Skip to main content

Maasstad Wetenswaardig Nummer 12 Winter 2021/2022

Page 1

WETENS~ WAARDIG NUMMER 12 | WINTER 2021/2022

VITAAL BEDREIGDE NEONAAT IN BEELD OPTIFLOW VAN LAATSTE REDMIDDEL NAAR STANDAARDBEHANDELING OP SAFARI OP DE HOLDING


PATIËNTEN DIE CIMZIA® GEBRUIKEN HEBBEN NU MEER KEUZE1

OF

Voorgevulde spuit

OF

AutoClicks® voorgevulde pen

ava Connect® en dosisverstrekkingspatroon

EN ZE KRIJGEN MEER ONDERSTEUNING DANKZIJ CIMPLYME®

CimplyMe® is een begeleidings-app voor patiënten met CIMZIA® die synchroniseert met ava Connect® en te gebruiken is in combinatie met de voorgevulde spuit en autoclicks. De app is ontwikkeld met als doel de patiënt te ondersteunen bij zelfmanagement en therapietrouw. Hierdoor wordt de samenwerking tussen u en uw patiënt verbeterd en de vertrouwensband versterkt.

NL-P-CZ-AS-2100021

Een begeleidings-app voor patiënten die CIMZIA® gebruiken. CimplyMe® kan synchroniseren met ava Connect®.


VOORWOORD Beste lezer, In deze roerige tijden in ons ziekenhuis met de grote druk die de pandemie op ons allen legt, is een beetje afleiding en vertier zeer welkom. De nieuwe Wetenswaardig die u zojuist openslaat en waarvan u nu het voorwoord leest, biedt u dit moment van ontspanning en inspiratie. De wetenschap in het Maasstad Ziekenhuis blijft op koers! In dit nummer besteden we aandacht aan onze patiënten op Zuid die hun smartphone niet opnemen als het telefoonnummer met 020 begint (een gewoonte die overigens populairder is geworden sinds Berghuis bij Ajax speelt..). Onze columnist Philip dÁilly licht toe dat deze gewoonte ook opduikt in de uitvoering van wetenschap! De collega’s van de afdelingen Intensive Care, Longziekten en Interne Geneeskunde publiceerden hun ervaringen met Optiflow voor Covid patiënten op de verpleegafdeling: een indrukwekkend voorbeeld van hoe onder druk van de pandemie innovatief denken sterker is dan ooit. Mocht u dit inspireren dan leest u ook in dit nummer hoe u uw rijbewijs voor wetenschappelijk onderzoek kunt halen door de GCP of BROK cursus te doen. Bent u verpleegkundige en denkt u na om ook wetenschap te gaan bedrijven, lees dan het artikel over Maroeska Soeteman en haar ervaringen met onderzoek op de afdeling Neonatologie! Als u er dan nog niet genoeg van heeft, dan is het een kleine moeite om te lezen over de backbone van het wetenschapsbedrijf in ons ziekenhuis, gevormd door: de researchverpleegkundigen en researchcoördinatoren. Juliette, Alcinda en José vertellen over hun werk in deze functies. Ten slotte laat Seppe Koopman zien dat een operatie ondergaan in het Maasstad betekent dat je op safari gaat in Botswana of een wereldreis gaat maken middels de VR bril. Ik wens u veel leesplezier!

Michael Groeneweg, kinderarts Hoofdredacteur

Wetenswaardig

3


Productinformatie en referenties elders in deze uitgave. C-APROM/NL/PLE/0009

VERBETER DE

BALANS VOOR EEN BETERE KWALITEIT VAN LEVEN*

1,2,3

PLENADREN: éénmaal daags is geïndiceerd voor de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie bij volwassenen2 *gemeten met AddiQoL questionnaire.

Hydrocortisontabletten met gereguleerde afgifte


INHOUDSOPGAVE Good Clinical Practice: een rijbewijs voor medisch wetenschappelijk onderzoek...............................6 Onderzoeker in beeld

Researchprofessional: spil in klinisch wetenschappelijk onderzoek .....................................................8 Column Philip d’Ailly: 020-nummers neem ik nooit op.......................................................................13 Studie

Virtual Reality op de holding..............................................................................................................14

Afdeling in Beeld

Optiflow van laatste redmiddel naar standaardbehandeling .............................................................18 Vitaal bedreigde neonaat in beeld......................................................................................................20 Wetenschapsdag 2021 Patiëntenparticipatie .....................................................................................22 Nieuwe studies ....................................................................................................................................24 Wetenschappelijke publicaties............................................................................................................28

COLOFON REDACTIE Dr. Michael Groeneweg, kinderarts, lid Wetenschapscommissie Maasstad Ziekenhuis, Hoofdredacteur Mevrouw drs. A.I.J.M. Schellevis-Mintiens, coördinator Wetenschapsbureau, lid Wetenschapscommissie Maasstad Ziekenhuis

Serena Bruens

Michael Groeneweg

Annemieke Schellevis

Mevrouw dr. S. T. Bruens, adviseur wetenschapsbureau, lid Wetenschapscommissie Maassstad Ziekenhuis.

ADVISEUR

COMMERCIELE REDACTIE EN ADVERTENTIES:

Mevrouw drs. M.J. Snoeij, communicatieadviseur

Taco de Haan en Jessica M. Jager-Ferwerda / Multiplus BV

Maasstad Ziekenhuis

GRAFISCHE VORMGEVING REDACTIEADRES

Maurice de Jong / Multiplus BV

Wetenschapsbureau Maasstad Academie t.a.v. Wetenschapsmagazine

DRUKWERK

Maasstad Ziekenhuis

@ Niets uit dit magazine mag openbaargemaakt worden op welke wijze dan

Postbus 9100

ook, zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de redactie. De

3007 AC Rotterdam

redactie van het wetenschapsmagazine van het Maasstad Ziekenhuis stelt zich

wetenschapsbureau@maasstadziekenhuis.nl

niet verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke informatie in dit magazine. Bij ingezonden stukken behoudt de redactie zich het recht voor om, zonder

REALISATIE

opgaaf van redenen, artikelen in te korten of te weigeren. Ingezonden

Multiplus BV

artikelen zonder naam worden niet geplaatst.

Stationsweg 21 9201 GG Drachten T: 0512 204 100 E: info@multiplusmedia.nl www.multiplusmedia.nl

Wetenswaardig

5


GOOD CLINICAL PRACTICE / Tekst: Serena Bruens

Good Clinical Practice: een rijbewijs voor medisch-wetenschappelijk onderzoek

Serena Bruens

6

Wetenswaardig


1

747, het is niet een jaartal waarbij je direct een grote gebeurtenis te binnen schiet. Toch gebeurde in dat jaar iets bijzonders: James Lind, een Schotse scheepsarts in dienst van de Britse Royal Navy, voerde de tot nu toe eerste gedocumenteerde randomized controlled trial (RCT) uit. In die tijd overleden veel mensen aan scheurbuik en deze ziekte veroorzaakte meer doden in de Royal Navy dan vijandelijk handelen. Er bestonden veel verschillende “behandelingen” voor scheurbuik. Om te testen welke behandeling het meest effectief was, selecteerde Lind twaalf matrozen die in hetzelfde stadium van scheurbuik verkeerden en in hetzelfde deel van het schip woonden. Hij verdeelde ze in groepjes van 2 en gaf zes verschillende behandelingen die op dat moment gangbaar waren: cider, vitriolic (venijnig) elixer (verdund zwavelzuur), azijn, zeewater, twee sinaasappels en een citroen en een “zuiverend” mengsel. Met de kennis van nu laat het zich raden welke behandeling het meest effectief was (en wie vooraan stond bij uitdelen van de drankjes). Als we verder doorspoelen in de geschiedenis zien we dat de gruwelen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog en schandalen als het Tuskegee-syfilisonderzoek de noodzaak voor regulering van (medisch wetenschappelijk) onderzoek met mensen pijnlijk blootlegden. Daarnaast ontstond ook de realisatie dat onafhankelijke evaluatie van nieuwe medicatie, voordat ze toegelaten worden tot de markt, van belang was. Helaas ontstond dit besef pas na vele tragedies zoals het thalidomide (Softenon) schandaal in de jaren ’60 in Europa. Als gevolg van deze gebeurtenissen ontstonden de Good Clinical Practice (GCP) richtlijnen zoals we deze nu kennen.

Eed van Hipprocates De ontstaansgeschiedenis van GCP gaat terug tot de Eed van Hippocrates (460 v. Chr.). Toch duurde het nog tot de jaren ’80 van de vorige eeuw voordat er binnen Europa overeenstemming werd bereikt over het ontwikkelen en testen van nieuwe medicatie. Daarvoor was het per land een wirwar aan wetten en richtlijnen met betrekking tot geneesmiddelenstudies, waardoor evaluatie en toelating van medicijnen tot de markt verschilden per regio. Om ervoor te zorgen dat wereldwijd dezelfde richtlijnen worden gehanteerd, werd uiteindelijk in 1990 The International Council for Harmonisation (ICH) opgericht. Sindsdien ontwikkelt de ICH internationale richtlijnen over alles wat te maken heeft met medisch wetenschappelijk onderzoek bij mensen. De richtlijnen zijn onderverdeeld in vier hoofdonderwerpen: Quality, Safety, Multidisciplinary en Efficacy. Onder de Efficacy richtlijnen zijn in 1996 de GCP richtlijnen (E6) ontwikkeld. GCP is een internationale ethische en kwaliteitsstandaard voor het opzetten, uitvoeren, vastleggen en publiceren van onderzoeken waarbij menselijke proefpersonen betrokken zijn. De richtlijnen zijn een geharmoniseerde standaard waarin, in overeenstemming met de Verklaring van Helsinki (1964), de rechten, veiligheid en gezondheid van proefpersonen worden beschermd en waarbij de data gegenereerd in klinische onderzoeken betrouwbaar en geloofwaardig zijn.

Dertien hoofdprincipes De GCP is gestoeld op dertien hoofdprincipes die als volgt kunnen worden samengevat: Alle klinische trials moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de ethische

principes, en gebaseerd zijn op betrouwbaar wetenschappelijk bewijs en duidelijke gedetailleerde protocollen. De voordelen van de trial moeten opwegen tegen de risico’s. De rechten, veiligheid en gezondheid van de proefpersonen zijn doorslaggevend en deze moeten worden gewaarborgd door het verkrijgen van informed consent en het behoud van vertrouwelijkheid. De zorg moet worden geleverd door goed gekwalificeerd personeel met passende ervaring. Dossiers moeten makkelijk toegankelijk zijn en makkelijk gevonden kunnen worden voor zorgvuldige vastlegging, verificatie en interpretatie. Het investigational product (dit is de onderzoeksmedicatie) moet worden geproduceerd volgens Good Manufacturing Practice (GMP). In 1997 werden de GCP richtlijnen geïmplementeerd voor klinische trials, maar nog niet verankerd in de wet. Sinds

”JE KUNT DIT ZIEN ALS EEN RIJBEWIJS: ALS JE AUTO GAAT RIJDEN ZONDER RIJBEWIJS EN JE WORDT GECONTROLEERD OF JE MAAKT BROKKEN, DAN BEN JE STRAFBAAR” 2004 zijn de GCP richtlijnen verankerd in zowel Europese als de Nederlandse wetgeving (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen; WMO). In de praktijk betekent dit, dat de hoofdonderzoeker van een WMO-plichtige studie gekwalificeerd moet zijn door opleiding, training en ervaring. Dit is beleidsmatig vertaald in het STZ beleid dat alle hoofdonderzoekers van WMO-plichtig onderzoek een geldig GCP-WMO examencertificaat moeten hebben (zie kader). Je kunt dit zien als een rijbewijs: als je auto gaat rijden zonder rijbewijs en je wordt gecontroleerd of je maakt brokken, dan ben je strafbaar. Daarnaast wil je ook met de juiste kennis en vaardigheden de weg op. Hetzelfde geldt voor medisch wetenschappelijk onderzoek met patiënten, waarbij de juiste kennis en vaardigheden van levensbelang kunnen zijn.”

WMO-plichtig onderzoek? Dan GCP-WMO of BROK examencertificaat halen! Een belangrijk criterium voor WMO-plichtig onderzoek, beschreven in de Toelatings- en visitatiecriteria voor het STZ lidmaatschap, is dat de hoofdonderzoeker met goed gevolg het GCP-WMO of BROK examen behaald heeft wat, leidt tot registratie in het landelijke GCPWMO of BROK register. Daarnaast moet het researchpersoneel van een WMO-plichtig onderzoek een GCP-WMO en/of een BROK cursus gevolgd hebben. Het Maasstad Ziekenhuis is onderdeel van de vereniging Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen (STZ), zodoende dienen alle (lokale) hoofdonderzoekers van WMO-plichtig onderzoek geregistreerd te staan in het GCP-WMO of BROK examenregister.

Wetenswaardig

7


ONDERZOEKERS IN BEELD: JULIETTE VAN DEN BERG, ALCINDA INACIO EN JOSÉ VERSTIJNEN

/ Tekst: Gerda van Beek – Taal & Teken

Researchprofessional: spil in klinisch wetenschappelijk onderzoek Hoog kwalitatief klinisch wetenschappelijk onderzoek is onmisbaar voor innovatie in de gezondheidszorg. Onderzoek is een complexe aangelegenheid en voor een goed verloop is een gekwalificeerd onderzoeksteam een vereiste. Met als spil daarin de researchprofessional: een researchverpleegkundige of researchcoördinator.

H

et verschil tussen beide functionarissen? In feite alleen de achtergrond. Een researchverpleegkundige is altijd een BIG-geregistreerde verpleegkundige. Zoals researchverpleegkundige Alcinda Inacio. Een researchcoördinator heeft een andere achtergrond in de gezondheidszorg. Zo is Juliette van den Berg doctorandus in de gezondheidswetenschappen en José Verstijnen drs. klinisch epidemioloog. Alle drie hebben de opleiding tot researchprofessional gevolgd en werken als team op de afdelingen Oncologie en Interne Geneeskunde van het Maasstad Ziekenhuis,

Wat zijn de taken van een researchprofessional? Inacio neemt het voortouw: “Die zijn enorm gevarieerd. Kort samengevat: het opzetten, begeleiden en coördineren van onderzoekstrajecten. Zodra er een aanvraag binnenkomt voor klinisch wetenschappelijk onderzoek, beoordelen we eerst de haalbaarheid. Kan het worden uitgevoerd in ons ziekenhuis? Is het interessant? Past het in ons beleid? Hebben de ondersteunende afdelingen er tijd voor, bijvoorbeeld Radiologie, Laboratorium of Nucleaire Geneeskunde? Kunnen de artsen meewerken? Voldoet het aan de geldende wet- en regelgeving? Noem maar op. Daarover overleggen we met de betrokken afdelingen en medewerkers. Als vervolgens wordt besloten tot deelname, dienen we de studie in bij het Wetenschapsbureau. We zorgen voor de nodige documenten, de ondertekening, stellen aan de hand van het studieprotocol een werkdocument op voor de uitvoering van het protocol in ons ziekenhuis en richten een kwaliteitssysteem in rondom dat wetenschappelijke onderzoek. Denk daarbij aan de instructies voor betrokken afdelingen: wat te doen op welke tijdstippen, op welke wijze.” “Een andere belangrijke taak is het voorlichten en begeleiden van de deelnemers, de patiënten dus”, vult Van den Berg aan. “We screenen mogelijke deelnemers aan de hand van de inclusie- en exclusiecriteria. Het verkrijgen

8

Wetenswaardig

van informed consent is een essentiële voorwaarde voor patiëntendeelname aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. Juist bij de afdeling Oncologie gaat het vaak over onderzoek naar innovatieve geneesmiddelen en nieuwe behandelschema’s. Patiënten moeten goed op de hoogte zijn van alle consequenties. Dat is niet alleen de taak voor de specialist, ook wij geven voorlichting over de studie.”

”EEN DYNAMISCH FUNCTIE, AFWISSELEND, MET ZEER VEEL VERANTWOORDELIJKHEID” Pas dan volgt het uitvoerend gedeelte? Klopt, bevestigt Verstijnen. “Elk lopend onderzoek moet tot in de kleinste details worden bijgehouden. Verloopt het volgens het protocol? Alles moet worden gedocu-

Opleiding tot researchverpleegkundige/ -coördinator Het betreft een 16 maanden durende Post-HBOopleiding die kan worden gevolgd in Amsterdam (Amstel Academie) en Rotterdam (Breederode Hogeschool). Verpleegkundigen met een MBO-4diploma moeten een aanvullend assessment doen. Het is een vereiste om vanaf de start van de opleiding minimaal twee dagen per week werkzaam te zijn als researchverpleegkundige/clinical research coördinator. Het Maasstad Ziekenhuis werkt daar graag aan mee, uiteraard in overleg. Een mooie kans voor verpleegkundigen en andere zorgprofessionals om door te stromen.


Alcinda Inacio en Juliette van den Berg menteerd, geverifieerd, genoteerd en vaak in veelvoud. Niet alleen uitslagen, maar ook de patiëntgegevens, die uiteraard gecodeerd worden ingevoerd. Kortom: de verwerking van de onderzoeksgegevens gaat gepaard met zeer veel administratieve taken. Daarnaast zijn er de vele hands-on handelingen, zoals het regelen van bloedafnames, verzending naar andere laboratoria enz.” Enthousiast: “Maar er is ook veel patiëntencontact. We begeleiden deelnemers, nemen vragenlijsten af en allerlei testen, zoals een krachtmetingsonderzoek, geheugentest of bloedafname.”

En dat voor hoeveel wetenschappelijke onderzoeken? “Op dit moment werkt de afdeling Oncologie van ons ziekenhuis mee aan ruim 35 klinisch wetenschappelijke onderzoeken”, antwoordt Inacio. “Voor iedere studie is één van ons team het eerste aanspreekpunt, deze coördineert de studie. We hebben verschillende interessegebieden en werken complementair aan elkaar. Ieder van ons verricht vervolgens zoveel mogelijk het werk van de ‘eigen’ studie, maar we kunnen elkaar wel vervangen. Daartoe vatten we in een draaiboek de belangrijkste punten van een studie samen, zoals de planning per patiënt, in welke fase het onderzoek zich bevindt en dergelijke.”

Netwerk in de regio Er is een werkgroep van researchprofessionals van ziekenhuizen in de regio Rotterdam. In het overleg wordt de studieverdeling in de regio besproken, zodat niet elk ziekenhuis zich bezighoudt met eenzelfde onderzoek.

gestructureerd moet werken, zorgvuldig moet documenteren, maar ook snel moet kunnen schakelen. En omdat het veel internationale studies zijn, moet je het Engels goed beheersen.” De dames zijn het roerend eens. “Dit is een fantastische baan, met een duidelijk maatschappelijk belang. Je zit als researchverpleegkundige of –coördinator vooraan bij vernieuwende behandelingen in de zorg en dat is uitermate interessant. Het is dynamisch, afwisselend, met zeer veel verantwoordelijkheid, waarbij je nauw samenwerkt met verschillende afdelingen in het ziekenhuis en met tal van patiëntcontacten. Geen dag is hetzelfde!”

Wat is essentieel voor de invulling van de functie researchverpleegkundige/-coördinator? Het antwoord volgt onmiddellijk: “Het is van groot belang dat je een overstijgende blik hebt, per studie het overzicht houdt en de voortgang bewaakt. Dat betekent dat je

Wetenswaardig

9


Advertorial

MULTIPEL MYELOOM EN REFRACTAIR VOOR LENALIDOMIDE; WAT NU? Door middel van onder meer autologe stamceltransplantatie en de komst van ‘small molecule’ MM-middelen zoals proteasoomremmers (PI) en immuunmodulatoire middelen (IMiD) is er veel vooruitgang geboekt bij de behandeling van multipel myeloom (MM). Door de brede toepassing van de IMiD lenalidomide in de eerste behandellijnen, is bij recidief MM een groot deel van de patiënten refractair voor het middel. Als gevolg hiervan is er voor de behandeling van recidief, refractair MM (RRMM) grote behoefte aan lenalidomide-vrije behandelopties.

THERAPIE NA DE TWEEDE LIJN

loge stamceltransplantatie, cytogenetisch risico, nierfunctie,

Voor patiënten die al minimaal twee voorgaande behandellij-

ziektestadium en aantal eerdere behandellijnen. De behande-

nen hebben gehad en nog niet refractair zijn voor een anti-

ling met Isa-Pd wordt in Nederland vergoed.

CD38-antilichaam zijn volgens de meest recente richtlijn voor

(Isa-Pd).1 Dit specifieke tripletregime werd onderzocht in de

TWEEDELIJNSBEHANDELING VOOR PATIËNTEN DIE REFRACTAIR ZIJN VOOR LENALIDOMIDE

fase III-registratiestudie ICARIA.2 In deze studie werden patiën-

In de fase III-registratiestudie IKEMA werden RRMM-patiënten

ten die ten minste 2 lijnen van therapie hadden ontvangen,

gerandomiseerd toegewezen aan een ander tripletregime, isa-

waaronder lenalidomide en een PI, en ziekteprogressie ver-

tuximab-carfilzomib-dexamethason (Isa-Kd), of behandeling met

toonden op of binnen 60 dagen na het einde van de vorige

alleen Kd.3 Voor deelname aan deze studie moesten patiënten

therapie, gerandomiseerd toegewezen aan behandeling met

1 tot 3 eerdere therapielijnen hebben ontvangen. Patiënten wer-

Isa-Pd of Pd. Maar liefst 94% van de patiënten in de studie was

den uitgesloten wanneer zij refractair waren voor therapie met

refractair voor lenalidomide. De mediane progressievrije over-

een anti-CD38-middel of wanneer zij al eerder waren behandeld

leving (PFS) was met Isa-Pd 11,5 maanden, terwijl dit met al-

met carfilzomib. Met toevoeging van Isa aan Kd werd de media-

leen Pd 6,5 maanden was. Het tripletregime Isa-Pd leidde tot

ne PFS niet bereikt en met alleen Kd was deze 19,2 maanden.

een 40% reductie van het risico op ziekteprogressie of overlij-

Het tripletregime Isa-Kd leidde tot 47% reductie van het risico op

den (HR [95%-BI]: 0,60 [0,44-0,81]; p=0,001). Het PFS-voor-

ziekteprogressie of overlijden (HR [95%-BI]: 0,53 [0,318-0,889];

deel van Isa-Pd boven alleen Pd werd gezien bij alle vooraf

p=0,0013). Het PFS-voordeel van Isa-Kd vergeleken met alleen

gespecificeerde subgroepen, ongeacht leeftijd, eerdere auto-

Kd werd aangetoond in alle vooraf gespecificeerde subgroepen

MM diverse behandelopties te overwegen, waaronder behandeling met isatuximab, pomalidomide en dexamethason

NIET DARATUMUMAB VOORBEHANDELD/REFRACTAIR

DOUBLET

LENALIDOMIDE-REFRACTAIR

Bortezomib-dexamethason Carfilzomib-dexamethason

TRIPLET

Daratumumab-carfilzomib-dexamethason Isatuximab-carfilzomib-dexamethason Daratumumab-bortezomib-dexamethason Pomalidomide-bortezomib-dexamethason Panobinostat-bortezomib-dexamethason

DARATUMUMAB VOORBEHANDELD/REFRACTAIR

DOUBLET

Bortezomib-dexamethason Carfilzomib-dexamethason

TRIPLET

Pomalidomide-bortezomib-dexamethason Panobinostat-bortezomib-dexamethason

FIGUUR 1. Lenalidomidevrije behandelopties bij recidief/refractair multipel myeloom.1


Advertorial

op basis van leeftijd, nierfunctie, ziektestadium of eerdere be-

CONCLUSIE

handeling met een PI, IMiD of lenalidomide. De data uit deze

Veel MM-patiënten zullen tijdens het beloop van hun ziekte

registratiestudie heeft ertoe geleid dat isatuximab ook in de

meerdere behandellijnen worden aangeboden. De toevoeging

richtlijn is opgenomen als tweedelijnsbehandeling (zie Figuur 1).1

aan het behandelarsenaal van het anti-CD38-antilichaam isatuxi-

Wanneer patiënten lenalidomide-refractair zijn en nog niet eerder

mab in combinatie met enerzijds pomalidomide-dexamethason

behandeld zijn met het anti-CD38-middel daratumumab, is vol-

en anderzijds carfilzomib-dexamethason is belangrijk voor een

gens de richtlijn het voorkeursregime Kd met daaraan toege-

populatie waarin steeds meer patiënten refractair zijn voor lena-

voegd isatuximab of daratumumab. Ten tijde van dit schrijven zijn

lidomide.

zowel Isa-Kd als Dara-Kd nog in afwachting van vergoeding.

REFERENTIES 1. Multipel myeloom richtlijn 2021 (HOVON). Te raadplegen op: https://hovon. nl/_asset/_public/ WorkingGroups/ WorkingGroups_MM/RICHTLIJNbehandeling-MM-2021-geautoriseerd-11-05-2021-1.pdf. 2. Attal M, Richardson PG, Rajkumar SV, et al. Isatuximab plus pomalidomide and low-dose dexamethasone versus pomalidomide and low-dose dexa-

MM): a randomised, multicentre, open-label, phase 3 study. Lancet 2019; 394:2096-107.

De vaakst voorkomende bijwerkingen op isatuximab zijn neutro-

3. Moreau P, Dimopoulos MA, Mikhael J, et al. Isatuximab, carfilzomib, and

penie, infusiegerelateerde reactie, pneumonie, infectie van de

dexamethasone in relapsed multiple myeloma (IKEMA): a multicentre, open-

bovenste luchtwegen, diarree, bronchitis, hypertensie, ver-

label, randomised phase 3 trial. Lancet 2021;397:2361-71.

moeidheid, dyspneu, nausea, braken, slapeloosheid, hoesten

4. Aanvullende informatie betreffende isatuximab is beschikbaar in de Sa-

en rugpijn. De vaakst voorkomende ernstige bijwerkingen zijn

menvatting van de productkenmerken (SmPC) en bijsluiter op www.

pneumonie en febriele neutropenie.

cbg-meb.nl

MAT-NL-2101500 V1.0 11/2021

methasone in patients with relapsed and refractory multiple myeloma (ICARIA-

VERKORTE PRODUCTINFORMATIE SARCLISA ® Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via de website van het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (www.lareb.nl). Samenstelling: SARCLISA® bevat 20 mg isatuximab per ml concentraat voor oplossing voor infusie en is beschikbaar in een flacon met 100 mg isatuximab in 5 ml concentraat (100 mg/5 ml) en in een flacon met 500 mg isatuximab in 25 ml concentraat (500 mg/25 ml). Indicaties: SARCLISA is geïndiceerd: -in combinatie met pomalidomide en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom die minstens twee eerdere therapieën hebben gekregen, waaronder lenalidomide en een proteasoomremmer, en bij wie ziekteprogressie is aangetoond tijdens de laatste behandeling. - in combinatie met carfilzomib en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die minstens één eerdere behandeling gekregen hebben. Dosering: SARCLISA moet worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg in een omgeving waar reanimatievoorzieningen beschikbaar zijn. De aanbevolen dosis is 10 mg/kg lichaamsgewicht, toegediend als een intraveneuze infusie in combinatie met pomalidomide en dexamethason (Isa-Pd) of in combinatie met carfilzomib en dexamethason (Isa-Kd), volgens een doseringsschema (zie volledige productinformatie) van 28 dagen. Voorafgaande aan iedere infusie moet premedicatie worden toegediend bestaande uit dexamethason, paracetamol (of equivalent), H2-antagonisten of orale protonpompremmers, en difenhydramine (of equivalent). Kinderen: De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Ouderen, patiënten met verminderde lever- of verminderde nierfunctie: Er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen: Infusiegerelateerde reacties: infusiegerelateerde reacties werden waargenomen (ook ernstige, waaronder anafylactische reacties). De vitale functies moeten regelmatig worden gecontroleerd tijdens de behandeling, zodat behandeling onderbroken kan worden. Indien de symptomen niet verbeteren, opnieuw optreden, ziekenhuisopname vereisen of levensbedreigend zijn, moet SARCLISA definitief stopgezet worden en passende behandeling worden toegepast. Neutropenie: het volledig bloedbeeld moet regelmatig worden gecontroleerd vanwege het risico op neutropenie. Infectie: zorgvuldige controle op tekenen van infectie dient plaats te vinden vanwege een hogere incidentie van infecties. Tweede primaire maligniteiten: vanwege de kans op tweede primaire maligniteiten dienen artsen zowel voor als tijdens de behandeling patiënten zorgvuldig te evalueren volgens de richtlijnen van de IMWG. Interferentie met serologische tests (indirecte antiglobulinetest): voorafgaand aan de eerste behandeling met SARCLISA moeten bij patiënten bloedtypering en screeningstest uitgevoerd worden vanwege mogelijke interferentie met serologische tests. Ouderen: Bij ouderen ≥ 85 jaar zijn de gegevens beperkt. Interacties: Vals-positieve reacties van serologische testen zijn mogelijk door expressie van CD-38 eiwit op het oppervlak van rode bloedcellen. Interferentie met serum eiwitelektroforese en immunofixatie is mogelijk, wat invloed kan hebben op de nauwkeurigheid van de responsclassificatie van de IMWG. Zwangerschap: Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten doeltreffende anticonceptie gebruiken tijdens en gedurende 5 maanden na stopzetting van de behandeling. Het gebruik van SARCLISA bij zwangere vrouwen wordt niet aanbevolen. Bijwerkingen: De vaakst voorkomende bijwerkingen (zeer vaak) zijn neutropenie, infusiegerelateerde reactie, pneumonie, infectie van de bovenste luchtwegen, diarree, bronchitis, hypertensie, vermoeidheid, dyspneu, nausea, braken, slapeloosheid, hoesten en rugpijn. De vaakst voorkomende (zeer vaak) ernstige bijwerkingen zijn pneumonie en febriele neutropenie. Vaak komen voor: plaveiselcelcarcinoom van de huid, verminderde eetlust, atriumfibrilleren, huidkanker, andere solide tumoren dan huidkanker en gewichtsverlies. De bijwerking anafylactische reactie komt soms voor. ATC-code: L01XC38 Verpakking: Sarclisa® 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie. 5 ml met 100 mg isatuximab in een flacon van 6 ml (verpakking met één of drie flacons) EU/1/20/1435/001 of 002. 25 ml met 500 mg isatuximab in een flacon van 30 ml (verpakking met één flacon) EU/1/20/1435/003. Aflevering en vergoeding: U.R. Sarclisa wordt vergoed via add-on. Voor prijzen zie de Z-index taxe. Deze informatie is het laatst herzien in juni 2021. Voor meer informatie zie de geregistreerde productinformatie. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: Sanofi-Aventis groupe. 54, rue La Boétie. 75008 Parijs – Frankrijk. Lokale vertegenwoordiger: Genzyme Europe B.V. Paasheuvelweg 25, 1105 BP Amsterdam. Tel: +31 (0)20 2454000. VV-LBL-0240262

MAT-NL-2101500 V1.0 11/2021

“Het PFS-voordeel van Isa-Kd werd aangetoond in alle vooraf gespecificeerde subgroepen op basis van leeftijd, nierfunctie, ziektestadium of eerdere behandeling met een PI, IMiD of lenalidomide”3


ADVERTORIAL

(& % & # &" &"%" % && & &"%# &" %

0

5KBMKFLCC;KJMD?MKFGGLBMDMHK/./M-AIKG5DMFMLI EGM,IK+>B*KFCHKBMLK)M?(KEGG,BK9M6EHA=6E 'D>=IMLK&K%H,GL:CIAM:CHC;MLK$N'K$ILM6EI( HAMIKDCH;KHCKIMKBMH?MH2K#/C;MDA@?=KMLFCLMHKJMKJAH=I FCHK/./M-AI2K/MK<MMDBMHKMHKFML=DC;MHKFACK9JAAH ?G:MH(K!GHBMLKECHB:CIA;MKC6IAM=(KFMMDK=HMDDMLK<AHHMH AHKEMIK ' 2K AMLBGGLK?CHKMMHKBAMH=IBGMHBMKCLI=KMMH =5GMBGHBML!GM?KBALM6IKAH!AMH2K/CCLHCC=IKECBBMHKJA@KAH EMIKFMLDMBMHK:MIK!GFMMDKFML=6EADDMHBMK>AIJA==MD =*=IM:MHKIMK:C?MH2K MIKIML>;<LMH;MHKHCCLKIJMM =*=IM:MH(K EADA5=K GL.AMJK / KMHK9JAAH(K:CC?IKEMI GFML!A6EIMDA@?ML2K/AIK<LMH;IKL>=IK:MIK!A6EK:MM2 ('&%$&##&"%! &% & %# ""&"% % & $ % " & $ +>B*4K# MKEM<<MHKMMHK6MHILCDMK5DM?KJCCLKBMKA:5GLI(KM-5GLI MHKEMIK?G55MDJML?KJGLBIKFMLLA6EI2K MKJML?MHK!GFMMD :G;MDA@?K;M HIM;LMMLBKAHKEMIK ' 2K D=KMMHK!AM?MHE>A=KGH= <MMDBMHKIGM=I>>LI(KBCHK?G:MHK!MKC>IG:CIA=6EKAHKBMK9JAAH JML?DA@=IK NA==AH;+% KAHKEMIK ' 2K/MKC55DA6CIAM<MEMMLBML 6GHILGDMMLIKLM;MD:CIA;KBM!MKJML?DA@=IKG5KHAM>J <AHHMH;M?G:MHKGHBML!GM?MH(K!GBCIKBM!MKBALM6IK :AI=KBM 5CIA HIKA=KAH;M=6ELMFMH KCCHKMMHK % GHBML!GM?KJGLBI ;M?G55MDB2K.ML=I>LMHKFCHK<MMDBMHKMHKFML=DC;MHKA=KEMDM:CCD =A:5MD2K MIK9JAAHK5GLICCDKJGLBIKFACKEMIK ' K;MG5MHB2K/M @>A=IMK5CIA HIK=ICCIKBCHKCDKG5KBMK6GHIM-I2K AMLHCKEGM,K@MKCDDMMH BMKGHBML!GM?MHKMHKEMIK@>A=IMK!AM?MHE>A=K>AIKEMIK9JAAH CBLM=<GM?KIMK=MDM6IMLMH2K MIKJGLBIK=IMMB=K:C??MDA@?ML BGGLBCIKJMKH>KCDDM:CCDKG5K9JAAHKGFML=IC55MHKMHKAHKEMIK ' JML?MH2K0H!MKBAMH=IBGMHBMKCLI=MHKEM<<MHKMMHK ' C66G>HI G:KAHKBMKJML?DA@=IKIMK?A@?MH2K7CBCIKBMKC55DA6CIAM<MEMMLKBM <MMDBMHKEMM,IK;M?G55MDBK?>HHMHKGG?KCDDMKCHBMLMKCLI=MHKBM <MMDBMHKLM6EI=ILMM?=K<M?A@?MH(KFACKBMK ' KFAMJMLKAHKEMIK % 2 MIKBLCC;FDC?KA=K;LGGI(KG:BCIK9JAAHKBMKIM6EHA=6EMKDCC;KCD EMM,IKHMML;MDM;B2 & &% " & & & %

"%! &% & &" & ' &"%# % & & &" &% "% & G>IMLK.MDBE>A=(KLCBAGDGG;K$N'K$ILM6EI4K#)CIMHKJMKEMI ;LGMA5A@HI@M=KHGM:MH2K MK!AMHK:MIKHC:MK>AIBC;AH;MHK<A@KEMI >AIJA==MDMHKFCHK<MMDBMHK HKFML=DC;MH2K MKJGLBMHKHAMIK=C:MH FML=I>>LBK<A@FGGL<MMDB2K0,KBMKMHMK?MMLKA=KEMIKMMHK/%'0N 5B,( BMKCHBMLMK?MMLKMMHK + BG6>:MHI2K G:=K?LA@;MHKJMKEMDM:CCD HA?=2K/CCLK:GMIK@MKC,=5LC?MHKGFMLK:C?MHKMHKBCIK:GMIK@M

HMI>HMH2K/CIKA=KIML>;KIMKEMLDMABMHKHCCLKBMKG5=ICLI,C=M2 ('&% & '' % &% & '" &% &" & " +>B*4K#%HKEMIKCBLM=<GM?K?>HK@MK!AMHKJAMK:MMBGMIKCCH /./M-AI(KB>=KHCCLKBAMK!AM?MHE>A!MHKFML=I>LMHKJA@K=GJAM=G BA;AICCD2K7CI>>LDA@?K?LA@;K@MKBCCLKJMDMMH=KMMHK;M,L>=ILMMLBM LMC6IAMKG52K/CIK!MKMLKHG;KHAMIK?DCCLKFGGLK!A@H(K<A@FGGL<MMDB2K A@ 5LG<MLMHKC,=5LC?MHKIMK:C?MHKMHKEMIK;M=5LM?KCCHKIMK;CCHK:MI G:DA;;MHBMK!AM?MHE>A!MHKCD=KMLKAMI=K:A=KDGG5I4K EMI

GG,BK9M6EHA=6EK'D>=IMLK&K%H,GL:CIAM:CHC;MLK +>B*KFCHKBMLK)M?KMHKLCBAGDGG;K G>IMLK.MDBE>A=

LCBAGDG;AMFML=DC;KGHI<LMM?I(KMLK!A@HKIMFMMDKGHBML!GM?MH FML!GHBMH1GHIFCH;MH(KIC;K%H=IAI>IAGH7C:MKA=KHAMIK6GLLM6I AH;MF>DB 2K/AIKJGLBIKFMLFGD;MH=KG5;M5C?IKMHK;M6GLLA;MMLB2 /MKECHBLMA?AH;K MD?MKGHBML!GM?MHKIMKFML!MHBMHK<A@KMMH FMLJA@!AH; KFCHKBMK7..+KEMD5IKBCCL<A@2 K G>IML4K# MKILM??MH EAML:MMKAHKBMKLM;AGK=IMMB=K:MMLK;M!C:MHDA@?KG52 ' % ' % % & $ % & %#&$' &"% ""&& % &% & & & % ' &% % & ' &" +>B*4K# / KA=KCDKGH!MK5LM,MLLMBKLG>IM(K:CCLKHG;KHAMIKDCHBMDA@? BM??MHB2K MIKEMM,IKMLK<A@KGH=K<A@FGGL<MMDBKGG?KMMHK5CCLK?MML >AI;MDM;MH2K A@KMMHK AH?MK>5;LCBM(K<A@FGGL<MMDB2K M<L>A?K@M 9JAAH(KBCHKEGM,K@MKG5K!G HK:G:MHIKHAMIK:MMLKIML>;KIMKFCDDMH G5KBFB =2K MK!A@HKAH:ABBMD=KFML=DCC,BKCCHKEMIK=HMD <AHHMHECDMHKMHKFML=I>LMHKFCHK<MMDBMH2K/CCLG:K:GMIK@MKJCI :A@K<MILM,IK M:<MBBMH KBCIK@MK!GJMDK5>=EKCD=K5>DDK:MIEGBM HCC=IKMD?CCLKDCCIK<M=ICCH2K MIK?>HHMHKGHBML=IM>HMHKFCH !GJMDKC6>IMK 1 KCD=K6ELGHA=6EMK!GL;KA=KBCHKMMHK;GMB CL;>:MHI2 K G>IML4K#/CCLKA=KHG;KMMHKCHBMLK5>HIKCCH ;MLMDCIMMLB2K0HBCH?=KMMHK / LMDCIAMK?AM!MHK:MH=MHK=G:= FGGLK/./M-AI(KG:BCIK!MK;MJGGHKIML>;FCDDMHKG5KBMK<M?MHBM JM;2 & &% & #& & " &"% &" &"%! &%"' % "% & +>B*4K# A@K!A@HKBALM6IKAH;M=IC5IKG5KHAFMC>K 2KNCCLKA?K!G>KML !MD,=KHG;KMMHKHAFMC>K<GFMHG5KJADDMHKDM;;MH2K7>K:GMIKGH!M C55DA6CIAM<MEMMLBMLKHG;KMMHK % GHBML!GM?KCCH:C?MHKMHKBM <MMDBMHK6GLLM6IK?G55MDMH2K C=KBCCLHCK!A@HK!MK<M=6EA?<CCL FGGLKBMKLM=IKFCHKEMIK!AM?MHE>A=2K%?K!G>K!M;;MH4K!GL;KMLFGGL BCIKMLKFCH>AIK9JAAHK % GHBML!GM?KJGLBIKCCH;M:CC?IKMHKBCI BMK<MMDBMHKC>IG:CIA=6EKJGLBMHK;M?G55MDB2K/CIK!G>KHG; :GGAMLK!A@H2KNCCLKFGD;MH=K:A@KDA;;MHKBMKMML=IMK<G>J=IMHMHKML CDKFGGLKBCIK=GGLIKJGL? GJ ?G55MDAH;MH2

NMMLKJMIMHKGFMLKEMIKDCHBMDA@?K>AIJA==MDMHKFCHK<MMDBMHKMH FML=DC;MHK:MIK9JAAH8K7MM:KBCHK6GHIC6IKG5K:MIKEMIKCCH=D>AIIMC:4 JJJ2IJAAH2HD1CCH=D>AIIMC:


COLUMN PHILIP D’AILLY

‘020-nummers neem ik nooit op’ De patiënte zit tegenover me op de poli. Ze is een potentiële kandidaat voor de wetenschappelijke studie die ik een week geleden telefonisch met haar heb besproken. “U bent toch wel te vertrouwen he?” Ze vraagt het met de pen in de hand, op het moment dat ze het toestemmingsformulier wil ondertekenen. “Ik heb u namelijk gegoogeld en zag dat u uit Amsterdam komt.” Eerst dacht ik dat dat ze een grapje maakte, maar ze kijkt serieus. Dan zie ik de 010-tatoeage op haar arm. “Ja, natuurlijk”. Ik probeer zo betrouwbaar mogelijk te klinken. Aarzelend zet ze een handtekening. Wantrouwen in artsen kan verschillende gronden hebben waaronder slechte ervaringen in het verleden, culturele verschillen en complottheorieën. Verschil in woonplaats hoort daar klaarblijkelijk ook bij. Voor de meeste mensen is de rivaliteit tussen Amsterdam en Rotterdam een onschuldige grap die zich doorgaans uit in het voetbal. In het Maasstad Ziekenhuis, gelegen op steenworp afstand van de Kuip in Rotterdam-Zuid, dragen patiënten voetbalshirts en mondkapjes van hun club en hangt er al anderhalf jaar een ‘Sterker door strijd’spandoek in de grote hal. Men is trots op de club en de stad en daarvoor uitkomen schept een gevoel van verbroedering. Als geboren Nultwintiger kan ik daar alleen maar van meegenieten. Dan laat ik de voetballers en clubbestuurders die met de dood worden bedreigd even buiten beschouwing. Het googelen van artsen is overigens niets nieuws. Patiënten willen weten wie ze voor zich hebben. Onder hen bevindt zich ook een groeiende groep internetwijze en mondige patiënten. Op mijn LinkedIn-pagina staat inderdaad dat ik in Amsterdam woon. Het verbaast me niet dat deze mevrouw dat heeft gevonden, maar

wel dat het een reden is om te twijfelen aan mijn integriteit. Een jaar geleden gebeurde er iets soortgelijks toen ik Maasstad patiënten vanuit het Amsterdam UMC opbelde voor vragenlijstonderzoek. Slechts de helft nam op. Met mijn mobiele telefoon kreeg ik ze wel te pakken. Ze legden me uit: “020-nummers neem ik nooit op”. Hoe belachelijk dit ook klinkt, die toewijding vind ik indrukwekkend. Ik had ook kunnen bellen voor het winnende lot. Een week nadat ze was gestart met de studie belde de patiënte om me te laten weten dat ze er toch van af zag. Ze had te veel andere dingen aan haar hoofd op dat moment. Hierin staat ze volledig in haar recht. Volgens de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO) mag elke deelnemer op elk moment stoppen. Ze hoeven daarvoor geen reden op te geven. Ik bedankte haar voor het telefoontje. Daarna heb ik op LinkedIn toch maar mijn woonplaats verwijderd.

Wetenswaardig

13


STUDIE IN BEELD / Tekst: Gerben Stolks

Virtual reality-bril op de holding

Afleiding in een andere wereld Als een patiënt onrustig is bij binnenkomst op de holding, kan dat zijn of haar ervaring hier nadelig beïnvloeden. Daarom onderzoekt de afdeling Anesthesiologie of het mogelijk is ontspanning te bereiken met een virtual reality-bril.

I

n Rotterdam-Zuid op safari gaan of een wereldreis maken. Het is tijdens het eerste kwartaal van 2022 mogelijk binnen de holding van het Maasstad Ziekenhuis. De holding is een onderdeel van het operatiecomplex waar enkele voorbereidende handelingen plaatsvinden, het is een wachtruimte bedoeld om er voor te zorgen dat een patiënt op tijd in de operatiekamer is. Vijftig patiënten zetten dan een virtual reality-bril (VR-bril) op in de aanloop naar hun operatieve ingreep. Een even groot aantal doet dat in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, net als wij een Santeon ziekenhuis. “En in beide ziekenhuizen wordt het vergeleken met patiënten

die géén VR-bril dragen op de holding”, zegt Seppe Koopman. “Zo kunnen we de effecten van de interventie afzetten tegen een historisch cohort.”

Voortdurend bewegen Seppe is de anesthesioloog die het onderzoek leidt. Hij vertelt over de aanleiding: “Veel mensen zijn gespannen voordat ze geopereerd worden. Logisch: op de holding wordt een infuus aangelegd en vaak krijgt de patiënt ook een ruggenprik of verdovingsprik in arm of been. Onze ervaring is dat bijna één op de tien patiënten zó zenuwachtig wordt en opziet tegen infuus en prik, dat het gevolgen heeft voor de kwaliteit en ervaring van de zorg.

Van links naar rechts: René Willems, Seppe Koopman, Twan Verhoeven

14

Wetenswaardig


Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat het voor een zorgverlener lastig is een zenuwblokkade uit te voeren als de patiënt voortdurend beweegt.” Dit is geen nieuw probleem. Daarom heeft de afdeling Anesthesiologie methoden om patiënten af te leiden op de holding. “Maar die gaan soms gepaard met nadelen”, zegt Seppe. “Zo bieden we enorm gespannen patiënten premedicatie aan, in de volksmond ‘een rustgevend tabletje’ genoemd. Sommige patiënten worden er zó slaperig van, dat ze niet meer aanspreekbaar zijn. Anderen raken juist hyperactief. Bij ouderen verhoogt premedicatie het risico op een delier na de operatie en bij mensen met slaapapneu kan het de klachten van slaapapneu verergeren. Een andere optie om mensen af te leiden, is een geruststellend praatje (positief en herstel bevorderend taalgebruik in de medische setting, red), maar dit werkt niet bij iedereen. Kortom, we willen graag een ontspannend middel toevoegen aan ons arsenaal. Een voordeel van een VR-bril is in elk geval dat het niet belastend is voor de patiënt en zorgverlener.”

“WE DOEN EEN PILOT ÉN METEN DE EVENTUELE WETENSCHAPPELIJKE MEERWAARDE” Pijn en stress Op de holding heeft een patiënt te maken met een anesthesioloog – of anesthesioloog in opleiding – en holdingen recoveryverpleegkundigen. Binnen het onderzoek overhandigt een verpleegkundige een VR-bril van het bedrijf SyncVR aan deelnemers uit de interventiegroep. De patiënt kan kiezen uit vele virtuele werelden om in terecht te komen. De drager van de VR-bril heeft ook de mogelijkheid een spel te spelen. Bij de interventiegroep worden drie zaken gemeten. Seppe: “Na het infuus of de zenuwblokkade vraagt een verpleegkundige aan de onderzoeksdeelnemers op een schaal van één tot zeven aan te geven hoe tevreden ze zijn over het verblijf op de holding. Verder wordt in kaart gebracht, weer op een schaal van één tot zeven, in welke mate de patiënt stress heeft ervaren op de holding. Tot slot doen we twee keer een pijnscore: welke pijn verwacht de deelnemer voor het verblijf op de holding en welke pijn wás er uiteindelijk op de holding? We hopen in de zomer van 2022 de eerste onderzoeksresultaten te publiceren. De deelnemers zijn minstens achttien jaar oud, zijn de Nederlandse taal machtig en mogen niet slechtziend zijn of een hoofdwond hebben, want dan kan de VR-bril niet goed worden opgezet.”

Nuttig op meer plekken Patiënten die een hogere mate van tevredenheid hebben en minder pijn en stress ervaren: welke zorgverlener wil dat niet bereiken? Seppe Koopman zegt dan ook dat de VR-bril bij gebleken succes op de holding mogelijk ook elders in het Maasstad Ziekenhuis nuttig is. “Er zijn veel plekken waar invasieve handelingen worden uitgevoerd bij zenuwachtige patiënten. Denk bijvoorbeeld aan mensen die een infuus krijgen voor hun chemotherapie, dialysepatiënten bij wie een shunt moet worden aangeprikt of patiënten die een kleine verrichting ondergaan op een poliklinische OK. Maar ook dáár lijkt het me aanbevelenswaardig pas tot implementatie over te gaan als de eventuele meerwaarde wetenschappelijk is onderbouwd.”

meteen samengaat met wetenschappelijk onderzoek”, zegt Seppe. “Waar sommigen VR alleen uitrollen in de praktijk, doen wij ook een studie naar de effecten van deze pilot. Het is allemaal begonnen met een initiatief van Twan Verhoeven, leidinggevende recovery en holding. Hij lanceerde het idee van een VR-bril op de holding. We besloten er een onderzoek aan te koppelen. Mijn collegaanesthesioloog René Willems is ook nauw betrokken bij de studie.” Stel, de VR-bril blijkt tot tevredenheid te leiden en de ervaren pijn en stress te verminderen. Wat is dan het vervolg? Seppe: “Dan zouden we als tussenstap een groter en gerandomiseerd onderzoek doen, met als uiteindelijk doel de VR-bril te implementeren en deze aan te bieden aan iedere patiënt op de holding. Idealiter wordt er een koppeling tussen het elektronisch patiëntendossier HiX en de VR-bril gerealiseerd, zodat VR-content eventueel al klaargezet kan worden voordat de patiënt binnenkomt op de holding. Onze ambitie is een innovatieve techniek te introduceren die het patiëntcomfort verbetert en daarmee de kwaliteit van zorg.”

Implementeren VR-technieken zijn niet nieuw in de gezondheidszorg. “Maar het is best bijzonder dat de toepassing ervan

Wetenswaardig

15


We zijn toegewijd aan en gepassioneerd door het bevorderen van therapieën die hoop bieden aan patiënten en families. We zetten ons in voor de ontwikkeling en het beschikbaar maken van geneesmiddelen voor patiënten die nu nog niet of niet voldoende, behandeld kunnen worden.

www.sanofigenzyme.com www.sanofi.nl


AFDELING IN BEELD / Tekst: Gerda van Beek - Taal & Teken

Optiflow op de afdeling: van laatste redmiddel naar standaardbehandeling Recent is er een artikel verschenen in Heart & Lung over de inzet van Optiflow bij oudere Covid-patiënten op de verpleegafdeling. Deze retrospectieve cohortstudie krijgt internationaal veel aandacht. De conclusie? Optiflow kan worden gebruikt als een laatste redmiddel voor kwetsbare oudere Covid-19-patiënten die ondanks maximale zuurstoftoediening ernstige ademhalingsproblemen hebben en die niet naar de IC kunnen.

“E

n een laatste redmiddel was het inderdaad”, bevestigt internist René van den Dorpel. “In feite uit nood geboren, maar het heeft goed uitgepakt.” Bij de start van de pandemie kwamen er berichten uit China dat gebruik van een High-Flow-NasalCannula (HFNC) -ofwel Optiflow- zinvol is voor het effectief toedienen van zuurstof. “In het Maasstad Ziekenhuis is er direct besloten om een grote hoeveelheid aan te schaffen. Dolf Weller, beademingsexpert, ging naarstig op zoek. “Overal uitverkocht”, vertelt hij. “Uiteindelijk konden we er nog 25 kopen, wereldwijd op dat moment de laatste.”

Afwijken van conventionele zorg ‘Hectisch’ is nog een eufemisme voor de periode pal na de uitbraak van de pandemie. In het Maasstad Ziekenhuis is direct een crisisteam ingesteld en een Ethisch Beraad. Van den Dorpel: “Longartsen, internisten en intensivisten hadden dagelijks overleg met elkaar. We zaten daarbij sterk op één lijn. In het buitenland werden in de eerste maanden bijna alle opgenomen covid-patiënten geïntubeerd op de IC, ook als ze vanwege hun leeftijd of zeer slechte conditie in feite kansloos waren. Wij wilden dat voor dergelijke patiënten anders. Dat bracht ons op het idee om een IC-behandeling, namelijk de Optiflow, toe te passen op de verpleegafdeling. Geen onderdeel van het normale behandelpakket en in andere omstandigheden had zo’n verandering veel voeten in de aarde, omdat je alle risico’s vooraf tot in de kleinste details moet afdekken. Maar we hadden geen keus. Voor oudere kwetsbare coronapatiënten die niet naar de IC konden en bij wie

18

Wetenswaardig

conventionele zuurstoftoediening faalde, was er geen behandelaanbod. We hadden maar één doel voor inzet van Optiflow op de afdeling, namelijk zo veel mogelijk overleving.”

“GEZAMENLIJK STAAN EN GAAN VOOR EEN ONCONVENTIONELE MANIER VAN ZORG” Aan de slag in hoog tempo Weller: “Alles is in een zeer hoog tempo in werking gezet, in intensieve samenwerking tussen de afdeling Interne Geneeskunde en de afdeling IC. De medisch technicus heeft de Optiflow-apparatuur getoetst, gevalideerd en gereed gemaakt voor gebruik. In gezamenlijk overleg zijn de protocollen opgesteld en zodra de eerste cohort-afdeling was ingericht, zijn de verpleegkundigen geschoold. Daartoe zijn er ook met de fabrikant een aantal filmpjes gemaakt. Er was zeer weinig bekend over het gebruik van Optiflow op de afdeling bij COVID-19, dus we hebben veel zelf moeten uitzoeken wat betreft veiligheid.” Dan was er nog de angst van zorgpersoneel voor het risico op besmetting. “Die terechte kanttekeningen hebben we serieus genomen”, stelt Van den Dorpel. “Een studie van de firma met luchtmetingen van aerosolen toonde aan dat de zorgverlening met inachtneming van


Van links naar rechts: Job van Steenkiste, Dolf Weller, René van den Dorpel.

beschermingsmaatregelen veilig kon. En in de praktijk blijkt dat gelukkig inderdaad het geval.”

Van 6 maar 60 liter per minuut Job van Steenkiste, ANIOS bij de Interne Geneeskunde, licht toe: “Bij conventionele zuurstoftoediening gaat het om maximaal 15 liter zuurstof per minuut. De Optiflow blaast via een speciale neusbril 30 tot 60 liter voorverwarmde, bevochtigde lucht per minuut met een hoge concentratie zuurstof. Dat is voor de patiënt uiteraard veel comfortabeler dan een masker of intubatie op de IC.”

Een kwart overleving Steeds werd in het Ethisch Beraad besproken welke patiënten voor deze zorg in aanmerking kwamen en gaandeweg zijn er criteria opgesteld. Van den Dorpel: “In dit platform was er de spirit om te starten met deze toen nog onconventionele manier van zorg. Goed voor ons als zorgverleners, maar met name goed voor de patiënten. Een kwart van deze patiëntengroep heeft daardoor de opname overleefd terwijl ze anders waarschijnlijk waren overleden.”

Next level zuurstoftoediening

Publicatie Het artikel ‘High-flow Nasal Cannula Therapy, a feasible treatment for vulnerable eldery Covid-19 patients in the wards’ is gepubliceerd in het tijdschrift Heart & Lung van september 2021. De auteurs zijn Job van Steenkiste, Michael van Herwerden, Dolf Weller, Gert Verhoeven, Charlotte van Noord en Marinus van den Dorpel.

data compleet, maar er was uiteraard geen sprake van een controlegroep, de patiëntengroep was klein en uitermate kwetsbaar en er was geen alternatieve behandeling voorhanden. De studie kent dus de nodige beperkingen en levert geen hard wetenschappelijk bewijs. Maar de praktijk heeft goede resultaten aangetoond. Inmiddels gebruiken veel meer ziekenhuizen, zowel nationaal als internationaal, HFNC (Optiflow) op een cohort-afdeling voor patiënten met ernstige ademhalingsproblemen. “Optiflow is nu min of meer een standaardbehandeling geworden, zeg maar een nextlevel zuurstoftoediening voor patiënten die niet naar de IC gaan”, concludeert Van den Dorpel. “Met de vierde coronagolf zullen we dit zeker weer regelmatig inzetten.”

Waarschijnlijk overleden? Daar zit het voorbehoud bij de uitkomsten van de studie, die recent is gepubliceerd. Dankzij uitstekend bijgehouden documentatie zijn de

Wetenswaardig

19


NEONATALE VITAAL SCORE OP AFDELING NEONATOLOGIE / Tekst: Gerben Stolk

Vitaal bedreigde neonaat in beeld

Verpleegkundige met onderzoeksambities “Hoe gaaf zou het zijn om straks te kunnen zeggen dat ik heb bijgedragen aan een instrument dat landelijk gebruikt wordt?” Verpleegkundige Maroeska Soeteman werkt aan de validatie van de door haar ontwikkelde Neonatale Vitaal Score.

S

oms krijgt Maroeska Soeteman een e-mail of telefoontje uit een ander ziekenhuis. “Hoe staat het ervoor?”, luidt dan de vraag. “Wanneer verwacht je de Neonatale Vitaal Score te hebben gevalideerd? Dan kunnen wij die ook gaan toepassen.” Maroeska werkt tien jaar in het Maasstad Ziekenhuis. Ze begon als verpleegkundige op de afdelingen Kindergeneeskunde en Neonatologie. “Vijf jaar geleden besloot ik me toe te leggen op neonaten (pasgeborenen). Daarvoor ging ik de opleiding tot neonatologieverpleegkundige volgen: theorie en stage in het Erasmus MC, het bijbehorende onderzoek in het Maasstad Ziekenhuis. Voor het onderzoek kwam het goed uit dat binnen onze afdeling al een tijdje een vraag op de plank lag. Vanwege tijdsgebrek was nog niemand eraan toegekomen, waarop ik besloot ermee aan de slag te gaan.”

arts Martin Baartmans en verpleegkundig specialist neonatologie Richard Willemsen. Hun feedback was belangrijk, want de afdeling moest achter het instrument staan en het werkbaar vinden in de praktijk.” Sinds 2018 hanteren de 45 verpleegkundigen op de afdeling Neonatologie de Neonatale Vitaal Score. Maroeska: “Ik heb de collega’s destijds een korte scholing gegeven. Het uitgangspunt is dat een verpleegkundige drie keer per etmaal de score van de neonaat meet: tijdens de dag-, avond- en nachtdienst. Bij verslechtering van de situatie gebeurt het vaker. Je verwerkt de gegevens in het EPD. Tijdens de artsenvisite bekijkt de specialist de score en bespreekt die eventueel met de verpleegkundige. Is de score te hoog, dan zoekt de verpleegkundige onmiddellijk contact met de arts, want dan moet er binnen een half uur een nieuw behandelbeleid zijn.”

Gemis Waar ging het om? Maroeska: “Het is belangrijk om bij een patiënt de mate van ziekte te kunnen vaststellen en deze ook te monitoren. Zo kan tijdig een vitaal bedreigde patiënt worden herkend en behandeld. Ons land heeft hiervoor de Early Warning Score (EWS). Máár: die was er alleen voor volwassenen en kinderen, niet voor neonaten. Een gemis, want neonaten zijn een uitermate kwetsbare groep. Voor het onderzoeksgedeelte van mijn opleiding heb ik daarom bekeken of ook een EWS kon worden ontwikkeld voor neonaten.” Maroeska slaagde in haar opzet (zie kadertekst ‘Meten’). Ze vertelt: ”De Neonatale Vitaal Score is tot stand gekomen op basis van literatuuronderzoek. Op PubMed en andere openbare digitale databases heb ik gezocht naar studies over vitaliteitsscores. Dat doe je met steekwoorden die je steeds specifieker maakt om bij de juiste bronnen te komen. Uiteindelijk bleven ongeveer twintig onderzoeken over. Stappen uit die studies heb ik verwerkt in het nieuwe instrument. Ze zijn besproken met kinder-

20

Wetenswaardig

“NET ALS ARTSEN KUNNEN WIJ BIJDRAGEN AAN BETERE EN VEILIGERE ZORG”

Filmpjes Nu is voor Maroeska een nieuwe onderzoeksepisode aangebroken: validatie. “Ik wil weten: meet de Neonatale Vitaal Score wat we willen? Is het een betrouwbaar middel om tijdig vitaal bedreigde patiëntjes te herkennen? Als we dat aantonen, zouden ook andere ziekenhuizen er gebruik van willen maken – vandaar die e-mails en telefoontjes. In de ideale situatie is de Neonatale Vitaal Score straks onderdeel van het Veiligheidsprogramma van het ministerie van VWS.”


Maroeska Soeteman

Maroeska trekt een jaar uit voor het onderzoek. “Ik ga filmpjes maken van neonaten. Vervolgens vraag ik 25 collega-verpleegkundigen telkens van hetzelfde kind de score vast te stellen. Als ze tot dezelfde score komen, duidt dat op betrouwbaarheid van het instrument. Wijken de metingen af van elkaar, dan zal het moeten worden aangepast. Ook ga ik terugkijken in het EPD. Werden de kinderen met een hoge waarde ook echt allemaal vitaal bedreigd, bijvoorbeeld door een infectie?” Maroeska, die de opleiding tot verpleegkundig specialist ambieert, moedigt verpleegkundigen aan onderzoek te doen. “Want dat is niet voorbehouden aan artsen. Verpleegkundigen kunnen óók bijdragen leveren aan betere en veiligere zorg. Mijn advies is: begin gewoon. Vraag een arts of andere zorgverlener met onderzoekservaring jou te helpen én klop aan bij de Maasstad Academie of het Wetenschapsbureau. Ik heb ervaren dat ze je daar precies kunnen vertellen welke stappen je moet zetten en wat je daarbij nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een onderzoeksprotocol.”

Meten Wat meet de verpleegkundige om tot de Neonatale Vitaal Score te komen? • Ademfrequentie • Ademarbeid • Saturatie: wat is het zuurstofgehalte in het bloed met en zonder zuurstoftoediening? • Respiratoire ondersteuning • Hartslag • Huidskleur bij de capillair refill. Dit is een maat voor de doorbloeding van huidweefsel. • Mentale status. Is het kind alert? Reageert het op de handelingen van de verpleegkundige? • Lichaamstemperatuur • Incidenten. Is er een hartslag- of zuurstofdaling of een incident met het gastro-intestinaal systeem, zoals spugen of een bolle buik? De verpleegkundige maakt tijdens de metingen onderscheid tussen prematuren en baby’s die op tijd zijn geboren. Er gelden verschillende grenzen.

Wetenswaardig

21


WETENSCHAPSDAG 2021 / Tekst: Serena Bruens

Wetenschapsdag 2021 in het teken van patiëntparticipatie Op 26 oktober vond dit jaar de Wetenschapsdag plaats in de Maasstadzaal en deze was ook online te volgen. Het thema was patiëntenparticipatie en dit werd door Casper Schoemaker (PGO Support) en Nelly van Uden-Kraan (Santeon) in presentaties uitgelicht. In totaal hebben 12 collega’s hun werk gepresenteerd waarbij zij ook toelichtten hoe patiënten participeren in hun onderzoek.

V.l.n.r. Jessica Ganesh, Mark van der Gracht, Karina de Koning, Jacqueline van Houwelingen en Annemarieke Kleijwegt.

22

Wetenswaardig


Maasstad Verpleegkundige Prijs 2021 De dag begon met de uitreiking van de Maasstad Verpleegkundige Prijs 2021. De twee genomineerden gaven een pitch over hun onderzoek, waarna er gelegenheid was om vragen te beantwoorden. De winnaar van dit jaar is Annemarieke Kleijwegt met haar onderzoek “Toewerken naar een optimale overDRACHT”, dat zij uitgevoerd heeft in het kader van haar opleiding tot hbo-verpleegkundige op de afdeling Verloskunde. Zij nam de prijs in ontvangst van Jacqueline van Houwelingen (voorzitter Verpleegkundige Adviesraad), te besteden aan professionele ontwikkeling of een congres of symposium naar keuze. De tweede prijs ging naar Karina de Koning, Jessica Ganesh en Mark van der Gracht voor hun onderzoek naar “Het verpleegkundig proces weer aan de top”, uitgevoerd in het kader van hun opleiding tot hbo-verpleegkundige op de afdelingen Dagbehandeling, Geriatrie en Vaatchirurgie/Kort Verblijf.

Research Talent Award 2021 De drie genomineerden voor de Research Talent Award kregen tijdens de Wetenschapsdag de gelegenheid om hun werk te presenteren en toe te lichten hoe zij patiënten hadden betrokken bij hun onderzoek. Het was een spannende uitslag, want de scores lagen dicht bij elkaar. De winnaar van dit jaar was Gert Jan Boer, arts-onderzoeker van de afdeling Chirurgie, met zijn presentatie ‘Aneurysm sac dynamics after endovascular aneurysm repair: a stable aneurysm sac as a predictor for mortality’. Hij nam de eerste prijs in ontvangst, te besteden aan een congres of symposium naar keuze. Job van Steenkiste & Michael van Herwerden van de afdeling Interne Geneeskunde namen de tweede prijs in ontvangst voor hun onderzoek ‘Telemonitoring bij COVID-19 patiënten’. Niels Dijkshoorn van het Brandwondencentrum kreeg de derde prijs voor zijn onderzoek naar ‘The course of patientreported scar quality in pediatric and adult burn patients: a longitudinal multicenter follow-up study’.

Gert Jan Boer, winnaar van de Research Talent Award 2021

Wij kijken terug op een geslaagde dag en tot volgend jaar op donderdag 29 september 2022!

Wetenswaardig

23


STUDIES

Nieuwe studies Mei 2021 t/m oktober 2021

24

Wetenswaardig

Studie nummer

Korte studietitel

Lokale hoofdonderzoeker

L2021104

OXA-48 verspreiding Maasstad

Pieter Smit

L2021098

Denovoskin NRB R3

Margriet van Baar

L2021097

GORec

Margriet van Baar

L2021096

IMITAS

Foske Thiebout

L2021095

SB Longkanker

Susan van 't Westeinde

L2021094

Keuzehulp borstkanker Santeon

Caroline Contant

L2021093

Prostaatkanker: factsheet patients like me

Melanie Gan

L2021091

MATH study

Mark Schellings

L2021088

Patients like me

Ritu Saxena

L2021087

AIH en zwangerschap

Edith Kuiper

L2021084

ZON

Remco Albers

L2021079

RIB-Inhalation

Jefrey Vermeulen

L2021070

PEGASUS

Erwin van der Harst

L2021068

ESLUNG study

Charles van Rossem

L2021067

VIRS

Dirk Boer

L2021065

Tapering biologicals in rheumatoid arthritis

Angelique Weel

L2021053

QUILT

Caroline Contant

L2021046

Impact FFR

Willem van Dockum

L2021039

BORN NR

Margriet van Baar

L2021038

Safe@home2

Leonoor van Eerden

L2021033

VR bril holding

Seppe Koopman

L2021031

Front-line workload Covid-19

Marike Bruinsma

L2021025

Shared understanding

René van den Dorpel

L2021022

STOP

Susan van 't Westeinde

L2021019

HOVON 902 DLBCL

Annemieke van der Padt

L2021018

Salmon-MIND

Seppe Koopman

L2021014

Appendicitis COVID study

Charles van Rossem

L2021013

SIMPLE study

Charles van Rossem

L2021009

Therapy selector in daily practice

Jan den Hollander


Geïnitieerd door

Afdeling

Maasstad geïnitieerd

Maasstad lab - Microbiologie

Ander ziekenhuis of consortium

Brandwonden Centrum

Ander ziekenhuis of consortium

Brandwonden Centrum

Ander ziekenhuis of consortium

Gynaecologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - Longziekten

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Urologie

Maasstad geïnitieerd

Maasstad lab - Klinische Chemie

Ander ziekenhuis of consortium

Neurologie

Ander ziekenhuis of consortium

Maag-Darm-Lever

Maasstad geïnitieerd

Interne geneeskunde - Oncologie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Intensive Care

Ander ziekenhuis of consortium

Reumatologie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Maasstad geïnitieerd

Cardiologie

Ander ziekenhuis of consortium

Brandwonden Centrum

Ander ziekenhuis of consortium

Gynaecologie

Ander ziekenhuis of consortium

Anesthesie

Maasstad geïnitieerd

Psychologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - Longziekten

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - Oncologie

Maasstad geïnitieerd

Anesthesie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Jan den Hollander

Wetenswaardig

25


Bartiméus geeft invulling aan het leven van visueel beperkte mensen

H

et voor visueel beperkte mensen mogelijk maken het leven te leiden dat bij hen past. Dat is één van de belangrijkste doelstellingen van Bartiméus, de kennis- en expertiseorganisatie voor mensen met een visuele beperking. Vanuit 16 locaties in het hele land vindt onderzoek, dagelijkse zorg, behandeling, advies en onderwijs plaats. Eén van de locaties is Rotterdam, waar oogmeetkundige en verlichtings adviseur Lex van den Bos werkzaam is. “Als de oogarts of opticien geen oplossing meer kan bieden, kunnen wij er bij Bartiméus met ons multidisciplinaire team voor zorgen dat de visueel beperkte medemens de eigen regie over z’n leven kan houden. Daarbij speelt onze inzet, advies en hulpmiddelen een belangrijke rol.”

BLIJVEN FUNCTIONEREN Rotterdam is één van de onderzoekscentra van Bartiméus. Daar komen slechtzienden, blinden en mensen met niet aangeboren hersenletsel, wat kan leiden tot zichtproblemen, terecht. In Rotterdam vindt onder andere low vision onderzoek plaats, visueel functie onderzoek en ook welke hulpmiddelen nodig zijn om in het dagelijkse leven te kunnen blijven functioneren. “Mensen komen hier terecht wanneer ze minder dan 30 procent zicht hebben of onbegrepen zienklachten waar de oogarts geen operatie of therapie meer voor heeft”, legt Van den Bos uit. “Het zijn over het algemeen oogartsen en neurologen die cliënten doorverwijzen, zij stellen de diagnose, waarna wij kijken wat de mogelijkheden zijn”.

EIGEN REGIE Van den Bos is vaak het eerste aanspreekpunt, hij inventariseert de visuele restfuncties van de cliënt middels allerlei testen. “Je moet daarbij denken aan contrast, kleur, leesprestaties, verlichting, enzovoort. Wanneer we alle data hebben verzameld, maken we samen met de cliënt een inschatting welke hulpmiddelen passend zijn, gebaseerd op de hulpvraag van de cliënt. Hij houdt te allen tijde de eigen regie.” Vervolgens volgt een intake gesprek, volgens Van den Bos een wezen-

lijk onderdeel van de werkwijze van Bartiméus. “Mensen snappen niet altijd waarom ze naar ons worden doorverwezen. Dat moet je goed uitleggen, duidelijk maken hoe het komt dat lezen, werken of thuis wonen niet meer kan zoals vroeger. Kortom, we doorlopen alle levensdomeinen volgens het ICF protocol, van de cliënt, met als doel dat hij in de nieuwe situatie zo goed mogelijk kan blijven functioneren. Daarbij kijken we ook naar mogelijke aanpassingen op het werk, school of in andere situaties.”

OPLOSSINGEN Per jaar helpt Bartiméus circa 10.000 cliënten, van kinderen tot en met hoogbejaarden. ‘Waarom ben ik niet jaren eerder doorverwezen’, is een reactie die Van den Bos vaak te horen krijgt. Het geeft aan dat Bartiméus met oplossingen komt die tot tevredenheid leidt en de cliënt de mogelijkheden biedt om verder te gaan met zijn leven. “Teveel mensen waarvoor nog mogelijkheden zijn zitten thuis, er is kortom genoeg te doen. Bartiméus helpt deze mensen graag op weg. Het houdt niet op bij een slechtnieuws bericht, dan begint het pas. Bartiméus geeft invulling aan het leven van de visueel beperkte medemens en dat is elke dag opnieuw prachtig om te doen, samen met het team.”

WWW.BARTIMEUS.NL


DANK U WEL!

AFGELOPEN 3 JAAR ZIJN RUIM 1800* MIGRAINE PATIËNTEN BEHANDELD MET AIMOVIG®

Hiermee hebben we veel migraine dagen kunnen voorkomen en pakken migraine patiënten stap voor stap hun leven weer op. Dit hebben we samen bereikt! We zijn dankbaar voor uw steun en kijken uit naar een toekomst met minder migraine.

Wilt u verder praten over hoe we samen migraine patiënten kunnen helpen? Neem dan hier contact met ons op. of kijk op www.novartis.nl/medicijnen/aimovig

*data on file

Dank u wel namens het Aimovig® team.


PUBLICATIES

Publicatielijst Maasstad Ziekenhuis Mei 2021 t/m oktober 2021 Anesthesie van den Broek RJC, Koopman JSHA, Postema JMC, Verberkmoes NJ, Chin KJ, Bouwman RA, Versyck BJB. Continuous erector spinae plane block versus thoracic epidural analgesia in video-assisted thoracic surgery: a study protocol for a prospective randomized open label non-inferiority trial. Trials. 2021 May 4;22(1):321. doi: 10.1186/s13063-021-05275-9. PMID: 33947442; PMCID: PMC8094519. Kallewaard JW, Gültuna I, Hoffmann V, Elzinga L, Munnikes R, Verbrugge L, Minne V, Reiters P, Subbaroyan J, Santos A, Rotte A, Caraway D. 10 kHz Spinal Cord Stimulation for the Treatment of Failed Back Surgery Syndrome with Predominant Leg Pain: Results from a Prospective Study in Patients from the Dutch Healthcare System. Pain Pract. 2021 Jun;21(5):490-500. doi: 10.1111/papr.12973. Epub 2020 Dec 22. PMID: 33274545; PMCID: PMC8247309. Apotheek Cox JM, van Doorn L, Malmberg R, Oomende Hoop E, Bosch TM, van den Bemt PMLA, Boere IA, Jager A, Mathijssen RHJ, van Leeuwen RWF. The added value of H2 antagonists in premedication regimens during paclitaxel treatment. Br J Cancer. 2021 May;124(10):1647-1652. doi: 10.1038/s41416-021-01313-0. Epub 2021 Mar 24. PMID: 33762718; PMCID: PMC8110571. BWC van Zoonen EE, Pijpe A, van Baar ME, Nieuwenhuis MK, van Schie CHM, Trommel N, Hartlief G, Beemsterboer-Haagsman MG, Meij-de Vries A. Aetiology of severe burn incidents in children under 5 years of age in the Netherlands: A prospective cohort study. Burns. 2021 Jun 15:S0305-4179(21)00156-X. doi: 10.1016/j.burns.2021.06.003. Epub ahead of print. PMID: 34602299. van der Vlegel M, Spronk I, Oude Groeniger J, Toet H, Panneman MJM, Polinder S, Haagsma JA. Health care utilization and health-related quality of life of injury patients: comparison of educational

28

Wetenswaardig

groups. BMC Health Serv Res. 2021 Sep 19;21(1):988. doi: 10.1186/s12913-021-069133. PMID: 34538243; PMCID: PMC8451142. Van Yperen DT, Van Lieshout EMM, Verhofstad MHJ, Van der Vlies CH. Epidemiology of burn patients admitted in the Netherlands: a nationwide registry study investigating incidence rates and hospital admission from 2014 to 2018. Eur J Trauma Emerg Surg. 2021 Aug 31. doi: 10.1007/s00068-021-01777-y. Epub ahead of print. PMID: 34463772. Legemate CM, van der Vlies CH. Donor site morbidity - Where is the evidence to guide therapeutic decision making? Burns. 2021 Sep;47(6):1456-1457. doi: 10.1016/j.burns.2021.06.011. Epub 2021 Jul 15. PMID: 34344570. van Zoonen EE, van Baar ME, van Schie CHM, Koppes LLJ, Verheij RA. Burn injuries in primary care in the Netherlands: Risk factors and trends. Burns. 2021 May 6:S0305-4179(21)00120-0. doi: 10.1016/j.burns.2021.04.030. Epub ahead of print. PMID: 34167851. de Vries V, de Jong AEE, Hofland HWC, Van Loey NE. Pain and Posttraumatic Stress Symptom Clusters: A Cross-Lagged Study. Front Psychol. 2021 May 31;12:669231. doi: 10.3389/fpsyg.2021.669231. PMID: 34135828; PMCID: PMC8201070. Spronk I, Stortelers A, van der Vlies CH, van Zuijlen PPM, Pijpe A; Burden of Burn Injuries Study Group. Scar quality in children with burns 5-7 years after injury: A cross-sectional multicentre study. Wound Repair Regen. 2021 Nov;29(6):951-960. doi: 10.1111/wrr.12953. Epub 2021 Jun 16. PMID: 34133037. Spronk I, Polinder S, Bonsel GJ, Janssen MF, Haagsma JA. The relation between EQ-5D and fatigue in a Dutch general population sample: an explorative study. Health Qual Life Outcomes. 2021 Apr 29;19(1):135. doi: 10.1186/s12955-021-01771-3. PMID: 33926461; PMCID: PMC8082864. Spronk I, Bonsel GJ, Polinder S, van Baar ME, Janssen MF, Haagsma JA. The

added value of extending the EQ-5D-5L with an itching item for the assessment of health-related quality of life of burn patients: an explorative study. Burns. 2021 Jun;47(4):873-879. doi: 10.1016/j.burns.2020.08.015. Epub 2020 Sep 12. PMID: 33012569. Cardiologie Spoormans EM, Lemkes JS, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali LSD, Dubois EA, Meuwissen M, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak R, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, Girbes ARJ, van der Harst P, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans TACM, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns HJGM, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, van de Ven PM, van Royen N, Elbers PWG. Targeted Temperature Management in Out-of-Hospital Cardiac Arrest With Shockable Rhythm: A Post Hoc Analysis of the Coronary Angiography After Cardiac Arrest Trial. Crit Care Med. 2021 Sep 22. doi: 10.1097/CCM.0000000000005271. Epub ahead of print. PMID: 34637414. Jansen TPJ, Konst RE, Elias-Smale SE, van den Oord SC, Ong P, de Vos AMJ, van de Hoef TP, Paradies V, Smits PC, van Royen N, Damman P. Assessing Microvascular Dysfunction in Angina With Unobstructed Coronary Arteries: JACC Review Topic of the Week. J Am Coll Cardiol. 2021 Oct 5;78(14):1471-1479. doi: 10.1016/j.jacc.2021.08.028. PMID: 34593129. Hove DT, Sinha B, Glaudemans AWJM, Gomes A, Swart LE, Tanis W, Budde RPJ, Slart RHJA. 18 F-FDG-Uptake in Mediastinal Lymph Nodes in Suspected Prosthetic Valve Endocarditis: Predictor or Confounder? Front Cardiovasc Med. 2021 Aug 11;8:717774. doi: 10.3389/fcvm.2021.717774. PMID: 34458343; PMCID: PMC8385671. Smits PC, Frigoli E, Tijssen J, Jüni P, Vranckx P, Ozaki Y, Morice MC, Chevalier B, Onuma Y, Windecker S, Tonino PAL, Roffi M, Lesiak M, Mahfoud F,


Bartunek J, Hildick-Smith D, Colombo A, Stankovic G, Iñiguez A, Schultz C, Kornowski R, Ong PJL, Alasnag M, Rodriguez AE, Moschovitis A, Laanmets P, Heg D, Valgimigli M; MASTER DAPT Investigators. Abbreviated Antiplatelet Therapy in Patients at High Bleeding Risk With or Without Oral Anticoagulant Therapy After Coronary Stenting: An Open-Label, Randomized, Controlled Trial. Circulation. 2021 Oct 12;144(15):1196-1211. doi: 10.1161/CIRCULATIONAHA.121.056680. Epub 2021 Aug 29. PMID: 34455849; PMCID: PMC8500374. Valgimigli M, Frigoli E, Heg D, Tijssen J, Jüni P, Vranckx P, Ozaki Y, Morice MC, Chevalier B, Onuma Y, Windecker S, Tonino PAL, Roffi M, Lesiak M, Mahfoud F, Bartunek J, Hildick-Smith D, Colombo A, Stanković G, Iñiguez A, Schultz C, Kornowski R, Ong PJL, Alasnag M, Rodriguez AE, Moschovitis A, Laanmets P, Donahue M, Leonardi S, Smits PC; MASTER DAPT Investigators. Dual Antiplatelet Therapy after PCI in Patients at High Bleeding Risk. N Engl J Med. 2021 Oct 28;385(18):1643-1655. doi: 10.1056/NEJMoa2108749. Epub 2021 Aug 28. PMID: 34449185. Kuku KO, Garcia-Garcia HM, Doros G, Mintz GS, Ali ZA, Skinner WH, Artis AK, Ten Cate T, Powers E, Wong SC, Wykrzykowska J, Dube S, Kazziha S, van der Ent M, Shah P, Sum S, Torguson R, Di Mario C, Waksman R; LRP Investigators. Predicting future left anterior descending artery events from non-culprit lesions: insights from the Lipid-Rich Plaque study. Eur Heart J Cardiovasc Imaging. 2021 Aug 19:jeab160. doi: 10.1093/ehjci/jeab160. Epub ahead of print. PMID: 34410335. Veenis JF, Rocca HB, Linssen GCM, Erol-Yilmaz A, Pronk ACB, Engelen DJM, van Tooren RM, Koornstra-Wortel HJJ, de Boer RA, van der Meer P, Hoes AW, Brugts JJ; CHECK-HF investigators. Impact of sex-specific target dose in chronic heart failure patients with reduced ejection fraction. Eur J Prev Cardiol. 2021 Aug 9;28(9):957-965. doi: 10.1177/2047487320923185. PMID: 34402878. De Luca G, Debel N, Cercek M, Jensen LO, Vavlukis M, Calmac L, Johnson T, Ferrer GR, Ganyukov V, Wojakowski W, Kinnaird T, von Birgelen C, Cottin Y, IJsselmuiden A, Tuccillo B, Versaci F, Royaards KJ, Berg JT, Laine M, Dirksen M, Siviglia M, Casella G, Kala P, Díez Gil JL, Banning A, Becerra V, De Simone C,

Santucci A, Carrillo X, Scoccia A, Amoroso G, Van’t Hof AW, Kovarnik T, Tsigkas G, Mehilli J, Gabrielli G, Rios XF, Bakraceski N, Levesque S, Cirrincione G, Guiducci V, Kidawa M, Spedicato L, Marinucci L, Ludman P, Zilio F, Galasso G, Fabris E, Menichelli M, Garcia-Touchard A, Manzo S, Caiazzo G, Moreu J, Forés JS, Donazzan L, Vignali L, Teles R, Benit E, Agostoni P, Ojeda FB, Lehtola H, Camacho-Freiere S, Kraaijeveld A, Antti Y, Boccalatte M, Deharo P, MartínezLuengas IL, Scheller B, Varytimiadi E, Moreno R, Uccello G, Faurie B, Gutierrez Barrios A, Milewski M, Bruwiere E, Smits P, Wilbert B, Di Uccio FS, Parodi G, Kedhi E, Verdoia M. Impact of SARS-CoV-2 positivity on clinical outcome among STEMI patients undergoing mechanical reperfusion: Insights from the ISACS STEMI COVID 19 registry. Atherosclerosis. 2021 Sep;332:48-54. doi: 10.1016/j.atherosclerosis.2021.06.926. Epub 2021 Jul 21. PMID: 34391035; PMCID: PMC8294603. Paradies V, Waldeyer C, Laforgia PL, Clemmensen P, Smits PC. Completeness of revascularisation in acute coronary syndrome patients with multivessel disease. EuroIntervention. 2021 Jun 25;17(3):193-201. doi: 10.4244/EIJ-D-20-00957. PMID: 34167938. Vogel RF, Delewi R, Angiolillo DJ, Wilschut JM, Lemmert ME, Diletti R, van Vliet R, van der Waarden NWPL, Nuis RJ, Paradies V, Alexopoulos D, Zijlstra F, Montalescot G, Krucoff MW, van Mieghem NM, Smits PC, Vlachojannis GJ. Pharmacodynamic Effects of Pre-Hospital Administered Crushed Prasugrel in Patients With ST-Segment Elevation Myocardial Infarction. JACC Cardiovasc Interv. 2021 Jun 28;14(12):1323-1333. doi: 10.1016/j.jcin.2021.04.022. PMID: 34167672. Bulluck H, Paradies V, Barbato E, Baumbach A, Bøtker HE, Capodanno D, De Caterina R, Cavallini C, Davidson SM, Feldman DN, Ferdinandy P, Gili S, Gyöngyösi M, Kunadian V, Ooi SY, Madonna R, Marber M, Mehran R, Ndrepepa G, Perrino C, Schüpke S, Silvain J, Sluijter JPG, Tarantini G, Toth GG, Van Laake LW, von Birgelen C, Zeitouni M, Jaffe AS, Thygesen K, Hausenloy DJ. Prognostically relevant periprocedural myocardial injury and infarction associated with percutaneous coronary interventions: a Consensus Document of the ESC Working Group on Cellular Biology of the Heart and European Association of

Percutaneous Cardiovascular Interventions (EAPCI). Eur Heart J. 2021 Jul 15;42(27):2630-2642. doi: 10.1093/eurheartj/ehab271. PMID: 34059914; PMCID: PMC8282317. van der Graaf M, Jewbali LSD, Lemkes JS, Spoormans EM, van der Ent M, Meuwissen M, Blans MJ, van der Harst P, Henriques JP, Beishuizen A, Camaro C, Bleeker GB, van Royen N, Yap SC. Infarct-related chronic total coronary occlusion and the risk of ventricular tachyarrhythmic events in out-of-hospital cardiac arrest survivors. Neth Heart J. 2021 Oct;29(10):500-505. doi: 10.1007/s12471-021-01578-3. Epub 2021 May 27. PMID: 34046780; PMCID: PMC8455757. Ueyama H, Kuno T, Yasumura K, Vengrenyuk Y, Takagi H, Barman N, Suleman J, Banning AS, Boxma-de Klerk BM, Smits PC, Kini A, Sharma SK. Meta-Analysis Comparing Same-Sitting and Staged Percutaneous Coronary Intervention of NonCulprit Artery for ST-Elevation Myocardial Infarction with Multivessel Coronary Disease. Am J Cardiol. 2021 Jul 1;150:24-31. doi: 10.1016/j.amjcard.2021.03.043. Epub 2021 May 16. PMID: 34011437. Lemkes JS, Spoormans EM, Demirkiran A, Leutscher S, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali LSD, Dubois EA, Meuwissen M, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak R, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, van der Harst P, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans TACM, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns HJGM, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, Elbers PWG, van de Ven PM, van Loon RB, van Royen N. The effect of immediate coronary angiography after cardiac arrest without ST-segment elevation on left ventricular function. A sub-study of the COACT randomised trial. Resuscitation. 2021 Jul;164:93-100. doi: 10.1016/j.resuscitation.2021.04.020. Epub 2021 Apr 28. PMID: 33932485. Habets MAW, Sturkenboom HN, Tio RA, Belfroid E, Hoogervorst-Schilp J, Siebelink HJ, Jansen CW, Smits PC. How often and to what extent do admitted COVID-19 patients have signs of cardiac injury? Neth Heart J. 2021 May;29(Suppl 1):5-12. doi: 10.1007/s12471-021-01571-w. Epub 2021 Apr 16. PMID: 33860908; PMCID: PMC8050638.

Wetenswaardig

29


PUBLICATIES Lansky AJ, Kereiakes DJ, Baumbach A, Windecker S, Hussain Y, Pietras C, Dressler O, Issever O, Curtis M, Bertolet B, Zidar JP, Smits PC, Alfonso Jiménez Díaz V, McLaurin B, Hofma S, Cequier Á, Dib N, Benit E, Mathur A, Brogno D, Berland J, Wykrzykowska J, Piegari G, Brugaletta S, Saito S, Leon MB; PIONEER III Trial Investigators. Novel Supreme DrugEluting Stents With Early Synchronized Antiproliferative Drug Delivery to Inhibit Smooth Muscle Cell Proliferation After Drug-Eluting Stents Implantation in Coronary Artery Disease: Results of the PIONEER III Randomized Clinical Trial. Circulation. 2021 Jun;143(22):2143-2154. doi: 10.1161/CIRCULATIONAHA.120.052482. Epub 2021 Apr 6. PMID: 33820424. Derks L, Houterman S, Geuzebroek GSC, van der Harst P, Smits PC; PCI Registration Committee of the Netherlands Heart Registration. Daylight saving time does not seem to be associated with number of percutaneous coronary interventions for acute myocardial infarction in the Netherlands. Neth Heart J. 2021 Sep;29(9):427-432. doi: 10.1007/s12471021-01566-7. Epub 2021 Mar 25. PMID: 33765223; PMCID: PMC8397810. Smits PC. Plan-Do-Study-Act in transcatheter aortic valve replacement. Neth Heart J. 2021 Apr;29(4):186-187. doi: 10.1007/s12471-021-01559-6. Epub 2021 Mar 16. PMID: 33725264; PMCID: PMC7991051. Verstraelen TE, van Barreveld M, van Dessel PHFM, Boersma LVA, Delnoy PPHM, Tuinenburg AE, Theuns DAMJ, van der Voort PH, Kimman GP, Buskens E, Hulleman M, Allaart CP, Strikwerda S, Scholten MF, Meine M, Abels R, Maass AH, Firouzi M, Widdershoven JWMG, Elders J, van Gent MWF, Khan M, Vernooy K, Grauss RW, Tukkie R, van Erven L, Spierenburg HAM, Brouwer MA, Bartels GL, Bijsterveld NR, Borger van der Burg AE, Vet MW, Derksen R, Knops RE, Bracke FALE, Harden M, Sticherling C, Willems R, Friede T, Zabel M, Dijkgraaf MGW, Zwinderman AH, Wilde AAM. Development and external validation of prediction models to predict implantable cardioverter-defibrillator efficacy in primary prevention of sudden cardiac death. Europace. 2021 Jun 7;23(6):887-897. doi: 10.1093/europace/euab012. PMID: 33582797; PMCID: PMC8184225. Smits PC. Hans Brinker and the Silver Skates: A Story of How to Seal A Perforation. Cardiovasc Revasc Med. 2021 Apr;25:27-28. doi:

30

Wetenswaardig

10.1016/j.carrev.2021.01.006. Epub 2021 Jan 19. PMID: 33478859. Ng CKJ, Paradies V, Vlachojannis GJ, Toh HW, Leo HL, Wong EHP, Foin N, Ang HY. Provisional Stenting for the Treatment of Bifurcation Lesions: In Vitro Insights. J Cardiovasc Transl Res. 2021 Aug;14(4):595-597. doi: 10.1007/s12265-020-10088-3. Epub 2021 Jan 6. PMID: 33409964. Danenberg HD, Konigstein M, Golomb M, Kandzari DE, Smits PC, Love MP, Banai S, Ozan MO, Liu M, Perlman GY, Stone GW, Ben-Yehuda O. Incidence and Predictors of Target Lesion Failure in Patients With Lesions in Small Vessels Undergoing PCI With Contemporary Drug-Eluting Stents: Insights From the BIONICS Study. Cardiovasc Revasc Med. 2021 Apr;25:1-8. doi: 10.1016/j.carrev.2020.10.018. Epub 2020 Oct 28. PMID: 33168433. Chirurgie Qaderi SM, van der Heijden JAG, Verhoeven RHA, de Wilt JHW, Custers JAE; PLCRC study group. Trajectories of healthrelated quality of life and psychological distress in patients with colorectal cancer: A population-based study. Eur J Cancer. 2021 Oct 16;158:144-155. doi: 10.1016/j.ejca.2021.08.050. Epub ahead of print. PMID: 34666216. Oussoren FK, Maldonado TS, Reijnen MMPJ, Heyligers JMM; SIBES study group. Solitary Iliac Branch Endoprosthesis placement for iliac aneurysms. J Vasc Surg. 2021 Oct 13:S0741-5214(21)02213-8. doi: 10.1016/j.jvs.2021.10.005. Epub ahead of print. PMID: 34655682. Daamen LA, Dorland G, Brada LJH, Groot VP, van Oosten AF, Besselink MG, Bosscha K, Bonsing BA, Busch OR, Cirkel GA, van Dam RM, Festen S, Groot Koerkamp B, Haj Mohammad N, van der Harst E, de Hingh IHJT, Intven MPW, Kazemier G, Los M, de Meijer VE, Nieuwenhuijs VB, Roos D, Schreinemakers JMJ, Stommel MWJ, Verdonk RC, Verkooijen HM, Molenaar IQ, van Santvoort HC; Dutch Pancreatic Cancer Group. Preoperative predictors for early and very early disease recurrence in patients undergoing resection of pancreatic ductal adenocarcinoma. HPB (Oxford). 2021 Sep 24:S1365182X(21)01624-5. doi: 10.1016/j.hpb.2021.09.004. Epub ahead of print. PMID: 34642090. Groen JV, Smits FJ, Koole D, Besselink MG,

Busch OR, den Dulk M, van Eijck CHJ, Groot Koerkamp B, van der Harst E, de Hingh IH, Karsten TM, de Meijer VE, Pranger BK, Molenaar IQ, Bonsing BA, van Santvoort HC, Mieog JSD. Completion pancreatectomy or a pancreas-preserving procedure during relaparotomy for pancreatic fistula after pancreatoduodenectomy: a multicentre cohort study and meta-analysis. Br J Surg. 2021 Oct 5:znab273. doi: 10.1093/bjs/znab273. Epub ahead of print. PMID: 34608941. Snoek KM, Steegers-Theunissen RPM, Klaassen RA, Laven JSE, Schoenmakers S. Impact of Bariatric surgery on EmbrYONic, fetal and placental Development (BEYOND): protocol for a prospective cohort study embedded in the Rotterdam periconceptional cohort. BMJ Open. 2021 Sep 2;11(9):e051110. doi: 10.1136/bmjopen-2021-051110. PMID: 34475184; PMCID: PMC8413945. Hatzl J, Batenburg MVB, Yeung KK, Fioole B, Verhoeven E, Lauwers G, Kölbel T, Wever JJ, Scheinert D, Van den Eynde W, Rouhani G, Mees BME, Vermassen F, Schelzig H, Cuypers PWM, Böckler D; Zephyr study group collaborators. Thirty-day Results from the ZEPHYR Registry: Outcomes of EVAR Using the Zenith Alpha™ Abdominal Endovascular Graft for the Treatment of AAA in 347 Patients. Ann Vasc Surg. 2021 Aug 30:S0890-5096(21)00562-8. doi: 10.1016/j.avsg.2021.06.020. Epub ahead of print. PMID: 34474131. van Rijckevorsel VAJIM, Roukema GR, Klem TMAL, Kuijper TM, de Jong L; Dutch Hip Fracture Registry Collaboration. Validation of the Nottingham Hip Fracture Score (NHFS) in Patients with Hip Fracture: A Prospective Cohort Study in the Netherlands. Clin Interv Aging. 2021 Aug 21;16:1555-1562. doi: 10.2147/CIA.S321287. PMID: 34456563; PMCID: PMC8387735. de Boer SW, van Mierlo-van den Broek PAH, de Vries JPM, Kleiss SF, Bloemsma GC, de Vries-Werson DAB, Fioole B, Bokkers RPH. Technical Success and Mid-Term Outcomes of Endovascular Revascularization of Tibio-Peroneal Trunk Lesions. J Clin Med. 2021 Aug 16;10(16):3610. doi: 10.3390/jcm10163610. PMID: 34441909; PMCID: PMC8396830. van Rijckevorsel VAJIM, Roukema GR, Klem TMAL, Kuijper TM, de Jong L. Antithrombotics in Patients With a Femoral Neck Fracture: Evaluating Daily Practice in an Observational Cohort Study.


Geriatr Orthop Surg Rehabil. 2021 Aug 11;12:21514593211037755. doi: 10.1177/21514593211037755. PMID: 34395048; PMCID: PMC8361536. Wijngaarden LH, Reiber BMM, Yousufzai F, Demirkiran A, Klaassen RA. Resizing a large pouch after laparoscopic Roux-en-Y gastric bypass: comparing the effect of two techniques on weight loss. Surg Endosc. 2021 Aug 10. doi: 10.1007/s00464-021-08671-z. Epub ahead of print. PMID: 34374871. Wijngaarden LH, van der Harst E, Klaassen RA, Dunkelgrun M, Kuijper TM, Klepper M, Ambagtsheer G, IJzermans JNM, de Bruin RWF, Litjens NHR. Effects of Morbid Obesity and Metabolic Syndrome on the Composition of Circulating Immune Subsets. Front Immunol. 2021 Jul 20;12:675018. doi: 10.3389/fimmu.2021.675018. PMID: 34354700; PMCID: PMC8330422. van Delft EAK, van Gelder TG, Vermeulen J, Schep NWL, Bloemers FW. Does position of the wrist during cast immobilisation in patients with distal radius fractures affect outcome? Eur J Trauma Emerg Surg. 2021 Aug 4. doi: 10.1007/s00068-021-01751-8. Epub ahead of print. PMID: 34347111. Raats JW, van Rossem CC, van der Schoot MJT. Een vrouw met een grote tumor in de thorax [A woman with a large tumor in the thorax]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2021 May 19;165:D5757. Dutch. PMID: 34346628. Kramer SB, Selles CA, Bakker D, Schep NWL. Comparison of extra-articular radiographic parameters of distal radius fractures on plain radiographs and CT scans. J Hand Surg Eur Vol. 2021 Jun 6:17531934211021042. doi: 10.1177/17531934211021042. Epub ahead of print. PMID: 34092134. Notten P, de Smet AAEA, Tick LW, van de Poel MHW, Wikkeling ORM, Vleming LJ, Koster A, Jie KG, Jacobs EMG, Ebben HP, Coppens M, Ten Cate H, Wittens CHA, Ten Cate-Hoek AJ. CAVA (Ultrasound-Accelerated Catheter-Directed Thrombolysis on Preventing Post-Thrombotic Syndrome) Trial: Long-Term Follow-Up Results. J Am Heart Assoc. 2021 Jun;10(11):e018973. doi: 10.1161/JAHA.120.018973. Epub 2021 May 25. PMID: 34032127; PMCID: PMC8483549. Eyck BM, van der Wilk BJ, Noordman BJ,

Wijnhoven BPL, Lagarde SM, Hartgrink HH, Coene PPLO, Dekker JWT, Doukas M, van der Gaast A, Heisterkamp J, Kouwenhoven EA, Nieuwenhuijzen GAP, Pierie JEN, Rosman C, van Sandick JW, van der Sangen MJC, Sosef MN, van der Zaag ES, Spaander MCW, Valkema R, Lingsma HF, Steyerberg EW, van Lanschot JJB; SANOstudy group. Updated protocol of the SANO trial: a stepped-wedge cluster randomised trial comparing surgery with active surveillance after neoadjuvant chemoradiotherapy for oesophageal cancer. Trials. 2021 May 17;22(1):345. doi: 10.1186/s13063021-05274-w. PMID: 34001287; PMCID: PMC8127221. Scheijmans JCG, Borgstein ABJ, Puylaert CAJ, Bom WJ, Bachiri S, van Bodegraven EA, Brandsma ATA, Ter Brugge FM, de Castro SMM, Couvreur R, Franken LC, Gaspersz MP, de Graaff MR, Groenen H, Kleipool SC, Kuypers TJL, Martens MH, Mens DM, Orsini RG, Reneerkens NJMM, Schok T, Sedee WJA, Tavakoli Rad S, Volders JH, Weeder PD, Prins JM, Gietema HA, Stoker J, Gisbertz SS, Besselink MGH, Boermeester MA; SCOUT Collaboarative Study group. Impact of the COVID-19 pandemic on incidence and severity of acute appendicitis: a comparison between 2019 and 2020. BMC Emerg Med. 2021 May 12;21(1):61. doi: 10.1186/s12873-021-00454-y. PMID: 33980150; PMCID: PMC8114672. de Jonge J, Scheijmans JCG, van Rossem CC, van Geloven AAW, Boermeester MA, Bemelman WA; Snapshot Appendicitis Collaborative Study group. Normal inflammatory markers and acute appendicitis: a national multicentre prospective cohort analysis. Int J Colorectal Dis. 2021 Jul;36(7):1507-1513. doi: 10.1007/s00384-021-03933-7. Epub 2021 Apr 27. PMID: 33907858; PMCID: PMC8195794. Beeres FJP, van de Wall BJM, Hug U, Schep NWL, Babst R, Link BC, Migliorini F, Knobe M, Liechti R. Temporary spanning plate wrist fixation of complex distal radius fractures: a systematic review of 353 patients. Eur J Trauma Emerg Surg. 2021 Apr 26. doi: 10.1007/s00068-021-016566. Epub ahead of print. PMID: 33900417.

10.1007/s11695-021-05423-9. Epub 2021 Apr 21. PMID: 33884567. Barvelink B, Reijman M, Schep NWL, Brown V, Kraan GA, Gosens T, Polinder S, Ista E, Verhaar JAN, Colaris JW; CAST study group. The CAST study protocol: a cluster randomized trial assessing the effect of circumferential casting versus plaster splinting on fracture redisplacement in reduced distal radius fractures in adults. BMC Musculoskelet Disord. 2021 Apr 20;22(1):370. doi: 10.1186/s12891-021-04238-0. PMID: 33879131; PMCID: PMC8059188. Mulders MAM, Schep NWL, de Muinck Keizer RO, Kodde IF, Hoogendoorn JM, Goslings JC, Eygendaal D. Operative vs. nonoperative treatment for Mason type 2 radial head fractures: a randomized controlled trial. J Shoulder Elbow Surg. 2021 Jul;30(7):1670-1678. doi: 10.1016/j.jse.2021.02.025. Epub 2021 Mar 19. PMID: 33753275. Schuurmann RCL, Kropman R, Ouriel K, Jordan WD Jr, Muhs BE, ‘t Mannetje Y, Reijnen MMPJ, Fioole B, Ünlü Ç, Brummel P, de Vries JPM. Remodeling of Abdominal Aortic Angulation and Curvature After Endovascular Aneurysm Repair in Patients With vs Without Late Type Ia Endoleak or Endograft Migration. J Endovasc Ther. 2021 Apr;28(2):342-351. doi: 10.1177/1526602821995831. Epub 2021 Mar 4. PMID: 33660575. Mulay S, Geraedts ACM, Koelemay MJW, Balm R; ODYSSEUS study group. Type 2 Endoleak With or Without Intervention and Survival After Endovascular Aneurysm Repair. Eur J Vasc Endovasc Surg. 2021 May;61(5):779-786. doi: 10.1016/j.ejvs.2021.01.017. Epub 2021 Feb 23. PMID: 33632609. Van den Dop LM, Sneiders D, Kleinrensink GJ, Jeekel HJ, Lange JF, Timmermans L. Infectious Complication in Relation to the Prophylactic Mesh Position: The PRIMA Trial Revisited. J Am Coll Surg. 2021 May;232(5):738-745. doi: 10.1016/j.jamcollsurg.2021.01.014. Epub 2021 Feb 15. PMID: 33601004.

Snelder SM, Aga Y, de Groot-de Laat LE, Biter LU, Castro Cabezas M, Pouw N, Boxma-de Klerk BM, Klaassen RA, Zijlstra F, van Dalen BM. Cardiac Function Normalizes 1 Year After Bariatric Surgery in Half of the Obesity Patients with Subclinical Cardiac Dysfunction. Obes Surg. 2021 Sep;31(9):4206-4209. doi:

Wetenswaardig

31


PUBLICATIES

Voeten DM, van der Werf LR, Gisbertz SS, Ruurda JP, van Berge Henegouwen MI, van Hillegersberg R; Dutch Upper Gastrointestinal Cancer Audit (DUCA) Group. Postoperative intensive care unit stay after minimally invasive esophagectomy shows large hospital variation. Results from the Dutch Upper Gastrointestinal Cancer Audit. Eur J Surg Oncol. 2021 Aug;47(8):1961-1968. doi: 10.1016/j.ejso.2021.01.005. Epub 2021 Jan 16. PMID: 33485673. Leliveld MS, Verhofstad MHJ, Van Lieshout EMM; TRAVEL Study Investigators. Measurement properties of Patient-Reported Outcome Measures in patients with a tibial shaft fracture; validation study alongside the multicenter TRAVEL study. Injury. 2021 Apr;52(4):1002-1010. doi: 10.1016/j.injury.2020.12.030. Epub 2020 Dec 31. PMID: 33451691. Pranger BK, van Dam JL, Groen JV, van Eijck CH, Koerkamp BG, Bonsing BA, Mieog JSD, Besselink MG, Busch OR, Kazemier G, de Jong KP, de Kleine RHJ, Molenaar IQ, Stommel MWJ, Gerhards MF, Coolsen MME, van Santvoort HC, van der Harst E, Klaase JM, de Meijer VE; Dutch Pancreatic Cancer Group. Pancreatic resection in the pediatric, adolescent and young adult population: nationwide analysis on complications. HPB (Oxford). 2021 Aug;23(8):1175-1184. doi: 10.1016/j.hpb.2020.10.029. Epub 2020 Dec 3. PMID: 33281080. Germawi L, Westenberg RF, Wang F, Schep NWL, Chen NC, Eberlin KR. Factors associated with revision surgery for olecranon bursitis after bursectomy. J Shoulder Elbow Surg. 2021 May;30(5):11351141. doi: 10.1016/j.jse.2020.09.033. Epub 2020 Nov 1. PMID: 33144225. Geriatrie Pazan F, Petrovic M, Cherubini A, Onder G, Cruz-Jentoft AJ, Denkinger M, van der Cammen TJM, Stevenson JM, Ibrahim K, Rajkumar C, Bakken MS, Baeyens JP, Crome P, Frühwald T, Gallaghar P, Guðmundsson A, Knol W, O’Mahony D, Pilotto A, Rönnemaa E, Serra-Rexach JA, Soulis G, van Marum RJ, Ziere G, Mair A, Burkhardt H, Neumann-Podczaska A, WieczorowskaTobis K, Fernandes MA, Gruner H, Dallmeier D, Beuscart JB, van der Velde N, Wehling M. Correction to: Current evidence on the impact of medication optimization or pharmacological interventions on frailty or aspects of frailty: a systematic review of randomized controlled

32

Wetenswaardig

trials. Eur J Clin Pharmacol. 2021 Oct;77(10):1593-1594. doi: 10.1007/s00228-021-03166-1. Erratum for: Eur J Clin Pharmacol. 2021 Jan;77(1):1-12. PMID: 34363520; PMCID: PMC8440242. van Dartel D, Vermeer M, Folbert EC, Arends AJ, Vollenbroek-Hutten MMR, Hegeman JH; Dutch Hip Fracture Audit (DHFA) Group. Early Predictors for Discharge to Geriatric Rehabilitation after Hip Fracture Treatment of Older Patients. J Am Med Dir Assoc. 2021 Apr 29:S1525-8610(21)00335-2. doi: 10.1016/j.jamda.2021.03.026. Epub ahead of print. PMID: 33933417. Gynaecology Baldewpersad Tewarie NMS, van Driel WJ, van Ham M, Wouters MW, Kruitwagen R; participants of the Dutch Gynecological Oncology Collaborator Group. Postoperative outcomes of primary and interval cytoreductive surgery for advanced ovarian cancer registered in the Dutch Gynecological Oncology Audit (DGOA). Gynecol Oncol. 2021 Aug;162(2):331-338. doi: 10.1016/j.ygyno.2021.05.030. Epub 2021 Jun 17. Erratum in: Gynecol Oncol. 2021 Oct 1;: PMID: 34147284. Baldewpersad Tewarie NMS, van Driel WJ, van Ham M, Wouters MW, Kruitwagen R; participants of the Dutch Gynecological Oncology Collaborator Group. Clinical auditing as an instrument to improve care for patients with ovarian cancer: The Dutch Gynecological Oncology Audit (DGOA). Eur J Surg Oncol. 2021 Jul;47(7):1691-1697. doi: 10.1016/j.ejso.2021.01.019. Epub 2021 Feb 5. PMID: 33581966. Saleh L, Alblas MM, Nieboer D, Neuman RI, Vergouwe Y, Brussé IA, Duvekot JJ, Steyerberg EW, Versendaal HJ, Danser AHJ, Meiracker AHVD, Verdonk K, Visser W. Prediction of pre-eclampsia-related complications in women with suspected or confirmed pre-eclampsia: development and internal validation of clinical prediction model. Ultrasound Obstet Gynecol. 2021 Nov;58(5):698-704. doi: 10.1002/uog.23142. Epub 2021 Oct 6. PMID: 33030757. Interne Geneeskunde Engel M, van der Padt-Pruijsten A, Huijben AMT, Kuijper TM, Leys MBL, Talsma A, van der Heide A. Quality of hospital dis-

charge letters for patients at the end of life: A retrospective medical record review. Eur J Cancer Care (Engl). 2021 Oct 26:e13524. doi: 10.1111/ecc.13524. Epub ahead of print. PMID: 34697850. van der Sijde F, Homs MYV, van Bekkum ML, van den Bosch TPP, Bosscha K, Besselink MG, Bonsing BA, de Groot JWB, Karsten TM, Groot Koerkamp B, Haberkorn BCM, Luelmo SAC, Mekenkamp LJM, Mustafa DAM, Wilmink JW, van Eijck CHJ, Vietsch EE, On Behalf Of The Dutch Pancreatic Cancer Group. Serum miR-373-3p and miR-194-5p Are Associated with Early Tumor Progression during FOLFIRINOX Treatment in Pancreatic Cancer Patients: A Prospective Multicenter Study. Int J Mol Sci. 2021 Oct 9;22(20):10902. doi: 10.3390/ijms222010902. PMID: 34681562; PMCID: PMC8535910. Damen A, Raijmakers NJH, van Roij J, Visser A, Beuken-Everdingen MVD, Kuip E, van Laarhoven HWM, van Leeuwen-Snoeks L, van der Padt-Pruijsten A, Smilde TJ, Leget C, Fitchett G. Spiritual well-being and associated factors in Dutch patients with advanced cancer. J Pain Symptom Manage. 2021 Oct 15:S0885-3924(21)00571-6. doi: 10.1016/j.jpainsymman.2021.10.004. Epub ahead of print. PMID: 34656652. van Tuijl LA, Voogd AC, de Graeff A, Hoogendoorn AW, Ranchor AV, Pan KY, Basten M, Lamers F, Geerlings MI, Abell JG, Awadalla P, Bakker MF, Beekman ATF, Bjerkeset O, Boyd A, Cui Y, Galenkamp H, Garssen B, Hellingman S, Huisman M, Huss A, Keats MR, Kok AAL, Luik AI, Noisel N, Onland-Moret NC, Payette Y, Penninx BWJH, Portengen L, Rissanen I, Roest AM, Rosmalen JGM, Ruiter R, Schoevers RA, Soave DM, Spaan M, Steptoe A, Stronks K, Sund ER, Sweeney E, Teyhan A, Vaartjes I, van der Willik KD, van Leeuwen FE, van Petersen R, Verschuren WMM, Visseren F, Vermeulen R, Dekker J. Psychosocial factors and cancer incidence (PSY-CA): Protocol for individual participant data metaanalyses. Brain Behav. 2021 Oct;11(10):e2340. doi: 10.1002/brb3.2340. Epub 2021 Sep 2. PMID: 34473425; PMCID: PMC8553309. van der Sijde F, Azmani Z, Besselink MG, Bonsing BA, de Groot JWB, Groot Koerkamp B, Haberkorn BCM, Homs MYV, van IJcken WFJ, Janssen QP, Lolkema MP, Luelmo SAC, Mekenkamp LJM, Mustafa DAM, van Schaik RHN, Wilmink JW, Vietsch EE,


van Eijck CHJ. Circulating <i>TP53</i> mutations are associated with early tumor progression and poor survival in pancreatic cancer patients treated with FOLFIRINOX. Ther Adv Med Oncol. 2021 Aug 18;13:17588359211033704. doi: 10.1177/17588359211033704. PMID: 34422118; PMCID: PMC8377319. Overweel AFP, Budel LM, Sandberg Y. Cutaneous blastoid mantle cell lymphoma. Br J Haematol. 2021 Aug;194(3):490. doi: 10.1111/bjh.17452. Epub 2021 Apr 5. PMID: 33818763. Redeker S, Massey EK, Boonstra C, van Busschbach JJ, Timman R, Brulez HFH, Hollander DAAMJ, Hilbrands LB, Bemelman F, Berger SP, van de Wetering J, van den Dorpel RMA, Dekker-Jansen M, Weimar W, Ismail SY; Kidney Team at Home consortium. Implementation of the kidney team at home intervention: Evaluating generalizability, implementation process, and effects. Transpl Int. 2021 Aug 14. doi: 10.1111/tri.14011. Epub ahead of print. PMID: 34390041. Ham L, Fransen HP, van den Borne B, Hendriks MP, van Laarhoven HW, van der Padt-Pruijsten A, Raijmakers N, van Roij J, Sommeijer DW, Vriens BE, van Zuylen L, van de Poll-Franse L. Bereaved relatives’ quality of life before and during the COVID-19 pandemic: Results of the prospective, multicenter, observational eQuiPe study. Palliat Med. 2021 Sep;35(8):1502-1507. doi: 10.1177/02692163211034120. Epub 2021 Jul 20. PMID: 34282688. Hoekstra B, Amiri F, van Beenen S, Winkels B, van Leeuwen M, Hesseling L, Hoogsteen A. Training and education, what has changed this last decade? J Ren Care. 2021 Dec;47(4):250-254. doi: 10.1111/jorc.12376. Epub 2021 Jun 14. PMID: 34121339. van Steenkiste J, van Herwerden MC, Weller D, van den Bout CJ, Ruiter R, den Hollander JG, El Moussaoui R, Verhoeven GT, van Noord C, van den Dorpel MA. High-flow Nasal Cannula therapy: A feasible treatment for vulnerable elderly COVID-19 patients in the wards. Heart Lung. 2021 Sep-Oct;50(5):654-659. doi: 10.1016/j.hrtlng.2021.04.008. Epub 2021 May 25. PMID: 34098235; PMCID: PMC8148571. Gharbharan A, Jordans CCE, GeurtsvanKessel C, den Hollander JG, Karim F, Mollema FPN, Stalenhoef-Schukken JE, Dof-

ferhoff A, Ludwig I, Koster A, Hassing RJ, Bos JC, van Pottelberge GR, Vlasveld IN, Ammerlaan HSM, van LeeuwenSegarceanu EM, Miedema J, van der Eerden M, Schrama TJ, Papageorgiou G, Te Boekhorst P, Swaneveld FH, Mueller YM, Schreurs MWJ, van Kampen JJA, Rockx B, Okba NMA, Katsikis PD, Koopmans MPG, Haagmans BL, Rokx C, Rijnders BJA. Effects of potent neutralizing antibodies from convalescent plasma in patients hospitalized for severe SARS-CoV-2 infection. Nat Commun. 2021 May 27;12(1):3189. doi: 10.1038/s41467-021-234692. PMID: 34045486; PMCID: PMC8160346. Hensley KS, Jordans CCE, van Kampen JJA, Mollema FPN, Gisolf EH, El Moussaoui R, Hermanides G, van Beek JEA, Vriesde ME, Finkenflügel RNN, Rijnders BJA, van de Vijver DAMC, Boucher CAB, Verbon A, Rokx C; On behalf #aware.hiv project group.. Significant impact of COVID19 on HIV care in hospitals affecting the first pillar of the HIV care continuum. Clin Infect Dis. 2021 May 16:ciab445. doi: 10.1093/cid/ciab445. Epub ahead of print. PMID: 33993276; PMCID: PMC8244584. Blomaard LC, van der Linden CMJ, van der Bol JM, Jansen SWM, Polinder-Bos HA, Willems HC, Festen J, Barten DG, Borgers AJ, Bos JC, van den Bos F, de Brouwer EJM, van Deudekom FJA, van Dijk SC, Emmelot-Vonk MH, Geels RES, van de Glind EMM, de Groot B, Hempenius L, Kamper AM, Kampschreur LM, de Koning MMM, Labots G, Looman R, Lucke JA, Maas HAAM, Mattace-Raso FUS, El Moussaoui R, van Munster BC, van Nieuwkoop C, Oosterwijk LBLE, Regtuijt MEM, Robben SHM, Ruiter R, Salarbaks AM, Schouten HJ, Smit OM, Smits RAL, Spies PE, Vreeswijk R, de Vries OJ, Wijngaarden MA, Wyers CE, Mooijaart SP. Frailty is associated with inhospital mortality in older hospitalised COVID-19 patients in the Netherlands: the COVID-OLD study. Age Ageing. 2021 May 5;50(3):631-640. doi: 10.1093/ageing/afab018. PMID: 33951156; PMCID: PMC7929372. Mout L, van Dessel LF, Kraan J, de Jong AC, Neves RPL, Erkens-Schulze S, Beaufort CM, Sieuwerts AM, van Riet J, Woo TLC, de Wit R, Sleijfer S, Hamberg P, Sandberg Y, Te Boekhorst PAW, van de Werken HJG, Martens JWM, Stoecklein NH, van Weerden WM, Lolkema MP. Generating human prostate cancer organoids from leukapheresis enriched circulating tumour cells. Eur J Cancer. 2021 Jun;150:179-189. doi:

10.1016/j.ejca.2021.03.023. Epub 2021 Apr 28. PMID: 33932725. Kroon LL, van Roij J, Korfage IJ, Reyners AKL, van den Beuken-van Everdingen MHJ, den Boer MO, Creemers GJ, de Graeff A, Hendiks MP, Hunting JCB, de Jong WK, Kuip EJM, van Laarhoven HWM, van Leeuwen L, van Lindert ASR, Mandigers CMPW, Nieboer P, van der PadtPruijsten A, Smilde TJ, Sommeijer DW, Thijs MF, Tiemessen MA, Vos AH, Vreugdenhil A, Werner PT, van Zuylen L, van de Poll-Franse LV, Raijmakers NJH; eQuiPe study group. Perceptions of involvement in advance care planning and emotional functioning in patients with advanced cancer. J Cancer Surviv. 2021 Jun;15(3):380385. doi: 10.1007/s11764-021-01020-y. Epub 2021 Apr 10. PMID: 33840000; PMCID: PMC8134301. Sandberg Y, Weerkamp F. Charcot-Leyden crystals in chronic eosinophilic leukemia. Blood. 2021 Apr 8;137(14):1985. doi: 10.1182/blood.2020010648. PMID: 33830189. van Kinschot CMJ, Soekhai VR, de BekkerGrob EW, Visser WE, Peeters RP, van Ginhoven TM, van Noord C. Preferences of patients and clinicians for treatment of Graves’ disease: a discrete choice experiment. Eur J Endocrinol. 2021 May 4;184(6):803-812. doi: 10.1530/EJE-20-1490. PMID: 33780350. Stege CAM, Nasserinejad K, Klein SK, Timmers GJ, Hoogendoorn M, Ypma PF, Nijhof IS, Velders GA, Strobbe L, Durdu-Rayman N, Westerman M, Davidis-van Schoonhoven MA, van Kampen RJW, Beeker A, Koster A, Dijk AC, van de Donk NWCJ, van der Spek E, Leys RBL, Silbermann MH, Groen K, van der Burg-de Graauw NCHP, Sinnige HAM, van der Hem KG, Levenga H, Bilgin YM, Sonneveld P, Levin MD, Zweegman S. Improving the identification of frail elderly newly diagnosed multiple myeloma patients. Leukemia. 2021 Sep;35(9):2715-2719. doi: 10.1038/s41375-021-01162-z. Epub 2021 Feb 15. PMID: 33589752. van der Padt-Pruijsten A, Leys MBL, Oomende Hoop E, van der Heide A, van der Rijt CCD. Effects of Implementation of a Standardized Palliative Care Pathway for Patients with Advanced Cancer in a Hospital: A Prospective Pre- and Postintervention Study. J Pain Symptom Manage. 2021 Sep;62(3):451-459. doi: 10.1016/j.jpainsymman.2021.02.003. Epub 2021 Feb 7. PMID: 33561492.

Wetenswaardig

33


PUBLICATIES van der Valk JPM, Kappen JH, Ruikes-Mertens S, van Maaren MS, Bindels PJE, van Wijk RG, Braunstahl GJ. Optimization of a transmural care pathway for allergen immunotherapy to primary care by an integrated personal eHealth environment. Allergy. 2021 Jul;76(7):22592261. doi: 10.1111/all.14753. Epub 2021 Feb 27. PMID: 33502783. de Man FM, van Eerden RAG, van Doorn GM, Oomen-de Hoop E, Koolen SLW, Olieman JF, de Bruijn P, Veraart JN, van Halteren HK, Sandberg Y, Moelker A, IJzermans JNM, Lolkema MP, van Gelder T, Dollé MET, de Bruin RWF, Mathijssen RHJ. Effects of Protein and Calorie Restriction on the Metabolism and Toxicity Profile of Irinotecan in Cancer Patients. Clin Pharmacol Ther. 2021 May;109(5):1304-1313. doi: 10.1002/cpt.2094. Epub 2020 Dec 6. PMID: 33119892. Intensive Care Baldetti L, Pagnesi M, Gramegna M, Belletti A, Beneduce A, Pazzanese V, Calvo F, Sacchi S, Van Mieghem NM, den Uil CA, Metra M, Cappelletti AM. Intra-Aortic Balloon Pumping in Acute Decompensated Heart Failure With Hypoperfusion: From Pathophysiology to Clinical Practice. Circ Heart Fail. 2021 Oct 28:CIRCHEARTFAILURE121008527. doi: 10.1161/CIRCHEARTFAILURE.121.008527. Epub ahead of print. PMID: 34706550. Dam TA, de Grooth HJ, Klausch T, Fleuren LM, de Bruin DP, Entjes R, Rettig TCD, Dongelmans DA, Boelens AD, Rigter S, Hendriks SHA, de Jong R, Kamps MJA, Peters M, Karakus A, Gommers D, Ramnarain D, Wils EJ, Achterberg S, Nowitzky R, van den Tempel W, de Jager CPC, Nooteboom FGCA, Oostdijk E, Koetsier P, Cornet AD, Reidinga AC, de Ruijter W, Bosman RJ, Frenzel T, Urlings-Strop LC, de Jong P, Smit EGM, Cremer OL, Mehagnoul-Schipper DJ, Faber HJ, Lens J, Brunnekreef GB, Festen-Spanjer B, Dormans T, Dijkstra A, Simons B, Rijkeboer AA, Arbous S, Aries M, Beukema M, Pretorius D, van Raalte R, van Tellingen M, Gritters van den Oever NC, Lalisang RCA, Tonutti M, Girbes ARJ, Hoogendoorn M, Thoral PJ, Elbers PWG. Some Patients Are More Equal Than Others: Variation in Ventilator Settings for Coronavirus Disease 2019 Acute Respiratory Distress Syndrome. Crit Care Explor. 2021 Oct 14;3(10):e0555. doi: 10.1097/CCE.0000000000000555. PMID: 34671747;

34

Wetenswaardig

PMCID: PMC8522869. Plečko D, Bennett N, Mårtensson J, Dam TA, Entjes R, Rettig TCD, Dongelmans DA, Boelens AD, Rigter S, Hendriks SHA, de Jong R, Kamps MJA, Peters M, Karakus A, Gommers D, Ramnarain D, Wils EJ, Achterberg S, Nowitzky R, van den Tempel W, de Jager CPC, Nooteboom FGCA, Oostdijk E, Koetsier P, Cornet AD, Reidinga AC, de Ruijter W, Bosman RJ, Frenzel T, Urlings-Strop LC, de Jong P, Smit EGM, Cremer OL, Mehagnoul-Schipper DJ, Faber HJ, Lens J, Brunnekreef GB, Festen-Spanjer B, Dormans T, de Bruin DP, Lalisang RCA, Vonk SJJ, Haan ME, Fleuren LM, Thoral PJ, Elbers PWG, Bellomo R. Rapid Evaluation of Coronavirus Illness Severity (RECOILS) in intensive care: Development and validation of a prognostic tool for in-hospital mortality. Acta Anaesthesiol Scand. 2021 Oct 8. doi: 10.1111/aas.13991. Epub ahead of print. PMID: 34622441.

dono R, Quintarelli D, Scholtemeijer MG, de Beer AA, Cina G, Beudel M, Herter WE, Girbes ARJ, Hoogendoorn M, Thoral PJ, Elbers PWG. The Dutch Data Warehouse, a multicenter and full-admission electronic health records database for critically ill COVID-19 patients. Crit Care. 2021 Aug 23;25(1):304. doi: 10.1186/s13054-021-03733-z. PMID: 34425864; PMCID: PMC8381710. Rozemeijer S, de Grooth HJ, Elbers PWG, Girbes ARJ, den Uil CA, Dubois EA, Wils EJ, Rettig TCD, van Zanten ARH, Vink R, van den Bogaard B, Bosman RJ, Oudemans-van Straaten HM, de Man AME. Early high-dose vitamin C in post-cardiac arrest syndrome (VITaCCA): study protocol for a randomized, double-blind, multicenter, placebo-controlled trial. Trials. 2021 Aug 18;22(1):546. doi: 10.1186/s13063-021-05483-3. PMID: 34407846; PMCID: PMC8371424.

Vlake JH, van Bommel J, Wils EJ, Korevaar T, Hellemons ME, Klijn E, Schut AF, Labout JA, Van Bavel MP, van Mol MM, Gommers D, van Genderen ME. Virtual reality for relatives of ICU patients to improve psychological sequelae: study protocol for a multicentre, randomised controlled trial. BMJ Open. 2021 Sep 28;11(9):e049704. doi: 10.1136/bmjopen-2021049704. PMID: 34588250; PMCID: PMC8479939.

Rozemeijer S, de Grooth HJ, Elbers PWG, Girbes ARJ, den Uil CA, Dubois EA, Wils EJ, Rettig TCD, van Zanten ARH, Vink R, van den Bogaard B, Bosman RJ, Oudemans-van Straaten HM, de Man AME. Early high-dose vitamin C in post-cardiac arrest syndrome (VITaCCA): study protocol for a randomized, double-blind, multicenter, placebo-controlled trial. Trials. 2021 Aug 18;22(1):546. doi: 10.1186/s13063-021-05483-3. PMID: 34407846; PMCID: PMC8371424.

van Wees C, Rietdijk W, Mandigers L, van der Graaf M, Scholte NTB, Adriaansens KO, van den Berg RCM, den Uil CA. Do Women Have a Higher Mortality Risk Than Men following ICU Admission after Out-of-Hospital Cardiac Arrest? A Retrospective Cohort Analysis. J Clin Med. 2021 Sep 21;10(18):4286. doi: 10.3390/jcm10184286. PMID: 34575397; PMCID: PMC8470772.

Prins JTH, Van Lieshout EMM, Van Wijck SFM, Scholte NTB, Den Uil CA, Vermeulen J, Verhofstad MHJ, Wijffels MME. Chest wall injuries due to cardiopulmonary resuscitation and the effect on in-hospital outcomes in survivors of out-of-hospital cardiac arrest. J Trauma Acute Care Surg. 2021 Aug 16. doi: 10.1097/TA.0000000000003379. Epub ahead of print. PMID: 34407009.

Fleuren LM, Dam TA, Tonutti M, de Bruin DP, Lalisang RCA, Gommers D, Cremer OL, Bosman RJ, Rigter S, Wils EJ, Frenzel T, Dongelmans DA, de Jong R, Peters M, Kamps MJA, Ramnarain D, Nowitzky R, Nooteboom FGCA, de Ruijter W, Urlings-Strop LC, Smit EGM, Mehagnoul-Schipper DJ, Dormans T, de Jager CPC, Hendriks SHA, Achterberg S, Oostdijk E, Reidinga AC, Festen-Spanjer B, Brunnekreef GB, Cornet AD, van den Tempel W, Boelens AD, Koetsier P, Lens J, Faber HJ, Karakus A, Entjes R, de Jong P, Rettig TCD, Arbous S, Vonk SJJ, Fornasa M, Machado T, Houwert T, Hovenkamp H, Noorduijn-Lon-

van der Boon RMA, den Dekker WK, Meuwese CL, Lorusso R, von der Thüsen JH, Constantinescu AC, Manintveld OC, Delnoij TSR, van der Heijden JJ, van Mieghem NMDA, den Uil CA. Safety of Endomyocardial Biopsy in New-Onset Acute Heart Failure Requiring Veno-Arterial Extracorporeal Membrane Oxygenation. Circ Heart Fail. 2021 Aug;14(8):e008387. doi: 10.1161/CIRCHEARTFAILURE.121.008387. Epub 2021 Aug 4. PMID: 34344163. Rietdijk WJR, Weigel J, Den Uil CA. Interpersonal mentalizing processes of


intensivists: Some additional suggestions on empathy and theory of mind. J Crit Care. 2021 Dec;66:181. doi: 10.1016/j.jcrc.2021.07.014. Epub 2021 Jul 24. PMID: 34312014. Fleuren LM, Tonutti M, de Bruin DP, Lalisang RCA, Dam TA, Gommers D, Cremer OL, Bosman RJ, Vonk SJJ, Fornasa M, Machado T, van der Meer NJM, Rigter S, Wils EJ, Frenzel T, Dongelmans DA, de Jong R, Peters M, Kamps MJA, Ramnarain D, Nowitzky R, Nooteboom FGCA, de Ruijter W, Urlings-Strop LC, Smit EGM, MehagnoulSchipper DJ, Dormans T, de Jager CPC, Hendriks SHA, Oostdijk E, Reidinga AC, Festen-Spanjer B, Brunnekreef G, Cornet AD, van den Tempel W, Boelens AD, Koetsier P, Lens J, Achterberg S, Faber HJ, Karakus A, Beukema M, Entjes R, de Jong P, Houwert T, Hovenkamp H, Noorduijn Londono R, Quintarelli D, Scholtemeijer MG, de Beer AA, Cinà G, Beudel M, de Keizer NF, Hoogendoorn M, Girbes ARJ, Herter WE, Elbers PWG, Thoral PJ; Dutch ICU Data Sharing Against COVID-19 Collaborators. Risk factors for adverse outcomes during mechanical ventilation of 1152 COVID-19 patients: a multicenter machine learning study with highly granular data from the Dutch Data Warehouse. Intensive Care Med Exp. 2021 Jun 28;9(1):32. doi: 10.1186/s40635-02100397-5. PMID: 34180025; PMCID: PMC8236316. Karami M, Peters EJ, Lagrand WK, Houterman S, den Uil CA, Engström AE, Otterspoor LC, Ottevanger JP, Ferreira IA, Montero-Cabezas JM, Sjauw K, van Ramshorst J, Kraaijeveld AO, Verouden NJW, Lipsic E, Vlaar AP, Henriques JPS, On Behalf Of The Pci Registration Committee Of The Netherlands Heart Registration. Outcome and Predictors for Mortality in Patients with Cardiogenic Shock: A Dutch Nationwide Registry-Based Study of 75,407 Patients with Acute Coronary Syndrome Treated by PCI. J Clin Med. 2021 May 11;10(10):2047. doi: 10.3390/jcm10102047. PMID: 34064638; PMCID: PMC8151113. Janssen M, Meeder JHJ, Seghers L, den Uil CA. Time controlled adaptive ventilation™ as conservative treatment of destroyed lung: an alternative to lung transplantation. BMC Pulm Med. 2021 May 22;21(1):176. doi: 10.1186/s12890-021-01545-z. PMID: 34022829; PMCID: PMC8140588. Vlake JH, Van Bommel J, Wils EJ, Korevaar

TIM, Hellemons ME, Schut AFC, Labout JAM, Schreuder LLH, Gommers D, Van Genderen ME. Effect of intensive care unit-specific virtual reality (ICU-VR) to improve psychological well-being and quality of life in COVID-19 ICU survivors: a study protocol for a multicentre, randomized controlled trial. Trials. 2021 May 5;22(1):328. doi: 10.1186/s13063-021-05271-z. PMID: 33952318; PMCID: PMC8097671. Kindergeneeskunde Browne PD, de Bruijn CMA, Speksnijder EM, den Hollander B, van Wering HM, Wessels MMS, Groeneweg M, Goede J, Frankenhuis C, Tromp E, Benninga MA, Vlieger AM. Skills or Pills - Randomized trial comparing Hypnotherapy to Medical Treatment in children with Functional Nausea. Clin Gastroenterol Hepatol. 2021 Oct 27:S1542-3565(21)01142-3. doi: 10.1016/j.cgh.2021.10.029. Epub ahead of print. PMID: 34718171. Nijman RG, Oostenbrink R, Moll HA, CasalsPascual C, von Both U, Cunnington A, De T, Eleftheriou I, Emonts M, Fink C, van der Flier M, de Groot R, Kaforou M, Kohlmaier B, Kuijpers TW, Lim E, Maconochie IK, Paulus S, Martinon-Torres F, Pokorn M, Romaine ST, Calle IR, Schlapbach LJ, Smit FJ, Tsolia M, Usuf E, Wright VJ, Yeung S, Zavadska D, Zenz W, Levin M, Herberg JA, Carrol ED; PERFORM consortium (Personalized Risk assessment in febrile children to optimize Reallife Management across the European Union). A Novel Framework for Phenotyping Children With Suspected or Confirmed Infection for Future Biomarker Studies. Front Pediatr. 2021 Jul 28;9:688272. doi: 10.3389/fped.2021.688272. PMID: 34395340; PMCID: PMC8356564.

Platzer S, Smit FJ, Alves CF, van der Lei J, Steyerberg EW, Maconochie IK, Moll HA. A clinical prediction model to identify children at risk for revisits with serious illness to the emergency department: A prospective multicentre observational study. PLoS One. 2021 Jul 15;16(7):e0254366. doi: 10.1371/journal.pone.0254366. PMID: 34264983; PMCID: PMC8281990. Borensztajn D, Zachariasse JM, GreberPlatzer S, Alves CF, Freitas P, Smit FJ, van der Lei J, Steyerberg EW, Maconochie I, Moll HA. Shortness of breath in children at the emergency department: Variability in management in Europe. PLoS One. 2021 May 5;16(5):e0251046. doi: 10.1371/journal.pone.0251046. PMID: 33951099; PMCID: PMC8099081. van de Maat JS, Garcia Perez D, Driessen GJA, van Wermeskerken AM, Smit FJ, Noordzij JG, Tramper-Stranders G, Obihara CC, Punt J, Moll HA, Oostenbrink R. The influence of chest X-ray results on antibiotic prescription for childhood pneumonia in the emergency department. Eur J Pediatr. 2021 Sep;180(9):2765-2772. doi: 10.1007/s00431-021-03996-2. Epub 2021 Mar 22. PMID: 33754207; PMCID: PMC8346381. Meentken MG, van der Mheen M, van Beynum IM, Aendekerk EWC, Legerstee JS, van der Ende J, Del Canho R, Lindauer RJL, Hillegers MHJ, Helbing WA, Moll HA, Utens EMWJ. Long-term effectiveness of eye movement desensitization and reprocessing in children and adolescents with medically related subthreshold post-traumatic stress disorder: a randomized controlled trial. Eur J Cardiovasc Nurs. 2021 May 22;20(4):348-357. doi: 10.1093/eurjcn/zvaa006. PMID: 33709117. Klinische chemie

Hoefnagels I, van de Maat J, van Kampen JJA, van Rossum A, Obihara C, Tramper-Stranders GA, Heikema AP, de Koning W, van Wermerskerken AM, Horst-Kreft D, Driessen GJA, Punt J, Smit FJ, Stubbs A, Noordzij JG, Hays JP, Oostenbrink R. The Role of the Respiratory Microbiome and Viral Presence in Lower Respiratory Tract Infection Severity in the First Five Years of Life. Microorganisms. 2021 Jul 5;9(7):1446. doi: 10.3390/microorganisms9071446. PMID: 34361882; PMCID: PMC8307314.

Sandberg Y, Weerkamp F. Charcot-Leyden crystals in chronic eosinophilic leukemia. Blood. 2021 Apr 8;137(14):1985. doi: 10.1182/blood.2020010648. PMID: 33830189.

Nijman RG, Borensztajn DH, Zachariasse JM, Hajema C, Freitas P, Greber-

Wetenswaardig

35


PUBLICATIES Longgeneeskunde de Boer GM, Tramper-Stranders GA, Houweling L, van Zelst CM, Pouw N, Verhoeven GT, Boxma-de Klerk BM, In ‘t Veen JCCM, van Rossum EFC, Hendriks RW, Braunstahl GJ. Adult but not childhood onset asthma is associated with the metabolic syndrome, independent from body mass index. Respir Med. 2021 Nov;188:106603. doi: 10.1016/j.rmed.2021.106603. Epub 2021 Sep 10. PMID: 34530355. de Boer GM, Braunstahl GJ, van der Ploeg EK, van Zelst CM, van Bruggen A, Epping G, van Nimwegen M, Verhoeven G, Birnie E, Boxma-de Klerk BM, de Bruijn MJW, Stadhouders R, Hendriks RW, TramperStranders GA. Bacterial lysate add-on therapy to reduce exacerbations in severe asthma: A double-blind placebocontrolled trial. Clin Exp Allergy. 2021 Sep;51(9):1172-1184. doi: 10.1111/cea.13990. Epub 2021 Aug 6. PMID: 34289183. MDL Gertsen EC, Brenkman HJF, van Hillegersberg R, van Sandick JW, van Berge Henegouwen MI, Gisbertz SS, Luyer MDP, Nieuwenhuijzen GAP, van Lanschot JJB, Lagarde SM, Wijnhoven BPL, de Steur WO, Hartgrink HH, Stoot JHMB, Hulsewe KWE, Spillenaar Bilgen EJ, van Det MJ, Kouwenhoven EA, van der Peet DL, Daams F, van Grieken NCT, Heisterkamp J, van Etten B, van den Berg JW, Pierie JP, Eker HH, Thijssen AY, Belt EJT, van Duijvendijk P, Wassenaar E, van Laarhoven HWM, Wevers KP, Hol L, Wessels FJ, Haj Mohammad N, van der Meulen MP, Frederix GWJ, Vegt E, Siersema PD, Ruurda JP; PLASTIC Study Group. 18F-Fludeoxyglucose-Positron Emission Tomography/Computed Tomography and Laparoscopy for Staging of Locally Advanced Gastric Cancer: A Multicenter Prospective Dutch Cohort Study (PLASTIC). JAMA Surg. 2021 Oct 27:e215340. doi: 10.1001/jamasurg.2021.5340. Epub ahead of print. PMID: 34705049. Boxhoorn L, van Dijk SM, van Grinsven J, Verdonk RC, Boermeester MA, Bollen TL, Bouwense SAW, Bruno MJ, Cappendijk VC, Dejong CHC, van Duijvendijk P, van Eijck CHJ, Fockens P, Francken MFG, van Goor H, Hadithi M, Hallensleben NDL, Haveman JW, Jacobs MAJM, Jansen JM, Kop MPM, van Lienden KP, Manusama ER, Mieog JSD, Molenaar IQ, Nieuwenhuijs VB, Poen

36

Wetenswaardig

AC, Poley JW, van de Poll M, Quispel R, Römkens TEH, Schwartz MP, Seerden TC, Stommel MWJ, Straathof JWA, Timmerhuis HC, Venneman NG, Voermans RP, van de Vrie W, Witteman BJ, Dijkgraaf MGW, van Santvoort HC, Besselink MG; Dutch Pancreatitis Study Group. Immediate versus Postponed Intervention for Infected Necrotizing Pancreatitis. N Engl J Med. 2021 Oct 7;385(15):1372-1381. doi: 10.1056/NEJMoa2100826. PMID: 34614330.

Microbiologie

Vugts JJA, Gaspersz MP, Roos E, Franken LC, Olthof PB, Coelen RJS, van Vugt JLA, Labeur TA, Brouwer L, Besselink MGH, IJzermans JNM, Murad SD, van Gulik TM, de Jonge J, Polak WG, Busch ORC, Erdmann JL, Koerkamp BG, Buettner S. Correction to: Eligibility for Liver Transplantation in Patients with Perihilar Cholangiocarcinoma. Ann Surg Oncol. 2021 May 20. doi: 10.1245/s10434-021-10171-2. Epub ahead of print. Erratum for: Ann Surg Oncol. 2021 Mar;28(3):1483-1492. PMID: 34018088.

Voeten HACM, Sikkema RS, Damen M, Oude Munnink BB, Arends C, Stobberingh E, Hoogervorst E, Koopmans MPG, Fanoy E. Unraveling the Modes of Transmission of Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2 (SARS-CoV-2) During a Nursing Home Outbreak: Looking Beyond the Church Superspreading Event. Clin Infect Dis. 2021 Jul 30;73(Suppl 2):S163-S169. doi: 10.1093/cid/ciaa1664. PMID: 33119065; PMCID: PMC7665385.

Heidsma CM, Engelsman AF, van Dieren S, Stommel MWJ, de Hingh I, Vriens M, Hol L, Festen S, Mekenkamp L, Hoogwater FJH, Daams F, Klümpen HJ, Besselink MG, van Eijck CH, Nieveen van Dijkum EJ. Watchful waiting for small non-functional pancreatic neuroendocrine tumours: nationwide prospective cohort study (PANDORA). Br J Surg. 2021 Aug 19;108(8):888-891. doi: 10.1093/bjs/znab088. PMID: 33783475.

van Egmond EEA, van Gorp DAM, Jongen PJ, van der Klink JJL, Reneman MF, Arnoldus EPJ, Beenakker EAC, van Eijk JJJ, Frequin STFM, Gerlach OHH, Hengstman GJD, Moll JWB, Verhagen WIM, Middelkoop HAM, Visser LH, van der Hiele K. Selfreported work productivity in people with multiple sclerosis and its association with mental and physical health. Disabil Rehabil. 2021 Oct 5:1-10. doi: 10.1080/09638288.2021.1981468. Epub ahead of print. PMID: 34607481.

Sperna Weiland CJ, Smeets XJNM, Kievit W, Verdonk RC, Poen AC, Bhalla A, Venneman NG, Witteman BJM, da Costa DW, van Eijck BC, Schwartz MP, Römkens TEH, Vrolijk JM, Hadithi M, Voorburg AMCJ, Baak LC, Thijs WJ, van Wanrooij RL, Tan ACITL, Seerden TCJ, Keulemans YCA, de Wijkerslooth TR, van de Vrie W, van der Schaar P, van Dijk SM, Hallensleben NDL, Sperna Weiland RL, Timmerhuis HC, Umans DS, van Hooft JE, van Goor H, van Santvoort HC, Besselink MG, Bruno MJ, Fockens P, Drenth JPH, van Geenen EJM; Dutch Pancreatitis Study Group. Aggressive fluid hydration plus non-steroidal anti-inflammatory drugs versus non-steroidal antiinflammatory drugs alone for post-endoscopic retrograde cholangiopancreatography pancreatitis (FLUYT): a multicentre, openlabel, randomised, controlled trial. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2021 May;6(5):350-358. doi: 10.1016/S2468-1253(21)00057-1. Epub 2021 Mar 19. PMID: 33740415.

van Halsema J, Jansen R, Heineken A, van Ossewaarde TM, Meester-Smoor MA, van Meurs JC. Validation of a multi-speciesspecific PCR panel to diagnose patients with suspected postoperative bacterial endophthalmitis. Acta Ophthalmol. 2021 Jul 13. doi: 10.1111/aos.14964. Epub ahead of print. PMID: 34258875.

Neurologie

Luijten LWG, Leonhard SE, van der Eijk AA, Doets AY, Appeltshauser L, Arends S, Attarian S, Benedetti L, Briani C, Casasnovas C, Castellani F, Dardiotis E, Echaniz-Laguna A, Garssen MPJ, Harbo T, Huizinga R, Humm AM, Jellema K, van der Kooi AJ, Kuitwaard K, Kuntzer T, Kusunoki S, Lascano AM, Martinez-Hernandez E, Rinaldi S, Samijn JPA, Scheidegger O, Tsouni P, Vicino A, Visser LH, Walgaard C, Wang Y, Wirtz PW, Ripellino P, Jacobs BC; IGOS consortium. Guillain-Barré syndrome after SARS-CoV-2 infection in an international prospective cohort study. Brain. 2021 Sep 23:awab279. doi: 10.1093/brain/awab279. Epub ahead of print. PMID: 34553216. Prick JCM, Zonjee VJ, van Schaik SM, Dahmen R, Garvelink MM, Brouwers PJAM, Saxena R, Keus SHJ, Deijle IA, van UdenKraan CF, van der Wees PJ, Van den BergVos RM; Santeon VBHC stroke group. Experi-


ences with information provision and preferences for decision making of patients with acute stroke. Patient Educ Couns. 2021 Aug 25:S0738-3991(21)00559-0. doi: 10.1016/j.pec.2021.08.015. Epub ahead of print. PMID: 34462248.

Cardiology Syncope Guidelines at the Emergency Department: A nationwide qualitative study. Int J Cardiol. 2021 Jun 15;333:167-173. doi: 10.1016/j.ijcard.2021.02.067. Epub 2021 Mar 1. PMID: 33662482

Luijten SPR, Wolff L, Duvekot MHC, van Doormaal PJ, Moudrous W, Kerkhoff H, Lycklama A Nijeholt GJ, Bokkers RPH, Yo LSF, Hofmeijer J, van Zwam WH, van Es ACGM, Dippel DWJ, Roozenbeek B, van der Lugt A; MR CLEAN Registry and PRESTO investigators. Diagnostic performance of an algorithm for automated large vessel occlusion detection on CT angiography. J Neurointerv Surg. 2021 Aug 19:neurintsurg-2021-017842. doi: 10.1136/neurintsurg-2021-017842. Epub ahead of print. PMID: 34413245.

Pathologie

Droger SM, Hensen JH, van Rooij LC. Optic perineuritis in polyarthritis nodosa. BMJ Case Rep. 2021 Jul 21;14(7):e237988. doi: 10.1136/bcr-2020237988. PMID: 34289998; PMCID: PMC8296769.

Overweel AFP, Budel LM, Sandberg Y. Cutaneous blastoid mantle cell lymphoma. Br J Haematol. 2021 Aug;194(3):490. doi: 10.1111/bjh.17452. Epub 2021 Apr 5. PMID: 33818763.

Walgaard C, Jacobs BC, Lingsma HF, Steyerberg EW, van den Berg B, Doets AY, Leonhard SE, Verboon C, Huizinga R, Drenthen J, Arends S, Budde IK, Kleyweg RP, Kuitwaard K, van der Meulen MFG, Samijn JPA, Vermeij FH, Kuks JBM, van Dijk GW, Wirtz PW, Eftimov F, van der Kooi AJ, Garssen MPJ, Gijsbers CJ, de Rijk MC, Visser LH, Blom RJ, Linssen WHJP, van der Kooi EL, Verschuuren JJGM, van Koningsveld R, Dieks RJG, Gilhuis HJ, Jellema K, van der Ree TC, Bienfait HME, Faber CG, Lovenich H, van Engelen BGM, Groen RJ, Merkies ISJ, van Oosten BW, van der Pol WL, van der Meulen WDM, Badrising UA, Stevens M, Breukelman AJ, Zwetsloot CP, van der Graaff MM, Wohlgemuth M, Hughes RAC, Cornblath DR, van Doorn PA; Dutch GBS Study Group. Second intravenous immunoglobulin dose in patients with Guillain-Barré syndrome with poor prognosis (SID-GBS): a doubleblind, randomised, placebo-controlled trial. Lancet Neurol. 2021 Apr;20(4):275-283. doi: 10.1016/S14744422(20)30494-4. Epub 2021 Mar 17. PMID: 33743237.

Moonen L, Derks JL, Hermans BCM, Bunnik IM, Hillen LM, van Suylen RJ, den Bakker MA, von der Thüsen JH, Damhuis RA, van den Broek EC, Buikhuisen WA, Dingemans AC, Speel EJM. Preoperative Biopsy Diagnosis in Pulmonary Carcinoids, a Shot in the Dark. J Thorac Oncol. 2021 Apr;16(4):610-618. doi: 10.1016/j.jtho.2020.12.004. Epub 2020 Dec 14. PMID: 33333326.

Ghariq M, van Bodegom-Vos L, Brignole M, Peeters SYG, de Groot B, Kaal ECA, Hemels MEW, de Lange FJ, van Dijk JG, Thijs RD; SYNERGY Consortium. Factors facilitating and hindering the implementation of the European Society of

Derks JL, Rijnsburger N, Hermans BCM, Moonen L, Hillen LM, von der Thüsen JH, den Bakker MA, van Suylen RJ, Speel EM, Dingemans AC. Clinical-Pathologic Challenges in the Classification of Pulmonary Neuroendocrine Neoplasms and Targets on the Horizon for Future Clinical Practice. J Thorac Oncol. 2021 Oct;16(10):1632-1646. doi: 10.1016/j.jtho.2021.05.020. Epub 2021 Jun 15. PMID: 34139363.

Plastische Chirurgie Mubarak-Gabrian M, Paulusma SB, Verwer BO, van Wijk MP, Hofstra WÆ, Jaquet JB. Een zwartgekleurde wond aan de onderarm [A black wound on the lower arm]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2021 May 12;165:D5194. Dutch. PMID: 34346570. Reumatologie Ottria A, Zimmermann M, Paardekooper LM, Carvalheiro T, Vazirpanah N, SilvaCardoso S, Affandi AJ, Chouri E, V D Kroef M, Tieland RG, Bekker CPJ, Wichers CGK, Rossato M, Mocholi-Gimeno E, Tekstra J, Ton E, van Laar JM, Cossu M, Beretta L, Garcia Perez S, Pandit A, Bonte-Mineur F, Reedquist KA, van den Bogaart G, Radstake TRDJ, Marut W. Hypoxia and TLR9 activation drive CXCL4 production in systemic sclerosis plasmacytoid dendritic cells via mtROS and

HIF-2 . Rheumatology (Oxford). 2021 Sep 24:keab532. doi: 10.1093/rheumatology/keab532. Epub ahead of print. PMID: 34559222. van Delft ETAM, Lopes Barreto D, van der Helm-van Mil AHM, Alves C, Hazes JMW, Kuijper TM, Weel-Koenders AEAM. Diagnostic performance and clinical utility of referral rules to identify primary care patients at risk of an inflammatory rheumatic disease. Arthritis Care Res (Hoboken). 2021 Sep 22. doi: 10.1002/acr.24789. Epub ahead of print. PMID: 34553506. Perez-Garcia LF, Röder E, Goekoop RJ, Hazes JMW, Kok MR, Smeele HTW, Tchetverikov I, van der Helm-van Mil AHM, van der Kaap JH, Kok P, Krijthe BP, Dolhain RJEM. Impaired fertility in men diagnosed with inflammatory arthritis: results of a large multicentre study (iFAMEFertility). Ann Rheum Dis. 2021 Aug 9:annrheumdis-2021-220709. doi: 10.1136/annrheumdis-2021-220709. Epub ahead of print. PMID: 34373257. Luurssen-Masurel N, van Mulligen E, WeelKoenders AEAM, Hazes JMW, de Jong PHP; tREACH group investigators. The susceptibility of attaining and maintaining DMARD-free remission in different (rheumatoid) arthritis phenotypes. Rheumatology (Oxford). 2021 Aug 5:keab631. doi: 10.1093/rheumatology/keab631. Epub ahead of print. PMID: 34352094. Kasiem FR, Kok MR, Luime JJ, Tchetverikov I, Wervers K, Korswagen LA, Denissen NHAM, Goekoop-Ruiterman YPM, van Oosterhout M, Fodili F, Hazes JMW, Vis M; CICERO. The burden of psoriasis in patients with early psoriatic arthritis. Rheumatology (Oxford). 2021 Jul 24:keab606. doi: 10.1093/rheumatology/keab606. Epub ahead of print. PMID: 34302456. de Jong HMY, de Winter JJH, van der HorstBruinsma IE, van Schaardenburg DJ, van Gaalen FA, van Tubergen AM, Weel AEAM, Landewé RBM, Baeten DLP, van de Sande MGH. Progression from subclinical inflammation to overt SpA in first degree relatives of SpA patients is associated with HLA-B27: the Pre-SpA cohort. Arthritis Care Res (Hoboken). 2021 Jul 5. doi: 10.1002/acr.24743. Epub ahead of print. PMID: 34219406.

Wetenswaardig

37


PUBLICATIES Gratacós J, Behrens F, Coates LC, Lubrano E, Thaçi D, Bundy C, de la TorreAboki J, Luelmo J, Voorneveld H, Richette P. A 12-point recommendation framework to support advancement of the multidisciplinary care of psoriatic arthritis: A call to action. Joint Bone Spine. 2021 May;88(3):105175. doi: 10.1016/j.jbspin.2021.105175. Epub 2021 Mar 23. PMID: 33771760.

Groot N, Kardolus A, Bijl M, Dolhain RJEM, Teng YKO, Zirkzee E, de Leeuw K, Fritsch-Stork R, Burdorf A, Bultink IE, Kamphuis S. Effects of Childhood-onset Systemic Lupus Erythematosus on Academic Achievements and Employment in Adult Life. J Rheumatol. 2021 Jun;48(6):915-923. doi: 10.3899/jrheum.191004. Epub 2020 Aug 1. PMID: 32739896. Urologie

Luurssen-Masurel N, Weel AEAM, Koc GH, Hazes JMW, de Jong PHP; tREACH group investigators. The number of risk factors for persistent disease determines the clinical course of early arthritis. Rheumatology (Oxford). 2021 Aug 2;60(8):3617-3627. doi: 10.1093/rheumatology/keaa820. PMID: 33484138; PMCID: PMC8328505. van Mulligen E, Ahmed S, Weel AEAM, Hazes JMW, van der Helm-van Mil AHM, de Jong PHP. Factors that influence biological survival in rheumatoid arthritis: results of a real-world academic cohort from the Netherlands. Clin Rheumatol. 2021 Jun;40(6):2177-2183. doi: 10.1007/s10067-020-05567-6. Epub 2021 Jan 7. PMID: 33415451; PMCID: PMC8121743. Luurssen-Masurel N, Weel AEAM, Hazes JMW, de Jong PHP; tREACH group investigators. The impact of different (rheumatoid) arthritis phenotypes on patients’ lives. Rheumatology (Oxford). 2021 Aug 2;60(8):3716-3726. doi: 10.1093/rheumatology/keaa845. PMID: 33237330; PMCID: PMC8328508.

38

Wetenswaardig

Hinsenveld FJ, Boormans JL, van der Poel HG, van der Schoot DKE, Vis AN, Aben KKH, Arends TJ, Ausems PJ, Baselmans D, Berger C, Berrens A, Bickerstaffe H, Bos SD, Braam M, Buddingh KT, Claus S, Dekker K, van Doeveren T, Einerhand S, Fossion L, van Gennep EJ, van Ginkel N, Palacios G, Hermans T, Hobijn MM, van Huystee SH, Jaspers-Valentijn M, Klaver OS, Koldewijn EL, Korsten L, Lenting A, Lentjes KJ, Luiting HB, van der Meer S, Nieuwenhuijzen JA, Noordzij MA, Nooter RI, Notenboom C, Oomen R, van Roermund J, de Rooij J, Roshani H, Schrier BP, van der Slot MA, Somford DM, Stelwagen PJ, Stroux A, van der West A, Wijsman BP, Windt W, van Zanten P, van Beek SC; Dutch Cystectomy Snapshot Group. Intermediate-term survival of robot-assisted versus open radical cystectomy for muscle-invasive and high-risk non-muscle invasive bladder cancer in The Netherlands. Urol Oncol. 2021 Jul 21:S10781439(21)00277-5. doi: 10.1016/j.urolonc.2021.06.018. Epub ahead of print. PMID: 34303597. Hendriks RJ, van der Leest MMG, Israël B, Hannink G, YantiSetiasti A, Cornel

EB, Hulsbergen-van de Kaa CA, Klaver OS, Sedelaar JPM, Van Criekinge W, de Jong H, Mulders PFA, Crawford ED, Veltman J, Schalken JA, Barentsz JO, van Oort IM. Clinical use of the SelectMDx urinary-biomarker test with or without mpMRI in prostate cancer diagnosis: a prospective, multicenter study in biopsy-naïve men. Prostate Cancer Prostatic Dis. 2021 May 3. doi: 10.1038/s41391-021-00367-8. Epub ahead of print. PMID: 33941866. Wijburg CJ, Michels CTJ, Hannink G, Grutters JPC, Rovers MM, Alfred Witjes J; RACE Study Group. Robot-assisted Radical Cystectomy Versus Open Radical Cystectomy in Bladder Cancer Patients: A Multicentre Comparative Effectiveness Study. Eur Urol. 2021 May;79(5):609-618. doi: 10.1016/j.eururo.2020.12.023. Epub 2021 Jan 11. PMID: 33446375. Collette ERP, Klaver SO, Lissenberg-Witte BI, van den Ouden D, van Moorselaar RJA, Vis AN. Patient reported outcome measures concerning urinary incontinence after robot assisted radical prostatectomy: development and validation of an online prediction model using clinical parameters, lower urinary tract symptoms and surgical experience. J Robot Surg. 2021 Aug;15(4):593-602. doi: 10.1007/s11701-02001145-9. Epub 2020 Sep 15. PMID: 32930971; PMCID: PMC8295126.


Eigenzinnig. Voorop lopen voor goede zorg. Vechten voor een eerlijk systeem. Voor iedereen. Eén polis, één premie. Dat is wat DSW kenmerkt. Liever principieel dan commercieel.

Meer informatie? www.dsw.nl


Let’s introduce: the jagger Met The Jagger Sofa kun je letterlijk alle kanten op. Deze modulaire zitbank is te herkennen aan zijn moderne, stoere uiterlijk en duidelijk zichtbare biezen. The Jagger is verkrijgbaar in diverse stoffen en kleuren. Bekijk hier deze unieke bank en de nieuwste accessoires.

LINDA_230x273mm_2021_nr207.indd 1

rivieramaison.com

10-08-2021 12:18


Hi

NICE TO MEET YOU WE BELIEVE THAT COLOR MAKES YOU HAPPY, SO MIX & MATCH OUR HOME & FASHION PRODUCTS TO MAKE YOUR OWN PERSONAL STYLE!

FIND US! www.imbarro.nl info@imbarro.nl T. +31 55 5422766

FIND YOUR NEAREST IMBARRO STORE AT | IMBARRO.NL/MAPLIST


Verkorte Productinformatie Saxenda® 0921-HCP NL21SX00021 Novo Nordisk® en Saxenda® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

Naam: Saxenda® 6 mg/ml oplossing voor injectie in een voorgevulde pen. Samenstelling en farmaceutische vorm: liraglutide 6 mg/ml, oplossing voor injectie. Indicaties: Volwassenen: Saxenda® is geïndiceerd als aanvulling op een caloriearm dieet en verhoogde lichamelijke activiteit ten behoeve van gewichtsbeheersing bij volwassen patiënten met een aanvankelijke BMI (Body Mass Index) van: ≥ 30 kg/m² (obesitas), of ≥ 27 kg/m² tot < 30 kg/m² (overgewicht) die ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit hebben, zoals dysglykemie (prediabetes of diabetes mellitus type 2), hypertensie, dyslipidemie of obstructieve slaapapneu. Behandeling met Saxenda® moet worden gestaakt als de patiënt na 12 weken gebruik van de dagdosering van 3,0 mg niet ten minste 5% van zijn aanvankelijke lichaamsgewicht is kwijtgeraakt. Adolescenten (≥ 12 jaar): Saxenda® kan worden gebruikt als toevoeging aan gezonde voeding en verhoogde lichamelijke activiteit ten behoeve van gewichtsbeheersing bij adolescente patiënten van 12 jaar en ouder met: obesitas (BMI overeenkomend met ≥ 30 kg/m² voor volwassenen volgens internationale grenswaarden) en lichaamsgewicht boven 60 kg. Behandeling met Saxenda® moet worden gestaakt en heroverwogen als de patiënt na 12 weken gebruik van de dagdosering van 3,0 mg of de maximaal verdraagbare dosis niet ten minste 4% van zijn BMI of van de BMI z-score (standaarddeviatiescore) is kwijtgeraakt. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 0,6 mg eenmaal daags. Volwassenen: De dosis moet worden verhoogd naar 3,0 mg eenmaal daags in stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste één week om de gastro-intestinale verdraagbaarheid te verbeteren. Als verhoging naar de volgende dosisstap gedurende twee opeenvolgende weken niet wordt verdragen, moet worden overwogen de behandeling te staken. Adolescenten (≥12 jaar): De dosis moet worden verhoogd tot 3,0 mg of tot de maximaal verdraagbare dosis is bereikt. Doseringen hoger dan 3,0 mg per dag worden niet aanbevolen. Saxenda® is uitsluitend bestemd voor subcutaan gebruik. Het mag niet intraveneus of intramusculair worden toegediend. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpsto昀en. Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Er is geen klinische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHA-klasse IV en liraglutide wordt daarom niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van liraglutide voor gewichtsbeheersing zijn niet vastgesteld bij patiënten: van 75 jaar of ouder; behandeld met andere producten voor gewichtsbeheersing; met obesitas secundair aan endocrinologe stoornissen, aan eetstoornissen of aan de behandeling met geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen veroorzaken; met ernstige nierinsu ciëntie; met ernstige leverinsu ciëntie. Gebruik bij deze patiënten wordt niet aanbevolen. Het gebruik van liraglutide voor gewichtsbeheersing is niet onderzocht bij patiënten met lichte of matig ernstige leverinsu ciëntie. Er is beperkte ervaring bij patiënten met IBD (In昀ammatory Bowel Disease) en diabetische gastroparese. Het gebruik van liraglutide wordt niet aanbevolen bij deze patiënten. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1-receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Als er een vermoeden van pancreatitis bestaat, moet het gebruik van liraglutide worden gestaakt. Als acute pancreatitis bevestigd is, moet niet opnieuw met liraglutide worden begonnen. In klinische studies voor gewichtsbeheersing zijn bij patiënten behandeld met liraglutide meer gevallen van cholelithiase en cholecystitis waargenomen dan bij patiënten behandeld met placebo. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van cholelithiase en cholecystitis. Liraglutide moet met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een schildklieraandoening. Een stijging in de hartfrequentie is waargenomen bij gebruik van liraglutide in klinische studies. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de symptomen van een verhoogde hartfrequentie. Bij patiënten met een klinisch relevante blijvende stijging van de hartfrequentie in rust, moet de behandeling met liraglutide worden gestaakt. Klachten en symptomen van dehydratie werden gemeld bij patiënten die behandeld zijn met GLP-1-receptoragonisten. Patiënten die behandeld worden met liraglutide moeten worden geïnformeerd over het potentiële risico op dehydratie met betrekking tot gastro-intestinale bijwerkingen en moeten voorzorgsmaatregelen nemen om een vochttekort te voorkomen. Patiënten met diabetes mellitus type 2 die liraglutide krijgen in combinatie met insuline en/of een sulfonylureumderivaat hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Episodes van klinisch signi昀cante hypoglykemie zijn gemeld bij adolescenten (≥12 jaar) die werden behandeld met liraglutide. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de kenmerkende symptomen van hypoglykemie en de toepasselijke maatregelen. Bij patiënten met diabetes mellitus mag Saxenda® niet worden gebruikt als een vervanger van insuline. Diabetische ketoacidose is gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten na snelle stopzetting of dosisverlaging van insuline. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidspro昀el: Saxenda® werd op veiligheid geëvalueerd in 5 dubbelblinde, placebogecontroleerde studies bij 5.813 volwassen patiënten met overgewicht of obesitas en ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit. De meest frequent (zeer vaak) gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid, braken, diarree en obstipatie. De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig ernstig en voorbijgaand van aard, en de meeste leidden niet tot staken van de behandeling. In een klinische studie uitgevoerd bij adolescenten van 12 tot 18 jaar met obesitas werden 125 patiënten blootgesteld aan Saxenda® gedurende 56 weken. Over het algemeen waren de frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij de adolescenten met obesitas vergelijkbaar met die waargenomen bij de volwassen populatie. Braken kwam tweemaal zo vaak voor bij adolescenten in vergelijking met volwassenen. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ02. A昀everstatus: U.R. Vergoeding: Niet vergoed. Datum: april 2021. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V. Novo Nordisk B.V., Postbus 443, 2400 AK Alphen aan den Rijn; Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken Telefoonnummer: 0172 - 449494, E-mail: informatie@novonordisk.com Zie voor de volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu

Novo Nordisk B.V. | Postbus 443 | 2400 AK Alphen aan den Rijn T +31 (0)172 44 94 94 | informatie@novonordisk.com | novonordisk.nl

126-1383_bijsluiter_Saxenda_adolescenten_NAPA_MIG_MP_90x132_210921_v1.indd 1 28-09-2021 11:34 Verkorte geneesmiddelinformatie Naam van het geneesmiddel: Plenadren 5 mg / Plenadren 20 mg Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Plenadren 5 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 5 mg hydrocortison. Plenadren 20 mg: Elke tablet met gereguleerde afgifte (MR-tablet) bevat 20 mg hydrocortison. Farmaceutische vorm: Tablet met gereguleerde afgifte. Therapeutische indicaties: Behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie (bijnierschorshypofunctie) bij volwassenen. Hydrocortison is een glucocorticoïde en de synthetische vorm van endogeen geproduceerd cortisol. Glucocorticoïden zijn belangrijke steroïden voor het intermediaire metabolisme, de immuunfunctie, het skeletspierstelsel en bindweefsel, en de hersenen. Cortisol is de belangrijkste glucocorticoïde die door de bijnierschors wordt afgescheiden. Van nature voorkomende glucocorticoïden (hydrocortison en cortisol), die ook zoutretentieeigenschappen hebben, worden gebruikt als vervangingstherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie. Ze worden ook gebruikt wegens hun krachtige ontstekingsremmende effecten bij aandoeningen van vele orgaansystemen. Glucocorticoïden veroorzaken krachtige en gevarieerde metabolische effecten. Bovendien veranderen ze de immuunreacties van het lichaam op uiteenlopende prikkels. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 van de volledige SmPC vermelde hulpstoffen. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Acute bijnierschorsinsufficiëntie: Acute bijnierschorsinsufficiëntie kan ontstaan bij patiënten die bekend zijn met bijnierschorsinsufficiëntie bij wie de dagelijkse dosering niet volstaat of die zich in omstandigheden met een verhoogde behoefte aan cortisol bevinden. Er zijn voorvallen gemeld bij patiënten die met Plenadren werden behandeld. Bij patiënten met acute bijnierschorsinsufficiëntie kan een bijniercrisis ontstaan. Daarom dienen patiënten ingelicht te worden over de verschijnselen en symptomen van acute bijnierschorsinsufficiëntie en bijniercrisis en moeten zij onmiddellijk medische hulp inroepen. Bij een bijniercrisis moet parenterale, bij voorkeur intraveneuze toediening van hydrocortison in hoge doses, samen met natriumchlorideoplossing voor infusie (9 mg/ml, 0,9%) worden toegepast volgens de huidige behandelingsrichtlijnen. Bijkomende infecties: Bij voorbijgaande ziekten zoals geringe infecties, koorts ongeacht de oorzaak, stressvolle omstandigheden zoals kleine chirurgische procedures, moet de dagelijkse vervangingsdosis tijdelijk worden verhoogd (zie rubriek ‘Gebruik bij bijkomende ziekte’). De patiënt moet zorgvuldig worden geïnformeerd hoe hij/zij in deze omstandigheden moet handelen, en moet ook worden geadviseerd onmiddellijk medische hulp te zoeken als zich een acute verslechtering voordoet; vooral in het geval van gastro-enteritis, braken en/of diarree die leiden tot zowel vocht- en zoutverlies als tot ontoereikende absorptie van oraal hydrocortison. Bij patiënten bij wie de bijnierschorsinsufficiëntie samenvalt met retrovirale infectie, zoals hiv, moet de dosis zorgvuldig worden aangepast als gevolg van mogelijke interacties met antiretrovirale geneesmiddelen en een verhoogde hydrocortisondosis als gevolg van de infectie. Uit wetenschappelijke verslagen is niet gebleken dat hydrocortison immunosuppressieve effecten zou hebben bij doses die zijn gebruikt voor vervangingstherapie bij patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie. Daarom is er geen reden om aan te nemen dat vervangingsdoses van hydrocortison een systemische infectie of de gevolgen van zo’n infectie zullen verergeren. Evenmin is er reden aan te nemen dat de hydrocortisondoses die worden gebruikt voor vervangingstherapie de respons op vaccins verminderen en het risico op gegeneraliseerde infectie met levende vaccins verhogen. Maaglediging en motiliteitsstoornissen: Tabletten met gereguleerde afgifte (MR-tabletten) worden niet aanbevolen bij patiënten met een verhoogde maag-darmmotiliteit, i.e., chronische diarree, vanwege het risico op een verminderde cortisolblootstelling. Er zijn geen gegevens van patiënten met een bevestigde langzame maaglediging of een verminderde-motiliteitziekte/stoornis. Bij patiënten met deze aandoeningen moet de klinische respons worden gevolgd. Het gebruiken van hogere doses hydrocortison dan normaal: Hoge (suprafysiologische) doses hydrocortison kunnen een verhoging van de bloeddruk, zout- en waterretentie en een verhoogde uitscheiding van kalium veroorzaken. Behandeling voor lange tijd met hogere dan fysiologische doses hydrocortison kan leiden tot klinische kenmerken die lijken op die van het syndroom van Cushing: toegenomen adipositas, obesitas in de buik, hypertensie en diabetes. Zo’n behandeling voor lange tijd kan leiden tot een verhoogd risico op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Ouderdom en een lage BMI zijn bekende risicofactoren voor veel voorkomende bijwerkingen van farmacologische doses glucocorticoïden, zoals osteoporose, dun worden van de huid, diabetes mellitus, hypertensie en een verhoogde gevoeligheid voor infecties. Alle glucocorticoïden verhogen de calciumuitscheiding en verlagen de snelheid van botremodellering. Er is gevonden dat patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie die voor lange tijd een vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen, een verminderde botmineraaldichtheid hadden. Langdurig gebruik van hoge doses glucocorticoïden kan posterieure subcapsulaire cataracten en glaucoom met mogelijke beschadiging van de oogzenuwen veroorzaken. Zulke effecten zijn niet gerapporteerd bij patiënten die vervangingstherapie met glucocorticoïden kregen in doses die worden voorgeschreven bij bijnierschorsinsufficiëntie. Psychische bijwerkingen kunnen voorkomen bij gebruik van systemische glucocorticoïden. Dit kan optreden aan het begin van de behandeling en tijdens periodes van dosisaanpassing. De risico’s kunnen groter zijn wanneer hoge doses worden gegeven. De meeste bijwerkingen verdwijnen vanzelf na verlaging van de dosis, hoewel specifieke behandeling nodig kan zijn. Schildklierfunctie: Patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie moeten in beeld worden gehouden ten aanzien van een mogelijke verstoring van de schildklierfunctie, omdat zowel hypo- als hyperthyreoïdie de blootstelling aan toegediend hydrocortison merkbaar kan beïnvloeden. De behandeling van primaire bijnierschorsinsufficiëntie rechtvaardigt vaak de toevoeging van een mineralocorticoïde. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Hydrocortison wordt gegeven als een vervangingstherapie met als doel de normale cortisolniveaus te herstellen. Het profiel van bijwerkingen bij de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie is daarom niet vergelijkbaar met dat bij andere aandoeningen waarbij veel hogere doses orale of parenterale glucocorticoïden nodig zijn. Uit een onderzoek van 12 weken bleek dat de frequentie en het type bijwerkingen van Plenadren dat eenmaal per dag als MR-tablet werd gegeven, en van driemaal daags hydrocortisontabletten in het algemeen vergelijkbaar waren. Bij ongeveer één op de vijf patiënten was er een aanvankelijke toename in de frequentie van bijwerkingen; dit werd waargenomen tot acht weken na de overgang van conventionele hydrocortisontabletten, drie keer per dag, op MR-tabletten die éénmaal per dag werden gegeven. Deze bijwerkingen (buikpijn, diarree, misselijkheid en vermoeidheid) zijn echter licht of matig, van voorbijgaande aard, van korte duur, maar het kan noodzakelijk zijn de dosis bij te stellen of bijkomende geneesmiddelen te gebruiken, zie rubriek Gebruik bij bijkomende ziekte’. Vermoeidheid is gerapporteerd als zeer vaak voorkomend. Tabel met bijwerkingen: Een totaal van 80 patiënten (173 patiëntjaren aan gegevens) is in klinische onderzoeken behandeld met gereguleerde afgifte van hydrocortison. Bijwerkingen uit deze onderzoeken en postmarketingervaring worden hieronder genoemd. De gegevens worden als volgt per systeem/orgaanklasse en frequentie weergegeven: Zeer vaak (≥1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10). Zenuwstelselaandoeningen: Zeer vaak: Vertigo, Hoofdpijn; Maagdarmstelselaandoeningen: Zeer vaak: Diarree; Vaak: Bovenbuikpijn, Nausea; Huid- en onderhuidaandoeningen: Vaak: Pruritus, Rash: Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Vaak: Artralgie; Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: Zeer vaak: Vermoeidheid; Bovendien zijn de volgende bijwerkingen gerapporteerd voor andere hydrocortisonmiddelen die in hogere doses worden gegeven voor andere indicaties dan als vervangingstherapie voor bijnierschorsinsufficiëntie (frequenties niet bekend). Immuunsysteemaandoeningen: Activering van een infectie (tuberculose, schimmel- en virale infecties waaronder herpes). Endocriene aandoeningen: Inductie van glucose-intolerantie of diabetes mellitus. Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Natrium- en waterretentie en neiging tot oedeem, hypertensie, hypokaliëmie. Psychische stoornissen: Euforie en psychose, slapeloosheid. Oogaandoeningen: Verhoogde intraoculaire druk en cataract. Maagdarmstelselaandoeningen: Dyspepsie en verergering van een reeds bestaande maagzweer. Huid- en onderhuidaandoeningen: Cushing-achtige symptomen, huidstriemen, echymosen, acne en hirsutisme, verstoorde wondgenezing. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Osteoporose met spontane botbreuken. Melding van vermoedelijke bijwerkingen: Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl. Farmacotherapeutische categorie: Corticosteroïden voor systemisch gebruik, glucocorticoïden. ATC-code: H02AB09. Houder van de handelsvergunning: Shire Services BVBA, Rue Montoyer 47, B - 1000 Brussel, België. Nummers van de handelsvergunning: Plenadren 5 mg: EU/1/11/715/001 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/003 (2 flessen met 50 tabletten) Plenadren 20 mg: EU/1/11/715/002 (1 fles met 50 tabletten); EU/1/11/715/006 (2 flessen met 50 tabletten) Afleverstatus: UR Datum van herziening van de tekst: 05/2018. Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu. Volledige productinformatie is verkrijgbaar via de lokale vertegenwoordiger in Nederland: Takeda Nederland bv, Hoofddorp of www.takeda.nl. Referenties: 1. Isidori AM et al. Lancet Diabetes Endocrinol. 2018;6(3):173–185. 2. PLENADREN samenvatting van de productkenmerken, mei 2018. 3. Giordano R et al. Endocrine. 2016 Feb;51(2):360-8. Productiedatum: mei 2021 C-APROM/NL/PLE/0008

VERKORTE PRODUCT INFORMATIE Aimovig® 70 en 140 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling Elke voorgevulde pen bevat respectievelijk 70 of 140 mg erenumab. Indicatie Profylaxe van migraine bij volwassenen die ten minste 4 migrainedagen per maand hebben. Farmacotherapeutische groep Analgetica, antimigrainepreparaten. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen Patiënten met bepaalde ernstige cardiovasculaire aandoeningen werden uitgesloten van klinische onderzoeken. Er zijn geen veiligheidsgegevens beschikbaar voor deze patiënten. Ernstige overgevoeligheidsreacties bij gebruik van erenumab, waaronder rash, angio-oedeem en anafylactische reacties, zijn gemeld tijdens postmarketingervaring en kunnen binnen enkele minuten maar ook meer dan een week na de behandeling optreden. Constipatie is een veelvoorkomende bijwerking en meestal licht tot matig van intensiteit. In de meeste gevallen werd dit voor het eerst gemeld na de eerste dosis en verdween dit binnen drie maanden. In de postmarketingsetting is constipatie met ernstige complicaties gemeld. Een voorgeschiedenis van constipatie of het gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen geassocieerd met verminderde gastro-intestinale motiliteit kan het risico op ernstigere constipatie en constipatie-gerelateerde complicaties verhogen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor het risico van constipatie en geadviseerd worden om medische hulp te zoeken als constipatie niet verdwijnt of verergert. Bij ernstige constipatie moet overwogen worden de behandeling stop te zetten. De afneembare dop van de Aimovig voorgevulde pen bevat droog natuurrubber (latex); dit kan allergische reacties veroorzaken bij personen die overgevoelig zijn voor latex. Bijwerkingen Vaak overgevoeligheidsreacties waaronder anafylaxie, angio-oedeem, rash, zwelling/oedeem en urticaria, constipatie, pruritus, spierspasmen, injectieplaatsreacties. Afleverstatus UR Verpakking en prijs Zie Z-Index Vergoeding Volledig vergoed indien voldaan aan de in bijlage 2 genoemde voorwaarden Registratiehouder Novartis Europharm Limited Lokale vertegenwoordiger Novartis Pharma B.V., Haaksbergweg 16, 1101 BX Amsterdam. Meer informatie Voor meer informatie kunt u bellen met 088-0452111. De volledige productinformatie kunt u raadplegen via www.novartis.nl/medicijnen/aimovig. Datering verkorte productinformatie november 2021.


WIJ MAKEN TUINEN

OM IN WEG TE DROMEN

Een droom wordt werkelijkheid Uw wensen worden vertaald in een unieke, inspirerende en luxe buitenruimte. Met bezieling en passie ontworpen. Dit ontwerp kunt u volledig in 3D, uiterst realistisch, beleven. VDK.VDW is een internationale en eigentijdse ontwerpstudio en werkt intensief samen met Hoveniersbedrijf Tim Kok. Deze bijzondere samenwerking zorgt ervoor dat het ontwerp gerealiseerd wordt, zoals het ook echt bedoeld is. Ervaar de kracht van deze samenwerking.

Referentie: 1. EMA. CIMZIA® SmPC [Internet]. [geciteerd in maart 2021]. Beschikbaar op: https://www.ema. europa.eu/documents/product-information/cimzia-epar-product-information_en.pdf. Verkorte product informatie Cimzia® (certolizumab pegol) Samenstelling: Certolizumab pegol 200 mg in één ml in een voorgevulde spuit, voorgevulde pen of doseercartridge. Indicatie(s): Reumatoïde artritis (RA): Cimzia is, in combinatie met methotrexaat (MTX), geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige, actieve RA bij volwassen patiënten die onvoldoende reageren op diseasemodifying antirheumatic drugs (DMARD’s), inclusief MTX. Cimzia kan als monotherapie worden gegeven in geval van intolerantie voor MTX of wanneer voortgezette behandeling met MTX ongewenst is. Cimzia in combinatie met MTX is ook geïndiceerd bij ernstige, actieve en progressieve RA bij volwassenen die niet eerder zijn behandeld met MTX of andere DMARD’s. Gebleken is dat Cimzia, gegeven in combinatie met MTX, een remmend effect heeft op de progressiesnelheid van gewrichtsschade, zoals gemeten door middel van röntgenonderzoek, en de fysieke functie verbetert. Axiale spondylartritis: Cimzia is geïndiceerd bij volwassen patiënten met ernstige actieve axiale spondylartritis, waaronder: Spondylitis ankylopoetica (AS): volwassenen met ernstige actieve spondylitis ankylopoetica die onvoldoende reageren op of die intolerant zijn voor nietsteroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s). Axiale spondyloartritis zonder röntgenologisch bewijs van AS: Volwassenen met ernstige actieve axiale spondyloartritis zonder röntgenologisch bewijs van SA, die onvoldoende reageren op of die intolerant zijn voor NSAID’s, maar met objectieve tekenen van ontsteking door een verhoogd C-reactief proteïne (CRP) en/of positieve Magnetic Resonance Imaging (MRI). Artritis psoriatica: Cimzia in combinatie met MTX is geïndiceerd voor actieve artritis psoriatica bij volwassenen met onvoldoende respons op eerdere DMARD-therapie. Cimzia kan als monotherapie worden gegeven in geval van intolerantie voor MTX of wanneer voortgezette behandeling met MTX ongewenst is. Plaque psoriasis: Cimzia is geïndiceerd bij matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische behandeling. Dosering en toediening: de behandeling met Cimzia dient te worden gestart en plaats te vinden onder supervisie van een arts met ervaring in de diagnose en behandeling. Oplaaddosis: De aanbevolen startdosis is 400 mg (2 subcutane injecties van elk 200 mg) in week 0, 2 en 4. Onderhoudsdosering: RA en artritis psoriatica: De aanbevolen onderhoudsdosis is 200 mg om de 2 weken. Wanneer de klinische respons is bevestigd, kan een alternatieve onderhoudsdosering van 400 mg elke 4 weken worden overwogen. MTX dient, waar van toepassing, tijdens de behandeling met Cimzia te worden voortgezet. Axiale spondyloartritis: de aanbevolen onderhoudsdosis is 200 mg om de 2 weken of 400 mg om de 4 weken. Na minimaal 1 jaar behandeling kunnen bij axSpA-patiënten met aanhoudende remissie een verlaagde onderhoudsdosis van 200 mg om de 4 weken overwegen. Voor bovenstaande indicaties, moet zorgvuldig worden overwogen om de behandeling voort te zetten bij patiënten zonder bewijs van therapeutisch voordeel in de eerste 12 weken van de behandeling. Plaque psoriasis: De aanbevolen onderhoudsdosis is 200 mg om de 2 weken. Bij onvoldoende respons kan 400 mg om de 2 weken worden overwogen. Beschikbare gegevens van volwassenen met plaque psoriasis duiden erop dat een klinische respons gewoonlijk binnen 16 weken behandeling wordt bereikt. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de hulpstoffen; actieve tuberculose of andere ernstige infecties zoals sepsis of opportunistische infecties; matig tot ernstig hartfalen (NYHA-klasse III / IV). Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik: Alle patiënten moeten zorgvuldig worden gecontroleerd op infecties, waaronder tuberculose, voor, tijdens en gedurende 5 maanden na de behandeling met Cimzia. Patiënten bij wie een nieuwe infectie ontstaat, dienen nauwgezet te worden gecontroleerd. Als bij een patiënt een nieuwe ernstige infectie ontstaat, moet de toediening van Cimzia worden stopgezet tot de infectie onder controle is. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van recidiverende of opportunistische infecties, waaronder patiënten die gelijktijdig corticosteroïden of immunosuppressiva gebruiken, of bij ouderen. Als vóór of tijdens de behandeling actieve tuberculose wordt vastgesteld, mag Cimzia niet worden gestart en moet de behandeling worden stopgezet. Als latente tuberculose wordt gediagnosticeerd, moet vóór het begin van de behandeling met Cimzia gestart worden met antituberculeuze therapie en dienen de voordelen van behandeling te worden afgewogen tegen de risico’s ervan. Patiënten moeten worden geïnstrueerd een arts te raadplegen als er tijdens of na behandeling met Cimzia tekenen/symptomen ontstaan die op tuberculose duiden (bijvoorbeeld aanhoudend hoesten, vermageren/gewichtsverlies, subfebriele temperatuur, lusteloosheid). Test patiënten op hepatitis B infectie (HBV) voor aanvang Cimzia behandeling. Dragers van HBV die met Cimzia behandeld worden, moeten tijdens en tot enkele maanden na de behandeling gecontroleerd worden. Reactivering van HBV is opgetreden bij patiënten die chronische dragers van dit virus waren en TNF-antagonisten kregen, waaronder Cimzia. Sommige gevallen met fatale afloop. Bij HBV-reactivering, stop Cimzia behandelingen. Een mogelijk risico op lymfomen, leukemie of andere maligniteiten bij behandeling met TNF-antagonisten kan niet worden uitgesloten. Voorzichtigheid is geboden bij een voorgeschiedenis van maligniteiten of wanneer overwogen wordt de behandeling voort te zetten bij patiënten bij wie een maligniteit is ontstaan. Melanoom en Merkelcelcarcinoom zijn gemeld bij patiënten die behandeld werden met TNF-antagonisten, waaronder Cimzia. Periodiek huidonderzoek wordt aangeraden, vooral bij patiënten met risicofactoren voor huidkanker. Adviseer patiënten onmiddellijk medisch advies te vragen als ze tekenen en symptomen ontwikkelen die wijzen op bloeddyscrasie of een infectie. Bij Cimzia is medisch significante cytopenie gemeld. Overweeg stopzetten van de behandeling bij bewezen significante hematologische afwijkingen. Gebruik van TNF-antagonisten is in zeldzame gevallen in verband gebracht met demyeliniserende aandoening, waaronder multipele sclerose. Overweeg de baten-

www.timkok.nl

www.vdkvdw.design

010 416 27 84

085 130 42 27

risicoverhouding bij een reeds bestaande of recent opgetreden demyeliniserende aandoening. Zeldzame gevallen van neurologische aandoeningen zijn gerapporteerd bij Cimzia. Er zijn na toediening van Cimzia zelden ernstige overgevoeligheidsreacties gerapporteerd. Enkele van deze reacties kwamen voor na de eerste toediening van Cimzia. Als er ernstige reacties ontstaan, moet toediening van Cimzia onmiddellijk worden gestaakt en een adequate behandeling worden ingesteld. Voorzichtigheid is geboden bij voorgeschiedenis van ernstige overgevoeligheid voor een andere TNF-antagonist. Cimzia is in verband gebracht met de vorming van antinucleaire antilichamen (ANA) en de ontwikkeling van een lupusachtig syndroom. Als de patiënt lupusachtig syndroom ontwikkelt, moet de behandeling worden stopgezet. Cimzia dient voorzichtig te worden gebruikt bij patiënten met licht hartfalen. Stop de behandeling bij nieuwe of verslechterende symptomen van congestief hartfalen. Voorzichtigheid is geboden bij COPD-patiënten en patiënten met een verhoogd risico op maligniteiten als gevolg van zwaar roken. Patiënten die Cimzia krijgen, kunnen worden gevaccineerd, behalve met levende vaccins. Cimzia kan onjuist verhoogde aPTT-testresultaten veroorzaken bij patiënten zonder stollingsafwijkingen. De naaldbeschermer bevat een derivaat van natuurlijk rubberlatex dat allergische reacties kan veroorzaken. Noteer de naam en het batchnummer van het toegediende product om de traceerbaarheid van biologische producten te verbeteren. Interacties: De combinatie van Cimzia en anakinra of abatacept wordt niet aanbevolen. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding: Voor vrouwen die zwanger kunnen worden, dient het gebruik van adequate anticonceptie om zwangerschap te voorkomen te worden overwogen. Voor vrouwen die zwanger willen worden, kan het voortzetten van anticonceptie worden overwogen gedurende 5 maanden na de laatste dosis Cimzia vanwege de eliminatiesnelheid, maar er dient ook rekening te worden gehouden met de noodzaak voor behandeling van de vrouw. Gegevens die prospectief werden verzameld van meer dan 500 zwangerschappen waarbij Cimzia werd gebruikt met bekende zwangerschapsuitkomsten, waaronder meer dan 400 zwangerschappen waarbij tijdens het eerste trimester blootstelling aan Cimzia plaatsvond, duiden niet op een misvormend effect van Cimzia. De beschikbare klinische ervaring is echter te beperkt om met redelijke zekerheid te concluderen dat er bij toediening van Cimzia tijdens de zwangerschap geen verhoogd risico bestaat. Omdat Cimzia TNF-α remt, kan Cimzia bij toediening tijdens zwangerschap de normale immuunrespons van de pasgeborene aantasten. Cimzia mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt indien dit klinisch nodig is. In een klinisch onderzoek werden 16 vrouwen tijdens de zwangerschap behandeld met certolizumab pegol. De plasmaconcentraties van certolizumab pegol die bij de geboorte bij 14 zuigelingen werden gemeten, waren in 13 monsters lager dan de bepalingsgrens; één monster had een waarde van 0,042 μg/ml met een zuigeling/moeder plasmaratio bij de geboorte van 0,09%. In week 4 en 8 lagen de concentraties van alle zuigelingen onder de bepalingsgrens. De klinische relevantie van lage concentraties certolizumab pegol voor zuigelingen is niet bekend. In een klinisch onderzoek bij 17 vrouwen die borstvoeding gaven en met Cimzia werden behandeld, werd een minimale overdracht van certolizumab pegol van het plasma naar de moedermelk waargenomen. Het percentage van de maternale dosis Cimzia die een zuigeling bereikt in een periode van 24 uur, werd geschat op 0,04% tot 0,3%. Aangezien certolizumab pegol een eiwit is dat na orale toediening wordt afgebroken in het maag-darmkanaal, is de absolute biologische beschikbaarheid bij een zuigeling die borstvoeding krijgt bovendien naar verwachting zeer laag. Daarom kan Cimzia worden gebruikt tijdens het geven van borstvoeding. Bijwerkingen: Vaak voorkomende bijwerkingen (≤ 1/100 tot <1/10): bacteriële en virale infecties, eosinofiele afwijkingen, leukopenie, hoofdpijn, sensorische afwijkingen, hypertensie, misselijkheid, hepatitis (inclusief verhoogde leverenzymen), huiduitslag, pyrexie, pijn, asthenie, pruritus (waar dan ook), reacties op de injectieplaats. Ernstige bijwerkingen: omvatten sepsis, opportunistische infecties, tuberculose, herpes zoster, lymfoom, leukemie, solide orgaantumoren, angioneurotisch oedeem, cardiomyopathieën (waaronder hartfalen), ischemische coronaire aandoeningen, pancytopenie, verhoogde bloedstolling (waaronder tromboflebitis, longembolie), cerebrovasculair accident, vasculitis, hepatitis/ hepatopathie (waaronder cirrose), nierfunctiestoornis/nefropathie (waaronder nefritis). Raadpleeg de volledige voorschrijfinformatie in uw land voordat u dit geneesmiddel voorschrijft. Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem (Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl). Verpakking: Eén ml voorgevulde spuit met een zuigerstop, bevattende 200 mg certolizumab pegol. Verpakkingsgrootte met 2 voorgevulde spuiten en twee alcoholdoekjes. Eén voorgevulde 1 ml pen (AutoClicks) die een voorgevulde spuit met een zuigerstop, bevattende 200 mg certolizumab pegol. Verpakkingsgrootte met 2 voorgevulde pennen en twee alcoholdoekjes. Eén ml patroon voor dosisdispenser die een voorgevulde spuit met een zuigerstop bevat. De voorgevulde spuit bevat 200 mg certolizumab pegol. Verpakkingsgrootte met 2 patronen voor dosisdispenser en 2 alcoholdoekjes. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren: Bewaren in de koelkast (2ºC - 8ºC), niet in de vriezer. Kan worden bewaard bij kamertemperatuur (tot 25°C) gedurende één periode van ten hoogste 10 dagen, indien beschermd tegen licht. Afleverstatus: U.R. Vergoeding en prijs: zie Z-index Datum van herziening: maart 2021 Vergunningsnummer: EU/1/09/544/001-002-003-004-005-006-007 Datum van vergunning: Oktober 2009. Raadpleeg voor gebruik de volledige SPC, deze is op aanvraag verkrijgbaar bij de registratiehouder: UCB Pharma S.A. Allée de la Recherche 60 B-1070 Brussel België. NL-P-CZ-AS-2100021


AFVALLEN Ondanks mijn wil een enorme uitdaging.

Ondersteun uw patiënten Saxenda®. Een receptgeneesmiddel voor gewichtsverlies bij: • Volwassenen met een BMI ≥ 27 kg/m2 i.c.m. één of meer co-morbiditeiten of een BMI ≥ 30 kg/m2.1 • Adolescente patiënten van 12 jaar en ouder met: - obesitas (BMI overeenkomend met ≥ 30 kg/m² voor volwassenen volgens internationale grenswaarden) en - lichaamsgewicht boven 60 kg. Wilt u meer weten? www.saxenda-voor-arts.nl Gebruik de login code: Sax7261 óf scan de QR-code

8,0 %

Gemiddeld gewichtsverlies na 1 jaar bij volwassenen met een BMI ≥ 27 kg/m2 en dyslipidemie en/of hypertensie of BMI ≥ 30 kg/m2.*2

SCALE obesitas en prediabetes: Een 56 weken durende placebo-gecontroleerde dubbelblinde studie (n=3731) naar de veiligheid en werkzaamheid van Saxenda® toegevoegd aan leefstijlinterventie in de vorm van een energiebeperkt dieet en lichaamsbeweging onder begeleiding.

* Gewichtsverlies verschil vs. placebo: -5,4% (P<0,001)2 NL21SX00021 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Maasstad Wetenswaardig Nummer 12 Winter 2021/2022 by Multiplus media - Issuu