49ste jaargang, nr. 3, september 2005. Verschijnt 4 x per jc
Een uitgave van het Nederlands Auschwitz Comité; postbus 74131,1070 BC Amsterdam
Auschwitz Bulletin Schaamte Een paar dagen geleden werd er een man uit België op Schiphol gearresteerd. Hij ontkent de Shoah en wordt daarvoor d o o r de Duitse justitie gezocht. Al jaren lang heb ik de twijfelachtige eer om op gezette tijden publicaties te ontvangen - ik geloof dat ze vooral uit Leuven en omstreken komen waarin op allerlei manieren wordt aangetoond dat de Shoah niet heeft plaatsgevonden, dat hij niet heeft kunnen plaatsvinden of dat hij niet op zo'n schaal heeft plaatsgevonden. Ik ben zo gewend aan deze revisio-
de Armeense bevolking. Turkije is kandidaat voor het lidmaatschap van de Europese gemeenschap. Alleen Frankrijk heeft hieraan als voorwaarde gesteld dat Turkije de genocide formeel erkent. De rest van de lidstaten doet hierover het stilzwijgen.
Japan bezette in de jaren dertig Mansjoerije. D e J a p a n s e legers terroriseerden de Chinese bevolking op ongekende wijze. Tijdens The raid on Nanking, waarmee het drama begon, vonden honderd duizenden de dood. De Japanse regering heeft nog nooit schuld aan deze misdaden nistische geschiedschrijving - die ik bekend, net zo min als schuld aan altijd met veel genoegen in de papierde dood van miljoenen mensen in versnipperaar laat verdwijnen - dat Zuid Oost Azië tijdens de Tweede ik verbaasd kennis nam van de Wereldoorlog. Japanse geschiedenisarrestatie van de Belg. Ik heb nooit boeken voor het onderwijs reppen geweten dat o n t k e n n e n van een met geen woord over deze episode historisch feit strafbaar is. uit haar geschiedenis. Japan is een belangrijke bondgenoot van Westerse De man wacht n u o p een u i t wereld. leveringsbesluit, maar eenzaam hoeft hij zich niet te voelen in zijn cel want De revoluties van Mao hebben naar hij is niet de enige massamoordschatting aan circa zeventig miljoen Chinezen het leven gekost. D e ontkenner. Hij bevindt zich in goed Chinese regering zwijgt in duizend gezelschap: talen over deze slachting en zet mensen die daar wel over praten Tussen 1915 en 1918 v i n d t de voor jaren achter slot en grendel. Armeense volkerenmoord plaats. Er China is een van de belangrijkste worden m i n s t e n s één miljoen handelspartners van de Westerse Armeniërs v e r m o o r d . Turkije wereld, en haar leiders worden door ontkent tot op de dag van vandaag ons met open armen ontvangen. De dat er een v o l k e r e n m o o r d heeft komende Olympische Spelen zullen plaatsgevonden en spreekt slechts in China gehouden worden. van de deportatie van een deel van
In Indonesië werden in 1965 na een mislukte staatsgreep in enkele dagen een miljoen mensen vermoord. Het zou vooral gegaan zijn om c o m m u n i s t e n . Lang is deze massamoord o n t k e n d . Indonesië heeft zich echter altijd in onze vriendschap mogen verheugen. De fascistische regering van Kroatië v e r m o o r d d e tijdens de N a z i bezetting Serven, Zigeuners en Joden. De Kroatische regering van Franjo Tudjman bagatelliseerde niet alleen deze massamoord, maar zag lijdzaam toe hoe in het "Auschwitz" van Kroatië, Jasenovac de herinneringstekens aan deze massamoord werden geschonden. De documentatie van Jasenovac is in het Holocaust Museum te Washington in veiligheid gebracht. Kroatië koos in haar nieuwe vlag het rood-wit geblokte symbool uit de duistere Usiasa-rijd en werd door het Westen als eerste onafhankelijke republiek erkend. Ook Kroatië probeen lid te worden van de Europese Gemeenschap. De lijst kan langer, maar dan zou ik u danig gaan vervelen. Interessant is tenslotte de vraag waarom er ontkend wordt: "Ontkenning",
zo las ik in het Psychologisch Repertorium "is een veel voorkomende uitingsvorm van schaamte". "Natuurlijk", dacht ik, toen ik deze verlossende verklaring tot me had
laten doordringen, "Ze schamen zich... die Japanners en Chinezen en de Kroaten en de Turken en al die andere volkeren die misdaden van het verleden o n t k e n n e n . " Gelukkig is voor alles een verklaring te vinden. En die man uit België? Zou hij zich ook zo schamen en zou hij uit schaamte met zijn vrienden in I^euven daarom al die boekjes uitgeven en die aan mij opsturen? Ik weet het niet. O m daar achter te komen is het misschien toch een goed idee om hem maar aan Duitsland uit te leveren. Daar is ontkennen van de Shoah immers een misdrijf. En voordat we zekerheid hebben over de bron van al die andere ontkenningen waar ik het zojuist over had, is het raadzaam om wat minder joviaal om te gaan met onze ontkennende bondgenoten. Het zou namelijk mogelijk kunnen zijn dat men zich in het geheel niet schaamt voor genocide en massamoord. Ja...en wat moet je dan? Hans Fels
i eS O
o
Hans Fels, Schaamte Inhoudsopgave
2
Carry van Lakerveld, interview Fred Schwarz
3
Bertje Leuw, expositie 'Dag Pap, tot morgen'
5
Kwetsende website, brief aan de minister van Justitie
6
Nooit meer Auschwitz-lezing 2006
7
Bertje Leuw, boekbespreking Het kind van de rekening van Elma Verhey
8
Max Arian, Clara de Jong 1928-2005
10
Max Arian, Judith van Geens 1943-1943
1'
Emilie Kuijt, betere verhoudingen in De Baarsjes
12
Nederlands paviljoen in Auschwitz
13
Oprichting Frieda Menco Foundation
13
Martij n van Beenen, de asielzoeker
14
Ugur U. Üngör, 'demographic engineering' in het Ottomaanse Rijk
15
Marjon de Klijn, recent verschenen
18
BON
u
O
Inhoudsopgave:
Wilt u zich abonneren op dit blad of heeft u familie,
Auschwitz Bulletin. Voor de verzend- en portokosten
vrienden of kennissen die op de hoogte willen blijven
zijn wij echter genoodzaakt u o m een minimale bij-
v a n de a c t i v i t e i t e n v a n het N e d e r l a n d s Auschwitz
drage te vragen. Deze bijdrage is voor binnenlandse
Comité?
a b o n n e e s € 8 , - , b u i t e n l a n d s e abonnees in Europa
Als u o n d e r s t a a n d e bon invult en opstuurt n a a r : Het N e d e r l a n d s e Auschwitz C o m i t é ,
O
Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n ,
O
ontvangen u of uw bekenden vier maal per jaar het
O
c •a a>
€ 1 1 , - e n buiten Europa € 1 6 , - . Tevens ontvangen alle
abonnees
g i r o k a a r t voor
één een
maal
per
jaar
Auschwitz C o m i t é .
Naam:
Adres:
D
Postcode en
woonplaats:
Land: "O -
acceptbehoeve
van de voortgang van het werk van het Nederlands
c C cu
een
vrijwillige d o n a t i e ten
Email: O p s t u r e n n a a r : Het N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é , Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n Een a b o n n e m e n t kunt u ook o p g e v e n via onze website: w w w . a u s c h w i t z . n l / b u l l e t i n . h t m l .
Treinen op dood spoor van Fred Schwarz opnieuw verschenen
" I k kon het v a n mij af p r a t e n " Kort geleden werd het zogenaamde Saunagebouw in Auschwitz Birkenau opnieuw ingericht. Naar aanleiding daarvan drukten wij in het Auschwitz Bulletin van april 2003 een ijzingwekkende passage af uit het in 1994 verschenen boek Treinen op dood spoor van Fred Schwarz over zijn aankomst bij de Sauna in Birkenau op 30 september 1944. Het boek was toen al uitverkocht en alleen nog in Duitse vertaling verkrijgbaar. Er is nu gelukkig een nieuwe Nederlandse uitgave van Treinen op dood spoor, voorzien van enkele aanvullingen, in een beperkte oplage, verkrijgbaar. In dit boek beschrijft Schwarz, die in 1923 is geboren, zijn vlucht uit Wenen naar Nederland in 1938, zijn verblijf in de kampen Westerbork, Theresienstadt, Auschwitz, Meuselwitz (bij Leipzig) en zijn terugkeer naar Nederland. Carry van Lakerveld sprak met hem over het tot stand komen van zijn boek. Waarom heeft Fred Schwarz zo lang gewacht met het boek te schrijven? "Ik heb gewoon geen tijd gehad om te schrijven. Toen we in 1945 terugkwamen, toen mijn vrouw Carry en ik elkaar weer hebben ontmoet, toen was het een tijd dat je aan niemand kon vertellen hoe het was geweest. Je kon bijvoorbeeld niet aan een moeder met kleine kinderen, die in de hongerwinter die kinderen geen eten kon geven, vertellen hoe slecht je het in Auschwitz had gehad. Dat interesseerde die moeder toen niet. Carry heeft me altijd laten vertellen, vertellen, vertellen, en zij heeft geluisterd. Dat is ontzettend belangrijk. En, ja, we zijn getrouwd, we hebben kinderen gekregen, ik heb hard gewetkt. Zij heeft hard gewerkt.
Hauptbahnhof We zijn natuurlijk met niks begonnen. Ik had helemaal niks, en mijn schoonouders waren ook berooid teruggekomen. We hebben alles zelf opgebouwd. Toen ik 69 was werkte ik nog steeds heel hard en toen zei ik ineens: "Ik heb er geen zin meer in." . Carry zei toen: "Weet je wat je doet, ga naar boven en schrijf je verhaal op." En dat heb ik gedaan. Ik heb mijn verhaal opgeschreven zonder na te denken wat ik eigenlijk deed. Ik heb er niet over nagedacht waarom ik mijn verhaal heb opgeschreven in de tegenwoordige tijd en waarom ik de ikvorm heb gekozen, dat is helemaal vanzelf gekomen. Carry heeft elke bladzijde die ik schreef nagekeken. Ze is verschrikkelijk scherp. Haar ontgaat geen puntje cn geen komma. Ik had een van de meer intieme verhalen in her boek geschreven en ik dacht wat zal zij daar nou over zeggen. En zij zei: "Daarboven ben je twee komma's vergeten!"." Ongelofelijk goed geheugen Het boek is in allerlei opzichten verbazingwekkend precies, niet alleen
Komotau
over alles wat er gebeurt en waar het zich afspeelt, maar ook in de nauwkeurige beschrijving van allerUi detaih. Er zijn een aantal passages waarvan de lezer zich afvraagt hoe je die onthouden zou kunnen hebben, omdat je dat niet kon weten. Je vertelt bijvoorbeeld uitvoerig over Theresienstadt en Auschwitz, hoe die kampen er uitzien en wat het voor kampen waren. Dat moet informatie zijn van na de oorlog. "Dat zal ik niet bestrijden. Dat is zeker zo. We zijn, toen we toevallig in München waren, in Dachau gaan kijken, we zijn in Theresienstadt geweest, ik dacht in 1989, en naar Auschwirz en Birkenau in 1993, dat was vóór het boek uitkwam, dat klopt. Maar het boek als zodanig was klaar. Al zeg ik het zelf, ik heb een ongelofelijk goed geheugen. O m een voorbeeld te geven, ik was in 1935 of 1936 in Venerië met de padvinders, toen was ik dus elf of twaalf jaar en ik ben eind jaren tachtig met Carry naar Venerië gegaan. Ik wist nog precies waar alles was, en hoe je er met de boot, de vaporetto, naar toe kon. Zij keek me met zulke ogen aan.
Het gekke is dat ik een slecht kort geheugen heb. Ik weet dat ik op school niet deugde en iedereen zei altijd je doet niks. Ik herinner me dat ik in het weekend als een gek studeerde en dan was ik de volgende dag leeg, dan wist ik het niet meer. Als ik nu op school zou zitten, zouden 25 decanen zich met mij bezig houden." Heeft je goede geheugen je ook soms geplaagd met je oorlogsverleden: "Nee, en als je dat nu vraagt, dan bedenk ik dat dit komt doordat ik, achteraf gezien, alles steeds weer met Carry heb doorgesproken. Ik heb het gewoon van me af kunnen ptaten." Als een jongensboek je schrijft bijna koel, met aftand, bijna alsof het niet over jou gaat. Is dat je stijl of komt dat ook door het praten? "Het is mijn stijl. Ik schreef het in één ruk door, vaak 's avonds tot heel laat. Dan gaf ik her aan Carry en kreeg ik het weer terug om het te corrigeren. Het rolde er gewoon uit." Hoewel je boek vaak erg ge-detailleerd is, is het heel spannend. Als lezer wil je weten hoe het verder gaat en hoe het afloopt.Je wordt niet geschokt door een overmaat aan gruwelijkheden. Heb je dat bewust gedaan? "Ik had mij voorgenomen om zo weinig mogelijk bloed te laten vloeien. Het ging mij er ook niet in de eerste plaats om hoeveel joden er zijn vermoord. We weten wel dat er 6 miljoen mensen doodgegaan zijn. Maar ik vraag me af waarom je ze eerst nog met allemaal perverse pesterijen in leven moest houden. Het is belangrijk om daarover te schrijven. Die details in het boek zijn belangrijk omdat mensen dan iets lezen wat ze niet weten. D a t maakte het overigens niet gemakkelijker om een uitgever te vinden. Er was er een die schreef
mij: wie schrijft er nu nog in de tegenwoordige tijd, wie schrijft nog in de ikvorm, ten derde al die details die u overal schrijft, die interesseren geen hond, enzovoorts, enzovoorts."
aanvullingen in eigen beheer uitgegeven, evenals een Engelse vertaling in een beperkte oplage.
Het is uiteindelijk toch gelukt. De eerste en de tweede druk verschenen bij uitgeverij De Bataafeche Leeuw. Er kwam een Duitse versie in 1996, door Fred Schwarz iets bekort en enigszins gewijzigd in het Duits geschreven. De derde Nederlandse druk (€ 24,90) is nu door Schwarz met enkele
Treinen op dood spoor is verkrijgbaar in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, in het Joods Historisch museum in Amsterdam en kan rechtsreeks worden besteld bij Fred Schwarz per e-mail: fredschwarz@tref.nl of per telefoon: 020 6592329
Carry van Lakerveld
Tentoonstelling 'dag Pap, tot morgen'
Joodse k i n d e r e n g e r e d uit d e crèche "Dag Pap, tot morgen", zei de twaalfjarige John Blom tegen zijn vader in de Hollandsche Schouwburg - het was juni 19^3 - en hij volgde nauwgezet diens instructies op. Zodra hij kon, had zijn vader gezegd, moest hij weglopen uit de rij kinderen die vanuit de Schouwburg overgebracht werden naar de 'crèche'. Dat was de verzamelplaats in de Plantage Middenlaan, aan de overkant van de Schouwburg, die voor de kinderen was ingericht voordat ze met hun ouders naar Westerbork gedeporteerd werden en verder, naar de concentratie- en vernietigingskampen. "Maak je ster alvast los zodat je hem snel afkunt doen. Ga dan naar Dirk toe. Hier heb je wat kleingeld. En denk erom: je moet nooit bang zijn in het leven." Het was de laatste levensles die zijn vader hem zou geven. En die hem het leven redde. John kwam via de crèche en Dirk terecht bij verschillende pleeggezinnen in Limburg. O p een bepaald moment stuurde zijn pleegmoeder hem van de ene op de andere dag weg. Ze was in paniek geraakt. Een maand lang zat John toen in zijn eentje in een dichtgetimmerde keet op het land. Een boek dat hij de hele onderduik met zich meesleepte, een saai studieboek over elektrotechniek waar hij nauwelijks iets van snapte, werd zijn houvast. John: "Ik was gefascineerd door de grafieken en tabellen. Daar zat orde in, dat klopte allemaal. Geen chaos, geen verwarring." Na de oorlog bleek dat hij als enige van zijn gezin overleefd had. Bloedstollende verhalen John Blom is een van de vier hoofdpersonen in de tentoonstelling 'Dag
Pap'. Alle vier worden gevolgd vanaf het moment dat zij als kind in de Hollandsche Schouwburg en de crèche gevangen werden gehouden. Aan de hand van oude foto's en documenten en een recent gefilmd interview wordt hun verhaal verteld, over hoe het toen was en hoe het later met hen gegaan is. In de tentoonstelling zie je vervolgens hoe het redden van de ongeveer 500 joodse kinderen in de jaren 1942 en 1943 in zijn werk ging. Hoe, met gevaar voor eigen en andermans leven, niet-joodse verzetsmensen en joodse functionarissen in de Schouwburg en de crèche samenwerkten en ingenieuze systemen opzetten om de kinderen onder het oog van de bezetter uit de crèche te smokkelen. Het zijn bloedstollende verhalen over kinderen in jutezakken, vuilnisemmers en kartonnen dozen. Over de paniek van kleine kinderen die, na aankomst in de Schouwburg, zonder uitleg werden weggetrokken bij hun ouders en naar de overkant werden gebracht. En over het wonder dat die kinderen in heel korte tijd begrepen hadden dat ze zich koest moesten houden, niet huilen, geen vragen stellen, wat er ook met hen gebeurde. In het boek, met dezelfde titel als de tentoonstelling, wordt het hele verhaal over de gang van zaken rond de redding van de kinderen verteld en ook nog eens, in het kort, hoe de jodenvervolging in Nederland in zijn werk ging. Vijftien van de geredde kinderen, die je ook in de tentoonstelling tegenkomt, vertellen hun oorlogsgeschiedenis. Hoe dramatisch het onderwerp ook is, de tentoonstelling is prettig vormgegeven in lichte kleuren, met video's en veel prachtige foto's. Een aantal
kinderfoto's uit die tijd is op kastjes geplakt die open kunnen; achter de deurtjes tref je een kort verhaaltje aan van het desbetreffende kind en een foto te midden van zijn onderduikgezin. Soms is er ook een geliefd stuk speelgoed, meegenomen van thuis, de navelstreng met het verleden en een troost in de vreemde nieuwe wereld. Een mooie en ontroerende tentoonstelling, tot en met de k i n d e r tekening - aan het einde ervan - van de negenjarige kleindochter van John Blom. Zij vond het zo stom van Hitler dat-ie haar opa's gezin had vermoord, schrijft ze op een prachtige tekening van dat gezin: vader, moeder. Opa John en zijn broer, alle namen met pijltjes erbij gezet. Voor haar opa die, begrijp ik uit zijn verhaal, zelf dat gezin nauwelijks meer voor zijn geestesoog durft op te roepen. Bertje Leuw Expositie in het Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 61, tot 27 november 2005- Bij de tentoonstelling is een educatief programma beschikbaar voor leerlingen vanaf 10 jaar. Boek: Alex Bakker, 'Dag pap, tot morgen Joodse kinderen gered uit de crèche, Hilversum 2005. Uitgeverij Verloren, ISBN 90-6550-862-7, 96 blz.. prijs € 12,00
Kwetsende website Onlangs is het Auschwitz Comité attent gemaakt op een kwetsende website. Bijgaand treft u de brief van onze secretaris de heer Sarfatij, aan de Minister van justitie, dhr. Donner. Aan de heer Minister van Justitie Mr J. P.H. Donner Postbus 20301 2500 E H D E N HAAG Amsterdam, 12 augustus 2005 Zeer geachte heer Donner, Onlangs werden wij er op attent gemaakt dat op het ogenblik op het internet via de website GeenStijl een filmpje wordt vertoond genaamd Housewitz met een buitengewoon kwetsende inhoud, die gebaseerd is op het Concentratieen Vernietigingskamp Auschwitz. Het Nederlands Auschwitz Comité is als vertegenwoordiger van de vele Nederlandse slachtoffers, die in dit kamp zijn omgebracht of gevangen hebben gezeten, hierover zeer verontrust. En dat niet zonder reden, zoals ons is gebleken. Toen het filmpje ruim een maand geleden op een andere website uitkwam, heeft dit zoveel commotie, angst en woede veroorzaakt dat het snel van die website verdwenen is. GeenStijl heeft het echter opnieuw uitgebracht en weigert het nu van hun website te verwijderen. H e t Meldpunt Discriminatie Internet heeft hiervan aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie te Amsterdam, maar ons wordt bericht dat het O M weigert op te treden. Dit verbijstert ons. Concept, beelden en tekst van dit filmpje, waarin het lijden in Auschwitz belachelijk wordt gemaakt, zijn ondragelijk kwetsend voor de oud-gevangenen in Nederland en voor de nabestaanden van de vele tienduizenden die in Auschwitz zijn vermoord. Het verbaast ons bijzonder dat de Nederlandse overheid op dit vlak niet optreedt, omdat diezelfde overheid een beleid voert waarin aan de hulp aan de slachtoffers en aan de erkenning van het leed dat hun is aangedaan veel wordt gedaan. Ik mag u er in dat verband bi/voorbeeld aan herinneren dat nog onlangs in het Museum Auschwirz het Nederlands Paviljoen met een van overheidswege totaal nieuw ingerichte tentoonstelling door Hunne Koninklijke Hoogheden Prins Willem-Alexander en Prinses Maxima en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mevrouw drs C. Ross-van Dorp is geopend. Dit niet en wel optreden naast elkaar, in zaken die volgens ons onlosmakelijk met elkaar samenhangen, is voor ons onbegrijpelijk. Het blijkt dat niet alleen wij dit niet begrijpen, maar dat men er ook in Polen niets van snapt. Van de zijde van de Nederlandse Ambassade in Warschau zijn wij er op gewezen dat het filmpje tot heftige protesten heeft geleid, eerst van de directie van het Museum Auschwitz, daarna ook van de zijde van de Poolse regering. Dat vervolgens de media in Polen zich er in afkeurende zin op gestort hebben, hoeft ons niet meer te verbazen. Dit doet de zaak van Nederland, die met de recente opening van het Paviljoen in Auschwitz juist zo gediend was, naar onze mening geen goed. Het is om deze redenen dat wij u met klem verzoeken om er bij het Openbaar Ministerie te Amsterdam op aan te dringen zo snel mogelijk maatregelen te nemen die leiden tot verwijdering van het internet van dit ontoelaatbare product. Want dat is het enige dat moet gebeuren: het moet verdwijnen! Met de meeste hoogachting, namens het Nederlands Auschwitz Comité, H. Sarfatij, secretaris
"Nooit m e e r Auschwitz-lezing" 2 0 0 6
Eerste president van het Europese Parlement Simone Veil O p donderdag 26 januari 2006 organiseert het Nederlands Auschwitz Comité in samenwerking met de Pensioen- en Uitekeringsraad (PUR) en het C e n t r u m voor Holocaust- en Genocidestudies voor de derde keer de jaarlijkse Nooit meer Auschwitz-lezing. De lezing vindt plaats in de Beurs van Berlage in Amsterdam en de spreker is dit jaar de voormalig president van het Europees Parlement, mevrouw Simone Veil. Tijdens de herdenking in Auschwitz op 27 januari 2005 sprak mevrouw Veil namens de oud-gevangenen in Auschwitz-Birkenau. Zij staat bekend als een van de meest moedige, sterke en invloedrijke personen, niet alleen in Frankrijk en Europa, maar ook in de rest van de wereld. Zij werd in 1927 in Nice geboren. In 1944, werden zij, haar moeder en een zuster gedeponeerd naar Auschwitz. Na haar bevrijding in 1945 studeerde ze politieke wetenschappen en rechten. Vanaf 1957 was ze ver-
bonden aan het departement van Justitie en in 1968 werd ze secretarisgeneraal van de Hoge Rechterlijke Raad In Frankrijk. In 1974 werd ze door president Giscard d'Estaing tot minister van Gezondheid benoemd. In die functie, die zij tot 1977 vervulde, bracht ze onder meer een (liberale) wettelijke abortusregeling tot stand. Bij de eerste recht-streekse verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979 werd zij gekozen rot lid van de liberale fractie. Sinds 1984 is zij plaatsvervangend president van h e t Europese Parlement. Simone Veil, die van regeringen van landen als onder meer Israël, Spanje, Venezuela en Italië, eerbetuigingen ontving, heen twee boeken geschreven. Aan de lezing, enkele dagen voor de Auschwitzherdenking (29 januari 2006), is ook de jaarlijkse onderscheiding verbonden, die de naam draagt van de in 2001 overleden erevoorzitter van het Auschwitz Comité, Annetje Fels-Kupferschmidt.
S T I C H
D e onderscheiding wordt toegekend aan een persoon of organisatie die zich op buitengewone wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen van het Nederlands Auschwitz Comité. Nadere informatie over de lezing volgt in het decembernummer van het Auschwitz Bulletin.
T 1 N G
DEMOCRATIE
EN
MEDIA
GD Dankzij de sponsering van Stichting Democratie & Media hebben wij de "Nooit meer Auschwitz" lezing tot een groot succes kunnen maken. Een ieder van u kan terugkijken op een geslaagde middag op 27 januari jk, met onder meer een lezing van Albie Sachs in de Beurs van Berlage. Her bestuur is van het Nederlands Auschwitz Comité is dan ook de het bestuur van de stichting zeer erkentelijk voor hun grote financiële bijdrage.
boekbespreking
Elma Verhey: Het kind v a n d e rekening Meteen na de Tweede Wereldoorlog, of eigenlijk nog voor de vrede getekend was, brandde de strijd om de joodse oorlogspleegkinderen los. Dat was een ideologische - en dus een politieke - strijd tussen allerlei organisaties die zich bij de kinderen betrokken voelden. In haar boek Om het joodse kind (1991) behandelde journaliste Elma Verhey het verschrikkelijke gevecht tussen vertegenwoordigers van het voormalig verzet en de joodse gemeenschap over de vraag bij wie de kinderen na de oorlog thuis hoorden. Was dat bij de pleegouders die ze gered hadden of bij de uit het kamp teruggekeerde ouder(s)? Bij familie of in joodse kinderhuizen? Sommigen wisten zeker dat de teruggekeerde gettaumatiseerde joodse ouder(s) niet in staat zouden zijn om hun kinderen een degelijke opvoeding te geven. Anderen wisten zeker dat de omgekomen joodse ouders zeker géén joodse opvoeding voor hun kinderen hadden gewild, 'uit angst voor een nieuwe golf van jodenvervolging'. O o k binnen de verschillende groeperingen waren de m e n i n g e n fel verdeeld. In dit aangrijpende en goed gedocumenteerde boek maakte Elma Verhey duidelijk hoe alle betrokken volwassenen met h u n hele hart en verstand de toekomst van de joodse pleegkinderen probeerden veilig te stellen, maar ook hoe de onderlinge strijd vanzelfsprekend geen goed deed aan de individuele kinderen. Het kind van de rekening, het tweede boek van Elma Verhey over de oorlogspleegkinderen, is in feite een vervolg op het eerste boek. Oorspronkelijk was dat niet de bedoeling. In 2000 kregen Elma Verhey en de historica Pauline Micheels vanuit een Israëlische organisatie het verzoek om ondetzoek te doen naar het beleid van de Nederlandse overheid
en de voogdijverenigingen bij het vorderen van schadeclaims en het beheren van de vermogens van de joodse oorlogswezen. Aanleiding was ongerustheid bij een groep mensen die destijds als minderjarige joodse oorlogswezen naar Israël geëmigreerd waren, terwijl hun belangen door hun Nederlandse voogdijverenigingen werden behartigd. Een van de oorlogswezen wist dat zijn voogd destijds een huis had gekocht uit zijn geërfde bezit, maar toen dit voogdijkind op zijn eenentwintigste de eindafrekening te zien kreeg, bleek dat er geen bijschrijving op zijn rekening was geweest. Anderen realiseerden zich achteraf dat zij nooit een bijschrijving van de /o&y-uitkering op hun rekening hadden gezien. In de emotionele ontreddering waarin de joodse oorlogswezen zich direct na de oorlog bevonden, was hun financiële toestand niet hun eetste zorg. In een groot aantal gevallen waren zij daar ook veel te jong voor. Dat zij daar nu wel inzicht in wensen te verkrijgen en in een aantal gevallen tot harde actie bereid zijn om alle gegevens boven water te krijgen, is wellicht het sluitstuk van een zoektocht naar hun verloren jeugd. Intense verdeeldheid Toen bleek dat veel financiële bronnen, die nodig waren voor het beantwoorden van de vragen van haar Israëlische opdrachtgevers, vernietigd waren, besloot Elma Verhey — Micheels had inmiddels andere verplichtingen - een veel diepgaander o n d e r z o e k in te stellen en een poging te doen tot reconstructie van de manier waarop ook vóór de oorlog door joodse voogdij-instellingen met vermogens van kinderen werd omgesprongen. Het oorspronkelijke onderzoek dat een paar maanden zou duren, groeide uit tot een project
dat viet jaar in beslag nam. De neerslag daarvan is het boek Het kind van de rekening, dat niet alleen gaat over het voor de kinderen ondoorzichtige beheer van hun financiën, maar ook over hoe het met hen gegaan was na die eerste turbulente periode, vlak na de Bevrijding. Was er aanvankelijk de strijd om wie na de oorlog het recht had de kinderen op te voeden, later ontstond er intense verdeeldheid over de vraag waar de toekomst van het joodse volk zich moest afspelen - in Nederland of in Israël - met de oorlogswezen als inzet. De bestuurders van de in principe zionistische voogdijvereniging Le-Ezrath Ha-Jeled (het kind ter hulpe) waren er diep van overtuigd dat er voor joden in Europa geen toekomst meer bestond - in hun ogen had de Sjoa hun gelijk bewezen. Zij wilden het liefst alle oorlogswezen naar Israël laten emigreren. De besturen van een aantal joodse kinderhuizen waren meer gericht op herstel van de joodse gemeenschap in Nederland. En het bestuur van OPK, de Commissie voor Oorlogspleegkinderen die voor een groot deel bestond uit Christelijk georiënteerde verzetsmensen die zich op weergaloos moedige wijze op het redden van joodse kinderen (dus van het joodse volk) gericht hadden, was er niettemin van overtuigd dat de joodse oorlogswezen het beste blijvend in hun (christelijke) onderduikomgeving konden integreren. Elma Verhey beschrijft het allemaal en citeert veel uit verhalen van de inmiddels volwassen kinderen, uit hun brieven van destijds en uit archiefstukken. Verwend Schrijnend is het verhaal over de zes Nederlandse oorlogsweesjes, tussen de acht en elf jaar oud, die in 1949 naar Israël emigreerden en onder de zorg van de Israëlische Jeugd Alijah
kwamen. Vijf maanden later zaten ze nog in een opvangkamp, zonder onderwijs en zonder speciale aandacht. Zc hadden een verdrietige brief naar Nederland gestuurd. In Israël vond men dat de kinderen 'teleurgesteld' waren en aan 'depressies' leden, maar dat de oorzaak bij dc kinderen zelf lag. Zij waren verwend en konden zich daarom moeilijk in de nieuwe omgeving aanpassen. Verhey: "net als in Nederland en overal elders in Europa was ook in Israël het begrip oorlogstrauma in die jaren tamelijk o n b e k e n d " . "Kinderen met oorlogstrauma's die in bed plasten, stotterden of die depressies vertoonden, kregen beoordelingen als 'zwak karakter', 'latent homoseksueel', 'inferioriteitscomplex' of 'een te grote moederband' ". O f ze werden als 'niet n o r m a a l ' bestempeld. Kinderen waren in feire 'materiaal' voor de opbouw van het Beloofde Land en dat materiaal moest deugen. De geëmigreerde kinderen werden tot aan hun wettelijke meerderjarigheid vanuit Nederland 'bevoogd'. Natuurlijk wilden zij daar in her arme Israël ook wel eens een piek up of een koelkast of een b r o m m e r aanschaffen van hun in Nederland beheerde geld. Met eigen ouders valt over zulke aanschaffingen nog wel eens te onderhandelen, maar mer een voogdijbestuur, ver w e g in Nederland, was daar geen sprake van. Dit soort verzoeken werd als 'belachelijk' van de hand gewezen. Een meisje mocht, toen zij naar Israël emigreerde, van het kinderhuis niet haar geliefde teddyjas meenemen en ook niet de fiets die ze van haar o o m h a d gekregen: omdat het in Israël nooit koud was en er ook niet gefietst werd... Men deed dat alles, begrijp ik uit Verhey's boek, met goede bedoelingen en vanuit een opvoedingsstijl die ook wel in de tijd paste. Toch is het goed om, ook al is het achteraf, onder ogen te zien hoe psychologisch inzicht en pedagogische
kwaliteit vaak tekort schoten, waardoor het toch al dramatische leven van de kinderen er niet gemakkelijker op werd. Elma Verhey heeft er goed aan gedaan deze geschiedenis vast te leggen. Kritiek
Hoewel passend in de traditie van de eerder geleverde gevechten is het navrant te noemen dat de strijd over de inmiddels bejaarde oorlogswezen nu opnieuw oplaait. Dit keer omdat de directeur van de Stichting Joods Maatschappelijk Werk, Hans Vuijsje, ernstige kritiek heeft op de financiële paragrafen in Het kind van de rekening. In een uitvoerige reactie, getiteld Een goede naam, vecht Vuijsje de overtuiging van Verhey aan, dat er door de besturen van de joodse instellingen niet altijd correct gehandeld zou zijn met betrekking tot het beheer van de vermogens van de kinderen. In hun geschriften verwijzen zowel Verhey als Vuijsje naar de absolute onmacht van de voogdijkinderen van destijds. Dat zij geen enkele stem hadden in hoe er over hen beschikt werd. Beiden berwijfelen — met de kennis van n u - óf de kinderen wel naar Israël gestuurd hadden moeten worden en beiden zien hoe vaak het psychologische en pedagogische inzicht m e t betrekking tot de kinderen rekort schoot. Maar, waar het om de financiële paragrafen gaat scherpt Verhey aan, waar Vuijsje vergoelijkt. Verhey ziet onverantwoord handelen, waar Vuijsje stelt d a t er onduidelijkheden rond het beheer van de vermogens bestaan en hij betreurt dat mogelijke fouten door de vernietiging van dossiers niet meer te achterhalen zijn. In haar boek laat Elma Verhey de Israëlische oorlogstraumadeskundige Nathan Dorst aan het woord, die de boosheid van oorlogsslachtoffers nu als een blijk van onverwerkte rouw ziet en als een reactie op alle onrecht dat hun is overkomen.
KIND V A N DE R E K E N I N G Hi't
rei htiht-rst'l
lifjiwdff
i.i"
oorlngstitZflt
Rouw leidt tot boosheid, daar heeft hij gelijk in. Maar het lijkt mij onjuist om er van uit te gaan dat die boosheid dus geen rationele basis kan hebben. Hans Vuijsje stelt een nieuw onderzoek voor, door een onafhankelijke onderzoeker. Elma Verhey zou te 'betrokken' zijn. Nu is het in mijn ogen een voordeel als een onderzoeker emotioneel bij het onderwerp betrokken is. Alleen al omdat je als betrokken onderzoeker op onderzoeksvragen komt, die je bij een grotere afstand tot het onderwerp niet zouden invallen. Toch lijkt het me een goed idee om op de uitnodiging van Vuijsje in te gaan. Het wordt wel eens tijd voor een redelijke afronding. Bertje Leuw
Elma Verhey, Kind van de rekening. Het rechtsherstel van de joodse oorlogsweeskinderen 256 p. De Bezige Bij, €17.90 Een goede naam. Een reactie op 'Kind van de rekening' van Elma Verhey Door drs. H. G. Vuijsje, algemeen directeur Joods Maatschappelijk Werk. Te bestellen via het directiesecretariaat van JMW: 020-5776557
Clara de Jong 1928-2005
Schilderes v a n de deportaties Vlak voor de zomer is de schilderes Clara de Jong overleden. Zij schilderde aanvankelijk lieflijke landschappen en mooie portretten. Toen moest zij een schilderij maken van een communistisch gemeenteraadslid en zij merkte dat zij de verhalen die deze over haar leven vertelde belangrijker vond dan alleen haar gezicht. Claartje de Jong begon documentatie en foto's te verzamelen en die gebruikte zij in het schilderij. Zo vond zij haar eigen vorm, die zij ook toepaste in een serie schilderijen over Aletta Jacobs, de voorvechtster van de vrouwenemancipatie. In het begin van de jaren tachtig kon zij deze techniek gebruiken voor haar grootste werk, waarin zij ook een deel van haar eigen geschiedenis kon uitbeelden: 19 krijttekeningen en 16 olieverfschilderijen, die bij elkaar een schokkend, droevig stemmend en tot nadenken dwingend beeld geven van de vervolging, de deportatie en de vernietiging van de Nederlandse joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Versperring rond de Waag Strijdbaar communiste Claartje had daar zelf mee te maken gehad. Haar - joodse moeder is gedeporteerd en vergast. Zij had meegemaakt hoe onderduikers die zij in huis hadden werden opgepakt. Zelf kon zij als kind de dans maar net ontspringen. Zij was na de oorlog een strijdbaar communiste, iemand die, samen met haar man Harry Visser, actief was in de Bond van Beeldende Kunstenaars en in de Kinkerstraatbuurt. Zij bleef mooie, impressionistische schilderijen maken, vooral in Frankrijk, waar zij in 1928 geboren was. Maar haar belangrijkste werk, waar zij drie jaar aan heeft gewerkt is haar g r o t e , pijnigende epos over de deportaties, dat het Amsterdams Historisch Museum heeft
Scheiding van joodse en niet joodse Nederlanders aangekocht, dat het soms tentoonstelt en vaak voor tentoonstellingen op andere plaatsen in bruikleen geeft. Over deze serie is ook een mooi boek met reproducties verschenen, ln Nacht Verloren. In een inleiding benadrukt Pierre Janssen het belang van haar werk. Er zijn nauwelijks beelden te vinden van de verschrikkingen van de jodenvervolging. Clara de Jong heeft die beelden in haar eigen stijl bijeengebracht en geeft ze betekenis. Doordar zij de afloop weer zijn haar aangrijpende beelden misschien meer waar dan de oorspronkelijke, onaangedane foto's. Pierre Janssen vergelijkt haar tekeningen met de etsen van Goya "De rampen van de oorlog". Ze worden steeds donkerder, totdat er nauwelijks meer dan een zwart vlak overblijft. Het moet haar veel pijn hebben gedaan deze schilderijen en tekeningen te maken. Maar het is belangrijk dat zij het heeft gedaan en ons in deze vorm haar herinneringen, impressies en verwerking van wat toen is gebeurd heeft nagelaten. Max Arian
Judith van Geens
1943-1943 Judith Waterman-van Geens kennen wij als het tientallen jaren lang zeer actieve bestuurslid van het Nederlands Auschwitz ComitĂŠ. De Stichting Sobibor heeft nu een klein boekje over haar uitgegeven in een nieuwe serie Getuigenissen. Het is geschreven door Janneke de Moei, die ook heeft geschreven over het kindertransport uit het kamp Vught. Het boekje heet: Ik ben er voor in de plaats gekomen. Voor het eerst vertelt Judith Waterman hier over die andere Judith van Geens, van wie de naam te vinden is op het nieuwe Kindermonument in Vught. Toen Judith Waterman haar eigen naam op een foto van dat monument zag staan kreeg zij een enorme schok. Zij wist wel dat er ooit een kindje was geweest, maar haar naam werd nooit genoemd en zij had zich nauwelijks gerealiseerd dat zij naar dit zusje was genoemd. Deze kleine Judith van Geens is op 8 januari 1943 geboren in de Amsterdamse Rapenburgerstraat, in een tijd dat de deportaties al bezig zijn. Het kindje is nauwelijks drie weken oud als zij met haar vader en
Kindermonument in Vught met fragment moeder wordt opgehaald en naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. O p 24 februari moeren ze door, naar Vught, waar vader David van Geens van zijn vrouw en kindje worden gescheiden. O p 6 juni 1943, Judith is nog geen half jaar, vindt het verschrikkelijke kindertransport plaats. Niet veel later worden zij en haar moeder in Sobibor vermoord.
Voor dit kleine meisje - en voor haar nu grote zuster - is dit boekje een klein, stil makend monument. Max Arian Judith van Geens Amsterdam 8 januari 1943 Sobibor 11 juni 1943, uitgave van: Stichting Sobibor, Rietlandpark 229, 1019 DV Amsterdam, email: info @stichting-sobibor. nl
Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz ComitĂŠ is: * het realiseren van de zinspreuk "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de ruimste zin
Betere verhoudingen in De Baarsjes
Antidiscriminatie-meldpunt, voetbal en dance-feest De sfeer in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes is veel beter geworden sinds het Majo-voetbaltoernooi tussen j o o d s e en M a r o k k a a n s e jongeren waar we vorig jaar in dit bulletin over schreven. Moskeeën nemen deel aan de 4 mei herdenking en er staan nieuwe plannen op stapel: van antidiscriminatie-initiatieven tot een groots dance-feest. Een gesprek met Erwin Brugmans, een van de toenmalige organisatoren van het voetbaltoernooi, over hoe het er nu voorstaat in de Baarsjes en over de nieuwe plannen. "Er is intussen veel gebeurd in De Baarsjes, vertelt Erwin Brugmans, vooral de sfeer in dit stadsdeel van Amsterdam is veel positiever geworden. Het Majo-voetbaltoernooi heeft een impuls gegeven aan verschillende activiteiten, onder andere het idee om een antidiscriminatie meldpunt op te richten, speciaal bedoeld voor de islamitische bevolking. Dit zal in Amsterdam-West worden opgezet met behulp van het CIDF. Marokkanen krijgen natuurlijk net als joden te maken krijgen met 'specifieke' discriminatie, waar de landelijke hulporganisaties niet in gespecialiseerd zijn. Daarom is het goed als zij van de expertise van joodse organisaties gebruik kunnen maken. Sinds het voetbaltoernooi vorig jaar oktober is ook duidelijk geworden dat het niet bij één initiatief kan blijven. Erwin Brugmans benadrukt het belang van de contacten met de Marokkaanse samenleving. De 'harde kern' van jongeren die de ergste overlast veroorzaken in de wijk, wordt op dit moment nog niet bereikt met de initiatieven, maar dit is natuurlijk
wel het einddoel. Helaas moet er voor het zover is nog veel gebeuren. Moskeeën op 4 mei Gelukkig zit de bevolking in de Baarsjes ondertussen niet stil. Er zijn er alweer veel activiteiten geweest sinds het voetbal toernooi vorig jaar. O p 4 mei, tijdens de herdenking in Amsterdam-West, hebben voor de tweede maal drie moskeeën deelgenomen aan de plechtigheid. Bovendien waren ook de jongerencentra Zuidpool en Rainbow, deelnemers aan het voetbaltoernooi, aanwezig bij de herdenking. Eind van de zomer staat een nieuw evenement op het programma om de jongeren uit de wijk tot elkaar te laten komen. Onder het motto "samen doen in plaats van praten" hoopt Erwin Brugmans 1000 jongeren bij elkaar te krijgen voor een groot dance-fzesx in De Baarsjes. D e jongeren hebben verschillende achtergronden; Antilliaans, Marokkaans, joods, Turks, Surinaams en Nederlands. Op deze manier hoopt men de jongeren direct te bereiken, en hun te laten zien dat ze ook veel dingen gemeen kan hebben. De joodse jongeren zullen voornamelijk uit andere delen van de stad komen, maar ook voor hen is het goed om in aanraking te komen met bevolkingsgroepen waar zij gewoonlijk geen contact mee hebben. Er zal op het feest ook aandacht zijn voor de v r o u w e n , door middel van een modeshow. Verder zal er eten en drinken zijn vanuit alle aanwezige culturen, maar er wordt uit respect voor de moslim bezoekers geen alcohol geschonken. D e twee
jongerencentra Zuidpool en Rainbow, die al eerder actief waren bij het voetbaltoernooi, zullen deze keer helpen bij dc handhaving van de orde. Ook worden oudere Marokkaanse mannen hiervoor ingezet, omdat gebleken is dat het generatieverschil een positieve invloed kan hebben. Erwin Brugmans: "Het danceevenement in de Baarsjes is een aanloop naar een volgend Majo-toernooi dat dit najaar moet plaatsvinden. Ik hoop dat dit keer de deelname nog groter zal zijn en dat door de interactie op het dance-feest de toenadering tussen de joodse en Marokkaanse jongeren beter tot stand kan komen. In de verre toekomst, na het komende voetbaltoernooi, zal ook een praaten discussieavond worden georganiseerd rond het thema Israël/Palestina. Hoewel de sfeer in de Baarsjes de afgelopen tijd sterk verbeterd is, lijkt het echter verstandig met dit gevoelige thema nog even te wachten. De dagelijkse veranderingen in de buurt zijn overigens enorm. Zo zijn er geen scheldpartijen meer, kunnen de joodse bewoners rustig naar de synagoge, en was de herdenking op 4 mei ook dit jaar een groot succes. De geluiden van de afgelopen tijd zijn dus al met al zeer positief, en iedereen uit de Amsterdamse wijk h o o p t dat deze lijn zich in de toekomst voortzet". Emilie Kuijt
Oprichting Frieda Menco Foundation
Wat g i n g e r fout in N e d e r l a n d ? "Nederland was internationaal jarenlang een voorbeeld van tolerantie, nu staat het land te boek als het intolerantste land van Europa en men maakt zich in bet buitenland ongerust over de toon van het moslimdebat in Nederland, waarbij nuances verloren gaan en D E islam te vaak in het beklaagdenbankje wordt gezet." Deze ernstige waarschuwing sprak Ed van Thijn op 15 juni uit in Amsterdam, tijdens de eerste lezing, die gehouden werd voor de nieuwe Frieda Menco Foundation, genoemd naar Frieda Menco, die zich als Auschwitz-overlevende altijd heeft ingezet en nog inzet tegen racisme en intolerantie. De Frieda Menco Foundation is een stichting die maatschappelijke weerbaarheid tegen racisme en intolerantie wil bevorderen, door middel van vrijwilligers die voorlichting en
training geven in bestrijding van racisme, antisemitisme en islamofobie aan scholen, buurthuizen en andere organisaties. Daarnaast worden activiteiten georganiseerd om wederzijds begrip te bevorderen. De lezing van Ed van Thijn paste geheel in dit belangrijke streven. De titel was: "Antisemitisme en Islamofobie in Nederland; Wat ging er fout?" Ed van Thijn analyseert in zijn verhaal (dat afgedrukt is in De Volkskrant van 16 juni 2005) moderne vormen van echt en vermeend antisemitisme tegen een achtergrond van een in zijn ogen veel sterkere en ernstigere moslimhaat. Daarom is her, zegr van Thijn, dubbel treurig dat uitingen van nieuw antisemitisme ook te beluisteren zijn bij groepen moslimjongeren: "Gelukkig zijn er recenrelijk, met name ook in joodse
kring, tal van initiatieven o n t wikkelde om tot een dialoog te komen." Ed van Thijn eindigt zijn lezing voorzichtig positief: " D e shoah is de zwartste pagina in de geschiedenis, maar als reactie daarop is een reeks van internationale verdragen tot stand gekomen die samen aan alle burgers het recht geven, zonder vervolging, discriminatie of angst, in waardigheid te leven. Dat zijn de uitgangspunten waarmee wij, niet tegen elkaar maar met elkaar, onze strijd voor een betere samenleving moeten voeren, een samenleving waarin racisme, van welke aard ook, daadwerkelijk is uitgebannen." Een prachtige opdracht voor de nieuwe stichting! (m.a.) Meer informatie over de Frieda Menco foundation: iimw.friedamencofoundation. org
Veel bezoek en grote waardering voor
nieuw paviljoen te Auschwitz Het hernieuwde Nederlandse paviljoen in Auschwitz, dat op 26 april 2005 is geopend d o o r p r i n s WillemAlexander en prinses Maxima, trekt zeer veel bezoekers en aan de reacties in het gastenboek en per email te beoordelen wordt het zeer positief gewaardeerd. Het is mooi, helder, overzichtelijk, de spreuken op de muren voegen aan de tentoonstelling een persoonlijk element toe. Eind september worden aan her eind van de tentoonstelling boeken geplaatst die de persoonlijke geschiedenis b e v a t t e n van acht overlevenden van Auschwitz: Hans Beekman, Leny Boeken-Velleman, Ronny Goldstein-van Cleef, Bill Minco, Fia Polak, Flora SchrijverJabobs, fred Schwarz en Ernst Verduin. In de ruimte waar deze
boeken liggen zal ook aandacht zijn voor hun zeer vele familieleden die tijdens de oorlog zijn vermoord. Het nieuwe Nederlandse paviljoen is tot stand gekomen dankzij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de persoonlijke inzet van staatssecretaris mevrouw C. Ross-van Dorp - die tijdens de opening het prinselijk paar vergezelde en de openingstoespraak hield — en de bijzondere inzet van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO.II onder leiding van de directeur mevrouw P. Huitsing. De vernieuwing van de inrichting van het paviljoen was zonder de financiële steun van het ministerie van VWS niet mogelijk geweest. Het Nederlands Auschwitz Comité is daar zeer erkentelijk voor.
Een beeld van de opening van het Nederlands Paviljoen in Auschwitz. Voorzitter van het NAC Jacques Grishaver wijst prinses Maxima op de namenwand. Op de achtergrond tekent prins Willem Alexander het gastenboek. Hij noemt het paviljoen een zeer indrukwekkend monument ter herinnering aan de grootste misdaad tegen de mensheid ooit begaan. Op de achtergrond, met zwarte hoed mevrouw Ross-van Dorp, staatssecretaris van VWS, en mevrouw P. Huitsing, directeur Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO. II.
vlucht 1721
De asielzoeker Op donderdag 21 april om 07-10 was de KLM vlucht 1721 naar Brussel nog niet helemaal klaar om te vertrekken. Twee bussen vol met passagiers moesten toekijken hoe een krijsende zwarte man door vijf mannen in pak naar zijn stoel werd begeleid. Wat moest ik hier mee? Ik weet het werkelijk niet. Is het hypocriet om te denken, "als het moet, dan niet zo?" Zoiets als vlees eten maar zelf niet kunnen slachten. Bij de incheckbalie wordt ons al verteld dat de vlucht ovetboekt is. Niet alleen gezeur over meer dan twintig kilo bagage, maar we staan ook op de wachtlijst. Vervelend, want we hebben een aansluitende vlucht naar Siërra Leone. Zeker vijftien stoelen worden vrijgehouden achter in het vliegtuig voor deze bijzondere delegatie. Wij krijgen een plaatsje achter in het vliegtuig, dicht bij de man. Drie rijen achter ons krijst en rochelt de asielzoeker met de vijf mannen d u w e n d en trekkend op zich. "You break my neck, you break my neck", roept de man. Een begeleider roept dan heel hard zodat iedereen het kan horen, "We doen je geen pijn, we breken je nek niet". Wat een geruststelling! Een erg onbehagelijk reisje dus. Het vliegtuig personeel doet zijn uiterste best om normaal z'n werk te doen. "U vindt het zwemvest onder uw stoel, doe het zwemvest over het hoofd en maak de riempjes vast"... Na te zijn opgestegen krijgen we het ontbijt: 'Hollands Trots', een gevulde koek en een kopje afwaswater en ik denk alleen maar "alles is relatief", afgezien van het feit dat de KLM ook moet bezuinigen. De man blijft de hele reis rochelen en krijsen en er hangt een geur van angstzweet. Wat zijn het voor
mensen die dit werk doen... mensen uitzetten... betaalt het goed., extra bonus, of het excuus van iemand moet het doen? Waarom doet de KLM dit? Waarom op normale lijnvluchten waar mensen voor betalen? Hoeveel kost deze operatie? Af en toe kijk ik even snel even naar achteren. Normale jongens en tussen de stoelen door krijg ik een blik van de zwarte man. Ik hoor een man naast me zeggen, "hij zal wel wat gedaan hebben. Je weet het niet?" Nee precies, je weet het niet, het doet er niet toe. Het is een schandaal, het is om je kapot te schamen, hoe komt het dat we zo intolerant zijn geworden? Of waren we nooit tolerant? Ik wil geen oude Hollandse koeien uit de sloot halen. Geef die mensen een verblijfsvergunning, een generaal pardon! We hebben ze nodig, laat ze werken en belasting betalen . Nederland vergrijst en er heerst 'de angst'. Wees streng aan de grens en neem de consequenties van een oud beleid.
Humaan beleid noem ik dat. Daar zaten we dan aan het begin van onze reis, met op schoot een westers probleem. Wij maken een documentaire serie over de oorlogseconomie in Siërra Leone, Liberia en als laatste Congo. H o e alles verweven is. Dat je lekker zit op je hardhouten tuinstoel uit Liberia gefinancierd met wapens, of dat je per ongeluk een bloeddiamant voor je verloofde koopt uit Siërra Leone. Wie verdient er hier het geld? De plastic bekertjes en wikkels van de gevulde koeken worden opgehaald. Stoelriemen vast en het vliegtuig landt veilig op de luchthaven. Ik kijk nog een keer achterom naar de zwarte jongen. Hij is kalm. Een mannenstem verzoekt ons om nog even te blijven zitten cn de stoelriemen vast te laten... biedt excuses aan voor het oponthoud, en hoopt dat wij de volgende keer weer met de KLM zullen vliegen. Martijn van Beenen
vijfmannen houden zwarte man in bedwang zwarte man weigert het vliegtuig in te gaan ieder een arm of been houden ze hem in bedwang twee bussen met passagiers keken toe na een zware worsteling lukt het
Foto's: Frank Vellenga
Een mozaïek van slachtoffers:
'Demographic e n g i n e e r i n g ' in het O t t o m a a n s e Rijk, 1 9 1 3 - 1 9 1 8 Frankrijk stelde onlangs als voorwaarde voor toetreding van Turkije tot de Europese Unie dat dit land de volkerenmoord op ruim 1 miljoen Armeniërs door de toenmalige Ottomaanse regering zou erkennen. De discussie hierover is ook in Turkije zelf in alle hevigheid opgelaaid. Zo werd in mei een conferentie over de Armeense kwestie afgelast onder druk van de Turkse minister van Justitie, maar verklaarde de Turkse premier Erdogan onlangs dat dit niet had mogen gebeuren. In deze context schetst Ugur Ü. Üngör de achtergronden van deze genocide. Met 'het Rijk' wordt hier het Ottomaanse Rijk bedoeld. O p 23 januari 1913 zette het 'Comité voor Eenheid en Vooruitgang' (Ittihad ve Terakki Cemiyeti) in Istanbul de Ottomaanse regering met geweld af Dit Comité bestond uit een relatief jonge groep nationalistische officieren en revolutionaire bureaucraten en stond onder leiding van de ambitieuze majoor Enver Pasja ( 1 8 8 1 - 1 9 2 2 ) en de voormalige postbediende en partijbons Talaat Bey (1874-1921). De staatsgreep was geïnspireerd door de onvrede waarmee het toenmalige Ottomaanse kabinet omging met de nationale en internationale crisis waarin het land zich toen bevond. Het Ottomaanse Rijk had zich niet kunnen herstellen van de schade die zij sinds de 1 9 eeuw door een reeks militaire en politieke nederlagen had geleden. O p de Balkan, in Noord-Afrika en in de Kaukasus droeg territoriaal verlies bij tot een groeiende afkalving van het eens zo machtige imperium. dc
Deze veranderingen die het Rijk onderging ontketenden een aantal economische, culturele en politieke ontwikkelingen. Vooral het verlies van de Balkan was voor het Rijk economisch gezien een catastrofale aderlating. De Balkan en West-Thracië waren al eeuwenlang het intellectuele en economische hart geweest van het land. De meest welvarende provincies waren nu verloren en nieuwe natiestaten zoals Bulgarije en Griekenland waren ervoor in de plaats gekomen. Cultureel en geografisch gezien b e t e k e n d e n de meervoudige nederlagen dat het Ottomaanse Rijk steeds meer werd gereduceerd tot zijn Anatolische kern. Mede door deze ontwikkelingen raakte de jongere generatie intellectuelen en leiders er steeds meer van overtuigd dat het Turkse nationalisme het enige politieke middel was om uit deze crisis te geraken. De dictatuur die uit de staatsgreep van 1913 voortkwam werd geleid door Talaat en Enver, die al vrij vroeg hun n o l itieke en militaire concurrenten buitenspel wisten te zetten, niet zelden met geweld en intimidatie. Samen met een kleine groep van officieus o p e r e r e n d e hardliners zouden zij dc macht houden tot 1918. Het beleid dat ze tijdens hun bewind voerden zou het politieke en demografische landschap van het Midden-Oosten grondig veranderen.
Nationalisme en oorlog Vanaf het begin was de toon van het nieuwe bewind duidelijk: het Ottomaanse Rijk werd omgevormd tot een Turkse natiestaat. In het eerste jaar consolideerde de dictatuur haar machtspositie en voerde een natio-
nalistisch homogeniseringbeleid: Ottomaans-Turks werd in al het onderwijs en het bedrijfsleven verplicht als correspondentie- en voertaal, alle nationalistische verenigingen van minderheden werden opgeheven en verboden, en de nieuwe slogan was "Turkije voor de Turken" (Türkiye Türklerindir). In politiek elitaire kringen begonnen moderne nationalistische ideeën van demographic engineering steeds meer aanhang te krijgen. Volgens de radicale factie van Talaat moest de Ottomaanse bevolking goedschiks of kwaadschiks worden gerurkificeerd. Tegen de niet-Turkse moslimbevolking (zoals Arabieren en Koerden) werd langzaamaan een proces van cultutele assimilatie in werking gezet. Aan de westkust circuleerden in 1914 geruchten van een bevolkingsuitruil van moslims uit Griekenland tegen Ottomaanse Grieken. In een enkel geval groeide de dreigende taal in het parlement en in de pers zelfs uit tot collectieve haat- en vernietigingsfantasieën tegen Ottomaanse christenen, in het bijzonder tegen de Armeniërs. Toen in de zomer van 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak zocht het Comité de alliantie m e t Duitsland, en daarmee de oorlog, bewust op. Een cruciale factor die bijdroeg rot de oorlogsverklaring was de buitenlandse invloed waaronder het land g e b u k t ging. D e privileges die Europese burgers en bedrijven genoten, de economische afhankelijkheid en achterstelling van het land, en het bestaan van Griekse, Koerdische, Armeense en Arabische nationalistische politieke partijen waren een doorn
in het vlees van de Turkse nationalisten in het Comité. Zij zagen in de oorlog een gouden kans om eens en voor altijd de economische en sociaal-politieke problemen van het land radicaal op te lossen. Wraakmotieven vanwege het Balkan-fiasco en expansiedrang richting CentraalAzië speelden ook een belangrijke rol, vooral bij de megalomane militarist Enver Pasja. Parallel aan de oorlogsmobilisatie verscherpten de anti-christelijke en in het bijzonder anti-Armeense vervolgingen zich in de winter van 1914-T5. De maatregelen stapelden zich in hoog tempo op: aan Armeense kranten werd een verschijningsverbod opgelegd, Armeense ambtenaren werden ontslagen, en Armeens-nauonalistische activisten werden gearresteerd. Genocidale vervolging De vervolging bereikte een belangrijk momentum toen de geallieerden op de Dardanellen landden in april 1915. In zijn apocalyptische paniek liet Talaat vanaf 24 april 1915 de gehele Armeense elite van het Ottomaanse Rijk oppakken en naar het binnenland deporteren. Daar werden de mannen (politici, auteurs, priesters, zakenlui, dichters, etc.) vrijwel zonder uitzondering doodgemarteld. O p 23 mei 1915 beval Talaat de integrale deportatie van de volkomen weerloze O t t o m a a n s - A r m e e n s e bevolking naar de Syrische woestijn. In duizenden dorpen en wijken werden protestantse, Apostolische en katholieke Armeniërs gemobiliseerd en te voet zuidwaarts gedeporteerd. D o o r lokale initiatieven en o p eenvolgende fasen van radicalisering ontstond in de zomer van 1915 een k o o k p u n t waarbij de vervolging steeds categorischer, systematischer en gewelddadiger werd. In provincies als Bitlis, Mamuret-ul Aziz, Diyarbekir en Van ging deportatie gepaard met directe massamoorden. In juni 1915
hadden de autoriteiten het geweld uitgebreid tot genocidale proporties. Eén van de provincies waar sprake was van een schrikbewind was Diyarbekir. In maart 1915 werd in deze provincie de rabiate nationalist
Dr. Mehmed Reshid (1873-1919) aangesteld als gouverneur. Deze medicus had aan de Balkanoorlogen wantrouwen en haat tegen de Ottomaanse christenen overgehouden. Tijdens zijn gouverneurschap in Diyarbekir ontwikkelde hij een reputatie van bloeddorstige en meedogenloze tiran, die ook onder de Ottomaanse moslims gevreesd en gehaat werd. Hij steunde haatcampagnes en liet zijn speciale milities razzia's, martelingen en publieke boekverbrandingen uitvoeren. Toen Talaat de anti-Armeense vervolgingen in mei verscherpte begon Dr. Reshid een uiterst gewelddadige campagne tegen alle christenen onder zijn bestuur. O p zondag 25 mei 1915 beval hij zijn milities 807 prominente mannen uit de Armeense intellectuele, politieke, religieuze en economische elite van de vestingstad Diyarbekir te arresteren. D e m a n n e n werden op speciale Tigris-vlotten geplaatst en verzekerd dat ze naar Mosul werden gedeporteerd. Echter, enkele uren stroomafwaarts meerden zij aan in het gebied van een lokale Koerdische stam, en werden zij bevolen geruststellende brieven naar huis te schrijven en zich uit te kleden. Voordat de Armeniërs het beseften werden zij aangevallen door de militie en de Koerden, die de slachtoffers vermoordden met geweren, dolken, en zwaarden. De lijken werden in de rivier gedumpt en de bezittingen werden op de markt van Diyarbekir verkocht. Slechts vijf dagen later liet Dr. Reshid het ritueel herhalen met het residu van de Armeense elite: deze keer werden 674 mannen op dezelfde manier
gedeporteerd en vermoord. De Armeense gemeenschap was nu beroofd van elke vorm van leiderschap. Na de vernietiging van de Armeense stadswijken was de beurt aan de tientallen Armeense dorpen in de provincie Diyarbekir. Met toestemming van de centrale autoriteiten zond Dr. Reshid zijn milities uit, die in juli en augustus 1915 extensieve massamoorden uitvoerden op het platteland. Omdat in de noordelijke regio's van de provincie Diyarbekir een grote concentratie Armeense boeren bestond, werden de milities daarheen gestuurd. Standaard werd een dorp omsingeld, mannen werden bijeengedreven en kort buiten het dorp vermoord, waarna de militie carte blanche had om te handelen zoals ze wensten. Vrouwen werden verkracht en bij de deportatiekonvooien gevoegd, kostbare goederen werden geroofd, en landerijen werden door de staat geconfisceerd. Ook nietArmeense christenen werden het slachtoffer van het bewind van gouverneur Reshid, die niet differentieerde tussen de verschillende christelijke gemeenschappen. In de provinciestad Mardin, waar de Armeniërs katholiek waren, Arabisch spraken, en nationalistische partijen vrijwel geen aanhang hadden, vernietigden de milities binnen een week de Armeense en SyrischOrthodoxe gemeenschap. In september 1915 rapporteerde Dr. Reshid eufemistisch aan Talaat dat hij ongeveer 120.000 Armeniërs uit de provincie Diyarbekir had "verwijderd". Slotwoord Het wetenschappelijke onderzoek naar de vernietiging van de Ottomaanse Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog is sinds een decennium een n i e u w e fase ingegaan. D r i e factoren hebben hieraan bijgedragen. Allereerst zijn er (door jongere wetenschappers) een aantal gedetailleerde
regiostudies geschreven. Dankzij deze waardevolle studies, die vooral beschrijvend van aard zijn, hebben we nu een beter beeld van de gebeurtenissen op microniveau. Ten tweede wordt er steeds meer nadruk gelegd op de continuïteit van de Ottomaans-Turkse politieke elite tussen 1910 en 1950. Enkele belangrijke daders van de genocide van 1915 zijn na de stichting van de Turkse Republiek in 1923 in ere hersteld en hernieuwd aan het werk gezet, waarbij het nieuwe doelwit van demographic engineering voornamelijk Koerden waren. Ten derde wordt de genocidale vervolging van
de Ottomaanse Armeniërs steeds meer gecontextualiseerd in het regeringsbeleid tegen andere etnische en religieuze minderheden, zoals Koerden, Grieken en Arabieren. De onderlinge samenhang van de vernietiging van de Armeniërs, de verdrijving van de Grieken, de uitsluiting van de Arabieren, en de deportatie en gedwongen assimilatie van de Koerden toont duidelijk dat de Turkse nationalisten van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang doelden op een totaalproject. Hierbij diende de vernietiging van de Armeniërs als economisch fundament voor de consrructie van de nieuwe Turkse natiestaat. Deze
nieuwe ontwikkelingen zijn niet alleen van belang voor een beter begrip van de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk en het moderne Turkije, maar ook voor het vergelijkend genocidenonderzoek, dat zich in feite nog in de beginfase bevindt. Ugur Ü. Üngör Ugur Ü. Üngör heeft sociologie en geschiedenis gestudeerd aan de universiteiten van Groningen, Utrecht en Amsterdam. Op dit moment is hij ah promovendus werkzaam aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies en de Universiteit van Amsterdam.
Fondsen Buiten de jaarlijkse bijdrage besraat er ook de mogelijkheid om donaties aan onze fondsen over te maken. Voor deze giften kunt u ook in aanmerking komen voor aftrek bij uw aangifte inkomstenbelasting. De rekeningnummers waarop u extra giften kunt storten zijn: Steunfonds 47.02.27.621, t.n.v. de Stichting Steunfonds Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. Doelstelling: het ondersteunen van projecten van derden die vallen binnen het kader van onze doelstellingen, vanuit de opbrengsten van dit fonds. Reisfonds 62.41.91-850, t.n.v. het Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. In de toelichting bij de Jaarcijfers over 2002, heeft u reeds enige informatie over het doel en onze intentie met betrekking tot dit fonds kunnen vernemen. Wij kennen de noden en kunnen u op de hoogte brengen van de voorwaarden en mogelijkheden. Voor het honoreren van aanvragen om in aanmerking te komen voor ondersteuning zal de aanvraag aan een neutraal adviescollege worden voorgelegd teneinde iedere vorm van belangenverstrengeling te voorkomen. Mocht u geïnteresseerd zijn en meer informatie willen hebben over één van onze fondsen d a n k u n t u contact m e t ons op n e m e n via penningmeester@auschwirz.nl of telefonisch onder nummer 020-4287684.
Ik kom graag in contact met iemand die Clara Querido heeft gekend. Zij is geboren op 22 juni 1891 in Amsterdam en aldaar overleden op 14 oktober 1977. In de oorlog woonde zij Sarphatistraat 2067 hs. Vrijwel zeker was ik op 5 september 1942 een dag bij haar ondergedoken. Zij is zelf gaan onderduiken in de zomer van 1943. Na de oorlog woonde zij o.m. op de Nieuwe Keizersgracht. Mijn belangstelling hangt samen met een geschrift over mijn onderduikjaren. Arnold Heertje, tel. 035-6944882
'Zestig jaar later'. De meeste overlevenden van de jodenvernietiging zeggen dat het een kwestie van toeval was dat zij niet werden gedood. In Auschwitz was een gezegde dat luidde dat je het Schicksal niet in eigen hand moest nemen. jaap Bronkhorst verklaarde, toen hij uit Auschwitz terugkwam, dat hij 5 procent eigen inbreng had gehad en de rest geluk was geweest. Na de oorlog is gebleken dat van zijn transport naar Auschwitz, dat uit 1001 personen bestond, slechts 28 overlevenden bekend zijn. Jaap heeft geluk gehad dat hij in 1943 niet in vernietigingskamp Sobibor terecht is gekomen. O p aanraden van zijn buurjongen en kampoverlevende Jules Schelvis heeft Jaap zijn ervaringen op band vastgelegd. Jaaps dochter Suzette heeft alles op papier gezet. Hij weet dat er over dit onderwerp al vele egodocumenten zijn en hij wil er zich niet op laten voorstaan dat hij iets unieks te vertellen heeft. Na zijn zestigste, toen hij ophield met werken, is bij Jaap alles naar boven gekomen. Volgens eigen zeggen heeft zijn boekje niet de pretentie een uitgebreide schildering te geven van zijn ervaringen en emoties. In het herdenkingsnummer van dit bulletin heeft men al kunnen lezen hoe Jaap Bronkhorst d o o r zijn fantasie in leven kon blijven, in dit boek toont hij dat hij ook over een behoorlijke dosis humor beschikt, waardoor zijn relaas des te meer indruk maakt. Jaap Bronkhorst, 'Zestig jaar later'. Een relaas van mijn oorlogservaringen, ElzenhorstlAmstelveen, 2005, (111 blz.) Verdere informatie via de redactie van het Auschwitz Bulletin.
'De Najaren'. Harry Zegerius is geboren in 1939 in Amsterdam. Van 1942 tot 1945 was hij ondergedoken in Hoofddorp. Onder de constante dreiging ontdekt te worden, moest hij opgroeien in een voor hem wildvreemde omgeving. Harry vercelt in zijn biografie van een onderduikertje, heel openhartig hoe het leven van, in en na de oorlog hem heeft gevormd. De lezer krijgt een beeld van zijn kinderjaren, zijn angsten, indrukken en de moeilijke terugkeer in een naoorlogse periode van ontroering en ontreddering. In 1980 kwam er een ommekeer in zijn leven en sindsdien woont hij met zijn vrouw en kinderen in Monaco. Harry Zegerius, De najaren. Biografie van een onderduikertje. Uitgeverij Mijneigenboek, Neutronenstraat 7-14 9743 AM Groningen, 2005, (144 blz.) ISBN 9059746086, € 15,00 (excl. verzend- en verpakkingskosten) e-mail: info@mijneigenboek. nl
in de zomer van 1942 pamfletten tegen het nationaal-socialisme op. De medisch student Hans Scholl was het brein achter deze pamfletten. Met zijn zuster Sophie en een handvol vrienden waren zij in opstand gekomen tegen Hitiers dictatuur. Kort voordat Hans cn zijn vrienden naar het Oostfront werden gestuurd, richtten zij de verzetsgroep Die weisse Rose op en verspreidden zij teksten door de stad. Teruggekeerd in München verdubbelden zij hun inzet. De Gestapo zette een grootscheepse jacht in en op 18 februari 1943 werden Hans en Sophie Scholl, en Christoph Probst gearresteerd en na vier dagen onthoofd. Enkele maanden later ondergingen enige vrienden en sympathisanten hetzelfde lot. Onlangs is in Duitsland de film Sophie Scholl: die letzten Tage uitgebracht. Deze film behandelt de laatste dagen van het leven van Sophie Scholl. Inge Scholl, 'De Witte Roos'. Uitgeverij Ambo/Anthos, 2005, (115 blz.) ISBN 90-263 1901 0, € 14,95
'De witte roos'. Inge Scholl, de zuster van Hans en Sophie, doet in dit beroemde boek verslag van studentenverzet tegen Hitier. De schrijfster baseert zich op verslagen van overlevenden en op documenten, op brieven en dagboeken van haar broer en zus en op haar eigen herinneringen. In verscheidene Duitse steden doken
'Van Engelandvaarders tot Oorlogswinter' Historica E Abbink onderzoekt het beeld van dc Tweede Wereldoorlog zoals dat in de loop der jaren uit de Nederlandse jeugdliteratuur naar voren komt. Sinds de bevrijding van Nederland zijn in dc wijze waarop de Nederlandse jeugdliteratuur de Tweede Wereldoorlog belicht ingrijpende veranderingen te zien, zo constateert de schrijfster. De jaren veertig en vijftig geven ons boeken met een zeer chauvinistisch beeld, waarin God en vaderland centraal staan. Spannende verhalen met alleen maar goede Nederlanders en slechte Duitsers. In de jaren zeventig en tachtig staan de jeugdboeken in het teken van ervaringen van joodse kinderen. Vanaf de jaren negentig tot en met heden wordt de waarheid getoond, zoals het
beschrijven van dc realiteit van de concentratiekampen. Verscheidene alom bekende jeugdboeken, Engelandvaarders ( 1 9 4 5 ) , Oorlogswinter (1972), Boris (1966), Oorlog zonder vrienden (1979) en Verboden muziek (2003) komen aan bod. Abbink plaatst haar onderzoek in een breder kader door de ontwikkelingen in de geschiedwetenschap, de wijze waarop de samenleving het kind beschouwt en de discussie rond de term 'jeugdliteratuur' erbij te betrekken. Jeugdromans geven de lezer de gelegenheid zich te identificeren met de personages, daarom mag de invloed van deze boeken niet worden onderschar. 'F.F.L. Abbink, Van Engelandvaarders tot Oorlogswinter, Het veranderende beeld van de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse jeugdliteratuur (1945-2005), Uitgeverij Walburg Pers, Zutphen, 2005, (100 blz.) ISBN 90-5730361-2, €14,50 'Eichmann' In deze biografie corrigeert David Cesarani (hoogleraar joodse geschiedenis en cultuur aan de universiteit in Southampton) het beeld van een van de belangrijkste
organisatoren van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Werd Eichmann tot nu toe veelal gekenschetst als een gedachteloze robot, in dit boek krijgt de lezer te maken met een man die beschikte over durf en veerkracht. Het gezin Eichmann was niet arm. Alfred was een voortreffelijke violist en zijn sociale leven was niet anders dan dat van andere jongeren van zijn stand. Hoewel hij genoot van uitdagingen, bleven zijn schoolprestaties beneden de maat. Historicus Cesarani maakt in zijn boek gebruik van Eichmanns autobiografie en sprak mer talloze mensen die E i c h m a n n hebben gekend. De vaak beschreven 'nauwgezette, ambtelijke uitvoerder van orders van hogerhand' krijgt in dit boek een gezicht. Het laat zien dat Eichmann veel sterker en actiever betrokken was bij de vernietiging van de joden in Europa, waarbij zijn srerke ondernemingsgeest hem goed van pas kwam. De veelal als onnozel afgeschilderde Eichmann werd opgeleid voor genocide en koos ervoor datgene wat hij geleerd had in praktijk te brengen.
David Cesarani, 'Eichmann', de definitieve biografie. Uitgeverij AnthoslManteau, 2004, (453 blz.) ISBN 90-763-4149-2, € 24,95
Rectificatie In het vorige nummer van het Auschwitz Bulletin werd ten onrechte vermeld dat het boek 'Saving the Children' - de verkorte, Engelstalige versie van het proefschrift van BertJan Flim 'Omdat hun hart sprak' over illegale groepen die joodse kinderen aan onderduikadressen hielpen, alleen verkrijgbaar is in de USA. Mevrouw Heijnen-Hes, heeft ons laten weten dat het boek gratis op aanvraag bij haar verkrijgbaar is. Wie over een exemplaar wil beschikken kan contact opnemen met mevrouw E. H e i j n e n - H e s , Stekelbaars 8, 5345 D R OSS, telefoon 04126322036. E-mail: heijnen hes@wxs.nl 'Saving the Children' History of the organized Effort to the Rescue of Jewish Children in the Netherlands 19421945.
Marjon de Klijn
Legaten en nalatenschappen Het Nederlands Auschwitz Comité streeft ernaar extra inkomsten te gebruiken voor nieuwe projecten, - met name voor educatie op het gebied van de herinnering van de shoah - en om de toekomst van het Nederlands Auschwitz Comité als organisatie veilig te stellen. Legaten en nalatenschappen kunnen daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Ook is het mogelijk dat erflaters door het instellen van een apart fonds hun naam rechtstreeks aan een dergelijk doel verbinden. Mocht u over dit onderwerp of over de fiscale aspecten meer willen weten, dan nodigen wij u uit contact met ons op te n e m e n via penningmeester@auschwitz.nl of telefonisch 020-4287684.
Gratis en voor niets! Alle edities van h e t A u s c h w i t z Bulletin vanaf november 1988. Geïnteresseerd? N e e m dan contact o p met D r o r C o h e n Rapoport. T: 0 2 0 - 6 6 5 6 5 64 of E: decorap@hetnet.nl
BOEKEN
(laatste aanwinsten)
Deze boeken en D V D kunnen schriftelijk of via onze website worden besteld. De prijzen zijn exclusief de verpakkings- en verzendkosten.
Nederlands Auschwitz Comité
Auschwitz - het verhaal van een nazi-vernietigingskamp Schrijver : Clive A. Law t o n
AUSCuWltZ
v
°°
r
d
c
l
c
c
t
n
|
d
:
i s e u
d
i o +
Tussen maart 1942 en januari 1945 werden er minimaal 1.5 miljoen mensen systematisch, in koele bloede, vermoord in Auschwitz. Midden in Europa, midden in de 20ste eeuw, hielpen schijnbaat alledaagse mensen, die een alledaags leven leidden, bij dit gruwelijk werk. Hoe kon dit gebeuren? Prijs: 15 euro Auschwitz - bezoek aan het verleden Schrijver : Jane Shuter Voor de leeftijd : jeugd 10+
In blijvende herinnering aan de overlevenden van Auschwitz, die het Nederlands Auschwitz Comité hebben opgericht.
Auschwitz
Wie werden er naar de concentratiekampen gestuurd? Hoeveel mensen zijn er in die kampen om het leven gekomen? Hoe zijn we te weten gekomen wat zich er heeft afgespeeld?
Ere-lid: drs. Eva Tas Voorzitter: Jacques Grishaver Vice-voorzitter: Carry van Lakerveld Secretaris: Herbert Sarfatij 2e Secretaris: Ruud Wolff Penningmeesters: Ronald van den Berg John van Cleef Secretariaat: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020 - 67 233 88 website: www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl Financiële administratie: telefoonnummer: 020-4287684 E-mail: penningmeester@auschwia.nl ,wfc«z'»g:ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87 IBAN: NL53ABNA0414646282 BIC: ABNANL2A
Prijs: 15 euro Het verhaal van de holocaust Schrijver : Clive A. Lawton Voor de leeftijd : jeugd 10+
A U S C H W I T Z BULLETIN: Eindredactie: Clairy Polak
Tijdens de Nazi-Holocaust zijn er meer dan 10 miljoen mensen vermoord. In dit boek kun je lezen hoe dat heeft kunnen gebeuren. Prijs: 15 euro
Daders slachtoffers Omstanders De Joodse catastrofe 1933 - 1945 Schrijver : Raul Hilberg
Redactie: Max Arian Emilie Kuijt Carry van Lakerveld Bertje Leuw Nienke Ledegang Theo van Praag Red. secr.: Marjon de Klijn
DADERS
SLACMTOFfiB-S In Daders slachtoffers omstanders noteert de nestor van OMSTANOrRS de Holocaust-historici, ptof. Raul Hilberg, het relaas van mensen die de Holocaust veroorzaakten, ten uitvoer brachten, ondergingen. Overleefden en aanschouwden. I S De auteur richt zich hierbij op individuen en brengt hem onder ogen in de drie categorieën van de titel, we waren zij.wat bewoog hen, wat deden zij en ... wat lieten zij na?
Redactieadres: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam E-mail: redactie@auschwitz.nl A bonnementenadministratie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020 - 600 34 55
Prijs: 20 euro
Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.
Meer boeken en brochures vind u op onze website
Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv