WWF
MAGAZINE TOGETHER POSSIBLE
DOSSIER REIS MEE NAAR DRIE BETOVERENDE TROPISCHE REGENWOUDEN
TERREIN EVENWICHT HERSTELLEN IN HET MAROKKAANSE ATLASCEDERWOUD FOCUS
WETENSCHAP WAAKT OVER AFRIKAANSE WILDE HOND Nr. 114 – voorjaar 2026 – halfjaarlijks
EDITO
Toen ik ons project in Dawna-Tenasserim bezocht, kwamen we totaal onverwacht een Aziatische olifant tegen in een bos dat nog volop in herstel was. Vlak bij de weg stond dat majestueuze dier. Bijna hadden we het niet gezien: zo goed ging de olifant op in zijn toen nog schrale, natuurlijke kader. Die magische ontmoeting bewijst voor mij hoe veerkrachtig de natuur is. Dawna-Tenasserim Landscape (DTL), op de grens tussen Myanmar en Thailand, is een cruciaal leefgebied voor iconische soorten zoals olifanten en tijgers. We zetten er dus alles op alles om gedegradeerde bossen op te waarderen en versnipperde habitats terug met elkaar te verbinden. Dat verloopt ook via kleinschalige ingrepen, zoals waterpunten en zoutbronnen herstellen. Terwijl je bij herbebossingsprojecten lang geduld moet oefenen voor je de resultaten ziet, leveren die eenvoudigere acties in DTL bijna meteen op. Niet alleen voor de olifant die we tegenkwamen: ook voor de vele dieren die pootafdrukken achterlieten of die we konden bewonderen op wildcamerabeelden. Dit magazine neemt je mee naar hoopvolle verhalen van herstel in de drie belangrijkste tropische regenwouden op onze planeet, van het Amazonewoud over het Congobekken tot in Zuidoost-Azië (p. 6-13). Ontdek hoe we, hand in hand met gemeenschappen die al duizenden jaren in harmonie met de natuur leven, waken over deze ecosystemen waarvan alle leven op aarde afhangt. Natuurlijk zijn er behalve tropische regenwouden nog andere belangrijke bosecosystemen die onze bescherming verdienen én nodig hebben. Het atlascederwoud in het noordoosten van Marokko bijvoorbeeld, waar onze partner Living Planet Morocco er alles aan doet om het fragiele natuurlijke evenwicht te herstellen (p. 14-17). Hoe belangrijk evenwicht is, toont ook het onderzoek van onze partner Zambian Carnivore Programme. Hun wetenschappers analyseerden hoeveel energie Afrikaanse wilde honden in Zambia verbruiken om te jagen, en hoeveel energie die jacht dan weer oplevert in de vorm van voedsel (p. 18-21). Van samenwerkingen met inheemse volkeren tot spitsvondig wetenschappelijk onderzoek: dat alles maak jij mogelijk door WWF-België te steunen. Zonder jou zouden we nergens staan. Vanuit de grond van ons hart: bedankt, en veel leesplezier.
Together possible! Veerle Hermans Programmabeheerder bij WWF-België
lokaal gedrukt met zorg voor het klimaat
2
INHOUDSTAFEL
Reis mee naar drie betoverende tropische regenwouden
6
Evenwicht herstellen in het Marokkaanse atlascederwoud
14
FOCUS
Wetenschap waakt over Afrikaanse wilde hond
© Nick Dale / Shutterstock
© Emma Maris / WWF-Belgium
TERREIN
© Emma Maris / WWF-Belgium
DOSSIER
18
Bedankt 4 Jouw adoptie in actie 24
Door een nieuwe wet moeten ngo’s de rijksregisternummers van hun donateurs en donatrices doorgeven aan de belastingadministratie zodat hun giften fiscaal aftrekbaar zijn. Scan de QR-code om je gegevens aan te vullen, of bel naar 02 340 09 20. Bedankt!
WWF Magazine is een publicatie van WWF-Vlaanderen vzw. Alle rechten zijn voorbehouden aan WWF. Het logo en de initialen WWF zijn handelsmerken van het World Wide Fund for Nature.
Overname van teksten met bronvermelding is toegestaan. • Werkten mee aan dit nummer: Alison Avanzini, Céline De Caluwé, Pauwel De Wachter, Veerle Hermans, Marie Lebeau, Hans Moyson, Constance Wong • Coördinatie Emma Maris • Redactie: Esther Favre-Félix, Emma Maris • Vertaling: Christelle Cosme, Emma Maris • Ontwerp: Alexander Kahrel • Druk: CO2-neutraal gedrukt door Zwart op Wit op recycled cyclus silk 90 gr • Omslagfoto: © Nick Dale / Shutterstock • V.U.: Déborah Van Thournout, E. Jacqmainlaan 90, 1000 Brussel.
3
BEDANKT! Bizon keert terug naar België Wist je dat er tot 1.200 jaar geleden nog Europese bizons leefden in ons land? Die grote grazers speelden een sleutelrol in het ecosysteem: ze verspreidden zaden via hun mest en vacht, en creëerden open plekken in het landschap. Zo gaven ze de biodiversiteit een boost en brachten ze meer structuur in het bos. Intensieve jacht en habitatvernietiging dreven de bizon weg uit ons land, en zelfs uit heel Europa: in 1928 dolf de laatste wilde bizon het onderspit. De soort overleefde alleen dankzij dieren in gevangenschap, die later werden gekweekt en opnieuw werden uitgezet. Met succes. In 2023 zwierven er weer zo’n 8.225 wilde bizons door tien Europese landen. En in 2027 komt België ook op dat lijstje! WWF, INBO en ANB brengen de Europese bizon volgend jaar terug naar Nationaal Park Bosland, waar de grote grazer de ontbrekende schakel vormt voor gezonde natuur. Zo werken we niet alleen mee aan het behoud van deze bedreigde diersoort, maar geven we de wilde natuur ook de vrijheid om zich te ontwikkelen. Overwinningen zoals deze boeken we alleen dankzij de steun van mensen zoals jij. Bedankt!
©
W
cific -Pa WF
© Ola Jennersten / WWF-Sweden
Eerste zeeschildpad krijgt gps-tag in Pomio Herinner je je nog dat we vorig jaar een nieuw project opstartten in Pomio? In dit district van Papoea-Nieuw-Guinea beschermen we zeeschildpadden, hand in hand met de gemeenschappen die er leven. Dat doen we door neststranden te beschermen, nesten te bewaken, en zeeschildpadden uit te rusten met gps-tags. Die tags leveren cruciale info op over de migratiepatronen van zeeschildpadden. Midden december kregen we prachtig nieuws van het team in Pomio: de inwoners die er zeeschildpadden monitoren, tagden hun allereerste lederschildpad! Het dier had net eitjes gelegd op het strand van Malai en gaf zo het startschot voor het nestseizoen. Deze mijlpaal danken we aan jou, want met jouw steun konden de zeeschildpaddenmonitors uit Pomio onlangs op uitwisseling naar de kust van Huon. Daar leerden ze van ervaren collega’s hoe zeeschildpadden uit te rusten met gps-tags. Die kennis brachten ze nu in de praktijk. Bedankt!
4
© Suyash Keshari / WWF-Australia
WAAROM WWF-BELGIË OPNEMEN IN JE TESTAMENT?
Maak het verschil met jouw nalatenschap. WWF-België opnemen in je testament is een eenvoudig gebaar waarmee je bedreigde dieren en hun leefgebieden helpt behouden. Een gebaar waarmee je jouw liefde voor de natuur doet verderleven. Een gebaar dat voor iedereen binnen handbereik ligt – ook voor jou.
© Hans Moyson /
WW F
e -B
um lgi
Wil je meer weten? Bel naar 02 340 09 20, stuur een mailtje naar legacy@wwf.be of surf naar testament.wwf.be om je infobrochure aan te vragen. Dominique Weyers helpt je graag verder. Staat WWF-België al in je testament? Geef ons een seintje! Dan kunnen we je interessante informatie sturen en uitnodigen voor onze evenementen.
WWF-België neemt deel aan de campagne van Testament.be
DOSSIER
REIS MEE NAAR DRIE BETOVERENDE TROPISCHE REGENWOUDEN Tropische regenwouden zijn ongelooflijk complexe, oeroude ecosystemen. In hun huidige vorm bestaan bepaalde regenwouden al minstens 60 miljoen jaar. Hoewel ze maar 6% van de aardoppervlakte beslaan, behoren tropische regenwouden tot de meest diverse gebieden ter wereld: meer dan de helft van alle gekende soorten die op het land leven, komen er voor. Vier vijfde van alle tropische regenwouden op aarde vind je in het Congobekken, in het Amazonegebied, en in Borneo en de Mekongregio. Bij WWF hebben we projecten in die drie iconische bosgebieden: met jouw steun zetten we er alles op alles om deze buitengewone biomen te beschermen en te behouden. In dit dossier ontdek je hoe we dat doen.
6
© 4FR / iStock
7
CONGOBEKKEN: REUS OP LEMEN VOETEN Wat maakt het Congobekken zo bijzonder? Je vindt er niet alleen het op één na grootste tropische regenwoud ter wereld; de natuur is er ook nog grotendeels ongerept. Daardoor speelt het een sleutelrol in de koolstofbalans van onze planeet. De bosbedekking en veengebieden slaan het equivalent op van tien jaar wereldwijde CO2-uitstoot. Het hoeft dus niet te verbazen dat dit tropische regenwoud de bijnaam ‘de long van Afrika’ kreeg. Behalve chimpansees, gorilla’s en nijlpaarden herbergt het Congobekken okapi’s, bongo’s en penseelzwijnen – gestreepte en kleurrijke neven van giraffen, gazelles en everzwijnen. Er groeien meer dan 10.000 plantensoorten, en bijna een derde daarvan komt nergens anders op aarde voor. Tussen de dichte bossen kronkelen rivieren, omringd door royale rietvelden. In de open plekken in het woud, ook wel bekend als bais, troepen grote dieren samen. Naast waterrijke savannes en moerassen vind je hier de grootste tropische veengebieden ter wereld. Hier en daar is de bosbodem bedekt met Marantaceae, hoge kruidachtige planten waar Afrikaanse bosolifanten op verlekkerd zijn. Helaas kreunen ook deze wilde bossen onder verschillende bedreigingen. Zoals bevolkingsgroei – naar verwachting gaan er tegen 2050 dubbel zoveel mensen leven als nu –, maar ook omdat het gebied rijk is aan natuurlijke hulpbronnen (petroleum, diamanten, coltan ...) waar hebzuchtige blikken op gericht zijn. Daarnaast neemt de ontbossingsgraad razendsnel toe, en dat komt vooral door cacaoteelt. Aan het huidige ontbossingstempo zou 27% van de bossen er in 2050 niet meer staan. Tegelijkertijd roven stropers de bossen
8
beetje bij beetje leeg. Tot slot blijft armoede er een uitdaging van formaat. Dat ingewikkelde kluwen van bedreigingen kan je alleen aanpakken met inclusieve oplossingen; oplossingen die ook de socio-economische ontwikkeling van het Congobekken bevorderen, want dat is hier een absolute prioriteit. Daarom is het voor WWF cruciaal dat de beschermde gebieden van het Congobekken voordelen opleveren voor natuur én lokale gemeenschappen. Hoe we dat doen? Door ons werk te baseren op dialoog, zodat inwoners vrij kunnen beslissen over alles wat hun grond aangaat. Samen rond de tafel Eén van de eerste dingen die WWF deed in Ntokou-Pikounda National Park, in het noorden van de Republiek Congo, was een platform oprichten dat alle belanghebbenden samenbrengt. ‘Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk is dit soort overlegplatformen er vaak niet’, vertelt Veerle Hermans van WWF. Het platform verenigt besturen, bosconcessies, het maatschappelijk middenveld, traditionele autoriteiten en de verkozen vertegenwoordigers van gemeenschappen. ‘We leggen al onze plannen eerst aan hen voor’, verduidelijkt Veerle. ‘Zo kunnen gemeenschappen niet alleen hun zorgen uiten, maar ook meebeslissen over én bijdragen tot de uitvoering van onze projecten.’ Daarnaast leren we uit de gesprekken welke noden er leven bij de bevolking. Op die manier kon WWF al duurzame alternatieve inkomstenbronnen helpen ontwikkelen, gaven we de gezondheidszorg een boost, en verbeterden we de toegang tot drinkbaar water en onderwijs.
© Jaap van der Waarde / WWF
© WWF-Republic of Congo
Dat is prachtnieuws, maar mastodonten zoals olifanten brengen ook uitdagingen met zich mee. Zo maakten in 2022 een tiental olifanten plots hun opwachting op landbouwgronden in Ntokou, waar ze de maniokteelt vertrappelden en zich tegoed deden aan bananen, maïs en taro. De bewoners waren met verstomming geslagen: ze hadden nog nooit oog in oog gestaan met een olifant. ‘Onze prioriteit was dus zorgen dat ze wisten hoe te reageren wanneer ze olifanten tegenkomen’, legt Veerle uit. Olifanten keren terug Het overlegplatform bestaat uit verschillende comités. Eén daarvan staat in voor mens-olifantconflicten, een nieuwe uitdaging voor de dorpen rond het nationaal park. Tientallen jaren lang waren in hun gebied namelijk geen olifanten te bespeuren, want door intensieve stroperij hadden de dieren zich diep in de jungle teruggetrokken. ‘Toen WWF mee aan het roer van het park kwam te staan in 2019, daalde de stroperijgraad drastisch. Dat komt omdat er sindsdien véél meer rangers patrouilleren‘, vertelt Camille Mbete, adjunct-directeur van het park. ‘Olifanten zijn slimme dieren. Ze voelen dat het weer veiliger is, en keren dus langzaam maar zeker terug naar delen van het bos waaruit ze jaren geleden wegvluchtten’, bevestigt Veerle.
Daarna ging het comité samen met de gemeenschappen op zoek naar oplossingen. ‘Dat was niet eenvoudig. Dit is nieuw voor ons; onze voorouders hadden geen traditionele manieren om dit soort situaties aan te pakken’, weet Yvette Béatrice Pea, een van de leden van het comité. Samen besloten we bufferzones aan te leggen die landbouwgronden scheiden van het moerasbos. Daarnaast gaan inwoners en rangers ‘s nachts op patrouille, en gebruiken ze megafoons en toortslicht om olifanten terug naar het bos te drijven. En dat levert op: in Ntokou ondervinden boeren al merkbaar minder schade!
9
SAMEN DE UNIEKE BOSSEN VAN DE ECUADORAANSE AMAZONE BESCHERMEN © WWF-Ecuador
Wie aan tropische regenwouden denkt, denkt aan de Amazone. Dat is niet enkel het grootste, meest complexe tropische regenwoud op onze planeet, maar ook het meest iconische. Dichte begroeiing strekt zich uit zover het oog reikt; daardoorheen meanderen de Amazonerivier en haar honderden zijtakken, die hun matbeige tot zwartbruine kleur danken aan het modderkleurige slib dat ze meevoeren. ‘Wanneer je het Amazonewoud betreedt, dompel je jezelf onder in een verrassende, nieuwe wereld’, vertelt een enthousiaste Tarsicio Granizo, directeur van WWF in Ecuador. ‘Het krioelt er van de insecten, je bent omringd door honderden vogels. ‘s Nachts breekt er een oorverdovend concert van natuurgeluiden los. Jaguars, tapirs en luiaards zitten diep verscholen in de bossen.’
© WWF-Ecuador
Tijdens de warmste maanden neemt de begroeiing warmte op en geeft ze waterdamp vrij. Zo ontstaan er weidse ‘vliegende rivieren’ die de neerslag en het klimaat beïnvloeden tot buiten de grenzen van de Amazone. ‘Het regent bijna elke dag. Daardoor lopen bossen soms onder: dan kan je met de boot tussen boomkruinen slalommen’, zegt Tarsicio. Wie geluk heeft, ontwaart in het troebele water een orinocodolfijn of reuzenotter, dieren die hun leefgebieden delen met de grootste variatie aan zoetwatervissen ter wereld.
10
© Dr. Morley Read
Inheemse kennis in de strijd tegen ontbossing In de Amazone leven ruim 350 inheemse volkeren al duizenden jaren in harmonie samen met de natuur. Ze hangen er rechtstreeks van af, en zijn dan ook vaak de beste bewakers van de bossen waarin ze leven. Dat is één van de redenen waarom WWF in de Ecuadoraanse Amazone nauw samenwerkt met lokale en inheemse gemeenschappen. ‘We hebben hun niks te leren’, glimlacht Tarsicio. ‘Maar kennis uitwisselen, dat biedt voordelen voor iedereen. Samen werken we bijvoorbeeld agro-ecologische systemen uit die tegelijk een duurzame bron van levensmiddelen opleveren voor de gemeenschappen én zorgen dat kritieke zones voor de biodiversiteit behouden blijven.’ En dat is nodig, want sinds 1970 verdween al bijna 20% van de oorspronkelijke bosbedekking van de Amazone. Oorzaak? Grootschalige ontbossing om te kunnen voldoen aan de wereldwijde vraag naar landbouwproducten. Dan gaat het vooral over runderteelt en soja voor veevoeder. Ecuador huisvest misschien maar 3 à 4% van de Amazone, maar het woud is hier bijzonder biodivers. Toch staat het zwaar onder druk. ‘Alleen al in Ecuador verliezen we 60.000 hectare bos per jaar. Dat is enorm voor een klein land zoals het onze’, betreurt Tarsicio. Ook in Ecuador moeten bossen plaats ruimen voor landbouw (vooral voor cacaoproductie) en veeteelt. ‘Veel van die ontbossing is zelfs wettelijk. De regels zijn te vaag. En wanneer regels te vaag zijn, neemt de dreiging toe.’ Bij ‘klassieke’ cacaoteelt komen veel pesticiden kijken en raakt de bodem snel uitgeput. Daardoor moeten telers steeds nieuwe gronden ontbossen. ‘Samen met inheemse gemeenschappen en andere lokale cacaoproducenten spannen we ons dus in om al gebruikte gronden weer vruchtbaar te maken. Zo vermijden we dat er meer bos verloren gaat. Onze partners telen hun cacao in de schaduw van het bladerdak van andere inheemse plantensoorten, en waken tegelijk over de natuurlijke diversiteit van het bos. Dat levert hoogwaardige, duurzame chocolade op. We helpen hen om die te verkopen als gecertificeerd
© Taita Films
ontbossingsvrij product, door toegang tot die markten te verschaffen’, verduidelijkt Tarsicio. Stemmen versterken Tarsicio vertelt over andere manieren waarop WWF inheemse volkeren kracht bijzet in Ecuador: ‘Bijvoorbeeld door te zorgen dat ze stroperij, illegale bosbouwactiviteiten of waterverontreiniging op hun grondgebied kunnen opsporen en melden.’ De gemeenschappen waken al eeuwenlang over hun uitgestrekte gebieden, maar hun waterlopen raken vervuild door illegale of onverantwoorde ontginning van goud en andere mineralen. ‘We voerden analyses uit op vissen uit hun rivieren. Daaruit bleek dat er zware metalen in het water zitten’, zucht Tarsicio. Vis vormt een belangrijke voedselbron voor de gemeenschappen. Zij krijgen die metalen dus ook binnen. ‘Wetenschappelijke resultaten zoals deze zijn cruciaal om de situatie aan de kaak te kunnen stellen, bijvoorbeeld via de media. We willen de stemmen van de gemeenschappen versterken, zodat zij overheden op hun verantwoordelijkheden kunnen wijzen.’ Tot slot slaat WWF de handen in elkaar met andere belanghebbenden om te zorgen dat regelgeving beter waakt over de natuur. ‘Op termijn streven we ernaar dat alle rivieren en waterrijke gebieden van de belangrijkste landschappen van het Ecuadoraanse deel van de Amazone beschermd zijn’, besluit Tarsicio. Daar kunnen orinocodolfijnen alleen maar blij mee zijn.
11
© Chit Ko / WWF Myanmar
VERSNIPPERDE LEEFGEBIEDEN VERBINDEN IN THAILAND In het begin van de jaren 70 bedekten bossen nog drie vierde van Zuidoost-Azië. Op dertig jaar tijd verdween bijna een derde van die begroeiing. Hoe dat kwam? Door supersnelle verstedelijking en bevolkingsgroei – intussen leven hier wel 680 miljoen mensen. Daarnaast namen palmolie-, houtpulp- en rubberindustrieën meer en meer plaats in. ‘In 1945 bedekten bossen nog 61% van Thailand; in 1975 was dat nog maar 34%’, vertelt Constance Wong, die het Thaise project van WWF-België beheert. ‘Elf jaar later was het land nog eens 28% van zijn overblijvende bossen verloren. En dat had drastische gevolgen voor de iconische diersoorten die er leven. Tijgers, bijvoorbeeld. Zij zagen hun goed verbonden leefgebieden uit elkaar vallen in versnipperde eilandjes bos.‘ Voor WWF is het dus topprioriteit om de wilde bossen die overblijven, te beschermen en opnieuw met elkaar te verbinden. Dat brengt ons naar de golvende bergruggen van Dawna-Tenasserim, op de grens tussen Thailand en Myanmar. Dawna-Tenasserim is een van de grootste aaneengesloten bosgebieden van Azië, en dus een van de laatste toevluchtsoorden voor tijgers. In de dichtbeboste delen van het woud verliezen bomen soms
12
hun bladeren in het droge seizoen; op door millennia heen geërodeerde kalkgrond vormen bossen dan weer ideale microleefgebieden voor unieke diersoorten en een waaier aan plantensoorten. Dawna-Tenasserim huisvest meer dan 560 vogelsoorten en wel 160 verschillende zoogdieren, van Aziatische olifanten over pangolins tot Maleise tapirs. Gezocht: tijgersnelwegen ‘We schatten dat hier minstens 152 à 196 tijgers leven’, vertelt Suphisit Jitvijak. Hij werkt voor WWF in Thailand en beheert hun project rond connectiviteit en natuurlijke leefgebieden. ‘Dat is een mooie populatie. Maar als die tijgers zich niet veilig kunnen verplaatsen van leefgebied naar leefgebied, raken ze van elkaar geïsoleerd.’ Gevolg: jonge tijgers kunnen geen nieuwe territoria innemen, en riskeren vaker mensen tegen te komen. En dat kan tot conflicten leiden ... ‘Connectiviteit staat dus helemaal bovenaan onze agenda. Tijgers moeten soortgenoten kunnen ontmoeten om hun genetische diversiteit te bewaren, en daarvoor is goed verbonden natuur onmisbaar. Aaneengesloten bossen slaan ook meer koolstof op dan versnipperde bossen, en tijdens het regenseizoen werken gezonde bossen als sponsen: het water dat ze
opslaan, geven ze vrij doorheen het jaar. Zo helpen ze droogtes voorkomen. Beboste bergen vormen bovendien natuurlijke bescherming tegen aardverschuivingen’, gaat Suphisit verder. Daarom stelt WWF alles in het werk om de resterende bossen te behouden en te zorgen dat dieren zich vrij kunnen verplaatsen doorheen het landschap. Hoe we dat doen? ‘Door nieuwe gebieden te beschermen, gedegradeerde landschappen te herstellen ...’, weet Suphisit. Door te puzzelen, dus. Om te zorgen dat nieuwe infrastructuur zo weinig mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de natuur, pleit WWF bovendien voor ecoducten. Daarnaast patrouilleren onze rangers om illegale activiteiten een halt toe te roepen, want stropers loeren altijd om de hoek. ‘Ook interessant: WWF herintroduceert hier sambars. Die herten zijn belangrijke prooidieren voor tijgers’, zegt Suphisit. Reden tot hoop Intussen zien we de eerste resultaten van al die inspanningen. ‘We merkten dat verschillende tijgerinnen zich hadden gevestigd in Khlong Lan National Park. Maar ze hadden geen kleintjes, waarschijnlijk omdat ze niet genoeg voedsel vonden’, vertelt Constance. Dat veranderde toen WWF en partners sambarherten begonnen uit te zetten. Tijgerin F19 was de eerste die er welpen grootbracht. Dat gebeurde eind 2023. Eén van haar kleintjes kreeg de naam Gamma, want in zijn unieke strepenpatroon kan je die Griekse letter herkennen.
Links: Gamma en zijn mama in Khlong Lan (2024) Rechts: Gamma in Lan Sang (2025)
Op foto’s zagen we hem met zijn mama in de hoge graslanden die WWF er hielp herstellen. Maar sinds januari 2025 was Gamma nergens meer te bespeuren. We vreesden het ergste, want een nieuw, volwassen mannetje had zich gevestigd in het territorium van Gamma’s mama. En in zo’n geval durven tijgers weleens welpen doden die niet van hen zijn ... Negen maanden lang was Gamma spoorloos. Tot een wildcamera 70 km ten noorden van zijn geboorteplek plots beelden opleverde van een jonge tijger met een wel erg herkenbaar strepenpatroon. ‘Dat Gamma kon opgroeien tot volwassen tijger én zijn eigen stekje vond in een ander nationaal park, toont dat onze ingrepen om bossen met elkaar te verbinden, werken’, besluit Constance enthousiast. En nu maar hopen dat andere dappere tijgers zijn voorbeeld volgen!
13
TERREIN
Evenwicht herstellen in het Marokkaanse atlascederwoud In het noordoosten van Marokko ligt het atlascederbiosfeerreservaat, de thuishaven van driekwart van alle atlasceders op onze planeet. Deze statige naaldbomen verankeren de rotsachtige bodem waarop ze groeien en beschermen hem zo tegen erosie. Maar die cruciale functie is in gevaar.
14
Rangers gebruiken een mobiele app om de biodiversiteit te monitoren.
Trage groeiers onder druk
Atlasceders doen er honderd jaar over voor ze voor het eerst vruchten dragen. Pas dan kunnen ze zich voortplanten. Maar die honderd jaar halen is allesbehalve vanzelfsprekend. Schapen, geiten en wilde planteneters zijn verlekkerd op jonge atlasceders, die nog niet sterk genoeg zijn om dat geknabbel te overleven. En de graasdruk neemt alleen maar toe, weet Oussama Abaouss (links op de openingsfoto). Hij leidt het biodiversiteitsprogramma van Living Planet Morocco, een partner van WWF-België, en vertelt: ‘Vroeger wisselden veehouders af tussen bos en vallei. Onder meer door de klimaatverandering grazen hun dieren nu bijna het hele jaar door in het bos. Dat zet jonge atlasceders zwaar onder druk.’ Wanneer atlasceders verdwijnen, verdwijnt ook de bescherming die ze bieden aan de bodem. De kleilaag ruimt plaats voor kale, rotsachtige ondergrond waarop niets groeit. De klimaatverandering versnelt dat proces: langdurige droogte verzwakt bomen en maakt het woud gevoeliger voor brand. De druk wordt te groot.
Evenwicht
In een gezond bos vervult elke soort zijn rol. Planteneters verspreiden zaden van de vruchten die ze eten en helpen het bos zo verjongen. Roofdieren houden planteneterpopulaties dan weer in balans. Maar bij gebrek aan roofdieren lopen grazeraantallen op, krijgen jonge atlasceders geen kans en vertraagt de natuurlijke bosverjonging. In het atlascederwoud grazen natuurlijk niet alleen veedieren, Foto’s p. 14-15: Emma Maris / WWF-Belgium
maar ook wilde planteneters. Tegelijk is er een schrijnend gebrek aan roofdieren. Dat ecologische onevenwicht verhelpen begint bij kennis: weten welke soorten er nog zijn, hoe sterk hun populaties zijn en welke druk ze ervaren. En kennisleemtes vullen is precies wat Oussama en zijn team doen in Ifrane National Park, één van de drie nationale parken in het atlascederbiosfeerreservaat. ‘Je kan niet beschermen wat je niet kent’, verduidelijkt Oussama. ‘Daarom trekken onze rangers er elke dag weer op uit om gegevens te verzamelen, via rechtstreekse observaties of met wildcamera’s.’
Iconische soorten van het atlascederwoud
Elk rangerteam van Living Planet Morocco heeft zijn eigen specialiteit. Jamal en Ismail waken over edmigazelles (Gazella cuvieri), Abdeslam monitort manenschapen (Ammotragus lervia) en Abdellah, Saleh en Alla wijden zich aan berberapen (Macaca sylvanus). Zowel edmigazelles als manenschapen waren uitgestorven in Ifrane National Park, maar daar bracht het Marokkaanse Agence Nationale des Eaux et Forêts (ANEF) enkele jaren geleden verandering in: ze herintroduceerden de soorten, en vertrouwden de opvolging
daarvan toe aan de rangers van Living Planet Morocco. Zij zoeken de dieren op om te kijken hoe het met ze gaat, met hoeveel ze zijn, of er kleintjes bijkwamen … Al die gegevens voeren ze in in een app, CyberTracker. ‘Zo krijgen we zicht op de trends op de lange termijn’, zegt Oussama. Berberapen verdwenen nooit uit Ifrane, maar hun verspreidingsgebied slonk aanzienlijk. Ooit kwamen deze matriarchale dieren voor van Marokko tot Libië en Egypte; nu is hun lot verbonden met dat van het atlascederwoud, hun belangrijkste leefgebied. Ze vinden er voedsel, brengen er hun jongen groot en slapen in de bomen. Tegelijk helpen ze het bos verjongen door zaden van steeneiken – een boomsoort die goed samengaat met atlasceders – te verspreiden.
15
Deze dieren maakten hun opwachting op de wildcamera’s van Living Planet Morocco
Omdat de soort én haar leefgebied bedreigd zijn, brengen Abdellah, Saleh en Alla wekelijks vele uren door in het gezelschap van berberapen. Ook zij verzamelen gegevens, maar bewustmaking is misschien wel hun belangrijkste taak, vertelt Abdellah: ‘Hier leven drie types berberapen. Echt wilde apen zal je zelden zien: ze horen je van ver komen en verstoppen zich hoog in de bomen. Dan zijn er semiwilde apen, die altijd een veilige afstand van mensen bewaren. Tot slot hebben we toeristische apen. In tegenstelling tot semiwilde apen zijn ze verleerd hoe ze zelf voedsel moeten vinden. Mensen lokken hen en geven ze brood, apennootjes en zelfs snoep – natuurlijk hoort dat niet thuis in hun dieet.’ Dat onnatuurlijke voedsel heeft kwalijke gezondheidsgevolgen voor de dieren, en zou zelfs tot voortplantingsproblemen leiden. ‘Toeristen uitleggen waarom ze apen niet mogen voederen, behoort dus ook tot ons takenpakket’, zegt Alla. ‘Bewustmaking is de eerste stap naar bescherming.’
Wildcamera’s onthullen de geheimen van de nacht
Edmigazelles, manenschapen en berberapen kunnen de rangers met hun eigen ogen zien, maar als je schuchtere nachtdieren – zoals de meeste roofdieren – wilt zien, heb je wildcamera’s nodig. Weten welke roofdieren hier leven, is cruciaal om het evenwicht van het ecosysteem te kunnen herstellen. Om dat in kaart te brengen, plaatste Living Planet Morocco een netwerk van twintig wildcamera’s in het park. ‘Waar die camera’s precies moesten komen, bepaalden we op basis van wetenschappelijk onderzoek’, vertelt Oussama. ‘Hier proberen we specifiek twee soorten op de gevoelige plaat vast te leggen: caracals en servals. Ooggetuigen beweren dat ze hier nog leven, maar dat hebben we nog niet kunnen bewijzen.’ De rangers laten niks aan het toeval over. ‘We kregen urine van caracals
16
en servals uit de zoo. Die druppelen we op een steen die vóór de camera ligt, in een poging de katachtigen te lokken’, legt Saleh uit. ‘Tot nu toe hebben we ze nog niet gespot, maar we geven het niet op.’
Herintroducties, dan maar?
Dankzij herintroducties leven er weer edmigazelles en manenschapen in Ifrane National Park, maar roofdieren heeft ANEF nog niet teruggebracht. En dat terwijl roofdieren een belangrijk puzzelstuk vormen in het herstel van het ecologische evenwicht. ‘Caracals en servals zouden een goede keuze zijn: ze horen thuis in dit ecosysteem, en als middelgrote katachtigen zouden ze – in tegenstelling tot grotere roofdieren zoals luipaarden – makkelijk aanvaard worden door de inwoners van het nationaal park’, vertelt Oussama. Waarom zijn ze er dan nog niet? ‘Eerst willen we zeker weten of er hier nog caracals of servals leven of niet’, legt Oussama uit. ‘Want als ANEF er herintroduceert, zouden die uit Sub-Sahara-Afrika komen. Die habitat verschilt enorm van de Midden-Atlas: de soorten evolueerden er dus anders. Als blijkt dat hier nog Noord-Afrikaanse caracals of servals zijn, moeten we zorgen dat ze hun eigenheid bewaren en dus vermijden dat ze zich kruisen met geherintroduceerde dieren. Geen resultaat is dus ook een resultaat. Als we géén caracals of servals op onze wildcamera’s zien, kan ANEF studies naar herintroducties beginnen uitvoeren. Zien we er toch, dan is dat fantastisch nieuws – en is er meer onderzoek nodig.’ Samen met WWF-België houdt Living Planet Morocco de vinger aan de pols van het atlascederwoud. Hun rangers verzamelen elke dag nieuwe gegevens, en die kennis vormt de basis voor herintroducties en herstelprojecten. Zo bouwen we aan een atlascederwoud in evenwicht. Dat kunnen we alleen maar met de steun van mensen zoals jij. Bedankt!
Caracal Wetenschappelijke naam: Caracal caracal Komt vooral voor in: grote delen van Afrika en het Midden-Oosten, tot in Azië Kenmerken: middelgrote, gespierde katachtige met grote, gepluimde oren Vacht: korte, dikke roodbruine vacht
Ha rve y/
WW
F
Grootte: 40 à 45 cm hoog, gemiddeld 16 tot 18 kg zwaar
ar M
tin
Dieet: opportunistische vleeseter (eet wat op z’n pad komt)
©
Weetje: caracals kunnen wel drie meter hoog springen en tot twaalf vogels vangen in één sprong.
Serval Wetenschappelijke naam: Leptailurus serval Komt vooral voor in: Sub-Sahara-Afrika Kenmerken: middelgrote, slanke katachtige met grote oren en lange poten Vacht: goudgele vacht met uniek patroon van zwarte vlekken en strepen Grootte: gemiddeld 50 cm hoog, weegt 8 à 18 kg Dieet: vleeseter met een voorkeur voor kleine zoogdieren en vogels Weetje: servals hebben een uitstekend gehoor. Ze horen de minste ritseling in het gras en vangen zelfs ondergrondse graafgeluiden van knaagdieren op. ©
Ah med
Galal / Un
splash
17
FOCUS
WETENSCHAP WAAKT OVER AFRIKAANSE WILDE HOND Afrikaanse wilde honden (Lycaon pictus) zijn echte teamspelers. Ze jagen in groep, delen hun vangst, en zorgen samen voor de pups. Die samenwerking is levensbelangrijk voor de dieren – zeker in gebieden waar prooidieren schaars worden door stroperij.
In het Zambiaanse South Luangwa National Park maken de Afrikaanse wilde honden van de Manziroedel hun tweede impala van de avond soldaat. Ze eten gehaast en keren daarna snel terug naar hun hol, waar het alfavrouwtje wacht met haar tien pups. De teruggekeerde honden stillen de honger van moeder en kleintjes met verschillende kilo’s vers vlees, en houden ’s nachts de wacht. Honderden kilometers verderop, in het Greater Kafue-ecosysteem, ziet het leven er heel anders uit voor de Tushonto-roedel. Zij laten hun drie pups onbewaakt achter in het hol – wie oud genoeg is, moet mee komen jagen. Zes kilometer lang zoeken de wilde honden naar voedsel, maar ze vinden enkel een
18
kleine duiker (Cephalophinae, een kleine antilopesoort). Met halfvolle magen keren ze terug naar hun hol, uitgeput en met weinig om te delen. Waarom is er zo’n verschil tussen deze verhalen? Veranderend evenwicht Daan Smit, onderzoeker bij WWF-partner Zambian Carnivore Programme, vertelt: ‘We merken al jaren dat er véél minder prooidieren leven in Greater Kafue dan in South Luangwa. Dat komt omdat stroperij er tientallen jaren vrij spel kreeg, terwijl South Luangwa beter beschermd werd. Dat zette ons aan het denken: wat zijn de gevolgen voor Afrikaanse wilde honden?’
Drie miljoen jaar lang overleefden deze gevlekte honden door voedsel te zoeken en hun belangrijkste concurrenten – leeuwen en hyena’s – uit de weg te gaan. Afrikaanse wilde honden zijn namelijk maar half zo groot als een hyena, en amper een vijfde van de omvang van een volwassen leeuwin. Tot voor kort was het dus vooral de concurrentie met grote roofdieren die bepaalde hoe goed een hondenpopulatie het deed op een bepaalde plek. Maar de wereld verandert razendsnel. En in Afrika slinken de aantallen grote planteneters zienderogen, door stroperij voor bushmeat (vlees van wilde dieren dat vooral illegaal verhandeld wordt).
© Ondrej Prosicky / Shutterstock
‘Hoewel er minder leeuwen en hyena’s zijn in Kafue – en dus minder concurrentie voor wilde honden – ligt het overlevingscijfer van wilde honden daar lager, en zetten ze minder pups op de wereld dan in South Luangwa’, gaat Daan verder. De onderzoekers vermoeden dat dat komt omdat wilde honden in Kafue véél grotere afstanden moeten afleggen om aan voedsel te geraken, en het bovendien moeten stellen met kleinere maaltijden. ‘Met andere woorden: er gaat meer energie uit dan in’, verduidelijkt Daan. Die hypothese wilde ZCP hard maken. Hoogtechnologische halsbanden Daan en zijn collega’s rustten 16 wilde honden uit 13 roedels,
verdeeld over beide ecosystemen, uit met hoogtechnologische halsbanden. Daar zat niet enkel een gps-zender op, maar ook een extreem nauwkeurige versnellingsmeter. ‘Een piepklein dingetje, je ziet het bijna niet’, vertelt Daan enthousiast. ‘Dankzij die meter weten we niet alleen waar de honden waren op welk moment; we kunnen precies berekenen welke route ze aflegden van A naar B. De halsband levert driedimensionale data op. We kunnen dus zelfs zien of een hond naar boven kijkt, of zijn nek naar links of rechts draait.’
opnamen door te eten. Hoe ze dat precies weten uit locatiegegevens? ‘Halsbanddata staan nooit op zich’, legt Daan uit. ‘We deden ook enorm veel veldwerk. Via de halsband zochten we de honden op. Dan observeerden we ze. We noteerden de exacte tijden waarop ze jaagden, een prooi doodden, aten of rustten … Dat liet ons toe om daarna de metingen correct te interpreteren.’
Zo konden de onderzoekers tot in detail bepalen hoeveel energie de honden verbruikten tijdens de jacht – én hoeveel energie ze opnieuw
19
© Zambian Carnivore Programme
Hoe doe je een Afrikaanse wilde hond een halsband om?
© Zambian Carnivore Programme
Wilde honden zijn vaak het actiefst vroeg in de ochtend. Wanneer de temperatuur begint te stijgen, rusten ze. ‘Van die rustpauze maken we gebruik om de halsband aan te brengen’, vertelt Daan. ‘De dierenarts verdooft het dier vanop 30 meter afstand. Tien tot vijftien minuten later slaapt de hond diep. We parkeren onze auto tussen het verdoofde dier en de rustende roedel, zodat we de andere honden zo weinig mogelijk storen.’ Het team heeft dan een klein uur de tijd om de gezondheid van de wilde hond te evalueren, allerlei metingen te doen en de halsband aan te brengen. ‘Zijn we klaar, dan krijgt de hond een spuitje om weer wakker te worden. Na ongeveer tien minuten staat hij op, en rijden wij weg. De roedel ligt vaak maar 100 meter verderop; ze vinden elkaar dus meteen terug’, weet Daan. Hoe de honden reageren op de halsband? ‘Ze lijken er weinig van te merken; ze gaan gewoon verder met hun leven.’
Duiker of wildebeest? Door halsbandgegevens te combineren met observaties op het terrein, konden de wetenschappers zelfs afleiden welk soort prooi de wilde honden te pakken kregen. Dat bevestigt Daan: ‘zo achterhaalden we dat wilde honden een duiker maar zo’n 100 à 150 m hoeven te achtervolgen. Bij grotere prooien, zoals wildebeesten, moeten ze het één tot soms drie kilometer volhouden. Een duiker brengen ze om in enkele seconden; voor
20
grotere prooien hebben ze tot een kwartier nodig. Dat zie je perfect terug in de acceleratiegegevens.’ Verstoorde balans De Afrikaanse wilde honden droegen hun versnellingsmeters 31 dagen met zich mee. Daarna was het tijd voor analyse, en de resultaten lieten er geen twijfel over bestaan: in Greater Kafue liepen de wilde honden grotere afstanden en moesten ze het stellen met minder en kleinere prooien dan
in South Luangwa, waar nog meer (en grotere) prooidieren leven. Ze verbruikten dus meer energie dan ze binnenkregen. ‘We vermoedden al dat minder prooidieren samenhing met lagere overlevingskansen en minder pups’, zegt Daan. ‘Nu kunnen we ook in cijfers hardmaken hoezeer stroperij de balans verstoorde tussen wat Afrikaanse wilde honden moeten verbruiken aan energie om te jagen, te lopen, hun jongen groot
te brengen en meer, en wat ze binnenkrijgen door te eten.’ Prooidieren beschermen = roofdieren redden Wereldwijd leven er nog maar zo’n 6.600 Afrikaanse wilde honden. Niet verwonderlijk dat IUCN (International Union for Conservation of Nature) de soort dus als bedreigd classificeert. Met hun onderzoek hopen Daan en zijn team bij te dragen aan het voortbestaan van deze bijzondere roofdieren. ‘In veel ecosystemen verdwijnen steeds meer prooidieren. We moeten ze beter beschermen tegen stroperij en andere bedreigingen. Alleen dan kunnen
hun aantallen duurzaam herstellen,’ zegt Daan. ‘Daarmee help je automatisch ook de roofdieren die van hen afhankelijk zijn.’ Het onderzoek van onze partner Zambian Carnivore Programme toont aan hoe wetenschap het verschil maakt voor bedreigde soorten. Dankzij jouw steun weten we nu welke uitdagingen op Afrikaanse wilde honden wegen. Zo kunnen we gericht ingrijpen en hun toekomst veiligstellen.
Wist-je-datje: Afrikaanse wilde honden leven in roedels van 10 tot 15 individuen. Aan het hoofd van de roedel staan een dominant vrouwtje en mannetje. Zij paren en brengen de pups voort, maar de hele roedel helpt ze grootbrengen. Zijn de pups nog erg klein, dan gaat een deel van de roedel jagen en blijft de moeder bij de jongen. De roedel brengt eten voor hen mee terug; de moeder wordt dus enkele weken vrijgesteld van de jacht. Tenzij de nood te hoog is, zoals in Greater Kafue: dan moeten alle volwassen dieren meejagen.
© Paula French / Shutterstock
21
VRIJWILLIGER IN DE KIJKER
MAAK KENNIS MET
LIEN GYSELYNCK Hoe begon je traject bij WWF? ‘Ik ben biologe en ben sinds 2024 vrijwilliger bij WWF. In het begin schreef ik teksten voor de Rangerclubwebsite, vooral over wilde katachtigen en hun leefgebieden. Zo kon ik mijn kennis delen en kinderen enthousiast maken over de natuur.’
el gi um
Hoe groeide dat verder? ‘Daarna kreeg ik de kans om stage te lopen bij het Youth- en Educationteam. Daar verving ik tijdelijk de vrijwilligerscoördinatrice en werkte ik mee aan educatieve projecten. Zo organiseerde ik lesactiviteiten over ontbossing voor scholen. Tegelijk bleef ik actief als vrijwilliger: ik leidde verschillende activiteiten in goede banen, zoals onze strandschoonmaak en boomplantactie, en ons bezoek aan het opvangcentrum voor vogels en wilde dieren in Beernem.’ Welke ervaringen ga je nooit vergeten? ‘Ik mocht mee naar I Love Science Festival, waar ik kinderen via onze VR-tool hielp ontdekken welke impact cacaoproductie heeft op mens en natuur. Dat was een groot succes! Daarnaast gaf ik een mini-COP-workshop in de Belgische Senaat – dat had ik nooit durven dromen.’ Waarom is vrijwilligerswerk bij WWF de moeite waard? ‘Omdat je als WWF-vrijwilliger op jouw manier het verschil kan maken voor dier en natuur. Door zelf te leren, door kennis te delen, door de handen uit de mouwen te steken. Mijn verhaal toont dat iedereen die dat wil, een steentje kan bijdragen. En dat geeft zoveel voldoening.’ Bedankt voor je inzet, Lien!
Zin om zelf in actie te komen? Scan de QR-code!
22
© Hans Moyson / WWF-Belgium
©
B FWW
TEKEN ONZE PETITIE VOOR NATUURHERSTEL IN BELGIË Natuurherstel is nodig. Meer bossen, meer moerassen, meer vrijstromende rivieren. Zo keren vogels, vlinders en vissen terug en zijn wij beschermd tegen droogte en overstroming. Iedereen verdient een klimaatrobuuste omgeving met gezonde natuur. Daarom vragen we onze regeringen om een ambitieus en wetenschappelijk onderbouwd Natuurherstelplan.
Breng de natuur terug
wwf.be/natuurherstel © Vaclav Matous / Shutterstock
Wat is Earth Month?
JOUW ADOPTIE IN ACTIE!
Ben jij de trotse adoptieouder van een otter, bruine beer, gorilla of olifant? Hier lees je het laatste nieuws over jouw lievelingsdier!
CHILIPEPERS ZORGEN VOOR VREDE TUSSEN MENS EN OLIFANT
EEN OLIFANT EST.
1961
In het zuiden van Malawi ligt Liwonde National Park. De vruchtbare riviervlakten en dichte bossen herbergen een waaier aan wilde dieren, van leeuwen en cheeta’s tot nijlpaarden en olifanten. De olifantenpopulatie doet het er bijzonder goed – in 2022 waren ze met zoveel dat 263 van hen een nieuwe thuis kregen in Kasungu National Park, in het westen van het land.
©
A
c fr i
an
rks Pa
Afr ica n ©
Daarom zette African Parks, onze partner in Liwonde, een innovatief project op touw in 2020: Spicy Farmers. Het idee? Chilipepers kweken rond de parkgrenzen, want daar hebben olifanten een hekel aan. Hun slurf en ogen zijn gevoelig voor capsaïcine, de stof die pepers pikant maakt. Wanneer de matriarch – de vrouwtjesolifant die de kudde leidt – de chilipepers aan de parkgrens opmerkt en rechtsomkeert maakt, volgen de andere olifanten.
Par ks
Rond Liwonde National Park staat een omheining. Die houdt olifanten in het park en stropers uit het park. Maar wanneer olifanten met te veel zijn in een omheind gebied, gaan ze uiteindelijk uitbreken. En dan is schade aan de gewassen van boeren die rond het park leven, onvermijdelijk.
Zo blijven olifanten in het park, ondervinden boeren veel minder schade aan hun gewassen én verdienen ze wat extra wanneer ze de chilipeperoogst verkopen. Wat begon als een kleinschalig experiment, leverde na vijf jaar deze resultaten op: • Oorspronkelijk waren ze met 152, nu werken er 480 boeren mee aan het project. • In totaal produceerden ze al 27 ton chilipepers. • De verkoop daarvan bracht zo’n 36.000 euro op. Een win-win voor mens en dier, dus. Dat is precies waar jij aan bijdraagt met jouw maandelijkse steun voor de olifant. Bedankt!
24
©E ll i e
Bur gin /
SAMEN MAKEN WE VAN BELGIË EEN OTTERPARADIJS Tientallen jaren verdwenen ze uit ons land, nu keren ze voorzichtig terug. Otters! Sinds 2012 verschijnen deze schuchtere marterachtigen weer af en toe op onze wildcamerabeelden, maar in België blijven ze ernstig met uitsterven bedreigd. Ze zijn dan ook nog maar met zo’n twintig. Een mooi begin, maar net als jij willen we bij WWF graag méér otters zien. Daarom stellen we alles in het werk om van België een otterparadijs te maken. Hoe zou dat eruitzien? • Meer en beter verbonden natte natuur • Schonere rivieren en beken vol vis • Veilige oversteekplaatsen voor otters, zoals looprichels onder bruggen* Met jouw maandelijkse steun geef je de otter alle kansen om zich écht in België te vestigen. Dit konden we dankzij jou doen voor de otter in 2025, aan beide kanten van de taalgrens:
WALLONIË, SEMOISVALLEI
3 We legden drie nieuwe, natuurlijke vijvers aan in het Niels Broek in Antwerpen.
2 We legden twee looprichels aan onder bruggen, zodat otters de weg niet hoeven over te steken.
6,5 We herstelden 6,5 km aan rivieren
5 We haalden vijf obstakels weg uit zijrivieren van de Semois, zodat het water en alles wat daarin leeft (vissen – ottervoedsel, dus!) zich vrij kan bewegen.
10 We installeerden tien faunatrappen die
ard /W WF -Be lg iu
m
otters veilig uit waterlopen met steile, verharde oevers helpen (denk maar aan kanalen).
e Ren
EST.
VLAANDEREN, SCHELDEVALLEI
en kochten negen hectare grond op de Sint-Onolfspolder in Dendermonde, waar we waterrijke gebieden nieuw leven inblazen.
© Catherin
EEN OTTER 1961
18 We herstelden achttien paaigebieden (dat zijn plekken waar vissen zich voortplanten), en meer vis betekent meer voedsel voor otters.
*Otters zwemmen niet graag onder bruggen door: ze kruipen liever uit het water om de brug over te steken. Maar op bruggen rijden auto’s. Bruggen oversteken is dus een gevaarlijke onderneming voor otters. Looprichels bieden een veilig alternatief. Zoals je op de foto ziet, zijn looprichels planken die langs de rivier lopen, maar droog staan.
25
Pex el s
© László Gál
EEN BEER EST.
1961
BĂILE TUȘNAD,
Wat is een ‘bear-smart community’? In 2022 sloegen WWF-Roemenië, het gemeentebestuur van Băile Tușnad en een lokale ngo de handen in elkaar. Ze hadden een duidelijk doel voor ogen: zorgen dat mens en beer in harmonie kunnen samenleven. Met deze maatregelen maakten ze van hun stadje een ‘bereslimme’ gemeenschap:
Samenleven met grote roofdieren zoals beren, daar komen uitdagingen bij kijken. Maar die uitdagingen kunnen we overwinnen. Dat bewijst Băile Tușnad, een stadje dat midden in een ecologische corridor ligt die bruine beren en andere dieren gebruiken om zich te verplaatsen door de Roemeense Karpaten. Door die ligging kwamen mens en dier er regelmatig in conflict, maar nu niet meer. Băile Tușnad ontpopte zich op enkele jaren tijd tot ‘bereslimme gemeenschap’ – en daar heb jij aan bijgedragen. Bedankt!
• Inwoners en toeristen krijgen alle info die ze nodig hebben: er is een bezoekerscentrum én jaarlijks een festival en conferentie over samenleven met beren in Băile Tușnad.
‘BERESLIMME’ GEMEENSCHAP
Băile Tușnad en haar beren in cijfers:
12,4
Rond Băile Tușnad leven beren per 100 km². Dat is een van de hoogste berendichtheden in Roemenië.
41
In 2021 kwamen er nog meldingen binnen van schade door beren. Al drie jaar op rij is er geen enkele melding meer.
149
In 2021 kreeg het noodnummer oproepen over beren, in 2025 waren dat er nog maar .
7
26
• Fruitbomen op gemeentegrond ruimden plaats voor bomen die geen vruchten dragen, zodat beren er niet door gelokt zouden worden. • Beerbestendige afvalcontainers met elektrische omheiningen voorkomen dat beren er naar voedsel komen zoeken. • Beren die gewend zijn aan mensen en zich dus vaker in het stadje wagen, krijgen een gps-halsband. Dankzij die halsbanden krijgt het snelle-interventieteam een melding wanneer beren te dicht bij bewoond gebied komen, zodat het tijdig kan ingrijpen. • Het interventieteam patrouilleert ’s nachts door het stadje en volgt berenactiviteit op via wildcamera’s. Bovendien kunnen inwoners beren melden via de TusnadBearEcoWatch-app. Dit project redt letterlijk mensen- en berenlevens. Dat is de impact van jouw berenadoptie. Bedankt!
VERRASSEND NIEUWS RILLA OVER WESTELIJKE O G EEN LAAGLANDGORILLA IN DE REPUBLIEK CONGO EST.
1961
Als je eind 2023 ook al lid was van de WWF-familie, ontdekte je in WWF Magazine 106 al alles over Ntokou-Pikounda National Park, in het noordoosten van de Republiek Congo. Toen las je dat dat park één van de grootste populaties westelijke laaglandgorilla’s (Gorilla gorilla gorilla) huisvest. Om hoeveel gorilla’s het precies ging, wisten we toen nog niet. Maar dankzij jouw steun kwam daar dit jaar verandering in. Samen met bewoners van de omliggende dorpen kamden rangers de bossen uit, op zoek naar sporen van westelijke laaglandgorilla’s. Van uitwerpselen tot pootafdrukken: alles wat bewijst dat er gorilla’s leven, was interessant. En hun maandenlange inspanningen leverden boeiende resultaten op: • Het park zelf herbergt naar schatting 3.971 gorilla’s. • De FSC-bosconcessies rond het park huisvesten ongeveer 16.310 gorilla’s. • Alles samen leven er in en rond het park zo’n 20.281 gorilla’s.
Met jouw gorilla-adoptie steunde je niet alleen dit belangrijke onderzoek, je droeg ook bij aan: • 35 antistroperijpatrouilles, waarbij rangers 179 strikken weghaalden en vuurwapens en munitie in beslag namen, • 53 wildcamera’s waarmee rangers onderzoeken welke grote zoogdieren (en dus ook gorilla’s) er zijn, met hoeveel ze zijn en hoe ze zich gedragen, • samenwerkingen met lokale gemeenschappen: je hielp twee scholen renoveren en 233 bundels schoolmateriaal uitdelen, en zorgde dat we op overlegmomenten kennis konden delen over biodiversiteit.
Meer gorilla’s rond het park dan in het park, dus! Dat lijkt misschien verrassend, maar eigenlijk is het vooral hoopgevend. Het bewijst dat FSC-certificering werkt, want de bosconcessies waar zoveel westelijke laaglandgorilla’s leven, hebben al lang zo’n certificering op zak. In FSC-gebieden zoals hier gebruiken bosbouwbedrijven rotatiepatronen van wel tientallen jaren. Hun activiteiten verstoren de levens van wilde dieren dus zo weinig mogelijk, en de natuur krijgt de kans om te herstellen tussen de activiteitenperiodes door. In naam van de westelijke laaglandgorilla, bedankt! ©
/ on acs y Isa And
WWF Magazine 106 nog niet gelezen? Scan de QR-code en leer meer over Ntokou-Pikounda National Park en de westelijke laaglandgorilla’s die er leven.
27
S F-U WW
WWF-Vlaanderen vzw Emile Jacqmainlaan 90 1000 Brussel 02 340 09 20 wwf.be
PB-PP | B 714
BELGIE(N) - BELGIQUE
Retourzending? Let op, dit vak mag niet worden bedekt. Bedankt!
WWF-BELGIË BLAAST 60 KAARSJES UIT Jij maakt deel uit van ons verhaal. Bedankt!
1961
1961
1978
1986
2000
©
Vertel het ons! Wat is jouw mooiste herinnering aan WWF? Je favoriete WWF-verhaal? Heb je een boodschap of wens voor ons? Stuur een mail naar happybirthday@wwf.be!
© WWF-China