Skip to main content

WASz Albert Schweitser zkh Jaargang 13 nr.1 Juli 2021

Page 1

wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:42 Pagina 1

was

WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT ALBERT SCHWEITZER ZIEKENHUIS

Z Jaargang 13 Nummer 1 Juli 2021

albert schweitzer


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 2

AFVALLEN Ondanks mijn wil een enorme uitdaging.

Ondersteun uw patiënten Saxenda®. Een receptgeneesmiddel voor gewichtsverlies bij volwassenen met een BMI 27 kg/m2 i.c.m. één of meer co-morbiditeiten of een BMI 30 kg/m2.1 Uitsluitend geleverd via www.thuisapotheek.nl Wilt u meer weten? www.saxenda-voor-arts.nl Gebruik de login code: Sax7261 óf scan de QR-code

8,0 %

Gemiddeld gewichtsverlies na 1 jaar bij volwassenen met een BMI 27 kg/m2 en dyslipidemie en/of hypertensie of BMI 30 kg/m2.*2 SCALE obesitas en prediabetes: Een 56 weken durende placebo-gecontroleerde dubbelblinde studie (n=3731) naar de veiligheid en werkzaamheid van Saxenda® toegevoegd aan leefstijlinterventie in de vorm van een energiebeperkt dieet en lichaamsbeweging onder begeleiding.

* Gewichtsverlies verschil vs. placebo: -5,4% (P<0,001)2 NL21SX00003 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.

126-1298 126 1298 NN NN-Saxenda Saxenda 210x297 210x297-adv adv groente Multiplus 210430 v1 v1.indd indd 1

30-04-2021 30 04 2021 17:18


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 3

Van links naar rechts: Karlijn Stouten, Cedric Lau, Kelly de Jong, Krista Kuitwaard, Fleur van Geldere en Dorine Wilschut

Geachte lezer Het voorjaar is aangebroken en dat betekent weer een nieuw nummer van de WASz. Helaas leven we nog steeds in de corona-pandemie, maar daar laten de wetenschappers zich in dit ziekenhuis niet door tegenhouden. Ook in deze editie hebben we een reeks mooie bijdragen van enthousiaste onderzoekers. We promoveren wat af in het ASz. In dit nummer kunt u lezen over het promotieonderzoek van Suzanne Schol-Gelok, Elles Zock en Suzanne Silvis. Ze geven niet alleen een samenvatting van hun onderzoeksresultaten, ook geven ze een inkijkje in hoe promoveren in coronatijd eruitziet. De afgelopen jaren had het ASz de beschikking over het wetenschapsfonds, waaruit vele mooie studies zijn medegefinancierd. In 2019 is er ook subsidie toegekend aan twee promotietrajecten, van Cedric Lau en van Camille Kockerols. Beide onderzoekers, en hun co-promotoren, vertellen over hun goede ervaringen met het fonds en geven een update over de lopende studies. Dat er veel en mooi onderzoek wordt gedaan in het ASz mag algemeen bekend zijn. Ook participeren we regelmatig in

multicenter studies. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de HOVON-studies op de afdeling hematologie. Internist-hematoloog Mark-David Levin vertelt over de start van deze reeks studies en over de mooie resultaten die ons centrum de afgelopen jaren heeft geboekt. Ook de redactie van de WASz zit niet stil op het gebied van onderzoek. Kelly de Jong vertelt in de rubriek Onderzoeker aan het woord over de mooie studie waar zij zich, naast de patiëntenzorg, mee bezighoudt. Medisch-ethische toetsing is een essentieel onderdeel van elke studie, maar kan nog weleens een obstakel lijken. In dit nummer vertellen enkele onderzoekers over hun ervaringen. Na deze editie zal Dalila Blel onze redactie verlaten. Dalila, hartelijk dank voor al je werk! Gelukkig hebben we ook al twee nieuwe redactieleden mogen verwelkomen. Dorine Wilschut en Fleur van Geldere hebben zich met veel enthousiasme bij ons aangesloten. Welkom beiden! Veel leesplezier met deze WASz! De hoofdredactie

Om een beter beeld te krijgen van onze lezers, en om de WASz zo goed mogelijk in te richten, willen wij jullie vragen de volgende enquête in te vullen. Het duurt slechts ongeveer 2 minuten en er zal een kleine verrassing verloot worden onder de respondenten. Alvast bedankt!

3

17:18 7:18

COLOFON WASz is het wetenschappelijk tijdschrift van de Wetenschapscommissie van het Albert Schweitzer ziekenhuis, onderdeel van het Leerhuis. Het blad verschijnt twee keer per jaar. Hoofdredactie Karlijn Stouten, AIOS klinische chemie Cedric Lau, ziekenhuisapotheker Dalila Blel, AIOS gynaecologie Krista Kuitwaard, neuroloog Kelly de Jong, ANIOS gynaecologie Fleur van Geldere, psycholoog in opleiding Dorine Wilschut, ANIOS gynaecologie Fotografie Frederike Roozen-Slieker Cover Bettina Samrén Redactionele begeleiding Math de Vaan, Delfgauw Creatie carenza* Realisatie Multiplus BV, Drachten Redactieadres Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Leerhuis Postbus 444, 3300 AK Dordrecht E-mail: tijdschrift.wasz@asz.nl De redactie behoudt zich het recht voor om brieven en aangeboden artikelen in te korten of niet te plaatsen.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 4

Nieuw: ENERZAIR® breezhaler® met sensor De 3 IN 1 therapie met unieke sensor en app voor uw patiënt met astma

1,2,3

1,2,3

De kracht van controle.3

31

IN

V VRAAG R AAG AAN AAN en e n check check z zelf el f de sensor sensor

3 3-VOUDIGE -V O U D I G E C CONTROLE ONTROL E3

3-VOUDIGE 3 -VOUDIGE VASTE VA STE DOSISCOMBINATIE DOSISCOMBINATIE2

3 3-VOUDIG -VOUDIG IINFORMATIEPAKKET NFORM ATIEPA K K ET

- IInhalatie nhalatie b bevestiging. evestiging. Check!

- 1e goedgekeurde goedgekeurde LABA/LAMA/ICS** L ABA /L AMA /ICS**

-D De e in introductiekit troductiekit

-M Medicatie edicatie h herinneringen. erinneringen. Check!

-1 1-maal -maal daags daags

-D De ep placebo-set lacebo -set Enerzair® Enerzair ® Breezhaler® Breezhaler ®

-O Overzichten verzichten van van inhalatorgebruik. inhalatorgebruik. Check!

-1 1-Breezhaler - Breezhaler familie familie

-D De eu unieke nieke ssensor. ensor.3 Download Download zelf zelf de de app app

Voor patiënten ** V oor pat iënten met astma.1

NIEUW 1 1-MAAL -MAAL DAAGS

Verkorte deze uitgave. V erkorte SmPC elders in dez e e uitga ve.

inddacaterol acaterolaacecetaat taat / glycopyrroni glycopyrroniumbromi mbromide / mometasonfuroaat mometasonfuroaat inhahallatitieeppoeder oeder

0521ENE227 0521ENE227120 120

1. Enerzair Breezhaler is geregistreerd vvoor oor volwassen volwassen patiënten patiënten die die niet voldoende voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie combinatie LABA/ICS die vvan an een LAB A/ICS (hoge dosis) en d ie één of meer astma-exacerbaties astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande voorgaande jaar (SmPC Enerzair Breezhaler). 2. Enerzair Breezhaler SmPC, zie www .novartis.nl/medicijnen vvoor oor de vvolledige olledige en meest recente vversie. ersie. www.novartis.nl/medicijnen 3. Propeller Propeller Health®, Health®, QR_Rationale QR_Rationale for for EU Classifi cation-2017-B cation-2017-B 2019-7-24 2019-7-24 Update


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 5

Inhoud 10

18

34 26

49 06

Nieuws van het wetenschapsbureau

08

Goedgekeurde studies

10

12 14

18 20

5

Onderzoeker aan het woord: Kelly de Jong De combinatie tussen kliniek en onderzoek spreekt mij het meest aan Wetenschap: HOVON-studies Wat zijn de HOVON-studies en wat draagt het ASz hieraan bij? Wetenschap: kunst of vaardigheid? Tips & tricks van onderzoekers Camille Kockerols, Michael Verschoor en Michael Fourraux Diagnose in beeld Casus radiologie In the Spotlight.. Het Regionaal Bekkenbodemcentrum Het multidisciplinair behandelteam vertelt meer over de werkzaamheden en de onderzoeken die plaatsvinden op het RBC

22

26 30 34 37 38

Wetenschap: Toestemming vragen Wanneer moet je wettelijk toestemming vragen en wat zijn de uitzonderingen? Promoties in het ASz Suzanne Schol-Gelok beschrijft haar promotieonderzoek Promoties in het ASz Suzanne Silvas beschrijft haar promotieonderzoek Promoties in het ASz Elles Zock beschrijft haar promotieonderzoek Column promotieleven Martijne Duvekot deelt het wel en wee van het laatste traject van haar promotie met ons Wetenschapsfonds Twee promoties die vanuit het Wetenschapsfonds worden gefinancierd worden hier aan u gepresenteerd

43 45 47 49 51 58

De Quiz Test je statistiekkennis met deze quiz gemaakt door Sara Baart Wetenschap: FAQ Antwoorden die elke onderzoeker wil weten Boekbespreking Esther de Graaf recenseert twee boeken die handig zijn in deze online-tijden Berichten uit de bibliotheek Wetenschappelijke publicaties MS-zorg onder één dak Albert Schweitzer ziekenhuis biedt sinds 2 jaar alle zorg voor MS-patiënten onder één dak


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 6

WETENSCHAPSBUREAU

Nieuws van het wetenschapsbureau Joke Bosch is Wetenschapscoördinator in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

In deze rubriek worden de veranderingen met betrekking tot de toetsing lokale haalbaarheid voor WMO-plichtig onderzoek beschreven. Eerder hebben we al eens geschreven over de Europese Clinical Trial Verordening (ECTR) voor het WMO-plichtig geneesmiddelenonderzoek. Begin volgend jaar is het zover en zal de verordening in gaan. Voor Nederland was dit aanleiding om ook de nationale procedure voor toetsing van WMO-onderzoek aan te passen. De Europese Unie, de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) en de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF) hebben hierbij als doel nieuwe behandelingen sneller aan te kunnen bieden. Het middel dat hier bij wordt ingezet is onder meer het versnellen van de lokale haalbaarheidsprocedure.

Nieuwe procedure lokale haalbaarheid WMO-onderzoek in Nederland De nieuwe procedure is ontworpen door de DCRF-werkgroep Lokale uitvoerbaarheid, in samenwerking met vertegenwoordigers uit de betrokken veldpartijen, CCMO en wetenschappelijke verenigingen. De CCMO past op dit moment de Richtlijn Externe Toetsing (RET) uit 2012 aan. De nieuwe procedure gaat gelden voor al het WMO-plichtige onderzoek in Nederland en is dus van toepassing op zowel multicenter- als monocenteronderzoek.

De veranderingen hebben betrekking op een nieuwe werkwijze, waarbij de lokale haalbaarheid wordt nagegaan voordat de toetsingscommissie het onderzoeksdossier beoordeeld. De procedure bestaat uit vier stappen met verantwoordelijkheden en activiteiten voor de opdrachtgever, de

lokale hoofdonderzoeker, de Raad van Bestuur van de onderzoeksinstelling, en de toetsingscommissie. Hieronder zijn in een eenvoudig schema van het DCRF en CCMO de stappen weergegeven van de nieuwe WMO procedure in Nederland. Verklaring Geschiktheid Onderzoeksinstelling (VGO) Met de nieuwe werkwijze hebben opdrachtgevers van onderzoek dat geïnitieerd is zowel door bedrijven als door onderzoekers, de taak om de details van het onderzoek weer te geven in een specifieke VGO en deze aan te leveren bij de deelnemende onderzoeksinstellingen. De VGO bestaat uit een Deel A en Deel B. In de bijlagen van Deel B geeft de opdrachtgever de informatie over de benodigde onderzoeksverrichtingen per ondersteunende afdeling. De lokale hoofdonderzoeker gaat in het eigen centrum de lokale haalbaarheid na aan de hand van de informatie in de VGO en het onderzoeksprotocol. Dit wordt vastgelegd in Deel B van de VGO. Dit dient als informatiebron voor de Raad van Bestuur, die vervolgens Deel A

6


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 7

was

Z

WETENSCHAPSBUREAU

Figuur 1. Schematische weergave van de stappen in de nieuwe toetsingsprocedure WMO-plichtig onderzoek.

ondertekent. Met de ondertekening van Deel A verklaart de Raad van Bestuur dat de instelling geschikt is het onderzoek uit te voeren. Sinds 1 december 2020 is de overgangsperiode ingegaan naar de omslag van de nieuwe procedure voor het indienen van een lokale uitvoerbaarheidsverklaring voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, de zogenaamde procedure Lokale haalbaarheid. De nu geldende Onderzoeksverklaring wordt in de nieuwe werkwijze vervangen door de Verklaring Geschiktheid Onderzoeksinstelling (VGO). Het gebruik van de VGO wordt naar verwachting dit jaar verplicht. Standaard onderzoekscontract (CTA) Bij het volgen van de nieuwe procedure is het noodzakelijk het standaard onderzoekscontract (CTA) te gebruiken, waarin ‘opschortende voorwaarden’ zijn beschreven. Met ondertekening van dit contract geeft de Raad van Bestuur (en MSB) van de onderzoeksinstelling voorwaardelijk toestemming voor uitvoering van het onderzoek. Dit betekent dat het onderzoek pas kan worden uitgevoerd als aan deze voorwaarden is voldaan. De standaardvoorwaarde is goedkeuring van het onderzoek door een toetsingscommissie. De herziene template van het CTA, met deze ‘opschor-

7

tende voorwaarden’, is beschikbaar via de website van de CCMO. Implementatie in het ASz Binnen het wetenschapsbureau zijn we druk bezig met de implementatie van de nieuwe werkwijze. Betrokkenen, of het nu gaat om de hoofdonderzoeker, researchmedewerker, ondersteuner, jurist of Raad van Bestuur, zullen zich allen over de nieuwe werkwijze buigen en bedenken wat het voor hen betekent. De rol van de WOAC en het Wetenschapsbureau met betrekking tot centrale borging van kwaliteit- en veiligheidsaspecten moet worden herzien. Bovendien zal Castor SMS aangepast moeten worden om het nieuwe proces te stroomlijnen en zullen instructies en standard operating procedures (SOPs) geschreven moeten worden. Ook vanuit de DCRF en CCMO is men nog volop bezig de nieuwe procedure te evalueren en zo nodig aan te passen. Input en ervaringen zijn dan ook welkom. Al met al is in het streven dat het proces in ziekenhuizen sneller en meer uniform zal verlopen, zodat een studie eerder start en patiënten eerder kunnen profiteren van de nieuwe middelen. De oplossing voor deze snellere en meer uniforme procedure zal liggen in standaardisatie van de lokale haalbaarheidstoetsing en bereikbaarheid van alle betrokkenen in het onderzoek.

Meer informatie Veel informatie over de nieuwe procedure is te vinden op de sites van CCMO (https://www.ccmo.nl/), DCRF (https://dcrfonline.nl/) en de EMA (https://www.ema.europa.eu/en). Contact Voor verdere vragen, ideeën of opmerkingen over wetenschap graag een mail naar wetenschap@asz.nl. Je kunt ook wetenschapscoördinator Joke Bosch ( j.l.bosch@asz.nl) benaderen.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 8

GOEDGEKEURDE STUDIES

Goedgekeurde studies Dr. P.E. Westerweel, internist-hematoloog Clinical relevance of diffuse signal alteration of bone marrow on MRI as incidental finding (Signal Alteration MRI).

Dr. E.J.T. Belt, chirurg Population based study of surgical intervention in sub-5cm hepatocellular adenoma (PIRANHA).

Dr. M-D. Levin, internist-hematoloog A Phase 3b, Multicenter, Open-Label, Single-Arm Study of Acalabrutinib (ACP-196) in Subjects with Chronic Lymphocytic Leukemia (Assure)

Mw. T.E. Hamm-Faber, nurse practitioner Pijnbehandelcentrum A feasibility study regarding physical activity in Spinal Cord Stimulation for patients with a Failed back Surgery Syndrome ( Physical activity in chronic pain).

V. de Jonge, MDL-arts De impact van fysieke activiteit op de kwaliteit van leven van patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa (IBDFit)

Dr. P.E. Westerweel, internist-hematoloog Behandeling en klinische uitkomsten van Nederlandse CML patienten met een BCR-ABL1 kinase domein mutatie

Dr. P.E. Westerweel, internist-hematoloog ARGUS Project: YEARS algorithm or other diagnostic algorithms for patients with suspected pulmonary embolism and suspected COVID-19 infection.

E. de Jongh, internist-hematoloog Cardiotoxicity and Second cancer risk after Treatment of Aggressive B-cell non-Hodgkin Lymphoma (CRYSTAL cohort study)

Dr. M.A. Lijkwan, chirurg Optimizing Access Surgery In Senior hemodialysis patients (OASIS). Dr. P. Honkoop, MDL-arts Endoscopic ultrasound for detection of common bile duct sludge or stones (EUS for CBD sludge or stones). (QUEST stenen en gruis) Mw. dr. A. Thijssen, MDL-arts Endoscopic ultrasound-guided tissue acquisition, Improving the diagnostic yield of EUS-guided TA in a multicenter multidisciplinary team approach (QUEST EUS-guided tissue….)

Mw. dr. S.W.I. Reeder, dermatoloog Multidisciplinaire ketenzorg voor patiënten met een melanoom: het ontwikkelen en integreren van een digitaal gepersonaliseerd Survivorship Care Plan ((SCP-M))

Mw. dr. E.G.W. Huijskens, arts-microbioloog Semi-geautomatiseerde surveillance van diepe postoperatieve wondinfecties na colorectale chirurgie in Nederlandse ziekenhuizen: een multicenter validatiestudie (COLON2 project) Mw. dr. E.G.W. Huijskens, arts-microbioloog Epidemiology of invasive group A streptococcal disease in the Netherlands (reeds goedkeuring verleend door RvB, echter nog geen officiële gkb) (iGAS) Mw. dr. E.G.W. Huijskens, arts-microbioloog Disease Burden of Invasive eningococcal Disease in the Netherlands between 2011 and 2020 Dr. E.J.T. Belt, chirurg The TRIASSIC study; Multicentre, randomised controlled trial comparing TRansanal minimal InvAsive Surgery and (TAMIS) and endoscopic Submucosal dIsseCtion (ESD) for resection of non-pedunculated rectal lesions Dr. B. Lamme, chirurg Snapshot rectumcarcinoom 2016

Mw. dr. M. Bandell, gynaecoloog Does endometrial scratching in women with implantation failure after a first IVF/ICSI cycle lead to lower costs due to a reduction in th enumber of subsequent IVF/ICSI cycles needed to achieve a live birth? (SCRaTCH).

Dr. E.J.T. Belt, chirurg Clinical added value of MRI over CT in patients scheduled for colorectal liver metastases resection: a prospective, multicenter incremental diagnostic accuracy study (CAMINO study).

Mw. dr. L.M.M. Wolters, MDL-arts Yield of CT-colonography in the Dutch Colorectal Cancer Screening Programme (CT in BVO).

Dr. M. Ahiyevets, psychiater Dutch observational study of optimal, personalized antidepressant use (OPERA-monitor)

8


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 9

was

Z

GOEDGEKEURDE STUDIES

Dr. E.J. van den Bos, cardioloog Long term follow-up of the Tendril STS and Isoflex leads in conjunction with the Assurity MRI™ and Endurity MRI™ Pacemakers within the 3T MRI Environment (Abbott Brady 3T MRI PMCF). Dr. R. van Leendert, internist A 12-week randomized controlled trial to compare TOUJEO® and TRESIBA® in terms of glucose values in target range and variability during continuous glucose monitoring in patients with type 1 diabetes mellitus (InRange). Dr. W. van de Vrie, MDL-arts Prevention of recurrent alcoholic pancreatitis by an optimally timed personalized multidisciplinary alcohol cessation support program (PANDA TRIAL). Mw. dr. G.M. Nieuwenhuyzen-de Boer, gynaecoloog Adjuvant VACcination against HPV in surgical treatment of CIN lesions, a Randomised Controlled Trial (VACCIN study). Dr. E.J. Belt, chirurg Clinical outcomes of complex abdominal wall reconstructions using OviTex mesh (OviTex Mesh). Dr. F.H.J. Wolfhagen, MDL-arts Low Dose Naltrexone for the induction of remission in patients with mild to moderate Crohn’s Disease that failed conventional treatment: The LDN Crohn study Dr. F.H.J. Wolfhagen, MDL-arts A randomized, placebo-controlled, double-blind trial evaluating the efficacy, tolerability and safety of ESO-101

9

in adult patients with active eosinophilic esophagitis ACESO. Dr. M.A. Fouraux, klinisch chemicus BRAVE: Technology optimization VD-1 Dr. R.M. Oemrawsingh, cardioloog, The Multivessel Talent Study (Multivessel TALENT). Dr. R.M. Oemrawsingh, cardioloog, DIrect or Subacute COronary angiography in out-of-hospital cardiac arrest – a prospective, randomized study (DISCO) R.K.L. So, anesthesioloog-intensivist Which patientscharacteristics are associated with a Rapid Response Team call; a retrospective study in a large teaching hospital in the Netherlands (Patient characteristics and RRT calls) R.K.L. So, anesthesioloog-intensivist Effectiveness and sustainability of a mature Rapid Response System (RRS) on cardiopulmonary arrest and hospital-wide mortality rates in a large teaching hospital in the Netherlands; a retrospective study. (RRS: Effectiveness and sustainability). Mw. dr. M.J. Oom, gynaecoloog Long-term consequences of vulvar lichen sclerosus in adult women who were diagnosed in childhood or adolescence (JVLS). M.J. Verschoor, AIOS Apotheek Quickly Identifying Falsely Reported Drug Allergies Using a Standardized Questionnaire (Q-IDEAL).

Dr. M-D. Levin, internist-hematoloog Phase III study of Isatuximab-Carfilzomib-Lenalidomide-Dexamethasone (Isa-KRd) versus Carfilzomib-Lenalidomide-Dexamethasone (KRd) in newly diagnosed multiple myeloma patients eligible for autologous stem cell transplantation (HOVON 503/EMN24) (IsKia TRIAL). Dr. R.M. Oemrawsingh, cardioloog Randomized Comparison of Abluminus DES+ Sirolimus-Eluting Stents versus Everolimus-Eluting Stents in Coronary Artery Disease Patients with Diabetes Mellitus Global (ABILITY Diabetes Global). Mw. dr. S. de Weerd, gynaecoloog IMplementation of fIrst Trimester Anomaly Scan - before study (IMITASbefore deel I)


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 10

Kelly de Jong Kelly de Jong werkt sinds januari 2018 als ANIOS Gynaecologie in het Albert Schweitzer ziekenhuis.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 11

was

Z

ONDERZOEKER AAN HET WOORD

Kelly de Jong:

“De combinatie tussen kliniek en onderzoek spreekt mij het meest aan” Er wordt in het ASz veel onderzoek gedaan. Wie zijn die collega’s, wat onderzoeken ze, wat hebben ze ontdekt, wat drijft ze en hoe typeren ze zichzelf? Om die antwoorden te krijgen, leggen we regelmatig aan één van hen een aantal vragen voor. Dit keer is het de beurt aan arts-assistent Kelly de Jong.

Na een jaar ervaring als basisarts op de afdeling Gynaecologie zocht Kelly meer uitdaging en kreeg zij de kans om in deeltijd te werken als arts-onderzoeker. Als jonge beginnend onderzoeker loop je vaak tegen veel uitdagingen aan, zo blijkt uit de antwoorden van Kelly. Hoe ben je gestart met onderzoek? “Tijdens mijn eerste jaar als ANIOS kwam ik in aanraking met een lopend onderzoek en kon ik helpen met het verzamelen van de data. In mijn tweede jaar kreeg ik de kans om in deeltijd als onderzoeker te werken, kon ik de analyses van een onderzoek uitvoeren en werd ondertussen ons artikel gepubliceerd.” Wat heeft het onderzoek je persoonlijk gebracht? “Door zelf onderzoek te doen heb ik veel geleerd van de processen die hierbij komen kijken en vooral ook hoeveel werk en energie het kost. Daardoor kijk ik nu soms met een andere blik naar onderzoek, ik heb meer begrip voor hoe het tot stand is gekomen en dat er soms dingen anders lopen dan gepland.” Wat viel tegen en wat was leuk? “In het begin is het soms lastig om te bepalen waar je moet beginnen. Ook is het zoeken welke collega’s je verder kunnen helpen. Uiteindelijk ben ik veel dank verschuldigd aan mijn begeleider, van haar heb ik veel geleerd. De combinatie tussen het werken in de kliniek en onderzoek doen, spreekt mij het meest aan. Het is erg leuk om in de dagelijkse praktijk van de kliniek te zien waarom en voor wie je het onderzoek uitvoert, dat geeft weer meer intrinsieke motivatie.”

11

Waar ben je op het moment mee bezig? “Op dit moment zet ik twee studies op, één multicenter studie, dit is het vervolg van mijn eerdere onderzoek naar kwetsbare ouderen met bekkenbodemdysfunctie. De tweede studie is een monocenter-studie naar screeningsmogelijkheden voor zwangerschapsdiabetes. Beide studies staan dicht bij de kliniek en dat past bij mij.”

”Door zelf onderzoek te doen heb ik veel geleerd van de processen die hierbij komen kijken en vooral ook hoeveel werk en energie het kost”

Welke tip geef je collega’s mee die willen starten met onderzoek? “Sluit je aan bij een onderzoeksgroep en leer hierdoor de logistiek achter het doen van onderzoek. Dan vind je vanzelf de juiste mensen die jou een handje verder kunnen helpen. Het wetenschapsbureau is ook laagdrempelig bereikbaar en behulpzaam. Daarnaast adviseer ik zoveel mogelijk cursussen te doen die er zijn. Ook in het ASz zijn er veel mogelijkheden via het Leerhuis, zoals bijvoorbeeld de cursussen 'Statistiek' en 'Wetenschappelijk Engels'. Deze heb ik als zeer waardevol ervaren.”


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 12

HOVON-studies in het ASz

Mark-David Levin Mark-David Levin is internisthematoloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

De term HOVON heb je vast eens voorbij zien komen in één van de edities van WASz of op het intranet. Maar wat zijn deze HOVON-studies precies? En wat dragen we er als ASz aan bij? Om hier meer over te weten te komen, spraken we met internist-hematoloog Mark-David Levin over de ontstaansgeschiedenis van de HOVON-studies, maar ook over de praktische kant van het onderzoekswerk en de verdiensten van het ASz op dit gebied. Maar eerst gaan we kort terug in de tijd. Wat is de ontstaansgeschiedenis van de HOVON-studies? “Eind jaren ’80 wilden hoogleraren uit het academisch ziekenhuis van de VU Amsterdam en het Erasmus MC in Rotterdam wetenschappelijk onderzoek opzetten naar zeldzame hematologische maligniteiten. Naast deze twee ziekenhuizen waren nog drie andere academische centra betrokken. De eerste studies richtten zich vooral op acute myeloïde leukemie (AML) en Hodgkin lymfoom. Dit zijn zeldzame ziektebeelden, maar door samen te werken konden er toch genoeg patiënten geïncludeerd worden. In de loop van de tijd hebben zich steeds meer ziekenhuizen aangesloten bij de studies. Ook is het aantal ziektebeelden flink uitgebreid en wordt er nu naar bijna alle hematologische ziektebeelden onderzoek gedaan door HOVON (stichting HematoOncologie voor Volwassenen Nederland).” Best groot dus, hoe is al dat werk georganiseerd? “Op een zeker moment is er voor de HOVON-studies een stichtingsvorm gekozen. Op dit moment werken bij de stichting zo’n 20-25 mensen. Een deel van hen werkt in het datacentrum (in het Erasmus MC), een ander deel op het HOVON-bureau dat zijn plek heeft bij Amsterdam UMC locatie VU. De medewerkers houden zich bezig met het opzetten van de studies, de logistiek en het begeleiden van de onderzoekers in de deelnemende ziekenhuizen. Ook zorgen ze voor een overzicht van de gerapporteerde bijwerkingen en verzorgen ze statistische berekeningen. De financiering van het werk komt voor een flink deel vanuit de farmaceutische industrie. Daarnaast ontvangt de stichting ook subsidies.”

Hoe wordt een HOVON-studie ontworpen? “Er is een hele reeks HOVON-werkgroepen opgezet. Die werkgroepen kijken naar de verschillende ziektebeelden, denk aan acute leukemie, lymfomen en de ziekte van Kahler. Drie van onze ASz-hematologen, Peter Westerweel, Eva de Jongh en ikzelf, zitten in verschillende van deze werkgroepen. De inbreng voor nieuwe vraagstellingen en studies, komt nu nog vooral uit de academie, maar de laatste jaren is de inbreng hiervoor sterk toegenomen uit perifere ziekenhuizen waarbij wij als ASz een voortrekkersrol spelen. Tegenwoordig worden meer perifere artsen, zoals wij in het ASz, actiever in deze werkgroepen. Zo kunnen wij dus ook bijdragen aan de studieopzet. Verder is er nog een andere relatie met de perifere ziekenhuizen. In de werkgroepen worden ook richtlijnen opgesteld en die hebben een direct gevolg voor het beleid in ziekenhuizen zoals het onze.”

12


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 13

was

Z

WETENSCHAP

Zijn er ook internationale verbindingen? “Zeker, HOVON-studies beperken zich niet alleen tot Nederland. Er zijn studies die in 15 landen opgezet zijn, waarbij ook patiënten uit bijvoorbeeld Australië, Israël en Scandinavië geïncludeerd worden. Het ontwerpen van een studie duurt trouwens meestal één tot twee jaar. Daarna kan er één tot drie jaar geïncludeerd worden en worden patiënten nog vijf tot zeven jaar gevolgd. Het totaal aantal geïncludeerde patiënten varieert behoorlijk per studie, van 100 tot wel 1000. Voor een bepaald ziektebeeld, bijvoorbeeld ziekte van Kahler, lopen op dit moment verschillende studies. Dit komt omdat er onderzoek wordt gedaan naar tal van aspecten. Zo wordt er gekeken naar verschillende combinaties medicatie, zijn er verschillende leeftijdsgrenzen denkbaar en ook de omstandigheid of een patiënt een primaire diagnose heeft óf een recidief, bepaalt voor welke studies hij of zij in aanmerking komt.” Welke geschiedenis heeft het ASz met de HOVON-studies? “Ik ben zelf in 2005 in het ASz komen werken. Op dat moment liepen er twee HOVON-studies, één voor AML bij ouderen en één voor ziekte van Kahler bij ouderen. Deze waren beide geïnitieerd door onze hematoloog Henriëtte Berenschot, ondertussen met pensioen. In die tijd was er één researchverpleegkundige, die eigenlijk vooral voor de oncologische studies werkzaam was. Tegenwoordig hebben we op de afdeling hematologie twee verpleegkundig specialisten, een researchverpleegkundige, vier datamanagers en een studiecoördinator. Daarnaast zijn we van twee hematologen in 2005, naar vier hematologen gegaan. Omdat we zo actief zijn, kunnen we binnen een HOVON-studie ook een rol als ‘principal investigator’ invullen. Dat is bijzonder voor een perifeer ziekenhuis. Daarnaast zit ik zelf al enkele jaren in het HOVON-bestuur, waarin naast de acht academische centra, vier niet-academische ziekenhuizen zijn vertegenwoordigd. Binnen dit bestuur bespreken we de toekomstvisie, de financiële uitdagingen en voeren we overleg met internationale partners.” Wat is het geheim achter het hoge aantal geïncludeerde patiënten in het ASz? “Ik denk dat dit vooral de enthousiaste groep hematologen is, die goed weten welke studies beschikbaar zijn. Daarnaast hebben we ook een goede organisatie opgebouwd, met gedreven collega’s. Hierin zijn alle processen strak ingericht en is er een uitgebreide registratie van bijvoorbeeld bijwerkingen. En natuurlijk is het ook ons streven om iedereen in een studie te krijgen, want je wilt uiteindelijk altijd de nieuwste en beste medicatie voor je patiënten. En dat bereik je door onderdeel te zijn van deze studies.” Hoe maak je een studie klaar voor publicatie? “Meestal schrijft de principal investigator het uiteindelijke artikel, wat de hematologen uit het ASz dus ook steeds vaker doen. Ook lezen we mee tijdens het schrijven van het manuscript en we krijgen als deelnemende onderzoekers ook een vermelding als auteur.”

13

De HOVON-studies Hieronder tref je een overzicht van de lopende HOVON-studies in het ASz, inclusief het aantal geïncludeerde patiënten tot nu toe.

HOVON Ziektebeeld inclusies 75

MCL

6

84

NHL

25

87

MM

25

95

MM

17

102

AML

12

103

AML

16

109

CLL

6

110

NHL

9

114

MM

2

123

MM

17

126

MM

10

130

NHL

1

131

MM

7

132

AML

16

139

CLL

6

140

CLL

9

141

CLL

6

142

CML

11

143

MM

11

144

NHL

0

150

AML

3

151

DLBCL

1

155

AML

1

156

AML

2

158

CLL

net open, nog geen inclusies

159

CLL

net open, nog geen inclusies

500

CLL

net open, nog geen inclusies

503

MM

net open, nog geen inclusies

902

DLBCL

5

Totaal

224

Toelichting: MCL – mantelcellymfoom, NHL – nonHodgkin lymfoom, MM – multiple myeloom of ziekte van Kahler, AML – acute myeloïde leukemie, CLL – chronische lymfatische leukemie, CML – chronische myeloïde leukemie, DLBCL – diffuus grootcellig B-cellymfoom

De studies in het ASz lopen goed, zijn er nog verbeterpunten? “Je merkt dat het voor de ziekenhuisorganisatie soms toch lastig is om zoveel studies te faciliteren. Vooral voor de ondersteunende afdelingen kan het aantal soms best belastend zijn. Aan enthousiasme ontbreekt het zeker niet, maar tijd en geld vrijmaken kan een uitdaging zijn. Dit gaat overigens wel steeds beter. De wil om deel te nemen is zeer groot.”


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 14

WETENSCHAP

Onderzoek opzetten, kunst of vaardigheid? Je hoort het vaker: onderzoek doen is lastig. Dit geldt ook voor onderzoekers in een topklinisch ziekenhuis zoals het ASz. Gelukkig zijn er allerlei kanalen en manieren om hierbij geholpen te worden. Weten onderzoekers deze wegen wel te vinden of zijn er toch dingen waar ze tegenaan lopen? De redactie vroeg het een aantal van hen. Behulpzame collega’s Goede communicatie is alles. De onderzoekers geven aan dat ze ‘de korte lijntjes’ in het ziekenhuis prettig vinden. Snel en goed kunnen schakelen met de afdelingen die voor je onderzoek van belang zijn, wordt gezien als een groot pluspunt. Verder is de beschikbaarheid van de statisticus van grote waarde, de hulp bij statistische troubleshooting, powerberekening en analyses wordt als zeer waardevol ervaren. Een klein voordeel van de coronaperiode is trouwens, dat het nu normaler is dat je de statisticus laat meekijken via MS Teams! En oh ja, kijk vooral ook op pagina 39 daar presenteren we weer een leuke statistiekquiz. Ook het Wetenschapsbureau is zeer waardevol. De collega’s daar bieden volgens de onderzoekers goede ondersteuning bij de

praktische zaken rond het indienen van een onderzoek. Ze noemen als voorbeelden de hulp bij het klaarmaken van de juiste documenten en het geven van adviezen over hoe praktisch om te gaan met het verkrijgen van informed consent. Informed consent kan lastig zijn bij retrospectief onderzoek. Zie daarom pagina 22 voor een uitgebreide beschrijving over wat je moet doen voor informed consent bij prospectief en retrospectief onderzoek. Hoewel het Wetenschapsbureau goede ondersteuning biedt, is het in de coronaperiode wel lastiger geworden om snel contact te leggen. Helaas is de telefonische bereikbaarheid vaak beperkt, waardoor het contact enkel via de mail verloopt. In de gesprekken wordt de waarde van collegiale ondersteuning vaak genoemd. De onderzoekers realiseren zich dat ze er niet alleen voor staan. Vraag dus vooral hulp, zeggen ze, aan al die collega’s die veel expertise hebben in hun vakgebied. Als voorbeeld noemen ze de klinisch fysici en de collega’s bij infectiepreventie. Ze zijn gemakkelijk benaderbaar en denken graag mee over een studieopzet. Maar je kunt natuurlijk ook zelf veel uitzoeken, bijvoorbeeld via de standard operating procedures (SOP’s) die je kunt vinden op iProva.

Advies over behandelingsstop Waar gaat jouw onderzoek over? “Patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) reageren soms zo goed op de behandeling, dat ze kunnen stoppen met tyrosine kinaseremmers (TKI). Met behulp van een digitale druppel PCR-meting selecteren we patiënten die een goede prognose hebben, zodat we aan de patiënt en zijn behandelaar een gunstig advies kunnen geven voor een stoppoging. Verderop in dit nummer van WASz (pagina …) geef ik meer details over het onderzoek.”

Camille Kockerols Camille Kockerols is arts-onderzoeker in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Wat voor tips heb je voor startende onderzoekers? “Neem in het begin van je promotietraject vooral de tijd om je goed in te lezen en een goede basis te vormen. Denk dan ook vooruit, stel prioriteiten: wat moet eerst en wat kan later? Maak die keuzes niet alleen, stem ze ook af met je supervisor en promotor. En als je projecten van start zijn gegaan, is het belangrijk om ook dan al je stappen en de gemaakte afspraken met het onderzoeksteam goed bij te houden, bijvoorbeeld in een logboek. Als hier later een vraag over komt, kan je dit makkelijk opzoeken.”

14


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 15

was

Z

WETENSCHAP

Als je onderzoeksprotocol meer vorm heeft gekregen, kun je beginnen met het schrijven van je proefpersoon-informatiebrief (PIF). Voor een multicenterstudie kan het zijn dat voor de toetsing in het andere centrum een ander sjabloon wordt geaccepteerd, waarbij de inhoud hier en daar tekstueel anders is. Voor de toetsing in ASz moet wel het sjabloon van het ASz gebruikt worden. Als je onderzoek vorm krijgt, weet je steeds beter welke afdelingen je nodig hebt. Ik heb geprobeerd om die zo snel mogelijk te betrekken om afspraken te maken, waardoor het onderzoek ook haalbaar is. Wees erop bedacht dat je onderzoeksverklaringen moet afsluiten met de betrokken afdelingen, die nodig zijn voor de lokale goedkeuring.”

Michael Verschoor Michael Verschoor is AIOS ziekenhuisfarmacie in het Albert Schweitzer Ziekenhuis.

Verwijder onterechte geneesmiddelallergieën Waar gaat jouw onderzoek over? “Ik wil een vragenlijst ontwikkelen die gebruikt kan worden om veilig allergieën te verwijderen, die ten onrechte in het elektronisch patiëntendossier (EPD) staan. Allereerst ga ik op basis van een retrospectief dossieronderzoek een vragenlijst ontwikkelen. Daarna zal ik de vragenlijst valideren in een prospectief cohortstudie bij patiënten die reeds op de poli komen voor hun allergietesten.” Hoe verliep de opzet van je onderzoek? “Het schrijven van het onderzoeksprotocol neemt verreweg de meeste tijd in beslag. Omdat hierin het onderzoek wordt uitgewerkt, is het handig om hiermee te starten. Tip is om hiervoor het format van de CCMO te gebruiken, ook bij een nietWMO-plichtige (nWMO)-studie. Op die manier worden systematisch alle punten in je protocol verwerkt. Waarschijnlijk voorkom je hiermee ook de meeste vragen achteraf vanuit de toetsingscommissie.

15

Zijn er punten om op te letten bij de indiening? “Het indienen van de stukken voor een nWMO-verklaring is redelijk beperkt. Eigenlijk had ik alle benodigde documenten al, op de begeleidende brief en extra (korte) vragenlijst na. Dit kostte dus niet heel veel tijd. Bij een nWMO verklaring zal een METC beoordelen of je onderzoek WMO-plichtig is. De exacte inhoud van je onderzoek wordt nauwelijks beoordeeld. Dat is de taak van de lokale toetsingscommissie. De stukken die voor lokale toetsing ingediend moeten worden, zijn terug te vinden in een document met een overzicht op intranet. Bij mij kwam dit niet helemaal overeen met wat ik uiteindelijk in moest leveren. Zo moest er een contract worden afgesloten tussen het ASz (als Verrichter) en het andere deelnemende centrum. Doordat templates beschikbaar zijn van dergelijke contracten kost het invullen niet veel tijd, maar omdat verschillende functionarissen hiernaar moeten kijken en er uiteindelijk door twee Raden van Bestuur getekend moet worden, kan dit toch nog even op zich laten wachten. Voordat je indiening voor lokale toetsing wordt goedgekeurd, wordt gescreend of alles juist is ingevuld en alle benodigde documenten zijn ingediend. Hier kun je nog reactie op krijgen. Als je snel met je onderzoek wilt starten is het goed om de indiening ruim voor de vergaderdatum te regelen. Dien de stukken circa twee weken vóór de volgende vergadering van de lokale toetsingscommissie in. Houd er namelijk rekening mee dat mogelijk nog aanpassingen kunnen worden gevraagd. De stukken moeten één week voor de vergaderdatum compleet zijn.”

Aspect Planning

Wat ging er goed? Tijdige communicatie met de betrokken afdelingen

Indiening bij lokale toetsingscommissie

Vrij snel na de nWMO verklaring kon de lokale toetsing worden gedaan.

Aspect In te dienen documenten

Wat ging niet soepel? Niet alle documenten voor de indiening waren meteen in orde.

Wat kan nog beter? Eerder inzetten op goedkeuring van het protocol. Daarmee voorkom je knelpunten in een laat stadium en heb je meer tijd voor je inclusie. Stem vooraf af met het Wetenschapsbureau of alle benodigde documenten ingediend zijn. Wat kan beter? Duidelijker overzicht van de in te dienen documenten voor alle typen onderzoek.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 16

WETENSCHAP

goedgekeurd hebben. Dit kun je terugzien in het jaarverslag van de METC. Voor de nWMO-plichtige studie hebben we eerst contact gezocht met de klinisch fysicus en infectiepreventie. Bij medische apparatuur is het immers ook belangrijk hoe het apparaat veilig en infectievrij kan worden toegepast. Al snel hadden we afspraken gemaakt. Omdat het over een medisch apparaat gaat, moest ook de materialencommissie (MAC) goedkeuring geven.”

Michael Fourraux Michael Fourraux is klinisch chemicus in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Een robot om te prikken

Waar liep je tegenaan? “Voor het opzetten van deze studie over niet-CE-gemarkeerde medische apparatuur, is in het ASz weinig ervaring beschikbaar. Ik heb voor aanvang van het onderzoek infectiepreventie en klinische fysica benaderd. Het valt op dat de toetsing van een nWMO-plichtig onderzoek langer kan duren dan een WMO-plichtig onderzoek. Nadat we de vragen vanuit de WOAC en de materialencommissie (MAC) hadden beantwoord, merkten we dat er toch nog nieuwe vragen waren. Dit leidde tot een vertraging in het goedkeuringsproces. Ik zou het prettiger vinden als we sneller worden uitgenodigd om de vragen toe te lichten, zodat het beoordelingsproces sneller en efficiënter kan plaatsvinden.”

Waar gaat jullie onderzoek over? “Onderzoek naar vormen van bloedafname staat sinds de jaren negentig redelijk stil. Wij willen graag dat een robot volledig autonoom bloed kan afnemen. Belangrijk is dat dit ten minste even veilig kan als de huidige weg via menselijke afname. Hiertoe hebben we twee eerdere onderzoeken uitgevoerd: een nWMO-plichtig onderzoek om te kijken hoe goed de robot aderen kan detecteren. Daarna hebben we een WMO-plichtige studie uitgevoerd om daadwerkelijk mensen (vrijwilligers) te laten prikken door een robot. Voor het verdere finetunen van deze robot, willen we vervolgonderzoek doen. Dit gaat dan over hoe we de robot het beste kunnen instellen, zodat uiteindelijk de manier van bloedafname verbeterd kan worden.” Hoe ben je gestart met het opzetten van je onderzoek? “Voor de WMO-plichtige studie hebben we gekeken bij welke METC we het beste zouden kunnen indienen. Waar we tegen aanliepen is, dat we bij ons onderzoek te maken hebben met een niet-CE-gecertificeerd medisch apparaat. Dit werd voorheen door de METC beoordeeld met de IGJ als bevoegde instantie. Daar komt nogal veel papierwerk bij kijken. Tegenwoordig wordt het door de METC beoordeeld met CCMO als bevoegde instantie. Het loont om te kijken naar de doorlooptijden van de METC en welk type onderzoeken zij eerder

Aspect Beantwoording vragen

Wat ging niet soepel? Er waren meerdere vragenrondes vanuit de WOAC en MAC

Wat kan beter? Onderzoeker uitnodigen voor toelichting bij typen studies die niet vaak in het ASz worden uitgevoerd.

16


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 17

UR URSOCHOL S OCHOL 600

DE STERKSTE STERKSTE

200101URS


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 18

DIAGNOSE IN BEELD

Een geval van orthostatische hoofdpijn en dubbelzien Orthostatische hoofdpijn en dubbelzien lijken op het oog twee onschuldige symptomen. Radioloog Emilie Weimar neemt ons in dit artikel mee dat er wel eens een bijzondere diagnose aan ten grondslag kan liggen. De casus Een 49-jarige docent op een middelbare school werd doorverwezen naar de SEH van het Albert Schweitzer ziekenhuis in verband met klachten van dubbelzien. De klachten begonnen twee weken eerder met een bonzende hoofdpijn, misselijkheid en braken. De patiënt herkende deze symptomen van zijn migraine, maar het dubbelzien was nieuw. Er bleek een voorgeschiedenis met epilepsie (inmiddels jarenlang aanvalsvrij) en clusterhoofdpijn. Destijds in 2012 toonde een MRI van de hersenen geen afwijkingen. De patiënt rookt en drinkt niet en de familieanamnese vermeldt geen bijzonderheden. De bloeddruk is normaal en er blijken geen afwijkingen uit laboratoriumonderzoek. Ook uit nader neurologisch onderzoek blijken geen opvallende verschijnselen. Het looppatroon van de patiënt is normaal. Kracht en sensibiliteit zijn intact. De patiënt heeft geen koorts of meningeale prikkeling. Met een CT van de hersenen wordt een bloeding of infarct uitgesloten.

Emilie Weimar Emilie Weimar is radioloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Omdat er op de SEH geen sprake blijkt van alarmsymptomen, wordt een poliklinische controle afgesproken bij de oogarts. Deze constateert een abducensparese rechts zonder intra-oculaire afwijkingen. Gezien de jonge leeftijd, hoofdpijn en abducensparese in afwezigheid van vasculaire risicofactoren, wordt een MRI van de hersenen afgesproken met daarna controle bij de neuroloog. In de tussentijd neemt de patiënt contact op omdat de klachten heviger worden. De hoofdpijn is erger bij staan en lopen en neemt af in liggende houding. Drie weken na het SEH-bezoek vindt de MRI plaats. Deze toont opvallende bevindingen (zie figuur 1-3). Wat opvalt is de diffuse aankleuring en verdikking van de dura zowel supra- als infratentorieel. Er is een subdurale vochtcollectie zichtbaar langs de convexiteit frontopariëtaal rechts. Dit is nieuw ten opzichte van de eerdere CT die werd verricht. De ruimte ter hoogte van de basale cisternen en rondom de hersenstam is beperkt, waarbij de mamillo-pontiene afstand slechts 4,2 mm bedraagt, terwijl deze normaal meer dan 5,5 mm bedraagt. Voorts is de hypofyse voor de leeftijd van de patiënt vrij fors en bolstaand. Er is ook sprake van veneuze distensie van de durale sinussen. De cerebellaire tonsillen hebben nog een normale positie (er is geen herniatie door het achterhoofdsgat). Met behulp van deze karakteristieke bevindingen op de MRI, werd de diagnose ‘spontane liquor hypotensiesyndroom’ gesteld. Er werd vervolgens een conservatief beleid afgesproken, waarbij de patiënt het advies kreeg om de activiteiten langzaam op de bouwen en bij hoofdpijn bedrust te nemen en de cafeïne inname

18


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 19

was

Z

DIAGNOSE IN BEELD

te verhogen. De eerstvolgende evaluatie van de patiënt moet nog plaatsvinden. De epicrise Een verlaagde liquordruk is meestal het gevolg van een lumbaalpunctie of een complicatie van epidurale anesthesie. Zoals deze casus laat zien kan het echter ook spontaan optreden. Het voornaamste kenmerk van het liquor hypotensiesyndroom is een houdingsafhankelijke hoofdpijn die toeneemt in staande houding. Bij platliggen zakt de hoofdpijn doorgaans binnen enkele minuten. Naast de hoofdpijn zijn er veel mogelijke begeleidende symptomen. De meest voorkomende zijn nekklachten, misselijkheid en braken. Maar ook oorsuizen, vertigo, wazig zien, dubbelzien , fotofobie en instabiel lopen zijn beschreven. De oorzaak van het spontane liquor hypotensiesyndroom is meestal lekkage van liquor door een scheur in de dura. De lekkages treden bijna altijd ter plaatse van de wervelkolom op, waarbij het met name voorkomt ter hoogte van de cervicothoracale overgang. Soms is er sprake van een onderliggende bindweefselaandoening. Traumata (zoals bij niezen, sporten of uitrekken), maar ook degeneratieve afwijkingen in de rug kunnen aanleiding geven tot scheurtjes in de spinale dura. De lekkage leidt tot veranderingen in het equilibrium tussen de volumes van intracranieel bloed, liquor en hersenweefsel. Als de onderdruk erg groot wordt kunnen de hersenen uitzakken waarbij het achterhoofdsgat opgevuld wordt door hersenweefsel, dit wordt ‘sagging brain’ genoemd (zie figuur 4).

behandeling. Een bloedpatch wordt momenteel beschouwd als eerste keuze voor behandeling. Daarbij wordt 10-20 mL autoloog bloed in de epidurale ruimte ingespoten, waarna patiënten bij voorkeur enige tijd moeten blijven liggen. Zo nodig kan deze behandeling herhaald worden met een groter volume bloed. Als dit geen soelaas biedt, is het soms noodzakelijk om het lek chirurgisch te sluiten. De meest betrouwbare methode om de exacte plek van het liquorlek op te sporen, is een CT-myelografie met intrathecaal ingebracht contrast of een radio-isotoop cisternografie. Omdat dit vrij invasieve methoden zijn, is de aandacht verschoven naar een MRI-myelografie met zwaar gewogen T2opnamen, waarbij het vochtsignaal versterkt wordt om liquorophoping buiten de dura op te sporen. De leerpunten Deze diagnose van het spontaan liquor hypotensiesyndroom leert ons het volgende. • Het spontaan liquor hypotensiesyndroom is het gevolg van een scheurtje in de spinale dura. • Een houdingsafhankelijke hoofdpijn is het belangrijkste klinische kenmerk. • De diagnose kan vaak gesteld worden met behulp van MRI van de hersenen, waarop doorgaans zeer karakteristieke afwijkingen zichtbaar zijn. Referenties Dr. N.E. Synhaeve, Dr. C.C. Tijssen. Het spontane liquor-hypotensiesyndroom. Klinisch beeld, diagnostiek en behandeling. Imago, april 2018.

Patiënten die langer dan twee weken hoofdpijn hebben of bijkomende invaliderende symptomen, komen in aanmerking voor

Figuur 1. Coronale T1 zonder (A) en met (B) contrast met opvallende versterkte en diffuse durale aankleuring op de postcontrastopnamen.

)

)

Figuur 3. Sagittale T1 na contrast (A) van onze patiënt laat een prominente bolstaande hypofyse zien (rode pijl) en een verkorte mamillopontiene afstand van 4,2 mm. Ter vergelijking sagittale T1 van de normale situatie (B) met een normale, platte hypofyse (rode pijl) en evident meer liquor in de derde ventrikel, suprasellaire cisterne en perimesencephaal (oranje pijlen) met een mamillopontiene afstand van 8 mm. 19

Figuur 2. Axiale T1 postcontrast opnamen (A) en T2 opnamen (B) tonen nogmaals de versterkte durale aankleuring en een subduraal hygroom langs de convexiteit frontoparietaal rechts (rode pijlen).

Figuur 4. Ernstig geval van liquor hypotensie met beeld van ‘sagging brain’. De hersenstam ligt tegen de schedelbasis aangedrukt (rode pijl) en de hersenen zakken uit in het achterhoofdsgat (oranje pijl)


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 20

IN THE SPOTLIGHT

Regionaal Bekkenbodemcentrum

In een eerdere editie van de WASz zijn we gestart met de nieuwe rubriek ‘In the spotlight’. We zetten daarin de schijnwerper op één van de vele afdelingen van het ASz. We belichten de mensen die er werken en het werk dat ze doen, met de nadruk op het wetenschappelijk onderzoek. Dit keer is het Regionaal Bekkenbodemcentrum (RBC) aan de beurt.

Het ASz kent meerdere centra met een multidisciplinaire aanpak. Die centra waarborgen gecentraliseerde en kwalitatief goede zorg voor de patiënt. Een voorbeeld is het Regionaal Bekkenbodemcentrum (RBC). Het centrum bestaat uit een multidisciplinair behandelteam, dat onder andere bestaat uit gynaecologen, urologen, kinderartsen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. Maar hoe verloopt het dagelijks werk in het RBC en wat zijn de lopende onderzoeken? We vroegen het aan Jeltje de Beij (uroloog) en Matthieu van der Vlist (gynaecoloog), ze maken beiden deel uit van het RBC-behandelteam. Ze schrijven het volgende. Waardering voor het multidisciplinaire Patiënten met bekkenbodemklachten bezoeken het regionaal bekkenbodemcentrum en worden op dezelfde dag door meerdere professionals gezien. Vóór het bezoek wordt de patiënte gevraagd een gevalideerde vragenlijst in te vullen en een mictiedagboek bij te houden. De incontinentieverpleegkundige brengt aan de hand hiervan de patiënte en haar situatie in kaart. Vervolgens gaat de patiënt achtereenvolgens naar de gynaecoloog, de

20


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 21

was

Z

IN THE SPOTLIGHT

bekkenbodemfysiotherapeut en de uroloog. Ieder van ons kijkt vanuit zijn of haar eigen discipline naar de klachten en doet de nodige onderzoeken. Aan het einde van het dagdeel worden de patiënten die gezien zijn, gezamenlijk besproken en volgt er per patiënte een op de patiënt toegespitst individueel behandelvoorstel. Dit voorstel wordt ook weer direct met de patiënte besproken door de gynaecoloog of uroloog. Daarna kan de behandeling van start. Doordat we dicht bij elkaar zitten is overleg snel en laagdrempelig mogelijk en kunnen we ook tijdens een behandeling gemakkelijk weer met elkaar meedenken. Patiënten waarderen het zeer dat ze ook zien dat we de behandeling echt samen doen. Eens per maand is er een uitgebreider overleg waarbij ook de chirurg en MDL-arts aanwezig zijn. Dan worden met name patiënten met faecale problematiek besproken. Daarnaast is er een kinderspreekuur waar kinderen met poep- en plasproblemen terecht kunnen. Zij worden gezien door de kinderarts, de incontinentieverpleegkundige en bekkenbodemfysiotherapeut. Ook hierbij is dus duidelijk sprake van een multidisciplinaire aanpak. Ook problemen op het gebied van seksualiteit hebben een plaats in het RBC, zowel vanuit de urologische als de gynaecologische hoek. Dus niet alleen vrouwen bezoeken het RBC, ook mannen kunnen er terecht! Actualiteit en lopend onderzoek in het RBC Kwetsbaarheid bij ouderen Om de kwaliteit van zorg te verbeteren, wordt er vanuit het RBC onderzoek gedaan. Eén van de onderzoeken die op dit moment lopen, gaat over kwetsbaarheid bij ouderen. Op het RBC komen veel vrouwen naar het urogynaecologische spreekuur met klachten, die mogelijk gerelateerd zijn aan problematiek in de bekkenbodem. Onderzoeken laten zien dat prolapsklachten (verzakkingsklachten) met name voorkomen bij vrouwen op oudere leeftijd. Het in kaart brengen van de kwetsbaarheid bij deze patiëntengroep is een belangrijk onderdeel in het diagnostische en behandelproces. Van de vrouwen boven de 65 jaar die het RBC bezoeken wordt ruim 54% als kwetsbaar gezien. Uit onderzoeken in de algemene abdominale chirurgie is gebleken, dat kwetsbare ouderen significant meer complicaties ontwikkelen dan de niet-kwetsbare groep. Derhalve is het identificeren en vastleggen van kwetsbaarheid in deze patiëntengroep een essentieel onderdeel in het keuzeproces naar uiteindelijk de beste behandeling. De volgende stap in dit proces is het in kaart brengen van de consequenties, van het onderverdelen van de patiëntenpopulatie in wel en niet kwetsbaar, op bijvoorbeeld bepaald uitkomstmaten na operatieve behandeling. Keuzehulp voor stressincontinentie Vanuit het RBC lopen zelf geïnitieerde onderzoeken, maar het centrum neemt ook deel aan multicenter onderzoek. Momenteel loopt er een onderzoek naar een keuzehulp voor stressincontinentie. Deze keuzehulp werkt als hulpmiddel om voor zowel patiënt als zorgverlener duidelijk te krijgen wat de behandelwens

21

en verwachtingen van de patiënt zijn. Dit onderzoek past zeer bij ons streven om de behandeling zo ‘gezamenlijk’ mogelijk te doen en dus ook echt samen met de patiënt. Voordelen van intermitterend katheteriseren Uit onderzoek is gebleken, dat bij patiënten met verstoorde mictie na de partus of na een gynaecologische operatie, het intermitterend katheteriseren een positief en bespoedigend effect heeft op het herstel van het normale mictieproces. Verder worden bij het toepassen hiervan minder urineweginfecties gezien, dan wanneer een verblijfskatheter wordt gegeven. Het was daarom wenselijk de huidige werkwijze met verblijfskatheters bij urineretentie te herzien en met een verbetertraject te starten met “schone” intermitterende katheterisatie, clean intermittent catheterisation (CIC). Na bekkenbodemoperatie Gangbaar was, dat na een bekkenbodemoperatie patiënten een vaginale tampon krijgen om hematoomvorming te voorkomen, plus een verblijfskatheter. Tot voor kort werd de tampon de ochtend na de operatie verwijderd, waarna ook de verblijfskatheter kon worden verwijderd. Na een pilotstudie is gebleken dat de tampon en dus ook de verblijfskatheter op de avond van de operatie reeds veilig verwijderd kan worden. Het infuus wordt gestopt en de patiënte heeft zodoende tot de volgende ochtend om tot spontane mictie te komen. Na scholing en training van het verplegend personeel door onze continentieverpleegkundige, zal vanaf 2021 bij verstoorde mictie begonnen worden met schone intermitterende katheterisatie (CIC). Deze nieuwe werkwijze zal geëvalueerd worden op het RBC. Kraamvrouwen Ook wordt gekeken naar de toegevoegde waarde van CIC bij kraamvrouwen. Hormonale veranderingen in de zwangerschap verlagen de spiertonus in de blaas zodat de blaascapaciteit geleidelijk groter wordt tijdens de graviditeit. Na de partus neigt de blaas naar hypotonie, waardoor een verhoogde kans ontstaat op urineretentie en residu na mictie. Bij een kraamvrouw is het een normale bevinding als er na spontane mictie maximaal 500cc residu in de blaas achterblijft. Dit is een tijdelijk fenomeen, dat vrijwel altijd spontaan herstelt binnen één week. Voorheen werd er bij een groter residu gekozen voor een verblijfskatheter, in de toekomst zal dit leiden tot het gebruik van CIC bij urineretentie postpartum. Verder leidt het één jaar na de bevalling niet tot meer urinewegklachten. Samenwerking Sinds dit jaar bestaat er een mProve-werkgroep op het gebied van bekkenbodemzorg. De ASz-collega’s Daniella Oom, gynaecoloog en Jeltje de Beij, uroloog sluiten hierbij aan. De bedoeling is om van elkaar te leren en wellicht ook gezamenlijke projecten en onderzoeken op te zetten.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 22

DEELNAME AAN ONDERZOEK

Toestemming voor deelname aan onderzoek

Tamara Schaefer en Joke Bosch Tamara is kwaliteitsfunctionaris Wetenschapsbureau, Joke is Wetenschapscoördinator

Als je patiënten wil laten deelnemen aan onderzoek, hoe zit dit dan eigenlijk? In welke gevallen vraag je toestemming en wanneer hoef je dit niet te doen? En als je toestemming moet vragen, hoe doe je dit dan? In dit artikel beschrijven Tamara Schaefer en Joke Bosch de procedures voor het verkrijgen van geïnformeerde toestemming, ook wel informed consent. Wanneer moet je wettelijk gezien toestemming vragen en zijn hierop uitzonderingen mogelijk? Er bestaan verschillende vormen van onderzoek. Er is dossieronderzoek, ook wel retrospectief onderzoek genoemd, waarbij onderzoek gedaan wordt met reeds bestaande gegevens. En dan is er nog prospectief onderzoek, waarbij gegevens in de toekomst worden verzameld. Toestemming bij deze twee type vormen van onderzoek kunnen verschillend zijn. Voor beide beschrijven we hieronder hoe het zit met toestemming van de patiënt. Vervolgens komt aan bod hoe je toestemming kunt vragen om zo aan alle wettelijke eisen te voldoen. Veel van de informatie hieronder staat overigens ook beschreven in het Kwaliteitshandboek Wetenschap ASz STZ SOP’s (iProva). Retrospectief onderzoek Bij retrospectief onderzoek wordt gebruik gemaakt van al bestaande patiëntgegevens. Dien je dan alsnog toestemming aan de patiënt vragen om zijn of haar gegevens te gebruiken voor onderzoek? Ja, bij voorkeur wel, maar er zijn uitzonderingen. Ten

22


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 23

was

Z

DEELNAME AAN ONDERZOEK

eerste, wanneer het gaat om anoniem onderzoek. Je hoeft dan geen aparte toestemming te vragen voor het gebruik van deze al bestaande gegevens. Anoniem onderzoek betekent dat gegevens worden gebruikt zonder herleidbaarheid naar de patiënt. Dit wil zeggen geen naam, adres, zeldzame ziektes, coderingen enzovoort. Meestal is er bij retrospectief onderzoek sprake van gecodeerd onderzoek. Hierbij krijgt een patiënt een code en worden geen direct herleidbare gegevens in het databestand verwerkt. Deze code wordt in een sleutelbestand geplaatst, dit inclusief de herleidbare gegevens. Hiermee kunnen, indien dit nodig is, de gegevens herleid worden tot een specifieke patiënt. Deze sleutellijst, ook wel codelijst genoemd, wordt beveiligd en separaat opgeslagen van de database binnen de beveiligde omgeving van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ook bij dit type onderzoek is het wettelijk gezien verplicht om toestemming van de patiënt te vragen voor het gebruik van deze gegevens. Art. 7:458 BW van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en art. 24 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) kennen echter een aantal uitzonderingen, waarbij het vragen om toestemming niet verplicht is. Er moet dan een beroep gedaan worden op deze uitzonderingsbepaling voor het verkrijgen van toestemming. Dit wordt getoetst door de Wetenschappelijk Onderzoek Advies Commissie (WOAC). Voorwaarde is dat aan alle gestelde voorwaarden voldaan wordt en dat er nagegaan wordt of een patiënt geen bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn of haar gegevens. Daarnaast dient aantekening gemaakt te worden in het dossier van de patiënt. Voorwaarden uitzonderingsbepaling Als je als onderzoeker een beroep wilt doen op de uitzonderingsbepaling uit de WGBO en UAVG, dient dit gedegen onderbouwd te worden in het onderzoeksprotocol en ter beoordeling voorgelegd te worden aan de WOAC. Aan alle volgende voorwaarden dient te worden voldaan: 1. Toestemming vragen is in redelijkheid niet mogelijk (bijvoorbeeld omdat de patiënt is overleden) of kan alleen met onevenredige inspanningen worden verkregen (bijvoorbeeld bij grote aantallen patiënten); en 2. Het onderzoek moet het algemeen belang dienen; en 3. Het onderzoek is zinvol en duidelijk en kan niet zonder betreffende gegevens worden uitgevoerd; en 4. Bij de uitvoering van het onderzoek is voorzien in zodanige waarborgen, dat de persoonlijke levenssfeer van degenen wier gegevens het betreft, niet onevenredig wordt geschaad; en 5. De betrokkene heeft tegen dit gebruik geen bezwaar gemaakt. Algemeen belang De toelichting bij artikel 7:458 BW zegt over het ‘Algemeen belang’, dat het doel van het onderzoek gelegen moet zijn in de bevordering of de bescherming van de volksgezondheid. Dit betekent dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid moet zijn dat een groep van enige omvang daarbij een aanzienlijk voordeel kan hebben. Als voorbeeld hierbij is genoemd retrospectief onderzoek, of onderzoek gericht op medische diagnostiek en behandeling (curatieve en preventieve gezondheidszorg). Wanneer het gaat om een onderzoek waarvan de resultaten naar verwachting niet zullen kunnen bijdragen aan nieuwe wetenschappelijke inzichten, dan is aan dit criterium niet voldaan. Evenmin is aan het

23

criterium voldaan, wanneer het een onderzoek betreft dat in hoofdzaak is ingegeven door persoonlijk hobbyisme. Onderzoek louter in verband met een industrieel of commercieel belang is evenmin een toereikende rechtvaardiging. Voor retrospectief onderzoek blijft gelden dat onderzoek met anonieme gegevens of het uitvragen van toestemming voor wetenschappelijk onderzoek, de beste opties blijven. Prospectief onderzoek Prospectief onderzoek is onderzoek waarbij gegevens van patiënten in de toekomst worden verzameld. Dan dien je vooraf, van elke proefpersoon toestemming te verkrijgen, m.u.v. bepaald onderzoek in noodsituaties (zie verderop in dit artikel). De toestemmingsprocedure moet beschreven worden in het protocol. Bij WMO-plichtig onderzoek moet deze goedgekeurd worden door een erkende METC. Enkel door de METC-goedgekeurde informatie- en toestemmingsformulieren mogen aangeboden worden aan proefpersonen. Bij niet-WMO-plichtig onderzoek wordt dit beoordeeld door de lokale haalbaarheidscommissie, de WOAC. Bij prospectief onderzoek is dus zowel bij WMO-plichtig als bij niet WMO-plichtig (schriftelijke) toestemming van de proefpersoon wettelijk vereist. Hoe vraag je toestemming? Om toestemming, informed consent, te krijgen moet de onderzoeker zich houden aan relevante wettelijke vereisten, aan de eisen van de ICH-GCP richtlijn en aan de ethische beginselen, die hun oorsprong vinden in de Verklaring van Helsinki. Een aantal onderdelen hieruit worden hieronder toegelicht (bron: ASz STZ SOP U2). Informatie in begrijpelijke taal De proefpersoon moet zowel mondeling als schriftelijk in begrijpelijke taal geïnformeerd worden over het onderzoek. Voor WMOplichtig onderzoek stelt de CCMO-templates beschikbaar voor zowel volwassenen als minderjarigen (zie: www.ccmo.nl). Voor nwmo-plichtig onderzoek staat dit op de website nwmo-studies (zie: www.nwmostudies.nl). Door gebruik te maken van deze templates voldoe je aan alle eisen die aan de schriftelijke informatie gesteld worden (zie ook: ASz STZ SOP VC2 en VL2). Verder mogen de mondelinge of schriftelijke informatie over het onderzoek, inclusief het toestemmingsformulier, geen bewoordingen bevatten die er de oorzaak van kunnen zijn dat de proefpersoon, of de wettelijke vertegenwoordiger van de proefpersoon, afstand doet of afstand lijkt te doen van welke rechten dan ook. De informatie mag ook geen bewoordingen bevatten die de onderzoeker, de instelling of de sponsor, of hun vertegenwoordigers, vrijwaart of lijkt te vrijwaren van aansprakelijkheid bij nalatigheid. Vrijwillig Toestemming van de proefpersoon dient altijd vrijwillig te worden verkregen. De onderzoeker mag een potentiële proefpersoon nooit dwingen of onrechtmatig beïnvloeden om deelname aan een onderzoek te bewerkstelligen of te continueren.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 24

DEELNAME AAN ONDERZOEK

Bedenktijd Er dient voldoende bedenktijd te zijn. Uit praktijk is gebleken dat, afhankelijk van het type onderzoek, gemiddeld twee à drie weken gehanteerd wordt. In ieder geval moet de onderzoeker de proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger ruim de tijd en gelegenheid geven om naar de details van het onderzoek te informeren, de gegeven informatie te verwerken, de informatie te delen met anderen en tot slot, om te beslissen over deelname aan de studie. In de praktijk zie je vaak dat twee weken wordt aangehouden.

er getraind is op het studieprotocol en de informed consent procedure (zie: ASz STZ SOP O1 en O2).

Plaats van ondertekening Vóórdat de eerste studie-gerelateerde handeling plaatsvindt, moet het toestemmingsformulier door de proefpersoon zelf getekend zijn én voorzien zijn van naam en datum. Vaak zien we dat de datum ontbreekt. Dit heeft tot gevolg dat niet te achterhalen is of de toestemming voorafgaand aan de studiehandeling is gegeven. In principe wordt door de patiënt ondertekend in aanwezigheid van degene die het gesprek over het onderzoek met de persoon heeft gevoerd, waarna deze laatste het toestemmingsformulier ook ondertekent. Alleen in uitzonderingsgevallen mag de proefpersoon in afwezigheid van deze persoon (bijvoorbeeld thuis) het toestemmingsformulier tekenen en opsturen naar de onderzoeker. Deze procedure dient dan wel beschreven te zijn in het protocol en moet goedgekeurd worden.

Uitgestelde toestemming (‘deferred consent’) Bij wetenschappelijk onderzoek in noodsituaties is het niet altijd mogelijk om vooraf informed consent te verkrijgen van de proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger. Bij dit type onderzoek kan de METC goedkeuring geven voor uitgestelde toestemming. Dit betekent dat in deze gevallen, zodra de omstandigheden het toelaten, alsnog om toestemming gevraagd moet worden aan de proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger om de patiëntgegevens te mogen gebruiken en voor verdere continuering van het onderzoek. De CCMO heeft hier een notitie over geschreven (zie: www.ccmo.nl en ASz STZ SOP U2).

Specifieke patiëntengroepen • Volwassen, wilsbekwame proefpersonen tekenen de schriftelijke toestemming zelf. • Voor kinderen onder de 12 jaar is de toestemming nodig van de ouders die het gezag uitoefenen of van de voogd. • Bij minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar is zowel de schriftelijke toestemming van de tiener als die van de ouders die het gezag uitoefenen of van de voogd verplicht. • Voor mensen van 12 jaar of ouder die hun eigen belangen niet (meer) redelijk kunnen beoordelen, moeten ouders (voor zover zij het gezag hebben), voogd, wettelijk vertegenwoordiger, schriftelijk gemachtigde, echtgenoot of andere levensgezel schriftelijk toestemming geven. In die categorie vallen bijvoorbeeld demente ouderen en verstandelijk gehandicapten. Maar ook mensen die tijdelijk wilsonbekwaam zijn, zoals patiënten die in coma liggen. • Voor alle kinderen geldt dat indien beide ouders het gezag hebben, ook beide ouders dienen te tekenen. Wanneer een potentiële proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger niet in staat is om te lezen, dan moet gedurende het hele gesprek over toestemming, een onpartijdige getuige aanwezig zijn. Dit is niet van toepassing indien een proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger wel kan lezen, maar geen Nederlands spreekt of kan lezen. De proefpersoneninformatie en het toestemmingsformulier dienen in dat geval in de taal van de potentiële proefpersoon of wettelijk vertegenwoordiger vertaald te zijn. Zie voor meer informatie hierover zie: ASz STZ SOP U2. Wie vraagt om de toestemming? Het verkrijgen van toestemming kan door de onderzoeker gedelegeerd worden aan iemand anders uit het studieteam. In dat geval dient dit verantwoord te worden middels een delegation log en een trainingslog. In een delegation log worden de verantwoordelijkheden beschreven en in het trainingslog wordt vastgelegd wie

Na ondertekening dient de proefpersoon een kopie te ontvangen van zowel de informatiebrief als het getekende informed consentformulier. In het elektronisch patiëntendossier wordt de verkrijging van informed consent vastgelegd. Het origineel dient te allen tijde bewaard te worden in de investigator site file (ISF) (zie voor meer informatie ASz STZ SOP VL4).

Referenties - Website van de CCMO: https://www.ccmo.nl/ ; zie specifiek voor de templates: https://www.ccmo.nl/ onderzoekers/standaardonderzoeksdossier/e-informatie-proefpersonen/e1-e2-informatiebrief-en-toestemmingsformulier-proefpersonen; zie voor notitie over uitgestelde toestemming: https://www.ccmo.nl/ publicaties/publicaties/2020/02/25/ccmo-notitiestappenplannen-inzake-uitgestelde-toestemmingdeferred-consent-bij-onderzoek-in-noodsituaties - Website nwmostudies: https://nwmostudies.nl/; zie specifiek voor template: https://nwmostudies.nl/documenten/ . - WMA Declaration of Helsinki. - Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen. - Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. - Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming - Richtsnoer voor Good Clinical Practice E6(R2) (CPMP/ICH/135/95), officiële Nederlandse vertaling. Kwaliteitshandboek Wetenschap: - ASz STZ SOP VC2 Ontwikkelen proefpersoneninformatie / toestemmingsformulier (centraal) - ASz STZ SOP VL2 Aanpassen proefpersoneninformatie / toestemmingsformulier aan lokale situatie - ASz STZ SOP VL4 Studiedossiers (Investigator Site File/Trial Master File). - ASz STZ SOP U2 Informed consent procedure (iProva). - ASz STZ SOP O1 Verantwoordelijken research team (iProva). - ASz STZ SOP O2 Scholing research team (iProva).

24


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:24 Pagina 25


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 26

PROMOTIES

Suzanne Schol-Gelok:

“Die publicatie met onze herhaalde analyse was een hoogtepunt.”

Op 23 september 2020 promoveerde internist Suzanne Schol-Gelok - in coronatijd - aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift ‘Influence of (co-)medication on haemostatic biomarkers’. WASz sprak met haar over haar onderzoek en drijfveren.

Suzanne Schol-Gelok Suzanne werkt sinds januari 2020 als internist acute geneeskunde in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Sinds 1 april 2021 is ze ook wetenschapscoördinator van de SEH.

26


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 27

was

Z

PROMOTIES

Welk onderzoek heb je uitgevoerd? “Mijn onderzoek bestond uit twee delen. Het eerste deel ging in op de invloed van medicatie op het stellen van de diagnose longembolie. Het tweede deel ging over de invloed van bepaalde medicatie op de stolling van het bloed. Voor het eerste deel van mijn studie heb ik gekeken hoe de diagnose longembolie zo optimaal mogelijk kan worden gesteld of verworpen, en de invloed van het gebruik van medicatie hierbij. Met name heb ik daarbij de bruikbaarheid van het YEARS-algoritme onderzocht. In dit algoritme moeten als eerste bepaalde klachten van de patiënt worden genoteerd (tekenen van trombosebeen, ophoesten van bloed en de klinische waarschijnlijkheid op een longembolie) en als tweede altijd de D-dimeer worden bepaald. De D-dimeer is een afbraakproduct van stolsels en een maat voor de aanwezigheid van trombose, maar kan ook hoog zijn door andere redenen. De aangehouden grenswaarde van de D-dimeer in het YEARS algoritme wordt vastgesteld op basis van de gemelde klachten. Als de D-dimeer onder deze grenswaarde ligt, wordt de diagnose longembolie uitgesloten, als de D-dimeer boven de grenswaarde ligt, wordt een CT-scan gemaakt. Het YEARS-algoritme is prospectief onderzocht in een cohort van meer dan 3000 patiënten. Hieruit bleek dat minder dan 1% van de patiënten bij wie een longembolie was uitgesloten met het YEARSalgoritme, alsnog een event had gekregen. Daarnaast bleek het algoritme makkelijk toepasbaar op de SEH en kon bij bijna 50% van de patiënten met een mogelijke longembolie, de CT-scan achterwege gelaten worden. Een zeer groot voordeel. Medicatie kan impact hebben op de D-dimeer en dus mogelijk ook het YEARS-algoritme verstoren. Statines kunnen bijvoorbeeld een verlaging van de D-dimeer van ongeveer 15% veroorzaken. We hebben aangetoond dat het algoritme ook bij statinegebruik betrouwbaar is. Daarnaast is bewezen dat ook bij het gebruik van plaatjesaggregatieremmers en PCSK9-remmers (een alternatief voor statines) het YEARS-algoritme toegepast kan worden. In het tweede deel van mijn proefschrift toonde ik aan dat statines duidelijk een impact hebben op de stolselafbraak (fibrinolyse) en daarmee dus mogelijk antitrombotische eigenschappen hebben. In het geval dat toekomstige studies inderdaad een verlaagd risico op een recidief trombose aantonen bij statinegebruik in een groep van patiënten bij wie je liever geen antistollingsmedicatie voorschrijft, dan hebben we mogelijk een mooi alternatief in handen om tromboses te voorkomen in deze populatie. Tevens heb ik gekeken naar het trombose risico van Olanzapine, een antipsychoticum. Olanzapine bleek geassocieerd met een verhoogd risico op een trombotisch event. Dit is niet zomaar toe te schrijven aan een directe werking op het stollingssysteem, maar lijkt eerder een gevolg van andere bijwerking van dit medicament, zoals gewichtstoename en verminderde lichamelijke activiteit. Indirect kan dit middel zo bijdragen aan een verhoogd risico op thromboses.”

27

Wat zijn de belangrijkste lessen voor de klinische praktijk? “Het YEARS-algoritme is ondertussen ingevoerd in de klinische praktijk. Ook in het ASz zal dit algoritme in gebruik genomen worden. De klinische toepassing van de overige bevindingen moet nog blijken. Zelf gebruik ik de opgedane kennis in de praktijk en geef ik deze ook door aan bijvoorbeeld arts-assistenten. De impact van gebruik van medicatie op de D-dimeer is bijvoorbeeld vaak nog onderbelicht. Een ander essentieel punt is dat artsen zich meer bewust moeten worden van het belang om bijwerkingen te blijven melden aan bijwerkingscentra in het geval van een onverwachte diagnose. Er zou namelijk een verband kunnen zijn met het gebruik van een bepaald geneesmiddel. Dit zou de kennis van bijwerkingen van medicatie kunnen verbeteren.

”Een ander essentieel punt is dat artsen zich meer bewust moeten worden van het belang om bijwerkingen te blijven melden aan bijwerkingscentra in het geval van een onverwachte diagnose”

Hoe ben je in het promotietraject gerold? “Ik heb mijn studie geneeskunde gedaan in het Erasmus MC. Daarnaast heb ik een master clinical research gedaan, met als onderwerp genetische eigenschappen bij depressie. Onderzoek doen vond ik meteen leuk, maar ik wilde wel graag iets doen wat meer dichtbij de kliniek ligt. In 2013 kwam de YEARS-studie op mijn pad. Dichter bij de kliniek dan deze prospectieve, multicenter studie was eigenlijk niet mogelijk. Ik heb alle inclusies in Rotterdam verzorgd. Vervolgens kwamen er steeds meer interessante projecten bij, beginnende bij de impact van statines op YEARS, totdat het zich ontwikkelde tot een volwaardig promotietraject .” Hoe heb je je promotie met je werkzaamheden als arts kunnen combineren? “Ik heb veel werk naast mijn opleiding tot internist gedaan, al heb ik wel een wetenschapsstage van zes maanden ingelast. Veel werk is daarom in de avonduren gedaan. Het laatste artikel heb ik zelfs afgerond tijdens mijn derde zwangerschapsverlof. Gelukkig had ik thuis veel ondersteuning.”


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 28

PROMOTIES

Hoe verliep het promoveren in coronatijd? “Ik heb nog net mazzel gehad. Er mochten nog 30 mensen in de zaal aanwezig zijn, met daarnaast de volledige commissie, mijn paranimfen en een fotograaf. Ook konden mensen digitaal aansluiten. Na afloop was een receptie ook nog mogelijk, al waren de felicitaties wel op 1.5 meter afstand. Daarna zijn we met een selecte groep gaan lunchen in Rotterdam. Een week later werden er alweer verscherpte maatregelen ingesteld. Ik ben erg blij dat ik de dag toch op deze manier heb kunnen invullen.” Wat was het hoogtepunt en het dieptepunt tijdens het traject? “Het hoogte- en dieptepunt van het traject liggen eigenlijk binnen één artikel. Ik ontdekte een groot systematic review, waarin een groot effect van statines op de D-dimeer werd beschreven. Het effect dat zij beschreven, zou betekenen dat het YEARS-algoritme ernstig verstoord zou worden door het gebruik van statines. Ik ben toen in dit artikel gedoken en er bleek van alles niet correct te zijn met de gebruikte data en data analyses. Toen wij de analyse overdeden met dezelfde data als beschreven in het eerste systematic review, bleek dat de invloed van statines veel genuanceerder lag. We hebben een brief gestuurd naar het tijdschrift dat dit artikel gepubliceerd had. Er werd niets mee gedaan en ons artikel met de herhaalde analyse werd vervolgens ook niet geaccepteerd. Dit was wel een flink dieptepunt. We hebben ons artikel vervolgens bij een ander tijdschrift aangeboden en daar is het geaccepteerd. Die publicatie was wel echt een hoogtepunt, vooral omdat ik zo de kennis over dit onderwerp toch nog kon rechtzetten en de waarde van onderzoek in het algemeen werd hersteld.”

Welk advies heb je voor een aankomende promovendus/promovenda? “Laat je niet te snel teleurstellen. Stel jezelf een doel en houd dit constant voor ogen. Maar het belangrijkst is: laat het vooral leuk zijn, hierdoor blijft je motivatie hoog.” Ga je zelf verder in het onderzoek? Zie je daar mogelijkheden voor binnen het ASz? “Na de promotie heb ik het onderzoek even op een laag pitje gezet, ik wilde eerst even bijkomen. Ondertussen begint het weer te kriebelen. Ik ben nu aan het inventariseren wat de mogelijkheden zijn. Het lijkt me ook erg leuk verder te gaan met een ander onderwerp. Wat dit betreft komen er veel interessante onderwerpen voorbij op de SEH van het ASz. Binnenkort ga ik aan de slag als wetenschapscoördinator van de SEH. In deze rol begeleid ik ook AIOS en ANIOS bij hun wetenschappelijk onderzoek.” Wil je de gehele thesis lezen? Ga dan naar: https://repub.eur.nl/pub/129599

28


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 29

ELIQUIS, WERELDWIJD DE MEEST VOORGESCHREVEN DOAC*1 ®

• Minder bloedingen én minder beroertes t.o.v. VKA bij patiënten met niet-valvulair AF2 • Oók bij risicopatiënten, lichte tot matige nierinsufficiëntie en ouderen3-7 antistollingannonu.nl/feiten Productinformatie en referenties elders in deze uitgave

432NL2001770-01-01 maart 2020


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 30

PROMOTIES

Op zoek naar klinische symptomen en risicofactoren voor cerebraal veneuze trombose Digitaal je proefschrift verdedigen in coronatijd, je hebt het liever anders. Met familie en vrienden om je heen, je paranimfen, de rituelen, zo wil je het. Maar het is niet anders. Dit gold ook voor Suzanne Silvis. Ze promoveerde op 5 juni vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam en deed dat via Zoom. Desondanks werd het een mooie, persoonlijke en onvergetelijke dag. In dit artikel beschrijft Suzanne de onderwerpen uit haar proefschrift.

Hoewel ik het een flinke teleurstelling vond dat ik niet in de Agnietenkapel van de Universiteit van Amsterdam mijn proefschrift mocht verdedigen, heb ik er samen met mijn paranimfen het beste van gemaakt. Gelukkig mocht ik thuis in Dordrecht een klein aantal mensen ontvangen na mijn digitale promotie. Dit maakte de viering zeer persoonlijk en er was ook een grote bijdrage aan lieve videoboodschappen van eenieder die er niet bij kon zijn. Daarnaast heb ik nog nooit zoveel bloemen ontvangen. Dit alles maakte het tot een onvergetelijke dag en een prachtige afsluiter van vele jaren hard werk naast mijn opleiding tot neuroloog. Cerebraal veneuze trombose Cerebrale veneuze trombose (CVT ) is een ernstige, zeldzame vorm van trombose van de veneuze sinus en venen van de hersenen. Bij CVT wordt door een trombus de afvoer van liquor en bloed vanuit de hersenen beperkt. De verscheidenheid aan klinische symptomen die kunnen ontstaan is groot, waardoor de diagnose vaak lastig te stellen is. Bij presentatie hebben 90% van de patiënten hoofdpijn en ongeveer 40% van de patiënten maakt acuut symptomatische epileptische insulten door. Bij presentatie heeft 50% van de patiënten een intracerebrale bloeding of cerebraal oedeem (zie figuur 1).1 Suzanne Silvis Suzanne Silvis is sinds februari 2020 werkzaam als neuroloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze deed aan de Universiteit van Amsterdam promotieonderzoek naar cerebraal veneuze trombose (CVT). Haar proefschrift is getiteld ‘Risk factors, clinical manifestations and outcome in cerebral venous thrombosis’. Het promotieonderzoek is verricht onder supervisie van de promotoren prof. dr. I.N. van Schaik en prof. dr. Y.B.W.E.M. Roos en copromotor dr. J. Coutinho.

De behandeling van de trombose bestaat uit het geven van heparine, gevolgd door orale anticoagulantia.2 Cerebraal veneuze trombose is een ernstige aandoening met een mortaliteit tussen de 5% en 10%. In de acute fase overlijden de meeste patiënten door inklemming van de hersenen door drukverhoging.3 Ondanks dat ongeveer 80% van de patiënten herstelt zonder fysieke restverschijnselen, houden veel patiënten wel chronische symptomen met een negatieve invloed op de kwaliteit van leven, zoals hoofdpijn, verminderde concentratie en stemmingsstoornissen.4 CVT komt voornamelijk voor bij jongvolwassen patiënten. De meeste patiënten zijn tussen de 30 en 40 jaar oud, terwijl

30


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 31

was

Z

PROMOTIES

slechts 10% van de patiënten ouder is dan 65 jaar. Als gevolg van de geslachts-specifieke risicofactoren, zoals orale anticonceptie, een zwangerschap en de kraamperiode, komt CVT driemaal zo vaak voor bij vrouwen dan bij mannen. Er zijn veel verschillende risicofactoren beschreven voor het ontwikkelen van CVT en uit cohortstudies blijkt dat er in 85% van de patiënten een of meerdere risicofactoren aanwezig zijn. Voor de meeste van deze risicofactoren zijn geen gecontroleerde studies verricht, waarmee bewijs voor de associatie gekwantificeerd kan worden. Het doel van dit promotieonderzoek was het bij elkaar brengen van voldoende patiënten om studies naar klinische symptomen en risicofactoren voor CVT uit te voeren. Hiervoor is het internationaal CVT-consortium opgezet, waarbij tot op heden gedetailleerde data van meer dan 1200 patiënten met CVT verzameld zijn en waarvan meerdere resultaten in dit proefschrift worden beschreven. Risicofactoren Voor het onderzoek naar risicofactoren hebben we in eerste instantie een review geschreven over bekende en veronderstelde risicofactoren voor CVT.5 Naar aanleiding van deze review hebben we ons gericht op de associatie tussen CVT met kanker en met zwangerschap en de kraamperiode. Om deze associatie te onderzoeken hebben we twee case-control studies uitgevoerd. Voor beide studies werden als controlegroep de controles van de Nederlandse Multiple Environmental and Genetic Assessment (MEGA)-studie gebruikt. Dit is een grote case-control studie naar risicofactoren voor diep veneuze trombose en longembolie.6 In onze case-control studie naar de associatie tussen kanker en CVT was kanker geassocieerd met een bijna vijf maal verhoogd risico op CVT, ten opzichte van het risico in de controle groep.7 Het risico was verhoogd zowel bij patiënten met hematologische kanker (25x hoger risico) als bij patiënten met solide kanker (3x hoger risico), waarbij het risico op CVT het hoogst bleek in het eerste jaar na kanker diagnose. Na exclusie van mannen, vrouwen ouder dan 50 jaar en vrouwen die anticonceptie gebruikten, hebben we de associatie tussen zwangerschap en de kraamperiode met CVT onderzocht.8 We vonden dat 24% van de patiënten en 7% van de controles zwanger waren of in de kraamperiode verkeerden. Er was een bijna vier maal verhoogd risico op CVT gedurende zwangerschap en in de kraamperiode. Bij stratificatie bleek dat dit verhoogde risico volledig toe te schrijven was aan het ruim tien keer verhoogde risico gedurende de kraamperiode. Tijdens de zwangerschap leek er geen verhoogd risico op CVT. Dat we geen verhoogd risico vonden op CVT gedurende de zwangerschap was verassend, zeker omdat bij diep veneuze trombose en longembolie dit wel is aangetoond. Het risico op diep veneuze trombose loopt op van ongeveer vijf keer verhoogd tijdens de zwangerschap tot ongeveer 60 keer verhoogd in de kraamperiode.9,10 Behalve dat er tijdens de zwangerschap verschillende veranderingen zijn in het lichaam wat betreft stolling en fibrinolyse, is de hypothese dat de uterus ook een directe compressie geeft op de iliacale en femorale venen, waardoor er stase en dus trombose kan ontstaan. De afwezigheid van compressie als directe oorzaak van trombose zou een reden kunnen zijn dat we tijdens de zwangerschap geen verhoogd risico op CVT vonden. Op basis van onze bevindingen is de

31

Figuur 1 Vier radiologische afbeeldingen van patiënten met CVT. Afbeelding A: Sagittale MR-venografie met contrast van een patiënt met trombose van de sinus sagittalis superior. De witte pijl wijst het vullingsdefect aan veroorzaakt door het trombus. Afbeelding B: Axiale CT-scan met daarop een intracerebrale bloeding met omringend oedeem in de rechter temporaalkwab. Afbeelding C: Axiale CT-scan van een patiënt met sinus sagittalis superior trombose en een juxtacorticale bloeding (grote pijl). De sinus sagittalis superior is hyperdens door het aanwezige trombus (kleine pijl). Afbeelding D: Axiale CT-scan van een patiënt met trombose van het diep veneuze systeem. Er is bilateraal thalamusoedeem zichtbaar (witte pijlen) en verwijding van het ventrikelsysteem (hydrocephalus). aanbeveling om laagdrempelig aanvullend onderzoek te doen naar CVT bij een patiënte in de kraamperiode met hoofdpijn. Bij een zwangere met geïsoleerde hoofdpijn zonder andere verschijnselen is het verdedigbaar, een beleid te voeren dat vergelijkbaar is met vrouwen die niet zwanger zijn. Klinische verschijnselen Een van de meest voorkomende klinische verschijnselen bij CVT zijn acuut symptomatische insulten, maar de voorspellers voor het krijgen hiervan waren nog onvoldoende onderzocht. In ons cohort van had 34% van de patiënten acuut symptomatische insulten.11 Voorspellers voor acuut symptomatische epileptische insulten waren (in aflopende volgorde van voorspellende waarde): intracerebraal hematoom, cerebraal oedeem of infarct zonder bloeding, corticale vene trombose, trombose van de sinus sagittalis superior, focale neurologische uitval, subarachnoidaal bloed, en geslachts-


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 32

PROMOTIES

specifieke risicofactoren. We vonden geen effect op de klinische uitkomst van patiënten na het doormaken van een acuut symptomatisch epileptisch insult. Naast acuut symptomatische insulten hebben wij ons ook gericht op het voorkomen van late insulten na het doormaken van CVT (optredend zeven dagen of later na diagnose). Van het cohort maakten 11% van de patiënten een of meerdere late epileptische insulten door.12 De relatieve incidentie van het eerste late epileptische insult was 30 per 1000 persoonsjaren. Voorspellers voor het optreden van een laatepileptisch insult waren (in aflopende volgorde van voorspellende waarde): status epilepticus in de acute fase van CVT, decompressieve hemicraniectomie, acuut symptomatische insulten zonder status epilepticus, subduraal hematoom, en intracerebraal hematoom. Een groot deel van de patiënten had een recidief laat-epileptisch insult (70%), ondanks dat de overgrote meerderheid van de patiënten (94%) anti-epileptica voorgeschreven kreeg na het doormaken van een eerste laat-epileptisch insult. Het hoge recidief risico op een insult na het doormaken van een eerste laat insult maakt, dat een diagnose van epilepsie gesteld kan worden na een eerste laat insult.13 Toekomstig onderzoek In de discussie van mijn proefschrift worden alle resultaten samengevat, bediscussieerd en in de context van de huidige kennis geplaatst. Voor toekomstig onderzoek naar risicofactoren zou het bijvoorbeeld interessant zijn, de associatie te onderzoeken van schildklieraandoeningen en inflammatoire darmziekten met CVT. Ook is er een groep patiënten met CVT bij wie geen risicofactor voor de ziekte gevonden wordt. Bij patiënten met diep veneuze trombose zonder risicofactor, blijkt dat bij zeker 5% hiervan in het eerste jaar na de trombose kanker wordt gediagnosticeerd, in het bijzonder bij patiënten van 50 jaar of ouder.14 Bij CVT wordt in de groep van 50 jaar of ouder, in tegenstelling tot bij de jongere patiënten, in 40% van de gevallen geen risicofactor gevonden.15 Om deze en andere toekomstige onderzoeksvragen te beantwoorden is het huidige internationale CVT-consortium een goed startpunt om verdere data te verzamelen. Wil je de gehele thesis lezen? Ga dan naar: https://pure.uva.nl/ws/files/47929186/Thesis.pdf

Referenties

01 02 03

04

05 06 07

08

09 10

11

12

13 14

15

1. Silvis SM, de Sousa DA, Ferro JM, Coutinho JM. Cerebral venous thrombosis. Nat Rev Neurol. 2017 Sep;13(9):555-565 2. Coutinho J, de Bruijn SF, Deveber G, Stam J. Anticoagulation for cerebral venous sinus thrombosis. Cochrane Database Syst Rev. John Wiley & Sons, Ltd; Epub 2011 Aug.:CD002 3. Ferro JM, Canhao P, Stam J, Bousser M-G, Barinagarrementeria F, ISCVT Investigators. Prognosis of cerebral vein and dural sinus thrombosis: results of the International Study on Cerebral Vein and Dural Sinus Thrombosis (ISCVT). Stroke. 2004;35:664–670. 4. Hiltunen S, Putaala J, Haapaniemi E, Tatlisumak T. Long-term outcome after cerebral venous thrombosis: analysis of functional and vocational outcome, residual symptoms, and adverse events in 161 patients. J Neurol. 2016 Mar;263(3):477-84 5. Silvis SM, Middeldorp S, Zuurbier SM, Cannegieter SC, Coutinho JM. Risk Factors for Cerebral Venous Thrombosis. Semin Thromb Hemost. Thieme Medical Publishers; 2016;42:622–631. 6. Blom JW, Doggen CJ, Osanto S, Rosendaal FR. Malignancies, prothrombotic mutations, and the risk of venous thrombosis. JAMA. 2005;293(6):715-722. 7. Silvis SM, Hiltunen S, Lindgren E, Jood K, Zuurbier SM, Middeldorp S, Putaala J, Cannegieter SC, Tatlisumak T, Coutinho JM. Cancer and risk of cerebral venous thrombosis: a case-control study. J Thromb Haemost. 2018 Jan;16(1):90-95 8. Silvis SM, Lindgren E, Hiltunen S, Devasagayam S, Scheres LJ, Jood K, Zuurbier SM, Kleinig TJ, Silver FL, Mandell DM, Middeldorp S, Putaala J, Cannegieter SC, Tatlisumak T, Coutinho JM. Postpartum Period Is a Risk Factor for Cerebral Venous Thrombosis. Stroke. 2019 Feb;50(2):501-503 9. Pomp ER, Lenselink AM, Rosendaal FR, Doggen CJ. Pregnancy, the postpartum period and prothrombotic defects: risk of venous thrombosis in the MEGA study. J Thromb Haemost. 2008;6(4):632-637. 10.Heit JA, Kobbervig CE, James AH, Petterson TM, Bailey KR, Melton LJ, 3rd. Trends in the incidence of venous thromboembolism during pregnancy or postpartum: a 30-year population-based study. Ann Intern Med. 2005;143(10):697-706. 11. Sánchez van Kammen M, Lindgren E, Silvis SM, Hiltunen S, Heldner MR, Serrano F, Zelano J, Zuurbier SM, Mansour M, Aguiar de Sousa D, Canhão P, Al-Asady S, Ekizoglu E, Redfors P, Yesilot N, Ghiasian M, Barboza MA, Arnao V, Aridon P, Punter MNM, Ferro JM, Arauz A, Tatlisumak T, Arnold M, Putaala J, Jood K, Coutinho JM. Late seizures in cerebral venous thrombosis. Neurology. 2020 Sep 22;95(12):e1716e1723. 12.Lindgren E, Silvis SM, Hiltunen S, Heldner MR, Serrano F, de Scisco M, Zelano J, Zuurbier SM, Sánchez van Kammen M, Mansour M, Aguiar de Sousa D, Penas S, Al- Asady S, Ekizoglu E, Redfors P, Ahmed A, Yesilot N, Ghiasian M, Barboza MA, Arnao V, Aridon P, Punter MNM, Ferro JM, Kleinig T, Arauz A, Tatlisumak T, Arnold M, Putaala J, Coutinho JM, Jood K. Acute symptomatic seizures in cerebral venous thrombosis. Neurology. 2020 Sep 22;95(12):e1706-e1715. 13. Fisher RS, Acevedo C, Arzimanoglou A, et al. ILAE official report: a practical clinical definition of epilepsy. Epilepsia. 2014;55:475-482. 14. van Es N, Le Gal G, Otten HM, et al. Screening for Occult Cancer in Patients With Unprovoked Venous Thromboembolism: A Systematic Review and Meta-analysis of Individual Patient Data. Ann Intern Med. 2017;167(6):410-417 15.Ferro JM, Canhao P, Bousser MG, Stam J, Barinagarrementeria F, Investigators I. Cerebral vein and dural sinus thrombosis in elderly patients. Stroke. 2005;36(9):1927-1932.

32


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 33

De toekomst is elektrisch Volvo XC40 Recharge Denkt u bij de keuze van een nieuwe auto niet alleen aan uw eigen comfort en veiligheid, maar ook aan uw dierbaren en hun toekomst? Dan is uw keuze nu makkelijk. Want als één van de eerste volledig elektrische Volvo’s, biedt de nieuwe Volvo XC40 Recharge alles om het leven mooier te maken, nu en later. Een stoere en compacte SUV met strak Scandinavisch design en een inventief interieur dat alle ruimte biedt. Voorzien van de meest geavanceerde veiligheidsvoorzieningen en een krachtige elektrische aandrijving voor maximaal rijplezier zonder uitstoot. Ontworpen voor u én de volgende generatie. D E V O L L E D I G E L E K T R I S C H E V O LV O X C 4 0 R E C H A R G E BOEK NU UW PROEFRIT OP SVENSCAR.NL

Volvo XC40 Recharge Twin Pure electric vanaf €56.495 (consumentenadviesprijs) of €55.370 (fiscale waarde). Lease vanaf €669 p.m., excl. btw en electriciteit, o.b.v. Full Operational Lease, 60 mnd, 15.000 km p.j., Volvo Car Lease: 020-65 873 10 (kantooruren). Wijzigingen voorbehouden. Raadpleeg voor meer informatie de verkoopvoorwaarden op www.volvocars.nl. WLTP gecombineerd verbruik: 0 l/100 km, gem. CO2-uitstoot resp. 0 g/km.

Auto SvensCar | Mijlweg 29 | Dordrecht | T. 078-6322270 | svenscar.nl

Verstegen zorgt ervoor dat uw financiën gezond blijven

2

9 4 6 3 5 1 7 6 3

4

0

8

0G V OV BSUT PG TQFDJBMJTU CFOU IFU JT WFSTUBOEJH PN 7FSTUFHFO EF CBMBOT PQ UF MBUFO NBLFO 8JK IPVEFO VX GJOBODJºMF TJUVBUJF OV FO JO EF UPFLPNTU HF[POE )PF XF EBU EPFO 1VVS EPPS BBOEBDIU 8JK MVJTUFSFO OBBS VX XFOTFO 8JK LJKLFO OBBS IFU DPNQMFUF QMBBUKF 8JK

5

7

LFOOFO VX TFDUPS FO EF NPHFMJKLIFEFO %JF BBOEBDIU DPNCJOFSFO XJK NFU WFSTUBOE WBO [BLFO FO HFWPFM WPPS EF NFOT ;PBMT BMMFFO TQFDJBMJTUFO EBU LVOOFO 7FSUSPVX PQ EF BDDPVOUBOUT FO BEWJTFVST WBO 7FSTUFHFO EBBS XPSEFO VX HFME[BLFO FFO TUVL CFUFS WBO

/PPSEFOEJKL t 1PTUCVT "/ %PSESFDIU 5 t ' info@WFSTUFHFOBDDPVOUBOUT OM t verstegenaccountants.nl


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 34

PROMOTIES

Promoveren was een persoonlijke wens

Elles Zock is jarenlang columniste van de WASz geweest. Haar promotietraject heeft ze met ons gedeeld, met als hoogtepunt dat ze op 3 december j.l. aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde. Haar proefschrift gaat over snelheid van behandeling van patiënten met beroerte en het effect van preventieve antibiotica bij een beroerte. Elles is al langer werkzaam in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze begon als fysiotherapeut in 2001 en heeft tot heden diverse posities bekleed. Als physician assistant (PA) verrichtte zij promotieonderzoek onder begeleiding van professor Diederik van de Beek en copromotoren Henk Kerkhoff en Ruud Kleyweg. De WASz-redactie sprak met Elles over haar proefschrift.

Elles Zock Elles Zock werkt sinds 2011 als physisian assistant (PA) Neurologie in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Afgelopen december verdedigde zij aan de Universiteit van Amsterdam met succes haar proefschrift getiteld “Time to treatment and preventive antibiotics in stroke”.

34


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 35

was

Z

PROMOTIES

Waar gaat jouw proefschrift over? “Het bestond uit twee grote onderwerpen. In onze praktijk bleek dat veel patiënten met grote vertraging medische hulp zochten, nadat er symptomen waren ontstaan van een beroerte. We hebben onderzocht welke factoren hier een rol in spelen. Kennis hebben over de symptomen wordt geacht de belangrijkste factor te zijn, maar mijn resultaten laten zien dat er tal van factoren zijn die een rol spelen waarom de ene patiënt wel snel hulp inschakelt en de andere niet. Te denken aan bijvoorbeeld angst voor het ziekenhuis, bang om de rekening van de ambulance te moeten betalen of geen pijn ervaren met de gedachte dat het allemaal niet zo erg is. In het tweede deel komt de inzet van antibiotica tijdens een beroerte aan de orde. We zien in de kliniek dat patiënten met een beroerte vaak ook infecties krijgen: een longontsteking of een urineweginfectie. We hebben onderzocht of het preventief gebruik van antibiotica bij patiënten met een beroerte de functionele uitkomst verbetert. Dit blijkt niet het geval te zijn.

”Promoveren is niet zozeer een must voor mijn verdere carrière, maar wel nuttig voor mijn werk in de dagelijkse praktijk”

Hoe ben je in het onderzoek gerold? “Ik had al heel lang een persoonlijke wens om te promoveren. Promoveren is niet zozeer een must voor mijn verdere carrière, maar wel nuttig voor mijn werk in de dagelijkse praktijk. Ik kan een bijdrage leveren aan onderzoek dat op onze eigen werkvloer geïnitieerd is, of vanuit de academie en ik ben goed op de hoogte van de laatste wetenschappelijke resultaten op neurovasculair gebied. Dit draagt bij aan inhoudelijke verbetering van onze neurovasculaire zorg. Ik wilde heel graag promoveren om aan mijzelf te bewijzen dat ik het kan. Vanuit mijn opleiding Gezondheidswetenschappen had ik al een op onderzoek gerichte achtergrond. Een promotie sluit daar erg goed op aan.” Hoe bijzonder is het dat een PA promoveert? “Op zichzelf hoeft het niet bijzonder te zijn. Toch ken ik maar enkele andere PA’s die zijn gepromoveerd. Het zou wel eens te maken kunnen hebben met de achtergrond van de PA. Je kunt PA

35

worden vanuit een fysiotherapeutische of verpleegkundige achtergrond, maar ook vanuit een gezondheidswetenschappelijke achtergrond, zoals ik. Misschien dat promotieonderzoek doen dan wat meer voor de hand ligt.” Wat was voor jouw het dieptepunt in de promotie? “Nadat ik moeder ben geworden, was het voor mij naast mijn baan pittig om mijn promotie af te ronden. Echter, ik kan het niet laten om iets niet af te ronden. Gelukkig heeft mijn partner mij enorm geholpen, zodat ik uiteindelijk tijd kreeg om mijn promotie met goed gevolg af te ronden.” Wat was voor jou het hoogtepunt in de promotie? “De verdediging! Ik ben blij dat ik het fysiek heb mogen verdedigen, ik had daar namelijk vanaf het begin al naar uitgekeken. Ik had een heel tevreden gevoel over de verdediging!” Retrospectief of prospectief? “Prospectief. Dan word je ook gedwongen om onderzoeksprotocollen goed op te stellen, concrete afspraken te maken en de primaire uitkomsten goed te definiëren.” Farmaceutische industrie of stipendium? “Stipendium. Hoe gaaf is het dat je eigen ziekenhuis jouw onderzoek steunt.” Onderzoeksgroep of solo? “Onderzoeksgroep! Je hoeft niet voor alles zelf het wiel uit te vinden, je leert van elkaar. ” Academisch of perifeer? “Perifeer. Het is heel leuk om onderzoek in de periferie te doen, waar de grote aantallen patiënten liggen.” Wil je de gehele thesis lezen? Ga dan naar: https://pure.uva.nl/ws/files/52814533/Thesis.pdf


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 36

ADVERTORIAL

(& % & # &" &"%" % && & &"%# &" %

0

5KBMKFLCC;KJMD?MKFGGLBMDMHK/./M-AIKG5DMFMLI EGM,IK+>B*KFCHKBMLK)M?(KEGG,BK9M6EHA=6E 'D>=IMLK&K%H,GL:CIAM:CHC;MLK$N'K$ILM6EI( HAMIKDCH;KHCKIMKBMH?MH2K#/C;MDA@?=KMLFCLMHKJMKJAH=I FCHK/./M-AI2K/MK<MMDBMHKMHKFML=DC;MHKFACK9JAAH ?G:MH(K!GHBMLKECHB:CIA;MKC6IAM=(KFMMDK=HMDDMLK<AHHMH AHKEMIK ' 2K AMLBGGLK?CHKMMHKBAMH=IBGMHBMKCLI=KMMH =5GMBGHBML!GM?KBALM6IKAH!AMH2K/CCLHCC=IKECBBMHKJA@KAH EMIKFMLDMBMHK:MIK!GFMMDKFML=6EADDMHBMK>AIJA==MD =*=IM:MHKIMK:C?MH2K MIKIML>;<LMH;MHKHCCLKIJMM =*=IM:MH(K EADA5=K GL.AMJK / KMHK9JAAH(K:CC?IKEMI GFML!A6EIMDA@?ML2K/AIK<LMH;IKL>=IK:MIK!A6EK:MM2 ('&%$&##&"%! &% & %# ""&"% % & $ % " & $ +>B*4K# MKEM<<MHKMMHK6MHILCDMK5DM?KJCCLKBMKA:5GLI(KM-5GLI MHKEMIK?G55MDJML?KJGLBIKFMLLA6EI2K MKJML?MHK!GFMMD :G;MDA@?K;M HIM;LMMLBKAHKEMIK ' 2K D=KMMHK!AM?MHE>A=KGH= <MMDBMHKIGM=I>>LI(KBCHK?G:MHK!MKC>IG:CIA=6EKAHKBMK9JAAH JML?DA@=IK NA==AH;+% KAHKEMIK ' 2K/MKC55DA6CIAM<MEMMLBML 6GHILGDMMLIKLM;MD:CIA;KBM!MKJML?DA@=IKG5KHAM>J <AHHMH;M?G:MHKGHBML!GM?MH(K!GBCIKBM!MKBALM6IK :AI=KBM 5CIA HIKA=KAH;M=6ELMFMH KCCHKMMHK % GHBML!GM?KJGLBI ;M?G55MDB2K.ML=I>LMHKFCHK<MMDBMHKMHKFML=DC;MHKA=KEMDM:CCD =A:5MD2K MIK9JAAHK5GLICCDKJGLBIKFACKEMIK ' K;MG5MHB2K/M @>A=IMK5CIA HIK=ICCIKBCHKCDKG5KBMK6GHIM-I2K AMLHCKEGM,K@MKCDDMMH BMKGHBML!GM?MHKMHKEMIK@>A=IMK!AM?MHE>A=K>AIKEMIK9JAAH CBLM=<GM?KIMK=MDM6IMLMH2K MIKJGLBIK=IMMB=K:C??MDA@?ML BGGLBCIKJMKH>KCDDM:CCDKG5K9JAAHKGFML=IC55MHKMHKAHKEMIK ' JML?MH2K0H!MKBAMH=IBGMHBMKCLI=MHKEM<<MHKMMHK ' C66G>HI G:KAHKBMKJML?DA@=IKIMK?A@?MH2K7CBCIKBMKC55DA6CIAM<MEMMLKBM <MMDBMHKEMM,IK;M?G55MDBK?>HHMHKGG?KCDDMKCHBMLMKCLI=MHKBM <MMDBMHKLM6EI=ILMM?=K<M?A@?MH(KFACKBMK ' KFAMJMLKAHKEMIK % 2 MIKBLCC;FDC?KA=K;LGGI(KG:BCIK9JAAHKBMKIM6EHA=6EMKDCC;KCD EMM,IKHMML;MDM;B2 & &% " & & & %

"%! &% & &" & ' &"%# % & & &" &% "% & G>IMLK.MDBE>A=(KLCBAGDGG;K$N'K$ILM6EI4K#)CIMHKJMKEMI ;LGMA5A@HI@M=KHGM:MH2K MK!AMHK:MIKHC:MK>AIBC;AH;MHK<A@KEMI >AIJA==MDMHKFCHK<MMDBMHK HKFML=DC;MH2K MKJGLBMHKHAMIK=C:MH FML=I>>LBK<A@FGGL<MMDB2K0,KBMKMHMK?MMLKA=KEMIKMMHK/%'0N 5B,( BMKCHBMLMK?MMLKMMHK + BG6>:MHI2K G:=K?LA@;MHKJMKEMDM:CCD HA?=2K/CCLK:GMIK@MKC,=5LC?MHKGFMLK:C?MHKMHKBCIK:GMIK@M

HMI>HMH2K/CIKA=KIML>;KIMKEMLDMABMHKHCCLKBMKG5=ICLI,C=M2 ('&% & '' % &% & '" &% &" & " +>B*4K#%HKEMIKCBLM=<GM?K?>HK@MK!AMHKJAMK:MMBGMIKCCH /./M-AI(KB>=KHCCLKBAMK!AM?MHE>A!MHKFML=I>LMHKJA@K=GJAM=G BA;AICCD2K7CI>>LDA@?K?LA@;K@MKBCCLKJMDMMH=KMMHK;M,L>=ILMMLBM LMC6IAMKG52K/CIK!MKMLKHG;KHAMIK?DCCLKFGGLK!A@H(K<A@FGGL<MMDB2K A@ 5LG<MLMHKC,=5LC?MHKIMK:C?MHKMHKEMIK;M=5LM?KCCHKIMK;CCHK:MI G:DA;;MHBMK!AM?MHE>A!MHKCD=KMLKAMI=K:A=KDGG5I4K EMI

GG,BK9M6EHA=6EK'D>=IMLK&K%H,GL:CIAM:CHC;MLK +>B*KFCHKBMLK)M?KMHKLCBAGDGG;K G>IMLK.MDBE>A=

LCBAGDG;AMFML=DC;KGHI<LMM?I(KMLK!A@HKIMFMMDKGHBML!GM?MH FML!GHBMH1GHIFCH;MH(KIC;K%H=IAI>IAGH7C:MKA=KHAMIK6GLLM6I AH;MF>DB 2K/AIKJGLBIKFMLFGD;MH=KG5;M5C?IKMHK;M6GLLA;MMLB2 /MKECHBLMA?AH;K MD?MKGHBML!GM?MHKIMKFML!MHBMHK<A@KMMH FMLJA@!AH; KFCHKBMK7..+KEMD5IKBCCL<A@2 K G>IML4K# MKILM??MH EAML:MMKAHKBMKLM;AGK=IMMB=K:MMLK;M!C:MHDA@?KG52 ' % ' % % & $ % & %#&$' &"% ""&& % &% & & & % ' &% % & ' &" +>B*4K# / KA=KCDKGH!MK5LM,MLLMBKLG>IM(K:CCLKHG;KHAMIKDCHBMDA@? BM??MHB2K MIKEMM,IKMLK<A@KGH=K<A@FGGL<MMDBKGG?KMMHK5CCLK?MML >AI;MDM;MH2K A@KMMHK AH?MK>5;LCBM(K<A@FGGL<MMDB2K M<L>A?K@M 9JAAH(KBCHKEGM,K@MKG5K!G HK:G:MHIKHAMIK:MMLKIML>;KIMKFCDDMH G5KBFB =2K MK!A@HKAH:ABBMD=KFML=DCC,BKCCHKEMIK=HMD <AHHMHECDMHKMHKFML=I>LMHKFCHK<MMDBMH2K/CCLG:K:GMIK@MKJCI :A@K<MILM,IK M:<MBBMH KBCIK@MK!GJMDK5>=EKCD=K5>DDK:MIEGBM HCC=IKMD?CCLKDCCIK<M=ICCH2K MIK?>HHMHKGHBML=IM>HMHKFCH !GJMDKC6>IMK 1 KCD=K6ELGHA=6EMK!GL;KA=KBCHKMMHK;GMB CL;>:MHI2 K G>IML4K#/CCLKA=KHG;KMMHKCHBMLK5>HIKCCH ;MLMDCIMMLB2K0HBCH?=KMMHK / LMDCIAMK?AM!MHK:MH=MHK=G:= FGGLK/./M-AI(KG:BCIK!MK;MJGGHKIML>;FCDDMHKG5KBMK<M?MHBM JM;2 & &% & #& & " &"% &" &"%! &%"' % "% & +>B*4K# A@K!A@HKBALM6IKAH;M=IC5IKG5KHAFMC>K 2KNCCLKA?K!G>KML !MD,=KHG;KMMHKHAFMC>K<GFMHG5KJADDMHKDM;;MH2K7>K:GMIKGH!M C55DA6CIAM<MEMMLBMLKHG;KMMHK % GHBML!GM?KCCH:C?MHKMHKBM <MMDBMHK6GLLM6IK?G55MDMH2K C=KBCCLHCK!A@HK!MK<M=6EA?<CCL FGGLKBMKLM=IKFCHKEMIK!AM?MHE>A=2K%?K!G>K!M;;MH4K!GL;KMLFGGL BCIKMLKFCH>AIK9JAAHK % GHBML!GM?KJGLBIKCCH;M:CC?IKMHKBCI BMK<MMDBMHKC>IG:CIA=6EKJGLBMHK;M?G55MDB2K/CIK!G>KHG; :GGAMLK!A@H2KNCCLKFGD;MH=K:A@KDA;;MHKBMKMML=IMK<G>J=IMHMHKML CDKFGGLKBCIK=GGLIKJGL? GJ ?G55MDAH;MH2

NMMLKJMIMHKGFMLKEMIKDCHBMDA@?K>AIJA==MDMHKFCHK<MMDBMHKMH FML=DC;MHK:MIK9JAAH8K7MM:KBCHK6GHIC6IKG5K:MIKEMIKCCH=D>AIIMC:4 JJJ2IJAAH2HD1CCH=D>AIIMC:


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 37

Z

column

Het einde is in zicht Mijn laatste promotiecolumn alweer. Mijn proefschrift is af: de hoofdstukken zijn gepubliceerd, mijn introductie, discussie en samenvatting zijn af, de layout is prachtig geworden – al zeg ik het zelf – en na check, check, dubbelcheck is mijn ‘boekje’ inmiddels naar de drukker. Eigenlijk moet alleen de ceremonie zelf nog! De promotiecommissie is al samengesteld, dus ik weet inmiddels voor wie ik bang moet zijn en voor wie ik nog banger moet zijn. De officiële naam voor zo’n commissie is overigens ‘de corona’ (geen grap!). Na een promotietraject dat vrijwel geheel in coronatijd is geschreven, mag ik dus mijn proefschrift verdedigen voor een deskundige corona. Ik heb nog nooit (een) corona gehad maar ik ben er toch een beetje huiverig voor! Maar, het einde is in zicht.

”We moeten in de huidige tijd, hoe

Promotieleven

was

lastig dat soms ook is, toch positief blijven!” Oké toegegeven, op het moment dat ik dit schrijf ben ik nog helemaal niet zover en heb ik nog een aantal maanden te gaan. Bovenstaande scenario is wel erg rooskleurig, maar het zou mooi zijn als dit de stand van zaken is als deze column gedrukt is. Wie weet, haal ik het wel! We moeten in de huidige tijd, hoe lastig dat soms ook is, toch positief blijven! Dus laten we nog even positief doorgaan: inmiddels is iedereen die dit wil gevaccineerd, is de rust wedergekeerd op de afdeling en IC, hebben we allemaal onze welverdiende vakantiedagen kunnen opnemen/inhalen (lees: met een echte vakantie), kunnen we weer spontaan met collega’s na het werk een drankje (corona-tje) doen, wellicht te beginnen in de Lambarene (#supportyourlocals!), mogen we eindelijk weer knuffelen met vrienden en familie en kunnen we weer terug naar het oude normaal. Maar nu weer even realistisch: corona zal waarschijnlijk altijd bij ons blijven en grote kans dat ten tijde van deze publicatie dit nog niet allemaal mogelijk is. Het zal ongetwijfeld allemaal toch nog langer duren, wat overigens dus ook voor mijn proefschrift geldt. Maar we moeten de moed er in houden, het einde is in zicht! Het wordt beter. Met deze woorden zwaai ik af, op naar een nieuwe uitdaging. Martijne Duvekot

37

Martijne Duvekot Martijne Duvekot is arts-onderzoeker op de afdeling neurologie in het Albert Schweitzer ziekenhuis en doet promotieonderzoek


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 38

WETENSCHAPSFONDS

Wetenschapsfonds In 2019 werden door het Wetenschapsfonds twee subsidies toegekend ten behoeve van een promotie, één aan Peter Westerweel en één aan Charlotte van Kesteren en Robert Smeenk. WASz sprak met hen over het onderzoek en de ervaringen met het fonds. Daarnaast geven Camille Kockerols en Cedric Lau, de promovendi die met deze subsidie aangesteld konden worden, uitleg over hun onderzoek en vertellen ze iets over promoveren in coronatijd.

Digitale druppel PCR voorspeller van een succesvolle medicatiestop-poging bij CMLpatiënten Wat is het belang van dit onderzoek, en waarom is het belangrijk voor het ASz? “We hebben in dit ziekenhuis een flinke expertise opgebouwd op het gebied van chronische leukemie. Hiertoe hoort ook de chronische myeloïde leukemie (CML), het onderwerp van deze studie. Het doel bij de behandeling van CML is om elke patiënt te behandelen met doelgerichte behandeling (targeted therapy), met als doel om uiteindelijk de medicatie te kunnen stoppen als de behandeling aanslaat. Dit stoppen is echter niet bij elke patiënt mogelijk. Onze promovenda Camille Kockerols legt in het kader hierna uit hoe dit zit en wat het onderzoek omvat.

Peter Westerweel Peter is internist-hematoloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Sinds het toekennen van de subsidie zijn we bezig geweest met het ons eigen maken van de techniek (digital droplet PCR) en het implementeren hiervan in de praktijk. De techniek is nu voor alle CML-patiënten beschikbaar. En niet alleen voor de CML-patiënten in het ASz, maar elk centrum in Nederland kan monsters opsturen voor analyse. Daarnaast kijken we ook naar kenmerken van het immuunsysteem als mogelijke voorspellers voor het succesvol stoppen van therapie. Naast de subsidie van het Wetenschapsfonds, hebben we ook een bijdrage mogen ontvangen van ZonMW, in het kader van goed gebruik van geneesmiddelen. Als je beter weet welke patiënten wel of juist niet kunnen stoppen, kan de gebruikte therapie veel gerichter worden ingezet.” Waarom is deze subsidie aangevraagd? “Ik heb de gebruikte digitale droplet techniek geleerd in het Hammersmith Hospital in Londen. Ook een eerdere promovenda, Inge Geelen, heeft daar ervaring op gedaan. Dankzij de subsidie van ZonMW konden we de techniek implementeren in het ASz. Die implementatie was uiteraard een prachtige kans voor verder onderzoek. Dankzij de subsidie van het Wetenschapsfonds hebben we dit onderzoek nu gerealiseerd.” Hoe vond je de aanvraagprocedure en de fysieke pitch? “Ik vind het fantastisch dat dit fonds er is. De pitch vond ik een groot voordeel. Het onderzoek omvat zeer specialistische technieken. Met alleen een schriftelijke aanvraag is het soms lastig om die technieken goed over te brengen. Met een pitch waarbij ook vragen gesteld konden worden, kon ik alles goed uitleggen.”

38


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 39

was

Z

WETENSCHAPSFONDS

Hoe vervul je je rol als copromotor in het ASz? “Binnen de afdeling interne geneeskunde hebben we in de loop der jaren een goede onderzoekstructuur opgebouwd. Voor onze onderzoekers hebben we elke week een onderzoeksoverleg, waar iedereen zijn of haar voortgang van de afgelopen week kan bespreken. Hierdoor is er niet alleen één op één begeleiding van mij, maar kan het onderzoek ook in een groter verband behandeld worden. Daarnaast hebben we een strategische samenwerking met onder andere het EMC en Hammersmith Hospital.”

Is het een gemis dat de promotor niet in hetzelfde centrum zit? “Op dit moment hebben we helaas geen hoogleraar in het ASz, ondanks dat we een STZ-ziekenhuis zijn. Het zou goed zijn als hier ook een hoogleraar komt. Dat de promotor nu in een academisch centrum zit, heeft ook voordelen. Het zorgt bijvoorbeeld voor een ander onderzoeksperspectief, waarmee we weer verder aan de slag kunnen.”

Stoppen met de TKI-medicatie Kun je uitleggen wat je onderzoek omvat? “Chronische myeloïde leukemie (CML) is een kwaadaardige stamcelziekte gekenmerkt door de BCR-ABL1-mutatie, die leidt tot een woekering van witte bloedcellen. CML wordt behandeld met tyrosine kinase remmers (TKI). De meerderheid van de patiënten krijgt de ziekte hiermee goed in remissie. Na een aantal jaar behandeling kan een deel van deze patiënten zelfs stoppen met de TKI-medicatie zonder dat er een opvlamming optreedt. Een goede selectie vooraf is erg belangrijk. De voorafgaande duur van behandeling en duur van diepe moleculaire respons, zijn de voornaamste factoren die de succeskans van een stoppoging voorspellen. Voor beide factoren geldt: hoe langer hoe beter. Verder zijn beide factoren onderdeel van de stopcriteria in de HOVON-richtlijn anno 2018. Desondanks is de succeskans van een stoppoging ‘slechts’ 50%, zelfs als de patiënt aan de stopcriteria van de HOVON-richtlijn voldoet. Er is daarom nog veel onderzoek gaande naar aanvullende voorspellende factoren voor een betere selectie van stopkandidaten. De digitale druppel PCR-meting (ddPCR) is er hier één van. Vijf onafhankelijke studies toonden aan dat een negatief ddPCRsignaal prognostisch gunstig is voor een medicatiestoppoging. Met ddPCR wordt het bloedmonster van de patiënt eerst in duizenden nanoliter druppeltjes verdeeld vooraleer de PCRreactie plaatsvindt. Dit leidt tot een ultragevoelige en zeer nauwkeurige kwantificatie van de BCR-ABL1-mutatie, zelfs op het niveau van een diepe moleculaire respons. Ondersteund door de subsidie van het Wetenschapsfonds en een ZonMW-subsidie, kunnen wij in het ASz de ddPCR-meting als prognostische test aanbieden voor alle CML-stopkandidaten in Nederland. Bij een negatieve (of zeer laag positieve) ddPCRwaarde, brengen wij een gunstig advies voor een stoppoging uit aan de patiënt en zijn behandelaar. Inmiddels hebben we van twaalf patiënten een bloedmonster ontvangen, waarvan de grote meerderheid (10/12) gestopt is met de TKI-medicatie. We streven naar een totaal van 84 gestopte patiënten. Vervolgens zullen we de uitkomst van de medicatiestoppoging prospectief opvolgen, om zo de kwaliteit van de test te bevestigen. Het uiteindelijke doel van dit project is het implementeren van de ddPCR-test in Nederland. Dit helpt bij de selectie van stopkandidaten en bij het zo optimaal mogelijk timen van de stoppoging.”

39

Camille Kockerols Camille is promovenda interne geneeskunde in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Promoveren in COVID19-tijd, hoe is dat? “Toen het virus voet aan wal zette in Nederland, nu exact een jaar geleden, bracht het veel onzekerheden met zich mee niet alleen in de privésfeer, maar ook op professioneel vlak. Zoals bij vele onderzoekers heeft de pandemie een aantal van mijn projecten vertraagd, waaronder ook het digitale druppel PCRproject. Ik kan van geluk spreken dat ik veel op afstand kon coördineren. Hoe dan ook werd ieders flexibiliteit en creativiteit goed op de proef gesteld. Tijdens de eerste maanden zag ik vooral de voordelen van thuiswerken: geen file, vers gezette koffie en ongegeneerd in de meest comfortabele kleding mijn data analyseren. Nu zijn we een paar maanden verder en mis ik steeds meer de directe contacten met mijn collega’s. Ook de virtuele congressen van het afgelopen jaar zijn niet te vergelijken met de gezellige drukte van een live congres. Bovendien waren deze congressen en conferenties het ideale medium om nieuwe ideeën uit te wisselen en te netwerken. Helaas is dit nu grotendeels weggevallen. Zoals iedereen kijk ik er dus ontzettend naar uit om de corona-curve voor eens en voorgoed te zien dalen.”


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 40

WETENSCHAPSFONDS

Doseeradviezen na een bariatrische ingreep

dies. Wat ons betreft is het motto: vooral nieuwe trajecten blijven financieren!” Wat was de beweegreden om de subsidie aan te vragen? Charlotte: “Over farmacokinetiek worden vanuit veel specialismen vragen gesteld. Het is echt een relevant onderwerp, omdat we graag de juiste geneesmiddelen in de juiste dosis aan al onze patiënten willen geven. We zagen daarom een noodzaak voor dit onderzoek, ook omdat de klinische relevantie bij patiënten met een bariatrische ingreep (‘maagverkleinende operatie’) alleen maar groter zal worden.” Robert: “Het fonds geeft ons nu de mogelijkheid om dit onderzoek in het ASz te organiseren en de samenwerking tussen vakgroepen te bevorderen. We kunnen daarmee de kennis met elkaar bundelen en de beste zorg aan de patiënt bieden. Het zou erg jammer zijn als dit wegvalt.”

Charlotte van Kesteren en Robert Smeenk Charlotte is ziekenhuisapotheker en Robert is chirurg in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Wat is het belang van dit onderzoek, en waarom is het belangrijk voor het ASz? Robert: “Wetenschappelijk onderzoek past in het profiel van een STZ-ziekenhuis. Wij willen onze arts-assistenten opleiden met evidence-based medicine. De richtlijnen die we gebruiken zijn gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk onderzoek en de zorg wordt verbeterd door wetenschappelijke studies. Het is belangrijk om als ziekenhuis hieraan bij te dragen. Hoe leuk en belangrijk onderzoek doen ook is, het kost het helaas wel veel tijd en die is erg spaarzaam voor artsen. Het ASz ondersteunt ons hierin al redelijk goed, maar het kan nog beter. Bijvoorbeeld door hulp bij het opzetten van onderzoeksgroepen, veel vakgroepen komen hier nu niet aan toe. De studie waarvoor we subsidie hebben gekregen, laat het belang van onderzoek goed zien. De apotheek heeft een studieopzet geschreven en de samenwerking gezocht. Het onderwerp farmacokinetiek komt nu nauwelijks aan bod bij bariatrische chirurgie. Ik kan dus mijn eigen kennis vergroten en het onderwerp in mijn vakgebied op de kaart zetten.” Charlotte: “Dit onderzoek is de eerste samenwerking tussen deze twee vakgroepen, maar hopelijk niet het laatste. We zijn heel blij dat het ASz dit promotietraject heeft gefinancierd. Ook omdat zo’n studie niet op zichzelf staat. AIOS kunnen zich nu ook verder in het onderwerp verdiepen en er komen ideeën voor vervolgstu-

Hoe hebben jullie de aanvraagprocedure en de fysieke pitch ervaren? Charlotte: Een subsidieaanvraag kost altijd veel moeite. Het is belangrijk om de commissie een goed beeld te geven van de klinische relevantie en de haalbaarheid van de studie. De pitch was erg leuk. Die hebben we samen gedaan. We konden precies uitleggen wat we wilden doen en waarom het zo belangrijk is.” Hoe vervul je je rol als copromotor in het ASz? Robert: “Het is voor mij de eerste keer dat ik copromotor ben. Het is erg leuk en ook een uitdaging. Het kan echt prima in een perifeer ziekenhuis. Daar komt bij dat ik het met de promovendus getroffen heb, Cedric doet het echt heel goed.” Charlotte: ‘Ik ben eerder copromotor geweest, het blijft erg leuk om te doen. Het is mooi om iemand te zien groeien van ‘eigenlijkgeen-idee-hebben’ tot ‘vol-zelfvertrouwen-verdedigen’ van een proefschrift.” Is het een gemis dat de promotor niet in hetzelfde centrum zit? Charlotte: “We hebben nu twee promotoren in de academie. Het overleg daarmee loopt prima, ook al zitten we in een ander centrum. Ik zie veel voordelen van onderzoek in de periferie, je zit bijvoorbeeld dicht bij de patiënt. In de periferie is weinig sprake van zelf-geïnitieerd WMO-plichtig onderzoek. Het is belangrijk dat we dat wel blijven doen in de periferie.” Robert: “We kunnen goed gedegen onderzoek prima doen in dit centrum. De nu lopende PAPAYA-studie bijvoorbeeld is echt uit de praktijk gegrepen. Dat moeten we blijven doen.”

40


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 41

was

Z

WETENSCHAPSFONDS

Veilige medicatie voor bariatrie-patiënten Kun je uitleggen waar je onderzoek over gaat? “Het aantal personen met morbide obesitas is wereldwijd in de afgelopen jaren toegenomen. Deze patiënten hebben een body mass index (BMI) van ≥ 40 kg/m2 . Alleen in Nederland zijn er meer dan 100.000 morbide obesen. Bariatrische chirurgie is voor deze patiënten een effectieve manier om substantieel gewicht te verliezen. Jaarlijks worden er in Nederland meer dan 10.000 bariatrische ingrepen verricht. In het ASz zijn de Roux-en-Y gastric bypass (RYGB) en gastric sleeve, de belangrijkste bariatrische chirurgische ingrepen. Tijdens de bariatrische chirurgie wordt een deel van de maag verwijderd (gastric sleeve) of wordt de maag verkleind en aangesloten op het distale gedeelte van de dunne darm (RYGB). Logischerwijs kunnen geneesmiddelen daardoor minder goed worden opgenomen. Bovendien speelt mee, dat het herstel van de obesitas effect kan hebben op het gedrag van het geneesmiddel in het menselijk lichaam (farmacokinetiek). Gek genoeg is er nog weinig bekend over het effect van RYGB op de farmacokinetiek van geneesmiddelen. Er is daarom vanuit zowel de eerste- als de tweedelijnsgezondheidszorg behoefte over meer informatie over toepassing van geneesmiddelen bij personen die een bariatrische ingreep hebben ondergaan. De vraag is of we patiënten die geneesmiddelen gebruiken na een bariatrische ingreep met de standaarddosering goed behandelen. Is die dosering goed? Of zouden we deze patiënten misschien te veel of te weinig geven? Hebben ze een ander doseeradvies nodig? En hebben de patiënten na de bariatrische ingreep wellicht over tijd nog een ander advies nodig? In de literatuur, maar ook in het ASz zijn er voorbeelden geweest waarbij patiënten die eerder goed ingesteld waren op psychofarmaca na RYGB ontregeld raakten. Er is hiermee een groeiende vraag naar geneesmiddeladviezen bij personen na RYGB.” Kun je die adviezen al geven? “Momenteel zijn er met name kleine studies uitgevoerd, die het effect van bariatrische chirurgie op de farmacokinetiek van geneesmiddelen. Uitgebreid farmacokinetiekonderzoek naar alle geneesmiddelen voor en na een bariatrische ingreep is kostbaar, tijdrovend en bovendien patiëntonvriendelijk om uit te voeren. Een elegantere en meer bestendige oplossing is dat we meer inzicht krijgen in de fysiologische processen die veranderen na bariatrische chirurgie en die kunnen correleren aan de eigenschappen en farmacokinetiek van geneesmiddelen. Dit wordt fysiologie-gebaseerde farmacokinetiekmodelling (physiology-based pharmacokinetics modelling, PBPK) genoemd. Geneesmiddelprocessen in het menselijk lichaam bevatten een natuurlijke variatie en kunnen gemodelleerd worden. Als alle processen samen met de fysiologische parameters in het model worden gestopt, kunnen we voorspellingen doen over wat er

41

Cedric Lau Cedric Lau is promovendus ziekenhuisapotheek in het Albert Schweitzer ziekenhuis. verandert met de farmacokinetiek van het geneesmiddel na een bariatrische ingreep. Dit kan uiteindelijk leiden tot dosisadviezen per geneesmiddel of per geneesmiddelklasse. Hierdoor wordt het aantal uit te voeren klinische onderzoeken beperkt en kunnen we geneesmiddeladviezen voor bestaande en nieuwe geneesmiddelen beter uitbrengen. Het principe van PBPK modelling is eerder beschreven voor andere patiëntcategorieën, zoals zwangeren en patiënten met nierfunctiestoornissen. In het ASz willen we daarom een bijdrage leveren aan het optimaliseren van de doseeradviezen voor patiënten die een bariatrische ingreep ondergaan. Zo hopen we dat we steeds meer te weten komen of bariatrie-patiënten op een veilige manier gedoseerd kunnen worden.” Wat vind je van promoveren tijdens corona? “In tegenstelling tot de meeste promovendi van de Universiteit Utrecht werk ik dagelijks in het ziekenhuis, hetzij als promovendus hetzij als ziekenhuisapotheker. Ik mis het onderlinge contact dat promovendi voorheen wel hadden. Ook was het een flinke tegenvaller dat door de coronacrisis de bariatrische ingrepen een tijdje tot nader order niet meer zijn uitgevoerd. Gelukkig kan ik wel verder met het modelleren van data die ik al had verzameld en gaan alle onderzoeksoverleggen in digitale vorm verder. Ik kan me erg verheugen op de congressen en de sociale activiteiten, maar helaas zal dat dit jaar waarschijnlijk nog geen doorgang hebben. Het is in het ASz lastiger om elkaar op te zoeken als promovendi en corona helpt daar niet bij. Ik zou het leuk vinden als we elkaar weten op te zoeken. Wellicht kunnen we in digitale vorm toch van elkaar leren, steun bij elkaar zoeken en van gedachten wisselen.”


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 42


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 43

WETENSCHAP

Test je kennis over statistiek Er zijn allerlei manieren om je kennis te verrijken. In deze rubriek stelt statisticus Sara Baart je kennis over statistiek op de proef. De vragen 1. In een willekeurige steekproef van 40 patiënten heb ik een bepaalde bloedwaarde gemeten. Deze marker is (bij benadering) normaal verdeeld en heeft een gemiddelde van 17 en een standaard deviatie van 1,5. Als ik mijn steekproef herhaal, maar nu met 4000 patiënten, verwacht ik dat: a) Het gemiddelde gelijk blijft, maar de standaarddeviatie kleiner wordt. b) Het gemiddelde en de standaarddeviatie allebei gelijk blijven. c) Het gemiddelde en de standaarddeviatie allebei kleiner worden.

2. Een andere variabele is niet normaal verdeeld, maar heeft een scheve verdeling naar rechts (positive skewness). Dit betekent dat de lange staart van de verdeling rechts is. Wat is van toepassing bij deze verdeling: a) Het gemiddelde is kleiner dan de mediaan. b) Het gemiddelde is gelijk aan de mediaan. c) Het gemiddelde is groter dan de mediaan.

Antwoord: C Verdelingen met een lange staart naar rechts hebben meer grote waardes die impact hebben op het gemiddelde en deze naar boven trekken.

Z

Antwoord: B Als de steekproef zuiver is, zal het gemiddelde bij een volgende steekproef (ongeveer) hetzelfde zijn. De standaarddeviatie zegt iets over de spreiding van de data. Bij een grotere steekproef blijft de spreiding gelijk. De standaardfout van het gemiddelde wordt wel kleiner bij 4000 patiënten!

was

43

Sara Baart Sara Baart is statisticus in het Albert Schweitzer ziekenhuis en het Erasmus MC


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 44


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 45

was

Z

FAQ

Frequently asked questions Wetenschap in het ASz Wat is het verschil tussen de Wetenschapsbureau en WOAC? En wat doet de Wetenschapscommissie? Kortgezegd ondersteunt het Wetenschapsbureau de onderzoeker binnen het ASz in de volle breedte. Het Wetenschapsbureau is het eerste aanspreekpunt voor onderzoekers, maar tevens het aanspreekpunt voor de Wetenschapscommissie, de Raad van Bestuur (RvB) en de WOAC. Ook externen weten het Wetenschapsbureau te vinden. Het Wetenschapsbureau denkt mee met onderzoekers bij alle fasen die horen bij het opzetten en uitvoeren van onderzoek: van onderzoeksvraag, onderzoeksopzet, analyse en schrijven van een artikel. Daarnaast adviseert men bij het indienen van studies lokaal of bij een METC. Of het nu gaat om een onderzoekergeïnitieerd onderzoek of deelname aan een multicenterstudie. Tevens onderhoudt het Wetenschapsbureau externe contacten zodat bijvoorbeeld nieuwe wet- en regelgeving kan worden gevolgd. Het Wetenschapsbureau kun je bereiken via wetenschap@asz.nl. Vanuit daar word je naar de juiste persoon doorverwezen. De Wetenschappelijk Onderzoek Advies Commissie (WOAC) toetst de lokale uitvoerbaarheid van WMO-plichtige studies in het ASz. De WOAC beoordeelt daarnaast alle niet-WMO-plichtige studies. Tevens bekijkt de WOAC ook of het betreffende medisch wetenschappelijke onderzoek past in het profiel van het Albert Schweitzer ziekenhuis. De WOAC vergadert 2x per maand. De Wetenschapscommissie faciliteert en stimuleert de mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen in het ASz en maakt hier beleid op. Zo organiseert de Wetenschapscommissie jaarlijks een Wetenschapsdag (aankomende vindt plaats op 24 juni 2021) en organiseert jaarlijks een subsidie ronde voor een tegemoetkoming in onderzoeksgelden: de welbekende stipendia. De Wetenschapscommissie heeft een dagelijks bestuur dat elke drie weken vergadert. De voltallige commissie vergadert 4x per jaar. Moet ik toestemming vragen voor een klinische studie, ook als het retrospectief is? Ja, dat moet. Retrospectief onderzoek wordt niet gepubliceerd als er geen toestemming is verleend. Er bestaan wel een aantal uitzonderingen. Tamara Schaefer en Joke Bosch van het Wetenschapsbureau leggen het haarfijn uit op pagina 22. Welke manieren zijn er om subsidies binnen ASz aan te vragen? Voor subsidies binnen het ASz, is er een aantal jaren geleden een

45

Wetenschapsfonds opgericht. De gelden in dit fonds zijn afhankelijk van de bedragen die de RvB en het Medisch Specialisten Bestuur (MSB) hiervoor vrijmaken. De afgelopen jaren werden hier jaarlijks stipendia uitgekeerd ter waarde van max. € 15.000 per aanvraag. De deadline is rond 1 februari, dus houd Intranet in de gaten. Daarnaast waren er vanuit het Wetenschapsfonds de afgelopen jaren promotiesubsidies mogelijk. Zie bijvoorbeeld op pagina 38, waar een tweetal promoties wordt belicht die deels vanuit het Wetenschapsfonds worden gesubsidieerd. ASz werkt ook samen met andere partners in de regio, waardoor meer onderzoeksmogelijkheden gecreëerd worden. Hierbij kan gedacht worden aan BeterKeten (www.beterketen.nl). Wil je als onderzoeker elders kijken voor subsidiemogelijkheden? Kijk dan bijvoorbeeld op de site van Vrienden van het ASz (www.aszvrienden.nl) en ook op de site van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl) voor suggesties voor nationale fondsen.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 46

We zijn toegewijd aan en gepassioneerd door het bevorderen van therapieën die hoop bieden aan patiënten en families. We zetten ons in voor de ontwikkeling en het beschikbaar maken van geneesmiddelen voor patiënten die nu nog niet of niet voldoende, behandeld kunnen worden.

www.sanofigenzyme.com www.sanofi.nl

GEN21038_SANOFI_CORPORATE_AD_v1.indd GEN21038 SANOFI CORPORATE AD v1.indd 4

26-02-2021 11:52


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 47

Z

BOEKBESPREKING

In deze rubriek wordt een belangrijk boek op ons vakgebied besproken. Dit keer recenseert Esther de Graaf (Onderwijskundig adviseur van het Leerhuis) twee boeken. Ze zijn in deze online-tijden erg praktische en behulpzaam. Esther is er in ieder geval erg door geïnspireerd geraakt! Lees hieronder waarom. Waar gaat het boek over? Toen ik Het groot online werkvormenboek ontdekte, was ik al een tijdje op zoek naar manieren waarop ik online bijeenkomsten boeiend kon houden. Want hoe houd je verbinding als je elkaar niet écht kan zien? En hoe houd je het online samenwerken effectief en leuk? Dit praktische boek was precies de inspiratiebron die ik nodig had. Het is bedoeld voor iedereen die online ontmoetingsmomenten (inter)actiever wil maken. Speciaal voor zorgprofessionals verscheen in dezelfde reeks Het groot werkvormenboek voor de zorg. Hoe houd je hen geïnspireerd als tijd en capaciteit onder druk staan? Hoe haal je meer rendement uit overdrachten en andere leeren werkmomenten? De werkvormen uit dit boek kunnen je daarin ondersteunen.

In 250 woorden

was

”De auteurs beschrijven bij elke werkvorm de opbrengst, een concreet stappenplan, varianten en voorbeelden” Beide boeken zijn door managementboek.nl genomineerd voor managementboek van het jaar 2021. Een terechte nominatie. De werkvormen zijn eenvoudig toe te passen. De auteurs beschrijven bij elke werkvorm de opbrengst, een concreet stappenplan, varianten en voorbeelden. Mij gaf dit inspiratie en vertrouwen om nieuwe werkvormen uit te proberen. De werkvormen in beide boeken zijn geclusterd naar veelvoorkomende momenten, zoals een klinische les, een patiëntbespreking, een brainstorm en een werkoverleg. Elke werkvorm heeft zijn eigen doel en aanpak. Een eenvoudig toe te passen en krachtige werkvorm vind ik bijvoorbeeld de ‘Vertraagde reactie’. Je toont een beeld (MRI, echo of röntgenfoto) en last een stilte van 30 seconden in. Hierdoor krijgt iedereen - ervaren én onervaren - eerst ruimte om na te denken en een eigen oordeel te vormen. Laat je ook inspireren! Beide boeken zijn aanwezig in de bibliotheek van het ASz. Esther de Graaf Onderwijskundig adviseur van het Leerhuis

47

11:52 1:52

Het Groot Online Werkvormenboek Auteurs zijn Angela Talen, Sasja Dirkse, Annemarieke van Rumpt en Lotte Bons Het Groot Werkvormenboek voor de Zorg Auteurs zijn Angela Talen en Sasja Dirkse, met de coauteurs Miriam Boer, Jacqueline Stouthard en Maaike Kester Beide boeken zijn een uitgave van Boom uitgevers Amsterdam.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 48

Verkorte productinformatie Rybelsus®

De Merwelanden biedt toegewijde zorg die mensen in hun kracht brengt en vitaal houdt. Van zorg op afroep in de wijk tot intensieve zorg in een kleinschalige woning. De Merwelanden is een plaats van ontmoeting, een plek waar de mens ertoe doet.

Kijk snel op www.demerwelanden.nl

NL20RYB00013 Novo Nordisk® en Rybelsus® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

De Merwelanden: uw partner voor professionele, persoonlijke zorg en ondersteuning

Rybelsus®. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Naam: Rybelsus® 3 mg, 7 mg en 14 mg, tabletten. Samenstelling en farmaceutische vorm: semaglutide 3, 7 en 14 mg, tabletten. Indicaties: Rybelsus® is geïndiceerd voor de behandeling van volwassenen met onvoldoende gereguleerde diabetes mellitus type 2 om glykemische controle te verbeteren als toevoeging aan dieet en lichaamsbeweging: als monotherapie wanneer metformine ongeschikt wordt geacht als gevolg van intolerantie of contra-indicaties; in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes. Voor onderzoeksresultaten met betrekking tot combinaties, werkzaamheid op glykemische controle en cardiovasculaire events, en de onderzochte populaties, zie rubriek 4.4, 4.5 en 5.1 van de volledige productinformatie. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 3 mg semaglutide eenmaal daags. Na één maand moet de dosering worden verhoogd naar een onderhoudsdosering van 7 mg eenmaal daags. Na ten minste één maand met een dosering van 7 mg eenmaal daags, kan de dosering worden verhoogd naar een onderhoudsdosering van 14 mg eenmaal daags om de glykemische controle verder te verbeteren. De maximale aanbevolen eenmaaldaagse dosis semaglutide is 14 mg. Rybelsus® is een tablet voor eenmaal daags oraal gebruik. Dit geneesmiddel moet, ongeacht het tijdstip van de dag, op een lege maag worden ingenomen. Het moet in zijn geheel worden doorgeslikt met een slok water (maximaal een half glas water, overeenkomend met 120 ml). Tabletten mogen niet worden gebroken, geplet of gekauwd, aangezien niet bekend is of dit de absorptie van semaglutide beïnvloedt. Patiënten moeten na inname ten minste 30 minuten wachten voordat ze iets eten, drinken of andere orale geneesmiddelen gebruiken. Minder dan 30 minuten wachten vermindert de absorptie van semaglutide (zie rubriek 4.5 en 5.2 van de volledige productinformatie). Contra-indicaties: ! Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Semaglutide mag niet worden gebruikt bij patiënten met diabetes mellitus type 1 of voor de behandeling van diabetische ketoacidose. Wanneer behandeling met een GLP-1-receptoragonist werd gestart, is diabetische ketoacidose gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten waarbij de dosis insuline snel werd verlaagd of stopgezet. Er is geen therapeutische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHAklasse IV. Er is geen therapeutische ervaring met semaglutide bij patiënten die bariatrische chirurgie hebben ondergaan. Het gebruik van GLP-1-receptoragonisten is mogelijk geassocieerd met gastro-intestinale bijwerkingen die dehydratie kunnen veroorzaken. Dit kan in zeldzame gevallen leiden tot een verslechtering van de nierfunctie. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1-receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Bij verdenking op pancreatitis moet het gebruik van semaglutide worden gestaakt; als acute pancreatitis bevestigd is, mag niet opnieuw met semaglutide worden begonnen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van pancreatitis. Patiënten die worden behandeld met semaglutide in combinatie met een sulfonylureumderivaat of insuline, hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Het risico op hypoglykemie kan worden verlaagd door verlaging van de dosis sulfonylureumderivaat of insuline bij het starten van de behandeling met semaglutide. Bij patiënten met diabetische retinopathie die worden behandeld met insuline en s.c. semaglutide, is een verhoogd risico op de ontwikkeling van complicaties van diabetische retinopathie waargenomen, een risico dat niet uitgesloten kan worden bij oraal toegediende semaglutide. Het opvolgen van de doseringsinstructies wordt

!

behandeld arts zich ervan bewust zijn dat de absorptie van semaglutide zeer variabel is en minimaal kan zijn (2-4% van de patiënten zullen niet worden blootgesteld), en dat de absolute biologische beschikbaarheid van semaglutide laag is. Bijwerkingen: In 10 fase 3a-studies werden 5.707 patiënten blootgesteld aan alleen semaglutide of semaglutide in combinatie met andere glucoseverlagende geneesmiddelen. De duur van de behandeling varieerde van 26 weken tot 78 weken. De meest frequent gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid (zeer vaak), diarree (zeer vaak) en braken (vaak). De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig van aard en van korte duur. Hypoglykemie werd zeer vaak waargenomen indien semaglutide gelijktijdig werd gebruikt met insuline of sulfonylureumderivaat. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide-1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ06. U.R. Vergoeding: Volledig vergoed voor bepaalde patiëntgroepen. Datum: november 2020. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V.. Zie voor de volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu. Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Novo Nordisk B.V., Postbus 443, 2400 AK Alphen aan den Rijn; Telefoonnummer: 0172 44 94 94, E-mail: informatie@novonordisk.com Referentie: 1. SPC Rybelsus® !

hemoglobin in adults with type 2 diabetes uncontrolled with metformin alone or with sulfonylurea: the PIONEER 3 randomized clinical trial. JAMA 2019; 321: 1466-80.

078 61 63 222 www.demerwelanden.nl

200101URS

Verkorte productinformatie Saxenda® Naam: Saxenda® 6 mg/ml oplossing voor injectie in een voorgevulde pen. Samenstelling en farmaceutische vorm: liraglutide 6 mg/ml, oplossing voor injectie. Indicaties: Saxenda® is geïndiceerd als aanvulling op een caloriearm dieet en verhoogde lichamelijke activiteit ten behoeve van gewichtsbeheersing bij volwassen patiënten met een aanvankelijke BMI (Body Mass Index) van: ≥ 30 kg/m² (obees), of ≥ 27 kg/m² tot < 30 kg/m² (overgewicht) die ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit hebben, zoals dysglykemie (prediabetes of diabetes mellitus type 2), hypertensie, dyslipidemie of obstructieve slaapapneu. Behandeling met Saxenda® moet worden gestaakt als de patiënt na 12 weken gebruik van de dagdosering van 3,0 mg niet ten minste 5% van zijn aanvankelijke lichaamsgewicht is kwijtgeraakt. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 0,6 mg eenmaal daags. De dosis moet worden verhoogd naar 3,0 mg eenmaal daags in stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste één week om de gastro-intestinale verdraagbaarheid te verbeteren. Als verhoging naar de volgende dosisstap gedurende twee opeenvolgende weken niet wordt verdragen, moet worden overwogen de behandeling te staken. Doseringen hoger dan 3,0 mg per dag worden niet aanbevolen. Saxenda® is uitsluitend bestemd voor subcutaan gebruik. Het mag niet intraveneus of intramusculair worden toegediend. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Er is geen klinische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHA-klasse IV en liraglutide wordt daarom niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van liraglutide voor gewichtsbeheersing zijn niet vastgesteld bij patiënten: van 75 jaar of ouder; behandeld met andere producten voor gewichtsbeheersing; met obesitas secundair aan endocrinologe stoornissen, aan eetstoornissen of aan de behandeling met geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen veroorzaken; met ernstige nierinsufficiëntie; met ernstige leverinsufficiëntie. Gebruik bij deze patiënten wordt niet aanbevolen. Het gebruik van liraglutide voor gewichtsbeheersing is niet onderzocht bij patiënten met lichte of matig ernstige leverinsufficiëntie. Er is beperkte ervaring bij patiënten met IBD (Inflammatory Bowel Disease) en diabetische gastroparese. Het gebruik van liraglutide wordt niet aanbevolen bij deze patiënten. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Als er een vermoeden van pancreatitis bestaat, moet het gebruik van liraglutide worden gestaakt. Als acute pancreatitis bevestigd is, moet niet opnieuw met liraglutide worden begonnen. In klinische studies voor gewichtsbeheersing zijn bij patiënten behandeld met liraglutide meer gevallen van cholelithiase en cholecystitis waargenomen dan bij patiënten behandeld met placebo. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van cholelithiase en cholecystitis. Liraglutide moet met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een schildklieraandoening. Een stijging in de hartfrequentie is waargenomen bij gebruik van liraglutide in klinische studies. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de symptomen van een verhoogde hartfrequentie. Bij patiënten met een klinisch relevante blijvende stijging van de hartfrequentie in rust, moet de behandeling met liraglutide worden gestaakt. Klachten en symptomen van dehydratie werden gemeld bij patiënten die behandeld zijn met GLP-1-receptoragonisten. Patiënten die behandeld worden met liraglutide moeten worden geïnformeerd over het potentiële risico op dehydratie met betrekking tot gastrointestinale bijwerkingen en moeten voorzorgsmaatregelen nemen om een vochttekort te voorkomen. Patiënten met diabetes mellitus type 2 die liraglutide krijgen in combinatie met insuline en/of een sulfonylureumderivaat hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Bij patiënten met diabetes mellitus mag Saxenda® niet worden gebruikt als een vervanger van insuline. Diabetische ketoacidose is gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten na snelle stopzetting of dosisverlaging van insuline. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Saxenda® werd op veiligheid geëvalueerd in 5 dubbelblinde, placebogecontroleerde studies bij 5.813 patiënten met obesitas of overgewicht en ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit. De meest frequent (zeer vaak) gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid, braken, diarree en obstipatie. De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig ernstig en voorbijgaand van aard, en de meeste leidden niet tot staken van de behandeling. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide-1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ02. Afleverstatus: U.R. Vergoeding: Niet vergoed. Datum: september 2020. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V. Zie voor volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu. Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Referentie: 1. SPC Saxenda®. 2. PiSunyer X, Astrup A, Fujioka K, et al. A Randomized, Controlled Trial of 3.0 mg of Liraglutide in Weight Management. N Engl J Med. 2015;373(1):1122.

Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl

0221-HCP NL21SX00003 Novo Nordisk® en Saxenda® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

" $ # # ! ) +** : Ursochol® 600. !" # $ : Zambon Nederland B.V., Basicweg 14B, 3821 BR Amersfoort. !" : Bevat per tablet 600 mg ursodeoxycholzuur. " $#! : Ursodeoxycholzuur is een galzuurpreparaat. $#! % 3 / + &(-" .%'# ) " + $ met een deelstreep. $#! # !: Ursodeoxycholzuur wordt '- !) .%%' ) %&"%(( $ . $ %" () '%"() $ $ & " & * $) $2 $ " $ . $ &' # ' " ' %" $ *( 7 8 $ $ " $ . $ & )% " ' $ % $ $ $ ! $ ' $ # ) 0(*( '%( . $ = )%) :> jaar. ! ' Voor het oplossen van cholesterolstenen: 8 tot 10 mg/kg per . ' " $ )/ % ' ! ' $ # "* 4 PBC (stadia I-III): 12-15 mg/ kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Bij PBC 7() -# 8 $ $ . ' %% ( '-# " '- $ ") 7? <9@ 5"83 $. $! " ! =6> # 5! & ' 4 )' ( &%&-" * 3 $ ' $ # ) 0(*( '%( . $ = )%) :> jaar: 20 mg/kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Zo nodig ) . ' % $ )%) ;9 # 5! & ' 4 ) " + $ $$ # $ $ ) ) $ # ) $ glas melk of een kleine snack. & 3 " . ' %$)" (*$ $ '' !%# $ . ! .%%'4 & * $) $ # ) $ &' # ' " ' %" $ *( ( $ 1 ' 1 " 1 # . "" $ '$(* & $ $ ' ) ' %. $ - ! .%%' !%# $4 $ .%' ' () -# ( $ 1 ' 1 " 1 # . "" $ %#& $( * . $ levercirrose waargenomen, die weer gedeeltelijk herstelde na staken van de ) ' & 4 '* ' $ . '! "! $ . $ "() $ $ !-$$ $ $ 1 ' 1 " 1 # gevallen optreden. ! $& : Tijdens de eerste drie maanden . $ $ " $ $ $ %# . ' / ! $ " . ' -$ * / ' $ ) worden gecontroleerd; daarna om de drie maanden. Na 6 tot 10 maanden #% ) $ "() $ $ /%' $ . (- " ( ' 2 %# ) ) . $ $ " $ of verkalking vast te stellen. Verlaag de dosering bij diarree of stop de behandeling bij aanhoudende diarree. Vrouwen die Ursochol gebruiken #% ) $ $ $ ) %'#%$ " # ) % . $ $* %$ &* '- ! $4 '(% %" bevat lactose. " ( # !: Acute ontstekingen van de galblaas en galwegen, occlusie van de galwegen, veelvuldige galkolieken, verkalkte "() $ $2 . '# $ ' %$)' *" ) ) . $ " " (2 . ' .% " .%%' "1-' $ % $ . $ -"&()% $2 * . # 6 $ -% $-#-" ' 4 )' ( &%&-" * 3 " ) %& ! $ ' $ # ) " ' )' ( 4 RVG: 114131. % !" "$!: Uitsluitend Recept. "$ ' 6 februari 2019. Voor volledige &'% - *$ %'# * %. ' '(% %"® verwijzen wij naar de goedgekeurde ( # $. ,$ . $ ! $# '! $ . $ ) &'% - )4 1 ( %& ) .' $ Zambon Nederland B.V. Tel.: 033-4504 370

Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 49

was

Z

BERICHTEN VAN DE BIBLIOTHEEK

Berichten van de bibliotheek Nieuwe e-journals De bibliotheek heeft voor de periode tot en met 2023 het STZ-pakket kunnen verlengen en extra kunnen uitbreiden. Het pakket bevat titels van vier uitgevers: BMJ, Oxford, Springer en Wiley.

66666666666666

66666666666666

6

De Wiley-titels zijn uitgebreid met de collectie Medical & Nursing, die bestaat uit ongeveer 400 titels. De Oxford-collectie is uitgebreid met de Oxford Clinial Medicine-collectie, dit zijn 50 extra titels. Van BMJ hebben we de Case Reports aangeschaft. Naast het raadplegen van de case-reports, kunnen ASz-medewerkers hiermee ook zonder verdere kosten publiceren door middel van een fellowship code. Je kunt hierover gegevens opvragen bij de bibliotheek. De nieuwe titels zijn op de bibliotheekpagina te vinden in de AtotZ-lijst Fulltext. Ze zijn gekoppeld aan PubMed, Cinahl, Google Scholar, UptoDate en andere databanken. We hebben ook het literatuur-attenderingssysteem BrowZine (www.BrowZine.com) aangepast met de nieuwe titels, zodat je deze kunt selecteren. Je vindt dan de laatste nieuwe artikelen in je persoonlijke bibliotheek. Voor vragen over bovenstaande en over de werking van BrowZine kun je contact opnemen met Rianne van Hof: r.van.hof@asz.nl. Hoe vind ik de beste informatie? In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde is onlangs nieuwe informatie gepubliceerd over het meest effectief zoeken naar literatuur. Je vindt de informatie in het openbaar toegankelijke artikel op https://www.ntvg.nl/academie/hoevind-ik-de-beste-informatie. De auteurs zijn de medisch informatiespecialisten Erica Wilthagen en Winnie Schats (NKI), Guus van den Brekel en Robin Ottjes (UMCG) en Carla Sloof (NHG). In de inleiding op het artikel lees je dat iedereen kan zoeken, maar dat niet iedereen goed kan zoeken. Verder lezend blijkt dat hierbij een aantal factoren een rol spelen, zoals de enorme hoeveelheid (wetenschappelijke) informatie, de zoekvaardigheden en de zoekvariaties bij de zoekmachines. Het artikel geeft uitleg en tips om gerichter en efficiënter te zoeken. De informatie is zeer de moeite waard en helpt je bij het maken van een PICO/CAT, het schrijven van een wetenschappelijke tekst, Richtlijnen en een Systematic Review. Wil je uitgebreide toelichting of hulp bij het zoeken in PubMed, neem contact op met de bibliotheek voor een afspraak (Rianne van Hof: r.van.hof@asz.nl).

49

Rianne van Hof en Moniek Kuipers-Freijsen Rianne van Hof (medisch informatiespecialist) en Moniek Kuipers-Freijsen (bibliothecaresse) werkzaam in het Albert Schweizer ziekenhuis.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 50

Verkorte geneesmiddelinformatie Naam van het geneesmiddel: Plenadren 5 mg / Plenadren 20 mg Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Plenadren 5 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 5 mg hydrocortison. Plenadren 20 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 20 mg hydrocortison. Farmaceutische vorm: Tablet met gereguleerde afgifte. Therapeutische indicaties: Behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie (bijnierschorshypofunctie) bij volwassenen. Hydrocortison is een glucocorticoïde en de synthetische vorm van endogeen geproduceerd cortisol. Glucocorticoïden zijn belangrijke steroïden voor het intermediaire metabolisme, de immuunfunctie, het skeletspierstelsel en bindweefsel, en de hersenen. Cortisol is de belangrijkste glucocorticoïde die door de bijnierschors wordt afgescheiden. Van nature voorkomende glucocorticoïden (hydrocortison en cortisol), die ook zoutretentieeigenschappen hebben, worden gebruikt als vervangingstherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie. Ze worden ook gebruikt wegens hun krachtige ontstekingsremmende effecten bij aandoeningen van vele orgaansystemen. Glucocorticoïden veroorzaken krachtige en gevarieerde metabolische effecten. Bovendien veranderen ze de immuunreacties van het lichaam op uiteenlopende prikkels. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 van de volledige SmPC vermelde hulpstoffen. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Acute bijnierschorsinsufficiëntie: Acute bijnierschorsinsufficiëntie kan ontstaan bij patiënten die bekend zijn met bijnierschorsinsufficiëntie bij wie de dagelijkse dosering niet volstaat of die zich in omstandigheden met een verhoogde behoefte aan cortisol bevinden. Er zijn voorvallen gemeld bij patiënten die met Plenadren werden behandeld. Bij patiënten met acute bijnierschorsinsufficiëntie kan een bijniercrisis ontstaan. Daarom dienen patiënten ingelicht te worden over de verschijnselen en symptomen van acute bijnierschorsinsufficiëntie en bijniercrisis en moeten zij onmiddellijk medische hulp inroepen. Bij een bijniercrisis moet parenterale, bij voorkeur intraveneuze toediening van hydrocortison in hoge doses, samen met natriumchlorideoplossing voor infusie (9 mg/ml, 0,9%) worden toegepast volgens de huidige behandelingsrichtlijnen. Bijkomende infecties: Bij voorbijgaande ziekten zoals geringe infecties, koorts ongeacht de oorzaak, stressvolle omstandigheden zoals kleine chirurgische procedures, moet de dagelijkse vervangingsdosis tijdelijk worden verhoogd (zie rubriek ‘Gebruik bij bijkomende ziekte’). De patiënt moet zorgvuldig worden geïnformeerd hoe hij/zij in deze omstandigheden moet handelen, en moet ook worden geadviseerd onmiddellijk medische hulp te zoeken als zich een acute verslechtering voordoet; vooral in het geval van gastro-enteritis, braken en/of diarree die leiden tot zowel vocht- en zoutverlies als tot ontoereikende absorptie van oraal hydrocortison. Bij patiënten bij wie de bijnierschorsinsufficiëntie samenvalt met retrovirale infectie, zoals hiv, moet de dosis zorgvuldig worden aangepast als gevolg van mogelijke interacties met antiretrovirale geneesmiddelen en een verhoogde hydrocortisondosis als gevolg van de infectie. Uit wetenschappelijke verslagen is niet gebleken dat hydrocortison immunosuppressieve effecten zou hebben bij doses die zijn gebruikt voor vervangingstherapie bij patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie. Daarom is er geen reden om aan te nemen dat vervangingsdoses van hydrocortison een systemische infectie of de gevolgen van zo’n infectie zullen verergeren. Evenmin is er reden aan te nemen dat de hydrocortisondoses die worden gebruikt voor vervangingstherapie de respons op vaccins verminderen en het risico op gegeneraliseerde infectie met levende vaccins verhogen. Maaglediging en motiliteitsstoornissen: Tabletten met gereguleerde afgifte (MR-tabletten) worden niet aanbevolen bij patiënten met een verhoogde maag-darmmotiliteit, i.e., chronische diarree, vanwege het risico op een verminderde cortisolblootstelling. Er zijn geen gegevens van patiënten met een bevestigde langzame maaglediging of een verminderde-motiliteitziekte/stoornis. Bij patiënten met deze aandoeningen moet de klinische respons worden gevolgd. Het gebruiken van hogere doses hydrocortison dan normaal: Hoge (suprafysiologische) doses hydrocortison kunnen een verhoging van de bloeddruk, zout- en waterretentie en een verhoogde uitscheiding van kalium veroorzaken. Behandeling voor lange tijd met hogere dan fysiologische doses hydrocortison kan leiden tot klinische kenmerken die lijken op die van het syndroom van Cushing: toegenomen adipositas, obesitas in de buik, hypertensie en diabetes. Zo’n behandeling voor lange tijd kan leiden tot een verhoogd risico op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Ouderdom en een lage BMI zijn bekende risicofactoren voor veel voorkomende bijwerkingen van farmacologische doses glucocorticoïden, zoals osteoporose, dun worden van de huid, diabetes mellitus, hypertensie en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. Alle glucocorticoïden verhogen de calciumuitscheiding en verlagen de snelheid van botremodellering. Er is gevonden dat patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie die voor lange tijd een vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen, een verminderde botmineraaldichtheid hadden. Langdurig gebruik van hoge doses glucocorticoïden kan posterieure subcapsulaire cataracten en glaucoom met mogelijke beschadiging van de oogzenuwen veroorzaken. Zulke effecten zijn niet gerapporteerd bij patiënten die vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen in doses die worden voorgeschreven bij bijnierschorsinsufficiëntie. Psychische bijwerkingen kunnen voorkomen bij gebruik van systemische glucocorticoïden. Dit kan optreden aan het begin van de behandeling en tijdens periodes van dosisaanpassing. De risico’s kunnen groter zijn wanneer hoge doses worden gegeven. De meeste bijwerkingen verdwijnen vanzelf na verlaging van de dosis, hoewel specifieke behandeling nodig kan zijn. Schildklierfunctie: Patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie moeten in beeld worden gehouden ten aanzien van een mogelijke verstoring van de schildklierfunctie, omdat zowel hypo- als hyperthyreoïdie de blootstelling aan toegediend hydrocortison merkbaar kan beïnvloeden. De behandeling van primaire bijnierschorsinsufficiëntie rechtvaardigt vaak de toevoeging van een mineralocorticoïde. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Hydrocortison wordt gegeven als een vervangingstherapie met als doel de normale cortisolniveaus te herstellen. Het profiel van bijwerkingen bij de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie is daarom niet vergelijkbaar met dat bij andere aandoeningen waarbij veel hogere doses orale of parenterale glucocorticoïden nodig zijn. Uit een onderzoek van 12 weken bleek dat de frequentie en het type bijwerkingen van Plenadren dat eenmaal per dag als MR-tablet werd gegeven, en van driemaal daags hydrocortisontabletten in het algemeen vergelijkbaar waren. Bij ongeveer één op de vijf patiënten was er een aanvankelijke toename in de frequentie van bijwerkingen; dit werd waargenomen tot acht weken na de overgang van conventionele hydrocortisontabletten, drie keer per dag, op MR-tabletten die éénmaal per dag werden gegeven. Deze bijwerkingen (buikpijn, diarree, misselijkheid en vermoeidheid) zijn echter licht of matig, van voorbijgaande aard, van korte duur, maar het kan noodzakelijk zijn de dosis bij te stellen of bijkomende geneesmiddelen te gebruiken, zie rubriek Gebruik bij bijkomende ziekte’. Vermoeidheid is gerapporteerd als zeer vaak voorkomend. Tabel met bijwerkingen: Een totaal van 80 patiënten (173 patiëntjaren aan gegevens) is in klinische onderzoeken behandeld met gereguleerde afgifte van hydrocortison. Bijwerkingen uit deze onderzoeken en postmarketingervaring worden hieronder genoemd. De gegevens worden als volgt per systeem/orgaanklasse en frequentie weergegeven: Zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100, < 1/10). Zenuwstelselaandoeningen: Zeer vaak: Vertigo, Hoofdpijn; Maagdarmstelselaandoeningen: Zeer vaak: Diarree; Vaak: Bovenbuikpijn, Nausea; Huid- en onderhuidaandoeningen: Vaak: Pruritus, Rash: Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Vaak: Artralgie; Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: Zeer vaak: Vermoeidheid; Bovendien zijn de volgende bijwerkingen gerapporteerd voor andere hydrocortisonmiddelen die in hogere doses worden gegeven voor andere indicaties dan als vervangingstherapie voor bijnierschorsinsufficiëntie (frequenties niet bekend). Immuunsysteemaandoeningen: Activering van een infectie (tuberculose, schimmel- en virale infecties waaronder herpes). Endocriene aandoeningen: Inductie van glucose-intolerantie of diabetes mellitus. Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Natrium- en waterretentie en neiging tot oedeem, hypertensie, hypokaliëmie. Psychische stoornissen: Euforie en psychose, slapeloosheid. Oogaandoeningen: Verhoogde intraoculaire druk en cataract. Maagdarmstelselaandoeningen: Dyspepsie en verergering van een reeds bestaande maagzweer. Huid- en onderhuidaandoeningen: Cushing-achtige symptomen, huidstriemen, echymosen, acne en hirsutisme, verstoorde wondgenezing. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Osteoporose met spontane botbreuken. Melding van vermoedelijke bijwerkingen: Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl. Farmacotherapeutische categorie: Corticosteroïden voor systemisch gebruik, glucocorticoïden. ATC-code: H02AB09. Houder van de handelsvergunning: Shire Services BVBA, Rue Montoyer 47, B - 1000 Brussel, België. Nummers van de handelsvergunning: Plenadren 5 mg: EU/1/11/715/001 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/003 (2 flessen met 50 tabletten) Plenadren 20 mg: EU/1/11/715/002 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/006 (2 flessen met 50 tabletten) Afleverstatus: UR Datum van herziening van de tekst: 05/2018. Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu. Volledige productinformatie is verkrijgbaar via de lokale vertegenwoordiger in Nederland: Takeda Nederland bv, Hoofddorp of www.takeda.nl. Referenties: 1. Isidori AM et al. Lancet Diabetes Endocrinol. 2018;6(3):173–185. 2. PLENADREN samenvatting van de productkenmerken, mei 2018. 3. Giordano R et al. Endocrine. 2016 Feb;51(2):360-8. Productiedatum: mei 2021 C-APROM/NL/PLE/0008

Verkorte Productinformatie Enerzair® Breezhaler® 114 microgram/46 microgram/ 136 microgram inhalatiepoeder in harde capsules Samenstelling Elke capsule bevat 150 microgram indacaterol (als acetaat), 63 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 50 microgram glycopyrronium en 160 microgram mometasonfuroaat. Elke afgeleverde dosis bevat 114 microgram indacaterol (als acetaat), 58 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 46 microgram glycopyrronium en 136 microgram mometasonfuroaat. Bevat lactose. Indicatie Als onderhoudsbehandeling van astma bij volwassen patiënten die niet voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie van een langwerkende bèta2-agonist en een hoge dosis van een inhalatiecorticosteroïd en die een of meer astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande jaar. Farmacotherapeutische groep Geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen, adrenergica in combinatie met anticholinergica incl. drievoudige combinaties met corticosteroïden. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt voor de behandeling van acute astmasymptomen, waarvoor een kortwerkende bronchodilatator noodzakelijk is. Als verschijnselen die duiden op allergische reacties optreden, moet de behandeling onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als bij andere inhalatietherapie, kan toediening van dit geneesmiddel leiden tot paradoxale bronchospasmen, die levensbedreigend kunnen zijn. Als dit gebeurt, moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als andere geneesmiddelen die bèta2-adrenerge agonisten bevatten, kan dit geneesmiddel een klinisch signifi cant cardiovasculair effect teweegbrengen bij sommige patiënten. Dit wordt waargenomen als toename in de polsslag, verhoging van de bloeddruk en/of meer symptomen. Als dergelijke effecten optreden, kan het nodig zijn de behandeling stop te zetten. Dit geneesmiddel dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, bij patiënten die ongewoon gevoelig reageren op bèta2-adrenerge agonisten, bij patiënten met een bekende of vermoede verlenging van het QT-interval of die worden behandeld met geneesmiddelen die het QT-interval beïnvloeden. Bèta2-adrenerge agonisten kunnen een signifi cante hypokaliëmie teweegbrengen, wat ongewenste cardiovasculaire effecten kan veroorzaken. Bij patiënten met ernstig astma kan dit worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die de gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Inhalatie van hoge doses bèta2 adrenerge agonisten en corticosteroïden kan een stijging van de plasmaglucosespiegel veroorzaken. De plasmaglucosespiegel moet vaker worden gecontroleerd bij patiënten met diabetes. Net als andere anticholinergica moet dit geneesmiddel met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met nauwekamerhoekglaucoom of urineretentie. Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, met inbegrip van patiënten met nierziekte in het eindstadium die dialyse vereist, is voorzichtigheid geboden. Systemische effecten van inhalatiecorticosteroïden kunnen voorkomen, met name bij hoge doses die langdurig worden voorgeschreven. Dit geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met longtuberculose of bij patiënten met chronische of onbehandelde infecties. Bijwerkingen Zeer vaak nasofaryngitis, astma (exacerbatie). Vaak bovenste luchtweginfectie, candidiasis, urineweginfectie, overgevoeligheid, hoofdpijn, tachycardie, orofaryngeale pijn, hoesten, dysfonie, gastro-enteritis, musculoskeletale pijn, spierspasmen, pyrexie. Soms hyperglykemie, cataract, droge mond, huiduitslag (rash), pruritus, dysurie. Afleverstatus UR Verpakking en prijs Zie Z-Index. Vergoeding Volledig vergoed. Registratiehouder Novartis Europharm Limited Lokale vertegenwoordiger NIEUW 1-MAAL DAAGS Novartis Pharma B.V., Haaksbergweg 16, 1101 BX Amsterdam Meer informatie Voor meer informatie kunt u bellen met 088-0452111. De volledige productinformatie kunt u raadplegen via www.novartis.nl/medicijnen. Datering verkorte indacaterolacetaat / glycopyrroniumbromide / productinformatie november 2020 mometasonfuroaat inhalatiepoeder

Meer dan 55.000 Nederlanders lijden al aan deze ingrijpende ziekte. Met de alarmerende toename van de ziekte van Parkinson is investeren in onderzoek de enige weg.

IBAN: NL10ABNA0504201530


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 51

was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Wetenschappelijke publicaties Oktober 2020 tot en met februari 2021 De publicaties zijn aangeleverd vanuit de Onderzoeksdatabank, databank PubMed-publicaties. Het publicatieoverzicht en lopende studies zijn te vinden op de Bibliotheek- en op de Wetenschapspagina, beide op Intranet. Mist u een artikel, neem dan contact op met de bibliotheek: bibliotheek@asz.nl

Anesthesiologie 10 kHz Spinal Cord Stimulation for the Treatment of Failed Back Surgery Syndrome with Predominant Leg Pain: Results From a Prospective Study in Patients from the Dutch Healthcare System. Kallewaard JW, Gültuna I, Hoffmann V, Elzinga L, Munnikes R, Verbrugge L, Minne V, Reiters P, Subbaroyan J, Santos A, Rotte A, Caraway D Pain Pract. 2020 Dec 3. doi: 10.1111/papr.12973. Online ahead of print. PMID: 33274545 Cell salvage in burn excisional surgery. Gigengack RK, Verhees V, Koopman-van Gemert AWMM, Oen IMMH, Ossewaarde TM, Koopman SSHA, Loer SA, van der Vlies CH. Burns. 2021 Feb;47(1):127-132. doi: 10.1016/j.burns.2020.06.030. Epub 2020 Jul 8. PMID: 33082023 The Effect of Percutaneous Nucleoplasty vs Anterior Discectomy in Patients with Cervical Radicular Pain due to a SingleLevel Contained Soft-Disc Herniation: A Randomized Controlled Trial. de Rooij J, Harhangi B, Aukes H, Groeneweg G, Stronks D, Huygen F Pain Physician. 2020 Nov;23(6):553-564. PMID: 33185372 Management practices for postdural puncture headache in obstetrics: a prospective, international, cohort study. Gupta A, von Heymann C, Magnuson A, Alahuhta S, Fernando R, Van de Velde M, Mercier FJ, Schyns-van den Berg AMJV; EPiMAP collaborators. Collaborators (266): Kuijpers-Visser AG Schyns-van den Berg A Br J Anaesth. 2020 Dec;125(6):1045-1055. doi: 10.1016/j.bja.2020.07.061. Epub 2020 Oct 8. PMID: 33039123 Views of patients suffering from Failed Back Surgery Syndrome on their health and their ability to adapt to daily life and self-management: A qualitative exploration. Hamm-Faber TE, Engels Y, Vissers KCP, Henssen DJHA PLoS One. 2020 Dec 7;15(12):e0243329. doi: 10.1371/journal.pone.0243329. eCollection 2020. PMID: 33284851

51

Cardiologie Cardiotoxicity during long-term trastuzumab use in patients with HER2positive metastatic breast cancer: who needs cardiac monitoring? Bouwer NI, Steenbruggen TG, van Rosmalen J, Rier HN, Kitzen JJEM, van Bekkum ML, Ten Tije AJ, de Jong PC, Drooger JC, Holterhues C, Smorenburg CH, Kofflard MJM, Boersma E, Sonke GS, Levin MD, Jager A Breast Cancer Res Treat. 2021 Jan 4. doi: 10.1007/s10549-020-06039-w. Online ahead of print. PMID: 33394273 Coronary bifurcations treated with thinstrut drug-eluting stents: a prespecified analysis of the randomized BIO-RESORT trial. Buiten RA, Warta S, Ploumen EH, Doggen CJM, van der Heijden LC, Hartmann M, Danse PW, Schotborgh CE, Scholte M, Linssen GCM, Zocca P, von Birgelen C Coron Artery Dis. 2021 Jan;32(1):51-57. doi: 10.1097/MCA.0000000000000891. PMID: 33278175 Development and external validation of prediction models to predict implantable cardioverter-defibrillator efficacy in primary prevention of sudden cardiac death. Verstraelen TE, van Barreveld M, van Dessel PHFM, Boersma LVA, Delnoy PPHM, Tuinenburg AE, Theuns DAMJ, van der Voort PH, Kimman GP, Buskens E, Hulleman M, Allaart CP, Strikwerda S, Scholten MF, Meine M, Abels R, Maass AH, Firouzi M, Widdershoven JWMG, Elders J, van Gent MWF, Khan M, Vernooy K, Grauss RW, Tukkie R, van Erven L, Spierenburg HAM, Brouwer MA, Bartels GL, Bijsterveld NR, Borger van der Burg AE, Vet MW, Derksen R, Knops RE, Bracke FALE, Harden M, Sticherling C, Willems R, Friede T, Zabel M, Dijkgraaf MGW, Zwinderman AH, Wilde AAM Europace. 2021 Feb 14;euab012. doi: 10.1093/europace/euab012. Online ahead of print. PMID: 33582797 High-Sensitivity Cardiac Troponin During 1 Year After Acute Coronary Syndrome Admission Van den Berg VJ, Oemrawsingh RM, Umans VAWM, Kardys I, Asselbergs FW, van der Harst P, Hoefer IE, Kietselaer B,

Lenderink T, Oude Ophuis AJ, van Schaik RH, de Winter RJ, Akkerhuis KM, Boersma E, BIOMArCS investigators * J Am Heart Assoc. 2020 Dec 16;e017393. doi: 10.1161/JAHA.120.017393. Online ahead of print. PMID: 33325242 Implantable cardioverter defibrillators at the end of life: future perspectives on clinical practice. Stoevelaar R, Brinkman-Stoppelenburg A, van Bruchem-Visser RL, van Driel AG, Bhagwandien RE, Theuns DAMJ, Rietjens JAC, van der Heide A. Neth Heart J. 2020 Nov;28(11):565-570. doi: 10.1007/s12471-020-01438-6. PMID: 32548800 ONCOR: design of the Dutch cardiooncology registry. Kamphuis JAM, Linschoten M, Cramer M, lsemgeest F, van Kessel DJW, Urgel K, Post MC, Manintveld OC, Hassing HC, Liesting C, Wardeh AJ, Olde Bijvank EGM, Schaap J, Stevense-den Boer AM, Doevendans PA, Asselbergs FW, Teske AJ Neth Heart J. 2020 Nov 17. doi: 10.1007/s12471-020-01517-8. Online ahead of print. PMID: 33201485 One-year performance of thin-strut cobalt chromium sirolimus-eluting stent versus thicker strut stainless steel biolimus-eluting coronary stent: a propensity-matched analysis of two international all-comers registries. Vlieger S, Danzi GB, Kauer F, Oemrawsingh RM, Stojkovic S, IJsselmuiden AJJ, Routledge H, Laanmets P, Roffi M, Fröbert O, Baello P, Wlodarczak A, Puentes A, Polad J, Hildick-Smith D. Coron Artery Dis. 2020 Oct 13. doi: 10.1097/MCA.0000000000000958. [Epub ahead of print] PMID: 33060529 Pacing in hypertrophic obstructive cardiomyopathy: First choice therapy in low volume centers? Kofflard MJM. Int J Cardiol. 2021 Jan 15;323:199-200. doi: 10.1016/j.ijcard.2020.10.005. Epub 2020 Oct 9. PMID: 33039580


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 52

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Presence of a giant mass in the interventricular septum with long followup. Kimman JR, Kock MCJM, Kofflard MJM. Int J Cardiovasc Imaging. 2020 Oct;36(10):1983-1984. doi: 10.1007/s10554020-01893-7. Epub 2020 May 21. PMID: 32440795 Shop till you drop. Baris L, van den Bos EJ. Neth Heart J. 2020 Dec;28(12):670-671. doi: 10.1007/s12471-020-01478-y. PMID: 32737675 Three contemporary thin-strut drugeluting stents implanted in severely calcified coronary lesions of participants in a randomized all-comers trial. Buiten RA, Ploumen EH, Zocca P, Doggen CJM, van Houwelingen KG, Danse PW, Schotborgh CE, Stoel MG, Scholte M, Linssen GCM, de Man FHAF, von Birgelen C. Catheter Cardiovasc Interv. 2020 Nov;96(5):E508-E515. doi: 10.1002/ccd.28886. Epub 2020 Apr 1. PMID: 32237060 Three-year clinical outcomes of the absorb bioresorbable vascular scaffold compared to Xience everolimus-eluting stent in routine PCI in patients with diabetes mellitus-AIDA sub-study. Kerkmeijer LSM, Tijssen RYG, Hofma SH, van der Schaaf RJ, Arkenbout EK, Weevers APJD, Kraak RP, Onuma Y, Serruys PW, Piek JJ, Tijssen JGP, Henriques JPS, de Winter RJ, Wykrzykowska JJ. Catheter Cardiovasc Interv. 2020 Oct 29. doi: 10.1002/ccd.29329. [Epub ahead of print] PMID: 33118696 Treating diabetic all-comers with contemporary drug-eluting stents: Prespecified comparisons from the BIORESORT and the BIONYX randomized trials Ploumen EH, Buiten RA, Kok MA, Doggen CJM, Roguin A, Jessurun GAJ, Schotborgh CE, Danse PW, Benit E, Aminian A, van Houwelingen KG, Stoel MG, Scholte M, Hartmann M, Linssen GCM, Zocca P, von Birgelen C Int J Cardiol. 2020 Oct 22;S01675273(20)34004-3. doi: 10.1016/j.ijcard.2020.10.051.Online ahead of print. PMID: 33148427 Chirurgie The Dilemma After an Unforeseen Positive Sentinel Node in Primary Breast Cancer: Is Completion Axillary Dissection Necessary? van Bekkum S, Kraima AC, Westenend PJ, Plaisier PW, Menke-Pluijmers MBE. World J Surg. 2020 Nov;44(11):3801-3809. doi: 10.1007/s00268-020-05650-8.

PMID: 32583017 Hospital variation in combined liver resection and thermal ablation for colorectal liver metastases and impact on short-term postoperative outcomes: a nationwide population-based study. Elfrink AKE, Nieuwenhuizen S, van den Tol MP, Burgmans MC, Prevoo W, Coolsen MME, van den Boezem PB, van Delden OM, Hagendoorn J, Patijn GA, Leclercq WKG, Liem MSL, Rijken AM, Verhoef C, Kuhlmann KFD, Ruiter SJS, Grünhagen DJ, Klaase JM, Kok NFM, Meijerink MR, Swijnenburg RJ, Dutch Hepato Biliary Audit Group; Collaborators Collaborators: Te Riele W, de Boer MT, Dejong CHC, van Gulik TH, Hoogwater FJH, Molenaar IQ, van der Leij C, Moelker A, Besselink MGH, Buis CI, den Dulk M, Bosscha K, Belt EJTh, Vermaas M, van Heek TNT, Oosterling SJ, Torrenga H, Eker HH, Consten ECJ HPB (Oxford). 2020 Nov 17;S1365182X(20)31189-8. doi: 10.1016/j.hpb.2020.10.003. Online ahead of print. PMID: 33218949 Protocol of a multicentre, prospective cohort study that evaluates costeffectiveness of two perioperative care strategies for potential obstructive sleep apnoea in morbidly obese patients undergoing bariatric surgery. van Veldhuisen SL, Kuppens K, de Raaff CAL, Wiezer MJ, de Castro SMM, van Veen RN, Swank DJ, Demirkiran A, Boerma EG, Greve JM, van Dielen FMH, Frederix GWJ, Hazebroek EJ. BMJ Open. 2020 Oct 7;10(10):e038830. doi: 10.1136/bmjopen-2020-038830. PMID: 33033026 Reducing Seroma Formation and Its Sequelae After Mastectomy by Closure of the Dead Space: A Multi-center, Double-Blind Randomized Controlled Trial (SAM-Trial). de Rooij L, van Kuijk SMJ, Granzier RWY, Hintzen KFH, Heymans C, Theunissen LLB, von Meyenfeldt EM, van Essen JA, van Haaren ERM, Janssen A, Vissers YLJ, Beets GL, van Bastelaar J. Ann Surg Oncol. 2020 Oct 19. doi: 10.1245/s10434-020-09225-8. [Epub ahead of print] PMID: 33078318 Wide Variation in Perioperative Care in Anatomical Lung Resections in the Netherlands: A National Survey von Meyenfeldt EM, de Betue CTI, van den Berg R, van Thiel ERE, Schreurs WH, Marres GMH Semin Thorac Cardiovasc Surg. 2020 Winter;32(4):1101-1110.doi: 10.1053/j.semtcvs.2020.05.015.Epub 2020 May 23. PMID: 32454091

Gynaecologie Depression prevalence based on the Edinburgh Postnatal Depression Scale compared to Structured Clinical Interview for DSM DIsorders classification: Systematic review and individual participant data metaanalysis. Lyubenova A, Neupane D, Levis B, Wu Y, Sun Y, He C, Krishnan A, Bhandari PM, Negeri Z, Imran M, Rice DB, Azar M, Chiovitti MJ, Saadat N, Riehm KE, Boruff JT, Ioannidis JPA, Cuijpers P, Gilbody S, Kloda LA, Patten SB, Shrier I, Ziegelstein RC, Comeau L, Mitchell ND, Tonelli M, Vigod SN, Aceti F, Barnes J, Bavle AD, Beck CT, Bindt C, Boyce PM, Bunevicius A, Chaudron LH, Favez N, Figueiredo B, Garcia-Esteve L, Giardinelli L, Helle N, Howard LM, Kohlhoff J, Kusminskas L, Kozinszky Z, Lelli L, Leonardou AA, Meuti V, Radoš SN, García PN, Pawlby SJ, Quispel C, Robertson-Blackmore E, Rochat TJ, Sharp DJ, Siu BWM, Stein A, Stewart RC, Tadinac M, Tandon SD, Tendais I, Töreki A, Torres-Giménez A, Tran TD, Trevillion K, Turner K, VegaDienstmaier JM, Benedetti A, Thombs BD. Int J Methods Psychiatr Res. 2020 Oct 22:e1860. doi: 10.1002/mpr.1860. [Epub ahead of print] PMID: 33089942 Endometrial scratching in women with one failed IVF/ICSI cycle-outcomes of a randomised controlled trial (SCRaTCH). van Hoogenhuijze NE, Mol F, Laven JSE, Groenewoud ER, Traas MAF, Janssen CAH, Teklenburg G, de Bruin JP, van Oppenraaij RHF, Maas JWM, Moll E, Fleischer K, van Hooff MHA, de Koning CH, Cantineau AEP, Lambalk CB, Verberg M, van Heusden AM, Manger AP, van Rumste MME, van der Voet LF, Pieterse QD, Visser J, Brinkhuis EA, den Hartog JE, Glas MW, Klijn NF, van der Meer S, Bandell ML, Boxmeer JC, van Disseldorp J, Smeenk J, van Wely M, Eijkemans MJC, Torrance HL, Broekmans FJM. Hum Reprod. 2020 Dec 8;deaa268. doi: 10.1093/humrep/deaa268. Online ahead of print. PMID: 33289528 Evaluation of a nationwide Dutch guideline to detect Lynch syndrome in patients with endometrial cancer. Tjalsma AS, Wagner A, Dinjens WNM, Ewing-Graham PC, Alcalá LSM, de Groot MER, Hamoen KE, van Hof AC, Hofhuis W, Hofman LH, Hoogduin KJ, Kaijser J, Makkus ACF, Mol SJJ, Plaisier GM, Schelfhout K, Smedts HPM, Smit RA, Timmers PJ, Vencken PMLH, Visschers B, van der Wurff AAM, van Doorn HC. Gynecol Oncol. 2021 Mar;160(3):771-776. doi: 10.1016/j.ygyno.2020.12.028. Epub 2021 Jan 6. PMID: 33419609

52


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 53

was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Overestimation of Postpartum Depression Prevalence Based on a 5item Version of the EPDS: Systematic Review and Individual Participant Data Meta-analysis. Thombs BD, Levis B, Lyubenova A, Neupane D, Negeri Z, Wu Y, Sun Y, He C, Krishnan A, Vigod SN, Bhandari PM, Imran M, Rice DB, Azar M, Chiovitti MJ, Saadat N, Riehm KE, Boruff JT, Cuijpers P, Gilbody S, Ioannidis JPA, Kloda LA, Patten SB, Shrier I, Ziegelstein RC, Comeau L, Mitchell ND, Tonelli M, Barnes J, Beck CT, Bindt C, Figueiredo B, Helle N, Howard LM, Kohlhoff J, Kozinszky Z, Leonardou AA, Radoš SN, Quispel C, Rochat TJ, Stein A, Stewart RC, Tadinac M, Tandon SD, Tendais I, Töreki A, Tran TD, Trevillion K, Turner K, Vega-Dienstmaier JM, Benedetti A. Can J Psychiatry. 2020 Dec;65(12):835844. doi: 10.1177/0706743720934959. Epub 2020 Oct 26. PMID: 33104415 Parturition mode recommendation and symptoms of pelvic floor disorders after obstetric anal sphincter injuries. van der Vlist M, Oom D, van Rosmalen J, van Ovost A, Hogewoning C. Int Urogynecol J. 2020 Nov;31(11):23532359.doi: 10.1007/s00192-020-04241-4.Epub 2020 Feb 7. PMID: 32034458 Pre-Conception Interventions for Subfertile Couples Undergoing Assisted Reproductive Technology Treatment: Modeling Analysis. Steegers-Theunissen R, Hoek A, Groen H, Bos A, van den Dool G, Schoonenberg M, Smeenk J, Creutzberg E, Vecht L, Starmans L, Laven J. JMIR Mhealth Uhealth. 2020 Nov 23;8(11):e19570. doi: 10.2196/19570. PMID: 33226349 The prevalence of frailty and posttreatment outcomes in elderly women with pelvic floor disorders. de Jong K, van der Vlist MY, Oom DMJ. Int Urogynecol J. 2021 Feb 23. doi: 10.1007/s00192-021-04682-5. [Epub ahead of print] PMID: 33620538. Which factors are associated with anal incontinence after obstetric anal sphincter injury? Speksnijder L, Oom DMJ, de Leeuw JW, Steensma AB. Ultrasound Obstet Gynecol. 2020 Oct 23. doi: 10.1002/uog.23525. [Epub ahead of print] PMID: 33094517 Intensieve geneeskunde Clinically relevant potential drug-drug interactions in intensive care patients: A

53

large retrospective observational multicenter study. Bakker T, Abu-Hanna A, Dongelmans DA, Vermeijden WJ, Bosman RJ, de Lange DW, Klopotowska JE, de Keizer NF, SIMPLIFY study group; Hendriks S, Ten Cate J, Schutte PF, van Balen D, Duyvendak M, Karakus A, Sigtermans M, Kuck EM, Hunfeld NGM, van der Sijs H, de Feiter PW, Wils EJ, Spronk PE, van Kan HJM, van der Steen MS, Purmer IM, Bosma BE, Kieft H, van Marum RJ, de Jonge E, Beishuizen A, Movig K, Mulder F, Franssen EJF, van den Bergh WM, Bult W, Hoeksema M, Wesselink E. J Crit Care. 2020 Dec 1;62:124-130. doi: 10.1016/j.jcrc.2020.11.020. Online ahead of print. PMID: 33352505

Interne geneeskunde Adalimumab-induced platelet antibodies resulting in severe thrombocytopenia. Boiten HJ, Amini S, Wolfhagen FHJ, Westerweel PE. Br J Clin Pharmacol. 2021 Feb 18. doi: 10.1111/bcp.14778. Online ahead of print. PMID: 33599312 A bispecific antibody antagonizes prosurvival CD40 signaling and promotes Vγ9Vδ2 T cell-mediated antitumor responses in human B-cell malignancies. de Weerdt I, Lameris R, Scheffer GL, Vree J, de Boer R, Stam AG, van de Ven R, Levin MD, Pals ST, Roovers RC, Parren PWHI, de Gruijl TD, Kater AP, van der Vliet HJ. Cancer Immunol Res. 2020 Nov 11;canimm.0138.2020.doi: 10.1158/23266066.CIR-20-0138.Online ahead of print. PMID: 33177109 Cardiotoxicity during long-term trastuzumab use in patients with HER2positive metastatic breast cancer: who needs cardiac monitoring? Bouwer NI, Steenbruggen TG, van Rosmalen J, Rier HN, Kitzen JJEM, van Bekkum ML, Ten Tije AJ, de Jong PC, Drooger JC, Holterhues C, Smorenburg CH, Kofflard MJM, Boersma E, Sonke GS, Levin MD, Jager A. Breast Cancer Res Treat. 2021 Jan 4. doi: 10.1007/s10549-020-06039-w. Online ahead of print. PMID: 33394273 Conditional relative survival among adult patients with chronic myeloid leukemia in the tyrosine kinase inhibitor era: a population-based study in the Netherlands. Ector GICG, Visser O, Posthuma EFM, Westerweel PE, Janssen JJWM, Blijlevens NMA, Dinmohamed AG. Leukemia. 2021 Feb 18. doi: 10.1038/s41375-021-01174-9. Online ahead of print.

PMID: 33603145 Correction: Lenalidomide added to standard intensive treatment for older patients with AML and high-risk MDS. Ossenkoppele GJ, Breems DA, Stuessi G, van Norden Y, Bargetzi M, Biemond BJA, von dem Borne P, Chalandon Y, Cloos J, Deeren D, Fehr M, Gjertsen B, Graux C, Huls G, Janssen JJJW, Jaspers A, JongenLavrencic M, de Jongh E, Klein SK, van der Klift M, van Marwijk Kooy M, Maertens J, Michaux L, van der Poel MWM, van Rhenen A, Tick L, Valk P, Vekemans MC, van der Velden WJFM, de Weerdt O, Pabst T, Manz M, Löwenberg B; DutchBelgian Hemato-Oncology Cooperative Group (HOVON) and Swiss Group for Clinical Cancer Research (SAKK). Leukemia. 2020 Oct;34(10):2820. doi: 10.1038/s41375-020-0994-7. Erratum for: Lenalidomide added to standard intensive treatment for older patients with AML and high-risk MDS. [Leukemia. 2020] PMID: 32733013 Correction: Primary therapy and relative survival among elderly patients with chronic myeloid leukemia: a populationbased study in the Netherlands, 1989-2017. Ector GICG, Visser O, Westerweel PE, Janssen JJWM, Blijlevens NMA, Dinmohamed AG. Leukemia. 2020 Dec;34(12):3440. doi: 10.1038/s41375-020-01040-0. Erratum for: Primary therapy and relative survival among elderly patients with chronic myeloid leukemia: a populationbased study in the Netherlands, 1989-2017. [Leukemia. 2020] PMID: 32989222 Diffuse alveolar hemorrhage as an early complication of alemtuzumab treatment: A case report of a multiple sclerosis patient and an overview of 14 cases Drop BRH, Zemel D, Wokke BHA, van Oosten BW, Dik S, Martins Jarnalo CO, Westerweel PE, de Beukelaar JWK. Mult Scler Relat Disord. 2020 Nov 16;47:102614. doi: 10.1016/j.msard.2020.102614. Online ahead of print PMID: 33249378 Digital PCR for BCR-ABL1 Quantification in CML: Current Applications in Clinical Practice. Kockerols CCB, Valk PJM, Levin MD, Pallisgaard N, Cornelissen JJ, Westerweel PE. Hemasphere. 2020 Nov 24;4(6):e496. doi: 10.1097/HS9.0000000000000496. eCollection 2020 Dec. PMID: 33283168


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 54

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Heavy menstrual bleeding on direct factor Xa inhibitors: Rationale and design of the MEDEA study. Hamulyák EN, Wiegers HMG, Scheres LJJ, Hutten BA, de Lange ME, Timmermans A, Westerweel PE, Nijziel MR, Kruip MJHA, Ten Wolde M, Ypma PF, Klok FA, Nieuwenhuizen L, van Wissen S, Hovens MMC, Faber LM, Kamphuisen PW, Büller HR, Middeldorp S. Res Pract Thromb Haemost. 2020 Dec 18;5(1):223-230. doi: 10.1002/rth2.12471. eCollection 2021 Jan. PMID: 33537547 Human CXCR5+ PD-1+ CD8 T cells in healthy individuals and patients with hematologic malignancies. Hofland T, Martens AWJ, van Bruggen JAC, de Boer R, Schetters S, Remmerswaal EBM, Bemelman FJ, Levin MD, Bins AD, Eldering E, Kater AP, Tonino SH. Eur J Immunol. 2020 Oct 24. doi: 10.1002/eji.202048761. [Epub ahead of print] PMID: 33098668 The impact of the COVID-19 pandemic on people with diabetes and diabetes services: A pan-European survey of diabetes specialist nurses undertaken by the Foundation of European Nurses in Diabetes survey consortium. Forde R, Arente L, Ausili D, De Backer K, Due-Christensen M, Epps A, Fitzpatrick A, Grixti M, Groen S, Halkoaho A, Huber C, Iversen MM, Johansson UB, Leippert C, Ozcan S, Julie Parker, Paiva AC, Sanpetreanu A, Savet MA, Rosana SC, Szewczyk A, Valverde M, Vlachou E, Forbes A, FEND COVID-19 consortium. Collaborators: FEND COVID-19 consortium: Allen-Taylor M, Brown F, Celick A, Gane S, Hashem R, HabeteAsres H, Tian Q, Sturt J, Winkley K, Caron R, Gaćina S, Moloney Y, Kobos E, Jansà M, Yoldi C Diabet Med. 2020 Dec 14;e14498. doi: 10.1111/dme.14498. Online ahead of print. PMID: 33314244 Inferior Outcome of Addition of the Aminopeptidase Inhibitor Tosedostat to Standard Intensive Treatment for Elderly Patients with AML and High Risk MDS. Janssen J, Löwenberg B, Manz M, Bargetzi M, Biemond B, von dem Borne P, Breems D, Brouwer R, Chalandon Y, Deeren D, Efthymiou A, Gjertsen BT, Graux C, Gregor M, Heim D, Hess U, Hoogendoorn M, Jaspers A, Jie A, Jongen-Lavrencic M, Klein S, van der Klift M, Kuball J, van Lammeren-Venema D, Legdeur M, van de Loosdrecht A, Maertens J, van Marwijk Kooy M, Moors I, Nijziel M, van Obbergh F, Oosterveld M, Pabst T, van der Poel M, Sinnige H, Spertini O, Terpstra W, Tick L, van der Velden W, Vekemans M, Vellenga E, de

Weerdt O, Westerweel P, Stüssi G, van Norden Y, Ossenkoppele G. Cancers (Basel). 2021 Feb 7;13(4):672. doi: 10.3390/cancers13040672. PMID: 33562393 The Influence of Body Composition on the Systemic Exposure of Paclitaxel in Esophageal Cancer Patients. Van Doorn L, Crombag MBS, Rier HN, van Vugt JLA, van Kesteren C, Bins S, Mathijssen RHJ, Levin MD, Koolen SLW. Pharmaceuticals (Basel). 2021 Jan 9;14(1):E47. doi: 10.3390/ph14010047. PMID: 33435449 Ixazomib Treatment of IgA Multiple Myeloma With Hyperviscosity Syndrome. Boiten HJ, Buijze M, Zweegman S, Levin MD. Clin Lymphoma Myeloma Leuk. 2020 Nov;20(11):e832-e835. doi: 10.1016/j.clml.2020.06.016. Epub 2020 Jun 27. PMID: 32690387 A novel haemocytometric COVID-19 prognostic score developed and validated in an observational multicentre European hospital-based study. Linssen J, Ermens A, Berrevoets M, Seghezzi M, Previtali G, van der Sar-van der Brugge S, Russcher H, Verbon A, Mep Gillis J, Riedl J, de Jongh E, Saker J, Münster M, Ca Munnix I, Dofferhof A, Scharnhorst V, Ammerlaan H, Deiteren K, Bakker SJ, Van Pelt LJ, Kluiters-de Hingh Y, Leers MP, van der Ven AJ, Elife. 2020 Nov 26;9:e63195.doi: 10.7554/eLife.63195.Online ahead of print. PMID: 33241996 Primary therapy and relative survival among elderly patients with chronic myeloid leukemia: a population-based study in the Netherlands, 1989-2017. Ector GICG, Visser O, Westerweel PE, Janssen JJWM, Blijlevens NMA, Dinmohamed AG. Leukemia. 2020 Dec;34(12):3408-3412. doi: 10.1038/s41375-020-0902-1. Epub 2020 Jun 8. PMID: 32513966 Prognostic and predictive performance of R-ISS with SKY92 in older patients with multiple myeloma: the HOVON87/NMSG-18 trial. Kuiper R, Zweegman S, van Duin M, van Vliet MH, van Beers RH, Dumee B, Vermeulen M, Koenders J, van der Holt B, Visser-Wisselaar H, Hansson M, van der Velden AWG, Beverloo HB, Stevens-Kroef M, Levin MD, Broijl A, Waage A, Sonneveld P. Blood Adv. 2020 Dec 22;4(24):62986309. doi: 10.1182/bloodadvances.2020002838. PMID: 33351127

Protocol description of the HOVON 141/VISION trial: a prospective, multicentre, randomised phase II trial of ibrutinib plus venetoclax in patients with creatinine clearance ≥30 mL/min who have relapsed or refractory chronic lymphocytic leukaemia (RR-CLL) with or without TP53 aberrations. Levin MD, Kater A, Mattsson M, Kersting S, Ranti J, Thi Tuyet Tran H, Nasserinejad K, Niemann CU. BMJ Open. 2020 Oct 15;10(10):e039168. doi: 10.1136/bmjopen-2020-039168. PMID: 33060089 Reading the B cell receptor Immunome in Chronic Lymphocytic Leukemia: Revelations and Applications. Hengeveld PJ, Levin MD, Kolijn PM, Langerak AW. Exp Hematol. 2021 Jan;93:14-24. doi: 10.1016/j.exphem.2020.09.194. Epub 2020 Oct 10. PMID: 32976948 Retroperitoneal fibrosis and betablocking agents: is there an association? Kharagjitsing H, van Eekeren R, van Puijenbroek EP, van Gelder T, van Bommel EFH. Br J Clin Pharmacol. 2020 Dec 16. doi: 10.1111/bcp.14702. Online ahead of print. PMID: 33326117 Rituximab-CHOP With Early Rituximab Intensification for Diffuse Large B-Cell Lymphoma: A Randomized Phase III Trial of the HOVON and the Nordic Lymphoma Group (HOVON-84). Lugtenburg PJ, de Nully Brown P, van der Holt B, D’Amore FA, Koene HR, de Jongh E, Fijnheer R, van Esser JW, Böhmer LH, Pruijt JF, Verhoef GE, Hoogendoorn M, Bilgin MY, Nijland M, van der Burg-de Graauw NC, Oosterveld M, Jie KG, Larsen TS, van der Poel MW, Leijs MB, Silbermann MH, van Marwijk Kooy M, Beker A, Kersten MJ, Doorduijn JK, Tick LW, Brouwer RE, Lam KH, Burggraaff CN, de Keizer B, Arens AI, de Jong D, Hoekstra OS, Zijlstra-Baalbergen JM. J Clin Oncol. 2020 Oct 10;38(29):33773387. doi: 10.1200/JCO.19.03418. Epub 2020 Jul 30. PMID: 32730183 Spectrum of histiocytic neoplasms associated with diverse haematological malignancies bearing the same oncogenic mutation. Kemps PG, Hebeda KM, Pals ST, Verdijk RM, Lam KH, Bruggink AH, de Lil HS, Ruiterkamp B, de Heer K, van Laar JA, Valk PJ, Mutsaers P, Levin MD, Hogendoorn PC, van Halteren AG. J Pathol Clin Res. 2021 Jan;7(1):10-26. doi: 10.1002/cjp2.177. Epub 2020 Aug 27. PMID: 32852896

54


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 55

was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Tyrosine kinase inhibitor treatment discontinuation in chronic myeloid leukemia: patient views. Tromp VNMF, Timmers L, Koningen L, Janssen JJWM, Westerweel PE, Geelen IGP, de Jong J, Beckeringh JJ, Boons CCLM, Hugtenburg JG. Leuk Lymphoma. 2020 Nov 6;1-10.doi: 10.1080/10428194.2020.1839655.Online ahead of print. PMID: 33153332

Linssen J, Ermens A, Berrevoets M, Seghezzi M, Previtali G, van der Sar-van der Brugge S, Russcher H, Verbon A, Mep Gillis J, Riedl J, de Jongh E, Saker J, Münster M, Ca Munnix I, Dofferhof A, Scharnhorst V, Ammerlaan H, Deiteren K, Bakker SJ, Van Pelt LJ, Kluiters-de Hingh Y, Leers MP, van der Ven AJ, Elife. 2020 Nov 26;9:e63195.doi: 10.7554/eLife.63195.Online ahead of print. PMID: 33241996

Venetoclax and Ibrutinib for Patients with Relapsed/Refractory Chronic Lymphocytic Leukemia. Niemann CU, Levin MD, Dubois J, Kersting S, Enggaard L, Veldhuis GJ, Mous R, Mellink C, Dobber JA, Poulsen CB, Frederiksen H, Janssens AM, Schjødt I, Dompeling EC, Ranti J, Mattsson M, Bellido M, Tran HTT, Nasserinejad K, Kater A. Blood. 2020 Oct 7. pii: blood.2020008608. doi: 10.1182/blood.2020008608. [Epub ahead of print] PMID: 33027809

Oxygen gradient ektacytometry derivedbiomarkers are associated with vaso-occlusive crises and correlate with treatment response in sickle cell disease. Rab MAE, Kanne CK, Bos J, van Oirschot BA, Boisson C, Houwing ME, Gerritsma J, Teske E, Renoux C, Riedl J, Schutgens REG, Bartels M, Nur E, Joly P, Fort R, Cnossen MH, van Wijk R, Connes P, van Beers EJ, Sheehan VA. Am J Hematol. 2021 Jan;96(1):E29-E32. doi: 10.1002/ajh.26031. Epub 2020 Nov 11. PMID: 33095451

Kindergeneeskunde Cortisol and Cortisone in Early Childhood in Very-Low-Birthweight Infants and Term-Born Infants. De Jong M, Cranendonk A, Twisk JWR, van Weissenbruch MM. Horm Res Paediatr. 2021 Feb 3;1-7. doi: 10.1159/000512784. Online ahead of print. PMID: 33535224 Prevalence and course of mood and anxiety disorders, and correlates of symptom severity in adolescents with type 1 diabetes: Results from Diabetes LEAP. Nguyen LA, Pouwer F, Winterdijk P, Hartman E, Nuboer R, Sas T, de Kruijff I, Bakker-Van Waarde W, Aanstoot HJ, Nefs G. Pediatr Diabetes. 2020 Dec 16. doi: 10.1111/pedi.13174. Online ahead of print. PMID: 33331108 Klinische chemie A new gene associated with a betathalassemia phenotype: the observation of variants in SUPT5H. Achour A, Koopmann TT, Castel R, Santen GWE, Hollander den N, Knijnenburg J, Ruivenkamp CAL, Arkesteijn SGJ, Huurne Ter J, Bisoen S, Verschuren M, Vijfhuizen L, Schaap R, Grimbergen A, Slomp J, Traeger-Synodinos J, Vrettou C, Pissard S, Galactéros F, Baas F, Harteveld CL. Blood. 2020 Oct 8;136(15):1789-1793. doi: 10.1182/blood.2020005934. PMID: 32589702 A novel haemocytometric COVID-19 prognostic score developed and validated in an observational multicentre European hospital-based study.

55

Klinische fysica Effect of CT reconstruction settings on the performance of a deep learning based lung nodule CAD system. Blazis SP, Dickerscheid DBM, Linsen PVM, Jarnalo COM. Eur J Radiol. 2021 Jan 8;136:109526. doi: 10.1016/j.ejrad.2021.109526. Online ahead of print. PMID: 33453573 Longgeneeskunde Diffuse alveolar hemorrhage as an early complication of alemtuzumab treatment: A case report of a multiple sclerosis patient and an overview of 14 cases Drop BRH, Zemel D, Wokke BHA, van Oosten BW, Dik S, Martins Jarnalo CO, Westerweel PE, de Beukelaar JWK. Mult Scler Relat Disord. 2020 Nov 16;47:102614. doi: 10.1016/j.msard.2020.102614. Online ahead of print PMID: 33249378 Maag-, darm- en levergeneeskunde Adalimumab-induced platelet antibodies resulting in severe thrombocytopenia. Boiten HJ, Amini S, Wolfhagen FHJ, Westerweel PE. Br J Clin Pharmacol. 2021 Feb 18. doi: 10.1111/bcp.14778. Online ahead of print. PMID: 33599312 Associations of non-pedunculated T1 colorectal adenocarcinoma outcome with consensus molecular subtypes, immunoscore, and microsatellite status: a multicenter case-cohort study. Haasnoot KJC, Backes Y, Moons LMG, Kranenburg O, Trinh A, Vermeulen L, Noë M, Tuynman JB, van Lent AUG, van Ginneken R, Seldenrijk CA, Raicu MG,

Trumpi K, Ubink I, Milne AN, Boonstra JJ, Groen JN, Schwartz MP, Wolfhagen FHJ, Geesing JMJ, Ter Borg F, Brosens LAA, van Bergeijk J, Spanier BWM, de Vos Tot Nederveen Cappel WH, Kessels K, Seerden TCJ, Vleggaar FP, Offerhaus GJA, Siersema PD, Elias SG, Laclé MM; Dutch T CRC Working Group. Mod Pathol. 2020 Dec;33(12):2626-2636. doi: 10.1038/s41379-020-0598-9. Epub 2020 Jun 24. PMID: 32581367 Health outcomes of 1000 children born to mothers with inflammatory bowel disease in their first 5 years of life. Kanis SL, Modderman S, Escher JC, Erler N, Beukers R, de Boer N, Bodelier A, Depla ACTM, Dijkstra G, van Dijk ARM, Gilissen L, Hoentjen F, Jansen JM, Kuyvenhoven J, Mahmmod N, MallantHent RC, van der Meulen-de Jong AE, Noruzi A, Oldenburg B, Oostenbrug LE, Ter Borg PCJ, Pierik M, Romberg-Camps M, Thijs W, West R, de Lima A, van der Woude CJ; Initiative on Crohns and Colitis (ICC). Gut. 2020 Oct 12. pii: gutjnl-2019-319129. doi: 10.1136/gutjnl-2019-319129. [Epub ahead of print] PMID: 33046558 Optimizing cytological specimens of EUS-FNA of solid pancreatic lesions: A pilot study to the effect of a smear preparation training for endoscopy personnel on sample quality and accuracy. van Riet PA, Quispel R, Cahen DL, Erler NS, Snijders-Kruisbergen MC, Van Loenen P, Poley JW, van Driel LMJW, Mulder SA, Veldt BJ, Leeuwenburgh I, Anten MGF, Honkoop P, Thijssen AY, Hol L, Hadithi M, Fitzpatrick CE, Schot I, Bergmann JF, Bhalla A Bruno MJ, Biermann K. Diagn Cytopathol. 2021 Feb;49(2):295302. doi: 10.1002/dc.24645. Epub 2020 Oct 24. PMID: 33098625 Tumour-stroma ratio has poor prognostic value in nonpedunculated T1 colorectal cancer: A multicentre casecohort study. Dang H, van Pelt GW, Haasnoot KJC, Backes Y, Elias SG, Seerden TCJ, Schwartz MP, Spanier BWM, de Vos Tot Nederveen Cappel WH, van Bergeijk JD, Kessels K, Geesing JMJ, Groen JN, Ter Borg F, Wolfhagen FHJ, Seldenrijk CA, Raicu MG, Milne AN, van Lent AUG, Brosens LAA, Offerhaus GJA, Siersema PD, Tollenaar RAEM, Hardwick JCH, Hawinkels LJAC, Moons LMG, Lacle MM, Mesker WE, Boonstra JJ, Dutch T CRC Working Group. United European Gastroenterol J. 2021 Feb 10. doi: 10.1177/2050640620975324. Online ahead of print. PMID: 33566452


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 56

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Tumour-stroma ratio has poor prognostic value in non-pedunculated T1 colorectal cancer: A multi-centre casecohort study. Dang H, van Pelt GW, Haasnoot KJ, Backes Y, Elias SG, Seerden TCJ, Schwartz MP, Spanier BM, de Vos Tot Nederveen Cappel WH, van Bergeijk JD, Kessels K, Geesing JM, Groen JN, Ter Borg F, Wolfhagen FH, Seldenrijk CA, Raicu MG, Milne AN, van Lent AU, Brosens LA, Offerhaus GJA, Siersema PD, Tollenaar RA, Hardwick JC, Hawinkels LJ, Moons LM, Lacle MM, Mesker WE, Boonstra JJ, Dutch T CRC Working Group. United European Gastroenterol J. 2020 Nov 19;2050640620975324. doi: 10.1177/2050640620975324. Online ahead of print. PMID: 33210982 Neurologie Alterations of Gut Microbiota and the Brain-Immune-Intestine Axis in Patients With Relapsing-Remitting Multiple Sclerosis After Treatment With Oral Cladribine: Protocol for a Prospective Observational Study. Van Pamelen J, van Olst L, Budding AE, BIA Study Group; de Vries HE, Visser LH. Collaborators: BIA Study Group: de Beukelaar J, Fermont J, Frequin S, de Gans K, Hupperts R, Mostert J, van Oosten B, Verhagen W, van Vliet J. JMIR Res Protoc. 2020 Jul 29;9(7):e16162. doi: 10.2196/16162. PMID: 32723709 Comparison of eight prehospital stroke scales to detect intracranial large-vessel occlusion in suspected stroke (PRESTO): a prospective observational study. Duvekot MHC, Venema E, Rozeman AD, Moudrous W, Vermeij FH, Biekart M, Lingsma HF, Maasland L, Wijnhoud AD, Mulder LJMM, Alblas KCL, van Eijkelenburg RFJ, Buijck BI, Bakker J, Plaisier AS, Hensen JH, Nijeholt GJLA, van Doormaal PJ, van Es ACGM, van der Lugt A, Kerkhoff H, Dippel DWJ, Roozenbeek B, PRESTO investigators. Lancet Neurol. 2021 Jan 7;S14744422(20)30439-7. doi: 10.1016/S1474-4422(20)30439-7. Online ahead of print. PMID: 33422191 Diffuse alveolar hemorrhage as an early complication of alemtuzumab treatment: A case report of a multiple sclerosis patient and an overview of 14 cases Drop BRH, Zemel D, Wokke BHA, van Oosten BW, Dik S, Martins Jarnalo CO, Westerweel PE, de Beukelaar JWK. Mult Scler Relat Disord. 2020 Nov 16;47:102614. doi:

10.1016/j.msard.2020.102614. Online ahead of print PMID: 33249378 Genetic biomarkers for intravenous immunoglobulin response in chronic inflammatory demyelinating polyradiculoneuropathy. Kuitwaard K, van Doorn PA, Bengrine T, van Rijs W, Baas F, Nagelkerke SQ, Kuijpers TW, Fokkink WJR, Bunschoten C, Broers MC, Willemsen SP, Jacobs BC, Huizinga R. Eur J Neurol. 2021 Jan 18.doi: 10.1111/ene.14742.Online ahead of print. PMID: 33460483 Neurovestibular Dysfunction and Falls in Parkinson’s Disease and Atypical Parkinsonism: A Prospective 1 Year Follow-Up Study Venhovens J, Meulstee J, Bloem BR, Verhagen WIM. Front Neurol. 2020 Oct 29;11:580285. doi: 10.3389/fneur.2020.580285. eCollection 2020. PMID: 33193032 Randomised trial of intravenous immunoglobulin maintenance treatment regimens in chronic inflammatory demyelinating polradiculoneuropathy. Kuitwaard K, Brusse E, Jacobs BC, Vrancken AFJE, Eftimov F, Notermans NC, Kooi AJV, Fokkink WR, Nieboer D, Lingsma HF, Merkies ISJ, van Doorn PA. Eur J Neurol. 2021 Jan;28(1):286-296. doi: 10.1111/ene.14501. Epub 2020 Oct 1. PMID: 32876962 Orthopedie Are pain, functional limitations and quality of life associated with objectively measured physical activity in patients with end-stage osteoarthritis of the hip or knee? Leichtenberg CS, van Tol FR, Gademan MGJ, Krom T, Tilbury C, Horemans HLD, Bussmann JBJ, Verdegaal SHM, Marijnissen WJCM, Nelissen RGHH, Vliet Vlieland TPM. Knee. 2021 Feb 11;29:78-85. doi: 10.1016/j.knee.2020.12.019. Online ahead of print. PMID: 33582594 Pathologie Correction: Immune response and stromal changes in ductal carcinoma in situ of the breast are subtype dependent. Agahozo MC, Westenend PJ, van Bockstal MR, Hansum T, Giang J, Matlung SE, van Deurzen CHM. Mod Pathol. 2020 Oct 29. doi: 10.1038/s41379-020-00707-4. Online ahead of print

PMID: 33122801 The Dilemma After an Unforeseen Positive Sentinel Node in Primary Breast Cancer: Is Completion Axillary Dissection Necessary? van Bekkum S, Kraima AC, Westenend PJ, Plaisier PW, Menke-Pluijmers MBE. World J Surg. 2020 Nov;44(11):3801-3809. doi: 10.1007/s00268-020-05650-8. PMID: 32583017 The impact of the temporary suspension of national cancer screening programmes due to the COVID-19 epidemic on the diagnosis of breast and colorectal cancer in the Netherlands. Dinmohamed AG, Cellamare M, Visser O, de Munck L, Elferink MAG, Westenend PJ, Wesseling J, Broeders MJM, Kuipers EJ, Merkx MAW, Nagtegaal ID, Siesling S J Hematol Oncol. 2020 Nov 4;13(1):147.doi: 10.1186/s13045-020-00984-1. PMID: 33148289 New National Recommendations for the Treatment of Pediatric Differentiated Thyroid Carcinoma in the Netherlands. Lebbink CA, Dekker BL, Bocca G, Braat AJ, Derikx JP, Dierselhuis MP, de Keizer B, Kruijff S, Kwast AB, van Nederveen FH, Nieveen van Dijkum E, Nievelstein RA, Peeters RP, Terwisscha van Scheltinga CE, Tissing WJ, van der Tuin K, Vriens MR, Zsiros J, van Trotsenburg AS, Links TP, van Santen HM. Eur J Endocrinol. 2020 Oct;183(4):P11-P18. doi: 10.1530/EJE-20-0191. PMID: 32698145 Prognostic value of histopathological DCIS features in a large-scale international interrater reliability study. Groen EJ, Hudecek J, Mulder L, van Seijen M, Almekinders MM, Alexov S, Kovács A, Ryska A, Varga Z, Andreu Navarro FJ, Bianchi S, Vreuls W, Balslev E, Boot MV, Kulka J, Chmielik E, Barbé E, de Rooij MJ, Vos W, Farkas A, LeeuwisFedorovich NE, Regitnig P, Westenend PJ, Kooreman LFS, Quinn C, Floris G, Cserni G, van Diest PJ, Lips EH, Schaapveld M, Wesseling J; Grand Challenge PRECISION consortium. Breast Cancer Res Treat. 2020 Oct;183(3):759-770. doi: 10.1007/s10549020-05816-x. Epub 2020 Jul 30. PMID: 32734520 Radiologie Comparison of eight prehospital stroke scales to detect intracranial large-vessel occlusion in suspected stroke (PRESTO): a prospective observational study. Duvekot MHC, Venema E, Rozeman AD, Moudrous W, Vermeij FH, Biekart M, Lingsma HF, Maasland L, Wijnhoud AD, Mulder LJMM, Alblas KCL, van

56


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 57

was

Z

WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES

Eijkelenburg RFJ, Buijck BI, Bakker J, Plaisier AS, Hensen JH, Nijeholt GJLA, van Doormaal PJ, van Es ACGM, van der Lugt A, Kerkhoff H, Dippel DWJ, Roozenbeek B, PRESTO investigators Lancet Neurol. 2021 Jan 7;S14744422(20)30439-7. doi: 10.1016/S1474-4422(20)30439-7. Online ahead of print. PMID: 33422191 Diffuse alveolar hemorrhage as an early complication of alemtuzumab treatment: A case report of a multiple sclerosis patient and an overview of 14 cases Drop BRH, Zemel D, Wokke BHA, van Oosten BW, Dik S, Martins Jarnalo CO, Westerweel PE, de Beukelaar JWK. Mult Scler Relat Disord. 2020 Nov 16;47:102614. doi: 10.1016/j.msard.2020.102614. Online ahead of print PMID: 33249378 Effect of CT reconstruction settings on the performance of a deep learning based lung nodule CAD system. Blazis SP, Dickerscheid DBM, Linsen PVM, Jarnalo COM. Eur J Radiol. 2021 Jan 8;136:109526. doi: 10.1016/j.ejrad.2021.109526. Online ahead of print. PMID: 33453573 Reumatologie Lessons learned from clinical phenotypes in early psoriatic arthritis: the real-world Dutch south west Early

57

Psoriatic ARthritis study. Kasiem FR, Luime JJ, Vis M, Kok MR, Wervers K, Gerards AH, Appels C, van der Graaff WL, Starmans-Kool M, GoekoopRuiterman Y, van Groenendael J, Korswagen LA, Veris-van Dieren JJ, Hazes J, Tchetverikov I. Scand J Rheumatol. 2020 Oct 21:1-8. doi: 10.1080/03009742.2020.1803398. [Epub ahead of print] PMID: 33084451

The interobserver agreement of the HEART-score, a multicentre prospective study van Meerten KF, Haan RMA, Dekker IMC, van Zweden HJJ, van Zwet EW, Backus BE. Eur J Emerg Med. 2020 Oct 29. doi: 10.1097/MEJ.0000000000000758. Online ahead of print. PMID: 33136732

Two-year cost effectiveness between two gradual tapering strategies in rheumatoid arthritis: cost-utility analysis of the TARA trial. van Mulligen E, Weel AE, Kuijper TM, Denissen NHAM, Gerards AH, de Jager MH, Lam-Tse WK, Hazes JM, van der Helm-van Mil A, de Jong PHP, Luime JJ. Ann Rheum Dis. 2020 Dec;79(12):15501556. doi: 10.1136/annrheumdis-2020-217528. Epub 2020 Sep 9. PMID: 32907801

Ziekenhuisapotheek Difference in Decline in Renal Function Due to Cisplatin After a Short or Long Hydration Scheme in Non-Small-Cell Lung Cancer: A Retrospective Cohort Study (HYCIS-XL) Niggebrugge-Mentink KL, BeexOosterhuis MM, Ter Horst PGJ, van de Poll MEC, Dieleman HG, van Kesteren C. J Clin Pharm Ther. 2020 Oct;45(5):11531158. doi: 10.1111/jcpt.13200. Epub 2020 Jun 13. PMID: 32533904

Spoedeisende geneeskunde Effect of written and video discharge instructions on parental recall of information about analgesics in children: a pre/post-implementation study. Hoek AE, Bouwhuis MG, Haagsma JA, Keyzer-Dekker CMG, Bakker B, Bokhorst EF, Oostenbrink R, Rood PPM. Eur J Emerg Med. 2021 Jan 1;28(1):43-49. doi: 10.1097/MEJ.0000000000000746. PMID: 32842041

The Influence of Body Composition on the Systemic Exposure of Paclitaxel in Esophageal Cancer Patients. Van Doorn L, Crombag MBS, Rier HN, van Vugt JLA, van Kesteren C, Bins S, Mathijssen RHJ, Levin MD, Koolen SLW. Pharmaceuticals (Basel). 2021 Jan 9;14(1):E47. doi: 10.3390/ph14010047. PMID: 33435449


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 58

TOPKLINISCH

MS-zorg onder één dak

Van links naar rechts: Diana Bervoets is poliklinisch apotheker. Mignon Heeringa-Karremans is ziekenhuisapotheker. Janet de Beukelaar en Désirée Zemel zijn neurologen met MS als aandachtsgebied. Claudia Jonker is afdelingshoofd van het transmuraal team. Allen zijn werkzaam in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Dankzij een nauwe samenwerking tussen neurologen met multiple sclerose (MS) als aandachtsgebied, MS-verpleegkundigen, het transmuraal team (TMT) en de apotheek biedt het Albert Schweitzer ziekenhuis sinds 2 jaar alle zorg voor MS-patiënten onder één dak. In de driehoek patiënt-behandelaar-apotheker kent iedereen elkaar. De lijnen zijn kort en de zorg kan effectief, efficiënt, veilig en patiëntgericht worden ingericht, afgestemd op de behoefte van de patiënt. Een mooie vorm van samenwerken die goed is voor de zorg rond de patiënt en ook een veelbelovende spin-off heeft in de vorm van een Health Monitor-project en wellicht nader onderzoek. De redactie vroeg apotheker Diana Bervoets hoe zij tot dit MS-zorgmodel gekomen zijn. Hoe was de MS-zorg voorheen ingericht? “Voorheen vond de levering van MS-medicatie plaats via verschillende landelijke apotheekorganisaties, waarbij elke fabrikant een eigen externe partij koos. De apotheekorganisaties leverden weliswaar de geneesmiddelen plus de bijbehorende informatie en toedieninstructie, maar ze stonden ver af van de plek van diagnose en behandeling: het ziekenhuis. Er was geen gezamenlijk zorgpad. Patiënten konden alleen kiezen voor een voor hen onbekende apotheek op afstand. Daarnaast is het bij MS-patiënten niet ongewoon dat er geswitcht wordt van het ene naar het andere middel. Een patiënt kreeg bij zo’n verandering dan automatisch weer te maken met een andere leverende apotheekorganisatie, dus nieuwe contactpersonen en bij sommige medicamenten weer een nieuw gezicht van degene die thuis de prikinstructies komt geven.” En nu de zorg onder één dak is gekomen? “Nu is het niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de neurologen en de MS-verpleegkundigen overzichtelijk. Alle zorg is op dezelfde manier ingericht, ongeacht het middel dat de patiënt gebruikt. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met hetzelfde computersysteem. Dit zorgt voor efficiënte overdracht, veiligheid en transparantie. Recepten kunnen nu digitaal naar ons worden

58


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 59

was

Z

TOPKLINISCH

doorgestuurd en er hoeft geen gebruik meer gemaakt te worden van verschillende bestelformulieren. We hebben als apothekers korte lijnen met de MS-verpleegkundigen en de neurologen, en onze TMT-verpleegkundigen weten elkaar makkelijk te vinden bij vragen. Doordat we letterlijk onder hetzelfde dak zitten, kan de patiënt er bijvoorbeeld ook voor kiezen om de medicatie af te halen of gebruik te maken van een medicijnautomaat na een polibezoek.” Er is ook een eigen transmuraal team? “Ja, als het om een middel gaat dat subcutaan of intramusculair wordt toegediend, geeft het TMT de prikinstructie thuis. Dit is een team ervaren verpleegkundigen van het ASz. Zo’n eigen TMT maakt ook de lijnen kort tussen de verpleegkundige die thuis de prikinstructie verzorgt en de rest van de leden van het MS behandelteam.” Maakt de apotheek ook deel uit van het behandelteam? “Jazeker, door toevoeging van de apotheker aan het team, wordt steeds meer multidisciplinair samengewerkt. De apotheek denkt mee bij de ontwikkeling van zorgpaden en protocollen om ervoor te zorgen dat de zorg goed op elkaar afgestemd is. Doordat we ons niet beperken tot één geneesmiddel, maar alle beschikbare MS-remmende geneesmiddelen aanbieden, hebben we een goed overzicht van alle verschillende therapieën, inclusief de interacties en bijwerkingen.” Reikt de samenwerking nog verder? “Natuurlijk is de samenwerking rond de levering en begeleiding van de verschillende geneesmiddelen het belangrijkste, maar we weten elkaar op andere momenten steeds meer te vinden. Zo heb ik onlangs nog met neuroloog Janet de Beukelaar een presentatie gegeven op de regionale MS Zuid West bijeenkomst in het ASz. Daarnaast worden we bijvoorbeeld ook betrokken bij trainingen door MS-verpleegkundigen, spreken we als apothekers op de MSpatiëntendag in het ASz in samenwerking met het Nationaal MS Fonds en doen we mee met nuttige inzamelacties, waarbij geld wordt ingezameld voor onderzoek naar MS.” Wat zijn de volgende stappen? “We proberen de zorg steeds meer aan te laten sluiten op de behoefte van de patiënt. We bieden daarom bijvoorbeeld iedere starter een begeleidingstraject aan via de pharmi-app. Dit is een app die ondersteunt bij de begeleiding op afstand, door gefaseerd informatie aan te bieden. Zo wordt er bijvoorbeeld informatie gegeven over de werking en de bijwerkingen van het geneesmiddel en wordt met duidelijke filmpjes informatie over het ziektebeeld getoond. Daarnaast worden ook specifieke adviezen gegeven, bijvoorbeeld over voeding als dit van belang is bij inname van medicatie om bijwerkingen te voorkomen. Ook worden handige functies aangeboden zoals het instellen van innameherinneringen en de mogelijkheid om direct vragen te stellen aan het apotheekteam. De meerwaarde van het gebruik van deze app zal geëvalueerd en onderzocht worden.

59

Veren op de hoed Opgenomen in het STZ Topklinisch Zorgregister Ons MS centrum draagt het vlinderkeurmerk van het Nationaal MS Fonds. Sinds vorig jaar is het MS-Centrum van het ASz aan het STZregister toegevoegd. We zijn hiermee een van de vijf MS-centra in het land die opgenomen zijn in het STZ zorgregister. In totaal heeft ons ziekenhuis nu zes functies in dit register, waaronder het MS centrum, de Breast Clinic, het Chronische leukemie centrum, Retroperitoneale Fibrose, Inflammatory Bowel Disease en Colorectale carcinomen. ASz Publieksprijs Steeds Beter Prijs 2019 Een belangrijke erkenning. Hieruit blijkt dat het publiek, de patiënten, écht behoefte hebben aan het alles-onder-één-dak-idee. We zijn trots en blij dat we met onze aanpak de MS-zorg kunnen verbeteren.

Ook gaan we een Health Monitor-project (HM) starten, waarbij gestructureerd zorg op maat zal worden geleverd. Door inzicht te krijgen in de gezondheidsbeleving van een patiënt op een specifiek moment, kunnen we ervoor zorgen dat we gestructureerd richting gaan geven aan de ondersteunende zorg en communicatie. Om de HM vast te stellen wordt er onder andere gebruik gemaakt van zes korte vragen om de mate van acceptatie en controle te meten. Acceptatie is de mate waarin je in staat bent om je aandoening een plaats te geven in je leven en controle staat voor de mate waarin je mogelijkheden ziet om iets te kunnen doen om je gezondheid te beïnvloeden naast de gezondheidsbeleving in de tijd, wordt ook de therapietrouw en de tevredenheid met betrekking tot het HM-principe beoordeeld en geëvalueerd vanuit zowel het patiënt- als het zorgverlenersperspectief. Dit innovatieproject kan als benchmark gaan dienen voor andere ziekenhuizen of ziekenhuisgroepen om tot een intensievere samenwerking te komen van de kliniek met de poliklinische apotheek.”


Referenties: 1. IQVIA MIDAS, Days of Treatment volume a calculation of IQVIA Standard Units, Q2 2019, divided by recommended administration of each DOAC within 24hrs. [apixaban BID, dabigatran BID, edoxaban QD, rivaroxaban QD]. 2. Granger et al, N Engl J Med 2011; 365:981-92. 3. Halvorsen S, et al. Eur Heart J. 2014; 35(28):1864-72. 4. Hohnloser SH, et al. Eur Heart J. 2012; 33(22):2821-30. 5. Easton JD et al. Lancet Neurol 2012; 11: 503-11. 6. De Catarina et al. Am Heart J 2016;175:175-83. 7. SPC Eliquis® maart 2020. *patient treatment days prescribed estimated based on IQVIA MIDAS Q219 Sell-In/Sell Out data. Standard Units divided by recommended administration of each DOAC within 24 hours.

Verkorte productinformatie Eliquis 2,5 en 5 mg filmomhulde tabletten Samenstelling: elke filmomhulde tablet bevat 2,5 mg of 5 mg apixaban. Farmacotherapeutische categorie: Antithrombotica, direct factor Xa inhibitors ATC-code: B01AF02. Indicaties 2,5 mg: Preventie van veneuze trombo-embolische voorvallen (VTE) bij volwassen patiënten die een electieve heup- of knievervangingsoperatie hebben ondergaan. Indicaties 2,5 en 5 mg: Preventie van beroerte en systemische embolie bij volwassen patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (nvAF), met een of meer risicofactoren, zoals een eerdere beroerte of transiënte ischemische aanval (TIA); ' !.$% 7 75 jaar; hypertensie; $ . - ( ''$./- -3(+.*( .$- # # ,.! ' ) &' -- 7 II). Behandeling van diepveneuze trombose (DVT) en pulmonaire embolie (PE) en preventie van herhaalde DVT en PE bij volwassenen (zie rubriek 4.4 voor hemodynamisch instabiele PE patiënten). Dosering en toediening Preventie van VTE (VTEp): electieve heup- of knievervangingsoperatie: De aanbevolen dosis apixaban is tweemaal daags 2,5 mg, oraal in te nemen. De aanvangsdosis dient 12 tot 24 uur na de operatie te worden ingenomen. Artsen kunnen de mogelijke voordelen van eerdere antistolling voor VTE profylaxe en het postoperatieve bloedingsrisico in overweging nemen bij het besluit inzake toediening binnen dit tijdsinterval. De aanbevolen duur van de behandeling is 32 tot 38 dagen bij heupvervanging en 10 tot 14 dagen bij knievervanging. Preventie van beroerte en systemische embolie bij volwassen patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (nvAF): De aanbevolen dosis van apixaban is tweemaal daags 5 mg oraal. $% + .$5). ) ( . )0 ) ($)-. )- .1 0 ) 0*'" ) $" )- # ++ ) ' !.$% 7 jaar, lichaamsgewicht 6 kg, of serumcreatinine 7 1,5 mg/dl (133 micromol/l) is de aanbevolen dosis van apixaban tweemaal daags 2,5 mg oraal. Behandeling van DVT, behandeling van PE en preventie van herhaalde DVT en PE (VTEt): De aanbevolen dosis van apixaban voor de behandeling van acute DVT en behandeling van PE is tweemaal daags 10 mg oraal genomen gedurende de eerste 7 dagen, gevolgd door tweemaal daags 5 mg oraal genomen. Zoals volgens de beschikbare medische richtlijnen dient een korte behandelduur (minstens 3 maanden) gebaseerd te zijn op transciënte risicofactoren (bijvoorbeeld operatie, trauma, immobilisatie). De aanbevolen dosis van apixaban voor de preventie van herhaalde DVT en PE is tweemaal daags 2,5 mg oraal genomen. Als preventie van herhaalde DVT is geïndiceerd, dient met tweemaal daags 2,5 mg te worden gestart na het afronden van de 6 maanden behandeling met apixaban 5 mg tweemaal daags of met een andere anticoagulans, zoals hieronder weergegeven: - Behandeling van DVT of PE: doseringsschema 10 mg tweemaal daags gedurende de eerste 7 dagen (maximale dagelijkse dosering 20 mg) gevolgd door 5 mg tweemaal daags; - Preventie van herhaalde DVT en/of PE na afronden van 6 maanden behandeling van DVT of PE: doseringsschema 2,5 mg tweemaal daags (maximale dagelijkse dosering 5 mg). De duur van de totale behandeling dient per individu te worden bepaald na zorgvuldig afwegen van het behandelvoordeel tegen het risico op bloedingen. Contra-indicaties: overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor een van de hulpstoffen. Klinisch significante actieve bloedingen. Leverziekte die gepaard gaat met coagulopathie en een klinisch relevant bloedingsrisico. Laesie of aandoening met een verhoogd risico op ernstige bloedingen zoals huidige of recente gastro-intestinale ulceratie, aanwezigheid van maligne neoplasmata met een hoog risico op bloedingen, recent letsel aan hersenen of ruggenmerg, recente operatie aan hersenen, ruggenmerg of ogen, recente intracraniale bloeding, aanwezigheid van of verdenking van oesofageale varices, arterioveneuze malformaties, vasculaire aneurysma's of ernstige vasculaire afwijkingen in de hersenen of in het ruggenmerg. Gelijktijdige behandeling met andere antistollingsmiddelen (ongefractioneerde heparine, laag moleculair gewicht heparine, heparinederivaten, orale antistollingsmiddelen), behalve in het specifieke geval van veranderen van anticoagulans of indien ongefractioneerde heparine wordt gegeven bij een centraal veneuze of arteriële katheter of wanneer ongefractioneerde heparine wordt gegeven tijdens katheterablatie voor atriumfibrilleren. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen met galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen: Patiënten die apixaban gebruiken dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op tekenen van bloedingen. Het wordt aangeraden het middel met voorzichtigheid te gebruiken bij aandoeningen met een verhoogd risico op bloeding. Toediening dient te worden stopgezet als ernstige bloeding optreedt. Een middel om de anti-factor-Xa-activiteit van apixaban om te keren is beschikbaar. Het gelijktijdig gebruik van apixaban met plaatjesaggregatieremmers verhoogt het risico op bloedingen. Voorzichtigheid moet worden betracht als patiënten gelijktijdig behandeld worden met SSRI s of SNRI s, NSAID s, acetylsalicylzuur en/of P2Y12-remmers. Er is beperkte ervaring met behandeling met apixaban in de aanbevolen dosis voor nvAF-patiënten bij gebruik in combinatie met plaatjesaggregatieremmers bij patiënten met ACS en/of die PCI ondergaan nadat hemostase is bereikt. De veiligheid en werkzaamheid van apixaban zijn niet onderzocht bij patiënten met een prothetische hartklep, met of zonder atriumfibrilleren. Het gebruik van apixaban wordt daarom niet aanbevolen onder deze omstandigheden. Direct werkende oraal in te nemen antistollingsmiddelen zoals apixaban worden niet aanbevolen bij patiënten met een voorgeschiedenis van trombose en de diagnose antifosfolipidesyndroom. In het bijzonder zou een behandeling met direct werkende oraal in te nemen antistollingsmiddelen bij patiënten die drievoudig positief zijn (voor lupus anticoagulans, anticardiolipine-antilichamen en anti-bèta 2-glycoproteïne 1-antilichamen) in verband kunnen worden gebracht met een verhoogd aantal recidiverende trombosevoorvallen in vergelijking met een behandeling met vitamine K-antagonisten. Behandeling met apixaban dient minstens 48 uur gestaakt te worden voorafgaand aan een electieve operatie of invasieve procedures met een matig of hoog bloedingsrisico en 24 uur in het geval van een laag bloedingsrisico. Behandeling met apixaban dient zo snel mogelijk opnieuw te worden gestart na de invasieve procedure of operatieve interventie (zodra de klinische situatie dit toestaat en adequate hemostase bereikt is). Wanneer neuraxiale anesthesie of spinale/epidurale punctie wordt toegepast, lopen patiënten die ter preventie van trombo-embolische complicaties met antitrombotica worden behandeld, het risico op een epiduraal of spinaal hematoom dat kan resulteren in langdurige of permanente paralyse. Apixaban wordt niet aanbevolen als een alternatief voor ongefractioneerde heparines bij patiënten met pulmonaire embolie die hemodynamisch instabiel zijn of die trombolyse of pulmonale embolectomie ondergaan, omdat de veiligheid en werkzaamheid van apixaban niet zijn vastgesteld in deze klinische situaties. Patiënten met actieve kanker kunnen een hoog risico lopen op zowel veneuze trombo-embolie als bloedingen. Wanneer apixaban wordt overwogen voor behandeling van DVT of PE bij kankerpatiënten, dient een zorgvuldige afweging te worden gemaakt van de voordelen en de risico's (zie ook rubriek 4.3). Beperkte klinische gegevens bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 15 29 ml/min) toont aan dat apixabanplasmaconcentraties zijn verhoogd bij deze patiënten en dit kan leiden tot een verhoogd bloedingsrisico. Voor de preventie van VTE bij electieve knieof heupvervangingsoperatie (VTEp), voor de behandeling van DVT, behandeling van PE en preventie van herhaalde DVT en PE (VTEt), dient apixaban met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 15-29 ml/min) (zie rubriek 4.2 en 5.2). Voor de preventie van beroerte en systemische embolie bij patiënten met NVAF dienen patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 15-29 ml/min) en patiënten met serumcreatinin 7 (" ' ($ ,*(*' ' $) *( $) .$ ( . ) ' !.$% 7 % , *! ) '$ # (-" 1$ #. 6 &" **& ' " , *-$- +$2 ) (" tweemaal daags te krijgen (zie rubriek 4.2). Omdat er geen klinische ervaring is bij patiënten met een creatinineklaring < 15 ml/min of bij patiënten die dialyse ondergaan, wordt apixaban niet aangeraden bij deze patiënten (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Een laag lichaamsgewicht (< 60 kg) kan het risico op bloedingen doen toenemen. Apixaban is gecontra-indiceerd bij patiënten met leverziekte die gepaard gaat met coagulopathie en een klinisch relevant bloedingsrisico. Het middel wordt niet aangeraden bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie. Het dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met lichte of matige leverinsufficiëntie (Child Pugh A of B) en bij p .$5). ) ( . 0 ,#**" ' 0 , )43( ) 2 *! .*. ' $'$,/ $) 7 2 Voordat de behandeling met Eliquis wordt gestart, dient een leverfunctietest te worden uitgevoerd. Bij patiënten die gelijktijdige systemische behandeling met sterke inductoren van zowel CYP3A4 als P-gp krijgen, zijn de volgende aanbevelingen van toepassing: - voor de preventie van VTE bij electieve heup of knievervangingsoperatie, voor de preventie van beroerte en systemische embolie bij patiënten met NVAF en voor de preventie van herhaalde DVT en PE dient apixaban met voorzichtigheid te worden gebruikt; - voor de behandeling van DVT en PE dient apixaban niet te worden gebruikt omdat de werkzaamheid verminderd kan zijn. Uit voorzorg kan het gebruik van apixaban tijdens de zwangerschap beter vermeden worden en een risico voor het kind dat borstvoeding krijgt kan niet worden uitgesloten. Bijwerkingen: Vaak voorkomende bijwerkingen waren bloedingen, contusie, epistaxis en hematoom (zie tabel 2 van de SPC voor het bijwerkingenprofiel en frequenties per indicatie). Het gebruik van apixaban kan gepaard gaan met een verhoogd risico op occulte of met het blote oog zichtbare bloedingen vanuit een weefsel of orgaan, wat kan resulteren in posthemorragische anemie. Afleverstatus: U.R. Vergoeding en prijzen: Volledig vergoed. Voor volledige productinformatie, zie geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken (SPC) op www.b-ms.nl. Bristol-Myers Squibb B.V., Orteliuslaan 1000, 3528 BD Utrecht, versie mei 2021 (SPC april 2021). 432-NL-2100039 June 2021

Productinformatie en referenties elders in deze uitgave C APROM/NL/PLE/0009

wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 60


Productinformatie en referenties elders in deze uitgave. C-APROM/NL/PLE/0009

wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:25 Pagina 61

BALANS VERBETER DE

VOOR EEN BETERE KWALITEIT VAN LEVEN*

1,2,3

PLENADREN: éénmaal daags is geïndiceerd voor de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie bij volwassenen2 *gemeten met AddiQoL questionnaire.

Hydrocortisontabletten met gereguleerde afgifte


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:26 Pagina 62

Samen weer verder

Doordat ik aan een goed doel

erfbelasting betaald te worden.

Specialist in centraal neurologische aandoeningen en complexe revalidatie revalidatie en eerstelijns therapie na een CVA, bij MS of parkinson intensieve klinische revalidatiezorg voor medisch stabiele cliënten in een laagbewuste toestand Meer informatie? Bel 078 652 88 00 of kijk op www.revalidatiezorgdordrecht.nl.

U heeft toch ook het beste met uw patiënten voor? De Swinhove Groep is een vooruitstrevende zorgorganisatie met een breed scala aan zorg, woonmogelijkheden en behandelingen. Met onze 600 medewerkers en 600 vrijwilligers op 5 locaties in de gemeente Zwijndrecht is de Swinhove Groep altijd dichtbij. Waar wordt de patiënt gelukkig van? Dat is waar wij op aan willen sluiten. Kwaliteit van leven behelst ervaringen en verlangens, die voor iedereen anders zijn en ook in de loop van de tijd veranderen. Onze opdracht ligt in het aansluiten op de beleving van het moment zelf. Met daarbij het uitgangspunt dat er eindeloos veel meer is wat wel kan dan wat er niet kan. Zo is uw patiënt ook bij ons in goede handen. Meer informatie: bel met 078 - 62 55 500 of kijk op www.swinhovegroep.nl


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:26 Pagina 63

‘S WERELDS EERSTE EN ENIGE GLP-1 ANALOOG IN EEN PIL

Om de glykemische controle te verbeteren bij volwassenen met diabetes type 2 1

NL20RYB00013 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.


wasz 2021_Opmaak 1 02-07-21 09:26 Pagina 64

Leerplein In verband met de coronamaatregelen zijn fysieke scholingen voor alsnog geannuleerd of omgezet naar online scholingen. Kijk voor actuele scholingen op Intranet of neem contact op met *Leerhuis of *Wetenschap bij vragen naar de (online) mogelijkheden. Juni 24

Wetenschapsdag (online) Deze scholingen worden extern aangeboden: - ECTR scholing: DCRF academy - GCP of BROK (her)registratie: de Tapasgroup


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook