Skip to main content

Auschwitz Bulletin, 1982, nr. 03/04/05 Maart April Mei

Page 1

nederlands auschwitz comité

27e jaargang nr. 3, 4, 5 / maart, april, mei 1983

Secr E Furth, Diemerkade 43, 1111 AC Diemen, tel.: 020-905310 bankrek AMRO BANK, bijk van Baerlestr 58,1071 BA Amsterdam, spaarrek 40 01 75 088 Gem giro 4875500, postgiro 293087tnv NAC Redaktie E Tas, Amsteldi|k 23, tel 020-795716,1074 HS Amsterdam Administratie krant D van Geens, Renkumhof 50, 1106 JB Amsterdam (Zuid-Oost), tel 020-972869

Bevrijd zijn verplicht 4 mei: stille tocht 'Het feit van overleven verplicht' stond te lezen op een spandoek bij het Ravensbrück-monument. Woorden van Koos Koster, die in El Salvador met drie vakgenoten is vermoord tijdens het vervullen van zijn journalistentaak. Waarom wij aan de hulde voor de eveneens vermoorde Marianella Garcia Villas, strijdster voor mensenrecht, begiftigd met de Jaap van Praagprijs, de vier bovendoelden en de meer dan 40.000 die hun voorafgingen hebben meegedaan? Niet, helaas, omdat wij alle onrecht in deze wereld zouden kunnen aanklagen. Maar omdat de Nederlandse regering beloofd heeft de toedracht van de moord op Nederlandse burgers na te speuren en halverwege of eerder is blijven steken. O m dezelfde reden ondersteunen wij van harte dat de oorlogsmisdadiger Barbie zal worden berecht ook op grond van wat hij hier tegen Nederlandse burgers misdreef.

Als wij niet zelf op zo een hulde, op zo een proces aansturen, wie dan wel? Evengoed: wie van ons vreest niet met dr. Alan Boesak, voorzitter van de Raad van reformatorische kerken van Zuid-Afrika en 'kleurling' voor diens gezin? En wie van ons herkent geen parallellen met eigen leven al in Gandhi's ervaringen in dat Zuid-Afrika uit de vorige eeuw in de indrukwekkende Gandhifilm, die ons wel aan het denken moet zetten en houden? Schrikbarende en onweerlegbare actuele gegevens brachten Amnesty International tot een wereldwijde actie tegen politieke moorden. Een hoognodige en, alweer helaas, voorlopig niet afdoende actie. En terwijl Joods Maatschappelijk Werk een waardevolle studiedag heeft gehouden over onvoldragen rouw om wat ons eens werd aangedaan, dreigt er allang weer een nog veelomvattender vernietigingsramp door middel van steeds sterker, verfijnder en meer verbreide kernwapens. Misschien hangt hiermee samen dat men zich zo geregeld tot ons wendt om onze ervaringen en ook onze waarschuwingen te laten horen. Het is weer voorjaar en dus herdenkingstij. Het is veertig jaar na de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister en ook veertig jaar na de opstand van het Warschause getto, een van de meest grandioze verzetsdaden uit de hele oorlog. Het Nederlandse Auschwitz Comité heeft dan ook aan de herdenkingsplechtigheden in Warschau deelgenomen. Wij hebben mee opgeroepen, samen met een reeks Joodse organisaties, om op 10 april op de gedenkplaats de Hollandse Schouwburg, de Jom Hasjo'a, de dag van de catastrofe te houden. Aan de overkant in de PI. Middenlaan

Ook dit jaar trekken wij weer in stilte naar het Nationale Monument op de Dam om daar om 20.00 uur twee minuten stil te staan en bloemen te leggen. Kunt u het opbrengen, loopt dan mee; gaat u anders direct naar de Dam: er zijn wat zitplaatsen. Wekt kinderen, kleinkinderen, vrienden en kennissen op om in Amsterdam op de Dam te komen of op de gedenkplaats in uw stad, dorp of buurt. De dodenherdenking op 4 mei is er voor allen, oud en jong, van dichtbij en van ver. Wij komen samen op de Nassaukade, hoek Bosboom Toussaintstraat te Amsterdam en vertrekken vandaar om 18.45 uur.

is op 9 december 1982 een gedenkplaat ingemetseld (op initiatief van het 5 Mei-comité) ter herinnering aan de redding van enige honderden Joodse kinderen uit de Hollandse Schouwburg via de crèche in de Hervormde Kweekschool. Wij leven mee met onze vrienden die in april de bevrijding van met name de kampen Sachsenhausen, Buchenwald en Ravensbrück vieren, zoals wij met de Geuzen de onthulling van hun monument in Vlaardingen beleefden. Wij hielpen mee rondleiden op de tentoonstelling 1933-19nu te Hoorn. (Tot 30 mei te zien in het Stedelijk Museum te Schiedam, aangevuld met 'plekken' van Else Mulder.) Voor ons van het allereerste belang — Vervolg op pagina 2


12 juni naar Centrum Westerbork O p zondag 12 juni organiseert het Nederlands Auschwitz Comité een bezoek per bus aan het Herinneringscentrum Westerbork. Het programma ziet er als volgt uit: Vertrek met bus van de firma Oosterom om 8.15 uur van de parkeerplaats Amstelstation. O m rond 9.30 uur koffiepauze in de Meerpaal te Dronten. Broodmaaltijd in het dorp Westerbrok; diner weer in Dronten. Behalve het herinneringscentrum, dat buiten het voormalige kampterrein, nu

sterrewacht, ligt, zal ook het gedenkteken van Ralph Prins met de omgebogen rails worden bezocht. Terugkomst in Amsterdam omstreeks half negen 's avonds. De prijs van de tocht, alles inbegrepen is ƒ 42,50 p.p. Men wordt verzocht zich zo vlug mogelijk op te geven bij mevr. E. Furth. Diemerkade 43, 1111 AC Diemen, tel. 020-905310 of bij mevr. E. van Geens, Renkumhof 50, 1106 JB Amsterdam, tel. 020-972869. Ook voor nadere inlichtingen.

Mefisto's op de planken De problemen die door het nazi-regime nijpende gewetensvragen werden zijn herhaaldelijk op het toneel gezet. Peter Weiss in zijn Onderzoek, Hochhuth in zijn Plaatsbekleder, hebben Auschwitz en de vervolging als uitgangspunt genomen, Tabori ook als symbool. In Nederland verdiepte een jong auteur, Han Romer, zich in de dolingen van Jacques van Tol, tekstschrijver van Heintje Davids en van schunnige antisemitische liedjes voor de bezette radio. Dit soort artistieke prostitutie is in Parijs ten tonele gevoerd door Ariane Mnouchkine, die 'Mefisto', de roman van Klaus Mann (zoon van Thomas)

De gedenkplaat in de Hervormde P.A. in de Pl. Middenlaan tegenover de Hollandse Schouwburg te Amsterdam. Dia: B. van Bohemen.

dramatiseerde. Het werd een diep-kervende theater-creatie. Een zeer opmerkelijke film berust op hetzelfde boek en was ook bij ons te zien. Enkele groepen, zoals het studententoneel, staken zich ook al in de Mefisto-problematiek. Dit jaar bracht het Publiekstheater zijn versie van Mefisto, de duivel in Goethe's Faust. En opnieuw wordt ook hier de vraag gesteld: wat moet de acteur, de begaafde (en beroemde en ijdele enz.) wat moet de intellectueel, de op geestelijk gebied werkende, doen tegenover het geweld, bedrog en bederf, de rassenwaan, het fascisme, de nazi's? Antwoord kan en mag een acteur, de schouwburg, niet geven. Het is voldoende de vraag te hebben gesteld. Dat doet dit stuk met het leven en werken van Henrik Höfgen (Gustav Gründgens) als exempel. Gründgens was een, ook door de film, vermaard en knap toneelspeler, die niet neen zei tegen Goebbels en de hoogste post in de nazi-toneelwereld heeft bekleed. In een tentoonstelling in de foyers van de Amsterdamse Stadsschouwburg is het geval Gründgens-Höfgen van alle kanten be- en toegelicht. Dat maakt de vraagstelling nog fascinerender, voor iedereen. Intussen is de Haagse Comedie opgetreden met 'Goed' van de in 1981 overleden Schotse Joodse auteur Cecil Philip Taylor, in de vertaling van Gerrit Kouwenaar. Wij hebben deel aan dezelfde problematiek, ditmaal belichaamd in een Duitse romanschrijver, professor en (jawel) Goethe-kenner, die via zijn vermogen tot mooi- en Vervolg op pagina 10

Vervolg van pagina 1 wij waren er uiteraard bij — het herinneringscentrum Westerbork is op 12 april door koningin Beatrix geopend. Deze getrouwe replica van het Nederlandse paviljoen in Auschwitz, met enige toevoegingen over Westerbork zelf, is ontworpen door Dick Elffers en ook hier staat de door ons comité aangeboden beeldengroep van Nina Baanders: herinnering en teken. Slechts twee dagen later werd bij Afoela in Israël het Joop Voogd-park ingewijd; ook daar was ons comité sterk vertegenwoordigd. Een half jaar lang zal eveneens in Israël, in de kibboets van de gettostrijders, Lohamei Hagetaoth, een tentoonstelling te zien zijn van tekeningen van onze medewerkster Chaja Polak. Met instemming vernamen wij dat de Anne Frankstichting een kwart miljoen krijgt om een anti-fascistische film te laten maken. Zo komen wij aan mei, de maand van de bevrijding, die wij na de stilte op de avond van 4 mei ieder op eigen wijze zullen beleven. O p eigen wijze en tevens in verbondenheid met anderen. De bevrijdingsdag, in 1983 in Arnhem nationaal gevierd, geldt voor ieder die de onderdrukking heeft gevoeld en voor het nageslacht dat dankzij die moeizame bevrijding leven en leefruimte kreeg. Wij overlevenden willen dat de volgende generaties gewoon alleen maar levende mensen en geen overlevenden meer behoeven te zijn. Daarom zijn wij gericht op het behoud van de duur bevochten vrijheid en van het steeds weer bedreigde leven, nu door massavernietiging van nog ongekende dimensie. Juist dat benauwt ons meer dan welk kwaad ook in de aan kwalen rijke wereld van vandaag. Wij, die bi) uitstek van massavernietiging weten, delen de gevoelens en vastberadenheid met de jeugd, die kans op leven eist, met de artsen, die beklemtonen dat medische zorg in een kernoorlog een illusie is. Wij delen het inzicht van de eenvoudige mensen in heel Europa en met de Amerikaanse bisschoppen en Congresleden die met hun gelovigen en met hun kiezers de kernmacht ook in eigen land willen 'bevriezen'. Wij hebben de nazihei overleefd en de vrijheid hervonden. Overleven verplicht. Vrijheid, bevrijd zijn verplicht ook.


Westerbork 1939-19altijd O p 12 april 1983 zal het 'Herinneringscentrum Kamp Westerbork' officieel door koningin Beatrix worden geopend. Oorspronkelijk gesticht als het 'Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork', gebouwd op 250.0000 m 'bar, troosteloos gebied, een van de meest deprimerende stukken die in ons land te vinden zijn', zoals het in de Tweede Kamer toegelicht werd, kreeg het vanaf juli 1942 de vreselijke reputatie waardoor het het bij ons berucht is geworden. Het cliché 'Poort van de Hel' heeft hier opgehouden een cliché te zijn. De opening van het centrum met de replica van het Nederlanse paviljoen in Auschwitz gaf mij aanleiding tot de volgende persoonlijke beschouwing. 2

Westerbork-A usch witz A usch witz- Westerbork Geen wagens loskoppelen. Trein moet in haar geheel naar Westerbork terug. De trein kwam in haar geheel naar Westerbork terug, 92 keer. Toen ze de laatste keer, op 13 september 1944 met 279 mensen naar Bergen-Belsen vertrok, had ze in totaal ongeveer 103.000 Nederlandse Joden weggevoerd. Maanden lang hebben we in barak 64 gewoond, en elke avond om half tien 's avonds riep mijnheer Goldberg 'Vrouwen van de zaal', een kreet die door velen overgenomen werd. O p 'gewone' dagen betekende dat dat mijn moeder naar het vrouwendeel van de barak ging; de volgende dag zouden we samen ontbijten alvorens mijn vader en ik naar de bankwerkerij van meneer Levie, de kabelsloperij of de vliegtuigsloperij gingen. Twéé dagen waren altijd anders. Ten eerste zaterdagochtend, wanneer de transporttrein ingericht moest worden, gingen enkele van mijn collega's en ik naar de vuilnisbelt om conservenblikjes te zoeken. Daar maakten we dan kaarslantaarns van die in de wagons werden gehangen. Ook dat ophangen deden we zelf; nog niet wetend voor wie ze bestemd zouden zijn. 'De Weinreblijst is geplatzt'. 'De Portugezenlijst is geplatzt'. 'De dubbele nationaliteiten gaan weg' 'Het ziekenhuis gaat leeg'.

'Spanier zegt dat hij niets voor me doen kan' 'De Palestinalijst is gesprongen'. Voor mijn moeder brak de hel los wanneer op maandagavond de barakkenleider, de Inquisiteur zoals Philip Mechanicus hem noemde, de namen van de vertrekkenden afriep. Achttien maal heeft mijn moeder in angst gezeten dat alleen mijn naam afgeroepen zou worden. Achttien maal de spanning of we er misschien met z'n drieën bij zouden zijn. Eén keer ging er een maand lang geen enkel transport weg, (tussen 19 oktober en 15 november 1943) een eenmaal was er zelfs een periode van acht weken (van 16 november '43 tot 11 januari '44) waarin geen enkel transport vertrok. Maar dat was dan ook de periode van de polio-epidemie. De opening van het Herdenkingscentrum gaat vooraf aan een periode van herdenkingen: Sachsenhausen, Ravensbrück, de opstand in het Ghetto van Warschau nu veertig jaar geleden, en natuurlijk 4 en 5 mei. Weer zullen de getallen zes miljoen, 105.000, anderhalf miljoen over ons worden uitgestort. Elk jaar wordt het moeilijker gezichten achter die getallen te zien. In de ruim zes maanden die ik in Westerbork heb doorgebracht heb ik in totaal 13.231 mensen zien vertrekken, waarvan 8.232 naar Auschwitz, 3.029 naar Bergen Belsen en 1.970 naar Theresienstadt. Maar dat getal 13.231 wordt voor mij gevormd door Max Polak en zijn moeder, Ab de Valenca met zijn vrouw en moeder, Flip Roodveld en zijn vrouw, de familie van der Laan, Claartje, Hetty, Felix, Alex en vader Groen. Oom Manuel van der Woude, uit Vught komend vrijwel onmiddellijk doorgestuurd. Zijn zoon Max, doodziek vanuit het ziekenhuis in Westerbork. Een paar van hen leven gelukkig nog.

Angst Wanneer ik een definitie van Westerbork zou moeten geven zou ik het in één woord kunnen samenvatten: ANGST. En die angst zie ik dan gepersonifi-

Westerbork: de gebogen rails. Dia: Jacques I. Furth.

ceerd in mijn moeder. Angst om mijn vader. Angst om mij. Angst om anderen tot last te zijn. Angst voor haar eigen zwakke gezondheid. Wat ze zeer waarschijnlijk onbewust over het hoofd zag, was haar eigen krachtige persoonlijkheid, die pas goed duidelijk werd, toen het echt moeilijk was geworden. O p 5 augustus 1942 kwamen we voor het eerst in Westerbork aan, zij het dan maar voor één week zoals zou blijken; zelden waren we zo opgelucht als toen we eindelijk in het kamp waren. In de beginperiode van de deportaties ging aan het vertrek een huiszoeking van de SD, samen met Lippmann-Rosenthal vooraf. Wij mochten in die tijd maximaal twee honderd gulden in huis hebben. Een oom had — zonder onze voorkennis — een pakje aan een bij ons inwonende tante gegeven, met het verzoek dat even op te bergen. Bij de huiszoeking moest mijn vader trachten duidelijk te maken dat hij echt niet wist dat er twee duizend gulden in dat pakje zaten. 'De Euterpestraat moet maar beoordelen wat hier gebeuren moest'. Mijn vader stond op het punt zelfmoord te plegen. Mijn moeder was de waanzin nabij. Toen we dinsdagavond 4 augustus '42 op de tram stonden op weg naar het Centraalstation, bewaakt door overbuurman-politieagent waren we blij en opgelucht. Westerbork en niet de Euterpestraat. Tijdens onze tweede Westerbork-periode, die ongeveer een half jaar heeft geduurd en begonnen is op Rosj Hasjana 5704 (september 1943), hebben mijn vader en ik o.a. enige tijd in de bankwerkerij gewerkt. In die periode besloot ik een klein koekepannetje te maken voor gebruik op


Bezoek aan Westerbork De weg is als naar een vakantieoord. Alles is zo stil in de omgeving. Ik loop op de pas aangelegde asfaltweg dwars door het bos. Het enige geluid dat ik hoor is het geruis van de wind en het gefluit van de vogels. De vogels zijn de enigen die hun bek mogen opendoen. Kamp Westerbork is nu het gebied van de Sterrenwacht. Cynischer kan het niet. Alleen, de menselijke sterren zijn niet meer. De geur van de bladeren van de bomen is prettig, het heeft pas geregend. Ja, mijn wandeling leek op een wandeling naar een vakantieoord. En dan, het einde van de weg; geen bomen meer, geen fris riekend bos en ook de vogels fluiten niet meer. Alleen een slagboom verwijdert mi; van wat eens Kamp Westerbork was. Aan beide zijden van de weg liggen de skeletten van wat eens de barakken waren. Hoe kan het ook anders. Dit was ook het einde van de meesten. Nu ook de barakken gesloopt zijn en geveld, zijn de laatste getuigen verdwenen. Het enige wat nog altijd op zijn plaats ligt zijn de rails. De gebogen

Het slotpaneel in het ontwerp van Dick Elffers voor het Nederlandse paviljoen in Auschwitz AVesterhork. Dia: Jacques I. Furth.

rails. Het laatste station zonder terugkeer. Niets is meer over behalve de stilte, die altijd zal blijven. Een groepje corpulente, toeristen poseren bij verbogen rails. Een monument voor het verleden. Er

wordt gelachen en er worden kiekjes gemaakt. Dus toch een vakantieoord? Benjamin Peleg (Flesschedrager)

Mijmeringen van een oorlogspleegkind Ik hoor ze lopen zes miljoen. Met trotse stap maar als de maan straks weer schijnt zijn deze sterren Gedoofd. Terwijl ik stond te kijken zag ik de sterren op klaarlichte dag. Maar zij schenen niet meer. Moeder vertel mij, vroeg de jongen hoe komt het dat er zoveel sterren op de aarde lopen. Dat mijn jongen, is slechts van korte duur want als de avond straks valt staan deze sterren aan de hemel maar dan kan je van hun licht niet meer genieten.

Van een oorlogskind Wat zal je mij vertellen moeder als ik later groot ben. Wat zal ik worden vader als ik later groot ben. In wat zal ik geloven broer als ik later groot ben. Hoe zal ik heten als ik later groot ben. In wat zal ik nog geloven als ik later groot ben. Hoe ben ik vernietigd toen ik nog klein was.


Je nam me bij de hand en stelde me voor, Dit is je Vader Dit is je Moeder Dit is je Oma Dit is je Opa Dit is je Tante en dit is je Oom en dit is... een droom. Hij zit in de klas Hij heeft rekenles Maar hij kan al rekenen. Er waren zeven Zes werden er vermoord Hij bleef over.

Ik wist niet wat het einde van de weg zou brengen N u heb ik de weg gelopen. En tussen de bomen en het verdorde gras, heb ik door de stilte heen jullie stemmen gehoord. In het duister van het zonlicht Klonk de stem van mijn volk En er was niemand die het hoorde. Eenmaal per jaar schijnen 6 miljoen sterren in volle kracht. Om daarna weer te doven, vergeten tot het volgende jaar. Door een doolhof van wegen vluchtend voor het onbekende verleden, zocht ik rennend naar de uitgang die ik niet vinden kon en die toch zo dichtbij is.


Weer Frenzel van Sobibor Het zat erin en het is zover: revisie van het proces-Frenzel is alweer een half jaar gaande. Frenzel, commandant en hoofdbeul van Sobibor, het moordhol waar ruim 34.000 Nederlanders, één van elke drie slachtoffers, werd vergast, staat weer terecht in Hagen (Westfalen). Hij loopt, ondanks zijn veroordeling tot levenslang, in 1966, toch al sinds 1978 vrij rond. Anderhalf jaar lang, tot de opstand van 14 oktober 1943, was Karl Frenzel Kommandoführer van Lager III; minstens een kwart miljoen mensen zijn daar met behulp van uitlaatgassen vermoord. De Nederlandse schilder Max van Dam heeft aan de opstand deelgenomen en er de dood bij gevonden, ongetwijfeld nadat Frenzel c.s. hem voor zich heeft laten tekenen. Enig werk van Max van Dam, uiteraard van vóór zijn deportatie, hebben w i j in het recente herdenkingsnummer gereproduceerd. De diensttijd van de SS-Oberscharführer aan het hoofd van de dodenfabriek in Oost-Polen is buiten kijf. Waarom

dan revisie van het oude, een nieuw proces? Enkelen van de zeer schaarse getuigen — er waren in 1966 maar een stuk of dertig overlevenden — zouden zich hebben vergist. Niet dat de doden niet vermoord zijn, maar iemand heeft b.v. een trein de ene keer 's morgens en later 's nachts laten aankomen. Aan het lot van de inzittenden en de schuld aan hun uitmoording verandert dit uiteraard niets. Maar Frenzel en tien andere SS-ers stonden destijds niet terecht, omdat zij chef en medewerkers van een massamoordbedrijf zijn geweest, maar hoogstens wegens Exzesstaten, buitenmodelsmoorden dus. 'Een bewonderenswaardig geheugen' kent de rechter de 73jarige, zeer alerte beklaagde toe. Hij kan zich alles tot in de kleinste details herinneren... behalve zijn eigen aandeel in de gruwelen van de Aktion Reinhard. Hij was er niet bij of hij had er niets in te vertellen. Vermoorde kinderen? kwam niet voor. Wij weten dat alleen al tussen de 5 en 10.000 Nederlandse kinderen hem

ten offer vielen. Blijkens het getuigenis van Moshe Bachier, 55 jaar, nu werkzaam bij een bank in Israël, destijds schoenpoetser van Frenkel, kreeg de laatste herhaaldelijk deskundige beoordelaars op bezoek. In november 1942 Himmler, wat leidde tot uitbreiding van de gaskamers. Bij wijze van demonstratie werden toen 200 vrouwen voor de ogen van de Reichsführer-SS vergast. In de zomer van 1943 kwam een andere hoogwaardigheidsbekleder, hoogstwaarschijnlijk Eichmann, de organisator van het vervoer naar de Endlösung. Er werd op advocaat getracteerd, aldus getuige Bachier in de Allgemeine Jüdische Wochenzeitung van 31-121982. De kans dat Frenzel ditmaal wordt vrijgesproken (en, wie weet, schadeloosstelling voor de uitgezeten jaren kan vragen) is verre van denkbeeldig. Eind '82 werden na negen maanden procesvoering en 100 getuigen in Dortmund W. Westerheide, districtscommissaris van het Oekrajiense Wladimir-Wolynsk en zijn secretaresse Johanna Altvater niet onschuldig verklaard, maar wel vrijgesproken. De getuigenverklaringen zouden 'ongeloofwaardige fantasieën' zijn geweest! Inderdaad, was dat maar waar. En zij die beter weten sterven uit.

Vervolg van pagina 3

feit dat mijn vader en ik ook de oorlog hadden overleefd en al twee weken eerder via Odessa en Marseille in Amsterdam waren aangekomen, was het eerste dat ze mij liet zien het zeskante bakpannetje. Ze heeft het tot haar dood bewaard. Mijn moeder was galpatiénte, en tijdens één van haar vele aanvallen realiseerde ze zich niet dat ze in het bovenbed lag, met alle gevolgen van dien. Maandagavond, nadat de transportlijsten waren voorgelezen was ze weer druk bezig dekens op elkaar te naaien. Immers, ieder mocht maar één deken meenemen. De grote katastrofe kwam voor mijn moeder vlak voor Jom Kipoer 1944 in Theresienstadt. Mijn vader cn ik moesten op transport naar wat zou blijken Auschwitz / Birkenau te zijn. Nu nog, bij het woord verdriet, bij het begrip wanhoop, zie ik mijn moeder voor me op het moment dat we afscheid moesten nemen.

Twee opmerkingen tot slot. Dat sommige mensen, met name zij die langere tijd in Westerbork verbleven, binnen het zeer beperkte kader van de mogelijkheden een enigszins normaal leven konden leiden en redelijk bij hun positieven bleven was te danken aan mensen als mijn moeder en duizenden andere moeders die hun gezin zo goed mogelijk verzorgden tot aan het ogenblik dat er niets meer te verzorgen viel. Misschien kan de opening van dit Herinneringscentrum, betrekkelijk dicht bij huis, er toe bijdragen dat meerderen er toe kunnen komen wat gemoedsrust te krijgen door zo nu en dan eens naar het 'Graf' van hun familie en vrienden te gaan. Misschien werkt dit Centrum drempelverlagend. Misschien ook draagt het er toe bij dat voortaan de geschiedenis van de (Nederlandse) Jodenvervolging wat kleinschaliger en daardoor wat persoonlijker geschreven gaat worden.

Eichmann voelde zich Tm Sinne der Anklage unschuldig'.

Amsterdam A. Caransa

de kachel in de barak. Dat ik daarbij een aantal wetten overtrad waar de doodstraf voor gold drong niet tot me door. Tenslotte had ik vroeger, bij Werkspoor, ook wel eens 'gebeunhaasd'. 'Ontvreemding van voor de Duitse oorlogsindustrie belangrijk materiaal'. (Een stukje plaatijzer van 20 x 20 cm .) 'Ongeoorloofd gebruik van Kriegswichtig' gereedschap, t.w. een lasapparaat. Een Duitse Dienstleiter, aangesteld door de Rüstungsinspektion, snapte me. Naam en baraknummer werden genoteerd, en het pannetje werd in beslaggenomen. Die avond wachtten we op de O D ; op dergelijke overtredingen stond normaliter overplaatsing naar de strafbarak. Het liep met een sisser af, zelfs het pannetje hebben we teruggekregen. Het ging mee naar Theresienstadt, en toen mijn moeder in juni 1945 in Nederland terug kwam, onkundig van het


Waarom Hitier de Joden wilde uitroeien Zodra Hitler in de politiek ging was hij van plan het oud-Germaanse heidendom te doen herleven, een wereldoorlog te ontketenen en de Joden uit te roeien. De drie doeleinden hielden nauw verband met elkaar. De voornaamste kenmerken van het Germaanse heidendom waren: 1) O p Germaans grondgebied behoren alle Germanen en alleen Germanen te wonen. 2) De oorlog is de normale toestand voor een volk, het enige middel om een volk tot volledige ontplooiing te brengen. 3) Het Germaanse ras moet zuiver gehouden worden, anders zou de beste Germaanse eigenschap, de krijgslust, verzwakt worden. 4) Een vorst of 'Herr' moest zich opwerpen tot 'Führer' en zorgen dat er altijd wat te oorlogen viel om te voldoen aan die krijgslust van wie zich onder hem schaarden. Deze 'Gefolgsleute' moesten in zelfvergeten overgave vechten voor heil en roem van de Führer. Dat Hitier dit alles nieuw leven wilde inblazen, schrijft hij duidelijk in 'Mein Kampf'. Hij zag zich reeds als Führer aller Germanen. O m dit te bereiken had hij vooral organisatie en propaganda nodig. 'Mein Kampf' is een en al propaganda. Hij betoogt, dat de nederlaag van 1918 niet te wijten was aan de militairen, maar aan de Joden, die de krijgslust van het Duitse volk ondermijnd hadden, want het ras bepaalt het volkskarakter. Vóór de volgende oorlog moesten daarom de Joden uit Duitsland verdwijnen. Echter bemerkte Hitier in 1918, dat wie over antisemitisme begon, dom aangegaapt werd of heftige tegenstand ondervond. Het antisemitisme, dat eindelijk op gang kwam, baseerde zich niet op het ras, maar op religieuze gronden, en dat was fout, schreef Hitier. Tot zover 'Mein Kampf'.

Antisemitisme onchristelijk Maar het Duitse volk bleek niet massaal enthousiast te krijgen voor herstel van het Germaanse heidendom. Daarom gooide Hitier het over een andere boeg. Hij liet propaganda maken met alle mogelijke anti-Joodse uitspraken, die Christelijke theologen in de loop der eeuwen gedaan hadden. Die berustten weliswaar op religieuze en dus foute gronden, maar Hitier ging nu

de ware reden onthuld doorHermann Rauschning's boek 'Gesprache mit Hitler' poseren voor de man, die door zijn rassentheorie ten uitvoer zou leggen wat die Christelijke theologen eigenlijk altijd bedoeld hadden. Hij beloofde een Christelijke Staat, in tegenstelling tot de neurale Weimarrepubliek. Daardoor verwierf hij zich in 1933 veel stemmen van Christenen. Weinig Duitsers durfden hun leven te wagen voor de erkenning dat antisemitisme onchristelijk is. De reden voor deze ommekeer in de propaganda was: Pius XI had op 11 februari 1929 de Lateraanse Verdragen gesloten met Mussolini, de regeringschef van het koninkrijk Italië, en hem bejubeld als de man van de Voorzienigheid. De stuwkracht hierachter was Eugenio Pacelli, destijds nuntius in Berlijn. Bij de Duitse uitgave van de Verdragen schreef hij op 31 maart 1929 een juichend geleidewoord: deze vrede tussen Kerk en Staat was een voorbeeld voor andere landen; men had het gevoel voor een opzienbarende wending in de geschiedenis te staan. Dat was inderdaad het geval. Pacelli was nuntius in München, toen daar aan het einde van de eerste wereldoorlog de Radenrepubliek werd uitgeroepen en gewapende communisten zijn paleis binnendrongen. Sedert werd hij levenslang beheerst door angst voor het communisme. In het nationaalsocialisme zag hij, evenals in het fascisme, het enige redmiddel tegen communisme en bolsjewisme. Toen hij in 1930 pauselijk staatssecretaris werd en als zodanig de buitenlandse politiek van de RK Kerk moest leiden, ging hij met zijn vriend Von Papen het aan de macht brengen van Hitler en het sluiten van een Concordaat met hem voorbereiden. O p 20 juli 1933 tekenden Pacelli en Von Papen het Concordaat. Een Christelijk Duitsland leek hun verzekerd.

'Tatsachen', feiten Maar alle beloften en beweringen van Hitler waren propaganda en dus per definitie bezijden de waarheid. Als Nazi's hun drogredenen kracht wilden

Plechtigheid op het terrein van de voormalige Hollandse Schouwburg. Dia: Jacques I. Furth. bijzetten, voegden zij eraan toe: 'Das ist keine Propaganda! Das sind Tatsachen!' Nooit gaf Hitler zijn eigenlijke bedoelingen aan de buitenwereld prijs. Die openbaarde hij alleen in een kleine, intieme kring. Het is de grote verdienste van Herman Rauschning, dat hij de ware beweegredenen van Hitler, waarom hij de Joden wilde uitroeien, heeft onthuld. Rauschning, een Pruisisch grootgrondbezitter in de omgeving van Danzig, kreeg na de eerste wereldoorlog, gewond en in zijn nationale trots gekrenkt, naar zijn landerijen terug, die weldra niet meer tot Pruisen behoorden, maar tot de Vrije Stad Danzig, een geheel onder oppertoezicht van de Volkenbond. Door relaties opmerkzaam gemaakt op Hitler, die verzekerde Duitsland weer tot aanzien te brengen na de vernederende vrede van Versailles, werd hij (in 1931) lid van de NSDAP — zoals miljoenen Duitsers. Als vooraanstaand lid van die partij behoorde hij tot de weinigen, die toegelaten werden tot ontvangsten bij Hitler aan huis. In 1933 werd hij benoemd tot nationaal-socialistisch chef van het Gouvernement van Danzig. Hij moest als een soort scheidsrechter optreden tussen de Hoge Commissaris van de Volkenbond, de nationaal-socialistische Gauleiter en de Poolse bevolking. Zijn verwachting dat hij zijn problemen met de Führer zou kunnen bespreken bleek ijdel. Hitler luisterde naar niemand, maar hield eindeloze monologen, waarbij hij soms in een soort trance raakte. Tot zijn ontzetting merkte Rauschning, dat het nationaalsocialisme niets anders was dan de georganiseerde misdaad en dat Hitler zwaar geestesziek was, onderhevig aan huiveringwekkende aanvallen van ra-


hen te vermoorden wilde hij echter het Duitse volk doordringen van doodsangst voor het internationale Jodendom, dat zich van de wereldheerschappij wilde meester maken en Duitsland vernietigen.

Het geweten afschaffen

zernij en vervolgingswaanzin. Hij zag Hitier moedwillig aansturen op de vernietiging van de Europese beschaving. Tevergeefs probeerde hij landgenoten te waarschuwen, niemand wilde hem geloven. Zijn botsingen met de Gauleiter werden steeds ernstiger. Eind 1935 legde hij zijn ambt neer. Weldra zag hij zich genoodzaakt naar het buitenland te vluchten. Daar schreef hij twee boeken: 'Die Revolution des Nihilismus' en 'Gesprache mit Hitier'; hij publiceerde ze in 1939, toen zijn hoop op een massale opstand tegen Hitier vervlogen was. Voor ons onderwerp is vooral het tweede boek van groot belang. Hij ontmaskert daarin speciaal de persoon van Hitier, woorden van hem worden letterlijk weergegeven, wat bijzonder onthullend is. In 1939 was hiervan in Nederland alleen een Franse vertaling te krijgen, waarin de volgorde der hoofdstukken gewijzigd is. In de Zwitserse uitgave in het Duits, uit 1940, is onder pressie van het Derde Rijk alles weggelaten wat op de waanzin van Hitier betrekking had. Ditzelfde ontbreekt in de Nederlandse vertaling, eveneens uit 1940. Thans is de volledige, Duitse tekst van het origineel in de boekhandel verkrijgbaar, dankzij een tweede druk uit 1973 van Europa Verlag in Wenen. Alleen hierin is te lezen wat Hitier aan een intieme kring onder oplegging van strikte geheimhoudingsplicht openbaarde. En hieruit willen wij enkele punten uitlichten, die betrekking hebben op het uitroeien van de Joden en de vernietiging van de Europese beschaving.

Befehl en Tien Geboden Naar het voorbeeld van dierenfokkerij wilde Hitier een gezond Germaans ras kweken, van vreemde smetten vrij, maar gewetenloos. Het persoonlijke geweten moest afgeschaft worden. Want hij wilde in het duizendjarig rijk, dat hij ging stichten, verzekerd zijn van de absolute gehoorzaamheid van zijn onderdanen, wat alleen te bereiken is door aller denkwijze en geweten te beheersen. Zo volkomen wilde HitIer over de gewetens heersen, dat zijn onderdanen bereid moesten zijn op zijn bevel zonder gewetensbezwaar te moorden, te roven, etc. En hoe goed lukte dat bij zijn naaste medewerkers! Rauschning vermeldt, dat Göring na de Rijksdagbrand, waarvoor de Nazileiding verantwoordelijk was, in uitgelaten stemming uitriep: Tk heb helemaal geen geweten! Mijn geweten heet Adolf Hitier!' Zo bleek na de oorlog het enige verweer van oorlogmisdadigers bij hun berechting: 'Befehl ist Befehl.' Eichmann zei tijdens zijn proces in Jeruzalem: Tk ben geen antisemiet, ik voerde uit wat de leiders, de pausen van de staat bevalen.' Maar hoe wilde Hitier bij het gehele Duitse volk het geweten afschaffen? Het boek van Rauschning geeft opheldering: 'Het geweten is een Joodse uitvinding' zei Hitier; het kwam voort uit de Tien Geboden, de wetgeving van de Sinaï, en die moest afgeschaft worden. Maar hij bgreep, dat dit niet zou gelukken zolang er Joden in zijn rijk waren; die moesten dus verdwijnen. Alvorens

'Het geweten is een Joodse uitvinding' is misschien het enige verstandige woord, dat Hitier ooit heeft uitgesproken. Want temidden van alle volken met amorele natuurgodsdiensten, waarbij zij vele goden aanbaden, waren alleen de Joden monotheïstisch. Zij bogen zich alleen voor de ene God, waarmee zij een persoonlijke band hadden. Zij hoorden de stem van God, waaraan zij moesten gehoorzamen, de stem van hun geweten. Nooit zouden zij zich buigen voor despoten, die zich als godheid beschouwden. Daarom waren die despoten nooit zeker van de absolute gehoorzaamheid van de Joden en dat gaf aanleiding tot plannen hen te vermoorden. Blijkens Exodus 1 gaf een farao bevel alle pas geboren Joodse jongens te doden, uit angst dat de Joden te talrijk zouden worden en zich ingeval van oorlog bij de vijanden van Egypte zouden aansluiten. (Zo heeft de Turkse regering in 1915, toen zij in oorlog was met Rusland, 1.500.000 Armeniërs laten vermoorden, uit angst dat zij gemene zaak zouden maken met de Russen. Dit heeft Hitier op het idee van zijn uitroeiingsplannen gebracht.) In Daniël 3 en 6 en in het boek Esther gaat het er steeds om, dat jaloerse hovelingen in hoog aanzien staande Joden ten val wilden brengen door hun ongehoorzaamheid in godsdienstzaken jegens de koning te signaleren. In Esther 3 lijkt het of HitIer aan het woord is, maar het was Haman, die alle Joden wilde uitroeien.

Machtswellust en waanzin Maar met het afschaffen van geweten en Tien Geboden trof Hitier ook de Christenen en dat was ook zijn bedoeling. In zijn hoofdstuk 'Der Antichrist' beschrijft Rauschning, dat Hitier het Christendom met wortel en tak in Duitsland wilde uitroeien, want men kan niet tegelijk Christen en Duitser zijn. In plaats van de deemoedige mens, die zich afhankelijk weet van


Dichtwerk ter bezinning Toespraak van mr. drs. L. C. Brinkman, minister van WVC, te Assen op 12 april 1983, iets verkort Precies 38 jaar geleden werd Westerbork bevrijd, voor zovelen een tussenstation op een lange weg van ellende, onmenselijkheid en gruwelijke dood van zoveel onschuldigen. Eén van hen, Etty Hillesum, schrijft in één van haar brieven: 'Wat zich daar het laatste halve jaar afspeelt, is meer dan één enkeling in een half jaar zou kunnen verwerken. Men hoort het dan ook dagelijks om zich: "We willen niet denken, we willen niet voelen, we willen zo gauw mogelijk vergeten". Het lijkt me dat dit een groot gevaar is.' Ook na de oorlog hebben velen graag willen vergeten. Voor sommigen was dat onmogelijk. Zij worden nog steeds geconfronteerd met een blijvende verwonding, die ze ook nu nog moeten verwerken. Voor veel Nederlanders echter is de naam Westerbork een ver symbool van verschrikking geworden of zelfs een naam uit de geschiedenis. Vergeten is niet goed: niet tegenover onze landgenoten die niet kunnen vergeten, niet tegenover de vele slachtoffers van fascisme en racisme in de wereld van vandaag en niet tegenover de minderheidsgroepen die op dit moment in Nederland leven. Het is voor de hele samenleving van belang dat het herinneringscentrum Westerbork kan worden geopend. Het is niet alleen een zaak van Joodse Nederlanders. Dezen hebben misschien niet eens een centrum nodig om aan de vrschrikkelijke oorlogsgebeurtenissen te worden herinnerd. Het is een nationaal centrum, ook bedoeld voor de mensen die in de oorlog minder zwaar zijn getroffen of die zelfs niet hebben meegemaakt. Parlement en regering hebben zich van harte achter het initiatief van de werkgroep Westerbork gesteld. In 1939 werd het kamp door de Ne-

derlandse regering gebouwd voor de opvang van vluchtelingen uit Duitsland, na de oorlog is het gebruikt voor de Molukse bevolkingsgroep. Uiteindelijk, misschien ook om nu maar eens te vergeten, is het kamp afgebroken. Maar steeds weer bleek, dat vergeten niet mogelijk is, dat ook jongeren een grote behoefte hebben te begrijpen wat er in de oorlog gebeurde. In 1980 was het 35 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Voor de weinige overlevenden uit de kampen en hun familie vooral een reden om te herdenken. Het Comité Nationale Viering Bevrijding 1980 heeft daarin aanleiding gevonden tot een financiële bijdrage. In hetzelfde jaar 1980 opende minister Gardeniers aan het eindpunt van die verschrikkelijke spoorweg ook in de stromende regen de permanente Nederlandse tentoonstelling in het Poolse staatsmuseum Auschwitz. Vlak na die opening, is er over gesproken dat de indrukwekkende tentoonstelling ook permanent in Nederland te zien zou moeten zijn. Het is Westerbork geworden, aan het begin van de reis die voor de meesten geen weg terug had. Deze symboliek is ook op de tentoonstelling zelf te zien in het routebord van de deportatietreinen: Westerbork Auschwitz / Auschwitz-Westerbork. Een uiterst cynisch voorbeeld van de fomaliteit en regelzucht van het Duitse fascisme. Het geeft een reëel aspect aan het onvoorstelbare. Het brievenboek van Etty Hillesum heet: 'Het denkende hart van de barak', ook van toepassing op het herinneringscentrum, gebouwd in de stijl van een barak.

Vervolg van pagina 8

schrikbewind beschreven wordt in Daniël 5:18 e.v. en die krankzinnig werd, toen hij meende dat er geen macht boven hem was en dat hij zelf God was. Het huiveringwekkende van de Hitierperiode is, dat miljoenen mensen het slachtoffer zijn geworden van de machtswellust van een waanzinnige.

God, moest de vrije mens komen, die zichzelf God voelt, door geen scrupules geremd in zijn machtswellust. Zo zou het nieuwe ras zijn, dat hij ging kweken. Zelf beschouwde hij zich reeds als God, meermalen sprak hij het tegenover Rauschning uit. Hitier leek op Nebukadnezar, wiens

Het centrum doet een beroep op onze gevoelens van medeleven en afschuw over wat mensen is aangedaan. Het

J. C. de Meyere

wekt ook een machteloze woede en onbegrip voor de terreur en het geweld, door andere mensen uitgeoefend. Maar een even belangrijk element is naar mijn mening de bezinning op wat nu voor de meesten geschiedenis is geworden. Oorlog bestaat voor b.v. mijn generatie gelukkig niet uit eigen ervaring en herinnering, maar via de media nemen we wel dagelijks de verschrikkingen ervan om ons heen waar. Zó ver ligt de oorlog dus toch ook weer niet weg. Daarom is het goed dat we hier in Westerbork kunnen zien waar o.m. rassenwaan toe kan leiden. In het normale, dagelijkse leven willen we misschien wel eens te gemakkelijk vergeten, dat dit de uiterste consequentie is van het denken in soorten mensen die meer of minder waard zouden zijn dan anderen. Bezinning hier en nu mag hen die de oorlog niet meemaakten, tot dankbaarheid stemmen, dat zij nu in vrede mogen leven. Maar tegelijk is het voor ons allen een waarschuwing tegen nieuwe gruwelen en tegen wat daartoe kan leiden. In het centrum is de relatie met het heden en de toekomst gelegd. U allen weet dat dat niet overbodig is. Steeds meer en vaker wordt men geconfronteerd met vreemdelingenhaat en discriminatie op grond van huidskleur, ras, geloof of geslacht. Niet vergeten van het onvoorstelbare is van groot belang; proberen te voorkomen dat het nog eens kan gebeuren door te wijzen op vooral verborgen, sluipende discriminatie en de gevolgen daarvan zal steeds belangrijker worden. Tot slot nog eenmaal Etty Hillesum: "Men zou de kroniek moeten schrijven van Westerbork'. Een oudere man antwoordde: 'Ja, maar dan zou men een groot dichter moeten zijn'. Hij heeft gelijk, men zou een groot dichter moeten zijn." Ik geloof dat in het herinneringscentrum doorgangskamp Westerbork zo'n dichtwerk tot stand is gekomen.

Ter gedachtenis...Dia: Jacques I. Furth.


Brief aan de NCRV geschreven door de dochter van een verzetsvrouw die in Auschwitz heeft gezeten.

Geachte redaktie, Naar aanleiding van uw programma Plein Publiek van maandag 14 maart j.1. wil ik het volgende meedelen. Ik ben een dochter van een verzetstrijder en een Joodse moeder die Auschwitz overleefde. En derhalve behoor ik tot de tweede generatie (term door medisch deskundigen gegeven aan deze speciale groep kinderen). Deze term die ook gebruikt werd in uw programma, echter voor de kinderen van NSBers, heeft mij zeer geschokt. De tweede generatie is een beladen woord, waarvan men onmiddellijk weet wat we bedoelen en een verdere uitleg niet nodig is. Gaan de kinderen van NSBers ze ook gebruiken, wordt het een mix die in mijn ogen niet te rechtvaardigen is. Ik denk dat het niet meer dan redelijk is, dat mensen die meteen probleem zitten geholpen worden. Maar in godsnaam doe het onder een andere naam en haal nooit deze twee groepen door elkaar. U moet begrijpen dat de tweede gene-

Omslagtekening van Chaja Polak •voor 'Miniaturen' door Ida Vos. Uitgeverij Nijgh & van Ditmar, Den Haag, 1980.

ratie deze last er niet bij kan hebben. De woede die wij kinderen hebben om de oorlogsellende van onze ouders, kunnen wij nooit uitspreken. Onze ouders hebben het al zo moeilijk en vanaf klein kind weet je precies in te schatten, hoe je daar mee om moet gaan. Bovendien, je ouders hebben het zelf niet aangericht. Het is de boze buitenstaander; wat dat betreft heerst er rust in het (oorlogs)gezin. Echter wat voor mij een onbegrijpelijke zaak is, is dat deze mensen, kinderen van NSBers, die zeer ongelukkige ervaringen meegemaakt hebben niet afrekenen met hun ouders. Vader en moeder waren 'zo aardig'... Wel onderzoek hoe aardig ze waren, zet ze voor het blok. Het waren niet de boze buitenstaanders, het waren je ouders. U kunt zich distantiëren. Wij niet. Met onze ouders valt niets af te rekenen. Daar zit het verschil. In uw programma kwam naar voren (en ik weet dat het werd ontkend), wij waren lid van de NSB, maar de rest van Nederland was ook niet zo best. Maar pas op: zo'n excuus zal met beide handen aangegrepen worden. Het Nederlandse volk was anti-Duits. Dat wil niet zeggen dat er buiten de NSBers geen slechte Nederlanders waren, daar

zijn genoeg bewijzen van. Maar met zo'n excuus blijven de echte boosdoeners buiten schot. Vergeet ook niet dat verzetsstrijders nooit als helden zijn geëerd, dat gebeurt druppelsgewijs heden ten dage. De mensen die terug kwamen uit de kampen, en de mensen die net niet gepakt waren hebben ook maatschappelijk een heel moeilijk leven gehad. En erkend... Denk maar even aan Hannie Schaft, pas in de tachtiger jaren komt er moeizaam een standbeeld. Als het klopt dat juist NSB-kinderen zo anti-fascistisch zijn, dan moet het toch op z'n minst tot ernstige ongeregeldheden binnen de relatie ouderskinderen hebben geleid? En een breuk in veel gezinnen zich hebben voltrokken. Hopelijk is dat ook zo en hebben we dat alleen niet in uw uitzending gehoord, omdat deze mensen toevallig niet bij u in de studio waren. Ondanks alles pleit ik er voor dat deze mensen geholpen worden. Zij zijn slachtoffers van hun eigen ouders. Maar gebruik andere kanalen voor de genezing. En laat niet over de ruggen van de tweede generatie, en zeker nooit van hun ouders dit probleem uitspelen. Ik vind dat een organisatie als het I C O D O nooit voor deze groep mensen mag klaarstaan.

een mensenleven: lente zomer herfst winter vloeien in elkaar

Over de WUV

Vervolg van pagina 2 goedpraten achtereenvolgens bij boekenverbranding, het afmaken van geesteszieken en de uitroeiings-industrie van Auschwitz wordt betrokken. Een alleen maar slappe en niets ongewone figuur laat zich tot handlanger in de grootste misdaad uit de geschiedenis afglijden of opduwen.... naar het u lijkt. De grootste prestatie van alle meewerkende artisten, regie, acteurs, ontwerpers en niet te vergeten musici, is dat zij erin slagen de vraag van de keuze ons naakt, zonder omwegen, te tonen. Degenen van ons die zich in staat voelen de realiteit onder het oog te zien moeten deze voorstelling gaan bekijken. Indrukwekkend en intrigerend. Bewonderenswaardig, maar ook hoogst belangrijk.

In Beth Ami is op 20 februari een bijeenkomst geweest waar over de WUV (Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers) is gesproken. Er werden klachten gehoord voornamelijk over de lange wachttijden en over de keuringen, die soms worden herhaald. Er werd een werkgroep opgericht die een en ander in het oog zal houden. Naar men weet wordt de uitvoering van de WUV van de Stichting 19401945 overgeheveld naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Deze technische verschuiving — men verzekert ons dat de uitkeringsgerechtigden er geen enkel nadeel van ondervinden — heeft nog niet zijn beslag gekregen. In de loop van het jaar zal het er wel van komen.

E.T.

NAC


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Auschwitz Bulletin, 1982, nr. 03/04/05 Maart April Mei by Nederlands Auschwitz Comité - Issuu