Skip to main content

Museumbulletin 2012 - nr 1

Page 1

Museum

bulletin

1

een vooruitblik op kamarama facelift voor het belfort de treurenden. tranen van liefde heilige bloedprocessie

driemaandelijks tijdschrift afgiftekantoor

8000

brugge

- 32ste jaargang 1 - 2de afdeling

jan-maa 2012

P408620


Voorwoord directie

3

Een vooruitblik op Kamarama

4

Facelift voor het Belfort

8

De treurenden. Tranen van liefde

14

Heilige bloedprocessie

18

Gelezen 22 Vrienden van de Musea

23

Met ‘Stadsfacetten’ presenteert het Bruggemuseum objecten uit de Gruuthusecollectie uit de 18de en 19de eeuw. Het zijn parels uit de collectie die niet dikwijls aan het publiek worden getoond, samen met recente aanwinsten. Hier worden ze gekoppeld aan facetten uit het Brugse stedelijke leven uit de 18de en 19de eeuw, zoals ambachten, schoonheid, vrije tijd en eetcultuur.

Jan Anton Garemijn, Het vieruurtje, 1778 Groeningemuseum


beste museumvriend, beste lezer, Het eerste nummer van 2012 ligt voor u. De verscheidenheid van de bijdragen is zoals altijd een weerspiegeling van het vele dat er in Musea Brugge gebeurt. Zoals ik in een van de vorige bulletins toelichtte, zijn herinrichtingen een permanent onderdeel van onze werking - het kan nauwelijks anders met zestien musea en historische gebouwen. Op dit moment wordt de beste bezochte en meest zichtbare museumlokatie onder handen genomen - het Belfort, letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt in Brugge. Recent is alles wat met de befaamde beiaard te maken heeft, gerenoveerd en vernieuwd, zodat het klokkenspel als herboren over Brugge weerklinkt. Maar ook het interieur van de toren was aan een grondige opknapbeurt toe, niet onlogisch wanneer men bedenkt dat er jaarlijks meer dan 200.000 bezoekers de 366 treden beklimmen. Daarbij komt dat er een duidelijke wens was om de bezoeker meer en betere duiding te geven over de geschiedenis en betekenis van het monument. Niet minder intrinsiek met de geschiedenis van Brugge verbonden, maar toch geheel anders van karakter, is de jaarlijkse Heilig Bloedprocessie. Erfgoedcel Brugge - een onderdeel van Musea Brugge dat zich onder meer toelegt op het immateriële erfgoed in de Reienstad - heeft deze bijzondere, eeuwenoude traditie begeleidt in de (geslaagde) aanvraag tot erkenning als

Unesco Werelderfgoed. Een mooie en terechte waardering van - los van welke levensbeschouwelijke overtuiging dan ook - een processie die de historische identiteit van Brugge mede vormgeeft. Ook daarover leest u meer in dit bulletin. We beseffen volledig dat naast de permanente collecties onze tijdelijke tentoonstellingen een belangrijke trekpleister zijn voor bezoekers uit binnen- en buitenland. Ook op dat vlak gebeurt er veel dit voorjaar. Zonder afbreuk te doen aan andere initiatieven, wil ik hier aandacht vragen voor een tweetal bijzondere projecten in de Brugse musea. In samenwerking met onze vaste partner Brugge Plus opent eind april een tentoonstelling die door de in Vlaanderen en Nederland razend populaire artistieke duizendpoot Kamarguka wordt samengesteld. Naast eigenhandig werk van Kamagurka in het Arentshuis - niet iedereen zal weten dat hij ten gronde een beeldend kunstenaar is – kan je in de Garemijnzaal werk zien van artistieke voorgangers uit de 20ste eeuw die hem beïnvloed hebben. Kamarama is een boeiende en eigenzinnige weerspiegeling van de veelzijdigheid van deze inmiddels aan Brugge verslingerde kunstenaar. Medio mei opent dan weer een expositie in het Sint-Janshospitaal die van een totaal andere orde is. Musea Brugge werd - samen met het

Bode-Museum in Berlijn en het Musée de Cluny in Parijs - aangeboden om de zogenaamde pleuranten tentoon te stellen. Deze beelden werd in de eerste decennia van de 15de eeuw gebeeldhouwd in het atelier van Claus Sluter voor het graf van de Bourgondische Hertog Jan zonder Vrees. Met dank aan Laurent Busine - directeur van het MAC’s in Grand Hornu en sinds 2001 bepaald geen onbekende in Brugge en Vlaanderen - is dit uitgegroeid tot een dubbelpresentatie waarbij deze prachtige en ontroerende albasten beelden tegelijkertijd te zien zijn met een keuze van eigentijdse kunst waarbij afscheid, herinnering, vreugde en verdriet centraal staan. De 15de eeuwse beelden worden opgesteld in- en voor de kapel van het Hospitaal, terwijl de monumentale zolders het decor zijn voor de actuele kunst. Een voorproefje vindt u verderop. Kortom, wij hopen en denken dat er traditiegetrouw weer meer dan voldoende goede redenen om onze musea dit voorjaar te bezoeken. Vorig jaar waren er net geen geen miljoen bezoekers. Hoort u daar dit jaar weer bij? Manfred Sellink


museumbulletin > een vooruitblik op kamarama

een vooruitblik op kamarama kamagurka als kunstenaar en curator Van 1 mei tot 1 augustus 2012 is er in het Arentshuis en de Garemijnzaal van de Hallen en op het traject tussen de twee locaties moderne en hedendaagse kunst te zien, gemaakt of gekozen door Kamagurka. Het Arentshuis wordt een levend atelier met wisselende presentaties, in de Garemijnzaal toont Kama een selectie internationale kunst van kunstenaars die hij bewondert. Ook langs het traject is werk te zien en er komen nevenactiviteiten in de rand. Door Filip L. Demeyer

foto Kama

kamagurka aka luc zeebroek

voor het blad tekenen. En het zou niet bij dat

Kama is bij het grote publiek vooral gekend

sche Zeitung, The Spectator, The New Yorker,

als tekenaar. Luc Zeebroek (Nieuwpoort, 5 mei

National Lampoon, RAW, L’Echo des Savanes,

1956) groeide op in Oostende, volgde kunst-

Playboy, Eulenspiegel, Charlie Hebdo, Titanic,

onderwijs in Brugge en ging daarna animatie-

Das Magazin, Vrij Nederland, HpdeTijd, Die

film studeren aan de Academie in Gent. Omdat

Presse, Göteborger Postensen en vele andere

hij meer buiten het klaslokaal leerde dan op

volgden. Kama tekent op dit ogenblik ook da-

school, gaf hij er voor het einde van de studies

gelijks op de voorpagina van NRC Handelsblad.

ene internationale tijdschrift blijven. Süddeut-

de brui aan. Ondertussen was hij beginnen tekenen met o.a. Robert Crumb en Roland Topor

Kamargurka is een bijzonder veelzijdig iemand.

als voorbeeld. Na vroege publicaties in De Zee-

We kennen hem ook van radio en televisie en

wacht, kreeg hij halfweg de jaren 1970 voet aan

van theater. Samen met Herr Seele maakte hij

de grond bij Humo. Hij is er nog steeds vaste

eind de jaren 1980 o.a. het tv-programma Lava,

tekenaar. Van zijn hand zijn figuurtjes als Bert en

met Dokter Guy Vago en Mijnheer Van Patiën-

Bobje en samen met Herr Seele (Peter van Heir-

ten, het typetje Kamiel Kafka en het feuilleton

seele, Torhout, 1959) bedenkt hij Cowboy Henk.

Wally in Space met Captain Eddy Wally in de hoofdrol. Voor het NTG Gent schreef hij Mario,

1

4

Op z’n twintigste bezocht hij Parijs en hij stapte

ga eens opendoen, er wordt gebeld (1992) en

er de redactie van Hara-Kiri binnen. Hij mocht

Tante Euthanasie gaat achteruit (1994). Op


Studio Brussel was er van 1995 tot 2000 Studio Kafka (samen met een nieuwe lichting Vlaamse komieken) en in 2002 Kamagurkistan, samen met Thomas De Soete. Kamagurka bracht een aantal singles uit en hij ging optreden als Kamagurka en de Vlaamse Primitieven. Wie kent niet de hits ‘Marjoleintje’, ‘De Zee’ en ‘Een klein leger maar een dik leger’ uit begin jaren 1980…? Honderden keren reeds stond Kama op het podium, in jeugdhuizen en festivaltenten, café’s, theaterzalen en cultuurcentra, en dit in Vlaanderen en Nederland. Als stand-up-comedian of typetje en al dan niet samen met Herr Seele en componist-pianist Johan Desmet (Gent, 1956), met de bende van Studio Kafka of in 2005 met Jules Deelder (Kamadeeldra) en in 2009-2010 met opkomend talent Lies Lefever (Kamagurka geneest). De jongste jaren maakte Kamagurka ook ernstiger televisie: een rubriek in De Laatste Show (vanaf 2002) en De Grens in Man bijt Hond (2006-2007). Ondertussen was Kamagurka ook aan het schilderen gegaan. Dat leidde in 2002 tot Tour de Trance, een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met Rudi Fuchs als curator. Vier jaar later nodigde Willy Van den Bussche Kama uit voor deelname aan Beaufort 2006. Hij schilderde een opmerkelijk Job-doek in de SintTheresiakapel van Westende. In 2008 reali-

2

seerde Kama de Kamalmanak, dagelijks één schilderij voor de 366 dagen van dat jaar. Een selectie van die werken werd in 2009 in Tromsø in Noorwegen en een jaar later in Amstelveen tentoongesteld.

curator van een internationale selectie Kamagurka liet zich als curator inspireren door kunstenaars die net als hijzelf met meer dan één discipline bezig zijn, door kunstenaars waarmee hij nog heeft samengewerkt, die hem al lang inspireren of met wiens werk hij recent op een aangename manier in contact kwam.

1 Kamagurka, Kamarama.

Foto Kamagurka 2 Don Van Vliet, Cats Got His Tail, 1985,

olieverf op doek. Collectie en foto Galerie Michael Werner, Märkisch Wilmersdorf, Cologne and New York. 3 Stephen Tunney (Dogbowl), Guitar 5.

Chinees-Japanse inkt op met gesso ingesmeerde electrische gitaar. Collectie en foto Stephen Tunney.

Het is opvallend hoe belangrijk Roland Topor (FR, 1938-1997) is als inspiratiebron voor Kamagurka. Topor behoorde tot de eerste medewerkers van het in 1960 opgerichtte Hara-Kiri. Net als Kama was Topor een duizendpoot. Hij tekende, schreef theater, speelde filmrollen,… In het voorjaar van 1997 was Topor te gast bij Studio Kafka. Samen hebben ze toen een uur absurde radio gemaakt én plannen gesmeed voor een opera. Het mocht niet zijn want Topor overleed twee weken later, op 16 april. Kamagurka was als tiener zeer onder de indruk van de platen van Frank Zappa en Captain Beefhaert. Het beeldend werk van Don Van Vliet aka Beefhaert (US, 1941-2010) leerde Kama kennen via zijn zelf ontworpen platenhoezen. Kama heeft Beefhaert éénmaal ontmoet, toen hij begin jaren 1980 in zijn voorprogramma speelde. In 1982 stopte Don Van Vliet met optreden en legde hij

zich toe op schilderen. Op Kamarama worden vier werken uit 1985 en twee uit 1994 getoond. Van Vliet hangt er naast werk van Step-

3 hen Tunney aka Dogbowl (US, 1959), George Condo (US, 1957), Markus Lüpertz (DE, 1941) en Jeff Olsson (SE, 1981). Uit Nederland toont Kama werk van vrienden en collega’s David Bade (AN/NL, 1970) en Jeroen Henneman (NL, 1942). Lucebert (NL,

1924-1994) zorgt voor de historische basis en Kamagurka is zeer vereerd dat hij onlangs contact kon aanknopen met René Daniëls (NL, 1950). Deze zeer succesvolle kunstenaar kreeg in 1987 een hersenbloeding en diende na een

5


museumbulletin > een vooruitblik op kamarama

lange revalidatie zijn werkwijze compleet aan te passen. Op de tentoonstelling is o.a. werk uit de jaren 1980 te zien. In zijn Belgische selectie presenteert Kama zowel ‘oude rot’ Fred Bervoets (BE, 1942) als ‘jonge honden’ Rinus Van de Velde (BE, 1983) en Kati Heck (DE/BE, 1979). En er komt een heel mooie reeks werken van Werner Mannaers (BE, 1954). Uiteraard mag Herr Seele niet ontbreken. Minder bekend van hem is dat hij zich in zijn schilderijen als een herboren Vlaamse Primitief opwerpt.

alle opzichten fantastische reeks Un autre monde (1843) als een voorloper van het surrealisme beschouwd worden en de hier minder gekende Waalse kunstenaar Capitaine Lonchamps (BE, 1953) laat zich nog steeds door die stroming inspireren. Zijn ‘neigisme’ roept zowel vervreemding als verwondering op. Aan de basis van het surrealisme liggen verder groten als Odilon Redon (FR, 1840-1916) en James Ensor (BE, 1860-1949). Andere grote namen in Kamarama: Pablo Picasso (ES, 18811973) en George Grosz (DE, 1893-1959). Het

werk van Grosz legt dan weer een link met het expressieve dat we bijv. bij Bervoets, Lüpertz en Van Vliet vinden.

accidentalisme Langs de Dijver en in de Arentshof komen in totaal twaalf accidentalistische portretten. Kama schilderde portretten van mensen uit zijn verbeelding, zonder model of afbeelding. Na Amsterdam, Londen en Berlijn gaat hij ook in Brugge op zoek naar de geportretteerden. Wie meent zichzelf te herkennen of een bekende te zien, kan een foto posten op de kamarama-site.

dadaïsme en surrealisme Kamagurka kennen we vooral van zijn knotsgekke, absurde humor. Kan het verbazen dat er nogal wat surrealisme en dadaïsme in Kamarama zit… Begin de jaren 1960 goot Wim T. Schippers (NL, 1942) onder het oog van tientallen camera’s een flesje limonade leeg in de zee. Kama vindt dit nog steeds hilarisch. Wim T. Schippers liet zich inspireren door dadaïsme en fluxus. Schippers was en is eveneens van vele markten thuis. Voor tv maakte hij Hoepla (1967) met het eerste openlijke bloot in een tv-show, hij schreef teksten voor o.a. Sjef van Oekel, hij maakte een komedieserie, presenteerde de Nationale Wetenschapsquiz en leende zijn stem voor o.a. Kermit de Kikker en Ernie… Ooit was Captain Beefhaert te gast in Van Oekel’s Discohoek. Dat bizarre filmpje zit in de tentoonstelling. Kamagurka toont ook kunstenaars die de roots van het dadaïsme en surrealisme vormen. Naast Marcel Duchamp (FR, 1887-1968) zijn dat Francis Picabia (FR, 1879-1953), Georges RibemontDessaignes (FR, 1884-1974) en Max Ernst (DE, 1891-1976). Er komt werk van René Magritte (BE, 1898-1967) uit diens Periode Vache en er zullen erotische tekeningen onder pseudoniem van Paul Joostens (BE, 1889-1960) te zien zijn. J.J. Grandville (FR, 1803-1847) kan met zijn in

6

1


2

3 Kamagurka ontdekte een tijdje terug het werk van de jonge Bruggeling Yves Obyn (BE, 1986). Hij maakte reeds een maanlander op ware grootte en langs de Dijver laat hij deze zomer een vliegtuig neerstorten… Er komt ook nog een muziek-, film- en cartoonprogramma in de rand van Kamarama. Zo is er op 10 mei een optreden van Johnny Dowd (US, 1948) in de Cactus Club@MaZ en Kamagurka neemt op 12 juli de programmering van Filmophetstrand in Zeebrugge voor zijn rekening. Kama zou Kama niet zijn om ook nog met een aantal onverwachte en nu nog niet geplande verrassingen uit te pakken.

een andere visie op kunst Er zit een duidelijke lijn in Kamarama. Kama

kiest voor kunst zonder blabla. Er moet vooral niet teveel aan uitgelegd worden. Kunst moet een lach opwekken. De Nederlandse cabaratier en columnist Micha Wertheim (1972) haalt in een interview met Hendrik Spiering in NRC Handelsblad een citaat aan van de Amerikaanse schrijver en docent Howard Jacobson. Een visie die ook door Kama wordt gedeeld: “Kunst is satire. Kunst moet ons herinneren dat we dieren zijn en geen goden. Dat kan niet zonder humor. Want iedere poging de werkelijkheid te verbeelden, mislukt per definitie. Daarom is kunst altijd parodie. Wie in kunst het dierlijke in de mens ontkent of probeert op te heffen, wie zoekt naar het hogere, die verwart kunst met religie.”

1 Kamagurka, Accidentalistisch portret.

Ken je deze man, laat het ons weten of post zijn foto op www.kamarama. be. Foto Kamagurka 2 Yves Obyn laat een Beechcraft

neerstorten langs de Dijver. Ter herinnering aan 3 februari 1959, ‘The Day the Music Died’. Richie Valens, J.P. Richardson (“The Big Bopper”) en Buddy Holly lieten toen samen het leven. 3 Kamagurka, The Three Seasons,

olieverf/acryl op doek?. Collectie en foto Kamagurka.

www.kamarama.be | www.kamagurka.com

7


museumbulletin > facelift voor het belfort

een facelift voor het belfort

Vanaf 31 maart opent het belfort opnieuw de deuren voor het publiek, na een sluiting van drie maanden. Tijdens die periode zijn tal van werken uitgevoerd om het bezoek aan één van de meest bezochte monumenten aangenamer, leerrijker en veiliger te maken. Het blijft natuurlijk een stevige fysieke inspanning om de 366 treden te beklimmen, maar die wordt beloond met een prachtig panorama. 1

Door Aleid Hemeryck Het Belfort is één van de twaalf locaties van

het belfort zijn herschilderd, de elektriciteit en

het Bruggemuseum, het stadsmuseum van

de verlichting is vernieuwd, de brand- en came-

Brugge. Als museum kreeg het een inrichting

rabeveiliging zijn aangepakt zowel in het belfort

halfweg de jaren ’80. Na bijna dertig jaar was

als in de hallen. Op het panoramaniveau verhin-

het dus hoogtijd dat het ‘interieur’ van het bel-

deren nieuwe netten in de galmgaten de duiven

fort werd aangepakt. Verschillende diensten van

om binnen te komen en ook de afscherming

de Stad Brugge hebben hiervoor de handen in

rond de klokken is nieuw. En ja, ook het belfort,

elkaar geslaan. De Gebouwendienst, de dienst

het symbool van middeleeuws Brugge gaat mee

Elektromechanica en Musea Brugge doen elk

met zijn tijd. Doorheen de toren lopen vele (data)

aanzienlijke investeringen om de bezoekerser-

kabels en staat allerhande apparatuur waarmee

varing, het comfort en de veiligheid in de toren

(draadloos) internet, camerabewaking en signa-

te verbeteren. Ook de dienst Public Relations en

len allerhande mogelijk worden.

Onthaal, Cultuur en Informatica zijn betrokken

8

partners.

belfort [bruggemuseum]

Verschillende aannemers hebben in de eerste

Naast alle fysische en technische werken zijn

maanden van 2012 de kou getrotseerd om het

ook het bezoekersonthaal en de inhoudelijke

uitzicht in de buik van de toren grondig te ver-

duiding aangepakt. In 2011 hebben precies

anderen. De traphal en verschillende ruimtes in

250.095 mensen het Belfort bezocht. De er-


2|3

varing van de beklimming van het monument samen met het adembenemende uitzicht staan hierbij voorop. Daarnaast wil het Bruggemuseum de bezoekers aan het Belfort ook meenemen op een boeiende inhoudelijke ontdekkingstocht. Het Bruggemuseum heeft samen met Bailleul Ontwerpbureau gezocht naar een goed evenwicht tussen de belevingswaarde tijdens het bezoek en het belang van een historisch gebouw. De museale herinrichting vertrekt vanuit het thema ‘communicatie en identiteit’ en wil de vroegere en huidige werking en functie van het gebouw inzichtelijk maken voor de bezoekers. De grote bezoekersdruk in de toren vraagt een goed doordacht onthaal. Daarom is de inkomruimte van het belfort de eerste ruimte die er volledig nieuw uit ziet. Het zal de bezoekers die het belfort eerder hebben bezocht onmiddellijk opvallen: door het stevig inperken van de shop in het belfort is er meer ruimte en kan je vanop het balkon een eerste blik op de Markt werpen. Het is van op dit balkon dat in de middeleeuwen de bekendmakingen en verordeningen publiekelijk werden afgekondigd. Er wordt dan ook gesproken over ‘hallegeboden’. De inkomruimte wordt eveneens onmiddellijk meegenomen in het vernieuwde inhoudelijke circuit. Terwijl de bezoekers wachten geven vier beeldschermen

meer informatie over het belfort als baken voor de stad en als werelderfgoed, over de hallen en over de bouwgeschiedenis van dit monument.

een ‘hoge’ symboolwaarde De klim van het belfort wordt langzaam aangevangen. Een eerste halte is al na 55 treden met de overwelfde ruimte die thesaurie of schatkamer wordt genoemd. Hier werden vanaf het einde van de 13de eeuw de vrijheidscharters of keuren van Brugge bewaard, net zoals het stadszegel, de rekeningen en de stadskas. Met de keuren kenden de graven van Vlaanderen een grote mate van autonomie en zelfbeschikking toe aan de stedelijke gemeenschap. Ze waren dus van onschatbare waarde voor de Bruggelingen. Dat het belfort de functie van bewaarplaats kreeg, maakte het tot een symbool voor de macht en de emancipatiedrang van de jonge, groeiende stad. De huidige thesaurie werd gebouwd na 1280, toen bij een torenbrand de oudste documenten van de stad verloren gingen. Sindsdien lagen de keuren opgeborgen in kisten met hangsloten achter twee zware, dubbele smeedijzeren deuren. Het belfort diende niet enkel als bewaarplaats, maar ook een tijdlang als vergaderplaats van het stadsbestuur. Na de brand van 1280 betrokken de schepenen een nieuwe vergader-

plaats, het ‘Gijzelhuis’ op de Burg, waar later het stadhuis werd opgetrokken.

de klanken van de toren Het geluid van klokken was in een middeleeuwse stad ontzettend belangrijk voor het leven van de burgers. Klokken werden gebruikt als een middel om het chaotische dagelijkse leven te ordenen. De stadstoren bij uitstek voor het luiden van de klokken was het belfort. De manier waarop de klokken werden geluid (lui-

1 Belfort

(foto: Jan Darthet) 2 Keure uitgevaardigd door Filips van

Chieti (regent van Vlaanderen, 13031305) aan de burgers van Brugge, 1304 (Stadsarchief Brugge) 3 Detail van smeedijzeren hekken in

thesaurie (Cel stadsfotografie Brugge)

9


museumbulletin > facelift voor het belfort

1| 2

den, kleppen of beieren) gaf telkens een andere betekenis aan het signaal. Eenzelfde klok kon voor verschillende functies worden gebruikt. Door de combinatie van toonhoogte, tijdstip en de gebruikte luid- of kleptechniek konden de burgers het kloksignaal interpreteren. Het luiden van de klokken regelde de indeling van de dag. Een belangrijke klok was de werkklok, die werd geluid rond zonsopgang of in de winter rond 7 uur. Dit stond gelijk met de start van de werkdag. De klok die rond de middag werd geluid, werd soms de ‘papklok’ genoemd. De stadspoorten mochten gesloten worden na het luiden van de poortklok. Een van de oudste kloksignalen is wellicht de avondklok of couvrefeu. Voor de burgers was dit het signaal dat alle vuren moesten gedoofd of afgedekt zijn. Klokken werden ook gebruikt voor speciale gelegenheden, zoals de ‘banklok’ of ‘stormklok’, die burgers verzamelde voor de strijd. Diezelfde klok werd ook gebruikt als ‘brandklok’ of wanneer de besluiten van het stadsbestuur publiekelijk werden voorgelezen, bij openbare terechtstellingen of bij het begin en einde van de markt. Maar de banklok kon vanzelfsprekend

10

ook goed nieuws aankondigen. In zo’n geval werd het geluid van de banklok versterkt door de klank van de vele andere klokken in de stad. Het collectieve gelui bracht de stad in een feestelijke stemming. In Brugge wordt de banklok de ‘triomfklok’ genoemd. Klokken waren in de middeleeuwen dus een belangrijk communicatiemiddel. De torens waren onmisbare uitkijkposten. Dag en nacht speurde een wachter naar mogelijk gevaar in en rond de stad. Een signaal op een hoorn of klaroen op vaste tijdstippen maakte duidelijk dat alles veilig was. Om de tijd in de toren nuttig te gebruiken oefende de wachter vaak ook nog een ambacht uit. In sommige periodes werden in de torens van Brugge, Mechelen en Tienen schoenen gelapt. Behalve de klokken gebruikten de torenwachters later ook nog andere instrumenten om te communiceren. In het belfort van Brugge wordt een brandtromp bewaard waarmee burgers werden gewaarschuwd voor brand.

de toren geeft het uur aan Om de dag op een juiste manier in te delen

moest de torenwachter de tijd kunnen meten. Vanaf het einde van de 13de eeuw kwam het mechanische uurwerk tot ontwikkeling. De evolutie naar gelijke uren zorgde voor een belangrijke verandering in de tijdsbeleving. Het was de taak van de torenwachter om op elk uur een klokslag te geven. In het belfort van Brugge werd vermoedelijk bij het begin van de 15de eeuw een torenuurwerk geplaatst. Het uurwerk gaf toen enkel de uren aan en de wijzerplaat had dus maar één wijzer. Bij elke uurslag gaven enkele klokjes een waarschuwing, de zogenaamde ‘voorslag’. Dit zou evolueren naar een mechanische uurslagklok. Door de uitbreiding van het aantal kleine klokjes groeide het automatische spel uit van een ‘waarschuwing’ naar een ‘muziekdoos’. Voor elke uur- en halfuurslag klonk een herkenbare melodie. Het uurwerk bracht de speeltrommel in beweging. Bij het begin van de 16de eeuw werd aan de klokkenreeks van de trommel ook een klavier verbonden. De oudst gekende beiaardier die de Brugse klokken in 1533 heeft bespeeld, is Adri-


1 Het luiden van de triomfklok (uit

L’illustration, 1898, Stadsarchief Brugge) 2 Torenwachter die het beroep van

schoenlapper uitoefent, circa 1900 (Stadsarchief Brugge) 3 Pieter Claeissens de Oude, De zeven

wonderen van Brugge, 1505 (privé-verzameling) 4 Uurwerk met een voorslag van vijf

klokjes. Uit een Franse bewerking van Suso’s Horlogium Sapientiae, 2de helft 15de eeuw (Koninklijke Bibliotheek van België, HS IV 111) 3

4

11


museumbulletin > facelift voor het belfort

aan van der Sluus. In de loop van de 16de en 17de eeuw werd de beiaard in Brugge uitgebreid tot ongeveer 30 klokken. Nadat de speeltrommel in 1675 gebroken was, mocht Melchior de Haze uit Antwerpen 35 nieuwe klokken gieten. Over deze prachtige beiaard werd vol lof gesproken. De speeltrommel, de beiaardklokken en de triomfklok stortten echter neer na een blikseminslag en torenbrand in april 1741. De opdracht om een nieuwe beiaard en triomfklok te gieten werd gegeven aan de Antwerpse klokkengieter Georgius Dumery. Samen met Antoon de Hondt leverde hij ook het nieuwe torenuurwerk en de speeltrommel. De nieuwe beiaard met 47 klokken was afgewerkt in 1748.

de roem van de (brugse) beiaard De Vlaamse belforten en hun beiaard worden in ontelbare geschriften geloofd om hun heerlijke stadsklanken. De Brugse beiaard van Dumery uit 1748 werd van bij het begin geroemd om zijn warme, diepe klank. In de 19de eeuw zongen kunstenaars op een uitzonderlijke manier de lof van het belfort van Brugge.

1

12

Halfweg de 19de eeuw begon het toerisme in Brugge aan belang te winnen. De imposante toren van het belfort op de Markt droeg zeker bij tot de authentieke en aantrekkelijke sfeer van de stad. Toen al werden in de zomer avondconcerten op de beiaard georganiseerd. Vele kunstenaars vonden inspiratie in het belfort en zijn klanken. Ze brachten er odes aan in romans, gedichten en opera’s. Het meeste weerklank kenden de gedichten van Henry Longfellow, ‘Belfry of Bruges’ en ‘Carillon’ uit 1848, en de romans van Georges Rodenbach, Bruges la morte (1892) en Le Carillonneur (1892). De beiaard is en blijft dan ook een indrukwekkend instrument. Zijn klanken die zich verspreiden over de stad en het ingenieuze speelsysteem blijven tot de verbeelding spreken. Tot op vandaag blijft het belfort met de beiaard belangrijk in Brugge, zowel voor de bewoners als de bezoekers. Het automatische spel om het kwartier behoort tot de vaste klanken van de stad. Elke twee jaar worden nieuwe pinnen in de speeltrommel gestoken en klinken er dus andere wijsjes. Zo zal in de week voor Pasen 2012 de beiaard zwijgen omdat in die periode nieuwe pinnen worden gestoken. Elke week

zijn er vaste concerten, aangevuld met speciale programma’s. Het onderhoud van de beiaard vraagt blijvende investeringen. In 2010 werden 21 kleinere klokjes uit 1969 vervangen door nieuwe klokken van de Nederlandse klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts. De beiaard werd gerestaureerd door Clock-o-Matic en kreeg een nieuw klavier.

de klim naar boven Het hele verhaal over de betekenis van het belfort als communicatietoren en het verhaal van de beiaard kan de bezoeker ontdekken op de ‘Stenen Vloer’, dat is 57 treden verder dan de thesaurie. En dan begint de echte klim. Langs een smalle houten trap gaat de tocht verder ophoog. Onderweg maak je kennis met de indrukwekkende triomfklok (220 treden hoog). Tussen 1280 en 1745 kende het belfort tien verschillende triomfklokken. De laatste barstte tijdens het luiden in 1745. Pas in 1800 kreeg Brugge een nieuwe triomfklok; hiervoor werd de grootste klok uit de Onze-Lieve-Vrouwekerk naar het belfort overgebracht. Deze ‘Mariaklok’ was in 1680 gegoten door de Antwerpse klokkengieter Melchior de Haze. De klok weegt ongeveer

2


3

6000 kg, heeft een doorsnede van 2,06 meter

Wanneer de beiaardier concerten geeft, zoals

en is 2,13 meter hoog.

elke zaterdag en zondag van 11 tot 12 uur

Na in het totaal 333 treden kan de bezoeker in

moet hij naar de beiaardierskamer klimmen,

de trommelkamer een knap staaltje van 18de

dan heeft hij 352 treden achter de kiezen. De

eeuwse techniek bewonderen. De koperen

bezoekers kunnen deze ruimte niet binnen,

speeltrommel werd in 1748 uit ĂŠĂŠn stuk gego-

maar ze kunnen wel een blik werpen op het

ten door Antoon de Hondt. De trommel is 2,5

beiaardklavier dat in 2010 is vernieuwd. Na nog

meter lang, met een diameter van 2,06 meter.

eens 14 nauwe treden wordt de fysieke inspan-

Het is de grootste koperen uurwerktrommel

ning beloond en kan de bezoeker genieten van

die bestaat: vermoedelijk 9 ton, met 250 rijen

een uniek uitzicht op Brugge en het ommeland.

van telkens 122 vierkante gaatjes, in totaal

Na de herinrichting van begin 2012 zijn we

dus 30.500 gaatjes. Hierin worden de pinnen

ervan overtuigd dat de bezoekers zowel binnen,

of toonstiften geplaatst die alles samen 122

doorheen de toren, als buiten, op het panorama-

hamers bedienen aan de buitenzijde van de

niveau een overweldigende indruk zullen krij-

37 zwaarste klokken. Het torenuurwerk werd

gen. HĂŠt statige symboolmonument van midde-

in 1748 gemaakt door Jan en Antoon de Hondt

leeuws Brugge is niet minder waard.

1 Cover van Georges Rodenbach,

Le carillonneur, 1926 (Musea Brugge) 2 Gieten van de nieuwe klokken

door de Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts uit Asten (NL), 2010 3 Uurwerktrommel

(Cel stadsfotografie Brugge)

uit Antwerpen. Het uurwerk wordt aangedreven door een 3 meter lange slinger, die 78 kg weegt.

13


museumbulletin > de treurenden. tranen van liefde

de treurenden. tranen van liefde 2012: een jaar met een gouden randje Voor het Hospitaalmuseum wordt 2012 een jaar met een gouden randje. In mei opent er in Memling in Sint-Jan een tentoonstelling die in meerdere opzichten bijzonder mag worden genoemd. Ze kreeg als titel ‘De treurenden. Tranen van liefde’ en heeft als onderwerp het verdriet, het gemis en de leegte na het verlies van een geliefde. Laurent Busine, directeur van het Musée des Arts Contemporains MAC’s Grand-Hornu, verklaarde zich bereid om deze tentoonstelling inhoudelijk uit te tekenen. Winston Spriet, de man achter het Magrittemuseum in Brussel, staat in voor de scenografie. Door MIEKE PAREZ

14

unieke kunstschatten verlaten eenmalig hun museum

het praalgraf van de Bourgondische hertog Jan

De tentoonstelling is opgebouwd rond de een-

Dit museum was ooit het hertogelijk paleis van

malige aanwezigheid in Brugge van een en-

de Bourgondische dynastie en fungeert sinds

semble van laatmiddeleeuwse grafsculptuur

1799 als museum.

van een uitzonderlijk plastisch en esthetisch

Men zou kunnen stellen dat de pleurants van

niveau: 37 ‘pleurants’ in albast. De beeldjes

het graf van Jan zonder Vrees in Brugge op

stellen rouwende geestelijken, kartuizermonni-

familiebezoek komen: kleinzoon Karel de Stoute

ken en hovelingen voor en zijn afkomstig van

en achterkleindochter Maria van Bourgondië

zonder Vrees en zijn echtgenote Margaretha van Beieren in het Musée des Beaux Arts in Dijon.


kregen immers een praalgraf in de Onze-LieveVrouwkerk rechtover het museum. De directie van Musea Brugge bood het Hospitaalmuseum de unieke kans om deze pleurants, die voor het eerst het museum in Dijon mochten verlaten, in de kapel tentoon te stellen. Renovatiewerken aan het Musée des Beaux Arts waren de aanleiding voor deze reizende tentoonstelling. De pleurants waren vorig jaar in enkele gerenommeerde Amerikaanse musea te zien en doen dit jaar nog drie musea in Europa aan. Na Brugge zijn ze te zien in het Bode Museum in Berlijn en het Musée du Moyen Âge-Musée de Cluny in Parijs, waar de slottentoonstelling zal plaatsvinden. Daarna keren ze terug naar Dijon, voorgoed.

praalgraven filips de stoute en jan zonder vrees De pleurants die in Brugge worden getoond zijn afkomstig van de graftombe van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees. Die staat in de grote zaal van het museum in Dijon opgesteld. Jan zonder Vrees wenste zich een praalgraf met pleurants, zoals dat van zijn vader Filips de Stoute, een notoir kunstliefhebber. Beide graftombes die in dezelfde zaal staan lijken inderdaad sterk op elkaar. Sommige pleurants zijn zelfs identiek. Beide praalgraven zijn uit zwart en wit marmer gemaakt en worden onderaan omringd door een rouwstoet van pleurants uit albast die onder ragfijn bewerkte boogjes staan opgesteld. Jan zonder Vrees wordt samen met zijn echtgenote liggend op het graf afgebeeld. Het zijn praalgraven, geen echte graven: ze bevatten geen stoffelijke resten. De praalgraven van Filips de Stoute en Jan zonder Vrees behoren tot de top

1 Pleurant, afkomstig van het

praalgraf van Jan zonder Vrees 1443-1470 Musée des Beaux Arts, Dijon, France 1

15


museumbulletin > de treurenden. tranen van liefde

1

2

van de laatmiddeleeuwse beeldhouwkunst en waren ook al in de Bourgondische tijd bijzonder omdat ze vernieuwend waren. Pleurants kwamen wel op oudere graven voor maar dan als bas-reliëf en niet als vrijstaande beeldjes. De pleurants worden overmand door verdriet over de overleden hertog en tonen dat elk op een eigen, soms opvallend expressieve manier. Ook dat is bijzonder. Claus Sluter, de beeldhouwer die het graf van Filips de Stoute uitwerkte, en zijn opvolger Claus Van de Werve die er verder aan werkte, waren de bedenkers van deze geniale veranderingen.

jean de la huerta en antoine le moiturier De pleurants van beide graven zijn niet meer volledig: in de nasleep van de Franse Revolutie waarbij de praalgraven gedeeltelijk werden vernield zijn er een aantal verdwenen of misschien meegenomen door connaisseurs. Sommige beeldjes bleven spoorloos, andere doken weer op in de vorm van permanente bruiklenen van musea of schenkingen van privébezitters. Het praalgraf van Jan zonder Vrees dat hij zelf niet meer zou zien – hij overleed in 1419 kwam er onder impuls van zijn zoon Filips de

16

Goede. Het kwam moeizaam en met vertraging tot stand tussen 1443 en 1470. Het is van de hand van 2 beeldhouwers, Jean (Juan) de la Huerta uit Aragón en Antoine Le Moiturier uit Avignon. De eerste had al het grootste deel van het praalgraf klaar toen hij na veel problemen in 1456 Dijon verliet; de tweede werkte verder en voltooide de pleurants en de bogengalerij in 1466-1469. De meeste pleurants werden door de la Huerta gemaakt, van Le Moiturier werd contractueel verwacht dat hij ze ‘afwerkte, polijstte en voltooide’. Er zijn stijlverschillen merkbaar, bijvoorbeeld in de expressie en in de plooienval van de rouwmantels. Toch is het moeilijk om uit te maken wie welke pleurants realiseerde omdat beide kunstenaars contractueel verplicht waren zich strikt te houden aan het voorbeeld van het graf van Filips de Stoute.

wigdurende verdriet van de pleurants moest de gelovigen aanzetten om te bidden voor hun zielenheil. Het zijn kleine beeldjes, niet hoger dan 42 cm, van een onwaarschijnlijke kwaliteit. Ze zijn gehouwen uit albast dat uit de streek rond Grenoble kwam. Ze werden gepolijst door gespecialiseerde vaklui, en met kleine hoogsels gepolychromeerd en verguld. Die moesten het kostbare materiaal extra benadrukken. Waar men bij hun reguliere opstelling rond de graven in het Musée des Beaux Arts in Dijon op de knieën moet gaan zitten om ze in stoet onder hun arcades te kunnen bekijken worden ze in het Hospitaalmuseum op comfortabele ooghoogte en vrijstaand getoond. Zo kunnen ze in hun adembenemende schoonheid rondomrond worden bewonderd.

adembenemende schoonheid

universeel en van alle tijden

De pleurants vormen een rouwstoet van beeldjes die hun verdriet openlijk beleven en delen met elkaar en met ons. Daarvoor waren ze ook bedoeld. De Bourgondische hertogen wilden zich verzekeren van een plaatsje onder de uitverkorenen op de Dag des Oordeels. Het eeu-

Ze worden in en voor de kapel tentoon gesteld in de onmiddellijke nabijheid van het Johannesretabel uit 1479 van Hans Memling. Aan de andere kant ontmoeten ze vijf topwerken van de Zwitserse beeldhouwer Alberto Giacometti (°1901-†1966). Het zijn fragiele bronzen beeld-


3|4

1 100 Jahre

Hans-Peter Feldmann, 2001 Collection Musée des Arts Contemporains, Grand-Hornu, propriété de la Communauté française de Belgique 2 Untitled I. Mist over landscape

David Claerbout, 2002-2003 Collectie Mys, Oudenaarde 3 The Long Goodbye

David Claerbout, 2007 Collection Musée des Arts Contemporains, Grand-Hornu, propriété de la Communauté française de Belgique 4 Portaits des amoureux du Jardin

Sainte-Claire Nicolas Gruppo, 2000 Collectie van de kunstenaar

jes van ongeveer dezelfde hoogte. Ze stellen de mens voor in al zijn verlatenheid, rechtop maar pijnlijk alleen en eindeloos breekbaar. Met de poëtische fijngevoeligheid die hem kenmerkt laat curator Laurent Busine deze beeldjes van de mens in zijn meest kwetsbare momenten dialogeren met de pleurants. Of hoe universele gevoelens als liefde, verdriet, gemis en eenzaamheid meer dan vijf eeuwen moeiteloos overbruggen om elkaar te vinden.

grote namen De tentoonstelling wordt vervolgd op de museumzolders. Ook hier gaat curator Laurent Busine voor grote namen. 101 foto’s van mannen, vrouwen en kinderen tussen enkele maanden en 100 jaar oud, van de Duitse kunstenaar Hans-Peter Feldmann (°1941) confronteren de bezoekers met het voorbijgaan van het leven. Een reeks koffers en kistjes uit de collecties van Musea Brugge – een hint naar Feldmann en zijn interesse voor verzamelen en archiveren - verwijzen naar de gewoonte om veilig weggeborgen te bewaren wat ons dierbaar is. Andere werken confronteren ons met het gemis, de lege plaats waar voorgoed iemand ontbreekt.

Nicolas Gruppo(°1970) toont in een fijngevoelige video hoe een gezicht plots oplicht als men denkt aan de geliefde. David Claerbout (°1969) is sterk aanwezig met twee werken. ‘Mist over landscape’ gaat verrassend in gesprek met een klassiek werk uit de collectie van het Groeningemuseum. ‘The Long Goodbye’ toont hoe de tijd vervliegt in een spel van veranderend licht en schaduw. ‘Tre Pietre’ tenslotte, een minder gekend werk van de Italiaanse Arte Povera-kunstenaar Giuseppe Penone (°1947) laten we de toeschouwer graag zelf ontdekken, om niet alles van de tentoonstelling al van tevoren prijs te geven…

‘De treurenden. Tranen van liefde’ Memling in Sint-Jan Hospitaalmuseum, 11 mei tot 19 augustus 2912

17


museumbulletin > de heilige bloedprocessie

de heilig bloedprocessie brugge ice als sleutel voor nieuwe initiatieven Immaterieel cultureel erfgoed (ICE) staat volop in de belangstelling. Terecht, want een werking rond ICE bevat heel wat potentieel voor de erfgoedbeleving. Een kennismaking met de Brugse praktijken rond de Heilig Bloedprocessie. Door Lothar Casteleyn

Fotograaf Nick Hannes blikt zowel voor als achter de schermen voor zijn reportage rond de Heilig Bloedprocessie van 2010. Copyright foto’s: Nick Hannes www.nickhannes.be

18

roerend – onroerend - immaterieel

dans en muziek of dialecten en vertelkunst zijn

Erfgoed is een huis met vele kamers. Binnen de

veranderingen gaan we dit erfgoed telkens an-

Vlaamse wetgeving is er de opsplitsing tussen

ders aanpakken, interpreteren en beleven. ICE

onroerend (gebouwen, monumenten, archeo-

is dus voortdurend in beweging.

immaterieel erfgoed. Door maatschappelijke

logische sites en landschappen) en cultureel roerend (kunstwerken, historische voorwerpen,

van unesco tot vlaamse inventaris

gebruiksvoorwerpen, documenten …) en im-

UNESCO (United Nations Educational, Scientific

materieel erfgoed.

and Cultural Organization) lanceerde in 2003

Immaterieel erfgoed is niet-tastbaar erfgoed.

de conventie voor de bescherming van het im-

Het gaat om een brede waaier aan gewoontes,

materieel cultureel erfgoed; in 2008 werden de

gebruiken en praktijken die een groep mensen

operationele doelstellingen aangenomen. De

of een bepaalde gemeenschap erft en voldoen-

conventie werd ondertussen al door 123 staten

de belangrijk vindt om door te geven aan toe-

geratificeerd, waaronder België.

komstige generaties. Hierbij denken we meteen

De Vlaamse overheid speelde hier meteen op in

aan sociale gewoontes, rituelen en feestelijke

door in 2008 de Inventaris van Immaterieel Cul-

gebeurtenissen, of ambachtelijke vaardigheden

tureel Erfgoed Vlaanderen in het leven te roepen.

en technieken. Maar ook vormen van theater,

Vier jaar verder bundelt deze inventaris reeds

erfgoed, dat op zijn beurt een bundeling is van


26 bijzondere tradities: van het Oud Limburgs Schuttersfeest tot het kant maken in Vlaanderen, van het Leuvense jaartallenleven tot de Last Post plechtigheid in Ieper, van de Vlaamse beiaardcultuur tot de Veurnse boeteprocessie, van de Sinterklaas- en Sint-Maartensgebruiken tot de Vlaamse gebarentaal. Zeven elementen van de Vlaamse inventaris werden ondertussen ook opgenomen op UNESCO’s representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed: de Ros Beiaard Ommegang in Dendermonde, de Houtem Jaarmarkt van SintLievens-Houtem, het Jaartallenleven in Leuven, het Feest van Krakelingen en Tonnekensbrand in Geraardsbergen, de kunst van de valkerij, Aalst Carnaval en de Heilig Bloedprocessie van Brugge. Een symbolische erkenning die leidt tot grotere zichtbaarheid, maar ook een engage-

mentsverklaring om op het internationale toneel kennis en ervaring uit te wisselen rond het omgaan met deze Vlaamse ICE-fenomenen.

van beleid naar praktijk: de brugse heilig bloedprocessie Maar wat betekent dit voor de lokale praktijk? Vanuit Erfgoedcel Brugge, één van de 21 cultureel-erfgoedcellen die gefinancierd worden via de cultureel-erfgoedconvenanten met de Vlaamse overheid, wordt reeds vier jaar een werking uitgebouwd rond de Heilig Bloedprocessie als immaterieel cultureel erfgoed. Sinds het einde van de 13de eeuw is de Heilig Bloedprocessie niet weg te denken uit de Brugse geschiedenis. De processie bestaat uit 52 groepen verdeeld over vijf delen; een aan-

eenschakeling van straattoneel, zang, dans, choreografie, muziek met als apotheose de verering van de relikwie van het Heilig Bloed. Elk jaar trekt ze door het hart van Brugge. Zo groeide gedurende eeuwen een sterke verbondenheid van de Bruggeling met zijn processie. Ze vormen een uiterst trouw en divers deelnemerspubliek voor wat ook ‘Brugges schoonste dag’ wordt genoemd. Sinds de jaren 1970 groeide de processie uit tot een toeristisch topevenement dat jaarlijks tussen de 30 en 45.000 toeschouwers bereikt. De Heilig Bloedprocessie gaat uit op O.L.H.-Hemelvaart, dit jaar dus op 17 mei ‘12.

unesco-erkenning In de zomer van 2008 werd Erfgoedcel Brugge gevraagd om een aanvraagdossier uit te werken voor de Vlaamse inventaris immaterieel erfgoed,

19


museumbulletin > de heilige bloedprocessie

mogelijkheden die deze prestigieuze erkenning biedt. Zo werd een voedingsbodem voor nieuwe initiatieven gecreëerd.

nieuwe inzichten en actuele interpretaties Van april tot juni 2010 organiseerde het Brugse Stadsarchief de tentoonstelling ‘De oudste sporen van het Heilig Bloed in Brugge’. Deze belichtte de oudste documenten over de Brugse relikwie, zoals bewaard in het Stadsarchief. De tentoonstelling sloot zowel aan bij het thema van Erfgoeddag 2010 als bij de herdenking van de zevenhonderdste verjaring van de goedkeuring van de verering van het Heilig Bloed door paus Clemens V op 1 juni 1310. De tentoonstelling leidde tot nieuwe inzichten over de verering van het Heilig Bloed en het ontstaan van de Heilig Bloedprocessie. Als direct gevolg hiervan werd in de processie van 2011 een nieuwe groep voorgesteld die de overhandiging van de bul aan paus Clemens V te Avignon verbeeldt. In 2010 ondersteunde Erfgoedcel Brugge ook het project ‘Zoals gewoonlijk’ van Volkskunde Vlaanderen. Voor dit project reisde fotograaf Nick Hannes, die in 2009 de Nikon Press Photo Award in de wacht sleepte, door eigen land om tradities en volksgebruiken te fotograferen. In het fotoboek ‘Tradities’ (uitgeverij Davidsfonds) brengt hij dertig gewoontes en gebruiken in beeld, waaronder de Brugse Heilig Bloedprocessie. Zijn foto’s laten zien hoe bijzonder, veelzijdig en actueel de tradities zijn die vandaag in Vlaanderen worden beleefd.

doe- en denkwerk en dit in opdracht van het Stadsbestuur Brugge en de Edele Confrérie van het Heilig Bloed, het broederschap dat de processie inricht. Vanuit de Confrérie werd de nodige inhoudelijke informatie aangeboden; Erfgoedcel Brugge zorgde voor de vertaalslag alsook voor de verwerking hiervan tot het UNESCO-aanvraagdossier. Na een lange administratieve procedure werd op 30 september ‘09 te Abu Dhabi de Brugse Heilig Bloedprocessie toegevoegd aan UNESCO’s

20

representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid. De vermelding op die lijst is geen einddoel, maar een startpunt. Om dit bewustzijn in de Brugse erfgoedgemeenschap aan te wakkeren werd de overhandiging van het UNESCO-certificaat aangegrepen om in mei 2010 een Academische Zitting te organiseren. Verschillende sprekers verschaften meer informatie over de kansen en

In 2011 werd door Erfgoedcel Brugge een educatief pakket voor de derde graad Lager Onderwijs uitgewerkt, en dit rond de beleving van de processie vanuit verschillende oogpunten. Acht speelse filmpjes vormen het aanknopingspunt voor een actieve verwerking in de klas. Het doegerichte pakket nodigt de leerlingen uit om samen te werken, zoals het uiteraard ook moet om de echte processie elk jaar weer tot een goed einde te brengen. Dit pakket zal elk jaar in de


aanloop naar de Heilig Bloedprocessie aangeboden worden aan Brugse scholen, zodat ook nieuwe generaties kijkers nieuwsgierig worden om deel te nemen aan ‘Brugges schoonste dag’. In 2011 werd ook een Audit-comité opgericht. De leden spelen vanuit hun persoonlijke expertise of functie een rol in de toekomstgerichte ontwikkeling van de Heilig Bloedprocessie. Deze groep met vertegenwoordigers uit het Stadsbestuur, de Edele Confrérie, het Bisdom Brugge en de erfgoedwereld engageert zich om gedurende drie jaar na te denken over belangrijke uitdagingen voor de processie. Hoe kunnen we kinderen en jongeren blijven enthousiasmeren, hoe kunnen we de boodschap van de processie verduidelijken en eventueel vernieuwen of hoe kunnen we het evenwicht bewaken tussen

authentieke beleving en toeristisch evenement; het zijn enkele voorbeelden van cruciale vragen die op de agenda staan. Na drie jaar wordt het traject afgesloten met een reflectienota, die ook aan het UNESCO-secretariaat bezorgd zal worden. Erfgoedcel Brugge heeft zich geëngageerd om deze en andere maatregelen te stimuleren, te ondersteunen en mee uit te bouwen. De Heilig Bloedprocessie van Brugge is, inspelend op het prille Vlaamse ICE-beleid, aan een nieuwe fase van haar geschiedenis begonnen.

De visienota ‘Een beleid voor immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen’ is terug te vinden op www.agentschapkunstenenerfgoed.be. Meer informatie over het educatieve pakket ‘Achter de schermen bij de Brugse Heilig Bloedprocessie’ is terug te vinden via www.erfgoedcelbrugge.be/erfgoededucatie.

21


museumbulletin > gelezen

gelezen sittow, morros, juan de flandes

drei maler aus dem norden am hof isabellas von kastilien. Wenigers boek over deze schilders aan het Spaanse Hof van Isabella ‘de katholieke’ (1451 – 1504) is het resultaat van jarenlang diepgaand onderzoek, zowel op kunsthistorisch als materiaaltechnisch vlak. Het resultaat mag dan ook niet ontbreken op de boekenplank van de specialist. Met iets minder dan 500 bladzijden aan tekst en een gedetailleerde catalogus is het boek echter niet onmiddellijk vlot leesbaar voor het algemene publiek. Het uitgangspunt voor deze studie is het gegeven dat deze drie schilders – allen opgeleid in de Noordelijke landen en sterk beïnvloed door de Vlaamse Primitieven – niet de voor de hand liggende keuzes waren als hofschilders voor Isabella. Dit boek is het resultaat van Wenigers zoektocht naar de redenen waarom Isabella

precies deze 3 schilders selecteerde. Wenigers focus ligt op het ‘Gesamtbefundes’ en hij analyseert de werken op vlak van beeldtraditie, iconografie, motieven, en voor de compositie en figuren gebruikte voorbeelden. Zo blijkt uit dit onderzoek dat, zelfs in een intellectuele hofcultuur, conventies van de kunstenaar ateliers een niet te onderschatten rol speelden. De resultaten van het technisch onderzoek staan niet op zichzelf en worden als een deel van deze globale analyse beoordeeld. Weniger tracht hierbij alle gegevens in balans te beschouwen wat dit boek onderscheidt van eerdere studies gewijd aan dit onderwerp. Als gevolg van deze analyse kon Weniger aan sommige werken nieuwe data toeschrijven en zelfs nieuwe toeschrijvingen doen, waar hij bij andere werken eerlijkshalve aan de onzekerheid van de toeschrijving moest

toegeven. Voor Morros kon de auteur aan de hand van nieuw bronmateriaal zelfs voor het eerst een persoonlijkheidsprofiel van de schilder schetsen. Dit is trouwens de eerste catalogus van het oeuvre van Morros. Als catalogus met een grondige en kritische herbeschouwing van deze drie oeuvres biedt dit naslagwerk voldoende stof tot verdere discussie en schetst het boek een boeiend beeld van de artistieke cultuur aan het Hof van Isabella. De publikatie van dit boek werd mede gesteund door het Vlaams Onderzoekscentrum voor de kunst in de Bourgondische Nederlanden, Groeningemuseum. De auteur Weniger is sinds 2003 conservator van beeldhouwkunst en schilderkunst (van vóór 1550) in het Bayerischen Nationalmuseum in München.

Matthias Weniger Sittow, Morros, Juan de Flandes Drei Maler aus dem Norden am Hof Isabellas von Kastilien. (Verlag Ludwig, enkel in het Duits verkrijgbaar)

22


beste museumvriend(in), Musea Brugge: 2011 in cijfers

slechts enkele locaties open), is de woensdag de meest rustige dag. Voor

Musea Brugge kan voldaan terugkijken op een druk voorbij werkjaar. Het

alle locaties samen schommelt het gemiddeld aantal bezoekers per dag

jaargemiddelde werd al medio oktober of tweeënhalve maand eerder dan

tussen 2500 en 3500. Het algemeen daggemiddelde verdeeld over alle

gewoonlijk bereikt, toen de 800.000ste bezoeker werd verwelkomd. Het

locaties is 2683 bezoekers per dag.

uiteindelijke totaal werd 984.568, dus bijna 1 miljoen bezoekers, verdeeld

Vorstelijk Verzameld

over de zestien museumlocaties.

De tentoonstelling ‘Vorstelijk verzameld’ die vier zalen van het Groe-

Meest bezocht

ningemuseum besloeg, lokte 55.818 belangstellenden, wat 75% extra

Van alle stedelijke musea is het Belfort nog steeds de grootste publieks-

bezoekers betekent, vergeleken met doorsnee werkjaren, zonder mega-

trekker, met iets meer dan 250.000 bezoekers. Daarna komt de Onze-

tentoonstellingen met een veel ruimere communicatiecampagne. Het

Lieve-Vrouwekerk met een 170.000-tal belangstellenden. Sinds Musea

gemiddeld aantal bezoekers in deze expositie bedroeg 637 per dag wat

Brugge de volledige exploitatie van de kerk met het beeld van Michelan-

zeker een mooi resultaat is.

gelo op zich nam, steeg het aantal bezoekers hier; voordien werden de bezoekers in het gratis gedeelte niet geregistreerd, terwijl die nu uiteraard

Uit goede bron

wel meegerekend worden.

Het Bruggemuseum en Raakvlak pakten in Gruuthuse uit met ‘Uit goede

Het Groeningemuseum volgt met 160.263 bezoekers. Dit betekent een

bron, nieuwe inzichten over de oudste geschiedenis van Brugge en om-

stijging van 4% ten opzichte van het jaar ervoor, wat merkwaardig is want

streken’. In deze tentoonstelling werden de nieuwste wetenschappelijke

het jaar ervoor was al een succesverhaal met de expo ‘Van Eyck tot Dürer’.

inzichten en archeologische onderzoeksresultaten gepresenteerd. Het

Memling in St-Jan kreeg iets meer dan 106.000 toeschouwers over de

doel was ook het ontkrachten van de tal van mythes over de vroegste ge-

vloer. Hierbij inbegrepen zijn de bezoekers van de expo ‘Van Chirurgijns

schiedenis van Brugge. Een belangrijke doelgroep voor deze expositie wa-

tot pestheiligen’ die een daggemiddelde van een 350-tal bezoekers per

ren de Bruggelingen en de regiobewonders. In totaal 8157 Bruggelingen

dag telde.

bezochten de tentoonstelling, waaronder 1360 leerlingen in schoolverband. Dat is 18% van het totale aantal bezoekers, terwijl de gemiddelden

Drukste dagen

van voorgaande jaren op 9,8% en 5,9% lagen. Een heel significant ver-

De allerdrukste dag van dit jaar was 18 september, de Autoloze Zondag,

schil!

met 9.220 bezoeken. De bezoekerstopdag is de zondag, gevolgd door de zaterdag en als derde de dinsdag. Op de maandag na (want dan zijn

Uit goede bron – Gruuthuse

De Raad van Bestuur

Vorstelijk verzameld – Groeningemuseum

23


Colofon Museumbulletin is een driemaandelijks tijdschrift van Musea Brugge, uitgegeven door vzw Vrienden van de Stedelijke Musea Brugge Verantwoordelijke uitgever: Bertil van Outryve d’Ydewalle, p/a Dijver 12, 8000 Brugge Coördinatie: Sibylla Goegebuer Eindredactie: Aleid Hemeryck en Geert Souvereyns Redactie: Till-Holger Borchert, Rudy De Nolf, Hubert De Witte, Sibylla Goegebuer, Aleid Hemeryck, Willy Le Loup, Manfred Sellink, Geert Souvereyns museumbulletin.redactie@brugge.be Foto’s: Stadsfotografen Jan Termont & Matthias Desmet, Jan Darthet, Nick Hannes, Sarah Bauwens, Opmaak: Agates, Brugge Druk: De Windroos, Beernem

Musea Brugge Dijver 12, 8000 Brugge T 050 44 87 43 F 050 44 87 78 www.museabrugge.be musea@brugge.be

BIJZONDERE BEGUNSTIGERS:


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Museumbulletin 2012 - nr 1 by Musea Brugge - Issuu