Skip to main content

Leeuwarder Courant NoordZ Zorg 2026

Page 1

VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026

MET EEN PRETTIG GEVOEL IN DE STOEL PAGINA 20


ADVERTENTIE

Eén Friese aanpak voor mentale gezondheid De zorg ook in Friesland betaalbaar en toegankelijk houden. Met dat doel hebben alle betrokken partijen in zorg, overheid en onderwijs beleid gemaakt voor de komende jaren. Onze mentale gezondheid en veerkracht speelt daarin een hoofdrol, vertellen Marjon Feenstra en Anja de Haan.

De uitdagingen in de gezondheidszorg zijn groot. Er is een toenemende vraag, een tekort aan personeel, steeds meer mensen wachten op behandeling. Om dat te veranderen, is betere samenwerking een voorwaarde. Voor het eerst hebben nu allerlei partijen binnen zowel de zorg als het sociale domein van huisarts tot ziekenhuis, van verslavingszorg tot ggz, revalidatie en ouderenzorg, het onderwijs, GGD, gemeenten en zorgverzekeraars afspraken vastgelegd in het Friese Zorgakkoord (FrIZA). Marjon Feenstra en Anja de Haan werken al jaren binnen de publieke gezondheidszorg. Marjon is nu programmamanager Mentale Gezondheid en Veerkracht binnen FrIZA. „Ik wil laten voelen dat we er in de uitvoering niet alleen voor staan: we hebben genoeg geoefend, nu zetten we samen de volgende stap.” Anja de Haan werkt binnen de Friese Preventieaanpak (FPA) in de coalitie mentale gezondheid met vele partijen aan preventie binnen mentale gezondheid. „Samenwerking moet niet alleen kloppen op papier, maar voelbaar verschil maken voor mensen in de praktijk.” Vanuit de FPA werkt ze ook aan de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht. Dit alles draagt bij aan de bredere FrIZA-opgave. Wat zit er achter de klacht? Marjon Feenstra schetst de hoofddoelen. „We moeten ervoor zorgen dat mensen sneller en beter worden verwezen en geholpen. De juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment. Dat betekent ook dat we minder mensen doorverwijzen naar specialistische ggz. Die moet beschikbaar blijven voor mensen met complexere mentale zorgvragen. Waar die specialistische ggz-zorg niet nodig is, zoeken we een andere oplossing. De mens hoort centraal te staan, niet een klacht. En in de basis moeten we daarom samen zorgen voor een socialere samenleving, waarin we weer meer omzien naar elkaar.” Een voorbeeld? „Stel dat iemand zich somber en depressief voelt en zich meldt bij de huisarts. Die verwijst iemand met die ‘mentale’ klachten door naar de ggz. Maar de vraag is: waarom voelt iemand zich zo? Met de juiste vragen hoor je het echte verhaal. Misschien heeft iemand schulden en een huisuitzetting dreigt. De oplossing daarvoor ligt niet in de geestelijke gezondheidszorg. Zoek de oplossing, bied passende hulp met (in dit geval) schuldhulp en gesprekspartners in het sociaal domein.” De tijd nemen om te luisteren, gerichte vragen te stellen: handvatten voor passende zorg. „We beseffen ons heel goed dat we jaren soms een bepaalde richting zijn opgegaan in het systeem van de zorg, die niet heeft geleid tot de beste aanpak voor mensen met een hulp- of zorgvraag. Dat moet echt veel beter”, stelt Feenstra vast. „Niet denken vanuit een domein of hokje, maar mensen helpen vanuit een integrale blik op hun welzijn en gezondheid. Daarom kun je beter eerst een verkennend gesprek voeren, met mensen uit

Marjon Feenstra en Anja de Haan

zowel de ggz als welzijn, voor je iemand doorverwijst. Het scheelt heel veel tijd als je weet waar je naar moet doorverwijzen. Daarom moeten we ook zorgen dat iedere zorg- of hulpverlener beter weet wat er waar beschikbaar is, want dat is nu vaak onoverzichtelijk.” Praten en luisteren is de basis van preventie De basis van die sterkere sociale samenleving, zoals Marjon Feenstra benoemde, speelt een belangrijke rol om te voorkomen dat mensen ‘in de zorg belanden’. „We moeten leren eerder signalen van elkaar op te pikken en dat begint bij omzien, luisteren en praten.” Het belang van ‘preventie’ is belangrijker dan ooit, stelt Anja de Haan. „Door te leren praten over je gevoelens, ontdek je dat dit heel normaal is en dat het bij iedereen weleens tegenzit. Als je daarmee leert omgaan, word je een stuk veerkrachtiger. Dat doe je door je ervaringen te delen, echt naar elkaar te luisteren, signalen op te vangen en er dieper op in te gaan.” „Daarom werken we onder andere samen met scholen en bieden we lespakketten voor leerkrachten, zodat zij de mentale gezondheid bespreekbaar kunnen maken met leerlingen of studenten. Leren vragen hoe het met de ander is, belangstelling krijgen voor elkaar, kan helpen omdat je iets bespreekt en weet wat er speelt. Het kan simpelweg voorkomen dat gevoelens of klachten erger worden, mensen eenzaam raken, in een isolement komen of volledig in hun

socialmedia-bubbel gaan zitten. Met elkaar leren praten, ervaringen delen en bereid zijn te luisteren. Dat is de kern van preventie.” Wij maken het verschil We leven in een complexe tijd, erkennen Marjon Feenstra en Anja de Haan. Individualisering, social media, prestatiedruk: het staat bijna haaks op die sociale samenleving, de mienskip waarin we omzien naar elkaar. Toch moeten we daar weer met elkaar naartoe. „We zijn hoopvol, omdat we allemaal mens zijn, sociale wezens met behoefte aan aandacht en contact. Het helpt enorm als we dat in onszelf toelaten, iets doen wat nodig is wanneer een ander erom vraagt, of je iets ziet waar jij het verschil kan maken”, stelt Marjon Feenstra. „Leer jezelf vanuit belangstelling en nieuwsgierigheid te verplaatsen in een ander. Misschien is het zo gek niet wat hij doet, het is alleen anders dan jij gewoon bent”, voegt Anja de Haan toe. Luisteren, een praatje, belangstelling. Aandacht voor elkaar, nieuwsgierig naar wie die ander is. Mens zijn te midden van mensen. Stel dat dat weer ons ‘normaal’ wordt? Dat is meer dan prettig, veilig en vertrouwd. Het is het begin van een wereld waarin je jezelf kunt zijn en met elkaar kunt leven. www.friza.nl


INHOUD VOORWOORD

04

AFSCHEID VAN EEN COLUMNIST

10

I

n deze NoordZ moeten we helaas afscheid nemen van onze columnist Ronald Mulder. Ronald is ongeneeslijk ziek. Hij was jarenlang een ankerpunt in deze bijlage.

Of het nu ging over consuminderen, de huisvuilpas, typende apen en een AI-fabriek, Amerika (‘Het is altijd winnen of verliezen’) of Monopoly, altijd die twist. Monopoly vindt Ronald ‘stomvervelend’. ‘Wie in de eerste beurten het geluk heeft om de meeste straten te mogen kopen, zal negen van de tien keer winnen. De rest van het spel bestaat eruit dat de overige deelnemers hun bezittingen langzaam maar zeker verliezen aan deze monopolist.’

En dat, gaat hij verder, terwijl Monopoly juist is bedacht als waarschuwing tegen het kapitalisme. ‘De bedenker, in 1903, was Lizzie Magie, een feministisch activiste. Haar spel had als doel de Grote Lelijke Leugen van het kapitalisme bloot te leggen.’ Maar, stelt Ronald nuchter, zo werkt het niet: ‘Geld stroomt van beneden naar boven, niet andersom.’

‘Wil ik dit nog twintig jaar?, vroeg ik mezelf af’ Drie zij-instromers in de zorg

Grendel Games verovert vanuit Leeuwarden de wereld Serious gaming helpt bij trainen medisch specialisten

14 ‘Ik wil de mensen aan het denken zetten’ Ongeneeslijk zieke NoordZ-columnist Ronald Mulder neemt afscheid

20 Prettig gevoel in de tandartsstoel Als kind leren bij de mondhygiënist

27 De zorg wordt onbetaalbaar, maar wie draait de kraan dicht? Column Eelko Huizingh

36 Een column die bij mij nog regelmatig opborrelt, is zijn conclusie dat ‘elke miljardair een beleidsfout is’. Als iemand een succes- en waardevol bedrijf heeft opgezet, zijn zijn/haar aandelen veel waard. Als er dan ook nog netjes belasting wordt betaald, kan Ronald daarmee goed leven. Maar ‘als een ondernemer miljardair kan worden, dan kloppen de regels niet. Binnen een goed functionerende markt zorgt concurrentie ervoor dat niemand langdurig enorme winsten kan maken. Daar komt bij dat miljardairs veel mogelijkheden hebben om regelgeving in hun voordeel bij te buigen – je komt er maar moeilijk weer vanaf, als samenleving.’.

‘Soms moet je iemand gewoon nóg een kans geven’ Jeroen ten Brink brengt mensen terug naar werk

42 ‘Ondernemen hoeft geen eenzame reis te zijn’ Jeroen Spijksma bouwt ondernemers

Wekelijks kom je de voorbeelden tegen in het nieuws. En passant gaf hij Jesse Klaver nog de tip mee om wat meer Joop den Uyl te zijn. ‘Den Uyl vond dat arbeiders recht hadden op een auto voor de deur. Eigen woningbezit. De huidige linkse leiders vertellen ons alleen maar wat arbeiders niet meer mogen (vliegen, hout stoken, vlees eten, elkaar bloemen geven). Dat spreekt niet aan’. Een pleidooi voor ‘iedereen rijk, maar niet te.’ Lees verderop in deze bijlage het afscheidsinterview met Ronald. Werken in de zorg. We spreken drie enthousiaste zij-instromers. Een ondernemer, grafisch ontwerper en manager op een reisbureau maken de overstap naar de zorg. ‘Iets kunnen betekenen voor anderen’, is wat veel van de bijna vierduizend mensen in het Noorden die vorig jaar de overstap maakten, als motivering noemen. Een heel andere invalshoek is het inkijkje dat we kregen bij Grendel Games. Vanuit de Blokhuispoort in Leeuwarden verovert dit bedrijf de wereld met serious gaming waarmee chirurgen worden getraind. Het is slechts een greep uit de verhalen. Veel leesplezier, Jan Rozendaal

COLOFON NoordZ is een bijlage van Mediahuis Noord Samenstelling & eindredactie Gerda Douma, Jan Rozendaal, Roel Snijder, Kitty Thijsebaard, Theo Zandstra Vormgeving Alie Veenhuizen E-mail bijlagen@mediahuisnoord.nl Advertenties/branded content Multiplus Media, Drachten T: 06 44 91 12 63 E: s.osinga@mulitplusmedia.nl Volg NoordZ ook online op het blog: www.noordz.nl

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 3


Zorg en welzijn kampen met grote personeelstekorten. Voor mensen die denken aan een carrièreswitch liggen er dus voldoende kansen. Gerrit, Esther en IJda vertellen over hun overstap naar een baan in de zorg.

DRIE ZIJ-INSTROMERS IN DE ZORG VERTELLEN

4 LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026


G

‘Je moet blijven dromen en je moet je blijven ontwikkelen’

„Ik zat 32 uur per week achter de computer en was altijd bezig met deadlines en spoedjes. Wil ik dit nog twintig jaar?, vroeg ik mezelf af”, zo vertelt de 48-jarige Van der Meij, die samen met zijn vriendin en 10jarige dochter in de Friese hoofdstad woont.

als verpleegkundige en verantwoordelijkheid gedragen op de werkvloer. Ik wil graag mijn kwaliteiten als manager combineren met de zorg.”

TEKST YKE BREMER FOTO’S JILMER POSTMA errit van der Meij (48) uit Leeuwarden werkte 26 jaar als grafisch ontwerper. Ondanks dat hij het mooi werk vond en aan leuke opdrachten mocht werken, besloot hij om in juli van dit jaar een punt achter zijn loopbaan in het reclamewerk te zetten.

Hij ging zich oriënteren op de zij-instroommogelijkheden, waarbij voor hem voorop stond dat hij werk wilde gaan doen waarbij hij ,,iets voor mensen kan betekenen’’, zoals Van der Meij het zelf omschrijft.

Haar eigen loopbaan als zij-instromer laat zien dat als je dromen hebt, je gewoon moet volhouden. Werk, leren en een gezinsleven zijn prima te combineren. Het is gewoon een kwestie van doorzetten, zo gaat de zij-instromer verder. „Daarbij is de steun van de achterban wel heel belangrijk”, voegt ze er direct aan toe.

Via een recruiter kwam hij bij zorg- en welzijnsorganisatie Alliade terecht. „Ze sprongen er echt uit”, vertelt de zij-instromer. „Ze hadden een duidelijk verhaal. Ik ga een tweejarige opleiding volgen en krijg daarna een vaste baan. Ook waren ze heel open over de arbeidsvoorwaarden, zoals het loon. Je wilt wel zekerheid namelijk en die konden ze bieden.”

Met haar verhaal hoopt ze meer mensen te motiveren om voor de zorg te kiezen. „De zorg biedt veel mogelijkheden, maar je moet ze wel zelf pakken”, benadrukt Bolt. „Je moet blijven dromen en je moet je blijven ontwikkelen.”

Omdat hij zijn keuze goed wilde onderbouwen, had Van der Meij nog een gesprek met een jobcoach van Sterk in je Werk. „Ik was er al wel een jaar mee bezig, maar wilde wel zeker zijn dat dit de nieuwe loopbaan voor mij was.” Uiteindelijk besloot Van der Meij te solliciteren en kwam hij terecht bij Rond 35 van Alliade in Beetsterzwaag. Per 1 september is hij begonnen met zijn nieuwe baan. „Ik werk daar met mensen met een (licht) verstandelijke beperking en/of complex gedrag. Ik ga ze begeleiden en op de dagbesteding zorgen dat ze er een mooie dag van maken. Ik hoop daar mijn creativiteit te kunnen combineren met de zorg.” Eind augustus begint de Leeuwarder met zijn opleiding MVG (Moeilijk Verstaanbaar Gedrag), die bestaat uit drie dagen werken en één dag leren. „Ik ga dus weer de schoolbanken in. Het eerste jaar is een specialisatie. In het tweede jaar wordt de opleiding algemener. Uiteindelijk word ik persoonlijk begeleider in de gehandicaptenzorg.” Iets kunnen betekenen voor anderen, dat is de motivatie voor zijn carrièreswitch. „Ik denk dat mijn nieuwe baan me ontzettend veel voldoening gaat geven”, zo besluit de zij-instromer.

OP ZOEK NAAR ZINGEVING Ondanks jarenlang werkplezier als winkelmanager op het reisbureau, miste ze toch zingeving, vertelt IJda Arendz (55) uit Nijega. Na een faillissement en overplaatsing naar een ander filiaal, ging ze steeds meer twijfelen of ze wel verder wilde in de toeristische wereld. Door een gesprek met een loopbaancoach besloot ze het roer om te gooien en zich in te schrijven voor de opleiding hbo-v bij de Hanzehogeschool in Groningen. „Je begint eigenlijk weer bij nul. Niet qua levenservaring, maar wel met betrekking tot zorgervaring”, voegt de moeder van twee kinderen eraan toe, die woonachtig is op een boerderijtje in het Friese dorp.

Gerrit van der Meij: „Ik zat 32 uur per week achter de computer.”

De eerste twee jaar combineerde ze het leren en stagelopen, met haar gezin en werk op het reisbureau. „Dat waren tropenjaren”, geeft Arendz toe. „Je hebt wel de steun nodig van je gezin. Dat is heel belangrijk. Mijn man studeerde ook en we konden elkaar stimuleren.”

‘Ik denk dat mijn nieuwe baan me ontzettend veel voldoening gaat geven’

„Ik genoot van studeren. Ik leerde veel nieuwe dingen en ontmoette veel nieuwe mensen. Ik heb nooit spijt gehad”, voegt de zij-instromer eraan toe. In 2023 begon ze zelfs nog met haar master Health, Ageing en Society aan de Universiteit van Leiden. „Ik wilde uitgedaagd blijven en was op zoek naar een stukje verdieping.”

VAN FAMILIEBEDRIJF TOT ZORGMANAGER Esther Bolt (49) groeide op in een echt ondernemersgezin. Ze werkte jaren in de dames- en herenmodezaak van haar ouders. Hoewel de zorg haar altijd al trok, besloot ze – uit een gevoel van verplichting – om het familiebedrijf voort te zetten. Toen de winkel uiteindelijk toch dicht ging, keek ze om naar zij-instroommogelijkheden. Een competentietest bevestigde nog eens dat ze voor de zorg moest kiezen. „Die sector sprong er meteen uit. Ik had al een hbo-managementdiploma op zak en wilde graag beginnen met een hbo-opleiding tot verpleegkundige. Ik kreeg echter ’nee’ op het rekest”, vertelt de zij-instromer. Om als buitenstaander direct met hbo-v te beginnen is niet gebruikelijk in de zorg,

ervoer Bolt, die met man en tienerzoon in Appingedam woont. „In de zorg zouden ze instromers meer moeten beoordelen op hun kwaliteiten en ze ook zo benaderen”, vindt ze. „Het slagingspercentage van zijinstromers zou daarmee enorm stijgen, denk ik.” Uiteindelijk begon ze via het UWV met een zij-instroomtraject voor verzorgende IG. „Ik moest eerst wel laten zien dat ik het in me had. Ik kreeg een plekje in de ouderenzorg bij De Hoven, waar ik een half jaar 32 uur

per week heb gewerkt tegen een uitkeringsvergoeding.” In februari 2020 mocht de Appingedamse beginnen met de opleiding tot IG-er. Ondertussen heeft ze haar mbo-v diploma gehaald en is ze begonnen met een nieuwe opleiding, Management in de Zorg. Ze wordt opgeleid tot teammanager. „Ik krijg daarvoor de kans binnen De Hoven, waar ik nog steeds werk. Ik heb ondertussen al veel ervaring opgedaan aan het bed

De keuze voor de zorg, de opleidingen met alle nieuwe facetten en het stagelopen bij onder andere de Buurtzorg, het UMCG en Kwadrant brachten haar alles wat ze ervan verwachtte. „Je kunt iets betekenen voor anderen. Dat stukje zingeving heb ik gevonden. Je hebt soms hele waardevolle gesprekken. Ik heb meer zin in het werk en haal er meer energie uit.” Ze werkt ondertussen als coördinerend en indicerend wijkverpleegkundige bij Kwa-

Lees verder op pagina 7

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 5


ADVERTENTIE

Huisartsenzorg is er altijd en dat mogen we koesteren De huisartsenzorg verandert. Verandering is niet altijd gemakkelijk. Maar het is nodig om goede, persoonlijke en toegankelijke zorg te kunnen behouden. De patiënt krijgt niet altijd zorg op dezelfde manier of van dezelfde persoon als ‘vroeger’, maar wel zo passend mogelijk: digitaal waar dat kan, dichtbij en persoonlijk waar dat nodig is, en met spoed wanneer het echt niet kan wachten. „Vijfentwintig jaar geleden was ik assistente van de huisarts en zijn vrouw, degene die de praktijk schoonmaakte en wat verder moest gebeuren. Een manusje-van-alles. Die altijd bereikbare huisarts van toen is nu een drukke apotheekhoudende huisartsenpraktijk met twee huisartsen en zes assistenten met soms een paar honderd telefoontjes per dag. Mijn baan is veel drukker en inhoudelijker geworden. Mijn collega’s en ik zijn het eerste aanspreekpunt voor patiënten, we handelen veel meer zelf af in overleg met de artsen en spelen een centrale rol in de organisatie en uitvoering van de praktijk”, vertelt Wietske de Jong, al 25 jaar dokters- en apothekersassistente in Nij Beets. Met plezier, want „het gaat om wat we betekenen voor mensen, hoezeer ze ons vertrouwen en waarderen. Dat geeft voldoening.” De erkenning dat je vertrouwd wordt en de waarde die je als team van een huisartsenpraktijk aan het leven van mensen toevoegt, is ook voor de Groningse huisarts Trudy Oldenhuis de kern van haar werk. Dat deelt ze met zorgcollega’s Maarten Kas, praktijkhoudend huisarts in Nij Beets en bestuurslid Friese Huisartsen Vereniging en met Paula Kleingeld, manager spoed bij Dokter Drenthe. Het team in de praktijk Maar de druk op de huisartsenzorg neemt steeds verder toe. Meer telefoontjes en meer en complexere zorgvragen. Het werk in de praktijk neemt daarbij toe door veel meer informatiestromen en door complexe declaratiesystemen. „We hebben minder tijd voor de patiënt”, stellen huisartsen Maarten Kas en Trudy Oldenhuis en doktersassistente Wietske de Jong. Gelukkig zeggen ze, heeft de huisartsenpraktijk nu ook meer mogelijkheden dan 20 jaar geleden. Er is meer specialisme en meer kennis in iedere praktijk, en er zijn meer mensen naast de huisarts gekomen om patiënten te kunnen helpen. Vroeger stond de huisarts voor je klaar, nu een heel team. „Door meer vraag en minder beschikbare mensen in de zorg, moeten we wel ons uiterste best blijven doen om de zorg toegankelijk en beschikbaar te blijven houden voor iedereen”, zegt ook Paula Kleingeld. „Juist mensen die kwetsbaarder zijn en zich misschien ook minder snel melden bij ons, moeten we blijven zien, letterlijk. We moeten juist in deze hectische onzekere tijd van verandering blijven omzien naar elkaar. Dat kunnen wij als huisartsen(spoed)zorg niet alleen, het geldt voor ons allemaal; zorgverlener én inwoner.” Schakelen tussen mens en digitaal Als manager spoed bij Dokter Drenthe coördineert ze in die provincie de huisartsenspoedzorg in de avond, de nacht en het weekend. „Als de huisartsenpraktijk aan het eind van de dag sluit, nemen wij hun taak over. Maar wat kan wachten, kan wachten. Dus als een patiënt de volgende dag gewoon naar de eigen huisarts kan, dan zeggen we dat. Ook bij Dokter Drenthe stijgt het aantal telefoontjes, met zelfs een kleine tien procent per jaar. „Zeker in de zomermaanden, ook door meer toeristen en

Dokters- en apothekersassistente Wietske de Jong en huisarts en FHV-bestuurslid Maarten Kas. festivalbezoekers. Tussen half juni en half augustus alleen al hebben we 19.000 telefoontjes gehad. Een behoorlijk deel daarvan is echter geen spoed.” Wat volgens haar helpt, is de inzet van het zogeheten ‘digitale spreekuur’. Patiënten in Drenthe kunnen er bij spoedzorg voor kiezen om hun vraag digitaal te stellen, met behulp van een digitale vragenlijst en een chatfunctie met een huisarts. „Het blijkt dat dat voor een deel van de bellers een goede manier is om met de huisartsenspoedpost in contact te zijn. De patiënt krijgt direct advies van een huisarts en als het nodig is wordt hij natuurlijk gezien op de post. Het vermindert het aantal telefonische afhandelingen en patiënten voelen zich goed gehoord.” Kunnen patiënten volgens haar, de huisartsen en hun assistenten op internet ook betrouwbare informatie vinden? Paula Kleingeld: „Dat kan zeker, want we begrijpen dat mensen soms bezorgd zijn of advies zoeken. Op internet zijn betrouwbare bronnen te vinden, zoals thuisarts.nl of moetiknaardedokter.nl.” Naast betrouwbare informatie speelt ook vertrouwen in wat je zelf kunt doen een rol. Moeten we als patiënten misschien iets vaker tot tien tellen? Paula Kleingeld: „Ik denk dat we de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg in ons land mogen koesteren en dat we allemaal iets vaker mogen uitgaan van de kracht van onze zelfredzaamheid.” Dat begint bij weten wat je zelf kunt doen en wanneer je hulp nodig hebt. Betrouwbare informatie kan daarbij helpen, net als overleg met iemand in je omgeving. Zo dragen we ook als patiënten bij aan het toegankelijk houden van de huisartsenzorg. Digitale spagaat De huisartsen delen met elkaar de zorg om de digitale spagaat. Ze erkennen het belang en de noodzaak van digitalisering in de zorg, omdat het nodig is met minder mensen dezelfde kwaliteit

van zorg te blijven leveren. „We hebben digitalisering hard nodig om de zorg toegankelijk te houden, dus waar mogelijk moeten we er zeker meer gebruik van maken. En ja, we moeten er allemaal mee leren omgaan”, stelt Trudy Oldenhuis. Ook Maarten Kas ziet de voordelen. „Het kan processen in de praktijk versnellen, complexe informatiestromen vereenvoudigen, administraties verbeteren en een hulpmiddel zijn in bereikbaarheid zoals met een e-consult of slimme chatfuncties.” „En erkennen dat digitalisering niet de one-sizefits-all oplossing is voor ieder probleem in de zorg”, stelt Trudy Oldenhuis. En ze beamen daarbij allemaal dat de manier waarop de zorg in ons land is georganiseerd, overzichtelijker, beter en efficiënter moet. Koester ook de verandering Digitaliseren waar het kan, betekent voor zorgverleners en patiënten de balans leren vinden. Het gaat om de kern van zorg: omzien naar elkaar, luisteren en in gesprek blijven. Trudy Oldenhuis: “Goed blijven samenwerken, met alle zorg- en welzijnsmensen in dorp en wijk. Laten we koesteren wat we hebben opgebouwd, en zorgen dat wie zorg nodig heeft, altijd gezien en gehoord wordt. Ik geloof in veranderingsbereidheid en ben hoopvol dat we dat kunnen.” Dit artikel is tot stand gekomen door de drie regio-organisaties voor huisartsen: DokNoord, Dokter Drenthe en Dokterszorg Friesland. Samen zetten wij ons in voor een toekomstbestendige huisartsenzorg in Noord-Nederland. www.dokterszorg.nl www.doknoord.nl www.dokterdrenthe.nl


Esther Bolt: „In de zorg zouden ze instromers meer moeten beoordelen op hun kwaliteiten.”

IJda Arendz: „Ik genoot van studeren. Ik leerde veel nieuwe dingen en ontmoette veel nieuwe mensen.”

Vervolg van pagina 5

Zij-instromers blijven belangrijk voor noordelijke zorg

drant in Oudega (Smallingerland) en zes dorpen in de omgeving. Een prachtige baan, waarbij ze deels bij cliënten langs gaat voor intakegesprekken, maar ook op kantoor werkt. De combinatiefunctie brengt haar in nauw contact met de cliënten en hun mantelzorgers. „Je staat heel dicht bij de mensen. Ik kijk mee achter de voordeur. Welke zorg hebben de cliënten nodig thuis of hebben ze meer baat bij een verpleegtehuis, als de zorg thuis niet langer verantwoord is.” „Ik heb daarbij gesprekken met de cliënt, de familie, maar ook dokters. Je probeert hulp op maat te bieden en te kijken wat de mensen zelf nog kunnen en in welke mate ze hulp nodig hebben. Het is daarbij belangrijk dat je verder kijkt dan de ziekte, maar ook luistert naar wat mensen zelf willen of wie en wat echt belangrijk voor hen is.” Het advies van zij-instromer Arendz: probeer het gewoon als de zorg je iets lijkt. „De zorg biedt veel mogelijkheden op allerlei niveaus. Zo kun je na een korte opleiding al beginnen als zorghulp, waarbij je mensen helpt bij het aantrekken van de steunkousen of het wassen. Doorstroommogelijkheden zijn er voldoende. Blijf jezelf uitdagen. Het geeft zoveel energie.”

‘De zorg biedt veel mogelijkheden op allerlei niveaus’

De zorg- en welzijnssector in Noord-Nederland trekt al jaren mensen aan die bewust kiezen voor een carrièreswitch. Deze zogenoemde zij-instromers zijn werknemers van 25 jaar of ouder die niet eerder in zorg en welzijn hebben gewerkt. In 2025 waren er in Noord-Nederland 3840 zij-instromers. Van de nieuwe instroom in zorg en welzijn is ongeveer één op vijf (20 procent) werknemers een zij-instromer. Dit aandeel is de afgelopen jaren (2020-2025) redelijk stabiel en varieerde tussen de 3400 en 4300 nieuwe medewerkers. In de jaren daarvoor wisselden groei en afname van zij-instromers elkaar af. De meeste zij-instromers vinden werk in de ouderenzorg, gevolgd door de branche sociaal werk en de gehandicaptenzorg. Het aandeel zij-instromers is in de branche sociaal werk hoger dan gemiddeld. Ongeveer 30 procent van de nieuwe instroom in deze branche is een zij-instromer. Door demografische ontwikkelingen groeit het aantal potentiële werknemers (inwoners tussen 15 en 75 jaar) nauwelijks meer in Noord-Nederland. Of het aantal zij-instromers voor zorg en welzijn in Noord-Nederland daarom nog kan groeien is de vraag. Daarnaast kampen zorg- en welzijnsorganisaties met personeelstekorten, waardoor er minder capaciteit beschikbaar is voor de begeleiding van deze nieuwe, nog lerende medewerkers. Zij-instromers zijn positief over hun overstap: zij

waarderen het werk met een 7,8. Dit blijkt uit onderzoek van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Die tevredenheid is van belang, want in een regio waar de beroepsbevolking nauwelijks groeit en zorg- en welzijnsorganisaties kampen met personeelstekorten, blijft een stabiele instroom van gemotiveerde zij-instromers cruciaal voor de toekomst van de noordelijke zorg- en welzijnssector. Over ZorgpleinNoord ZorgpleinNoord is het grootste werkgeversverband voor zorg en welzijn in de drie noordelijke provincies. Het ondersteunt organisaties bij het aantrekken, behouden en verder ontwikkelen van eigen medewerkers en werkt aan het oplossen van arbeidsmarktvraagstukken in de regio. ZorgpleinNoord is er niet alleen voor werkgevers, maar ook voor werknemers en werkzoekenden. Zij kunnen terecht op het wervingsplatform van ZorgpleinNoord, waar maandelijks gemiddeld 600 vacatures in zorg en welzijn in Noord-Nederland worden aangeboden. De cijfers zijn afkomstig van CBS, AZW Statline (update 28 mei 2026), bewerking ZorgpleinNoord. PFZW en PGGM &Co, Zij-instroom werknemers Zorg en Welzijn, rapportage van onderzoek onder zij-instromers in de sector Zorg en Welzijn 2024, 9 december 2024. Overweeg je een baan in de zorg als zij-instromer? Meer informatie vind je op de site Carrièreswitcher van ZorgpleinNoord.

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 7


ADVERTENTIE

Kinderen hebben maar één jeugd In Noord-Nederland groeien nu de kinderen op, die later onze leraren, verpleegkundigen, ondernemers en vrijwilligers worden. De toekomst van deze regio wordt vaak besproken in termen van economie, woningbouw en bereikbaarheid. Maar uiteindelijk begint die toekomst bij kinderen die zich kunnen ontwikkelen, veilig voelen en de steun krijgen die zij nodig hebben. Marieke van Kralingen, bestuurder Cedin: „Daar ligt dan ook een gezamenlijke opdracht voor iedereen die hierin een bijdrage kan leveren.”

Noord-Nederland staat voor grote keuzes. „We spreken veel over brede welvaart, leefbaarheid, voldoende mensen om het werk te doen en een sterke economie”, stelt Marieke van Kralingen. „Maar bij Cedin zien we dat de toekomst van de regio minstens zo sterk wordt bepaald door iets anders: hoe kinderen vandaag opgroeien.” Scholen zien verschillen tussen kinderen toenemen. Basisvaardigheden als rekenen en taal staan onder druk. Jongeren worstelen steeds vaker met mentale stress. Gezinnen die ondersteuning zoeken, krijgen vaak te maken met verschillende organisaties, regels en loketten. Deze vraagstukken staan niet los van elkaar, aldus Van Kralingen. Ze komen samen in het leven van een kind. Een ouder kan een gesprek voeren op school over gedrag in de klas, contact hebben met een hulpverlener over zorgen thuis en tegelijk ondersteuning krijgen vanuit de gemeente. Al die gesprekken gaan over hetzelfde kind, maar zijn vaak niet vanzelfsprekend met elkaar verbonden. Dan verbrokkelt de steun. Van Kralingen: „Kinderen hebben maar één jeugd. We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten tot een kind vastloopt. Ik voel het als onze opdracht om eerder te zien wat nodig is en de omgeving rond kinderen sterker te maken.”

‘Een kind ervaart onderwijs, zorg en thuis niet als losse

Marieke van Kralingen en Rinske van der Schuit

werelden’

is. Soms begint het verschil bij een leerkracht die goed kijkt, een ouder die zich gesteund voelt of een professional die op tijd de juiste vraag stelt.”

Al 55 jaar werkt Cedin met kinderen, gezinnen en scholen in Groningen, Friesland en Drenthe. Vanuit onderwijsadvies, leerlingenzorg, dyslexiezorg en specialistische jeugdhulp ziet de organisatie dagelijks hoe nauw leren, welzijn en de thuissituatie met elkaar verbonden zijn.

Geen losse werelden Voor organisaties zijn onderwijs, zorg en opvoeding verschillende domeinen. Voor een kind niet. Wat thuis gebeurt, komt mee naar school. Wat een kind in de klas ervaart, werkt door in het gezin. Wie alleen naar één deel kijkt, mist een deel van het verhaal.

Eerder versterken Veel ondersteuning komt pas op gang, wanneer een probleem niet meer te missen is. Als een kind grote moeite heeft met lezen, niet meer meekomt in de klas of thuis en op school vastloopt. „Dan bieden wij altijd hulp om een kind weer op weg te helpen’’, zegt Rinske van der Schuit, directeur zorgdienstverlening bij Cedin. „Tegelijkertijd zien we iedere dag hoeveel verschil het maakt als problemen eerder worden herkend en kinderen, ouders en scholen tijdig de juiste ondersteuning krijgen.” Als Cedin ziet dat op sommige scholen relatief veel kinderen worden aangemeld voor dyslexiebehandeling, wordt niet alleen gekeken naar de hulpvraag van individuele kinderen. Onderwijsadviseurs onderzoeken dan samen met scholen ook hoe het leesonderwijs verder kan worden versterkt, zodat toekomstige leerlingen eerder profiteren van die kennis. „Preventie kan niet ieder probleem voorkomen’, zegt Van Kralingen. „Het betekent wel dat wij niet wachten tot specialistische hulp de enige uitweg

Ook in de jeugdhulp blijkt steeds weer hoe belangrijk het is om naar het hele verhaal te kijken. Ouders kennen hun kind. Leraren zien dagelijks hoe het leert en zich ontwikkelt. Zorgprofessionals brengen aanvullende kennis mee. Van der Schuit: „Als al deze perspectieven samenkomen, ontstaat een completer beeld en kan ondersteuning beter aansluiten bij wat een kind nodig heeft.” Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is weerbarstig. Professionals willen hetzelfde voor kinderen, maar werken vaak vanuit verschillende organisaties, regels en systemen. Daardoor kijken zij soms ieder naar een afzonderlijk deel van dezelfde situatie. Krachten bundelen Wat te doen? De maatschappelijke uitdagingen in Noord-Nederland zijn te veelzijdig voor één aanpak of één organisatie. Bovendien verschillen de vragen per dorp, stad, school en gezin. Dat vraagt, zo stelt Van Kralingen, om professionals en organisaties die hun omgeving kennen en daaruit hun kennis met elkaar verbinden.

Cedin wil hieraan bijdragen door signalen uit de praktijk te delen en kennis uit onderwijs en zorg samen te brengen. Altijd samen met scholen, ouders, gemeenten, kinderopvang, zorgorganisaties en kennispartners. Van Kralingen: „Groter worden is daarbij niet het doel, maar van betekenis zijn op de plekken waar kinderen en gezinnen dat het hardst nodig hebben.” Voor een gezin betekent die samenwerking dat het niet steeds opnieuw hetzelfde verhaal hoeft te vertellen. Voor een school betekent het dat passende kennis sneller beschikbaar is. Voor een kind betekent het dat ondersteuning beter aansluit bij wat er thuis en in de klas gebeurt. „Een kind ervaart onderwijs, zorg en thuis niet als losse werelden”, benadrukt Van Kralingen. „Daarom moeten wíj ook kritisch kijken naar grenzen die we zelf hebben georganiseerd. Voor mij start die verandering achter onze eigen voordeur.” De toekomst van Noord-Nederland wordt immers niet alleen gemaakt in bestuurskamers of beleidstukken. „Die ontstaat ook in gezinnen, op kinderopvanglocaties en in klaslokalen. Daar waar een kind goed leert lezen, zich veilig voelt en hulp krijgt voordat het echt vastloopt. Nogmaals: kinderen hebben maar één jeugd.” www.cedin.nl


ADVERTENTIE

Patyna omarmt flexibel werken in de zorg Zelf bepalen waar en wanneer je werkt, terwijl je onderdeel bent van een betrokken zorgorganisatie. Bij Patyna kan dat. De flexpool begon uit noodzaak in de coronatijd maar is inmiddels ontwikkeld tot vaste waarde binnen de organisatie. Met een sterke flexpool biedt Patyna zorgprofessionals de ruimte om flexibel te werken, zonder in te leveren op zekerheid, betrokkenheid of de kwaliteit van zorg. Patyna is specialist in ouderenzorg in de regio Zuidwest-Friesland. Zo’n 2.700 betrokken professionals leveren op 25 locaties en bij mensen thuis, zorg en behandeling, van thuiszorg en geriatrische revalidatie tot intensieve dementiezorg: samen zorgen zij ervoor dat cliënten kunnen rekenen op passende zorg en behandeling. Een belangrijke rol in de organisatie De flexpool speelt daarin een belangrijke rol. Zorgprofessionals uit de flexpool zijn inzetbaar op verschillende locaties, afdelingen en doelgroepen. Daarmee dragen zij bij aan een organisatie die snel kan inspelen op veranderingen in de zorgvraag en vormen zij een onmisbare schakel binnen Patyna. De kracht zit volgens flexcoördinator Ineke van der Goot vooral in het samenwerken. „Onze flexmedewerkers kiezen bewust voor afwisseling, maar voelen zich ook verbonden met Patyna. Ze brengen kennis en ervaring mee tussen teams en locaties en versterken daarmee de kwaliteit van zorg. Zo creëren we samen een flexibele organisatie die klaar is voor de toekomst.” „De manier waarop mensen willen werken verandert”, vertelt flexcoördinator Van der Goot. „Veel zorgprofessionals zoeken meer vrijheid, afwisseling en regie over hun eigen rooster. De flexpool biedt die mogelijkheid. Medewerkers krijgen de kans om ervaring op te doen op verschillende locaties, hun kennis te verbreden en werk te combineren op een manier die past bij hun leven.” Drie manieren van werken Voor zorgprofessionals die houden van vrijheid én verbondenheid biedt de flexpool het beste van twee werelden: flexibiliteit binnen een vertrouwde organisatie, met de zekerheid van goede arbeidsvoorwaarden en een betekenisvolle baan in de ouderenzorg. Valarie Wennekes (planner bij de flexpool) legt met Ineke uit dat de Patyna Flexpool nu drie contractvormen biedt. Mensen die volledig Eigen Regie willen, kunnen een contract van 0 tot 20 uur kiezen. Je pikt je eigen diensten uit het aanbod en stelt je eigen werkrooster op. Wil je een groter contract, maar wel Eigen regie, dan biedt Patyna de regieovereenkomst (uren per kalenderjaar) wat voor flexmedewerker Zwaantje van Duin een uitkomst is. Bij de tweede werkvorm Vast Flexibel heb je de zekerheid van een groot contract met werkrooster voor een half jaar waarbij je altijd een achturige dienst draait. Er wordt telkens in overleg met Valerie en haar collega’s gekeken op welke locatie je hulp nodig is. De derde vorm biedt meer gestructureerde afwisseling als je tussen de 12 en 32 uur wilt werken: ook hier heb je een rooster voor een half jaar en 8 uur diensten. Het is gericht op het

Valarie Wennekes - Wezeman, Zwaantje van der Duin en Ineke van der Goot oplossen van een personeelsprobleem op een bepaalde locatie voor maximaal vier maanden genaamd Deta Flex. Mantelzorg en werk combineren Voor Zwaantje is de Patyna Flexpool een uitkomst. „Ik ben sinds een paar jaar mantelzorger voor mijn schoonouders. In mijn vorige baan (niet bij Patyna) merkte ik steeds vaker dat het lastig was om mijn werk op een vaste afdeling met vaste werktijden te combineren met de zorg voor mijn schoonouders en mijn privéleven. Juist omdat ik mijn werk in de zorg heel leuk vind, ben ik zo blij met deze manier van werken. Ik heb mijn eigen regie. Ik werk gemiddeld 28 uur en kan in goed overleg mijn eigen diensten uit het werkaanbod oppikken.” Zwaantje is inmiddels een van de vijftig zorgprofessionals binnen de flexpool van Patyna. Korte lijntjes en een goede samenwerking Valarie Wennekes vormt met haar collega’s het hart van die flexpool. Zij is het aanspreekpunt voor flexibele professionals als Zwaantje en houdt zich bezig met de planning. „ Wij hebben met Zwaantje en haar flexcollega’s korte lijntjes: ze kunnen altijd met ons overleggen over wat ze willen en of het passend is binnen de afspraken. Samen komen we tot een passende oplossing, dat is het uitgangspunt. Het is heel mooi om te zien hoe we steeds beter zijn geworden in het mixen van wat wij nodig hebben en hoe mensen willen werken.” De kracht van het planbureau ligt voor Zwaantje vooral in de korte lijnen en de duidelijkheid. „De vragen die ik heb, worden beantwoord en ik kan me focussen op de inhoud van het werk dat ik graag wil doen.”

Meer zelfstandig, dezelfde intentie Biedt dit Patyna voldoende grip op het leveren van de zorg? Ineke van der Goot: „Dit is pas het begin. We doen ervaring op, leren van elkaar en zetten stappen vooruit. We weten dat meer flexibiliteit en diverse arbeidsvormen nodig zijn om zorgprofessionals aan te trekken en te behouden. Daarom blijven we ons als organisatie voortdurend ontwikkelen.” Is dat flexibele werken voor iedereen ideaal? Zwaantje: Door het afwisselend werken op diverse locaties en bij verschillende doelgroepen, houd ik mezelf scherp en wordt ik uitgedaagd. Het vereist wel een hoge mate van zelfstandigheid en voorbereiding.“ Ook daarin leert Patyna, stelt Ineke van der Goot. „We investeren in scholing en begeleiding, zodat onze professionals zich kunnen ontwikkelen op de gebieden die zij nodig hebben. Daarbij richten we ons zowel op het versterken van kennis en vaardigheden als op het verbeteren van werkprocessen. We willen samen de kwaliteit van onze zorg optimaal hebben en dus moet je kijken hoe je dat met elkaar zo goed mogelijk invult. De flexpool van Patyna telt inmiddels vijftig zorgprofessionals en groeit nog altijd. Daarmee spelen we in op de toenemende behoefte aan flexibel werken in de zorg. Samen doen wat nodig is voor goede ouderenzorg, dat is Patyna.” www.patyna.nl/flex-werken/


SPELEND LEREN OPEREREN MET SERIOUS GAMING Vanuit de Blokhuispoort in Leeuwarden werkt Grendel Games aan een opvallende missie: chirurgen wereldwijd beter opleiden met een betaalbaar trainingsplatform: Laptitude.

TEKST RADBOUD DROOG FOTO MARCHJE ANDRINGA

G

ame over? Ammehoela. Nog lang niet, als het aan Tim Laning ligt. Met bijna dertig jaar ervaring beschouwt Grendel Games zichzelf eerder als een bedrijf dat opnieuw aan het begin staat. De Leeuwarder specialist in serious gaming heeft met Laptitude een eigen product ontwikkeld waarmee het de internationale medische wereld wil veroveren. India vormt daarbij de belangrijkste springplank. Een eigen vestiging in het land met bijna 1,5 miljard inwoners is in voorbereiding. Het is een opmerkelijke ontwikkeling voor een bedrijf dat in 1998 begon met een groep gelijkgestemden op een studentenkamer. Laning was erbij en werd samen met Jan-Jaap Severs mede-eigenaar. Inmiddels telt Grendel Games bijna dertig medewerkers uit onder meer Kazachstan, Vietnam, China, de Verenigde Staten en GrootBrittannië. Vanuit de Blokhuispoort in Leeuwarden werken ze aan games die niet alleen leuk moeten zijn, maar vooral iets teweeg moeten brengen. Hun missie: traditionele manieren van leren veranderen in aantrekkelijke ervaringen die mensen stimuleren zichzelf te ontwikkelen. Grendel werkte onder meer aan revalidatie, educatie, trainingen voor Defensie en een obesitaspreventiespel voor kinderen. Maar vooral in de medische wereld bouwde het bedrijf internationaal een naam op. EEN CHIRURG MET EEN IDEE De basis hiervoor werd zo’n zestien jaar geleden gelegd. Chirurg Henk ten Cate Hoedemaker, destijds directeur van het Skills Center van het UMCG, las in de Leeu-

TIM LANING JAN-JAAP STEVENS

warder Courant dat Grendel Games als eerste Nederlandse ontwikkelaar games voor de Nintendo Wii mocht maken. Hij klopte vervolgens in Leeuwarden aan met een bijzondere vraag.

zijn instrumenten op een beeldscherm volgt. Links en rechts werken gevoelsmatig omgekeerd, diepte is moeilijker in te schatten en beide handen moeten uiterst nauwkeurig samenwerken.

Ten Cate Hoedemaker hield zich intensief bezig met het trainen van chirurgen. Vooral laparoscopie, ook wel kijkoperatie- of knoopsgatchirurgie genoemd, vroeg veel oefening: de chirurg opereert via enkele kleine openingen in het lichaam, terwijl hij

Simulatoren waarop artsen die vaardigheden trainen, kosten al snel meer dan 100.000 euro. Bovendien merkte Ten Cate Hoedemaker dat studenten er snel op uitgekeken raakten. En dat terwijl diezelfde studenten thuis soms wel urenlang vide-

10 L E E U W A R D E R C O U R A N T V R I J D A G 2 5 S E P T E M B E R 2 0 2 6

ogames speelden. Zijn vraag aan Grendel was even simpel als uitdagend: waarom lukt het games wél om mensen gemotiveerd te laten oefenen? Het antwoord van Grendel werd Underground: een Nintendo Wii-game waarbij de speler met aangepaste controllers een voertuig in een ondergrondse fantasiewereld bestuurt. Zonder dat het voortdurend als medische training voelt, oefent de speler precies de bewegingen die nodig zijn


‘Net zoals geen patiënt hetzelfde is, kan ook iedere trainingssituatie anders zijn’

zelf. Jarenlang verdienden de Leeuwarders vooral geld door voor andere ondernemingen games en trainingsprogramma’s te ontwikkelen. Nu bezit Grendel zelf de technologie, hardware en software, en verkoopt het zijn eigen product. „We waren een bedrijf dat een service verleende aan de industrie door producten te maken”, zegt Laning. „Nu zijn we een bedrijf dat zelf een product maakt en zelf een product verkoopt. Dat is een hele omslag.” bot, kwam bij Grendel terecht. Voor Laning en zijn collega’s begon daarmee een leven waarin Schiphol bijna net zo vertrouwd werd als Leeuwarden. Hij reisde, en doet dat nog steeds, gemiddeld twee keer per maand naar de Verenigde Staten, India, Nigeria, Mexico, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Vakanties zijn het allerminst. „Je vliegt naar een vliegveld, gaat naar een hotel en de volgende dag zit je in een ziekenhuis.” Een belangrijke bestemming werd India. In onder meer Ludhiana, in de deelstaat Punjab, werkte Grendel samen met artsen en chirurgen in opleiding. Daar zag Laning van dichtbij wat een gebrek aan geld en trainingsmiddelen betekent. „Je ziet een heleboel ellende. Maar dit is precies de reden waarom je het doet. Je wilt dat die mensen toegang krijgen tot de middelen waar ieder fortuinlijk land wél over beschikt.” De reizen leveren Grendel een internationaal netwerk van chirurgen, opleiders en medische experts op. Zij werken voor Lapitude rechtstreeks samen met de programmeurs en ontwerpers in Leeuwarden. Zelf kan Laning bijna als een medicus uitleggen hoe een galblaas wordt verwijderd. „Dat moet ook. Je moet weten waar je het over hebt.” VOORTBOUWEN Enkele jaren geleden kwam een volgende grote kans. Grendel sloot aan bij het internationale programma Wellcome Leap SAFE, gericht op innovatie rond chirurgische zorg en training. De opdracht binnen SAFE sloot vrijwel naadloos aan bij wat Grendel ooit met Underground had geprobeerd: ontwikkel hoogwaardige laparoscopische training die ook bereikbaar is in landen waar dure simulatoren simpelweg onbetaalbaar zijn. Grendel kon voortbouwen op de lessen van Underground en alle kennis die het daarna voor internationale medische bedrijven had opgedaan. Het resultaat heet Laptitude. Geen Underground 2.0, benadrukt Laning, maar een compleet nieuw trainingsplatform met dezelfde achterliggende filosofie. De hardware weegt ongeveer 3,5 kilo, past in een rugzak en kan worden gekoppeld aan een smartphone, tablet of laptop.

voor laparoscopie. Wie het spel uitspeelde, had ongeveer 12 uur intensief getraind.

waar gameontwikkelaars tot dan toe nauwelijks rondliepen.

Commercieel werd Underground geen enorme hit. Daarvoor was het verdienmodel lastig. Maar onderzoek naar de trainingsmethode leverde positieve resultaten op en onder meer Stanford University kwam bij eigen onderzoek tot vergelijkbare conclusies. Internationale media kregen belangstelling en Grendel Games werd ineens een bekende naam in een wereld

VAN LEEUWARDEN NAAR SILICON VALLEY Die aandacht opende deuren. Grendel werd uitgenodigd voor medische congressen in de Verenigde Staten en kwam in contact met grote fabrikanten van medische apparatuur. Bedrijven als Boston Scientific schakelden de Leeuwarders in voor trainingen. Ook Intuitive Surgical, fabrikant van de wereldwijd gebruikte Da Vinci-operatiero-

Sensoren registreren hoe iemand de instrumenten bedient, terwijl zelfontwikkelde technologie ervoor zorgt dat virtueel weefsel realistisch reageert op bijvoorbeeld knippen en hechten. De gebruiker begint spelenderwijs met de basisvaardigheden, oefent daarna medische deelhandelingen en kan uiteindelijk complete kijkoperaties simuleren. Ook ontwikkelde Grendel een AI-techniek waarmee verschillende anatomische situaties kunnen worden nagebootst. Een virtuele lever is daardoor niet iedere keer dezelfde lever. Laning: „Net zoals geen patiënt hetzelfde is, kan ook iedere trainingssituatie anders zijn.” VERKOOP EIGEN PRODUCT Laptitude verandert niet alleen de medische training, maar ook Grendel Games

De relatief betaalbare hardware wordt gecombineerd met een softwareabonnement voor de verschillende trainingen. Laning vergelijkt het met ’een combinatie van een PlayStation 5 en een Netflix-abonnement’. Dat model moet Grendel in staat stellen internationaal op te schalen zonder de hardware onbetaalbaar te maken. INDIA ALS SPRINGPLANK Laptitude wordt inmiddels geproduceerd in Shenzhen in China en wereldwijd verkocht, maar Grendel heeft het vizier nadrukkelijk op India gericht. Volgens Laning zijn daar jaarlijks ongeveer 40.000 chirurgen in opleiding. De combinatie van enorme aantallen en beperkte toegang tot dure trainingsapparatuur maakt het land voor Grendel bijzonder interessant. Daarom bereidt het bedrijf, samen met Invest International, een eigen kantoor in India voor. Niet om Leeuwarden te verlaten, want de Blokhuispoort blijft de thuisbasis, maar om dichter op de belangrijkste markt te zitten en gebruikers en distributeurs sneller te kunnen ondersteunen. Op termijn lonken ook Afrika en Midden- en Zuid-Amerika. Ondertussen wordt Laptitude verder uitgebouwd. Grendel werkt aan toepassingen voor urologie en robotchirurgie. Ook westerse opleidingscentra tonen belangstelling. Daar kan het systeem bijvoorbeeld worden uitgeleend aan artsen in opleiding, die thuis kunnen trainen terwijl hun opleiding op afstand de ontwikkeling volgt. De ambitie is groot: Grendel Games wil Laptitude uitbouwen tot het belangrijkste betaalbare trainingsplatform voor laparoscopische en robotchirurgie ter wereld. Een Amerikaanse relatie omschreef de Leeuwarders ooit als hungrier than a pack of hyenas. Laning kan er wel om lachen. Bijna dertig jaar na die eerste studentenkamer voelt het voor hem allerminst alsof Grendel Games zijn eindbestemming nadert. Integendeel. Het spel is nog maar net begonnen.

Wat is serious gaming? Een serious game is een spel dat méér wil bereiken dan alleen vermaak. Elementen die videogames aantrekkelijk maken (uitdaging, beloning, competitie en directe feedback) worden gebruikt om mensen iets te leren, gedrag te veranderen of vaardigheden te trainen. Grendel Games past die methode onder meer toe in onderwijs, revalidatie en medische training. Het principe is eenvoudig: wie oefenen leuk vindt, houdt het langer vol en herhaalt een handeling vaker. Bij Laptitude traint een chirurg in opleiding bijvoorbeeld oog-handcoördinatie, het gelijktijdig gebruiken van beide handen en het nauwkeurig bedienen van medische instrumenten. Juist het spelelement moet ervoor zorgen dat leren minder als verplicht oefenen voelt. Of, zoals de filosofie van Grendel Games zich laat samenvatten: al spelende leert men.

L E E U W A R D E R C O U R A N T V R I J D A G 2 5 S E P T E M B E R 2 0 2 6 11


ADVERTENTIE

Kind, Jeugd en Gezin bij Cosis ‘Een simpel ‘mogge’ voelt als magie’ Cosis ondersteunt mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking. Die groep is heel divers: van jonge kinderen tot ouderen, met uiteenlopende hulpvragen. Uit recent onderzoek blijkt dat veel mensen in Drenthe en Groningen Cosis kennen, maar minder goed weten dat de organisatie ook kind- en jeugdzorg biedt. Daarom maken we kennis met twee expertisecentra waar kinderen en jongeren met een beperking dagelijks begeleiding en behandeling krijgen: EC Hoogeveen en EC Muntendam.

EC Hoogeveen: het kind staat centraal In Hoogeveen is De Krulekoare al jarenlang een bekend begrip. Het dagcentrum maakt deel uit van EC Hoogeveen, een expertisecentrum waar kinderen met een verstandelijke of meervoudige beperking begeleiding en behandeling krijgen. Teamcoördinatoren Chantal Koster en Marjan Kristoffers vertellen over hun werk.

logeren en vakantieopvang. Volgens Chantal vragen mensen regelmatig of het werk zwaar is. „Het vraagt veel van je. Je moet de hele dag alert zijn en de dynamiek is groot. Daar staat tegenover dat je veel geluksmomenten beleeft. Soms werk een kind maandenlang aan zijn of haar communicatie en zegt het opeens voor het eerst ‘mogge’ terug. Zo’n klein woordje voelt dan als pure magie.” Voor haar zit de voldoening vooral in het vinden van de juiste aanpak. „Ieder kind brengt een unieke puzzel mee. Als je ontdekt hoe je een kind kunt helpen om stappen te zetten, geeft dat enorm veel energie.”

„Wij ondersteunen kinderen vanaf jonge leeftijd tot ongeveer hun achttiende jaar,” vertelt Chantal. „Geen enkel kind is hetzelfde en dat geldt ook voor de hulpvraag. Sommige kinderen hebben intensieve verzorging nodig en zijn rolstoelafhankelijk. Met andere kinderen werken we juist aan vaardigheden die hen kunnen helpen door te stromen naar het (speciaal) onderwijs. Wat ze gemeen hebben, is dat we allemaal werken aan persoonlijke doelen die we samen met ouders opstellen en regelmatig evalueren.” Marjan vult aan: „We zijn een behandelcentrum. Naast de begeleiders werken verschillende specialisten mee, zoals fysiotherapeuten en logopedisten. Zij dragen vanuit hun expertise bij aan de ontwikkeling van het kind. Zo ontstaat een sterk netwerk rondom het kind waarmee we kijken naar wat mogelijk is.”

Ook voor Marjan draait het niet alleen om het kind, maar ook om de ouders. „Ouders kunnen onzeker, vermoeid of zelfs wanhopig zijn wanneer ze bij ons komen. Een beperking bij je kind roept veel vragen op en brengt een wereld van zorg en hulpverlening met zich mee. Het mooiste is wanneer we ouders daarin kunnen ondersteunen en naast hen kunnen staan, zonder direct te vertellen wat ze moeten doen.”

Het expertisecentrum werkt bovendien nauw samen met speciaal onderwijs en reguliere basisscholen. Ook biedt het naschoolse opvang,

„Eindelijk iemand die luisterde” Rikaa Hilberdink uit Hoogeveen is erg blij met de de Krulekoare . Haar zoon Revi (9) bezoekt het

‘Ieder kind brengt een unieke puzzel mee’

EC in Hoogeveen. „Toen we daar terechtkwamen was dat voor mij een verademing,” vertelt ze. „Daarvoor had ik allerlei instanties bezocht. Vaak voelde ik me niet gehoord. Bij het EC kreeg ik direct het gevoel dat mensen naast mij gingen staan. Ze zeiden niet wat ik moest doen, maar maakten duidelijk dat we samen wilden zorgen dat Revi gelukkig zou zijn. Dat was precies wat ik nodig had.” Volgens Rikaa werd haar zoon vanaf het begin geaccepteerd zoals hij is. „Het EC voelt voor hem als een tweede thuis. Hij heeft er grote stappen gemaakt in zijn ontwikkeling. Inmiddels gaat hij zelfs twee dagen per week naar het speciaal onderwijs, met extra begeleiding.” Die stap brengt ook nieuwe vragen met zich mee. „Een schoolomgeving vraagt meer van een kind dan een beschermde setting. Daarom blijven we goed kijken hoe het gaat. Maar ik heb veel vertrouwen in de begeleiders en behandelaars van het EC.” Terugkijkend overheerst vooral dankbaarheid. „De dag dat ik samen met Revi de Krulekoare binnenstapte, zal ik altijd blijven herinneren. Vanaf dat moment voelde ik dat we er niet meer alleen voor stonden.” EC Muntendam: veiligheid als basis Aan de Middenweg in Muntendam ligt EC Muntendam, lokaal beter bekend als De Kluft. Dagelijks komen hier zo’n vijftig kinderen tussen


ADVERTENTIE

de twee en achttien jaar. Binnen de zes groepen wordt gewerkt aan ontwikkeling, communicatie en zelfvertrouwen. Zorginhoudelijk coördinator Titia Groen en persoonlijk begeleider Sharon Middelbos vertellen over hun werk. „We hebben een heel diverse doelgroep,” zegt Sharon. „Van kinderen met een ernstige meervoudige beperking tot kinderen met autisme of complex gedrag. Sommige kinderen hebben één-op-één begeleiding nodig, anderen gebruiken het EC als opstap naar het speciaal onderwijs. Samen met behandelaars, zoals logopedisten en gedragswetenschappers, creëren we een omgeving waarin ieder kind zich op zijn eigen manier kan ontwikkelen.” Volgens Titia is veiligheid daarbij de basis. „Voor veel kinderen met een beperking is de wereld onvoorspelbaar. Dat kan onzekerheid en spanning geven. Onze taak is om een veilige omgeving te bieden waarin kinderen stap voor stap de wereld durven te ontdekken.”

‘Onze taak is om een veilige omgeving te bieden waarin kinderen stap voor stap de wereld durven te ontdekken’ Communicatie speelt daarin een belangrijke rol. Sharon: „Begrijpen en begrepen worden opent deuren. Veel kinderen zijn niet-verbaal, maar dat betekent niet dat ze niet kunnen communiceren. Daarbij kunnen hulpmiddelen zoals pictogrammen of een spraakcomputer helpen. Tegelijkertijd vraagt het ook van begeleiders dat ze leren kijken naar de signalen die een kind geeft. Dat proces blijft altijd interessant.” Titia: „We delen in het team ingewikkelde situaties met elkaar en denken gezamenlijk na over oplossingen. Je werkt misschien op je eigen groep, maar de verantwoordelijkheid voor de kinderen voelen we samen.” De groepen worden zoveel mogelijk samengesteld op basis van vergelijkbare ondersteuningsvragen. Dat maakt het mogelijk om begeleiding goed af te stemmen en kinderen van elkaar te laten leren. „Op de groepen werken altijd meerdere begeleiders,” vertelt Sharon. „Dat geeft ruimte om

kinderen individueel te ondersteunen of in kleinere groepjes activiteiten aan te bieden. Vaak werkt dat beter voor de concentratie en ontwikkeling.” Samen met ouders Wanneer duidelijk wordt dat een kind een beperking heeft, komt er veel op ouders af. Naast emoties zijn er vaak vragen over opvoeding, gedrag, communicatie en dagelijkse zorg. „Wij proberen echt naast ouders te staan,” zegt Titia. „We kunnen kennis delen, meedenken en een luisterend oor bieden. Maar andersom hebben we ouders ook hard nodig. Zij kennen hun kind als geen ander. Samen werken we aan hetzelfde doel: een gelukkig kind dat zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen.” Voor Sharon zit de grootste uitdaging vaak in het begrijpen van gedrag. „Het mooiste moment is wanneer je ontdekt wat er achter bepaald gedrag schuilgaat. Waarom doet een kind iets? Wat probeert het duidelijk te

maken? Als je dat begrijpt, kun je veel beter aansluiten bij wat het nodig heeft.” Soms ontwikkelen kinderen zich zo dat zij kunnen doorstromen naar het speciaal onderwijs. Dat zijn momenten waar medewerkers trots op zijn. „Bij een afscheid maken we vaak een fotoboek vanaf dag één,” vertelt Sharon. „Dan zie je hoeveel stappen een kind heeft gezet. Dat maakt ontzettend trots.” Ook voor Titia ligt de grootste voldoening in de ontwikkeling die kinderen doormaken. „Soms vraagt dat om creativiteit en het loslaten van vaste patronen. Als je samen iets bedenkt dat werkt en een kind daardoor groeit of gelukkiger wordt, dan ga je met een goed gevoel naar huis.” www.cosis.nu


RONALD MULDER

14 L E E U W A R D E R C O U R A N T V R I J D A G 2 5 S E P T E M B E R 2 0 2 6


NoordZ-columnist Ronald Mulder stopt ermee. Door kanker moet hij er noodgedwongen mee ophouden. „Vanuit een achterstandssituatie springen we in het Noorden vaak te gretig bovenop spectaculaire nieuwe ontwikkelingen.” TEKST MANNUS VAN DER LAAN FOTO’S CORNÉ SPARIDAENS

RONALD MULDER WIL MENSEN AAN HET DENKEN ZETTEN

O

pmerkelijk monter laat Ronald Mulder (61) de verslaggever binnen, in zijn woning in de Indische Buurt in Groningen. Niets verraadt dat hij kanker onder de leden heeft, om specifiek te zijn darmkanker met uitzaaiingen naar de lever. De diagnose werd drieënhalf jaar geleden gesteld. Hij heeft naar eigen zeggen ‘veel tijd gehad om eraan te wennen’. „Anderhalf jaar terug bleek dat het ongeneeslijk is. Ik word palliatief behandeld. Het ziet ernaar uit dat het nog een kwestie van maanden is.”

In het begin heeft hij geprobeerd om zijn werk en dagelijkse bezigheden voort te zetten, zoals zijn column voor NoordZ, waarvan de laatste in de vorige bijlage op 22 juni verscheen. „Op een gegeven moment lukt het niet meer. Vooral mentaal niet. Ik kan mijn kop er niet meer bij houden.” We spreken elkaar vlak na Prinsjesdag. Die volgde hij dit jaar nog slechts terloops. „Vroeger zat daar soms een aanknopingspunt voor een column in. Nu is het minder belangrijk. Dat gaat vanzelf. Toch blijf ik het nog wel met een bepaalde blik volgen. Dat is misschien een vorm van beroepsafwijking. Het gaat niet helemaal weg.” LEERSCHOOL Mulder heeft een economische achtergrond. In de jaren 80 van de vorige eeuw studeerde hij algemene en ontwikkelingseconomie aan de VU in Amsterdam, „in de tijd van Reagan en Thatcher”. Zijn eerste emplooi vond hij bij een economisch adviesbureau, het roemruchte Bureau voor Economische Argumentatie, mede opgericht door de latere VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer. „Dat was een goeie leerschool. Daar heb ik schrijven geleerd.” Hij herinnert zich nog levendig dat hij een voorstudie moest schrijven voor het Plan

‘Wat wel goed is gelukt en relatief weinig aandacht krijgt is het ICT-cluster hier’

Langman, wiens naam voortleeft in de zogeheten Langman-gelden die de noordelijke economie moesten oppeppen. „Dat rapport heette De Bovenkamer van Nederland. De hoofdlijn van dat betoog was dat het Noorden ervoor moet zorgen dat het de bovenkamer van Nederland wordt en niet de rommelzolder. Door de vestiging van ruimtevretende industrie dreigde dat laatste wel te gebeuren, wat wij niet zo’n goed plan vonden.” ÉÉN ORIGINELE GEDACHTE De naam De Bovenkant van Nederland werd vervolgens de naam van het regionaal economisch adviesbureau dat hij met een collega oprichtte. Eerst gevestigd in Assen, daarna in Groningen. De laatste tien jaar kennen we hem ook als columnist voor de bijlage NoordZ. Zijn beweegreden: „Ik wil mensen aan het denken zetten. In een goede column zit één originele gedachte. Een sprong waarvan de lezer denkt: oh ja, zo kun je het ook zien. Dat bereik je lang niet altijd, maar als het wel lukt, geeft dat veel voldoening.” De meeste van zijn columns zijn beschouwend van aard. Geliefde thema’s zijn onder meer het basisinkomen en bitcoins. „Over het basisinkomen heb ik best weinig geschreven”, corrigeert hij de verslaggever. „Toen ik werd aangenomen, kreeg ik namelijk te horen: ‘Eén ding: je schrijft niet elke maand over het basisinkomen.” Die waarschuwing kwam niet uit de lucht vallen. Mulder had zich er in de paar jaar daarvoor intensief mee beziggehouden. Hij had onder meer een crowdfundingsactie opgezet om twee mensen een jaar lang een basisinkomen te geven. „Het was een mini-experiment. Ook hebben we samen met de gemeente gewerkt aan een project om uitkeringsgerechtigden meer bij te laten verdienen. En politici geprobeerd te overtuigen dat het geen debiel idee is. Maar volgens mij heb ik me aan mijn belofte gehouden en in mijn column wei-

nig over het basisinkomen geschreven.” Veel columns gingen over de noordelijke, regionale economie. Daarmee gaat het niet slecht, maar er is inmiddels wel een lange waslijst met veelbelovende projecten die het niet hebben gehaald of zijn gesneuveld, van de zweeftrein tot Sensor City, van de universitaire nevenvestiging in Yantai tot waterstofvrachtwagenfabriek Hyzon. Mulder: „Vanuit een achterstandssituatie springen we in het Noorden vaak te gretig bovenop spectaculaire nieuwe ontwikkelingen. Wat wel goed is gelukt en relatief weinig aandacht krijgt, is het ICT-cluster hier. Dat is een direct gevolg van economisch beleid, te beginnen met het spreidingsbeleid vanuit Den Haag in de jaren 60. Daardoor kwam KPN hier en in navolging daarvan het Rekencentrum, DUO, BSO/Origin en TNO Telecom.” BEST EEN LEUK LEVEN Als tweede voorbeeld noemt hij watertechnologie in Friesland, rond het onderzoekscentrum Wetsus in Leeuwarden. „Dat beleid is consequent volgehouden. Zo moet het volgens mij ook. Dat is beter dan om de haverklap inzetten op futuristische projecten, zoals hyperloop of waterstof.” Bang voor de dood is hij niet. „Ik heb tijd gehad voor de zaken die ik per se nog wou doen of tegen mensen wilde zeggen. Dat is een cadeau. Je kunt ook onder de bus komen en dingen onafgemaakt achterlaten.” Bovendien heeft hij terugkijkend best een leuk leven gehad. „Wat dat betreft, heb ik niet veel redenen om depressief te zijn. Gelukkig ben ik tot nu toe ook redelijk goed door het ziekteproces heen gerold qua klachten en bijwerkingen. Ik ben weliswaar doodziek, maar nog behoorlijk fit en mentaal gezond. Hopelijk mag ik nog meemaken dat vijftig van mijn columns voor NoordZ in november worden gebundeld.”

L E E U W A R D E R C O U R A N T V R I J D A G 2 5 S E P T E M B E R 2 0 2 6 15


ADVERTENTIE

Samen in een gloednieuw Spoedplein In een gloednieuw Spoedplein heeft streekziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten de acute zorg voor Zuidoost-Friesland samengebracht. Hier werken de Spoedeisende Hulp, Eerste Harthulp, Dokterswacht, Intensive Care en Hartbewaking nauw samen om snel te doen wat meteen nodig is. Dat vraagt om veel functionele ruimtes, slimme routes en een prettige inrichting voor iedereen. Een uitdagende opdracht, zegt architect Lolke Wijtsma: „Maar in goed overleg met de zorgprofessionals hebben we er echt wat moois van gemaakt.” Tijdens een rondje over het nieuwe Spoedplein wordt de architect voortdurend begroet. „Het werkt hier hartstikke fijn”, zegt een medewerker in een centrale ruimte. „Lekker licht en je ziet ook wat van buiten.” Die lichtkoepel zit er niet voor niks, reageert Lolke Wijtsma. Licht geeft ruimte. „Dus: veel glas en ruime zichtlijnen voor een buitengevoel, maar zonder dat mensen zich van alle kanten bekeken voelen.” Privacy is in een ziekenhuis immers ook belangrijk. Zo is ontwerpen voor de zorg altijd een zorgvuldig proces, waarin de architect oog moet hebben voor allerlei belangen. Wijtsma is het gewend. Als architect bij bureau VMEZ Architecten in Drachten werkt hij al zo’n 23 jaar veel met Friese zorginstellingen. Nij Smellinghe kent hij als zijn broekzak. In de afgelopen jaren ontwierp hij er onder meer al een zonnedak, nieuwe operatiekamers, poliklinieken en ook het schoolgebouw met auditorium van Firda.

‘Naarmate je verder komt, wordt ontwerpen steeds ingewikkelder’ Sterker nog: het kantoor van VMEZ Architecten zit aan de overkant van de weg bij het Drachtster ziekenhuis en Nij Smellinghe huurt zelf een kantoorruimte naast het architectenbureau. Die band loopt al lang, zegt Wijtsma. Dat heeft grote voordelen: „Wij weten alles van het gebouw en kunnen vanaf het begin meedenken, al voordat een vraag een echte opgave is.’’ Elke week is er overleg. En het vertrouwen onderling is groot. Meedenken De aanloop naar het Spoedplein begon zes jaar geleden. De intensive care had hard een nieuwe ruimte nodig, net als de hartbewaking. Toen dook het idee op om de dokterswacht, spoedeisende hulp en radiologie hierbij te trekken. Dan is apparatuur flexibeler te gebruiken, zijn ruimtes slimmer te delen en is expertise van artsen en verpleegkundigen beter te bundelen voor effectieve zorg. Bovendien: bij meer vraag naar spoedeisende zorg door vergrijzing en minder

Lolke Wijtsma

zorgpersoneel aan de andere kant is het goed om ervaren verpleegkundigen flexibeler in te kunnen zetten. „En dan begint het meedenken”, zegt Wijtsma. Als architect bij VMEZ Architecten zet hij in op een functioneel ontwerp, al is het natuurlijk voor een architect wel een uitdaging om een gebouw zo mooi mogelijk te maken. Ook dan kunnen keuzes best ingrijpend zijn. „Zo hebben we hier de oude hoofdingang helemaal weggehaald om daar ruimte te maken voor het Spoedplein.” Voor de zorg van nu was dat een spannende maar logische stap. Zo’n besluit stelt de architect wel voor veel puzzels. Hoe hou je alles overzichtelijk? Wat zijn handige routes, voor medewerkers en patiënten? Hoe organiseer je de zorg en pas je daar de ruimtes op aan? Dat is in de zorg – vanwege een hoog verantwoordelijkheidsgevoel – altijd een lang en ingewikkeld proces, zegt Wijtsma met een glimlach: „Noem het maar kwadratisch complex. Naarmate je verder komt, wordt ontwerpen steeds ingewikkelder. Als architect moet je voortdurend superveel uitleggen over waarom je iets voorstelt en wat de speelruimte is om het toch nog anders te doen.” Anders organiseren Als de ruimte in een gebouw beperkt is, heeft een passende oplossing voor de een al gauw impact op wat een ander graag zou willen. „Die afstemming

is deel van het spel.” Verandering geeft stress, maar ook dat heeft volgens Wijtsma best een voordeel: „Stress zorgt voor focus.” En met open en helder overleg kun je veel bereiken. Maar soms, als belangen blijven botsen, is het goed dat het management toch een knoop doorhakt. Bij het Spoedplein in Nij Smellinghe was de nieuwbouw meteen een goede aanleiding om de zorg anders te organiseren. Zo zijn verpleegkundigen steeds meer opgeleid om inzetbaar zijn op meerdere afdelingen, waar ze op dat moment het hardst nodig zijn. Die visie klinkt ook door in de ruimtes. Wijtsma: „Veel kamers zijn flexibel te gebruiken. We noemen dat een harmonicamodel, waarin je snel kunt schuiven. Zo zijn kamers van de Dokterswacht ook gemakkelijk te gebruiken als vergader- of kantoorruimte voor medewerkers.” De puzzel is gelegd. En na een ingrijpende verbouwing, waarin functies geregeld tijdelijk moesten verplaatsen om ruimte te maken, is het Spoedplein open en volledig in gebruik. Wijtsma is er best trots op. „Bij Nij Smellinghe is iedereen ook supertevreden over de samenwerking en het resultaat.” Dan mag je bij een rondje over het plein als architect best blij zijn met de schouderklopjes van mensen die er elke dag werken. www.vmez.nl


ADVERTENTIE

Parkinsonzorg die naadloos aansluit op het dagelijks leven Voor mensen met Parkinson of Parkinsonisme bestaat goede zorg uit meer dan een bezoek aan het ziekenhuis. Juist in het dagelijks leven ontstaan vragen en situaties die van invloed zijn op hun welzijn en zelfstandigheid. Daarom biedt Antonius de mogelijkheid om een Parkinsonverpleegkundige thuis in te schakelen.

Het aantal mensen dat met Parkinson leeft, neemt de komende jaren verder toe. Dat maakt goede, toegankelijke en goed afgestemde zorg steeds belangrijker. Zeker wanneer er patiënten zijn die moeite hebben om naar het ziekenhuis te komen. „Reizen is te belastend voor sommige mensen met Parkinson,” legt Lonnie de JongBloem uit. „Mede daarom ontstond de behoefte aan ondersteuning van een Parkinson verpleegkundige thuis.” Ontstaan uit behoefte Verpleegkundig consulenten Parkinson Lonnie de Jong-Bloem en Jacoba van den Berg-Engelmoer zien iedere dag van dichtbij wat de ziekte écht betekent voor het dagelijks leven van een cliënt. Zij begeleiden cliënten en hun familie die leven met Parkinson in hun eigen woonomgeving en vormen zo de brug tussen ziekenhuis- en thuiszorg. De zorg sluit zo naadloos aan bij wat iemand op dat moment nodig heeft en vindt plaats op de juiste plek. Omdat Antonius zowel een ziekenhuis als een thuiszorgorganisatie is, zijn de lijnen tussen de polikliniek neurologie en de zorg bij de patiënt thuis uitzonderlijk kort. Een mooi voorbeeld van passende zorg, die zoveel mogelijk dichtbij de patiënt wordt georganiseerd. Vaak worden Jacoba en Lonnie ingeschakeld door Jolanda Haanstra (Verpleegkundig consulent Parkinson), Willie Boringa-Tol, Tecla Hettinga of Ina Storm (Verpleegkundig specialisten Parkinson) uit het ziekenhuis. Ze bezoeken cliënten thuis, in hun eigen vertrouwde omgeving.

‘Thuis krijg je een veel completer beeld van iemand’ Eerlijk beeld Volgens Jacoba geeft juist de thuissituatie het meest eerlijke beeld van hoe het met iemand gaat. „Juist thuis krijg je een veel completer beeld van iemand. Tijdens mijn bezoeken hoor en zie ik welke klachten de cliënt ervaart, maar ook wat voor hem of haar belangrijk is. Ik kijk naar de wensen van de cliënt en respecteer die.” Daarnaast spelen ook de kleine details een belangrijke rol. „Als iemand mij iets te drinken

Een verpleegkundige van Antonius thuiszorg zwaait naar haar cliënt.

aanbiedt, zie ik meteen hoe diegene beweegt”, legt Jacoba uit. „Zulke alledaagse momenten laten écht zien hoe het in de praktijk gaat en waar het lastig wordt voor de cliënt. In een poli-setting is dat toch anders; daar weet iemand zich vaak net even op te laden. Zo komen we samen, als ziekenhuis en thuiszorg, tot een compleet beeld van de zorgvrager.” Kwaliteit van leven Parkinson is een complexe ziekte die verder gaat dan alleen motorische problemen. Nonmotorische klachten, zoals slaapproblemen, stemmingswisselingen en cognitieve veranderingen, zijn vaak het meest belastend. Antonius werkt eraan om deze aspecten te signaleren en de juiste zorg in te zetten, zonder een overkill aan hulpverleners. Voor iemand met Parkinson is het belangrijk dat de zorg niet stopt zodra de deur van het ziekenhuis achter je dichtvalt. Lonnie, Jacoba en haar collega’s zien daarom niet alleen mensen met Parkinson in het ziekenhuis en bij hen thuis, maar bieden ook ondersteuning aan

mantelzorgers en verzorgen voorlichting aan verschillende thuiszorgteams. Daarbij hebben Jacoba en Lonnie niet alleen oog voor de cliënt zelf, maar nadrukkelijk ook voor de naasten. „Is de mantelzorger bijvoorbeeld overbelast? En is er misschien extra ondersteuning vanuit de thuiszorg nodig? Samen kijken we naar wat nodig is om de kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk te houden.’’ Samenwerking ziekenhuis en thuiszorg „Een goede samenwerking tussen ziekenhuis en thuiszorg is van groot belang voor de patiënt”, aldus Lonnie. Ze maakte na jaren werken in de thuiszorg als Parkinsonverpleegkundige een tijdelijke overstap naar het ziekenhuis. Nu ze weer terug is in de thuiszorg, weet ze als geen ander hoe belangrijk de korte lijnen tussen ziekenhuis en thuiszorg zijn. „We hebben wekelijks overleg en kunnen in zowel het ziekenhuissysteem als het thuiszorgsysteem werken. Dat geeft ons een compleet beeld van de patiënt,” vertelt Lonnie. „Voor iemand met Parkinson is het fijn als zorgverleners elkaar weten te vinden”, ervaren Lonnie en Jacoba. „Je wilt niet steeds opnieuw je verhaal hoeven vertellen, maar vooral weten: wie helpt mij verder? Je kunt iemand in het ziekenhuis heel goed behandelen, maar je moet ook weten hoe het thuis gaat. Daar zie je wat iemand in het dagelijks leven nodig heeft. Daarom is het mooi dat we de zorg goed op elkaar afstemmen. Ook voor onze collega’s en de zorg die zij leveren in het ziekenhuis.” Passie voor het vak Wat Lonnie en Jacoba drijft, is de mens achter de diagnose Parkinson. „Ik vind het altijd weer een cadeautje om bij mensen thuis te komen en hun verhalen te mogen horen”, vertelt Lonnie. „Nu ik de zorg in het ziekenhuis heb beleefd en terug ben in de thuiszorg, weet ik hoe de samenwerking optimaal ingericht kan worden. Deze combinatie maakt mijn werk heel speciaal.”

Verpleegkundig consulenten thuiszorg Lonnie (l) en Jacoba hebben korte lijntjes met het ziekenhuis van Antonius in Sneek.

www.mijnantonius.nl


ADVERTENTIE

‘Zorg en IT vinden elkaar: MBO studenten als aanjagers van innovatie’ Dat is waar het project Care about IT naar streeft. “Als we niets doen loopt de zorgsector vast”, geeft Jessica Knopper aan. Immers, de personeelstekorten in de gezondheidszorg lopen verder op, waardoor op termijn een serieus zorginfarct dreigt. “Niets doen is geen optie en technologie wordt als één van de oplossingen gezien.” Het was dé reden om het Care about IT-project op te zetten. “Met dit project willen we de kansen en uitdagingen in het mbo-beroepsonderwijs binnen de zorg- en IT-sector onderzoeken, zodat toekomstige zorgprofessionals leren technologie zo effectief mogelijk in te zetten. Waarmee tegelijkertijd de werkdruk kan worden verminderd en de zorg kan worden verbeterd. Daarmee bereiden we studenten niet alleen voor op innovatie, maar maken hen er nu al onderdeel van.” Kloof verkleinen Care about IT startte ruim 3 jaar geleden en gaat nu het laatste jaar in. Daarmee stopt het overigens niet, daarover later meer. Care about IT is een Europees project (een CoVE) dat tot doel heeft de kloof tussen zorgsector, IT-sector en het beroepsonderwijs te verkleinen. Er werken 15 partners uit 4 EU-landen, (Nederland, Finland, Estland en Italië), zowel uit het onderwijs als het bedrijfsleven, in samen. “Uitgangspunt is dat studenten niet alleen leren over technologie, maar er tijdens hun opleiding al mee leren werken. Zorg- en IT-studenten werken samen aan vraagstukken uit de praktijk, onderzoeken mogelijkheden en denken mee over oplossingen. Daarmee ontwikkelen ze niet alleen digitale vaardigheden, maar ook een onderzoekende en kritische houding”, zegt Jessica Knopper, programmamanager namens Noorderpoort, dat in Nederland voortrekker en spil van het project is. Bij de aanvraag is DC Terra betrokken als partner en het Alfa-college is aangehaakt via het Practoraat. “In de afgelopen jaren heeft Care about IT veel meer opgeleverd dan enkel losse opdrachten. Zo werken studenten en docenten samen met diverse organisaties in Groningen en Drenthe aan vraagstukken die daar nu spelen. Het mbo draagt op die manier niet alleen bij aan professionals van de toekomst, maar ook aan de vernieuwing van de zorg van vandaag. Juist in Noord-Nederland, waar toegankelijkheid van zorg en personeelstekorten grote vraagstukken zijn, is dit van belang en willen we als mbo nadrukkelijk bijdragen aan oplossingen.” Andere manier van samenwerken “In DNA verband (DC Terra, Noorderpoort en Alfa College) is Care about IT ondergebracht in het Practoraat Zorg & Technologie en dat loopt aan het einde van het project gewoon door”,

vertelt Lieke Brons, practor Zorg & Technologie. “Care about IT heeft geleid tot een andere manier van samenwerken. Daardoor vinden zorg, IT, onderwijs en praktijk elkaar steeds makkelijker rond concrete vraagstukken. Er is een Europees netwerk ontstaan waarin onderwijs, zorgorganisaties en technologiepartners gezamenlijk werken aan de vraag hoe technologie betekenisvol kan bijdragen aan zorg en welzijn. De samenwerking, kennis en ontwikkelde aanpak worden binnen het practoraat Zorg & Technologie verder uitgebouwd en verbonden aan het onderwijs van DC Terra, Noorderpoort en Alfacollege.” Verbinding zorg en IT “Juist de verbinding tussen zorg- en IT-studenten blijkt waardevol”, vertelt Lieke. “De zorgstudent weet wat cliënten en professionals nodig hebben, terwijl de IT-student vanuit een andere invalshoek naar geschikte oplossingen kijkt. Beide werelden hebben elkaar nodig om technologische toepassingen in de zorg verder te ontwikkelen, toe te passen in de praktijk en dat het dan ook echt werkt.” Nieuwsgierig, kritisch, kan het anders, welke innovaties kunnen ons ondersteunen bij het toekomstige werk? Het zijn vragen en uitdagingen waar mbo-studenten voor worden geplaatst. Projectleider Tonny de Hooge: “Ze leren niet alleen gebruik te maken van nieuwe technologie, maar ook nadenken over vragen als: Wanneer heeft technologie werkelijk meerwaarde? Voor wie werkt het? Wat vraagt het van een zorgprofessional? En wat is nodig om het goed in te voeren?” Innovatie Daarbij worden ook de ervaringen in de andere deelnemende landen meegenomen. Jessica:“ Op die manier versterken we elkaar. Technologie en digitalisering hebben inmiddels binnen verschillende vakgebieden in het onderwijs een plek gevonden. De volgende stap is om dit steviger en structureler in curricula te verankeren, zodat het niet afhankelijk is van losse projecten of enthousiaste voorlopers.”

Uiteraard moeten ook docenten daarin worden meegenomen. “Zo organiseren we bijvoorbeeld docentstages en helpen hen verder professionaliseren. Want, ook voor hen verandert het vak. Zij moeten nieuwe ontwikkelingen kunnen verbinden aan hun eigen onderwijs en studenten kunnen begeleiden bij vraagstukken waarvan het antwoord nog niet vaststaat.” “Duidelijk is dat de zorg van nu en de toekomst niet meer de zorg van vroeger is. Er zit nu al veel innovatie in het beroep en dat zal alleen maar toenemen. We moeten studenten voorbereiden op een ander beroep. Dat is waar het om gaat. Daarom is het belangrijk om onderwijs te bieden dat zo goed mogelijk aansluit op wat de praktijk vraagt.” Thuis blijven wonen De regie gaat daarbij steeds meer naar de patiënt. “We zijn nog huiverig om dat toe te laten, maar technologie en innovatie gaat zowel de medewerker als de patiënt helpen”, is de overtuiging van Lieke. “Het is toch een aantrekkelijke gedachte als technologie er aan bij kan dragen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen?” Studenten zijn in elk geval enthousiast en gaven, nadat ze aan vraagstukken hadden gewerkt, aan dat ze het prettig vonden dat ze zelf nieuwe technologie konden testen en trots waren op wat ze hadden gemaakt. “Care about IT heeft inmiddels nadrukkelijk duidelijk gemaakt wat er kan ontstaan als zorg, IT, onderwijs en praktijk gezamenlijk optrekken. Dat willen we vasthouden, uitbouwen en verder versterken. Het is onze ambitie dat studenten zorg en welzijn dit niet zien als iets extra’s, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van hun toekomstige beroep. Tegelijkertijd moeten ze kritisch blijven kijken naar de vraag wanneer technologie werkelijk bijdraagt aan betere zorg, meer eigen regie met zich meebrengt, waardoor het werk voor zorgprofessionals prettiger wordt.” www.careaboutit.eu


ADVERTENTIE

Regie, grip en perspectief na hersenletsel Geen energie, overprikkeld, moeite met concentreren, onbegrepen, gebrek aan perspectief. Door Niet- aangeboren hersenletsel zoals een hersenschudding kan je leven op de kop komen te staan. Sam, Chantal en Johannes weten hoelang de zoektocht naar herstel kan duren en komen uiteindelijk uit bij NeuroRC in Leeuwarden.

Bij NeuroRC volgen ze onder begeleiding van een multidisciplinair team een integraal herstelprogramma waarin lichaam en brein stapsgewijs opnieuw worden geactiveerd. Fysieke activatie, intensieve breintraining en passieve rust wisselen elkaar af in een vast ritme, ingebed in leefstijlinterventies rond slaap, voeding, beweging, ademhaling en stressregulatie. Herstel wordt zo iets waar ze actief aan kunnen werken en stap voor stap meer regie in kunnen nemen. Sam valt van een kruk als hij met z’n vrienden na een festival alles opruimt. Een ongelukkige val voorover met grote gevolgen. Sam denkt, ach, het gaat wel over. Dat denkt z’n huisarts ook, maar Sam duikt een diep dal in. Na drie maanden loopt hij iedere dag net een klein rondje. Een neuroloog vindt een scan niet nodig, geen gekke dingen doen. Na een half jaar volgt Sam een revalidatietraject. Hij heeft het mentaal zwaar. “Ik ging voor mijn gevoel achteruit en had geen uitzicht op beter.” Na zeven maanden lijkt hij uitbehandeld, “meer konden ze niet voor me doen, het was wat het was.” „Je hoopt telkens dat het beter wordt”, zegt z’n vriendin Marit. Maar Sam verliest z’n werk, valt dieper. Via internet maakt hij kennis met GETaHEAD, een programma van ervaringsdeskundigen. Sam leert er mentor Johannes kennen, die het herstelprogramma van NeuroRC heeft gedaan. Sam doet de intake bij Kees van NeuroRC. “Die wist het heel goed uit te leggen. Wat gaan we waarom doen en hoe kan dat bijdragen aan mijn herstel? Hij gaf me tips nog voor ik zeker wist dat ik het programma zou gaan doen. Dat gaf vertrouwen: er zat iemand die me begreep en mij wilde helpen.” Chantal, zelf verpleegkundige, heeft een heel andere ervaring. Op een avond gaat letterlijk haar lampje uit. Duizelig, evenwichtsstoornissen en vervolgens volledige uitval van haar rechter lichaamshelft. Eerst wordt gedacht aan een virus, dan aan MS. Een maand later toont een scan een herseninfarct aan. Ze heeft een scheurtje in een nekslagader, die een bloedprop heeft veroorzaakt. “Ik wilde weer wat kunnen” „Maar ik kon niets meer. Mijn man moest helpen met wassen, aankleden, naar toilet gaan, met alles.” Ze krijgt medicatie en vele onderzoeken volgen. Daarna krijgt ze het advies om thuis te blijven oefenen en voldoende rust te pakken. Ze probeert wat ze kan. „Ik wilde zelf weer wat kunnen.” Ondanks heel weinig energie, zet ze door. Autorijden, werken. Het valt tegen, zeker op het werk waar ze niet begeleid wordt. Op een gegeven moment is ze op. Dan leest haar man een artikel over NeuroRC. Met haar man doet ze de intake, “(…)het voelde direct goed voor ons allebei.” Johannes valt bij het schaatsen. Bewusteloos. Na scan en een controle, een hechting en papieren over ‘hersenschudding’ verlaat hij het ziekenhuis. Z’n jukbeen blijkt verbrijzeld, hij wordt de volgende dag geopereerd. Thuis gaat het mis.

Greetje, Chantal, Sam en Jannah Johannes is overprikkeld, extreem vermoeid, kan geen geluid, beweging of beeldscherm verdragen, z’n spraak verandert en hij is afwezig. Na zes maanden nauwelijks verbetering. Getriggerd door positieve ervaringen van mensen uit zijn omgeving op het gebied van post-COVID en hersenletsel, gaat ook hij naar NeuroRC. Daar voelt hij zich gezien en begrepen. Leren sturen op belasting en herstel Voor alle drie geldt, dat ze bij het team van NeuroRC hun leven en perspectief terug krijgen. Sam, Chantal en Johannes ondergaan het 12 weken durende herstelprogramma op hun eigen manier. Chantal is geen sporter, maar zet door met het hoofd. Na de eerste week krijgt ze een terugslag, maar bespreekt dat direct. Ze leert werken met gezonde ritmes van activatie en herstel: zichzelf bewust activeren, belasting opzoeken en dat afwisselen met echte passieve rust. Samen met haar positieve drive een prima combinatie naar perspectief. Johannes is de eerste week uitgeput, voelt zich ziek. Verrassend genoeg ziet hij later in videoopnames die hij van zichzelf heeft opgenomen dat hij aan het eind van die week juist scherper overkomt dan aan het begin van de week, hoewel hij zich slechter voelt. Hij wordt nieuwsgierig wat z’n eigen data hem vertellen, leert z’n herstel actief met technieken te versnellen en naar lichaam en gevoel te luisteren en te handelen. Vanzelf? Het is juist hard werken Sam loopt tijdens de hersteltraining ook tegen grenzen aan, mentaal en fysiek. “Kan ik dit volhouden? Aan de ene kant is er weer energie, aan de andere kant voelde ik me mentaal en fysiek kapot. Een soort kater. Tegelijk voel je dat je weer beter wordt in dingen die je daarvoor niet meer kon. Hier leerde ik omgaan met het

paniekgevoel dat me soms bekroop. De begeleiding voelde heel goed, vertrouwd.” Het zit voor Johannes, Chantal en Sam bij NeuroRC in de positieve en veilige aanpak van betrokken professionals op hun eigen vakgebied. Mensen, maatwerk en monitoring binnen een multidisciplinaire aanpak. De fysieke en mentale training werpt z’n vruchten af, ze worden zich bewust van wat hun brein wel aankan. Chantal werkt nog niet, maar heeft een coach die haar begeleidt naar passend werk. Ze heeft alle vertrouwen dat het goed komt. ‘Ik voel me goed, ben me bewust van m’n grenzen, ben in balans.” De gereedschapskist van NeuroRC, zoals ze die noemt, is haar grote steun. Sam is stap voor stap op weg, ook in z’n werk. Hij voelt dat hij het kan, weet bewust z’n grens te verleggen. Zijn perspectief is terug en bij vriendin Marit ook. Ze hebben weer toekomst. Johannes is vol energie, heeft de NeuroRC technieken verankerd in z’n manier van leven. Hij kan het gezinsleven en z’n baan weer aan, z’n muziek weer beleven en zet zich online in voor lotgenoten. Drie mensen die weer vol in het leven staan. Voor alle drie is herstel iets waar ze nu actief aan kunnen werken en stap voor stap meer regie in kunnen nemen. Zo ontstaat niet alleen meer grip op het herstel, maar ook iets wat lange tijd minder vanzelfsprekend was: perspectief. Nieuwsgierig naar het traject wat zij hebben gevolgd bij NeuroRC, check de QR code! https://www.neurorc.nl/programmas/nietaangeboren-hersenaandoening/


MONIQUE DE SMIT MARIAN SCHULTING

20 LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026


Uitleggen wat er gaat gebeuren, waarom dat gaat gebeuren en vooral positief blijven. Zo proberen mondhygiënistes Marian en Monique in Lemmer kinderen tandartsklaar te stomen. TEKST MARCO KUIPER FOTO’S NIELS DE VRIES

MET EEN PRETTIG GEVOEL IN DE STOEL MET JOHNNY JOKER

N

door de ouders, tot het einde van de basisschoolperiode. Als laatste zijn er geen gaatjes bij Sven gevonden, wat hem nog eens twee punten oplevert. Tijdens de controle op tandplaque scoort Sven nog eens een punt omdat er een klein laagje plaque is geconstateerd. Een score van vier punten op een totaal van acht is lang niet slecht.

aar de tandarts: voor veel kinderen is dit een spannende gebeurtenis. Zijn de tanden wel goed genoeg gepoetst, of erger: zijn er gaatjes in het gebit te vinden? Mondhygiënisten Marian Schulting en Monique de Smit gebruiken sinds maart de Johnny-Jokermethode, een werkwijze om kinderen vanaf hun eerste tandje op een speelse manier te leren hoe ze goed voor hun gebit kunnen zorgen.

Tijdens de behandeling valt dus op dat De Smit te allen tijde een positieve benadering aanhoudt. Ze benadrukt bij het gesprek over het poetsen dat het goed is dat Sven twee keer per dag zijn tanden poetst en geeft aan dat de verbetering zit in het aanhouden van de voorgeschreven 2 minuten durende poetsbeurt. Negatieve zaken worden wel behandeld, maar deze worden op een fluwelen manier vertaald naar het positieve.

Dat gaat verder dan alleen goed poetsen en het onderhouden van het gebit. De kinderen krijgen tips over hoe ze gedurende de dag op voeding kunnen letten, wat weer een positieve invloed heeft op het voorkomen van gaatjes én op de algehele gezondheid. Monique de Smit, samen met haar collega Marian Schulting eigenaar van M2 Mondzorg in Lemmer, straalt als ze vertelt over dat het eindelijk is gelukt om te werken met een methode die gericht is op preventie, plezier en samenwerking tussen kind, ouder en mondhygiënist. „Zoiets wilde ik altijd al doen. Sinds we voor onszelf zijn begonnen hebben we eindelijk de mogelijkheid om te werken met een preventieve methode.” COMFORTABEL GEVOEL Beide mondhygiënistes hebben naast hun tandheelkunde opleiding een specialistische scholing gedaan gericht op kindertandverzorging. „Als je kinderen van een jaar of 3 ziet die echt pijn aan hun gebit hebben, dan breekt mijn hart”, vertelt De Smit in haar praktijk. „Als we juist kinderen vanaf hun eerste tandje preventief kunnen helpen om pijn en schade aan het gebit te voorkomen, dan word ik daar heel gelukkig van.” Schulting legt uit dat de behandelingen niet per se gericht zijn op het herstellen van eventuele schade aan het gebit, maar juist preventief zijn. „Het doel is om (jonge) kinderen op een speelse wijze kennis te laten maken met de tandarts. We leggen heel veel uit over het gebit, poetsen en eetgewoontes. Het belangrijkste is dat de kinderen zich in de stoel prettig voelen.” Dat de methode gericht is om kinderen op de speelse manier wegwijs te maken bij de mondhygiënist (en opvolgend bij de tand-

COMFORT (OF AFLEIDING) Dat de patiënt op de eerste plaats staat is duidelijk. Voor kleine kinderen kan de puntenkaart een goede manier zijn om (meer) te leren over het gebit. Vanaf een jaar of 12 is de kaart minder bruikbaar omdat die gericht is op de kleine kinderen. Dat neemt niet weg dat dezelfde methode wordt toegepast: de focus ligt nog steeds op het kind.

arts) is goed te zien bij een behandeling die De Smit uitvoert bij de 12-jarige Sven. Met veel geduld en toewijding wordt Sven meegenomen in alle stappen van de preventiebehandeling. DE PREVENTIEBEHANDELING Eerst gaat De Smit in gesprek over het poetsen: gebeurt dat ook echt twee keer per dag 2 minuten, mét fluoride tandpasta? Het antwoord dat Sven geeft, levert één punt op; hij poetst twee keer per dag, maar geen 2 minuten. De volgende vraag gaat over de eet- en drinkmomenten. Het wordt aangeraden om maximaal zeven keer per dag (iets) te eten of te drinken; elke hap of slok telt daarbij mee. Sven heeft vaker gegeten vandaag, hierdoor ontvangt hij geen punten. Een ander onderdeel van het basisadvies is het laten napoetsen van de tanden

Om de kinderen op hun gemak te stellen, reiken De Smit en Schuiling allerlei attributen aan om de kinderen te laten wennen aan het voor sommigen angstige moment om in een tandartsstoel te liggen. „We maken gebruik van knuffels, zonnebrillen en boekjes zodat het kind zich op zijn gemak voelt”, vertelt Schuiling. „Ook hebben we onze knuffel Meindert (een groot knuffelpaard, red.) tot onze beschikking.” LAAGDREMPELIG Het verschil tussen de mondhygiënistes en de ‘echte tandarts’ is volgens De Smit dat de mondhygiënistes laagdrempeliger zijn dan de reguliere tandarts. „We boren in ieder geval niet, dat is een van de verschillen”, legt De Smit uit. „Onze rol is meer preventief. We geven natuurlijk advies over het gebit, maar ook over voeding. En voor de ouders: wat zijn gezonde gewoontes?” Over de geholpen kinderen zijn Monique en Marian na een halfjaar niet ontevreden. De spreekwoordelijke deur wordt

Johnny Joker Bij de methode Johnny Joker wordt gewerkt met een puntenkaart die gebaseerd is op het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis en de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen van het KIMO (stichting Kennisinstituut Mondzorg). Met deze puntenkaart wordt eenvoudig en inzichtelijk vastgelegd welke adviezen goed opgevolgd worden. Hiermee wordt gezond gedrag beloond en worden ouders en kinderen uitgenodigd om zelf te kijken waar nog een verbeterpunt te behalen valt.

volgens Monique nog niet platgelopen, maar dat geeft niets. Zoals Monique toegeeft: „Het is ook een kwestie van bekendwording. Als er meer bekendheid van Johnny Joker ontstaat dan zouden er minder kinderen problemen met hun gebit krijgen. En daarnaast zijn er zoveel ouders die niet weten dat de kosten voor de tandarts (en mondhygiënist) gewoon in het basispakket zitten.” Dat er met het invoeren van de JohnnyJokermethode deuren voor M2 Mondzorg zijn opengegaan is duidelijk. Een langgekoesterde wens om met tandheelkunde zich extra te focussen op kinderen is in vervulling gegaan. De belangrijkste motivatie voor Monique en Marian is volgens Monique dan ook: „Het plezier en het gemak van het werken volgens deze wetenschappelijke basis met het kind centraal stellen.”

L E E U W A R D E R C O U R A N T V R I J D A G 2 5 S E P T E M B E R 2 0 2 6 21


ADVERTENTIE

‘Je kunt onze producten overal op de wereld tegenkomen’ Dat de druk op de zorg groot is behoeft geen nader betoog. De vraag naar zorg neemt toe, terwijl het aantal zorgverleners amper stijgt. Sterker nog, als we niets doen dreigt een zorginfarct, zo kunnen we regelmatig horen. Technologie kan volgens Annelies Wolters van Lode Holding in Groningen een belangrijke oplossing zijn om de zorg op het niveau te houden zoals we met elkaar graag zouden willen. „Technologie biedt prachtige oplossingen, maar de implementatie in de zorgsector gaat nog niet snel genoeg.” En dat begrijpt Wolters ook nog wel. „Bij zorg denkt de patiënt in eerste instantie dat hij of zij wordt geholpen door een mens, maar wat als straks die zorgverlener niet meer beschikbaar is? Bij Lode Holding spelen we concreet in op de toepassingen van technologie. Wat kun je met technologie doen en bereiken, waardoor de zorg op een goed niveau blijft?” Kwestie van tijd Als voorbeeld noemt ze hartrevalidatie. „Dat kan één op één, maar het kan ook al in een groep van bijvoorbeeld acht mensen, met behulp van moderne apparatuur en slimme software. Valpreventie, ook actueel, kan verzorgt worden door een apparaat, die jou leert om vallen te voorkomen. En zo zijn er veel meer voorbeelden waarbij technologie kan helpen de zorg beter te organiseren. Zijn we al zover? Ik denk nog niet voldoende, maar het is een kwestie van tijd totdat we geen keuze meer hebben.” Gouden standaard Dochterbedrijf LODE loopt met diverse producten, vergezeld van software, wereldwijd voorop. Wolters noemt het de gouden standaard. Zo is het bedrijf binnen de niche van (sport)medische ergometrie een van de bekendste spelers. Voorop staan daarbij de eigen fietsergometers. Voor de thuismarkt worden deze met andere A-merken gecombineerd tot oplossingen van dochterbedrijf ProCare, waarbij vermogen, zuurstofopname, ventilatie en hartfunctie nauwkeurig worden gemeten tijdens inspanning. Deze oplossingen staan bekend als uitmuntend. Verder scoort LODE goed met medische loopbanden, die ingezet worden bij revalidatie, wetenschappelijk onderzoek, sportprestatiemetingen en inspanningsdiagnostiek. „We hebben een aantal bijzondere loopbanden in ons portfolio, met name waar het aankomt op vermogen en bepaalde toepassingen.” Daarnaast levert LODE apparatuur dat gebruikt kan worden in combinatie met MRIen andere beeldvormende systemen. En tenslotte is het bedrijf de enige wereldwijd die revalidatieen rolstoelergometers heeft ontwikkeld en verkoopt. “Innovatie speelt binnen ons bedrijf een belangrijke rol, daar zit heel veel expertise. LODE is een echt familiebedrijf, waar continuïteit en de lange termijn belangrijke kernwaarden zijn.” Impact Blij is Wolters met het feit dat Lode Holding onlangs met haar dochterbedrijf ProCare, voet aan de grond heeft gekregen in Duitsland. ProCare is leverancier van medische-, arbeids- en gezondheidskundige meetapparatuur en dienstverlening. „Op die manier breiden we onze impact in de wereld verder uit. We hebben ook een kantoor in Keulen geopend, waar de belangrijkste faculteit voor Sport- en Revalidatiewetenschappen van Duitsland zit, waarmee we kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. Want, zo is onze overtuiging, zonder samenwerking is er geen ontwikkeling.” Het bewustzijn dat bewegen als medicijn en/of preventiemiddel kan worden ingezet, begint

Annelies Wolters

steeds meer voet aan de grond te krijgen. „Het is precies waar wij ons op richten”, geeft Wolters aan. „Uit onderzoek blijkt dat mensen die worden behandeld voor complexe problemen, zoals kanker, hartfalen of een beroerte na een operatie sneller herstellen wanneer ze fitter zijn. Daarom is het belangrijk dat patiënten zowel vooraf als na de ingreep, zo snel mogelijk verantwoord gaan bewegen. Dat is altijd spannend, maar onze producten kunnen daarbij een belangrijke ondersteunende rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan een looprobot, waarmee je sneller weer loopbewegingen kunt maken. Daarmee bevorder je de groei van neurale verbanden en voorkom je een verdere achteruitgang van de spieren. Bovendien, en dat doet iets met je brein, voelen mensen zich beter als ze zelf zo snel mogelijk kunnen werken aan hun herstel. Dat geeft vaak een enorme mentale opkikker.”

Partnerschappen Ondanks tariferingen en handelsbeperkingen is Lode Holding in staat om zich ook buiten de landsgrenzen verder te ontwikkelen. „We hebben in diverse landen goede partnerschappen opgezet en daar gaan we mee door. En in Groningen zelf hebben we goud in handen, is mijn overtuiging. Dus, mijn voornemen is om ieder jaar een stukje minder bescheiden te zijn. Waarom? Omdat we in Groningen een serie prachtige bedrijven hebben, die enorm gedreven zijn om de wereld een stukje beter te maken. We moeten ons gaan beseffen dat er in Groningen heel veel facetten aanwezig zijn waarmee we wereldspeler kunnen worden. LODE is het al, veel meer bedrijven zijn daar mee bezig. De kracht van de samenwerking speelt daarbij een belangrijke rol. Als we dat optimaal gaan benutten, kunnen zowel de bedrijven als de regio daar optimaal van gaan profiteren.” www.lodeholding.nl

Lode Holding richt zich op menselijk bewegen, gezondheid, sport, preventie en medische technologie. Zij ontwikkelt en produceert medische meetapparatuur, ergometers, softwareoplossingen en innovatieve producten voor de life science and health sector. De producten gaan de hele wereld over.


ADVERTENTIE

Drempelloze zorg begint met samenwerken Wie zorg nodig heeft, wil vooral één ding: de juiste zorg op de juiste plek. Niemand wil van loket naar loket worden gestuurd of steeds opnieuw moeten uitzoeken wie waarvoor verantwoordelijk is. Mensen willen dat de zorg goed geregeld is, met soepele overgangen tussen zorgverleners en zonder onnodige hindernissen. Dat is drempelloze zorg.

Erica Schaper Juist daarom bundelen Frisius MC, Noorderbreedte, Thuiszorg Het Friese Land en Revalidatie Friesland binnen Zorgpartners Friesland al jaren hun kennis en expertise. Die samenwerking wordt steeds intensiever. Samen bouwen zij aan een regionale zorgketen waarin ziekenhuiszorg, revalidatie, ouderenzorg en thuiszorg naadloos op elkaar aansluiten. Niet de organisatie staat centraal, maar de mens. Zorg verandert Die samenwerking is hard nodig. Friesland vergrijst sneller dan veel andere regio's. Het aantal mensen met een chronische ziekte groeit en de vraag naar zorg neemt toe. Tegelijk blijft het tekort aan zorgprofessionals een grote uitdaging. Om de zorg toegankelijk te houden, moeten organisaties hun kennis, medewerkers en voorzieningen slimmer inzetten. Eén zorgpad voor de patiënt Voor veel patiënten loopt de zorg over meerdere organisaties. Een oudere die na een beroerte revalideert, krijgt bijvoorbeeld te maken met het ziekenhuis, een revalidatiecentrum, thuiszorg en soms ook ouderenzorg. Ook mensen met hartfalen of een chronische longziekte ontvangen zorg van verschillende zorgverleners. Door intensief samen te werken sluiten behandelingen beter op elkaar aan. Zorgverleners stemmen hun behandeling af, delen informatie en zorgen dat de volgende stap in de zorg logisch aansluit op de vorige. Zo hoeft een patiënt niet steeds opnieuw zijn verhaal te vertellen en blijft de zorg overzichtelijk.

Juiste zorg op de juiste plek Niet iedere behandeling hoeft in het ziekenhuis plaats te vinden. Een ziekenhuis blijft onmisbaar voor complexe zorg, maar veel zorg kan dichter bij huis worden gegeven. Soms in een revalidatiecentrum, soms thuis met ondersteuning van de wijkverpleging en soms digitaal. Dat is vaak prettiger voor patiënten en zorgt ervoor dat specialistische ziekenhuiszorg beschikbaar blijft voor mensen die die zorg echt nodig hebben. Als topklinisch ziekenhuis heeft Frisius MC een grote verantwoordelijkheid. Het ziekenhuis wil ervoor zorgen dat inwoners van Friesland ook in de toekomst kunnen rekenen op de juiste medisch-specialistische zorg. Bijna alle behandelingen kunnen plaatsvinden bij Frisius MC, dicht bij huis. Een deel van het zorgtraject kan soms ook thuis plaatsvinden, bijvoorbeeld met thuismonitoring of thuiszorg. Voor een aantal zeer complexe behandelingen werkt Frisius MC samen met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Voor deze behandelingen is een bezoek aan het UMCG nodig. Het behandelteam van Frisius MC blijft betrokken en neemt de zorg na de behandeling weer over. Erica Schaper, bestuursvoorzitter van Frisius MC: „Voor patiënten is een ziekenhuis, een verpleeghuis of thuiszorg niet belangrijk. Zij willen vooral dat hun zorg goed op elkaar aansluit. Als wij achter de schermen beter samenwerken, merken patiënten dat vóór de schermen.”

Slim organiseren met digitale zorg Digitale zorg helpt om de zorg slimmer te organiseren. Thuismetingen, videoconsulten en digitale inzage in medische gegevens maken zorg toegankelijker. Tegelijk blijft persoonlijk contact altijd mogelijk. Niet iedereen voelt zich prettig bij digitale oplossingen. Daarom kiezen de zorgorganisaties steeds voor de vorm van zorg die het beste past bij de patiënt. Schaper: „Digitale zorg helpt ons om de zorg slimmer te organiseren, maar technologie is nooit het doel op zich. We houden de zorg toegankelijk door kennis te delen, digitale mogelijkheden goed te benutten en elkaars expertise te versterken. Zo zorgen we ervoor dat mensen ook in de toekomst kunnen rekenen op passende zorg.” Samen werken aan de toekomst Goede zorg ontstaat niet alleen in het ziekenhuis. Ook huisartsen, gemeenten, welzijnsorganisaties en andere zorgpartners spelen een belangrijke rol. Door samen te werken aan preventie, ondersteuning en herstel kunnen mensen langer zelfstandig blijven en neemt de druk op de zorg af. Met die gezamenlijke aanpak bouwen Frisius MC, Noorderbreedte, Thuiszorg Het Friese Land en Revalidatie Friesland aan toekomstbestendige zorg in Friesland. Een zorgnetwerk waarin patiënten en cliënten merken dat organisaties samenwerken, zodat zij kunnen rekenen op passende zorg. Vandaag én in de toekomst. www.frisiusmc.nl


ADVERTENTIE

Hoopgevend onderzoek naar de ziekte van Parkinson Een nieuwe behandeling die het proces van de ziekte van Parkinson kan stoppen. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar dat is waar prof. dr. Teus van Laar, neuroloog bij het UMCG, al jarenlang onderzoek naar doet. Inmiddels wordt in nauwe samenwerking met CTC Netherlands het middel getest op patiënten. „Het is spannend en we zijn blij met het feit dat CTC Netherlands ons daarbij helpt, op die manier kunnen we gebruik maken van elkaars kracht”, aldus Van Laar. CTC Netherlands ondersteunt bedrijven en medici bij het testen van nieuwe medicijnen in een vroege ontwikkelingsfase, de zogenaamde fase 1 en fase 2 klinische studies. Dat doet het bedrijf door bij zowel gezonde vrijwilligers als patiënten de veiligheid, werking en dosering van nieuwe geneesmiddelen te beoordelen. „CTC Netherlands is op het terrein van het UMCG gevestigd, dat maakt de lijntjes kort en dat werkt erg prettig”, geeft Van Laar aan. Platform Er vinden al jarenlang allerlei onderzoeken plaats naar de ziekte van Parkinson. Volgens Van Laar is Noord-Nederland daar uitermate geschikt voor. „Noord-Nederland telt circa 5.000 Parkinson patiënten, een interessante groep voor onderzoek. Alle ziekenhuizen in het Noorden hebben zich ruim 10 jaar geleden verenigd in het Parkinson Platform Noord-Nederland, waarbij het UMCG de spin in het web is voor het onderzoek betreffende de ziekte van Parkinson. De Parkinson vereniging stond aan de basis van dit platform, door de neurologen met interesse in de behandeling van Parkinson te ondersteunen met één Parkinsonverpleegkundige gedurende één jaar, waarna het ziekenhuis garant moest staan voor de verlenging van het contract. Het Parkinson Platform Noord-Nederland is de kickstart geweest voor een goede geïntegreerde Parkinsonzorg in Noord-Nederland en is nog steeds een fantastische ondersteuning voor alle Parkinson onderzoek dat we in het UMCG doen.” „Om de ziekte van Parkinson te bestrijden is het nodig dat we het proces begrijpen en daar interventies op doen, waardoor het ziekteproces mogelijk gestopt kan worden”, vertelt Van Laar. „Op die manier is bijvoorbeeld ook de neurologische ziekte ‘Multiple Sclerose’ vrijwel geheel tot stilstand gebracht, iets wat jaren geleden nog ondenkbaar was. Bij de ziekte van Parkinson zijn we helaas nog niet zo ver.” Nieuwe inzichten Parkinson is de snelst groeiende hersenziekte ter wereld en de belangrijkste oorzaak daarvoor is de wereldwijde vergrijzing. „Erfelijke factoren spelen maar een bescheiden rol. Een belangrijk inzicht van de laatste jaren is dat waarschijnlijk zo’n 50% van de ziekte in de darmen ontstaat. De overige 50% lijkt via de neus en de reukzenuw de hersenen binnen te dringen. Dat zijn nieuwe inzichten en daar zetten we massaal op in. Het blijkt daarnaast dat als je gezond eet en veel beweegt dat de toestand van mensen met

Hebt u een vroege, nog onbehandelde vorm van de ziekte van Parkinson? Dan kunt u zich nog aanmelden voor het onderzoek. Inschrijven kan via onze website: www.ctc-geneesmiddelenonderzoek.nl Heb je eerst nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op via telefoon of e-mail, we beantwoorden ze graag. Tel. 050 - 305 54 88 E-mail: vrijwilligers@ctc-netherlands.com

prof. dr. Teus van Laar

Parkinson verbetert en ook het risico verlaagt op het krijgen van deze ziekte. Mogelijk kunnen deze zogenaamde ‘lifestyle’ factoren zelfs het beloop van de ziekte beïnvloeden, maar dat moeten we nog beter wetenschappelijk onderbouwen.” Winterslaap Op dit moment loopt er een belangrijke onderzoek naar een middel dat zijn oorsprong heeft in het Groningse laboratorium van prof. Rob Henning, een farmacoloog en exanesthesioloog, die z’n hele leven heeft gewijd aan het verschijnsel winterslaap bij dieren. „Hoe kan het dat dieren de hele winter in slaap blijven, waarbij het lijkt dat ze meer dood dan levend zijn en dan na maanden weer volledig normaal ontwaken zonder enige schade? De truc, zo blijkt uit zijn onderzoek, zit hem in het feit dat de ‘energiefabriek’, die in elke cel zit, bij dit proces een centrale rol speelt. Deze ‘energiefabriekjes’ in cellen spelen ook een rol bij Parkinson. Als er geen energievoorziening is, gaan celfuncties achteruit en kunnen cellen uiteindelijk sterven. Gebeurt dat in zenuwcellen in de hersenen, dan valt de communicatie tussen hersencellen uit, met alle gevolgen van dien. Wat we nu willen doen is om met behulp van een medicijn, het zogenaamde SUL-238, die energiefabriekjes weer te activeren. Dat wordt nu voor het eerst in de wereld in Groningen getest.” Vroege fase onderzoek Om het nieuw ontwikkelde medicijn te kunnen testen heeft Van Laar mensen nodig, die net de diagnose Parkinson hebben gekregen. Daarnaast zijn er bedden nodig om het onderzoek te kunnen uitvoeren, een soort mini-ziekenhuis gericht op

onderzoek, en die vond hij bij CTC Netherlands. „Hoe prettig is het dat we naast het UMCG een Clinical Research Organization hebben, die gespecialiseerd is in de vroege fasen van geneesmiddelenonderzoek en medicijnen kan testen op patiënten en gezonde vrijwilligers.” Overigens was de zoektocht naar patiënten die mee wilden werken geen enkel probleem. „Zij vinden het belangrijk om bij te kunnen dragen aan een mogelijke oplossing van hun ziekte.” Naast de mensen en bedden verzorgt CTC Netherlands ook de enorme hoeveelheid papierwerk die bij dit soort onderzoeken komt kijken. “Bij alles wat we doen staat zorgvuldigheid voorop en CTC helpt ons daarbij.” Hoopgevend Terug naar het onderzoek. Van Laar: „Dankzij het gebruik van een speciale techniek kunnen we met behulp van een MRI scan van de hersenen meten of het nieuwe middel daadwerkelijk de ‘energiefabriekjes’ stimuleert. De resultaten daarvan kunnen we al na een maand zien, waar dat voorheen veel langer duurde.” Het medicijn wordt in eerste instantie op 45 patiënten getest, verdeeld via loting over 3 groepen; placebo (nepmiddel) of een lage of hoge dosering van het nieuwe medicijn. „Begin 2027 hopen we het onderzoek te kunnen afronden, waarbij de resultaten dan ruim voor de zomer bekend zullen worden. Als het medicijn doet wat we er van verwachten dan hebben we een wereldprimeur in Groningen. Het wordt spannend, maar de voortekenen zijn hoopgevend.” www.ctc-geneesmiddelenonderzoek.nl


ADVERTENTIE

Klein buisje, grote impact Elke dag begint ergens in Noord-Nederland dezelfde reis. Bij één van de 80 priklocaties van Certe, huisartsenpraktijk of ziekenhuis wordt een buisje bloed afgenomen. Klein van stuk, maar met een grote opdracht: antwoorden geven op vragen over iemands gezondheid.

„Bij iedere opvallende uitslag moet er bij ons meteen een belletje rinkelen”, zegt Strating. „Daar mogen wij nooit in verslappen.” Soms gaat het om ziekteverwekkers waarvoor extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Dan gelden speciale protocollen en wordt onderzoek uitgevoerd in sterk beveiligde ruimtes.

Dat ene buisje is er niet alleen. Dagelijks ontvangt Certe zo'n vijfduizend bloedbuisjes. Samen met urine, ontlasting en ander lichaamsmateriaal leidt dat jaarlijks tot ongeveer 15 miljoen onderzoeken. Achter iedere uitslag gaat een zorgvuldig proces schuil, dat vraagt om efficiënt én uiterst nauwkeurig werken. „Een hele keten aan mensen, processen en technologie die perfect op elkaar aansluiten”, zegt bestuurder Wilja Strating.

„En zeker als het gaat om mogelijk ebola of laatst het veelbesproken hanta-virus, knipperen hier alle seinen op oranje”, aldus Andriesse.

Op weg naar een antwoord Na afname gaat het buisje op transport naar het laboratorium van Certe. Snelheid is belangrijk: bloed moet binnen vier uur worden verwerkt om betrouwbare resultaten te garanderen. Eenmaal aangekomen op het laboratorium wordt het materiaal gesorteerd. Sommige buisjes krijgen voorrang. Een gele sticker betekent spoed. Bijvoorbeeld wanneer er sprake kan zijn van leukemie en elk uur telt. „Dat pakken we meteen op”, vertelt Gunnar Andriesse, arts-microbioloog en directeur medisch en markt.

Terug bij de patiënt Naast al dat bloed onderzoekt Certe allerlei andere lichaamsmaterialen. Zo is het nu mogelijk om aan de hand van botschraapsel te achterhalen welke bacterie een infectie veroorzaakt bij een heup die is vervangen. Vroeger moest zo’n heup er snel weer uit voor een nieuwe. Andriesse: „Dat drama van zo’n zware operatie kunnen we inmiddels in negen van de tien gevallen voorkomen met een advies voor de juiste antibiotica.” Uiteindelijk eindigt de reis van het bloedbuisje waar deze begon: bij de patiënt. De uitslag van het onderzoek helpt artsen om zekerheid te geven, een diagnose te stellen of een behandeling te kiezen.

Vervolgens begint het echte onderzoekswerk. Het buisje komt terecht in een indrukwekkende straat van apparaten. Geavanceerde machines nemen automatisch kleine hoeveelheden bloed af en analyseren de samenstelling. Ze zoeken naar afwijkingen, virussen, bacteriën, tekorten of andere signalen die artsen helpen bij het stellen van een diagnose.

En terwijl dat ene buisje zijn antwoord heeft gegeven, zijn duizenden nieuwe alweer onderweg. Elk met een vraag, die wacht op een antwoord. Een klein buisje dus. Met een grote impact.

Wie het laboratorium binnenloopt, ziet weinig van het klassieke beeld van analisten achter microscopen. In plaats daarvan bewaken specialisten in witte jassen de processen en controleren zij voortdurend of apparatuur en resultaten betrouwbaar zijn. Waarde van diagnostiek Voor veel patiënten maakt dat onderzoek een groot verschil. Bij zeven op de tien patiënten vormt laboratoriumonderzoek een belangrijke basis voor diagnose en behandeling. „Want bij een infectie”, zegt Andriesse, „zoeken we uit om welke bacterie het gaat en waarmee je 'm maximaal kunt bestrijden.” Soms vraagt dat extra onderzoek. Bacteriën worden dan op kweek gezet en blootgesteld aan verschillende antibiotica. Zo wordt zichtbaar welk middel het beste werkt. Op basis daarvan ontvangt de behandelend arts een zorgvuldig advies. Dat advies gaat verder dan alleen de individuele patiënt. Het draagt ook bij aan verantwoord gebruik van antibiotica.

Strating: „We moeten bijvoorbeeld zuinig omgaan met antibiotica, die je vanwege de brede werking vaak kunt inzetten. Dan geef je een bacterie de kans om te leren hoe hij zo'n middel kan omzeilen, om resistent te worden. En van slimme bacteriën houden wij niet.” Oog voor afwijkingen Bij elk onderzoek blijft alertheid essentieel. Ondanks de hoge mate van automatisering beoordelen deskundige analisten en artsen voortdurend of uitslagen logisch zijn en of afwijkingen direct actie vereisen.

Wilja Strating en Gunnar Andriesse www.certe.nl


ADVERTENTIE

‘Wij durven te experimenteren’ Met drie grote geiten, kippen, leuke loopeenden en heel veel groen rondom is er buiten altijd van alles te doen voor bewoners, logees en ‘dagbesteders’ op locatie Roderesch van Joyce-House. Maar binnen valt misschien nog wel meer te beleven. Door VR met behandeling bijvoorbeeld, dat met een slimme toepassing en gebruik van data verrassend veel effect kan hebben op cliënten. Irene Bernsen, bestuurder: „Wij durven te experimenteren.”

Hooguit drie seconden kon de jonge vrouw zich maar concentreren. „Als zij de geiten wilde voeren, vergat ze haar bakje al na twee stappen.” In de dagbesteding fladderde ze vooral wat rond, zegt Bernsen, totdat zij met een VR-bril door hele kleine maar gerichte opdrachtjes in een virtual reality leerde steeds wat langer haar focus vast te houden. Dat werkte door in de echte wereld. Inmiddels kan de vrouw zomaar zes minuten aan tafel zitten en eten. „Dat is bizar”, zegt Bernsen. Zo zijn er meer voorbeelden. Een bewoner met zwaar overgewicht is eindelijk te verleiden tot bewegen en valt kilo’s af door oefeningen met VR, terwijl een ander juist tot rust komt als hij met zo’n bril weer even zijn vertrouwde ritje op de motor kan maken. „Hij ziet dan waar hij altijd reed voor zijn ongeval.” Zo is technologie prima te gebruiken in de zorg, aldus Bernsen, als je ’t gericht doet en de resultaten monitort. „Daar willen onze IT-jongens graag voor zorgen.” En zeker, deze ervaringen zijn een breder onderzoek waard. Dat gaat vast ook gebeuren. „Maar daar gaan we bij Joyce-House niet op wachten. Wij proberen het gewoon. Als het niet werkt, stoppen we ermee. Maar als het wél iets oplevert, gaan we door. En dan steeds beter…” Zorg op maat In tien jaar is Joyce-House vanuit een plek voor dagbesteding in een verbouwde kerk in Smilde door de vader van Joyce - uitgegroeid tot een instelling met vier locaties, waar cliënten met een beperking terecht kunnen voor wonen, dagbesteding en logeren. In Wolvega, Steenwijk

en Smilde wonen twaalf bewoners, aangevuld met cliënten die dagbesteding volgen of komen logeren. In Roderesch, dat vorig jaar als vierde vestiging de deuren opende, leven zes cliënten die graag buiten zijn. Een van hen zorgt dagelijks voor de dieren, liefst in een vast ritme. Een ander mag zich straks ‘hoofd paardenverzorging’ noemen. Want er komen twee paarden bij op het erf. Ruimte zat, en de mannen van de technische dienst maken met alle plezier een verblijf voor de dieren.

‘Kwaliteit van leven ontstaat waar mensen zich gezien, gehoord, erkend en verbonden voelen.’ Vaste mensen Joyce-House hecht veel waarde aan vaste teams, die veel vrijheid krijgen om samen hun werk in te delen. In deze organisatie heeft Bernsen veel geïnvesteerd. Ze sprak met alle medewerkers, toen zij eind 2022 begon als nieuwe bestuurder. „Als je basis stevig staat, kun je de regie neerleggen bij de professionals. Dan hoef je niet alles dicht te regelen.” Kleine teams kunnen dan hun werk zelf richten op wat de praktijk van hen vraagt Dat betekent in de visie van Bernsen: „Niet vergaderen, tenzij… Geen projectteams, tenzij…”

Dan komen er veel uren vrij voor de directe zorg voor bewoners. En voor activiteiten als een grote kerstmarkt in Roderesch voor iedereen van JoyceHouse, inclusief familie, buren en het hele netwerk. Dit begon als een leuk idee dat steeds groter wordt, zeker omdat cliënten er nu al enthousiast mee bezig zijn. Mooi, zegt Bernsen: „We maken er zoveel mogelijk een feestje van!” Vertrouwen Ruimte geven begint met vertrouwen, aldus Bernsen: „We hebben in deze sector de neiging om elk probleem op te lossen met een nieuw protocol, overleg, formulier of systeem. Wij beginnen liever aan de andere kant: wat zegt ons gezond verstand? Dat betekent niet dat we naïef zijn. Juist niet! Wat wettelijk moet en wat nodig is voor goede en veilige zorg, dat doen we. Maar alles daaromheen moet zijn bestaansrecht bewijzen.” In de zorg kan het geen kwaad om vaker te denken vanuit een economisch perspectief. Niet om winst te maken, aldus Bernsen. „Maar met een zakelijke blik op effectief organiseren kunnen we wel goede zorg betaalbaar houden.” Met inzet van slimme technologie bijvoorbeeld, met AI, met werken met eigen familie, met ouders in dienst nemen, zonder overbodige vergaderingen, en ook met nieuwe mensen in de zorg. Rondom alle medewerkers, cliënten en organisaties zit een netwerk dat prima is in te zetten om dingen mogelijk te maken. Zo heeft Joyce-House inmiddels drie ouders van bewoners in dienst. Zij doorlopen de vaste sollicitatieprocedure met dezelfde eisen als elke andere medewerker en worden dus naast ouder ook teamlid. Bernsen: „En deze mensen zijn al ervaringsdeskundig.” Deze betaalde ouderparticipatie loopt vanaf het begin prima. „We moeten een antwoord formuleren op de verwachte tekorten in de zorg en dus vaste overtuigingen loslaten. Als je allemaal vist in een vijver die steeds kleiner wordt, kun je ook kijken of je ’m kunt verbreden.” De toekomst vraagt, zo stelt Bernsen, om anders kijken naar wat beschikbaar is. Én zorg ervoor dat jouw mensen beschikbaar blijven: „Bij ons kort ziekteverzuim zitten we onder 1 procent.” Dat zit in ruimte, prettig werken en een gedeelde verantwoordelijkheid voor iedereen. Voor de cliënten betekent dat: vaak dezelfde vertrouwde gezichten. „En voor hen doe je het.” www.joyce-house.nl

Irene Bernsen


EELKO HUIZINGH

DE ZORG IS ONS EIGEN PROBLEEM ij leven in een heel rijk land en onze levensverwachting behoort tot de hoogste in de wereld. Toch zijn steeds meer mensen arbeidsongeschikt, daalt volgens het CBS ons aantal gezonde levensjaren en wordt de zorg onbetaalbaar. Dus wij zijn rijk, langlevend, vaak afgekeurd, minder lang gezond en ons zorgsysteem staat op omvallen: dat is toch een rare combinatie van feiten?

W

concurrenten daar garen bij spinnen en boeren denken dat ze zonder gifspuit niet kunnen overleven.

Waardoor worden we ziek? Door een combinatie van genen en omstandigheden. Aan genen kunnen we (nog) niet zoveel doen, de omstandigheden hebben we deels in eigen hand en worden deels bepaald door onze cultuur, economie en technologie. Volgens de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) leven we in een ‘hypernerveuze samenleving’ met doorgeschoten prestatiedruk, versnelling en individualisme.

Wij doen dat ook al: in tien jaar is de consumptie van suikerhoudende dranken met ruim een derde gedaald en zijn we veel meer water gaan drinken. Rookte tien jaar terug ruim een kwart van de volwassenen, nu is dat een derde minder. De vleesconsumptie is slechts een beetje gedaald, maar ligt wel op het laagste niveau sinds de start van de metingen in 2005. Dus: bewustwording heeft effect.

Naast het mentale is er ook het fysieke aspect: we eten te veel, te zout, zoet en vet, roken te veel en bewegen te weinig. En tot slot vervuilen we lucht,

Voor echte systeemverandering is ook overheidsingrijpen noodzakelijk water en bodem. Drinkwaterbedrijven hebben steeds meer moeite om water te zuiveren, met dank aan landbouwgif en medicatieresten in het riool. Wilt u wat cijfers? Volgens het Diabetesfonds eten volwassen Nederlanders meer dan tien suikerklontjes per dag alleen al aan toegevoegde suikers, dus suiker die door de industrie aan voeding is toegevoegd. Per jaar vinden in Nederland zo’n vierduizend amputaties plaats, 95 procent veroorzaakt door obesitas. Waar de meeste amputaties zijn? In Noordoost-Nederland. En het RVS-rapport schat de kosten van al onze mentale problemen op 18 miljard euro, jaarlijks. BEWUSTWORDING HEEFT EFFECT Waarom kan deze situatie bestaan? Het korte antwoord: de vervuiler betaalt niet voor de aangerichte schade. Sociale media en werkgevers zorgen voor stress, maar de resulterende schade is voor de samenleving. Voedingsbedrijven, supermarkten en fastfoodrestaurants strijken de winst op, de schade is opnieuw voor de samenleving.

We zitten in een val, zou je kunnen zeggen. Het is beter te zeggen: we hebben ons in een val laten lokken. Want dan wordt de weg terug ook zichtbaar. We kunnen minder zoet, zout en vet eten. En minder vlees, dat scheelt ook weer toegevoegde suiker en zout.

Dr. Eelko Huizingh werkt bij de vakgroep Innovatiemanagement & Strategie van de Rijksuniversiteit Groningen en is auteur van het boek Innovatiemanagement.

WIE DRAAIT DE KRAAN DICHT? Voor echte systeemverandering is ook overheidsingrijpen noodzakelijk. Dat is niet eenvoudig. We zien dat met de boerenprotesten en een ander voorbeeld is het verzet van de voedingsindustrie tegen een suikertaks waarvan we al heel lang uit het buitenland weten dat dit een effectieve maatregel is. Gelukkig wordt deze nu eindelijk in Nederland ingevoerd, zij het pas in 2030. De beste oplossing is: wetgeving die de vervuiler laat betalen. Het probleem is echter dat een directe relatie tussen ongezond gedrag en resulterende schade moeilijk is aan te tonen. Obesitas ontstaat pas na jaren en kent meerdere oorzaken, waaronder genetische. Daarnaast wijzen vervuilers graag op de individuele verantwoordelijkheid: McDonald’s dwingt toch niemand om daar te eten en Philip Morris dwingt geen enkele jongere om te vapen? En dus vinden zij zich niet verantwoordelijk voor de schade. En dus blijven wij fanatiek dweilen met de kraan wijd open. Want de zorg wordt onbetaalbaar! Iemand die de kraan durft dicht te draaien?

Het langere antwoord is dat we met zijn allen een systeem hebben laten ontstaan waar het moeilijk is uit te breken. Jongeren zien anderen het perfecte leven leiden op sociale media. Bedrijven met minder productieve medewerkers prijzen zich uit de markt. Restaurants met gezond eten zien klanten doorlopen voor een snelle vette hap bij de buren. Supermarkten die overstappen op biologisch voedsel merken dat

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 27


Al meer dan een kwart eeuw kunnen mensen en instellingen met een vraag over welzijn, gezondheid en gezondheidszorg aankloppen bij onderzoeksafdeling TGO binnen het UMCG. „Wij verbinden vragen uit de praktijk met wetenschappelijke kennis en ervaring.”

TGO VERBINDT WETENSCHAP EN PRAKTIJK

ELEEN DORLAND ANDREA FOKKENS ALMA MANNA

28 LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026


TEKST MANNUS VAN DER LAAN FOTO’S NIENKE MAAT

Onderzoeksproject NIMSPAKC

J

ezondheidswetenschapper Andrea Fokkens (46) van TGO is het ermee eens dat de naam van het onderzoeksproject NIMSPAKC „inderdaad een draak van een afkorting is”. Het staat voor het Noordelijk Initiatief Multidisciplinaire Samenwerking voor Patiënten met Aanhoudende Klachten na COVID-19. „Als je subsidie aanvraagt, moet je nu eenmaal een afkorting opgeven van je project. Op een gegeven moment is die ingebed en zit je eraan vast”, verklaart ze.

G

ohan Groothoff, voormalig hoogleraar Arbeid en Gezondheid aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), constateerde eind jaren 90 dat er in de praktijk veel onderzoeksvragen leefden waarvoor de traditionele wetenschap geen ruimte bood. Om in die leemte te voorzien, werd het onderzoeksinstituut TGO (Toegepast GezondheidsOnderzoek) opgericht. „De vragen waren vooral gericht op het verbeteren van de zorg en ondersteuning, zodat deze beter aansluiten bij de behoeften van mensen”, vertelt Manna Alma (44), het huidige hoofd van het instituut. „Sinds de oprichting verbinden wij vragen uit de praktijk met wetenschappelijke kennis en ervaring.” Als voorbeeld noemt ze het project Meedoen met afasie van onderzoeker Rimke Groenewold. Afasie kan optreden na bijvoorbeeld een beroerte. Patiënten hebben dan van de ene op de andere dag moeite om zich uit te drukken. Alma: „Er waren destijds in de therapie weinig middelen voorhanden om de alledaagse communicatie te trainen – bijvoorbeeld in een supermarkt, een restaurant, een apotheek of op een verjaardag. Die vraag heeft Groenewold samen met logopedisten en mensen met afasie opgepakt. Ze hebben een aantal instrumenten ontwikkeld om de communicatie te verbeteren, zoals een virtualrealitytraining. Die wordt inmiddels door logopedisten toegepast.”

Het onderzoeksproject is deels ontstaan uit een eerder project van het UMCG, waarbij ook het Frisius MC in Leeuwarden betrokken was. In het begin van de COVID-19-pandemie in 2020 werd daar een post-covidpoli opgezet. Fokkens: „We zijn in 2023 gezamenlijk dit vervolgproject begonnen als een gelijktijdige evaluatie en doorontwikkeling van het zorgpad.”

Onderzoeker Andrea Fokkens: „Belangrijk dat patiënten de zorg krijgen die ze verdienen.”

VERANDERING BEWERKSTELLIGEN Veel onderzoeksvragen komt intern binnen via andere afdelingen van het UMCG. Daarnaast staat het TGO, dat momenteel twaalf medewerkers in dienst heeft, open voor vragen van instellingen van buiten het UMCG. Het gaat altijd om projecten die te maken hebben met welzijn, gezondheid en gezondheidszorg. Alma: „We pakken de vragen alleen op als we een verandering kunnen bewerkstelligen.”

Voor het onderzoeksproject zijn diverse data verzameld. Zo zijn in Leeuwarden de medische gegevens geïnventariseerd van post-covidpatiënten die de longarts heeft onderzocht. Daarnaast hebben patiënten vragenlijsten beantwoord en zijn ze mondeling geïnterviewd. Dat is ook bij betrokken zorgprofessionals gebeurd. Fokkens: „Op basis van de resultaten zijn we samen met patiënten en professionals bezig met het verder ontwikkelen van een zorgpad. Met als insteek een multidisciplinaire aanpak met medewerking van diverse specialisten, zoals een ergotherapeut, een diëtist en een logopedist.” Het doel van NIMSPAKC is volgens haar inzicht te verkrijgen in wat de meest passende zorg is voor postcovidpatiënten. Er is al gebleken dat ze behoefte hebben aan een eensluidend verhaal. „De specialisten moeten hun bevindingen op elkaar afstemmen. Nu hoor je vaak van patiënten dat ze bij iedere zorgverlener iets anders horen. Dat schept verwarring.”

Onderzoeksproject Autisme Werkt

M

ensen met autisme hebben moeite om een betaalde baan te vinden én te behouden. Dat pakt niet alleen negatief uit voor henzelf, maar ook voor de arbeidsmarkt, want er is veel krapte. Daarom is TGO in samenwerking met andere organisaties het 6-jarig onderzoeksproject Autisme Werkt gestart.

Hieronder twee projecten die momenteel lopen bij TGO. Eentje over het zo goed mogelijk inpassen van werknemers met autisme en de andere over de zoektocht naar de meest passende zorg voor postcovidpatiënten.

Mensen met autisme hebben volgens gezondheidswetenschapper Heleen Dorland (40) over het algemeen heel goede arbeidskwaliteiten. Ze zijn erg gedreven om een specifieke opdracht te vervullen. Ook zijn ze in de uitvoering heel precies. „Toch is hun arbeidsparticipatie relatief laag. En als ze werken, doen ze dat meestal onder hun niveau. Ook verzuimen ze vaker dan gemiddeld.’’

Onderzoeker Heleen Dorland over autisten: „Als ze werken, doen ze dat meestal onder hun niveau.”

Manna Alma is het hoofd van de afdeling.

Relatief gezien is er nog altijd erg weinig bekend over post-covid. Er zijn geen diagnostische testen en evenmin een bewezen effectieve behandeling, „terwijl veel patiënten om hulp verlegen zijn”, aldus Fokkens. „Daarom is

het belangrijk dat ze de zorg krijgen die ze verdienen.”

Een probleem is dat veel werkgevers weinig kennis hebben over autisme. Daar komt bij dat lang niet alle mensen tijdens het sollicitatieproces bekendmaken dat ze autistisch zijn. Dorland: „Uit het onderzoek blijkt dat ze er goed aan doen om het te benoemen. Dan kunnen wederzijdse verwachtingen in een open gesprek besproken worden.” Het onderzoeksteam van Autisme Werkt bestaat uit mensen met autisme, wetenschappers en bedrijfsartsen. Daarnaast zijn diverse werkgevers betrokken, zoals de politie, de-

fensie en bibliotheken. TGO is bezig met het inventariseren van de behoeften van werkgevers en werknemers op het gebied van duurzame arbeidsparticipatie van mensen met autisme. Dorland: „Wij willen onder meer graag weten waaraan ze behoefte hebben om hun werk goed te kunnen doen en dat ze niet uitvallen. En wat hebben werkgevers nodig om mensen met autisme op de werkvloer te ondersteunen? Die vraag hebben we ook voorgelegd aan bedrijfsartsen, jobcoaches en ambulant begeleiders.” Personen met autisme hebben soms meer tijd nodig om een taak te verrichten dan gemiddeld. „De vraag is: wanneer is iets klaar? Het is belangrijk voor een werkgever om hierover in gesprek te gaan met hen.” Een andere uitkomst van het onderzoek is dat mensen met autisme behoefte hebben aan een goede balans tussen werk en privé. Als ze te maken hebben met een scheiding, de geboorte van een kind of een verhuizing dan is dat voor iemand met autisme ingrijpender dan voor anderen. Dan kunnen ze misschien het werk er niet meer bij hebben. Dorland: „Hierover moet meer openheid komen. Idealiter dient een werkgever aan het begin van het dienstverband met zo’n werknemer een plan op te stellen voor stressvolle situaties. Voor beide partijen zou dat goed zijn.”

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 29


ADVERTENTIE

‘We verbinden leefwereld en systeemwereld en werken aan concrete oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken’ Job Mol, directeur bestuurder van het Zorg Innovatie Forum (ZIF), heeft een scherpe blik op waarom veranderen in de zorg zo moeizaam gaat en waar volgens hem de oplossing ligt. „We zoeken vaak oplossingen op de as van ziekte en gezondheid, terwijl wat er echt aan onbehagen ten grondslag ligt vaak gewoon de zwaarte van het leven is. En het leven: dat kun je niet behandelen.”

Job Mol Van zorg naar het bredere sociaal domein Het ZIF is een netwerkorganisatie van zo’n dertig leden en beweegt mee met de ontwikkelingen in het zorglandschap. De organisatie werd in 2007 opgericht door Karin Kalverboer, die het stokje in juli van dit jaar overdroeg aan Job Mol. Waar de focus in de beginjaren vooral lag op zorg en innovatie, richt het ZIF zich inmiddels nadrukkelijker op het bredere sociaal domein en maatschappelijke vraagstukken. „Wij agenderen onderwerpen op basis van signalen die we in ons netwerk ophalen. Vervolgens leggen we verbindingen die zonder onze energie niet zomaar waren ontstaan.” Wetenschappelijke kennis, praktijkervaring en goede voorbeelden komen daarbij samen. Het ZIF brengt partijen bij elkaar om vraagstukken te onderzoeken, nieuwe ideeën uit te proberen en te kijken wat in de praktijk werkt. „Die manier van werken typeert de rol van het ZIF. Verbinden, experimenteren en leren staan centraal. Steeds vanuit de vraag wat er in de praktijk of context nodig is.” De leefwereld verbinden met de systeemwereld In de beweging van zorg naar zorgen voor gezondheid ziet Mol een belangrijke rol voor het ZIF: de verbinding maken tussen de leefwereld van mensen en de systeemwereld van beleid en organisaties. „We geven de stem van de samenleving een plek. Het gedachtegoed daarbij: niet over ons, zonder ons.” Een voorbeeld daarvan is Stem van Ouderen, een landelijk netwerk waarin ouderen via de Raad van Ouderen het ministerie van VWS gevraagd en

ongevraagd adviseren. Het ZIF is coördinator van het landelijke netwerk en begeleidt vier van de acht regionale netwerken. Ook Baanbrekend Perspectief, een loopbaantraject voor 55 plussers, laat de werkwijze van het ZIF zien. Het programma ontstond vanuit een vraagstuk rond vergrijzing en de positie van oudere werknemers op de arbeidsmarkt. Door samen met partners te onderzoeken wat nodig is, ontstond een programma dat inmiddels door meer dan 150 deelnemers is gevolgd. Samen met onder meer de Hanzehogeschool, het UMCG, NHL Stenden en de Rijksuniversiteit Groningen wordt het programma verder ontwikkeld. De opbrengst zit niet alleen in het aantal deelnemers, maar ook in de verschillende manieren waarop mensen opnieuw naar hun loopbaan, werk en toekomst kijken. Dat is kenmerkend voor de aanpak van het ZIF. Niet vooraf bepalen wat de oplossing moet zijn, maar ruimte creëren om te onderzoeken wat in de praktijk werkt. Vanuit die aanpak heeft het ZIF rond verschillende thema’s initiatieven en projecten opgezet, waaronder arbeidsmarkttransities, duurzame inzetbaarheid, cultuurparticipatie, inclusie, ouderenparticipatie en Alzheimer. Zo is ruimte ontstaan voor experiment, samenwerking en vernieuwing. Aan de voorkant beginnen Job Mol gelooft minder in verandering die van bovenaf wordt opgelegd. „Mensen willen wel veranderen, maar ze willen het niet opgelegd krijgen. Het moet dus van onderop komen. Daar

richten wij ons op.” Volgens Mol ligt de toekomst vooral in het voorkomen dat mensen zorg nodig hebben. Dat vraagt om sterke buurten, gemeenschappen en sociale netwerken waarin mensen naar elkaar omzien en waarin gezondheid wordt ondersteund voordat problemen groot worden. „Met onbeperkte middelen en menskracht zou ik veel meer inzetten op het voorkomen van de gang naar het medische circuit. Investeren in buurten en gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omzien, met een infrastructuur die gezondheid stimuleert.” Beweging Van zorg naar gezondheid. Van behandelen naar voorkomen. En van oplossingen bedenken voor mensen naar oplossingen ontwikkelen mét mensen. Dat is de beweging waar het Zorg Innovatie Forum aan wil bijdragen. „De zwaarte van het leven kun je niet behandelen. Wel kun je die serieus nemen, luisteren naar wat mensen nodig hebben en hen daarin niet alleen laten staan.” Dat vraagt om een blik die vertrekt vanuit het dagelijks leven van mensen en tegelijkertijd oog heeft voor de wereld van beleid en organisaties. Door verbindingen te leggen, ruimte te maken voor experiment en goede ideeën verder te brengen. Want complexe vraagstukken vragen volgens het ZIF niet altijd om ingewikkeldere oplossingen. Het begint met goed luisteren en kijken naar wat er al gebeurt en mensen de ruimte geven om zelf mee te denken en mee te doen. www.zorginnovatieforum.nl


ADVERTENTIE

‘Ons kent ons en ons ís hier ons’ Hoe kan ik later zelfstandig blijven wonen? Hoe voorkom ik dat ik straks altijd alleen thuis zit? De landelijke campagne ‘Praat vandaag over morgen’ moet senioren eerder aan het denken zetten. Prima, zegt manager Joyce Bosma-Bakker van Aardema Thuiszorg. „Vaak gaat het in de zorg om reageren, als er al wat aan de hand is.” Maar gelukkig kan men dan wel bij Aardema Thuiszorg terecht voor passende wijkverpleging en dagbesteding. afspraken. En met de huisartsen in vooral de dorpen heeft Aardema Thuiszorg korte lijnen. Bijl: „Wij kunnen snel even bellen voor overleg.” Andersom weten artsen ook Aardema Thuiszorg vlot te vinden. Dat is belangrijk. Ouderen weten zelf lang niet altijd hoe zij zelf hulp kunnen inroepen en wachten daar soms lang mee. Dan komt er een eerste melding van een onbestemd ‘nietpluisgevoel’ - zoals Bosma-Bakker het noemt van familie, van een ander in de omgeving of van een arts. „Dan is het voor ons zaak om achter de voordeur te komen. Dat is soms lastig. En áls het dan lukt, heb je te vaak het gevoel dat we daar eigenlijk eerder hadden moeten zijn.” Oog voor later Het platteland verandert. Nieuwe inwoners maken vaak minder deel uit van een dorp. Dan valt het minder snel op, als er iets aan de hand is. Andersom is burenhulp minder vanzelfsprekend, als iemand ’t niet meer alleen redt. Hoe los je dat op, nu het aantal ouderen en hiermee de vraag naar zorg toeneemt terwijl het steeds lastiger wordt om zorgmedewerkers te vinden? Natuurlijk, het blijft belangrijk om nieuwe medewerkers op te leiden. Bosma-Bakker: „Wij investeren dan ook in mooie mbo-trajecten met Firda.” Maar je moet eveneens kijken naar de inrichting van de zorg.

Joyce Bosma-Bakker en Janny Bijl

De koffie is goed. Dat is altijd een prettig begin bij de dagbesteding, met z’n allen rond de lange tafel bij Aardema Thuiszorg in Nieuwehorne. Andries Veenstra (91) uit Jubbega wil straks het nieuwe biljart uitproberen. En de vrouwen? Loltsje Meester (75) - „Ik woon hier om de hoek” - kijkt vooral uit naar het potje Rummikub. „Maar biljarten, dat wil ik ook wel leren.”

plannen we routes zo effectief mogelijk. Maar onze mensen kijken niet voortdurend op de klok. Als een cliënt dat nodig heeft, kun je best even blijven voor een praatje. Dat loop je later wel weer in. Wij werken graag met ruime blokken. Anders ga je later nog even langs. Want: hoe zou jij willen dat jouw vader of moeder verzorgd wordt? Hou dat maar voor ogen…”

Vooral is het er gezellig, zo met elkaar. De krant lezen, spelletjes, tuinieren voor wie het kan of misschien een rondje met een vrijwilliger op een duofiets, hier is altijd wat te doen. Loltsje Meester: „Anders zit je maar thuis de hele dag televisie te kijken.”

In die houding zit juist veel kracht van een organisatie als Aardema Thuiszorg, zegt wijkverpleegkundige Janny Bijl. „Het is hier overzichtelijk. Wij kennen elkaar en kunnen iedereen aanspreken. Ik zeg altijd: je bent alleen op route, maar je bent nooit alleen. Je kunt altijd een collega bellen, want we doen dit met elkaar.” Dat geeft motivatie. „Ons kent ons en ons ís hier ons.”

Zo heeft Aardema Thuiszorg zo’n twintig deelnemers, die op enkele vaste dagen in de week door een groep enthousiaste vrijwilligers naar Nieuwehorne worden gehaald. „En er kunnen nog mensen bij”, zegt Joyce Bosma-Bakker. Hiernaast is de organisatie vooral groot in de wijkverpleging, met vijf teams van gemiddeld vijf medewerkers die thuiszorg leveren in Heerenveen, Opsterland en Oost- en Weststellingwerf. Praatje De regio is groot, dus dat vraagt van medewerkers soms flink aanpoten. Maar haast, dát is volgens Bosma-Bakker nooit de bedoeling. „Natuurlijk

‘Te vaak het gevoel dat we er eerder hadden moeten zijn’ Nauw contact Die sfeer klinkt door in de zorg voor cliënten: oog voor elkaar en samen. Dit geldt ook voor collega’s in de zorg, onder meer in de regionale netwerken voor palliatieve zorg en zorg voor mensen met dementie. Hiervoor heeft Aardema Thuiszorg twee casemanagers in dienst. Met andere organisaties in de thuiszorg lopen heldere

Gelukkig heeft de nieuwe generatie ouderen minder moeite met digitale middelen. „Dan kun je best een smartphone gebruiken om iemand op afstand te begeleiden.” Zo blijf je langer zelfstandig. Ook is ’t goed om te kijken in de omgeving. Is er een vrijwilliger die eens mee kan om samen een boodschapje te doen of een kop koffie te drinken? Janny Bijl: „Dat geeft toch een gevoel van vrijheid.” Wat in ieder geval helpt, is dat senioren vroeger voorbereid zijn op later en zich niet laten verrassen. Hoe woon ik? Ken ik genoeg anderen? Hierover kan het dan bijvoorbeeld gaan in een bijeenkomst van een organisatie als Vrouwen van Nu. Bosma-Bakker: „Zo organiseren wij ook bijeenkomsten voor mantelzorgers bij Aardema Thuiszorg en zoeken aansluiting bij scholen.” Maar vanochtend is deze ruimte in Nieuwehorne het domein voor de ouderen in de dagbesteding. De Rummikub kan op tafel. Wietske van den Dam-Bos (82) uit Oudehorne doet een potje mee, maar gaat dan aan de slag met wat ze ’t liefste doet: sokken breien, in een razend tempo. Die gaan in de verkoop, onder meer bij het Flaeijelfeest. En daar verheugt iedereen zich op. „Dat was vorig jaar ook prachtig.” www.aardemathuiszorg.nl


ADVERTENTIE

Laboratorium Medisan: de wereld achter het gezondheidssupplement Wanneer je het bedrijf Laboratorium Medisan binnenloopt, komen bijzondere geuren je tegemoet. Overal in het pand hangt een zweem van kruiden, specerijen en botanische grondstoffen. Geuren die je misschien niet direct allemaal herkent. Dat ze uit de natuur komen is zeker. We zijn in de wereld van de natuurlijke voedingssupplementen, Laboratorium Medisan in Heerenveen.

Voedingssupplementen. Ze zijn er in alle soorten en maten. Wanneer je er eentje uit het schap pakt of op een website ziet staan, zie je vooral het eindproduct. Wat daarachter schuilgaat, is vaak een uitgebreid traject. „Een product dat uiteindelijk in de winkel ligt, begint met een idee,” vertelt Anke-Mare Haanstra, dochter van wijlen oprichter Fokke Haanstra. „Daarna komen wetenschap, ingrediënten, wetgeving, kwaliteit, productie en verpakking in beeld. Juist die combinatie maakt ons werk interessant.” Bij het Friese familiebedrijf komt dit hele traject samen. Het bedrijf bestaat al sinds 1988. In ruim 35 jaar tijd groeide Laboratorium Medisan uit tot een bedrijf dat niet alleen natuurlijke gezondheidsproducten ontwikkelt en produceert. Klanten worden hier begeleid bij álles wat daarbij komt kijken.

‘We kijken telkens naar werking, herkomst, continuïteit en kwaliteit’ Natuur en wetenschap Laboratorium Medisan werkt met natuurlijke ingrediënten zoals kruiden, planten en plantenextracten. Die kunnen worden gecombineerd met bijvoorbeeld vitaminen, mineralen, aminozuren, eiwitten, probiotica of enzymen. De grondstoffen komen uit verschillende delen van de wereld. Daarbij kijkt Laboratorium Medisan niet alleen naar de herkomst, kwaliteit en continuïteit van de natuurlijke grondstoffen, maar zeker ook naar de werking. ‘Natuurlijk’ betekent namelijk niet automatisch goed of werkzaam, benadrukt AnkeMare. „De natuurlijke oorsprong van een ingrediënt is belangrijk, maar dat is niet het enige waar we naar kijken. Wat weten we over een grondstof? Welke dosering wordt gebruikt? Welke wetenschappelijke onderbouwing is er? Is het veilig? En kunnen we tijdens de productie steeds dezelfde kwaliteit garanderen?” Hoge kwaliteitseisen Met deze vragen komt een belangrijk onderdeel van Laboratorium Medisan naar voren: de combinatie van natuur, wetenschap en kwaliteit. Het R&D-team verdiept zich onder meer in wetenschappelijke onderzoeken, publicaties en klinische studies en vertaalt die kennis naar praktische productontwikkeling. In de eigen productiefaciliteit wordt vervolgens volgens hoge kwaliteitsnormen gewerkt. Laboratorium Medisan beschikt onder meer over een GMP-gevalideerde cleanroom en werkt met uitgebreide kwaliteitscontroles. Ook beschikt het bedrijf over certificeringen en registraties, waaronder FSSC 22000, BIO (Skal) en een veterinaire registratie bij de NVWA.

Anke-Mare Haanstra Van preventie tot Healthy Ageing Merken ze bij Laboratorium Medisan bepaalde ontwikkelingen in de markt? „Ja, preventie wordt steeds belangrijker. Het is voor ons niet per se een nieuwe ontwikkeling. Ondersteuning van de gezondheid zit eigenlijk al heel lang in onze visie,” vervolgt Anke-Mare. De belangstelling voor preventieve gezondheid groeit echter enorm. Mensen willen langer gezond en vitaal blijven en zijn steeds bewuster bezig met hun gezondheid. Die ontwikkeling sluit aan bij het bredere thema Healthy Ageing: zo lang mogelijk gezond en actief blijven. Laboratorium Medisan ziet daarin kansen, onder meer door de groeiende belangstelling voor natuurlijke ingrediënten en producten die de gezondheid en vitaliteit ondersteunen. Daaruit voortvloeiend zien we ook steeds meer interesse in producten voor huisdieren, ter ondersteuning van een beter en gezonder leven. „We zien dat de gezondheid van huisdieren steeds belangrijker wordt voor mensen. Ook daar is een toenemende aandacht voor preventie en vitaliteit.”

‘Preventie wordt steeds belangrijker’ Friese basis, internationale blik Hoewel Laboratorium Medisan inmiddels internationaal opereert, is de Friese oorsprong nog altijd belangrijk. Vanuit Heerenveen wordt samengewerkt met klanten in binnen- en

buitenland. Dat zijn onder meer producenten van voedingssupplementen, farmaceutische bedrijven, merken, distributeurs en organisaties die zich bezighouden met marketing en verkoop. Kwaliteit, wetenschap en duurzaamheid als basis „Over vijf of tien jaar hoop ik dat we vanuit Friesland nog meer klanten en markten bedienen, zonder het karakter van het familiebedrijf en de persoonlijke manier van samenwerken te verliezen. Groter worden is daarbij zeker niet ons belangrijkste doel. We werken met een stabiel en vast team en willen vooral verder groeien in waar we goed in zijn: hoogwaardige productontwikkeling en productie voor mens en dier, met natuur, wetenschap, kwaliteit en duurzaamheid als basis.” Zo blijft Laboratorium Medisan een Fries familiebedrijf met een internationale blik. Weliswaar achter de schermen, maar met een open blik op de gezondheidsproducten van morgen. www.lab-medisan.com


ADVERTENTIE

UMCG Alzheimer Centrum: de mens centraal Het UMCG Alzheimer Centrum is expertisecentrum voor dementie en cognitie. Neuroloog drs. Jeroen de Vries en prof. dr. Barbara van Munster, voorzitter van het UMCG Alzheimer Centrum over de urgentie van het herkennen, diagnosticeren en behandelen van het (nog) ongrijpbare in het brein. Mensen zijn meer dan hun diagnose. Zorg moet uitgaan van wat nodig is om voor een ieder goed te blijven functioneren. In het Alzheimer Centrum Groningen werken zorgverleners, artsen en onderzoekers daarom multidisciplinair samen om het leven met dementie te verbeteren en onderzoekt het in brede zin cognitie in relatie tot ziekte en behandeling. Dit centrum is een van de zes gespecialiseerde, samenwerkende academische centra in Nederland, opgericht met hulp van Alzheimer Nederland. Ieder van hen heeft zijn eigen specifieke onderzoeksgebieden en vervult een regionale sleutelrol in expertise, behandeling, onderzoek en informatie. Onder de brede noemer van dementie vallen maar liefst vijftig ziekten. Bij twee derde betreft het Alzheimer, maar die kent ook al zes varianten, waarvan geheugenstoornis de meest voorkomende is. De grote variatie in verschijningsvormen maakt begrip, herkenning en diagnose uiterst complex, laat staan het vinden van het juiste medicijn of medische aanpak. Hoe eerder een ziektebeeld wordt herkend, hoe eerder de juiste zorg of behandeling gestart kan worden. En dat is juist bij ‘dementie’ het lastige, benadrukt Jeroen de Vries. De juiste diagnose „Dementie start vaak met vroege, diffuse signalen vóórdat er duidelijk sprake is van dementie. Signalen als snelle overprikkelbaarheid, stemmingsklachten, slaapproblemen, milde geheugenproblemen of woordvindproblemen, minder initiatief, minder contact of moeite met het aanleren van nieuwe programma’s of routines op het werk. Het zijn klachten die echter ook heel goed door stress of drukte verklaard kunnen worden. We hebben dus nog geen universele, door iedereen herkenbare symptomen waar dementie uit blijkt. Door de enorme variatie maakt het herkenning en diagnose in een vroege fase complex. Tegelijk: niet alle diagnostiek hoeft complex te zijn. Bij iemand van 85 jaar met geleidelijk geheugenverlies, taalstoornissen en verlies van functioneren thuis kan een huisarts

Jeroen de Vries

Barbara van Munster met eenvoudige testen en uitsluiting van andere oorzaken, vaak betrouwbaar tot de diagnose dementie komen.” Die juiste diagnose is van groot belang stelt hij. „In Nederland hebben 320.000 ouderen dementie inclusief zo’n 15 tot 17.000 jonge mensen. Dat aantal verdubbelt in de komende 20, 25 jaar. Dat geeft een enorme druk op kosten, middelen en mensen. Dementie kunnen we nog niet genezen. Passende zorg en ondersteuning blijven daarom essentieel.” Leeftijd is voor dementie de belangrijkste trigger: 1 op de 5 mensen krijgt dementie, bij vrouwen zelfs 1 op de 3. Door de sterke vergrijzing de komende decennia piekt het aantal mensen dat dementie krijgt. Het duurt nu nog gemiddeld 2 tot 2,5 jaar voor een diagnose dementie gesteld wordt. Bij jongere mensen duurt dat zelfs gemiddeld 4,5 jaar. Daar valt veel winst te behalen. Dementiediagnostiek en begeleiding vinden voor een belangrijk deel buiten het ziekenhuis plaats. Juist daarom is het van belang dat kennis over dementie ook terechtkomt bij andere lagen van de zorg. „We doen dat onder meer via onderwijs, kwaliteitsbevordering en opleidingen voor casemanagers en gespecialiseerde verpleegkundigen. Kennis delen met regionale ziekenhuizen, behandelcentra, huisartsen, gespecialiseerde verpleegkundigen, casemanagers en praktijkondersteuners ouderenzorg is enorm belangrijk.

op het gebied van dementie, onderscheidt het UMCG Alzheimer Centrum zich door onderzoek naar cognitieve stoornissen bij andere aandoeningen, bijvoorbeeld bij hart- en vaatziekten of oncologie. Internist-geriater Prof. Dr. Barbara van Munster, voorzitter van het UMCG Alzheimer Centrum: „We kijken dus breder dan dementie alleen. Cognitieve problemen (geheugen, planning, organisatie, sociale interactie) kunnen het dagelijks functioneren, en dus ook een ziekenhuisopname, enorm beïnvloeden. Cognitieve problemen betreffen veel meer mensen, dan mensen met een vastgestelde dementie-diagnose. Liefst vijftig procent van de oudere mensen die wordt opgenomen, heeft er mee te maken. Het doel van ons onderzoek ‘Cognitie in relatie tot behandeling en ziekte’ is dat het moet leiden tot beter passende ziekenhuiszorg voor patiënten met cognitieve kwetsbaarheden. Onderzoek heeft geleerd dat 40% van de patiënten met nietoptimale cognitie in het ziekenhuis niet wordt herkend door artsen, verpleegkundigen, maar ook niet door naasten. Hierdoor schieten uitleg, besluitvorming en nazorg tekort. Patiënten met hart- en vaatziekten, hebben soms bijkomende geheugenproblemen en dat vraagt echt een aangepaste behandeling. En zo weten we ook dat een delier, een acute of tijdelijke verwardheid, op zichzelf al blijvende cognitieve schade kan geven en bijvoorbeeld ook weer het risico op dementie verhoogt.”

Het Multidisciplinair Overleg Dementie vervult daarin een centrale rol. Het richt zich op het delen van kennis en ervaring en bespreekt diagnostiek op patiëntniveau. Een van de concrete doelen is het beperken van wachttijden. In plaats van doorverwijzing naar een expertisecentrum met wachttijden voor intake, onderzoek en uitslaggesprek, kan een arts in de regio met gericht advies vanuit het MDO direct verder. Een ander doel is uniformering van de diagnostiek. Door kennis te delen over welke testen welke problemen beter kunnen herkennen, kan diagnostiek completer worden en kunnen onnodige tweede of derde meningen of verwijzingen worden verminderd.”

Betere inschatting rijgedrag Sociale cognitie (herkennen van emoties, begrijpen van bedoelingen en passend reageren op anderen) is een van de onderzoeksgebieden, vertelt Barbara van Munster. „We onderzoeken met behulp van een rijsimulator de samenhang tussen sociale cognitie en rijgedrag. Mildere vormen van dementie sluiten autorijden niet per definitie uit en behoud van mobiliteit ondersteunt de kwaliteit van leven, maar het vergt vooral zorgvuldige en objectieve beoordeling.” Huisartsen en ziekenhuizen in de regio doen dementie-diagnostiek en het UMCG Alzheimer Centrum ziet als expertisecentrum toe op de complexe diagnostiek of dementie op jonge leeftijd.

Herkenning van wat buiten dementie ligt Naast samenwerking en kennisdeling in de regio

Meer weten? Kijk dan op www.umcg.nl//afdeling/alzheimer-centrum-groningen.


ADVERTENTIE

‘Wij geloven nog steeds in de toekomst van de veehouderij’ Wie langs de productielocatie van ABZ Diervoeding in Stroobos rijdt, ziet dat er de afgelopen tijd flink is geïnvesteerd. De fabriek is uitgebreid, er is een nieuw grondstoffenblok gebouwd en de opslagcapaciteit is met zo’n 7000 kubieke meter vergroot. Een investering van ongeveer acht miljoen euro. Maar achter die uitbreiding zit meer dan alleen de behoefte aan extra ruimte. ABZ Diervoeding wil ermee laten zien dat het vertrouwen heeft in de toekomst van de agrarische sector én in Noord-Nederland. “We geloven in de agrarische sector en willen dat uitdragen,” vertelt algemeen directeur Marcel Roordink. “En we geloven zeker in NoordNederland. Er is hier ruimte, er zijn veel mogelijkheden en de arbeidsethos van de mensen is goed. Mensen willen vooruit. Dat past bij ons.” ABZ Diervoeding is een coöperatie van ongeveer 2800 boeren, onder wie zo’n 2200 melkveehouders. Het bedrijf ontstond 125 jaar geleden vanuit een eenvoudig principe: boeren verenigden zich om gezamenlijk grondstoffen in te kopen en hun bedrijven van diervoeding te voorzien. Dat idee staat nog altijd overeind. „Het bedrijf is van de boeren,” zegt Roordink. “Ik ben algemeen directeur, maar ik werk voor onze leden. Dat vind ik mooi.” Het beste dichtbij Die gedachte sluit aan bij de visie van ABZ Diervoeding: de beste partner zijn voor Nederlandse veehouders en samen werken aan een sterke en toekomstbestendige sector. Met passende voeders, kennis en advies boeren helpen om hun bedrijf zo goed mogelijk te laten draaien. Kernachtig: Het beste dichtbij.

“Transportkilometers beperken en efficiënter werken”

Marcel Roordink

Belangrijke rol voor scheepsvaart Stroobos is daarin een belangrijke locatie. De fabriek ligt aan groot vaarwater, waardoor grondstoffen per schip kunnen worden aangevoerd. Dankzij de uitbreiding kan ABZ Diervoeding meer grondstoffen opslaan en verschillende soorten voeders op de locatie produceren. Daaronder vallen ook non-GMOvoeders, waarvoor vanuit de zuivelketen steeds meer vraag is. “We kunnen nu het hele palet in Stroobos maken. Dat betekent dat we transportkilometers kunnen beperken en efficiënter kunnen werken. Scheepvaart is daarbij belangrijk.”

grondstoffen die dichter bij huis beschikbaar zijn en naar mogelijkheden om de afhankelijkheid van bijvoorbeeld soja uit Brazilië te verkleinen. “We zetten daarin echt stappen. Geef boeren de tijd. Ze willen veranderen en ze doen al heel veel.” Volgens Roordink is het belangrijk dat er meer begrip ontstaat tussen stad en platteland. “Er is een grote kloof tussen die twee werelden. Dat vind ik zorgelijk. We moeten beter laten zien wat boeren doen, welke stappen ze zetten én al hebben gezet.” Als coöperatie probeert ABZ Diervoeding boeren daarbij te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld door mee te denken over de teelt van mais en gras met zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen, maar ook over bloemen- en akkerranden en andere vormen van verduurzaming.

Minder soja uit Brazilië Ook duurzaamheid speelt een rol bij de keuzes die ABZ Diervoering maakt. Zo wordt gekeken naar

Boerenzoon De betrokkenheid van Roordink bij de agrarische sector is niet toevallig. Hij groeide op als

boerenzoon op een melkveebedrijf, volgde de hogere landbouwschool en studeerde vervolgens aan Wageningen University. Inmiddels werkt hij al 27 jaar bij ABZ Diervoeding. “Werken in de voedselketen geeft mij plezier. We kunnen bijdragen aan de productie van hoogwaardig voedsel en hoogwaardig eiwit. Daar is veel vraag naar en Nederland heeft ontzettend veel kennis in huis.” Juist daarom is hij trots op de coöperatie en haar leden. Ook al staat de Nederlandse veehouderij voor grote uitdagingen, de boeren van ABZ Diervoeding kiezen ervoor om te blijven investeren. “We zijn bezorgd over de ontwikkelingen, maar onze boeren zetten deze stap. We investeren door. We geloven in de Nederlandse veehouderij.”

“Vertrouwen in de boeren” Persoonlijke verbinding Rond de ingebruikname van de vernieuwde locatie in Stroobos organiseert ABZ Diervoeding een open dag, op 2 oktober, voor veehouders in de Noordelijke provincies. “ABZ Diervoeding wil dichtbij onze boeren staan, als werkgever én als bedrijf. Persoonlijke verbinding vinden we belangrijk.” Het is precies die verbinding die de investering in Stroobos symboliseert: samen eigenaar zijn, samen investeren en samen vooruitkijken. Met vertrouwen in de boeren, in de agrarische sector en in de kracht van NoordNederland. Meer lezen over ABZ Diervoeding? Kijk op www.abzdiervoeding.nl Over de open dag: https://www.abzdiervoeding.nl/algemeen/opendag-locatie-stroobos/


ADVERTENTIE

‘We willen de jeugdzorg in NoordNederland leuker en beter maken’ Jeugdigen begeleiden, maar dan net even anders. Dat is wat ze bij Team050 doen. Zo werkt Team050 met jonge professionals en zorgt het voor een unieke match met het kind of jongere, gezin en de hulpvraag. Daarnaast krijgen de medewerkers een grote mate van autonomie en vrijheid om hun werk vorm te geven. Dat leidt niet tot chaos, integendeel. Het leidt tot intrinsieke motivatie en echte betrokkenheid, die de basis vormen voor een goed resultaat. „Dat is ook wat we vaak als compliment terug krijgen”, vertelt bestuurder Carine Klamer.

Om tot de juiste match te komen volgt Team050 een zorgvuldig, kort traject. Directeur Nienke Kuiper:” Zodra we een vraag binnen krijgen, gaat één van onze 35 gedragswetenschappers op pad. Pas na de intake, thuis of op school, wordt een passende begeleider gezocht. Op dat moment kunnen wij putten uit circa 600 jonge professionals, begeleiders die de eerste stappen in de zorg zetten en allemaal hun eigen kwaliteiten en voorkeur hebben. Die kunnen we vervolgens optimaal matchen met de vraag van de cliënt.” „Is een jongere bijvoorbeeld altijd met sport bezig, dan zorgen we voor een passende begeleider die dat ook is. Datzelfde geldt voor kinderen die houden van cultuur, dieren of specifieke hobby’s hebben en we hebben zelfs wel eens een medewerker gematched op basis van een gedeelde hobby als Pokemonkaarten. Omdat we uit zo’n grote groep begeleiders kunnen kiezen, is een goede match bijna altijd te realiseren. Onze ervaring is dat als het klikt tussen het kind en de begeleider, je veel gemakkelijker aan doelen kunt werken en tot resultaat kunt komen. Oftewel, we zetten de mensen daar in waar ze in thuis zijn.” Aanspreekpunt „Daarnaast zorgen we altijd voor een achtervang”, gaat Carine verder. „De gedragswetenschapper blijft gedurende het hele begeleidingstraject het vaste aanspreekpunt voor de begeleider. Dat geeft rust, de begeleider kan altijd terugvallen op zijn of haar deskundigheid. Voor mensen die de eerste meters in de zorg maken, is dat belangrijk.”

Analyseren Problemen van kinderen en jongeren kunnen zich op allerlei terreinen voordoen: gedragsproblematiek, gezinsproblemen, een ontwikkelachterstand, problemen op school, de dagelijkse structuur die wegvalt, kinderen die niet naar de kinderopvang kunnen, enzovoort. „Het zijn situaties waarbij het kind en/of gezin het even moeilijk heeft”, vertelt Carine. „Bij het analyseren van de hulpvraag nemen we altijd de situatie en de interactie in het gezin en/of de klas mee. Dat noemen we een verklarende analyse, daarbij kijken we waar het gedrag of het probleem vandaan komt.” Nienke: „Onze gedragswetenschappers kijken heel kritisch naar de situatie: wat kunnen we doen en wat gaan we juist niet doen, zijn vragen die daarbij voorop staan. Een deel van de oplossing ligt in de vraag waar bepaald gedrag vandaan komt. Door daar goed naar te kijken, bereik je eerder resultaat, is onze ervaring.” Autonomie Werkgeluk staat bij Team050 voorop. Carine: „We zijn een maatschappelijke organisatie waarbij onze medewerkers een hoge mate van autonomie krijgen. Zo doen de gedragswetenschappers en de begeleiders een groot deel van de planning rondom de begeleiding zelf en voeren ze een deel van de administratieve taken uit. Het is onze sterke overtuiging dat wanneer je mensen inzet op datgene waar ze goed in zijn, dit leidt tot een win-win-win situatie. Het is goed voor het kind, het gezin en de begeleider.”

„Wij zien in onze sector nog te vaak dat mensen na verloop van tijd zijn opgebrand en het vak verlaten, dat willen wij voorkomen en onze aanpak draagt daar aan bij. We willen de jonge professionals succeservaringen meegeven, zodat ze in het vak actief blijven. Een goede start is daarom belangrijk. En ja, daarbij hoort ook het maken van fouten, want daar leer je van. Dat vinden we lastig in de zorg, maar niemand gaat foutloos door het leven. Het gaat erom hoe je er mee omgaat en het oplost.” Geen hulpvraag is hetzelfde, ieder mens is uniek en kent zijn of haar eigen problemen. „Daar willen wij bij aansluiten, door out of the box te denken”, geeft Nienke aan. „Dat maakt het leuk om voor Team050 te werken. Altijd met het belang voor kinderen en gezinnen voor ogen. Want dat is waar het uiteindelijk om gaat.” Beter en leuker Tenslotte, sinds kort is Team050 een Steward Owned Organisatie geworden, wat inhoudt dat de winst van het bedrijf naar de missie van Team050 gaat. „Daarom mogen al onze collega’s meedenken over de vraag waar we in moeten investeren. Immers, zij zijn de ogen en oren in ons werkveld. Hiermee willen we de jeugdhulp iedere keer weer een stukje beter en leuker maken.” www.team050.nl


JEROEN TEN BRINK

36 LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026


Voor Jeroen ten Brink van Deltawerkers begint re-integratie bij de mens. Maar uiteindelijk telt ook het resultaat: een duurzame baan. Vanuit Leeuwarden helpt hij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt én werkgevers om de juiste match te vinden. TEKST RADBOUD DROOG FOTO’S JACOB VAN ESSEN

JEROEN BRENGT MENSEN TERUG NAAR WERK

W

ie de website van Deltawerkers opent, leest meteen waar het Jeroen ten Brink om gaat: iedereen heeft recht op een passende werkplek die bijdraagt aan welzijn en werkgeluk. Het klinkt sociaal en dat is het ook. Maar wie Ten Brink langer spreekt, ontdekt al snel de andere kant. Uiteindelijk moet er resultaat worden geboekt: een werkzoekende moet vooruit, een werkgever moet er iets aan hebben en als het even kan eindigt de rit met een duurzame baan. „Het moet voor iedereen werken. Anders houd je het niet vol.” We spreken Ten Brink op de derde verdieping van Crystalic Business Park in Leeuwarden, waar Deltawerkers kantoor houdt. Ten Brink is oprichter, eigenaar én jobcoach. Want hoewel hij inmiddels een organisatie met een flink aantal coaches om zich heen heeft gebouwd, begeleidt hij zelf nog altijd mensen. „Ik wil met de voeten in de klei blijven. Alleen maar managen, daar word ik niet gelukkig van.” Dat hij ooit in de re-integratie zou belanden, stond bepaald niet vast. Na het vwo wilde Ten Brink naar de School voor Journalistiek in Zwolle. Hij schreef graag en was goed in Nederlands; voor tekstverklaring haalde hij bij zijn eindexamen zelfs een 10. Toch kwam hij niet door de toelatingstest. Volgens Ten Brink kreeg hij na navraag te horen dat zijn antwoorden te veel afweken van die van de meerderheid. „Toen dacht ik: laat maar.” Hij koos voor een maatschappelijke opleiding en ontdekte gaandeweg dat hij vooral breed geïnteresseerd was. Sociologie, filosofie, economie, mensen en organisaties: overal pikte hij iets van mee. „Ik ben analytisch genoeg om me in wetten en regelingen vast te bijten, maar ik wil ook gewoon iets doen.” NAAR BUITEN Zijn werkzame leven bracht hem onder meer bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, een voorloper binnen het huidige stelsel van sociale zekerheid. Ten Brink beoordeelde er WWuitkeringen voor mensen uit de bouw. Daarna kwam hij bij het UWV terecht, de opvolger van het arbeidsbureau, waar zijn aandacht steeds meer verschoof naar werkgevers en mensen die moeilijker aan het werk kwamen. Het was leerzaam, maar er begon ook iets te schuren. „Op een gegeven moment was ik misschien wel drie van de vijf dagen kwijt aan overleg en interne dingen. Terwijl ik dacht: we

‘Een eigen huis, een auto: dát is wat werk kan doen’ moeten naar werkgevers toe. Daar gebeurt het.” Via zijn netwerk stapte Ten Brink in 2006 de uitzendwereld in. Eerst in Heerenveen, later als mede-eigenaar van Fritech in Buitenpost, gespecialiseerd in bouw en techniek. Hij leerde er de commerciële kant van de arbeidsmarkt kennen: vacatures invullen, werkgevers binnenhalen, mensen plaatsen en risico nemen. Tegelijkertijd zag hij dat er onder werkzoekenden een groep was die prima kon werken, maar net wat meer nodig had. Dan ging het bijvoorbeeld om extra begeleiding, duidelijke afspraken of simpelweg een werkgever die na een eerste misser niet meteen afhaakte. „Als zo iemand eenmaal goed op zijn plek zit, zijn het vaak ontzettend loyale werknemers. Ze hebben eindelijk die kans gekregen.” WEL AAN HET WERK KOMEN Daar lag de kiem voor Deltawerkers. Ten Brink zag dat het vinden van een baan maar een deel van het verhaal is. Wie langere tijd uit het arbeidsproces is geweest, psychische problemen heeft, autisme heeft of door ziekte zijn oude beroep niet meer kan uitoefenen, is niet geholpen met alleen een vacature.

In 2013 richtte hij Deltawerkers op, aanvankelijk naast zijn andere ondernemingen. Vanaf 2018 koos hij volledig voor het re-integratiebedrijf. „Ik wilde zelf weer cliënten begeleiden. Niet alleen ondernemer zijn, maar zien wat er in de praktijk gebeurt.” De opdrachten voor Deltawerkers komen voor het belangrijkste deel via gemeenten en UWV, terwijl het netwerk van werkgevers minstens zo belangrijk is. Deltawerkers beweegt tussen de sociale en zakelijke wereld. „Er zit een sociaal-maatschappelijke kant aan ons werk, maar uiteindelijk moet iemand wel aan het werk komen.” EERST DE MENS Een traject begint daarom bij voorkeur bij de kandidaat en niet bij de vacature. Wat kan iemand? Waar zitten beperkingen? Wat geeft energie? Waarom ging het eerder mis? En wat moet er gebeuren voordat betaald werk überhaupt mogelijk is? Soms zijn eerst kleine stappen nodig. Ten Brink begeleidde ooit een jongeman met een Wajong-uitkering, verslavingsproblemen en een volledig omgekeerd dag-ennachtritme. Telefonisch was hij nauwelijks bereikbaar en dus besloot Ten Brink langs te gaan. „Ik denk dat ik wel tien keer heb aangebeld voordat hij uiteindelijk opendeed. Dan moet je eerst vertrouwen opbouwen.” Volgens Ten Brink wordt re-integratie te vaak vereenzelvigd met sollicitatietraining en het schrijven van een brief. „Dat hoort erbij, maar ik vind dat bijna het minst inte-

ressante gedeelte. Je moet eerst zorgen dat iemand klaar is om weer te werken.” OOK WERKGEVER MOET BEWEGEN Wanneer die stap kan worden gezet, legt Deltawerkers de kandidaat en werkplek als het ware naast elkaar. Wat wordt binnen de functie gevraagd, hoe is de bedrijfscultuur, wat kan iemand aan en welke begeleiding is nodig? Vervolgens wordt gekeken of het werk passend kan worden gemaakt. Dat vraagt ook iets van werkgevers. „Soms moeten taken worden aangepast, is meer structuur nodig of moet een leidinggevende opdrachten anders geven. Een werknemer met een arbeidsbeperking haalt mogelijk niet dezelfde productiviteit als een collega.” Afhankelijk van de situatie bestaan daarvoor regelingen als looncompensatie, een no-riskpolis en jobcoaching, legt Ten Brink uit. Maar subsidie mag volgens hem nooit de belangrijkste reden zijn om iemand aan te nemen. De bereidheid om iemand daadwerkelijk een kans te geven, moet er zijn. „Je moet soms iets meer geduld hebben. Als iemand drie keer per jaar te laat komt, kun je ook kijken naar wat hij de andere 362 dagen heeft gedaan.” WAT WERK KAN DOEN Een van Ten Brinks favoriete voorbeelden is een hoogopgeleide jongeman met autisme die na zijn studie volledig vastliep en twee jaar vrijwel de hele dag op een zolderkamer zat. Deltawerkers werkte lange tijd aan vertrouwen voordat een betaalde functie überhaupt ter sprake kwam. Uiteindelijk vond de jongen een passende baan in Drachten. „Jaren later belde ik hem nog eens. Hij had inmiddels een eigen huis, een auto en werkte er nog steeds. Dan denk ik: dát is wat werk kan doen.” Daarmee komt het gesprek met Ten Brink terug bij de missie van Deltawerkers. Werk gaat niet alleen over salaris of het terugdringen van het aantal uitkeringen. Een passende baan geeft structuur, sociale contacten, zelfstandigheid en eigenwaarde. „We zijn gewend aan een functieprofiel en vervolgens zoeken we iemand die daar precies in past. Maar soms moet je het omdraaien. Kijk naar de persoon die voor je staat. Wat kan die wél? En kun je het werk zo organiseren dat het past? Als iemand dan uiteindelijk op een plek terechtkomt waar hij goed zit en gelukkig is, dan is de cirkel rond.”

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 37


ADVERTENTIE

‘Even op adem komen in het Ouder Kind Huis en dan weer verder’ Dat is het doel waarnaar La Hacienda streeft met het nieuwe Ouder Kind Huis in Zuidhorn. De organisatie die jongeren en gezinnen begeleidt bij wonen, opvoeding, zelfstandigheid en dagelijkse structuur, heeft dit jaar haar eerste Ouder Kind huis geopend. Ouders, moeder of vader of beiden, en hun kind, één of meerdere, kunnen hier even op adem komen wanneer het zelfstandig wonen tijdelijk niet lukt.

Geschikte plek Het Ouder Kind Huis in Zuidhorn is een rustige omgeving. „Moeder en/of vader werken in dit huis, onder begeleiding, aan een stabiele situatie, met als doel zelfstandig thuis te kunnen wonen met een beetje of geen begeleiding”, vertelt Floor van Wermeskerken, sociaal pedagogisch medewerker en persoonlijk begeleider. „Wij denken dat je altijd moet proberen te voorkomen dat een kind niet bij z’n moeder of vader kan opgroeien. Het Ouder Kind Huis is een geschikte plek om daar aan te werken.” Begeleider Het Ouder Kind Huis in Zuidhorn bestaat uit 10 studio’s, waar ouder en kind zich voor kunnen aanmelden. „De moeders die er nu zitten hebben allemaal 1 of 2 kinderen”, geeft Floor aan. Mensen kunnen zichzelf aanmelden, maar vaak worden ze doorverwezen door een instantie, zoals bijvoorbeeld een gemeente of jeugdbescherming. „Na aanmelding vindt een intake plaats. Dan onderzoeken we of we het voortraject starten. Dat traject doen we op de plek waar ouder en kind dan wonen. Dan leren we elkaar kennen en kijken we samen wat de hulpvraag is. We brengen het netwerk in kaart. Dit deel duurt ongeveer één maand. Dan kijken we of een plaatsing op het Ouder Kind Huis helpend is.” Vertrouwen geven Om de continuïteit te houden gaat de begeleider die thuis de start van de begeleiding doet, mee als

begeleider naar het Ouder Kind Huis. „Die blijft betrokken bij het gezin. En zelfs wanneer het gezin ons huis verlaat, blijft dezelfde begeleider betrokken als dat nodig is.” Wat de aanpak van La Hacienda bijzonder maakt is dat de organisatie zich volledig richt op het zelfstandig kunnen wonen en opvoeden van het kind. „Je doet hier geen ouderschapsexamen, we hebben vertrouwen in jou als moeder en jij mag vertrouwen in jezelf krijgen. Daarom is het belangrijk om vanaf de start van een traject inzichtelijk te krijgen wat er goed en niet goed gaat, zodat we daar doelgericht aan kunnen werken.” Doelen De insteek is dat een gezin maximaal één tot anderhalf jaar in het Ouder Kind Huis verblijft. Het natraject duurt zolang de ouder het nodig heeft. Floor:„ Daar zijn natuurlijk allerlei variaties op mogelijk, afhankelijk van de situatie. We stellen vooraf een aantal doelen op. Denk aan opvoedvaardigheden, gezonder leven, veiligheid van het kind, huishoudelijke taken, financiën, enzovoort. Op alle vlakken van het leven kunnen wij helpen en daarbij begeleiden we de persoon in kwestie. Dat is best een intensief traject, met als uiteindelijke doel dat ouder(s) hun kind of kinderen veilig, liefdevol en zelfstandig kunnen opvoeden. Ouders willen het graag goed doen, dat staat bij iedereen voorop.” „Er is vaak sprake van complexe problematiek. Die komt niet uit de lucht vallen, want vaak hebben de moeders ook zelf al veel meegemaakt in hun leven”, geeft Floor aan. „Die achtergrond biedt vaak niet de meest veilige omgeving voor een kind. Daarom vind ik het zo knap van de moeder, want daar gaat het in de meeste gevallen om, dat ze hulp zoeken en verder willen. Daar is moed voor nodig.” Zelfvertrouwen „Een gelukkige moeder zorgt voor een gelukkig kind”, voegt ze eraan toe. „Het mooiste is als wij uiteindelijk aan de zijlijn kunnen staan en zien dat het goed gaat. Veel moeders komen hier zonder zelfvertrouwen binnen, maar na verloop

Hildebrand Bijleveld en Floor van Wermeskerken

van tijd zie je dat ze bepaalde zaken zelf weer oppakken, dat er doelen worden gehaald. Dat is mooi om te zien. En als ze dan uiteindelijk dit huis weer verlaten en zelfstandig, met op de achtergrond nog een beetje begeleiding, verder kunnen, hebben we samen het doel gehaald.” Bij de aanpak staat voorop: „Veiligheid van het kind, dan eigen verantwoordelijkheid en vaardigheden van de moeder en tenslotte een gezonde thuissituatie. En niet alles hoeft perfect. Goed genoeg is ook al heel mooi. Het kind moet wel veilig en gezond kunnen opgroeien. Daar draagt de ouder zorg voor. Dat is het doel waaraan we met elkaar werken”. Jongerenlocaties Naast het Ouder Kind Huis beschikt La Hacienda over 8 grote woonlocaties in de provincie Groningen, waar jongeren tussen de 11 en 25 jaar worden opgevangen. „Niet alleen een jong kind hoort bij zijn vader en moeder te zijn, dat geldt ook voor een tiener, maar soms lukt dat niet. Dan mag je bij ons wonen. Soms om naast de moeder van het kind te gaan staan en te leren hoe ze zelf de opvoeding kan doen. Dan kan ze straks thuis weer verder. Vaak ook zijn er tieners en jongvolwassenen die een tijdje bij ons wonen om zelfstandig te leren wonen”, geeft Hildebrand Bijleveld, bestuurder bij La Hacienda aan. „Maar altijd blijft de familie het belangrijkste, het netwerk. Naast de jongere betrekken we dus ook de familie van de jongere zo veel mogelijk bij het begeleiden. Bij ons woon je misschien maar een paar jaar, maar de familie is voor je hele leven. Als de familie er vanaf het begin achter staat dat de jongere uit huis is, dan is de kans groter dat de jongere later weer met zijn familie verder kan. Soms kan hij weer bij de ouders wonen, maar vaak ook zelfstandig maar in goede relatie met zijn familie en netwerk.” Aanmelden: • Via de website www.lahacienda.nu • Via de mail aanmelden@lahacienda.nu • Via tel 085 200 3993


ADVERTENTIE

‘We kunnen de kracht van sport en bewegen nog veel beter benutten’ Een peuter die spelenderwijs leert bewegen. Iemand met een beperking die ontdekt hoe hij kan sporten. Ouderen die samen actief blijven. Ze ervaren allemaal wat bewegen kan brengen: gezondheid, ontmoeting en meedoen. Volgens Anne Jochum de Vries van Sport Fryslân wordt dat steeds belangrijker: ‘We moeten meer investeren in wat mensen gezond houdt en met elkaar verbindt.’ Sport en bewegen kunnen een grotere rol spelen in de samenleving dan we ze nu vaak geven, stelt Anne Jochum de Vries, sinds 2015 directeurbestuurder van Sport Fryslân. “We denken bij sport en bewegen al snel aan conditie, prestaties of ontspanning. Maar de impact reikt verder. Het gaat ook over gezondheid, weerbaarheid en ergens bij horen. Juist in de transitie van zorg naar gezondheid kunnen sport en bewegen veel betekenen. Onderzoek wijst uit: investeren in bewegen loont.” Actief op plekken waar gezondheid vorm krijgt Dit wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. Fryslân is een fijne plek om te leven, met sterke dorpen en wijken en een rijk verenigingsleven. Maar wat sterk is, blijft niet vanzelf sterk. De Vries: “Ruim 40 procent van de Friezen voelt zich matig tot ernstig eenzaam, meer dan de helft heeft overgewicht en de provincie vergrijst. Ook de motorische ontwikkeling van veel kinderen en jongeren vraagt aandacht. Tegelijkertijd neemt de druk op ons zorgsysteem toe.” Daarom moet het volgens De Vries niet alleen gaan over goede zorg. “De winst zit juist in wat we kunnen doen voordat mensen in de spreekkamer van een zorgverlener terechtkomen.” Binnen de Friese Preventieaanpak werken gemeenten, zorgverzekeraar De Friesland en tal van andere partijen al samen aan een gezonde leefstijl, kansengelijkheid en een sterke sociale basis. Sport en bewegen zijn daarin belangrijke pijlers.

‘Sport en bewegen zijn niet het antwoord op ieder maatschappelijk vraagstuk, maar kunnen wel een deel van de oplossing zijn.’ Anne Jochum de Vries Van wijk tot verenigingsleven Voor Sport Fryslân begint preventie dichtbij inwoners. De Vries: “We zijn elke dag actief op

Over Sport Fryslân Sport Fryslân zet zich al 61 jaar in voor sport en bewegen in Fryslân en is met 150 professionals actief in alle Friese gemeenten. Jaarlijks krijgen ruim 20.000 kinderen op 150 scholen goed bewegingsonderwijs en worden duizenden andere inwoners bereikt. Met programma’s en initiatieven voor jong en oud verbindt Sport Fryslân de lokale praktijk met provinciale doelstellingen en landelijke kennis. Met haar nieuwe strategie ‘De Klimroute naar 2029’ zet Sport Fryslân in op samenwerking, innovatie en goed werkgeverschap. Daarnaast verkent de organisatie nieuwe werkterreinen en samenwerkingen om kansen op het gebied van sport, preventie, zorg, onderwijs en welzijn beter te benutten.

Anne Jochum de Vries plekken waar gezondheid vorm krijgt: op school, in de wijk, het dorp en bij de sportvereniging. Juist daar kun je vroeg het verschil maken.” Die lokale aanwezigheid levert veel op. “Onze mensen zien waar behoefte aan is, waar mensen afhaken én waar kansen ontstaan. Die kennis uit de praktijk is ontzettend waardevol.” Soms is meedoen simpelweg een kwestie van ontdekken wat bij je past. Tijdens de Sportûnderfiningswike kunnen kinderen samen met een ouder of verzorger een week lang verschillende sporten uitproberen. De Vries: “In Noardeast-Fryslân en Dantumadiel kregen we zo 2.300 deelnemers in beweging. Inmiddels organiseren we ook in Heerenveen en SúdwestFryslân vergelijkbare evenementen. Maar dit is één voorbeeld. Uiteindelijk willen we iedereen in beweging krijgen: van jong tot oud, met of zonder beperking.” Het verenigingsleven is daarbij onmisbaar. Sportverenigingen zijn “het cement van de mienskip”, zegt De Vries. “Mensen komen er samen en voelen dat ze ergens bij horen. Maar een vereniging draaiende en aantrekkelijk houden gaat niet vanzelf.” De clubondersteuners van Sport Fryslân helpen verenigingen daarom om vrijwilligers te vinden en te behouden, nieuwe doelgroepen te bereiken met passend beweegaanbod en plannen te maken voor de toekomst. Dat de kracht van de mienskip ook van onderop komt, laten de bloeiweken van Fryslân Bloeit zien. Een week lang organiseren inwoners in hun eigen dorp of wijk activiteiten rond gezondheid en ontmoeting: van samen bewegen tot een filmavond. Wat in 2023 begon in Wergea, verspreidt zich inmiddels over heel Fryslân. De Vries: “Mensen nemen zelf het initiatief en steken elkaar aan. Dát is een krachtige beweging. Wij helpen graag om die beweging verder te brengen.”

Geen enkele organisatie kan dit alleen Gezondheid, eenzaamheid, kansengelijkheid en leefbaarheid houden zich niet aan grenzen tussen organisaties of beleidsterreinen. “Wij dus ook niet”, zegt De Vries. Sport Fryslân werkt daarom samen met alle Friese gemeenten, de provincie en organisaties uit onderwijs, zorg, welzijn en cultuur, zoals Doarpswurk en Keunstwurk. “Wij brengen onze kennis en ons netwerk mee, andere organisaties hun expertise. Zo kunnen we samen meer betekenen voor Fryslân.” Beweeghummeltjes laat mooi zien hoe een lokaal idee breder kan worden benut. Het programma begon in één gemeente met spellen en materialen die peuters uitdagen om te bewegen. Inmiddels wordt de aanpak op ruim 140 opvanglocaties in Fryslân ingezet. “Andersom halen we landelijke kennis en programma’s naar Fryslân en zorgen we dat die lokaal terechtkomen.” Sport Fryslân zoekt ook naar nieuwe manieren om mensen in beweging te krijgen. Beweegmakelaars wijzen inwoners de weg naar een geschikte activiteit. Het zelf ontwikkelde platform YnBeweging maakt sport, bewegen en locaties waar dat in de openbare ruimte kan, vindbaar en toegankelijk. De keuzes van gebruikers geven tegelijk inzicht in vraag, aanbod en waar nog kansen liggen. Ook verkent Sport Fryslân nieuwe werkterreinen, zoals het bedrijfsleven. De Vries: “Op de werkvloer liggen kansen om via sport en bewegen bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van mensen.” Een gezond, vitaal en verbonden Fryslân ontstaat niet vanzelf. Het begint op school, in de wijk, het dorp en bij de vereniging. De Vries: “Daar liggen kansen om te investeren in gezondheid, mensen bij elkaar te brengen en meer inwoners mee te laten doen. De uitdaging is die kansen samen nog beter te benutten.” www.sportfryslan.nl


ADVERTENTIE

GERRIT: verbinder in de zorg van het eerste uur GERRIT bestaat dertig jaar als regionale samenwerkingsorganisatie (RSO) binnen de zorg in Groningen, Drenthe en Friesland. Maar waar staat die naam voor? Dat wordt snel duidelijk wanneer we plaatsnemen in het kantoor van directeurbestuurder Werner Zuurbier. Want daar op een plank zit een blauwe pluchen vogel, Gerrit de Postduif, uit De Fabeltjeskrant.

Werner Zuurbier

In die beginjaren brak internet voorzichtig door. Een aantal pioniers zag kansen om gegevens tussen zorgorganisaties digitaal uit te wisselen. GERRIT, de postbezorger, maar dan van digitale berichten was geboren. „De grappige naam is inmiddels zo’n begrip geworden in de zorg dat we deze koesteren.”

‘Verbindende schakel tussen zorgorganisaties in het Noorden’ GERRIT ondersteunt zorgorganisaties Ook Zuurbier heeft zijn wortels in de begintijd van het internet. Met studievrienden richtte hij in 1996 het eerste Friese internetbedrijf op. Hij zag in dertig jaar veel veranderen. Zorgverleners kunnen niet meer zonder ICT. Van digitale patiëntendossiers tot robotchirurgie: technologie zit diep verweven in de zorg. Als GERRIT leveren we diensten zoals GERRIT ZorgNET, een glasvezelinfrastructuur tussen ziekenhuizen, Zorgmail voor veilig berichtenverkeer en XDS-NN als platform voor de uitwisseling van medische beelden. Dit brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Systemen moeten betrouwbaar en veilig

werken. Cybercriminaliteit en de afhankelijkheid van grote technologiebedrijven maken dat steeds belangrijker. GERRIT ondersteunt zorgorganisaties daarom ook bij cybersecurity, privacy en het voldoen aan securitystandaarden.

‘Mensen zijn gewoontedieren’ Partijen bij elkaar brengen Goede digitale zorg draait volgens Zuurbier niet alleen om techniek. „Je kunt niet zomaar nieuwe technologie in een organisatie zetten en verwachten dat alles beter wordt. Verschillende zorgorganisaties hebben verschillende belangen, systemen, culturen en manieren van werken. Mensen zijn gewoontedieren en harmonisatie van werkwijzen is vaak moeilijk. Het betekent soms dat organisaties een stukje van hun eigenheid moeten opgeven.” Daarom is juist de verbindende rol die GERRIT kan vervullen belangrijk. Zuurbier: „Zorgpartijen in de regio maar ook de overheid en verzekeraars vragen aan onze projectleiders om vanuit een onafhankelijke positie de digitale samenwerking te helpen coördineren.”

Waar staat GERRIT over tien jaar? Zuurbier hoopt vooral dat de organisatie nog altijd de logische en vertrouwde verbinder is voor de zorg in het Noorden. „We staan eigenlijk pas aan het begin van de echt grote doorbraken in digitale samenwerking binnen de zorgketen. Door vergrijzing, een groeiende zorgvraag en krapte op de arbeidsmarkt gaan zorgorganisaties steeds intensiever samenwerken rondom de patiënt. De komende jaren ziet Zuurbier volop kansen voor betere databeschikbaarheid. Vanuit de overheid komen er allemaal richtlijnen en standaarden aan voor gegevensuitwisseling die zorgorganisaties in de regio ook moeten invoeren. De regio heeft zelf ook ambitieuze plannen voor intensievere digitale samenwerking. Juist het vermogen van zorgverleners om mee te bewegen, vindt Zuurbier mooi om te zien. „Als je kijkt naar wat we nu allemaal kunnen, hadden we dat dertig jaar geleden nooit voor mogelijk gehouden. Onze missie blijft ook de komende jaren de samenwerking en uitwisseling in de zorgketens te verbeteren met digitale oplossingen.” Bezoek voor een uitgebreid historisch overzicht en foto’s de website: www.gerrit.nl


ADVERTENTIE

Werkcentrum Fryslân: voor alle vragen over werk Voor werkgevers, werkzoekenden en werkenden is er nu Werkcentrum Fryslân. Het centrale loket voor iedere vraag over werk en ontwikkeling op de arbeidsmarkt. De deur staat open, fysiek en digitaal. Wat het is, vraagt Noordz aan Jurgen Elshof van VNO-NCW MKB Noord, werkgeversadviseur UWV Kitty Hirsch en strategisch adviseur Nynke Hogenhuis van Fryslân Werkt.

De Nederlandse arbeidsmarkt moet worden hervormd, is de boodschap van het Rijk. De aanpak moet beter en concreter. Daarom is er in alle arbeidsmarktregio’s één centraal loket gekomen voor alle vragen over werk. Betere samenwerking moet de arbeidsmarkt overzichtelijker en toegankelijker maken. Het gaat om drie uitgangspunten: werkgevers ondersteunen bij het behouden en werven van personeel, mensen zo goed mogelijk van werk naar werk begeleiden, het liefst zonder tussenkomst van UWV of gemeente en werkzoekenden die aan de zijlijn staan duurzaam laten deelnemen aan de arbeidsmarkt. De gidsen zijn de wegwijzers In Friesland heet dat centrale loket sinds oktober vorig jaar ‘Werkcentrum Fryslân’. Geen nieuwe organisatie, maar een logisch vervolg op eerdere arbeidsmarktinitiatieven. In Werkcentrum Fryslân werken alle relevante partners samen, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, UWV en de achttien Friese gemeenten. Ook provincie Fryslân, onderwijsinstellingen, sociaal ontwikkelbedrijven en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) zijn partners. Het doel van Werkcentrum Fryslân: luisteren, inventariseren en doorverwijzen om sneller een concrete oplossing te bieden. De voordeur van het Werkcentrum staat open, fysiek op Stationsweg 13 in Leeuwarden en digitaal op werkcentrumfryslan.nl. Nynke Hogenhuis: „Iedereen die zich meldt, wordt door een van onze gidsen geholpen. Zij zijn de schakel, luisteren naar vraag en verwachting, inventariseren en verwijzen door.” „Zij weten wie van welke organisatie het beste ingeschakeld kan worden om een vraag inhoudelijk goed te beantwoorden”, vertelt Kitty Hirsch. „We moeten voorkomen dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Intern hebben we één keer per week overleg met alle partners. Dan bespreken we de binnengekomen vragen, casussen en verzoeken, wisselen we actuele informatie uit en bespreken we signalen uit de markt.” „Veruit de meeste werkgevers melden zich digitaal”, stelt ze. „Het is heel belangrijk om te weten of een werkgever eerder contact heeft gehad met een van de partners, of er vanuit zijn kant andere vragen of verzoeken lopen. We willen concreet bijdragen, dus wil je teleurstellingen voorkomen omdat je niet goed op de hoogte bent. Tegelijk is het heel belangrijk om door te vragen: wat is feitelijk de vraag of je verwachting? En eerlijk zijn: als een werkgever belt dat hij morgen vier mensen nodig heeft, weet je dat dat een bijna onmogelijke vraag is. Daar mag je duidelijk in zijn, en vervolgens kijken wat je wel kunt betekenen.” Nynke Hogenhuis: „We moeten mensen goed meenemen in overwegingen en verwachtingen. Een deel van de mensen die hier komt, wil werk. Dan kunnen wij wel denken in loopbaanontwikkeling en duurzame inzet, maar dat verhoudt zich niet altijd met iemands

Nynke Hogenhuis Jurgen Elshof en Kitty Hirsch

verwachting. Het is de kunst dat toch dichter bij elkaar te brengen. Te laten zien welke keuzes je misschien ook hebt en waarom dat goed zou zijn te overwegen. Ook wij moeten beseffen dat maatschappelijke verwachtingspatronen niet zomaar overeenkomen met individuele verwachtingen of wensen; het is de kunst naar elkaar te luisteren en van daaruit aan een oplossing te werken.” De vraag staat centraal De komende tijd moet duidelijk worden wat het beste werkt: „Als het kan, openen we meer fysieke vestigingen. We kijken met onze partners wat lokaal mogelijk is. Maar het digitale Werkcentrum is en blijft de hoofdzaak, daar komen de meeste mensen binnen”, stelt Nynke Hogenhuis. „Het is aan ons om sneller, concreter en beter actie te ondernemen op vragen. Helpen met oplossingen: wat is jouw vraag en wie kan jou helpen?” De partners in Werkcentrum Fryslân moeten hun beschikbare informatie over de arbeidsmarkt ook beter intern delen. Hoe beter dat proces op orde is, hoe makkelijker de Werkcentrum-gidsen de weg vinden naar mensen met het antwoord. „De motor van de economie moet zo goed mogelijk draaien. Alle partners hebben daar een taak in. Het overleg en de samenwerking gaan wij beter stroomlijnen, hoe complex de arbeidsmarkt ook is. Het gaat niet om ons, maar om vragen van werkgevers en werknemers. Die stellen we centraal, daar geven we antwoord op”, stelt Jurgen Elshof. De vragen zijn legio, zegt Nynke Hogenhuis: „Het kan een werkgever zijn met een vraag over hulp bij het zoeken en vinden van nieuwe werknemers. Maar ook over scholing of loopbaanontwikkeling, door een werkgever, werknemer of iemand die nog niet werkt. Het Werkcentrum is er voor al die vragen en kwesties. Met elkaar moeten we ervoor

zorgen dat mensen aan het werk blijven of aan het werk gaan, liefst zo duurzaam mogelijk. Dus moeten we goed inspelen op veranderingen in sectoren.” Jurgen Elshof van VNO-NCW: „De kennis van alle samenwerkende partners, komt uit allerlei kanalen. We weten veel, maar delen dat lang niet altijd of direct. Bijvoorbeeld als je weet dat kunstmatige intelligentie op hele korte termijn, veel invloed krijgt, moet je dat meenemen in advies naar vragenstellers. Banen verdwijnen, er komen nieuwe banen bij: die dynamiek op de arbeidsmarkt is niet nieuw. Het gaat sneller. Daar moeten we ook voor werkgevers beter mee omgaan en er op deze manier beter en sneller antwoord op geven.” Een (digitaal) loket waar je geholpen wordt Zo goed, snel en concreet mogelijk sturen op iedere vraag die gaat over werk en ontwikkeling. Eerlijke gesprekken voeren, adequaat doorverwijzen. Vinger aan de pols: heb jij die en die al teruggebeld, heeft die werkgever al een nieuwe medewerker? Beleidsinformatie actief en sneller delen met werkgevers, werknemers en werkzoekenden. Wat digitaal kan, kan digitaal. Maar bovenal is Werkcentrum Fryslân een loket van mensen die graag helpen adequaat antwoord te vinden op vragen over werk. www.werkcentrumfryslan.nl


JELMER SPIJKSMA

42 LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026


LEIDERSCHAP Van detacheringsbureau in crisistijd naar platform voor nieuwe ondernemers: Jelmer Spijksma (44) zet zijn ervaring nu in om anderen sneller te laten groeien. Daarbij draait het volgens hem vooral om vertrouwen, discipline en durven groot denken. „Ondernemen hoeft helemaal geen eenzame reis te zijn.” TEKST RADBOUD DROOG FOTO JASPAR MOULIJN

SPIJKSMA BOUWT TEGENWOORDIG ONDERNEMERS

’A

ls je klein denkt, blijf je klein.” Het is een van de levenslessen die Jelmer Spijksma nooit meer is vergeten. Zijn vader sprak de woorden jaren geleden uit, toen zijn zoon nog aan het begin van zijn ondernemerscarrière stond. Inmiddels heeft Spijksma een succesvol detacheringsbedrijf opgebouwd én verkocht. Maar de belangrijkste les uit die periode gaat niet over omzet of winst, maar over vertrouwen. Het geloof dat iemand iets kan, nog voordat diegene dat zelf ziet. Dat vertrouwen probeert Spijksma vandaag door te geven aan een nieuwe generatie ondernemers. De moeilijkheid zit volgens hem namelijk zelden in het bedenken van een nieuw idee. „De echte uitdaging is om los te komen van wat je al kent.” De 44-jarige ondernemer, geboren in Leeuwarden en tegenwoordig woonachtig in Groningen, is samen met Michiel Baron mede-initiatiefnemer en grootaandeelhouder van Krachthonk. Het jonge bedrijf wordt geleid door vier ervaren ondernemers uit de detacheringswereld. Geen algemeen adviesbureau, maar een – zoals ze het zelf verwoorden – start- en groeiplatform dat jonge detacheringsbureaus helpt sneller en slimmer door te groeien. Spijksma draagt binnen de organisatie de titel Hoofd Ondernemerskracht, Baron is Hoofd Structuur en Spieropbouw. De knipoog naar de sportschool is bewust gekozen.

ONDERNEMER ALS TOPSPORTER Want ondernemen lijkt volgens Spijksma verrassend veel op topsport. Een sporter wordt niet sterker door één inspirerende training of een motiverend boek, maar door discipline, ritme en herhaling. Hetzelfde geldt volgens hem voor ondernemers. Niet voor niets haalt hij graag de Oekraïense wereldkampioen boksen Oleksandr Usyk aan. „Die zei ooit: motivatie is goed, maar discipline is beter. Daar ben ik het volledig mee eens.” „Want motivatie ebt op een gegeven moment weer weg”, vervolgt hij. „Discipline zorgt ervoor dat je blijft doen wat nodig is. Dáár begint groei.” Vanuit die gedachte ondersteunt Krachthonk startende detache-

‘Juist tijdens een crisis kun je je onderscheiden met kennis’ ringsbureaus niet met losse adviezen, maar met een compleet fundament. Strategie, recruitment, sales, backoffice, leiderschap en organisatieontwikkeling zijn al ingericht. Daardoor kunnen ondernemers zich richten op ondernemen, terwijl de basis al staat. Spijksma weet uit eigen ervaring hoe waardevol zo’n steun in de rug kan zijn. „Ik vind het vooral mooi om nu de Jelmer Spijksma van vijftien jaar geleden te helpen”, zegt hij. „Toen stond ik er alleen voor. Je maakt fouten, je hebt niemand om mee te sparren en ondernemen kan behoorlijk eenzaam zijn. Hoe mooi is het als je dan een platform achter je hebt dat je helpt om sneller en slimmer te groeien?” Inmiddels krijgt die filosofie steeds meer vorm en zijn drie gespecialiseerde detacheringsbureaus aangesloten bij Krachthonk. Ze zijn allemaal actief binnen een duidelijke niche zoals IT, HR en finance-detachering. Dat is volgens Spijksma geen toeval. „Ik geloof heel sterk in specialisatie. De arbeidsmarkt vraagt steeds meer om kennis van een specifieke markt. Daarom zoeken wij ondernemers die ergens écht verstand van hebben en daar hun eigen verhaal omheen bouwen.” BEGINNEN IN CRISISTIJD Die overtuiging komt niet uit een managementboek, maar uit de praktijk. In 2010 richtte Spijksma Or-Quest op, een detacheringsbureau voor de bouw- en infrasector. Op het eerste gezicht leek de timing ongelukkig. Nederland zat midden in de bouwcrisis en veel bedrijven hielden de hand op de knip. Toch zag hij kansen. „Juist tijdens een crisis kun je je onderscheiden met specialistische kennis”, zegt hij. De

keuze bleek de juiste. In vijftien jaar tijd groeide Or-Quest uit tot een van de grootste gespecialiseerde detacheerders van Noord-Nederland. Uiteindelijk droeg hij het bedrijf over aan de TSG Groep. Voor veel ondernemers zou zo’n verkoop het moment zijn om gas terug te nemen of te investeren in allerlei start-ups. Spijksma merkte dat hij daar weinig energie van kreeg. „Ik zag ondernemers investeren in bedrijven waar ze eigenlijk geen affiniteit mee hadden. Dat voelde voor mij niet goed. Ik wilde dicht blijven bij de wereld die ik ken, alleen niet meer zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse operatie.” Langzaam ontstond het idee voor Krachthonk: een organisatie die ondernemers helpt hun eigen bedrijf succesvol op te bouwen. Niet door alles over te nemen, maar door kennis, ervaring en een netwerk beschikbaar te stellen. Zo kunnen jonge ondernemers sneller groeien zonder telkens opnieuw dezelfde fouten te maken. RITME BOVEN MOTIVATIE Collega’s omschrijven hem als gedreven, energiek en soms een tikje eigenwijs. Iemand die een duidelijke koers uitzet, maar zich tegelijkertijd graag laat uitdagen door mensen met goede argumenten. Hij moet lachen als die omschrijving ter sprake komt. „Misschien ben ik inderdaad wel een beetje eigenwijs geworden”, zegt hij. „Maar dat komt ook doordat je hebt gezien wat werkt. Dan laat je je niet zomaar van je pad afbrengen.” Dat betekent volgens hem overigens niet dat hij denkt alles zelf te weten. Integendeel. Juist daarom gelooft hij zo sterk in ondernemers die elkaar versterken. „Ondernemen hoeft helemaal geen eenzame reis te zijn.” Wanneer Spijksma vertelt over het ontstaan van zijn ondernemerschap, komt hij vaak weer uit bij zijn vader. Die zag al vroeg waar het talent van zijn zoon lag. Niet achter een tekentafel of in een technische functie, maar tussen mensen. „Hij zei altijd: jij moet iets in de commercie gaan doen. Jij bent altijd met mensen bezig.” Dat advies bleek richtinggevend. Zijn vader moedigde hem niet alleen aan om ondernemer te worden, maar hielp ook praktisch mee tijdens de

eerste jaren van Or-Quest. Ze deelden een kantoor en bespraken vrijwel dagelijks de uitdagingen waar een jonge ondernemer tegenaan loopt. Terugkijkend beseft Spijksma dat zijn vader eigenlijk zijn eerste Krachthonk was. „Hij gaf me vertrouwen. Hij zei ook altijd: als je klein denkt, blijf je klein.” Zijn vader maakte de uiteindelijke groei van Or-Quest niet meer mee. Hij overleed op slechts 58-jarige leeftijd. Kort daarvoor sprak hij een zin uit die zijn zoon nooit meer zou vergeten. „Jammer dat ik niet meer ga meemaken hoe succesvol jij nog wordt.” Even valt het stil. „Die woorden draag ik nog altijd met me mee”, zegt Spijksma. Misschien verklaart dat ook waarom hij tegenwoordig zoveel voldoening haalt uit het begeleiden van jonge ondernemers. „Ik vind het prachtig om verborgen talent te ontdekken. Ondernemers aan wie anderen misschien nog twijfelen, maar van wie ik denk: daar zit iets in. Als je iemand vervolgens ziet groeien, geeft dat ontzettend veel energie. Eigenlijk doe ik nu wat mijn vader vroeger voor mij deed.” MEER DAN EEN BEDRIJFSMODEL Samen groeien dus. Het klinkt bijna als een slogan, maar voor Jelmer Spijksma is het veel meer dan dat. Na vijftien jaar bouwen aan zijn eigen onderneming haalt hij zijn voldoening uit de groei van anderen. Succes meet hij niet langer aan de omvang van zijn bedrijf, maar aan het aantal ondernemers dat dankzij een beetje vertrouwen zijn eigen koers durft te varen. Eigenlijk precies zoals zijn vader hem ooit leerde om groot te durven denken.

Dit zegt Peter: ‘Geloof in een ander’ „Ondernemen is topsport, en topsport is iets wat je naar mijn idee nooit alleen kunt doen. Spijksma maakt van zijn eigen ervaringen en geleerde lessen de ideale springplank voor jong talent. Hij bewijst dat het geloof in een ander de ultieme motor is voor langdurig succes.” Peter Scherjon, coach in ondernemerschap en leiderschap, begeleidt ondernemers vanuit Hartman & Hartman.

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 43


ADVERTENTIE

‘Een nieuwe economie bouw je samen’ Daar is men bij LIFE Cooperative van overtuigd. Het jaarlijkse congres, met deze keer onder andere Peter Wennink als spreker, heeft onlangs zijn vijfde editie beleefd. De LIFE Science Innovation Award is uitgereikt en de aanwezige bedrijven en genodigden kijken terug op een inspirerende avond. Het tekent de ambitie van LIFE Cooperative, dat ruim 10 jaar geleden werd opgezet om te verbinden en nu verder bouwt aan de randvoorwaarden voor groei.

Het juk van bescheidenheid wordt daarmee afgegooid. „We hebben ambitie en vormen inmiddels een ecosysteem, waarbinnen bedrijven, kennisinstellingen en overheden actief werken aan de randvoorwaarden waarmee de life science sector in deze regio haar groeipotentie kan bereiken”, vertelt directeur Ronald Hesse. „Het doel is en blijft om ondernemers, kennisinstellingen, overheden, startups en scaleups samen te brengen, zodat ze sneller projecten bouwen en innoveren en effectief financiering en talent aantrekken.” Wereldspelers LIFE Cooperative werd in 2014 opgericht door een aantal ondernemers die actief zijn in de Life Sciences- & Health sector, met als doel samen organiseren, samen innoveren en gezamenlijk projecten ontwikkelen. Er zijn inmiddels meer dan 65 bedrijven verenigd, die werk bieden aan duizenden mensen en die elkaar in de afgelopen jaren goed konden vinden. Zo is er via gezamenlijke projecten meer dan 50 miljoen aan investeringen aangetrokken, die meer dan 500 hoogwaardige nieuwe banen hebben gecreëerd. Bovendien zijn een aantal deelnemers binnen LIFE Cooperatieve uitgegroeid tot wereldspelers. „Niet alles zelf doen, maar partijen bij elkaar brengen en samen organiseren wat individueel moeilijk te realiseren is, daar wil LIFE Cooperative op inzetten.” En dat gaat goed, het is niet voor niets dat de LIFE Cooperative als een van de belangrijkste innovatieclusters van NoordNederland wordt gezien. Impact realiseren Men richt zich op vijf strategische thema’s waarin de Noord-Nederlandse Life Sciences & Health industrie een onderscheidende positie heeft en verder kan uitbouwen: Polymers for Health, Enabling Health Tech, Diagnostics & Drug Development, Sustainable Pharma Production en Nuclear Medicine. Ronald:„ We hebben tien jaar hard moeten werken om samenwerkingen mogelijk te maken, dat staat als een huis. Nu willen we én kunnen we groei in onze impact realiseren. Wat heeft de wereld nodig en welke bijdrage kunnen de bedrijven binnen LIFE Cooperative daaraan leveren? Er moeten veel oplossingen komen en Noord-Nederlandse bedrijven kunnen daar een belangrijke rol in spelen.” Industrialisatie Een voorbeeld zijn de bedrijven die actief zijn in Enabling Health Tech. „Een dynamische, innovatieve groep van meer dan 25 bedrijven”, geeft bestuurslid LIFE Cooperative Annelies Wolters aan. „Deze bedrijven ontwikkelen producten, die bijdragen aan het welzijn van patiënten in alle levensfasen. Hoewel de regio over een sterke kennisbasis beschikt, ontbreekt het nog aan de infrastructuur voor commerciële opschaling en verdere industrialisatie. Door nu breed te gaan investeren in de waardeketen en

Ronald Hesse en Annelies Wolters

specifiek in gezamenlijke test- en productiefaciliteiten, zijn wij ervan overtuigd dat de regio kan uitgroeien tot een Europese hotspot.”

potentie groot is. We blaken van het zelfvertrouwen en pakken nu de kans om met elkaar de lat nog hoger te leggen.”

Sterke regio Annelies:„ Eén bedrijf houdt talent niet in Groningen, 70 bedrijven doen dat wel. Datzelfde geldt voor de faciliteiten en de impact. NoordNederland is een sterke regio op het gebied van Life sciences & Health. We hebben de technologie en innovaties, het talent, de kennis, kunnen investeren, er is ruimte, energie, de mogelijkheid om pilots te starten, we hebben patiëntpopulaties en opschalingskansen. Kortom, alles is aanwezig om er een industrieel succes van te maken.”

Gezondheid „Zo zijn we samen met onze partners UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en ook de AI-fabriek enorme stappen aan het maken in digital health”, besluit Ronald. „in het noorden is de afgelopen jaren heel veel data verzameld, waarmee we kunnen voorspellen wat gezondheid gaat doen en hoe ziektes zich ontwikkelen. De bedrijven die zijn aangesloten bij LIFE Cooperative kunnen daarmee een game changer worden in het zorglandschap. Daar zijn wij van overtuigd.” „Waar we over tien jaar staan? Dan hebben we de stap naar verdere industrialisatie kunnen maken, heeft LIFE Cooperative 120 leden, die werk bieden aan 10.000 medewerkers. En zijn we uitgegroeid tot één van Europa’s toonaangevende Life Sciences & Health ecosystemen, waarbij LIFE Cooperative de verbindende kracht is.”

Mooie parels „Wennink heeft het Kabinet geadviseerd hoe we een nieuwe economie moeten bouwen”, gaat Ronald verder. „Daarbij kijken we vaak naar ASML, Philips of VDL, die bedrijven kent elke Nederlander. Maar, het noorden van Nederland heeft inmiddels ook een paar mooie parels, dus de potentie is er. Er ligt vruchtbare grond voor nieuwe economie in Noord-Nederland, de Life Sciences & Health sector is daar een perfect voorbeeld van. We willen in de Champions League spelen en alle voorwaarden om dat te doen zijn hier aanwezig.” Annelies:„ De afgelopen tien jaar hebben laten zien dat samenwerken werkt, dat bedrijven groeien en hier ook willen blijven, omdat de

www.lifecooperative.nl


ADVERTENTIE

Kennis uit topsport is het fundament voor vitaliteit op de zaak Een gezond bedrijf begint met gezonde medewerkers. Dat gaat over geestelijke gezondheid en prestaties, over kracht, mobiliteit en uithoudingsvermogen, over rust en slaap en over gezonde eet- en drinkgewoonten. Dat verhaal moet inspireren, mag confronteren, moet informatief zijn en we willen dat mensen het gaan waarderen. Topsport NOORD introduceert VitaliQ Er zijn meer vitaliteitsprogramma’s. Wat onderscheidt VitaliQ van die andere? „Allereerst inhoudelijk. VitaliQ maakt gebruik van kennis, ervaring en mentaliteit uit de topsport om duurzame inzetbaarheid te realiseren. Daarnaast is er de maatschappelijke verbinding: met dit programma verdienen we geld dat we gebruiken voor de ontwikkeling van topsport in de regio. Dat is een vastgelegd doel; het gaat niet om winst maken. Het programma brengen we actief aan de man met hulp van topsporters, omdat zij heel goed beseffen welke paralellen er zijn tussen het bedrijfsleven en de topsport op het gebied van inzet, prestatie, druk, doorgaan, volhouden en veerkracht”, stelt commercieel manager van Topsport NOORD Gerben Okkinga. Topsportkennis voor duurzame inzetbaarheid Fysiek, mentaal, voeding en herstel zijn vier belangrijke pijlers voor prestaties in de topsport. Op basis van die kennis en kunde, heeft Topsport NOORD haar vitaliteitsprogramma VitaliQ ontwikkeld. Robbie Hoekstra, operationeel manager van Topsport NOORD: „Topsport NOORD ondersteunt talentvolle sporters in Noord-Nederland in hun ontwikkeling naar de top. Dit doen we met de juiste begeleiding, faciliteiten en talentprogramma’s binnen onze Regionale TrainingsCentra, zodat zij het maximale uit hun sportcarrière kunnen halen. We verbinden alle partijen die een rol spelen rond topsport en talentontwikkeling in de noordelijke regio. Wat we doen, wordt betaald door NOC*NSF, de noordelijke provincies en gemeenten. VitaliQ is ontstaan om de kennis en ervaringen uit de topsport, terug te brengen naar mensen en bedrijven in deze regio. Het doel is enerzijds om een bijdrage te leveren aan duurzamere inzetbaarheid en meer welzijn in bedrijven, en anderzijds om inkomsten te genereren voor regionale talent- en topsportontwikkeling.” Investeren in vitaliteit én topsport Waarom hebben jullie VitaliQ ontwikkeld? Robbie Hoekstra: „Onze ambities op het gebied van sport in Noord-Nederland zijn groter dan wat we met het publieke geld van NOC*NSF kunnen financieren. Om die ambities wel te kunnen bereiken, hebben we extra middelen nodig die we realiseren door in de breedte met het bedrijfsleven samenwerkingen aan te gaan. Zo werken we al langer samen met bijvoorbeeld Wadro, De Friesland, Bentacera, Frisius, Kooi en Spinder. Zij dragen allemaal al langer op hun eigen manier bij aan de regionale topsport. Die bedrijven waren ook geinteresseerd in kennis uit de topsport en dat heeft geleid tot VitaliQ.”

Van links naar rechts Robert Hoekstra, Robbie Hoekstra en Gerben Okkinga maatschappelijk van groot belang en VitaliQ, dat vitaliteit en kennis combineert, zien we daarom als een sport-ecosysteem om dat uit te dragen. We geloven in de meerwaarde van VitaliQ en werken daarom met Topsport NOORD samen aan deze ontwikkeling. Wij zetten ons netwerk en onze mankracht in om het programma te promoten en deels uit te voeren. Het gaat om een duurzame gedragsverandering op het gebied van vitaliteit door langdurige samenwerking.”

Toegankelijk voor alle Noordelijke bedrijven Hoe laagdrempelig is Vitaliq? Is het voor ieder bedrijf interessant en betaalbaar? Gerben Okkinga: „Vitaliteit gaat ons allemaal aan en iedereen draagt door met VitaliQ mee te doen, zelf direct bij aan talent- en topsportontwikkeling in onze eigen noordelijke regio. Afhankelijk van het pakket dat je kiest, kost het per werknemer tussen de 100 en 300 euro.

Een programma op maat Hoe ziet het programma er concreet uit? Gerben Okkinga: „VitaliQ levert maatwerk en vermijdt standaardpakketten. Het is in alle gevallen een programma met de duur van minimaal een jaar, dat opgebouwd is uit vier fasen: Inspireren met topsporters, Confronteren door in iedere fase te meten en te analyseren, Informeren door workshops op maat te geven en Waarderen door de inzet van sportieve clinics en indrukwekkende afsluiting. We bieden mensen handvatten hun leefstijl aan te passen en een ‘toolbox’ voor leidinggevenden, om gezondheid en vitaliteit een blijvend onderdeel te maken van het bedrijf en haar mensen. Het programma kent drie pakketten, afhankelijk van je bedrijf of grootte. Daarbinnen kiezen we altijd weer voor maatwerk, want geen bedrijf is gelijk.”

We hebben op dit moment nog geen afzonderlijke pakketten voor bedrijven met minder dan vijftig mensen, maar daar is altijd een oplossing voor. Als bijvoorbeeld een aantal aan elkaar verwante bedrijven, bijvoorbeeld uit de bouw, het samen willen gaan doen, kom je ook al snel tot een man of vijftig. Ook daarin is samenwerking een manier om je doel te bereiken.”

Sportstad als partner voor een vitaler Noorden Wat is de rol van Sportstad Heerenveen? Robert Hoekstra, commercieel manager bij Sportstad: „Sportstad wil bijdragen aan een vitalere maatschappij en aan een gezond topsportklimaat in de regio. VitaliQ sluit daar perfect bij aan omdat het beide onderdelen ondersteunt. Twintig jaar geleden zijn we begonnen als vastgoedbedrijf op sportgebied, de laatste jaren hebben we onze focus verlegd naar een maatschappelijk sportbedrijf. Vitaliteit is

Begint de vitale toekomst van het noorden dan in Heerenveen? „Het moet zeker geen Heerenveens feestje zijn”, benadrukt Gerben Okkinga. „Het is een olievlek die zich over het hele noorden uitbreidt. Goed om te zeggen daarom ook, dat een aantal van de bedrijven waar we al mee samenwerken, niet in Heerenveen zitten. Tegelijk is het ook zo, dat Heerenveen een paar prachtige accommodaties heeft, zoals bijvoorbeeld Sportstad Heerenveen en Thialf, die een belangrijke inspiratie kunnen zijn voor veel mensen. Een actieve clinic met shorttrack bijvoorbeeld kun je niet overal aanbieden. Het maatwerk dat we bieden, betekent ook dat we in overleg met het bedrijf en onze sporters en sportexperts kijken hoe je zo inspirerend en effectief mogelijk het programma voor een bedrijf kunt samenstellen.” Werken aan meer vitaliteit op de werkvloer en daardoor de regionale topsport versterken. VitaliQ, vitaliteit en mindset voor het Noorden gebaseerd op de kracht en kennis van topsport. www.vitaliq.nl

Herre Zonderland tijdens inspiratiesessie VitaliQ


ADVERTENTIE

‘Den Haag zou eens wat ondernemender moeten worden’ „De geopolitieke spanningen drukken indirect op de resultaten van het bedrijfsleven en aangezien het einde hiervan nog niet in zicht is, adviseren wij ondernemers niet af te wachten en de nodige maatregelen te nemen.” Dat zegt Arjen van Braak van Van Braak Accountants, met vestigingen in Zuidbroek, Marum en Drachten. Want, ondanks acceptabele macro economische cijfers over de afgelopen maanden, moeten we de ogen niet sluiten voor kostenverhogingen, regeldruk en een blijvend tekort aan personeel. Kortom, genoeg stof tot nadenken.

Arjen van Braak Het gaat redelijk goed met de Nederlandse economie, tenminste als we de cijfers mogen geloven. De groei komt dit jaar uit op 0,8%, ten opzichte van de 1,8% in 2025. Dat is weliswaar een achteruitgang, maar gezien alle geopolitieke spanningen en ontwikkelingen gaat het nog niet eens zo slecht. Toch wil Arjen van Braak wel een kanttekening plaatsen. Hij ziet nog altijd te hoge energieprijzen, netcongestie, een hoge regeldruk, stikstofproblemen, de opkomst van AI en de afsluiting van allerlei bruggen en viaducten, wat tot extra kosten leidt. „De overheid doet daar tot nu toe veel te weinig aan.” Transportsector Onlangs meldde statistiekbureau CBS opvallende cijfers over de Nederlandse industrie, die in juli met maar liefst 9% was gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Het bureau stelde dat de productie in bijna de helft van de industriële branches groeide. Negatieve uitschieter was de transportmiddelenindustrie. En dat verbaast Van Braak niet. „De transportsector heeft het extreem zwaar, door hoge brandstofprijzen en allerlei wegafsluitingen, die er voor zorgen dat er moet worden omgereden en er dus ook nog eens extra kosten moeten worden gemaakt. Het onderhoud aan bruggen en viaducten is jarenlang verwaarloosd en nu is er onvoldoende geld voorhanden om dit probleem versneld op te lossen. Nederland transportland heeft daar veel last van, maar vooralsnog zie ik veel te weinig actie in Den Haag. Het blijft sudderen, pappen en nathouden.” Negativiteit Wat dat betreft zou het Van Braak een lief ding

zijn wanneer ze in Den Haag eens wat meer ondernemend gaan denken. „Dat vinden veel ondernemers ook. Wij zijn veel onderweg, komen bij veel ondernemers over de vloer en ik ontmoet een hoop negativiteit over Den Haag. Men vindt dat er te weinig maatregelen worden genomen om de problemen op te lossen en het gaat ook in een veel te laag tempo. Dat is best een probleem aan het worden.” AI Een ontwikkeling die Van Braak inmiddels duidelijk ziet is de opkomst van AI. „Zeker in de administratieve sector doet zich dat voelen. Mijn inschatting is dat daar veel werk gaat veranderen en ja, dat geldt ook voor ons vak. Veel standaard werkzaamheden kunnen dankzij AI versneld worden afgewerkt. Voorwaarde is wel dat de administratie op orde is, dat voorkomt fouten achteraf. Ook hier biedt automatisering via AI veel mogelijkheden. Helaas is de administratie bij veel bedrijven nog een ondergeschoven kindje, merken we. Bedrijven maken daardoor fouten, met vaak behoorlijke gevolgen. Dan komt de accountant in beeld, met kennis van zaken. Daar zijn we blij mee, want wij kunnen de problemen oplossen, daar zijn we voor. We hoeven klanten niet te vertellen wat niet goed gaat, ze willen horen hoe het anders moet. Bij Van Braak Accountants durven we te zeggen waar het op staat en vertellen we het eerlijke verhaal. Daar heeft iedereen baat bij.” Kennis Van Braak geeft aan dat de toekomst andere vaardigheden zal vragen. „De kennis blijft van waarde, in de gesprekken met de ondernemer over de uitkomsten van ons werk bijvoorbeeld. Want, AI kent bepaalde slimmigheden niet,

daarvoor blijft de mens nodig. Dus, als je geleerd hebt en je boerenverstand gebruikt, dan blijf je in onze branche overeind, daar ben ik van overtuigd. Binnen onze eigen kantoren zijn we dan ook druk bezig om de kennis op peil te houden. Met cursussen en opleidingen, zowel intern als extern.” Lasten stijgen Terug naar ondernemersland. „Naast alle kostprijsverhogende ontwikkelingen, stijgt de rente momenteel ook”, geeft Van Braak aan. „Dat betekent dat de lasten stijgen en het heeft ook gevolgen voor het onroerend goed. Wellicht is het verstandig om misschien wat onroerend goed te gaan verkopen. Of breng het onroerend goed voordelig onder in een BV. Als je dat doet, moet je wel weten hoe je dat moet doen. Daar zijn wij goed in, omdat we kennis van zaken hebben.” Ander probleem blijven de hoge brandstofprijzen en ook energie is nog altijd niet goedkoop. Wat gaat er bijvoorbeeld gebeuren als er een strenge winter komt en aardgas en elektriciteit nog duurder wordt. Van Braak durft het niet te voorspellen. „Nederland staat nog altijd bovenin de ranglijst van hoogste energieprijzen in de EU en daar hoeven we niet trots op te zijn. Veel ondernemers moeten concurreren met ondernemers in landen om ons heen, dat zet ze op achterstand. Het wordt tijd dat de overheid daar iets aan gaat doen, in plaats van hun aandacht te besteden aan zaken die in mijn ogen veel minder belangrijk zijn.” www.vanbraakaccountants.nl 0318-587373


Duurzame Dertig zoekt Groene Helden VIJF DUURZAME ROLMODELLEN. VIJF VERHALEN DIE HET VERDIENEN OM VERTELD TE WORDEN. De collega die iedereen meekrijgt. De vrijwilliger die haar vereniging verandert. Of de ondernemer die vanuit een klein idee iets groots bereikt. Ter ere van onze vijfde editie zoeken we vijf rolmodellen uit Noord-Nederland. Of je nu verschil maakt binnen een bedrijf, vereniging, school, buurt of hele sector: we zoeken mensen die ideeën omzetten in actie, impact maken en anderen inspireren om duurzamer te denken en te doen. Een Groene Held hoeft geen bekende naam te zijn. Alle vijf krijgen een podium in Dagblad van het Noorden, Friesch Dagblad en Leeuwarder Courant, waar we hun verhaal vertellen. Zo kunnen hun ideeën en aanpak ook anderen verder brengen. Ken jij zo iemand? Nomineer jouw Groene Held. Jezelf aanmelden kan natuurlijk ook.

Aanmelden kan t/m 30 september: duurzamedertig.nl/helden

INITIATIEFNEMERs Een initiatief van de Leeuwarder Courant, Dagblad van het Noorden en het Friesch Dagblad

partners & sponsors

LEEUWARDER COURANT VRIJDAG 25 SEPTEMBER 2026 47


ADVERTENTIE

‘In ondernemende handen kan LO&T nog meer impact maken’ Voor de overname van het intellectueel eigendom van zijn bedrijf is eigenaar Willem Langemaat op zoek naar een partij die ‘affiniteit heeft met techniek en farmacie, maar ook lef heeft en de wens om klanten in deze nichemarkt optimaal van dienst te zijn’. LO&T ontwikkelt en bouwt machines die het individueel verpakken van medicijnen automatiseren. Efficiëntie in de zorg is belangrijker dan ooit en er is dan ook veel vraag naar de machines van LO&T. ,,Het bedrijf is er klaar voor om flink te groeien, maar vanwege mijn leeftijd laat ik dat graag over aan een ander’’, zegt Langemaat. ,,Als een ondernemende partij de verkoop, assemblage en aftersales van de standaard machines overneemt, kan LO&T groeien en de zorg vele malen efficiënter werken. Zelf blijf ik graag betrokken bij het bedrijf als ontwikkelaar. Geïnteresseerde partijen kunnen de indruk krijgen dat een eenmanszaak kwetsbaar is, maar al mijn kennis staat op papier. Daarmee kunnen de productie en verkoop eenvoudig opgeschaald worden.’’ LO&T ontwikkelde diverse machines die zorgen voor efficiëntie in ziekenhuis- en geneesmiddeldistriebutiesysteem (GDS)apotheken, maar ook op de werkvloer in zorginstellingen. Farmaceutische bedrijven verpakken medicijnen in blisters en potten, maar in ziekenhuizen en zorginstellingen wordt gewerkt met eenheden per persoon en toedieningstijdstip. Dergelijke pakketjes besparen zorgmedewerkers veel tijd, omdat het alles bevat wat de patiënt nodig heeft. Willem Langemaat: ,,Het uitpakken van doosjes, het verwijderen van medicatie uit blisters en het samenstellen van individuele verpakkingen kost veel tijd. Dit gebeurt vaak in ziekenhuis- en GDS-apotheken. Door deze processen te automatiseren, wordt ook hier sneller gewerkt.’’

‘LO&T is er klaar voor om flink te groeien’ Medicijndoosjes openen Eén van de laatste machines die LO&T op de markt bracht, was de Deboxmatic. Deze machine opent medicijndoosjes en duwt de blisters en bijsluiters uit. Als de bijsluiter in de lengte om de blisters gevouwen zit, wordt deze automatisch

Willem Langemaat in zijn werkplaats waar vanwege de grote vraag ook seriematig wordt gewerkt.

teruggenomen in het doosje waardoor de blisters automatisch gescheiden zijn van het doosje en de bijsluiter. Langemaat: ,,Soms zijn de bijsluiters over de breedte gevouwen of zelfs in het medicijndoosje verlijmd. Dit heeft tot gevolg dat de bijsluiter met de blisters mee uitgeduwd wordt. LO&T is op offertebasis bezig ook dan de blisters automatisch van de bijsluiters te scheiden.’’ De Deboxmatic is op elke verpakking voorbereid. De stickers waarmee het doosje is verzegeld, worden automatisch geopend. En om te garanderen dat het doosje leeg is, kan een ‘checkmoment’ als optie worden geleverd. De eerste machine die LO&T op de markt bracht, is de Deblimatic. Deze machine, waar LO&T een wereldwijd octrooi op heeft, walst automatisch de medicatie uit de blisters. Daarna wordt het verpakt in een zogeheten medicijnrol, die bestaat uit een lint zakjes. Deze worden op een haspel gerold, waarvoor LO&T de Reelmatic ontwikkelde. De vier speciaal ontwikkelde rollen in de machine zorgen ervoor dat er constante en voldoende spanning in het lint blijft, waardoor er meer zakjes op een haspel passen. Ook op deze ontwikkeling heeft het bedrijf in Emmen een octrooi. ,,De walsen hebben nog een voordeel’’, zegt Langemaat. ,,Van elk zakje in de rol worden in een schouwmachine foto’s gemaakt om de inhoud te controleren. Dankzij de speciale vorm van de vier walsen wordt de medicatie in het zakje gesepareerd, waardoor minder zogeheten valse fouten ontstaan bij het schouwen.’’

Langemaat blijft graag betrokken bij het bedrijf als ontwikkelaar.

Doorontwikkeling Dankzij LO&T is ook het efficiënt en snel verpakken van de medicijnrol in een

brievenbuspakket mogelijk. Het bedrijf automatiseerde het hele proces. Ondertussen wordt doorlopend gewerkt aan doorontwikkeling van bestaande machines. ,,Op basis van de wensen van klanten is veel mogelijk. Zo zijn sommige machines in de loop der tijd ergonomischer geworden, maar ook het creëren van een modulair systeem is mogelijk. Machines zijn onderling te koppelen en uit te breiden met verschillende functies. Zo kan de machine die tabletten uit blisters walst inmiddels ook tellen en vullen. Verder kan er een afzuigsysteem toegevoegd worden, wat voorkomt dat de operator eventuele medicijnresten inademt.’’ De nieuwste machine betreft een automatisch sorteersysteem. Langemaat: ,,Het is te duur om een proefopstelling te produceren, maar op verzoek van een opdrachtgever kan ik hem meteen bouwen. Het mooie van dit sorteersysteem is dat het gemakkelijk uitgebreid kan worden bij groei, want ook dit is een modulair systeem.’’ Langemaat kiest in alles overigens voor duurzaamheid, die zich vooral vertaalt in een lange levensduur. ,,Ik vind het belangrijk dat de machines van LO&T tot in lengte van jaren bijdragen aan de efficiëntie in de zorg. Produceren om binnen een paar jaar vervangen te worden, vind ik onverantwoord.’’ langemaatontwikkelingentechniek.nl


ADVERTENTIE

Betekenisvol leven bij Mariënbosch en Sint Theresia Vanuit de visie ‘Deel je leven’ sluiten woonzorgcentra Mariënbosch in Heerenveen en Sint Theresia in Joure, onderdeel van Zorggroep Sint Maarten, aan bij wat bewoners zelf belangrijk vinden. ,,We kijken eerst naar wat iemand nog zelf kan of, waar mogelijk, opnieuw kan leren’’, zegt regiomanager Marion de Vries.

Bewoners vermaken zich met een spel onder leiding van Ina Zwarteveen-Roffel (derde van links), coördinator Welzijn KSW. Gastvrijheid, samenwerking en slimme innovaties ondersteunen een betekenisvol leven. ,,We geloven dat goede zorg begint bij het leven van mensen. Een bewoner die dankzij een slim hulpmiddel veilig zelfstandig kan blijven bewegen. Een gastvrije ontvangst bij de receptie. Een medewerker in het restaurant die precies weet hoe iemand zijn koffie het liefst drinkt. Of een verzorgende die nét wat langer de tijd heeft voor een persoonlijk gesprek, omdat zorgtechnologie ondersteunt bij de dagelijkse zorg.’’ Vanuit onze visie begint goede zorg niet pas aan het bed van een bewoner, maar zodra iemand de locatie binnenkomt. Bij de receptie, in het restaurant, tijdens een activiteit of met een glimlach op de gang. Collega's kennen elkaar, weten elkaar gemakkelijk te vinden en kijken verder dan hun eigen functie. Daardoor ontstaat een omgeving waarin bewoners zich gezien voelen en medewerkers met plezier samenwerken. ,,Iedereen draagt op zijn eigen manier bij aan het welzijn van bewoners’’, zegt zorgondersteuner Alinda Boxem. ,,Of je nu in de zorg werkt, bij welzijn, in het restaurant of bij de receptie. Samen zorgen we ervoor dat mensen zich thuis voelen.” Samen maken we ruimte voor aandacht Ook de facilitaire teams leveren iedere dag een belangrijke bijdrage aan het welzijn van bewoners. Een prettige woonomgeving, goed eten, een warm welkom en een veilig gebouw vormen de basis waarop goede zorg kan worden verleend. Facilitair manager Welmoed de Jong: ,,Facilitair is veel meer dan zorgen dat alles werkt. Wij creëren samen met de zorg een omgeving waarin

bewoners zich prettig voelen en medewerkers hun werk goed kunnen doen. Juist door slim samen te werken en gebruik te maken van innovaties kunnen we de zorg optimaal ondersteunen."

We sluiten aan bij wat bewoners belangrijk vinden Zelfstandigheid waar mogelijk blijft het uitgangspunt. Pas wanneer technologie kan bijdragen aan veiligheid, comfort of meer eigen regie, wordt deze bewust ingezet. In het kader van het uitgangspunt ‘Leven in Vrijheid’ ondersteunt technologie bewoners om zich veilig en vrij te bewegen, maar geeft het ook medewerkers en naasten vertrouwen bij de ondersteuning van bewoners. Zo helpt bijvoorbeeld een roll-assist bed om fysieke belasting te verminderen. Medewerkers houden daardoor meer tijd en energie over voor het geven van persoonlijke aandacht. ,,Technologie neemt geen aandacht over”, vertelt Patricia de Jong-Bakker, leerling HBO Kwaliteitsverpleegkundige. ,,Het helpt ons juist om meer tijd te besteden aan wat echt belangrijk is: het gesprek, een wandeling of gewoon even rustig naast iemand zitten.” Bewoner mevrouw Hankel is er blij mee: ,,Ik vind het fijn dat ik zoveel mogelijk zelf kan blijven doen. En als ik hulp nodig heb, is die er. Dat geeft vertrouwen." Samenwerken Volgens regiomanager Marion de Vries vraagt de ouderenzorg om nieuwe manieren van samenwerken. ,,Bij Mariënbosch en Sint Theresia geloven we dat goede ouderenzorg een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Daarom

investeren we niet alleen in onze zorgprofessionals, maar ook in gastvrijheid, facilitaire ondersteuning en zorgtechnologie. Het betekent ook dat we soms bewust andere keuzes maken dan vroeger. We nemen het leven van bewoners niet over, maar sluiten aan bij wat zij belangrijk vinden. Waar mogelijk stimuleren we eigen regie, betrekken we naasten actief en kijken we samen hoe technologie kan ondersteunen zonder het menselijke contact te vervangen. Familie, vrienden, vrijwilligers en buurtbewoners blijven een belangrijke rol spelen in het leven van bewoners. Technologie kan hen daarbij vertrouwen geven. Door kennis te delen en samen te werken versterken we de zelfstandigheid, het welzijn en de kwaliteit van leven van bewoners. Bewoners van Mariënbosch en Sint Theresia houden, waar mogelijk, hun eigen gewoontes en dagritme. Medewerkers krijgen de ruimte om te kijken naar wat iemand écht nodig heeft en collega's helpen elkaar, ongeacht hun functie. De Vries: ,,Bij Mariënbosch en Sint Theresia geloven we dat een betekenisvol leven ontstaat in de ontmoeting met anderen. Zo geven we iedere dag invulling aan onze visie ‘Deel je leven’. Juist als mensen de ruimte krijgen om er écht voor elkaar te zijn, maken we samen iedere dag het verschil.’’ Meer informatie: www.zorggroepsintmaarten.nl


ADVERTENTIE

De Wurkpleats Menaam draait op doeners MENAAM – Aan de rand van het dorp, precies tussen rust en bedrijvigheid, ligt De Wurkpleats. Een dagbesteding waar elke dag wordt aangepakt, doorgewerkt en doorgezet. Deelnemers en medewerkers zorgen hier voor dieren, tuin, productie en winkel — en het dorp merkt het. Want wie langsloopt, ziet meteen: hier gebeurt wat. Ochtend: eerst de dieren Nog voordat Menaam wakker wordt, staan de mensen van De Wurkpleats al buiten. De varkens knorren, de geiten roepen en de konijnen zitten klaar voor hun ontbijt.

De winkel: klein maar sterk De winkel is het podium van De Wurkpleats. Dorpsbewoners stappen graag binnen voor producten uit de werkplaats, cadeautjes of groen uit de tuin.

Met vaste routines en een nuchtere aanpak worden de dieren verzorgd. Geen gedoe, gewoon goed werk. De dieren kennen hun verzorgers — en vertrouwen op hen.

Voor deelnemers is dit het moment waarop hun werk zichtbaar wordt. Waar waardering binnenkomt. Waar trots straalt.

De tuin als visitekaartje Na de dieren is de tuin aan de beurt. Onkruid verdwijnt, planten krijgen aandacht en het terras wordt klaargemaakt voor de eerste koffiedrinker. De tuin is uitgegroeid tot een rustpunt in het dorp. Dorpsbewoners lopen langzamer zodra ze het erf op komen. Even zitten, even kijken, even ademhalen. En dat kan, omdat onze mensen het elke dag bijhouden. Middag: pake, beppe en de bern In de middag komt het dorp langs. Pake, beppe en de bern maken een rondje langs de dieren, lopen door de (kabouter) tuin en blijven hangen voor een praatje. Deelnemers laten met trots zien wat ze gedaan hebben. Ze vertellen over het werk, over de dieren,

Een plek met betekenis In De Wurkpleats ben je geen bezoeker, maar onderdeel van iets dat het dorp verbindt. Hier krijgt werk waarde. Hier krijgt elke bijdrage een gezicht. en soms krijgt een geit een extra aai — meestal omdat de geit dat zelf wel regelt. Hier ontmoeten generaties elkaar. Nuchter, laagdrempelig, midden in het groen. Binnen: productie draait door Binnen wordt gewerkt. Inpakken, sorteren, stickeren, klaarzetten voor lokale winkels. Er wordt geconcentreerd gewerkt, er wordt geholpen, er wordt doorgepakt. Lokale ondernemers weten: als het van De Wurkpleats komt, zit het goed. Kwaliteit, betrouwbaarheid, afspraak is afspraak.

Je ziet het in de winkel, bij de dieren, op het terras en in de warmte van het dorp dat teruggeeft wat zij erin stoppen. Ook van betekenis willen zijn ? Kom langs of kijk op www.tuorrebout.nl Wil je weten wat De Wurkpleats kan betekenen voor mensen met een LVB? Kijk op www.tuorrebout.nl

ADVERTENTIE

Een plek waar de menselijke maat écht centraal staat Wie het erf van de prachtige, karakteristieke boerderij Helianthus Zathe aan de Feart 17 in Drachtstercompagnie op wandelt, waant zich direct in een andere wereld. Je voelt het meteen: de rust, de ruimte en de oprechte gastvrijheid. Paardjes grazen in de wei, ezels komen nieuwsgierig naderbij en jonge geitjes kijken je guitig aan. De landelijk gelegen en kleinschalige woonvoorziening biedt sindsdien een beschutte, veilige en stimulerende 24-uurs leefomgeving aan elf volwassenen die niet in staat zijn volledig zelfstandig te wonen. Iedere bewoner heeft in de boerderij een eigen zit- en slaapkamer met een aangrenzende badkamer. Daarnaast zijn er sfeervolle gezamenlijke ruimtes om samen te koken of elkaar te ontmoeten. Om de bewoners en deelnemers de beste ondersteuning te bieden, werkt Helianthus Zathe met twee kleine, gespecialiseerde teams. Zo staat bij zowel wonen als de dagbesteding de juiste ondersteuning centraal.

Sinds 2009 is dit zorglandgoed een fijne plek voor mensen die werk- en dagbesteding nodig hebben en sinds 2019 biedt de kleinschalige woonvoorziening op het eigen terrein een warm thuis aan bewoners. Eigenaresse Kerstin van der Wal straalt als ze over haar levenswerk vertelt. ,,We kijken hier niet naar wat iemand níét meer kan, maar juist naar wat nog wel lukt,, Het is de kern van de filosofie van het zorglandgoed, dat vernoemd is naar de Griekse naam voor zonnebloem. De zonnebloem staat voor ons symbool voor warmte, opgewektheid en groeikracht. Dat is precies wat we hier willen uitstralen. Jarenlange toewijding Het succes van Helianthus Zathe is het resultaat van jarenlange toewijding. „Toen we in 2009 begonnen met de dagbesteding, wilden we een plek creëren waar de menselijke maat écht centraal staat”, blikt Kerstin met een trotse glimlach terug. „Geen strakke, klinische protocollen, maar een warm bad waarin iedereen zichzelf mag zijn.” Bij de dagbesteding uit zich dit in een gevarieerd palet aan activiteiten, nauw

Kerstin van der Wal verbonden met het buitenleven en het ritme van de seizoenen. De vier minipaardjes spelen een grote rol. Ze zijn ontzettend laagdrempelig en mensen die bang zijn voor paarden, stappen hier heel gemakkelijk op af. Ze poetsen en knuffelen ze alsof het nooit anders is geweest. Dat vertrouwen zien groeien is prachtig.”

Kom zelf kijken en ervaren Wie zelf eens de sfeer wil proeven of de winkel en theeschenkerij Nijsgjirrich wil bezoeken, is na overleg van harte welkom voor een rondleiding op het erf. Of meld je aan voor onze aanschuif High Tea op 8 oktober, met heel veel zoete en hartige lekkernijen met liefde bereid door de deelnemers. Meer informatie is te vinden op onze website.

Kwaliteit en oprechte aandacht Naast de dagbesteding bleek de toevoeging van de aparte woonlocatie in 2019 een schot in de roos.

www.helianthuszathe.nl


ADVERTENTIE

Hartverwarmend: elektrische duofietsen voor Friese zorgorganisaties Dat was nog eens een mooie zomer! Friese ouderenzorg- en gehandicaptenzorginstellingen ontvingen in totaal 59 elektrische duofietsen. Het zorgde voor blije gezichten en hartverwarmende reacties. Het cadeau was bedacht door medewerkers van zorgverzekeraar De Friesland. Samen met Kersten Hulpmiddelen die adviseerde over een passende duofiets en de fietsen ook heeft uitgedeeld. Vanwaar dat mooie gebaar? Nynke van der Meulen van Stichting De Friesland: „Onze Stichting bestaat dit jaar vijftien jaar. Ter gelegenheid daarvan hebben we extra geld beschikbaar gesteld voor een bijzonder doel. We hebben de medewerkers van De Friesland gevraagd om met concrete ideeën te komen. Zij bedachten dit plan. Stichting de Friesland draagt bij aan het verbeteren, het toegankelijk en laagdrempelig houden van zorg. Dat gaat niet alleen over de medische kant, maar zeker ook de kant van welzijn, beweging, vitaliteit en ontmoeting. Deze duofietsen zijn een tastbare en concrete manier om bij te dragen aan de Friese mienskip. Aan de vrijheid van mensen die niet meer zelfstandig kunnen fietsen, aan de gezelligheid van actief samen buiten zijn.” We hebben hele fijne, hartverwarmende reacties gehad. Ik ben zelf ook mee geweest om een aantal fietsen te overhandigen en dat was ontroerend. In Ternaard hadden bewoners zelfs appeltaart gebakken, zo blij waren ze met hun duofiets.” Metje de Groot van De Spikers en Nynke van der Meulen van Stichting De Friesland. Cid Berger, directeur De Friesland: „Onze basis ligt in 200 jaar zorgen voor elkaar. Daarom investeert De Friesland niet alleen in goede zorg maar helpt mensen ook vitaal, actief en met elkaar verbonden te blijven. De duofiets is een metafoor van de gedachte dat je er gewoon voor elkaar bent. Zo’n fiets is een manier om samen te zijn en de bereidheid elkaar te willen helpen. Bewegen, buiten zijn, contact hebben: het draagt bij aan vitaliteit en het verbeteren van gezondheid. Het is mooi om te zien dat onze collega’s de mogelijkheid van deze extra schenking vanuit de Stichting hebben aangegrepen om 59 elektrische duofietsen cadeau te doen. Zij zijn zelf ook allemaal vader, moeder, dochter of zoon, ze herkennen wat nodig is voor anderen. De instellingen waren er enorm blij mee. Binnen een week waren alle duofietsen vergeven. Hiermee is voor hen iets mogelijk geworden, dat meestal te kostbaar is om aan te schaffen. Kersten Hulpmiddelen deelde uit, van Wolvega tot Ternaard Kersten was in het voortraject nauw betrokken om De Friesland te adviseren over een passende fiets die goed inzetbaar was voor elk type zorginstelling. Afgelopen zomer begon ‘het grote

uitdelen’. Bij grote zorgorganisaties met meerdere locaties en bij kleinschalige woonvormen en locaties voor dagbesteding. Het werden 59 bijzondere en feestelijke momenten voor Tim Looijenga van Kersten Hulpmiddelen. „Wij mochten de fietsen aan de gebruikers overhandigen. Dat was ontzettend leuk om te doen. Echt een happening, waar soms zelfs het halve dorp bij kwam kijken. Het bracht enthousiasme en mooie gesprekken op gang. Met bewoners, met mensen uit de omgeving. Het geeft bewoners de mogelijkheid om met de fiets langs oude bekende plekken van vroeger te gaan. Dat zorgt voor een mooie beleving.”

‘De duofiets is een metafoor van de gedachte dat je er gewoon voor elkaar bent’ Vrijheid Duofietsen geven vrijheid, vult Elly de Glee aan. Net als Tim is ze accountmanager bij Kersten en werkt ze samen met Friese thuiszorg- en

Ook een goed initiatief? Stichting De Friesland is opgericht in 2011 bij de fusie met Achmea. Met die fusie zijn schenkingen ontvangen, waarmee de Stichting is opgericht. Zij ondersteunt vernieuwende projecten die bijdragen aan de kwaliteit van zorg en het leven van mensen. De Stichting heeft geen winstoogmerk. Haar financiële middelen, dus ook de schenking van deze duofietsen, staan los van premiegelden van De Friesland. De Stichting heeft een onafhankelijke Raad van Toezicht. Heeft u ook een initiatief dat kan bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg en het leven van mensen? Misschien kan Stichting De Friesland u steunen met een financiële bijdrage!

Tim Looijenga van Kersten Hulpmiddelen, Tineke Meindersma en Lubbert Visser van De Skule in Metslawier.

Kijk voor meer informatie op stichtingdefriesland.nl

Kersten Hulpmiddelen is als hulpmiddelenleverancier actief in heel Friesland. Naast hulpmiddelen voor zorginstellingen, zoals bij dit project, is Kersten Wmo leverancier in meerdere Friese gemeentes. Voor hulpmiddelen die tijdelijk worden gebruikt kunnen inwoners terecht bij de hoofdvestiging in Leeuwarden of 1 van de vele lokale uitleenpunten. www.kerstenhulpmiddelen.nl

zorgorganisaties. Ze weet wat zo’n fiets betekent. „De duofiets staat voor vrijheid, samen naar buiten kunnen, lekker bewegen en contact. Mensen vinden het fijn met een duofiets weer wat verder weg kunnen komen dan met een wandeling. Samen op pad met de ‘fietsvrijwilligers’, of dat nu mantelzorgers of anderen zijn. Een duofiets brengt mensen makkelijk bij elkaar en het plezier dat mensen ervaren, stimuleert ook anderen.” De duofietsen zijn overhandigd met een complete uitleg, vertelt Tim. „We nemen als organisatie graag de tijd om een hulpmiddel persoonlijk te overhandigen, ook deze duofietsen. Onze slogan is niet voor niks ‘het draait om mensen’. Ik heb aan medewerkers van alle instellingen de werking uitgelegd, zodat ze samen met hun bewoners goed en veilig op weg kunnen. Onderhoud geregeld Worden de fietsen ook onderhouden? Tim: „We zijn als hulpmiddelenleverancier door De Friesland op een duurzame wijze betrokken bij dit project. Aan ons is ook gevraagd om de komende jaren het onderhoud en eventuele reparaties te verzorgen. Is er iets met een van deze duofietsen, dan komen onze monteurs langs om het probleem te verhelpen. Je wilt gewoon niet dat een fiets in een hoekje stilstaat, die moet worden gebruikt! ”


ADVERTENTIE

Korian Witmarsum: ‘Wat zouden heit en mem willen?’ Ouderenzorg waar het levensgeluk voorop staat. Persoonlijke aandacht, respect en vertrouwen in een veilige en huiselijke sfeer. Villa Meirin in Witmarsum is een van de 60 Korian- locaties. René Haga neemt ons mee in de moderne woonzorglocatie in het voormalige klooster. „Ik vraag me vaak af, wat heit en mem graag zouden willen?”, stelt René Haga, locatieverantwoordelijke van Korian in Witmarsum. Het is voor de verpleegkundige van huis uit een simpele leidraad waarin betrokkenheid en persoonlijke zorg voor bewoners tot uiting komt. Hoe wil je met elkaar omgaan en hoe kun jij zoveel mogelijk bijdragen aan het levensgeluk van bewoners waar je voor zorgt. Een geluksmomentje, tijd, gesprek en aandacht, een uitje of simpelweg citroenvla omdat

iemand daar zo van houdt. Het is wat Korian ‘Positive Care’ noemt: zorg met aandacht die aansluit bij persoonlijke levensstijl en niet alleen bij de zorgindicatie. Korian is met 60 locaties een van de grootste professionele aanbieders van particuliere ouderenzorg, welzijn en ondersteuning in Nederland. Met alle kennis, kunde voor kwalitatief goede zorg die je daarbij mag verwachten. „Dat doen we niet alleen met elkaar, maar ook in de multidisciplinaire samenwerking die daarvoor nodig is, zoals met huisartsen, diëtisten, ergo- en fysiotherapeuten.” Villa Meirin is volledig ingericht op mensen met geheugenproblematiek of een lichte zorgvraag. Ook echtparen zijn van harte welkom, ook als een van hen geen zorgindicatie heeft. De zorgvilla beschikt over 27 appartementen; momenteel verblijven er 20 mensen die omringd zijn door een divers team van 37 begeleiders, verzorgden en verpleegkundigen. „Het grote verschil maken we met onze mensen en de manier waarop we ons werk inrichten. Welzijn en beleving staat voorop. Dat kan, omdat we werken met een goed team met voldoende mensen, bewust een warme en huiselijke omgeving creëren en onze begeleiding zo

René Haga

inrichten dat deze optimaal aansluit bij wat onze bewoners nodig hebben Hoe doe je dat? „Binnen Korian bepalen we per locatie wat specifiek mogelijk is, zodat het zoveel mogelijk bijdraagt aan welzijn en levensgeluk. In Villa Meirin bijvoorbeeld iemand extra voor welzijnsuren, die zich volledig richt op het persoonlijke contact met onze bewoners. Want hoe fijn is als je met mensen die hiervoor altijd in Makkum hebben gewoond, even naar de bakker in Makkum gaat of een kopje koffie drinkt op de boulevard? Een andere bewoonster ging altijd zelfstandig in Bolsward naar de HEMA, nu doet ze dat met die medewerker. En gaat een andere bewoner mee en gaan ze lekker met z'n drieën daar een kop koffie doen.” Kijken wat lokaal kan en nodig is. Villa Meirin heeft de beschikking over het grootste deel van de naastgelegen kerk. „Het is een geweldige en geliefde plek voor onze bewonersactiviteiten. De muziekvereniging oefent hier wekelijks in ruil voor twee concerten per jaar voor bewoners en hun familie.” Positive care bij Korian in Witmarsum: persoonlijke aandacht, welzijn en levensgeluk in een bredere maatschappelijke context. www.korian.nl

ADVERTENTIE

It Wolwêzen Twintig jaar geleden kreeg It Wolwêzen in De Knipe vorm vanuit een heldere gedachte: het boerenleven verbinden met de begeleiding van mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Vanuit die gedachte groeide een plek waar mensen elkaar ontmoeten, ontdekken wat ze kunnen en nieuwe stappen zetten. Het begin: ‘Henk en Anoek’ “In 2006 ontstond bij ons het idee om het onderwijs en het boerenleven te verbinden. We hadden allebei een achtergrond in het onderwijs en ervaring met kinderen met gedragsproblemen. De rust op het erf, het buiten zijn en het werken met dieren boden mogelijkheden om kinderen op een andere manier te laten ontdekken wat ze kunnen. Daarin zagen we de kracht van deze plek.” Ontwikkeling “Als we terugkijken op de afgelopen twintig jaar, is er geleidelijk steeds iets bijgekomen. We begonnen klein en merkten dat de vragen van cliënten veranderden. Daar bewogen we in mee. Vanaf het begin speelde dagbesteding een belangrijke rol. Op het erf en op melkveebedrijf Kramer gingen cliënten aan de slag met dieren, buitenwerk, techniek of creatieve activiteiten. Stephen bij It Wolwêzen. Binnenkort verruilt hij zijn woonplek voor een eigen woning, met thuisbegeleiding vanuit It Wolwêzen.

Ook de vragen rondom wonen en begeleiding veranderden. In het hoofdgebouw wonen cliënten die voorzieningen delen. Later kwamen er

appartementen met eigen voorzieningen, waar cliënten zelfstandiger wonen met begeleiding in de buurt. Inmiddels begeleiden we ook cliënten die zelfstandig buiten It Wolwêzen wonen, bij hen thuis. Het logeerhuis kwam voort uit gesprekken met gezinnen. Ouders vertelden dat het soms prettig en nodig was als hun kind een weekend ergens anders kon verblijven. Voor kinderen biedt het logeren een andere omgeving, activiteiten en contact met anderen. Tegelijkertijd geeft het ouders en de rest van het gezin even ruimte thuis. Ook onze achtergrond in het onderwijs kwam terug. We ontmoetten kinderen en jongeren voor wie naar school gaan tijdelijk niet lukte en vroegen ons af wat we voor hen konden betekenen. Zo ontstonden de onderwijszorgarrangementen. It Wolwêzen is niet volgens een vooraf bedacht plan geworden wat het nu is. Veel ontstond door te kijken en te luisteren naar wat er nodig was. Dat is in al die jaren hetzelfde gebleven.” Eigen tempo: ‘Stephen’ Hoe die ontwikkeling er in de praktijk uit kan zien, weet Stephen als geen ander. Hij begon met dagbesteding en woont inmiddels bij It Wolwêzen. Hij vertelt:

vooral bezig met gamen. Ik begon met dagbesteding, kwam langzaam meer onder de mensen en later werd It Wolwêzen ook mijn woonplek. In de jaren daarna heb ik nieuwe stappen gezet. Inmiddels volg ik de opleiding Helpende Zorg en Welzijn. It Wolwêzen is voor mij een fijne en vertrouwde plek geworden. Af en toe help ik nog mee met de verzorging van de dieren, iets wat ik leuk vind. Binnenkort staat er opnieuw een grote stap voor de deur: ik ga zelfstandig wonen. Helemaal afscheid nemen hoeft gelukkig niet, want ik blijf thuisbegeleiding krijgen. Als ik terugkijk naar waar ik begon en waar ik nu sta, is er veel veranderd.”

“Hier ontdekte ik hoe ik mijzelf kon zijn.” Het verhaal van Stephen laat zien waar It Wolwêzen al twintig jaar voor staat: een plek waar zorg en ontwikkeling hand in hand gaan en iedereen op zijn eigen tempo stappen kan zetten. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: kijken naar wat wél kan. www.wolwezen.nl

“Toen ik bij It Wolwêzen kwam, leefde ik vrij geïsoleerd. Ik zat veel op mijn kamer en was


ADVERTENTIE

‘Eigen werkbedrijf biedt ritme, structuur en werkplezier’ Naast ambulante begeleiding en beschermd wonen voor mensen met complexe problemen, heeft zorgorganisatie Zinso een eigen werkbedrijf in Groningen. De Werkplaats, zoals het werkbedrijf heet, biedt deelnemers structuur en begeleiding en de mogelijkheid om werkvaardigheden op te bouwen. „We zorgen hier goed voor elkaar, want we beseffen dat we het met elkaar moeten doen”, zegt werkmeester Jan Joost.

V.l.n.r.: Liesbeth Reijnen, een deelnemer en Jan Joost „We zitten sinds twee jaar op deze plek, een grote locatie waar we alle ruimte hebben om te werken, te sporten en te verblijven”, geeft Teammanager Liesbeth Reijnen aan. „Op de benedenverdieping kan gewerkt worden, boven is ruimte voor sport en spel en zijn er vergaderruimtes.”

Sfeer is belangrijk binnen de Werkplaats. „We gebruiken elk excuus om een feestje te vieren”, zegt Jan Joost met een glimlach. “Pasen, Kerst, verjaardagen of andere gelegenheden die zich voordoen, pakken we altijd uit. Zo hebben we voor de vakantie nog met elkaar zitten barbecueën, hartstikke leuk, iedereen ging met een goed gevoel naar huis.”

Keuken centraal Jan Joost leidt ons met plezier rond door het werkbedrijf, waar mensen aan allerlei klussen bezig zijn. Van het inpakken tot het sleutelen aan een fiets en van het werken met hout tot het lassen van een stuk ijzer. „Centraal binnen het werkbedrijf staat de keuken”, geeft hij aan. “Dat was een wens van de deelnemers, toen bekend werd dat we naar deze locatie zouden verhuizen.” En die wens is te begrijpen. In de keuken zijn verschillende mensen bezig met het bereiden van de maaltijd, de muziek staat aan, er wordt gekletst en de sfeer zit er goed in. „Het bereiden van een warme maaltijd is een ideale manier om te leren samenwerken. Zo koken we samen, eten we samen en ruimen we samen alles op.”

Ritme Deelnemers komen bijvoorbeeld via de gemeente en reclassering bij Zinso terecht. „Mensen die bij ons wonen gaan in principe ook naar het werkbedrijf”, geeft Liesbeth aan. „Wij vinden het belangrijk dat onze bewoners meteen in een bepaald ritme komen, omdat eens te meer blijkt dat dat goed is voor mensen.” Zinso kijkt bij een intake altijd of iemand in een groep past. „Beschermd wonen is best pittig. Je woont met elkaar in een huis, maar je hebt elkaar niet uitgezocht.” Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Wij kijken goed wie er al in het huis woont en of een nieuwe bewoner daarbij past.”

Jan Joost spreekt van een jong bedrijf, „we moeten nog heel veel ontdekken en verzinnen en dat doen we samen met de deelnemers en mijn collega’s Marith en Wim. We doen veel en dan kom je er ook wel eens achter dat niet alles kan. Maar, al doende leer je. Zo gebruiken we veel spullen voor hergebruik en daar komen soms de leukste dingen uit. Zo heeft laatst een deelnemer van een oude brandblusser een hanglamp gemaakt.”

„Gaat dat altijd goed? Nee, is het eerlijke antwoord en dan zoeken we meteen naar een oplossing. Vast staat in elk geval dat agressie een no go is bij Zinso, dat maken we tijdens een intake ook duidelijk. Desondanks gebeurt het af en toe wel dat er iemand over grenzen gaat en dan proberen we uiteraard te de-escaleren. Bij Zinso willen we de mens zien. Vaak hebben ze al veel meegemaakt en het is onze overtuiging dat als je bewoners goed kent, veel problemen te

voorkomen zijn. Het moet in elk geval veilig voor bewoners en collega’s zijn, dat staat voorop.” Waarde Het is voor Zinso dan ook een bewuste keuze om de dagbesteding in de Werkplaats te behouden. Liesbeth:„ Wat ik leuk vind is dat de werkmeesters en de deelnemers de locatie helemaal eigen hebben gemaakt. In het begin stond het hier helemaal vol met spullen, nu kan iedereen er lekker werken. Het is van hen samen en dat heeft veel waarde. Ik vind het fantastisch hoe het hier loopt.” „Het mooie is dat ze hier van niets iets maken, dat is mooi om te zien. En het is belangrijk dat je er bent, dat je gezien wordt en het gevoel hebt dat je er toe doet. Of dat per sé onderscheidend is? Dat denk ik niet, maar bij Zinso doen we het op onze eigen manier. Uitstroom van mensen is daarbij geen doel op zich, maar zou dat in de toekomst wel een volgende stap kunnen zijn. Zover zijn we nu echter nog niet. Het gaat nu vooral om ritme, aanspraak, gezellig met elkaar ergens aan werken en gezien worden. Dat is waar de mensen naar op zoek zijn en wat Zinso hen kan bieden.” www.zinso.nl


ADVERTENTIE

AVES zorgt voor snelle match met juiste zorgprofessional Soms heb je in de zorg snel een extra professional nodig. Omdat een vraag zo specifiek is dat de kennis in een organisatie tekortschiet, omdat de arbeidsmarkt heel krap is of misschien allebei. Dan is een groot netwerk heel belangrijk. AVES Interimzorg hééft zo’n netwerk. Frans Homminga, bestuurder: „Wij kunnen zorgen voor de juiste professional op de juiste plek.” Zo’n vierhonderd specialisten in heel verschillende zorgcategorieën zijn beschikbaar via AVES Interimzorg. Hun expertise kan hard nodig zijn, weet Homminga. Zo stapte hij vijf jaar geleden zelf in een zeer complexe casus met een ernstig meervoudig gehandicapte jongeman, die door zijn ouders uit een instelling was gehaald. „Naar een bescheiden woning, waar de ouders met drie andere kinderen boven leefden omdat de woonkamer helemaal voor zijn zorg was ingericht.’’ Alles was gestript, want de cliënt „fysiek een kerel, maar met een ontwikkelingsleeftijd van achttien maanden en bij spanning van een baby” - kon onverwacht flink door het lint gaan. Moeilijk verstaanbaar gedrag, in zorgtermen. Homminga: „Maar wat zit er onder dat probleemgedrag? Wat buikpijn kan er al voor kan zorgen dat zo’n jongen zich niet lekker voelt en dan, net als een peuter, ineens heel boos wordt.’’ Hij zorgde voor intensieve dagbesteding elders en gespecialiseerde begeleiding, die nog doorliep toen de jongeman een nieuwe plek kreeg. „Want voor deze zorg hadden ze daar op dat moment onvoldoende expertise en menskracht in huis.’’ Dat werkte goed. Klein kernteam, groot netwerk Eigenlijk was dat de start van AVES Interimzorg,

waarin Homminga net voor zichzelf was begonnen. Het aantal vragen nam toe en het netwerk groeide. „Dat ging als vanzelf.” Nu is het tijd om het bedrijf strak te organiseren, met een klein kernteam aan medewerkers met ruime ervaring in de zorg. Jelmer Elsinga is operationeel directeur, Jamie Knol is bedrijfsleider en Sander Henskes zorgt voor de kwaliteit en procesleiding. Zo heeft Homminga, naast zijn taak als bestuurder, zelf weer tijd om ook in de praktijk te werken.

‘Waar heb je écht plezier in?’ Op twee vlakken is AVES vooral actief: als aanvulling in een team dat extra expertise nodig heeft én in begeleiding thuis, vaak in complexe zorg. Dat is altijd maatwerk, zegt Jamie Knol. „Alles draait om de vraag zorgvuldig in kaart brengen, een goede match maken en dan iemand invliegen.” Aan de hand van een helder plan, waarin interimzorg meteen werkt aan een gedegen vervolgplan voor de lange termijn. „Als alles goed in evenwicht is, kunnen we weer uitvliegen.’’ Maar dat kan ook jaren duren, als dat nodig is. Die inzet vraagt veel kwaliteit in het netwerk, stelt de bedrijfsleider. Zij gaat dan ook met iedere kandidaat in gesprek. „Voor een goede match

Jelmer Elsinga, Operationeel Directeur Sander Henskes, Kwaliteits- en procesleider Jamie Knol, Bedrijfsleider Frans Homminga, Bestuurder moet je meer van mensen weten dan hun cv. Ik ga ervanuit dat iedereen in deze sector werkt vanuit het hart. Maar waar heb je écht plezier in? Wat vind je leuk? Dan krijg je ook energie van je werk.” Zo kun je kwaliteit blijven leveren. Homminga: „En dat is in complexe zorg veel belangrijker dan snel groeien als bedrijf.” www.aves-interimzorg.nl

ADVERTENTIE

Een plek om te groeien, op jouw manier In de GroeiFabryk in Marrum draait dagbesteding niet om het vullen van een dag. Door te maken, bakken, kweken en vooral te proberen, ontdekken deelnemers waar hun interesses en talenten liggen. Soms op een plek waar ze die zelf nooit hadden verwacht. In de oude zuivelfabriek in Marrum wordt gewerkt, gemaakt, gebakken en gekweekt. In het atelier ontstaan nieuwe producten, in de werkplaats wordt getimmerd en opgeknapt en buiten groeien bloemen en planten. Het is de GroeiFabryk: een kleinschalige plek voor dagbesteding, begeleiding en coaching. Initiatiefnemer Pauline Scheeringa is vooral nieuwsgierig naar wat iemand in zich heeft. “Niet iedereen die hier binnenkomt weet waar zijn talenten liggen. Soms moet je verschillende dingen proberen en vooral de tijd en ruimte krijgen om te ontdekken wat bij je past.” Het proces van één de deelnemers laat mooi zien hoe zo'n zoektocht kan verlopen. In het begin was het lastig iets te vinden waar hij echt enthousiast van werd. Dotten, papier maken; verschillende dingen werden geprobeerd, maar nergens sloeg de vonk echt over. Tot hij kaarsen begon te maken en dit erg leuk vond. Later ontstonden in de GroeiFabryk meer mogelijkheden en bleek hij ook graag in de tuin te werken en planten te kweken. Inmiddels kweekt hij zowel bij de GroeiFabryk als thuis prachtige dahlia’s en zonnebloemen. En ondertussen werd nóg een interesse ontdekt: bakken. “Als we nu een high tea verzorgen of andere baksels maken, doen we dat samen. Dat hadden we in het begin nooit kunnen bedenken. Door te

doen, te proberen en soms ook te ontdekken dat iets níét bij je past, kom je steeds dichter bij wat wel bij je past.”

“Groei begint met de ruimte om te proberen” Bijdragen Wat binnen de GroeiFabryk gebeurt, staat niet los van de buitenwereld. Producten uit het atelier en de werkplaats krijgen een bestemming, wat in de tuin groeit kan worden gebruikt en deelnemers kunnen bijdragen aan high tea arrangementen, activiteiten en evenementen. “Ik wil dat mensen ervaren dat hun bijdrage ertoe doet. Dat je niet alleen naar huis gaat met het idee: ik heb vandaag dagbesteding gehad, maar kunt denken: kijk eens wat ik vandaag heb gedaan.” Groei hoeft daarbij niet groot te zijn. Het kan zitten in iets nieuws durven proberen, verantwoordelijkheid krijgen, ontdekken dat je ergens goed in bent of weer met plezier ergens naartoe gaan. Naast dagbesteding biedt Scheeringa individuele begeleiding, ambulante coaching en beeldende coachingstrajecten. Als beeldend therapeut combineert ze haar professionele achtergrond met haar eigen levenservaringen. “Ik weet hoe het is

als het leven anders loopt dan je had bedacht en je opnieuw moet ontdekken wat nog wél kan. Die ervaring neem ik mee in mijn werk.” De GroeiFabryk is er voor een brede doelgroep, waaronder mensen met een psychische kwetsbaarheid, verstandelijke beperking of om een andere reden afstand tot de arbeidsmarkt. Dagbesteding en begeleiding zijn mogelijk vanuit de Wmo, Wlz of via een pgb. De GroeiFabryk is dinsdag, woensdag en donderdag geopend en organiseert daarnaast regelmatig activiteiten en evenementen in het weekend. Benieuwd of de GroeiFabryk bij jou of iemand die je begeleidt past? Kom kennismaken in de oude zuivelfabriek in Marrum!


ADVERTENTIE

‘De onderscheidende aanpak van KOEN’ Doen wat écht nodig is, zo luidt de aanpak van KOEN. De organisatie biedt specialistische begeleiding aan kinderen en opvoeders, waarbij vertrouwen voorop staat. „We kijken altijd naar wat een gezin of een kind echt nodig heeft en passen daar onze begeleiding op aan”, legt directeur Bianca Tidey uit. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is nog wel eens weerbarstig. „Bij KOEN hebben we de drive om echt het verschil te maken.” Het moet anders, het moet beter, dat was de drijfveer die zo’n 7 jaar geleden leidde tot de oprichting van KOEN. Inmiddels werken er 55 medewerkers en volgens Bianca is die groei vooral een gevolg van de andere aanpak van KOEN. „Bij ons is de hulpvraag het vertrekpunt en niet het standaardaanbod. We stellen een helder doel vast, waarmee we vervolgens aan de slag gaan en als het doel behaald is dan stoppen we ook.” Open en transparant In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat een jeugdzorgprofessional verwacht en onverwacht over de vloer komt bij een gezin voor ambulante trajecten. „Dat is nodig om een goed beeld te krijgen. Alles wordt besproken en als er in onze ogen dingen zijn die anders kunnen, dan geven we dat meteen aan. Daar zijn we open en transparant in. Kortom, we willen echt aansluiten bij een gezin, omdat we daarmee de beste resultaten kunnen behalen.” Daarbij onderzoekt de jeugdzorgprofessional, die inhoudelijk en persoonlijk goed bij de situatie past, wat iemand zelf kan en wil doen en daar wordt op voortgebouwd. „We betrekken opvoeders, kinderen en het netwerk bij een traject, in plaats van hulp los van de omgeving te organiseren. De kern van KOEN luidt niet voor niets: we beslissen

niet over een gezin, maar doen samen met het gezin wat echt nodig is.” KOEN’s aanbod KOEN heeft een veelheid aan trajecten: van gezinsbegeleiding tot intensieve ambulante gezinsbehandeling, van jongerencoaching tot boksend opvoeden, van psychomotorische therapie tot ambulante ouderschapsdiagnostiek en sterk na scheiding. „Geen enkel traject zit in beton gegoten”, geeft Bianca aan. „We stemmen onze aanpak altijd af op de situatie die zich voordoet.” Toekomst KOEN heeft de afgelopen jaren een behoorlijke groei doorgemaakt, maar, zo wil Bianca benadrukken, dat is zeker geen doel op zich. „We willen vooral de goede dingen doen. En dat kan goed vanuit de organisatie zoals we die nu hebben. We zijn flexibel en kunnen snel inspelen op situaties die zich voordoen.”

utopie. Ons doel blijft om gezinnen op maat te ondersteunen, wanneer dat nodig is. Om uiteindelijk te komen tot een positieve verandering voor kinderen, opvoeders en hun netwerk.”

Hoe de toekomst eruit ziet, durft Bianca niet te voorspellen, „maar dat het jeugdzorglandschap gaat veranderen is wel zeker. Het uiteindelijke doel zou moeten zijn dat organisaties als de onze op termijn niet meer nodig zijn, maar dat is een

www.koen.nu

ADVERTENTIE

‘Data zorgt ervoor dat we hoge kwaliteit kunnen bieden’ Al bijna 50 jaar rijdt CE Medical Logistics in Groningen voor industrie, technische groothandel, food en internationaal. Maar, de medische tak, zoals bloedtransport, ziekenhuis- en laboratoriumtransport door heel Nederland wordt steeds belangrijker. Gespecialiseerd werk, waarbij kwaliteit met hoofdletters wordt geschreven. „Kwaliteit betekent dat je met de klant vastlegt wat er precies moet gebeuren, dat iedereen bij ons volgens dezelfde vaste procedures werkt en dat je achteraf kunt aantonen dat het ook zo is gegaan.”, legt directeur Jelle de Rijke uit. Het betekent bijvoorbeeld dat alle medewerkers gekwalificeerd moeten zijn om dit werk te mogen uitvoeren. Niet iedereen mag zomaar medicijnen vervoeren, daar worden hoge eisen aan gesteld. Software en data „Op zich is het niet spannend, maar om het goed te regelen is wel het een en ander nodig. Daarom hebben we zelf software ontwikkeld en koppelen we data aan datgene wat we doen. Voor alle facetten binnen ons werk dat aan een bepaalde kwaliteitseis moeten voldoen, hebben we een systeem ontwikkeld en dat is onze hoge standaard geworden.” Daarmee is de multomap van vroeger, waarin alle regels en eisen waren vastgelegd op een andere manier tot leven gekomen, weet De Rijke. „Elke chauffeur heeft een app, die het werk faciliteert zoals staat voorgeschreven. Elke handeling die moet worden verricht, kan heel eenvoudig worden afgevinkt. Daardoor wordt het werk overzichtelijker en wordt de eventuele kans op fouten zoveel mogelijk voorkomen.” Denk

blij mee en we kunnen daardoor nog beter concurreren. Klanten kiezen voor ons omdat we consistent onze afspraken nakomen, een hoog kwaliteitsniveau bieden en als er iets misgaat, wat altijd een keer kan gebeuren, snel reageren en met een oplossing komen. Oftewel, we kunnen de kwaliteit en bijpassende technologie bieden die klanten bij de lokale koerier niet krijgen.”

Jelle de Rijke bijvoorbeeld aan een check van de temperatuur. De Rijke:” Er zitten sensoren aan de auto gekoppeld die elke seconde de temperatuur meten, die sensoren zijn gekoppeld aan de mobiel van de chauffeur die eventuele afwijkingen meteen ziet en daarop kan acteren.” Bij afgifte van de goederen ontvangt de klant meteen een ‘proof of delivery’, met daarin alle gemeten resultaten. „Voor de klant is dit prettig en voor de chauffeur is het veel relaxter werken.” Kwaliteitsniveau De Rijke is blij dat CE Medical Logistics de software zelf heeft ontwikkeld. „Klanten zijn er

Zoals aangegeven bestaat CE Medical Logistics volgend jaar 50 jaar, maar liever kijkt De Rijke vooruit. „Ik ben zelf meer gericht op vooruitgang en ontwikkeling. Onze branche staat aan de vooravond van enorme ontwikkelingen. De behoefte aan hogere kwaliteit en naleving van afspraken neemt alleen maar toe en dat is prettig voor dienstverleners die daarin mee kunnen gaan.” „Een andere ontwikkeling is die van onbemande voertuigen, zowel door de lucht als over de weg. Daar gaan wij ook mee te maken krijgen. Voor ons staat vast dat technologie in de toekomst een nog belangrijkere rol in deze sector gaat spelen en daarin wil CE Medical Logistics een vooraanstaande rol blijven spelen.” www.ce-medical.com


• VAKKUNDI DG • RUIM ASSO • P R O F E S S I ON K WALITEIT

T U O H N I R E N T R A P É D N E L A I R E T A M W U O B EN Swynswei 2-A | Nij Beets tel: 0512-460022

info@bouwpartnervandermeulen.nl w w w.bouwpar tner vandermeulen.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Leeuwarder Courant NoordZ Zorg 2026 by Multiplus media - Issuu