
Ilse Heemskerk en Jeroen de Haan van Bouwmaat “Strategie
Remco Teulings na vijf jaar BME









































![]()

Ilse Heemskerk en Jeroen de Haan van Bouwmaat “Strategie
Remco Teulings na vijf jaar BME









































Strategie is een woord dat in deze MIXpro veel voorkomt.
Ten eerste in het interview met Ilse Heemskerk en Jeroen de Haan.
Zij lichten de nieuwe strategie van Bouwmaat toe. Ook in het interview met (ex-)BME-topman Remco Teulings wordt de strategie beklemtoond. Met name het feit dat die strategie met de nieuwe CEO niet per se zal veranderen.
Veel branchecijfers in deze editie. De jaarcijfers van BME, DSG, Toolstation, Grafton en TABS zijn bekend en wij zetten ze op een rijtje. En naast deze omzetten en rendementen ook aandacht voor een ander belangrijk thema: de duurzaamheid. Welke stappen zet de bouwgroothandel op dit terrein? We lichtten een aantal duurzaamheidsrapportages door.
En dan de strategieën. Bij Bouwmaat stond de ‘eigen baas in de bouw’ altijd al centraal. Maar met de nieuwe strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ wordt die focus nóg scherper. Operationeel directeur Jeroen de Haan en commercieel directeur Ilse Heemskerk vertellen over een intensief traject dat begon in de zomer van 2025 en eindigde met een heldere koers: dieper de doelgroep in, een forse inhaalslag op digitaal vlak en van productdenken naar klusdenken.
De strategie van BME verandert niet, na de wisseling van CEO. Zo verzekert vertrekkend topman Remco Teulings. Zijn afscheid heeft niets te maken met verschil van

Marc Nelissen Hoofdredacteur
mn@mixpress.nl
inzicht, hij heeft zélf zijn opvolger gezocht en gevonden, is en blijft aandeelhouder en blijft nog drie maanden betrokken als adviseur. En bovendien wérkt de strategie, zo blijkt uit het interview dat hij aan ons gaf.
Mooi hoe open Teulings was in dat gesprek. Over de mislukte exit in 2022. Over de integratie van Raab Karcher en die van Nelemans. Over ‘de eerste helft’ en ‘de tweede helft’ in zes-en-een-half-jaar BME. Over de noodgedwongen switch van een zeer aanvallende marktbenadering naar agressief defensief. En over de manier waarop BMN, Tegelgroep Nederland, Galvano en BME Bouwmaten de komende jaren hun business willen blijven uitbreiden.
Genoeg interessante kost over onze dynamische sector, hoop ik.
Veel leesplezier en goede zaken!
Marc Nelissen
Hoofdredactie MIXpro
MIXpro
Vakblad voor de totale bouwgroothandel
Hoofdredactie
Marc Nelissen
Aan MIXpro werken mee
Wim Bak (column)
Steven van der Cruijs (Hibin)
Effe checken (eindredactie)
Geert Hilferink (algemeen)
Dennis Kosten (column VLOK)
Dirk Mulder (column)
Jeroen Rietvelt (algemeen)
Hugo Schrameyer (thema)
Edwin Timmers (column)
Fotografie
Marjolein Ansink en shutterstock.com
Redactieadres
MIXpress
Postbus 11
5258 ZG Berlicum T: 073.503.43.47
E: mixpro@mixpress.nl W: www.mixpro.nl
Advertenties/Close-Up’s
Molijn Sales Support
Edgar Molijn
Brugstraat 12, NL-5258 HT Berlicum +31 (0)73.503.35.44 mix@molijnsalessupport.nl
Close Ups
Advertorials
Vormgeving
Inpladi bv, bureau voor idee en creatie
Abonnementen
Los nummer: € 27,50 (excl. btw)
Per jaar (+online toegang) € 87,20 (excl. btw)
Abonnementsvoorwaarden check www.mixpress.nl/abo
Abonnementenadministratie
Abonnementenland
Postbus 20, 1910 AA Uitgeest Tel.: 0251.25.79.24
Internet: www.aboland.nl
Stopzetten abonnement
Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn.
Algemene voorwaarden
Alle advertentieopdrachten en plaatsingsvoorkeuren worden schriftelijk vastgelegd, afgesloten en uitgevoerd conform de Regelen voor het Advertentiewezen, gedeponeerd ter griffier van de Arrondissementsrechtbanken en bij de Kamers van Koophandel. Een exemplaar wordt op verzoek toegezonden of zie www. stichtingrota.nl
Copyrights
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd op welke wijze dan ook,worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Bouwmaat zet koers met nieuwe strategie
De vakman centraal. Dat is altijd zo geweest bij Bouwmaat, maar met de nieuwe strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ wordt die focus nóg scherper. Operationeel directeur Jeroen de Haan en commercieel directeur Ilse Heemskerk vertellen over een intensief traject dat begon in de zomer van 2025 en eindigde met een heldere koers: : dieper de doelgroep in, een forse inhaalslag op digitaal vlak en van productdenken naar klusdenken.


Voorzichtig optimisme in een uitdagend bouwjaar
TABS, DSG, Grafton, BME en Toolstation presenteerden hun jaarcijfers over 2025. De rode draad: gematigde groei in Nederland, stijgende kosten, en een markt die herstel laat zien maar nog vol onzekerheden zit.

Chris Goedhart zag met eigen ogen hoe Gered Gereedschap het leven van jongeren in Oeganda verandert. De familiestichting van de ouders van deze Bouwcenter- en Gamma- en Karwei-ondernemer steunt Gered Gereedschap al 10 jaar en doet dat met volle overtuiging.
Een duik in de MIXpro-archieven levert vaak leuke wetenswaardigheden op. We schrijven 1993 als Alpha Ciboma met een nieuwe huisstijl komt voor de aangesloten bouwmaterialenhandelaren. En daarbovenop zelfs met de Bouwcenter-formule. In 1995 zijn alle 56 Alpha Ciboma overstag en opereren ze stuk voor stuk onder de naam Bouwcenter. Onestopshopping die verder ging dan het oorspronkelijke brede pakket aan bouwmaterialen, gecombineerd met sterke landelijke marketing-communicatie.

FORMULES

VAKTUEEL
“Verandering van spijs doet eten” Waarom scenario’s, AI en klantinzicht hoog op de agenda staan
Hij had kunnen doorgaan. Makkelijk. De strategie ligt er strak bij en de resultaten zijn goed. Maar Remco Teulings, CEO van BME sinds de overname door Blackstone in oktober 2019, besloot eind december 2024 zelf dat het tijd was. Per 4 mei draagt hij het stokje over aan Ismael Roig, de opvolger die hij grotendeels zelf heeft gezocht. “Verandering van spijs doet eten. En dat is zeker niet negatief bedoeld over wat ik nu heb. Maar ‘life is too short to just continue doing the same’ voor nog een keer vijf of tien jaar.
DUURZAAMHEIDSVERSLAG

De zaal zat vol tijdens de recente Hibin Next-bijeenkomst in Ede. Young professionals, managers en ondernemers uit de bouwgroothandel kwamen samen rond een onderwerp dat snel opschuift van interessant naar urgent: hoe blijft de bouwgroothandel onderscheidend in een markt die fundamenteel verandert? Volgens Hibin was de sessie zelfs overboekt. Tijdens de bijeenkomst verzorgde Wim Bak van Merkvast een presentatie vanuit brancheperspectief.


























































Koplopers, achterblijvers en een gedeeld probleem Vier pagina’s Hibin-nieuws in MIXpro
Vier grote spelers in de bouwgroothandel -DSG, BME/BMN, TABS Holland en Isero/Polvopubliceerden duurzaamheidsverslagen over 2024 en 2025. De verschillen zijn groot: in aanpak, rijpheid van rapportage en ambitieniveau. Maar er is ook een opvallende overeenkomst: scope 3 is voor iedereen het onopgeloste vraagstuk.
• Wat (niet) blijft hangen, vind je terug
• Waarom je nu niet van baan moet veranderen
• Hibin jaarcongres
• Hibin leerpaden




SNEL VEELZIJDIG STERK
























Lijmen, monteren en afdichten onder alle omstandigheden.


Echt vakmanschap vraagt toewijding, ervaring en producten van de hoogste kwaliteit. Daarom kiest de prof al 20 jaar voor montagelijmen van Poly Max®. Altijd een krachtige en snelle oplossing voor alle lijm-, montage- en afdichtingsklussen onder alle omstandigheden. Nu in een nieuw design.




































BME – de moederorganisatie van onder meer BMN in Nederland – sloot 2025 af met een groepsomzet van € 4.838 mln. Gecorrigeerd voor de verkoop van Quester/Oostenrijk is dat stabiel ten opzichte van 2024. De aangepaste EBITDA bedroeg € 237 miljoen, eveneens stabiel, met een marge van 4,9%. De kasstroom uit operationele activiteiten steeg naar € 100 miljoen.
BME’s financiële resultaten van het volledige jaar 2025:
• Omzet: € 4,838 mrd (stabiel versus 2024, like-for-like exclusief ‘divestment’ van Quester/Oostenrijk)
• Adjusted EBITDA: € 237 mln (stabiel versus 2024)
• Adjusted EBITDA marge: 4.9% van de omzet (stabiel versus 2024) Cash flow uit operationele activiteiten: € 100 mln

De prestaties verschilden sterk per regio. BME meldt solide groei in Nederland (o.a. BMN, Tegelgroep Nederland, Galvano), België, Spanje en Portugal, gedragen door veerkrachtige vraag en marktaandeelwinst. In de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland) bleven de marktomstandigheden uitdagend, al tekenden zich aan het einde van het jaar eerste stabilisatiesignalen af in residentiële indicatoren.
Verderop in deze MIXpro vind je meer handelscijfers blz 16


Robert Jan Kennis keert terug in de ijzerwarenhandel als commercieel directeur van Lecot.
Die stap is opmerkelijk. Kennis was namelijk de man die bij BMN het netwerk van BMN IJzerwaren gestalte gaf. Dat deed hij nadat hij in de ijzerwaren al zijn sporen had verdiend bij Pijnenburg en Isero.
Bij BMN ontwikkelde Kennis het concept van BMN IJzerwaren: zelfstandige ijzerwaren-vestigingen als onderdeel van het BMN-netwerk. Ook acquireerde hij een aantal bestaande ijzerwarenhandels (collega-Ferney-leden) om te integreren in het netwerk van BMN IJzerwaren: denk aan

Jacob Bakker, Huijskes Boevink, Van Engeland en De Jong & Roos.
Toen het tempo er een beetje uit raakte bij BMN, nam Kennis er na vijf jaar afscheid om te verhuizen naar Flexiforce. En inmiddels is hij dus directeur geworden van Lecot IJzerwaren. Lecot heeft in België 85 vestigingen en in Nederland een DC en zes vestigingen in Breda (2), Kapelle, Werkendam, Vianen en Waalwijk.
Toen Hornbach vorig jaar sprak van minstens vijftien nieuwe vestigingen in Nederland, fronste menigeen zijn wenkbrauwen. Hoe dan? Maar ondertussen gebeurt er toch wel een en ander op expansievlak bij de bouwmarktketen.
Na een ferme klap op een XL-verfemmer zwaaide medio april de slagboom van de gloednieuwe Drive In van Hornbach Geleen voor het eerst omhoog. Tussen de confetti-slierten door reden de eerste klanten naar binnen om de bijna 5.000 m2 tellende Drive In te verkennen vanuit hun auto of klusbus. “Een fantastisch moment!”, zegt vestigingsmanager Bob Rohenkohl vol enthousiasme. “We hebben hier op nieuw aangekocht terrein echt iets moois neergezet. Sinds gisteren kunnen alle doehetzelvers en klusprofessionals uit de regio profiteren van het gemak van onze Drive In-service. Het is inrijden, inladen, betalen en vertrekken.”
Het Drive In-concept bij Hornbach-vestigingen is nu dus ook beschikbaar in Geleen. “Je rijdt hier gewoon met je auto, aanhanger of klusbus naar binnen, parkeert direct voor het schap en laadt zware artikelen voor je bouwprojecten razendsnel in”, legt Rohenkohl uit. “Dankzij de brede gangpaden en overzichtelijke schappen met honderden artikelen vind je makkelijk je weg. Met de speciale Hornbach-app scan en betaal je zelf je artikelen om vervolgens direct door te rijden om aan de slag te gaan. Onze Drive In bespaart klanten veel tijd die ze mooi kunnen gebruiken voor hun projecten.”

“Als Stiho zijn we goed op weg en transparant over onze impact.”, zeggen ze zelf bij DSG. “Ook in 2025 hebben we weer mooie stappen gezet op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
In het maatschappelijk jaarverslag van DSG over 2025 vertelt De Stiho Groep alles over de stappen die ze het afgelopen jaar hebben gezet. Zo bereikte de organisatie in 2025 landelijke dekking met ons Zero Emissie-transport en begonnen ze met het Sustainabuild Collective: één heldere standaard voor duurzame producten en materialen.
Verderop in deze MIXpro vind je een opsomming van verschillen de duurzaamheidsrapportages uit de bouwgroothandel blz 50
De Europese bouwmaterialendistributeur BME Group krijgt per 4 mei 2026 een nieuwe topman. Remco Teulings treedt na negen jaar terug als CEO: “100% op eigen verzoek”. De Raad van Commissarissen heeft Ismael Roig benoemd als zijn opvolger.


Remco Teulings speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van BME tot zelfstandige organisatie na de afsplitsing van CRH Plc. Onder zijn leiding groeide het bedrijf zowel autonoom als via acquisities, met meer dan veertig overnames in de afgelopen jaren. Tegelijkertijd legde hij de basis voor een organisatie met een duidelijke strategie, sterke waarden en een focus op medewerkers, klanten en leveranciers.
Ervaren internationale opvolger
De nieuwe CEO Ismael Roig brengt meer dan dertig jaar internationale managementervaring mee, met name in complexe en gereguleerde sectoren. Hij was most recent president van de EMEA-divisie van ADM, waar hij verantwoordelijk was voor een omzetregio van circa $ 40 mrd en meer dan 10.000 medewerkers. Roig vervulde eerder CEO- en boardposities op het gebied van operations, strategie, finance, transformatie en M&A, en stond aan het roer van omvangrijke internationale portefeuilles.
Verderop in deze MIXpro vind je een uitgebreid interview met Remco Teulings van BME blz 18
MIXpro publiceert het laatste nieuws als eerste op

Abonneer je op de nieuwsbrief via www.mixonline.nl/nieuwsbrief
876 mln
Dat is de omzet van TABS Holland in 2025. De groep achter PontMeyer, Koninklijke Jongeneel en elf andere bedrijven boekte daarmee een omzet-stijging van 2,7%. De brutomarge daalde licht, het resultaat na belastingen bleef nagenoeg gelijk op € 30 mln. Zie meer handeslcijfers verderop in deze MIXpro.
Hofleverancier, dát is het predikaat waar 100-jarige bedrijven vaak automatisch voor gaan. Stiho niet, zij kiezen voor de B Corp status als bezegeling van hun verantwoord ondernemerschap.
“Met onze B Corp certificering timmeren we hard verder aan de weg met ons fundament ‘meetbaar duurzaam’,” aldus Business Unit Manager John Faas. |Dit is niet alleen een mooie vervolgstap van een beweging die al enkele jaren geleden is ingezet. Het is ook een prachtige mijlpaal die we hebben bereikt in het jaar van ons 100-jarig jubileum.”
Stiho is de eerste Nederlandse groothandel in bouwmaterialen die B Corp gecertificeerd is. Daarmee voldoet Stiho aan hoge standaarden op het gebied van transparantie en sociaal en duurzaam ondernemen.
Een score van 87.8 punten
Stiho behaalde de B Corp certificering met 87.8 punten. Om te vergelijken: in Nederland scoort een gemiddeld bedrijf 50,9 punten. Om voor een B Corp certificering in aanmerking te komen heb je minimaal 80 punten nodig. Je moet dus aan zeer strenge eisen voldoen.
Waarom is B Corp belangrijk?
“Als familiebedrijf dat al 100 jaar bestaat, denken wij niet in kwartalen, maar in gene-

raties,” legt Stiho’s Business Unit Manager John Faas uit. “Verantwoord ondernemen en goed werkgeverschap zijn voor ons belangrijk. Stiho kiest ervoor om hier bewust op in te zetten, van onze inkoop tot aan het medewerkersbeleid. Wij willen impact maken op mensen mét mensen. We hopen dat deze stap niet uniek blijft,” aldus Faas. “De bouwsector staat voor grote uitdagingen en vraagt om partijen die verantwoordelijkheid nemen in de hele bedrijfsvoering. Als eerste bouwgroothandel met deze certificering willen we die beweging helpen versnellen.”
Stiho 100 jaar: al generaties lang meer bouwvermogen.
In 2026 bestaan wij als Stiho 100 jaar. Faas: “Wij zien het als familiebedrijf als onze verantwoordelijkheid om goed en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. De komende jaren blijven we verder bouwen aan een nog duurzamere bouwsector, zodat de bouwers van Nederland tijd
Om verdere groei mogelijk te maken heeft Zevij-Necomij een pand aangekocht aan het Innovatiepark 20 in Oosterhout

Op de huidige locatie – verdeeld over twee gebouwen – is de maximale capaciteit bereikt, waardoor uitbreiding noodzakelijk is om de ambities van de inkoopcombinatie waar te maken, klinkt het vanuit Oosterhout.
“De komende tijd werken we aan de renovatie en modernisering van het pand. Daarmee creëren we ruimte voor een efficiënter ingericht en verder gemechaniseerd magazijn, zodat onze logistieke processen klaar zijn voor de toekomst.
houden voor het echte werk. En dat doen we al generaties lang, voor de volgende generaties. Wij geven onze klanten al 100 jaar meer bouwvermogen. En dat blijven we de komende jaren ook doen.”
Over B Corp: een internationaal keurmerk
B Corp is een internationaal keurmerk. Het is bedoeld voor bedrijven die niet alleen winst willen maken, maar die ook goed omgaan met mensen en de planeet. Om het keurmerk te krijgen, moet je door een strenge keuring heen. Je moet heel wat bewijzen aanleveren om te laten zien dat je eerlijk transparant en duurzaam werkt.
B Corp kijkt naar alles wat je als organisatie doet. Dit is onderverdeeld in vijf impactgebieden: bestuur, medewerkers, milieu, waardeketen en klanten. Bedrijven moeten hun prestaties onderbouwen met bewijsstukken én hun maatschappelijke doelstellingen verankeren in de statuten om voor certificering in aanmerking te komen.
Met deze stap creëren we niet alleen extra ruimte, maar leggen we ook een stevige basis voor de verdere ontwikkeling van Zevij-Necomij en een nog betere ondersteuning van onze aangesloten groothandels en leveranciers.”
Voor de branchekenners: in het pand was tot voor kort Eglo Verlichting Nederland gevestigd. De verlichtingsfabrikant gebruikte het achterliggende DC voor distributie in de Benelux, de UK en Noord-Europa.

Alles voor de vakman:
De vakman centraal. Dat is altijd zo geweest bij Bouwmaat, maar met de nieuwe strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ wordt die focus nóg scherper. Operationeel directeur Jeroen de Haan en commercieel directeur Ilse Heemskerk vertellen over een intensief traject dat begon in de zomer van 2025 en eindigde met een heldere koers: dieper de doelgroep in, een forse inhaalslag op digitaal vlak en van productdenken naar klusdenken.
Het begon op de hei. In de zomer van 2025 zette Bouwmaat een diverse groep mensen bij elkaar: medewerkers uit de vestigingen, collega’s van het hoofdkantoor in Bunschoten, mensen van de hoofdkantoren van de franchisenemers. Om van onderop op te halen waar de organisatie staat en waar naartoe. Het was geen strategiesessie waarbij de directie met een kant-en-klare visie aan tafel schuift. Het ophalen stond centraal. Daarna volgden klantenpanels, individuele gesprekken en een kwantitatieve toetsing achteraf. Echt alles werd ingezet om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. “We zijn bij klanten gaan ophalen en bij medewerkers gaan ophalen”, zegt Heemskerk. “Klantenpanels, dus echt aan tafel. Heel veel klantgesprekken. Of klanten aangesproken, echt wel een paar honderd.” Er waren zelfs sneltekenaars aanwezig die de gesprekken vastlegden in visuele schetsen. Het resultaat moest herkenbaar zijn voor iedereen in de organisatie en dat was het. De Haan: “Bij elke presentatie zaten natuurlijk mensen die echt letterlijk hun eigen inbreng terugzagen. En daarmee hadden we ons doel bereikt. Een strategie die voor iedereen herkenbaar is en door iedereen gedragen wordt.”
Een heel strak traject
Van eerste sessie tot presentatie liep het traject van de zomer tot eind november 2025. “Twee dagen per week werd de agenda geblokt”, zegt De Haan. “Zowel door franchisenemers als directie. En ook van heel veel middelmanagement.” In november volgde eerst een grote medewerkersdag met iedereen van het hoofdkantoor, de franchisekantoren en het vestigingsmanagement bij elkaar op één locatie. De dag daarna was de leveranciersdag. En in januari trok Bouwmaat er twaalf avonden op uit om de strategie ook te presenteren aan de medewerkers en het management van alle afzonderlijke vestigingen. Geografische clusters van vestigingen kwamen bij elkaar na sluitingstijd, dwars door de franchisestructuren heen. “In twee uur tijd presenteerden we de strategie, daarna konden mensen vragen stellen. Zo hebben we echt de hele organisatie weten te mobiliseren.”
De vakman als anker
De kern van de strategie is niet nieuw, maar wordt nu scherper neergezet: de zelfstandige vakman – de zzp’er, de generalist –
blijft de primaire doelgroep. “De generalistische vakman was absoluut al onze kerndoelgroep, en nu noemen we hem onze focusdoelgroep,” legt De Haan uit. De grens van die doelgroep is even helder als principieel. “Die grens zit op dat vakmanschap. Als er geen eigen vakmanschap meer bij komt, dan laten we het lopen. Dus grotere partijen met eigen inkoopafdelingen, daar richten we ons niet op.”
“Kern van de strategie is niet nieuw, maar wel scherper neergezet: de zelfstandige vakman”
Heemskerk: “Ze zijn welkom als ze langskomen, maar we stemmen onze formule niet op hen af.” De doelgroepkeuze is een kompas geworden. “Alles voor de vakman en de vakman voor alles. Die resoneert super bij alle stakeholders die daarmee te maken hebben. Zowel voor de mensen hier op het hoofdkantoor als in de vestigingen.” Wat de strategie wél erkent, is dat die vakman zelf aan het veranderen is. Dus niet de doelgroep is veranderd, maar zijn behoeften zijn verschoven. “Het is dezelfde doelgroep met nieuwe wensen”, zegt De Haan. “En juist op die nieuwe wensen gaan we Bouwmaat nog beter inzetten.”
Ook kleine aannemers en expertgroepen
Naast de generalistische zzp-vakman zijn er zogeheten ‘tweede focusgroepen’ gedefinieerd: de kleine aannemer en een aantal expertgroepen, zoals tegelzetters en schilders. Heemskerk: “Voor hen geldt: de formule blijft zoals die is, maar wordt aangevuld met specifieke features. Zulke features kunnen zitten in assortiment of in diensten. Neem bezorgen, dat is voor de kleine aannemer heel belangrijk”, geeft Heemskerk als voorbeeld. Op assortimentsvlak denkt ze aan de verbreding en verdieping voor specifieke productgroepen: “Tegelzetters zijn een expertgroep. Dus hebben we voortaan tien meter tegellijm en vijf meter speci-


fiek tegelzettersgereedschap. Zo kunnen de expertgroepen die wij benoemd hebben, helemaal voor alles bij ons terecht.”
Maar wordt dat dan niet te breed? Heemskerk: “We waken voor verwatering en kijken steeds heel precies wat we wél extra ontwikkelen. Of wat niet. Zo houden we echt onze focus op onze eerste doelgroep, die generalistische zzp’er.” De Haan: “Daar zijn we de Bouwmaat voor. Letterlijk zijn maat.”
“Voor ‘tweede
focusgroepen’
blijft de formule zoals die is, maar wel aangevuld met specifieke features qua assortiment of diensten”
Hobbyvakman als incidentele gast
Zoals Bouwmaat de doelgroep voorzichtig ‘stretcht’ richting de middelgrote aannemer en de specifieke focusgroepen, kijkt Bouwmaat ook wel naar de consument. “Maar we worden absoluut geen Gamma”, klinkt het beslist. De blik richting de particulier is dan ook meer dan voorzichtig. Het gaat om de zogenoemde ‘hobbyvakman’. Heemskerk: Let op, het gaat hier niet om de typische doe-het-zelver, maar om een particulier die zich 100% identificeert met vakmanschap. Iemand die zijn eigen huis opknapt met professionele producten, of gewoon graag aan de slag gaat. De Haan vergelijkt het met de hobbykok die liever zijn vlees bij de Hanos koopt dan bij de supermarkt.


“Die voelt zich echt aangetrokken tot het vakmanschap en de professionaliteit.”
Het kan niet vaak genoeg gezegd: qua particuliere klandizie zijn De Haan en Heemskerk zeer terughoudend. “Het is onze derde focusgroep, we gaan er niets extra’s voor doen. Waar we nu zeggen, je mag niet binnen, zetten we nu de deur af en toe open voor ze”, omschrijft Heemskerk de beweging. En dat ‘af en toe’ is bewust geformuleerd. “We moeten kijken of dat iets is voor bepaalde periodes, voor bepaalde momenten, voor bepaalde artikelen of voor bepaalde klussen. Denk aan gereedschapsweken of specifieke acties, waarbij de hobbyvakman ook welkom is. Maar, zónder dat de formule op hem wordt afgestemd.” Heemskerk: “Vergelijk de Hanos met de Makro, waar intussen 80% particulier is. Dát gaan wij dus niet doen. Alleen al omdat we niet willen dat de particulier onze profklanten in de weg loopt. Want we willen primair dat die professionele zzp’er zich bij ons thuis voelt. En voor hen geldt: ‘tijd is geld’.”
Dan het grootste verbeterpunt in de nieuwe strategie. De vestigingen doen het goed, heel goed zelfs. De Haan: “Klanten geven de Bouwmaat-winkels achten, negens en tienen. Ze waarderen de kennis van de medewerkers, de kennis, de sfeer en de beschikbaarheid van de voorraad. “In de vestiging ervaart hij dat heel erg,” vertelt De Haan over de klant. “En dat waardeert hij enorm.”
Maar zodra het zes uur geweest is, valt dat weg. En precies daar ligt de grootste opgave die Bouwmaat zichzelf nu stelt: de digitale
inhaalslag. “Onze klant wordt steeds digitaler”, constateert De Haan. “Gebruik van webshops en van online tools om te rekenen en te offreren. Dat is bij ons echt nog een klein onderdeel van onze totale business. En daar zijn we niet de beste in de markt, zoals we dat met onze winkels of onze vestigingen wel zijn. Dus moeten we ‘een been bijtrekken’.”
Een klantenpanel legde het contrast haarscherp bloot. Aan tafel zat een traditionele vakman van begin vijftig naast een jonge vent met zijn petje achterstevoren. De veteraan kende Robin, de medewerker in ‘zijn’ vestiging die hem alles kon vertellen. “Die man zei: Robin is mijn Google.” Terwijl de jonge vakman alles online deed, bezorging wilde en werkte met Excel-exports. “Toen zag je die oudere vakman wel een beetje vreemd kijken ... “Maar”, zo concludeert Heemskerk: “Ze hebben best wel dezelfde behoeften. Alleen op een verschillende manier: de ene heel digitaal, de ander heel erg persoonlijk. Terwijl ze dezelfde dingen belangrijk vonden: beschikbaarheid en tijdsbesparing.”
“Digitaal zijn we niet de beste in de markt, zoals we dat met onze winkels of onze vestigingen wel zijn”
Omnichannel: van wens naar rendement
De digitale ambitie gaat verder dan een betere webshop. Het gaat om omnichannel worden, waarbij online en fysiek elkaars verlengstuk zijn, niet elkaars concurrent. En de business case is al bewezen: klanten die van beide kanalen gebruik maken, kopen meer én vaker. “We hebben al een 2,4 keer hogere omzet bij omnichannel klanten en 1,8 keer hogere contributiemarge dan bij pure vestigingsklanten”, benadrukt De Haan. “Dus het is niet alleen die behoefte van die klant die we gaan vervullen. We weten ook al wat het ons gaat brengen.”

Bouwmaat 40 jaar
De nieuwe strategie valt samen met het veertigjarige jubileum van Bouwmaat. Waar de keten ooit begon onder de vleugels van Intergamma, als zusje van Gamma en Karwei, groeide het uit tot een allround-bouwgroothandel met een scherpe focus op de zzp-vakman. BME Bouwmaten, DSG (De Stiho Groep), Ter Steege Handel en Bouwmaat Amsterdam heeft Bouwmaat vier aandeelhouders die tevens franchisenemer zijn en de 45 winkels exploiteren.


De concrete plannen zijn ambitieus. Deze zomer wil Bouwmaat een replatforming afronden naar een volledig nieuw e-commerceplatform. Maar het stopt niet bij producten zoeken en bestellen. De echte ambitie is een platform dat de vakman helpt zijn bedrijf te runnen. Denk aan offerte-tools waarmee de zzp’er zelf offertes kan opmaken aan zijn klanten, gekoppeld aan zijn bestellingen bij Bouwmaat. “Hij koopt zijn spullen bij Bouwmaat, en kan die dan matchen aan zijn projecten.”
“Deze zomer wil Bouwmaat over naar een volledig nieuw e-commerceplatform”
Nieuwe winkels op komst?
In de nieuwe strategie blijven de winkels nog steeds heel belangrijk. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van de omnichannel-strategie. Bouwmaat heeft nu 35 winkels. Het format Bouwmaat Compact werd in 2019gestart, maar in 2024 weer gestaakt. De Haan: “De alles-onder-één-dak-belofte konden we in dat format onvoldoende waarmaken.” Op de kaart van Nederland heeft Bouwmaat zeker nog een paar witte vlekken waar de keten ruimte ziet voor een nieuwe vestiging. Die locaties liggen vooral in de Randstad. Zijn dat er twee, drie of vier? Heemskerk: “Het zijn er eerder vijf tot tien. Maar het juiste vastgoed is schaars.”

Maar het gaat ook over diensten: de klaarzetservice is een concreet voorbeeld van hoe online en fysiek samen kunnen werken. De vakman zoekt thuis ‘s avonds zijn producten uit, in de winkels zetten we ze klaar zodat hij ze de volgende ochtend meteen op kan halen in de vestiging. De vestiging verdwijnt dus niet. Integendeel. “Nee, we gaan niet allerlei vestigingen terugschroeven. Sterker nog, de vestigingen zijn heel belangrijk en moeten beslist op dat hoge niveau blijven.”
De tweede grote beweging in de strategie is de ommezwaai van productdenken naar klusdenken. Bouwmaat blinkt al jaren sterk uit in specifieke productgroepen, maar nu gaat de blik breder. “We hebben ons afgevraagd: hoe kunnen we daar nog een stap verder in zetten? En we focussen daarbij niet meer op een productgroep, maar op een hele klus.” Uit klantonderzoek kwamen consistente en veelvoorkomende klustypen naar voren. Nummer één: de badkamer- en toiletrenovatie. De generalistische vakman doet alles aan die klus zelf, hij huurt niet een loodgieter en een tegelzetter in. De Haan: “En dan is het aan ons: kunnen wij hem alles voor die klus bieden? Dat betekent anders kijken naar het assortiment. Bij een badkamerrenovatie hoort ook elektra, installatiemateriaal, keramisch sanitair en tegels. En dan zie je dat we een paar elementen echt fantastisch doen. En dat je van een paar dingen denkt: daar zouden we echt nog wel wat kunnen doen.”
Die aanpassingen zijn soms klein – een verpakkingseenheid die niet klopt, een koppeling die ontbreekt, een service die er niet bij
is. Maar soms ook groter. Sanitair is voor Bouwmaat nog relatief basic. Of dakkapellen op maat, die de generalistische vakman bij een zolderrenovatie nodig heeft, maar nu ergens anders moet bestellen. “Omdat zij generalist zijn, kunnen we ze daar heel erg in ontzorgen.”
Dit jaar start Bouwmaat met twee van die ‘kluswerelden’ in de vestigingen, met als einddoel een stuk of vijf werelden rondom complete ‘kernklussen’. Niet als vervanging van bestaand assortiment, maar als herschikking en verdieping. De Haan: “Het mooie is dat productgroepen waar we al goed in waren, ook veel voorkomen in die kernklussen. Neem isolatie. Daar waren we al heel groot in. En komt veel voor bij het uitbreiden van ruimtes in een woning.” Heemskerk: “Maar we gaan alles wel heel erg verfijnen. De voorraadposities zullen gaan wisselen. De prijsstellingen zullen gaan wisselen. Omdat we echt gaan focussen op het dichten van die gaten.”
Kracht die behouden moet blijven
Tegelijk met alle verandering is er één ding dat koste wat kost behouden moet worden: het community-gevoel. “De vestiging als thuis voor de vakman. Onze mensen zijn meestal de mensen,” zegt Heemskerk, “die de vakman ’s ochtends het eerste ziet. Want dan ligt de rest nog op bed. En dat schept echt een band. We werken graag samen met onze vakmensen. Met ons hoofd, onze handen én ons hart. En we zijn trots op wat zij maken. Dat schept echt een band en daar bouwen we aan de koffiehoek en de borrel op vrijdagmiddag die de vestigingen organiseren voor klanten.”
Ook in de voorbereiding op de klus ziet Bouwmaat een rol als ‘maat van de vakman’. “Medewerkers gaan graag mee naar de klus, niet alleen om problemen op te lossen tijdens de klus, maar ook vooraf om samen de opdracht binnen te halen. Dat zien we ook echt als onze rol. Om naast die vakman te gaan staan. Om hem zijn business te laten groeien.” Die betrokkenheid vertaalt zich naar loyaliteit die moeilijk te kopiëren is. “Klanten smeken bijna”, aldus De Haan: “Kan je alsjeblieft dit of dat verbeteren? Als je dit goed doet, dan heb je mij als klant. En dan alles onder één dak.”
En als we het toch over ‘customer intimacy’ hebben, gaat het ook over dezelfde taal spreken. “Letterlijk. Een groot deel van de vakmensen in ons klantenbestand is niet-Nederlandstalig. Dus gaat onze website ook meertalig worden. Net als de communicatie via digitale media.” Bouwmaat loopt niet weg voor die realiteit, maar omarmt hem juist. “Vlak de Polen niet uit. Het zijn vaak echt vakmensen die nog traditioneel opgeleid zijn.”
‘Plus-ééntjes’
De implementatie van de nieuwe strategie loopt al en gaat niet met reuzenstappen, maar met ‘plus-eentjes’. Niet van nul naar tien, maar stap voor stap verbeteren. “Gewoon iedere dag een beetje beter doen,” beschrijft De Haan deze werkwijze. Medewerkers volgen meerdaagse trainingen, niet langer als productspecialist, maar als klusspecialist. De specialisten op productgroepen worden omgebouwd naar experts die het totaalpakket van een klus overzien. Bij Bouwmaat zien we op de vloer straks geen ‘elektraman’ en ‘tegelman’ apart, maar één ‘badkamer-en-toilet-man’.
Zo werkt Bouwmaat stap voor stap aan acht veranderstromen: hr, category-management, marketing, digitalisering, inkoop, supplychain, vestigingen, IT en finance.
“Op de Bouwmaat-vloer zie je straks geen ‘elektraman’ en ‘tegelman’ apart, maar één ‘badkamer-en-toilet-man’”
Met de data die beschikbaar zijn, via de Bouwmaat-pas, via Power BI, via een uitgebreid CRM, kan de organisatie steeds gerichter sturen. Welke klant is al een tijdje niet geweest? Welke vestiging moet wie bellen? “We kunnen heel erg supporten op de data. Om de vestiging ook heel effectief en efficiënt met de data om te laten gaan.”
De strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ is geen revolutie, maar een doordachte evolutie: gebouwd op wat al werkt, aangescherpt waar de markt verandert, en ambitieus waar de kansen liggen. Heemskerk sluit af met de kern: “We zijn er voor de doeners van vandaag. Voor de bouwers van morgen. Gereed om samen iets te maken. Iets blijvends achter te laten.”


TABS, DSG, Grafton, BME en Toolstation presenteerden hun jaarcijfers over 2025. De rode draad: gematigde groei in Nederland, stijgende kosten, en een markt die herstel laat zien maar nog vol onzekerheden zit.
De Nederlandse bouwgroothandel sloot 2025 af met een wisselend beeld. Vrijwel alle spelers rapporteren omzetgroei, maar de marges staan onder druk door aanhoudende kostenstijgingen. Nieuwbouwproductie groeide, het aantal opgeleverde woningen daalde juist. Geopolitieke spanningen, netcongestie, stikstofproblematiek en cao-gedreven loonkosten tekenden het jaar. Tegelijk zijn er signalen van voorzichtig herstel, met vollere orderportefeuilles bij aannemers en een stabiliserende markt in de tweede jaarhelft.
TABS Holland: omzetgroei van 2,7%, resultaat stabiel
TABS Holland – de groep achter PontMeyer, Koninklijke Jongeneel en elf andere bedrijven – zag de omzet in 2025 stijgen met 2,7% naar € 876 miljoen (2024: € 853 miljoen). Het bedrijfsresultaat voor bijzondere posten nam licht toe naar € 39 miljoen (2024: € 38 miljoen). Het resultaat na belastingen bleef nagenoeg gelijk op € 30 miljoen.
De kostenstijging van 2,8% – exclusief bijzondere posten – overstijgt daarmee de omzetgroei. De brutomarge daalde licht. Het resultaat per aandeel bedroeg € 4,70 (2024: € 4,76). Opvallend is het dividendvoorstel van € 5,53 per aandeel, tegenover € 3,95 in 2024.
TABS Holland 2025 2024
Omzet
Bedrijfsresultaat (excl. bijz. posten)
€ 876 mln € 853 mln
€ 39 mln € 38 mln
Resultaat na belastingen € 30 mln € 30 mln
Resultaat per aandeel € 4,70 € 4,76
Dividendvoorstel per aandeel € 5,53 € 3,95
CFO en interim-CEO René van ‘t Hof wijst op de marktomstandigheden op basis van EIB-data: de totale bouwproductie groeide in 2025 met 1,5%. De nieuwbouw van woningen groeide het hardst met 6%, terwijl de utiliteitsbouw juist daalde met 8%.
Opvallend: ondanks de hogere nieuwbouwproductie daalde het aantal opgeleverde woningen met circa 3.000 – een teken dat veel projecten nog in de pijplijn zitten. Herstel en verbouw daalde met 1%, onderhoud steeg licht met 2%.
“Ondanks de verbetering van de markt in met name de tweede helft van het jaar, was het hard werken om de klanten goed te blijven bedienen. De kosten blijven hard doorstijgen en het is lastig dit in de prijzen door te berekenen.” –René van ‘t Hof, CFO/interim-CEO TABS Holland
Over 2026 doet Van ‘t Hof geen uitspraken. Het EIB voorziet een groei van de totale bouwproductie van circa 2,5%, maar TABS wijst op de onzekerheden rond wet- en regelgeving, krapte op de arbeidsmarkt en geopolitieke spanningen. Voor de middellange termijn blijft de verwachting gunstig, aldus TABS.
DSG (Stiho Groep): groei terug na ‘tamme jaren’
De Stiho Groep (DSG) – de groep achter Stiho, Baars & Bloemhoff en een aantal Bouwmaat-vestigingen – boekte in 2025 een omzet van € 386,4 miljoen, een stijging van 4,5% ten opzichte van 2024. Exclusief acquisities bedroeg de autonome groei 3,6%. Het nettoresultaat bedroeg € 9,7 miljoen.
DSG 2025 groei vs 2024
Omzet € 386,4 mln +4,5%
Omzetgroei excl. acquisities
Nettoresultaat € 9,7 mln
DSG omschrijft 2025 zelf als een jaar van ‘voorzichtig optimisme qua omzet, maar met serieuze financiële uitdagingen’. De groei werd gedragen door zowel volume als lichte prijsstijgingen. Tegelijk signaleert DSG een reeks structurele belemmeringen in de markt:
• De aanhoudende moeilijkheid om de grote nieuwbouwbehoefte om te zetten in concrete bouwprojecten
• De impact van gewijzigde fiscale wetgeving voor particulier woningbezit: meer woningverkopen, maar niet altijd direct budget voor renovatie
• Onzekerheid over toekomstig overheidsbeleid rond woningbouw en verduurzaming
• Aanhoudende problemen door netcongestie en beperkte stikstofruimte
• Hoge inflatie en verdere kostenstijgingen via nieuwe cao’s
Grafton (Isero/Polvo):
Nederland groeit, Finland drukt resultaat
De Noord-Europese activiteiten van Grafton Group – in Nederland actief met Isero en Polvo, in Finland met IKH – realiseerden in 2025 een omzet van £ 469,7 miljoen, vrijwel gelijk aan een jaar eerder. De aangepaste operationele winst daalde echter met 16,2% naar £ 29,6 miljoen. De operationele marge liep terug van 7,5% naar 6,3%.
Grafton schrijft de resultaatsdaling grotendeels toe aan de Finse activiteiten, die te maken hadden met een scherpe marktdaling en eenmalige kosten voor verbeterprojecten. In Nederland – waar Grafton met 121 vestigingen marktleider is in ijzerwaren, PBM, gereedschap en bevestigingsmaterialen – groeide de omzet wel.
Die groei werd gedragen door:
• Sterke vestigingsverkopen
Groei bij nationale key accounts
• Meer projectgerelateerde omzet
• Beperkte prijsstijgingen van circa 1%
Grafton Noord-Europa 2025 2024
Omzet
£ 469,7 mln vrijwel gelijk
Aangepaste operationele winst £ 29,6 mln ca. £ 35,3 mln
Operationele marge 6,3% 7,5%
Na een sterke start van het jaar nam het tempo in Nederland af. Grafton wijst op het afronden van grote projecten en vertraging in de opstart van nieuwe. Op macroniveau bleef de verwachte stijging van bouwvergunningen uit en wordt een lichte daling van het aantal woningopleveringen ten opzichte van 2024 verwacht. Politieke onzekerheid na de val van het kabinet drukte eveneens op de markt. Opvallend is dat de brutomarge in Nederland steeg met 90 basispunten, door actief commercieel management dat een ongunstige mix (meer grote projecten en key accounts) wist te compenseren. Daartegenover stond een duidelijke stijging van de kosten door inflatie, cao-afspraken en investeringen in management en organisatie.
In 2025 opende Grafton een nieuwe vestiging in Harderwijk, passend binnen de strategie om verder uit te breiden in Oost-Nederland. Voor 2026 verwacht Grafton een geleidelijk herstel van de Nederlandse markt, mede dankzij de vorming van een nieuw kabinet, een sterke orderportefeuille bij grote aannemers, het structurele woningtekort en aanhoudende bevolkingsgroei.
BME (BMN): omzet stabiel, marge stabiel, Nederland presteert goed
BME – de moederorganisatie van onder meer BMN in Nederland – rapporteerde over 2025 een groepsomzet van € 4.838 miljoen, stabiel ten opzichte van 2024 (gecorrigeerd voor de verkoop van Quester/Oostenrijk). De aangepaste EBITDA bedroeg € 237 miljoen (stabiel), met een marge van 4,9% (ook stabiel). De kasstroom uit operationele activiteiten steeg naar € 100 miljoen.
Omzet
€ 4.838 mln stabiel (l-f-l)
Aangepaste EBITDA € 237 mln stabiel
EBITDA-marge 4,9% stabiel
Kasstroom uit operationele activiteiten € 100 mln gestegen
De prestaties varieerden sterk per regio. BME meldt solide groei in Nederland, België, Spanje en Portugal, gedragen door veerkrachtige vraag en marktaandeelwinst. In de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland) bleven de marktomstandigheden uitdagend, al tekenden zich aan het einde van het jaar eerste stabilisatiesignalen af in residentiële indicatoren. Ondanks de druk wist BME de brutomarge met 28 basispunten te verbeteren, dankzij gerichte prijsacties, betere inkoopvoorwaarden en doorlopende kostenoptimalisatie. Het bedrijf investeerde ook in IT en digitale capaciteiten en breidde het vestigingennetwerk verder uit met nieuwe locaties en renovaties.
“We focused strongly on cost, cash, and operational execution, all with the aim to strengthen our value proposition to customers.” – Remco Teulings, Group CEO BME
Voor de middellange en lange termijn blijft BME positief, op basis van structurele drijfveren als het aanhoudende woningtekort, verouderde woningvoorraad, groeiende vraag naar energiezuinige renovatie en bredere klimaatgerelateerde kansen.
Toolstation Benelux: verlies neemt af, online valt tegen
De Benelux-activiteiten van Toolstation – onderdeel van Travis Perkins – bleven in 2025 verlieslatend, maar lieten wel een lichte verbetering zien. Het operationele verlies bedroeg £ 11 miljoen, een verbetering ten opzichte van een jaar eerder.
De resultaten laten een tweedeling zien. De fysieke winkels presteerden goed: de like-for-like omzet via vestigingen steeg met 7,0% en de overheadkosten werden goed beheerst. Tegelijkertijd viel de online ontwikkeling tegen. Een upgrade van de Benelux-webshop in de eerste helft van het jaar veroorzaakte ‘significante verstoringen’ en leidde niet tot de beoogde groei. De online omzet daalde met 1,8%.
Toolstation Benelux 2025 vs 2024
Operationeel verlies £ 11 mln verbeterd
Like-for-like vestigingsomzet +7,0%
Online omzet -1,8%
Travis Perkins omschrijft zowel de Nederlandse als de Belgische markt als ‘subdued’. Het management geeft aan de strategie in de Benelux te blijven evalueren. Tegelijkertijd worden concrete maatregelen genomen om de verliezen terug te dringen:
• Een voorgestelde reorganisatie
• Reductie van het centrale personeelsbestand
• Verdere efficiënties in de supply chain

Remco Teulings neemt afscheid als CEO van BME
Hij had kunnen doorgaan. Makkelijk. De strategie ligt er strak bij en de resultaten zijn goed. Maar
Remco Teulings, CEO van BME sinds de overname door Blackstone in oktober 2019, besloot eind december 2024 zelf dat het tijd was. Per 4 mei draagt hij het stokje over aan Ismael Roig, de opvolger die hij grotendeels zelf heeft gezocht.
“Verandering van spijs doet eten. En dat is zeker niet negatief bedoeld over wat ik nu heb. Maar ‘life is too short to just continue doing the same’ voor nog een keer vijf of tien jaar.
Teulings is 55, wordt dit jaar 56. Hij zit al bijna tien jaar in de rol — eerst bij CRH Distribution, daarna als CEO van het zelfstandige BME, onderdeel van het portfolio van Blackstone. “Ik heb altijd tegen Blackstone gezegd dat ik het verstandig vind voor elk bedrijf om zo nu en dan verversing te hebben. De maximale houdbaarheidsdatum voor een CEO is volgens mij maximaal zo’n tien jaar. Een nieuwe drive erachter kan zeker geen kwaad.”
Zijn persoonlijke agenda speelt ook mee. Als er over twee of drie jaar een beursgang komt en die komt, al duurt het iets langer dan
gepland, dan moet hij daarna nog eens vier jaar door. “Dan zit ik er ondertussen zeventien jaar in. En dan bedoel ik niet slecht, helemaal niet. Blackstone is een fantastische aandeelhouder, een prachtig bedrijf met hele gepassioneerde en goede mensen. Maar op een gegeven moment weegt de balans door. Ik zet graag nog een andere stap in mijn carrière.”
“life is too short to just continue doing the same”
De beslissing viel in december 2024. Daarna heeft hij meer dan een jaar meegeleid aan de zoektocht naar zijn opvolger. Iets wat hij zelf omschrijft als ‘best wel uniek’. Maar de logica is simpel: “Ik ben ook nog steeds aandeelhouder. Ik heb alle belang bij dat de juiste persoon op de juiste plek komt te zitten.” Die rol van aandeelhouder houdt hij ook na zijn vertrek. Tot aan een exit van Blackstone.
De bijna-beursgang
Zo’n exit is nu helemaal niet actueel, verzekert Teulings. Het was wel min-of-meer bekend dat BME er in het eerste kwartaal van 2022 vrijwel klaar voor was. De AFM-goedkeuring was binnen, de roadshow was in voorbereiding. “Het was echt ‘vijf voor twaalf’ en toen sloot plots de markt. De oorlog in Oekraïne, de onzekerheid die daarop volgde: de beursgang ging niet door”, zegt

Teulings. “Het vervelende is dat het niets te maken had met onze eigen resultaten. Bij ons sloot de beurs gewoon compleet. En die is twee jaar helemaal dichtgeweest.”
Teulings bleef committed. Maar het perspectief verschoof. Een exit volgt nu waarschijnlijk eind 2028 of 2029, schat hij. Strategisch zijn er daarvoor niet veel kandidaten meer. “De pure strategen zijn natuurlijk de markt uit.” Een beursgang is de ‘default optie’, maar ook private equity blijft een mogelijke route. “’Sooner rather than later’”, zegt Teulings. “Maar beter ‘later and better’ dan ‘sooner and not good’. Geduld is nodig bij een goede exit en dat heeft Blackstone genoeg.”
Klein in Blackstone, groot in Europa
Binnen het Blackstone-portfolio is BME een van de bijna driehonderd bedrijven. Qua investeringsomvang en waardering is de groep bescheiden, dat is nu eenmaal het lot van een distributeur van bouwmaterialen vergeleken met pharma- of techbedrijven. “Maar binnen Europa zijn wij qua omzet en medewerkers de grootste, of één van de grootste. Dus qua gewicht, aantal mensen en omzet zitten we zeker aan de bovenkant van wat zij doen.” Dat gegeven kleurt ook de ruimte die BME heeft gekregen om te bouwen. Blackstone is groot genoeg om een langere ‘hold period’ te absorberen, en groot genoeg om niet te hoeven verkopen op een moment dat het de groep niet uitkomt. “Ze zitten niet te wachten op een deal die eigenlijk niet goed voor hen zou zijn. En daarmee ook niet goed voor het managementteam.”
Twee helften
Als Teulings terugkijkt op zes-en-een-half jaar BME onder eigenaar Blackstone, verdeelt hij die periode eigenlijk in twee helften. De eerste, van oktober 2019 tot het tweede kwartaal van 2023, was er één van vrijwel onafgebroken groei. “We hebben de winst verdubbeld in ongeveer drie, drieënhalf jaar.” De markt zat mee, acquisities volgden elkaar op en de organisatie groeide hard. “We stonden met 10-0 voor.”
Daarna draaide de wind. En daarmee veranderde ook de opgave. “Van zeer offensief naar offensief defensief, als ik dat zo mag zeggen. Agressief verdedigen, om te zorgen dat wat we hebben, dat we dat ook behouden.” Dat betekende: mensen behouden, klanten vasthouden, cash bewaken. En pijnlijke keuzes maken.
Over de hele groep zijn bijna 2.000 mensen vertrokken: zo’n vijftien procent van het totale personeelsbestand. “Dat is best wel heftig. Dat wil je niet. Maar er is geen keuze. Het is niet makkelijk, maar het is ook geen optie om het niet te doen.”
Teulings benadrukt dat er bij de afschaling bewust op prestaties is gestuurd. “Wij kijken niet alleen naar de nummers, maar naar de mensen achter die nummers. We kijken eerst naar de ‘low performers’.” Tegelijkertijd erkent hij dat ook er goede mensen zijn vertrokken. “Dat wil ik ook niet verhullen.”
“Geduld is nodig bij een goede exit en dat heeft Blackstone genoeg”
Opvallend: de medewerkerstevredenheid bleef ondanks de herstructurering op peil. “Ons medewerkers- ‘engagement’ is op hetzelfde niveau als in 2022. In sommige landen zelfs hoger.” Zijn verklaring: medewerkers die achterblijven, waarderen het als een organisatie daadwerkelijk optreedt tegen ‘underperformance’ en ook helder en transparant communiceren. “Waar de meeste mensen in een bedrijf een probleem mee hebben, is dat hun collega die niet goed functioneert, dat het bedrijf daar niks mee doet.”
Wat goed ging — en wat beter had gekund
Trots is Teulings op de opbouw van de organisatie als geheel. Vanaf nul een zelfstandige groepsstructuur bouwen, los van CRH, met eigen competenties op procurement, commercial excellence, supply-chain en digitalisering. “We hebben sinds dat we zelfstandig zijn 37 acquisities gedaan. Op alle vlakken hebben we waanzinnige stappen gezet.” En dan met name: een breed team neergezet dat hem nog elke dag positief verbaast. “Dat is niet alleen een effort van mij, maar ook van de mensen die ik heb aangesteld.”
De integratie van Raab Karcher, inclusief Tegelgroep Nederland (TGN) en Galvano die als cadeau meekwamen, beschouwt hij als een succes. “De cultuur was best wel anders op bepaalde vlakken, maar achteraf is het heel goed gegaan. Met het behoud van heel

veel mensen en het behoud van de componenten die zij heel sterk hadden: prefab, Greenworks, Leanworks.” Ook TGN bleef het goed doen en is flink gegroeid onder leiding van het bestaande management. En Galvano speelt inmiddels als interne private label leverancier voor sanitair een groepsbrede rol, tot ver buiten Nederland. “Zij sourcen en leveren ons private label van sanitair aan onze eigen bedrijven. Niet alleen bij BMN, maar ook bij vele van onze ‘operating companies’ in het buitenland.”
Maar er is ook een leermoment dat hij niet omzeilt: de integratie van Nelemans. “Bij Nelemans zijn we – noodgedwongen – snel overgegaan naar ons ERP. Dat proces moest binnen drie of vier maanden gebeuren en is gewoon te snel gegaan. Al hebben we dat misschien zelf ook niet helemaal goed begeleid. Laten we ook de hand in eigen boezem steken.”
“Op alle vlakken hebben we waanzinnige stappen gezet”
De consequenties waren concreet: medewerkers haakten af, en in hun kielzog ook klanten. “Daarvan ben ik overtuigd. En dan is het weer heel hard werken om de juiste mensen terug te krijgen en de klanten weer terug te veroveren. En dat kost gewoon tijd.” Hij is open over de les: “Negen van de tien acquisities gaat het eerst wat naar beneden en dan weer naar boven. Bij Nelemans viel het naar mijn smaak iets te ver terug. Maar dan moet je beginnen met dat te erkennen. We maken ook fouten. En daar leren we van.”
IJzerwaren: specialisme naast de kern
Dan de ijzerwarentak. In relatief korte tijd groeide BMN IJzerwaren van de eerste solitaire vestiging in Den Helder naar zestien locaties, via een combinatie van organische groei en acquisities.
“Het team denkt hard na over hoe ze dat op de meest effectieve en efficiënte manier kan organiseren. Dat is lokaal ook een beetje afhankelijk van de locatie en de marktpositie die we hebben.”
Soms is integratie in een bestaande bouwmaterialenvestiging logischer, soms is er voldoende draagkracht voor een standalone formule. “Ik denk dat er niet één antwoord is.”
Zo is er recent een samenwerking aangegaan met Elektramat, een signaal dat BME actief nadenkt over hoe de verschillende behoeften van hun klanten het beste bediend kunnen worden.
“We zijn aan het nadenken over hoe we de verschillende behoeften van onze klanten het beste kunnen bewerken. En wat daar dan het beste bij past.”
De ijzerwarentak blijft hoe dan ook een specialistische nevenactiviteit naast de bouwmaterialenhandel. “Het is voor ons nog steeds een specialistische ‘side-business’. Maar de primaire focus gaat uit naar onze bouwmaterialenhandel. Daar blijft gewoon de primaire focus op.”
Sanitair in Nederland: een bewuste pas op de plaats
In landen om ons heen is BME ook actief in sanitair, verwarming en installatiematerialen. Maar in Nederland bleef de groep bewust beperkt tot Galvano, dat een specifieke marktpositie inneemt. De reden is strategisch en eerlijk: “Die markt is best wel bezet. Als je daarin wil komen, moet je een acquisitie gaan doen.” BME keek destijds wel naar de mogelijkheden, maar besloot niet verder te gaan in het proces van Wasco. “Dat is een bewuste keuze geweest om niet in die biedingen-race mee te gaan. De focus ging liever naar het versterken van wat BME in Nederland al had.”
Betekent dat dat sanitair definitief een gesloten boek is? “Nee hoor, maar op dit moment is de focus 100% om de activiteiten die we binnen Nederland hebben — dat zijn BMN, TGN, Galvano en BME Bouwmaten — zo goed mogelijk te laten renderen. En godzijdank ging het in 2025 en gaat het ook in 2026 hartstikke goed.”


genoeg dossiers op de plank. Teulings noemt acquisities niet als basis voor groei. “Ik sluit ze niet uit, maar ze zijn op dit moment zeker geen eerste prioriteit. De meest gezonde groei is organisch. En de organisatie is daar capabel genoeg voor.”
De vestiging van morgen
Fysieke vestigingen blijven onmisbaar, stelt Teulings. Niet als vanzelfsprekendheid, maar vanuit een nuchtere redenering. “Als we vestigingen uit het netwerk halen, gaat dat vaak echt ten koste van het behoud van klanten. Uit het oog is uit het hart en dan gebruiken ze ook onze andere kanalen niet meer.”
Maar de rol van de fysieke vestiging verandert wel degelijk. Van leverlocatie naar afhaallocatie. “Niet elke vestiging hoeft per se zélf te leveren. Dus wordt de leverfunctie vanuit de vestigingen minder groot en denk je meer aan regionale distributiecentra. De vestiging wordt meer een afhaallocatie waar het kernassortiment beschikbaar is en de rest wordt vanuit zo’n DC geleverd. Misschien zelfs binnen een uur op de bouwplaats of in de vestiging, als dat nodig is.”
“Fysieke vestiging verandert van leverlocatie naar afhaallocatie”
BME blijft dan ook investeren in het vestigingsnetwerk in Nederland. Kijk naar ‘greenfields’ in Utrecht, Amsterdam Zuidoost en Haarlem. Niet per se via overnames. “Als je zelf iets bouwt, heb je het in eigen hand. En we weten wat het openen van nieuwe vestigingen of het neerzetten van nieuwe DC’s inhoudt. Daar zijn we redelijk comfortabel in. Terwijl: bij een overname weet je niet altijd precies wat je krijgt en moet je het zien te integreren.”
E-commerce: de inhaalslag
Op het vlak van digitalisering en e-commerce is er iets opvallends aan de hand. Teulings: “Toen ik bij CRH begon, was misschien een half procent van de omzet in de bouwmaterialenhandel online. Nu groeit dat enorm. Veel harder dan ik ooit verwacht had.” De afgelopen achttien maanden bij BMN specifiek noemt hij opvallend sterk. “Ze hebben er zwaar op ingezet en het loopt waanzinnig goed.”
De achterstand ten opzichte van sanitair en elektra was overigens al langer zichtbaar. “In de sanitair business zit e-commerce al

rond de twintig procent. Elektra misschien wel op vijftig procent. Wij bleven met onze bouwmaterialenhandel echt achter. Maar dat neemt nu echt een inhaalslag.”
Wat hem daarin het meest aanspreekt: het zijn niet alleen bestaande klanten die via het digitale kanaal binnenkomen. “Heel veel nieuwe klanten. En dat is exact wat je wilt. Bestaande klant online: efficiëntie. Nieuwe klant online: efficiëntie én nieuwe business én marktaandeelwinst.”
Zijn opvolger heet Ismael Roig en komt niet uit de sector. Teulings is daar helder over en ziet het niet als risico. “De board en de aandeelhouder zijn blij met de strategie die we hebben. Er volgt geen verandering van strategie door deze verandering van CEO. Dat wil niet zeggen dat Ismael alles op dezelfde manier gaat doen, maar we gaan niet op een hele andere manier werken.”
De boodschap is bewust bedoeld als geruststelling: naar klanten, leveranciers en medewerkers. “Mensen moeten weten: dit is een eigen keuze van mij als CEO. Niet een verschil van inzicht over de strategie. Ook niet omdat we morgen de verkoop in gaan. Helemaal niet.”
Dat hij de zoektocht naar zijn opvolger zelf heeft geleid, zegt volgens hem alles. Hij blijft tot begin augustus als ‘Senior Advisor’ betrokken bij BME en draagt zijn kennis — bijna twintig jaar in de sector — zo goed mogelijk over. “Ik ben absoluut niet de expert in alles, maar ik kan wel veel kennis overdragen over ons bedrijf en de bouwmaterialen sector. En dat wil ik dan ook zoveel mogelijk doen, voor alle stakeholders.”


Sinds de start in 1960 heeft de Belgische producent en leverancier van deur- en meubelbeslag HDD Design gewerkt aan het marktleiderschap in eigen land. Met een assortiment van ruim 8.000 producten en een betrouwbare voorraadpositie is het tijd om de Nederlandse markt te betreden. “Met ons merk HDD Pro bieden we handelspartners een breder assortiment dan branchegenoten doen”, zegt Marco Muilenburg, Sales Manager Nederland.
Nederland is de eerste buitenlandse markt waar HDD Design serieus voet aan de grond wil krijgen. Er wordt incidenteel wel aan buitenlandse klanten verkocht, maar tot op heden geen grote volumes, waar de buitenlandse expansie de verdere groei van HDD Design moet garanderen.
Hoewel HDD Design meer merken voert, kiest de beslagspecialist er bewust voor om alleen HDD Pro via het Nederlandse handelskanaal te verkopen. “Het merk biedt producten die passen bij de Nederlandse behoefte en hebben een goede prijs-kwaliteitsverhouding waarmee we goed kunnen concurreren in het middensegment. Daarin zien we volop kansen voor ons beslag”, zegt Olivier Descurieux, eigenaar van HDD Design.
Die kansen hangen ook samen met de nieuwe locatie in Grimbergen, die recent in gebruik is genomen. Descurieux: “Daar beschikken we over een magazijn van 10.000 vierkante meter waarin onder meer een miljoen deurkrukken, een miljoen scharnieren en een half miljoen sloten op voorraad liggen. Zo zorgen we ervoor dat we altijd alle producten binnen 24 uur uit voorraad kunnen leveren.”
Die leverbetrouwbaarheid is volgens Muilenburg een belangrijke voorwaarde voor de handelspartners. “De ijzerwarenvakhandel en bouwgroothandel moet kunnen vertrouwen op ons. Niet alleen op de kwaliteit van onze producten, maar ook op de levering van de bestellingen. Daarmee hebben we in België naam gemaakt en zijn we klaar om in Nederland hetzelfde te doen.”
Als producent en leverancier heeft HDD Design zelf de regie over de voorraadpositie. “We hebben twintig jaar geleden de Europese productiementaliteit en -standaard in onze fabriek in China geïntroduceerd. Daar wordt door een team van ongeveer honderd medewerkers al ons RVS projectbeslag gemaakt. In India zijn we twee jaar geleden gestart met een eigen team binnen een bestaande productiefaciliteit. Daar wordt ons

messingbeslag op een ambachtelijke wijze geproduceerd”, zegt Descurieux.
In de derde locatie, in Italië, werken 30 medewerkers aan het designbeslag van HDD Pro. Muilenburg: “Vanuit die locaties zorgen we voor een continue aanvoer naar Grimbergen, zodat we van alle producten in het assortiment voor een half jaar tot een jaar voorraad hebben. Dat resulteert in een stabiele uitlevergraad, ook in uitdagende periodes. Zo lag onze uitlevergraad tijdens de coronapandemie op 87%. Vorig jaar was dat 97%.”
Welkom in showroom
Behalve aan het magazijn biedt het nieuwe pand in Grimbergen ook ruimte aan de kantoren en de showroom. “Daar ontvangen we onze bestaande en nieuwe handelspartners graag. In de showroom presenteren we onze assortimenten en vertellen we waar we als HDD Design voor staan”, zegt Muilenburg, die toevoegt dat Grimbergen goed bereikbaar is voor de Nederlandse markt. “We zitten aan de goede kant van Brussel.”
Bij het ontwerp van het nieuwe pand is volgens Descurieux veel aandacht besteed aan de uitstraling en de duurzaamheid. “We leveren designproducten die de uitstraling van deuren, ramen en meubels bepalen. Daar moet de uitstraling van ons eigen kantoor en de

grote showroom natuurlijk bij aansluiten. Daarnaast hebben we 500 zonnepanelen geplaatst en zorgen we voor een gezond werkklimaat voor onze 30 medewerkers die in Grimbergen werken.”
Klanten ontzorgen
Muilenburg en Descurieux benadrukken dat alle activiteiten van de productie en de logistiek tot aan de levering bij de handelspartners gericht zijn op het ontzorgen van de klanten. “Daar draait het allemaal om, want via onze partners komt het beslag bij de verwerker. We bieden beslag dat zich eenvoudig laat verwerken met de kwaliteit die we beloven. Daar hoort vanzelfsprekend ook onze uitgebreide service bij. Daar hoeft de handel zich geen zorgen over te maken, dat hebben we in België al bewezen.”
Muilenburg voegt toe dat HDD Pro exclusief via de vakhandel verkocht gaat worden. “We gaan in Nederland niet rechtstreeks aan eindgebruikers verkopen, maar samen met onze handelspartners de markt bewerken.”
HDD, Grimbergen (B), Marco Muilenburg, 06.44.20.60.16, info@hdd.be www.hdd.be
Scan mij
















verkoop@asf-fischer.nl
+31 (0)320 28 56 10 www.webshop.asf-fischer.nl
www.asf-fischer.nl














SOLIDE EN BETROUWBAAR kruk direct aan schild speciaal voor intensief gebruik
VEERONDERSTEUNDE KRUK voorkomt doorhangende krukken door lamme slotveer

De wasmachine is stuk. Wat doe je? In de meeste gevallen koop je een nieuwe. Dat gaat sneller, kost minder gedoe en soms zelfs minder geld. Precies dat wil Brussel veranderen.
Met de nieuwe Right to Repair-richtlijn draait de Europese Unie het speelveld om. Repareren moet weer vanzelfsprekend worden. Fabrikanten krijgen de plicht om producten repareerbaar te maken en te houden, ook na afloop van de garantieperiode. Onderdelen moeten beschikbaar blijven, reparatie-informatie moet toegankelijk zijn en de prijs van onderdelen moet redelijk blijven. Het doel is helder: producten krijgen een langere levensduur, weggooien wordt minder aantrekkelijk en repareren wordt de norm.
Europa wil daarmee af van de wegwerpeconomie. Consumenten en zakelijke gebruikers krijgen zelfs het recht om reparatie te eisen als dat technisch mogelijk is. Een defect product direct vervangen door een nieuw exemplaar wordt minder vanzelfsprekend. Dat vraagt om een andere rolverdeling in de keten. Wie voert die reparaties uit? De fabrikant, de installateur of een gespecialiseerde partij? En wat is de rol van de groothandel?
Voor de bouw- en technische groothandel is dit geen bedreiging, maar een strategische kans. Het traditionele model, waarin volume en doorloopsnelheid centraal staan, komt onder druk te staan. Als producten langer meegaan, daalt de verkoop van complete systemen. Tegelijkertijd ontstaat ruimte voor nieuwe verdienmodellen. De verschuiving gaat van product naar service en van eenmalige verkoop naar langdurige klantrelaties. Onderdelen worden belangrijker dan complete producten. Beschikbaarheid en snelheid worden doorslaggevend. Installateurs en aannemers willen direct kunnen handelen wanneer iets uitvalt. Wie op dat moment kan leveren, wint. Dat vraagt om slimmer voorraadbeheer, kennis van operationele systemen en nauwere samenwerking met leveranciers. Ook ontstaat ruimte voor reparatiekits, onderhoudscontracten en zelfs refurbish-activiteiten.
Een cruciale factor hierbij is data. Wie inzicht heeft in storingen, slijtage en faalpatronen, kan reparatie voorspelbaar maken. De richtlijn stimuleert transparantie en dwingt partijen om informatie te delen. Dat opent de deur naar voorspellend onderhoud en betere planning. Voor de groothandel betekent dat een verschuiving richting kennispartner, niet alleen logistiek knooppunt.

Veel producten binnen de bouw en techniek vallen onder de richtlijn: installaties, machines, elektrisch gereedschap en componenten die onderdeel zijn van langlopende projecten. De vraag naar onderhoud en reparatie zal structureel toenemen. Daarmee verandert ook het gesprek met klanten. Niet alleen over prijs en levertijd, maar ook over levensduur, beschikbaarheid van onderdelen en kosten over meerdere jaren.
Dat vraagt om andere competenties en om scherpere keuzes in het assortiment. Ondernemers willen weten of een product over vijf of tien jaar nog te repareren is en wat dat betekent voor hun totale kosten. Total cost of ownership wordt concreet en tastbaar.
Repareren is overigens niet altijd eenvoudig. Arbeid is schaars, onderdelen zijn niet altijd direct beschikbaar en klanten willen dat het zo snel mogelijk werkt. Juist daar ligt ruimte voor partijen die reparatie en service goed hebben georganiseerd. Reparatie verlengt vaak de garantie en maakt
herstellen aantrekkelijker dan vervangen. Dat is gunstig voor iedereen die levert rondom onderhoud en onderdelen, en minder gunstig voor partijen die leunen op snelle vervanging en volume.
Over een paar jaar is repareren gewoon hoe de markt werkt. Ondernemers die nu al daarop voorsorteren, bouwen een voorsprong op. De vraag is daarom niet of je instapt, maar hoe snel.
Dirk Mulder, Sectorbanker ING

Volle zaal voor urgente vragen
De zaal zat vol tijdens de recente Hibin Next-bijeenkomst in Ede. Young professionals, managers en ondernemers uit de bouwgroothandel kwamen samen rond een onderwerp dat snel opschuift van interessant naar urgent: hoe blijft de bouwgroothandel onderscheidend in een markt die fundamenteel verandert? Volgens Hibin was de sessie zelfs overboekt. Tijdens de bijeenkomst verzorgde Wim Bak van Merkvast een presentatie vanuit brancheperspectief.
De bouwgroothandel krijgt niet één, maar zes veranderingen tegelijkertijd
Meerdere trends tegelijk
Tijdens de bijeenkomst stonden strategie, marketing en AI centraal. Als samenhangende opgave voor de sector. De komende jaren krijgt de bouwgroothandel te maken met meerdere verschuivingen tegelijkertijd: digitalisering, circulariteit, prefab, verschuiving van woningtype, renovatiegroei, verduurzaming en biobased bouwen. Dat vraagt om meer dan optimaliseren van de bestaande operatie. Dat vraagt om scenariodenken.

Scenario’s maken strategie concreet
Veel organisaties sturen nog sterk op de korte termijn: omzet, marge, voorraad, personeel en logistiek. Begrijpelijk, maar onvoldoende in een markt die sneller beweegt dan voorheen. Tijdens de sessie zoomde Wim Bak daarom in op scenario’s richting 2030. Niet om de toekomst exact te voorspellen, maar om vandaag betere keuzes te maken. Een aanzet voor de scenario’s was in een vorige Hibin NEXT bijeenkomst samen met de deelnemers gedaan.
Wat gebeurt er als renovatie structureel belangrijker wordt dan nieuwbouw? Wat betekent prefab voor assortiment en service?
Hoe verandert circulariteit de rol van voorraad en retourstromen?
Wat als AI het commerciële speelveld versneld verandert? En welke positie krijgt de groothandel bij biobased materialen?
De klassieke rol van de handel was jarenlang helder: beschikbaarheid, levering, relatiebeheer en prijs. Die basis blijft belangrijk, maar wordt minder onderscheidend. Klanten verwachten steeds vaker méér: inhoudelijk advies, digitale eenvoud, foutloze productdata, snelle offertes en ondersteuning bij regelgeving en duurzaamheid.
Daarmee verschuift de sector van distributiepartner naar kennisen procespartner.
Positionering wordt doorslaggevend
Dat betekent ook dat bedrijven keuzes moeten maken. Word je de efficiëntste speler, de slimste specialist, de sterkste regionale partner of de digitale koploper? Zonder duidelijke positionering dreigt het middensegment, waar concurrentie en prijsdruk het hoogst zijn.
AI, van hype naar hulpmiddel
Een tweede hoofdthema van de bijeenkomst was AI. Niet als hype, maar als technologie die processen, commercie en klantcontact zichtbaar gaat veranderen. Dus ook van groot belang voor de scenario’s. Tijdens de sessie werd duidelijk dat AI voor de bouwgroothandel relevant kan zijn voor snellere offertes en teksten, slimmer klantonderzoek, betere segmentatie, productinformatie en marketingactiviteiten. Ook interne kennisdeling en serviceprocessen kunnen profiteren. De kernboodschap van Wim Bak was helder: AI vervangt de handel niet, maar bedrijven die AI goed inzetten, kunnen wel concurrentievoordeel opbouwen.
Klantonderzoek geeft richting
Een sterk onderdeel van Hibin Next was daarnaast het mini-onderzoek dat deelnemers uitvoerden onder hun eigen klanten. Aannemers en andere marktpartijen werden bevraagd over AI en verwachtingen richting leveranciers. De volledige resultaten worden gepresenteerd tijdens het Hibin Jaarcongres op 4 juni, maar één lijn werd al zichtbaar: de markt is niet homogeen.
Grotere bedrijven kijken vaker naar systeemkoppelingen, BIM, data en procesoptimalisatie. Kleinere bedrijven en zzp’ers zoeken vooral praktische tijdswinst, eenvoud en ondersteuning bij inkoop en administratie.
Nieuwe spelregels voor de sector
Naast AI kwamen ook andere structurele trends nadrukkelijk aan bod. Circulariteit vraagt om andere verdienmodellen en hergebruikstromen. Prefab verschuift waarde van losse producten naar complete oplossingen. Renovatie en verduurzaming zorgen voor langdurige vraag. Biobased bouwen creëert kansen voor nieuwe assortimenten en partnerships.
Branchebelang centraal
De sessie stond nadrukkelijk in het teken van brancheontwikkeling. Niet zozeer: wat is goed voor één speler? Maar vooral: hoe blijft de Nederlandse bouwgroothandel als geheel sterk, relevant en toekomstbestendig?
Richting het Jaarcongres
Tijdens het Hibin Jaarcongres worden de eerste onderzoeksinzichten en toekomstscenario’s verder gedeeld. Eén conclusie lijkt nu al gerechtvaardigd: de bouwgroothandel van 2030 wordt niet vanzelf een verbeterde versie van vandaag.



Chris Goedhart zag met eigen ogen hoe Gered
Gereedschap het leven van jongeren in Oeganda verandert. De familiestichting van de ouders van deze Bouwcenter- en Gamma- en Karwei-ondernemer steunt Gered Gereedschap al 10 jaar en doet dat met volle overtuiging.
“Een oude naaimachine uit het jaar nul, stond er schijnbaar al een eeuw en werd er toch dagelijks op gewerkt. Een auto die bij ons al lang de sloop in was gegaan, functioneerde er trots als lesauto én als werkplaats tegelijk. En jongeren die graag anderhalf uur naar school lopen, nog zingend ook, omdat ze weten dat een opleiding hun een goede toekomst kan geven.” Chris Goedhart, eigenaar van een Bouwcenter en meerdere Gamma- en Karwei-winkels, bezocht begin 2026 samen met zijn vrouw de projecten van Stichting Gered Gereedschap in Oeganda. Wat Peter Schmidt en René Rutte van Gered Gereedschap hen daar lieten zien, maakte een onuitwisbare indruk.
Brutaal genoeg om te bellen
De samenwerking tussen Stichting Bon Coeur, de familiestichting van de familie Goedhart, en Gered Gereedschap begon eigenlijk tegen de regels in. De stichting – met vader en moeder Goedhart,
Chris en zijn zus, een vijfde bestuurslid en de ondersteuning van José van den Oord – hanteert een duidelijk beleid: “geen acquisitie, wij zoeken zelf onze goede doelen uit”. Maar René Rutte belde toch. “We zijn altijd wel brutaal genoeg om dan toch te bellen”, lacht Peter Schmidt, projectleider bij Gered Gereedschap. Het bleek de juiste keuze. Rutte mocht een presentatie geven aan het bestuur en won meteen het vertrouwen met een project voor gedetineerden die dankzij een metaalopleiding een tweede kans kregen.
“Dat vonden wij zo’n mooi initiatief”, zegt Goedhart. “Dat dat eigenlijk het begin werd van de samenwerking met Gered Gereedschap.” Sindsdien is die samenwerking alleen maar hechter geworden. “Door de jaren heen hebben we een mooie band opgebouwd. De relatie is heel goed.” Dat die band zo goed is, dankt hij ook aan de manier waarop Gered Gereedschap communiceert: met heldere en mooie projectvoorstellen, concrete doelen en goede rapportages.
“Wij willen het altijd afgebakend hebben in projecten. Dat we het kunnen labelen, dat onze donaties niet op de grote hoop gaan. En jullie hebben dat goed voor elkaar”, zegt Goedhart tegen Schmidt.
Vakmanschap als oplossing
Gered Gereedschap wil als non-profit-organisatie het leven van mensen in Afrika verbeteren en ziet vakmanschap als een oplossing. Daartoe zamelen ze afgedankt gereedschap en machines in Nederland. Onder andere via Bouwcenter Goedhart en andere verkooppunten. Dat gereedschap knappen ze in een aantal werkplaatsen met vrijwilligers op en sturen ze naar projecten in vier
Afrikaanse landen waaronder Oeganda. In die landen ondersteunen ze technische scholen, waar ze ook leraren trainen. Zodat die jongeren uit de wijde omgeving leren timmeren, auto’s repareren of naaien. Ze krijgen er niet alleen theorievakken, maar ook praktijkervaring en stages en, als ze afstuderen, krijgen ze vaak een eigen kist met een basisset gereedschap om als zelfstandig vakman van start te kunnen.
Schmidt legt de filosofie uit: “Als techneut heb je drie dingen nodig: theoretische kennis, praktische ervaring en gereedschap of machines. Dat weet iedere techneut.” Gered Gereedschap probeert al die drie pijlers te ondersteunen. Daarnaast gaat de aandacht ook naar wat er ná de opleiding komt: ondernemerschap. Want een diploma halen is één ding, daarna ook echt een inkomen opbouwen, is een tweede. “We kijken ook naar die stap daarna: hoe kunnen we zorgen dat iemand ook zonder ‘geefgeld’ verder kan?”
Goedhart spreekt die aanpak zeer aan. “Het mooiste is als je niet zegt: hier heb je geld en kijk maar. Maar dat je echt de zelfredzaamheid probeert te vergroten. Dat hebben we met eigen ogen gezien in Oeganda.” De link met zijn eigen wereld – de bouwgroothandel en doe-het-zelf – maakt de verbinding extra sterk. “Je hebt er affiniteit mee, snapt elkaars taal en je weet als geen ander wat iemand in de bouw of techniek nodig heeft.”
De Gamma van het dorp
Het bezoek aan Oeganda opende Goedharts ogen op meerdere manieren. Neem de lokale ‘doe-het-zelfzaak’ die ze bezochten: een winkeltje dat in zijn bouwmarkt twee keer in het toilet zou passen, maar waar de eigenaar straalde van trots. “Dat was zo’n beetje de ‘Gamma van het dorp’. Met wat spijkers. Als Gamma-man was dat natuurlijk wel bijzonder om te zien.”
Ook zag Goedhart in de praktijk de uitwerking van de studiebeurs die Gered Gereedschap uitreikt aan kansrijke leerlingen. Met de beurs kunnen ze twee jaar lang een volledige opleiding volgen, inclusief diploma. Goedhart sprak met een meisje dat na haar opleiding als kleermaakster twintig euro per week verdient. “En daar is ze helemaal blij mee”, zegt hij. “Blij dat ze met die opleiding een baan heeft en de kost kan verdienen.”
Het raakte Goedhart diep. “Voor ons is het zo normaal dat we naar school gaan. Voor hen is het echt de vraag: heb ik een toekomst of niet? Ze lopen anderhalf uur naar school en anderhalf uur terug –en blij.” De vergelijking met zijn eigen schooltijd kon hij niet laten: in Oeganda vertelde hij een schooldirecteur dat hij als kind alles deed om níét naar school te hoeven gaan. De beste man keek hem niet begrijpend aan.
Gered Gereedschap werkt liefst samen met privéscholen en lokale partners in Afrika. “Die hebben een ondernemende mindset”, legt Schmidt uit. “Ze zijn gedwongen om hun eigen geld binnen te halen. Want geen leerlingen, is geen schoolgeld en dus geen geld om leraren te kunnen betalen.” Bovendien stimuleert
Gered Gereedschap ook dat scholen op eigen benen kunnen staan. Bij één van de twee bezochte scholen – Prime Vocational Institute – draait de werkplaats ook commercieel. Daar worden
deuren en ramen van metaal gemaakt en verkocht. Ook worden er betonnen elementen gegoten en lokaal verkocht. De stichting werkt ook aan een verhuurwerkplaats in de regio: een plek waar afgestudeerde vakmensen terecht kunnen voor gereedschap en machines, kennis en begeleiding. Het doel is dat die werkplaats binnen drie jaar financieel zelfstandig is. “Er moet voldoende geld binnenkomen om salarissen te betalen, huur te betalen en ‘s nachts een ‘gunman’ als bewaker”, legt Schmidt nuchter uit. Goedhart snapt de lokale complexiteit inmiddels goed. De vijf uur durende autorit van de luchthaven naar de projectlocaties over een prachtige snelweg (aangelegd met Chinees geld), die al snel overging in hobbelige modderstraten, was op zichzelf al een les. “Je moet het land begrijpen. Je bent bijna gedoemd om te mislukken als je het zelf probeert vanuit een westerse insteek. Je hebt goede lokale partners nodig. Dat is de kunst en die beheerst Gered Gereedschap heel goed.”
Een druppel die een olievlek wordt
Dat Gered Gereedschap tien jaar lang een van de ondersteunde organisaties is van Bon Coeur, zegt veel. “We willen altijd voor de lange termijn samenwerken. Een aansprekend project, met een goed plan en heldere doelen, zijn voor ons voorwaarden voor een donatie. Wij zijn niet van: ‘doe maar een bedrag in de grote pot en zie maar wat je ermee doet.’”
Het bezoek aan Oeganda heeft die overtuiging alleen maar versterkt. “Je lost beslist niet het probleem op in heel Afrika”, geeft Goedhart toe. “Maar voor die mensen die het betreft, beteken je wél heel veel. Dat is dan maar die spreekwoordelijke druppel. En die druppel wordt een olievlek. Want alles wat ze leren, brengen ze weer over aan anderen.” Hij kijkt even voor zich uit. “Als je het dan echt ziet... Dan leven die cijfers en die rapportages pas echt.”
Gered Gereedschap zamelt afgedankt gereedschap en machines in, laat die opknappen door vrijwilligers en stuurt ze naar technische scholen in vier Afrikaanse landen. De stichting ondersteunt een holistische aanpak: theoretisch onderwijs, praktijkervaring, gereedschap én begeleiding bij het starten van een eigen bedrijf. Meer informatie: geredgereedschap.nl


Griffon ziet dat de markt snel verandert en speelt hierop in met een frisse, nieuwe focus. Daarbij maakt het merk heldere keuzes. Zo zetten ze zwaarder in op educatie en trainingen en zijn er op productniveau ook ontwikkelingen. En dat allemaal in een nieuw jasje.

“Bij Griffon zien we een verandering van werelden, waarbij we constateren dat de knowhow in de bouw- en installatiesector minder wordt. Mensen met vakkennis gaan met pensioen of vertrekken zelfs”, zegt Anto Barnjak. Hij is inmiddels ruim een jaar Sales Director Prof Benelux bij Griffon, waar hij voorheen werkte als exportmanager voor Midden- en Zuidoost-Europa. “Het is voor ons aanleiding om als merk meer focus te leggen op educatie, zowel voor het winkelpersoneel als de eindgebruikers. Daarin gaan we nog meer investeren en willen we het verschil maken, net zoals met onze service.” Het profmerk voor lijm-, kiten afdichtingsproducten wordt exclusief verkocht via de professionele groothandel. “Om bovenstaande redenen gaan we ze helpen door meer en specifiekere ondersteuning te geven. Daarmee helpen we ook de eindgebruikers met kennis, service en slimme producten. Zo profiteren en leren alle partijen hiervan.”
Om de markt van technische kennis te voorzien en professionals te ondersteunen heeft Griffon twee technical accountmanagers voor de Benelux in dienst genomen. Zij geven extra ondersteuning bij technische vragen – zowel reactief als actief. “Hun ondersteunende kennis is nieuw voor ons merk. Hiermee spelen we in op de toename van het aantal vragen vanuit de branche, die deels voorkomt uit een veranderende markt en het bijbehorende wegvloeien van kennis.” Veel van die vragen gaan over de toepassingen van lijmen, kitten en afdichtingen, zoals bij de timmerindustrie. Ook kunnen zij achteraf metingen verrichten en bijbehorende adviezen geven.
“We willen de vakman van jong tot oud ondersteunen door de uitbreiding van hun skills op het gebied van verbinden, lijmen en afdichten”, vervolgt Barnjak. Hiervoor is het merk druk bezig met het verbeteren en uitbreiden van de Griffon Academy. Zo worden onder andere onlinetrainingen en leermodules toegevoegd aan het bestaande programma, waar ook fysieke trainingen deel van uitmaken. Daarnaast worden demonstraties georganiseerd bij eindgebruikers. Ook vinden bezoeken op locatie plaats op de werkplek om praktijkgericht te ondersteunen.
Tegelijkertijd investeert het merk in zijn online aanwezigheid. Volgens Barnjak wordt die steeds belangrijker en sterker.
“E-commerce neemt verder toe in belang en online informatievergaring wordt steeds belangrijker. Daarbij worden datapools uitgebreid en verrijkt, waardoor het online aanbod steeds breder en relevanter wordt.”

Slimme, innovatieve producten
Het merk Griffon zet breder in op de markt voor professionals in de bouw- en installatiebranche. Waar eerder vooral de focus lag op lijmen, krijgen coatings en sealants inmiddels steeds meer gewicht. De Poly Max familie – in de bekende rode kokers – heeft er sinds vorig jaar een variant bij gekregen in de vorm van een premium 100% sealant voor alle afdichtingsklussen binnen én buiten. “Deze Griffon Poly Max Sealant heeft een opvallende blauwe koker en is inmiddels uitgegroeid tot een groot succes”, aldus Barnjak.
Nieuwe merkidentiteit
Met de focus op de professional, de ondersteuning en hun innovatieve producten keek het merk kritisch naar hun merkidentiteit.
Zware materialen bevestigen zonder schroeven
Een ander sterk voorbeeld van innovatie is Griffon Poly Max High Tack Express. Dit product laat zien dat bevestigen ook anders kan. Bij het plaatsen van metalen studwanden vormt verlijmen een volwaardig alternatief voor schroeven. Het voorkomt stof, lawaai en schade en maakt het mogelijk om zonder wachttijd direct door te werken. Bovendien is het de eerste montagelijm op de Europese markt met het TÜV SÜD-keurmerk voor schroefloze montage van metal stud-profielen.
De lijm heeft een zeer hoge aanvangshechting, waardoor zware materialen meteen op hun plek blijven zonder ondersteuning. Daarnaast bouwt het product snel sterkte op en bereikt het al na enkele uren zijn eindsterkte. Het blijvend elastische karakter maakt het geschikt voor constructies die in beweging zijn.
“We willen nog meer gericht zijn op de professional en dit duidelijk maken. Om die reden hebben we nu een nieuwe, moderne en stoere visuele identiteit die nog beter bij ons Griffon-merk past –herkenbaar als exclusief profmerk. Deze nieuwe huisstijl wordt de komende tijd verder uitgerold in al onze communicatie-uitingen. Daaruit voortvloeiend hebben we straks bijvoorbeeld ook een nieuwe verpakking voor onze Poly Max montagelijmen, die hiermee beter en sneller af te lezen zijn door een professional. Ons logo? Dat blijft natuurlijk heel herkenbaar op de verpakking staan. Het verwijst naar de griffioen, een mythologisch dier dat symbool staat voor kracht, waakzaamheid en betrouwbaarheid. Die betekenis sluit aan bij de positie van ons merk, dat zich richt op duurzame en professionele oplossingen in lijmen, coatings en afdichtingen.”

Bolton Adhesives, 088 3 235 700, www.griffon.nl, salespro@boltonadhesives.com
Scan mij





“ ”
Acryrub CF2 is één van onze favoriete kitten. We zetten hem vooral in op projecten waar snelheid telt: binnen tien minuten is hij overschilderbaar, ideaal als je snel wilt afwerken.
Waar andere sneldrogende producten vaak haarscheurtjes krijgen omdat ze te hard doordrogen, blijft de CF2 perfect strak dankzij het crack-free systeem. Bovendien is hij hartstikke makkelijk te verwerken.
-Ruben van der Kruis • van der Kruis Vakschilders





Auteur Hugo Schrameyer
De bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken zetten duidelijke stappen richting een klantgerichte aanpak, maar benutten dat potentieel nog niet volledig. Waar category management inmiddels zijn intrede heeft gedaan, blijft de winkelvloer vaak functioneel van karakter in plaats van inspirerend. Elementen zoals duidelijke schapindeling, promoties en informatieve ondersteuning kunnen een extra stimulans gebruiken.
Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Wouter Freid van Freid Interim. Hij heeft ruime ervaring met Trade Marketing, Category Development & Shopper Marketing, o.a. bij Bostik Benelux en PPG Coatings Europe.
Wouter, hoe kijk je naar category management binnen lijmen en kitten in de bouwmaterialenhandel? Is dat een urgent thema?
“De urgentie wordt in deze sector vaak minder gevoeld dan bijvoorbeeld in de consumentenmarkt. Dat komt omdat professionals – zzp’ers en aannemers – meestal precies weten wat ze nodig hebben en daar telkens op terugvallen. Maar dat betekent niet dat er geen kansen liggen. Juist omdat het ‘wel doorloopt’, wordt er soms te weinig gekeken naar hoe het beter kan.”
Waarom is schapoptimalisatie dan toch relevant in dit segment?
“Een goed ingericht schap helpt altijd. Ook de professional heeft baat bij overzicht en duidelijkheid. Daarnaast zit er een kans in het doorbreken van routine. Als iemand altijd hetzelfde product pakt, kun je hem met de juiste presentatie toch verleiden om verder te kijken. Dat kan uiteindelijk ook leiden tot een hogere omzet of betere marges.”
Speelt merkbeleving daarin een rol?
“Zeker. Merkbeleving stopt niet bij beschikbaarheid. Het gaat ook om hoe producten worden gepresenteerd. Wat je vaak ziet bij lijmen en kitten is dat verpakkingen vrij generiek zijn en weinig onderscheidend. Daar ligt echt nog ruimte voor optimalisatie. Als je beter zichtbaar maakt wat de verschillen zijn, kun je klanten helpen om sneller de juiste keuzes te maken én te verleiden.”
Kan de bouwmaterialenhandel iets leren van de consumentenmarkt?
“Ja, maar je moet het niet een-op-een kopiëren. Je kunt niet zeggen: zo doet Albert Heijn het, dus laten we dat hier ook doen. Dat werkt niet. Het zijn andere klanten, andere behoeften. Maar de manier waarop in de consumentenmarkt wordt nagedacht over de shopper en het schap, daar kun je wel elementen uit halen. Je moet het alleen vertalen naar de praktijk van de bouwmaterialenhandel.”
Waar ligt dan een logischer referentiepunt?
“De doe-het-zelfsector ligt dichterbij. Daar zie je al meer aandacht voor schapnavigatie en presentatie. Tegelijkertijd moet je ook daar voorzichtig mee zijn. In de bouwmaterialenhandel moet je vaker mensen stap voor stap meenemen in veranderingen. Zowel aan de kant van de groothandel als bij leveranciers.”
Hoe belangrijk is data bij category management in deze sector?
“Data zijn essentieel, maar daar zit ook een uitdaging. In de FMCG-wereld heb je uitgebreide datasets waarmee je precies kunt analyseren wat er gebeurt. In de bouwmaterialenhandel ben je vaak afhankelijk van wat groothandels aanleveren, en dat is niet altijd compleet of consistent. Daardoor moet je soms nog varen op ervaring en gevoel.”
Wat kan er verbeteren op dat vlak?
“Er is zeker ruimte om meer met data en onderzoek te doen. Als je daarin investeert, kun je beter onderbouwde keuzes maken over assortiment en schapindeling. Dat vraagt wel samenwerking tussen leveranciers en handel. Als je samen optrekt, kun je echt stappen zetten.”
Hoe volwassen is category management momenteel in de sector?
“Het is in veel gevallen nog in de beginfase. Er zijn partijen die vooroplopen, zoals Bouwmaat, waar je ziet dat er professioneler naar wordt gekeken. Maar over het algemeen is er nog veel te winnen. De focus ligt vaak nog op beschikbaarheid en logistiek, terwijl er meer aandacht zou mogen zijn voor de klant en het koopgedrag.”
Welke rol speelt merkloyaliteit bij professionals?
“Die is groot. Als een product goed werkt, blijven professionals daar trouw aan. Kwaliteit is leidend. Tegelijkertijd betekent dat niet dat je ze niet kunt verleiden om iets nieuws te proberen. Je moet ze alleen laten zien en ervaren wat de voordelen zijn van alternatieven.”
Wat is de grootste uitdaging voor de toekomst?
“De grootste uitdaging is om de sector verder te professionaliseren op het gebied van category management én om de juiste mensen aan te trekken. Verandering vraagt om mensen met kennis en visie. Als je die combinatie weet te vinden, kun je echt stappen maken en je onderscheiden in de markt.”

TRADE MARKETEER BOSTIK BENELUX
“Professionals weten vaak precies wat ze nodig hebben”, stelt Wouter Freid. Dat klopt, maar zij verwachten wél ondersteuning. Professionals werken routinematig en kiezen vaak vaste producten, maar hechten tegelijkertijd veel waarde aan overzicht, logica en snelheid in het schap. Daarom ontwikkelt Bostik conceptgedreven schapvisies en bieden we verschillende schapformaten binnen het Den Braven-assortiment. Zo ondersteunen we de vakman of -vrouw met duidelijke segmentatie en navigatie.
Ook Wouters opmerking dat merkbeleving verder gaat dan beschikbaarheid sluit aan bij onze visie. Uit recent marktonderzoek blijkt dat er in de categorie nog winst te behalen is in onderscheid en presentatie. Met concepten rondom gevelverlijming, luchtdicht bouwen en brandwerendheid creëren we herkenbare systemen en sterke storytelling. Daarmee positioneren we Bostik als een complete partner in oplossingen, kennis en ondersteuning.

Als
Rowan Hoekstrat
BMN EMMELOORD
“Wat je ziet in de bouwmaterialenhandel, zeker als het gaat om lijmen en kitten, is dat groeikansen minder liggen in het overtuigen van de doorgewinterde professional en meer in de manier waarop je ondersteuning en zichtbaarheid organiseert. Professionals weten namelijk meestal exact wat ze nodig hebben en werken vaak jarenlang met dezelfde producten en merken. Die merkgebondenheid is sterk: aannemers en zzp’ers blijven trouw aan wat ze kennen en vertrouwen. Dat betekent dat ze niet snel overstappen, zelfs niet als er alternatieven of innovaties beschikbaar zijn. Tegelijkertijd verwachten ze wél dat de handel hen faciliteert met overzicht, logica en snelheid – producten moeten gewoon beschikbaar zijn, vaak zelfs al geregeld vanuit de werkplaats of via levering op locatie.
De echte kans zit daarom in twee dingen. Ten eerste in het moment van instroom: nieuwe vakmensen of zzp’ers die nog niet volledig
We zijn het eens dat de bouwmaterialenhandel niet te vergelijken is met retail. De vakman of -vrouw heeft andere informatiestromen en beslismomenten. Daarom kopiëren wij geen retailmodellen, maar ontwikkelen we tools en formats die aansluiten op de praktijk en processen in de groothandel.
Samenwerking en data spelen hierin een cruciale rol. We zetten sterk in op joint trade marketing, waarbij activaties, assortiment en schapindeling gezamenlijk worden bepaald. Daarnaast werken we met account based marketing om plannen te ontwikkelen die aansluiten op specifieke doelgroepen en vestigingen. Ook bieden we complete oplossingen met het Bostik- en Den Braven-assortiment voor meer overzicht en efficiëntie.
Tot slot is kennis essentieel. Met de Bostik Academy ondersteunen we vakmensen en handel via trainingen, workshops en digitale tools. Zo maken we de categorie samen slimmer, sterker en toekomstgericht.

vastzitten aan een merk of product. Hun eerste ervaringen zijn vaak bepalend voor hun latere keuzes. Als zij een goede ervaring hebben met een bepaald product, blijven ze daar doorgaans bij. Ten tweede zit groei in het actief onder de aandacht brengen van innovaties. Dat gebeurt niet vanzelf; je moet nieuwe producten zichtbaar maken op de toonbank en het gesprek aangaan. Medewerkers in de shop spelen daarin een cruciale rol door klanten te attenderen op alternatieven of verbeteringen.
Daarnaast zie je dat duurzaamheid en specialisatie steeds belangrijker worden. Nieuwe, ‘groenere’ producten winnen terrein, vooral in grotere projecten waar eisen strenger zijn. Voor de zelfstandige vakman speelt dat minder, maar ook daar groeit de bewustwording. Uiteindelijk vraagt groei in deze categorie dus niet alleen om een goed assortiment, maar vooral om gerichte begeleiding, zichtbaarheid en het juiste moment van beïnvloeding.”


Roger Mathijssen
BOUWPARTNER DOORISOL
“Als je kijkt naar lijmen en kitten in de bouwmaterialenhandel, zie je dat het beeld genuanceerder is dan vaak wordt gedacht. Het klopt dat veel professionals goed weten wat ze nodig hebben, maar dat betekent niet dat ondersteuning overbodig is. In de praktijk blijkt dat lang niet elke vakman exact weet welke kit het meest geschikt is voor een specifieke toepassing. Juist op dat moment ontstaat er behoefte aan begeleiding. Het schap heeft daarin wel degelijk een functie: niet alleen als opslag, maar ook als hulpmiddel voor oriëntatie en navigatie.
Tegelijkertijd blijft persoonlijk contact cruciaal. Wanneer een klant twijfelt, wordt de keuze zelden volledig door het schap zelf gemaakt, maar vooral in het gesprek met medewerkers. Zij vertalen de toepassing naar het juiste product en bieden daarmee directe meerwaarde. Visuele hulpmiddelen, zoals informatieborden van leveranciers, kunnen daarbij ondersteunen, maar zijn
MASTERMATE, NIJMEGEN/BOXMEER
“Wat steeds duidelijker wordt binnen de vakhandel, is dat de kennis bij vakmensen rondom lijmen en kitten onder druk staat. Waar vroeger veel professionals precies wisten welk product ze nodig hadden, zie je nu dat die kennis afneemt en dat de rol van de handel daarin belangrijker wordt. Klanten komen vaker met vragen binnen en verwachten ondersteuning bij het kiezen van de juiste lijm of kit voor hun toepassing. Daarmee blijft advies een relevante, maar ook genuanceerde factor: je moet het niet overdrijven, maar het is zeker van toegevoegde waarde. Het schap speelt hierin een ondersteunende rol, maar niet als leidend instrument zoals in de consumentenmarkt. In tegenstelling tot bouwmarkten, waar de klant via het schap wordt gestuurd en geïnformeerd, gaat men er in de professionele handel vanuit dat de klant al een basiskennis heeft. De indeling is daarom vaak logischerwijs opgebouwd op toepassing – zoals acrylaat-, siliconen- en polymeerkitten – waarbij merken door elkaar heen staan. De toepassing is leidend, niet het merk. Opvallend is dat prijs een zeer bepalende factor is in het keuzeproces. Alleen wanneer een product aantoonbaar beter presteert, zijn professionals bereid meer te betalen. Tegelijkertijd zijn er duidelijke regionale verschillen. In kleinere plaatsen weten klanten vaak beter wat ze nodig hebben en ligt de focus sterker op kwaliteit en resultaat, mede door sociale controle. In stedelijke gebieden is de oriëntatie breder en speelt prijs een grotere rol.
De groeikansen liggen daarmee in het bieden van gerichte ondersteuning, het inspelen op kennisverschillen en het bewaken van een heldere, functionele presentatie die aansluit bij de praktijk van de professional.”
geen vervanging van advies. Ze werken vooral aanvullend en kunnen in sommige gevallen de zichtbaarheid en herkenning van een merk vergroten.
Merktrouw speelt een duidelijke rol, al verschilt dit per klant. Sommige vakmensen zijn sterk gebonden aan een specifiek merk en wijken daar nauwelijks van af, terwijl anderen pragmatischer zijn en vooral kijken naar wat beschikbaar is voor de klus. Opvallend is dat jongere vakmensen vaker openstaan voor nieuwe producten en innovaties, terwijl ervaren professionals eerder vasthouden aan vertrouwde oplossingen.
De inrichting van het schap draagt bovendien bij aan de beleving en het vertrouwen. Een nette, overzichtelijke presentatie straalt kwaliteit uit en nodigt meer uit tot aankoop dan een puur functionele opslag. Groei in deze categorie zit daarmee in een combinatie van deskundig advies, zichtbaarheid en het slim inspelen op verschillende klantprofielen.”

“Slim
In de lijmindustrie focust de productontwikkeling zich de afgelopen jaren vooral op turbolijmen met een snelle en hoge aanvangshechting. Aan die categorie voegt Tec7 een nieuwe lijm toe.
“Tec7 Fast onderscheidt zich door de snelheid waarmee een functionele sterkte wordt bereikt.
Die zorgt ervoor dat een bouw of renovatie sneller uitgevoerd kan worden”, zegt Klaas Jochems van Tec7.
Net zoals dat voor de andere kitten en lijmen van de producent geldt, is ook Tec7 Fast universeel toepasbaar. De nieuwe lijm wordt binnen het eigen assortiment tussen de bestaande universele Tec7 en X-Tack montagekit gepresenteerd. “Het is een echte turbolijm voor horizontale, verticale en hangende verlijming van verschillende materialen.”
‘Snelste van dit moment’
Met een functionele sterkte na 15 minuten is Tec7 Fast volgens Jochems de snelste turbolijm van dit moment. “Veel turbolijmen hebben 20 tot wel 30 minuten nodig om die functionele sterkte te bereiken bij de verlijming van poreuze materialen.” Bij niet poreuze materialen duurt het met de nieuwe lijm 2 tot 3 uur om die sterkte te bereiken. “Ook dat is aanzienlijk sneller.”


Met een hoge aanvangshechting van 250 kilo per vierkante meter kunnen bouw- en renovatiewerkzaamheden sneller worden uitgevoerd. De nieuwe turbolijm kan, mede dankzij nTec polymeer-technologie, worden toegepast bij temperaturen van -10°C tot 30°C en is weerbestendig. Ook de blijvende elasticiteit op lange termijn en goede UV-bestendigheid maken de lijm duurzaam inzetbaar. Het kan zowel op droge als natte ondergronden worden aangebracht. Jochems: “De lijm laat zich ook eenvoudig volledig vlak aandrukken. Het is een soepele lijm, vergelijkbaar met onze universele lijmkit Tec7.”
Voordelen in renovatie
Bij veel verbouwings- en renovatieprojecten biedt het snel bereiken van de functionele sterkte belangrijke voordelen. “Een traprenovatie is daar een goed voorbeeld van. Een kwartier na het verlijmen van de laatste nieuwe traptreden en stootranden is de trap weer beloopbaar en belastbaar. Dat scheelt veel tijd ten opzichte van het gebruik van andere lijmen of kitten die soms pas na een halve dag of langer voldoende sterkte bieden.”
Bij keukenprojecten biedt Tec7 Fast dezelfde voordelen. “Het frame van een nieuwe keuken kan met de lijm snel aan de wand bevestigd worden, waarna de verdere opbouw van de keuken bijna direct kan doorgaan. Zo kunnen uiteindelijk ook de passtukken en plinten eenvoudig met dezelfde lijm bevestigd worden.” De timmerindustrie vormt dan ook een belangrijke doelgroep voor Tec7 Fast. “In de productie van maatwerkmeubels en -keukens valt met onze lijm veel tijd te winnen. Bovendien is de lijm reukloos en veiliger te verwerken, want er zitten geen toxische stoffen zoals isocyanaten, oplosmiddelen en ftalaten in verwerkt.”
Geen boor- of schroefwerk nodig
Niet alleen bij de verlijming van hout biedt Tec7 Fast deze voordelen, ook andere materialen kunnen ermee verlijmd worden. Zoals maatkasten, staande toiletten, natuursteen en douche- en wandpanelen, maar ook spiegels, piepschuim en harde isolatieplaten. Jochems: “Er is geen boor- en schroefwerk nodig om materialen aan elkaar te bevestigen, het eenvoudig verlijmen van de elementen biedt een krachtige hechting. Dat zijn ook belangrijke voordelen bij de verlijming van bijvoorbeeld metal stud wand- en vloerprofielen voor gipswanden op beton, constructies op vloeren met vloerverwarming, gevel- en sierplinten van natuursteen, deurkozijnen en dagkanten, vensterbanken en dorpels in verschillende materialen.”
Ten slotte is Tec7 Fast voorzien van een KOMO-certificering. “Dat is een onafhankelijk kwaliteitslabel dat bevestigt dat het product voldoet aan de hoogste eisen voor professionele bouwtoepassingen. Dit geeft vakmannen, architecten en onderzoeksbureaus de bijkomende zekerheid dat Tec7 Fast inzetbaar is in projecten waar normering en kwaliteitsgarantie cruciaal zijn.”
Herkenbare presentatie
Voor de presentatie van de nieuwe turbolijm in het handelskanaal borduurt de producent voort op de bestaande merkpositionering. “Onze belangrijkste USP van Tec7 is dat het de meest universele lijm op de markt is. Voor Tec7 Fast geldt dat het de meest universele turbolijm is die beschikbaar is. Die USP hebben we vertaald naar de campagneslogan ‘Plakt alles supersnel’”, zegt Jochems, die benadrukt dat Tec7 voor de handelspartners uitgebreide POS-materialen heeft ontwikkeld waarin de slogan en de voordelen van nieuwe turbolijn duidelijk worden gepresenteerd.
De lijm is verkrijgbaar in de kleuren wit en zwart in kokers met een inhoud van 290 ml.

Tec7, 076 201 92 87, info@tec7.com www.tec7.com Scan mij









Wim Bak
Marketingdeskundige Merkvast
Tijdens de recente Hibin NEXT-sessie, het innovatieplatform van Hibin voor jonge professionals en managers uit de bouwgroothandel, werd één ding duidelijk: AI is geen toekomstmuziek meer. Het staat inmiddels op de werkvloer, aan de balie en in de directiekamer.
Wat mij vooral opviel, waren de uitkomsten van het klantonderzoek dat deelnemende bouwgroothandels uitvoerden onder hun eigen klanten. Daaruit kwam een opvallend beeld naar voren. De markt vraagt niet om hype, maar om praktisch voordeel.
Geen ingewikkelde dashboards. Wel tijdswinst. Minder administratie. Snellere offertes. Betere productinformatie. Slimmere bestellingen. Minder fouten. Simpel gezegd moet AI werk uit handen nemen. En daar ligt een enorme kans voor de bouwgroothandel.
Veel kleinere bouwbedrijven hebben niet de tijd, capaciteit of kennis om AI zelfstandig goed toe te passen. Hun dagen zitten vol met projecten, planning, personeel en klanten. Ze zoeken daarom partners die het eenvoudiger maken. Niet alleen met producten, maar ook met kennis, data en slimme oplossingen.
In mijn recente gesprek met Martin Visser, directeur van bouwbedrijf ABB, zei hij iets dat bleef hangen. De toegevoegde waarde van de groothandel zit steeds minder in het verplaatsen van producten en steeds meer in het slimmer maken van de klant.
Niet onbelangrijk: ABB werd in 2023, 2024 en 2025 uitgeroepen tot beste aannemer van Nederland.
Jarenlang draaide succes in de handel om voorraad, logistiek, prijs en relatiebeheer. Dat blijft belangrijk, maar wordt minder onderscheidend. De volgende fase draait om een andere vraag: wie helpt de klant productiever werken?
Denk aan foutloze productdata, slimme zoekfuncties, automatische productsuggesties door AItools die sneller offreren of klantvragen beantwoorden. Wie dat goed organiseert, schuift op van leverancier naar productiviteitspartner.
Een tweede conclusie uit het Hibin NEXTonderzoek was dat niet iedere klant even snel beweegt. Grote bedrijven kijken vaker naar koppelingen, BIM en procesoptimalisatie. Kleinere bedrijven zoeken vooral gemak, snelheid en directe toepasbaarheid. Eén digitale aanpak voor alle klanten werkt dus niet.
Martin Visser benadrukte hoe ABB AI benadert: bottomup en pragmatisch. Geen dik beleidsplan, maar medewerkers die in de praktijk ontdekken waar technologie tijd wint en processen slimmer maakt. Maar ook dan blijft de mens bepalend. Vakmanschap, relaties en gezond verstand blijven het echte onderscheid maken.
De winnaars van de komende jaren zijn waarschijnlijk niet de bedrijven met de grootste ITbudgetten, maar de bedrijven die hun data op orde brengen, klein durven starten en klanten echt verder helpen.
AI wacht niet op de bouwgroothandel. Pak de regie.

Alle doorslijpschijven zijn veilig en overzichtelijk opgeborgen in de robuuste Klingspor gereedschapskist – met 100 doorslijpschijven (4 verpakkingen) voor optimale werkvoorbereiding.
Ook inbegrepen voor de gebruiker: de beproefde Schleiffix SFK 655 de echte all-rounder voor een glad resultaat in werkplaats én huishouden, plus een fiche met handige toepassings tips.
Veelzijdig, stapelbaar en biedt uitstekende bescherming tegen invloeden van buitenaf en weersomstandigheden.



125 x 1 x 22,23 mm
Kronenflex® hoogwaardige doorslijpschijf voor roestvrij staal en staal
De SFK 655 handblok is veelzijdig inzetbaar – van huishoudelijke klusjes tot werkzaamheden in de werkplaats. Vakmensen en doe-het-zelvers gebruiken het vaak voor afwerking en licht schuurwerk.



Mis deze speciale aanbieding niet! Meer info?
Contacteer ons sales team - stuur je aanvraag naar
info@klingspor.nl
Binnen de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken ligt een kans om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) sterker onder de aandacht te brengen.
Dat blijkt ook in de praktijk: het assortiment op de verkoopvloer wordt breder en professioneler. Wat nog een extra impuls kan gebruiken, is de toelichting richting klanten. Juist bij PBM’s is het belangrijk dat gebruikers niet alleen weten wat ze kopen, maar vooral waarom en wanneer ze het moeten gebruiken.
Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu pakken we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Frank Verhoef, woordvoerder van de Arbeidsinspectie.
Op de site van de Arbeidsinspectie staat dat werkgever en medewerker beide verantwoordelijk zijn voor het correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Hoe werkt dat bij een zzp’er, zoals een vakman met een eigen klusbus?
Frank Verhoef: “Bij een zzp’er vallen werkgever en werknemer samen. De zelfstandige is dus volledig verantwoordelijk voor de keuze, het gebruik en het onderhoud van PBM’s. Waar een werkgever normaal zorgt voor beschikbaarheid, instructie en toezicht, moet de zzp’er dit zelf regelen: bepalen wat nodig is, aanschaffen en controleren of middelen nog veilig zijn. Een opdrachtgever heeft wel een rol in het bieden van een veilige werkomgeving, bijvoorbeeld door risico’s op de werkplek te beperken. Maar het dagelijks gebruik van PBM’s ligt bij degene die het werk uitvoert en bij een zzp’er dus volledig bij hemzelf.”
Hoe wordt gecontroleerd of PBM’s nog goed passen en voldoende beschermen?
“Dit gebeurt volgens richtlijnen van fabrikant en werkgever, of - bij zzp’ers - door de gebruiker zelf. Controle begint met een visuele inspectie op beschadigingen. Daarnaast is de pasvorm cruciaal: een losse helm of slecht afsluitende gehoorbescherming biedt onvoldoende bescherming.
PBM’s hebben vaak een maximale gebruiksduur of vaste keuringsmomenten. Werkgevers organiseren dit en houden toezicht, terwijl werknemers gebreken moeten melden. Voor zzp’ers geldt dat zij dit zelf moeten controleren en tijdig vervangen.”
Krijgen medewerkers instructies over gebruik en onderhoud?
“Ja, dat is verplicht volgens de Arbowet. Werknemers moeten weten waarom PBM’s nodig zijn en hoe ze gebruikt en onderhouden worden. Dit gebeurt vaak via toolboxmeetings of trainingen. Zzp’ers moeten deze kennis zelf opdoen, bijvoorbeeld via fabrikantinstructies of vakrichtlijnen. Juist zonder werkgever is eigen verantwoordelijkheid hierin extra belangrijk.”
Kun je voorbeelden geven van verschillende PBM’s voor hetzelfde risico?
“De keuze hangt af van de aard en intensiteit van het risico. Bij lawaai kunnen oordoppen volstaan bij korte blootstelling, terwijl oorkappen beter zijn bij langdurig of zwaar geluid. Bij werken op hoogte kan een helm voldoende zijn tegen vallende objecten, maar bij valrisico is aanvullende valbeveiliging nodig. Het gaat dus niet alleen om bescherming, maar om de juiste keuze per situatie.”
Wat zijn aandachtspunten bij slijtage of veroudering?
“Slijtage vermindert de effectiviteit van PBM’s. Let op scheurtjes, vervorming, verkleuring of verharding. Ook factoren zoals UV, vocht en warmte spelen een rol. Veel PBM’s hebben een houdbaarheidsdatum en moeten tijdig worden vervangen of gekeurd. Werkgevers stellen richtlijnen op en werknemers signaleren problemen. Zzp’ers dragen hierin opnieuw zelf de volledige verantwoordelijkheid.”
Hoe kunnen lezers van MIXpro ondersteuning bieden bij de voorlichting aan hun klanten, zoals aannemers en zzp’ers?
“Een effectieve stap is om veiligheid standaard onderdeel te maken van het verkoopgesprek. Door gerichte vragen te stellen - zoals waarvoor een product wordt gebruikt en onder welke omstandigheden - kunnen medewerkers risico’s signaleren en direct passende PBM’s adviseren. Zo wordt veiligheid een logisch onderdeel van het aankoopproces.
Daarnaast is het belangrijk om klanten te verwijzen naar betrouwbare informatiebronnen, zoals het Arboportaal en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dit helpt misinformatie te voorkomen en biedt toegang tot actuele richtlijnen. Praktisch kan dit via flyers, QR-codes, facturen of websites.
Ook interne kennis is essentieel. Medewerkers hoeven geen specialisten te zijn, maar basiskennis van veelvoorkomende risico’szoals stof, lawaai, werken op hoogte en gevaarlijke stoffen - maakt het mogelijk om gericht advies te geven. Dit kan via korte trainingen, toolboxmeetings of samenwerking met leveranciers. Zo ontstaat een sterke combinatie van productkennis en veiligheidsbewustzijn.”
Ronald de Reeder
COMMERCIEEL DIRECTEUR SNICKERS WORKWEAR EN SOLID GEAR FOOTWEAR
“Bij Snickers Workwear en Solid Gear Footwear draait het niet alleen om comfort, maar vooral om functionele veiligheid en duurzaamheid. Die combinatie is essentieel om gebruikers echt te beschermen. PBM’s doen hun werk alleen als ze correct worden gekozen, gedragen en onderhouden. Veiligheid zit dus niet alleen in het product, maar ook in de informatie eromheen. Daarom stellen wij trainingen verplicht voor onze verkooppunten. Dat is een bewuste keuze. Ook voor onlineverkooppunten geldt dat een goed bereikbare klantenservice essentieel is. Onjuiste of onvolledige veiligheidsinformatie kan leiden tot letsel. Zeker bij multinormkleding kan gebrekkig advies zelfs levensbedreigend zijn. Hoewel de eindgebruiker zelf verantwoordelijk is voor de keuze van PBM’s, is deskundig advies onmisbaar. Veiligheid mag nooit gebaseerd zijn op aannames. In de kleinzakelijke markt, zoals zzp’ers en bedrijven tot circa twintig medewerkers, is de inkoper vaak ook gebruiker. Naast veiligheid speelt imago een rol en worden risico’s bij lassen, slijpen of werken met open vuur nog te vaak onderschat. Men werkt dan in gewone werkkleding, tot het misgaat - met grote gevolgen. Goed advies bij aankoop is daarom cruciaal, zodat de juiste PBM’s niet alleen worden gekocht, maar ook daadwerkelijk worden
Mark Evenhuis
BOUWMAAT GRONINGEN:
“Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn bij ons inmiddels een wezenlijk onderdeel van het assortiment geworden. Waar klanten vroeger vooral kwamen voor gereedschap en ijzerwaren, nemen ze nu steeds vaker direct hun veiligheidsproducten mee.
We hebben dat volledig geïntegreerd: van gehoor- en oogbescherming tot helmen, handschoenen en werkkleding. Zelfs een paskamer hoort daar inmiddels bij, zodat mensen ter plekke kunnen passen.
Die ontwikkeling biedt duidelijke verkoopkansen. Klanten willen gemak: één adres waar ze alles kunnen regelen. Zeker zzp’ers nemen beschermingsmiddelen gewoon mee met hun andere aankopen. Tegelijkertijd zien we dat het aanbod breder en aantrekkelijker wordt. Veiligheidsschoenen zijn allang niet meer alleen zwart en functioneel, maar ook moderner en comfortabeler. Daarnaast spelen we een rol in bewustwording. Via acties, folders en advies aan de balie attenderen we klanten op het belang van bescherming. Ook tijdens klantavonden komt dit aan bod. Zo groeit niet alleen het assortiment, maar ook de vraag. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn daarmee uitgegroeid tot een belangrijke en kansrijke productgroep binnen de bouwmaterialenhandel.”
gebruikt voor, tijdens en na het werk. Duurzaamheid speelt ook een rol: versleten of te vaak gewassen kleding beschermt onvoldoende en moet worden vervangen. Een goede pasvorm is essentieel, omdat slecht passende PBM’s minder goed functioneren en minder worden gedragen. Veilig werken begint met een risicoanalyse: waar werk ik, hoe werk ik en welke bescherming is nodig?
Om de veiligheid in de keten te versterken, investeren wij in training bij klanten, in ons Experience Center en bij partners. Training draagt kennis over, bouwt vertrouwen op en biedt ruimte voor vragen en praktijkcases. Met train-de-trainerprogramma’s houden wij kennis actueel en zorgen wij dat die wordt doorgegeven.
Het belangrijkste blijft het stimuleren van vragen: in veiligheid bestaan geen domme vragen, alleen gemiste kansen om risico’s te voorkomen. Dat vraagt om een cultuur waarin mensen zich vrij voelen om onzekerheden te delen en elkaar aan te spreken. Alleen zo ontstaat een veilige werkomgeving waarin leren centraal staat en fouten worden gebruikt om processen te verbeteren. Uiteindelijk gaat het erom dat iedereen elke dag weer gezond en veilig naar huis gaat.”

Opvallende constatering bij ons ‘rondje langs de velden’: de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken maken serieus werk van PBM’s. Bij Mastermate staat het onderwerp sinds het tweede kwartaal nadrukkelijk op de kaart.
Ronald Otten
BMN NIJKERK
“Wat we hier duidelijk zien, is dat persoonlijke beschermingsmiddelen steeds belangrijker worden binnen ons assortiment. In ons nieuwe filiaal hebben we daar ook echt ruimte voor gemaakt, met een uitgebreid aanbod en zelfs een paskamer. Klanten kunnen hier dus direct werkkleding en veiligheidsschoenen passen.
Vooral zzp’ers spelen daarin een grote rol. Zij willen efficiënt werken en niet langs meerdere adressen rijden. Als ze bij ons hun bouwmaterialen halen, is het logisch dat ze ook meteen een helm, schoenen of andere bescherming meenemen. Dat gemak maakt voor hen echt het verschil en biedt voor ons een duidelijke verkoopkans.
Daarnaast verandert de vraag. Waar het vroeger vooral functioneel en basic was, willen klanten nu ook dat producten er goed uitzien. Veiligheidsschoenen en kleding worden steeds moderner, en ook bedrukte werkkleding met een eigen logo is in trek. Daar spelen we op in met nieuwe lijnen en extra service. Het assortiment groeit dan ook snel, van helmen tot gehoorbescherming en kleding. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn daarmee uitgegroeid tot een volwaardige en kansrijke productgroep binnen onze vestiging.”

In toenemende mate is te zien dat je zonder gecertificeerde persoonlijke beschermingsmiddelen niet welkom bent op een bouwlocatie.
MASTERMATE GENNEP
“Binnen Mastermate hebben we persoonlijke beschermingsmiddelen sinds het tweede kwartaal nadrukkelijk als thema op de kaart gezet. Het idee is om klanten - met name zzp’ers - niet alleen bouwmaterialen te laten meenemen, maar ook meteen een helm, gehoorbescherming of handschoenen. Dat ‘one-stop-shop’-principe biedt duidelijke verkoopkansen. We ondersteunen dit met e-learning voor medewerkers, zodat zij
MANAGING DIRECTOR BUCKLER BOOTS
“Veiligheidsschoenen behoren tot de meest basale persoonlijke beschermingsmiddelen: je trekt ze aan en ze moeten simpelweg goed zijn. In tegenstelling tot complexere PBM’s is het gebruik vrij vanzelfsprekend, terwijl de veiligheid vooral in de normering zit. Die normering vormt de kern. Veiligheidsschoenen vallen binnen Europese klassen, van S1 tot en met S7, waarbij een S3-schoen in de praktijk al voldoende is om op vrijwel elke bouwplaats te mogen werken. Dat maakt het overzichtelijk: met de juiste classificatie zit je meestal goed, ongeacht de werkzaamheden. In de praktijk wordt het ingewikkelder door de markt en handhaving. Er komt steeds meer aanbod via onlinekanalen buiten de EU, die ook rechtstreeks verzenden (voornamelijk vanuit Azië), waaronder producten die niet of nauwelijks gecertificeerd zijn. Een CE-markering is eenvoudig te kopiëren, maar garandeert niet dat een product echt voldoet. Tegelijkertijd is de capaciteit voor toezicht beperkt, waardoor niet alles gecontroleerd kan worden.
Juist daarom is de rol van de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken cruciaal. Zij staan direct in contact met de eindgebruiker en fungeren als eerste aanspreekpunt. Van hen mag worden verwacht dat zij niet alleen gecertificeerde producten aanbieden, maar ook actief voorlichten over de juiste keuze en het correcte gebruik. In een verkoopgesprek zou het normaal moeten zijn om te vragen naar de toepassing: wordt er op hoogte gewerkt, in natte omstandigheden of met zware materialen? Die context bepaalt immers welk type schoen geschikt is. Door die adviserende rol serieus te nemen, kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan veiligheid op de werkvloer. Dat is niet altijd eenvoudig: een zzp’er heeft vaak uiteenlopende werkzaamheden, van werken op hoogte tot een kleine verbouwing.
Daarnaast ligt er verantwoordelijkheid bij fabrikanten en distributeurs om transparant te zijn over certificering en kwaliteit. Bij betrouwbare partijen zijn die gegevens vrij toegankelijk. Voor de eindgebruiker betekent dit dat kopen via erkende kanalen essentieel is. Bewustwording blijft daarbij de sleutel: goede veiligheidsschoenen verkleinen aantoonbaar het risico op letsel, maar alleen als de juiste keuzes worden gemaakt en het belang ervan echt wordt ingezien.”
klanten beter kunnen adviseren. Je ziet dat het begint te landen: klanten nemen vaker iets extra’s mee, zeker als je het onder de aandacht brengt of aantrekkelijk prijst. Daarnaast groeit de bewustwording op de bouwplaats, waar PBM’s steeds vaker verplicht zijn. Dat helpt ook de vraag te stimuleren. Het is nog pril, maar de eerste signalen zijn positief en de potentie is duidelijk.”
• Meestgebruiktevariantroestvast staal bij bevestigingsmaterialen
• Onder normale, niet-agressieve, omstandigheden uitstekend bestand tegen corrosie
• RVS A2 bevat chroom (17%-19%) en nikkel (8%-10,5%)



• Uitzonderlijk sterk en zo hard als gehard staal
• Unieke samenstelling: weinig tot geen nikkel
• Extreem lange levensduur
• Mindercorrosiebestendig dan RVS A2 en Shield Outdoor
























































SHIELD OUTDOOR
• Voorzien van speciale corrosiewerende EP5-coating
• Voldoen aan ETA-keurmerk en zijn C4-gekwalificeerd
• Te gebruiken in looizuurhoudend hout zoals Eiken,Red Cedar en Garapa
• Ook voorconstructief gebruik



































• In kleur zwart,voor bijvoorbeeld in Zweeds rabat
• Voorzien van speciale corrosiewerende EP5-coating
• VoldoenaanETA-keurmerkenzijnC4-gekwalificeerd
• Ook voorconstructief gebruik en te gebruiken in looizuurhoudend hout



















Een moderne en aantrekkelijke uitvoering met een brede opening voor gemakkelijke toegang tot het product.








Alle relevante productinformatie is eenvoudig te raadplegen via de QR-code op het etiket.

































De herbruikbare en 100% recycleerbare emmers zijn voorzien van een handig hersluitbaar deksel en draaghendel.
















In de vorige editie van MIX Pro vertelde ik dat ik op het punt stond een afkortzaag en een zaagtafel te kopen teneinde lijsten voor schilderijen te gaan maken. Het lot nam een gunstige wending. Tijdens een verjaardagsfeest sprak ik een goede vriend van mijn broer. Ik legde de man, een timmerprof, mijn aankoopvoornemen voor, waarop hij reageerde met de opmerking: ‘Ik heb nog een combinatie van afkortzaag en tafelzaag staan, van DeWalt. Je mag ‘m hebben. Kom ‘m maar halen.’
Daar staat ‘ie dan, de prachtmachine, centraal opgesteld in wat tot een maand geleden nog ons fietsschuurtje was en nu mijn werkplaats is. Maar een zaagbezitter is nog geen houtbewerker. Ik sta, kortom, aan het begin van iets waarvan ik het einde niet kan overzien. Welk hout ga ik bijvoorbeeld gebruiken? Eiken? Waar haal ik eiken? “Eiken hebben we niet”, zei de medewerker van de houthandel waar ik jaren geleden wat hout voor een schutting haalde. “We hebben alleen maar bouwhout.” De tweede zaak die ik aandeed had wel eiken, maar al
zagende ondervond ik dat de dikke plank die ik er kocht krom was en getordeerd om de lengteas. Mijn zaagtafel zwoegde en steunde; met moeite haalde ik één lijst uit de plank, en dan nog na veel bijschaven en -schuren. Leerzaam, maar niet ideaal.
Opnieuw had ik een feestje en opnieuw trof ik de timmerprof die me de zaagmachine had geschonken –feestjes beginnen op netwerkborrels te lijken. Ik vroeg hem waar hij zijn hout haalde. Hij wees me de weg naar Houthandel Verstegen in Heesch. Een gouden tip. Bleu als een beginner liep ik het terrein op, het kantoor binnen. Daar probeerde een medewerker uit alle macht te begrijpen wat ik zocht. We kwamen een heel eind. Uiteindelijk verwees hij me door naar ‘achter’. Daar zouden ze me verder kunnen helpen. Wat ik ‘achter’ zag, overtrof mijn stoutste verwachtingen. Ik zag een paar hectare vol met open loodsen, waarin hout ligt opgestapeld in zo’n zes meter hoge schappen. Ongetwijfeld zal Nederland meer zaken als deze herbergen, maar ik ken alleen deze en ik was meteen om. “Dit is mijn zaak”, fluisterde ik tegen mezelf, happy als het spreekwoordelijke kind in de snoepwinkel.
Edwin Timmers



Een duik in de MIXpro-archieven levert vaak leuke wetenswaardigheden op. We schrijven 1993 als Alpha Ciboma met e huisstijl komt voor de aanoten bouwmaterialenhandelaren. En daarbovenop zelfs met de Bouwenter-formule. In 1995 zijn alle 56 Alpha Ciboma overstag en opereren ze stuk voor stuk onder de naam Bouwcenter. Onestopshopping die verder ging dan het oorspronkelijke brede pakket aan bouwerialen, gecombineerd met sterke landelijke marketingommunicatie.
Duurzaamheid in de bouwgroothandel:
Vier grote spelers in de bouwgroothandel -DSG, BME/ BMN, TABS Holland en Isero/Polvo - publiceerden duurzaamheidsverslagen over 2024 en 2025. De verschillen zijn groot: in aanpak, rijpheid van rapportage en ambitieniveau. Maar er is ook een opvallende overeenkomst: scope 3 is voor iedereen het onopgeloste vraagstuk.

DUURZAAMHEIDSVERSLAG


door trends laten zien. DSG werkt met de VSME-standaard voor het mkb en heeft haar ESG-strategie uitgestippeld van 2021 tot en met 2026, met concrete doelstellingen per thema die aantoonbaar worden gevolgd. BME rapporteert in het Engels op groepsniveau met SBTi-gevalideerde doelstellingen en EcoVadis-zilver als externe benchmark.
“Enorme spreiding in rijpheid van de rapportages”





























































Rapportagerijpheid: van pionier tot beginner








De bouwgroothandel is geen sector die van oudsher bekendstaat om haar transparantie over milieuprestaties. Des te opvallender is het dat vier grote spelers intussen meetbare duurzaamheidsdata publiceren. En dat die data onderling redelijk vergelijkbaar zijn om lessen uit te trekken. DSG (Stiho, Baars & Bloemhoff, DSG Bouwmaten), BME Group (moeder van BMN), TABS Holland (PontMeyer, Jongeneel en twaalf andere bedrijven) en Isero/Polvo (onderdeel van Grafton Nederland) laten elk een eigen profiel zien. Wie doet wat, en wie loopt voorop?
TABS Holland publiceerde in 2025 voor het eerst een groepsbreed verslag (over 2024). Dat eerste verslag is bemoedigend eerlijk: externe ‘assurance’ ontbreekt, en de CSRD-conformiteit is nog niet volledig. Isero en Polvo publiceren al langer via het MVO-Register en laten een consistente meerjarenverbetering zien: van 60% in 2021 naar 77% TIM-score in 2024. Maar ook hier worden doelstellingen nog niet altijd ‘smart’ geformuleerd, iets waar controleur FIRA expliciet op wijst. Die variatie is niet per se een oordeel over inzet of ambitie. Een eerste verslag publiceren is duurzamer dan helemaal niet rapporteren. Maar voor de lezers van dit verslag, opdrachtgevers, aannemers, inkopers die leveranciers afrekenen op duurzaamheidsprestaties, maakt het een verschil of claims extern zijn geverifieerd of niet.
Op het thema Klimaat laten alle vier de partijen substantiële vorderingen zien in hun directe uitstoot (scope 1 en 2), maar stuiten ze op hetzelfde fundamentele probleem: de indirecte keten-emissies (scope 3) zijn dominant en moeilijk te beïnvloeden. Dit gaat over de emissie in de hele keten, dus onder andere ook die van de vele toeleveranciers en al hún supplychains.
Het eerste wat opvalt bij vergelijking is de enorme spreiding in rijpheid van de rapportages. DSG en BME/ BMN rapporteren al meerdere jaren en kunnen daar-
DSG is het verst in scope 1 en 2: een reductie van 82% ten opzichte van 2020, goed voor een resterende uitstoot van 1.040 ton CO2e. Klimaatneutraliteit voor scope 1 en 2 is het doel voor eind 2026. Isero en Polvo realiseerden respectievelijk 35,8 en 45,4% CO2-reductie
per locatie ten opzichte van hun basisjaren. Doelstellingen die zijn behaald, wat des te opmerkelijker is gezien het brede netwerk van vestigingen. BME reduceerde scope 1 en 2 met 38,6% ten opzichte van 2021 en behaalde daarmee zijn 2025-doelstelling van 25% al vier jaar eerder; het nieuwe doel is 45% reductie in 2030. TABS Holland heeft scope 2 vrijwel geëlimineerd dankzij 40.000 zonnepanelen op 17 locaties, slechts 87 ton CO2e, maar scope 1 staat nog op bijna 3.000 ton. Bij scope 3 lopen de verhoudingen schever. TABS Holland heeft de meest omvangrijke ketenemissies in absolute termen: 362.270 ton CO2e, gedomineerd door de inkoop van hout en bouwmaterialen en uitbesteed transport. DSG zat in 2025 op 175.315 ton CO2e scope 3, na een daling van 22% in één jaar. Mede doordat LCA-data van leveranciers beter worden. BME meldt een scope 3-reductie van 13,7%, maar erkent tegelijkertijd dat de doelstelling van 42% in 2030 een grote uitdaging is. Isero en Polvo rapporteren scope 3 minder uitgewerkt, al wordt het woon-werkverkeer als aparte categorie bijgehouden.
Het patroon is sectorbreed: scope 1 en 2 zijn grotendeels oplosbaar met groene stroom, warmtepompen en elektrisch rijden. Scope 3 vereist samenwerking met leveranciers over productketen en LCA-data, een opgave die de individuele groothandel ver overstijgt.
Transport: elektrische trucks als duurzaam visitekaartje
Op het gebied van transport springt DSG eruit met achttien elektrische vrachtwagens en 24% emissievrije bezorgkilometers bij Stiho in 2025, een sprong van 6,9% in 2024. Het zero-emissietransportdashboard dat klanten inzicht geeft in hun CO2-besparing per levering is een praktisch voorbeeld van hoe transport ook als klantwaarde kan worden ingezet.
“Een eerste verslag publiceren is duurzamer dan helemaal niet rapporteren”
BME zet in op HVO (hydrotreated vegetable oil) als transitiebrandstof, met een verbruiksgroei van 74%. Dat is een andere strategie dan DSG, maar eveneens effectief voor de korte termijn. TABS Holland rijdt al 130.000 kilometer elektrisch met vier trucks en groeit in 2025 naar negen voertuigen. Isero en Polvo zetten primair in op de elektrificatie van het personele wagenpark, benzine verboden per 2024, hybride per 2026, wat logisch is voor een groothandel die werkt met eigen bezorgbussen vanuit lokale vestigingen.
Duurzame producten: meetmethodes verschillen
De vraag hoe ‘duurzaam’ een assortiment is, wordt door iedereen anders beantwoord en dat maakt vergelijking lastig. DSG heeft de meest uitgewerkte aanpak met de eigen ‘Meetbaar Duurzaam’-methodiek: producten worden gescoord op grondstoffen, recyclebaarheid, formaldehydeklasse en verpakking. Het verkoopaandeel duurzamere producten bedraagt 63% bij Stiho en 71% bij Baars & Bloemhoff, met een ambitie van 80% in 2026.
“Scope 3 vereist samenwerking met leveranciers over productketen en LCAdata, een opgave die de individuele groothandel ver overstijgt”
BME werkt met het ‘Greenworks’-label, waarvan het aandeel groeide van 36 naar 42% in twee jaar. TABS Holland hanteert FSC/PEFC-certificering als primaire maatstaf, met 99,9% gecertificeerde houtinkoop ligt de lat voor dit specifieke segment extreem hoog, maar het bredere assortiment scoort 55% duurzame inkoopwaarde. Isero en Polvo richten zich op duurzame alternatieven per productgroep, maar hebben nog geen percentage vastgesteld.

Opvallend is dat zowel DSG als TABS Holland deelnemen aan het Sustainabuild Collective, Dat is een in 2025 opgerichte stichting die duurzaamheidsdata over bouwproducten standaardiseert en transparant maakt. DSG heeft zelfs haar eigen duurzaamheidsmanager twee dagen per week gedetacheerd als directeur van deze stichting. Dat is een signaal dat de sector begrijpt dat het probleem van productdata alleen collectief oplosbaar is.
“Een signaal dat de sector begrijpt dat het probleem van productdata alleen collectief oplosbaar is”
Mensen: veiligheid en verzuim vragen om aandacht
Op het sociale vlak zijn de verschillen eveneens groot, maar in dit geval in het nadeel van de grotere organisaties. De LTIF (Lost Time Injury Frequency) van TABS Holland bedraagt 4,79 per 100.000 gewerkte uren, aanzienlijk hoger dan Isero en Polvo, die op 0,37 staan en daarmee meer dan twee keer zo veilig presteren als het Grafton-groepsgemiddelde van 0,87. DSG rapporteert niet in LTIF maar meldt wél een stijgend ziekteverzuim van 5,8 naar 6,7%. TABS Holland zit op 5,5% verzuim.
BME meldt een verslechterde veiligheidsratio van 3,7. Dit thema verdient meer aandacht in de sector dan het
“Wie nu investeert in datakwaliteit, verificatieprocessen en interne borging, staat straks sterker”
doorgaans krijgt. De bouwgroothandel heeft medewerkers die fysiek zwaar werk doen, en veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. Isero en Polvo laten zien dat een LTIF van ruim onder de één haalbaar is en dat vraagt om structurele inbedding in de organisatie, niet alleen veiligheidsprotocollen op papier.
Governance: van VSME tot vrijwillige rapportage
De wijze waarop de vier bedrijven hun verslaggeving verankeren, verschilt. DSG kiest voor de VSME-standaard voor het mkb, passend bij haar positie als familiebedrijf. BME rapporteert in het Engels op groepsniveau en heeft SBTi-gevalideerde netto-nuldoelstellingen voor 2050, de meest formele governance-structuur van de vier. Isero en Polvo rapporteren via het Neder-
landse MVO-Register met FIRA-verificatie, een beproefde, maar beperktere methodiek dan de internationale standaarden. TABS Holland publiceert een vrijwillig verslag zonder externe ‘assurance’, maar is
Dit artikel is gebaseerd op het Maatschappelijk Jaarverslag 2025 van DSG, het ESG-rapport 2024 van BME Group, het MVO-rapport 2024 van Isero/Polvo (Grafton Nederland) en het Duurzaamheidsverslag 2024 van TABS Holland.

transparant over deze beperking en werkt toe naar CSRD-conformiteit.
De CSRD zal voor grotere bedrijven in de sector rapportage verplicht maken. Wie nu investeert in datakwaliteit, verificatieprocessen en interne borging, staat straks sterker. In dat licht is de invulling van BME en DSG verder gevorderd dan die van Isero/Polvo en TABS, maar alle vier zetten stappen in de goede richting.
Conclusie: richting klopt, tempo verschilt
Wat de vier verslagen samen laten zien, is dat de bouwgroothandel de duurzaamheidstransitie serieus neemt. En dat niet alleen vanuit CSRD-druk, maar ook vanuit klantbehoefte en eigen overtuiging. De richting klopt. Maar het tempo en de diepgang verschillen, en op het moeilijkste vraagstuk – scope 3, de ketenemissies die in het ingekochte assortiment zitten – heeft niemand nog een volledig antwoord.
“De volgende stap kunnen de groothandels alleen samen zetten”
Juist daarom is het Sustainabuild Collective veelbelovend: het erkent dat transparantie van productdata een sectorale opgave is. Als groothandels, producenten en andere ketenpartners gezamenlijk LCA-data standaardiseren, wordt het voor iedereen makkelijker om scope 3 te berekenen, te reduceren en te rapporteren. Dat is de volgende stap, en die kunnen de bedrijven alleen samen zetten.

Partnerschap. We gebruiken het woord vaak. Misschien wel te vaak. Want als alles goed gaat, voelt iedereen zich partner.
Onze leden werken dagelijks samen met bouwmarkten en groothandels. In stabiele tijden loopt dat meestal prima. Bestellingen komen door, prijzen zijn helder, afspraken worden nagekomen.
Maar dat zijn niet de momenten waarop partnerschap zich bewijst. Dat gebeurt nu.
Met stijgende brandstofprijzen, materialen die duurder worden en dagprijzen die weer normaal lijken te worden, komt er druk op de relatie. Leveringen schuiven. Offertes zijn minder lang houdbaar. De voorspelbaarheid verdwijnt.
En precies daar zie je verschil ontstaan.
Want wat doet een bouwmarkt of groothandel op het moment dat het lastig wordt?
Blijft het stil tot de vakman of vakvrouw zelf belt?
Wordt er verwezen naar ‘de markt’ zonder verdere uitleg? Of wordt er actief meegedacht, gebeld en vooruitgekeken?
Wat wij van onze leden horen, is duidelijk.
Ze verwachten geen wonderen. Niemand verwacht dat jullie de markt kunnen oplossen. Maar ze verwachten
wél dat jullie je rol pakken. Dat je niet afwacht, maar initiatief neemt. Dat je niet alleen verkoopt, maar ook begeleidt. En dat je niet alleen levert als het makkelijk is, maar er ook bent als het schuurt.
Want laten we eerlijk zijn: als het spannend wordt, is de verleiding groot om vooral intern te kijken. Naar marges, risico’s, inkoop. Begrijpelijk.
Maar als dat ten koste gaat van communicatie en betrokkenheid, betaal je daar later de prijs voor. In vertrouwen. In loyaliteit.
En die is in deze markt toch al minder vanzelfsprekend.
Partnerschap betekent niet dat alles opgelost wordt. Partnerschap betekent dat je zichtbaar bent als het ingewikkeld wordt. Dat je de vakman of vakvrouw niet laat zwemmen, maar helpt het werk gedaan te krijgen. Ook als de omstandigheden tegenzitten.
Dat vraagt misschien iets meer tijd. Iets meer aandacht. Soms een lastiger gesprek.
Maar dat is precies het verschil tussen een leverancier en een partner.
We praten er al jaren over.
Maar als het nu niet zichtbaar wordt, wanneer dan wel?
Dennis Kosten, Directeur
VLOK
• Laatste branchenieuws
• Dossiers
• Links naar Hibin en VVNH
MIXpro.nl voor online vakinfo met meerwaarde Tuurlijk, als groothandel in bouwmaterialen, hout en ijzerwaren en gereedschappen lees je de algemene bouwpers. Bladen als Cobouw, Aannemer, Bouwformatie en Klusvisie. Maar die bladen zijn eigenlijk bedoeld voor je klanten. En niet voor jou als groothandelaar. En dat merk je. MIXpro richt zich als enige vakmedium specifiek op de totale bouwgroothandel. Met de focus exact op de problematieken van achter jouw balie of vanaf jouw showroom. Personeel, assortiment, marketing, prijsdruk, klantenbinding, schaalvergroting, online concurrentie, laagconjunctuur.
Lees je MIXpro en gebruik je MIXpro.nl dan ben je altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in jouw sector. Want MIXpro.nl is dé website voor de moderne bouwgroothandel.

Na een bijeenkomst zie je het vaak gebeuren.
Mensen lopen naar buiten met goede ideeën, frisse energie en een hoofd vol aantekeningen.
“Hier ga ik morgen echt iets mee doen.” “Als we dit slim aanpakken, pakken we voorsprong.” “Dit moet ik echt mijn collega’s vertellen.”
Klinkt superbekend. En toch: de volgende dag begint net als alle drukke dagen. De waan van de handel wint het van de wensen in je hoofd. Je inspiratiemodus blijft onbenut. Onderweg vervaagt net dat ene inzicht dat gisteren nog zo scherp was …
Hoe fijn zou het zijn als je die kennis en inzichten wél kunt vasthouden? Op een centrale plek waar je op terug kunt vallen. Met die gedachte zijn we bij Hibin aan de slag gegaan en dat leidde tot de Hibin Kennisbank. Het is een online ‘dossierbibliotheek’ op tal van voor de bouwtoelevering relevante thema’s en actualiteiten. We blijven graag weg bij het idee van een stoffig archief, maar bieden hiermee juist een logische plek waar je informatie ophaalt, wanneer je het nodig hebt. En waar de relevantie is gegarandeerd. Kon je niet bij die ene bijeenkomst aanwezig zijn, maar heb je de kennis wel nodig? Geen probleem; je vindt het terug in de kennisbank. Een mooie oplossing, toch?

QR LINK naar de kennisbank
Inmiddels bevat de kennisbank bijna 200 dossiers –of misschien al meer, tegen de tijd dat je dit leest … We brengen informatie samen en maken het snel en praktisch bruikbaar voor jouw praktijk. Het grootste deel is voor iedereen vrij en toegankelijk, omdat we geloven dat de bouwkolom als geheel verder komt als kennis gedeeld wordt. Een ander deel zit achter een inlog in Mijn Hibin, met toegang op basis van lidmaatschap. Logisch ook: leden investeren hierin en profiteren daar zodoende direct van.

Een goedgevulde kennisbank is mooi, maar uiteindelijk gaat het om de vraag: kun je er morgen iets mee?
Helpt het je om weloverwogen betere keuzes te maken? Bijvoorbeeld: bieden een webinar of presentatie over de VSME je voldoende handvatten om direct met de rapportagestandaard aan de slag te gaan? Of kunnen dossiers jou verder helpen bij andere wet- en regelgeving, of thema’s als digitalisering, verduurzaming en arbeidsmarkt? En kun je inzichten uit een Hibin-bijeenkomst eenvoudig terughalen en doorvertalen naar je mt of werkgroep? We horen het graag van je, want we zien dit als een doorlopend proces waarmee we onze leden helpen om verder te professionaliseren.
En misschien nog belangrijker: de kennisbank is geen eenrichtingsverkeer. Overal in de bouwkolom is relevante kennis op te halen. Bij bouwmaterialenhandelaren, producenten, instituten, aannemers en ketenpartners. Samen bouwen we aan de kennisbank door op thema en actualiteit te verrijken, tools te ontwikkelen en inzichten te delen.
Nu zit de opgave in het verder uitbouwen van de dossiers. Dus ook de uitnodiging aan jou: deel ook kennis via de Hibin Kennisbank! Met die ambitie bouwen we samen verder. !
Ontdek de Hibin Kennisbank, met o.a.: Rapportages, Webinar-opnames, Presentaties, Werktemplates, How-to’s en veel meer …
Overgang naar een nieuwe pensioenregeling
Het is de bedoeling dat Bpf HiBiN op 1 oktober 2026 overgaat naar een nieuwe pensioenregeling. Verandert er vóór of op die datum iets in het dienstverband van een werknemer, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de pensioenopbouw en eventuele compensatie. Hoe zit dat?
De overgang naar het nieuwe stelsel heeft voor bepaalde leeftijdsgroepen nadelige gevolgen.
Om die op te vangen, is een compensatieregeling in het leven geroepen. Bpf HiBiN heeft berekend voor welke doelgroepen de overgang nadelig uitpakt en welke compensatie daarbij hoort. In de tabel staat per leeftijd een percentage van de pensioengrondslag. Het bedrag dat eenmalig in het persoonlijk pensioenvermogen van de deelnemer wordt gestort, is gelijk aan:
pensioengrondslag (pensioengevend loon – franchise) × compensatiepercentage = compensatie in euro’s
Neem het bruto jaarsalaris dat meetelt voor de pensioenberekening (let op: het maximum pensioengevend salaris is € 57.070).
Verminder dit bedrag met € 17.283 (de franchise in 2026). Dit drempelbedrag telt niet mee, omdat rekening wordt gehouden met de AOW-uitkering.
Het resultaat is de pensioengrondslag. Pas hier vervolgens het compensatiepercentage op toe en de compensatie is berekend (zie tabel).
David is 50 jaar, werkt 40 uur per week en verdient € 50.000 bruto per jaar.
• Situatie 1: per 1 oktober 2026
Pensioengrondslag: € 50.000 – € 17.283 = € 32.717
Compensatie (18%): € 5.889
• Situatie 2: per 1 augustus 2026 gaat
David 32 uur werken (80%) tegen hetzelfde uurloon
Pensioengrondslag: 0,8 × € 32.717 = € 26.173
Compensatie (18%): € 4.711
→ De compensatie valt lager uit.
• Situatie 3: David stapt per 1 augustus over naar een andere werkgever binnen de branche
Deze werkgever draagt pensioenpremie af aan Bpf HiBiN. De compensatie is dan afhankelijk van het aantal uren dat David gaat werken.
• Situatie 4: David stapt per 1 augustus over naar een andere branche Hij heeft geen recht op compensatie via Bpf HiBiN.
• Situatie 5: David neemt per 1 augustus onbetaald verlof op Hij heeft alleen recht op compensatie als hij één dag vóór de transitie én op de transitiedatum deelneemt aan de pensioenregeling van Bpf HiBiN. Zo niet, dan vervalt het recht op compensatie.
Leeftijd op transitiemoment & Maximale compensatie
41 jaar 1%
42 jaar 3%
43 jaar 5%
44 jaar 7%
45 jaar 9%
46 jaar 11%
47 jaar 13%
48 jaar 15%
49 jaar 17%
50 jaar 18%
51 jaar 20%
52 jaar 21%
53 jaar 22%
54 jaar 23%
55 jaar 24%
56 jaar 24%
57 jaar 24%
58 jaar 24%
59 jaar 24%
60 jaar 23%
Een bijzonder geval doet zich voor wanneer een werknemer rond 1 oktober 2026 met pensioen gaat. Dit kan in sommige gevallen financiële gevolgen hebben. In die situatie is het verstandig contact op te nemen met Bpf HiBiN. Zij beoordelen de specifieke
61 jaar 22%
62 jaar 20%
63 jaar 18%
64 jaar 15%
65 jaar 11%
66 jaar 6%
situatie en geven aan of en welke gevolgen er zijn voor het pensioen.
Zowel werknemers als werkgevers doen er goed aan hier alert op te zijn.


Lees de voorwaarden op de opleidingspagina
TEAMLEIDER/ MANAGEMENT
BASIS

Ga naar de klikbare online versie Hibin leerpaden, scan de QR-code
BUITENDIENST/ ACCOUNTMANAGER
BINNENDIENST
Opleidingen
BALIE/SHOP
BASIS
E-learning
Basiskennis leidinggeven *

MAGAZIJN
BASIS
E-learning
Basiskennis bouwmaterialen *
Basiskennis bouwmaterialen *
E-learning
Basiskennis afbouwmaterialen *
E-learning
Basiskennis afbouwmaterialen *
E-learning
Basiskennis verkoop *
Bouwen en bouwmaterialen-A
E-learning
Basiskennis verkoop *
Tekeninglezen
Bouwen en bouwmaterialenA
Bouwen en bouwmaterialen-B
Klantgericht verkopen
Tekeninglezen � Bouwen en bouwmaterialen-B � Klantgericht verkopen
BASIS
Bouwdeelcursussen � Verkoopvaardigheden � E-learning
Basiskennis bouwmaterialen *
E-learning
Basiskennis afbouwmaterialen *
E-learning
Basiskennis verkoop *
BASIS
Basiskennis bouwmaterialen *
Praktisch leidinggeven VERVOLG
� E-learning Het ontwikkelgesprek
� E-learning Werkplekbegeleider *
� Basiskennis bouwlogistiek � E-learning
� Basiskennis bouwlogistie k � E-learning
Bouwen en bouwmaterialen-A
� Management in de Bouwmaterialenhandel
Basiskennis bouwkunde � E-learning Vervolgkennis bouwkunde
VOORTGEZET
� Klantwaarde in dienstverlening en logistiek (CTB-2)
E-learning
Basiskennis afbouwmaterialen *

Bouwdeelcursussen
Basiskennis bouwkunde
VOORTGEZET
VOORTGEZET
E-learning
Basiskennis verkoop
VOORTGEZET
� Masterclass Sturen op cijfers
� Personeelsmanagement � Workshop Category management
� Bouwen en bouwmaterialen-C (CTB-1)
� Klantwaarde in dienstverlening en logistiek (CTB-2)
� Resultaatgericht Accountmanagement (CTB-3)
� Workshop Gevelbekleding
� E-learning Vervolgkennis bouwkunde
� Basiskennis bouwlogistiek
� Bouwen en bouwmaterialen-C (CTB-1)
� Workshop Gevelbekleding
� Klantwaarde in dienstverlening en logistiek (CTB-2)
� Resultaatgericht Accountmanagement (CTB-3)
� Workshop Gevelbekleding
Verkoopvaardigheden
VOORTGEZET �

Bij Stock&Trade zijn we expert in het opkopen van overtollige voorraden. We hebben daarbij een bijzondere liefde voor merkproducten. Vooral in de bouwgroothandel en DHZ-retail kennen we ons vak.
Waarom met ons samenwerken?
We zijn discreet, recht door zee en werken helder en snel. Als vaste partner profiteert u automatisch van onze 5 zekerheden. Hierdoor voorkomt u magazijnruimte met incourante voorraden en zorgen wij dat uw voorraad altijd in topvorm is.
Stock & Trade koopt alle overtollige voorraden op 1
Experts die weten wat uw voorraad waard is 2

Ook profiteren als vaste partner?
Neem dan contact op!


Heldere orderafhandeling en korte routering 4
Wij verkopen uw producten buiten het reguliere kanaal 3 Snelle betaling 5


We take care of your inactive stock









Ontdek de kracht van de Blue Lineverpakkingen van Kobout – de oplossing voor een universele uitstraling van uw bevestigingsmaterialen.
Universele uitstraling
De Blue Line dozen zijn ontworpen met een tijdloze, universele blauwe look, compleet met het kenmerkende boutenraster. Deze uniforme uitstraling brengt uw stellingen naar een hoger niveau en biedt een professionele en consistente presentatie van uw assortiment.
Neutraal
Onze Blue Line verpakkingen zijn volledig neutraal, zonder zichtbare Kobout-branding. Dit maakt het eenvoudig om producten direct naar uw klanten te verzenden, zonder de noodzaak voor herverpakking.
Complete stellingen
Voor een nog uniformere uitstraling biedt Kobout ook bijpassende Blue Line stellingen. Deze robuuste stellingen met interne verlichting zijn eenvoudig op te bouwen en aan elkaar te koppelen, waardoor ze perfect aansluiten op uw magazijnbehoeften. De Blue Line dozen zijn perfect afgestemd op de standaard afmetingen van stellingen. Dit betekent dat u altijd dezelfde doos voor elk artikel ontvangt, waardoor uw schappenplan altijd consistent blijft.
Meer weten?
Mail ons via sales@kobout.nl en ontdek hoe de Blue Line verpakkingslijn uw magazijn kan transformeren.
Kobout – Uw partner in bevestigingsmaterialen.