LEESPUNT LEERPUNT INFOPUNT
www.muntpunt.be
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................... 3 Welkom in het Schrijfgezelschap ............................................................................................. 5 Evi Beltran ............................................................................................................................................ 6 Erna Avonts ......................................................................................................................................... 8 Astrid de Jong .................................................................................................................................. 12 Fatiha Berrazi ................................................................................................................................... 16 Jana Desplenter ............................................................................................................................... 18 Jos de Best......................................................................................................................................... 24 Cleo Grabijn ...................................................................................................................................... 28 Fransje Wagemans ........................................................................................................................ 32 Arabella Rosée ..................................................................................................................................34 Angha ....................................................................................................................................................38 Bram Bosseyns ................................................................................................................................ 42 Caroline Spaas ..................................................................................................................................44 Pauline Michgelsen ........................................................................................................................48 Lin Claeys ........................................................................................................................................... 52 Edith Klapwijk ..................................................................................................................................56 Gilles De Meester ............................................................................................................................ 60 Veronique Bikkembergs ..............................................................................................................64 Styn Grieten .......................................................................................................................................68 Paula Dumont ..................................................................................................................................70
1
2
Voorwoord Enkele jaren geleden contacteerde auteur Frederik Willem Daem Muntpunt met een origineel idee: een open schrijfatelier waar beginnende schrijvers elkaar konden ontmoeten om te schrijven en elkaar uit te dagen via korte schrijfopdrachten. De formule sloeg aan en The Write Stuff groeide snel uit tot een bloeiende schrijfplek waar verhalen en personages zomaar ontstonden, en er ook veel gelachen en gedeeld werd.
In 2018 nam opvolger het Schrijfgezelschap het roer over. Deze bijeenkomst stoelde op hetzelfde concept, maar werd nu gedragen door de deelnemers zelf. Het Schrijfgezelschap floreerde dankzij een regelmatige instroom van nieuw bloed, en de inzet en betrokkenheid van een aantal vrijwilligers. Intussen bestaat het Schrijfgezelschap 5 jaar, en dat wordt vandaag, op 13 september 2023, gevierd in het bijzijn van vroegere, huidige en toekomstige schrijfgezellen. In deze bundel stellen we een bloemlezing uit 5 jaar Schrijfgezelschap voor. De schrijfgezellen zijn in hun schriftjes en losse papieren gedoken, op zoek naar schatten en pareltjes. Naar schrijfsels die goed genoeg werden geacht om te bundelen voor het nageslacht. Zoals altijd was de vorm vrij en konden de gezellen een kortverhaal, gedicht, dialoog of een los fragment van een langere tekst inzenden. Er waren enkele simpele spelregels: deelnemers konden onder vermelding van hun naam (of pseudoniem), de oorspronkelijke opdracht en datum (indien mogelijk) een tekst van hoogstens 800 woorden insturen, en in enkele zinnen beschrijven wat het Schrijfgezelschap voor hen betekent. 3
Muntpunt heeft de bundeling, lay-out en uitgave van deze bloemlezing verzorgd en het is met veel genoegen dat we deze bonte waaier van een twintigtal inzendingen vandaag aanbieden. Geniet van deze bundel, die het resultaat is van wekelijkse bijeenkomsten rond de kookpotten en pruttelende vuurtjes van de literatuur. Smakelijk!
Bruno Aertssen
4
Welkom in het Schrijfgezelschap Elke woensdag komen we van 6 tot 8 samen in Muntpunt om te schrijven. Iemand trekt een opdracht uit de zwarte doos en we krijgen twintig minuten de tijd om te schrijven, met pen en papier. Begin met het opschrijven van de opdracht en laat de ene zin na de andere volgen en ontdek waar je hand je naartoe zal voeren. De vorm is vrij: kortverhaal, gedicht, pamflet,… alles mag en kan. Je krijgt een seintje als er nog 5 minuten schrijftijd over is. En je weet wat te doen als je hoort ‘ga langzaam op zoek naar die laatste zin’, even later gevolgd door ‘en als je het laatste woord van die laatste zin hebt gevonden, dan komen we hier allemaal weer samen rond de tafel’. Wie zin heeft, leest voor. We geven steeds constructieve feedback, beschouwen alles als fictie en bewaren politieke discussies voor achteraf in
het café. We doorlopen elke avond twee schrijfrondes, met telkens een andere opdracht uit de doos. Heb je inspiratie, dan kan je zelf ook een opdracht in de doos stoppen. De deur van het Schrijfgezelschap staat altijd open; je komt wanneer het je past, elke week of af en toe, wanneer het uitkomt.
5
Bijdrage Evi Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Vooraleer ik in contact kwam met het Schrijfgezelschap, had ik enkel en alleen voor mezelf geschreven en ik vond het heerlijk om in contact te komen met gelijkgezinden. Het gaf me meer zelfvertrouwen wat het schrijven betreft en de positieve draai die altijd wordt benadrukt gaf me moed om af en toe te experimenteren. Een grote meerwaarde was ook de
diversiteit van de groep waardoor ik met veel mensen in contact kwam die ik anders nooit zou hebben leren kennen. En het is gewoon een ongelooflijk gezellige bende.
6
Oorspronkelijke opdracht:
Mag het ook wat vrolijker? De donkere nacht woog op haar schouders, de sterren deden haar denken aan onmeetbare afstanden en eenzaamheid. Koude, onherbergzame zwarte gaten die alle leven, alle licht opslokken tot er niets meer overblijft. Imploderende gasbollen die niets achterlaten behalve een alles dodende, onontkoombare gravitatie die zelfs de meest resistente materie reduceren tot het absolute niets. Het nulpunt. Het einde. Het einde zonder einde. Waar tijd oneindig doorgaat of verdwijnt in een fysisch mysterie van ongrijpbare en onbegrijpelijke natuurlijke fenomenen. Waar de gravitatiewet van Newton meewarig wordt weggewuifd. Waar de overweldigende leegte niet kan worden gevuld met nietige objecten die doelloos rondzwerven. .
Een fluitend geluid schrok haar op uit haar mijmering. Een luide knal volgde. Rode en groene twinkelende lichtjes werden gevolgd door een gordijn glitterende gouden regen. Fonteinen aan kleur versierden het zwarte firmament, dat beduidend minder onoverkoombaar leek. Ze zwom in gedachten door het melkwegstelsel en reisde naar de aanvang van haar volgende avontuur. Een nieuw jaar begon. Evi Beltran (ongedateerd) 7
Bijdrage Erna Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Het Schrijfgezelschap is voor mij elke keer weer een creatieve rollercoaster en verwondering over hoe met één eenvoudige opdracht al die vogeltjes gaan zingen zoals ze gebekt zijn.
8
Oorspronkelijke opdracht: Die dag vergat de paus haar pil
Afwezig “De Pauw!” “Aanwezig!” Het was een mechanisme, ze hoorde haar naam en zei: “Aanwezig!”. Ze stond bij de omheining van de volière; een kleine jongen wees opgewonden naar een pauw die zijn staart in volle glorie spreidde. De kleuren schitterden in de zon, traag draaide hij zodat ze zijn lelijke achterkant zag, de schone schijn was voor de hennen. Die scharrelden en pikten onverstoord verder. Ze was zelf geschrokken van haar “aanwezig!” en hoe het internaat in haar zat.
Ze haatte het. ADHD hadden ze tegen haar ouders gezegd en haar moeder stoof naar de apotheker en schreef haar in op het internaat. Blij, vermoedde ze dat ze nu officieel een excuus had om van haar af te komen. "Zo druk, dat kind! Onmogelijk als je als vrouw ook een uitdagende job hebt... " Haar pa zei niks. Haar pa zei nooit iets. Dus verdween ze naar het internaat, de blisters met rilatine keurig in haar toilettas en een briefje aan de directie dat hen opdroeg erop toe te zien dat Sophie haar medicatie nam. En dat deden ze.
9
Tot ze het een keer niet deden en ze haar kans zag om met een klein tasje onder de arm uit de grote poort te verdwijnen, de wereld in, de bomen, de vogels, het jubelende groen, en de dieren in het park. En de bok die met zijn hoofd heen en weer schudde, zich verwondend aan de draad. Ze nam haar tas en schudde haar pilletjes voor hem uit.
Erna Avonts (ongedateerd)
10
11
Bijdrage Astrid Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Ik wilde altijd al deelnemen aan het Schrijfgezelschap, maar dat lukte niet door mijn Italiaanse lessen. Tijdens Covid kreeg ik een uitnodiging en dacht dat het een goed idee was het online uit te proberen. Tijdens die moeilijke periode was het fijn een keer in de week met een toffe groep mensen bij elkaar te komen op Zoom en onze teksten samen te lezen. Er waren
prachtige teksten bij en er werd vaak gelachen. Voor mij was het eenvoudiger online, omdat ik zo een week de tijd had om mijn tekst te schrijven.
12
Oorspronkelijke opdracht:
Pretoogjes Pieter en Margo zijn al zeker 5 jaar collega’s wanneer ze verhuizen naar een nieuw gebouw. Ze komen schuin tegenover elkaar te zitten met een smalle gang en een pilaar ertussen in een groot landschapskantoor. Ondanks die ruimte tussen hen ontstaat er een steeds innigere verstandhouding tussen die twee. Pieter maakt graag grapjes over Margo en zij zit snel op de kast tot hilariteit van de andere collega’s. Aan de andere kant had hij haar geholpen met de zware dozen tijdens de verhuizing en hij had er per ongeluk zelfs te veel meegenomen in al zijn ijver. Toen het kerstfeest was en Margo laat aankwam en haar groepje collega’s in de menigte zocht, was het Pieter die haar zag en zijn hand opstak om te tonen waar ze waren. Bij een ander bedrijfsetentje, toen iedereen al aan
tafel zat en Margo er als laatste bij kwam, had hij een plaatsje vrij gehouden en is hij voor haar een glaasje witte wijn gaan halen. De laatste dag voor het kerstverlof vond ze een briefje van hem bij haar ruitenwisser met fijne feestdagen. Niets bijzonders, maar ze heeft het zeker een jaar in haar jaszak laten zitten. Ze legde hem een keer een probleem met haar computer voor. Hij stond direct klaar om haar te helpen en ging achter haar staan, zette zijn hand op de hare op de muis en toonde wat er moest gebeuren. Ze voelde zijn nabijheid en geur en werd er opgewonden van. Deed hij dat nu met opzet om zo dicht bij haar te gaan staan?
13
Ook groette Pieter ’s morgens altijd alle collega’s, mannen en vrouwen, met een kus op de wang. Op een dag vergistte hij zich bij Margo en gaf haar een kus op de hals. Ze keek snel om zich heen of iemand het opgemerkt had. Gelukkig niet, bovendien kreeg ze een rood hoofd en stormde snel naar het toilet. Wat was er met haar aan de hand? Het was toch maar een begroeting? Was het echt een vergissing of was het zijn bedoeling? Hij was 15 jaar jonger dan zij en had net een nieuwe vriendin, dus ze moest geen bijgedachten krijgen. Toch droomde ze soms ’s nachts over hem. In een van die dromen stond hij tegenover haar en legde zijn armen op haar schouders, de twee hoofden vlakbij elkaar, hij kuste haar niet, maar het was wel een heel innig en warm gebaar. De morgen na deze droom, kreeg ze het raampje niet open bij de slagboom van de parkeerplaats om zich te identificeren. Ze had de auto van haar man meegenomen en de knopjes zaten daarin op een andere plek.
Na veel zoeken kreeg ze eindelijk het raampje open. Gelukkig was er maar een auto achter haar en niemand had gemerkt dat ze zo zat te klungelen. Bij de koffiemachine begroette Pieter Margo met pretoogjes. Margo had het direct door. Is er iets, vroeg ze. Lukte het een beetje, meisje? Kreeg je het raampje opeens niet meer open? Hij had alweer alles gezien en geraden. Ze voelde zich hoogst opgelaten en dat zag hij waarschijnlijk ook. Ze nam een koffie en liep met rode kaken snel weg. Wat was dat toch tussen hen? Al
die kleine attenties en opmerkingen, zou het misschien echt iets te betekenen hebben?
Astrid de Jong (2021) 14
15
Bijdrage Fatiha Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: 13.09.2017 – Ik herinner me nog levendig hoe Frederiks fakkel van “The Write Stuff” op voorstel van Emilie, Paula en Véronique werd overgenomen door de opdracht-inspiratiedoos van “Het Schrijfgezelschap” onder begeleiding van Bruno van Muntpunt.
2017-2019 – De woensdagsessies in boeiend gezelschap in het achterkamertje met koffie, thee, water, pen en papier waren gezellig inspirerend en hebben me zelfs richting schrijfcursus gestuwd. Dankzij het luisteren naar elkaars creatieve schrijfsels en opbouwende feedback heb ik er niet enkel de eerste kruimel voor een mogelijke schrijfstijl gelegd, maar ook vooral geleerd: niet opgeven wanneer een writer’s block me dreigt te verlammen, mezelf geen onnodige druk opleggen maar wel kwetsbaar durven opstellen, zelfvertrouwen kweken, uit je comfortzone treden en inspiratie putten uit je persoonlijk verhaal, het “show, don’t tell”- en “less is more”-principe hanteren, minder adjectieven en metaforen en meer fantasie gebruiken (blijft moeilijk!), …
Merci, bedankt, chokran!
16
Oorspronkelijke opdracht: Ode aan je lievelingsstad
Rendez-vous met Parijs Paris, ma belle je weet me te lokken Hôtel littéraire Arthur Rimbaud le sourire Mona Lisa in het Louvre
het uitzicht op de Eiffeltoren de kunst van de Triomfboog de eethuisjes waar de wereld kookt laat me proeven van Montmarte en de Sacré-Cœur de Jardin du Luxembourg waar verzen openbloeien
zoals bloesems in de lente de Champs-Élysées waar geluiden smelten zoals marshmallows op de grill elke stap lonkt naar een date met jou encore et encore Paris, ma belle de schone onder de schonen
Fatiha Berrazi (21.03.2018) 17
Bijdrage Jana Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Dankzij het Schrijfgezelschap had ik elke woensdagavond een plek om te landen. Wat er eerder die dag, of eerder die week, ook was gebeurd: met open armen zou ik ontvangen worden. Na enkele woensdagavonden was een stad die ik helemaal niet kende, getransformeerd tot de warme thuis van een nog warmere groep mensen. Ik woon ondertussen al een hele tijd
niet meer in de buurt, maar ik weet: als ik op woensdagavond in Brussel geraak, staat er altijd een stoel voor me klaar.
18
Oorspronkelijke opdracht: Ga je nu eens zwijgen?
Wervelwindt 10:26 Hij wervelwindt het kantoor binnen, stelt zichzelf voor als “Boud, aangenaam” en strekt zijn hand naar haar uit. Ze trekt haar rechter wenkbrauw omhoog, werpt een blik op de zwevende hand en typt verder. “Bouwt als in derde persoon enkelvoud van het werkwoord bouwen?” vraagt ze, terwijl haar blik haar computerscherm terugvindt. Verrast ontsnapt er wat lucht tussen zijn lippen: “Nee, Boud als in- “ “Boudewijn!” klinkt uit de vergaderzaal. “Ah, dat dus,” en hij verdwijnt achter de deur. Bij het naar buiten gaan een uurtje later vermeldt hij dat hij freelancer is en dat “de no dating policy dus niet van toepassing is”. Hij knipoogt zijn
bruine oog even weg, het blauwe blijft fonkelen. Op de hoek van haar bureau rust een stapel papieren, licht verschoven nadat zijn hand erlangs passeerde toen hij het kantoor verliet. Zelfs nadat ze de stapel weer heeft gerecht, blijft zijn aanwezigheid voelbaar.
12:39 “Hey, je nummer stond op je kaartje. Ja, ik heb een kaartje meegenomen van op je bureau. Vrij deze avond? Dit is Boud.” Elke zin in een ander tekstballonnetje. Enthousiasme. “Ik ga zwemmen deze avond.” “Top!” 19
17:08" “Dus”, zo luid dat zijn stem weergalmt tussen de gebouwen, “jij gaat op vrijdag zwemmen?” Hij staat, zijn ene voet heen en weer rollend op een skateboard, aan de andere kant van het pleintje. Ze kantelt haar hoofd licht, strijkt een glimlach zonder tanden op haar lippen, knikt kort. Ze hoopt dat het bemoedigend overkomt, maar weet het niet zeker. “Mag ik mee”? “Als het moet.” Een zweverige toon. Spelend. Onverwacht flirtend. Ze wandelt zijn richting uit. Een lok haar valt voor haar ogen. “Ok, fantastisch, want ik ben net helemaal naar huis gegaan om mijn zwembroek.” “Spannend en met amper stof?”’ “Los en tot halverwege mijn dij.” “Teleurstellend.” “Met palmboompjes?” “Beter.” Ze is ondertussen dicht genoeg om het spleetje tussen zijn tanden te zien wanneer hij grijnst. Hij draait de ontsnapte lok zwarte haren één keer rond zijn wijsvinger, laat zijn vingertoppen langs haar slaap, wang, oor wrijven. De warmte sijpelt in haar nek wanneer zijn hand er even rust. Ze knikt,
hoopt dat hij het niet als een afwijzing ziet maar als een ‘ik weet nog niet wat gedaan hiermee’, keert een kwartslag, zet een eerste stap. Voor ze het goed en wel beseft, zijn ze in tandem onderweg.
20
03:18 Wanneer ze kort haar ogen opent, kijken de zijne al terug. Ze geeft hem een duwtje. Hij valt dramatisch uit bed en trekt het laken mee. Hij drapeert de stof rond zijn schouders, rent de kamer door, heeft nog nooit van stilte gehoord wanneer de buurman op de gedeelde muur bonkt en schreeuwt: “Ga je nu eens zwijgen?” Hij laat zichzelf, inclusief laken, weer in het bed vallen. De kilte die eerder kwam, verdwijnt opnieuw. Ze bestudeert hoe zijn haar in alle richtingen over zijn voorhoofd spreidt. Haar vingers glijden tussen de lokken door, terwijl zijn ogen sluiten. Hij nestelt zich in het kussen. Later, in het schemerlicht, ziet ze hoe zijn gezicht zelfs in zijn slaap blijft bewegen.
09:41 De geuren van zijn latte en haar chocomelk zijn gemengd wanneer ze haar
bereiken. Hij tikt zijn croissant tegen haar chocoladekoek. Zijn wenkbrauwen fronsen. “Chocoladekoek.” “Ja.” "Chocoladebrood.” “Ieuw.’
“Chocoladecroissant, dat is ieuw.” “Gedachtespinsel van de duivel” en hij gaat akkoord.
21
09:42 Hij vindt het fascinerend dat ze geen koffie drinkt, wrijft zijn voet tegen haar kuit, laat het woord aan haar.
Jana Desplenter (11.2019)
22
23
Bijdrage Jos Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Het Schrijfgezelschap heeft veel voor mij betekend. Ik vond verbinding in het gezelschap voor een aspect van mijn leven waar ik tot dan toe alleen mee bezig was geweest. Ik koester de herinnering aan de schrijfmomenten tot vandaag de dag. Ik schrijf nog steeds, maar nu vanuit Nederland!
24
Oorspronkelijke opdracht:
De klok draait achteruit Het koffertje viel bijna uit zijn hand toen hij de tram uitvloog. Hij stormde het steegje in. Het trottoir was grijs als de betonnen lucht. Zijn passen waren groot, alsof hij over plassen liep; haastig, een race tegen de tijd. Een noordwestenwind waaide tussen de grote, rechthoekige blokken: blazend als een kind een paardenbloem. Zijn zwartleren puntschoenen rimpelden bij elke stap. Vluchtig keek hij op zijn horloge, het uur was al verstreken. Of het regende of niet, daar had hij geen tijd voor. Een man met een paraplu passeerde hem, hij week opzij. Wellicht druppelde het dan toch? Hij keek omhoog en zag de grond. Zijn hoofd lag in een plas, maar deze was niet rood, maar had de kleur van stadswater. De punt van zijn schoen had een door de tegels uitstekende
boomwortel geraakt. De natuur had ingegrepen. Langzaam bewoog hij zijn vingers, zijn tenen. Hij wiebelde overeind en keek op zijn horloge. De cijfers gloeiden op: 5 over 9. Hij droogde zijn hoofd zo goed en zo kwaad als het kon af aan de mouwen van zijn jas en liep door, zijn tred vertraagd, zijn lijn niet direct, maar richting houdende. De hand aan zijn hoofd voelde de bult blauw worden. Een man in een auto probeerde beslagen ruiten weer transparant te vegen,
tevergeefs. Hij kwam aan in de wachtruimte en ging zitten op de stoel tegenover de vrouw met een paardenstaart onder een hoge hoed. Naast haar zat een grote kater met een bril op de krant te lezen (zijn staart wiebelde heen en 25
weer, van rechts naar links). Hij draaide zijn duimen over elkaar, stootte de punten van zijn schoenen op elkaar op de maat van de tikkende klok die boven hem hing, als een zwaard van Damocles. Hij keek op zijn horloge, 2 over 9. Had hij zich zojuist vergist? Wellicht kwam het door het gestruikel. Hij keek naar de klok en zag de secondewijzer achteruit tikken. Een gevoel van malaise overviel zijn hart, dat onregelmatig begon te bonzen, een orkest van violen speelde in zijn hoofd.
Om 9 uur precies zwaaide de deur open en riep een zware stem hem naar binnen.
Jos de Best (12.01.2022)
26
27
Bijdrage Cleo Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: In september vorig jaar heb ik ontslag genomen van mijn vorige werk. Na een paar weken thuis te zitten en wat te hebben nagedacht over wat ik eigenlijk graag zou willen doen, wist ik het ineens. Ik ging een boek schrijven! Ideeën heb ik genoeg maar ik vond het moeilijk te beginnen schrijven. Daarom ben ik opzoek gegaan naar een schrijfclubje en kwam ik
toevallig bij Muntpunt terecht. Ik ben heel blij dat ik nu elke week naar het Schrijfgezelschap kan om daar inspiratie op te doen en te blijven schrijven.
28
Oorspronkelijke opdracht:
Hij had al mijn haren nog In een kleine blokhut, ergens midden in het Zwarte Woud, woonde een man die genoeg had van de mensheid en hun onnadenkendheid. De man leek op een oude man met zijn gerimpelde huid en gele tanden maar wie dichtbij genoeg durfde te komen zou de lichte glinstering in zijn helderblauwe ogen kunnen zien die zijn werkelijke leeftijd prijsgaf. Toch had hij al genoeg meegemaakt in zijn leven om deze afgezonderde plek te verkiezen boven het leven onder de mensen. De man heette Joachim en stond bekend als bezweerder. Hij handelde in drankjes en simpele spreuken die voor verschillende doeleinden gebruikt konden worden. Hij bereidde zijn bezweringen alleen op bestelling voor de weinige klanten die hem wisten te vinden. Één van zijn klanten was Nela,
een jonge vrouw die even buiten het woud in het kleine dorpje Coringen woonde. Zij kwam regelmatig naar het huisje van Joachim. Telkens als ze kwam, had ze een grote zak met mensenhaar mee. Van elke dorpsbewoner een pluk. Het was elke keer een hele opgave om dit haar te verzamelen maar de bezweerder had haar er jaren geleden van overtuigd dat hij zonder haar geen krachtige bezweringen kon maken. Ze had geen vragen gesteld en was gewapend met een keukenschaar het
dorp rondgegaan. Elke drie maanden opnieuw. Ze knipte de plukken altijd onopvallend en voorzichtig zodat niemand het merkte. Nachten achter elkaar sloop ze van huis tot huis door het dorpje waar niemand ooit een reden had gehad om de voordeur op slot te draaien. Het was altijd goed 29
gegaan, tot de laatste keer. Haar buurvrouw had de zak met haar gezien en gedreigd Nela aan te geven bij de dorpsoudsten. Ze had moeten beloven dat dit de laatste keer was en nu was ze onderweg al aan het bedenken hoe ze dit aan Joachim moest uitleggen. De dorpsoudsten zouden zoiets niet zomaar laten gaan. Contact met de bezweerder in het verboden Zwarte Woud zou haar duur komen te staan. Zelfs al zou ze hen kunnen uitleggen waar de bezweringen voor dienden, zouden ze haar zwaar straffen, in het ergste geval haar verbannen. Het pad door het woud dat ze al zovele keren had gevolgd leek langer dan gewoonlijk. De zak in haar handen woog zwaar en toen ze hem op de grond liet ploffen merkte ze dat ze haast buiten adem was. Daar midden in het woud groeiden de bomen zo dicht op elkaar dat het bladerdak haast geen zonlicht doorliet. Ze luisterde naar het geritsel van de wind door de bladeren en volgde met haar ogen een mierenkolonie die dwars het pad
overstak. De dorpsoudsten zouden het niet begrijpen. Met een zucht pakte ze de zak terug op en liep vastbesloten verder het woud in. Eenmaal bij de hut van de bezweerder aangekomen, klopte ze aan. Joachim deed de deur open en ze keek langs hem heen naar binnen. Achter hem tegen de muur hingen planken vol met zakken zoals zij in haar hand had. Hij had al haar haren nog.
Cleo Grabijn (18.01.2023) 30
31
Bijdrage Fransje Het Schrijfgezelschap betekent voor mij: Het Schrijfgezelschap, ook wel het anarchistisch collectief genoemd 😊, is een plaats waar ik even lekker vrij en ongedwongen mijn pen op de automatische piloot kon zetten. Waar ik mijn gedachten kon laten vloeien en, als ik het even wou, kon uitspreken. Altijd zo spannend, dat moment waarop een onschuldige hand een opdrachtje uit de hoed (of mand of
doos…) trekt dat je de volgende twintig minuten zal bezig houden. Even leuk waren de politiek-maatschappelijke discussies die soms daarna plaatsvonden in het Muntpunt café, met nootjes of een lekker stukje taart.
32
Oorspronkelijke opdracht:
Het moment of de herinnering? Wat raakt ons het meest? Het moment of de herinnering? Ik kan bijvoorbeeld niet terugdenken aan dat moment zonder in tranen uit te barsten. Dat moment dat ik me omdraaide en jouw glazige ogen – zo stel ik ze me nu voor – me bijna smekend aankeken. Alsof je hoopte dat ik
me daarvoor nog had omgedraaid. Maar ik was te laat. Er was een vlieg op je ogen neergedaald. Zo wist ik dat ze mij niet mee zagen. Ik sloeg met mijn blote handen tegen het raam, schreeuwde je naam, maar ik ging niet naar jou toe. Ik hield het glas als een grens tussen ons in. Want ondanks het verdriet, de schok en de zekerheid dat ik zou lijden, was er ook die bries van opluchting die door mijn lichaam ging. Die zachtjes fluisterde: “Het is gedaan.” Ik zakte door mijn knieën, plots het volle gewicht voelend van die helse dag. Op dat moment liet ik je los. Daarom dat ik je nu niet meer kan loslaten.
Fransje Wagemans (ongedateerd)
33
Bijdrage Arabella Het Schrijfgezelschap betekent voor mij: Het is voor mij telkens weer een verrassende en verfrissende ervaring om via een prompt in contact te komen met mijn verbeelding. Die improvisatie schrijfsels van en met anderen delen voelen aan als gecapteerde efemere gelukjes. Hartverwarmend en inspirerend!
34
Oorspronkelijke opdracht: Hij had al mijn haren nog Toen ik onaangekondigd kwam aanzetten met een korte bob was mijn toenmalig lief zo verbouwereerd door deze metamorfose dat hij het prompt uitmaakte.
Als afscheid gaf ik hem met een knipoog en met een wat wrang gevoel mijn 60 cm lange afgeknipte paardenstaart
cadeau.
20 jaar later kwamen we elkaar per toeval tegen op straat. “De vrouw die haar haar kort liep knippen” stamelde hij. Hij mompelde een laattijdige verontschuldiging voor zijn oppervlakkig gedrag van toen en voegde er schoorvoetend aan toe dat hij nog steeds al mijn haren had. 35
Na chemotherapie en het verlies van mijn haar zou ik hem 10 jaar later opbellen met de vraag of ik de paardenstaart terugkreeg om er een pruik van te laten maken.
Het was even stil aan de andere kant van de lijn. Tot er een geëmotioneerd “Ja, natuurlijk” klonk.
Arabella Rosée (18.01.2023)
36
37
Bijdrage Angha Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Met veel plezier schrijf ik op woensdagavond mee met de mensen van het Schrijfgezelschap - en dit midden in Brussel - op basis van een regel uit een ronde doos die op tafel staat. Het onverwachte, het onbekende, het verrassende vind ik enorm inspirerend en uitdagend. Het verrassende zit ook in: wie zullen er komen? Er is een kleine vaste kern van mensen die regelmatig komen, maar iedereen is welkom. Gelukkig houdt Veronique bij de schrijfopdrachten de tijd in de gaten. We schrijven twee opdrachten van twintig minuten elk. Als je wilt, kun je je geschreven tekst voorlezen. Feedback geven gebeurt altijd vanuit een positieve benadering.
Schrijflustigen, pen, papier, koffie, thee, water, fruitsap, 'opdrachtjes', alles is aanwezig om er elke woensdagavond een leuke ervaring van te maken. Dus ... tot schrijfs?
38
Oorspronkelijke opdracht:
Een encyclopedie van onbestaande wezens Er was eens een wezen dat niet bestond, nog nooit bestaan had en ook nooit of te nimmer zal bestaan. Waarom niet? Wel, het is in geen woordenboek te vinden, er wordt in geen enkele encyclopedie over gerept en in het etymologisch woordenboek
wordt er in alle talen over gezwegen. Het was op een gewone doordeweekse dag dat een hooggeleerde in de encyclopedische wetenschap gedachteloos in zijn baard zat te pulken en zomaar op een helder moment door de gedachte van het niet-bestaan van een wezen overvallen werd. Beduusd nam hij de pen ter hand, schreef zijn mede-wijsgerige collega’s aan en er werd een vergadering belegd. De heren, er waren geen dames bij, kwamen op een uitgeslapen zondagmorgen bijeen om dit heikele punt te bespreken. Het punt was zo heikel dat men niet wist of men van voren of van achteren moest beginnen. Na vijf of vijftien of vijftig minuten in het ijle heen en weer gepraat te hebben deed men er wanhopig en wat ontevreden over het magere resultaat het zwijgen toe. De heren waren nog steeds in stilzwijgen gehuld toen Annemieke, de vrouw van de hooggeleerde heer die het onderwerp had, aangezwengeld met de koffie en krakelingen binnenkwam. Ze zette het dienblad neer en keek haar man met omhooggetrokken wenkbrauwen verwonderd aan. Stilletjes schonk ze de koffie in en trok de deur van het kabinet zachtjes achter zich dicht. 39
De heren nipten aan hun koffie en namen kleine muizenhapjes van het koekje om zo min mogelijk te kraken. Alsof het afgesproken werk was, een collectief gebeuren, hielden ze na de koffie de één na de ander de adem in. Paars of rood liepen ze aan en daarna vielen ze van hun stoel op de grond. Muisstil was het toen Annemieke terugkwam voor de kopjes en de aanwezigen levenloos op het parket aantrof. Ze bracht haar handen naar haar mond: ‘Hoe bestaat het, hoe bestaat het?’ Van verbazing viel ze neer op de grond, sprong daarna vitaal als een sprinkhaan weer op, pakte de telefoon en belde de politie. Ze was een vrouw die hield van een praktische aanpak.
Angha (10.05.2013)
40
41
Bijdrage Bram Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Het Schrijfgezelschap is een kleine kamer, volgepropt met stoelen, een ideale plaats om verhalen te vertellen aan elkaar. We voeden elkaar koekjes, en perspectief. Er is ook koffie. Hoewel de A5-jes die ik er neerpen niet altijd even kwalitatief zijn, heb ik mijn leukste ideeën op het wandelpad van de bib naar huis.
Het Schrijfgezelschap is de open plek in het bos waar we allemaal takjes gooien om ieder op hun manier te verwarmen met het vuur der inspiratie.
42
Oorspronkelijke opdracht : (onbekend)
In stilte Ik glimlach en ik zeg dat ik van haar hou. Ik betuig mijn liefde niet luidop, maar met mijn ogen, en met mijn ogen niet op haar gericht, maar op mijn schoenen. En ik hou niet eens van haar, maar van het beeld dat ik van haar heb. Geen ideaalbeeld. Ideaal is verontrustend, wantrouwwekkend zelfs, want waarom zou plotseling alles ineens geweldig zijn? Geen volledig beeld zelfs, want ik weet bitter weinig van haar, naast de kleinigheden van onschatbare waarde, die ze me vertelt, in die enkele minuten elke dinsdag. De rest vul ik in, met willekeur, met kwaliteiten, gedragingen, waarvoor ik denk ontvankelijk te zijn. Bedenkingen volgen, want is het niet fijner verrast te worden door iemands persoonlijkheid? Is “Dat had ik niet van je verwacht?” niet een betekenisvol compliment,
afhankelijk van omstandigheden? Het is niet eens houden van, zoals houden van een levensgezel. Het is houden van, zoals houden van roomijs, met pistachesmaak. Het is een deugd, een ondeugd, een vreugd. Doch, dagelijks maakt ongenoegen, misnoegen, misselijkheid. Het is geen liefde voor oneindigheid. Het is een liefde voor enkele minuten elke dinsdag. Ik glimlach en ik zwijg.
Bram Bosseyns (06.2013)
43
Bijdrage Caroline Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Voor mij is het Schrijfgezelschap vooral 2019-2020. Het is het kleine kamertje op het vierde verdiep van Muntpunt, waar we samen thee drinken en luisteren hoe ieders unieke stem vormgeeft aan de uiteenlopende schrijfopdrachten. Het is elkaar leren kennen doorheen wat er geschreven wordt, hoe er geschreven wordt. Het is mezelf leren kennen en vertrouwen
vinden in het schrijven door de woorden van anderen. Het zijn de wijntjes na afloop van het schrijven, in een tijd waarin we nog niet wisten dat we kort nadien nooit meer zo dicht naast elkaar zouden zitten, schrijven, luisteren, wijn drinken, keuvelen en kennismaken als in dat kleine kamertje op het vierde verdiep.
44
Oorspronkelijke opdracht : (onbekend)
De tent in onze tuin. Elke zomer tot ik tien werd, stond er een tent in onze tuin. Daarin sliepen we met drie: ik, Lukas en papa, met zijn tenen vlak bij onze neuzen. Ik kan me niet herinneren of hij echt niet in dezelfde richting als de onze paste, dan wel of hij zijn voeten en lange tenen uitgerekend daar tussen ons in parkeerde... om ons met wat meer afstand in het oog te kunnen houden, of om een ander perspectief te hebben op de griezelverhalen die we elkaar vertelden. Misschien deed hij het nog vooral om onze van chocolademelk verzadigde adempjes niet recht in het gezicht te moeten incasseren. Die chocolademelk werd door mama naar buiten gebracht, geserveerd met slagroom en hagelslag, in plastic kopjes en steeds zorgvuldig neergezet op de wiebelende kampeertafel bij de ingang van onze tent. Bijzonder is het, hoe alles zoveel specialer werd wanneer de context niet de keuken, amper vier meter verderop, maar wel de tuin was. We waren avontuurlijke kampeerders, van kop tot lange tenen. We waren bang van niets en voorzien van alles: kampeertafel, slaapzakken, muggenmelk, een zaklamp, twee knuffelberen en de sleutels van het huis voor als we 's nachts moesten plassen. Wie het tegen die tijd te koud had of te hevig was geschrokken van de kat van de buren in onze tuin, kon dan binnen bij mama blijven. Zij was te ziek te om te kamperen. Zo gebeurde het wel eens dat ik niet terug de tuin in ging, maar in plaats daarvan bij haar bleef, omdat alleen slapen me vele malen enger leek dan buiten in een tent. Nu, zoveel zomers later, vraag ik me af wat papa dacht wanneer ik niet terug de tent inkwam. Vond hij me een bangerik, zoals ik er 's winters echt 45
wel een was, op schaatsen, bang om te vallen, er toen, net als nu, van overtuigd dat voeten dienen om er stevig op te staan of om heel snel weg te rennen? Vermoedde hij dat ik gewoon heel dicht bij haar wilde blijven? Raadde hij dat ik ergens al voelde dat mama kon verdwijnen? Dat ze zou verdwijnen, in de nacht en dat ik restjes tijd verzamelde voor de ochtend komen zou waarop ons gezin niet langer uit vier, maar uit drie delen zou bestaan. Ik wil hem zo graag vragen wat hij dacht of toen al wist, maar ik vraag niets. Ik betrap mezelf erop in zijn bijzijn rond herinneringen te laveren, nooit meer alles met hem te delen. Ik zal ook nooit meer spreken over de tent in de tuin, omdat zij daar niet bij ons was en hij slechts kan leven in de herinnering aan momenten waarop ze er wel nog was. Maar, wat zal er dan nog van ons overblijven?
Caroline Spaas (ongedateerd)
46
47
Bijdrage Pauline Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Ik ben nog niet zo lang een Schrijfgezelschapsdame, en ik heb vaak verstek laten gaan bovendien. Maar dat betekent niet dat het Schrijfgezelschap niets voor me betekent. Ik hou van de vrolijke, trieste, raadselachtige en komische verhaaltjes die een minuscuul zinnetje kan oproepen. Van de verrassingen van ieders fantasie. Van alleen even schrijven en luisteren en
verder niets. Dat een paar woorden kunnen leiden tot totaal verschillende woordenstromen. Ik hou van het mooiste, het schrijfste gezelschap van Brussel.
48
Oorspronkelijke opdracht:
Daar waar de wereld eindigt Daar waar Daar waar? Daar wanneer Wanneer de wereld eindigt Als de wereld eindigt Ben ik dan daar waar de wereld eindigt En zijn jullie daar ook Daar, wanneer de wereld eindigt Wanneer hij eindigt?
Maar waar eindigt de wereld
Als hij eindigt Indien hij eindigt Wanneer hij eindigt?
Ben ik dan al geëindigd Zijn jullie dan al geëindigd Of eindigen we samen?
Als ik nog niet geëindigd ben Wanneer de wereld eindigt 49
Dan wil ik bij jullie zijn Daar waar de wereld eindigt
Wanneer de wereld alleen voor mij eindigt Blijf dan even zwaaien Laat mij even zwaaien En dan verwaaien
Naar daar waar de wereld eindigt Naar het einde van de wereld
Pauline Michgelsen (30.11.2022)
50
51
Bijdrage Lin Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Je bent een uurtje geconcentreerd bezig in een inspirerende omgeving, met mensen die in hetzelfde geïnteresseerd zijn, aandachtig luisteren naar de teksten en hun mening erover geven. Het was een verrijkende periode voor mij. Als je schrijft is het bijzonder leuk en leerrijk onmiddellijk respons te
krijgen, ook de manier waarop, in alle vriendschap, geen beoordeling maar enthousiaste opbouwende kritiek. Het concept vond ik bijzonder fijn.
52
Oorspronkelijke opdracht: (onbekend) Wit. Witte wasmachines en witte droogkasten, gelukkig was er heel wat kleur aanwezig in haar kledij. Wit associeerde ze met ziekenhuizen, iets waar ze nu liever niet aan dacht. Ze gooide haar tas leeg op de vloer, logischer was geweest onmiddellijk in de machine, maar daar was ze nog niet aan toe. Ze was alleen in het wassalon. De aanwezigheid van de andere klanten bleek enkel uit de rondslingerende was. De wasmachines gaven de kadans aan, programma's wisselden elkaar af net zoals temperaturen en ook de gebruikte producten, dat rook ze. De geuren drongen in alle hevigheid haar neus binnen, verkrachtten haar hersens die het toch al zo erg te verduren hadden. Ze begreep niet waarom al die opeenhoping van geuren nodig was? Waarom waren wasproducten niet geurloos? Werd er iets verborgen? Moet de was als hij netjes is ook geuren of geurt hij omdat hij niet netjes is? De gedachten tolden weer door haar hoofd, geen stoppen aan. Ze rukte haar schoenen uit en schopte met haar voeten in de hopen was die lagen te wachten op haar initiatief. Hemden, T-shirts, kleurig ondergoed, ja daar was ze goed in, rode en blauwe bh's, felgroene of zelfs roze en gele slipjes, alles door elkaar, nooit had een man haar uitgelachen wanneer hij haar ontdeed van die malle combinaties. Zou het door de plechtigheid of onzekerheid van het moment komen? De eerste keer seks met deze vrouw mocht niet verknoeid worden, wisten zij veel dat ze een tweede maal nooit, jamais, zou toelaten.
53
Het bebloede hemd trok haar aandacht. Ze had het in Marokko gekocht. Eigenlijk had Peter het voor haar gekocht en nu was het verknoeid door deze enorme bloedvlek die uitwaaierde in lichtere spotjes. Ze bukte zich, raapte het op en verborg haar hoofd erin. Nu was het moeilijk de tranen tegen te houden. Spijt wrong zich een weg, ze voelde haar schouders verkrampen. Niet toegeven nu. Niet denken. Kwam er maar iemand binnen, een gesprek om haar af te leiden. Niet dus. Ze moest de klus zelf klaren. Marokko was leuk geweest, het licht had hem vrolijk gemaakt. Misschien moest ze nog wel eens terugkeren, op haar eentje dan, en Peter een kaartje sturen. Na de operatie misschien.
Lin Claeys (ongedateerd)
54
55
Bijdrage Edith Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: In het Schrijfgezelschap wordt de druk van het ‘moeten schrijven’ omgetoverd in het plezier van het ‘mogen schrijven’, liefst rechtstreeks vanuit het onbekende zelf naar de beweeglijke hand, niet aan banden gelegd door de kritische blik van het ‘IK’, maar steeds ruimhartig ontvangen door het welwillend oor van de ‘ANDER’. Wat een feest. Elke woensdag.
56
Oorspronkelijke opdracht : Een deur gaat open
Woorden als deuren Mijn moeder had een aantal uitspraken die ze hanteerde als wijsheden om ons mee om de oren te slaan. Wanneer we tijdens het afwassen een kopje braken en aanvoerden dat we het niet expres hadden gedaan, antwoordde ze geërgerd dat we het expres niet hadden moeten doen. Protesteerden we dat ons groot onrecht werd aangedaan omdat ze ons halverwege een aflevering van Dallas naar bed stuurde en zelf door bleef kijken, argumenteerde ze dat niemand ons rechtvaardigheid had beloofd. Later, toen we de zorgeloosheid van onze kinderjaren hadden ingeruild voor de kwellingen van de puberteit, vond ons overlopende gemoed weinig troost in haar bewering dat 99% van de problemen schijnproblemen zijn. En de rest is onoplosbaar, voegde ze er zuinig aan toe. Het mag lijken dat
onze moeder niet van de liefhebbende soort was, maar ze had gewoon weinig geduld voor banaliteit en ze vond ‘aardig zijn’ een onbenullig streven. “Wer für mich ein Kuchen bäckt, ist daran selber Schuld”, riep ze luchtig, wanneer een goedbedoelende bridgevriendin zich gekrenkt betoonde omdat mijn moeder weer eens was vergeten haar te bedanken voor een in haar ogen triviale attentie. Toch was onze moeder erg populair bij onze vrienden. Dat kwam
waarschijnlijk omdat hun eigen moeders te veel moederden en de onze hen in hun verhitte liefdesperikelen van nuchter advies wist te dienen. Probeerden wij zelf met onze zielenroerselen bij haar aan te kloppen, dan troffen we meestal een dichte deur. Misschien kwam dat door haar vader, 57
die arts was geweest en zelfs in het holst van de nacht had klaargestaan om zijn patiënten te verzorgen, maar terwijl hij de deur uitging over zijn schouder tegen zijn zieke kinderen riep: Niets aan de hand, neem maar een aspirientje. Hoe hard haar pantser was? Dat weet ik niet. Op een nacht - weer enkele jaren later - stond ik na een spetterende ruzie met mijn vriend voor haar deur. Of ik thuis kon slapen, ik kon zo laat nergens anders heen. “Wat
dacht je van een hotel?” opperde ze zichtbaar verstoord door mijn komst. “Rotwijf!” riep ik vertwijfeld en schrok van mezelf. Haar monsterende blik gleed traag van beneden naar boven. “Uitgesproken woorden”, zei ze rustig, “zijn als dichtvallende deuren die niet meer opengaan” en sloot haar deur. Het duurde enige tijd voordat ze hem weer op een kier zette.
Edith Klapwijk (08.03.2020)
58
59
Bijdrage Gilles Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Vele jaren reisde ik met veel plezier elke woensdagavond van Antwerpen naar Brussel, enkel en alleen om in Muntpunt het Schrijfgezelschap te kunnen bijwonen. Ik vond daar een groep warme, enthousiaste en uiterst getalenteerde mensen. Elke week opnieuw zat ik geïntrigeerd te luisteren naar hoe dezelfde opdracht me inspireerde tot zoveel kleurrijke en diverse
verhalen en gedichten. De positieve feedback van het Schrijfgezelschap motiveerde en inspireerde me, en ik ben er zeker van dat ik onder de vleugels van deze mensen zelf een betere schrijver ben geworden.
60
Oorspronkelijke opdracht: El Día de Muertos
Feestdag Het was een doordeweekse dag. Satan was juist bezig Adolf Hitler in geuren en kleuren te vertellen over wat voor een fijne, multiculturele metropool Berlijn wel niet was geworden, toen hem iets opviel. Aan de overkant van de Styx was een groepje verdoemde zielen bezig de straten van Pandæmonium te versieren met vlaggen en ballonnen. Dat verraste Satan ten zeerste. Was het vandaag reeds het verplichte festival voor asociale gamers? Of de jaarlijkse kaas- en wijnavond voor zondaars met lactose-intolerantie? “Ga nergens heen, ik ben zo terug,” loog Satan tegen de vastgeketende dictator. Hij zette een documentaire op over mensen die wél een succesvolle kunstcarrière hadden gehad, liet de Führer aan diens lot over, en voer naar de overkant van de rivier.
Van dichterbij was het nog uitbundiger en nog hectischer dan Satan had verwacht. Overal hingen slingers, en lampionnen met lachende gezichten, en pompoenen met vrolijke smileys ingekerfd. Enkele gasten waren bezig zichzelf te schminken en te vermommen. Al bij al was het behoorlijk sfeervol, maar toch op het kitscherige af, wat de Duivel wel wist te appreciëren. Toch zou hij een strenge opmerking moeten maken. De meeste gasten kwamen hier tenslotte om eeuwig te lijden, en in die context zou
een vrolijk feestje nogal ongepast kunnen zijn. “Ah, mijnheer Lucifer!” riep een van de verdoemde zielen uit. “Komt u vanavond ook? Het is El Día de Vivos!” “De Dag der Levenden?” riep Satan verrast uit. Hij was eerder nieuwsgierig dan kwaad. Hadden zijn gasten een 61
eigen feestdag verzonnen? “Ja, mijnheer Lucifer! Het is de dag dat de levenden komen rondspoken in de Hel!” riep iemand. Levenden? Hier? Satan pijnigde zijn hersenen. Eeuwen terug had hij wel eens een opendeurdag georganiseerd, maar die was allesbehalve een groot succes geweest. Enkel een zekere Dante was komen opdagen … Misschien was er dan weer sprake van ongeautoriseerd bezoek? Inbrekers? Ook daar hadden ze wel eens last van gehad. In de klassieke oudheid stond
bijna elke week wel een of andere muzikant aan de voordeur in een poging zijn overleden geliefde terug mee te nemen. Gelukkig was de beveiliging in deze moderne tijden zoveel beter. Recent was er zelfs rondom de Hel een firewall geïnstalleerd. Niemand kwam hier binnen of buiten zonder Satans toestemming. “Geloven jullie nu echt dat er hier vannacht levenden zullen rondlopen?” vroeg Satan voorzichtig, hopende dat hij met die vraag niemand op de
tenen zou trappen. “Oh ja! Elk jaar komen ze aan mijn ramen krabben en op mijn muren bonken!” riep een lijkbleke Dzjengis Khan uit. “Al mijn nazaten, smekende om alimentatie! Oh Satan, het is een afgrijselijk schouwspel. Allen goed in het vlees, een gezonde kleur op de wangen, glimlachend, spelend op hun smartphones …” De duivel hoorde vervolgens nog tientallen verhalen aan over verdoemde zielen die hardnekkig verkondigden dat ze elk jaar opnieuw kleurrijke schimmen zagen
verschijnen, en dat het houden van een groot feest ter hunner ere de enige manier was om ze uit te drijven! Andere gasten waren minder overtuigd en zagen dit eerder als een leuke en gezellige traditie, die men toch in stand moest houden. En dan had je weer 62
de mensen die, vanzelfsprekend, enkel van de partij waren voor het gratis eten en drinken. Satan bekeek de menigte en het viel hem op hoe hard zijn gasten wel niet uitkeken naar dit festival. Hoewel ze allen behoorden tot het schuim der Aarde, het tuig en het uitschot van de mensheid, zag Satan ze vandaag door een heel andere bril. Iedereen werkte in harmonie samen om deze feestdag in goede banen te leiden, en elk vogeltje zong zoals het gebekt
was. De brandstichters voorzagen het vuurwerk, de gifmengers en de kannibalen stonden al sinds ’s ochtends vroeg te koken, de kunstvervalsers maakten de versieringen, de kidnappers waren de eregasten alvast gaan ophalen, de politici waren verantwoordelijk voor het theater, en de fraudeurs zorgden voor het budget. Het was werkelijk mooi om te zien. “Eigenlijk hoort toestemming voor een feest driehonderd jaar op voorhand te worden aangevraagd via een ingewikkelde bureaucratische procedure in
vijftien verschillende talen, waaronder drie dode ….,” zei Satan ten slotte, “Maar ik zal het voor één keer door de vingers zien.” Er werd gejuicht en geschreeuwd, en de verdoemde zielen bedankten de Heerser van de Hel honderduit. Alhoewel de Duivel zelf er vanavond niet bij zou kunnen zijn, wenste hij de feestgangers een goede nacht. “Maar beloof me op z’n minst dat de organisatie van het evenement nergens op zal lijken, dat er jassen verloren zullen raken in de vestiaire, dat de muziek luid en slecht is en het eten belabberd!” voegde hij eraan toe. En dat beloofden ze.
Gilles De Meester (pre 2022) 63
Bijdrage Veronique Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Het Schrijfgezelschap is voor mij een plek waar je uitgedaagd wordt om je schrijfspier soepel te houden en waar je telkens weer verrast wordt door de teksten van de schrijfgezellen.
64
Oorspronkelijke opdracht:
Scene waarbij iemand naar een huis of appartement gaat kijken Hij controleert nog even of hij voor de juiste deur staat voordat hij aanbelt. Ja, dit is de straat, het nummer en ook de juiste naam op de bel. Dit is waar hij moet zijn. Dit is het souterrain appartementje met een tuintje van twee vierkante meter dat nog net binnen zijn budget past. Het is het laatste adres op zijn lijstje. Hier hoopt hij ‘s avonds zicht op de sterren te hebben, tussen de bakstenen muren door. Hier wil hij zijn twee tassen en rugzak uitpakken. Nu worden die elke dag opnieuw in twee 24 uur kluizen in het station gepropt omdat er niet genoeg ruimte is in de gedeelde kamer in de jeugdherberg waar hij al bijna twee weken verblijft. Hier hoopt hij tot rust te komen, te ademen, en elke dag ‘s ochtends met de grijze massa door de stad te trekken naar een job. Een job die hij nog niet heeft. Waar hij nog niet naar heeft kunnen zoeken. Eerst ergens thuis komen. Eerst dit appartement. Rustig. Niet panikeren. Bij een vorig appartementsbezoek heeft hij zijn kans verspeeld door te hongerig te zijn, te zeggen dat hij binnen het uur zou kunnen inhuizen. De eigenaar keek hem recht in de ogen en zei dat zijn vrouw nog een afspraak had met een andere huurder en dat ze hem zeker
en vast zouden contacteren moest dat geen serieuze kandidaat zijn. En voordat hij het wist stond hij buiten op de stoep, zonder woonst en met nog maar één adres op zijn lijstje.
65
Dit adres. Dat bij deze deur hoort. Dit is de plaats waar hij zijn leven zal uitbouwen. Ademen. In en uit. Hij sluit even zijn ogen en schrikt dan op. Hoe lang staat hij hier al? Weten ze binnen dat hij hier voor de deur staat? Doe normaal man! Bel aan! Hij brengt zijn vinger naar de bel, kijkt nogmaals naar het huisnummer en de naam op de bel, droomt van het bankje dat hij in het tuintje kan zetten om naar de sterren te kijken. Hij ademt in en drukt op de bel.
Veronique Bikkembergs (ongedateerd)
66
67
Bijdrage Styn Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Ik heb slechts één keer meegedaan aan het Schrijfgezelschap, dus ik weet niet of mijn bijdrage aan de bundel gewenst is. Ik ben in elk geval zinnens om vanaf september vaker te komen!
68
Oorspronkelijke opdracht:
Denk niet aan een olifant Muizen, muizenissen, steengruis, luizen in de grijze pels van katten die zich uitstrekken over het salon van een thuis die ver weg is. Grijze dagen, grijze haren, mijn eigen grijze trui, de grijze stoel waar ik op genageld ben. Het asfalt dat me hierheen bracht, de grijze behuizing van mijn grijscellige telefoon, grijze huizen, appartementsblokken, plaatsen waar je niet wilt wonen omdat ze grijsheid brengen die je niet wilt, grijsheid brengen waaraan je nu niet mag denken omdat het de slagtanddrager kan worden die middenin dit Schrijfgenootschap staat op poten zo zwaar als de lengte van het tafelblad dat ons samenbrengt. Het regent buiten. Fuchsiaroos, zomerkleedgeel, lenteknopgroen. Het schaamrood van stoeien, het wit en zwart en bruin van koeien die het buitenleven in me binnen
loeien. Ik vat de koe bij de horens die uit mijn handen glippen omdat ze glad zijn als olie en uitgerekend in deze oliefantasie beland ik voor ik het besef op de rug van een ... olifant die groter is dan om het even welk dier. Ik denk aan een olifant, groter dan om het even welke kleine gedachte die ik in me heb. Ik word de olifant in de ruimte waar ik al lang niet meer ben.
Styn Grieten (23.11.2022)
69
Bijdrage Paula Wat het Schrijfgezelschap voor mij betekent: Het Schrijfgezelschap zal voor mij altijd verbonden blijven met het ‘achterkamertje’ op de vierde verdieping dat we sinds corona ingeruild hebben voor het ruimere en meer comfortabele Zinneke 2. Het was er vaak elleboog-aan-elleboog schrijven. Het grote raam deed dienst als etalage en lokte menig nieuwsgierige naar binnen en er was de ‘stem’ die er ons in drie talen aan herinnerde dat het tijd was om naar huis te gaan of om te verkassen naar het Muntpunt café. Het ‘achterkamertje’ is waar het voor mij begonnen is en met haar is, neem het mij niet kwalijk, een beetje van de magie verdwenen.
70
Oorspronkelijke opdracht: (onbekend)
Café In de Linde Onder de stamgasten van Café In de Linde heette het dat Mariette de waardin geboren was in de achterkamer tussen de biervaten, de zakjes chips, de repen praliné en double lait en de droge worstjes. Een flauwe grap die over de jaren heen de status van legende had verkregen, terwijl de werkelijkheid net dat tikkeltje vreemder was. Haar vader had het café gewonnen bij het pokerspel, maar vermits hij er de man niet naar was om zijn dagen door te brengen achter de tapkast, liet hij het aan Mariette en haar zus Lisette over om de zaak draaiende te houden. Lisette echter had net zoals haar vader het kaarten in haar bloed, al waren het in haar geval tarotkaarten. Als ze vijf minuten tijd had en ook wanneer ze die niet had probeerde ze klanten te overhalen tot een
kaartlegging. Helaas voor haar bestond de klandizie van het café, dat op slechts enkele passen van een begraafplaats gelegen was, voornamelijk uit potige grafdelvers, steenhouwers en nuchtere begrafenisondernemers die niet meteen ontvankelijk waren voor dat soort hocus pocus. Op een dag had Lisette dan maar de bus naar de grote stad genomen en was nooit meer teruggekeerd. Het enige wat ze had achtergelaten was een grote glazen bol die ze van een anonieme aanbidder gekregen had met Valentijn
en die nu al jaren zijn vaste plaats had op de hoek van de toog. Als iemand er Mariette over aansprak was haar standaard antwoord dat de bol haar vertelde als er problemen op komst waren. Waarna ze luidkeels lachte, al was het wel opvallend dat er in al die jaren nooit een dronkenmansruzie of een gevecht te noteren viel. Niet dat de klanten van Café In de Linde zo 71
braaf waren, verre van. Menig vechtpartij werd beslecht op het kerkhof, uit het zicht van Mariette. Mariette was een klein pezig vrouwtje met een felle blik en een scherpe tong. Aanbidders werden vakkundig ontmoedigd en niemand kon haar moederlijke allures toedichten. Toch was haar café voor vele van haar klanten een tweede thuis en voor sommige waarschijnlijk hun enige. Geheel getrouw aan de legende leek Mariette echt in de wieg gelegd om
waardin van Café In de Linde te worden. Het zieltogende dorpscafé zonder dorp werd in haar handen een pareltje van cafécultuur. Als ‘s ochtends de deur openging geurde het er naar bruine zeep en boenwas. De koperen taps glommen, de zilveren koffiefilters sprankelden, de glazen fonkelden. Vroege jongens konden er terecht voor havermoutse pap en ’s middags in de winter stond er altijd wel een pot erwten- of ajuinensoep te pruttelen op de Leuvense stoof. In de lente vulde ze de
plantenbakken op de vensterbanken met geraniums en viooltjes. In de zomer hing er een vliegengordijn van veelkleurige linten aan de deur. In december beschilderde manke John de ramen met voorstellingen van kerstmannen en rendieren. Zo gingen de jaren voorbij terwijl de wereld van Mariette en haar klanten stilstond. Op een zomerochtend arriveerden twee filmploegen die met hun wagens de ingang tot het kerkhof blokkeerden, alle vijf de tafeltjes van het café innamen en er hun spullen achterlieten alsof ze thuis waren. Ze bestelden espresso, cappuccino en latte macchiato en kregen filterkoffie met een dot slagroom en een speculaasje.
72
Mariette en enkele tooghangers keken stilzwijgend naar het spektakel van door elkaar rennende mensen met camera’s en microfoons. Het vreemdste was dat ze maar rond het bushokje aan de overkant bleven draaien. Mariette deed alsof het haar allemaal om het even was. Klanten zijn klanten, als het geld maar binnenkomt, zei ze. Uiteindelijk waren Leo en Mon van begrafenissen Bertels poolshoogte gaan nemen. Bleek dat het ging om een scharminkel van een boom die half
weggestopt zat achter de bushalte. Een of andere minister had beslist om die tot monument uit te roepen omdat hij er honderden jaren geleden geplant was, bij wijze van grenspaal. Meer nog, het was de linde uit de naam van het café en zijn zielig voorkomen zou hij te danken hebben aan een blikseminslag. Eenmaal de hele bende weer verdwenen was staken Mariette en haar stamgasten de straat over om het monument van dichtbij te bekijken.
Niemand van hen had de boom ooit opgemerkt, behalve misschien om ertegen te pissen, opperde Pierre de steenhouwer. Het hoofd schuddend om zoveel onzin keerden ze al na enkele minuten op hun stappen terug, niet vermoedend dat vanaf die dag niets meer hetzelfde zou zijn in Café In de Linde.
Paula Dumont (03.07.2013)
73