Relatiemagazine MTB #10 Mei 2025

Toegevoegde waarde
VISTA college: ‘Organisaties zoalsMTBzijn noodzakelijk’
Onmisbare schakel
Toekomst MTB
Zakelijke kansen zien
Vianney Demollin (DEMO)
Springplank voor jongeren
Opstapgroep

![]()
Relatiemagazine MTB #10 Mei 2025

VISTA college: ‘Organisaties zoalsMTBzijn noodzakelijk’
Onmisbare schakel
Toekomst MTB
Zakelijke kansen zien
Vianney Demollin (DEMO)
Springplank voor jongeren
Opstapgroep

In Zuid-Limburg wordt op inspirerende wijze gewerkt aan een inclusieve arbeidsmarkt waarin ieder talent telt. Die conclusie kan ik na het samenstellen van deze editie van ENNE wederom trekken. Steeds meer organisaties ontdekken hoe zij echte meerwaarde kunnen creëren – voor henzelf, voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt én voor de regio als geheel.
DEMO Productions uit Ulestraten, specialist in licht- en geluidstechniek, zoekt naar manieren om meer grip te krijgen op de kwaliteit van haar materialen. De onderneming overweegt om een deel van haar kabelproductie lokaal onder te brengen bij MTB, een organisatie die mensen ondersteunt richting werk. Niet alleen biedt dat controle over het productieproces, ook ziet directeur Vianney Demollin hierin een kans om regionaal vakmanschap te benutten. In zijn ogen geen kwestie van liefdadigheid, maar van wederzijdse winst: precisiewerk dat elders moeilijk in te vullen is, vindt bij MTB een capabele uitvoerder.
Ook het VISTA College werkt aan duurzame toegevoegde waarde, onder meer via het Start +-traject. Hiermee worden anderstaligen en mensen die moeite hebben aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt ondersteund in hun eerste stappen richting werk. MTB biedt volgens bestuursvoorzitter Jeanette Oostijen van Vista precies die leeromgeving waar basisvaardigheden, werkritme en zelfvertrouwen kunnen worden ontwikkeld. Daarmee vormt MTB een schakel tussen onderwijs en de praktijk, met direct effect op de regionale inzetbaarheid.
Vanuit het perspectief van recruitment stelt Jacco Kempen, directeur van Limbourg & Partners, dat toegevoegde waarde vooral ontstaat wanneer organisaties bereid zijn hun blik te verruimen. Hij wijst erop dat het succes van medewerkers niet alleen bepaald wordt door diploma’s of ervaring, maar ook door motivatie, karakter en cultuurmatch. Werkgevers die openstaan voor mensen met een ondersteuningsbehoefte, vergroten hun maatschappelijke betekenis én hun toekomstbestendigheid. Het vraagt om bewustwording en investering, maar levert volgens Kempen uiteindelijk duurzame versterking van mens en organisatie op.
Tijdens het IMMENS voorjaarsevent op 17 maart werd dit gedachtegoed verder onderstreept. Meer dan honderd aanwezigen verzamelden zich in Maastricht rond het thema ‘Succesvol ondernemen met statushouders’. Sprekers uit beleid en praktijk benadrukten dat veel statushouders gemotiveerd zijn om te werken en waardevolle kwaliteiten meebrengen. Door te investeren in inclusiviteit kunnen werkgevers niet alleen bijdragen aan maatschappelijke integratie, maar ook hun eigen organisatie versterken. Inspirerende praktijkverhalen en persoonlijke ervaringen toonden aan hoe deze wederzijdse versterking er concreet uit kan zien.
Wat al deze perspectieven bindt, is het geloof in waardecreatie die verder gaat dan cijfers. Door te kijken naar wat mensen wél kunnen, ontstaat ruimte voor kwaliteit, continuïteit en maatschappelijke én zakelijke relevantie. Niet uit plichtsbesef, maar omdat het werkt. Dat is de échte toegevoegde waarde.
Tom Janssen
Interview | Jeanette Oostijen
VISTA college en MTB werken sinds enige tijd nauw met elkaar samen, waarbij het Start+traject het meest in het oog springt. Deze leerroute is onder meer bedoeld voor anderstaligen die een start willen maken op de regionale arbeidsmarkt. We spraken met bestuursvoorzitter Jeanette Oostijen over de toegevoegde waarde van de samenwerking tussen VISTA en MTB: “Elkaar én de regio versterken.”
Wie VISTA zegt, denkt meteen aan opleidingen en onderwijs. Maar, zo zegt Jeanette Oostijen van het ZuidLimburgse ROC, VISTA heeft haar blik de voorbije jaren verbreed. “We zijn steeds meer bezig met leven lang leren en de arbeidsmarkt . Het is namelijk belangrijk om zoveel mogelijk mensen die nu nog niet helemaal meedoen aan het arbeidsproces, te enthousiasmeren om wel aan de slag te gaan.”
Niet iedereen die een opleiding volgt bij VISTA, doorloopt echter dezelfde route, benadrukt Oostijen: “Niet iedereen die je een opleiding biedt, gaat vervolgens ook solliciteren en wordt daarna aangenomen. Er zijn ook mensen die al lang uit het arbeidsproces zijn, of nieuwkomers, anderstaligen, analfabeten. Daarom proberen we binnen VISTA om de aansluiting tussen bijvoorbeeld Taal+ Entree – dat is niveau 1 –niveau 2 te verbeteren met een doorlopende leerlijn.”
Verantwoordelijk
En zo werd Start+ geboren: een traject dat ervoor zorgt dat, als iemand bij VISTA binnenkomt, niet alleen wordt gekeken naar wat deze persoon nodig heeft aan scholing, maar ook naar welke mogelijkheden of talenten hij of zij in zich draagt. Het doel? Mensen laten doorgroeien op de regionale arbeidsmarkt met een diploma, certificaat of praktijkverklaring. MTB is een belangrijke samenwerkingspartner voor VISTA in het Start+-traject: “Omdat dat eerste stukje – dat werkfit maken, op tijd
komen, al deze sociale werknemersvaardigheden – zich heel goed lenen om bij een organisatie als MTB te leren.”
Meerwaarde leveren aan de regio: daar draait het bij VISTA om. Of, zoals Oostijen zegt: “Wij voelen ons verantwoordelijk voor de regio en in het bijzonder voor kwetsbare mensen hier, die tegelijkertijd wél de mogelijkheden hebben om zich wellicht verder te ontwikkelen.” Want de behoefte aan mensen op de arbeidsmarkt in de regio is urgent, ziet ook de VISTAbestuurder. “Natuurlijk: die krapte is enorm. En ook, denk ik, de urgentie om veel meer te accepteren dat we een diversiteit aan mensen hebben, die misschien niet in een hokje passen. Die niet passen in hoe we normaliter kijken naar inzetbaarheid.”
Mensen met een ondersteuningsbehoefte, die potentieel van grote waarde kunnen zijn voor werkgevers, moeten wel goed begeleid worden. Hiervoor zoekt VISTA aansluiting bij partijen zoals, in Maastricht en het Heuvelland, MTB. “Wij kijken altijd naar: waar bestaat al iets? Waar is al infrastructuur, waar is een netwerk aanwezig? En dan is een bestaand netwerk zoals MTB – maar er zijn er natuurlijk meer – iets waar wij graag bij aansluiten. Dus wij houden er niet van om dingen dubbel te doen. Wij zijn een ROC en wij zijn geen MTB. Maar je kunt wel kijken: hoe kun je elkaar versterken? Ik denk dat deze twee organisaties heel mooi bij elkaar passen.”
Directeur Kim Hollands: ‘Wat kunnen wij brengen?’
Interview | Jeanette Oostijen
“Een bestaand netwerk zoals MTB – maar er zijn er natuurlijk meer – is iets waar wij graag bij aansluiten. Ik denk dat deze twee organisaties heel mooi bij elkaar passen.”
Geen mensenfabriek
Sowieso is Oostijen voorstander van slim met elkaar verbinden, in plaats van steeds opnieuw het wiel uitvinden. Met het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt als noodzaak, is het gezamenlijk optrekken in de regio nóg belangrijker dan voorheen. “Ik zie in het onderwijs dat er veel meer samen gekeken wordt naar wat er mogelijk is”, vindt Oostijen. “Er zijn allerlei tafels waar gesproken wordt over de doorstroom van voortgezet onderwijs naar mbo en hbo. En hoe doe je dat dan naar het wetenschappelijk onderwijs? Die gezamenlijkheid is bestuurlijk steeds meer voelbaar, net als op de werkvloer. Er wordt veel meer gezamenlijk gedacht. Ook in de arbeidsmarktregio, in een regionaal beraad. In de contouren staat gewoon: daar moet onderwijs aan tafel. En vroeger waren wij niet altijd aan tafel. Dan werden wij meer gezien als een soort leverancier van onderwijs. Nu zijn we partner.”
Want, zo benadrukt Oostijen, een onderwijsinstelling of regionale opleiding is geen mensenfabriek, die om de haverklap nieuwe werknemers aflevert op de markt. “Nee, dat kan helemaal niet. Wij moeten ook weten: wat is die behoefte? Wat vraagt dat van onze mensen aan extra begeleiding? Wat is daarvoor nodig? Investeer iets meer in scholing en begeleiding van mensen. Zorg dat ze bij organisaties zoals MTB in ieder geval een vorm van werkervaring kunnen opdoen. Of bij andere bedrijven. Ik roep werkgevers op: neem niet alleen de mensen aan die passen in je functieprofiel, maar ook mensen die je met wat extra begeleiding wél heel nuttig kunt laten zijn voor jouw bedrijf.”
Maar dat betekent volgens Oostijen wél dat werkgevers in de regio hun mindset moeten veranderen: “Niet iedereen past precies in wat jij voor ogen hebt. En dat vraagt begeleiding. En af en toe zal het goed gaan en soms niet. Maar dat hoort erbij. Ik denk dat het niet meer anders kan en dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op de ontwikkel- en leercultuur van werkgevers”
Lange termijn
Als het gaat om investeren in het oplossen van die urgentie van het scholen en begeleiden van mensen voor de arbeidsmarkt: wie moet dan de handschoen oppakken? Oostijen is daar duidelijk over: “De gemeenten moeten in ieder geval duidelijkheid creëren over de toekomst van MTB en herkennen én erkennen waar de toegevoegde waarde zit. Maar meer nog is het een gezamenlijke opgave: van werkgevers die hun mindset moeten veranderen naar een leer- en ontwikkelcultuur, van ons als onderwijs dat bezig is met talenten ontwikkelen met flexibel onderwijs, met nieuwe manieren van diplomeren en certificeren, en met ondersteuning van gemeenten en de Provincie”
Oostijen vindt dat gemeenten die gezamenlijkheid meer moeten opzoeken. “Dus onderwijs betrekken en werkgevers betrekken. Niet in je eentje gaan nadenken over de vraag: hoe kunnen wij mensen aan werk helpen? Om vervolgens een aanbesteding te doen en dan een partij te vragen om het allemaal te regelen. Dat werkt gewoon niet. Je moet dat echt met elkaar doen.”
Ze haalt een voorbeeld uit Parkstad aan: “Daar hebben we op een gegeven moment ook gezegd: we gaan in gezamenlijkheid ontwikkelroutes naar de medische logistiek maken. Onder de noemer Beyond. De mensontwikkelbedrijven, het werkgeversservicespunt en gemeenten in Parkstad, het bedrijfsleven en VISTA werken hierbij nauw samen. En daar zie je dat dit heel goed werkt. Maar dat is wel omdat iedereen daaraan mee wil doen. En omdat iedereen zegt: dit is belangrijk. Waardoor je ook mensen veel beter kunt begeleiden. En dan krijg je ook die continuïteit. En dan wordt het iets voor de lange termijn Een soortgelijke aanpak, met o.a. MTB en VISTA gaat starten in Maastricht met de Maastrichtse maakbedrijven”.
Over de discussie over de toekomst van MTB is Oostijen in ieder geval helder: “Ik denk dat er zoveel ervaring bij MTB is om mensen die dat nodig hebben, te kunnen begeleiden. Maar ik vind het altijd goed om nog eens even te kijken: hoe doen ze dat dan precies? En wat kost dat dan precies? En hoe kan het misschien beter? Hoe kan het misschien efficiënter? Of kunnen we meer in samenwerking doen? En laten we kijken hoe ze dat dan in Sittard of Heerlen doen? Leer van elkaar. Dat zou wel altijd mijn oproep zijn. Tegelijkertijd zeg ik ook: als iets goed werkt, laat het dan werken. En stimuleer samenwerking met partijen, zoals de werkgevers en het onderwijs. Maar ik denk dat organisaties als MTB nodig blijven.”

“Wij voelen ons verantwoordelijk voor de regio en in het bijzonder voor kwetsbare mensen hier.”
(Foto’s: Tineke Katsipodas/PuurID)

De afgelopen maanden is er een politieke discussie ontstaan over de toekomst van MTB. Om helderheid en inzicht te geven in wat MTB doet en wat het voor de komende jaren beoogt, werden op 12 maart jl. de gemeenteraadsleden uit Maastricht en het Heuvelland uitgenodigd op de vestiging van MTB. Na een boeiende rondleiding in de middaguren vond vervolgens ‘s avonds een levendige en wezenlijke discussie plaats met een deskundig panel. Een verslag.
Op deze middag en avond werd helder: MTB is een toekomstgerichte partner die al zeventig jaar expertise biedt in de begeleiding van mensen met een ondersteuningsvraag naar duurzaam werk. In de woorden van Marcel Hielkema, voorzitter van VNO-NCW Midden: “Zonder bedrijven als MTB loopt de arbeidsmarkt vast.”
Een van de kernvragen luidde: kunnen reguliere werkgevers de begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt daadwerkelijk overnemen? Het antwoord, zo bleek uit de discussie, is genuanceerd – maar vooral kritisch.
Hoewel het beleid van gemeenten inzet op uitstroom naar reguliere arbeid in lijn met de Participatiewet, stellen experts zoals arbeidsdeskundige Pascal Sleebe dat het draagvlak bij werkgevers beperkt is. “Driekwart van de werkgevers geeft aan hier niet toe in staat of bereid toe te zijn,” aldus Sleebe. Tijdsdruk, kosten en gebrek aan expertise spelen een grote rol. Jobcoaches bieden, aldus Sleebe, daarbij slechts gedeeltelijke oplossingen: problemen op de werkvloer laten zich immers niet uitstellen tot het volgende coachgesprek.
Fundament
MTB beschikt over een unieke werk- en ontwikkelinfrastructuur die niet zomaar te vervangen is. Praktijkverklaringen, maatwerkbegeleiding, leerroutes en een veilig werkklimaat vormen een samenhangend systeem waarin mensen kunnen groeien. En die structuur werkt. Niet alleen op papier, maar in levens.
Een indringend persoonlijk verhaal onderstreepte dat. Sleebe vertelde over zijn dochter Megan, die dankzij een stage bij MTB zelfvertrouwen opbouwde, zelfstandig ging wonen en een plek vond in de maatschappij. “MTB is haar wereldje. Het heeft haar veranderd – en ons leven ook.”
Successleutel
De samenwerking tussen MTB en instellingen als VISTA College is cruciaal. Bestuurder Menno Pistorius benadrukte het belang van integrale ondersteuning, juist op andere leefgebieden. Vanaf 2026 krijgt VISTA de taak om loopbaanbegeleiding te verzorgen voor jongeren tot 27 jaar. In deze context is MTB’s praktijkervaring en maatwerkaanpak onmisbaar, zeker nu steeds meer jongeren de aansluiting met de arbeidsmarkt missen.
Ook het voorbeeld van Scalabor – het sociaal ontwikkelbedrijf van Midden-Gelderland – toont aan hoe een geïntegreerde aanpak effectief kan zijn. Hier zijn ontwikkeling, productie en plaatsing onder één dak georganiseerd. Het Werkgeversservicepunt, gevestigd in hetzelfde pand, zorgt voor een naadloze match tussen kandidaten en werkgevers. Deze structuur maakt het verschil: snelheid, afstemming en betrokkenheid.
Volgens ondernemer Pepijn Reijnders – voormalig CEO van Dolmans Landscaping Group – willen veel werkgevers wel bijdragen, maar niet ten koste van alles. “Het gaat niet alleen om kosten, maar om toegang tot de juiste mensen.”
Binnen Dolmans ontstond in samenwerking met MTB het


label Monsdal, waar inmiddels zo’n 60 hoveniers actief zijn. De sleutel tot het succes? De training en begeleiding van leidinggevenden door MTB.
Zonder zo’n partner, stelt Reijnders, wordt het voor werkgevers ondoenlijk om zelfstandig mensen met een ondersteuningsbehoefte effectief te begeleiden. Jobcoaches alleen zijn geen oplossing: ze zijn vaak geïsoleerd en missen het netwerk en de expertise van organisaties als MTB. Zijn conclusie is helder: “Schoenmaker, blijf bij je leest. Vul elkaar aan. Alleen samen werkt dit.”
Systeemfalen
Gasten van MTB tijdens een eerder bezoek aan de afdeling waar fietswielen gemaakt worden.
van een traject dat iemand doorloopt en de disciplines die een persoon hierbij kunnen ondersteunen: diagnose, ontwikkeling en plaatsing. Volgens Jöris en MTB zijn die drie fases en de expertises die daarbij horen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom dat Annex (diagnose), MTB (ontwikkeling) en Podium24 (plaatsing) in de visie van MTB en Jöris zouden moeten samensmelten. “Van A tot Z in één organisatie”, zoals de directeur-bestuurder het verwoordde.
Versterken
Hielkema waarschuwt voor ‘system failures’ als de huidige infrastructuur verdwijnt. De cijfers liegen niet: 400.000 mensen in Nederland zijn afhankelijk van de bijstand. Slechts 40 procent daarvan is in staat om met begeleiding weer aan het werk te gaan. Sociale werkontwikkelbedrijven zoals MTB zijn volgens hem de enige realistische schakel om deze groep te activeren. “De overheid erkent dit gelukkig steeds meer.”
Van A tot Z
Directeur-bestuurder Marcel Jöris van MTB kreeg uiteindelijk het slotwoord. Jöris benadrukte het belang van de samenhang en samenwerking tussen de drie fases
Wat de bijeenkomst bovenal duidelijk maakte, is dat MTB meer is dan een sociale werkplaats: het is een brug naar participatie, zelfvertrouwen en perspectief. Het idee dat reguliere werkgevers deze functie zomaar kunnen overnemen, werd door vrijwel alle deskundigen ontkracht. De risico’s van uitval, maatschappelijke kosten en het verlies van opgebouwde expertise zijn groot.
De belangrijkste conclusie? Niet de afbouw van MTB moet centraal staan, maar de vraag hoe we deze bewezen en noodzakelijke infrastructuur kunnen versterken. Zoals een raadslid het verwoordde: “Het gaat hier om mensen. En dat mag iets kosten.”
(Foto: Tineke Katsipodas/PuurID)
Bedrijven luiden al geruime tijd de noodklok, vacatures blijven lang openstaan en intussen staat een grote groep mensen onbenut en werkloos aan de kant. Juist in deze situatie draait alles om toegevoegde waarde. Wat voeg je toe aan oplossingen? Hoe maak je echt het verschil? Er is geen tijd meer voor abstracte plannen. Wat telt is wie vandaag daadwerkelijk toegevoegde waarde levert – aan mensen, aan werkgevers, aan een arbeidsmarkt die staat te springen om oplossingen.
Bij MTB voelen we die urgentie dagelijks. In de voorbije maanden is er veel geschreven over ons bedrijf. Terecht. We bevinden ons in een cruciale fase. En dat betekent: keuzes maken. Samen met onze partners werken we aan de toekomst van MTB en dus aan de toekomst van arbeid in deze regio. Onze toegevoegde waarde ligt niet alleen in wat we doen, maar vooral in hoe we het doen en wat het oplevert: perspectief voor mensen én bedrijven.
Op 12 maart jl. ontvingen we raadsleden, wethouders en partners uit Maastricht en Heuvelland. Een cruciaal moment. Je kunt achter je bureau beleidsnota’s schrijven en plannen maken, maar pas als je met eigen ogen en oren beleeft wat hier gebeurt, begrijp je welke impact MTB echt maakt. Dáár wordt onze toegevoegde waarde tastbaar. In de groei van mensen, in het vertrouwen dat terugkeert, in het werk dat gedaan wordt.
Precies daarom staat dit nummer van ENNE volledig in het teken van dat begrip: toegevoegde waarde. Er bestaan nog steeds vooroordelen, misverstanden en achterhaalde beelden over wat MTB doet en waarom dat van belang is. Belang voor werkzoekenden, werkgevers, onderwijs, gemeenten, etc. Tegelijk groeit de maatschappelijke én economische noodzaak. Zonder organisaties als MTB blijft talent onbenut en raakt de arbeidsmarkt muurvast.
Onze kracht zit in de transitie die we al jaren geleden zijn begonnen: van sociale werkvoorziening naar werkontwikkelbedrijf. Dat is geen simpele naamsverandering. Het is een fundamentele verschuiving in hoe we waarde creëren. We leiden mensen op, coachen ze, stimuleren ze in hun persoonlijke ontwikkeling. Zo worden ze toegeleid naar werk in sectoren als zorg, techniek, logistiek en andere sectoren waar men schreeuwt om personeel. MTB heeft de infrastructuur, expertise en 70 jaar ervaring om mensen inzetbaar te maken op plaatsen waar de arbeidsmarkt ze het hardst nodig heeft – en wel nú.
Begeleiding vergt aandacht, tijd, kennis en middelen. Veel werkgevers kunnen dat zelf niet bieden. MTB kan dat wél. Juist daar zit onze toegevoegde waarde. Wij zorgen dat mensen niet alleen aan het werk komen, maar ook duurzaam van betekenis blijven op de werkvloer. Dat is precies de meerwaarde die ondernemers en onderwijsinstellingen bij ons vinden: mensen die gemotiveerd, goed voorbereid en direct praktisch inzetbaar zijn.
In deze editie van ENNE leest u hoe partners zoals VISTA College en ondernemer Vianney Demollin samenwerken met MTB om die toegevoegde waarde concreet te maken. Zij laten zien dat maatschappelijke impact en zakelijk rendement elkaar versterken. Opleiden, begeleiden, ontwikkelen –het rendeert voor alle betrokkenen.
‘Van toegevoegde waarde zijn’ vraagt om keuzes – geen uitstel. Wie vandaag mensen ontwikkelt, kansen creëert en investeert in samenwerking, bouwt aan de economie van morgen.
Marcel Jöris
Directeur-bestuurder MTB

DEMO ziet zakelijke kansen bij MTB
DEMO ziet zakelijke kansen bij MTB
‘Positief over de mogelijkheden’
‘Positief over de mogelijkheden’
DEMO Productions in Ulestraten is sinds 1999 een niet meer weg te denken specialist op het gebied van licht, geluid en audiovisuele apparatuur voor evenementen. Het bedrijf van directeur en oprichter Vianney Demollin kenmerkt zich door innovaties en gedurfd ondernemerschap. Zijn nieuwste uitdaging? Een mogelijke toekomstige samenwerking met MTB: “Het is toegevoegde waarde voor beide kanten.”
Van mediaproducties van Talpa en ITV tot uitvoeringen van Opera Zuid, en van het Oktoberfest in Sittard tot grote events in het MECC: het klantenbestand van DEMO Productions is een lijst vol klinkende namen. Het prille begin van DEMO lag nog bij de feesttenten in het ZuidLimburgse Heuvelland. Maar die tijd is zo goed als voorbij: inmiddels draait het bedrijf zijn hand niet om voor grote producties. Met name de televisiewereld is een groeimarkt gebleken de laatste jaren. De regio blijft echter niet achter: zo leverde DEMO de complete geluidsinstallatie voor de verbouwde poptempels De Muziekgieterij (Maastricht) en Nieuwe Nor (Heerlen).
Boeiend
“Onze opdrachten variëren enorm”, legt Vianney Demollin uit. “De ene keer zorgen we voor licht en geluid bij een event. Dan weer realiseren we de hele audiovisuele infrastructuur voor een popzaal of evenementencentrum.” Voor al die opdrachten is, behalve vakmanschap en kennis, nog een element onontbeerlijk: kabels. Duizenden kilometers worden er op jaarbasis door de mensen van DEMO aangelegd. “Soms wel tot vijftien kilometer aan kabel voor één evenement”, zegt Demollin. Wie het magazijn van DEMO binnenstapt, ziet die woorden bevestigd: de opslag ligt vol met kabels en andere benodigdheden. “Ruim één miljoen items hebben wij in voorraad”, aldus de directeur.
Even terug naar de toekomstplannen van DEMO. Toegegeven: er zijn nog geen definitieve afspraken gemaakt tussen DEMO en MTB. Maar, zo zal blijken uit het bevlogen verhaal van Vianney Demollin, er is wel al sprake van een
warme relatie tussen beide partijen. Die relatie gaat al heel wat jaren terug. “Mijn vader was ooit wethouder in de gemeente Margraten”, vertelt Demollin. “Dus door hem heb ik MTB mogen leren kennen. Later ging ik aan de slag als beleidsmedewerker bij een gemeente in Brabant. Ook daar maakte ik kennis met de sociale werkvoorziening. Ik heb het altijd een boeiende wereld gevonden, met veel mogelijkheden.”
Vak apart
En die potentie wil DEMO volop gaan benutten. Want al die kabels die het bedrijf nodig heeft voor al die mooie producties; die komen nu uit China. De kwaliteit van de kabels uit dat land is wisselend. DEMO wil daarom graag zélf kabels gaan assembleren. Zodat het van de eerste tot de laatste fase van de ontwikkeling de eigen kwaliteitseisen kan hanteren. “Het produceren van kabels is repetitief en heel precies werk. Nog maar weinig mensen kunnen en willen tegenwoordig zulk werk doen. Maar laat dat nou net datgene zijn waar ze bij MTB goed in zijn. Het is een vak apart”, legt Demollin de voorkeur voor het Maastrichtse werkontwikkelbedrijf uit.
Schaalgrootte
En die kwaliteit, hoe is het daarmee gesteld? “Ik ben gaan kijken naar hoe MTB de productie voor andere opdrachtgevers verzorgt”, vertelt de DEMO-directeur. “Bijvoorbeeld de wielen die voor racefietsen van professionele wielerploegen worden gebruikt. Dat is topkwaliteit. Ik heb mijn collega die alles weet van kabels meegenomen en die was ook direct overtuigd: MTB zou dit kunnen.”
“Dit gaat verder dan alleen maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat is mooi meegenomen, maar hier ligt gewoon een grote zakelijke kans, waarbij we een kwalitatief mooi product kunnen laten maken en kunnen aanbieden aan onze klanten.”


Klinkt goed, dus waarom niet meteen aan de slag? Daar schuilt nog het voorbehoud: de afzetmarkt van de kabels moet nog groter worden. Zodat het loont om op grotere schaal kabels te produceren. “We praten nu met allerlei afnemers in de markt, variërend van grote zalen die kabels willen hebben tot online platforms die mogelijk kabels aan hun klanten kunnen verkopen”, aldus Demollin. “Dan wordt het interessanter om bij MTB te gaan produceren. Maar ik weet zeker dat de mensen bij MTB enorm goed hierin zullen zijn.”
Ondanks dat er nog een paar hordes te nemen zijn, durft Demollin al voorzichtig te dagdromen. “Het zou toch fantastisch zijn als we dit in de regio kunnen produceren!”, zegt hij hardop. “Dit is echt toegevoegde waarde voor zowel ons als MTB. En het gaat verder dan alleen maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat is mooi meegenomen, maar hier ligt gewoon een grote zakelijke kans, waarbij we een kwalitatief mooi product kunnen laten maken en kunnen aanbieden aan onze klanten.”
Afstand?
Demollin moedigt dan ook andere bedrijven in de regio aan om naar de kansen te kijken die samenwerken met een werkontwikkelbedrijf met zich meebrengt. “We hebben allemaal te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Dus we moeten ook wel naar andere manieren zoeken om aan goede mensen te komen. Bij MTB lopen goede mensen rond”, stelt hij. “Het is wel belangrijk dat je je als werkgever intrinsiek gemotiveerd voelt als je gaat werken met mensen met - tussen aanhalingstekens - een afstand tot de arbeidsmarkt.”
Bij die omschrijving van de doelgroep van MTB heeft Demollin overigens een wat dubbel gevoel. “Ik vraag mij af of die afstand wel bestaat. Natuurlijk zijn er verschillen met mensen die niet in die doelgroep zitten. Maar als je gaat kijken naar wat ze kunnen, dan denk ik in veel gevallen: die mensen zijn perfect! Als ik kijk naar de mensen die mogelijk voor ons kabels gaan maken, dan denk ik dat we daar weinig energie in hoeven te steken qua instructie. We hebben ter plekke al gezien waartoe ze in staat zijn. Ik ben heel positief over hun potentie.”
(Foto: Tineke Katsipodas/PuurID)
Op maandag 17 maart vond het jaarlijkse voorjaarsevent van IMMENS plaats. Dit keer draaide de bijeenkomst om het thema Succesvol ondernemen met statushouders. Meer dan 100 geïnteresseerden verzamelden zich in het SNS Expertisecentrum in Maastricht om inspiratie op te doen en ervaringen te delen.
Jeroen Hoenderkamp, wethouder van de gemeente Maastricht liet aan de hand van recente cijfers de route zien die statushouders afleggen om zich in onze regio te vestigen. Hij benadrukte dat veel statushouders graag willen werken – een waardevolle kans voor werkgevers in de regio.
De praktijkvoorbeelden van Mo Aldahoul (Gemeente Maastricht) en Maarten Cobben en Ismael Barakat Rasho Al – Safo (Vebego) brachten dit thema tot leven. Zij lieten
zien hoe inclusief ondernemerschap in de praktijk werkt en hoe dit beide partijen versterkt.
Keynote speaker Fikri el Makrini sloot de avond af met een inspirerende presentatie over het aannemen van statushouders. Met persoonlijke verhalen, ervaringen en inzichten wist hij het publiek te raken én te informeren over hoe je als werkgever stappen kunt zetten richting inclusiviteit – mét oog voor valkuilen én kansen.







‘Je moet gewoon beginnen’
Op dit moment verblijven enkele honderden statushouders in de regio Maastricht-Heuvelland. Veel van hen willen graag aan het werk. Met andere woorden: daar schuilen dus kansen voor werkgevers die op zoek zijn naar personeel, op deze krappe arbeidsmarkt. Maar dan moet je ze wel de kans geven, zeggen experts.
Een statushouder is een persoon die in Nederland asiel heeft aangevraagd en een verblijfsvergunning heeft gekregen. Dit betekent dat de overheid heeft erkend dat deze persoon om bijvoorbeeld oorlog of vervolging niet veilig is in zijn of haar land van herkomst. Statushouders mogen in Nederland wonen en werken. Ze hebben recht op huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen. Gemeenten zijn verplicht om statushouders binnen een bepaalde termijn woonruimte aan te bieden. Het verschil met een asielzoeker is dat een asielzoeker nog in afwachting is van een besluit over zijn aanvraag, terwijl een statushouder al officieel is toegelaten. Statushouders vormen daarmee een belangrijke groep binnen het Nederlandse asiel- en integratiebeleid.
Mooi begin
In Maastricht zijn er tussen 2022 en 2025 meer dan 400 statushouders bijgekomen. Het is een gemêleerd gezelschap, bestaande uit 45 nationaliteiten. Een deel van hen - zo’n 130 mensen - heeft inmiddels werk. “Er zijn dus nog een hoop mensen die kunnen én willen werken”, benadrukt wethouder Jeroen Hoenderkamp van de gemeente Maastricht. “Is met deze groep het probleem van de arbeidsmarkt opgelost? Nee, maar het is een mooi begin.”
Nadat ze hun verblijfsvergunning hebben ontvangen, starten statushouders met hun integratieproces. Dit houdt om te beginnen in dat ze de Nederlandse taal leren, inburgeringscursussen volgen en toewerken naar een plek in de samenleving. “De taal leren is heel belangrijk”, zegt Maarten Cobben van Vebego, het grote facilitair concern uit Voerendaal dat veel werkt met statushouders. “Maar het leren van die taal is vaak een grote uitdaging. Bovendien moet je ook rekening houden met een bepaalde cultuursensitiviteit. Er komt veel meer bij kijken dan het goed beheersen van de taal.”
Misverstanden
Fikri El Makrini weet daar alles van. Hij helpt met zijn bedrijf SosyTraining statushouders om hun weg te vinden in Nederland. “Taal is niet altijd de belemmering, al denken we soms van wel”, legt hij uit. “Ook al spreek je de taal, dan nóg kunnen er culturele misverstanden voorkomen. Een ‘ja’ in Marokko is soms een andere ‘ja’ als in Nederland. Statushouders die naar Nederland komen hebben te maken met een ander referentiekader, andere omgangsvormen, andere machtsverhoudingen, andere spelregels.”
Bovendien zijn statushouders kwetsbaar, beschrijft Fikiri: “Ze hebben geen kennissen, hebben vaak nog geen sterke economische positie. Daarom moet je ze als werkgever tijd geven. En niet alleen vragen om zich aan jou aan te passen, maar ook zélf kijken hoe jij je aan hen kunt aanpassen.”
Niet overdenken
Ervaringsdeskundige Mo Aldahoul van de gemeente Maastricht is het daarmee eens. Als jonge twintiger kwam hij vanuit Syrië naar Nederland. “De taal leren was in het begin best lastig. Ik heb dit wel gecombineerd met werken. Ik ging aan de slag in de horeca. Zo leerde ik Nederland kennen en de taal spreken. Van daaruit ben ik vervolgens een opleiding gaan doen. Nu werk ik als inburgeringsconsulent bij de gemeente. Ik denk dat de belangrijkste les is die ik wil meegeven aan werkgevers: geef mensen een kans. En dan is het aan de statushouder zelf om die kans te grijpen.”
Dat er uitdagingen zijn in het werken met statushouders, hoeft niet te betekenen dat je het als werkgever dan maar moet laten. “Je moet niet alles overdenken”, benadrukt Maarten Cobben van Vebego. “Je moet gewoon beginnen. Vanuit Vebego kunnen we het werken met statushouders alleen maar aanmoedigen. Wij hebben er als bedrijf veel voor teruggekregen. Bovendien: de wereld wordt een stukje mooier als iedereen kan meedoen.”

In de regio Maastricht Heuvelland laat een vernieuwend samenwerkingsproject zien hoe maatwerk jongeren echt verder kan helpen. De Opstapgroep, een initiatief van VISTA college in samenwerking met de gemeente, de Internationale Schakelklas (ISK) en werk ontwikkelbedrijf MTB, biedt 16- en 17-jarigen een waardevolle kans om zich voor te bereiden op het mbo.
“De jongeren in deze groep wilden graag naar het ROC, maar hun taalniveau was nog te laag,” vertelt Judith Wolfs, onderwijskundig leider bij het VISTA. “Samen hebben we gekeken wat er wél mogelijk was. Zo ontstond de Opstapgroep.”
De Opstapgroep biedt een intensief jaartraject, bestaande uit drie keer per week taalles, loopbaanbegeleiding en praktijkervaring. De jongeren volgen het hele programma op één locatie: het werkontwikkelbedrijf MTB. Daar maken ze via de MTB Academy kennis met sectoren als logistiek en horeca, doen ze praktijkervaring op en kunnen ze een praktijkverklaring behalen.
Volgens Roger Smeets, bestuurssecretaris bij MTB, is de motivatie voor deelname simpel: “Door jongeren nú te

helpen, investeren we in de vakmensen van morgen. Een vaste plek, persoonlijke begeleiding en praktijkervaring: dát helpt jongeren vooruit.”
Tastbare resultaten
In september 2024 ging de eerste groep van 20 jongeren van start. Een halfjaar later zijn de resultaten bemoedigend. “De jongeren maken grote sprongen met lezen en schrijven,” aldus Judith Wolfs. “Ze hebben net hun eerste taaltoets gehad. Het was heel leuk om te zien hoe fanatiek ze zijn.”
De docenten van het Vista College, gewend aan volwassen studenten, moesten wel even schakelen. Werken met pubers vraagt om een andere aanpak. Ook hadden sommige jongeren in het begin moeite met structuur of
“Kansen creëren voor jongeren die anders buiten de boot vallen”

kwamen simpelweg niet opdagen omdat ze geen vervoer hadden. “Toen heeft de ISK binnen een week een fiets voor ze geregeld,” zegt Judith. “Nu zijn we heel tevreden over de aanwezigheid bij de taallessen.”
Dat juist zulke kleine ingrepen grote gevolgen kunnen hebben, beaamt ook Roger Smeets: “Een fiets regelen klinkt simpel, maar het maakt voor deze jongeren het verschil tussen afhaken en meedoen.”
Tijdelijke oplossing, structurele noodzaak Ondanks de positieve impact is de huidige vorm van de Opstapgroep slechts een tijdelijke oplossing. “We betalen dit nu via een omweg: de ISK bekostigt een derde leerjaar en wij voeren het uit,” legt Judith uit. Ze pleit voor een structurele aanpak, omdat het aantal jongeren
met een laag taalniveau en beperkte schoolervaring groeit.
Ingrid Mulkens, manager Diagnostiek & Ontwikkeling bij MTB, onderstreept het belang van samenwerking: “Door samen te werken en buiten gebaande paden te denken, creëren we kansen voor jongeren die anders buiten de boot vallen. De Opstapgroep is het bewijs dat slimme oplossingen ontstaan wanneer onderwijs, gemeente en werkontwikkelbedrijf de handen ineenslaan.”
Als het aan de betrokken partijen ligt, blijft de Opstapgroep niet alleen een succesverhaal, maar ook een opstap naar blijvende verandering.
(Foto: Luc Hommes)
Bij Limbourg & Partners weten wij hoe belangrijk de juiste match is. Het gaat ons niet alleen om kwalificaties, maar om drijfveren, ambities en cultuur. Wij kijken verder dan een cv en verbinden professionals met organisaties op een manier die beide partijen versterkt. Transparantie, toewijding en kennis maken het verschil. Onze missie? Niet zomaar bemiddelen, maar échte waarde toevoegen door verrassende en duurzame matches te realiseren. Want succes begint bij de juiste mensen op de juiste plek.
Wij zijn als recruitmentbureau vooral actief op management- en directieniveau. Dat is een andere doelgroep dan de mensen die bij MTB werken. Toch geldt voor deze mensen, en voor de werkgevers waar ze wellicht ooit terechtkomen, hetzelfde: ook hier draait het om de beste match tussen persoon en plek.
Als je mensen met een ondersteuningsvraag in jouw organisatie aan de slag wilt laten gaan, vraagt dat allereerst om bewustwording. Wat wordt straks gevraagd van mij als werkgever? Of van mij als leidinggevende? Wat betekent dit voor de rest van de organisatie? Daarnaast gaat het om het willen verdiepen in de ander. We spreken regelmatig werkgevers die onbekend zijn met mensen met een ondersteuningsvraag en kunnen deze ervaringen/kennis weer delen met andere opdrachtgevers.
Onze vooroordelen naar potentiële werkgevers uit doelgroepen, zoals bij MTB, maar bijvoorbeeld ook anderstaligen, kloppen niet altijd. Ik denk dat het goed is om als werkgever uit je eigen perceptie te komen en je te verdiepen in de achtergrond van mensen. Waar komen ze vandaan? Wat kunnen ze? Wat hebben ze nodig? Zoals wij altijd zeggen: weten is begrijpen en begrijpen is accepteren.
Daar is ook genoeg urgentie voor. Als de huidige arbeidskrapte zich door blijft zetten dan kunnen werkgevers niet anders dan hun werk inrichten naar personen. En niet andersom, zoals nu nog vaak het geval is. Employability is een thema waar tegenwoordig veel aandacht aan wordt besteed. Maar dat gaat over mensen die al werk hebben. Maar denk ook eens aan de fase daarvoor. In de groep mensen die nog niet werkt en dat - wellicht met begeleiding - wél zou kunnen; daar zit eveneens veel potentie.
Gelukkig zien we steeds meer organisaties waar de bewustwording over het werken met mensen met een ondersteuningsvraag de afgelopen jaren is gegroeid. Veel organisaties voelen zich intrinsiek gemotiveerd. Maar ook de publieke opinie speelt een belangrijke rol: de klant hecht meer en meer waarde aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Terug naar het begin van deze column en de vraag: hoe zorg je voor de juiste match?: Dan zijn aan de kant van de werkgever bewustwording, het verdiepen in de ander, intrinsieke motivatie en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid wat ons betreft essentieel.
Jacco Kempen
Managing Director Limbourg & Partners
(Foto: Luc Hommes)