design | techniek | toepassing | productnieuws | regelgeving Vakblad voor gevelopeningen, beveiliging, raam- en deurtechniek
jaargang 17, 2015




![]()
design | techniek | toepassing | productnieuws | regelgeving Vakblad voor gevelopeningen, beveiliging, raam- en deurtechniek
jaargang 17, 2015


















> Tweezijdig brandwerend
> Bij glasplaatsing: Klasse E(W) 30
> Bij compacte kalfplaatsing: Klasse E(W) 90

Ook geschikt voor











> Geschikt voor hoogbouw (tot 40 m)
> Minimale glasaftrek



Vlak voor de Kerstdagen sidderde de hang- en sluitwerksector. Jeroen Boumans (52) was tragisch om het leven gekomen tijdens een familievakantie. Als een lopend vuurtje ging het door de sector, concurrenten waren even geen concurrenten meer. Iedereen was geschokt en leefde mee met Jeroens familie en zijn medewerkers.
Voor degenen die hem niet kenden: Jeroen was bestuurslid van de ABHS maar - professioneel gezien - vooral het gezicht van zijn familiebedrijf HMB Profit Locks & Tools. Steeds op zoek naar commerciële kansen en naar slimme technische oplossingen. En dat deed hij in meerdere opzichten heel knap. HMB speelt tussen de linies: niet als pure fabrikant, ook niet als typische groothandelaar, maar als probleemoplosser. Die positie bereikte Jeroen door in goede harmonie met alle schakels in de bouwkolom met elkaar te verbinden.
Vriendelijk en gemoedelijk, maar zeker ook rechtdoorzee. Alles ten dienste van de beste oplossing voor zijn klanten.
Geen wonder dat HMB in Nederland een hele grote speler is op het gebied van hang- en sluitwerk. In meerpuntssloten misschien wel groter dan de meeste a-merken. Dat bereikte hij vooral door samen te werken. Met fabrikanten aan de ene kant en met klanten en wederverkopers aan de andere kant. Want hij had de gave om slimme producten te bedenken en te laten maken. Zorgen dat ze markt veroverden, kon hij ook als de beste. Die samenwerking is misschien wel grootste inspiratie die ik opdeed bij Jeroen. Als de hele markt nou eens zo zou samenwerken, zouden we met zijn allen sneller innoveren, minder faalkosten hebben, klanten beter helpen en zeker ook meer geld verdienen.
Eén zo’n gebied waar samenwerking een rol speelt, is die van de certificering. SKG beproeft hang- en sluitwerk op inbraakwerendheid. Maar in de wandelgangen is de werkwijze van de Stichting niet onbesproken. Wij leggen in deze Raam en Deur de vinger op de zere plek. Om samen beter van te worden. Want een situatie waarin fabrikanten wel mopperen, maar zich in de openbaarheid niet durven uit te spreken, staat ver van de samenwerking zoals ik die hierboven besprak. En dan noem ik maar één van de artikelen uit deze Raam en Deur waar u hopelijk uw voordeel mee kunt doen.
Stichting niet onbesproken. Wij leggen in deze Raam en Deur de
Marc Nelissen
Hoofdredactie Raam en Deur
PS: De redactie van Raam en Deur twittert er tegenwoordig op los.
Volg ons op @RD-redactie
Tips voor de redactie?
Mail ze naar raamendeur@mixpress.nl.


Raam en deur
Vakmagazine voor raam-, deur- en geveltechniek, van ontwerper tot verwerker.
Redactie
Hans Fuchs
Louis Jongeleen
Johan van Leipsig
Marc Nelissen
Hein Stienstra
Joop Wilschut
Uitgever
Marc Nelissen
Vormgeving
Inpladi bv, bureau voor idee en creatie, Cuijk
Uitgave
MIXpress BV
Rosmalen
Redactie-adres
Raam en Deur postbus 55, 5240 AB Rosmalen tel. 073.503.43.47 fax 073.503.81.53
e-mail: raamendeur@mixpress.nl
Abonnementen losse nummers €14,50 jaarabonnement €72,–buitenland €87,–MIXpress BV (zie redactie-adres)
Abonnementsvoorwaarden check www.mixpress.nl/abo
Stopzetten abonnement
Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn.
Advertenties
Molijn Sales Support, Edgar Molijn postbus 61, 5258 ZH Berlicum tel. 073.503.35.44 fax 073.503.11.95
e-mail: raamendeur@molijnsalessupport.nl
Omslagfoto
AGC Hoofdkantoor Brussel
Reportage op pagina 14
Close-Up
Advertorial
Copyrights
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op welke wijze dan ook of worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
ISSN 1389-6873
EPC-eisen sinds 1 januari weer omhoog
De lat ligt weer een stukje hoger: sinds 1 januari is de EPC verder aangescherpt. Voor woningen is de EPC-eis nu 0,4. Ook de Rc ging omhoog, al zijn de teugels voor ramen en deuren wat gevierd. De U-waarde van 1,65 W/m2K blijft staan. Ir. Harm Valk, senior adviseur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs: “Maar nu mag officieel gemiddeld worden met alle transparante delen in een gebouw.”

Voiles uit glas in hoofdkantoor AGC

Is 60 minuten brandwerendheid het dubbele van 30? En hoe zit het dan met 90 en 120? Wordt een 30 minuten brandwerende deur van 4 cm dik dan 16 cm dik voor een 120 minuten versie? Expert Baerselman bespreekt de materie onder andere aan de hand van een brandproef.
Luchtdichtheid beïnvloedt ook de brandveiligheid

12 14
Innovatief glasgebruik, Breeam Excellent en een optimale daglichttoetreding; dat waren enkele van de eisen aan het Europese hoofdkantoor van AGC. Architect Philippe Samyn gaf de nieuwbouw rondom glazen lamellen. Emaille strepen op de lamellen zorgen voor zonwering met optimale daglichttoetreding, in een kantoorpand waar daglicht de belangrijkste bouwsteen is voor het welzijn van de werknemers.
18

22
Als we onze woonhuizen rigoureus isoleren en zeer luchtdicht maken, verhogen we daarmee de kans op gevaarlijke brandscenario’s. Die waarschuwing klinkt mee bij de uitkomsten van recent onderzoek van bouwfysici en veiligheidskundigen. Vooral de toepassing van isolerend meerlaags glas speelt een cruciale rol. Hoog tijd voor vragen aan de betrokken onderzoekers.
Vanuit de ramen- en deurenbranche klinken vragen, bedenkingen en kritiek op de SKG. Marktpartijen verwijten de certificeringsinstelling in Wageningen een gebrek aan transparantie, meten met twee maten en het opwerpen van drempels om producten in Nederland op de markt te brengen. Hoe zit dat? En hoe zit het met de SKG en Europa? Raam en Deur vroeg het aan Charles Wallert van de SKG.


24 28
Het Nederlandse kunststofkozijn heeft zich in het laatste decennium ontwikkeld tot een volwassen kwaliteitsproduct met diepte en uitstraling. Dat belooft wat voor de toekomst. Of moeten we vrezen dat goed geoutilleerde kozijnproducenten uit Oost-Europa de Nederlandse markt infiltreren met `voordelige gevelproducten’? Raam en Deur vraagt het aan vier kenners van de binnenlandse en buitenlandse markt.
Woningcorporaties voldoen graag aan de voorwaarden van het politiekeurmerk als ze voordeuren van bestaande woningen beter willen beveiligen tegen inbraak. Maar weten ze wel hoe? Beschikken ze over voldoende kennis om een keuze te maken op basis van de beste prijs/ kwaliteit afweging?

Luchtdicht bouwen vergt nieuwe vaardigheden

32 34
`Luchtdicht bouwen’ is onlosmakelijk verbonden met duurzaam bouwen. Het staat voor een uitgewerkt systeem van regels, berekeningswijzen en uitvoeringsrichtlijnen om luchtlekken in de gebouwschil te dichten. Maar hoe ziet de huidige praktijk van het luchtdicht bouwen er eigenlijk uit?




Beste relaties,
Langs deze weg willen wij u hartelijk danken voor de vele blijken van medeleven na het overlijden van mijn broer, zakenpartner en onze commercieel directeur Jeroen Boumans.
De vele reacties in de vorm van onder andere telefoontjes, e-mails, kaarten en bloemen waren overweldigend. Ook de grote opkomst tijdens zowel de condoleance als uitvaart hebben diepe indruk gemaakt.
Vanwege de grote belangstelling is het voor ons onmogelijk u allen persoonlijk onze oprechte dank te betuigen. Het is een fijne en troostrijke gedachte dat Jeroen met velen van u goed contact had. Wij gaan ons uiterste best doen deze warme contacten te waarborgen.
Hartelijke groet,
Margreet Oudshoorn - Boumans & team HMB profit locks & tools
IJsselstein, 27 januari 2015
Met de realisatie van woningbouwproject Lourdeskade in Tilburg is de 100ste in-één-daggebouwde-woning een feit. VolkerWessels heeft op verschillende plekken in het land in recordtempo woningen gebouwd. Dit is mogelijk door de nieuwe bouwstandaard van VolkerWessels: MorgenWonen. Woningen worden onder geconditioneerde omstandigheden in de fabriek gebouwd en op locatie binnen een dag in elkaar gezet. Door gebruik te maken van 25 slimme uitwisselbare platformelementen kan er ongekend snel gebouwd worden. Op locatie worden de onderdelen in 1 dag geassembleerd. Dit garandeert volgens de bouwer een hoge kwaliteit, betrouwbare en snelle levering en beperkt hinder en bouwafval op de locatie tot het minimum. Binnen 10 dagen nadat de fundering is gelegd, is de woonklare oplevering.

AGC heeft met het project Glazen Boerderij de Glass Award 2014 gewonnen. AGC nam onlangs samen met glasdak-specialist Brakel Atmos uit Uden de prestigieuze prijs in ontvangst. Het ontwerp van Winy Maas van MVRDV uit Rotterdam heeft geresulteerd in een 14 meter hoge boerderij waarbij de print de schaalvergroting volgt. AGC heeft met zijn fabriek AGC Mirodan Industries in Heule (België) één van de weinige printers in Europa die hele grote ruiten met email kan bedrukken. Na harding komt de uiteindelijke kleur van de bedrukking naar voren. Daarbij verloopt de print van 0 procent naar 100 procent transparantie op de plaatsen waar de etalages komen. Omdat het pand niet alleen energiezuinig maar ook transparant en veilig moet zijn, is er zowel dubbel glas als gelaagd glas geplaatst.

Nieuwe manager key accounts Velux

Nieuwe manager key accounts Velux
Gaby Jansen is bij Velux Nederland in dienst getreden als manager key accounts. Binnen deze functie is hij verantwoordelijk voor het aangaan van nieuwe en het onderhouden van bestaande contacten met relaties van Velux in heel Nederland. Hij volgt in deze functie Raymond Weenink op, die vanuit zijn nieuwe functie als projectmanager woningbouw met relaties mee gaat denken over de juiste toepassingen van Velux producten in projectmatige woningbouwprojecten.

Deceuninck heeft met Zendow#neo en de toepassing van de Linktrusion-technologie de internationale innovatieprijs voor hybride kunststoffen gewonnen. Tom Debusschere van Deceuninck nam de internationale Innovation Award of the Society of Plastic Engineers in de categorie Hybrid Products in ontvangst uit handen van Europees Parlementslid Martina Dlabajová. De Society of Plastic Engineers (SPE) is wereldwijd de grootste en bekendste ingenieursvereniging in de kunststoffenindustrie, met 20.000 leden in 70 landen. Het verdict van de jury luidde: "We zijn erg onder de indruk van de complexiteit van de Linktrusiontechnologie en van de schitterende resultaten die Deceuninck ermee behaalt op het gebied van thermische performantie en duurzaamheid."
Benschop, 4 januari 1962
Jeroen Boumans

Op kerstavond 2014 bereikte ons het intens verdrietige bericht dat ons zeer gewaardeerd en gerespecteerd ABHS-bestuurslid Jeroen Boumans op 52-jarige leeftijd, tijdens zijn vakantie in Thailand, door een noodlottig treinongeval om het leven was gekomen. De wereld stond stil!
In de hang- en sluitwerkbranche was Jeroen een grote bekende. Hij was commercieel directeur en mede-eigenaar van het familiebedrijf HMB profit locks & tools in IJsselstein. Op beurzen was hij altijd actief met het presenteren van zijn HMB Tools. Dit gebeurde onder grote belangstelling van veel bezoekers en Jeroen was altijd passievol aan het demonstreren.
Jeroen heeft vanaf de oprichting van HMB met grote toewijding en intensiteit gewerkt en bijgedragen aan een prachtig en gezond bedrijf. In de afgelopen 2 jaar konden wij getuige zijn van de opening van het nieuwe pand en de viering van het 25-jarig bestaan. Jeroen stond te midden van de vele gasten te glimmen van trots.
Door z’n grote vakkennis was Jeroen ook een zeer gewaardeerd en gerespecteerd bestuurslid van de Algemene Branchevereniging van Hang- en Sluitwerkfabrikanten (ABHS).
† Sai Yok, 24 december 2014
Ruim 10 jaar maakte hij deel uit van ons dagelijks ABHS-bestuur en was hij vanuit deze positie gedelegeerd bestuurslid van Stichting Beveiligingscentrum. Jeroen had tevens zitting in het CVD van SKG en was druk bezig met het organiseren van allerlei activiteiten voor de gehele branche.
De ABHS is Jeroen heel veel dank verschuldigd voor al het goede en vakkundige werk dat hij voor de vereniging en de branche heeft verricht.
Met het overlijden van Jeroen verliest de branche een grote persoonlijkheid, bijzonder goed vakman, een nuchter en bekwaam bestuurder, maar bovenal een heel goed en warm mens.
Wij zullen Jeroen heel erg missen!
Het bestuur van de ABHS wenst zijn vrouw en kinderen, familie en de medewerkers van HMB heel veel kracht en sterkte met het verwerken van dit enorme verlies.
Met respect- en eervolle groet, namens het ABHS-bestuur,
Ernst Germann Secretaris
Stichting Kern start in februari een nieuwe 3-daagse opleiding Passiefhuis Vakman in Ede, voor wie uitvoerend betrokken is bij energieneutraal bouwen of renoveren. De combinatie van wetenschap en bouwpraktijk geeft aannemers en installateurs de juiste basis om de hoogste standaard op het gebied van gezond wonen, betaalbaar comfort en energie-efficiency te realiseren. Wie slaagt ontvangt het internationaal erkende en gewaardeerde certificaat Passiefhuis Vakman. "Als je het doet, doe het dan goed en geef de detaillering bij het bouwen de volle aandacht", is de leidraad die cursist Mons Stolper, zelfstandig adviseur energie & milieu, goed in zich heeft opgenomen. "De cursus heeft mij de bouwtechnische en bouwfysische bagage gegeven om de passiefhuis-methodiek goed te kunnen toepassen."

Ronde toren in Mali
Met het winnen van de Reynaers Projectprijs met de renovatie van Nedinsco in Venlo, moest diederendirrix architecten op zoek naar een goed doel waar de prijs aan gedoneerd zou worden. De keuze viel op de Stichting Djenné die in Mali werkt aan een campus waar vakgericht onderwijs centraal staat. Het geld wordt gebruikt voor de bouw van een computerlokaal voor vakmensen van de toekomst. De architectuur en lokale bouwmethoden van Djenné zijn bijzonder. Het bouwen met lokale materialen zoals het mengsel van onder meer leem en stro, de eigen middelen en stijlkenmerken, willen wij als architectenbureau graag ondersteunen. Het ontwerp is gemaakt in samenwerking met lokale ontwerpers. Het wordt een ronde toren omdat men nog nooit een rond gebouw gerealiseerd heeft. "Bovendien zullen we een nieuwe steen van geperst leem gebruiken. Daarbovenop komt het computerlokaal waarvoor we de projectprijs inzetten", vertelt een woordvoerder van het architectenbureau.

Naamsverwisseling
In de vorige Raam en Deur publiceerden we een bericht van Kerridge Commercial Systems. Per ongeluk vermeldden wij daarin de bedrijfsnaam onvolledig. Nu wel goed: Kerridge Commercial Systems is de enige echte.
AGC heeft een nieuwe app ontwikkeld, de AGC Besparingscalculator. Een handige app waarmee de energiebesparing berekend kan worden als glas vervangen wordt door een beter isolerende beglazing. De app is heel gebruiksvriendelijk, aldus AGC. Door het aantal vierkante meters enkel of dubbel glas van het gebouw of woning in te geven en het nieuwe type glas te kiezen, bijvoorbeeld Thermobel Top 1.1, wordt direct de besparing gas in kuubs en euro's op jaarbasis weergegeven. Hierbij wordt gerekend met het prijspeil van gas dat Senter Novem aanhoudt. Het resultaat van de energiebesparing kan naar een zelf gekozen emailadres gemaild worden en de bijbehorende datasheets met de energetische en fotometrische waarden kunnen worden gedownload.

Het Kennis Centrum Gevelbouw (KCG) heeft enkele compacte en snelle cursussen opgezet. De Gevel reeks speelt hier op in. Nieuw hierin is de cursus Gevel Algemeen Deel I die vanaf dit jaar zal starten. Bij positief resultaat ontvangt de deelnemer het Certificaat Gevel. De gehele cursus werkt men vanuit een case. Aan de orde komen ontwikkeling in de gevelbouw, VMRG kwaliteitseisen en adviezen, wet- en regelgeving en de toekomst in de gevelbouw. De cursus mikt vooral op leidinggevend, voorbereidend of ontwerpend personeel en heeft als doel goed opgeleide functionarissen af te leveren, die in staat zijn om vanuit een bedrijf met een gedegen voorbereiding de productie aan te sturen.

Intelligente technologie voor meer comfort
Met zijn nieuw system van elektromechanische meerpuntssluitingen biedt Roto nu een intelligent alternatief voor het lastig en omslachtig hanteren van sleutels. De nieuwe ontwikkeling van de raam en deur specialist, de “Eneo CC” opent en sluit deuren automatisch.


onzichtbare elektromechanische ont- en vergrendeling
automatisch openen en sluiten van deuren en ramen
elektronische indicatie van de stand van ramen
efficiënte inbraak beveiliging
Met het oog op de Participatiewet zoekt ook de schilders- en renovatiebranche naar kansen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt succesvol in te zetten. Dat dit mogelijk is, bewijst een uniek project in het Nijmeegse Nebo-klooster. Een team van langdurig werklozen realiseert hier een grootscheepse renovatie. Een poos geleden zaten zij nog met problemen thuis. Nu zijn ze assistent-schilder en zelfs gecertificeerd voor houtrotreparatie met Repair Care. Aan de basis van dit traject ligt een uitgebreide opleiding. De kern is een basisopleiding tot schilder. Ook zijn er allerlei aanvullende cursussen, zoals houtrotreparatie met Repair Care. Maar naast een vak leren de werknemers ook werknemersvaardigheden. Van op tijd komen tot inzet tonen en samenwerken. Het gaat om mensen die al jaren zonder werk zitten, veelal van jongs af aan. Door dit project krijgen mensen weer ritme, regelmaat en zelfrespect, zo denken de initiatiefnemers.

Verweij Houttechniek heeft het predikaat Hofleverancier ontvangen. Ruud Verweij: "We zijn ongelooflijk trots om het predikaat Hofleverancier te mogen voeren." Verweij benadrukt dat de inzet en betrokkenheid van de medewerkers van Verweij door de jaren heen heeft bijgedragen aan het succes van de onderneming. De onderneming voert sinds jaar en dag een actief beleid om medewerkers lange tijd aan het bedrijf te binden. "We zijn er van overtuigd dat passie, expertise en vakmanschap de noodzakelijke ingrediënten zijn om de kwaliteit van de onderneming te waarborgen", aldus Verweij. De komende jaren ligt de focus nog meer op samenwerking, het reduceren van onderhoudskosten en verduurzaming. Vanwege de stijgende marktvraag naar geprefabriceerde wanden zal het bedrijf investeren in de productielijnen voor deze wanden.

Boon CES-directeur

Ronald Boon is per 1 november 2014 benoemd tot directeur CESnederland. Vanaf de oprichting in 2008 is Boon werkzaam geweest als verkoopadviseur en is hij in de afgelopen jaren doorgegroeid naar commercieel manager. Met zijn 25 jaar ervaring en inhoudelijke kennis in de wereld van het hang- en sluitwerk, is zijn benoeming tot directeur een belangrijke stap binnen de organisatie, zo laat hij weten.
Gevelplan naar Gevelbeheer Nederland

Gevelbeheer Nederland neemt de kunststofen aluminiumactiviteiten onder de merknaam EsenO over van GevelPlan. EsenO is van oorsprong een gevelonderhoudsbedrijf dat gevels plaatst, onderhoudt en renoveert in heel Nederland voor opdrachtgevers uit de zakelijke utiliteits- en woonbranche. De overgenomen activiteiten van GevelPlan sluiten aan bij de core business van Gevelbeheer Nederland; het adviseren en uitvoeren van onderhoud, service en revitalisatie van gevels. Samen met de zusteronderneming binnen de Rollecate Groep kan Gevelbeheer Nederland daar ook het advies en de uitvoering van nieuwbouw aan toevoegen. Door het overnemen van de kunststof en aluminium activiteiten onder de merknaam Eseno versterkt Gevelbeheer Nederland haar positie in de markt, zo denkt het bedrijf. "Wij zijn blij dat wij in deze tijd een sterke merknaam en de bijbehorende activiteiten kunnen overnemen", aldus Roland van Slooten, directeur Gevelbeheer Nederland.
Door Hans Fuchs

Middelen mag, rekenen is beter


De lat ligt weer een stukje hoger: sinds 1 januari is de EPC verder aangescherpt. Voor woningen is de EPCeis nu 0,4. Ook de Rc ging omhoog, al zijn de teugels voor ramen en deuren wat gevierd. De U-waarde van 1,65 W/m2K blijft staan. Ir. Harm Valk, senior adviseur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs: "Maar nu mag officieel gemiddeld worden met alle transparante delen in een gebouw."
Nog maar vijf jaar te gaan, en dan geldt voor nieuwbouw de Europese eis om (bijna) energieneutraal te bouwen. Op weg naar die norm zijn de eisen aan EPC en Rc begin dit jaar weer iets omhoog gegaan. Bij de EPC voor woningen ging de EPC twee tiende punt omhoog, van 0,6 naar 0,4. En ook de grenswaarden voor utiliteitsbouw zijn strenger geworden (zie tabel). Volgens Harm Valk is de nieuwe regelgeving op zichzelf niet complex: "Maar de impact voor de praktijk is groot. Een sprong van twee tiende punt is numeriek misschien niet veel. Maar procentueel moet iedereen een steeds groter deel terug. Voor utiliteitsbouw verlangt de overheid nu een energieprestatie die vijftig procent beter is dan in 2007."
Voor de utiliteitsbouw is de aanscherping volgens Valk lastiger dan voor woningbouw, omdat er minder eenduidig uitspraken over te doen zijn: "Een kantoor heeft een andere energiebehoefte en andere besparingsmogelijkheden dan bijvoorbeeld een ziekenhuis."
Grenzen in zicht
Op zichzelf vindt Valk de aanscherping van de EPC een goede zaak. Maar voor bepaalde EPC-componenten komen de grenzen in zicht, aldus de senior adviseur van Nieman: "De EPC-berekening bestaat uit een aantal componenten, waarvan de bekendste de berekening van de transmissie-
EPC- eisen sinds 1 januari
Woonfunctie 0,4
Bijeenkomstfunctie 1,1
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied 1,8
Gezondheidsfunctie overig 0,8
Kantoorfunctie 0,8
Logiesfunctie / logiesgebouw 1,0
Onderwijsfunctie 0,7
Sportfunctie 0,9
Winkelfunctie 1,7
verliezen is. Daar helpt isoleren. Maar je hebt ook met andere componenten te maken, bijvoorbeeld het tapwatergebruik en een vaste waarde voor verlichting. In de energieprestatie kun je een aantal factoren beinvloeden - warmtewinst door glas, isolatie - maar er zit een grens aan."
Voor woningen ligt die grens volgens Valk bij de nieuwe EPC van 0,4: "Momenteel halen we die score nog via onder meer de isolatie van de schil. Maar om onder die 0,4 te komen, moet je gebouwgebonden duurzame energie gaan opwekken, in de vorm van PV, een windmolen op de hoek van de wijk of een vorm van biomassa, zoals een pelletketel. Dat wordt op termijn plicht; vanaf 2020 moeten we duurzaam energie opwekken om te kunnen voldoen aan de Europese eis van (bijna) energieneutrale gebouwen. En dan nog gaat het alleen om het gebouwgebonden energiegebruik, dus nog niet eens de stroom voor de televisie en de wasmachine."
Zwaardere kozijnen
Voor de ramen- en deurenbranche heeft de aanscherping sinds 1 januari consequenties, stelt Valk. Volgens hem zal allereerst meer triple glas

worden ingezet: "Triple glas is een voor de hand liggende en effectieve keuze voor het verlagen van de EPC. Maar het betekent ook; zwaardere kozijnen, zwaarder hang- en sluitwerk en extra aandacht voor de montage en de uitvoering, vanwege het toegenomen gewicht van het kozijn. Men moet hier ook aan ARBO-eisen blijven voldoen."
Daarnaast gaat de industrie meer luchtdicht bouwen, verwacht Valk: "De branche gaat kozijnen afplakken op het casco. Dat zien we nu al, en dat zal steeds breder worden toegepast. Want goed luchtdicht bouwen levert een flinke slag op naar de EPC van 0,4."
U-waarde: middelen mag
Niet alleen de EPC is aangescherpt: sinds 1 januari 2015 gelden ook andere eisen voor de thermische schil. Tot 1 januari 2014 gold een Rc-waarde van 3,5 m2K/W voor de schil als geheel. Die eis is nu gedifferentieerd per onderdeel van de schil: vloer, gevel en dak. Voor vloeren blijft een Rc van minimaal 3,5 m2K/W gelden. Bij gevel en dak liggen de Rc-waardes bij minimaal 4,5 m2K/W respectievelijk 6,0 m2K/W. Deze gedifferentieerde Rc-eisen vervangen de oorspronkelijk geplande waarde van 5,0 m2K/W voor de hele schil.
Voor transparante constructies (ramen en deuren) is de Rc-eis versoepeld, zonder dat daarbij de Rc-waarde van 1,65 W/m2K is veranderd. Valk: "Voorheen was onduidelijk hoe men de U-waarde mocht bepalen. Nu is sinds 1 januari gewoon formeel duidelijk: middelen mag. Voorheen gold de U-waarde van 1,65 W/m2K voor elk kozijn. Nu mag men deze U-waarde als gemiddelde nemen van alle transparante delen van een gebouw. Voor individuele kozijnen mag de U-waarde daarbij echter niet hoger uitvallen dan 2,2 W/m2K, mits het gemiddelde van het bouwwerk maar lager dan 1,65 blijft. Ramen met HR++ en een normaal houten of kunststof kozijn voldoen aan de gestelde eis. Deuren, heel kleine kozijnen (een wc-raampje) en sommige aluminium kozijnen komen moelijker aan die 1,65 W/m2K."
PV als aflaat
In de bouwwereld klinkt de laatste tijd de nodige kritiek op de EPC. Volgens Harm Valk van Nieman komt die kritiek in hoofdlijnen op twee dingen neer: “In de eerste plaats gaat EPC alleen over de gebouwgebonden energieprestatie. En de uitkomst van de EPC is slecht te vergelijken met de feitelijke getallen op de energierekening.” Daarnaast is er een meer principieel bezwaar. Valk: “De EPC is een stapeling van maatregelen: de thermische schil, dan alle installaties en eventueel de toegepaste duurzame opwekking. In principe kun je een thermisch slecht huis bouwen en vervolgens met een dak vol PV toch een goede EPC scoren. In de praktijk kun je ook al zien dat daar gebruik van gemaakt wordt. Er zijn woonhuizen met identiek EPC-resultaat met twaalf vierkante meter PV op het dak en woningen waar twintig of dertig vierkante meter PV op het dak ligt. Die speelruimte was bij de introductie van EPC een welbewuste keuze. Maar het gaat nu wringen. Voor de toekomst hebben we die daken nog nodig voor ons huishoudelijk verbruik, het is jammer als dat nu gebruikt wordt om een matige gebouwschil te compenseren.”
Aflaatbrief
Volgens Chris Zijdeveld, voorzitter van de Stichting Passiefbouwen, is met de EPC allang het punt bereikt dat de wal het schip keert: “De EPC is vanaf het begin fout geweest, omdat het het casco van een woning op één hoop gooit met de installaties. Terwijl de levensduur van een casco lang is en die van installaties veel korter. Het casco moet goed zijn, wil je een goede energieprestatie halen.” Maar de EPC faciliteert de inzet van installaties, aldus Zijdeveld: “Ik heb in een column over EPC het gebruikt van PV als eens een 'aflaatbrief' genoemd. Het toppunt van deze manier van denken en werken is natuulijk de Energiesprong. En uiteindelijk is de huurder de sigaar, omdat de prestaties te optimistisch worden voorgespiegeld.”
Alternatief
Er is volgens Zijdeveld een beter alternatief: “Bouwfysisch rekenen en het energieverbruik nauwkeurig voorspellen. De PHPP-methode voorspelt goed, geënt op bouwfysische berekeningen, met correctiefactoren.” Volgens Zijdeveld is de EPC de waan van de dag: “De Nederlandse raam- en deurbranche moet in de breedte heel kritisch kijken naar de eigen producten, als in de toekomst aparte eisen gesteld gaan worden aan het casco. De kozijnen moeten beter scoren. Dat kan, bijvoorbeeld met passief kozijnen. Als de Nederlandse raam- en deurenbranche niet over de volle breedte van de branche handelt, dan overspoelen over drie à vier jaar de Duitse en Oostenrijke kozijnen de markt.”
Rekenen is beter
Overigens is het feit dat men mag middelen niet per se een reden tot juichen, aldus Valk: "Tot 2020 laat de EPC speelruimte voor het middelen van de energieprestatie tussen maatregelen aan de schil, installaties en duurzame opwekking. Maar in de toekomst wordt - zo is het voornemeneen aparte eis gesteld aan het casco; het wordt dan een eis in twee stappen. Ook nu heeft het al zin om nauwkeurig te rekenen, met name bij projecten met veel glas, want die scoren in het algemeen beter dan 1,65 W/m2K. De U-waarde van glas is namelijk beter dan de U-waarde van het kozijn."
Door Hans Fuchs







Innovatief glasgebruik, Breeam Excellent en een optimale daglichttoetreding; dat waren enkele van de eisen aan het Europese hoofdkantoor van AGC. Architect Philippe Samyn gaf de nieuwbouw rondom glazen lamellen. Emaille strepen op de lamellen zorgen voor zonwering met optimale daglichttoetreding, in een kantoorpand waar daglicht de belangrijkste bouwsteen is voor het welzijn van de werknemers.
Projectgegevens
Opdrachtgever: AGC Glass Europe
Architect: Philippe SAMYN and PARTNERS bvba, architects & engineers i.s.m. BEAI sa, architects
Aannemer: Van Roey
Een kantoorpand uit glas; voor veel opdrachtgevers en architecten het summum als het gaat om het uitdrukken van status en schoonheid. Maar mensen laten werken achter gevels uit glas, dat brengt ook ook de nodige problemen met zich mee. De hoge warmtelast vraagt installaties om de gebouwkoeling op orde te krijgen. En glas aan de gevel is ook niet altijd optimaal als een werkomgeving vrij moet blijven van hinderlijke zonne-instraling.
Toch is uitgerekend glas de belangrijkste bouwsteen aan de gevel van het nieuwe Europese hoofdkantoor van AGC Glass. De nieuwbouw staat op een bedrijvenpark in Louvain-laNeuve, aan de rand van de Brusselse congomeratie. Begrijpelijk, al dat glas, want de huurder doet tenslotte 'in glas'. Maar in Louvain-la-Neuve staat geen spiegelend kantoorpand met gladde glasfaçades. Om het in de woorden van Anton Peters van AGC te zeggen: “In het hele pand is 13.000 vierkante meter glas verwerkt, maar je hebt totaal niet het gevoel dat je in een glazen stolp zit.”
Geen stolp, maar volgens Peters, bij AGC projectmanager Benelux voor architectonisch en industrieel glas, is het nieuwe kantoor van AGC wel een paradepaardje als het gaat om innovatief glasgebruik. Dat innovatieve glasgebruik is op verschillende plekken in het gebouw terug te vinden. Bijvoorbeeld in het hardbaar glas voor de whiteboards die op de kantoren worden gebruikt. Of in het gekleurde glas dat bezoekers en gebruikers binnen wegwijs maakt; in het kleurenschema dat architect Philippe Samyn ontwierp voor het interieur, kreeg elke afdeling een eigen kleur, om de oriëntatie te optimaliseren.
Glazen lamellen
Maar het meest opmerkelijke voorbeeld van innovatief glasgebruik is te vinden aan de gevels van het AGC kantoor. De rechthoekige nieuwbouw heeft aan alle vier façades een vliesgevel, voorzien van dubbele beglazing van extra-blank glas met superisolerende coatings en zonwering. Vóór de vliesgevels staat een beeldbepalende tweede gevel, uit glazen lamellen. Die glazen lamellen zijn voorzien van witte, geëmailleerde lijnen die afwisselend op de binnen- en buitenzijde zijn gezeefdrukt. Met die lamellen reguleert AGC de daglichttoetreding. Peters: “Aan de oost- en westgevel zijn de lamellen verticaal aangebracht, aan de zuid-


en noordgevel horizontaal. De noordgevel is, voor de vorm, een gespiegelde kopie van de zuidgevel. De lamellen passen hun stand automatisch aan de bewegingen van de zon aan en optimaliseren zo de inval van daglicht, zijn zonwering en bieden thermisch comfort.” De horizontale lamellen houden in de zomer de felle hoge zon buiten, terwijl in de winter het licht van de laagstaande zon maximaal kan toetreden. De verticale lamellen aan de oost- en westgevel weren het licht van de opkomende en ondergaande zon.
Voile-effect
In gesloten toestand weren de lamellen de zon optimaal - maar houden dan ook het daglicht volledig tegen en maken naar buiten kijken onmogelijk. In alle andere standen zorgen de geëmailleerde streepjes op de lamellen voor een voile-effect en laten een blik op de buitenwereld toe. Peters: “De hinderlijke instraling van de zon wordt dan geweerd, maar het doorzicht blijft behouden en het daglicht kan naar binnen stromen. Dat daglicht willen we in ons kantoor optimaal benutten om de leefkwaliteit binnen te verhogen. Hoe minder daglicht we via de zonwering uitfilteren, des te beter voor de biologische klok en zo voor het welzijn van de mensen die in het gebouw werken. Daarom hebben we aan de gevels ook het allerhelderste glas ingezet, Thermobel TopN+ Clearvision, dat bovendien goed scoort op thermische isolatie en kleurweergave. Zo besparen we op de inzet van kunstlicht. Kunstlicht genereert warmte in een gebouw, ook LED-licht. Die hogere warmtelast wilden we vermijden, om ook op de gebouwkoeling te besparen. Daglicht op de goede plek in de juiste hoeveelheid, dat was het streven. Met als filosofie; aan het begin van het traject - aan de gevel - goed beginnen, voor een maximale impact op de totale energiehuishouding.”


De glazen lamellen volgen gedurende de dag automatisch de beweging van de zon. Daarbij worden de lamellen centraal aangestuurd. Bewogen worden de lamellen door hydraulische buismotoren, uit het zicht geplaatst. De aansturing van de lamellen is bovendien gesplitst: op zichthoogte is de aansturing afgestemd op comfort voor de werknemers, bij het bovenste deel van de lamellen heeft een optimale daglichttoetreding prioriteit. Bij de lamellen worden de krachten afgedragen aan een hangende staalconstructie uit rvs. De constructie is doorgekoppeld naar de vliesgevel achter de lamellen. Tussen de de vliesgevel en de lamellen zijn looproosters aangebracht, voor onderhoud en als vluchtweg. De vluchttrappen zijn uit carrosseriestaal, in verband met de gewichtsbesparing. Peters: “Daardoor is minder draaimoment nodig in de verstevigingsconstructie.” De lamellen zelf zijn uit gelaagd glas, in verband met de vluchtweg. Het lamellensysteem is in het werk ontwikkeld. Peters: “De dikte van de emaille-lijnen moest perfect zijn, dat was streng vastgelegd. En de lijnen moesten perfect horizontaal zijn. Aangezien het menselijk oog horizontaal is georiënteerd, merken we de kleinste afwijkingen meteen op. Onze lamellen moesten dus perfect uitgelijnde, superscherpe lijnen krijgen. Om dat te bereiken hebben we de bevestigingsgaten in het glas gebruikt als hulp bij het uitlijnen, voor zowel het zeefdrukken als het lamineren van het glas.”
In de gevels mocht daarnaast geen circum solar radiance voorkomen, de buiging van het zonlicht als gevolg van deeltjes in de atmosfeer. Peters: “Bij circum solar radiance zie je bruine strepen in de zonwering, aan de randen van de zeefdrukken, aan de binnenzijde. Om dat te vermijden reden moesten de emaille streepjes iets breder gemaakt worden dan we aanvankelijk hadden berekend.”




Uw ramen en deuren moeten perfect functioneren.
Onze producten bieden zekerheid.
BEZOEK ONS OP GEVEL 2015 TIJDENS DE WEEK VAN DE BOUW 9 t/m 13 februari
Jaarbeurs Utrecht
Hal 4, stand A.020
Kom naar onze stand op GEVEL 2015 en ontdek BUVA’s innovatieve oplossingen voor de bouwwereld. Wij ontwikkelen, produceren en leveren de juiste oplossingen voor nieuwbouw en renovatie: hang- en sluitwerk, hardglas ramen, BUVA-IsoStone glasvezelversterkte onderdorpels, woonhuisventilatie en aluminium profielen.
Voor GRATIS TOEGANGSKAARTEN voor GEVEL 2015 gaat u naar buva.nl.


Geen triple glas
Achter de lamellengevels bevinden zich vliesgevels. Peters noemt ze “redelijk basis”. Maar ook hier schemert de filosofie van Samyn over het belang van daglicht door, aldus Peters: “Zo basis als de gevel, er is wel extra-blank glas ingezet met superisolerende coatings en zonwering. We wilden hier geen triple glas, om te voorkomen dat we door de extra coating bij triple glas toch verlies aan daglicht zouden hebben. Met wat meer focus op de detailleringen van de randen - we hebben gebruik gemaakt van extra isolerende profielen van Schüco - konden we hier toe met dubbel glas.
De vliesgevel is een semistructurele constructie met “doorgedreven details”, aldus Peters: “Je kunt in de gevels heel goed de passie van Samyn herkennen om helder en logisch te construeren en daarin een esthetisch eindresultaat te bereiken. Op de glasranden is bijvoorbeeld een witte bies gezeefdrukt die de aanzichtbreedte van de gevelprofielen zo ver mogelijk reduceert. De architectuur is enorm consequent in zijn details, en dat overigens niet alleen aan de gevels.”
De vliesgevels zijn dankzij aluminium, inox en staal licht en high tech. Verticaal is de vliesgevel structureel, eronder bevindt zich een shadowbox met isolatie, met een enkele geharde ruit buiten en een geharde Lacobel T ruit binnen.
Prijsvraag
Op de officiële opening van het AGC kantoor, op 14 september 2014, noemde dr. David Strong, professor aan de Universiteit van Nottingham en het Oxford Instituut voor Duurzame Ontwikkeling, het ontwerp van Samyn een “celebration of daylight, een volgende stap in duurzaaam bouwen, vanwege de aandacht die in het gebouw besteed is aan het belang van daglicht voor mensen”.
Die 'viering van het daglicht' ontstond uit een besloten prijsvraag, namens AGC georganiseerd door een externe partij, later met AXA als opdrachtgever/verhuurder. De prijsvraag kende een stevig PVE, aldus Peters, die zelf zitting had in de jury die de prijsvraaginzendingen beoordeelde: “In het PVE was onder andere de eis opgenomen dat het gebouw energieneutraal moest zijn. Daarnaast verlangden we een BREEAM Excellent en wilden we dat gebouwd zou worden volgens de C2C filosofie.”
Bij dat alles werden hoge eisen gesteld aan de feitelijke onderbouwing van de technische prestaties en de budgettaire uitwerking. Peters: “We wilden graag precies weten waar we aan toe zouden zijn. Het plan van Samyn vulde het PVE het beste in en het ontwerp was veruit het beste gekwantificeerd.”
Onder andere dankzij een warmtepomp en 870 PV panelen op het dak is het nieuwe kantoorpand bijna energieneutraal; wat het kantoorpand met zijn Breeam Excellent aan energie verbruikt, wordt nagenoeg volledig opgebracht door de warmtepomp en de PV panelen. In de kantoren wordt daarnaast betonkernactivering ingezet en is en lage temperatuurverwarming en -koeling in het plafond geïnstalleerd. Airconditioning ontbreekt in het hele kantoorgebouw. In het hoofdkantoor van AGC wordt uitsluitend gebruikt gemaakt van natuurlijke ventilatie. Consequentie: in de winter kan de temperatuur dalen tot minimaal 19 graden Celsius, in de zomer oplopen tot maximaal 26 graden Celsius. Werken met een bewustzijn van de seizoenen, zo typeerde architect Samyn dat.
Het nieuwe werken
Als onderdeel van de gebouwtechniek verlangde AGC ook een kantoor waarin glas innovatief gebruikt zou worden. Peters: “Het glas nam in het PVE een prominte plek in. Maar een vastomschreven toepassing was niet vastgelegd. Glas moest innovatief worden toegepast, we formuleerden dat verder heel open. Daaruit ontstond bij Samyn de oplossing met de geëmailleerde lamellen.”
Een andere eis uit het PVE: in het gebouw moest het Nieuwe Werken worden geïmplementeerd. Peters: “We verlangden een gebouw dat zou uitnodigen tot informele ontmoetingen, om zo voor een deel weg te komen uit de officiële vergadercultuur. In een informele ontmoeting van vijf minuten kun je soms veel meer regelen dan in een ellenlange vergadering.”
Dat Nieuwe Werken zit diep verankerd in de lay-out van het gebouw. Het hoofdkantoor van AGC bestaat uit een galerij van twee verdiepingen die geflankeerd wordt door vier gebouwvleugels. De galerij is de centrale ruimte in het gebouw; open, informeel en multifunctioneeel, inclusief een traptribune die gebruikt wordt voor bijeenkomsten. De kantoren zijn nagenoeg volledig open ruimtes zonder vaste werkplekken. Overleg achter gesloten deuren kan alleen nog in enkele overleg- en concentratieruimtes.
Wadi's
Aan de prijsvraag zat ook een stuk stedenbouw vast. Het AGC kantoor ligt in een glooiend park dat integraal is mee-ontworpen, inclusief wadi's voor een grijswatercircuit. Peters: “In het PVE was vastgelegd dat het park moest worden opgezet als een biotoop die aansluit op de bestaande natuur - dus niet als een mediterrane tuin met exoten of iets dergelijks.” Het glooiende landschap is zelfs verwerkt in de bestrating van de parkeergarage, gesitueerd onder het met kolommen opgetilde kantoorpand. De vloer uit klinkerstenen is niet egaal vlak, maar volgt de lichte hoogteverschillen onder het gebouw.



Is 60 minuten brandwerendheid het dubbele van 30?
En hoe zit het dan met 90 en 120? Wordt een 30 minuten brandwerende deur van 4 cm dik dan 16 cm dik voor een 120 minuten versie? Expert Baerselman bespreekt de materie onder andere aan de hand van een brandproef.
Het allerbelangrijkste aspect bij de mate van brandwerendheid is de combinatie van eigenschappen in een deurset: materialen die snel reageren tijdens de eerste 10 heftige minuten en materialen die zorgen voor een lang uithoudingsvermogen. We krijgen zeer regelmatig vragen over de verschillen in brandwerendheid, daarom delen we in dit artikel graag onze kennis over deze materie.
Zoals al eerder uitgelegd wordt brandwerendheid van een scheidingsconstructie, dus ook van een deur-kozijncombinatie, op een aantal manieren bepaald. Het aantal manieren is afhankelijk van de criteria waaraan de set in een bepaald land moet voldoen.
Vlamdichtheid en warmtestraling
In Nederland zijn er voor deuren twee criteria, namelijk vlamdicht en warmtestraling. Het is inmiddels gebleken dat de warmtestraling bij deuren, zelfs bij deuren met grote glasopeningen, nooit boven de toegestane grens en zelfs niet in de buurt hiervan komt.
Door deze wetenschap kunnen we ons concentreren op de vlamdichtheid. Wat is nu precies vlamdicht en vooral wanneer is de set niet meer vlamdicht?
Tijdens het bepalen van de vlamdichtheid, ook wel E-criterium of integriteit genoemd, wordt als belangrijkste, en ook eenvoudigste, met het oog gekeken of er vlammen door de constructie komen of niet. Het zichtbaar zijn van vlammen dient daarnaast dan wel gedurende 10 seconden ononderbroken plaats te vinden. Brand het gedurende bv 8 seconden aan de niet-verhitte zijde en dooft het dan, dan spreken we nog steeds van vlamdicht. We noemen dit fenomeen ook wel “lekvlammen”, waarbij “het criterium vlamdichtheid niet is bereikt”.
Verloop van brandproef
Het ontstaan van lekvlammen kan zich gedurende de gehele test voordoen, waarbij er wel een verschil in oorzaak is aan te geven. Aan het begin van een brandproef zijn vaak opschuimende materialen nog niet actief, waardoor er op verschillende plaatsen nog lucht, en daarmee vlammen, naar buiten kunnen ontsnappen. Aan het begin van een test of een echte brand varieert de druk in de ruimte ook meer dan na verloop van tijd zodat overdrukpulsen ook zorgen voor lekvlammen naar buiten. Dit zijn vaak maar zeer korte momenten van vuur, waardoor er weinig problemen te verwachten zijn. Aan het eind van een test echter ontstaan lekvlammen vaak doordat “het eind in zicht is”. Dit ontstaat dan doordat de brandbare delen van de constructie opgebrand zijn of doordat er door extreme vervorming opeens meer ruimte ontstaat waar het vuur doorheen kan. Deze lekvlammen zijn dus wel vervelend en kondigen veelal het eind van de vlamdichtheid aan.
Bepalen vlamdichtheid
Behalve zichtbare vlammen zijn er nog een paar methoden die ook de vlamdichtheid kunnen bepalen. In de testnorm wordt onder andere een

tweetal kalibers voorgeschreven. Deze kalibers zijn eigenlijk niets meer dan ronde stalen pennen met een diameter van 6 en van 25mm. Indien er tijdens een test een opening ontstaat van 25 mm doorsnede waar het grote kaliber doorheen kan, dan is dat het einde van de vlamdichtheid, evenals het kaliber van 6 mm dat over 15 cm verplaatst kan worden in een ontstane opening.
In het geval van een ernstige zwartverkleuring van het oppervlak aan de niet-vuurzijde of zelfs gloed zichtbaar kan door middel van een wattenproef gedurende de test ook worden bepaald of het criterium vlamdichtheid is bereikt. Deze test wordt letterlijk met een stuk watten van 10x10 cm uitgevoerd door dit op korte afstand van de kritische plek te houden en vervolgens na 30 seconden te kijken of de watten gloeien of zelfs branden. In dat geval is dit ook het einde van de vlamdichtheid.
Snel en langzaam
Om een draaiend deel brandwerend te maken hebben we te maken met een factor die bij andere scheidingsconstructies niet voorkomt en dat is het “bewegen”. Hierdoor wordt de oplossing vaak anders en zijn er ook dynamische factoren die een rol spelen bij het al dan niet brandwerend zijn van een deurset.
Bij zowel een half uur als een twee uur oplossing zullen de materialen samen het gat dicht moeten houden. Hierbij is het bekend dat de eerste 10 minuten van een brand heel heftig zijn en ook een veel grotere temperatuurstijging laten zien dan de daarop volgende minuten of zelfs uren.
Door deze wetenschap is het noodzakelijk om in een deurset een combinatie van eigenschappen toe te passen; materialen die heel snel kunnen reageren op het ontstaan van een brand en daarnaast materialen die

een lang uithoudingsvermogen hebben of beide. Als vergelijking met de hardloopsport zou je je een wedstrijd kunnen voorstellen waarin je eerst een recordtijd op de 100 meter moet lopen om vervolgens door te lopen tot marathon afstand. Deze twee uitersten samen leveren een bepaald eindresultaat op wat niet zonder elkaar kan ontstaan.
Cruciale 10 minuten
De eerste 10 minuten van een brand verlopen altijd hetzelfde, maar om dit te doorstaan heb je een basisniveau nodig (deurdikte, opschuimende materialen, isolatie in de deur etc.). Wil je daarna verder, dan hoef je dus niet lineair op te waarderen, maar kun je bijvoorbeeld met een deurdiktetoename van 40 naar 54 mm de brandwerendheid verdubbelen van 30 naar 60 minuten. Een deur die 2 uur moet doorstaan hoeft dan ook niet vier keer zo dik te zijn als een deur van een half uur. “Hoe lang de brand ook duurt, de eerste 10 minuten komen maar 1 keer voor.”
De ervaring aan de niet-vuurzijde van een brandproef is bij een deurset eigenlijk altijd het zelfde: eerst hectiek, dan een hele tijd een rustige stabiele situatie, dan een plaatselijke aankondiging van een zwakke plek en tot slot het falen van een criterium (vaak op die zwakke plek, maar kan ook op een verrassende plaats zijn).
Expert
Auteur Joost Baerselman is Hoofd Technische Productontwikkeling bij Limburgia Utiliteitsdeuren.




Doorontwikkelde scharnieren

Buva heeft het programma Atlas scharnieren doorontwikkeld. Zo is de afstand tussen de bledden vergroot naar 2,6 mm. Hierdoor is een vaste hangnaad van 2 mm te realiseren. Met deze verbetering zijn de hang- en sluitnaden op de gewenste afstand te krijgen. Ook is de vormgeving van het lager geoptimaliseerd. Deze verbetering vergemakkelijkt het afhangen/ dichtleggen van het raam of de deur. Belangrijk is dat de oude (Atlas) en de nieuwe (Atlas V3) uitvoeringen niet door elkaar worden gebruikt. Daarom krijgt de nieuwe uitvoering andere artikelnummers en zijn de bledden voorzien van een markering (stip/punt in elk bled).


Met de nieuwe

Buva, Barendrecht, 0180.69.75.00, www.buva.nl
Brandcompartimenten

In het Bouwbesluit is voor subbrandcompartimenten een E20 eis opgenomen. Hoefnagels Branddeuren heeft een brandscherm ontwikkeld dat inspeelt op deze eis: Firescreen Flame. Hoefnagels Branddeuren heeft het Firescreen Flame brandwerende rolscherm succesvol laten testen door Peutz. Het scherm voldoet aan brandklasse A1. Het Firescreen brandwerend rolscherm is een oprolbare, brandwerende afsluiting. Bij brand zorgt het rolscherm voor directe compartimentering. Openingen in de brandwanden worden afgesloten, waardoor verspreiding van de brand naar aangrenzende ruimtes wordt voorkomen. Het Firescreen Flame brandwerend rolscherm is door het geringe gewicht en de minimale inbouwmaten toepasbaar in diverse sectoren zoals zorg, onderwijs, kantoren en industrie. Hoefnagels Branddeuren, Tilburg, 013.46.25.959, www.hoefnagels.com
Deur wint prijs Slimste Exterieurproduct
De zowel optisch fraaie als technologisch interessante houten buitendeur
Weekamp TriComfort is uitgeroepen tot het Slimste Exterieurproduct van 2014. De Weekamp TriComfort is ontwikkeld door deurenfabrikant

Weekamp Deuren in Dedemsvaart. De TriComfort is een vlakke, super gladde houten buitendeur die zich kenmerkt door een dekplaat van Medite Tricoya, die zorgt voor een hogere vormstabiliteit en een zeer glad af te werken oppervlak. Verder beschikt de deur over een extra hoge isolatiewaarde en een extreem hoge duurzaamheid; de TriComfort is standaard FSC-gecertificeerd.
Weekamp Deuren, Dedemsvaart, 0523.62.54.64, www.weekamp-deuren.nl
BiSecur-app van Hörmann kunnen eindklanten hun voordeur, garagedeur, industriedeur en inrithek vanaf nu via hun smartphone en tablet overal ter wereld bedienen en controleren. Het radiosysteem gebruikt een voor aandrijvingen nieuwe en tegelijk extreem veilige codering, vergelijkbaar met coderingen van onder meer online banking-systemen. Behalve een forse vooruitgang op het vlak van veiligheid, boekt het systeem ook qua comfort progressie. Met een druk op de knop van de handzender, waar ook ter wereld, zien gebruikers of de garagedeur, het inrithek of de industriedeur geopend dan wel gesloten is. Hörmann Nederland, Barneveld, (0342).42.94.00, www.hormann.nl
Innovatieve hefschuifdeuren

Wat tot voor kort technisch nog niet haalbaar was heeft Schmidt met de nieuwe QuinLine74 hefschuifdeur gerealiseerd. De warmtedoorgangscoëfficiënt (Uf-waarde) is beduidend beter dan die van alle andere 70er systemen en daardoor uitstekend toepasbaar bij energiezuinige woningen. De glasdikte is tot maximaal 46mm en dat bij een vleugeldiepte van slechts 74mm. De deur kent een standaard lage opstap en is dus rolstoelvriendelijk. Voor het bestaande QuinLine84 systeem heeft Schmidt een compleet nieuwe elektrische aandrijving, de evomatic.
Deze is volledig onzichtbaar in het profiel geïntegreerd en te bedienen via druktoetsen op de schuifvleugel en/of met een afstandsbediening. Schmidt, Sittard, 046.40.09.103, www.schmidtbv.nl
Slot met PINpad voor dubbele beveiliging
Assa Abloy introduceert een PINpadvariant van het draadloze Aperio L100 slot. Dit batterijgevoede slot maakt het eenvoudig om veiligheidsdeuren te integreren en de beveiliging op te waarderen in een (bestaand) toegangscontrolesysteem. Het L100-slot vervangt het bestaande slot en communiceert draadloos en real-time over de deurstatus van en naar het toegangscontrolesysteem. De PINpad-variant van Aperio biedt een hoger beveiligingsniveau door een combinatie van kaartlezer én PINpad. De combinatie tussen kaart en pincode geeft security managers de mogelijkheid om naast bestaande kaarten en codes deuren extra te beveiligen en nog flexibeler om te gaan met tijdelijk toegangsbeheer. Assa Abloy, Raamsdonksveer, 088.639.46.00, www.assaabloy.nl

Door Louis Jongeleen
Onverwachte consequenties van Luchtdicht Bouwen
Als we onze woonhuizen rigoureus isoleren en zeer luchtdicht maken, verhogen we daarmee de kans op gevaarlijke brandscenario's. Die waarschuwing klinkt mee bij de uitkomsten van recent onderzoek van bouwfysici en veiligheidskundigen. Vooral de toepassing van isolerend meerlaags glas speelt een cruciale rol. Hoog tijd voor vragen aan de betrokken onderzoekers.
Als we onze woonhuizen rigoureus isoleren en zeer luchtdicht maken, verhogen we daarmee de kans op gevaarlijke brandscenario's. Die waarschuwing klinkt mee bij de uitkomsten van recent onderzoek van bouwfysici en veiligheidskundigen. Vooral de toepassing van isolerend meerlaags glas speelt een cruciale rol. Hoog tijd voor vragen aan de betrokken onderzoekers.
Dat je met het dichten van lekken en kieren in het huis de warmte binnen houdt en de energiekosten beperkt, is gemakkelijk te begrijpen. En dat in een woonhuis met een hoge luchtdichtheid een goede ventilatie noodzakelijk is, is aannemelijk. Al iets moeilijker voorstelbaar is het gegeven dat de mate van luchtdichtheid ook samenhangt met het geluidsniveau. Maar dat een hogere luchtdichtheid grotere risico's oplevert voor de brandveiligheid, daar zou je niet zo maar op komen. Toch is juist dat laatste verschijnsel de laatste jaren onderwerp van onderzoek, voor bouwfysici en voor wetenschappers die zich bezighouden met brandpreventie. Wat heeft luchtdichtheid precies te maken heeft met brandveiligheid? Ruud van Herpen kan dat uitleggen in begrijpelijke taal. Behalve technisch directeur van Nieman Raadgevende Ingenieurs, is hij als fellow fire safety engineer aan de TU/e en lector brandveiligheid aan de Hogeschool Saxion actief op het gebied van brandveiligheid en bouwfysica.


Gesmoord
Van Herpen: “In een huis met goede luchtdichting zijn de gevolgen van brand heel anders dan in een traditionele woning. Bij een beginnende brand in een matig geïsoleerde woning zien we dat vlammen meestal vrij snel `overslaan' naar alles wat brandbaar is, in de brandruimte en soms zelfs daarbuiten. In een hedendaags huis met goede luchtdichting en thermisch goed isolerend glas, is er vaak geen sprake van zo'n flashover. Want voordat het zover kan komen, is de brand al gesmoord.” Des te beter, zou je zeggen. Dan gaat de brand toch gewoon uit? Van Herpen: "Ja, uiteindelijk wel, maar een gesmoorde brand verbruikt in korte tijd alle zuurstof en brengt meteen zeer giftige gassen, rook en






Temperatuurverloop bij brand in een traditionele woning (beneden) en in een (zeer luchtdicht) passiefhuis (boven)
koolmonoxide in de lucht. Bovendien wordt bij een snelle brandontwikkeling een extreem hoge druk opgebouwd door gassen die uitzetten. Daardoor kun je bijvoorbeeld een voordeur niet meer open trekken. Bovendien bestaat bij zo'n gesmoorde brand de kans dat er een explosie of back-draft optreedt zodra hulpverleners een deur of een raam openen of inslaan. Door de plotselinge toevoer van zuurstof staat dan in één klap het hele huis in brand."
Fataal
Hoe gevaarlijk is een brand in een zeer luchtdichte woning'? Bestaan er cijfers over slachtoffers? Als die ergens te vinden zijn, dan is dat bij het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in Arnhem. René Hagen, lector Brandpreventie van het IFV, laat bij navraag weten dat die cijfers niet bestaan en hij geeft daar ook een reden voor. Hagen: "Bij een gesmoorde brand neemt het koolmonoxide-gehalte in een dichte ruimte zeer snel toe. Dat is voor mensen die zich in de brandruimte bevinden meestal fataal. De brand is vaak al uit als de brandweer komt. Zijn er slachtoffers dan is een doodsoorzaak meestal niet meer exact vast te stellen. Brandweerlieden en hulpverleners rekenen zo'n 'opgesloten brand' tot de grootste risico's van hun vak, naast het bezwijken van constructies en onverwachte reacties van aanwezige kunststoffen. Zij maken onderscheid tussen een 'eerlijke brand' of 'brandstof beheerste brand', waarbij hitte, rook en giftige gassen naar buiten verdwijnen en
de gevaarlijker gesmoorde of `zuurstof beheerste brand' die een explosie kan veroorzaken als er zuurstof bij komt. Bij de brandweer bestaat altijd nog een achterstand in de kennis van die verschillende brandscenario's."
Het glas
Verdergaand onderzoek naar verschillen brandscenario's bij energiezuinige woningen en conventionele woningen concentreert richt zich onder andere op het gedrag van de beglazing.
Bij bouwfysische analyse werd vastgesteld ( R. Huizinga, R. van Herpen, TU/e, 2013), dat glasuitval en daarmee de toevoer van zuurstof een cruciale rol speelt voor de brandontwikkeling. Mechanische ventilatie en luchtdichtheid zijn blijkbaar van ondergeschikt belang. Met dat gegeven startte Ronald Huizinga in het kader van zijn afstudeeronderzoek aan de TU/e en serie testen van meervoudige beglazing. Hij onderzocht het gedrag van isolerend dubbelglas en triple glas bij verhitting in een brandoven (Peutz, Mook 2013). De belangrijkste conclusies: het risico op een gesmoord brandscenario wordt groter bij toepassing van meerlaags glas (zowel triple als dubbel). En het beslissende moment van glasuitval wordt bepaald door de hoogte van de temperatuur maar vooral ook door de drukopbouw van de gassen in de brandruimte. En die neemt vooral toe bij een goede luchtdichtheid van de woningschil. Dit laatste fenomeen werd dit jaar onderzocht bij experimenten onder verantwoordelijkheid van TU/e, IFV en WRB op de locatie van TroNed (Trainings- en Oefencentrum brandweer Oost- Nederland) bij de vliegveld Twente.
Expert Ruud van Herpen constateert dat deze experimenten veel werk in het zicht brengen voor de bouwfysici , veiligheidskundigen en glastechnologen. "Bij zeer luchtdichte woningen is snellere alarmering door CO-detectie of gekoppelde rookdetectie, maar ook het installeren van woningsprinklers zijn aan te bevelen. En we zullen nog veel meer testen met brandscenario's moeten uitvoeren."
Het detail
'Het detail' is een zesdelige serie, waarmee Raam en Deur aandacht vraagt voor de schijnbaar kleine oorzaken van grote bouwfouten. In elke aflevering gaan we in op de bouwfysische achtergrond van een bouwdetail en geven we aan hoe bouwgebreken kunnen worden voorkomen. 'Het detail' komt tot stand in samenwerking met Nieman Raadgevende Ingenieurs.
Leveranciers eisen uitleg over ongerijmdheden en gebrekkige communicatie
Vanuit de ramen- en deurenbranche klinken vragen, bedenkingen en kritiek op de SKG. Marktpartijen verwijten de certificeringsinstelling in Wageningen een gebrek aan transparantie, meten met twee maten en het opwerpen van drempels om producten in Nederland op de markt te brengen. Hoe zit dat? En hoe zit het met de SKG en Europa? Raam en Deur vroeg het aan Charles Wallert van de SKG.
De SKG meet met twee maten, het is één van de geluiden uit de markt*. Meer specifiek: wanneer certificeringseisen veranderen, mogen oude producten, getest volgens oude certificeringseisen, gewoon nog worden toegepast. Zo ontstaat de situatie dat nieuwe producten aan de nieuwe eisen moeten voldoen, terwijl oude producten niet opnieuw worden getest volgens die nieuwe eisen. Dat is niet fair, stelt de markt: gelijke monniken, gelijke kappen. De markt refereert ook aan voortschrijdend inzicht in de aanvalsmethodiek. De SKG ontdekte bijvoorbeeld dat men een scharnier met een schroevendraaier kon forceren. De fabrikant moest een scharnierbeveiliging aanbrengen. Bij eerder geteste scharnieren met hetzelfde probleem werd dat niet verlangd. Waar is hier het gelijkheidsbeginsel, vraagt de markt zich af? "De certificeringseisen ontwikkelen zich, dat klopt. Veranderingen worden gepubliceerd op de SKG-site en gecommuniceerd aan de certificaathouders. Als producten niet aan de nieuwe eisen voldoen, moet men het product aanpassen. Gebeurt dat niet, dan vervalt de certificatie. We hanteren daarbij een overgangstermijn. Die is afhankelijk van de zwaarte van de wijziging en bedraagt maximaal een jaar."
Een ander kritiekpunt: het zou schorten aan de naleving. Hang- en sluitwerk wordt in de praktijk niet altijd gemonteerd volgens de specificaties van de afgegeven certificering. Kijk naar afstandblokjes in kunststof kozijnen. Met die blokjes kun je met minder veiligheidssluitpunten toe. Producten worden mét die blokjes getest en gecertificeerd. Maar de blokjes worden in de bouwpraktijk nog wel eens achterwege gelaten. Dan voldoet het product niet meer aan de afgegeven SKG-certificatie. Zo verkoop je schijnveiligheid. Daar is erg weinig controle op. Goed naleven betekent dat de kwaliteit overeind blijft. "De gevelbouwer is verantwoordelijk voor het conform de montagevoorwaarden toepassen van gecertificeerd hang- en sluitwerk, SKG ziet hierop toe in de kunststof en metaalbouw, SKH in de timmerin-

dustrie. Wanneer woningen worden opgeleverd volgens de PKVWrichtlijn, dan verrichten PKVW-erkende CI's steekproeven. Daarnaast geldt: een woning moet altijd voldoen aan het bouwbesluit. Bouw- en woningtoezicht controleren dat. Op detailniveau zal de overheid qua controle misschien tekortschieten. De overheid zegt ook: dek het risico af met een kwaliteitsverklaring. Dat is aan de gevelbouwer. Die moet leveren wat hij belooft. Maar dat neemt niet weg dat een blokje er in de praktijk altijd uitgeschroefd kan worden."
De markt vindt de SKG niet altijd transparant in zijn informatieverstrekking over certificeringseisen en tests. De kritiek luidt: "Vraag je bij de SKG naar de manier van testen en hertesten, dan komt men met verwijzingen naar normen en die kun je dan kopen. Waarom zetten ze het niet gewoon duidelijk op papier?" "De tests gebeuren aan de hand van certificatiecriteria zoals die zijn vastgelegd in de Beoordelingsrichtlijn BRL 3104, producteisen zoals vermeld in diverse normen zijn samengevat op diverse checklisten, die gewoon beschikbaar zijn. Het punt is: in het verleden werden meer producteisen gesteld (een schoot moet zo lang en zo sterk zijn), tegenwoordig vragen we een prestatie. Het gaat om een te realiseren inbraakwerendheid, gewaarborgd door een juiste montage op basis van de gecertificeerde montagehandleiding. Het kan zijn dat certificatie vragen oproept. Het is om die reden dat wij altijd openstaan om de betreffende certificatierichtijn, de BRL 3104, toe te lichten. Misschien kan de informatieverstrekking nog beter, maar uiteindelijk is het certificeringstraject op zichzelf transparant. "

Ook een vraag vanuit de markt: waarom hanteert de SKG extra eisen voor certificering, bovenop Europese certificeringseisen? Die extra eisen maken het lastig om producten met een certificaat van bijvoorbeeld een Duits testcentrum over te zetten naar een Nederlands certificaat. Merkwaardig, stelt de markt, in een Europese Unie waar men zich conformeert aan Europese regels. Een concreet voorbeeld van zo'n extra eis is volgens de markt dat de SKG een test-element zelf definieert. Waar in Duitsland een draaikiepraam wordt ingespannen en getest, moet bij het SKG dat draaikiepraam worden getest in een opstelling met een glasvlak ernaast en eronder. De SKG vaart hier een eigen koers, aldus stemmen uit de branche.
"Waarom ontstaan deze vragen? Omdat mensen door de bomen het bos niet meer zien. Wij testen aan de hand van de BRL 3104 voor hang- en sluitwerk. Daarin wordt primair verwezen naar de Nederlandse NEN 5089. Deze norm kent een aantal productgroepen waarbij tevens wordt verwezen naar eisen uit Europese productnormen, bijvoorbeeld 12209 voor sloten. DE Europese norm zegt heel weinig over inbraakwering. Het is geen kwaliteitsnormmaar een testnorm. De Europese norm voor hang- en sluitwerk doet uitspraken over bijvoorbeeld corrosiewerendheid, duurzaamheid, brandwerendheid. Bij elk van die thema's kun je een bepaald niveau halen. De Nederlandse norm haalt de krenten uit die Europese norm en zegt: op gebied van corrossie van 12209 moet je bij 2 sterren voldoen aan dat niveau, en bij cilinders voor die norm aan dat niveau. In Duitsland hebben ze de VDS, in Engeland de Secured by Design: die doen dat ook zo."
De SKG test hang- en sluitwerk aan de hand van de NEN 5089 en aanvullend op een referentiegevelelement. Waarom?
"De SKGcertificatie - de sterren - doet uitspraak over de relatie tussen inbraakwerende gevelelementen en inbraakwerende producten. Als een product op dat referentiegevelelement drie of vijf minuten inbraakwerend is, krijgt het resp. 2 of 3 sterren. Als je die producten monteert volgens de bijbehorende handleiding, kun je een gevelelement maken dat voldoet aan RC2. In Duitsland legt men die relatie niet.
BRL 3104 wordt bepaald door het College van Deskundigen van de SKG. Het college is een afspiegeling van de marktpartijen, met de Vereniging van hang en sluitwerk fabrikanten (VHS), de Glasbranche Organisatie (GBO), de Algemene Branche Hang en sluitwerk (ABHS), maar ook het Nederlands Politie Instituut (NPI), het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), het Verbond van Verzekeraars, de Stichting Keuringsbureau Hout (SKH), het Nederlands Sleutel- en Slotenspecialisten Gilde (NSSG) en NL Ingenieurs. Wij voeren het secretariaat en stellen een voorzitter aan het college voor. Het college bepaalt de certificatie-eisen. De certificatierichtlijn wordt dus niet door het testinstituut gemaakt, maar door de marktpartijen. Er zijn industrieën die een norm willen voor producten, zoals een slot of cilinder, en er is ook een industrie die een norm wil voor een gevelelement. Wij doen uitspraak doen over de toepassing van hang- en sluitwerk, over het geheel van product en gevelelement."
Maakt dat Nederland niet tot een eiland in een Europa dat steeds verder harmoniseert? Er wordt tussen leveranciers toch ook gesproken over harmonisatie, op Europees niveau?
"De harmonisatie speelt zich louter af op productnormalisatieniveau. Er is een norm voor cilinders, sloten et cetera. De certificatierichtlijn legt de relatie tussen inbraakwerende gevelelementen en de producten."
Zou Nederland dat Europees kunnen inbrengen?
"Dat is op zichzelf misschien zinvol, maar (private) regelgeving wordt door de landen zelf bepaald."
De SKG zou de marktwerking belemmeren, stellen sommige marktpartijen. De SKG werpt drempels op voor buitenlandse bedrijven die de Nederlandse markt willen betreden, beweren zij.
De SKG verlangt bijvoorbeeld dat bedrijven het SKG-logo (met de sterren) onuitwisbaar in een product aanbrengt. Dat moet worden ingestanst, geëtst of meegegoten. In andere landen volstaat een aluminium sticker. Voor buitenlandse bedrijven is dat stansen en etsen een extra productiegang en dus een kostenverhogende factor, voor een afzetgebied dat relatief klein is.
"De BRL zegt inderdaad dat sterren onuitwisbaar moeten worden aangebracht. Stickers zijn altijd te verwijderen zonder dat er schade aan het product ontstaat en dat leidt altijd tot discussie achteraf; was het product nou gecertificeerd of niet? Men moet ook een productlogo onuitwisbaar voeren, om te kunnen traceren wie verantwoordelijk is voor een product."
Bedrijven zeggen dan: dat vergt een extra productiegang. Dan doen we het maar niet.
"Er staat nergens op papier dat het móet. De SKG is puur privaatrechtelijk; iedereen kan zijn eigen gang gaan. Maar het PKVW-
keurmerk schrijft gecertificeerd hang- en sluitwerk voor. Stans of ets je het logo er niet in, dan valt je product niet onder de werking van het keurmerk. In feite is het een simpele rekensom; je moet als fabrikant gewoon afwegen of je rendement haalt op de Nederlandse markt. Als het geld niet wordt terugverdiend, moet je er vooral niet aan beginnen."
"StEl DAt DE MARKt NiEt MEER OM StERREN
VRAAGt EN AllEEN MAAR OM EuROpESE
NORMEN, DAN zijN Wij GEWOON NOG MAAR
ééN VAN DE CERtifiCERENDE iNStElliNGEN."
Zeggen buitenlandse bedrijven dan niet: "Speciaal voor de Nederlandse markt moet ik mijn producten verbeteren"?
"Ja. Maar blijkbaar bezit het SKG-label toch wel enige marketingkracht. In DL wordt de SKG vaak al als verkoopargument ingezet. Kijk eens, zegt men dan, het is al eens op een element getest dat voldoet aan RC2 of RC3. Als zij met zo'n product naar een gevelbouwer gaan, dan weet die dat dat product zich al eens bewezen heeft en gebruikt kan worden in een inbraakwerende gevel. Dan is het risico geringer dat het product in eigen land door de mand valt. Resultaten worden over en weer wel geaccepteerd. Maar de toepassingsfilosofie verschilt per land. En die acceptatie van productniveau naar gevelelement is er niet."
Het College van Deskundigen van de SKG bepaalt dat het logo in producten gestanst, geëtst of gegoten moet worden. Kom je dan niet toch in een grijs gebied, protectionisme? De Nederlandse industrie heeft er toch een belang bij?
"Niet de industrie bepaalt dat het logo in producten gestanst, geëtst of gegoten moet worden, maar de marktpartijen. De producenten zijn onderdeel van het college, maar de afnemers zitten er ook bij: politie, verzekeraars. Die willen dat merkteken graag zien."
Leidt dat niet tot minder aanbod op de Nederlandse markt, minder keuze voor de consument?
"Nee, absoluut niet. Er is voldoende aanbod op de markt. Met al het gecertificeerde hang- en sluitwerk dat voorhanden is, kun je eigenlijk alles realiseren."
En stel nou dat men in Duitsland gaat testen als de SKG. Dan voldoen producten aan dezelfde eisen. Heeft men dan niet één op één zonder meer toegang tot de Nederlandse markt?
"Dan zou men in Duitsland onze BRL moeten overnemen, want daarin staat het hele certificatieproces beschreven."
Wat als Europa op een gegeven moment zegt: "Wij zitten hier voor het belang van de eindgebruiker. Al die verschillende certificaties kosten geld, aan de kant ermee. We maken alles eenvoudig en inzichtelijk met één norm Europawijd"?
"Dat heeft Europa ook gezegd, maar belangrijk is wel; dat zijn eisen ten aanzien van persoonsveiligheid. Europa zegt: "Wij vinden niet alle certificeringen belangrijk, maar wel die op gebied van brandwering, vluchten, et cetera. Dat is geregeld in een Europese bouwproducten richtlijn, de Construction Products Regulation (CPR). Deze
richtlijn stelt een wettelijk verplichting om een CE aan te brengen op producten waarvoor een geharmoniseerde Europesche norm van kracht is , bijvoorbeeld panieksloten. Voor inbraakwerendheid geldt dit niet."
Wat is dan de meerwaarde van de SKG?
"Met het voldoen aan deze productcertificatie ziet SKG toe op de wijze waarop producten geproduceerd worden en de manier waarop een bedrijf omgaat met kwaliteitsbewaking. Producten komen hierdoor in aanmerking voor toepassing in projecten in het kader van het PKVW, en er wordt voldaan aan de regelgeving in de bouw (het Bouwbesluit). Aanvragen voor bouwvergunningen kosten minder tijd en geven afnemers en controlerende instanties voldoende zekerheid over de prestaties van het product. Onder aan de streep is dit sterrensysteem een initiatief van de marktpartijen zelf. De marktpartijen willen deze certificering! Stel dat de markt niet meer om sterren vraagt en alleen maar om Europese normen, dan zijn wij gewoon nog maar één van de certificerende instellingen. De sterren zijn geen verplichting, maar in de praktijk ontkom je er niet aan."
Het is en blijft een marktdingetje dus? "Ja."

Off the record
De fabrikanten die Raam en Deur voor dit artikel sprak, geven er de voorkeur aan niet met naam en toenaam in de tekst vermeld te worden.


optimale draaieigenschappen, belastbaarheid en elegantie maken het variant vX scharnier een scharnier van een hoog waardige kwaliteit. inzetbaar voor extreme toepassingen in b.v. brandwerende deuren tot 300 kg.
Project scharnier voor hoge belasting
• Tot 300 kg belastbaar
• Comfortabele 3 D verstelbaarheid
• Onderhoudsvrij
• Inzetbaar voor houten, stalen en aluminium kozijnen
• Ook voor brand en inbraakwerende deuren
• Verschillende oppervlakte uitvoeringen Stijl
Fon + 49 (0)5242 / 413 - 0
Onzichtbaar aluminium kader voor binnendeuren met onzichtbare designscharnieren

Louis Jongeleen
Nederlands kunststof kozijn wekt trots en bezorgdheid
Het Nederlandse kunststofkozijn heeft zich in het laatste decennium ontwikkeld tot een volwassen kwaliteitsproduct met diepte en uitstraling. Dat belooft wat voor de toekomst. Of moeten we vrezen dat goed geoutilleerde kozijnproducenten uit OostEuropa de Nederlandse markt infiltreren met 'voordelige gevelproducten'? Raam en Deur vraagt het aan vier kenners van de binnenlandse en buitenlandse markt.
Wie via internet zoekt naar kunststof kozijnen, zou gemakkelijk de indruk kunnen krijgen dat aanbieders uit Oost-Europa bezig zijn om de Nederlandse markt te bestormen. Alsof de kozijnenbouwers aldaar in de gaten hebben dat er in Nederland veel werk in het zicht komt bij renovaties. Een nieuw afzetgebied voor 'voordelige' kunststof kozijnen uit Polen, Estland, Roemenië, Tsjechië en Servië? Een geheel ander beeld komt naar voren uit de cijfers. Uit recente gegevens over import van kunststof deuren en kozijnen naar Nederland (zie kader) blijkt dat wij vooral invoeren vanuit België en Duitsland. En de export van bijvoorbeeld Polen is in hoofdzaak gericht op Duitsland, Italië en Frankrijk (zie kader B). Op de vraag of hij iets merkt van groeiende concurrentie vanuit Oost-Europa op de Nederlandse markt voor kunststof gevel producten, antwoordt directeur Albert Zegelaar van branchevereniging VKG in ontkennende zin. "Nee, voor een toenemende concurrentie van die kant heb ik geen concrete aanwijzingen. Van tijd tot tijd vang ik wel geluiden op van Nederlandse kozijnproducenten over concurrentie uit Polen en Duitsland. Dat zijn dan meestal fabrikanten uit de streken die grenzen aan Duitsland."
'Grijs circuit'
Toch ziet de VKG-directeur niet uitsluitend wolkenloze luchten als hij praat over het toekomstperspectief van het Nederlandse kunststofkozijn. Zegelaar: "De grenzen in Europa gaan steeds verder open. Dan krijg je vanzelfsprekend meer concurrentie met het buitenland. Dat is geen probleem als iedereen zich aan EU-regels houdt, aan de verplichte CE-markering en de bijbehorende DoP-verklaring (Declaration of Performance) waarin staat dat een product voldoet aan opgegeven prestatie-eisen. Het nakomen van die verplichtingen zal gecontroleerd moeten worden. Met ingang van januari 2015 mogen we verwachten dat de handhaving streng zal zijn. Of dat zal gebeuren, moet ik nog zien. Het lijkt me niet gemakkelijk voor de Inspectie ILenT* om alle importkanalen in de gaten te houden. Controle op Nederlandse producten is een stuk eenvoudiger. Daarvoor hoeven de inspecteurs alleen maar naar de kozijnfabrieken te rijden. De kans bestaat dat import van kozijnen uit een 'grijs circuit', niet gecontroleerd wordt. Als kunststof kozijnen uit Oost-Europese landen niet in alle opzichten aan de verplichte eisen vol-

doen, zou dat heel slecht zijn voor het imago van het kunststof kozijn als kwaliteitsproduct. Als de Europese spelregels en de inkoopvoorwaarden niet overal op dezelfde manier worden nageleefd, kan de marktsituatie voor Nederlandse kunststof kozijnen-, ramen en deurenindustrie verslechteren."
'Vergeet de bezorgdheid'
Bert Lieverse, is als directeur en voorzitter van de brancheorganisatie voor metalen gevels en gevelelementen belangenbehartiger voor de Nederlandse industrie. Daarbij heeft hij ook een scherpe kijk op wat er bouwbreed aan de hand is met gevelproducten, ook buiten de landsgrenzen. Hij signaleert trends in de internationale markten en baseert daarop een toekomstvisie. Lieverse: "Internationalisering is de trend. Daarom is het voor de VRMG-bedrijven en ook voor andere producenten van gevelelementen zaak om op elk moment klaar te zijn om te leveren en te rekenen om te kunnen voldoen aan de vraag. Of het nu een eenvoudig kozijn is of een hoogwaardig gevelelement met verschillende functionaliteiten. De Nederlandse gevelelementenindustrie zal de komende tijd rekening moeten houden met vier heersende trends: de vraag naar duurzame kwaliteit; de noodzaak in de bouw en in de maakindustrie om mee te bewegen met wensen van de klanten en hen te leveren wat bij hen past, los van de prijsdiscussie. Verder blijft voortdurend innoveren een must en is het zaak om weerstand te bieden aan de
verleiding om je steeds te laten leiden door de bewegingen op de internationale markten. Juist dat laatste moet je vooral niet doen. Grondstoffen, halffabricaten en eindproducten zullen kriskras over de aardbol gaan, maar wij moeten geconcentreerd blijven op onze eigen kwaliteit. Dan kun je je voorsprong behouden op de concurrentie. Vervang de beduchtheid voor de concurrent door de overtuiging dat je de slag uiteindelijk kan winnen. Wij hebben het vertrouwen in onze lidbedrijven, dat ze de concurrentie aankunnen. We zullen daarvoor wel moeten blijven rennen. Wij hebben in Nederland de tools, zoals het VMRG-keurmerk, die we kunnen benutten en vernieuwen. Ons parool is 'strijdvaardigheid.'
Voor de Veka Groep, een van de hoofdrolspeler op de wereldmarkt voor kunststofprofielen, is het van levensbelang om op de hoogte te blijven van de bewegingen in vraag en aanbod van kunststof kozijnen, ramen en deuren. Adriaan Hakkert, de Nederlandse vertegenwoordiger van Veka, bespeurt een toenemende activiteit van Oost-Europese kozijnenmakers richting West-Europa. Maar hij ziet daarin geen bedreiging voor de marktpositie van de Nederlandse kozijnenbouwers. "Het valt best mee met die concurrentie. De Nederlandse bedrijven produceren voor de binnenlandse markt. Dat wil zeggen dat ze de typisch Nederlandse kozijnen produceren met profielen met die kenmerkende dieptewerking. Die speciale profielen worden in België en Duitsland geproduceerd voor de Nederlandse verwerkers. De Nederlandse kozijnenmakers zijn nu innovatief bezig met speciale machines die bij uitstek geschikt zijn voor de verwerking van die typisch Nederlandse profielen. Mijn conclusie is dat goede kozijnen die voldoen aan Nederlandse eisen in principe overal gemaakt kunnen worden. Ook in Polen. Het klopt dat kozijnfabrieken in Oost-Europa te maken hebben met lagere personeelskosten, maar dat veroorzaakt geen gigantisch prijsverschillen met bijvoorbeeld
Nederland, want de investeringen in machines zijn vergelijkbaar en de transportkosten komen er extra bij. Ook in Nederland zijn goed geoutilleerde fabrieken die kunnen concurreren met import kozijnen. Om Nederlandse profielvormen te kunnen verwerken moeten machines aangepast zijn en dat is voor de meeste buitenlandse fabrieken een belemmering voor de relatief kleine Nederlandse markt. Ik verwacht dat de invloed uit Oost Europa gering blijft in Nederland."
'Méér dan de prijs'
"Of ik merk dat er steeds meer voordelige kunststof kozijnen uit OostEuropa op de Nederlandse markt verschijnen? Natuurlijk, dat hoor ik ook wel. Alleen voel ik dat niet als bedreiging", zegt Jos van der Ploeg, directeur van Ploeg kozijnen uit Nieuw-Vennep.
Van der Ploeg: "Ik constateer dat sommige aanbieders uit het buitenland, onder de prijs doorgaan. Maar concurrentie op prijs is er altijd geweest. Bij ons gaat het om méér dan een lage prijs. Wij willen vooral het juiste product leveren, van de juiste samenstelling, dat past op de juiste plek en dat voldoet aan alle gestelde regels. Onze relaties vragen ons of we al in de beginfase van een project mee willen denken over de uitvoering. Niet iedereen werkt zo. Dat buitenlandse partijen, zoiets in Nederland voor elkaar boksen, zie ik niet zo gauw gebeuren."
"Het kunststof kozijn gaat het de laatste jaren steeds beter doen in vergelijking met aluminium en hout. De techniek van kunststof raam- en deursystemen is verbeterd, het materiaal heeft een hogere isolatiewaarde en de lage onderhoudskosten beginnen iedereen op te vallen. Tegelijkertijd volgen de ontwikkelingen van nieuw samengesteld materiaal elkaar steeds sneller op. De exclusieve kwaliteiten van het kunststof kozijnen gaan zich steeds duidelijker bewijzen. En er komen steeds meer architecten die graag kiezen voor de mogelijkheden van kunststof in de vormgeving van hedendaagse gebouwen. Kijk maar eens naar de winnaars van de VKG-architectuurprijzen van de afgelopen tien jaar."


Bescherming beglaasde en afgelakte kozijnen

De Vinprotec 2.0 is een nieuwe versie voor het beschermen van afgelakte en beglaasde kozijnen en na een jaar ervaring wordt dit priduct al veelvuldig toegepast. Het voordeel van vinProtec 2.0 is dat het beduidend minder tijd kost om de beschermfolie te verwijderen en het risico op beschadigingen is vele male minder groot dan in de 1.0-versie. Van de Vin, Heeze, 040.22.41.999, www.vandevin.nl
Verticaal schuivende ramen

MethermoXL verticaal schuivende ramen bieden maximale beleving voor ontwerpers én bewoners. Het innovatieve raamsysteem vormt in open stand een balustrade. De schuifrichting, de eenvoudige slanke belijning en de grote afmetingen, zorgen voor een uniek gevelbeeld met optimale transparantie en uitzicht. Omdat het MethermoXL verticaal schuivende raam elektrisch wordt bediend, zijn zeer grote afmetingen tot wel 3.500 millimeter breed mogelijk. Door de slanke aluminium profielen biedt dit systeem ongekend veel transparantie voor grote gevelopeningen.
Metaglas, Tiel, 0344.75.04.00, www.metaglas.nl
Nieuw paneel bespaart energie
Het is een bekend element in oudere woningen: de plaat van hout of kunststof die in de borstwering van het kozijn is aangebracht. Nu is hiervoor een energiebesparend alternatief beschikbaar: een paneel dat zijn warmte aan de woning afgeeft. Ideaal voor een renovatie waarin kunststof kozijnen met Veka profielen worden aangebracht. Het nieuwe paneel bestaat uit een zwarte film met marmerstructuur die op het glas wordt geëtst. De warmte die op het paneel ontstaat, wordt direct in de binnensituatie benut. Dat resulteert in een aantrekkelijke besparing op de stookkosten.
Veka, Heesselt, 0344.65.22.34, www.veka.com

Nieuwe versie FAB-Window
Itannex en Van de Vin hebben een unieke koppeling ontwikkeld voor het maken van realistische kozijnmodellen in Revit. Tot nu toe werden vaak ingewikkelde Revit Families gebruikt, welke nogal star waren in mogelijke kozijnvorm, detaillering en uitwerking. Met FAB-Window worden al deze beperkingen opgeheven. Het unieke concept is samen met ontwerpers, Revit specialisten, programmeurs en fabrikanten ontwikkeld. De workflow van ontwerp naar uitwerking, fabricage en gebruik in een BIMomgeving is bij de ontwikkeling het belangrijkste uitgangspunt. Het uitwisselen van gegevens gebeurt op basis van een open XML uitwisselstandaard.
Van de Vin, Heeze, 040.22.41.999, www.vandevin.nl

CESnederland, actief in mechanische en elektronische sluitsystemen, introduceert een verticaal keersleutelsysteem: het WD-systeem. Het is de eerste verticale 3D-keersleutel die de fabrikant introduceert op de markt en is een technisch hoogstandje die aan de nieuwste technieken en laatste normeringen (bijvoorbeeld SKG***) voldoet. De nieuwe verticale keersleutel is gebruiksvriendelijker, omdat de sleutel recht in de cilinder gestoken kan worden en dat geeft ergonomisch gezien minder problemen met draaien. Het syteem WD biedt een actieve beveiliging tegen kopiëren, manipuleren en inbraakpogingen. CESnederland, Apeldoorn, 055.52.66.890, www.ces.eu

Lips komt met de Smartair, het echt haalbare `sleutelloze' toegangssysteem. Met Smartair brengt Lips moderne elektronische deurbediening met pasjes én pincodes nu ook binnen bereik van kleinere gebouwen, zoals bedrijfsverzamelgebouwen, groepspraktijken, zorgcentra, vakantieparken en kleinere hotels. Tot dusver was elektronisch toegangsbeheer hier vaak niet haalbaar vanwege de hoge investerings- en licentiekosten. De haalbaarheid van het concept zit in de snelle installatie, het eenvoudige beheer en de licenties per deur, in plaats van per gebruiker. Ongeacht het aantal gebruikers betaalt men altijd hetzelfde lage bedrag.
Assa Abloy, Raamsdonkveer, 088.639.47.61, www.assaabloy.nl




DEVENTER dichtingspro elen voldoen aan de zwaarste klasse 3 ‘Passiefhuis’ van SBRCURnet luchtdicht bouwen en dragen bij aan jarenlang comfort en energiebesparing. Download de kwaliteitsverklaring op: deventer-pro elen.nl | 076 541 69 00
“Voor een comfortabele winter.
DEVENTER Pro elen.”



Woningcorporaties voldoen graag aan de voorwaarden van het politiekeurmerk als ze voordeuren van bestaande woningen beter willen beveiligen tegen inbraak. Maar weten ze wel hoe? Beschikken ze over voldoende kennis om een keuze te maken op basis van de beste prijs/kwaliteit afweging?
Wie aanspraak wil maken op het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW), moet er onder meer voor zorgen dat de cilinder een trekkracht van 15kN kan weerstaan en dat het hang- en sluitwerk in staat is om ten minste drie minuten stand te houden tegen het geweld van inbrekers. Het keurmerk geeft een minimale prestatierichtlijn, dus men kan zelf bepalen hoe men dat invult, zolang de criteria van de richtlijn maar gehaald worden. Het PKVW heeft een status in de markt verworven en woningcorporaties willen er graag aan voldoen; met name voor de woningen uit de bestaande voorraad. Maar hoe? Hebben ze enig idee welke hang- en sluitwerk er aan de voordeur moet? Valt de keuze op een SKG**-slot voorzien van kerntrekbeslag en sluitkom, op een SKG*** of gewoon op twee bijzetsloten elk met één SKG-ster? En zo zijn er nog enkele combi's die voldoen aan de PKVW-criteria. In alle gevallen wordt uiteraard een deugdelijk stel scharnieren toegepast.
Richtlijnen
Een beperkte belronde langs corporaties bevestigt de sterke positie van het keurmerk. Ook wordt duidelijk dat men door de bank genomen niet precies weet welke producten in een gegeven situatie het best kunnen worden toegepast. Op de vraag of men de voorkeur geeft aan een antikerntrekbeslag of een cilinder met SKG***, kwam steevast het antwoord dat er volgens de richtlijnen van het PKVW wordt gewerkt. Er

blijkt onvoldoende inhoudelijke kennis in huis om onderscheid te kunnen maken met welke productcombinaties het meest optimale resultaat wordt bereikt. Als er voldoende kennis aanwezig zou zijn, is het voorstelbaar dat de keuze voor het specifieke inbraakwerende product overgelaten wordt aan de huurder. Deze mag dan bepalen met welke optie hij het beste uit de voeten kan. Opties uiteraard, die allemaal voldoen aan de richtlijnen van het PKVW.
Omdat de verbetering van de inbraakveiligheid meestal onderdeel is van een bredere renovatie zal de woningcorporatie de prestatie-eis van het keurmerk opnemen in het aanbestedingscontract en de productkeuze overlaten aan de uitvoerende partij. Deze op zijn beurt zal ongetwijfeld te rade gaan bij zijn hang- en sluitwerkleverancier. Het is de vraag of je via deze route uitkomt bij de meest optimale keuze of bij de keuze die het beste past bij de individuele huurder.

Kenmerkende plaatje voor de cilinder geeft kerntrekbeveiliging.

... poelietrekker er op en weg is de beveiliging.

Particulieren
Particuliere huiseigenaren hebben die keuze in ieder geval. Zij kunnen zich laten informeren door een PKVW-bedrijf. Dat kan een sleutelservicebedrijf, een ijzerhandel of een beveiligingsbedrijf zijn, althans als ze beschikken over een PKVW-erkenning. Voor de samenstelling van dit artikel zijn er vier gebeld om te vragen naar hun ervaringen en het advies dat ze geven als klanten hun voordeur beter willen beschermen tegen inbraak. Het blijkt, dat hun antwoorden tamelijk eensluidend zijn. Ze vragen de klanten eerst naar het materiaal waarvan de voordeur gemaakt is. Bij particulieren heb je in hoofdzaak te maken met houten voordeuren. Bij bedrijfspanden kom je ook regelmatig aluminium en een enkele keer kunststof deuren tegen. In principe is er voor elk materiaal wel een inbraakwerend product aanwezig. Consumenten wagen zich echter zelden aan vervanging van het hang- en sluitwerk als het om


Hoe zit het eigenlijk met het klopsleutelen?
Op de site van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) zoek je onder inbraakmethoden tevergeefs naar de klopsleutelmethode. Wel is er sprake van de slagsleutelmethode. Dat is exact hetzelfde, maar een minder gebruikelijke aanduiding voor de methode, waarbij je door zachtjes kloppen op een iets ingekorte en verdiept uitgefreesde sleutel een cilinderslot kunt openen. De methode wordt dus wél genoemd, maar nauwelijks serieus genomen als het gaat om de gelegenheidsinbraken en dat is het type inbraken waar het Politiekeurmerk Veilig Wonen zich op richt. Vele mensen zijn zich daar waarschijnlijk niet van bewust en het is ook eigenlijk een beetje merkwaardig. Het PKVW suggereert hier dat de professionele inbreker zich onderscheidt van de gelegenheidsinbreker onder meer, doordat hij de klopsleutelmethode toepast. Bovendien is de vraag gerechtvaardigd of er wel zo'n duidelijke scheiding is aan te brengen tussen beide typen inbrekers. Kerntrekken en de Bulgaarse methode, flipperen en het hanteren van een breekijzer, zou men immers ook kunnen aanmerken als professionele methoden. Toch staan er adviezen op de PKVW-site hoe je deze methoden het best kunt voorkomen.
kunststof en aluminium deuren gaat; bij een houten deur willen ze het karwei zelf nog wel eens ter hand nemen. Het is natuurlijk het meest verstandig om in alle gevallen het werk over te laten aan een vakman.
De PKVW-bedrijven zijn ook unaniem over de meest effectieve aanpassing. Primo: een antikerntrekbeslag. De gelegenheidsinbreker ziet van verre, dat het geen zin heeft aan de slag te gaan met zijn kerntrekgereedschappen. Hij zal eieren voor zijn geld kiezen en elders proberen zijn slag te slaan. Als je alleen de oude cilinder vervangt door een SKG***®, dan zal de inbreker toch zijn schroef in de cilinder draaien. Waarschijnlijk zonder succes, maar ondertussen heeft hij wel het cilinderslot vernaggeld. De vervangingskosten zijn dan doorgaans weliswaar te verhalen via de verzekering, maar je hebt er wel een hoop gedoe mee.


Luchtdichtheid, sleutel tot duurzaamheid en wooncomfort
'Luchtdicht bouwen' is onlosmakelijk verbonden met duurzaam bouwen. Het staat voor een uitgewerkt systeem van regels, berekeningswijzen en uitvoeringsrichtlijnen om luchtlekken in de gebouwschil te dichten. Maar hoe ziet de huidige praktijk van het luchtdicht bouwen er eigenlijk uit?
Veel deskundigheid en ervaring op het gebied van 'Luchtdicht Bouwen' kwam afgelopen najaar bij elkaar om dat vast te stellen. Een verslag. Op de drempel van een nieuw bouwjaar riep de Nieman Groep een groot gezelschap van architecten, bouwkundigen, bouwers en fabrikanten bij elkaar voor een conferentie in Cinemec in Ede over luchtdicht bouwen. De 'Praktijkdag' op 6 november 2014 leverde een helder beeld op van de ontwikkeling van een succesvolle werkwijze bij luchtdicht bouwen. Het mag voor sommige bouwers en bouwkundigen nog een relatief nieuw begrip zijn, luchtdicht bouwen bestaat al zo'n 35 jaar.
Luchtdoorlatendheid
Met het doel om tochtklachten en energieverlies door ongecontroleerde luchtstromen te kunnen voorkomen, werden in de jaren '80 in Scandinavië en de USA al metingen verricht van de luchtdoorlatendheid van woningen. In die tijd waren in Nederland TNO en Bouwfonds er ook al mee begonnen. In de jaren daarna formuleerde een Nederlandse normcommissie een meetmethode voor de luchtdoorlatendheid (NEN 2686-1988) en normen voor de luchtdoorlatendheid van gebouwen (NEN 2687-1989) en gebouwdelen (NEN 2690-1991 voor b.g.g.-vloer). De eerste wettelijke bouwvoorschriften voor luchtdoorlatendheid verschijnen in het Bouwbesluit van 1992.
De mate van luchtdichtdoorlatendheid wordt uitgedrukt in qv;10 -waarde. De maximale luchtdoorlatendheid voor alle gebouwen wordt dan vastgesteld op een luchtstroom van maximaal 200 dm3 luchtvolume per seconde, bij een drukverschil tussen binnen en buiten van 10 Pascal (Pa). Er zijn drie luchtdichtheidsklassen (zie kader).
Met het Bouwbesluit 1995 wordt de EPC ingevoerd en de eerste EPCberekening. Daarbij is de luchtdoorlatendheid een cruciale factor. 'Luchtdicht Bouwen, theorie, ontwerp en praktijk' is de titel van een uitgave uit 1996 van SBR die wel het eerste professionele handboek voor luchtdicht bouwen genoemd kan worden. Dit naslagwerk is voortdurend bijgewerkt en afgestemd op nieuwe regels en technieken. De meest recente versie (SBRCURnet, 2013) verscheen in het voorjaar van 2014. Dan leven we al met het vooruitzicht dat we volgens de Europese Richtlijn (EPBD) in 2020 alleen nog maar woningen zullen bouwen die 'bijna-energieneutraal' zijn.
Potentiële luchtlekken
In de afgelopen decennia ontbrak het in de bouwpraktijk dikwijls aan de vereiste kennis en nauwkeurigheid bij het dichten van luchtlekken in

Potentiële luchtlekken bij bedrijfsdeur
gebouwen. Peter Kuindersma heeft, als samensteller en mede-auteur van het handboek 'Luchtdicht bouwen' en als bouwkundig adviseur bij Nieman-Kettlitz Gevel- en Dakadvies, jarenlang geijverd voor een zorgvuldiger uitvoering van bouwdetails die bepalend zijn de voor de luchtdichtheid. Hij gaf aan hoe de theorie en praktijk van luchtdicht bouwen zich heeft ontwikkeld. Kuindersma: “Luchtdichtheid ging tien jaar geleden nog in hoofdzaak over energiezuinigheid.
Daarbij stond de functie van het gebouw helaas nooit centraal. Die aandacht verschuift de laatste jaren gelukkig steeds meer naar andere aspecten zoals 'het voorkomen van tocht', 'waterdichtheid', 'geluidwering', 'verbetering van het comfort', etc. Want ook voor deze aspecten is luchtdicht bouwen belangrijk.
Tegenwoordig denken we al in de ontwerpfase na over de luchtdichting van gebouwen, bouwdelen, bouwelementen, gebouwonderdelen en bouwdetails. Een benadering 'van groot naar klein en van grof naar fijn'.
En daarbij staat de functie van het gebouw steeds centraal.
We letten nu op de grootte en de lengte van luchtlekken, op de aard van de materialen waarop afdichtingsmiddelen moeten hechten en op de speciale afdichting die nodig is bij specifieke aansluitingsdetails. We moeten nog leren denken in potentiële luchtlekken.”
In de nabije toekomst zal volgens Kuindersma de aandacht steeds meer uitgaan naar nauwkeuriger meting van de luchtdoorlatendheid (van gebouw, maar ook van bouwdelen en bouwelementen zoals gevels) en naar de specifieke kwaliteit en de levensduur van afdichtingsproducten. Van afdichtingsmaterialen zoals tapes, banden, kleefstroken en kitten en spuit-en kwastbare dichtingen zal beter de hechting worden onderzocht op verschillende ondergronden en bovendien zal de hechtkracht worden getest na verouderingsproeven.


Project De Sleephelling: zeer hoge warmteweerstand en zeer geringe luchtdoorlatendheid
Footprint
Als we in deze wereld op dezelfde voet doorgaan met produceren van onze levensbehoeften en van afval, hebben we per jaar een oppervlakte van anderhalve aarde nodig. Het besef begint de laatste tien jaar door te dringen dat de bouw een groot aandeel heeft in onze vervuilende voetsporen of de ecologische footprint van de mens op aarde. Dat wil zeggen dat we met bouwen en met gebruik, onderhoud, sloop en vernieuwing van onze gebouwen onze footprint flink kunnen verkleinen. Dat gegeven betekent dat een radicale omslag nodig is in de manier van ontwerp en uitvoering van nieuwbouw en bestaande bouw. Die ommekeer is een tiental geleden al gemaakt door VillaNova architecten in Rotterdam. In de zomer van 2008 begeleidde het architectenbureau de uitvoering van renovatieproject De Sleephelling , een woningblok van zeven panden van 100 jaar oud op het Rotterdams Noordereiland. Volgens berekeningen zou het energiegebruik van de woningen na de renovatie maximaal 25 kWh/m2vloeroppervlak bedragen. Die ambitie werd ook waargemaakt. Daarmee heeft De Sleephelling een pioniersfunctie, als het eerste passiefrenovatieproject van Nederland. Met het, van oorsprong Duitse, Passiefbouwen kan zonder actieve energieopwekking toch een zeer minimaal energieverbruik gerealiseerd worden en tegelijkertijd een hoog wooncomfort. Die resultaten werden bereikt door toepassing van rigoureuze isolatiemaatregelen (langsgevels met R c 8-9 m2K/W), toepassingen van hoogwaardige gevelelementen (kozijnen, Ukozijn 1,0 W/m2K) en een zeer lage luchtdoorlatendheid (ongeveer qv10 ≤ 0,15 dm3/s.m2)
De Sleephelling zette een standaard neer voor een hele reeks van passiefhuisrenovaties in Nederland: Binnengasthuizen / Zwolle, De Kroeven/Roosendaal, Groenewoud/Tilburg, passiefrenovatie Kerkrade
West, 32 flats Nieuwkuijk +Haarsteeg, De Veilige Veste/Leeuwarden en Molenstraat/ Vught.
Volgens architect Andries Laane van VillaNova vormen passiefhuizen van nu, de sociale woningvoorraad van morgen. Laane: “Bouwfysisch veroudert een passiefhuis niet meer. Als je de juiste materialen gebruikt en details goed zijn uitgevoerd, hoef je niet opnieuw te renoveren, alleen te onderhouden. Daar hoort toekomstgericht gebruiksgemak bij.
Materialen en details gaan na een passiefhuisrenovatie 40 -50 jaar mee. Als je wilt kun je alle ramen open zetten, oneindig warm water gebruiken, genieten van maximaal daglicht en de indeling levensloopbestendig maken.” Vijf jaar geleden was het dus al mogelijk om in ons land huizen van 100 jaar oud om te bouwen tot zeer energiezuinige en comfortabele woningen zonder daarmee ernstige schade aan te richten aan milieu en klimaat.
Stapsgewijs
Welke fouten kun je maken bij luchtdicht bouwen en hoe kun je ze vermijden? Bij bouwbedrijf Goossens Te Pas Bouw, dochteronderneming van Volker Wessels, besloot de bedrijfsleiding om die vragen te beantwoorden tijdens een concreet bouwproject. Het bedrijf leverde in 2012 in de wijk `Velve Lindenhof' in Enschede een project op van 211 zeer energiezuinige woningen, waaronder 82 passiefhuizen. Tot dan toe waren er in Nederland nog niet op zo'n grote schaal passiefhuizen gebouwd. De mate van luchtdichtheid (uitgedrukt in de luchtdoorlatendheid of qv;10 -waarde)van passiefhuizen valt in de hoogste luchtdichtheidsklasse met een maximale waarde van qv;10 = circa 0,15 dm3/s.m2..
Projectleider Maikel Groters van Goossens Te Pas Bouw legde in Ede uit hoe die strenge luchtdichtheidseis bij 'Velve Lindenhof' gehaald werd met een stapsgewijze aanpak. Groters: “ Stap 1 is de instructie aan de werknemers van de producent van de HSB-panelen over het waarom en het hoe van luchtdicht en passief bouwen . Stap 2 gaat over de controle in de fabriek van de prefab HSB-panelen voordat ze 'gesloten' worden en eventueel dichten (stap 3) van luchtlekken. Essentieel is stap 4, de instructie van het bouwplaatspersoneel over het 'waarom' van luchtdichting en passief bouwen en over de verschillen met traditioneel bouwen. Instructie over luchtdicht tapen door de leverancier is stap 5. Om beschadiging van de luchtdichting te voorkomen (stap 6) hangen we waarschuwingen op. Stap 7 staat voor de registratie en controle van de luchtdichting op het werk door een externe deskundige en de rapportage van de getroffen maatregelen door de uitvoerder. Dan volgt de tussentijdse meting van de luchtdichtheid (stap 8) met een blowerdoortest of infrarood-fotografie, op een moment waarop de luchtdichting nog kan worden bijgestuurd. Ten slotte volgt de eindtest met dezelfde meettechnieken.” Het eindresultaat van de blowerdoortest toonde aan dat de luchtdichtheid van de 211 woningen beter was dan de gestelde eis. Met deze aanpak won het Velve Lindenhof- project de Passief Bouwen Award 2013.

Potententiële lekken bij gevelopeningen en ankers
Integrale aanpak
Bij de intensieve concentratie op alleen een zorgvuldige luchtdichting bestaat de kans dat het doel ervan buiten beeld verdwijnt. Dat doel is volgens Gerton Starink, adviseur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, niet het halen van een bepaalde getalswaarde. Met enkele aansprekende voorbeelden uit de adviespraktijk laat Starink zien dat luchtdicht bouwen geen doel op zich kan zijn. Starink: “Het doel blijft het realiseren van comfortabele, energiezuinige, robuuste en veilige woon- en werkomgevingen. Dat wil zeggen dat je luchtdichtheid niet los kunt zien van energiebesparing, comfort en tocht, voorkomen van vochtschade, realiseren van waterdichtheid, akoestiek, brandveiligheid, hygiëne, stofdichting en het voorkomen van geurhinder. Luchtdicht bouwen is een integrale aanpak.” Starink geeft het voorbeeld van het belang van luchtdichtheidsmetingen bij het bepalen van de noodzaak van een rookscheiding tussen patiëntenkamers en een gang van het Amphia Ziekenhuis in Breda. Daar fungeerde luchtdichtheidsmetingen als input voor een simulatiemodel voor rookverspreiding onder brandcondities. Daarmee is vastgesteld hoe lang de gangen rookvrij zullen blijven bij brand in een patiëntenkamer. Het opsporen van luchtlekken in de gevel van een accountantskantoor werd een begin van de oplossing van tochtproblemen en een hoge energierekening. De thermografische opnamen toonden precies waar de luchtlekken zaten. Van een ander kantoor was een spreekkamer voorzien van een extra interne geluidwering. Toen die maatregel onvoldoende effect had, bleek bij nader onderzoek dat het geluid zich voortplantte via de doorvoeringen van kabelgoten. Die waren niet luchtdicht afgewerkt. Starink concludeert dat de adviespraktijk hem heeft geleerd dat fouten en afwijkingen in de luchtdichting vaker worden veroorzaakt door informatieverlies bij overdracht van ontwerp naar uitvoering dan door uitvoeringsfouten.
Werkproces
Luchtdicht Bouwen of het beperken van de luchtdoorlatendheid is wezenlijk voor energiebesparing, verbetering van comfort, voorkomen van vocht- en tochtproblemen, het realiseren van goede geluidwering en brandwerende gebouwen. En het is van belang voor de hygiëne en het voorkomen van geurhinder.
Bij een zorgvuldig ontwerp, aandachtige uitvoering en controle met behulp van metingen, kan de gevraagde luchtdichtheid tegenwoordig goed gerealiseerd worden. Sander van der Tol, adviseur van Nieman Raadgevende Ingenieurs vat het totale werkproces van luchtdicht bouwen als volgt samen:
• Ga na welke bouwkwaliteit nodig is voor de gewenste levensduur, functie en duurzaamheidsambitie van het gebouw, rekening houdend met het budget;
• Stel vast welke qv;10 -waarde hoort bij die ambities;
• Deze waarde invoeren in de EPC-berekening;
• Ga na hoe luchtdicht gevel, dak en vloer moeten zijn;
• Bepaal de lijn van de luchtdichting, geef op de details de luchtdichting aan, stem de dichting af op de naad en let op de werkvolgorde;
• Tijdens de werkvoorbereiding kwaliteit van luchtdichting in het ontwerp controleren en stem keuze van dichtingsmateriaal af op 'bewegingen' in bouwdelen;
• Instrueer het bouwplaatspersoneel (wat goed begrepen wordt, komt meestal goed);
• Controleer de luchtdichtheid bij de gevel- en daksluiting;
• Controleer de luchtdichtheid bij oplevering;
• Draag het opleverdossier met alle gegevens en bewijsstukken over de luchtdichtheid over aan de opdrachtgever met het oog op beheer en onderhoud.
Zo is het tegenwoordig mogelijk om nauwkeurig te voldoen aan de behoefte van de gebruikers van een gebouw.

Luchtdoorlatendheidsklassen
• Klasse 1 Basis qv;10 > 0,6 dm3/s.m2 voldoet aan het Bouwbesluit, geen bijzondere eisen
• Klasse 2 Goed qv;10 tussen 0,3 en 0,6 dm3/s.m2 = energiezuinig bouwen
• Klasse 3 Uitstekend qv;10 < circa 0,15 dm3/s.m2 = passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen. Voor Passief bouwen wordt vaak een n50-waarde van 0,6 h-1 aangehouden. Indien dit wordt vergeleken met een `standaard' woning, komt dat overeen met een qv;10 van circa 0,15 dm3/s.m2).
(Bron: www.nieman.nl/eisen-luchtdicht-bouwen)
'Isolatie is goed, ventilatie moet'. Een waarheid als een koe volgens Duco Ventilation & Sun Control. Voor een gezond binnenklimaat is goede ventilatie een must. Deskundig advies, voortdurende innovatie en een totaalpakket met modulaire opbouw in kleine stapjes maken de fabrikant een partij om op te bouwen.


"Geld is relatief goedkoop, energie duur. Investeren in energiezuinigheid van woningen is dus een logische stap. In nieuwbouw, maar zeker ook in renovatie", aldus Richard Geraerts, verkoopleider Nederland voor Duco. Alleen valt het hem op dat ventilatie niet altijd de aandacht krijgt die het onderwerp verdient. "Naarmate woningen meer en meer potdicht worden geïsoleerd, wordt ventilatie steeds belangrijker voor een gezond binnenklimaat. Eigenlijk zou het verplicht moeten worden. Zo wezenlijk is deugdelijke ventilatie voor gezond en prettig wooncomfort."
Gezondheid en verdiensten
Logisch dat Duco de aandacht vestigt op het onderwerp van ventilatie. De fabrikant is een van de grootste totaalaanbieders op dit gebied en ziet dat aandacht voor het onderwerp leidt tot bewustwording. En die bewustwording weer tot aanschaf van goede ventilatievoorzieningen. Neem het isolatiebedrijf Pluimers uit Rijssen. Die komen met 43 vertegenwoordigers aan keukentafels in het hele land om spouwmuurisolatie te verkopen. Sinds ze ventilatie meenemen in hun gesprekken, verkopen ze ook glas en roosters. Geraerts wil maar zeggen: ventilatie is niet alleen goed voor de gezondheid van de eindgebruikers, ook voor de verdiensten van de hele bouwkolom.
Innovatie met meerwaarde
Duco doet er dan ook veel aan om de productgroep te blijven vernieuwen. Neem de brandwerende Firemax 'ZR' die een hogere brandwe-



rendheid biedt dan de alternatieven in de markt. Een nog beter voorbeeld zijn de nieuwe geluiddempende roosters. Regels zijn aangescherpt, geluidshinder is toegenomen. Dus was er behoefte aan geluiddempende roosters met betere prestaties. Die ontwikkelde Duco door beter geluiddempend materiaal toe te passen. Tegelijkertijd werd de zelfregelende klep verplaatst naar de binnenzijde van het rooster. Deze roosters zijn verplicht in nieuwbouw. In renovatie nog niet, al leveren ze ook daar hun meerwaarde. Door de zelfregelende klep naar binnen te verplaatsen, voorkomt Duco dat hij gaat klepperen onder bepaalde windbelasting. Bovendien loopt hij inwendig in het rooster tegen een aanslag aan waardoor hij nog beter luchtdicht afsluit. "Zulke details maken het verschil als je echt luchtdicht wilt bouwen en dat wil combineren met een gezond binnenklimaat. Als we dat uitleggen, snappen opdrachtgevers het ook. Laatst in Helmond besloot een woningcorporatie bijvoorbeeld op het laatste moment toch zelfregelende roosters te laten monteren in een renovatieproject. Omdat hij nooit eerder de voordelen van die producten had begrepen."
Onafhankelijk advies
Als totaalaanbieder kan Duco in iedere situatie een oplossing bieden. Van product tot advies en van rooster tot ventilatiebox. Geraerts: "Het mooie: we kunnen al helpen vanaf een heel voordelig instapniveau en kunnen het in kleine stapjes modulair opbouwen tot het compleetste van het compleetste. Inclusief een gedegen advies van begin tot het eind. Opdrachtgevers die ons in het begin van een project samen aan tafel plaatsten met hun aannemer en installateur, willen voortaan niet anders meer. Soms zijn mensen bang dat we uit commercieel oogpunt over-adviseren. Het tegendeel is echter waar. Laatst ontdekten we dat een architect in en renovatieproject van 128 woningen twee roosters per woning te veel had voorgeschreven. Wij willen graag roosters verkopen,maar die twee hebben we afgeraden en zo een besparing van duizenden euro's gerealiseerd."
Renoventilatie
Op de Week van de Bouw (Bouwbeurs) introduceert Duco heel wat nieuwe ventilatiesystemen, specifiek voor zowel nieuwbouw-, renovatie- als vervangingsmarkt. Ook de noviteiten uit deze Close-Up zijn er uiteraard `live' te zien.



ALS LENGTE ER WEL TOE DOET, KOMT U MET ONZE NIEUWE DEURVASTZETTER ZE-160, BESLIST NIET TE KORT
DICTATOR deurvastzetter ZE-160 met een slag van maar liefst 16 cm !
Voor het vastzetten van bijvoorbeeld openslaande (terras-) deuren waarbij de bestrating fors lager ligt.
Uniek in deursluittechniek, sinds 1932 fabrikant van geruisloze deursluitoplossingen 16




Deze noviteit is ook te bewonderen en uit te proberen tijdens de Bouwbeurs 2015 op onze stand 10.A030


Compact design
Voetbediend
Eenvoudige montage
Verzonken bevestigingsgaten, torx schroeven meegeleverd
Verende constructie in de voet, altijd goed contact met de (gladde) vloer
DICTATOR Productie B.V. Emme l o o rd T +31 (0)527 6134 56 F +31 (0)527 698420
E-mail: inf o @dic t ato r.nl of bezoek onze website: ww w.dic t ato r.nl


Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie
Nieuwe 's Gravelandseweg 16, Postbus 24, 1400 AA Bussum t: 035.694.70.14, w: www.nbvt.nl
De informatie op deze pagina is afkomstig van de NBvT en kwam tot stand buiten de verantwoordelijkheid van de Raam en Deur-redactie
Sinds 1 januari 2015 stelt de Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBvT) de publicatie 'Kwaliteit van houten gevelelementen - Omschrijvingen materialen en halfproducten en voorwaarden voor de samenstelling' (afgekort 'KVT') volledig kosteloos voor iedereentabbeschikbaar. De branchevereniging is van mening, dat het van groot belang is, dat de gehele industrie houten gevelelementen produceert volgens dezelfde hoge kwaliteitseisen.





Geen licentie meer nodig
Voor ontwerpers, voorschrijvende instanties en opleidingen was de KVT al vrij beschikbaar. Sinds 1 januari 2015 heeft u ook geen licentie meer nodig om de inhoud van de KVT, alsmede de externe onderbouwing voor de prestaties die in de katernen van de KVT zijn opgenomen, te gebruiken in het kader van uw KOMO-attest en kwaliteitsverklaring Houten gevelelementen op basis van de BRL 0801. Hiermee is de KVT gratis beschikbaar voor de gehele bouwkolom.
KVT digitaal beschikbaar
De KVT is nu nog, in de vorm van losse katernen als pdf, te downloaden via de NBvT-website (www.nbvt.nl/services/kvt). Op dit moment werkt de NBvT hard aan het verder digitaliseren van de KVT. Binnen een half jaar mag u een nieuwe versie van de KVT verwachten. Wilt u op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen? Meldt u zich dan aan voor de kvt-info. Dat kan via de NBvT-website (www.nbvt.nl/services/kvt/de-kvt-info).





De KVT is een uniek document, nergens ter wereld wordt qua details en prestaties zoveel geregeld als in de KVT. Het document is voldoende als onderbouwing voor bijvoorbeeld het KOMO-attest-metproductcertificaat Houten gevelelementen op basis van de BRL 0801. In de Nationale Beoordelingrichtlijn 0801 "Houten gevelelementen" zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van de kwaliteitsverklaring aangeduid als KOMO-attest-met-productcertificaat voor houten gevelelementen vastgelegd. De BRL 0801 geeft, naar aanleiding van de prestatie-eisen vanuit het Bouwbesluit en de bepalingsmethoden, de wijze aan waarop attesteringsonderzoek wordt uitgevoerd. Bovendien wordt o.a. ingegaan op de eisen aan producten en halfproducten en de beproevingsmethoden.
Een KOMO-attest-met-productcertificaat houten gevelelementen op basis van de BRL 0801 is een, door het ministerie van BZK, erkende kwaliteitsverklaring. De KVT kan door producenten van houten gevelelementen worden gebruikt als onderbouwing voor de eisen, zoals opgenomen in de BRL 0801.
Postbus 1496, 3430 BL Nieuwegein
T: 030.750.98.01, E: info@vkgkozijn.nl, I: www.vkgkozijn.nl
De informatie op deze pagina is afkomstig van VKG en kwam tot stand buiten de verantwoordelijkheid van de Raam en Deur-redactie
Architectenbureau Magis Architecten uit Eindhoven moest van een voormalig kantoorgebouw in de Amsterdamse wijk Buitenveldert studenten- en startersstudio's ontwikkelen. De structuur van het complex is intact gebleven door in het ontwerp nieuwe kunststof gevelelementen en kozijnen toe te passen.

Transformatie naar
354 studio's






Het pand heeft een uitgesproken architectuur van horizontale banen op de verdiepingen en verticale accenten op de begane grond. Dit is behouden met de nieuwe kunststof gevelelementen, ondanks dat de achterliggende indeling compleet veranderde en niet meer overeenstemde met het bestaande grid van de hoofddraagconstructie. Tevens was de eis een hoogwaardige thermische en akoestische buitenschil te ontwerpen, een absolute uitdaging om dit tot in het kleinste detail tot stand te kunnen brengen. Een duurzame renovatie, met een hoge kwaliteit en lange levensduur, ook als de bewoners er slechts tijdelijk wonen. Met de keuze van kunststof kozijnen is daar zeker aan bijgedragen. Dit project laat voor een meerderheid van de jury zien dat een totale make-over niet altijd de beste keuze is en dat bij een




sterke bestaande architectuur een bescheiden benadering te verkiezen is.
VKG Architectuurprijs

(kozijnen,
De VKG Architectuurprijs wordt toegekend aan nieuwbouw- en renovatieprojecten waarin kunststof gevelelementen (kozijnen, ramen en deuren) op duurzame en esthetische wijze deel uitmaken van het ontwerp. Doel van de prijs is kunststof gevelelementen te promoten als integraal onderdeel van het ontwerp. Door de prijs in twee categorieën uit te reiken, onderstreept de uitschrijver zowel nieuwbouw als renovatie te zien als een architectonische opgave. De prijs is in december 2014 voor de tiende maal uitgereikt.
Heeft u een renovatie of nieuwbouw project dat deze prijs verdient? Mail naar info@vkgkozijn.nl voor meer informatie.
Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche Einsteinbaan 1, Postbus 1496, 3430 BL Nieuwegein T: 030.605.36.44, F: 030.605.32.60, E: info@vmrg.nl, I: www.vmrg.nl
De informatie op deze pagina is afkomstig van de VMRG en kwam tot stand buiten de verantwoordelijkheid van de Raam en Deur-redactie
We zijn geneigd om heel onze samenleving op te delen in categorieën en groepen. Als reactie daarop, maar ook nog om andere redenen, klinkt door onze moderne samenleving de wens om meer te individualiseren. De samenleving wordt echter niet door individuen bestuurd maar door groeperingen, door maatschappelijke organisaties en politieke partijen. Omdat deze zogenaamde instituties een structureel karakter hebben en niet zoals individuen vanuit direct persoonlijk eigen belang of emotie reageren en acteren, geven deze instituties onze samenleving stabiliteit en structuur. Binnen de bouwnijverheid is ook zo'n structuur te vinden, een uitgebreid geheel van instituties, partijen, maatschappelijke- en belangenorganisaties met eigen regels en wetten. Dit vinden velen ook gemakkelijk. Met name overheden delen de sector graag op in een viertal groepen met wie ze dan namens de hele sector overleggen. Dit is een grove miskenning van de echte werkelijkheid en een voedingsbodem voor schijnoplossingen en fouten.
Dit geheel geeft stabiliteit aan de sector, maar ook een grote mate van starheid en inflexibiliteit. Juist in een tijd waarin nieuwe “marktwetten” gelden en nieuwe product-marktcombinaties aan de orde zijn, is dat institutioneel geheel van onveranderbaarheid een hindernis naar een succesvolle toekomst. Ook roepen velen dat de goede oude tijden maar snel terug moeten komen, dan klopt het allemaal weer, zo redeneert men ten onrechte. Als je goed kijkt, dan zie je in de economie van de bouwmarkt een groot aantal structurele wijzigingen die terugkeer naar de succesformules van weleer onmogelijk maken. De sector moet dus het lef hebben om haar eigen structuur ook ter discussie te stellen en de economische structuur van organisaties en bedrijven kritisch te bezien. Begrijp me goed, niet in debatten en congressen, want dit is ook een onderdeel van het oude institutionele geheel. De VMRG wil de industriële gevelbouw vertegenwoordigen en realiseert zich dat zij een evenwicht moet realiseren tussen vele individuele belangen. Zij richt haar beleid en dienstverlening dus meer op het erkennen van en ruimte geven aan meer verschillende specialismen. Het meer stimuleren van afzonderlijke specialismen, zoals zonweringbedrijven en fabrikanten van paneelconstructies binnen de totale gevelbouw is daarvan een voorbeeld. Dit geldt ook voor partijen buiten de gevelbouw en daarbij kiest zij graag het platform van Slimbouwen met haar filosofie om nieuwe samenwerkingsvormen te ontwikkelen en te demonstreren met andere “bouw” partners. En dus niet in de bouwketen die iedereen star en inflexibel bindt, maar flexibel en steeds weer anders. De gevelindustrie werkt dus naar binnen en naar buiten toe aan haar flexibiliteit en toekomst gefundeerd op de integrale deskundigheid en vakmanschap van de gevelbouwbedrijven en al hun specialistische collegabedrijven. En deze laatsten zijn alle bedrijven in en om de gevelindustrie dus ook ontwerpers, architecten , gebouwexploitanten en andere disciplines. Een mooi palet van bedrijven met meerdere kleuren geeft immers meer kleur dan een palet met vier kleuren die zich niet laten vermengen.

VMRG Zonwering is de nieuwe naam van bedrijven op het gebied van zonwering die voldoen aan de VMRGKwaliteitseisen.

Sinds januari 2015 zijn in de VMRGKwaliteitseisen en Adviezen eisen (www. vmrgkwaliteitseisen.nl) opgenomen op het gebied van zonwering. Alle VMRG Zonwering bedrijven, te herkennen aan het gelijknamige logo, zijn gekeurd en voldoen gegarandeerd aan deze eisen. Een gevelbouwer met het VMRGKeurmerk levert gegarandeerde kwaliteit die voldoet aan de VMRG- Kwaliteitseisen. Als dit bedrijf zonwering betrekt via een VMRG Zonwering bedrijf is het er zeker van dat dit zonweringsbedrijf ook aan deze eisen voldoet. Deze bedrijven zijn allemaal door een onafhankelijke organisatie, SKG-IKOB Certificatie, gekeurd.

Foto: Hunter Douglas
Actueel
De VMRG verwelkomt als nieuwe partner
De Mors BV www.demors.nl
Bouwbeurs wordt Week van de Bouw

De Bouwbeurs brokkelde de laatste jaren snel af. De slechte bouwconjunctuur had zijn weerslag op het vakevenement, waarvan het aantal deelnemers de afgelopen edities daalde tot een bedenkelijk niveau. Vier beurzen onder één dak moeten een sterk en branchebreed fundament leggen onder de Week van de Bouw.
Als er één sector stormachtige jaren heeft doorgemaakt, dan is het de bouw wel. Een decennium geleden nog maar groeiden de bomen tot in de hemel, maar zodra het begint te waaien, vangen die in de regel ook de meeste wind. Nieuwbouw werd schaars, de huizenprijzen kelderden en ook de renovatiebedrijven, in de regel nog wel stormbestendig, kregen het lastig. Met alle toeleverende kolommen van dien. Logisch dat hét nationale bouwevenement, de Bouwbeurs, daar ook onder te lijden had.
Kennis- en informatiebron
De editie van 2011 was voor de verantwoordelijken aanleiding om het evenement eens serieus tegen het licht te houden. "Onder druk ga je innoveren", blikt marktmanager Martijn Carlier terug. "We moesten veranderen en we willen veranderen. Wat doe je dan? Een hoop beurzen op een hoop gooien? Oude wijn in nieuwe zakken? Nee, er is meer aan de hand. We moeten een andere manier zoeken om de markt te bedienen.
Voor de bezoeker moet er iets te halen zijn: kennisoverdracht, nieuws, informatie."
Het resultaat is de Week van de Bouw, een paraplunaam waaronder alle schakels van de bouw en vastgoed geclusterd worden. Het evenement vindt plaats van 9 t/m 13 februari in de Utrechtse Jaarbeurs. Carlier:



"Het consumentenvertrouwen trekt aan, de bouwsector doet het weer langzaam beter, de huizenmarkt komt een beetje in beweging en de huizenprijzen klimmen uit het dal. Het wordt weer leuk in de bouw! En natuurlijk verandert de markt. De woningvoorraad groeit, renovatie wordt gedragen door het energievraagstuk, duurzaamheid en vergrijzing en je ziet een verschuiving van ambachtelijk naar industrieel: procesinnovatie, prefab, robotisering en het denken in concepten en totaaloplossingen zijn maar een greep uit die veranderingen en die moet je zien tijdens de Week van de Bouw."
Gesegmenteerd per doelgroep
Het evenement trekt dus verschillende doelgroepen aan, die allemaal door het segment van hun gading aangetrokken worden, maar zich zeker ook aangesproken voelen door de rest van het aanbod. Zo zal het Bouwbeurs-gedeelte in de belangstelling staan van de uitvoerende bouw en productsegmenten als gereedschappen en bevestigingsmiddelen herbergen. Het Bouw- en ICT-Theater (seminars en symposia), het zzpplein, het Bouwbeurs-café of het strobouwplein (inspiratie door bouwen met stro en leem) zijn slechts een greep uit de vele activiteiten. Creatieve professionals zullen zich thuis voelen op de Material

Experience waarop ook een breed aanbod floors te vinden zal zijn. Gevel verhuist voor deze gelegenheid van Rotterdam naar Utrecht en houdt dezelfde uitstraling als de `losse' gevelvakbeurs. Voor woningcorporaties, -eigenaren en opdrachtgevers is Renovatie & Transformatie bijzonder interessant. De Renovatie-arena is het kloppend, leerzame hart, terwijl ook de Conceptenboulevard en de Kennistafel voorbeelden zijn van interessante, brancherelevante activiteiten.
Eigen stekkie
Al met al zullen er zo'n 800 deelnemers aan de start verschijnen, maar door het evenement in verschillende clusters op te delen, heeft iedere doelgroep zijn eigen stekkie. "Eigenlijk stap je van de ene in de andere wereld, waarin elk sub-event zijn eigen beleving heeft. Zo zal er bijvoorbeeld op de Bouwbeurs genoeg reuring zijn en staat op Renovatie & Transformatie kennisoverdracht centraal. Bezoekers gaan dat ervaren. De verschillende werelden zullen ook met een eigen campagne werven. Zelf ben ik blij dat we deze stap gezet hebben en ons gevoel wordt door de reacties van de exposanten bevestigd. En natuurlijk is het altijd spannend hoe het uitpakt, maar we hebben er alle vertrouwen in", besluit Carlier.
Beursdetails
De Week van de Bouw vindt plaats 9 t/m 13 februari, dus van maandag t/m vrijdag. De zaterdagopening is komen te vervallen. In principe is de beurs van 9.30 tot 17.30 uur geopend, maar op donderdag kunnen bezoekers tot 20.30 uur terecht. Onlineregistratie vooraf levert voordeel op.
Naast de reguliere beursactiviteiten biedt de Week van de Bouw een uitgebreid, zeer interessant randprogramma.
Kijk op www.deweekvandebouw.nl voor meer informatie.
Raam en Deur scant interessante websites
Internet biedt informatie in alle soorten en maten. Maar je moet het wel weten te vinden. Raam en Deur selecteert regelmatig interessante websites. Speciaal om u te helpen bij uw werk.



www.utwente.nl/ctw
Luchtdichtheid
Onderzoekers van de Universiteit Twente brengen momenteel de luchtdichtheid van Nederlandse woningen in kaart. Dat doen ze met meer dan honderd rapporten van blowerdoortests uit de markt en zelf uitgevoerde tests. Met de verzamelde informatie wil de universiteit gemeenten en bouwpartijen aanbevelingen doen op het gebied van luchtdichtheid. Waarom ze dat doen? Sinds 1995 worden er eisen gesteld aan de energieprestatie van woningen. De ventilatie moet uiteraard goed zijn, maar buiten het ventilatiesysteem moet de woning eigenlijk zo dicht mogelijk zijn, zodat er geen comfortklachten ontstaan of onnodig energieverlies optreedt. Niemand lijkt op dit moment een overkoepelende check uit te voeren of daarin de vereiste of gewenste luchtdichtheid wordt bereikt. In de praktijk zijn er nog diverse lekken in woningen. Met de verzamelde data en eigen tests willen de onderzoekers van de Universiteit Twente bestaande tests aanpassen zodat ze gedetailleerder en betrouwbaarder worden.
www.bwtinfo.nl
Gewijzigde regelgeving 2015 Per begin 2015 is in de bouwregelgeving weer het één en ander gewijzigd. Een paar worden er hier genoemd waarbij voor uitgebreide informatie op de website kan worden doorgelinkt. De energieprestatie eis is voor bijna alle gebruikscategoriën uit het Bouwbesluit aangescherpt. Voor woningen gaat de EPC van 0,6 naar 0,4 en voor bijvoorbeeld kantoren van 1,1 naar 0,8. Ook is artikel 1a van de Woningwet gewijzigd. Doel hiervan is het verder verduidelijken van de zorgplicht van eigenaren/gebruikers van bouwwerken inzake de veiligheid en gezondheid van hun bouwwerk. Nieuw is hierin dat het bevoegd gezag een onderzoek naar de kwaliteit van woninginstallaties kan eisen. Nieuw is ook dat dankzij de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Gemeenten, provincies en waterschappen makkelijker met elkaar kunnen samenwerken. Geen wijziging maar een verlenging van een maatregel, namelijk de tijdelijke btw-verlaging op renovatie, herstel en tuinonderhoud bij woningen is verlengd tot 1 juli 2015.
www.bouwregelwerk.org Onafhankelijke ondersteuning Dit is de website van de Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB), een stichting opgericht met het doel de markt en de overheid op onafhankelijke wijze ondersteuning te bieden bij het interpreteren en toepassen van de bouwregelgeving. De inspanningen van ERB zijn gericht op het bevorderen van innovatie en het stimuleren van kwaliteitsverbetering van de bouwregelgeving. Om dit proces van voortdurende vernieuwing te stimuleren geven zij zowel op verzoek als op eigen initiatief advies aan de overheid en markt. Met de ERB-bijdragen wordt getracht nieuwe inzichten en visies aan te reiken, ontleend aan eigen onderzoeken en gesignaleerde vraagstukken, voor de vernieuwing van het systeem van de bouwregelgeving. Interessant zijn de ERB-beschouwingen op actuele onderwerpen zoals onder Nieuws: Kwaliteitsborging in het rijk der nevelen , of onder Helpdesk: Afmetingen deur naar buitenberging. In de bouwwereld is ERB bekend als deskundige in het opstellen van gelijkwaardigheidsverklaringen.
Het duurt nog even, maar toch alvast aandacht voor Safety Security Amsterdam (SSA). SSA is een toonaangevende vakbeurs in de Benelux voor professionals op het gebied van beveiliging- en (brand)veiligheid. Van 22 tot en met 24 september komen bezoekers in contact met installateurs, system integrators, distributeurs, adviseurs, security managers, eindgebruikers en vertegenwoordigers van de publieke sector (als politie, brandweer, overheid). Hét trefpunt voor veiligheid. Gedurende 3 dagen komen alle segmenten uit de branche samen onder één dak. Op de beursvloer tonen exposanten hun nieuwste producten, oplossingen en diensten op het gebied van bouwkundige/elektronische beveiliging, CCTV & surveillance, IP networks & integrated systems, security solutions, life safety/fire prevention. Meer informatie: www.safetysecurityamsterdam.nl

Agenda
EcoBuild
3-5 maart
Ecobuild is 's werelds grootste beurs en conferentie op het gebied van modern en duurzaam bouwen. De beurs biedt bezoekers het meest complete overzicht van innovatieve en duurzame bouwmaterialen en -methoden, van ontwerp tot afbouw. Dit evenement wordt van 3 tot 5 maart gehouden in Londen en trekt architecten, voorschrijvers, ontwikkelaars en aannemers, als ook publieke opdrachtgevers uit het Verenigd Koninkrijk. www.nbcc.co.uk
Luchtdicht bouwen 12 maart
Van 31 maart tot en met 2 april staat Building Holland weer op de agenda. Building Holland brengt daarmee ook in 2015 alle schakels in de bouw en vastgoed samen. Deelnemers doen tijdens het evenement inspiratie op, delen kennis en maken gebruik van uitgebreide netwerkmogelijkheden. Een inhoudelijk programma met topsprekers, een toonaangevend netwerk van participanten en all-in catering zorgen ervoor dat deelnemers afkomstig uit de gehele vastgoed en bouw op hun wenken worden bediend.
Meer informatie: www.buildingholland.nl

Batibouw 2015
Van 26 februari tot en met 8 maart is de Brussels Expo weer het toneel van Batibouw, de editie van 2015 alweer. De grootste (ver)bouwbeurs van België en haar bijna 1000 exposanten nodigen u uit om de nieuwste trends en materialen te ontdekken. Batibouw is dé beurs voor zowel vaklui als consumenten in de bouwsector. De beurs lokt op een oppervlakte van 120.000 vierkante meter elke editie eind februari, begin maart zowat 300.000 bezoekers (waaronder 75.000 bouwprofessionals), gespreid over 11 beursdagen. De eerste 2 dagen van de beurs zijn exclusief voorbehouden voor de professionele bezoeker, vanaf de derde dag kent de beurs een gemengd publiek. Meer informatie: www.batibouw.be
Luchtdicht bouwen is geen vrijblijvende zaak meer, maar wordt vastgelegd in gebouwprestaties die ook daadwerkelijk gerealiseerd moeten worden. In deze cursus leert u ontwerpen, tekenen en rekenen aan luchtdichtheid, maar ook wordt getoond hoe u afdichtingsmaterialen als PUR-schuim en kitten zorgvuldig kunt aanbrengen. www.bouwforum.nl
Interieurbouw & Hout Vakbeurs 24-26 maart 2015
De Interieurbouw en Hout & Kunststof Vakbeurs (IHK) wordt omgedoopt in de Interieurbouw & Hout Vakbeurs (IHV) en heeft een nieuwe huisstijl gekregen. Het resultaat moet beter aansluiten op de wensen van de exposanten en de behoeften van de bezoekers. De Interieurbouw & Hout Vakbeurs gaat op 24, 25 en 26 maart 2015 van start in de Evenementenhal Hardenberg. www.evenementenhal.nl
Bouwbesluit daglicht en ventilatie 2 april
In de cursus staat het maken van de berekening centraal. Na een uitleg over hoe deze tot stand komt, welke gegevens u moet verzamelen en wat de minimale uitkomst moet zijn, gaat u aan de slag met het maken van een berekening. U rekent zelf waardoor er tegen knelpunten en onduidelijkheden aangelopen wordt, die plenair besproken worden.
www.bouwforum.nl

Herbestemming wordt steeds meer de regel en is steeds minder uitzondering. Maar hoe pak je herbestemming van oude panden aan ten tijde van crisis? Sommigen zoeken het in nieuwe verdienmodellen, slimme financiering of ontwikkelend beheer, anderen het in organisch ontwikkelen of bottom-up benadering. In 25 actuele herbestemmingsprojecten wordt voorbij gegaan aan de modewoorden. De initiatiefnemers komen aan het woord en geven een vrijpostige kijk in de ontwikkelkeuken en zijn - en dat is uniek - bereid de cijfers met de lezers te delen. Deze projecten bieden een blik op wat de nieuwe toekomst van het vastgoed lijkt te gaan worden: herbestemming en gebiedstransformatie als reguliere projectontwikkeling naast de noodzakelijke nieuwbouw. De helden van dit verhaal zijn de initiatiefnemers die het aangedurfd hebben om hun boeken te openen. Het boek is te koop bij Nai010 uitgevers en kost 34,50.

Het huidige stedenbouwdiscours is doordrongen van het smart city-concept. De smart city gaat uit van innovatieve stedelijke planning, gebaseerd op slimme technologieën die steden niet alleen veiliger en schoner maken, maar vooral efficiënter. Maar worden steden er daadwerkelijk beter van? In dit boek houden Maarten Hajer en Ton Dassen (Planbureau voor de Leefomgeving) een pleidooi voor een slimme stedenbouw en bieden daarmee een tegenwicht tegen het kritiekloos omarmen van de smart city. De slimme stedenbouw moet oplossingen vinden voor wat in de 20ste eeuwse stedenbouw is vergeten: het metabolisme van steden - de grote variëteit aan in en uitgaande stromen die het stedelijk leven verbinden met de natuur. In 50 infographics wordt dit metabolisme inzichtelijk gemaakt. Zo krijgt de lezer antwoord op vragen als: waar leven steden van; wat nemen ze op aan water, voedsel, bouw- en andere materialen; wat voeren ze daarvan weer af; en hoe doeltreffend is die stofwisseling? Dit boek roept op tot een "mondiale-netwerkstedenbouw", waarin technologie geen wondermiddel is, maar is verankerd in sociale vernieuwingen. Het boek is te koop bij Nai010 publishers en kost


Steeds meer organisaties nemen het initiatief om duurzaam te bouwen. "Het duurzame ontwerpproject" levert de bouwstenen voor het voorbereiden en uitvoeren van het duurzame ontwerpproject. De eerste en noodzakelijke stap in een duurzaam ontwerptraject is de duurzame projectambitie scherp te formuleren. Vervolgens is er aandacht voor de organisatie van het creatieve ontwerpproces. De voor- en nadelen van duurzame ontwerpstrategieën zoals Cradle to Cradle worden op een rij gezet. Ook het stimuleren van de gezamenlijke inspanningen die nodig zijn om een integraal duurzaam ontwerp te maken, komt aan bod. Het duurzame ontwerpproject is rijk geï–llustreerd met praktijkvoorbeelden en geeft per onderwerp concrete richtlijnen. Daarmee biedt het een praktisch toepasbare handreiking voor opdrachtgevers, architecten en adviseurs die werken aan duurzame ontwerpprojecten. Het boek is te koop bij uitgeverij Boom en kost 25,90.
"Gevels" is alweer een tijdje uit, maar is zeker de moeite waard nog eens onder de aandacht te brengen. Het is een educatief en instructief boek met voorbeelden en mogelijkheden van zowel dragende gevels als vliesgevels. Daarbij komen ook materialen en constructies aan bod. De laatste 15 jaar hebben gevels een grotere complexiteit gekregen. De zogenaamde "intelligente" gevels bijvoorbeeld, passen zich continu aan klimaatveranderingen en licht condities aan. Het boek toont de principes van gevelconstructies en geeft richtlijnen voor een goede detaillering. Het boek beschrijft systematisch en gedetailleerd de meest voorkomende geveltypes, zoals een dragende gevel, corridorgevel of de dubbele gevel. De tekeningen zijn speciaal voor dit boek gemaakt, en laten de constructieprincipes van verschillende typen gevels zien. Het boek kost 32,50 en is te bestellen bij uitgeverij Boom.
voor elk kozijn een passend beslag

Als specialist voor schuifoplossingen heeft HAUTAU voor elke aanvraag een passend systeem. Een HAUTAU ATRIUM schuifsysteem biedt met een barrièrevrije doorgang en eenvoudige bediening een grenzeloos komfort. De ventilatiefunctie en inbraakwerendheid bieden nog meer veiligheid.
U zult het merken wanneer het HAUTAU is. www.HAUTAU.de















