Magazine voor wetenschap en innovatie Jaargang 10 | nummer 1 | Juli 2021
In dit magazine o.a.:
Kunstalvleesklier, een update
Ontwikkelingen verpleegkundig onderzoek in Rijnstate
De RACE studie
Rijnstate Research & Innovatie
1
SSI S DO /IC TE MA TE S -S VA /LA ! DE BA OR UR LA NS KE IE SE GE AT ET ED BIN M GO OM C
1-maal daags
ENERZAIR® BREEZHALER® bij astma de sensor bevestigt *1,2,3
Introductie kit aanvragen?
1020ENE91299
Scan de QR-code of ga naar bit.ly/3jeXiVu
* De sensor bevestigt dat de inhalator is gebruikt door middel van registratie en monitoring van de activeringen van de Breezhaler-inhalator. 1. Enerzair Breezhaler is geregistreerd voor volwassen patiënten die niet voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie van een LABA/ICS (hoge dosis) en die één of meer astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande jaar (SmPC Enerzair Breezhaler). 2. Enerzair Breezhaler SmPC, zie www.novartis.nl/medicijnen voor de volledige en meest recente versie. 3. Propeller Health®, QR_Rationale for EU Classification-2017-B 2019-7-24 Update
NIEUW 1-MAAL DAAGS
indacaterolacetaat / glycopyrroniumbromide / mometasonfuroaat inhalatiepoeder
Door dr. Michael van Balken, uroloog
WIE DIT LEEST IS….
Colofon Rijnstate is een ziekenhuis met locaties in Arnhem, Zevenaar, Velp en Arnhem-Zuid, en behoort tot de 27 Samenwerkende topklinische (STZ) ziekenhuizen in Nederland die hooggespecialiseerde medische zorg verlenen. Rijnstate Research & Innovatie bericht over inhoudelijke medisch-wetenschappelijke en innovatie ontwikkelingen van zorgprofessionals in en/of gelieerd aan Rijnstate, en biedt tevens inzicht in professionalisering issues. Rijnstate Research & Innovatie verschijnt twee keer per jaar in een oplage van 2000 exemplaren en is ook op de website van het ziekenhuis te vinden. Wilt u het magazine liever online ontvangen? Neem dan contact met ons op via wetenschapsbureau@rijnstate.nl. Hoofdredactie Michael van Balken Simone Croezen Redactie Margo Groeneveld Martin Hemels Esther van Loon Lian Roovers Jeroen van Waarde Laura Kooij Eindredactie Annet van Dijk Esther van Loon Fotografie Multiplus Rijnstate
Redactieadres Rijnstate, Wetenschapsbureau intern postnummer 1974 Postbus 9555 6800 TA Arnhem wetenschapsbureau@ rijnstate.nl Vormgeving Maurice de Jong Uitgever en acquisitie Multiplus BV Drachten Taco de Haan Jessica M. Jager-Ferwerda ISSN 2468-0036
Voorpagina: Eric Hazebroek
© Niets uit dit magazine mag openbaar gemaakt worden, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de redactie. De redactie van Rijnstate Research & Innovatie stelt zich niet verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke informatie in dit magazine. Bij ingezonden stukken behoudt de redactie zich het recht voor om, zonder opgaaf van redenen, artikelen in te korten dan wel te weigeren. Ingezonden artikelen zonder naam worden niet geplaatst.
Gek, uiteraard. Gek op wetenschap. En op innovatie. Anders had u dit blad niet ter hand genomen en opengeslagen. En daar ben ik blij om, want ik ben ook gek op onderzoek en innovatie. Niet voor niets heb ik vol enthousiasme de hoofdredactie van Martin Hemels overgenomen en dank ik hem op deze wijze voor alles wat hij voor dit magazine heeft gedaan. Wie dit leest is hopelijk ook trots en onder de indruk. Rijnstate heeft een rijke traditie van onderzoek en vernieuwing en via dit tijdschrift brengen we de prestaties graag onder uw aandacht. Dit kan echter onbedoeld overweldigend zijn. Alsof alleen promoties of grote-subsidie-studies de moeite waard zijn. Niets is minder waar. Ons ziekenhuis gonst van de ‘kleine onderzoeken’ die het verdienen meer aandacht te krijgen. Uiteraard is wie dit leest verbonden aan Rijnstate. Als medewerker, of goede relatie. Onze onderwerpen zijn echter voornamelijk zuiver medisch-specialistisch van aard. Gelukkig is er al toenemend aandacht voor verpleegkundig onderzoek. Graag zou ik verkennen wat voor moois er nog meer met u te delen valt uit minder voor de hand liggende organisatorische en technische hoek bijvoorbeeld. Tenslotte is wie dit leest een bofkont uit ons papieren-editie-mailbestand. Dat zal ik u uiteraard niet ontnemen. Maar het mag best nog wat minder bescheiden. Ik ga zeker zorgen voor het nog breder delen van waar we trots op zijn via een selectie van social media kanalen. Ik zal me met veel plezier voor u inzetten. Michael van Balken
3
P rofessionals in in multivitamines multivitamines Professionals vvoor oor d eb ariatrische p atiënt de bariatrische patiënt Persoonlijk P ersoonlijk advies i
Afgestemd op elk Af gestemd o pe lk type type operatie o i
W etenschappelijk Wetenschappelijk onderbouwd
Speciaal voor patiënten na een
Speciaal voor patiënten na een
Roux-en-Y Gastric Bypass
Gastric Sleeve
operatie
1-3
operatie 4-6
Speciaal voor patiënten na een
Speciaal voor patiënten na een
Mini Gastric Bypass
Biliopancreatische Diversie / Duodenal S witch Duodenal Switch
o operatie peratie
operatie 7
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf up-to-date over de laatste wetenschappelijke inzichten op het gebied van bariatrie!
fitf fitformeresearch.com ormeresearch.com rbosa N onino C., C eneviva R. R. iin: n: A nemia a Gillon S, S, Jeanes Jeanes YM, YM, Andersen Andersen J 7; 606-612. 606-612. 2. Salgado Salgado W., Modotti Modotti C., Ba nd IIron ron deficiency deficiency before before and and 1. Gillon JR, R, V Va Vage age V. 2 2017. 017. O Obes. bes. S Surg. urg. Vo V Vol ol 2 27; Barbosa Nonino Ceneviva Anemia and 2; p 81urgery for for Obesity Obesity and and Related Related Diseases Diseases (2014) (2014) nr. ., F riedrich A., A., Kramer Kramer K.M., et al. al. Obesity Obesity Surgery after bariatric bariatric surgery, surgery, S nrr.. 10; 10; p. Surgery (2012) (2012) nr. nrr.. 2 after Surgery Damms-Machado A., Friedrich 22; p.. 8 881p. 49-54. 49-54. 3. D amms-Machado A 014). M edicine 2 014: 93(2 5) e:1693. e:1693. 8 89. 4. H oman J., S chijjns W., A ar ts E l. (2 016). S urgery ffor or O besity a Dogan K., Aarts Aar ts E ., K oehestanieetal P. (2 889. Homan Schijns Aarts E.. et a al. (2016). Surgery Obesity and E., Koehestanieetal (2014). Medicine 2014: 93(25) nd Related Related Diseases Diseases 2016: 2016: 00-00 00-00 5. Dogan 6. S chijjn W., Schuurman Schuurman L.T T., ., M deficiencies after after RYGB? RY RYGB? Surgery Schijn L.T., Melse-Boonstra Berends F.J., Aarts E., (2018) else-Boonstra A., A., Van Van Laarhoven Laarhoven C.J.H.M., B erends F .J., A ar ts E ., (2 018) Do Do specialized specialized bariatric bariatric multivitamins multivitamins lower lower deficiencies Surgery for for Obesity and Related Diseases Aarts F.J., De 234-241. O besity a nd R elated D iseases 14, 14, 1005-1012. 1005-1012. 7. Homan Homan J., Schijns Schijjns W., A ar ts E., E., Janssen Janssen I.M.C., Berends Berends F .J., D e Boer Boer H., (2017) (2017) Obesity Obesity Surgery, Surgery, 28, 28, 2 34-241.
Inhoudsopgave
19
Nieuws ...........................................................................................7 Nieuws Wetenschap......................................................................9 Promoties ....................................................................................11 Artikel ..........................................................................................12 Innovatie & Zorgtransformatie Promotieonderzoek ...................................................................14
26
De RACE studie: Kosten-effectiviteit van open versus robot-geassisteerde radicale cystectomie bij patiënten met blaaskanker
Artikel ..........................................................................................16 Preventie en Rijnstate
Artikel ..........................................................................................19 Een dag uit het leven van een senior onderzoeker
Artikel ..........................................................................................20 Ontwikkelingen verpleegkundig onderzoek in Rijnstate
Artikel ..........................................................................................22 Wijziging indiening WMO-plichtig onderzoek
Implementatie ............................................................................25 22
Patiënt sneller naar huis – met een slimme pleister
Trending Topic ............................................................................26 Kunstalvleesklier, een update
Rijnstate Vriendenfonds ............................................................28 Buiten voelt beter: daktuinen als extra krachtbron op weg naar herstel
Ontwikkelingen Wetenschap en Kennis...................................31 31
Rijnstate start met pilot CTcue Een toekomstbestendig Kenniscentrum
Column ........................................................................................33 Wetenschappelijk onderzoek ..................................................34 Publicaties...................................................................................38
5
Een snelle insulinerespons bij de maaltijd
1
Voor behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, jongeren en kinderen van 1 jaar en ouder.1
Bijwerkingen: De meest frequent gemelde bijwerking bij gebruik van Fiasp® is hypoglykemie. Hypoglykemie kan eerder optreden na een injectie met Fiasp® vergeleken met andere maaltijdinsulines vanwege de eerder intredende werking. 1 SPC Fiasp®
Verkorte productinformatie zie elders in deze uitgave
Nieuws Door: dr. Simone Croezen, STZ persbericht
Stijging impact en aantal onderzoeken in STZ-ziekenhuizen De Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ) hebben de afgelopen 5 jaar weer een sterke groei laten zien op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. De impact van het onderzoek in STZ-ziekenhuizen is gestegen naar ruim 50% boven het internationale gemiddelde. Ook het aantal publicaties is de laatste 5 jaar sterk gestegen. De STZ-ziekenhuizen bedienen gezamenlijk bijna de helft van de patiënten in Nederland. Juist de hoge aantallen patiënten, de brede mix van hoog- en laagcomplexe zorg en de bevlogen onderzoekers, maken de STZ-ziekenhuizen uitermate geschikt voor (toegepast) patiëntgebonden onderzoek. Topklinische ziekenhuizen scoren hoog De impact van het wetenschappelijk onderzoek in de topklinische ziekenhuizen is zeer hoog. In de analyse, uitgevoerd door het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies (CWTS) over de jaren 2009-2018 is het wereldwijde gemiddelde weergegeven als 1. De STZ-ziekenhuizen scoren gemiddeld 1,54. Dit betekent dat de impact 54% boven het internationale gemiddelde ligt! Top 10 Daarnaast wordt in de analyse gekeken naar onderzoeks-publicaties die wereldwijd het meest (de zogenaamde Top 10) worden geciteerd. Hieruit blijkt dat 17% van de onderzoeken in topklinische ziekenhuizen in de Top 10 van de internationaal meest geciteerde artikelen voorkomt.
Wist je dat: • Rijnstate een gemiddelde impactfactor heeft van 1,93? Daarmee scoort Rijnstate 93% hoger dan het wereldgemiddelde en 39% hoger dan het STZ gemiddelde! • De onderzoekers in Rijnstate het afgelopen jaar 233 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd hebben? • Voor Rijnstate het aandeel van de onderzoeken dat in de Top 10 van de internationaal meest geciteerde artikelen voorkomt 20% is? Rijnstate is daarmee een van de hoogst scorende STZ ziekenhuizen. Samenwerking loont Net als in de voorgaande analyse uit 2015 komt ook ditmaal naar voren dat samenwerking loont. Naarmate er meer samengewerkt wordt met andere ziekenhuizen en ook met universiteiten in (met name) internationale studies, neemt de impact toe. De lijn die STZ de laatste jaren heeft ingezet om samenwerking tussen ziekenhuizen en met onderzoeksinstituten te bevorderen, wordt dan ook gecontinueerd. Meer en beter onderzoek verbetert de patiëntenzorg. Door bundeling van krachten op het gebied van (toegepast) wetenschappelijk onderzoek leveren de STZ-ziekenhuizen hun meerwaarde om zo doorontwikkeling van en innovatie in de zorg en de gezondheid van de patiënten in Nederland te bevorderen. Het gehele rapport van CWTS kun je vinden op de STZ site: www.stz.nl
Stijging aantal publicaties Uit de analyse blijkt dat in de laatste jaren het aantal wetenschappelijke publicaties, die voldoen aan de internationale standaard van het onderzoek, vanuit STZ-ziekenhuizen flink is gestegen, namelijk met ruim 50%.
7
Stappen S tappen vvo vooruit ooruit in b beweging ewegin ng
Een E en eenvoudige eenvoudige behandeling behandeling van vva an de de symptomen ssyymptomen vvan an artrose ar trose
Meer informatie en aanvragen van:
Referenties:
2) Navar ro F., et al. A 4 0 - month multicentre, randomised placebo - controlled s tud y to assess the HɝF DF \ DQG F DU U \ RYHU HHF W RI UHSHDWHG LQWUD DU WLFXODU LQMHF WLRQV RI K\DOXURQLF DFLG LQ N QHH os teoar thr itis: the A MELI A projec t . A nn R heum Dis. 2011;70:1957–19 62.
Korte Muiderweg 2, 1382 LR Weesp, www.tramedico.nl
5RGU LJR 5R\R 0' 4XHUR /µSH] -& $ SDU LFLR $ ELRO 50 HW DO (ɝF DF \ RI LQWUD DU WLFXODU LQMHF WLRQV o f h y a l u r o n i c a c i d f o r t h e t r e a t m e n t o f o s t e o a r t h r i t i s o f t h e k n e e: r e s u l t s o f a s e r i e s o f c a s e s treated in a pain unit .Rev Soc Esp Dolor 2017; 24 (2): 74 - 8 4 .
2021-ADA-002
1) Möller I , L ar rea A , Roig D, et al. A multi - centre follow - up s tud y of patient s w ith gonar throsis treated w ith intra - ar ticular injec tions of hyaluronic acid. Rev Esp Reumatol 20 0 0; 27(8): 337- 45.
Nieuws Door: dr. Simone Croezen en dr. Martin Hemels
Nieuws Wetenschap Vorig jaar (2020) zijn in Rijnstate 185 wetenschappelijke studies opgestart. Het hoogste aantal ooit, en daarmee een grote prestatie. Niet alleen voor de onderzoekers veel complimenten, maar ook voor de professionals van het Wetenschapsbureau en de Lokale Haalbaarheidscommissie, die deze studies hebben ondersteund en getoetst in het proces tot goedkeuring. Bijna één op de drie van de opgestarte studies is geïnitieerd door Rijnstate onderzoekers. Dit is mede een positief effect van het werk van de zeven hoogleraren die Rijnstate momenteel rijk is. Om te laten zien op welke onderzoeksgebieden we voorop lopen, wordt op de Rijnstate website aandacht besteed aan onze hoogleraren. Optimalisatie financieel proces wetenschappelijk onderzoek Om nu en in de toekomst wetenschappelijk onderzoek te kunnen blijven stimuleren, professionaliseren en te faciliteren is het project “optimalisatie financieel proces wetenschappelijk onderzoek” gestart. De gewenste situatie is een Rijnstate breed ingericht financieel (administratief ) proces dat een goede financiële vastlegging en verantwoording van wetenschappelijk onderzoek faciliteert. Zo wordt de financiële administratie van wetenschappelijk onderzoek transparanter en efficiënter voor Rijnstate en voor de onderzoekers. We werken toe naar een infrastructuur dat zo ver mogelijk geautomatiseerd wordt. Dat betekent dat er koppelingen worden gemaakt tussen de verschillende IT-systemen, waaronder Research manager,
Van ‘brain on a chip’ tot mobiel echoapparaat. Van bloedstromen in het lichaam in kaart brengen tot onderzoek naar ‘het ziekenhuis van de toekomst’. Wil je een inkijkje in de wetenschappelijke gebieden waarin Rijnstate hoog aangeschreven staat? Lees dan de persoonlijke interviews met de zeven hoogleraren die Rijnstate rijk is op www.rijnstate.nl/hoogleraren. HiX, het HR systeem en het systeem voor de financiële administratie. Daarmee is een inefficiënte, tijdrovende en versnipperde administratie verleden tijd. Door financiële rapportages middels een dashbord inzichtelijk te maken, werken we toe naar complete transparantie, waarbij de onderzoeker met één druk op de knop inzicht heeft in de financiële status van zijn projecten. Daarnaast is per 1 mei Wouter van Laar gestart als projectcontroller voor wetenschappelijk onderzoek. Hij is centraal aanspreekpunt voor financiële zaken rondom wetenschappelijke projecten. De projectcontroller ziet toe op de financiële voortgang van de projecten en begeleidt onderzoekers bij allerhande financiële zaken van begroting tot verantwoording. Wetenschapssymposium 2021 Het wetenschapssymposium is gepland op dinsdag 12 oktober 2021 en heeft als onderwerp 'Onderzoek dat ertoe doet'. Houd het intranet in de gaten voor meer informatie over het programma.
9
NA CONVENTIONELE THERAPIE, VOOR OF NA INFLIXIMAB 1#
WERELDWIJD 4,4 JAAR ERVARING IN KLINISCHE STUDIES BIJ UC2
* Verbetering van symptomen binnen 3 dagen3, steroïde-vrije remissie gedurende op zijn minst 4 weken 4 en genezing van de darmmucosa.1,4 Infecties zijn de meest voorkomende bijwerking.1,4 Meer informatie: e-mail of bel met Danielle van der Poel, danielle.van.der.poel@pfi p p zer.com +31 6 533 036 87
# Of een ander biologisch middel. Zie voor productinformatie en referenties elders in dit blad.
PP-XEL-NLD-1228
5 mg en 10 mg tabletten
Promoties Preventie en behandeling van vitamine- en mineralentekorten na bariatrische chirurgie
Surveillance naar colorectaal carcinoom bij patiënten met inflammatoire darmziektes
Wendy Schijns 2 november 2020
Michiel Erik de Jong 30 november 2020
Prevention and treatment of nutritional deficiencies in metabolic surgery
Colorectal Cancer surveillance in inflammatory bowel disease
Wereldwijd kampt 13% van de bevolking met obesitas (BMI ≥ 30 kg/m2) en deze percentages nemen ieder jaar toe. Nederland vormt geen uitzondering en morbide obesitas (BMI ≥ 40 kg/m2) komt voor bij 1% van onze populatie. Dit is zorgwekkend, omdat obesitas leidt tot o.a. diabetes mellitus type II, hoge bloeddruk en hogere risico’s op kanker. Alleen al in Nederland ondergaan jaarlijks ruim 12.000 mensen een maagverkleining (metabole chirurgie, oftewel bariatrische chirurgie) ter behandeling van (morbide) obesitas. Ondanks de vele voordelen van deze operaties is het grootste nadeel het ontwikkelen van een vitamine- of mineralentekort. Onbehandeld kunnen deze grote gevolgen hebben. Het proefschrift van Wendy Schijns laat zien dat deze tekorten voorkomen kunnen worden door speciaal ontwikkelde multivitaminen supplementen te gebruiken. Hiermee worden veel patiënten direct geholpen. Daarnaast wordt de samenhang tussen stoelgang en het calciummetabolisme beschreven en de behandeling van tekorten in ijzer en vitamine B12 na metabole chirurgie. Over de promovendus In 2013 studeerde Wendy Schijns af als arts aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Aansluitend werd zij aangenomen als artsonderzoeker bij de bariatrische chirurgie in Rijnstate (Vitalys). In 2016 startte zij met de huisartsenopleiding te Maastricht en werkte zij in haar vrije tijd verder aan haar promotie-traject. In 2019 rondde zij de opleiding af en momenteel werkt zij als waarnemend huisarts in Zuid-Limburg.
Mensen met colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van darmkanker als gevolg van chronische darmontsteking. Daarom ondergaan velen van hen frequente preventieve darmonderzoeken (surveillance coloscopie) om poliepen te detecteren en te verwijderen voordat deze zich ontwikkelen tot darmkanker. Deze darmonderzoeken zijn echter belastend voor de patiënt. Het is daarom van belang om te weten hoe hoog het individuele risico op darmkanker is om beter te kunnen inschatten hoe vaak een surveillance coloscopie nodig is. In dit proefschrift worden verschillende risicofactoren voor darmkanker bij mensen met een chronische darmontsteking onderzocht met als doel om een betere individuele risico inschatting te kunnen maken. In het eerste deel van dit proefschrift wordt er gebruikt gemaakt van een landelijke pathologie database om te bepalen hoe hoog het risico op darmkanker is bij mensen is die ooit een darmpoliep hebben gehad. Het tweede deel van dit proefschrift beschrijft een groot aantal andere risicofactoren en omvat ook een uitgebreide literatuurstudie naar alle risicofactoren die ooit onderzocht zijn. Dit leidt uiteindelijk tot aanbevelingen voor een meer gepersonaliseerde strategie om darmkanker te voorkomen bij mensen met een chronische darmontsteking. Over de promovendus Michiel de Jong (1991) behaalde in 2017 zijn artsendiploma aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het promotieonderzoek voerde hij uit bij de afdeling Maag-Darm-en Leverziekten van het Radboudumc. Momenteel is hij werkzaam als AIOS bij de afdeling Interne geneeskunde in Rijnstate in het kader van de vooropleiding tot maag-darm-leverarts.
11
Artikel
Innovatie & Zorgtransformatie Op 1 januari 2021 is de nieuwe afdeling Innovatie & Zorgtransformatie gestart. Deze afdeling helpt bij het stimuleren, ontwikkelen en realiseren van vernieuwende zorgconcepten voor patiënten, zorgprofessionals en inwoners van onze regio. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met zorgafdelingen, medische staf, wetenschap, commerciële zaken, het Leerhuis en andere afdelingen. Daarnaast werkt deze afdeling aan het verder uitbouwen en benutten van relaties met zorgpartners in de regio. Met deze stap creëert Rijnstate de randvoorwaarde om daadwerkelijk transformatie van zorg te realiseren en haar ambitie ‘Voorop in zorg voor jou’ verder vorm te geven.
R jjnsttate. Rij Rijnst a e.. VVooo ate oorop o opp inn zoorg or oorrgg voor vooorr jou vo jjoouu.
In lijn met de maatschappelijke ontwikkelingen, de ambitie en (digitale) strategie van Rijnstate zijn de volgende eerste aandachtsgebieden geformuleerd: • • • • •
Virtueel zorgcentrum en thuismonitoring Medicatie en behandeling thuis Innovatief zorgproces Zorgregio van de toekomst Nieuwe innovaties
Virtueel zorgcentrum en thuismonitoring Rijnstate is in april 2021 gestart met het Virtueel Zorgcentrum. Dit is een centrale plek van waaruit patiënten buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld thuis, gemonitord kunnen worden of zorg thuis kunnen ontvangen. Dit wordt uitgevoerd door een team van verpleegkundigen die verantwoordelijk zijn voor het continu informeren en monitoren van patiënten. Ook onderhouden zij contact met de patiënten en zijn zij bereikbaar voor vragen. Dit wordt allereerst ingezet voor COVID patiënten. Met behandeling (zuurstof) thuis in combinatie met monitoring van saturatie en hartslagfrequentie kunnen patiënten eerder ontslagen worden uit het ziekenhuis. Dit traject wordt uitgevoerd in samenwerking met OnzeHuisartsen, DrieGasthuizenGroep en andere thuiszorgorganisaties. Naast monitoring voor COVID patiënten wordt dit traject uitgebreid naar andere patiëntpopulaties. Medicatie en behandeling thuis Medicatie en behandeling@home is een van de trajecten die een bijdrage levert aan de beweging om zorg naar huis te verplaatsen en past bij de strategie van Rijnstate. Het betreft zorg die onder regie van het ziekenhuis valt maar buiten het ziekenhuis wordt verleend aan patiënten met een medische en/of verpleegkundige specialistische zorgbehoefte. Het omvat de inzet van medische hulpmiddelen,
Op basis van vertrouwen, verbinding en vernieuwing.
geneesmiddelen en medisch specialistische verpleging in de thuissituatie. De verantwoordelijkheid voor de geleverde zorg blijft bij het ziekenhuis. Op dit moment wordt er al veel Rijnstatezorg thuis gedaan door de thuiszorg of commerciële partijen. Rijnstate heeft de ambitie om meer zorg naar huis te brengen en deze dienstverlening met een eigen Service, zoals via het Virtueel zorgcentrum, aan te bieden (medisch mobiel team). Deze ontwikkeling draagt bij aan de positionering van ons ziekenhuis in de regio en zorgt ervoor dat we regie houden op de kwaliteit van zorg en het zorgproces. Daarbij geeft het een positieve impuls aan het vak van verpleegkundige. We zijn begin mei gestart met Oncolytica@home (medicatie thuis voor oncologie patiënten) en schalen daarna op naar andere geneesmiddelen binnen de oncologie.
Door afdeling Innovatie & Zorgtransformatie
Innovatief zorgproces Het project Innovatief zorgproces draagt bij aan het realiseren van de doelstelling: “Over 10 jaar komen patiënten alleen nog naar het ziekenhuis als de behandeling of controle thuis niet kan”. We doen dit door de patiënt het gehele behandeltraject (digitaal) op maat te informeren en te begeleiden. Tijdens het traject zijn er verschillende mogelijkheden tot contact tussen patiënt en zorgverlener, zoveel mogelijk afgestemd op de wensen en behoeften van de patiënt. Indien nodig wordt ingezet op monitoring van vitale waarden (zoals hartslagfrequentie en bloeddruk) en in combinatie met informatie en vragenlijsten krijgt de zorgprofessional beter inzicht in de gezondheidssituatie van de patiënt. Door de patiënt te betrekken bij zijn/haar behandeling krijgt de patiënt meer regie over zijn/haar gezondheid en kan de zorgprofessional de focus leggen op waar het om gaat, de zorg! Onderstaande drie trajecten zijn inmiddels ook gestart: • Digitaal inchecken via MijnRijnstate voor alle nieuwe patiënten. Patiënt controleert zijn/haar persoonsgegevens en vult de sociale anamnese en intoxicatievragenlijst in. • Zelfmeten thuis. Bloeddrukmeter, weegschaal, stappenteller. Dit wordt gestart met een pilot voor 30 bariatrische patiënten, Vitalys, en daarna opgeschaald naar andere patiëntpopulaties. • Behandelpagina’s in MijnRijnstate: Een routekaart per zorgpad met informatie op maat en gerichte vragenlijsten. Pilot: Voorste kruisband, Atriumfibrilleren en Longcarcinoom.
In Europa nemen de komende 3,5 jaar vier pilotregio’s deel. Gelderland-Midden is één van deze vier. Een vijftal Nederlandse partners is hierbij betrokken met een budget van 2,5 miljoen euro. De partners zijn gemeente Lingewaard, Stichting Welzijn Lingewaard, Health Valley, Universiteit Twente en Rijnstate Ziekenhuis. Het project is gericht op ‘de zorgregio van de toekomst’ en de relatie met het (virtuele) ziekenhuis van de toekomst dat door Rijnstate wordt ontwikkeld. Ook zorgpartners in de regio worden betrokken. Nieuwe innovaties Elk jaar worden ook nieuwe innovaties gestart waarvoor ideeën vanuit de zorg ingebracht kunnen worden, gericht op onder andere zorg dichtbij (monitoring, behandeling en/of ondersteuning thuis), data analytics of artificial intelligence. Per jaar zijn er twee selectierondes voor nieuwe innovaties. Er is budget beschikbaar voor zowel ontwikkeling als implementatie. Bij wie kun je terecht voor vragen? De afdeling Innovatie en Zorgtransformatie is als zelfstandige afdeling ondergebracht bij het service centrum Informatie en Medische Technologie (IMT). Voor vragen kunt je contact opnemen met: Jessica Ditters (adviseur), Jolien de Gruijter (adviseur), Liesbeth Helmich (adviseur), Gerdy Klein Bleumink (adviseur), Mascha Keller (CNIO) en Laura Kooij (manager).
Zorgregio van de toekomst Door alle maatschappelijke ontwikkelingen, toenemende zorgvraag, technologische ontwikkelingen, focus op preventie en zelfregie zal ook de zorg buiten het ziekenhuis veranderen en zal de samenwerking tussen de lijnen en het sociaal domein intensiveren. Een van de projecten in dit aandachtsgebied is dRural, een groot Europees project gericht op de zorgregio van de toekomst. Dit project, met een totale subsidie van 15 miljoen euro, is gestart op 1 januari 2021. Het doel van het project is het ontwikkelen van een digitale oplossing voor ondersteuning en verlenen van zorg, en is gericht op de ‘zorgregio van de toekomst’. Zorgpartners in de regio worden bij dit traject betrokken. Dit sluit ook aan bij de ontwikkelingen binnen Rijnstate op het gebied van het ziekenhuis van de toekomst.
13
Promotieonderzoek
De RACE studie: Kosten-effectiviteit van open versus robot-geassisteerde radicale cystectomie bij patiënten met blaaskanker Op 18 februari jl. heeft Charlotte Michels, voormalig promovendus in Rijnstate, met succes haar proefschrift verdedigd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De titel van het proefschrift is ‘Cost-effectiveness of open versus robot-assisted radical cystectomy in patients with bladder cancer’. Haar promotieonderzoek werd in samenwerking tussen Rijnstate en het Radboudumc uitgevoerd en werd gefinancierd door ZonMw. In dit artikel de aanleiding en de belangrijkste bevindingen van haar proefschrift. Promotoren: Prof.dr. M.M. Rovers (Radboudumc), Prof.dr. J.A. Witjes (Radboudumc) Copromotor: Dr. J.P.C. Grutters (Radboudumc) Datum verdediging: 18 februari 2021 Aanleiding RACE studie De standaardbehandeling voor spierinvasieve blaaskanker en hoog-risico niet-spierinvasieve blaaskanker is een chirurgische verwijdering van de urineblaas, ook wel “radicale cystectomie” genaamd. Veelal wordt de open operatietechniek (“Open Radical Cystectomy”, afgekort ORC) als de gouden standaard gezien om een radicale cystectomie uit te voeren, maar sinds 2000 wordt de cystectomie steeds vaker met assistentie van de Da Vinci robot (“RobotAssisted Radical Aystectomy”, afgekort RARC) uitgevoerd. Momenteel zijn er meer dan 30 Nederlandse ziekenhuizen die één of meerdere robotsystemen in gebruik hebben (waaronder twee in Rijnstate). Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 1.000 radicale cystectomieën uitgevoerd, waarvan in 2017 270 (27%) robot-geassisteerd. Sinds de introductie van RARC in ziekenhuizen, is er discussie gaande over de mogelijke meerwaarde van RARC in vergelijking met ORC. Hierbij wordt geopperd dat RARC de perioperatieve morbiditeit (bijvoorbeeld bloedverlies, complicaties, ziekenhuisopname) verbetert zonder afbreuk te doen aan oncologische uitkomsten. Vanwege deze veronderstelling neemt het aantal ziekenhuizen en urologen dat RARC uitvoert in plaats van ORC, jaarlijks toe. Voor genoemde aanname ontbreekt echter kwalitatief hoogstaand bewijs op basis van klinische vergelijkende studies. Bovendien zijn de (directe) kosten van robotchirurgie naar verwachting hoger dan die van open chirurgie, terwijl dergelijke extra kosten alleen gerechtvaardigd zijn als daar voldoende gezondheidswinst voor patiënten tegenover staat. Tot op heden was de (kosten)effectiviteit van RARC ten opzichte van ORC onvoldoende onderzocht.
Doelstelling Om de bovengenoemde redenen hebben wij tijdens het promotieonderzoek onderzocht wat de effecten en kosten van RARC zijn, in vergelijking met ORC bij blaaskankerpatiënten met een indicatie voor een radicale cystectomie. Hierbij hebben we eerst vastgesteld wat de meeteigenschappen zijn van twee veel gebruikte patiëntgerapporteerde vragenlijsten; vervolgens welk effect RARC en ORC hebben op objectieve (complicaties, oncologische uitkomsten) en subjectieve (kwaliteit van leven) uitkomsten; en hoe deze effecten zich verhouden tot de kosten van beide ingrepen. Twee vragenlijsten: BCI en FACT-Bl-Cys Bij het beoordelen van de effectiviteit van interventies wordt het belang van patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten (PROMs) steeds meer erkend, naast objectieve klinische uitkomsten. Het meten van kwaliteit van leven met adequate PROMs is essentieel voor clinici en patiënten bij het nemen van weloverwogen beslissingen over behandelingen op basis van de ervaringen van patiënten. Daarom hebben we twee patiënt-gerapporteerde vragenlijsten (BCI en FACT-Bl-Cys) vertaald naar het Nederlands en hun meeteigenschappen (validiteit, betrouwbaarheid en responsiviteit) geëvalueerd. De Nederlandse versies van de BCI en FACT-Bl-Cys bleken betrouwbaar en hadden een goede inhoudsvaliditeit. De structurele validiteit was voor beide meetinstrumenten beperkt en alleen de totale FACTBl-Cys score was responsief voor veranderingen in generieke kwaliteit van leven. Over het algemeen leken beide meetinstrumenten geschikt voor het gebruik in de klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek. RACE studie: protocol De kern van het proefschrift bestaat uit een prospectieve, multicenter, vergelijkende effectiviteitsstudie waarin de (kosten-)effectiviteit van RARC versus ORC bij blaaskankerpatiënten wordt beoordeeld (RAdical Cystectomy Evaluation, acroniem: RACE studie, NTR5362). Hoewel een gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT) vaak als de gouden standaard wordt beschouwd, is erkend dat chirurgische RCTs lastig zijn uit te voeren vanwege praktische, ethische en methodologische uitdagingen. Daarom hebben we besloten een vergelijkende effectiviteitsstudie uit te voeren. Een vergelijkende effectiviteitsstudie heeft als doel bestaande zorginterventies te vergelijken om te bepalen welke behandeling het beste werkt, voor wie en onder welke omstandigheden in de klinische praktijk. Hiermee wordt beoogd de klinische realiteit te weerspiegelen.
Door dr. Charlotte Michels
Patiënten met blaaskanker en een indicatie voor een radicale cystectomie, kwamen in aanmerking voor deelname aan de RACE studie. Elk deelnemend ziekenhuis voerde standaard RARC of ORC uit. Ziekenhuizen die zowel RARC als ORC uitvoerden, konden alleen deelnemen als ze de operatietechniek niet op basis van patiëntkenmerken selecteerden. Alleen ziekenhuizen met een hoog volume (>20 radicale cystectomieën per jaar) konden deelnemen aan de studie en de RARC ziekenhuizen hadden voor deelname aan de studie minstens 40 RARC’en uitgevoerd. Conform reguliere (standaard) zorg vonden klinische consulten plaats op 1, 3 en 12 maanden. Tijdens elk consult werd het postoperatieve beloop (zoals complicaties, recidieven) in kaart gebracht. Kwaliteit van leven werd bij patiënten preoperatief (baseline) en postoperatief na 1, 3, 6 en 12 maanden gemeten met de BCI, FACT-Bl-Cys en EQ-5D-5L. Zorggebruik werd in kaart gebracht met een maandelijkse vragenlijst. RACE studie: effectiviteitsresultaten In totaal namen 348 patiënten (n=168 ORC, n=180 RARC) uit 19 Nederlandse ziekenhuizen deel aan de studie. De ruwe patiëntkarakteristieken waren vergelijkbaar tussen de ORC en RARC groep, op enkele uitzonderingen na. Om de niet-gerandomiseerde groepen wel te kunnen vergelijken, werd gebruik gemaakt van ‘inverse probability weighing’. Hierbij wordt, ook al is er mogelijk een ongelijke verdeling van bepaalde patiëntkarakteristieken, toch tot een goede balans tussen de groepen gekomen. Na 90 dagen had 63% van de ORC en 56% van de RARC patiënten ten minste één complicatie gehad (risicoverschil -6,4%, 95%BI -17,3 tot 4,5). Ernstige complicaties (Clavien 3-5) traden op in 15% van de ORC patiënten en 16% van de RARC patiënten (risicoverschil 0,9%, 95%BI -7,0 tot 8,8). Milde complicaties (Clavien 1-2) traden op in 57% van de ORC patiënten en 49% van de RARC patiënten (risicoverschil -7,6%, 95%BI -18,7 tot 3,6). De drie kwaliteit van leven vragenlijsten (BCI, FACT-Bl-Cys, EQ-5D5L) lieten op geen enkel moment duidelijke verschillen tussen ORC en RARC zien. De gemiddelde kwaliteit van leven scores waren een maand na de operatie het laagst. Na drie maanden waren de gemiddelde kwaliteit van leven scores weer vergelijkbaar met de scores van vóór de cystectomie.
Charlotte Michels Over de promovendus Charlotte Michels (1991) behaalde in 2015 haar masterdiploma Biomedische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar master was gericht op Health Technology Assessment. Bovenstaand onderzoek voerde zij uit bij Rijnstate (Afdeling Urologie/Wetenschapsbureau) en het Radboudumc (Afdeling Operatiekamers, binnen het Radboud Institute for Health Sciences). Momenteel is zij werkzaam als Adviseur bij het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten te Utrecht.
Toekomst Concluderend, na één jaar vonden we geen verschil in kwaliteit van leven, maar RARC was wel duurder dan ORC. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of bepaalde subgroepen patiënten meer of minder baat hebben bij RARC in vergelijking met ORC. Daarnaast blijft de leercurve van robotchirurgie een veelbesproken onderwerp. Collega Carl Wijburg doet hier momenteel onderzoek naar. Betreffende andere indicaties voor robotchirurgie, adviseren wij om robotchirurgie op te nemen in systematische evaluaties van bestaande zorg (bijv. “Zinnige zorg”) om hoogwaardige, betaalbare, duurzame en toegankelijke zorg in Nederland te waarborgen.
15
Artikel
Preventie en Rijnstate De komende jaren stijgt de vraag naar zorg in de regio Arnhem sterk als gevolg van een toename aan ouderen en mensen met een chronische ziekte. Het bevorderen van gezondheid is een belangrijke pijler om de zorg beheersbaar te houden. Op dit moment wordt het overgrote deel van de totale zorgkosten (naar schatting 95 miljard) besteed aan zorg, een klein deel (naar schatting 1 miljard) gaat naar preventie. Op alle niveaus wordt er meer ingezet op preventie, zo ligt er een landelijk Preventieakkoord en nemen zorgverzekeraars het op in hun beleid.
overleg, waaraan medisch specialisten, paramedici en huisartsen deelnemen. Op deze manier bouwt de coach een samenwerking op met de betrokken professionals en sociaal-maatschappelijke partners in de wijk. GO! is in 2015 gestart in de wijken Presikhaaf en Malburgen in Arnhem. Inmiddels draait GO! in veertien wijken in meerdere gemeentes rondom Arnhem en honderden kinderen worden geholpen om een gezondere leefstijl aan te meten. Financiering komt hoofdzakelijk van gemeentes en er wordt gewerkt aan een aanvraag voor de beleidsregel innovatie.
In 2019 heeft Rijnstate het strategische besluit genomen om een RVE preventie in te richten. Vanuit deze RVE ondersteunt Rijnstate het zorgnetwerk Community of Care, waar tientallen regionale partners samenkomen om te werken aan de transformatie van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn.
Wat hebben we geleerd? Er is veel geleerd over de do’s en don’ts van ketenzorg. De belangrijkste lessen op een rij: • Het hebben van een gezamenlijk doel maakt dat organisaties met tegengestelde belangen bereid zijn om over hun verschillen heen te stappen. • Het is belangrijk om in een vroegtijdig stadium te praten over de inrichting van de organisatie, en bijbehorende taak- en rolverdeling. • De stap van pilot naar vermarktbaar product vraagt om het herijken van taken en rollen, alsook het in een vroegtijdig stadium nadenken over structurele financiering. • Medisch en sociaal domein spreken niet dezelfde taal: in medische termen is preventie het voorkomen van (het erger worden van) ziekte, in het sociaal domein wordt uitgegaan van gezondheid.
“Community of Care is een nieuwe samenwerking tussen partijen die zich inzetten voor gezondheid en welzijn van inwoners in de regio Gelderland Midden. Partijen die afzonderlijk goede dingen doen rond preventie, maar die ervan overtuigd zijn dat ze door hun krachten te bundelen, het samen nog beter kunnen.” De historie: GO! Gezond Onderweg De basis voor Community of Care is gelegd in 2012 met GO! Gezond Onderweg. GO! is één van de zeven proeftuinen van het landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas. Veel kinderen met overgewicht en obesitas worden behandeld in de tweede lijn. Met GO! wordt ingezet op het verbeteren van de leefstijl van kinderen in de thuissituatie, één van de oorzaken van obesitas. De behandeling kent een drietal pijlers: voeding, beweging en rust. Het model is gestoeld op samenwerking tussen professionals uit medisch en sociaal domein. Rijnstate trok hierin samen op met de regionale partners Gemeente Arnhem, Menzis, VGGM en voormalig Geïntegreerde Eerstelijns Zorg (GEZ) Malburgen. De kindergezondheidscoach als verbinder Kenmerkend voor de aanpak van GO! is dat deze behandeling pas in gang wordt gezet als multiproblematiek is uitgesloten. Wanneer er andere problemen spelen, verkleint dit namelijk de kans op succes van de behandeling. Een kindergezondheidscoach screent hierop tijdens de intake, waarna de behandeling van start gaat. De kindergezondheidscoach wordt bijgestaan door een multidisciplinair
En met deze kennis ontstond de vraag: is er meer uit de samenwerking te halen? Organisaties verbinden op basis van gedeelde waarden De kernpartners van de Community of Care, Menzis, VGGM, OnzeHuisartsen, gemeente Arnhem en Rijnstate zijn medio 2019 aan de slag gegaan om gedeelde normen, waarden en belangen op het gebied van preventie te definiëren in een manifest (zie www.communityofcare.nl). Kort samengevat staat de Community voor: • Gelijke kansen: We willen bouwen aan een samenleving waarin iedereen perspectief ervaart ten aanzien van de eigen gezondheid en welzijn, en die van directe naasten. • Verbinding: We willen het potentieel van mensen en groepen in de regio benutten en jagen nieuwe samenwerkingsvormen aan. • Diversiteit: We willen de ervaren moedeloosheid in de samenleving ten aanzien van het nauwer wordende gezondheidsideaal tegengaan en daar een breder begrip van gezondheid tegenover zetten.
Door: Margo Groeneveld
• Ontwikkeling: We willen mensen ondersteunen de vaardigheden te kunnen ontwikkelen om richting te geven aan hun eigen gezondheid, met oog en respect voor de persoonlijke situatie. Begin 2020 is de Community voortvarend van start met het optuigen van enkele vernieuwende interventies. En toen… brak in maart Covid-19 uit. De proef op de som De ontwikkeling van het netwerk bevond zich op dat moment in een pril stadium. De vraag of er voldoende bestaansrecht was om onszelf opnieuw uit te vinden stond centraal. Door de basis die in 2019 is gelegd, en het verhoogde urgentiebesef op gezondheid en preventie, was het antwoord volmondig ‘ja’! Vanuit Rijnstate is er een call to action uitgezet waarin de community is gevraagd om, met een blanco agenda, elke vrijdagochtend samen te komen. Sindsdien is het snel gegaan. Door het samenbrengen van mensen uit vele organisaties is het eenvoudiger om lijntjes te leggen, projecten te initiëren en subsidies aan te vragen voor samenwerking over domeinen heen. Zo is er onder andere onderzoek gedaan hoe bestaande leefstijlinterventies aansluiten bij de doelgroep en is het programma 2Diabeat van start gegaan om diabetes type 2 in de wijk Geitenkamp terug te brengen. Dit alles zorgde voor een snelle ontwikkeling van de groei van het netwerk, waar inmiddels zo’n 40 regionale partners bij zijn aangesloten. Door de bottom-up benadering is er ook draagvlak ontstaan op bestuurlijk niveau. De regio-impuls van ZonMw Juiste Zorg op de Juiste Plek is aangevraagd en toegekend om de Community op bestuurlijk niveau te borgen en alle ontwikkelingen binnen de Community te stroomlijnen. Proscoop ondersteunt in opdracht van Menzis mede de ontwikkeling van de Community. De rol van Rijnstate Om gezondheid en welzijn te realiseren is er nauwe samenwerking tussen alle zorgpartijen nodig. Leefstijl (persoonlijk gedrag) ontstaat immers in samenhang met sociale, economische en fysieke factoren. De inbreng van medisch specialistische en verpleegkundige kennis is hierbij van groot belang om eerder de juiste diagnose te kunnen stellen en de effectiviteit van leefstijlinterventies te verbeteren.
Arnhems Preventieakkoord Begin juni heeft Rijnstate samen met 12 partners het Arnhems Preventieakkoord ‘Een leven lang gezond en fit’ ondertekend. De betrokken partijen zetten zich vooral in op de thema's overgewicht, roken, alcohol, mentale en sociale gezondheid. Het doel is uitdagend: een betere fysieke en mentale gezondheid door een integrale aanpak te ontwikkelen. Het Arnhemse Preventieakkoord is een samenwerking van de gemeente Arnhem met Rijnstate, VGGM, Menzis, SWOA, Sportbedrijf Arnhem, Rijnstad, Iriszorg Preventie, Pro Persona Connect, Stichting Community Learning Center en de schoolbesturen Stichting CLC Arnhem PO, PO besturen Deltascholengroep en Flores Onderwijs.
ontwikkelingen op dit thema de komende jaren te borgen. Daarbij wordt ook gekeken hoe dit samenhangt met bijvoorbeeld thema’s als innovatie en Juiste Zorg op de Juiste Plek. Mocht je hierover meer willen weten, neem gerust contact op met Anita van Leest – Manager zorg (RVE preventie) of Margo Groeneveld – Innovatiemanager Preventie.
Margo Groeneveld
Momenteel wordt er binnen Rijnstate gewerkt aan een strategie op het gebied van preventie om
17
Verkorte Productinformatie Enerzair® Breezhaler® 114 microgram/46 microgram/ 136 microgram inhalatiepoeder in harde capsules Samenstelling Elke capsule bevat 150 microgram indacaterol (als acetaat), 63 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 50 microgram glycopyrronium en 160 microgram mometasonfuroaat. Elke afgeleverde dosis bevat 114 microgram indacaterol (als acetaat), 58 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 46 microgram glycopyrronium en 136 microgram mometasonfuroaat. Bevat lactose. Indicatie Als onderhoudsbehandeling van astma bij volwassen patiënten die niet voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie van een langwerkende bèta2-agonist en een hoge dosis van een inhalatiecorticosteroïd en die een of meer astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande jaar. Farmacotherapeutische groep Geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen, adrenergica in combinatie met anticholinergica incl. drievoudige combinaties met corticosteroïden. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt voor de behandeling van acute astmasymptomen, waarvoor een kortwerkende bronchodilatator noodzakelijk is. Als verschijnselen die duiden op allergische reacties optreden, moet de behandeling onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als bij andere inhalatietherapie, kan toediening van dit geneesmiddel leiden tot paradoxale bronchospasmen, die levensbedreigend kunnen zijn. Als dit gebeurt, moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als andere geneesmiddelen die bèta2-adrenerge agonisten bevatten, kan dit geneesmiddel een klinisch significant cardiovasculair effect teweegbrengen bij sommige patiënten. Dit wordt waargenomen als toename in de polsslag, verhoging van de bloeddruk en/of meer symptomen. Als dergelijke effecten optreden, kan het nodig zijn de behandeling stop te zetten. Dit geneesmiddel dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, bij patiënten die ongewoon gevoelig reageren op bèta2 adrenerge agonisten, bij patiënten met een bekende of vermoede verlenging van het QT-interval of die worden behandeld met geneesmiddelen die het QT-interval beïnvloeden. Bèta2 adrenerge agonisten kunnen een significante hypokaliëmie teweegbrengen, wat ongewenste cardiovasculaire effecten kan veroorzaken. Bij patiënten met ernstig astma kan dit worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die de gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Inhalatie van hoge doses bèta2 adrenerge agonisten en corticosteroïden kan een stijging van de plasmaglucosespiegel veroorzaken. De plasmaglucosespiegel moet vaker worden gecontroleerd bij patiënten met diabetes. Net als andere anticholinergica moet dit geneesmiddel met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met nauwekamerhoekglaucoom of urineretentie. Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, met inbegrip van patiënten met nierziekte in het eindstadium die dialyse vereist, is voorzichtigheid geboden. Systemische effecten van inhalatiecorticosteroïden kunnen voorkomen, met name bij hoge doses die langdurig worden voorgeschreven. Dit geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met longtuberculose of bij patiënten met chronische of onbehandelde infecties. Bijwerkingen Zeer vaak nasofaryngitis, astma (exacerbatie). Vaak bovenste luchtweginfectie, candidiasis, urineweginfectie, overgevoeligheid, hoofdpijn, tachycardie, orofaryngeale pijn, hoesten, dysfonie, gastro-enteritis, musculoskeletale pijn, spierspasmen, pyrexie. Soms hyperglykemie, cataract, droge mond, huiduitslag (rash), pruritus, dysurie. Afleverstatus UR Verpakking en prijs Zie Z-Index. Vergoeding Volledig vergoed. Registratiehouder Novartis Europharm Limited Lokale vertegenwoordiger Novartis Pharma B.V., Haaksbergweg 16, 1101 BX Amsterdam Meer informatie Voor meer informatie kunt u bellen met 088-0452111. De volledige productinformatie kunt u raadplegen via www.novartis.nl/medicijnen. Datering verkorte productinformatie november 2020 Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing in de verpakking van ENERZAIR® BREEZHALER® met sensor. Het Propeller Health System is een CE gemarkeerd medisch hulpmiddel. Reciprocal Labs Corporation, Verenigde Staten, is de fabrikant van de Propeller Health System. De bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant in de Europese Unie is Resmed SAS. Informatie over het veilig gebruik van het product, het beoogde doeleind en speciale voorzorgsmaatregelen zijn te vinden in de gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat u deze gebruiksaanwijzing leest voordat u het product gebruikt. De Propeller sensor en de app zijn te gebruiken met NIEUW 1-MAAL DAAGS ENERZAIR® BREEZHALER®. Voor informatie over ENERZAIR® BREEZHALER® kunt u bij uw behandelend arts terecht. ® ® Novartis Europharm Ltd, Ierland is de vergunninghouder voor het in handel brengen van ENERZAIR BREEZHALER in de Europese Unie. indacaterolacetaat / glycopyrroniumbromide / mometasonfuroaat inhalatiepoeder
200101URS
Verkorte productinformatie Fiasp® T Fiasp®. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Naam: Fiasp® FlexTouch® 100 eenheden/ml; Fiasp® Penfill® 100 eenheden/ml; Fiasp® oplossing voor injectie in injectieflacon 100 eenheden/ml. Fiasp® PumpCart® 100 eenheden/ml. Samenstelling en farmaceutische vorm: Insuline aspart 100 eenheden/ml; oplossing voor injectie. Indicaties: Behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, adolescenten en kinderen van 1 jaar en ouder. Dosering en wijze van toediening: Fiasp® is een maaltijdinsuline voor subcutane toediening. Fiasp® moet 0 tot 2 minuten voor het begin van de maaltijd worden toegediend, met de mogelijkheid tot toediening tot maximaal 20 minuten na het begin van de maaltijd. Bij kinderen is deze mogelijkheid er in situaties waarbij er onzekerheid is over de maaltijdinname. De dosering van Fiasp® is per persoon verschillend en wordt bepaald in overeenstemming met de behoeften van de patiënt. Fiasp® gegeven als subcutane injectie moet worden gecombineerd met ten minste eenmaal daags toegediende middellang- of langwerkende insuline. In een behandeling met een basaalbolusregime kan Fiasp® voorzien in ongeveer 50% van de behoefte en kan in de rest worden voorzien door middellang of langwerkende insuline. Een nauwgezette controle van de bloedglucosespiegel verdient aanbeveling tijdens het overschakelen van andere maaltijdinsulines en gedurende de eerste weken daarna. Er kan worden overgeschakeld van een andere maaltijdinsuline op basis van eenheid op eenheid. Een patiënt overschakelen, van een ander type of merk insuline of van insuline van een andere fabrikant, op Fiasp® moet onder strikt medisch toezicht plaatsvinden en kan een dosisaanpassing noodzakelijk maken. Fiasp® kan worden gebruikt voor CSII in pompen die geschikt zijn voor insuline-infusie en zal voorzien in zowel de behoefte aan bolusinsuline (ongeveer 50%) als basale insuline. Zo nodig kan Fiasp® intraveneus worden toegediend door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Belangrijkste waarschuwingen: Fiasp® PumpCart® is alleen voor gebruik met een insuline-infusiepompsysteem dat ontworpen is voor gebruik met deze patroon. Hypoglykemie kan optreden als de insulinedosis te hoog is ten opzichte van de insulinebehoefte. Het tijdstip van de hypoglykemie weerspiegelt gewoonlijk het tijd-werkingsprofiel van de toegediende insulineformulering. Hypoglykemie kan zich na een injectie/infusie eerder voordoen dan bij andere maaltijdinsulines vanwege de eerder intredende werking van Fiasp®. Omdat Fiasp® 0 tot 2 minuten voor het begin van de maaltijd moet worden toegediend, met de mogelijkheid tot toediening tot maximaal 20 minuten na aanvang van de maaltijd, moet rekening worden gehouden met de tijd tot het intreden van de werking bij het voorschrijven aan patiënten die bijkomende aandoeningen hebben of een behandeling volgen waarbij een vertraagde voedselopname te verwachten is. Nauwlettende controle van de bloedglucosespiegels bij pediatrische patiënten wordt aanbevolen wanneer Fiasp® na het begin van de laatste maaltijd van de dag wordt toegediend om nachtelijke hypoglykemie te voorkomen. Het gebruik van verkeerde doses of het afbreken van de behandeling kan, in het bijzonder bij patiënten die insuline nodig hebben, leiden tot hyperglykemie en diabetische ketoacidose. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om de injectieplaats telkens af te wisselen om het risico op het ontstaan van lipodystrofie en cutane amyloïdose te beperken. Het overschakelen van een patiënt op een ander type of merk insuline moet geschieden onder strikt medisch toezicht. Bijkomende ziekten, vooral infecties en ziekten die gepaard gaan met koorts, verhogen in het algemeen de insulinebehoefte van de patiënt. Er zijn gevallen van hartfalen gemeld wanneer thiazolidinedionen werden gebruikt in combinatie met insuline, in het bijzonder bij patiënten met risicofactoren voor het ontwikkelen van hartfalen. Intensivering of snelle verbetering van de glucoseregulatie is in verband gebracht met een voorbijgaande, reversibele oftalmologische refractieaandoening, verergering van diabetische retinopathie, acute pijnlijke perifere neuropathie en perifeer oedeem. Patiënten en zorgverleners mogen nooit een injectiespuit gebruiken om het geneesmiddel op te trekken uit een patroon of FlexTouch®. Insulinetoediening kan de vorming van insuline-antilichamen veroorzaken. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om altijd voor elke injectie het etiket van de insuline te controleren om onbedoelde verwisselingen tussen Fiasp® en andere insulineproducten te vermijden. Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: De meest frequent gemelde bijwerking tijdens de behandeling is hypoglykemie. De volgende bijwerkingen zijn gemeld: zeer vaak – hypoglykemie; vaak – allergische huidreacties en reacties op de injectie-/infusieplaats; soms – overgevoeligheid en lipodystrofie; niet bekend – anafylactische reacties, cutane amyloïdose. Farmacotherapeutische categorie: Geneesmiddelen gebruikt bij diabetes. Insulines en analogen voor injectie, ATC-code A10AB05. Afleverstatus: U.R. Vergoeding: Volledig vergoed. Datum: september 2020. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V.. Novo Nordisk B.V., Postbus 443, 2400 AK Alphen aan den Rijn; Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Telefoonnummer: 0172 - 449494, E-mail: informatie@novonordisk.com. Zie voor volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu Referentie: 1. SPC Fiasp® Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl
NL21FSP00007 Novo Nordisk® en Fiasp® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.
sĞƌŬŽƌƚĞ ƉƌŽĚƵĐƟŶĨŽƌŵĂƟĞ hƌƐŽĐŚŽůΠ ϲϬϬ ĞŶĂŵŝŶŐ: Ursochol® 600. ZĞŐŝƐƚƌĂƟĞŚŽƵĚĞƌ: Zambon Nederland B.V., Basicweg 14B, 3821 BR Amersfoort. ^ĂŵĞŶƐƚĞůůŝŶŐ: Bevat per tablet 600 mg ursodeoxycholzuur. &ĂƌŵĂĐŽƚŚĞƌĂƉĞƵƟƐĐŚĞ ŐƌŽĞƉ: Ursodeoxycholzuur is een galzuurpreparaat. &ĂƌŵĂĐĞƵƟƐĐŚĞ ǀŽƌŵ͗ ǁŝƩĞ ĐĂƉƐƵůĞǀŽƌŵŝŐĞ ƚĂďůĞƩĞŶ met een deelstreep. dŚĞƌĂƉĞƵƟƐĐŚĞ ŝŶĚŝĐĂƟĞƐ: Ursodeoxycholzuur wordt ŐĞďƌƵŝŬƚ ǀŽŽƌ ŚĞƚ ŽƉůŽƐƐĞŶ ǀĂŶ ĐŚŽůĞƐƚĞƌŽůƐƚĞŶĞŶ ďŝũ ďĞƉĂĂůĚĞ ƉĂƟģŶƚĞŶ͕ ďŝũ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ǀĂŶ ƉƌŝŵĂŝƌĞ ďŝůŝĂŝƌĞ ĐŚŽůĂŶŐŝƟƐ ;W Ϳ ĞŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ǀĂŶ ŚĞƉĂƚŽďŝůŝĂŝƌĞ ĂĂŶĚŽĞŶŝŶŐĞŶ ďŝũ ŬŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ĐLJƐƟƐĐŚĞ ĮďƌŽƐĞ ǀĂŶ ϲ ƚŽƚ ϭϴ jaar. ŽƐĞƌŝŶŐ͗ Voor het oplossen van cholesterolstenen: 8 tot 10 mg/kg per ĚĂŐ ǀĞƌĚĞĞůĚ ŝŶ ƚǁĞĞ ŽĨ ĚƌŝĞ ŬĞĞƌ ŶĂ ĚĞ ŵĂĂůƟũĚ͘ PBC (stadia I-III): 12-15 mg/ kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Bij PBC ;ƐƚĂĚŝƵŵ /sͿ ĞŶ ĞĞŶ ǀĞƌŚŽŽŐĚ ƐĞƌƵŵ ďŝůŝƌƵďŝŶĞŐĞŚĂůƚĞ ;х ϰϬђŐͬůͿ͗ ĂĂŶǀĂŶŬĞůŝũŬ ϲͲϴ ŵŐͬŬŐ ƉĞƌ ĚĂŐ͘ WĞĚŝĂƚƌŝƐĐŚĞ ƉŽƉƵůĂƟĞ͗ <ŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ĐLJƐƟƐĐŚĞ ĮďƌŽƐĞ ǀĂŶ ϲ ƚŽƚ ϭϴ jaar: 20 mg/kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Zo nodig ƚĞ ǀĞƌŚŽŐĞŶ ƚŽƚ ϯϬ ŵŐͬŬŐ ƉĞƌ ĚĂŐ͘ Ğ ƚĂďůĞƩĞŶ ŝŶŶĞŵĞŶ ŶĂ ŚĞƚ ĞƚĞŶ ŵĞƚ ĞĞŶ glas melk of een kleine snack. ŝũǁĞƌŬŝŶŐĞŶ͗ <ůĞǀĞƌŝŐĞ ŽŶƚůĂƐƟŶŐ ĞŶ ĚŝĂƌƌĞĞ ŬŽŵĞŶ ǀĂĂŬ ǀŽŽƌ͘ ŝũ ƉĂƟģŶƚĞŶ ŵĞƚ ĞĞŶ ƉƌŝŵĂŝƌĞ ďŝůŝĂŝƌĞ ĐŚŽůĂŶŐŝƟƐ ŝƐ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ ŐĞǀĂůůĞŶ ĞƌŶƐƟŐĞ ƉŝũŶ ŝŶ ĚĞ ƌĞĐŚƚĞƌ ďŽǀĞŶďƵŝŬ ǀŽŽƌŐĞŬŽŵĞŶ͘ ŝũ W ŝŶ ŐĞǀŽƌĚĞƌĚ ƐƚĂĚŝƵŵ ŝƐ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ ŐĞǀĂůůĞŶ ĚĞĐŽŵƉĞŶƐĂƟĞ ǀĂŶ levercirrose waargenomen, die weer gedeeltelijk herstelde na staken van de ƚŚĞƌĂƉŝĞ͘ hƌƟĐĂƌŝĂ ĞŶ ǀĞƌŬĂůŬŝŶŐ ǀĂŶ ĚĞ ŐĂůƐƚĞŶĞŶ ŬƵŶŶĞŶ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ gevallen optreden. tĂĂƌƐĐŚƵǁŝŶŐĞŶ: Tijdens de eerste drie maanden ǀĂŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ĚŝĞŶĞŶ Žŵ ĚĞ ǀŝĞƌ ǁĞŬĞŶ ĚĞ ůĞǀĞƌĨƵŶĐƟĞǁĂĂƌĚĞŶ ƚĞ worden gecontroleerd; daarna om de drie maanden. Na 6 tot 10 maanden ŵŽĞƚĞŶ ŐĂůƐƚĞŶĞŶ ǁŽƌĚĞŶ ŐĞǀŝƐƵĂůŝƐĞĞƌĚ͕ Žŵ ŚĞƚ ĞīĞĐƚ ǀĂŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ of verkalking vast te stellen. Verlaag de dosering bij diarree of stop de behandeling bij aanhoudende diarree. Vrouwen die Ursochol gebruiken ŵŽĞƚĞŶ ĞĞŶ ŶŝĞƚ ŚŽƌŵŽŶĂůĞ ŵĞƚŚŽĚĞ ǀĂŶ ĂŶƟĐŽŶĐĞƉƟĞ ŐĞďƌƵŝŬĞŶ͘ hƌƐŽĐŚŽů bevat lactose. ŽŶƚƌĂͲŝŶĚŝĐĂƟĞƐ: Acute ontstekingen van de galblaas en galwegen, occlusie van de galwegen, veelvuldige galkolieken, verkalkte ŐĂůƐƚĞŶĞŶ͕ ǀĞƌŵŝŶĚĞƌĚĞ ĐŽŶƚƌĂĐƟůŝƚĞŝƚ ǀĂŶ ĚĞ ŐĂůďůĂĂƐ͕ KǀĞƌŐĞǀŽĞůŝŐŚĞŝĚ ǀŽŽƌ ŐĂůnjƵƌĞŶ ŽĨ ĠĠŶ ǀĂŶ ĚĞ ŚƵůƉƐƚŽīĞŶ͕ ĂĐƟĞǀĞ ŵĂĂŐͲ ĞŶ ĚƵŽĚĞŶƵŵƵůĐĞƌĂ͘ WĞĚŝĂƚƌŝƐĐŚĞ ƉŽƉƵůĂƟĞ͗ ůĞƚ ŽƉ ďŝũ ŬŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ďŝůŝĂŝƌĞ ĂƚƌĞƐŝĞ͘ RVG: 114131. ŇĞǀĞƌƐƚĂƚƵƐ: Uitsluitend Recept. ĂƚƵŵ͗ 6 februari 2019. Voor volledige ƉƌŽĚƵĐƟŶĨŽƌŵĂƟĞ ŽǀĞƌ hƌƐŽĐŚŽů® verwijzen wij naar de goedgekeurde ƐĂŵĞŶǀĂƫŶŐ ǀĂŶ ĚĞ ŬĞŶŵĞƌŬĞŶ ǀĂŶ ŚĞƚ ƉƌŽĚƵĐƚ͘ ĞnjĞ ŝƐ ŽƉ ƚĞ ǀƌĂŐĞŶ ďŝũ Zambon Nederland B.V. Tel.: 033-4504 370
Artikel Door: Annet van Dijk, secretaresse Wetenschapsbureau
Een dag uit het leven van een senior onderzoeker Laura Deden en Lex de Jong werken als senior onderzoekers in Rijnstate. Laura coördineert als technisch geneeskundige onderzoek bij Vitalys en bij radiologie en nucleaire geneeskunde. Lex houdt zich bezig met onderzoek bij de afdeling orthopedie. We vroegen hen hoe een gemiddelde werkdag van een onderzoeker eruit ziet en wat hen drijft om dit werk te doen. Welke opleiding heb je nodig als onderzoeker? Lex: ‘Onderzoeksrollen zijn er in alle soorten en maten. Wat dat betreft kun je met verschillende opleidingen en achtergronden als onderzoeker aan de slag, bijvoorbeeld als verpleegkundige, fysiotherapeut of bewegingswetenschapper. Vooral de kennis en onderzoeksvaardigheden die ik heb opgedaan tijdens mijn masterstudie en mijn promotietraject zijn waardevol gebleken. Maar net als dat je het beste leert autorijden na het daadwerkelijk behalen van je rijbewijs, heb ik het doen van onderzoek nog veel meer in de vingers gekregen tijdens mijn postdoctorale functies. Het is dus ook een kwestie van veel doen. En je moet het leuk vinden…’ Laura: ‘Ik heb technische geneeskunde gestudeerd maar zoals Lex al aangeeft, er zijn allerlei studies die aansluiten bij het werk van onderzoeker.’ Sinds wanneer doe je dit werk en waarom heb je hiervoor gekozen? Laura: ‘Na mijn opleiding ben ik in 2014 gestart met promotieonderzoek in een samenwerking tussen Rijnstate en het RadboudUMC. Dit onderzoek ben ik aan het afronden. Daarnaast ben ik in 2018 begonnen als onderzoekcoördinator bij Vitalys en radiologie en nucleaire geneeskunde.’ Lex: ‘Ik werk sinds mei 2019 in Rijnstate als Senior Onderzoekscoördinator. Werken als onderzoeker doe ik als sinds 2000; aanvankelijke parttime naast een reguliere baan (als fysiotherapeut en docent fysiotherapie) en de laatste zes jaar fulltime als onderzoeker. In het begin van mijn carrière zocht ik wat extra uitdaging naast mijn werk als fysiotherapeut. Door het doen van wetenschappelijk onderzoek ging ik meer stilstaan bij wat voor effect mijn handelen had op mijn patiënten. Daardoor realiseerde ik me destijds steeds meer dat we nog eigenlijk maar weinig weten over hoe patiënten het beste revalideren na een beroerte. Ik heb er ook voor gekozen om door te gaan met het doen van onderzoek omdat ik binnen dat werk, in tegenstelling tot mijn werk binnen de zorg en het onderwijs, mijn eigen agenda kan bepalen.’ Hoe ziet jouw gemiddelde werkdag eruit? Laura: ‘Overleggen over lopende of te starten onderzoeken met artsen, onderzoekers en bedrijven. Daarnaast begeleid ik een aantal promovendi en studenten, dus ook daar heb ik geregeld overleg mee. Een van mijn andere werkzaamheden is het nadenken over financiering voor onderzoeksprojecten en het schrijven van subsidieaanvragen hiervoor. Daarnaast probeer ik ook nog tijd vrij te maken om in eigen onderzoeken analyses te doen en die op te schrijven.’ Lex: ‘Ik coördineer een scala aan onderzoeksprojecten, zowel gesponsorde studies als studies die de orthopeden zelf hebben geï-
Laura Deden en Lex de Jong
nitieerd. De onderzoeksactiviteiten die ik uitvoer zijn elke dag een beetje anders. Sommige dagdelen ben ik vooral bezig met het bijhouden van de lopende studies. Ik verstuur vragenlijsten, verwerk de verzamelde data en houd in de gaten of we de afgesproken vergoedingen wel binnen krijgen. We zijn ook altijd op zoek naar nieuwe studiedeelnemers. Daarvoor bel ik patiënten of zie ze voor een intake. Andere dagen schrijf ik mee aan onderzoeksvoorstellen, subsidieaanvragen en artikelen van mede-onderzoekers. En tussendoor loop ik regelmatig naar het restaurant voor een vers bakje koffie.’ Met welke spraakmakende onderzoeken ben je nu bezig? Lex: ‘Tja, of de resultaten van onze studies spraakmakende resultaten zullen opleveren moeten we natuurlijk nog maar afwachten. Aan innovatieve ideeën ontbreekt het in ieder geval niet.’ Laura: ‘Bij de radiologie en nucleaire geneeskunde hebben we in december een subsidie gekregen voor een onderzoek naar de behandeling van toxische schildkliernoduli met radiofrequente ablatie. We zijn nu bezig met het opstarten van deze studie en hebben net diverse mensen aangenomen om het onderzoeksteam te versterken, waaronder een promovendus en researchmedewerkers.’ Welke tips heb je voor collega-onderzoekers? Laura: ‘Blijf op zoek naar dingen die je leuk vindt en waar je enthousiast van wordt.’ Lex: ‘Ik heb tijdens mijn postdoctorale functies enkele mentorgesprekken met succesvolle onderzoekers gehad. Hun tips en adviezen vond ik erg waardevol en zouden ook andere onderzoekers kunnen aanspreken. Wat me vooral erg aansprak was de tip: “Think big”. Dus zet niet alleen maar retrospectieve of monocenter studies op. Nee, pak het groots aan, want dat soort studies hebben impact. Bed je studies ook veel mogelijk in binnen bestaande richtlijnen, beleidsplannen of andere ‘frameworks’.’
19
Artikel
Ontwikkelingen verpleegkundig onderzoek in Rijnstate Rijnstate timmert met het verpleegkundig onderzoek al een paar jaar stevig aan de weg. Zo groeien we nog elk jaar in het aantal verpleegkundige onderzoeken die opstarten, gericht op relevante vragen uit de dagelijkse verpleegkundige praktijk. Deze, merendeels praktijkgerichte onderzoeken, brengen meer onderbouwing voor het verpleegkundig handelen en dragen direct bij aan verbetering van kwaliteit van patiëntenzorg. Ook is er, met de aanstelling van regieverpleegkundigen op verschillende afdelingen, ruimte gecreëerd om evidence-based practice (EBP) meer gestalte te gaan geven in het verpleegkundige werk. Daarmee zal in de toekomst nog beter gebruik worden gemaakt van kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Deze mooie ontwikkelingen willen we in Rijnstate graag verder benutten om het verpleegkundig onderzoek nog steviger te positioneren. Over deze ambities lees je in dit artikel. Uitdagingen voor verpleegkundig onderzoek “Je kunt ook patiëntenzorg zien op een ander niveau. Als je onderzoek doet en het wordt beter voor de patiënt dan heb je dus op een heel ander niveau toch je patiëntenzorg gedaan” (citaat van een verpleegkundige uit Rijnstate, overgenomen uit rapport RN2Blend2, 2021).
Wat is verpleegkundig onderzoek? Er is nogal eens onduidelijkheid over wat nu precies verpleegkundig onderzoek is. Verpleegkundig onderzoek is onderzoek dat zich richt op verpleegkundige vraagstukken (Polit & Beck, 2017)3. Dat kan gaan over patiëntgerelateerde vragen, denk bijvoorbeeld aan beter onderbouwen van essentiële zorg of het betrekken van patiënten in de zorg, maar het kan zich ook richten op organisatie van zorg, de verpleegkundige overdracht bijvoorbeeld. Of het richt zich op verpleegkundige professionalisering, denk aan zeggenschap of de inzet van eHealth. Verpleegkundig onderzoek wordt vaak, maar niet uitsluitend uitgevoerd door mensen met een verpleegkundige achtergrond. Daarentegen is niet elk onderzoek waar een verpleegkundige bij betrokken is ook automatisch verpleegkundig onderzoek. Het werk van researchverpleegkundigen bijvoorbeeld is grotendeels gericht op ondersteunen van klinisch onderzoek en is dus (meestal) geen verpleegkundig onderzoek. Tenslotte kan verpleegkundig onderzoek zowel wetenschappelijk onderzoek als ook praktijkgericht onderzoek zijn. Hoewel de scheidslijn grijs is en niet zwart, is praktijkgericht onderzoek: “onderzoek waarvan de vraagstelling wordt ingegeven door de beroepspraktijk en waarvan de opgedane kennis direct bij kan dragen aan die beroepspraktijk” (Andriessen, 20141).
Dit citaat van een verpleegkundige uit Rijnstate werpt een interessant beeld op. Verpleegkundigen worden door patiënten, collega’s en leidinggevenden nog altijd het meest gewaardeerd voor hun werk ‘aan het bed’, in de directe patiëntenzorg. Bezig zijn met kwaliteitsontwikkeling, innovatie en onderzoek is werk weg van het bed. En ondanks dat onderzoek gericht is op goede patiëntenzorg bieden, zoals de verpleegkundige in bovenstaand citaat zo prachtig verwoordt, is het voor veel verpleegkundigen moeilijk om aan deze taken inhoud te geven. Het ontbreekt soms aan kennis en vaak aan tijd. Maar dat is niet het enige. Het vraagt ook om een betere infrastructuur waarin leren, onderzoeken en ontwikkelen gericht op het innoveren van het verpleegkundig vak, ingebed is in het dagelijks werk van verpleegkundigen.
Arnhem en Nijmegen (HAN). In deze samenwerking richten we ons op het realiseren van een drietal gemeenschappelijke doelstellingen, te weten: 1. Het opleiden van voldoende kwalitatief goede toekomstige verpleegkundigen, om daarmee te voorzien in de tekorten aan verpleegkundigen; 2. Het stimuleren van een werkcultuur van ‘leven lang leren’ voor gediplomeerde verpleegkundigen en; 3. Het verstevigen van kennisbasis voor verpleegkundig handelen op een aantal thema’s.
De Leer Innovatie Afdeling als stimulans voor leren en verpleegkundig onderzoek Om vorm te geven aan een betere infrastructuur voor verpleegkundig onderzoek, zijn we vanuit het Leerhuis van Rijnstate een nog intensievere samenwerking aangegaan met de Hogeschool van
Deze doelstellingen krijgen vorm in Leer Innovatie Afdelingen (LIA’s). Op verschillende verpleegafdelingen zijn we eerste stappen aan het zetten in de opzet van deze LIA’s. In de LIA werkt het verpleegkundige team met leidinggevende, docenten en studenten (vanuit mbo en hbo) samen aan het realiseren van een lerende cul-
1. Andriessen, D. (2014). Praktisch relevant en methodisch grondig? Dimensies van onderzoek in het hbo. Openbare les 10 april 2014. 2. RNzBlend (2021) De Verpleegkundige van Morgen. Een leergeschiedenis over verpleegkundig werk en de gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen in Rijnstate. 3. Polit, D.F. & Beck, C.T. (2017) Essentials of Nursing Research. Wolters Kluwer.
Door: Esther van Loon, coördinator verpleegkundig onderzoek
tuur waar onderzoek is ingebed in het dagelijks werk van verpleegkundigen. Dit gebeurt o.a. door het inzetten van docenten, in een rol van Lecturer Practitioner. Deze docenten werken mee op de afdeling, stimuleren het leren en innoveren en helpen bij het vertalen en integreren van research evidence naar de praktijk. We streven ernaar in september 2021 drie LIA afdelingen te hebben en willen dan de komende jaren doorgroeien naar vijf, zes of wellicht nog meer LIA afdelingen. Met de LIA’s beogen we een betere infrastructuur voor het benutten en doorontwikkelen van verpleegkundige kennis. Op die manier dragen we bij aan de ambitie van Rijnstate om een inspirerende werkomgeving te bieden waarin medewerkers ruimte hebben voor de ontwikkeling van hun vak. Kleur bekennen in het verpleegkundig onderzoek Om het verpleegkundig onderzoek beter te verankeren en te positioneren helpt het om te focussen op een aantal thema’s. Daarmee bekennen we kleur en bouwen we specifieke kennis en expertise op relevant voor en door de verpleegkundige professie. Dit doen we vanuit Rijnstate in samenspraak met de HAN. Twee kennislijnen zijn geïntroduceerd. Deze kennislijnen sluiten aan bij de Rijnstate strategie, zijn relevant en actueel binnen het bredere veld van verpleegkundig onderzoek en worden gedragen door verpleegkundigen. De kennislijnen zijn: 1. Verpleegkundige professionalisering 2. De rol en positie van de verpleegkundige in het ziekenhuis van de toekomst We bouwen kennis op door vraagstukken vanuit verpleegkundigen en afdelingen te vertalen naar onderzoeksvragen die opgepakt worden door verpleegkunde studenten, gediplomeerde verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. We stemmen daarin nauw af met de Verpleegkundige Advies Raad (VAR) en het verpleegkundig platform.
Esther van Loon
draagt bij aan een steeds betere verpleegkundige professie. Tot slot Net als verpleegkundigen in hun werk nauw samenwerken met andere disciplines, staat het verpleegkundig onderzoek ook niet op zichzelf. Met het bouwen van de infrastructuur en het investeren in kennislijnen beogen we ook om betere verbinding te zoeken met andere disciplines, andere onderzoekers, thema’s en expertisecentra binnen Rijnstate. Heb je na het lezen van deze bijdrage daar ideeën over dan ga ik heel graag met je in gesprek!
We trekken ook gezamenlijk met de HAN op in het aanvragen van subsidies voor onderzoek, bijvoorbeeld bij het promotiefonds en bij ZonMw. Momenteel schrijf ik aan een ZonMw aanvraag, gericht op het realiseren van een cultuur en infrastructuur voor ‘leven lang leren’ van verpleegkundigen, waarbij de HAN de grootste partner is. De focus ligt daarmee op de eerste kennislijn en de ontwikkelingen van de LIA krijgen hierbinnen een plek. Het positioneren van verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek en zorginnovatie krijgt zo een stevigere positie, sluit aan bij de strategie van Rijnstate en
21
Artikel
Wijziging indiening WMO-plichtig onderzoek ECTR Eind 2021 treedt naar verwachting de European Clinical Trial Regulation (ECTR) in werking. Deze verordening heeft als doel het vereenvoudigen en versnellen van klinisch geneesmiddelenonderzoek binnen de Europese Unie, zodat patiënten eerder kunnen profiteren van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen. Om de versnelling mogelijk te maken moet het onderzoeksdossier ingediend worden in een EU-webportaal (CTIS) voor de centrale medische ethische toetsing. Deze toetsing zal maximaal drie maanden in beslag nemen. Daarbij komt dat de lokale haalbaarheids (LH)procedure vóóraf zal gaan aan de METC indiening i.p.v. dat deze erná komt. Hoewel de ECTR alleen van toepassing is op WMO-plichtig geneesmiddelenonderzoek, is door de CCMO besloten dat deze gewijzigde procedure voor alle WMO-plichtig onderzoek gaat gelden. De indiening van WMO-plichtig niet geneesmiddelenonderzoek blijft wel gewoon via TOL (ToetsingOnline) gaan. VGO verplicht voor alle WMO-plichtig onderzoek Schematisch ziet het nieuwe proces er zo uit (zie figuur). De uitkomst van de LH-procedure is een door de Raad van Bestuur (RvB) ondertekende Verklaring Geschiktheid Onderzoeksinstelling (VGO), die moet worden ingediend bij de METC. Hiermee komen de onderzoeksverklaring en goedkeuringsbrief Raad van Bestuur te ver-
Esther Pallast
Door: Esther Pallast, secretaris LHC en Marjolein Vossers, projectmedewerker Wetenschapsbureau
vallen. Een door alle partijen ondertekend contract blijft natuurlijk wel bestaan. De VGO bestaat uit een deel A en een deel B. Deel B bestaat uit bijlagen met per betrokken afdeling een door de opdrachtgever aangeleverd overzicht van verrichtingen. De onderzoeker gaat aan de hand hiervan, samen met de ondersteunende afdelingen, na of ze gezien de verrichtingen, het aantal patiënten, de planning en het beschikbare budget aan het onderzoek kunnen meewerken. Op basis hiervan, en na positief advies van de LHC, kan de RvB vervolgens deel A van de VGO ondertekenen. Dit deel A moet worden ingediend bij de METC. De duur van de LH-procedure is afhankelijk van de tijd tussen het moment dat de opdrachtgever de site selecteert en de indiening bij de METC, maar moet indien nodig binnen twee weken kunnen worden afgerond. Overgangsperiode VGO en ECTR Vanaf 1 december 2020 kan al met de VGO gewerkt worden, maar na de zomer van 2021 wordt het gebruik van de VGO verplicht voor al het WMO-plichtige onderzoek (definitieve datum is nog niet bekend.. Vooralsnog wordt de ECTR eind 2021 van kracht. Dan start een overgangsperiode van drie jaar waarin stap voor stap alle nieuwe en lopende geneesmiddelenonderzoeken overgaan op de ECTR. Voorbereiding in Rijnstate Het Wetenschapsbureau biedt ondersteuning bij de voorbereidingen op de veranderingen. Zo wordt uitgebreid overleg gevoerd met de ondersteunende afdelingen om hen voor te bereiden op de versnelling van de LH-procedure en het gebruik van de VGO. Ook informeert het Wetenschapsbureau de onderzoekers en researchmedewerkers over veranderingen. Later dit jaar wordt men ook geïnformeerd over de nieuwe wijze van indiening van geneesmiddelenonderzoek volgens de ECTR. Uiteraard zal het goedkeuringsproces in Study Management, en als onderdeel daarvan de lijst met in te dienen documenten, worden aangepast.
Marjolein Vossers
Meer informatie Op de websites van de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF) en de CCMO is meer informatie te vinden. Daarnaast zijn via de DCRF Academy ECTR trainingen te volgen. En natuurlijk kan iedereen voor ondersteuning of vragen terecht bij het Wetenschaps-bureau: toestel 7870 of wetenschapsbureau@rijnstate.nl.
23
KuNsTMATIGe AlvleesKlIer
“Het bevalt me helemaal goed, ik ben zó tevreden!” De kunstmatige alvleesklier van Inreda Diabetic (Inreda AP) is een volledig geautomatiseerd medisch hulpmiddel, dat aan het lichaam wordt gedragen en dat automatisch de bloedsuikerwaarden meet en reguleert door toediening van insuline en glucagon (bi-hormonaal). Met het gebruik ervan zal naar verwachting de kans op chronische en acute complicaties afnemen en als gevolg daarvan de maatschappelijke kosten verminderen. De kunstmatige alvleesklier bevat twee pompsystemen, één voor insuline en één voor glucagon (om de bloedsuikerspiegel te verhogen), met beiden een aansluiting op een eigen infuus. Door gebruik te maken van een continue glucosemeting met twee sensoren, kan de kunstmatige alvleesklier actief blijven bij het vervangen van een sensor en zijn de metingen nauwkeuriger. Hierdoor kan de juiste hoeveelheid insuline of glucagon worden bepaald en afgegeven. Het apparaat maakt gebruik van een zelflerend algoritme. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat door gebruik te maken van twee hormonen een betere regulatie van de bloedsuikerwaarde mogelijk is en dat deze tussen de reguliere waardes van 4 en 11 mmol/l blijft. De eerste gebruikers van de Inreda AP zijn vanaf eind 2020 gestart in een project waarin Inreda samenwerkt met o.a. Rijnstate ziekenhuis, en dat wordt gefinancierd door zorgverzekeraar Menzis. De reacties van de eerste gebruikers zijn enthousiast: “Dit is echt goud waard; samen met de hele familie onbezorgd
“We kunnen veel meer genieten samen!” genieten en spelen met de kinderen zonder een spelbreker van een hypo.” En: “Het bevalt me helemaal goed, ik ben zó tevreden!” De kunstmatige alvleesklier is ISO 13485 gecertificeerd en heeft het CE-keurmerk.
Inreda Diabetic Klavermaten 65-5 | 7472DD Goor | The Netherlands inredadiabetic.nl
EPYPDNHODDUV QO _ ZRQHQ#EPYPDNHODDUV QO
Implementatie
Door: Guido Peters, promovendus, Marieke Bosch, projectleider, dr. Bart Witteman, chirurg, prof. dr. Carine Doggen, hoogleraar
Patiënt sneller naar huis – met een slimme pleister Op de afdeling bariatrische chirurgie is samen met de afdeling anesthesie onderzoek verricht naar de mogelijkheden tot dagbehandeling met postoperatief monitoring op afstand met de Philips Biosensor. De verpleegkundigen, specialisten, projectleiders, technische ondersteuners en de onderzoekers waren allemaal enthousiast om hiermee van start te gaan. Maar even zo belangrijk, ook de patiënten waren enthousiast. 122 patiënten wilden graag meewerken aan het onderzoeken van de ambitie van Rijnstate: zo snel mogelijk terugkeren naar de eigen leefomgeving om sneller herstel te bevorderen. Het doel van dit onderzoek was om te achterhalen of de hartslag- en ademhalingsmetingen van de Biosensor bij morbide obese patiënten overeenkomen met die van de huidige monitoring in het ziekenhuis. Uitdagingen Innovatie is bijna nooit zonder uitdagingen, en dat was hier ook het geval. De Biosensor werd tijdens het opnamegesprek, de preoperatieve voorbereiding, geactiveerd en opgeplakt bij de patiënt. Het activeren van de Biosensor vraagt een aantal handelingen waarin de volgorde belangrijk is. Het proces was niet intuïtief en verpleegkundigen moesten hiervoor meerdere apparaten bedienen: de PC, een relay, spotcheck monitor en de Biosensor zelf. Daarnaast moest regelmatig gewacht worden op de verbinding tussen Biosensor en de achterliggende software via wifi. Hierdoor duurde het opnamegesprek van de patiënt vaak langer dan gebruikelijk. Ook kwam het voor dat de Biosensor de wifi-verbinding verloor, of losliet van de huid, waardoor metingen niet werden ontvangen. Verder waren de metingen alleen zichtbaar op de verpleegkundigenpost, waar om privacyredenen steeds opnieuw ingelogd moest worden om de metingen in te zien. Uit het onderzoek bleek dat bij morbide obese patiënten de hartslag adequaat gemeten werd met de Biosensor, maar dat de ademhaling te veel afweek om een betrouwbaar beeld te geven. Het uiteindelijke doel om bariatrische patiënten postoperatief op een veilige manier vervroegd met ontslag te laten gaan met de Biosensor is nog niet bereikt. Oplossingen Inmiddels is er een smartphone app waarin de metingen van de Biosensor zichtbaar zijn. Verpleegkundigen kunnen hiermee realtime hartritme en ademfrequentie monitoren. Met de app is het ook eenvoudiger geworden de sensor te activeren. De Biosensor wordt opgevolgd door de Philips Health-dot sensor die begin dit jaar CE-markering heeft gekregen. In een pilotstudie in Eindhoven bleek deze wel betrouwbaar om de ademfrequentie te registreren bij de bariatrische patiënt. Het bevestigen en activeren van de Healthdot is vereenvoudigd en de sensor blijft beter op de
huid plakken. Daarnaast is de Healthdot niet afhankelijk van wifi, dus de verwachting is dat de eerdere uitdagingen hiermee grotendeels opgelost zijn. Toekomst Op dit moment wordt de Biosensor, in combinatie met een continue saturatie- en bloeddrukmeting, onderzocht bij patiënten die op de COVID afdeling opgenomen zijn. Verpleegkundigen zien in de app vier metingen en hoeven hierdoor minder vaak naar de patiënt toe. Dit scheelt het steeds weer moeten aantrekken van extra beschermingskleding en besmettingsgevaar. Binnenkort gaat er een project van start op de Acute Opname Afdeling met de Healthdot sensor en wordt er een multi-center studie naar dagbehandeling na bariatrische chirurgie monitoring op afstand opgezet in samenwerking met het Catharina ziekenhuis te Eindhoven. Samengevat gaat Rijnstate@home steeds meer vorm krijgen binnen ons ziekenhuis. Zeker tijdens de huidige pandemie is het tekort aan beschikbare ziekenhuisbedden nog eens onderstreept en kan vervroegd ontslag met remote monitoring daarvoor wellicht een oplossing zijn.
25
Trending Topic
Kunstalvleesklier, een update De behandeling bij type 1 diabetes is aan het veranderen. De vingerprik is grotendeels vervangen door onderhuidse continue glucose metingen, sensoren. Door koppeling van sensoren met de insulinepomp zijn nieuwe behandelmodaliteiten ontstaan. Sinds een paar jaar hybride closed loop oftewel semi closed loop systemen op de markt. En vanaf eind vorig jaar wordt de volledig closed loop kunstalvleesklier van Inreda Diabetic in gebruik genomen door 100 personen met diabetes type 1. Een deel van deze patiënten is onder controle in Rijnstate. Tijd om uitleg te geven over de laatste stand van zaken rondom technische oplossingen voor diabetes. Nederland telt 1.1 miljoen mensen met diabetes. Hiervan heeft 10% type 1 diabetes. Bij dit ziektebeeld valt de insulineproductie van de betacel stil waardoor er een tekort aan insuline ontstaat. De behandeling bestaat uit het toedienen van subcutaan insuline. Door toedienen van insuline is het streven om de glucosewaarden te normaliseren. Het doel is een gemiddelde glucosewaarde onder de 7 mmol/l wat overeenkomt met een HbA1c < 53 mmol/mol. Hoe beter de controle hoe minder kans op lange termijn complicaties zoals retinopathie, neuropathie en nefropathie. De insulinebehandeling zal onze eigen insulineproductie moeten imiteren. Dit lukt onvoldoende omdat de toediening van insuline subcutaan is en daardoor trager zal werken dan lichaamseigen insuline. Daarnaast past het eigen lichaam gedurende de dag zeer snel de insulineproductie aan, terwijl de toegediende insuline langza-
Figuur 1
mer uit het lichaam verdwijnt. Op basis van de hoogte van de glucosewaarde, aantal koolhydraten in een maaltijd en fysieke activiteit wordt de dosis insuline bepaald. Insuline wordt via pensystemen toegediend (in een bolus rondom maaltijden en als basis) of via een subcutane insulinepomp, waarbij aan de hand van zelf ingevoerde instellingen de insuline wordt toegediend als basis en bolus. De bloedsuiker wordt met een vingerprik gemeten of onderhuids met een continue glucose- meter. Dit is een apparaat dat wordt geprikt in de arm of buik en dat blijft zitten voor 1-2 weken. Op basis van een bepaalde fysiologische reactie, kan de glucosewaarde worden berekend en continu worden afgelezen. In plaats van enkele meetpunten die bij een vingerprik worden verkregen, ontstaat nu een continu beeld van de glucose waarden. Het was een kwestie van tijd dat er een koppeling tussen glucosesensor en insulinepomp ontstond. Met hulp van een wiskundig model volgden nieuwe stappen in de ontwikkeling van een technische oplossing voor type 1 diabetes zich in snel tempo op, zie figuur 1. De eerste versie bestond uit het uitzetten van de insulinepomp bij een lage bloedsuiker. Vervolgens werd een voorspellend model ontwikkeld, dat 30 minuten vooruitkeek of de bloedsuiker te laag zou worden en indien dat het geval was, de insulinetoediening stopzet. Daarna volgde de voorspelling dat bij een te hoge glucosewaarde extra insuline werd gegeven. In de laatste 3 jaar zijn de hybride (hybrid closed loop) systemen ontwikkeld. Deze systemen zijn op de markt gebracht en worden, onder voorwaarden vergoed door de zorgverzekeraars.
Door dr. Arianne van Bon, internist
Hybride systemen geven microbolussen insuline af gedurende 24 uur maar rondom een maaltijd zal de patiënt het aantal koolhydraten dat wordt gegeten aan het systeem moeten doorgeven zodat een maaltijdbolus insuline wordt gegeven. Bij lichamelijk activiteit zal de patiënt ook nog een actieve handeling moeten verrichten om niet een te lage glucosewaarde te krijgen. Het aandeel van menselijke invloed op de glucoseregulatie wordt door deze technische ontwikkelingen minder. De definities van glucoseregulatie zijn door het gebruik van de glucose sensoren aangepast. Men spreekt nu van tijd binnen doelbereik. Het doel ligt tussen een bloedglucosewaarde van 3.9 – 10 mmol/l. Indien 70% van de tijd dit doel wordt behaald, dan komt dit overeen met een HbA1c van 53 mmol/mol. Uit de beperkte literatuur die beschikbaar is, is de tijd binnen doelbereik het hoogst bij de hybride closed loop ten opzichte van insulinepomp of pensysteem met een aparte glucosesensor. De tijd binnen doelbereik van de hybrid closed loop studies is 65-76%. De kunstalvleesklier van Inreda is wereldwijd het eerste systeem waar de insuline en glucagon afgifte volledig automatisch gaat. Dat wil zeggen dat er geen extra handmatige informatie wordt gegeven aan het algoritme. De glucosesensoren meten continu en geven input aan het algoritme dat automatische insuline afgeeft, ook rondom maaltijden. Tevens wordt er glucagon toegediend bij dalende glucosewaarden zodat het tijd binnen doelbereik wordt vergroot. Patiënten dragen in totaal twee glucosesensoren en twee infusiesets een voor insuline en een van glucagon, zie figuur 2. Daarnaast is het systeem zelflerend, zodat het systeem zich aanpast aan de persoon. Het systeem heeft CE keurmerk gekregen in februari 2020. De klinische studie die van belang was voor het keurmerk was een studie waarbij de kunstalvleesklier gedurende twee weken werd gedragen
Arianne van Bron
versus eigen behandeling. De mediane tijd binnen doelbereik was tijdens het dragen van de kunstalvleesklier 86.6 %. De controlegroep had een tijd binnen doelbereik van 53.9%. Ook de tijd in een te lage of te hoge glucosewaarde was betekenisvol lager bij de kunstalvleesklier. Vergoeding door de zorgverzekeraars is er nog niet. Lange termijn data zijn hiervoor noodzakelijk. Menzis is de eerste zorgverzekeraar die 100 patiënten met type 1 diabetes gedurende een jaar vergoedt voor het dragen van de kunstalvleesklier. Dit project is in samenwerking met een aantal ziekenhuizen uit de regio zoals Slingeland ziekenhuis en Gelderse Vallei. De eerste 25 patiënten zullen rond mei 2021 opgestart zijn en de volgende 75 patiënten zal worden gevraagd of hun data geanalyseerd mogen worden. Tijd binnen doelbereik, maar ook acceptatie van het dragen van het systeem zijn eindpunten van de observationele studie. Samenvattend, de diabeteszorg rondom type 1 patiënten is de laatste jaren sterk veranderd Allerlei technieken zijn op de markt om meer inzicht te geven in de glucosewaarden en de glucoseregulatie te verbeteren. Waarbij gesteld kan worden: hoe minder menselijke factor, hoe beter de glucosecontrole.
27
Rijnstate Vriendenfonds
Buiten voelt beter: daktuinen als extra krachtbron op weg naar herstel Als je in het ziekenhuis ligt, is naar buiten gaan niet vanzelfsprekend. Maar juist dan kan frisse lucht en daglicht veel doen voor je gevoel van welzijn en kan een natuurlijke en groene omgeving een extra krachtbron zijn op weg naar herstel. Daarom zet het Rijnstate Vriendenfonds – in samenwerking met de IC, Oncologie, Geriatrie en Kindergeneeskunde – zich tijdens de lenteactie ‘Buiten voelt beter’ in voor de realisatie van drie bijzondere daktuinen waar de patiënten van Rijnstate in een veilige, groene omgeving kunnen genieten van de buitenlucht tijdens hun herstel. Positieve effecten van buiten zijn in een groene omgeving Diverse wetenschappelijke studies tonen aan dat een groene omgeving of uitzicht op de natuur een positief effect heeft op het herstel van patiënten. Het vermindert stress en angst, zet aan tot beweging en verbetert het gevoel van welzijn. Om dit in te kunnen zetten bij het behandel- en revalidatietraject van onze patiënten, wil Rijnstate voor drie verschillende afdelingen een daktuin realiseren. Dakterras voor IC patiënten Om patiënten die langdurig op de IC liggen, beter en sneller te laten herstellen, worden zij 'zo wakker mogelijk' op de intensive care behandeld. Om hieraan extra invulling te geven, is het de grote wens van deze afdeling om een speciale huiskamer en dakterras bij de nieuwe IC/MC te creëren. Hiermee willen zij hun patiënten een prettiger verblijf bieden en bijdragen aan beter en sneller herstel. Het dakterras bij de IC moet ruimte bieden aan zes personen: twee patiënten, twee familieleden en twee verpleegkundigen. De patiënten liggen in een overkapte ruimte met aan de voorkant een grote glazen schuifpui die volledig kan worden opengeschoven. De ruimte wordt ingericht met voorzieningen die nodig zijn om een IC- of MC-patiënt op veilige wijze in de ruimte te laten verblijven. Het dakterras komt aan de achterkant van het ziekenhuis; het rustige schaduwgedeelte met volop uitzicht op de bosrijke omgeving.
Beweeg- en beleeftuin voor oncologische en geriatrische patiënten Het Oncologisch Centrum is vorig jaar gestart met het 'Beweegprogramma Perspectief en Levenskwaliteit', want juist als je kanker hebt (gehad) zijn een gezonde voeding, beweging en stressreductie extra belangrijk; voor, tijdens én na de behandelingen. Mede in het kader van dit programma wil het Oncologisch Centrum – in samenwerking met Geriatrie – een beweeg- en beleeftuin voor hun patiënten creëren. De te realiseren tuin grenst aan de oncologische kliniek en dagbehandeling en de afdeling Geriatrie. In de tuin kunnen oncologische patiënten en ouderen – al dan niet onder begeleiding van een fysiotherapeut – diverse oefeningen doen om aan hun conditie te werken. Ook kunnen de patiënten die een chemokuur of andere therapieën ondergaan voor de duur van hun behandeling in deze tuin verblijven, met een prachtig uitzicht over de Arnhemse bossen. Speelterras Kindergeneeskunde Uitgangspunt binnen de kindergeneeskunde in Rijnstate is 'positieve gezondheid'. Onderdeel daarvan is een helende omgeving; een omgeving die bijdraagt aan het herstel en welbevinden van de patiënt. De realisatie van een speelterras in de buitenlucht sluit hier
Door: ir. Mariska Kiewiet de Jonge, manager fondsenwerving
perfect op aan. Op het speelterras worden kinderen uitgedaagd om te bewegen en plezier te maken. Ze krijgen de regie in eigen handen en dat heeft een positieve invloed op de gezondheid van het kind. Het speelterras wordt zodanig ontworpen dat er in alle jaargetijden gebruik gemaakt van kan worden. Een veilige en groene plek, gemaakt van duurzame materialen, waar kinderen én hun familie kunnen ontspannen, bewegen en genieten.
.
Bijzondere samenwerking Voormalig verslaggever Fred Eggink schreef een unieke gedichtenbundel met 100 gedichten over het dagelijks leven in coronatijd. € 5 per verkochte bundel komt ten goede aan de realisatie van deze daktuinen. Het boekje “Finish zonder streep” is te koop op www.pakjetroost.shop. Doneren voor de daktuinen kan ook via www.rijnstatevriendenfonds.nl/lenteactie.
29
ADVERTORIAL
! 2 &' 73##) 8'.-' 7113&'.'0 '9+5 12.'7'35 *1'(5 6&: 7#0 &'3 '- *11(& '%*0+4%* .645'3 0(13/#5+'/#0#)'3 53'%*5 0+'5 .#0) 0# 5' &'0-'0 > #)'.+,-4 '37#3'0 8' 8+045 7#0 '9+5 ' $''.&'0 '0 7'34.#)'0 7+# 8++0 -1/'0 ;10&'3 *#0&/#5+)' #%5+'4 7''. 40'..'3 $+00'0 +'3&113 -#0 ''0 &+'045&1'0&' #354 ''0 +0 *'5 421'&10&'3;1'- &+3'%5 +0;+'0 ##30##45 *#&&'0 8+, +0 *'5 7'3.'&'0 /'5 ;17''. 7'34%*+..'0&' 6+58+44'. 4:45'/'0 5' /#-'0 '5 5'36)$3'0)'0 0##3 58'' 4:45'/'0 *+.+24 13 +'8 ! '0 8++0 /##-5 *'5 17'3;+%*5'.+,-'3 +5 $3'0)5 3645 /'5 ;+%* /'' $ 6&: > ' *'$$'0 ''0 %'053#.' 2.'- 8##3 &' +/2135 '92135 '0 *'5 -122'.8'3- 813&5 7'33+%*5 ' 8'3-'0 ;17''. /1)'.+,- )'B05')3''3& +0 *'5 .4 ''0 ;+'-'0*6+4 104 $''.&'0 51'456635 � -1/'0 ;' #651/#5+4%* +0 &' 8++0 8'3-.+,45 +44+0) +0 *'5 ' #22.+%#5+'$'*''3&'3 %10531.''35 3')'./#5+) &';' 8'3-.+,45 12 0+'68 $+00'0)'-1/'0 10&'3;1'-'0 ;1 &';' &+3'%5 /+54 &' 2#5+A05 +4 +0)'4%*3'7'0 ##0 ''0 " 10&'3;1'- 813&5 )'-122'.& '34563'0 7#0 $''.&'0 '0 7'34.#)'0 +4 *'.'/##. 4+/2'. '5 8++0 2135##. 813&5 7+# *'5 )'12'0& ' ,6+45' 2#5+A05 45##5 � #. 12 &' %105'95 +'30# *1'( ,' #..''0 &' 10&'3;1'-'0 '0 *'5 ,6+45' ;+'-'0*6+4 6+5 *'5 8++0 #&3'4$1'- 5' 4'.'%5'3'0 '5 813&5 45''&4 /#--'.+,-'3 &113 8' 06 #..'/##. 12 8++0 17'345#22'0 '0 +0 *'5 8'3-'0 0;' &+'045&1'0&' #354'0 *'$$'0 ''0 #%%1605 1/ +0 &' 8'3-.+,45 5' -+,-'0 # &' #22.+%#5+'$'*''3 &' $''.&'0 *''(5 )'-122'.& -600'0 11- #..' #0&'3' #354'0 &' $''.&'0 3'%*5453''-4 $'-+,-'0 7+# &' 7+'8'3 +0 *'5 " '5 &3##)7.#- +4 )3115 1/ 8++0 &' 5'%*0+4%*' .##) #. *''(5 0''3)'.')& ? "
"#
$
#
165'3 '.&*6+4 3#&+1.11) 53'%*5 > #5'0 8' *'5 )31'+2+,05,'4 01'/'0 ' ;+'0 /'5 0#/' 6+5&#)+0)'0 $+, *'5 6+58+44'.'0 7#0 $''.&'0 @0 7'34.#)'0 "' 813&'0 0+'5 4#/'0 7'345663& $+,7113$''.& ( &' '0' -''3 +4 *'5 ''0 2&( &' #0&'3' -''3 ''0 &1%6/'05 1/4 -3+,)'0 8' *'.'/##. 0+-4 ##3 /1'5 ,' #(423#-'0 17'3 /#-'0 '0  /1'5 ,' C0'560'0 #5 +4 5'36) 5' *'3.'+&'0 0##3 &' 1245#35(#4' ? $ 6&: > 0 *'5 #&3'4$1'- -60 ,' ;+'0 8+' /''&1'5 ##0 '9+5 &64 0##3 &+' ;+'-'0*6+;'0 7'34563'0 8+, 418+'41 &+)+5##. #5663.+,- -3+,) ,' &##3 8'.''04 ''0 )'(36453''3&' 3'#%5+' 12 #5 ;' '3 01) 0+'5 -.##3 7113 ;+,0 $+,7113$''.& +, 231$'3'0 #(423#-'0 5' /#-'0 '0 *'5 )'423'- ##0 5' )##0 /'5 1/.+))'0&' ;+'-'0*6+;'0 #.4 '3 +'54 /+4 .1125 <*'5
11(& '%*0+4%* .645'3 0(13/#5+'/#0#)'3 6&: 7#0 &'3 '- '0 3#&+1.11) 165'3 '.&*6+4
3#&+1.1)+'7'34.#) 105$3''-5 '3 ;+,0 5'7''. 10&'3;1'-'0 7'3;10&'0 1057#0)'0 5#) 045+565+10 #/' +4 0+'5 %133'%5 +0)'76.&= +5 813&5 7'371.)'04 12)'2#-5 '0 )'%133+)''3& ' *#0&3'+-+0) < '.-' 10&'3;1'-'0 5' 7'3;'0&'0 $+, ''0 7'38+,;+0)= 7#0 &' *'.25 &##3$+, ? 165'3 > ' 53'--'0 *+'3/'' +0 &' 3')+1 45''&4 /''3 )';#/'0.+,- 12 ? "
$ 6&: >! +4 #. 10;' 23'('33'& 3165' /##3 01) 0+'5 .#0&'.+,&'--'0& '5 *''(5 '3 $+, 104 $+,7113$''.& 11- ''0 2##3 -''3 6+5)'.')'0 +, ''0 D+0-' 62)3#&' $+,7113$''.& '$36+- ,' 8++0 � *1'( ,' 12 ;1 0 /1/'05 0+'5 /''3 5'36) 5' 7#..'0 12 &7&=4 ' ;+,0 +0/+&&'.4 7'34.##(& ##0 *'5 40'. $+00'0*#.'0 '0 7'34563'0 7#0 $''.&'0 ##31/ /1'5 ,' 8#5 /+, $'53'(5 <'/$'&&'0=  ,' ;18'. 264* #.4 26.. /'5*1&' 0##45 '.-##3 .##5 $'45##0 '5 -600'0 10&'345'60'0 7#0 ;18'. #%65' #.4 %*310+4%*' ;13) +4 � ''0 )1'& #3)6/'05 ? 165'3 > ##3 +4 01) ''0 #0&'3 2605 ##0 )'3'.#5''3& 0�-4 ''0 ! 3'.#5+' -+';'0 /'04'0 41/4 7113 '9+5 1/ ;' )'8110 5'36)7#..'0 12 &' $'-'0&' 8') ? $ 6&: > +, ;+,0 &+3'%5 +0)'45#25 12 0+7'#6 ##3 +- ;16 '3 ;'.(4 01) ''0 0+7'#6 $17'012 8+..'0 .'))'0 6 /1'5 10;' #22.+%#5+'$'*''3&'3 01) ''0 " 10&'3;1'- ##0/#-'0 '0 &' $''.&'0 %133'%5 -122'.'0 #4 &##30# ;+,0 ;' $'4%*+-$##3 7113 &' 3'45 7#0 *'5 ;+'-'0*6+4 - ;16 ;'))'0 ;13) '37113  '3 7#06+5 8++0 " 10&'3;1'- 813&5 ##0)'/##-5 '0  &' $''.&'0 #651/#5+4%* 813&'0 )'-122'.& #5 ;16 01) /11+'3 ;+,0 ##3 71.)'04 /+, .+))'0 &' ''345' $16845'0'0 '3 #. 7113  41135 813-D18 -122'.+0)'0 ?
''3 8'5'0 17'3 *'5 .#0&'.+,- 6+58+44'.'0 7#0 $''.&'0 '0 7'34.#)'0 /'5 8++0 ''/ � %105#%5 12 /'5 *'5 ##04.6+55'#/ 888 58++0 0. ##04.6+55'#/
Ontwikkelingen Wetenschap en Kennis Door: Jantine Jansen-Schotman, projectleider CTCue
Rijnstate start met pilot CTcue Dataverzameling kan een intensieve en tijdrovende klus zijn. Zeker als veel van de benodigde informatie in vrije tekstvelden staat. Om data sneller en makkelijker toegankelijker te maken zijn er programma’s ontwikkeld die gebruik maken van textmining. CTcue is een voorbeeld van zo’n programma, dat op basis van medische tekstanalyse data uit het elektronisch patiëntendossier kan halen. Het is o.a. geschikt voor wetenschappelijk onderzoek, kwaliteitsvraagstukken, Waardegedreven zorg en zorgverbeteringstrajecten. Van verschillende kanten komt steeds meer vraag naar CTcue voor het opzoeken en ophalen van patiëntdata uit HiX. CTcue heeft namelijk de volgende potentiële voordelen: - Het kan zowel gestructureerde als ongestructureerde data ophalen. Hierdoor kunnen we bijvoorbeeld meer inzicht krijgen in complicaties na operatie, die veelal in vrije tekstvelden worden geregistreerd. - Dit gebeurt in een gepseudonimiseerde omgeving, waardoor de gebruiker AVG-proof kan zoeken. Dit betekent dat bijvoorbeeld onderzoeksstudenten geen toegang meer hoeven krijgen tot HiX om bij de data te kunnen. CTcue is al in verschillende ziekenhuizen in Nederland met succes geïmplementeerd, waaronder in de mProve ziekenhuizen JBZ, MMC en Isala. In maart 2021 zijn we in Rijnstate gestart met een pilot waarin we de toegevoegde waarde van CTcue gaan vaststellen. We hebben hiervoor een werkgroep van testers samengesteld die een aantal casussen gaan testen in CTcue. De pilotresultaten geven een indruk van
de toegevoegde waarde van CTcue, en dienen als basis voor het verder uitwerken van een businesscase. Naast input van alle testgebruikers kunnen we ook jouw hulp goed gebruiken! Rijnstatebreed worden er nog veel lijstjes bijgehouden, die veelal handmatig worden gevuld in Excel. Mogelijk kan CTcue hierin ook een uitkomst bieden. Is dit op jouw afdeling het geval, en zou je de mogelijkheden van CTcue willen onderzoeken? Geef het dan aan ons door! Dan kunnen we samen bekijken of en hoe we dit kunnen meenemen in deze pilot. (Contactpersoon Jantine Jansen: JMJansen@rijnstate.nl) Op een succesvolle pilot!
Een toekomstbestendig Kenniscentrum
Door: Marjolein Udo, informatiespecialist
Voor medewerkers van Rijnstate is het belangrijk om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van hun specialisatie. Het Kenniscentrum ondersteunt in deze behoefte door het leveren van en toegang te verschaffen tot medisch wetenschappelijke informatie. Op 1 april jl. is Marjolein Udo gestart bij het Kenniscentrum als informatiespecialist. Eén van haar taken is de toegang tot de wetenschappelijke informatie te verbeteren. Wie is Marjolein? Marjolein Udo heeft de afgelopen twaalf jaar bij de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) gewerkt als informatiespecialist. Daar hield zij zich bezig met de literatuursearches voor verloskundige richtlijnen. Daarnaast coördineerde zij een aantal projecten die in het teken stonden van de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek naar de verloskundige praktijk. Vragen? Het Kenniscentrum kan niet goed functioneren zonder de inbreng van haar gebruikers, daarom is het belangrijk om ideeën te delen. Dus heb je een idee om de informatievoorziening te verbeteren, voel je vrij om dit met ons te delen. Ook als je vragen hebt is het Kenniscentrum om je te helpen. Je vindt het Kenniscentrum in het souterrain van het Leerhuis (route 56). Het Kenniscentrum is te bereiken per mail kenniscentrum@rijnstate.nl.
Marjolein Udo
31
Column Door prof. dr. Eric Hazebroek, chirurg
World Obesity Day - op weg naar succesvolle behandeling van obesitas Op 4 maart was het World Obesity Day. Mogelijk heeft u niet eerder gehoord van dit ‘global event, held annually to raise awareness and increase knowledge about obesity and the many other diseases on which it impacts’. Toch ziet de World Health Organization (WHO) genoeg reden om hierbij stil te staan, want behalve ‘het virus’ is nog een andere pandemie gaande… Obesitas, ook wel beschreven als ‘een excessieve toename van lichaamsvet die kan leiden tot ernstige gezondheidsschade’, is een wereldwijd probleem. Er is geen land op aarde dat de afgelopen 40 jaar een afname in de prevalentie van obesitas heeft gezien. Obesitas verhoogt het risico op verschillende chronische ziekten, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. Inmiddels benadrukt de WHO dat obesitas zelf ook een ziekte is. In Nederland zagen we sinds 1990 een verdubbeling van het aantal volwassenen en kinderen met obesitas en dit aantal stijgt jaarlijks. Cijfers van het CBS laten zien dat 50% van de volwassenen en 12% van de kinderen in Nederland kampt met overgewicht. 15% van alle volwassenen en bijna 3% van alle kinderen heeft ernstig overgewicht (obesitas). Dat betreft dus ruim twee miljoen volwassenen en 100.000 kinderen met obesitas in Nederland. World Obesity Day heeft als doelstelling stil te staan bij de oorzaken en gevolgen van obesitas. Ondanks wat vaak gedacht wordt, bestaat de behandeling van obesitas niet simpelweg uit minder eten en meer bewegen. Ook is het een misvatting dat obesitas één simpele oorzaak heeft. Hoewel voeding en lichamelijke activiteit belangrijk zijn in de preventie en behandeling van overgewicht, spelen ook andere factoren een rol, zoals slaap, stress en medicatiegebruik. Daarnaast is het zo dat regulatie van ons lichaamsgewicht grotendeels erfelijk bepaald is. Dit maakt dat er veel variatie bestaat in de manier waarop mensen aankomen in gewicht en hoeveel moeite het kost om af te vallen. Met een gunstig genenpakket en bijbehorend microbioom kun je zelfs mooi op gewicht blijven ondanks dat je er een ongezonde leefstijl op nahoudt! Voor velen blijft het echter knokken tegen de kilo’s, want onze ‘obesogene omgeving’ helpt niet bepaald mee. We leven tenslotte in een groot luilekkerland met ongezond voedsel vol vet en suiker. Het tij begint gelukkig wel te keren, ook in Nederland. De gevolgen van obesitas zijn zo groot dat obesitasbestrijding is opgenomen in het Nationaal Preventieakkoord. Niet alleen moet de samenleving beter worden voorgelicht over obesitas, ook dient er meer aandacht te komen voor voeding en leefstijl in zorgopleidingen. Omdat artsen en verpleegkundigen in contact komen met mensen uit alle lagen van de bevolking kunnen zij een belangrijke rol spelen bij de preventie van overgewicht. Preventieve maatregelen om overgewicht tegen te gaan zijn essen-
tieel, maar voor mensen die falen succesvol af te vallen met leefstijlaanpassingen is meer nodig. Obesitas is een chronische aandoening en verdient daarom zorg en behandeling op maat. De gradatie van overgewicht bepaalt welke vorm van behandeling noodzakelijk is. Er kan dan gekozen worden voor leefstijlbegeleiding, medicijnen, een operatie of een combinatie hiervan. Toch zijn er vaak drempels die een succesvolle behandeling in de weg staan. Zo komt stigmatisering van mensen met overgewicht en obesitas helaas nog veel voor. Zij worden vaak gezien als lui, gulzig en met gebrek aan zelfdiscipline. Ze worden regelmatig gediscrimineerd op het werk en in het onderwijs en zelfs door professionals in de gezondheidszorg. Stigmatisering kan leiden tot ongelijkheid en zorgen voor extra gezondheidsschade. Uiteindelijk kan het iemand er juist van weerhouden een behandeling te ondergaan, omdat men ervan beticht wordt een ‘easy way out’ te zoeken in plaats van op eigen kracht af te vallen. Dat maakt de jaarlijkse doelstellingen van World Obesity Day relevant. Obesitas is geen persoonlijke keuze. Zolang we vooroordelen in stand houden, blijft de drempel voor adequate behandeling en begeleiding van mensen met obesitas onverantwoord hoog.
33
Wetenschappelijk onderzoek van 1 september 2020 tot en met 31 maart 2021 Wetenschappelijk onderzoek goedgekeurd door de Raad van Bestuur in de periode 1 september 2020 tot en met 31 maart 2021 (een deel van de lijst is ook terug te vinden op www. Clinicaltrail.gov of in het Nederlands trialregister). De vetgedrukte titels betreffen onderzoeken in Rijnstate geïnitieerde.
Ziektelast bij oudere patienten met BCC. Treatment burden in older adults with high-risk basal cell carcinoma quidance in appropiate patient selection. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Birgitte Visch Geriatrie (RVE)
Apotheek (RVE) LMWH bij nierinsufficiëntie. Evaluation of anti-Xa levels in relation with bleeding events with therapeutic nadroparin in patients with VTE or AF and renal impairement. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Sabine Ahlers Nadroparin (corona). Evaluation of anti-Xa levels with nadroparin as thrombosis prophylaxis in COVID-19 and non-COVID-19 patients admitted at the ICU. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Monique de Maat Cardiologie (RVE) Clear synergy (oasis 9). „A 2x2 factorial randomized controlled trial of CoLchicine and spironolactonE in patients with ST elevation myocARdial infarction/SYNERGY Stent Registry – Organization to Assess Strategies for Ischemic Syndromes 9”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Melvyn Tjon Coroflex Isar Registry. Non-Interventional / Observational PostMarketing Clinical Follow-up Study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Melvyn Tjon Compare 60/80 HBRComparison of the Supraflex Cruz 60 micron stent strut versus the Ultimaster Tansei 80 micron stent strut in High Bleeding Risk PCI population. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ron Pisters GERAF. The Dutch multicentre study into opportunistically screening Geriatric patients for Atrial Fibrillation using a PPG smartphone App; the Dutch-GERAF Study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Martin Hemels The RAPID Study (NODE-301 Part 2). Multi-Centre, Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled, Efficacy, and Safety Study of Etripamil Nasal Spray for the Termination of Spontaneous Episodes of Paroxysmal Supraventricular Tachycardia. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ron Pisters
Nutritional status in Hip fracture patients. Nutritional status in Hip fracture patients Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Hugo Wijnen Gynaecologie (RVE) COGENS. Cognitive behavioral therapy to improve quality of life after surgical treatment of women with endometriosis. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Annemiek Nap QoL in endometriosis. A long term follow up study to determin the Quality of life in patients that underwent endometriosis surgery. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Annemiek Nap. IMITAS-before. Implementation of first Trimester Anomaly Scan. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Lia Wijnberger. IC/MC (RVE) MONITOR-IC. Meten van gevolgen van intensieve zorg voor intensive care patiënten. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Birgitte Westerhof. Tristards studie 254684 (CORONA). „A Phase IIb/III operationally seamless, open-label, randomised, sequential, parallel-group adaptive study to evaluate the efficacy and safety of daily intravenous alteplase treatment given up to 5 days on top of standard of care (SOC) compared with SOC alone, in patients with acute respiratory distress syndrome (ARDS) triggered by COVID-19.” Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michiel Blans. Vroeg PC of PS bij beademde COVID-patiënten. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Koning. ProACT-Covid (corona). „Practice of Adjunctive Treatments in Intensive Care Unit Patients with Coronavirus Disease 2019 (PRoAcT–COVID) – protocol for an observational study in the Netherlands”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Aart Strang.
Chirurgie (RVE) Napoleon Trial. Cost-effectiveness and effectiveness of rubber band ligation versus sutured mucopexy versus haemorrhoidectomy in patients with recurrent haemorrhoidal disease: a multicenter, randomized controlled trial. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Wouter Vening Keuzehulp Studie. The value of a decision aid for shared decision making in surgical and orthopaedic practice. A multicentre cost-effectiveness analysis. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Eric Hazebroek Zacht weefsel navigatie tijdens robotchirurgie. Beeldgeleide navigatie tijdens robot-geassisteerde zacht weefsel chirurgie: een pilot studie. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Charlotte Blanken Dermatologie (RVE) Ziektekarakteristieken en behandelpatronen bij patiënten van 65 jaar en ouder met psoriasis (in vergelijking met jongere patiënten). Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Birgitte Visch
Correlatie tussen d-dimeer en veneuze thrombose bij IC-patienten met covid. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Koning. Interne geneeskunde (RVE) Nova study. Netherlands Cohort Study on Acute HIV Infection. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Claassen. TBER-geleide ultrafiltratie. Ultrafiltratie volumes gestuurd door metingen van de totale lichaamsweerstand in hemodialyse patiënten: een pilotstudie gericht op haalbaarheid. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Hans de Boer. SNAP. Sustained response to nucleo(s)tide analogues for chronic hepatitis B: SNAP study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Claassen. POST-PBH-IDL. Treatment of post bariatric hypoglycemia in daily practice : a prospective observational study in the Netherlands POST-PBHIDL : Prospective Observational Study Treating PBH In Daily Life”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Arianne van Bon.
BCG-Prime (Corona). Bacillus calmette-guérin vaccination to prevent serious respiratory tract infection and covid-19 in vulnerable elderly – an adaptive randomized controlled trial. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Robert-Jan Hassing Evolve-FD. „A multicenter, randomized, double-blind, placebo-controlled, crossover trial to evaluate the effects of evolocumab added to standard lipid-lowering therapy on fasting and post fat load lipids in patients with Familial Dysbetalipoproteinemia”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Houshang Monajemi. Covid-lanadelumab (Corona). Lanadelumab for treatment of COVID19 disease. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: RobertJan Hassing. Oasis 2019. Optimizing Access Surgery in Senior hemodialysis patients. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jacobien Verhave. Consultvoering Interne geneeskunde. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Frank Bosch.
The Aspen study INS1007-301. A Phase 3, Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Study to Assess the Efficacy, Safety, and Tolerability of Brensocatib Administered Once Daily for 52 Weeks in Subjects with Non-Cystic Fibrosis Bronchiectasis – The ASPEN Study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marjo van de Ven MDL (RVE) Eetscore bij IBD. Inzet van de Eetscore bij patiënten met inflammatoire darmziekten: relevant hulpmiddel in de klinische praktijk? Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Peter Wahab CAMARO studie. „A randomised, open-label clinical trial assessing the efficacy and safety of mycophenolate mofetil versus azathioprine for induction of remission in treatment naive autoimmune hepatitis”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan Maarten Vrolijk Biliary Stent Cytology. Clinical use of biliary stent cytology for biliary malignancies: a prospective, multi-centre study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan Maarten Vrolijk
De meerwaarde van het rectaal toucher in de klinische praktijk. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michiel Blans
YCCS study. ‘Yield of CT-colonography in the Dutch Colorectal Cancer Screening Programme’. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marcel Spanier
KCHL (RVE)
MIL (RVE)
CRP meten met smartphone. RAPPID: a platform of ratiometric bioluminescent sensors for homogeneous immunoassays. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marcel van Borren.
SARDT-HCW (corona). Evaluation of on-the-spot sars-cov-2 rapid antigentest in healthcare workers: a multicenter study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ellen Mascini
Kindergeneeskunde (RVE)
MKA (RVE)
Inside studie. The effect of galacto-oligosaccharides (GOS) or chicory fructo-oligosaccharides (FOS) versus a placebo on bowel habits in children with functional constipation. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Margreet Wessels.
„Wat zijn redenen voor extractie? Een onderzoek onder MKA-chirurgen, tandartsen en patiënten.” Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jeroen Fennis Neurologie (RVE)
Petit. Pregnancy Exposure to TNF alpha inhibitors and Immunological effecT in infants. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Maaike van Rossem Kwaliteit van leven bij het gebruik van freestyle Libre versus kwaliteit van leven bij subcutaan meten van bloedglucose waarden. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Femmy Dapper
NEXT-MS. Personalized extended interval dosing of natalizumab in relapsing remitting multiple sclerosis. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jop Mostert DOT-MS. The safety and cost-effectiveness of discontinuing diseasemodifying therapies in stable relapsing-onset multiple sclerosis (DOTMS): a randomized rater-blinded multicenter trial. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jop Mostert
KNO, Plastische chirurgie (RVE) OKC (RVE) IPAS. TULAZAX Post Authorization Safety (IPAS) Study: A prospective, non-interventional study assessing the safety and tolerability of ITULAZAX in adults with tree pollen allergy in real-life practice. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Cor Stengs Long (RVE) LIBERTY-ABPA AIRED (0456/0300). A randomized, double-blind, placebo-controlled, parallel-group study to evaluate the efficacy and safety of dupilumab in patients with allergic bronchopulmonary aspergillosis. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marjo van de Ven Morpheo. A Phase 4, randomized, double-blind, placebo-controlled, multicenter, parallel-group study of the effect of dupilumab on sleep disturbance in patients with uncontrolled persistent asthma”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marjo van de Ven
„Tijdstrends in vitale parameters Dossier onderzoek”. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Koning Epidural vs intrathecal analgesia for RARC. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Mark Koning Oncologie (RVE) Assure. „A Phase 3b, Multicenter, Open-Label, Single-Arm Study of Acalabrutinib (ACP-196) in Subjects with Chronic Lymphocytic Leukemia”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ellen van der Spek PRE-PREVENCYS-trial. „The accuracy of detecting residual disease following neo-adjuvant chemotherapy in patients with muscle-invasive bladder cancer.” Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Carl Wijburg
NIV bij AECOPD. Clinical Practice of Non-Invasive Ventilation as a Treatment for Hospital-Admitted COPD Exacerbations. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Petra Vos
35
Wetenschappelijk onderzoek van 1 september 2020 tot en met 31 maart 2021 PSP-RCC. Primary Spontaneous Pneumothorax and Renal Cell Carcinoma (PSP-RCC). Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Hans Smit Verwantschap terugkerende B-cel lymfomen. Klonale verwantschap en genetische landschap van terugkerende B-cel lymfomen: een sleutel naar therapie op maat. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michiel van den Brand Icon. A phase 2 study of CC220 (iberdomide) combined with low-dose cyclophosphamide and dexamethasone in relapsed/refractory multiple myeloma (IberCd): ICON study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ellen van der Spek Snapshot rectumcarcinoom 2016. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ernst-Jan Spillenaar Bilgen Blood-based biomarkers- immunotherapy. Blood-based biomarkers to predict the efficacy of immunotherapy in urothelial cancer. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Theo van Voorthuizen Common. Make open Communication about evidence-based Complementary Medicine part of routine oncology practice. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ines von Rosenstiel Pelvex II. Multicentre, open-label, randomised, controlled, parallel arms clinical trial of induction chemotherapy followed by chemoradiotherapy versus chemoradiotherapy alone as neoadjuvant treatment for locally recurrent rectal cancer. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marnix de Roos Erats. Implementation strategies for an Enhanced Recovery After Thoracic Surgery (ERATS) care protocol; improvement of perioperative care for lung cancer patients. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Marnix de Roos Mindact relapse. Dissecting the pathways of endocrine and chemotherapy resistance in breast cancer: A translational research project of the EORTC 10041/BIG 3-04 MINDACT clinical trial (alleen retrospectieve deel). Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ramon van Eekeren NBREAST II follow up. Follow up of the Neoadjuvant Breast Registry Europe- Symphony Trial (NBREaST II). Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Charlotte Blanken Implementation decision aid ovarian cancer. Implementation of a decision aid for advanced stage ovarian cancer patients. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Alexandra van Ginkel Covid bij CLL patiënten (corona). Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Ellen van der Spek
Dislocation of the dual mobility THA. Intraprosthetic dislocation of the dual mobility total hip arthroplasty: does head size matter? Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Matthijs Somford SEL na bariatrische chirurgie. Spinal epidural lipomatosis after bariatric surgery. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Job van Susante Pijn (RVE) Clinical review Senza Nevro. Nevro Spinal Cord Stimulation Clinical data collection Senza. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan-Willem Kallewaard DTM-INT 2020PM2 (SGX). „Comparison of DTM SCS Therapy Combined with standard pain treatment to standard pain treatment alone in the Treatment of Intractable Back Pain Subjects without previous history of Lumbar Spine Surgery”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan-Willem Kallewaard RUAM-SCS. „European e-health tool for the appropriate (pre)selection for Spinal Cord Stimulation in patients with chronic pain”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan-Willem Kallewaard Lidopan. Intravenous lidocaine for pain associated with pancreatic cancer and chronic pancreatitis (LIDOPAN): a multicenter prospective non-randomized phase II study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Jan-Willem Kallewaard Radiologie en Nucleaire geneeeskunde (RVE) Confidence-01 Reg. A multi-center international registry to evaluate the efficacy of imaging with opto-acoustics to diagnose breast cancer. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Carla Meeuwis RATED prospectief. Radiofrequency ablation treatment evaluation for benign thyroid nodules in Dutch hospitals - prospective study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Frank Joosten Pre-confidence studie. Optoacoustic Breast Imaging in de praktijk. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Carla Meeuwis MCLIP Retrospectief. iMproving CLIp Position. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Carla Meeuwis Reumatologie (RVE) Zinnige zorg – Reumatoïde artritis: onderzoek naar praktijkuitvoering van onderdelen van het zorgtraject voor mensen met reuma. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Amanda Branten Rijnstate Clinics (RVE)
Flashmob EXCITE. Triplet Chemotherapy (FOLFOXIRI-B) in Metastatic Colorectal Cancer; from clinical trial to bedside. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Theo van Voorthuizen Orthopedie (RVE)
CAPP. Identification of the optimal treatment strategy for complex appendicitis in the pediatric population. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Charlotte Blanken SEH (RVE)
PJI studie. Exploring the value of novel synovial fluid biomarkers to improve the diagnosis of patients with periprosthetic hip and knee joint infections. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Job van Susante BMD after DHS. Bone remodelling in femoral neck fractures treated with a dynamic hip screw. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Job van Susante
Powernap studie. A prospective crossover study on the effect of powernaps for healthcare workers during nightshift in the Rijnstate hospital. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Nienke Hoogkamp
Traumatologie (RVE) The BFF study. „The Better to Fix or Fuse Study ’Retaining or removing the joint in the foot? A randomized controlled multicenter trial of primary arthrodesis versus joint stabilisation in Lisfranc fracture dislocation midfoot injuries”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Karel Kolkman Urologie (RVE) Camus The Bern Comprehensive. Complication Index- complication reporting in major urological surgeries: a multicentric validation study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Carl Wijburg
Physical fitness and complex AAA treatment. The influence of physical fitness and frailty on mortality after elective complicated abdominal aortic aneurysm treatment. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen Upside down Gore Excluder. Upside-down Gore Excluder Endoprosthesis for aorto-iliac aneurysm exclusion: a retrospective study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen Meta-analysis flexor tenotomy. Meta-analysis of flexor tenotomy treatment of the hammer, mallet and claw toes to prevent and heal diabetic foot ulcers. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Luuk Smeets
Vasculair Centrum (RVE) Surpass CVOT. The Effect of Tirzepatide versus Dulaglutide on Major Adverse Cardiovasculair Events in Patients with Type 2 Diabetes. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Houshang Monajemi AMG 890 Lp(a) (20180109). „Protocol Title: A Double-blind, Randomized, Placebo-controlled Phase 2 Study to Evaluate Efficacy, Safety, and Tolerability of AMG 890 (a GalNAc-conjugated Small Interfering RNA [siRNA]) in Subjects with Elevated Lipoprotein(a) Short Protocol Title: Randomized study to evaluate Efficacy, Safety, and Tolerability of AMG 890 in subjects with elevated lipoprotein(a)”. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Houshang Monajemi INNER-B. A post-market clinical follow-up study in patients with thoracoabdominal aortic aneurysms treated with E-nside TAAA Multibranch Stent Graft System. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen Merits. Momentary assessment of patient Experiences in Real life switching to Insulin Glargine 300 in Type 1 diabetes Study: MERITS study. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Arianne van Bon ENCHANT: ENdurant CHevAr New indication. Trial: Post-market Study of the Endurant CHEVAR Graft Technique for the treatment of Juxtarenal Aortic Aneurysms with a Short Infrarenal Neck. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen SMART 1. „Sensor for Measuring the blood glucose level as input for the Artificial pancreas: a sensor validation Trial” (SMART 1). Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Arianne van Bon Adrem study. Adjustment of insulin Degludec to Reduce postExercise (nocturnal) hypoglycaeMia in people with diabetes. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Arianne van Bon REVIVE. Ptient level meta-analysis for RCT of endovascular vs. surgical revascularization for femoropoplilteal artery disease. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen
Pioneer Real. Een prospectief, niet-interventioneel onderzoek met één onderzoeksarm in meerdere centra naar de klinische parameters die samenhangen met het eenmaal daags gebruik van orale semaglutide in een praktijkpopulatie van volwassenen met diabetes type 2 in Nederland. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Arianne van Bon EASY. A European Post-Market Clinical Follow-up Study (PMCF) in patients with infrarenal aortic aneurysm undergoing endovascular stenting with the E-tegra Stent Graft. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen IBERVIX. Safety and efficacy of the Gore® Excluder® Iliac Branch platform and analysis of its behavior in combination with the GORE® VIABAHN® VBX Balloon Expandable Endoprosthesis. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen ENDURANT_WCN. The performance of the endurant endoprothesis in patients treated for AAA with a wide or conical shaped neck anatomy. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen Vitalys CIBuS. Direct measurement of changes in food selection and intake behaviour after RYGB surgery. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Eric Hazebroek EMRISS. Gastric Emptying measured with MRI and Scintigraphy in patients with successful versus unsuccessful weight loss after Sleeve gastrectomy. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Eric Hazebroek Hemostase Check. Excessive peroperatively bleeding of staple rows in bariatric surgery. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Eric Hazebroek Fat-free mass loss and long-term health. The impact of fat-free mass loss post-bariatric surgery on morbidity and mortality’. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Eric Hazebroek
Lower limb amputations. Validation and clinical value of Veterans Affairs (VA) based prediction tool in the Dutch population after major lower limb amputation. Multicenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen CFD for predicting endograft thrombosis. A retrospective study to investigate the feasibility of computational fluid dynamics for the prediction of endograft thrombosis in the superficial femoral artery. Monocenter onderzoek. Lokale hoofdonderzoeker: Michel Reijnen
37
Publicaties van 1 september 2020 t/m 31 maart 2021 Artikelen gepubliceerd in een medisch (wetenschappelijk) tijdschrift (Hard copy of als e-pub/online first) in de periode vanaf 1 september 202 tot en met 31 maart 2021. Algera AG, Pisani L, Serpa Neto A, den Boer SS, Bosch FFH, Bruin K, Klooster PM, Van der Meer NJM, Nowitzky RO, Purmer IM, Slabbekoorn M, Spronk PE, van Vliet J, Weenink JJ, Gama de Abreu M, Pelosi P, Schultz MJ, Paulus F. Effect of a Lower vs Higher Positive End-Expiratory Pressure Strategy on Ventilator-Free Days in ICU Patients Without ARDS: A Randomized Clinical Trial. Jama. 2020;324(24):2509-20.
Bernsen MLE, Goldhoorn RB, Lingsma HF, van Oostenbrugge RJ, van Zwam WH, Uyttenboogaart M, Roos Y, Martens JM, Hofmeijer J. Importance of Occlusion Site for Thrombectomy Technique in Stroke: Comparison Between Aspiration and Stent Retriever. Stroke. 2021;52(1):80-90. Besseling J, Reitsma J, Van Erkelens JA, Schepens MHJ, Siroen MPC, Ziedses des Plantes CMP, van Berge Henegouwen MI, Beerepoot LV, van Voorthuizen T, Van Zuylen L, Verhoeven RHA, van Laarhoven H. Use of Palliative Chemotherapy and ICU Admissions in Gastric and Esophageal Cancer Patients in the Last Phase of Life: A Nationwide Observational Study. Cancers. 2021;13(1).
Ambrosini V, Kunikowska J, Baudin E, Bodei L, Bouvier C, Capdevila J, Cremonesi M, de Herder WW, Dromain C, Falconi M, Fani M, Fanti S, Hicks RJ, Kabasakal L, Kaltsas G, Lewington V, Minozzi S, Cinquini M, Öberg K, Oyen WJG, O’Toole D, Pavel M, Ruszniewski P, Scarpa A, Strosberg J, Sundin A, Taïeb D, Virgolini I, Wild D, Herrmann K, Yao J. Consensus on molecular imaging and theranostics in neuroendocrine neoplasms. Eur J Cancer. 2021;146:56-73.
Blauw H, Onvlee AJ, Klaassen M, van Bon AC, DeVries JH. Fully Closed Loop Glucose Control With a Bihormonal Artificial Pancreas in Adults With Type 1 Diabetes: An Outpatient, Randomized, Crossover Trial. Diabetes Care. 2021.
Appelen D, Romijn-Bucarciuc D, Stenveld H, Visch MB. Handeczeem in tijden van corona. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164.
Boersen Z, de Kok L, van der Zanden M, Braat D, Oosterman J, Nap A. Patients’ perspective on cognitive behavioural therapy after surgical treatment of endometriosis: a qualitative study. Reprod Biomed Online. 2021.
Ardizzoni A, Azevedo S, Rubio-Viqueira B, Rodríguez-Abreu D, AlatorreAlexander J, Smit HJM, Yu J, Syrigos K, Trunzer K, Patel H, Tolson J, Cardona A, Perez-Moreno PD, Newsom-Davis T. Primary results from TAIL: a global single-arm safety study of atezolizumab monotherapy in a diverse population of patients with previously treated advanced nonsmall cell lung cancer. J Immunother Cancer. 2021;9(3).
Boksem E, Schotman JM, Joosten FBM, van Borren MMGJ, de Boer H. Correction to: Prediction of total body electrical resistance normal values based on limb muscle thickness assessed by ultrasound. Eur J Clin Nutr. 2021.
Baas S, Dijkstra S, Braaksma A, van Rooij P, Snijders FJ, Tiemessen L, Boucherie RJ. Real-time forecasting of COVID-19 bed occupancy in wards and Intensive Care Units. Health Care Manag Sci. 2021:1-18. Bakker EA, van Bakel BMA, Aengevaeren WRM, Meindersma EP, Snoek JA, Waskowsky WM, van Kuijk AA, Jacobs M, Hopman MTE, Thijssen DHJ, Eijsvogels TMH. Sedentary behaviour in cardiovascular disease patients: Risk group identification and the impact of cardiac rehabilitation. International journal of cardiology. 2020. Barneveld van E, Veth VB, Sampat JM, Schreurs AMF, van Wely M, Bosmans JE, de Bie B, Jansen FW, Klinkert ER, Nap AW, Mol BWJ, Bongers MY, Mijatovic V, Maas JWM. SOMA-trial: surgery or medication for women with an endometrioma? Study protocol for a randomised controlled trial and cohort study. Hum Reprod Open. 2020;2020(1):hoz046. Barrios Espinosa C, Hemels MEW, Dobrev D, Heijman J. Recurrence of atrial fibrillation following non-cardiac surgery or acute illness: A common but rarely detected complication. Int J Cardiol Heart Vasc. 2020;29:100609. Berendsen MR, Stevens WBC, van den Brand M, van Krieken JH, Scheijen B. Molecular Genetics of Relapsed Diffuse Large B-Cell Lymphoma: Insight into Mechanisms of Therapy Resistance. Cancers. 2020;12(12). Berg van den M, van der Meij E, Bos AME, Boshuizen MCS, Determann D, van Eekeren RRJP, Lok CAR, Schaake EE, Witteveen PO, Wondergem MJ, Braat DDM, Beerendonk CCM, Hermens RPMG. Development and testing of a tailored online fertility preservation decision aid for female cancer patients. Cancer medicine. 2021;10(5):1576-88. Bernsen ML, Kauw F, Martens J, van der Lugt A, Yo L, van Walderveen MA, Roos YB, Van der Worp HB, Dankbaar JW, Hofmeijer J. EXPRESS: Malignant infarction after endovascular treatment: incidence and prediction. Int J Stroke. 2021:17474930211006290.
Boksem E, Schotman JM, Joosten FBM, van Borren MMGJ, de Boer H. Prediction of total body electrical resistance normal values based on limb muscle thickness assessed by ultrasound. Eur J Clin Nutr. 2021. Bonouvrie DS, de Boer H, Aarts EO. Three-year follow-up of bone status in male patients after bariatric surgery-a prospective single-center cohort study. Surg Obes Relat Dis. 2020. Brand EC, Klaassen MAY, Gacesa R, Vila AV, Ghosh H, de Zoete MR, Boomsma DI, Hoentjen F, Horjus Talabur Horje CS, van de Meeberg PC, Willemsen G, Fu J, Wijmenga C, van Wijk F, Zhernakova A, Oldenburg B, Weersma RK. Healthy cotwins share gut microbiome signatures with their inflammatory bowel disease twins and unrelated patients. Gastroenterology. 2021. Brandenbarg P, Rooijers P, Steffens MG, van Balken MR, Mulder HJ, Blanker MH. What Do Men with Lower Urinary Tract Symptoms Expect from a Urologist in Secondary Care? Patient Prefer Adherence. 2020;14:1455-62. Brouns JA, Peters B, Visch MB. Een jongen met witte afwijkingen op het mondslijmvlies. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164. Buiten RA, Warta S, Ploumen EH, Doggen CJM, van der Heijden LC, Hartmann M, Danse PW, Schotborgh CE, Scholte M, Linssen GCM, Zocca P, von Birgelen C. Coronary bifurcations treated with thin-strut drug-eluting stents: a prespecified analysis of the randomized BIORESORT trial. Coron Artery Dis. 2021;32(1):51-7. Chan Pin Yin D, Vos GA, van der Sangen NMR, Walhout R, Tjon Joe Gin RM, Nicastia DM, Langerveld J, Claassens DMF, Gimbel ME, Azzahhafi J, Bor WL, Oirbans T, Dekker J, Vlachojannis GJ, van Bommel RJ, Appelman Y, Henriques JPS, Kikkert WJ, Ten Berg JM. Rationale and Design of the Future Optimal Research and Care Evaluation in Patients with Acute Coronary Syndrome (FORCE-ACS) Registry: Towards „Personalized Medicine” in Daily Clinical Practice. J Clin Med. 2020;9(10).
Chételat G, Arbizu J, Barthel H, Garibotto V, Law I, Morbelli S, van de Giessen E, Agosta F, Barkhof F, Brooks DJ, Carrillo MC, Dubois B, Fjell AM, Frisoni GB, Hansson O, Herholz K, Hutton BF, Jack CR, Jr., Lammertsma AA, Landau SM, Minoshima S, Nobili F, Nordberg A, Ossenkoppele R, Oyen WJG, Perani D, Rabinovici GD, Scheltens P, Villemagne VL, Zetterberg H, Drzezga A. Amyloid-PET and (18)F-FDGPET in the diagnostic investigation of Alzheimer’s disease and other dementias. Lancet Neurol. 2020;19(11):951-62. Claassens DMF, Bergmeijer TO, Vos GJA, Hermanides RS, van ‘t Hof AWJ, van der Harst P, Barbato E, Morisco C, Tjon Joe Gin RM, Asselbergs FW, Mosterd A, Herrman JR, Dewilde WJM, Janssen PWA, Kelder JC, Mahmoodi BK, Deneer VHM, Ten Berg JM. Clopidogrel Versus Ticagrelor or Prasugrel After Primary Percutaneous Coronary Intervention According to CYP2C19 Genotype: A POPular Genetics Subanalysis. Circulation Cardiovascular interventions. 2021:Circinterventions120009434. Costa FM, Hemels MEW. Atrial fibrillation management: Time for new goals. Rev Port Cardiol. 2020;39(11):663-5. Dam van LF, van den Hout WB, Gautam G, Dronkers CEA, Ghanima W, Gleditsch J, von Heijne A, Hofstee HMA, Hovens MMC, Huisman MV, Kolman S, Mairuhu ATA, Nijkeuter M, van de Ree MA, van Rooden CJ, Westerbeek RE, Westerink J, Westerlund E, Kroft LJM, Klok FA. Costeffectiveness of magnetic resonance imaging for diagnosing recurrent ipsilateral deep vein thrombosis. Blood advances. 2021;5(5):1369-78. Damen SAJ, Cramer GE, Dieker HJ, Gehlmann H, Ophuis T, Aengevaeren WRM, Fokkert M, Verheugt FWA, Suryapranata H, Wu AH, van Wijk XMR, Brouwer MA. Cardiac Troponin Composition Characterization after Non ST-Elevation Myocardial Infarction: Relation with Culprit Artery, Ischemic Time Window, and Severity of Injury. Clin Chem. 2021;67(1):227-36. Dang H, van Pelt GW, Haasnoot KJ, Backes Y, Elias SG, Seerden TC, Schwartz MP, Spanier BW, de Vos Tot Nederveen Cappel WH, van Bergeijk JD, Kessels K, Geesing JM, Groen JN, Ter Borg F, Wolfhagen FH, Seldenrijk CA, Raicu MG, Milne AN, van Lent AU, Brosens LA, Offerhaus GJA, Siersema PD, Tollenaar RA, Hardwick JC, Hawinkels LJ, Moons LM, Lacle MM, Mesker WE, Boonstra JJ. Tumour-stroma ratio has poor prognostic value in non-pedunculated T1 colorectal cancer: A multi-centre case-cohort study. United European gastroenterology journal. 2020:2050640620975324. Dell’Oglio P, Turri F, Larcher A, D’Hondt F, Sanchez-Salas R, Bochner B, Palou J, Weston R, Hosseini A, Canda AE, Bjerggaard J, Cacciamani G, Olsen K, Gill I, Piechaud T, Artibani W, van Leeuwen PJ, Stenzl A, Kelly J, Dasgupta P, Wijburg C, Collins JW, Desai M, van der Poel HG, Montorsi F, Wiklund P, Mottrie A. Definition of a Structured Training Curriculum for Robot-assisted Radical Cystectomy with Intracorporeal Ileal Conduit in Male Patients: A Delphi Consensus Study Led by the ERUS Educational Board. European urology focus. 2021. Derikx L, Lantinga MA, de Jong DJ, van Dop WA, Creemers RH, Römkens TEH, Jansen JM, Mahmmod N, West RL, Tan A, Bodelier AGL, Gorter MHP, Boekema PJ, Halet ERC, Horjus CS, van Dijk MA, Hirdes MMC, Epping Stippel LSM, Jharap B, Lutgens M, Russel MG, Gilissen LPL, Nauta S, van Bodegraven AA, Hoentjen F. Clinical Outcomes of Covid-19 in Patients with Inflammatory Bowel Disease: A Nationwide Cohort Study. Journal of Crohn’s & colitis. 2020.
Dijk van MC, Kornegoor R, Mol S, Rodriguez M. Fetal and Perinatal Brain Autopsy: Useful Macroscopic Techniques Including Agar In-situ and Pre-Embedding Methods. Pediatr Dev Pathol. 2021:10935266211000036. Dijksterhuis WPM, Verhoeven RHA, Pape M, Slingerland M, Haj Mohammad N, de Vos-Geelen J, Beerepoot LV, van Voorthuizen T, Creemers GJ, Lemmens V, van Oijen MGH, van Laarhoven HWM. Hospital volume and beyond first-line palliative systemic treatment in metastatic oesophagogastric adenocarcinoma: A population-based study. Eur J Cancer. 2020;139:107-18. Driessen JHM, van Dort MJ, Romme EAPM, Wouters EFM, Smeenk F, van Rietbergen B, van den Bergh JPW, Geusens P. Associations between bone attenuation and prevalent vertebral fractures on chest CT scans differ with vertebral fracture locations. Osteoporos Int. 2021. Elsayed AS, Gibson S, Jing Z, Wijburg C, Wagner AA, Mottrie A, Dasgupta P, Peabody J, Hussein AA, Guru KA. Rates and Patterns of Recurrences and Survival Outcomes after Robot-Assisted Radical Cystectomy: Results from the International Robotic Cystectomy Consortium. J Urol. 2021;205(2):407-13. Ermers DJM, van Beuningen-van Wijk MPH, Peters Rit E, StalpersKonijnenburg SC, Taekema DG, Bosch FH, Engels Y, van Mierlo PJWB. Life-sustaining treatment preferences in older patients when referred to the emergency department for acute geriatric assessment: a descriptive study in a Dutch hospital. BMC Geriatr. 2021;21(1):58. Faiz A, Imkamp K, van der Wiel E, Boudewijn IM, Koppelman GH, Brandsma CA, Kerstjens HAM, Timens W, Vroegop S, Pasma HR, Boersma WG, Wielders P, van den Elshout F, Mansour K, Steiling K, Spira A, Lenburg ME, Heijink IH, Postma DS, van den Berge M. Identifying a nasal gene expression signature associated with hyperinflation and treatment response in severe COPD. Scientific reports. 2020;10(1):17415. Fridgeirsson EA, Deng ZD, Denys D, van Waarde JA, van Wingen GA. Electric field strength induced by electroconvulsive therapy is associated with clinical outcome. Neuroimage Clin. 2021;30:102581. Frykberg RG, Attinger C, Smeets L, Koller A, Bal A, Kavarthapu V. Surgical strategies for prevention of amputation of the diabetic foot. J Clin Orthop Trauma. 2021;17:99-105. Gadjradj PS, Harhangi BS, Amelink J, van Susante J, Kamper S, van Tulder M, Peul WC, Vleggeert-Lankamp C, Rubinstein SM. Percutaneous Transforaminal Endoscopic Discectomy versus Open Microdiscectomy for Lumbar Disc Herniation: A Systematic Review and Meta-analysis. Spine (Phila Pa 1976). 2020. Geijteman ECT, Bosch FH, Smulders YM. Universal Do-Not-Resuscitate Orders, Social Worth, and Life-Years. Ann Intern Med. 2020;173(12):1028-9. Ghariq M, van Bodegom-Vos L, Brignole M, Peeters SYG, de Groot B, Kaal ECA, Hemels MEW, de Lange FJ, van Dijk JG, Thijs RD. Factors facilitating and hindering the implementation of the European Society of Cardiology Syncope Guidelines at the Emergency Department: A nationwide qualitative study. International journal of cardiology. 2021.
Dijck van MV, Houweling BM, Koning MV. Blind intubation through an igel® in the prone position: A prospective cohort study. Anaesth Intensive Care. 2020;48(6):439-43.
39
Publicaties van 1 september 2020 t/m 31 maart 2021 Gimbel ME, Tavenier AH, Bor W, Hermanides RS, de Vrey E, Heestermans T, Tjoe Joe Gin M, Waalewijn R, Hofma S, den Hartog F, Jukema W, von Birgelen C, Voskuil M, Kelder J, Deneer V, Ten Berg JM. Ticagrelor Versus Clopidogrel in Older Patients with NSTE-ACS Using Oral Anticoagulation: A Sub-Analysis of the POPular Age Trial. J Clin Med. 2020;9(10). Goulooze SC, Krekels EH, Saleh MA, Ahlers SJ, Välitalo PA, van Dongen EP, van Schaik RH, Hankemeier T, Tibboel D, Knibbe CAJ. Predicting Unacceptable Pain in Cardiac Surgery Patients Receiving Morphine Maintenance and Rescue Doses: A Model-Based PharmacokineticPharmacodynamic Analysis. Anesth Analg. 2020. Graaf de JA, Visser-Meily JM, Schepers VP, Baars A, Kappelle LJ, Passier PE, Wermer MJ, de Wit DC, Post MW. Comparison between EQ-5D-5L and PROMIS-10 to evaluate health-related quality of life 3 months after stroke: a cross-sectional multicenter study. Eur J Phys Rehabil Med. 2021. Groen WG, Ten Tusscher MR, Verbeek R, Geleijn E, Sonke GS, Konings IR, van der Vorst MJ, van Zweeden AA, Schrama JG, Vrijaldenhoven S, Bakker SD, Aaronson NK, Stuiver MM. Feasibility and outcomes of a goal-directed physical therapy program for patients with metastatic breast cancer. Support Care Cancer. 2020. Groot de P, Nikolic T, Pellegrini S, Sordi V, Imangaliyev S, Rampanelli E, Hanssen N, Attaye I, Bakker G, Duinkerken G, Joosten A, Prodan A, Levin E, Levels H, Potter van Loon B, van Bon A, Brouwer C, van Dam S, Simsek S, van Raalte D, Stam F, Gerdes V, Hoogma R, Diekman M, Gerding M, Rustemeijer C, de Bakker B, Hoekstra J, Zwinderman A, Bergman J, Holleman F, Piemonti L, De Vos W, Roep B, Nieuwdorp M. Faecal microbiota transplantation halts progression of human newonset type 1 diabetes in a randomised controlled trial. Gut. 2021;70(1):92-105. Haken ten I, Ben Allouch S, van Harten WH. Education and training of nurses in the use of advanced medical technologies in home care related to patient safety: A cross-sectional survey. Nurse Educ Today. 2021;100:104813. Hamel C, Coppus S, van den Berg J, Hink E, van Seeters J, van Kesteren P, Merién A, Torrenga B, van de Laar R, Terwisscha van Scheltinga J, Gaugler-Senden I, Graziosi P, van Rumste M, Nelissen E, Vandenbussche F, Snijders M. Mifepristone followed by misoprostol compared with placebo followed by misoprostol as medical treatment for early pregnancy loss (the Triple M trial): A double-blind placebo-controlled randomised trial. EClinicalMedicine. 2021;32:100716. Hamulyák EN, Wiegers HMG, Scheres LJJ, Hutten BA, de Lange ME, Timmermans A, Westerweel PE, Nijziel MR, Kruip M, Ten Wolde M, Ypma PF, Klok FA, Nieuwenhuizen L, van Wissen S, Hovens MMC, Faber LM, Kamphuisen PW, Büller HR, Middeldorp S. Heavy menstrual bleeding on direct factor Xa inhibitors: Rationale and design of the MEDEA study. Res Pract Thromb Haemost. 2021;5(1):223-30. Hendriks LEL, Dingemans AC, De Ruysscher DKM, Aarts MJ, Barberio L, Cornelissen R, Hartemink KJ, van den Heuvel M, Schuuring E, Smit HJM, van der Wekken AJ, Smit EF. Lung Cancer in the Netherlands. J Thorac Oncol. 2021;16(3):355-65. Hendrikx L, Wolthuis DFGJ, Hassing RJ. Answer to Photoquiz A bone disorder with skin lesions. Neth J Med. 2020;78(6):400. Hendrikx L, Wolthuis DFGJ, Hassing RJ. A bone disorder with skin lesions. Neth J Med. 2020;78(6):399.
Hermans ANL, van der Velden RMJ, Gawalko M, Verhaert DVM, Desteghe L, Duncker D, Manninger M, Heidbuchel H, Pisters R, Hemels M, Pison L, Sohaib A, Sultan A, Steven D, Wijtvliet P, Tieleman R, Gupta D, Dobrev D, Svennberg E, Crijns H, Pluymaekers N, Hendriks JM, Linz D. On-demand mobile health infrastructures to allow comprehensive remote atrial fibrillation and risk factor management through teleconsultation. Clinical cardiology. 2020;43(11):1232-9. Heusschen L, Berendsen AAM, Cooiman MI, Deden LN, Hazebroek EJ, Aarts EO. Optimizing Multivitamin Supplementation for Sleeve Gastrectomy Patients. Obes Surg. 2021. Heusschen L, Krabbendam I, Hazebroek EJ. Reply to: Pregnancy After Bariatric Surgery: a Matter of Indications and Procedures? Obes Surg. 2021. Heusschen L, Krabbendam I, van der Velde JM, Deden LN, Aarts EO, Merién AER, Emous M, Bleumink GS, Lutgers HL, Hazebroek EJ. A Matter of Timing-Pregnancy After Bariatric Surgery. Obes Surg. 2021. Hol JC, Dogan K, Blanken-Peeters C, van Eekeren R, de Roos MAJ, Sietses C, Spillenaar Bilgen EJ, Witteman BPL. Implementation of robotassisted total mesorectal excision by multiple surgeons in a large teaching hospital: Morbidity, long-term oncological and functional outcome. Int J Med Robot. 2021:e2227. Hricak H, Abdel-Wahab M, Atun R, Lette MM, Paez D, Brink JA, DonosoBach L, Frija G, Hierath M, Holmberg O, Khong PL, Lewis JS, McGinty G, Oyen WJG, Shulman LN, Ward ZJ, Scott AM. Medical imaging and nuclear medicine: a Lancet Oncology Commission. Lancet Oncol. 2021;22(4):e136-e72. Hutting KH, Aan de Stegge WB, van Netten JJ, Ten Cate WA, Smeets L, Welten G, Scharn DM, de Vries JPM, van Baal JG. Surgical Treatment of Diabetic Foot Ulcers Complicated by Osteomyelitis with GentamicinLoaded Calcium Sulphate-Hydroxyapatite Biocomposite. J Clin Med. 2021;10(2). IJsseldijk MA, Ten Broek RPG, Wiering B, Hekma E, de Roos MAJ. Oncological outcomes of unsuspected pN2 in patients with non-smallcell lung cancer: a systematic review and meta-analysis. Interact Cardiovasc Thorac Surg. 2021. Ismail RK, Schramel FMNH, van Dartel M, Hilarius DL, de Boer A, Wouters MWJM, Smit HJM. The Dutch Lung Cancer Audit: Nationwide quality of care evaluation of lung cancer patients. Lung Cancer. 2020;149:68-77. Jansen AS, van Schaik PM, Martens JM, Reijnen MMPJ. Embolization of the false lumen using IMPEDE-FX embolization plugs as part of treatment of an infrarenal post-dissection aneurysm: a case report. CVIR Endovasc. 2020;3(1):91. Jansen LAW, Ellison AE, Nguyen F, Martina A, Spencer JM, Specker A, Wierdsma AI, Kathol RG, van Schijndel MA. Complexity Interventions Units in the United States: Organization and Dispersion. Psychosom Med. 2020;82(8):805-7. Jong de JJ, Latenstein CSS, Boerma D, Hazebroek EJ, Hirsch D, Heikens JT, Konsten J, Polat F, Lantinga MA, van Laarhoven C, Drenth JPH, de Reuver PR. Functional Dyspepsia and Irritable Bowel Syndrome are Highly Prevalent in Patients With Gallstones and are Negatively Associated With Outcomes After Cholecystectomy: A Prospective, Multicentre, Observational Study (PERFECT - Trial). Ann Surg. 2020.
Jong de JSY, Blok MRS, Thijs RD, Harms MPM, Hemels MEW, de Groot JR, van Dijk N, de Lange FJ. Diagnostic yield and accuracy in a tertiary referral syncope unit validating the ESC guideline on syncope: a prospective cohort study. Europace : European pacing, arrhythmias, and cardiac electrophysiology : journal of the working groups on cardiac pacing, arrhythmias, and cardiac cellular electrophysiology of the European Society of Cardiology. 2020.
Kallewaard JW, Gültuna I, Hoffmann V, Elzinga L, Munnikes R, Verbrugge L, Minne V, Reiters P, Subbaroyan J, Santos A, Rotte A, Caraway D. 10 kHz Spinal Cord Stimulation for the Treatment of Failed Back Surgery Syndrome with Predominant Leg Pain: Results from a Prospective Study in Patients from the Dutch Healthcare System. Pain Pract. 2020. Kehrloesser S, Oberst S, Westerhuis W, Wendler A, Wind A, Blaauwgeers H, Burrion JB, Nagy P, Saeter G, Gustafsson E, De Paoli P, Lovey J, Lombardo C, Philip T, de Valeriola D, Docter M, Boomsma F, Saghatchian M, Svoboda M, Philip I, Monetti F, Hummel H, McVie G, Otter R, van Harten W. Analysing the attributes of Comprehensive Cancer Centres and Cancer Centres across Europe to identify key hallmarks. Mol Oncol. 2021. Keijzer HM, Tjepkema-Cloostermans MC, Klijn CJM, Blans M, van Putten M, Hofmeijer J. Dynamic functional connectivity of the EEG in relation to outcome of postanoxic coma. Clin Neurophysiol. 2021;132(1):157-64. Koch MW, Mostert J, Repovic P, Bowen JD, Uitdehaag B, Cutter G. Is the Symbol Digit Modalities Test a useful outcome in secondary progressive multiple sclerosis? Eur J Neurol. 2021. Koch MW, Mostert J, Repovic P, Bowen JD, Uitdehaag B, Cutter G. Reliability of Outcome Measures in Clinical Trials in Secondary Progressive Multiple Sclerosis. Neurology. 2021;96(1):e111-e20. Koch MW, Mostert JP, Uitdehaag B, Cutter G. A comparison of clinical outcomes in PPMS in the INFORMS original trial data set. Multiple sclerosis (Houndmills, Basingstoke, England). 2021:1352458520987539. Koning MV, van der Sijp M, Stolker RJ, Niggebrugge A. Intrathecal Morphine Is Associated with Less Delirium Following Hip Fracture Surgery: A Register Study. Anesth Pain Med. 2020;10(4):e106076. Kooij L, Vos PJE, Dijkstra A, van Harten WH. Effectiveness of a Mobile Health and Self-Management App for High-Risk Patients With Chronic Obstructive Pulmonary Disease in Daily Clinical Practice: Mixed Methods Evaluation Study. JMIR Mhealth Uhealth. 2021;9(2):e21977. Lammers AJJ, Brohet RM, Theunissen REP, Koster C, Rood R, Verhagen DWM, Brinkman K, Hassing RJ, Dofferhoff A, El Moussaoui R, Hermanides G, Ellerbroek J, Bokhizzou N, Visser H, van den Berge M, Bax H, Postma DF, Groeneveld PHP. Early hydroxychloroquine but not chloroquine use reduces ICU admission in COVID-19 patients. Int J Infect Dis. 2020;101:283-9. Lammers AJJ, Brohet RM, Theunissen REP, Koster C, Rood R, Verhagen DWM, Brinkman K, Hassing RJ, Dofferhoff A, El Moussaoui R, Hermanides G, Ellerbroek J, Bokhizzou N, Visser H, van den Berge M, Bax H, Postma DF, Groeneveld PHP. Response to correspondence concerning: „Early hydroxychloroquine but not chloroquine use reduces ICU admission in COVID-19 patients”. Int J Infect Dis. 2020;103:478-9.
Lassche S, Küsters B, Heerschap A, Schyns MVP, Ottenheijm CAC, Voermans NC, van Engelen BGM. Correlation Between Quantitative MRI and Muscle Histopathology in Muscle Biopsies from Healthy Controls and Patients with IBM, FSHD and OPMD. J Neuromuscul Dis. 2020;7(4):495-504. Lehr AM, Delawi D, van Susante JLC, Verschoor N, Wolterbeek N, Oner FC, Kruyt MC. Long-term (> 10 years) clinical outcomes of instrumented posterolateral fusion for spondylolisthesis. Eur Spine J. 2020. Lemkes JS, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali LSD, Dubois EA, Meuwissen MM, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak RR, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, van der Harst P, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans T, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns H, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, Elbers PWG, Spoormans EM, van de Ven PM, Oudemans-van Straaten HM, van Royen N. Coronary Angiography After Cardiac Arrest Without ST Segment Elevation: One-Year Outcomes of the COACT Randomized Clinical Trial. JAMA cardiology. 2020;5(12):1-8. Livneh N, Braeken D, Drozdinsky G, Gafter-Gvili A, Seelig J, Rozovski U, Berger T, Raanani P, Falanga A, Ten Cate H, Spectre G, Leader A. Anticoagulation in patients with atrial fibrillation, thrombocytopenia and hematological malignancy. J Thromb Thrombolysis. 2021. Loevezijn van AA, van der Noordaa MEM, van Werkhoven ED, Loo CE, Winter-Warnars GAO, Wiersma T, van de Vijver KK, Groen EJ, BlankenPeeters CFJM, Zonneveld B, Sonke GS, van Duijnhoven FH, Vrancken Peeters M. Minimally Invasive Complete Response Assessment of the Breast After Neoadjuvant Systemic Therapy for Early Breast Cancer (MICRA trial): Interim Analysis of a Multicenter Observational Cohort Study. Ann Surg Oncol. 2020. Loonstra FC, van Kempen ZL, Strijbis EM, Killestein J, Hoitsma E, Mostert JP. Response to letter ‘Lymphocyte counts and the risk of COVID-19 in people with MS’. Multiple sclerosis (Houndmills, Basingstoke, England). 2020:1352458520965468. Mommersteeg MC, Nieuwenburg SAV, den Hollander WJ, Holster L, den Hoed CM, Capelle LG, Tang TJ, Anten MP, Prytz-Berset I, Witteman EM, Ter Borg F, Burger JPW, Doukas M, Bruno MJ, Peppelenbosch MP, Fuhler GM, Kuipers EJ, Spaander MCW. Accuracy of upper endoscopies with random biopsies to identify patients with gastric premalignant lesions who can safely be exempt from surveillance. Gastric cancer : official journal of the International Gastric Cancer Association and the Japanese Gastric Cancer Association. 2021. Mortezavi A, Crippa A, Edeling S, Pokupic S, Dell’Oglio P, Montorsi F, D’Hondt F, Mottrie A, Decaestecker K, Wijburg CJ, Collins J, Kelly JD, Tan WS, Sridhar A, John H, Canda AE, Schwentner C, Rönmark EP, Wiklund P, Hosseini A. Morbidity and mortality after robot-assisted radical cystectomy with intracorporeal urinary diversion in octogenarians: results from the European Association of Urology Robotic Urology Section Scientific Working Group. BJU Int. 2020. Nguyen TTM, Kruyt ND, Pierik JGJ, Doggen CJM, van der Lugt P, Ramessersing SAV, Wijers NT, Brouwers P, Wermer MJH, den Hertog HM. Stroke patient’s alarm choice: General practitioner or emergency medical services. Acta Neurol Scand. 2021;143(2):164-70.
41
Publicaties van 1 september 2020 t/m 31 maart 2021 Nieuwenburg SAV, Mommersteeg MC, Eikenboom EL, Yu B, den Hollander WJ, Holster IL, den Hoed CM, Capelle LG, Tang TJ, Anten MP, Prytz-Berset I, Witteman EM, Ter Borg F, Burger JPW, Bruno MJ, Fuhler GM, Peppelenbosch MP, Doukas M, Kuipers EJ, Spaander MCW. Factors associated with the progression of gastric intestinal metaplasia: a multicenter, prospective cohort study. Endoscopy international open. 2021;9(3):E297-e305. Nuijten MAH, Tettero OM, Wolf RJ, Bakker EA, Eijsvogels TMH, Monpellier VM, Hazebroek EJ, Janssen IMC, Hopman MTE. Changes in Physical Activity in Relation to Body Composition, Fitness and Quality of Life after Primary Bariatric Surgery: a Two-Year Follow-Up Study. Obes Surg. 2020. Nutma S, le Feber J, Hofmeijer J. Neuroprotective Treatment of Postanoxic Encephalopathy: A Review of Clinical Evidence. Front Neurol. 2021;12:614698. Plooij FX, Raemaekers J. Stable improvement in classical B-cell chronic lymphocytic leukemia with dietary interventions: A personal experience. Clin Case Rep. 2020;8(12):2948-54. Ploumen EH, Buiten RA, Doggen CJM, Stoel MG, van Houwelingen KG, Schotborgh CE, Jessurun GAJ, Roguin A, Danse PW, Benit E, Aminian A, Linssen GCM, de Man F, Hartmann M, Buiten DG, Kok MM, Zocca P, von Birgelen C. New-generation drug-eluting coronary stents in octogenarians: Patient-level pooled analysis from the TWENTE I-IV trials. Am Heart J. 2020;228:109-15.
Schmitz PP, van Leent EAP, de Jong LD, van Susante JLC, Somford MP. The (un)necessity of regular postoperative follow-up of hemiarthroplasty for femoral neck fractures. Injury. 2021. Scholten R, Hannink G, Willemsen K, Mascini EM, Somford MP, Schreurs BW, van Susante JLC. Preoperative Staphylococcus aureus screening and eradication. Bone Joint J. 2020;102-b(10):1341-8.
Schotman J, Borren MV, Wetzels J, Kloke H, Reichert L, Doorenbos CJ, Boer H. Impact of Diffusion, Ultrafiltration, and Posture on Total Body Electrical Resistance in Patients on Hemodialysis. Journal of applied physiology. 2020. Schuitenmaker JM, van Hoeij FB, Schijven MP, Tack J, Conchillo JM, Hazebroek EJ, Smout A, Bredenoord AJ. Pneumatic dilation for persistent dysphagia after antireflux surgery, a multicentre single-blind randomised sham-controlled clinical trial. Gut. 2021. Schuurmann RCL, Kropman R, Ouriel K, Jordan WD, Jr., Muhs BE, t Mannetje Y, Reijnen MMPJ, Fioole B, Ünlü Ç, Brummel P, de Vries JPM. Remodeling of Abdominal Aortic Angulation and Curvature After Endovascular Aneurysm Repair in Patients With vs Without Late Type Ia Endoleak or Endograft Migration. J Endovasc Ther. 2021:1526602821995831.
Ploumen EH, Buiten RA, Kok MM, Doggen CJM, Roguin A, Jessurun GAJ, Schotborgh CE, Danse PW, Benit E, Aminian A, van Houwelingen KG, Stoel MG, Scholte M, Hartmann M, Linssen GCM, Zocca P, von Birgelen C. Treating diabetic all-comers with contemporary drug-eluting stents: Prespecified comparisons from the BIO-RESORT and the BIONYX randomized trials. International journal of cardiology. 2021;325:37-44.
Seelig J, Hemels MEW, Xhaët O, Bongaerts MCM, de Wolf A, Groenemeijer BE, Heyse A, Hoogslag P, Voet J, Herrman JR, Vervoort G, Hermans W, Wollaert B, Boersma LVA, Hermans K, Lucassen A, Verstraete S, Adriaansen HJ, Mairesse GH, Terpstra WF, Faes D, Pieterse M, Virdone S, Verheugt FWA, Cools F, Ten Cate H. Impact of different anticoagulation management strategies on outcomes in atrial fibrillation: Dutch and Belgian results from the GARFIELD-AF registry. J Thromb Haemost. 2020;18(12):3280-8.
Ploumen EH, Buiten RA, Zocca P, Doggen CJM, Jessurun GAJ, Schotborgh CE, Roguin A, Danse PW, Benit E, Aminian A, Anthonio RL, Somi S, Linssen GCM, Hartmann M, Kok MM, von Birgelen C. Acute myocardial infarction treated with novel Resolute Onyx and Orsiro stents in the randomized BIONYX trial. Catheter Cardiovasc Interv. 2021.
Slart RHJA, Reijnen MMPJ. Carotid plaque stenosis, metabolism and flow dynamics: Important determinants of atherosclerotic risk? J Nucl Cardiol. 2020.
Reinink H, Jüttler E, Hacke W, Hofmeijer J, Vicaut E, Vahedi K, Slezins J, Su Y, Fan L, Kumral E, Greving JP, Algra A, Kappelle LJ, van der Worp HB, Neugebauer H. Surgical Decompression for Space-Occupying Hemispheric Infarction: A Systematic Review and Individual Patient Meta-analysis of Randomized Clinical Trials. JAMA Neurol. 2020. Rexwinkel R, Rippen H, Blokzijl-Boezeman IJM, de Klein Z, Walhof CM, van der Kraan J, Benninga MA, Tabbers MM. Evaluation of the „3 Good Questions” program for shared decision-making in pediatric medicine: a feasibility study. European journal of pediatrics. 2020. Rijk de MG, van Eekelen APJ, Kaldenberg E, Boesveldt S, te Woerd W, Holwerda T, Lansink CJM, Feskens EJM, de Vries JHM. The association between eating frequency with alertness and gastrointestinal complaints in nurses during the night shift. J Sleep Res. 2021:e13306. Roij van J, de Zeeuw B, Zijlstra M, Claessens N, Raijmakers N, de PollFranse LV, Brom L. Shared Perspectives of Patients With Advanced Cancer and Their Informal Caregivers on Essential Aspects of Health Care: A Qualitative Study. J Palliat Care. 2021:825859721989524. Roosenboom B, Horjus Talabur Horje CS, Smids C, Leeuwis JW, van Koolwijk E, Groenen MJM, Wahab PJ, van Lochem EG. Distribution of mucosal PD-1 expressing T cells in patients with colitis of different etiologies. Scand J Gastroenterol. 2021:1-9.
Smelt HJM, Pouwels S, Smulders JF, Hazebroek EJ. Patient adherence to multivitamin supplementation after bariatric surgery: a narrative review. J Nutr Sci. 2020;9:e46. Smit C, Boyd A, Rijnders BJA, van de Laar TJW, Leyten EM, Bierman WF, Brinkman K, Claassen MAA, den Hollander J, Boerekamps A, Newsum AM, Schinkel J, Prins M, Arends JE, Op de Coul ELM, van der Valk M, Reiss P. HCV micro-elimination in individuals with HIV in the Netherlands 4 years after universal access to direct-acting antivirals: a retrospective cohort study. Lancet HIV. 2021;8(2):e96-e105. Sperna Weiland CJ, Smeets XJNM, Kievit W, Verdonk RC, Poen AC, Bhalla A, Venneman NG, Witteman BJM, da Costa DW, van Eijck BC, Schwartz MP, Römkens TEH, Vrolijk JM, Hadithi M, Voorburg A, Baak LC, Thijs WJ, van Wanrooij RL, Tan A, Seerden TCJ, Keulemans YCA, de Wijkerslooth TR, van de Vrie W, van der Schaar P, van Dijk SM, Hallensleben NDL, Sperna Weiland RL, Timmerhuis HC, Umans DS, van Hooft JE, van Goor H, van Santvoort HC, Besselink MG, Bruno MJ, Fockens P, Drenth JPH, van Geenen EJM. Aggressive fluid hydration plus non-steroidal antiinflammatory drugs versus non-steroidal anti-inflammatory drugs alone for post-endoscopic retrograde cholangiopancreatography pancreatitis (FLUYT): a multicentre, open-label, randomised, controlled trial. The lancet Gastroenterology & hepatology. 2021.
Spoormans EM, Lemkes JS, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali LSD, Dubois EA, van de Ven PM, Meuwissen M, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak R, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, der Harst PV, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans T, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns H, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, Elbers PWG, Appelman Y, van Royen N. Sex differences in patients with out-of-hospital cardiac arrest without ST-segment elevation: A COACT trial substudy. Resuscitation. 2021;158:14-22. Spoormans EM, Lemkes JS, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali LSD, Dubois EA, van de Ven PM, Meuwissen M, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak R, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, van der Harst P, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans T, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns H, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, Elbers PWG, Appelman Y, van Royen N. Data on sex differences in oneyear outcomes of out-of-hospital cardiac arrest patients without STsegment elevation. Data Brief. 2020;33:106521. Steen der-Banasik EV, Oosterveld B, Smits G, Atema E, Gellekom MV, Haverkort M, Visser A. Perpetual role of brachytherapy in organ-sparing treatment for bladder cancer: a historical review. J Contemp Brachytherapy. 2020;12(6):618-28. Stege CAM, Nasserinejad K, Klein SK, Timmers GJ, Hoogendoorn M, Ypma PF, Nijhof IS, Velders GA, Strobbe L, Durdu-Rayman N, Westerman M, Davidis-van Schoonhoven MA, van Kampen RJW, Beeker A, Koster A, Dijk AC, van de Donk N, van der Spek E, Leys RBL, Silbermann MH, Groen K, van der Burg-de Graauw N, Sinnige HAM, van der Hem KG, Levenga H, Bilgin YM, Sonneveld P, Levin MD, Zweegman S. Improving the identification of frail elderly newly diagnosed multiple myeloma patients. Leukemia. 2021. Stolk RF, Naumann F, van der Pasch E, Schouwstra J, Bressers S, van Herwaarden AE, Gerretsen J, Schambergen R, Ruth M, van der Hoeven HG, van Leeuwen HJ, Pickkers P, Kox M. Phenylephrine impairs host defence mechanisms to infection: a combined laboratory study in mice and translational human study. British journal of anaesthesia. 2021. Swiderska-Chadaj Z, Hebeda KM, van den Brand M, Litjens G. Artificial intelligence to detect MYC translocation in slides of diffuse large B-cell lymphoma. Virchows Archiv : an international journal of pathology. 2020. Teunissen AJW, Koning MV, Ruijgrok EJ, Liefers WJ, de Bruijn B, Koopman SA. Measurement of drug concentration and bacterial contamination after diluting morphine for intrathecal administration: an experimental study. BMC Anesthesiol. 2020;20(1):244. Thunnissen FM, Schreurs BW, Latenstein CSS, Meinders MJ, Adang EM, Elwyn G, Boersma D, Bosmans B, Bosscha K, Ginsel BL, Hazebroek EJ, Nieuwenhuis JJ, Staarink M, Verhallen D, Wagener ML, Atsma F, de Reuver PR. Evaluation of a shared decision-making strategy with online decision aids in surgical and orthopaedic practice: study protocol for the E-valuAID, a multicentre study with a stepped-wedge design. BMC medical informatics and decision making. 2021;21(1):110. Valdivia AR, Chaudhuri A, Milner R, Pratesi G, Reijnen MM, Tinelli G, Schuurmann R, Barbante M, Babrowski TA, Pitoulias G, Tshomba Y, Gandarias C, Badawy A, de Vries JP. Endovascular aortic repair with
EndoAnchors demonstrate good mid-term outcomes in physician-initiated multicenter analysis-The PERU registry. Vascular. 2021:1708538121992596. Valke LFG, van Thiel PAM, Hassing RJ. Cutaneous leishmaniasis that hit a returning traveller twice. J Travel Med. 2020;27(7). Vandekerckhove P, de Mul M, de Groot L, Elzevier HW, Fabels B, Haj Mohammad S, Husson O, Noij J, Sleeman SHE, Verbeek D, Rosenstiel von I, de Bont AA, Manten-Horst E. Lessons for Employing Participatory Design When Developing Care for Young People with Cancer: A Qualitative Multiple-Case Study. J Adolesc Young Adult Oncol. 2020. Veenstra F, Wanten SAC, Verhoef LM, Ter Stal M, Kwok WY, van den Hoogen FHJ, Flendrie M, van Herwaarden N. Sex differences in response to allopurinol and benzbromarone in gout: a retrospective cohort study. Rheumatol Adv Pract. 2021;5(1):rkab002. Veldhuisen van SL, Kuppens K, de Raaff CAL, Wiezer MJ, de Castro SMM, van Veen RN, Swank DJ, Demirkiran A, Boerma EG, Greve JM, van Dielen FMH, Frederix GWJ, Hazebroek EJ. Protocol of a multicentre, prospective cohort study that evaluates cost-effectiveness of two perioperative care strategies for potential obstructive sleep apnoea in morbidly obese patients undergoing bariatric surgery. BMJ Open. 2020;10(10):e038830. Veldhuisen van SL, van Woerden G, Hemels MEW, America Y, de Boer RA, Rienstra M, van Veldhuisen DJ, Hazebroek EJ. Preoperative cardiac screening using NT-proBNP in obese patients 50 years and older undergoing bariatric surgery: a study of 310 consecutive patients. Surg Obes Relat Dis. 2021;17(1):64-71. Ven van de M, Koffijberg H, Retèl V, Monkhorst K, Smit E, van Harten W, M MI. Real-world utilization of biomarker testing for patients with advanced non-small-cell lung cancer in a tertiary referral center and referring hospitals. J Mol Diagn. 2021. Verheijen S, van Luin M, Brüggemann RJ, de Mast Q, Hassing RJ, Burger DM. More gastro-intestinal adverse events in non-ICU hospitalised COVID-19 patients treated with chloroquine versus hydroxychloroquine. Int J Infect Dis. 2020;103:402-3. Verstraelen TE, van Barreveld M, van Dessel P, Boersma LVA, Delnoy P, Tuinenburg AE, Theuns D, van der Voort PH, Kimman GP, Buskens E, Hulleman M, Allaart CP, Strikwerda S, Scholten MF, Meine M, Abels R, Maass AH, Firouzi M, Widdershoven J, Elders J, van Gent MWF, Khan M, Vernooy K, Grauss RW, Tukkie R, van Erven L, Spierenburg HAM, Brouwer MA, Bartels GL, Bijsterveld NR, Borger van der Burg AE, Vet MW, Derksen R, Knops RE, Bracke F, Harden M, Sticherling C, Willems R, Friede T, Zabel M, Dijkgraaf MGW, Zwinderman AH, Wilde AAM. Development and external validation of prediction models to predict implantable cardioverter-defibrillator efficacy in primary prevention of sudden cardiac death. Europace : European pacing, arrhythmias, and cardiac electrophysiology : journal of the working groups on cardiac pacing, arrhythmias, and cardiac cellular electrophysiology of the European Society of Cardiology. 2021. Viering DHHM, Bech AP, de Baaij JHF, Steenbergen EJ, Danser AHJ, Wetzels JFM, Bindels RJM, Deinum J. Functional tests to guide management in an adult with loss of function of type-1 angiotensin II receptor. Pediatr Nephrol. 2021.
43
Publicaties van 1 september 2020 t/m 31 maart 2021 Vries de TAC, Hemels MEW, Cools F, Crijns H, Yperzeele L, Vanacker P, Blankoff I, Lancellotti P, Mairesse GH, de Veer A, Casado Arroyo R, Catez E, de Pauw M, Vanassche T, de Asmundis C, Kirchhof P, De Caterina R, de Groot JR, Belgium ET-A-Epif, the N. Characteristics of patients with atrial fibrillation prescribed edoxaban in Belgium and the Netherlands: insights from the ETNA-AF-Europe study. Neth Heart J. 2021;29(3):15867. Vries de TAC, Seelig J, Pisters R, Hemels MEW. Drug-induced notched T waves. Neth Heart J. 2021.
Vries de TAC, Hemels MEW, Cools F, Crijns H, Yperzeele L, Vanacker P, Blankoff I, Lancellotti P, Mairesse GH, de Veer A, Casado Arroyo R, Catez E, de Pauw M, Vanassche T, de Asmundis C, Kirchhof P, De Caterina R, de Groot JR. Characteristics of patients with atrial fibrillation prescribed edoxaban in Belgium and The Netherlands: insights from the ETNA-AFEurope study. Acta Cardiol. 2021:1-9. Vries de TAC, Hemels MEW, Pisters R, Jansen R, de Groot. JR Contra-indicaties voor DOAC’s bij atriumfibrilleren. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164. Welie van N, Pham CT, van Rijswijk J, Dreyer K, Verhoeve HR, Hoek A, de Bruin JP, Nap AW, van Hooff MHA, Goddijn M, Hooker AB, Gijsen AP, Traas MAF, Smeenk JMJ, Sluijmer AV, Lambers MJ, van Unnik GA, de Koning CH, Mozes A, Timmerman CCM, Lambalk CB, Karnon JD, Mijatovic V, Mol BWJ. The long-term costs and effects of tubal flushing with oil-based versus water-based contrast during hysterosalpingography. Reprod Biomed Online. 2021;42(1):150-7. Wennmacker SZ, de Savornin Lohman EAJ, Hasami NA, Nagtegaal ID, Boermeester MA, Verheij J, Spillenaar Bilgen EJ, Meijer JWH, Bosscha K, van der Linden JC, Hermans JJ, de Reuver PR, Drenth JPH, van Laarhoven C. Overtreatment of Nonneoplastic Gallbladder Polyps due to Inadequate Routine Ultrasound Assessment. Dig Surg. 2020:1-7. Wensink GE, Elferink MAG, May AM, Mol L, Hamers PAH, Bakker SD, Creemers GJ, de Groot JWB, de Klerk GJ, Haberkorn BCM, Haringhuizen AW, Hoekstra R, Hunting JCB, Kerver ED, Mathijssen-van Stein D, Polée MB, Pruijt JFM, Quarles van Ufford-Mannesse P, Radema S, Rietbroek RC, Simkens LHJ, Tanis BC, Ten Bokkel Huinink D, Tjin ATMLR, Tromp-van Driel CS, Troost MM, van de Wouw AJ, van den Berkmortel F, van der Pas AJM, van der Velden AMT, van Dijk MA, van Dodewaard-de Jong JM, van Druten EB, van Voorthuizen T, Jan Veldhuis G, Verheul HMW, Vestjens H, Vincent J, Kranenburg OW, Punt CJA, Vink GR, Roodhart JML, Koopman M. Survival of patients with deficient mismatch repair metastatic colorectal cancer in the pre-immunotherapy era. Br J Cancer. 2021;124(2):399-406. Wesselink E, Staritsky LE, van Zutphen M, Geijsen A, Kok DE, Kruyt F, Veenstra RP, Spillenaar Bilgen EJ, Kouwenhoven EA, de Wilt JHW, Kampman E, van Duijnhoven FJB. The association between the adapted dietary inflammatory index and colorectal cancer recurrence and allcause mortality. Clinical nutrition. 2021. Wijburg CJ, Michels CTJ, Hannink G, Grutters JPC, Rovers MM, Alfred Witjes J. Robot-assisted Radical Cystectomy Versus Open Radical Cystectomy in Bladder Cancer Patients: A Multicentre Comparative Effectiveness Study. Eur Urol. 2021.
Wijnen H, Schmitz PP, Jansen M, Hendrix L, van Susante JLC, Willems H. A Swallowing Screening Test Enhances a Better Recognition of Patients with a Hip Fracture at Risk for Oropharyngeal Dysphagia. Orthop Nurs. 2021;40(2):94-101. Willigen van WW, Bloemendal M, Boers-Sonderen MJ, de Groot JWB, Koornstra RHT, van der Veldt AAM, Haanen J, Boudewijns S, Schreibelt G, Gerritsen WR, de Vries IJM, Bol KF. Response and survival of metastatic melanoma patients treated with immune checkpoint inhibition for recurrent disease on adjuvant dendritic cell vaccination. Oncoimmunology. 2020;9(1):1738814. Wind A, Hartman ED, van Eekeren RRJP, Wijn RPWF, Halámková J, Mattson J, Siesling S, van Harten WH. Validating a generic cancer consumer quality index in eight European countries, patient reported experiences and the influence of cultural differences. BMC Cancer. 2021;21(1):231. Wolthuis DFGJ, Bosboom RW, Hassing RJ. Spontaneous Splenic Rupture in an Ill Returned Traveller. European journal of case reports in internal medicine. 2020;7(12):001891. Zoethout AC, Sheriff A, Zeebregts CJ, Reijnen MMPJ, Hill A, Holden A. Migration After Endovasclar Aneurysm Sealing in Conjunction With Chimney Grafts. J Endovasc Ther. 2021;28(1):165-72. Zutphen van M, Boshuizen HC, Kenkhuis MF, Wesselink E, Geijsen A, de Wilt JHW, van Halteren HK, Spillenaar Bilgen EJ, Keulen ETP, JanssenHeijnen MLG, Breukink SO, Bours MJL, Kok DE, Winkels RM, Weijenberg MP, Kampman E, van Duijnhoven FJB. Lifestyle after colorectal cancer diagnosis in relation to recurrence and all-cause mortality. Am J Clin Nutr. 2021. Zwart LAR, Germans T, Simsek S, Hemels MEW, Ruiter JH, M. JRWM. Cognitive Screening in Geriatric Patients with Atrial Fibrillation Evaluated for Falls. J Atr Fibrillation. 2020;12(6):2274.
Salofalk Salofalk®
walitatieve een Verkorte V erkorte SPC-tekst SPC-tekst B udenofalk® maagsapresistente maagsapresistente ccapsules apsules 3 mg, mg, B udenofalk® 9 m aagsapresistent ggranulaat. ranulaat. K n Budenofalk® Budenofalk® mgg m maagsapresistent Kwalitatieve kwantitatieve k wantitatieve ssamenstelling: amenstelling: M aagsapresistente capsules, capsules, pper er ccapsule: apsule: 3 mg mg bbudesonide, udesonide, hhulpstof ulpstof met met bekend bekend effect Maagsapresistente monohydraat mgg effect llactose actose m onohydraat 1122 m eenn ssucrose ucrose 3300 00 mg. mg. M aagsapresistent ggranulaat, ranulaat, pper er sachet: sachet: 9 m budesonide, hhulpstof ulpstof m et bekend bekend effect effect 8828 28 m Maagsapresistent mgg budesonide, met mgg sucrose, mgg lactosemonohydraat sucrose, 36 36 m lactosemonohydraat eenn 9900 00 m orbitol ((E420). E420). TTherapeutische herapeutische iindicaties: mgg ssorbitol Budenofalk® maagsapresistent Crohn milde ttot ot matige matige zziekte iekte vvan an C rohn ndicaties: B udenofalk® ccapsule apsule eenn m aagsapresistent ggranulaat: ranulaat: milde w aarbij het het iileum leum een/of n/of ccolon olon aascendens scendens is is aaangedaan. waarbij epatitis indien indien corticosteroïden corticosteroïden angedaan. Budenofalk® Budenofalk® capsule: capsule: microscopische microscopische colitis colitis en en auto-immuun auto-immuun hhepatitis ggeïndiceerd eïndiceerd zzijn. ijn. Budenofalk® Budenofalk® maagsapresistent maagsapresistent ggranulaat: microscopische colitis van van 1188 jaar jaar en en ouder. ouder. ranulaat: iinductie nductie van van remissie remissie bij bij patiënten patiënten met met actieve actieve m icroscopische colitis D osering: V olwassenen: ziekte ziekte vvan an Crohn: Crohn: aanbevolen Dosering: Volwassenen: ag ((33 capsules capsules vvan an 3 mg mg eeenmaal enmaal daags daags aanbevolen dosis dosis in in ddee acute acute fase fase bedraagt bedraagt 9 mg mg bbudesonide udesonide per per ddag ’’ss ochtends, ochtends, 1 capsule capsule van van 3 mg mg ddriemaal riemaal daags olitis, inductie inductie van van remissie: remissie: daags of of 1 sachet sachet van van 9 mg mg eeenmaal enmaal ddaags aags ‘s ‘s oochtends). chtends). Microscopische Microscopische ccolitis, aaanbevolen anbevolen ddosis osis bbedraagt edraagt eeenmaal enmaal daags daags 9 mg Voor oor bbehoud ehoud van van rremissie emissie bij bij patiënten patiënten mg budesonide budesonide (3 (3 capsules capsules vvan an 3 mg mg of of 1 sachet sachet vvan an ’s ’s ochtends). ochtends). V m et ffrequent requent tterugkerende erugkerende symptomen symptomen nnaa ssuccesvolle met mgg bbudesonide (2 capsules capsules vvan an 3 mg mg ’s ’s ochtends) ochtends) ooff uccesvolle iinductiebehandeling: nductiebehandeling: eenmaal eenmaal ddaags aags 6 m udesonide (2 ggemiddeld emiddeld dagelijks dagelijks 4,5 4,5 m budesonide (afwisselend (afwisselend eeenmaal mgg budesonide mg ’’ss ochtends). ochtends). Auto-immuun Auto-immuun hepatitis: hepatitis: enmaal ddaags aags 2 ccapsules apsules vvan an 3 mg mg ’’ss en en 1 ccapsule apsule vvan an 3 mg aaanbevolen anbevolen ddosis osis bbijij iinductie nductie vvan an rremissie emissie (normalisatie Naa het daags 3 mg mg bbudesonide. udesonide. N het (normalisatie van van verhoogde verhoogde laboratorium laboratorium parameters) parameters) bbedraagt edraagt driemaal driemaal daags bbereiken ereiken van van remissie remissie is is de de aanbevolen aanbevolen ddosering osering tweemaal Dee onderhoudsbehandeling dient gedurende gedurende ttenminste enminste 24 24 maanden maanden tweemaal daags daags 3 mg mg budesonide. budesonide. D onderhoudsbehandeling dient ttee w orden vvoortgezet. oortgezet. Ouderen: Ouderen: ddoseren oseren aals ls oonder worden Kinderen: echter bbeperkt. eperkt. K inderen: Budenofalk® Budenofalk® nder ‘‘volwassenen’, volwassenen’, de de ervaring ervaring bij bij ouderen ouderen met met Budenofalk® Budenofalk® iiss echter moeten m oeten nniet iet iingenomen ngenomen worden worden door door kkinderen inderen vanwege Adolescenten de veiligheid veiligheid en en vanwege onvoldoende onvoldoende eervaring rvaring iinn deze deze leeftijdsgroep. leeftijdsgroep. A dolescenten (12-18 (12-18 jaar): jaar): de eeffectiviteit ffectiviteit zzijn ijn nnog og nniet iet aangetoond. aangetoond. Voor Voor behandeling behandeling vvan an adolescenten adolescenten met met aauto-immuun uto-immuun hhepatitis epatitis kkan an eeen en ddoseringsaanbeveling oseringsaanbeveling niet niet ggegeven egeven worden. met met met w orden. PPatiënten atiënten m et verminderde verminderde nierfunctie: nierfunctie: eerr zzijn ijn geen geen sspecifieke pecifieke ddoseringsaanbevelingen oseringsaanbevelingen voor voor ppatiënten atiënten m et nnierinsufficiëntie. ierinsufficiëntie. PPatiënten atiënten m et Wijze vverminderde erminderde leverfunctie: leverfunctie: eerr kan kan ggeen een specifieke specifieke doseringsaanbeveling doseringsaanbeveling worden worden gemaakt gemaakt omdat omdat iinformatie nformatie over over ddeze eze patiëntenpopulatie patiëntenpopulatie beperkt beperkt is. is. W ijze Dee capsules maaltijd met vvan an ttoediening: oediening: D capsules dienen dienen zonder zonder kkauwen auwen ooff fijnmaken fijnmaken ongeveer ongeveer een een hhalf alf uur uur vvoor oor de de m aaltijd m et voldoende voldoende water water ttee worden worden ingenomen. ingenomen. Dee iinhoud moet Het worden worden D nhoud vvan an ddee ssachet achet m oet iingenomen ngenomen worden worden voor voor het het ontbijt. ontbijt. H et ggranulaat ranulaat moet moet op op ddee ttong ong ggelegd elegd w orden en en iinn zzijn ijn ggeheel eheel ddoorgeslikt oorgeslikt w orden met water). maagsapresistente m et veel veel vvloeistof loeistof (bv. (bv. een een gglas las w ater). Het Het ggranulaat ranulaat moet moet nniet iet ggekauwd ekauwd ooff ggebroken ebroken worden worden tter er vvoorkoming oorkoming vvan an de de afbraak afbraak van van ddee m aagsapresistente ccoating oating vvan an het het ggranulaat. ranulaat. Vroegtijdige Vroegtijdige ddesintegratie esintegratie zal zal de de vvrijgifte rijgifte vvan an het het geneesmiddel geneesmiddel oopp een een onvoorspelbare onvoorspelbare manier manier bbeïnvloeden. eïnvloeden. Stoppen Stoppen vvan an de de behandeling: Dee behandeling mogelijk b ehandeling: D behandeling dient dient niet niet aabrupt brupt gestaakt gestaakt te te worden worden in in verband verband met met m ogelijk ooptreden ptreden van van bbijnierschorsinsufficiëntie. ijnierschorsinsufficiëntie. Aan Aan het het einde einde van van moeten Budenofalk® weken. ddee bbehandeling ehandeling m oeten B udenofalk® iinn vverlengde erlengde intervallen intervallen ggegeven egeven worden, worden, bbv. v. oom m ddee dag dag gedurende gedurende 2 w eken. Daarna Daarna kan kan de de behandeling behandeling gestaakt gestaakt worden. Duur behandeling: Dee bbehandelduur microscopische maximaal w orden. D uur vvan an de de b ehandeling: D ehandelduur bij bij ddee actieve actieve ffase ase van van ddee zziekte iekte vvan an Crohn Crohn eenn m icroscopische colitis colitis bbedraagt edraagt m aximaal 8 weken. weken. Onderhoudsbehandeling microscopische moet worden maanden). O nderhoudsbehandeling bij bij m icroscopische colitis colitis m oet regelmatig regelmatig geëvalueerd geëvalueerd w orden (uiterlijk (uiterlijk na na 1122 m aanden). Daarna Daarna aalleen lleen voortzetten voortzetten nnaa Voor iindividuele ndividuele afweging afweging vvan an de de voordelen voordelen en en de de rrisico’s isico’s voor voor ddee ppatiënt. atiënt. V oor iinductie nductie vvan an rremissie emissie bbijij behandeling behandeling van van auto-immuun auto-immuun hepatitis hepatitis dient dient een ee n worden Onderhoudsbehandeling ttotale otale ddagelijkse agelijkse dosis dosis van van 9 mg mg bbudesonide udesonide te te w orden ggegeven egeven tot tot rremissie emissie iiss bbereikt. ereikt. O nderhoudsbehandeling met met eeen en ttotale otale ddagelijkse agelijkse dosis dosis vvan an 66mg mg minstens worden worden wanneer bbudesonide udesonide ddient ient ggedurende edurende m instens 24 24 maanden maanden te te w orden voortgezet. voortgezet. Deze Deze kan kan beëindigd beëindigd w orden w anneer bbiochemische iochemische remissie remissie cconstant onstant Voedingsaaanwezig anwezig is is eenn wanneer wanneer eerr bij bij een een lleverbiopsie everbiopsie geen geen tekenen tekenen vvan an ontsteking ontsteking zzichtbaar ichtbaar zzijn. ijn. Bijwerkingen: Bijwerkingen: V oedings- en en sstofwisselingstoornissen: tofwisselingstoornissen: Cushing met met C ushing syndroom syndroom ((bv. bv. m et vvollemaansgezicht, ollemaansgezicht, obesitas obesitas van van ddee rromp, omp, aafgenomen fgenomen glucosetolerantie, glucosetolerantie, ddiabetes iabetes mellitus, mellitus, hhypertensie, ypertensie, natriumretentie natriumretentie m et ooedeem, edeem, ttoegenomen oegenomen kkaliumexcretie, aliumexcretie, inactiviteit inactiviteit ooff atrofie atrofie vvan an de de adrenale adrenale cortex, cortex, rode rode striae, striae, steroïdacne, steroïdacne, verstoring verstoring van van ddee secretie secretie vvan an <1/10.000). ggeslachtshormonen eslachtshormonen ((bv. bv. amenorroe, amenorroe, hirsutisme, hirsutisme, impotentie) impotentie) (vaak (vaak ≥1/100 ≥1/100 - <1/10), <1/10), ggroeiachterstand roeiachterstand bij bij kkinderen inderen ((zeer zeer zelden zelden < 1/10.000). Oogaandoeningen: <1/1.000). O ogaandoeningen: glaucoom, glaucoom, ccataract, ataract, wazig wazig zien zien (zelden (zelden ≥1/10.000 ≥1/10.000 - < 1/1.000). Maagdarmstelselaandoeningen: Maagdarmstelselaandoeningen: ddyspepsie, yspepsie, buikpijn buikpijn (vaak (vaak ≥1/100 ≥1/100 <1/10), < 1/10), ggastroduodenaal astroduodenaal uulcus lcus ((soms soms ≥1/1.000 ≥1/1.000 - <1/100), <1/100), pancreatitis pancreatitis (zelden (zelden ≥1/10.000 ≥1/10.000 - <1/1.000), <1/1.000), constipatie constipatie ((zeer zeer zzelden elden <1/10.000). <1/10.000). IImmuunsysteemaandoeningen: mmuunsysteemaandoeningen: ttoegenomen oegenomen rrisico isico op op infectie infectie (vaak (vaak ≥≥1/100 1/100 - <1/10). <1/10). Skeletspierstelsel-, Skeletspierstelsel-, bindweefselaandoeningen: bindweefselaandoeningen: spierspier- eenn <1/10), <1/1.000). ggewrichtspijn, ewrichtspijn, spierzwakte spierzwakte en en stuiptrekkingen, stuiptrekkingen, oosteoporose steoporose ((vaak vaak ≥1/100 ≥1/100 - < 1/10), osteonecrose osteonecrose (zelden (zelden ≥1/10.000 ≥1/10.000 - < 1/1.000). ZZenuwstelselaandoeningen: enuwstelselaandoeningen: hhoofdpijn oofdpijn ((vaak vaak ≥1/100 ≥1/100 - <1/10), <1/10), pseudotumor pseudotumor ccerebri erebri iinclusief nclusief ppapillair apillair ooedeem edeem bbijij adolescenten adolescenten (zeer (zeer zelden zelden <1/10.000). <1/10.000). PPsychische sychische sstoornissen: toornissen: depressie, depressie, pprikkelbaarheid, rikkelbaarheid, euforie euforie (vaak (vaak ≥1/100 ≥1/100 - <1/10), <1/10), psychomotorische psychomotorische hhyperactiviteit, yperactiviteit, aangst ngst (soms (soms ≥1/1.000 ≥1/1.000 - <1/100), <1/100), aagressie gressie (zelden (zelden ≥1/10.000 ≥1/10.000 - <1/1.000). <1/1.000). HuidHuid- en en oonderhuidaandoeningen: nderhuidaandoeningen: aallergisch llergisch eexantheem, xantheem, petechiën, petechiën, vvertraagde ertraagde wondgenezing, wondgenezing, ccontact ontact <1/1.000). ddermatitis ermatitis ((vaak vaak ≥≥1/100 1/100 - <1/10), <1/10), eecchymose cchymose (zelden (zelden ≥≥1/10.000 1/10.000 - < 1/1.000). Bloedvataandoeningen: Bloedvataandoeningen: toegenomen toegenomen rrisico isico op op trombose, trombose, vvasculitis asculitis Algemene ((ontwenningsverschijnsel ontwenningsverschijnsel nnaa langetermijnbehandeling) langetermijnbehandeling) (zeer (zeer zelden zelden <1/10.000). <1/10.000). A lgemene aaandoeningen andoeningen en en ttoedieningsplaatsstoornissen: oedieningsplaatsstoornissen: malaise <1/10.000). vvermoeidheid, ermoeidheid, m alaise (zeer (zeer zzelden elden < 1/10.000). IIncidenteel ncidenteel kunnen kunnen bbijwerkingen ijwerkingen ooptreden ptreden die die karakteristiek karakteristiek zijn zijn voor voor systemisch systemisch werkzame werkzame met gglucocorticosteroïden. lucocorticosteroïden. Deze Deze bbijwerkingen ijwerkingen zijn zijn aafhankelijk fhankelijk van van ddosering, osering, bbehandelingsduur, ehandelingsduur, gelijktijdige gelijktijdige ooff eerdere eerdere behandeling behandeling m et andere andere gglucocorticosteroïden lucocorticosteroïden en en individuele individuele gevoeligheid. gevoeligheid. IInn kklinische linische sstudies tudies is is aaangetoond angetoond ddat at ddee frequentie frequentie van van glucocorticosteroïdengerelateerde glucocorticosteroïdengerelateerde met bbijwerkingen ijwerkingen bij bij ggebruik ebruik van van ooraal raal Budenofalk® Budenofalk® lager lager is is dan dan bbijij orale orale bbehandeling ehandeling m et equivalente equivalente doseringen doseringen prednisolon. prednisolon. EEen en exacerbatie exacerbatie of of rrecidief ecidief manifestaties vvan an eextra-intestinale xtra-intestinale m anifestaties ((met met name name gericht gericht oopp de de hhuid uid eenn ggewrichten) ewrichten) kan kan ooptreden ptreden wanneer wanneer de de patiënt patiënt wordt wordt overgezet overgezet vvan an systemisch systemisch werkzame Contra-indicaties: Overgevoeligheid aties: O w erkzame glucocorticosteroïden glucocorticosteroïden naar naar het het llokaal okaal werkzame werkzame bbudesonide. udesonide. C voor budesonide budesonide ooff vvoor oor ééén én van van de de ontra-indicca vergevoeligheid voor Waarschuwingen: Behandeling hhulpstoffen. ulpstoffen. Levercirrose. Levercirrose. W orticosteroïden sspiegels piegels ddan an bbehandeling ehandeling ehandeling met met BBudenofalk® udenofalk® rresulteert esulteert in in llagere agere systemische systemische ccorticosteroïden aarschuwingen: B met Overschakeling symptomen die die gerelateerd gerelateerd zzijn ijn aaan an de de verschakeling vvan an andere andere ccorticosteroïden orticosteroïden therapie therapie kan kan leiden leiden ttot ot symptomen m et conventionele conventionele oorale rale ccorticosteroïden. orticosteroïden. O Voorzichtigheid mellitus, hypertensie, ddiabetes iabetes m ellitus, spiegels. V oorzichtigheid iiss ggeboden eboden bij bij patiënten patiënten met met tuberculose, tuberculose, hypertensie, vverandering erandering vvan an ddee ssystemische ystemische ccorticosteroïden orticosteroïden spiegels. waarbij elke andere andere aaandoening andoening w aarbij en familie-anamnese familie-anamnese vvan an ddiabetes iabetes mellitus mellitus of of glaucoom, glaucoom, ooff elke oosteoporose, steoporose, uulcus lcus ventriculi, ventriculi, glaucoom, glaucoom, cataract, cataract, eeen Gelijktijdige met CYP3A4 YP3A4 rremmers emmers ddient ient ttee worden worden unnen hhebben. ebben. G elijktijdige behandeling behandeling m et ketoconazol ketoconazol ooff andere andere C gglucocorticosteroïden lucocorticosteroïden ongewenste ongewenste eeffecten ffecten kkunnen rfelijke aandoeningen aandoeningen aals ls ggalactosealactose- ooff ranulaat bevat bevat lactose, lactose, ssucrose ucrose en en sorbitol. sorbitol. PPatiënten atiënten met met zeldzame zeldzame eerfelijke vvermeden. ermeden. BBudenofalk® udenofalk® maagsapresistent maagsapresistent ggranulaat malabsorptie, congenitale lactase lactase deficiëntie deficiëntie alabsorptie, ssucrase-isomaltase ucrase-isomaltase insufficiëntie, insufficiëntie, algehele algehele lactasedeficiëntie lactasedeficiëntie ooff congenitale ffructose-intolerantie, ructose-intolerantie, gglucose-galactose lucose-galactose m met met Afleverstatus U.R. fleverstatus en en vvergoeding: ergoeding: U .R. eenn Verpakking: Doos Doos m et 45 45 ooff 9900 capsules. capsules. Doos Doos m et 60 60 ssachets. achets. A ddienen ienen dditit geneesmiddel geneesmiddel nniet iet te te ggebruiken. ebruiken. Verpakking: mgg maagsapresistent RVG 1106117. 06117. Registratiehouder: Registratiehouder: mg RVG RVG 222557. 2557. BBudenofalk® udenofalk® 9 m maagsapresistent granulaat granulaat RVG vvolledig olledig vergoed. vergoed. Budenofalk® Budenofalk® ccapsule apsule 3 mg Budenofalk® mg: B.V., AG Utrecht, Nederland. mgg maagsapresistent udenofalk® 9 m maagsapresistent Van Deventerlaan Deventerlaan 331, 1, NL-3528 NL-3528 A GU trecht, N ederland. BBudenofalk® Falk PPharma harma Benelux B udenofalk® capsule capsule 3 m g: Dr. Dr. Falk Benelux B .V., Van Duitsland. Voor Dr.r. FFalk Benelux B.V., Utrecht, trecht, 003030ggranulaat: ranulaat: Dr. Dr. FFalk alk Pharma Pharma GmbH, GmbH, LLeinenweberstrasse einenweberstrasse 55,, D-79108 D-79108 Freiburg, Freiburg, D uitsland. V oor iinformatie: nformatie: D alk Pharma Pharma B enelux B .V., U Versie SPC88804800, 804800, of of rraadpleeg aadpleeg de de vvolledige olledige SPC SPC (capsules: (capsules: ggoedgekeurd oedgekeurd 1 ffebruari ebruari 2021, 2021, granulaat: granulaat: goedgekeurd goedgekeurd 1188 ffebruari ebruari 22021). 02 1 ) . V ersie vverkorte erkorte S PCttekst: ekst: 220210218 0210218
walitatieve een wantitatieve ssamenstelling: Verkorte Salofalk® Granu-Stix®, Granu-Stix®, maagsapresistente maagsapresistente tablet, tablet, zzetpil, etpil, kklysma lysma en en sschuim. chuim. K n kkwantitatieve amenstelling: Verkorte SPC-tekst SPC-tekst Salofalk® Kwalitatieve Salofalk® aagsapresistent ggranulaat ranulaat met met vverlengde erlengde afgifte, afgifte, per per ssachet achet rresp. Salofalk® Granu-Stix®: Granu-Stix®: m maagsapresistent mesalazine, met esp. 11000 000 mg, mg, 11,5 ,5 g en en 3 g m esalazine, hulpstof hulpstof m et bekend bekend g/3 m effect g/6 mg mg aspartaam aspartaam eenn 0,04 0,04 mg/0,06 mg/0,06 mg/0,12 mg/0,12 m sucrose. Salofalk® Salofalk® m effect resp. resp. 2 m mg/3 mg/6 mgg sucrose. maagsapresistente mgg m mesalazine aagsapresistente ttablet: ablet: 5500 00 m esalazine per per ttablet. ablet. resp. 5500 00 mg mg eenn 1 g pper er zetpil. zetpil. SSalofalk® alofalk® kklysma: lysma: rresp. esp. 22g/30g, g/30g, 2g/60g, Salofalk® zetpil: zetpil: resp. Salofalk® 2g/60g, 4g/60g 4g/60g mesalazine mesalazine per per kklysma. lysma. SSalofalk® alofalk® sschuim: chuim: 1 g dosis. TTherapeutische mesalazine per per dosis. herapeutische indicaties: indiccaaties: SSalofalk® alofalk® G ranu-Stix®: voor voor ddee bbehandeling mesalazine Granu-Stix®: ehandeling van van ccolitis olitis ulcerosa, ulcerosa, zowel zowel iinn de de aacute cute fase fase aals ls ter ter voorkoming vvan an rrecidieven ecidieven hiervan. hiervan. SSalofalk® alofalk® m aagsapresistente tablet: tablet: vvoor oor ddee bbehandeling ehandeling vvan voorkoming maagsapresistente an ccolitis olitis ulcerosa ulcerosa eenn zziekte iekte van van Crohn, Crohn, zzolang olang deze deze zzich ich beperkt tot tot hhet et colon, colon, zzowel owel in in de de aacute cute ffase ase als als ter ter vvoorkoming oorkoming van van rrecidieven ecidieven hhiervan. beperkt iervan. Salofalk® Salofalk® zetpil: zetpil: pproctitis roctitis uulcerosa. lcerosa. Salofalk® Salofalk® kklysma: lysma: behandeling vvan an distale distale ccolitis olitis ulcerosa ulcerosa en en recidiefprofylaxe recidiefprofylaxe vvan an deze deze ontstekingen. ontstekingen. Salofalk® Salofalk® sschuim: behandeling milde chuim: behandeling behandeling vvan an m ilde ccolitis olitis ulcerosa, ulcerosa, iinn de de acute acute fase, gelokaliseerd gelokaliseerd iinn het het sigmoïd sigmoïd en en het het rectum. rectum. Dosering: Dosering: Salofalk® Salofalk® Granu-Stix®: Granu-Stix®: tter fase, er behandeling behandeling van van aacute cute episodes episodes ccolitis olitis uulcerosa lcerosa 11,5-3,0 , 5 -3 , 0 g mesalazine per per dag dag eeenmaal enmaal ddaags aags of of vverdeeld erdeeld over over 3 doses. doses. Als Als onderhoudsbehandeling onderhoudsbehandeling tter mesalazine er vvoorkoming oorkoming vvan an recidieven recidieven vvan an ccolitis olitis uulcerosa: lcerosa: 33,0 ,0 g mesalazine pper er dag dag eenmaal eenmaal ddaags. aags. SSalofalk® alofalk® maagsapresistente maagsapresistente ttablet: ablet: tter er bbehandeling ehandeling vvan mesalazine an colitis colitis uulcerosa: lcerosa: bij bij acute acute verschijnselen verschijnselen 2,0-4,5 2,0-4,5 g per per dag dag verdeeld over over 3-4 3-4 ddoses. oses. A ls onderhoudsbehandeling onderhoudsbehandeling tter er voorkoming voorkoming vvan an recidieven: recidieven: 11,5 verdeeld Als ,5 g verdeeld verdeeld over over 3 ddoses. oses. TTer er behandeling behandeling vvan an de de zziekte iekte vvan an Crohn: Crohn: bbijij acute acute vverschijnselen erschijnselen 44,5 ,5 g per per ddag ag verdeeld verdeeld over over 4 doses. doses. A ls onderhoudsbehandeling onderhoudsbehandeling tter Als er voorkoming voorkoming van van rrecidieven: ecidieven: maximaal maximaal 2 gg,, vverdeeld erdeeld over 3 doses. doses. Salofalk® Salofalk® zetpil: zetpil: tter er bbehandeling ehandeling vvan an aacute cute pproctitis roctitis uulcerosa: lcerosa: 1,5 1,5 g mesalazine over mesalazine per per dag dag verdeeld verdeeld oover ver 3 doses doses of of 1 g eenmaal eenmaal ddaags. aags. Salofalk® Salofalk® klysma: klysma: ter ter bbehandeling ehandeling vvan an acute acute distale distale colitis colitis ulcerosa: ulcerosa: 4 ggram ram m esalazine pper mesalazine er ddag ag vverdeeld erdeeld oover ver 2 ddoses oses ((2g/30g) 2g/30g) of of eeenmaal enmaal ddaags aa g s (4g/60g) et slapen (4g/60g) voor voor hhet slapen gaan. gaan. IInn de de remissiefase remissiefase tter er vermijding vermijding van van eeen en recidief: recidief: 2 ggram ram mesalazine mesalazine eeenmaal enmaal daags daags voor voor hhet et slapen slapen gaan gaan ooff 4 ggram ram mesalazine mesalazine om om ddee andere andere ddag ag of of oom m ddee 2 ddagen agen voor voor het het sslapen lapen gaan. gaan. SSalofalk® alofalk® schuim: schuim: 2 ddoses oses eenmaal eenmaal daags daags voor voor hhet et slapen slapen gaan. gaan. KKinderen inderen vvanaf anaf 6 jaar: mesalazine/kg/dag maximale mgg mesalazine/kg/dag. Dee totale jaar: orale orale ttherapie: herapie: acute acute eepisodes: pisodes: 30-50 30-50 mg mg m esalazine/kg/dag iinn verdeelde verdeelde ddoses, oses, m aximale ddosering osering 7755 m mesalazine/kg/dag. D totale dosering dosering dient mgg mesalazine/kg/dag dient nniet iet ddee maximale maximale dosering dosering vvoor oor volwassenen volwassenen ttee overschrijden. overschrijden. Als Als onderhoudsbehandeling: onderhoudsbehandeling: 115-30 5-30 m mesalazine/kg/dag in in vverdeelde erdeelde doses. doses. De De totale wordt totale ddosering osering ddient ient niet niet ddee aanbevolen aanbevolen dosering dosering voor voor vvolwassenen olwassenen ttee overschrijden. overschrijden. In In hhet et algemeen algemeen w ordt aaanbevolen anbevolen oom m de de helft helft van van een een ddosering osering voor worden. voor volwassenen volwassenen ttee ggeven even aan aan kinderen kinderen met met een een lichaamsgewicht lichaamsgewicht ttot ot 4400 kkg; g; bboven oven 4400 kkgg kkan an ddee normale normale ddosering osering voor voor vvolwassenen olwassenen gegeven gegeven w orden. Rectale Wijze Granu-Stix® Rectale therapie: therapie: er er iiss weinig weinig ervaring ervaring eenn slechts slechts beperkte beperkte documentatie documentatie over over eeen en eeffect ffect bbijij kinderen. kinderen. W ijze vvan an ttoediening: oediening: G ranu-Stix® en en ttablet: ablet: oraal. Bijwerkingen: oraal. De De inhoud inhoud vvan an SSalofalk® alofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® sachet sachet eenn ddee ttablet ablet mogen mogen niet niet worden worden ggekauwd. ekauwd. ZZetpil, etpil, klysma klysma en en schuim: schuim: rrectaal. ectaal. B ijwerkingen: Salofalk® Salofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® eenn tabletten: tabletten: BloedBloed- eenn llymfestelselaandoeningen: ymfestelselaandoeningen: afwijkingen afwijkingen van van hhet et bbloedbeeld loedbeeld ((aplastische aplastische anemie, anemie, aagranulocytose, granulocytose, pancytopenie, <1/10.000). pancytopenie, neutropenie, neutropenie, leukopenie, leukopenie, ttrombocytopenie) rombocytopenie) (zeer (zeer zelden, zelden, < 1/10.000). IImmuunsysteemaandoeningen: mmuunsysteemaandoeningen: overgevoeligheidsreacties overgevoeligheidsreacties zzoals o al s allergisch allergisch exantheem, exantheem, ffarmacogene armacogene koorts, koorts, llupus upus eerythematodes, rythematodes, pancolitis pancolitis (zeer (zeer zelden, zelden, <1/10.000). <1/10.000). ZZenuwstelselaandoeningen: enuwstelselaandoeningen: hhoofdpijn oofdpijn ((vaak, vaak, ≥1/100, myocarditis, ≥1/100, < 1/10), 1/10), dduizeligheid uizeligheid ((zelden, zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; <1/1.000), <1/1.000), perifere perifere nneuropathie europathie (zeer (zeer zzelden, elden, <1/10.000). <1/10.000). Hartaandoeningen: Hartaandoeningen: m yocarditis, ppericarditis ericarditis (zelden, <1/1.000). (zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; < 1/1.000). Ademhalingsstelsel-, Ademhalingsstelsel-, borstkasborstkas- eenn mediastinumaandoeningen: mediastinumaandoeningen: allergische allergische eenn fibrotische fibrotische llongreactie ongreactie (inclusief (inclusief ddyspneu, yspneu, hoest, <1/10.000). Maagdarmstelselaandoeningen: hoest, bronchospasmen, bronchospasmen, aalveolitis, lveolitis, ppulmonaire ulmonaire eeosinofilie, osinofilie, llong ong infiltratie, infiltratie, ppneumonitis) neumonitis) ((zeer zeer zelden, zelden, < 1/10.000). M aagdarmstelselaandoeningen: buikpijn, <1/100). buikpijn, ddiarree, iarree, dyspepsie, dyspepsie, flatulentie, flatulentie, misselijkheid, misselijkheid, braken, braken, aacute cute pancreatitis pancreatitis (soms, (soms, ≥≥1/1.000; 1/1.000; < 1/100). LLeverever- eenn ggalaandoeningen: alaandoeningen: cholestatische cholestatische hepatitis <1/1.000), <1/10.000). hepatitis (zelden, (zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; < 1/1.000), hhepatitis epatitis (zeer (zeer zzelden, elden, < 1/10.000). HuidHuid- eenn oonderhuidaandoeningen: nderhuidaandoeningen: fotosensitiviteit fotosensitiviteit (zelden, (zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; <1/1.000), <1/1.000), alopecia alopecia (zeer (zeer zelden, zelden, <1/10.000), <1/10.000), SStevens-Johnson-syndroom, tevens-Johnson-syndroom, toxische toxische epidermale epidermale nnecrolyse ecrolyse ((frequentie frequentie niet niet bbekend). ekend). SSkeletspierstelselkeletspierstelsel- en en bindweefselaandoeningen: <1/1.000), <1/10.000). bindweefselaandoeningen: aartralgie rtralgie (zelden, (zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; < 1/1.000), myalgie myalgie (zeer (zeer zzelden elden < 1/10.000). NierNier- eenn uurinewegaandoeningen: rinewegaandoeningen: vermindering vermindering van <1/10.000), van de de nnierfunctie, ierfunctie, waaronder waaronder acute acute eenn chronische chronische interstitiële interstitiële nnefritis efritis eenn nierinsufficiëntie nierinsufficiëntie ((zeer zeer zzelden, elden, < 1/10.000), nnefrolithiase efrolithiase ((frequentie frequentie nniet iet bekend). Algemene bekend). VoortplantingsstelselVoortplantingsstelsel- en en borstaandoeningen: borstaandoeningen: oligospermie oligospermie ((reversibel) reversibel) ((zeer zeer zzelden, elden, <1/10.000). <1/10.000). A lgemene aaandoeningen: andoeningen: asthenie, asthenie, vermoeidheid vermoeidheid (zelden, (zelden, ≥1/10.000; ≥1/10.000; <1/1.000). <1/1.000). Onderzoeken: Onderzoeken: aafwijkingen fwijkingen vvan an parameters parameters vvan an de de lleverfunctie everfunctie ((verhoogde verhoogde cconcentratie oncentratie ttransaminasen ransaminasen eenn parameters parameters van van cholestasis), cholestasis), aafwijkingen fwijkingen iinn pancreas pancreas enzymen enzymen ((verhoogde verhoogde concentratie concentratie llipase ipase eenn aamylase), mylase), toegenomen toegenomen aantal aantal eeosinofielen osinofielen (soms (soms ≥1/1.000; ≥1/1.000; <1/100). <1/100). SSalofalk® alofalk® zzetpil etpil eenn klysma: klysma: ggenoemde enoemde ffrequenties requenties kkunnen unnen afwijken afwijken (lager), (lager), raadpleeg raadpleeg ddee vvolledige olledige SSPC. PC. SSalofalk® alofalk® SSchuim: c h u im : algemene algemene aandoeningen aandoeningen en en toedieningsplaatsstoornissen: toedieningsplaatsstoornissen: abdominale abdominale ddistensie istensie (vaak (vaak ≥≥1/100 1/100 - <1/10), <1/10), nnaal aal oongemak, ngemak, irritatie irritatie oopp ddee ttoedieningsplaats, oedieningsplaats, Genoemde Contranaar aafwijken fwijken (lager), (lager), rraadpleeg aadpleeg ddee volledige volledige SSPC. PC. C ontrappijnlijke ijnlijke rectale rectale tenesmus tenesmus (soms (soms ≥ 11/1.000 /1.000 - <1/100). <1/100). G enoemde ffrequenties requenties kunnen kunnen naar overgevoeligheid voor voor ddee werkzame werkzame sstof, tof, salicylaten salicylaten of of voor voor één één vvan an ddee hulpstoffen; hulpstoffen; eernstige rnstige leverlever- eenn nnierfunctiestoornis. ierfunctiestoornis. iindicaties: ndicaties: bbekende ekende overgevoeligheid Waarschuwingen: voorafgaand aan aan en en ttijdens ijdens ddee bbehandeling ehandeling dient dient eeen en controle controle vvan an het het bbloed loed (differentiaal (differentiaal bbloedtelling; loedtelling; leverfunctieparameters leverfunctieparameters W aarschuwingen: voorafgaand ALT Wanneer de behandelend erum ccreatinine) reatinine) eenn de de uurine rine (dip (dip sticks) sticks) te te worden worden verricht, verricht, indien indien de behandelend aarts rts dit dit nnoodzakelijk oodzakelijk acht. acht. W anneer ddee bevindingen bevindingen zzoals oals A LT of of AST, AST, sserum worden Wanneer m ddee 3 maanden maanden een een ccontrole ontrole te te w orden vverricht. erricht. W anneer eerr andere andere verschijnselen verschijnselen ooptreden, ptreden, dient dient eerr onmiddellijk onmiddellijk eeen en ccontrole ontrole nnormaal ormaal zijn, zijn, ddient ient eerr oom Voorzichtigheid is is ggeboden eboden bbijij patiënten patiënten met met eeen en lleverfunctiestoornis. everfunctiestoornis. SSalofalk® alofalk® dient dient nniet iet ttee worden worden gebruikt gebruikt bij bij ppatiënten atiënten met met eeen en pplaats laats ttee vinden. vinden. Voorzichtigheid worden mesalazine-geïnduceerde moet rrekening ekening w orden gehouden gehouden met met m esalazine-geïnduceerde nniertoxiciteit iertoxiciteit wanneer wanneer de de nierfunctie nierfunctie aachteruit chteruit ggaat aat tijdens tijdens de de nnierfunctiestoornis. ierfunctiestoornis. EErr moet Bijij gebruik mesalazine met mesalazinegehalte wordt gebruik vvan an m esalazine zijn zijn ggevallen evallen vvan an nnefrolithiase efrolithiase gemeld, gemeld, iinclusief nclusief stenen stenen m et eeen en m esalazinegehalte vvan an 1100%. 00%. EErr w ordt bbehandeling. e h an de li ng . B met ijdens ddee bbehandeling ehandeling voor voor vvoldoende oldoende vochtinname vochtinname ttee zorgen. zorgen. Patiënten Patiënten m et een een llongziekte, ongziekte, met met name name aastma, stma, ddienen ienen zzeer eer zzorgvuldig orgvuldig aaangeraden angeraden om om ttijdens met met ijdens eeen en behandelingskuur behandelingskuur m et Salofalk®. Salofalk®. PPatiënten atiënten m et een een vvoorgeschiedenis oorgeschiedenis van van oovergevoeligheid vergevoeligheid vvoor oor preparaten preparaten ddie ie ttee worden worden gecontroleerd gecontroleerd ttijdens met ienen zorgvuldig zorgvuldig te te worden worden bbewaakt ewaakt bij bij het het bbegin egin vvan an een een behandelingskuur behandelingskuur m et Salofalk®. Salofalk®. Bij Bij het het ooptreden ptreden van van ssulfasalazine ulfasalazine bevatten bevatten ddienen zoals bbuikkrampen, uikkrampen, aacute cute bbuikpijn, uikpijn, kkoorts, oorts, hhevige evige hoofdpijn hoofdpijn eenn hhuiduitslag, uiduitslag, dient dient de de behandeling behandeling onmiddellijk onmiddellijk te te worden worden oonverdraagzaamheidsreacties, nverdraagzaamheidsreacties, zoals Granu-Stix® ranu-Stix® aaspartaam. spartaam. Aspartaam Aspartaam iiss eenn bbron ron van van ffenylalanine. enylalanine. Het Het kkan an schadelijk schadelijk zzijn ijn vvoor oor patiënten patiënten met met ffenylketonurie enylketonurie ((PKU). PKU). ggestaakt. estaakt. . SSalofalk® alofalk® G met bevat ssucrose. ucrose. PPatiënten atiënten m et zeldzame zeldzame erfelijke erfelijke aandoeningen aandoeningen aals ls fructose-intolerantie, fructose-intolerantie, gglucose-galactose lucose-galactose malabsorptie malabsorptie ooff SSalofalk® alofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® bevat mg) nsufficiëntie ddienen ienen dditit geneesmiddel geneesmiddel nniet iet te te ggebruiken. ebruiken. Salofalk® Salofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® bbevat evat minder minder dan dan 1 mmol mmol nnatrium atrium (23 (23 m g) per pe r ssucrose-isomaltose ucrose-isomaltose iinsufficiëntie wilil zzeggen mgg nnatrium Hiermee moet worden eggen ddat at hhet et in in wezen wezen natriumvrij natriumvrij iis. s. EEén én SSalofalk® alofalk® maagsapresistente maagsapresistente tablet tablet 9966 m atrium . H iermee m oet rrekening ekening w o rd e n ssachet, achet, dat da t w met met et eeen en zzoutarm outarm dieet. dieet. Salofalk® Salofalk® kklysma lysma bbevat evat kkaliummetabisulfiet aliummetabisulfiet wat wat allergische allergische rreacties eacties kan kan uitlokken uitlokken m et aanafylactische nafylactische patiënten m ggehouden ehouden voor voor patiënten Ditit is met ronchoconstrictie ((bronchospasme). bronchospasme). D is iinn het het bbijzonder ijzonder het het ggeval eval bij bij hhiervoor iervoor gevoelige gevoelige patiënten, patiënten, m et name name met met eeen en ssymptomen ymptomen en en bbronchoconstrictie wat van astma astma of of allergie. allergie. SSalofalk® alofalk® klysma klysma bbevat evat nnatriumbenzoaat atriumbenzoaat w at oovergevoeligheidsreacties vergevoeligheidsreacties kan kan uitlokken uitlokken iinn hhiervoor iervoor gevoelige gevoelige vvoorgeschiedenis oorgeschiedenis van an iirritatie rritatie vvan an huid, huid, ogen ogen eenn luchtwegen. luchtwegen. Salofalk® Salofalk® Schuim Schuim bbevat evat propyleenglycol propyleenglycol ddat at llactaatacidose, actaatacidose, hyperosmolaliteit, hyperosmolaliteit, hemolyse hemolyse ppatiënten atiënten iinn de de vorm vorm vvan van het het centraal centraal zenuwstelsel zenuwstelsel kkan an vveroorzaken. eroorzaken. Lichte Lichte tot tot milde milde huidirritatie huidirritatie tten en ggevolge evolge vvan an ppropyleenglycol ropyleenglycol kkan an ooptreden. ptreden. Salofalk® Salofalk® eenn oonderdrukking nderdrukking van cetostearylalcohol dat dat lokale lokale huidirritatie huidirritatie kan kan vveroorzaken eroorzaken (b.v. (b.v. contactdermatitis). contactdermatitis). IInn geïsoleerde geïsoleerde ggevallen evallen kunnen k un ne n SSchuim chuim bevat bevat cetostearylalcohol ich uiten uiten iinn de de vorm vorm vvan an ademhalingsproblemen ademhalingsproblemen als als ggevolg evolg vvan an ddee aaanwezigheid anwezigheid vvan an ssulfiet, ulfiet, ook ook bbijij mensen mensen ddie ie geen geen aastma stma oovergevoeligheidsreacties vergevoeligheidsreacties zzich Verpakking: Granu-Stix® maagsapresistente Salofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® 1000 1000 mg: mg: 100 100 ssachets, achets, Salofalk® Salofalk® G ranu-Stix® 1,5 1,5 g eenn 3 g: g: 6600 ssachets. achets. Salofalk® Salofalk® m aagsapresistente hhebben. ebben. V erpakking: Salofalk® mg: tabletten. Salofalk® Salofalk® zetpil zetpil 500 500 mg mg en en 1 gg:: 30 30 zetpillen. zetpillen. Salofalk® Salofalk® kklysma lysma 22g/30g, g/30g, 2g/60g 2g/60g en en 4g/60g: 4g/60g: 7 klysma’s. klysma’s. SSalofalk® alofalk® sschuim chuim ttablet ablet 5500 00 m g: 100 100 tabletten. Afleverstatus en mgg G Granu-Stix® 1 g pper er dosis: dosis: 1 sspuitbus, puitbus, per per sspuitbus puitbus 14 14 doseringen. doseringen. A fleverstatus e n vvergoeding: ergoeding: U.R. U.R. en en volledig volledig vvergoed. ergoed. SSalofalk® alofalk® 11000 000 m ranu-Stix® RVG Granu-Stix® Granu-Stix® maagsapresistente R VG 228131; 8131; SSalofalk® alofalk® 11,5 ,5 g G ranu-Stix® RVG RVG 100059; 100059; Salofalk® Salofalk® 3 g G ranu-Stix® RVG RVG 1107302; 07302; SSalofalk® alofalk® 500 500 mg mg m aagsapresistente ttablet ablet RRVG VG 112144; 2144; SSalofalk® alofalk® 500 500 mg mg zzetpil etpil RRVG VG 11836; 11836; Salofalk® Salofalk® 1 g zetpil zetpil RVG RVG 1102870; 02870; SSalofalk® alofalk® 2g/30g 2g/30g klysma klysma RVG RVG 115393; 5393; SSalofalk® alofalk® 2g/60g 2g/60g klysma klysma RVG Registratiehouder: R VG 15845; 15845; SSalofalk® alofalk® 4g/60g 4g/60g kklysma lysma RVG RVG 11469; 11469; Salofalk® Salofalk® 1 g pper er dosis dosis sschuim chuim RVG RVG 28179. 28179. R egistratiehouder: Salofalk® Salofalk® 500 500 mg mg maagsapresistente Dr.r. FFalk m aagsapresistente ttablet, ablet, Salofalk® Salofalk® 500 500 mg mg zetpil, zetpil, SSalofalk® alofalk® 22g/30g g/30g klysma, klysma, SSalofalk® alofalk® 22g/60g g/60g klysma klysma eenn SSalofalk® alofalk® 44g/60g g/60g klysma: klysma: D alk B.V., NL-3528 PPharma harma Benelux B en el ux B Van Deventerlaan Deventerlaan 31, 31, N L-3528 AG AG Utrecht, Utrecht, Nederland. Nederland. SSalofalk® alofalk® 5500 00 mg mg Granu-Stix®, Granu-Stix®, Salofalk® Salofalk® 1000 1000 mg mg Granu-Stix®, Granu-Stix®, .V., Van SSalofalk® alofalk® 1,5 1,5 g Granu-Stix® en Salofalk® Salofalk® 1 g per per ddosis osis schuim: schuim: Dr. Dr. FFalk alk Pharma Pharma GmbH, GmbH, Granu-Stix® RVG, RVG, Salofalk® Salofalk® 3 g Granu-Stix®, Granu-Stix®, Salofalk® Salofalk® 1 g zetpil zetpil en D-79108 Voor Dr.r. FFalk Utrecht, LLeinenweberstrasse einenweberstrasse 5, trecht, 030-8804800, 030-8804800, ooff raadpleeg raadpleeg ddee 5, D -79108 Freiburg, Freiburg, Duitsland. Duitsland. V oor informatie: informatie: D alk Pharma Pharma BBenelux enelux BB.V., .V., U vvolledige olledige SSPC PC (Salofalk® (Salofalk® tabletten, tabletten, zzetpillen etpillen eenn kklysma lysma ggoedgekeurd oedgekeurd 1 ffebruari ebruari 22021, 021, Salofalk® Salofalk® Granu-Stix® Granu-Stix® eenn sschuim chuim ggoedgekeurd oedgekeurd 1166 september september Versie 22019). 019). V ersie verkorte verkorte SSPC-tekst: PC-tekst: 220210201 0210201
446-2021-NL/mei 6-2021-NL/mei 22021 02 1
Budenofalk budesonide MSR B udenofalk® = b udesonide M SR
Verkorte productinformatie Saxenda®
Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V. Zie voor volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu. Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Referentie: 1. SPC Saxenda®. 2. PiSunyer X, Astrup A, Fujioka K, et al. A Randomized, Controlled Trial of 3.0 mg of Liraglutide in Weight Management. N Engl J Med. 2015;373(1):1122.
0221-HCP NL21SX00003 Novo Nordisk® en Saxenda® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.
Naam: Saxenda® 6 mg/ml oplossing voor injectie in een voorgevulde pen. Samenstelling en farmaceutische vorm: liraglutide 6 mg/ml, oplossing voor injectie. Indicaties: Saxenda® is geïndiceerd als aanvulling op een caloriearm dieet en verhoogde lichamelijke activiteit ten behoeve van gewichtsbeheersing bij volwassen patiënten met een aanvankelijke BMI (Body Mass Index) van: ≥ 30 kg/m² (obees), of ≥ 27 kg/m² tot < 30 kg/m² (overgewicht) die ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit hebben, zoals dysglykemie (prediabetes of diabetes mellitus type 2), hypertensie, dyslipidemie of obstructieve slaapapneu. Behandeling met Saxenda® moet worden gestaakt als de patiënt na 12 weken gebruik van de dagdosering van 3,0 mg niet ten minste 5% van zijn aanvankelijke lichaamsgewicht is kwijtgeraakt. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 0,6 mg eenmaal daags. De dosis moet worden verhoogd naar 3,0 mg eenmaal daags in stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste één week om de gastro-intestinale verdraagbaarheid te verbeteren. Als verhoging naar de volgende dosisstap gedurende twee opeenvolgende weken niet wordt verdragen, moet worden overwogen de behandeling te staken. Doseringen hoger dan 3,0 mg per dag worden niet aanbevolen. Saxenda® is uitsluitend bestemd voor subcutaan gebruik. Het mag niet intraveneus of intramusculair worden toegediend. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Er is geen klinische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHA-klasse IV en liraglutide wordt daarom niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van liraglutide voor gewichtsbeheersing zijn niet vastgesteld bij patiënten: van 75 jaar of ouder; behandeld met andere producten voor gewichtsbeheersing; met obesitas secundair aan endocrinologe stoornissen, aan eetstoornissen of aan de behandeling met geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen veroorzaken; met ernstige nierinsufficiëntie; met ernstige leverinsufficiëntie. Gebruik bij deze patiënten wordt niet aanbevolen. Het gebruik van liraglutide voor gewichtsbeheersing is niet onderzocht bij patiënten met lichte of matig ernstige leverinsufficiëntie. Er is beperkte ervaring bij patiënten met IBD (Inflammatory Bowel Disease) en diabetische gastroparese. Het gebruik van liraglutide wordt niet aanbevolen bij deze patiënten. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Als er een vermoeden van pancreatitis bestaat, moet het gebruik van liraglutide worden gestaakt. Als acute pancreatitis bevestigd is, moet niet opnieuw met liraglutide worden begonnen. In klinische studies voor gewichtsbeheersing zijn bij patiënten behandeld met liraglutide meer gevallen van cholelithiase en cholecystitis waargenomen dan bij patiënten behandeld met placebo. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van cholelithiase en cholecystitis. Liraglutide moet met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een schildklieraandoening. Een stijging in de hartfrequentie is waargenomen bij gebruik van liraglutide in klinische studies. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de symptomen van een verhoogde hartfrequentie. Bij patiënten met een klinisch relevante blijvende stijging van de hartfrequentie in rust, moet de behandeling met liraglutide worden gestaakt. Klachten en symptomen van dehydratie werden gemeld bij patiënten die behandeld zijn met GLP-1-receptoragonisten. Patiënten die behandeld worden met liraglutide moeten worden geïnformeerd over het potentiële risico op dehydratie met betrekking tot gastrointestinale bijwerkingen en moeten voorzorgsmaatregelen nemen om een vochttekort te voorkomen. Patiënten met diabetes mellitus type 2 die liraglutide krijgen in combinatie met insuline en/of een sulfonylureumderivaat hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Bij patiënten met diabetes mellitus mag Saxenda® niet worden gebruikt als een vervanger van insuline. Diabetische ketoacidose is gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten na snelle stopzetting of dosisverlaging van insuline. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Saxenda® werd op veiligheid geëvalueerd in 5 dubbelblinde, placebogecontroleerde studies bij 5.813 patiënten met obesitas of overgewicht en ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit. De meest frequent (zeer vaak) gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid, braken, diarree en obstipatie. De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig ernstig en voorbijgaand van aard, en de meeste leidden niet tot staken van de behandeling. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide-1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ02. Afleverstatus: U.R. Vergoeding: Niet vergoed. Datum: september 2020.
Hi
NICE TO MEET YOU BEZOEK ONZE WEBSHOP OP W W W. I M B A R R O . N L
FIND US! www.imbarro.nl
Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl
info@imbarro.nl info@imbarr o.nl T. +31 055 5422766
FIND YOUR NEAREST IMBARRO STORE AT | IMBARRO.NL/MAPLIST
Verkorte geneesmiddelinformatie Naam van het geneesmiddel: Plenadren 5 mg / Plenadren 20 mg Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Plenadren 5 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 5 mg hydrocortison. Plenadren 20 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 20 mg hydrocortison. Farmaceutische vorm: Tablet met gereguleerde afgifte. Therapeutische indicaties: Behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie (bijnierschorshypofunctie) bij volwassenen. Hydrocortison is een glucocorticoïde en de synthetische vorm van endogeen geproduceerd cortisol. Glucocorticoïden zijn belangrijke steroïden voor het intermediaire metabolisme, de immuunfunctie, het skeletspierstelsel en bindweefsel, en de hersenen. Cortisol is de belangrijkste glucocorticoïde die door de bijnierschors wordt afgescheiden. Van nature voorkomende glucocorticoïden (hydrocortison en cortisol), die ook zoutretentieeigenschappen hebben, worden gebruikt als vervangingstherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie. Ze worden ook gebruikt wegens hun krachtige ontstekingsremmende effecten bij aandoeningen van vele orgaansystemen. Glucocorticoïden veroorzaken krachtige en gevarieerde metabolische effecten. Bovendien veranderen ze de immuunreacties van het lichaam op uiteenlopende prikkels. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 van de volledige SmPC vermelde hulpstoffen. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Acute bijnierschorsinsufficiëntie: Acute bijnierschorsinsufficiëntie kan ontstaan bij patiënten die bekend zijn met bijnierschorsinsufficiëntie bij wie de dagelijkse dosering niet volstaat of die zich in omstandigheden met een verhoogde behoefte aan cortisol bevinden. Er zijn voorvallen gemeld bij patiënten die met Plenadren werden behandeld. Bij patiënten met acute bijnierschorsinsufficiëntie kan een bijniercrisis ontstaan. Daarom dienen patiënten ingelicht te worden over de verschijnselen en symptomen van acute bijnierschorsinsufficiëntie en bijniercrisis en moeten zij onmiddellijk medische hulp inroepen. Bij een bijniercrisis moet parenterale, bij voorkeur intraveneuze toediening van hydrocortison in hoge doses, samen met natriumchlorideoplossing voor infusie (9 mg/ml, 0,9%) worden toegepast volgens de huidige behandelingsrichtlijnen. Bijkomende infecties: Bij voorbijgaande ziekten zoals geringe infecties, koorts ongeacht de oorzaak, stressvolle omstandigheden zoals kleine chirurgische procedures, moet de dagelijkse vervangingsdosis tijdelijk worden verhoogd (zie rubriek ‘Gebruik bij bijkomende ziekte’). De patiënt moet zorgvuldig worden geïnformeerd hoe hij/zij in deze omstandigheden moet handelen, en moet ook worden geadviseerd onmiddellijk medische hulp te zoeken als zich een acute verslechtering voordoet; vooral in het geval van gastro-enteritis, braken en/of diarree die leiden tot zowel vocht- en zoutverlies als tot ontoereikende absorptie van oraal hydrocortison. Bij patiënten bij wie de bijnierschorsinsufficiëntie samenvalt met retrovirale infectie, zoals hiv, moet de dosis zorgvuldig worden aangepast als gevolg van mogelijke interacties met antiretrovirale geneesmiddelen en een verhoogde hydrocortisondosis als gevolg van de infectie. Uit wetenschappelijke verslagen is niet gebleken dat hydrocortison immunosuppressieve effecten zou hebben bij doses die zijn gebruikt voor vervangingstherapie bij patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie. Daarom is er geen reden om aan te nemen dat vervangingsdoses van hydrocortison een systemische infectie of de gevolgen van zo’n infectie zullen verergeren. Evenmin is er reden aan te nemen dat de hydrocortisondoses die worden gebruikt voor vervangingstherapie de respons op vaccins verminderen en het risico op gegeneraliseerde infectie met levende vaccins verhogen. Maaglediging en motiliteitsstoornissen: Tabletten met gereguleerde afgifte (MR-tabletten) worden niet aanbevolen bij patiënten met een verhoogde maag-darmmotiliteit, i.e., chronische diarree, vanwege het risico op een verminderde cortisolblootstelling. Er zijn geen gegevens van patiënten met een bevestigde langzame maaglediging of een verminderde-motiliteitziekte/stoornis. Bij patiënten met deze aandoeningen moet de klinische respons worden gevolgd. Het gebruiken van hogere doses hydrocortison dan normaal: Hoge (suprafysiologische) doses hydrocortison kunnen een verhoging van de bloeddruk, zout- en waterretentie en een verhoogde uitscheiding van kalium veroorzaken. Behandeling voor lange tijd met hogere dan fysiologische doses hydrocortison kan leiden tot klinische kenmerken die lijken op die van het syndroom van Cushing: toegenomen adipositas, obesitas in de buik, hypertensie en diabetes. Zo’n behandeling voor lange tijd kan leiden tot een verhoogd risico op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Ouderdom en een lage BMI zijn bekende risicofactoren voor veel voorkomende bijwerkingen van farmacologische doses glucocorticoïden, zoals osteoporose, dun worden van de huid, diabetes mellitus, hypertensie en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. Alle glucocorticoïden verhogen de calciumuitscheiding en verlagen de snelheid van botremodellering. Er is gevonden dat patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie die voor lange tijd een vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen, een verminderde botmineraaldichtheid hadden. Langdurig gebruik van hoge doses glucocorticoïden kan posterieure subcapsulaire cataracten en glaucoom met mogelijke beschadiging van de oogzenuwen veroorzaken. Zulke effecten zijn niet gerapporteerd bij patiënten die vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen in doses die worden voorgeschreven bij bijnierschorsinsufficiëntie. Psychische bijwerkingen kunnen voorkomen bij gebruik van systemische glucocorticoïden. Dit kan optreden aan het begin van de behandeling en tijdens periodes van dosisaanpassing. De risico’s kunnen groter zijn wanneer hoge doses worden gegeven. De meeste bijwerkingen verdwijnen vanzelf na verlaging van de dosis, hoewel specifieke behandeling nodig kan zijn. Schildklierfunctie: Patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie moeten in beeld worden gehouden ten aanzien van een mogelijke verstoring van de schildklierfunctie, omdat zowel hypo- als hyperthyreoïdie de blootstelling aan toegediend hydrocortison merkbaar kan beïnvloeden. De behandeling van primaire bijnierschorsinsufficiëntie rechtvaardigt vaak de toevoeging van een mineralocorticoïde. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Hydrocortison wordt gegeven als een vervangingstherapie met als doel de normale cortisolniveaus te herstellen. Het profiel van bijwerkingen bij de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie is daarom niet vergelijkbaar met dat bij andere aandoeningen waarbij veel hogere doses orale of parenterale glucocorticoïden nodig zijn. Uit een onderzoek van 12 weken bleek dat de frequentie en het type bijwerkingen van Plenadren dat eenmaal per dag als MR-tablet werd gegeven, en van driemaal daags hydrocortisontabletten in het algemeen vergelijkbaar waren. Bij ongeveer één op de vijf patiënten was er een aanvankelijke toename in de frequentie van bijwerkingen; dit werd waargenomen tot acht weken na de overgang van conventionele hydrocortisontabletten, drie keer per dag, op MR-tabletten die éénmaal per dag werden gegeven. Deze bijwerkingen (buikpijn, diarree, misselijkheid en vermoeidheid) zijn echter licht of matig, van voorbijgaande aard, van korte duur, maar het kan noodzakelijk zijn de dosis bij te stellen of bijkomende geneesmiddelen te gebruiken, zie rubriek Gebruik bij bijkomende ziekte’. Vermoeidheid is gerapporteerd als zeer vaak voorkomend. Tabel met bijwerkingen: Een totaal van 80 patiënten (173 patiëntjaren aan gegevens) is in klinische onderzoeken behandeld met gereguleerde afgifte van hydrocortison. Bijwerkingen uit deze onderzoeken en postmarketingervaring worden hieronder genoemd. De gegevens worden als volgt per systeem/orgaanklasse en frequentie weergegeven: Zeer vaak (*1/10); vaak (* 1/100, < 1/10). Zenuwstelselaandoeningen: Zeer vaak: Vertigo, Hoofdpijn; Maagdarmstelselaandoeningen: Zeer vaak: Diarree; Vaak: Bovenbuikpijn, Nausea; Huid- en onderhuidaandoeningen: Vaak: Pruritus, Rash: Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Vaak: Artralgie; Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: Zeer vaak: Vermoeidheid; Bovendien zijn de volgende bijwerkingen gerapporteerd voor andere hydrocortisonmiddelen die in hogere doses worden gegeven voor andere indicaties dan als vervangingstherapie voor bijnierschorsinsufficiëntie (frequenties niet bekend). Immuunsysteemaandoeningen: Activering van een infectie (tuberculose, schimmel- en virale infecties waaronder herpes). Endocriene aandoeningen: Inductie van glucose-intolerantie of diabetes mellitus. Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Natrium- en waterretentie en neiging tot oedeem, hypertensie, hypokaliëmie. Psychische stoornissen: Euforie en psychose, slapeloosheid. Oogaandoeningen: Verhoogde intraoculaire druk en cataract. Maagdarmstelselaandoeningen: Dyspepsie en verergering van een reeds bestaande maagzweer. Huid- en onderhuidaandoeningen: Cushing-achtige symptomen, huidstriemen, echymosen, acne en hirsutisme, verstoorde wondgenezing. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Osteoporose met spontane botbreuken. Melding van vermoedelijke bijwerkingen: Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl. Farmacotherapeutische categorie: Corticosteroïden voor systemisch gebruik, glucocorticoïden. ATC-code: H02AB09. Houder van de handelsvergunning: Shire Services BVBA, Rue Montoyer 47, B - 1000 Brussel, België. Nummers van de handelsvergunning: Plenadren 5 mg: EU/1/11/715/001 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/003 (2 flessen met 50 tabletten) Plenadren 20 mg: EU/1/11/715/002 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/006 (2 flessen met 50 tabletten) Afleverstatus: UR Datum van herziening van de tekst: 05/2018. Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu. Volledige productinformatie is verkrijgbaar via de lokale vertegenwoordiger in Nederland: Takeda Nederland bv, Hoofddorp of www.takeda.nl. Referenties: 1. Isidori AM et al. Lancet Diabetes Endocrinol. 2018;6(3):173–185. 2. PLENADREN samenvatting van de productkenmerken, mei 2018. 3. Giordano R et al. Endocrine. 2016 Feb;51(2):360-8.
‘Doordat ik aan een goed doel ) ' /Ѷ #* ȅ - " ) erfbelasting betaald te worden.’
Ҁ & + ' '$ 1 5 '! 2 - ($%) " ' # ) " /ѵҁ
$%& *+ /* "$ȅѵ)' ) *)/ & #* 02 $ ' ) &0)) ) 1**-/' 1 ) **) / ' / ) ) ) "* * 'ѵ
Productiedatum: mei 2021 C-APROM/NL/PLE/0008
BEZOEK O ONZE ONZ WEBSHOP S
FIND US!
WWW.IMBARRO.NL B
www.imbarro.nl info@imbarro.nl info@imbarr o.nl T. +31 055 5422766
FIND YOUR NEAREST IMBARRO STORE AT IMBARRO.NL/MAPLIST
BERGHEGE HEERKENS BOUWGROEP BOUWT VOOR DE ZORG
DE BERGHEGE HEERKENS BOUWGROEP IS DÉ BOUWPARTNER VOOR UITEENLOPENDE BOUWPROJECTEN IN DE ZORGSECTOR. VAN COMPLEXE NIEUWBOUW TOT VERNIEUWBOUW EN RENOVATIE. VAN ULTRAMODERNE OK TOT GASTVRIJE ONTMOETINGSRUIMTE. VOLGENS EEN INTEGRALE AANPAK WAARBIJ VEILIGHEID VOOROP STAAT. OOK IN EEN OPERATIONEEL ZIEKENHUIS. Heerkens van Bavel Bouw en Bouwbedrijf Berghege zijn samengegaan in de Berghege Heerkens bouwgroep. De familiebedrijven bundelen hun jarenlange specialistische kennis en kunde voor opdrachtgevers zoals de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht en het Máxima Medisch Centrum te Veldhoven. In opdracht van Rijnstate werken we nu samen met Unica aan een nieuwe, duurzame ziekenhuisvoorziening met one-stop-shop-principe in Elst.
Volg de bouwontwikkelingen via de BHB app (gratis in App Store en Google Play)
www.berghegeheerkens.nl
info@berghegeheerkens.nl
Heeft uw patiënt voetklachten?
Denk aan Voetencentrum Flipse. Wij zijn gespecialiseerd in klachten aan de onderste extremiteit. U kunt hierbij denken aan steunzolen, (semi) orthopedische schoenen, braces en spalken, maar vooral ook bij (voet)klachten als gevolg van diabetes of reuma. Onze overtuiging binnen de praktijk is dat wij kwaliteit leveren door aandacht voor de patiënt. Oprecht geïnteresseerd zijn in onze patiënten en samen op zoek gaan naar de beste oplossing voor de zorgvraag. Dit bereiken we met een team van podotherapeuten en orthopedisch technologen en te werken met moderne technieken (3D scannen) op spreekuren in de regio. We zijn dus altijd dichtbij voor de patiënt en werken zonder wachtlijst. Wij willen graag een oplossing geven waar de patiënt mee verder kan. Als de patiënt naar ons wordt doorverwezen dan gaan wij een oplossing bieden. Dit doen we al jaren in samenwerking met Rijnstate ziekenhuis. voetencentrum Flipse Tel: 088 - 301 4000 Info@voetencentrumflipse.nl www.voetencentrumflipse.nl
Referenties: 1. XELJANZ SmPC. 2. Sandborn WJ. et al. Clinical Gastroenterology and Hepatology (2018), doi.org/10.1016/j.cgh.2018.11.035. 3. Hanauer S et al. Clinical Gastroenterology and Hepatology (2018), doi: 10.1016/j.cgh.2018.07.009. 4. Sandborn WJ et al. N. Engl J Med 2017; 376(10): 1723-1736. Verkorte productinformatie XELJANZ (opgesteld: december 2020). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. W Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: XELJANZ 5 en 10 mg filmomhulde tabletten en XELJANZ 11 mg tabletten met verlengde afgifte bevatten als werkzame stof tofacitinibcitraat, overeenkomend met respectievelijk 5, 10 mg en 11 mg tofacitinib. Elke 5 mg filmomhulde tablet bevat 59,44 mg lactose. Elke 10 mg filmomhulde tablet bevat 118,88 mg lactose. Elke 11 mg tablet met verlengde afgifte bevat 152,23 mg sorbitol. Indicaties: Reumatoïde artritis: Tofacitinib in combinatie met methotrexaat (MTX) is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) bij volwassen patiënten die onvoldoende reageerden op of intolerant zijn voor één of meerdere disease-modifying anti-rheumatic drugs (DMARD’s). Tofacitinib kan worden gegeven als monotherapie indien MTX niet wordt verdragen of indien behandeling met MTX niet gepast is. Arthritis psoriatica: Tofacitinib in combinatie met MTX is geïndiceerd voor de behandeling van actieve arthritis psoriatica (PsA) bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op of intolerant waren voor een eerdere behandeling met een DMARD. Colitis ulcerosa: Tofacitinib is geïndiceerd voor de behandeling van matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa (CU) bij volwassen patiënten die onvoldoende reageerden op, niet meer reageerden op of intolerant waren voor ofwel conventionele behandeling ofwel voor een biologisch middel. Farmacotherapeutische categorieën: immunosuppressiva, selectieve immunosuppressiva, ATC code: L04AA29. Dosering: De behandeling dient te worden gestart en plaats te vinden onder toezicht van gespecialiseerde artsen met ervaring in de diagnosticering en behandeling van aandoeningen waarvoor tofacitinib is geïndiceerd. Reumatoïde artritis: De aanbevolen dosis is 5 mg, tweemaal daags, of één 11 mg tablet met verlengde afgifte, eenmaal daags toegediend. Deze dosis dient niet te worden overschreden. Voor schakelen tussen 5 mg filmomhulde tabletten en 11 mg tabletten met verlengde afgifte: zie de SPC. Arthritis psoriatica: De aanbevolen dosis is 5 mg, tweemaal daags toegediend. Deze dosis dient niet te worden overschreden. Colitis ulcerosa (CU): Inductiebehandeling: De aanbevolen dosis is 10 mg, tweemaal daags oraal toegediend gedurende 8 weken. Voor verdere informatie over inductiebehandeling zie de SPC. Onderhoudsbehandeling: De aanbevolen dosis is tweemaal daags 5 mg tofacitinib oraal toegediend. Voor verdere informatie over onderhoudsbehandeling zie de SPC. Herbehandeling bij CU en onderbreking en stopzetting van de toediening: zie de SPC voor meer informatie. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Actieve tuberculose (tbc), ernstige infecties zoals sepsis, of opportunistische infecties. Ernstige leverinsufficiëntie. Zwangerschap en borstvoeding. Waarschuwingen en voorzorgen: Combinatie met andere behandelingen: Tofacitinib is niet onderzocht en het gebruik ervan dient te worden vermeden in combinatie met biologische middelen, anti-integrines, selectieve co-stimulatoire modulatoren en krachtige immunosuppressiva vanwege de kans op verhoogde immuunsuppressie en een verhoogd risico op infectie. Veneuze trombo-embolie (VTE): Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bekende risicofactoren voor VTE, ongeacht de indicatie en dosering. Tofacitinib tweemaal daags 10 mg als onderhoudsbehandeling wordt niet aanbevolen bij patiënten met CU die bekende risicofactoren voor VTE hebben, tenzij er geen geschikte alternatieve behandeling beschikbaar is. Risicofactoren voor VTE zijn onder andere: eerdere VTE, patiënten die een zware operatie moeten ondergaan, beperkingen in mobiliteit, myocardinfarct (in de afgelopen 3 maanden), hartfalen, gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva of hormonale substitutietherapie, erfelijke stollingsziekte, maligniteit. Er dient ook rekening te worden gehouden met andere risicofactoren voor VTE, zoals leeftijd, zwaarlijvigheid (BMI ≥30), diabetes, hypertensie, roken. Patiënten dienen tijdens de behandeling met tofacitinib periodiek opnieuw te worden geëvalueerd om te beoordelen of er veranderingen zijn in het risico op VTE. Patiënten met tekenen en symptomen van VTE moeten direct geëvalueerd worden en tofacitinib moet worden stopgezet bij patiënten met een vermoedelijke VTE, ongeacht de dosis of indicatie. Ernstige infecties: Tofacitinib dient niet te worden gestart bij patiënten met actieve infecties, waaronder lokale infecties. Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van tekenen en symptomen van infectie tijdens en na behandeling met tofacitinib. De behandeling dient te worden onderbroken als zich bij een patiënt een ernstige infectie, een opportunistische infectie of sepsis ontwikkelt. Voorzichtigheid is geboden bij behandeling van ouderen en patiënten met diabetes. Aangezien de incidentie van infecties bij ouderen en bij diabetische populaties over het algemeen hoger is, is voorzichtigheid geboden bij behandeling van ouderen en patiënten met diabetes. Bij patiënten ouder dan 65 jaar dient tofacitinib alleen te worden overwogen als er geen geschikte alternatieve behandeling is. Tuberculose: Patiënten met latente tbc, die positief testen, dienen te worden behandeld met standaard antimycobacteriële behandeling alvorens tofacitinib toe te dienen. Het raadplegen van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van tbc wordt aanbevolen bij het nemen van de beslissing of het starten van een behandeling tegen tuberculose aangewezen is voor een individuele patiënt. Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van tekenen en symptomen van tbc, ook patiënten met een negatieve test voor latente tbc-infectie voorafgaand aan de behandeling. Virale reactivering: Alvorens een behandeling met tofacitinib te starten, dient een screening op virale hepatitis te worden uitgevoerd in overeenstemming met klinische richtlijnen. Maligniteit en lymfoproliferatieve aandoening: De risico’s en voordelen van behandeling met tofacitinib dienen te worden overwogen alvorens een behandeling te starten bij patiënten met een huidige of een voorgeschiedenis van maligniteit anders dan een met succes behandelde niet-melanome huidkanker (NMSC) of wanneer voortzetting van tofacitinib wordt overwogen bij patiënten bij wie zich een maligniteit ontwikkelt. De kans bestaat dat tofacitinib de afweer van een persoon tegen maligniteiten beïnvloedt. Niet-melanome huidkanker: NMSC’s zijn gemeld bij patiënten die met tofacitinib zijn behandeld. Het risico op NMSC kan hoger zijn bij patiënten die worden behandeld met tweemaal daags 10 mg tofacitinib dan bij patiënten die worden behandeld met tweemaal daags 5 mg. Periodiek huidonderzoek wordt aanbevolen voor patiënten met een verhoogd risico op huidkanker. Interstitiële longziekte: Voorzichtigheid wordt aanbevolen bij patiënten met een voorgeschiedenis van chronische longziekte, aangezien ze vatbaarder voor infecties kunnen zijn. Van Aziatische RA-patiënten is bekend dat ze een hoger risico op interstitiële longziekte hebben, daarom is voorzichtigheid geboden bij de behandeling van deze patiënten. Gastro-intestinale perforaties: Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verhoogd risico op gastro-intestinale perforatie. Patiënten met nieuw ontstane abdominale tekenen en symptomen dienen onmiddellijk te worden geëvalueerd voor vroege vaststelling van gastro-intestinale perforatie. Cardiovasculair risico: RA- en PsA-patiënten hebben een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. Bij met tofacitinib behandelde patiënten dienen de risicofactoren te worden behandeld als onderdeel van de gebruikelijke standaardzorg. Leverenzymen: Voorzichtigheid is geboden wanneer starten van een behandeling met tofacitinib wordt overwogen bij patiënten met verhoogd alanineaminotransferase of aspartaataminotransferase, vooral bij het starten in combinatie met potentieel hepatotoxische geneesmiddelen zoals MTX. Na het starten worden regelmatige controle van levertesten en onmiddellijk onderzoek naar de oorzaken van waargenomen toenames in leverenzymen aanbevolen om mogelijke gevallen van door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel vast te stellen. Indien door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel wordt vermoed, dient de toediening van tofacitinib te worden onderbroken totdat deze diagnose is uitgesloten. Overgevoeligheid: Als een ernstige allergische of anafylactische reactie optreedt, dient tofacitinib onmiddellijk te worden stopgezet. Laboratoriumparameters: Voor het controleren van lymfocytenaantallen, neutrofielenaantallen, hemoglobinewaarde en lipidenparameters voor en tijdens de behandeling, zie de SPC. Vaccinaties: Vóór aanvang van de behandeling met tofacitinib wordt aanbevolen dat alle patiënten alle immunisaties volgens de huidige immunisatierichtlijnen hebben gehad. Het wordt aanbevolen om levende vaccins niet gelijktijdig met tofacitinib te geven. Gastro-intestinale obstructie met een niet-vervormbare formulering met verlengde afgifte: Voorzichtigheid dient te worden betracht bij het toedienen van tofacitinib 11 mg tabletten met verlengde afgifte aan patiënten met bestaande ernstige vernauwing van het maagdarmkanaal. Informatie over hulpstoffen: Lactose: De 5 en 10 mg filmomhulde tabletten bevatten lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucosegalactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Natrium: De 5 en 10 mg filmomhulde tabletten bevatten natrium. Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet. Patiënten die een natriumarm dieet volgen, kunnen worden geïnformeerd dat dit geneesmiddel in wezen ‘natriumvrij’ is. Sorbitol: De 11 mg tabletten met verlengde afgifte bevatten sorbitol. Er dient rekening te worden gehouden met het additieve effect van gelijktijdig toegediende producten die sorbitol (of fructose) bevatten en inname van sorbitol (of fructose) via de voeding. Het gehalte aan sorbitol in geneesmiddelen voor oraal gebruik kan invloed hebben op de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediende andere geneesmiddelen voor oraal gebruik. Interacties: Gelijktijdige toediening van krachtige inductoren van CYP3A4 met tofacitinib wordt niet aanbevolen. Bijwerkingen: Vaak (≥1/100,< 1/10): pneumonie, griep, herpes zoster, urineweginfectie, sinusitis, bronchitis, nasofaryngitis, faryngitis, anemie, hoofdpijn, hypertensie, hoesten, buikpijn, braken, diarree, misselijkheid, gastritis, dyspepsie, rash, artralgie, pyrexie, perifeer oedeem, vermoeidheid, creatinefosfokinase in bloed verhoogd. Soms (≥1/1.000, <1/100): tuberculose, diverticulitis, pyelonefritis, cellulitis, herpes simplex, virale gastro-enteritis, virale infectie, niet-melanome huidkankers, leukopenie, lymfopenie, neutropenie, dyslipidemie, hyperlipidemie, dehydratie, insomnia, paresthesie, veneuze trombo-embolie, dyspneu, bijholteverstopping, hepatische steatose, leverenzym verhoogd, transaminasen verhoogd, leverfunctietesten abnormaal, gamma-glutamyltransferase verhoogd, erytheem, pruritus, skeletspierstelselpijn, gewrichtszwelling, tendinitis, creatinine in bloed verhoogd, cholesterol in bloed verhoogd, ‘low-density’ lipoproteïne verhoogd, gewicht toegenomen, ligamentverstuiking, spierverrekking. Zelden (≥1/10.000, <1/1.000): sepsis, urosepsis, uitgezaaide tbc, necrotiserende fasciitis, bacteriëmie, stafylokokkenbacteriëmie, pneumocystis jiroveci-pneumonie, pneumokokkenpneumonie, bacteriële pneumonie, encefalitis, atypische mycobacteriële infectie, cytomegalovirusinfectie, bacteriële artritis. Zeer zelden (<1/10.000): tuberculose van het centrale zenuwstelsel, cryptokokkenhersenvliesontsteking, mycobacterium avium complex-infectie. Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): overgevoeligheid voor het geneesmiddel, angio-oedeem, urticaria. Afleveringsstatus: UR. Verpakking: XELJANZ 5 mg en 10 mg tabletten zijn verkrijgbaar in blisterverpakkingen met 14 tabletten. Elk doosje bevat 56 tabletten. XELJANZ 11 mg tabletten zijn verkrijgbaar in blisterverpakkingen met 7 tabletten. Elk doosje bevat 28 tabletten. Registratienummers: EU/1/17/1178/003, 007 en 012. Vergoeding en prijzen: De kosten voor 636). Registratiehouder: Pfizer Europe MA XELJANZ zijn declarabel voor ziekenhuizen via de add-on regeling. Voor prijzen wordt verwezen naar de Z-Index taxe. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). EEIG, Boulevard de la Plaine 17, 1050 Brussel, België. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel.
URSOCHOL UR S OCHOL 600
DE STERK STERKSTE STE
200101URS
Laat je inspireren op rivieramaison.com
Volg ons ook op:
Productinformatie en referenties elders in deze uitgave. C-APROM/NL/PLE/0009
VERBETER DE
BALANS VOOR EEN BETERE KWALITEIT VAN LEVEN*
1,2,3
PLENADREN: éénmaal daags is geïndiceerd voor de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie bij volwassenen2 *gemeten met AddiQoL questionnaire.
Hydrocortisontabletten met gereguleerde afgifte
AFVALLEN Ondanks mijn wil een enorme uitdaging.
Ondersteun uw patiënten Saxenda®. Een receptgeneesmiddel voor gewichtsverlies bij volwassenen met een BMI * 27 kg/m2 i.c.m. één of meer co-morbiditeiten of een BMI * 30 kg/m2.1 Uitsluitend geleverd via www.thuisapotheek.nl Wilt u meer weten? www.saxenda-voor-arts.nl Gebruik de login code: Sax7261 óf scan de QR-code
8,0 %
Gemiddeld gewichtsverlies na 1 jaar bij volwassenen met een BMI * 27 kg/m2 en dyslipidemie en/of hypertensie of BMI * 30 kg/m2.*2 SCALE obesitas en prediabetes: Een 56 weken durende placebo-gecontroleerde dubbelblinde studie (n=3731) naar de veiligheid en werkzaamheid van Saxenda® toegevoegd aan leefstijlinterventie in de vorm van een energiebeperkt dieet en lichaamsbeweging onder begeleiding.
* Gewichtsverlies verschil vs. placebo: -5,4% (P<0,001)2 NL21SX00003 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.