Skip to main content

Maasstad Wetenswaardig Nummer 11 voorjaar/zomer 2021

Page 1

WETENS~ WAARDIG NUMMER 11 | VOORJAAR/ZOMER 2021

KIJKEN DOOR DE BRIL VAN KINDEREN MET MAAG-, DARM- EN LEVERZIEKTEN ARCTIC-STUDIE VERGELIJKT BEHANDELING REUMA IN DE POLS: INJECTIE VERSUS KIJKOPERATIE PLATFORM VOOR PHD-STUDENTEN


Een snelle insulinerespons bij de maaltijd

1

Voor behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, jongeren en kinderen van 1 jaar en ouder.1

Bijwerkingen: De meest frequent gemelde bijwerking bij gebruik van Fiasp® is hypoglykemie. Hypoglykemie kan eerder optreden na een injectie met Fiasp® vergeleken met andere maaltijdinsulines vanwege de eerder intredende werking. 1 SPC Fiasp®

Verkorte productinformatie zie elders in deze uitgave


VOORWOORD Beste lezer, U heeft zojuist de elfde editie van Wetenswaardig ter hand genomen. Wellicht werd u getriggerd door mijn foto op de cover. Ik kan u melden dat ik met ingang van dit nummer het hoofdredacteurschap heb overgenomen van collega Tessa Bosch, klinisch farmacoloog en ziekenhuisapotheker. Tessa heeft met veel enthousiasme en inzet 10 nummers van Wetenswaardig mede samengesteld en geredigeerd. Namens u als trouwe lezers maak ik van de gelegenheid gebruik om haar in dit voorwoord hiervoor hartelijk te danken. Wetenswaardig is er om u te informeren over de ontwikkelingen op het gebied van wetenschap in het Maasstad Ziekenhuis en daarbuiten, in samenwerking met andere ziekenhuizen en instellingen. In dit nummer leest u onder andere over het Platform promotieonderzoekers waar in een bijdrage van Elke van Delft het belang van samenwerking tussen de arts-onderzoekers in ons ziekenhuis wordt belicht. Ook is er aandacht voor de Medical research Ethics Committies United (MEC-U), waar Merel van Dijk (teamhoofd MEC-U) en voorzitter Bert van Ramshorst uitleggen wat de MEC-U betekent voor de wetenschap in het Maasstad Ziekenhuis en voor welke uitdagingen deze commissie staat. Zoals gebruikelijk belichten we ook een van onze afdelingen; dit keer de afdeling Medische Microbiologie. Deze afdeling is door de COVID-19 pandemie in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Carla van Tienen (arts-microbioloog) en Pieter Smit (medisch moleculair microbioloog) geven een kijkje achter de schermen van hun afdeling. De afdeling doet momenteel onderzoek naar de overdracht van nieuwe mutaties van COVID--19 in het ziekenhuis. Voor dit onderzoek ontvingen zij een van de Maasstad Ziekenhuis research vouchers. Ten slotte vertelt Juul Cox (ziekenhuisapotheker en onderzoeker) over haar project inzake spiegels van biosimilars en patiënt welbevinden (PROMS: patient-related outcome measures) in de reumatologie. Ook dit project wordt ondersteund door een Maasstad Ziekenhuis research voucher. Ik wens u veel leesplezier !

Michael Groeneweg, mede namens Annemieke Schellevis Hoofdredactie Wetenswaardig.

Wetenswaardig

3


1

SSI S DO /IC TE MA TE S -S VA /LA ! DE BA OR UR LA NS KE IE SE GE AT ET ED BIN M GO OM C

1-maal daags

ENERZAIR® BREEZHALER® bij astma de sensor bevestigt *1,2,3

Introductie kit aanvragen?

1020ENE91299

Scan de QR-code of ga naar bit.ly/3jeXiVu

* De sensor bevestigt dat de inhalator is gebruikt door middel van registratie en monitoring van de activeringen van de Breezhaler-inhalator. 1. Enerzair Breezhaler is geregistreerd voor volwassen patiënten die niet voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie van een LABA/ICS (hoge dosis) en die één of meer astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande jaar (SmPC Enerzair Breezhaler). 2. Enerzair Breezhaler SmPC, zie www.novartis.nl/medicijnen voor de volledige en meest recente versie. 3. Propeller Health®, QR_Rationale for EU Classification-2017-B 2019-7-24 Update

NIEUW 1-MAAL DAAGS

indacaterolacetaat / glycopyrroniumbromide / mometasonfuroaat inhalatiepoeder


Afscheidswoord Dit was mijn laatste nummer als hoofdredacteur van Wetenswaardig. Ik vond het heel erg leuk om het wetenschapsmagazine van het Maasstad Ziekenhuis te hebben opgezet en vorm te hebben gegeven de afgelopen jaren. Het is tijd dat iemand anders het stokje overneemt. Ik denk dat Michael Groeneweg daar de juiste persoon voor is. Daarnaast wil ik graag enorm veel dank uitspreken voor de mensen met wie ik dit samen heb gedaan: Monique Snoeij: zonder jouw hulp en planning is het uitkomen van Wetenswaardig gewoon niet mogelijk. Heel veel dank voor alles wat je doet! De samenwerking verliep wat mij betreft erg goed en prettig. Ook de tekstschrijvers Gerda van Beek en Gerben Stolk wil ik danken voor de fijne samenwerking. Jullie zijn altijd enthousiast over de plannen en ideeën die we als redactie hebben en weten van de verhalen altijd mooie teksten te maken, die lekker te lezen zijn. En daarnaast wil ik nog de andere redacteuren die de afgelopen jaren hebben meegeholpen bedanken: Bianca Boxma– de Klerk, Gona Aziz en Annemieke Schellevis. Heel veel succes en plezier met de volgende nummers, die ik natuurlijk met veel interesse en enthousiasme blijf lezen.

Tessa Bosch

Wetenswaardig

5


ADVERTORIAL

! 2 &' 73##) 8'.-' 7113&'.'0 '9+5 12.'7'35 *1'(5 6&: 7#0 &'3 '- *11(& '%*0+4%* .645'3 0(13/#5+'/#0#)'3 53'%*5 0+'5 .#0) 0# 5' &'0-'0 > #)'.+,-4 '37#3'0 8' 8+045 7#0 '9+5 ' $''.&'0 '0 7'34.#)'0 7+# 8++0 -1/'0 ;10&'3 *#0&/#5+)' #%5+'4 7''. 40'..'3 $+00'0 +'3&113 -#0 ''0 &+'045&1'0&' #354 ''0 +0 *'5 421'&10&'3;1'- &+3'%5 +0;+'0 ##30##45 *#&&'0 8+, +0 *'5 7'3.'&'0 /'5 ;17''. 7'34%*+..'0&' 6+58+44'. 4:45'/'0 5' /#-'0 '5 5'36)$3'0)'0 0##3 58'' 4:45'/'0 *+.+24 13 +'8 ! '0 8++0 /##-5 *'5 17'3;+%*5'.+,-'3 +5 $3'0)5 3645 /'5 ;+%* /'' $ 6&: > ' *'$$'0 ''0 %'053#.' 2.'- 8##3 &' +/2135 '92135 '0 *'5 -122'.8'3- 813&5 7'33+%*5 ' 8'3-'0 ;17''. /1)'.+,- )'B05')3''3& +0 *'5 .4 ''0 ;+'-'0*6+4 104 $''.&'0 51'456635 &#0 -1/'0 ;' #651/#5+4%* +0 &' 8++0 8'3-.+,45 +44+0) +0 *'5 ' #22.+%#5+'$'*''3&'3 %10531.''35 3')'./#5+) &';' 8'3-.+,45 12 0+'68 $+00'0)'-1/'0 10&'3;1'-'0 ;1&#5 &';' &+3'%5 /+54 &' 2#5+A05 +4 +0)'4%*3'7'0 ##0 ''0 " 10&'3;1'- 813&5 )'-122'.& '34563'0 7#0 $''.&'0 '0 7'34.#)'0 +4 *'.'/##. 4+/2'. '5 8++0 2135##. 813&5 7+# *'5 )'12'0& ' ,6+45' 2#5+A05 45##5 &#0 #. 12 &' %105'95 +'30# *1'( ,' #..''0 &' 10&'3;1'-'0 '0 *'5 ,6+45' ;+'-'0*6+4 6+5 *'5 8++0 #&3'4$1'- 5' 4'.'%5'3'0 '5 813&5 45''&4 /#--'.+,-'3 &113&#5 8' 06 #..'/##. 12 8++0 17'345#22'0 '0 +0 *'5 8'3-'0 0;' &+'045&1'0&' #354'0 *'$$'0 ''0 #%%1605 1/ +0 &' 8'3-.+,45 5' -+,-'0 #&#5 &' #22.+%#5+'$'*''3 &' $''.&'0 *''(5 )'-122'.& -600'0 11- #..' #0&'3' #354'0 &' $''.&'0 3'%*5453''-4 $'-+,-'0 7+# &' 7+'8'3 +0 *'5 " '5 &3##)7.#- +4 )3115 1/&#5 8++0 &' 5'%*0+4%*' .##) #. *''(5 0''3)'.')& ? "

"#

$

#

165'3 '.&*6+4 3#&+1.11) 53'%*5 > #5'0 8' *'5 )31'+2+,05,'4 01'/'0 ' ;+'0 /'5 0#/' 6+5&#)+0)'0 $+, *'5 6+58+44'.'0 7#0 $''.&'0 @0 7'34.#)'0 "' 813&'0 0+'5 4#/'0 7'345663& $+,7113$''.& ( &' '0' -''3 +4 *'5 ''0 2&( &' #0&'3' -''3 ''0 &1%6/'05 1/4 -3+,)'0 8' *'.'/##. 0+-4 ##3 /1'5 ,' #(423#-'0 17'3 /#-'0 '0 &#5 /1'5 ,' C0'560'0 #5 +4 5'36) 5' *'3.'+&'0 0##3 &' 1245#35(#4' ? $ 6&: > 0 *'5 #&3'4$1'- -60 ,' ;+'0 8+' /''&1'5 ##0 '9+5 &64 0##3 &+' ;+'-'0*6+;'0 7'34563'0 8+, 418+'41 &+)+5##. #5663.+,- -3+,) ,' &##3 8'.''04 ''0 )'(36453''3&' 3'#%5+' 12 #5 ;' '3 01) 0+'5 -.##3 7113 ;+,0 $+,7113$''.& +, 231$'3'0 #(423#-'0 5' /#-'0 '0 *'5 )'423'- ##0 5' )##0 /'5 1/.+))'0&' ;+'-'0*6+;'0 #.4 '3 +'54 /+4 .1125 <*'5

11(& '%*0+4%* .645'3 0(13/#5+'/#0#)'3 6&: 7#0 &'3 '- '0 3#&+1.11) 165'3 '.&*6+4

3#&+1.1)+'7'34.#) 105$3''-5 '3 ;+,0 5'7''. 10&'3;1'-'0 7'3;10&'0 1057#0)'0 5#) 045+565+10 #/' +4 0+'5 %133'%5 +0)'76.&= +5 813&5 7'371.)'04 12)'2#-5 '0 )'%133+)''3& ' *#0&3'+-+0) < '.-' 10&'3;1'-'0 5' 7'3;'0&'0 $+, ''0 7'38+,;+0)= 7#0 &' *'.25 &##3$+, ? 165'3 > ' 53'--'0 *+'3/'' +0 &' 3')+1 45''&4 /''3 )';#/'0.+,- 12 ? "

$ 6&: >! +4 #. 10;' 23'('33'& 3165' /##3 01) 0+'5 .#0&'.+,&'--'0& '5 *''(5 '3 $+, 104 $+,7113$''.& 11- ''0 2##3 -''3 6+5)'.')'0 +, ''0 D+0-' 62)3#&' $+,7113$''.& '$36+- ,' 8++0 &#0 *1'( ,' 12 ;1 0 /1/'05 0+'5 /''3 5'36) 5' 7#..'0 12 &7&=4 ' ;+,0 +0/+&&'.4 7'34.##(& ##0 *'5 40'. $+00'0*#.'0 '0 7'34563'0 7#0 $''.&'0 ##31/ /1'5 ,' 8#5 /+, $'53'(5 <'/$'&&'0= &#5 ,' ;18'. 264* #.4 26.. /'5*1&' 0##45 '.-##3 .##5 $'45##0 '5 -600'0 10&'345'60'0 7#0 ;18'. #%65' #.4 %*310+4%*' ;13) +4 &#0 ''0 )1'& #3)6/'05 ? 165'3 > ##3 +4 01) ''0 #0&'3 2605 ##0 )'3'.#5''3& 0&#0-4 ''0 ! 3'.#5+' -+';'0 /'04'0 41/4 7113 '9+5 1/&#5 ;' )'8110 5'36)7#..'0 12 &' $'-'0&' 8') ? $ 6&: > +, ;+,0 &+3'%5 +0)'45#25 12 0+7'#6 ##3 +- ;16 '3 ;'.(4 01) ''0 0+7'#6 $17'012 8+..'0 .'))'0 6 /1'5 10;' #22.+%#5+'$'*''3&'3 01) ''0 " 10&'3;1'- ##0/#-'0 '0 &' $''.&'0 %133'%5 -122'.'0 #4 &##30# ;+,0 ;' $'4%*+-$##3 7113 &' 3'45 7#0 *'5 ;+'-'0*6+4 - ;16 ;'))'0 ;13) '37113 &#5 '3 7#06+5 8++0 " 10&'3;1'- 813&5 ##0)'/##-5 '0 &#5 &' $''.&'0 #651/#5+4%* 813&'0 )'-122'.& #5 ;16 01) /11+'3 ;+,0 ##3 71.)'04 /+, .+))'0 &' ''345' $16845'0'0 '3 #. 7113 &#5 41135 813-D18 -122'.+0)'0 ?

''3 8'5'0 17'3 *'5 .#0&'.+,- 6+58+44'.'0 7#0 $''.&'0 '0 7'34.#)'0 /'5 8++0 ''/ &#0 %105#%5 12 /'5 *'5 ##04.6+55'#/ 888 58++0 0. ##04.6+55'#/


INHOUDSOPGAVE MEC-U voor medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen........................................................8 Onderzoeker in beeld

Kijken door de bril van kinderen met maag-, darm- en leverziekten .................................................10 Column Philip d’Ailly ..........................................................................................................................13 Studie en deelnemer

ARCTIC-studie vergelijkt behandeling reuma in de pols: injectie versus kijkoperatie.......................14 Research Vouchers .............................................................................................................................18 Afdeling in Beeld

Afdeling Medische Microbiologie zet binnen een week de PCR op, gevalideerd en draaiende! .....22 Platform voor PhD-studenten .............................................................................................................24 Nieuwe studies ....................................................................................................................................28 Wetenschappelijke publicaties............................................................................................................34

COLOFON REDACTIE Mevrouw dr. T. Bosch, ziekenhuisapotheker, klinisch farmacoloog, lid Wetenschapscommissie Maasstad Ziekenhuis Dr. Michael Groeneweg, kinderarts, lid Wetenschapscommissie Maasstad Ziekenhuis Mevrouw drs. A.I.J.M. Schellevis-Mintiens, wetenschapscoördinator Wetenschapsbureau Maasstad Ziekenhuis

ADVISEUR Mevrouw drs. M.J. Snoeij, communicatieadviseur Maasstad Ziekenhuis

Michael Groeneweg

Annemieke Schellevis

COMMERCIELE REDACTIE EN ADVERTENTIES: Taco de Haan en Jessica M. Jager-Ferwerda / Multiplus BV

REDACTIEADRES Wetenschapsbureau Maasstad Academie t.a.v. Wetenschapsmagazine Maasstad Ziekenhuis Postbus 9100 3007 AC Rotterdam wetenschapsbureau@maasstadziekenhuis.nl

REALISATIE Multiplus BV Stationsweg 21 9201 GG Drachten T: 0512 204 100 E: info@multiplusmedia.nl www.multiplusmedia.nl

GRAFISCHE VORMGEVING Maurice de Jong / Multiplus BV

DRUKWERK @ Niets uit dit magazine mag openbaargemaakt worden op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de redactie. De redactie van het wetenschapsmagazine van het Maasstad Ziekenhuis stelt zich niet verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke informatie in dit magazine. Bij ingezonden stukken behoudt de redactie zich het recht voor om, zonder opgaaf van redenen, artikelen in te korten of te weigeren. Ingezonden artikelen zonder naam worden niet geplaatst. Wetenswaardig

7


MEC-U VOOR MEDISCH-WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK MET MENSEN / Tekst: Gerben Stolk

Medisch-ethische toetsing onderzoeksaanvragen

“Ondersteuning staat hoog in het vaandel” Iedereen die medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen wil verrichten, heeft toestemming nodig van een Medisch-Ethische ToetsingCommissie (METC). Voor het Maasstad Ziekenhuis is dat MEC-U. “Door kritisch naar de aanvraag te kijken, helpen wij de kwaliteit van onderzoek te verbeteren”, zegt voorzitter Bert van Ramshorst.

Bert van Ramshorst en Merel van Dijk-Baak

8

Wetenswaardig


S

taat de belasting waaraan de proefpersonen worden blootgesteld in verhouding tot de opbrengst van het beoogde medisch-wetenschappelijke onderzoek? Is de studie veilig voor de deelnemers, zijn zij voldoende beschermd? Dit zijn, naast de methodologische opzet en statistische uitwerking, belangrijke thema’s die worden getoetst door de MEC-u: de Medical research Ethics Committees united. Voorheen had het Maasstad Ziekenhuis een eigen toetsingscommissie: de Toetsingscommissie Wetenschappelijk Onderzoek Rotterdam TWOR. Deze heeft zich in 2018 aangesloten bij MEC-u, waarin acht ziekenhuizen participeren, waaronder vijf Santeon-ziekenhuizen. MEC-u is primair verantwoordelijk voor de beoordeling of een aanvraag valt onder de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO). Bij WMO-plichtig onderzoek worden proefpersonen aan handelingen onderworpen of er wordt aan hen een gedragswijze opgelegd. Zij krijgen bijvoorbeeld in het kader van onderzoek een nieuw medicijn toegediend of worden behandeld met een nieuw medisch hulpmiddel. Of er wordt aan hen gevraagd een dieet te volgen of te sporten. In dat geval beoordeelt de commissie het onderzoek aan de hand van wettelijke kaders vóórdat toestemming kan worden verleend. Als er geen sprake is van WMO-plichtigheid, bijvoorbeeld bij retrospectief onderzoek met statussen en medische dossiers, dan geeft MEC-u daartoe een schriftelijke verklaring voor de onderzoekers af.

Waarom dienen onderzoekers uit het Maasstad Ziekenhuis hun aanvraag tegenwoordig in bij de MEC-U? Bert van Ramshorst (voorzitter MEC-u en voormalig chirurg in het St. Antonius Ziekenhuis): “In 2018 is de TWOR aangesloten bij MEC-u. Gezien de strenge wettelijke eisen die aan het lidmaatschap van een toetsingscommissie worden gesteld, is het voor individuele ziekenhuizen lastig een volwaardige commissie in stand te houden. In de commissie zijn acht disciplines vertegenwoordigd: allereerst een arts, jurist, ethicus, methodoloog en een lid dat de documenten beoordeelt vanuit het perspectief van een proefpersoon. Gaat het om een onderzoek naar geneesmiddelen, dan hebben ook een klinisch farmacoloog en apotheker zitting in de commissie. Bij een onderzoek naar hulpmiddelen is er een klinisch fysicus bij. Als de commissieleden niet over alle gewenste kennis beschikken, wordt ter aanvulling een beroep gedaan op een specialist. Voor een individueel ziekenhuis is het niet eenvoudig mensen uit al deze disciplines bereid te vinden commissielid te worden. Een oplossing is samenwerking of fusie. De schaalvergroting die door de samenwerking van acht ziekenhuizen binnen MEC-u is gerealiseerd, heeft geresulteerd in een belangrijke toename van het aantal te beoordelen onderzoeksvoorstellen. Het heeft ook geleid tot een professionalisering van het ondersteunend bureau en een grotere pool aan potentiële deskundige commissieleden uit de aangesloten huizen. Daarmee is MEC-u een volwaardige en up-to-date toetsingscommissie.”

Meer informatie Wil je meer weten over de procedures van de MECu? Bel met 088 32 08 784. Of kijk op: www.mec-u.nl. En wil je meer weten over de WMO en overige wet- en regelgeving over onderzoek? Ga dan naar www.ccmo.nl.

Hoe organiseert de MEC-U het werk? Van Ramshorst: “We hebben 57 commissieleden, verdeeld over de gewenste disciplines. Zo kan voor elke vergadering een in samenstelling wisselende commissie worden samengesteld en worden de leden niet te zwaar belast. De commissieleden zijn afkomstig uit de aangesloten ziekenhuizen of werken elders. Elke week wordt plenair vergaderd over WMO-plichtige aanvragen. Die zijn niet alleen afkomstig uit de samenwerkende ziekenhuizen, maar ook uit andere ziekenhuizen, ggz-instellingen en farmaceuten.”

”DIT JAAR WORDEN WETTEN VAN KRACHT OM EuROPESE uNIFORMITEIT TE BEREIKEN” Wat kan de aanvrager verwachten van de MEC-U? Merel van Dijk-Baak (teamhoofd/ambtelijk secretaris MECu): “Het secretariaat checkt de toegestuurde documenten op compleetheid en agendeert de aanvraag zo snel mogelijk voor een vergadering. Nog in de week van de vergadering ontvangt de aanvrager de opmerkingen van de commissie, zodat de aanvrager snel verder kan met de verfijning van de aanvraag.” Van Ramshorst: “We hebben hard gewerkt om de doorlooptijden van de aanvragen voor WMO-plichtig onderzoek te beperken. Bij ruim 95 procent slagen we er inmiddels in binnen de wettelijke termijn van 55 tot 60 dagen de dossiers af te ronden met een formeel besluit. Ik wil benadrukken dat de MEC-u ondersteuning van de onderzoeker hoog in het vaandel heeft staan. Wij kijken kritisch naar onderzoeksaanvragen, mede omdat we voor de onderzoeker willen bijdragen aan een optimalisering van het onderzoek.”

Is de MEC-U de METC van de Santeon-ziekenhuizen? Van Dijk-Baak: “Dat is een misverstand. Weliswaar maken vijf van de zeven Santeon ziekenhuizen deel uit van dit samenwerkingsverband, maar er horen ook andere medische centra bij.” Van Ramshorst: “Het is wel efficiënt dat we zoveel Santeon ziekenhuizen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld bij ons aanvragen doen voor gezamenlijk onderzoek. Een ander voordeel is dat als voor het ene ziekenhuis een niet-WMOverklaring wordt afgegeven voor een onderzoeksvoorstel, het andere ziekenhuis hiervan gebruik kan maken en minder aanvraagwerk hoeft te verrichten.”

Welke uitdagingen zijn er? Van Dijk-Baak: “Wetten die Europese uniformiteit beogen. Nu kan het bijvoorbeeld nog gebeuren dat een Nederlandse METC een aanvraag voor een geneesmiddelenstudie heeft goedgekeurd en dat de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) laat weten dat er in Frankrijk geen fiat voor is gegeven. In januari 2022 zal de European Clinical Trial Regulation van kracht worden, bedoeld voor de toetsing van geneesmiddelenonderzoek in Europees verband. En in mei 2021 is de Europese Medical Device Regulation ingegaan met betrekking tot toetsing van studies met medische hulpmiddelen.”

Wetenswaardig

9


ONDERZOEKER IN BEELD - MICHAEL GROENEWEG / Tekst: Gerben Stolk

Kinderen met maag-, darm- en leverziekten

Kijken door de bril van de patiënt Wat vindt de patiënt ervan? Deze vraag klinkt steeds vaker naast het bekende ‘Is de dokter tevreden over de behandeling?’ Heel wat onderzoeken in het Maasstad Ziekenhuis getuigen inmiddels van deze bredere blik. Een interview met kinderarts Michael Groeneweg.

E

en goudmijn aan informatie. Wie onderzoekambities heeft, kan volgens Michael Groeneweg zijn hart ophalen in het Maasstad Ziekenhuis. De kinderarts: “In een tweedelijnsziekenhuis wordt algemene geneeskunde bedreven. Anders dan in een academisch centrum, waar vooral meer zeldzame ziekten worden gezien, heb je een groot en zeer uiteenlopend patiëntenaanbod. Door het contact met een brede groep patiënten ontstaan veel interessante onderzoeksvragen die, bij een goede beantwoording, de zorg kunnen verbeteren voor relatief veel mensen. Juist omdat wij een tweedelijnsziekenhuis zijn, moeten we er dus naar streven veel onderzoek te verrichten.”

Inflammatoire darmziekten De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, tezamen inflammatoire darmziekten genaamd, zijn voorbeelden van aandoeningen waarmee veel patiënten zich presenteren in de tweede lijn. Groeneweg, die zich als kinderarts heeft gespecialiseerd in maag-, darm- en leverziekten, vertelt over onderzoeken op dit terrein. “Sinds een aantal jaren loopt in Santeon-verband een volwassenenstudie naar inflammatoire darmziekten. Het Maasstad Ziekenhuis is er ook bij betrokken. Het doel is niet alleen te kijken naar hetgeen de arts constateert, bijvoorbeeld of de ontsteking al dan niet is verdwenen, maar vooral ook het oordeel van de patiënt vast te stellen. Want de dokter kan wel tevreden zijn, maar uiteindelijk gaat het erom wat de patiënt ervaart. Hoe is bijvoorbeeld de kwaliteit van leven na de behandeling? Kan iemand nog de dingen doen die hij leuk vindt? Hiervoor zijn vragenlijsten opgesteld in de vorm van PROMs: Patient Reported Outcome Measures.” Groeneweg vervolgt: “Ik heb ervoor gepleit dit onderzoek ook te verrichten bij kinderen. Samen met het Catharina

10

Wetenswaardig

Ziekenhuis, St. Antonius Ziekenhuis en Medisch Spectrum Twente zijn we dit jaar van start gegaan. We zijn de definitieve PROMs nog aan het opstellen, maar de inclusie van kinderen tussen twaalf en achttien jaar loopt al. Twee keer per jaar gaan we naast andere uitkomsten, zoals medicatiegebruik, de PROMs meten. Kan een kind bijvoorbeeld naar school en met leeftijdsgenoten meedoen aan activiteiten? Hoeveel uur per week heeft het last van de ziekte?” Het is de bedoeling dat de deelnemende ziekenhuizen van elkaar leren. Groeneweg: “We gaan de onderzoeksresultaten naast elkaar leggen. Misschien blijkt bijvoorbeeld dat een centrum meer endoscopieën doet dan de andere. Wat betekent dit voor de behandeluitkomsten en de kwaliteit van leven? Kunnen we op basis daarvan zeggen dat de andere huizen meer endoscopieën moeten gaan doen of juist niet?”

”ZIEKENHuIZEN WIllEN VAN ElKAAR lEREN” Obstipatie Dezelfde formule wil de kinderarts hanteren bij een door hem geïnitieerd onderzoek waarvan de aanvraag nu wordt beoordeeld door de MEC-u, de Medisch Ethische Toetsingscommissie. Hij zegt: “In het Maasstad Ziekenhuis hebben we de Poeppoli Rotterdam. Daar worden kinderen met ontlastingsproblemen onderzocht en behandeld. Verschillende disciplines zijn erbij betrokken. Ik wil graag aan de hand van PROMs onderzoeken wat het effect van


Michael Groeneweg de behandeling is op 300 kinderen ouder dan vier jaar met obstipatie. Aan het onderzoek zouden ook de Poeppoli’s meedoen van het Amsterdam uMC, het Amphia Ziekenhuis Breda en het Deventer Ziekenhuis. Een ander doel is voorspellende factoren vast te stellen voor het beloop van de ziekte en het succes van behandeling. Speelt bijvoorbeeld de opleiding van de ouders een rol? En is er iets te voorspellen op basis van ADHD of een stoornis in het autistisch spectrum? Als we verbanden vinden, is dat mogelijk aanleiding de behandeling aan te passen voor bepaalde groepen. Zo zijn sommige patiënten misschien gebaat bij een gedragstherapeut in het begin van het behandelproces.”

Pepermunt Helpen stoffen uit pepermunt tegen buikpijn? Die kwestie wil Groeneweg centraal stellen in een ander onderzoek. De aanvraag voor deze ‘MINT-studie’ ligt bij de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Hij zegt: “We willen binnen onze afdeling meer zelf geïnitieerd onderzoek opzetten in de komende jaren. Maar we zijn ook trots op de onderzoeksresultaten die andere centra konden boeken mede op basis van door ons aangeleverde data. Zo bleek uit door het Amsterdam uMC en het St. Antonius Ziekenhuis opgezet onderzoek dat met hypnotherapie de buikpijn kan verminderen bij kinderen. De truc is om je te ontspannen bij buikpijn. Deze uitkomsten hebben grote impact gehad; ook bij volwassenen met

Nieuwe hoofdredacteur Michael Groeneweg is vanaf het volgende nummer hoofdredacteur van Wetenswaardig. Hij neemt het stokje over van Tessa Bosch, die na vijf jaar afscheid neemt. De kinderarts: “Wetenschappelijk onderzoek moet breed worden gedragen binnen het Maasstad Ziekenhuis. Daar is dit blad een goed middel voor. Of je nu arts, verpleegkundige, secretaresse of wat dan ook bent: via Wetenswaardig blijf je betrokken bij de vele wetenschappelijke projecten in ons huis. Daar draag ik graag een steentje aan bij.”

functionele maag-darmstoornissen wordt nu vaak hypnotherapie ingezet.” (red.: Na dit interview is bekend geworden dat een grant is toegekend door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde voor dit project.)

Wetenswaardig

11


Trusted IT that helps you Care, Cure and Connect.

De moderne zorgwerkplek

openline openline.nl .nl

tr trusted usted IT that makes yyou ou smile


COLUMN PHILIP D’AILLY

Promovendus afdelingen Chirurgie en Reumatologie

”E

en meta-analyse is net een worst, alleen God en de slager weten wat er in zit”, hoorde ik een opponent bij een promotie ooit zeggen. Ik dacht altijd dat een meta-analyse een makkelijk onderdeel was van een promotie. Je bent namelijk niet afhankelijk van onvoorspelbare en langlopende patiëntanalyses en bovendien weet je na je search al of er relevante data bestaat. Maar het opzetten van zo’n analyse, dus het bouwen van je zoektermen, systematisch beoordelen van je artikelen en samenvoegen van de data is complex en tijdrovend werk. Het is de reden dat veel onderzoekers ertegenop zien. Zo ook een medepromovendus die ik vertelde over de meta-analyse waar ik aan werkte: “Mooi, dan heb je die alvast gehad.” Er zijn maar weinig mensen die weten hoe een meta-analyse precies werkt, en hoe je hem moet interpreteren. Ja, het wiebertje mag de streep niet over. Maar wat zegt dat? En wat is heterogeniteit? Hoe werkt een funnel-plot? Veel artsen, en zelfs veel onderzoekers hebben eigenlijk geen idee. Als antiheld van statistiek vermijd ik zelf ook het liefst moeilijke berekeningen en bel om het minste of geringste onze statisticus Martijn Kuijper, die tot nu toe op al mijn vragen een antwoord heeft. Om toch mijn inzet te tonen – ik ben per slot van rekening onderzoeker – heb ik een statistiekcursus gevolgd. De cursus bevatte vijf basismodules, geen enkele over meta-analyses. Daarvoor moet je de gevorderdencursus volgen. Die is twee keer zo lang en wordt volgend jaar pas weer gegeven. Het is een voorbeeld van een groter probleem dat speelt bij veel onderzoekers: er is weinig overdracht van kennis en ervaring bij de uitvoering van weten-

schappelijk onderzoek. Of dat komt door het gebrek aan een goede onderzoeksstructuur, de korte periode waarin veel artsen in onderzoek actief zijn of onderlinge competitie weet ik niet. Maar het komt erop neer dat veel onderzoekers het wiel opnieuw moeten uitvinden als het gaat om ingewikkelde zaken als beursaanvragen, studiegoedkeuringen of literatuuronderzoek. Ik ben dan ook blij met het initiatief van Elke van Delft en Charlotte Cords, die een platform opzetten in het Maasstad waar onderzoekers elkaar kunnen helpen met dit soort zaken. (lees hierover meer in het artikel over het platform voor PhD-studenten in deze Wetenswaardig.) Met onze eigen meta-analyse ben ik er goed van afgekomen. We hebben uiteindelijk gekozen voor een ‘gewoon’ kwalitatief literatuuronderzoek en hebben het meta-gedeelte weggelaten. We hadden immers geen vergelijkende studies gevonden en de patiëntengroepen waren erg verschillend, waardoor ze moeilijk te poolen waren. Nadat we voor één uitkomst toch een gemiddelde hadden berekend, vroeg ik aan Martijn voor de grap of we het nu een meta-analyse mochten noemen. “Ik denk het wel”. Blijkbaar is de wetenschap ook onderhevig aan semantiek. Ik heb geen wiebertje gezien, geen formules gebruikt, niks geplot. Achteraf ben ik toch maar blij dat ik hem al heb gehad.

Het manuscript van ‘Arthroscopic synovectomy of the wrist in patients with rheumatoid arthritis: a meta-analysis’ is recentelijk ingediend bij het blad Rheumotology. De resultaten worden deze zomer gepresenteerd op het congres van de FESSH (Federation of European Societies for Surgery of the Hand).

Wetenswaardig

13


STUDIE EN DEELNEMER / Tekst: Gerda van Beek – Taal & Teken

ARCTIC-studie vergelijkt behandeling reuma in de pols: injectie versus kijkoperatie Reumatoïde artritis en artritis psoriatica zijn de twee grootste groepen van reumatische ziekten die veel voorkomen in hand- en polsgewrichten. De behandeling is complex, vaak met meerdere ontstekingsremmende medicijnen.

B

ij opvlamming van de ziekte in de pols kan een injectie met een corticosteroïde worden gegeven. Het effect daarvan is wisselend en niet zelden slechts van korte duur. Dankzij geavanceerde technologie is er nog een andere behandeloptie, namelijk artroscopie van de pols met als doel het ontstekingsweefsel te verwijderen en een ontstekingsremmend medicijn achter te laten in het gewricht. De resultaten zijn hoopgevend. In de ARCTIC-studie worden de uitkomsten van beide methoden met elkaar vergeleken. De studie betreft een unieke samenwerking tussen de vakgebieden traumachirurgie en reumatologie, met Philip

d’Ailly als promovendus. “Het idee is afkomstig van hand/polschirurg Niels Schep en reumatoloog Radjesh Bisoendial”, licht D’Ailly toe. “Niels Schep deed al veel kijkoperaties bij trauma’s van de pols. In overleg met Bisoendial is hij vorig jaar ook gestart met artroscopie bij artritis in de pols bij patiënten die niet goed reageren op reumamedicatie. De resultaten zijn goed. Een dergelijke ingreep wordt nog niet veel gedaan en voordat deze methode op grote schaal kan worden toepast, moet de effectiviteit eerst worden aangetoond in een gerandomiseerde studie. Als promovendus wil ik dat graag oppakken.”

Van links naar rechts: Radjesh Bisoendial, Philip d’Ailly en Niels Schep

14

Wetenswaardig


Scoop van 2,4 mm Zowel chirurg Schep als reumatoloog Bisoendial zijn daarmee zeer ingenomen en treden graag op als co-promotoren. “Hoewel kijkoperaties een hoge vlucht hebben genomen, bijvoorbeeld van de knie en de galblaas, geldt dat nog niet voor de artroscopie in de pols”, stelt Schep. “Ik heb het geluk dat er in het Maasstad Ziekenhuis twee operatietorens staan voor een dergelijke ingreep en in het Spijkenisse MC ook twee. Via vier kleine steekgaatjes wordt een scoop (camera) van 2.4 millimeter in combinatie met werkinstrumenten naar binnen gebracht. Zo kun je de ontsteking van de binnenbekleding van het gewricht (synovium) goed bekijken en het ontstekingsweefsel zo veel mogelijk verwijderen. Daarna wordt er 40 mg triamcinolonacetonide – de ontstekingsremmer dus- achtergelaten in het gewricht. Patiënten kunnen dezelfde dag naar huis en mogen de pols meteen gebruiken.”

ARCTIC trial ARCTIC staat voor: ARthroscopiC synovecTomy versus Intra-articular Injection of Corticosteroids for the management of therapy refractory psoriatic or rheumatoid arthritis of the wrist: a randomized controlled trial. De studie vergelijkt de artroscopische synovectomie van de pols met de intra-articulaire corticosteroïdeninjectie bij therapieresistente artritis van de pols bij patiënten met reumatoïde artritis of artritis psoriatica, met als belangrijkste uitkomst de functie van de pols, gemeten met de Patient-Rated Wrist Evaluation (PRWE)-score.

“Doordat Schep zoveel ervaring heeft met deze ingreep, kan deze trial worden uitgevoerd.”

Biopten

“JE ZIET DE ONGECOöRDINEERDE WOEKERING VAN DE CEllEN”

D’Ailly wijst nog op een tweede aspect van ARCTIC. “Na de kijkoperatie worden biopten uit het polsgewicht bewaard. Die worden gebruikt voor verder onderzoek, onder andere naar weefseltypering, genetisch profiel van de gewrichtsontsteking en gevoeligheid voor biologicals in de toekomst.” Bisoendial verzucht: “Hoe mooi zal het zijn als je bij reuma eerder gericht kunt ingrijpen met de juiste gepersonaliseerde behandelstrategie”

Reuma zichtbaar gemaakt “Een prachtige, minimale invasieve ingreep”, vult Bisoendial enthousiast aan, “met sneller herstel, minder klachten en weinig complicaties. Ik raad al onze aios’en aan deze ingreep een keer bij te wonen. Je ziet heel duidelijk wat een artritis (‘reuma’) in de pols inhoudt: met een goed overzicht van de anatomie van het polsgewricht en gewrichtskapsel met daarin de ongecoördineerde woekering van synoviale bindweefselcellen, zeg maar als een soort kankerweefsel. Dat kan de chirurg verwijderen met het intact laten van het gezonde weefstel.” Tevreden:

Deelnemer Anke van der Spoel-de Vries (69 jaar) heeft al jaren reuma. Na een injectie in haar pols in 2019 waren de klachten weer zo hevig dat opnieuw ingrijpen noodzakelijk was. Reden om te vragen of ze wilde deelnemen aan de ARCTIC-studie. “Na het doorlezen van de proefpersoneninformatie heb ik besloten mee te doen. Zo kan ik een steentje bijdragen aan de wetenschap. Niet voor mezelf, ik kom er niet meer vanaf, maar mogelijk leert men van de deelnemers iets voor een goede behandeling voor toekomstige patiënten.” “De reumatoloog en Philip d’Ailly hebben eerlijk verteld dat

Meer bekendheid Omdat in het verleden de open polsoperaties bij reumatische patiënten grote complicatierisico’s met zich meebrachten, is er nog wel wat weerstand tegen kijkoperaties in de pols. Naast het ARCTIC-onderzoek kan ook meer bekendheid de terughoudendheid verminderen. D’Ailly is daarom blij dat hij in juni een presentatie mag houden tijdens het Europese congres voor hand- en polschirurgie. “Hopelijk kunnen we dan reeds een tussentijdse analyse presenteren.”

ik net zo veel kans had op een operatie als op een injectie. Eerlijk gezegd hoopte ik op een operatie. De computer gaf de uitslag en dat werd een spuit. Je wéét dat dat kan, zo’n loting is eerlijk. Maar toch: met zo’n operatie was ik er misschien echt vanaf. Hoewel, die spuit is inmiddels gezet, dat is een fluitje van een cent. De bult op mijn pols is nu fors minder en de pijn is bijna weg. Tijdens het onderzoek moet ik een pijnscore invullen: die is van 9 naar een 2 gegaan. Dus zeker een goed resultaat, ik hoop dat dat nog lang zo blijft.”

Patiënt Anke van der Spoel-de Vries

Wetenswaardig

15


*Binnen 3 dagen afname pijn bij RA 2 en verbetering symptomen bij UC 3,4 . Aanhoudend effectief tot minimaal 96 maanden bij RA 5,6, 30 maanden bij PsA 7 en 36 maanden bij UC.8 De meest voorkomende ernstige bijwerkingen zijn ernstige infecties, zoals pneumonie, cellulitis, herpes zoster, urineweginfectie, diverticulitis en appendicitis 1 Meer informatie: e-mail of bel met Saskia van der Gaag, saskia.vanderGaag@pfizer.com +31 6 536 297 24

Zie voor productinformatie en referenties elders in dit blad. PP-XEL-NLD-1230

5 mg tabletten


RT-PCR multiplex syndromic testing – the key tool to differential diagnosis Clinical microbiology has experienced significant changes due to new technologies that have improved the diagnosis of infectious diseases. These innovations include multiplex RT-PCR assays that simultaneously detect and identify multiple pathogens associated with clinical syndromes, such as respiratory, gastrointestinal (GI), or central nervous system (CNS) infections. These multiplex RT-PCR assays are revolutionary. They enable health care providers to obtain a rapid differential aid in diagnosis for the observed syndromes, allowing clinical management decisions (e.g., hospital admission, isolation, and antimicrobial treatment or lack thereof) to be made in a timely manner (1). Multiplex RT-PCR testing for the next respiratory season – beyond COVID-19 For upper respiratory infections or ILI (influenza-like-Illness) syndrome, the clinical presentation may be nonspecific, with different pathogens showing overlapping signs and symptoms (including SARS-CoV-2). The use of multiplex RT-PCR panels to simultaneously detect and identify respiratory pathogens provides the key differential aid in diagnosis to simplify testing algorithms and improve the sensitivity and speed to provide the targeted therapy (2). In addition, multiplex RT-PCR tests may lead to the diagnosis of some infections that have been commonly missed due to a lack of clinical suspicion or available routine testing, like Mycoplasma pneumoniae. This past respiratory season (2020-21), Influenza or RSV incidence has decreased significantly due to the social distancing and lock-down measures (3). However, some other respiratory viruses still have been detected at lower rates highlighting the importance of the diagnostic tools that allow multiple pathogen detection in specific patient populations. For example, rhinovirus and HMPV have been detected in patients with severe respiratory infections during the last winter months, taking over as the causative agent of bronchiolitis in children (4) or ICU admission in the elderly population (5), respectively. In addition, COVID-19 patients have shown a variable rate of co-infections. These have been linked to higher severity and worse outcomes for COVID-19 patients showing rhinovirus, RSV, HMPV or Mycoplasma pneumoniae as the top pathogens in co-infection (6). During the next respiratory season, it is predicted that relaxation of measures around preventing the COVID-19 pandemic, SARS-CoV-2 might become seasonal, and the other respiratory viruses might be back to pre-pandemic incidence rates (7). In such scenarios, RT-multiplex panels can deliver a precise differential aid in diagnosis to help provide optimal patient management decisions. QIAstat-Dx system as a syndromic testing solution The QIAstat-Dx Analyzer is a syndromic testing solution that runs assay panels containing multiple related targets. Available panels include the QIAstat-Dx Respiratory SARS-CoV-2 Panel that detects 22 targets (including SARS-CoV-2) and the QIAstat-Dx Gastrointestinal Panel that detects 24 gastrointestinal pathogens. Planned for launch during 2021 is the QIAstat-Dx Meningitis/Encephalitis Panel. The QIAstat-Dx Analyzer, with QIAsphere connectivity, includes up-to-date LIS bidirectional connectivity, 24/7 remote service and the possibility to check the instrument status and results from your phone, tablet or computer.

References: 1.

Ramanan, Poornima, et al. (2018) Syndromic panel-based testing in clinical microbiology. Clinical microbiology reviews 31.1.

2.

Bard, Jennifer Dien, McElvania, Erin. (2020) Panels and Syndromic Testing in Clinical Microbiology. Clinics in laboratory medicine 40.4, 393-420

3.

Kuitunen, Ilari, et al. (2020) Effect of social distancing due to the COVID-19 pandemic on the incidence of viral respiratory tract infections in children in Finland during early 2020. The Pediatric infectious disease journal 39.12, e423-e27.

4.

Takashita, Emi, et al. (2021) Increased risk of rhinovirus infection in children during the coronavirus disease‐19 pandemic. Influenza and Other Respiratory Viruses.

5.

Jongbloed, Mandy, et al. (2021) Clinical impact of human metapneumovirus infections before and during the COVID-19 pandemic. Infectious Diseases 1-10.

6.

Cimolai, Nevio. (2021) The Complexity of Co-Infections in the Era of COVID-19. SN Comprehensive Clinical Medicine 1-13.

7.

Murray, Christopher JL, Piot, Peter. (2021) The potential future of the COVID19 pandemic: will SARS-CoV-2 become a recurrent seasonal infection?. JAMA.

Webinar: Benefits of syndromic testing in infectious disease diagnostics of – QIAstat-Dx test results in clinical decision making Speaker: Dr. Josep Pareja, Director Medical Affairs – Europe, QIAGEN Date/time: June 22 at 13-13:40 To register visit:

go.qiagen.com/clinical-value-syndromic

For up-to-date licensing information and product-specific disclaimers, see the respective QIAGEN kit handbook or user manual. QIAGEN kit handbooks and user manuals are available at www.qiagen.com or can be requested from QIAGEN Technical Services or your local distributor. Trademarks: QIAGEN®, Sample to Insight® (QIAGEN Group). Registered names, trademarks, etc. used in this document, even when not specifically marked as such, are not to be considered unprotected by law. PROM-18534-001 05/2021 © 2021 QIAGEN, all rights reserved.


WETENSCHAPSVOUCHERS

Winnaars wetenschapsvouchers Het Maasstad Ziekenhuis stimuleert medewerkers wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Als extra stimulans worden er research vouchers uitgeloofd. Onderzoekers dienen een aanvraag in om in aanmerking te komen voor een research voucher van € 10.000 om hun onderzoek (deels) te financieren. Een interne jury beoordeelt de inzendingen onder andere op wetenschappelijke kwaliteit, maatschappelijke relevantie, het belang van het onderzoek voor het Maasstad Ziekenhuis en multidisciplinaire samenwerking binnen en buiten het ziekenhuis. Hieronder geven een aantal winnaars van de vouchers een kort kijkje in hun onderzoeken. Juul Cox, ziekenhuisapotheker Optimalisatie behandeling reumatoïde artritis met behulp van geneesmiddelenspiegels en PROMs In de reumatologie is er veel onderzoek gedaan naar effecten van geneesmiddelen op de biomedische ziekte activiteit, gemeten met DAS-scores of X-foto’s. Tegenwoordig wordt er daarnaast gekeken naar de zogenoemde PROMs (Patient-Reported Outcome Measures) zoals pijn, bewegingsbeperking, arbeidsparticipatie en de impact van de ziekte op de fysieke en emotionele gezondheid. PROMs worden in de literatuur vaak wel meegenomen, maar alleen als secundaire uitkomstmaat. In het Maasstad Ziekenhuis worden sinds enige tijd PROMs afgenomen om te komen tot gepersonaliseerde patiëntenzorg. Kennis ontbreekt echter over de invloed van geneesmiddelspiegels op de PROMs. In het kader daarvan ben ik recent gestart met een promotieonderzoek naar de optimalisatie van de behandeling van reumatoïde artritis met behulp van geneesmiddelspiegels en PROMs, waarbij gefocust wordt op biologische medicijnen, de biologicals. De komende tijd zal ik onderzoeken wat de verhoudingen zijn tussen de geneesmiddelspiegels van de biologicals in het bloed, de effecten op de PROMs en de kosteneffectiviteit van de geneesmiddelspiegel monitoring. Daarnaast is er tot op heden geen eenduidigheid over de juiste manier van afbouwen van biologicals. In Nederland hanteert elk ziekenhuis en soms zelfs iedere reumatoloog een eigen werkwijze. Doordat het Maasstad Ziekenhuis een Santeon ziekenhuis is, kunnen we gebruik maken van de samenwerking en data-uitwisseling tussen de Santeon

18

Wetenswaardig

Juul Cox ziekenhuizen. We zullen binnen Santeon kijken naar hoe er momenteel wordt omgegaan met de afbouw van biologicals bij patiënten met reumatoïde artritis en dit naast de literatuur leggen. We hopen een best practice te vinden en hiermee een bijdrage te kunnen leveren aan (inter)nationale richtlijnen.


Marc Kok

Deirisa Lopes-Baretto of het niveau van andere relevante parameters gemeten.

Marc Kok, reumatoloog en Deirisa Lopes-Baretto, projectleider Joint Decision Support) JOINT Monitoring studie Zorg dichtbij de patiënt is een van de belangrijkste thema’s in het programma Juiste Zorg op de Juiste Plek. Digitale consulten worden steeds vaker gedaan in tijden van COVID-19 bij de afdelingen Reumatologie en Klinische Immunologie meer dan 40%. Naast digitale zorg wordt ook thuismonitoring ontwikkeld. Onderzoek laat zien dat het op afstand monitoren van patiënten bijdraagt aan een lagere ziektelast. Voor een goede besluitvorming tussen zorgverlener en patiënt moet ook bloedonderzoek plaatsvinden. Met dit onderzoek kijken we hoe we dit met de hulp van de patiënt ook thuis kunnen realiseren en hoe kosteneffectief dat is.

In het onderzoek worden zowel de kosten als uitkomsten gemeten. uitkomsten worden gemeten aan de hand van de Patient Reported Outcomes en kosten worden vanuit een maatschappelijk perspectief meegenomen. Dit houdt in dat zowel medische als niet-medische kosten (bijvoorbeeld productiviteitsverlies) worden vergeleken tussen de interventie en controle groepen.

Het onderzoek is tweeledig en bestaat uit het meten van essentiële lab-waarden en de therapeutisch drug monitoring van dure geneesmiddelen. Patiënten ontvangen een pakketje voor het thuisprikken met onder andere een vingerprik, een bloedbuis, alcoholdoekjes en een medisch retourenvelop. Met behulp van de (online) instructies kunnen patiënten thuis bloed afnemen en nadien het buisje op de post doen. Het laboratorium analyseert de bloedmonsters en afhankelijk van de deelname aan het onderzoek wordt of een dal-spiegelbepaling uitgevoerd

Wetenswaardig

19


WETENSCHAPSVOUCHERS

Seppe Koopman, anesthesioloog Vermindert spiraal morfine het risico op een delier na een gebroken heupoperatie? Na twee succesvolle RCT’s met spinaal morfine als postoperatieve pijnbestrijding, willen wij nu onderzoeken of deze manier van pijnbestrijding het risico op een delier vermindert bij patiënten die worden geopereerd aan een gebroken heup. Door toekenning van de wetenschapsvoucher is dit nu mogelijk. Een delier komt vaak voor bij deze patiëntencategorie en is geassocieerd met een langere ziekenhuisopname, meer complicaties, slechtere functionele uitkomst en meer sterfte. Er zijn veel risicofactoren voor gevonden en onder de beïnvloedbare risicofactoren voor delier vallen pijn en opiaatconsumptie. Door deze twee te verminderen, is de hoop dat de kans op delier vermindert. Nu wordt vóór de operatie al zo snel mogelijk een zenuwblokkade gegeven, zodat patiënten minder pijn hebben, zonder dat ze opiaten nodig hebben. Spinaal morfine zou ditzelfde doen, maar dan voor na de operatie. Als morfine spinaal wordt toegediend, heeft dit namelijk een pijnstillend effect van 24-36 uur. De hoeveelheid morfine is ook zeer laag (100 µg), waaruit blijkt dat dit nauwelijks in het lichaam komt en dus niet dezelfde effecten op het brein heeft als intraveneus of subcutaan toegediende morfine. Spinaal morfine kan worden toegediend tijdens de ruggenprik die patiënten krijgen voor de operatie. Voor het onderzoek zullen 360 patiënten worden gerandomiseerd tussen spinale anesthesie met bupivacaïne en spinale anesthesie met bupivacaïne en morfine. De overige zorg zal in beide groepen hetzelfde zijn. De belangrijkste uitkomstmaat is de incidentie van delier in het ziekenhuis. Verder zullen de patiënttevredenheid, pijnstillingsgebruik, pijnscores en complicaties worden onderzocht.

Anesthesioloog Aart Jan Teunissen neemt vanwege de afwezigheid van Seppe Koopman ten tijde van de fotoshoot diens plaats in.

20

Wetenswaardig

Pieter Smit

Pieter Smit, medisch moleculair microbioloog en Carla van Tienen, medisch microbioloog Coronavirus typeren en verspreiding in kaart brengen Met veel dank hebben wij in december deze onderzoeksbeurs in ontvangst genomen. Gedurende de eerste coronagolf, maar met name in de tweede golf zijn personeelsleden besmet geraakt met Sars-Cov-2. De positief geteste keel-nasofarynx monsters van deze Maasstadters zijn opgeslagen en hebben veelal een hoge virusload. Deze monsters kunnen gebruikt worden om het virus te typeren en verspreiding in kaart te brengen. De techniek die gebruikt gaat worden om het hele virus genoom in kaart te brengen, is nanopore amplicon-based sequencing. Dit is een nieuwe techniek die met behulp van de MinION gedaan wordt en al aanwezig is op ons laboratorium (dankzij VIEW investering). Met deze genetische codes wordt een fylogenetische boom gemaakt, waarbij stammen die genetisch erg op elkaar lijken, zullen clusteren. Stammen in deze clusters zijn meer verwant aan elkaar en dat maakt het meer aannemelijk dat er transmissie heeft plaatsgevonden tussen mensen die met deze virussen geïnfecteerd zijn. Door de uitkomsten van dit onderzoek zullen we meer inzicht krijgen in de transmissieroutes, wat van groot belang is voor onze zorgmedewerkers. Als duidelijk is dat er nauwelijks risico op besmetting is in het ziekenhuis, zal dit bijdragen aan het gevoel van een veilige werkomgeving. Als blijkt dat er besmetting in het ziekenhuis plaatsvindt, kunnen gerichte infectiepreventiemaatregelen getroffen worden.

Carla van Tienen


AFDELING IN BEELD / Gerda van Beek – Taal & Teken

Afdeling Medische Microbiologie

“Binnen een week de PCR opgezet, gevalideerd en draaiende!” Medische Microbiologie werkt als specialisme veel achter de schermen. De afdeling verwerkt en analyseert alles wat met infectieziekten te maken heeft en is tevens verantwoordelijk voor infectiepreventie in het ziekenhuis. Van groot belang dus, maar de afdeling is er als vanzelfsprekend en valt niet zo op. Dat wil zeggen… tot de uitbraak van COVID-19.

“D

at zette alles inderdaad op zijn kop”, erkennen Carla van Tienen (arts-microbioloog) en Pieter Smit (medisch moleculair microbioloog) glimlachend. “Met name de eerste periode was ongelooflijk hectisch.” Reeds bij de eerste signalen zagen ze de ernst van de situatie in. Pieter brak zelfs direct zijn vakantie in IJsland af. “Binnen een week hadden we de PCR opgezet, gevalideerd en draaiende, een prestatie van formaat. Zo kon het Maasstad Ziekenhuis de testen direct aan het begin van de uitbraak uitvoeren. Onze afdeling had toevallig net een nieuwe robot op proef die geschikt was om deze PCR-testen uit te voeren met een snelle doorlooptijd van 80 minuten, toen de snelste in Nederland. Het nationaal beleid was nog dat alleen bij het RIVM en het Erasmus werd getest, maar dat was niet lang houdbaar. Wij kregen vanuit het hele land aanvragen en moesten enorm opschalen. Dat vergde optimale inzet van alle medewerkers: we draaiden dagen van 8 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds, zeven dagen per week.”

Inzet op voldoende capaciteit Carla vult Pieter aan: “We hebben met man en macht gewerkt om het laboratorium zo in te richten en uit te breiden dat er voldoende capaciteit was voor de PCR-testen voor zowel de eigen patiënten en medewerkers als voor de vraag uit het land. Het was een spannende periode: op dat moment wist niemand hoe het zou gaan. Er werden investeringen gedaan vanuit veel onzekerheden.” Beiden prijzen de loyale medewerking daarin van de raad van bestuur en het stafbestuur. “Het ging om grote uitgaven, waarmee in geen enkele begroting rekening was gehouden. Het was uitzondering op uitzondering op uitzondering”, vat Pieter treffend samen. “Ondanks alle onzekerheden heeft de raad van bestuur onze aanvragen steeds snel gehonoreerd.”

Niet óf, maar wanneer Vanuit de virologie, bacteriologie en microbiologie kwa-

22

Wetenswaardig

Afdeling Microbiologie Microbiologie houdt zich bezig met de medisch microbiologische laboratoriumdiagnostiek bij diverse aandoeningen. Het laboratorium gebruikt hiervoor een scala aan technieken, waaronder het kweken van micro-organismen (bacteriën, schimmels, mycobacteriën, virussen), antistofbepalingen, microscopische technieken, parasietenonderzoek en onderzoek met behulp van PCR-techniek. Ze voorziet het ziekenhuis van diagnostiek en therapieadviezen over infectieziekten. Een andere belangrijke taak is de infectiepreventie in het ziekenhuis, ter voorkoming en bestrijding van (ziekenhuis)infecties en verspreiding van resistente bacteriën. Ook heeft de afdeling een taak in de openbare gezondheidszorg in samenwerking met de GGD.

Moleculaire diagnostiek unit De PCR-techniek (het detecteren van DNA of RNA via amplificatie), of beter gezegd de moleculaire diagnostiek (bijvoorbeeld ook sequencing) is enorm in ontwikkeling en wordt ook in het Maasstad Ziekenhuis breder ingezet dan alleen voor microbiologie. Voor dat doel is een Moleculaire Diagnostiek unit (MDu) opgezet die eveneens testen op het gebied van hematologie en farmacogenetica uitvoert.

men al jaren waarschuwingen voor een uitbraak: niet óf, maar wannéér. Carla: “In theorie lag een wereldwijde epidemie in de lijn der verwachtingen, maar in de praktijk ging de omvang en het dramatische effect ons voorstellingsvermogen ver te boven.” Hoe ingrijpend ook, de COVID-pandemie is voor de microbiologen ook razend interessant. “Met de stroom aan informatie kun je bijna real-time volgen hoe het virus zich ontwikkelt. En nooit eerder zijn er in zo’n hoog tempo vaccins ontwikkeld.”


Pieter Smit en Carla van Tienen

Wetenschapsvoucher De afdeling Microbiologie doet momenteel onderzoek naar de overdracht van nieuwe mutaties in het ziekenhuis. Pieter: “We brengen het genoom van het coronavirus in kaart en vergelijken dat met elkaar, zodat je aan de hand van de verschillen tussen de stammen kunt vaststellen of er al of niet sprake is van verspreiding in het ziekenhuis en of er sprake is van één of meerdere introducties. Daartoe hebben we het SARS-CoV-2 virus gevonden bij 200 medewerkers uit het ziekenhuis in kaart kunnen brengen via sequencen. De informatie is van belang om een veilige werkomgeving te kunnen behouden. Voor dit onderzoek hebben we een wetenschapsvoucher gewonnen.”

Op adem komen Hoewel het testlandschap nog steeds aan verandering onderhevig is, is de situatie nu redelijk stabiel. De computersoftware is aangepast, veilige verbindingen tot stand gebracht, de contacten met de GGD-teststraat verlopen soepel, en er is geen materiaaltekort meer, zoals eerder met bijvoorbeeld pipetpuntjes. Carla en Pieter zijn het met elkaar eens: “Het was een bijzondere periode, maar het is fijn dat inmiddels niet alles meer draait om corona en er weer ruimte is voor de andere werkzaamheden.”

Lopende onderzoeken De afdeling Microbiologie van het Maasstad Ziekenhuis werkt momenteel aan de volgende onderzoeken: • Acanthamoeba keratitis: een zeldzame, maar zeer ernstige infectie van het hoornvlies. Samen met het Oogziekenhuis en drie uMC’s wordt gekeken naar de beste wijze van diagnosticeren. • Mycoplasma genitalium: hoe is de infectieverloop van deze soa van wel/niet behandelen in combinatie met antibioticagebruik? • Onderzoeken naar (aspecten van) COVID-19. • Onderzoek naar de verspreiding van bacteriële antibiotica resistentie middels plasmiden. • Onderzoek naar de effectiviteit van diverse infectiepreventiemaatregelen.

Wetenswaardig

23


PRAKTISCH PLATFORM VOOR PROMOTIEONDERZOEKERS / Tekst: Gerben Stolk

Goed ontvangen initiatief Elke van Delft

Platform voor PhD-studenten Een platform waar promotieonderzoekers uit het Maasstad Ziekenhuis praktische informatie én persoonlijke ervaringen delen. Met dit plan speelt Elke van Delft in op een breed gevoelde behoefte. “Voordat ik volgend jaar promoveer, wil ik deze faciliteit hebben opgezet”, zegt de PhD-student van de afdeling Reumatologie.

Elke van Delft

24

Wetenswaardig


H

oe ziet de planning van het 4-jarig promotietraject eruit? Hoeveel artikelen moet een proefschrift bevatten? Waar wordt een promotieboekje vormgegeven en gedrukt? Het zijn zomaar wat vragen die op de weg komen van elke PhD-student, nog afgezien van de emoties waarmee vrijwel iedereen wordt geconfronteerd. Het bracht Elke van Delft op de gedachte in het Maasstad Ziekenhuis een centrale plek te creëren waar relevante informatie is gebundeld. “Dat kan een website zijn, maar ook een fysiek aanspreekpunt”, zegt ze.

Ontdekkingsreis Van Delft is biomedisch en bewegingswetenschapper. Een paar jaar geleden ging ze na een sollicitatieprocedure als promotieonderzoeker aan de slag op de afdeling Reumatologie van het Maasstad Ziekenhuis. Van Delft: “Ik verwacht begin 2022 te promoveren. Reumatoloog Prof. Angelique Weel-Koenders begeleidt me en zal mijn promotor zijn, want zij is tegenwoordig ook bijzonder hoogleraar bewijsgestuurde waardecreatie in de patiëntenzorg aan de Erasmus School of Health Policy & Management. Deirisa lopes Barreto, senioronderzoeker reumatologie in het Maasstad Ziekenhuis, is copromotor.” De PhD-student heeft inmiddels ervaren dat een promotietraject in dubbel opzicht een ontdekkingsreis is: zowel qua inhoud van het onderzoek als in logistieke en praktische zin. Ze geeft een voorbeeld van dat laatste: “In het Maasstad Ziekenhuis hebben we een datamanagementsysteem waarin je als PhD-student informatie verwerkt over bijvoorbeeld je onderzoeksopzet en de deelnemers. Vanuit dit systeem kun je ook vragenlijsten versturen naar deelnemers. Ik heb voor mijn onderzoek handmatig vragen uit een generieke lijst ingevoerd, bijvoorbeeld over de ervaren kwaliteit van leven. Maar gezien de vele promotieonderzoeken die in dit huis zijn verricht, weet ik zeker dat in het verleden iemand anders precies hetzelfde heeft gedaan. Het zou voor nieuwe promovendi handig zijn als die gevalideerde generieke lijsten standaard in het systeem zitten.”

“PROMOVENDI HOEVEN NIET OPNIEuW HET WIEl uIT TE VINDEN” Leren en ondersteunen Ze geeft een ander voorbeeld: “Ik verricht kwalitatief onderzoek. Ik vraag patiënten naar ervaringen en verwerk die in een tekst. Ik dacht dat ik daarmee de eerste was in het Maasstad Ziekenhuis, omdat de meeste PhD-studenten kwantitatief onderzoek doen. Maar toen ik onlangs een webinar gaf over kwalitatief onderzoek, kreeg ik veel reacties vanuit ons huis: wat leuk dat jij hier ook mee bezig bent, laat het me weten als ik je ergens mee kan helpen. Door dergelijke ervaringen kwam ik op het idee dat PhD-studenten in het Maasstad Ziekenhuis elkaar makkelijk moeten kunnen vinden en kennis delen. Er valt veel van elkaar te leren, er valt veel te ondersteunen. Het is niet nodig dat iedere promovendus opnieuw het wiel moet uitvinden.”

De juiste plek Slechts twintig tot dertig procent van de door huisartsen naar onze afdeling Reumatologie verwezen patiënten heeft ontstekingsreuma. Voor de anderen is geen tweedelijnszorg nodig. Dat bleek een aantal jaren geleden uit onderzoek van de afdeling. Het promotieonderzoek van Elke van Delft is opgezet na deze bevindingen. “Mijn studie heeft als doel dat meer mensen zorg krijgen op de juiste plek in de zorgketen”, zegt ze. “We willen huisartsen ondersteuning bieden bij hun verwijsgedrag: wanneer kan iemand in de eerste lijn blijven en wanneer is de expertise van een reumatoloog nodig? In mijn onderzoek kijk ik vooral naar de verwijzing van patiënten door de huisarts naar de tweede lijn.”

Hetzelfde schuitje Een oproep op intranet en e-mails naar de afdelingshoofden leerden Van Delft dat er zeventien PhD-studenten werken in het Maasstad Ziekenhuis. “Misschien zijn het er nog méér”, zegt ze. “Ik kende al de vijf collega’s op mijn eigen afdeling en heb nu ook promovendi gevonden in het Brandwondencentrum en binnen de afdelingen Chirurgie, Anesthesiologie, Interne Geneeskunde en Pathologie. Ik heb iedereen een enquête gestuurd om de behoeften te inventariseren. De belangrijkste behoefte blijkt inderdaad een centraal punt te zijn waar je terechtkunt voor onder meer documenten over het promotietraject en onderzoeksmethodologie. Maar ik denk ook aan mentale en sociale steun. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als jouw aanvraag voor een onderzoeksubsidie wordt goedgekeurd, wil je jouw vreugde delen met iemand die weet wat het is om veel tijd te steken in een aanvraag. En als jouw artikel voor een wetenschappelijk tijdschrift wordt afgewezen, is het fijn even stoom af te blazen bij een collega die dit pasgeleden ook heeft meegemaakt.” Van Delft stelt dat een platform voor PhD-studenten een verrijking kan zijn. “Het Wetenschapsbureau is ook enthousiast, want van daaruit kan in de huidige situatie geen specifieke begeleiding aan promovendi worden geboden, anders dan hulp bij de beoordelingstrajecten Medisch Ethische ToetsingsCommissie (METC) en lokale uitvoerbaarheid . Het is heel goed dat het Maasstad Ziekenhuis steeds meer promotieonderzoekers binnenhaalt, maar nu is het belangrijk een slag te maken in de ondersteuning.”

Wetenswaardig

25


URSOCHOL UR S OCHOL 600

DE STERK STERKSTE STE

200101URS


H HVAC VAC

Ener gieEnergievvoorzienoorziening

IICT CT Connectivit eitbekaviteitbekabeling

SAMEN STERK

SPIE ondersteunt ziekenhuizen als partner www.spie-nl.com www.spie-nl.com

SPIE Nederland B.V B.V.. Healthcare De Brauwweg 74-82 74-82 3125 AE Schiedam

ElektroEl ektrotechniek techniek

Zor Zorggmedia app

Lucht½OWHULQ½ OWHULQsstallatie tallatie

SPIE, een gezamenlijke ambitie

Referenties: 1. XELJANZ SmPC. 2. Strand V et al. Arthritis Research & Therapy 2015;17:307. 3. Sandborn W et al. N Engl J Med 2017;376:1723. 4. Hanauer S et al. Clin gastroenterol hepatol 2018 doi: 10.1016/j.chg.2018.07.009. 5. Fleischmann R et al. RMD Open 2017;3:e000491. 6. Wollenhaupt J et al. Arthritis Research & Therapy (2019) 21:89. 7. Nash P et al. Rheumatol Ther 2020;7:553. 8. Colombel J et al. Clin Gastroenterol Hepatol. 2020 Oct 9:S15423565(20)31389-6. doi: 10.1016/j.cgh.2020.10.004. Epub ahead of print. PMID: 33039585. Verkorte productinformatie XELJANZ (opgesteld: december 2020). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. W Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: XELJANZ 5 en 10 mg filmomhulde tabletten en XELJANZ 11 mg tabletten met verlengde afgifte bevatten als werkzame stof tofacitinibcitraat, overeenkomend met respectievelijk 5, 10 mg en 11 mg tofacitinib. Elke 5 mg filmomhulde tablet bevat 59,44 mg lactose. Elke 10 mg filmomhulde tablet bevat 118,88 mg lactose. Elke 11 mg tablet met verlengde afgifte bevat 152,23 mg sorbitol. Indicaties: Reumatoïde artritis: Tofacitinib in combinatie met methotrexaat (MTX) is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) bij volwassen patiënten die onvoldoende reageerden op of intolerant zijn voor één of meerdere disease-modifying anti-rheumatic drugs (DMARD’s). Tofacitinib kan worden gegeven als monotherapie indien MTX niet wordt verdragen of indien behandeling met MTX niet gepast is. Arthritis psoriatica: Tofacitinib in combinatie met MTX is geïndiceerd voor de behandeling van actieve arthritis psoriatica (PsA) bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op of intolerant waren voor een eerdere behandeling met een DMARD. Colitis ulcerosa: Tofacitinib is geïndiceerd voor de behandeling van matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa (CU) bij volwassen patiënten die onvoldoende reageerden op, niet meer reageerden op of intolerant waren voor ofwel conventionele behandeling ofwel voor een biologisch middel. Farmacotherapeutische categorieën: immunosuppressiva, selectieve immunosuppressiva, ATC code: L04AA29. Dosering: De behandeling dient te worden gestart en plaats te vinden onder toezicht van gespecialiseerde artsen met ervaring in de diagnosticering en behandeling van aandoeningen waarvoor tofacitinib is geïndiceerd. Reumatoïde artritis: De aanbevolen dosis is 5 mg, tweemaal daags, of één 11 mg tablet met verlengde afgifte, eenmaal daags toegediend. Deze dosis dient niet te worden overschreden. Voor schakelen tussen 5 mg filmomhulde tabletten en 11 mg tabletten met verlengde afgifte: zie de SPC. Arthritis psoriatica: De aanbevolen dosis is 5 mg, tweemaal daags toegediend. Deze dosis dient niet te worden overschreden. Colitis ulcerosa (CU): Inductiebehandeling: De aanbevolen dosis is 10 mg, tweemaal daags oraal toegediend gedurende 8 weken. Voor verdere informatie over inductiebehandeling zie de SPC. Onderhoudsbehandeling: De aanbevolen dosis is tweemaal daags 5 mg tofacitinib oraal toegediend. Voor verdere informatie over onderhoudsbehandeling zie de SPC. Herbehandeling bij CU en onderbreking en stopzetting van de toediening: zie de SPC voor meer informatie. Contraindicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Actieve tuberculose (tbc), ernstige infecties zoals sepsis, of opportunistische infecties. Ernstige leverinsufficiëntie. Zwangerschap en borstvoeding. Waarschuwingen en voorzorgen: Combinatie met andere behandelingen: Tofacitinib is niet onderzocht en het gebruik ervan dient te worden vermeden in combinatie met biologische middelen, anti-integrines, selectieve co-stimulatoire modulatoren en krachtige immunosuppressiva vanwege de kans op verhoogde immuunsuppressie en een verhoogd risico op infectie. Veneuze trombo-embolie (VTE): Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bekende risicofactoren voor VTE, ongeacht de indicatie en dosering. Tofacitinib tweemaal daags 10 mg als onderhoudsbehandeling wordt niet aanbevolen bij patiënten met CU die bekende risicofactoren voor VTE hebben, tenzij er geen geschikte alternatieve behandeling beschikbaar is. Risicofactoren voor VTE zijn onder andere: eerdere VTE, patiënten die een zware operatie moeten ondergaan, beperkingen in mobiliteit, myocardinfarct (in de afgelopen 3 maanden), hartfalen, gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva of hormonale substitutietherapie, erfelijke stollingsziekte, maligniteit. Er dient ook rekening te worden gehouden met andere risicofactoren voor VTE, zoals leeftijd, zwaarlijvigheid (BMI ≥30), diabetes, hypertensie, roken. Patiënten dienen tijdens de behandeling met tofacitinib periodiek opnieuw te worden geëvalueerd om te beoordelen of er veranderingen zijn in het risico op VTE. Patiënten met tekenen en symptomen van VTE moeten direct geëvalueerd worden en tofacitinib moet worden stopgezet bij patiënten met een vermoedelijke VTE, ongeacht de dosis of indicatie. Ernstige infecties: Tofacitinib dient niet te worden gestart bij patiënten met actieve infecties, waaronder lokale infecties. Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van tekenen en symptomen van infectie tijdens en na behandeling met tofacitinib. De behandeling dient te worden onderbroken als zich bij een patiënt een ernstige infectie, een opportunistische infectie of sepsis ontwikkelt. Voorzichtigheid is geboden bij behandeling van ouderen en patiënten met diabetes. Aangezien de incidentie van infecties bij ouderen en bij diabetische populaties over het algemeen hoger is, is voorzichtigheid geboden bij behandeling van ouderen en patiënten met diabetes. Bij patiënten ouder dan 65 jaar dient tofacitinib alleen te worden overwogen als er geen geschikte alternatieve behandeling is. Tuberculose: Patiënten met latente tbc, die positief testen, dienen te worden behandeld met standaard antimycobacteriële behandeling alvorens tofacitinib toe te dienen. Het raadplegen van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van tbc wordt aanbevolen bij het nemen van de beslissing of het starten van een behandeling tegen tuberculose aangewezen is voor een individuele patiënt. Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van tekenen en symptomen van tbc, ook patiënten met een negatieve test voor latente tbc-infectie voorafgaand aan de behandeling. Virale reactivering: Alvorens een behandeling met tofacitinib te starten, dient een screening op virale hepatitis te worden uitgevoerd in overeenstemming met klinische richtlijnen. Maligniteit en lymfoproliferatieve aandoening: De risico’s en voordelen van behandeling met tofacitinib dienen te worden overwogen alvorens een behandeling te starten bij patiënten met een huidige of een voorgeschiedenis van maligniteit anders dan een met succes behandelde niet-melanome huidkanker (NMSC) of wanneer voortzetting van tofacitinib wordt overwogen bij patiënten bij wie zich een maligniteit ontwikkelt. De kans bestaat dat tofacitinib de afweer van een persoon tegen maligniteiten beïnvloedt. Niet-melanome huidkanker: NMSC’s zijn gemeld bij patiënten die met tofacitinib zijn behandeld. Het risico op NMSC kan hoger zijn bij patiënten die worden behandeld met tweemaal daags 10 mg tofacitinib dan bij patiënten die worden behandeld met tweemaal daags 5 mg. Periodiek huidonderzoek wordt aanbevolen voor patiënten met een verhoogd risico op huidkanker. Interstitiële longziekte: Voorzichtigheid wordt aanbevolen bij patiënten met een voorgeschiedenis van chronische longziekte, aangezien ze vatbaarder voor infecties kunnen zijn. Van Aziatische RA-patiënten is bekend dat ze een hoger risico op interstitiële longziekte hebben, daarom is voorzichtigheid geboden bij de behandeling van deze patiënten. Gastro-intestinale perforaties: Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verhoogd risico op gastro-intestinale perforatie. Patiënten met nieuw ontstane abdominale tekenen en symptomen dienen onmiddellijk te worden geëvalueerd voor vroege vaststelling van gastro-intestinale perforatie. Cardiovasculair risico: RA- en PsA-patiënten hebben een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. Bij met tofacitinib behandelde patiënten dienen de risicofactoren te worden behandeld als onderdeel van de gebruikelijke standaardzorg. Leverenzymen: Voorzichtigheid is geboden wanneer starten van een behandeling met tofacitinib wordt overwogen bij patiënten met verhoogd alanineaminotransferase of aspartaataminotransferase, vooral bij het starten in combinatie met potentieel hepatotoxische geneesmiddelen zoals MTX. Na het starten worden regelmatige controle van levertesten en onmiddellijk onderzoek naar de oorzaken van waargenomen toenames in leverenzymen aanbevolen om mogelijke gevallen van door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel vast te stellen. Indien door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel wordt vermoed, dient de toediening van tofacitinib te worden onderbroken totdat deze diagnose is uitgesloten. Overgevoeligheid: Als een ernstige allergische of anafylactische reactie optreedt, dient tofacitinib onmiddellijk te worden stopgezet. Laboratoriumparameters: Voor het controleren van lymfocytenaantallen, neutrofielenaantallen, hemoglobinewaarde en lipidenparameters voor en tijdens de behandeling, zie de SPC. Vaccinaties: Vóór aanvang van de behandeling met tofacitinib wordt aanbevolen dat alle patiënten alle immunisaties volgens de huidige immunisatierichtlijnen hebben gehad. Het wordt aanbevolen om levende vaccins niet gelijktijdig met tofacitinib te geven. Gastro-intestinale obstructie met een niet-vervormbare formulering met verlengde afgifte: Voorzichtigheid dient te worden betracht bij het toedienen van tofacitinib 11 mg tabletten met verlengde afgifte aan patiënten met bestaande ernstige vernauwing van het maagdarmkanaal. Informatie over hulpstoffen: Lactose: De 5 en 10 mg filmomhulde tabletten bevatten lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Natrium: De 5 en 10 mg filmomhulde tabletten bevatten natrium. Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet. Patiënten die een natriumarm dieet volgen, kunnen worden geïnformeerd dat dit geneesmiddel in wezen ‘natriumvrij’ is. Sorbitol: De 11 mg tabletten met verlengde afgifte bevatten sorbitol. Er dient rekening te worden gehouden met het additieve effect van gelijktijdig toegediende producten die sorbitol (of fructose) bevatten en inname van sorbitol (of fructose) via de voeding. Het gehalte aan sorbitol in geneesmiddelen voor oraal gebruik kan invloed hebben op de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediende andere geneesmiddelen voor oraal gebruik. Interacties: Gelijktijdige toediening van krachtige inductoren van CYP3A4 met tofacitinib wordt niet aanbevolen. Bijwerkingen: Vaak (≥1/100,< 1/10): pneumonie, griep, herpes zoster, urineweginfectie, sinusitis, bronchitis, nasofaryngitis, faryngitis, anemie, hoofdpijn, hypertensie, hoesten, buikpijn, braken, diarree, misselijkheid, gastritis, dyspepsie, rash, artralgie, pyrexie, perifeer oedeem, vermoeidheid, creatinefosfokinase in bloed verhoogd. Soms (≥1/1.000, <1/100): tuberculose, diverticulitis, pyelonefritis, cellulitis, herpes simplex, virale gastro-enteritis, virale infectie, niet-melanome huidkankers, leukopenie, lymfopenie, neutropenie, dyslipidemie, hyperlipidemie, dehydratie, insomnia, paresthesie, veneuze trombo-embolie, dyspneu, bijholteverstopping, hepatische steatose, leverenzym verhoogd, transaminasen verhoogd, leverfunctietesten abnormaal, gammaglutamyltransferase verhoogd, erytheem, pruritus, skeletspierstelselpijn, gewrichtszwelling, tendinitis, creatinine in bloed verhoogd, cholesterol in bloed verhoogd, ‘low-density’ lipoproteïne verhoogd, gewicht toegenomen, ligamentverstuiking, spierverrekking. Zelden (≥1/10.000, <1/1.000): sepsis, urosepsis, uitgezaaide tbc, necrotiserende fasciitis, bacteriëmie, stafylokokkenbacteriëmie, pneumocystis jiroveci-pneumonie, pneumokokkenpneumonie, bacteriële pneumonie, encefalitis, atypische mycobacteriële infectie, cytomegalovirusinfectie, bacteriële artritis. Zeer zelden (<1/10.000): tuberculose van het centrale zenuwstelsel, cryptokokkenhersenvliesontsteking, mycobacterium avium complex-infectie. Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): overgevoeligheid voor het geneesmiddel, angio-oedeem, urticaria. Afleveringsstatus: UR. Verpakking: XELJANZ 5 mg en 10 mg tabletten zijn verkrijgbaar in blisterverpakkingen met 14 tabletten. Elk doosje bevat 56 tabletten. XELJANZ 11 mg tabletten zijn verkrijgbaar in blisterverpakkingen met 7 tabletten. Elk doosje bevat 28 tabletten. Registratienummers: EU/1/17/1178/003, 007 en 012. Vergoeding en prijzen: De kosten voor XELJANZ zijn declarabel voor ziekenhuizen via de add-on regeling. Voor prijzen wordt verwezen naar de Z-Index taxe. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). Registratiehouder: Pfizer Europe MA EEIG, Boulevard de la Plaine 17, 1050 Brussel, België. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel.


STUDIES

Nieuwe studies November 2020 tot april 2021

28

Wetenswaardig

Studie nummer

Korte studietitel

Lokale hoofdonderzoeker

l2021043

Target First

Pieter Smits

l2021041

Immunotherapie @ home

Remco Albers

l2021040

RIB-Thor

Jefrey Vermeulen

l2021031

Front-line workload Covid-19

Marike Bruinsma

l2021030

PITS

René Klaassen

l2021028

CMC fracture dislocations

Priscilla Jawahier

l2021026

lymphadenopathy COVID-19 vaccination

Adriaan Coenen

l2021024

HOVON 500 (Cll 117)

Yorick Sandberg

l2021021

PICTuRES

Birgitte Haberkorn

l2021020

Value MS Santeon studie

luuk Van Rooij

l2021016

COVIH

Jan den Hollander

l2021012

Kwaliteit Prostaat MRI Nederland

Hans van der lelij

l2021011

The BFF Study

Kees van der Vlies

l2021008

MINIMAX

Caroline Contant

l2021007

POSTOP POPF

Erwin van der Harst

l2021002

FRAIl

Kees van der Vlies

l2021001

PRIMERA trial

Annemiek Willemze

l2020168

Toxic Study

Dirk Boer

l2020167

Voorspellende waarde wervelfractuur ambu.vpk.

Otto van de Breevaart

l2020166

Immobilisatiepraktijk in Nederland

Otto van de Breevaart

l2020163

Optiflow in COVID19

Dirk Boer

l2020162

Flashmob studie

Auke Huijben

l2020161

PENG block

Seppe Koopman

l2020157

RCAPP

Bram Fioole

l2020155

PROP

Seppe Koopman

l2020152

EuPatt

Sjana Kos

l2020150

ZIN RA

Els Zirkzee

l2020147

Hepatitis B screening Rituximab

Jan Hollander

l2020146

FAS

Jean-Bart Jaquet

l2020144

leerfase Aeonose

Robert Herpers

l2020142

Kinder-TG

Michael Groeneweg

l2020141

Risicofactoren voor een (spoed)keizersnede

leonoor van Eerden

l2020140

Real-world experiences with palbociclib.

Annemieke van der Padt - Pruijsten

l2020139

Electronic Alert for Renal Care

Noel Engels

l2020137

Implementatie lPA 9.0 in ziekenhuisprotocol

Hien van leeuwen

l2020135

CoV-Early Study

Jan den Hollander

l2020134

Ability DM study

Pieter Smits

l2020133

JOINT preferral

Angelique Weel

l2020132

REDEP

Wouter Bakker


Geïnitieerd door

Afdeling

Industrie / farmaceut

Cardiologie

Maasstad geïnitieerd

Interne geneeskunde - oncologie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Maasstad geïnitieerd

Psychologie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Maasstad geïnitieerd

Chirurgie

Maasstad geïnitieerd

Radiologie / Nucleaire Geneeskunde

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - hematologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - oncologie

Ander ziekenhuis of consortium

Neurologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - infectieziekten

Ander ziekenhuis of consortium

Radiologie / Nucleaire Geneeskunde

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie

Maasstad geïnitieerd

Brandwonden Centrum

Ander ziekenhuis of consortium

Reumatologie

Ander ziekenhuis of consortium

Intensive Care

Maasstad geïnitieerd

Spoed Eisende Hulp

Maasstad geïnitieerd

Spoed Eisende Hulp

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - longziekten

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - oncologie

Maasstad geïnitieerd

Anesthesiologie

Ander ziekenhuis of consortium

Chirurgie - vaat

Maasstad geïnitieerd

Anesthesiologie

Maasstad geïnitieerd

Maasstad lab - Klinisch Chemisch lab

Ander ziekenhuis of consortium

Reumatologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - infectieziekten

Maasstad geïnitieerd

Chirurgie - plastisch

Ander ziekenhuis of consortium

Maasstad lab - Klinisch Chemisch lab

Ander ziekenhuis of consortium

Kindergeneeskunde

Ander ziekenhuis of consortium

Gynaecologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - Oncologie

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - nefrologie

Maasstad geïnitieerd

Spoed Eisende Hulp

Ander ziekenhuis of consortium

Interne geneeskunde - infectieziekten

Industrie / farmaceut

Cardiologie

Maasstad geïnitieerd

Reumatologie

Ander ziekenhuis of consortium

Orthopaedie

Wetenswaardig

29


‘S WERELDS EERSTE EN ENIGE GLP-1 ANALOOG IN EEN PIL

Om de glykemische controle te verbeteren bij volwassenen met diabetes type 2 1

NL20RYB00013 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.


#

"

!

! ! !

" $ ! !

) )

*" $ %&" + ) , ( +

+*" $"&!# ( )

# + ! '"


Helpt u ons effectief minder minder bomen te kappen door digitale communicatie te omarmen ? omarmen? Sterker nog, nog, ÉN extra extr a bomen te planten. planten. 1 Open camera camera / 2 Richt op QR-code 3 Klik op de weblink / 4 Beantwoord vr vraag aag

ontvangen Voor V oor ieder ontvangen antwoord plant plant Chiesi Chiesi extra boom een extra


Chiesi is een gecertificeerde gecer tificeerde B Corp • • •

met p positieve ositieve invloed op maatschap maatschappij pij en milieu (opgenomen (opgenomen in onze statuten) net als andere bedrijven die deze missie delen (zie: www.bcorporation.net/directory) www.bcorporation.net/directory) Chiesi is het enige farmaceutische b bedrijf edrijf in Nederland met *-+c *-+c -/$Q -/$Q -$)" -$)"

CO2-n -neutraal eutraal werken Chiesi werkt al jaren ttoe oe naar -neutrale bedrijfsvoering. een CO2-neutr ale bedrijfsv oering. Wij b bereiken ereiken dit door bewust bewust ver veranderingen anderingen te imp implementeren, lementeren, zzoals papiergebruik oals het reduceren van van p apiergebruik en het verduurzamen vvan an onze bedrijfsprocessen. bedrijfsprocessen. Maar Maar dat is nog niet voldoende. voldoende. CO2-neutr -neutraal aal werken kan, wij gaan daar daarvoor. voor.

Doet Chiesi Nederlan Nederland d gen genoeg? oeg? Zelf vinden wij van van niet. Wij b blijven lijven innoveren innoveren en omarmen ver verandering. andering. Hierin werken wij graag graag samen met gelijkgestemden, van te leren en gelijkgestemden, om van ter inspiratie. inspiratie. Doet u mee?

Doet u mee aan deze missie? Scan de QR-code! Door digitaal digitaal met u te communiceren in plaats plaats vvan an op papier papier worden minder bomen g ekapt. Voor Voor ieder antwoord gekapt. (p ositief of negatief) negatief) plant plant Chiesi (positief een extr a boom. extra

Less iis s more! Minder Minder CO2 = minder minder global global warming. warming.

W Wat at vin vindt dt u?

www.chiesi.nl www.chiesi.nl | www.bcorporation.net www.bcorporation.net

PM-2021-9768

Deel uw mening o over ver er Chiesi’’s maatschapp maatschappelijke elijke missie. Belang Belangrijk? rijk? V Volslagen olslagen ongeloofwaardig? Iets daar tussenin? Uw oordeel is vvoor oor ons vvan an grote g rote waarde.


PUBLICATIES

Publicatielijst Maasstad Ziekenhuis November 2020 tot en met maart 2021 Anesthesie

BWC

Güzel C, van den Berg CB, Koopman S, van Krugten RJ, Stoop M, Stingl C, Duvekot JJ, luider TM. Cerebrospinal Fluid of Preeclamptic and Normotensive Pregnant Women Compared to Nonpregnant Women Analyzed with Mass Spectrometry. ACS Omega. 2020 Dec 10;5(50):32256-32266. doi: 10.1021/acsomega.0c03910. PMID: 33376863; PMCID: PMC7758887.

Spronk I, Van loey NEE, van der Vlies CH, Haagsma JA, Polinder S, van Baar ME. Activity impairment, work status, and work productivity loss in adults 5-7 years after burn injuries. J Burn Care Res. 2021 Mar 9:irab047. doi: 10.1093/jbcr/irab047. Epub ahead of print. PMID: 33693704.

Gigengack RK, Cleffken BI, loer SA. Advances in airway management and mechanical ventilation in inhalation injury. Curr Opin Anaesthesiol. 2020 Dec;33(6):774-780. doi: 10.1097/ACO.0000000000000929. PMID: 33060384. Assessment of Ventilation during general AnesThesia for Robotic surgery (AVATaR) Study Investigators; PROtective VEntilation (PROVE) Network; Writing Committee Members; Steering Committee Members; AVATaR Investigators. Ventilation and outcomes following robotic-assisted abdominal surgery: an international, multicentre observational study. Br J Anaesth. 2021 Feb;126(2):533-543. doi: 10.1016/j.bja.2020.08.058. Epub 2020 Oct 31. PMID: 33131757. Gupta A, von Heymann C, Magnuson A, Alahuhta S, Fernando R, Van de Velde M, Mercier FJ, Schyns-van den Berg AMJV; EPiMAP collaborators. Management practices for postdural puncture headache in obstetrics: a prospective, international, cohort study. Br J Anaesth. 2020 Dec;125(6):1045-1055. doi: 10.1016/j.bja.2020.07.061. Epub 2020 Oct 8. PMID: 33039123. Apotheek Cox JM, van Doorn l, Malmberg R, Oomen-de Hoop E, Bosch TM, van den Bemt PMlA, Boere IA, Jager A, Mathijssen RHJ, van leeuwen RWF. The added value of H2 antagonists in premedication regimens during paclitaxel treatment. Br J Cancer. 2021 Mar 24. doi: 10.1038/s41416021-01313-0. Epub ahead of print. PMID: 33762718.

34

Wetenswaardig

Van Yperen DT, Van lieshout EMM, Nugteren lHT, Plaisier AC, Verhofstad MHJ, Van der Vlies CH; Burns study group. Adherence to the emergency management of severe burns referral criteria in burn patients admitted to a hospital with or without a specialized burn center. Burns. 2021 Mar 1:S0305-4179(21)00059-0. doi: 10.1016/j.burns.2021.02.023. Epub ahead of print. PMID: 33707084.

10.1016/j.burns.2020.06.030. Epub 2020 Jul 8. PMID: 33082023. Akkerman M, Mouton lJ, de Groot S, Niemeijer AS, Scholten-Jaegers SMHJ, van Baar ME, Stoop MM, van der Woude lHV, Nieuwenhuis MK. Predictability of exercise capacity following pediatric burns: a preliminary investigation. Disabil Rehabil. 2021 Mar;43(5):703-712. doi: 10.1080/09638288.2019.1641846. Epub 2019 Jul 18. PMID: 31317785. Egberts MR, Geenen R, de Jong AE, Hofland HW, Van loey NE. The aftermath of burn injury from the child’s perspective: A qualitative study. J Health Psychol. 2020 Nov-Dec;25(13-14):2464-2474. doi: 10.1177/1359105318800826. Epub 2018 Sep 29. PMID: 30270662; PMCID: PMC7583444. Cardiologie

Van Yperen DT, Van lieshout EMM, Dijkshoorn JN, Van der Vlies CH, Verhofstad MHJ. Injuries, treatment, and impairment caused by different types of fireworks; results of a 10 year multicenter retrospective cohort study. Scand J Trauma Resusc Emerg Med. 2021 Jan 7;29(1):11. doi: 10.1186/s13049-020-00811-z. PMID: 33413553; PMCID: PMC7788980. legemate CM, Ooms PJ, Trommel N, Middelkoop E, van Baar ME, Goei H, van der Vlies CH. Patient-reported scar quality of donor-sites following split-skin grafting in burn patients: long-term results of a prospective cohort study. Burns. 2021 Mar;47(2):315-321. doi: 10.1016/j.burns.2020.12.005. Epub 2020 Dec 10. PMID: 33419665. Boersma-van Dam E, van de Schoot R, Hofland HWC, Engelhard IM, Van loey NEE. Individual recovery of health-related quality of life during 18 months post-burn using a retrospective pre-burn measurement: an exploratory study. Qual life Res. 2021 Mar;30(3):737-749. doi: 10.1007/s11136020-02678-0. Epub 2020 Oct 22. PMID: 33090372; PMCID: PMC7952339. Gigengack RK, Verhees V, Koopman-van Gemert AWMM, Oen IMMH, Ossewaarde TM, Koopman SSHA, loer SA, van der Vlies CH. Cell salvage in burn excisional surgery. Burns. 2021 Feb;47(1):127-132. doi:

Derks l, Houterman S, Geuzebroek GSC, van der Harst P, Smits PC; PCI Registration Committee of the Netherlands Heart Registration. Daylight saving time does not seem to be associated with number of percutaneous coronary interventions for acute myocardial infarction in the Netherlands. Neth Heart J. 2021 Mar 25. doi: 10.1007/s12471-021-015667. Epub ahead of print. PMID: 33765223. Smits PC. Plan-Do-Study-Act in transcatheter aortic valve replacement. Neth Heart J. 2021 Apr;29(4):186-187. doi: 10.1007/s12471-021-01559-6. Epub 2021 Mar 16. PMID: 33725264. Meentken MG, van der Mheen M, van Beynum IM, Aendekerk EWC, legerstee JS, van der Ende J, Del Canho R, lindauer RJl, Hillegers MHJ, Helbing WA, Moll HA, utens EMWJ. long-term effectiveness of eye movement desensitization and reprocessing in children and adolescents with medically related subthreshold post-traumatic stress disorder: a randomized controlled trial. Eur J Cardiovasc Nurs. 2021 Mar 8:zvaa006. doi: 10.1093/eurjcn/zvaa006. Epub ahead of print. PMID: 33709117.


Gao C, Kogame N, Sharif F, Smits PC, Tonino P, Hofma S, Moreno R, Choudhury A, Petrov I, Cequier A, Colombo A, Kaul u, Zaman A, de Winter RJ, Onuma Y, Serruys PW. Prospective Multicenter Randomized All-Comers Trial to Assess the Safety and Effectiveness of the ultra-Thin Strut Sirolimus-Eluting Coronary Stent Supraflex: Two-Year Outcomes of the TAlENT Trial. Circ Cardiovasc Interv. 2021 Mar;14(3):e010312. doi: 10.1161/CIRCINTERVENTIONS.120.010312. Epub 2021 Mar 9. PMID: 33685213. Ghariq M, van Bodegom-Vos l, Brignole M, Peeters SYG, de Groot B, Kaal ECA, Hemels MEW, de lange FJ, van Dijk JG, Thijs RD; SYNERGY Consortium. Factors facilitating and hindering the implementation of the European Society of Cardiology Syncope Guidelines at the Emergency Department: A nationwide qualitative study. Int J Cardiol. 2021 Mar 1:S0167-5273(21)00376-4. doi: 10.1016/j.ijcard.2021.02.067. Epub ahead of print. PMID: 33662482. Verstraelen TE, van Barreveld M, van Dessel PHFM, Boersma lVA, Delnoy PPHM, Tuinenburg AE, Theuns DAMJ, van der Voort PH, Kimman GP, Buskens E, Hulleman M, Allaart CP, Strikwerda S, Scholten MF, Meine M, Abels R, Maass AH, Firouzi M, Widdershoven JWMG, Elders J, van Gent MWF, Khan M, Vernooy K, Grauss RW, Tukkie R, van Erven l, Spierenburg HAM, Brouwer MA, Bartels Gl, Bijsterveld NR, Borger van der Burg AE, Vet MW, Derksen R, Knops RE, Bracke FAlE, Harden M, Sticherling C, Willems R, Friede T, Zabel M, Dijkgraaf MGW, Zwinderman AH, Wilde AAM. Development and external validation of prediction models to predict implantable cardioverter-defibrillator efficacy in primary prevention of sudden cardiac death. Europace. 2021 Feb 14:euab012. doi: 10.1093/europace/euab012. Epub ahead of print. PMID: 33582797. Silvain J, Zeitouni M, Paradies V, Zheng Hl, Ndrepepa G, Cavallini C, Feldman DN, Sharma SK, Mehilli J, Gili S, Barbato E, Tarantini G, Ooi SY, von Birgelen C, Jaffe AS, Thygesen K, Montalescot G, Bulluck H, Hausenloy DJ. Cardiac procedural myocardial injury, infarction, and mortality in patients undergoing elective percutaneous coronary intervention: a pooled analysis of patient-level data. Eur Heart J. 2021 Jan 21;42(4):323-334. doi: 10.1093/eurheartj/ehaa885. PMID: 33257958; PMCID: PMC7850039.

Smits PC. Hans Brinker and the silver skates: A story of how to seal a perforation. Cardiovasc Revasc Med. 2021 Jan 18:S1553-8389(21)00009-9. doi: 10.1016/j.carrev.2021.01.006. Epub ahead of print. PMID: 33478859. Ng CKJ, Paradies V, Vlachojannis GJ, Toh HW, leo Hl, Wong EHP, Foin N, Ang HY. Provisional Stenting for the Treatment of Bifurcation lesions: In Vitro Insights. J Cardiovasc Transl Res. 2021 Jan 6. doi: 10.1007/s12265-020-10088-3. Epub ahead of print. PMID: 33409964. linschoten M, Peters S, van Smeden M, Jewbali lS, Schaap J, Siebelink HM, Smits PC, Tieleman RG, van der Harst P, van Gilst WH, Asselbergs FW; CAPACITYCOVID collaborative consortium. Cardiac complications in patients hospitalised with COVID-19. Eur Heart J Acute Cardiovasc Care. 2020 Dec;9(8):817-823. doi: 10.1177/2048872620974605. Epub 2020 Nov 21. PMID: 33222494; PMCID: PMC7734244. De luca G, Verdoia M, Cercek M, Jensen lO, Vavlukis M, Calmac l, Johnson T, Ferrer GR, Ganyukov V, Wojakowski W, Kinnaird T, van Birgelen C, Cottin Y, IJsselmuiden A, Tuccillo B, Versaci F, Royaards KJ, Berg JT, laine M, Dirksen M, Siviglia M, Casella G, Kala P, Díez Gil Jl, Banning A, Becerra V, De Simone C, Santucci A, Carrillo X, Scoccia A, Amoroso G, lux A, Kovarnik T, Davlouros P, Mehilli J, Gabrielli G, Rios XF, Bakraceski N, levesque S, Cirrincione G, Guiducci V, Kidawa M, Spedicato l, Marinucci l, ludman P, Zilio F, Galasso G, Fabris E, Menichelli M, Garcia-Touchard A, Manzo S, Caiazzo G, Moreu J, Forés JS, Donazzan l, Vignali l, Teles R, Benit E, Agostoni P, Bosa Ojeda F, lehtola H, Camacho-Freiere S, Kraaijeveld A, Antti Y, Boccalatte M, Deharo P, Martínezluengas Il, Scheller B, Alexopoulos D, Moreno R, Kedhi E, uccello G, Faurie B, Gutierrez Barrios A, Di uccio FS, Wilbert B, Smits P, Cortese G, Parodi G, Dudek D. Impact of COVID-19 Pandemic on Mechanical Reperfusion for Patients With STEMI. J Am Coll Cardiol. 2020 Nov 17;76(20):2321-2330. doi: 10.1016/j.jacc.2020.09.546. PMID: 33183506; PMCID: PMC7834750. van Dongen JC, Suker M, Versteijne E, Bonsing BA, Mieog JSD, de Vos-Geelen J, van der Harst E, Patijn GA, de Hingh IH, Festen S, Ten Tije AJ, Busch OR, Besselink MG, van Tienhoven G, Groot Koerkamp B, van Eijck CHJ; Dutch Pancreatic Cancer Group. Surgical Complications in a

Multicenter Randomized Trial Comparing Preoperative Chemoradiotherapy and Immediate Surgery in Patients With Resectable and Borderline Resectable Pancreatic Cancer (PREOPANC Trial). Ann Surg. 2020 Nov 12. doi: 10.1097/SlA.0000000000004313. Epub ahead of print. PMID: 33201120. Spoormans EM, lemkes JS, Janssens GN, van der Hoeven NW, Jewbali lSD, Dubois EA, van de Ven PM, Meuwissen M, Rijpstra TA, Bosker HA, Blans MJ, Bleeker GB, Baak R, Vlachojannis GJ, Eikemans BJW, der Harst PV, van der Horst ICC, Voskuil M, van der Heijden JJ, Beishuizen A, Stoel M, Camaro C, van der Hoeven H, Henriques JP, Vlaar APJ, Vink MA, van den Bogaard B, Heestermans TACM, de Ruijter W, Delnoij TSR, Crijns HJGM, Jessurun GAJ, Oemrawsingh PV, Gosselink MTM, Plomp K, Magro M, Elbers PWG, Appelman Y, van Royen N. Sex differences in patients with out-of-hospital cardiac arrest without ST-segment elevation: A COACT trial substudy. Resuscitation. 2021 Jan;158:14-22. doi: 10.1016/j.resuscitation.2020.10.026. Epub 2020 Nov 12. PMID: 33189807. Kedhi E, Delewi R, Fabris E, De luca G, Hermanides RS, van den Ent M, Buszman P, Zijlstra F, Song YB, Gwon HC, Hahn JY. Duration of dual antiplatelet therapy after myocardial infarction: Insights from a pooled database of the SMART-DATE and DAPT-STEMI trials. Atherosclerosis. 2020 Dec;315:55-61. doi: 10.1016/j.atherosclerosis.2020.11.003. Epub 2020 Nov 9. PMID: 33227548. Vlachojannis GJ, Wilschut JM, Vogel RF, lemmert ME, Delewi R, Diletti R, van der Waarden NWPl, Nuis RJ, Paradies V, Alexopoulos D, Zijlstra F, Montalescot G, Angiolillo DJ, Krucoff MW, Van Mieghem NM, Smits PC. Effect of Prehospital Crushed Prasugrel Tablets in Patients With STSegment-Elevation Myocardial Infarction Planned for Primary Percutaneous Coronary Intervention: The Randomized COMPARE CRuSH Trial. Circulation. 2020 Dec 15;142(24):2316-2328. doi: 10.1161/CIRCulATIONAHA.120.051532. Epub 2020 Oct 14. PMID: 33315489. Paradies V, Ng J, lu S, Bulluck H, Burzotta F, Chieffo A, Ferenc M, Wong PE, Hausenloy DJ, Foin N, Ang H. T and Small Protrusion (TAP) vs Double-Kissing Crush Technique: Insights From In Vitro Models. Cardiovasc Revasc Med. 2021 Mar;24:11-17. doi: 10.1016/j.carrev.2020.09.013. Epub 2020 Sep 10. PMID: 32972876.

Wetenswaardig

35


PUBLICATIES van Hagen IM, Roos-Hesselink JW. Pregnancy in congenital heart disease: risk prediction and counselling. Heart. 2020 Dec;106(23):1853-1861. doi: 10.1136/heartjnl-2019-314702. Epub 2020 Jul 1. PMID: 32611675; PMCID: PMC7677481.

appendicitis by ultrasound imaging, computed tomography or magnetic resonance imaging: systematic review and meta-analysis of diagnostic accuracy. BJS Open. 2021 Mar 5;5(2):zraa030. doi: 10.1093/bjsopen/zraa030. PMID: 33688952; PMCID: PMC7944501.

Holl MJ, Bhagwandien RE, Firouzi M, de Ruiter WA, Szili-Torok T, Yap SC. Reducing radiation exposure in second-generation cryoballoon ablation without compromising clinical outcome. J Interv Card Electrophysiol. 2021 Mar;60(2):287-294. doi: 10.1007/s10840-02000737-7. Epub 2020 Apr 13. PMID: 32285243; PMCID: PMC7925495.

Schuurmann RCl, Kropman R, Ouriel K, Jordan WD Jr, Muhs BE, ‘t Mannetje Y, Reijnen MMPJ, Fioole B, Ünlü Ç, Brummel P, de Vries JPM. Remodeling of Abdominal Aortic Angulation and Curvature After Endovascular Aneurysm Repair in Patients With vs Without late Type Ia Endoleak or Endograft Migration. J Endovasc Ther. 2021 Mar 4:1526602821995831. doi: 10.1177/1526602821995831. Epub ahead of print. PMID: 33660575.

Chirurgie Janssen QP, van Dam Jl, Bonsing BA, Bos H, Bosscha KP, Coene PPlO, van Eijck CHJ, de Hingh IHJT, Karsten TM, van der Kolk MB, Patijn GA, liem MSl, van Santvoort HC, loosveld OJl, de Vos-Geelen J, Zonderhuis BM, Homs MYV, van Tienhoven G, Besselink MG, Wilmink JW, Groot Koerkamp B; Dutch Pancreatic Cancer Group. Total neoadjuvant FOlFIRINOX versus neoadjuvant gemcitabine-based chemoradiotherapy and adjuvant gemcitabine for resectable and borderline resectable pancreatic cancer (PREOPANC-2 trial): study protocol for a nationwide multicenter randomized controlled trial. BMC Cancer. 2021 Mar 23;21(1):300. doi: 10.1186/s12885-021-08031-z. PMID: 33757440; PMCID: PMC7989075. Mulders MAM, Schep NWl, de Muinck Keizer RO, Kodde IF, Hoogendoorn JM, Goslings JC, Eygendaal D. Operative versus non-operative treatment for isolated Mason type 2 radial head fractures: a multicenter randomized controlled trial. J Shoulder Elbow Surg. 2021 Mar 19:S10582746(21)00302-5. doi: 10.1016/j.jse.2021.02.025. Epub ahead of print. PMID: 33753275. Strang SG, Breederveld RS, Cleffken BI, Verhofstad MHJ, Van Waes OJF, Van lieshout EMM. Prevalence of intra-abdominal hypertension and markers for associated complications among severe burn patients: a multicenter prospective cohort study (BuRNIAH study). Eur J Trauma Emerg Surg. 2021 Mar 15. doi: 10.1007/s00068-021-01623-1. Epub ahead of print. PMID: 33721051. Bom WJ, Bolmers MD, Gans Sl, van Rossem CC, van Geloven AAW, Bossuyt PMM, Stoker J, Boermeester MA. Discriminating complicated from uncomplicated

36

Wetenswaardig

Mulay S, Geraedts ACM, Koelemay MJW, Balm R; ODYSSEuS study group. Type 2 Endoleak With or Without Intervention and Survival After Endovascular Aneurysm Repair. Eur J Vasc Endovasc Surg. 2021 Feb 22:S1078-5884(21)00067-8. doi: 10.1016/j.ejvs.2021.01.017. Epub ahead of print. PMID: 33632609. Van den Dop lM, Sneiders D, Kleinrensink GJ, Jeekel HJ, lange JF, Timmermans l. Infectious Complication in Relation to the Prophylactic Mesh Position: The PRIMA Trial Revisited. J Am Coll Surg. 2021 Feb 15:S1072-7515(21)00104-6. doi: 10.1016/j.jamcollsurg.2021.01.014. Epub ahead of print. PMID: 33601004. Sanders FRK, Penning D, Backes M, Dingemans SA, van Dieren S, Eskes AM, Goslings JC, Kloen P, Mathôt RAA, Schep NWl, Spijkerman IJB, Schepers T. Wound infection following implant removal of foot, ankle, lower leg or patella; a protocol for a multicenter randomized controlled trial investigating the (cost-)effectiveness of 2 g of prophylactic cefazolin compared to placebo (WIFI-2 trial). BMC Surg. 2021 Feb 1;21(1):69. doi: 10.1186/s12893-020-01024-y. PMID: 33522909; PMCID: PMC7849087. Voeten DM, van der Werf lR, Gisbertz SS, Ruurda JP, van Berge Henegouwen MI, van Hillegersberg R; Dutch upper Gastrointestinal Cancer Audit (DuCA) Group. Postoperative intensive care unit stay after minimally invasive esophagectomy shows large hospital variation. Results from the Dutch upper Gastrointestinal Cancer Audit. Eur J Surg Oncol. 2021 Jan 16:S0748-7983(21)00005-6. doi: 10.1016/j.ejso.2021.01.005. Epub ahead of print. PMID: 33485673.

Outmani l, Kimenai HJAN, Roodnat JI, leeman M, Biter ul, Klaassen RA, IJzermans JNM, Minnee RC. Clinical outcome of kidney transplantation after bariatric surgery: A single-center, retrospective cohort study. Clin Transplant. 2021 Mar;35(3):e14208. doi: 10.1111/ctr.14208. Epub 2021 Jan 9. PMID: 33368652. Salentijn DA, Mulders MAM, van Veen RN, Goslings JC, Schep NWl. De ‘Amsterdam wrist rules’-app [The Amsterdam Wrist Rules app: An aid for the triage of patients with wrist trauma]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020 Dec 17;164:D5198. Dutch. PMID: 33651504. Pranger BK, van Dam Jl, Groen JV, van Eijck CH, Koerkamp BG, Bonsing BA, Mieog JSD, Besselink MG, Busch OR, Kazemier G, de Jong KP, de Kleine RHJ, Molenaar IQ, Stommel MWJ, Gerhards MF, Coolsen MME, van Santvoort HC, van der Harst E, Klaase JM, de Meijer VE; Dutch Pancreatic Cancer Group. Pancreatic resection in the pediatric, adolescent and young adult population: nationwide analysis on complications. HPB (Oxford). 2020 Dec 3:S1365-182X(20)31247-8. doi: 10.1016/j.hpb.2020.10.029. Epub ahead of print. PMID: 33281080. Daamen lA, van Goor IWJM, Schouten TJ, Dorland G, van Roessel SR, Besselink MG, Bonsing BA, Bosscha K, Brosens lAA, Busch OR, van Dam RM, Fariña Sarasqueta A, Festen S, Groot Koerkamp B, van der Harst E, de Hingh IHJT, Intven MPW, Kazemier G, de Meijer VE, Nieuwenhuijs VB, Raicu GM, Roos D, Schreinemakers JMJ, Stommel MWJ, van Velthuysen MF, Verheij J, Verkooijen HM, van Santvoort HC, Molenaar IQ; Dutch Pancreatic Cancer Group. Microscopic resection margin status in pancreatic ductal adenocarcinoma - A nationwide analysis. Eur J Surg Oncol. 2021 Mar;47(3 Pt B):708-716. doi: 10.1016/j.ejso.2020.11.145. Epub 2020 Dec 2. PMID: 33323293. Jongsma H, Bekken J, Ayez N, Hoogewerf CJ, Van Weel V, Fioole B. Angioplasty versus stenting for iliac artery lesions. Cochrane Database Syst Rev. 2020 Dec 1;12:CD007561. doi: 10.1002/14651858.CD007561.pub3. PMID: 33258499. Gigengack RK, Cleffken BI, loer SA. Advances in airway management and mechanical ventilation in inhalation injury. Curr Opin Anaesthesiol. 2020 Dec;33(6):774-780. doi: 10.1097/ACO.0000000000000929. PMID: 33060384.


Paul l, van der Heiden C, van Hoeken D, Deen M, Vlijm A, Klaassen RA, Biter lu, Hoek HW. Cognitive Behavioral Therapy Versus usual Care Before Bariatric Surgery: One-Year Follow-up Results of a Randomized Controlled Trial. Obes Surg. 2021 Mar;31(3):970-979. doi: 10.1007/s11695020-05081-3. Epub 2020 Nov 10. PMID: 33170444; PMCID: PMC7921027. Paul l, van der Heiden C, van Hoeken D, Deen M, Vlijm A, Klaassen RA, Biter lu, Hoek HW. Cognitive Behavioral Therapy Versus usual Care Before Bariatric Surgery: One-Year Follow-up Results of a Randomized Controlled Trial. Obes Surg. 2021 Mar;31(3):970-979. doi: 10.1007/s11695020-05081-3. Epub 2020 Nov 10. PMID: 33170444; PMCID: PMC7921027. Germawi l, Westenberg RF, Wang F, Schep NWl, Chen NC, Eberlin KR. Factors associated with revision surgery for olecranon bursitis after bursectomy. J Shoulder Elbow Surg. 2020 Nov 1:S10582746(20)30829-6. doi: 10.1016/j.jse.2020.09.033. Epub ahead of print. PMID: 33144225. Vugts JJA, Gaspersz MP, Roos E, Franken lF, Olthof PB, Coelen RJS, van Vugt JlA, labeur TA, Brouwer l, Besselink MGH, IJzermans JNM, Darwish Murad S, van Gulik TM, de Jonge J, Polak WG, Busch ORC, Erdmann Jl, Groot Koerkamp B, Buettner S. Eligibility for liver Transplantation in Patients with Perihilar Cholangiocarcinoma. Ann Surg Oncol. 2021 Mar;28(3):1483-1492. doi: 10.1245/s10434-020-09001-8. Epub 2020 Sep 8. PMID: 32901308; PMCID: PMC7892510. Bolmers MDM, de Jonge J, van Rossem CC, van Geloven AAW, Bemelman WA; Snapshot Appendicitis Collaborative Study group. Appendicular neoplasms and consequences in patients undergoing surgery for suspected acute appendicitis. Int J Colorectal Dis. 2020 Nov;35(11):20652071. doi: 10.1007/s00384-020-03673-0. Epub 2020 Jul 8. PMID: 32638091; PMCID: PMC7541364.

Geriatrie Pazan F, Petrovic M, Cherubini A, Onder G, Cruz-Jentoft AJ, Denkinger M, van der Cammen TJM, Stevenson JM, Ibrahim K, Rajkumar C, Bakken MS, Baeyens JP, Crome P, Frühwald T, Gallaghar P, Guðmundsson A, Knol W, O’Mahony D, Pilotto A, Rönnemaa E, Serra-Rexach JA, Soulis G, van Marum RJ, Ziere G, Mair A, Burkhardt H, Neumann-Podczaska A, Wieczorowska-

Tobis K, Fernandes MA, Gruner H, Dallmeier D, Beuscart JB, van der Velde N, Wehling M. Current evidence on the impact of medication optimization or pharmacological interventions on frailty or aspects of frailty: a systematic review of randomized controlled trials. Eur J Clin Pharmacol. 2021 Jan;77(1):1-12. doi: 10.1007/s00228-020-02951-8. Epub 2020 Aug 7. PMID: 32770278.

van der Voet lF, Pieterse QD, Visser J, Brinkhuis EA, den Hartog JE, Glas MW, Klijn NF, van der Meer S, Bandell Ml, Boxmeer JC, van Disseldorp J, Smeenk J, van Wely M, Eijkemans MJC, Torrance Hl, Broekmans FJM. Endometrial scratching in women with one failed IVF/ICSI cycleoutcomes of a randomised controlled trial (SCRaTCH). Hum Reprod. 2021 Jan 1;36(1):87-98. doi: 10.1093/humrep/deaa268. PMID: 33289528; PMCID: PMC7801792.

Gynecology Interne Geneeskunde Baldewpersad Tewarie NMS, van Driel WJ, van Ham M, Wouters MW, Kruitwagen R; participants of the Dutch Gynecological Oncology Collaborator Group. Clinical auditing as an instrument to improve care for patients with ovarian cancer: The Dutch Gynecological Oncology Audit (DGOA). Eur J Surg Oncol. 2021 Feb 5:S0748-7983(21)00049-4. doi: 10.1016/j.ejso.2021.01.019. Epub ahead of print. PMID: 33581966. Hamel C, Coppus S, van den Berg J, Hink E, van Seeters J, van Kesteren P, Merién A, Torrenga B, van de laar R, Terwisscha van Scheltinga J, Gaugler-Senden I, Graziosi P, van Rumste M, Nelissen E, Vandenbussche F, Snijders M. Mifepristone followed by misoprostol compared with placebo followed by misoprostol as medical treatment for early pregnancy loss (the Triple M trial): A double-blind placebo-controlled randomised trial. EClinicalMedicine. 2021 Jan 6;32:100716. doi: 10.1016/j.eclinm.2020.100716. PMID: 33681738; PMCID: PMC7910666. Tjalsma AS, Wagner A, Dinjens WNM, EwingGraham PC, Alcalá lSM, de Groot MER, Hamoen KE, van Hof AC, Hofhuis W, Hofman lN, Hoogduin KJ, Kaijser J, Makkus ACF, Mol SJJ, Plaisier GM, Schelfhout K, Smedts HPM, Smit RA, Timmers PJ, Vencken PMlH, Visschers B, van der Wurff AAM, van Doorn HC. Evaluation of a nationwide Dutch guideline to detect lynch syndrome in patients with endometrial cancer. Gynecol Oncol. 2021 Mar;160(3):771776. doi: 10.1016/j.ygyno.2020.12.028. Epub 2021 Jan 6. PMID: 33419609. van Hoogenhuijze NE, Mol F, laven JSE, Groenewoud ER, Traas MAF, Janssen CAH, Teklenburg G, de Bruin JP, van Oppenraaij RHF, Maas JWM, Moll E, Fleischer K, van Hooff MHA, de Koning CH, Cantineau AEP, lambalk CB, Verberg M, van Heusden AM, Manger AP, van Rumste MME,

van Herwerden MC, van Steenkiste J, El Moussaoui R, den Hollander JG, Helfrich G, J A M Verberk I. Thuisbehandeling van covid-19-patiënten met zuurstof en telemonitoring [Home telemonitoring and oxygen therapy in COVID-19 patients: safety, patient satisfaction, and costeffectiveness]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2021 Mar 11;165:D5740. Dutch. PMID: 33720552. van Kinschot CMJ, Soekhai VR, de BekkerGrob EW, Visser WE, Peeters RP, van Ginhoven TM, van Noord C. Patients’ and clinicians’ preferences for treatment for Graves’ disease: A discrete choice experiment. Eur J Endocrinol. 2021 Mar 1:EJE-20-1490.R1. doi: 10.1530/EJE-20-1490. Epub ahead of print. PMID: 33780350. Stege CAM, Nasserinejad K, Klein SK, Timmers GJ, Hoogendoorn M, Ypma PF, Nijhof IS, Velders GA, Strobbe l, Durdu-Rayman N, Westerman M, Davidis-van Schoonhoven MA, van Kampen RJW, Beeker A, Koster A, Dijk AC, van de Donk NWCJ, van der Spek E, leys RBl, Silbermann MH, Groen K, van der Burg-de Graauw NCHP, Sinnige HAM, van der Hem KG, levenga H, Bilgin YM, Sonneveld P, levin MD, Zweegman S. Improving the identification of frail elderly newly diagnosed multiple myeloma patients. leukemia. 2021 Feb 15. doi: 10.1038/s41375-021-01162-z. Epub ahead of print. PMID: 33589752. van der Padt-Pruijsten A, leys MBl, Oomende Hoop E, van der Heide A, van der Rijt CCD. Effects of Implementation of a Standardized Palliative Care Pathway for Patients with Advanced Cancer in a Hospital: A Prospective Pre- and Postintervention Study. J Pain Symptom Manage. 2021 Feb 7:S0885-3924(21)00163-9. doi: 10.1016/j.jpainsymman.2021.02.003. Epub ahead of print. PMID: 33561492.

Wetenswaardig

37


PUBLICATIES Blomaard lC, van der linden CMJ, van der Bol JM, Jansen SWM, Polinder-Bos HA, Willems HC, Festen J, Barten DG, Borgers AJ, Bos JC, van den Bos F, de Brouwer EJM, van Deudekom FJA, van Dijk SC, Emmelot-Vonk MH, Geels RES, van de Glind EMM, de Groot B, Hempenius l, Kamper AM, Kampschreur lM, de Koning MMM, labots G, looman R, lucke JA, Maas HAAM, Mattace-Raso FuS, El Moussaoui R, van Munster BC, van Nieuwkoop K, Oosterwijk lB, Regtuijt ME, Robben SHM, Ruiter R, Salarbaks AM, Schouten HJ, Smit OM, Smits RAl, Spies PE, Vreeswijk R, de Vries OJ, Wijngaarden MA, Wyers CE, Mooijaart SP. Frailty is associated with inhospital mortality in older hospitalised COVID-19 patients in the Netherlands: the COVID-OlD study. Age Ageing. 2021 Jan 30:afab018. doi: 10.1093/ageing/afab018. Epub ahead of print. PMID: 33514998; PMCID: PMC7929372. van der Valk JPM, Kappen JH, Ruikes-Mertens S, van Maaren MS, Bindels PJE, van Wijk RG, Braunstahl GJ. Optimization of a transmural care pathway for allergen immunotherapy to primary care by an integrated personal eHealth environment. Allergy. 2021 Jan 27. doi: 10.1111/all.14753. Epub ahead of print. PMID: 33502783. van leeuwen lPM, Doornekamp l, Goeijenbier S, de Jong W, de Jager HJ, van Gorp ECM, Goeijenbier M. Evaluation of the Hepatitis B Vaccination Programme in Medical Students in a Dutch university Hospital. Vaccines (Basel). 2021 Jan 20;9(2):69. doi: 10.3390/vaccines9020069. PMID: 33498258; PMCID: PMC7909269. Van Alphen AM, Bosch TM, Kupka RW, Hoekstra R. Chronic kidney disease in lithium-treated patients, incidence and rate of decline. Int J Bipolar Disord. 2021 Jan 4;9(1):1. doi: 10.1186/s40345-02000204-2. PMID: 33392830; PMCID: PMC7779378. Smit C, Boyd A, Rijnders BJA, van de laar TJW, leyten EM, Bierman WF, Brinkman K, Claassen MAA, den Hollander J, Boerekamps A, Newsum AM, Schinkel J, Prins M, Arends JE, Op de Coul ElM, van der Valk M, Reiss P; ATHENA observational cohort. HCV micro-elimination in individuals with HIV in the Netherlands 4 years after universal access to direct-acting antivirals: a retrospective cohort study. lancet HIV. 2021 Feb;8(2):e96-e105. doi: 10.1016/S2352-3018(20)30301-5. Epub 2020 Dec 22. PMID: 33357835. lammers AJJ, Brohet RM, Theunissen REP,

38

Wetenswaardig

Koster C, Rood R, Verhagen DWM, Brinkman K, Hassing RJ, Dofferhoff A, El Moussaoui R, Hermanides G, Ellerbroek J, Bokhizzou N, Visser H, van den Berge M, Bax H, Postma DF, Groeneveld PHP. Response to correspondence concerning: „Early hydroxychloroquine but not chloroquine use reduces ICu admission in COVID-19 patients”. Int J Infect Dis. 2021 Feb;103:478-479. doi: 10.1016/j.ijid.2020.12.008. Epub 2020 Dec 9. PMID: 33310107; PMCID: PMC7836922. Kallewaard JW, Gültuna I, Hoffmann V, Elzinga l, Munnikes R, Verbrugge l, Minne V, Reiters P, Subbaroyan J, Santos A, Rotte A, Caraway D. 10 kHz Spinal Cord Stimulation for the Treatment of Failed Back Surgery Syndrome with Predominant leg Pain: Results from a Prospective Study in Patients from the Dutch Healthcare System. Pain Pract. 2020 Dec 3. doi: 10.1111/papr.12973. Epub ahead of print. PMID: 33274545. Zweegman S, Stege CAM, Haukas E, Schjesvold FH, levin MD, Waage A, leys RBl, Klein SK, Szatkowski D, Axelsson P, Hieu Do T, Knut-Bojanowska D, van der Spek E, Svirskaite A, Klostergaard A, Salomo M, Blimark C, Ypma PF, Mellqvist uH, Poddighe PJ, Stevens-Kroef M, van de Donk NWCJ, Sonneveld P, Hansson M, van der Holt B, Abildgaard N. Ixazomib-Thalidomidelow dose dexamethasone induction followed by maintenance therapy with ixazomib or placebo in newly diagnosed multiple myeloma patients not eligible for autologous stem cell transplantation; results from the randomized phase II HOVON-126/NMSG 21.13 trial. Haematologica. 2020 Dec 1;105(12):2879-2882. doi: 10.3324/haematol.2019.240374. PMID: 33256392; PMCID: PMC7716358. Been SK, van de Vijver DAMC, Smit J, Bassant N, Pogány K, Stutterheim SE, Verbon A. Feasibility of Four Interventions to Improve Treatment Adherence in Migrants living with HIV in The Netherlands. Diagnostics (Basel). 2020 Nov 20;10(11):980. doi: 10.3390/diagnostics10110980. PMID: 33233835; PMCID: PMC7699853. Wensink GE, Elferink MAG, May AM, Mol l, Hamers PAH, Bakker SD, Creemers GJ, de Groot JWB, de Klerk GJ, Haberkorn BCM, Haringhuizen AW, Hoekstra R, Hunting JCB, Kerver ED, Mathijssen-van Stein D, Polée MB, Pruijt JFM, Quarles van ufford-Mannesse P, Radema S, Rietbroek RC,

Simkens lHJ, Tanis BC, Ten Bokkel Huinink D, Tjin-A-Ton MlR, Tromp-van Driel CS, Troost MM, van de Wouw AJ, van den Berkmortel FWPJ, van der Pas AJM, van der Velden AMT, van Dijk MA, van Dodewaard-de Jong JM, van Druten EB, van Voorthuizen T, Jan Veldhuis G, Verheul HMW, Vestjens HJHMJ, Vincent J, Kranenburg OW, Punt CJA, Vink GR, Roodhart JMl, Koopman M. Survival of patients with deficient mismatch repair metastatic colorectal cancer in the pre-immunotherapy era. Br J Cancer. 2021 Jan;124(2):399-406. doi: 10.1038/s41416-02001076-0. Epub 2020 Oct 13. PMID: 33046804; PMCID: PMC7852682. Sandberg Y, Verhoeven GT, Weerkamp F, Broyl A, Emmering J, Budel lM. Primary plasma cell leukemia mimicking a Pancoast tumor. Am J Hematol. 2020 Nov;95(11):1430-1431. doi: 10.1002/ajh.25977. Epub 2020 Oct 3. PMID: 32833248. lammers AJJ, Brohet RM, Theunissen REP, Koster C, Rood R, Verhagen DWM, Brinkman K, Hassing RJ, Dofferhoff A, El Moussaoui R, Hermanides G, Ellerbroek J, Bokhizzou N, Visser H, van den Berge M, Bax H, Postma DF, Groeneveld PHP. Early hydroxychloroquine but not chloroquine use reduces ICu admission in COVID-19 patients. Int J Infect Dis. 2020 Dec;101:283-289. doi: 10.1016/j.ijid.2020.09.1460. Epub 2020 Sep 29. PMID: 33007454; PMCID: PMC7524430. van der Zwan M, leebeek FWG, Sandberg Y, Kruip MJHA, Hesselink DA. Acquired haemophilia A after alemtuzumab therapy. Haemophilia. 2020 Nov;26(6):e337-e339. doi: 10.1111/hae.14107. Epub 2020 Jul 22. PMID: 32700327. Intensive Care Brouwer WP, Duran S, Ince C. Improved Survival beyond 28 Days up to 1 Year after CytoSorb Treatment for Refractory Septic Shock: A Propensity-Weighted Retrospective Survival Analysis. Blood Purif. 2020 Dec 22:1-7. doi: 10.1159/000512309. Epub ahead of print. PMID: 33352555. Berger E, Wils EJ, Vos P, van Santen S, Koets J, Slooter AJC, van der Woude M, Koopmans M, Rinket MA, Hoiting O, Hoogendoorn EE, Streefkerk JO, de Vreede EW, Riekerk B, Simons KS, Toscano E, Schoonderbeek FJ, Hofstra lS, van den Oever HlA, Raben AMTJ, Holman S, Nooteboom F, Bethlehem C, Ten Cate J, Verkade M, Mijzen l, de Man-van Ginkel JM, Vermeu-


len H, van den Boogaard M RCCCNet. Prevalence and management of delirium in intensive care units in the Netherlands: An observational multicentre study. Intensive Crit Care Nurs. 2020 Dec;61:102925. doi: 10.1016/j.iccn.2020.102925. Epub 2020 Aug 29. PMID: 32868188.

Punt J, Moll H, Polinder S, Oostenbrink R. Cost Study of a Cluster Randomized Trial on a Clinical Decision Rule Guiding Antibiotic Treatment in Children With Suspected lower Respiratory Tract Infections in the Emergency Department. Pediatr Infect Dis J. 2020 Nov;39(11):1026-1031. doi: 10.1097/INF.0000000000002794. PMID: 33075037.

Klinische Chemie MDL Wulkan RW, van der Horst M. Detection and correction of incomplete duplicate 24-hour urine collections - theory and practical evidence. Biochem Med (Zagreb). 2021 Feb 15;31(1):010706. doi: 10.11613/BM.2021.010706. Epub 2020 Dec 15. Erratum in: Biochem Med (Zagreb). 2021 Feb 15;31(1):011201. PMID: 33380893; PMCID: PMC7745164. Kindergeneeskunde van de Maat JS, Garcia Perez D, Driessen GJA, van Wermeskerken AM, Smit FJ, Noordzij JG, Tramper-Stranders G, Obihara CC, Punt J, Moll HA, Oostenbrink R. The influence of chest X-ray results on antibiotic prescription for childhood pneumonia in the emergency department. Eur J Pediatr. 2021 Mar 22. doi: 10.1007/s00431-021-03996-2. Epub ahead of print. PMID: 33754207. Zachariasse JM, Maconochie IK, Nijman RG, Greber-Platzer S, Smit FJ, Nieboer D, van der lei J, Alves CF, Moll HA. Improving the prioritization of children at the emergency department: updating the Manchester Triage System using vital signs. PloS One. 2021 Feb 9;16(2):e0246324. doi: 10.1371/journal.pone.0246324. PMID: 33561116; PMCID: PMC7872278. Jongsma MME, Aardoom MA, Cozijnsen MA, van Pieterson M, de Meij T, Groeneweg M, Norbruis OF, Wolters VM, van Wering HM, Hojsak I, Kolho Kl, Hummel T, Stapelbroek J, van der Feen C, van Rheenen PF, van Wijk MP, Teklenburg-Roord STA, Schreurs MWJ, Rizopoulos D, Doukas M, Escher JC, Samsom JN, de Ridder l. First-line treatment with infliximab versus conventional treatment in children with newly diagnosed moderate-to-severe Crohn’s disease: an open-label multicentre randomised controlled trial. Gut. 2020 Dec 31:gutjnl-2020-322339. doi: 10.1136/gutjnl-2020-322339. Epub ahead of print. PMID: 33384335. van de Maat J, van der Ven M, Driessen G, van Wermeskerken AM, Smit F, Noordzij J, Tramper-Stranders G, Obihara C,

Heidsma CM, Engelsman AF, van Dieren S, Stommel MWJ, de Hingh I, Vriens M, Hol l, Festen S, Mekenkamp l, Hoogwater FJH, Daams F, Klümpen HJ, Besselink MG, van Eijck CH, Nieveen van Dijkum EJ. Watchful waiting for small non-functional pancreatic neuroendocrine tumours: nationwide prospective cohort study (PANDORA). Br J Surg. 2021 Mar 30:znab088. doi: 10.1093/bjs/znab088. Epub ahead of print. PMID: 33783475. Sperna Weiland CJ, Smeets XJNM, Kievit W, Verdonk RC, Poen AC, Bhalla A, Venneman NG, Witteman BJM, da Costa DW, van Eijck BC, Schwartz MP, Römkens TEH, Vrolijk JM, Hadithi M, Voorburg AMCJ, Baak lC, Thijs WJ, van Wanrooij Rl, Tan ACITl, Seerden TCJ, Keulemans YCA, de Wijkerslooth TR, van de Vrie W, van der Schaar P, van Dijk SM, Hallensleben NDl, Sperna Weiland Rl, Timmerhuis HC, umans DS, van Hooft JE, van Goor H, van Santvoort HC, Besselink MG, Bruno MJ, Fockens P, Drenth JPH, van Geenen EJM; Dutch Pancreatitis Study Group. Aggressive fluid hydration plus non-steroidal anti-inflammatory drugs versus non-steroidal antiinflammatory drugs alone for post-endoscopic retrograde cholangiopancreatography pancreatitis (FluYT): a multicentre, openlabel, randomised, controlled trial. lancet Gastroenterol Hepatol. 2021 Mar 16:S2468-1253(21)00057-1. doi: 10.1016/S2468-1253(21)00057-1. Epub ahead of print. PMID: 33740415.

33461579; PMCID: PMC7813164. van Riet PA, Quispel R, Cahen Dl, Erler NS, Snijders-Kruisbergen MC, Van loenen P, Poley JW, van Driel lMJW, Mulder SA, Veldt BJ, leeuwenburgh I, Anten MGF, Honkoop P, Thijssen AY, Hol l, Hadithi M, Fitzpatrick CE, Schot I, Bergmann JF, Bhalla A, Bruno MJ, Biermann K. Optimizing cytological specimens of EuS-FNA of solid pancreatic lesions: A pilot study to the effect of a smear preparation training for endoscopy personnel on sample quality and accuracy. Diagn Cytopathol. 2021 Feb;49(2):295-302. doi: 10.1002/dc.24645. Epub 2020 Oct 24. PMID: 33098625; PMCID: PMC7820998. latenstein AEJ, Mackay TM, van Huijgevoort NCM, Bonsing BA, Bosscha K, Hol l, Bruno MJ, van Coolsen MME, Festen S, van Geenen E, Groot Koerkamp B, Hemmink GJM, de Hingh IHJT, Kazemier G, lubbinge H, de Meijer VE, Molenaar IQ, Quispel R, van Santvoort HC, Seerden TCJ, Stommel MWJ, Venneman NG, Verdonk RC, Besselink MG, van Hooft JE; Dutch Pancreatic Cancer Group. Nationwide practice and outcomes of endoscopic biliary drainage in resectable pancreatic head and periampullary cancer. HPB (Oxford). 2021 Feb;23(2):270-278. doi: 10.1016/j.hpb.2020.06.009. Epub 2020 Jul 16. PMID: 32682665. Microbiologie Claas ECJ, Smit PW, van Bussel MJAWM, Verbakel H, Taouil M, Verweij JJ, Thijsen SFT. A two minute liquid based sample preparation for rapid SARS-CoV2 real-time PCR screening: A multicentre evaluation. J Clin Virol. 2021 Feb;135:104720. doi: 10.1016/j.jcv.2020.104720. Epub 2020 Dec 31. PMID: 33418142; PMCID: PMC7774005.

Turan AS, Moons lMG, Schreuder RM, Schoon EJ, Terhaar Sive Droste JS, Schrauwen RWM, Straathof JW, Bastiaansen BAJ, Schwartz MP, Hazen Wl, Alkhalaf A, Allajar D, Hadithi M, van der Spek BW, Heine DGDN, Tan ACITl, de Graaf W, Boonstra JJ, Voogd FJ, Roomer R, de Ridder RJJ, Kievit W, Siersema PD, Didden P, van Geenen EJM; Dutch EMR Study Group. Clip placement to prevent delayed bleeding after colonic endoscopic mucosal resection (ClIPPER): study protocol for a randomized controlled trial. Trials. 2021 Jan 18;22(1):63. doi: 10.1186/s13063-020-04996-7. PMID:

Wetenswaardig

39


PUBLICATIES Neurologie Walgaard C, Jacobs BC, lingsma HF, Steyerberg EW, van den Berg B, Doets AY, leonhard SE, Verboon C, Huizinga R, Drenthen J, Arends S, Budde IK, Kleyweg RP, Kuitwaard K, van der Meulen MFG, Samijn JPA, Vermeij FH, Kuks JBM, van Dijk GW, Wirtz PW, Eftimov F, van der Kooi AJ, Garssen MPJ, Gijsbers CJ, de Rijk MC, Visser lH, Blom RJ, linssen WHJP, van der Kooi El, Verschuuren JJGM, van Koningsveld R, Dieks RJG, Gilhuis HJ, Jellema K, van der Ree TC, Bienfait HME, Faber CG, lovenich H, van Engelen BGM, Groen RJ, Merkies ISJ, van Oosten BW, van der Pol Wl, van der Meulen WDM, Badrising uA, Stevens M, Breukelman AJ, Zwetsloot CP, van der Graaff MM, Wohlgemuth M, Hughes RAC, Cornblath DR, van Doorn PA; Dutch GBS Study Group. Second intravenous immunoglobulin dose in patients with Guillain-Barré syndrome with poor prognosis (SID-GBS): a doubleblind, randomised, placebo-controlled trial. lancet Neurol. 2021 Apr;20(4):275-283. doi: 10.1016/S14744422(20)30494-4. Epub 2021 Mar 17. PMID: 33743237. Duvekot MHC, Venema E, Rozeman AD, Moudrous W, Vermeij FH, Biekart M, lingsma HF, Maasland l, Wijnhoud AD, Mulder lJMM, Alblas KCl, van Eijkelenburg RPJ, Buijck BI, Bakker J, Plaisier AS, Hensen JH, lycklama À Nijeholt GJ, van Doormaal PJ, van Es ACGM, van der lugt A, Kerkhoff H, Dippel DWJ, Roozenbeek B; PRESTO investigators. Comparison of eight prehospital stroke scales to detect intracranial large-vessel occlusion in suspected stroke (PRESTO): a prospective observational study. lancet Neurol. 2021 Mar;20(3):213-221. doi: 10.1016/S1474-4422(20)30439-7. Epub 2021 Jan 7. PMID: 33422191. van langelaar J, Wierenga-Wolf AF, Samijn JPA, luijks CJM, Siepman TA, van Doorn PA, Bell A, van Zelm MC, Smolders J, van luijn MM. The association of Epstein-Barr virus infection with CXCR3<sup>+</sup> B-cell development in multiple sclerosis: impact of immunotherapies. Eur J Immunol. 2021 Mar;51(3):626-633. doi: 10.1002/eji.202048739. Epub 2020 Nov 25. PMID: 33152118; PMCID: PMC7984177. Pathologie Moonen l, Derks Jl, Hermans BCM, Bunnik IM, Hillen lM, van Suylen RJ, den

40

Wetenswaardig

Bakker MA, von der Thüsen JH, Damhuis RA, van den Broek EC, Buikhuisen WA, Dingemans AC, Speel EJM. Preoperative Biopsy Diagnosis in Pulmonary Carcinoids, a Shot in the Dark. J Thorac Oncol. 2020 Dec 14:S1556-0864(20)31106-0. doi: 10.1016/j.jtho.2020.12.004. Epub ahead of print. PMID: 33333326. Wolf Jl, van Nederveen F, Blaauwgeers H, Marx A, Nicholson AG, Roden AC, Ströbel P, Timens W, Weissferdt A, von der Thüsen J, den Bakker MA. Interobserver variation in the classification of thymic lesions including biopsies and resection specimens in an international digital microscopy panel. Histopathology. 2020 Nov;77(5):734-741. doi: 10.1111/his.14167. Epub 2020 Sep 24. PMID: 32506527; PMCID: PMC7702114. Rijstenberg ll, Hansum T, Hollemans E, Kweldam CF, Kümmerlin IP, Bangma CH, van der Kwast TH, Roobol MJ, van leenders GJlH. Intraductal carcinoma has a minimal impact on Grade Group assignment in prostate cancer biopsy and radical prostatectomy specimens. Histopathology. 2020 Nov;77(5):742-748. doi: 10.1111/his.14179. Epub 2020 Sep 11. PMID: 32542746; PMCID: PMC7692905. van der Slot MA, Hollemans E, den Bakker MA, Hoedemaeker R, Kliffen M, Budel lM, Goemaere NNT, van leenders GJlH. Inter-observer variability of cribriform architecture and percent Gleason pattern 4 in prostate cancer: relation to clinical outcome. Virchows Arch. 2021 Feb;478(2):249-256. doi: 10.1007/s00428-020-02902-9. Epub 2020 Aug 20. PMID: 32815034. Plastische Chirurgie Tellier B, Gabrian M, Jaquet JB. Carpal tunnel syndrome caused by a giant lipoma of the hand: A case report. Int J Surg Case Rep. 2021 Mar;80:105647. doi: 10.1016/j.ijscr.2021.105647. Epub 2021 Feb 15. PMID: 33631649; PMCID: PMC7907470.

Radiologie van der Voet JA, Wesselius D, Zhang F, Vroegindeweij D, Oei EH, BiermaZeinstra SMA, Englund M, Runhaar J. Factors associated with longitudinal change of meniscal extrusion in overweight women without clinical signs of osteoarthritis. Rheumatology (Oxford). 2021

Mar 10:keab228. doi: 10.1093/rheumatology/keab228. Epub ahead of print. PMID: 33693533. Reumatologie Gratacós J, Behrens F, Coates lC, lubrano E, Thaçi D, Bundy C, de la TorreAboki J, luelmo J, Voorneveld H, Richette P. A 12-point recommendation framework to support advancement of the multidisciplinary care of psoriatic arthritis: A call to action. Joint Bone Spine. 2021 Mar 23:105175. doi: 10.1016/j.jbspin.2021.105175. Epub ahead of print. PMID: 33771760. Nathalie lM, van Elise M, Maria WAEA, Wilhelmina HJM, Pieter de JPH; tREACH group investigators. COMPARING COSTuTIlITY OF DMARDs IN AuTOANTIBODYNEGATIVE RHEuMATOID ARTHRITIS PATIENTS. Rheumatology (Oxford). 2021 Mar 16:keab251. doi: 10.1093/rheumatology/keab251. Epub ahead of print. PMID: 33725091. van der Voet JA, Wesselius D, Zhang F, Vroegindeweij D, Oei EH, BiermaZeinstra SMA, Englund M, Runhaar J. Factors associated with longitudinal change of meniscal extrusion in overweight women without clinical signs of osteoarthritis. Rheumatology (Oxford). 2021 Mar 10:keab228. doi: 10.1093/rheumatology/keab228. Epub ahead of print. PMID: 33693533. Hartman l, Cutolo M, Bos R, Opris-Belinski D, Kok MR, Griep-Wentink HJRM, Klaasen R, Allaart CF, Bruyn GAW, Raterman HG, Voshaar MJH, Gomes N, Pinto RMA, Thomas Klausch l, lems WF, Boers M. Medication adherence in older people with rheumatoid arthritis is lower according to electronic monitoring than according to pill count. Rheumatology (Oxford). 2021 Mar 2:keab207. doi: 10.1093/rheumatology/keab207. Epub ahead of print. PMID: 33682887. luurssen-Masurel N, Weel AEAM, Koc GH, Hazes JMW, de Jong PHP; tREACH group investigators. The number of risk factors for persistent disease determines the clinical course of early arthritis. Rheumatology (Oxford). 2021 Jan 23:keaa820. doi: 10.1093/rheumatology/keaa820. Epub ahead of print. PMID: 33484138. van Mulligen E, Ahmed S, Weel AEAM, Hazes JMW, van der Helm-van Mil AHM, de


Jong PHP. Factors that influence biological survival in rheumatoid arthritis: results of a real-world academic cohort from the Netherlands. Clin Rheumatol. 2021 Jan 7. doi: 10.1007/s10067-020-05567-6. Epub ahead of print. PMID: 33415451. Bakker MM, Putrik P, Rademakers J, van de laar M, Vonkeman H, Kok MR, Voorneveld-Nieuwenhuis H, Ramiro S, de Wit M, Buchbinder R, Batterham R, Osborne RH, Boonen A. Addressing Health literacy Needs in Rheumatology: Which Patient Health literacy Profiles Need the Attention of Health Professionals? Arthritis Care Res (Hoboken). 2021 Jan;73(1):100-109. doi: 10.1002/acr.24480. PMID: 33026713; PMCID: PMC7839720. Carvalheiro T, lopes AP, van der Kroef M, Malvar-Fernandez B, Rafael-Vidal C, Hinrichs AC, Servaas NH, Bonte-Mineur F, Kok MR, Beretta l, Zimmermann M, Marut W, Pego-Reigosa JM, Radstake TRDJ, Garcia S. Angiopoietin-2 Promotes Inflammatory Activation in Monocytes of Systemic Sclerosis Patients. Int J Mol

Sci. 2020 Dec 15;21(24):9544. doi: 10.3390/ijms21249544. PMID: 33333969; PMCID: PMC7765391. luurssen-Masurel N, Weel A, Hazes J, de Jong P; tREACH group investigators. THE IMPACT OF DIFFERENT (RHEuMATOID) ARTHRITIS PHENOTYPES ON PATIENTS’ lIVES. Rheumatology (Oxford). 2020 Nov 25:keaa845. doi: 10.1093/rheumatology/keaa845. Epub ahead of print. PMID: 33237330.

Urologie Wijburg CJ, Michels CTJ, Hannink G, Grutters JPC, Rovers MM, Alfred Witjes J; RACE Study Group. Robot-assisted Radical Cystectomy Versus Open Radical Cystectomy in Bladder Cancer Patients: A Multicentre Comparative Effectiveness Study. Eur urol. 2021 Jan 11:S03022838(20)31009-5. doi: 10.1016/j.eururo.2020.12.023. Epub ahead of print. PMID: 33446375.

van Mulligen E, Weel AE, Kuijper TM, Denissen NHAM, Gerards AH, de Jager MH, lam-Tse WK, Hazes JM, van der Helm-van Mil A, de Jong PHP, luime JJ. Two-year cost effectiveness between two gradual tapering strategies in rheumatoid arthritis: cost-utility analysis of the TARA trial. Ann Rheum Dis. 2020 Dec;79(12):1550-1556. doi: 10.1136/annrheumdis-2020-217528. Epub 2020 Sep 9. PMID: 32907801; PMCID: PMC7677489.

Wetenswaardig

41


Hi

NICE TO MEET YOU WE BELIEVE THAT COLOR MAKES YOU HAPPY, SO MIX & MATCH OUR HOME & FASHION PRODUCTS TO MAKE YOUR OWN PERSONAL STYLE!

FIND US! www.imbarro.nl info@imbarro.nl T. +31 055 5422766

FIND YOUR NEAREST IMBARRO STORE AT | IMBARRO.NL/MAPLIST


Laat je inspireren op rivieramaison.com

Volg ons ook op:


Komt u ruimte tekort in uw woning en heeft u een zolder? Dan is UwZolderIndeling.nl de juiste oplossing!

Opvallende en bontgekleurde sokken voor iedereen!

Wij van UwZolderIndeling.nl zijn gespecialiseerd in het ontwerpen en realiseren van zolderindelingen, daarnaast krijgt u van ons goed advies over wat wel en niet mogelijk is.

Gerse Sokken is opgericht door Yolanda Bal. Operatieassistente bij het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam met een passie voor sokken! In de webshop kun je sokken kopen met verschillende soorten thema’s, van fietsen en unicorns tot medische prints. De vrolijke sokken zijn een echte trend in en buiten de zorgwereld. Je ziet ze overal op de verpleegafdelingen en de operatiekamers. Het valt ook op dat ook steeds meer patiënten deze hippe sokken dragen. uw personeel verrassen? Dat kan nu met de Gerse Sokken! Het is mogelijk om uw eigen sok te laten maken! Een blijk van waardering én een blijvend cadeau.

Tel.: 0186-845 431 | info@uwzolderinderling.nl www.uwzolderindeling.nl

Neem contact op en we bespreken de mogelijkheden! Tel.: 0613245645 | gersesokken@gmail.com www.gersesokken.nl

Welkom bij Maasstad Regie Centrale Uw vertrouwde vervoerder in- en rondom Rotterdam. Allereerst willen wij onze steun betuigen aan alle verpleegsters en overige zorgmedewerkers die in deze zeer moeilijke tijden hun best doen en hebben gedaan om ons veilig te houden! Maasstad Regie Centrale staat voor mobiliteit, regie en de reiziger centraal! We verbinden mobiliteit en het sociaal netwerk met

elkaar! Iedereen doet mee en mobiliteit speelt daar een grote rol in. Interesse in onze dienstverlening? Dan kunt u bellen naar 010 – 260 04 33 en vragen naar de mogelijkheden. Maasstad Regie Centrale hanteert de protocollen van het RIVM. Alle klanten kunnen een rit bij ons boeken en zijn gegarandeerd van een fijne en veilige rit! Tot snel!


Interview met Prof. Dr. en filosoof Hugo Verbrugh & Podotherapeut Alfredo Pugliese

Mobiliteit essentieel voor gezond ouder worden

Prof. dr. H. Verbrugh en A.A. Pugliese

In relatie tot onze gezondheid berichten alle media al sinds de uitbraak over de coronapandemie. Hierdoor is het afgelopen jaar onze kwaliteit van leven op diverse manieren flink beïnvloed. Sommige bevolkingsgroepen zijn meer getroffen door de RIVM-beperkingen dan andere. Voor de wat ouderen onder ons schijnt licht aan het eind van de tunnel in de vorm van vaccinaties, waarna zij zich naar wij hopen weer vrij kunnen bewegen. Het verplichte thuisblijven en als gevolg immobiliteit heeft het bewegingsapparaat (voeten en rug) van velen geen goed gedaan.

D

e filosoof Hugo Verbrugh, voorheen docent

voeten te ontzien, gaat men ze anders neerzetten of op de

geneeskunde aan de Medische Faculteit Rotterdam

randen lopen. Scheefstand van de voeten heeft direct

(en auteur van o.a. Een beetje filosofie kan hier

invloed op bekken, rugwervels en de zenuwen die naar

geen kwaad: wijsgerig perspectief op de geneeskunde)

organen en spieren lopen. Organen en spieren hebben

ervoer dit op pijnlijke wijze. Lopen was erg moeilijk

normale zenuwimpulsen nodig om goed te kunnen werken.

geworden en hij had de signalen van zijn lichaam

Belemmering van de zenuwen veroorzaakt overbelasting en

verwaarloosd. Hij zocht een oplossing voor zijn

niet goed functioneren. Veel voorkomende symptomen zijn

voetproblemen en kwam via Zorgkaartnederland.nl in

rug-, knie- en heupklachten, krampen en onverklaarbare

contact met voet- en houdingsspecialist Pugliese. Tijdens

darm- en blaasklachten.

het consult wordt door de heer Verbrugh gememoreerd hoe belangrijk Italianen zijn geweest als grondleggers van de

Het is van groot belang om mobiel te blijven op hogere

medische wetenschap. Het was een bijzonder treffen tussen

leeftijd. Kunnen gaan en staan waar men wil is essentieel

de Italiaan en de filosoof; zij bleken veel interessevelden te

om zowel lichamelijk als geestelijk gezond te blijven. Naar

delen, zowel op professioneel gebied als op andere

buiten om de lente te ervaren, nieuwe prikkels op te doen,

interessevelden, zoals esoterie, muziek en Italiaanse opera.

dierbaren weer te ontmoeten en vrienden te kunnen spreken is lastig zo niet onmogelijk als de voeten ons niet

Pugliese heeft zich gespecialiseerd op de relatie tussen

kunnen brengen waar we willen. Daarom hierbij het

voeten en houding. Problemen aan de voeten hebben

welgemeende advies van de heer Verbrugh: laat uw voeten

invloed op de houding en dragen bij aan het ontstaan van

en houding regelmatig checken! U kunt terecht op de

orgaanklachten. Dit wordt CVOD, Chronische Voetpijn en

praktijklocaties in Krimpen aan den IJssel en in Rotterdam.

Orgaan Disfunctie genoemd. CVOD komt voor bij mensen

Zie voor contactgegevens de website www.voet-statiek.nl

van alle leeftijden. Door het proberen om de pijnlijke

of 010 - 2122730 / 0180-514291. Oostmaaslaan 33a-35a


Verkorte productinformatie Saxenda®

Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V. Zie voor volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu. Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Referentie: 1. SPC Saxenda®. 2. PiSunyer X, Astrup A, Fujioka K, et al. A Randomized, Controlled Trial of 3.0 mg of Liraglutide in Weight Management. N Engl J Med. 2015;373(1):1122.

Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl

0221-HCP NL21SX00003 Novo Nordisk® en Saxenda® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

Naam: Saxenda® 6 mg/ml oplossing voor injectie in een voorgevulde pen. Samenstelling en farmaceutische vorm: liraglutide 6 mg/ml, oplossing voor injectie. Indicaties: Saxenda® is geïndiceerd als aanvulling op een caloriearm dieet en verhoogde lichamelijke activiteit ten behoeve van gewichtsbeheersing bij volwassen patiënten met een aanvankelijke BMI (Body Mass Index) van: ≥ 30 kg/m² (obees), of ≥ 27 kg/m² tot < 30 kg/m² (overgewicht) die ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit hebben, zoals dysglykemie (prediabetes of diabetes mellitus type 2), hypertensie, dyslipidemie of obstructieve slaapapneu. Behandeling met Saxenda® moet worden gestaakt als de patiënt na 12 weken gebruik van de dagdosering van 3,0 mg niet ten minste 5% van zijn aanvankelijke lichaamsgewicht is kwijtgeraakt. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 0,6 mg eenmaal daags. De dosis moet worden verhoogd naar 3,0 mg eenmaal daags in stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste één week om de gastro-intestinale verdraagbaarheid te verbeteren. Als verhoging naar de volgende dosisstap gedurende twee opeenvolgende weken niet wordt verdragen, moet worden overwogen de behandeling te staken. Doseringen hoger dan 3,0 mg per dag worden niet aanbevolen. Saxenda® is uitsluitend bestemd voor subcutaan gebruik. Het mag niet intraveneus of intramusculair worden toegediend. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Er is geen klinische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHA-klasse IV en liraglutide wordt daarom niet aanbevolen voor gebruik bij deze patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van liraglutide voor gewichtsbeheersing zijn niet vastgesteld bij patiënten: van 75 jaar of ouder; behandeld met andere producten voor gewichtsbeheersing; met obesitas secundair aan endocrinologe stoornissen, aan eetstoornissen of aan de behandeling met geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen veroorzaken; met ernstige nierinsufficiëntie; met ernstige leverinsufficiëntie. Gebruik bij deze patiënten wordt niet aanbevolen. Het gebruik van liraglutide voor gewichtsbeheersing is niet onderzocht bij patiënten met lichte of matig ernstige leverinsufficiëntie. Er is beperkte ervaring bij patiënten met IBD (Inflammatory Bowel Disease) en diabetische gastroparese. Het gebruik van liraglutide wordt niet aanbevolen bij deze patiënten. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Als er een vermoeden van pancreatitis bestaat, moet het gebruik van liraglutide worden gestaakt. Als acute pancreatitis bevestigd is, moet niet opnieuw met liraglutide worden begonnen. In klinische studies voor gewichtsbeheersing zijn bij patiënten behandeld met liraglutide meer gevallen van cholelithiase en cholecystitis waargenomen dan bij patiënten behandeld met placebo. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van cholelithiase en cholecystitis. Liraglutide moet met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een schildklieraandoening. Een stijging in de hartfrequentie is waargenomen bij gebruik van liraglutide in klinische studies. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de symptomen van een verhoogde hartfrequentie. Bij patiënten met een klinisch relevante blijvende stijging van de hartfrequentie in rust, moet de behandeling met liraglutide worden gestaakt. Klachten en symptomen van dehydratie werden gemeld bij patiënten die behandeld zijn met GLP-1-receptoragonisten. Patiënten die behandeld worden met liraglutide moeten worden geïnformeerd over het potentiële risico op dehydratie met betrekking tot gastrointestinale bijwerkingen en moeten voorzorgsmaatregelen nemen om een vochttekort te voorkomen. Patiënten met diabetes mellitus type 2 die liraglutide krijgen in combinatie met insuline en/of een sulfonylureumderivaat hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Bij patiënten met diabetes mellitus mag Saxenda® niet worden gebruikt als een vervanger van insuline. Diabetische ketoacidose is gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten na snelle stopzetting of dosisverlaging van insuline. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: Saxenda® werd op veiligheid geëvalueerd in 5 dubbelblinde, placebogecontroleerde studies bij 5.813 patiënten met obesitas of overgewicht en ten minste één gewichtsgerelateerde comorbiditeit. De meest frequent (zeer vaak) gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid, braken, diarree en obstipatie. De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig ernstig en voorbijgaand van aard, en de meeste leidden niet tot staken van de behandeling. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide-1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ02. Afleverstatus: U.R. Vergoeding: Niet vergoed. Datum: september 2020.

sĞƌŬŽƌƚĞ ƉƌŽĚƵĐƟŶĨŽƌŵĂƟĞ hƌƐŽĐŚŽůΠ ϲϬϬ ĞŶĂŵŝŶŐ: Ursochol® 600. ZĞŐŝƐƚƌĂƟĞŚŽƵĚĞƌ: Zambon Nederland B.V., Basicweg 14B, 3821 BR Amersfoort. ^ĂŵĞŶƐƚĞůůŝŶŐ: Bevat per tablet 600 mg ursodeoxycholzuur. &ĂƌŵĂĐŽƚŚĞƌĂƉĞƵƟƐĐŚĞ ŐƌŽĞƉ: Ursodeoxycholzuur is een galzuurpreparaat. &ĂƌŵĂĐĞƵƟƐĐŚĞ ǀŽƌŵ͗ ǁŝƩĞ ĐĂƉƐƵůĞǀŽƌŵŝŐĞ ƚĂďůĞƩĞŶ met een deelstreep. dŚĞƌĂƉĞƵƟƐĐŚĞ ŝŶĚŝĐĂƟĞƐ: Ursodeoxycholzuur wordt ŐĞďƌƵŝŬƚ ǀŽŽƌ ŚĞƚ ŽƉůŽƐƐĞŶ ǀĂŶ ĐŚŽůĞƐƚĞƌŽůƐƚĞŶĞŶ ďŝũ ďĞƉĂĂůĚĞ ƉĂƟģŶƚĞŶ͕ ďŝũ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ǀĂŶ ƉƌŝŵĂŝƌĞ ďŝůŝĂŝƌĞ ĐŚŽůĂŶŐŝƟƐ ;W Ϳ ĞŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ǀĂŶ ŚĞƉĂƚŽďŝůŝĂŝƌĞ ĂĂŶĚŽĞŶŝŶŐĞŶ ďŝũ ŬŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ĐLJƐƟƐĐŚĞ ĮďƌŽƐĞ ǀĂŶ ϲ ƚŽƚ ϭϴ jaar. ŽƐĞƌŝŶŐ͗ Voor het oplossen van cholesterolstenen: 8 tot 10 mg/kg per ĚĂŐ ǀĞƌĚĞĞůĚ ŝŶ ƚǁĞĞ ŽĨ ĚƌŝĞ ŬĞĞƌ ŶĂ ĚĞ ŵĂĂůƟũĚ͘ PBC (stadia I-III): 12-15 mg/ kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Bij PBC ;ƐƚĂĚŝƵŵ /sͿ ĞŶ ĞĞŶ ǀĞƌŚŽŽŐĚ ƐĞƌƵŵ ďŝůŝƌƵďŝŶĞŐĞŚĂůƚĞ ;х ϰϬђŐͬůͿ͗ ĂĂŶǀĂŶŬĞůŝũŬ ϲͲϴ ŵŐͬŬŐ ƉĞƌ ĚĂŐ͘ WĞĚŝĂƚƌŝƐĐŚĞ ƉŽƉƵůĂƟĞ͗ <ŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ĐLJƐƟƐĐŚĞ ĮďƌŽƐĞ ǀĂŶ ϲ ƚŽƚ ϭϴ jaar: 20 mg/kg per dag verdeeld in twee of drie doses over de dag. Zo nodig ƚĞ ǀĞƌŚŽŐĞŶ ƚŽƚ ϯϬ ŵŐͬŬŐ ƉĞƌ ĚĂŐ͘ Ğ ƚĂďůĞƩĞŶ ŝŶŶĞŵĞŶ ŶĂ ŚĞƚ ĞƚĞŶ ŵĞƚ ĞĞŶ glas melk of een kleine snack. ŝũǁĞƌŬŝŶŐĞŶ͗ <ůĞǀĞƌŝŐĞ ŽŶƚůĂƐƟŶŐ ĞŶ ĚŝĂƌƌĞĞ ŬŽŵĞŶ ǀĂĂŬ ǀŽŽƌ͘ ŝũ ƉĂƟģŶƚĞŶ ŵĞƚ ĞĞŶ ƉƌŝŵĂŝƌĞ ďŝůŝĂŝƌĞ ĐŚŽůĂŶŐŝƟƐ ŝƐ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ ŐĞǀĂůůĞŶ ĞƌŶƐƟŐĞ ƉŝũŶ ŝŶ ĚĞ ƌĞĐŚƚĞƌ ďŽǀĞŶďƵŝŬ ǀŽŽƌŐĞŬŽŵĞŶ͘ ŝũ W ŝŶ ŐĞǀŽƌĚĞƌĚ ƐƚĂĚŝƵŵ ŝƐ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ ŐĞǀĂůůĞŶ ĚĞĐŽŵƉĞŶƐĂƟĞ ǀĂŶ levercirrose waargenomen, die weer gedeeltelijk herstelde na staken van de ƚŚĞƌĂƉŝĞ͘ hƌƟĐĂƌŝĂ ĞŶ ǀĞƌŬĂůŬŝŶŐ ǀĂŶ ĚĞ ŐĂůƐƚĞŶĞŶ ŬƵŶŶĞŶ ŝŶ njĞĞƌ njĞůĚnjĂŵĞ gevallen optreden. tĂĂƌƐĐŚƵǁŝŶŐĞŶ: Tijdens de eerste drie maanden ǀĂŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ ĚŝĞŶĞŶ Žŵ ĚĞ ǀŝĞƌ ǁĞŬĞŶ ĚĞ ůĞǀĞƌĨƵŶĐƟĞǁĂĂƌĚĞŶ ƚĞ worden gecontroleerd; daarna om de drie maanden. Na 6 tot 10 maanden ŵŽĞƚĞŶ ŐĂůƐƚĞŶĞŶ ǁŽƌĚĞŶ ŐĞǀŝƐƵĂůŝƐĞĞƌĚ͕ Žŵ ŚĞƚ ĞīĞĐƚ ǀĂŶ ĚĞ ďĞŚĂŶĚĞůŝŶŐ of verkalking vast te stellen. Verlaag de dosering bij diarree of stop de behandeling bij aanhoudende diarree. Vrouwen die Ursochol gebruiken ŵŽĞƚĞŶ ĞĞŶ ŶŝĞƚ ŚŽƌŵŽŶĂůĞ ŵĞƚŚŽĚĞ ǀĂŶ ĂŶƟĐŽŶĐĞƉƟĞ ŐĞďƌƵŝŬĞŶ͘ hƌƐŽĐŚŽů bevat lactose. ŽŶƚƌĂͲŝŶĚŝĐĂƟĞƐ: Acute ontstekingen van de galblaas en galwegen, occlusie van de galwegen, veelvuldige galkolieken, verkalkte ŐĂůƐƚĞŶĞŶ͕ ǀĞƌŵŝŶĚĞƌĚĞ ĐŽŶƚƌĂĐƟůŝƚĞŝƚ ǀĂŶ ĚĞ ŐĂůďůĂĂƐ͕ KǀĞƌŐĞǀŽĞůŝŐŚĞŝĚ ǀŽŽƌ ŐĂůnjƵƌĞŶ ŽĨ ĠĠŶ ǀĂŶ ĚĞ ŚƵůƉƐƚŽīĞŶ͕ ĂĐƟĞǀĞ ŵĂĂŐͲ ĞŶ ĚƵŽĚĞŶƵŵƵůĐĞƌĂ͘ WĞĚŝĂƚƌŝƐĐŚĞ ƉŽƉƵůĂƟĞ͗ ůĞƚ ŽƉ ďŝũ ŬŝŶĚĞƌĞŶ ŵĞƚ ďŝůŝĂŝƌĞ ĂƚƌĞƐŝĞ͘ RVG: 114131. ŇĞǀĞƌƐƚĂƚƵƐ: Uitsluitend Recept. ĂƚƵŵ͗ 6 februari 2019. Voor volledige ƉƌŽĚƵĐƟŶĨŽƌŵĂƟĞ ŽǀĞƌ hƌƐŽĐŚŽů® verwijzen wij naar de goedgekeurde ƐĂŵĞŶǀĂƫŶŐ ǀĂŶ ĚĞ ŬĞŶŵĞƌŬĞŶ ǀĂŶ ŚĞƚ ƉƌŽĚƵĐƚ͘ ĞnjĞ ŝƐ ŽƉ ƚĞ ǀƌĂŐĞŶ ďŝũ Zambon Nederland B.V. Tel.: 033-4504 370

200101URS

Verkorte Productinformatie Enerzair® Breezhaler® 114 microgram/46 microgram/ 136 microgram inhalatiepoeder in harde capsules Samenstelling Elke capsule bevat 150 microgram indacaterol (als acetaat), 63 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 50 microgram glycopyrronium en 160 microgram mometasonfuroaat. Elke afgeleverde dosis bevat 114 microgram indacaterol (als acetaat), 58 microgram glycopyrroniumbromide overeenkomend met 46 microgram glycopyrronium en 136 microgram mometasonfuroaat. Bevat lactose. Indicatie Als onderhoudsbehandeling van astma bij volwassen patiënten die niet voldoende onder controle zijn met een onderhoudscombinatie van een langwerkende bèta2-agonist en een hoge dosis van een inhalatiecorticosteroïd en die een of meer astma-exacerbaties doormaakten in het voorgaande jaar. Farmacotherapeutische groep Geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen, adrenergica in combinatie met anticholinergica incl. drievoudige combinaties met corticosteroïden. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt voor de behandeling van acute astmasymptomen, waarvoor een kortwerkende bronchodilatator noodzakelijk is. Als verschijnselen die duiden op allergische reacties optreden, moet de behandeling onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als bij andere inhalatietherapie, kan toediening van dit geneesmiddel leiden tot paradoxale bronchospasmen, die levensbedreigend kunnen zijn. Als dit gebeurt, moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Net als andere geneesmiddelen die bèta2-adrenerge agonisten bevatten, kan dit geneesmiddel een klinisch significant cardiovasculair effect teweegbrengen bij sommige patiënten. Dit wordt waargenomen als toename in de polsslag, verhoging van de bloeddruk en/of meer symptomen. Als dergelijke effecten optreden, kan het nodig zijn de behandeling stop te zetten. Dit geneesmiddel dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, bij patiënten die ongewoon gevoelig reageren op bèta2 adrenerge agonisten, bij patiënten met een bekende of vermoede verlenging van het QT-interval of die worden behandeld met geneesmiddelen die het QT-interval beïnvloeden. Bèta2 adrenerge agonisten kunnen een significante hypokaliëmie teweegbrengen, wat ongewenste cardiovasculaire effecten kan veroorzaken. Bij patiënten met ernstig astma kan dit worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die de gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Inhalatie van hoge doses bèta2 adrenerge agonisten en corticosteroïden kan een stijging van de plasmaglucosespiegel veroorzaken. De plasmaglucosespiegel moet vaker worden gecontroleerd bij patiënten met diabetes. Net als andere anticholinergica moet dit geneesmiddel met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met nauwekamerhoekglaucoom of urineretentie. Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, met inbegrip van patiënten met nierziekte in het eindstadium die dialyse vereist, is voorzichtigheid geboden. Systemische effecten van inhalatiecorticosteroïden kunnen voorkomen, met name bij hoge doses die langdurig worden voorgeschreven. Dit geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met longtuberculose of bij patiënten met chronische of onbehandelde infecties. Bijwerkingen Zeer vaak nasofaryngitis, astma (exacerbatie). Vaak bovenste luchtweginfectie, candidiasis, urineweginfectie, overgevoeligheid, hoofdpijn, tachycardie, orofaryngeale pijn, hoesten, dysfonie, gastro-enteritis, musculoskeletale pijn, spierspasmen, pyrexie. Soms hyperglykemie, cataract, droge mond, huiduitslag (rash), pruritus, dysurie. Afleverstatus UR Verpakking en prijs Zie Z-Index. Vergoeding Volledig vergoed. Registratiehouder Novartis Europharm Limited Lokale vertegenwoordiger Novartis Pharma B.V., Haaksbergweg 16, 1101 BX Amsterdam Meer informatie Voor meer informatie kunt u bellen met 088-0452111. De volledige productinformatie kunt u raadplegen via www.novartis.nl/medicijnen. Datering verkorte productinformatie november 2020 Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing in de verpakking van ENERZAIR® BREEZHALER® met sensor. Het Propeller Health System is een CE gemarkeerd medisch hulpmiddel. Reciprocal Labs Corporation, Verenigde Staten, is de fabrikant van de Propeller Health System. De bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant in de Europese Unie is Resmed SAS. Informatie over het veilig gebruik van het product, het beoogde doeleind en speciale voorzorgsmaatregelen zijn te vinden in de gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat u deze gebruiksaanwijzing leest voordat u het product gebruikt. De Propeller sensor en de app zijn te gebruiken met NIEUW 1-MAAL DAAGS ENERZAIR® BREEZHALER®. Voor informatie over ENERZAIR® BREEZHALER® kunt u bij uw behandelend arts terecht. Novartis Europharm Ltd, Ierland is de vergunninghouder voor het in handel brengen van ENERZAIR® BREEZHALER® in de Europese Unie. indacaterolacetaat / glycopyrroniumbromide / mometasonfuroaat inhalatiepoeder


Rybelsus®. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Naam: Rybelsus® 3 mg, 7 mg en 14 mg, tabletten. Samenstelling en farmaceutische vorm: semaglutide 3, 7 en 14 mg, tabletten. Indicaties: Rybelsus® is geïndiceerd voor de behandeling van volwassenen met onvoldoende gereguleerde diabetes mellitus type 2 om glykemische controle te verbeteren als toevoeging aan dieet en lichaamsbeweging: als monotherapie wanneer metformine ongeschikt wordt geacht als gevolg van intolerantie of contra-indicaties; in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes. Voor onderzoeksresultaten met betrekking tot combinaties, werkzaamheid op glykemische controle en cardiovasculaire events, en de onderzochte populaties, zie rubriek 4.4, 4.5 en 5.1 van de volledige productinformatie. Dosering en wijze van toediening: De startdosis is 3 mg semaglutide eenmaal daags. Na één maand moet de dosering worden verhoogd naar een onderhoudsdosering van 7 mg eenmaal daags. Na ten minste één maand met een dosering van 7 mg eenmaal daags, kan de dosering worden verhoogd naar een onderhoudsdosering van 14 mg eenmaal daags om de glykemische controle verder te verbeteren. De maximale aanbevolen eenmaaldaagse dosis semaglutide is 14 mg. Rybelsus® is een tablet voor eenmaal daags oraal gebruik. Dit geneesmiddel moet, ongeacht het tijdstip van de dag, op een lege maag worden ingenomen. Het moet in zijn geheel worden doorgeslikt met een slok water (maximaal een half glas water, overeenkomend met 120 ml). Tabletten mogen niet worden gebroken, geplet of gekauwd, aangezien niet bekend is of dit de absorptie van semaglutide beïnvloedt. Patiënten moeten na inname ten minste 30 minuten wachten voordat ze iets eten, drinken of andere orale geneesmiddelen gebruiken. Minder dan 30 minuten wachten vermindert de absorptie van semaglutide (zie rubriek 4.5 en 5.2 van de volledige productinformatie). Contra-indicaties: 2YHUJHYRHOLJKHLG YRRU GH ZHUN]DPH VWRI RI YRRU HHQ YDQ GH KXOSVWRࢆHQ Belangrijkste waarschuwingen: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Semaglutide mag niet worden gebruikt bij patiënten met diabetes mellitus type 1 of voor de behandeling van diabetische ketoacidose. Wanneer behandeling met een GLP-1-receptoragonist werd gestart, is diabetische ketoacidose gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten waarbij de dosis insuline snel werd verlaagd of stopgezet. Er is geen therapeutische ervaring bij patiënten met congestief hartfalen NYHAklasse IV. Er is geen therapeutische ervaring met semaglutide bij patiënten die bariatrische chirurgie hebben ondergaan. Het gebruik van GLP-1-receptoragonisten is mogelijk geassocieerd met gastro-intestinale bijwerkingen die dehydratie kunnen veroorzaken. Dit kan in zeldzame gevallen leiden tot een verslechtering van de nierfunctie. Acute pancreatitis is waargenomen bij het gebruik van GLP-1-receptoragonisten. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de kenmerkende symptomen van acute pancreatitis. Bij verdenking op pancreatitis moet het gebruik van semaglutide worden gestaakt; als acute pancreatitis bevestigd is, mag niet opnieuw met semaglutide worden begonnen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van pancreatitis. Patiënten die worden behandeld met semaglutide in combinatie met een sulfonylureumderivaat of insuline, hebben mogelijk een verhoogd risico op hypoglykemie. Het risico op hypoglykemie kan worden verlaagd door verlaging van de dosis sulfonylureumderivaat of insuline bij het starten van de behandeling met semaglutide. Bij patiënten met diabetische retinopathie die worden behandeld met insuline en s.c. semaglutide, is een verhoogd risico op de ontwikkeling van complicaties van diabetische retinopathie waargenomen, een risico dat niet uitgesloten kan worden bij oraal toegediende semaglutide. Het opvolgen van de doseringsinstructies wordt DDQEHYROHQ YRRU RSWLPDDO HࢆHFW YDQ VHPDJOXWLGH $OV GH UHVSRQV RS GH EHKDQGHOLQJ ODJHU LV GDQ YHUZDFKW PRHW GH behandeld arts zich ervan bewust zijn dat de absorptie van semaglutide zeer variabel is en minimaal kan zijn (2-4% van de patiënten zullen niet worden blootgesteld), en dat de absolute biologische beschikbaarheid van semaglutide laag is. Bijwerkingen: In 10 fase 3a-studies werden 5.707 patiënten blootgesteld aan alleen semaglutide of semaglutide in combinatie met andere glucoseverlagende geneesmiddelen. De duur van de behandeling varieerde van 26 weken tot 78 weken. De meest frequent gemelde bijwerkingen tijdens klinisch onderzoek waren aandoeningen van het maagdarmstelsel, waaronder misselijkheid (zeer vaak), diarree (zeer vaak) en braken (vaak). De meeste gastro-intestinale bijwerkingen waren mild tot matig van aard en van korte duur. Hypoglykemie werd zeer vaak waargenomen indien semaglutide gelijktijdig werd gebruikt met insuline of sulfonylureumderivaat. Zie de volledige productinformatie voor informatie over overige bijwerkingen. Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen gebruikt bij diabetes, glucagonachtig peptide-1-agonisten (GLP-1-agonisten). ATC-code: A10BJ06. $ࢊHYHUVWDWXV U.R. Vergoeding: Volledig vergoed voor bepaalde patiëntgroepen. Datum: november 2020.

Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V.. Novo Nordisk B.V., Postbus 443, 2400 AK Alphen aan den Rijn; Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Telefoonnummer: 0172 - 449494, E-mail: informatie@novonordisk.com. Zie voor volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu

Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.lareb.nl of bij Novo Nordisk B.V.. Zie voor de volledige productinformatie http://www.ema.europa.eu. Novo Nordisk A/S, Novo Allé, DK-2880 Bagsværd, Denemarken. Novo Nordisk B.V., Postbus 443, 2400 AK Alphen aan den Rijn; Telefoonnummer: 0172 44 94 94, E-mail: informatie@novonordisk.com

Referentie: 1. SPC Fiasp

Referentie: 1. SPC Rybelsus® 5RVHQVWRFN - HW DO (ࢆHFW RI DGGLWLRQDO RUDO VHPDJOXWLGH YV VLWDJOLSWLQ RQ JO\FDWHG hemoglobin in adults with type 2 diabetes uncontrolled with metformin alone or with sulfonylurea: the PIONEER 3 randomized clinical trial. JAMA 2019; 321: 1466-80.

Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl

Novo Nordisk B.V. Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T + 31 (0)172 44 94 94 informatie@novonordisk.com novonordisk.nl

®

-IHIVIIR OER 4EVOMRWSR OVMNKIR

'SRRMI NEEV

Meer dan 55.000 Nederlanders lijden al aan deze ingrijpende ziekte. Met de alarmerende toename van de ziekte van Parkinson is investeren in onderzoek de enige weg.

7XIYR FEERFVIOIRH SRHIV^SIO +E REEV [[[ TEVOMRWSRJSRHW RP IBAN: NL10ABNA0504201530 (I KVSSXWXI ½RERGMIV ZER [IXIRWGLETTIPMNO SRHIV^SIO REEV HI ^MIOXI ZER 4EVOMRWSR

NL20RYB00013 Novo Nordisk® en Rybelsus® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

Verkorte productinformatie Rybelsus®

T Fiasp®. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Naam: Fiasp® FlexTouch® 100 eenheden/ml; Fiasp® Penfill® 100 eenheden/ml; Fiasp® oplossing voor injectie in injectieflacon 100 eenheden/ml. Fiasp® PumpCart® 100 eenheden/ml. Samenstelling en farmaceutische vorm: Insuline aspart 100 eenheden/ml; oplossing voor injectie. Indicaties: Behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, adolescenten en kinderen van 1 jaar en ouder. Dosering en wijze van toediening: Fiasp ® is een maaltijdinsuline voor subcutane toediening. Fiasp® moet 0 tot 2 minuten voor het begin van de maaltijd worden toegediend, met de mogelijkheid tot toediening tot maximaal 20 minuten na het begin van de maaltijd. Bij kinderen is deze mogelijkheid er in situaties waarbij er onzekerheid is over de maaltijdinname. De dosering van Fiasp® is per persoon verschillend en wordt bepaald in overeenstemming met de behoeften van de patiënt. Fiasp® gegeven als subcutane injectie moet worden gecombineerd met ten minste eenmaal daags toegediende middellang- of langwerkende insuline. In een behandeling met een basaalbolusregime kan Fiasp® voorzien in ongeveer 50% van de behoefte en kan in de rest worden voorzien door middellang of langwerkende insuline. Een nauwgezette controle van de bloedglucosespiegel verdient aanbeveling tijdens het overschakelen van andere maaltijdinsulines en gedurende de eerste weken daarna. Er kan worden overgeschakeld van een andere maaltijdinsuline op basis van eenheid op eenheid. Een patiënt overschakelen, van een ander type of merk insuline of van insuline van een andere fabrikant, op Fiasp® moet onder strikt medisch toezicht plaatsvinden en kan een dosisaanpassing noodzakelijk maken. Fiasp® kan worden gebruikt voor CSII in pompen die geschikt zijn voor insuline-infusie en zal voorzien in zowel de behoefte aan bolusinsuline (ongeveer 50%) als basale insuline. Zo nodig kan Fiasp® intraveneus worden toegediend door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Belangrijkste waarschuwingen: Fiasp® PumpCart® is alleen voor gebruik met een insuline-infusiepompsysteem dat ontworpen is voor gebruik met deze patroon. Hypoglykemie kan optreden als de insulinedosis te hoog is ten opzichte van de insulinebehoefte. Het tijdstip van de hypoglykemie weerspiegelt gewoonlijk het tijd-werkingsprofiel van de toegediende insulineformulering. Hypoglykemie kan zich na een injectie/infusie eerder voordoen dan bij andere maaltijdinsulines vanwege de eerder intredende werking van Fiasp®. Omdat Fiasp® 0 tot 2 minuten voor het begin van de maaltijd moet worden toegediend, met de mogelijkheid tot toediening tot maximaal 20 minuten na aanvang van de maaltijd, moet rekening worden gehouden met de tijd tot het intreden van de werking bij het voorschrijven aan patiënten die bijkomende aandoeningen hebben of een behandeling volgen waarbij een vertraagde voedselopname te verwachten is. Nauwlettende controle van de bloedglucosespiegels bij pediatrische patiënten wordt aanbevolen wanneer Fiasp® na het begin van de laatste maaltijd van de dag wordt toegediend om nachtelijke hypoglykemie te voorkomen. Het gebruik van verkeerde doses of het afbreken van de behandeling kan, in het bijzonder bij patiënten die insuline nodig hebben, leiden tot hyperglykemie en diabetische ketoacidose. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om de injectieplaats telkens af te wisselen om het risico op het ontstaan van lipodystrofie en cutane amyloïdose te beperken. Het overschakelen van een patiënt op een ander type of merk insuline moet geschieden onder strikt medisch toezicht. Bijkomende ziekten, vooral infecties en ziekten die gepaard gaan met koorts, verhogen in het algemeen de insulinebehoefte van de patiënt. Er zijn gevallen van hartfalen gemeld wanneer thiazolidinedionen werden gebruikt in combinatie met insuline, in het bijzonder bij patiënten met risicofactoren voor het ontwikkelen van hartfalen. Intensivering of snelle verbetering van de glucoseregulatie is in verband gebracht met een voorbijgaande, reversibele oftalmologische refractieaandoening, verergering van diabetische retinopathie, acute pijnlijke perifere neuropathie en perifeer oedeem. Patiënten en zorgverleners mogen nooit een injectiespuit gebruiken om het geneesmiddel op te trekken uit een patroon of FlexTouch®. Insulinetoediening kan de vorming van insuline-antilichamen veroorzaken. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om altijd voor elke injectie het etiket van de insuline te controleren om onbedoelde verwisselingen tussen Fiasp® en andere insulineproducten te vermijden. Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Bijwerkingen: Samenvatting van het veiligheidsprofiel: De meest frequent gemelde bijwerking tijdens de behandeling is hypoglykemie. De volgende bijwerkingen zijn gemeld: zeer vaak – hypoglykemie; vaak – allergische huidreacties en reacties op de injectie-/infusieplaats; soms – overgevoeligheid en lipodystrofie; niet bekend – anafylactische reacties, cutane amyloïdose. Farmacotherapeutische categorie: Geneesmiddelen gebruikt bij diabetes. Insulines en analogen voor injectie, ATC-code A10AB05. Afleverstatus: U.R. Vergoeding: Volledig vergoed. Datum: september 2020.

NL21FSP00007 Novo Nordisk® en Fiasp® zijn geregistreerde handelsmerken van Novo Nordisk A/S.

Verkorte productinformatie Fiasp®


AFVALLEN Ondanks mijn wil een enorme uitdaging.

Ondersteun uw patiënten Saxenda®. Een receptgeneesmiddel voor gewichtsverlies bij volwassenen met een BMI * 27 kg/m2 i.c.m. één of meer co-morbiditeiten of een BMI * 30 kg/m2.1 Uitsluitend geleverd via www.thuisapotheek.nl Wilt u meer weten? www.saxenda-voor-arts.nl Gebruik de login code: Sax7261 óf scan de QR-code

8,0 %

Gemiddeld gewichtsverlies na 1 jaar bij volwassenen met een BMI * 27 kg/m2 en dyslipidemie en/of hypertensie of BMI * 30 kg/m2.*2 SCALE obesitas en prediabetes: Een 56 weken durende placebo-gecontroleerde dubbelblinde studie (n=3731) naar de veiligheid en werkzaamheid van Saxenda® toegevoegd aan leefstijlinterventie in de vorm van een energiebeperkt dieet en lichaamsbeweging onder begeleiding.

* Gewichtsverlies verschil vs. placebo: -5,4% (P<0,001)2 NL21SX00003 Verkorte productinformatie en referentie zie elders in deze uitgave.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Maasstad Wetenswaardig Nummer 11 voorjaar/zomer 2021 by Multiplus media - Issuu