Skip to main content

MIX 2026-3

Page 1


114e jaargang, 2026-3

Hubo helpt met ondernemen

Heb jij een ondernemershart dat klopt voor jouw regio? Bij Hubo onderneem je met een bewezen formule die al sinds 1967 bestaat en al meerdere keren is uitgeroepen tot Beste Bouwmarkt van Nederland. Hubo staat voor vakmanschap, persoonlijke service en lokaal onderscheidend vermogen. Waarden die jou helpen om écht het verschil te maken.

Jij zet de stap, wij staan achter je!

Met Hubo sta je er nooit alleen voor. Wij bieden:

Zichtbaarheid – Hubo is zichtbaar op tv, radio en social media, met een loyalty app en een sterk e-commerceplatform

Winkelopbouw – van stelling tot kassa: wij denken en helpen mee Slimme schappen – bewezen effectief en gericht op rendement

Promoties & acties – sterke campagnes die klanten aantrekken

Samen succesvol – één vast aanspreekpunt voor begeleiding bij elke stap

Word onderdeel van een sterke groep ondernemers die elkaar versterken en lokaal het verschil maken. Zet vandaag de eerste stap naar jouw eigen Hubo-winkel.

Interesse?

Ga naar hubo.nl/franchisenemer en ontdek jouw kansen!

Email: Franchise@hubo.nl | Telefoonnummer: (033) 253 20 30

De tuin, de hobbyvakman en het bredere speelveld

Het is ondertussen juni als je deze MIX leest. En dan is het tuinseizoen alweer ‘een heel eind gedaan’. De helft van de groene omzet wordt namelijk gedaan tussen maart en juni. En deze categorie maakt ongeveer een kwart van de totale bouwmarktomzet.

Ik blijf me verbazen over de afhankelijkheid van onze sector van de tuin-omzet en dus van de temperatuur en de neerslag. Ben je zeer professioneel bezig met je category-management, je schappenplannen, je supply-chain en voorraad, je marketing-communicatie en de merchandising op de winkelvloer, regent het het halve voorjaar. Dan gáát daar je tuin-omzet. De impact van het tuinseizoen gaat ver. Sla onze analyse in deze MIX er maar op na.

We kregen een kijkje in de keuken van het DC van Intergamma en zagen hoe de lente de logistiek op de proef stelt. Met wel 30% tot 40% meer omzet, inééns. Zie het berichtje in de nieuwsrubriek van deze MIX.

Ook hadden we een interview met Peter Paul Kleinbussink, directeur van Intratuin. Mooi om van hem te horen hoe wendbaar de organisatie is. Als een productgroep aan het eind van de levenscyclus is –voor Intratuin althans – switchen ze makkelijk naar een nieuwe trend. De grotere winkels in hun netwerk fungeren als kraamkamer voor zulke nieuwe assortimenten en ondernemers delen graag cijfers en ervaringen op het vlak van assortiment.

Interessant, zo’n kijkje in de keuken van Intratuin, waar ze zich echt níks aantrekken van bouwmarkten, als je Kleinbussink mag geloven. Bij Bouwmaat kijken ze wél naar de bouwmarkten. Heel voorzichtig, dat wel. Bouwmaat gaf de strategie een update en wij hoorden van Ilse Heemskerk en Jeroen de Haan de details.

Marc Nelissen

Hoofdredactie

Vakblad MIX

mn@mixpress.nl

En wat blijkt, deze bouwgroothandel kijkt ook voorzichtig naar de consument. Echt héél voorzichtig. Want de professionele vákman is dé klant waar Bouwmaat zich primair op richt. In assortiment, in service en diensten, in alles.

Bouwmaat diept die doelgroep uit met ‘tweede focusgroepen‘ als tegelzetters en schilders. En toch, toch rekt Bouwmaat het businessmodel ook een beetje op. Zo lonkt de groothandel aan de ene kant naar de kleine aannemer, die nog steeds wel zijn eigen inkopen doet. En aan de andere kant kijken ze nu ook naar de professioneel geöriënteerde doehetzelver. De hobbyvakman, noemen ze die.

En zo coveren we in deze MIX met Intratuin en Bouwmaat twee spelers in het bredere veld waarin de bouwmarkten opereren. Interessant, wat ons betreft. Want met ruim 10% aan ‘overige omzet’ gaan we als bouwmarkten niet alleen zélf branchevreemd. Als we alleen naar onszelf kijken, zien we maar een klein deel van de markt. Uit de data van Hiiper blijkt zelfs dat we als bouwmarkten maar bij 32% van de Home & Garden-bestedingen hét aankoop-adres waren.

Genoeg te doen dus! Ik wens je goede zaken,

Marc Nelissen

Hoofdredactie Vakblad MIX

Vakblad MIX

Is een uitgave van MIXpress BV.

Uitgever en hoofdredactie

Marc Nelissen

Aan deze MIX werkten mee

Stephan Bakkum (GfK/conjunctuur)

Effe checken (eindredactie)

Geert Hilferink (algemeen)

Dirk Mulder (column)

Jeroen Rietvelt (algemeen)

Hugo Schrameyer (algemeen)

Edwin Timmers (column + w a/d w)

Fotografie

Marjolein Ansink (fotografie) shutterstock.com

Redactieadres

Postbus 11 5258 ZG Berlicum 073.503.43.47 redactie@mixpress.nl www.mixonline.nl

Advertenties/Close-Up’s

Edgar Molijn

Molijn Sales Support

Brugstraat 12, NL-5258 HT Berlicum +31 (0)73.503.35.44 mix@molijnsalessupport.nl

Close Up’s

Advertorials: semi-redactionele artikelen van onze partners

Vormgeving

Inpladi, bureau voor idee en creatie

Abonnementen

Per jaar (+online toegang)

€ 158,05 (excl. btw)

Losse nummers € 27,50 (excl btw/ porto)

Abonnementsvoorwaarden

Check www.mixpress.nl/abo

Abonnementenadministratie

Abonnementenland

Postbus 20, 1910 AA Uitgeest +31(0)251.25.79.24 www.aboland.nl

Stopzetten abonnement

Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn.

Algemene voorwaarden

Alle advertentieopdrachten en plaatsingsvoorkeuren worden schriftelijk vastgelegd, afgesloten en uitgevoerd conform de Regelen voor het Advertentiewezen, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbanken en bij de Kamers van Koophandel. Een exemplaar wordt op verzoek toegezonden of zie www. stichtingrota.nl

Copyrights

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd op welke wijze dan ook, worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ISSN nummer: 0165 - 3059

Bouwmaat zet koers met nieuwe strategie

De vakman centraal. Dat is altijd zo geweest bij Bouwmaat, maar met de nieuwe strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ wordt die focus nóg scherper. Operationeel directeur Jeroen de Haan en commercieel directeur Ilse Heemskerk vertellen over een intensief traject dat begon in de zomer van 2025 en eindigde met een heldere koers. Daarin ook een meer dan voorzichtige blik richting de particulier. Het gaat daarbij om de zogenoemde ‘hobbyvakman’.

‘Een bouwmarkt is rationeel. Intratuin is emotioneel.’

Bouwmarkten en tuincentra opereren in een fundamenteel andere markt, vinden ze bij Intratuin. De een verkoopt producten voor een klus, de ander verkoopt beleving, emotie en het verlangen naar een mooiere tuin. Intratuin, met 71 winkels en een omzet van circa € 700 mln de grootste tuincentrumformule van Nederland, heeft die grens bewust scherp getrokken. Directeur Peter Paul Kleinbussink legt de visie uit en vertelt waarom hij ‘s nachts wakker kan liggen van versteende tuinen.

CONJUNCTUUR

Tuinpiek in bouwmarkten schuift mee met de thermometer. En met regen, en Pasen.

MIX presenteert de benchmark voor de ontwikkelingen in de DHZ-retail. NIQ GfK’s DIY Recap is het maandoverzicht van de trends in de bouwmarkten zoals die door de Amstelveense marktonderzoekers in Nederland worden gemeten. In deze editie de cijfers van het gehele derde kwartaal. Het voorjaar bepaalt meer dan de helft van de tuinomzet in bouwmarkten en de tuinpiek schuift mee met de thermometer — én met zon en met Pasen.

“Zaken zelf oplossen, dat heb ik eigenlijk altijd gedaan.”

De Praxis in Putten heeft een nieuwe impuls gekregen. Ondernemer Jan Folkers, al jarenlang eigenaar van Praxis Nijkerk, nam in maart de winkel over van het hoofdkantoor. Daarmee verschuift de aansturing van centraal naar lokaal ondernemerschap. “Nu kan ik alles weer beetpakken en gaan doen.”

Hoe Intergamma AI inzet om de datakwaliteit te verbeteren

Patrick Grasza, Head of Data Management bij Intergamma, heeft een boodschap die haaks staat op de heersende AI-hype: stop met focussen op de glanzende buitenkant van kunstmatige intelligentie en kijk eerst naar de motorkamer van je organisatie. Want wie AI inzet op een gebrekkig datafundament, versnelt enkel de wildgroei aan fouten.

Landelijke penetratiecijfers periode 4‘26

Hiiper: online-aandeel in doehetzelf stijgt

Ook in periode 4 van 2026 nam Hiiper de consumentenbestedingen in doe-het-zelf weer onder de loep. En wat blijkt? Alle gemiddelde bestedingen dalen, behalve die van Gamma en Hubo. En huishoudens zónder kinderen lijken actiever bezig te zijn dan vorig jaar met verbeteringen aan en om het huis.

Interchalet vierde eind april de vijftigste verjaardag. En dat werd weer een feest. Volle parkeerplaats en vele honderden klanten werden getrakteerd op demo’s, aanbiedingen en vertier. Want een feestje vieren, dat kunnen ze bij deze DHZ-gigant in Horst aan de Maas.

Praxis: veel conversie van website naar winkel

Twinkle100 zette Praxis-moeder Maxeda op de 67e plaats van alle Nederlandse webwinkels met € 74 miljoen online-omzet. Maar de Praxis-website blijkt ook een grote factor in het genereren van traffic naar de fysieke bouwmarkten.

In sales-info die Praxis verspreidde ter promotie van hun retailmedia zien we dat de bouwmarktketen 11 miljoen maandelijkse web-bezoeken claimt. En van al die online bezoeken leidt 33% tot een aankoop in een van de 183 fysieke bouwmarkten (Research-Online-Purchase-Offline).

Ter vergelijking: Praxis’ Belgische zuster Brico heeft een iets hogere conversie, maar ontvangt ongeveer de helft van het aantal online-bezoeken.

Nieuwe directeur voor Gamma

Intergamma, de organisatie achter de bouwmarktketens Gamma en Karwei, heeft Wouter Lefevere benoemd als directeur voor Gamma in Nederland en België. Beide landen worden nu nog apart aangestuurd.

Lefevere brengt ruime retailervaring mee. Tot voor kort was hij directielid bij dierenwinkelketen Tom&Co in België. Daarvoor was hij commercieel directeur bij Aldi Nederland en bekleedde hij onder meer leidinggevende functies bij Lidl en Spar International.

Gamma NL en België samen aansturen

De benoeming (per 11 mei) volgt op de strategische keuze om de aansturing van de Gamma-formules in België en Nederland samen te voegen. Volgens CEO Joost de Beijer van Intergamma is

die integratie een belangrijke stap: “Wouter combineert internationale retailervaring met een diep begrip van beide markten. Als Belg die al negen jaar in Nederland woont, kent hij de verschillen én overeenkomsten. Dat is essentieel om de formule in beide landen verder te versterken, met oog voor de lokale dynamiek.”

Motte en De Beijer

Dominique Motte, nu formuledirecteur Gamma in België, heeft in aanloop naar deze organisatorische wijziging in goed overleg aangegeven geen rol te ambiëren in de gecombineerde aansturing. Hij verlaat Intergamma per 1 mei. In Nederland neemt Lefevere het stokje over van Joost de Beijer, die deze functie ad-interim vervulde naast zijn rol als CEO van Intergamma.

Bouwmarkten plussen 3,3% in Q1

In het eerste kwartaal boekten de Nederlandse bouwmarkten dik 3% groei, zo blijkt uit GfK’s DIY Recap. De categorie Tuin blijft achter op die branche-groei.

Januari was goed voor +3,5%, februari voor +4% en in maart was de groei iets minder dan 3% (2,7%). Vooral Decoratie en Bouwchemie-en-bouwmaterialen waren grote groeigroepen met +6% en +4,6% De verzamel-categorie ‘Overig’ deed het met een kleine 8% groei nog het beste. De categorie Tuin stond aan het eind van het kwartaal nipt in de min, mede door een dip in maart van 2,9%.

Check de rubriek Conjunctuur verderop in deze MIX voor meer details

33,70

Dat is het gemiddelde bonbedrag van Hubo, in periode 4 van 2026. Zo blijkt uit analyses van onderzoeksbureau Hiiper dat inzage heeft in realtime banktransacties van vele tienduizenden Nederlandse consumenten. Hubo is de enige bouwmarktketen die het bonbedrag zag stijgen in periode 4 (+7%). Dat van Praxis daalde met 10%-punt naar € 37,49.

Joost de Beijer en andere Nederlanders op het podium van de Global DIY-Summit in Amsterdam

De 12e editie van de Global DIY-Summit in Amsterdam kent een opvallend sterke Nederlandse vertegenwoordiging op het podium. Intergamma-CEO Joost de Beijer verzorgt op 17 juni een van de keynotes van de dag.

De Nederlanden zijn overigens nog breder vertegenwoordigd. Huib Kranendonk, CEO van Royal Lemkes — de grootste groothandel in planten en bloemen van Europa — spreekt op 18 juni over data-gedreven retail. En Ed Sander, bekend als China Digital Tech Analyst bij Tech Buzz China, duikt op 17 juni in het fenomeen Temu: hoe werkt het Chinese e-commerceplatform, en wat betekent het voor de Europese retailmarkt?

Een rijke internationale mix

Naast de Nederlandse sprekers staat ook een indrukwekkend internationaal podium opgesteld. Dan Starr, CEO van de gefuseerde Amerikaanse coöperaties Do it Best & True Value, neemt het woord. Chris Blatchford, CTO van Kingfisher Group, spreekt over cybersecurity. Ken Hughes, consumentengedragsexpert en bekend als King of CX, gaat in op de generatiekloof in doe-hetzelf. Jean-Jacques Van Oosten behandelt AI, marktplaatsen en de herontdekte fysieke winkel.

Clara Lorinquer en Carlos Malo Cantarino van ADEO spreken over duurzaamheid, terwijl Sacha Stolp namens de gemeente Amsterdam het woord neemt over klimaatadaptieve supply chains.

Hornbach opent Drive-in in Geleen

Toen Hornbach vorig jaar sprak van minstens vijftien nieuwe vestigingen in Nederland, fronste menigeen zijn wenkbrauwen. Hoe dan? Maar ondertussen gebeurt er toch wel een en ander op expansievlak bij de bouwmarktketen.

Na een ferme klap op een XL-verfemmer zwaaide medio april de slagboom van de gloednieuwe Drive In van Hornbach Geleen voor het eerst omhoog. Tussen de confetti-slierten door reden de eerste klanten naar binnen om de bijna 5.000 m2 tellende Drive In te verkennen vanuit hun auto of klusbus. “Een fantastisch moment!”, zegt vestigingsmanager Bob Rohenkohl vol enthousiasme. “We hebben hier op nieuw aangekocht terrein echt iets moois neergezet. Sinds gisteren kunnen alle doehetzelvers en klusprofessionals uit de regio profiteren van het gemak van onze Drive In-service. Het is inrijden, inladen, betalen en vertrekken.” Het Drive In-concept bij Hornbach-vestigingen is nu dus ook beschikbaar in Geleen. “Je rijdt hier gewoon met je auto,

aanhanger of klusbus naar binnen, parkeert direct voor het schap en laadt zware artikelen voor je bouwprojecten razendsnel in”, legt Rohenkohl uit. “Dankzij

Een rijke mix van retailstrategie, technologie en duurzaamheid, op een zeer internationaal niveau.

De combinatie van thuisspelende Nederlandse topmanagers en internationale zwaargewichten maakt de editie van 2026 bijzonder relevant voor de Nederlandse markt. Voor retailers en leveranciers die normaal ver moeten reizen voor dit soort inhoud, ligt alles dit jaar voor de deur.

Check diysummit.org

12th

de brede gangpaden en overzichtelijke schappen met honderden artikelen vind je makkelijk je weg. Met de speciale Hornbach-app scan en betaal je zelf je artikelen om vervolgens direct door te rijden om aan de slag te gaan. Onze Drive In bespaart klanten veel tijd die ze mooi kunnen gebruiken voor hun projecten.”

Lente stelt bouwmarkt-logistiek op de proef

Het voorjaar is losgebarsten en dat merken we in de bouwmarkten. Niet alleen aan de kassa’s, maar ook aan de achterkant in de logistiek. In De Telegraaf geeft Intergamma’s logistiek-directeur Joep Arts een kijkje in de keuken.

Toen de eerste zonnestralen zijn nog maar net doorbraken, draaide het distributiecentrum van Intergamma in Tiel al overuren. Logistiek directeur Joep Arts legt in De Telegraaf uit hoe de moederorganisatie van Gamma en Karwei zich voorbereidde op de jaarlijkse voorjaarspiek.

“Transport naar de winkels verdubbelt”

Het nieuwe distributiecentrum van Intergamma in Tiel, honderdduizend vierkante meter groot, vormt het kloppende hart van de logistieke operatie. Arts omschrijft de start van het tuinseizoen als iets bijna onvatbaars: “De start heeft iets ongrijpbaars, net als rokjesdag. Ineens is het zover, alsof iedereen met elkaar heeft afgesproken aan de slag te gaan.”

“Ineens is het dan zover”

De voorbereiding begint maanden eerder.

Tonnen aan tuinmeubelen, gereedschap en klusmateriaal worden in de wintermaanden al opgestapeld, letterlijk met scheepsladingen via het AmsterdamRijnkanaal. Zo’n 95 procent van de voorraad komt per schip binnen, aldus Arts. Bouwmaterialen als hout, gipsplaten en potgrond gaan rechtstreeks van leverancier naar de winkels.

Omzet inééns wel 40% hoger

Als de lente echt losbarst, loopt de omzet snel op. “Op dagen dat de lente uitbreekt, kan de omzet 30 tot 40 procent hoger zijn

dan op dagen dat de winter terugslaat”, zegt Arts. Het transport naar de winkels verdubbelt aan het begin van het seizoen. De piek begint herkenbaar: eerst de hogedrukspuiten — ‘een gele zee van Kärchers’ — daarna de verticuteermachines en grasmaaiers, en op zonnige dagen worden parasols maar liefst zes keer zo goed verkocht als normaal.

“Begint met een gele zee van Kärchers” Arts volgt de weersverwachting daarom dagelijks op de voet. “We zetten onze winkels zo vol mogelijk, en als het ‘losgaat’ moet er snel geschakeld worden.” Dat vraagt om een nauwkeurige balans: niet te vroeg te veel van één product, maar ook geen gaten in het schap. Zwembaden en jacuzzi’s, bijvoorbeeld, liggen nu nog op de boot. “Als het hoogzomer is, staan ze hier klaar om naar de winkels te gaan.”

Check verderop in deze MIX hoe de tuinomzet verdeeld is over de maanden van het jaar. En welke invloed temperatuur en neerslag hebben op deze belangrijke omzet-groep.

Het laatste nieuws als eerste

MIX publiceert het laatste nieuws als eerste op www.mixonline.nl

Abonneer je op de nieuwsbrief via www.mixonline.nl/nieuwsbrief

OP DE VOORPAGINA

Lijmen, monteren, afdichten? Met Bison Poly Max®

Poly Max® is dé multifunctionele oplossing bij ontelbare klussen. Een echte alleskunner die zorgt voor een maximaal eindresultaat bij het lijmen, monteren en/of afdichten.

Poly Max® is dankzij zijn innovatieve polymeertechnologie zowel binnen als buiten te gebruiken, hecht op vrijwel alle materialen, is overschilderbaar en is geschikt voor vrijwel iedere ondergrond. Bovendien is Poly Max® oplosmiddelvrij. Of het nou om een eenvoudig klusje of een groot (bouw)project gaat, Poly Max® biedt de maximale oplossing!

Bison Poly Max® is het lichtend voorbeeld voor de categorie. Dankzij constante innovatie en ontwikkeling is Bison Poly Max® toonaangevend en heeft het een ijzersterke positie in het doe-het-zelf schap. En de ontwikkeling staat niet stil. Zo lanceert Bison in de loop van 2026 een nieuwe duurzamere en gebruiksvriendelijkere Poly Max® verpakking.

Kijk op www.bison.nl voor meer inspiratie, klus- en productadvies!

Ook met schuin oog naar de consument?

Bouwmaat zet koers met nieuwe strategie

De vakman centraal. Dat is altijd zo geweest bij Bouwmaat, maar met de nieuwe strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ wordt die focus nóg scherper. Operationeel directeur Jeroen de Haan en commercieel directeur Ilse Heemskerk vertellen over een intensief traject dat begon in de zomer van 2025 en eindigde met een heldere koers. Daarin ook een meer dan voorzichtige blik richting de particulier. Het gaat daarbij om de zogenoemde ‘hobbyvakman’.

Het begon op de hei. In de zomer van 2025 zette Bouwmaat een diverse groep mensen bij elkaar: medewerkers uit de vestigingen, collega’s van het hoofdkantoor in Bunschoten, mensen van de hoofdkantoren van de franchisenemers. Om van onderop op te halen waar de organisatie staat en waar naartoe. Het was geen strategiesessie waarbij de directie met een kant-en-klare visie aan tafel schuift. Het ophalen stond centraal. Daarna volgden klantenpanels, individuele gesprekken en een kwantitatieve toetsing achteraf. Echt alles werd ingezet om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. “We zijn bij klanten gaan ophalen en bij medewerkers gaan ophalen”, zegt Heemskerk. “Klantenpanels, dus echt aan tafel. Heel veel klantgesprekken. Of klanten aangesproken, echt wel een paar honderd.” Er waren zelfs sneltekenaars aanwezig die de gesprekken vastlegden in visuele schetsen. Het resultaat moest herkenbaar zijn voor iedereen in de organisatie en dat was het. De Haan: “Bij elke presentatie zaten natuurlijk mensen die echt letterlijk hun eigen inbreng terugzagen. En daarmee hadden we ons doel bereikt. Een strategie die voor iedereen herkenbaar is en door iedereen gedragen wordt.”

Een heel strak traject

Van eerste sessie tot presentatie liep het traject van de zomer tot eind november 2025. “Twee dagen per week werd de agenda geblokt”, zegt De Haan. “Zowel door franchisenemers als directie. En ook van heel veel middelmanagement.” In november volgde eerst een grote medewerkersdag met iedereen van het hoofdkantoor, de franchisekantoren en het vestigingsmanagement bij elkaar op één locatie. De dag daarna was de leveranciersdag. En in januari trok Bouwmaat er twaalf avonden op uit om de strategie ook te presenteren aan de medewerkers en het management van alle afzonderlijke vestigingen. Geografische clusters van vestigingen kwamen bij elkaar na sluitingstijd, dwars door de franchisestructuren heen. “In twee uur tijd presenteerden we de strategie, daarna konden mensen vragen stellen. Zo hebben we echt de hele organisatie weten te mobiliseren.”

De vakman als anker

De kern van de strategie is niet nieuw, maar wordt nu scherper neergezet: de zelfstandige vakman – de zzp’er, de generalist –

blijft de primaire doelgroep. “De generalistische vakman was absoluut al onze kerndoelgroep, en nu noemen we hem onze focusdoelgroep,” legt De Haan uit. De grens van die doelgroep is even helder als principieel. “Die grens zit op dat vakmanschap. Als er geen eigen vakmanschap meer bij komt, dan laten we het lopen. Dus grotere partijen met eigen inkoopafdelingen, daar richten we ons niet op.”

“Kern van de strategie is niet nieuw, maar wel scherper neergezet: de zelfstandige vakman”

Heemskerk: “Ze zijn welkom als ze langskomen, maar we stemmen onze formule niet op hen af.” De doelgroepkeuze is een kompas geworden. “Alles voor de vakman en de vakman voor alles. Die resoneert super bij alle stakeholders die daarmee te maken hebben. Zowel voor de mensen hier op het hoofdkantoor als in de vestigingen.” Wat de strategie wél erkent, is dat die vakman zelf aan het veranderen is. Dus niet de doelgroep is veranderd, maar zijn behoeften zijn verschoven. “Het is dezelfde doelgroep met nieuwe wensen”, zegt De Haan. “En juist op die nieuwe wensen gaan we Bouwmaat nog beter inzetten.”

Ook kleine aannemers en expertgroepen

Naast de generalistische zzp-vakman zijn er zogeheten ‘tweede focusgroepen’ gedefinieerd: de kleine aannemer en een aantal expertgroepen, zoals tegelzetters en schilders. Heemskerk: “Voor hen geldt: de formule blijft zoals die is, maar wordt aangevuld met specifieke features. Zulke features kunnen zitten in assortiment of in diensten. Neem bezorgen, dat is voor de kleine aannemer heel belangrijk”, geeft Heemskerk als voorbeeld. Op assortimentsvlak denkt ze aan de verbreding en verdieping voor specifieke productgroepen: “Tegelzetters zijn een expertgroep. Dus hebben we voortaan tien meter tegellijm en vijf meter speci-

fiek tegelzettersgereedschap. Zo kunnen de expertgroepen die wij benoemd hebben, helemaal voor alles bij ons terecht.”

Maar wordt dat dan niet te breed? Heemskerk: “We waken voor verwatering en kijken steeds heel precies wat we wél extra ontwikkelen. Of wat niet. Zo houden we echt onze focus op onze eerste doelgroep, die generalistische zzp’er.” De Haan: “Daar zijn we de Bouwmaat voor. Letterlijk zijn maat.”

“Voor ‘tweede focusgroepen’ blijft de formule zoals die is, maar wel aangevuld met specifieke features qua assortiment of diensten”

Hobbyvakman als incidentele gast

Zoals Bouwmaat de doelgroep voorzichtig ‘stretcht’ richting de middelgrote aannemer en de specifieke focusgroepen, kijkt Bouwmaat ook wel naar de consument. “Maar we worden absoluut geen Gamma”, klinkt het beslist. De blik richting de particulier is dan ook meer dan voorzichtig. Het gaat om de zogenoemde ‘hobbyvakman’. Heemskerk: Let op, het gaat hier niet om de typische doe-het-zelver, maar om een particulier die zich 100% identificeert met vakmanschap. Iemand die zijn eigen huis opknapt met professionele producten, of gewoon graag aan de slag gaat. De Haan vergelijkt het met de hobbykok die liever zijn vlees bij de Hanos koopt dan bij de supermarkt.

“Die voelt zich echt aangetrokken tot het vakmanschap en de professionaliteit.”

Het kan niet vaak genoeg gezegd: qua particuliere klandizie zijn De Haan en Heemskerk zeer terughoudend. “Het is onze derde focusgroep, we gaan er niets extra’s voor doen. Waar we nu zeggen, je mag niet binnen, zetten we nu de deur af en toe open voor ze”, omschrijft Heemskerk de beweging. En dat ‘af en toe’ is bewust geformuleerd. “We moeten kijken of dat iets is voor bepaalde periodes, voor bepaalde momenten, voor bepaalde artikelen of voor bepaalde klussen. Denk aan gereedschapsweken of specifieke acties, waarbij de hobbyvakman ook welkom is. Maar, zónder dat de formule op hem wordt afgestemd.” Heemskerk: “Vergelijk de Hanos met de Makro, waar intussen 80% particulier is. Dát gaan wij dus niet doen. Alleen al omdat we niet willen dat de particulier onze profklanten in de weg loopt. Want we willen primair dat die professionele zzp’er zich bij ons thuis voelt. En voor hen geldt: ‘tijd is geld’.”

Flink been bijtrekken

Dan het grootste verbeterpunt in de nieuwe strategie. De vestigingen doen het goed, heel goed zelfs. De Haan: “Klanten geven de Bouwmaat-winkels achten, negens en tienen. Ze waarderen de kennis van de medewerkers, de kennis, de sfeer en de beschikbaarheid van de voorraad. “In de vestiging ervaart hij dat heel erg,” vertelt De Haan over de klant. “En dat waardeert hij enorm.”

Maar zodra het zes uur geweest is, valt dat weg. En precies daar ligt de grootste opgave die Bouwmaat zichzelf nu stelt: de digitale

inhaalslag. “Onze klant wordt steeds digitaler”, constateert De Haan. “Gebruik van webshops en van online tools om te rekenen en te offreren. Dat is bij ons echt nog een klein onderdeel van onze totale business. En daar zijn we niet de beste in de markt, zoals we dat met onze winkels of onze vestigingen wel zijn. Dus moeten we ‘een been bijtrekken’.”

Een klantenpanel legde het contrast haarscherp bloot. Aan tafel zat een traditionele vakman van begin vijftig naast een jonge vent met zijn petje achterstevoren. De veteraan kende Robin, de medewerker in ‘zijn’ vestiging die hem alles kon vertellen. “Die man zei: Robin is mijn Google.” Terwijl de jonge vakman alles online deed, bezorging wilde en werkte met Excel-exports. “Toen zag je die oudere vakman wel een beetje vreemd kijken ... “Maar”, zo concludeert Heemskerk: “Ze hebben best wel dezelfde behoeften. Alleen op een verschillende manier: de ene heel digitaal, de ander heel erg persoonlijk. Terwijl ze dezelfde dingen belangrijk vonden: beschikbaarheid en tijdsbesparing.”

“Digitaal

zijn we niet de beste in de markt, zoals we dat met onze winkels of onze vestigingen wel zijn”

Omnichannel: van wens naar rendement

De digitale ambitie gaat verder dan een betere webshop. Het gaat om omnichannel worden, waarbij online en fysiek elkaars verlengstuk zijn, niet elkaars concurrent. En de business case is al bewezen: klanten die van beide kanalen gebruik maken, kopen meer én vaker. “We hebben al een 2,4 keer hogere omzet bij omnichannel klanten en 1,8 keer hogere contributiemarge dan bij pure vestigingsklanten”, benadrukt De Haan. “Dus het is niet alleen die behoefte van die klant die we gaan vervullen. We weten ook al wat het ons gaat brengen.”

Bouwmaat 40 jaar

De nieuwe strategie valt samen met het veertigjarige jubileum van Bouwmaat. Waar de keten ooit begon onder de vleugels van Intergamma, als zusje van Gamma en Karwei, groeide het uit tot een allround-bouwgroothandel met een scherpe focus op de zzp-vakman. BME Bouwmaten, DSG (De Stiho Groep), Ter Steege Handel en Bouwmaat Amsterdam heeft Bouwmaat vier aandeelhouders die tevens franchisenemer zijn en de 45 winkels exploiteren.

De concrete plannen zijn ambitieus. Deze zomer wil Bouwmaat een replatforming afronden naar een volledig nieuw e-commerceplatform. Maar het stopt niet bij producten zoeken en bestellen. De echte ambitie is een platform dat de vakman helpt zijn bedrijf te runnen. Denk aan offerte-tools waarmee de zzp’er zelf offertes kan opmaken aan zijn klanten, gekoppeld aan zijn bestellingen bij Bouwmaat. “Hij koopt zijn spullen bij Bouwmaat, en kan die dan matchen aan zijn projecten.”

“Deze zomer wil Bouwmaat over naar een volledig nieuw e-commerceplatform”

Nieuwe winkels op komst?

In de nieuwe strategie blijven de winkels nog steeds heel belangrijk. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van de omnichannel-strategie. Bouwmaat heeft nu 35 winkels. Het format Bouwmaat Compact werd in 2019gestart, maar in 2024 weer gestaakt. De Haan: “De alles-onder-één-dakbelofte konden we in dat format onvoldoende waarmaken.” Op de kaart van Nederland heeft Bouwmaat zeker nog een paar witte vlekken waar de keten ruimte ziet voor een nieuwe vestiging. Die locaties liggen vooral in de Randstad. Zijn dat er twee, drie of vier? Heemskerk: “Het zijn er eerder vijf tot tien. Maar het juiste vastgoed is schaars.”

Maar het gaat ook over diensten: de klaarzetservice is een concreet voorbeeld van hoe online en fysiek samen kunnen werken. De vakman zoekt thuis ‘s avonds zijn producten uit, in de winkels zetten we ze klaar zodat hij ze de volgende ochtend meteen op kan halen in de vestiging. De vestiging verdwijnt dus niet. Integendeel. “Nee, we gaan niet allerlei vestigingen terugschroeven. Sterker nog, de vestigingen zijn heel belangrijk en moeten beslist op dat hoge niveau blijven.”

Van product naar klus

De tweede grote beweging in de strategie is de ommezwaai van productdenken naar klusdenken. Bouwmaat blinkt al jaren sterk uit in specifieke productgroepen, maar nu gaat de blik breder. “We hebben ons afgevraagd: hoe kunnen we daar nog een stap verder in zetten? En we focussen daarbij niet meer op een productgroep, maar op een hele klus.” Uit klantonderzoek kwamen consistente en veelvoorkomende klustypen naar voren. Nummer één: de badkamer- en toiletrenovatie. De generalistische vakman doet alles aan die klus zelf, hij huurt niet een loodgieter en een tegelzetter in. De Haan: “En dan is het aan ons: kunnen wij hem alles voor die klus bieden? Dat betekent anders kijken naar het assortiment. Bij een badkamerrenovatie hoort ook elektra, installatiemateriaal, keramisch sanitair en tegels. En dan zie je dat we een paar elementen echt fantastisch doen. En dat je van een paar dingen denkt: daar zouden we echt nog wel wat kunnen doen.”

Die aanpassingen zijn soms klein – een verpakkingseenheid die niet klopt, een koppeling die ontbreekt, een service die er niet bij is. Maar soms ook groter. Sanitair is voor Bouwmaat nog relatief

basic. Of dakkapellen op maat, die de generalistische vakman bij een zolderrenovatie nodig heeft, maar nu ergens anders moet bestellen. “Omdat zij generalist zijn, kunnen we ze daar heel erg in ontzorgen.”

Dit jaar start Bouwmaat met twee van die ‘kluswerelden’ in de vestigingen, met als einddoel een stuk of vijf werelden rondom complete ‘kernklussen’. Niet als vervanging van bestaand assortiment, maar als herschikking en verdieping. De Haan: “Het mooie is dat productgroepen waar we al goed in waren, ook veel voorkomen in die kernklussen. Neem isolatie. Daar waren we al heel groot in. En komt veel voor bij het uitbreiden van ruimtes in een woning.” Heemskerk: “Maar we gaan alles wel heel erg verfijnen. De voorraadposities zullen gaan wisselen. De prijsstellingen zullen gaan wisselen. Omdat we echt gaan focussen op het dichten van die gaten.”

Kracht die behouden moet blijven

Tegelijk met alle verandering is er één ding dat koste wat kost behouden moet worden: het community-gevoel. “De vestiging als thuis voor de vakman. Onze mensen zijn meestal de mensen,” zegt Heemskerk, “die de vakman ’s ochtends het eerste ziet. Want dan ligt de rest nog op bed. En dat schept echt een band. We werken graag samen met onze vakmensen. Met ons hoofd, onze handen én ons hart. En we zijn trots op wat zij maken. Dat schept echt een band en daar bouwen we aan de koffiehoek en de borrel op vrijdagmiddag die de vestigingen organiseren voor klanten.”

Ook in de voorbereiding op de klus ziet Bouwmaat een rol als ‘maat van de vakman’. “Medewerkers gaan graag mee naar de klus, niet alleen om problemen op te lossen tijdens de klus, maar ook vooraf om samen de opdracht binnen te halen. Dat zien we ook echt als onze rol. Om naast die vakman te gaan staan. Om hem zijn business te laten groeien.” Die betrokkenheid vertaalt zich naar loyaliteit die moeilijk te kopiëren is. “Klanten smeken bijna”, aldus De Haan: “Kan je alsjeblieft dit of dat verbeteren? Als je dit goed doet, dan heb je mij als klant. En dan alles onder één dak.”

En als we het toch over ‘customer intimacy’ hebben, gaat het ook over dezelfde taal spreken. “Letterlijk. Een groot deel van de vakmensen in ons klantenbestand is niet-Nederlandstalig. Dus gaat onze website ook meertalig worden. Net als de communicatie via digitale media.” Bouwmaat loopt niet weg voor die realiteit, maar omarmt hem juist. “Vlak de Polen niet uit. Het zijn vaak echt vakmensen die nog traditioneel opgeleid zijn.”

‘Plus-ééntjes’

De implementatie van de nieuwe strategie loopt al en gaat niet met reuzenstappen, maar met ‘plus-eentjes’. Niet van nul naar tien, maar stap voor stap verbeteren. “Gewoon iedere dag een beetje beter doen,” beschrijft De Haan deze werkwijze. Medewerkers volgen meerdaagse trainingen, niet langer als productspecialist, maar als klusspecialist. De specialisten op productgroepen worden omgebouwd naar experts die het totaalpakket van een klus overzien. Bij Bouwmaat zien we op de vloer straks geen ‘elektraman’ en ‘tegelman’ apart, maar één ‘badkamer-entoilet-man’.

Zo werkt Bouwmaat stap voor stap aan acht veranderstromen: hr, category-management, marketing, digitalisering, inkoop, supplychain, vestigingen, IT en finance.

“Op de Bouwmaat-vloer zie je straks geen ‘elektraman’ en ‘tegelman’ apart, maar één ‘badkamer-en-toilet-man’”

Met de data die beschikbaar zijn, via de Bouwmaat-pas, via Power BI, via een uitgebreid CRM, kan de organisatie steeds gerichter sturen. Welke klant is al een tijdje niet geweest? Welke vestiging moet wie bellen? “We kunnen heel erg supporten op de data. Om de vestiging ook heel effectief en efficiënt met de data om te laten gaan.”

De strategie ‘Alles voor de vakman en de vakman voor alles’ is geen revolutie, maar een doordachte evolutie: gebouwd op wat al werkt, aangescherpt waar de markt verandert, en ambitieus waar de kansen liggen. Heemskerk sluit af met de kern: “We zijn er voor de doeners van vandaag. Voor de bouwers van morgen. Gereed om samen iets te maken. Iets blijvends achter te laten.”

NIQ GfK maart 2026:

+2,7%

MIX presenteert de benchmark voor de ontwikkelingen in de DHZ-retail. NIQ GfK’s DIY Recap is het maandoverzicht van de trends in de bouwmarkten zoals die door de Amstelveense marktonderzoekers in Nederland worden gemeten. In deze editie de cijfers van het gehele derde kwartaal.

Het is al bijna vergeten, bij het schrijven van dit artikel in april, nu we een periode van zon en droog weer achter de rug hebben. Maar in januari hadden we meerdere sneeuwdagen. Kijken we dan naar het weer, wat van invloed is op de bouwmarkt omzet, dan was januari toch weer een meer ouderwetse wintermaand. Met een lagere temperatuur dan gemiddeld, een relatief koude maand. Maar dit was van korte duur. In februari en maart was de temperatuur alweer boven gemiddeld en ook qua neerslag, hoewel iets meer dan in 2025, was het eerste kwartaal niet uitzonderlijk nat.

Het eerste kwartaal zien we een groei van +3,3% in omzet. De tuinverkopen zijn altijd een sterke aanjager van de groei. Hoewel we met tuin over het eerste kwartaal op een 0-lijn zitten qua groei, betekent dit nog altijd dat tuin 9,5% van de omzet vertegenwoordigt in het eerste kwartaal. In januari zit tuin op een aandeel van 4,8% van de omzet, wat in februari groeit naar 6,7%. In maart schiet het aandeel door naar 16,2%. Dat is redelijk vergelijkbaar met het eerste kwartaal van 2025, maar blijft er iets bij achter. Met april en mei, waar het aandeel van tuin boven de 20% uitkomt, en ook de belangrijke maand juni komt er nu met het tweede kwartaal een belangrijke periode aan. Met een mooie aprilmaand, is het dus interessant om te zien in welke richting het tuinseizoen zich gaat ontwikkelen.

Tuin

Waar de totale tuinomzet op de nullijn zit voor het eerste kwartaal, komt de echte groei voor het eerste kwartaal alleen uit de januarimaand, wat niet bij uitstek een tuinmaand is. Februari deed het iets beter dan in 2025, maar maart laat een daling zien van –3%. Met slechts één maand van het tuinseizoen achter de rug, is het nog vroeg om iets te zeggen over het aankomende tuinseizoen. Uitschieters in het eerste kwartaal, ten opzichte van vorig jaar, zijn: meer verkochte tuinhuizen en blokhutten (+30%), ook het handgereedschap (+14%) en elektrisch tuingereedschap

(+16%) deden het goed. Voor tuinmeubelen (–22%), tuinhekwerk en toebehoren (–4%), tuinbenodigdheden incl. BBQ (–3%), levend goed (–7%) en hogedrukreinigers (–15%) is het seizoen stroef van start gegaan. Voor een aantal van deze groepen die nu onder druk staan, zien we ook dat deze vorig jaar juist tot de groeisegmenten behoorden. Wat de daling van dit jaar in perspectief zet.

Verf

De totale omzet van verf in het eerste kwartaal komt uit op € 85 mln, wat met een groei van +2% iets achterblijft bij de gemiddelde groei van de bouwmarkt. Niet verwonderlijk, want het is nog niet het seizoen voor het buiten schilderwerk. Beitsen en vernis zien we dan ook met –10% teruglopen in het eerste kwartaal. Lakken laten een kleine groei zien van +1%, maar muurverf (+4%) en het relatief kleine segment sierpleister (+18%) doen het veel beter.

In het eerste en laatste kwartaal is de omzet in verf over het algemeen een stukje lager. Het tweede en ook het derde kwartaal zullen bepalend zijn hoe dit segment het doet in 2026.

Vloeren, hout- en plaatmateriaal

In heel 2025 werd een omzet van € 273 mln gerealiseerd voor vloeren. Dit was een groei van +8% ten opzichte van 2024. En ieder jaar neemt de omzet van deze categorie toe. Voor 2026 zien we over het eerste kwartaal een goede start met +11% meer omzet dan hetzelfde kwartaal vorig jaar. Hout en plaatmateriaal zag ook een sterke groei in 2025 van +9%. Dit hele segment kwam daarmee op een omzet van € 342 mln. Voor het eerste kwartaal blijft de groei echter steken op +1%. Waarbij met name constructief plaatmateriaal (+5%) hier de groei aanjaagt. Daarmee opgemerkt dat juist decoratief over heel 2025 een sterkere groei liet zien dan constructief plaatmateriaal.

Bouwmaterialen

Een “echte” bouwmarktgroep, met een aandeel van tussen de 5% en 6% van de totale bouwmarktomzet. Bouwmaterialen kent geen seizoenspatroon zoals bijvoorbeeld tuin of verf, maar toch zijn er maanden die het beter doen dan andere maanden. De sterkste omzetmaand voor dit segment is mei. In 2024 had deze maand een aandeel van 11% en in 2025 10% van de jaaromzet. In 2025 zagen we dat april ook al een sterkere maand liet zien, dus mogelijk was de omzet iets verschoven naar april ten opzichte van het jaar daarvoor. Met april en mei zien we natuurlijk het

Auteur Stephan Bakkum,

DIY Recap nader bekijken?

MIXplus-abonnee’s hebben toegang tot deze GfK-data via www.mixonline.nl/marktcijfers

NIQ GfK’s DIY Recap

Wat moet je weten als je naar deze cijfers kijkt? Op basis van de kassa-aanslag vormt zich een hard cijfer van het totaal aan omzet; NIQ GfK rapporteert consumentenwaarde incl. btw Het DHZ-universum van de NIQ GfK rapportage omvat de bouwmarkten Bauhaus, Gamma, Hornbach, Hubo, Karwei, Kluswijs en Praxis.

De grote variëteit van producten in de DHZ-retail is op een inzichtelijke manier gegroepeerd in een 7-tal hoofdgroepen en een restgroep.

Over NIQ NielsenIQ (NIQ), leider in consumentenkennis, biedt het meest complete inzicht in het koopgedrag van consumenten en onthult de groeikansen van morgen. NIQ fuseerde in 2023 met GfK, waarbij twee marktleiders met ongeëvenaarde wereldwijde reikwijdte werden samengebracht. Onze wereldwijde reikwijdte beslaat meer dan 90 landen en dekt ongeveer 85% van de wereldbevolking en meer dan $7,2 biljoen aan wereldwijde consumentenuitgaven. Met een holistisch retailoverzicht en de meest uitgebreide consumenteninzichten, geleverd met geavanceerde analyses via state-of-the-art platforms, biedt NIQ The Full View™. Bezoek voor meer informatie www.niq.com

betere weer tevoorschijn komen, wat voor buitenklussen een voordeel kan zijn. Ook hebben we dan de meivakantie, die vaak door scholen tot twee weken wordt verlengd. De vakantie wordt vaak de laatste week van april en eerste week van mei ingepland. Met de extra feestdagen in deze periode (Hemelvaart en soms de Tweede Pinksterdag) is er meer tijd om klussen op te pakken. Ook vakantiegeld kan hier een rol in spelen. In oktober zien we een soortgelijke piek, waar mogelijk de herfstvakantie meespeelt. Voor het eerste kwartaal van 2026 komt de omzet van bouwmaterialen uit op € 55 mln, een groei van ruim +5%. Isolatiemateriaal (+7%) en dakbedekking (+4%) zijn goed van start gegaan. Alleen tochtwering (–2%) blijft achter.

Samengevat

Waar we het eerste kwartaal positief afsluiten, is er veel gebeurd in de wereld, wat vooral van invloed is op de inflatie, beschikbaarheid van grondstoffen, etc. Op 28 februari is de oorlog in het Midden-Oosten met Iran van start gegaan. Het al dan niet openhouden van de straat van Hormuz blijft tot vandaag een zorg en de invloed die dit heeft op de olieprijs. Voor de bouwmarktcijfers zien we dat nog niet terug in de omzet van maart. Met de maand maart is het ook nog vroeg in het seizoen, en is het afwachten hoe het mooie weer van april zich straks vertaalt naar de omzet.

Groei/Dalers maart 2026 t.o.v. 2025 (groei/daling 1e kwartaal)

Totaal: +2,7% (+3,3%)

Verf

Houtbescherming: –14% (–10%)

Lakken: –1% (+1%)

Muurverf: +4% (+4%)

Sierpleister: +18% (+18%)

Tuin

(0%)

Tuinbenodigdheden incl. BBQ: –8% (–3%)

Tuinhuizen en blokhutten: +28% (+30%)

Levend goed: –8% (–7%)

Hogedrukreinigers: –16% (–15%)

Tuinmeubelen: –23% (–22%)

Bouwmateriaal

Vloeren: +12% (+11%)

Hout- en plaatmateriaal: +3% (+1%)

Bouwmaterialen: +9% (+5%)

Dakbedekking en onderhoud: +7% (+4%)

Isolatiemateriaal: +13% (+7%)

Tochtwering: +1% (–2%)

DIY Recap

Op basis van haar Total Store Report maakt GfKspeciaal voor Vakblad MIX een DIY Recap met de meest actuele groeicijfers. Dit keer maken de cijfers van maart Q1 compleet.

Jan 26 - Mrt 26 MAT

Apr 25 - Mrt 26

TOTAAL

Bouwchemie & Bouwmaterialen

Deco

Deuren, kozijnen, hout&plaat

Electra

Sanitair & tegels

Tuin

IJzerwaren en gereedschap

Overig

KWARTAAL

Jan 26 - Mrt 26

MAAND Mrt 26

DIY Recap nader bekijken? MIXplus-abonnee’s hebben toegang tot deze GfK-data via www.mixonline.nl/marktcijfers

“Zaken zelf oplossen, dat heb ik eigenlijk altijd gedaan.”

De Praxis in Putten heeft een nieuwe impuls gekregen. Ondernemer Jan Folkers, al jarenlang eigenaar van Praxis Nijkerk, nam in maart de winkel over van het hoofdkantoor. Daarmee verschuift de aansturing van centraal naar lokaal ondernemerschap. “Nu kan ik alles weer beetpakken en gaan doen.”

In 2023 stond Jan Folkers (53) uit zijn raam te staren waarbij hij zichzelf de vraag stelde: wat wil ik nu? Met zijn levenservaring was hij er inmiddels achter gekomen dat zijn spanningsboog zo’n twee tot drie jaar is. “Die uitdagingen tijdens mijn ondernemerschap had ik zelf gecreëerd of kwamen door omstandigheden, waardoor ik altijd bezig was en ‘aan’ bleef. Ik vind het namelijk leuk om nieuwe dingen te doen, om zaken op te zetten en te verbeteren. Daar word ik blij van. Maar ik verveelde mij op dat moment. En van bouwmarkten heb ik verstand, dus had ik bij Praxis de vraag neergelegd of ze een project of een tijdelijke klus voor mij hadden. Maar die was er niet. Logisch ook, want waarom zouden ze dat doen met een eigenwijze ondernemer?”

Rode draad

Die periodieke, gezonde onrust loopt als een rode draad door Folkers’ ondernemersbestaan. Toen zijn vader een Houtland-winkel in Nijkerk overnam, was hij veertien en draaide hij in de winkel mee. “Vijf jaar later werd dat een Doeland van 1.500 vierkante meter. Ik had mijn mts-bouwkunde afgerond en mijn diensttijd vervuld, toen een medewerker ermee stopte en ik instapte. Dat was in 1993 en we hadden plannen voor een grote winkel.” Eind 1997 kocht zijn vader grond, waarop hij een Big Boss bouwmarkt liet zetten. “Een heel leuk traject. De winkel had langere openingstijden, maar daardoor waren de specialisten er de helft van de tijd niet. Daarvoor maakten we procedures. We moesten alles zelf uitvinden, het was een tropenjaar.”

Met een Doeland en een Big Boss in aanbouw stond hij met twee benen in twee winkels. “Overdag moest ik nadenken over wat wij die avond moesten gaan doen. Ik was dan ook opgelucht toen de Doeland dichtging, zodat ik mij volledig op de nieuwe winkel kon richten. Een nieuwe winkel opbouwen vind ik leuk. Zo hadden we scankassa’s, waarbij ik uitzocht wat we nog meer met automatisering konden doen. We testten met voorraadbeheer en automatisch bestellen, daar was destijds nog niemand mee bezig. Voorheen stonden tijdens het

bestellen onze beste medewerkers met hun rug naar de klanten en door dit proces te automatiseren, hebben we ook veel tijd bespaard.”

Paar maanden proberen

Drie jaar later verkocht zijn vader de winkel aan Big Boss. Folkers had toen nog geen interesse om de winkel over te nemen. “Ik was er niet aan toe, hield me bezig met de winkeloperatie, dat vond ik leuker.” De HDB-groep zou voor een nieuwe winkelmanager zorgen. Daarop stapte het team op Folkers af met de vraag of hij dit wilde doen. “Ik dacht: dat kan ik ook wel, waarop ik het een paar maanden wilde proberen. Het ging goed, zolang de HDB-groep zich nergens mee bemoeide. Maar ik moest overal toestemming voor vragen en kreeg nooit reactie.” Hij vond de samenwerking ‘net niet’. “Ik had wel de verantwoording, maar kreeg geen cijfermatig inzicht. We gingen in gesprek en in 2007 nam ik de winkel over. Dat jaar fuseerden Multimate en Big Boss.” Toen duidelijk werd dat de winkel verbouwd moest worden naar een MultiMate, moest Folkers weer naar de bank. “Er was in de vijf jaar voor

de overname niet in de winkel geïnvesteerd. Na de verbouwing werden we, samen met Multimate Losser, de eerste Multimate met het nieuwe winkelconcept.”

Stoer, maar niet handig

Met drie bouwmarkten in Nijkerk was de markt goed bezet. Eind 2010 kwam er beweging in de markt toen de toenmalige eigenaar van Karwei aangaf te willen verhuizen naar een andere locatie en de winkel van Folkers wel over wilde nemen. Dat vond Folkers niet zo’n goed idee en hij draaide de vraag om of hij zijn

winkel niet over kon nemen. Ook dat was niet de bedoeling, maar dit startte wel een grotere beweging op. Folkers kwam in gesprek met Praxis – ‘want als ik nu wéér van naam moet veranderen, dan wil ik aansluiten bij één van de grote drie’ – en via hen bij Formido. In 2012 nam hij de Formido-vestiging over van het hoofdkantoor, breidde deze uit en liet hij zijn Multimate hierin opgaan. “Een half jaar lang heb ik daardoor twee bouwmarkten gehad onder verschillende formules. Dat was misschien stoer, maar zeker niet handig.” In het vrijgekomen pand kon de Karwei zich vestigen, waardoor hun relocatie alsnog tot stand kwam en ze in Nijkerk van drie naar twee bouwmarkten gingen.

Hierna hielden de uitdagingen niet op, want eind 2019 bleek het dak dusdanige mankementen te vertonen dat volledige vervanging ervan noodzakelijk was, met een enorme schade aan de bouwmarkt tot gevolg. “Maanden later openden we als Praxis, met onder andere nieuwe automatisering. Maar dat was eind februari 2020 en toen kregen we vervolgens de coronaperiode. Het was een steile leercurve.”

Putten toch erbij

De winkel in het nabijgelegen Putten was voorheen een Formido en werd in februari 2020 heropend als een ‘eigen’ Praxis-winkel. Al in 2018 sprak Folkers met de Praxis-organisatie om deze over te nemen. “Dat gesprek liep uiteindelijk op niets uit, maar vorig jaar zijn we er wel uitgekomen.” De overname past binnen een bredere beweging waarin winkels van de keten vaker in handen komen van franchisenemers. Volgens Folkers én het

hoofdkantoor biedt dat meer ruimte om in te spelen op lokale behoeften. Hij legt uit: ”Putten is een kleinere Praxis-winkel. Daardoor drukken de in verhouding hoge overheadkosten zwaarder op het resultaat. Daarbij ziet Praxis zelf ook dat een zelfstandig ondernemer – die bekend is met de lokale markt – dat beter kan doen.”

Kijken, sturen en leren

“De organisatie heeft hun zaken goed voor elkaar hoor, maar als je meer dan 130 eigen winkels moet aansturen, dan heb je wel strikte regels en procedures nodig”, vervolgt hij. “Nu, na de overname, kan ik als zelfstandig ondernemer daarvan gebruik blijven maken, maar touwtjes losknopen waar die eventueel knellen. Tegelijkertijd hebben we profijt van veel van die procedures en protocollen, die we ook naar Nijkerk kunnen kopiëren.” Folkers richt zich de komende periode dan ook volledig op de aansturing van de winkel. “Het team in Putten was (te) klein, waardoor er veel druk op de mensen lag. Gelukkig heb ik al een aantal nieuwe mensen kunnen aannemen. De filiaalmanager was al een tijdje met pensioen, waardoor de winkel in die zin stuurloos was. Nu ik de aansturing zelf doe, kan ik goed kijken, sturen en leren. Daarbij heb ik de luxe van een goed en zelfstandig team in Nijkerk, waardoor ik dit kan doen. En wat betreft het winkelconcept: de lay-out is redelijk op orde. In 2019 is deze als Praxis ingericht, dus de basis is goed. Volgend jaar gaan we deze verder aanpakken en finetunen.”

Angst om met Nijkerk omzet te verliezen aan Putten heeft Folkers niet. “Waarschijnlijk krijg ik in Nijkerk straks wat minder klanten uit Putten. Zelf zie ik eerder de synergievoordelen, zoals het kunnen doorverwijzen van klanten en het schuiven met voorraden, wanneer er te veel besteld is of juist misgegrepen wordt. En twee winkels zijn handig bij het opkopen van partijen, die kunnen we splitsen. Daarbij kunnen we van elkaar leren en de goede dingen van elkaar overnemen. Nog een voordeel is dat Nijkerk een buitendienstmedewerker heeft en over een uitgebreide werkplaats beschikt. Zo kunnen we bijna alles maken. De inmeet- en montagedienst doet allerlei werkzaamheden die binnen één dag af zijn, zoals laminaatvloeren, horren, kasten plaatsen en ook traprenovaties. Daarbij waarderen mensen het inmeten.”

Relaxte sfeer

Op de korte termijn ligt de nadruk op het verbeteren van de voorraadpositie in Putten. Volgens Folkers wordt nu nog te vaak misgegrepen. Hij wil het assortiment mede bepalen op basis van input van klanten uit het dorp. “Ik kan nu weer alles beetpakken en gaan doen. Zorgen dat het in Putten weer gaat draaien. Zaken zelf oplossen, dat heb ik eigenlijk altijd gedaan. Ik kan het niet bij een ander neerleggen. Daarbij wil ik opbouwen en verder verbe-

teren. Onderhouden en managen? Dat vind ik niet leuk en daar ben ik ook niet goed in. Ik vind het leuk om een voorbeeld te zijn. Dat ik zelf gewoon meewerk als het nodig is, dat waren ze in Putten niet gewend. Het zorgt voor een verandering in het team. Ik wil laten zien dat ik voor klanten een stapje harder loop. Tegelijkertijd wil ik er ook voor de medewerkers zijn.” Hij sluit af: “Inmiddels hebben we een leuke ploeg lopen en dat pikken klanten onbewust op. We zijn blij met het type kanten dat bij ons binnenkomt. We zorgen voor een relaxte sfeer, dan is de klant dat ook en zo komt ‘ie graag bij ons terug.”

Hiiper markt monitor

Hiiper: online-aandeel in doehetzelf stijgt fors

Ook in periode 4 van 2026 nam Hiiper de consumentenbestedingen in doe-het-zelf weer onder de loep. En wat blijkt? Alle gemiddelde bestedingen dalen, behalve die van Gamma en Hubo. En huishoudens zónder kinderen lijken actiever bezig te zijn dan vorig jaar met verbeteringen aan en om het huis.

Data zijn essentieel om te winnen, maar in sommige branches zijn ze minimaal beschikbaar of niet compleet, waardoor het de kracht als sturingsmiddel verliest. Denk daarbij aan bestedingen van klanten bij de concurrent of de ontwikkeling van spelers die buiten de klassieke branches vallen. Als er geen compleet overzicht van de consumentenbestedingen is, hoe kun je dan zien hoe je in de totale markt wint? Met dagelijks inzicht in meer dan 200.000 Nederlandse huishoudboekjes, biedt Hiiper een feitelijk en compleet beeld van consumentengedrag, binnen elke b2c branche. Een unieke combinatie van insights om kansen voor groei te identificeren. Om een completer overzicht van consumentenbestedingen in de DHZ-retail en bouwgroothandel te bieden, deelt data & insightsbureau Hiiper in Mixpress periodiek de consumenten penetratiecijfers van doe-het-zelf, tuincentra en woonwinkels, gemiddelde bestedingen voor de top 5 retailers en deze keer een deepdive op de verdeling van doordeweekse- en weekenduitgaven in elke branche.

Landelijke penetratiecijfers periode 4

Doe-het-zelf*

32,1% Van de Nederlandse huishoudens heeft minimaal 1 transactie binnen de doe-het-zelfsector gedaan in periode 4. Dit is een stijging van 7% ten opzichte van de periode van 4 weken eerder (periode 3). Ten opzichte van vorig jaar is dit cijfer nagenoeg gelijk.

Tuincentra

Tuincentra worden bezocht door 18,4% van de Nederlandse huishoudens in periode 4. Hier zien we eenzelfde beeld als bij de doe-het-zelfbranche. Een stijging van 5% ten opzichte van periode 3, en een ruwweg gelijk bezoekersaantal als in dezelfde periode vorig jaar. Wel een iets grotere daling met index 98 (daling van 2% dus)

Top 5 transactiewaarde DHZ-Retailers

Als we naar de gemiddelde bonwaarde kijken, staat Hornbach nog steeds soeverein bovenaan, gevolgd door Karwei. Beide formules zien, net als de Praxis, wel een daling in de gemiddelde waarde op de bon ten opzichte van vorig jaar. Gamma en Hubo zijn de twee formules die haar gemiddelde transactiewaardes op niveau zien blijven of in het geval van Hubo zelfs op zien lopen.

Penetratie-ontwikkeling per type huishouden

In deze editie van Hiiper cijfers kijken we onder de motorkap van de omzetontwikkeling per branche.

Voor elk van de branches hebben we gekeken naar de online aankopen binnen elke branche. Interessant om te zien is welk deel van de totale omzet wordt gerealiseerd door online verkopen, en of dit aandeel groeit.

In de grafiek laten we het aandeel ontwikkeling zien van de online particuliere aankopen per branche.

Bij de doe-het-zelfbranche zien we dat de online-component in de omzet fors stijgt, met maar liefst 6% en ook binnen de tuincentra zien we het aandeel van de online aankopen stijgen. De woonwinkels is de enige branche waar de offline aankopen, dus de aankopen in de winkel, belangrijker werden afgelopen jaar.

Woonwinkels**

Tot slot zien we bij woonwinkels wederom een verlies in bezoekersaantallen. De penetratie in periode 4 zakt naar 17,4%, een daling van 3% ten opzichte van de vorige periode en een daling van maar liefst 5% ten opzichte van een jaar geleden.

* Hiiper kijkt naar consumentenbestedingen. Bestedingen van zakelijke/ professionele klanten, vallen daar niet onder.

** Meegenomen formules zijn o.a. Kwantum, Leen Bakker, Ikea, Woonexpress.

periode 3 ‘24

Landelijke penetratiecijfers periode 4‘26

Transactiewaarde Top 5 DHZ retailers

Gardena blijft relevant door focus op kwaliteit en doorverkoop

Gemak en technologie veranderen in hoog tempo

hoe de tuin gebruikt wordt. Tegelijkertijd groeit de druk op duurzaamheid en kwaliteit, terwijl prijsvechters de markt opschudden. Gardena laveert tussen die krachten en kiest bewust positie. Hoe blijft het merk relevant in een markt die kritischer en complexer wordt?

Gardena staat bekend om hun hoogwaardige producten met een lange levensduur. Daarbij gaan ze bij het productieproces zuinig om met grondstoffen en energie. Een andere belangrijke onderscheidende factor is dat de toonaangevende fabrikant voor tuinverzorging vlot inspeelt op trends. “Met onze productgroepen water, handgereedschappen, robots en batterijproducten zorgen we voor gemak bij tuinonderhoud”, zegt Head of Marketing West en Zuid-Europa Jaap van der Vijver, die een aantal ontwikkelingen signaleert. “Vaak draaien die om gemak en technologie: van watertimers en druppelirrigatiesystemen die automatisch kunnen bewateren tot de enorme boost aan maairobots in de Nederlandse tuinen. In zo’n zogenaamde ‘smart garden’ kun je met hulp van blue-

tooth en wifi tegenwoordig alles zelf instellen, net zoals je een woonkamer kunt besturen. En ja, dat gaat echt heel slim en is vooral waterbesparend en ontzorgend. Bijvoorbeeld met producten die meten hoe vochtig de grond is of bewateren tot precies aan de rand van je terras.” Van der Vijver merkt op dat het een keuze van een leverancier is om hierop wel of niet in te spelen. “Tegelijkertijd wordt diezelfde leverancier uitgedaagd om zelf ook duurzaam te zijn. Die kritische blik kan vanuit de consument en vanuit de retailer komen. Want ook die laatste groep is kritischer aan het kijken voor welke leveranciers zij kiezen en hoe duurzaam zij zijn.”

Keuze voor lange termijn

Die duurzaamheid speelt minder bij prijsgedreven aanbieders van tuinproducten, die vooral branchevreemd te vinden zijn. Van der Vijver spreekt over een ‘race naar de bodem’. “Het gaat vaak om producten die wel goedkoop zijn, maar minder duurzaam – en daardoor een korte levensduur hebben. Hiermee spreken ze bepaalde doelgroepen en een bepaalde gebruikersgroep aan. Als Gardena willen we een andere groep aanspreken, waarbij we voor de lange termijn en kwaliteit gaan. Het is dan ook onze bewuste keuze om een kwaliteits- en reparatiegarantie aan kopers te geven.”

Aan het vertrouwen met garantie, kwaliteit en reparatiemogelijkheden werkt het kwaliteitsmerk dagelijks, bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen over onderwerpen zoals repareren en de

CO2-voetafdruk van wieg tot graf. Hierbij kijkt het merk ook naar de rol van de overheid en wetgeving, zoals de classificatie bij repareren vanuit de richtlijn ‘Empowering Consumers for the Green Transition’ (ECGT), die in september van kracht wordt.

Blijven investeren in het merk

“Het merk Gardena staat centraal in alles wat we doen”, zegt Van der Vijver, die het bouwen van een merk met de verzorging van een plant vergelijkt. “Zonder voortdurende aandacht en voeding verdwijnt de kracht op termijn. Dat principe vormt de basis van onze marketingaanpak. Om relevant te blijven voor zowel consument als retailer, investeren we continu in ons merk. Dat begint bij sterke campagnes die zorgen voor herkenning en welke twee à drie kenmerken van het merk bij de consument komen bovendrijven. Tegelijkertijd vertalen we die merkbeleving naar concrete marketingcampagnes op de winkelvloer, waar uiteindelijk de keuze wordt gemaakt. En daar blijft het niet bij. Want alles wat de consument raakt verdient aandacht: van aftersales tot content en van service tot inspiratie. Elk contactmoment is een kans om ons merk te versterken. Daarom zetten we zo breed mogelijk in: overkoepelende marketingcampagnes, PR, social media, website, SEA en SEO.” Ook samenwerkingen spelen een belangrijke rol, zoals met influencers en het programma De Grote Tuinverbouwing.

Belang van de winkelvloer

“Merkbouw werkt alleen wanneer je op het beslismoment in de winkel zichtbaar bent,” vervolgt hij. “Binnen de dhz-branche is de winkelvloer een cruciaal en kansrijk kanaal, omdat dit het moment is waarop consumenten vragen stellen en keuzes maken. Van displays tot een complete Gardena-beleving op de winkelvloer: het draait om inspiratie, zichtbaarheid, vertrouwen en advies. Een groot deel van onze marketinginspanning richt zich daarom op promotiedisplays en eigen presentatiesystemen, afgestemd met sales en retailers. Het doel is om consumenten te prikkelen nieuwe en innovatieve producten te ontdekken, terwijl de kernproducten continu prominent aanwezig blijven. Daarbij is de balans tussen hardlopers en noviteiten essentieel. De consument bezoekt de tuinafdeling slechts enkele keren per jaar. Je moet op dat ene moment relevant zijn, want je weet nooit wanneer iemand binnenstapt.” Omdat ruimte en middelen beperkt zijn, vraagt dit om focus en lokale afstemming. Daarbij is Gardena op zoek naar het verder intensiveren van het partnership met retailers. “Samen moeten we de shopper nog meer prikkelen en beter informeren. Hoe opener de retailer, hoe beter kan worden aangesloten op de behoefte van de consument.” In die samenwerking ligt volgens hem ook de sleutel tot sterker categorymanagement binnen de branche.

“Bij alle inspanningen draait het om continuïteit”, sluit Van der Vijver af. “Het voortbestaan van het merk hangt af van één simpel principe: doorverkoop op de winkelvloer. Dat vraagt niet alleen om sterke marketing en sales, maar ook om voortdurende productontwikkeling. Alleen zo blijft Gardena groeien en relevant in een veranderende markt.”

Samenwerking met Unicef

Al sinds 2019 is Gardena verbonden aan UNICEF. Met de campagne ‘Een bloeiende toekomst – elke druppel telt’ vragen beide partijen aandacht voor waterschaarste en ondersteunen zij het wereldwijde WASH-programma (Water, Sanitatie en Hygiëne). De samenwerking richt zich vooral op directe hulp en deels op gedragsverandering door mondiale waterproblematiek te vertalen naar dagelijks watergebruik thuis en in de tuin.

De samenwerking is recent hernieuwd en verschuift meer richting corporate social responsibility, met bredere interne betrokkenheid en meer aandacht voor de boodschap richting consument. Van der Vijver benadrukt dat het onderwerp ook cultureel is verankerd binnen de organisatie en dat gezamenlijke sessies met Unicef hebben geholpen om de samenwerking verder te verdiepen en internationaal te versterken. Ook staat een grotere campagne op de planning, waarbij fundraising, productkennis en het netwerk van Gardena worden ingezet.”

Gardena, Almere, 036 521 00 11, info@gardena.nl, www.gardena.nl
Scan mij

Intratuin-directeur Peter Paul Kleinbussink:

‘Een bouwmarkt is rationeel. Intratuin is emotioneel.’
Auteur Marc Nelissen Fotografie Marc Nelissen en Intratuin

Bouwmarkten en tuincentra opereren in een fundamenteel andere markt, vinden ze bij Intratuin. De een verkoopt producten voor een klus, de ander verkoopt beleving, emotie en het verlangen naar een mooiere tuin. Intratuin, met 71 winkels en een omzet van circa € 700 mln de grootste tuincentrumformule van Nederland, heeft die grens bewust scherp getrokken. Directeur Peter Paul Kleinbussink legt de visie uit en vertelt waarom hij ‘s nachts wakker kan liggen van versteende tuinen.

Tuincentra en bouwmarkten delen soms dezelfde klant, maar niet hetzelfde moment en zeker niet dezelfde klantbehoefte. Aldus Intratuin-directeur Peter Paul Kleinbussink. Daar waar de bouwmarkt iemand bedient met een klus in het hoofd en een lijstje in de hand, richt Intratuin zich op wie zin krijgt in iets moois. “We zitten zwaar op het aankleden. Het genieten van de tuin. Leuke hoekjes creëren. Het leven in de tuin”, zegt Kleinbussink. Basismaterialen zijn er ook: maaiers, palen, potgrond. Maar het hart van de formule klopt op een heel ander ritme. Eén van emotie en inspiratie, niet van rationele aanschaf. Dat ritme is emotioneel, benadrukt Kleinbussink. “Een bouwmarkt is gewoon wat rationeler. Dus het aankoopgedrag is wat rationeler. Wij zijn wat emotioneler.” De vergelijking die hij trekt is veelzeggend: de bouwmarkt bedient de man of vrouw met een klus in gedachten, Intratuin bedient degene die zin krijgt in iets moois. “De dame of de heer die met aankleding bezig is en niet zozeer met een klusidee of een meetlint door de winkel loopt, maar droomt van een mooie tuin.”

Die emotionele propositie blijkt ook conjunctuurgevoelig te zijn, maar dan positief. Bezuinigen we? “Zeker. Maar het huis en de tuin zijn het laatste domein waar consumenten op bezuinigen. Consumenten investeren soms wat meer dan de andere keer,

omdat het afhangt hangt af van de economische situatie. Maar huis en tuin, zijn de enige plek waar je jezelf kan zijn.” Intratuin profiteert van die hardnekkige consumentenprioriteit die kennelijk crises doorstaat.

“Het huis en de tuin, dat is de enige plek in de wereld waar je jezelf kan zijn”

Coöperatie met ondernemerslust

Met 71 winkels en circa 50 ondernemers is Intratuin geen gewone franchiseformule. Sommige ondernemers hebben meer dan één winkel, maar het zijn er in de praktijk nooit meer dan vijf. Een bewust maximum. “Onze ondernemer is nog heel erg trots op zijn winkel. Is ook nog heel erg betrokken bij zijn winkel”, aldus Kleinbussink. “Bij vijf winkels in één regio kan een eigenaar wekelijks alle vestigingen bezoeken. Die betrokkenheid is geen bijproduct maar kernwaarde.” Kleinbussink ziet dit als verschil met de grote bouwmarktsector. Bij Intratuin draait het om wat hij ‘ondernemerslust’ noemt: de energie en vrijheid om te experimenteren. Formeel moeten ondernemers 80% van het assortiment via de coöperatie afnemen. In de praktijk loopt het aandeel van Hardwaren en Groen via de centrale organisatie op tot 90 of zelfs 95%, puur omdat het centraal zo goed gefaciliteerd wordt.

Intratuin is constant in beweging en die innovatie ontstaat vaak van onderop. Kleinbussink vertelt hoe Intratuin nooit had verwacht een noemenswaardige speler in puzzels en gezelschapsspellen te worden. Maar dan ineens zien er een paar ondernemers een kans en gaan ervoor. Een handvol ondernemers begint te experimenteren, de Power BI-data tonen wat er in de kassa gaat, collega’s bellen elkaar op en rijden langs. Zo hebben we veel kraamkamers en ontstaan er nieuwe assortimenten.” Hij noemt het geurenassortiment als ander voorbeeld. Maar ook het koken en horecadeel. “Servies, bestek en kookgerei. En wat denk je van onze barbecueafdeling? Vroeger kon je kiezen uit briketten of houtskool. Nu heb je van iedere soort minstens twintig varianten. Geweldig toch?”

Groen als onderscheidend vermogen

Groen is goed voor circa 35% van de omzet, en tegelijkertijd de sterkste onderscheidende factor van de formule. “Dat onderscheidt ons van de bouwmarkt, van de meubelwinkel, van de interieurwinkel en ook van de supermarkt”, somt Kleinbussink op. De hele supply chain voor groen is in eigen handen: van kweker tot kar in de winkel, inclusief biologische bestrijding, belichting en watergeven. De Intratuin-winkels kunnen wel vier keer per week bestellen om de versheid te garanderen. Die eigen infrastructuur maakt het voor anderen lastig te kopieren. “Je moet de juiste infrastructuur hebben. Watergeven, de juiste belichting. Bestrijden, onderhoud.” Het is een vak apart en

dat merkt Kleinbussink wanneer anderen het proberen. Hij grijnst zichtbaar als hij vertelt hoe hij een bouwmarkt-plantjesactie ziet aankondigen en meteen aanvoelt hoe laat het is. “Soms hebben ze mazzel. Toevallig in de goede week dat het mooi weer is. Maar laatst waren ze te vroeg, in de week dat het ’s nachts nog te koud was. En dan denk ik: schoenmaker, blijf bij je leest’.”

Levend groen heeft zijn eigen ritme en past niet per se in marketingplanning die een jaar van tevoren vastligt. “Wij plannen ook. Alleen wij proberen daarin flexibel te blijven. Als je denkt: oeh, het is nu nog te koud, dan zorg je dat je radiocampagne een week later begint.”

De duurzaamheidsagenda is voor Intratuin geen marketinglaagje maar een diepere overtuiging. “We vinden dat groen groen moet zijn. De meestgestelde vraag in de winkels is inmiddels: bevat dit plantje gif of niet? Een groeiende consumentengroep stelt die vraag, en wij willen het antwoord al ingebakken hebben vóór de klant erom vraagt. De transitie naar duurzaam geteeld en duurzaam onderhoud is bij ons al volop gaande.”

Een markt zonder scherpe randen

Hoe groot is de tuinmarkt eigenlijk? Het antwoord hangt volledig af van de definitie. Neem je alleen de tuincentra, dan kom je op pakweg € 2,5 mrd. Maar trek je de grens ruimer, dan groeit dat uit naar een veelvoud. “Dan ga je naar miljarden eromheen”, zegt Kleinbussink. En die ruimere definitie is voor Intratuin eerlijk gezegd relevanter, want de formule strekt zich uit tot sfeer, wonen en concurreert zo zelf ook met heel andere retail-sectoren. Dat maakt benchmarks en marktaandeelcijfers niet per se de beste basis voor beleid. Kleinbussink kijkt dan ook met een zekere nuance naar de marktcijfers die GfK en de brancheorganisaties publiceren. Ze geven een goede indicatie, geen waarheid. “Tuurlijk kijk je er even naar. Hoe ontwikkelt een product? Zitten we daar goed? Maar het is meer voor het gevoel: wat gebeurt er? Missen we niet iets?” Intratuin stuurt dan ook nauwelijks op marktaandeel maar meer op de eigen omzet, het rendement van de ondernemers en de behoefte van de eigen klanten.

Race to the bottom: bewust vermeden Prijsdruk is ook in de tuinbranche een realiteit. Op bekende merkproducten, Kleinbussink noemt de Gardena slangenhaspel als sprekend voorbeeld, zijn marges volledig uitgerookt doordat bouwmarkten elkaar onderbieden. “Daar valt ‘geen zak’ meer aan te verdienen. En iedereen struikelt erover om hem zo goedkoop mogelijk neer te zetten.” Intratuin probeert die strijd niet te winnen en laat een productcategorie soms bewust los. “Bestrating en tuinhout zijn voorbeelden van segmenten waar we ons steeds verder uit terug-

trekken. Je verdient er weinig en je moet er heel veel voor doen.”

De strategie is helder: zodra een product in de ‘race to the bottom’ terechtkomt, zoekt Intratuin een nieuw alternatief dat de klant gelukkiger maakt, en het bedrijf ook. “Dan gaan we niet tot de eeuwigheid mee met dat product. Dan zorgen we dat we weer nieuwe trends aanhaken. Of ze zelf maken.”

“De bekende slangenhaspel is volledig uitgerookt door de bouwmarkten”

Die beweging loopt parallel aan de levenscyclus van trends. Intratuin probeert in te springen op het moment dat een trend doorbreekt naar een brede doelgroep, maar nog uniek genoeg is om marge te bieden. “Het begint altijd in de mode, in de fashion. Dan zakt het wat uit. En wij proberen, zodra het op doorbreken staat, een alternatief te bieden dat voor een grote doelgroep bereikbaar is, maar wel uniek is.” Hij noemt weer de barbecuecultuur, geuren, alles rondom buiten koken: categorieën die een paar jaar geleden nauwelijks bestonden in het assortiment, zijn nu volwassen.

Online ten dienste van de winkel

Intratuin is omnichannel, maar met een uitgesproken accent op fysieke omzet. “Online is ondersteunend aan de fysieke winkels”, stelt Kleinbussink zonder omhaal. “De website en webshop zijn

geen doel op zich maar een servicemiddel: voor research online, purchase offline. ROPO, zoals dat heet. “We streven niet naar de grootste webwinkel van Nederland te worden. Online moet altijd in relatie tot onze fysieke winkels staan.”

Dat is een bewuste keuze in een markt waar onlinespelers per categorie stevige concurrentie bieden en automatisch prijsdruk genereren. Intratuins propositie is gericht op beleving en expertise en die is online moeilijker gestalte te geven. “Die mooie planten koop je niet omdat een algoritme het aanraadt, maar omdat je erdoor geraakt werd.” Tegelijkertijd zijn er veel tuin-commodities die intussen per pallet thuisbezorgd worden door webwinkels. “Inderdaad. Neem de graszoden. Die zie je bij ons in de winkel dus bijna niet meer terug.”

Angstbeeld: de versteende tuin

Gevraagd naar zijn persoonlijke drijfveer raakt Kleinbussink aan iets diepers dan omzet of marktaandeel. Hij schetst een angstbeeld dat hem wel eens bezighoudt: “Tuinen die helemaal versteend zijn. Of tuinen met kunstgras. En houten schuttingen met zo’n fotoprint van lavendel erop. En dan staat er ergens een barbecue en een tuinset. Met een parasol. Want het is er veel te heet.” Zo’n tuin als buitenkamer zonder leven, zonder biodiversiteit, zonder groen. Tegenover dit angstbeeld staat de missie: “Consumenten activeren om anders naar hun tuin te kijken. Een mooie moestuin. Een border vol inheemse planten. Biodiversiteit die goed is voor insecten. Ik kan er ’s nachts wakker van worden. Want het kan zo makkelijk anders.” Ziedaar de passie waar Intratuin onder leiding van Kleinbussink op inspeelt.

Feiten en cijfers

Intratuin zette in 2025 zo’n € 700 mln om met 71 winkels van 50 ondernemers. Er zijn ook 11 tuincentra in Duitsland en 3 in Belgie. De organisatie is een coöperatie met centrale inkoop die in de praktijk 95% van het assortiment van de winkels beslaat. Die winkels variëren van 35.000 m2 in Duiven tot kleinere winkels van 5.000 m2. Grootst gemene deler is de uitstraling, de lay-out, winkelopzet en het assortiment. Qua organisatie staat er een hoofdkantoor in Woerden met diensten als IT, markering, e-commerce, category-management, inkoop en finance. Dan is er in Den Bosch een DC voor de hardwaren, onder regie van ID Logistics. En in Aalsmeer en Herongen (Duitsland) een groencentrum met eigen inkoop en logistiek. “Dat doen we zelf omdat daar geen enkele externe partij voldoende expertise voor heeft.”

Tuinpiek in bouwmarkten schuift mee met de thermometer. En met regen, en Pasen.

Het voorjaar bepaalt meer dan de helft van de tuinomzet in bouwmarkten en de tuinpiek schuift mee met de thermometer — én met zon en met Pasen.

De Nederlandse bouwmarkten draaien hun tuinomzet in een opvallend kort tijdsbestek. Uit analyse van NIQ (Powered by GfK Intelligence) DIY Recap-cijfers over 2024 en 2025 blijkt dat meer dan de helft van de jaaromzet in tuin al tussen maart en juni wordt gerealiseerd. Daarmee is tuin niet alleen een grote categorie, maar vooral een seizoensmotor die de prestaties van de hele sector beïnvloedt.

“Pasen verschuift de tuinpiek met weken”

Maar wie alleen naar temperatuur kijkt, mist een deel van het verhaal. Ook neerslag en de timing van Pasen blijken een duidelijke rol te spelen in het moment waarop de omzet daadwerkelijk valt.

Tuin stabiel op circa 12,5% van de markt

In absolute zin groeit tuin stevig mee met de markt. In 2024 komt de categorie uit op circa € 498,9 mln, goed voor 12,42% van de totale bouwmarktomzet. In 2025 stijgt dat naar ongeveer € 523,1 mln en 12,47% marktaandeel.

De groei van tuin (+4,85%) ligt daarmee net boven de totale marktgroei (+4,4%). Het aandeel blijft stabiel, maar op een niveau dat groot genoeg is om het verschil te maken in jaarresultaten.

De echte betekenis van tuin zit echter niet in het aandeel, maar in de timing.

Helft van de omzet in vier maanden

De verdeling van de tuinomzet over het jaar laat een extreme concentratie zien:

• 2024: 54,0% van de tuinomzet valt tussen maart en juni

• 2025: 56,5% in dezelfde periode

Alleen al de maanden maart tot en met mei zijn goed voor ruim 40% van de jaaromzet.

“Niet de zomer, maar het voorjaar bepaalt het tuinjaar.”

Mei blijft piekmaand — maar april rukt op

In absolute omzet blijft mei de belangrijkste maand:

• Mei 2024: circa € 94,5 mln

• Mei 2025: circa € 94,3 mln

Maar kijk je naar het aandeel van tuin in de totale omzet, dan verschuift het zwaartepunt. In 2025 ligt de piek namelijk al in april (21,08%), net boven mei (20,79%). In 2024 lag de piek nog duidelijk in mei (21,41%).

“Meer dan helft tuinomzet valt vóór de zomer”

Dat wijst op een subtiele, maar relevante verschuiving: het seizoen komt eerder en feller op gang — of beter gezegd: het piekt anders.

Temperatuur als trigger, niet als verklaring

De koppeling met temperatuur bevestigt wat retailers in de praktijk al langer voelen. De correlatie tussen temperatuur en tuinomzet ligt rond de 0,5: duidelijk positief, maar niet volledig verklarend.

De relatie lijkt vooral te werken via een drempel:

Onder ±10°C: nauwelijks tuinactiviteit

• Boven ±10–12°C: sterke versnelling

• Eerste zonnige weken: directe vraagimpuls

Met andere woorden: niet elke graad telt, maar het moment waarop het ‘voorjaar voelt’.

Neerslag: de stille rem op tuinomzet

Waar temperatuur de vraag aanzet, bepaalt neerslag in belangrijke mate wanneer die vraag wordt verzilverd.

“Droog voorjaar maakt verschil van miljoenen”

Volgens KNMI was 2024 een van de natste jaren ooit, met een bijzonder natte winter en lente. 2025 kende juist een droog en zonnig voorjaar.

Dat verschil zie je terug in de omzet:

• 2024 (warm maar nat) vroege start van het seizoen

• Maar een relatief uitgesmeerde omzetcurve 2025 (warm en droog) zwakkere februari

• Daarna een explosieve groei in maart en vooral april

• In april 2025 ligt de tuinomzet zelfs ruim 21% hoger dan in april 2024.

“Regen verschuift omzet, zon concentreert omzet.”

Pasen: de commerciële versneller

Naast weer speelt ook de kalender een rol. Pasen fungeert als een vast startmoment voor het buitenseizoen:

• 2024: Pasen op 31 maart – 1 april

2025: Pasen op 20–21 april

Een vroege Pasen, zoals in 2024, versterkt een vroege start van het seizoen. Een latere Pasen, zoals in 2025, valt samen met al oplopende temperaturen en werkt daardoor als een extra versneller richting de piek.

Dat is zichtbaar in de cijfers van NIQ (Powered by GfK Intelligence):

• 2024: relatief sterke maart

• 2025: duidelijke piekversnelling in april

Drie variabelen die het tuinseizoen sturen

De analyse van 2024 en 2025 laat zien dat de tuinomzet niet door één factor wordt bepaald, maar door een samenspel van drie:

• Temperatuur → start het seizoen

• Neerslag → bepaalt de spreiding of concentratie van omzet

• Pasen → versnelt het moment van piek

Samen verklaren ze waarom twee relatief warme jaren toch een ander omzetpatroon laten zien.

“Regen spreidt, zon concentreert”

Tuin als seizoensmotor voor de hele winkel

De impact van tuin reikt verder dan de categorie zelf. De totale bouwmarktomzet piekt in beide jaren in mei — precies wanneer tuin zijn hoogste volumes draait.

Daarmee trekt tuin zichtbaar de hele markt omhoog, met directe gevolgen voor:

• Voorraadplanning: piek in enkele weken

• Pricing: hoge volumes, vaak scherpe prijzen

• Marge: druk in piekperiode Risico: sterke afhankelijkheid van weersverloop

Conclusie: tuin volgt het voorjaarsgevoel

De NIQ (Powered by GfK Intelligence)-cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Tuin is geen gelijkmatig lopende categorie, maar een kort, krachtig seizoenproduct dat sterk reageert op externe factoren.

De belangrijkste les: de tuinomzet volgt niet de kalender, maar het voorjaarsgevoel — gestuurd door temperatuur, beïnvloed door regen en versneld door Pasen.

MET POLY MAX®

Poly Max® is dé multifunctionele oplossing bij ontelbare klussen. Een echte alleskunner die zorgt voor een maximaal eindresultaat bij het lijmen, monteren en/of afdichten. Of het nou om een eenvoudig klusje of een groot (bouw) project gaat, Poly Max® biedt de maximale oplossing!

SANITAIR SILICONE STOP

CHAPEAU

intro

Brood

Kan de bouwmarkt meer omzet halen uit de categorie lijmen en kitten?

Geen huishouden zonder lijm en kit. De bouwmarkt is wat dat assortiment betreft

bij consumenten de primaire aankooplocatie, maar eenmaal op de winkelvloer

wordt ook ontdekt dat deze categorie behoorlijk lastig valt te doorgronden. Kan een rationalisatie (‘geen 40 potten pindakaas’) het shoppergemak vergroten en de omzet stimuleren?

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Evelyn van Leur, oprichter van The Category & Trade Company. Ze heeft ruim twintig jaar ervaring met commerciële uitdagingen (marketing en sales), ook in DHZ.

Evelyn, lijmen en kitten zijn voor veel klanten complex en technisch. Hoe zorg je dat het assortiment overzichtelijk en begrijpelijk blijft in de winkel?

“Het begint altijd bij de klant. Je moet eerst begrijpen wie er voor het schap staat. Wij werken vanuit de zogenaamde consumer decision tree: hoe maakt een klant zijn keuze? Dat begint altijd bij de toepassing. Wat wil iemand doen? Pas daarna kom je bij de vraag of het om lijm, kit, vulmiddel of bijvoorbeeld purschuim gaat. Door die logica te volgen, kun je een schap veel beter structureren. Het helpt enorm als je de categorie opdeelt in duidelijke segmenten en vervolgens verder verfijnt op eigenschappen zoals elasticiteit, ondergrond of overschilderbaarheid.”

Hoe bepaal je welke soorten lijmen en kitten echt onmisbaar zijn en welke juist overbodige overlap vormen?

“Retailers hebben een belangrijke rol: ze moeten durven kiezen in hun assortiment. Te veel vergelijkbare producten leidt tot keuzestress bij klanten. Zoals 40 potten pindakaas in de supermarkt. Het principe “less is more” geldt dus absoluut. Selecteer bewust en werk bijvoorbeeld met een duidelijke indeling zoals good, better, best. Tegelijkertijd moet er wel genoeg variatie blijven, zodat zowel klanten die een eenvoudige alles­in­1­oplossingzoeken als klanten met specifieke wensen goed bediend worden, zonder dat het aanbod onoverzichtelijk wordt. Beide groepen moet je bedienen, maar zonder het assortiment te laten ontsporen.”

Welke rol speelt advies, zowel van winkelpersoneel als via verpakkingen of online content?

“Advies is cruciaal, maar je moet realistisch zijn in hoe mensen informatie opnemen. Klanten lezen nauwelijks uitgebreide teksten in de winkel. Dus je moet het simpel houden. Een overzichtelijk assortiment helpt daarbij al enorm. Daarnaast zie ik veel kansen in visuele en digitale ondersteuning. Denk aan korte how­tovideo’s die laten zien hoe je een product gebruikt. Die kun je online aanbieden, maar ook in de winkel terug laten komen via QR­codes of schermen.

Wat ook belangrijk is: denk vanuit de klus. Lijmen en kitten zijn zelden een doel op zich, maar onderdeel van een grotere klus, zoals behangen of een vloer leggen. Door producten bij die klus te plaatsen – bijvoorbeeld behanglijm bij het behang – maak je het de klant veel makkelijker. Dat voorkomt ook fouten, zoals klanten die behang kopen, maar de lijm vergeten.”

Wat zijn de grootste fouten die klanten maken bij het kiezen van lijm of kit, en hoe probeer je die te voorkomen?

“Een klassiek voorbeeld is dat mensen niet alle benodigde producten meenemen. Zoals iemand die behang koopt, maar de lijm vergeet. Dat is vervelend voor de klant en ook voor de retailer. De klant moet de moeite nemen om terug te komen, maar misschien maakt die ook wel de keuze voor een andere aankoopplek. Een andere fout is dat klanten het verkeerde product kiezen omdat ze het verschil niet begrijpen. Daarom moet je het zo eenvoudig mogelijk maken: duidelijke segmentatie, minder overlap en logische plaatsing in de winkel. Daarnaast zie je dat verpakkingsgroottes niet altijd aansluiten bij de behoefte. Veel doe­het­zelvers hebben kleine klussen en houden product over dat uiteindelijk weggaat. Dat leidt tot frustratie. Kleinere verpakkingen kunnen dan helpen, ook al zijn ze relatief duurder.”

Mathijs de Bruijn

KLUSWIJS GRAVE

“Voor veel consumenten is de wereld van lijmen en kitten in de bouwmarkt behoorlijk complex. Er zijn ontzettend veel merken, toepassingen en varianten. Dan zie je al snel dat klanten door de bomen het bos niet meer zien. Onze rol is dan ook vooral om mee te lopen en gericht advies te geven.

Vrijwel iedere particuliere klant vraagt om bevestiging. Dat is ook logisch, want termen als ‘hightech’ of ‘polymeer’ zeggen veel mensen weinig. De schapindeling helpt wel, met duidelijke categorieën en kleurcodes, maar daarmee ben je er nog niet. We krijgen nog steeds

Dorien van Pol

MARKETING MANAGER, SOUDAL

“Historisch gezien groeit de categorie Lijmen en Kitten al structureel harder ten opzichte van de marktdata. Dat neemt echter niet weg dat het potentieel nog een stuk groter is. De uitdaging zit in het vertalen van technische complexiteit naar concrete relevantie voor de consument.

Lijmen en kitten zijn voor de koper geen ‘productcategorie’, maar eerder noodzakelijke hulpmiddelen om de klus gedaan te krijgen. Dat perspectief vraagt om andere keuzes in presentatie, communicatie en ontwikkeling.

Bundel lijmen en kitten daarom niet uitsluitend in één gangpad, want dan blijven ze abstract. Second placements, in de vorm van eenvoudige rekjes of kleine displays, maken onze producten onderdeel van de klus en verhogen aantoonbaar de kans op een complete aankoop. Evelyn maakt daarover een zeer terechte opmerking over de rol van de retailer: die moet durven kiezen om te voorkomen dat de klant afhaakt, twijfelt of het verkeerde product koopt. Want dat kost herhaalbezoeken én vertrouwen. Wat wij zien, is dat vertrouwen een echte omzetdriver is. Consumenten willen namelijk geen expert worden in chemie of toepassingen; ze willen enkel zeker weten dat ze het juiste product pakken. Dat begint bij herkenning aan het schap. Onze duidelijke

vragen zoals: wat is het verschil tussen siliconenkit voor bouw en sanitair, en kan ik ze door elkaar gebruiken? Dan moet je echt uitleg geven. Alles­in­1­productenlijken een makkelijke oplossing, maar zijn dat niet altijd. Ze zijn veelzijdig, maar lastiger te verwerken en niet voor elke toepassing ideaal. Daarom geven wij liever eerlijk advies over de do’sand­don’ts. Dan kan de klant zelf een bewuste keuze maken, en voorkom je teleurstelling achteraf. Ook zaken als verpakking en verspilling spelen mee: kleinere tubes worden vaker gekozen om restafval te beperken, ondanks de hogere prijs.”

etiketten met afbeeldingen en pictogrammen maken in één oogopslag zichtbaar: waar is dit voor, en past dit bij mijn klus? Wij optimaliseren continu vanuit die klantgedachte. Om die reden krijgen ook de etiketten van onze purschuimen binnenkort een geoptimaliseerd nieuw design.

Diezelfde klantgedachte ligt ook aan de basis van onze inzet op content. We investeren al jaren in praktische video’s die laten zien hoe een product wordt toegepast. Daarin geven we vooral ook veel praktische tips om drempels weg te nemen, met als aantoonbaar resultaat dat dit conversie verhogend werkt. Die content werkt online, maar komt pas echt tot zijn recht als hij op de winkelvloer wordt ondersteund. Door bijvoorbeeld meer ruimte te geven aan QRcodes of POS materialen op de plek van aankoop, kan de klant beter zelfstandig zijn beslissing maken.

Tot slot speelt productontwikkeling een stille, maar cruciale rol.

Onze R&D kijkt verder dan verplichte wet­ en regelgeving, maar ontwikkelt proactief duurzamere oplossingen. Producten die herbruikbaar zijn, zoals onze Genius schuimen, beter te doseren; zoals onze Compact, of veiliger en gezonder in de toepassing; zoals ons Spuitbaar isolatieschuim of Bio­based kitten, sluiten aan bij reëel consumentengedrag.”

De vakman weet zijn weg wel te vinden, maar voor veel consumenten is de wereld van lijmen en kitten in de bouwmarkt behoorlijk complex.
“Klanten pakken vaak wel iets, maar komen bij de kassa toch nog even terug met de vraag of ze de juiste keuze hebben gemaakt.”

Martijn van der Sluijs,

MARKETING MANAGER BENELUX, BOLTON ADHESIVES

“De roep om vereenvoudiging in complexe categorieën, zoals lijmen en kitten, is begrijpelijk, zeker voor de doe­het­zelver die snel en zeker de juiste keuze wil maken. Tegelijkertijd geloven wij dat de oplossing niet primair ligt in het reduceren van keuze. De breedte van het assortiment weerspiegelt namelijk de realiteit van de behoefte van de consument: een grote variëteit aan klussen, materialen en toepassingen die om specifieke oplossingen vragen. Het risico van vergaande rationalisatie is dat relevantie en kwaliteit onder druk komen te staan, juist op momenten dat de consument behoefte heeft aan zekerheid. De uitdaging zit wat ons betreft dan ook niet in minder, maar in beter. Duidelijke segmentatie op basis van toepassing en sterke visuele communicatie helpen consumenten om snel hun weg te vinden. Aanvullend spelen toegankelijke (online) uitleg, digitale en offline ondersteuning en winkelpersoneel met de juiste kennis een

Carola de la Parra

cruciale rol in het begeleiden van de keuze.

In een categorie waarin kennis bij de consument vaak beperkt is, speelt ook het merk een belangrijke rol. Een sterk merk fungeert als houvast en kwaliteitsgarantie, en helpt twijfels weg te nemen op het moment van kiezen. Dat vertrouwen is essentieel om tot een aankoop te komen én om tevredenheid achteraf te borgen. Daarnaast is het cruciaal om de categorie niet los te zien van de klus. Lijmen en kitten zijn zelden een doel op zich, maar onderdeel van een bredere toepassing. Door producten logisch te positioneren bij de relevante klus, help je de consument om in één keer een complete oplossing te vinden.

De kern is dan ook: niet minder keuze, maar betere begeleiding, sterke merken en slimme positionering maken het verschil tussen verwarring en vertrouwen en uiteindelijk tussen afhaken en aankoop.

PRODUCT MANAGER PAINT ACCESSORIES MAXEDA DIY GROUP “Het lijmen­ en kittenassortiment is inderdaad technisch en complex, mede door de grote diversiteit aan oplossingen die we bieden. Bij het samenstellen van het assortiment blijft het steeds zoeken naar de juiste balans. Niet alleen in de keuze van producten, maar ook in het aantal artikelen dat we presenteren. Een evenwichtige schapsegmentatie, waarin elk type klant zijn behoefte kan vinden, brengt daarbij de nodige uitdagingen met zich mee. We willen er zijn voor zowel de professionele klusser als de doe­het­zelver. De ervaren klusser weet vaak direct welk type lijm of kit nodig is en kan gericht zijn keuze maken. De minder ervaren klusser vindt het juist prettig om hierbij geholpen te worden door collega’s in de winkel die kunnen meedenken vanuit de klus. Een klus is gepland of ontstaat vanuit een directe noodzaak om iets op te lossen. Omdat lijmen en kitten in veel gevallen direct nodig

zijn, is het van groot belang dat de navigatie zowel online als in de winkel helder en duidelijk is. Zo leiden we de klant snel naar de juiste oplossing.

Ook de locatie in de winkel speelt een belangrijke rol. Naast een overzichtelijk en logisch ingericht schap kijken we bewust naar extra plaatsingen bij andere productgroepen. Denk aan een lijm of kit bij behang, sanitair of vloeren. Dit maakt het voor de klant gemakkelijker om niets te vergeten tijdens de klus.

Dit alles is een continu proces. De ontwikkelingen binnen lijmen en kitten staan niet stil, bijvoorbeeld op het gebied van gebruiksgemak, verpakking en duurzaamheid. Met onze eigen doelen rondom klantgemak en duurzame alternatieven blijft het een uitdaging om het schap steeds verder te verbeteren, zodat klanten producten snel en eenvoudig blijven vinden.”

Rick van de Leur

HUBO HOLTEN

“De categorie lijmen en kitten is voor veel consumenten echt ingewikkelder dan je op het eerste gezicht zou denken. Of het schap nu één meter is of tien meter, er hangt gewoon ontzettend veel: verschillende merken, toepassingen en soorten. Klanten pakken vaak wel iets, maar komen bij de kassa toch nog even terug met de vraag of ze de juiste keuze hebben gemaakt. Of ze vragen alsnog om advies, en dan loop je vaak weer even mee terug naar het vak. Een duidelijke schapindeling helpt zeker. Met kleurcodering en categorieën kun je sneller zien of je iets nodig hebt voor bijvoorbeeld de badkamer of voor hout. Dat maakt het overzichtelijker, maar het neemt de twijfel niet helemaal weg. Die behoefte aan bevestiging blijft gewoon bestaan.

Wat je ook merkt, is dat prijs steeds belangrijker wordt. Een koker kit zit al snel rond de vijftien euro en dat voelen mensen. Tegelijkertijd zie je dat mensen nadenken over verpakkingsgrootte. Niemand zit te wachten op een halve koker die drie jaar in de schuur ligt en uitdroogt. Dan kiezen ze liever een kleinere verpakking, ook al is die relatief duurder, gewoon omdat het praktischer is. alles­in­eenoplossingen zijn er wel en die verkopen ook, maar ik blijf erbij dat je voor veel klussen beter het juiste product kunt pakken. Een acrylaatkit voor overschilderbare naden, een andere kit voor afdichten ­ die verschillen blijven belangrijk.”

Inspelen op een groeiende behoefte in de dhz-branche

Bison: kennis als basis voor beter advies op de winkelvloer

Hoewel consumenten zich steeds vaker online oriënteren, wordt de uiteindelijke aankoopbeslissing in de doe-het-zelfbranche nog altijd vaak in de winkel genomen.

Juist op dat moment speelt de kwaliteit van advies een belangrijke rol. Vakkennis op de winkelvloer is daarom essentieel – een behoefte die breed wordt herkend binnen de sector.

Binnen de branche is er al langer aandacht voor de ontwikkeling van winkelteams. Tegelijkertijd zorgen factoren zoals personeelsverloop en een krappe arbeidsmarkt ervoor dat kennis niet altijd vanzelfsprekend op niveau blijft. Vanuit zowel centrale organisaties als winkels zelf komt dan ook steeds vaker de vraag hoe medewerkers ondersteund kunnen worden in hun adviesrol. Volgens Nadine Van Even, Field Sales Manager Nederland en België bij Bison, is die behoefte duidelijk zichtbaar: “We zien dat actief gezocht wordt naar manieren om kennis op de winkelvloer te versterken. Met name rondom productgroepen die in veel verschillende klussen terugkomen.”

Bison als kennispartner

Om hierop aan te sluiten, zet Bison in op het delen van kennis over lijmen en kitten. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van vakkennis, zodat medewerkers klanten beter kunnen adviseren bij uiteenlopende toepassingen. “Het gaat er niet alleen om dát iemand een product kent, maar vooral wanneer je welke oplossing adviseert,” licht Van Even toe. “Dat vraagt om inzicht in toepassingen en materiaalgebruik, niet alleen om productkennis.”

Bison ondersteunt en ontzorgt. Daarbij vormt een verzorgde winkelpresentatie de basis, aangevuld met gerichte begeleiding, opleidingen en trainingen.

Hiervoor biedt het merk kennisbronnen, zoals het Bison

Informatie Centrum (BIC) en een recent gelanceerde slimme chatbot. Deze vormen een belangrijke basis. Aanvullend speelt de buitendienst een grote rol in het vertalen van die waardevolle kennis naar situaties die medewerkers in de winkel tegenkomen.

Praktische invulling op de werkvloer

Die ondersteuning kan bijvoorbeeld ook gegeven worden met korte, gerichte trainingen. Deze zijn

eenvoudig in te passen in de werkdag. “Denk aan sessies aan het schap of in kleine groepen, waarin wordt ingegaan op verschillen tussen producten, toepassingen en veelvoorkomende klantvragen”, verduidelijkt Van Even. “Omdat lijmen en kitten in veel doe-het-zelfklussen samenkomen, is een brede basiskennis belangrijk. Door medewerkers hierin mee te nemen, worden zij beter in staat om klanten te helpen bij het maken van de juiste keuze. Naast deze compacte sessies is er –waar nodig – ruimte voor meer uitgebreide trainingen, bijvoorbeeld voor grotere groepen medewerkers of rondom specifieke thema’s.”

Inspelen op vragen

vanuit de winkelvloer

De invulling van trainingen volgt de vragen die ontstaan in de praktijk, bijvoorbeeld rond specifieke klussen of seizoensmomenten. Initiatieven voor ondersteuning komen daarbij voort uit signalen en verzoeken vanuit de winkelvloer zelf. Daardoor sluit de inhoud aan op situaties waar medewerkers op dat moment mee te maken hebben. “Onze buitendienst ziet dagelijks waar vragen ontstaan,” legt Van Even uit. “Die signalen gebruiken we om trainingen zo praktisch en herkenbaar mogelijk te maken.”

“Onze buitendienst is een partner die zichtbaar bijdraagt aan het succes van de winkel.”

Groeiende vraag naar kennis op de winkelvloer

De aandacht voor kennisontwikkeling wordt in de praktijk positief ontvangen. Vanuit de markt groeit de vraag naar ondersteuning, wat benadrukt dat het onderwerp leeft. “Door trainingen compact en praktisch te houden, blijven ze goed inpasbaar binnen de dagelijkse werkzaamheden. Medewerkers geven aan dat ze zich na afloop zekerder voelen in hun adviesrol en beter in staat zijn om klanten te helpen bij uiteenlopende klussen.” Zo draagt Bison, als kennispartner binnen de branche, stap voor stap bij aan sterker advies op de winkelvloer – en daarmee aan een betere klantervaring.

Bison, Goes, +31 88 323 57 00, www.bison.nl, info@bison.nl Scan mij

Kan de bouwmarkt meer omzet halen uit de categorie handgereedschap?

Stel: je bent student en begint met klussen. Waar vul je dan je gereedschapskist mee? Precies, met handgereedschap – misschien niet met merkartikelen, maar met prijsvechters tegen een geringe uitgave. Hoe neem je de klusser mee in zijn kennismaking met betere kwaliteiten? Moet je niet alleen kijken naar beschikbaarheid en prijs, maar juist meer nadruk leggen op merkbouw en betere koopbeleving?

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Mario de Vries, Managing Partner Smollan Trade Marketing (NLD) en JDH Solutions (Ltd). Dit full-service fieldmarketingbureau in de Benelux biedt oplossingen voor elke fase van de customer journey. En is daarmee ook actief in de dhz-sector.

Mario, hoe bepaal je de optimale balans tussen A-merken, private label en prijsvechters?

“Die balans begint bij de formule van de retailer. Wat wil je uitstralen naar de klant? Dat bepaalt uiteindelijk hoe je assortiment eruitziet. Kijk bijvoorbeeld naar het verschil tussen Gamma en Karwei. Dat verschil moet je terugzien in je merkenmix.

A-merken zorgen voor vertrouwen en kwaliteit, private label voor prijs en marge. Maar je eigen merk moet wel goed zijn. Als de kwaliteit tegenvalt, straalt dat negatief af op je hele formule. Goedkopere alternatieven spelen vooral een rol bij beginnende klussers, die later vaak kunnen doorgroeien naar betere kwaliteit van producten.”

Heb je de indruk dat bouwmarkten voldoende data gebruiken om beslissingen te nemen?

“Niet in dezelfde mate als bijvoorbeeld de FMCG-sector. In de bouwmarkt is dat lastiger, omdat de markt minder duidelijk afgebakend is. Wie zijn je concurrenten precies? Alleen andere bouwmarkten, of ook discountformules als Action en bouwmaterialenwinkels?

Daarnaast wordt nog weinig studie losgelaten op koopgedrag. Hoe gedraagt de consument zich in de winkel als hij voor het schap staat? Hoe ziet zijn klantreis eruit, welke beslissingen neemt de consument op de winkelvloer? Daar is in de dhz-sector niet altijd beschikbare informatie over. Schappen worden vaak ingericht op basis van productkenmerken of merken, terwijl je eigenlijk moet kijken hoe klanten zoeken. Veel beginnende klussers hebben een gereedschapskist in huis die ze afvullen met gereedschap van een paar tientjes of restanten van pa. Maar er is ook een markt van oudere consumenten die meer hebben te besteden en andere criteria gebruiken bij aankoop.”

Bij bouwmarkten komen niet alleen beginners, maar ook professionals. Speel je daarop in?

“Dat hangt af van je positionering. De echte professional koopt meestal bij gespecialiseerde bouwmaterialenhandels. Maar je ziet wel dat klussers zich ontwikkelen. Iemand begint met goedkoper

gereedschap, zoals de beginnende klusser en stapt later over op A-merken. Die klantreis is belangrijk om te begrijpen. Hoe kun je een minder ervaren klusser meenemen in de ontdekking van kwalitatief beter gereedschap met meer gemak?”

Wat is de invloed van e-commerce op de category management-strategie voor handgereedschap?

“E-commerce zorgt voor veel meer transparantie. Consumenten vergelijken prijzen, lezen reviews en wachten op aanbiedingen. Dat kan ertoe leiden dat een categorie sterk promotiegedreven wordt. Door een juiste mix van stimuli en aandacht zijn er veel meer kansen. Maar dat is natuurlijk wel een risico. Als klanten alleen nog kopen in de aanbieding, komt je marge onder druk te staan en leer je hen een promotiekoper te worden op de categorie. Je moet dus goed nadenken over je prijsstrategie en assortimentsmix en over de waarde die je biedt buiten prijs alleen.”

Krijg je de indruk dat er voldoende wordt samengewerkt met leveranciers?

“Het is een haat-liefdeverhouding. Retailers hebben de kennis van fabrikanten nodig, en fabrikanten willen invloed op het schap met hun merk. In theorie werk je samen om de categorie te laten groeien voor de langere termijn (lees Category Management). In de praktijk spelen commerciële belangen altijd een rol. Zeker als de druk op resultaten toeneemt, kan de samenwerking onder spanning komen te staan. Toch zie je dat beide partijen elkaar uiteindelijk weer opzoeken.”

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen in het managen van deze categorie?

“De complexiteit van de klantreis is een grote uitdaging. Klanten kopen dit soort producten niet vaak en weten vaak niet precies wat ze nodig hebben. De contactfrequentie met levensmiddelen ligt een stuk hoger. Je komt één of twee keer per week in de supermarkt, in de bouwmarkt kom je veel minder. Dat maakt navigatie in de winkel lastig. Dat is niet goed of slecht, dat is de realiteit waarmee je hebt te dealen.

Uitdaging is natuurlijk ook de actualiteit met prijsdruk, voorraadvraagstukken en stijgende kosten. Mijn belangrijkste advies: houd vast aan je langetermijnstrategie, maar wees flexibel binnen duidelijke kaders. Ga niet reageren vanuit paniek, want dat zorgt voor onrust in de hele keten. Er liggen ook kansen, bijvoorbeeld in het beter begeleiden van de klant. Denk aan e-commerce, social media en inspiratie. De bouwmarkt kan daarin nog stappen zetten.”

Arjan Meulenveld

KLUSWIJS RUURLO

“Je ziet dat de wereld van handgereedschap in de bouwmarkt aan het veranderen is. Vroeger begonnen veel mensen met wat er in de gereedschapskist van hun ouders lag, en dat gebeurt nog steeds. Maar tegenwoordig komen vooral jongere klussers veel beter voorbereid binnen. Dankzij YouTube en TikTok hebben ze vaak al gezien wat ze nodig hebben en hoe ze een klus moeten aanpakken. Daardoor bevestig je in de winkel vaker hun keuze, in plaats van dat je helemaal vanaf nul begint. De stap naar betere kwaliteit zit ’m vooral in uitleg. Het begint altijd met de vraag: wat ga je doen en hoe intensief ga je het gebruiken? Op basis daarvan kun je adviseren waarom het verstandig is om iets meer te investeren. Klanten willen uiteindelijk gereedschap dat degelijk is en lang meegaat. Je ziet ook dat ze minder snel in de budgetbak grijpen en vaker kiezen voor kwaliteit waar ze jaren mee vooruit kunnen. Opvallend is dat ouders nog steeds een belangrijke rol spelen. Die komen vaak gereedschap halen voor hun kinderen, bijvoorbeeld een eerste gereedschapskist. Tegelijkertijd zie je dat de jongste generatie soms minder technisch is dan vroeger. Ze hebben minder praktijkervaring, maar halen veel kennis van onlinevideo’s. De kracht van de bouwmarkt zit wat mij betreft nog altijd in het persoonlijke advies. Een schap kan logisch zijn opgebouwd, maar dat is niet genoeg. Je moet als verkoper het verschil maken door mee te denken en te adviseren. Daarnaast zie je dat het assortiment breder wordt, met meer specialistische tools en gadgets. Dat houdt het interessant voor de klant en zorgt ervoor dat ze blijven ontdekken, ook als ze al wat ervaring hebben.”

Paul Rebergen

MANAGING DIRECTOR BENELUX, EINHELL/KWB:

“De handgereedschappen van KWB sluiten naadloos aan op de behoeften van de moderne consument. Met ruim 95 jaar ervaring staat het merk voor betrouwbare kwaliteit en een doordachte prijsopbouw, waardoor het geschikt is voor zowel de doe-het-zelver als de meer veeleisende gebruiker. Daarbij draait het voor consumenten niet altijd om de laagste prijs, maar om het juiste gereedschap voor de klus. KWB speelt hierop in met duidelijke kwaliteitsniveaus – van basis tot professioneel – zodat iedere gebruiker een bewuste keuze kan maken die past bij toepassing en gebruiksintensiteit.

Daarnaast onderscheidt KWB zich door een zeer breed en compleet assortiment, inclusief een volledige machine-accessoirelijn. Hierdoor kan de consument altijd het gereedschap kiezen dat optimaal aansluit bij de specifieke behoefte. Het gaat dus verder dan alleen de standaardproducten; juist de combinatie van handgereedschap en accessoires maakt het aanbod compleet. Dit zorgt voor een echte onestopshop binnen één merk, iets wat consumenten sterk waarderen in de praktijk. Ondanks de scherpe prijsstelling blijven compleetheid en kwaliteit leidend in de keuze. KWB

staat daarmee voor keuzevrijheid, betrouwbaarheid en een gebalanceerde prijs-kwaliteitverhouding, gebaseerd op bijna een eeuw aan ervaring, met als doel: voor elke klus het juiste gereedschap beschikbaar maken. Door stijgende personeelskosten staat de bezetting in veel winkels onder druk, waardoor consumenten vaker zelfstandig hun aankoopbeslissing nemen. Een duidelijke en overzichtelijke presentatie in de winkel wordt daarom steeds belangrijker. Denk aan een heldere schapindeling, goede productinformatie en een logische opbouw in kwaliteit en toepassing, zodat klanten snel het juiste product kunnen kiezen zonder directe hulp van personeel. Ook Einhell speelt in op veranderende behoeften, met name de vraag naar flexibiliteit en individualisering. Met het E-Case Mix & Match-systeem introduceert het merk een modulair concept waarbij gebruikers hun gereedschap zelf kunnen samenstellen. In plaats van vaste sets werken gebruikers met zogenoemde pads, elk gericht op een specifieke taak, die onderling te combineren en eenvoudig uit te breiden zijn. In één koffer passen twee pads, wat zorgt voor een compacte en flexibele oplossing.”

Oudere en ervaren klussers hebben meer kennis van kwaliteitsgereedschap: “En dat is ook het moment waarop je als winkel het verschil kunt maken met advies.”

“Als je kijkt naar handgereedschap in de bouwmarkt, zie je dat jongeren er toch anders mee omgaan dan vroeger. Veel beginnen inderdaad nog wel met gereedschap van hun ouders, maar je merkt ook dat er minder zelf wordt geklust. Er wordt tegenwoordig gewoon veel uitbesteed. Dat maakt ook dat die eerste stap naar eigen gereedschap minder vanzelfsprekend is dan vroeger. Dat betekent niet dat de interesse helemaal weg is, maar het komt vaak later. Jongeren onder de 25 kiezen sneller voor goedkoop of pakken gewoon wat voorhanden is. Dan is het: ik pak de grootste hamer en ik zie wel. Pas als ze ouder worden, zo rond hun dertigste, ontstaat er meer besef van kwaliteit. Dan gaan ze nadenken over wat ze kopen en hoe lang het mee moet gaan. Dat is ook het moment waarop je als winkel echt het verschil kunt maken met advies.

Social media spelen daar wel een rol in, maar dat is lastig. Mensen zien merken langskomen, en dat blijft hangen. Maar het betekent

niet automatisch dat ze ook begrijpen waarom iets beter is. Daar ligt nog steeds een taak voor ons in de winkel. Als je een goed verhaal vertelt en laat zien dat je er verstand van hebt, dan nemen klanten dat ook aan.

Wat je verder ziet, is dat het schap en de presentatie ook sturen. Met impulsaankopen bij de kassa en duidelijke opstellingen kun je klanten helpen in hun keuze. Tegelijkertijd blijft handgereedschap een vrij stabiele categorie. Een hamer is uiteindelijk gewoon een hamer en een schroevendraaier blijft een schroevendraaier. Innovaties zijn beperkt en gaan vooral over grip en gebruiksgemak. Maar juist daarom blijft het een belangrijke basiscategorie. Je moet het gewoon op voorraad hebben. Als klant wil je niet misgrijpen. Ondanks de opkomst van maatwerk en grotere orders, blijft dit de kern van de bouwmarkt. Het zorgt voor continuïteit en vertrouwen, en uiteindelijk ook voor terugkerende klanten.”

Tiemen

BOUWMARKT SCHOONOORD:

“Beginnende klussers starten vaak met een willekeurige verzameling gereedschap, maar leren al snel door ervaring wat kwaliteit betekent. In eerste instantie kiezen ze bijvoorbeeld een hamer uit de goedkoopste bak, maar zodra ze die een paar keer gebruiken, merken ze de beperkingen. Dan ontstaat het besef dat goedkoop vaak duurkoop is. Goed gereedschap is het halve werk: dat is dus geen loze uitspraak. Wanneer je serieuzer gaat klussen of zelfs een huis verbouwt, wordt goed gereedschap essentieel om frustratie en schade te voorkomen. Het verschil zit niet alleen in functionaliteit, maar ook in het gevoel en het vertrouwen dat je hebt tijdens het werken.

Handgereedschap blijft een belangrijke basiscategorie: “Je moet het gewoon op voorraad hebben.”

Daarom is goed advies cruciaal. Wanneer iemand een winkel binnenkomt en om een hamer vraagt, is de eerste vraag: wat ga je ermee doen? Voor een klein klusje volstaat een eenvoudig model, maar voor intensief gebruik is investeren in kwaliteit verstandig. Klanten die openstaan voor advies begrijpen dat meestal en kiezen bewuster. Hoewel sociale media en onlinevideo’s een rol kunnen spelen, blijft persoonlijke ervaring doorslaggevend. Uiteindelijk ontwikkelt iedere klusser zijn eigen voorkeur, maar die groei begint vrijwel altijd bij het zelf ontdekken van de verschillen tussen goedkoop en degelijk gereedschap.”

Theo Coppens staat op het punt om weg te fietsen.

Hij heeft zijn voet al op het pedaal. Toch maakt hij

graag even tijd om over Prinsen Tools & Techniek te vertellen, overduidelijk zijn favoriete bouwmarkt.

“Beetje prullen”, zegt hij met gevoel voor understatement als we hem vragen of hij een klusser is. “Ik kom hier denk ik wel twee keer in de week.

Er is altijd wel wat te doen rondom huis.” Vandaag verlaat hij Prinsen echter onverrichter zake. Het beschermglaasje van een lampje van een badkamermeubel is kapot en hier hebben ze die lampjes niet meer in het assortiment. Theo begrijpt dat wel; het badkamermeubel is tenslotte vijftien jaar oud. Als geboren en getogen Veldhovenaar kent hij de historie van de zaak. “Toontje Prinsen was vroeger eigenaar. Later nam zijn zoon Frans het over en nu is Ton, de zoon van Frans en vernoemd naar zijn opa, de eigenaar.” Theo kent de medewerkers bij naam. Als hij hier langsgaat, vertelt hij over zijn klusavonturen, over de uitvindingen die hij doet. “Pas was het deksel van de skimmer van het zwembad kapot. Dat heb ik toen met piepschuim en secondelijm gemaakt. Piepschuim lost op in secondelijm en na droging is het keihard.

Werkt hartstikke goed. Dat vertel ik hier en misschien hebben zij dan een alternatief.” Voordat Theo weer op zijn fiets stapt, wil hij de klantvriendelijkheid, het persoonlijke karakter en de kennis van Prinsen nog eens benadrukken. Een betere ambassadeur dan Theo kan Prinsen zich niet wensen.

Klusser Theo Coppens

Locatie Prinsen Tools & Techniek Veldhoven

Tijdstip Woensdag tegen het middaguur

Auteur Edwin Timmers Fotograaf Marjolein Ansink
‘Ik kom hier wel twee keer in de week’

Garbage in, garbage out:

Hoe Intergamma AI inzet om de datakwaliteit te verbeteren

Patrick Grasza, Head of Data Management bij Intergamma, heeft een boodschap die haaks staat op de heersende AI-hype: stop met focussen op de glanzende buitenkant van kunstmatige intelligentie en kijk eerst naar de motorkamer van je organisatie. Want wie AI inzet op een gebrekkig datafundament, versnelt enkel de wildgroei aan fouten.

Niet meedoen om erbij te horen

De vergelijking die Grasza trekt, is treffend. Op het schoolplein van dertig jaar geleden draaide alles om voetbalplaatjes, flippo’s en jojo’s. Meedoen was een kwestie van erbij horen. Anno nu is de drijfveer veranderd: bedrijven omarmen AI niet om erbij te horen, maar uit angst achter te blijven. “De markt beweegt heel erg snel en achterblijven is geen optie”, zegt Grasza. “Dat zorgt voor veel druk bij organisaties.”

Maar die urgentie leidt ook tot een valkuil: innoveren zonder duidelijk doel. En dat, stelt Grasza onomwonden, is een kostbare hobby. Intergamma koos bewust voor een andere aanpak. In plaats van te beginnen bij de vraag wat er allemaal mogelijk is met AI, begon de retailer bij de vraag waar knelpunten zitten die verdere verbetering in de weg zitten. Het antwoord bleek te liggen in de data.

De motor achter 900.000 klantcontacten

Intergamma bedient in Nederland en België wekelijks zo’n 900.000 klanten in zijn Gamma- en Karwei-bouwmarkten plus webshops. Dat volume stelt hoge eisen aan de betrouwbaarheid

van productinformatie. Klopt een afmeting niet, dan staat er een bank van 3,5 meter in het systeem terwijl de klant er eentje van 3,10 meter in zijn woonkamer heeft. Resultaat: retourzending, dubbele transportkosten, een slechte review. “En hoe meer je ervan verkoopt, hoe meer klanten je teleurstelt”, zegt Grasza. Alle commerciële activiteiten van Intergamma, van de online webshop tot de schapindeling in de winkel, van marketinguitingen tot voorraadbeheer, staan of vallen met artikeldata. Dat dataproces kent vier stappen: verzamelen, toetsen, verrijken en gebruiken. Grasza heeft ze samengevat in twee blokken: data-input en data-output. De markt is geobsedeerd door output, door dynamische prijzen, AI-gedreven besteladvies of hypergepersonaliseerde productaanbevelingen. Intergamma legt in het AI-traject extra nadruk op input. “Als de basis niet goed is, is AI een versneller van fouten.”

Een divers assortiment, een complexe datachallenge

De uitdaging bij het verzamelen van data is voor Intergamma groter dan bij veel andere retailers. Het assortiment loopt uiteen van een eenvoudig boutje tot een hypermoderne cirkelzaag met geïntegreerde laser. Dat vereist uiteenlopende datamodellen en een voortdurend bewegend dataveld, mede door veranderende wetgeving en consumentengedrag. Boven op die complexiteit staat het leverancierslandschap: van grote spelers als Bosch en Husqvarna tot kleine bedrijven die minder ver zijn in datagedreven opereren of bij wie het aan kennis of capaciteit ontbreekt.

Hoe datagedreven een leverancier is, verschilt enorm. En juist de kleinere partijen hebben het vaker moeilijk om correcte en volledige data aan te leveren. Intergamma deed lang aan massacommunicatie: beklim de zeepkist, pak de megafoon, roep naar alle leveranciers wat je nodig hebt. Het werkte niet. Automatisch

gegenereerde vulgraadrapportages via e-mail belanden regelmatig onderaan de stapel. Persoonlijk contact, bellen of mailen per leverancier, leverde aantoonbaar betere resultaten op, maar bleek volstrekt onschaalbaar. “De conclusie was simpel, het moest echt anders.”

PAI: een persoonlijke assistent op schaal

De oplossing vond Intergamma in een persoonlijke AI-gestuurde chat-assistent, kortweg PAI genoemd. Het systeem werkt datagedreven: eerst wordt geanalyseerd welke data ontbreken, bij welke leverancier. Vervolgens wordt die leverancier uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de Persoonlijke AI-assistent, via een eigen chatomgeving. De assistent stelt zich voor, verifieert of de juiste persoon aan het woord is, legt uit waarom bepaalde informatie nodig is en valideert de aangeleverde data direct.

Als een leverancier bijvoorbeeld een postcode invult die niet aan de vereisten voldoet, krijgt hij meteen uitleg over wat er ontbreekt en waarom. Dat maakt PAI niet zomaar een invulformulier, maar een echte gesprekspartner. De eerste pilot richtte zich op het verzamelen van contactgegevens voor de General Product Safety Regulation (GPSR), Europese wetgeving die retailers verplicht contactinformatie van fabrikanten te tonen. De resultaten liegen er niet om: de vulgraad via de AI-assistent lag significant hoger (vulgraad 97%) dan via massacommunicatie (32%) of de persoonlijke benadering (86%). Maar misschien nog belangrijker: de data die binnenkomen zijn van een hogere kwaliteit en direct bruikbaar. Geen handmatige formattering van telefoonnummers, geen inconsistente schrijfwijzen. De data lopen rechtstreeks de systemen van Intergamma in.

Fouten die je niet ziet, kosten het meest

Wie denkt dat datakwaliteit begint bij het invullen van attributen, heeft het mis. Bij Intergamma begint het bij productclassificatie. Is dit een schroevendraaier of een boormachine? Het klinkt triviaal, maar de gevolgen zijn groot. Een verkeerde classificatie bepaalt welke attributen worden opgeslagen, welke filters op de webshop worden getoond, welke zoekresultaten een klant te zien krijgt. “Een schroevendraaier heeft geen accu en geen acculader nodig”, legt Grasza uit. “Als wij hem classificeren als een boormachine, levert dat verderop in het proces echt een probleem op.” Lang controleerde Intergamma de data handmatig. Met pieken tot wel 3.500 binnenkomende datapunten per dag, uitsluitend vanuit leveranciers, is dat niet langer haalbaar. Zeker niet nu

producten steeds meer attributen krijgen en de data steeds complexer worden. In die handmatige check werd zo’n 3 procent van de data afgekeurd. Netjes, zou je denken. Toch verschenen er op de website deuren van 5 meter breed. Kleine fout, groot effect: onbegrijpelijk product, geen aankoop, minder conversie.

AI ziet meer fouten dan een menselijke check

Een eerste AI-pilot op datakwaliteit, uitgevoerd op zo’n 3.000 producten, laat opvallende resultaten zien. Het AI-model analyseert de EAN-code, marktdata, de producttitel, de productomschrijving en de classificatiedefinitie, en bepaalt vervolgens of een product correct is ingedeeld. Blijkt dat niet het geval, dan wordt een menselijke collega ingeschakeld: de ‘human in the loop’. Pas als de classificatie klopt, worden de attributen gevalideerd.

Uit de pilot bleek dat 5,6 procent van de producten verkeerd was geclassificeerd, bijna het dubbele van wat handmatige controle opleverde. Van de 35.000 gecontroleerde attribuutwaarden bleek bijna 11 procent onjuist te zijn. “Dit is één pilot, geen representatief beeld voor het gehele assortiment”, benadrukt Grasza. “Maar het laat wel zien dat je op een schaalbare manier kunt toetsen.” En dat is de kern: zelfs als de AI niet méér fouten zou ontdekken dan een menselijke check, is het doel al bereikt. Minder manuren, minder specialistische kennis nodig en, cruciaal, schaalbaar bij groeiende datavolumes.

Van databeschikbaarheid naar databetrouwbaarheid

De komende jaren verschuift de focus bij Intergamma van databeschikbaarheid naar databetrouwbaarheid. Beide pilots, de AI chat-client PAI voor het verzamelen van leveranciersdata en het AI-model voor kwaliteitscontrole, worden verder uitgerold. Het fundament moet steviger worden. Pas als dat op orde is, kan de stap gezet worden naar meer gepersonaliseerde klantbediening: inspelen op individuele behoeftes, online én in de winkel. Kijk niet alleen naar wat AI allemaal kán, maar focus op waar de organisatie de meeste waarde laat liggen. Schaalbaarheid en procesoptimalisatie zijn hierbij de sleutelwoorden. Daarbij is een ijzersterke basis essentieel, want zonder betrouwbaar datafundament is AI vooral een versneller van fouten. In plaats van problemen op te lossen, vergroot de schaalkracht van AI dan enkel de onjuistheden. ‘Innovatie zonder duidelijk doel is een kostbare hobby’, herhaalt Grasza zijn belangrijkste boodschap.

Van Hout naar Goud

Interchalet vierde eind april 2026 haar vijftigste verjaardag. En dat werd

weer een feest. Volle parkeerplaats en vele honderden klanten werden getrakteerd op demo’s, aanbiedingen en vertier. Want een feestje vieren, dat kunnen ze bij deze DHZ-gigant in Horst aan de Maas.

Het jubileum was voor MIX aanleiding om eens het archief in te duiken. Daar vonden we een artikel over Interchalet uit 1994. Weliswaar niet uit MIX zelf, maar toch heel leuk om te lezen. Dat Jan Clabbers zegt: “We zijn als het ware begonnen met een pak schrootjes.”

De 5 zekerheden voor zorgeloos voorraadbeheer

Bij Stock&Trade zijn we expert in het opkopen van overtollige voorraden. We hebben daarbij een bijzondere liefde voor merkproducten. Vooral in de bouwgroothandel en DHZ-retail kennen we ons vak.

Waarom met ons samenwerken?

We zijn discreet, recht door zee en werken helder en snel. Als vaste partner profiteert u automatisch van onze 5 zekerheden. Hierdoor voorkomt u magazijnruimte met incourante voorraden en zorgen wij dat uw voorraad altijd in topvorm is.

Stock & Trade koopt alle overtollige voorraden op 1

Experts die weten wat uw voorraad waard is 2

Ook profiteren als vaste partner?

Neem dan contact op!

Heldere orderafhandeling en korte routering 4

Wij verkopen uw producten buiten het reguliere kanaal 3 Snelle betaling 5

We take care of your inactive stock

De rubriek Ondernemersloket stelt kwesties aan de orde die voor ondernemers van belang zijn. Adviseurs en juristen van INretail geven antwoord en advies. Op vragen en problemen van ondernemers over personeelszaken, juridische kwesties en bedrijfsaangelegenheden. Ook biedt INretail een aantal gespecialiseerde vormen van dienstverlening aan ondernemers, de zogeheten tweede lijn.

Het niet-verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tijdens ziekte

We zien steeds vaker dat een zieke werknemer van wie de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd een beroep doet op verboden onderscheid en aanspraak maakt op voortzetting van het dienstverband of op een geldelijke vergoeding. Heeft deze werknemer recht van spreken?

Contractsvrijheid

Een werkgever is niet verplicht om de arbeidsovereenkomst te verlengen. Ook hoeft de werkgever niet aan te geven waarom deze dat niet doet. We noemen dat ‘contractsvrijheid’. De vrijheid is echter niet onbeperkt.

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)

De beslissing van een werkgever om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen mag namelijk niet in strijd zijn met de wet. Daarvan is sprake als wegens handicap of chronische ziekte van de werknemer de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Dat is dus een zwaardere maatstaf dan ‘alleen’ ziekte!

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) verbiedt namelijk (in)direct onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Het niet aannemen, het ontslaan of het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomst kan dus maken dat er een verboden onderscheid wordt gemaakt. Kan van een werknemer met een handicap of met een chronische ziekte geen afscheid worden genomen of moet het dienstverband worden verlengd? Daarop is het antwoord: nee. Als de handicap of de chronische ziekte de werknemer belet om de essentiële functievereisten naar behoren te verrichten, dan is dat wel mogelijk.

Handicap of chronische ziekte?

‘Lastig’ is dat de wet niet duidelijk bepaalt wat een handicap of een chronische ziekte is. Vaak is dat voor eenieder wel duidelijk. Desondanks zijn er wel de nodige procedures gevoerd om in een specifiek geval te bezien of hiervan sprake is. Uit deze procedure is op te maken dat het aan de werknemer is om aan te tonen dat er sprake is van een handicap of chronische ziekte.

Relevant kan verder zijn of de werkgever dat wist of dat de werkgever dat duidelijk had kunnen zijn. In de praktijk komt het vaak voor dat een werkgever dat namelijk niet weet. Het is ook niet aan de werkgever om een oordeel te geven over de arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Dat is juist de taak van een bedrijfsarts. Uit de adviezen van de bedrijfsarts kan een werkgever niet opmaken of er sprake is van een handicap of een chronische ziekte. Daarmee ook niet of na herstel er geen sprake (meer) kan zijn van een handicap of een chronische ziekte.

Het is voor een werkgever dus moeilijk om vast te stellen dat er inderdaad sprake is van een handicap of een chronische ziekte! Het niet-verlengen of opzeggen van een arbeidsovereenkomst is daarom dus niet zonder risico (zie verder).

Dat is ook het geval als de werkgever veronderstelt dat er sprake is van een handicap of een chronische ziekte. In de rechtspraak zien wij een duidelijke lijn, inhoudende dat de bekendheid of de veronderstelling van de werkgever op het moment van aanzeggen een doorslaggevende rol speelt.

Wees als werkgever bedacht op de wettelijke bepalingen en de mogelijke gevolgen van beslissingen. Laat je niet verrassen en voorkom discussies door bijvoorbeeld bij het niet-verlengen van een arbeidsovereenkomst van een zieke werknemer goed schriftelijk te motiveren dat de reden niet is gelegen in de handicap of chronische ziekte.

Vragen over dit onderwerp?

Leden van INretail kunnen kosteloos contact opnemen met de adviseurs van INretail via 088.973.06.00.

Arnhemse Bovenweg 100 3708 AG Zeist 088.973.06.40 info@inretail.nl www.inretail.nl

De bouwmarkt als zeer ruime buurtsuper?

Je kent het wel. Je stuurt een kind om een boodschap. Drie dingen moet het bij de supermarkt halen. Drie dingen, bijvoorbeeld een zak aardappelen, een courgette en een tube Zaanse mayonaise. Het kind gaat op pad met in zijn knuistje wat kleingeld en komt een uur later thuis met een taartje en een pak toiletpapier. De kleine werd duidelijk overmeesterd door zijn fantasie. Ik ben geen kind meer, tenminste, dat houd ik me voor. Op naar de bouwmarkt, Gamma dit keer, voor een tube high tack kit.

Zelden zie ik klanten met karren vol boodschappen de bouwmarkt verlaten, hoogst zelden en het valt me nu pas op. Meestal zie ik mensen rondneuzen alsof ze een speld in een hooiberg zoeken. Bouwmarkten zijn enorme winkels en toch lijken de meeste klanten er rond te lopen alsof ze om een boodschap zijn gestuurd. Een potje transparante hoogglanslak met een roerstaafje erbovenop. De vrouw die het op de band bij de kassa plaatste, kijkt ongeduldig – ze heeft zichtbaar nog meer te doen.

“Heeft u een voordeelpas?” vraagt de medewerker achter de kassa. De vrouw rommelt in haar jaszak. Ja, ze heeft zo’n pas. Bliep. De oude man achter haar legt alvast een metaalboortje op de band. Een jong stel loopt met een bedlampje richting de kassa. Hij draagt het lampje en zij de pit. Een vroeggrijze veertiger bestudeert een tube Alabastine Muurvuller, terwijl hij met gezwinde spoed de hoek van een gang om gaat. Iedereen lijkt hier te komen

om nog gauw even iets waarop men misvat te halen. Misschien heb ik het mis, zie ik het niet scherp omdat mijn bezoekjes doorgaans niet meer zijn dan doelgerichte flitsbezoekjes. Maar toch, om mijn vermoeden te staven, besluit ik te gaan dwalen om klanten te bespieden. Ondertussen geniet ik van de ruimte, want bouwmarkten, zeker die van de grote ketens in nieuwe woonwijken, zijn ontzettend ruim. Welke klant ik ook bespied, geen enkele beweegt zich met meer dan drie producten naar de kassa. De meesten hebben niet eens een kar of een mandje; alles past in twee handen. De bouwmarkt is een hele grote buurtsuper met een enorm assortiment. Godzijdank is het gros van de producten van niet­bederfelijke aard. Hoe klussen mensen eigenlijk? Kopen ze eerst een hamer en gaan ze een dag later terug voor wat spijkers en weer een dag later voor een plank? Ah, daar plaatst een hip bebaarde vent vier gipsplaatjes bij een bussel latten en een doos gipsplaatschroeven op een platenkar. Overduidelijk de grootste klant tijdens mijn bezoek. Hoe gaat hij de platen afwerken? Is het voor een babykamer? Wordt het een jongen of een meisje? Ik zou het hem graag vragen. Terugdenkend aan mijn eigen prille vaderschap zet ik een doosje staalspijkers op de band. “Heeft u een voordeelpas?” vraagt de medewerker achter de kassa. “Nee”, zeg ik, “maar wel geld.” Mijn grapjes worden niet sterker met het klimmen der jaren. De oplettende lezer zal zich afvragen waarom ik een doosje staalspijkers op de band zet, terwijl ik hier was voor een tube high tack kit. Precies, dat vroeg ik me ook af toen ik alweer thuis was.

STRONGER.

TO LAST LONGER.

Dichten van dakdetails, voegen en lekken Blijvend transparant Ook op vochtige ondergronden UV- en weersbestendig

Beschermcoating voor buitentegels en klinkers

Beschermt tegen vlekken Voorkomt groene aanslag Doet kleuren herleven

Waterafstotende kalei voor buitengevels Dampdoorlatend

Ready-to-mix

Liquide dakbedekking

Zeer elastisch

Extreem gemakkelijk Scheuroverbruggend

Houtvezelisolatie

Vochtregulerend

Geluidsisolatie

Makkelijk te plaatsen Ecologisch

MAXIMALE BOOST.

MINIMAAL VERBRUIK.

MAXIMALE BOOST.

GROHE VITALIO JOY+

MINIMAAL VERBRUIK.

GROHE VITALIO JOY+

BOOSTER SPRAY

BOOSTER SPRAY

RAIN SPRAY

Beschikbaar in diverse kleuren

RAIN SPRAY

Bespaar op kosten, niet op comfort. Met GROHE AquaBooster levert elke druppel een krachtige straal terwijl er zo weinig mogelijk water wordt gebruikt. Een verfijnde keuze aan kleuren en afwerkingen – van Chroom en Supersteel tot Matte Black, Geborsteld Hard Graphite, Geborsteld Warm Sunset en Geborsteld Cool Sunrise – brengt prestatie, efficiëntie en design samen in Vitalio Joy+. aquabooster.grohe.nl

GROHE AQUABOOSTER

Krachtigere straal bij een lage waterdruk

Matte

Bespaar op kosten, niet op comfort. Met GROHE AquaBooster levert elke druppel een krachtige straal terwijl er zo weinig mogelijk water wordt gebruikt. Een verfijnde keuze aan kleuren en afwerkingen – van Chroom en Supersteel tot Matte Black, Geborsteld Hard Graphite, Geborsteld Warm Sunset en Geborsteld Cool Sunrise – brengt prestatie, efficiëntie en design samen in Vitalio Joy+. aquabooster.grohe.nl

GROHE AQUABOOSTER

Ook verkrijgbaar in

Krachtigere straal bij een lage waterdruk

Ook verkrijgbaar in

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MIX 2026-3 by MIXpress - Issuu