Issuu on Google+

emotie

xxxxxxxxx

Rampspoed is goed Van wat ellende word je hard en sterk. En meestal is dat ook zo. Maar lang niet iedereen komt een scheiding, de dood van een geliefde of een ramp weer te boven. TeksT Mensje Melchior

54

Quest Psychologie — voelen

H

et leven van Marja Brand veranderde op haar negentiende in één klap. Het was een herfstdag in 1997 en ze hielp haar goede vriend Georgios verhuizen. Ze kwamen met het verhuisbusje in een file terecht. Toen ze stilstonden, deed Georgios even zijn gordel af om iets te pakken. Op dat moment reed een vrachtwagen van achter op ze in. Marja: ‘We werden gelanceerd en eindigden in de vangrail. De hele voorkant van het busje was verwoest. Georgios lag met zijn hoofd tegen mijn heup, zijn benen staken uit het rechterraampje. Hij zei: ‘Marja, ik denk dat ik doodga’. Hij had op dat moment waarschijnlijk een slagaderlijke bloeding en voelde dat hij

weggleed. Ik streelde zijn haren en zei: ‘Dat is goed, ga maar’. Hij stierf voordat de ambulance ter plaatse was.’ Marja werd met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. ‘Mijn benen waren er slecht aan toe, mijn linkerbovenbeen had een gecompliceerde breuk en op verschillende plekken waren mijn spieren en zenuwen beschadigd doordat het ijzer van het busje erin had gesneden. Ik werd geopereerd, en ben daarna twee jaar intensief bezig geweest met revalideren.’ Zestien jaar later kijkt Marja op een bijzondere manier tegen het ongeluk aan. ‘Behalve het pijnlijke verlies van Georgios heb ik alleen goede dingen aan die kettingbotsing overgehouden. Het heeft een sterk mens van mij gemaakt.

Ik weet precies wat ik wil en ben nooit te bang om ergens voor te gaan. Ik weet zeker dat ik zonder dat ongeluk nog altijd in mijn geboortedorp zou wonen, maar nu ga ik zoveel mogelijk het avontuur aan. Zo werd ik een paar jaar geleden verliefd op een Engelsman en al een paar weken na onze eerste ontmoeting liet ik alles in Nederland achter om daar te gaan wonen.’

We zijn veerkrachtig

Marja is een schoolvoorbeeld van menselijke veerkracht. Hoe bijzonder haar verhaal ook lijkt, de manier waarop zij dat heftige ongeluk te boven kwam, is helemaal niet zo uitzonderlijk. De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar veerkracht. Dat is het vermogen van iemand die een ernstige gebeurtenis heeft meegemaakt om psychisch relatief stabiel en gezond te blijven functioneren. Wat bij de onderzoeken keer op keer opvalt: mensen zijn veel veerkrachtiger dan je zou denken. Neem de aanslagen van 9/11 op de Twin Towers in New York. Psychologen verwachtten dat van de mensen die bij de ramp betrokken waren, zoals brandweer- en politiemensen, familieleden van overledenen, of mensen die op het nippertje waren ontkomen, minimaal 35 procent een posttraumatische stressstoornis (PTSS) zou krijgen. Maar uiteindelijk bleek ‘maar’ 6 procent last te hebben van PTSS-symptomen, zoals herbeleving, angsten en ernstige concentratieproblemen. Dat percentage lag een stuk hoger bij de mensen die gewond waren geraakt: daarvan had 26 procent last van dat soort klachten. Maar nog was dat percentage lager dan wat psychologen hadden gevreesd. ‘Mensen zijn van nature bijzonder veerkrachtig’, zegt George Bonanno, hoogleraar klinische psychologie aan de Columbia Universiteit in New York. Hij doet onderzoek naar de manier waarop mensen herstellen van heftige

» voelen — Quest Psychologie

55


emotie

»

gebeurtenissen zoals een auto-ongeluk, het verlies van een geliefde, een ramp of een echtscheiding. ‘Uit onderzoeken naar mogelijke traumatische voorvallen blijkt dat maar 5 tot 10 procent op de langere termijn psychische problemen houdt.’ Binnen die 5 tot 10 procent zijn piekeraars oververtegenwoordigd. ‘Iemand die bij het verlies van zijn baan in een spiraal van negatieve gedachten terechtkomt, en denkt ‘nu kan ik mijn huis niet meer betalen, sta ik straks op straat en gaat mijn vriendin ook nog bij me weg’, heeft een grotere kans om bij nare gebeurtenissen in de put te raken. Mensen die positieve gedachten hebben, zoals: ik ga nu heel hard mijn best doen om een nieuwe baan te vinden, zijn veerkrachtiger.’

Actie ondernemen

Iets wat je kan helpen in tijden van ellende, is wat psychologen hardiness, of weerbaarheid, noemen. Mensen die dat hebben, streven een doel na in het leven en zijn daardoor beter bestand tegen stress. Dat hoeven geen hemelbestormende doelen te zijn, het kan gaan om een mooie carrière najagen, of het zo goed mogelijk voor je gezin zorgen. Het doel in het leven van Joost Smolenaars (33) was een nieuw thuis bieden aan zijn twee kinderen. En dat trok hem er doorheen op een cruciaal moment. Dat was afgelopen winter, toen zijn baas hem bij zich riep voor een gesprek over de reorganisatie. Op dat moment leefde Smolenaars al dik een half jaar uit zijn koffer, hij zwierf van vriend naar vriend. Zijn vriendin had hun relatie na negen jaar verbroken. ‘Ik begreep ergens wel dat ze het met ons niet meer zag zitten. Al een tijd ging mijn energie bijna alleen nog maar naar mijn werk en onze twee kinderen. En terwijl ik dacht dat het wel weer goed zou komen, was zij verliefd geworden op een ander.’

56

Quest Psychologie — voelen

Het idee dat hij straks in een mooi appartement zou wonen, waar hij zijn kinderen in co-ouderschap zou kunnen opvoeden, trok Joost door zijn moeilijke ‘zwerversbestaan’ heen. Maar voor die huurwoning gold wel een inkomenseis. En de boodschap van zijn baas leek roet in het eten te gooien, want Joosts functie zou worden geschrapt. Dat was een klap: ‘Ik wist dat ik zonder een baan wel kon fluiten naar die woning. Gek genoeg werd ik door de wetenschap dat het nu écht helemaal mis was juist heel rustig. Ik wist dat ik nu moest zorgen dat het weer goed kwam en ik pakte gelijk de telefoon om allerlei zakenrelaties te bellen met de boodschap dat ik nieuw werk zocht. Een paar weken later had ik een nieuwe baan. Eigenlijk sta ik nog steeds van mezelf te kijken, dat ik niet in paniek raakte, of ergens in een hoekje ging zitten huilen, maar deed wat ik moest doen.’

Drie keer ellende

Klopt het Engelse gezegde What doesn’t kill you, makes you stronger, wel? Of hopen we dat gewoon, zodat we die

‘Mensen kunnen best tegen een stootje, maar piekeraars komen er slecht vanaf’

rottijd een beetje doorkomen? Peter van der Velden is hoogleraar victimologie aan de Universiteit Tilburg. Hij ziet dat mensen het idee hebben dat ze sterker zijn geworden door de pech die ze meemaakten. ‘Een deel van de slachtoffers, maar zeker niet allemaal, vertelt na verloop van tijd dat een nare gebeurtenis ook goede dingen heeft opgeleverd. Bijvoorbeeld dat ze door het gebeurde en de hele nasleep zijn gaan beseffen hoe belangrijk hun partner, kinderen en vrienden zijn. Soms zie je ook concrete veranderingen, zoals dat ze bij het nastreven van een carrière niet meer constant overwerken. Mensen kunnen dus wel degelijk veranderen door dit soort gebeurtenissen. Maar of dat effect na jaren ook nog bestaat, is nog niet duidelijk want daar is nog nooit goed onderzoek naar gedaan.’ Volgens Bonanno is het idee dat het je sterker maakt vooral een strategie van ons brein om met ellende om te kunnen gaan. ‘Als je denkt dat je gegroeid bent na een traumatische gebeurtenis, helpt het om een betekenis te geven aan de narigheid die je is overkomen. Door jezelf voor te houden dat het toch ook iets goeds heeft gebracht, kun je de negatieve gebeurtenissen makkelijker te boven komen. In veel onderzoek wordt mensen achteraf gevraagd of ze er sterker van zijn geworden. ‘Ja’, zeggen ze dan, ‘door wat er met mij gebeurd is, zal ik mijn eigen gezin beter beschermen.’ Maar het probleem met dit onderzoek is: we hebben geen nulmeting, en weten dus niet hoe sterk iemand was vóórdat er iets ergs gebeurde.’ Wat onderzoekers wél zeker weten, is dat een zekere dosis tegenslag ons weerbaarder maakt voor toekomstige ellende. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een langlopend onderzoek waarbij 2000 Amerikanen aangaven of ze ernstige ziekten, relatiebreuken, natuurrampen of ander leed voor hun kiezen hadden gekregen. Daarna werden ze een tijd

‘Wie iemand heeft om tegenaan te praten is weerbaar’ gevolgd en gaven ze ook steeds weer aan of hen nieuwe rampspoed was overkomen. Wat bleek? Mensen die al tegenslag hadden gekend, waren minder van slag door nieuwe ellende dan mensen die tot dan toe schadevrij door het leven waren gegaan. Maar, uit dat onderzoek kwam ook naar voren dat te veel tegenslag je alsnog kan breken. De optimale dosis heftige ervaringen lijkt rond de drie te liggen. Wie meer te verwerken krijgt, heeft vaker psychische klachten. Narigheid op narigheid kan de emmer laten overlopen, omdat je dan constant onder stress staat.

eén keer te veel

Het overkwam Saskia (36, niet haar echte naam). Ze heeft als ambulanceverpleegkundige veel heftige ongelukken gezien, vertelt ze. ‘Jonge jongens die tegen een boom zijn gereden, vaders die zwaargewond de ambulance in worden geschoven terwijl je het kinderstoeltje achterin de auto ziet staan.’ Maar daar kon ze goed mee omgaan. Door er thuis over te praten of stoom af te blazen met een ‘uur heel hard rennen op de dijk’. Maar toen ging het mis. Een goede vriendin stierf aan borstkanker en een paar weken later gingen Saskia en haar vriend uit elkaar. Het maakte haar kwetsbaar. ‘Ik merkte dat het werk me veel zwaarder viel. Ik werd chagrijnig, snauwde collega’s af en in plaats van een paar sigaretjes per dag, pafte ik al snel een heel pakje weg.’ Juist op dat moment werd ze bij een ‘flatspringer’ geroepen. ‘Een vrouw van mijn leeftijd. Haar hoofd was helemaal verbrijzeld, haar hersenen lagen op de straat. Ik heb op de automatische piloot

emotie

gehandeld, het lichaam geborgen terwijl de brandweer de omstanders op afstand hield. Het was niet de eerste zelfmoord die ik zag, maar het leek of het er net een te veel was. Ik lag hele nachten wakker; ik zag die gesprongen vrouw steeds opnieuw voor me.’ Inmiddels zit Saskia thuis met de diagnose posttraumatische stressstoornis in combinatie met een depressie. Ze is nóg meer gaan roken, ziet er uitgeblust uit, haar ogen staan dof en ze kan zich de laatste keer dat ze onbezorgd hard om iets heeft gelachen niet meer herinneren.

Wie staat klaar?

Allesbepalend om weer te kunnen opkrabbelen na nare gebeurtenissen, is een sociaal vangnet. Zonder praktische hulp van familie en vrienden, of gewoon iemand om tegenaan te praten over wat er is gebeurd, zijn we stukken minder weerbaar. Dat merkte Bonanno in de nadagen van 9/11, toen zijn kliniek gratis psychologische hulp aanbood aan studenten. ‘Tot mijn stomme verbazing kwamen er alleen maar buitenlandse studenten praten over deze gruwelijke aanslagen. Zij hadden hun familie niet in de buurt. Daarmee was een belangrijk deel van hun beschermingsmechanisme weggevallen.’ Gelukkig zit het met dat sociale vangnet wel goed bij Saskia. Ze heeft een groep vrienden die vastbesloten is haar erdoorheen te slepen. Ze hebben een rooster opgesteld en elke dag komt er iemand bij Saskia langs, die haar mee naar buiten sleept voor een wandeling en daarna met haar kookt en eet. ‘Ik heb daar meestal helemaal geen zin in, maar ze komen wel elke dag. Ze zeggen tegen me: ‘Joh, het komt wel weer goed, jij bent toch onze sterke Saskia?’ Ik hoop maar dat ze gelijk hebben.’ Q

voelen — Quest Psychologie

57


Rampspoed is goed