Skip to main content

KopKrant - editie juni 2018

Page 1

PO

KopKrant

Krimp als kans

Eureka!, onderwijs voor hoogbegaafde kinderen

4

6

juni 2018

Goed teamwork leidde tot traject op maat Studiereis naar Lesbos indrukwekkend Pilot Aanmelden en Aanpakken voor toeleiding cluster-2 onderwijs

‘De Kop werkt!’

Project: Terug naar school

8

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, juni 2018

Kopstuk

Partners

PO

Blosse De heer J. Spanbroek Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard www.stichtingflore.nl (072) 566 02 00

Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland De heer H. Eilander ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.gpown.nl (0172) 41 88 30

jeroen.spanbroek@blosse.nl

h.eilander@gpown.nl

Stichting Meerwerf De heer N. van Heijst Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00

Stichting Schooltij De heer J. Deckers Postbus 444 1780 AK Den Helder www.schooltij.nl (06) 53 78 71 50

Stichting SARKON De heer G.J. Veeter Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

info@meerwerf.nl

info@schooltij.nl

gjveeter@sarkon.nl

Stichting SURPLUS Mevrouw J. Vosbergen Postbus 394 1740 AJ Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 27 45 55

Stichting Kopwerk De heer J. Bot Postbus 444 1780 AK Den Helder www.kopwerk.nl (085) 273 40 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

J.vosbergen@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

directie@abscomenius.nl

De Kop werkt! Voor u ligt weer een gevarieerde Kopkrant. In deze krant kijken we verder dan alleen naar het leven achter de schooldeuren. Zo vertellen we over een bezoek van leerkrachten aan een vluchtelingenkamp in Griekenland en daarnaast hebben we het ook over de krimp in onze regio. Dat is goed, want we zijn een samenwerkingsverband van scholen, maar ook een deel van de samenleving. We zien in deze krant ook hoe we door vroege signalering jonge kinderen op de basisschool kunnen houden en goed kunnen begeleiden. Verder is er een mooi artikel over onze Eureka-school, waar hoogbegaafde leerlingen passend onderwijs krijgen.

‘Vertel het verder, want we hebben veel te bieden’

Warm aanbevolen is ook de column over Andrew Albers verderop in dit blad. Deze maand namen we afscheid van hem. Onze ‘Mister Samenwerkingsverband’, die al aan passend onderwijs werkte toen die term nog niet bestond. We zullen hem missen als een prettige collega met grote verbindende kwaliteiten. De kennis die hij in veertig jaar heeft opgebouwd en zijn brede ervaring met het passend onderwijs alsook zijn enorme netwerk waren voor ons goud waard. We gunnen hem nu een mooie tijd als pensionado in de Kop. Zonder files, zonder fijnstof, met veel zon en ruimte. Met die laatste woorden zijn we weer terug bij onze ‘krimpregio’. Het zou best kunnen zijn dat de krimp straks achter ons ligt. Wie wil er nu niet leven in een gebied zonder files, met weinig fijnstof en veel zonuren? Waar de huizen nog relatief betaalbaar zijn, waar nog rust en ruimte is en waar de scholen ook nog samenwerken in een beleidsrijke omgeving met volop ontplooiingsmogelijkheden voor kinderen en leerkrachten? Vertel het verder, want we hebben veel te bieden. Laat de nieuwe collega’s maar naar dit schitterende gebied komen.

www.swvkopvannoordholland.nl

Partners

PO VO

Stichting Samenwerkingsschool De heer T. Jong Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder

Stichting Heliomare Onderwijs De heer J. Welmers Postbus 78 1940 AB Beverwijk www.heliomare.nl (088) 920 80 02

Stichting Aloysius De heer R. Prast Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

bestuurssecretariaat@heliomare.nl

remco.prast@aloysiusstichting.nl

Stichting Clusius College De heer G.P. Oud Drechterwaard 10-A 1824 EX Alkmaar www.clusius.nl (072) 514 76 66

Stichting Regius College De heer A. Hoekstra Postbus 282 1740 AG Schagen www.regiuscollege.nl (0224) 29 78 41

Stichting Scholen aan Zee De heer R. de Voogd Sportlaan 38 1782 ND Den Helder www.scholenaanzee.nl (0223) 54 03 00

cvb@clusius.nl

directiesecretariaat@regiuscollege.nl

secretariaat@scholenaanzee.nl

Stichting Ronduit De heer J.M.M. Zijp Rubenslaan 2 1816 MB Alkmaar www.ronduitonderwijs.nl (071) 514 78 33

Stichting Texel Mevrouw M. Engbrenghof Haffelderweg 40 1791 AS Den Burg www.texel.nl (0222) 31 21 21

Stichting Openbaar VO NHN De heer R.A. Gase Arubastraat 4 1825 PV Alkmaar www.sovon.nu (0227) 51 38 30

bestuur@ronduitonderwijs.nl

secretariaat@dehogeberg.nl

ragase@sovon.nu

www.speciaalonderwijsdenhelder.nl

(06) 15 31 25 82

ton.jongspeciaalonderwijs@live.nl

Partners

VO

Want de Kop werkt!

Jan Bot, voorzitter samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO

AVG van kracht Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht. Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland heeft hier de afgelopen maanden hard aan gewerkt en voldoet aan de eisen die daarin gesteld worden.


3

KopKrant, juni 2018

PO

Succesvol samenwerken voor de doorgaande lijn

Een peuter dreigde door omstandigheden en een ontwikkelingsachterstand niet naar groep 1 van de basisschool te kunnen gaan, maar door samenwerking tussen verschillende partijen lijkt dit nu toch te gaan lukken. Hoe goed teamwork leidde tot een traject op maat. I.v.m. privacy van de betrokkenen is deze casus geanonimiseerd en zijn de namen van de geïnterviewden gefingeerd. In een dorp in de kop van Noord-Holland zijn de peuterschool en de basisschool in hetzelfde gebouw gevestigd. Margriet de Graaf is zorgcoördinator bij de kinderopvanginstelling. Ze vertelt: ‘We kregen in september een kind voor het eerst op de peuterschool. Ze was toen 3,5. Ze zou dus al bijna naar de basisschool gaan, maar we waren er niet zeker van of dat wel zou lukken. Ze leek er nog helemaal niet klaar voor; tot die tijd was ze steeds thuis geweest, dus ze was niet gewend aan schoolse situaties. Daarnaast hing ze nog erg aan haar moeder, waardoor afscheid heel lastig was, met een verdrietig kind en een moeder die daardoor moeite had met weggaan.’ Door het open-deurenbeleid van de peuterschool en de inpandige kleutergroep kon de peuter makkelijk naar haar broertje lopen, wat prettig was voor het meisje. Maar ze zag hierdoor ook kans om naar huis te lopen, waardoor haar moeder het vertrouwen in de opvang kwijt raakte.

‘Deze maatwerkconstructie is voor ons wel nieuw, maar ook heel vanzelfsprekend’

De Graaf: ‘Heel begrijpelijk natuurlijk. We zijn toen het gesprek aangegaan met de moeder en hebben gezegd dat we niet meer met open deuren gingen werken als haar dochter er was. Maar door omstandigheden lukte het de ouders vervolgens niet het meisje drie keer per week naar de opvang te brengen. Wel hadden we inmiddels contact gelegd met een vrijwilliger die het gezin intensief ondersteunt. Daarvan begrepen we dat het voor het gezin om meerdere redenen lastig was om hun kind op de peuterschool te houden. Deze vrijwilliger wilde met ons meedenken over hoe het nu verder moest.’

Observaties In december belde de basisschool voor een overdracht, omdat het kind daar in het nieuwe jaar zou starten. De Graaf: ‘Wij gaven aan dat het ons niet duidelijk was wat dit kind kon, omdat het maar zo weinig geweest was. Ook vertelden we dat het afscheid van haar moeder haar zo veel moeite kostte.’ Om uit te zoeken wat de peuter aan zou kunnen, bedachten De Graaf en Sara van Kampen, intern begeleider van de basisschool, een plan. Van Kampen: ‘Met hulp van Katja Walstra van de Commissie Toelating Onderwijsvoorziening (CTO) konden we er voor zorgen dat iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst het meisje kon komen observeren, zowel op de peuterschool, in de kleutergroep, als bij haar thuis. Door de bemiddeling van de vrijwilliger lukte het ook om de moeder te overtuigen van dit plan. Tijdens de observatie op de peuterschool had ze het zo naar haar zin en leek ze zich zo veilig te voelen, dat we de observatie in de kleutergroep

hebben overgeslagen. We wilden niks verstoren. Op grond van de observaties hebben we de CTO voorgesteld om het kind, ook al was ze al vier jaar, voorlopig drie dagen in de week nog naar de peuterschool te laten gaan. Hier kan ze alsnog vertrouwd raken met het afscheid nemen van haar moeder en wennen aan de schoolse situatie. Dit doen we dus niet in de kleutergroep, omdat haar broertje daar al is. Hem willen we niet belasten met de opvang van zijn zusje; hij moet bezig zijn met zijn eigen ontwikkeling.’ Maatwerk In februari begon dit traject. Van Kampen: ‘Het gaat op dit moment heel goed met onze leerling. En dit dankzij de onderlinge samenwerking van de voorschoolse voorziening, de ouders en de betrokken vrijwilliger en de basisschool. Deze maatwerkconstructie is voor ons wel nieuw, maar ook heel vanzelfsprekend. Dit kind was nog niet toe aan de kleutergroep, dus dan lossen we dat anders op, waarbij we kijken wat het beste is voor

het kind. Normaal gesproken loopt zo’n traject altijd eerst via de CTO, maar nu hadden we al voorwerk gedaan met hulp van de onderwijsbegeleidingsdienst. Halverwege juni gaan we proberen of ze eraan toe is om twee dagen naar de kleutergroep te gaan. Mooi is dat de tweede pedagogisch medewerker van de peuterschool ook de onderwijsassistent bij de kleuters is, dus als het meisje overgaat, zij onder haar vleugels mee kan. Als dat lukt, hebben we de hoop dat ze in september regulier op de basisschool kan instromen. Het gevoel van trots zit erin dat we met zijn allen zo op één lijn zitten en vol voor deze leerling zijn gegaan. En dit toont ook echt aan waar een dorp als het onze groot in is. Fantastisch dat we dit door goede samenwerking met z’n allen zo voor elkaar hebben gekregen.’


4

KopKrant, juni 2018

PO

Case Krimp:

Krimp als kans

Er worden minder kinderen geboren, jonge mensen trekken weg en er zijn minder leerkrachten in de Kop van Noord-Holland. Deze demografische bewegingen hebben effect op de domeinen arbeid, zorg en onderwijs. Hoe kunnen we blijven zorgen voor passend onderwijs voor iedereen in de regio, en hoe zorgen we voor genoeg capabele mensen? Jan Bot, voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Kopwerk, laat er zijn licht over schijnen. Hoe kijkt u naar de bevolkingskrimp in onze regio? ‘Het gesprek over “krimp” vind ik in onze regio tot nog toe nogal abstract verlopen. Er zit steeds een aanname in, namelijk: groei is goed en krimp is slecht. Is dat wel zo? Na de oorlog hebben we alleen maar groei gezien in deze regio. Nu zien we in de bevolkingsopbouw in ieder geval krimp. Er worden niet alleen minder kinderen geboren, jongeren trekken meer naar de stad en ook gezinnen trekken naar Alkmaar, Amsterdam of zelfs Utrecht. Je kunt dat als iets negatiefs zien, maar ik ben van mening dat je van krimp juist kunt groeien. Daarnaast is groei en groot niet altijd per se beter. Een kleine school die geborgenheid en kwaliteit biedt, kan voor een kind veel beter zijn dan een grote school waar hij of zij in de massa verdwijnt.

‘Ik ben van mening dat je van krimp juist kunt groeien’

Om krimp als kans te kunnen zien moeten we wel op een andere manier kijken naar hoe we de kinderen die ons zijn toevertrouwd, kunnen geven wat ze nodig hebben. De uitdaging zit ‘m erin dat we andere oplossingen moeten bedenken dan we tot nu toe hebben gedaan. We werken nu al zo’n 120 jaar met het systeem van een school met klassen waarin kinderen zitten van dezelfde leeftijd. Misschien heeft dit systeem inmiddels zijn beste tijd gehad.’ Aan wat voor andere oplossingen denkt u dan? ‘Een oplossing die de nadelen van krimp tegengaat is samenwerken. Samenwerken is echt het nieuwe concurreren. In het samenwerkingsverband kijken we naar hoe we de krachten kunnen bundelen en wat we met elkaar kunnen aanpakken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Bijvoorbeeld voor hoogbegaafde kinderen met wie het in het reguliere onderwijs niet goed gaat. Zij komen

nu - na beoordeling door het CTO - bij elkaar in plusklassen of op de Eureka-school in Julianadorp. De Eureka-school is een betere oplossing dan dat elke school opnieuw het wiel gaat uitvinden om met hun hoogbegaafde leerlingen om te gaan. Natuurlijk willen we alle leerlingen het liefst een passende plek zo dicht mogelijk bij huis bieden, maar soms lukt dat niet. Voor die leerlingen hebben we nu, door goede samenwerking, een plek gecreëerd waar ze met elkaar kunnen zijn en goed tot hun recht komen. Een ander voorbeeld van goede samenwerking vind je op Texel. Daar hebben de basisscholen besloten om elkaar op zorgniveau en directieniveau te versterken. Ze springen voor elkaar in bij ziekte of problemen en delen steeds hun expertise. Samen zijn ze bezig het onderwijs minder klassikaal en meer gepersonaliseerd te maken. Ze kijken, door zo te handelen, naar wat er nodig is in hun regio. De zorg voor de kinderen staat voorop, en niet het zelfbehoud van de scholen. Hoe je succesvol je school anders kunt organiseren, zien we in Stroet. Daar wonen weinig kinderen, maar toch heeft het dorp een levendige, groeiende basisschool, omdat het team een goed antwoord heeft gevonden op de krimp. Kinderen uit de regio komen nu naar De Regenboog omdat ze daar kwalitatief goed en passend onderwijs kunnen krijgen met veel aandacht voor hun individuele ontplooiing. Daarnaast ervaart het personeel er minder werkdruk. De cases van de scholen in Schoorl en Groet laten goed zien wat er gebeurt als je als besturen over je eigen schaduw kunt heenstappen en er door samenwerking en constructief overleg voor kunt zorgen dat goed onderwijs in twee dorpen naast elkaar kan blijven bestaan, ondanks een afname van leerlingen.’

Wat leveren deze nieuwe oplossingen op? ‘Wat deze voorbeelden laten zien, is dat anders kijken en samenwerken in plaats van concurreren, nieuwe manieren van onderwijs opleveren die goed zijn voor het kind, maar ook voor de mensen die werken in het onderwijs. Dit dóen we dus al in onze regio, omdat de krimp ons daartoe heeft aangespoord. We moesten wel. En dit maakt onze regio meteen ook aantrekkelijk voor onderwijzend personeel: je vindt hier scholen en besturen die zich inhoudelijk willen ontwikkelen. Maar de Kop van Noord-Holland heeft naast uitdagend onderwijs nog zoveel meer te bieden. Je staat niet in de file als je hier woont, de huizen zijn betaalbaar, je woont dichtbij zee, je vindt hier rust en ruimte en je wordt hier niet geleefd. Allemaal pluspunten waarmee we nieuwe mensen hierheen kunnen halen.’ Hoe ziet u de toekomst? ‘Ik denk dat dat veel basisscholen over tien jaar heel anders zijn vormgegeven dan nu. Het systeem van een klas met kinderen van dezelfde leeftijd en één leerkracht komt dan steeds minder voor; de leerlingen zullen gepersonaliseerd leren en werken in wat grotere groepen met meerdere leerkrachten. Dit zorgt voor grotere betrokkenheid bij het leerproces en bij elkaar. Maar ook zorgt het voor veel minder stress bij ziekte; als er geen invaller is, is dat vervelend, maar niemand hoeft naar huis, want met elkaar vang je het gemakkelijker een aantal dagen op. Als samenwerkingsverband zijn we ook aan het groeien, door nog meer samenwerking en overleg tussen de verschillende besturen te stimuleren. We winnen door het delen van de kwaliteit en ervaring die we met zijn allen hebben. De huidige krimp levert ons dus ook veel op. Het “zo doen we dat hier nu eenmaal” maakt plaats voor: laten we samen deze kans pakken om te groeien.’

Leerlingenkrimp Gemiddeld krimpt het aantal leerlingen in het primair onderwijs in de Kop van Noord-Holland jaarlijks met 2,5 à 3%. Prognoses geven nog geen indicatie wanneer het leerlingenaantal stabiliseert. 2014-2015: 2015-2016: 2016-2017: 2017-2018: 2018-2019:

14.734 14.308 14.078 13.614 13.274*

* Aantal leerlingen in het primair onderwijs in de regio Kop van Noord Holland volgens de T-1 systematiek i.v.m. bekostiging onderwijs.

Jan Bot


KopKrant, juni 2018

PO

Case Krimp:

Case Krimp:

Uitruil van scholen in Schoorl en Groet

SlimFit-onderwijs op de Regenboog in Stroet

Adrie Groot is voorzitter van het college van bestuur van stichting Blosse Onderwijs. Het werkgebied van Blosse strekt van Waarland tot Heiloo en van Westbeemster tot aan Groet, en grenst in het noorden aan het werkgebied van het samenwerkingsverband. Ook Blosse heeft te maken met krimp in de regio en zoekt naar manieren om hier goed mee om te gaan. Groot: ‘Om strategisch om te gaan met scholen, heb je zoveel mogelijk relevante data nodig. Denk aan geografische data, gegevens over de geboorteontwikkeling en de inwonerontwikkeling. Daarnaast moet je goed kijken naar het voedingsgebied van jouw school en dat van collega-scholen. In Schoorl en Groet is dat gebied vrij afgebakend; het zijn vooral de kinderen uit die dorpen die naar de scholen gaan. Voorheen waren zowel in Schoorl als in Groet een katholieke basisschool en een openbare basisschool. De katholieke basisscholen vielen onder ons bestuur, de openbare onder het bestuur van de ISOB. Vijf jaar geleden wezen de data uit dat vier scholen in twee dorpen op de langere termijn niet haalbaar zou zijn. We zijn aan tafel gegaan met het andere bestuur en kwamen gezamenlijk tot het plan om precies tussen de twee dorpen in een kindcentrum te openen met daarin een openbare en een katholieke school. De gemeente Bergen vond dat eerst een goed idee, maar kwam er toch op terug: liever elk dorp zijn eigen school. Dat betekende dus dat beide besturen een school zouden

‘Door de move die we in Schoorl en Groet hebben gemaakt, krijgen de kinderen goed onderwijs in de plaats waar zij wonen’

moeten opgeven: een katholieke school in het ene dorp en een openbare school in het andere dorp. Wij hebben het schoolbestuur van het ISOB eerst laten kiezen in welk dorp ze hun school wilden behouden. Zij kozen voor Schoorl en onze school in Groet bleef dus staan. Onze katholieke school in Groet fuseerde met die in Schoorl en de openbare scholen fuseerden ook. Het personeel verhuisde van het ene naar het andere dorp, maar veel kinderen bleven in het eigen dorp en wisselden dus van onderwijs. Locatie bleek belangrijker dan het soort onderwijs. We hebben met meerdere besturen een soortgelijke uitruilconstructie geprobeerd te maken, bijvoorbeeld ook in Egmond, maar tot nu toe is het alleen in Schoorl en Groet gelukt. Het is natuurlijk ook nogal wat, want je moet een hele school opgeven en dat is niet makkelijk. De tijd is er nog niet overal rijp voor. We onderzoeken ook nog andere constructies om het basisonderwijs toekomstbestendig te maken in onze regio. Maar door de move die we in Schoorl en Groet hebben gemaakt, krijgen de kinderen goed onderwijs in de plaats waar zij wonen.’

Adrie Groot

Lonneke Balder is locatieleider op PCB De Regenboog in Stroet. De school heeft op dit moment 56 leerlingen. Balder vertelt: ‘De Regenboog bevindt zich in een zogenaamde krimpregio. Doordat het aantal kinderen op school sterk afnam, konden we ook niet de kwaliteit bieden die we voor ogen hadden. Dit maakte dat we op zoek gingen naar iets anders. We hebben de krimp als kans opgevat. We zijn met het team op zoek gegaan naar een organisatievorm waarin gepersonaliseerd onderwijs, betekenisvol lesgeven en betrokkenheid sterk naar voren komen. Uiteindelijk kwamen we uit in Helmond, bij basisschool de Mondomijn. Ze pasten daar het SlimFit-onderwijs toe, zijn ooit begonnen met zes leerlingen en hebben er inmiddels een paar honderd, en een wachtlijst. Wij mochten op bezoek komen. Dat was een groot feest! We wisten meteen: dit is het. Twee jaar geleden zijn we met SlimFit begonnen. De kinderen zitten niet meer in klassen, maar ze zijn verdeeld over twee units. Unit 1 zijn niveaugroepen 1, 2, 3 en 4 en unit 2 zijn niveaugroepen 5, 6, 7 en 8. De kinderen starten ‘s morgens om 8.30 in hun eigen unit met de dagopening, en om 8.45 begint het rooster, waarbij de kinderen naar een instructie elders in de school toegaan. Ze krijgen bijvoorbeeld een rekeninstructie op het rekenplein, of een taalinstructie op het taalplein. Zo hebben we ook een stilteplein, waar kinderen ongestoord zelfstandig kunnen werken in aanwezigheid van een onderwijsassistent, en een samenwerkplein, waar de kinderen kunnen samenwerken. Gedurende de hele dag krijgen ze instructies van verschillende docenten en er is tijd om zelfstandig te werken, waarbij de geïnstrueerde stof verwerkt wordt. Ook zijn er extra bewegingsmomenten voor de groep en individueel, werken de kinderen in de schooltuin en is er techniek te vinden op het rooster. De kinderen krijgen de kernvakken aangeboden op een tablet, waarbij de verwerking en de (verlengde) instructie op hun eigen niveau gebeurt. Binnen deze vorm van digitaal onderwijs kunnen de leerkrachten

5

de kinderen goed monitoren en de lesstof op maat blijven aanbieden.

het flexibele team, de enorme betrokkenheid van ouders, de lagere werkdruk en de wereld van buiten die we naar binnen halen. De wereld ontdek je namelijk niet alleen in boeken. SlimFit werkt heel goed voor ons, en bleek een gouden greep om onze school te behouden. Ik zou niet meer terug willen naar hoe het was.’

Ons motto is: voldoen aan de onderkant, focus op de bovenkant. De onderkant zijn de basisdoelen. De bovenkant is: doen waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Je kwaliteiten ontwikkelen. Zo hadden we een leerling die haar einddoelen al had behaald en in haar weektaak tijd overhield. In die tijd wilde ze graag iets met naaien doen. Ze heeft zelf een oproep geschreven aan ouders voor een naaimachine en stofjes; supergoed voor haar taalontwikkeling. En toen ze uiteindelijk spulletjes kreeg, sloeg ze me toch aan het naaien! We hadden ook een leerling die op het basis/kader-niveau werkte. Hij heeft dyslexie en in het oude systeem had hij het totaal niet naar zijn zin. In het nieuwe systeem konden we zijn doelen aanpassen en kijken naar wat hij leuk vindt, waar zijn interesses lagen. We hebben samen met hem een techniekhoek gemaakt en daar kon hij zich helemaal uitleven. Zijn weektaak zag er heel anders uit dan die van de andere leerling, maar allebei hadden ze ruimte om aan de gang te gaan met wat ze leuk vinden. SlimFit biedt die ruimte, werkplezier en daarmee automatisch groei! Toen we begonnen met SlimFit namen we een risico, want het toenmalige onderwijs ging volledig op de schop, maar het bestuur van stichting Kopwerk ondersteunde ons hier volledig in. Daar waren en zijn we heel blij mee! Een aantal kinderen is weggegaan, want niet alle ouders zagen het zitten. Begrijpelijk. We zijn van 50 naar 45 leerlingen gegaan en hebben er nu 56, dus we groeien weer. Er zijn zoveel meer voordelen van SlimFit te noemen, zoals

Lonneke Balder


6

KopKrant, juni 2018

PO

Eureka!

Onderwijs voor hoogbegaafde kinderen op De Kameleon Basisschool De Kameleon in Julianadorp heeft sinds schooljaar 2010-2011 een fulltime onderwijsvoorziening voor hoogbegaafde leerlingen. Na doorverwijzing van de Commissie Toelating Onderwijs kunnen leerlingen vanaf groep 4 hier terecht. Adjunct-directeur en teamleider EUREKA Stephanie de Groot vertelt over het onderwijs en de ontwikkelingen. Zo’n dertig hoogbegaafde kinderen van 7 tot 13 jaar uit de hele kop van Noord-Holland komen elke dag samen in basisschool De Kameleon in Julianadorp om EUREKA-onderwijs te volgen. Veel van deze leerlingen zijn voorheen al bij een plusklas op een reguliere basisschool in hun woonplaats geweest. Naar zo’n plusklas gaan de kinderen een of twee dagdelen in de week. Ze leren daar leren, werken aan uitdagende projecten, of maken er hun huiswerk. Sommige kinderen hebben daar genoeg aan, anderen niet. ‘Ze missen bijvoorbeeld meer contact met ontwikkelingsgelijken’, zegt Stephanie de Groot, adjunct-directeur van De Kameleon. ‘Hoogbegaafde kinderen denken vaak op een andere manier dan leeftijdsgenoten en zijn in mentale ontwikkeling veel verder. Leeftijdsgenoten ervaren hen wel eens als anders, omdat ze op een heel ander niveau over dingen praten. Dat zijn vaak dingen waar hun leeftijdsgenoten nog helemaal niet mee bezig zijn. Tegelijkertijd zijn het emotioneel gezien heel gewone kinderen, die graag met andere kinderen willen spelen. Hier op school zitten ze met leeftijdsgenoten in de klas die op een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau zitten.’

‘Ik heb het gevonden, maar je zou het ook kunnen interpreteren als: Ik heb mijn plek gevonden’

Gevonden Bijna 8 jaar geleden begon de Kameleon/EUREKA in Julianadorp als Leonardoschool. Nadat het contract met de Leonardo-stichting werd beëindigd in schooljaar 20132014, nam het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland het beheer van de school over. De Groot: ‘Toen kwam er ook een nieuwe naam, namelijk EUREKA-onderwijs. Die naam is bedacht door een leerling. Eureka betekent: Ik heb het gevonden, maar je zou het ook kunnen interpreteren als: Ik heb mijn plek gevonden. Dat horen we ook regelmatig van nieuwe leerlingen: ze geven aan dat ze zich hier echt begrepen voelen. Ze kunnen dezelfde taal spreken. Voor veel leerlingen is het een verademing dat ze zich niet hoeven aan te passen, want dat is wat ze zichzelf hadden aangeleerd: aanpassen aan de rest van de klas om aansluiting te vinden. Dat hoeft hier niet.’ Eureka 2.0 De Kameleon/EUREKA is een ‘gewone’ school die de kerndoelen moet halen van het basisonderwijs. De leerlingen volgen het reguliere onderwijsprogramma, maar dan veel compacter. Daardoor blijft er tijd over voor extra vakken, zoals Spaans, Filosofie en speciale projecten zoals de Bright Ideas Challenge. Tot vorig jaar hadden de leerlingen een vaste leerkracht waar ze de hele dag les van kregen, in hetzelfde lokaal. Vorig jaar kreeg de Groot de opdracht om het onderwijs op een andere manier te organiseren. De Groot: ‘De instroom in onze school is wisselend. Het hele schooljaar komen er nieuwe leerlingen binnen. De ene leerling heeft veel begeleiding nodig, een ander past zich wat makkelijker aan. We zochten een manier om hier beter mee om te kunnen gaan. We kwamen met een oplossing die wij Eureka 2.0 noemen. Voorheen hadden we drie aparte groepen. De leer-

lingen zijn nu 1 groep, maar ze zijn wel verdeeld over een aantal mentorgroepen. De mentoren zijn het aanspreekpunt voor zowel kinderen als hun ouders. Gedurende de dag ontvangen de kinderen instructies van verschillende EUREKA-leerkrachten, in verschillende lokalen. Het ene kind krijgt rekeninstructies van de ene leerkracht, een ander krijgt een taalopdracht van de andere leerkracht. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle leerkrachten alle kinderen goed in beeld hebben, en tegelijkertijd krijgen de kinderen maatwerk. Het maakt de samenwerking heel intensief, maar we zien er dit jaar ontzettend de voordelen van. Veel overleg maakt het werken juist ook prettig, en het gevoel dat we het samen doen, wordt als heel fijn ervaren. Ook hebben we nu minder last van vervangingsproblemen. We zijn vrijer en creatiever, omdat alle leerkrachten inzetbaar zijn op de hele groep. Als er een nieuwe leerling voor het eerst is, kan de ene leerkracht zich om de groep bekommeren, terwijl de andere leerkracht het kind kan opvangen en wegwijs kan maken. Daarnaast zien we

dat medeleerlingen nieuwe kinderen ook heel goed opvangen, omdat ze als geen ander weten hoe het voelt om nieuw op een vreemde school binnen te komen. Ze zijn heel zorgzaam naar elkaar.’ Aanscherpen Het EUREKA-onderwijs blijft zich doorontwikkelen. De Groot: ‘De komende periode willen we kijken of we meer tijd en ruimte kunnen maken voor talentontwikkeling en gesprekken. Ook expertise de school binnenhalen blijft een ontwikkelpunt. Soms komt er bijvoorbeeld een nieuwe leerling binnen die niet alleen hoogbegaafd maar bijvoorbeeld ook dyslectisch is. Wat

zijn de onderwijsbehoeften, de gepaste ondersteuning en hoe organiseren we dit? We zijn in elk geval nooit uitgeleerd!’

Stephanie de Groot

Toelating Niet elke hoogbegaafde leerling wordt toegelaten tot het EUREKA-onderwijs. Het samenwerkingsverband streeft zoveel mogelijk naar een passende plek zo dicht mogelijk bij huis. Lukt het de reguliere basisschool niet om passend onderwijs te bieden, dan meldt de basisschool samen met de ouders de leerling aan bij de Commissie Toelating Onderwijs (CTO), die valt onder de verantwoording van het samenwerkingsverband. De CTO besluit of een leerling wordt toegelaten tot het EUREKA-onderwijs.


7

KopKrant, juni 2018

PO

Eurekaleerlingen van De Kameleon winnen Bright Ideas Challenge

Groep 7 van basisschool De Kameleon - Eureka in Julianadorp deed vorig jaar mee met de Bright Ideas Challenge, een wedstrijd voor basisschoolleerlingen om ideeën te verzinnen die de wereld verbeteren. Met de Waterwalker, een rugzak met waterfilter, wonnen ze de juryprijs.

Bright Ideas Challenge Tijdens het programma van de Bright Ideas Challenge leren leerlingen eerst wat er speelt rond de thema’s water, voedsel en energie. Ze doen inspiratie op door echte innovaties te bekijken en slaan hun eerste ontwerpslag bij het bouwen van een auto die op zout water rijdt. Daarna begint het echte werk. Aan de hand van ontwerpend leren, werken teams in een paar stappen hun eigen bright idea uit. Zo origineel, creatief en innovatief als maar kan.

Pierre, Jason, Sophie, Halina en Emre mochten in Den Haag hun prijs in ontvangst komen nemen.

Basisschool De Kameleon Eureka in Julianadorp is een fulltime voorziening voor leerlingen die hoogbegaafd zijn. Ze stromen onder andere door naar Eureka als ze in het regulier onderwijs vastlopen. Vorig jaar deed groep 7 mee aan de Bright Ideas Challenge. Tijdens deze challenge bedenken leerlingen van groep 7 en 8 oplossingen voor grote uitdagingen op het gebied van water, voedsel en energie. Er geldt maar één regel: alles kan, alles mag. Sacha Jaspers is leerkracht van groep 7 van Eureka en meldde haar klas vorig jaar aan. Ze vertelt: 'De Bright Ideas Challenge biedt een leuk, uitdagend programma dat goed past bij hoe hoogbegaafde kinderen denken. Ze verzinnen heel creatieve oplossingen. Eerst kregen ze een aantal introductielessen waarin ze leerden welke uitvindingen er allemaal al zijn gedaan op het gebied van water, voedsel en energie. Daarna mochten ze zelf aan

de slag. De leerlingen werkten in drie groepjes van 5, elk aan hun eigen thema.' Jury Het watergroepje ontwikkelde de Waterwalker, een draagbaar systeem om drinkwater uit de lucht te halen door middel van een koelsysteem. Jaspers: 'We dachten meteen: dit is zo’n goed idee, dit zou wel eens een prijs kunnen winnen!' Het groepje maakte een filmpje en schreef een uitgebreide handleiding met tekeningen. Het idee werd samen met de ideeën voor energie en voedsel ingezonden. In juni kregen de kinderen te horen dat het groepje met de Waterwalker bij de zes finalisten zat. Na maanden wachten - er zat onder andere een hele zomervakantie tussen - mocht de groep naar Den Haag voor de spannende onthulling; en ze wonnen! De prijzen werden uitgereikt door een indrukwekkende jury met daarin Nobelprijswinnaar

en energie-expert prof. Ben Feringa, waterexpert Néné Barry, voedselexpert Atze Jan van der Goot, YouTube-sensatie Dylan Haegens en acteur en presentator Buddy Vedder. Jaspers: 'Dat was echt leuk en supergoed geregeld. We werden met de bus opgehaald. De prijzen: 1 smartphone en 1 digitale camera voor de hele groep, hebben we verkocht want we vonden dat niet zo handig. Met de opbrengst hebben we de vijf winnaars een cadeaubon gegeven. Van de rest zijn we met de hele klas naar het zwembad gegaan, gecombineerd met bowlen en lekker eten. Expres voor de hele klas, want iedereen heeft elkaar geholpen tijdens de Bright Ideas Challenge en vulde elkaar aan. Leuk om de hele groep in het zonnetje te zetten en iedereen blij te maken!'


8

KopKrant, juni 2018

PO

Project: Terug naar school

Sinds 2016 zijn thuiszittende leerlingen in het basisonderwijs een speerpunt van kabinet, Vereniging Nederlandse Gemeenten, PO-Raad en VO-Raad. Bij Antoniusschool De Pionier in Den Helder loopt een proefproject van het samenwerkingsverband om thuiszittende leerlingen weer te laten wennen aan het schoolse leven. De proef duurt tot de zomervakantie. Coördinator Katja Walstra vertelt. ‘Binnen het samenwerkingsverband hebben we een kleine groep thuiszitters; op dit moment zijn het er zes. Onder thuiszitters verstaan we leerlingen die langer dan drie maanden niet naar school gaan. De meeste van deze leerlingen kunnen geen onderwijs volgen, omdat ze maar beperkt belastbaar zijn. Ze kunnen het sociaal, emotioneel en psychisch niet aan om een hele week naar school te gaan. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat ze zwaar getraumatiseerd zijn, doordat ze een ontwikkelingsstoornis hebben of doordat hun thuissituatie zo belastend is dat ze

‘Wat zij op dit moment vooral nodig hebben, is in alle rust en in beperkte mate onderwijs volgen’

niet meer open kunnen staan voor het volgen van onderwijs.’ Aan het woord is Katja Walstra, adviseur onderwijs bij het samenwerkingsverband en coördinator van het project Terug Naar School (TNS). Antoniusschool De Pionier is de school voor speciaal onderwijs in Den Helder, waar sinds de krokusvakantie het project loopt. Rust Walstra: ‘Terug naar school is bedoeld voor alle thuiszitters, maar op dit moment gaat het alleen om kinderen uit het speciaal onderwijs. Daar zijn ze vastgelopen, bijvoorbeeld doordat ze niet meer te handhaven waren in de klas, of veel te overprikkeld raakten van een hele week school. Om de druk van de ketel te halen en de rust te laten terugkeren, kunnen we ze nu weer laten wennen aan school. Alle leerlingen in de groep krijgen hun eigen onderwijs-zorg-arrangement. Ze gaan bijvoorbeeld naast school ook naar een zorgboerderij of krijgen een andere vorm van hulpverlening. Als ze naar school gaan, proberen we te werken aan het opbouwen van een dagritme,

ze weer te laten wennen aan het schoolse leven, maar ook contact maken met andere kinderen, het samen in een groep zijn. En natuurlijk ook een beetje leren. We proberen toe te werken naar een volledig onderwijsprogramma voor deze leerlingen, maar het is nu nog te vroeg om te zeggen of dat gaat lukken. De problematiek van de leerlingen is vrij heftig, en wat zij op dit moment vooral nodig hebben, is in alle rust en in beperkte mate onderwijs volgen.’ Maatwerk Niet elke leerling komt in aanmerking voor deelname aan TNS. De Commissie Toelating Onderwijsvoorzieningen (CTO) bepaalt welke leerlingen toegelaten worden. Zo is een onafhankelijke beoordeling geborgd. De commissie kijkt ook of er misschien een passend alternatief is. Als de leerling ‘binnenkomt’, wordt er een plan van aanpak gemaakt, samen met de school van herkomst en de ouders. Ook wordt de leerkracht van de groep erbij betrokken, en een gedragswetenschapper, ter ondersteuning. De leerling krijgt lesmateriaal mee van de school van herkomst, want dat is vertrouwd materiaal. Elke vier weken is er een evaluatie tussen school en ouders. In principe zou de leerling na 12 weken moeten terugkeren naar de school van herkomst; dat is het doel. Lukt dat niet, dan wordt de periode mogelijk verlengd met nog eens 12 weken. Elke leerling krijgt maatwerk; er

wordt gekeken naar wat hij nodig heeft om zijn belastbaarheid te vergroten, zodat hij terug kan keren naar zijn oude school. Wat de een aankan, kan voor de ander al te veel zijn. De ene leerling gaat dus 1 dagdeel in de week naar school, de ander 3. Verantwoordelijk De proef loopt tot de zomervakantie. Walstra: ‘Na de vakantie maken we de balans op en kijken we of en hoe we verder gaan met TNS. We willen als samenwerkingsverband heel graag passend onderwijs bieden aan alle leerlingen. Het zou echt zonde zijn als leerlingen moeten worden vrijgesteld van onderwijs, terwijl dat vaak echt niet hoeft, maar toch gebeurt

doordat ze niet aangeboden krijgen wat ze nodig hebben. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de thuiszitters, en hopen ze met TNS een flinke stap verder te kunnen helpen.’

Katja Walstra

Thuiszitterspact In juni 2016 werd het landelijke thuiszitterspact gesloten. Kabinet, Vereniging Nederlandse Gemeenten, PO-Raad en VO-Raad sloegen de handen ineen: het aantal thuiszitters – landelijk tussen de 10.000 en 15.000 - moest omlaag. Het doel was: in 2020 zit geen enkel kind langer dan drie maanden thuis. Daarvoor is het nodig dat onderwijs en jeugdzorg samenwerken in het belang van het kind. Aan de samenwerkingsverbanden werd gevraagd de noodzakelijke verbindingen te leggen. Nu, twee jaar verder, zien de samenwerkingsverbanden dat het niet goed gaat met een deel van de kinderen. Het aantal thuiszitters stijgt zelfs. Een van de oorzaken hiervan is de verkokering, waardoor het lastig is om overkoepelend samen te werken. Het project TNS laat zien dat het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland niet afwachtend is, maar onderscheidend en pro-actief dit thema aanpakt.


KopKrant, juni 2018

9

PO

Terug naar school: in de praktijk

Bianca Leeuwerke is gedragsspecialist en ambulant begeleider voor het samenwerkingsverband. Ze werkt, samen met haar collega Arthur Jansen, voor het project Terug Naar School met leerlingen uit het speciaal onderwijs die lang thuis hebben gezeten en die nu langzaam weer wennen aan het schoolse leven. ‘Verbinding maken met het kind is het allerbelangrijkste’. ‘Terug Naar School duurt voor een leerling in principe twaalf weken’, vertelt Bianca Leeuwerke. Ze is gedragsspecialist op de Antoniusschool De Pionier in Den Helder, waar het project Terug Naar School loopt. ‘Die twaalf weken zijn opgedeeld in drie fases. De eerste fase is de ‘warm bad fase’. De leerling krijgt een individueel programma, waarmee hij of zij echt tot rust kan komen. Hij kan wennen aan de schoolse setting en we willen ‘m vooral succeservaringen laten opdoen. Pas aan het einde van die eerste fase gaan we ons richten op schoolse vaardigheden.

Glunderen Op dit moment doen er vier kinderen mee aan Terug Naar School. Ze bevinden zich nog in de eerste fase. De kinderen hebben allemaal individuele begeleiding nodig, dus vier is ook het maximale aantal. Ze gaan op dinsdag, woensdag en donderdag naar school van half 9 tot 11 uur en de dag verloopt volgens een vaste structuur. Niet alle leerlingen kunnen al zo lang naar school. Eén leerling gaat om uiterlijk 10.00 uur alweer naar huis. Alles draait om gedragsregulatie: hoe lang de leerling het goede gedrag kan volhouden.

Ondertussen observeren we de leerling steeds: wat heeft hij nodig en wat werkt bij hem of haar het beste? Hoe krijg je een ingang bij hem, zodat hij te corrigeren is en het werk gaat doen dat je ‘m zou willen laten doen? Na elke vier weken volgt een evaluatie van de fase waar de leerling op dat moment in zit, om te kijken hoe het gaat, en om te kijken of de leerling door kan gaan naar de volgende fase, waarin er meer van hem gevraagd wordt en er meer doelen worden gesteld.’

Leeuwerke: ‘Als ze om half negen binnenkomen, begroet ik ze persoonlijk. Daarna houden we eerst een praatje: hoe gaat het met je, hoe heb je geslapen? Naar elkaar luisteren in de groep en elkaar uit laten praten is al lastig voor deze kinderen, dus dat is al een doel op zich. Na ongeveer tien minuten gaan we aan het werk. We proberen het zo eenvoudig mogelijk te houden, want we willen dat deze kinderen zoveel mogelijk succeservaringen opdoen. Denk aan een boekje met eenvoudige invuloefeningen. We

proberen hier een halfuur aan te werken, maar dat is voor sommige kinderen te moeilijk. Maar als het dan wel lukt, dan is dat natuurlijk geweldig! Laatst had een jongetje dat er normaal na twee oefeningen de brui aan gaf, zijn hele boekje afgemaakt. Hij glunderde van oor tot oor! Als de kinderen aan het werk gaan, kunnen ze niet bij elkaar zitten. Dat hebben we wel geprobeerd, maar ze hebben heel snel opmerkingen naar elkaar of leiden elkaar op andere manieren af. Dus we halen ze uit elkaar, en ik loop langs iedereen om te ondersteunen. Vanmorgen hebben ze echt stil gewerkt. Ik geef ze daar heel veel complimenten voor. Weer een succeservaring. Om kwart over negen doen we een spel of mogen ze tekenen of kleuren of iets in die richting. Dan gaan we om half 10 naar buiten met ons clubje, om bijvoorbeeld lekker te voetballen. Ik stel het plezier voorop, maar ik moet ook scheidsrechter zijn. De competitiestrijd vinden ze lastig, of ze zijn ruw met elkaar. Conflictsituaties en boosheid liggen dan op de loer. Ook in dat halfuur buiten spelen zitten dus veel leermomenten. Om 10 uur gaan we weer naar binnen om te eten en te drinken, en ondertussen kijken we het Jeugdjournaal. Om half 11 proberen we weer een kwartiertje à 20 minuten te werken. Bijvoorbeeld een lesje schrijven, of ik ga individueel met een

kind lezen. Om 10 voor 11 ruimen we op, en dat is ook al een doel op zich, want dat doen ze liever niet. We sluiten af met een spel en daarna komt om 11 uur hun bus. We zijn continu bezig met het voorkomen van conflictsituaties en voorbereiden op datgene wat komen gaat. Als we bijvoorbeeld naar buiten gaan, bespreek ik eerst met ze hoe we door de gang lopen. Deze leerlingen moeten gedragsvaardigheden aangeleerd krijgen, zoals andere kinderen een nieuwe spellingsregel aangeleerd krijgen. Niets is vanzelfsprekend.’ Volgende fases Na deze eerste fase volgt de trainingsfase, waarin de leerlingen meer aan de slag gaan met schoolse vaardigheden en taakgerichtheid. Er wordt dan bijvoorbeeld van ze verwacht dat ze een kwartier met taal bezig zijn, zonder dat ze afgeleid worden door iets anders. Ook een goede werkhouding wordt belangrijker. De laatste fase is de plaatsingsfase. Leeuwerke: ‘We streven ernaar dat de leerling weer terug gaat naar de school van herkomst, maar daar zijn we voorlopig nog lang niet. De verbinding leggen is het allerbelangrijkste, en ik ben nu nog steeds bezig met het opbouwen van een relatie met de leerlingen. Ik kijk wat ze nodig hebben, welke benadering het beste werkt om een ingang te krijgen en contact te maken. Ik merkte vanmorgen goed dat dat gaat groeien. Een leerling schoot per ongeluk een bal tegen

mijn hoofd en ik zag dat hij echt schrok. Hij zei “sorry” en ik zag dat hij het meende. Daarna moest hij ook lachen, want hij vond het toch ook wel een lastige, ongemakkelijke situatie. Mooi dat het groeit, maar misschien zijn die vier weken om te landen en door te gaan naar fase 2 iets te ambitieus ingestoken. De meeste kinderen zijn er nu vier weken of langer, en ik heb nu pas het gevoel dat we ergens komen en dat ze zich veilig en vertrouwd beginnen te voelen in de groep en bij mij.’

Bianca Leeuwerke

‘Niets is vanzelfsprekend’


10

KopKrant, juni 2018

PO

Studiereis naar Lesbos

‘Die kinderen hebben al zoveel meegemaakt’‘ Isabel van ‘t Spijker en Petra Renkema zijn leerkrachten van de NT2-klas op obs De Peppel in Middenmeer. Begin mei maakten ze een reis naar Lesbos, om te zien hoe bootvluchtelingen daar worden opgevangen. Zo kregen ze een indruk van wat sommige kinderen in hun klas hebben meegemaakt. ‘Ik geef ze nu nog bewuster nog meer complimenten.’ Syrië, Iran, Letland, Litouwen, Polen, Eritrea en Somalië. Zomaar wat landen die in de NT2-klas van obs De Peppel zijn vertegenwoordigd. De klas telt gemiddeld 15 kinderen van 6 tot en met 13 jaar die de Nederlandse taal leren. Een deel van de kinderen komt uit oorlogs- en vluchtelingsituaties, maar in de klas zitten ook kinderen van wie de ouders in de kassen werken. De Peppel heeft een regionale functie en na een jaar op De Peppel stromen de kinderen uit naar het reguliere onderwijs in hun woonplaats. Ze hebben dan de taal geleerd en kennisgemaakt met de Nederlandse gewoontes, tradities en feesten. Isabel van ‘t Spijker en Petra Renkema zijn hun leerkrachten. Van ‘t Spijker: ‘De kinderen zitten wat betreft leeftijd door elkaar heen. Ze werken allemaal op hun eigen niveau. We proberen de jongste en de oudste kinderen bij elkaar te clusteren, maar dat lukt niet altijd. Een Pools kind van 10 dat binnenkomt, heeft al les heeft gehad in Polen, maar een kind van 10 uit Syrië heeft vaak nog helemaal geen basisonderwijs gehad. Dus in feite krijgen ze allemaal individueel onderwijs.’

‘We wilden die reis graag maken, zodat we een beter beeld konden vormen van de situatie waar een deel van onze kinderen uit komt’

Gestrand Als NT2-docenten zijn Van ‘t Spijker en Renkema lid van het LOWAN, een organisatie die leerkrachten van nieuwkomers in Nederland ondersteunt. Renkema: ‘Via het LOWAN vonden we een studiereis voor leerkrachten NT2 naar de vluchtelingenkampen op Lesbos.’ Volgens cijfers van de UNHCR ontving het Griekse eiland in 2015/2016 ruim 750.000 vluchtelingen uit Syrië en Afghanistan op hun weg door Europa. Momenteel zijn ruim 7.000 vluchtelingen gestrand op Lesbos. Renkema vervolgt: ‘We wilden die reis graag maken, zodat we een beter beeld konden vormen van de situatie waar een deel van onze kinderen uit komt, zodat we hun gedrag beter kunnen begrijpen. Onze directeur regelde dat we met de reis mee konden.’ Ze vertrokken niet blanco naar Lesbos. Van ‘t Spijker: ‘Van tevoren hebben we allerlei artikelen gelezen en opdrachten gedaan. Ook hebben we filmpjes moeten bekijken, die er niet om logen. Daardoor had ik van tevoren wel het idee dat het een indrukwekkende reis zou worden. Ik was goed voorbereid op wat komen ging.’ Op Lesbos zelf spraken Renkema en Van ‘t Spijker veel met vrijwilligers; lokale, zoals de kapitein van een rondvaartboot die vluchtelingen heeft gered, maar ook vrijwilligers uit de rest van de wereld. Van ‘t Spijker: ‘Het was opvallend hoeveel jonge mensen ervoor hebben gekozen om 1, 2 of 3 jaar van hun leven te geven aan het opvangen van deze vluchtelingen. We spraken een 19-jarige vrouw die een heel vluchtelingenkamp runt en een vrouw van 23 die de eerste opvang regelt van vluchtelingen. Maar ook een vrouw van 70 uit


KopKrant, juni 2018

11 PO

Isabel van ‘t Spijker en Petra Renkema

Amerika die na haar pensioen naar Lesbos is gegaan om te komen helpen. Ze zingt liedjes met de kinderen.’ Nummer Van de vrijwilligers die met vluchtelingen werken, hoorden Renkema en Van ‘t Spijker veel schrijnende verhalen. Van ‘t Spijker: ‘Zij hebben het grootste kamp van binnen gezien; voor ons is dat te gevaarlijk. We zijn wel in een wat kleiner kamp geweest. Het is verschrikkelijk hoe er met mensen omgegaan wordt. Als je aankomt, ben je niks meer, een nummer. Je hebt geen persoonlijke bezittingen. Je krijgt droge kleren, je mag even uitrusten in een tent en dan moet je je melden in dat vreselijke kamp Moria. Er is daar plek voor 1500 mensen, maar er zitten er nu minstens twee keer zoveel. Vluchtelingen krijgen 90 euro per maand om van rond te komen met hun gezin. Maar omdat ze geen onderdak hebben, moeten ze eerst een tent

kopen, bij de Lidl. Omdat ze geen vervoer hebben, moeten ze daar naartoe lopen, 5 kilometer heen en ook weer terug. Als je een groot gezin hebt, moet je twee tenten kopen van je geld, of bij toerbeurt slapen omdat niet iedereen in de tent past. Kinderen krijgen geen onderwijs in het kamp, want dat geeft hoop, en dan komen er nog meer vluchtelingen. Vrouwen in het kamp douchen zich soms twee maanden niet omdat er geen capaciteit is. ‘s Nachts is het te onveilig om te douchen, dan lopen ze de kans verkracht te worden. Er zijn mensen in het kamp die al twee jaar in die uitzichtloze situatie zitten. Soms horen ze opeens dat hun asielaanvraag is goedgekeurd of afgewezen, en dan moeten ze binnen twee uur weg zijn: er is nauwelijks tijd om afscheid te nemen.’ Effect Eenmaal weer terug in Nederland had de reis meteen effect op Van ‘t Spijker en

Renkema. Van ‘t Spijker: ‘Ik merk dat het voor mij makkelijker is om rustig te blijven in de klas. De kinderen uit een vluchtelingensituatie hebben zoveel woede en verdriet in zich, want ze hebben al zoveel meegemaakt. Als de kinderen hier binnenkomen, zijn ze heel onzeker. Soms hebben ze al op iets van een school gezeten, maar werd daar veel fysiek geweld gebruikt of geschreeuwd. Ze zijn vaak angstig. Als ze dan merken dat het bij ons anders gaat, dat wij een veilige haven zijn, gaan ze grenzen opzoeken. Ze moeten dealen met de trauma’s die ze hebben opgelopen en soms kunnen ze daardoor echt even niet werken. Door de reis ben ik beter gaan begrijpen waarom ze doen wat ze doen en ik kan het ook beter aan hun klasgenoten uitleggen.’ Renkema sluit aan: ‘Sowieso worden bij ons in de klas heel veel knuffels uitgedeeld en complimentjes gegeven. Ik wil de

kinderen graag laten weten dat ze er toe doen. Maar ik ben me er nu nog veel bewuster van dat deze kinderen weinig zelfvertrouwen hebben en het zo ontzettend moeilijk hebben gehad. Ze hebben zo lang het gevoel gehad dat ze er niet toe doen. Dus ik geef nu nog meer complimenten, maar ook blijf ik veel rustiger als ze iets geks doen. Ik word minder snel boos en kan nu eerder bedenken waar bepaald gedrag vandaan komt. Ik laat het even gebeuren en daardoor lost de situatie zich op. Het kind kan vaak gewoon even niet anders.’

‘Ze hebben zo lang het gevoel gehad dat ze er niet toe doen. Dus ik geef nu nog meer complimenten’


12

KopKrant, juni 2018

PO

Pilot Aanmelden en Aanpakken voor toeleiding cluster 2 onderwijs VierTaal is een instelling met scholen en ambulante diensten voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen. Ook verzorgt VierTaal de toeleiding naar cluster 2 scholen. Het proces van aanvraag naar hulpverlening door VierTaal verliep voorheen traag, doordat elke casus eerst langs een landelijke beoordelingscommissie moest en daarna pas bij VierTaal terechtkwam. VierTaal startte een pilot waarin het proces omgekeerd werd.

Inkopper Een man met een kop erop ‘Een man met een kop erop’. De betekenis van deze uitdrukking - een eigen wil hebben - wordt niet altijd in positieve zin gebruikt. Maar in mijn geval zeker wel. Ik heb het hier namelijk over Andrew Albers, tot voor kort coördinator van ons samenwerkingsverband en voorheen mijn manager bij OBD Noordwest. En ik kan gerust zeggen dat die kop erop mij opperbest beviel. Hij kon die ‘kop’ namelijk net zo makkelijk ‘houden’ wanneer dat voor de ontwikkeling van een idee of voor de ontwikkeling van mijzelf beter was. Maar als Andrew ‘m open deed, kwam er altijd iets zinnigs en meestal iets creatiefs uit. Zo viel mij de eer te beurt om enige tijd als assistentcoördinator voor de projectleiders van het samenwerkingsverband op te treden. De projectleiders waren directeuren vanuit het ene bestuur, die werkten onder de verantwoordelijkheid van een portefeuillehouder uit een ander bestuur. Sommige projecten liepen meteen al voortvarend, maar bij de projecten Passend en Dekkend Onderwijs bleef het een beetje hangen. Daar moest je bij Andrew nu net niet mee aankomen. ‘Laten we de mannen maar eens samen aan tafel zetten en kijken of we de vaart er een beetje in kunnen brengen’, zei hij. En zo togen we naar Texel, waar beide projectleiders werkten, en werden we het snel eens over de volgende concrete stap. Dat de portefeuillehouders als eindverantwoordelijken niet direct blij waren met deze procedure, ontlokte hem een veelzeggende grijns: ‘Daar hebben ze gelijk in, maar ons doel is bereikt.’

VierTaal is een van de vier cluster 2 instellingen in Nederland. Naast onderwijs biedt VierTaal toeleiding naar cluster 2 onderwijs en ondersteuning in het regulier onderwijs. Klaas de Graaf is teamleider van de ambulante dienst bij VierTaal in Schagen. De Graaf vertelt: ‘Voorheen verliep elke aanmelding voor het cluster 2 onderwijs eerst via de Commissie van Onderzoek (CVO). Deze commissie bepaalt of een leerling wordt toegelaten tot cluster 2 onderwijs. De commissie kan ook bepalen dat een leerling die op een reguliere school zit op de eigen school begeleiding krijgt. Wij bleven buiten dat proces; pas na beoordeling van de CVO kregen wij een panklaar dossier. De school belde ons vervolgens op om te vragen of we wilden komen helpen, en dan kwamen we.’ Proef Deze procedure van aanvraag tot daadwerkelijke hulp werd door scholen, ouders en leerlingen als ambtelijk en vertragend ervaren. VierTaal wilde

onderzoeken of een andere aanmeldings- en ondersteuningsprocedure beter tegemoetkomt aan de behoeften en wensen van de leerlingen, ouders en scholen. VierTaal startte de pilot Aanmelden en Aanpakken ofwel A&A. De Graaf: ‘De nieuwe werkwijze komt erop neer dat, na aanmelding bij de trajectbegeleiding en beoordeling, er vanuit VierTaal AB zo snel mogelijk ondersteuning geboden wordt. Zodra de hulpvraag bij ons binnen is, gaat er vervolgens een ambulant begeleider naar de school voor ondersteuning en advies in een kortdurend traject om de problematiek duidelijker te krijgen. Na dit traject besluiten we of onze hulp verder nog nodig is en op wat voor manier. Het afgelopen jaar hebben we in Noord-Holland -naast de al lopende dossiersop deze manier 100 A&A-dossiers opgepakt, waarvan er inmiddels 21 zijn afgesloten. De andere dossiers lopen nog en mogelijk blijven we er ruim 35 ook volgend schooljaar nog ondersteunen en

volgen. De beoordeling van de dossiers door de CVO is pas achteraf.’ Verder De pilot liep van augustus tot april. Binnen VierTaal wordt op dit moment onderzocht hoe scholen de proef ervaren hebben. De Graaf: ‘Het onderzoek loopt nog, maar ik hoor geluiden dat de scholen blij zijn met deze werkwijze. Wij vanuit VierTaal zijn dat ook en willen graag op deze voet verder.’

Ik was in die tijd bij OBD Noordwest ook voorzitter van de projectgroep Voortgezet Onderwijs; niet direct een onderwijstype waarbij je toen bij vragen als eerste dacht aan OBD Noordwest. ‘Laten we onze focus eens leggen bij het praktijkonderwijs’, opperde Andrew. ‘Volgens mij kunnen we daar wel het een en ander betekenen.’ We belegden een paar keer een BOT-overleg (Benen Op Tafel), want dat zou ons tot vrijere gedachten bewegen en bedachten dat we dan het beste de praktijkscholen zelf zouden kunnen inschakelen. Het bleek de investering meer dan waard, want bijna alle praktijkscholen onderschreven de gedachte, dat ook hun leerlingen meer eigenaar van hun eigen ontwikkeling zouden kunnen (en moeten) worden. Andrew was niet zo van de procedures. Dat bleek onder meer uit onze functioneringsgesprekken. ‘Laat dat gespreksformulier maar even zitten, ik wil het met jou eigenlijk liever hebben over…..’ En dan kwam er altijd wel iets inspirerenders uit dan competenties. ‘Is trainer sociaal-emotionele ontwikkeling niet iets voor jou?’ Ik werd leefstijltrainer. ‘Jij wilde toch in februari met vakantie? Je kunt het misschien ook combineren met werk.’ Het bracht me naar Kenia, waar ik nog steeds met hart en ziel voor Teachers4teachers werk. Petje af voor de man met zo’n kop erop.

Ruud Musman

Colofon KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland Projectleiding: Michiel van Lee Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Michiel van Lee Voor meer informatie over deze uitgave kunt u mailen naar:

Telefoonnummer Trajectbegeleiding VierTaal: (0224) 299594

secretariaat@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
KopKrant - editie juni 2018 by Monique Schurer - Issuu