Skip to main content

Museumbulletin 2017 - nr 4

Page 1

MUSEUM

BULLETIN

4

nieuwe wandtapijten in collectie het stadsplan van brugge door marcus gerards triomf van de moederliefde onze-lieve-vrouw ter potterie in beweging gruuthuse in galant gezelschap

driemaandelijks tijdschrift afgiftekantoor

8000

- 37ste jaargang okt-dec 2017 1 - 2 de afdeling P408620

brugge


Voorwoord directie

3

Nieuwe wandtapijten in collectie

4

Het stadsplan van Brugge door Marcus Gerards

10

Triomf van de moederliefde

14

Onze-Lieve-Vrouw Ter Potterie in beweging

17

Gruuthuse in galant gezelschap

20

Vrienden van de Musea

23

Het Kind en de Koningen in het Sint-Janshospitaal Sfeervol theater voor jong en oud in het Sint-Janshospitaal In het Sint-Janshospitaal zetten we een aantal feestelijke momenten in de kijker met bruisend theater voor het hele gezin. Alle voorstellingen zijn gratis en speciaal voor dit museum uitgedacht. ‘Het kind en de koningen in het Sint-Janshospitaal’ houdt de kerstsfeer nog even vast! Vanop de eerste rij maak je het kraambezoek van Jezus mee, samen met de herders én diegenen die niet vermeld werden in dit bijbelverhaal… De drie koningen, die er wél bij waren, spelen alvast een bijzondere rol.

Elke voorstelling duurt een half uur. Donderdag 4 januari 2018 om 13u, 14u, 15u en 16u Vrijdag 5 januari 2018 om 13u, 14u, 15u en 16u


beste museumvriend, beste lezer, Bij Musea Brugge lopen dit najaar twee tentoonstellingen die qua inhoud en

Terwijl het nog even wachten is op een presentatie van Brugse wandtapijten

opzet niet nóg meer van elkaar kunnen verschillen: ‘Pieter Pourbus en de

beveel ik ook graag nog de presentatie ‘Gruuthuse in galant gezelschap’

vergeten meesters’ in het Groeningemuseum brengt nieuwe aspecten uit

aan die momenteel in het Arentshuis te bewonderen is en een smaakmaker

de Brugse Renaissance onder de aandacht terwijl de tentoonstelling ‘Smo-

is voor het toekomstige Gruuthusepaleis. Het artikel van Lieven Devisch en

ke, Ashes, Fable’ met werk van William Kentridge inzet op de intrinsieke

Kristel geeft er de nodige duiding over.

emotionele kracht van kunst. Zo zeer de twee projecten op het eerste zicht

Ik wil, ook namens Hubert De Witte, al onze medewerkers, vrijwilligers,

van elkaar verschillen, hun uitmuntend hoge kwaliteit, hun inhoudelijke in-

vrienden en sympathisanten van harte bedanken voor al hun enthousiasme

tegriteit en hun artistieke nieuwsgierigheid vertonen duidelijke parallellen.

en steun in 2017 en wens iedereen een gelukkige kerstperiode en een

Musea Brugge biedt zo op geloofwaardige manier een verbazingwekkend

schitterend eindejaar. In 2018 staan we er terug, klaar om nieuwe en grote

cultureel-artistiek spectrum aan, dat in onze streken alles behalve vanzelf-

uitdagingen aan te gaan.

sprekend is en niet snel geëvenaard zal worden. Niet te missen dus: Musea Brugge op kruissnelheid.

Till-Holger Borchert

Van snelheid gesproken. Het is uitzonderlijk dat de bijdragen in het museumbulletin al verouderd zijn op het ogenblik dat ze verschijnen. Deze keer is dit precies het geval: Kristel Van Audenaeren, adjunct-conservator van het Bruggemuseum en alom begaan met toegepaste kunsten, schrijft in haar actuele bijdrage over twee recente aanwinsten van Brugse wandtapijten. Intussen kunnen we met enige trots vermelden, dat we er nog een derde wandtapijt konden aankopen met als thema Het bollenspel uit de negendelige reeks van Gombaut en Macee. Er waren tot op vandaag al een vijftal tapijten uit deze vroeg 17de-eeuwse Brugse reeks in onze collectie aanwezig en nu hebben we uit de Engelse kunsthandel het zesde tafereel kunnen bemachtigen. Gelukkig waren de onderhandelingen al ver gevorderd toen de New York Times het tapijt als een van de hoogtepunten van kunstbeurs TEFAF New York publiceerde. Het tapijt was een van de eyecatchers op de stand van Nick Mullany die ik gelukkig al weken vooraf had kunnen benaderen. De intenties van de directie van Musea Brugge en het bestuur waren duidelijk: dit bijzonder mooi tapijt naar Brugge laten terugkeren. Toch betekende de aankoop een buzz op de beurs en heel wat Amerikaanse collega’s - die niet vertrouwd zijn met het reilen en zeilen langs de Reien – kwamen hun bewondering uitspreken over het feit dat we op dit niveau aankopen.

Nick Mullany en Till-Holger Borchert op TEFAF New York bij het wandtapijt Het bollenspel (oktober 2017)


museumbulletin > twee nieuwe wandtapijten in collectie

twee nieuwe wandtapijten in collectie In een tijdspanne van één jaar tijd kocht Musea Brugge twee belangrijke Brugse wandtapijten aan. Deze mooie aanwinsten behoren tot twee wandtapijtreeksen die zich reeds in de collectie bevinden. Uit de collectie van Konrad Bernheimer komt het wandtapijt De gevangenen uit de reeks over de triomftocht van de veldheer. Dit wandtapijt uit de tweede helft van de 16de eeuw verdween bijna 80 jaar geleden uit de Bernheimer-collectie in München. Waar het wandtapijt intussen was, is een verhaal op zich. Het andere wandtapijt, De vroomheid van Hanna, dat we hier slechts kort belichten, komt uit een Brugse particuliere collectie. De verkoper blijft graag anoniem, maar we willen toch dank betuigen voor het mooie aanbod aan Musea Brugge. Door KRISTEL VAN AUDENAEREN

1 Wandtapijt De Vroomheid

van Hanna, nieuwe aanwinst, BMG.0947

4

de vroomheid van hanna Het tapijt De vroomheid van Hanna is gemaakt rond 1670. Hanna belooft aan God haar eerstgeborene kind als kinderwens in vervulling gaat. Centraal op het wandtapijt zien we Samuël, het kind dat door zijn moeder aan God geschonken wordt. Op de cartouche bovenaan het wandtapijt staat dit in het latijn te lezen “PIETAS ANNAE SI DEDERIS SERVAE TUAE SEXUM VIRELEM DABO EUM DOMINO”. Het verhaal gaat over het loskopen van de eerstgeborene aangezien alle eerstelingen toebehoren aan God. De eerstgeborene wordt samen met het vee en de oogst

als offer naar de tempel gebracht. Links staat een man met zakken graan en vee. Hanna komt haar kind niet loskopen, maar effectief schenken aan God om haar belofte te houden. Dit verhaal uit het Oude Testament behoort tot een reeks verhalen over negen heldinnen uit de oudheid. Deze verhalen worden al in de late middeleeuwen gebruikt op wandtapijten. De cartons voor de reeks waartoe De vroomheid van Hanna behoort, zijn mogelijk in de omgeving van Rubens te situeren. De priester op dit wandtapijt vertoont een grote overeenkomst met de figuur van Melchisedech, priester-koning van Salem, op een schilderij van Pieter Paul Rubens. Dit


1

schilderij is een sterk uitgewerkt ontwerp, een modello voor de cartons van de wandtapijten van de reeks van de Triomf van de Eucharistie. Een andere inspiratiebron is ook de befaamde reeks beroemde vrouwen uit de oudheid van Jacob Jordaens die vaak wordt aangeduid als De Deugden. Een verdere verwijzing naar de omgeving van Rubens is mogelijk te vinden in de boorden. De boordversiering van De vroom-

heid van Hanna vertoont een grote overeenkomt met de tapijten uit de reeks van de Zeven Vrije Kunsten. Deze reeks wandtapijten, waarvan in de Gruuthusecollectie drie wandtapijten te vinden zijn, is ontworpen door een leerling van Rubens, Cornelis Schut. Naast De vroomheid van Hanna is De minzaamheid van Rebecca (XVII.2000.0007), een wandtapijt dat eveneens tot de reeks van De deugden behoort, al sinds

2000 in de museale collectie.

een brugs wandtapijt met een antiek thema Het wandtapijt De gevangenen is thematisch van een heel andere orde. Het wandtapijt beeldt gevangen af, vastgemaakt aan een palmboom. Ze worden meegevoerd op een triomfwagen. Op de achtergrond is een grootse stad met tal-

5


museumbulletin > twee nieuwe wandtapijten in collectie

2

rijke antieke gebouwen te zien. Toeschouwers kijken naar de triomftocht vanuit een portiek. Soldaten in Romeinse harnassen vergezellen de triomfwagen. Aan het begin van de stoet zien we vaandeldragers. Het lege harnas wijst op de oorlogsbuit. Dit wandtapijt beeldt samen met vijf anderen een triomftocht van een veldheer uit. De reeks wordt meestal in de tweede helft van de 16de eeuw gesitueerd. Op de vier andere wandtapijten verbeelden vaandeldragers te paard, de triomfwagen van Fama, soldaten met een krijgsbuit op een olifant en de triomfwagen van de overwinnaar. Op stilistische gronden worden ook Het dankoffer, De clementie van de

6

2 Pieter Paul Rubens, De ontmoeting van Melsichedech en Abraham, modello,

National Gallery of Art, Washington, 1958.4.1

3 Wandtapijt, De minzaamheid van Rebecca, sinds 2000 in de Gruuthusecollectie,

XVII.2000.0007 Foto: Lukas - Art in Flanders VZW / Dominique Provost


veldheer (XVII.1972.0056), De toespraak van de veldheer (XVII.1988.0001) en De gevechtsscène (XVII.O.0003), aan dezelfde reeks toegeschreven. Deze laatste drie wandtapijten bevinden zich al in de Gruuthusecollectie. De boorden van De toespraak van de veldheer en van De gevangen zijn nagenoeg identiek. De negen onderwerpen samen behoren mogelijk tot een grote reeks, die wordt vermeld in de inventaris van Louis XIV uit 1663. De wandtapijten zijn ontegensprekelijk op een Brugs weefgetouw tot stand gekomen. Niet alleen de rode kleur, door het gebruik van meekrap om de wol rood te verven, maar ook door de merken op de gevechtsscène en uiteraard door de vrij typische boordfriezen met arabeske en vlechtmotieven.

over het ruimtegebruik bij antieke taferelen De antieke thema’s krijgen steeds meer bijval vanaf de late middeleeuwen. In 1454 bestelt Giovanni de Medici al een reeks triomfen van Caesar in Lille (FR.). De meeste wandtapijten uit deze periode zijn echter vrij statisch. Het is pas aan het begin van de 16de eeuw dat hier meer dynamiek in komt. De invloed van Rafaël en de cartons, die door het atelier van Pieter Coecke van Aelst in Brussel geweven worden, is al in menig boek en op menig studiedag uitvoerig besproken. De triomfen en oorlogstaferelen uit de antieke oudheid vormen bijna een aparte categorie in het gebruik van de ruimte van een wandtapijt. Guillio Romano, de leerling en daarna ook opvolger van Rafaël, ontwerpt een reeks cartons voor wandtapijten met als thema de daden en triomfen van Scipio. Frans I van Frankrijk bestelt de reeks van 23 wandtapijten in 1532. Het is het Brusselse atelier van Willem en Jan Dermoyen die de reeks op de weefgetouwen maakt, in ‘basse lisse’, dus liggend geweven. De wand-tapijten gaan verloren tijdens de Franse revolutie. De ontwerptekeningen zijn wel bewaard gebleven. Guillio Romano verandert het ruimtegebruik voor antieke taferelen. De breed uitgewerkte taferelen staan bol van de details

en getuigen van een grote kennis van militaire en antieke oorlogsvoering. Volgens enkele bronnen zou deze reeks trouwens niet gemaakt zijn voor Frans I, maar wel voor Karel V, die echter uit geldnood niet kon overgaan tot de bestelling. Een duidelijk andere beïnvloeding die leidt tot het ontwerp van de cartons voor de reeks van de triomfen van de veldheer zijn de schilderijen van Andrea Mantegna. De monumentale serie schilderijen stelt de triomftocht van Caesar voor. De triomftochten zijn vooral ook een literair thema. De invloed van de literatuur op de kunstnijverheid blijft een onontgonnen terrein. De invloed die geschriften zoals Petrarca’s Trionfi (1374) op ontwerpen voor gravures en tekeningen hebben, zijn nog onvoldoende bestudeerd. Ook de heroïsche veldtochten van de Romeinse keizers spreken erg tot de verbeelding van de belangrijkste opdrachtgevers voor wandtapijten: de Europese vorstenhuizen. Zowel De Habsburgers, als hun dynastieke concurrenten zoals Frans I en Henry VIII bestellen gretig dit

soort wandtapijten. Het past in hun visie op een spektakelstaat. De tapijtenreeks waartoe De gevangenen behoort, wordt in Brugge geweven. Het is duidelijk dat de Brugse ateliers gretig inpikken op de populariteit van het thema van de triomfen. De reeks van Romano krijgt veel heruitgaven en ook herinterpretaties. De cartons of de ontwerpen van de reeks triomfen waartoe De gevangen behoort zijn verloren gegaan. De originele ontwerpen of gravures voor de tapijten worden tot nu toe niet achterhaald. Mogelijk gebruiken de Brugse ateliers ook samenstellingen van prenten met verschillende invloeden. De figuren zijn houterig en statisch, terwijl ze bij Guillio Romano bruisen van de dynamiek. Brugse ateliers bezaten de techniek om zeer hoge kwaliteit af te leveren, omdat ze weven op ‘haute lisse’, maar de ontwerpen die ze gebruikten spelen te vaak in op de populariteit met als gevolg een merkwaardig esthetisch kwaliteitsverlies ten opzichte van de oorspronkelijke inspiratiebron.

3

7


museumbulletin > twee nieuwe wandtapijten in collectie

4 Wandtapijt De gevangenen,

nieuwe aanwinst, BMG.2119 Foto: Lukas - Art in Flanders VZW / Dominique Provost

5 Wandtapijt De toespraak van

de veldheer, al sinds 1988 in de Gruuthusecollectie , XVII.1988.0001 Foto: Lukas - Art in Flanders VZW / Dominique Provost

4

de gevangenen, een bijzonder verhaal De recente herkomstgeschiedenis van het wandtapijt is meer dan het vermelden waard. Het thema van het wandtapijt krijgt heel even een sinistere bijklank als we de familiegeschiedenis van de Duits-Joodse Bernheimers erbij halen. Konrad Otto Bernheimer, de kleinzoon en verkoper van het oorspronkelijke wandtapijt schrijft een boek over zijn familiegeschiedenis. Het boek Great Masters and Unicorns: from the life of an art dealer, verscheen in februari 2016 (uitgeverij Hantje Cantz). Konrad is vierde generatie kunsthandelaar, zijn overgrootvader Lehmann Bernheimer start de familiezaak in 1864 te München. In 1918 neemt zijn zoon Otto Bernheimer de familiezaak over. Bernheimer is op dat moment uitgegroeid tot een van de belangrijkste kunsthandels in Duitsland. De zaak blijft groeien, maar het economische en politieke klimaat in Duitsland wijzigt drastisch in 1933 met de verkiezing van Adolf Hitler. Tijdens het Nazistische regime worden de zogenaamde Nuremberg-wetten gestemd. Vanaf 15 september 1935 worden Duitsers verdeeld in Rijksburgers en niet-Rijksburgers. Alleen de

8

Rijksburgers hebben nog stemrecht en mogen een openbare functie bekleden. De wetten worden steeds drastischer. De sfeer in Duitsland wordt voor Joods-Duitse families zoals de Bernheimers steeds grimmiger. Ironisch genoeg kopen grote kopstukken zoals Hermann Göring wel bij kunst aan bij Bernheimer. Tijdens de Kristallnacht in november 1938 zou Göring zelfs instructies hebben gegeven om de Bernheimercollectie te sparen. Kort daarna wordt de vader van Konrad, zijn oom Ludwig en hun twee neven Paul en Franz vastgezet in Dachau. Otto Bernheimer ontsnapt eerst aan de Gestapo, maar wordt daarna ook gearresteerd en naar Dachau gebracht. Het is dankzij bemiddeling van de Mexicaanse regering -Otto Bernheimer is immers ere-consul van Mexico geworden in 1938- dat de Bernheimers vrijgelaten het land mogen verlaten. Ze zetten hun leven verder in Venezuela, waar Konrad in 1950 wordt geboren. Otto zal in 1945 terugkeren en start de familiezaak opnieuw op. Konrad gaat na de dood van zijn vader bij zijn grootvader in München wonen en leert daar de familiestiel. Op 26 jaar neemt Konrad de kunsthandel over. Vandaag is hij naast voorzitter van TEFAF eigenaar van kunst-

handel Colnaghi en Bernheimer. Terug naar 1939 en 1940. De rijke collectie van de kunsthandelaar wordt geconfisqueerd door het Duitse Rijk onder het mom van ‘arianisatie’. Het ware doel is het plan van Hitler om in Linz (Oostenrijk) het grootste museum ter wereld te maken, het Führermuseum. Hij laat kunstschatten verzamelen vanuit alle bezette Duitse gebieden. Het wandtapijt De gevangenen wordt samen met het standbeeld Madonna met kind, de Aanbidding van het Lam Gods en ongeveer 5000 andere kunstwerken opgeborgen in de zoutmijn in Althussee in afwachting van de realisatie van het supermuseum. Het museum komt er nooit en sommige verhalen van teruggave zijn intussen wereldberoemd. Als het echter niet gaat om de zeer belangrijke en iconische kunstwerken uit de kunstgeschiedenis zoals de Madonna of het Lam Gods, dan is de kwestie van teruggave toch ingewikkelder zo blijkt. Het Max Planck Instituut beslist in 1989 om een wandtapijt aan te kopen. Het wandtapijt is tot dan in bezit van de Financiële Dienst van de Beierse Staat. Bij de Beierse Staat is er weinig coherente herkomstinformatie te vinden. Het wandtapijt staat beschreven als voormalig bezit


brugge Voor Konrad is het echter geen optie om het wandtapijt zelf bij te houden. Een wandtapijt is, zoals we bij Musea Brugge ook weten, geen kleintje om op te hangen. Konrad ziet het wandtapijt niet graag opnieuw in de vergetelheid verdwijnen en contacteert Till-Holger Borchert, directeur van onze instelling. Na alle omzwervingen van het kunstwerk lijkt het niet meer dan gepast dat het terugkeert naar de stad waar het ooit is gemaakt. Na vlotte onderhandelingen beslist het College van burgemeester en schepenen van de Stad Brugge om op het advies tot aankoop van Musea Brugge in te gaan.

Bibliografie: Guy Delmarcel, Erik Duverger, Brugge en de tapijtkunst, Brugge, Louis de Poortere, 1987. Guy Delmarcel, Het Vlaamse Wandtapijt van de 15de tot de 18de Eeuw, Lannoo, 2000. Konrad Bernheimer, Great Masters and unicorns: from the life of an art dealer dynasty, Hantje Cantz, 2015. Dr. Armin Scherber, Max Planck institute, provenance research.

5 van het Rijk en heeft catalogusnummer 44792. Enkele onderzoekers van het Max Planck Instituut geraken geïntegreerd door het fascinerende wandtapijt. Het vermoeden groeit dat de herkomst van het wandtapijt niet zo zuiver is. Via het Deutsches Zentrum für Kulturgutverluste (German Lost Art Foundation) wordt voor de periode van november 2015 tot februari 2016 een onderzoeksproject aangevraagd met als doel, de herkomst van het wandtapijt De ge-

vangenen. Onderzoeker dr. Vanessa-Maria Voigt krijgt een projectsubsidie van 15.000 euro om de herkomstgeschiedenis na te gaan. Na enig archiefwerk blijkt dat het wandtapijt tot de collectie voor het Führermuseum in Linz behoort met inventarisnummer 914. De onderzoeker ontdekt dat het stuk geconfisqueerd is bij de firma Bernheimer. Konrad Bernheimer krijgt als rechtmatige eigenaar het wandtapijt na bijna 80 jaar terug.

9


museumbulletin > het stadsplan van brugge door marcus gerards

het stadsplan van brugge door marcus gerards een overzicht van de historiek en de conservatie-restauratie van de kaart

De kaart van Marcus Gerards is een topstuk, en dat in meer dan één betekenis. Het is een unieke en bijzonder waardevolle historische bron over het Brugge van de late middeleeuwen. Het is een intrigerend ensemble in de collectie, waar naast een ingekleurd exemplaar van de kaart ook de koperplaten bewaard zijn. De kaart (de druk) schittert nu in de tentoonstelling ‘Pourbus en de vergeten meesters’ in het Groeningemuseum en krijgt straks een glansrol (de koperplaten) in het vernieuwde Gruuthusemuseum. Door ELIEN VERNACKT, NADIA VANGAMPELAERE EN ANN PECKSTADT

Plan van Brugge, detail versozijde voor en na reiniging Foto links: Ann Peckstadt; Rechts: Lukas Art in Flanders VZW / Dominique Provost, 2015

10

de kaart: historische bron De kaart van Marcus Gerards uit 1562 is een unieke momentopname van een woelige periode. Ze toont Brugge vlak voor de godsdienstoorlogen, die voor heel wat verandering in het stedelijke landschap zorgden. Gerards’ kaart is hiervan de enige bewaarde visuele getuige. Bij de belangrijke gebouwen, zoals het belfort, ging hij erg gedetailleerd te werk. Maar los van de graad van detaillering vertelt de kaart ook een complex verhaal. Toen het stadsbestuur van Brugge Marcus Gerards in 1561 vroeg deze kaart te maken, eisten ze dat hij de stad dichter bij de zee tekende

en de waterwegen er breder liet uitzien dan ze in werkelijkheid waren: “Ten fine dat men mercken mach de goede navigatie.” Dit was belangrijk voor de stad Brugge. In de zestiende eeuw ging de handelspositie van de stad immers sterk achteruit. Handelaars gaven steeds meer de voorkeur aan Antwerpen. De verzanding van het Zwin speelde daarin een rol, naast de politieke en economische factoren. Brugge staarde zich blind op die fameuze verbinding met de zee en stelde alles in het werk om buitenlandse handelaars ervan te overtuigen dat het in Brugge voorspoedig handeldrijven was. Een nieuw kanaal, de Verse Vaart, werd gegraven en de kaart van Gerards moest dat feit propageren.


Gerards nam zijn opdracht ter harte. De stad Brugge zelf neemt op de kaart het grootste deel in. Links is de veel te korte verbinding met de zee te zien, zoals hem was opgedragen. Daarvoor tekende hij de hele regio van de Zwinmonding proportioneel te klein. De grootte van de steden Damme en Sluis is bijna lachwekkend ten opzichte van Brugge. Andere kleine kunstgrepen hielpen hem om Brugge als de vredevolle en toegankelijke havenstad af te beelden die het stadsbestuur wou zien. Zo gaf hij de vesten een nagenoeg perfecte cirkelvorm die niet strookt met ‘het ei van Brugge’, maar het maakt het beeld wel netjes en evenwichtig. En hoewel een beetje bedrijvigheid in het handelscentrum goede reclame was geweest, is de stad volledig

ontdaan van mens en dier. De combinatie van timing, detaillering, correcte weergave van het stratenpatroon…, maken van dit stuk een ontzettend interessante historische bron. Bovendien was de kunstenaar verrassend eerlijk wat betreft het korter maken van de zeeverbinding. Hij tekende netjes een stippellijn waar de schaal wijzigde, voorzien van een cartouche met een kleine duiding. Marcus Gerards maakte een kaart een kunstenaar waardig, voerde netjes de opdracht uit met behoud van zijn integriteit als kaartenmaker en liet bovendien zien dat hij gevoel voor humor had door een plassend vrouwtje op zijn kaart te tekenen. Kortom, de kaart is een beeld dat meer dan duizend woorden zegt.

de kaart: restauratie In het contract tussen het stadsbestuur en Marcus Gerards is sprake van 40 exemplaren, waarvan zes ingekleurde. Een van deze authentieke ingekleurde exemplaren behoort tot de collectie van Musea Brugge (0000.GRO1283.I). De slechte toestand ervan liet de laatste decennia niet toe om het stuk publiek te tonen. Het afnemen van de linnen drager en de verlijming op een stugge plaat van geperste houtvezels (masonite) - midden jaren ’60 uitgevoerd binnen het kader van een op dat moment gangbare praktijk - had in de decennia daarna nefaste gevolgen. Het plan vertoonde al vóór die behandeling ernstige vochtschade, vervilting, verzwakking en inktvraat. Naast de natuurlijke veroudering,

11


museumbulletin > het stadsplan van brugge door marcus gerards

lacunes en sleet die men kan verwachten van een papieren ‘gebruiksobject’ van dergelijke afmetingen, zorgde de harde verlijming in combinatie met klimaatschommelingen voor versnelde verzuring van het papier, verdonkering van de verlijmingen en het ontstaan van nieuwe spanningen in het oppervlak, met scheuren tot gevolg. Ook de inlijsting liet te wensen over: de lijst, die vermoedelijk tijdens dezelfde behandeling was aangepast, was voorzien van een erg zware beglazing zonder afdoende afstand ten opzichte van het plan. Delen van de papieren boord staken aan de achterzijde van de lijst uit, bij elke manipulatie dreigden stukjes papier af te breken. In 2015 werd het stuk opgenomen op de Vlaamse Topstukkenlijst, wat op financieel vlak nieuwe perspectieven opende voor de conservatie van het stuk. Daarnaast groeide hernieuwde

1

12

aandacht voor de kaart, enerzijds door het project MAGIS Brugge, anderzijds door de wens om de kaart als een sleutelstuk op te nemen in de najaarstentoonstelling van 2017 in het Groeningemuseum, ‘Pieter Pourbus en de vergeten meesters’. In het voorjaar van 2015 besliste de directie om in te zetten op de restauratie van het stadsplan. Restaurator Ann Peckstadt werd aangetrokken om het vooronderzoek uit te voeren en een restauratievoorstel te formuleren. Ze stelde een gedetailleerd schadebeeld op per verlijmd vel papier en voerde al enkele testen uit met het oog op het losmaken van de kaart, de kleurgevoeligheid en het aanbrengen en verwijderen van een facing met Japans papier. Hiertoe was ontlijsting nodig en werd al een eerste noodfixatie uitgevoerd op de uitstekende randen van de papieren boord om verdere schade te voor-

komen. Ze stelde ook oude retouches en vele overschilderingen vast. Het uiteindelijke voorstel voor de papierrestauratie omvatte een hele resem acties: een droogreiniging, tijdelijke fixatie van scheuren en lacunes, het verwijderen van de onderste afboording, het aanbrengen van een facing op de rectozijde, het verwijderen van de hardboardplaat, het droogreinigen en verwijderen van oude lijmsporen op de versozijde, de gecontroleerde relaxatie van de kaart, het fixeren van scheuren en lacunes op de versozijde en het aanbrengen van lichte minimale retouches. Aansluitend zou de kaart opnieuw gemonteerd worden op een drager. De totaalkost voor de restauratie, inclusief verzekering, verpakking, transport, de behandeling en een eventuele nieuwe omlijsting werd geraamd op 72.914,60€. De Topstukkenraad ging akkoord


2

met het ingediende dossier en het Agentschap Kunsten en Erfgoed kende een subsidiebedrag goed van 80% van de totaalkost. De overige 20% werd door Stad Brugge gefinancierd. In oktober 2016 verhuisde het plan richting het restauratieatelier, waar het een intensieve behandeling kreeg gedurende een jaar. Een opvallende ontdekking tijdens de restauratie was een eerdere herstelling/versteviging aan de versozijde met administratief drukwerk uit het einde van de 18de en begin van de 19de eeuw. Na het afhalen van de facing konden de scheuren gefixeerd worden en de lacunes ingevuld met getint Japans papier. Waar nodig werden de visueel erg storende zones bijgetint. Voor de hermontage werd gekozen voor een combinatie van zuurvrij karton deels met en deels zonder honingraatstructuur. De bestaande lijst was niet geschikt voor de optimale museale bewaring van de kaart. Er werd beslist de lijst te vervangen door een nieuwe in gebeitste beuk, voorzien van een UV-werende acrylplaat ter bescherming. Het technisch atelier van Musea

Brugge stond in voor de productie van de lijst. De conservatie-restauratie bleek erg tijdsintensief. Hoewel de kaart door de reiniging duidelijker leesbaar is, zijn de meeste ingrepen op het eerste zicht nauwelijks waarneembaar. Zoals bij elk conserveringsproject was het de bedoeling om de levensduur van het object significant te verlengen voor toekomstige generaties en de verdere kans op schade te minimaliseren. Dit alles gebeurde met de grootste aandacht voor de authenticiteit van het plan, waar ook de oude restauraties toe behoren. De weinige toevoegingen kunnen indien nodig gemakkelijk worden verwijderd. Gezien de materiaal specifieke eigenschappen van papier, zal het plan in de toekomst slechts occasioneel publiek te zien zijn na de tentoonstelling Pieter Pourbus en de vergeten meesters. Een reden te meer om op de tentoonstelling wat langer stil te staan bij dit uitzonderlijke object.

1 Plan van Brugge, detail van een

gescheurde zone voor behandeling. Foto links: Ann Peckstadt; Rechts: Lukas - Art in Flanders VZW / Dominique Provost, 2015

2 Plan van Brugge, na restauratie en

hermontage, voor inlijsting. Foto: Lukas - Art in Flanders VZW / Dominique Provost, 2017

13


museumbulletin > triomf van de moederliefde

triomf van de moederliefde

focus op de ocmw-verzameling in het sint-janshospitaal

Editie VII van de reeks dossiertentoonstellingen rond OCMW-collecties neemt een onverwachte wending. Het Sint-Janshospitaal nodigt zichzelf uit als eregast en tovert een schilderij tevoorschijn uit de eigen verzameling, dat tot op heden zelden aan het publiek werd getoond. Dit doek deelt de eregastpositie met een kunstwerk in bruikleen uit het Musée des Beaux-Arts van Doornik. De twee schilderijen treden drie maanden lang met elkaar in dialoog, van 15 december 2017 tot 19 maart 2018, en vertellen een tijdloos verhaal van onbaatzuchtige moederliefde. Door SIBYLLA GOEGEBUER

capsuletentoonstelling Jacob van Oost de Oude (toegeschreven aan), Moeder en Kind, circa 1640, olieverf op doek, H 85 x B 71 cm, Sint-Janshospitaal Brugge Foto: ©Dominique Provost, 2017

14

Projecten in het Sint-Janshospitaal duiden het rijkgeschakeerde zorgverhaal. Het jaarlijkse initiatief rond OCMW-collecties maakt deel uit van het structurele samenwerkingsproject OCMWcollecties Vlaanderen & Henegouwen. Het benadrukt telkens één aspect van de tijdsoverschrijdende bekommernis vanwege de zorgactoren van het Sint-Janshospitaal voor de medemens. De minipresentatie heet ook capsuletentoonstelling. Eén verhaal, één thema, één kunstenaar of een kunstenaarsfamilie worden in een opstelling in klein, compact en mobiel formaat aan het publiek onthuld. Editie VII doet niet anders. Twee taferelen, het schilderij Moeder en Kind (circa 1640) toegeschreven aan Jacob van Oost de Oude (1601-1671), uit de collectie van het Sint-Janshospitaal, en het doek Heilige Maagd met Kind en heilige Johannes (1668) van Jacob van Oost de Jonge (1639-1713), uit het Musée des Beaux-Arts te Doornik, vertellen een

bijzonder caritatief verhaal.

caritas: allegorie van de onbaatzuchtige moederliefde Op beide taferelen verschijnen Maria, baby Jezus en de kleuter Johannes die op volwassen leeftijd de doper van Christus wordt. De kunstenaars hebben het tafereel bewust beperkt gehouden, zowel qua afmetingen als qua decorum en emotionele uitdrukkingen. De drie protagonisten dirigeren een schouwspel dat de onvoorwaardelijke moederliefde etaleert. Het ogenschijnlijk onopvallende decor en een kleurengamma dat door rode, blauwe en witte tonen wordt overheerst, maken van het geheel een sereen tafereel. De barokke pathos, bijna noodzakelijk voor schilderijen met een caritasthematiek in de context van de Contrareformatie, ontbreekt. Werd opzettelijk gekozen – door de opdrachtgevers of kunstenaars - voor een rus-


tige, bijna naar classicisme neigende compositie? Wensten zij uitdrukkelijk een intiem ogend tafereel? Waren de werken misschien voorbestemd voor een beperkt publiek, zelfs voor privĂŠdevotie? De figuren lijken deel uit te maken van de echte leefwereld van de toeschouwer.

Ze zijn herkenbaar menselijk afgebeeld en genieten van het samenzijn met drie. De lieflijke handgebaren van Moeder en Kind voeren een dialoog zonder woorden. De toeschouwer geniet mee van het narratieve schouwspel. Het thema van Maria en Kind en de kleine

Johannes ligt aan de basis van de naastenliefde-iconografie in de beeldende kunst. De afbeelding van het goddelijke gezin en Johannes toont hoe mensen van vlees en bloed het ouderlijke geluk kunnen realiseren. De aardse liefde versmelt met het goddelijke altruĂŻsme.

15


museumbulletin > triomf van de moederliefde

selijk verdriet, de moedersmart die Maria te wachten staat. Johannes laat zijn blik buiten het schilderij treden. Hij eist als in een verstilde momentopname de aandacht van Maria en van de toeschouwer. Hij houdt de wimpel, met een voor de toeschouwer onvolledig leesbare tekst, hoog in de handen. Voor de ogen van Maria alleen verschijnen de woorden Ecce Agnus Dei (Zie hier het Lam Gods), de woorden die hij uitsprak toen Jezus naar hem toekwam om zich te laten dopen (Joh. 1:29). Het schilderij uit Brugge maakt deel uit van de OCMW-collectie. Het bevindt zich sinds jaren in het kloostergedeelte van het Sint-Janshospitaal. Het vrij kleine kunstwerk dat het thema caritas, verbeeld door de goddelijke moederliefde, toont, leent zich perfect tot privé-devotioneel gebruik in een hospitaal dat vanaf 1598, in de periode van Contrareformatie, door vrouwelijke religieuzen wordt geleid. Ontegensprekelijk past een dergelijk tafereel ook nu nog perfect in het zorgverhaal dat een hospitaalmuseum vertelt.

Bron PETZEL, K. (Red.), Caritas. Nächstenliebe von den frühen Christen bis zur Gegenwart, Petersberg, 2015.

Vanaf de 14de eeuw wordt de vrouwelijke personificatie van de caritas een van de overtuigendste manieren om de naastenliefde te duiden, zo schrijft Sabine Poeschel in Die Allegorie der Caritas in der Kunst der Neuzeit (PETZEL 2015, p. 288-291). Tijdens de renaissance blijft deze manier van voorstellen van de caritas gebruikelijk. In de Nieuwe Tijd is het uitbeelden van een moeder die zich ofwel bekommert om een meestal naakt kind, ofwel van een moeder die een kind voedt of omarmt, het meest vertrouwde beeld van de caritasiconografie. De moeder houdt haar gevoelens vrij ingetoomd. Het kind is daarentegen uitbundig aanwezig. Vanaf de Reformatie en na het Concilie van

16

Trente (1545-1563) wordt de onbaatzuchtige naastenliefde als caritas het onderwerp van een moraaldiscours en wint de iconografie, ook in Noord-Europa, aan populariteit. De ontblote moederborst en het kind fungeren veelvuldig als attributen. Het schilderij van Doornik vertelt een dubbel verhaal. Wat het schilderij van Brugge niet etaleert, wordt op het doek van Doornik expliciet getoond. De gemoedelijke familiesfeer wordt er overschaduwd door de onheilspellende en tegelijk voor de mensheid verlossende boodschap die de kleine Johannes met de wimpel in de handen overlevert. De moederliefde loopt er parallel met de voorspelling van het onmen-

Jacob van Oost de Jonge, Heilige Maagd met Kind en heilige Johannes, 1668, olieverf op doek, H 97,5 x B 82 cm Collectie Musée des Beaux-Arts van de Stad Doornik


museumbulletin > Museum onze-lieve-vrouw ter potterie in beweging

het museum onze-lieve-vrouw ter potterie in beweging! Het bijzondere aan de locaties van Musea Brugge is de sterke verbinding tussen monumentale historische gebouwen en de diverse kunst- en erfgoedcollecties die er worden gepresenteerd. Dit geldt vast en zeker voor het museum Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie. Een stapsgewijze vernieuwing van de presentatie zorgt voor een versterking van dit ensemble. Door MIEKE PAREZ

1982 Het museum Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie heropende in maart 1982 de deuren na een lange periode van sluiting voor herinrichting. Het museum dateerde van het einde van de 19de eeuw en toonde in de historische ziekenzaal het kunstbezit dat sinds de middeleeuwen rond de armenzorg was samengebracht. Toen het museum in 1982 heropende, beantwoordde het aan de museologische normen van die tijd. Men had bovendien, zoals gevraagd, de typische sfeer van het huis behouden. De inwonende kloostergemeenschap besliste mee over de opstelling: zo werd al het kerkzilver overeenkomstig de wensen van de zusters in één wandvitrine opgesteld, met een schoolvoorbeeld van horror vacui als resultaat. Er was weinig ruimte voor eigentijdse elementen in de herinrichting, tenzij ze in de bestaande infrastructuur konden worden geïntegreerd, quod non. Museum en klooster liepen dan ook

bijna naadloos in elkaar over. Het museum richtte zich op kenners die de authenticiteit van het erfgoedensemble in zijn oorspronkelijke context wisten te waarderen.

2017 Ondertussen heeft de tijd niet stilgestaan. De kloostergemeenschap woont nog altijd in het aanpalende klooster, de kerk is nog in functie en de meerwaardezoekers blijven komen, maar zowel in het klooster als in het museum wordt een nieuw hoofdstuk geschreven. De hoogbejaarde zusters trekken zich in religieuze verstilling terug en laten de band met het museum los. Het museum geeft met diverse initiatieven blijk van een nieuwe dynamiek. In de inkom kwam er een tochtsas zodat de voordeur kan blijven openstaan, wat de visibiliteit voor voorbijgangers bevordert. De beveiliging werd vernieuwd en het museum ging als eerste locatie over op ledverlichting. De gang naar de voor-

17


museumbulletin > Museum onze-lieve-vrouw ter potterie in beweging

1

2

18

malige pastoorswoning werd uit het museumparcours geschrapt en in de kerk kwamen er -discreet- etiketten bij de belangrijkste werken. Tegelijk wordt gewerkt aan een eigentijdse museale opstelling voor de bezoeker van vandaag. De typische sfeer van het huis, de intrinsieke religiositeit van een middeleeuwse caritatieve instelling, is niet meer determinerend maar contextueel. Bij de herinrichting is het uitgangspunt ‘minder is meer’: minder objecten in meer ruimte, met als doel een opwaardering van de kunstwerken. De zaal met het kerkzilver kwam als eerste aan de beurt en recent werd ook de grote zaal afgewerkt. Ze is precies zoals we voor ogen hadden: een rustige museumruimte waar niets de aandacht van de kunstwerken afleidt. De panelen worden op twee doorlopende sokkels getoond, op veilige afstand, zodat we op een verantwoorde manier de zware glasplaten konden weglaten. Zo tonen we de werken voor het eerst in hun volle waarde aan de bezoekers. Inhoudelijk illustreren de twee wanden de devotie van de zusters en momenten uit het leven van Jezus Christus vanaf de Geboorte tot en met de Verrijzenis. De grote tafel die als reminiscentie aan het kloosterleven in het midden van de zaal stond, wordt nu als uitzonderlijk museaal object op een sokkel gepresenteerd. In de wandvitrines met toegepaste kunsten werd een selectie gemaakt; minder belangrijke of anekdotische objecten gingen in depot. Het resultaat is één grote, rustgevende ruimte: de grote renaissancekast is nu een blikvanger, de wand met educatieve panelen is weg, en de doorgang naar de zilvercollectie en de pandgang is vrij. Een herinrichting is de geschikte gelegenheid om nieuwe wetenschappelijke inzichten met de bezoekers te delen. Het paneel met Onze-Lieve-Vrouw van ’t Boompje kreeg eindelijk de correcte benaming, Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel, die jaren geleden door dr. Dirk De Vos was aangereikt. Van het paneeltje met de Heilige Michaël kennen we met quasi zekerheid de auteur: de Meester van de Ursulalegende. Voor de toegepaste kunsten werkten we samen met een externe specialist. Hij onderzocht de objecten in


het ritme van de herinrichting. De etiketten bij de kunstvoorwerpen worden zaal per zaal door een aantrekkelijk meeneembord met thumbnails vervangen, de vroegere educatieve panelen door een algemene gids. Daarin werden de nieuwe inzichten opgenomen, zoals het recente onderzoek (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Brussel en Universiteit Antwerpen, 2015) naar de anonieme stoffelijke resten in het ‘Idesbaldschrijn’ in de kerk.

2018-2019 Volgend jaar worden de pandgang en de twee kleine zaaltjes heringericht (afb. 4) en in 2019 de gang tussen kerk en museum. De krijtlijnen voor de nieuwe presentatie worden momenteel uitgetekend. In 2020 hopen we het museum te presenteren als een erfgoedensemble dat uit een middeleeuwse stedelijke caritatieve instelling is gegroeid maar de aansluiting met de 21ste eeuw niet heeft gemist.

3

1 Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie,

grote zaal Foto: ©Dominique Provost, 2017 2 Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie,

vierdeurkast met medaillons, Vlaanderen, 16de eeuw Foto: ©Dominique Provost 3 Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie,

gastenboek Foto: ©Dominique Provost, 2017 4

4 Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie,

de grote zaal en de zalen die volgend jaar worden heringericht en verschafte ons alle input die tot nu toe ontbrak. In een van de 17de-eeuwse boekbanden ontdekten we een ‘gastenboek’ met namen en handtekeningen van bezoekers uit de hele wereld, vanaf 1937 (afb. 3). De twee-

verdiepingskast met de Annunciatie uit de grote zaal blijkt na onderzoek niet gotisch maar gedeeltelijk neogotisch. Nieuw in de opstelling is de recent aangekochte overlijdenspenning van Nicolas Despaers (1597) die in de Potteriekerk een praalgraf heeft. De publieksinformatie volgt

pandgang met kleine zaal Foto: Stad Brugge, Cel Fotografie, 1982

19


museumbulletin > gruuthuse in galant gezelschap

gruuthuse in galant gezelschap Al sinds 2014 zijn de deuren van het Gruuthusemuseum gesloten voor het publiek. In het Arensthuis krijgt het publiek een voorsmaakje van het nieuwe museum. Tot 22 april 2018 loopt daar Gruuthuse in galant gezelschap, een collectiepresentatie over de 18de-eeuwse leefcultuur van de Brugse beau monde. Door LIEVEN DE VISCH EN KRISTEL VAN AUDENAEREN

Zaalzicht in de tentoonstelling Foto: Lieven De Visch

van woonhuis tot museum Het Arentshuis is niet toevallig gekozen als tentoonstellingsplek. Niet alleen maken het Arentshuis en het Gruuthusepaleis lange tijd samen deel uit van één grote site, ook de functies van de gebouwen kennen een gelijkaardig verloop. Ze doorlopen beide een boeiende geschiedenis: van woonhuis tot museum. Tot 1662 is de site van het Arentshuis onderdeel van het Gruuthusedomein. In 1596 verkoopt de familie Gruuthuse het paleis, waardoor het een pandjeshuis wordt: de Berg van Barmhartigheid. In 1662 verkoopt de familie de rest. Het gebouw links wordt gekocht door Anthone vander Zijpe. Hij bouwt er een nieuw huis met barok uitzicht. De neoklassieke façade van het Arentshuis, zoals we het vandaag kennen, is de verantwoordelijkheid van Louis Emmanuel van Outryve, eigenaar van 1783 tot 1827. Het is de laatste

20

eigenaar, Aquilen Arents de Beerteghem die zijn naam zal geven aan het gebouw. Zowel het Arentshuis als het Gruuthusepaleis transformeren eind 19de en begin 20ste eeuw tot een museum. In 1876 koopt de stad het Gruuthusepaleis op vraag van het Oudheidkundig Genootschap. Stadsarchitect Louis Delacenserie restaureert het paleis en de omgeving in neogotische stijl, de heersende smaak van dat moment. De stad Brugge gaat nog een stap verder en ziet de omgeving van het Gruuthusepaleis als een toeristisch zone. Ze onteigenen Aquilin Arents in 1909. De tuin van het domein wordt een park. Het Bonifaciusbrugje verbindt vanaf 1912 het Gruuthusepaleis en het Arentshof over het water. In het tuinpaviljoen plaatsen ze de Strijdende Engelen van Pieter Pepers uit 1781. Het beschadigde origineel, nu in de opstelling te zien,


wordt in de jaren 1970 vervangen door een kopie. Vanaf 1911 is het Gruuthusepaleis volledig operationeel als museum en in 1936 volgt het Arentshuis dat plechtig wordt ingehuldigd als het Brangwynmuseum.

een gloednieuw onthaalpaviljoen. Een nieuwe fase in de geschiedenis van Gruuthuse, wat voor bewoners en bezoekers een bruisend en dynamische plek moet worden in de hedendaagse cultuurstad die Brugge vandaag moet zijn.

de toekomst van gruuthuse

een vleugje 18deeeuwse leefcultuur

Gruuthuse in galant gezelschap gaat niet alleen in op de historische ontwikkeling van de museale domeinen. Er is ook plaats voor de toekomst. Voortbouwend op de doorlopende aanpassingen, restauraties en renovaties van zowel het Arentshuis als het Gruuthusepaleis, toont een maquette nu ook hoe de toekomst van museumplein eruit zal zien. Op de plaats van de vroegere westvleugel, die vroeger het Gruuthusehof helemaal afsloot, verrijst binnenkort

De 18de-eeuwse leefcultuur van de rijke burgerij in Brugge is minder gekend dan de hoogdagen van Brugge. De stad is niet langer het VenetiĂŤ van het Noorden, maar kent een relance na de godsdiensttroebelen en doormarcherende legers van de hertog van Alva en later Louis XIV in de late 16de en in de 17de eeuw. De rust lijkt teruggekeerd en biedt ruimte aan de adellijke families om opnieuw grote rijkdom en status te verwerven. In de tentoonstelling worden enkele

figuren belicht, onder wie voormalig eigenaar van het Arentshuis Valentin de Stappens. Hij is lid van talloze verenigingen en sterk ingebed in het sociale en artistieke leven in Brugge. Hij zit zowel in de Rederijkerskamer als in de bloemenvereniging Dorothea, wandelt mee met de Confrerie van het Heilig Bloed en is bovendien vrijmetselaar. Dat Brugge op dat moment een kleine wereld is, zien we aan de familiale linken die Valentin heeft met de familie Veranneman. De familie staat volgens overlevering afgebeeld op het lieftallige huiselijke tafereel Het Vieruurtje van Jan Antoon Garemijn. Valentins oom is Jean-Joseph Veranneman, de pater familias op dit schilderij. De adellijke families en de rijke burgerij richten hun huizen in naar Franse stijl. De hofcultuur van de opeenvolgende Lodewijken zet

21


museumbulletin > gruuthuse in galant gezelschap

de trend voor heel Europa vanaf de late 17de eeuw. Nieuwe handelsproducten stromen toe vanuit de hele wereld. De talloze ontdekkingsreizen uit de late middeleeuwen en de 16de eeuw werpen letterlijk hun vruchten af. Inlegen lakwerk en vooral porselein uit Azië zorgen voor een ware revolutie. Dit inleg- en lakwerk is samen met de antieke Romeinse mozaïeken de inspiratie voor een van de meest bekende meubelmakers allertijden: André-Charles Boulle. Zijn marquetterie verspreidt zich via de hofcultuur van Frankrijk naar de Nederlanden. Voortaan wil iedereen een stoel, kast, klok met lak- of inlegwerk. Of een combinatie van al die technieken. Porselein dat eerst als ballast meekomt met de talrijke specerijen en nieuwe producten

22

zoals thee, wordt een handelsgoed op zich. In 18de-eeuws Brugge bouwen handelaars zelfs imperia uit met deze producten, die ze onder meer via de Oostendse haven importeren. Vanuit Amerika komen dan weer andere producten zoals tabak en katoen. Het katoen neemt de vlasnijverheid over en is al vlug hét materiaal waaruit je bijvoorbeeld kan kantklossen. De wereld wordt groter en de interesse in wetenschap neemt dankzij de Verlichting enorm toe. De rijke leefcultuur laat toe om verzamelingen aan te leggen met curiosa. Brugs verzamelaar Joseph Van Huerne heeft een grote interesse voor exotica, natuurlijke curiositeiten, kunstwerken en antiquiteiten. Hij laat een deel van zijn merkwaardige verzameling documen-

teren door Jean Charles Verbrugge en Pierre François Ledoulx. De bladen vormen samen enkele albums, zoals het zogenaamde Oosters album, een volume met insecten en één met curiosa uit de natuur. Wetenschap is documenteren, meten en weten.

Waaier met huwelijksaanzoek in een pastoraal landschap, VIII.O.0022, Gruuthusecollectie Foto: Lukas - Art in Flanders / Dominique Provost


beste museumvriend(in), Ook 2017 was een “grand cru” jaar voor de Vrienden Musea Brugge.

Stand van Zaken betreffende de restauratie van de bidkapel

Natuurlijk zijn wij bijzonder fier op ons nogmaals groeiend ledenaantal – opnieuw een stijging met meer dan 4%. Dit vormt het beste bewijs dat onze leden onze werking weten te appreciëren. 2017 zal echter bovenal geboekstaafd blijven als het jaar van de bijzonder succesvolle “TOON JE GRUUT HART” campagne. Om tijdig de laatvijftiendeeeuwse bidkapel van Lodewijk van Gruuthuse met haar zeldzame interieur te restaureren en er voor te zorgen dat deze gelijktijdig met het Gruuthusepaleis straks zou heropenen, lanceerden wij de “crowdfunding” campagne “TOON JE GRUUT HART”. Men had ons inderdaad meegegeven dat het maximale subsidiepercentage voor de geplande restauraties binnen het Gruuthusepaleis bereikt was. Dus moest een nieuw subsidiedossier ingediend worden. Maar daardoor kwam de restauratie op een jarenlange wachtlijst terecht. En dit was voor ons ondenkbaar. Dank zij de inzet en de steun van zovelen werd het beoogde resultaat in minder dan 6 maand bereikt. Velen deden een fiscaal aftrekbare gift op onze projectrekening bij de Koning Boudewijnstichting. Mede dank zij onze vrijwilligers werden liefst 5088 (75 cl) flessen van ons exclusief “Brugge Tripel Prestige Limited Edition Lodewijk van Gruuthuse”-bier verkocht, waarbij de winst integraal naar ons project ging. Maar ook de Brouwerij Palm, de Nationale Loterij en zovele anderen zoals de groep net afgestudeerde stadsgidsen hebben het project met een GRUUT HART ondersteund.

In 2016 heeft het KIK, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, een grondig onderzoek gevoerd in de bidkapel. De bouwgeschiedenis en de context werden opnieuw onder de loep genomen, de bestaande bronnen en beeldmateriaal geconsulteerd en alle nog aanwezige (bouw) elementen werden aan een grondig materiaal technisch onderzoek onderworpen.

TOON JE GRUUT HART

160456_BRU_FlyerCrowdfunding_03.indd 1

31/08/16 17:09

Uit het onderzoek is gebleken dat de bidkapel een uniek voorbeeld vormt in de West-Europese kunst. Lodewijk van Gruuthuse spaarde kosten noch moeite om zijn kapel met buitengewone pracht aan te kleden. Er kwamen boeiende resultaten aan het licht over de lambrisering (hout uit het Balticum te dateren in het midden van de 15de eeuw) en over de decoratie van het gewelf (een unieke combinatie van vergulde reliëfversieringen op beschilderd papier). Van nabij bekeken, viel de verfijnde afwerking op van bv. het geschilderde devies van Lodewijk en van de gesculpteerde engeltjes die het gewelf dragen. Aansluitend op dit onderzoek heeft het KIK in het voorjaar van 2017 de bidkapel fotografisch gedocumenteerd. Uit het uitgebreide dossier van het KIK worden momenteel, samen met de experts, conclusies getrokken in functie van de restauratie. Het is de dienst Patrimoniumbeheer van de Stad Brugge die dit in goede banen leidt. Het ziet er naar uit dat de restauratie uit twee grote delen zal bestaan: enerzijds de houtrestauratie waarbij het uitgangspunt de maximale recuperatie van de oorspronkelijke lambrisering is en anderzijds de consolidatie van de nog resterende versiering en beschildering. Het engagement om de gerestaureerde bidkapel samen met het vernieuwde Gruuthusemuseum te openen blijft overeind. Op naar het voorjaar van 2019! Aleid Hemeryck en Inge Geysen

En wat is het resultaat? Na aftrek van de kosten inherent aan de promotiecampagne kunnen wij meer dan € 52.000 aan de restauratie en ontsluiting van de bidkapel besteden. Een resultaat waarop eenieder fier kan zijn. En eens te meer het bewijs dat wij ons echt betrokken voelen met ons Brugs erfgoed. Bertil van Outryve d’Ydewalle

23


colofon

Beschermende leden van de Vrienden van Musea Brugge in 2017

Museumbulletin is een driemaandelijks tijdschrift van Musea Brugge, uitgegeven door vzw Vrienden van de Stedelijke Musea Brugge

dhr. & mevr. Baekeland-Toussein, Assebroek bvba Bekking-Blitz, Amersfoort – NL dhr. Bogaert-De Vreese, Sint-Kruis nv Bonte & Sioen, Brugge dhr. & mevr. Calmeyn-Deconinck, Loppem dhr. & mevr. Coene-De Jonghe, Brugge dhr. Coens, Zeebrugge nv Chronos Brugge, Sint-Michiels dhr. & mevr. Crombez, Sint-Andries D’Haudrecy Art, Knokke mevr. De Cuypere, Sint-Andries dr. De Groote, Varsenare galeries De Maere, Brussel dhr. & mevr. Denys, Blankenberge dhr. & mevr. Depre, Beernem dhr. & mevr. Desmet, Ruiselede dhr. Duflou, Sint-Andries Europacollege, Brugge dhr. & mevr.Galle, Sint-Andries dhr. Geirnaert, Brugge dhr. Gheeraert, EG Consultancy, Brugge dhr. & mevr. Haezebrouck, Sint-Michiels mevr. Hanssens-Pauwels, Oostende dhr. & mevr. Hendrickx, Sint-Michiels dhr. & mevr. Huys-Vanhollebeke, Sint-Michiels dhr. & mevr. Klemke, Brugge dhr. & mevr. Lamote-Delvinquiere, Brugge

Verantwoordelijke uitgever: Bertil van Outryve d’Ydewalle, p/a Dijver 12, 8000 Brugge Coördinatie: Sibylla Goegebuer Eindredactie: Aleid Hemeryck & Geert Souvereyns Redactie: Till-Holger Borchert, Rudy De Nolf, Hubert De Witte, Sibylla Goegebuer, Aleid Hemeryck, Ruud Priem, Geert Souvereyns museumbulletin.redactie@brugge.be Opmaak: Agates, Brugge Druk: Drukkerij Jobert, Wingene

Musea Brugge Dijver 12, 8000 Brugge T 050 44 87 43 F 050 44 87 78 www.museabrugge.be musea@brugge.be

dhr. & mevr. Lemahieu, Sint-Andries dhr. & mevr. Loupo, Oostende dhr. Moerman, Brussel dhr. & mevr. Molhant, Brugge dhr. & mevr. Provost-Vandewalle, Sint-Andries mevr. Roose, Lichtervelde dhr. & mevr. Rutten-Destrijcker, Knokke dhr. & mevr. Schiltz, Varsenare dhr. & mevr. Serruys, Brugge dhr. & mevr.Smets, Sint-Michiels Soliver, Rumbeke mevr. Stevens, Assebroek dhr. & mevr. Tailleu, Oostende not. & mevr. Thomas, Brugge nv Universal Express, Lissewege dhr. & mevr. Van Acker, Sint-Michiels dhr. Van Den Nest, Lennik drs. Van Der Pas, Zudzande mevr. Van Overdijk-Reek, Oostkerke dhr. & mevr. Van Hoestenberghe, Jabbeke dr. & mevr. Van Hootegem, Sint-Kruis dhr. & mevr. Van Tieghem-Dupont, Brugge drukkerij Vandamme-Beke, Assebroek mevr. Verkempinck dhr. & mevr. Vermandel, Oostende dhr. & mevr. Vyncke, Sint-Andries


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Museumbulletin 2017 - nr 4 by Musea Brugge - Issuu