nederlands auschwitz comité
Secr.: E. Furth, Diemerkade 43, Diemen, tel. 020-905310 Bankrek.: AMRO Bank, bijk. Van Baerlestr., Amsterdam-Z. Gemeente Giro N 5500 N.A.C. Postgiro nr. 293087 Redaktie: E. Tas, Amsteldijk 23, Amsterdam-Z, tel. 795716 Administratie: telefoon 0 2 0 - 1 8 41 59
OOK DICHT BIJ HUIS Het leven overtreft de meeste fantasie. En voor krasse verhalen behoeft men waarlijk niet ver van huis. Jaar in jaar uit schrijven wij nummers vol over onbestrafte misdadigers en berouwloze oppernazi's. Die zitten dan aan Main of Donau en krijgen een Bondspensioen. Wat zich verbergt op een Goois buiten aan wandaden, moorddadige vermoorde onschuld en echte, maar niet echt geroofde kunstschatten — hoe weinigen hebben daar een idee van? De weinigen die aan de zaak-Menten hebben gewerkt bleken in de TROS-Aktua-uitzending van 21 juni ernstig benadeeld en ook nu geïntimideerd. Waarom zijn de zware beschuldigingen tegen Menten niet onderzocht? Hoe kon een man die in 1943 met drie wagons kunst door Duitsland en bezet gebied reed en dik bevriend was met Schöngarth, Gestapochef in Polen en Nederland en Eichmanns buurman op de Wannsee-conferentie, zich dekken? Vragen, vragen....
Er is een boek verschenen over Hannie Schaft, die in het gewapende verzet is gevallen. Wie zou kunnen denken dat haar medewerksters, die in dat boek worden genoemd, telefonisch worden bedreigd? Toch gebeurt dat, hier in Holland. Hoe erg rassendiscriminatie woedt, een generatie nadat Auschwitz ophield te bestaan, hebben we gezien in Zuid-Afrika, vlak bij het welvarend glanzende Johannesburg, vlak voor Vorsters bezoek aan de Bondsrepubliek. Het regende aanslagen van neofascisten tijdens de verkiezingscampagne in Italië, een terroristparlementariër, Saccucci, werd er zowaar gewipt, in Londen gearresteerd en uitgeleverd. De verbindingen van dit slag heren elders in Europa hielpen dit keer niet.
Vrijspraak en ontslag
De vanouds bekende nazi-misdadigers hebben niet te klagen. Van de Majdanek-beulen die in Düsseldorf 'terecht' staan, zit er niet één achter tralies. Zes andere SS-ers die in Majdanek, Trawniki en omstreken hadden huisgehouden en 15.000
slachtoffers gemaakt hadden, werden te Hamburg na 3V2 jaar proces vrijgesproken. Het geboefte, onder wie kampcommandant Streibel, zou van de moorden 'niet positief geweten' hebben en kan nu aanspraak gaan maken op een aanzienlijke schadeloosstelling. En die is uiteraard een veelvoud van de uitkering die nazislachtoffers krijgen. Terecht is de voortdurend milde bejegening van de massamoordenaars in de BRD door de democratische mensen in binnen- en buitenland gesteld tegenover de praktijk van de Berufsverbote. SS-Sturmbannführers, die kinderen in het vuur gooiden, die vrouwen en mannen een greppel lieten graven om ze daarin neer te schieten, gaan vrijuit. Maar op mensen die de schijn wekken het niet eens te zijn met de nooit gezuiverde rechters wordt broodroof toegepast; het aantal politieonderzoeken daarvoor loopt al naar het miljoen. Kleinigheden waar Hitier geen tijd van leven meer voor had worden met officiële hulp ingehaald. De SS-generaal Lombard (hij was volgens SSopgave in 1941 betrokken bij een moordpartij op bijna 14.000 burgers in Pinsk, heeft een van zijn vroegere
WESTERBORK Velen van ons willen nogmaals een bezoek brengen aan Westerbork, waar een eenvoudig gedenkteken aan de grote tragedie herinnert. Het NAC organiseert daarom een bustocht vanuit Amsterdam naar de plaats van het voormalige kamp buiten het Drentse dorp wel op 12 september a.s. Wie mee wil gaan kan zich opgeven bij het secretariaat. U krijgt dan nader bericht over kosten, vertrektijden enz. toegestuurd. Adres: mevr. E. Furth, Diemerkade 43, Diemen, tel. 020— 905310. NAC 'Unterführer' onlangs een ridderkruis uitgereikt. Compleet met hakenkruis. Het gebeurde in Sonthofen, in bet bijzijn van de Bundeswehr-offideren. Vorig jaar is deze Lombard gehuldigd door niemand minder dan de ons welbekende en nu gepensioneerde Bundeswehr-generaal en ex-nazikolonel von Kielmannsegg. In maart werd te Augsburg de uit Estland afkomstige en destijds daar actieve SS-Standartenführer en landverrader Rebane door zijn Hl AG-vrienden begraven onder een krans van . . . . Bondsminister Leber. Van defensie uiteraard. Een majoor van de Bundeswehr kwam het ding voor zijn baas neerleggen. Grafschennis Niet zo heel vreemd dat naast dir postuum eerbetoon aan Hitiers moordbrigades 'onbekenden' op hun manier met de doden omgaan. Het Vervolg
op pagina
8
HUN NAAM ZIJ UITGEWIST Steeds wanneer wordt geprobeerd die arme gemartelde beuelen in Breda vrij te krijgen, gaat er een schok door ons, slachtoffers van deze misdaden heen. Onwillekeurig gaan dan als in een kaleidoscoop beelden uit de jaren 4 0 - 4 5 voor ons herleven. Voor mij b e g o n het reeds in 1 9 4 0 , toen ons land nog niet b e z e t was. Ik ben namelijk van geboorte Poolse, en het is alom b e k e n d , dat de D u i t s e fascisten m i j n geboortegrond tot e e n veelhoek van volkerenmoord h e b b e n gemaakt. In Polen zijn niet alleen de J o d e n o p een afgrijselijke m a n i e r vernietigd en uitgeroeid. D e eerste bewoners van Auschwitz waren katholieke Polen, die niet wilden b u k k e n voor de Duitse fascistische barbarij. I n Polen waren ook door de nazi's talrijke j e u g d k a m p e n voor kinderen van Poolse katholieke origine ingericht. Deze jeugdige gevangenen werden door de fascistische k a m p leiding u i t g e b u i t door zwaar werk en uitgehongerd o m ze daarna als uitgeputte wezens in de gaskamers van Auschwitz te vernietigen. O n d a n k s de z.g. rein-arische opvattingen van de nazi's h e b b e n zij 2 2 0 . 0 0 0 katholieke Poolse kinderen ter verarisering naar D u i t s l a n d gedeporteerd. A m p e r 2 0 % is teruggevonden. Plotseling kreeg ik in 1 9 4 0 een briefkaart uit Lodz, van een van m i j n zusters. Zij schreef onder andere dat zij reeds m a a n d e n Koptsinski niet heeft gezien. (Koptsinski was e e n b e k e n d e bakker in L o d z ) . In 1 9 6 3 heeft een Poolse l a n d g e n o o t , een gewezen verzetsstrijder die nu in Israël woont, m i j verteld, dat h e t J o o d s e getto te Lodz gelijk een muizeval was en dat de verzetsbeweging geen enkel contact van b u i t e n a f kon krijgen. D e gevangenen van het Lodzer G e t t o zijn grotendeels de hogerdood gestorven. De j o n g e g e n e ratie is naar Auschwitz doorgestuurd, waaronder ook m i j n nichtjes. E e n van hen is in leven gebleven, o m d a t zij in de Skodafabrieken in Tsjechoslowakije heeft gewerkt. D e Tsjechische verzetsvrouwen h e b b e n deze meisjes vaak eten en kleren gegeven. N a de bevrijding bleef mijn nicht 3 maanden in een gezin te Praag. Deze mensen wilden haar beschermen.
T o e n de bezetting in N e d e r l a n d een feit was, gingen m i j n m a n en ik in het verzet tegen de onderdrukking van ons volk en tegen de progroms o p de J o o d s e Nederlanders. T i j d e n s h e t verspreiden van manifesten werd Leen Schijvenschuurder (Joodse kleermaker van 2 3 jaar, grootgebracht als wees bij zijn grootmoeder) in zijn b e e n geschoten. H i j kon niet weg k o m e n , werd gepakt en door de Grüne Politzei vreselijk gemarteld en daarna doodgeschoten. Leen Sijvenschuurder zat in onze groep. Er werden invallen gedaan door de G r ü n e Politzei, ook in ons huis. W i j waren gelukkig niet thuis en toen kwam het parool, dat wij m o e s t e n onderduiken. N a t w e e ë n e e n h a l f jaar onderduik werden wij door de schuld van de buren m e t zijn zessen gepakt.
IN DE HOLLANDSE SCHOUWBURG D a t was in 1 9 4 3 voor Pinksteren. W i j zijn naar de Hollandse Schouwburg gebracht. Eerlijk gezegd, wij l e e f d e n zo gespannen door de voortdurende razzia's, j e moest werkeloos toezien h o e J o o d s e ouders m e t h u n kinderen en m e t de schrik in h u n ogen van één buurt naar de andere liepen, dat ik blij was weer mensen te k u n n e n zien. Bij ieder nieuw o n d e r k o m e n , werd de eis gesteld: 'in huis blijven en niet m e t andere m e n s e n in contact k o m e n ' , waaraan wij ons g e h o u d e n h e b b e n . T o t ons geluk h e b b e n wij in de H o l landse Schouwburg direct contact g e h a d m e t de anti-fascisten, die ons de raad gaven ons op de achtergrond te h o u d e n . N a contact m e t de illegale verzets groep, werd besloten ons uit de Schouwburg te bevrijden. Ik hechtte weinig g e l o o f aan dit vooruitzicht, o m d a t de bewaking zeer streng was. J e werd ook overweldigd door de ellende en onwetendheid van de gevangenen. Zij redeneerden onder elkaar: 'wij zijn gewend o m te werken, dan zullen wij ook i n Polen werken, als wij daar z i j n . ' W i j zaten tien dagen in de Schouwburg, intussen werd een transport gevangenen naar V u g h t doorgestuurd. D e ergste uren waren, t o e n de
kinderen uit de crèche werden gehaald, o m een h a l f uurtje bij h u n moeders te blijven, o m daarna wreed weggetrokken te worden. D e avond dat het transport naar V u g h t vertrok, zat ik naast een vrouw m e t twee meisjes, een tweeling. H u n h o o f d j e s waren m e t veel krulletjes b e d e k t . Zij k l a m p t e n zich vast aan h u n m o e d e r , die h e t zwaar te verduren h a d , haar m a n was n a m e l i j k reeds bij de eerste razzia op het J . D. Meyerplein gepakt. T o e n zei deze j o n g e vrouw plotseling tegen m i j : 'Eén troost is h e t , wij gaan naar V u g h t , dus wij blijven toch o p Hollandse b o d e m ' , s'Avonds lagen deze kinderen samen o p de vieze grond van de Schouwburg, als b u n d e l s o u d vuil, getreiterd door de G r ü n e Politzei. M i j n m a n zat te huilen van woede o m onze o n m a c h t . Niets k o n d e n wij doen. T o e n de m e n s e n ingeladen werden, kon ik mij niet meer bedwingen, en een stroom van tranen biggelde over m i j n gezicht. W i j waren strafgevallen, dus m o c h t e n wij 's avonds niet naar de slaapzalen en m o e s t e n wij m e t de andere strafgevallen slapen op de vieze grond van de Schouwburg, waar wij de hele dag huisden. Iedere dag kwam onze verbindingsman, J a a k van der K a r , controleren o f wij er nog waren. D o o r toedoen van de verantwoordelijke m a n van de Schouwburg, de heer Susskind (die ook m e t zijn vrouw e n k i n d is o m g e k o m e n , wiens n a a m o p een brug over de A m s t e l staat) e n de medewerking van enkele Pools-Duitse J o o d s e j o n g e m e n s e n , is onze vlucht voorbereid. D e G r ü n e Politzei-comm a n d a n t van de Schouwburg, als ook de dienstdoende N . S . B . - e r , een type van de onderwereld, telden o m de haverklap het aantal gevangenen. O p de n e g e n d e dag zei J a a k van der K a r dat wij de volgende dag naar de Euterpestraat g i n g e n voor verhoor bij de G e s t a p o . D e taferelen van mense-
Vervolg op pagina 4 3
D E
S L A C H T O F F E R S
' D e drie h e b b e n h e t vermogen o m buiten die gevangenis iedere keer o p nieuw als beul o p t e treden en talloze mensen te mishandelen. Iedereen weet wat er in de zielen van zovelen wordt aangericht als h u n vrijlating weer in discussie k o m t : ze worden in alle realiteit door deze drie van B r e d a op de p i j n b a n k g e m a r t e l d . ' Aldus ds. S. Gerssen in h e t blad W o o r d e n dienst van 6 maart. Hij n o e m t gevangenschap in deze e x c e p t i o n e l e zaak een uiting van h u m a n i t e i t . H i j verwerpt het stellen van de drie tegenover h u n slachtoffers: dezen zijn 'wijder verbreid, dieper, onherstelbaarder getroffen dan menigeen meent.'
Tact noch gevoel 'Tactloos en gevoelloos' n o e m t e e n andere predikant, ds. K . H . K r o o n , de beruchte b r i e f van de R a a d van K e r k e n , een ' b l i j k van ernstige onderschatting van de situatie van de vele duizenden nog in leven zijnde slachtoffers. H e t was volstrekt onjuist deze verklaring geheel buiten die slachtoffers e n h u n vertegenwoordigers o m op te stellen en o p e n b a a r t e m a k e n . ' In hetzelfde maandbericht van e e n commissie der N e d . H e r v . g e m e e n t e A m s t e r d a m merkt ds. de N i e o p : ' N o o i t is er in de afgelopen dertig jaar één woord o m vergeving t o t h u n slachtoffers bij uitstek, de j o d e n , uitgegaan. N o o i t h e b b e n ze enig blijk van begrip gegeven voor wat ze h e b b e n gedaan. Zelfs de n a a m van hun slachtoffers weigeren ze n o g steeds in de m o n d te n e m e n . '
Willekeur? Prof. van der P o t , onze lezers wel b e k e n d , b e t o o g t in discussie m e t de secretaris-generaal van de N e d . Herv. kerk inzake rechtswillekeur: 'Is . . . voor rechtswillekeur niet k e n m e r k e n d het o n t b r e k e n van een redelijke verhouding tussen de zwaarte van de begane misdaden e n de tijdsduur van opgelegde straffen? W i j n o e m e n i m mers e e n vonnis rechtvaardig, wanneer we van m e n i n g zijn dat de opgelegde straf beantwoordt aan de zwaarte van een misdaad. O m deze reden n u k u n n e n m e n s e n die jarenlang van h e t m o o r d e n en kwellen van h u n m e d e -
Z I J N
S C H U L D I G
m e n s e n h u n dagelijks b e d r i j f maakt e n , niet vrijgelaten w o r d e n ; dit z o u immers b e t e k e n e n dat ze naar beduidend gunstiger maatstaven b e r e c h t zouden worden dan gewone misdadigers. M . a . w . : juist de vrijlating van de drie zou rechtswillekeur zijn!' Prof. van der Pot bestrijdt de al m e e r gehoorde opvatting: 'vrijlating z o u weliswaar veel leed veroorzaken, m a a r de telkens gevoerde pleidooien voor vrijlating bezorgen n o g m e e r l e e d , dus d a n maar vrijlating! D e pleitvoerders brengen dus z e l f e e n proces op g a n g , dat dan vervolgens weer e e n reden voor vrijlating z o u m o e t e n zijn. A l s o f h e t niet meer voor de h a n d ligt zowel d e vrijlating als verdere pleidooien ervoor achterwege te l a t e n ! ' K e r e n wij n o g even terug naar de overwegingen van ds. K r o o n . H i j schrijft: ' H e t treft ons extra pijnlijk dat, naar achteraf blijkt, de druk van duitse kerkelijke zijde aan dit initiat i e f van de R a a d niet vreemd is geweest. D e onlangs gepubliceerde b r i e f van Pfarrer W i l m aan Minister van A g t a c h t e n wij ronduit ontstell e n d , m e t n a m e wanneer deze spreekt over h e t ' i n N e d e r l a n d uitgevonden zg. K Z - s y n d r o o m . ' W i j h e b b e n uit protestantse kring van m e e r zijden details en u i t i n g e n van verontwaardiging over deze druk gekregen. Hier ligt trouwens n o g e e n andere verbinding, n l . m e t h e t W e s t duitse justitiebeleid, waarover in d i t blad ook wordt geschreven. D r . H e r m a n Milikowski wijst in h e t bulletin van de Vriendenkring Sachsenhausen o p de n a z i - a r g u m e n t e n die in de nazi-processen door de (meest o o k nazi-)advocaten worden g e h a n t e e r d . Volgens de Volkskrant van 3 — 1 2 — ' 7 5 blijkt hier ' e e n mentaliteit, die leidt t o t de g e d a c h t e : wie h e e f t overleefd is ongeloofwaardig.'
Wilm's hysterie M e n weet h e t : in de brief van W i l m heet de actie tegen vrijlating 'hysterie', er is sprake van Tynchjustitie', er zijn zoveel j o d e n o m g e k o m e n , o m d a t d e Nederlanders h e b b e n m e e g e h o l p e n , o.a. o m zich te verrijken e n hier t e lande zou de theorie van h e t K Z syndroom zijn uitgevonden. O m m e t dit laatste t e b e g i n n e n : n i e m a n d weet beter d a n wij hoeveel
m o e i t e e n vasthoudendheid h e t h e e f t gekost o m de doorwerking van h e t leed van k a m p e n vervolging, d i e elders, vooral in Scandinavië, h e t eerst is vastgesteld, in de praktijk erkend en enigszins gelenigd t e zien. D r . Milikowski n o e m t dit h e l e g e d o e ' e e n t r u c . . . die d e nazi-gezellen tegenover d e Nederlandse r e c h t b a n k , het Nederlandse ministerie van justitie, h e t Nederlandse volk trachten uit t e halen. Z e schrijven ons allen, de slachtoffers dus, ' o n m e n s e l i j k ' gedrag toe vanwege die levenslange gevangenisstraf voor zoveel misdaden t e g e n de m e n s e l i j k h e i d . Suggereren dat ' o n m e n s e l i j k gedrag door de slachtoffers tegenover die b e u l e n zou worden toegepast m a a k t ook e e n ander aspect duidelijk. D e drie van B r e d a zouden, als ze zich o o k maar eniszins bewust g e t o o n d h a d d e n van h u n misdadig verleden, als ze gevoel hadden opgebracht voor h e t leed van de vele slachtoffers, als ze inzicht haaden verworven dat h u n straf heel terecht is, zelfs al te menselijk, d a n zouden ze zich muisstil h e b b e n g e h o u d e n . D i t is allerminst h e t geval. I n t e g e n d e e l . Z e gedragen zich schaamteloos. H u n misbaar toont duidelijk aan dat — als ze vrijgelaten zouden zijn — er drie zware oorlogsmisdadigers teruggekeerd zouden zijn in de schoot van h u n nazi-kring m e t alle gevolgen van dien!' T o t zover H e r m a n Milikowski.
Geen nieuwe gaskamers! B i j die gevolgen willen wij n o g even a a n k n o p e n . J u i s t de h o u d i n g van de eigen pleitbezorgers van h e t drietal onderstreept welke geestesgesteldheid en welke politieke v o e d i n g s b o d e m in h u n H e i m a t bestaat. D i e voedingsb o d e m wordt t o t e e n waar k w e e k b e d g e m a a k t , o o k door h e t periodieke g e f e m e l van onverschillige o f ergere, a-humanitaire zendelingen. D e ondergrond van de telkens oplaaie n d e spanningen bij d e overlevende slachtoffers is niet alleen h u n eigen lijden, maar ook h e t uitzicht o p nieuwe slachtoffers, hernieuwd e n onafzienbaar lijden door herlevende en herleefde fascistenbenden, SS-ers nieuwe stijl, zogezegd. Helaas is d a t
Vervolg op pagina
6 5
Mr. J . C. de Meyere Brief aan de Raad van Kerken i n Nederland Daar ik mij als lid van de bij de Raad van Kerken aangesloten Evangelisch Lutherse Kerk enigermate betrokken voel bij uw actie inzake de drie van Breda en de reacties daarop, zij het mij vergund U te schrijven. In het arpilnummer van het maandblad 'Protestants Nederland' werd mijn artikel 'De drie van Breda en de Raad van Kerken' gepubliceerd. Hernieuwd contact met Joden, wier doodsangsten ik in juli 1942 van nabij heb meebeleefd, bracht mij ertoe, dit op schrift te stellen. Aanvankelijk meende ik, dat uw brief hoofdzakelijk betrekking had op de bekende strijdvraag of oorlogsmisdadigers vergelijkbaar zijn met Nederlanders, die krachtens het gewone Nederlandse strafrecht tot levenslang veroordeeld zijn. M.i. is dat niet het geval. Zij zijn geen Nederlanders, maar Duitsers, die via oorlogsgeweld hier zijn binnengedrongen om misdadig werk te doen. Zij zijn niet volgens het gewone recht gevonnisd, maar krachtens een buitengewone rechtspleging. Zij zijn niet tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, maar tot de doodstraf. Tot levenslange gevangenisstraf zijn zij gegratieerd. Als zij dat nog wreder vonden, hadden zij om executie kunnen vragen, zoals Jeanne d'Arc. Overigens was het m.i. een fout dat zij gelegenheid kregen gratie te vragen. Het recht van het staatshoofd om gratie te verlenen past in ons normale staatsbestel, om de rechtspleging te verzachten, als die in bepaalde omstandigheden te hard zou zijn. Voor gevallen van bijzondere rechtspleging is dit recht, althans bij zijn instelling, niet bedoeld. De betreffende leden van de Raad zijn vervuld van mededogen met het drietal en zijn bereid de slachtoffers pijn te doen, als maar de misdadigers vrijkomen. Te onpas worden de drie vergeleken met politieke gevangenen; dezen strijden voor een in hun ogen rechtvaardiger rechtsorde tegen hun
eigen regering, die zulk een verandering niet wil. De oorlogsmisdadigers daarentegen hebben krachtens de macht, die zij aan een satanisch regime ontleende, hun sadisme botgevierd op burgers van een wederrechtelijk bezet land. Ten einde zich geloofwaardig te maken willen Raadsleden nu de 'wegzending' verwezenlijken, en wel op een wijze, die niet tot geloofwaardigheid bijdraagt. Zij willen de Minister van Justitie, die in 1972 het fatsoen gehad heeft de Tweede Kamer in deze kwestie te raadplegen, hoewel hij staatsrechtelijk daartoe niet verplicht was, ertoe bewegen zich niet te houden aan de door het toenmalige Kabinet bij communiqué van 4 maart 1972 omschreven procedure van beraad en consultatie, die gevolgd zou worden in geval van verdere (en dan individuele) gratiëring. Hij zou de drie in het diepst geheim op drie verschillende plaatsen over de grens moeten laten zetten en dan de Tweede Kamer overrompelen met de mededeling daarvan. Volgens het verslag van het interview althans zou de Secretaris gezegd hebben: 'Dat is toch een mooi beeld — dat de minister in de Kamer komt en zegt: ik ben ze verloren.' Het geweten van vele anderen zal echter zeggen, dat de Raad de minister dan tot een zo ernstige woordbreuk zou hebben gebracht, dat zijn aftreden onvermijdelijk zou volgen. Gelukkig heeft de minister op 6 april 1976 in de Eerste Kamer gezegd, dat hij zich gebonden acht aan het communiqué van 4 maart 1972. Daarmee is het doel van de brief, de minister tot heimelijke woordbreuk te verleiden, mislukt. Daarmee ontvalt ook de zin aan de geheimzinnigheid, waarmee de Raad te werk ging, als gold het de voorbereiding van een inquisitievonnis. Ten slotte moge ik enige aantekeningen maken bij de brief van dr. Wilm d.d. 24 oktober 1975 aan minister Van Agt, aangenomen dat de tekst van die brief goed is overgenomen in 'Vrij Nederland' van 8 mei 1976. Het ligt niet op de weg van een Duitser, aanmerking te maken op een uitspraak van de Tweede Kamer en op een kabinetsbesluit, dat de Nederlandse regering sedert 1972 als richtsnoer voor haar beleid heeft beschouwd. Afgezien daarvan bevat de brief aperte onjuistheden. De slachtoffers zijn niet bang dat de drie hun na vrijlating nog gruwelijkheden zullen aandoen. Wel vrezen zij
nazi-propaganda. Maar bovenal voelen zij het als een gtote onrechtvaardigheid, dat men zoveel égards heeft voor de misdadigers, terwijl de slachtoffers door de overheid zo verwaarloosd zijn, vooral op financieel gebied. Voorts dient dr. Wilm te weten, dat zijn vriend uit de diplomatie hem onjuist heeft voorgelicht. Een Duitser kan onmogelijk weten, wat er tijdens de bezetting gedaan is ten behoeve van Joden en andere onderduikers. Duizenden hebben hun leven gewaagd om hen te herbergen of op andere wijze te helpen. Dat had alleen kans van slagen als het in het diepste geheim gebeurde. Wanneer men er een Duitser van in kennis had gesteld, was de zaak natuurlijk tot mislukking gedoemd. Het lag niet in de aard van het Nederlandse volk, zich na de oorlog op illegale hulpverlening te beroemen. Daardoor misschien kon de — zoals nu blijkt uit Duitsland geïmporteerde — mythe ontstaan.dat het Nederlandse volk, op een handjevol verzetshelden na, tijdens de bezetting maar al te lijdzaam was geweest. Die tendens was te bespeuren bij de herdenking van bezetting en bevrijding in 1975. Waarschijnlijker dan de beschuldiging van de diplomaat lijkt mij, dat Duitse kerkleiders, vooral uit de R.K.-Kerk, berouw hebben, dat zij aanvankelijk Hitier gesteund hebben en daardoor velen in het ongeluk hebben gestort. Dat zou verklaren waarom de R.K. en de Evangelische Kerk in Beieren haar gemeenschappelijk militaire tehuis te Sonthofen beschikbaar hebben gesteld voor een eind april j.1. gehouden SS-ceremonie. Een uit Hongaarse gevangenschap teruggekeerde SS-er kreeg alsnog het nazistische Ridderkruis met hakenkruis opgespeld, dat Dönitz hem had toegekend wegens 'bijzondere dapperheid tegenover de vijand'. (Le Monde van 6 mei 1976). Samenvattend kom ik tot de volgende conclusies: 1. Ten aanzien van de houding van de Raad van Kerken tegenover de regering: De Raad verwerpt het sinds 1972 vastgestelde gratiëringsbeleid, dat het volgende verloop had: De Minister van Justitie schreef op 16 februari 1972 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer: 'De regering is van mening dat in deze unieke zaak de Kamer niet voor een voldongen feit mag worden gesteld.'