Skip to main content

Wasz Nr 1 2026

Page 1


Wetenschappelijk tijdschrift Albert Schweitzer ziekenhuis

Jaargang 18 | Nummer 1 | Juni 2026

08 Waar AI en zorg samenkomen: mogelijkheden, vragen en voorzichtigheid

12 Topklinisch ziekenhuis, van idee tot prijs: tips voor een innovatieaanvraag

18

Mythe vs Realiteit: depressie bij type 2 diabetes

Beste lezer

Wetenschap begint met een vraag. Soms klein, soms nog onduidelijk, maar wel een vraag die blijft hangen. Binnen het Wetenschapsbureau is zo’n vraag zelden het eindpunt; vaker vormt zij het begin van een ontdekkingstocht en de basis voor nieuwe samenwerking. In deze editie van de WASz nemen we je mee langs verschillende thema’s die samen laten zien hoe breed en dynamisch onderzoek binnen het ASz is.

Binnen Wetenschap en ondersteuning starten we met Nieuws van het Wetenschapsbureau, waarin Anneke Zanting de recente ontwikkelingen belicht in de structuren en ondersteuning die onderzoek mogelijk maken.

Binnen het thema Innovatie en toekomst van zorg neemt Oksana Gradil ons mee in Waar AI en zorg samenkomen, een reflectie op de rol van kunstmatige intelligentie in de zorgpraktijk. AI beïnvloedt steeds meer hoe informatie wordt verzameld, geordend en toegepast. De impact ligt daarbij niet in het vervangen van zorgprofessionals, maar in het veranderen van de context waarin beslissingen worden genomen. AI kan ondersteunen, mits zorgvuldig en verantwoord ingezet. Daarnaast deelt Jantina Kortleve in Topklinisch ziekenhuis, van idee tot prijs: tips voor een innovatieaanvraag concrete handvatten om onderzoeks- en innovatieprojecten strategisch te positioneren en zo gericht kansen op financiering te vergroten. Aansluitend biedt het Overzicht van goedgekeurde studies inzicht in de diversiteit en omvang van het lopende onderzoek binnen het ASz.

Ook klinische verdieping krijgt een prominente plaats in deze editie. Binnen Klinische verdieping en toepassing laat Fenneke van Hasselt in Mythe versus realiteit zien dat depressie vaker voorkomt bij mensen met type 2 diabetes dan binnen de algemene bevolking. Aan de hand van stellingen maakt zij onderscheid tussen mythe en realiteit, ondersteund door zowel klinische ervaring als wetenschappelijk inzicht. Daarnaast maakt Helene Kemmer je in haar Podcastbespreking: minimaal invasieve behandeling voor prostaatklachten wegwijs in de Rezum-behandeling, een innovatieve poliklinische techniek waarbij via kleine naaldinjecties stoom in de prostaat wordt ingebracht. In de podcast reanimatie-evaluatie, training en onderzoek in één project deelt Coen Rietveld zijn ervaringen als physician assistant cardiologie en trainer Advanced Life Support, en laat hij zien hoe praktijkervaring en onderzoek elkaar kunnen versterken.

Ook verpleegkundig onderzoek krijgt ruime aandacht. Binnen Verpleegkundig onderzoek en praktijk laat Sara Plaisier in Achter de CAT: van klinische vraag tot publicatie in Nursing zien hoe kritisch denken en praktijkgericht onderzoek samenkomen in de dagelijkse zorgpraktijk. Binnen het thema zorgtechnologie beschrijft Daphne Roderkerken hoe digitale zorgtoepassingen, zoals de Luscii-app, ouders ondersteunen bij de zorg voor hun prematuur geboren baby na ontslag uit het ziekenhuis en bijdragen aan vertrouwen en regie.

Onder Tools en ondersteuning biedt de bibliotheek praktische ondersteuning in Berichten uit de bieb, terwijl de Statistiekquiz van Martin van Leerdam uitnodigt tot reflectie op interpretatie, methodologie en statistisch redeneren.

Binnen Reflectie en perspectief deelt Petra Jongeneel in haar podcast inzichten over coaching, professionele ontwikkeling en begeleiding van jonge artsen en onderzoekers. Tot slot nodigt Romy Klein Kranenbarg in haar column uit tot verdere reflectie.

Verder vind je binnen Output en vooruitblik een overzicht van de Wetenschappelijke publicaties 2025 en kun je alvast vooruitkijken met de Wetenschapskalender 2026

COLOFON

WASz is het wetenschappelijk tijdschrift van het Albert Schweitzer ziekenhuis, onderdeel van de ASz Academie. Het blad verschijnt twee keer per jaar.

Hoofdredactie

Marisol Aguirre, Informatiespecialist. Leon Evera, jurist.

Fotografie

Frederike Roozen-Slieker

Redactionele begeleiding Math de Vaan, Delfgauw

Cover

Marisol Aguirre, Bibliotheek

Creatie carenza*

Realisatie Multiplus BV, Drachten

Redactieadres

Albert Schweitzer ziekenhuis ASz Academie Postbus 444, 3300 AK Dordrecht E-mail: tijdschrift.wasz@asz.nl

De redactie behoudt zich het recht voor om brieven en aangeboden artikelen in te korten of niet te plaatsen.

Deze editie laat zien dat onderzoek geen rechte lijn is, maar een continu en dynamisch proces, altijd gericht op betere zorg.

Marisol Aguirre namens de redactie

Leon Evera, jurist en Marisol Aguirre, Informatiespecialist

Wetenschap en ondersteuning

Nieuws van het

Wetenschapsbureau

Innovatie en toekomst van zorg

Waar AI en zorg samenkomen: mogelijkheden, vragen en voorzichtigheid

Topklinisch ziekenhuis, van idee tot prijs: tips voor een innovatieaanvraag

Overzicht goedgekeurde studies

Klinische verdieping en toepassing

Mythe vs Realiteit: depressie bij type 2 diabetes

PODCAST: minimaal invasieve behandeling voor prostaatklachten

PODCAST: reanimatie-evaluatie, training en onderzoek in één project

Verpleegkundig onderzoek en praktijk

Achter de CAT: van klinische vraag tot publicatie in Nursing

Zorgtechnologie: de rol van de Luscii-app voor ouders van een te vroeg geboren baby

Tools en ondersteuning

Berichten uit de bieb

Statistiekquiz

Reflectie en perspectief

PODCAST: coaching en ontwikkeling van jonge artsen en onderzoekers

Column

Output en vooruitblik

Wetenschappelijke publicaties 2025

Nieuws van het Wetenschapsbureau

Door Anneke Zanting, Hoofd Medische Opleidingen en Wetenschapsbureau

Het jaar 2026 startte direct in de actiestand. Kort voor de kerstperiode ontving het ASz een brief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Hierin werd een inspectie van klinisch onderzoek aangekondigd. Het betrof het onderzoek 'A single arm phase II trial to assess cobicistat boosted venetoclax in combination with azacitidine in adult patients with newly diagnosed acute myeloid leukemia (AML) who are not considered candidates for intensive treatment regimens' van dr. P.E. Westerweel. Waarom werd juist deze studie onderwerp van inspectie?

Dat weten we niet zeker, maar waarschijnlijk was de reden, dat de Stichting Hemato-Oncologie Volwassenen Nederland (HOVON) het onderzoek heeft opgezet. De inspectie heeft ook een inspectie uitgevoerd bij HOVON, en als onderdeel hiervan bezocht de IGJ ook het ASz, waar de HOVON-studie wordt uitgevoerd.

Wat werd geïnspecteerd?

De IGJ kijkt naar het hele proces van onderzoek doen in ons ziekenhuis en kijkt hierbij of het ziekenhuis zich aan de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO) en aan de internationale kwaliteitsstandaard: Good Clinical Practice (GCP) houdt. Ze kijken hierbij bijvoorbeeld naar: Is het toestemmingsformulier door patiënt en arts getekend voordat de eerste handeling plaatsvond? Is de patiënt goed voorgelicht? Worden onderzoeksmiddelen, bijoorbeeld een medicijn, veilig bewaard? Komen data in het onderzoeksdossier (CRF) exact overeen met wat in het medisch dossier (HiX) van de patiënt staat? Is de training van het onderzoekspersoneel goed gedocumenteerd?

De IGJ was van 3 tot en met 5 februari in het ASz om de onderzoeker en het onderzoeksteam te spreken, documenten in te zien, en de ondersteunende afdeligen, zoals laboratorium en apotheek, te bezoeken. Het waren intensieve dagen, waarin het Wetenschapsbureau grote betrokkenheid en medewerking van de collega’s heeft ervaren. De inspectie drukte

een stempel op het werk en tegelijkertijd gingen andere werkzaamheden door. Het conceptrapport met een aantal bevindingen is inmiddels ontvangen. Op basis hiervan hebben we een plan van aanpak met correctieve en preventieve acties geschreven en we hebben dit, samen met onze reactie op de bevindingen, teruggestuurd. We zijn in afwachting van de IGJ reactie en zullen de bevindingen in de volgende WASz delen. De bevindingen zullen het proces van onderzoek in het ASz verbeteren en zijn ook bruikbaar voor andere studies.

Visie op wetenschap

In de vorige WASz werd ook de ontwikkeling van de nieuwe visie op wetenschap in het ASz genoemd. Inmiddels is deze goedgekeurd door RvB en MSB. Nieuwsgierig? Scan de QR-code. Wetenschappelijk onderzoek is één van de pijlers voor de STZ-status van ons ziekenhuis, naast topzorg en talent & ontwikkeling. Eind 2025 is in het ASz een STZ-kerngroep van start gegaan met twee doelen. De kerngroep wil deze pijlers, waaronder onderzoek, zichtbaarder maken in datgene wat wij in het ASz al doen. Daarbij ondersteunt de kerngroep de voorbereiding op de STZ-voortgangsevaluatie die in 2027 is gepland.

Redactie WASz

In de vorige WASz stelde Marisol Aguirre zich voor als de nieuwe informatiespecialist en in dit nummer zit ze al in de redactie van de WASz. Dit laat zien hoe aantrekkelijk een plek in het redactieteam WASz is. En: er zijn nog plekken open! Voor informatie hierover kunt je contact opnemen met Marisol Aguirre (m.aguirre@asz.nl) of met ons andere redactielid, Leon Evera ( j.a.l.evera@asz.nl). Als je deze update van het Wetenschapsbureau leest, zou je de indruk kunnen krijgen dat we alles op een rijtje hebben en perfect geregeld. Als afsluiting daarom een relativerende uitspraak van een bekende onderzoeker:

„Als we wisten wat we aan het doen waren, zou het geen onderzoek heten, toch?” Albert Einstein.

Anneke Zanting
Hoofd Medische Opleidingen en Wetenschapsbureau

Waar AI en zorg samenkomen: mogelijkheden, vragen en voorzichtigheid

Dr. Oksana Gradil is kwaliteitsfunctionaris bij het Wetenschapsbureau van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze ondersteunt onderzoekers bij het opzetten van studies, de voorbereiding van onderzoeksdocumenten voor toetsing en wetenschappelijke publicaties. Ze werkt daarbij op het snijvlak van kliniek en wetenschap. Vanuit haar uitgebreide klinische ervaring als arts en haar dagelijkse werk met onderzoekers ziet ze hoe AI een steeds grotere rol krijgt in zorg en onderzoek. Over dit onderwerp gaf ze eerder een presentatie in het ASz.

Door Oksana Gradil, Kwaliteitsfunctionaris

Wat betekent het voor een arts wanneer AI niet langer een experiment is, maar een stille, dagelijkse realiteit in het werk? Kunstmatige intelligentie wordt al gebruikt in radiologie, bij risicovoorspelling, planning en steeds vaker ook in de spreekkamer. Software kan meeluisteren, informatie ordenen en conceptnotities maken. Zo wordt AI geleidelijk niet alleen een hulpmiddel, maar ook een factor die invloed heeft op klinische beslissingen.

Deze veranderingen met AI verlopen vaak bijna ongemerkt. Eerst verschijnt een kleine functie: een samenvatting, een waarschuwing, een suggestie. Op zichzelf lijkt dat onschuldig, maar samen veranderen ze de zaken waarop we letten en wat prioriteit krijgt. Hoe sneller een systeem informatie aanbiedt, hoe groter de neiging om dat als uitgangspunt te nemen. Juist daar liggen zowel de voordelen, als de nieuwe risico’s. De manier waarop AI informatie presenteert, stuurt ons handelen.

De vraag is daarom niet meer wat AI kan, maar wanneer het werkelijk helpt en veilig blijft in de dagelijkse praktijk. In dit artikel laten we zien waar AI al invloed heeft op het werk van artsen, waar AI kan ontlasten en waar extra aandacht nodig is.

Kleine functies, zoals een samenvatting in het EPD of een waarschuwing, lijken onschuldig, maar samen veranderen ze hoe werk wordt georganiseerd. Een systeem dat verdachte beelden prioriteert, beïnvloedt de volgorde van beoordelen.

Een dashboard stuurt aandacht. Een automatisch verslag bepaalt wat wordt vastgelegd. AI wordt daarmee geen los hulpmiddel meer, maar onderdeel van het zorgproces. Dat zien we terug op verschillende plekken in de dagelijkse praktijk.

Tien plekken waar AI het werk van artsen raakt

1. Diagnostiek en beeldherkenning

AI herkent patronen in beeldvorming en helpt bij triage. De grootste winst zit in workflow: urgente casussen komen sneller in beeld, waardoor artsen sneller kunnen bepalen welke patiënten direct aandacht nodig hebben. Tegelijkertijd beïnvloedt AI ook waar aandacht als eerste naartoe gaat. Wanneer een systeem vaak correcte prioritering geeft, kunnen artsen onbewust meer vertrouwen op deze selectie en minder aandacht besteden aan casussen die niet als urgent worden gemarkeerd. Daarom is niet alleen de nauwkeurigheid van AI belangrijk, maar ook de manier waarop informatie wordt gepresenteerd en geprioriteerd.

2. Risicovoorspelling en vroegsignalering

Risicomodellen voorspellen verslechtering, heropname of complicaties. Hun prestaties zijn sterk afhankelijk van de context. Een model is geen natuurwet, maar een statistische benadering. Daarom zijn lokale validatie en monitoring door ? noodzakelijk. Daarnaast sturen deze modellen prioriteiten binnen teams.

3. Samenvatten en beslisondersteuning

AI helpt bij het ordenen van informatie. Samenvattingen van dossiers en labwaarden geven overzicht en besparen tijd. Het risico zit in overtuigende teksten: een goed geschreven samenvatting kan fouten of gebreken? verhullen. Controle van kerngegevens blijft daarom essentieel.

4. Klinisch redeneren met AI

AI kan helpen bij het structureren van klinisch denken en het ordenen van differentiaaldiagnoses. De rol blijft ondersteunend. Het systeem kan meedenken, maar neemt geen beslissingen.

5. Patiëntcommunicatie

AI kan informatie begrijpelijker en toegankelijker maken voor patiënten. Dat kan consulten ondersteunen en patiënten helpen om informatie beter te onthouden of voor te bereiden. Tegelijkertijd schuilt er een risico in overtuigend geformuleerde teksten: patiënten kunnen AI-gegenereerde informatie ervaren als persoonlijk medisch advies. Daarom blijft het belangrijk dat duidelijk is welke informatie ondersteunend is en welke adviezen afkomstig zijn van een zorgverlener.

6. Ambient scribing Systemen kunnen consulten meeluisteren en automatisch verslagen genereren. Dit kan administratieve lasten verminderen, maar roept ook vragen op over privacy, opslag en vertrouwen. Het consult blijft een menselijk gesprek.

7. Administratie en logistiek

AI ondersteunt planning, roostering en documentstromen. De impact op werkdruk is groot, maar alleen als systemen goed aansluiten op de workflow. Slechte implementatie kan juist extra werk opleveren.

8. Monitoring buiten het ziekenhuis

AI wordt ingezet voor thuismonitoring en in verpleeghuizen, bijvoorbeeld voor valdetectie. Dit kan problemen eerder zichtbaar

Bronnen

European Parliament and Council of the European Union.

Regulation (EU) 2024/1689 laying down harmonised rules on artificial intelligence (Artificial Intelligence Act). Off J Eur Union. 2024.

Kamminga et al.

Do large language model chatbots perform better than established patient information resources in answering patient questions? A comparative study on melanoma. Br J Dermatol. 2025;192(2):306-315.

Tu et al.

Towards conversational diagnostic artificial intelligence. Nature. 2025;642(8067):442-450. doi:10.1038/s41586-025-08866-7.

Obermeyeret al.

Dissecting racial bias in an algorithm used to manage the health of populations. Science. 2019;366(6464):447-453.

NHS England.

Guidance on the use of AI-enabled ambient scribing products in health and care settings. First published 27 April 2025; updated 16 January 2026.

maken en daardoor bijdragen aan snellere zorg of interventie. Tegelijkertijd kunnen deze systemen ook leiden tot meer meldingen en controles, waardoor extra opvolging en capaciteit nodig zijn. Goede organisatie blijft daarom belangrijk.

9. Onderzoek en kwaliteitsverbetering

AI versnelt literatuuronderzoek en analyse. Maar transparantie blijft essentieel: het moet duidelijk zijn wat AI heeft gedaan en hoe resultaten zijn gecontroleerd.

10. Opleiding

AI kan ondersteunen bij leren en klinisch redeneren. Tegelijkertijd bestaat het risico dat denkwerk wordt uitbesteed. Gebruik van AI vraagt daarom om didactische sturing. Vaardigheid in het gebruiken van AI impliceert ook de vraag wanneer AI wel of niet te gebruiken en hoe.

De winst is echt, maar niet vanzelf

AI kan werkdruk verlagen, processen versnellen en informatie beter toegankelijk maken. In een zorgomgeving met veel data en weinig tijd is dat waardevol.

Maar deze voordelen ontstaan alleen bij goede implementatie. Zonder duidelijke afspraken kan AI ook leiden tot afhankelijkheid, bias of verlies van overzicht.

De risico’s

AI brengt de volgende specifieke risico’s met zich mee.

• Bias: bestaande ongelijkheden kunnen worden versterkt.

• Gebrek aan transparantie: het is niet altijd duidelijk hoe een systeem tot een uitkomst komt.

• Afhankelijkheid: systemen kunnen het kritisch denken verminderen.

• Cybersecurity: er ontstaan nieuwe kwetsbaarheden in dataverwerking.

• Aansprakelijkheid: er is onduidelijkheid over verantwoordelijkheden.

Deze risico’s maken duidelijk dat technologie alleen niet voldoende is. De context waarin AI wordt gebruikt is bepalend.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de dagelijkse praktijk is een aantal werkprincipes essentieel.

• Wees transparant over het gebruik van AI.

• Gebruik AI binnen duidelijke grenzen.

• Laat menselijke controle leidend blijven.

• Zorg voor continue monitoring van prestaties.

• Maak verantwoording achteraf mogelijk.

AI is geen losse tool, maar onderdeel van een systeem dat onderhoud en afspraken nodig heeft.

Conclusie

AI is inmiddels onderdeel van de zorgpraktijk. Het beïnvloedt hoe informatie wordt verzameld en gebruikt, en daarmee ook diagnostiek, verslaglegging en planning. Het gaat daarbij niet om het vervangen van de arts, maar om ondersteuning bij het verwerken van grote hoeveelheden informatie. AI kan bijvoorbeeld samenvattingen maken, waarschuwingen geven of helpen bij prioritering. Daarmee beïnvloedt het ook welke informatie als eerste aandacht krijgt tijdens besluitvorming.

AI kan helpen om sneller overzicht te krijgen en werkdruk te verminderen. Maar zonder duidelijke afspraken kan de technologie ook leiden tot te veel vertrouwen in het systeem of verlies van overzicht. Zelfs een overtuigende suggestie blijft een suggestie, de uiteindelijke afweging blijft menselijk.

AI verandert de arts niet, maar verandert wel de wijze waarop we kijken en prioriteiten stellen. De verantwoordelijkheid blijft bij mensen. Daarmee wordt de kernvraag eenvoudig: niet wat AI kan, maar wanneer en onder welke voorwaarden het de zorg echt helpt.

Topklinisch ziekenhuis, van idee tot prijs: Tips om een Innovatieprijs te winnen

Met het onderzoek SELF-LEAD ontvingen Internist-hematoloog

Peter Westerweel en Physician Assistant hematologie Jantina Kortleve de jaarlijkse hematologie-innovatieprijs van het Nederlands Tijdschrift voor Hematologie. Het onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met de zes andere mProve-ziekenhuizen, start deze maand en maakt deel uit van een promotietraject dat mogelijk is gemaakt door een wetenschapssubsidie van het ASz. In het onderzoek staat de vraag centraal, of patiënten met een indolente vorm van lymfeklierkanker minder frequent voor routinecontroles naar het ziekenhuis hoeven te komen, zonder in te leveren op veiligheid, kwaliteit of welzijn.

De innovatieprijs leverde een gerichte impuls aan het onderzoeksbudget. Het bedrag van €10.000 wordt ingezet voor datamanagement op de verschillende deelnemende locaties. Minstens zo waardevol was de zichtbaarheid die het project kreeg, met onder andere drie interviews in het Nederlands Tijdschrift voor Hematologie en een interview in Medisch Contact.

Op basis van deze ervaring deelt Jantina Kortleve hieronder met vijf tips haar inzichten over interne ondersteuning, voorbereiding en factoren die een rol spelen bij subsidie- en prijsaanvragen.

Tip 1 Maak strategisch gebruik van interne financieringsroutes Binnen het ASz zijn er verschillende routes die innovatie ondersteunen. Zo kan gebruik worden gemaakt van stipendia en van het promotiefonds. In ons traject is bewust gekozen voor een combinatie van beide: het retrospectieve onderzoek vormt een afgebakend project en leent zich daarom goed voor financiering via een stipendium. We wilden onderzoeken of we ons gevoel, dat routinecontroles niet veel therapeutische consequenties hebben, kunnen bevestigen met data. Ook wilden we weten of het zinvol is hier verder onderzoek naar te doen. Het prospectieve deel van het onderzoek daarentegen loopt over meerdere jaren. Het omvat meerdere onderzoeksvragen en sluit beter aan bij een promotietraject, waardoor het promotiefonds hiervoor de meest passende route was.

Ook zijn er mogelijkheden voor financiering van onderzoek in de verschillende samenwerkingsverbanden die het ASz heeft. Zo hebben we ingeschreven op een wetenschaps-call van mProve. Het voorstel kreeg een hoge score, maar niet de hoogste en daarom ging deze grant aan ons onderzoek voorbij. Voor de Beter-

keten is destijds niet ingeschreven, omdat de call gericht was op een promotiebeurs, terwijl die al was verkregen.

Tip 2 Beantwoord drie kernvragen voordat je begint te schrijven

Bij het voorbereiden van een grant-aanvraag of prijsaanmelding kun je jezelf de volgende drie vragen stellen.

• Waarom dit onderzoek?

• Waarom jij?

• Waarom nu?

Deze vragen vormen het uitgangspunt bij het aanscherpen van de positionering en de relevantie van het project.

Voor het beantwoorden van de vraag ‘Waarom dit onderzoek?’ is het essentieel om zowel de omvang als de urgentie van het onderzoek inzichtelijk te maken. In ons traject is gebruikgemaakt van data die via BIC zijn geïnventariseerd om het aantal patiënten te bepalen, dit aangevuld met inzichten uit eerdere aanvragen en retrospectieve data. Daarnaast hebben we aangegeven welke vragen er in de zorg nog openstaan, zoals wat onder ‘zinnige zorg’ valt en hoe dit onderzoek daar concreet antwoord op hoopt te geven.

De vraag ‘Waarom jij?’ richt zich op de unieke positie van de onderzoeksgroep. Als groot STZ-ziekenhuis beschikt het ASz over een relevante en substantiële patiëntenpopulatie die in academische centra vaak ondervertegenwoordigd is. Dit is precies wat het onderzoek juist hier bijzonder waardevol en uitvoerbaar maakt. Daarnaast biedt het samenwerkingsverband binnen mProve een unieke kans om multicenter-onderzoek te doen binnen zeven grote STZ-ziekenhuizen verdeeld over heel Nederland. Ook belangrijk is dat ik duidelijk heb gemaakt, dat ik een ambitieuze Physician Assistant ben met voldoende opgebouwde wetenschappelijke ervaring om een promotieonderzoek aan te kunnen gaan.

Tot slot onderbouw je met de vraag ‘Waarom nu? de timing. In ‘het geval van ons onderzoeksproject is die sterk verbonden aan de toenemende zorgdruk, gecombineerd met bestaand onderzoek dat aantoont dat een ‘wait and see’-beleid psychisch belastend is voor patiënten. Dit creëert een duidelijke noodzaak om juist nu te investeren in passend en onderbouwd handelen.

Tip 3 Laat zien dat je team impact heeft buiten de eigen afdeling

Prijswinnende teams kenmerken zich door brede inzetbaarheid en aansluiting bij maatschappelijke thema’s zoals zorgconsumptie, duurzaamheid en leefstijl/preventie. Innovaties die eenvoudig implementeerbaar zijn in zowel grote als kleinere ziekenhuizen hebben daarbij vaak meer impact.

De kracht zit in oplossingen die breed inzetbaar zijn, zonder afhankelijk te zijn van complexe of kostbare technologie. Zo is in dit geval het weglaten van onnodige controles, een interventie die in vrijwel elke zorgsetting toepasbaar is. Dit in tegenstelling tot innovaties die bijvoorbeeld specifieke investeringen vereisen, zoals de aanschaf van dure apparatuur.

De positionering van een innovatie binnen deze bredere, praktische context speelt dan ook een belangrijke rol in de beoordeling.

Tip 4 Onderbouw je idee met data, meetindicatoren en haalbaarheid

Om een innovatiepitch te versterken en jury’s te overtuigen, zijn meetindicatoren essentieel. In ons project is gebruikgemaakt van retrospectieve data om de omvang van het probleem en de potentiële oplossing te onderbouwen.

Een project moet expliciet aantonen dat het relevant is en haalbaar binnen de gestelde tijdslijnen. Daarbij zijn bewijspunten rondom uitvoerbaarheid en planning van belang.

Tip 5 Zorg voor zichtbaar draagvlak en organisatorische ‘buy-in’ Een belangrijk signaal dat een innovatie gereed is voor indiening, is de aanwezigheid van draagvlak. Strategische vragen die jury’s impliciet stellen, raken doorgaans aan urgentie, uitvoerbaarheid en positionering binnen de bredere zorgcontext.

In ons traject werd dit draagvlak actief opgebouwd en aantoonbaar gemaakt. Zo was er een ondersteuningsbrief van de nationale patiëntenvereniging. Daarnaast is het onderzoeksvoorstel voorgelegd aan zowel de landelijke lymfoomwerkgroep (hematologen), als de landelijke werkgroep voor chronische lymfatische leukemie, waar het enthousiast werd ontvangen.

Deze brede steun heeft er mede toe geleid dat het voorstel door hematologen is aangedragen bij de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) als Less is More-project van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). Een stap die uiteindelijk ook succesvol is gebleken.

Tot slot: denk als een jury

De ervaringen rondom de SELF-LEAD studie laten zien hoe een inhoudelijk idee kan uitgroeien tot een prijswinnend en gefinancierd innovatieproject. De hierboven beschreven tips geven inzicht in hoe het traject van idee tot indiening in de praktijk vorm krijgt.

Internist-hematoloog Peter Westerweel en Physician Assistant hematologie Jantina Kortleve

Overzicht goedgekeurde studies

Door Dorine den Toom, Kwaliteitsadviseur Wetenschapsbureau

Promovendi, (arts-)onderzoekers, onderzoeksmedewerkers en (research)verpleegkundigen hebben zich samen sterk gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek. Dit heeft geresulteerd in een groot aantal nieuwe studies. In totaal zijn er in de periode va 01 juni 2025 tot 01 april 2026, 77 studies goedgekeurd door de Raad van Bestuur, waarvan 12 eigen geïnitieerde studies. De verhouding WMO-plichtig/niet-WMO-plichtig onderzoek is 30/47 studies respectievelijk.

ASz geïnitieerde studies

Panasewicz, A.

Anesthesiologie; nWMO

ePOSITIVE - Implementation and Evaluation of Digital Preoperative Screening: Impact on Satisfaction, Safety, and Workflow

Cheng, J.M.

Cardiologie; WMO

Optimal stent deployment strategy of contemporary stents - Registry to evaluate percutaneous coronary intervention using bioresorbable scaffolds with thinner-strut construction and guidance by optical coherence tomography to reduce scaffold failure

Rietveld, H.C.

Cardiologie; nWMO

Cardiac Arrest Review ASz (CARASz): datagestuurde evaluatie reanimatieprestaties ASz

Smeenk, R.M.

Chirurgie; nWMO

Gaasdebridement en Terra-cortril bij sinus pilonidalis wonden

Smeenk, R.M.

Chirurgie; nWMO

Leercurve-analyse van de Bascom Cleft Lift-procedure bij de behandeling van sinus pilonidalis

Nieuwenhuyzen-de Boer, G.M.

Gynaecologie; nWMO

Prehabilitation and preservation of skeletal muscle mass as assessed by CTscans in ovarian cancer patients

Westerweel, P.E.

Interne geneeskunde; nWMO

The Prevalence and clinical impact of bone marrow fibrosis in chronic myeloid leukemia

Renes, J.S.

Kindergeneeskunde; nWMO

Doelmatigheid van Advanced Hybrid Closed Loop (AHCL) pomptherapie op de glucoseregulatie bij kinderen met slecht gereguleerde diabetes mellitus type 1

de Graaf, S.

Klinische fysica; nWMO

Comparing automated protocol selec-

tion of MRI brain scans from clinical referrals by large language models using ChatGPT-5 and locally implemented Ollama LLMs

Zock, E.

Neurologie; nWMO

Detectie van atriumfibrilleren met een 30 dagen externe loop recorder na een cryptogeen herseninfarct met frequente premature atriale complexen

Veen, van der, F.J.C.

Plastische chirurgie; nWMO

The modification of the LICAP flap after lumpectomy as a positive improvement of onco-plastic surgery

Hasselt, van F.M. Psychiatrie; nWMO

The effectiveness of interdisciplinary treatment, including eye movement desensitization and reprocessing therapy (EMDR) first, followed by behavior and physiotherapy, in persons with severe chronic primary musculoskeletal pain: a single-case experimental design study across ten cases

Studies met een externe verrichter

Borsboom-van Zonneveld, M.

Allergologie; nWMO

STRONG: Study toTrack Response to Oralair in Naïve patients with Grass pollen allergy

Jetten, W.D.

Anesthesiologie; nWMO

Evaluating the Effects of Relaxation in Virtual Reality on Preoperative Anxiety and Stress: A Pilot Randomized Study in Elective Surgery

Cheng, J.M.

Cardiologie; WMO

A randomized trial of physiology-guided versus angiography-guided nonculprit lesion (NCL) complete revascularization strategies and a large-scale observational study of Optical Coherence Tomography in patients with acute myocardial infarction and multivessel coronary artery disease

Cheng, J.M.

Cardiologie; WMO

Comparison between Direct Oral Anticoagulation (DOAC) Interruption and DOAC Continuation in Patients Undergoing Elective Invasive Coronary Angiography or Percutaneous Coronary Intervention

Gent, van M.W.F.

Cardiologie; WMO

Early atrial fibrillation ablation for stroke prevention in patients with high comorbidity burden

Gent, van M.W.F.

Cardiologie; WMO

A Phase 3 Randomized, Double-blind, Placebo-controlled Study to Evaluate the Efficacy and Safety of Maridebart Cafraglutide on Mortality and Morbidity in Participants Living With Heart Failure With Preserved or Mildly Reduced Ejection Fraction and Obesity

Hemradj, V.V.

Cardiologie; WMO

A Phase 3 Randomized, Double-blind, Placebo-controlled Study to Evaluate the Impact of Maridebart Cafraglutide on Cardiovascular Outcomes in Participants with Atherosclerotic Cardiovascular Disease and Overweight or Obesity

Belt, E.J.T.

Chirurgie; nWMO

Patients with Appendicitis in Charge of their Treatment: optimised and standardised counselling versus common practice

Belt, E.J.T.

Chirurgie; WMO

Adjuvant chemotherapy for prevention of recurrence in patients with detectable ctDNA after surgery in high-risk rectal cancer.

Bosman, W.M.P.F.

Chirurgie; nWMO

Creëren van een beslisregel voor het wel of niet verrichten van radiologische beeldvorming van ellebogen bij kinderen na trauma.

Bosman, W.M.P.F.

Chirurgie; WMO

Non-invasive treatment versus tube thoracostomy in adults with a mediumsized blunt traumatic pneumothorax (CONSTRAIN-RCT); a multicenter randomized controlled trial

Bosman, W.M.P.F.

Chirurgie; nWMO

Identifying the best treatment for proximal humeral fractures in (frail) older patients (PHF-Registry): a multicenter prospective cohort study

Lamme, B.

Chirurgie; nWMO

In-depth analysis of locally recurrent rectal cancer in the Netherlands - DICA

2.0

Smeenk, R.M.

Chirurgie; nWMO

Risk assessment of postoperative recurrence in Crohn’s disease.

Smeenk, R.M.

Chirurgie; WMO

Loose seton prior to surgery for single-tract cryptoglandular fistula vs no seton: A randomized controlled trial

Reeder, S.W.I.

Dermatologie; nWMO

GenSKIN: Ontwikkeling en Evaluatie van Een op Maat Gemaakte GenAI-assistent voor Mensen met Melanoom

Bandell, M.L.

Gynaecologie; WMO

Continuing ovulation induction with letrozole versus switching to gonadotropins in women with polycystic ovary syndrome

Nieuwenhuyzen-de Boer, G.M. Gynaecologie; nWMO

Navigating through Dutch gynaecological oncological care: how to get to patient centred and accessible care for vulnerable patients

Nieuwenhuyzen-de Boer, G.M.

Gynaecologie; nWMO

ENDOmetrial cancer detection using DNA METhylation. A self-test to detect endometrial cancer using DNA methylation markers

Vlist, van der M.Y.

Gynaecologie; nWMO

Het mProve Pessarium Zorgpad

Levin, M.D.

Hematologie; WMO

A Phase 3 Randomized, Open-Label, Multicenter Study of Sonrotoclax Plus Anti-CD20 Antibody Therapies Versus Venetoclax Plus Rituximab in Patients With Relapsed/Refractory Chronic Lymphocytic Leukemia/Small Lymphocytic Lymphoma

Levin, M.D.

Hematologie; nWMO

Daratumumab in immune-mediated thrombotic thrombocytopenic purpura (iTTP)

Levin, M.D.

Hematologie; WMO

A Phase 3, Open-Label, Randomized Study to Evaluate the Safety and Efficacy of BGB-16673 Compared to Pirtobrutinib in Patients With Relapsed/Refractory Chronic Lymphocytic Leukemia or Small Lymphocytic Lymphoma

Westerweel, P.E.

Hematologie; WMO

Ivosidenib and Azacitidine With or Without Venetoclax in adult Patients With Newly Diagnosed IDH1-Mutated AML or MDS/AML Considered Ineligible for Intensive Chemotherapy

Westerweel, P.E.

Hematologie; WMO

A Randomized, Placebo-Controlled Phase III Study of Induction and Consolidation Chemotherapy With Venetoclax in Adult Patients With Newly Diagnosed Acute Myeloid Leukemia or Myelodysplastic Syndrome With Excess Blasts-2

Westerweel, P.E.

Hematologie; WMO

Bleximenib or Placebo in Combination with Standard Induction and Consolidation Therapy followed by Maintenance for the Treatment of Patients with Newly Diagnosed KMT2Arearranged or NPM1-mutant Acute Myeloid Leukemia Eligible for Intensive Chemotherapy: double-blind phase 3 study

Blox, W.J.B.

Informatie- en Communicatietechnologie; nWMO

Onderzoek naar Thuismonitoren

Deetman, P.E.

Intensive care; nWMO

Contextualizing care for patients with a serious illness: implementation of an interactive communication training program

Hartong, S.C.C.

Interne geneeskunde; nWMO

A discrete choice experiment on patient preferences for PCSK9 inhibitors.

Hartong, S.C.C.

Interne geneeskunde; WMO

N=1-studies In Statin-intolerance; Objectify Nocebo Effects (NISONE) trial

Hartong, S.C.C.

Interne geneeskunde; WMO

A Phase 3 Randomized, Double-blind, Placebo-controlled Study to Evaluate the Impact of Maridebart Cafraglutide on Cardiovascular Outcomes in Participants with Atherosclerotic Cardiovas-

cular Disease and Overweight or Obesity

Hartong, S.C.C.

Interne geneeskunde; WMO

A Phase 3, Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Study to Investigate the Effect of Muvalaplin on the Reduction of Major Adverse Cardiovascular Events in Adults with Elevated Lipoprotein(a) Who Have Had a Prior Atherosclerotic Cardiovascular Event or Are at Risk for a First Atherosclerotic Cardiovascular Event – MOVE-Lp(a)

Hartong, S.C.C.

Interne geneeskunde; WMO

A Randomized. Double-Blind, PlaceboControlled, Phase 2b Study to Assess the Efficacy, Safety, and Tolerablity of IMTV-1402 as Treatment for Adults Patients With Graves Disease

Net, van der J.B.

Interne geneeskunde; WMO

A Phase II randomised, double-blind, parallel-group, multicentre, international trial to investigate the safety and efficacy ofvicadrostat and empagliflozin administered with simultaneous vsstaggered initiation in participants with chronic kidney disease atrisk of kidney disease progression

Net, van der J.B.

Interne geneeskunde; WMO

Autosomal Dominant Polycystic Kidney Disease: A Study of ABBV-CLS-628 in Adult Subjects with Autosomal Dominant Polycystic Kidney Disease

Jong, de M.

Kindergeneeskunde; WMO

PROTEA: Protecting late-moderate preterm infants from respiratory tract infections and wheeze in their first year of life by using bacterial lysates

Lebon, A.

Kindergeneeskunde; nWMO

Process evaluation of a nurse-led

pathway for dosing bronchodilators in children hospitalized with acute viral induced wheeze and acute asthma with use of the CASO2.

Renes, J.S.

Kindergeneeskunde; nWMO

Pharmacotherapy in Children and Adolescents with Obesity: Real-World Outcomes

Vriesman, A.W.

Kindergeneeskunde; nWMO

Registratie: FPIES in Nederland

Magro, A.

Longgeneeskunde; nWMO

VAP-ED studie: Prevalentie van nicotinegebruik onder patiënten op de Spoedeisende Hulp: een landelijke

Flashmob-studie

Thiel, van E.R.E.

Longgeneeskunde; WMO

A Phase 2 Trial of Adagrasib Monotherapy and in Combination with Pembrolizumab and a Phase 3 Trial of Adagrasib in Combination with Pembrolizumab versus Pembrolizumab in Patients with Advanced Non-Small Cell Lung Cancer with KRAS G12C Mutation

Jonge, de V.

Maag-, Darm- en Leverziekten; nWMO

Health Literacy in Patients with Inflammatory Bowel Disease

Jonge, de V.

Maag-, Darm- en Leverziekten; nWMO

Monitoring program of IBD patients in the Netherlands: the ICC Registry

Jonge, de V.

Maag-, Darm- en Leverziekten; WMO

A multicenter, randomized, open-label study of risankizumab compared to vedolizumab for the treatment of adult subjects with moderate to severe ulcerative colitis who are naïve to targeted therapies

Wolfhagen, F.H.J.

Maag-, Darm- en Leverziekten; WMO

A randomised, double-blind, placebocontrolled, multicentre, Phase III trial evaluating long-term efficacy and safety of survodutide weekly injections in adult participants with non-cirrhotic non-alcoholic steatohepatitis/metabolic associated steatohepatitis (NASH/MASH) and (F2) - (F3) stage of liver fibrosis

Wolfhagen, F.H.J.

Maag-, Darm- en Leverziekten; WMO

A Phase 1, Randomized, Double-blind, Placebo-controlled Study of the Safety, Tolerability, Pharmacokinetics, and Pharmacodynamics of Single and Multiple Doses of ANB033 in Adult Participants

Wolfhagen, F.H.J.

Maag-, Darm- en Leverziekten; nWMO

De-Escalation of treatment in earlystage colon cancer: omitting completion surgery in patients with locally excised pT1-T2 colon cancer.

Wolters, L.M.M.

Maag-, Darm- en Leverziekten; WMO

ZorgpadHulp: ontwikkeling van een digitaal zorgpad voor patiënten met functionele maag- en darmaandoeningen

Beukelaar, de J.W.K.

Neurologie; WMO

A randomized, double-blind, Phase 3 study comparing efficacy and safety of frexalimab (SAR441344) to placebo in adult participants with nonrelapsing secondary progressive multiple sclerosis.

Kerkhoff, H. Neurologie; nWMO

Stroke recognition in Dutch ambulance dispatch centers: a retrospective study

Bosch, van den J. Oncologie; WMO

A Phase II, randomized, open-label, multi-center study of JSB462 (luxdegalutamide) in combination with abiraterone in adult male patients with metastatic hormone-sensitive prostate cancer (mHSPC)

Bouman, E.W. Oncologie; WMO

Elacestrant versus Standard Endocrine Therapy in Women and Men with Node-positive, Estrogen Receptor-positive, HER2-negative, Early Breast Cancer with High Risk of Recurrence— A Global, Multicenter, Randomized, Open-label Phase 3 Study

Meijden, van der O.A.J. Orthopedie; nWMO

Multi-center registry study on treatment for patients with shoulder complaints

Westenend, P.J. Pathologie; nWMO

AI-assisted prognosis in early breast cancer

Aukes, J.A.

Pijnbehandelcentrum; nWMO

CIPRESS: Closed-loop spinal cord stimulation bij patiënten met een chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie

Veen, van der, F.J.C.

Plastische chirurgie; nWMO

Breast reconstruction and radiotherapy: A nationwide cohort study on care evaluation and optimization

Hageman, J.

Spoedeisende Hulp; nWMO

Waiting time Ambulances In The Emergency Department; A multicenter study (WAITED-2 Study)

Schol-Gelok, S.

Spoedeisende Hulp; nWMO

Speekselonderzoek bij verkeersslachtoffers op de SEH na gebruik van middelen in het verkeer

Schol-Gelok, S.

Spoedeisende Hulp; nWMO

SNAPSHOT-ED: Investigating International Variations in Emergency Department Practices and Outcomes

Schol-Gelok, S.

Spoedeisende Hulp; nWMO

Ongevallen bij schaatsen op natuurijs

Schol-Gelok, S.

Spoedeisende Hulp; nWMO

Pulmonary embolism in ICU: incidence, clinical outcomes, and risk factors for ICU specific interventions

Raaijmakers, R. Urologie; nWMO

Prostate cancer treatment decisionmaking: a discrete choice experiment

Heul, van der M. Verpleging; nWMO

Verpleegkundigen aan het werk: De Impact van niet-verpleegkundige taken op het werk van verpleegkundigen.

Heul, van der M. Verpleging; nWMO

Ervaringen en behoeften van mensen met chronisch hartfalen en beperkte gezondheidsvaardigheden

Heul, van der M. Verpleging; nWMO

Part 2. Nurses and Neurodivergence. Neurodivergence prevalence and workplace experiences of hospital-based nurses in the Netherlands: A crosssectional multi center survey study

Mythe versus realiteit: depressie bij type 2 diabetes

Fenneke van Hasselt is psychiater in het ASz. Zij houdt zich bezig met patiëntenzorg en onderzoek.

Geen tijd? Lees dan in ieder geval dit.

Depressie komt vaker voor bij patiënten met T2D dan bij de algemene bevolking. Het verschil in prevalentie is duidelijk verschillend op basis van waar ter wereld je woont, en dus waar je je zorg krijgt.

Hoeveel vaker depressie bij patiënten met T2D voorkomt is door verschillende meetmethoden niet precies te zeggen. De gemeten prevalentie loopt uiteen van ongeveer 9 tot 60%.

Hoewel de precieze definitie van depressie kan verschillen, is het in ieder geval duidelijk dat patiënten met T2D vaker psychische klachten hebben die hun leven (sterk) negatief beïnvloeden. Bovendien kan het hebben van depressie de uitdagingen bij de behandeling van T2D verergeren.

Bubbelplot van een meta-regressiemodel waarin publicatiejaar, WHO-regio’s en de methode voor het vaststellen van depressie als covariaten zijn opgenomen bij het bepalen van de prevalentie van depressie onder patiënten met T2D (Wulandari et al 2025).

Depressie en type 2 diabetes (T2D) komen vaak samen voor, waarbij de ene ziekte de andere negatief beïnvloedt. Hoeveel vaker komt dit voor en welke factoren spelen hierin mee? En wat betekent dit voor de behandeling en begeleiding van patiënten?

Dit artikel is geïnspireerd op de meest recente publicatie van Fenneke van Hasselt, die ze schreef met onder andere Nora Wulandari: “The burden of depression among patients with T2D: An umbrella review of systematic reviews”. In de publicatie wordt de samenhang tussen depressie en T2D vanuit een breed wetenschappelijk perspectief in kaart gebracht.

Voor dit artikel hebben we aan Fenneke een aantal veelvoorkomende stellingen voorgelegd. In haar antwoorden geeft ze aan of het gaat om een mythe of realiteit. Ze licht haar antwoorden toe vanuit zowel klinische ervaring als wetenschappelijk inzicht.

Stelling 1: Depressie bij T2D komt zelden voor Mythe

De spreiding in de prevalentie van depressie bij T2D ligt tussen 8,9 en 61%. Zelfs als je van de laagste prevalentie (8,9%) uitgaat is dit duidelijk hoger dan de 3,76% die in de Global Burden of Disease-studie werd gevonden in de algemene bevolking.

We baseren ons hierbij op gegevens van 649 unieke studies die samengevoegd zijn. Je kan in ieder geval stellen, dat depressie vaker voorkomt bij patiënten met T2D dan bij de algemene bevolking.

Stelling 2: De prevalentie van depressie bij T2D is wereldwijd verschillend Realiteit

De studies zijn ingedeeld op basis van de regio waar ze uitgevoerd zijn. Dit gebeurde volgens de indeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO):

Europa, de Amerika’s, Afrika, Zuid-Oost Azië, Oostelijk mediterraan en Westelijk pacifisch. Er was een significant verschil tussen deze regio’s. Er is een hogere prevalentie van depressie bij T2D in de Oostelijke mediterrane regio, Afrika en Zuidoost Azië vergeleken met de Amerika’s. In de onderstaande bubbelplot is de spreiding in de verschillende regio’s te zien. Een mogelijke verklaring voor de spreiding, zijn de grote verschillen in aanwezigheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van (psychische) zorg.

3: Verschillende depressiemeetmethoden zijn onderling goed vergelijkbaar

Mythe

Hoewel elke studie depressie bij T2D heeft proberen vast te stellen, is het onderling niet altijd goed vergelijkbaar om drie belangrijke redenen.

1. Het ingewikkelde is dat met de term ‘depressie’ niet altijd hetzelfde bedoeld wordt. Het is vaak een algemene beschrijving die een divers ziektebeeld met verschillende uitingsvormen en ernst omvat. Daarnaast heeft niet iedereen hetzelfde idee welke symptomen de kern van ‘de depressie’ vormen, hoewel er zeker wel overlap zit in de concepten. De meetmethodes verschillen voor een deel omdat ze een verschillend concept van depressie vaststellen.

2. In deze analyse werden 36 verschillende meetmethodes voor ‘depressie’ gebruikt. Deze zijn te herkennen aan de verschillend gekleurde bolletjes in de bubbelplot. Er zit verschil in hoe de depressie werd vastgesteld, bijvoorbeeld door vragenlijsten aan deelnemers voor te leggen, of door interviews af te laten nemen door getrainde personen, of door diagnostiek laten stellen inclusief het psychiatrisch onderzoek door een psychiater. Sommige meetmethoden kunnen gezien worden als een screening, andere methode zijn meer het vaststellen een bepaald type depressie (in een bepaalde cultuur).

3. Verschillende meetmethoden meten verschillende ernstniveaus van symptomen. Sommige scoren het al als ‘depressie’ bij enkele symptomen, andere stellen alleen ‘depressie’ vast bij een zeer ernstige invaliderende ziekte. Het is dus niet verwonderlijk dat er een duidelijk verschil zat tussen de gemeten prevalentie van depressie bij T2D en de manier van meten.

Stelling 4: De grote variatie in de prevalentie van depressie betekent dat het bewijs onbetrouwbaar is Mythe

We zochten naar verklaringen van het verschil in de gevonden prevalentie. Een deel van de variatie kan verklaard worden door de regio en een deel door de methode hoe de depressie wordt vastgesteld. Het is jammer dat er niet meer consistentie is, want dat had de studies onderling makkelijker vergelijkbaar gemaakt. Ook was het dan bijvoorbeeld beter te vergelijken wat het verschil was in prevalentie tussen regio’s met verschillende zorgsystemen. Ondanks de beperkingen is het waardevolle informatie, die het belang onderstreept van inzet op goede zorg, waarbij bij de behandeling van T2D ook oog is voor symptomen van depressie. Zo is er potentiële winst mogelijk in zowel de algehele gezondheid van de patiënt, maar wordt ook de kans op complicaties van diabetes kleiner.

Bronnen List of WHO regions. (n.d.). In Wikipedia. Geraadpleegd op 30 maart 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_WHO_regions

Wulandari et al 2025. The burden of depression among patients with type 2 diabetes: An umbrella review of systematic reviews. Journal of diabetes and its complications, 39(5), 109004. https://doi.org/10.1016/j.jdiacomp.2025.109004

Stelling 5: De combinatie T2D en depressie levert veel nadeel op Realiteit

Uit onderzoek blijkt dat patiënten met én diabetes én depressie, zich minder goed aan hun behandeladviezen kunnen houden, er een slechtere instelling van de glucosewaarden is, er meer complicaties van de T2D kunnen optreden, er een lagere kwaliteit van leven is, er meer gezondheidskosten gemaakt worden, en mensen minder goed in staat zijn hun werk te doen en zelfs een grotere kans op overlijden hebben.

Over Fenneke van Hasselt Fenneke van Hasselt is psychiater in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze houdt zich bezig met patiëntenzorg en onderzoek. Na haar studie Geneeskunde in Rotterdam verrichtte zij promotieonderzoek in samenwerking tussen de universiteit Groningen en GGZ Westelijk Noord-Brabant, gericht op het verbeteren van de lichamelijke gezondheid van mensen met ernstige psychische aandoeningen. De studie naar T2D en depressie is een samenwerking met wetenschappers van de afdeling waar zij promoveerde.

De specifieke patiëntenzorg in het ASz is ondergebracht binnen het team Aanhoudende Lichamelijke Klachten, waarbij per patiënt gekeken wordt hoe symptomen verminderd kunnen worden. Dit gebeurt met een focus op wat de gevolgen zijn van de symptomen en vervolgens te kijken hoe de situatie van de patiënt zo kan worden geoptimaliseerd dat zoveel mogelijk herstel mogelijk is.

Wat betreft wetenschappelijk onderzoek is inmiddels gestart met de inclusie van patiënten met aanhoudende pijn in spieren en gewrichten (waaronder fibromyalgie). Dit gebeurt in het kader van een studie naar de effectiviteit van de behandeling conform de recente richtlijn met onder andere EMDR-therapie als deel van een interdisciplinaire behandeling. Deze studie is mede mogelijk gemaakt door een ASz-stipendium. In het werk van Fenneke staat een brede, integrale blik centraal. Zij benadrukt dat psychische klachten altijd in samenhang gezien moeten worden met factoren zoals lichamelijke gezondheid, erfelijke kwetsbaarheid, levensgebeurtenissen en sociale context. Samen met de patiënt en het behandelteam zoekt zij naar een goed begrip van de klachten en passende behandelopties.

PODCAST: Een minimaal invasieve behandeling voor prostaatklachten

In deze podcast bespreken Helene Kemmer (ASz) en Jasmijn de Vries (VGZ) de huidige en opkomende behandelopties voor mannen met lower urinary tract symptoms (LUTS) als gevolg van benigne prostaathyperplasie (BPH), een veelvoorkomende aandoening bij mannen boven de 60 jaar.

Wanneer medicamenteuze therapie onvoldoende effect heeft, wordt doorgaans gekozen voor een TUR-P (transurethrale resectie van de prostaat). Deze behandeling is effectief in het verbeteren van mictieklachten, maar gaat gepaard met een invasieve ingreep, ziekenhuisopname en een aanzienlijke kans op retrograde ejaculatie, wat voor sommige patiënten een belangrijke beperking vormt.

Minimaal invasieve behandelingen bieden een alternatief. Hoewel de functionele uitkomsten gemiddeld iets minder uitgesproken zijn, worden deze technieken gekenmerkt door een gunstiger veiligheidsprofiel, behoud van ejaculatiefunctie en de mogelijkheid tot behandeling buiten de operatiekamer. De Urolift® is momenteel de enige in Nederland vergoede optie, maar kent beperkingen in toepasbaarheid en kosten.

Sinds 2021 wordt in het ASz de waterdamptherapie (WVTT, Rezum®) toegepast. Deze behandeling, waarbij via kleine naaldin-

jecties stoom in de prostaat wordt gebracht, induceert gecontroleerde weefselnecrose en leidt tot volumevermindering. Internationaal wordt WVTT al jaren toegepast, meestal in sedatiecentra.

Door de korte duur van de behandeling is echter ook een poliklinische behandeling met plaatselijke verdoving haalbaar. Nadelen van WVTT zijn tijdelijk kathetergebruik en een vertraagde klinische respons.

Daarnaast wordt ingegaan op uitdagingen rondom vergoeding en implementatie. WVTT illustreert de verschuiving naar meer gepersonaliseerde, patiëntgerichte zorg.

De podcast is te beluisteren via de QR-code.

PODCAST: reanimatieevaluatie, training en onderzoek in één project

Door Coen Rietveld, Physician Assistant cardiologie, trainer Advanced Life Support

Reanimaties behoren tot de meest tijdskritische en intensieve situaties binnen de zorg. Toch worden evaluaties van reanimaties vaak voornamelijk gebaseerd op subjectieve herinneringen van betrokken zorgverleners. Volgens Coen Rietveld bleef daardoor waardevolle informatie regelmatig onbenut.

In deze podcast vertelt hij hoe vanuit die constatering een traject werd gestart om reanimaties op een meer objectieve en datagedreven manier te evalueren. Dit gebeurde samen met de reanimatiecommissie, waaronder Linda Posthuma (anesthesioloogintensivist) en Ann van Daalen (reanimatiecoördinator).

Wat begon als een initiatief om beter inzicht te krijgen in het verloop van reanimaties, groeide uit tot een structureel project waarin in-hospital cardiac arrests systematisch worden geanalyseerd aan de hand van defibrillatordata. Dit project kreeg de naam CARASz (Cardiac Arrest Review ASz) waarbij de verzamelde gegevens maken het mogelijk om nauwkeuriger terug te kijken naar het handelen tijdens een reanimatie en bieden concrete aanknopingspunten voor verbetering.

De analyses worden per reanimatie teruggekoppeld aan het betrokken reanimatieteam. Daarnaast leveren de analyses bij elkaar niet alleen inzichten op voor individuele zorgverleners, maar ook voor organisatiebrede optimalisatie van procedures en scholing. Ook de combinatie van praktijk, onderwijs en onderzoek komt in deze podcast aan bod. Het project wordt namelijk ook gebruikt om onderzoek te doen naar de effecten van datagestuurde evaluaties binnen de reanimatiezorg. Daarmee laat deze aanpak zien hoe kwaliteitsverbetering en wetenschap elkaar in de dagelijkse praktijk kunnen versterken.

Een inspirerend voorbeeld van hoe leren van iedere reanimatie kan bijdragen aan steeds betere en efficiëntere acute zorg.

De podcast is te beluisteren via de QR-code.

Coen Rietveld is Physician Assistent Cardiologie en onderzoeker met speciale aandachtgebieden voor accute geneeskunde en reanimatiewetenschap. Na jarenlang werkzaam geweest te zijn in het ASz is hij werkzaam bij RAVHM, maar ook verbonden aan het ASz als onderzoeker, docent en trainer.

Achter de CAT: van klinische vraag tot publicatie in Nursing

Evidence-based practice begint vaak met een eenvoudige, maar klinisch relevante vraag. Voor Sara Plaisier en Geike Bastiaansen vormde zo’n vraag het startpunt van hun eerste Critically Appraised Topic (CAT). Wat begon als een onderwijsopdracht, groeide uit tot een systematische zoektocht naar bewijs, met als resultaat een artikel dat binnenkort verschijnt in Nursing.

Een CAT schrijven vraagt om meer dan het samenvatten van literatuur. Het vereist het vertalen van een praktijkvraag naar een scherpe PICO, het uitvoeren van een gestructureerde literatuurzoekactie, het kritisch beoordelen van studies en het interpreteren van effectmaten en methodologische kwaliteit. Voor Sara en Geike betekende dit een eerste kennismaking met de volledige cyclus van evidence-based werken. Hun ervaring laat zien hoe een klinische vraag kan uitgroeien tot een bijdrage aan de verpleegkundige literatuur én aan professionele ontwikkeling.

Het startpunt: een klinische vraag “Tijdens mijn werkzaamheden op afdeling C2 van het ASz viel mij op dat na een trombo-endarterectomie via de lies regelmatig

Prevena-pompen (negatieve druktherapie, NPWT) worden ingezet ter preventie van wondinfecties,” vertelt Sara. “Tegelijkertijd zag mijn medestudent dat in een ander ziekenhuis bij vergelijkbare ingrepen een standaard wondverband wordt toegepast.” Dit verschil in werkwijzen leidde tot een concrete vraag: is NPWT effectiever in het voorkomen van postoperatieve wondinfecties? Een vraag die direct raakt aan de kwaliteit van verpleegkundige zorg en het belang van evidence-based handelen.

Van vraag naar evidence

De studenten vertaalden hun klinische vraag naar een PICO (Patient, Intervention, Comparison, Outcome). De populatie bestond uit volwassen patiënten na een trombo-endarterectomie. De interventie was NPWT, vergeleken met conventionele wondzorg, met als uitkomst het optreden van postoperatieve wondinfecties (SSI).

De literatuurzoekactie werd uitgevoerd in PubMed en CINAHL, en de relevante zoektermen werden gecombineerd in een gestructureerde zoek-string. Er werd gekozen voor een zoekperiode van vijf jaar (2019–2024) om recente evidence te includeren. Daarnaast werden richtlijnen en internationale consensusdocumenten meegenomen om zo de actuele stand van zaken te bepalen.

Om de kwaliteit van de evidence te waarborgen, werden duidelijke selectiecriteria gehanteerd. Alleen systematische reviews, metaanalyses en richtlijnen uit peer-reviewed tijdschriften werden geïncludeerd. Ook moesten studies betrekking hebben op menselijke populaties, en klinische uitkomsten en veiligheidsdata rapporteren. Minder geschikte publicaties, zoals case-reports en congresabstracts, werden geëxcludeerd.

De geselecteerde literatuur werd vervolgens kritisch beoordeeld op onder andere studiedesign, follow-up-duur, statistische significantie en klinische relevantie. Daarnaast werden studies geclassificeerd volgens de Oxford Levels of Evidence.

De uitdagingen

“Tijdens het literatuuronderzoek merkten we dat het lastig was om specifieke artikelen te vinden die goed aansloten bij onze onderzoeksvraag. Onze eerste zoek-string leverde veel resultaten op, maar lang niet altijd artikelen die daadwerkelijk antwoord gaven op de klinische vraag”, vertelt Sara. Om de relevantie van de gevonden literatuur te vergroten, werd de onderzoeksvraag verder aangescherpt. Daarnaast was een systematische en kritische screening van titels en abstracts essentieel om tot een selectie van passende studies te komen.

Wat zegt de evidence?

Na kritische beoordeling van de literatuur concluderen de studenten op basis van hoogwaardig bewijs (niveau A1, CBO 2007) met consistente resultaten en lage heterogeniteit, en ondersteund

door een actuele en methodologisch betrouwbare richtlijn (PAV, FMS), het volgende. NPWT vermindert bij een gesloten liesincisie het risico op postoperatieve wondinfecties ten opzichte van standaard wondzorg, bij patiënten die een vaatchirurgische liesingreep ondergaan.

Dit suggereert dat NPWT met name overwogen kan worden bij patiënten met een verhoogd risico op wondcomplicaties, waarbij een gerichte inzet kan bijdragen aan betere postoperatieve uitkomsten.

Lessen voor de praktijk

Deze ervaring onderstreept dat een goede CAT begint bij een scherpe klinische vraag. Een duidelijke PICO helpt bij het structureren van de zoekstrategie en het selecteren van relevante literatuur. Zorgvuldige documentatie maakt het proces transparant en reproduceerbaar.

De kritische beoordeling van literatuur is daarbij essentieel. Niet elk artikel met een relevant onderwerp is methodologisch sterk; juist het beoordelen van kwaliteit bepaalt de betrouwbaarheid van de conclusie. Door tijdig feedback te vragen en te schrijven met de praktijk in gedachten, wordt een CAT meer dan een opdracht: het wordt een instrument voor betere zorg.

Deze ervaring laat zien dat een CAT een belangrijke stap is in het ontwikkelen van een kritische, onderzoekende houding binnen de verpleegkundige praktijk. Met gerichte begeleiding, onder andere vanuit de Bibliotheek van het ASz, kunnen klinische vragen uitgroeien tot onderbouwde inzichten die direct bijdragen aan evidence-based zorg.

Hulp nodig bij je CAT? Loop gerust binnen bij de bibliotheek, de informatiespecialist denkt graag met je mee!

Zorgtechnologie: de rol van de Luscii-app voor ouders van

een te vroeg geboren baby

Door Daphne Roderkerken, Neonatologieverpleegkundige

Wat zou het mooi zijn als ouders van een te vroeg geboren baby ook thuis met vertrouwen de zorg kunnen voortzetten, zonder het gevoel er alleen voor te staan? Zorgtechnologie maakt dit steeds vaker mogelijk. Een krachtig voorbeeld hiervan is de Luscii-app. Het is een digitale zorgoplossing die patiënten en zorgverleners dichter bij elkaar brengt, juist wanneer fysieke afstand nodig is. De app combineert thuismonitoring met een directe koppeling aan het Elektronisch Patiëntendossier. Hierdoor wordt zorg niet alleen efficiënter ingericht, maar ook persoonlijker en beter afgestemd op de patiënt. De visuele tijdlijn in de app begeleidt gebruikers door hun zorgtraject en biedt gerichte zelfzorgtips en educatie. Hierdoor zijn gebruikers beter geïnformeerd en raken ze actiever betrokken bij hun gezondheid1.

Binnen de neonatale zorg krijgt deze technologie een bijzondere betekenis. Via de Luscii-app is de toepassing Baby@Home beschikbaar. Deze toepassing is ontwikkeld door het UMC Utrecht, en ondersteunt ouders van premature baby’s bij de overgang van ziekenhuis naar huis. Via de app kunnen metingen worden ingevoerd, vragen worden beantwoord en kan er eenvoudig contact gehouden worden met het zorgteam. Dit vergroot het vertrouwen van ouders en versterkt het gevoel van regie2

In het ASz wordt Baby@Home momenteel nog niet ingezet voor thuismonitoring, maar wel in de klinische praktijk. De app wordt hier gebruikt om ouders tijdens de opname te ondersteunen bij

Literatuur

1. Luscii. Luscii | Digitale zorg voor thuis. Luscii; [cited 2023 Mar 24]. Available from: https://luscii.com/nl/home

2. Luscii. Baby@Home | Luscii. Luscii; [cited 2023 Mar 24]. Available from: https://luscii.com/en/library/baby-home

3. Hoogland S. Power to the parent: Kwalitatief onderzoek naar de inzet van de Luscii app gedurende de klinische opname van een pasgeborene op de afdeling neonatologie in het Albert Schweitzer ziekenhuis. [master's thesis]. Diemen: InHolland Hogeschool; 2024 Jun 15. Unpublished.

het vergroten van hun zelfstandigheid, en om de functionaliteit en effectiviteit te evalueren. Daarnaast loopt op de afdeling Rhena Neonatologie een casestudy naar de invloed van de app op de zelfstandigheid en het ervaren verantwoordelijkheidsgevoel van ouders tijdens de klinische opname van hun neonaat. Dit sluit aan bij eerder onderzoek op de afdeling, waaruit blijkt dat ouders de app positief ervaren voor zelfmanagement en betrokkenheid3

In de volgende WASz editie gaan we dieper in op de casestudy en de toepassingen van de Luscii-app binnen de neonatale zorg.

Berichten uit de bieb

Door Marisol Aguirre, Informatiespecialist

De bibliotheek blijft zich ontwikkelen als een plek waar kennis, ondersteuning en ontmoeting samenkomen. Graag brengen we je op de hoogte van een aantal recente en aankomende initiatieven.

Allereerst is er nu een (flex)werkplek bij de bibliotheek beschikbaar voor onderzoekers en zorgprofessionals, die in alle rust willen werken aan hun onderzoek. Deze werkplek, voorheen bekend als ‘het studielandschap’, is bedoeld om focus en productiviteit te ondersteunen. Bovendien biedt de plek directe toegang tot onze informatiebronnen en expertise, aangezien deze zich op korte afstand van de bibliotheek bevindt. Daarnaast heeft de bibliotheek een upgrade gekregen: alle werkplekken zijn inmiddels voorzien van een tweede beeldscherm. Hiermee hopen we het werken voor iedereen nog prettiger en efficiënter te maken.

Nieuw is ook, dat sinds kort de bibliotheek is versterkt met onze collega Wendy. Zij is werkzaam als managementassistent binnen de ASz Academie en ondersteunt onder andere de medische bibliotheek. Met haar ruime ervaring in het creëren van overzicht en structuur, en het ontzorgen van teams, is zij een waardevolle aanvulling. Wendy is aanwezig op maandag- en donderdagochtend in de bibliotheek.

Tot slot. We zijn in de bibliotheek dit jaar gestart met een mooi project. In het kader van Slimmer Onderzoek Doen bekijken we hoe we onze digitale bronnen optimaal kunnen inzetten ter ondersteuning van klinisch en wetenschappelijk werk.

Binnen dit project organiseren we ook de Clinical Escape Room tijdens het Wetenschapsevent op 18 juni. In samenwerking met Elsevier Health hebben we een interactieve ervaring ontwikkeld, waarin je wordt uitgedaagd met klinische casussen die lijken op situaties uit de dagelijkse praktijk. Het is een laagdrempelige en leerzame manier om klinisch redeneren en evidence based werken te oefenen. Inschrijven kan via de QR-code.

In het kader van het project willen we je ook laten zien wanneer je het beste gebruikmaakt van ClinicalKey en wanneer UpToDate meerwaarde biedt. Hiervoor hebben we trouwens jouw input nodig. Werk je met ClinicalKey, UpToDate of beide, en wil je jouw ervaringen delen? Neem dan vooral contact op met de bibliotheek. Je bijdrage is van harte welkom.

Marisol Aguirre, PhD. Informatiespecialist

Statistiek Quiz

Door Martin van Leerdam, Statisticus

Kijk eens aan, p = 0,003. Dr. Schweitzer leunt opgelucht achterover in haar stoel. Deze dag kan niet meer stuk. De groep patiënten die in het onderzoek het nieuwe veelbelovende medicijn hebben gekregen blijken dus korter in het ziekenhuis te liggen dan de patiënten die met het oude medicijn zijn behandeld. Het verschil in opnameduur is 6 uur en … significant!

Gaat jouw hart ook een beetje sneller kloppen bij het berekenen van een p-waarde? Oh.., nou, misschien wel niet dan. Maar met z’n allen berekenen we er een hele boel, want zonder een kleine p-waarde zijn onze conclusies wel heel erg wiebelig. Maar wat betekent die p-waarde nou precies waar we ons met z’n allen zo druk om maken? Daarover gaat de vraag van vandaag:

Wat betekent in dr. Schweitzers onderzoek de p-waarde van 0,003?

a) De p-waarde hier is de kans dat het gevonden verschil toeval is

b) De p-waarde hier is de kans dat het gevonden verschil niet waar is

c) De p-waarde hier is de kans dat de nulhypothese waar is

d) De p-waarde hier is de kans op het effect (of groter), gegeven de nulhypothese

Wat is het goede antwoord? Geef je antwoord op https://tinyurl.com/ASzStatistiekQuiz of scan de QR-code met je telefoon. Het juiste antwoord wordt besproken in de volgende editie van WASz!

PODCAST: coaching en ontwikkeling van jonge artsen en onderzoekers

De overgang naar een nieuwe functie, opleiding of werkomgeving brengt vaak meer met zich mee dan alleen het toepassen van inhoudelijke kennis. In deze podcast spreekt Petra Jongeneel over coaching, persoonlijke ontwikkeling en begeleiding van young professionals binnen de medische wereld en onderzoeksomgeving.

Petra heeft ruim twintig jaar ervaring in managementondersteunende functies binnen zowel de juridische als non-profitsector, waarbij het contact met mensen steeds een belangrijke rode draad vormde. Vanuit die interesse besloot zij zich verder te ontwikkelen als coach. Zij volgde haar opleiding bij Schouten en Nelissen, behaalde in 2022 een internationale certificering bij de ICF (International Coaching Federation) en werkt sinds 2019 als Co-Active coach. Daarnaast is zij werkzaam als intervisor binnen het ASz.

In de podcast staat de ontwikkeling van jonge artsen en onderzoekers centraal. Petra vertelt over het belang van persoonlijke groei naast inhoudelijke expertise en bespreekt thema’s zoals onzekerheid, professionele identiteit en het vinden van balans binnen een nieuwe werkomgeving.

De podcast is te beluisteren via de QR-code.

Romy Klein Kranenbarg

Romy Klein Kranenbarg is artsonderzoeker in het Albert Schweitzer ziekenhuis. In deze column deelt ze haar ervaringen, verhalen en gedachten rond het dagelijks werk als arts-onderzoeker

Kan je het (niet) zien?

Mijn onderbuikgevoel zegt dat vandaag weleens de dag kan zijn, dus ietwat nerveus check ik op mijn volle polidag, tussen de patiënten door, mijn telefoon. En al na de tweede patiënt is het raak: drie gemiste oproepen van mijn broer. Dit kan maar één ding betekenen: hij is vader geworden. Terugbellen lukt pas later, ik loop al uit. In de loop van de middag krijg ik hem eindelijk te pakken via een videooproep: gelukkig, een grote lach op zijn gezicht! En binnen no-time zie ik mijn lieve nieuwe nichtje in beeld. Tante Romy it is! Alles is goed gegaan: een vlotte bevalling, geen complicaties en ze is helemaal gezond. Ik kan het bijna niet geloven. Naast de blijdschap die ik voel voor mijn broer en schoonzus, ben ik verbaasd over hoe soepel het hele proces van zwanger worden tot en met bevalling bij hen is verlopen. Ik begin me langzaam te realiseren dat dit dus óók mogelijk is. Mijn enige ervaring met bevallingen komt vanuit mijn coschap gynaecologie, waarbij ik van alles voorbij heb zien komen: verlossingen met tang en vacuümpomp, een post-partum fluxus en spoedsectio’s. Mijn voornaamste ervaring met pasgeborenen komt vanuit mijn kliniekwerk op de afdeling Neurologie, waar ik tijdens mijn afgelopen weekenddienst op de kinder-IC nog zorgde voor pasgeborenen met epilepsie, een bacteriële hersenvliesontsteking en zelfs een hersenbloeding. Ik realiseer me dat mijn beeld behoorlijk vertekend is en mijn beroepsdeformatie verder reikt dan ik dacht.

‘Tot

ze me plots aankeek: “Kan je het zien?” Met

het

schaamrood op mijn kaken liep ik snel door’

Zo staarde ik onlangs verbaasd naar de wensenlijst op de bruiloftsuitnodiging van een collega: een persoonlijke LP. Een persoonlijke LP? Zij werkt ook bij de afdeling Neurologie, maar waarom zet ze een lumbaalpunctie op haar uitnodiging? Oh, wacht, dit gaat natuurlijk om een andere LP…

In de Albert Heijn betrapte ik mezelf er vervolgens op dat ik een vrouw observeerde met een loopstoornis: breedbasisch, licht spastisch, in mijn hoofd vormde zich al een differentiaaldiagnose. Tot ze me plots aankeek: “Kan je het zien?” Met het schaamrood op mijn kaken liep ik snel door.

Laatst ging het nog verder en werd ik wakker met een tintelend been en een klapvoet en dacht ik even: heb ik MS? Waarschijnlijk gewoon een zenuwbeknelling doordat ik vaak met mijn benen over elkaar zit, maar toch. Als ik het bespreek met een collega reageert ze lachend “… iedereen die een MS PhD doet, denkt op enig moment zelf MS te hebben”.

Thuis is de analyse korter: als mijn vriend thuiskomt met een zere knie na een hockeywedstrijd zegt hij cynisch: “… dat doet jou toch niks, jij bent afgestompt”.

Dat mijn werk op vele manieren verweven raakt met mijn dagelijks leven moge duidelijk zijn. Maar is dat erg? Ik vind van niet. Het strookt misschien niet helemaal met een uitspraak die ik tegenwoordig steeds vaker om mij heen hoor: dat je je werk niet mee naar huis moet nemen. Maar dit is misschien makkelijk gezegd voor iemand zonder beroep waarbij de mens en het (dis)functioneren daarvan centraal staat. Voor iemand die dagelijks werkt met mensen én dit razend interessant vindt, is het minder vanzelfsprekend om je werk volledig uit te schakelen zodra je je werkplek verlaat. De kunst zit hem er mijns inziens in, je hier bewust van te zijn en je ook te kunnen verplaatsen in mensen zónder medische achtergrond. Dus met een glimlach op mijn gezicht hoor ik de zorgen aan van mijn broer over de eerste boertjes van zijn dochter, mompel ik “Sorry …” tegen de vrouw in de Albert Heijn en inspecteer ik de zere knie van mijn vriend, terwijl ik me realiseer hoe heerlijk het kan zijn als je probeert bij tijd en wijle wél even je beroepsdeformatie uit te schakelen.

Wetenschappelijke publicaties 2025

Samenvatting

In 2025 laat het ASz opnieuw een brede en consistente wetenschappelijke productie zien. Met 163 geïndexeerde publicaties bevestigt het ASz zijn positie als topklinisch ziekenhuis met een stevige onderzoeksbasis. In ten minste 29 publicaties stond een ASz-auteur als eerste vermeld.

Interne Geneeskunde, Chirurgie en Neurologie waren in 2025 de grootste bijdragers, met daarbij 15%, 13% en 10% van de totale output.

Bij Interne geneeskunde richten de onderzoekslijnen zich onder meer op hematologische maligniteiten (AML, CLL, CML, lymfoom, multipel myeloom), MRDgestuurde en fixed-duration therapieën, behandeling vrije remissie, innovatieve combinatieschema’s, farmacokinetiek, ondersteunende zorg, cardiovasculaire risicopredictie met AI, geriatrische kwetsbaarheid, immuunhematologie en patiënt-gerapporteerde uitkomsten.

Chirurgie-publicaties richtten zich op chirurgische innovaties en oncologische

Algemeen

PMID: 40752630

Comparison of regional lung mechanics using electrical impedance tomography in mechanically ventilated COVID-19 vs prepandemic patients: A retrospective study.

I. van der Horst

PMID: 39994819

Human judgment error in the intensive care unit: a perspective on bias and noise.

I. van der Horst

PMID: 40876108

Measuring alarm fatigue in intensive care units: translation and validation of the Charité Alarm Fatigue Questionnaire: a multi-centre study

I. van der Horst

PMID: 41243868

Organ Donor Potential After Extracorporeal Cardiopulmonary Resuscitation for Out-of-Hospital Cardiac Arrest: A PostHoc Analysis of a Randomized Controlled Trial

I. van der Horst

uitkomsten bij colorectale, long- en borstkanker, minimaal invasieve technieken, wondgenezing en postoperatieve complicaties, socioeconomische ongelijkheid, AI-gestuurde patiëntinformatie, werkcultuur en veiligheid, traumazorg, tropische infecties en mondiale chirurgische gezondheidszorg.

Neurologie blijft prominent, met aandacht die met name uitgaat naar cerebrovasculaire aandoeningen bij jonge patiënten, MS en andere neuroimmunologische ziekten (MOGAD, NMOSD), biomarkers in bloed en liquor, farmacokinetiek en behandelingseffecten, prehospitale triage, zorgorganisatie, poststroke complicaties, perifere neuropathieën en de darm-hersen-as.

De publicaties in 2025 omvatten een breed spectrum aan studiedesigns, waaronder gerandomiseerde gecontroleerde trials, multicenter noninferiority studies, fase II- en III-onderzoek, populatiegebaseerde cohortstudies, realworld evidence analyses, implementatieonderzoek, diagnostische

PMID: 41063612

Periprocedural Myocardial Infarction After Coronary Artery Bypass Grafting: Current Clinical Practices and Future Perspectives

I. van der Horst

PMID: 41239165

Practicalities of noninvasive neuromonitoring in intensive care

I. van der Horst

PMID: 41317656

Sex-dependent differences in regional lung mechanics; A retrospective observational study

I. van der Horst

Anesthesiologie

PMID: 40397125

[Risk factors and treatment of post-dural puncture headache-an analysis of the German patients of the international EPIMAP study]

A. Schyns-van den Berg

PMID: 40696194

Correction: Association between postpartum depression and chronic postsurgical pain after Cesarean delivery: a secondary

accuratesse-studies, prognostische modellering met AI, systematische reviews en meta-analyses, target trial emulatie, translatieonderzoek en fundamenteel biomarker- en biobankonderzoek.

Gezamenlijk laat deze output een evenwicht zien tussen klinisch impactonderzoek, praktijkgericht implementatieonderzoek en innovatie binnen zorgprocessen. Daarmee onderstreept het ASz zijn rol als ziekenhuis waar patiëntenzorg, onderzoek en kwaliteitsverbetering structureel met elkaar verweven zijn. Hieronder tref je een overzicht van de wetenschappelijke publicaties van het ASz. De titels zijn aangeleverd vanuit de Onderzoeksdatabank en de PubMeddatabank. Het publicatieoverzicht en de informatie over lopende studies zijn te vinden op de Bibliotheek- en Wetenschapspagina. Je vindt deze op Intranet. Mis je een artikel, neem dan alsjeblieft contact op met de bibliotheek (bibliotheek@asz.nl) zodat we het artikel kunnen toevoegen.

analysis of a randomized trial

A. Schyns-van den Berg

PMID: 39042027

High Positive End-expiratory Pressure (PEEP) with Recruitment Maneuvers versus Low PEEP during General Anesthesia for Surgery: A Bayesian Individual Patient Data Meta-analysis of Three Randomized Clinical Trials

L. Posthuma

PMID: 40165340

Performance of the early warning system score in predicting postoperative complications in older versus younger patients

L. Posthuma

Anesthesiologie Chirurgie

PMID: 41030844

A care bundle added to standard care versus standard care for the prevention of surgical site infections after abdominal surgery (EPO2CH trial): a randomised, open label, pragmatic, superiority multicentre trial

B. van der Leeuw, J. van der Hoeven

ASz Academie

PMID: 41127554

Understanding Long COVID Among Young People in Victoria, Australia: Prevalence, Impact, and Associated Factors

S. van den Toren

PMID: 40010058

Considering health literacy in communication about medications between nurses and patients with heart failure: a cross sectional observational study

A. van der Klis

Cardiologie

PMID: 39777867

Contemporary Use of Post-Dilatation for Stent Optimization During Percutaneous Coronary Intervention; Results From the Netherlands Heart Registration

J. Cheng

PMID: 40048084

Impact of lesion preparation and stent optimisation on lesion-oriented events in PCI with drug-eluting stents: 5-year results from the AIDA trial

A. Weevers

PMID: 40384053

Comparison of Sirolimus-Versus Paclitaxel-Coated Balloons in Coronary Artery Disease: One-Year Results of Two RealWorld Prospective Registries

S. Vlieger, J. Cheng, R. Oemrawsingh

PMID: 40717858

Pain after subcutaneous implantable cardioverter-defibrillator implantation: A secondary analysis of the PRAETORIAN-DFT trial

L. van Woerkens

PMID: 40828313

Changes in non-culprit coronary lesions with PCSK9 inhibitors: the randomised, placebo-controlled FITTER trial

R. Oemrawsingh, J. Cheng

Geen PMID

Assessing differential application of thromboprophylaxis regimes related to risk of pulmonary embolism and mortality in COVID-19 patients through instrumental variable analysis

D. van de Watering

Geen PMID

Plasma proteomics based sub-phenotypes in coronary artery disease are related to plaque characteristics and clinical outcome

J. Cheng

Geen PMID

Relation of Lp(a) with plaque characteris-

tics and clinical events: ATHEROREMO and IBIS_3 cohorts

S. Vlieger, J. Cheng

Chirurgie

PMID: 39365602

Do large language model chatbots perform better than established patient information resources in answering patient questions? A comparative study on melanoma

J. Kievits, P. Plaisier

PMID: 39827530

Psychological health status after major trauma across different levels of trauma care: A multicentre secondary analysis

T. Jakma

PMID: 39908025

Perineal Wound Closure Using Gluteal Turnover Flap After Abdominoperineal Resection for Rectal Cancer: The BIOPEX-2 Randomized Clinical Trial

B. Lamme

PMID: 39982377

Risk of lymph node metastasis in pT2 rectal cancer: a nationwide retrospective analysis

B. Lamme

PMID: 40009914

Salvageable locoregional recurrence and stoma rate after local excision of pT1-2 rectal cancer - A nationwide cross-sectional cohort study

B. Lamme

PMID: 40044935,

Can we avoid casting for suspected scaphoid fractures? A multicenter randomized controlled trial

W. Bosman

PMID: 40212160, Fostering an open surgical culture: strategies to eliminate inappropriate behavior in surgical practice

M. Lijkwan

PMID: 40232159

The TESTBREAST journey: Revisiting the importance of early detection by frequent screening of women at high risk of breast cancer

M. Menke-Pluijmers

PMID: 40323649

Stoma Rate and Oncological Outcomes of Primary TaTME Vs Completion TaTME in Patients With Early-Stage Rectal Cancer E. Belt

PMID: 40338310

Higher incidence of trocar site hernia with gallbladder extraction via umbilical versus epigastric trocar port: a multicentre retro-

spective analysis of laparoscopic cholecystectomy

E. van Bodegraven, B. Schaafsma, R. Smeenk

PMID: 40397270

Suspected Buruli ulcer cases in Tonkolili District, Sierra Leone- a prospective cohort study

J. Nunes

PMID: 40498166

Prospective nationwide audit of short-term outcomes after surgery for chronic pilonidal sinus disease in the Netherlands

E. Huurman, L. de Raaff, R. van den Berg, R. Smeenk

PMID: 40618991

Aneurysmal Dilated Popliteal Vein Due to a Traumatic Arteriovenous Fistula

S. Steunenberg, M. Hoedt

PMID: 41033233

Selection for local treatment and outcomes of surgical resection in patients with synchronous colorectal liver metastases: A nationwide population-based study

E. Belt

PMID: 41067101

Influence of socioeconomic position on surgical outcomes after resection of colorectal liver metastases

E. Belt

PMID: 41249936

Patient preferences for analgesia in lung surgery: an observational cohort study

E. von Meyenfeldt

PMID: 41314940

Long-term outcome after liver surgery for colorectal metastases in elderly patients: a nationwide population-based study

V. van Woerden, E. Belt

PMID: 41367578

Redefining treatment interval in lung cancer surgery in the era of prehabilitation: a systematic review

S. Janki, G. Marres

PMID: 41406011

Using a composite end-point and WIN-ratio analysis to evaluate perineal wound healing after abdominoperineal resection for rectal cancer: further insights from the BIOPEX trials

B. Lamme

Geen PMID

Incidence and prevalence of traumatic and non-traumatic wounds and burns and access to wound care in Sierra Leone; data from a nationwide household survey (PRESSCO) 2020

J. Vas Nunes

Geen PMID

Multicenter, randomized non-inferiority trial comparing TRansanal minimal InvAsive Surgery (TAMIS) and endoscopic Submucosal dIsseCtion (ESD) for resection of non-pedunculated rectal lesions

E. Belt

Geen PMID

No #me too please! How to address transgressive behaviour and how to change your workplace towards a culture of accountability

M. Lijkwan

Chirurgie, Longgeneeskunde

PMID: 40147400

Two-year survival and disease recurrence after endosonography with or without confirmatory mediastinoscopy for resectable lung cancer (a short communication of the MEDIASTrial follow-up

G. Marres, E. van Thiel

Gynaecologie

PMID: 39591762

Evaluation of the recently established Dutch nationwide Archipelago of Ovarian Cancer Research biobank

A. Makkus, G. Nieuwenhuyzen-de Boer

PMID: 40154162

Genome-wide cell-free DNA methylation profiling in advanced stage ovarian cancer. Are we looking at the tumor or the patient's immune response to the tumor?

G. Nieuwenhuyzen-de Boer

PMID: 40294513

Diagnostic workup of patients with benign or inconclusive reports on office endometrial biopsy after first episode of postmenopausal blood loss

G. Nieuwenhuyzen-de Boer

PMID: 40361319

Feasibility and Effects of Implementing Multimodal Prehabilitation Before Cytoreductive Surgery in Patients with Ovarian Cancer: The Gynofit Multicenter Study

F. de Kort, G. Nieuwenhuyzen-de Boer

PMID: 40528522

Chorionic Villus Sampling for Rapid Confirmation of High-Risk NIPT Results for Trisomy 21, 18, and 13

S. de Weerd

PMID: 40632662

Improving imiquimod use in cervical highgrade squamous intraepithelial lesions: A qualitative study

G. Nieuwenhuyzen-de Boer

PMID: 40678846

The Introduction of the vNOTES Hysterectomy in The Netherlands: A Nationwide Cohort Study

M. van der Vlist

PMID: 40920401

Myo-inositol Supplementation to Prevent Pregnancy Complications in Polycystic Ovary Syndrome: A Randomized Clinical Trial

M. Bandell, S. de Weerd

PMID: 40992929

Residual Risks of Fetal Chromosome Aberrations When Cell-Free DNA Prenatal Screening Is Normal: A Retrospective Study

S. de Weerd

PMID: 40996763

Antioxidant Treatment and the Chance to Conceive in Men Seeking Fertility Care: The SUMMER Randomized Clinical Trial

M. Bandell

Geen PMID

Adjuvant prophylactic human papillomavirus vaccination for prevention of recurrent high-grade cervical intraepithelial neoplasia lesions in women undergoing lesion surgical treatment (VACCIN): a multicentre, phase 4 randomised placebocontrolled trial in the Netherlands, G. Nieuwenhuyzen-de Boer

Geen PMID

Multimodal Prehabilitation In Ovarian Cancer Patients Results In Improved Chemotherapy Tolerance: A Multicenter Cohort Study

F. De Kort, G. Nieuwenhuyzen-de Boer

Gynaecologie, Interne geneeskunde

PMID: 39761054

Oral Glucose-Lowering Agents vs Insulin for Gestational Diabetes: A Randomized Clinical Trial

B. Akerboom, R. Kiewiet-Kemper

Gynaecologie, Radiologie

PMID: 40420328

Quality of life 1 year after uterine artery embolization vs hysterectomy for symptomatic adenomyosis (QUESTA study)

G. van Hoecke, O. Elgersma

Intensieve geneeskunde

PMID: 40444260

Completing Death Certificates in Hospital Setting: What Can Go Wrong, Will Go Wrong

R. So

PMID: 40197207

Correction: Standard versus double dosing of beta-lactam antibiotics in critically ill patients with sepsis: The BULLSEYE study protocol for a multicenter randomized controlled trial

P. Deetman

Intensieve geneeskunde, Anesthesiologie

PMID: 41331481

Beta-lactam dose reductions in critically ill patients with acute kidney injury: a scoping review

P. Deetman

PMID: 40071336

Routine anaesthesia ward-based patient visits in surgery: 1-year outcomes of the TRACE randomized clinical trial

L. Posthuma

PMID: 40989899

The prognostic value of postoperative cardiac troponin I and T for major adverse cardiac events after coronary artery bypass grafting: a systematic review

L. Posthuma

Interne geneeskunde

PMID: 40054616

Associations of various medical nutrition therapy strategies with body composition, and physical and clinical outcomes in acute myeloid leukemia patients undergoing intensive remission-induction treatment: a multicenter prospective correlational study

C. van Tilborg, P. Westerweel, S. de Zeeuw

PMID: 40249860

Atezolizumab Consolidation in Patients with High Risk Diffuse Large B-cell Lymphoma in Complete Remission after RCHOP

E. de Jongh

PMID: 41134861

Differences in antihypertensive drug blood levels in patients with hypertension (DECISION): A prospective study comparing pharmacokinetics and pharmacodynamics of perindopril in younger and older patients

J. van der Net

PMID: 40162636

Extended Reduced-Dose Apixaban for Cancer-Associated Venous Thromboembolism

P. Westerweel

PMID: 41338862

Fixed-duration ibrutinib-venetoclax with MRD-guided ibrutinib-obinutuzumab intensification in first-line chronic lymphocytic leukaemia (HOVON 158/NEXT STEP): primary analysis of a multicentre, openlabel, phase 2 trial

M. Levin

PMID: 41358601

Fixed-Duration versus Continuous Treatment for Chronic Lymphocytic Leukemia

M. Levin

PMID: 40845265

Frail subgroups determine heterogeneous outcomes in older patients with NDMMlong-term follow-up of the HOVON 143 trial

M. Levin

PMID: 41054769

Immune signatures in older patients with newly diagnosed multiple myeloma are associated with survival outcomes of firstline therapy irrespective of frailty levels

M. Levin

PMID: 40249856

Long term follow-up of MRD guided treatment of Ibrutinib plus Venetoclax for Relapsed CLL: phase 2 VISION/HO141 trial

M. Levin

PMID: 39367118

Midostaurin added to 10-day decitabine, for patients unfit for intensive chemotherapy with AML and higher risk MDS, irrespective of FLT3 mutational status, does not improve outcome

P. Westerweel

PMID: 41254114

Nilotinib versus imatinib with early switch from imatinib to nilotinib to obtain treatment-free remission in newly diagnosed chronic myeloid leukemia patients: the analysis of the first co-primary endpoint

P. Westerweel

PMID: 40253687

Opportunistic screening for atrial fibrillation among frail older patients, little effort for a high diagnostic yield. Outcomes of the Dutch-GERAF study

L. Louter

PMID: 40991848

Prognostic value of premaintenance FDG PET/CT response in patients with newly diagnosed myeloma from the CASSIOPEIA trial

M. Levin

PMID: 40741917

PSA Secretion from Single Circulating Tumor Cells of Metastatic CastrationNaïve Prostate Cancer Patients

J. van den Bosch

PMID: 40053493

Rationale and design of the Renal Lifecycle trial assessing the effect of dapagliflozin on cardiorenal outcomes in severe chronic kidney disease

J. van der Net

PMID: 41041907

Subcutaneous daratumumab plus carfilzomib and dexamethasone (D-Kd) versus carfilzomib and dexamethasone (Kd) in patients with relapsed/refractory multiple myeloma who received previous daratumumab treatment: LYNX study M. Levin

PMID: 39792178

Sustained treatment-free remission in two chronic myeloid leukemia patients after asciminib discontinuation: a report of two cases

A. Yousefi, M. Levin, P. Westerweel

PMID: 39889323

The association between hospital volume and overall survival in adult AML patients treated with intensive chemotherapy

M. Levin

PMID: 40864973

The impact of fitness and dose intensity on clinical outcomes with venetoclaxobinutuzumab in CLL

M. Levin

PMID: 40936723

The prognostic value of health-related quality of life for early molecular response in patients with chronic myeloid leukemia: analysis of the GIMEMA-SUSTRENIM trial

P. Westerweel

PMID: 40384450

The 'Stop TPO-RA in ITP Patients' study: Clinical and immune modulatory effects of romiplostim tapering

P. Westerweel

PMID: 39762207

Treatment with obinutuzumab plus venetoclax reshapes the TRB repertoire of CLL patients

P. Hengeveld, P. Westerweel, M. Levin

PMID: 39957332

Treatment-Free Remission Outcomes in a BCR::ABL1 Digital PCR Selected Clinical Cohort of CML Patients

C. Kockerols, M. Levin, E. de Jongh, R. Blommers, P. Westerweel

PMID: 41368074

Uncovering the ultra-frail: A distinct subgroup in non-transplant eligible newly diagnosed patients with multiple myeloma, with an inferior clinical outcome M. Levin

PMID: 40963393

Venetoclax plus hypomethylating agents as a bridge to transplant or donor lymphocyte infusion in relapsed/refractory acute myeloid leukemia

E. de Jongh

Kindergeneeskunde

PMID: 38952118

IGF1 Haploinsufficiency: Phenotype and Response to Growth Hormone Treatment in 9 Patients

J. Renes

PMID: 40424589

Clinical Characteristics and Response to Growth Hormone Treatment in 27 Children With Heterozygous NPR2 Variants: Real-World Data

J. Renes

PMID: 38838660

Effects and Safety of Growth Hormone Treatment in Six Children with Pycnodysostosis

J. Renes

PMID: 41077274

Expansion of the phenotype in ZFX neurodevelopmental disorder in a family

M. de Jong

PMID: 40621613

Growth hormone treatment adjusted for growth hormone sensitivity in idiopathic short stature

J. Renes

PMID: 41092582

Pediatric enteral nutrition after hospital discharge: A systematic review and toolbox for clinical practice

A. Lebon

PMID: 40828532

Risk Factors for Severe Pediatric Invasive Group A Streptococcal Disease

A. Lebon

PMID: 41347528

Trends in asthma exacerbations in children before, during and after the COVID19 pandemic

L. Stadhouders, E. Hoogteijling, A. Lebon

Klinische Chemie

Geen PMID

Red blood cell properties in hereditary xerocytosis and their response to ex vivo pyruvate kinase activation: a preliminary study

J. Riedl

Longgeneeskunde

PMID: 41286740

Acute home-based management initiatives for COVID-19 patients needing oxygen: observational study reporting mortality and hospital admission outcomes

E. van Thiel, N. de Graaf

PMID: 40636057

Health outcomes up to 3 years and postexertional malaise in patients after hospitalization for COVID-19: a multicentre prospective cohort study (CO-FLOW) W. Blox

Longgeneeskunde, Intensieve geneeskunde

PMID: 39941539

The Effects of Home High-Flow Nasal Cannula Oxygen Therapy on Clinical Outcomes in Patients with Severe COPD and Frequent Exacerbations

C. Theunisse, N. de Graaf, H. Ponssen, D. Cheung

Maag-, darm en levergeneeskunde

PMID: 39624922

Early HBcrAg and Anti-HBc Levels Identify Patients at High Risk for Severe Flares After Nucleos(t)ide Analogue Cessation-A

Pooled Analysis of Two Clinical Trials

P. Honkoop

PMID: 39999021

The Association Between Metabolic Dysfunction-Associated Steatotic Liver Disease and Change in Liver Stiffness in Patients With Chronic Hepatitis B

P. Honkoop

PMID: 40244344

Evaluation of an Exercise Program in Patients with Inflammatory Bowel Disease: A Pilot Study

V. de Jonge

PMID: 40345412

CT-colonography in Fecal Immunochemical Test Positives in a Colorectal Cancer Screening Program

L. Wolters

PMID: 40530613

Small and Stable Pancreatic Cysts Are Reassuring During Surveillance: Results From the PACYFIC Trial

P. Honkoop

PMID: 40753475

Patients' Attitude toward Less Frequent Surveillance of Low-Risk Pancreatic Cysts: A Multicenter European Cohort Study

P. Honkoop

PMID: 40838198

Circulating tumour cells & circulating tumour DNA in patients with resectable colorectal liver metastases (MIRACLE): a prospective, observational biomarker study E. Belt

PMID: 40912695

Identification of robust associations between admission microbiome profiles and complications of acute pancreatitis

W. van de Vrie

PMID: 40922677

Prediction of Hepatocellular Carcinoma and Other Liver-Related Events in Chronic Hepatitis B Patients With Metabolic Dysfunction or Metabolic Dysfunction-Associated Steatotic Liver Disease

P. Honkoop

PMID: 41125366

Adherence to a care pathway for inflammatory bowel disease in the southwest region of the Netherlands: results of a mixedmethods implementation study

V. de Jonge

PMID: 41143239

Persistent risk of hepatocellular carcinoma despite improvement of liver stiffness in patients with chronic HBV with advanced fibrosis

P. Honkoop

Geen PMID

Acetic acid chromoendoscopy for the detection of neoplastic Barrett Esophagus: a stepped wedge cluster randomized clinical trial

W. van de Vrie

Geen PMID

Long-term results of a prospective study comparing lumen-apposing metal stents versus double-pigtail plastic stents for infected necrotizing pancreatitis

P. Honkoop

Medische microbiologie

PMID: 40184501

Epidemiological and clinical insights into enterovirus circulation in Europe, 20182023: a multi-center retrospective surveillance study E. Huijskens

PMID: 40215651

Sustained circulation of enterovirus D68 in Europe in 2023 and the continued evolution of enterovirus D68 B3-lineages associated with distinct amino acid substitutions in VP1 protein E. Huijskens

PMID: 40339920

The use of a Poisson hidden Markov model for automated detection of hospital outbreaks with vancomycin-resistant enterococci in routine surveillance data

B. Maraha

Medische psychologie

PMID: 40132436

The burden of depression among patients with type 2 diabetes: An umbrella review of systematic reviews

F. van Hasselt

Neurologie

PMID: 39127910

Prehospital stroke detection scales: A head-to-head comparison of 7 scales in patients with suspected stroke

H. Kerkhoff

PMID: 39874354

The liminal space between hope and grief: The phenomenon of uncertainty as experienced by people living with relapsing-remitting multiple sclerosis

J. de Beukelaar

PMID: 39907163

Multifaceted Biomarkers Suggest a Similar Profile of CNS Pathology in Relapsing and Progressive MS

K. Blok, R. Klein Kranenbarg, J. de Beukelaar

PMID: 40083553

The gut-brain-axis one year after treatment with cladribine tablets in patients with relapsing remitting multiple sclerosis: a pilot study

J. de Beukelaar

PMID: 40084606

If it does not help, it might hurt: Pharmacodynamics of a second IVIg course in Guillain-Barré syndrome

K. Kuitwaard

PMID: 40096525

Large-scale profiling of antibody reactivity to glycolipids in patients with Guillain-Barré syndrome

K. Kuitwaard

PMID: 40198869

Prehospital Large-Vessel Occlusion Stroke

Detection Scales: A Pooled Individual Patient Data Analysis of 2 Prospective Cohorts

M. Duvekot, H. Kerkhoff

PMID: 40227717

Risk of Poststroke Epilepsy Among Young Adults With Ischemic Stroke or Intracerebral Hemorrhage

H. Kerkhoff

PMID: 40252662

Optimised medical therapy alone versus optimised medical therapy plus revascularisation for asymptomatic or low-to-intermediate risk symptomatic carotid stenosis (ECST-2): 2-year interim results of a multicentre randomised trial

E. Zock, H. Kerkhoff

PMID: 40517008

Surgery versus corticosteroid injection for carpal tunnel syndrome (DISTRICTS): an open-label, multicentre, randomised controlled trial

K. Kuitwaard

PMID: 40699373

Reliability of serum neurofilament light and glial fibrillary acidic protein for detecting disease activity upon discontinuation of first-line disease-modifying therapy in stable multiple sclerosis (DOT-MS)

J. de Beukelaar

PMID: 40768689

History of Pregnancy Complications and the Risk of Ischemic Stroke in Young Women

H. Kerkhoff

PMID: 40899093

Perturbances in Both Circulating B and CD4(+) T Cells Discriminate Multiple Sclerosis from Other Central Nervous System Autoimmune Diseases

R. Klein Kranenbarg, J. de Beukelaar

PMID: 40909760

Relapse or no relapse in multiple sclerosis: Can disease activity biomarkers support the clinician?

J. de Beukelaar

PMID: 41475812

Optimising regional organisation of endovascular thrombectomy for ischaemic stroke reusing a simulation model H. Kerkhoff

PMID: 41536465

Spheres of uncertainty: A phenomenological inquiry into healthcare practice surrounding the care for people with relapsing-remitting multiple sclerosis

J. de Beukelaar

Geen PMID

Rationale voor de revisies van de MS-diagnostische criteria J. de Beukelaar

Neurologie, Radiologie

PMID: 40227346

Automated collateral assessment restricted to the hypoperfused area for dis-

tal vessel occlusions in ischemic stroke

A. Rozeman, O. Elgersma, W. Dinkelaar, J. Bakker

PMID: 40655299

Bilateral Sylvian fissure lipomas with angiomatous component: A case report M. de Vries, N. Oosterhof, C. Jarnalo, J. de Beukelaar, N. Katier

PMID: 40317163

National trends in patient characteristics, interventional techniques and outcomes of endovascular treatment for acute ischaemic stroke: Final results of the MR CLEAN Registry (2014-2018)

A. Rozeman, J. Bakker, W. Dinkelaar

Nucleaire geneeskunde

PMID: 39434614

Frequency and characteristics of ectopic parathyroid adenomas in a cohort of patients referred for 18F-fluorocholine

PET/CT

W. Broos

PMID: 40536577

PET/CT acquisition and processing protocols in the Netherlands

D. Dieckens

Orthopedie

PMID: 41338904

Synovial osteochondromatosis of the sternoclavicular joint in early adolescence

M. Verburg

Pathologie

PMID: 40836358

External validation of precisebreast, a digital prognostic test for predicting breast cancer recurrence, in an early-stage cohort from the Netherlands

P. Westenend, C. Meurs

PMID: 40451281

Prognostic value of immunohistochemical markers of intratumoral hypoxia in pregnancy-associated breast cancer

P. Westenend

PMID: 40796679

Worse prognosis for breast cancer diagnosed in advanced pregnancy and shortly postpartum: an update of the Dutch pregnancy-associated breast cancer cohort

P. Westenend

Pathologie, Chirurgie

PMID: 39821548

ASO Author Reflections: Sentinel Lymph Node Biopsy for Patients with a Non-clas-

sic Lobular Carcinoma In Situ Breast Biopsy

P. Westenend, M. Menke-Pluijmers

Pijngeneeskunde

PMID: 39963711

Feasibility of collecting objective data and exploring patient's experiences on physical activity in persistent spinal pain syndrome type 2 patients receiving spinal cord stimulation: A mixed feasibility study

T. Hamm-Faber, E. van Gorp

PMID: 39955666

Is There a Correlation Between Objective Measurement Tools and Self-Reporting Questionnaires To Evaluate Physical Activity and Health Status in Patients With Persistent Spinal Pain Syndrome Type 2 Before and After Spinal Cord Stimulation? Outcomes of a Feasibility Study

T. Hamm-Faber, I. Gültuna

PMID: 40679479

Response to the Letter to the Editor-"Confounding Pitfalls in Chronic Pain Research"

T. Hamm-Faber, E. van Gorp

Radiologie

PMID: 40586823

The diagnostic value of the lumbar infusion test to predict symptomatic improvement after shunting for normal pressure hydrocephalus. A meta-analysis

M. van Bilsen, S. Arts

Radiologie, Chirurgie

PMID: 40697033

Revised Guidelines for the Treatment and Follow-Up of Gallbladder Polyps Do Not Reduce Unwarranted Cholecystectomies: Results of the POLYP Study

P. Linsen, P. Plaisier

Radiologie, Chirurgie, Plastische Chirurgie

PMID: 40774221

The association between breast fibrosis, cosmetic outcomes, and long-term healthrelated quality of life after breast-conserving therapy: a multicenter cross-sectional observational cohort study

M. Notenboom, P. Plaisier, F. van der Veen

Reumatologie

PMID: 39949250

Association of clinical variables with methotrexate response in patients with psoriatic arthritis

I. Tchetverikov

PMID: 40382308

Disease-modifying antirheumatic drugfree remission in psoriatic arthritis: is it attainable and sustainable? A large longitudinal study I. Tchetverikov

PMID: 40496877

European advances in digital rheumatology: explainable insights and personalized digital health tools for psoriatic arthritis I. Tchetverikov

PMID: 41412621

PeRsonalIsed MEdicine in Rheumatoid Arthritis (PRIMERA) trial: a multicentre, open-label, randomised controlled trial comparing routine care with a tailor-made approach I. Tchetverikov

PMID: 40392198

Psoriatic arthritis flare incidence, definition and risk factors: a systematic review I. Tchetverikov

PMID: 40081914

Rheumatoid arthritis and psoriatic arthritis: is the disease impact different? A large matching study at diagnosis and after 1 year of treatment I. Tchetverikov

PMID: 40374510

The Effect of Early Attainment of Minimal Disease Activity on Radiographic Outcomes: A Real-World Longitudinal Cohort Study in Psoriatic Arthritis I. Tchetverikov

Ziekenhuisapotheek

PMID: 40846025

Absorption of apixaban following metabolic bariatric surgery: is reluctance still warranted?

C. Lau

PMID: 40063713

The Impact of Once Daily Dosing on Protein Binding of Clozapine and Norclozapine

M. Beex-Oosterhuis, S. Lau, C. van Kesteren

PMID: 40412599

The maternal exposure of digoxin and flecainide in relation to the safety and effectiveness in the treatment of non-hydropic fetal tachycardia

R. Smeets, C. van Kesteren, M. Beex-Oosterhuis

PMID: 39788917

The time has come for revising the rules of clozapine blood monitoring in Europe.

A joint expert statement from the European Clozapine Task Force

M. Beex-Oosterhuis

PMID: 40878006

Vancomycin-Induced Acute Kidney Injury in Intensive Care Patients: A Target Trial Emulation Study Using Multicenter Routinely Collected Data

C. Lau, S. Hendriks

ASz Agenda

Het scholingsaanbod voor arts-assistenten en onderzoekers, inclusief een groot aantal e-learning modules, is te vinden op het ASz Leerplein. Raadpleeg de cursuscatalogus voor het actuele aanbod. Deze wordt continu uitgebreid.

2026 Juni

15-18

15 juni

16 juni

18 juni

Wetenschapsweek ASz

12:00-13:00 uur

12:00-13:00 uur

12:00-13:00 uur

16:00-19:15 uur

September 15 Wetenschapslunch

12:00-13:00 uur

Posterpitches | Zaal 7

Posterpitches | Zaal 7

Clinical Escape Room | Vergaderzaal 2

Wetenschapsevent | Auditorium

Vergaderzaal 6 (DW)

Oktober 13 Vergadering Wetenschapscomissie W04.028

17:00-18:00 uur

November

5 mProve Wetenschapsavond (Tijd volgt) ASz, auditorium

17 Wetenschapslunch

12:00-13:00 uur

Vergaderzaal 6 (DW)

Heb je vragen, neem dan contact op met het Wetenschapsbureau, we helpen je graag! Mail ons op wetenschapsbureau@asz.nl

Je kunt ook via het ASz Leerplein online trainingen van GoodHabitz volgen. Word de beste versie van jezelf!

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Wasz Nr 1 2026 by Multiplus media - Issuu