteit v o o r s t a a n . Als preventieve actie zouden dergelijke programma's, zoals wij die in Nederland al kennen, ook op lagere en middelbare scholen plaats moeten vinden.
De aanbevelingen werden aan het slot van de conferentie aangeboden aan Joris Rome, speciale afgevaardigde van de Ambassade van België, namens de Belgische 'Chair in Office' van dc OVSE. De Stichting Magenta zal van alle aanbevelingen een samenvatting maken, en deze aan de organisaties die dit aangaat presenteren. I )e hoop bestaat dat de
OVSE, onder het huidig voorzitterschap van België, deze aanbevelingen in de praktijk zal brengen, wat niet wegnam dat aan het einde van deze conferentie al voorzichtige gesprekken werden gevoerd over nieuwe bijeenkomsten ten aanzien van antisemitisme in het hoger onderwijs. Emilie Kuijt
Fondsen Buiten de jaarlijkse bijdrage bestaat er ook de mogelijkheid om donaties aan onze fondsen over te maken. Voor deze giften kunt u ook in aanmerking komen voor aftrek bij uw aangifte inkomstenbelasting. De rekeningnummers waarop u extra giften kunt storten zijn: Steunfonds 47.02.27.621, t.n.v. dc Stichting Steunfonds Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. Doelstelling: het ondersteunen van projecten van derden die vallen binnen het kader van onze doelstellingen, vanuit de opbrengsten van dit fonds. Reisfonds 62.41.91-850, t.n.v. het Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. In de toelichting bij de Jaarcijfers over 2002, heeft u reeds enige informatie over het doel en onze intentie met betrekking tot dit fonds kunnen vernemen. Wij kennen de noden en kunnen u op de hoogte brengen van de voorwaarden en mogelijkheden. Voor het honoreren van aanvragen om in aanmerking te komen voor ondersteuning zal de aanvraag aan een neutraal adviescollege worden voorgelegd teneinde iedere vorm van belangenverstrengeling te voorkomen.
In blijvende herinnering aan de overlevenden van Auschwitz, die het Nederlands Auschwitz Comité hebben opgericht. Nederlands Auschwitz Comité Ere-lid: drs. Eva Tas Voorzitter: Jacques Grishaver Secretaris: Herbert Sarfatij 2e Secretaris: Ruud Wolff Penn ingmeesters: Ronald van den Berg John van Cleef SecretariaatPostbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020 - 67 233 88 website: www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl Financiële administratie: telefoonnummer: 020-4287684 E-mail: penningmeester@auschwirz.nl ™kw«g.ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87 IBAN: NL53ABNA0414646282 BIC: ABNAN1.2A A U S C H W I T Z BULLETIN: Eindredactie/redactiesecretariaat: Marjon de Klijn
Het Nederlands Auschwitz Comité en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork organiseren in september/oktober 2006 een
Redactie: Max Arian Emilie Kuijt Carry van Lakerveld Bertje Leuw Nienke Ledegang Theo van Praag Ingmar Vriesema Zoni Weisz
Reünie v o o r o v e r l e v e n d e n v a n c o n c e n t r a t i e k a m p e n in Europa
Redactieadres: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam E-mail: redactie@auschwitz.nl
Mocht u geïnteresseerd zijn en meer informatie willen hebben over één van onze fondsen dan k u n t u contact met ons op nemen via penningmeester@auschwitz.nl of telefonisch onder nummer 020-4287684.
Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam telefoon/fax: 020-6723388 of 020-6003455 of email: info@auschwitz.nl
Abon nementenadmi nistra tie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020 - 600 34 55
Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Oosthalen 8, 9414 TG Hooghalen tel.: 0593-592600, fax: 0593-592546 of email: info@kampwesterbork.nl
Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.
Actuele informatie is binnenkort te lezen op www.auschwitz.nl of www.kampwesterbork.nl
Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv
Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij:
Agenda Herdenkingen en vieringen Herdenking slachtoffers Engelandspiel (Stichting Nationale Herdenking 's-Gravenhage) Datum: woensdag 4 mei 2006. Locatie: monument voor slachtoffers Englandspiel in het Van Stolkpark, aan de Hogewcg te Den Haag. Tijd: 14.50 uur. Herdenking Capitulaties 1945 (Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 Wageningen) (Besloten bijeenkomst) Datum: vrijdag 5 mei 2006. Locatie: Herdenking op 5 Mei plein te Wageningen. Tijd: namiddag juiste tijd nog niet bekend. Herdenking 14 mei Rotterdam (Yarden Crematotium Rotterdam) Datum: zondag 14 mei 2006. Locatie: Yarden Crematorium Rotterdam, Maeterlinckweg 101 te Rotterdam. Tijd: 15.30-16.30 uur.
Herdenkingsreizen en wandelingen Wandeling 'Langs stenen herinneringen' Wandeling langs minder bekende monumenten in de voormalige Jodenbuurt en de Plantage o.l.v. Joods Historisch Museum. Data: zondag 23 april en 7 mei 2006. Locatie: Joods Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1 te Amsterdam. Tijd: 14.30-16.30 uur. Herdenkingsreis naar Mauthausen (Stichting Vriendenkring Mauthausen) (besloten activiteit) 5-Daagse reis per trein en bus i.v.m. de Herdenking bevrijding KZ Maurhausen en onthulling nieuw monument nevenkamp Ebensee. Periode: woensdag 3 t/m maandag 8 mei 2006. Reis naar Polen 2006 (Nederlands Auschwitz Comité) De jaarlijkse reis naar Auschwitz, Birkenau, Majdanek en Sobibor. De reissom bedraagt 895 euro per persoon op basis van een rweepersoonskamer. Een eenpersoonskamer is beperkt mogelijk met bijbetaling van 170 euro. 5-Daagse reis per bus en vliegtuig. O p dit moment zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. U kunt zich tot 1 juni schriftelijk aanmelden of informatie vragen bij het Nederlands Auschwitz Comité
t.a.v. J. Grishaver, Knoopkruid 54, 1112 PV Diemen, (fax 020-6003455, e-mail info@auschwitz.nl) Periode: maandag 6 t/m zaterdag 11 november 2006. Tweedaagse reis naar het voormalige concentratiekamp Bergen Belsen (Nederlands Auschwitz Comité) Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij: Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam telefoon/fax: 020-6723388 of 020-600.3455 of email: info@atischwitz.nl Actuele informatie is binnenkort tc lezen op www.auschwitz.nl Periode: september 2006
Tentoonstellingen Nieuwe permanente expositie over Nederlands-Indië Locatie: Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 61 te Amsterdam. De Vredesfabriek Kindertcntoonstelling met 15 machines waarmee de bezoekers vrede en vrijheid kunnen produceren. Periode: t/m 14 mei 2006. Locatie: Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 61 te Amsterdam. Marokkanen en de Tweede Wereldoorlog Periode: t/m 1 1 juni 2006. Locatie: Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 61 te Amsterdam. Over muziek Tentoonstelling over muziek in en rond de oorlog. Periode: t/m 25 juni 2006. Locatie: OorlogsVerzetsmuseum Rotterdam, Veerlaan 82/92 te Rotterdam. Boekenbeurs 15' Boekenbeurs van tweede hands boeken en documenten met betrekking tot WO II en de strijd in het voormalig Nederlands Indic. Datum: zaterdag 20 mei 2006. Locatie: Airborne museum Hartenstein, Utrechtseweg 232 te Oosterbeek. Tijd: 10.00-16.00 uur. Generaal Spoor: mens en militair Lezing door dr. J.A. de Moor. Datum: zondag 21 mei 2006. Locatie: Indische 7.aal, Museum Bronbeek, Velperwerg 147 te Arnhem. Tijd: 14.00 uur.